Issuu on Google+

v.u. Tom De Craene I Abrikoosstraat 50 I 9000 Gent I P706146

Armoede in Vlaanderen

Lot of uitdaging?

Startweekend in beeld Interview

Vinoth Ramachandra

Waar te beginnen?

Praktisch pleidooi voor een gemeenschap

ichtus magazine 3-maandelijks I jan - feb - mrt 2010

www.ichtus.be


Inhoud Colofon Ichtus Magazine is een uitgave van Ichtus Vlaanderen vzw en heeft als doel om afgestudeerden, Ichtianen

4

Praktisch pleidooi voor gemeenschap

7

Startweekend in beeld

10

Armoede in Vlaanderen

13

Interview

15

?

16

Op de frigo

en geïnteresseerden op de hoogte te brengen van de werking in Ichtus. Ichtusmagazine verschijnt driemaandelijks. Website: www.ichtus.be Redactie: Jan D’Joos, Karel Strobbe, Elke Couchez, Maarten Vergouwe, Wouter Van Hoof, Rudina Coraj. Layout: Gersom Brussaard Contact: magazine@ichtus.be Giften steeds welkom

Lot of uitdaging?

Met Vinoth Ramachandra Een gebed Het prikbord van Ichtus

op rekeningnummer 230 - 0088770 - 35 Ichtus Vlaanderen Ter Kale 14 9850 Nevele.

Van de redactie:

Ichtus Vlaanderen is aangesloten bij IFES

Met enige trots willen we u wijzen op de nieuwe website van Ichtus Vlaanderen. Naast informatie over onze activiteiten, de kalender en verschillende interessante links kunt u er wekelijks verschillende blogs lezen over relevante onderwerpen. Bovendien vindt u Ichtus Magazine daar ook digitaal. Neem zeker een kijkje!

(International Fellowship of Evangelical Students) - www.ifes.org

www.ichtus.be

2

magazine@ichtus.be


Contactadressen Ben je student of ken je een student? Ga je volgend jaar studeren? Hier vind je alle informatie die je nodig hebt.

Antwerpen

dinsdagavond www.ichtusantwerpen.be

Brugge

dinsdagavond brugge@ichtus.be

Gent

woensdagavond Kammerstraat 10 www.ichtusgent.be

Beste lezers, “Ik wou dat ik er zeven had!” Dit zei mijn moeder vroeger altijd

interessante samenwerkingsverbanden met kerken en organi-

wanneer een kind haar het bloed onder de nagels haalde. Wel, ik

saties, … En na lange tijd ook eindelijk weer genoeg mensen om

heb er nu zeven, niet zozeer kinderen, maar wel medewerkers. En

dit goed te doen, om dit lang te doen! God is trouw en we kijken

hasselt@ichtus.be

ze halen me niet het bloed van onder de nagels, au contraire!

uit naar wat Hij nog in petto heeft.

Kortrijk

Wie deze zeven enthousiastelingen zijn en wat ze doen voor

Misschien wel afgestudeerden die het verschil willen gaan maken

Ichtus, kon u in het vorige Magazine al een beetje lezen, maar

in hun vakgebied, misschien wel studenten die tot geloof komen,

ik hoop dat u in de nabije toekomst ook gaat merken wat deze

misschien nog wel meer medewerkers voor een nog betere uit-

nieuwe medewerkers (en de studenten die ze begeleiden en

werking van onze visie, misschien docenten en professoren die

vormen) allemaal verwezenlijken. Want zoals u las, hebben we

bepaalde denkbeelden in vraag gaan stellen, misschien…

Hasselt

woensdagavond Meensestraat 83 www.ichtuskortrijk.be

Leuven

woensdagavond Naamsestraat 55 ichtusleuven.wordpress.com

nu een heuse PR-verantwoordelijke, om nog maar te zwijgen van de drie mensen van wie de hoofdtaak evangelisatie is.

speculeren en waar ik regelmatig voor bid. Maar er is maar 1

Studentenwerkers:

