Skip to main content

Bkw 9 2016

Page 1

media

Keurmerk voor duurzame Boomkwekerijproducten Vakmanschap, duurzaamheid, kwaliteit en garantie. Groenkeur ontwerpt kaders en borgt kwaliteit in de groene sector. Wij maken promotie voor ons kwaliteitslabel op beurzen en congressen. Wij zitten aan tafel bij opdrachtgevers vanuit de overheid waardoor Groenkeur als gunningscriterium wordt opgenomen bij aanbestedingen.

‘Groenkeur voldoet aan de eisen van maatschappelijk verantwoord inkopen en is het selectiecriterium bij aanbestedingen voor groenvoorzieningen.’

Stichting Groenkeur Postbus 1010 3990 CA Houten T 030 - 659 5663 E info@groenkeur.nl I www.groenkeur.nl


Commentaar: Vooruit willen Stelling: Mechanische onkruidbestrijding: willen is kunnen Intratuin maakt serieus werk van verkoop biologisch product

’Groeiende onrust over gewasbescherming’ Transporteur kan vooruit in Ochten Zuivering en lozing restwater: dit speelt onder glas Ondernemersvragen: Waar moet ik op letten bij het invullen van de Gecombineerde opgave?

Chrysosplenium ’Koppeling drones en apps is goud waard in de bomen’ Koffiedrinken en groen kopen Taxuskever vraagt jaarrond alertheid Teeltadvies: Spring nog zuiniger om met beschikbare grond Veldkeuring als bewijs van kwaliteit ’TreeCommerce Messenger is pilotfase voorbij’ ’Beleveren cash-and-carry’s van Landgard is topsport’ Snel toegang tot de website op uw telefoon

Hoe loopt het? Marktnieuws

LTO Nederland Vakgroep Bomen en Vaste planten Vaktaal en Agenda

klimaatneutraal natureOffice.com | NL-215-704490

gedrukt


„Het zaaien van bloemenmengsels voor bijen en vlinders is populair bij consumenten en gemeenten. Deze acties zijn een goed initiatief, maar veel mengsels bloeien pas in de zomer. Mensen moeten niet vergeten dat bijen al vroeg in het voorjaar stuifmeel en nectar nodig hebben. Daarom zijn bloeiende bomen, struiken of vaste planten zo belangrijk. Dat moeten we als sector veel meer onder de aandacht brengen.”

„Vanuit ’Blij met de bij’, onderdeel van het koepelproject Plantgezondheid Bomen en Vaste planten, hebben we een persbericht gemaakt van geschikte drachtplanten. Dat bericht is door De Groene Stad verspreid in een nieuwsbrief en via sociale media als Facebook.com/blijmetdebij en

Twitter@blijmetdebijen. Deze info wordt volop geretweet en geliked. Dus dat is positief.”

„Klopt, en dat gaat dit jaar zeker weer gebeuren, want dat zaaien heeft veel positieve publiciteit opgeleverd. Opvallend was wel dat honingbijen juist veel meer op bloeiende boomkwekerijproducten en groenbemesters waren te vinden, dan op het bloemenmengsel. Dat komt omdat honingbijen bloemvast zijn en een voorkeur hebben voor grotere bloemvakken. Voor wilde bijen is diversiteit van groot belang. Er zijn zo’n 350 soorten wilde bijen waarvan een aantal kieskeurig is qua bloemen. Samen met CLM en Naturalis die het project Bee Deals hebben lopen, gaan we dit jaar kijken welke bijen we tegenkomen.”


„We vragen mensen op sociale media welke bijvriendelijke planten zij in hun tuin hebben en krijgen daar diverse reacties op. In Greenport Regio Boskoop hebben we een goede samenwerking met de imkersvereniging. We merken dat een goede dialoog tussen kwekers en imkers bijdraagt aan bewustwording en inzicht. Ook in andere boomteeltregio’s pakken we dit op.”

„Gelukkig beter. Volgens de Nederlandse Bijenhouders Vereniging was de wintersterfte bij honingbijen afgelopen winter met 6% weer op een normaal niveau, zoals imkers dat kennen uit de tijd voordat de varroamijt zijn intrede in het land deed.” <


Een aantal dagen voordat Greenpeace naar buiten kwam met een waarschuwing aan het adres van Albert Heijn, Jumbo en Lidl om het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij haar leveranciers terug te dringen (zie kader), trapte Intratuin af met het biologische concept Pure Organic.

