Skip to main content

Patiëntenmagazine van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen

Page 1

MA G U Z A

Afgiftekantoor Gent X, Maguza 124, Tijdschrift – kwartaalblad, december 2021, v.u. Marc Peeters, Universitair Ziekenhuis Antwerpen, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem

ZORGMAGAZINE VAN HET UZA

DECEMBER 2021 #124

Erwin (64) had een hartritmestoornis

‘De diagnose was hard, maar nu leef ik weer normaal’

www.maguza.be   UZAnieuws   UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories

Dossier CARDIOLOGIE


ADVERTENTIE

-50% TOT

Sleeplife® Merksem Bredabaan 972 T. 03 647 15 45

Sleeplife® Wilrijk Boomsesteenweg 560 T. 03 828 98 29

ma-za: 10u-18u / woensdag gesloten

sleeplife.be

T.E.M. 31/01

SOLDEN


14:25 UUR

WELKOM

NEUS-, KEEL-, OORZIEKTEN

Wacht niet te lang om een juiste hooroplossing te kiezen ROB BEENDERS (42)

Onderweg naar? Ik ben hier voor de kick-off van het project ‘Hear Again, Work Again’. Met dat project willen prof. dr. Van Rompaey en zijn team mensen met gehoorverlies begeleiden naar de juiste hoor­ oplossing en zo de kansen op werk vergroten.

Meer weten over het traject dat Rob aflegde? Bekijk meer op bit.ly/hooroplossingen. Samen met prof. dr. Vincent Van Rompaey, NKOarts, praat hij over zijn weg naar de juiste hooroplossing en re-integratie.

Hoe gaat het? Zelf ben ik heel blij dat ik de stap naar een cochleair implantaat of CI zette. Ik was mijn gehoor aan beide kanten zo goed als kwijt door een infectie en de ziekte van Ménière. Nu gaat het veel beter. Ik werk ondertussen weer, bij een bedrijf gespecialiseerd in cochleaire implantaten, en het is mijn missie om gehoorproblemen bespreekbaar te maken. Wist je dat patiënten met gehoorproblemen gemiddeld pas na zeven jaar een oplossing zoeken? Dat frustreert me zo hard, omdat ik weet hoe groot de impact op je leven en je welzijn is. Je bent vermoeider, vermijdt sociale contacten, werkt je partner op de zenuwen enzovoort. Terwijl er zo veel medische en technologische oplossingen zijn. Eén tip: als je slechter begint te horen, wacht dan niet te lang maar zoek meteen hulp!

03 MAGUZA MAGUZA 03


IN DIT NUMMER

VOORAAN

06

06 Focus

FOCUS

Prof. dr. Erika Vlieghe:

Infectiezorg van hiv tot covid-19

‘ Infectie­ziekten zijn terug van nooit weg­ geweest.’

12 Interview Hoe begeleid je pijnpatiënten naar de werkvloer?

ZORG 16 Op weg naar volwassenheid Bouwen aan zorg op maat van jongeren

32 Zorg zonder muren Kwaliteitsvolle zorg voor élke patiënt

GEZOND 30 Ergonomisch thuiswerk 7 tips om een pijnlijke rug of nek te vermijden

30

19 Dossier Cardiologie

ergonomische werkplek is het beste

27 Visie

medicijn

Johnny Van der Straeten: ‘ Er blijft altijd een resterende onzekerheid’

28 Onderzoek & innovatie Een veelbelovend alternatief tegen resistente bacteriën

38 Techno-logisch Een kunstmatig hoornvlies met zetmeel en gelatine

36 Team UZA De dienst Kwaliteit en Lean

EN VERDER … 15/34 Kort 40 #UZA 40 Agenda

04

Kennis over een

14

Tussen kinder- en volwassenen­ geneeskunde:

‘ Vertrouwen is hét sleutelwoord’


28

ONDERZOEK & INNOVATIE

36

Bacteriofagen tegen resistente bacteriën

TEAM UZA ‘Hoe kleiner de kans op fouten, hoe veiliger de zorg’

Alle artikels zijn te vinden op

MAGUZA.BE

Schrijf je vandaag nog in op onze e-nieuwsbrief. Ga naar www.maguza.be/­ abonnement

32

Kwaliteitsvolle zorg, ook buiten de muren van het UZA

Dossier

20

Digitaal oor volgt je hartslag

23

4 × voorbij het hart

24

Erwin (64):

CARDIOLOGIE

26

Interventiecardiologie: kleine ingrepen met grote impact

‘Ik dacht dat ik elk moment kon doodvallen’

MAGUZA 05


FOCUS

Prof. dr. Erika Vlieghe, diensthoofd algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische ziekten

Infectieziekten: van zorg naar samenwerking en preventie

Terug van nooit weggeweest Infecties en virussen zijn van alle tijden. Denk aan de Spaanse griep in 1918, de Mexicaanse griep in 2009, en aan covid-19 vandaag. Een steeds sterker verbonden samenleving en een toenemende migratie, hertekenen Infectieziekten als dienst en medische discipline. ‘In de jaren 90 dacht iedereen dat infectieziekten voorbij waren. Vandaag zijn ze één van de grootste bedreigingen van de mensheid’, aldus infectiologe Erika Vlieghe. Dienst algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische ziekten, T 03 821 34 66 06


2014

P

rof. dr. Erika Vlieghe was van 2004 tot 2017 als senior staflid en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Vandaag staat ze aan het hoofd van de dienst algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische geneeskunde van het UZA, en adviseert ze beleidsmakers als GEMS-voorzitter tijdens de coronapandemie. ‘Toen de dienst Infectieziekten in 1987 ontstond, was het een hospitalisatiedienst van het instituut voor tropische geneeskunde. Op dat moment was vooral aids die ene, ongrijpbare infectieziekte’, vertelt prof. Vlieghe. ‘In 1996, toen ik aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde studeerde, kwam prof.­­Colebunders terug van het ‘One World One

Hope’-congres in Vancouver, wat nadien een belangrijk momentum zou blijken. Door gunstige resultaten met nieuwe combinaties van medicatie, voorspelde hij een heuse world wide fight against HIV. Dat was revolutionair. Mensen met hiv/aids gebruikten in die periode dagelijks tientallen medicijnen om te overleven. Ze zagen ook ontzettend veel mensen uit hun omgeving overlijden. Dat was een traumatiserende tijd voor velen van hen. In de twintig daaropvolgende jaren evolueerde het gamma aan geneesmiddelen en mogelijkheden voor hiv-behandeling enorm, tot wat het vandaag is. Maar die eerste jaren lieten een ontzettend grote indruk na. ‘Ze hebben me gevormd als arts’, vertelt prof. Vlieghe. ‘Tijdens mijn studie zei iedereen dat infectieziekten voorbij waren,

De huidige covidpandemie vertoont – zowel op medisch als maatschappelijk vlak – veel parallellen met andere epidemieën zoals ebola en hiv.

dat er nog een beetje hiv de ronde deed, maar dat het dat was. Vandaag zijn infectieziekten één van de grootste bedreigingen van de mensheid. Ze zijn terug van nooit weggeweest.’

Onzekerheid De dienst algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische geneeskunde beschikt intussen over een uitgebreide track record van tropische virussen en infecties. Denk aan ebola, hiv, en nu ook covid-19. Hoewel elke ziekte anders is, ziet prof. Vlieghe over de verschillende epidemieën heen een aantal patronen terugkeren. ‘Een nieuwe infectie brengt maatschappelijke onzekerheid en angst met zich mee. Antwoorden en inzichten hoe te reageren liggen op dat moment niet klaar. Toch bepaalt iemands gedrag of je risico MAGUZA 07


2010

loopt om het virus op te lopen. Dat zorgt voor onrust’, stelt ze. Zo was de angst voor het oplopen van hiv, net als de angst voor covid, heel aanwezig in de maatschappij. Onveilig gedrag stellen werd quasi verketterd. Al speelt de wijze van overdracht ook een rol. ‘Bij hiv werd het snel duidelijk dat het virus zich in de seksuele context verspreidde en vaker werd gezien in de gay-community en bij migranten uit landen waar hiv zeer veel voorkwam’, vertelt prof. Vlieghe. ‘Dat werkte stigma in de hand.’ Ook binnen de zorgsector ontstaat onzekerheid bij een nieuwe epidemie-uitbraak. ‘Vele ziekenhuisdiensten stonden in het verleden eerder weigerachtig tegenover het opnemen van patiënten met hiv of ebola, want ze achtten zich niet in staat om op een veilige manier te helpen’, aldus prof. Vlieghe. Gespecialiseerde centra nemen dan over. Tijdens de ebolapandemie in 2014 richtte de overheid twee 08

FOCUS

‘Een nieuwe infectie brengt onzekerheid en angst mee.’ nationale referentiecentra voor de behandeling van virale hemorrhagische koorts (zoals bv. ebola) op, waaronder één in het UZA. Covid19 vroeg een andere aanpak. ‘Covid-19 was te overrompelend. De aanvankelijke beslissing om een paar gespecialiseerde centra op te richten, bleek al na een paar dagen onhoudbaar.’

Van pandemie tot infodemie Steeds meer artsen in opleiding tonen interesse in infectieziekten als medische discipline. ‘We merken dat de achtergrondkennis van de studenten in de eerste en tweede bachelor een grote sprong heeft gemaakt’, vult prof. Vlieghe aan. Dat hoeft uiteraard niet te verbazen. De kennis over epidemieën is in de hele maatschappij

gegroeid. ‘Corona omschreef men wel eens als infodemic, een pandemie aan informatie. Kennis is dankzij moderne technologie snel beschikbaar, maar ook desinformatie en fake news raakt snel verspreid.’ En dat vormt ruis. ‘Kwaliteitssystemen, zoals peer reviews in wetenschappelijke tijdschriften, sloeg men soms over, wat de verificatie en ­kritische benadering van bevindingen bemoeilijkte.’ Bovendien gaat wetenschap niet altijd in een rechte lijn. Het is een hobbelig parcours waarin informatie constant wordt bijgesteld. ‘Eigenlijk werkt wetenschap zoals het vinden van De Mol’, duidt prof. Vlieghe, ‘die vind je ook niet in één aflevering, je moet je gedachten constant bijstellen op basis van nieuwe inzichten. Iemand die niet middenin de wetenschap zit, denkt daardoor al snel dat de beslissingen niet doordacht zijn, net omdat ze nog veranderen en je steeds verrast kan worden.’


Prof. dr. Vlieghe: ‘Vele ziekenhuis­diensten stonden in het verleden eerder weigerachtig tegenover het opnemen van patiënten met hiv of ebola, want ze achtten zich niet in staat om op een veilige manier te helpen.’

2020

Kwetsbare groepen bereiken met voldoende en juiste informatie blijft een groot aandachtspunt. ‘Waar je woont, je basisopleiding, je afkomst, beïnvloedt de toegang tot kennis en daarmee ook je gedrag en je gezondheid. Daarom is het belangrijk om kinderen al vanaf jonge leeftijd vertrouwd te maken met ziektepreventie en aandacht voor hygiëne.’ De focus op preventie en kennisdeling staat steeds meer centraal. ‘Elke epidemie geeft een stapel aan lessons learnt. Voor covid-19 zijn we die nog volop aan het verwerken. We weten nu wel dat mondmaskers en ventilatie belangrijk blijven. Het feit dat vaccinatie een essentiële rol blijft spelen, nemen we ook mee, net als de rol, maar ook de limieten van testing. Ziekenhuizen en eerstelijnsactoren kunnen en moeten intensief blijven samenwerken, denk aan het mobiel testteam CoBUSters van het UZA, telemonitoringsinitiatief Telecovid of HOST, een pilootproject

‘Mensen zijn tot heel veel bereid, maar dan moet je duidelijk en helder blijven communiceren.’

voor transmurale zorg (zie p. 33). Die samenwerkingsverbanden en contacten zijn ­transversaal.’ Op de vraag of ze ook persoonlijke lessen trekt uit de coronacrisis, komen de thema’s ‘multidisciplinair werken’ en ‘transparantie’ bovendrijven. ‘Als wetenschapper heb je een belangrijke rol om inzichten zo objectief mogelijk aan te leveren, maar de beleidsmakers moeten er mee aan de slag. Heldere communicatie over het plan is cruciaal. We hebben gemerkt dat mensen tot heel veel bereid zijn als ze beseffen dat iets nodig is, maar dan moet je duidelijk en helder blijven communiceren.’

De toekomst: preventief genezen? De vraag of die tendens van preventie zich niet beter in de hele zorgsector zou doorzetten, dringt zich op. Want in België gaan de meeste aandacht, energie en kosten naar curatieve geneeskunde, niet naar preventieve. ‘Onze gezondheidszorg is heel erg gefocust op performante en gespecialiseerde zorg’, vertelt prof. Vlieghe, ‘maar we moeten dringend meer inzetten op het gezond houden van mensen.’ Zo is er nog dat andere grote probleem: antibioticaresistentie. ‘Door toenemende globalisering en migratie komen we in aanraking met nieuwe virussen. En zoals iedereen intussen weet: infectieziekten kennen geen grenzen. Een teveel aan antibiotica maakt ons kwetsbaar. Nederland en Scandinavische landen hebben bijvoorbeeld een strakker beleid en kampen daardoor met minder hoogresistente bacteriële infecties’, sluit prof. Vlieghe af.

Meer lezen over antibioticaresistentie en bacteriofaagtherapie? Ga naar pagina 28 MAGUZA 09


TE R U G IN D E TI JD

Miranda Van De Wiele afdelingshoofd van de dienst patiëntenbegeleiding

Hiv als nieuwe infectieziekte

‘ Er is niets is eenzamer dan jezelf niet mogen zijn’ Miranda Van De Wiele werkt sinds 1996 in het UZA op de dienst patiëntenbegeleiding, waarvan ze intussen afdelingshoofd is. Haar eerste periode in ons universitair ziekenhuis was ze als sociaal werker actief op de afdeling tropische geneeskunde, infectieziekten en longziekten. Die afdeling was toen in de ban van het inzetten van de eerste antivirale middelen tegen hiv.