Tom De Craene - tom@ichtus.be Sem Thomas - sem@ichtus.be Wouter Van Hoof - wouter@ichtus.be Rudina Coraj - rudina@ichtus.be

Allemaal vragen die me mateloos boeien, waar ik uren over kan

Als ik denk aan wat er allemaal in het vooruitzicht ligt met Ichtus

vraag waar ik ’s nachts van wakker kan liggen en die brengt me

voor het volgende jaar en stil sta bij alle mogelijkheden die zich

weer bij het moederschap van het begin.

aandienen, dan krijg ik het warm genoeg om het huidige win-

Hoe krijg ik deze zeven gevoed?

terweer te trotseren. Open Kringen doorheen het land, nieuwe studentengroepen, boeiende en relevante evangelisatieacties,

Tom De Craene

een Wakker Netwerk, levensveranderende Bijbelstudiekringen,

Algemeen Secretaris

3


PRAKTISCH PLEIDOOI P A H C S N E E M E G N E VOOR E

door Elke Couchez

Het concept gemeenschap werd in de loop van de geschiedenis telkens aangepast aan de tijd. Ook in Ichtus hebben we er de mond van vol. Met dit pleidooi willen we het begrip verengen maar tegelijkertijd ook verbreden. Met andere woorden: we benaderen gemeenschap als het handelen in en vanuit een kerngroep maar tegelijkertijd ook als het handelen in de bredere maatschappelijke context. In de twintigste eeuw zien we een verschuiving van gemeenschap naar organisatie, merkt de Franse socioloog Emile Durkheim op in De la division du travail social (1893)1. Dat houdt een evolutie in van de gemeenschap van families met vaders aan het hoofd naar de organisatievorm van de stadstaat. Met andere woorden: van een Hebreeuws- Bijbels denken naar een Grieks-Romeinse mentaliteit. Gelijktijdig met deze verschuiving veranderde ook de vorm van solidariteit. In de premoderne tijd was solidariteit het handelen vanuit een besef van wederzijdse afhankelijkheid. Het individu was verbonden en afhankelijk van een gemeenschap en dat vormde zijn notie van een “mechanische” of vanzelfsprekende solidariteit. Het is op

4

dat moment dat de“conscience collective” (het gemeenschappelijk bewustzijn) tot ontwikkeling kwam. Maar deze mechanische solidariteit heeft plaatsgemaakt voor de “organische solidariteit” van de hedendaagse samenleving. De samenlevingsbanden zijn minder duidelijk zichtbaar. Het individu is verward omdat hij zich niet meer thuis voelt in een welomschreven groep. De solidariteit is niet meer vanzelfsprekend, want in het voordeel van welke relatie moet er gehandeld worden? Het problematische aan de solidariteit, gekoppeld aan deze samenlevingsvorm is dat er gedacht wordt vanuit een contract van ongelijken; de sterke draagt de zwakke. De minder draagkrachtige wordt geobjectiveerd als “de ander” en bevestigt de draagkrachtige in zijn positie.


Dit theoretische model van Durkheim, dat een chronologische evolutie in het solidariteitsbegrip beschrijft, moeten we niet te negatief interpreteren. De vraag is eerder hoe de manier waarop mensen met elkaar omgaan is veranderd en wat een moderne conscience collective zou kunnen inhouden. Het gaat er niet in de eerste plaats om hoe de samenleving is georganiseerd maar wel hoe we “broederschap” of gemeenschap invullen. Is het mogelijk om “de ander” niet meer in zijn andersheid te fixeren en het geschapen-mens-zijn in eenzelfde tijd en ruimte als uitgangspunt te nemen?2 Dat zou ons tot een andere vorm van solidariteit brengen. L.C. Brinkman3 kadert deze andere solidariteit in een christelijke gemeenschap4. Ten eerste zouden we van een individuele identiteit moeten evolueren naar een gezamenlijke. “Als één lid lijdt, lijden alle leden mede; als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde.” (1 Ko 12:26) Ten tweede stelt hij dat materiële en geestelijke gemeenschap best hand in hand gaan. Hij baseert zich hiervoor op de gemeenschap van de eerste christenen. Die legde haar klemtoon op verkondiging én op praktisch dienen, of met andere woorden: ze was zowel geestelijk als materieel. De eerste christenen kwamen elke dag eendrachtig bijeen, braken

