
HOOFDSTUK1
1Enhetgeschieddeinheteerstejaarvandeuittochtvan deIsraëlietenuitEgypte,indederdemaand,opde zestiendedagvandemaand,[2450AnnoMundi]datGod totMozessprakenzei:‘KomnaarMijtoeopdeberg,en Ikzalutweestenentafelengevenmetdewetenhetgebod, dieIkhebgeschreven,opdatuzekuntonderwijzen.’
2MozesgingdebergvanGodop,endeheerlijkheidvan deHEERrustteopdebergSinaï,eneenwolkbedektedie zesdagenlang
3EnHijriepMozesopdezevendedagvanuithetmidden vandewolk,endeverschijningvandeheerlijkheidvande Heerwasalseenvlammendvuuropdetopvandeberg
4Mozesverbleefveertigdagenenveertignachtenopde berg,enGodleerdehemdevroegereendelatere geschiedenisvandeindelingvanalledagenvandeweten vanhetgetuigenis
5EnHijzei:‘NeigjeharttotelkwoorddatIktotjezal sprekenopdezeberg,enschrijfhetopineenboek,zodat hungeslachtenkunnenziendatIkhenniethebverlaten vooralhetkwaaddatzijhebbengedaandoorhetverbond teovertredendatIkhedenopdebergSinaïtussenMijen jouhebgeslotenvoorhungeslachten
6Enzozalhetgebeuren,wanneeraldezedingenhen overkomen,datzijzullenerkennendatIkrechtvaardiger bendanzijinalhunoordeleneninalhundaden,enzij zullenerkennendatIkwerkelijkmethenbengeweest.
7Schrijfaldezewoordendieikuhedenverkondigop, wantikkenhunopstandigheidenhunhalsstarrigheid, voordatikhenbinnenleidinhetlanddatikaanhun voorvaders,aanAbraham,IsaakenJakob,hebbeloofd, zeggende:‘Aanuwnageslachtzalikeenlandgevendat overvloeitvanmelkenhoning.’
8Enzijzullenetenenverzadigdworden,enzijzullenzich totvreemdegodenwenden,totgodendiehennietvanhun verdrukkingkunnenverlossen;enditgetuigeniszaltegen henwordengehoordWantzijzullenalMijngeboden vergeten,alleswatIkhungebied,enzijzullendeheidenen volgen,hunonreinheidenhunschande,enhungoden dienen,enditzalvoorheneenaanstoot,eenverdrukking, eenkwellingeneenvalstrikblijkentezijn
9Velenzullenomkomenengevangengenomenwordenen indehandenvandevijandvallen,omdatzijMijn verordeningenenMijngebodenhebbenverlaten,ende feestenvanMijnverbond,enMijnsabbatten,enMijn heiligeplaatsdieIkvoorMijzelfinhunmiddenheb geheiligd,enMijntabernakel,enMijnheiligdom,datIk voorMijzelfinhetmiddenvanhetlandhebgeheiligd, opdatIkMijnnaamdaaropzouvestigenenopdatHijdaar zouwonen
10Enzijzullenvoorzichzelfofferplaatsenenheilige bossenoprichtenenbeeldenmaken,eniederzalzijneigen beeldaanbidden,zodatzijzullenafdwalen,enzijzullen hunkinderenofferenaandemonenenaanaldewerkenvan dedwalingvanhunhart
11EnIkzalgetuigennaarhenzenden,opdatIktegenhen zalgetuigen,maarzijzullennietluisterenenzullenookde getuigendoden,enzijzullenhenvervolgendiedewet zoeken,enzijzullenallesafschaffenenveranderen,omzo kwaadtedoenvoorMijnogen
12IkzalMijnaangezichtvoorhenverbergenenIkzalhen overleverenindehandenvandeheidenen,alsgevangenen, alsbuitenalsverslondenIkzalhenuithetmiddenvanhet landverwijderenenhenonderdeheidenenverstrooien.
13EnzijzullenalMijnwetenalMijngebodenenalMijn voorschriftenvergeten,enzijzullenafdwalennaarnieuwe manen,sabbatten,feesten,jubelsenverordeningen 14EndaarnazullenzijzichtotMijwendenvanuitde heidenenmetheelhunhart,metheelhunzielenmetalhun krachtIkzalhenuitalleheidenenbijeenbrengen,enzij zullenMijzoeken,zodatIkdoorhengevondenzalworden, wanneerzijMijzoekenmetheelhunhartenmetheelhun ziel.
15EnIkzalhunovervloedigevredemetgerechtigheid openbaren,enIkzalvoorhendeplantvandeoprechtheid uitrukken,metheelMijnhartenmetheelMijnziel,enzij zullentoteenzegenzijnenniettoteenvloek,enzijzullen hethoofdzijnennietdestaart
16EnIkzalMijnheiligdominhunmiddenbouwen,enIk zalbijhenwonen;IkzalhunGodzijnenzijzullenMijn volkzijninwaarheidengerechtigheid
17Ikzalhennietverlatenenhennietindesteeklaten, wantIkbendeHeer,hunGod'
18Mozesvielopzijngezichtneerenbad:‘OHeer,mijn God,verlaatuwvolkenuwerfdeelniet,zodatzijnietinde dwalingvanhunhartzoudenverdwalenLeverhenniet overindehandenvanhunvijanden,deheidenen,opdatzij nietoverhenzoudenheersenenhenertoezoudenbrengen tegenUtezondigen’
19Laatuwbarmhartigheid,oHeer,opstijgenoveruwvolk, enschepinheneenoprechtegeest,enlaatdegeestvan BeliarnietoverhenheersenomhenvoorUte beschuldigenenhenvanallepadendergerechtigheidafte leiden,zodatzijvooruwaangezichtverlorengaan.
20MaarzijzijnUwvolkenUwerfdeel,datUmetUw grotemachtuitdehandenvandeEgyptenarenhebtbevrijd Schepinheneenreinharteneenheiligegeest,enlaathen vannuafaantotineeuwigheidnietverstriktrakeninhun zonden'
21EndeHEERzeitegenMozes:‘Ikkenhun tegendraadsheid,hungedachtenenhunhalsstarrigheid,en zijzullennietgehoorzaamzijntotdatzijhuneigenzonde endezondevanhunvoorvaderenbelijden.
22Endaarnazullenzijzichinalleoprechtheidenmetheel hunhartenmetheelhunzieltotMijwendenIkzalde voorhuidvanhunhartendevoorhuidvanhethartvanhun nageslachtbesnijden,enIkzalinheneenheiligegeest scheppen,enIkzalhenreinigen,zodatzijzichvandiedag aftotineeuwigheidnietvanMijzullenafwenden
23EnhunzielenzullenzichaanMijenaanalMijn gebodenhechten,enzijzullenMijngebodenvervullen;Ik zalhunVaderzijnenzijzullenMijnkinderenzijn.
24EnzijallenzullenkinderenvandelevendeGod genoemdworden,enelkeengelenelkegeestzalweten,ja, zijzullenwetendatditMijnkinderenzijn,endatIkhun Vaderbeninoprechtheidengerechtigheid,endatIkhen liefheb.
25Schrijfvoorjezelfaldezewoordenopdieikjeopdeze bergverkondig,deeersteendelaatste,diezullen geschiedeninalledelenvandedagenindeweteninhet getuigenisenindewekenendejubeljarentotin
eeuwigheid,totdatikneerdaalenbijhenwooninalle eeuwigheid.'
26EnHijzeitotdeengeldiebijdescheppingstond: SchrijfvoorMozesvanafhetbeginvandescheppingtot Mijnheiligdomonderhengebouwdzalzijn,vooralle eeuwigheid
27EndeHEERzalaanalleogenverschijnen,enallen zullenwetendatIkdeGodvanIsraëlben,deVadervan allekinderenvanJakob,enKoningopdebergSiontotin alleeeuwigheidEnSionenJeruzalemzullenheiligzijn'
28Endeengelvandetegenwoordigheid,dievoorhet legerkampvanIsraëluitging,namdetafelenmetde indelingvandejaren–vanafdetijdvandeschepping–vandewetenvanhetgetuigenisvandewekenvande jubeljaren,overeenkomstigdeafzonderlijkejaren, overeenkomstighettotaleaantaljubeljaren [overeenkomstigdeafzonderlijkejaren],vanafdedagvan de[nieuwe]schepping,wanneerdehemelendeaarde vernieuwdzullenwordenenheelhunschepping overeenkomstigdemachtenvandehemel,en overeenkomstigheeldescheppingvandeaarde,totdathet heiligdomvandeHEERinJeruzalemopdebergSion gebouwdzalworden,enallehemellichamenvernieuwd zullenwordentotgenezingentotvredeentotzegenvoor heelhetuitverkorenvolkvanIsraël,endathetzozalzijn vanafdiedagtotinalledagenvandeaarde
HOOFDSTUK2
1EndeengelvandetegenwoordigheidspraktotMozes overeenkomstighetwoordvandeHEERenzei:Schrijfhet volledigescheppingsverhaalop,hoedeHEERGodinzes dagenalZijnwerkenenalleswatHijgeschapenhad voltooidheeft,enopdezevendedagdesabbatgehouden heeftendietoteenheiligedagvooralleeeuwenheeft verklaardendietoteentekenvooralZijnwerkenheeft aangesteld.
2WantopdeeerstedagschiepHijdehemelendieboven zijn,deaardeenhetwater,enallegeestendievoorHem dienen:deengelenvandetegenwoordigheid,deengelen vandeheiliging,deengelenvandegeestvanhetvuuren deengelenvandegeestvandewinden,deengelenvande geestvandewolken,vandeduisternis,vandesneeuw,van dehagelenvanderijp,deengelenvandestemmen,vande donderenvandebliksem,deengelenvandegeestenvan dekouenvandehitte,vandewinter,vandelente,vande herfstenvandezomer,envanallegeestenvanzijn schepselendieindehemelenopdeaardezijn.Hijschiep deafgrondenendeduisternis,deavondendenacht,enhet licht,dedageraadendedag,dieHijheeftvoorbereidinde kennisvanzijnhart
3EntoenzagenwijZijnwerken,enprezenHem,en loofdenHemvanwegealZijnwerken;wantzevengrote werkenheeftHijopdeeerstedaggeschapen
4EnopdetweededagschiepHijhetfirmamenttemidden vandewateren,endewaterenwerdenopdiedagverdeeld: dehelftsteegopnaarbovenendeanderehelftdaaldeneer onderhetfirmament,datzichinhetmiddenvandehele aardebevondEnditwashetenigewerkdatGodopde tweededagschiep.
5EnopdederdedaggeboodHijdathetwatervandehele aardezouwegtrekkenenzichopéénplaatszouverzamelen, endathetdrogelandtevoorschijnzoukomen
6EndewaterendedenzoalsHijhenbevolenhad,enze trokkenzichterugvandeaardenaaréénplaatsbuitendit firmament,enhetdrogelandverscheen
7EnopdiedagschiepHijvoorhenallezeeën,elknaar huneigenplaats,enallerivieren,endewaterendiezichin debergenenopdeheleaardeverzamelden,enallemeren, enalledauwvandeaarde,enhetzaaddatgezaaidwordt, enalleuitlopendeplanten,envruchtbomen,enbomenvan hetwoud,endehofvanEdeninEden,enalleplantennaar hunsoort.
8DezeviergrotewerkenschiepGodopdederdedagEn opdevierdedagschiepHijdezon,demaanendesterren enplaatstezeaanhetfirmamentvandehemel,omlichtte gevenoverdeheleaarde,enomteheersenoverdedagen denacht,enomhetlichtvandeduisternistescheiden
9EnGodsteldedezonaanalseengroottekenopdeaarde, voordagenenvoorsabbattenenvoormaandenenvoor feestenenvoorjarenenvoorsabbattenvanjarenenvoor jubeljarenenvooralleseizoenenvandejaren.
10Enhetscheidthetlichtvandeduisternis,enhet bevordertdevoorspoed,zodatalleswatopdeaarde ontkiemtengroeit,voorspoedigzalzijn.
11DezedriesoortenschiepHijopdevierdedagEnopde vijfdedagschiepHijgrotezeemonstersindedieptevan hetwater,wantditwarendeeerstevleesgewordendingen diedoorzijnhandengeschapenwaren:devissenenalles watzichinhetwaterbeweegt,enalleswatvliegt,de vogelsenalhunsoortgenoten.
12Endezonreesbovenhenopomhenvoorspoedte schenken,enbovenalleswatopdeaardewas,alleswatuit deaardevoortkwam,enallevruchtdragendebomen,enal hetleven
13DezedriesoortenschiepHijopdevijfdedagEnopde zesdedagschiepHijalledierenvandeaarde,alhetveeen alleswatzichopdeaardebeweegt
14EnnaditallesschiepHijdemens,eenmaneneen vrouwschiepHijhen,engafhemheerschappijoveralles watopdeaardeis,enindezeeën,enoveralleswatvliegt, enoverdedierenenhetvee,enoveralleswatzichopde aardebeweegt,enoverdeheleaarde,enoverditallesgaf Hijhemheerschappij
15EndezeviersoortenschiepHijopdezesdedagEner warenintotaaltweeëntwintigsoorten.
16EnHijvoltooidealzijnwerkopdezesdedag:alleswat indehemelenopdeaardeis,indezeeëneninde afgronden,inhetlichtenindeduisternis,eninalles
17EnHijgafonseengrootteken,desabbatdag,datwij zesdagenzoudenwerken,maardezevendedag,desabbat, zoudenhoudenenvanallewerkzoudenonthouden.
18Enalleengelenvandetegenwoordigheid,enalle engelenvandeheiliging,dezetweegrotegroepen–Hij heeftonsgebodendesabbatmetHemtehoudeninde hemelenopaarde
19EnHijzeitotons:‘Zie,IkzalvoorMijeenvolkuitalle volkenafscheiden,enzijzullendesabbatdaghoudenIk zalhenvoorMijheiligenalsMijnvolkenIkzalhen zegenen.ZoalsIkdesabbatdagvoorMijzelfgeheiligdheb
enblijfheiligen,zozalIkhenzegenenZijzullenMijn volkzijnenIkzalhunGodzijn.’
20EnIkhebJakobuitalmijnnakomelingengekozenen hemalsMijneerstgeborenzoonopgeschrevenenhemvoor eeuwigaanMijzelfgeheiligd.Ikzalhundesabbatdagleren, zodatzijdiedaginerehoudenenvanallewerkonthouden
21EnzosteldeHijdaarineenteken,overeenkomstig welkezijdesabbatmetonszoudenhoudenopdezevende dag,omteetenentedrinkenenHemtezegenendiealle dingengeschapenheeft,zoalsHijeenvolkbovenalle volkengezegendengeheiligdheeft,endatzijdesabbat metonszoudenhouden
22EnHijlietZijnbevelenopstijgenalseenaangename geur,dieHemalledagenwelgevalligwas
23ErwarentweeëntwintigmensenvanAdamtotJakob,en erwerdentweeëntwintigsoortenwerkverrichttotde zevendedag;ditisgezegendenheilig;enhetvorigeisook gezegendenheilig;enditdientsamenmetdattotheiliging enzegen.
24Enaanhen(Jakobenzijnnakomelingen)werdgegeven datzijaltijddegezegendenenheiligenzoudenzijnvanhet eerstegetuigenisendeeerstewet,zoalsHijdesabbatdag opdezevendedaghadgeheiligdengezegend
25HijschiepdehemelendeaardeenalleswatHijschiep inzesdagen,enGodheiligdedezevendedagvooralZijn werken;daaromgeboodHijdatiederdieopdiedagenig werkverricht,zalsterven,endatiederdiededagontheiligt, zekerzalsterven.
26DaaromgebiedtudekinderenvanIsraëldezedagte gedenken,zodatzijhemheilighoudenenergeenwerkop verrichtenenhemnietontheiligen,wanthijisheiligerdan alleanderedagen
27Wiedezedagontheiligt,zalzekersterven,enwieerook maarenigwerkopverricht,zalzekervooreeuwigsterven, opdatdekinderenvanIsraëldezedaginalhungeneraties inachtnemenennietuithetlandwordenverdreven;want hetiseenheiligeengezegendedag.
28Eniederdiezichdaaraanhoudtendesabbatinacht neemtenvanalzijnwerkafziet,zalheiligengezegend zijngedurendealledagen,netalswij.
29VerkondigenzegaandekinderenvanIsraëldewetvan dezedag,datzijdaaropdesabbatmoetenhoudenendeze nietmogenverzakenvanwegededwalingvanhunhart;en dathetnietgeoorloofdisdaaroponfatsoenlijkwerkte verrichten,daaropnaareigengoeddunkentehandelen,en datzijdaaropnietsmogenbereidenomteetenofte drinken,en(dathetnietgeoorloofdis)daaropwaterte putten,ofdaaropdoorhunpoortengoedereninofuitte voerendiezijnietopdezesdedaginhunwoningenhadden klaargemaakt
30Enmenmagopdiedagnietsvanhuistothuis meenemenofbinnenbrengen;wantdiedagisheiligeren gezegenderdanwelkeanderejubeldagdanookOpdeze daghieldenWijindehemeldesabbat,voordathetaan enigmensbekendwerddatHijopdiedagookopaardede sabbatmoesthouden
31DeScheppervanalledingenzegendehet,maarHij heiligdenietallevolkenennatiesomdaaropdesabbatte houden,maaralleenIsraël:alleenhenstondHijtoeteeten entedrinkenendaaropdesabbattehoudenopaarde.
32EndeScheppervanalledingenheeftdezedag gezegend,dieHijgeschapenhadtotzegenenheiligheiden heerlijkheidbovenalledagen
33Dezewetenditgetuigeniswerdenaandekinderenvan Israëlgegevenalseenwetvooraltijd,vooralhun generaties
HOOFDSTUK3
1Enopdezesdedagvandetweedeweekbrachtenwij, overeenkomstighetwoordvanGod,alledieren,alhetvee, allevogelsenalleswatzichopdeaardeeninhetwater beweegt,naarhunsoortennaarhuntype:dedierenopde eerstedag,hetveeopdetweededag,devogelsopdederde dag,alwatzichopdeaardebeweegtopdevierdedagenal watzichinhetwaterbeweegtopdevijfdedag.
2EnAdamnoemdehenallenbijhunrespectievelijke namen,enzoalshijhennoemde,zoheettehetook
3EngedurendedezevijfdagenzagAdamaldezedieren, mannelijkenvrouwelijk,vanallesoortendieeropaarde waren,maarhijwasalleenenvondgeenlevensgezel
4EndeHeerzeitegenons:‘Hetisnietgoeddatdemens alleenis;latenwijeenhulpvoorhemmaken’
5EndeHEER,onzeGod,lieteendiepeslaapoverhem komen,enhijsliep.EnHijnamvoordevrouweenribuit zijnribben;endezeribwasdeoorsprongvandevrouw,uit zijnribbenEnHijbouwdehetvleesopindieplaats,en bouwdedevrouwop.
6EnHijwekteAdamuitzijnslaap,entoenhijwakker werd,stondhijopdezesdedagopHijbrachthaarbijzich, herkendehaarenzeitegenhaar:‘Ditisnubeenvanmijn beenderenenvleesvanmijnvlees;zijzalmijnvrouw genoemdworden,wantzijisvanhaarmanweggenomen’ 7Daaromzullenmanenvrouwéénzijn,endaaromzaleen manzijnvaderenzijnmoederverlatenenzichaanzijn vrouwhechten,enzijzullenéénvleeszijn
8IndeeersteweekwerdAdamgeschapen,enderib,zijn vrouwIndetweedeweektoondeHijhaaraanhem Daaromwerdhetgebodgegevenominhunonreinheidte blijven,vooreenmanzevendagenenvooreenvrouw tweemaalzevendagen
9NadatAdamveertigdageninhetlandhaddoorgebracht waarhijgeschapenwas,brachtenWijhemnaardehofvan EdenomdietebewerkenenteonderhoudenZijnvrouw brachtenWijpasopdetachtigstedagbinnen,endaarna gingzijdehofvanEdenbinnen.
10Endaaromishetgebodopdehemelsetafelen geschrevenmetbetrekkingtotdevrouwdiebaart:‘Alszij eenzoonbaart,zalzijzevendageninonreinheidblijven, volgensdeeersteweekvandagen,endrieëndertigdagen zalzijinhetbloedvanhaarreinigingblijven,enzijzal geengeheiligdvoorwerpaanraken,nochhetheiligdom betreden,totdatzijdezedagenheeftvolbrachtdie (voorgeschrevenzijn)vooreenzoon
11Maarinhetgevalvaneenmeisjezalzijtweewekenin haaronreinheidblijven,overeenkomstigdeeerstetwee weken,enzesenzestigdageninhetbloedvanhaar reiniging;intotaalzalhetdustachtigdagenzijn'
12Entoenzijdezetachtigdagenhadvolbracht,brachten wijhaarnaardehofvanEden,wantdieisheiligerdanalle andereaardeenelkeboomdieeringeplantis,isheilig
13Daaromwerdervoorhaardieeenjongenofeenmeisje baart,dewetvandiedagenvastgestelddatzijgeenheilige voorwerpenmochtaanrakenenhetheiligdomnietmocht betredentotdatdezedagenvoordegeboortevandejongen ofhetmeisjevoorbijwaren.
14DitisdewetenhetgetuigenisdatvoorIsraëlis opgeschreven,opdatzijdiealledagenzoudennaleven
15Enindeeersteweekvanheteerstejubeljaar[1-7uur's ochtends]warenAdamenzijnvrouwzevenjaarlanginde hofvanEdenbezigmethetbewerkenenonderhouden ervanWijgavenhemwerkengavenhemdeopdrachtom allestedoenwatgeschiktisvoordelandbouw
16Enhijbewerktedetuin,terwijlhijnaaktwasenhetniet wist,enhijschaamdezichnietHijbeschermdedetuin tegenvogels,wildedierenenvee,enhijpluktedevruchten ervanenatervan,enhijlegdederestapartvoorzichzelfen voorzijnvrouw
17Ennadevoltooiingvandezevenjaar,diehijdaar voltooidhad,precieszevenjaar,[8AM]enindetweede maand,opdezeventiendedag(vandemaand),kwamde slangennaderdedevrouw,endeslangzeitegendevrouw: ‘HeeftGodugebodentezeggen:Gijzultnietetenvanelke boomindetuin?’
18Enzijzeitegendeboom:‘Vanallevruchtenvande bomenindetuinheeftGodtegenonsgezegd:Eetervan! Maarvandevruchtvandeboomdieinhetmiddenvande tuinstaat,heeftGodtegenonsgezegd:Eeternietvanen raakdieooknietaan,anderszultusterven.’
19Endeslangzeitegendevrouw:‘Julliezullenzekerniet sterven,wantGodweetdatopdedagdatjullieervaneten, jullieogengeopendzullenwordenenjulliealsgoden zullenzijn,enjulliezullengoedenkwaadkennen
20Endevrouwzagdatdeboomermooienaangenaam uitzagendatdevruchtenervangoedwarenomteeten.
Daaromnamzeervanenatervan
21Entoenzijhaarschaamteeerstmetvijgenbladerenhad bedekt,gafzijdaarvanaanAdam,enhijatervan,enzijn ogenwerdengeopend,enhijzagdathijnaaktwas
22Enhijnamvijgenbladeren,naaidezeaanelkaaren maakteereenschortvanomzijnschaamtetebedekken.
23EnGodvervloektedeslangenwerdvooreeuwig toornigophaar
24EnHijwerdboosopdevrouw,omdatzijnaardestem vandeslanghadgeluisterdenervanhadgegetenEnHij zeitegenhaar:‘Ikzaljesmartenjepijnzeervermeerderen; insmartzuljekinderenbaren,enjezulttotjeman terugkeren,enhijzaloverjeheersen’
25EnooktotAdamzeiHij:‘Omdatjenaardestemvanje vrouwhebtgeluisterdengegetenhebtvandeboom waarvanIkjegebodenhaddatjeernietvanzoueten,zij zijvervloektomwillevanjou:doornenendistelszalzij voorjouvoortbrengen,enjijzultjebroodeteninhetzweet vanjegezicht,totdatjeterugkeertnaardeaardewaaruitje genomenbent;wantaardebenje,entotaardezulje terugkeren’
26EnHijmaaktevoorhenkledingvandierenhuiden, kleeddehenermeeenzondhenuitdeHofvanEden.
27EnopdiedagwaaropAdamuitdeHofvanEden vertrok,brachthij'smorgensbijzonsopgangeen welriekendoffer:wierook,galbanum,sacteenspecerijen, vanafdedagwaarophijzijnschandebedekte
28Enopdiedagwerddemondgeslotenvanalledieren, vanhetvee,vandevogels,vanalleswatlooptenalleswat beweegt,zodatzenietmeerkondenspreken;wantze haddenallemaalmetéénlipenmetééntongmetelkaar gesproken.
29EnHijzonduitdeHofvanEdenalhetlevendatinde HofvanEdenwas,enalhetlevenwerdverspreidnaarzijn soortennaarzijntypeoverdeplaatsendievoorhen bestemdwaren
30EnalleenaanAdamgafHij(demiddelen)omzijn schandeoveralledierenenrunderentebedekken
31Daaromishetopdehemelsetafelenvoorgeschreven voorallendiehetoordeelvandewetkennen,datzijhun schaamtemoetenbedekkenenzichnietmoetenontbloten zoalsdeheidenenzichontbloten
32Enopdenieuwemaanvandevierdemaandverlieten AdamenzijnvrouwdeHofvanEdenenvestigdenzichin hetlandElda,inhetlanddatzijgeschapenhadden
33EnAdamnoemdezijnvrouwEva.
34Enzehaddengeenzoontotheteerstejubileum,[8AM] endaarnakendehijhaar
35Nubewerktehijhetlandzoalshemwasopgedragenin deHofvanEden
HOOFDSTUK4
1Enindederdeweekvanhettweedejubeljaar[64-70AM] baardezijKaïn,enindevierde[71-77AM]baardezij Abel,enindevijfde[78-84AM]baardezijhaardochter Âwân
2Eninheteerste(jaar)vanhetderdejubeljaar[99-105 AM]dooddeKaïnAbel,omdatGodhetoffervanAbelhad aanvaardenhetoffervanKaïnniet
3Enhijdooddehemophetveld;enzijnbloedschreeuwde vanuitdeaardenaardehemel,klagendomdathijhem gedoodhad
4EndeHEERbestrafteKaïnvanwegeAbel,omdathij hemgedoodhad,enHijmaaktehemtoteenvluchtelingop aardevanwegehetbloedvanzijnbroer,enHijvervloekte hemopaarde.
5Endaaromstaateropdehemelsetafelengeschreven: ‘Vervloektishijdiezijnnaasteverraderlijkslaat,enlaat allendiehetgezienengehoordhebbenzeggen:Zozijhet; enwiehetgezienheeftenhetnietgezegdheeft,diezal vervloektzijnzoalsdeander’
6Daaromverkondigenwij,wanneerwijvoordeHeeronze Godverschijnen,aldezondendiebegaanzijnindehemel enopaarde,inhetlichtenindeduisternis,overal.
7AdamenzijnvrouwrouwdenvierwekenlangomAbel, [99-127AM]eninhetvierdejaar,indevijfdeweek[130 AM],werdenzeweerblijAdamhadopnieuw gemeenschapmetzijnvrouw,enzijbaardehemeenzoon. HijnoemdehemSeth,wanthijzei:‘Godheeftvoorons eentweedenageslachtopaardeverwektinplaatsvanAbel, wantKaïnheefthemgedood’
8Enindezesdeweek[134-40AM]verwektehijzijn dochterAzûrâ.
9EnKaïnnamzijnzusterÂwântotvrouw,enzijbaarde hemHenochaanheteindevanhetvierdejubeljaar[190196AM]Eninheteerstejaarvandeeersteweekvanhet vijfdejubeljaar[197AM]werdenerhuizenopdeaarde
gebouwd,enKaïnbouwdeeenstadennoemdedienaarde naamvanzijnzoonHenoch.
10AdamhadgemeenschapmetEva,zijnvrouw,enzij baardenognegenzonen.
11Enindevijfdeweekvanhetvijfdejubileum[225-31 AM]namSethAzûrâ,zijnzus,totvrouw,eninhetvierde jaar(vandezesdeweek)[235AM]baardezijhemEnos 12HijbegondenaamvandeHeeropaardeaanteroepen.
13Eninhetzevendejubileumjaar,indederdeweek[30915AM],namEnoszijnzusterNôâmtotvrouw,enzij baardehemeenzooninhetderdejaarvandevijfdeweek, enhijnoemdehemKenan
14Enaanheteindevanhetachtstejubileum[325,3863992AM]namKenanzijnzusMûalêlêthtotvrouw,enzij baardehemeenzooninhetnegendejubileum,indeeerste weekvanhetderdejaarvandezeweek,[395AM]enhij noemdehemMahalalel
15Enindetweedeweekvanhettiendejubeljaar[449-55 AM]namMahalalelDinatotvrouw,dedochtervan Barakiel,dedochtervandebroervanzijnvader,enzij baardehemeenzoonindederdeweekvanhetzesdejaar [461AM],enhijnoemdehemJared,wantinzijndagen warendeengelenvandeHEERopdeaardeneergedaald, dezogenaamdeWachters,omdemensenteonderwijzenen rechtengerechtigheidopaardetebewerkstelligen.
16Eninhetelfdejubeljaar[512-18AM]namJaredeen vrouw,Baraka,dedochtervanRasûjâl,eendochtervande broervanzijnvader,indevierdeweekvanditjubeljaar [522AM],enzijbaardehemeenzoonindevijfdeweek,in hetvierdejaarvanhetjubeljaar,enhijnoemdehem Henoch.
17Enhijwasdeeersteonderdemensendieopaarde geborenzijndieleerdeschrijven,kennisverwierfen wijsheidverwierf,endiedetekenenaandehemelvolgens devolgordevanhunmaandenineenboekopschreef,zodat demensendeseizoenenvandejarenzoudenkennen volgensdevolgordevanhunafzonderlijkemaanden.
18Enhijwasdeeerstedieeengetuigenisschreef,enhij getuigdeaandemensen,vangeslachttotgeslacht,enhij teldedewekenvandejubeljaren,enmaaktehundedagen vandejarenbekend,enhijordendedemaandenenteldede sabbattenvandejarenzoalswijdiehemhadden bekendgemaakt.
19Enwatwasenwatzalzijn,zaghijineenvisioentijdens zijnslaap,zoalshetzalgebeurenmetdekinderender mensen,vangeslachttotgeslacht,totdedagdesoordeels.
Hijzagenbegreepalles,schreefzijngetuigenisopen legdediegetuigenisopaardeneervoorallekinderender mensenenvooralhungeslachten
20Eninhettwaalfdejubeljaar[582-88],indezevende weekdaarvan,namhijeenvrouwtotzich,enhaarnaam wasEdna,dedochtervanDanel,dedochtervandebroer vanzijnvader,eninhetzesdejaar,indezeweek[587AM], baardezijhemeenzoon,enhijnoemdehemMethuselah
21Enhijverbleefbovendienzesjubeljarenbijdeengelen vanGod,enzijtoondenhemalleswatopaardeeninde hemelis,deheerschappijvandezon,enhijschreefallesop.
22EnhijgetuigdetegendeWachters,diegezondigd haddenmetdedochtersdermensen;wantzijwaren begonnenzichmetdedochtersdermensenteverenigen,
zodatzijonreinzoudenworden,enHenochgetuigdetegen henallen.
23Enhijwerduithetmiddenvandemensenweggenomen, enwijbrachtenheminmajesteiteneernaardeHofvan Eden,enzie,daarschrijfthijhetoordeelende veroordelingvandewereldop,enallegoddeloosheidvan demensen
24EndaarombrachtGoddevloedoverhethelelandvan Eden;wantHijwasdaaraangesteldalseentekenenomte getuigentegenallekinderendermensen,omalledaden vandegeslachtentevertellentotdedagvande veroordeling
25Enhijbranddehetreukwerkvanhetheiligdom,(ja) zoetespecerijendiewelgevalligwarenvoordeHEERop deberg
26WantdeHEERheeftvierplaatsenopaarde:deHofvan Eden,deberginhetoosten,dezebergwaaropuhedenbent, debergSinaïendebergSion,dieindenieuweschepping geheiligdzullenwordentotheiligingvandeaarde; daardoorzaldeaardegeheiligdwordenvanalhaarschuld enonreinheid,vangeslachttotgeslacht
27Eninhetveertiendejubeljaar[652AM]nam Methuselaheenvrouw,Edna,dedochtervanAzrial,de dochtervandebroervanzijnvader,indederdeweekvan heteerstejaarvandezeweek[701-7AM],enhijverwekte eenzoonennoemdehemLamech
28Eninhetvijftiendejubeljaar,indederdeweek,nam Lamecheenvrouwtotzich.HaarnaamwasBetenos,de dochtervanBaraki'il,dedochtervandebroervanzijn vaderIndieweekbaardezijhemeenzoon,diehijNoach noemde.Hijzei:‘Dezezalmijtroostbiedeninmijn verdrietenalmijnwerk,envoordegronddiedeHEER vervloektheeft’
29Enaanheteindevanhetnegentiendejubeljaar,inde zevendeweekvanhetzesdejaar[930AM]daarvan,stierf Adam,enalzijnzonenbegroevenheminhetlanddathij geschapenhad,enhijwasdeeerstedieindeaarde begravenwerd
30Hijmistezeventigjaarvandeduizendjaar,want duizendjaarzijnalsééndaginhetgetuigenisvandehemel. Daaromstaateroverdeboomderkennisgeschreven:‘Op dedagdatgijdaarvaneet,zultgijsterven’Omdiereden heefthijdejarenvandezedagnietvoltooid,wanthijstierf tijdensdezedag
31AanheteindevanditjubeljaarwerdKaïninhetzelfde jaarnahemgedood;wantzijnhuisstortteopheminenhij stierfmiddeninzijnhuis,enhijwerdgedooddoorde stenenervan;wantmeteensteenhadhijAbelgedood,en dooreensteenwerdhijgedoodinrechtvaardigoordeel 32Daaromishetopdehemelsetafelenvastgelegd:'Met hetinstrumentwaarmeeiemandzijnnaastedoodt,met datzelfdeinstrumentzalhijzelfgedoodworden;op dezelfdewijzewaarophijhemverwondde,zozalhemook behandeldworden'
33Eninhetvijfentwintigste[1205AM]jubeljaarnam Noacheenvrouw,enhaarnaamwasEmzar,dedochter vanRachel,dedochtervandebroervanzijnvader,inhet eerstejaarindevijfdeweek[1207AM]Eninhetderde jaardaarvanbaardezijhemSem,inhetvijfdejaardaarvan [1209AM]baardezijhemCham,eninheteerstejaarinde zesdeweek[1212AM]baardezijhemJafet
HOOFDSTUK5
1Enhetgeschiedde,toendekinderendermensenzich begonnentevermenigvuldigenopdeaardeenerdochters voorhengeborenwerden,datdeengelenvanGodhenin eenbepaaldjaarvanditjubeljaarzagen,datzijerprachtig uitzagen;enzijnamenzichvrouwen,allendiezijverkozen, enzijbaardenzonenvoorhun,endiewarenreuzen
2Endewetteloosheidnamtoeopdeaarde,enallelevende wezensverdorvendenhunwegen,zowelmensenalsveeen dierenenvogelsenalleswatopdeaardeloopt–allen verdorvenhunwegenenhungebruiken,enzijbegonnen elkaarteverslinden,endewetteloosheidnamtoeopde aarde,enelkegedachtevanallemensenwasvoortdurend zokwaad.
3EnGodkeeknaardeaarde,enzie,zijwasverdorven,en allelevendewezenshaddenhaarordeverdorven,enallen dieopdeaardewaren,haddenallerleikwaadgedaanvoor Zijnogen
4EnHijzeidatHijdemensenalhetlevenopdeaarde, dieHijgeschapenhad,zouvernietigen.
5MaarNoachvondgenadeindeogenvandeHeer
6EnHijwaszeertoornigtegendeengelendieHijopde aardehadgezonden,enHijgafhetbevelhenuitalhun heerschappijteverdrijven,enHijgeboodonsheninde dieptenvandeaardetebinden,enzie,zijzijngebondente middenvanhen,enworden(afgezonderd)gehouden.
7EnergingeenbeveluitvanvoorZijnaangezichttegen hunzonenuit,datzijmethetzwaardgeslagenzouden wordenenvanonderdehemelweggenomenzouden worden
8EnHijzei:‘MijnGeestzalnietaltijdindemensblijven, wantookzijzijnvleesenhundagenzullenhonderden twintigjaarzijn’
9EnHijzondZijnzwaardinhunmidden,opdatiederzijn naastezoudoden,enzijbegonnenelkaartedoden,totdat zijallendoorhetzwaardvielenenvandeaardewerden weggevaagd
10Enhunvaderenwarengetuigen(vanhunvernietiging), endaarnawerdenzijvooreeuwigindedieptenvande aardegebonden,totdedagvandegroteveroordeling, wanneerhetoordeelvoltrokkenzalwordenoverallendie hunwegenenhunwerkenvoordeHeerhebbenverdorven
11EnHijvernietigdeallenvanhunplaatsen,enerbleefer geenvanhenoverdieHijnietoordeeldenaaralhun goddeloosheid
12EnHijschiepvooralzijnscheppingeneennieuween rechtvaardigenatuur,zodatzijnietinhunhelewezenvoor altijdzoudenzondigen,maariedernaarzijneigenaard altijdrechtvaardigzoudenzijn
13Enhetoordeeloverallenisvastgesteldenopgeschreven opdehemelsetafeleningerechtigheid–ja,(hetoordeel over)allendieafwijkenvanhetpaddatvoorhenis vastgesteldomtebewandelen;enalszijdatpadniet bewandelen,ishetoordeelopgeschrevenvoorelkschepsel envoorelkesoort.
14Enerisnietsindehemelofopaarde,nochinhetlicht, nochindeduisternis,nochinhetdodenrijk,nochinde diepte,nochindeplaatsvandeduisternis(datniet
geoordeeldwordt);alhunoordelenzijnimmersvastgesteld, opgeschrevenengegraveerd.
15Hijzalallenoordelen:degrotennaarhungrootheid,de kleinennaarhunkleinheid,eniedernaarzijneigenweg.
16Hijzalgeenaanziendespersoonsaannemen,noch geschenkenaanvaarden,alsHijzegtdatHijoverieder rechtzalsprekenZelfsalsiemandalleswatopaardeis zougeven,zouHijgeenaanziendespersoonsaannemen, nochietsvanhemaanvaarden,wantHijiseen rechtvaardigerechter
17EnoverdekinderenvanIsraëlisgeschrevenenbepaald: AlszijzichingerechtigheidtotHembekeren,zalHijal hunovertredingenvergevenenalhunzonden kwijtschelden
18ErstaatgeschrevenenvastgestelddatHij barmhartigheidzaltonenaanallendiezicheenmaalper jaarvanalhunschuldafkeren
19Enwatbetreftaldiegenendievóórdevloedhunwegen engedachtenhaddenverdorven,niemandwerdaanvaard behalveNoachalleen;wantzijnpersoonwerdaanvaard vanwegezijnzonen,die(God)omwillevanhemuithet watervandevloedhadgered;wantzijnhartwas rechtvaardiginalzijnwegen,zoalshemwasgeboden,en hijwasnietafgewekenvanietswatvoorhemwas vastgesteld.