D

e kennis over hoe je hiv kon oplopen was al sterk gegroeid. Toch merkte je dat zelfs onder zorgverleners nog onwetendheid en onzekerheid leefde. Het reële gevaar op besmetting in je werk­context werd vaak overschat. Die angst is eigenlijk pas beginnen te keren toen de wetenschap niet enkel meer antwoorden over transmissie, maar ook over het ziekteverloop bracht. In mijn beginjaren was hiv nog aan het evolueren van een doodsvonnis naar een chronische ziekte. Jonge ­mensen stierven in een palliatieve ­setting die vaak in het ziekenhuis werd georganiseerd.’

Bevlogen starter in topteam ‘Die tijd heeft me onomkeerbaar getekend in mijn professionele zijn. Ik kwam uit de psychiatrische zorg en ondersteunde mensen die leden aan onder meer depressie, verslavingsproblematieken of schizofrenie bij begeleid wonen. Zo kwam ik er snel achter dat ik minder angst kende. Als jonge twintiger werd 10

FOCUS

ik meermaals ’s avonds laat of ’s nachts opgeroepen om een van mijn patiënten met een psychotische aanval bij hem of haar thuis in mijn eentje te gaan overtuigen om zich te laten opnemen. Ik bracht hen dan ook nog met mijn eerste autootje zelf naar het psychiatrisch ziekenhuis. Mijn ouders maakten zich wel eens zorgen over de omstandigheden waarin ik moest werken, maar zelf was ik snel gewoon aan de mogelijke risico’s van mijn vak, zoals weerstand en agressie. Het was voor mij eerder een uit­ daging om voor die mensen toch iets te kunnen betekenen in die moeilijke omstandigheden.’ ‘Als 28-jarige kwam ik dan terecht in het UZA, in een team van verpleegkundigen en artsen die altijd voor me klaar­stonden. De discipline van tropische geneeskunde kende een enorm geëngageerde ploeg onder leiding van prof. Robert Colebunders, die ook actief was op het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG). Prof. Erika Vlieghe liep hier toen als assistent in opleiding al bevlogen rond over het recht op

gezondheidszorg voor ­kwetsbare groepen zoals vluchtelingen. Die passie om op te komen voor rechten van patiënten was enorm aanstekelijk.’

Schaamte en schuld ‘Naast de boeiende medische pathologie waarvoor de behande­ lingen in volle evolutie waren, was er in ons vak ook die laag van het zoeken naar aanvaarding voor de diversiteit waarin we toen ondergedompeld werden. Het gaf me zoveel voldoening om met die mensen en gemeenschappen te werken. Een merendeel kwam uit wat we vandaag de LGBTQ-­gemeenschap noemen. Ik ben met hen blijven werken tot ik hoofd werd in 2005. Het waren vaak jonge mensen die gebukt gingen onder een zwaar taboe. Bij een deel van hen, speelde niet alleen de angst en soms schaamte rond hiv en aids, maar ze moesten ook nog vechten tegen oordelen en onbegrip over hun geaardheid en seksuele zijn. Er is niets eenzamers in de wereld dan niet jezelf mogen zijn. Mijn werk was vaak balanceren op een dunne koord: Een jonge man lag op


sterven en wilde afscheid kunnen nemen van zijn ouders en zijn partner. Maar die laatste werd niet aanvaard door zijn familie. Ik luisterde naar de ouders die gebroken waren door de nakende dood van hun kind. En probeerde toch met hen in dialoog te gaan om die laatste wens van hun zoon vervuld te krijgen. Het niet oordelen is altijd deel van mijn job. Je oordeelt nooit over iemands levenskeuzes, maar je oordeelt ook niet over ouders die vastlopen in hun verwerking of aanvaarding. Toch was het bij momenten loodzwaar, terwijl ik hun hand vasthield voelde ik de eenzaamheid waarin sommigen afscheid namen van het leven.’ ‘Behandelingen verbeterden en

‘Het stigma rond infectieziekten is nog niet geweken: hoe heb je het opgelopen, heb je jezelf en anderen wel voldoende b ­ eschermd?’

patiënten op allerhande manieren hielpen. Van het vrijwaren van hun rechten via juridisch advies tot het helpen in de thuissetting met boodschappen en sociaal contact. Het was aanvankelijk geen sinecure om thuiszorg voor onze patiënten te organiseren, maar ook daar week de onwetendheid meer en meer. Patiënten kenden mekaar en hadden veel steun aan mekaar. De hartverscheurende overtuiging ‘Ik mag er niet zijn’ kreeg eindelijk tegengewicht.’

Bespreekbaar maken ‘Zichtbaarheid, bewustwording, educatie, sensibilisering en fondsen­werving… Er is ontzettend veel gebeurd in 25 jaar tijd. Toch krijg ik soms nog een klein hartje als ik vandaag zie hoe mensen, jong en oud, nog gebukt gaan onder oordelen en angsten. Ook het stigma rond infectieziekten is nog niet geweken: hoe heb je het opgelopen, heb je jezelf en anderen wel voldoende beschermd… Kortom, schuldvragen.’ ‘Via mijn rol als leidinggevende hier in het UZA, blijf ik mijn inzichten over patiëntenrechten,

verdraagzaamheid en aanvaarding uitdragen. We projecteren veel van onze eigen waarden, emoties, ervaring en bagage op anderen in situaties als deze pandemie. Dat is menselijk, maar we moeten ons daar wel bewust van zijn. Evenzeer als van het gegeven dat ieders situatie en realiteit uniek is. Ieder heeft zijn verhaal. Je kent iemand zijn leven niet en dus niet de context waarin mensen keuzes maken, als ze die al kunnen maken. Aan­voelen en observeren is belangrijk. Wat geven mensen je eigenlijk echt in een gesprek? Sommigen dragen iets uit zonder het te benoemen en wachten erop tot jij het bespreekbaar maakt. Je kan alleen maar open, actief luisteren naar de nood die aan die andere kant onder de woorden schuilt en daarmee aan de slag gaan. En we kunnen teruggeven hoeveel respect we hebben voor de moed om hun moeilijkste gedachten bespreekbaar te maken. Er zit altijd een mens. Medisch-technisch kijken naar de persoon voor je, is al lang niet meer het enige wat patiënten van ons nodig hebben.’

De discipline van tropische geneeskunde kende een enorm geëngageerde ploeg onder leiding van prof. Robert Colebunders, die ook actief was op het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG).

kwamen stilaan binnen handbereik. Voor wie verzekerd was, maar ook voor degenen zonder papieren. We streden voor het recht op gezondheidszorg voor iedereen, telkens opnieuw. De solidariteit en de steun voor onze patiënten in de samenleving groeiden alsmaar meer. Mede dankzij mensen als onze ­bevlogen zorgverleners, maar zeker ook door de Foundation, een buddy­systeem dat opkwam voor hiv-patiënten. Sensoa trok nadien met campagnes naar scholen, naar ouders, en naar het uitgaansleven. Ervaringsdeskundigen gingen er het gesprek aan op een authentieke wijze en zacht maar volhardend probeerden ze het taboe weg te vijlen. De Foundation bracht een ploeg van vrijwilligers op de been die onze MAGUZA 11


INTERVIEW

UZA begeleidt pijnpatiënten naar de werkvloer

‘Elke pijn en elke situatie is anders.’

Wie al lang gebukt gaat onder pijn, staat voor een hoge drempel om opnieuw te werken. Hoe helpen we zo veel mogelijk patiënten om hun professionele leven weer op te nemen? Eline Christiaen is psychologe en re-integratiecoördinator in het pijncentrum van het UZA. ‘Dankzij onze multidisciplinaire begeleiding slagen we erin om meer dan de helft van de chronische pijnpatiënten het werk te laten hervatten.’

Wat doet een re-integratiecoördinator precies? Christiaen: ‘Ik werk sinds 2016 binnen het multidisciplinair pijncentrum aan de re-integratie van chronische pijnpatiënten op de werkvloer. Dat een ziekenhuis daarvoor zelf een medewerker inschakelt, is uniek in België. Opnieuw kunnen werken maakt een wereld van verschil voor patiënten met pijnklachten. Het haalt hen uit een neergaande spiraal, verhoogt hun zelfwaardegevoel, wat soms zelfs meer impact op hun welzijn heeft dan een nieuw medicijn. Daarom zien we het re-integratietraject ook als onderdeel van de behandeling bij chronische pijnpatiënten.’ Wie zijn die patiënten en hoe komen ze bij jou terecht? Christiaen: ‘Strikt genomen noemen we pijn die langer dan twaalf weken aanhoudt chronisch. Maar heel wat patiënten torsen hun klachten al veel langer mee, vaak zelfs meer dan een jaar. Soms is er een aanwijsbare reden voor hun pijn, zoals een ongeval of ziekte, soms niet. We zien ook klachten in alle gradaties van licht tot heel zwaar. De meeste patiënten zijn in behandeling bij het pijncentrum, en ook de diensten orthopedie, neurochirurgie en fysische geneeskunde sturen patiënten door. Daarnaast begeleid ik preventief patiënten die nog werken maar door hun pijnklachten dreigen uit te vallen.’ Waaruit bestaat de begeleiding die je biedt? Christiaen: ‘Ik fungeer als coach en vertrouwenspersoon voor

12


Eline Christiaen, psychologe en re-integratiecoördinator in het pijncentrum van het UZA

patiënten, en geef advies op maat waarmee werkgevers en werknemers aan de slag kunnen. Ik bekijk in de eerste plaats wat medewerkers ondanks hun pijn wel nog kunnen en welke mogelijkheden er zijn bij de werkgever. Ik sla de brug tussen de zorginstanties en het werkveld. Ik informeer patiënten en hun werkgever over wetgeving, help met administratieve zaken zoals de mutualiteit, overleg met de verschillende actoren binnen het re-integratietraject, zowel extern als intern met mijn collega’s van het pijncentrum over extra ondersteuning en mogelijke volgende stappen. Het is uniek dat ik deze rol vanuit het ziekenhuis zelf kan opnemen. Dat maakt het laagdrempelig voor de patiënt en ook de wisselwerking met onze psychologen en artsen biedt een unieke meerwaarde.’

Een geslaagde re-integratie op de werkvloer heeft soms meer impact dan medicatie.

Wat zijn de grootste uitdagingen op het pad naar werkhervatting? Christiaen: ‘‘Elke pijn en elke situatie is anders. Wie zijn de patiënten? Welke job deden ze en wat kunnen ze nog? Moeten we de patiënt helpen om zich naar een andere job te heroriënteren? Of zijn er aanpassingen aan de job mogelijk, zoals andere taken, een flexibel uurrooster, een andere bureaustoel, hulp van een collega? Zijn er premies voor rendementsverlies mogelijk omdat de werknemer meer pauzes nodig heeft? Bij de patiënt zelf moet ik dikwijls heel veel twijfels en angsten wegmasseren. Ga ik dat wel kunnen? Wat als ik een terugval heb?’ MAGUZA 13


Marilyn (46) keerde na 2 jaar terug naar kantoor

‘‌ De eerste dagen waren euforisch’ Na een langere periode van arbeidsongeschiktheid moet je op je eigen tempo stap voor stap weer opbouwen.

Zijn er belangrijke administratieve en financiële vooruitgangen geboekt? Christiaen: ‘Patiënten die langdurig ziek zijn, kunnen intussen op hun eigen ritme één, twee, drie, vier of vijf dagen per week terugkeren. In grote lijnen betaalt de werkgever alleen voor de tijd dat ze werken, de rest wordt deels bijgepast. Het systeem van gedeeltelijke werkhervatting is nu zo dat het voor de patiënt op financieel vlak normaal een meerwaarde biedt om te werken. Dat scheelt al veel, maar er zijn nog zaken die beter kunnen. Sommige werkgevers zijn niet mee in het re-integratieverhaal en zouden wat meer inspanningen mogen leveren. Ik geloof ook in een overkoepelend systeem dat de communicatie en samenwerking tussen de verschillende actoren vlotter doet verlopen.’ Waarbij hebben patiënten je hulp het meest nodig? Christiaen: ‘Dat verschilt hard. Voor velen werkt het administratief en financieel kluwen waarin ze terechtkomen verlammend. Als ik die last van hun schouders haal, zijn zij al halfweg. Daarnaast is het van belang dat ze naar hun eigen lichaam luisteren en op tijd aangeven als het wat moeilijker gaat zodat we samen aan een oplossing kunnen werken. Na een langere periode van arbeidsongeschiktheid moet je op eigen tempo stap voor stap weer opbouwen. En hoe vroeger we patiënten hierbij ondersteunen, hoe vlotter hun re-integratie verloopt. Momenteel slagen we er in het UZA in om dankzij onze multidisciplinaire begeleiding iets meer dan de helft van de chronische pijnpatiënten het werk te laten hervatten.’ 14

INTERVIEW

‘Ik heb al ongeveer twintig jaar last van pijn aan mijn linkerzijde, van boven tot onder. Het voelt als tandpijn die nooit overgaat. De oorzaak is na tientallen onderzoeken eindelijk gevonden: ik heb artrose. Ik ben altijd blijven werken tot de dokter me een drietal jaar geleden thuis zette. Een week werd uiteindelijk twee jaar, waarin het alsmaar slechter met me ging. In het pijncentrum van het UZA kwam ik in die periode bij Eline terecht. Zij hielp me er beetje bij beetje weer bovenop. Ik werkte altijd als administratief bediende bij de arbeidsrechtbank. En hoewel de pijn nog hetzelfde is, doe ik dat vandaag opnieuw. Eline bereidde me uitvoerig voor om met mijn werkgever te gaan praten over wat er mogelijk zou zijn. Alleen had ik dat nooit gekund. Ik dacht: je bent al zo lang uit geweest en nu ga je nog aanpassingen op de werkvloer vragen ook. Het is door haar dat ik de kracht en durf bij mezelf vond om zelf open te communiceren met mijn werkgever. Een rustig bureau was voor mij bijvoorbeeld belangrijk om mijn werk haalbaar te maken. Uiteindelijk ben ik naar een andere locatie verhuisd bij een team dat me de kans gaf om rustig te wennen. De eerste kantoordagen leken wel een film. Ik voelde me euforisch. Het ging goed en ik deed zo hard mijn best dat mijn leidinggevende me zei dat ik niet meer dan de andere collega’s mag presteren. Dat deed echt deugd. Ik ben gestart met één dag per week en evolueerde naar twee en drie dagen. Dat viel perfect te combineren met twee dagen om naar het pijncentrum op consultatie te gaan en op adem te komen. Onlangs besliste het RIZIV dat ik weer voltijds moet werken. Omwille van mijn positieve ingesteldheid ben ik daarin meegegaan, maar nu gaat het moeilijker. Ik ben vaak echt uitgeput van de pijn. Ik ben een aantal jaar geleden gestart met Nia, een mix van dans en lichaamsbewustzijn. Maar zelfs voor die passie heb ik nu geen fut meer, hoewel ik er altijd mijn batterijen mee oplaadde. Toen ik onlangs in het pijncentrum was bij mijn pijnarts dr. Gios en bij Eline heb ik de situatie besproken. Na overleg met mijn werkgever kan ik nu een aantal dagen per week thuiswerk doen. Hopelijk kan mijn lichaam zo aan het nieuwe werkritme wennen. Ik ben Eline en het team van het pijncentrum alleszins ontzettend dankbaar voor hun ondersteuning. Zonder hen zou ik niet staan waar ik nu sta.’


