Page 1

wellantcollege Linnaeus ll

Schoolgids 2010-2011 Wellant vmbo


Juist van het doen leer je!


Inhoud 1

Algemene informatie

4

2

Het vmbo-onderwijs

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Hoe ziet het vmbo-onderwijs op onze school eruit? Hoe ziet een gemiddelde schoolweek eruit? Onderbouw en bovenbouw Onderbouw: eerst de basis... Bovenbouw: beroepsvoorbereidend verder...

5 5 7 7 7

3

Het praktijkonderwijs (PRO)

11

4

De begeleiding

13

4.1 Wie is wie op school? 4.2 Samen houden we bij hoe het gaat 4.3 Extra hulp binnen de school

13 15 16

5

23

Praktische informatie

5.1 Functies en namen 5.2 Vakanties 5.3 Schooltijden 5.4 Rechten en plichten op school 5.5 Landelijke regels: leerplicht 5.6 Betrokkenheid ouders en leerlingen 5.7 Alles over geld 5.8 Verzekeringen 5.9 Belangrijke data in 2010 en 2011 5.10 Wetenswaardigheden 5.11 Overige bijlagen

23 23 24 24 28 29 29 31 31 31 33

Wellantcollege Linnaeus 3


1. Algemene informatie Na een welverdiende vakantie begint zoals gewoonlijk een nieuw schooljaar. Dat zal wel weer even wennen zijn. Maar, zoals we gewend zijn, maken we er samen weer iets moois van. De mensen die op school werken willen ervoor zorgen dat je in een veilige en uitdagende leeromgeving tot je recht komt. Dat gunnen we iedereen en we rekenen daarom ook op jouw bijdrage. In deze schoolgids kun je alles vinden over de dagelijkse gang van zaken op school. De meeste belangrijke data hebben we opgenomen in de jaarplanning, die te vinden is op www.wellant.nl. Ook roosterwijzigingen kun je vinden op deze site. Op de monitor in de hal vind je dagelijkse mededelingen en indien nodig informeren we je ouders via een brief. In het algemeen gedeelte van de schoolgids kunnen je ouders en jij lezen welke keuzes Wellantcollege heeft gemaakt. Ook kun je resultaten bekijken van ons kwaliteitsonderzoek. Het algemeen gedeelte van de schoolgids is te vinden op de website van Wellantcollege. We wensen je veel leesplezier en we hopen dat dit boekje een bijdrage zal leveren aan een goede samenwerking. Namens het schoolteam, L.S.P. Admiraal, vestigingsdirecteur

Adresgegevens Wellantcollege Linnaeus Wellant vmbo Wellant praktijkonderwijs Archimedesplantsoen 87, 1098 JZ Amsterdam Telefoon: 020 -6929060 Fax: 020-6632049 E-mail: linnaeus@wellant.nl Website: www.wellant.nl

4


2. Het vmbo-onderwijs 2.1 Hoe ziet het vmbo-onderwijs op onze school eruit? Elke school heeft zo zijn eigen manier van lesgeven. Wellantcollege Linnaeus biedt een leuke vorm van onderwijs. Er wordt veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van vaardigheden. De vakken die je krijgt hebben vaak met elkaar te maken. In de onderbouw werken we in rapportperioden. Elke rapportperiode wordt met een projectweek afgesloten.

2.2 Hoe ziet een gemiddelde schoolweek eruit? Tijdverdeling binnen ons Onderwijs Je komt in een klas en je hebt een vast lesrooster. Op de volgende pagina zie je hoe een schoolweek er ongeveer uitziet.

Overige onderwijsactiviteiten Op school leer je ook je plekje in de maatschappij in te vullen. Dat wordt ‘burgerschap’ genoemd. Het leergebied ‘Mens en maatschappij’ besteedt er speciaal aandacht aan. Ook buiten de lessen helpen activiteiten van de school om je burgerschap te ontwikkelen. De school besteedt veel aandacht aan kunstzinnige vorming. Je bezoekt musea, film, theater en maakt ook zelf leuke dingen, zoals het landkofferproject. In het eerste jaar ga je op kennismakingsweek. In het tweede jaar start een spannend traject in Arnhem om verder kennis te maken met het groene domein. Het derde leerjaar ga je een week naar de Ardennen en in het vierde jaar ga je in de winter een dag langlaufen in Duitsland. In leerjaar 2 krijg je het project Luisteris. Conducteurs van de NS komen vertellen over hun ervaringen met agressie. Zij bespreken in de klas wat het betekent om agressief benaderd te worden en hoe je daar wat aan kunt doen. Via Meetingpoint, een speciale werkruimte in de school, werk je ook aan echte projecten voor bedrijven en/of buurtgenoten.

Wellantcollege Linnaeus 5


LEERJAAR Vakken en afkorting in het rooster

1

2

3

4 4

Nederlands

NE

4

3

3

Engels

EN

3

2

2

4

Duits vmbo/lwoo

DU

1

2

2 k*

2

Wiskunde

WI

3

3

3

4

Rekenen

REK

1

Informatiekunde

INF

1

1

Studie- en leerbegeleiding

MEN

1

1

1

Biologie

BI

1

1

2

3

Verzorging

VRZ

1

1

Techniek

TEB

2

2

Natuur- en Scheikunde

NASK

2

2

2

3

2

2 1

1

Leergebied mens en natuur

Leergebied mens en maatschappij WereldoriĂŤntatie

WO

Maatschappijleer

MIJ

Bedrijfseconomie

BE

2

Leergebied kunst en cultuur Beeldende vakken

BEVO

3

2

2

LO

4

4

2

3

4

2 k*

Leergebied sport en beweging Lichamelijke opvoeding, sport en beweging

2

Beroepsvoorbereidend programma Groen en recreatie

G+R

Groenvoorziening

GV

2

6

Dierverzorging/ dierhouderij

DH

2

6

Bloembinden en -schikken

BV

2

6

Agrarische techniek

AT

2

3

Agrarische economie

AE

2

3

Verwerking agrarische producten

VAP

2

Stage

5

* L eerlingen met leerwegondersteuning kunnen in leerjaar 3 kiezen voor Duits of groen en recreatie (2 uur en k= keuze).

6


2.3 Onderbouw en bovenbouw Je vmbo-opleiding bestaat uit twee delen: de onderbouw (eerste en tweede jaar) en de bovenbouw (derde en vierde jaar). De onderbouw is voor iedereen hetzelfde. In het tweede leerjaar wordt je niveaukeuze bepaald. In leerjaar drie volg je alle vakken nog, alleen Duits kun je “laten vallen”. In leerjaar vier kies je een vakkenpakket.

2.4 Onderbouw: eerst de basis... In de onderbouw ligt de nadruk vooral op jouw persoonlijke vorming. Je werkt aan kerndoelen. Je leert onder andere om zo actief en zelfstandig mogelijk te leren. Vanaf leerjaar 1 ben je al bezig met de vraag welke leerweg het beste bij je past. Belangrijk is om er achter te komen op welke manier je het beste leert, welke vakken en thema’s bij je passen en hoe zelfstandig je bent. In de onderbouw werk je vaak in leergebieden. Dat is een groep van vakken die bij elkaar horen. Een leergebied wordt als één geheel aangeboden.