het brood en loofden God. Zij die tot geloof gekomen waren, hadden alles gemeenschappelijk. (Cf. Hd 2:4347) Ten laatste benadrukt Brinkman het belang van medeleven. Een christelijke gemeenschap moet automatisch leiden tot een sociale gemeenschap, tot het helpen van de ander los van alle grenzen. Dit is ook het cruciale punt bij de eerste christenen: het ging voor hen niet enkel over een plaatselijke gemeente, maar om een gemeenschap van gelovigen in en rond Jeruzalem. Samengevat is dit het soort gemeenschap waar we in onze tijd naar kunnen streven: het delen van geestelijke en materiële dingen binnen een kerngroep en tegelijkertijd ver buiten die groep denken en handelen. Dit maakt de solidariteitsbanden die dreigden te vervagen ook terug duidelijk: de solidariteit is naar binnen én naar buiten gericht. Het is niet het medeleven van de rijke voor de arme maar het medeleven van de mens tegenover de mensheid.

5


Velen zullen zich de vraag stellen: waar te beginnen? Wat houdt zo’n moderne conscience collective in? Hoe geef ik werkelijk vorm aan een christelijke gemeenschap die ook een sociale gemeenschap is? Het is prachtig ambitieus te zijn en te denken aan verre en grootse projecten maar het is misschien nog ambitieuzer je eigen levensstijl te onderwerpen aan kritische vragen. Hoe ga je om met je omgeving, je buurt en je stad? Hoe beleef jij de aardbeving in Haïti? Hoe denk je na over voedsel, inkoopgedrag, transport? Of heel specifiek in de maanden na de klimaatconferentie in Kopenhagen, hoe ga je om met ecologie? Deze alledaagse dingen hebben hun invloed op de gemeenschap, je nabije buurt maar ook de wereld. Een overweging die ik me bijvoorbeeld maak is meer lokaal gaan kopen, ten eerste omdat dit de plaatselijke boer in ontwikkelingslanden de kans geeft om zijn producten op de lokale markt te brengen en ten tweede

omdat export/import gelijk staat aan transport. Dit transport leidt tot een aanzienlijke CO2-uitstoot en dat is nu wel iets waar wij verantwoordelijk voor zijn. Zonder dat wij het beseffen ligt er 5000 km transport op ons bord. Lokaal eten (dus het verminderen van tussenschakels en transport) is een zeer praktisch en persoonlijk voorbeeld van hoe we bewust kunnen leven in gemeenschap en er zorg voor dragen. Op die manier denken we niet enkel aan de gemeenschap van nu, ver en nabij, maar ook aan de toekomst van die gemeenschap. We voelen ons nietig in de mallemolen van industrie, productie en overproductie. Maar we staan niet machteloos tegenover onze eigen onverschilligheid. We hebben de wereld in pacht en het is onze plicht er zorg voor te dragen. Handelen doen we in het kader van de gemeenschap: we hebben niet enkel ons geloof gemeenschappelijk, maar ook de visie op solidariteit.

js, 1986. l social, Pari ai av tr u d n rmiteit. isio ile, De la div d is niet gelijk aan unifo stant 1 Durkheim Em te ei ro kh p lij ge vertuigd 2 Fundamentele tij CDA en o november 1992. ar p e ek liti o ndse p ouw, 27 n de Nederla is niet af ’, Tr ctieleider4 va kman, L.C., ‘Nederland ra -f d u o is 3 Brinkman Brin