KORT

403 (ex)oncologische- en (ex) hematologische patiënten nemen momenteel in B ­ elgië deel aan een studie die na­gaat hoeveel antistoffen een COVID-vaccinatie bij hen opwekt. De REAL-V studie wordt uitgevoerd onder leiding van UZA-collega prof. dr. Marc Peeters van het Multidisciplinair Oncologisch Centrum Antwerpen en wordt door Kom op tegen Kanker gefinancierd. Door op verschillende tijdstippen bloed af te nemen, willen we zicht krijgen op de immuniteitsduur bij diverse groepen kankerpatiënten en op hoe we oncologische patiënten het best beschermen.

Nieuwe laserbehandeling voor complexe perianale fistels Soms ontstaat er aan de anus een ontsteking waaruit zich een fistel, een tunneltje van het laatste darmdeel naar de huid, ontwikkelt. Complexe perianale fistels omvatten een groot deel van de kringspier en vragen een operatieve behandeling. De klassieke operatie hiervoor heeft een slaagkans van 70 à 80 procent, waardoor vaak meerdere ingrepen nodig zijn. Prof. dr. Niels

LEESTIP

Als we de ­opwarming van de ­aarde niet ­beperken, wordt de gezondheids­schade niet te overzien.

Klinische studie naar kankerbehan­ deling met mRNA. Sinds de ontwikkeling van mRNA-vaccins tegen COVID-19 staat de mRNA-technologie wereldwijd in de spotlights. Het UZA en de Universiteit Antwerpen doen al meer dan twintig jaar onderzoek naar celgebaseerde immuuntherapie met mRNA-­moleculen als behandeling tegen kanker. De voor­bije jaren werd een experimenteel therapeutisch vaccin ontwikkeld op basis van lichaamseigen immuuncellen en mRNA. Dat vaccin traint het eigen immuun­systeem om kankercellen te herkennen en te doden. Inmiddels kreeg het UZA-team toelating van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten om een klinische studie op te starten voor tien pa­­tiënten tussen één en zeventien jaar met een hooggradig glioom of ponsglioom (hersentumoren). Binnen de studie wordt de gepersona­ liseerde celtherapie met klassieke ­kankerbehandelingen gecombineerd.

Komen, abdominaal chirurg in het UZA, is daarom onder de noemer LATFIA en samen met verschillende andere centra een nieuw onderzoeksproject gestart naar de behandeling van complexe perianale fistels met lasertechnologie. Die is technisch minder complex, en zou meer patiënten kunnen helpen. Het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek financieert de LATFIA-studie.

In september riepen meer dan 200 toon­ aangevende medische vakbladen op tot dringende actie om de gemiddelde temperatuur­stijging op aarde onder de 1,5 graden te houden. Ze wijzen erop dat de huidige opwarming van 1,1 graden al tot aanzienlijk meer hittedoden leidde. Ook becijferden ze de toename van uitdrogingsverschijnselen, nierproblemen, huidkankers, tropische infecties en andere aandoeningen.

Lees het volledige artikel op press.psprings.co.uk/bmj/september/climate.pdf

233

Zoveel traumapatiënten ving het UZA in 2020 op binnen het zorgprogramma gespecialiseerde traumazorg. Dankzij een nauwe samenwerking met omliggende ziekenhuizen, goede afspraken tussen de betrokken diensten, doorgedreven opleiding voor zorgverleners en de juiste infrastructuur verleent het UZA als supraregionaal traumacentrum 24/7 zorg aan patiënten die een zwaar ongeval hebben gehad.

Bekijk het volledige jaarverslag op www.uza.be/major-trauma-service-2020

Het Bekkenbodemboek

Bekkenbodemproblemen zoals urine- of stoelgangverlies komen vaak voor en zorgen nog altijd voor veel vermijdbaar leed. (Zie ook het artikel ‘Sloop het taboe op scheetjes en urineverlies’ in de vorige editie van Maguza.) Bekkenbodemkinesitherapeut Hedwig Neels van de Klein Bekken Kliniek in het UZA bundelde de belangrijkste basisprincipes en preventietips in ‘Het Bekkenbodemboek’. In de

eerste plaats wil het boek de onzekerheid die veel vrouwen voelen rond dit onderwerp wegnemen. Als lezer ontdek je aan de hand van de levenscyclus van een vrouw hoe je bekkenbodemproblemen kan vermijden of hoe je het best met blijvende veranderingen of klachten omgaat.

www.lannoo.be/nl/het-bekkenbodemboek MAGUZA 15


Dr. Diane Beysen, kinderneuroloog (neuromusculaire ziekten en neurogenetica)

Dr. Barbara Willekens, neuroloog (Multiple sclerose)

Hans Neefs, specialist kankerzorg bij KOTK

Hemofilie referentiecentrum T 03 821 32 50 Dienst kinderneurologie, T 03 821 34 20 Dienst neurologie, T 03 821 34 23 16


Patiënten tussen 16 en 35 staan niet op dezelfde manier in het leven als oudere patiënten en dat vraagt om een aangepaste aanpak.

Op weg naar zelfstandigheid Jonge patiënten met chronische en ernstige aandoeningen beleven hun situatie totaal anders dan oudere patiënten. Meer en meer diensten in het UZA spelen daarop in met een aangepaste medische en psychosociale aanpak voor patiënten op de drempel van volwassenheid. Welke aangepaste zorg biedt het UZA al en hoe verloopt het doorgroeien naar volwassenengeneeskunde?

S

tel je voor: precies op het moment dat je jouw pad aan het uittekenen bent, lijkt je toekomst onzeker. Dat voelt toch helemaal anders dan wanneer je al verder op je levenspad bent. Patiënten tussen 16 en 35 jaar staan niet op dezelfde manier in het leven als oudere patiënten en dat vraagt om een aangepaste aanpak. De voorbije jaren sloegen meer en meer zorgcollega’s, van binnen en buiten het UZA, de handen in elkaar om de levenskwaliteit en de behandeling van adolescents & young adults, de zogenaamde AYA’s (zie kader), te verbeteren.

Onzeker en opstandig ‘Mijn ervaring leert dat jongeren tijdens hun ziekte grotendeels met gelijkaardige problemen als volwassenen struggelen. Maar omdat hun leef- en gevoelswereld anders is, hebben ze een intensere ondersteuning nodig’, zegt ­Veronique Janssens. Zij staat sinds twee jaar als verpleegkundig trajectbegeleidster oncologische

‘Ziek zijn tast je autonomie aan, en dat komt extra hard binnen als je volop zelf­ standig wil worden.’

en hematologische patiënten van alle leeftijden bij. Daarnaast stemt ze samen met collega’s verschillende zorgtrajecten in het UZA beter af op AYA’s met chronische en ernstige aandoeningen. ‘Kenmerkend voor adolescenten en jongvolwassenen is dat ze fel naar hun toekomst uitkijken. Als die er plots noodgedwongen totaal anders uitziet, roept dat onzekerheid en opstandigheid op. Ziek zijn tast per definitie je autonomie aan, en dat komt extra hard binnen in de levensfase waarin je net zelfstandig wil worden. Voor veel jongeren weegt ook de eenzaamheid. Alle leeftijdsgenoten, waaraan ze zich zo hard spiegelen, leiden een totaal ander leven. Met een sterke

multidisciplinaire omkadering – denk aan informatie over allerhande praktische vragen, sessies bij de psycholoog, contact met lotgenoten enzovoort –, kunnen we jongeren helpen om hun leven weer in handen te nemen.’

1+1=3 De dienst kinderneurologie is een van de diensten in het UZA die jongeren sinds jaar en dag een totaalpakket biedt. Kinderneurologe Diane Beysen houdt bijvoorbeeld MS-raadplegingen samen met collega Barbara Willekens van de volwassenenafdeling, die in multiple sclerose (MS) gespecia­ liseerd is. ‘Zodra kinderen met MS de adolescentie bereiken, volgen we hen samen op tijdens gemeenschappelijke raadplegingen. MS komt heel weinig voor bij kinderen en het is zeer leerrijk om onze kennis samen te leggen. Dat werkt veel beter dan mochten we de patiënt elk afzonderlijk zien.’ Tijdens de raadplegingen spelen beide artsen sterk in op de ontwikkelingen die jongvolwassenen doormaken. ‘Los van het MAGUZA 17


Ouders van patiënten hebben het vaak extra moeilijk om hun beschermende rol los te laten.

ziektebeeld evolueert iedereen anders, met eigen problemen en vragen’, zegt Barbara Willekens. ‘In theorie kunnen MS-patiënten vanaf hun zestiende naar de raadplegingen voor volwassenen overstappen. In de praktijk blijven de meesten zo lang mogelijk, tot rond hun twintig jaar, in hun vertrouwde omgeving. Als het zover is, bereiden we hen bewust voor op de overgang. Net als hun ouders. Zij hebben het door de aandoening van hun kind vaak extra moeilijk om hun beschermende rol los te laten en de jongere op eigen benen te laten staan.’

Stap voor stap naar volwassenheid Het overgangsproces van kindernaar volwassenengeneeskunde is een zoektocht naar een nieuw evenwicht. Bij elke raadpleging 18

peilt het behandelende team naar de zelfredzaamheid van de jongere en bouwt het geleidelijk meer en meer autonomie in. Diane Beysen: ‘Vanuit beide afdelingen spelen wij ook zo flexibel mogelijk op de noden van elke patiënt in. Stel bijvoorbeeld dat we psychologische ondersteuning opstarten voor een patiënt van zeventien. Dan kloppen we beter meteen bij de volwassenenafdeling aan zodat die patiënt een jaar later niet van nul bij een volwassenenpsycholoog moet herbeginnen.’ ‘Vertrouwen is hét sleutelwoord bij een overstap van kinder- naar volwassenengeneeskunde’, vult Veronique Janssens aan. ‘Als verpleegkundig trajectbegeleidster is dat een van mijn grootste uitdagingen: erover waken dat jongeren hun vertrouwen behouden in het nieuwe team dat hen zal behandelen. Bij zorgverleners die vaak met jongvolwassenen werken, verloopt dat doorgaans vlot. Er is vandaag al veel meer kennis over de noden van AYA’s. Het is nu aan ons om met onze zorgtrajecten aan die noden tegemoet te komen, en dat op alle afdelingen. Denk aan inspelen op vragen over fertiliteit, maar bijvoorbeeld ook over begeleiding in een werkcarrière.’

AYA-movement: pionierswerk van KOTK Vier jaar geleden startte Kom op tegen Kanker (KOTK) AYA-movement op. Dat is een samenwerkingsverband tussen adolescents & young adults (AYA’s), zorgverleners en medewerkers van KOTK. ‘Het brengt kennis samen, verricht beleidswerk en ontwikkelde een zorgpad op maat van jongeren tussen 16 en 35 jaar’, zegt specialist kankerzorg bij KOTK Hans Neefs. ‘Het UZA is een van de ziekenhuizen die nauw samenwerken met AYA-movement en die deel uitmaken van een lerend netwerk van 13 ziekenhuizen, waarin zorgprofessionals ervaringen uitwisselen over de uitrol van het AYA-zorgpad.’ AYA-movement focust voornamelijk op kankerzorg, maar schuift ook voor andere ziekten aandachtspunten naar voren. ‘Ik denk dan aan het onduidelijke statuut en de financiële onzekerheid waar veel jonge mensen met een chronische ziekte zich in bevinden, hun beperkte toegang tot verzekeringen, en vooral ook aan de nazorg voor AYA’s die hun studies of werk willen hervatten. Op dat vlak hebben we nog veel werk voor de boeg. Ook het gesprek voeren over technieken om de vruchtbaarheid na kanker te vrijwaren is essentieel. We horen nog altijd te veel verhalen van AYA’s die daar rijkelijk te laat over geïnformeerd worden.’  www.komoptegenkanker.be/aya-movement


MAGU Z A ZORGMAGAZINE VAN HET UZA

Dossier CARDIOLOGIE December 2021 #124

Innovatie voor hartzorg Via telemonitoring volgen we van meer en meer patiënten het hartritme op. Hoe verloopt dat? Welke nieuwe technieken passen we toe om ritmestoornissen aan te pakken? Wat leert de wisselwerking tussen cardiologische inzichten en die uit andere specialismen? En welke hartproblemen lossen interventiecardiologen intussen allemaal zonder chirurgie op?

Erwin

www.maguza.be   UZAnieuws   UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories

‘Sinds mijn ablatie heb ik weer een perfect normale hartslag.’