20EndeHEERzeidatHijalleswatopdeaardewas,zou vernietigen:mensen,vee,wildedieren,vogelsenalleswat zichopdeaardebewoog.EnHijgeboodNoacheenarkte bouwen,zodathijzichzelfkonreddenvanhetwatervande vloed
21EnNoachvoltooidedearkinalleopzichtenzoalsHij hemhadopgedragen,inhetzevenentwintigstejubeljaar,in devijfdeweekvanhetvijfdejaar(opdenieuwemaanvan deeerstemaand).[1307AM]
22Enhijgingerininhetzesde(jaar)[1308AM],inde tweedemaand,opdenieuwemaanvandetweedemaand, totdezestiende;enhijgingerin,enalleswatwijhem haddengebracht,gingindeark,endeHeerslootdievan buitenafopdezeventiendeavond
23EndeHEERopendezevensluizenvandehemel,ende mondenvandebronnenvandegrotediepte,zevenmonden inaantal
24Endesluizenbegonnenveertigdagenenveertig nachtenlangwateruitdehemeltestorten,enookde bronnenvandedieptegavenwater,totdatdehelewereld volwaterwas.
25Enhetwatersteegbovendeaarde:vijftienellenhoog werdhetwater,bovenallehogebergenuit.Endearkwerd bovendeaardeverhevenendreefoverhetwater
26Enhetwaterbleefvijfmaandenlang,honderdvijftig dagen,opdeheleaardeaanwezig
27Endearkgingverderenkwamtotrustopdetopvan Lubar,eenvandebergenvanArarat
28En(bijdenieuwemaan)indevierdemaandwerdende bronnenvandegrotedieptegeslotenendesluizenvande hemeltegengehouden;enbijdenieuwemaanvande zevendemaandwerdenallemondenvandeafgrondenvan deaardegeopend,enhetwaterbegonneertedaleninde diepte
29Enbijdenieuwemaanvandetiendemaandwerdende bergtoppenzichtbaar,enbijdenieuwemaanvandeeerste maandwerddeaardezichtbaar
30Enindevijfdeweekvanhetzevendejaar[1309AM] verdweenhetwatervanbovendeaarde,enopde zeventiendedagvandetweedemaandwasdeaardedroog
31Enopdezevenentwintigstedagdaarvanopendehijde arkenlietdaaruitdieren,vee,vogelsenallelevende wezensvrij
HOOFDSTUK6
1Enopdenieuwemaanvandederdemaandverliethijde arkenbouwdeeenaltaaropdieberg
2Enhijbrachtverzoeningvoordeaarde,enhijnameen geitjeenbrachtdoordiensbloedverzoeningvooralle schuldvandeaarde;wantalleswateropwasgeweest,was verwoest,behalvedegenendiemetNoachindearkwaren
3Enhijlegdehetvetdaarvanophetaltaar,enhijnameen os,eengeit,eenschaapengeitenlammeren,enzout,eneen tortelduif,eneenduifjong,enlegdeeenbrandofferophet altaar,engootdaaropeenoffervermengdmetolie,en besprenkeldeallesmetwijnenwierook,enhetdeedeen heerlijkegeuropstijgen,welgevalligvoordeHeer
4EndeHEERrookdeheerlijkegeur,enHijslooteen verbondmethemdatergeenvloedmeerzoukomenomde aardeteverwoesten;datalledagenvandeaarde–zaaitijd enoogsttijd–nooitzoudenophouden;datkouenhitte, zomerenwinter,dagennachthunvolgordenietzouden veranderenennooitzoudenophouden
5‘Engij,vermeerderuenwordtalrijkopdeaarde,en weeseenzegenvoorhaarIkzalontzagvooruenvrees vooruinboezemenopalleswatopaardeenindezeeis
6Enzie,Ikhebualledierengegeven,allegevleugelde dieren,alleswatzichopdeaardevoortbeweegt,devissen inhetwater,enalleswattotvoedseldient,zoalsdegroene kruiden;Ikhebuallesteetengegeven.
7Maarvlees,methetlevenerin,methetbloed,datmaggij nieteten;wanthetlevenvanalhetvleesisinhetbloed, opdatuwbloednietvanuwlevengeëistwordt.Vanieder mens,vaniederdierzalIkhetbloedvandemenseisen
8Wiehetbloedvaneenmensdooreenmensvergiet,diens bloedzalvergotenworden,wantnaarhetbeeldvanGod schiepHijdemens
9Enjullie,vermeerderjeenlaatjegroeienopdeaarde'
10EnNoachenzijnzonenzwoerendatzijgeenbloed zoudenetendatinenigvleeszat,enhijslooteenverbond metdeHEERGodvooreeuwig,voorallegeslachtenop aarde,indezemaand
11DaaromheeftHijtotugesprokendatuindezemaand opdebergeenverbondmetdekinderenvanIsraëlzult sluitenondereeneed,endatubloedoverhenzult sprenkelenvanwegeallewoordenvanhetverbonddatde HEERvooreeuwigmethenheeftgesloten
12Enditgetuigenisisoveruopgeschreven,opdatuhet voortdurendinachtneemt,zodatuopgeenenkeledaghet bloedvandieren,vogelsofveezulteten,gedurendealle dagenvandeaardeEnwiehetbloedvandieren,vanvee ofvanvogelseet,gedurendealledagenvandeaarde,hijen zijnnakomelingenzullenuithetlandwordenverdelgd.
13EnbeveeldekinderenvanIsraëldatzijgeenbloedeten, zodathunnamenenhunnakomelingenvoortdurendvoor deHeer,onzeGod,mogenzijn
14Aandezewetisgeenmaximumaantaldagenverbonden, wantzijgeldtvooreeuwig.Zijmoetenhaarinachtnemen, vangeslachttotgeslacht,zodatzijvoortdurendmetbloed voorubiddenvoorhetaltaar;elkedag,'smorgensen's avonds,moetenzijvoortdurendvergevingvooruvragen bijdeHeer,opdatzijhaarwetnalevenennietuitgeroeid worden
15EnHijgafNoachenzijnzoneneentekendatergeen nieuwevloedmeeropdeaardezoukomen
16HijplaatsteZijnregenboogindewolkalstekenvanhet eeuwigeverbond,daternietmeereenvloedoverdeaarde zoukomenomhaartevernietigen,vooralledagenvande aarde.
17Omdezeredenishetbepaaldenopdehemelsetafelen geschrevendatzijindezemaandeenmaalperjaarhet Wekenfeestmoetenvieren,omhetverbondelkjaarte vernieuwen
18Endithelefeestwerdindehemelgevierdvanafdedag vandescheppingtotdedagenvanNoach–zesentwintig jubelsenvijfwekenvanjaren[1309-1659AM]:enNoach enzijnzonenvierdenhetzevenjubelsenéénweekvan jaren,totdedagvanNoachsdood,envanafdedagvan Noachsdoodschaftenzijnzonenhetaftotdedagenvan Abraham,enzijatenbloed
19MaarAbrahamhieldzicheraan,enIsaakenJakoben zijnkinderenhieldenzicheraantotinuwtijd,eninuwtijd vergatendeIsraëlietenhet,totdatuhetopnieuwopdeze bergvierde.
20EnbeveeldekinderenvanIsraëlditfeestinalle generatiestevieren,alseengebodvoorhen:ééndagper jaarindezemaandzullenzijhetfeestvieren.
21Wanthetishetfeestderwekenenhetfeestder eerstelingen;ditfeestistweevoudigenvaneendubbele aard;vierhetovereenkomstigwaterovergeschrevenen gegraveerdstaat
22WantIkhebinhetboekvandeeerstewet,indatwatIk vooruhebgeschreven,geschrevendatuhetopdejuiste tijd,ééndagperjaar,moetvierenEnIkhebudeoffers uitgelegd,opdatdekinderenvanIsraëlhetzouden gedenkenenvieren,vangeslachttotgeslacht,indeze maand,ééndagperjaar
23Enopdenieuwemaanvandeeerstemaand,enopde nieuwemaanvandevierdemaand,enopdenieuwemaan vandezevendemaand,enopdenieuwemaanvande tiendemaandzijndegedenkdagen,endedagenvande seizoenenindevierdelenvanhetjaarDezezijn opgeschrevenenvastgelegdalseengetuigenisvooreeuwig 24EnNoachsteldezevoorzichzelfinalsfeestenvooralle generaties,totineeuwigheid,zodatzedaardooreen gedenktekenvoorhemzijngeworden
25Enopdenieuwemaanvandeeerstemaandwerdhem opgedrageneenarkvoorzichzelftemaken,enopdiedag werddeaardedroogenhijopendedearkenzagdeaarde 26Enopdenieuwemaanvandevierdemaandwerdende mondenvandedieptenvandeafgrondgeslotenEnopde nieuwemaanvandezevendemaandwerdenallemonden vandeafgrondenvandeaardegeopend,enhetwater begonerinaftedalen
27Enopdenieuwemaanvandetiendemaandwerdende toppenvandebergenzichtbaar,enNoachwasblij.
28Endaaromheefthijzevoorzichzelfingesteldals feestenternagedachtenisvooraltijd,enzozijnzeingesteld.
29Enzijplaatstenzeopdehemelsegedenkstenen;ieder hadeenperiodevandertienwekenVandeeenopdeander ginghungedenktekenover,vandeeersteopdetweede, vandetweedeopdederdeenvandederdeopdevierde.
30Enalledagenvanhetgebodzullentweeënvijftigweken vandagenzijn,en(diezullen)hethelejaarcompleet makenZostaathetgegraveerdenvastgelegdopde hemelsetafelen
31Enmenmagditgebodnietverwaarlozen,nietvooréén enkeljaarennietvanjaartotjaar
32EnbeveeldekinderenvanIsraëldatzijdejareninacht nemenvolgensdezetelling:driehonderdvierenzestigdagen. Dezedagenzulleneenvolledigjaarvormen,enzijzullen detijdvandedagenendefeestdagennietverstorenAlles zalinhenovereenkomenmethungetuigenis,enzijzullen geendagoverslaanengeenfeestverstoren
33MaaralszijdieverwaarlozenennietvolgensZijn gebodnaleven,danzullenzijalhunseizoenenverstorenen dejarenuitdeze(orde)ontregeldraken,[enzijzullende seizoenenverstorenendejarenzullenontregeldraken]en zijzullenhunverordeningenverwaarlozen.
34EnallekinderenvanIsraëlzullenhetpadvandejaren vergetenennietmeervinden,enzijzullendenieuwemaan, deseizoenenendesabbattenvergeten,enzijzullende volgordevandejarenvolledigverkeerdkennen
35WantIkweethet,envannuafaanzalIkhetu bekendmaken,enhetisnietmijneigenverzinsel;wanthet boekligtvoorMijgeschreven,enopdehemelsetafelenis deindelingvandedagenvastgelegd,opdatzijdefeesten vanhetverbondnietvergetenennietvolgensdefeesten vandeheidenengaanwandelen,naarhundwalingennaar hunonwetendheid
36Wanterzullenerzekerzijndiedemaanobserveren–hoezijdeseizoenenverstoortenelkjaartiendagente vroegkomt
37Daaromzullenerjarenkomenwaarinzijdeordezullen verstoreneneenafschuwelijkedagtoteendagvan getuigeniszullenmaken,eneenonreinedagtoteen feestdag.Zijzullenalledagenverwarren,deheiligemetde onreine,endeonreinemetdeheilige;wantzijzullenzich vergissenwatbetreftdemaanden,desabbatten,defeesten endejubeldagen.
38Daaromgebiedengetuigiku,opdatuhunzultgetuigen; wantnauwdoodzullenuwkinderenheninberoering brengen,zodatzijhetjaarnietlanger driehonderdvierenzestigdagenzullentellen,endaarom zullenzijzichvergissenwatbetreftdenieuwemaan,de seizoenen,desabbattenendefeestdagen,enzijzullen allerleisoortenbloedmetallerleisoortenvleeseten
HOOFDSTUK7
1Enindezevendeweekvanheteerstejaar[1317AM],in ditjubeljaar,plantteNoachwijnstokkenopdebergwaarop dearkhadgerust,genaamdLubar,eenvandeAraratbergen,enzedroegenvruchtinhetvierdejaar[1320AM].
Hijbewaaktehunvruchtenenverzameldezeindezevende maandvanditjaar.
2Enhijmaakteerwijnvanendeeddieineenvat,en bewaardedietothetvijfdejaar,[1321AM]totdeeerste dag,opdenieuwemaanvandeeerstemaand.
3Enhijvierdededagvanditfeestmetvreugdeenbracht eenbrandofferaandeHEER:eenjongeoseneenram, zevenschapenvanelkeenjaaroud,eneengeitenbokje,om daardoorverzoeningtedoenvoorzichzelfenzijnzonen
4Enhijbereiddeeersthetgeitjevoorendeedwatvanzijn bloedophetvleesdatophetaltaarlagdathijhadgemaakt Alhetvetlegdehijophetaltaarwaarhijhetbrandoffer bracht,endeos,deramenhetschaap,enhijlegdealhun vleesophetaltaar
5Enhijlegdealhunoffergaven,vermengdmetolie, daarop.Daarnabesprenkeldehijhetvuurdathijdaarvoor ophetaltaarhadaangestokenmetwijn,enhijlegde wierookophetaltaar,zodatereenaangenamegeuropsteeg, diedeHeer,zijnGod,welgevalligwas.
6Enhijverheugdezichendronkvandezewijn,hijenzijn kinderenmetvreugde
7Hetwasavondgeworden,enhijgingzijntentbinnen. Dronkengewordenginghijliggenensliep,enhijlag onbedektinzijntentteslapen
8EnChamzagzijnvaderNoachnaakt,enhijgingnaar buitenenverteldehetaanzijntweebroers
9Semnamzijnkleedenstondop,hijenJafet,enzij legdenhetkleedophunschoudersenliepenachterwaarts omdeschandevanhunvadertebedekken,enhun gezichtenwarennaarachterengericht
10ToenNoachuitzijnslaapontwaakteenallesbegreep watzijnjongstezoonhemhadaangedaan,vervloektehij zijnzoonenzei:‘VervloektzijKanaän,eenslaafzalhij zijnonderzijnbroeders.’
11EnhijzegendeSemenzei:‘GezegendzijdeHEER,de GodvanSem,enKanaänzalzijndienaarzijn
12GodzalJafetvergroten,enGodzalindewoningvan Semwonen,enKanaänzalzijndienaarzijn'
13Chamwistdatzijnvaderzijnjongstezoonvervloekt had,enhijwaserontevredenover.Daaromverliethijzijn vader,samenmetzijnzonen:Kus,Mizraïm,PutenKanaän 14Enhijbouwdevoorzichzelfeenstadennoemdedie naardenaamvanzijnvrouwNe'elatama'uk.
15EnJafetzaghetenwerdjaloersopzijnbroerDaarom bouwdehijookeenstadvoorzichzelfennoemdedienaar denaamvanzijnvrouw,Adataneses.
16SemwoondebijzijnvaderNoachenbouwdeeenstad vlakbijzijnvaderopdeberg.Ookhijnoemdediestadnaar denaamvanzijnvrouwSedeqetelebab
17Enzie,dezedriestedenliggenvlakbijdebergLubar: Sedeqetelebabligttenoostenvandeberg,Na'eltama'ukten zuidenervanen'Adatan'esestenwestenervan.
18EnditzijndezonenvanSem:Elam,Assur,Arpacshad (dezezoonwerdtweejaarnadezondvloedgeboren),Lud enAram
19DezonenvanJafet:Gomer,Magog,Madai,Javan, Tubal,MeshechenTiras;ditzijndezonenvanNoach.
20Eninhetachtentwintigstejubeljaar[1324-1372AM] begonNoachzijnkleinzonendeverordeningenengeboden opteleggen,enallewettendiehijkende.Hijspoordezijn zonenaanomrechtvaardigheidtebetrachten,deschande
vanhunvleestebedekken,hunScheppertezegenen,vader enmoederteeren,hunnaastelieftehebbenenhunzielte behoedenvoorontucht,onreinheidenalleongerechtigheid 21Wantdoordezedriedingenkwamdezondvloedoverde aarde,namelijkdoordeontuchtwaarmeedeWachters, tegendewetvanhunverordeningenin,hoereerdenmetde dochtersvandemensenenzichtotvrouwennamenvan allendiezijverkozen;enzijgavendaarmeehetbeginvan deonreinheid
22Enzijverwektenzonen,deNafidim,enzijwarenallen verschillend,enzijverslondenelkaarEndereuzen dooddendeNafi,endeNafidooddendeEljo,endeEljo dooddendemensen,endeééndeander.
23Eniedervanhenverkochtzichomonrechttebedrijven enveelbloedtevergieten,endeaarderaaktevolonrecht 24Endaarnazondigdenzijtegendedierenendevogels, entegenalleswatzichbeweegtenlooptopdeaarde;ener werdveelbloedvergotenopdeaarde,enelkegedachteen elkverlangenvandemensenwasvoortdurendgerichtop ijdelheidenkwaad
25EndeHEERvernietigdeallesvandeaardbodem; vanwegedegoddeloosheidvanhundadenenvanwegehet bloeddatzijopaardehaddenvergoten,vernietigdeHij alles
26'Enwijblevenachter,ikenjullie,mijnzonen,enalles watmetonsdearkwasingegaanEnzie,ikziejullie werkenvoorme:julliewandelennietingerechtigheid, wantjulliezijndewegvandeverwoestingingeslagen, julliescheidenvanelkaarenzijnjaloersopelkaar,enjullie levennietinharmoniemetelkaar,mijnzonen,iedermet zijnbroer.
27Wantikzie,enzie,dedemonenzijnbegonnenmethun verleidingentegenuentegenuwkinderen,ennuvreesik vooru,datunamijndoodhetbloedvanmensenopde aardezultvergieten,endatookuvandeaardbodemzult wordenweggevaagd
28Wantiederdiemensenbloedvergieteniederdiehet bloedvaneendiereet,zalallenvandeaardeworden weggevaagd
29Enerzalniemandoverblijvendiebloedeetofhetbloed vaneenmensopdeaardevergiet,nochzalervoorhem enignageslachtofnakomelingenonderdehemel overblijven;wantzijzullennaarhetdodenrijkgaan,en naardeplaatsvanveroordelingzullenzijafdalen,eninde duisternisvandedieptezullenzijallendooreen gewelddadigedoodwordenweggevoerd.
30Ermaggeenbloedopuzichtbaarzijnvanalhetbloed datuhebtvergoten,vanalledagenwaaropudieren,veeof vliegendedierenopdeaardehebtgedoodDoeeengoede daadvooruwzieldoordatgenetebedekkenwatopde aardeisvergoten
31Engijzultnietzijnzoalshijdiemetbloedeet,maar hoedtuzelfervoordatniemandvooruwogenbloedeet; bedekhetbloed,wantzoismijgebodentegetuigen tegenoveruenuwkinderen,tezamenmetallevlees
32Enlaatniettoedatdezielmethetvleeswordtverteerd, opdatuwbloed,datuwlevenis,nietdooriemanddiehet opdeaardevergiet,opgeëistwordt
33Wantdeaardezalnietreinzijnvanhetbloeddatop haarvergotenis;want(alleen)doorhetbloedvanhemdie
hetvergotenheeft,zaldeaardegereinigdwordeninalle generaties.
34Ennu,mijnkinderen,luister:oefenrechten gerechtigheiduit,opdatgijgeplantzultwordenin gerechtigheidoverdeheleaarde,enuwglorieverhoogd zalwordenvoormijnGod,diemijgeredheeftuitde waterenvandevloed
35Enzie,julliezulleneropuittrekkenenstedenvoor jezelfbouwen,endaarinalleplantenplantendieopde aardegroeien,enbovendienallevruchtbomen
36Gedurendedriejaarzaldevruchtvanalleswatgegeten wordtnietgeoogstworden;eninhetvierdejaarzalde vruchtalsheiligbeschouwdworden[enmenzalde eerstelingenofferen],aanvaardbaarvoordeAllerhoogste God,diedehemelendeaardeenalledingengeschapen heeft.Laatmendeeerstelingenvandewijnendeoliein overvloedofferenophetaltaarvandeHeer,dieze ontvangt;enwatoverblijft,laatdedienarenvanhethuis vandeHeeretenvoorhetaltaardathetontvangt.
37Eninhetvijfdejaarmoetudeoogstvrijgeven,zodatu datopeenrechtvaardigeenoprechtemanierdoetDanzult urechtvaardigzijnenzalalleswatuzaaitvoorspoedigzijn.
38WantzogafHenoch,devadervanuwvader,bevelen aanMethuselah,zijnzoon,enMethuselahaanLamech, zijnzoon,enLamechgafmijbevelenvooralleswatzijn vadershemhaddenbevolen
39Enikzaljullieookeengebodgeven,mijnzonen,zoals Henochzijnzooneengebodgafindeeerstejubeljaren: terwijlhijnogleefde,dezevendeinzijngeneratie,gafhij eengebodengetuigdehijaanzijnzoonenaandezonen vanzijnzoontotdedagvanzijndood.'
HOOFDSTUK8
1Inhetnegenentwintigstejubileumjaar,indeeersteweek [1373AM],aanhetbegindaarvan,namArpachshadeen vrouwtotzich,enhaarnaamwasRasu'eja,dedochtervan Susan,dedochtervanElam,enzijbaardehemeenzoonin hetderdejaar,indezeweek[1375AM],enhijnoemde hemKainam.
2Dezoongroeideop,enzijnvaderleerdehemschrijven Hijgingopzoeknaareenplekwaarhijeenstadvoor zichzelfkonstichten.
3Enhijvondeenschriftdatvroegeregeneratiesinderots haddengebeiteld,enhijlaswatdaaropstond,enhijschreef hetoverenzondigdedaardoor;wanthetbevattedeleervan deWachters,overeenkomstigwelkezijdetekenenvande zon,demaanendesterreninallehemeltekenenplachtente observeren
4Enhijschreefhetopenzeiernietsover;wanthijwas bangomermetNoachovertepraten,uitvreesdatdieboos ophemzouworden.
5Eninhetdertigstejubeljaar[1429AM],indetweede weekvanheteerstejaar,namhijeenvrouwtotzich,en haarnaamwasMelka,dedochtervanMadai,dezoonvan JafetEninhetvierdejaar[1432AM]verwektehijeen zoon,diehijSjelanoemde,wanthijzei:‘Voorwaar,ikben gezonden’
6[Eninhetvierdejaarwerdhijgeboren],enShelah groeideopennameenvrouwtotzich,enhaarnaamwas Mu'ak,dedochtervanKesed,debroervanzijnvader,in
heteenendertigstejubeljaar,indevijfdeweek,inheteerste jaar[1499AM]daarvan.
7Enzijbaardehemeenzooninhetvijfdejaar[1503AM], enhijnoemdehemEber;enhijnameenvrouw,enhaar naamwasAzûrâd,dedochtervanNebrod,inhet tweeëndertigstejubeljaar,indezevendeweek,inhetderde jaar[1564AM]
8Eninhetzesdejaar[1567AM]baardezijhemeenzoon, enhijnoemdehemPeleg;wantindedagendathijgeboren werd,begonnendekinderenvanNoachdeaardeonder elkaarteverdelen:daaromnoemdehijhemPeleg 9Enzeverdeeldenhetinhetgeheimonderelkaaren verteldenhetaanNoach.
10Enhetgeschieddeaanhetbeginvanhetdrieëndertigste jubeljaar[1569AM]datzijdeaardeindrieënverdeelden, voorSem,ChamenJafet,overeenkomstigdeerfenisvan ieder,inheteerstejaar,indeeersteweek,toeneenvanons diegezondenwas,bijhenwas 11Enhijriepzijnzonen,enzijkwamennaarhemtoe,zij enhunkinderen,enhijverdeeldedeaardeinpercelen,die zijndriezoneninbezitzoudennemenEnzijstakenhun handenuitennamenhetschriftuitdeboezemvanNoach, hunvader
12EnerwerdopdegeschriftenvermelddatSemhet middenvandeaardealserfdeelzouontvangen,voor zichzelfenvoorzijnzonentotinallegeneratiesvan eeuwigheid,vanuithetmiddenvanhetRafagebergte,vanaf demondingvanderivierTina.Zijndeelstrektzichuitnaar hetwesten,doorhetmiddenvandezerivier,totaanhet watervandeafgrond,waaruitdezerivierontspringtenzijn waterindezeeMeatstort,endezerivierstroomtinde grotezeeAlwatnaarhetnoordenligt,behoortaanJafet, enalwatnaarhetzuidenligt,behoortaanSem
13EnhetstrektzichuittotaanKaraso:ditbevindtzichin deboezemvandetongdienaarhetzuidengerichtis
14Zijndeelstrektzichuitlangsdegrotezee,ineenrechte lijntotaandewestkantvandetongdienaarhetzuiden gerichtis;wantdezezeewordtdetongvandeEgyptische Zeegenoemd
15Envanhieruitbuigthijafnaarhetzuiden,naarde mondingvandegrotezee,naardeoeversvanzijnwateren, enhijstrektzichuitnaarhetwestentotAfra,enhijstrekt zichuittothijdewaterenvanderivierGihonbereikt,en tenzuidenvandewaterenvanGihon,totaandeoeversvan dezerivier
16Enhetstrektzichuitnaarhetoosten,tothetdeHofvan Edenbereikt,tenzuidendaarvan,[naarhetzuiden]en vanuithetoostenvanhethelelandvanEdenenvanhet heleoostenbuigthetzichafnaarhetoostenengaatverder tothetdeoostkantvandebergRafabereikt,enhetdaaltaf naardeoevervandemondingvanderivierTina
17DitdeelwerddoorlotingtoegewezenaanSemenzijn zonen,opdatzijhetvooreeuwiginbezitzoudenhebben, totinallegeneraties
18NoachverheugdezicheroverdatditdeelvoorSemen zijnzonenwasuitgekomen,enhijherinnerdezichalleswat hijmetzijnmondinprofetiehadgesproken;wanthijhad gezegd:‘GezegendzijdeHEER,deGodvanSem,en mogedeHEERwonenindewoningvanSem’
19EnhijwistdatdeHofvanEdenhetallerheiligsteis,de woonplaatsvandeHEER,endebergSinaïhetmiddenvan
dewoestijn,endebergSionhetmiddelpuntvandeaarde; dezedriewerdenalsheiligeplaatsentegenoverelkaar geschapen
20EnhijpreesdeGoddergoden,diehetwoordvande Heerinzijnmondhadgelegd,endeHeervooreeuwig.
21EnhijwistdatSemenzijnzoneneengezegenddeelen eenzegenwastoegekomen,totinallegeneratiesen eeuwigheid:hethelelandEdenenhethelelandvande RodeZee,enhethelelandvanhetoostenenIndia,enaan deRodeZeeendebergendaarvan,enhethelelandBasan, enhethelelandLibanonendeeilandenvanKaftur,enalle bergenvanSanirenAmana,endebergenvanAssyrinhet noorden,enhethelelandvanElam,Assyr,Babel,Susanen Ma'edai,enallebergenvanArarat,enhethelegebiedaan deoverkantvandezee,datzichuitstrektvoorbijdebergen vanAssyrinhetnoorden,eengezegendenruimland,en alleswatdaarinis,iszeergoed
22EnvoorChamkwamhettweededeel,voorbijdeGihon, naarhetzuiden,rechtsvandeHofvanEden,enhetstrekt zichuitnaarhetzuidenenhetstrektzichuittotalle vuurbergen,enhetstrektzichuitnaarhetwestentotdezee vanAtelenhetstrektzichuitnaarhetwestentothetdezee vanMa'ukbereikt-diezeewaarinalleswatnietvernietigd wordt,neerdaalt
23Enhetstroomtverdernaarhetnoorden,totaande grenzenvanGadir,enhetstroomtverdernaardekustvan dewaterenvandezee,naardewaterenvandegrotezee, tothetderivierGihonnadert,enhetstroomtlangsderivier GihontothetderechteroevervanEdenbereikt
24EnditishetlanddatvoorChambestemdwasalshet deeldathijvooraltijdinbezitzouhebben,voorzichzelfen voorzijnzonen,totinalhungeneraties,totineeuwigheid
25EnhetderdedeelvanhetgebiedvanJafetstrektezich uitvoorbijderivierTina,tennoordenvandeuitstroom ervan,enhetstrektezichuitinnoordoostelijkerichtingtot hethelegebiedvanGogentotalhetlandtenoosten daarvan.
26Enhetstrektzichuitnaarhetnoorden,totaandebergen vanQeltinhetnoorden,ennaardezeevanMa'uk,enhet gaattenoostenvanGadirtotaanhetgebiedvandewateren vandezee
27EnhetstrektzichuittothetdewestkantvanFaranadert enhetkeertterugnaarAferag,enhetstrektzichoostwaarts uittotdewaterenvandezeevanMeat
28EnhetstrektzichuittothetgebiedvanderivierdeTina innoordoostelijkerichting,tothetdegrensvanhaar waterennadertbijdebergRafa,enhetbuigtdanafnaar hetnoorden.
29DitishetlanddatJafetenzijnzonenalserfdeel toegewezenkregen,dathijvoorzichzelfenzijnzonenzou bezitten,vooralhungeneratiestotineeuwigheid:vijf groteeilandeneneengrootlandinhetnoorden.
30Maarhetiskoud,enhetlandvanChamisheet,enhet landvanSemisnochheetnochkoud,maarhetiseen mengelingvankouenhitte
HOOFDSTUK9
1EnChamverdeeldehetonderzijnzonen,enheteerste deelkwamtenoostenvanKus,tenwestendaarvanten zuidenvanMizraïm,tenwestendaarvantenwestenvan
Put,entenwestendaarvan[entenwestendaarvan]aande zeetenwestenvanKanaän.
2Semverdeeldehetgebiedonderzijnzonen,enheteerste deelwasvoorChamenzijnzonen,tenoostenvanderivier deTigris,totaandeoostkust,hethelelandIndia,ende RodeZeeaandekust,endewaterenvanDedan,enalle bergenvanMebrienEla,enheelhetlandSusan,enalles wataandekantvanPharnakligttotaandeRodeZeeende rivierTina
3EnvoorAsshurkwamhettweededeel,hethelelandvan AsshurenNineveenSineartotaandegrensvanIndia,en hetlooptlangsderivieromhoogenomzoomtdeze
4EnaanArpachshadwerdhetderdedeeltoegewezen,het helelandvanhetgebiedvandeChaldeeëntenoostenvan deEufraat,grenzendaandeRodeZee,enallewaterenvan dewoestijnvlakbijdezeetongdieuitkijktopEgypte,het helelandvanLibanonenSanirenAmanatotaandegrens vandeEufraat
5EnaanAramwerdhetvierdedeeltoegewezen,het gehelelandvanMesopotamiëtussendeTigrisende Eufraat,tennoordenvandeChaldeeën,totaandegrens vanhetgebergtevanAsshurenhetlandArara.
6EnhetvijfdedeelwerdaanLudtoegewezen,debergen vanAsshurenalleswatdaarbijhoorde,totaandeGrote ZeeentotaanhetoostenvanAsshur,zijnbroer.
7EnJafetverdeeldeookhetlanddathemgeërfdwasonder zijnzonen
8HeteerstedeelkwamvoorGomeruitinhetoosten,van denoordzijdetotaanderivierTina;eninhetnoorden kwamvoorMagoghethelebinnenstedeelvanhetnoorden uit,totaandezeevanMe'at.
9EnMadaiontvingalszijndeelhetgebieddathijzou bezitten,vanhetwestenvanzijntweebroerstotaande eilandenendekustenvandeeilanden.
10EnvoorJavankwamhetvierdedeeluit,elkeilandende eilandendieaandegrensvanLudliggen
11EnvoorTubalkwamhetvijfdedeelvoortinhetmidden vandetong,datzichuitstrekttotaandegrensvanhetdeel vanLud,totaandetweedetong,totaanhetgebiedvoorbij detweedetong,totaandederdetong.
12EnvoorMeshechkwamhetzesdedeeluit,hethele gebiedvoorbijdederdetaal,totaanhetoostenvanGadir 13EnvoorTiraskwamhetzevendedeeltevoorschijn,vier groteeilandenmiddenindezee,dietotaanhetdeelvan Hamreiken[endeeilandenvanKamaturiwerdendoor lotingtoegewezenaandezonenvanArpachshadalszijn erfdeel]
14ZoverdeeldendezonenvanNoachhunbezittingen onderhunzonenindeaanwezigheidvanhunvaderNoach, enhijlegdehenalleneeneedafensprakeenvloekuitover iederdietrachttehetdeeltebemachtigendathemnietdoor hetlotwastoebedeeld.
15Enzijallenzeiden:‘Zozijhet,zozijhet,’voorhenzelf enhunzonen,vooraltijd,vangeslachttotgeslacht,totde dagdesoordeels,waaropdeHEERGodhenzaloordelen meteenzwaardenmetvuurvanwegealhunonreine goddeloosheidendwalingen,waarmeezijdeaardehebben vervuldmetovertreding,onreinheid,ontuchtenzonde
HOOFDSTUK10
1Enindederdeweekvanditjubeljaarbegonnende onreinedemonendekinderenvandezonenvanNoachte misleiden,hentotdwalingtebrengenenhentevernietigen 2DezonenvanNoachkwamennaarhunvaderNoachen verteldenhemoverdedemonendiezijnkleinkinderen misleidden,verblinddenendoodden
3EnhijbadtotdeHEER,zijnGod,enzei:‘Godvande geestenvanallemensen,diemijbarmhartigheidhebt bewezenenmijenmijnzonenhebtgeredvandewateren vandevloed,enmijniethebtlatenomkomenzoalsUde zonenvanhetverderfhebtlatenomkomen;wantUw genadeisgrootgeweestjegensmij,engrootisUw barmhartigheidvoormijnziel.LaatUwgenadeoprijzen overmijnzonen,enlaatgeenbozegeestenoverhen heersen,opdatzijhennietvandeaardezoudenwegvagen’ 4Maarzegenmijenmijnzonen,opdatwijmogen toenemenenonsvermenigvuldigenendeaardemogen vullen
5EnUweethoeUwWachters,devoorvadersvandeze geesten,inmijntijdhebbengehandeldWatdezelevende geestenbetreft,sluitzeopenhoudzevastindeplaatsvan veroordeling,zodatzegeenverderfbrengenoverdezonen vanUwdienaar,mijnGod;wantdezezijnkwaadaardigen geschapenomtevernietigen
6Enlaathengeenmachthebbenoverdegeestenvande levenden,wantUalleenkuntoverhenheersenEnlaathen vannuafaanentotineeuwigheidgeenmachthebbenover dekinderenderrechtvaardigen.
7EndeHeer,onzeGod,geboodonsallentebinden 8Endevoornaamstevandegeesten,Mastêmâ,kwamen zei:‘Heer,Schepper,laatsommigenvanhenvoorMij blijven,enlaathennaarMijnstemluisterenenallesdoen watIkhunzeg;wantalssommigenvanhennietvoorMij overblijven,zalIknietinstaatzijndemachtvanMijnwil opdemensenuitteoefenen;wantzijzijntotverderfen misleidingvoorMijnoordeel,wantgrootisde goddeloosheidvandemensen.’
9EnHijzei:'LaathettiendedeelvanhenvoorHem blijven,enlaathetnegendedeelafdalennaardeplaatsvan veroordeling.'
10EnHijgaféénvanonsdeopdrachtomNoachalle geneeswijzenteleren;wantHijwistdatzijnietoprecht zoudenwandelenennietnaarrechtvaardigheidzouden streven
11EnwijhebbengedaanovereenkomstigalZijnwoorden: alleboosaardige,kwaadaardigemensenhebbenwij gevangengezetopdeplaatsvanveroordeling,eneentiende deelhebbenwijovergelaten,opdatzijonderworpenzouden zijnaanSatanopaarde
12EnwijhebbenNoachallegeneesmiddelenvoorhun ziektenuitgelegd,evenalsdeverleidingenwaarmeezete makenhadden,enhoehijhenkongenezenmetkruiden vandeaarde
13EnNoachschreefallesopineenboek,zoalswijhem haddenopgedragen,betreffendeallesoortenmedicijnen Zowerdendebozegeestenervanweerhoudendezonen vanNoachkwaadtedoen.
14EnhijgafalleswathijgeschrevenhadaanSem,zijn oudstezoon;wanthijhadhemmeerliefdanalzijnzonen 15EnNoachsliepinbijzijnvoorvaderenenwerd begravenopdebergLubarinhetlandArarat
16Negenhonderdvijftigjaarvoltooidehijinzijnleven, negentienjubileaentweewekenenvijfjaar.[1659AM]
17Entijdenszijnlevenopaardeovertrofhijallemensen, behalveHenoch,vanwegederechtvaardigheidwaarinhij volmaaktwas.WantHenochsambtwasingesteldalseen getuigenisvoordegeslachtenvandewereld,zodathijalle dadenvangeslachttotgeslachtzouvertellen,totdedagdes oordeels.
18Eninhetdrieëndertigstejubeljaar,inheteerstejaar,in detweedeweek,namPelegeenvrouwtotzich,Lomna,de dochtervanSinaï,enzijbaardehemeenzooninhetvierde jaarvandezeweek,enhijnoemdehemReu;wanthijzei: ‘Zie,demensenzijnslechtgewordendoorhungoddeloze voornemenomvoorzichzelfeenstadeneentorente bouweninhetlandSinaï’
19WantzijverlietenhetlandAraratentrokkenoostwaarts naarSinear;wantinzijndagenbouwdenzijdestadende torenenzeiden:‘Kom,latenwijdaardooropstijgennaarde hemel.’
20Enzebegonnentebouwen,enindevierdeweek maaktenzebakstenenmetvuurDezebakstenendienden henalsstenen,endekleiwaarmeezedebakstenenaan elkaarcementeerden,wasasfaltafkomstiguitdezeeenuit dewaterbronneninhetlandSinear
21Enzijbouwdenhet:drieënveertigjaar[1645-1688AM] warenzijbezigmetdebouwervan;debreedtewas203 stenen,endehoogte(vaneensteen)waseenderdevaneen steen;dehoogtebedroeg5433ellenen2handpalmen,en (delengtevanéénmuurwas)dertienstadiën(envande anderedertigstadiën)
22EndeHEER,onzeGod,zeitotons:Zie,zijzijnéén volk,enzijbeginnendittedoen,ennuzalnietshunmeer wordenonthoudenKom,latenwijafdalenenhuntaal verwarren,zodatzijelkaarsspraaknietmeerverstaanen zijverspreidrakenoverstedenenvolken,enzijtotdedag desoordeelsgeeneensgezindheidmeerzullenhebben
23EndeHeerdaaldeneer,enwijdaaldenmethemneer omdestadendetorenteziendiedemensenhadden gebouwd
24Enhijverwardehuntaal,zodatzeelkaarnietmeer verstondenDaarophieldenzeopmethetbouwenvande stadendetoren
25DaaromwordthethelelandSinearBabelgenoemd, omdatdeHEERdaaralletalenvandemensenverwarde, envandaaruitwerdenzeverspreidoverhunsteden,ieder naarzijneigentaalenzijneigenvolk.
