
11 minute read
Zo vader, zo zoon
DOOR JIM GOUDMAN een portret van drie generaties
‘zo vader, zo zoon’ of ‘zo moeder, zo dochter’ Zijn bekende spreekwoorden waarmee bedoeld wordt dat kinderen de eigenschappen van de ouders er ven. Ik besloot de proef op de som te nemen en deed dat deze keer met drie generaties, te weten Jan de Kreek (81), zoon Rob de Kreek (57) en kleinzoon Robbie de Kreek (24). Het was geen inter view waarin een draaiboek van vragen werd afgewerkt, maar gewoon een gesprek waarin gaandeweg de vragen vanzelf kwamen. Het gesprek begon op aangeven van Rob met ‘De Senior’ waarmee zijn vader werd bedoeld.
Advertisement
Jan de Kreek is op zijn respectabele leeftijd nog steeds mobiel. Hij heeft zich er overheen gezet om met een rollator te lopen en vindt het eigenlijk ideaal. De elektrische scootmobiel wordt wat minder gebruikt en dat gebeurt alleen als er een flink stuk moet worden afgelegd. Jan de Kreek is 67 jaar geleden lid geworden toen De Zwervers nog aan de C.D. Tuinenburgstraat gehuisvest was. “Ik woonde in IJsselmonde en wilde op een gegeven moment gaan voetballen, ik was toen 15. Ik ben in maart jarig en ik ben ook in maart lid geworden, dus ik denk dat ik dat voor mijn verjaardag heb gehad. Ik heb nooit op niveau gevoetbald, altijd in de lagere elftallen. Ik heb het altijd naar mijn zin gehad hier en daarom ben ik ook al zo lang lid natuurlijk hè. Mijn positie was altijd laatste man of spits. Dat had ook te maken met mijn conditie, want als dat wat minder was dan speelde ik liever laatste man. Ik heb ook nog 8,5 jaar de verantwoording over de kantine gehad. Toen ik eraan begon was het hard nodig, want in die tijd (1975-1976) werden de kantines steeds grootser. Ik heb er wel voor moeten knokken hoor. Ik zat toen in het bestuur en de toenmalige voorzitter Hagendijk was een man die alles zelf wilde doen en het niet overal mee eens was. Dus het heeft wel even gebotst, maar voor de rest was hij een prima voorzitter. Ik ben op een gegeven moment werkloos geweest, omdat het bedrijf waarvoor ik werkte failliet ging en ik was dan elke dag op de club bezig en heb toen ook het terras aangelegd. Dat was samen met Arie ’t Jong, Piet Tuinenburg en Gerrit van Dijk, allemaal oude bekenden. En toen kreeg ik in 1984 opeens de aanbieding om ‘Café The Hide Away’ te beginnen en vanaf dat moment moest ik met de kantine en na 28 jaar met het voetballen stoppen. En ‘The Hide Away … dat doen we nu al 38 jaar.”
Zoon Rob: “Ja, en ‘The Hide Away’ is in de loop de jaren wel een aardig ‘begrippie’ geworden, kun je wel zeggen. ’t Was natuurlijk altijd keihard werken. En als je dan in het weekend de wedstrijd van je zoon wilde kijken, dan moest je wel om 7 uur, half 8 hier aanwezig zijn en dat valt dan niet mee. Toen ging dat nog wel, maar dat trek ik nu niet meer, daar ben ik nu te oud voor. Ik ben lid geworden in
IJ.V.V. De Zwervers 4 heeft op 8 oktober een nieuw tenue gesponsord gekregen van ‘Café The Hide Away’
1972, dus dat is ook al zo’n 50 jaar. Ik ben in de E’tjes begonnen en in de D brak ik mijn been bij. Dat was bij Zwart Wit ’28. Ik heb toen het eerste seizoen van C overgeslagen en in het tweede seizoen ben ik langzaamaan heel laag in de C3 weer begonnen, want daarin stond toen een hele slechte keeper. Toen ik eerstejaars B was, stond ik al als reservekeeper bij het eerste en ik heb ook gekeept bij de Onder 23. Ik vond dat geweldig, 15 jaar was ik toen. Ik stond toen reserve bij Ben van Dijk. Ben van Dijk was natuurlijk de afgod hierzo, hij werd keeper na Leen Slobbe. En dan ga je naar de A’tjes, daarna de selectie. Ja, en dan moet je gaan concurreren met de grote namen. Bij Arie van der Giesen debuteerde ik en daarna werd Leo Dekker de trainer. Leo Dekker was een hele fijne en hele serieuze man. Later waren wij helemaal niet meer serieus en onder andere samen met Leo Kranendonk en Luc Wildschut zijn we het derde geworden, Rene Olofsson, Wim Koenekoop, het was een geweldige tijd. Elke week was het feest, elke week was het carnaval. Gitaren in de kleedkamer, zingen en noem maar op. Het was echt leuk! En de prestaties waren ook goed, twee keer gepromoveerd en ook nog een keer kampioen geworden. We speelden hoger dan het tweede op een gegeven moment. ’t Was een superleuke tijd, we zijn zelfs nog een keer met 25 man naar Tunesië geweest, op trainingskamp. Via Lotfi Ben Salah, die leeft ook niet meer, de schoonzoon van Kees Vogelaar. We hebben daar toen een wedstrijd gespeeld en toen vroegen de Tunesiërs zich af waar die keeper nou was. Maar ja, die keeper stond ergens gewoon te kotsen en dat was ik natuurlijk. Ja, dat is de rode draad hoor, drank. Ik heb eigenlijk nooit serieus kunnen leven. Arie van der Giessen heeft wel eens een woordje gedaan toen ik gehuldigd werd voor mijn 25-jarig jubileum en hij voorzitter was. Hij vond mij de grootste l*l die er was, want ik had gewoon tot mijn veertigste in het eerste moeten staan. Ik heb Arie dus meegemaakt als trainer van de selectie en als voorzitter van de vereniging. Hij zei altijd ‘Degene die hier het licht als laatste uitmaakt, dat ben ik’. Maar dat was niet zo, want dat waren wij. Wij deden altijd het licht uit.