19


Dossier

UZA-cardioloog dichtbij

Prof. dr. Hein Heidbuchel, diensthoofd cardiologie

Prof. dr. Marc Claeys, adjunct-diensthoofd cardiologie

Dr. Hielko Miljoen, cardioloog

Dienst cardiologie, T 03 821 35 38 20

Het UZA behandelt patiënten uit de brede Antwerpse regio en daarbuiten. Om hen indien mogelijk in hun eigen buurt te kunnen opvolgen, organiseert de dienst cardiologie ook raadplegingen van UZA-cardiologen buiten het UZA. Dat kan bijvoorbeeld in een ander ziekenhuis of in een huisartsenpraktijk zijn. Intussen zijn er satellietraadplegingen in onder meer Geel, Sint-Niklaas, Willebroek, Brecht, Zoersel en Berchem. Alle locaties en informatie over hoe je daar een afspraak kan maken, zijn te vinden op de website uza.be/cardio­logie. Als je in je eigen omgeving terecht kan, biedt het secretariaat die optie aan.


DOSSIER CARDIOLOGIE

Digitaal oor volgt je hartslag Telemonitoring is de toekomst. Met behulp van het OnePulse-systeem en een goed uitgebouwde Telemonitoring Unit brengt het UZA voortaan alle waarden van pacemakers en andere implantaten op een omvattend platform samen. ‘Ook metingen van patiënten met hun smartphone of smartwatch kunnen we daarin integreren’, zegt prof. dr. Hein Heidbuchel, diensthoofd cardiologie.

Alle data op één platform ‘Tot voor kort raadpleegden we dagelijks systemen van verschillende producenten, wat tijdrovend en niet eenvormig was’, legt Heidbuchel uit. ‘Om dat overzichtelijker te maken, zijn we in zee gegaan met de Belgische startup LindaCare en hebben we hun platform samen verder ontwikkeld. Daarop komen alle waarden

gestructureerd en gebruiksvriendelijk terecht. Afwijkende data springen meteen in het oog. In die zin vormt het de ruggengraat voor onze zelf ontwikkelde workflow. In het systeem wordt onder meer aangegeven welke medewerker de informatie heeft bekeken, met welke arts ze is besproken, welke actie – bijvoorbeeld een extra raadpleging – daaruit voortvloeit

‘Al die data zijn alleen nuttig als je er snel en gepast op kan reageren.’

en hoe dringend die is. Ook de informatie van raadplegingen brengen we nu in datzelfde systeem onder. Zo kunnen we onze patiënten nog beter opvolgen.’ Een achttal TMU-verpleeg­ kundigen neemt de dagelijkse opvolging van de data op zich en verzorgt de contacten met patiënten en artsen. Patiënten die zich zorgen maken, kunnen hen altijd zelf opbellen. De TMU-medewerker gaat dan na of er zich iets afwijkends heeft voorgedaan en overlegt indien nodig met de arts. ‘Intussen volgen we met dit systeem ook patiënten van andere

cardiologen en ziekenhuizen op. En later kunnen we eventueel dezelfde service leveren aan andere diensten, bijvoorbeeld voor het opvolgen vanop afstand van de longfunctie, de bloedsuikerspiegel of de werking van een mechanisch kunsthart. Zij kunnen onze methodes overnemen of de opvolging aan onze TMU uitbesteden’, zegt Heidbuchel. En hij ziet nog meer mogelijkheden. ‘Nu al sturen patiënten metingen van hun smartphone of smartwatch door, zoals een onregelmatig hartritme of zelfs een ECG. Almaar meer patiënten gebruiken dat soort toepassingen. Als zorgverlener moet je daar een gestructureerd antwoord op bieden, zodat we onze patiënten kunnen opvolgen zonder dat ze onnodig naar het ziekenhuis moeten komen. Dat is de vernieuwing die we met onze TMU in de zorg willen brengen.’

Cruciaal tijdens pandemie Tijdens de voorbije pandemie bewees telemonitoring meer dan ooit zijn waarde. Het zorgde er mee voor dat de dienst relatief gemakkelijk kon overstappen op afstandsgeneeskunde. Heidbuchel: ‘De meeste patiënten met een pacemaker of ICD volgden we al vanop afstand op, wat we aanvulden met telefonische- of

MAGUZA

C

ardiologen zijn altijd al voorlopers geweest op het vlak van telemonitoring. In de jaren tachtig stuurden patiënten gegevens van hun pacemaker via telefoon door. ‘Vandaag seint het internet al die data, ook van implanteerbare defibrillatoren (ICD) en ingeplante ritmerecorders, zonder tussenkomst van de patiënt door. Maar al die informatie is alleen nuttig als we er snel en gepast op kunnen reageren: dé uitdaging is het creëren van een goede workflow’, beklemtoont Heidbuchel. In 2020 richtte de dienst cardiologie daarom een Telemonitoring Unit (TMU) op, een team van cardiologen, elektrofysiologen, (katheterisatie)verpleegkundigen en een ICT-specialist die samen nieuwe werkstromen uitwerken voor efficiënte telemonitoring.

21 21


Dossier

‘Zo’n app zal nooit een gewo­ ne raadpleging vervangen, maar patiënten hoeven wel minder vaak naar het zieken­ huis te komen.’

videoraadplegingen. Bij patiënten bij wie er nog geen thuismonitoring was geïnstalleerd, lieten we een toestel aan huis bezorgen. Met de nodige begeleiding liep dat vlot.’ Dat alles bood echter nog geen alternatief voor routinecontroles met ECG of echocardiogram. Heidbuchel: ‘We wilden onze kwetsbare patiënten zo veel mogelijk uit het ziekenhuis houden, maar tegelijk geen belangrijke problemen missen. Vergeet niet dat tijdens de eerste coronagolf in sommige landen het aantal gevallen van plotse dood met 30 procent steeg: voornamelijk hartpatiënten die niet tijdig naar de raadpleging of de spoed wilden of konden gaan.’ De dienst ving dat hiaat deels op met de mobiele app FibriCheck, ook van Vlaamse bodem, waarmee patiënten de regelmaat van hun hartritme kunnen meten en doorsturen. ‘Op basis daarvan kunnen wij eventuele hartritmestoornissen opsporen en de patiënt indien nodig alsnog op controle laten komen. We hebben dat project succesvol en snel uitgerold met de steun van de Stad Antwerpen, die ons er een innovatieprijs voor heeft toegekend. Een aantal andere ziekenhuizen nam het systeem nadien over.’ Vandaag maakt de dienst nog

steeds gebruik van die technologie. Veel patiënten ervaren het als een geruststelling. ‘Zo’n app zal nooit een gewone raadpleging vervangen, maar patiënten

hoeven wel minder vaak naar het ziekenhuis te komen. In die zin heeft de pandemie ook positieve gevolgen gehad’, aldus ­Heidbuchel.

STEMI-netwerk zorgt voor minder overlijdens na hartinfarct De kans op overlijden in het ziekenhuis na een acuut hartinfarct daalde de voorbije decennia van 10 naar minder dan 5 procent. Dat is grotendeels te danken aan de uitbouw van het STEMI-netwerk, een netwerk van ziekenhuizen die de juiste omkadering en expertise hebben om patiënten snel te behandelen met een ballondilatatie of stent. Getroffen patiënten worden rechtstreeks naar een van die diensten verwezen. ‘De provincie Antwerpen telt vier STEMI-ziekenhuizen, waaronder het UZA’, zegt prof. dr. Marc Claeys, adjunct-diensthoofd cardiologie. Als oprichter van de STEMI-databank, die behandelingsgegevens van de betrokken centra verzamelt en analyseert, zet hij zich mee in voor ­kwaliteitsverbetering. Zo is het

essentieel dat patiënten binnen het uur na aankomst in het ziekenhuis op de behandeltafel liggen: met elke gewonnen minuut wordt er immers hartspierweefsel gered. ‘Een specifieke groep zijn patiënten die na hun hartinfarct een cardio­gene shock doormaken, wat betekent dat de pompfunctie bijna volledig stilvalt’, vervolgt Claeys. ‘Van hen overlijdt helaas nog altijd zo’n 40 procent. Sinds kort kunnen we die patiënten helpen met een I­ MPELLA-hartpomp: een minuscuul pompje dat we via een katheter tot in het hart brengen en dat de pompfunctie deels overneemt. Met die therapie kopen we tijd, in afwachting van spontaan herstel of eventueel een harttransplantatie. Zo hopen we de kansen van die patiënten te verbeteren.’

Onderzoek: COVID-19 bij topsporters

22

Met de COVIDEX-studie wil een team Vlaamse weten­ schappers, onder leiding van UZA-cardioloog dr. Hielko Miljoen, de gevolgen van een COVID-19-besmetting op het hart onderzoeken, met name bij atleten.

een van de oorzaken van plotse hartdood bij jonge sporters is immers een al dan niet eerder doorgemaakte ontsteking van de hartspier. Bij één studie naar plotse hartdood bij atleten werd dit bij 5 tot 8 procent vastgesteld.

Waarom? COVID-19 kan leiden tot aantasting van de hartspier. Voor personen die sporten is dat extra gevaarlijk:

Doel? Met de studie wil het onderzoeksteam bij een grote groep atleten nagaan hoe zij COVID-19 hebben

doorgemaakt, bij hoeveel van hen er sprake is van aantasting van de hartspier en in welke mate dat aanleiding geeft tot hartritmestoornissen op langere termijn. Meedoen? Sport je al minstens vijf jaar vier uur of meer per week en heb je een positieve COVID-19-test afgelegd, dan kan je je aanmelden via ­www.covidex.be.


DOSSIER CARDIOLOGIE

4× het hart voorbij Multidisciplinaire aanpak

Cardiologen kijken niet alleen naar het hart van hun patiënt. Om een volledig beeld te krijgen en waar nodig behandelingen op elkaar af te stemmen, werken ze nauw samen met collega’s van andere diensten. Vier cardiologen leggen uit waarom dat zo belangrijk is.

2

Opvolging van aangeboren hartafwijking ‘Kinderen met een aangeboren hartafwijking bereiken steeds vaker de volwassen leeftijd. Om hun levensverwachting nog te verbeteren is levenslange gespecialiseerde opvolging noodzakelijk. De kindercardioloog en cardioloog bereiden de patiënt samen voor op de overgang naar de volwassenenraadpleging. Op volwassen leeftijd zijn er specifieke aandachtspunten. Zo is er onder meer een gespecialiseerd zwangerschapshartteam met nauwe samenwerking tussen gynaecologen, anesthesisten en cardiologen om optimale zorg en ondersteuning te bieden aan zwangere vrouwen met een hartafwijking.’

Prof. dr. Johan Saenen

Speuren naar erfelijke oorzaak redt levens ‘Als een jong persoon plots overlijdt aan een hartprobleem, ligt er vaak een erfelijke oorzaak aan de basis. Door die te achterhalen kunnen we de patiënt beter beschermen en ook andere familieleden met een hoog risico opsporen. Dat kan levens redden. We zien die patiënten samen met de geneticus en genetisch counselor op onze raadpleging cardio­genetica. Met die aanpak zijn we pioniers in Vlaanderen. Bij onze zoektocht naar het verantwoordelijke gen analyseren we steeds vaker het volledige genoom met behulp van whole genome sequencing. Omdat de diagnose een grote impact kan hebben op het leven van de patiënt en zijn familie, besteden we veel aandacht aan ondersteuning en begeleiding.’

3

4

Dr. Constantijn Franssen

Waakzaam na kankerbehandeling ‘Sommige kankerbehandelingen kunnen schadelijk zijn voor het hart. Tot 25 procent van de borstkankerpatiënten die behandeld worden met chemotherapie, zou daar hartschade aan overhouden, al is die gelukkig vaak mild. Op de onco-cardiologische raadpleging volgen we die patiënten vanaf het begin op, zodat we eventuele problemen in een vroeg stadium kunnen aanpakken. De oncologen verwijzen geregeld ook andere kankerpatiënten met een verhoogd risico naar ons, onder wie patiënten met lymfeklierkanker.’

Prof. dr. Johan Bosmans

Hartproblemen bij oudere patiënten ‘Interventiecardiologen behandelen steeds vaker oudere patiënten met een hartklepprobleem. Op zeer hoge leeftijd houdt een klassieke openhartoperatie vaak te veel risico’s in. Een katheterbehandeling biedt dan een alternatief: we brengen de nieuwe hartklep via de lies tot bij het hart, een ingreep die we destijds als eersten in België uitvoerden. Daardoor kunnen we nu veel meer mensen, en vooral ook oudere patiënten, toch helpen en waardevolle jaren schenken. Sommige hoogbejaarde patiënten komen echter ook voor deze ingreep niet in aanmerking omdat ze te kwetsbaar zijn of meerdere aandoeningen hebben. Zo’n beslissing nemen we altijd in teamverband, in overleg met onder meer de patiënt, zijn familie, de cardiochirurg, de geriater en de huisarts.’

MAGUZA

1

Prof. dr. An Van Berendoncks

23 23


Dossier

Erwin (64) had een hartritmestoornis

‘ Ik dacht dat ik elk moment kon doodvallen’ Erwin was altijd sportief en kern­gezond. Toen hij op 55-jarige leeftijd te horen kreeg dat hij aan hartritme­stoornissen en het syndroom van Brugada leed, kwam dat als een donderslag bij heldere hemel. ‘Sinds mijn ablatie heb ik gelukkig weer een perfect normale hartslag.’

E

rwin, intussen 64, hoorde voor het eerst over zijn hartprobleem tijdens een medische controle bij de arbeidsgeneesheer. ‘Ik zat klaar om een fietsproef te doen, maar mocht er opeens niet meer aan beginnen. Mijn ECG had uitgewezen dat er iets fout was met mijn hartritme’, vertelt Erwin. Hij werd verwezen naar

prof. dr. Andrea Sarkozy, elektrofysioloog in het UZA, die op zoek ging naar de oorzaak van zijn probleem. Onderzoek wees uit dat Erwin aan het syndroom van Brugada lijdt. Dat is een erfelijke aandoening die gepaard kan gaan met verschillende hartritmestoornissen. Bij Erwin leidde het tot voorkamerfibrillatie. De diagnose kwam hard ­binnen.

