MA G U Z A
Afgiftekantoor Gent X, Maguza 123, Tijdschrift – kwartaalblad, juli – augustus – september 2021, v.u. Johnny Van der Straeten, Universitair Ziekenhuis Antwerpen, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem
ZORGMAGAZINE VAN HET UZA
JULI 2021 #123
Zwanger op de operatietafel
‘ Het stoerste wat ik ooit heb gedaan’
www.maguza.be UZAnieuws UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories
Dossier ANESTHESIE
ADVERTENTIE
In België kennen al meer dan 500.000 mensen hun SLAAP-DNA®
Lattenbodem
Boxspring
Laat gratis je SLAAP-DNA® meten
Ieder zijn SLAAP-DNA®, ieder zijn bed Jouw lichaam is uniek. Met Ergosleep® vind je een gepersonaliseerde slaapoplossing in lijn met jouw SLAAP-DNA®. Een lattenbodem of boxspring en matras, volledig afgestemd op jouw slaapprofiel. In de Ergosleep®-belevingsstudio meten we je gewicht, lichaamsbouw, voorkeursslaaphoudingen en lichaamsprofiel. Het resultaat? Jouw persoonlijke SLAAP-DNA®. Dat wordt ingebracht in je lattenbodem of boxspring én het vormt de basis voor je matras. Slapen was nog nooit zo persoonlijk.
Sleeplife® Merksem Bredabaan 972 T. 03 647 15 45 ma-za: 10u-18u / woensdag gesloten
Sleeplife® Wilrijk Boomsesteenweg 560 T. 03 828 98 29
Maak je afspraak op sleeplife.be
11:00 UUR
WELKOM
DIENST HEMATOLOGIE
Ik ervaar nu als patiënt de kracht van innovatie PAUL VAN DE HEYNING, OUD-DIENSTHOOFD NEUS-KEEL-OORZIEKTEN IN HET UZA
Onderweg naar? ‘Ik heb een afspraak bij het team van Zwi Berneman en Sébastien Anguille. In 2020 werd ik gediag nosticeerd met acute myeloïde leukemie (AML), na een bloed screening die ik tweejaarlijks laat uitvoeren. Dankzij twee innovatieve therapieën ging mijn leven gelukkig al snel weer naar normaal.’
Bekijk het volledige verhaal van Paul Van de Heyning op helden.uzafoundation.be/ getuigenissen/paulvandeheyning/
Hoe gaat het? ‘Heel goed. Mijn AML is in een vroeg stadium ontdekt. Ik kon ook snel starten met een nieuwe vorm van chemotherapie, de bloodless leukemia care. Dat is een ambulante behandeling die minder belastend is dan klas sieke chemotherapie en die goed aansloeg. In oktober 2020 kwam ik in aanmerking voor klinische immunotherapie met een dendri tisch celvaccin, een internationaal gewaardeerd project van ons hematologieteam. Tijdens mijn behandeling bleef ik, zowel spor tief als wetenschappelijk, actief – wat bij klassieke therapieën niet had gekund. Kortom, ik ervaar nu als patiënt de kracht van onze medische innovatie. Ik hoop dan ook dat het team snel voldoende onderzoeksbudgetten vindt om deze immunotherapie voor ieder een beschikbaar te maken!’ Steun het onderzoek naar vernieuwende therapieën via helden.uzafoundation.be MAGUZA 03
IN DIT NUMMER
i Sommige foto’s werden genomen vóór de coronacrisis
VOORAAN
06
06 Focus
FOCUS
Familiaal geweld
Hulp bij familiaal geweld
16 Interview
‘ Wij zijn er om te helpen, niet om te oordelen’
Een gezonde bekkenbodem: ‘Sloop het taboe op urineverlies’
ZORG 12 Nieuwe technieken om na kanker de kinderwens te vervullen 'Op tijd praten geeft houvast'
32 Lang aanslepende COVID-19 Wat als je klachten niet verdwijnen?
GEZOND 14 (Opnieuw) sporten zonder blessures 8 tips om je verantwoord in het zweet te werken
34 Data tegen diabetes ‘ Sensor plaatst de patiënt aan het stuur’
36
Hoe speuren labo’s naar varianten van het coronavirus?
19 Dossier Anesthesie 27 Visie ‘Een niet te missen kans’
30 Onderzoek & innovatie UZA wil zelf CAR-T-celtherapieën produceren
36 Techno-logisch Hoe speuren labo’s naar varianten van het coronavirus?
38 Team UZA ‘We staan in voor de emotionele opvang van patiënten en hun familie.’
EN VERDER … 28/40 Kort 42 #UZA 42 Agenda
04
Techno-logisch:
14
(Opnieuw) sporten zonder blessures:
‘ Na elke zomerstop zien we tot dertig procent meer blessures’
38
TEAM UZA
30
‘We betekenen veel voor patiënten in hun moeilijkste periodes’
ONDERZOEK & INNOVATIE UZA wil zelf CAR-T-celtherapieën produceren
Alle artikels zijn te vinden op
MAGUZA.BE
Schrijf je vandaag nog in op onze e-nieuwsbrief. Ga naar www.maguza.be/ abonnement
32
Lang aanslepende COVID-19 Wat als je klachten niet verdwijnen?
Dossier
20
ANESTHESIE
Haarfijn verdoven waar nodig: Meer veiligheid, minder medicatie
23
Vijf vragen over anesthesie bij kinderen
24
Zwanger op de operatietafel:
26
Preoperatieve raadpleging ‘Zonder zorgen onder narcose’
‘ Dankzij een team met extra voelsprieten’
MAGUZA 05
FOCUS
Hulp na familiaal geweld Dr. Marjolein Mattheij, pediater-spoedarts
Dr. Ilse Kint, coördinator van het ZSG in Antwerpen
Dr. sc. Els Jehaes, hoofd van het forensisch DNA-laboratorium
‘ Alles is beter dan de ogen te sluiten’ Familiaal geweld is een groot maatschappelijk probleem, en het herkennen om de juiste zorg te kunnen bieden vraagt systematische aandacht bij zorgprofessionals. Sommige kinderen en volwassenen komen op spoed terecht met letsels na vermoedelijk misbruik. ‘We gaan heel behoedzaam om met zo’n situatie. Als zorgverlener wil je hulp bieden en tegelijk vertrouwen opbouwen met de familie’, zegt spoedarts dr. Marjolein Mattheij.
Dienst spoedgevallen, T 03 821 46 07 www.uza.be/spoedgevallen Zorgcentrum na Seksueel Geweld Antwerpen, www.uza.be/zorgcentrumna-seksueel-geweld 06
F
amiliaal geweld is wereldwijd één van de meest voorkomende doodsoorzaken bij men sen van 15 tot 44 jaar. Kinderen en vrouwen zijn het vaakst het slachtoffer, maar het treft even zeer mannen, ouders en ouderen1. In België krijgt naar schatting 3 procent van de kinderen te maken met kindermishandeling. Dat cijfer is waarschijnlijk een onderschatting. Dr. Marjolein Mattheij legt zich toe op weten schappelijk onderzoek naar het correct diagnosticeren van sche del- en hersenletsels bij kinderen. Ze komt als kinderspoedarts ook in de praktijk met jonge slachtof fers in contact. ‘Die patiënten zijn echter het topje van de ijsberg: veel blijft binnenskamers. Er bestaan minder zichtbare – maar daarom niet minder
schadelijke – vormen van mishandeling, zoals emotioneel of psychisch geweld of verwaarlozing. Elk mishandeld kind heeft een verhoogd risico – 1,5 tot 2,5 keer zo groot – om op volwassen leeftijd chronische ziekten te ontwikkelen als diabetes, hart- en vaatziekten en kanker. We denken bij kindermishandeling vaak aan kinderen die bijvoorbeeld geslagen of zwaar geschud zijn. Maar verwaarlozing is de meest voorkomende vorm van kindermishandeling, en deze vorm is voor ons als hulpverleners vaak nog moeilijker te diagnosticeren. Als een kind blootgesteld wordt aan chronische stress, kan dat zijn of haar gezondheid niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn heel wat schade toebrengen.’
Van vermoeden naar hulp ‘Het is een heel complex onder zoeksveld. Het begint in het geval van ons onderzoek naar hersenen schedelletsels al bij de definitie. Wanneer spreek je bijvoorbeeld van “bewezen kindermishande ling”? In veel gevallen blijft het bij een vermoeden. Om de kinderen beter te kunnen diagnosticeren zou het onderzoek de vergelijking moeten kunnen maken tussen kinderen die een toegebracht let sel hebben en die accidenteel een letsel oplopen. Als we als zorgver leners beter kunnen vaststellen hoe een letsel is opgelopen, kun nen we naast beter behandelen ook bijdragen tot het doorbreken van het patroon. 30 procent van de kinderen die komen te overlij den door een toegebracht letsel, is in het voorafgaandelijk jaar al bij een arts geweest voor een ander
Als we beter kunnen vaststellen hoe een letsel is opgelopen, kunnen we ook bijdragen tot het doorbreken van het patroon.
MAGUZA 07
FOCUS
letsel. Dit betekent dat we als arts blijkbaar niet in staat zijn om dit voorgaande letsel correct te interpreteren, of in ieder geval dat we niet in staat zijn gebleken om erger te voorkómen.’ Sinds 2017 screent de spoed elk kind, ongeacht de reden van aanmelding, op tekenen van mishandeling. ‘Concreet stellen we onszelf twee vragen’, legt Mattheij uit. ‘Komt het vastgestelde letsel overeen met het ontwikkelingsstadium van het kind en de verklaring die de ouders geven? Is de interactie tussen ouders en kind normaal? De bedoeling van die screening is vooral dat we alert blijven op de mogelijkheid van kindermishan deling.’ Sommige zaken doen een alarmbel afgaan. Zo verdient elke breuk bij een kind jonger dan een jaar een kritische blik. Hetzelfde geldt voor blauwe plekken op de hals of billen, een abnormaal laag gewicht voor de leeftijd of tekenen van slechte verzorging. ‘Ook als een verklaring onlogisch lijkt, zijn we op onze hoede. Een jonge baby rolt zogezegd van de verzorgingstafel, terwijl de baby dat motorisch onmogelijk al kan’, aldus Mattheij. Bij twijfel of vermoedens van kindermishandeling gaat er een protocol in werking. Mattheij: ‘We stellen dan bijkomende vragen aan de ouders, bekijken de medische voorgeschiedenis van het kind en voeren een volledig lichamelijk onderzoek uit. Soms contacteren we ook de huisarts voor meer informatie.’ Blijft er twijfel, dan kan het team contact opnemen met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Zij nodigen de ouders uit voor een gesprek, gaan eventueel op huisbezoek, en komen indien nodig ook naar het ziekenhuis om met de ouders te 08
FOCUS
praten en de situatie in te schat ten. ‘In het slechtste geval, als we denken dat een kind thuis niet veilig is en de ouders niet akkoord gaan met een opname, verwitti gen we de politie. Dat komt geluk kig niet vaak voor en we gaan daar uiteraard niet lichtzinnig over. We bekijken zoiets met het team’, vervolgt Mattheij.
Vertrekken vanuit gezamelijke zorg Voor zorgverleners is het op zo’n moment zaak om doortas tend maar tegelijk behoedzaam te werk te gaan. ‘Uiteraard is het niet gemakkelijk om de ouders aan te spreken over je bezorgdheid’, zegt Mattheij. ‘Je wil immers de behandelrelatie niet in het gedrang brengen. Als
Wij zijn er om te helpen, niet om te oordelen. je de ouders afschrikt en zij een volgende keer niet meer naar het ziekenhuis durven te komen, ben je verder van huis. Je vertrekt vanuit het idee van gezamenlijke zorg: de familie komt met het kind naar spoed omdat het een zorgvraag heeft, en wij maken ons ook zorgen.’ Daarnaast zijn er de volwas senen die binnen hun gezin te maken krijgen met fysiek of seksueel geweld. ‘Op onze dienst spoedgevallen raden we altijd aan om een klacht in te dienen bij de politie’, zegt Mattheij. ‘Die schakelt dan slachtofferhulp in, die de nazorg op zich neemt. Ook als ze geen aangifte doen, trachten we hen te helpen door hen in contact te brengen met de sociale dienst of verwijzen we hen door voor psychologische hulp. Of we nemen contact op met de huisarts. Ook vragen we altijd of er kinderen thuis wonen. Indien ja, moeten we absoluut ook voor hen aandacht hebben.’ ‘Wij zijn er om te helpen, niet om te oordelen. We weten dat een groot deel van de getroffen gezin nen al van generatie op generatie met familiaal geweld geconfron teerd wordt. In je ontwikkeling moet je ook de kans krijgen om te leren anders met stress en nega tieve emoties om te gaan dan via agressie. Een complexe cyclus die we willen helpen doorbreken.’
Iedereen kan het verschil maken ‘We willen intersectorieel nauw samenwerken aan preventie, vroegtijdige detectie en betere
behandeling bij familiaal geweld. Uit internationaal onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat om syste matisch kindermishandeling vast te stellen, het zinvol zou zijn als je elk kind jonger dan vier jaar dat om ongeacht welke reden op de dienst spoedgevallen komt, controleert op kwetsuren door de huid volledig te inspecteren. Dat vraagt een grote verandering in de huidige zorgpraktijk. Bovenop de morele verantwoordelijkheid die we als samenleving hebben om de meest kwetsbaren adequaat te beschermen, voorkom je zo ook heel wat gezondheidsproblemen op de lange termijn. In Nederland bestaat het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK), een samenwerking van universitaire ziekenhuizen en forensische experten. Artsen die met een ver moeden van kindermishandeling geconfronteerd worden, kunnen hen inroepen voor advies - zoals het correct interpreteren van een letsel - en ze werken continu aan onderzoek en kennisversprei ding onder zorgverleners. Een gelijkaardig expertisecentrum of samenwerkingsverband in België zou een belangrijke volgende stap kunnen zijn. Niet alleen spoed artsen, maar ook kinderartsen en huisartsen zijn een centrale schakel. Het is belangrijk dat zij de vertrouwensrelatie met het gezin niet in het gedrang brengen. Door een neutrale deskundige in te schakelen, kunnen ze die rela ties beter beschermen en gaan ze onbewuste blinde vlekken tegen.’ Intussen blijft het taboe in de samenleving op familiaal geweld groter dan we denken. Van de vrouwen die te maken krijgen met partnergeweld, spreekt ongeveer een op de drie daar niet over met derden. Bij mannelijke
slachtoffers is dat aandeel ver moedelijk zelfs groter. Slechts 3,3 procent van de slachtoffers, mannen of vrouwen, doet aangifte bij de politie. Mattheij: ‘Veel mensen weten niet aan welke bel ze moeten trekken wanneer ze verdachte signalen oppikken, of vinden dat ze zich niet met een ander gezin kunnen bemoeien.’ Ook de misvatting dat misbruik alleen maar zou voorkomen in sociaal zwakkere milieus, maakt soms blind voor de werkelijkheid. Net in hoger opgeleide milieus bestaat het risico dat het onder de radar blijft. Denk nooit: in mijn omgeving gebeurt zoiets niet. Minstens 3 procent van de kinde ren krijgt te maken met kinder mishandeling. Het overkomt dus ook kinderen in jouw straat, op de school van jouw kinderen of zelfs in hun klas. Bij een vermoeden is het altijd aangewezen te hande len. Als je het gezin in kwestie kent, kan je aangeven wat je ziet en waarom je dat bezorgd maakt.