26EndeHEERzondeenmachtigewindtegendetorenen wierphemomveropdeaarde.Enzie,hijstondtussen AsshurenBabyloninhetlandSinear,enmennoemdehem 'Omvergeworpen'
27Indevierdeweekvanheteerstejaar[1688AM],aan hetbegindaarvan,inhetvierendertigstejubeljaar,werden zijuithetlandShinarverdreven
28EnChamenzijnzonengingennaarhetlanddathem wastoegewezen,dathijalszijndeelhadverworveninhet landinhetzuiden
29EnKanaänzaghetlandLibanontotaanderiviervan Egypte,dathetzeergoedwas,enhijgingnietnaarhetland vanzijnerfdeelinhetwesten(datwilzeggennaar)dezee, maarhijbleefinhetlandLibanonwonen,tenoostenenten
westenvandegrensvandeJordaanenvandegrensvande zee.
30EnCham,zijnvader,enKoestenMizraïm,zijnbroers, zeidentegenhem:‘Uhebtzichgevestigdineenlanddat nietvanuisendatonsnietdoorhetlotistoegewezen.Doe datniet,wantalsudatdoet,zullenuenuwzonenindat landtenondergaanenvervloektwordendooropstand Wantdooropstandhebtuzichdaargevestigd,endoor opstandzullenuwkinderentenondergaan,enuzultvoor eeuwigwordenuitgeroeid’
31VerblijfnietindewoningvanSem,wantSemenzijn zonenhaddendiewoningvolgenshunlotgekregen
32Vervloektzijtgij,envervloektzultgijzijnbovenalle zonenvanNoach,doordevloekwaarmeewijonszelf gebondenhebbendooreeneedindeaanwezigheidvande heiligerechterenindeaanwezigheidvanNoach,onze vader'
33Maarhijluisterdenietnaarhenenbleefinhetland Libanonwonen,vanHamathtotaandegrensmetEgypte, hijenzijnzonen,totopdedagvanvandaag
34EndaaromwordtdatlandKanaängenoemd
35EnJafetenzijnzonentrokkennaardezeeenvestigden zichinhetlanddathunwastoegewezenToenMadaihet landaandezeezag,bevielhethemnietHijvroegHam, AssyriëenArpacshad,debroervanzijnvrouw,omeen deelvanhetlandHijbleeftotopdedagvanvandaagin hetlandMediëwonen,vlakbijdebroervanzijnvrouw
36Enhijnoemdezijnwoonplaatsendewoonplaatsvan zijnzonenMedië,naardenaamvanhunvaderMadai
HOOFDSTUK11
1Eninhetvijfendertigstejubileum,indederdeweekvan heteerstejaar[1681AM]daarvan,namReueenvrouwtot zich,enhaarnaamwas'Ôrâ,dedochtervan'Ûr,dezoon vanKesed,enzijbaardehemeenzoon,enhijnoemdehem Sêrôh,inhetzevendejaarvandezeweekinditjubileum. [1687AM]
2EndezonenvanNoachbegonnenoorlogtegenelkaarte voeren,elkaargevangentenemenentedoden,enhetbloed vanmensenopdeaardetevergieten,enbloedteeten,en sterkesteden,murenentorenstebouwen,enindividuen (begonnen)zichzelfbovendenatieteverheffen,ende beginselenvankoninkrijkentestichten,enoorlogte voeren,volktegenvolk,natietegennatie,enstadtegen stad,enallen(begonnen)kwaadtedoen,enwapenste verwerven,enhunzonenoorlogteleren,enzijbegonnen stedenteveroverenenmannelijkeenvrouwelijkeslavente verkopen
3En'Ûr,dezoonvanKesed,bouwdedestad'Arader Chaldeeënennoemdehaarnaarzijneigennaamende naamvanzijnvader.Enzijmaaktenvoorzichzelfgegoten beeldenenaanbadeniederhetafgodsbeelddatzijvoor zichzelfhaddengemaaktEnzijbegonnengesneden beeldenenonreinenabootsingentemaken,enbozegeesten hielpenhenenverleiddenhentotovertredingenonreinheid 4EndevorstMastêmâspandezichinomditalleste bewerkstelligen,enhijzondanderegeestenuit,dieonder zijngezagstonden,omallerleikwaadenzondete bedrijven,enallerleiovertredingentebegaan,omte
verdervenentevernietigen,enombloedopdeaardete vergieten.
5DaaromnoemdehijSêrôhSerug,wantiedereendiezich totallerleizondenenovertredingenwendde.
6EnhijgroeideopenwoondeinUrderChaldeeën,vlakbij devadervandemoedervanzijnvrouw,enhijaanbad afgoden,enhijnameenvrouwtotzichinhet zesendertigstejubeljaar,indevijfdeweekvanheteerste jaardaarvan,[1744AM]enhaarnaamwasMelka,de dochtervanKaber,dedochtervandebroervanzijnvader 7EnzijbaardehemNahor,inheteerstejaarvandeze week,enhijgroeideopenwoondeinUrderChaldeeën,en zijnvaderleerdehemdeChaldeeuwsegeneeskundige beginselenomtevoorspellenentezienwatdetekenenaan dehemelwaren
8Eninhetzevenendertigstejubileum,indezesdeweek vanheteerstejaardaarvan,[1800AM]namhijeenvrouw totzich,enhaarnaamwasIjaska,dedochtervanNestag vandeChaldeeën.
9EnzijbaardehemTerahinhetzevendejaarvandeze week[1806AM]
10EndevorstMastêmâzondravenenvogelsuitomhet zaaddatinhetlandgezaaidwasteverslinden,omhetland teverwoestenendekinderendermensenvanhunarbeidte beroven.Voordatzehetzaadkondenploegen,piktende ravenhetalvandeoppervlaktevandegrond 11EndaaromnoemdehijhemTerah,omdatderavenen devogelshentotarmoedebrachtenenhunzaadverslonden.
12Endejarenwerdenonvruchtbaar,doordevogels,enzij atenalhetfruitvandebomenopHetkosttehenveel moeiteominhundagennogietsvanalhetfruitvande aardetebehouden
13Eninditnegenendertigstejubileumjaar,indetweede weekvanheteerstejaar,[1870AM]namTeracheen vrouwtotzich,enhaarnaamwasEdna,dedochtervan Abram,dedochtervandezusvanzijnvaderEninhet zevendejaarvandezeweek[1876AM]baardezijhemeen zoon,enhijnoemdehemAbram,naardenaamvande vadervanzijnmoeder;
14Wanthijwasgestorvenvoordatzijndochtereenzoon hadgekregen
15Enhetkindbegondedwalingenvandeaardete begrijpen,datallenafdwaaldennaarafgodsbeeldenennaar onreinheid,enzijnvaderleerdehemschrijven,enhijwas tweewekenoud,[1890AM]enhijscheiddezichafvan zijnvader,opdathijnietmethemafgodenzouaanbidden.
16EnhijbegontebiddentotdeScheppervanalledingen, datHijhemzoubehoedenvoordedwalingenvande mensen,endatzijndeelnietzouvervallentotdwaling, onreinheidenverdorvenheid
17Endetijdvanhetzaaienwasaangebroken,detijdom hetzaadophetlandtezaaien.Enallentrokkeneropuitom hunzaadtebeschermentegenderavenAbramgingmet henmee,enhetkindwaseenjongenvanveertienjaar
18Eneenzwermravenkwamomhetzaadteverslinden, enAbramsneldehentegemoetvoordatzeopdegrond landden,enriephentoe:‘Daalnietaf,keerterugnaarde plaatswaarjullievandaankomen,’enzekeerdenterug
19Enhijzorgdeervoordatdezwermenravendiedag zeventigkeerterugkeerden,envanalleraveninhethele
landwaarAbramwas,heefterzichgeenenkelemeer gevestigd.
20Enallendiemethemwareninhethelelandzagenhem roepen,enalleravenkeerdenterug,enzijnnaamwerd grootinhethelelandderChaldeeën.
21Enditjaarkwamenallendiewildenzaaiennaarhem toe,enhijgingmethenmeetotdezaaitijdvoorbijwasEn zijzaaidenhunlandin,endatjaarbrachtenzijgenoeg graanmeenaarhuisomteetenenverzadigdteraken 22Eninheteerstejaarvandevijfdeweek[1891AM] onderweesAbramdegenendiewerktuigenvoorossen maakten,dehoutbewerkers,enzijmaakteneenvatboven degrond,tegenoverhetframevandeploeg,omhetzaad erintedoenEnhetzaadvieldaaruitopdeploegschaaren werdindeaardeverborgen,enzijwarennietlangerbang voorderaven.
23Enopdezewijzemaaktenzij(vaten)bovendegrondop allespantenvandeploegen,enzijzaaidenenbewerktenal hetland,zoalsAbramhunhadgeboden,enzijwarenniet langerbangvoordevogels
HOOFDSTUK12
1Enhetgeschieddeindezesdeweekvanhetzevendejaar [1904AM]datAbramtegenTerach,zijnvader,zei: 'Vader!'
2Enhijzei:‘Zie,hierbenik,mijnzoon’Enhijzei: 'Welkehulpofvoordeelhebbenwijvandieafgodendieu aanbidt?'
Envoorwiebuigtuzichneer?
3Wanterisgeengeestinhen.
Wanthetzijnstommevormen,eenmisleidingvanhethart Aanbidzeniet:
4AanbiddeGodvandehemel, Wiezorgtervoordatderegenendedauwopdeaarde neerdalen?
Endoetallesopaarde, EnHijheeftallesgeschapendoorZijnwoord EnalhetlevenkomtvanvoorZijnaangezicht 5Waaromaanbiddenjulliedingendiegeengeestinzich hebben?
Wantzezijnhetwerkvan(mensen)handen Enopjullieschoudersdragenjullieze.
Enjulliekrijgengeenhulpvanhen
Maarzezijneengrotebronvanschaamtevoordegenendie zemaken.
Eneenmisleidingvanhethartvoorhendiehenaanbidden: Aanbidzeniet.'
6Zijnvaderzeitegenhem:‘Ookikweethet,mijnzoon, maarwatmoetikdoenmeteenvolkdatmijvoorzichheeft latendienen?’
7Enalsikhundewaarheidvertel,zullenzemijdoden, wanthunzielkleeftaanhenomhenteaanbiddenente eren
8'Zwijg,mijnzoon,opdatzijjenietdoden'Dezewoorden sprakhijtotzijntweebroers,enzijwerdenboosophem, waarophijzweeg.
9Eninhetveertigstejubileumjaar,indetweedeweekvan hetzevendejaardaarvan,[1925AM]namAbrameen vrouwtotzich,enhaarnaamwasSarai,dedochtervanzijn vader,enzijwerdzijnvrouw
10EnHaran,zijnbroer,naminhetderdejaarvandederde week[1928AM]eenvrouwtotzich,enzijbaardehemin hetzevendejaarvandezeweek[1932AM]eenzoon,en hijnoemdehemLot.
11EnNahor,zijnbroer,nameenvrouwtotvrouw.
12EninhetzestigstejaarvanAbramsleven,datwil zeggenindevierdeweekvanhetvierdejaar,stondAbram 'snachtsopenverbranddehethuisvandeafgoden,enhij verbranddealleswatinhethuiswas,enniemandwisthet 13Enzestonden'snachtsopenprobeerdenhungodente reddenuithetvuur
14EnHaranhaasttezichomhenteredden,maarhetvuur laaideopenhijwerdverbrandinhetvuur.HijstierfinUr derChaldeeën,voordeogenvanzijnvaderTerach,enze begroevenheminUrderChaldeeën
15EnTerachtrokweguitUrderChaldeeën,hijenzijn zonen,naarhetlandLibanonennaarhetlandKanaänHij woondeinhetlandHaran,enAbramwoondetweejaar langbijzijnvaderTerachinHaran.
16Enindezesdeweekvanhetvijfdejaardaarvan[1951 AM]bleefAbramdehelenachtwakkeropdenieuwe maanvandezevendemaandomdesterrenteobserveren, vandeavondtotdeochtend,omtezienwathetkarakter vanhetjaarzouzijnmetbetrekkingtotderegenval,enhij zatalleenteobserveren.
17Toenkwamereensteminzijnhart,enhijzei:Alle tekenenvandesterren,endetekenenvandemaanenvan dezon,zijnindehandvandeHEER.Waaromzouikze dannogonderzoeken?
18AlsHijwil,laatHijhetregenen,'smorgensen's avonds;
EnalsHijdatwenst,houdtHijhetachter Enallesisinzijnhand'
19Enhijbaddienachtenzei:
'MijnGod,deAllerhoogsteGod,UalleenbentmijnGod, EnUenUwheerschappijhebIkuitverkoren
EnUhebtalledingengeschapen.
Enalleswathetwerkvanuwhandenis
20Bevrijdmijuitdehandenvanbozegeestendie heerschappijhebbenoverdegedachtenindehartenvande mensen
EnlaathenmijnietvanUafleiden,mijnGod Enversterkmijenmijnnageslachtvooreeuwig.
'Opdatwijvanafnuentotinalleeeuwigheidniet afdwalen'
21Enhijzei:‘MoetikterugkerennaarUrderChaldeeën, diemijnaangezichtzoeken,opdatiktothenterugkeer,of moetikhierblijven?LaathetrechtepadvoorU voorspoedigzijnindehandenvanUwdienaar,opdathij hetvolbrengtenopdatiknietindebedrieglijkheidvan mijnhartwandel,omijnGod’
22Enhijhieldopmetsprekenenbidden,enzie,hetwoord vandeHEERwerddoormijtothemgezonden,zeggende: ‘Trekuituwland,uituwfamilieenuithethuisvanuw vadernaarhetlanddatIkuzalwijzen,enIkzalutoteen grootentalrijkvolkmaken 23EnIkzaluzegenen. EnIkzaluwnaamgrootmaken Engijzultgezegendwordenopaarde
EninUzullenallefamiliesderaardegezegendworden. Enikzalhenzegenendieuzegenen
Envervloekhendiejouvervloeken
24EnIkzaluwGodzijn,endievanuwzoon,endievan uwkleinzoon,endievanaluwnakomelingenWeesniet bevreesd,wantvannuafaantotinallegeslachtender aardebenIkuwGod.'
25EndeHEERGodzei:‘Openzijnmondenzijnoren, opdathijhoortenspreektmetzijnmond,indetaaldie geopenbaardis’,wantdietaalwasuitdemondenvanalle mensenweggeblevenvanafdedagvandeval(vanBabel)
26EnIkopendezijnmond,zijnorenenzijnlippen,enIk begonmethemtesprekeninhetHebreeuws,indetaalvan deschepping
27Enhijnamdeboekenvanzijnvoorvaderen,dieinhet Hebreeuwsgeschrevenwaren,enhijschreefzeover Vanafdatmomentbegonhijzetebestuderen,enikmaakte hembekendwathijnietkonbegrijpen,enhijbestudeerde zegedurendedezesregenmaanden
28Enhetgeschieddeinhetzevendejaarvandezesde week[1953AM]dathijtotzijnvadersprakenhem meedeeldedathijHaranzouverlatenomnaarhetland Kanaäntegaan,hettebekijkenendaarnanaarhemterugte keren.
29EnTerach,zijnvader,zeitegenhem:Gainvrede MogedeeeuwigeGoduwpadrechtmaken
EndeHeerzijmetuenbehoedeuvooralhetkwaad.
Enmogeugenade,barmhartigheidengunstontvangen voorhendieuzien
Enmogegeenenkelkinddermensenmachtoveruhebben omukwaadtedoen;
Gainvrede
30Enalsueenlandzietdatuwelgevalligisominte wonen,stadanopenneemmijmeenaarutoe,enneem Lot,dezoonvanHaran,uwbroer,metumeealsuweigen zoon.DeHEERzijmetu.
31EnjebroerNahor,blijfbijmijtotjeinvredeterugkeert, endangaanweallemaalsamenmetjou'
HOOFDSTUK13
1EnAbramvertrokuitHaranennamSarai,zijnvrouw,en Lot,dezoonvanzijnbroerHaran,meenaarhetland KanaänHijkwaminAssurengingverdernaarSichem, waarhijbijeenhogeeikgingwonen.
2Enhijzag,enzie,hetlandwaszeeraangenaamvanafde ingangvanHamathtotaandehogeeik
3EndeHEERzeitegenhem:‘Aanjouenaanje nakomelingenzalIkditlandgeven’
4Enhijbouwdedaareenaltaarenbrachtdaaropeen brandofferaandeHeer,dieaanhemverschenenwas
5EnhijtrokvandaarnaardebergBethelinhetwesten enAiinhetoosten,ensloegdaarzijntentop
6Enhijzag,enzie,hetlandwaszeeruitgestrekten vruchtbaar,energroeidevanallesop:wijnstokken, vijgenbomen,granaatappelbomen,eiken,steeneiken, terpentijnbomen,olijfbomen,ceders,cipressen, dadelpalmenenalleanderebomenvanhetveldEnerwas wateropdebergen.
7EnhijpreesdeHeerdiehemuitUrderChaldeeënhad geleidenhemnaarditlandhadgebracht
8Enhetgeschieddeinheteerstejaar,indezevendeweek, opdenieuwemaanvandeeerstemaand,[19:54AM]dat
hijeenaltaaropdezebergbouwdeendenaamvandeHeer aanriep:‘U,deeeuwigeGod,bentmijnGod.’
9EnhijbrachtophetaltaareenbrandofferaandeHEER, opdatHijmethemzouzijnenhemnietzouverlaten,alle dagenvanzijnleven.
10EnhijvertrokdaarvandaanengingnaarhetzuidenHij kwaminHebron,datindietijdgebouwdwasHijwoonde daartweejaarengingtoennaarhetlandinhetzuiden,naar Bealoth,waareenhongersnoodheerste
11EnAbramginginhetderdejaarvandeweeknaar Egypte,enhijverbleefdaarvijfjaar,totdatzijnvrouwvan hemwerdweggerukt
12TanaisinEgyptewerdindietijdgebouwd,zevenjaar naHebron
13Enhetgeschiedde,toendefaraoSarai,devrouwvan Abram,gevangennam,datdeHEERdefaraoenzijnhuis metzwareplagentrofvanwegeSarai,devrouwvanAbram 14EnAbramwaszeerroemrijkvanwegezijnbezittingen aanschapen,runderen,ezels,paarden,kamelen,knechten endienstmaagden,enbuitengewoonveelzilverengoud OokLot,dezoonvanzijnbroer,wasrijk
15EndefaraogafSarai,devrouwvanAbram,terugen liethemuithetlandEgyptevertrekkenHijgingterugnaar deplaatswaarhijinhetbeginzijntenthadopgeslagen, naardeplaatsvanhetaltaar,metAiinhetoostenenBethel inhetwesten,enhijpreesdeHeer,zijnGod,diehemin vredehadteruggebracht
16Enhetgeschieddeinheteenenveertigstejubeljaar,in hetderdejaarvandeeersteweek,[1963AM]dathijnaar dezeplaatsterugkeerdeendaareenbrandofferbracht,en denaamvandeHEERaanriepenzei:‘U,deallerhoogste God,bentmijnGodtotineeuwigheid’
17Eninhetvierdejaarvandezeweek[1964AM]verliet Lothem,enLotwoondeinSodom,endemannenvan Sodomwarenzeerzondig
18Enhetdeedhempijninzijnhartdatdezoonvanzijn broerhemhadverlaten,wanthijhadgeenkinderen.
19Indatjaar,toenLotgevangenwerdgenomen,zeide HeertegenAbram,nadatLotvanhemwasweggegaan,in hetvierdejaarvandezeweek:‘Slajeogenopvandeplaats waarjewoont,naarhetnoordenenhetzuiden,ennaarhet westenenhetoosten
20Alhetlanddatuziet,zalIkaanuenaanuwnageslacht vooreeuwiggevenIkzaluwnageslachttalrijkmakenals hetzandvandezee;alzoueenmenshetstofvandeaarde kunnentellen,uwnageslachtzalnietgeteldworden.
21Staop,trekdoorhetland,vandeenekantnaarde andere,enziehetgeheel;wantaanuwnageslachtzalIkhet geven'EnAbramgingnaarHebronenbleefdaarwonen
22EnindatjaarkwamenChedorlaomer,dekoningvan Elam,enAmraphel,dekoningvanSinear,enArioch,de koningvanSellasar,enTergal,dekoningdervolken,enzij dooddendekoningvanGomorra,endekoningvanSodom vluchtte,envelenvielendoorwondeninhetdalvan Siddim,bijdeZoutzee
23EnzijnamenSodom,AdamenZeboïmgevangen,en ookLot,dezoonvanAbramsbroer,enalzijnbezittingen, enzijtrokkennaarDan
24Eniemanddiewasontsnapt,kwamnaarAbramtoeen verteldehemdatdezoonvanzijnbroergevangenwas genomenDaaropbewapendeAbramzijnhuisbedienden
25voorAbramenzijnnakomelingen,eentiendevande eerstelingenvoordeHEER,endeHEERsteldehetalseen eeuwigdurendeverordeningvastdatzijhetzoudengeven aandepriestersdievoorHemgediendhadden,opdatzij hetvooraltijdzoudenbezitten.
26Aandezewetisgeentermijnverbonden,wantHijheeft dezevoorallegeslachtentotineeuwigheidvastgesteld,dat zijdeHEEReentiendedeelvanalleszoudengeven:van hetzaad,vandewijn,vandeolie,vanhetveeenvande schapen
27EnHijgafhetaanZijnpriestersomteetenente drinkeninZijnbijzijn
28ToenkwamdekoningvanSodomnaarhemtoe,boog zichvoorhemneerenzei:‘OonzeHeerAbram,geefons dezielendieuhebtgered,maardebuitmaguzelfhouden’ 29EnAbramzeitegenhem:‘Ikhefmijnhandenoptotde AllerhoogsteGod,datiknietsvanuzalnemen,vaneen draadjetoteenschoenveter,opdatunietzultzeggen:Ik hebAbramrijkgemaakt.’Behalvewatdejongemannen gegetenhebbenenhetdeelvandemannendiemetmij meegingen–Aner,EscholenMamreZijzullenhundeel krijgen.’
HOOFDSTUK14
1Nadezedingen,inhetvierdejaarvandezeweek,opde nieuwemaanvandederdemaand,kwamhetwoordvande HeertotAbramineendroom,zeggende:‘Weesniet bevreesd,Abram;Ikbenuwbeschermerenuwbeloning zalzeergrootzijn’
2Enhijzei:‘Heer,Heer,watzultUmijgeven,nuik kinderloosheenga?DezoonvanMaseq,dezoonvanmijn dienstmaagd,isDammasekEliezer;hijzalmijnerfgenaam zijn,enUhebtmijgeennageslachtgegeven.’
3Enhijzeitothem:‘Deze(man)zalnietuwerfgenaam zijn,maariemanddieuituweigenbinnenstevoortkomt; hijzaluwerfgenaamzijn.’
4EnHijleiddehemnaarbuitenenzeitegenhem:‘Kijk naardehemelenteldesterren,alsjezekunttellen’
5Enhijkeeknaardehemelenzagdesterren.EnHijzei tothem:‘Zotalrijkzaluwnageslachtzijn’
6EnhijgeloofdeindeHeer,endatwerdhemtot gerechtigheidgerekend.
7EnHijzeitothem:‘IkbendeHEER,dieuuitUrder ChaldeeënheeftgeleidomuhetlandderKanaänietente geven,zodatuhetvooraltijdinbezitkuntnemen;enIkzal uwGodzijn,endievanuwnageslacht’
8Enhijzei:‘Heer,Heer,hoezalikwetendatikhetzal erven?’
9EnHijzeitegenhem:‘NeemvoorMijeendriejarigekoe, eendriejarigegeit,eendriejarigschaap,eentortelduifen eenduif.’
10Enhijnamditallesmiddenindemaandmeeen vestigdezichbijdeeikvanMamre,dievlakbijHebronligt 11Enhijbouwdedaareenaltaarenofferdealdezedieren; enhijgoothunbloedophetaltaar,enverdeeldezeinhet middenenlegdezetegenoverelkaarneer;maardevogels verdeeldehijniet
12Enerkwamenvogelsopdestukkenneer,maarAbram joegzewegenstondniettoedatdevogelszeaanraakten.
13Enhetgeschiedde,toendezonwasondergegaan,dat Abraminextaseraakte,enzie,eengroteduisternis overvielhem,enerwerdtotAbramgezegd:‘Weetzeker datuwnakomelingenvreemdelingenzullenzijnineenland datnietvanhenis,endatmenhentotslavernijzalbrengen enhenvierhonderdjaarlangzalverdrukken
14Enookhetvolkaanwiezijinslavernijonderworpen zullenzijn,zalIkoordelen;endaarnazullenzijdaaruitmet veelbezittingenuittreden
15Engijzultinvredetotuwvoorvaderengaanenophoge leeftijdbegravenworden
16Maarindevierdegeneratiezullenzijhierheen terugkeren,wantdeongerechtigheidvandeAmorietenis nognietvol'
17Enhijontwaakteuitzijnslaap,enhijstondop,ende zonwasondergegaan;enerwaseenvlam,enzie!eenoven rookte,eneenvlamvanvuurgingtussendestukkendoor 18EnopdiedagslootdeHEEReenverbondmetAbram enzei:‘AanuwnakomelingenzalIkditlandgeven,vande riviervanEgyptetotaandegroterivier,derivierde Eufraat,deKenieten,deKenizzieten,deKadmonieten,de Perizzieten,deRefaïeten,dePhakorieten,deHivieten,de Amorieten,deKanaänieten,deGirgashietenende Jebusieten
19DedaggingvoorbijenAbramofferdedestukkenvlees, devogels,devruchtenoffersendedrankoffers,maarhet vuurverteerdeze
20EnopdiedagslotenwijeenverbondmetAbram,zoals wijindiemaandookeenverbondmetNoachhadden gesloten;enAbramvernieuwdehetfeestendeverordening voorzichzelfvooraltijd.
21Abramverheugdezichenverteldeditallesaanzijn vrouwSaraiHijgeloofdedathijkinderenzoukrijgen, maarzijbaardegeenkinderen.
22SarairaaddehaarmanAbramaanenzeitegenhem:‘Ga naarHagar,mijnEgyptischedienstmaagd;misschienzalik doorhaarnageslachtvooruverwekken.’
23AbramluisterdenaardestemvanSarai,zijnvrouw,en zeitegenhaar:‘Doe(zo)’EnSarainamHagar,haar dienstmaagd,deEgyptische,engafhaaraanAbram,haar man,totvrouw
24Enhijgingbijhaarin,enzijwerdzwangerenbaarde hemeenzoon,enhijnoemdehemIsmaël,inhetvijfdejaar vandezeweek[1965AM];enditwashetzesentachtigste jaarinhetlevenvanAbram
HOOFDSTUK15
1Eninhetvijfdejaarvandevierdeweekvanditjubileum, [1979AM]indederdemaand,middenindemaand,vierde Abramhetfeestvandeeerstelingenvandegraanoogst
2Enhijbrachtnieuweoffersophetaltaar,deeerstelingen vandeoogst,aandeHEER:eenjongekoe,eengeiteneen schaapalsbrandofferaandeHEER;hunvruchtenoffersen hundrankoffersbrachthijophetaltaarmetwierook
3EndeHEERverscheenaanAbramenzeitegenhem:‘Ik benGoddeAlmachtige;bewijsjezelfaanMijenwees volmaakt
4EnIkzaleenverbondsluitentussenMijenu,enIkzalu zeertalrijkmaken.'
5EnAbramvielopzijngezichtneer,enGodspraktothem enzei:
6Zie,mijnverordeningisbiju
Engijzultdevadervanvelevolkenzijn.
7EnuwnaamzalvoortaanAbramzijn.
Maaruwnaamzalvannuafaan,totineeuwigheid, Abrahamzijn
WantIkhebutotvadervanvelevolkengemaakt.
8EnIkzaluzeergrootmaken
EnIkzaljullietotvolkenmaken
Enuituzullenkoningenvoortkomen
9EnIkzalMijnverbondbevestigentussenMijenjou,en metjouwnageslachtnajou,totinallegeslachten,alseen eeuwigverbond,zodatIkeenGodvoorjouenvoorjouw nageslachtnajouzalzijn
10<EnIkzalaanjouenaanjenageslachthetlandgeven waarjealsvreemdelinghebtgewoond,hetlandKanaän, zodatjehetvooraltijdinbezitzulthebben;IkzalhunGod zijn.'
11EndeHEERzeitegenAbraham:‘Enwatjoubetreft, houdjeaanmijnverbond,jijenjenakomelingennajou Besnijdiedermannelijkgeslachtenbesnijdookde voorhuidDatzaleentekenzijnvaneeneeuwigverbond tussenMijenjou’
12Enopdeachtstedagmoetuhetkindbesnijden,ieder mannelijkgeslacht,zoweldegenendieinhethuisgeboren zijnalsdegenendieumetgeldvaneenvreemdelinghebt gekocht,dieuhebtverworvenendienietvanuweigen bloedis
13Hijdieinuwhuisgeborenwordt,zalzekerbesneden worden,enookzijdieumetgeldgekochthebt,zullen besnedenwordenMijnverbondzalinuwvleeszijnals eeneeuwigeverordening
14Endeonbesnedenman,dienietopdeachtstedag besnedenwordtinhetvleesvanzijnvoorhuid,diezalvan zijnvolkwordenafgesneden,wanthijheeftMijnverbond verbroken.'
15EnGodzeitegenAbraham:‘WatbetreftSarai,uw vrouw,zijzalnietlangerSaraiheten,maarSarazalhaar naamzijn.
16EnIkzalhaarzegenenenueenzoonbijhaarschenken; Ikzalhemzegenen,enhijzaleenvolkworden,en koningenvanvolkenzullenuithemvoortkomen.'
17Abrahamvielopzijngezichtneerenverheugdezich,en zeiinzijnhart:‘Zalhem,diehonderdjaaroudis,eenzoon geborenworden?ZalSara,dienegentigjaaroudis,een kindbaren?’
18AbrahamzeitegenGod:‘Och,datIsmaëltochvoorU zouleven!’
19EnGodzei:‘Ja,ookSarazalueenzoonbaren,enuzult hemIsaaknoemenIkzaleenverbondmethemsluiten, eeneeuwigverbond,enookvoorzijnnageslachtnahem.
20EnwatIsmaëlbetreft,IkhebUgehoord,enzie,Ikzal hemzegenenenhemgrootmakenenhemzeertalrijk maken,enhijzaltwaalfvorstenverwekken,enIkzalhem toteengrootvolkmaken
21MaarIkzaleenverbondsluitenmetIsaak,dieSarau zalbaren,indezedagen,inhetvolgendejaar'
22EnHijhieldopmethemtespreken,enGodgingvan Abrahamweg.
23AbrahamdeedzoalsGodhemhadgezegd,enhijnam Ismaël,zijnzoon,enallendieinzijnhuisgeborenwaren endiehijmetzijngeldhadgekocht,allemannelijkeleden vanzijnhuis,enbesneedhunvoorhuid.
24EnopdiezelfdedagwerdAbrahambesneden,enalle mannenvanzijnhuis,<enookdegenendieinhethuis geborenwaren>,enallendiehijmetgeldhadgekochtvan dekinderenvandevreemdeling,werdenmethem besneden
25Dezewetgeldtvoorallegeneraties,totineeuwigheid, enerisgeensprakevanhetoverslaanvaneendagvande achtdagen;wanthetiseeneeuwigeverordening, vastgesteldenopgeschrevenopdehemelsetafelen.
26Eniederdiegeborenwordtenwiensvoorhuidnietop deachtstedagbesnedenis,behoortniettotdekinderenvan hetverbonddatdeHEERmetAbrahamsloot,maartotde kinderenvandeverwoestingBovendieniserophemgeen enkeltekendathijvandeHEERis,maarhijis voorbestemdomvernietigdengedoodtewordenvande aarde,enomuitgeroeidteworden,wanthijheefthet verbondmetdeHEER,onzeGod,verbroken
27Wantalleengelenvandetegenwoordigheidenalle engelenvandeheiligingzijnzogeschapenvanafdedag vanhunschepping,envoordeengelenvande tegenwoordigheidendeengelenvandeheiligingheeftHij Israëlgeheiligd,opdatzijbijHemenbijZijnheilige engelenzoudenzijn
28EnbeveeldekinderenvanIsraëlenlaathenhetteken vanditverbondinachtnemen,vangeslachttotgeslacht, alseeneeuwigeverordening,enzijzullennietuithetland wordenverdreven.
29Wantditgebodisvastgesteldalseenverbond,opdat allekinderenvanIsraëlhetvooraltijdzoudennaleven
30WantIsmaëlenzijnzonenenzijnbroersenEsauheeft deHEERniettotZichlatennaderen,enHijheefthenniet uitgekozenomdatzijkinderenvanAbrahamzijn,omdat Hijhenkende,maarHijheeftIsraëluitgekozenomZijn volktezijn
31EnHijheiligdehetenverzameldehetuitallemensen; wanterzijnvelevolkenenvelenaties,enallenbehoren Hemtoe,enoverallenheeftHijgeestenaangesteldomhen vanHemafteleiden
32MaarHijheeftgeenengelofgeestoverIsraël aangesteld,wantHijalleenishunheerserHijzalhen beschermenenhenterbeschikkingstellendoormiddelvan ZijnengelenenGeesten,endoormiddelvanalZijn machten,opdatHijhenzalbeschermenenzegenen,en opdatzijvanHemzullenzijnenHijvanhen,vannuafaan totineeuwigheid
33EnnumaakikubekenddatdekinderenvanIsraëldeze verordeningnietzullennalevenenhunzonennietzullen besnijdenvolgensdezewet;wantinhetvleesvanhun besnijdeniszullenzijdezebesnijdenisvanhunzonen nalaten,enallen,zonenvanBeliar,zullenhunzonen onbesnedenlatenzoalszegeborenzijn
34EnerzalgrotetoornvandeHEERkomenoverde kinderenvanIsraël,omdatzijZijnverbondhebben verlatenenvanZijnwoordzijnafgeweken,enomdatzij Godhebbengetergdengelasterd,doordatzijde voorschriftenvandezewetnietnaleven.Wantzijhebben hunledenbehandeldalsdeheidenen,zodatzijuithetland
verdrevenenuitgeroeidzullenwordenEnerzalhungeen vergevingmeerwordenverleendvooraldezondevandeze eeuwigedwaling
HOOFDSTUK16
1Enopdenieuwemaanvandevierdemaandverschenen wijaanAbrahambijdeeikvanMamre,enwijsprakenmet hemenwijkondigdenhemaandathijeenzoonzou krijgenvanSara,zijnvrouw
2Saralachte,wantzehoordedatwijdezewoordenmet Abrahamhaddengesprokenendatwijhaarhaddenberispt Daaropwerdzebangenontkendezedatzeomdie woordenhadgelachen
3Enwijverteldenhaardenaamvanhaarzoon,zoalszijn naamisvastgelegdengeschrevenindehemelsetabletten (dwzIsaak)
4Endatzij,wanneerwijopeenvastgesteldetijdbijhaar terugkeerden,zwangerzouzijnvaneenzoon.
5EnindezemaandvoltrokdeHEERzijnoordeelover Sodom,Gomorra,Zeboïmenhethelegebiedrondde Jordaan.Hijverbranddehenmetvuurenzwavelen vernietigdehentotopdedagvanvandaag,zoalsIkual hunwerkenhebbekendgemaakt:datzijgoddeloosenzeer zondigzijn,datzijzichzelfonreinmakenenontucht plegeninhunvleesenonreinheidbedrijvenopdeaarde
6EnopdezelfdewijzezalGodoordeelvellenoverde plaatsenwaarzijhebbengehandeldnaardeonreinheidvan deinwonersvanSodom,zoalshetoordeeloverSodom
7MaarLothebbenwijgered,wantGoddachtaan Abrahamenleiddehemweguithetmiddenvandechaos.
8Enhijenzijndochtersbegingeneenzondeopaarde, zoalsersindsdedagenvanAdamtotaanzijntijdnog nooitopaardewasgeweest;wantdemanhad gemeenschapmetzijndochters
9Enzie,hetwasgebodenengegraveerdmetbetrekking totalzijnnakomelingen,opdehemelsetabletten,omhen teverwijderenenuitteroeien,enomoverheneenoordeel tevellenzoalshetoordeeloverSodom,enomopdedag vandeveroordelinggeennakomelingvandemensop aardeachtertelaten
10IndezemaandverlietAbrahamHebronengingwonen inhetgebergtevanGerar,tussenKadeshenShur.
11Enmiddenindevijfdemaandvertrokhijdaarvandaan envestigdezichbijdeBronvandeEed
12EnmiddenindezesdemaandbezochtdeHeerSaraen deedmethaarzoalsHijhadgezegd,enzijwerdzwanger
13Enzijbaardeeenzoonindederdemaand,enmiddenin demaand,ophettijdstipwaaroverdeHEERtotAbraham hadgesproken,ophetfeestvandeeerstelingenvande oogst,werdIsaakgeboren
14EnAbrahambesneedzijnzoonopdeachtstedag;hij wasdeeerstediebesnedenwerdvolgenshetverbonddat vooreeuwigisvastgesteld
15Eninhetzesdejaarvandevierdeweekkwamenwijbij Abraham,bijdeBronvandeEed,enwijverschenenaan hem[zoalswijSarahaddenbeloofddatwijnaarhaar zoudenterugkeren,enzijzoueenzoonontvangen
16Enwijkeerdenterugindezevendemaandenvonden Sarazwangervoorons.Wijzegendenhemenmaakten hemallesbekendwateroverhemwasbesloten:dathijniet
zoustervenvoordathijnogzeszonenzouverwekkenen henzouzienvoordathijstierf,maardatzijnnaamen nageslachtIsaakzoudenzijn
17Endatalhetnageslachtvanzijnzonenheidenenzouden zijnentotdeheidenengerekendzoudenworden;maaruit dezonenvanIsaakzouerééneenheilignageslachtworden, enniettotdeheidenengerekendworden 18WanthijzouhetdeelvandeAllerhoogsteworden,enal zijnnakomelingenzoudeninGodsbezitkomen,zodathet voordeHEEReenvolkzouzijn,eenbezitbovenalle volken,endatheteenkoninkrijkzouwordenmetpriesters eneenheiligenatie
19EnwijgingenheenenverteldenSaraalleswatwijhem haddengezegd,enzijbeidenverheugdenzichmetgrote vreugde
20EnhijbouwdedaareenaltaarvoordeHeer,diehem hadbevrijdendiehemvreugdegafinhetlandwaarhij verbleefEnhijvierdezevendagenlangeenfeestvan vreugdeindezemaand,vlakbijhetaltaardathijbijde BronvandeEedhadgebouwd
21Enhijbouwdetentenvoorzichzelfenvoorzijn dienarentijdensditfeest,enhijwasdeeerstediehet Loofhuttenfeestopaardevierde
22Engedurendedezezevendagenbrachthijelkedageen brandofferaandeHeerophetaltaar:tweerunderen,twee rammen,zevenschapenenéénbok,alszondoffer,omzo verzoeningtedoenvoorzichzelfenvoorzijn nakomelingen.