Ik ben altijd keeper geweest en ik heb geloof ik 55 keer in het eerste gespeeld (zijn er 51-red.). Ik heb geloof ik tot mijn 32e gevoetbald en ik ben toen gestopt toen Robbie geboren werd. Ik was toen geblesseerd aan mijn knie. Ik vond het altijd geweldig om te doen, heb altijd in leuke elftallen gespeeld en ik heb er erg goede vriendschappen aan overgehouden. We drinken nog steeds regelmatig met elkaar pils, Peter Verhoeven ken ik heel mijn leven al, Fred Boehlee, Aad de Bruin, Dick Tuinenburg, John de Vries, dat soort figuren allemaal. Die komen nog steeds hier. En de rest van de veteranen, net als Kees Oole, John ’t Jong, Luc Wildschut, met die gasten heb ik een vreselijk goede tijd meegemaakt. Met Erik Bakker ben ik in 1972 bij De Zwervers begonnen toen we tegen Hillesluis moesten voetballen en met hem stond ik net nog te praten. Dat is toch schitterend, bijna 50 jaar later. Hoeveel precies weet ik niet, maar dat weet Jan Laffeber wel, die houdt dat allemaal bij. Ik ben toen samen met John Jongejan lid geworden, we zijn ook beiden gehuldigd met ons 40-jarig jubileum. Staan we nog samen op de foto, zag ik pasgeleden voorbijkomen op Facebook. (Noot: Ons archief geeft aan dat Rob per 1 oktober 1973 lid is geworden)
“Ik vind het gewoon een geweldige vereniging. Kijk, ik heb er niet zoveel tijd meer voor om hier op zaterdag te gaan zitten. Maar ik zal hier altijd blijven komen, ook met het afscheid van de oude kantine. Tuurlijk was ik daar bij, heel mijn leven ligt hier. En ik kom ook wel eens naar Robbie kijken. Ben ik een keer met de motor helemaal naar Oud-Beijerland gegaan om een wedstrijd van hem te kijken. Ik helemaal

enthousiast, kom ik daaraan van ‘Zo, ik ben er!’ was ie er met rood uit gestuurd. Toen was het van “Ik ga weer. Doei! Haha”. Ik vind het wel jammer dat hij nooit is gegaan voor het hoogst haalbare, maar aan de andere kant vind ik het ook heel erg belangrijk dat hij in een gezellig team speelt. Dat had ie pas eigenlijk op zijn achtentwintigste of zijn dertigste pas moeten doen, bij wijze van spreken.
Robbie: “Jazeker, maar ik was er op mijn zestiende al mee begonnen, met aftakelen. Ik ben hier bij de kaboutertjes begonnen met voetballen, bij Ronald van Pelt. Daarna heb ik drie seizoen de F’jes gedaan, twee keer F3 en een keer F1. Daarna twee seizoenen de E waar ik ben begonnen met keepen, want we hadden toen geen keeper. Ik ben toen samen met Louise van Bergen keeper geweest, dat zouden we afwisselen. En op een gegeven moment is zij ermee gestopt en stond ik er elke wedstrijd in. Mijn vader heeft mij en Jurian Oomens toen getraind, op maandagavond. En toen ik naar de D ging, werd het een grote goal en stopte ik ermee. Ik ben op een gegeven moment vaak door Ruben Speksnijder voor de D2 gevraagd om te gaan keepen, maar ik heb dat niet gedaan. Het seizoen daarop ben ik weer gaan voetballen. In de C speelde ik in de C1 en toen ben ik door Chiel van Smirren teruggezet naar de C2 omdat ik geen rondjes wilde lopen vanwege een corner die ik verkeerd nam. Zie je, toen begon het bij de C eigenlijk al als ik er goed over nadenk, met aftakelen. Ik was eigenlijk een beetje lui. Maar ik ben wel mijn hele leven lid van De Zwervers. Ik was 10 minuten oud en mijn vader heeft toen gelijk naar de club gebeld met de tekst ‘Zo, we hebben weer een lid erbij.’ Tegenwoordig zijn er maar weinig senioren elftallen. Wij zijn het vierde en als iemand van het tweede uitvalt moeten wij bij wijze van spreken invallen. Kunnen we toch zeggen dat we dicht tegen de selectie aan hebben gevoetbald.”