Praktische Sector Oriëntatie (PSO) Tijdens de tweede klas begeleidt je mentor je bij het voorbereiden van je beroepskeuze. Daarvoor is een speciaal lessenpakket. PSO loopt door tot in het derde leerjaar. Dan ga je ook bedrijven bezoeken.

2.5 Bovenbouw: beroepsvoorbereidend verder... In de bovenbouw wordt gewerkt op basis van eindtermen, behorend bij een examenprogramma. In de onderbouw heb je kennisgemaakt met de verschillende sectoren die er zijn. Wil je iets doen met plant, dier, economie, handel of juist met techniek? In de bovenbouw maak je keuzes die het beste aansluiten op de vervolgopleiding die je wilt gaan volgen. Je kiest een sector én een leerweg. De leerweg bepaalt o.a. de manier waarop je leert, van veel theorie tot juist veel praktijk. Op Linnaeus zijn twee verschillende leerwegen.

Kaderberoepsgerichte leerweg (KB) Je vindt het heerlijk om de hele dag bezig te zijn, maar theorie vind je ook leuk. Je doet examen in vier theoretische vakken en twee beroepsvoor­ bereidende vakken. Daarnaast kun je Duits kiezen als extra vak. Na je examen kun je doorstromen naar niveau 3 en 4 van het mbo.

Basisberoepsgerichte leerweg (BB) Theorie? Jazeker, maar alleen als het nodig is. Je doet examen in vier theo­ Wellantcollege Linnaeus 7


retische vakken en één beroepsvoorbereidend vak. In deze leerweg leer je ook bij de theorievakken vooral door veel te doen. Na je examen kun je doorstromen naar niveau 2 van het mbo. Op onze school kun je in het vmbo dus kiezen voor de • Kaderberoepsgerichte leerweg • Basisberoepsgerichte leerweg

Stages: rondneuzen in de praktijk Onze school geeft beroepsvoorbereidend onderwijs. Stages zijn de ideale manier om te ervaren hoe het in de praktijk gaat. Wij hebben een stage­ plan gemaakt waarin staat hoe we de stage organiseren. Voordat je op stage gaat, teken je een stageovereenkomst. Dan ben je meteen ook verzekerd tijdens de stage.

Stage lopen in het vierde jaar In het vierde jaar ga je een hele dag per week op stage. In de stage wordt er gewerkt volgens het stageplan. Dat kun je vinden in de stagemap, die je krijgt voor je stage gaat lopen. Tijdens het schooljaar loop je stage bij één of twee bedrijven of instellingen. Hoe kom je aan een stage? Je zoekt zelf een stageadres uit en vraagt aan de school of dit een goede plek is om stage te lopen. Lukt het niet om zelf een stageplek te vinden, dan kan de school je helpen zoeken. Stageovereenkomst Als er een stagebedrijf gevonden is, wordt er een stageovereenkomst gesloten. Dat is een overeenkomst waarin de stage geregeld is. De stageovereenkomst gaat tussen het stagebedrijf, jou (je ouders tekenen als je nog geen 18 jaar bent) en de school. Stagebegeleiding Tijdens je stage word je begeleid door school en op de stageplek zelf is ook altijd iemand aan wie je alles kan vragen. Na de stage word je natuurlijk beoordeeld. De stagebegeleider (meestal je mentor) van school bekijkt je stageverslag, het bedrijf beoordeelt of je je werk goed hebt gedaan. In het derde leerjaar is er een speciale ouderavond. Die gaat vooral over stage, maar ook over je examen en de Ardennenweek. Je bent als leerling natuurlijk ook van harte welkom. Het gaat tenslotte over jou.

8


Maatschappelijke stage Maatschappelijke stage is een vorm van leren door het doen van vrijwilligers足werk. Je leert ervan en je kunt jezelf verder ontwikkelen. Bovendien help je er ook een ander mee. Je kunt dan bijvoorbeeld stagelopen bij een kinderboerderij, een zorg足 centrum, de gemeente of de bibliotheek. Je kunt de stage volgen zowel binnen als buiten schooltijd. Maatschappelijke stage is dus van groot belang voor onze samenleving. In het schooljaar 2010-2011 volgen de leerlingen uit de leerjaren 1 t/m 4 een aantal uren maatschappelijke stage.

Toetsen en examens In de bovenbouw zal je toetsen en examens krijgen die uiteindelijk leiden naar een diploma. Het eindexamen bestaat uit twee delen: het school足 examen en het centraal examen.

A. Het schoolexamen: twee jaar lang laten zien wat je kunt Het schoolexamen begint al in het derde jaar en gaat verder in het vierde jaar. Aan het begin van het derde jaar en aan het begin van het vierde jaar krijg je het examenreglement en een Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Wellantcollege Linnaeus 9


In het PTA staat per vak wanneer je een toets, werkstuk, prestatie of opdracht moet maken en waar deze over gaat. Zo krijg je aan het begin van het jaar al een goed beeld van wat je per vak allemaal moet doen. Examendossier Je resultaten worden bijgehouden in je examendossier. Alle resultaten, beoordelingen die je haalt voor onderstaande toetsen komen daarin te staan. Drie soorten toetsen In het derde en vierde jaar krijg je, afhankelijk van je opleiding en leerweg, verschillende soorten toetsen. Samen vormen ze het schoolexamen. 1. Schriftelijke en/of mondelinge toetsen Voor elk vak krijg je een aantal schriftelijke en/of mondelinge toetsen. In deze toetsen wordt beoordeeld wat je allemaal hebt geleerd. 2. Praktische opdrachten Sommige vaardigheden zijn maar moeilijk te testen met een mondelinge of schriftelijke toets. Daarom krijg je ook een aantal praktische opdrachten. Je moet dan bijvoorbeeld een product of een werkstuk maken, of een presentatie geven. De docent kijkt niet alleen naar het eindproduct, maar ook naar de manier waarop het is gemaakt (hoe heb je het aangepakt?). 3. Handelingsopdrachten Niet voor alles wat je doet krijg je een cijfer. Sommige onderdelen moet je gewoon doen om ervaring op te doen. Denk bijvoorbeeld aan een museum bezoeken of het bijwonen van een gemeenteraadsvergadering. Hier schrijf je een verslag over, vul je een vragenlijst in of heb je een gesprek met de docent over wat je van de opdracht hebt geleerd. Als je de opdracht goed hebt uitgevoerd, dan heb je aan de opdracht voldaan.

B. Het centraal examen: de finale afsluiting van de opleiding Als je in het vierde leerjaar zit doe je vanaf april of mei centraal examen. Dit zijn de officiĂŤle, landelijke toetsen die je tot slot aflegt. Hoe het centraal examen eruitziet, hangt voor een deel af van de leerweg die je volgt. Het centraal examen bestaat uit een aantal onderdelen. De organisatie van het centraal examen wordt uitgelegd in het de examenregeling.