Misschien ben jij wel degene die het verschil kan maken. Je kan vragen of je ergens mee kan helpen. Is de drempel te hoog, dan kan je ook altijd contact opnemen met de hulplijn 1712 of een ander hulpkanaal.’ Alles is beter dan de ogen te sluiten, vindt Mattheij. ‘De gevolgen kunnen immers heel ernstig zijn. Misschien ben jij wel degene die het verschil kan maken.’
Alle hulp na seksueel geweld onder één dak De drempel om na agressie binnen het eigen gezin hulp te zoeken, is hoog. Ook slachtoffers van seksueel geweld blijven daar vaak voor staan. Naar schatting zijn er in België dagelijks 100 gevallen van seksueel geweld. De dader is in een op de vier gevallen een
Heb je als zorgprofessional, beleidsmaker of onderzoeker vragen naar aanleiding van dit artikel? Voor vragen over diagnose, onderzoeken en behandeling van letsels bij kindermishandeling, kan je steeds contact opnemen met dr. Mattheij. In het verlengde van haar onderzoek naar hersen- en schedelletsels, brengt ze samen met collega’s de behoeften aan een diagnostisch expertisecentrum kindermishandeling in kaart. Zo’n initiatief kan onder meer wetenschappelijk onderbouwd advies geven bij het interpreteren van letsels en resultaten van onderzoeken. Marjolein Mattheij, Marjolein.Mattheij@uza.be
MAGUZA 09
FOCUS
Naar schatting zijn er in België dagelijks 100 gevallen van seksueel geweld.
familielid. Vermoed wordt dat bij 90 procent van de gevallen van seksueel geweld het slachtoffer geen aangifte doet.2 Om de stap naar gepaste hulp kleiner te maken, worden in ons land Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) uitgerold. Ook het UZA opent in november zo’n centrum. ‘Slachtoffers kunnen er terecht voor medische, forensi sche en psychologische hulp. Ze kunnen er ook aangifte doen en hoeven dus niet naar het politie kantoor. Nadien worden ze verder opgevolgd door een psycholoog. We brengen dus alle hulp samen onder één dak’, zegt dr. Ilse Kint, coördinator van het ZSG in Antwerpen. Dr. sc. Els Jehaes, hoofd van het forensisch DNA-laboratorium van het UZA, leidt de oprichting van het centrum mee in goede banen. ‘Slachtoffers kunnen er 24 op 24 uur, zeven dagen op zeven terecht’, legt ze uit. ‘Het centrum ademt een huiselijke sfeer en is erg laagdrempelig. De ervaring in andere centra leert dat slachtoffers zich daardoor sneller aanmelden.’ De aanwervingen zijn volop aan de gang. Jehaes: ‘Naast de coördinator zal het team bestaan uit een unitverant woordelijke, een administratief medewerker, forensisch ver pleegkundigen en psychologen.’ Het centrum zal samenwerken met de politie, het parket, het Vertrouwenscentrum Kinder mishandeling, het Family Justice Center, de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW), hulpverle ningsorganisaties voor sekswer kers, huisartsenkringen en andere eerstelijnshulpverlening. Bron: www.vzwzijn.be Bron: enquête Europees Bureau voor de Grondrechten (FRA) (2014)
1 2
10
FOCUS
Hulplijnen · Family Justice Center, www.fjc-veiligthuis.be · www.seksueelgeweld.be · 1712, www.1712.be · Tele-onthaal, T 106, www.tele-onthaal.be · Voor kinderen en jongeren: www.awel.be · Voor minderjarigen: www.nupraatikerover.be
Zorgcentrum na Seksueel Geweld Het UZA opent begin november een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG). Wat? In het Zorgcentrum na Seksueel Geweld kunnen slachtoffers 24 op 24 uur, zeven dagen op zeven terecht voor medische, forensische en psychologische hulp en nazorg. Waarom? De bedoeling is om slachtoffers laagdrempelig en in een huiselijke sfeer op te vangen. Aangifte doen moet niet, maar kan in het centrum zelf. Waar? Er bestaan al ZSG’s in Brussel, Gent en Luik. Dit jaar en begin 2022 komen er ook in Leuven, Antwerpen en Charlerloi. Het ZSG van het UZA krijgt onderdak in het ZorgHotel Drie Eiken.
FOCUS
Wat weten we (nog maar) De meeste meldingen van familiaal geweld gaan over kinderen en over partners. Hoe vaak komen welke vormen voor? En wat leren de cijfers van drie jaar Zorgcentra na Seksueel Geweld?
Kindermishandeling
Partnergeweld
Seksueel geweld
In 2019 kregen de Belgische Vertrouwenscentra Kindermishandeling 7.028 meldingen binnen van vermoedelijke kindermishandeling.
1 op de 10 mannen zijn slachtoffer van partnergeweld. Bij vrouwen, kreeg 1 op de 7 onder bevraagden in de 12 maanden daarvoor te maken met geweld door haar (ex-)partner.
De drie Zorgcentra na Seksueel Geweld vingen de eerste drie jaar 3.278 slachtoffers op.
33,5
% daarvan had betrekking op emotionele mishandeling of verwaarlozing.
29,5
% had te maken met lichamelijke mishandeling of verwaarlozing.
14,1
% had te maken met seksueel misbruik.
Partnergeweld manifesteert zich in verschillende vormen: 41,5 % verbaal geweld 22 % intimidatie 15 % Slagen 5,6 % Seksueel geweld Hoewel slechts 3,3 % van de slachtoffers aangifte doet bij de politie, kreeg de politie in 2013 61.028 meldingen van partnergeweld.
De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers is 25 jaar en 90 % van de slachtoffers is een vrouw.
16 5
% van de vrouwen en
% van de mannen werd ooit het slachtoffer van een (poging tot) verkrachting.
De jeugdparketten ontvingen in 2018 91.641 meldingen over verontrustende opvoedingssituaties.
Bron: Kind en Gezin, afkomstig van Vertrouwenscentra Kindermishandeling Gegevensbank van het College van procureurs-generaal
Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, www.vzwzijn.be
Zorgcentra na Seksueel Geweld, www.ugent.be/nl/actueel/onderzoek-naarseksueel-geweld-in-belgie.htm
MAGUZA 11
Het is belangrijk dat jongvolwassenen en ouders van jonge kinderen op de hoogte zijn van de mogelijkheden als ze met een kanker diagnose worden geconfronteerd.
Op tijd praten geeft houvast Kris Peeters, embryoloog en hoofd Fertiliteitslabo
Nieuwe technieken om na kanker de kinderwens te vervullen Ook bij jonge tot heel jonge patiënten die een kankerdiagnose krijgen maakt vruchtbaarheid deel uit van de totaalzorg. Bij bepaalde kankers en
Dr. Pascale Janssens, fertiliteitsarts
behandelingen loop je immers risico dat je vruchtbaarheid afneemt. Nieuwe mogelijkheden binnen de fertiliteitsgeneeskunde bieden bijkomende antwoorden. Tijdig het gesprek voeren met je medisch team is de sleutel.
K ‘Uitkijken naar nieuw leven in de toekomst zorgt voor een lichtpunt aan het einde van de tunnel.’
Dienst fertiliteit T 03 821 36 84 www.uza.be/fertiliteit 12
ankerbehandelingen zijn er de laatste jaren sterk op vooruit gegaan’, zegt dr. Pascale Janssens, fertiliteitsarts. ‘Daardoor hebben veel kinderen en jongeren een langere levensver wachting dan vroeger. Als ze gene zen en wat ouder zijn, willen ze vaak een gezin stichten. Bepaalde invasieve behandelingen zoals een zware chemo of bestraling op bepaalde plekken in het lichaam, tasten de vruchtbaarheid aan. Als we voor de start van de behande ling een plan opstellen, kunnen we in veel gevallen die schade voorko men. Ook al beseffen we heel goed op welke rollercoaster deze jonge mensen zijn terechtgekomen, weloverwogen keuzes kunnen hen net extra houvast geven.’
Wat kunnen vrouwen en meisjes doen als ze invasieve chemo of bestraling moeten krijgen? Janssens: ‘Sinds een tiental jaar kunnen zij hun eicellen laten invriezen. Zijn de patiënten defini tief onvruchtbaar, dan kunnen die eicellen later bevrucht worden met de zaadcellen van hun partner. Dat gebeurt via Intra Cytoplasmatische
Sperma Injectie (ICSI), waarbij één zaadcel rechtstreeks in het plasma van de eicel wordt geïnjecteerd. We hebben wel twee weken tijd nodig vóór de chemo start om de eierstokken te stimuleren en zo meerdere eicellen te laten rijpen. De eicelpunctie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving.’ Wat als de therapie geen twee weken kan worden uitgesteld? Janssens: ‘Dan kunnen we even tueel eierstokweefsel invriezen, dat via een kijkoperatie wordt verwijderd. De ingreep gebeurt onder volledige verdoving en is meestal mogelijk binnen de 48 uur. Bij een latere kinderwens ontdooien we het weefsel en plan ten we het in in de buik.’ ‘Bij bestraling bestaat ook de optie om de eierstokken, als die in het bestralingsveld liggen, operatief te verplaatsen. En bij borstkanker kunnen we de eier stokfunctie tijdelijk onderdruk ken via hormonen, waardoor de schade van de kankerbehandeling beperkt blijft.’ En mannen of jongens met een kinderwens? Kris Peeters, embryoloog en
hoofd Fertiliteitslabo: ‘Net als eicellen kunnen we ook sper macellen invriezen. Het voor deel is dat er geen punctie aan te pas komt. Een spermastaal inleveren volstaat.’ ‘Lukt dat niet, omdat de patiënt van slag is door zijn ziekte bijvoor beeld, dan vriezen we een stukje teelbalweefsel in. Net als het eier stokweefsel wordt dat weggehaald onder volledige narcose.’
Vanaf welke leeftijd kunnen de technieken worden ingezet? Janssens: ‘In theorie kan het bij meisjes al vanaf 6 maanden. Bij meisjes die nog geen maand stonden kregen, kunnen we geen eicellen afnemen. Maar dan vriezen we eierstokweefsel of zelfs een volledige eierstok in.’ Peeters: ‘Jongens moeten wel in hun puberteit zitten, want dan start de zaadproductie pas. Voor jongere kinderen zitten de behandelingen nog volledig in het experimentele stadium. Ze hebben alleen spermatogenetische stamcellen en tot nog toe kunnen die niet buiten het lichaam ontwikkelen tot spermacellen.’
Kan elke adolescent dan biologisch eigen kinderen krijgen? Janssens: ‘Honderd procent garan tie heb je nooit. We kunnen ook niet altijd alle technieken toepassen. Bij sommige vormen van leukemie bijvoorbeeld is er geen tijd om ei cellen te stimuleren. We kunnen in die gevallen ook geen eierstokweef sel verwijderen, omdat dat weefsel kankercellen kan bevatten.’ ‘We bestuderen momenteel wel hoe we de eiblaasjes, die geen kan ker bevatten, kunnen isoleren en later in het lab laten rijpen. Maar die techniek wordt wellicht pas binnen een tiental jaar inzetbaar.’ Peeters: ‘Bij mannen moeten er na het invriezen voldoende bewe gende spermacellen overblijven en intussen hebben we eigenlijk maar een paar levende spermacel len nodig om resultaat te behalen.’ Heeft het invriezen een impact op de kwaliteit van de ei- of spermacellen? Janssens: ‘Dankzij de nieuwe technieken zijn de meeste eicellen perfect bruikbaar.’ Peeters: ‘Bij de spermacellen vermindert de beweeglijkheid wel. Hoe erg, hangt af van persoon tot persoon. In onze fertiliteitskliniek
beschikken we gelukkig over alle behandelingstechnieken om ook met weinig spermacellen goede resultaten te behalen, van insemi natie over ivf tot ICSI.’ Hoe lang kunnen de cellen en het weefsel worden bewaard? Janssens: ‘Daar staat geen limiet op, maar het RIZIV betaalt de kosten van de bewaring gedu rende tien jaar terug. Wil je het materiaal langer bewaren, dan betaal je 50 euro per jaar.’ Komen de meeste patiënten op tijd bij jullie terecht? Janssens: ‘De meeste oncologen en hematologen verwijzen hun patiënten vrij vlot door naar ons, maar in sommige gevallen is de reflex er helaas nog te weinig. Daarom is het zo belangrijk dat jongvolwassenen en ouders van jonge kinderen op de hoogte zijn van de mogelijkheden wanneer ze met een kankerdiagnose worden geconfronteerd.’ Hoe belangrijk is vruchtbaarheidsbehoud voor de patiënten? Janssens: ‘Dat is echt cruci aal voor hun levenskwaliteit.
Uitkijken naar nieuw leven in de toekomst zorgt voor een lichtpunt aan het einde van de tunnel. En zelfs als we geen manier kunnen aanbieden om de vruchtbaarheid te behouden, is een gesprek toch nuttig. Achteraf het gevoel heb ben dat je een kans hebt gemist, zorgt alleen voor frustraties, en dat willen we vermijden.’