Nieuwe pacemaker bij te traag hartritme Een andere veelvoorkomende hartritme­stoornis is een te traag hartritme. Die patiënten helpen we traditioneel met een pacemaker. Van de patiënten bij wie de pacemaker vaak actief is, ontwikkelt echter 5 tot 40 procent met de jaren hartfalen als gevolg van die behandeling. ‘Dat komt doordat een klassieke pacemaker de hartspier op een asymmetrische manier doet samentrekken’, legt UZA-cardioloog dr. Wim Huybrechts uit. ‘In het

24

UZA maken we daarom steeds vaker gebruik van een andere techniek.’ ‘In plaats van de pace­makerdraadjes met de hart­spier te verbinden, koppelen we ze met het eigen geleidingssysteem van het hart. Dat heeft als effect dat het hart op een natuurlijke manier samentrekt. De techniek heet conduction system pacing, meer specifiek His-pacing. Wij passen vaak left bundle pacing toe, waarbij we de zenuwbundel activeren die de stroom over de

linkerhartkamer verdeelt.’ De nieuwe techniek lijkt het risico op bijkomende hartproblemen sterk te verminderen, al moeten grote studies dat nog bevestigen. ‘Zeker bij patiënten die risico lopen op die bijkomende hartschade, implanteren we altijd het nieuwe type pacemaker. Daarnaast behandelen we met de techniek soms een verminderde pompfunctie. Ook die toepassing is veelbelovend’, aldus Huybrechts.


Prof. dr. Andrea Sarkozy, elektrofysioloog

DOSSIER CARDIOLOGIE

Sinds de ingreep is het hartritme van Erwin weer normaal, intussen al bijna tien jaar lang.

Dr. Wim Huybrechts, cardioloog

‘Ik mag er niet aan denken hoe het anders met me was afgelopen.’

Medicatie en geruststellende woorden Gelukkig kon professor Sarkozy hem geruststellen: er waren verschillende behandelings­ mogelijkheden. Erwin kreeg tijdelijk bloed­verdunners voorgeschreven om het risico op bloedklonters te verminderen en hij zou daarnaast een elektrische schok krijgen toegediend om zijn hartritme te herstellen. ‘Dat klonk best beangstigend’, herinnert Erwin zich. ‘Maar uiteraard gebeurt zoiets onder narcose. Het leek in eerste instantie te helpen, maar de hartritmestoornissen kwamen na verloop van tijd terug. Zo ook na een tweede behandeling.’ Sarkozy stelde daarop een ablatie

voor: daarbij worden kleine littekens in de hartspier gebrand die de verstorende elektrische activiteit onderbreken. Bij voorkamerfibrillatie gebeurt dat in de zone rondom de longaders. ‘De ingreep duurde naar verluidt lang, maar hij heeft wel goed geholpen. Sindsdien is mijn hartritme weer normaal, intussen al bijna tien jaar lang. Ik moet alleen nog jaarlijks op controle komen. Vooraf wordt dan telkens mijn hartritme 24 uur lang geregistreerd met een Holter.’ Als brugadapatiënt moet hij ook opletten met sommige medicatie. En bij koorts moet hij onmiddellijk contact opnemen met het ziekenhuis.

Nauwgezette opvolging Erwin prijst zich gelukkig dat zijn hartritmestoornis tijdig werd ontdekt en behandeld. ‘Ik mag er niet aan denken hoe het anders was afgelopen. Professor Sarkozy legde me uit dat zo’n hartritmestoornis belastend kan zijn voor het hart. Zonder behandeling zou mijn hartspier geleidelijk zijn uitgezet, als gevolg van een te snelle polsslag. Dat is niet gebeurd omdat we er op tijd bij waren. Natuurlijk speelt er wel eens door mijn hoofd, wat als het terugkomt? Maar ik weet dat ik nauwgezet word opgevolgd. En intussen doe ik geen gekke dingen (lacht).’

Ablatie: littekens doorbreken hartritmestoornis Zowat een vierde van alle veertigplussers krijgt ooit te maken met voorkamerfibrillatie (VKF), de meest voorkomende vorm van hartritmestoornissen. Bij VKF is er in de voorkamers een snelle en onregelmatige elektrische activiteit, waardoor het bloed niet efficiënt naar de hartkamers wordt gepompt. Onbehandelde VKF is niet ongevaarlijk: het verhoogt het risico op een beroerte met vijf keer. ‘Als medicatie niet helpt en de patiënt symptomen of een verminderde pompfunctie heeft, gaan we meestal over tot ablatie’, zegt UZA-elektrofysiologe prof. dr. Andrea Sarkozy. ‘Bij die ingreep maken we kleine littekens in het hart om het elektrische traject van de ritmestoornis te onderbreken. Bij VKF doen we dat doorgaans rondom de longaders, omdat meestal daar de chaotische elektrische activiteit ontstaat.’ Ablatie gebeurt meestal onder narcose, via een katheterisatie. ‘Bij een klassieke ablatie branden we de littekens in het hartweefsel met behulp van radiofrequente energie. Bij milde vormen van VKF kan dat ook met bevriezing. Die ingreep is eenvoudiger.’ Patiënten kunnen de dag na de ablatie naar huis en zijn meestal snel weer op de been. ‘Het is fantastisch dat we een ernstig probleem met een al bij al kleine ingreep kunnen verhelpen’, vindt Sarkozy. De kans op succes varieert van 50 tot 90 procent, afhankelijk van de ernst van de hartritmestoornis. Sarkozy: ‘Bij zowat een op de zes patiënten is een tweede ablatie nodig, waarbij we op zoek moeten gaan naar andere zones, buiten de longaders, die we kunnen behandelen.’

MAGUZA

‘Nooit had ik iets vreemds gemerkt. Ik ben altijd sportief geweest, heb zelfs jarenlang aan competitievoetbal gedaan. En nu bleek ik een aandoening te hebben die voor de rest van mijn leven was. Ik kreeg terstond het gevoel dat ik elk moment dood kon neervallen. Die eerste periode controleerde ik keer op keer mijn polsslag’, zegt Erwin.

25 25


DOSSIER CARDIOLOGIE

Dossier

Interventiecardiologie

Kleine ingrepen met grote impact Dankzij nieuwe technologie lossen de interventie­cardiologen van het UZA meer en meer hartproblemen zelfs zonder te snijden op. Het medische team slaagt erin om ook oudere hartpatiënten betere kansen en een hogere levenskwaliteit te bieden. Binnenkort implanteert het UZA als een van de eerste ziekenhuizen in Vlaanderen een sensor bij patiënten die het medisch team waarschuwt als de druk in het hart gevaarlijk oploopt.

I

MAGUZA

Prof. dr. Vincent Segers, cardioloog

26 26

nterventiecardiologen maken gebruik van verschillende technieken om implantaten zonder chirurgie tot in het hart te brengen. Via technologie zoals katheterisatie schuiven ze pakweg een hartklep of stent, een buisje dat een ader van binnenuit open houdt, via de lies of pols tot in het hart. Dat is minder ingrijpend dan een klassieke operatie, waardoor ook oudere en kwetsbare patiënten voor de behandeling in aanmerking komen.

Geluidsgolven in een ballon ‘Een ander mooi voorbeeld is een intervasculaire lithotripsie, waarbij we aderverkalking met geluidsgolven verwijderen’, zegt UZA-cardioloog prof. dr. Vincent Segers. ‘Die techniek is geschikt bij hardnekkige verkalking die je met een klassieke ballondilatatie moeilijk kan verwijderen. We plaatsen een piepklein ballonnetje met twee elektrodes, een zogenaamde Shockwave-ballon. Die elektrodes veroorzaken schokgolven die de verkalking vernietigen,

waarna wij een stent inbrengen. Vergelijk het met het vergruizen van nierstenen, maar dan van binnenuit. Met die techniek, die we nu zo’n vier jaar gebruiken, helpen we patiënten die anders een openhartoperatie moeten ondergaan of zelfs volledig uit de boot vallen.’

Ventiel regelt bloedstroom Een bijkomende, erg vernieuwende therapie waarmee het UZA start, is de plaatsing van een Atrial Flow Regulator (AFR): een klein implantaat dat we tussen beide voorkamers inbrengen. Het is bedoeld voor patiënten met een verzwakte hartspier die ondanks een eerdere operatie of medicatie nog veel klachten hebben. Segers: ‘Velen zijn erg kortademig en kunnen weinig inspanningen aan. De AFR voert de verhoogde druk in hun linkervoorkamer via een ventiel af naar de rechtervoorkamer. Een kleine ingreep die een wereld van verschil kan maken. Sommige patiënten die voordien amper konden stappen, zijn naderhand weer goed te been.’

Sensor spoort drukverhoging op Bij patiënten die alsnog een verhoogde druk in het hart opbouwen, is het zaak dat vroegtijdig te ontdekken. ‘Doorgaans bouwt die druk zich al drie tot vier weken op voor patiënten klachten krijgen. Door vroeg in te grijpen, voorkom je dat ze vocht in de longen ontwikkelen en opgenomen moeten worden’, zegt UZA-cardioloog Constantijn Franssen. Een nieuwe techniek waarmee net werd gestart, CardioMems, maakt die vroege detectie mogelijk. ‘We plaatsen een minuscule sensor in de longslagader die de druk in het hart meet. Die seint de geregistreerde data ’s nachts naar ons door, via afleesapparatuur die in een hoofdkussen is verwerkt. Vanaf een bepaalde waarde krijgen wij een alarm, zodat we de medicatie van de patiënt kunnen aanpassen en voorkomen dat het probleem escaleert.’ Het UZA is een van de eerste ziekenhuizen in Vlaanderen die met AFR en CardioMems starten. ‘In België worden geen van de drie behandelingen al terugbetaald. Dankzij het Innovatiefonds van het UZA en een extra financiële inspanning door de dienst cardiologie kunnen wij ze toch aanbieden. Of patiënten met zo’n behandeling ook langer leven, is nog niet bewezen. Wel staat al vast dat ze de levenskwaliteit sterk verhogen. En daar draait het ook om’, besluit Franssen.


VISIE

Onzekerheid

A

ls een wetenschappelijk artikel fouten bevat, zullen die waarschijnlijk opgemerkt worden door de eerste redacteur die het naleest. Als hij er toch over leest, zullen andere redacteurs tussenkomen. Als iedereen in slaap gevallen is, zullen collega-onderzoekers, die de data controleren, wel alarm slaan. Als al deze controlemechanismen falen, zal een opmerkzame lezer uit het vakgebied wel een lezersbrief schrijven die de aandacht trekt. Deze manier van kennis opbouwen en doorgeven is niet eigen aan wetenschap, ze bestaat ook in het rechtssysteem, in de journalistiek, … Hoe komt het dat fouten nog steeds blijven voorkomen, ondanks ons systeem om ze

in onderzoeksresultaten te elimineren? Wetenschappers zijn onvermijdelijk gedwongen om beslissingen te nemen zonder alle feiten te kennen. Er duiken in de loop van een onderzoekstraject obstakels op die je moet analyseren en oplossen, waarvoor creativiteit vereist is. Creativiteit is noodzakelijk omdat een onderzoeker werkt in een omgeving van onzekerheid. Data en informatie heffen die onzekerheid niet op. Er zal altijd een resterende onzekerheid blijven. Covid-19 was onbekend, om het virus te leren kennen moesten steeds nieuwe obstakels uit de weg geruimd worden. De pandemie heeft de voorbije twee jaar onze maatschappij zo sterk bepaald door de onzekerheid die het virus creëert.

Om vooruitgang in de behandeling en preventie te realiseren moesten wetenschappers leren leven met fundamentele onzekerheden. Een centrale doelstelling voor de wetenschappers was met hun adviezen op een verstandige manier te anticiperen op een toekomst die inherent onzeker was. Een andere doelstelling was de resultaten van wetenschappelijk onderzoek snel naar de medische praktijk brengen. Ze zijn daarin met brio geslaagd. Nieuwe kennis in de praktijk brengen is ingewikkeld en niet, zoals populisten beweren, eenvoudig en zeker.

Johnny Van der Straeten, Afscheidnemend gedelegeerd bestuurder UZA

In het volgend nummer stellen we onze nieuwe CEO, prof. dr. Marc Peeters voor.

MAGUZA 27


ONDERZOEK & INNOVATIE

Bacteriofagen tegen multiresistente kiemen Prof. dr. Patrick ­Soentjens, dienst infectieziekten en Instituut voor Tropische Geneeskunde

Virussen die bacteriën verslinden Steeds meer bacteriën zijn antibiotica te slim af. Dat dreigt sommige infecties onbehandelbaar te maken. Een wapen in de strijd tegen resistente bacteriën zijn bacteriofagen – kleine virussen die ziekmakende bacteriën doden. Ook het UZA heeft er ervaring mee.

Dienst infectieziekten, T 03 821 34 66 28


B

acteriofaag – ­kortweg faag – betekent letter­ lijk ‘bacterie-eter’. Onder de microscoop ziet een faag eruit als een ruimtetuig dat op een bacterie landt en er zich met spinachtige poten aan vasthecht. De faag injecteert zijn genetisch materiaal in de bacteriecel, zodat die niet meer zichzelf, maar de faag gaat reproduceren. De bacterie springt kapot en zet meteen nieuwe fagen vrij, die zich zelf ook weer aan bacteriën vasthechten. In de natuur houden fagen en bacteriën elkaar in evenwicht. Je vindt ze onder meer in riolen of in afval­ water van ziekenhuizen, waar ze in symbiose met ziekteverwekkende bacteriën leven.