10


3. Het praktijkonderwijs (PRO) Wat praktijkonderwijs is Bij praktijkonderwijs krijg je les in kleine groepjes. Je zit met ongeveer twaalf leerlingen in een groep. De leraar, die jou begeleidt, is je mentor. Je mentor bepaalt samen met jou en je ouders de beste weg om de school te doorlopen. In de eerste twee jaar krijg je les van ongeveer zes docenten. Hierdoor kunnen we je goed begeleiden tijdens je schooltijd. Je gaat op bezoek bij musea, bedrijven en instellingen. In het eerste en derde leerjaar ga je op werkweek. In het praktijkonderwijs is het ook belangrijk om buiten de school te leren. Daarom zijn er naast lessen excursies, werkweken en stages. Je ouders worden minstens drie keer per jaar uitgenodigd om op school te komen. Ze praten dan met je mentor over jouw ontwikkeling en je toekomst. Je ouders komen ook ĂŠĂŠn keer per jaar om je aan het werk te zien. Je prestaties worden bijgehouden in je portfolio. Dat is een map met al je werkstukken, verslagen van excursies, opdrachten, stageverslagen, enzovoort. Als jongvolwassene ben je straks voorbereid op de maatschappij. Aan het eind van je opleiding krijg je een Praktijkonderwijs diploma. Het is de bedoeling dat het je helpt een leuke baan te vinden en/of door te leren aan een vakopleiding.

Onderbouw van het praktijkonderwijs (1ste en 2de jaar) In de onderbouw leer je hoe de maatschappij werkt en hoe je zelfstandig voor jezelf kunt zorgen. Je krijgt Nederlands, Engels en rekenen. Er wordt een begin gemaakt met de voorbereiding op je toekomstige werk. Andere belangrijke vakken zijn: beeldende vorming (handvaardigheid), omgaan met elkaar (gym en sociale vorming) en informatica. Je hebt veel praktijklessen, zoals leren koken, dieren verzorgen, een fiets repareren en in de tuin werken. In de eerste twee jaar krijg je ongeveer de helft van de tijd theorie. Die heb je nodig bij de praktijk. De andere helft van de lessen zijn doevakken. Na deze twee jaar sluiten de theorielessen en praktijklessen steeds meer aan op je toekomstige werk.

Wellantcollege Linnaeus 11


Bovenbouw van het praktijkonderwijs (3de en 4de jaar) In de bovenbouw bereid je je voor op je toekomstige werk en verdere studie. Daarom krijg je meer praktijklessen. Je doet stage op school en krijgt lessen in de richting waarin je wilt werken. Bijvoorbeeld: techniek, zorg of werken in een winkel. Op school leer je hoe het in een bedrijf kan gaan. Je gaat stage lopen bij een bedrijf. Bij de theorielessen leer je meer over hoe je werkhouding op stage moet zijn. Je leert ook over de speciale eisen die een bedrijf stelt. Verder blijven cultuur en maatschappijleer, gym, sociale vorming en beeldende vorming belangrijke vakken. In de bovenbouw heb je een mentor en een begeleider voor je stage. De stagecoรถrdinator zorgt ervoor dat je op het juiste stagebedrijf komt. Verder geeft de stagecoรถrdinator uitleg over je stage en ook over je toekomstige werk. Sommige leerlingen zijn na het vierde jaar nog niet toe aan werk. Je kunt dan een vijfde jaar volgen. In dat vijfde jaar krijg je extra begeleiding bij je stage en bij je persoonlijke vorming. Leerlingen die een vakdiploma via het ROC willen halen, kunnen ook voor een vijfde jaar kiezen. De decaan en je mentor helpen je bij het kiezen van een vervolgopleiding bijvoorbeeld op het ROC. Ook als je al van school bent, blijven we je nog een tijd lang volgen om te kijken of het goed met je gaat.

12


4. De begeleiding 4.1 Wie is wie op school? Op school werken een heleboel verschillende mensen. Het is wel zo handig als je weet wie wat voor je kan betekenen. Jij of je ouders kunnen altijd een afspraak maken om iemand te spreken via de administratie van de school (tel. 020-6929060).

Docenten De docenten verzorgen de lessen.

Mentor Elke groep heeft zijn eigen mentor. Hij of zij houdt samen met jou in de gaten of je studie goed verloopt. Je spreekt hem of haar regelmatig en met vragen of problemen kun je altijd bij je mentor terecht. Tijdens de mentorlessen wordt er naast persoonlijke aandacht ook tijd besteed aan studievaardigheden. De mentor is de eerste contactpersoon voor je ouders.

De leerlingbegeleider De leerlingbegeleider werkt samen met de mentoren. Iedere twee weken hebben zij samen een gesprek over alle mentorleerlingen. Dat klinkt wat ingewikkeld, maar waar het om gaat is, dat ze jou samen begeleiden en kijken of je studie goed verloopt. Het kan gebeuren dat je er niet uitkomt met je mentor. Dan kun je contact opnemen met de leerlingbegeleider. De heer Van Stek is de leerlingbegeleider voor vmbo, de heer De Rover is de leerlingbegeleider voor het praktijkonderwijs.

De zorgcoördinator De zorgcoördinator werkt samen met de leerlingbegeleiders en de teamleiders van de school. Iedere week is er overleg. De zorgcoördinator heeft contact met de leerplichtambtenaar, de schoolarts en de hulpverleners buiten de school (onder andere Bureau Jeugdzorg, Spirit, Altra). Wanneer er meer hulp nodig is, dan zullen je ouders en jij, met de zorgcoördinator in contact komen. De zorgcoördinator is ook contactpersoon voor de inschrijving van nieuwe leerlingen en zij begeleidt jou eventueel naar een andere school. Mevrouw Hendrikse is de zorgcoördinator.

Decaan Meer weten over stages, werk en vervolgstudies? Stap op de decaan af! De decaan weet bijvoorbeeld precies welke vervolgopleidingen er zijn, wat je Wellantcollege Linnaeus 13


Wellant = leuk!

14


daarvoor nodig hebt en wanneer de voorlichtingsdagen op mbo-scholen zijn. De heer Van Stek is decaan.

Vertrouwenspersoon Seksuele intimidatie, discriminatie, pesten, agressie of geweld, dat kan bij ons op school echt niet. Als je het zelf meemaakt of ziet bij iemand anders, bespreek het dan met je mentor. Vind je dit moeilijk, dan kun je altijd terecht bij één van onze vertrouwenspersonen. Dat zijn mevrouw Brilman en de heer Broeders.

Verzuimcoördinator De verzuimcoördinator houdt bij wanneer je te laat komt of uren gemist hebt. Wanneer je ouders/ verzorgers niet gebeld hebben over jouw afwezigheid, dan zijn de gemiste uren ongeoorloofd. Het is dus heel belangrijk dat de verzuimcoördinator hoort van jouw ouders, wanneer je ziek bent of ergens naartoe moet. De verzuimcoördinator is mevrouw Diekmeijer.

De centor in de opvangklas De centor is de gehele week aanwezig in de opvangklas. In de opvangklas kun je je ziekmelden, wanneer je je op die dag niet lekker voelt. De centor belt dan met je ouders of je naar huis toe mag. Je kunt ook in de opvangklas het te laat komen inhalen. Dit houdt in dat je 25 minuten aan je schoolwerk werkt om één keer te laat komen in te lossen. Verder ga je nog naar de opvangklas, wanneer je eruit gestuurd bent of wanneer je een toets moet inhalen. De centor is de heer Raymann.