Welke mogelijkheden zijn er? Voor vrouwen Bij chemotherapie: • Invriezen van eicellen (lokale of volledige verdoving, 2 weken stimulatie nodig). • Invriezen van eierstokweefsel (volledige verdoving, kan vrij snel). • Hormonaal onderdrukken van de eierstokfunctie (bijkomend bij chemo tegen borstkanker).
Voor mannen • Invriezen van spermacellen. • Invriezen van teelbalweefsel (volledige verdoving).
Bij bestraling ook: Chirurgisch verplaatsen van de eierstokken.
MAGUZA 13
Dr. Christiaan Heusdens, orthopedist
8×
(Opnieuw) sporten zonder blessures Bleven jouw sportschoenen het voorbije jaar ook wat vaker in de kast? Ga dan niet plots weer sporten alsof je nog in topconditie bent. Na elke zomerstop of coronabreak zien we in het UZA tot dertig procent meer sportblessures zoals kruisbandletsels.
Johan Roeykens, sportfysioloog
8 adviezen om je verantwoord weer in het zweet te werken. 1 Bouw niet te snel op.
Dr. Sam Moustie, sportarts
Dienst S.P.O.R.T.S. T 03 821 42 02, www.uza.be/sports Dienst orthopedie T 03 821 32 48, www.uza.be/orthopedie 14
De meeste sportblessures ontstaan in medische termen door een ongezonde verhouding van de belasting tegen over de belastbaarheid van je lichaam. Anders gezegd: als je te intensief loopt, fietst of padelt, leidt dat vaak tot peesontstekingen aan knieën, enkels, heupen, ellebogen of schouders. Bouw dus stap voor stap de belasting van je lichaam op, dan sterk je tegelijk de belastbaarheid ervan aan. 2 Word geen weekend warrior.
Wie elke dag twintig minuten sport, loopt minder risico op blessures dan wie diezelfde tijd in twee uren per week bundelt. De weekend warrior, die te
weinig beweegt maar in het weekend wel een knalprestatie wil leveren, is een vaste klant bij de sportarts. Ook wie bijvoorbeeld voor het werk te veel zit, loopt meer risico op blessures. Probeer elke twintig minuten even los te komen van je bureaustoel. 3 Kies een sport die je ligt.
Iedereen is anders gebouwd: je stabi liteit is anders, je manier van lopen, je gewicht. Hou die intrinsieke factoren in het achterhoofd bij je sportkeuze. Heb je lakse schouders, dan is ten nis of padel geen sport om zomaar mee te beginnen. Je traint dan beter eerst je lichaam op. In overleg met je
Kies een sport die bij je past en luister naar je lichaam, zoals de vele UZA-medewerkers die samen sporten. Welke sport je ook beoefent, je rug-, heup- en bilspieren versterken maakt je minder blessuregevoelig.
‘Een lichaam dat zich aanpast aan je sportactiviteit mag ongemak ervaren, maar pijn hoort er niet bij.’
zowel je risico op hart- en vaatpro blemen als je risico op problemen van de spieren, gewrichten, pezen, liga menten en zenuwen. De keuring levert ook heel wat nuttige informatie voor een begeleidingstraject. 7 Versterk je romp en billen.
arts kan je ook extrinsieke factoren zoals je schoeisel, de ondergrond of je fietshouding aanpassen. 4 Loop je warm.
Begin pas met sporten als je lichaam er klaar voor is en je spieren goed door bloed zijn. Hoe ouder je wordt, hoe strammer je spieren en hoe stugger je bindweefsel. Hou daar rekening mee, ook al heb je maar één uur een tennisof padelveld gehuurd. Idem als je gaat joggen: eerst inwandelen of traag lopen voorkomt veel leed.
Welke sport je ook beoefent, een betere rompstabilisatie maakt je minder blessuregevoelig. Voer bijvoorbeeld driemaal per week een reeksje oefe ningen zoals planking of muurzit uit om je rug-, buik-, heup- en bilspieren te verstevigen. In de gratis app ‘Get set, train smarter’ vind je betrouwbare voorbeeldoefeningen met filmpjes om een spiergroep te versterken, of om je
op een specifieke sport – denk ook aan je skivakantie – voor te bereiden. 8 Train flexibel.
Als sporter mag je hard zijn voor jezelf, maar luister naar je lichaam. Na een te korte nacht vervang je een intensieve training beter door een recuperatieloop. No pain, no gain is een slechte leidraad. Een lichaam dat zich aan je sportactiviteit aanpast mag ongemak ervaren, maar pijn hoort er niet bij. Voel je bijvoorbeeld als jogger irritatie aan je scheenbeen, stap dan tijdelijk over op een minder belastende, niet-lichaamsgedragen sport zoals fietsen of zwemmen.
5 Negeer geen alarmsignalen.
Bij blessures maken we een onderscheid tussen acute en chronische problemen. Acute ontstaan bijvoorbeeld na een ver keerde beweging, chronische blessures bouw je geleidelijk op. Als acute pijn na drie dagen niet over is, contacteer je het best een arts voor je weer sport. Chro nische kwalen zijn soms moeilijker te beoordelen, maar als een klacht tijdens of na het lopen vier keer terugkomt, consulteer je ook beter een arts. 6 Laat je keuren.
Heb je lang stilgelegen of wil je met een belastende sport starten? Vul op www.sportkeuring.be een vragenlijst in en ontdek of je baat hebt bij een medische keuring. Die onderzoekt
Kruisband gescheurd? Win maanden door snel in te grijpen Sinds een aantal jaar kunnen artsen een gescheurde voorste kruisband operatief herstellen. Daardoor staan patiënten al na zes in plaats van negen maanden weer op het sportterrein. ‘Bij een klassieke operatie vervangen we de band door een andere pees’, legt dr. Christiaan Heusdens uit. ‘Bij een
Ligamys of Internal Bracing ingreep hechten we hem. Dat is minder ingrijpend, maar het kan alleen als het letsel minder dan 4 tot 12 weken oud is. Voelde je dus een knak in je knie en was die gezwollen? Stel dan je doktersafspraak niet uit, dat scheelt gauw enkele maanden revalideren!’
MAGUZA 15
INTERVIEW
Een gezonde bekkenbodem
'Sloop het taboe op scheetjes en urineverlies' Bekkenbodemproblemen zoals urine- of stoelgangverlies komen vaak voor. Ze beknotten het sociale leven van de patiënt en vragen een multidisciplinaire behandeling. ‘Van training tot zenuwstimulatie: onze mogelijkheden zijn breed maar weinig gekend’, zeggen gastroenteroloog Heiko De Schepper en bekkenbodemkinesitherapeut Hedwig Neels van de Klein Bekken Kliniek. De bekkenbodem is een spiergroep die als een trampoline in ons bekken hangt. De draagmat ondersteunt de onderste organen van de buik en geeft controle over het legen van onze urineblaas en endeldarm. Werken je bekkenbodemspieren niet goed, dan kan dat leiden tot incontinentie, constipatie en verzakkingen. Om alle aanverwante klachten multidisciplinair te behandelen, kan je in het UZA in de Klein Bekken Kliniek terecht. Die brengt specialisten van de diensten urologie, maag-darmziekten, gynaecologie, abdominale heelkunde en radiologie samen met bekkenbodemtherapeuten, gespeciali seerde verpleegkundigen en een psychologe.
Wat zijn de meest voorkomende bekkenbodemklachten? De Schepper: ‘Bij vrouwen ondervinden drie lichaamsregio’s bekkenbodemproblemen: de blaas, de darm en de gynaeco logische organen. Bij mannen gaat het alleen om de eerste twee, en doordat wij geen kinderen baren, ziet onze bekken bodem veel minder af. Negen op de tien van onze patiënten 16
zijn vrouwen. De belangrijkste klachten zijn dat de blaas of darm zijn inhoud moeizaam of te vlot loslaat, constipatie of incontinentie dus. De cijfers zijn een onderschatting doordat veel patiënten erover zwijgen. Maar onderzoekers brachten in kaart dat 6 procent van de bevolking kampt met stoelgang verlies, 10 procent met constipatie en meer dan 30 procent met ongewild urineverlies.’
Soms spelen ook verzakte organen een rol bij die klachten? Neels: ‘Dat klopt. Als de bekkenbodem minder steun geeft, of het ophangsysteem beschadigd is, kunnen de blaas, darmen of baarmoeder inzakken en op de vagina of de aars drukken, waardoor ze blaas- of darmproblemen versterken. Sommige patiënten ervaren een ongemakkelijk gevoel alsof er een bal uit de vagina komt. Nu, verzakkingen komen voor in verschil lende graden en zorgen niet altijd voor problemen. Ze zijn op zich niet gevaarlijk. Maar als een vrouw zich zorgen maakt
Prof. dr. Heiko De Schepper, gastro-enteroloog en coördinator Klein Bekken Kliniek
Hedwig Neels, bekkenbodemkinesitherapeut (PhD)
of zich ongemakkelijk voelt, heeft ze zeker recht op advies. Het komt vaak voor, en we hopen dat iedereen hulp durft te zoeken. Om op de cijfers terug te komen: we weten ook dat 1 op de 8 vrouwen na een bevalling met stoelgangverlies suk
Je moet maar één keer in de supermarkt stoelgang verliezen om getekend te zijn. kelt of moeilijk windjes ophoudt. 1 op de 2 vrouwen van boven de 50 heeft soms ongewild urineverlies. Dat kan sporadisch zijn, en de hoeveelheid varieert van druppels tot een volledige plas, maar ook enkele drupjes is te veel. Niemand hoeft daar mee te blijven lopen.’
Vinden patiënten vlot de weg naar jullie? De Schepper: ‘Dat gaat maar het kan zeker beter. De voorbije vijf jaar nam het aantal patiënten in de Klein Bekken Kliniek fors toe omdat we bekender worden bij verwijzers. Patiënten leggen wel nog een te lang voortraject af. Omdat er nog altijd een taboe rust op urine- of stoelgangverlies, zoeken ze pas in een laat stadium hulp. Ook de huisarts vraagt daar niet altijd naar door. Ik vind overigens dat we niet alleen bij de huisarts, maar ook onder vrienden veel opener moeten spreken over
windjes of ons stoelgangpatroon. Dat hoort bij het leven en hoeft niets ongemakkelijks te zijn. Voor een kind is dat nor maal en helaas leren we dat kinderen af.’
Welke patiënten moet een huisarts zeker doorverwijzen? De Schepper: ‘Dat hangt ervan af. Bij aanverwante klachten sluit je eerst oorzaken zoals kanker en ontstekingsziekten uit. Let op alarmsignalen, zoals gewichts- en bloedverlies of darmkanker in de familie, en voer de nodige onderzoeken uit. Daarna hangt het van de eigen ervaring en de ernst van de klachten af, maar iemand doorsturen is zeker geen last case scenario. Bij een gespecialiseerd team terechtkomen door breekt de negatieve spiraal bij patiënten. Je moet maar één keer in de supermarkt stoelgang verliezen om getekend te zijn. Als wij dan onze behandelopties – van training tot sacrale zenuwstimulatie en psychologische begeleiding – overlopen, verdwijnt het doembeeld dat alleen een stoma soelaas biedt.’ Waaruit bestaat die training en psychologische begeleiding? Neels: ‘Het team van bekkenbodemkinesitherapeuten onder coördinatie van prof. dr. Alexandra Vermandel stippelt een traject op maat van de patiënt uit. Noem het een coaching naar MAGUZA 17
zelfmanagement. Als patiënten begrijpen hoe de bekkenbodem werkt, is dat een grote stap. Soms trainen we de spieren op of we leren net hoe je ze ontspant. We praten over de invloed van voeding en drank. Waar nodig werken we met externe kinesi therapeuten samen. We volgen de patiënt van nabij op en over leggen met het multidisciplinaire team. Boeken we voldoende vooruitgang? Wat zijn obstakels om de stap naar het dagelijkse leven te zetten? Tegelijk kan de psychologe patiënten helpen om problemen stapsgewijs een plaats te geven, hun schaamteof schuldgevoel opzij te schuiven en stress te controleren.’
Hoe passen chirurgische oplossingen in het verhaal? De Schepper: ‘We gaan alleen over tot chirurgie als het werke lijk noodzakelijk is. Vergelijk het met rugproblemen waarbij je eerst probeert om de rug niet-invasief te versterken. Maar als tijdens ons wekelijks multidisciplinair overleg, met alle info van de bekkenbodemtherapeuten en de beeldvormings onderzoeken, blijkt dat een ingreep aangewezen is, dan kun nen we op verschillende technieken terugvallen: de sluitspier hechten, een netje tussen de achterwand van de vagina en de endeldarm aanbrengen, een ring in de vagina plaatsen, een sacrale zenuwstimulator inplanten en nog andere opties. Zelfs bij zeer complexe klachten kunnen we de levenskwaliteit van de patiënt gevoelig verhogen.’
Eerste hulp vóór beginnende klachten › Een paar drupjes urineverlies, hoort dat niet bij ouder worden? ja/nee › Weinig controle over het ophouden van windjes, ligt dat aan mijn voeding? ja/nee › Een verminderd gevoel tijdens seks, komt dat door de menopauze? ja/nee › Is het echt aan te raden om je al tijdens de zwangerschap te laten coachen door een bekkenbodemtherapeut? ja/nee Praten over urine- of stoelgangverlies blijft een taboe, terwijl heel veel mensen er last van hebben. Bovendien blijkt uit onderzoek dat veel patiënten niet goed weten wat normaal is en wat niet, waardoor ze bekkenbodemklachten te laat bij hun arts aankaarten. Om dat te verhelpen, richtte een groep gezondheidsprofessionals die in het UZA en aan de Universiteit Antwerpen samenwerken, het project The Pelvic Floor op. Op dat platform vind je eerlijke en begrijpelijke inzichten, getuigenissen en FAQ's over het thema.
www.thepelvicfloor.be
‘Zelfvertrouwen dankzij echo na de bevalling’ (Evelyne L.)