Pionier ‘Fagen werden al in 1915 ontdekt’, vertelt prof. dr. Patrick ­Soentjens (dienst infectieziekten en Instituut voor Tropische Geneeskunde). ‘Vooral in Oost-Europa werden ze een onderdeel van de reguliere geneeskunde. In het Westen verflauwde het fagen­ onderzoek naarmate vanaf de jaren 1940 meer antibiotica werden gebruikt. Door de snelle opkomst van multiresistente bacteriën – die minder gevoelig zijn voor de gangbare anti­ biotica – nam de belangstelling voor bacteriofaagtherapie weer toe.’ Volgens voorspellingen zullen tegen 2050 elk jaar 10 miljoen mensen overlijden aan moeilijk te

‘Vinden we fagen die gevoelig zijn voor de specifieke bacterie, dan werken we een behandelprotocol uit.’

behandelen infecties – meer dan het jaarlijkse aantal doden door kanker of diabetes. Patrick Soentjens is ook verbonden aan het Militair Hospitaal Koningin Astrid (MHKA) in Neder-over-Heembeek, dat wereldwijd erkend is als pionier in de fagenbehandeling. ‘Daar zetten we fagen al langer in om infecties bij patiënten met zware brandwonden te behandelen en sinds 2007 ook bij onder meer orthopedische en respiratoire infecties. We behandelen zelf patiënten, maar we begeleiden ook ziekenhuizen, zoals het UZA. Voorlopig draagt het ministerie van Defensie zelfs de kosten voor elke fagentherapie. De behandeling is veilig en heeft amper bijwerkingen. Overigens gebruiken we fagen meestal in synergie met antibiotica. De bacterie wordt dan op twee fronten aangevallen, zodat ze toch gevoeliger wordt voor antibiotica.’

Precisiewapen Elke faag is gericht op één specifieke bacterie. ‘Anders dan antibiotica zijn fagen geen

statische, maar levende producten, die samen met hun bacteriën evolueren,’ zegt Soentjens. ‘Je zet ze het best in als precisiewapen, doelgericht, op maat van de pa­­ tiënt en zijn specifieke infectie.’ De Belgische wetgeving speelt daarop in. Sinds 2019 kunnen faagtherapieproducten magistraal, dus kleinschalig en op voorschrift, worden bereid. ‘Als bijvoorbeeld het UZA ons een patiënt voorstelt, evalueren we het medisch dossier. We vragen een staal op van de bacteriestam die voor de infectie zorgt en onderzoeken hoe de bacterie en geselecteerde fagen op elkaar reageren. Vinden we fagen die gevoelig zijn voor die specifieke bacterie, dan werken we een behandelprotocol uit, in overleg met de behande­ lend arts.’ Vervolgens haalt de ziekenhuisapotheek van het UZA de fagen als basisproduct op in het Militair Hospitaal. Dorien Theuns (ziekenhuisapotheek): ‘Wij maken het product dan in een steriele omgeving klaar voor toediening, in verdunde vorm, als aerosol of infusievloeistof.’

Veelbelovend alternatief In het UZA heeft de dienst kindergeneeskunde al patiënten met fagentherapie behandeld, onder meer voor hardnekkige infecties bij mucoviscidose. Eén kuur met zorgvuldig geselecteerde fagen brengt vaak – al dan niet tijdelijk – verlichting. Ook de dienst infectieziekten heeft er ervaring mee. Dr. Sabrina Van

‘De dienst kinder­ geneeskunde ­behandelde hard­ nekkige infecties bij mucoviscidose­ patiënten met ­fagentherapie.’

Ierssel: ‘We hebben ze gebruikt voor infecties die met antibiotica moeilijk te behandelen zijn, hardnekkig terugkeren of op lichaamsvreemd materiaal zitten dat we niet kunnen verwijderen – zoals een TIPPS, een kunstmatige verbinding tussen de grote aderen in de lever. Telkens gebruikten we fagentherapie in combinatie met antibiotica. Van de vier casussen kreeg de fagentherapie bij één patiënt de pathogene kiem helemaal weg. Weliswaar werden twee patiënten met acute ernstige infecties dringend “blind” behandeld, met fagen waarvan we de gevoeligheid vooraf niet konden testen. Achteraf bleken de bacteriën bij deze twee patiënten ook niet gevoelig voor de fagen. Daarom is fagentherapie ook meer geschikt voor chronische infecties, wanneer je de gevoeligheid vooraf kan testen. Een wondermiddel is het voorlopig niet, wel een veelbelovend alternatief dat zeker verder onderzoek verdient in de strijd tegen anti­ bioticaresistentie.’ MAGUZA 29


ergonomisch thuiswerken Nu meer en meer bedrijven structureel thuiswerk invoeren, is kennis over een ergonomische werkplek belangrijker dan ooit. Zeven tips om een protesterende rug of nek te vermijden.

1 Lies Verhaeghe, ergo­therapeute

Wil Roegiest, verpleegkundige en adviseur ergonomie

Dienst fysische geneeskunde, T 03 821 35 89 30

Luister naar je lichaam, zeker op maandagochtend. Volgens verschillende studies kampt ongeveer de helft van de bureauwerkers geregeld met pijn aan de rug, nek, schouders, bovenarmen, polsen of ellebogen. Zijn je symptomen na het weekend of een weekje vakantie verdwenen? Dan zijn ze bijna altijd werkgerelateerd. Hoe sneller je iets verandert aan je manier van werken thuis of op kantoor, hoe makkelijker je symptomen verdwijnen.

2

Kies voor maximaal zijwaarts daglicht. Een ideale werkomgeving is een rustige plek die goed verlicht en verlucht is. Plaats je bureau als je kan dwars op het raam, zodat het daglicht zijwaarts binnenvalt. Het is gezond voor je ogen als je een tweetal meter over je scherm heen kan kijken. Kijk bewust af en toe weg van je scherm, zodat je pupillen op een andere afstand moeten scherpstellen.

3

Organiseer je thuiswerkdag. Als je onder stress lijdt, kan je lichaam minder belasting verdragen en zal je sneller klachten ontwikkelen. Een vaste structuur geeft rust

doordat je werk en privé duidelijk scheidt. Bepaal je werkuren, plan voldoende echte pauzes in en zorg dat je huisgenoten weten wanneer ze je niet kunnen storen. Verplicht jezelf ook om geregeld fysiek van je bureau weg te gaan. Even helemaal deconnecteren hoort elke voor- en namiddag in je dagplanning, net als een verplichte middagpauze.

4

Zit met je werkblad voor je navel. Werk je bijna de hele dag zittend, richt dan je werkplek zo ergonomisch mogelijk in. Een vuistregel is dat je werkblad zich ter hoogte van je navel bevindt. Vorm met je benen een hoek van ongeveer 90° of meer en rust met beide voeten op een voetenbankje of op de grond. Laat je bovenarmen los langs je lichaam hangen, en rust met je onderarmen, ook in een hoek van 90°, op je werkblad of op de armsteunen van je bureaustoel die op dezelfde hoogte staan. Weet je niet hoe je jouw bureaustoel aanpast? Op het internet vind je handleidingen voor bijna elk type bureaustoel. Ook door creatief te zijn met blokjes onder tafelpoten


Even helemaal deconnecteren hoort elke voor- en namiddag in je dagplanning. Verander minstens om de dertig minuten van positie: rek je even uit, telefoneer lopend, …

en kussens om je keukenstoel te verhogen of je rugholte te ondersteunen, kom je een heel eind.

5

6

Plaats de bovenrand van je scherm op ooghoogte. Een laptop is handig maar niet gemaakt om een dag lang voorovergebogen op te werken. Wil je nek- en schouderklachten vermijden, zit dan mooi rechtop en kijk horizontaal voor je. Dat lukt het best als je de bovenrand van je computerscherm op ooghoogte plaatst. Sluit ofwel een apart scherm aan of plaats je laptop op een verhoogje, bijvoorbeeld een stevige doos of enkele boeken, en sluit een extern toetsenbord en muis aan. Je toetsenbord ligt het best een tiental centimeter van de bureaurand, papieren leg je tussen je scherm en toetsenbord, eventueel op een oude map als schuin werkvlak. Beweeg, rek, ontspan, varieer. De hoofdoorzaak van klachten door bureauwerk is dat je te lang in dezelfde houding werkt. Daarom: verander minstens om de dertig minuten van positie. Rek je even uit,

doe een ademhalingsoefening, telefoneer terwijl je rondloopt enzovoort. Er bestaan tientallen gratis pauze­apps – google die term even en je vindt ze meteen – die je discreet laten weten dat het alweer tijd is voor een minibreak. Zeker bij rugklachten is het ook een goed idee om afwisselend een tijdje op een bureaustoel en op een zitbal te zitten of soms een tijdje staand te werken. Let er bij de zitbal wel op dat je niet te ver doorzakt en je navel ter hoogte van je werkblad blijft (zie ook tip 4).

7

Inzicht als medicijn. Ondanks doemberichten in de pers heeft het toegenomen thuiswerk in de coronaperiode niet gezorgd voor een stijging van het aantal UZA-patiënten met fysieke klachten door hun werkhouding. Heb je toch geregeld pijnklachten, weet dan dat het overgrote deel van de patiënten vlot wordt geholpen. Daarbij geldt inzicht als het beste medicijn. Op verwijzing van de fysische arts volgen veel patiënten een sessie ergotherapie, waarna ze zelf hun gedrag veranderen en hun klachten verdwijnen. MAGUZA 31


Kwaliteitsvolle zorg op maat van de patiënt Brigitte Claes, coördinator Transmurale Zorg

Binnen én buiten de ziekenhuismuren Het behandelings- en genezingsproces van patiënten begint meestal niet

Dr. Hilde Jansens, coördinator van het HOST-project

bij een opname in het ziekenhuis, en stopt doorgaans niet na het ontslag. Elk proces is een keten van zorg uitgevoerd door verschillende zorgverstrekkers, ook buiten de muren van het UZA. Via het project Transmurale Zorg wil het UZA alle stappen van die keten nog beter op elkaar laten aansluiten.

H

et UZA zet in op transmurale zorg. Wat moeten we daar precies onder

verstaan? Brigitte Claes, coördinator Transmurale Zorg: ‘Letterlijk betekent transmuraal door de muren heen. Het gaat met andere woorden om zorg die zich niet tot één instelling beperkt. De behandelingen die we in een gespecialiseerd ziekenhuis als het UZA verstrekken, maken deel uit van een hele keten van zorgverlening. Transmurale zorg streeft ernaar om die keten zo gecoördineerd en geïntegreerd mogelijk te laten verlopen voor de patiënt. Daarvoor moeten we samenwerken met alle partijen van het zorglandschap, zowel binnen als buiten de muren van het UZA.’ Om welke partijen gaat het concreet? Brigitte Claes: ‘Aan de ene kant de interne partners, van artsen en verpleegkundigen over maatschappelijk werkers, paramedici en apothekers tot logistieke medewerkers. Aan de andere kant werken we samen met de eerstelijnszorg, zoals

32

thuisverpleegkundigen en huisartsen, en met ziekenhuizen en woonzorgcentra.’

Waren die samenwerkingsverbanden er vroeger dan niet? Brigitte Claes: ‘Toch wel, er bestonden al heel wat lovenswaardige initiatieven, en die zullen we zeker behouden. Met dit project willen we al die initiatieven nog beter ondersteunen.’ Waarom is transmurale zorg zo belangrijk voor het UZA? Brigitte Claes: ‘In de eerste plaats voor de patiënten zelf. Dankzij de samenwerking tussen de verschillende zorgverleners hoeven ze niet altijd opgenomen te worden of lang in het ziekenhuis te blijven. Ze kunnen dus sneller in hun vertrouwde omgeving revalideren. De kwaliteit van hun zorg vaart er bovendien bij wanneer alle partners gestructureerd samenwerken.’ ‘Een bijkomend voordeel is dat, wanneer de patiënten minder lang in het ziekenhuis blijven, er ook sneller bedden vrijkomen voor andere patiënten. Tijdens de coronacrisis hebben we heel wat mensen thuis kunnen monitoren.

Op die manier konden we bedden vrijmaken voor mensen met meer ernstige symptomen. De patiënten thuis werden dan vanop afstand goed gevolgd door een team van zorgverleners van het UZA. De veiligheid van de patiënten mag uiteraard nooit in het gedrang komen.’

‘Alles gebeurt in samenspraak met de patiënten.’

Voor welke patiënten is transmurale zorg bedoeld? Brigitte Claes: ‘Eigenlijk is transmurale zorg van toepassing voor bijna iedereen in het ziekenhuis. Voor je hier terechtkomt, ben je meestal al langsgegaan bij een huisarts of specialist. En na je opname heb je vaak nog verdere verzorging nodig. Het zorglandschap evolueert bovendien zo dat ook patiënten met complexere en/of chronische aandoeningen meer en langer thuis hun zorgen kunnen krijgen.’


Foto Altrio Thuisverpleging

Hoe zie je de toekomst van transmurale zorg? Brigitte Claes: ‘Het belang zal alleen maar toenemen. De bevolking veroudert en door de vooruitgang van de geneeskunde zijn de overlevingskansen van mensen met een aandoening groter geworden. We zullen dus meer en complexere zorg nodig hebben. Om al die zorg goed te coördineren en te integreren, is het belangrijk dat we niet zomaar alle behandelingen aan elkaar koppelen, maar dat alle partijen binnen het zorglandschap nauw gaan samenwerken.’ Wat zijn de grootste uitdagingen? Brigitte Claes: ‘Praktisch gezien is transmurale zorg niet altijd even evident. De thuisverpleegkundigen investeren momenteel in opleidingen voor specifieke zorg, zoals wondzorg, of het toedienen van medische voeding. Wanneer die gespecialiseerde verpleegkundigen aan huis komen, zullen ze vaak grote afstanden moeten afleggen en dus veel tijd verliezen. Bij patiënten die in het ziekenhuis liggen, heb je dat probleem niet. Ook op logistiek vlak staan we nog voor een grote uitdaging: de

z­ orgverleners ­moeten thuis over de nodige materialen beschikken. ­Bovendien is de financiering binnen onze gezondheidszorg vandaag nog niet klaar voor transmurale zorg. Maar gelukkig zijn er gunstige evoluties op komst!’