6


Startweekend in beeld door Rudina Coraj


h

Ar rm mo oe ed de e i A in n Vl la aa an nd de e V re en n Het persoonlij r ke lot van een pec

hvog of een uitdagi ng voor ons alel len?

door Ben Van Acke

r

“Zou u me wat geld kunnen geven? Ik zou er graag te eten mee kopen”. Met deze vraag werd ik ‘s avonds aangesproken door een jonge bedelaarster. Uit onmacht had ik de neiging de vrouw af te wijzen, maar ik ging uiteindelijk met haar naar een nachtwinkel om voedsel te kopen. Ik bleef met een dubbel gevoel achter: had ik deze vrouw werkelijk geholpen door eten te geven? Deze ontmoeting confronteerde me met een pijnlijke maatschappelijke realiteit: armoede. Armoede: een uitdaging voor de kerk? Een arme helpen door voedsel of geld te geven is slechts een druppel op een hete kookplaat. De onrechtvaardige manier waarop we onze samenleving hebben gestructureerd, creëert immers bepaalde vormen van armoede. Het is gemakkelijk om armoede spontaan te begrijpen als “een tekort aan geld en levensmiddelen”, maar dit doet geen recht aan de praktijk. Armen ervaren een achterstelling op domeinen als arbeid, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en cultuur. Zien kerken zorg voor de armen als hun taak? Het is opvallend dat in de naoorlogse periode de rol van de staat ten aanzien van de armoedeproblematiek toeneemt (uitbouw welvaartsstaat, sociale voorzieningen e.d.), terwijl de maatschappelijke betrokkenheid van de Vlaamse evangelische beweging gering blijft.

10


Het gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid is vreemd omdat de evangelische beweging zich vanaf haar ontstaan sterk maatschappelijk engageerde. De verkondiging van de opwekkingspredikers in de 18e eeuw was gericht op vernieuwing. De prediking was alomvattend: gericht op het individuele, het kerkelijke en het maatschappelijke leven. Het ontstaan van christelijke liefdadigheidsinitiatieven was het gevolg. Dit alomvattende is verloren gegaan en wordt vandaag beperkt tot een oproep tot individuele bekering. De klemtoon is komen te liggen op een persoonlijke relatie met Jezus. De sociale ethiek die kenmerkend was, is vandaag veeleer moralistisch en gericht op het individuele geloofsleven. Het hedendaagse professionele maatschappelijk werk heeft christelijke wortels. De evangelische beweging heeft dit domein onterecht uit handen gegeven. Door het secularisatieproces wordt de kerk uit het maatschappelijke leven verbannen. In plaats van hier tegenstand aan te bieden, hebben kerken dit laten gebeuren door zich terug te trekken op een “evangelisch eiland”. Zorg voor de armen: sacraal of profaan? Moet de kerk zich wel bezighouden met zoiets als armoede? Moet zij zich niet beperken tot geestelijke zaken als Bijbelstudie, gebed en evangelisatie? Zijn thema’s als economie, globalisering en politiek dan niet ‘werelds’? De kerk heeft van oudsher ten onrechte een scheiding gemaakt tussen ‘het geestelijke’ en ‘het wereldse’. Dat het christendom zich heeft laten inspireren door het dualistische denken is vreemd, omdat haar joodse wortels geen onderscheid maken tussen het geestelijke en het maatschappelijke leven. In Psalm 24:1 staat immers: “van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen”. De Israëliet toont in zijn dagelijkse wandel dat hij godvrezende is. De joodse wetgeving stelde allerlei wetten in die als doel hadden een rechtvaardige behandeling te geven aan elke jood, vreemdeling en arme die bij hen woonde. Het Koninkrijk van God wil alle domeinen van het menselijke bestaan herstellen. De armoedeproblematiek zal door Vlaamse protestantsevangelische gemeenten pas als een kerkelijk probleem worden gezien wanneer men zich durft te identificeren met de wereld.