Klein Bekken Kliniek www.uza.be/klein-bekken-kliniek kbk@uza.be 18
INTERVIEW
‘Na mijn eerste twee bevallingen deed ik een reeks postnatale oefeningen zonder dat ik goed wist of die voldoende effect hadden. Bij mijn derde en normaal laatste bevalling hoorde ik in het UZA dat je ook met een bekkenbodemechografie kan nagaan hoe je bekkenbodem eraan toe is. Je ziet dan op het scherm je spieren terwijl
je ze op- en ontspant. Dat geeft een helder beeld van waar je met je kine doelgericht aan kan werken. Die precieze informatie motiveerde mij enorm. Ik kreeg een echo op drie en op zes maanden na de bevalling. Die toonden perfect welke stappen ik al gezet had. Ik kreeg ook meer inzicht in
hoe mijn lichaam werkt, wat normaal is en wat niet, bij welke klachten je hulp moet vragen. Dat gaf mijn zelfvertrouwen een danige boost. Sindsdien schreeuw ik het van de daken tegen al mijn zwangere vriendinnen: aarzel niet om een echo te vragen na je bevalling. Het voelt zo fijn om meer controle te krijgen over je hele lichaam.’
Antwoorden: nee - nee - nee - ja
1 op de 8 vrouwen kampt na een bevalling met stoelgangverlies of houdt moeilijk windjes op.
MAGU Z A
Dossier ANESTHESIE
ZORGMAGAZINE VAN HET UZA
Juli 2021 #123
Verdoving à la carte Nieuwe technologie, toenemende specialisering en een sterk uitgebouwde preoperatieve raadpleging. Dat zijn de troeven waarmee anesthesisten van het UZA dagelijks patiënten comfortabel, pijnvrij en met zo min mogelijk medicatie door hun operatie loodsen. Ook hypnose heeft zijn waarde als natuurlijk kalmeermiddel bewezen.
Judith www.maguza.be UZAnieuws UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories
‘Ik luisterde de hele tijd naar dancemuziek.’
19
Dossier
Dr. Vera Saldien, diensthoofd anesthesie
Dr. Barbara Breebaart, anesthesist
Dr. Sabine Maes, anesthesist
Dr. Helene Camerlynck, anesthesist
Dienst anesthesie, T 03 821 54 07 www.uza.be/anesthesie 20
DOSSIER ANESTHESIE
Haarfijn verdoven waar nodig
Nieuwe technieken, minder medicatie Anesthesie kan vandaag veiliger en preciezer dan ooit, dankzij nieuwe toepassingen van bestaande technologie. Echografie bijvoorbeeld maakt het mogelijk om zenuwen heel precies op te sporen en lokaal te verdoven. Voor operaties van een hersenaneurysma, waarbij het hart soms kort wordt stilgelegd,
M
eer precisie en veiligheid en meer ingrepen met regionale verdoving. Die evolutie zet zich gestaag door binnen de anesthesie. ‘Meer dan tien jaar geleden vond de echografie zijn weg naar de operatiezaal’, zegt anesthesist dr. Barbara Breebaart. ‘Dat leidde tot een nieuwe techniek, “ultrasound geleide perifere zenuwblokken”: met behulp van echografie zoeken we de zenuwen op, waarna we de medicatie heel precies op die plek inspuiten. Doordat we met echo grafie op veel meer plaatsen zenu wen kunnen lokaliseren, kunnen we vaker een regionale verdoving gebruiken. De techniek is heel geschikt voor onder meer schou der-, knie- en heupchirurgie.’ Doordat anesthesisten haar fijn zien waar ze moeten zijn, kunnen ze veiliger en met minder medicatie verdoven. Bij pijnlijke ingrepen plaatsen ze soms tegelijk een katheter, een dun buisje, dat later op een pijnpomp kan worden aangesloten. Regionale verdoving
biedt veel voordelen: de patiënt heeft minder last van misselijk heid, kan meteen na de ingreep
Met echografie zoeken we de zenuwen op, waarna we de medicatie precies op die plek inspuiten. weer eten en kan vaak ook sneller naar huis. Hij heeft ook minder nood aan andere pijnstillers zoals morfine.
Minder vaak en veiliger prikken Echografie gaf ook een boost aan langdurige behandelingen met een katheter. ‘Bij een intraveneuze behandeling van weken of maan den, met bijvoorbeeld antibiotica of chemotherapie, is een gewoon infuus zelden geschikt’, legt anesthesist dr. Sabine Maes uit. ‘Dat kan immers maar twee weken blijven zitten, waardoor je telkens opnieuw moet prikken. Dat is niet
alleen oncomfortabel, je riskeert ook beschadigde aders. Bovendien mogen bepaalde geneesmiddelen niet in contact komen met de dunne aders in de arm.’ Bij zulke behandelingen is het beter om een katheter tot in het grote bloedvat boven het hart op te voeren, waar irriterende stoffen geen of minder schade kunnen aanrichten. Bovendien kan zo’n katheter tot een jaar blijven zitten. ‘In de praktijk gebruiken we vaak een PICC-lijn (periphe rally inserted central catheter): die brengen we in via diep gelegen aders in de bovenarm, in een zone met veel zenuwstructuren. Zoiets lukt veel beter met behulp van echografie. Daarnaast plaatsen we ook centrale katheters via bloedvaten in de hals. Dat doen we al langer, maar het kan dankzij echografie sneller en veiliger.’ Met een PICC-katheter kunnen patiënten gewoon naar huis. Maes: ‘Voor hen is het fijn dat ze maar één keer geprikt moeten worden. En je vermijdt ook dat patiënten op de duur geen aan prikbare aders meer over hebben,
MAGUZA
haalden anesthesisten de mosterd bij de cardiologie.
21 21
Dossier
De patiënt heeft minder last van misselijkheid, kan meteen na de ingreep eten en kan vaak sneller naar huis.
Dienst Anesthesie in het UZA
22
wat bij sommige chronisch zieken een levensbedreigend probleem kan zijn.’
Operatie in de hersenen Ook een operatie aan een herse naneurysma verloopt vandaag veiliger dan vroeger. Het UZA vervulde daarbij een pioniersrol. ‘Een hersenaneurysma is een uit stulping in een bloedvat, dat we moeten opereren om te voorko men dat het scheurt’, zegt dr. Vera Saldien, waarnemend diensthoofd anesthesie. ‘Maar doordat de wand van zo’n aneurysma heel dun is, kan zo’n scheur ook optre den tijdens de ingreep. Sinds een tiental jaar passen we de “rapid pacing-techniek” toe, waarbij we de bloedsomloop heel kort stilleg gen. De druk op het aneurysma neemt dan af, waardoor er veel minder risico is dat het opengaat.’ Bij de ingreep schuift de anes thesist een elektrode op tot in de rechterhartkamer. Daarop wordt een pacemaker aangesloten. Saldien: ‘Die drijft de hartslag ogenblikkelijk op naar een frequentie tussen de 180 en 200. Door die bruuske overgang kan het hart niet meer volgen en stopt het tijdelijk met pompen. We doen dat voor maximaal een minuut, soms wel tot acht keer tijdens één operatie. De techniek vereist een
naadloze samenwerking tussen de anesthesist en de chirurg.’ De methode komt oorspronke lijk uit de cardiologie. De dienst
Verdoven onder hypnose: drie vragen Hoe gaat hypnose tijdens een operatie in zijn werk? Dr. Sabine Maes: ‘Binnen onze dienst passen we hypnose soms toe tijdens ingrepen onder plaatselijke verdoving, als een natuurlijk kalmeermiddel. Meestal gebeurt dat op vraag van patiënten. Ik breng hen dan in trance, waarbij ze in gedachten naar een aangename plaats gaan. Daardoor voelen ze zich heel comfortabel.’ Kan hypnose ook met een VR-bril? Maes: ‘Ja, daar werken we steeds vaker mee. De patiënt wordt dan afgeleid door rustgevende beelden en een dito stem. Vooraf pas ik hypnotische communicatietechnieken toe om de patiënt in de juiste gemoedstoestand te brengen.’ Wat zijn de voordelen van hypnose? Maes: ‘Hypnose is vaak een prima oplossing voor patiënten die heel angstig zijn of die een algemene verdoving liever vermijden. Ook ingrepen die we normaal onder narcose doen omdat ze onaangenaam zijn, zoals een liesbreukoperatie, kunnen met hypnose soms toch onder regionale verdoving. We gebruiken hypnose bijvoorbeeld ook voor spataderoperaties, ingrepen aan de hartklep en schildklierbehandelingen.’
+
? Anesthesisten bepalen welke verdoving geschikt is voor de patiënt, plaatsen de anesthesie en volgen patiënten verder op tijdens de ingreep. Ze houden hen zoveel mogelijk pijnvrij en verhelpen ongemakken na de operatie, zoals misselijkheid.
anesthesie introduceerde haar als eerste voor de behandeling van aneurysma’s, een toepassing die internationaal navolging kreeg.
Het team telt 18 anesthesisten, verpleegkundigen, een medisch secretaresse en 6 perfusionisten: dat zijn de zorgverleners die de hartlongmachine bedienen.
Alle anesthesisten in het UZA hebben hun eigen specialiteit, bijvoorbeeld orthopedie, cardiochirurgie, neurochirurgie of pediatrie. De dienst beschikt ook over een sterk uitgebouwde preoperatieve raadpleging.
In het UZA ondergaan jaarlijks meer dan 3.300 kinderen een operatie, goed voor een zesde van alle ingrepen. ‘De ouders zijn op dat moment mee onze patiënt’, zegt anesthesist dr. Ellen Joukes.
1
2
Wat maakt anesthesie bij kinderen anders? Dr. Ellen Joukes: ‘Een kind verdoven is een vak op zich. Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Hun anatomie verschilt op sommige punten en je moet de verdoving strikt doseren afhankelijk van hun leeftijd en gewicht.’ Dr. Vera Saldien: ‘Er ligt een wereld van verschil tussen een uit de kluiten gewassen zes tienjarige en een te vroeg geboren baby van nog geen halve kilo, die per definitie heel ernstige problemen heeft.’ Joukes: ‘Bij kinderen kiezen we meestal voor een algemene verdoving. Hun gedrag is niet altijd voorspelbaar en voor henzelf is dat ook minder beangstigend.’
Hoe bereid je een kind voor op een verdoving? Joukes: ‘Elk kind komt met de ouders naar de preopeatieve raadpleging. Op zo’n moment is de ouder ook onze patiënt. Je schat in wie je voor je hebt en speelt daar zo goed mogelijk op in. Heftige emoties zijn normaal: daar goed mee omgaan en juist communiceren is een belang rijk deel van ons vak. We leggen precies uit wat er gaat gebeuren en geven informatie mee.’
DOSSIER ANESTHESIE
anesthesie bij kinderen aan dr. Ellen Joukes, anesthesist, en dr. Vera Saldien, diensthoofd anesthesie
3
Hoe verloopt de dag van een operatie? Joukes: ‘Al op de afdeling krijgen kinderen medicatie waar ze rustiger van worden. Voor de ingreep verblijven ze in een kindvriende lijke preoperatieve box, met vrolijke teke ningen op de muren. Als ze moeten worden geprikt, brengen we vooraf verdovende zalf aan. Een van de ouders mag mee in de opera tiezaal tot het kind slaapt. Soms verkiest een ouder om niet mee te gaan en dan respecteren we dat ook. Beter zo dan dat ze hun angst overdragen op het kind. Onze verpleegkun digen kunnen zoiets doorgaans goed inschat ten en opvangen. In de operatiezaal stel ik het kind zoveel mogelijk op zijn gemak. Een VR-bril helpt soms als afleiding.’
4
Moeten kinderen ook nuchter blijven? Joukes: ‘Ja, maar op dat vlak hebben we onze aanpak aangepast. Tot twee uur voor de ingreep kan een kind nog perfect heldere vloeistoffen drinken, zoals thee of appelsap. We moedigen dat zelfs aan. Het kind voelt zich dan meer op zijn gemak, waardoor ook de anesthesie en het ontwaken vlotter verlopen. Patiënten die voldoende gedronken hebben, hebben bovendien minder last van schomme lingen in de suikerspiegel of de bloeddruk of van misselijkheid.’
5
Hoe vangen jullie kinderen na de ingreep op? Joukes: ‘Kinderen ontwaken op de recove ry-afdeling, waar we een paar kindvriendelijk ingerichte ontwaakruimtes hebben. Zodra ze wakker worden, mag er een ouder bij. Die kan het kind bijstaan als het angstig of verward is. Ook een waterijsje doet dan soms wonderen.’ Saldien: ‘Sommige kinderen moeten de nacht na de ingreep nog op de PACU (Post Anaes thesia Care Unit) verblijven. Ook daar mag een ouder blijven inslapen.’
MAGUZA
5
vragen
23 23
Dossier
Omwille van haar zwangerschap werd Judiths achillespees onder regionale verdoving geopereerd.
Zwanger op de operatietafel
‘ Dankzij dance met extra voel Net zwanger, een angst voor naalden en slechte ervaringen met eerdere verdovingen. Judith zag om meer dan een reden als een berg op tegen haar achillespeesoperatie. ‘Omwille van mijn zwangerschap was een regionale verdoving de beste optie. Gelukkig was iedereen heel begripvol’, vertelt ze.
E
en partijtje padel begin mei eindigde voor Judith in mineur. ‘Ik hoorde en voelde iets knappen in mijn hiel. Dit is niet normaal, wist ik meteen. Mijn man, die arts is, stelde vast dat mijn achillespees gescheurd was. We reden meteen door naar de spoed van het UZA.’ Brute pech, en Judith had nog een extra reden om zich zorgen te maken. ‘We zaten in een ivf-tra ject en de kans was reëel dat ik zwanger was. Mijn gedachten schoten alle kanten op. Hoe moest dat dan als ik geopereerd word? Kan het kwaad voor mijn kindje? Dat mijn man en ik vorig jaar een kindje verloren na vijf maanden zwangerschap, maakte het emoti oneel extra moeilijk.’