Heet van de naald: HOST ‘Tijdens de coronacrisis is het belang van transmurale zorg heel duidelijk geworden’, zegt Hilde Jansens, coördinator van het HOST-project. ‘De woon- en zorgcentra hadden een schrijnend tekort aan beschermingsmiddelen, en de expertise in infectiepreventie stond er niet altijd op hetzelfde niveau als in de ziekenhuizen. Om die situatie in de toekomst te vermijden, heeft de overheid een pilootproject gelanceerd dat de transmurale samenwerking moet optimaliseren: HOST (Hospital Outbreak Support Team, red).’ ‘Dat pilootproject gebeurt in samenwerking met het Helix-netwerk en wordt gecoördineerd door het UZA. De focus ligt op infectiepreventie en het correct gebruik van antibiotica. Doel van het proefproject, dat over vier jaar loopt:

de samenwerking tussen de ziekenhuizen bevorderen en de expertise van de ziekenhuizen ter beschikking stellen van de eerstelijnsgezondheidszorg en de collectiviteiten: woon- en zorgcentra, gehandicaptenzorg, revalidatiecentra ...’ ‘Momenteel bevindt het project zich nog in een prille fase. We bekijken hoe we de collectiviteiten kunnen helpen in hun aanpak op het vlak van infectiepreventie en het gebruik van antimicrobiële middelen. In de eerste plaats denken we aan opleidingen organiseren voor het personeel, procedures optimaliseren, ondersteuning in het beheer van materiaal om infecties te voorkomen, … De komende maanden hopen we die ideeën concreet gestalte te kunnen geven.’

MAGUZA 33


KORT

1 2 3 4

1

Aorta-ballon beperkt bloedverlies. Een nieuwe multidisciplinaire techniek, Resuscitative Endovascular Balloon Occlusion of the Aorta (REBOA), maakt het mogelijk om bij ernstige bloedingen tijd te winnen. De ballon gaat via de lies tot in de aorta om de bloedstroom tijdelijk te controleren. De techniek werd in het UZA al een vijftal keer uitgevoerd na intense samenwerking tussen de diensten gynaecologie, anesthesie, thorax-en vaatheelkunde en spoedgevallen.

2

3

Innovatieve immuuntherapie tegen leukemie. Onderzoekster Diana Campillo Davó van de Universiteit Antwerpen won de Me To You Grant 2021 voor jonge wetenschappers die onderzoek verrichten naar leukemie en aanverwante vormen van beenmerg- en bloedziekten. Met haar team ontwikkelt ze een innovatieve immuuntherapie tegen acute myeloïde leukemie die de kracht van T-celreceptoren (TCR) en chimere antigeenreceptoren (CAR) combineert. www.stichtingmetoyou.be/nl/ projecten/grants.php

34

Kinkhoestprik tijdens zwangerschap. Op welk moment krijgen zwangere vrouwen het best hun vaccin tegen kinkhoest? Hoe evolueert hun immuunrespons en welke beschermende rol heeft moedermelk? Op die vragen zoekt het Centrum voor de Evaluatie van Vaccinaties (CEV) van de Universiteit Antwerpen een antwoord met de studie Matimmune. Het team zoekt in totaal 90 zwangere vrouwen die willen deelnemen: www.uza.be/matimmune

4

Onderzoek naar diabetes­ medicijn tegen MS. Helpt het betaalbare medicijn metformine tegen de beschadiging van hersenen en ruggenmerg bij toenemende MS? Dat onderzoekt het team van neurologe Barbara Willekens van het UZA met een aantal andere centra binnen het project MACSi­ MiSE-BRAIN. Het team hoopt dat metformine een mooie aanvulling vormt bij bestaande behandelingen die ontsteking in het zenuwstelsel afremmen.


ADVERTENTIE

Alles is relatief, behalve je nachtrust.

Einstein was een briljant uitvinder die als geen ander wist hoe krachtig de combinatie is van creativiteit en wetenschap. Equilli verbindt beide kwaliteiten in haar matrassen. Het resultaat? Een volledig gepersonaliseerde matras met unieke slaapgarantie. Je hoeft geen Einstein te zijn om te bedenken wat de voordelen voor u zijn. Want een goede nachtrust begint bij de juiste matras. Dat is een wetenschap!

ontwikkeld door wetenschappers individueel ingesteld obv Sleep Scan eenvoudig aanpasbaar na aankoop voorzien van unieke slaapgarantie

Ontdek Equilli bij de verdeler in je buurt of op onze website

Cornelis Bedding Rumst Mechelsesteenweg 8 2840 Rumst T: 015 32 08 55 ma - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u do gesloten

Wommelgem Herentalsebaan 417A 2160 Wommelgem T: 03 259 09 08 di - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u ma gesloten

Belsele Lokersebaan 52 9111 Belsele T: 03 772 65 57 ma - za: 10u - 18u zo: 13u - 18u di gesloten

Dendermonde Mechelsesteenweg 138 9200 Dendermonde T: 052 21 45 51 di - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u ma gesloten

35

MAGUZA 35


TEAM UZA

Mounia Gribi, medewerkster Kwaliteit en Lean­ ‘Een van de prioriteiten van het UZA is elke patiënt veilige en kwaliteitsvolle zorg bieden. Dat betekent dat we ons functioneren voortdurend verbeteren. Onze afdeling is hierbij de partner van de andere diensten in de organisatie: aan de ene kant zetten we samen structuren uit om verbeteringen mogelijk te maken, aan de andere kant ondersteunen we de diensten bij het uitwerken van projecten.’

01

02

01

‘Bij het inrichten van de werkplekken en het invoeren van nieuwe werkmethodes streven we naar mistake proofing of poka yoke (foutpreventie in het Japans). Hoe kleiner de kans op fouten, hoe veiliger de zorg. Ook tijd winnen door het voorkomen van dubbel werk of onnodige verplaatsingen komt ten goede van de patiënt.’

36

03

02

‘Als één team er staan voor de organisatie, dat is ons doel. Om ons optimaal in te zetten, starten we onze dag met een kort werkoverleg – en blikken we vooruit: hoe ziet de planning eruit? Waar verwachten we knelpunten? Waar moeten we op focussen?’

03

‘Binnen de organisatie houden we de vinger aan de pols van de afdelingen. We overleggen regelmatig om te horen wat hen bezighoudt, waar er uitdagingen schuilen en waar ze tegenaan lopen. Samen nemen we actie om te voorkomen dat kleinigheden effectieve ­problemen worden.’


06

04

04

‘De fouten die we (bijna) maken, zijn kansen om iets uit te leren. Samen met de stuurgroep UZA Meldt en Leert buigen we ons over die (bijna) incidenten en passen we onze werkmethodes aan om dezelfde fouten in de toekomst uit te sluiten.’

05

05

‘Externe veranderingen maken dat we voortdurend moeten schakelen. Verpleegkundigen en artsen evalueren hun werking en passen de patiëntentrajecten aan. Wij zorgen er mee voor dat de patiënten bij een verkorte opnameduur toch de beste zorg krijgen.’

06

‘Het UZA is sinds 2015 een JCI geaccrediteerd ziekenhuis, wat betekent dat de zorg die we leveren voldoet aan de hoogste internationale kwaliteitseisen. We zien JCI graag als een partner die onze blinde vlekken blootlegt en ons helpt steeds beter te worden.’

MAGUZA 37


TECHNOLOGISCH

Dr. Bert Van den Bogerd, postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen

Prof. dr. Carina Koppen, diensthoofd oogheelkunde

Met één donoroog verschillende patiënten helpen Prof. dr. Sorcha Ni Dhubhghaill, oogchirurg

Een kunstmatig hoornvlies Bij sommige oogaandoeningen wordt het hoorn­vlies dik en troebel. Transplantatie biedt uitkomst, maar er zijn te weinig donoren. Een veelbelovend alternatief: cellen opkweken en die op een biosynthetisch membraan in het oog inplanten.

Dienst oogheelkunde, T 03 821 33 72 38

D

ie methode verkende dr. Bert Van den Bogerd in zijn doctoraat, waarvoor hij in 2020 de Vlaamse PhD Cup kreeg. Hij onderzoekt ze nu verder in de Antwerp Research Group for Ocular Science (ARGOS) van de UAntwerpen.

Troebel hoornvlies Het hoornvlies of de cornea is het doorzichtige weefsel aan de voorkant van het oog. Het binnenste laagje ervan, het endotheel, is erg belangrijk: endotheelcellen pompen vocht uit het hoornvlies, zodat het dun en transparant blijft. Endotheelcellen kunnen zichzelf niet vernieuwen. Hun aantal neemt dus geleidelijk af, en door aandoeningen zoals de ziekte van Fuchs gaat dat veel sneller


Epitheel Endotheel

Cornea of hoornvlies Iris

Pupil Lens

met zetmeel en gelatine dan normaal. Het hoornvlies zwelt dan op en wordt dikker en troebel, zodat patiënten steeds slechter gaan zien en zelfs blind kunnen worden. In die fase kan alleen een gedeeltelijke hoornvliestransplantatie uitkomst bieden. ‘Ook het UZA voert die ingreep uit’, zegt Van den Bogerd. ‘We halen het endotheel uit het hoornvlies van een overleden donor en kleven het tegen de achterkant van het hoornvlies. Dat werkt heel goed, maar helaas zijn er te weinig donoren: wereldwijd is er maar één hoornvlies beschikbaar voor 70 gegadigden.’

A la carte Intussen beschikken we over technieken om endotheelcellen uit een donorhoornvlies te halen

en ze in het laboratorium op te kweken. Met één hoornvlies kan je dan verschillende patiënten helpen, zodat meteen ook meer donorhoornvliezen beschikbaar komen voor patiënten bij wie het hele hoornvlies vervangen moet worden, bijvoorbeeld na een brandwonde. ‘Er blijft wel een lastig probleem: hoe krijg je die endotheelcellen in het oog? Je hebt een dragermembraan nodig waarop je de cellen laat groeien en waarmee de chirurg ze tot in het oog kan brengen. Zo’n membraan moet sterk zijn, ultradun en volledig doorzichtig – het mag het zicht niet vertroebelen.’ In zijn onderzoek heeft dr. Van den Bogerd diverse membranen getest. ‘Eerst bouwde ik voort op bestaand onderzoek naar biologisch afgeleide materialen, van

lenskapsels – een afvalproduct van cataractoperaties – tot visschubben. Die materialen bleken niet zo geschikt, en biologisch afgeleid materiaal kan je nu eenmaal moeilijk aanpassen. Daarom dacht ik aan artificiële weefsels. Bij synthetisch materiaal kan je à la carte werken – je bekijkt aan welke criteria het moet voldoen en stemt het materiaal daar zo goed mogelijk op af.’

‘Het is sterk, flexibel, doorzichtig en vooral ook ultradun – tien keer dunner dan een menselijk haar.’

Prototype klaar ‘Toevallig kwam ik in contact met Jasper Van Hoorick en Sandra Van Vlierberghe van de UGent die gespecialiseerd zijn in het ontwikkelen van biomaterialen. Samen ontwikkelden we een membraan waarvoor we twee materialen combineren: polymelkzuur, een bioplastic dat wordt geproduceerd MAGUZA 39


‘Door de endotheelcellen uit een donorhoornvlies te halen en ze in het laboratorium op te kweken, kan je met één hoornvlies verschillende patiënten helpen.’

uit zetmeel en waar je een stevig en doorzichtig weefsel mee kan maken, en gelatine, afkomstig van collageen, een lijmvormend eiwit uit rundsbeenderen. Het laagje gelatine is nodig om de cellen op het membraan te kleven. Met die twee materialen krijg je een sterk, flexibel, doorzichtig membraan, dat niet toxisch is en makkelijk afgebroken kan worden. Het is vooral ook ultradun – tien keer dunner dan een menselijk haar.’ Intussen is een prototype klaar dat met succes werd getest in het laboratorium. De volgende stap

zijn testen op een diermodel. ‘Dat moet ons leren of de chirurg de cellen met het membraan effectief kan transplanteren en of we het zicht van de dieren kunnen verbeteren. Daarna volgen allerlei goedkeuringsprocedures voor we aan klinische studies bij patiënten kunnen denken, maar ik hoop dat we de eerste patiënten binnen 5 tot 10 jaar kunnen helpen.’ Het onderzoek loopt in nauwe samenwerking met de oogchirurgen van de dienst oogheelkunde van het UZA, prof. dr. Carina Koppen en prof. dr. Sorcha Ni Dhubhghaill.

Jouw gift helpt het onderzoek vooruit! Wil je het innoverend oogonderzoek in het UZA steunen? Dat kan, via het Fonds voor innovatie in oogheelkunde (FIO) van de UZA foundation: https://bit.ly/3zKbdK8

Stamcelbehandeling voor beschadigd hoornvlies Als het oog wordt beschadigd door verbranding – door hitte of een bijtende stof – kan niet alleen het hoornvlies­oppervlak (het epitheel) worden aangetast, maar ook de stamcellen van dat epitheel op de rand van het hoornvlies. Beschadigde epitheelcellen worden dan niet meer vernieuwd en er blijft een open wonde. Bindvlies en bloedvaten groeien over het hoornvlies heen, zodat het ondoorzichtig wordt en de patiënt het zicht uit dat oog verliest. ‘Om de stamceldeficiëntie te corrigeren,

40

kunnen we stamcellen uit het gezonde oog halen’, zegt prof. dr. Carina Koppen, diensthoofd oogheelkunde. ‘In het labo laten we ze dan uitgroeien tot een nieuwe laag gezond weefsel, met stamcellen en epitheelcellen. In het aangedane oog pellen we de overgroei van het bindvlies en bloedvaten weg en transplanteren we de nieuwe weefsellaag.’ ‘Deze behandeling bestaat al langer: vanaf 2008 hebben we ze in het UZA in studieverband toegepast, met succes. We hebben helaas niet de

financiële middelen om het transplant als geavanceerd geneesmiddel te laten erkennen. Het Italiaanse bedrijf Holostem is daar wel in geslaagd: hun stamcelbehandeling werd door het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) erkend en wordt in België terugbetaald door het Riziv. Holostem zocht het UZA aan als expertisecentrum om de behandeling in Vlaanderen uit te voeren. Daar gingen we heel graag op in en in februari 2021 hebben we de eerste patiënt behandeld.’