23Enalsdankofferbrachthijzevenrammen,zeven geitenbokjes,zevenschapenenzevenbokken,methun vruchtenoffersenhundrankoffers;enhijverbranddealhet vetdaarvanophetaltaar,eenuitverkorenoffervoorde HEER,toteenwelriekendegeur
24'sMorgensen'savondsverbranddehijgeurigestoffen: wierook,galbanum,stackte,nardus,mirre,specerijenen costum;aldezezevenofferdehij,fijngemaleneningelijke delengemengd,zuiver.
25Enhijvierdeditfeestzevendagenlang,enhij verheugdezichmetheelzijnhartenmetheelzijnziel,hij enallendieinzijnhuiswaren,enerwasgeenvreemdeling bijhem,nochiemanddieonbesnedenwas
26EnhijloofdezijnSchepper,dieheminzijngeslachthad geschapen,wantHijhadhemgeschapennaarZijn welbehagen;wantHijwistenbegreepdatuithemdeplant vangerechtigheidzouvoortkomenvooralleeeuwen,enuit hemeenheiligzaad,zodathetzouwordenzoalsHemdie alledingenhadgemaakt
27Enhijzegendeenverheugdezich,enhijnoemdedit feesthetfeestvandeHeer,eenvreugdediede AllerhoogsteGodwelgevalligis
28Enwijhebbenhemvooreeuwiggeprezen,enalzijn nakomelingennahem,inallegeslachtenvandeaarde, omdathijditfeestopdejuistetijdheeftgevierd, overeenkomstighetgetuigenisvandehemelsestenen tafelen
29Omdezeredenishetopdehemelsetafelenbetreffende IsraëlvastgelegddatzijhetLoofhuttenfeestzevendagen langmetvreugdezullenvierenindezevendemaand,op eenwijzediedeHEERwelgevalligis–eenwetdieelk jaarvooralhungeneratieszalgelden.
30Enhieraanisgeenmaximumaantaldagenverbonden; wanthetisvoorIsraëlvooreeuwigvastgestelddatzijhet moetenviereneninhuttenmoetenwonen,enkransenop hunhoofdmoetendragen,entakkenmetbladerenen wilgentakkenuitdebeekmoetennemen.
31Abrahamnamtakkenvanpalmbomenenvruchtenvan mooiebomen,engingelkedagzevenkeerperdag's morgensrondhetaltaarmetdetakken,enpreesendankte zijnGodvoorallesmetvreugde
HOOFDSTUK17
1EninheteerstejaarvandevijfdeweekwerdIsaak gespeendinditjubeljaar,[1982AM]enAbrahamrichtte eengrootfeestmaalaanindederdemaand,opdedagdat zijnzoonIsaakgespeendwerd.
2EnIsmaël,dezoonvanHagar,deEgyptische,stondvoor Abraham,zijnvader,inzijnplaats,enAbrahamverheugde zichenpreesGodomdathijzijnzonenhadgezienenniet kinderlooswasgestorven
3EnhijherinnerdezichdewoordendieHijtothem gesprokenhadopdedagwaaropLotvanHemwas weggegaan,enhijverheugdezichomdatdeHEERhem nageslachtopaardehadgegevenomdeaardetebeërven, enhijzegendemetheelzijnmonddeScheppervanalle dingen
4SarazagIsmaëlspelenendansen,enAbrahamzich verheugen.ZewerdjaloersopIsmaëlenzeitegen Abraham:'Verjaagdezeslavinenhaarzoon,wantdezoon vandezeslavinzalgeenerfgenaamzijnmetmijnzoon Isaak.'
5EnhetwasAbrahameengroteschande,vanwegezijn dienstmaagdenvanwegezijnzoon,dathijhenvanzich wegstuurde.
6EnGodzeitegenAbraham:‘Laathetunietzwaarvallen vanwegehetkindenvanwegedeslavin;luisternaaralles watSarategenugezegdheeftendoeernaar,wantinIsaak zaluwnaamenuwnageslachtgenoemdworden’ 7Maarwatdezoonvandezeslavinbetreft,diezalIktot eengrootvolkmaken,omdathijvanuwgeslachtis.'
8Abrahamstond'smorgensvroegop,nambroodeneen fleswater,legdedieopdeschoudersvanHagarenhetkind, enstuurdehaarweg.
9EnzijvertrokenzwierfrondindewoestijnvanBeerseba, enhetwaterindeflesraakteop,enhetkindkreegdorsten konnietverder,envielneer.
10Zijnmoedernamhemenlegdehemondereen olijfboomneer.Zegingtegenoverhemzitten,opeen boogschotafstand,wantzezei:‘Laatikdedoodvanmijn kindnietzien,’enterwijlzedaarzat,huildeze
11EneenengelvanGod,eenvandeheiligen,zeitegen haar:‘Waaromweenje,Hagar?Staop,neemhetkinden houdhetinjehand,wantGodheeftjestemgehoordenhet kindgezien’
12EnzeopendehaarogenenzageenwaterputZeging ernaartoe,vuldehaarflesmetwaterengafhaarkindte drinken.Daarnastondzeopengingnaardewoestijnvan Paran
13Enhetkindgroeideopenwerdeenboogschutter,en Godwasmethem,enzijnmoedernamvoorhemeen vrouwuitdedochtersvanEgypte
14Enzijbaardehemeenzoon,enhijnoemdehem Nebaioth;wantzijzei:‘DeHEERwasmijnabijtoenik Hemaanriep’
15Enhetgeschieddeindezevendeweekvanheteerste jaardaarvan,[2003AM]indeeerstemaandvandit jubeljaar,opdetwaalfdevandezemaand,daterstemmen indehemelklonkenoverAbraham,dathijtrouwwas gebleveninalleswatHijhemhadgezegd,dathijdeHEER liefhadendathijinelkeverdrukkingtrouwwasgebleven 16ToenkwamdevorstMastêmânaarGodtoeenzei:‘Zie, AbrahamheeftIsaak,zijnzoon,liefenhijheeftbovenal behageninhemBeveelhemhemalsbrandofferophet altaartebrengen,enUzultzienofhijditbevelopvolgten UzultwetenofhijtrouwisinalleswaarinUhembeproeft’ 17EndeHEERwistdatAbrahamtrouwwasinalzijn beproevingen;wantHijhadhembeproefdinzijnlanden methongersnood,enHijhadhembeproefdmetderijkdom vankoningen,enHijhadhemopnieuwbeproefddoorzijn vrouw,toenzijvanhemwerdgescheiden,endoorde besnijdenis;enHijhadhembeproefddoorIsmaëlenHagar, zijndienstmaagd,toenHijhenwegstuurde
18EninalleswaarinHijhembeproefde,bleekhijtrouwte zijn,enzijnzielwerdnietongeduldig,enhijaarzeldeniet omtehandelen;wanthijwastrouweneenliefhebbervan deHeer.
HOOFDSTUK18
1EnGodzeitothem:‘Abraham,Abraham’,enhij antwoordde:‘Zie,hierbenik’
2Enhijzei:'Neemjegeliefdezoon,Isaak,enganaarhet hoogland,enofferhemopeenvandebergendieikjezal aanwijzen'
3Enhijstondvroegindeochtendop,zadeldezijnezel, namzijntweejongemannenenzijnzoonIsaakmee,hakte hethoutvoorhetbrandofferengingopdederdedagnaar deplaats.Hijzagdeplaatsalvanverre.
4Hijkwambijeenwaterputenzeitegenzijnknechten: ‘Blijfhierbijdeezel,enikendejongenzullendaarheen gaan.AlsweGodaanbedenhebben,zullenweweerbij jullieterugkomen’
5Enhijnamhethoutvoorhetbrandofferenlegdehetop Isaak,zijnzoon.Hijnamhetvuurenhetmesinzijnhand, enzijgingensamennaardieplaats
6Isaakzeitegenzijnvader:‘Vader!’Zijnvader antwoordde:‘Hierbenik,mijnzoon.’Zijnvaderzeitegen hem:‘Zie,daarishetvuur,hetmesenhethout,maarwaar ishetschaapvoorhetbrandoffer,vader?’
7Enhijzei:‘GodzalvoorZichzelfeenschaapvoorhet brandofferverschaffen,mijnzoon’Enhijnaderdede plaatsvandebergvanGod
8Enhijbouwdeeenaltaar,enhijlegdehethoutophet altaar,enhijbondIsaak,zijnzoon,vastenlegdehemop hethoutdatophetaltaarlag,enhijstrektezijnhanduitom hetmestenemenenIsaak,zijnzoon,tedoden
9EnikstondvoorhemenvoorvorstMastêmâ,endeHeer zei:‘Beveelhemdejongennietaanterakenenhemniets aantedoen,wantIkhebbewezendathijdeHeervreest’
10Enikriephemvanuitdehemelenzeitegenhem: ‘Abraham,Abraham!’Enhijwerddoodsbangenzei:‘Zie, hierbenik’
11Enikzeitegenhem:‘Leggeenhandopdejongenen doehemnietsaan,wantnuhebikbewezendatjedeHEER vreestenjejezoon,jeeerstgeborenzoon,nietaanmijhebt onthouden.’
12EndevorstMastêmâwerdteschandegemaakt;en Abrahamsloegzijnogenopenkeek,enzie,eenramwas bijzijnhoornsgegrepenEnAbrahamgingennamderam enofferdehemalsbrandofferindeplaatsvanzijnzoon.
13Abrahamnoemdedieplaats‘DeHEERheeftgezien’, zodatergezegdwordt:‘OpdebergheeftdeHEERgezien’, datisdebergSion
14EndeHEERriepAbrahamvoordetweedekeerbijzijn naamvanuitdehemel,enlietonsverschijnenominde naamvandeHEERtothemtespreken
15Enhijzei:‘BijMijzelfhebIkgezworen,zegtdeHEER, omdatuditgedaanhebtenuwgeliefdezoonnietaanMij hebtonthouden,datIkurijkelijkzalzegenenenuw nageslachttalrijkzalmaken,alsdesterrenaandehemelen alshetzandaandezee.Uwnageslachtzaldestedenvan zijnvijandenerven’
16Eninuwnageslachtzullenallevolkenderaarde gezegendworden,omdatunaarMijnstemhebtgeluisterd enIkaanallenheblatenziendatuMijtrouwbentinalles watIkugezegdheb:Gaheeninvrede'
17EnAbrahamgingnaarzijnjongemannen,enzij stondenopengingensamennaarBeerseba,enAbraham [2010AM]woondebijdeBronvandeEed
18Enhijvierdeditfeestelkjaarzevendagenlangmet vreugde,enhijnoemdehethetfeestvandeHeer,naarde zevendagenwaarinhijheengingeninvredeterugkeerde 19Enovereenkomstigishetbepaaldenopdehemelse tafelengeschrevenmetbetrekkingtotIsraëlenzijn nakomelingen,datzijditfeestzevendagenlangmet feestvreugdemoetenvieren.
HOOFDSTUK19
1Eninheteerstejaarvandeeersteweekvanhet tweeënveertigstejubeljaarkeerdeAbrahamterugen vestigdezichtegenoverHebron,datwilzeggenKirjatArba, gedurendetweewekenvanjaren
2Eninheteerstejaarvandederdeweekvanditjubeljaar warendedagenvanSara'slevenvoorbij,enzijstierfin Hebron
3Abrahamgingomoverhaarterouwenenhaarte begraven,enwijsteldenhemopdeproefomtezienofhij geduldigwasennietverontwaardigdinzijnwoorden;en hijbleekgeduldigtezijnenraaktenietvanstreek.
4WanthijhadgrotegeduldmetdekinderenvanHeth,met debedoelingdatzijhemeenplaatszoudengevenomzijn dodentebegraven
5EndeHEERschonkhemgenadeinhetbijzijnvanallen diehemzagen,enhijsmeektedezonenvanHeth vriendelijkomgenade,enzijgavenhemhetlandvande dubbelegrottegenoverMamre,datisHebron,voor vierhonderdzilverstukken
6Enzijsmeektenhemenzeiden:Wijzullenhetugratis geven!Maarhijwildehetnietgratisvanhenaannemen, wanthijgafdeprijsvoordeplaats,hetvolledigebedrag, enhijboogtweemaalvoorhenneer.Daarnabegroefhij zijndodenindedubbelegrot
7EndetotalelevensduurvanSarabedroeg honderdzevenentwintigjaar,datwilzeggentweejubeljaren, vierwekenenéénjaar;ditzijndedagenvandejarenvan Sara'sleven.
8DitwasdetiendebeproevingwaarmeeAbrahamwerd beproefd,enhijwerdgetrouwengeduldigbevonden 9Enhijsprakgeenwoordoverhetgeruchtdatinhetland rondging,namelijkdatGodhadgezegddatHijhetaan hemenzijnnakomelingenzougeven,endathijdaareen plaatshadgevraagdomzijndodentebegraven;wanthij wasbetrouwbaarbevondenenstondopdehemelse tablettenvermeldalseenvriendvanGod 10Eninhetvierdejaardaarvannamhijeenvrouwvoor zijnzoonIsaak,enhaarnaamwasRebekka[2020AM][de dochtervanBethuel,dezoonvanNahor,debroervan Abraham],dezustervanLabanendochtervanBethuel;en BethuelwasdezoonvanMelca,diedevrouwwasvan Nahor,debroervanAbraham
11Abrahamnameenderdevrouwtotzich,Ketura,uitde dochtersvanzijnhuisbedienden,wantHagarwasvóórSara gestorvenZijbaardehemzeszonen:Zimram,Jokshan, Medan,Midian,IshbakenShua,intweewekenvaneen jaar
12Enindezesdeweekvanhettweedejaarbaarde RebekkaaanIsaaktweezonen,JakobenEsau.
13En[2046AM]Jakobwaseenzachtaardigeenoprechte man,enEsauwaswoest,eenmanvanhetveld,enbehaard, enJakobwoondeintenten.
14Dejongensgroeidenop,enJakobleerdeschrijven; maarEsauleerdehetniet,wanthijwaseenmanvanhet veldeneenjager,enhijleerdeoorlogvoeren,enalzijn dadenwarenwreed
15AbrahamhadJakoblief,maarIsaakhadEsaulief
16AbrahamzagdedadenvanEsauenwistdatzijnnaam ennageslachtinJakobzoudenvoortkomenDaaromriep hijRebekkabijzichengafhembevelenbetreffendeJakob, wanthijwistdatzijJakobveelmeerliefhaddanEsau.
17Enhijzeitothaar:Mijndochter,waakovermijnzoon Jakob,wanthijzalmijnplaatsopaardeinnemen,toteen zegentemiddenvandemensen,toteenglorievanhethele nageslachtvanSem
18WantikweetdatdeHEERhemzaluitkiezenalseen volkdatZichzelftoebehoort,bovenallevolkendieopde aardezijn
19Enzie,mijnzoonIsaakheeftEsaumeerliefdanJakob, maarikziedatjijJakoboprechtliefhebt.
20Weeshemnogbeterdanooit,enlaatuwogenvolliefde ophemgerichtzijn;wanthijzalonstoteenzegenzijnop aarde,vannuafaantotinallegeslachtenderaarde
21Weessterkinjehandenenjubelinjehartoverjezoon Jakob,wantikhebhemliefgehadbovenalmijnandere zonen.Hijzalvooreeuwiggezegendzijnenzijn nageslachtzaldeheleaardevullen
22Alsiemandhetzandderaardekantellen,dankanmen ookzijnnakomelingentellen
23EnallezegeningenwaarmeedeHEERmijenmijn nageslachtheeftgezegend,zullenJakobenzijnnageslacht vooraltijdtoebehoren
24Eninzijnnageslachtzalmijnnaamgezegendworden, endenaamvanmijnvoorvaders:Sem,Noab,Henoch, Mahalalel,Enos,SethenAdam
25Dezezullendienenalsfundamentvoordehemel,als versterkingvoordeaardeenalsvernieuwingvooralle hemellichamenaanhetfirmament
26EnhijriepJakobbijzich,inhetbijzijnvanRebekka, zijnmoeder,enkustehem,zegendehemenzei:
27'Jakob,mijngeliefdezoon,diemijnzielliefheeft,moge Goduzegenenvanuitdehemel,enmogeHijualle zegeningengevenwaarmeeHijAdam,Henoch,Noachen Semgezegendheeft;enmogeHijalhetgeenHijmij gezegdheeft,enalhetgeenHijmijbeloofdheeft,aanuen uwnageslachtdoenhechtentotineeuwigheid,totdedagen vandehemelbovendeaarde
28EndegeestenvanMastêmâzullennietoveruofover uwnageslachtheersenomuvandeHeeraftekeren,die uwGodis,vannuafaantotineeuwigheid
29MogedeHEERGodeenvaderzijnvoorjouenvoorjou, deeerstgeborenzoon,envoorhetvolk,altijd
30Gainvrede,mijnzoon'Enzegingenbeidensamen wegvanAbraham.
31EnRebekkahieldvanJakobmetheelhaarhartenmet heelhaarziel,veelmeerdanvanEsau;maarIsaakhield veelmeervanEsaudanvanJakob.
HOOFDSTUK20
1Eninhettweeënveertigstejubeljaar,inheteerstejaarvan dezevendeweek,riepAbrahamIsmaël[2052(2045?)AM] enzijntwaalfzonen,enIsaakenzijntweezonen,endezes zonenvanKetura,enhunzonen
2EnhijgeboodhundatzijdewegvandeHEERzouden volgen;datzijrechtvaardigheidzoudenbetrachten,elkaar zoudenliefhebbenenzichopdezewijzezoudengedragen onderallemensen;datiederzometbetrekkingtothenzou wandelendathijrechtengerechtigheidopaardezou uitoefenen
3Datzijhunzonenzoudenbesnijden,overeenkomstighet verbonddatHijmethenhadgesloten,endatzijniet zoudenafwijkennaarrechtsofnaarlinksvanallewegen diedeHeeronshadgeboden;endatwijonszouden onthoudenvanalleontuchtenonreinheid,[enalleontucht enonreinheiduitonsmiddenzoudenverwerpen]
4Enalseenvrouwofmeisjeonderuoverspelpleegt, verbrandhaardanmetvuur,enlaathengeenoverspelmet haarplegen,nochmethunogen,nochmethunhart;enlaat hengeenvrouwennemenuitdedochtersvanKanaän,want hetnageslachtvanKanaänzaluithetlandworden uitgeroeid
5Enhijverteldehunoverhetoordeeloverdereuzenen hetoordeeloverdeinwonersvanSodom,hoezij geoordeeldwarenvanwegehungoddeloosheiden gestorvenwarenvanwegehunontucht,onreinheiden onderlingeverdorvenheiddoorontucht.
6'Enbewaaruzelfvooralleontuchtenonreinheid,envoor allebesmettingdoorzonde,opdatuonzenaamniettoteen vloekmaakt,enuwheleleventoteenspot,enaluwzonen nietdoorhetzwaardvernietigdworden,enunietvervloekt wordtzoalsSodom,enheeluwnageslachtzoalsdezonen vanGomorra
7Iksmeekjullie,mijnzonen,hebdeGodvandehemel liefenhoudjeaanalZijngeboden.Enwandelnietachter hunafgodenenachterhunonreinhedenaan
8Maakgeengegotenofgesnedengodenvooruzelf,want zijzijnijdelheidenerisgeengeestinhen.Zijzijnimmers hetwerkvanmensenhanden,enwieophenvertrouwt, vertrouwtopniets.
9Dienhennietenaanbidhenniet,maardiende allerhoogsteGodenaanbidHemvoortdurendVerwacht altijdZijnaangezichtenwerkoprechtenrechtvaardigvoor Hem,opdatHijbehageninuzalvindenenuZijn barmhartigheidzalschenkenEnHijzalregenopuzenden, 'smorgensen'savonds,enaluwwerkenzegenendieuop aardehebtverricht,enuwbroodenuwwaterzegenen,en devruchtvanuwschootendevruchtvanuwland,ende kuddenvanuwrunderenendeschapen.
10Julliezullentoteenzegenzijnopaarde,enallevolken vandeaardezullennaarjullieverlangenenjulliezonen zegeneninmijnnaam,opdatzijgezegendmogenworden zoalsik
11EnhijgafgeschenkenaanIsmaëlenzijnzonen,enaan dezonenvanKetura,enstuurdehenwegvanzijnzoon Isaak,enhijgafallesaanzijnzoonIsaak 12EnIsmaëlenzijnzonen,endezonenvanKeturaenhun zonen,trokkensamenwegenvestigdenzichinhetgebied vanParantotaandeingangvanBabylon,inhetheleland datinoostelijkerichtingaandewoestijngrenst
13Enzijvermengdenzichmetelkaar,enhunnaamwerd ArabierenenIsmaëlieten
HOOFDSTUK21
1Eninhetzesdejaarvandezevendeweekvandit jubeljaarriepAbrahamzijnzoonIsaakbijzichen[2057 (2050?)AM]gafhemhetbevel:‘Ikbenoudgewordenen weetnietwanneermijndoodzalplaatsvinden,enikben volvanmijndagen.
2Enzie,ikbenhonderdvijfenzeventigjaaroud,enalde dagenvanmijnlevenhebikdeHEERingedachten gehoudenenmetheelmijnharternaargestreefdZijnwilte doenenoprechttewandeleninalZijnwegen
3Mijnzielheeftafgodengehaat,enikhebhendiehen diendenveracht,enikhebmijnhartengeestgegevenom dewiltedoenvanHemdiemijgeschapenheeft
4WantHijisdelevendeGod,enHijisheiligengetrouw, enHijisbovenallesrechtvaardig,enbijHemisergeen aanziendespersoonsengeenaanvaardingvangaven;want Godisrechtvaardigenvoltrekthetoordeeloverallendie ZijngebodenovertredenenZijnverbondverachten.
5Engij,mijnzoon,zultZijngeboden,Zijnvoorschriften enZijnoordeleninachtnemen,enzultnietachterde gruwelen,degesnedenbeeldenendegegotenbeelden aanlopen
6Eneetingeenenkelopzichtbloedvandierenofvee, nochvanvogelsdieindeluchtvliegen.
7Enalsueenofferdierslachtalseenaanvaardbaar vredesoffer,slachthetdanengiethetbloedervanuitop hetaltaarBrengookalhetvetvanhetofferdierophet altaar,samenmethetfijnemeel,enhetvleesoffer vermengdmetolie,samenmethetdrankoffer–brengdit allestezamenophetbrandofferaltaarHetiseen aangenamegeurvoordeHeer
8Engijzulthetvetvanhetdankofferofferenophetvuur datophetaltaarbrandt,enhetvetdatopdebuikzit,enal
hetvetopdeingewandenendetweenieren,enalhetvet datdaaropzit,envandelendenenendeleverzultgij verwijderen,samenmetdenieren
9EnofferditallestoteenaangenamegeurvoordeHeer, methetbijbehorendegraanofferenhetbijbehorende drankoffer,toteenaangenamegeur,hetbroodvanhetoffer aandeHeer
10Eethetvleeservanopdiedagenopdevolgendedag, enlaatdezonopdetweededagernietopondergaan voordathetgegetenis,enlaatnietsovervoordederdedag; wanthetisnietaanvaardbaar[wanthetisnietgoedgekeurd] enmagnietlangergegetenworden,enallendieervaneten, zullenzondeoverzichzelfbrengen;wantzohebikhet geschrevengevondenindeboekenvanmijnvoorvaderen, enindewoordenvanHenoch,enindewoordenvan Noach.
11Enopaluwoffergavenmoetuzoutstrooien,enhet zoutvanhetverbondmagnietontbrekeninaluw offergavenvoordeHEER.
12Enwatbetrefthethoutvoordeoffers,pasopdatje naastdezesoortenhoutgeenanderhoutvoorhetaltaar meebrengt:cipres,laurier,amandel,spar,den,ceder,savin, vijg,olijf,mirre,laurier,aspalathus
13Legophetaltaaronderhetofferhouthoutdatopzijn uiterlijkisbeproefd,enlegdaargeengespletenofdonker houtop,maarhardenschoon,zondergebreken,gezonden nieuwgegroeidhout;enlegdaargeenoudhoutop,want degeurervanisverdwenen,wanthetheeftnietmeerde geurvanvroeger
14Behalvedezesoortenhoutmagjegeenandereophet altaarplaatsen,wantdegeurverspreidtzichendereuk stijgtnietoptotdehemel
15Houdjeaanditgebodendoehet,mijnzoon,opdatje oprechtzultzijninaljedaden.
16Weesteallentijdereinvanlichaamenwasuzelfmet watervoordatuhetaltaarnadertomeenoffertebrengen Wasookuwhandenenvoetenvoordatuhetaltaarnadert. Wasnahetofferenuwhandenenvoetenopnieuw
17Enlaatergeenbloedopuofopuwklerenverschijnen; weesopuwhoede,mijnzoon,voorbloed,weesuiterst waakzaam;bedekhetmetstof
18Eneetgeenbloed,wantdatisdeziel;eethelemaalgeen bloed.
19Enneemgeenoffergavenaanvoorhetbloedvaneen mens,opdathetnietongestraftenzonderoordeelvergoten wordt;wanthetishetvergotenbloeddatdeaardetot zondebrengt,endeaardekannietvanhetbloedvaneen mensgereinigdwordendandoorhetbloedvanhemdiehet vergotenheeft
20Enneemgeengeschenkofoffergaveaanvoorhetbloed vaneenmens;bloedvoorbloed,opdatuaanvaardzult wordenvoordeHEER,deAllerhoogsteGod,wantHijis debeschermervandegoeden,enopdatubewaardzult blijvenvoorallekwaad,enopdatHijuzalreddenvanelke vormvandood
21Ikzie,mijnzoon,datallewerkenvandekinderender mensenzondeengoddeloosheidzijn,enalhundaden onreinheideneengruweleneenverontreiniging,endater geenrechtvaardigheidbijhenis
22Weesopjehoede,opdatjenietinhunwegenwandelt enhunpadenbetreedt,eneenzondebegaatdietotdedood
leidtvoordeAllerhoogsteGodAnderszalHijZijn aangezichtvoorjeverbergenenjeteruggevenindehanden vanjeovertreding,enjeuitroeienuithetland,enje nageslachteveneensvanonderdehemel,enjenaamenje nageslachtzullenvandeheleaardeverdwijnen.
23Keeruafvanalhundadenenalhunonreinheid,en houduaandevoorschriftenvandeAllerhoogsteGod,en doeZijnwilenweesoprechtinalles.
24EnHijzaluzegeneninaluwdaden,enHijzaluitueen plantvangerechtigheiddoenopstaanoverdeheleaarde,in allegeslachtenderaarde,enmijnnaamenuwnaamzullen onderdehemelvooreeuwignietvergetenworden 25Gaheen,mijnzoon,invrede.MogedeAllerhoogste God,mijnGodenjouwGod,jesterkenomZijnwilte doen,enmogeHijaljenakomelingenenderestvanje nageslachttotinallegeneratieseneeuwigheidzegenenmet allerechtvaardigezegeningen,opdatjijeenzegenzultzijn voordeheleaarde'
26Enhijgingvolvreugdebijhemweg.
HOOFDSTUK22
1Enhetgeschieddeindeeersteweekvanhet vierenveertigstejubeljaar,inhettweedejaar,datwil zeggenhetjaarwaarinAbrahamstierf,datIsaakenIsmaël vandeBronvandeEedkwamenomhetWekenfeest–dat wilzeggenhetfeestvandeeerstelingenvandeoogst–te vierenbijAbraham,hunvader,enAbrahamverheugde zichomdatzijntweezonengekomenwaren
2IsaakhadveelbezittingeninBeerseba,enhetwasIsaak dieervaakheengingomzijnbezittingentebekijkenen daarnanaarzijnvaderterugkeerde
3IndiedagenkwamIsmaëlzijnvaderbezoeken,enzij kwamensamen.Isaakbrachteenbrandofferenlegdedat neerophetaltaarvanzijnvader,dathijinHebronhad latenmaken
4Enhijbrachteendankofferenrichtteeenfeestmaalaan voorIsmaël,zijnbroerEnRebekkabaktenieuwekoeken vanhetnieuwegraanengafdieaanJakob,haarzoon,om zenaarAbraham,zijnvader,tebrengen.Hetwarende eerstelingenvanhetland,zodathijervankonetenende Scheppervanalledingenkonzegenenvoordathijstierf
5EnIsaakzondook,doordehandvanJakob,een welgemeenddankoffernaarAbraham,zodathijkoneten endrinken
6Enhijatendronk,enloofdedeAllerhoogsteGod,Diede hemelendeaardegeschapenheeft,Dieallelevende wezensvandeaardegemaaktheeftenzeaandemensen gegevenheeft,opdatzijzoudenetenendrinkenenhun Schepperzoudenloofden
7'EnnudankikU,mijnGod,omdatUmijdezedaghebt latenzien:zie,ikbenhonderdachtenvijftigjaaroud,een oudeman,volvandagen,enalmijndagenzijnvoormij vredegeweest
8Hetzwaardvandetegenstanderheeftmijniet overwonneninalleswatUmijenmijnkinderenhebt gegeven,alledagenvanmijnleventotopdezedag.
9MijnGod,mogeUwbarmhartigheidenUwvrederusten opUwdienaarenophetnageslachtvanzijnzonen,opdat zijvoorUeenuitverkorenvolkeneenerfdeelmogenzijn
uitallevolkenderaarde,vannuafaantotinalledagender geslachtenderaarde,totinalleeeuwen.
10EnhijriepJakobenzei:‘MijnzoonJakob,mogede Godvanallenuzegenenenukrachtgevenom rechtvaardigtehandelenenZijnwilvoorHemtedoen.En mogeHijuenuwnakomelingenuitverkoren,zodatueen volkzultwordendatHemtoekomt,overeenkomstigZijn wil,altijd.
11Enkomdichterbij,mijnzoonJakob,enkusmij’Enhij kwamdichterbijenkustehem,enhijzei:‘Gezegendzij mijnzoonJakob,enallekinderenvanGoddeAllerhoogste, totinalleeeuwenMogeGodueennageslachtvan gerechtigheidgeven,enmogeHijsommigenvanuw kinderenheiligentemiddenvandeheleaardeMogen volkenudienen,enmogenallevolkenzichbuigenvoor uwnageslacht.
12Weessterkindeaanwezigheidvandemensenenoefen gezaguitoveralhetnageslachtvanSethDanzullenjouw wegenendewegenvanjezonengerechtvaardigdzijn, zodatzijeenheiligvolkzullenworden
13MogedeAllerhoogsteGoduallezegeningengeven waarmeeHijmijgezegendheeft,enwaarmeeHijNoachen Adamgezegendheeft;mogendierustenophetheilige hoofdvanuwnageslacht,vangeslachttotgeslacht,totin eeuwigheid.
14EnmogeHijureinigenvanalleongerechtigheiden onreinheid,zodatuvergevenwordtvooraluw overtredingendieuonwetendhebtbegaan.EnmogeHiju sterkenenzegenenEnmogeudeheleaardebeërven
15EnmogeHijZijnverbondmetuvernieuwen,opdatu voorHemeenvolkzultzijn,totZijnerfdeel,totinalle eeuwen,enopdatHijvooruenuwnageslachteenGodzal zijninwaarheidengerechtigheid,totinalledagenvande aarde.
16Enjij,mijnzoonJakob,denkaanmijnwoordenen houdjeaandegebodenvanAbraham,jevader:scheidjeaf vandevolkeneneetnietmethen.Doenietzoalszijdoen enganietmethenom,wanthunwerkenzijnonrein,alhun wegenzijneenverontreiniging,eengruweleneen onreinheid.
17Zijbrengenoffersaandedoden,enzijaanbiddenboze geesten,enzijetenbovendegraven,enalhunwerkenzijn ijdelheidenniets.
18Zehebbengeenhartomtebegrijpen,enhunogenzien nietwathunwerkenzijn,enhoezezichvergissendoor tegeneenstukhouttezeggen:'UbentmijnGod,'entegen eensteen:'UbentmijnHeerenUbentmijnbevrijder'[En zehebbengeenhart.]
19Enwatjoubetreft,mijnzoonJakob,mogede AllerhoogsteGodjebijstaan,endeGodvandehemelje zegenen,enjebevrijdenvanhunonreinheidenvanalhun dwaling.
20Pasop,mijnzoonJakob,datjegeenvrouwneemtuit hetgeslachtvandedochtersvanKanaän;wantalzijn nakomelingenzullenuitdeaardewordengerukt
21WantdoordeovertredingvanChamisKanaän afgedwaald,enalzijnnakomelingenzullenvandeaarde wordenweggevaagd,enalwatdaarvanoveris,enniemand dieuithemvoortkomt,zalopdedagdesoordeelsworden gered.
22Enwatbetreftalleafgodendienaarsendegoddelozen
(a)Erzalvoorhengeenhoopzijninhetlandderlevenden; (b)Enerzalopaardegeenherinneringaanhenzijn; (c)Wantzijzullenafdaleninhetdodenrijk
(d)Enzijzullennaardeplaatsvanveroordelinggaan, ZoalsdekinderenvanSodomvandeaardewerden weggevoerd,zozullenookallendieafgodenaanbidden, wordenweggevoerd
23Weesnietbevreesd,mijnzoonJakob,enweesniet ontmoedigd,zoonvanAbraham:MogedeAllerhoogste Godubehoedenvoordeondergang,enuverlossenvanalle dwalingen
24DithuishebIkvoorMijzelfgebouwd,opdatIkMijn naameropzouvestigenopaarde:[hetisaanjouenaanje nageslachtgegevenvooreeuwig],enhetzalhethuisvan Abrahamgenoemdworden;hetisaanjouenaanje nageslachtgegevenvooreeuwig,wantjijzultMijnhuis bouwenenMijnnaamvoorGodvooreeuwigvestigen; jouwnageslachtenjouwnaamzullenstandhoudeninalle geslachtenvandeaarde.'
25Enhijhieldophembevelentegevenenhemtezegenen
26Endetweelagensamenopéénbed,enJakobsliepinde schootvanAbraham,zijngrootvader,enhijkustehem zevenmaal,enzijnliefdeenzijnhartverheugdenzichover hem
27Enhijzegendehemvanharteenzei:‘DeAllerhoogste God,deGodvanallenenScheppervanallen,diemijuit UrderChaldeeënheeftgeleid,opdatHijmijditlandzou gevenomhetvooreeuwigtebezittenenopdatikeenheilig nageslachtzoustichten–gezegendzijdeAllerhoogste vooreeuwig’
28EnhijzegendeJakobenzei:‘Mijnzoon,overwieik mijmetheelmijnhartenmijnliefdeverheug,mogeuw genadeenuwbarmhartigheidaltijdophemenzijn nageslachtrusten.
29Enverlaathemniet,enachthemnietverachtvannuaf aantotinalleeeuwigheidEnmogeUwogengeopendzijn overhemenoverzijnnageslacht,opdatUhemzult beschermen,hemzultzegenenenhemzultheiligenalseen volktotUwerfdeel
30EnzegenhemmetalUwzegeningenvannuafaantot inalledagendereeuwigheid,envernieuwUwverbonden UwgenademethemenmetzijnnageslachtnaarUw welbehagen,totinallegeslachtenderaarde.'
HOOFDSTUK23
1EnhijlegdetweevingersvanJakobopzijnogen,enhij zegendedeGoddergoden,enhijbedektezijngezicht, strektezijnvoetenuitensliepdeslaapdereeuwigheid,en werdtotzijnvoorvaderenvergaderd
2EnondanksditalleslagJakobinzijnschootenwisthij nietdatAbraham,zijnvadersvader,gestorvenwas.
3EnJakobontwaakteuitzijnslaap,enzie,Abrahamwas ijskoudHijriep:‘Vader,vader!’Maarerwasniemanddie sprak,enhijwistdathijdoodwas
4EnhijstondopuitzijnschootenrendenaarRebekka, zijnmoeder,omhethaartevertellen.Rebekkaging's nachtsnaarIsaakenverteldehethemJakobgingsamen methenopweg,enhijhadeenlampinzijnhandToenze naarbinnengingen,vondenzeAbrahamdoodliggen.
5Isaakvielophetgezichtvanzijnvaderneer,huildeen kustehem.
6EnerwerdenstemmengehoordinhethuisvanAbraham, enIsmaël,zijnzoon,stondopengingnaarAbraham,zijn vader,enhuildeoverAbraham,zijnvader,enhijenheel Abrahamshuisgenoten,enzijhuildenmeteenluidgehuil 7ZijnzonenIsaakenIsmaëlbegroevenhemindedubbele grot,vlakbijzijnvrouwSara,enzerouwdenveertigdagen langomhem,allemannenvanzijnhuis,IsaakenIsmaël, enalhunzonen,enallezonenvanKeturaophunplaats;en dedagenvanhetrouwenomAbrahamwarenvoorbij
8Enhijleefdedriejubileaenvierweken, honderdvijfenzeventigjaar,envoltooidededagenvanzijn leven,oudenvolvandagen
9Wantdedagenvandevoorvaderen,vanhunleven, warennegentienjubeljaren;ennadezondvloedbegonnen zijminderdannegentienjubeljarenteleven,enhetaantal jubeljarennamaf,enzijwerdensneloudenhundagen werdenvervulddoordevelebeproevingenende goddeloosheidvanhunwegen,metuitzonderingvan Abraham
10WantAbrahamwasvolmaaktinalzijndadenvoorde HEER,enwelgevalligingerechtigheidaldedagenvan zijnleven;enzie,hijvoltooidegeenvierjubeljareninzijn leven,toenhijoudgewordenwasvanwegezijn goddeloosheidendejaren1950hadbereikt
11Enallegeslachtendievannuafaantotdedagvanhet groteoordeelzullenvoortkomen,zullensneloudworden, voordatzijtweejubeljarenhebbenvoltooid,enhunkennis zalhenverlatenvanwegehunouderdom;alhunkenniszal verdwijnen.
12Enindiedagen,alsiemandanderhalfjubeljaarleeft,zal menoverhemzeggen:‘Hijheeftlanggeleefd,maarhet grootstedeelvanzijndagenisgevuldmetpijn,verdrieten verdrukking,enerisgeenvrede’
13Wantrampspoedvolgtoprampspoed,wondopwond, beproevingopbeproeving,slechtnieuwsopslechtnieuws, ziekteopziekte,enallerleisoortenrampspoedenellende, deeennadeander:ziekteenondergang,sneeuwenvorst enijs,koortsenrillingen,lethargie,hongersnoodendood, zwaardengevangenschap,enallerleisoortenrampspoed enpijn
14Enditalleszalkomenovereenbozegeneratie,dieop aardeovertredingenbegaat;hunwerkenzijnonreinheiden hoererij,enverontreinigingengruwelen
15Danzullenzijzeggen:‘Dedagenvandevoorvaderen warenlang(ja),totduizendjaar,enzewarengoed;maar zie,dedagenvanonsleven,alsiemandoudis,zijn zeventigjaar,enalshijsterkis,tachtigjaar,endiezijn slecht,enerisgeenvredeindedagenvanditboze geslacht’
16Enindatgeslachtzullendezonenhunvadersen oudstenaanklagenvoorzondeenongerechtigheid,voorde woordenvanhunmondenvoordegrotegoddeloosheiddie zijbegaan,envoorhetverbrekenvanhetverbonddatde HEERmethengeslotenheeft,namelijkdatzijalZijn geboden,verordeningenenwettenzoudennalevenen uitvoeren,zondernaarrechtsofnaarlinksaftewijken
17Wantallenhebbenkwaadgedaan,enelkemondspreekt ongerechtigheid,enalhunwerkenzijnonreineneen
gruwel,enalhunwegenzijnverontreiniging,onreinheid enverderf.