Angst voor naalden In het UZA ging Judiths voet in het gips. Twee dagen later besliste de orthopedist dat een operatie onver mijdelijk was. Judith: ‘Spontaan zou mijn achillespees niet goed genezen. En ook uitstellen was geen optie.’ Nog diezelfde week 24
DOSSIER ANESTHESIE
muziek en een team sprieten’
‘Die operatie ondergaan voelt als het stoerste wat ik ooit heb gedaan.’ been worden verdoofd. Zo zou ik het meteen kunnen aangeven als ik me niet goed voelde.’ Toch zag Judith als een berg tegen de operatie op. ‘Ik reageer steevast heel slecht op verdovin gen. Na een narcose was ik een keer zo misselijk dat ik een nacht in het ziekenhuis moest blijven en ik mij dagen beroerd voelde. Zelfs van een lokale verdoving word ik telkens misselijk. Daar komt nog bij dat ik een enorme angst heb voor naalden en ziekenhuizen: dat gaat zo ver dat ik soms bijna flauw val. De gedachte dat ze in mij zouden zitten snijden en prik ken terwijl ik wakker was, vond ik verschrikkelijk.’
Veel uitleg, veel begrip Maar Judith was vastbesloten. ‘Ik moest er gewoon door. Gelukkig was iedereen heel begripvol en ik
kreeg alle mogelijke uitleg. Maar ook weer niet te veel: dat wilde ik niet (lacht).’ Die ochtend kwam ze met een bang hartje in het ziekenhuis aan. Haar anesthesist dr. Barbara Breebaart kwam voor de ingreep nog even langs in de preoperatieve ruimte om te kijken hoe het met haar ging. Voor de eigenlijke operatie werd er op twee plaatsen een zenuw verdoofd: in haar lies en in de knieholte. Ze voelde nauwelijks iets van de prikken, met dank aan de verdovende zalf die ze vooraf had gekregen. Een Virtual Reality-bril lag klaar voor het geval de angst de bovenhand zou krijgen. Judith: ‘De anesthesist toonde zich de hele tijd erg bezorgd en probeerde mij af te leiden met een praatje. Maar ik had ook zelf mijn voorzorgen genomen. Ik luisterde de hele tijd naar dancemuziek en overliep in mijn hoofd voortdurend schema’s met getallen. Dat werkte.’ Na een uur was de operatie achter de rug. Judith had geen pijn gevoeld en was niet misselijk geworden. Met duidelijke instruc ties over de pijnstillende medica tie die ze mocht nemen, mocht ze naar huis. De eerste drie dagen had ze nog behoorlijk wat pijn, maar intussen is het grootste leed geleden. ‘Eerlijk? Die operatie voelt als het stoerste wat ik ooit heb gedaan. Maar ik ben heel goed opgevangen. Het team was op de hoogte van onze voorgeschiedenis en besefte wat er voor ons op het spel stond. Alsof iedereen met een extra paar voelsprieten rondliep. Dat was fijn’, besluit Judith.
Paul (74) kreeg een pacemaker onder hypnose
‘Alsof ik in Zwitserland rondliep’ ‘Toen ik vijf jaar geleden een pacemaker moest laten plaatsen onder regionale verdoving, zag ik daar vreselijk tegenop. Ooit heb ik onder narcose een operatie aan mijn strottenhoofd ondergaan. Ik was toen zo bang dat ze mij moeilijk in slaap kregen. Toen ik las dat dr. Sabine Maes met hypnose werkt, was ik daar meteen voor gewonnen. Zij zag dat voor mijn operatie zitten en de chirurg gelukkig ook. Al in de preoperatieve ruimte bracht dr. Maes mij in een soort van trance door heel rustig tegen mij te praten en vragen te stellen. Ik moest mij voorstellen dat ik op een heel fijne plaats was. Voor mij was dat Zwitserland, onze geliefkoosde vakantiebestemming. Het voelde echt alsof ik daar met dr. Maes rondliep. Mijn vrouw zegt sindsdien dat ik met een vreemde vrouw op reis ben geweest (lacht). Van de operatie heb ik niks meegekregen. Vraag me niet hoe lang het heeft geduurd of wat er precies is gebeurd. Ik heb totaal geen angst gevoeld. Het is fantastisch dat je zoiets met hypnose kan bereiken. Ik zou het iedereen aanraden.’
MAGUZA
kreeg ze de bevestiging dat ze zwanger was. Net op de dag dat ze naar de preoperatieve raadpleging ging. Omwille van haar zwanger schap ging de voorkeur uit naar een regionale verdoving, al was narcose ook een optie. ‘Een onverwachte daling van de bloeddruk kon echter gevaarlijk zijn voor ons kindje. Met een regionale verdoving zou ik wakker blijven en zou alleen mijn
25 25
DOSSIER ANESTHESIE
Dossier
Preoperatieve raadpleging
‘ Zonder zorgen onder narcose’ Wie in het UZA een geplande operatie ondergaat, gaat vooraf op preoperatieve raadpleging. ‘Doordat de verdoving vlotter verloopt, zijn patiënten nadien sneller op de been en kunnen ze het ziekenhuis vroeger verlaten’, zegt dr. Helene Camerlynck, anesthesist.
MAGUZA
K
26 26
Preoperatieve raadpleging, T 03 821 54 07
an ik met mijn diabe tes wel veilig onder narcose? Zal ik niet misselijk zijn? Veel patiënten maken zich zorgen als ze anesthesie moeten ondergaan. ‘In het UZA hebben we al jaren een preoperatieve raadpleging’, zegt dr. Helene Camerlynck. ‘Die vindt ongeveer een maand voor de ingreep plaats. Zo hebben we ruimschoots de tijd om de toestand van de patiënt nauwkeurig in kaart te brengen en eventuele problemen aan te pakken. Op de dag van de operatie verloopt daardoor alles rustiger en is er veel minder kans op onverwachte problemen.’ In principe vult elke patiënt die een ingreep in het operatiekwar tier ondergaat, vooraf een uit gebreide vragenlijst in, die sinds kort ook in het Engels, Frans en Duits beschikbaar is. Op basis daarvan beslist de anesthesist of hij de patiënt op een preopera tieve raadpleging ziet, dan wel een telefonische consultatie plant. Camerlynck: ‘In de praktijk zien we 80 procent op onze raadple ging, een cijfer dat we nog willen verbeteren. In het UZA behande len we immers veel patiënten met een complex ziektebeeld. Ook bij
patiënten die niet worden door verwezen gebeurt er uiteraard een oppuntstelling, maar dan telefonisch of bij opname.
Niet over een nacht ijs Patiënten gaan eerst bij de ver pleegkundige langs. Die overloopt met hen de vragenlijst, geeft de nodige educatie mee en checkt onder meer hun bloeddruk en gewicht. ‘Vervolgens bespreken wij met hen hun voorgeschie denis, de reden van de ingreep, medicatiegebruik en eventuele allergieën’, legt Camerlynck uit. ‘We geven uitgebreide uitleg over de anesthesie en mogelijke risico’s, zodat patiënten hun geïnfor
‘De meeste uitdagingen lossen we op door de medicatie of de verdovingstechniek aan te passen.’ meerde toestemming kunnen geven. Ook schatten we hun kans op misselijkheid in en voeren we een grondig lichamelijk onderzoek uit, waarbij we onder meer nagaan of de patiënt wel vlot geïntubeerd kan worden. Indien nodig gebeurt er ook een bloedname of doen we technische onderzoeken, zoals een elektrocardiogram (EKG).’ Daarnaast is er een belangrijk psychologisch aspect, beklem toont Camerlynck: ‘Patiënten kunnen met al hun vragen en twijfels bij ons terecht. Die bezorgdheden kunnen ook de
aanleiding voor de consultatie zijn, bijvoorbeeld bij zwangere vrouwen die opzien tegen hun epidurale verdoving. We leggen ook uit wat er van hen verwacht wordt. Vanaf wanneer moeten ze nuchter zijn? Moeten ze stoppen met bepaalde medicatie?’
Uitdagingen tijdig aanpakken Bij heel wat patiënten is er daarna nog bijkomend onderzoek nodig, bijvoorbeeld door de cardioloog, longarts of geriater. Soms volgt er een bezoek aan de immuno loog om mogelijke allergieën uit te sluiten. Camerlynck: ‘Het is eerder regel dan uitzondering dat we op uitdagingen stoten. De meeste daarvan lossen we op door medicatie aan te passen of voor een andere verdovingstechniek te kiezen. Lijdt een patiënt aan hartritmestoornissen of slaapap neu? Dat vangen we perfect op, maar we ontdekken het liever niet pas op de operatietafel.’ Een jaar geleden verhuisde de preoperatieve raadpleging naar een ruimere, comfortabele locatie, nadat eerder al de samenwerking met de chirurgische diensten was verfijnd. ‘Sindsdien glippen er nagenoeg geen patiënten meer door het net, en dat loont. Door dat we iedereen goed voorberei den, kunnen almaar meer mensen de ochtend van de operatie zelf worden opgenomen én moeten we veel minder ingrepen uit stellen. Dat levert niet alleen organisatorische voordelen op’, besluit Camerlynck. ‘Doordat de anesthesie vlotter verloopt, zijn patiënten nadien ook sneller op de been en ze kunnen het ziekenhuis vroeger verlaten’.
VISIE
Een niet te missen kans
D
e voorbije tien jaar is de gezondheidszorg sterk veranderd. De medische praktijk in ziekenhuizen is geleidelijk geëvo lueerd naar meer interdisciplinaire samenwerking tussen verschil lende zorgberoepen. Ziekenhuis diensten werden zorgprogramma’s met complexe processen, verschil lende actoren en verantwoorde lijkheden. Veranderingen door technologische versnelling en toepassing van meer biomedische wetenschappelijke kennis ener zijds en oudere patiënten met meer chronische aandoeningen en complexe, samenhangende ziektebeelden anderzijds, maakte geneeskunde uitdagend. Zieken huizen die geconfronteerd worden met de introductie van nieuwe behandelmethodes, technologie en complexe processen, zijn in per manente verandering. Daarom hebben ziekenhuizen medewerkers nodig die zich snel
kunnen aanpassen aan gewijzigde omstandigheden en die gefocust blijven op de noden van de patiënt. De COVID-19 pandemie heeft in ijltempo ziekenhuizen gedwongen in een nieuwe, onvoorspelbare realiteit te werken: prioriteiten lagen anders, teams werden door elkaar geschud, eigen bescherming van de zorgverleners stond voorop, de relatie met de patiënten en hun familie stond onder druk. De motivatie en het engagement van de behandelteams werd cruciaal. Om medewerkers te engageren moesten ze dagelijks alle relevante informatie krijgen – communicatie was essentieel, steun van leiding gevenden was onontbeerlijk, hulpmiddelen voor bescherming en behandeling noodzakelijk, oplei ding cruciaal. Wij doorstonden deze hectische periode met succes. Een survey over personeelstevre denheid midden de pandemie was verrassend: op alle niveaus was de tevredenheid en het engagement
gestegen in vergelijking met een “normale” periode een jaar eerder. In juni hebben we een nieuwe bevraging gestart. Na anderhalf jaar COVID-19 kunnen de resul taten er anders uitzien. Het hoge niveau aan energie en mentale weerstand kan best afgenomen zijn door de langdurige druk. De toewijding en enthousiasme zijn er echter nog, we rijden nog overal naar toe om te screenen en te testen, om de eerste lijn bij te staan en het model van geïntegreerde zorg concreet gestalte te geven. Daarmee zorgen we er al op korte termijn voor dat de gezondheidszorg op de lange termijn beter wordt.
Johnny Van der Straeten Gedelegeerd bestuurder
MAGUZA 27
KORT
Europese topexpertise voor mastocytose en allergie
Met de elektrische bus naar het UZA
De dienst immunologie, allergologie en reumatologie van het UZA is opnieuw erkend als Europees referentiecentrum voor de diagnose en de behandeling van mastocytose. Dat is een zeldzame ziekte die allergische klachten veroorzaakt door afwijkingen in de mestcellen, een soort witte bloedcellen die een rol spelen bij de afweer. Bovendien erkende het European Competence Network on Mactocytosis het UZA als eerste Belgische ziekenhuis ook als referentiecentrum voor allergie.
Sinds mei rijdt de eerste elektrische bus van De Lijn in Antwerpen op ‘onze’ lijn 17 tussen het UZA in Edegem en het Centraal Station. De Lijn zet binnen een proefproject vijf e-bussen in op het traject om chauffeurs en reizigers te laten wennen aan de voertuigen op het vlak van rijgedrag en oplaadfrequentie. Die wordt bijvoorbeeld hoger als je ‘s winters de verwarming aanzet of vaak optrekt en afremt. Elektrische bussen kunnen op groene elektriciteit rijden en zijn beter voor de fel geplaagde luchtkwaliteit in de stad.
Lees ook: ‘Luchtvervuiling en gezondheid’ in Maguza 120: www.uza.be/ luchtvervuiling-kinderen-zijn-extra-kwetsbaar
UZA als eerste internationale ziekenhuis
PTAP®-geaccrediteerd Het UZA zet sterk in op het aantrekken en behouden van kwalitatieve verpleegkundigen. Daarom zijn we fier dat we, als eerste internationale en als enige Europese ziekenhuis, een
20 %
accreditatie behaalden voor het Practice Transition Accreditation Program® (PTAP) door het ANCC – American Nurses Credentialing Center. De erkenning komt er na een uitgebreide doorlichting van ons onboarding programma voor recent afgestudeerde verpleegkundigen in het ziekenhuis.
Zo veel extra hartinfarcten zien Britse onderzoekers tot vijf dagen na een smogalarm. Prof. dr. Stijn Verhulst, diensthoofd kindergeneeskunde en kinderlongarts, brengt in kaart wat de impact van luchtvervuiling is op de gezondheid van kinderen in Vlaanderen. Dit voorjaar startte hij een pilootstudie op in twee scholen, één in Brasschaat en één in stad Antwerpen, om na te gaan of de aanwezigheid van fijnstof en stikstofdioxide er effect heeft op de leerlingen. De eerste resultaten zullen kort na de zomer beschikbaar zijn.
Een reis naar het buitenland gepland, of binnenkort naar een festival? Bescherm jezelf en elkaar, en laat je vooraf tijdig screenen op COVID-19. Sinds 21 juni kan je daarvoor onder andere terecht in het testpunt TravelTest op de UZA-campus en in Geel (Ziekenhuis Geel).