Sinds 14 april staan bij zes Intratuinvestigingen de producten van een aantal biologische boomkwekers in het schap. Pure Organic is een samenwerkingsverband van kwekers dat met name op initiatief van Intratuin is ontstaan. „De vraag naar het structureel aanbieden van biologische producten kwam vorig jaar met name van onze vestiging in Amsterdam”, zegt Bob Leenders, productmanager bij Intratuin. „In Amsterdam lopen consumenten qua trends voor op de rest van Nederland en daar zien we dat echt behoefte is aan biologisch gekweekte producten. Ik ben best kritisch geweest of deze behoefte er ook in de rest van Nederland zou zijn, maar inmiddels ben ik daarvan overtuigd.”

Deze overtuiging werd mede gevoed door consumentenonderzoek dat Intratuin door een aantal studenten van de HAS heeft laten uitvoeren. „Hieruit bleek dat consumenten veel meer parallellen trekken tussen

Boomkwekers hebben weer vaker uitbreidingsplannen. Dat meldt marketingbureau AgriDirect. Het gaat daarbij vooral om de grotere bedrijven. Volgens het bureau heeft in 2015 9,4% van de boomkwekers met een bedrijf groter dan 2 ha plannen om het bedrijf uit te breiden; in 2014 was dat 6,5%. Ruim 11% van de kwekerijen zegt te denken over stoppen. Het gaat dan vooral om de kleinere bedrijven.

Waterschap De Dommel wil dat boomkwekers de regels voor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beter naleven. Aanleiding zijn metingen in het oppervlaktewater waarbij te hoge concentraties middelen worden gevonden. Het schap heeft alle boomkwekers al benaderd en een ’toolbox emissiebeperking’ gegeven met praktische tips hoe ongewenste verspreiding van middelen in het milieu is tegen te gaan.

De Jonge Landbouwersregeling wordt samen met jongeren organisatie NAJK geëvalueerd om zo tot verbetering van de regeling te komen in 2017. Dit staat in een motie van VVD, SGP, CDA en ChristenUniedie is aangenomen in de Tweede Kamer. De jongeren klagen dat de subsidie niet op de plek terechtkomt waar die voor is bedoeld. De regeling is nog tot 15 april opengesteld. Er zijn inmiddels 79 aanvragen ingediend.

Gemeenten bezuinigen het meest op groenbeheer. Dat blijkt uit onderzoek door het blad Binnenlands Bestuur. Beleidsmedewerkers en leidinggevenden van Nederlandse gemeenten noemen als bezuinigingen op de openbare ruimte het meest groenbeheer (85%), gevolgd door wegen (70%). Opvallend is dat uit ander onderzoek blijkt dat de burgers niet merken dat het openbaar groen in kwaliteit achteruitgaat.

Staatsbosbeheer richt zich op het groen rond de steden; Entente Florale houdt zich bezig met het groen in de steden. De twee gaan nu samenwerken en daarbij streven naar een verbinding tussen het groen om en in de stad en het ontstaan van groene metropolen. Volgens Staatsbosbeheer kan de Randstad zich ontwikkelen tot de groenste metropool ter wereld.

Evenals dit jaar in de regio’s Noord-Limburg en Zundert, vindt ook in Boskoop Meet&Green plaats. Donderdag 15 september is het evenement bij Kwekerij Van Lint aan de Insteek. Zoals gebruikelijk zijn er demonstraties en proeven te zien, en workshops te volgen. Kwekers kunnen een bezoek ook laten meetellen voor de spuitlicentieverlenging. De organisatie is in handen van Cultus Agro Advies en Vitelia Agrocultuur.


voeding en groen dan we dachten. De consument wil écht dat we duurzaam geteelde planten verkopen.” Intratuin Amsterdam blijft volgens Leenders wel voorloper en daar worden biologische producten nu zelfs op een prominentere plek neergezet dan gangbaar gekweekte producten. Leenders kan nog weinig zeggen over de verkoopresultaten van Pure Organic, daarvoor is de periode waarin de planten in het schap staan nog te kort. Wel weet hij uit een eerdere pilot met verkoop van biologische producten uit Duitsland dat onder andere kruiden, fruitbomen en groenteplanten goed lopen. Deze laatste producten komen van Bioland, een samenwerkingsverband waarbij Duitse biologische kwekers zijn aangesloten. De kwekers die binnen Pure Organic actief zijn, zijn Puur Aroma (kruiden), De Bierkreek (rozen), Bamboekwekerij Randijk en kwekerij Dependens (vaste planten) en op korte termijn ook Kwekerij Casper Verhoeven (Buxus).