Wentoren Wentor komt van het woord ’wennen’. Als je in het eerste jaar begint, kun je best wat steun gebruiken en moet je wennen aan een nieuwe school, met nieuwe vakken en docenten, in een nieuwe omgeving. Een groepje leerlingen uit het derde jaar, de wentoren, helpen je daarbij. Als 3de-klasser neem je verantwoordelijkheid en als 1ste-klasser voel je je wat prettiger.

4.2 Samen houden we bij hoe het gaat De docenten en de mentor letten niet alleen op je vorderingen, maar kijken ook hoe het met jou persoonlijk gaat. Als je even niet zo lekker in je vel zit of wat minder scoort, dan valt dat direct op. We bekijken dan samen met jou hoe dat komt. Maar vooral: hoe we kunnen zorgen voor verbetering. We vinden het belangrijk dat je ouders en je mentor goed contact hebben. Alle ouders worden daarom vóór de herfstvakantie uitgenodigd om kennis Wellantcollege Linnaeus 15


te maken. Je krijgt regelmatig een rapport waarin je vorderingen staan. De mentor bespreekt de vorderingen met je ouders tijdens de rapportagegesprekken. Vóór dit gesprek heb je zelf al gesproken met je mentor in het coachingsgesprek. De school houdt ook bij of je je spullen bij je hebt, je huiswerk hebt gedaan, enzovoort. Elk jaar houden wij met een toets bij wat je vorderingen zijn. Dat doen we aan het begin van het schooljaar en aan het eind. Met deze toetsen weten we beter wat je nog moet leren voor rekenen en/ of taal en welke hulp we je moeten geven.

4.3 Extra hulp binnen de school Als je ergens problemen mee hebt of moeite hebt met leren, dan kun je dat bespreken met je mentor of leerlingbegeleider. In veel gevallen kun je extra hulp krijgen. Bijvoorbeeld wanneer je moeite hebt met taal of rekenen. Op onze school werken verschillende mensen, die daar veel ervaring mee hebben.

Leerwegondersteuning (lwoo) Als je moeite hebt met leren, dan kan het zijn dat je in aanmerking komt voor leerwegondersteuning. Je komt in een kleinere klas en krijgt meer persoonlijke begeleiding. Als je je hebt aangemeld op onze school, dan overleggen we altijd met de basisschool of je in aanmerking komt voor leerwegondersteuning. Als dat zo is, dan maakt de school een handelingsplan. In dit plan staat hoe de docenten en je mentor het beste met jou kunnen werken aan onder andere het leren.

Leerling gebonden financiering/ het ‘rugzakje’ (lgf) Als je veel moeite hebt met leren, je wordt bijvoorbeeld vaak boos of verdrietig of je bent langdurig ziek, dan kan de school samen met je ouders een ‘rugzakje’ aanvragen. Soms heeft de basisschool dit al gedaan en neem je het ‘rugzakje’ mee. Dit ‘rugzakje’ houdt in dat de school extra geld krijgt om jou goed te kunnen begeleiden. Je krijgt dan één keer in de week een gesprek met een ambulant begeleider. Samen met je begeleider maak je plannen en krijg je advies, zodat het goed met je blijft gaan op school.

Competentietraining Vind je het moeilijk om voor een groep iets te zeggen of vrienden te maken? Of maak je veel ruzie met leeftijdgenoten of docenten? Dan kun je op school een competentietraining volgen. Per jaar worden er twee 16


trainingen verzorgd door twee docenten. Zij zijn hiervoor speciaal opgeleid. De eerste training start na de herfstvakantie en is voor leerlingen uit leerjaar 2 en 3, de tweede training start na de kerstvakantie en is voor leerlingen van leerjaar 1 en 2. Er kunnen maximaal 8 leerlingen deelnemen. Je krijgt na het volgen van de training een certificaat. De docenten die de training geven zijn mevrouw Somers en mevrouw Brilman.

Preventielessen loverboys Loverboys zijn jongens, die meisjes onder dwang geld laten verdienen, vaak in de prostitutie. Sommige meisjes zijn extra gevoelig en kwetsbaar om in handen van een loverboy te vallen. Wanneer meisjes in deze situatie zijn beland, dan is het erg moeilijk voor hen, om hier uit te komen. De stichting Scharlaken Koord geeft preventielessen op scholen, om ‘(risico)meiden’ te bereiken en te informeren. De zorgcoördinator, mevrouw Hendrikse en de stichting Scharlaken Koord organiseren de preventielessen voor alle meisjes van leerjaar twee (vmbo en PRO).

Word je gepest? Daar doen we wat aan! We willen dat iedereen zich veilig voelt op school. Toch is het mogelijk, dat je gepest wordt. Je mentor geeft aan zijn of haar klas lessen om het pesten tegen te gaan. Mocht dit niet genoeg zijn, dan gaat je mentor met een paar leerlingen uit de klas overleggen. Hij bedenkt hoe dit pesten gestopt kan worden. We hebben namelijk één duidelijke afspraak: pesten mag niet. Wij doen er wat aan! Daarnaast wordt er aan het begin van het schooljaar aandacht besteed aan het bestrijden van pesten. De zorgcoördinator, mevrouw Hendrikse, informeert de mentoren over de preventielessen pesten en het pestproject. Verder heeft de school een pestprotocol. Dit kun je vinden op www.wellant.nl.

Remedial Teaching (RT) Als je een dyslexieverklaring hebt, dan kun je extra hulp krijgen van de remedial teacher (RT-er). Zij komt iedere week ten minste één keer op school. De RT-er maakt voor jou een dyslexiekaart. Dan weet elke docent, hoe er met jouw dyslexie omgegaan moet worden. Ook doet de RT-er onderzoek of er sprake is van dyslexie. Als dit zo is, dan kan er een dyslexieverklaring aangevraagd worden. Tot slot houdt de RT-er zich bezig met het taalbeleid binnen de school. Zo zijn er twee computerprogramma’s op school, waarmee binnen de lessen Nederlands gewerkt wordt. Deze programma’s heten ‘Muiswerk’ en ‘Nieuwsbegrip’. De RT-er op school is mevrouw Van Schie. Wellantcollege Linnaeus 17


Dyslexie Willen jij en je ouders weten of je dyslexie hebt, dan kan er bij de RT-er onderzoek gedaan worden. Als je dyslexie hebt, dan wordt dat vaak al op de basisschool ontdekt. Voor ons is het belangrijk om te weten of je dyslexie hebt en dat je de school (een kopie van) de dyslexieverklaring geeft. De school kan je dan beter begeleiden en doorsturen naar de RT-er. De RT-er maakt voor school een dyslexiekaart (zie ook het stukje Remedial Teaching). Zo kunnen we bij je schoolwerk, huiswerk, toetsen en zelfs je examen rekening houden met de dyslexie. Je krijgt dan bijvoorbeeld extra tijd, een groot lettertype of de tekst via een koptelefoon. Het dyslexie­ protocol kun je vinden op onze site: www.wellant.nl

Huiswerkbegeleiding Zit je op het vmbo, dan kun je naar de huiswerkklas. Een paar keer per week is er een docent, die je helpt bij het maken van je huiswerk. Jouw mentor overlegt met je ouders/ verzorgers over de huiswerkklas en geeft je hiervoor op.