8

11


Diaconale zorg: uitdelen van levend brood of aards brood? Wanneer Vlaamse protestants-evangelische gemeenten acties rond armoede ondernemen, dan wordt dit vaak gekoppeld aan een evangelisatieactie. Diaconale zorg wordt onterecht gebruikt als een middel tot evangelisatie. Vaak zit hierachter de angst voor een terugkeer naar een “social gospel”. Het is goed dat de Vlaamse evangelische beweging erover waakt dat het evangelie niet verzwakt tot sociale actie alleen. De verkondiging van het evangelie blijft immers een belangrijke roeping van de kerk. Het evangelie gaat echter niet alléén over een individuele bekering, maar bevat ook een oproep tot vernieuwing van kerk en maatschappij. Als de kerk zich beperkt tot het uitdelen van geestelijk voedsel, dan schiet zij tekort in haar roeping tot gerechtigheid. De inhoud van dat geestelijke voedsel, het Evangelie, roept ons op om het licht voor de wereld te zijn.

In de Vlaamse evangelische beweging is een mentaliteitswijziging nodig die ervoor zorgt dat maatschappelijke betrokkenheid een integraal onderdeel wordt van denken en handelen. We moeten de spanning tussen evangelische radicaliteit en maatschappelijke betrokkenheid durven aangaan1. De Vlaamse evangelische beweging wordt gekenmerkt door fragmentatie en kerkscheuringen. Gezond dienaarschap, een degelijke vorming van kerkdienaars en krachtdadige samenwerkingsverbanden kunnen de maatschappelijke betrokkenheid efficiënter maken. Kerken en Ichtusgroepen doen er goed aan om een diaconale werkgroep op te richten. Samenwerking zou kunnen leiden tot de oprichting van een overkoepelend “centrum voor maatschappelijk werk van Vlaamse protestants-evangelische gemeenten”, waarin degelijk onderzoek naar, en een efficiënte aanpak van maatschappelijke vraagstukken zoals armoede wordt ondernomen. Een dienende kerk geeft een gezonde uitstraling aan hen die het evangelie nog niet kennen. Door betrokken te zijn bij de samenlevingsvraagstukken toont de christelijke gemeenschap werkelijk te houden van de mensen om zich heen en krijgt zij recht van spreken.

12

1

VandePoll 1985, 167-169 Foto’s: sxc.hu


door Karel Strobbe

D

e dag na het Ichtus-startweekend kreeg ik een mailtje in m’n inbox van een goede vriend. Hij wou zijn kennissen warm maken om naar de lezing te komen die Vinoth Ramachandra dinsdagavond in Gent zou geven. Een déjà-vu gevoel maakte zich van me meester. Enkele jaren terug had ook ík naar Vinoth geluisterd op een Ichtus-weekend. Zelden had iemand meer indruk op me gemaakt dan toen. Zelden had iemand me sterker het gevoel gegeven dat het christendom zin had en zin gaf. Dit tweede bezoek mocht dan ook niet voorbijgaan zonder een diepgaand interview. Wanneer ik Vinoth Ramachandra op het einde van een drukke week bij Tom en Naomi thuis ga interviewen, blijkt snel dat de ietwat stuurse man uit Sri Lanka in tussentijd niets aan charisma heeft ingeboet. Vinoth en ik nemen plaats in Toms salon, met het salontafeltje en het opnameapparaatje tussen ons in. Mijn zenuwen negerend, stel ik mijn eerste vraag.