UZA Agenda

#UZA UZAnieuws Universitair­Ziekenhuis­Antwerpen uza_stories UZA

Mountainbiken tegen kanker in Wolvenbos

Herbekijk Webinar neuro-revalidatie

Tijdens de tweede succeseditie van mountainbikewedstrijd Wolvenbos kwamen 39 teams, waaronder ook het directiecomité van het UZA, met een goede voorbereiding van ambassadeur Sven Nys, aan de start. In totaal bracht de wedstrijd 210.000 euro op voor kankeronderzoek via UZA foundation. Nogmaals bedankt aan alle deelnemers, sponsors en partners. Samen maken we het verschil!   www.uza.be/wolvenbos-grants

h ttps://maguza.be/nieuws/p/detail/ durven-bewegen-na-beroerte

Info www.uza.be/activiteit/ 13e-antwerpse-neurovasculaire-meeting Scan de QR-code of ga naar www.uza.be/ activiteiten-archief

Next level patiëntenbegeleiding Dit jaar zetten opnieuw 80 UZA-­ lopers hun beste beentje voor op de AG Antwerp 10 Miles. Onder hen ook neurologe prof. dr. Laetitia Yperzeele, die samen met haar patiënt Dirk over de finish liep nadat Dirk herstelde van een beroerte. Om het met de woorden van Dirks dochters op Facebook te zeggen: ‘Dankjewel Prof.Dr. Yperzeele voor alle goede zorgen. We hebben veel bewondering voor zijn doorzettingsvermogen en vinden het fantastisch dat u dit voor hem hebt gedaan. 10 miles 2021, een heel mooie MIJLpaal die bereikt werd.’

Op maandag 13 december vond de 13de Antwerpse Neurovasculaire meeting plaats. Het online webinar zoomde in op de juiste nazorg voor CVA-patiënten, op hoe (neuro-) revalidatie na de initiële opvang en begeleiding in het ziekenhuis het verschil kan maken.

Nultarief voor schenkingen aan goede doelen Sinds 1 juli 2021 geldt er in Vlaanderen geen fiscaal voordeel meer voor testamenten met een duolegaat. De afschaffing is ook van toepassing voor testamenten die voor die datum opgesteld zijn. Ter compensatie is er een nultarief voor schenkingen aan goede doelen ingevoerd en een nieuw tarief voor wie een deel van een vermogen aan een goede vriend wil schenken. Heb je je testament nog niet aangepast aan de nieuwe regeling? Doe het zo snel mogelijk om te voorkomen dat je testament andere gevolgen heeft dan wat je voor ogen had!   M eer info? Contacteer UZA foundation via 03 821 41 97 of ­uzafoundation@uza.be of neem een kijkje op www.uza.be/testament

Ontdek de dienst gynaecologie digitaal Als alternatief voor fysieke rondleidingen in het ziekenhuis kun je voortaan online de materniteit, de verloskamer en de dienst gynaecologie van het UZA leren kennen. Ben je graag zo goed mogelijk op je bevalling voorbereid? Kijk dan van thuis uit al even binnen in de echokamers, de arbeids- en de verloskamers van ons ziekenhuis. Hier vind je de gloednieuwe kennismakingsvideo:

Scan de QR-code of ga naar www.uza.be/gynaecologie

MAGUZA 41


ADVERTENTIE

PRAKTISCH Nuttige telefoonnummers • algemeen nummer UZA: T 03 821 30 00 • onthaal en opname: T 03 821 31 01 • patiëntenbegeleiding: T 03 821 37 00 (maatschappelijk werk, vrijwilligers, intercultureel bemiddelaar, transfercoördinator, levensbeschouwelijke begeleiding, tolken en tolken Vlaamse gebarentaal) • ombudsdienst: T 03 821 31 60 • inlichtingen facturen: T 03 821 31 28 • school in het UZA: T 03 821 58 86 Herstellen in zorghotel Drie Eiken Na een operatie kan je verder aansterken in zorghotel Drie Eiken, een comfortabel verblijf met professionele zorgvoorziening. Ook familie en vrienden kunnen er terecht voor overnachting vlakbij het UZA. Meer info en reservaties: www.drie-eiken.com, T 03 821 12 11

Warme zorg. Altijd dichtbij. Onze verzorgenden helpen jou met persoonsverzorging en huishoudelijke ondersteuning bij ziekte, beperking, ouderdom of in moeilijke omstandigheden, ook ’s nachts. Ben je net bevallen, thuis of in het ziekenhuis? Dan ondersteunen we jou en je gezin met gespecialiseerde kraamzorg.

Winkelgalerij In de inkomhal vind je: • de bistro, in de week open van 8.30 tot 19 uur; in het weekend en op feestdagen van 12 tot 18 uur. • een broodjeszaak, in de week open van 9 tot 14.30 uur. • een Shop&Go Delhaize met een ruim aanbod verse voeding, drank, lectuur, en geschenkartikelen. Open op weekdagen van 8.30 tot 20 uur;in het weekend en op feestdagen van 12 tot 19 uur. • een Leonidas café, open van maandag tot en met vrijdag van 7 tot 18.30 uur. In het weekend en op feestdagen gesloten. • een bankautomaat Meer info: www.uza.be Het UZA draagt het JCI-label voor veilige en kwaliteitsvolle zorg.

In onze kleinschalige dagopvang en gastopvang kan je terecht voor een babbel, dagbesteding en begeleiding. Onze karweidienst en ons advies bij aanpassingen voor je woning helpen je comfortabel en langer thuis te blijven wonen.

SamenFerm.be/thuiszorg Bel gratis 0800 112 05

COLOFON MAGUZA · driemaandelijks tijdschrift van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen · jaargang 32, december 2021 · Redactieadres: UZA, afdeling Communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem, communicatie@uza.be · Verantwoordelijke uitgever: Marc Peeters · Hoofdredacteur: Evita Bonné · Redactieraad: Mathias Allegaert, Sevilay Altintas, Bettina Blaumeiser, Evita Bonné, Nathalie Cools, Annick Deckers, Margot Hagendorens, Ivan Huyghe, Philippe Jorens, Arkasha Keysers, Eva Lion, Lotte Marnef, Hans Prenen, Ingrid Roosen, Kaat Siebens, Elke Smits, Caitlin Stabel, Dominique Trouet, Paul Van Aken, Ann Van De Velde, Miranda Van De Wiele, Jan Van Meerbeeck, Stijn Verhulst, Joris Verlooy, Barbara Willekens · ­Redactie & realisatie: Jansen & Janssen C­ reative ­Content, www.jaja.be · Fotografie: Frank Toussaint, Claire Van Heeswijk, p. 32-33 Rhode Van Elsen, Instituut voor Tropische Geneeskunde · Illustratie: p. 6, 8, 31: Klaas Verplancke ­Kruiswoordraadsel: Freddy Roegiest · Reclame­regie: Media ­Surplus, www.media-surplus.be · De inhoud van de advertenties valt niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van het UZA. Maguza wordt gedrukt op FSC-­papier, afkomstig van duurzaam beheerde bossen.

ABONNEMENT Wens je een gratis abonnement op Maguza, wil je een adres­wijziging door­geven of wil je het magazine niet langer ontvangen? Bel 03 821 32 96 of stuur je naam en adres naar UZA, afdeling communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem, of surf naar www.maguza.be/abonnement. Je kan hier ook inschrijven op de gratis digitale nieuwsbrief van Maguza.


1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

PUZZEL & WIN!

1 2 3 4

Horizontaal

5

5

3

6 7 8

4

9

6

10 11 12 13 14

2

1

15 16 1

1

2

2

3

4

5

6

3

4

5

6

7

8

12

13

14

15

16

1

N A G

E

L

R

I

E M + D

9

10

11

I

S

C U

S

2

E

L

A

T

I

E

+

T

I

B

E

T

+ D

R

Y

3

O R

K

A

+ M

I

N +

E

V

E

N M

I

N

4

N A

+

P

A

5

A

S

E

P

T

I

E

6

T

+

T

E

R

R

E

7

O N

S

+ O A

8

L

A

+

A

9

O R

I

G

10

S

+ O M A

+

E

C

+

I

D O +

I

L

O

I

N +

T

D + N +

P

+ D

T

P

+

R

F

+ N A

V

E

L

A D

I

N

E

+

I

N O +

G +

T O E

I

+

E

T

I

R

A N + M O D U

12

E

E

L

+

P

F

13

+

T

A

A

L

14

C O +

R

I

E

K

+

A D + O P

T

15

V

R

I

E

N D +

S

N

E

B

B

E

+ N U

16

S

T

E

A

T O S

I

S

+

H O

L

T

11

+ D A

P A

T O E E

R

+

A N

T

E

+

S O M S

+

C

S

+ O S

+ M A

P

I

R

A

T O R

+ O M D A

T

+

P O R

+

A

S

I E

T E R

Doe mee en win! Heb je het letterwoord ontdekt? Mail het dan voor 20 januari 2022 met je naam en adres naar maguza@uza.be of stuur een briefkaart naar Maguza, UZA – ­Afdeling communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 ­Edegem en maak kans op een van de vijf boekenbonnen van Standaard boekhandel.

1. lancet – onderhuids 2. mohammedaans geleerde – tamarinde – vetpuistje 3. onroerend goed – vrucht – onwrikbaar – kijkkast 4. oxidatie – goesting – flauwekul 5. overdreven – leer van de dosering van geneesmiddelen 6. uitroep van verdriet – dwaas – bergpas – bamboe vistuig 7. muzieknoot – speeltoestel – gebogen priem – Oriënt-Express – meisjesnaam 8. huidziekte – binnen – knaagdier 9. geladen atoom – taalgericht vakonderwijs – bestuursgebouw 10. talent – halt ! -- bijbelse hogepriester 11. centiliter – verpleegster – nationaal georegister – afwijzing 12. kort Japans gedicht – borstvoeding 13. lof – radon – editie – jonge hond – dinsdag 14. plaats in Turkije – ijverig – tenen mand 15. indium – deel van een toneelstuk – watering – kasteel 16. uitademing – schaambeen

Verticaal

Oplossing Maguza 123 SPEEKSEL De winnaars zijn: Erwin Doevre (Oostende) Machteld Storms (Mortsel) Ludo Liekens (Brecht) Lieve Smismans (Lot) Roger Weyn (Beveren)

1. deel van de vagina – onvoldoende doorbloeding 2. bouwspeelgoed – hoofd van een maffiafamilie – strottenhoofd 3. vluchtig – Ethiopië (op auto’s) – bekrompen – Europeaan 4. joods ongezuurd brood – westerlengte – kolk – streling 5. insect – antrax – kroon 6. vleessoort – klaproos – aantekening 7. koraaleiland – Japans bordspel – samarium – zindelijk 8. kleur – daar – hoofdstad van Zuid-Korea 9. cel die beenweefsel afbreekt – aristocraat 10. district attorney – bobijn – deel van het gebit – lidwoord 11. elektromagnetische puls – oosterlengte – gebalk – muizengeluid 12. wier – lichaamsdeel 13. bedenkelijke toestand – hectoliter – militaire politie – bakboord 14. actinium – hertensoort – bouwval – vlaag 15. contra – grassoort – niet hier 16. hepatitis

MAGUZA 43


DAG UZA!

‘Mijn pijnstillers ben ik niet eens gaan ophalen.’

Ze zou haar bed naar beneden moeten verhuizen, waarschuwden veel mensen

ISABELLA (59)

haar. Maar de dag na haar operatie met de ­vNOTES-techniek voelde Isabella zich kiplekker, en ze kon al meteen trappen lopen.

D

eze lente zijn we met de auto op vakantie naar Spanje getrokken. Het was de eerste keer sedert lang dat het een ontspannen rit was voor mij. Jarenlang had ik problemen met mijn blaas: ik voelde constant de aandrang om te plassen, en tijdens lange autoritten moesten we heel vaak stoppen. Mijn blaas laten opereren leek me niet zo’n fijn vooruitzicht. Maar het probleem werd steeds erger, en begon zelfs mijn sociale leven te beheersen. Plaatsen en situaties waar ik niet meteen naar het toilet kon gaan, vermeed ik. Uiteindelijk heb ik toch contact opgenomen met de dienst gynaecologie van het UZA.

Nieuwe, pijnloze techniek De gynaecoloog stelde voor om mijn baarmoeder en eierstokken te verwijderen en mijn blaas op te naaien. Voor de operatie zou ze gebruik maken van een nieuwe techniek: vNOTES (vaginal natural orifice transluminal endoscopic surgery). De ingreep gebeurt dan via vaginale weg. De voordelen van de techniek zijn dat je minder pijn hebt nadien, dat je sneller herstelt en dat je geen zichtbare littekens hebt, legde de dokter uit. Dat stelde me heel erg gerust. Milde krampen Op dinsdagavond 2 maart ben ik geopereerd, op woensdagmorgen mocht ik al naar huis. De pijn was inderdaad heel mild. Een beetje te vergelijken met lichte menstruatiekrampen. De voorgeschreven pijnstillers ben ik niet eens gaan ophalen in de apotheek. Ik voelde me meteen ook fit. Trappen lopen was geen probleem, en na twee weken kon ik weer autorijden en fietsen. Zelfs mijn huisarts stond verbaasd hoe snel het allemaal ging. Terug naar normaal De enige draadjes die ik had, zaten in mijn navel. Ik heb ooit endometriose gehad, en de gynaecologe wou via een laparoscopie kijken of er geen verklevingen waren. Anders had ik zelfs dat piepkleine litteken niet gehad. Ik ben zo opgelucht dat mijn problemen van de baan zijn. Ik kan mijn oude leven weer oppikken. Het enige waar ik spijt van heb, is dat ik de ingreep niet sneller heb laten uitvoeren!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Patiëntenmagazine van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen by UZA - Universitair Ziekenhuis Antwerpen - Issuu