Steunlessen Zit je op het vmbo, dan kun je extra les krijgen in Nederlands, Engels en rekenen. Eén keer in de week helpt een docent je bij één van deze vakken. Jouw mentor overlegt met de andere docenten of je in aanmerking komt voor de steunlessen. Dit gebeurt tijdens de leerlingenbespreking. Als de docenten vinden dat je deze hulp nodig hebt, dan neemt jouw mentor contact op met je ouders/ verzorgers.

Orthopedagoog Twee dagen in de week komt op school een orthopedagoog. De ortho­ pedagoog helpt jou en de docenten. Zij maakt handelingsplannen en observeert soms enkele lessen. Nadat zij wat lessen gezien heeft, komt zij met één of meer adviezen voor jou en de docenten. Er komt dus meer begrip voor jou, waardoor je beter begeleid kan worden. De orthopedagoog op onze school is mevrouw Van der Weegen.

Schoolmaatschappelijk werk (SMW) Op de school werkt er een schoolmaatschappelijk werker. Bij hem of haar kun je praten wanneer je met iets zit. Je hebt bijvoorbeeld problemen op school of thuis. De zorgcoördinator, mevrouw Hendrikse meldt jou aan voor schoolmaatschappelijk werk. Voordat dit gebeurt, vraagt mevrouw Hendrikse altijd toestemming aan jou en je ouders/ verzorgers.

18


Jongeren Informatie Punt (JIP) Weet je niet precies wat je moet doen bij een sollicitatiegesprek? Heb je vragen over blowen, zwangerschap, veilig vrijen, huiswerkbegeleiding? Voor deze en andere vragen kun je terecht bij het JIP. EĂŠn keer in de week staan er medewerkers van het JIP in de gang tijdens de pauze. Je kunt dan naar ze toelopen en je vraag stellen. De medewerkers gaan ieder schooljaar de klassen langs, zodat je weet wie ze zijn en wat ze doen.

Het Ouder- en Kindcentrum in Amsterdam Wat is het OKC? Het Ouder- en Kindcentrum (OKC) is een centrum waar je ouders en jij terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien. Jeugdartsen, verpleegkundigen, opvoedadviseurs, preventiewerkers, andere deskundigen en hulpverleners werken met elkaar samen, in een gebouw (het OKC in de buurt), maar ook daar buiten, bijvoorbeeld op school. De OKC hulpverleners werken samen met scholen om kinderen en hun ouders tips te geven en te helpen als het gaat om vragen over gezondheid, opvoeden en opgroeien. Voor schoolgaande kinderen doen ze dit meestal op school, maar je ouders kunnen natuurlijk ook altijd op het OKC gebouw in de buurt terecht. Met ingang van schooljaar 2010/2011 wordt de samenwerking tussen het Wellantcollege Linnaeus 19


OKC en de school uitgebreid. Je ouders kunnen OKC medewerkers tegenkomen tijdens ouderavonden voor de brugklas en op themabijeenkomsten over opvoeden en opgroeien en tienercursussen voor ouders. Daarnaast kunnen je ouders op school en/of het OKC persoonlijk advies krijgen van een opvoedadviseur (of via online advies op www.positiefopvoeden.nl). De OKC’s zijn er voor álle ouders en kinderen. Meer informatie over het OKC? In alle stadsdelen in Amsterdam zijn Ouder- en Kindcentra. Vanaf mei 2010 kun je kijken op de OKC website www.okc.amsterdam.nl. Daarop kun je meer informatie en alle adressen van Ouder- en Kindcentra vinden. Meer informatie over Positief Opvoeden: www.positiefopvoeden.nl

Zorg Advies Team (ZAT) Leerlingen met problemen op school en/ of thuis worden soms besproken in het Zorg Advies Team (ZAT). De leerlingbegeleider en de zorgcoördinator van de school en een aantal medewerkers van hulpverlenende instanties zijn lid van deze commissie. Deze komt bij Linnaeus één keer in de zes weken bij elkaar. In het ZAT zitten verder: • de schoolmaatschappelijk werker, die leerlingen begeleidt op school. Hij of zij voert gesprekken met jou en je ouders. Met elkaar wordt een plan van aanpak bedacht, zodat je ouders en de school je beter kunnen begeleiden. • de toegangsmedewerker van Bureau Jeugdzorg. Hij of zij helpt je, als je het erg moeilijk hebt en je bijvoorbeeld niet meer naar school wil. Hij of zij voert gesprekken met jou en je ouders. Met elkaar wordt een plan van aanpak bedacht en een eventuele doorverwijzing besproken. • de leerplichtambtenaar, die optreedt als je vaak te laat komt of ongeoorloofd afwezig bent geweest. • de schoolarts en soms de schoolverpleegkundige vanuit de GGD. Hij of zij helpt je om medische problemen op te lossen en stelt vast of veel afwezigheid terecht is. • de orthopedagoog, hij of zij helpt bij het maken van handelingsplannen voor leerlingen, zodat mentoren en vakdocenten goed weten hoe zij met leerlingen om moeten gaan. • de ambulant begeleider REC 3 of REC 4. Hij of zij helpt je bij het goed doorlopen van de school (op afroep). • de buurtregisseur, hij of zij helpt als het gaat om veiligheid in en om de school (op afroep).

20


De school verzamelt informatie over leerlingen. Dit doen we om de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. Het kan gebeuren dat een leerling extra hulp nodig heeft. Dan wordt er naast het administratieve gedeelte een zorgdossier gemaakt. In het zorgdossier kunnen alleen de begeleiders van een leerling kijken. We zorgen er voor dat gegevens uit het zorgdossier alleen binnen de school en het ZAT worden gebruikt. Als er toch gegevens doorgegeven moeten worden aan instanties buiten de school, dan vragen we toestemming aan je ouders. Afstemming Zorg Advies Team (ZAT) voortgezet onderwijs en jeugdnetwerk 12+ Het Zorg Advies Team van de school is het netwerkoverleg voor alle onderwijs- en zorgvragen. Elk stadsdeel in Amsterdam kent daarnaast een Jeugdnetwerk (12+). Om verschillende aanpakken naast elkaar te voorkomen en goed samen te kunnen werken om de ontwikkeling van de leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen, is afstemming tussen het ZAT en jeugdnetwerk gewenst. Wanneer er een gezinsaanpak of groepsaanpak nodig is, maakt het ZAT een melding in het jeugdnetwerk om een bredere aanpak op te starten. Als leerlingen in het Zorg Advies Team worden besproken, wordt er gekeken of er al een plan van aanpak is vanuit het jeugdnetwerk, waarmee kan worden afgestemd. Andersom zal de voorzitter van een netwerk na aanmelding van een leerling de betreffende zorgcoördinator van de school vragen of er een plan van aanpak loopt op de school, en of er sprake is van belangrijke informatie die kan helpen bij een plan van aanpak. Omgaan met privacygegevens Net als de werkwijze in het ZAT wordt ook hier rekening gehouden met jouw privacy. Je kunt het privacyreglement opvragen bij de zorgcoördinator van de school.

Kindertelefoon Word je gepest of heb je problemen thuis? Heb je ruzie met je vrienden of voel je je rot? Dan kun je bellen of chatten met De Kindertelefoon. Elke dag van 2 uur ‘s middags tot 8 uur ‘s avonds, ook in het weekend en met feestdagen kun je bellen of chatten.