Als iemand die afkomstig was uit een arm land, voelde ik aan dat ik niet in het Westen kon blijven leven. Ik had echter geen idee hoe en op welk terrein ik God zou gaan dienen. Ik was geïnteresseerd in verscheidene filosofische en ethische thema’s die te maken hadden met wetenschap en technologie maar ik werd even sterk geboeid door theologie en sociale wetenschappen. Ik was erg verward. Omdat ik er niet onmiddellijk uit raakte, besloot ik om het een jaar rustig aan te doen vooraleer ik een jobaanbieding in Engeland of Amerika zou aanvaarden. Ik ging terug naar Sri Lanka om te zien wat er zich afspeelde in de kerken, in de universiteiten en in het land in zijn totaliteit. In mijn zoektocht naar mogelijke manieren om de kerk te dienen stuitte ik op enkele studenten die iemand zochten om een studentenbeweging op poten te zetten. In de loop van het jaar waarin ik met hen samenwerkte, voelde ik dat God me riep om in Sri Lanka te blijven en niet terug te keren naar Engeland. In uw nieuwste boek, Subverting Global Myths, geeft u een citaat van de Indische psycholoog Pittu Laungani waarin hij beschrijft hoe het hem verging toen hij voor het eerst in Engeland kwam. In hoeverre is dat citaat toepasbaar op uw ervaringen? Eigenlijk was het zeer gelijkaardig. De meeste mensen die ik in Engeland ontmoette waren niet geïnteresseerd in mijn achtergrond. Ze stelden geen vragen over Sri Lanka of mijn persoonlijke levensverhaal. Ze verwachtten enkel dat ik me aanpaste aan hun maatschappij. Dat laatste verliep trouwens niet zo moeilijk. Ik was erg vertrouwd met de Engelse geschiedenis, de Engelse cultuur en de Engelse muziek. Ik ben opgegroeid

in een erg verwesterd gezin en het onderwijssysteem in Sri Lanka is op Britse leest geschoeid. U stelt zich kritisch op tegenover de Westerse cultuur en bepaalde stromingen in de Westerse filosofische traditie. Maar tegelijkertijd bewondert u wetenschap en benadrukt u het feit dat mensenrechten voor het eerst werden geformuleerd in het Westen. Waar ging het mis? Tijdens de Verlichting? Goh, dat zijn zeer complexe vragen en ik wil geen cultuur stereotyperen. Het westen bevat heel wat culturen en tradities, net zoals Azië heel wat culturele en godsdienstige tradities omvat. U staat bijvoorbeeld erg kritisch tegenover het individualisme. Ja, maar ik geloof niet dat dat enkel Westers is. Individualisme is ook welig tierend in Azië. Soms zijn families erg onderdrukkend en kan individualisme misschien mensen bevrijden uit de benauwdheid van zulke microgemeenschappen. Eigenlijk wil ik een genuanceerd beeld schetsen, zij het van het Westen, zij het van Azië. Er zijn dingen in het Westen die ik bewonder en die me gevormd hebben. Welke dingen? Op welke manier heeft de Westerse cultuur u als mens verrijkt? Zoals ik al zei: de klemtoon op het respect voor de menselijke persoon en mensenrechten, ook al wordt het zeer inconsistent in de praktijk gebracht in het Westen. Ondanks al de hypocrisie en het meten met twee maten en gewichten wanneer het aankomt op de toepassing van de rechten van de mens, wil ik een wereldwijde cultuur van mensenrechten promoten.

Vinoth Ramachandra

Laat me beginnen met een vraag die u wellicht vaak wordt gesteld. Nadat u in Londen een doctoraat had behaald, besloot u om terug te keren naar uw thuisland, het politiek instabiele Sri Lanka. Waarom?


Doorheen uw werk wordt u regelmatig geconfronteerd met armoede en geweld, dikwijls veroorzaakt door een wereldsysteem dat zijn centrum heeft in het Westen. In hoeverre is boosheid een drijfveer in wat u doet en schrijft?

Ik las in een online interview dat u christen werd door het lezen van de evangeliën. Vandaag schijnt uw levensmotto te zijn: “Jezus is Heer over alle aspecten van het menselijke leven”. Waarom zouden we Jezus dienen als koning?