Over het biologische sortiment dat Bioland en Pure Organic gezamenlijk kunnen aanbieden is Leenders vooralsnog tevreden,

maar hij kijkt ook al verder. „Violen, primula, bol-op-pot, lavendel: er zijn nog genoeg producten waarmee we ons biologische sortiment gaan uitbreiden.” Leenders ziet bij kwekers de laatste tijd wel echt een verandering van mindset ontstaan ten aanzien van duurzaamheid. „Ook al gaat voor veel kwekers écht biologisch en de daarbij behorende SKAL-certificering veelal nog te ver, ze maken wel steeds meer werk van duurzaam produceren. Zo zijn er bijvoorbeeld grotere kwekers die een deel van hun kwekerij duurzaam inrichten of hiervoor zelfs een aparte locatie opzetten.” Pure Organic-kweker Erwin van Randijk kweekt al sinds 2002 biologisch en is blij met Intratuin als klant. „In het verleden zijn er meer initiatieven van de kant van biologische kwekers geweest, maar dan bleek de afzet toch vaak een probleem. Nu ligt het initiatief bij Intratuin en dat maakt de kans op afzet veel groter. Bovendien denk ik dat er meer mogelijk is dan veel kwekers denken. Wij, en ook de andere kwekers van Pure Organic, bewijzen dat biologisch kweken kan.” Het ontstaan van Pure Organic kwam niet alleen in een stroomversnelling door toedoen van Intratuin, maar ook door de innovatiesubsidie-aanvraag voor €15.000

Britse media melden dat supermarktgigant Tesco plannen heeft om de 35 tuincentra van Dobbies te verkopen. Tesco zou zich bezinnen op het concentreren op de corebusiness. Alle zijtakken van Tesco komen dan mogelijk te koop, waaronder Dobbies. Volgens media zou Terra Firma, eigenaar van Wyevale, belangstelling hebben voor Dobbies. Wyevale is de grootste Britse tuincentrumketen, gevolgd door Dobbies.

Kwekers van Boomkwekerij Support Venlo sluiten zich per 1 juni aan bij FloraXchange Sevices. Hiermee willen zij de handel bevorderen met exporteurs in Westland. Via het onlineplatform kunnen zij aanbod inzichtelijk maken, kunnen bestellingen worden verwerkt en transacties worden verrekend. Ook wordt vervoer vanuit de regio Venlo naar kopers op de vestiging van FloraHolland in Naaldwijk gefaciliteerd.

van Buxus-kweker Casper Verhoeven via de Kamer van Koophandel in Eindhoven. Voorwaarde voor toekenning was dat een retailer en meerdere kwekers zouden meedoen en daaraan voldeed Pure Organic. De subsidie is onder andere besteed aan marktonderzoek en ontwikkeling van het winkelconcept. <

De Raad van Commissarissen van Royal FloraHolland draagt boomkweker Jack Goossens voor als de nieuwe voorzitter. De leden van de veiling stemmen op 2 juni over de voordracht. Goossens bekleedde al tal van bestuurlijke functies binnen de veiling. Hij is samen met zijn broer eigenaar van familiebedrijf Gova bv in Nispen waar Laurus nobilis wordt gekweekt.

Sinds 13 april kunnen alle klokaanvoerders van Veiling Rhein-Maas een minimumprijs met hun producten meesturen. Deelname is vrijwillig. Indien geen minimumprijs wordt meegestuurd, gelden de normale minimumprijzen van Veiling Rhein-Maas. Een aanvoerdersminimumprijs die onder de standaardminimumprijs van Veiling Rhein-Maas ligt, is niet mogelijk. Sinds 7 maart liep al een minimumprijzen-pilot.