21


Let op! De Kindertelefoon is niet op Hyves. Als je De Kindertelefoon hier tegenkomt heb je te maken met iemand die doet alsof hij/zij werkt bij de Kindertelefoon.

Hoe kun je De Kindertelefoon bereiken: • Met de telefoon: 0800-0432 (gratis). • Ook met je mobiel kun je gratis bellen: 0800-0432. • Via de chatbutton op de homepage. • Via Windows Live Messenger. Voeg chatbot@kindertelefoon.nl toe aan je buddylist. Dit is de enige chatbot die De Kindertelefoon gebruikt! De chatbot is alleen om te chatten met De Kindertelefoon. Je kunt niet mailen! Voor meer informatie kun je kijken op www.kindertelefoon.nl.

Inspectie De inspectie ziet toe op het onderwijs. Het adres: Inspectie van het Onderwijs info@owinsp.nl en www.onderwijsinspectie.nl Vragen over onderwijs: 0800-8051 (gratis) Klachten over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld probeer je natuurlijk eerst op te lossen met je mentor of met de vertrouwenspersoon op school. Als je dat onvoldoende helpt, kun je terecht bij: meldpunt vertrouwensinspecteurs, 0900-1113111 (lokaal tarief).

22


5. Praktische informatie 5.1 Functies en namen Op internet vind je een overzicht van alle medewerkers en docenten.

5.2 Schoolvakanties 2010-2011 Herfstvakantie

25 t/m 29 oktober 2010

Kerstvakantie

20 t/m 31 december 2010

Voorjaarsvakantie

21 t/m 25 februari 2011

Paasweekeind

22 t/m 25 april 2011

Meivakantie

2 t/m 6 mei 2011Â

Hemelvaart

2 en 3 juni 2011Â

Pinkstervakantie

13 juni 2011Â

Zomervakantie

18 juli t/m 2 september 2011

Wellantcollege Linnaeus 23


5.3 Schooltijden We bedoelen met schooltijd niet alleen de wekelijkse planning van de lestijden. Op onze school vindt het onderwijs plaats tussen 8.00 en 17.00 uur. Natuurlijk krijg je een duidelijke planning, maar het is mogelijk dat we daarvan afwijken. Soms vindt ‘schooltijd’, onder begeleiding, ook buiten het schoolgebouw plaats. 1ste uur

08.25 - 09.15

2de uur

09.15 - 10.05

Pauze

10.05 - 10.20

3de uur

10.20 - 11.10

4de uur

11.10 - 12.00

Pauze

12.00 - 12.30

5de uur

12.30 - 13.20

6de uur

13.20 - 14.10

Pauze

14.10 - 14.25

7de uur

14.25 - 15.15

8ste uur

15.15 - 16.05

Het is erg belangrijk dat elke leerling elke werkdag beschikbaar is voor de school vanaf 8.00 - 16.30 uur. Binnen deze tijden kunnen dus geen bijbaantjes en dergelijke gepland worden.

5.4 Rechten en plichten op school Bij Wellantcollege houden we niet van veel regeltjes. Je weet best hoe je je moet gedragen. Maar als het eens een keer misgaat, dan is het wel handig als er goede afspraken op papier staan waar iedereen zich aan houdt. Dus hier zijn dan toch de regels, die de leerlingen overigens zelf hebben opgesteld.

Omgangsregels: 1. Ik discrimineer niet, ik neem de ander zoals die is. 2. Ik scheld niet, ik vloek niet en ben niet negatief over een ander. 3. Ik blijf van de spullen van een ander af. 4. Als iemand mij hindert, vraag ik haar of hem duidelijk daarmee te stoppen.

24


5. Als er problemen zijn (op school of thuis), waar ik zelf niet uitkom, zoek ik hulp bij mijn mentor of de schoolleiding. 6. Ik gebruik nooit lichamelijk geweld om mijn problemen op te lossen. Ik gebruik ook geen drugs. 7. Ik bedreig niet en neem ook geen voorwerpen mee die als wapen kunnen dienen. Ik neem ook geen drugs mee naar school. 8. Wanneer anderen zich niet aan deze afspraken houden, spreek ik hem/ haar daarop aan. Regels in de klas: V贸贸r de les: 1. Je zet je pet af en hangt je jas aan de kapstok. 2. Je doet je kauwgom en je snoepgoed in de vuilnisbak. 3. Je legt je spullen alvast op tafel. In de les: 4. Je behandelt elkaar met respect. 5. Als je iets wilt zeggen steek je je vinger op. 6. Je roept niet door de klas. 7. Je laat elkaar uitspreken. 8. Je blijft tijdens de les rustig op je plaats zitten. 9. Je schrijft je huiswerk op in je agenda. Na de les: 10. Je verlaat het lokaal als de docent het aangeeft.

Overige afspraken: Wapens, laserpen, vuurwerk, alcohol, drugs en agressie Deze zijn op school ten strengste verboden. Bij constatering wordt hier dan ook naar gehandeld. Mobiele telefoons Je mobiele telefoon mag je alleen in de kantine, de hal en buiten op het plein gebruiken. Staat je telefoon aan in de gang of in het leslokaal, dan wordt deze ingenomen. Vrijdag kun je dan je telefoon ophalen bij de teamleider. Als je telefoon vrijdag wordt ingenomen, kun je je telefoon maandag ophalen. Aanvang 1ste lesuur Tot de eerste bel blijf je beneden bij de kantine en je zorgt dat je v贸贸r de tweede bel in het lokaal bent. Wellantcollege Linnaeus 25


Wellant = jouw school 26


Tijdens de les Jas aan de kapstok, pet af, spullen bij je en op tafel. Mp3 uit, in de tas en je tas staat op de grond. Er wordt niet gegeten en gedronken in het leslokaal. Je bevindt je tijdens de lesuren alleen met toestemming op de gang. Aangepaste kleding Je draagt tijdens de gym-, techniek- en praktijklessen aangepaste kleding. Gym Na de gymles ben je verplicht om te douchen. Hier kan alleen van worden afgeweken na overleg met de docent. Pauzegebied Hieronder vallen de kantine en het schoolplein. Je blijft op het plein voor de school en gaat niet buiten het hek. Dit geldt ook tijdens tussenuren. Je mag naar het toilet in de pauze aan de kantinezijde. Corvee Je verricht volgens het corveerooster wat huishoudelijke werkzaamheden. Zo houden we de school de hele dag netjes. De conciërge vertelt je wat je moet doen. Je kunt ook een corveeopdracht krijgen als je te laat komt of de klas uit gestuurd wordt. Algemeen buiten • Plaats je fiets in de fietsenstalling binnen het schoolhek. • Je komt alleen in de fietsenstalling als je je fiets of scooter parkeert of ophaalt. • Op het grote plein fiets je niet. • De ingang van de school houd je vrij; je blijft buiten de blauwe lijnen. • Voor leerlingen in het eerste, tweede en derde leerjaar is het verboden te roken op school! Als je in de bovenbouw zit, mag je alleen roken op het schoolplein, maar niet tijdens de lesmomenten buiten. Ieder personeelslid kan je op bovenstaande regels aanspreken!