Boek jouw testmoment: https://bit.ly/3cKMwEB
Een ongezien jaar in beeld Begin 2020 doemde een schrikwekkende berg op en bevonden we ons al op slag op een gletsjer. De coronacrisis was een feit. Zonder twijfel begonnen we aan de klim. En we namen zoveel mogelijk teams binnen en buiten onze muren mee. Vol voorbereiding en verbonden als één keten. Blik in ons jaarverslag terug op 2020, hét jaar van verandering en snel schakelen, maar vooral ook van verbinding en samenwerking.
Ontdek alles over die strategie en meer cijfers over het UZA in 2020 op https://jaarverslag2020.uza.be 28
ADVERTENTIE
Alles is relatief, behalve je nachtrust.
Einstein was een briljant uitvinder die als geen ander wist hoe krachtig de combinatie is van creativiteit en wetenschap. Equilli verbindt beide kwaliteiten in haar matrassen. Het resultaat? Een volledig gepersonaliseerde matras met unieke slaapgarantie. Je hoeft geen Einstein te zijn om te bedenken wat de voordelen voor u zijn. Want een goede nachtrust begint bij de juiste matras. Dat is een wetenschap!
ontwikkeld door wetenschappers individueel ingesteld obv Sleep Scan eenvoudig aanpasbaar na aankoop voorzien van unieke slaapgarantie
Ontdek Equilli bij de verdeler in je buurt of op onze website
Cornelis Bedding Rumst Mechelsesteenweg 8 2840 Rumst T: 015 32 08 55 ma - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u do gesloten
Wommelgem Herentalsebaan 417A 2160 Wommelgem T: 03 259 09 08 di - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u ma gesloten
Belsele Lokersebaan 52 9111 Belsele T: 03 772 65 57 ma - za: 10u - 18u zo: 13u - 18u di gesloten
Dendermonde Mechelsesteenweg 138 9200 Dendermonde T: 052 21 45 51 di - za: 10u - 18u zo: 14u - 18u ma gesloten
MAGUZA 29
ONDERZOEK & INNOVATIE
UZA wil zelf CAR-T-celtherapieën produceren Prof. dr. Sébastien Anguille, hematoloog
Bredere toegang tot krachtige immuuntherapie Ons immuunsysteem bewapenen om kankercellen op te ruimen: daar draait CAR-Tceltherapie om. Het UZA trekt mee aan de kar om die CAR-T-cellen nog effectiever te maken en wil ze straks ook zelf produceren.
T
CCRG en hematologie helden.uzafoundation.be/ car-t-celtherapie 30
-cellen zijn de soldaten van ons immuunsys teem’, zegt prof. dr. Sébastien Anguille, hematoloog van het UZA. ‘In het labo bewapenen we ze met een zogenoemde CAR, een chimere antigeenreceptor. Dat is een soort grijparm die zich vasthecht aan een specifiek antigeen, een stofje op de kankercel. Als we de bewapende CAR-T-cellen met een infuus aan de patiënt toedienen, kunnen ze kankercellen herken nen, vastgrijpen en aanvallen. In België worden sinds kort twee CAR-T-celtherapieën terugbe taald: voor kinderen en jongvol wassenen met acute lymfatische leukemie en voor volwassenen met diffuus grootcellig B-cellym foom, een zeer agressieve vorm
van lymfeklierkanker. Vermoe delijk in 2022 komt daar een CAR-T-celtherapie bij voor mul tipel myeloom, een kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg. Het UZA werkt mee aan die klinische studies. In het UZA lopen ook studies bij patiën ten met vaste tumoren, maar daar staat de CAR-T-celtherapie nog in de kinderschoenen.’
Zonder terugbetaling kost CAR-T-celtherapie ruim 300.000 euro per behandeling. Waarom is ze zo peperduur? ‘Het gaat om een gepersonali seerde therapie, op maat van de patiënt. We filteren T-cellen uit het bloed van de patiënt, vliegen die naar labo’s in het buitenland waar
we ze genetisch aanpassen. Het hele productieproces is arbeidsin tensief en duurt 4 tot 8 weken. Het zou goedkoper zijn als je met cellen van één gezonde donor CAR-T-cel len kon maken die je kant-en-klaar aan meerdere patiënten toedient. Zulke allogene CAR-T-celthera pieën worden intensief onderzocht – het UZA werkt mee aan klinische studies voor multipel myeloom en uitgezaaide dikkedarmkanker. De grote uitdaging zijn de afweerre acties die kunnen optreden als je lichaamsvreemde cellen toedient.’
‘Bij bloedkanker zien we dat 3 op de 4 “uitbehandelde” patiënten positief op de behandeling reageert.’
Om ze goedkoper te maken, wil het UZA ze zelf produceren? ‘Daarvoor hebben we de expertise én een vergunde productiefacili teit: Anicells, een spin-off van het UZA en de Universiteit Antwerpen. Daar kunnen we T-cellen van pati ënten genetisch bewerken. Eind 2021 starten we een klinische stu die met CAR-T-celtherapieën die we samen met een biotechbedrijf produceren. En in 2022 begint een klinische studie met CAR-T-cellen
die we helemaal zelf produceren, met financiering van Kom op tegen Kanker en UZA foundation. In de twee studies produceren we de twee CAR-T-celtherapieën die in België erkend zijn.’
Daardoor kunnen meer patiënten toegang tot de therapie krijgen? Inderdaad, en misschien ook al vroeger in het behandeltraject. Net omdat ze zo duur is, betaalt het Riziv ze alleen terug voor patiënten bij wie de klassieke behandelingen – chemotherapie en stamceltransplantatie – niet genoeg aanslaan. We vermoe den sterk dat de respons op de CAR-T-celtherapie nog krach tiger zou zijn als we ze vroeger zouden toedienen. Bij multipel myeloom zou ze zelfs de chemo therapie en de stamceltransplan tatie kunnen verdringen.’ Hoe krachtig is die respons nu? ‘Bij bloedkanker zien we dat 3 op de 4 “uitbehandelde” patiën ten positief op de behandeling reageert. Dat is spectaculair. Een deel blijkt later toch te hervallen. Als de kanker terugkeert, zouden de toegediende CAR-T-cellen weer actief moeten worden, maar bij sommige patiënten zijn ze al na een half jaar uit het bloed verdwenen. Bij andere patiën ten misleiden de kankercellen de CAR-T-cellen: ze stoten het antigeen waarop de CAR-T-cellen
gericht zijn af en worden zo onherkenbaar. In ons lab ontwik kelen we daarom CAR-T-cellen die tegen meerdere antigenen gericht zijn. Als de kankercel er eentje afstoot, kunnen de CART-cellen hem toch detecteren en opruimen.’
Hoe staat het met de bijwerkingen? De CAR-T-cellen vernietigen de kankercellen snel en agressief, en daarbij komen massaal cytokines vrij die koorts, een bloeddrukval, ademhalingsproblemen en zelfs orgaanschade kunnen veroorza ken. Daarnaast kunnen patiënten last hebben van neurologische symptomen, gaande van sufheid tot coma. Daarom gebeurt de the rapie onder strikte monitoring en houden we patiënten een kleine maand in het ziekenhuis. Intussen hebben we geleerd om al bij de eerste symptomen in te grijpen, en kunnen we met cytokinerem mers de bijwerkingen veel beter in toom houden.’ MAGUZA 31
De dienst longziekten van het UZA nodigt COVID-19-patiënten standaard twee tot drie maanden na hun opname uit voor een vervolgafspraak.
Long COVID-19 Prof. dr. Thérèse Lapperre, diensthoofd longziekten
Prof. dr. Patrick Cras, diensthoofd neurologie
Wat als je niet zomaar geneest? Sommige patiënten kampen maanden na een COVID-19-infectie nog met ernstige symptomen. De ene dag lees je in de krant hoe een jonge veertiger geen kilometer kan wandelen. De andere dag veegt een 'expert' alle aanslepende COVID-19symptomen van tafel. Wat weten we intussen echt? En welke multidisciplinaire trajecten tekenen we in het UZA uit voor een volledig herstel?
B
Meer info op https://post-covid.be/ https://bit.ly/3jrZdbE 32
ijna twee jaar na de eerste COVIDbesmettingen verschijnen meer en meer wetenschappelijke studies over post-acute COVID-19 of long COVID-19. De termen slaan op klachten die iemand meer dan vier weken na een infectie ondervindt, en niet door andere aandoeningen verklaard kunnen worden. ‘Gemiddeld vertoont 21 procent van de patiënten 4 tot 12 weken na het doormaken van COVID-19 nog symptomen,’ zegt Thérèse Lapperre, diensthoofd longziekten. ‘Na die 3 maanden daalt dat aantal tot 8 procent.’ Beide gemiddelden zijn wel op zeer uiteenlopende cijfers gebaseerd. ‘Het hangt ervan af welke klachten je bekijkt, hoe je die onderzoekt en welke
patiënten je volgt. Alleen wie intensieve zorgen kreeg, alle gehospitaliseerde of ook nietgehospitaliseerde patiënten?’
Hersenmist na milde symptomen De meest voorkomende symp tomen zijn longklachten, zoals kortademigheid. Patiënten verdragen minder inspanningen en zijn snel vermoeid. Maar we zien ook klachten over andere orgaansystemen: hartritmestoor nissen; maag-darmproblemen; angst- en stemmingsstoornissen; neurologische en cognitieve klach ten zoals geheugenproblemen, geurverlies of hoofdpijn; en de lijst is verre van volledig. Onlangs toonde een betrouwbare Chinese studie bij 1733 ex-gehospitali seerde patiënten dat 72 procent na
6 maanden nog met vermoeidheid en spierpijn kampt, en 25 pro cent met slaapstoornissen. ‘De ernst van de klachten is moeilijk in te schatten, maar dergelijke symptomen zien we ook na andere zware infecties door een virus of bacterie.’ Naast longproblemen zijn de meest voorkomende klachten neuropsychiatrisch van aard, stelt prof. dr. Patrick Cras, diensthoofd neurologie. ‘Ik zie in de praktijk een grote groep patiënten met relatief gezonde longen, die kampt met slaapstoornissen, bloeddrukschommelingen, kortademigheid, vermoeidheid, spierspanningen en geheugen problemen die we ook hersenmist noemen. Hoe die klachten precies ontstaan, weten we nog niet, maar ze duiken zelfs op bij wie tijdens de acute COVID-19 alleen mildere symptomen ervaarde. Veel gerapporteerde klachten lijken op het chronisch vermoeidheidssyndroom of het post-Lyme syndroom, met als verschil dat de patiënt hier een acute virale infectie doormaakte.'
Revalidatie op maat In afwachting van meer weten schappelijke data en inzichten behandelen we de klachten
grotendeels zoals bij gekende ziekten. ‘We ondersteunen onze patiënten om stap voor stap hun activiteiten weer op te nemen, eventueel met een ondersteunend revalidatietraject en genees middelen zoals antidepressiva,’ zegt Cras.
‘Heel wat symptomen duiken ook na andere zware infecties door een virus of bacterie op.’
De dienst longziekten van het UZA nodigt COVID-19-patiënten standaard twee tot drie maanden na hun opname uit voor een ver volgafspraak. ‘Patiënten krijgen onder meer een longfunctietest en CT-scan van de longen, vullen een vragenlijst in en leggen een wan deltest af met zuurstofmetingen', zegt Lapperre. ‘Op basis daarvan bepalen we of patiënten aanhou dende klachten of afwijkingen hebben. En of we hen eventu eel doorverwijzen naar andere diensten voor verder onderzoek of naar een revalidatieprogramma op maat.’
Multidisciplinaire kijk Afhankelijk van hun noden, revalideren patiënten met kineoefeningen zoals conditietraining en ademhalingstechnieken, ergotherapie, dieetadvies, psychologische ondersteuning enzovoort. Ook ernstig zieke patiënten die lang op de intensieve zorgen lagen, krijgen revalidatie tijdens en na hun opname. Afhankelijk van de klachten zijn verschillende diensten actief betrokken bij de opvolging van langdurige COVID-patiënten: van het pijncentrum tot de diensten fysische geneeskunde, neurologie, psychiatrie, infectieziekten en inwendige geneeskunde, die veel ervaring hebben met klachten zoals functionele vermoeidheid. Momenteel werken we in het UZA multidisciplinaire zorgpaden uit om langdurige COVID-klach ten te evalueren en te behandelen. Een nieuw project onder leiding van onze medisch directeur prof. dr. Guy Hans brengt kennis uit de verschillende disciplines samen. ‘Voor longklachten weten we alvast dat patiënten met vergelijkbare klachten, bijvoor beeld bij chronische obstruc tieve longziekte (COPD), baat
hebben bij longrevalidatie', zegt Lapperre. 'Een revalidatietraject verbetert hun kortademigheid, vermoeidheid, inspannings problemen en mentale klachten aanzienlijk. Onderzoek moet nu aantonen of dat soort revalida tie evengoed tegen langdurige COVID-klachten helpt.’
Risicofactoren en mechanismen Ook de vraag wat bepaalt of je chronische COVID-19 krijgt, is tot slot nog niet opgelost. ‘In de bovenvermelde Chinese studie waren leeftijd, het vrouwelijk geslacht en de ernst van de COVID-19-infectie voorspellende factoren. Overgewicht, diabetes, nier-, hart- en andere aandoenin gen zijn ook risicofactoren voor chronische COVID-19. Maar we zijn de onderliggende mechanis men van post-acute COVID-19 nog verder aan het ontrafelen. Eén piste is dat het virus zelf schade berokkent aan het weefsel van verschillende organen in het lichaam. Een tweede is dat een te felle ontstekingsreactie tegen het virus de langetermijnklachten veroorzaakt. Daarnaast spelen algemene processen zoals verlies aan spierkracht en conditie een rol.’ 33 MAGUZA 33
Data tegen diabetes
‘ Patiënt aan het stuur met sensor’ Meer en meer diabetespatiënten volgen hun suikerspiegel permanent met sensoren op. ‘Dat leert hen zo veel over hun levensstijl, dat Prof. dr. Christophe De Block, diensthoofd endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten
ze veel langer gezond blijven’, zegt prof. dr. Christophe De Block, diensthoofd endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten. ‘En we innoveren verder: zelfs de kunstmatige pancreas komt in zicht.’