18Zie,deaardezalvergaanvanwegealhunwerken,ener zalgeenzaadvandewijnstokzijn,engeenolie;wanthun werkenzijnvolkomenonbetrouwbaar,enzijzullenallen tezamenvergaan,dedierenenhetveeendevogels,enalle vissenvandezee,vanwegedekinderendermensen 19Enzijzullenmetelkaarstrijden,dejongenmetde oudenendeoudenmetdejongen,dearmenmetderijken, degeringstenmetdegrotenendebedelaarsmetdevorsten, vanwegedewetenhetverbond;wantzijhebbenhetgebod, hetverbond,defeesten,demaanden,desabbatten,de jubeldagenenallevoorschriftenvergeten.
20Enzijzullenstandhouden<metbogenen>zwaardenen oorlogomhenterugtedrijvenopdeverkeerdeweg;maar zijzullennietterugkerenvoordaterveelbloedopdeaarde isvergoten,deeendoordeander
21Enzijdieontkomenzijn,zullenzichnietvanhun goddeloosheidafkerentotdewegvandegerechtigheid, maarzijzullenzichallenverheffentotbedrogenrijkdom, zodatiederalleskannemenwatvanzijnnaasteisEnzij zullendegrotenaamaanroepen,maarnietinwaarheiden nietingerechtigheid,enzijzullenhetheiligederheiligen ontwijdenmethunonreinheidendeverderfelijkheidvan hunonreinheid.
22EndedadenvanditgeslachtzullendoordeHEER zwaarwordengestraft;Hijzalhenoverleverenaanhet zwaard,aanhetoordeel,aangevangenschap,enom geplunderdenverslondenteworden
23EnHijzaltegenhenopstaan,dezondaarsuitde heidenen,diegeenbarmhartigheidnochmedelijdenkennen endiegeenaanziendespersoonszullenhebben,nochoud nochjong,nochiemandanders,wantzijzijngoddelozeren sterkerinhetdoenvankwaaddanallekinderender mensenEnzijzullengeweldgebruikentegenIsraëlen overtredingentegenJakobEnerzalveelbloedvergoten wordenopdeaarde,enerzalniemandzijnomte verzamelenenniemandomtebegraven
24Indiedagenzullenzijluidroepenensmekenenbidden datzijgeredmogenwordenuitdehandvandezondaren, deheidenen;maarniemandzalgeredworden
25Dehoofdenvandekinderenzullenwitwordenmetgrijs haar,eneenkindvandriewekenoudzaleruitzienalseen manvanhonderdjaar,enhungestaltezalworden vernietigddoorverdrukkingenonderdrukking
26Enindiedagenzullendekinderendewettengaan bestuderen,degebodengaanzoekenenterugkerenophet padvandegerechtigheid.
27Endedagenzullentalrijkwordenentoenemenonder diekinderendermensen,totdathundagenbijnaduizend jaaroudzijnEnhetaantaljarenzalgroterzijndan voorheen.
28Enerzalgeenoudemanmeerzijn,nochiemanddie niettevredenismetzijndagen,wantallenzullenals kinderenenjongerenzijn
29Enalhundagenzullenzijvolbrengeneninvredeen vreugdeleven.ErzalgeenSatanofandereboosdoenerzijn, wantalhundagenzullendagenvanzegenengenezingzijn
30EnindietijdzaldeHEERzijndienarengenezen,enzij zullenopstaanengrotevredezien,enhuntegenstanders verdrijvenEnderechtvaardigenzullenhetzienen
dankbaarzijn,enzichverheugenmetvreugdetotin eeuwigheid,enzijzullenalhunoordelenenalhunvloeken overhunvijandenzienkomen
31Hunbeenderenzullenrustenindeaarde,enhungeest zalzichverheugen.ZijzullenwetendathetdeHEERisdie rechtspreektenbarmhartigheidbetoontaanhonderdenen duizendenenaanallendieHemliefhebben
32Enjij,Mozes,schrijfdezewoordenop;wantzostaanze geschreven,enzewordenopgetekendopdehemelse stenentafelenalseengetuigenisvoordegeslachten,totin eeuwigheid
HOOFDSTUK24
1EnhetgeschieddenadedoodvanAbraham,datde HEERzijnzoonIsaakzegende,enhijstondopuitHebron engingwonenbijdeBronvanhetVisioeninheteerste jaarvandederdeweek[2073AM]vanditjubeljaar,zeven jaarlang.
2Eninheteerstejaarvandevierdeweekbegonereen hongersnoodinhetland,[2080AM]naastdeeerste hongersnood,dieerwasgeweestindedagenvanAbraham.
3Jakobmaaktelinzensoep,enEsaukwamhongerigvan hetveldHijzeitegenJakob,zijnbroer:‘Geefmijwatvan dezerodesoep.’Jakobantwoordde:‘Verkoopmijje eerstgeboorterecht,dangeefikjebroodenookwatvan dezelinzensoep’
4EnEsauzeiinzijnhart:‘Ikzalsterven;watbaatmijdit eerstgeboorterecht?’
5'EnhijzeitegenJakob:'Ikgeefhetje'EnJakobzei: 'Zweerhetmijvandaag,'enhijzwoerhethem.
6EnJakobgafzijnbroerEsaubroodenpap,enhijattot hijverzadigdwas,enEsauverachttezijn eerstgeboorterecht;daaromwerdEsauEdomgenoemd, vanwegederodepapdieJakobhemalseerstgeboorterecht hadgegeven
7EnJakobwerddeoudste,enEsauwerdvanzijnaanzien ontnomen
8Enerkwamhongersnoodoverhetland,enIsaakvertrok inhettweedejaarvandezeweeknaarEgypte,engingnaar dekoningderFilistijneninGerar,naarAbimelech
9EndeHEERverscheenaanhemenzeitegenhem:‘Ga nietnaarEgypte,maarblijfwoneninhetlanddatIkjezal aanwijzen,enverblijfinditlandIkzalmetjezijnenje zegenen’
10WantaanjouenaanjenakomelingenzalIkalditland geven,enIkzalMijneedbevestigendieIkaanAbraham, jevader,hebgezworen,enIkzaljenakomelingentalrijk makenalsdesterrenaandehemel,enIkzalaanje nakomelingenalditlandgeven
11Eninuwnageslachtzullenallevolkenderaarde gezegendworden,omdatuwvadernaarMijnstemheeft geluisterdenMijngeboden,Mijnwetten,Mijn verordeningenenMijnverbondheeftnageleefd;ennu moetuooknaarMijnstemluistereneninditlandwonen' 12EnhijverbleefdriewekenvanjareninGelar
13EnAbimelechgafdevolgendeopdrachtmetbetrekking tothem[2080-2101AM]enalleswatvanhemwas, zeggende:‘Iedereendiehemofietswatvanhemis aanraakt,zalzekersterven.’
14IsaakwerdmachtigonderdeFilistijnenenverwierfveel bezittingen:runderen,schapen,kamelen,ezelseneengroot huishouden
15EnhijzaaideinhetlandvandeFilistijnenenoogstte honderdmaalzoveel,enIsaakwerdzeermachtig,ende Filistijnenbenijddenhem
16AlleputtendiededienarenvanAbrahamtijdens Abrahamslevenhaddengegraven,haddendeFilistijnenna Abrahamsdooddichtgegooidenmetaardegevuld
17AbimelechzeitegenIsaak:‘Gawegvanons,wantjij bentveelmachtigerdanwij’Isaakvertrokdaarvandaanin heteerstejaarvandezevendeweekenvestigdezichinde valleienvanGerar.
18Enzegroevenopnieuwdewaterputtendiededienaren vanAbraham,zijnvader,haddengegravenendiede FilistijnennadedoodvanAbraham,zijnvader,hadden dichtgemaaktEnhijnoemdezezoalsAbraham,zijnvader, zehadgenoemd
19DedienarenvanIsaakgroeveneenputinhetdalen vondenlevendwaterDeherdersvanGerartwisttenmetde herdersvanIsaakenzeiden:‘Hetwaterisvanons!’Isaak noemdedeput‘Perversiteit’,omdatzijonszohadden lastiggevallen
20Enzegroeveneentweedeput,enookdaaroverstreden ze,enhijnoemdedie'Vijandschap'.Toenstondhijopen zegroevennogeenput,endaaroverstredenzeniet,enhij noemdedie'Ruimte'EnIsaakzei:'NuheeftdeHEER ruimtevooronsgemaakt,enwijhebbenonsinhetland vermenigvuldigd'
21EnhijgingvandaarnaardeBronvandeEedinhet eerstejaarvandeeersteweekvanhet[2108AM] vierenveertigstejubeljaar
22EndeHEERverscheenhemdienacht,opdenieuwe maanvandeeerstemaand,enzeitegenhem:‘Ikbende GodvanAbraham,uwvaderWeesnietbevreesd,wantIk benmetuenIkzaluzegenenenuwnakomelingentalrijk makenalshetzandderaarde,omwillevanAbraham,mijn dienaar’
23Enhijbouwdedaareenaltaar,datAbraham,zijnvader, eersthadgebouwd,enhijriepdenaamvandeHEERaan enbrachteenofferaandeGodvanAbraham,zijnvader 24Enzegroeveneenputenvondenlevendwater 25DedienarenvanIsaakgroevennogeenput,maar vondengeenwaterZegingennaarIsaaktoeenvertelden hemdatzegeenwaterhaddengevondenIsaakzei:‘Ikheb vandaageeneedgezworenaandeFilistijnen,enditisons ookbekendgemaakt’
26EnhijnoemdedieplaatsdeBronvandeEed,wantdaar hadhijeeneedgezworenaanAbimelech,aanAhuzzath, zijnvriend,enaanPhicol,deprefect,ofaanzijngastheer
27Isaakwistdiedagdathijonderdwangaanhenhad gezworenvredemethentesluiten.
28EnIsaakvervloekteopdiedagdeFilistijnenenzei: ‘VervloektzijdeFilistijnentotdedagvantoornen verontwaardiging,uithetmiddenvanallevolken!Moge Godhentoteenvoorwerpvanspoteneenvloekmaken,tot eenvoorwerpvantoornenverontwaardigingindehanden vandezondaren,deheidenen,enindehandenvande Kittim
29Enwieontkomtaanhetzwaardvandevijandende Kittim,mogehetrechtvaardigevolkinhetoordeelvan
onderdehemelwordenuitgeroeid;wantzijzullende vijandenentegenstandersvanmijnkinderenzijn,van geslachttotgeslacht,opdeaarde
30Enerzalvoorhengeenoverblijfseloverblijven,noch iemanddiegeredzalwordenopdedagvandetoornvan hetoordeel;wantvernietiging,uitroeiingenverdrijving vandeaardeishethelenageslachtvandeFilistijnen (voorbestemd),enerzalvoordezeKaptoriumgeennaam ofnageslachtmeeroverblijvenopaarde
31Wantalstijgthijopnaardehemel,daarzalhij neergehaaldworden;almaakthijzichsterkopaarde,daar zalhijvandaangesleeptworden;alverbergthijzichonder devolken,ookdaarzalhijuitgeroeidworden;aldaalthij afnaarhetdodenrijk,daarzalzijnstrafzwaarzijn,enook daarzalhijgeenrustvinden
32Enalshijingevangenschapgaat,zullenzijhem onderwegdodendoordehandenvanhendiehemnaarhet levenstaan,enerzalvanhemgeennaamofnageslacht overblijvenopdeheleaarde;wanthijzalnaardeeeuwige vervloekinggaan'
33Zostaateroverhemgeschrevenengegraveerdopde hemelsetafelen,watermethemmoetgebeurenopdedag desoordeels,zodathijuitdeaardezalwordengerukt
HOOFDSTUK25
1Eninhettweedejaarvandezeweek,inditjubeljaar,riep RebekkahaarzoonJakobbijzichenspraktothem:‘Mijn zoon,neemgeenvrouwuitdedochtersvanKanaän,zoals Esau,jebroer,dietweevrouwenuitdedochtersvan Kanaännam,enzijhebbenmijnzielverbitterdmetalhun onreinedaden;wantalhundadenzijnontuchtenwellust, enerisgeenrechtvaardigheidbijhen,want(hundaden) zijnkwaad.
2Enik,mijnzoon,hebjezeerlief,enmijnhartenmijn genegenheidzegenenjeelkuurvandedagenelke nachtwake.
3Ennu,mijnzoon,luisternaarmijnstemendoedewil vanjemoederNeemgeenvrouwuithethuisvanmijn vader,maaralleenuithethuisvanmijnvaderenzijn verwantenJezulteenvrouwuithethuisvanmijnvader nemen,endeAllerhoogsteGodzaljezegenen,enje kinderenzulleneenrechtvaardiggeslachteneenheilig nageslachtzijn'
4ToensprakJakobtotRebekka,zijnmoeder,enzeitegen haar:‘Moeder,ikbennegenwekenoudenikkengeen vrouwenhebookgeenvrouwaangeraakt,nochbenikaan eenvrouwverloofd,enikdenkerzelfsnietaanomeen vrouwuitdeKanaänitischedochterstenemen
5Wantikherinnerme,moeder,dewoordenvanAbraham, onzevader,wanthijgeboodmijgeenvrouwtenemenuit dedochtersvanKanaän,maareenvrouwtenemenuithet geslachtvanmijnvaderenuitmijnverwanten
6IkhebeerdergehoorddatLaban,uwbroer,dochters heeftgekregen,enikhebmijnvoornemenopgedrageneen vrouwuithunmiddentekiezen
7Endaaromhebikmijinmijngeestbehoedvoorzondeen verdorvenheidinalmijnwegen,gedurendealdedagenvan mijnleven;wantmetbetrekkingtotlustenontuchtheeft Abraham,mijnvader,mijvelegebodengegeven.
8Enondanksalleswathijmijheeftbevolen,heeftmijn broerdeafgelopentweeëntwintigjaarmetmijgestredenen mijherhaaldelijktoegesprokenengezegd:‘Mijnbroer, trouwmeteenvanmijntweevrouwen’;maarikweigerte doenzoalshijheeftgedaan.
9Ikzweerbiju,moeder,datikderestvanmijnlevengeen vrouwzalnemenuithetgeslachtvanKanaän,endatikniet zoslechtzalhandelenalsmijnbroerheeftgedaan.
10Weesnietbevreesd,moeder;weetdatikuwwilzal doenenoprechtzalwandelen,enmijnwegennooitzal verdorven'
11Daarophiefzijhaargezichtopnaardehemel,strekte haarhandenuit,opendehaarmondenzegendede AllerhoogsteGod,diedehemelendeaardehadgeschapen, enzijdankteenpreesHem
12Enzijzei:‘GeprezenzijdeHEERGod,enmogeZijn heiligenaamtotineeuwigheidgeprezenworden,diemij Jakobalseenreinezooneneenheiligzaadheeftgegeven; wanthijisvanU,enzijnnageslachtzalvanUzijn,inalle geslachten,totineeuwigheid
13Zegenhem,Heer,enlegdezegenvangerechtigheidin mijnmond,opdatikhemmagzegenen.'
14Enopdatuur,toendeGeestvangerechtigheidinhaar mondneerdaalde,legdezijhaarhandenophethoofdvan Jakobenzei:
15GezegendzijtGij,HeerdergerechtigheidenGodder eeuwen,enmogeHijUzegenentotinallegeslachtender mensen.MogeHiju,mijnZoon,hetpaddergerechtigheid gevenengerechtigheidopenbarenaanuwnageslacht
16EnmogeHijuwzonentalrijkmakengedurendeuw leven,enmogenzijopstaannaarhetaantalmaandenvan hetjaarEnmogenhunzonentalrijkenmachtigworden, talrijkerdandesterrenaandehemel,enhunaantalgroter danhetzandvandezee.
17EnmogeHijhunditprachtigelandgeven–zoalsHij gezegdheeftdatHijhetaanAbrahamenaanzijn nageslachtnahemzougeven–enmogenzijhetvooraltijd alsbezitbehouden
18Enmogeik,mijnzoon,tijdensmijnlevengezegende kinderenvooruziengeborenworden,enmogealuw nakomelingeneengezegendenheilignageslachtzijn
19Enzoalsudegeestvanuwmoedertijdenshaarleven hebtverkwikt,zozegentdeschootvanhaardieubaardeu, [mijngenegenheid]enmijnborstenzegenenu,enmijn mondenmijntongprijzenuuitvoerig
20Vermeerderjeenverspreidjeoverdeaarde,enmogeje nageslachtvolmaaktzijnindevreugdevanhemelenaarde totineeuwigheid;enmogejenageslachtzichverheugen, enopdegrotedagvanvrede,mogehetvredehebben
21Enmogeuwnaamenuwnageslachtvoortbestaantotin alleeeuwen,enmogedeAllerhoogsteGodhunGodzijn, enmogedeGodvangerechtigheidbijhenwonen,enmoge doorhenZijnheiligdomgebouwdwordentotinalle eeuwen
22Gezegendzijhijdieuzegent,enallemensendieuvals vervloeken,zijvervloekt'
23Enzijkustehemenzeitegenhem:‘MogedeHeervan dewerelduliefhebbenzoalshethartvanuwmoederen haargenegenheidzichinuverheugenenuzegenen’Enzij hieldopmetzegenen.
HOOFDSTUK26
1EninhetzevendejaarvandezeweekriepIsaakEsau, zijnoudstezoon,enzeitegenhem:‘Ikbenoud,mijnzoon, enzie,mijnogenzijnzwakgeworden,enikweetniet wanneerikzalsterven
2Neemnujejachtwapens,jepijlkokerenjeboog,enga hetveldin,enjaagenvangmij(hert),mijnzoon,enmaak mijeensmakelijkemaaltijd,zoalsmijnzieldieliefheeft, enbrengdienaarmijtoe,zodatikkanetenenmijnzielje kanzegenenvoordatiksterf'
3MaarRebekkahoordeIsaakmetEsaupraten
4EnEsaugingvroegindeochtendhetveldinomtejagen, tevangenenhetvleesnaarzijnvadertebrengen
5EnRebekkariepJakob,haarzoon,enzeitegenhem:‘Zie, ikhoordeIsaak,jevader,tegenEsau,jebroer,zeggen:“Ga voormijopjachtenmaakvoormijeensmakelijkemaaltijd, enbrengdievoormij
6IkzaletenenuzegenenvoordeHeervoordatiksterf.En nu,mijnzoon,gehoorzaammijnsteminwatikugebied: Ganaaruwkuddeenhaaltweegoedegeitenbokjesvoor mij,enikzalzetotsmakelijkvoedselvooruwvader bereiden,zoalshijhetgraageet,enuzultzenaaruwvader brengen,zodathijzekanetenenukanzegenenvoorde Heervoordathijsterft,enopdatugezegendzultworden.
7EnJakobzeitegenRebekka,zijnmoeder:‘Moeder,ik zalmijnvadernietsonthoudenwathijwiletenenwathem bevalt.Ikbenalleenbang,moeder,dathijmijnstemzal herkennenenmijzalwillenaanraken’
8Enuweetdatikgladgeschorenben,terwijlEsau,mijn broer,behaardis.Ikzalvoorzijnogenverschijnenalseen boosdoenereneendaadverrichtendiehijmijnietheeft opgedragenHijzaldanwoedendopmijwordenenikzal eenvloekovermezelfafroepen,inplaatsvaneenzegen.'
9EnRebekka,zijnmoeder,zeitegenhem:‘Mijnzoon,uw vloekrusteopmij;luisteralleennaarmijnstem’
10JakobgehoorzaamdedestemvanRebekka,zijnmoeder, engingtweegoede,vettegeitenlammetjeshalenenbracht zenaarzijnmoederZijnmoedermaakteereensmakelijk gerechtvan,zoalshijhetgraaghad.
11EnRebekkanamdemooieklerenvanEsau,haaroudste zoon,diebijhaarinhuiswas,enzekleeddeJakob,haar jongstezoon,ermeeaan,enzelegdedegeitenhuidenom zijnhandenenomdeblotedelenvanzijnhals
12Enzijgafhetvleesenhetbrooddatzijhad klaargemaaktaanhaarzoonJakob.
13Jakobgingnaarzijnvaderenzei:‘Ikbenuwzoonenik hebgedaanzoalsumijhebtopgedragen.Staop,gazitten eneetvanwatikgevangenheb,vader,opdatuwzielmij totzegenzalzijn’
14Isaakzeitegenzijnzoon:‘Hoehebjehetzosnel gevonden,mijnzoon?’
15'EnJakobzei:'OmdatdeHeer,uwGod,mijheeftlaten vinden'
16Isaakzeitegenhem:'Komdichterbij,mijnzoon,zodat ikjekanvoelen,ofjemijnzoonEsaubentofniet'
17JakobgingnaarIsaak,zijnvader,toe,betasttehemen zei:‘DestemisJakobsstem,maardehandenzijnde handenvanEsau’
18Enhijherkendehemniet,omdatheteengoddelijke beschikkingwasomzijnwaarnemingsvermogente
ontnemenIsaakherkendehemniet,wantzijnhanden warenbehaardzoalsdievanzijnbroerEsau,daarom zegendehijhem
19Enhijzei:‘BenjijmijnzoonEsau?’Enhijantwoordde: ‘Ikbenuwzoon.’Toenzeihij:‘Komdichterbij,mijnzoon, zodatikkanetenvanwatjegevangenhebt,enmijnzielje zalzegenen’
20Enhijkwamdichterbij,enhijat,enhijbrachthemwijn, enhijdronk
21EnIsaak,zijnvader,zeitegenhem:‘Komdichterbijen kusmij,mijnzoon
22EnhijkwamdichterbijenkustehemEnhijrookde geurvanzijnkleren,enhijzegendehemenzei:‘Zie,de geurvanmijnzoonisalsdegeurvaneenvolvelddatde HEERgezegendheeft
23MogedeHEERugevenvandedauwdeshemelsenvan dedauwderaarde,envanovervloedaangraanenolie Laatvolkenudienenenmensenzichvoorubuigen
24Weesheeroveruwbroeders,enlaatdezonenvanuw moederzichvooruneerbuigen;enmogenallezegeningen waarmeedeHEERmijenAbraham,mijnvader,gezegend heeft,aanuenuwnageslachtvooreeuwigwordengegeven. Vervloektzijhijdieuvervloekt,engezegendzijhijdieu zegent
25Enhetgeschiedde,zodraIsaakzijnzoonJakobhad gezegendenJakobbijzijnvaderIsaakvandaanwasgegaan, dathijzichverborg,enzijnbroerEsaukwamterugvande jacht.
26Enhijmaakteooksmakelijkvleesklaarenbrachthet naarzijnvaderenzeitegenhem:‘Laatmijnvaderopstaan envanmijnwildbraadeten,opdatuwzielmijtotzegen mogezijn’
27EnIsaak,zijnvader,zeitegenhem:‘Wiebenjij?’En hijantwoordde:‘Ikbenjeeerstgeborene,jezoonEsau.Ik hebgedaanzoalsjemehebtopgedragen’
28Isaakwaszeerverbaasdenzei:‘Wieishetdiedit gejaagdengevangenheeftenhetnaarmijgebrachtheeft? Ikheberalvangegetenvoordatjijkwamenikhebhem gezegendHijzalgezegendzijn,enalzijnnakomelingen totineeuwigheid.’
29EntoenEsaudewoordenvanzijnvaderIsaakhoorde, begonhijmeteenluidenbittergehuilteroepenenzei tegenzijnvader:‘Zegenmij,vader.’
30Enhijzeitegenhem:‘Uwbroerismetlistgekomenen heeftuwzegenweggenomen’Enhijzei:‘Nubegrijpik waaromhijJakobheet:zie,hijheeftmijtweemaal verdrongen,eerstmijneerstgeboorterechtennuookmijn zegen.’
31Enhijzei:‘Hebtudangeenzegenvoormijinpetto, vader?’IsaakantwoorddeEsau:‘Zie,ikhebhemtotuw heergemaakt,enalzijnbroershebikhemtotdienaren gegeven,enikhebhemmetovervloedaangraan,wijnen olieversterktWatzaliknuvoorudoen,mijnzoon?’
32EnEsauzeitegenIsaak,zijnvader:‘Hebtudanmaar éénzegen,vader?Zegenmij,vader’
33EsauverhiefzijnstemenbegontehuilenIsaak antwoorddeenzeitegenhem:‘Zie,uwwoonplaatszalver vandedauwderaardezijn,envervandedauwderhemel
34Endoorjezwaardzuljeleven,enjezultjebroeder dienen.Enhetzalgebeuren,wanneerjemachtigwordten zijnjukvanjenekafschudt,datjeeenvolkomenzonde
zultbegaantotdedood,enjenageslachtzalvanonderde hemelwordenuitgeroeid.'
35EnEsaubleefJakobbedreigenvanwegedezegen waarmeezijnvaderhemhadgezegend,enhijzeiinzijn hart:‘Laatdedagenvanrouwommijnvadernuaanbreken, zodatikmijnbroerJakobkandoden’
HOOFDSTUK27
1EndewoordenvanEsau,haaroudstezoon,werdenin eendroomaanRebekkaverteld,enRebekkastuurde iemandomJakob,haarjongstezoon,telatenkomen
2Enhijzeitegenhem:‘Zie,jebroerEsauzalwraakopje nemenenjedoden
3Nudan,mijnzoon,luisternaarmijnstem,staopen vluchtnaarLaban,mijnbroer,naarHaran,enblijfdaareen paardagenbijhemtotdatdewoedevanjebroerisbedaard enhijzijntoornvanjeafwendtenalleswatjehebtgedaan vergeet;danzalikiemandsturenomjedaarvandaante halen'
4EnJakobzei:‘Ikbennietbang;alshijmijwildoden,zal ikhemdoden.’
5Maarzijzeitegenhem:‘Laatmijnietopééndagbeide zonenverliezen’
6JakobzeitegenzijnmoederRebekka:‘Zie,uweetdat mijnvaderoudisgewordenenslechtziendis,omdatzijn ogenzwakzijnAlsikhemverlaat,zaldathemkwaad doen,wantalsikhemverlaatenbijuwegga,zalmijn vaderbooswordenenmijvervloekenIkzalnietgaan;pas wanneerhijmijzendt,zalikgaan’
7RebekkazeitegenJakob:‘Ikzalnaarbinnengaanenmet hemspreken,enhijzaljewegsturen’
8RebekkagingnaarbinnenenzeitegenIsaak:‘Ik verafschuwmijnlevenvanwegedetweedochtersvanHeth, dieEsautotvrouwheeftgenomenEnalsJakobeenvrouw neemtuitdedochtersvandatland,zoalsdeze,waarvoor hebikdannogteleven?WantdedochtersvanKanaänzijn slecht’
9IsaakriepJakobbijzich,zegendehemenvermaande hem:‘NeemgeenvrouwuitdeKanaänitischedochters; 10StaopenganaarMesopotamië,naarhethuisvan Bethuel,devadervanjemoeder,enneemdaareenvrouw uitdedochtersvanLaban,debroervanjemoeder.
11EndeAlmachtigeGodzegeneuenvermeerderdeu, zodatutoteenvolkenvolkzultbehorenEnHijgeveude zegeningenvanmijnvaderAbraham,aanuenaanuw nageslachtnau,opdatuhetlandzultervenwaaruhebt gewoondenalhetlanddatGodaanAbrahamheeft gegevenGaheen,mijnzoon,invrede'
12IsaakstuurdeJakobweg,enhijgingnaarMesopotamië, naarLaban,dezoonvanBethueldeSyriër,debroervan Rebekka,Jakobsmoeder.
13Enhetgeschiedde,nadatJakobwasopgestaanomnaar Mesopotamiëtegaan,datdegeestvanRebekkabedroefd werdomhaarzoon,enzijhuilde
14IsaakzeitegenRebekka:‘Zuster,treurnietomJakob, mijnzoon,wanthijgaatinvredeheenenzalinvrede terugkeren
15DeAllerhoogsteGodzalhembeschermentegenalhet kwaadenzalmethemzijn,wantHijzalhemnietverlaten alzijndagen
16Wantikweetdatzijnwegeninallesvoorspoedigzullen zijn,waarhijookgaat,totdathijinvredetotonsterugkeert enwijheminvredeweerzien
17Weesnietbevreesdomwillevanhem,mijnzuster,want hijisophetrechtepadenhijiseenvolmaakteman;hijis trouwenzalnietvergaanHuilniet'
18IsaaktroostteRebekkavanwegehaarzoonJakoben zegendehem.
19EnJakobgingvandeBronvandeEednaarHaranin heteerstejaarvandetweedeweekvanhetvierenveertigste jubeljaar,enhijkwaminLuz,datwilzeggenBethel,inhet gebergte,opdenieuwemaanvandeeerstemaandvandeze week.Hijkwam'savondsopdieplaatsaanenweekdie nachtvandewegafnaarhetwestenDaarsliephij,want dezonwasondergegaan
20Enhijnameenvandestenenvandieplaatsenlegdedie onderdeboombijzijnhoofdHijreisdealleenverderen sliep
21Enhijdroomdedienacht,enzie,eenladderstondopde aarde,endetopervanreiktetotaandehemelEnzie,de engelenvandeHEERstegenopendaaldenneerlangsde ladder,enzie,deHEERstonderop.
22EnHijspraktotJakobenzei:‘IkbendeHEER,deGod vanAbraham,uwvader,endeGodvanIsaakHetland waaropunuslaapt,zalIkugeven,enuwnageslachtnau.
23Uwnageslachtzaltalrijkzijnalshetstofderaarde,enu zultzichuitbreidennaarhetwestenennaarhetoosten,naar hetnoordenennaarhetzuiden.Inueninuwnageslacht zullenallegeslachtendervolkengezegendworden 24Enzie,Ikzalmetuzijnenubeschermenwaaruook heengaat,enIkzaluinvredeterugbrengennaarditland; wantIkzalunietverlatenvoordatIkalleshebgedaanwat Ikuhebopgedragen'
25Jakobontwaakteuitzijnslaapenzei:‘Ditiswerkelijk hethuisvandeHEER,enikwisthetniet’Hijwerd bevreesdenzei:‘Verschrikkelijkisdezeplaats,wanthetis hethuisvanGod,enditisdepoortvandehemel.’
26Jakobstond'smorgensvroegop,namdesteendiehij onderzijnhoofdhadgelegdenzettedierechtopalseen gedenkteken.Hijgooterolieover.Hijnoemdedieplaats Bethel,maardeplaatsheetteeerstLuz
27JakobdeedeengelofteaandeHEERenzei:‘Alsde HEERmetmijzalzijnenmijzalbeschermenopdezeweg dieikga,enmijbroodteetenenkledingtetrekkenzal geven,zodatikinvredenaarhethuisvanmijnvader terugkeer,danzaldeHEERmijnGodzijn,endezesteen dieikhieralsgedenksteenhebopgericht,zalhethuisvan deHEERzijn,envanalleswatUmijgeeft,zalikUhet tiendedeelgeven,mijnGod’
HOOFDSTUK28
1Enhijvervolgdezijnreisenkwaminhetlandinhet oosten,bijLaban,debroervanRebekka,enhijbleefbij hemendiendehemeenweeklangindeplaatsvanzijn dochterRachel
2Eninheteerstejaarvandederdeweek[2122AM]zeihij tegenhem:‘Geefmijmijnvrouwterug,voorwieiku zevenjaargediendheb’EnLabanzeitegenJakob:‘Ikzal uuwvrouwgeven.’
3LabanrichtteeenfeestmaalaanennamLea,zijnoudste dochter,engafhaaraanJakobtotvrouw.Hijgafhaarook Zilpa,zijndienstmaagd,alsdienstmaagdJakobwisthet niet,wanthijdachtdathetRachelwas.
4Enhijgingnaarhaartoe,enzie,hetwasLea.Jakobwerd boosopLabanenzeitegenhem:‘Waaromhebjemedit aangedaan?HebikjenietgediendomwillevanRachelen nietomwillevanLea?Waaromhebjemeonrecht aangedaan?’
5Neemjedochtermee,dangaikweg,wantjehebtmij kwaadgedaan'WantJakobhadRachelmeerliefdanLea; Leahadzwakkeogen,maareenzeeraantrekkelijkfiguur; Racheldaarentegenhadprachtigeogeneneenmooien zeeraantrekkelijkfiguur
6LabanzeitegenJakob:‘Zohoorthetinonslandniet,de jongstedochtervoordeoudstetegeven.’Hetisookniet juistomdattedoen,wantzostaathetvoorgeschrevenen geschrevenindehemelsestenentafelen:niemandmagzijn jongstedochtervoordeoudstegeven,maareerstdeoudste, endaarnadejongsteEnwiedatdoet,diewordtinde hemelschuldigbevonden,wantniemanddiedatdoetis rechtvaardig,wantdiedaadiskwaadindeogenvande
HEER
7EnbeveeldekinderenvanIsraëldatzijditnietdoen;zij mogennochhetjongstekindnemennochgevenvoordatzij hetoudstekindhebbengegeven,wanthetiszeer goddeloos
8LabanzeitegenJakob:‘Laatdezevendagenvanditfeest voorbijgaan,endanzalikjeRachelgeven,zodatjemij nogzevenjaarkuntdienenenmijnschapenkunthoeden zoalsjedeafgelopenweekhebtgedaan.’
9EnopdedagdatdezevendagenvanhetfeestvanLea voorbijwaren,gafLabanRachelaanJakob,opdathijhem nogzevenjaarzoudienen,enhijgafRachelBilha,de zustervanZilpa,alsdienstmaagd
10Enhijdiendenogzevenjaarindegevangenisvoor Rachel,wantLeawashemvoornietsgegeven.
11EndeHEERopendedebaarmoedervanLea,enzij werdzwangerenbaardeJakobeenzoon,enhijnoemde hemRuben,opdeveertiendedagvandenegendemaand, inheteerstejaarvandederdeweek[2122AM]
12MaardebaarmoedervanRachelwerdgesloten,wantde HeerzagdatLeagehaatwerdenRachelgeliefd.
13EnJakobgingopnieuwnaarLeatoe,enzijwerd zwangerenbaardeJakobeentweedezoonHijnoemde hemSimeon,opdeeenentwintigstevandetiendemaand, inhetderdejaarvandezeweek[2124AM]
14EnJakobgingopnieuwnaarLeatoe,enzijwerd zwangerenbaardehemeenderdezoonHijnoemdehem Levi,indenieuwemaanvandeeerstemaandvanhetzesde jaarvandezeweek[2127AM]
15EnJakobgingopnieuwbijhaarin,enzijwerdzwanger enbaardehemeenvierdezoonHijnoemdehemJuda,op devijftiendevandederdemaand,inheteerstejaarvande vierdeweek[2129AM]
16EndaaromwerdRacheljaloersopLea,omdatzijgeen kinderenbaarde,enzijzeitegenJakob:‘Geefmij kinderen!’EnJakobzei:‘Hebikudandevruchtenvanuw schootonthouden?Hebikuverlaten?’
17ToenRachelzagdatLeavierzonenaanJakobhad gebaard–Ruben,Simeon,LevienJuda–zeizetegenhem:
‘GanaarBilha,mijndienstmaagd,enzijzalzwanger wordenenmijeenzoonbaren.’(EnzijgafBilha,haar dienstmaagd,totvrouw)
18Enhijgingbijhaarin,enzijwerdzwangerenbaarde hemeenzoon,enhijnoemdehemDan,opdenegendevan dezesdemaand,inhetzesdejaarvandederdeweek[2127 AM]
19EnJakobgingopnieuwgemeenschapmetBilha,enzij werdzwangerenbaardeJakobnogeenzoonRachel noemdehemNaftali,opdevijfdevandezevendemaand, inhettweedejaarvandevierdeweek[2130AM]
20ToenLeazagdatzijonvruchtbaarwasgewordenen geenkinderenmeerkreeg,werdzijjaloersopRachel.Zij gafhaardienstmaagdZilpaaanJakobtotvrouw,enzij werdzwangerenbaardeeenzoonLeanoemdehemGad, opdetwaalfdevandeachtstemaand,inhetderdejaarvan devierdeweek[2131AM]
21Enhijgingweerbijhaarin,enzijwerdzwangeren baardehemeentweedezoon.LeanoemdehemAser,opde tweedevandeelfdemaand,inhetvijfdejaar,indevierde week[2133AM]
22JakobgingnaarLeatoe,enzijwerdzwangerenbaarde eenzoonZijnoemdehemIssachar,opdevierdevande vijfdemaand,inhetvierdejaarvandevierdeweek,[2132 AM]enzijgafhemaaneenvoedster.
23EnJakobgingweerbijhaarin,enzijwerdzwangeren baardetweekinderen,eenzooneneendochterZijnoemde dezoonZabulonendedochterDina,indezevendevande zevendemaand,inhetzesdejaarvandevierdeweek [2134AM]
24EndeHeerwasRachelgenadig,enHijopendehaar baarmoeder,enzijwerdzwangerenbaardeeenzoon,en zijnoemdehemJozef,opdenieuwemaanvandevierde maand,inhetzesdejaar,indevierdeweek.[2134AM]
25EnindedagendatJozefgeborenwerd,zeiJakobtegen Laban:‘Geefmijmijnvrouwenenzonen,enlaatmijnaar mijnvaderIsaakgaan,zodatikdaareenhuiskanbouwen. Wantikhebdejarenwaarinikvooruwtweedochtersheb gewerkt,volbracht,enikzalnaarhethuisvanmijnvader gaan.’
26LabanzeitegenJakob:‘Blijfbijmijinafwachtingvan jeloon,enweidmijnkuddeweervoormij,enneemdanje loonaan.’
27Enzekwamenmetelkaarovereendathijhemalsloon delammerenengeitenbokjeszougevendiezwart,gevlekt ofwitgeborenwaren;(deze)zoudenzijnloonzijn.
28Enalleschapenbrachtengevlekt,gespikkeldenzwart voort,metallerleiverschillendekenmerken,enzebrachten opnieuwlammerenvoortdieophenleken;enallegevlekte lammerenwarenvanJakobendeniet-gevlektelammeren warenvanLaban
29EnJakobsbezittingennamenzeertoe,enhijbezat runderen,schapen,ezelsenkamelen,enknechtenen dienstmeisjes
30LabanenzijnzonenwarenjaloersopJakob,enLaban namzijnschapenvanhemterugenbekeekhemmetkwade bedoelingen.