Boosheid is een sterke drijfveer. Ik denk echter niet dat de problemen in Sri Lanka in de eerste plaats worden veroorzaakt door Westerse of globale economische structuren. De oorzaken zijn lokaal en politiek en hebben te maken met wanbeheer en corruptie. Uiteraard storten de corrupte politici al hun geld op buitenlandse, Westerse bankrekeningen en helpt het Westen hen op die manier wel om hun activiteiten voort te zetten. Maar de echte oorzaken zijn lokaal, niet Westers.

Ik voelde me aanvankelijk aangetrokken tot Jezus door zijn menselijkheid. Hij was zó anders dan de christenen en de andere godsdienstige mensen uit mijn omgeving. Hen vond ik helemaal niet zo leuk. Ze waren saai en hypocriet. Maar wanneer ik voor het eerst over Jezus las, vond ik de dingen die hij zei – vooral wanneer hij te keer ging tegen godsdienstige mensen – fantastisch. Zijn gevatheid en zijn humor trokken me aan, ik vond dat nergens anders terug in de wereldliteratuur. Jezus’ parabels kregen helemaal vat op me. En op een dag knielde ik neer bij m’n bed en zei: “Ik geloof dat u bent opgestaan uit dood en ik wil u mijn leven geven.”

Ik vermoed dat het niet enkel boosheid is wat u motiveert. Ook christelijke liefde en hoop, toch? Ik zie daar geen verschil tussen. Ik denk dat boosheid een aspect is van liefde. Gods boosheid en gramschap zijn uitdrukkingen van zijn liefde. Het is omdat God van mensen houdt dat hij boos wordt. Hij haat datgene wat mensen verziekt en hen belet om te bloeien. Als we geen boosheid voelen, houden we niet echt van mensen. Dan maakt het ons allemaal niet veel uit wanneer mensen lijden zonder daar zelf schuld aan te hebben.

Dus het was de menselijke Jezus die indruk op je maakte. Ik was gewoon gefascineerd door de persoon die je in de evangeliën vindt: die menselijke figuur, die toch “larger than life” is. Hij klonk oprecht en sprak tot mijn verbeelding. En uiteindelijk gaf ik mijn leven aan hem. Pas een poosje later, toen ik in Engeland verbleef, kwam ik in een Bijbelstudiegroepje terecht en bezocht ik een kerk waar regelmatig werd onderwezen uit de Bijbel. Het was toen pas dat ik ook begon na te denken over geloofswaarheden, dogma’s, enz. Ik ben ervan overtuigd dat de beste manier om een jonge christen te helpen erin bestaat hen op de evangeliën te wijzen. Zo leren ze Jezus persoonlijk kennen. Je moet hen niet van meet af aan in contact brengen met de christelijke doctrine.

14

Foto’s: Rudina Coraj

Sommige mensen zullen zeggen dat Jezus louter een politiek activist was of een naïeve profeet. Tegen hen zou ik zeggen: ga gewoon aan het lezen en kijk wat Jezus te zeggen heeft. Uiteraard was veel van wat hij zei politiek. Maar Jezus doet ons eigen, enge denken over politiek helemaal teniet. Hij sloot zich niet aan bij een gangbare politieke partij van zijn tijd maar werd wel als een politieke bedreiging beschouwd. Net daarom werd hij gekruisigd. Over enkele dagen gaan jullie naar de VS, waar ze inmiddels een Nobelprijswinnaar als president hebben. Denkt u dat Obama inderdaad vrede zal brengen of vertelt hij gewoon dezelfde mythen als zijn voorganger?