Dienst endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten T 03 821 32 75 www.uza.be/diabetes 34
D
e voorbije tien jaar zijn grote stappen gezet in de behan deling van diabetes. ‘Als expertisecentrum is het UZA sinds jaar en dag een van de voor trekkers. Enkele jaren geleden toonden we mee de voordelen van sensoren aan bij patiënten met diabetes type 1 (zie kader)’, zegt De Block. ‘Intussen gebruikt 95 procent van die patiëntengroep in België een sensor. De techniek helpt om hun bloedsuikerspiegel stabiel te houden, waardoor pati ënten een betere levenskwaliteit krijgen en we tal van complicaties – en vaak ook een dialysetraject – uitstellen of vermijden.’
Oog- en nierproblemen voorkomen De meest gebruikte diabetes sensor noemen we een flash sen sor omdat je hem scant of flasht om je waarden af te lezen. ‘Hij wordt sinds 2016 terugbetaald
Net als 95 procent van de patiënten met diabetes type 1 in België gebruikt Pedro een sensor die zijn levenskwaliteit verhoogt.
de meeste gevallen is de sensor rechtstreeks gekoppeld aan een insulinepomp en stuurt hij de insulinetoediening aan op basis van je glucosewaarden. De pomp stopt met insuline toedienen bij lage waarden en geeft meer insu line af bij oplopende waarden. Dat is al een voorloper van een kunst matige pancreas. Als patiënt kan je ook de volledige historiek van je waarden nakijken en met je behandelende arts delen.’
voor patiënten met diabetes type 1 en inmiddels gebruikt zowat 75 tot 80 procent van die patiënten er een’, zegt De Block. ‘Het toe stelletje is ongeveer een muntstuk groot en je bevestigt het zelf op je huid. Door de sensor met een metertje of je smartphone te scan nen, volg je je suikerspiegel veel nauwkeuriger op dan door vier keer per dag je bloed te prikken. Daardoor ontwikkelen gebruikers een derde minder acute compli caties zoals hypo’s, en ongeveer een vijfde minder chronische oog- of nierproblemen.’ Een tweede recent meetsys teem is een sensor voor continue glucosemonitoring (CGM). ‘Dat systeem gebruiken zowat 15 tot 20 procent van de patiënten met diabetes type 1’, legt De Block uit. ‘Ook hier meet een sensor de suikerspiegel net onder je huid, en deze sensor stuurt om de vijf minuten je waarden naar een beveiligde internetomgeving. In
‘Als je de bihormonale pomp en de sensor combineert, komt de kunstmatige pancreas heel dichtbij.’
Levensstijlgeneeskunde De filosofie achter beide sensoren is dezelfde: ze bieden patiënten nieuwe middelen en inzichten om hun gezondheid te sturen. De Block: ‘Leven met diabetes doe je 365 dagen per jaar, niet alleen als je in het ziekenhuis komt. Door de sensoren merk je als patiënt meteen wat een boterham met kaas of een koffiekoek met je lichaam doet. Vroeger had je alleen de resultaten van je vingerprik voor de maaltijd. Nu zie je zelfs hoe je lichaam ‘s nachts reageert. Dat heeft veel patiënten de ogen geo pend. Ze zien bijvoorbeeld week na week betere cijfers als ze gaan sporten of anders eten. Zo nemen ze weer zelf het stuur in handen.’ Vandaag verkent de dienst
endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten alweer nieuwe hulpmiddelen. ‘We onderzoeken de meerwaarde van een bihormo nale pomp, die zowel insuline als het hormoon glucagon toedient. Daarnaast hebben we een studie opgezet met een sensor van het bedrijf Indigo, die behalve het suikergehalte ook melkzuur en ketonen meet. Dat levert nog meer informatie om de suiker spiegel van patiënten zo stabiel mogelijk te houden. Ik schat dat die technologie over een tweetal jaar op de markt komt. Als we dan beide innovaties combineren, komt de kunstmatige pancreas wel heel dichtbij.’
Diabetes type 1 of 2? De bekendste vormen van suikerziekte zijn type 1, dat meestal voor 40 jaar ontstaat, en type 2, dat vooral op latere leeftijd voorkomt bij mensen met overgewicht. Beide vormen kennen een suikerspiegel met te hoge pieken en dalen. Naar schatting 750.000 Belgen kampen met diabetes, waarvan zo’n 50.000 met diabetes type 1. Bij beide vormen van diabetes zijn een goede controle van de bloedsuikerspiegel en een gezonde levensstijl cruciaal om chronische verwikkelingen te vermijden en de levenskwaliteit te verbeteren.
MAGUZA 35
TECHNOLOGISCH
Dr. Veerle Matheeussen, microbioloog
Detectivewerk in het labo klinische biologie
Speuren naar varianten van het coronavirus Eerst kwam de Britse variant, intussen alfavariant genaamd. Later werden we opgeschrikt door de bèta(Zuid-Afrikaanse) variant, de gamma (Braziliaanse) variant, en de delta (Indiase) variant. Wat zijn zulke coronavirusvarianten eigenlijk en hoe worden ze opgespoord?
O
ok het coronavirus SARS-CoV-2 is een stukje genetische code (RNA) verpakt in eiwit. Het dringt binnen in gezonde cellen waar het zichzelf kopieert en vermenigvuldigt. Als je aan je pc onophoudelijk dezelfde zin overtikt, kan je tikfoutjes op de duur moeilijk ver mijden. Bij een virus gaat het net zo: stukjes code worden verkeerd gekopieerd of weggelaten.
Zorgwekkende varianten ‘Die foutjes of mutaties doen de hele tijd nieuwe virusvarianten ont staan’, zegt dr. Veerle Matheeussen van de dienst klinische biologie. ‘De meeste varianten hebben mutaties in “onbelangrijke” delen 36
van het genetisch materiaal, maar sommige mutaties zorgen ervoor dat het virus zich anders gedraagt: het is besmettelijker, maakt men sen zieker of het is beter bestand tegen vaccins.’ De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) monitort welke varianten wereldwijd circuleren en waar schuwt regelmatig voor Variants of Interest (VOI), varianten die we in het oog moeten houden, en Variants of Concern (VOC), zorg wekkende varianten, zoals de alfa-, bèta of gammavariant .
Alle 30.000 letters Om varianten van het virus op te sporen, moet je het genoom – alle bouwstenen van het genetisch materiaal – van het virus in kaart
brengen. Die genoomanalyse of sequencing mag je niet verwarren met de PCR-test, die aantoont of je met het coronavirus besmet bent. Matheeussen: ‘Bij een PCRtest zoeken we in een afgenomen staal naar stukjes genetisch mate riaal van het virus. Bij genooma nalyse worden alle 30.000 letters van het coronavirus uitgelezen. Als we dat dan vergelijken met het genoom van de oorspronkelijke virusstam, ontdekken we of en waar er mutaties zitten.’ Voor die genoomanalyse heeft de federale overheid een platform opgericht met 13 laboratoria verspreid over heel België – waar onder ook het labo klinische bio logie van het UZA. Matheeussen: ‘Om veel stalen in één keer te
Een genoomanalyse in het labo klinische biologie heeft een doorlooptijd van 4 tot 7 dagen.
kunnen analyseren, gebruiken we onder meer apparatuur met hoge doorvoer van de dienst medische genetica.’
Steekproeven en gerichte screening Het is onbegonnen werk om van alle positieve stalen het genoom te analyseren. ‘Steekproefsgewijs analyseren we er zowat 10 procent
‘Bij een PCR-test zoek je naar stukjes genetisch materiaal van het virus. Bij genoomanalyse lees je alle 30.000 letters uit.’ van’, zegt Matheeussen. ‘Dat is de basissurveillance. Daarnaast ana lyseren we specifieke stalen, bij voorbeeld van mensen die volledig gevaccineerd zijn en toch besmet zijn geraakt, of van terugkerende reizigers uit rode zones.’ De analyseresultaten worden wereldwijd gedeeld via de inter nationale databank Gisaid. ‘Daar kunnen we checken waar een vari ant werd gedetecteerd, hoe fre quent hij is en welke virussen van elkaar afstammen. Regelmatig
rapporteren de labo’s hun analyse gegevens aan de federale minister van Volksgezondheid. Als we een zorgwekkende variant vinden, waar schuwen we ook het Agentschap Zorg en Gezondheid.’
Sneller met de mutatie-PCR Een genoomanalyse heeft een doorlooptijd van 4 tot 7 dagen. Matheeussen: ‘Toen de alfavariant opdook, stond het genoomanalyse platform nog niet op punt. Boven dien wilden we hem zo snel mogelijk oppikken, om uitbraken snel in te dammen. De PCR-test spoort 3 stukjes genetische code op. Bij de alfavariant viel door een mutatie een van die 3 stukjes weg – dat noemen we de S-drop-out. Bij positieve stalen met die S-drop-out wisten we dus meteen dat het om de alfa variant ging, veel sneller dan met genoomanalyse.’ Met dat inzicht ontwikkelde het labo klinische biologie ook voor andere varianten gerichte muta tie-PCR-testen. ‘Als je weet in welk stukje de mutaties zitten die typisch zijn voor een variant, kan je daar vrij gemakkelijk je PCR-test aan aanpas sen’, zegt Matheeussen. ‘Natuurlijk kan je daar niet alle varianten mee monitoren of er nieuwe varianten mee opsporen. Daarvoor blijft een volledige genoomanalyse nodig.’
Ook de CoBUSters speuren mee Sinds eind oktober 2020 rijdt het mobiel testteam (MTT) van het UZA rond in de provincie Antwerpen en Limburg om grote groepen – tot zelfs 2000 mensen – snel en veilig op corona te testen, in speciaal ingerichte testbussen. Dat gebeurt in samenwerking met Altrio Thuisverpleging en Autocars De Polder. De stalen worden geanalyseerd in het Federaal Platform COVID Testing van het UZA/UAntwerpen, onder de vleugels van het labo klinische biologie. Coördinator Michaël Vanmechelen: ‘Wij leveren tot 3500 stalen per dag aan – daardoor is het testlabo snel uitgegroeid tot het grootste van België. Toen de alfavariant opdook, hebben we een grote rol gespeeld in het outbreak management. Zodra de variant in een school werd aangetoond, gingen we er iedereen testen. Dat kregen we in minder dan 24 uur georganiseerd. Met de speciale PCR-test kon het testlabo dan heel snel zien of de alfa variant circuleerde en kon men zo nodig quarantainemaatregelen nemen.’ Het mobiele testteam is ook actief in het testcentrum Antwerpen-Centraal. ‘In de kosmopolitische diamantwijk komt de hele wereld voorbij – en daar hebben wij ook al zeer vroeg de delta variant kunnen opsporen.’ Ook in het recent geopende testpunt TravelTest op de UZA-campus en in Geel kunnen reizigers en eventbezoekers zich laten screenen. www.uza.be/traveltest
MAGUZA 37
TEAM UZA
Intercultureel bemiddelaar Naima Alou Issa en sociaal werker Margot Bekx
01
Een opname in een ziekenhuis is voor veel patiënten een ingrijpende ervaring. De dienst patiënten begeleiding probeert hun verblijf zo soepel mogelijk te laten verlopen.
03
01
Margot: ‘Onze dienst bestaat vooral uit sociaal werkers. In totaal zijn we met 28. We staan in voor de emotionele opvang van patiënten en hun familie wan neer ze het moeilijk hebben. We bereiden ook samen met hen hun ontslag uit het ziekenhuis voor.’
38
04
02
Naima: ‘Bij patiënten die het Nederlands niet goed beheersen, help ik Margot en de collega’s een handje. Ik spreek Arabisch, mijn collega Sali Turks. We proberen ook cultuurverschillen te overbruggen. Voor moslims is het bijvoorbeeld heel belangrijk afscheid te nemen van een fami lielid, zodat ze vergiffenis kunnen geven of vragen. Door corona is dat echter niet altijd mogelijk. Als dat voor problemen zorgt, kunnen wij bemiddelen.’
03
Margot: ‘Wie nood heeft aan een gesprek met een pastor, kan bij Peter en Ria terecht. Zij staan ook in voor de mis op zondag, de ziekenzalving, het afscheidsge bed … Voor moslims regelt onze dienst indien nodig een gesprek met een imam. Er is ook een stille ruimte waar iedereen welkom is. Het UZA staat er echt om bekend heel meedenkend te zijn met de patiënten.’
02
05
04
Naima: ‘Het secretariaat is de ruggengraat van onze dienst. Neel en Saskia contacteren onder meer de externe medewerkers, zoals de (gebaren)tolken.’
06
05
Margot: ‘Samen met Nora en Wendy coördineer ik onze vrij willigerswerking. In tijden van COVID-19 is de rol van vrijwilli gers nog belangrijker dan anders. Ze begeleiden de patiënten naar consultaties en doorprikken met een spontane babbel de eenzaam heid van veel mensen.
06
Naima: ‘Het mooie aan onze job is dat je in één dag door een heel leven kan wandelen, van geboorte tot overlijden.’ Margot: ‘De crisissituaties op de spoeddienst zijn soms wel zwaar, vooral als het om kinderen gaat. Maar we kunnen veel betekenen voor mensen in de moeilijkste periode van hun leven. Het geeft veel voldoening als men sen je jaren later nog dankbaar zijn voor wat je op dat moment hebt gedaan.’ MAGUZA 39
KORT
1 2 3 4
1
Zoete dank. Tijdens de Week van de Verpleegkunde trakteerden de leerlingen van PIVA Antwerpen onze zorgverleners op 1.200 speciaal ontworpen ‘nursing brownies’. Een pittige uitdaging voor de leerlingen, met veel liefde en warmte ontvangen door de UZA-medewerkers. Herbekijk de ‘baking of’ bij PIVA Antwerpen: https://bit.ly/ 3vZnclf 40
2
Ook DJ Yves V trakteerde ons op een feeërieke DJ-set die coronaproof werd gelivestreamd. Met dank aan Tomorrowland krikte hij het rock-n-rollgehalte van het UZA weer eens op en bedankte hij alle UZA-collega’s voor hun inzet en draagkracht die ze het afgelopen jaar toonden.