In het eerste kwartaal van dit jaar is er voor afgerond €1,6 miljard aan bloemen en planten geëxporteerd. Bloemen doen het beter dan planten. Vorig jaar stonden na het eerste kwartaal de pot- en tuinplanten op een achterstand en de snijbloemen op een voorsprong. Dat is dit jaar ook zo, maar het verschil is kleiner: de bloemen hebben een voorsprong van 1% en de planten staan op een minimale achterstand van 0,4%. <


Het woord ’landbouwgif’ is al jaren geleden vervangen door ’bestrijdingsmiddelen’ en later weer door ’gewasbeschermingsmiddelen’, en de middelen zijn steeds selectiever geworden. Maar toch neemt het wantrouwen van de maatschappij alleen maar toe. „Het woord ’chemie’ heeft een negatieve klank gekregen”, constateerde een vertegenwoordiger van de gewasbeschermingsindustrie in een bijeenkomst met journalisten. „De communicatie is lastiger geworden. De discussie wordt geregeerd door emotie, niet door verstand. Hoe kunnen we de objectiviteit terugbrengen in het debat?” Om die vraag te beantwoorden praat brancheorganisatie Nefyto met ketenpartijen, wetenschappers, media en maatschappelijke organisaties. Onlangs zat de branche met de media om tafel. De landelijke pers was uitgenodigd, maar deze liet

het afweten. Er was blijkbaar weinig interesse, en sommige journalisten wilden uit principe niet aan een dergelijke dialoog meewerken. Slechts een tiental journalisten uit de landen tuinbouw kwam opdagen.

Het is wonderlijk dat een multinationale miljardenindustrie, die de beste communicatie-adviseurs kan inhuren, zo moeilijk een oplossing kan vinden voor de toenemende onrust over gewasbescherming. De mening van milieuorganisaties wordt eerder opgepakt dan wetenschappelijk onderzoek, menen de fabrikanten. „Tekenend is de discussie over glyfosaat. Tientallen onderzoeken hebben aangetoond dat het niet schadelijk is voor mens en dier. Eén onderzoek zet vraagtekens, en juist dat wordt opgepikt door de pers. Waarom?”

„Waarschijnlijk staat glyfosaat symbool voor de macht van multinationals”, dacht een van de aanwezigen. „Bovendien is Round-Up Ready mais omstreden vanwege de genetische modificatie. De milieubeweging kweekt bewust haat tegen Monsanto. Als de toelating van glyfosaat wordt ingetrokken, dan is het hek van de dam. Dan zullen spoedig andere middelen volgen.” Een ander punt voor de industrie is dat detectieapparatuur steeds gevoeliger wordt. Elke vondst van residu hoe klein ook leidt tot ophef. „Maak duidelijk dat niet de stof giftig is, maar de dosis”, adviseerde een van de journalisten. „Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan”, vond een fabrikant. „Over glyfosaat maakt men zich druk, terwijl azijn, dat veel giftiger is, wel is geaccepteerd.” De discussie is sterk emotioneel geladen. Journalisten, ook van de


vakpers, voelen druk om niet te positief over chemische gewasbescherming te schrijven, bleek uit een stemming. Zelfs onderzoekers ervaren die druk. „Hoe kunnen we desondanks onze boodschap overbrengen aan de media?”, vroegen de fabrikanten. Daar was geen kanten-klaar antwoord op. „Als jullie een goed en objectief verhaal vertellen, zijn jullie een serieuze partij voor de media”, meende een van de journalisten. Desondanks zullen verschillende media er op hun eigen manier mee omgaan. „In een programma als Zembla kom je nooit aan het woord op een manier die je zelf graag zou willen. Bij Radar en Kassa liggen meer mogelijkheden.”

Om het gebruik van chemische stoffen te verminderen wordt veel

onderzoek gedaan naar het weerbaar maken van plant en bodem. Zoals het stimuleren van micro-organismen die samenwerken met de plant. Voor de gewasbeschermingsindustrie is het de vraag hoe zij daar een rol in kan spelen. Aan de andere kant wil de industrie de gewasbescherming graag als een geheel zien. Het draait niet alleen om het verkopen van een chemisch middel, maar om een totaaloplossing voor een gezond gewas. De gewasbeschermingsindustrie is er zelf van overtuigd dat ze aan verduurzaming en vergroening werkt. Niet uit idealisme, maar omdat de markt daarom vraagt. De van oudsher chemische bedrijven richten zich steeds meer op de markt voor biologische middelen, vooral op de microbiologie. Dit betekent niet dat die oplossingen meteen als duurzaam worden geaccepteerd. Net als chemische middelen kunnen bac-