Ik weet het niet. Maar ik zou niet te veel waarde hechten aan die Nobelprijs. Als je kijkt naar wie er die prijs al heeft gewonnen – Henry Kissinger, Yasser Arafat… - kan je enkel besluiten dat die totaal geen waarde heeft. Enkele dingen die Obama doet zijn zeer goed. Ik sta volledig achter zijn voornemen om het aantal atoomwapens in nucleaire opslagplaatsen te verminderen. Multilaterale ontwapening moet echt worden gesteund. Ook zijn ambitie om de VS te voorzien van een betaalbare gezondheidszorg is lovenswaardig. Ik zou graag hebben dat hij wat meer druk zet op Israël ten aanzien van de Palestijnen. Ik hoop ook dat de VS de jurisdictie van het Internationaal Strafhof gaat erkennen. Verder hoop ik dat Obama een voortrekkersrol zal spelen in het verwezenlijken van een nieuw wereldwijd milieubeleid, al valt af te wachten wat er van Kopenhagen nog overblijft. Er zijn ingrijpende veranderingen nodig in de Amerikaanse industrie en de Amerikaanse levensstijl. In uw boek wijdt u twee hoofdstukken aan de relatie tussen religie en geweld. In België echter wordt godsdienst niet zozeer beschouwd als iets gevaarlijks, maar eerder als iets dat totaal overbodig is, een privé-zaak. Hoe reageert u op die onverschilligheid? Ik denk dat het veel te maken heeft met het soort christendom waaraan de Belgen jarenlang zijn blootgesteld. De dingen die ze zien in de christelijke kerk zíjn voor een groot deel irrelevant! Het is een geprivatiseerde religie van persoonlijke moraliteit en naar-de-kerk-gaan. Wanneer christenen openlijk gaan duidelijk maken hoe hun geloof hun denken over politiek en economie beïnvloedt en radicaal andere levens gaan leiden dan de gemiddelde Belgische middenklasser, dan denk ik dat mensen vragen gaan stellen over het waarom van die levenswandel. Het zou nieuwsgierigheid kunnen opwekken. Het is enkel omdat we het evangelie privaat en irrelevant hebben gemaakt voor onze maatschappij, dat mensen dat ook op die manier zijn gaan zien. Voor niet-christenen lijkt het dan louter een kwestie van keuze van levensstijl. U heeft er nu een week in België op zitten. Hoe was het? Goh, moeilijk te zeggen. We hebben enkele lieve mensen ontmoet die erg geïnteresseerd waren in de dingen die we te zeggen hadden en ook enthousiast waren om ze uit te leven. Maar we ontmoetten ook apathie en onverschilligheid. Dus het is geen eenduidig plaatje.


G

od, ik weet niets meer. Ik weet niet meer wie de goeden en wie de slechten zijn.Wie zijn die mensen die in U geloven? Wat doen ze met de wereld die U hen gaf? Wat doen ze met de mensen die U niet kennen? Hoe gaan ze met hen om? Hoe gaan ze met elkaar om? Brainwashen ze hun kinderen en elkaar? Leven ze op een eiland? Kennen zij U echt? Wie bent U? Ik wil U graag kennen, maar dat doe ik niet. Hebben mensen echt een levende relatie met U? Ik wil die relatie graag, maar U lijkt al mijn hele leven afwezig. Houdt u van mij? Ik wil het graag geloven maar ik kan het niet. Ik wil ontroerd zijn door uw offer, maar dat ben ik niet. Ik wil van U houden, maar dat doe ik niet. Ik wil uw reddingsplan begrijpen, maar ik snap er niets van. Het betekent niets voor mij. Ik weet alles wat ze me honderd keer verteld hebben, ik weet wat de bijbel zegt... Ik ken antwoorden op veel van mijn vragen maar ze betekenen niets voor mij. Het zijn holle woorden. Ik begrijp ze niet, ze betekenen niets. Ik wil U zoeken maar ik ben zo bang niets te vinden. God, bent U daar?


schuurmiddel

evele.

230-00

BIC G 88770-35 E iBAN BABEBB BE57 2300 0 Ichtus 887 70 35 V (M.Z.) laander Ter K en vzw ale 14 - 9850 N

Gif ten wel kom

noot meze aan lf:

Voor zo moet je n, strand en Maar v naar Sri Lan zee a krijg j n de nieuwe ka! e het oo w k wel w ebsite arm. www. ichtus

.be

Daar stond trouwens oo k iets op over formaci贸n. .. Ciao!

V.R.


IM Januari 2010