3
Hoe geef je gehoorverlies een plaats in je leven? In zijn boek ‘Mijn hoorreis’ bundelt ervaringsdeskundige Rob Beenders getuigenissen over omgaan met gehoorproblemen en doofheid. De ex-politicus heeft zelf de ziekte van Menière en schenkt de opbrengsten van het boek aan een patiëntenvereniging en aan wetenschappelijk onderzoek over het thema.
4
Daar zijn onze verpleegkundigen Anoek en Stephanie weer! Dit keer trokken ze naar het SAL Lier om jongeren te sensibiliseren rond de COVID-vaccinatie en hen betrouwbare bronnen aan te reiken om informatie op te zoeken. Ze vertelden openhartig over hoe het eraan toe gaat op een COVID-afdeling en hoe zij aankijken tegen de risico’s van een besmetting dan wel mogelijke bijwerkingen van een vaccin.
ADVERTENTIE
PRAKTISCH Nuttige telefoonnummers • algemeen nummer UZA: T 03 821 30 00 • onthaal en opname: T 03 821 31 01 • patiëntenbegeleiding: T 03 821 37 00 (maatschappelijk werk, vrijwilligers, intercultureel bemiddelaar, transfercoördinator, levensbeschouwelijke begeleiding, tolken en tolken Vlaamse gebarentaal) • ombudsdienst: T 03 821 31 60 • inlichtingen facturen: T 03 821 31 28 • school in het UZA: T 03 821 58 86 Herstellen in zorghotel Drie Eiken Na een operatie kan je verder aansterken in zorghotel Drie Eiken, een comfortabel verblijf met professionele zorgvoorziening. Ook familie en vrienden kunnen er terecht voor overnachting vlakbij het UZA. Meer info en reservaties: www.drie-eiken.com, T 03 821 12 11 Winkelgalerij In de inkomhal vind je: • de cafetaria, in de week open van 8.30 tot 20 uur; in het weekend en op feestdagen van 12 tot 20 uur • een broodjeszaak, in de week open van 9 tot 14.30 uur • een winkel Momen’to Shop Delhaize met een ruim aanbod verse voeding, drank, lectuur, geschenkartikelen … Open op weekdagen van 8.30 tot 20 uur. In het weekend en op feestdagen van 12 tot 17.15 uur. • een bloemen- en pralinewinkel ‘Gift Shop’, open van maandag tot en met vrijdag van 11 tot 19:30 uur. In het weekend en op feestdagen gesloten. • een bankautomaat Restaurant Het restaurant vind je op -1 op het einde van de bezoekersgang. Het is elke werkdag open van 11.30 uur tot 14 uur. Meer info: www.uza.be Het UZA draagt het JCI-label voor veilige en kwaliteitsvolle zorg.
COLOFON MAGUZA · driemaandelijks tijdschrift van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen · jaargang 32, juli 2021 · Redactieadres: UZA, afdeling Communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem, communicatie@uza.be · Verantwoordelijke uitgever: Johnny Van der Straeten · Hoofdredacteur: Evita Bonné · Redactieraad: Mathias Allegaert, Sevilay Altintas, Bettina Blaumeiser, Evita Bonné, Nathalie Cools, Annick Deckers, Margot Hagendorens, Ivan Huyghe, Philippe Jorens, Eva Lion, Lotte Marnef, Hans Prenen, Ingrid Roosen, Kaat Siebens, Elke Smits, Caitlin Stabel, Dominique Trouet, Paul Van Aken, Ann Van De Velde, Miranda Van De Wiele, Jan Van Meerbeeck, Stijn Verhulst, Joris Verlooy, Barbara Willekens · R edactie & realisatie: Jansen & Janssen C reative Content, www.jaja.be · Fotografie: Frank Toussaint · Illustratie: p. 6, 8, 31: Klaas Verplancke Kruiswoordraadsel: Freddy Roegiest · Reclameregie: Media Surplus, www.media-surplus.be · De inhoud van de advertenties valt niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van het UZA. Maguza wordt gedrukt op FSC-papier, afkomstig van duurzaam beheerde bossen.
ABONNEMENT Wens je een gratis abonnement op Maguza, wil je een adreswijziging doorgeven of wil je het magazine niet langer ontvangen? Bel 03 821 32 96 of stuur je naam en adres naar UZA, afdeling communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem, of surf naar www.maguza.be/abonnement. Je kan hier ook inschrijven op de gratis digitale nieuwsbrief van Maguza.
Warme zorg. Altijd dichtbij. Onze verzorgenden helpen jou met persoonsverzorging en huishoudelijke ondersteuning bij ziekte, beperking, ouderdom of in moeilijke omstandigheden, ook ’s nachts. Ben je net bevallen, thuis of in het ziekenhuis? Dan ondersteunen we jou en je gezin met gespecialiseerde kraamzorg. In onze kleinschalige dagopvang en gastopvang kan je terecht voor een babbel, dagbesteding en begeleiding. Onze karweidienst en ons advies bij aanpassingen voor je woning helpen je comfortabel en langer thuis te blijven wonen.
SamenFerm.be/thuiszorg Bel gratis 0800 112 05
#UZA UZAnieuws UniversitairZiekenhuisAntwerpen uza_stories
Zuurstof voor Nepal in de strijd tegen corona Het UZA overhandigde begin juni een twintigtal zuurstofconcentratoren aan de Nepalese ambassadeur Gahendra Rajbhandari. De toestellen halen zuurstof uit de omgevingslucht zodat die in hoge concentratie kan worden toegediend aan patiënten in ademnood. Het was dokter Luc Beaucourt die het initiatief nam om het Aziatische land, dat zwaar getroffen is door COVID-19, te steunen. Samen blijven we ons engageren om landen in moeilijkheden aan medisch materiaal te helpen.
UZA screent voetballers Waasland-Beveren Om te weten of de voetbalspelers van Waasland-Beveren medisch klaar zijn voor het nieuwe seizoen, voerde het UZA midden juni een sportmedische keuring uit bij het hele team. Vanaf dit seizoen leidt dr. Thomas Mathieu, ASO fysische geneeskunde en revalidatie en gespecialiseerd in voetbalblessures en behandeltechnieken, samen met zijn vader Jan de medische staf van de ambitieuze Waaslandse voetbalploeg.
UZA Agenda 05 AUGUSTUS, 19u00-20u00
Herstellen na kanker - infoavond oncorevalidatie Kom meer te weten over het oncorevalidatieprogramma. Dit programma helpt je om je fysieke en mentale kracht te herwinnen tijdens of na een kankerbehandeling.
Locatie UZA, Auditorium
Info en inschrijven Deelname is gratis. Inschrijven is verplicht, via www.uza.be/activiteiten/patienten 42
12 SEPTEMBER
29 NOVEMBER, 19u00-21u00
Mountainbikewedstrijd voor kankeronderzoek
Infoavond over Hypospadias
Met Sven Nijs als ambassadeur organiseert het UZA een nieuwe mountainbikewedstrijd op het legendarische domein van Wolvenbos om extra centen te verzamelen voor kankeronderzoek. Net als bij de vorige editie krijgen de drie snelste ploegen fantastische prijzen en wordt iedereen beloond met een lekkere BBQ.
Kom meer te weten over hypospadias, een aangeboren afwijking waarbij de plasbuis uitmondt aan de onderkant van de eikel, halverwege de penis of in de balzak.
Info en inschrijven uzafoundation.be en uzafoundation@uza.be
Locatie UZA, Auditorium Kinsbergen, route 12
Info en inschrijven Deelname is gratis. Inschrijven is verplicht, via www.uza.be/activiteiten/patienten
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
PUZZEL & WIN!
1 2
3
3
+
5
4
+
1
5
Horizontaal
6
1. 2. 3. 4.
7 8
5.
9 10
4
6
11 12
8.
2
13
9. 10. 11. 12.
14 15
7
16
8
1
2
3
4
5
6
8
1
2
3
4
6
7
8
10
11
12
13
14
+
V
E
N O G
R
A M +
A
T
R
I
2
B
L
O E M E
C
A
+ N
3
E
A
+
T
+
S
4
W A
S
+ G H
+
5
U
T
Z
I
I
6
S
A
A
+ M O N O +
S
7
T
E
R
R
A
L
8
E
S
+
A
R
9
L
T O +
A
10
O +
C U
B
I
11
O D
E
+
I
12
S O
L
F
E
G
13
H N +
I
R
+
14
E
K
E
N +
15
I
E
L
+
V
16
D
Y
S
P
N O E
E A
A S
N +
9
7
1
I
5
6. 7.
15
R
I
P
E
E
D + D O
J
O
R
+ N A
P
+
P
E
T
N G +
R
E
T
R O
Y
E M
I
+ M
T
+
C
S
+
+
S
T
E
T
S
+
A
R
E
P
A
T
E
R
E
S
+
F
U G A
+
Y
+
T
U
S
+
T
E
+
A
L
G
N +
S
C H
E
D
E
L
+
L
E
+
H
A
L
O +
E
G O
L
E
A
+
B
E
U
+
E
B
I
L
+
S
E
+
K
A W
I
E
T
K O
L
E
N +
R
E
N
+
A N D
E M
I
E
P
Verticaal
16
U M
E
I
B
Doe mee en win! Heb je het letterwoord ontdekt? Mail het dan voor 20 augustus 2021 met je naam en adres naar maguza@uza.be of stuur een briefkaart naar Maguza, UZA – Afdeling communicatie, Drie Eikenstraat 655, 2650 Edegem en maak kans op een van de vijf boekenbonnen van Standaard boekhandel.
13. 14. 15. 16.
deel van de vinger – tussenwervelschijf verrukking – land in Azië – sec zwaardwalvis – zoogster – ook niet achter – gezinslid – marterachtig dier – grootouder – Europese Commissie afwezigheid van ziektekiemen – kunsttaal – gekeperd weefsel veld – thé dansant bezittelijk voornaamwoord – onder andere – daar ter plaatse – Indonesische vorstentitel bergplaats – voltooid – verbinding tussen embryo en moederkoek oorsprong – dochter van Cadmus – hoekpilaster Nieuw-Zeelandse vogelsoort – etage – af en toe Aziatisch land – manier (Lat.) – rund – gezinslid biersoort – pro forma – apparaat om bloed of etter weg te zuigen woordgebruik – aangezien – vrachtgeld compagnon – mestvork – a dato – kooprecht kameraad – vogelbek – thans eververvetting – toestelletje voor hartritmeonderzoek
Oplossing Maguza 122 MAAGZWEER De winnaars zijn: Lutgarde Urlings (Neeroeteren) M. Verbruggen (Broechem) Steve Dielen (Stokrooie) Jenny Canepeel (Borsbeek) Linda De Mulder (Gent)
1. leer van de ziekten van het pasgeboren kind – chronisch vermoeidheidssyndroom 2. binnenkort – clown – distilleerkolf 3. ganzengeluid – gravure – Latijnse bijbelvertaling – internet explorer 4. rit – wedstrijd (Gr.) – zone 5. Chinese maat – afname van weefselmassa – voetlijst 6. belemmering – Iers verzetsleger – bekoorlijk meisje – oude naam van Tokio 7. inval – neon – in orde 8. Siciliaanse vulkaan – berg op Kreta – Nederlandse stad – muzieknoot 9. muzieknoot – zenuwziekte bij kinderen, gekenmerkt door schokkerige bewegingen 10. beryllium – schrijfgerief – tuingereedschap 11. godvruchtig – onverpakt – informatietechnologie – lingerie 12. insgelijks – eerstdaags – handvat – or best offer 13. drinkschaal – deel van de hals 14. common data model – diep – zover als 15. aartsengel – afval van riet – gele harsachtige kleurstof 16. flauwvallen – wondhaak
MAGUZA 43
DAG UZA!
‘ Eindelijk weer een normaal leven’
Of ze een zware bevalling had gehad? In het UZA kreeg Linda Rottiers (58) die LINDA ROTTIERS
vraag voor het eerst te horen. Het bleek het begin van een definitieve oplossing voor de medische problemen waar ze al jaren
ANN-SOPHIE
mee worstelde.
I
k kamp al jarenlang met zware darm- en blaas problemen. Waar ik eerst werd behandeld, vonden ze de oorzaak niet. Ze dachten dat het ‘in mijn hoofd zat’. Via mijn huisarts ben ik dan in het UZA beland. In het begin vreesde ik dat ik in het grote UZA minder persoonlijk behandeld zou worden dan in een kleine kliniek. Die angst bleek totaal ongegrond. Nooit heb ik me hier een nummer gevoeld. Alle medewerkers zijn supervriendelijk, zelfs in de coronatijden. Soms lijkt het alsof ze hier een speciale opleiding krijgen in vriendelijk zijn (lacht).
Tweede hersenen Ook op medisch vlak ben ik uitstekend geholpen. Dokter Heiko De Schepper vroeg me al snel hoe de bevalling van mijn dochter was verlopen. Die vraag had nog geen enkele arts me gesteld. Ann-Sophie woog 4,7 kilo bij de geboorte, en de gynaecoloog heeft me moeten inknippen. Dat kon een deel van de problemen verklaren. Enkele jaren later is dan ook nog eens mijn baarmoeder weggenomen, met een negatieve impact op mijn darmen en blaas. En toen mijn man kanker kreeg, cijferde ik mezelf volledig weg om voor hem te zorgen. Ik gunde me bijna geen tijd om naar het toilet te gaan. Alles samen heeft dat ertoe geleid dat ik grote darm- en blaasproblemen ontwikkelde. Volgens dokter De Schepper waren mijn klachten voor 70 procent fysiek en 30 procent mentaal. Je darmen, een soort tweede hersenen, en je emoties zijn sterk aan elkaar gelinkt, zo legde hij uit. Hij beloofde de technische kant op te lossen, als ik aan mijn mentale welzijn zou werken. Intussen heb ik een ingreep aan de darmen achter de rug, en samen met een therapeut pakte ik de trauma’s uit mijn verleden aan. Mijn stoelgang is nu weer optimaal. Pacemaker De volgende stap nu is mijn problemen met mijn blaas aanpakken. Professor De Wachter en zijn team van urologie zullen hiervoor een soort pacemaker plaatsen, waardoor ik weer een normaal leven zal kunnen leiden. Het mooiste cadeau dat de artsen me kunnen geven!