HOOFDSTUK29
1Enhetgeschiedde,toenRachelJozefgebaardhad,dat Labanzijnschapengingscheren;wantzewarendrie dagenreisvanhemverwijderd
2JakobzagdatLabanzijnschapengingscheren,enJakob riepLeaenRachelensprakhunvriendelijktoe,zodatze methemmeezoudengaannaarhetlandKanaän
3Wanthijverteldehunhoehijallesineendroomhad gezien,zelfsalleswatGodtegenhemhadgezegd, namelijkdathijnaarhethuisvanzijnvadermoest terugkerenEnzijzeiden:‘Waarheenjeookgaat,wij zullenmetjemeegaan’
4EnJakobzegendedeGodvanIsaak,zijnvader,ende GodvanAbraham,zijngrootvader.Hijstondop,besteeg zijnvrouwenzijnkinderen,namalzijnbezittingenmee, stakderivieroverenkwaminhetlandGileadJakobhield zijnvoornemengeheimvoorLabanenverteldehethem niet
5Eninhetzevendejaar,indevierdeweek,keerdeJakob zichindeeerstemaand,opdeeenentwintigste,naarGilead. [2135AM]LabanachtervolgdehemenhaaldeJakobinop debergGileadindederdemaand,opdedertiende
6EndeHEERstondniettoedathijJakobkwaaddeed, wantHijverscheenhem'snachtsineendroomEnLaban spraktotJakob
7EnopdevijftiendevandiedagengafJakobeen feestmaalvoorLabanenvoorallendiemethem meegekomenwarenJakobzwoerdiedagaanLaban,en LabanzwoerookaanJakob,datgeenvanbeidendeberg Gileadzouoverstekenomdeandermetkwadebedoelingen teovervallen
8Enhijmaaktedaareenhoopalsgetuige;daaromwordt dieplaats'DeHoopvanGetuigen'genoemd,naardeze hoop
9MaarvroegernoemdenzehetlandGileadhetlandvan deRefaïeten;wanthetwashetlandvandeRefaïeten,ende Refaïetenwerdendaargeboren,reuzenvantien,negen, achttotzevenellenhoog.
10Hunwoongebiedstrektezichuitvanhetlandvande AmmonietentotdebergHermon,endezetelsvanhun koninkrijkwarenKarnaim,Ashtaroth,Edrei,Misuren Beon
11EndeHEERvernietigdehenvanwegedeslechtheidvan hundaden;wantzijwarenzeerkwaadaardig,ende Amorietenwoondeninhunplaats,goddeloosenzondig,en erisgeenvolkmeerdatalzijnzondentenvolleheeft begaan,enzijhebbengeenlanglevenmeeropaarde.
12EnJakobstuurdeLabanweg,enhijvertroknaar Mesopotamië,hetlandinhetoosten,enJakobkeerdeterug naarhetlandGilead
13Enhijtrokindenegendemaand,opdeelfde,overde JabbokOpdiedagkwamEsau,zijnbroer,naarhemtoe, enhijverzoendezichmethem.Daarnavertrokhijnaarhet landSeïr,maarJakobbleefintentenwonen
14Eninheteerstejaarvandevijfdeweekvanditjubeljaar [2136AM]stakhijdeJordaanoverenvestigdezichaande overkantvandeJordaanHijlietzijnschapengrazenvan deZeevandeBergtotBethshan,entotDothanentothet woudvanAkrabbim
15EnhijstuurdenaarzijnvaderIsaakalzijnbezittingen: kleding,voedsel,vlees,drank,melk,boter,kaasendadels uithetdal
16EnookaanzijnmoederRebekka,viermaalperjaar, tussendemaanden,tussenhetploegenenhetoogsten, tussendeherfstenhetregenseizoen,entussendewinteren delente,naardetorenvanAbraham.
17IsaakwasteruggekeerdvandeBronvandeEedenwas naardetorenvanzijnvaderAbrahamgegaan,enhij woondedaar,afgezonderdvanzijnzoonEsau
18WantindetijddatJakobnaarMesopotamiëging,nam EsauMahalath,dedochtervanIsmaël,totvrouwHij verzameldeallekuddenvanzijnvaderenzijnvrouwen, trokdebergSeïropenvestigdezichdaarHijlietzijn vaderIsaakalleenachterbijdeBronvandeEed 19IsaakgingvandeBronvandeEedomhoogenwoonde indetorenvanAbraham,zijnvader,opdebergenvan Hebron
20EnJakobstuurdedaarheenalleswathijvantijdtottijd naarzijnvaderenmoederstuurde,alleswatzenodig hadden,enzijzegendenJakobmetheelhunhartenmet heelhunziel.
HOOFDSTUK30
1Eninheteerstejaarvandezesdeweek[2143AM]ging hijinvredenaarSalem,tenoostenvanSichem,inde vierdemaand.
2EndaarontvoerdenzijDina,dedochtervanJakob,naar hethuisvanSichem,dezoonvanHamor,deHiviet,de vorstvanhetland,enhijsliepmethaarenontuchtmethaar; zijwasnogeenkleinmeisje,eenkindvantwaalfjaar
3Enhijsmeektezijnvaderenhaarbroersdatzijaanhem totvrouwgegevenmochtworden.EnJakobenzijnzonen warenboosopdemannenvanSichem,wantzijhadden Dina,hunzuster,ontuchtigd,enzijhaddenhenmetkwade bedoelingentoegesprokenenhenbedrogenenmisleid.
4SimeonenLevikwamenonverwachtsnaarSichemen voltrokneenstrafonderallemannenvanSichemZe dooddenallemannendiezedaaraantroffenenlietener geenenkeleinlevenZebrachtenhenallenindepijn, omdatzehunzusterDinahaddenonteerd
5Enzozalhetvoortaannietmeergebeurendateen dochtervanIsraëlonreinwordt;wanterisindehemeleen oordeeloverhenbevolen,datzijmethetzwaardalle mannenvanSichemzullenvernietigen,omdatzijschande overIsraëlhebbengebracht
6EndeHEERleverdehenoverindehandenvandezonen vanJakob,opdatzijhenmethetzwaardzoudenuitroeien enrechtoverhenzoudenvoltrekken,enopdathetinIsraël nietmeerzougebeurendateenmaagdvanIsraëlonrein zouworden
7EnalserinIsraëleenmanisdiezijndochterofzijnzus wiluithuwelijkenaaneenmanuithetgeslachtder heidenen,danzalhijzekersterven,enmenzalhem stenigen,wanthijheeftschandeoverIsraëlgebrachtEn menzaldevrouwmetvuurverbranden,omdatzijdenaam vanhethuisvanhaarvaderheeftonteerd,enzijzaluit Israëlwordenuitgeroeid
8EnlaaterinIsraëlgeenoverspeligevrouwofonreinheid gevondenworden,inalledagenvandegeslachtender aarde;wantIsraëlisheiligvoordeHEER,eniederdiehet onreinheeftgemaakt,zalzekersterven:menzalhem stenigen
9Wantzoishetbepaaldenopgeschrevenindehemelse stenentafelenbetreffendealhetnageslachtvanIsraël:wie hetonreinmaakt,zalzekerstervenenmetstenengestenigd worden.
10Aandezewetisgeentermijnvandagenverbonden, geenuitstelmogelijkengeenverzoeningMaardemandie zijndochteronreinheeftgemaakt,zaluithetmiddenvan heelIsraëlwordenuitgeroeid,omdathijzijnnageslachtaan Molochheeftgegevenengoddeloosheeftgehandeld, waardoorhijhetheeftonreingemaakt
11Engij,Mozes,gebiedtdekinderenvanIsraëlenspoort henaanhundochtersnietaandeheidenenuittehuwenen geendochtersvandeheidenentotzoontenemen,wantdit iseengruwelvoordeHEER
12Daaromhebikvooru,indewoordenvandeWet,alde dadenvandeinwonersvanSichemopgeschreven,diezij tegenDinahebbenbegaan,enhoedezonenvanJakob sprakenenzeiden:‘Wijzullenonzedochternietaaneen onbesnedenmangeven,wantdatzouonstotschande strekken’
13EnhetiseenschandevoorIsraël,voorhendielevenen voorhendiededochtersvandeheidenentotzichnemen; wantditisonreineneengruwelvoorIsraël
14Israëlzalnietvandezeonreinheidvrijzijnalsheteen vrouwuiteenheidensgeslachtheeft,ofalsheteenvanzijn dochtersaaneenmanuiteenheidensgeslachtheeft uitgehuwelijkt
15Wanterzalplaagopplaagzijn,envloekopvloek,en elkoordeelenelkeplaagenvloekzaloverhemkomen:als hijditdoet,ofzijnogensluitvoorhendieonreinheid bedrijven,ofvoorhendiehetheiligdomvandeHEER ontheiligen,ofvoorhendieZijnheiligenaamontheiligen, (dan)zalhethelevolktezamengeoordeeldwordenvooral deonreinheidenontheiligingvandezeman.
16Enerzalgeenaanziendespersoonszijn[engeen achtingvoorpersonen]enmenzalvanhemgeenvruchten, offers,brandoffersofvetaannemen,nochdegeurvan welriekendestoffen,omdieteaanvaardenZozalhetook metiedermensinIsraëlvergaandiehetheiligdomontwijdt 17Daaromhebikubevolenengezegd:‘Getuigditaan Israël:ziehoehetdeSichemietenenhunzonenverging, hoezijwerdenovergeleverdindehandenvantweezonen vanJakob,enhoezijhenondermartelingdoodden,enhet werdhuntotgerechtigheidgerekend,enhetstaathunals gerechtigheidtoegerekend
18EnhetnageslachtvanLeviwerduitverkorentot priesterschapentotLevieten,opdatzij,netalswij, voortdurendvoordeHEERzoudendienenenopdatLevi enzijnzonenvooreeuwiggezegendzoudenworden;want hijwasijverigomgerechtigheid,rechtenwraakte voltrekkenoverallendietegenIsraëlopstonden 19Enzoschrijvenzijalseengetuigenistengunstevan hemopdehemelsetabletten:zegenengerechtigheidvoor deGodvanallen
20Enwijgedenkenderechtvaardigheiddiedezeman gedurendezijnlevenheeftgetoond,inalleperiodenvan hetjaar;totduizendgeneratieslangzalmenhetoptekenen, enhetzaltothemenzijnnakomelingennahemkomenHij isopgetekendopdehemelsetablettenalseenvriendeneen rechtvaardigeman.
21Ditalleshebikvooruopgeschrevenenikhebu opgedragenhetaandekinderenvanIsraëltevertellen,dat zijgeenzondemogenbegaan,devoorschriftennietmogen overtredenenhetverbonddatvoorhenisgeslotenniet mogenverbreken,maardatzijhetmoetennakomenenals vriendenvanIsraëlmoetenwordenbeschouwd
22Maaralszijovertredenenopallerleimanieren onreinheidbedrijven,zullenzijalstegenstandersopde hemelsetablettenwordenopgetekend,enzijzullenuithet boekdeslevenswordengeschrapt,enzijzullenworden opgetekendinhetboekvanhendievernietigdzullen wordenenmethendieuitdeaardezullenwordengerukt
23EnopdedagdatdezonenvanJakobSichemdoodden, werderindehemeleenlofredeophenuitgesproken, waarinstonddatzijrechtvaardigheid,oprechtheiden wraakopdezondaarshaddenbetracht.Hetwerdalseen zegenopgetekend
24EnzebrachtenDina,hunzus,uithethuisvanSichem, enzenamenalleswatinSichemwasgevangen:hun schapen,hunrunderenenhunezels,alhunbezittingenen alhunkudden,enbrachtendatallesnaarJakob,hunvader 25Enhijverweethendatzedestadmethetzwaard haddengedood,wanthijvreesdedeinwonersvanhetland, deKanaänietenendePerizzieten
26EndevreesvoordeHEERkwamoverallesteden rondomSichem,enzijstondennietopomdezonenvan Jakobteachtervolgen,wantdeangstwasoverhen gekomen.
HOOFDSTUK31
1EnopdenieuwemaanvandemaandsprakJakobtotal zijnhuisgenotenenzei:‘Reinigjullieentrekanderekleren aan,latenweopstaanennaarBethelgaan,waarikHem eengeloftehebafgelegdopdedagdatikvluchttevoor mijnbroerEsau,omdathijmetmijisgeweestenmijin vredenaarditlandheeftgebracht.Endoedevreemde godendieonderjullieronddwalenweg’
2Enzijgavendevreemdegodenendatgenewatinhun orenenomhunnekzat,endeafgodendieRachelvan Laban,haarvader,hadgestolen,helemaalaanJakobEn hijverbranddeenverbrijzeldezeenvernietigdeze,en verborgzeondereeneikinhetlandSichem.
3Enhijgingopdenieuwemaanvandezevendemaand naarBethelEnhijbouwdeeenaltaaropdeplaatswaarhij hadgeslapen,enhijrichttedaareengedenksteenop.Hij lietzijnvaderIsaakenzijnmoederRebekkaoproepenom naarhemtoetekomenvoorzijnoffer.
4Isaakzei:‘LaatmijnzoonJakobkomen,zodatikhem kanzienvoordatiksterf’
5EnJakobgingnaarzijnvaderIsaakennaarzijnmoeder Rebekka,naarhethuisvanzijnvaderAbraham,enhijnam tweevanzijnzonen,LevienJuda,metzichmee,enhij kwambijzijnvaderIsaakenbijzijnmoederRebekka
6EnRebekkakwamuitdetorennaarvorenomJakobte kussenenhemteomhelzen,wanthaargeestwas opgeknapttoenzehoorde:‘Zie,uwzoonJakobis gekomen!’Enzekustehem
7Enzijzagzijntweezonen,enzijherkendehen,enzijzei tegenhem:‘Zijndituwzonen,mijnzoon?’Enzij omhelsdehen,kustehenenzegendehen,zeggende:‘In
julliezalhetnageslachtvanAbrahamroemvergaren,en julliezulleneenzegenzijnopaarde.’
8JakobgingnaardekamervanzijnvaderIsaak,waarhij lag.Zijntweezonenwarenbijhem.Jakobnamdehand vanzijnvader,boogzichvooroverenkustehem.Isaak klemdezichvastaandehalsvanJakobenhuildetegen hemaan
9DeduisternisverdweenuitdeogenvanIsaak,enhijzag detweezonenvanJakob,LevienJuda,enhijzei:‘Zijndit uwzonen,mijnzoon?Wantzijlijkenopu’
10Enhijzeitegenhemdatzijwerkelijkzijnzonenwaren: ‘Enuhebtwerkelijkgeziendatzijwerkelijkmijnzonen zijn.’
11Enzijkwamennaarhemtoe,enhijkeerdezichom, kustehenenomhelsdehenbeidentegelijk
12Endegeestvandeprofetiedaaldeneerinzijnmond,en hijnamLevibijzijnrechterhandenJudabijzijn linkerhand
13EnhijwenddezicheersttotLevienbegonhemals eerstetezegenen,enzeitegenhem:MogedeGodvan allen,deHeervanalleeeuwen,uenuwkinderenzegenen totinalleeeuwen.
14EnmogedeHEERuenuwnageslachtgrootheiden groteheerlijkheidschenken,enuenuwnageslachtuitalle vleesdoennaderentotHemominzijnheiligdomtedienen alsengelenindetegenwoordigheidenalsheiligenZoals zij,zozalhetnageslachtvanuwzonenzijntotheerlijkheid, grootheidenheiligheid,enmogeHijhengrootmakentot inalleeeuwen
15Enzijzullenrechtersenvorstenzijn,enleidersoveral hetnageslachtvandezonenvanJakob.Zijzullenhet woordvandeHEERingerechtigheidspreken,enalZijn oordelenzullenzijingerechtigheidvellenEnzijzullen MijnwegenaanJakobbekendmakenenMijnpadenaan IsraëlDezegenvandeHEERzalinhunmondgegeven worden,totzegenvanalhetnageslachtvandegeliefde 16UwmoederheeftuLevigenoemd,enterechtheeftziju zogenoemdUzultbijdeHEERhorenendemetgezelzijn vanallezonenvanJakobZijntafelzaldeuwezijn,enu enuwzonenzullendaarvaneten.Uwtafelzalvolzijntot inallegeneraties,enuwvoedselzalnooitontbreken,totin alleeeuwen
17Laatallendieuhatenvooruneervallen,enlaataluw tegenstanderswordenuitgeroeidenvergaanZaligzijhij dieuzegent,envervloektzijelkvolkdatuvervloekt
18EntegenJudazeihij:‘MogedeHEERukrachten machtgevenomallendieuhatentevertrappen;uzulteen vorstzijn,ueneenvanuwzonen,overdezonenvanJakob; mogeuwnaamendenaamvanuwzonenuitgaanendoor allelandenenstrekentrekkenDanzullendeheidenen vooruvrezen,enallevolkenzullensidderen
19InuzaldehulpvanJakobzijn,eninuzalderedding vanIsraëlgevondenworden
20Enwanneeruopdetroonvaneervanuwgerechtigheid zit,zalergrotevredezijnvooralhetnageslachtvande zonenvandeGeliefdeGezegendzijhijdieuzegent,en allendieuhatenenukwellenenuvervloeken,zullenvan deaardewordenuitgeroeidenvernietigdenvervloektzijn 21Enhijkeerdezichom,kustehemopnieuwenomhelsde hem,enhijverheugdezichzeer,wanthijhaddezonenvan Jakob,zijnzoon,inwerkelijkheidgezien
22Enhijgingwegvantussenzijnvoetenenvielneeren boogzichvoorhemneer,enhijzegendehenenrusttedaar dienachtuitmetIsaak,zijnvader,enzijatenendronken metvreugde.
23EnhijlietdetweezonenvanJakobinslaapvallen,de eneaanzijnrechterhandendeandereaanzijnlinkerhand, endatwerdhemtotgerechtigheidgerekend
24EnJakobverteldezijnvaderdehelenachtalles,hoede Heerhemgrotebarmhartigheidhadbewezen,hoeHijhem inalzijnwegenvoorspoedhadgegevenenhemvooralle kwaadhadbeschermd
25EnIsaakpreesdeGodvanzijnvaderAbraham,diezijn barmhartigheidenzijnrechtvaardigheidniethad onthoudenaandezonenvanzijndienaarIsaak
26DevolgendeochtendverteldeJakobaanzijnvader IsaakoverdegeloftediehijaandeHeerhadafgelegd,over hetvisioendathijhadgezien,endathijeenaltaarhad gebouwdendatallesgereedwasvoorhetofferdatvoorde Heergebrachtzouworden,zoalshijhadbeloofd,endathij gekomenwasomhemopeenezeltezetten
27IsaakzeitegenJakob,zijnzoon:‘Ikkannietmetje meegaan,wantikbenoudenkandereisnietmeeraan.Ga, mijnzoon,invrede,wantikbenvandaag honderdvijfenzestigjaaroudenkannietmeerreizenZetje moederopeenezelenlaathaarmetjemeegaan.’
28Enikweet,mijnzoon,datjeomwillevanmijgekomen bent,enmogedezedaggezegendzijnwaaropjemijlevend hebtgezienenikjouookhebgezien,mijnzoon.
29Mogehetjegoedgaanenjegeloftenakomen,dieje hebtafgelegdSteljegeloftenietuit,wantjezultter verantwoordinggeroepenwordenwatbetreftdegelofte. Haastjedaaromomdienatekomen,enmogeHijdiealle dingenheeftgemaakt,aanwiejediegeloftehebtafgelegd, erbehageninscheppen.
30EnhijzeitegenRebekka:‘GametJakob,jezoon’En RebekkagingmetJakob,haarzoon,enDeboragingmet haarmee,enzijkwameninBethelaan.
31EnJakobherinnerdezichhetgebedwaarmeezijnvader hemenzijntweezonen,LevienJuda,hadgezegend,enhij verheugdezichenpreesdeGodvanzijnvaderen,Abraham enIsaak
32Enhijzei:‘Nuweetikdatikeeneeuwigehoopheb,en mijnzonenook,voordeGodvanallen.’Enzoishetvoor henbeidenbepaald;enzijschrijvenhetopalseeneeuwig getuigenisopdehemelsetabletten,hoeIsaakhenzegende HOOFDSTUK32
1EnhijbleefdienachtinBethel,enLevidroomdedat menhemenzijnzonenvooreeuwigtotpriestervande AllerhoogsteGodhadaangesteld;enhijontwaakteuitzijn slaapenpreesdeHeer.
2EnJakobstond'smorgensvroegop,opdeveertiende vandezemaand,enhijgafeentiendevanalleswatmet hemmeegekomenwas,zowelvanmensenalsvanvee,van goudenvanallevoorwerpenenkledingstukken,ja,hijgaf tiendenvanalles.
3IndiedagenwerdRachelzwangervanhaarzoon BenjaminJakobteldezijnzonenvanafhemenLeviviel toeaanhetdeelvandeHEER.Zijnvaderbekleeddehem metpriestergewadenenvuldezijnhanden
4Enopdevijftiendevandezemaandbrachthijveertien runderen,achtentwintigrammen,negenenveertigschapen, zevenlammereneneenentwintiggeitenbokjesnaarhet altaaralsbrandoffer,eenofferdatGodwelgevalligwasen eenaangenamegeurhad.
5Ditwaszijnoffer,overeenkomstigdegeloftediehijhad afgelegddathijeentiendezougeven,samenmethun vruchtenoffersenhundrankoffers.
6Entoenhetvuurhethadverteerd,branddehijwierookop hetvuur,enalsdankofferbrachthijtweeossen,vier rammen,vierschapen,vierbokken,tweeeenjarigeschapen entweegeitenbokjes;enzodeedhijdagelijks,zevendagen lang.
7Enhijenalzijnzonenenzijnmannenatendaarzeven dagenlangmetvreugdeenzegendenendanktendeHeer, diehemuitalzijnbeproevingenhadverlostenhemzijn geloftehadgegeven
8Enhijgaftiendenvanallereinedierenenbrachteen brandoffer,maardeonreinedierengafhijnietaanLevi, zijnzoon,enhijgafhemallezielenvandemensen 9EnLevivervuldehetpriesterambtinBethelvóórzijn vaderJakob,bovenzijntienbroers,enhijwasdaarpriester. Jakoblegdezijngelofteaf:zogafhijdetiendeweeraande Heerenheiligdedie,endiewerdheiligvoorHem
10Endaaromishetopdehemelsetafelenvastgelegdals eenwetvoordetiende,diejaarlijksvoordeHEERgegeten moetwordenopdeplaatsdieisuitverkorenomZijnnaam telatenwonen.Aandezewetisgeentijdslimiet,totin eeuwigheid
11Dezeverordeningisopgetekendopdatzijjaarlijks vervuldkanwordendoorhetetenvandetweedetiende voordeHeeropdeplaatsdiedaarvoorisuitgekozen,ener magnietsvanoverblijvenvanditjaartothetvolgendejaar 12Wantbinnendatjaarzalhetzaadgegetenwordentotde dagenvandeoogstvanhetzaadvandatjaar,endewijntot dedagenvandewijn,endeolietotdedagenvanzijn seizoen.
13Enalwatdaarvanoverblijftenoudwordt,moetals onreinwordenbeschouwd;hetmoetmetvuurworden verbrand,wanthetisonrein.
14Zomoetenzehetsameninhetheiligdomopeten,enze moetenervoorzorgendathetnietbederft
15Enalletiendenvanderunderenenschapenzullenheilig zijnvoordeHEERenzullentoebehorenaanzijnpriesters, diezejaarnajaarvoorHemzulleneten;wantzoishet bepaaldengegraveerdmetbetrekkingtotdetiendenopde hemelsetafelen
16Enindedaaropvolgendenacht,opdetweeëntwintigste dagvandezemaand,beslootJakobomdieplaatste herbouwen,devoorhofmeteenmuurteomringenendiete heiligenenvooraltijdheiligtemaken,voorzichzelfen zijnkinderennahem.
17EndeHEERverscheen'snachtsaanhem,zegendehem enzeitegenhem:'UwnaamzalnietlangerJakobzijn, maarIsraëlzalunoemen'
18EnHijzeiopnieuwtothem:‘IkbendeHEER,diede hemelendeaardegeschapenheeft,enIkzaluzeertalrijk makenenuenormdoentoenemen,enkoningenzullenuit uvoortkomen,enzijzullenrechtsprekenoveralwaarde voetvandemensenheeftgetreden.
19EnIkzalaanuwnakomelingendeheleaardegevendie onderdehemelis,enzijzullenallevolkenoordelennaar hunwil,endaarnazullenzijdeheleaardeinbezitnemen endievooreeuwigbezitten.'
20EnHijsprakmethemaf,enHijgingvanhemweg.En JakobkeektoetotdatHijnaardehemelwasopgestegen
21Enhijzagineennachtelijkvisioen,enzie,eenengel daaldeuitdehemelneermetzevenstenentafeleninzijn handenHijgafzeaanJakob,enhijlaszeenbegreepalles watdaaringeschrevenstond,wathemenzijnzoneninalle eeuwenzouoverkomen
22Enhijliethemalleszienwatopdestenentafelen geschrevenstondenzeitegenhem:‘Bouwdezeplaatsniet, maakergeeneeuwigheiligdomvanenblijfhierniet wonen,wantditisnietdejuisteplaatsGanaarhethuis vanAbraham,jevader,enwoonbijIsaak,jevader,totde dagvandedoodvanjevader’
23WantinEgyptezuljeinvredesterven,eninditlandzul jemeteerbegravenwordeninhetgrafvanjevoorvaderen, samenmetAbrahamenIsaak
24Weesnietbevreesd,wantzoalsjehethebtgezienen gelezen,zozalhetookgebeuren;enschrijfallesopzoals jehethebtgezienengelezen'
25Jakobzei:‘Heer,hoekanikmeallesherinnerenwatik gelezenengezienheb?’Hijantwoorddehem:‘Ikzalje allesinherinneringbrengen’
26Enhijgingbijhemvandaan,enhijontwaakteuitzijn slaap,enhijherinnerdezichalleswathijhadgelezenen gezien,enhijschreefallewoordenopdiehijhadgelezen engezien
27Enhijvierdedaarnogeendag,enhijbrachtdaarop offerszoalshijdatopdevoorgaandedagenhadgedaan,en hijnoemdediedag'Toevoeging',wantdezedagwas toegevoegdendevoorgaandedagennoemdehij'HetFeest'.
28Zowerdhetgeopenbaarddathetzomoestzijn,enhet staatgeschrevenopdehemelsetafelen:daaromwerdhem geopenbaarddathijhetmoestvierenenhetmoest toevoegenaandezevendagenvanhetfeest
29Endenaamervanwerd'Toevoeging'genoemd,omdat hetwerdopgenomenindelijstvanfeestdagen, overeenkomstighetaantaldagenvanhetjaar
30Enindenachtvandedrieëntwintigstevandezemaand stierfDebora,devoedstervanRebekka,enzijbegroeven haarbenedenindestad,onderdeeikvanderivierHij noemdedezeplaats'DeriviervanDebora'endeeik'Deeik vanderouwomDebora'.
31Rebekkagingterugnaarhaarhuis,naarhaarvader Isaak,enJakobstuurdehaarrammen,schapenenbokken, zodatzeeenmaaltijdvoorzijnvaderkonbereidenzoalshij diewenste
32Enhijgingachterzijnmoederaantothijinhetland Kabratankwam,enhijvestigdezichdaar.
33EnRachelbaarde'snachtseenzoonennoemdehem 'Zoonvanmijnsmart',wantzijleedbijdebevallingMaar zijnvadernoemdehemBenjamin,opdeelfdevande achtstemaand,indeeerstevandezesdeweekvandit jubeljaar.[2143AM]
34RachelstierfdaarenwerdbegraveninhetlandEfrath, datisBethlehemJakobbouwdeeengedenksteenophet grafvanRachel,opdewegbovenhaargraf.
HOOFDSTUK33
1JakobgingnaarhetgebiedtenzuidenvanMagdaladra'ef envestigdezichdaar.HijgingnaarzijnvaderIsaak,samen metzijnvrouwLea,opdenieuwemaanvandetiende maand
2EnRubenzagBilha,dedienstmeidvanRachel,de bijvrouwvanzijnvader,zichineenverborgenplaatsinhet waterbaden,enhijwerdverliefdophaar
3Enhijverborgzich'snachtsenginghethuisvanBilha binnen,enhijtrofhaaralleenslapendaanopeenbedin haarhuis
4Enhijsliepmethaar,enzijwerdwakkerenzag,enzie, RubenlagmethaarinbedEnzijmaaktedezoomvanhaar dekenlos,greephemvastenriepuit,enontdektedathet Rubenwas.
5Enzijschaamdezichvoorhem,enzijtrokhaarhandvan hemaf,enhijvluchtte
6Enzetreurdehieromzeer,maarverteldehetaanniemand.
7ToenJakobterugkeerdeenhaarzocht,zeizijtegenhem: ‘Ikbennietreinvooru,wantikbendooruonrein geworden;Rubenheeftmijonreingemaaktenheeft's nachtsmetmijgeslapen,terwijliksliepIkhebhetniet ontdekttotdathijmijnmantelontblootteenmetmijsliep’ 8JakobwaszeerboosopRuben,omdathijgemeenschap hadgehadmetBilhaenomdathijdemantelvanzijnvader hadontbloot
9EnJakobgingnietmeernaarhaartoe,omdatRubenhaar hadontwijdEniederdiedemantelvanzijnvaderontbloot, diensdaadisbuitengewoonslecht,wanthijiseengruwel voordeHeer.
10Daaromstaateropdehemelsetafelengeschrevenen vastgelegddateenmannietmetdevrouwvanzijnvader magslapenendemantelvanzijnvadernietmagontbloten, wantditisonreinZijzullenzekersamensterven,deman diemetdevrouwvanzijnvaderslaaptendevrouwook, wantzijhebbenonreinheidopaardegebracht.
11EnerzalnietsonreinszijnvooronzeGodinhetvolk datHijvoorZichzelfheeftuitverkorenalszijneigendom 12Enerstaatvoordetweedekeergeschreven:‘Vervloekt zijhijdiegemeenschapheeftmetdevrouwvanzijnvader, wanthijheeftdeschandevanzijnvaderonthuld’Enalle heiligenvandeHeerzeiden:‘Zozijhet,zozijhet.’
13Engij,Mozes,gebiedtdekinderenvanIsraëlditwoord inachttenemen,wanthetbrengtdedoodstrafmetzich mee;hetisonrein,enerisgeeneeuwigeverzoeningvoor degenedieditheeftgedaan,maarhijmoetterdood gebrachtengedoodworden,engestenigd,enuitgeroeid wordenuithetmiddenvanhetvolkvanonzeGod
14WantniemandinIsraëldiezoietsdoet,magookmaar ééndagopaardeinlevenblijven,wanthijiseengruwelen eenonreinmens.
15Enzijzullennietzeggen:Rubenkreeglevenen vergevingnadathijgemeenschaphadgehadmetde bijvrouwvanzijnvader,enhaarook,hoewelzijeen echtgenoothadenhaarechtgenootJakob,zijnvader,nog inlevenwas.
16Wanttotdietijdwasdeverordening,hetoordeelende wetnognietinhaargeheelvooriedereengeopenbaard, maarinuwdageniszijgeopenbaardalseenwetvantijden envandagen,eneeneeuwigewetvoorallegeneraties
17Envoordezewetisgeeneindederdagenengeen verzoening,maarbeidemoetenuithetmiddenvanhetvolk wordenuitgeroeid:opdedagwaaropzijhethebbenbegaan, zullenzijwordengedood.
18Enjij,Mozes,schrijfhetopvoorIsraël,zodatzijhetin achtnemenenernaarhandelen,engeenzondebegaandie totdedoodleidt;wantdeHEER,onzeGod,isrechter,die geenaanziendespersoonsheeftengeengavenaanneemt.
19Envertelhundezewoordenvanhetverbond,opdatzij zehoreneninachtnemen,eneropwaken,enniet vernietigdenuitgeroeidwordenuithetland;want onreinheid,gruwel,besmettingenverontreinigingzijnal diegenendieditopaardedoenvooronzeGod.
20Erisgeengroterezondedandeontuchtdiezijopaarde bedrijven;wantIsraëliseenheiligenatievoordeHEER, zijnGod,eenerfgenaam,eenpriesterlijkenkoninklijkvolk, enhetisZijneigendom;enzulkeonreinheidmagniet voorkomeninhetmiddenvandeheiligenatie
21Eninhetderdejaarvandezezesdeweek[2145AM] gingenJakobenalzijnzonennaarhethuisvanAbraham enwoondendaar,vlakbijIsaak,zijnvader,enRebekka, zijnmoeder.
22DitwarendenamenvandezonenvanJakob:de eerstgeboreneRuben,Simeon,Levi,Juda,Issachar, Zebulon,dezonenvanLea;endezonenvanRachel,Jozef enBenjamin;endezonenvanBilha,DanenNaftali;ende zonenvanZilpa,GadenAser;enDina,dedochtervanLea, deenigedochtervanJakob.
23EnzijkwamenenknieldenneervoorIsaakenRebekka, entoenzijhenzagen,zegendenzijJakobenalzijnzonen Isaakverheugdezichzeer,wanthijzagdezonenvanJakob, zijnjongstezoon,enhijzegendehen
HOOFDSTUK34
1Eninhetzesdejaarvandezeweekvandit vierenveertigstejubeljaar[2148AM]zondJakobzijn zonenuitomhunschapenteweiden,enzijndienarenmet hennaardeweidenvanSichem
2EndezevenkoningenvandeAmorietenverzamelden zichomhentedoden,zichverschuilendonderdebomen, enhunveealsbuittenemen
3Jakob,Levi,JudaenJozefwareninhuismethunvader Isaak,wanthijwasdiepbedroefdenzekondenhemniet verlatenBenjaminwasdejongsteenbleefdaarombijzijn vader.
4Endekoning(en)vanTaphuendekoning(en)vanAresa, endekoning(en)vanSeragan,endekoning(en)vanSelo, endekoning(en)vanGaas,endekoningvanBethoron,en dekoningvanMaanisakir,enaldiegenendieindeze bergenwonen(en)dieindebossenvanhetlandKanaän wonen,kwamen.
5EnzijbrachtenJakobhetvolgendebericht:‘Zie,de koningenvandeAmorietenhebbenuwzonenomsingeld enhunkuddengeroofd’
6Enhijstondopuitzijnhuis,hijenzijndriezonenenal dedienarenvanzijnvader,enookzijneigendienaren,en hijtroktegenhenopmetzesduizendman,diezwaarden droegen
7EnhijdooddehenindeweidenvanSichem,enhij achtervolgdedegenendievluchtten,enhijdooddehenmet
hetscherpezwaard,enhijdooddeAresaenTaphuen SareganenSeloenAmanisakirenGaga'as,enhij heroverdezijnkudden
8Enhijoverwonhenenlegdehuneenbelastingop, namelijkvijfsoortenvruchtenvanhunland,diezijhem moestenbetalenEnhijbouwdeRobelenTamnatares 9Enhijkeerdeinvredeterugenslootvredemethen,enzij werdenzijndienaren,totdedagdathijenzijnzonennaar Egypteafdaalden
10Eninhetzevendejaarvandezeweek[2149AM]zond hijJozefuitomteinformerennaarhetwelzijnvanzijn broersvanuitzijnhuisnaarhetlandSichem,enhijvond heninhetlandDothan.
11Enzeberaamdeneenlisttegenhemensmeeddeneen complotomhemtedoden,maarzebedachtenzichen verkochtenhemaanIsmaëlitischekooplieden.Die brachtenhemnaarEgypteenverkochtenhemaanPotifar, deeunuchvandefarao,dechef-kokenpriestervandestad Elew.
12DezonenvanJakobslachtteneengeitje,dooptende mantelvanJozefinhetbloedenstuurdendieopdetiende vandezevendemaandnaarJakob,hunvader.
13Enhijrouwdedehelenacht,wantzehaddenhethem's avondsgebracht,enhijwerdkoortsachtigvanverdrietom zijndood,enhijzei:'EenbeestheeftJozefverslonden';en alleledenvanzijnhuis[rouwdendiedagmethemmee,en zij]treurdenenrouwdendeheledagmethemmee 14Zijnzoonenzijndochterstondenopomhemtetroosten, maarhijwildezichnietlatentroostenvanwegezijnzoon 15OpdiedaghoordeBilhadatJozefwasomgekomen,en zijstierfinrouwomhem.ZijwoondeinQafratef,enook Dina,zijndochter,stierfnadatJozefwasomgekomen 16EndezedrierouwperiodestroffenIsraëlinéénmaand EnmenbegroefBilhategenoverhetgrafvanRachel,en ookDina,zijndochter,begroefmendaar
17EnhijrouwdeeenjaarlangomJozef,enhieldnietop, wanthijzei:‘Laatmijinrouwommijnzoonnaarhetgraf gaan’
18DaaromishetvoordekinderenvanIsraël voorgeschrevendatzijzichopdetiendevandezevende maand–opdedagdatJakob,zijnvader,hetnieuws ontvingdathemtottranentoebewoogomJozef–zouden verzoeningdoenvoorhunzondendooropdetiendevande zevendemaand,eenmaalperjaar,eenjongegeitteofferen WantzijhaddendegenegenheidvanhunvadervoorJozef, zijnzoon,gekrenkt.
19Dezedagisvastgesteldalsdagwaaropzijrouwenom hunzonden,omalhunovertredingenenomalhun dwalingen,zodatzijzichopdiedageenmaalperjaar kunnenreinigen
20EnnadatJozefwasomgekomen,namendezonenvan Jakobvrouwen.DenaamvanRubensvrouwisAda;de naamvanSimeonsvrouwisAdlbaa,eenKanaänietische; denaamvanLevi'svrouwisMelka,eendochtervanAram, eennakomelingvandezonenvanTerach;denaamvan Juda'svrouwisBetasuël,eenKanaänietische;denaamvan IssacharsvrouwisHezaqa;denaamvanZabulonsvrouw isNiiman;denaamvanDansvrouwisEgla;denaamvan Naftali'svrouwisRasuu,afkomstiguitMesopotamië;de naamvanGadsvrouwisMaka;denaamvanAser'svrouw
isIjona;denaamvanJozefsvrouwisAsenath,de Egyptische;endenaamvanBenjaminsvrouwisIjasaka. 21Simeonkreegberouwennameentweedevrouwuit Mesopotamië,netalszijnbroers.
HOOFDSTUK35
1Eninheteerstejaarvandeeersteweekvanhet vijfenveertigstejubeljaar[2157AM]riepRebekkahaar zoonJakobbijzichengafhemdeopdrachtzijnvaderen zijnbroerteeren,alledagenvanzijnleven
2EnJakobzei:‘Ikzalallesdoenzoalsumijhebt opgedragen;wantditzalmijtoteerenaanzienstrekken,en totgerechtigheidvoordeHEER,datikheneerbewijs
3Enookjij,moeder,weetvanafmijngeboortetotopde dagvanvandaag,almijndadenenalleswaterinmijnhart is,datikaltijdhetgoedeinzieinalles
4HoezouikdannietdoenwatUmijhebtopgedragen, namelijkmijnvaderenmijnbroerteeren!