Leerlingenstatuut: alles op een rij In het ‘leerlingenstatuut’ staan al je rechten en plichten beschreven. Niet echt spannend leesvoer, maar wel handig om te weten dat je het kunt vinden op www.wellant.nl. Ook de klachtenregeling vind je erin omschreven.

Wellantcollege Linnaeus 27


Wat gebeurt er als je je misdraagt? Als je iets doet wat tegen de regels is, nemen we maatregelen. Je kunt straf krijgen, maar ook een officiële waarschuwing. Bij een officiële waarschuwing nemen we in ieder geval contact op met je ouders. Als je je erg misdraagt, kunnen we overgaan tot schorsing, herplaatsing of zelfs verwijdering. Maar voor het zover is, zullen we eerst de nodige gesprekken voeren met jou en je ouders. Wil je hier meer over weten? Kijk op www.wellant.nl.

Klachten? Laat van je horen! Wanneer er op school iets gebeurt waar je het niet mee eens bent, kun je een klacht indienen. In eerste instantie bij je mentor of persoonlijk begeleider. In erge gevallen kan dat ook bij de vertrouwenspersoon of de directie. Wil je meer weten over de klachtenregeling? Kijk op www.wellant.nl.

5.5 Landelijke regels: leerplicht In Nederland kennen we de leerplicht. De leerplichtige leeftijd eindigt aan het eind van het schooljaar (31 juli) waarin je 16 jaar bent geworden. Als je dan nog geen startkwalificatie gehaald hebt, ben je daarna tot je achttiende – of tot het moment waarop je een startkwalificatie hebt behaald – kwalificatieplichtig. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo 2- diploma.

Niet naar school? Afmelden Als je een dag niet naar school kunt komen, meldt een van je ouders je af. Ze vertellen dan waarom je niet kunt komen, bijvoorbeeld omdat je ziek bent of omdat je naar de dokter moet. Je ouders bellen dan naar school: 020-6929060. Kijk voor meer informatie achter in dit boekje.

In schooltijd op vakantie; bijzonder verlof Als je ouders door hun beroep niet binnen de schoolvakanties met vakantie kunnen gaan, kunnen ze vragen om jou maximaal twee weken extra vrij te geven. Voordat je begint te juichen: ze moeten bewijzen dat het écht niet anders kan. Het mag ook maar één keer per schooljaar en niet in de eerste twee weken na de zomervakantie. Bij bepaalde omstandigheden kan de directeur van de school bijzonder verlof verlenen. Verlof moeten je ouders altijd schriftelijk aanvragen. Een formulier daarvoor kun je krijgen bij je mentor. Het telefoonnummer van de leerplichtambtenaar is: 020-2535444. 28


5.6 Betrokkenheid ouders en leerlingen Ouders Wellantcollege Linnaeus heeft een actieve Ouderraad. Het doel van de Ouderraad is om als vertegenwoordiger van alle ouders op te treden. Ook wil de Ouderraad het contact tussen ouders onderling en tussen ouders en school stimuleren. De Ouderraad komt ongeveer zes keer per jaar op een maandagavond bij elkaar samen met de directeur, de heer Admiraal. Dat betekent dat de lijnen tussen ouders en directie heel kort zijn. De ouders die in de ouderraad zitten vinden het belangrijk om mee te denken over wat er op school gebeurt. Er wordt gepraat over de dagelijkse gang van zaken: hoe is de sfeer in de klassen en op school, hoe veilig voelen de kinderen zich? Wat gaat er goed en wat kan er beter? De directeur houdt de Ouderraad op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs en van de plannen voor de toekomst. Hij vraagt de ouders naar hun mening hierover. Om het contact tussen ouders en school te bevorderen, organiseert de Ouderraad twee keer per jaar een gezellige avond bloemschikken: een keer met Kerst en een keer met Pasen. Elk jaar organiseert de Ouderraad samen met school een algemene Ouderavond over een thema, zoals bijvoorbeeld alcohol en drugs of loverboys. In het begin van het schooljaar ontvangen alle ouders een brief, waarin we nieuwe leden werven. Een van je ouders kan zich ook het hele jaar opgeven via ouderraadlinnaeus@wellant.nl of via de vestigingsdirecteur. De Ouderraad kan altijd nieuwe leden gebruiken!

Leerlingenraad Elke klas kiest een klassenvertegenwoordiger. De klassenvertegenwoordiger zit in de leerlingenraad. De leerlingenraad komt op voor de belangen van de leerlingen, dus ook voor jou. Er is regelmatig overleg van de leerlingenraad, samen met de directie. De leerlingenraad is bij ons georganiseerd per jaarlaag.

5.7 Alles over geld De school betaalt de boeken en ander lesmateriaal. Ouders/leerlingen bestellen op de gebruikelijke wijze de boekenpakketten en deze worden aan huis afgeleverd. Raadpleeg voor meer informatie het algemeen gedeelte van deze schoolgids op internet.

Wellantcollege Linnaeus 29


Vrijwillige ouderbijdrage Onze school organiseert extra activiteiten, die zowel leuk als leerzaam zijn. Ze zijn niet verplicht. Hieronder kun je zien welke activiteiten er per leerjaar worden georganiseerd en welke kosten daaraan verbonden zijn. Leerjaar 1 Extra voorziening of activiteit

Bedrag

Kluishuur waarvan e 10,- borg

€ 18,-

Werkweek

€ 95,-

Mentordag

€ 7,50

Excursies

€ 23,-

Sportdagen

€ 10,-

Integratieve opdrachten (pro) of prestatieweek (vmbo)

€ 12,-

Totaal

€ 165,50

Leerjaar 2 Extra voorziening of activiteit

Bedrag

Kluishuur waarvan e 10,- borg

€ 18,-

Mentordag

€ 7,50

Excursies

€ 23,-

Sportdagen

€ 10,-

Integratieve opdrachten (pro) of prestatieweek (vmbo)

€ 12,-

Totaal

€ 70,50

Leerjaar 3

30

Extra voorziening of activiteit

Bedrag

Kluishuur waarvan e 10,- borg

€ 18,-

Werkweek

€ 175,-

Mentordag

€ 7,50

Excursies

€ 23,-

Sportdagen

€ 10,-

Integratieve opdrachten (pro)

€ 12,-

Totaal vmbo Totaal pro

€ 233,50 € 245,50


Leerjaar 4 Extra voorziening of activiteit

Bedrag

Kluishuur waarvan e 10,- borg

€ 18,-

Langlaufen

€ 55,-

Excursies

€ 10.-

Sportdagen

€ 10,-

Examenfoto

€ 3,-

Totaal

€ 96,-

Voor meer informatie over de vrijwillige ouderbijdrage verwijzen wij je naar het algemeen gedeelte van de schoolgids.

Een deel van je studiekosten vergoed Sommige gemeenten kennen een vergoedingsregeling, je ouders hebben hierover een brief ontvangen. Zijn er nog vragen, stel ze dan op school.

5.8 Verzekeringen Ook een school moet zich verzekeren. Juist op een school waar zoveel mensen samenkomen, kan altijd iets gebeuren. Meer informatie hierover staat in het algemeen gedeelte van de schoolgids van Wellantcollege.