Jan de Kreek: “Ik heb nog meegemaakt dat we vijftien senioren elftallen hadden.” Rob de Kreek: “Het derde is gestopt, het zesde is gestopt en een aantal veteranen speelt nu 7 tegen 7. En dat laatste snap ik ook wel. Een heel veld, dat lopen de veteranen niet meer aan.” Robbie de Kreek: “Wij hebben eind vorig seizoen nog verloren van diezelfde veteranen. We werden aan alle kanten voorbijgelopen, helemaal weggetikt werden we gewoon. We kwamen zeg maar niet eens over de lijn, haha, maar ik had toen wel gescoord.”
Rob de Kreek: “Dus er ligt een hele geschiedenis hier, van ‘De Kreek’. Robbie vanaf het begin van zijn leven, ikzelf vanaf mijn zevende en mijn vader vanaf zijn vijftiende. Jeffrey Boehlee, neefie, zoon van mijn zus. Die is ook lid van zijn geboorte af.”
Jan de Kreek na de vraag ‘Wat betekent De Zwervers voor u?’ “Zo, dat is een goeie …. Natuurlijk een voetbalvereniging, dat is het belangrijkste. En een vereniging waar je allemaal bij elkaar komt en een hoop kennissen en vriendschappen hebt opgedaan. En ik ben altijd wel met jongeren omgegaan, die jongens van eind 50 begin 60, ja die ken ik al 45 jaar. Kwamen vroeger allemaal bij mij thuis. En toen ik met ‘The Hide Away’ begon, heb ik ook veel Zwervers in de kroeg gehad. En nog hoor, nu zit de jeugd ook weer in ‘The Hide Away’.
Rob de Kreek: “We gaan het team van het vierde ook sponsoren hè, met nieuwe tenues. Ik heb gezegd ‘Als je goed je best doet dit seizoen in de kroeg, dan krijg je volgend seizoen trainingspakken erbij.’ hahaha. Ik ben zelf al heel vroeg betrokken geweest bij De Zwervers, ik ging altijd als een soort ‘mascotte’ mee met de bus om te kijken naar uitwedstrijden van het eerste, met Paul Wilstra en met Pierre Eyfferts die nog steeds elke zaterdag hier zit te kaarten. Prachtige dingen meegemaakt, ook naar MVV mee geweest, al die voetbalkampen, jeugdkampen, heel de dag op zaterdag op de club rondhangen. Het was gewoon mijn leven. Ik heb hier zoveel vriendschappen aan overgehouden en de saamhorigheid is zo enorm groot, ook bij de jongere generatie.”
Robbie de Kreek: “Voor mij betekent De Zwervers dat ik veel vrienden heb leren kennen. Ik loop hier namelijk al 24 jaar rond. Al die jongens met wie ik nu speel ken ik al vanaf mijn zevende. Ik ging ook met hun naar Feyenoord in de Kuip. En op donderdag doe ik ook wel eens de lichten uit. Ik heb ook mooie herinneringen aan de internationale voetbaltoernooien in het buitenland. In Oostende, toen we kampioen werden in de B. En ook het kamp in Hasselt. Maar nog steeds vind ik de voetbalkampen leuk en gezellig, pasgeleden nog met de senioren. Gingen we een weekend naar Veldhoven waar we kampioen geworden zijn.”
Concluderend kom ik uit op een aantal overeenkomsten van drie generaties De Kreek. De Zwervers is de enige club waar ze hebben gevoetbald en loopt als een rode draad door hun leven. Alle drie hebben ze in de verdediging gespeeld en hebben ze er vele vriendschappen aan overgehouden. Het licht uitdoen deden ze ook alle drie, maar of dat dezelfde lichtknop was dat blijft voor mij een vraagteken.
Het grote verschil is dat Robbie de Kreek nog nooit kampioen is geworden. Maar dat heeft volgens Robbie alles te maken met het niveau dat nu veel hoger is en het daardoor ook veel moeilijker om kampioen te worden. Om tot slot nog te zoeken naar een andere overeenkomst antwoordde Robbie op de vraag of hij later ook in ‘Cafe The Hide Away’ zal gaan staan: “Nou, zitten aan de bar alleen. Ik ga daar niet achter staan. Ik hou daar niet van en ik wil dat ook niet.” De tijd zal het leren.

In het midden Robbie de Kreek met twee teamgenoten tijdens het Jan Kranendonktoernooi 2022