5Zegmij,moeder,welkeverdorvenheidhebtuinmij gezien,danzalikmijervanafkerenenzaler barmhartigheidovermijkomen.'
6Enzijzeitothem:‘Mijnzoon,ikhebinalmijndagen geenenkelslecht,maaralleenmaarrechtvaardigedaden gezien.Entochzalikjedewaarheidzeggen,mijnzoon:ik zalditjaarsterven,enikzalditjaarvanmijnlevenniet overleven;wantikhebineendroomdedagvanmijndood gezien,datiknietouderzouwordendan honderdvijfenvijftigjaar;enzie,ikheballedagenvanmijn levendieiknogtelevenheb,voltooid’
7EnJakoblachteomdewoordenvanzijnmoeder,want zijnmoederhadtegenhemgezegddatzezousterven Maarzezattegenoverhem,volkrachtenzondergebreken; zegingimmersinenuitenzag,haartandenwarensterken geenenkeleziektehadhaarooitgetroffen
8EnJakobzeitegenhaar:‘Zaligbenik,moeder,alsmijn dagendedagenvanuwlevennaderenenmijnkrachtmij evenveelkrachtgeeftalsdievanu,enunietsterft,wantu maakteendwaasgrapjemetmijoveruwdood’
9EnzijgingnaarIsaakenzeitegenhem:‘Eénverzoek doeiku:laatEsauzwerendathijJakobgeenkwaadzal doenenhemnietvijandigzalbehandelen;wantuweetdat Esauvanjongsafaanverdorvenisengeengreintje goedheidinhemheeft;wanthijwilhemnauwdooddoden 10Enuweetalleswathijgedaanheeft,vanafdedagdat Jakob,zijnbroer,naarHarangingtotopdezedag:hoehij onsmetheelzijnhartverlatenheeftenonskwaadheeft gedaan;uwkuddenheefthijtoegeëigendenaluw bezittingenvooruwogenweggevoerd
11Entoenwijhemsmeektenenvroegenomwatons toebehoorde,handeldehijalsiemanddiemedelijdenmet onshad.
12Enhijisverbitterdtegenu,omdatuJakob,uw volmaakteenrechtschapenzoon,hebtgezegend;wanteris geenkwaad,maaralleengoedheidinhem,ensindshijuit Haranisgekomentotopdedagvanvandaagheefthijons nietsontnomen,wanthijbrengtonsaltijdallesopzijntijd, enhijverheugtzichmetheelzijnhartwanneerwijhemiets aannemenenhijonszegent,enhijisnietvanons gescheidensindshijuitHaranisgekomentotopdedag
vanvandaag,enhijblijftvoortdurendbijonsthuisomons teeren.'
13Isaakzeitegenhaar:‘Ookikkenenziededadenvan Jakob,diebijonsis,hoehijonsmetheelzijnharteert. VroegerhadikEsaumeerliefdanJakob,omdathijde eerstgeborenewasMaarnuhebikJakobmeerliefdan Esau,wanthijheeftveelkwaadgedaanenerisgeen rechtvaardigheidinhem,wantalzijnwegenzijn onrechtvaardigengewelddadig,enerisgeen rechtvaardigheidomhemheen’
14Ennuismijnhartverontrustvanwegealzijndaden,en nochhij,nochzijnnakomelingenzullengeredworden, wantzijzullenvandeaardewordenverdelgdenvanonder dehemelwordenuitgeroeid,omdathijdeGodvan Abrahamheeftverlatenenachterzijnvrouwenis aangegaan,enachterhunonreinheidenachterhundwaling, hijenzijnkinderen
15EnubeveeltmijhemtelatenzwerendathijJakob,zijn broer,nietzaldoden;zelfsalshijzweert,zalhijzichniet aanzijneedhoudenenzalhijalleenmaarkwaaddoen, maargeengoed
16MaaralshijJakob,zijnbroer,wildoden,zalhijin Jakobshandenwordenuitgeleverd,enhijzalnietaandiens handenontkomen,[wanthijzalindienshanden terechtkomen.]
17WeesnietbevreesdvanwegeJakob,wantde beschermervanJakobisgroot,machtig,geëerdenmeer geprezendandebeschermervanEsau.
18RebekkastuurdeiemandomEsauteroepen,enhij kwambijhaarZezeitegenhem:‘Ikhebeenverzoekaan je,mijnzoon,enbeloofmedatjehetzultdoen,mijnzoon.’ 19Enhijzei:‘Ikzalallesdoenwatumijzegt,enikzaluw verzoeknietafwijzen’
20Enzijzeitegenhem:‘Ikvraagudatumijopdedagdat iksterf,inuwhuisopneemtenmijbegraaftnaastSara,de moedervanuwvader,endatuenJakobelkaarliefhebben endatgeenvanbeidenkwaadtegendeanderbegeert,maar alleenwederzijdseliefde,en(zo)zullenjullievoorspoedig zijn,mijnzonen,engeëerdwordeninhetland,engeen vijandzalzichoverjullieverheugen,enjulliezulleneen zegeneneengenadezijnindeogenvanallendiejullie liefhebben’
21Enhijzei:‘Ikzalallesdoenwatumijhebtopgedragen, enikzaluopdedagvanuwdoodbegravennaastSara,de moedervanmijnvader,zoalsuhebtgewenstdathaar beenderendichtbijuwbeenderenzullenzijn.
22EnJakob,mijnbroer,zalikbovenallemensen liefhebben,wantikhebgeenanderebroeropdeheleaarde danhemalleenEnhetisvoormijgeengroteverdiensteals ikhemliefheb,wanthijismijnbroer,enwijzijnsamenin uwlichaamverwektensamenuituwschootvoortgekomen Alsikmijnbroernietliefheb,wiezalikdanliefhebben?
23EniksmeekudaaromJakobaantesporenmet betrekkingtotmijenmijnzonen,wantikweetdathijzeker koningzalzijnovermijenmijnzonenWantopdedagdat mijnvaderhemzegende,steldehijhemhogeraanenmij lager.
24Enikzweerudatikhemzalliefhebbenengeenkwaad tegenhemzalverlangen,alledagenvanmijnleven,maar alleenhetgoede.'
25EnhijzwoerhaareeneedoverdezehelezaakEnzij riepJakobbijzichinhetbijzijnvanEsauengafhem bevelenovereenkomstigdewoordendiezijtotEsauhad gesproken.
26Enhijzei:‘Ikzaluwwildoen;geloofme,erzalgeen kwaadvanmijofvanmijnzonentegenEsauuitgaan,enik zalinnietsdeeerstezijn,behalveindeliefde’
27Enzijenhaarzonenatenendronkendienacht,enzij stierf,driejubileaeneenweekeneenjaaroud,indienacht, enhaartweezonen,EsauenJakob,begroevenhaarinde dubbelegrotbijSara,demoedervanhunvader
HOOFDSTUK36
1Eninhetzesdejaarvandezeweek[2162AM]riepIsaak zijntweezonenEsauenJakobbijzich,enzijkwamennaar hemtoeHijzeitegenhen:‘Mijnzonen,ikgadewegvan mijnvoorvaderenvolgen,naarheteeuwigehuiswaarmijn voorvaderenzijn.
2BegraafmijdaarombijAbraham,mijnvader,inde dubbelegrotinhetveldvanEfrondeHethiet,waar Abrahameengrafkochtominbegraventeworden;begraaf mijinhetgrafdatikvoormezelfhebgegraven
3Enditgebiedikjullie,mijnzonen:datjullie rechtvaardigheidenoprechtheidindepraktijkbrengenop aarde,zodatdeHEERallesoverjulliebrengtwatdeHEER gezegdheeftdatHijmetAbrahamenzijnnakomelingen zoudoen.
4Enhebelkaarlief,mijnzonen,julliebroeders,zoals iemandzijneigenzielliefheeft,enlaatiederernaarstreven zijnbroedertotnuttezijn,enlatenzijsamenwerkenop aarde;enlaathenelkaarliefhebbenalshuneigenziel
5Enwatdeafgodenbetreft,gebiedenvermaanikuzete verwerpenentehaten,enzenietlieftehebben,wantze zijnvolbedrogvoorhendiezeaanbiddenenvoorhendie zichvoorhenneerbuigen
6Gedenk,mijnzonen,deHEER,deGodvanAbraham, uwvader,enhoeikHemookaanbedenengediendhebin gerechtigheidenvreugde,opdatHijuzou vermenigvuldigenenuwnageslachtzoudoentoenemenals desterrenaandehemelinaantal,enuzouvestigenopde aardealsdeplantvangerechtigheid,dienietuitgeroeidzal worden,totinallegeslachten,totineeuwigheid.
7EnnuzalIkueengroteeedlatenzweren–wanteris geeneeddiegroterisdandiebijdenaamvandeglorieuze engeëerdeengroteenschitterendeenwonderbaarlijkeen machtige,diedehemelendeaardeenalledingentezamen heeftgeschapen–datuHemzultvrezenenHemzult aanbidden
8Endatiederzijnbroedermetgenegenheiden rechtvaardigheidzalliefhebben,endatniemandvannuaf aankwaadtegenzijnbroederzalbegeren,aldedagenvan uwleven,opdatuvoorspoedigzultzijninaluwdadenen niettenonderzultgaan
9Enalseenvanjulliekwaadberaamttegenzijnbroeder, weetdandatvoortaaniederdiekwaadberaamttegenzijn broederinzijnhandenzalvallenenzalwordenuitgeroeid uithetlandderlevenden,enzijnnageslachtzalworden vernietigdvanonderdehemel
10Maaropdedagvanonrust,verachting, verontwaardigingentoorn,meteenvlammend,verterend
vuurzoalsHijSodomverbrandde,zozalHijookzijnland, zijnstadenalleswathemtoebehoortverbranden.Hijzal wordenuitgewistuithetboekdertuchtigingdermensenen nietwordenopgetekendinhetboekdeslevens,maarinhet boekdatbestemdisvoordevernietiging.Hijzalweggaan naardeeeuwigeverachting,zodathunveroordelingsteeds opnieuwzalwordenuitgesprokeninhaat,verachting,toorn, kwelling,verontwaardiging,plagenenziektes,totin eeuwigheid
11Ikzegengetuigu,mijnzonen,overeenkomstighet oordeeldatzalkomenoverdemandiezijnbroerkwaad wildoen
12Enhijverdeeldealzijnbezittingenopdiedagtussende tweeengafhetgrootstedeelaandeeerstgeborene,ende torenenalleswateromheenwas,enalleswatAbraham bezatbijdeBronvandeEed.
13Enhijzei:‘Ditgrootstedeelzalikaandeeerstgeborene geven’
14EnEsauzei:‘IkhebaanJakobverkochtenmijn eerstgeboorterechtaanJakobgegeven;laathethem gegevenworden,enikhebergeenwoordovertezeggen, wanthetisvanhem.’
15EnIsaakzei:Mogeervandaageenzegenrustenop jullie,mijnzonen,enopjullienageslacht,wantjullie hebbenmijrustgegeven,enmijnhartisnietgekweldover heteerstgeboorterecht,opdatjulliegeenkwaadzouden doenvanwegedateerstgeboorterecht
16MogedeAllerhoogsteGoddemandierechtvaardigheid bedrijftzegenen,hemenzijnnakomelingentotin eeuwigheid'
17Enhijgafhenbevelenenzegendehen,enzijatenen dronkensamenvoorhemHijverheugdezichomdatzij eensgezindwarenDaarnagingenzijvanhemwegen rusttendiedaguitensliepen.
18Isaaksliepdiedagvolvreugdeopzijnbed;enhijsliep deeeuwigeslaapenstierfophonderdachtjarigeleeftijd Hijhadvijfentwintigwekenenvijfjaargeleefd;enzijn tweezonenEsauenJakobbegroevenhem
19EnEsaugingnaarhetlandEdom,naarhetgebergtevan Seïr,envestigdezichdaar.
20JakobwoondeindebergenvanHebron,indetorenvan hetlandwaarzijnvaderAbrahamhadverbleven,enhij aanbaddeHEERmetheelzijnhartenvolgensdezichtbare geboden,zoalsHijdedagenvanzijngeslachtenhad verdeeld
21EnLea,zijnvrouw,stierfinhetvierdejaarvande tweedeweekvanhetvijfenveertigstejubeljaar[2167AM] Hijbegroefhaarindedubbelegrot,vlakbijRebekka,zijn moeder,linksvanhetgrafvanSara,demoedervanzijn vader
22Enalhaarzonenenzijnzonenkwamenommethemte rouwenomLea,zijnvrouw,enomhemtetroosten,want hijtreurdeomhaar,omdathijhaarzeerliefhadnadedood vanRachel,haarzus
23Wantzijwasvolmaaktenoprechtinalhaarwegenen eerdeJakob,engedurendealledagendatzijmethem samenleefde,heefthijuithaarmondgeenhardwoord gehoord,wantzijwaszachtmoedig,vredig,oprechten eerbaar
24Enhijdachtaanalhaardadendiezetijdenshaarleven hadverrichtenhijtreurdezeeromhaar,wanthijhadhaar liefmetheelzijnhartenmetheelzijnziel
HOOFDSTUK37
1EnopdedagdatIsaak,devadervanJakobenEsau, stierf,[2162AM]hoordendezonenvanEsaudatIsaakhet erfdeelvandeoudsteaanzijnjongstezoonJakobhad gegeven,enzijwerdenzeerboos
2Enzetwisttenmethunvaderenzeiden:‘Waaromheeft jevaderJakobheterfdeelvandeoudstegegevenenjou overgeslagen,terwijljijdeoudstebentenJakobde jongste?’
3Enhijzeitegenhen:‘Omdatikmijneerstgeboorterecht aanJakobverkochthebvooreenpaarlinzen,enomdat mijnvadermijopdedagdathijeropuitstuurdeomte jagenentevangenenhemietstebrengenomteetenenmij tezegenen,kwamhijmetlistenbrachtmijnvaderetenen drinken,enmijnvaderzegendehemennammijonderzijn hoede
4Ennuheeftonzevaderons,hemenmij,latenzwerendat wegeenkwaadzullenberamen,nochtegenzijnbroer, nochtegenhem,endatweinliefdeenvredemetelkaar zullenblijvenenonzewegennietzullenverdorven.'
5Enzijzeidentothem:‘Wijzullennietnaaruluisteren omvredemethemtesluiten,wantwijzijnsterkerdanhij enwijzijnmachtigerdanhij.Wijzullentegenhem optrekkenenhemdodenenhemenzijnzonenvernietigen Enalsunietmetonsmeegaat,zullenwijuookkwaad doen.’
6Luisternunaarons:LatenweAram,Filistijnen,Moaben Ammonuitsturen,enlatenwevooronszelfuitverkoren mannenkiezendiestrijdlustigzijn,enlatenwetegenhen optrekkenenmethenstrijden,enlatenwehenvande aardewegvagenvoordatzemachtigworden'
7Enhunvaderzeitegenhen:'Ganietheenenvoergeen oorlogtegenhem,anderszullenjullievoorhemtenonder gaan'
8Enzijzeidentothem:‘Ookditisprecieshoejejevanaf jejeugdtotopdedagvanvandaaggedraagt,enjelegtje nekonderzijnjuk
9'Wijzullennietnaardezewoordenluisteren.'Enzij stuurdeneenboodschappernaarAramennaar'Aduram, naardevriendvanhunvader,enzijhuurdensamenmet henduizendstrijdersin,uitverkorenkrijgers.
10EnerkwamenduizenduitMoabenuitAmmonnaar hentoe,dieingehuurdwaren,enduizenduitverkoren mannen,enduizenduitverkorenkrijgers,enduizenduit EdomenuitHorieten,enduizenduitverkorenstrijders,en uitKittim,dapperekrijgers
11Enzijzeidentegenhunvader:'Gamethenmeeenleid hen,anderszullenwijjedoden'
12Enhijwerdwoedendenverontwaardigdtoenhijzagdat zijnzonenhemdwongenomvoorhenuittegaanenhen tegenzijnbroerJakobaantevoeren
13Maarlaterherinnerdehijzichalhetkwaaddathijin zijnhartkoesterdetegenzijnbroerJakob;enhijvergatde eeddiehijaanzijnvaderenmoederhadgezworen,dathij alzijndagengeenkwaadzouberamentegenzijnbroer Jakob
14EnondanksditalleswistJakobnietdatzetegenhem tenstrijdetrokken,enhijrouwdeomLea,zijnvrouw, totdatzemetvierduizendkrijgersenuitverkorenmannen heeldichtbijdetorenwarengekomen.
15EndemannenvanHebronstuurdenhemeenboodschap: ‘Zie,uwbroeristegenuopgetrokkenomtegenute strijden;vierduizendmanzijnmethetzwaardomgorden zedragenschildenenwapens.’WantzijhaddenJakob meerliefdanEsauDatverteldenzehem,wantJakobwas eenvrijgevigerenbarmhartigermandanEsau
16MaarJakobwildehetpasgeloventoenzeheeldichtbij detorenwarengekomen
17Enhijslootdepoortenvandetoren;enhijgingopde kantelenstaanenspraktotzijnbroerEsauenzei:‘Edelis detroostwaarmeejemijkomttroostenomdedoodvan mijnvrouw.Isditdeeeddiejeaanjevaderenvervolgens aanjemoederhebtgezworenvoordatzijstierven?Jehebt deeedgebroken,enophetmomentdatjedeeedaanje vaderaflegde,werdjeveroordeeld.’
18ToenantwoorddeEsauhem:‘Nochdemensen,nochde dierenopaardehebbeneeneedvanrechtvaardigheid afgelegddievooreeuwiggeldigis,maarelkedagberamen zekwaadtegenelkaarenhoeiederzijntegenstanderen vijandkandoden
19Enjijhaatmijenmijnkinderenvooreeuwig.Eneris geensprakemeervaneenbroederbandmetjou
20Luisternaardezewoordendieikuverkondig:Alshet everzwijnzijnhuidkanveranderenenzijnborstelharenzo zachtalswolkanmaken,ofalshethoornsopzijnkopkan latengroeienzoalsdehoornsvaneenhertofvaneen schaap,danzalikdebroederbandmetuinerehouden.En alsdeborstenzichvanhunmoederzoudenscheiden, omdatugeenbroedervoormijbentgeweest
21Enalsdewolvenvredesluitenmetdelammeren,zodat zehennietverslindenofgeweldaandoen,enalshunharten hengoedgezindzijn,danzalervredeinmijnhartzijn jegensjou.
22Alsdeleeuwdevriendvandeoswordtenvredemet hemsluit,enalshijsamenmethemonderéénjukwordt gebondenenploegt,danzalIkvredemetjousluiten.
23Enwanneerderaafwitwordtalsderaaf,weetdandat IkjehebliefgehadenvredemetjezalsluitenJijzult wordenuitgeroeid,enjezonenzullenwordenuitgeroeid, enerzalgeenvredemeervoorjezijn'
24ToenJakobzagdathijzokwaadaardigtegenhemwas ingesteldmetzijnhartenmetheelzijnziel,dathijhem wildedoden,endathijwaskomenaanstormenalseenwild zwijndatopdespeerafstormtdiehemdoorboortendoodt, enernietvoorterugdeinst;
25Toensprakhijtotzijneigenmensenentotzijndienaren enbevalhenhemenalzijnmetgezellenaantevallen
HOOFDSTUK38
1EndaarnasprakJudatotJakob,zijnvader,enzeitegen hem:‘Spanjeboog,vader,enschietjepijlenafenveltde tegenstanderneerendoodtdevijand;enmogejijdemacht hebben,wantwijzullenjebroernietdoden,wanthijis zoalsjij,enalshijopjoulijkt,latenwijhemdezeeer bewijzen.’
2ToenspandeJakobzijnboogenschootdepijlaf, waarmeehijEsau,zijnbroer,trof(inzijnrechterborst)en hemdoodde
3EnopnieuwschoothijeenpijlafentrofAdorande Arameeërindelinkerborst,waardoorhijachterovervielen stierf
4ToengingendezonenvanJakobnaarbuiten,zijenhun dienaren,enverdeeldenzichingroepenaandevierzijden vandetoren
5Judatrokvooruit,samenmetNaftalienGadenvijftig dienaren,aandezuidkantvandetoren,enzijdoodden allendiezijvoorzichaantroffen,enniemandontkwam 6Levi,DanenAsertrokkenuitaandeoostkantvande toren,envijftigmannenmethen,enzijdooddende strijdersvanMoabenAmmon
7Ruben,IssacharenZebulontrokkennaardenoordzijde vandetoren,samenmetvijftigmannen,enzijdooddende strijdersvandeFilistijnen
8Simeon,BenjaminenHenoch,dezoonvanRuben, trokkenuitaandewestkantvandetoren,envijftigmannen methen,enzijdooddenvierhonderddapperekrijgersvan EdomenvandeHorieten;zeshonderdvluchtten,envier zonenvanEsauvluchttenmethenmee,enlietenhunvader doodachter,zoalshijgevallenwasopdeheuvelin 'Aduram.
9DezonenvanJakobachtervolgdenhentotinhet gebergtevanSeïrJakobbegroefzijnbroeropdeheuvelin Aduramenkeerdeterugnaarhuis.
10EndezonenvanJakobverdrongendezonenvanEsau inhetSeïrgebergte,enbogenhunnekkenzodatzij dienarenvandezonenvanJakobwerden.
11Enzijstuurdeneenboodschappernaarhunvader(omte vragen)ofzijvredemethenmoestensluitenofhen moestendoden.
12Jakobstuurdeeenboodschapnaarzijnzonendatze vredemoestensluiten,enzijslotenvredemethenen legdenhetjukvanslavernijophen,zodatzeJakobenzijn zonenaltijdbelastingzoudenbetalen
13EnzeblevenbelastingbetalenaanJakobtotdedagdat hijnaarEgyptevertrok.
14EndezonenvanEdomzijntotopdedagvanvandaag nietverlostvanhetjukvanslavernijdatdetwaalfzonen vanJakobhunhaddenopgelegd.
15DitzijndekoningendieinEdomregeerdenvoordater eenkoningoverdekinderenvanIsraëlregeerde[totopde dagvanvandaag]inhetlandEdom.
16EnBalaq,dezoonvanBeor,regeerdeinEdom,ende naamvanzijnstadwasDanaba.
17EnBalaqstierf,enJobab,dezoonvanZarauitBoser, regeerdeinzijnplaats
18Jobabstierf,enAsam,uithetlandTeman,regeerdein zijnplaats.
19EnAsamstierf,enAdath,dezoonvanBarad,die MidianophetveldvanMoabhadgedood,regeerdeinzijn plaats,endenaamvanzijnstadwasAvith
20EnAdathstierf,enSalmanuitAmaseqaregeerdeinzijn plaats.
21EnSalmanstierf,enSaulvanRa'aboth(aande)rivier, regeerdeinzijnplaats
22EnSaulstierf,enBa'elunan,dezoonvanAchbor, regeerdeinzijnplaats
23EnBa'elunan,dezoonvanAchbor,stierf,en'Adath regeerdeinzijnplaats,endenaamvanzijnvrouwwas Maitabith,dedochtervanMatarat,dedochtervan Metabedza'ab.
24DitzijndekoningendieinhetlandEdomhebben geregeerd
HOOFDSTUK39
1EnJakobwoondeinhetlandwaarzijnvaderhad verbleven,inhetlandKanaänDitzijndegeslachtenvan Jakob
2JozefwaszeventienjaaroudtoenzehemnaarEgypte brachten,enPotifar,eeneunuchvandefarao,dechef-kok, kochthem
3EnhijsteldeJozefaanoverzijnhelehuis,endezegen vandeHEERkwamoverhethuisvandeEgyptenaar vanwegeJozef,endeHEERgafhemvoorspoedinalles wathijdeed.
4DeEgyptenaarvertrouwdeallestoeaanJozef,wanthij zagdatdeHeermethemwasendatdeHeerhem voorspoedgafinalleswathijdeed.
5Jozefzagerknapuit,endevrouwvanzijnheersloeg haarogenopenzagJozef,enzewerdverliefdophemen smeektehemommethaarteslapen.
6Maarhijgafzijnzielnietover,enhijdachtaandeHEER enaandewoordendieJakob,zijnvader,plachtvoorte lezenuitdewoordenvanAbraham,datniemandoverspel magplegenmeteenvrouwdiegetrouwdis;datvoorhem dedoodstrafisvastgesteldindehemelvoorde AllerhoogsteGod,endatdezondetegenhemzalworden opgetekendindeeeuwigeboekenvoordeHEER 7Jozefherinnerdezichdezewoordenenweigerdemet haarteslapen.
8Enzesmeektehemeenjaarlang,maarhijweigerdeen wildenietluisteren
9Maarzijomhelsdehemenhieldhemstevigvastinhet huisomhemtedwingenmethaarteslapen,enslootde deurenvanhethuisenhieldhemstevigvast;maarhijliet zijnklereninhaarhandenachter,brakdoordedeuren vluchttenaarbuiten,wegvanhaaraanwezigheid
10Toendevrouwzagdathijnietmethaarwildeslapen, belasterdezehemindeaanwezigheidvanzijnheerenzei: ‘UwHebreeuwsedienaar,dieuliefhebt,heeftmij gedwongenommetmijteslapenToenikmijnstem verhief,vluchttehijenlietzijnkleedinmijnhandenachter toenikhemvasthield,enhijbrakdoordedeur’
11DeEgyptenaarzaghetkleedvanJozefendegebroken deur,enhoordedewoordenvanzijnvrouw,enwierpJozef indegevangenis,indeplaatswaardekoninggevangen hield
12Enhijbevondzichindegevangenis;endeHEERgaf Jozefgunstindeogenvandehoofdbewakerenhad medelijdenmethem,wanthijzagdatdeHEERmethem wasendatdeHEERalzijndadendeedslagen 13Enhijgafallesineigenhanden,endehoofdbewaker wistnietsvanwaterbijhemgebeurde,wantJozefdeed alles,endeHeervoltooidehet
14EnhijbleefdaartweejaarIndiedagenwerddefarao, dekoningvanEgypte,woedendopzijntweeeunuchen,op deopperkamerheerenopdeopperbakker,enhijliethen
gevangenzetteninhethuisvandeopperkok,inde gevangeniswaarJozefwerdvastgehouden.
15DehoofdbewakersteldeJozefaanomhentedienen,en hijdiendevoorhen.
16Enbeidendroomdeneendroom,deopperkamerheeren deopperbakker,enzeverteldendieaanJozef
17Enzoalshijhethunhaduitgelegd,zogeschieddehet ook:defaraohersteldedeopperkamerheerinzijnambten lietde(opper)bakkerdoden,zoalsJozefhethunhad uitgelegd
18MaardeopperkamerheervergatJozefindegevangenis, hoewelhijhemhadverteldwathemzouoverkomen,enhij vergataandefaraotevertellenhoeJozefhethemhad verteld,wanthijwashetvergeten
HOOFDSTUK40
1Indiedagendroomdedefaraoinéénnachttweedromen overeenhongersnooddieoverhethelelandzoukomen.
Hijontwaakteuitzijnslaapenriepalledroomuitleggersen magiërsvanEgyptebijeenenverteldehunzijntwee dromen,maarzijkondenzenietverklaren.
2ToenherinnerdedeopperkamerheerzichJozefensprak overhemmetdekoning,endezeliethemuitde gevangenishalenenverteldehemzijntweedromen.
3EnhijzeitegenFaraodatzijntweedromenéénwaren, enhijzeitegenhem:‘Erzullenzevenjaarkomenwaariner overvloedzalzijninheelEgypte,endaarnazevenjaarvan hongersnood,eenhongersnoodzoalsernognooitinhet helelandisgeweest
4LaatdefaraonuopzichtersaanstelleninheelEgypte,en laatheninelkestadvoedselvoorradenaanleggenvoorde jarenvanovervloedDanzalervoedselzijnvoordezeven jarenvanhongersnood,enhetlandzalniettenondergaan doordehongersnood,wantdiezalzeerernstigzijn
5EndeHEERschonkJozefgunstengenadeindeogen vandefarao,endefaraozeitegenzijndienaren:'Wij zullennergensanderszo'nwijsenverstandigmanvinden alsdeze,wantdeGeestvandeHEERismethem'
6Enhijsteldehemaanalstweedeinheelzijnkoninkrijk engafhemgezagoverheelEgypte,enlietheminde tweedestrijdwagenvandefaraorijden
7Enhijbekleeddehemmetbyssusgewaden,enhijdeed eengoudenkettingomzijnhals,en(eenheraut)riepvoor hemuit:‘El‘Elwa‘Abirer,’enhijschoofeenringomzijn handensteldehemaanalsheerseroverheelzijnhuis,en verheerlijktehem,enzeitegenhem:‘Alleenopdetroon zalikmachtigerzijndanjij.’
8JozefheersteoverheelEgypte,enallevorstenvande farao,alzijndienarenenallendiedezakenvandekoning deden,haddenhemlief,wanthijwandeldein rechtvaardigheid,hijwasvrijvantrotsenarrogantie,hij hadgeenaanziendespersoonsennamgeengeschenken aan,maarhijsprakrechtvaardigrechtoveralleinwoners vanhetland
9EnhetlandEgyptewasinvredebijdefaraovanwege Jozef,wantdeHEERwasmethemengafhemgunsten barmhartigheidvooralzijngeneraties,voorallendiehem kendenenoverhemhoordenEnhetkoninkrijkvande faraowasgoedgeordend,enerwasgeenSatanengeen kwaadaardigpersoon(daarin)
10DekoningnoemdeJozefSephantiphansengafhemde dochtervanPotifar,dedochtervandepriestervan Heliopolis,tevensdechef-kok,totvrouw
11EnopdedagdatJozefvoordefaraostond,washij dertigjaaroud[toenhijvoordefaraostond].
12EnindatjaarstierfIsaakEnhetgeschieddezoalsJozef hadgezegdindeuitlegvanzijntweedromen, overeenkomstigwathijhadgezegd:erwarenzevenjaar vanovervloedoverheelhetlandEgypte,enhetland Egyptebrachtovervloedigvoort,éénmaat(bracht) achttienhonderdmatenvoort
13EnJozefverzameldevoedselvoorelkestad,totdatze volgraanwarenenzehetnietmeerkondentellenenmeten vanwegedegroteaantallenmensen
HOOFDSTUK41
1Eninhetvijfenveertigstejubeljaar,indetweedeweek, eninhettweedejaar,[2165AM]namJudavoorzijn eerstgeborenzoonEreenvrouwuitdedochtersvanAram, genaamdTamar
2Maarhijhaattehaarenhadgeengemeenschapmethaar, omdatzijnmoederuitdeKanaänitischestaatkwamenhij graageenvrouwuitdefamilievanzijnmoederwilde, maarJuda,zijnvader,stondhethemniettoe.
3EndezeEr,deeerstgeborenevanJuda,wasgoddeloos, endeHEERdooddehem
4JudazeitegenOnan,zijnbroer:‘Ganaardevrouwvanje broerenvervuldeplichtvaneenzwagerjegenshaar,en verweknakomelingenvoorjebroer’
5EnOnanwistdathetzaadnietvanhemzouzijn,maar vanzijnbroerDaaromginghijhethuisvandevrouwvan zijnbroerbinnenenmorstehetzaadopdegrondHijwas goddeloosindeogenvandeHeer,enHijdooddehem.
6JudazeitegenTamar,zijnschoondochter:‘Blijfinhet huisvanjevaderalsweduwetotdatmijnzoonSela volwassenis,endanzalikjeaanhemtotvrouwgeven.’
7Enhijgroeideop;maarBedsuël,devrouwvanJuda, stondhaarzoonSelaniettoetetrouwenEnBedsuël,de vrouwvanJuda,stierf[2168AM]inhetvijfdejaarvan dezeweek
8EninhetzesdejaargingJudanaarTimnaomzijn schapentescheren.[2169AM]EnzeverteldenTamar:'Zie, uwschoonvadergaatnaarTimnaomzijnschapente scheren'
9Enzijlegdehaarweduwenkledingaf,deedeensluierop, versierdezichengingzittenindepoortdieaandeweg naarTimnagrensde.
10ToenJudaverderliep,vondhijhaarendachtdatzeeen hoerwasHijzeitegenhaar:‘Laatmijbijubinnenkomen’ Zijzeitegenhem:‘Kombinnen,’enhijgingnaarbinnen 11Enzijzeitegenhem:‘Geefmijmijnloon.’Enhijzei tegenhaar:‘Ikhebnietsandersbijmedanmijnringom mijnvinger,mijnhalskettingenmijnstafdieikinmijn handheb’
12Enzijzeitegenhem:‘Geefzeaanmijtotdatumijmijn loonstuurt.’Enhijzeitegenhaar:‘Ikzalueengeitenbokje sturen’Enhijgafzehaar,enhijgingbijhaarnaarbinnen, enzijwerdzwangervanhem
13Judagingnaarzijnschapen,enzijgingnaarhethuis vanhaarvader
14Judastuurdeeengeitenbokjemetzijnherder,een Adullamiet,oppad,maarhijvondhaarniet.Hijvroegde mensenvandieplaats:‘Waarisdehoerdiehierwas?’En zijantwoordden:‘Erishiergeenhoerbijons.’
15Enhijkeerdeterugenbrachthemopdehoogte,enzei tegenhemdathijhaarniethadgevonden:‘Ikhebde mensenvandieplaatsgevraagd,enzijzeidentegenmij: “Hierisgeenhoer.”’
16Enhijzei:‘Laathaarzehouden,anderswordenwij voorspotvatbaar’Toenzijdriemaandenzwangerwas, werdhetduidelijkdatzijzwangerwas,enzijvertelden Juda:‘Zie,Tamar,uwschoondochter,iszwangerdoor overspel.’
17Judagingnaarhethuisvanhaarvaderenzeitegenhaar vaderenhaarbroers:‘Brenghaarnaarbuitenenlaathen haarverbranden,wantzijheeftonreinheidinIsraël bedreven’
18Enhetgeschiedde,toenzijhaarnaarbuitenbrachtenom haarteverbranden,datzijdering,dehalskettingendestaf naarhaarschoonvaderzondenzei:‘Onderzoekwiedeze zijn,wantdoorhembenikzwanger’
19Judabeaamdeditenzei:‘Tamarisrechtvaardigerdan ik’
20Endaarommogenzehaarnietverbranden’Enomdie redenwerdzenietaanShelahgegeven,enhijisnietmeer naarhaartoegekomen
21Endaarnabaardezijtweezonen,Perez[2170AM]en Zerah,inhetzevendejaarvandezetweedeweek.
22Endaarmeewarendezevenvruchtbarejarenvoorbij, waaroverJozeftegendefaraohadgesproken
23Judaerkendedatdedaaddiehijhadbegaanslechtwas, wanthijhadgemeenschapgehadmetzijnschoondochter, enhijachttehetafschuwelijkHijerkendedathij gezondigdenafgedwaaldhad,omdathijdezoomvanzijn zoonhadontbloot,enhijbegonteklagenentotdeHeerte biddenvanwegezijnovertreding
24Enwijhebbenhemineendroomvertelddathethem vergevenwas,omdathijernstiggebedenhad,hadgerouwd enhetnietmeerhadgedaan
25Enhijontvingvergeving,omdathijzichbekeerdevan zijnzondeenvanzijnonwetendheid,wanthijhadzwaar gezondigdtegenoveronzeGodEniederdiezohandelt, iederdiegemeenschapheeftmetzijnschoonmoeder,laat henhemverbrandenmetvuur,opdathijdaarinverbrandt, wanterisonreinheidensmetophen,laathenhenmetvuur verbranden.
26EnbeveeldekinderenvanIsraëldatergeenonreinheid onderhenzalzijn,wantiederdiegemeenschapheeftmet zijnschoondochterofmetzijnschoonmoeder,heeft onreinheidbegaanLaatmendemandiegemeenschapmet haarheeftgehad,enevenzodevrouw,metvuur verbranden,enHijzaldetoornendestrafvanIsraël afwenden
27EnwijzeidentegenJudadatzijntweezonengeen gemeenschapmethaarhaddengehad,endatdaaromzijn nageslachttotindetweedegeneratiewasgevestigdenniet zouwordenuitgeroeid.
28Wantmeteenonverdeeldeblikwashijeropuitgegaan omstraftezoeken,namelijkJuda,overeenkomstighet oordeelvanAbrahamdathijzijnzonenhadopgedragen,te verbranden
HOOFDSTUK42
1Eninheteerstejaarvandederdeweekvanhet vijfenveertigstejubeljaarbegondehongersnoodoverhet landtekomen,enderegenweigerdeopdeaardetevallen, wantervielhelemaalgeenregen
2Endeaardewerdonvruchtbaar,maarinhetlandEgypte waservoedsel,wantJozefhadindezevenjarenvan overvloedhetzaadvanhetlandverzameldenbewaard
3DeEgyptenarenkwamennaarJozefomhemtevragen hunvoedseltegevenHijopendedevoorraadschurenwaar hetgraanvanheteerstejaarlagopgeslagenenverkochthet aandeinwonersvanhetlandvoorgoud
4<DehongersnoodwaszeerheviginhetlandKanaän>,en JakobhoordedatervoedselinEgyptewas.Hijstuurdezijn tienzoneneropuitomdaarvoedselvoorhemtehalen; Benjaminstuurdehijniet,endetienzonenvanJakob kwameninEgypteaanmetdegenendiedaarheengingen.
5Jozefherkendehen,maarzijherkendenhemnietHij spraktothenenondervroeghen:‘Zijnjulliegeenspionnen enzijnjullienietgekomenomdeomgevingvanhetlandte verkennen?’Enhijlietheninbewaringnemen
6Daarnaliethijhenweervrij,maarhieldSimeonalleen vastenlietzijnnegenbroersweggaan.
7Enhijvuldehunzakkenmetgraan,enhijdeedhungoud inhunzakken,enzijwistenhetniet
8Enhijbevalhenhunjongerebroertebrengen,wantze haddenhemvertelddathunvadernogleefdeendathun jongerebroererooknogwas
9EnzijtrokkenweguithetlandEgypteenkwameninhet landKanaänEnzijverteldenhunvaderalleswathenwas overkomen,enhoedeheervanhetlandhenruwhad toegesprokenenSimeonhadlatenarresterentotdatzij Benjaminzoudenbrengen
10EnJakobzei:‘Julliehebbenmijvanmijnkinderen beroofd!Jozefisernietmeer,Simeonookniet,enjullie zullenBenjaminookwegnemenJullieboosheidisopmij gekomen’
11'Enhijzei:'Mijnzoonzalnietmetjulliemeegaan,opdat hijnietziekwordtZijnmoederheeftimmerstweezonen gebaard,enéénisgestorvenOokdezewillenjullievan mijafnemen.Alshijonderwegkoortskrijgt,zullenjullie mijnouderdommetsmarttotdedoodbrengen'
12Wanthijzagdatiederzijngeldinzijnzakterughad gekregen,endaaromdurfdehijhemniettelatengaan.
