De werkelijkheid van de hel En vrees niet voor hen die het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; vrees liever Hem die zowel ziel als lichaam in de hel kan vernietigen. Mattheüs 10:28
Pentateuch en geschiedenis Want in mijn toorn is een vuur ontstoken, dat zal branden tot in de diepste hel, en het zal de aarde met al haar vruchten verteren, en de fundamenten van de bergen in brand steken. Deuteronomium 32:22 De smarten van de hel omringden mij, de valstrikken van de dood belemmerden mij. In mijn benauwdheid riep ik de HEER aan en schreeuwde tot mijn God. Hij hoorde mijn stem vanuit zijn tempel, en mijn geroep drong door tot zijn oren. 2 Samuël 22:6-7
Poëzie Kun je God vinden door Hem te zoeken? Kun je de Almachtige tot in de perfectie doorgronden? Hij is zo hoog als de hemel; wat kun je doen? Dieper dan de hel; wat kun je weten? Job 11:7-8 De hel is naakt voor hem, en de verwoesting heeft geen bedekking. Job 26:6 De goddelozen zullen naar de hel worden gestuurd, en alle volken die God vergeten. Psalm 9:17 Want U zult mijn ziel niet in het dodenrijk laten, noch zult U toelaten dat Uw Heilige de verrotting ziet. Psalm 16:10 De smarten van de hel omringden mij, de valstrikken van de dood belemmerden mij. Psalm 18:5 Laat de dood hen grijpen en laat hen snel afdalen in de hel, want er is goddeloosheid in hun huizen en onder hen. Psalm 55:15 Want groot is uw barmhartigheid jegens mij, en u hebt mijn ziel verlost uit de diepste hel. Psalm 86:13 De smarten van de dood omringden mij, en de pijnen van de hel grepen mij aan: ik vond ellende en verdriet. Psalm 116:3