5.9 Belangrijke data in 2010 en 2011 De meest actuele en uitgebreide lijst vind je op de website www.wellant.nl, kies onze vestiging en kijk bij nieuws.

5.10 Wetenswaardigheden Melding brand/calamiteit Je meldt een brand of andere calamiteit aan de eerste medewerker die je ziet.

Fietsenstalling Je kunt je fietsen stallen vóór de school in de daarvoor bestemde fietsenrekken. Het is vanzelfsprekend dat de fietsen voorzien moeten zijn van een goed slot. Dat is je eigen verantwoordelijkheid. De school is niet aansprakelijk voor schade of diefstal van de fiets.

Wellantcollege Linnaeus 31


Kantinewinkel In de kantinewinkel kun je o.a. een broodje gezond en vers gemaakte soep kopen. Ook zijn er melkproducten, fruit, frisdrank en beperkt snoep te koop.

Kluisjes Je kunt waardevolle spullen opbergen in je kluisje. Voor het veilig bewaren van je bezittingen is het belangrijk dat je een kluisje huurt. De sleutel lever je aan het eind van het schooljaar weer in, net als je boeken.

Kostbaarheden Je mobieltje en andere kostbaarheden kunnen in je kluisje worden opgeborgen. De school is niet aansprakelijk voor het zoekraken van je eigendommen, ook al heb je deze bij een personeelslid in bewaring gegeven. Dat geldt dus ook voor sieraden e.d.

Bibliotheek Een aantal docenten spant zich in om leesboeken uit te lenen aan de leerlingen. Het uitlenen is gratis en vindt plaats onder leiding van de docenten Nederlands. Je kunt maximaal twee boeken, voor twee weken lenen. Daarna kan de termijn worden verlengd. Als je de boeken te laat inlevert, kost dat e 0,10 per boek per week. Als je een boek niet terugbezorgt, dan kost je dat e 15,- . 32


5.11 Overige bijlagen Bijlage 1 Overzicht van de afkortingen van de vakken vmbo in het rooster: AE

agrarische bedrijfseconomie

AT

agrarische techniek

BE

economie

BEVO

beeldende vorming

BI

biologie

BV

bloemschikken en -binden

DH

dierverzorging/dierhouderij

DU

Duits

EN

Engels

G+R

groen en recreatie

GV

groenvoorziening

INF

informatiekunde

LO

lichamelijke opvoeding

MEN

mentoruur, omgangskunde en PSO

MIJ

maatschappijleer

NASK

natuur en scheikunde 1

NE

Nederlands

PSO

praktische sectororiĂŤntatie

REK

rekenen

TEB

techniek

VAP

verwerking agrarische producten

VRZ

verzorging

WI

wiskunde

WO

wereldoriĂŤntatie

Bijlage 2 De uitstuurprocedure 1. Als je je tijdens de les misdraagt, kan de docent je de les uitsturen. Je gaat dan met je spullen en een opdracht naar de centor in het opvanglokaal. Bij de centor krijg je een formulier waarop je de reden schrijft

Wellantcollege Linnaeus 33


waarom je er bent uitgestuurd. Hij zet je op een plek waar je rustig werkt tot de les afgelopen is. 2. Uitsturen is altijd ter beoordeling van de docent. Als je er dus wordt uitgestuurd, dan verlaat je stil en snel het lokaal. Er is op dat moment geen ruimte voor discussie. 3. Aan het einde van de les zoek je de docent op en overhandigt hem het ingevulde formulier. De docent kan een afspraak met je maken om de situatie met je te bespreken of een afspraak maken over (straf)werk. De docent kan van je eisen dat je dezelfde dag, na je laatste lesuur, een strafopdracht vervult. 4. Als je er teveel wordt uitgestuurd, word je voor één dag de les ontzegd (je werkt dan op school buiten de lessen om van 8.25 - 16.05 uur) en moeten je ouders op school komen.

Bijlage 3 Procedure bij te laat komen 1. Natuurlijk registreert de school wie er absent of te laat is. De verzuim­ coördinator houdt dat bij en informeert je ouders. 2. Voor elke keer dat je te laat komt, moet je je ’s middags na je les melden en kom je 25 minuten na. 3. Als je dan nóg te veel te laat blijft komen, wordt de leerplichtambtenaar ingeschakeld.

Bijlage 4 Procedure bij verzuim 1. Mocht je, om welke geldige reden dan ook, niet naar school kunnen komen, dan moet je ’s ochtends vóór 8.30 uur telefonisch afgemeld worden op: 020-6929060. 2. Als je niet bent afgemeld en ook niet op school verschijnt, dan neemt de verzuimcoördinator (voor zover dit mogelijk is) telefonisch contact met je ouders op. 3. Als je lessen moet verzuimen door bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts, dan moet je dat van tevoren aan de verzuimcoördinator doorgeven met het gele absentieformulier.

Bijlage 5 Procedure bij ziek naar huis gaan Het kan zijn dat je je niet lekker voelt en graag naar huis wilt. Je meldt je in dat geval bij de centor die dan naar je ouders belt. Geven deze toestem34


ming, dan mag je naar huis gaan. Als je ouders niet bereikbaar zijn, dan zul je op school moeten blijven. Ga je toch zonder je af te melden of zonder toestemming weg, dan wordt dit gezien als spijbelen.

Bijlage 6 Procedure bij spijbelen 1. Als het enigszins mogelijk is, belt de verzuimcoördinator direct je ouders als je om onduidelijke reden afwezig bent. 2. Als blijkt dat je spijbelt, zoekt je mentor contact met je ouders. De leerlingbegeleider wordt op de hoogte gehouden. 3. Gespijbelde uren moet je inhalen in de opvangklas. 4. Als je blijft spijbelen, wordt de leerplichtambtenaar ingeschakeld. Je ouders worden hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

Bijlage 7 Les ontzeggen en schorsen Je wordt de les ontzegd voor een dag of een middag als je teveel de les uitgestuurd wordt of als je je misdraagt op school. In ieder geval wordt dan van je van je verwacht dat je op school aan opdrachten werkt (van 8.25 16.05 uur). Je ouders moeten dan voor een gesprek op school komen. De leerlingbegeleider en de mentor handelen dit af samen met de teamleider. De vestigingsdirecteur wordt op de hoogte gebracht en ondertekent de briefwisseling. Je wordt geschorst als je gedrag na ontzegging niet verbetert of als je je enorm hebt misdragen op school. Bij een schorsing werk je thuis aan opdrachten van school. Als je meer dan één dag geschorst wordt, worden de leerplichtambtenaar en de inspecteur van onderwijs op de hoogte gebracht. In ieder geval komen je ouders op school voor een gesprek. De teamleider en de zorgcoördinator handelen dit af.

Wellantcollege Linnaeus 35


Wellantcollege Linnaeus Wellant vmbo Wellant praktijkonderwijs Archimedesplantsoen 87 1098 JZ Amsterdam

Telefoon: 020-6929060 Fax: 020-6632049 E-mail: linnaeus@wellant.nl Website: www.wellant.nl

WEL_SG_vmbo_Linnaeus_4  

wellantcollege Linnaeus ll Wellant vmbo Juist van het doen leer je! 1 Algemene informatie 4 5 Praktische informatie 23 5.1 Functies en namen...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you