teriën de consument angst aanjagen. Met verbazing werd er gekeken naar de biologische teelt. Terwijl daar toch ook stoffen worden gebruikt die je niet graag in de soep zou hebben. De biologische teelt heeft echter geen imagoprobleem en wordt gezien als dé toekomst. Waar heeft deze sector dat vertrouwen aan te danken? „Deze sector kiest voor biodiversiteit”, dacht een van de journalisten. „Dat klinkt beter dan een verhaal over een chemische stof of een ingebouwd gen.” De industrie vroeg zich af of ze zich in de communicatie niet te veel richt op de techniek. „We zouden meer begrip moeten hebben voor de emoties die er leven. Als we ooit met een doorbraak van microbiologie komen, dan moeten we dat niet als dé enige ware oplossing verkopen. En zorgen dat meerdere partijen dit op de markt kunnen brengen.” <


ners in de weer, naast nog eens drie in de administratie. „Toen we in 1999 begonnen met een auto en stukgoed, ging het vaak om halve en volle trailers die je ruim van tevoren kon plannen. Nu is het echt anders. Je moet op zo’n korte termijn en zo snel leveren.”

„Dit is de dikste”, zegt een chauffeur van transportbedrijf Hendriks grappend als hij uit zijn vrachtwagen stapt. „En die daar, dat is de mooiste.” Het is in een namiddag van het hoogseizoen, halverwege maart. Eerst was het nog betrekkelijk rustig op de overslaglocatie, aan de rand van een industrieterrein in Ochten. Maar dan komen er ineens diverse vrachtwagens het terrein op rijden. Geroutineerd parkeren de chauffeurs achteruit naast trailers, trekken het zeil of de achterklep open. Heftrucks komen in actie, de logistiek coördinator vertelt wat waar naartoe moet. Bomen worden ingeladen, uitgeladen, of tijdelijk aan een stellage gezet langs het hekwerk van het terrein. „Voor mij zit het er vandaag op”, vertelt de chauffeur van de dikste. „Vanmorgen om half vijf was ik eruit. Ben in Duitsland geweest.” Een collega die later is begonnen, maakt zich klaar om naar Brabant te vertrekken. Negen chauffeurs zijn in dienst van het transportbedrijf, en het vrachtwagenpark bestaat permanent uit tien trekkers en trailers. „We hebben nu ook nog zestien charters erbij lopen”, vertelt eigenaar Henk Hendriks. Het is per slot van rekening hoogseizoen, en de transporteur zit vooral op de export van boomkwekerijproducten naar Duitsland en Denemarken. „We vervoeren alles: bomen, pallets bosplantsoen, noem maar op.” Goed plannen is altijd al inherent geweest aan het transportvak, hoewel de planning tegenwoordig nog meer moeite kost dan voorheen. Bij Hendriks zijn er drie plan-

Hendriks onderhoudt vanuit regio Opheusden een vaste lijndienst op Noord-Duitsland. „De meeste bomen die we op transport zetten komen uit onze regio, maar ze komen ook van kwekers uit Brabant, de Achterhoek of andere gebieden in Nederland en Belgie”, vertelt Hendriks. „We verzamelen ook veel voor Duitse kwekers en handelaren; wij groeperen dan de bomen voor hen.” De huidige handel vraagt snelle acties, niet alleen van kwekers, maar zeker ook van transporteurs. Vandaag bestellen, morgen leveren. Als de bomen dan in NoordDuitsland geleverd moeten worden, is nachttransport onoverkomelijk. Vrachtwagens van Hendriks vertrekken meestal om 1.00 uur, in de nacht van zondag op maandag. „Dan rijden ze in zes, zeven uur nonstop naar Pinneberg.” De chauffeur kan dan nog net lossen, een andere vracht meenemen („Dat kan van alles zijn, hout, beton, net wat zich aandient”), afzakken tot Bremen en de trailer daar afkoppelen. Hij moet zich namelijk houden aan Europese rij- en rusttijdenregels; een tachograaf op de vrachtwagen controleert daarop. „Hij moet negen uur lang stilstaan”, legt Hendriks uit. „Een andere chauffeur komt dan uit Nederland met een nieuwe trailer. In Bremen wisselen ze de trailers om. De chauffeur die uit Pinneberg komt, gaat dan na negen uur rust weer terug naar Pinneberg. Zo plannen we dat allemaal.” In de handel moet het wel snel, maar ook de partijgrootte is anders dan voorheen. Hendriks merkt dat de partijen kleiner zijn. Dat is ook te zien aan de bomen in de stellage. Er staat bijvoorbeeld een haagbeuk met blokvormige


kroon te wachten op transport. „Je denkt wel eens: voor een boom naar Berlijn, hoe kan het uit? Voor deze haagbeuk af kwekerij betaalt de klant wel €300-400. Dan kan het transport wel uit.”