13Endehongersnoodnamtoeenwerdheviginhetland Kanaäneninallelanden,behalveinEgypte.Wantveel Egyptenarenhaddenzaadverzameldalsvoedsel,vanafhet momentdatzeJozefzaadzagenverzamelenenin voorraadkamersbewarenvoordejarenvanhongersnood
14EndeEgyptenarenvoeddenzichdaarmeegedurende heteerstejaarvanhunhongersnood
15MaartoenIsraëlzagdatdehongersnoodinhetland zeerernstigwasendatergeenreddinginzichtwas,zeihij tegenzijnzonen:'Gaterugenzorgvoorvoedselvoorons, zodatwenietomkomen.'
16Enzijzeiden:‘Wijzullennietgaan,tenzijonzejongste broermetonsmeegaat’ 17Israëlzagindatalshijhemnietmethenmeezond,zij allenzoudenomkomendoordehongersnood
18Rubenzei:‘Geefheminmijnhanden,enalsikhemniet naaruterugbreng,dooddanmijntweezoneninplaatsvan zijnziel’
19Enhijzeitegenhem:‘Hijzalnietmetumeegaan.’
ToenkwamJudadichterbijenzei:‘Stuurhemmetmijmee, enalsikhemnietbijuterugbreng,laatmijdandeschuld dragenvooru,alledagenvanmijnleven’
20Enhijzondhemmethenmeeinhettweedejaarvan dezeweek,opdeeerstedagvandemaandZijkwamenin hetlandEgypteaan,samenmetallendiemeegingen,enzij haddengeschenkeninhunhanden:sacte,amandelen, terpentijnnotenenpurehoning
21EnzijgingennaarJozeftoeenhijzagBenjamin,zijn broer,enhijherkendehemHijzeitegenhen:'Isditjullie jongstebroer?'Enzijantwoordden:'Ja,hijishet'Enhij zei:'DeHeerzijugenadig,mijnzoon!'
22Enhijzondhemnaarzijnhuis,enhijbrachtSimeon naarhentoeHijbereiddeeenfeestmaalvoorhen,enzij bodenhemdegeschenkenaandiezijinhunhanden haddenmeegebracht
23Enzeatenvoorhemenhijgafhunalleneenportie, maardeportievanBenjaminwaszevenmaalgroterdandie vaniedervanhen
24Enzeatenendronken,stondenopenblevenbijhun ezels.
25Jozefbedachteenplanomteachterhalenofervrede onderhenheersteHijzeitegenderentmeesterdieover zijnhuiswasaangesteld:‘Vulalhunzakkenmetvoedsel, geefhunhungeldteruginhuneigenzakken,enmijn zilverenbeker,waaruitikdrink,doedieindezakvande jongste,enlaatzevertrekken.’
HOOFDSTUK43
1EnhijdeedzoalsJozefhemhadgezegd,envuldealhun zakkenmetvoedsel,deedhungeldindezakkenenlegde debekerindezakvanBenjamin.
2Vroegindeochtendvertrokkenzij,entoenzij daarvandaanwegwaren,zeiJozeftegenderentmeestervan zijnhuis:‘Achtervolghen,renengrijphen,zeggende: “Julliehebbenmijvoorhetgoedemethetkwadevergeldd; julliehebbendezilverenbeker,waaruitmijnheerdrinkt, vanmijgestolen.”Enbrenghunjongstebroerterug,en haalhemsnelopvoordatiknaarmijnrechterstoelga’
3Enhijrendehenachternaensprakdevolgendewoorden tothen.
4Enzijzeidentothem:‘Godverhoededatuwdienarendit zoudendoenenuithethuisvanuwheerenigvoorwerp zoudenstelen,enookhetgelddatwijdeeerstekeerin onzezakkenvonden,datwij,uwdienaren,uithetland Kanaänhaddenmeegebracht
5Hoezoudenwijdanenigvoorwerpkunnenstelen?Zie, hierzijnwijenonzezakken;doorzoekze,enwaaruook debekerindezakvaniemandonderonsvindt,laathem gedoodworden,enwijenonzeezelszullenuwheer dienen'
6Enhijzeitegenhen:‘Nee,demandieikaantref,diezal ikalsslaafmeenemen,enjulliezulleninvredenaarhuis terugkeren’
7Entoenhijinhunvaartuigenzocht,tebeginnenbijde oudsteeneindigendbijdejongste,vondhijhetindezak vanBenjamin
8Enzijscheurdenhunkleren,laaddenhunezelsen keerdenterugnaardestadenkwamenbijhethuisvan Jozef,enallenbogenzichvoorhemneerophungezicht
9Jozefzeitegenhen:‘Julliehebbenkwaadgedaan’Enzij zeiden:‘Watmoetenwezeggenenhoemoetenweons verdedigen?Onzeheerheeftdeovertredingvanzijn dienarenontdekt;zie,wijzijndedienarenvanonzeheer, enonzeezelsook
10Jozefzeitegenhen:‘OokikvreesdeHEER;watjullie betreft,ganaarhuisenlaatjulliebroermijndienaarzijn, wantjulliehebbenkwaadgedaanWetenjullienietdateen mensbehagenscheptinzijnbeker,zoalsikindezebeker? Entochhebbenjulliehemvanmijgestolen.’
11Judazei:‘Omijnheer,laatuwdienaartocheensinhet oorvanmijnheerspreken:tweebroersheeftdemoeder vanuwdienaaronzevadergebaard;deeneisweggegaan enverdwenen,enisnietmeerteruggevondenHijisde enigedievanzijnmoederovergeblevenis,enuwdienaar, onzevader,heefthemlief,enzijnlevenisookverbonden methetlevenvandezejongen’
12Enhetzalgebeuren,wanneerwijnaaruwdienaar,onze vader,gaan,endejongennietbijonsis,dathijzalsterven, enwijzullenonzevadermetverdriettotdedoodbrengen
13Laatmij,uwdienaar,lieverinplaatsvandejongenals lijfeigenebijmijnheerblijven,enlaatdejongenmetzijn broersmeegaan,wantikhebborgvoorhemgestaanbijuw dienaar,onzevader,enalsikhemnietterugbreng,zaluw dienaarvooreeuwigdeschuldvanonzevaderdragen.'
14EnJozefzagdatzeallemaaleensgezindwarenin goedheidjegenselkaar,enhijkonzichnietinhoudenen verteldehundathijJozefwas.
15EnhijsprakmetheninhetHebreeuws,vielhenomde halsenhuilde
16Maarzijherkendenhemnietenbegonnentehuilen. Toenzeihijtegenhen:‘Huilnietommij,maarhaastuen brengmijnvadernaarmijtoe;uzultziendathetmijn mondisdiespreektendeogenvanmijnbroerBenjamin zien’
17Wantzie,ditishettweedejaarvandehongersnood,en erzullennogvijfjaarverstrijkenzonderoogst,zonder vruchtenvandebomenenzonderploegen
18Komsnelnaarbeneden,gijmetuwgezinnen,opdatgij nietomkomtdoordehongersnood,enweesnietbedroefd omuwbezittingen,wantdeHEERheeftmijvooruuit gezondenomallesinordetemaken,zodatveleninleven kunnenblijven
19Enzegtegenmijnvaderdatiknogleef,enzie,jullie ziendatdeHEERmijtoteenvadervoordefaraoheeft gemaakt,totheerseroverzijnhuisenoverheelhetland Egypte
20Envertelmijnvaderoveralmijnglorie,overalle rijkdomenheerlijkheiddiedeHEERmijheeftgegeven' 21Enopbevelvandefaraogafhijhunstrijdwagensen proviandvoordereis,enhijgafhunallenveelkleurige kledingenzilver
22Enhijzondkleding,zilverentienezelsdiegraan droegennaarhunvader,endiezondhenweg.
23EnzegingennaarhunvaderenverteldenhemdatJozef nogleefdeengraanafmatvoorallevolkenvandeaarde,en dathijheerserwasoverheelEgypte
24Hunvadergeloofdehetniet,wanthijwasbuitenzinnen.
MaartoenhijdewagenszagdieJozefhadgestuurd,werd hijweerhoopvolenzei:‘HetisgenoegvoormijalsJozef leeft;ikzalhemnoggaanzienvoordatiksterf’
HOOFDSTUK44
1EnIsraëlvertrokuitHaran,uitzijnhuis,opdenieuwe maanvandederdemaand,enhijgingopwegnaardeBron vandeEed,enhijbrachteenofferaandeGodvanzijn vaderIsaakopdezevendevandiemaand
2JakobherinnerdezichdedroomdiehijinBethelhad gehad,enhijwasbangomnaarEgypteaftedalen.
3EnterwijlhijoverwoogJozeftelatenwetendathijnaar hemtoemoestkomenendathijnietnaarbenedenzougaan, bleefhijdaarzevendagen,indehoopeenvisioente ontvangenoverdevraagofhijmoestblijvenofnaar benedenmoestgaan
4Enhijvierdehetoogstfeestvandeeerstelingenmetoud graan,wantinheelhetlandKanaänwasgeenhandvolzaad meertevinden,wantdehongersnoodhadalledieren, runderenenvogelsgetroffen,enookdemensen.
5EnopdezestiendeverscheendeHEERaanhemenzei: ‘Jakob,Jakob’Enhijantwoordde:‘HierbenIk’EnHij zeitegenhem:‘IkbendeGodvanuwvoorvaderen,de GodvanAbrahamenIsaakWeesnietbevreesdomnaar Egyptetegaan,wantIkzaludaartoteengrootvolkmaken Ikzalmetumeegaanenuweerterugbrengen.Inditland zultubegravenworden,enJozefzalzijnhandenopuw ogenleggen’
6Weesnietbevreesd;ganaarEgypte.'
7Enzijnzonenstondenop,enookzijnkleinzonen,enzij laaddenhunvaderenhunbezittingenopwagens
8EnIsraëltrokopdezestiendevandezederdemaandop uitdeBronvandeEedengingnaarhetlandEgypte
9IsraëlzondJudavooruitnaarzijnzoonJozefomhetland Gosenteonderzoeken,wantJozefhadzijnbroersgezegd datzedaarmoestenkomenwonen,zodatzedichtbijhem zoudenzijn
10EnditwashetbestelandinhetlandEgypte,enhetlag dichtbijhem,voorhenallenenookvoorhetvee
11DitzijndenamenvandezonenvanJakobdiemet Jakob,hunvader,naarEgyptezijngegaan.
12Ruben,deeerstgeborenevanIsraël;enditzijndenamen vanzijnzonen:Henoch,Pallu,HezronenKarmi-5.
13Simeonenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijn zonen:Jemuel,Jamin,Ohad,Jachin,ZoharenShaul,de zoonvandeZefatitischevrouw–zeven
14Levienzijnzonen;enditzijndenamenvanzijnzonen: Gershon,KohathenMerari-vier 15Judaenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijnzonen: Sela,PerezenZerah-vier
16Issacharenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijn zonen:Tola,Phua,JasubenShimron-vijf.
17Zebulonenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijn zonen:Sered,ElonenJahleel-vier
18DitzijndezonenvanJakobenhunzonendieLeain MesopotamiëaanJakobbaarde,zesintotaal,enhunene
zus,Dina,enallezonenvanLeaenhunzonendiemethun vaderJakobnaarEgyptegingen,negenentwintigintotaal, enJakob,hunvader,wasmethenmee,duszijwarenmet dertig.
19EndezonenvanZilpa,dedienstmaagdvanLea,de vrouwvanJakob,dieGadenAshuraanJakobbaarde
20Enditzijndenamenvanhunzonendiemethemnaar Egyptegingen.DezonenvanGad:Ziphion,Haggi,Shuni, Ezbon,Eri,ArelienArodi-acht
21EndezonenvanAser:Imna,Isva,Ishvi,BeriahenSera, hunzeszussen
22Intotaalwarenerveertienzielen,enintotaal vierenveertigzielenvanLea.
23EndezonenvanRachel,devrouwvanJakob:Jozefen Benjamin
24EnJozefwerdinEgyptegeborenvoordatzijnvader naarEgyptekwam:Asenath,dedochtervanPotifar,de priestervanHeliopolis,diehembaarde,Manasseen Efraïmdrie.
25EndezonenvanBenjaminwaren:Bela,Becher,Ashbel, Gera,Naaman,Ehi,Rosh,Muppim,HuppimenArd-eleven 26EnRachelhadveertienzielen.
27EndezonenvanBilha,dedienstmaagdvanRachel,de vrouwvanJakob,diezijaanJakobbaarde,warenDanen Naftali.
28Enditzijndenamenvanhunzonendiemethennaar EgyptegingenDezonenvanDanwarenHusim,Samon, Asudi,IjakaenSalomon6.
29EnzijstierveninhetjaarwaarinzijEgypte binnengingen,enDanHushimbleefalleenover
30EnditzijndenamenvandezonenvanNaftali:Jahziel, Guni,Jezer,ShallumenIV
31EnIV,dienadejarenvanhongersnoodgeborenwas, stierfinEgypte.
32EnallezielenvanRachelwarenzesentwintig
33EnallezielenvanJakobdienaarEgyptegingen,waren zeventigzielen.Ditzijnzijnkinderenenzijn kindskinderen,intotaalzeventig,maarvijfstiervenin EgyptevóórJozefenhaddengeenkinderen
34InhetlandKanaänstierventweezonenvanJuda,Eren Onan,enzijhaddengeenkinderenDeIsraëlieten begroevendeoverledenen,enzijwerdengerekendtotde zeventigheidensevolken.
HOOFDSTUK45
1EnIsraëltrokhetlandEgyptebinnen,hetlandGosen,op denieuwemaanvandevierde[2172AM]maand,inhet tweedejaarvandederdeweekvanhetvijfenveertigste jubeljaar
2JozefgingzijnvaderJakobtegemoetinhetlandGosen, enhijvielzijnvaderomdehalsenhuilde.
3EnIsraëlzeitegenJozef:‘Laatmijnusterven,nuiku gezienheb,enmogedeHEER,deGodvanIsraël, gezegendzijn,deGodvanAbrahamendeGodvanIsaak, diezijnbarmhartigheidengenadenietaanzijndienaar Jakobheeftonthouden.
4Hetismijgenoegdatikuwgezichthebgezienterwijlik nogleef;ja,hetvisioendatikinBethelzag,iswaar GeprezenzijdeHEER,mijnGod,totinalleeeuwigheid, engeprezenzijzijnnaam
5Jozefenzijnbroersatenbroodinhetbijzijnvanhun vaderendronkenwijn.Jakobverheugdezichzeer,omdat hijJozefmetzijnbroerszagetenendrinkeninzijnbijzijn HijpreesdeScheppervanalledingen,diehemhad gespaardenzijntwaalfzonenvoorhemhadbewaard.
6Jozefhadzijnvaderenzijnbroershetrechtgegevenom tewoneninhetlandGoseneninRamesesenindehele omliggendestreek,waaroverhijvoordefaraoheerste. IsraëlenzijnzonenwoondeninhetlandGosen,hetbeste deelvanEgypte,enIsraëlwashonderdveertigjaaroud toenhijnaarEgyptekwam
7Jozefvoorzagzijnvaderenzijnbroersenookhun bezittingenvanbrood,zoveelalsnodigwasvoordezeven jaarvandehongersnood
8HetlandEgypteleedonderdehongersnood,enJozef verwierfheelEgyptevoordefaraoinruilvoorvoedsel.Hij kreegdemensen,hunveeenalleswatdefaraobezatin bezit
9Endejarenvandehongersnoodwarenvoorbij,enJozef gafhetvolkinhetlandzaadenvoedsel,zodatzijhetland kondenbezaaieninhetachtstejaar,wantderivierhadheel Egypteoverstroomd.
10Wantindezevenjaarvandehongersnoodwasderivier nietoverstroomdenhadhijslechtsenkeleplaatsenaande oeversvanderiviervanwatervoorzien,maarnuwashij weloverstroomdendeEgyptenarenhaddenhetland bezaaid,enhetdroegdatjaarveelgraan
11Enditwasheteerstejaarvan[2178AM]devierde weekvanhetvijfenveertigstejubileum
12Jozefnamvandegraanoogsteenvijfdedeelvoorde koningenlietvierdelenovervoorhenalsvoedselenals zaadJozefsteldedittoteenverordeningvoorhetland Egypte,dietotopdedagvanvandaaggeldt
13IsraëlwoondezeventienjaarinhetlandEgypte,enalde dagendiehijleefdewarendriejubeljaren, honderdzevenenveertigjaar,enhijstierfinhetvierde [2188AM]jaarvandevijfdeweekvanhetvijfenveertigste jubeljaar
14EnIsraëlzegendezijnzonenvoordathijstierfen verteldehunalleswatheninhetlandEgyptezou overkomen;enhijmaaktehunbekendwaterindelaatste dagenmethenzougebeuren,enhijzegendehenengaf Jozeftweedelenvanhetland.
15Enhijsliepinbijzijnvoorvaderen,enhijwerd begravenindedubbelegrotinhetlandKanaän,vlakbij Abraham,zijnvader,inhetgrafdathijvoorzichzelfhad gegravenindedubbelegrotinhetlandHebron 16Enhijgafalzijnboekenendeboekenvanzijn voorvaderenaanLevi,zijnzoon,opdathijzezoubewaren envernieuwenvoorzijnkinderentotopdedagvan vandaag
HOOFDSTUK46
1Enhetgeschiedde,nadatJakobgestorvenwas,datde IsraëlietenzichvermenigvuldigdeninhetlandEgypte,en zijwerdeneengrootvolk,enzijwareneensgezindvanhart, zodatbroederbroederliefhadeniederzijnbroederhielp, enzijnamenovervloedigtoeenvermenigvuldigdenzich zeer,tien[2242AM]wekenvanjaren,alledagenvanhet levenvanJozef
2EnerwasgeenSatannochenigkwaadgedurendealle dagenvanJozefsleven,dathijnazijnvaderJakobleefde, wantalleEgyptenareneerdendekinderenvanIsraël gedurendealledagenvanJozefsleven.
3Jozefstierfophonderdentienjarigeleeftijd;zeventien jaarwoondehijinhetlandKanaän,tienjaarwashijslaaf, driejaargevangenentachtigjaarwashijonderdekoning enregeerdehijoverheelEgypte.
4Enhijstierf,enalzijnbroersenheeldatgeslacht
5EnhijgebooddeIsraëlieten,voordathijstierf,datzijzijn beenderenmetzichmeezoudendragenwanneerzijuithet landEgyptezoudenwegtrekken
6Enhijliethenzwerenoverzijnbeenderen,wanthijwist datdeEgyptenarenhemnietopnieuwzoudenopgravenen begraveninhetlandKanaänMakamaron,dekoningvan Kanaän,hadnamelijk,terwijlhijinhetlandAssyrië verbleef,indevalleimetdekoningvanEgyptegevochten enhemdaargedood,endeEgyptenarenachtervolgdtot aandepoortenvanErmon.
7Maarhijkonnietbinnenkomen,wanteenanderekoning, eennieuwekoning,waskoningvanEgyptegeworden Dezewassterkerdanhij,enhijkeerdeterugnaarhetland KanaänDepoortenvanEgyptewerdengesloten,en niemandgingEgypteuitenniemandkwamEgyptebinnen
8EnJozefstierfinhetzesenveertigstejubeljaar,inde zesdeweekvanhettweedejaar,enzebegroevenhemin hetlandEgypte,en[2242AM]alzijnbroersstiervenna hem.
9EndekoningvanEgyptetroktenoorlogtegendekoning vanKanaän[2263AM]inhetzevenenveertigstejubeljaar, indetweedeweekvanhettweedejaar,endeIsraëlieten brachtenallebeenderenvandekinderenvanJakobnaar buiten,behalvedebeenderenvanJozef,enbegroevenzein hetveldindedubbelegrotindeberg.
10DemeestenvanhenkeerdenterugnaarEgypte,maar enkelenblevenachterindebergenvanHebron,enAmram, uwvader,bleefbijhen.
11DekoningvanKanaänbehaaldedeoverwinningopde koningvanEgypteenslootdepoortenvanEgypte 12Enhijbedachteenkwaadaardigplantegende Israëlietenomhentekwellen,enhijzeitegende Egyptenaren:‘Zie,deIsraëlietenzijntalrijkergeworden danwij.
13Kom,latenweverstandigmethenomgaanvoordatzete talrijkworden,enlatenwehentotslaafmakenvoordatde oorlogoveronsuitbreektenvoordatzeooktegenons strijden;anderszullenzezichbijonzevijandenaansluiten enuitonslandwegtrekken,wanthunhartenenblikken zijngerichtophetlandKanaän'
14Enhijsteldeopzichtersoverhenaanomhentot slavernijtedwingen;enzijbouwdensterkestedenvoor Farao,PithomenRaamses,enzijherbouwdenallemuren enallevestingwerkendieindestedenvanEgyptewaren ingestort
15Enzedwongenhentotstrengearbeid,enhoeslechter zehenbehandelden,hoemeerzezichvermenigvuldigden 16EndeEgyptenarenverachttendeIsraëlieten. HOOFDSTUK47
1Enindezevendeweek,inhetzevendejaar,inhet zevenenveertigstejubeljaar,trokuwvader[2303AM]uit hetlandKanaän,enuwerdgeborenindevierdeweek,in hetzesdejaardaarvan,inhet[2330AM]achtenveertigste jubeljaar;ditwasdetijdvanverdrukkingvoordekinderen vanIsraël
2Endefarao,dekoningvanEgypte,gafhetbeveldatzij alhunpasgeborenzoonsinderiviermoestenwerpen.
3Enzijhebbenhenzevenmaandenlangvastgehouden,tot dedagdatugeborenwerd
4Enuwmoederverborgudriemaandenlang,enmen verteldeoverhaarEnzijmaakteeenarkvooru,en bedektediemetpekenasfalt,enzettedieopdeoevervan derivierZijlegdeuerzevendagenin,enuwmoeder kwam'snachtsenzoogdeu,enoverdagbewaakteMirjam, uwzus,utegendevogels.
5IndiedagenkwamTharmüt,dedochtervandefarao, badeninderivierZijhoordeuwstemroepenengafhaar dienstmeisjesopdrachtutehalen.Enzijbrachtenunaar haartoe
6Enzijnamuuitdeark,enzijhadmedelijdenmetu
7Enuwzuszeitegenhaar:‘ZalikeenvandeHebreeuwse vrouwengaanhalenomditkindjevoorutevoedenente zogen?’
8Enzijzeitegenhaar:‘Ga.’Enzijgingenriepjemoeder Jochebed,enzijgafhaarloon,enzijverzorgdeje 9Endaarna,toenjevolwassenwasgeworden,brachtenze jenaardedochtervandefarao,enjewerdhaarzoon.Je vaderAmramleerdejeschrijven,ennadatjedrieweken haddoorgebracht,brachtenzejenaarhetkoninklijkhof 10Enuwasdriewekenvanjarenaanhethof,totdetijd [2351-]datuhetkoninklijkhofverlietenzaghoeeen Egyptenaaruwvriend,die[2372AM]eenvandekinderen vanIsraëlwas,sloeg.Udooddehemenverborgheminhet zand
11EnopdetweededagkreegjijruziemettweeIsraëlieten, enjezeitegenhemdieonrechtdeed:‘Waaromslajeje broer?’
12Enhijwerdboosenverontwaardigdenzei:‘Wieheeft joutotvorstenrechteroveronsaangesteld?Denkjesoms datjemijkuntdodenzoalsjegisterendeEgyptenaarhebt gedood?’Enjijwerdbangenvluchttevanwegedeze woorden.
HOOFDSTUK48
1Eninhetzesdejaarvandederdeweekvanhet negenenveertigstejubeljaarvertrokuenverbleefuinhet landMidiangedurendevijfwekeneneenjaarEnukeerde terugnaarEgypteindetweedeweekvanhettweedejaar vanhetvijftigstejubeljaar
2EnjijweetzelfwatHijtotjousprakopdebergSinaï,en watvorstMastêmâmetjouwildedoentoenjeterugkeerde naarEgypte<onderwegtoenjehemontmoetteinde verblijfplaats>
3Heefthijnietmetalzijnmachtgeprobeerdutedodenen deEgyptenarenuituwhandentebevrijden,toenhijzagdat uwasgestuurdomrechttesprekenenwraaktenemenop deEgyptenaren?
4EnIkhebuuitzijnhandbevrijd,enuhebtdetekenenen wonderenverrichtdieuwarenopgedragenominEgyptete
verrichtentegenFarao,tegenheelzijnhuisgezin,tegenzijn dienarenentegenzijnvolk.
5EndeHEERvolbrachtgrotewraakophenomwillevan Israël,enHijtrofhenmetplagenvanbloedenkikkers, luizenenvliegen,enkwaadaardigezwerendieuitbrakenin blaren;enhunveedoordedood;endoorhagelstenen, waardoorHijallesvernietigdewatvoorhengroeide;en doorsprinkhanendiehetrestantvandehagelverslonden, endoorduisternis;endoordedoodvandeeerstgeborenen vanmensenendieren,enopalhunafgodennamdeHEER wraakenverbranddezemetvuur
6Enalleswerddooruwhanduitgezonden,opdatu(deze dingen)zoubekendmakenvoordatzegebeurdwaren,enu sprakmetdekoningvanEgypteinhetbijzijnvanalzijn dienarenenzijnvolk
7Enallesgeschieddeovereenkomstiguwwoorden;tien groteenverschrikkelijkeoordelenkwamenoverhetland Egypte,opdatuwraakzounemenopdatlandvoorIsraël
8EndeHEERdeedallesvoorIsraël,overeenkomstigzijn verbondmetAbraham,datHijzouvergeldenomdatzijhen metgeweldtotslavernijhaddengebracht
9EndevorstMastêmâkwamtegenuinopstanden probeerdeuindehandenvandefaraotewerpen,enhij hielpdeEgyptischetovenaars
10Enzijstondenopenverrichttenvooruwogendekwade dadendieWijhenhaddentoegestaan,maardeverbetering dieWijhenhaddenlatenbewerkstelligen,haddenWijniet toegestaan.
11EndeHEERsloeghenmetkwaadaardigezweren,zodat zijnietkondenstaan,wantWijvernietigdenhen,zodatzij geenenkelwondertekenmeerkondenverrichten.
12Enondanksaldezetekenenenwonderenwerddevorst Mastêmânietteschandegemaakt,omdathijmoedvatteen deEgyptenarenoprieputeachtervolgenmetalhunmacht, methunstrijdwagens,methunpaardenenmetallelegers vandeEgyptischevolkeren
13EnIkstondtussendeEgyptenarenenIsraëlin,enWij bevrijddenIsraëluitzijnhandenuitdehandvanzijnvolk, endeHeerleiddehendwarsdoordezeealsofhetdroog landwas.
14EnaldevolkendieHijhadgestuurdomIsraëlte achtervolgen,wierpdeHEER,onzeGod,henindezee,in dedieptevandeafgrond,onderdekinderenvanIsraël, zoalsdeEgyptenarenhunkindereninderivierhadden geworpenHijwreektezichop1000000vanhen,en duizendsterkeenenergiekemannenwerdengedood vanwegeéénzuigelingvandekinderenvanuwvolkdiezij inderivierhaddengeworpen.
15Enopdeveertiendedag,enopdevijftiende,enopde zestiende,enopdezeventiende,enopdeachttiendedag werdvorstMastêmâgebondenengevangengezetachterde kinderenvanIsraël,zodathijhennietzoukunnen aanklagen
16Enopdenegentiendelietenwehenvrij,zodatzede EgyptenarenkondenhelpenendeIsraëlietenkonden achtervolgen
17EnHijverharddehunhartenenmaaktehenkoppig,en deHeeronzeGodbedachteenplanomdeEgyptenarente treffenenhenindezeetewerpen
18Enopdeveertiendehebbenwijhemgebonden,zodat hijdeIsraëlietennietzoubeschuldigenopdedagdatzijde
Egyptenarenomvatenenkleding,zilveren,goudenen bronzenvatenzoudenvragen,omdeEgyptenarente berovenalsvergeldingvoordeslavernijwaarinzijhen haddengedwongen.
19EnwijhebbendekinderenvanIsraëlnietmetlege handenuitEgypteweggeleid
HOOFDSTUK49
1DenkaanhetgeboddatdeHeeruheeftgegeven betreffendehetPascha,datuhetopdejuistetijdmoet vierenopdeveertiendevandeeerstemaand,datuhet moetslachtenvoordathetavondis,endatmenhet'snachts moetetenopdevijftiende,gerekendvanafzonsondergang
2Wantindezenacht–hetbeginvanhetfeestenhetbegin vandevreugde–atenjulliehetPaschainEgypte,terwijl allemachtenvanMastêmâwarenlosgelatenomalle eerstgeboreneninhetlandEgyptetedoden,vande eerstgeborenevandefaraototdeeerstgeborenevande gevangendienstmaagdindemolen,entothetvee
3EnditishettekendatdeHeerhungaf:Inelkhuis waarvanzijopdebovendrempelhetbloedvaneeneenjarig lamzagen,moestenzijnietbinnengaanomteslachten, maarmoestenzijvoorbijgaan,opdatallendieinhethuis waren,geredzoudenworden,omdathettekenvanhet bloedopdebovendrempelwas
4EndemachtenvandeHEERdedenalleszoalsdeHEER hethungebodenhad,enzijtrokkenvoorbijaanalle kinderenvanIsraël,endeplaagtrofhennietomookmaar éénzieltedoden,nochvee,nochmensen,nochhonden
5DepestwaszeerheviginEgypte,enerwasgeenhuisin Egyptewaarnietééndodewas,enwaarnietgeweeklaag engeklaagwas
6EnheelIsraëlathetvleesvanhetpaaslamendronkde wijn,enzijprezen,zegendenendanktendeHEER,deGod vanhunvaderen,enzijstondenklaaromuithetjukvan Egypteenuitdevreselijkeslavernijtetrekken.
7Engedenkdezedagalledagenvanjeleven,enhoudhem elkjaarinacht,alledagenvanjeleven,eenmaalperjaar, opdedagervan,overeenkomstigdevoorschriftenervan, enstelhemnietuitvandagtotdagofvanmaandtot maand
8Wanthetiseeneeuwigeverordening,gegraveerdopde hemelsetafelen,betreffendeallekinderenvanIsraël,datzij dezeelkjaaropdevastgesteldedag,eenmaalperjaar,inal hungeslachten,inachtmoetennemen;enerisgeen maximumaantaldagen,wantditisvooreeuwig vastgesteld.
9Endemandiereinisennietkomtomhetfeestopde vastgesteldedagtevieren,zodathijgeenaanvaardbaar offervoordeHeerbrengtennietvoordeHeereetendrinkt opdefeestdag,diemandiereinisendichtbij,zalworden uitgeroeidOmdathijhetoffervoordeHeernietopde vastgesteldetijdheeftgebracht,zalhijdeschuldopzich nemen
10LaatdekinderenvanIsraëlkomenenhetPaschavieren opdevastgesteldedag,deveertiendedagvandeeerste maand,tussendeavonden,vanhetderdedeelvandedag tothetderdedeelvandenacht,wanttweedelenvandedag zijnbestemdvoorhetlichteneenderdedeelvoordeavond.
11DitiswatdeHeerugebodenheeft,datuhettussende avondeninachtmoetnemen.
12Hetisniettoegestaanhetdieroverdagteslachten,maar alleenindeperiodedieaandeavondgrenst.Menmoethet vlees'savondseten,tothetderdedeelvandenacht.Enwat ervanhetvleesoverblijftvanafhetderdedeelvandenacht, moetmenverbranden
13Enzijmogenhetnietinwaterkoken,nochrauweten, maarbovenhetvuurroosterenZijmoetenhetmetzorg eten,dekopmetdeingewandenendepotenmoetenboven hetvuurgeroosterdworden,enzijmogengeenbotbreken, wantvandekinderenvanIsraëlmaggeenbotgebroken worden.
14DaaromheeftdeHEERdekinderenvanIsraëlgeboden hetPaschatevierenopdevastgesteldedag,enzijmogen geenbotvanhetPaschabreken;wanthetiseenfeestdag, eengebodendag,enmenmaghetnietvandagtotdagof vanmaandtotmaandoverslaan,maarhetmoetgevierd wordenopdefeestdagzelf.
15EnbeveeldekinderenvanIsraëlomhetPaschate vieren,hunhelelevenlang,elkjaar,eenmaalperjaaropde vastgesteldedag.Hetzaleengedenktekenzijndatde HEERwelgevalligis,enerzalgeenplaagoverhenkomen diehendoodtoftreftinhetjaarwaarinzijhetPascha vierenopdevastgesteldetijd,geheelvolgensZijngebod.
16EnzijmogenhetnietbuitenhetheiligdomvandeHeer eten,maarvoorhetheiligdomvandeHeer,enheelhet volkvandegemeenteIsraëlmoethetvierenopde daarvoorvastgesteldetijd
17Eniederdiedeleeftijddaarvoorbereiktheeft,zalhet eteninhetheiligdomvanuwGod,voordeHeer,vanafde leeftijdvantwintigjaarenouder;wantzostaater geschrevenenbepaalddatzijhetinhetheiligdomvande Heermoeteneten.
18EnwanneerdeIsraëlietenhetlandbinnengaandatzijin bezitzullennemen,hetlandKanaän,enzijdetabernakel vandeHEERinhetmiddenvanhetlandineenvanhun stammenoprichten,totdathetheiligdomvandeHEERin hetlandgebouwdis,danmoetenzijhetPaschavierenin hetmiddenvandetabernakelvandeHEERenhetjaarlijks voordeHEERslachten
19Enindedagendathethuisgebouwdisindenaamvan deHEERinhetlanddathunerfdeelis,zullenzijdaarheen gaanenhetPaschaslachtenindeavond,bijzonsondergang, inhetderdedeelvandedag
20Enzijzullenzijnbloedofferenopdedrempelvanhet altaar,enzijzullenzijnvetophetvuurleggendatophet altaarbrandt,enzijzullenzijnvleeseten,geroosterdboven hetvuur,indevoorhofvanhethuisdatgeheiligdisinde naamvandeHeer
21EnzijmogenhetPaschanietviereninhunsteden,noch openigeandereplaatsdanvoordetabernakelvandeHeer, ofvoorZijnhuiswaarZijnnaamheeftgewoond;enzij mogennietvandeHeerafdwalen
22Engij,Mozes,gebiedtdekinderenvanIsraëlde voorschriftenvanhetPaschainachttenemen,zoalsaanu isgeboden;verkondighunelkjaarenopdedagvanhet Pascha,enhetfeestvandeongezuurdebroden,datzij zevendagenlangongezuurdbroodmoeteneten,endatzij hetfeestmoetenvierenendatzijgedurendediezeven
dagenvanvreugdeelkedageenoffergavevoordeHEER moetenbrengenophetaltaarvanuwGod.
23Wantjulliehebbenditfeesthaastiggevierdtoenjullie uitEgyptevertrokken,totdatjulliedewoestijnvanSur ingingen;enaandekustvandezeehebbenjulliehet voltooid
HOOFDSTUK50
1Ennadezewethebikudedagenvandesabbatten bekendgemaaktindewoestijnvanSinaï,dietussenElim enSinaïligt
2Ikhebuverteldoverdesabbattenvanhetlandopdeberg Sinaï,enikhebuverteldoverdejubeljarenindesabbatten derjaren;maarhetjaardaarvanhebikuniet bekendgemaakt,totdatuhetlandbinnengaatdatuinbezit zultnemen
3Enhetlandzalookzijnsabbatteninerehoudenzolang zijerwonen,enzijzullenhetjubeljaarkennen.
4DaaromhebIkvoorudejaarweken,dejarenende jubeljarenvastgesteld:erzijnnegenenveertigjubeljaren vanafdedagenvanAdamtotopdezedag,[2410AM]en éénweekentweejaar;enerzijnnogveertigjaartegaan (letterlijk:'ver')omde[2450AM]gebodenvandeHeerte leren,totdatzijhetlandKanaänbinnengaanendeJordaan inhetwestenoversteken
5Endejubeljarenzullenvoorbijgaan,totdatIsraël gereinigdisvanalleschuldvanontucht,onreinheid, verontreiniging,zondeendwaling,enmetvertrouwenin hethelelandwoont,energeenSatanofeniganderkwaad meerzalzijn,enhetlandzalvandietijdafvooreeuwig reinzijn
6Enzie,hetgebodbetreffendedesabbatten–ikhebhet vooruopgeschreven–enallevoorschriftenvandewetten.
7Zesdagenzultgijarbeiden,maardezevendedagisde sabbatvandeHEER,uwGodOpdiedagzultgijgeen enkelwerkverrichten,gijenuwzonenenuwknechtenen uwdienstmeisjesenaluwveeenookdevreemdelingdie bijuis
8Enwieopdiedagenigwerkverricht,zalsterven;wiedie dagontheiligt,wiegemeenschapheeftmetzijnvrouw,of wiezegtdathijopdiedagietszaldoen,dathijopdiedag opreiszalgaanomtekopenofteverkopen;enwieopdie dagwaterputdathijnietvoorzichzelfhadklaargemaakt opdezesdedag,enwieeenlastopzichneemtomdieuit zijntentofuitzijnhuistedragen,zalsterven.
9Gijzultopdesabbatdaggeenenkelwerkverrichten, behalvedatgenewatgijvooruzelfopdezesdedaghebt voorbereid,namelijkomteeten,tedrinkenenterusten,en omdesabbattehoudenenopdiedagvanallewerkte onthouden,enomdeHEERuwGodtezegenen,dieueen feestdageneenheiligedagheeftgegeven;endezedagis eendagvanhetheiligekoninkrijkvoorheelIsraël,eendag dietotineeuwigheidbehoort
10WantgrootisdeeerdiedeHEERaanIsraëlheeft gegeven,datzijopdezefeestdagmogenetenendrinkenen verzadigdzijn,endaaropmogenrustenvanallearbeiddie totdearbeidvandemensenbehoort,behalvehetbranden vanwierookenhetbrengenvanoffergavenenandere offersvoordeHEER,zowelvoordefeestdagenalsvoorde sabbatten
11Ditwerkalleenzalopdesabbatdagengedaanwordenin hetheiligdomvandeHEER,uwGod;opdatzijvoorIsraël voortdurend,vandagtotdag,verzoeningzullendoenmet offers,toteengedenktekendatdeHEERwelgevalligis,en opdatHijhenaltijd,vandagtotdag,zalontvangenzoalsu gebodenis
12Eniederdiedaaropenigwerkverricht,ofopreisgaat, ofzijnakkerbewerkt,hetzijinzijnhuisofelders,enieder dieeenvuuraansteekt,ofopeendierrijdt,ofoverzeereist, eniederdieietsslaatofdoodt,ofeendierofeenvogel slacht,ofiederdieeendier,eenvogelofeenvisvangt,of iederdievastofoorlogvoertopdesabbat:
13Demandieeenvandezedingenopdesabbatdoet,zal sterven,zodatdekinderenvanIsraëldesabbattenzullen houdenvolgensdegebodenbetreffendedesabbattenvan hetland,zoalsgeschrevenstaatopdestenentafelendieHij mijinhandengaf,opdatikvoorudewettenvande seizoenenendeseizoenennaardeindelingvanhundagen zouopschrijven.Hiermeeishetverslagvandeindeling vandedagenvoltooid