De klant betaalt en bepaalt uiteraard het transport. Hendriks zegt per boom te kunnen leveren, maar ook voor hem moet het rendabel zijn. Ook voor transporteurs stijgen de kosten. „De dieselkosten zijn nu wel even stabiel, maar de personeelskosten volgens onze cao Beroepsgoederenvervoer stijgen elk jaar met een paar procent. Met schipperen kom ik nog wel uit de kosten.” Hendriks rijdt vooral in Duitsland, hij moet dus ook tolheffing betalen. De Duitse Maut is afhankelijk van de emissie van de vrachtwagen: hoe schoner de uitstoot, hoe lager de tolheffing. De transporteur heeft uitgerekend daarom Euro6-trucks op de baan; dat zijn de nieuwste trucks met de schoonste uitstoot. „Met oudere trucks zou ik het dubbele aan Maut moeten betalen.” Maar Hendriks rijdt ook in België. Sinds 1 april is ook daar tolheffing. „We zitten veel in Wetteren. Dan komt er per vracht €40-50 bij aan kosten.”

Hendriks is naar klanten toe transparant over zijn kosten. Daarmee wint hij vertrouwen. „Open communicatie is in ons vak belangrijk, en er komt ook een stukje gunning bij kijken. In Duitsland heb je niet snel nieuwe klanten, maar als je ze hebt, verlies je ze ook niet snel meer. Zolang je maar zekerheid van transport biedt, en punctualiteit.”

In Ochten kan Hendriks wel makkelijker, en dus goedkoper, werken dan op de vorige locatie, aan de Lakemondsestraat in Opheusden. Daar was het transportbedrijf uit zijn jasje gegroeid. De gemeente wilde het ook elders vestigen. Aanvankelijk had Hendriks grond gekocht op het toekomstige Agro Business Centre, maar die kavel bleek toch niet geschikt voor de transporteur. Daarop kwam hij in Ochten terecht. De nieuwe locatie is gehuurd voor drie jaar. Daarmee laat Hendriks mogelijke vestiging op het ABC-terrein alsnog open. „Het ABC-plan is mooi, maar als ondernemer wil je vooruit. Dat kan hier in Ochten”, zegt Hendriks. „We zitten hier goed, toch nog centraal in de laanboomregio, en we zijn vanaf de A15 beter bereikbaar dan eerst.” <


Alle huidige milieuregels voor agrarische bedrijven staan in het Activiteitenbesluit. Eind 2015 heeft de overheid besloten de zuiveringsplicht in de glastuinbouw in te voeren. Daaraan zijn normen en eisen gekoppeld voor het lozen van restwater. Het Activiteitenbesluit moet nog worden aangepast aan de zuiveringsplicht. Deadline hiervoor is 1 januari 2017. Het Activiteitenbesluit is een amvb. Alle amvb’s voor milieu en ruimtelijke ordening komen onder de nieuwe Omgevingswet te vallen. Die geldt waarschijnlijk vanaf 2018.

Vanaf 1 januari 2018 moeten in principe alle glastuinbouwbedrijven hun restwater zuiveren van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Ze moeten een zuiveringsrendement van minimaal 95% halen. De plicht geldt voor: drainwater bij substraatteelt, drainwater bij grondgebonden teelt, en filterspoelwater. LTO Glaskracht, overheden en andere betrokken partijen zijn akkoord gegaan met de zuiveringsplicht. Hiertoe hebben ze het ’Hoofdlijnenakkoord waterzuivering in de glastuinbouw’ gesloten. Om telers te helpen de waterstromen op hun bedrijf in kaart te brengen, heeft Delphy een online-instrument ontwikkeld: de KasWaterWeter.

Glastuinders moeten investeren in een bepaalde zuiveringstechniek.

Dat kan een vaste of mobiele installatie zijn, of een collectieve installatie voor meerdere bedrijven. Aanvankelijk zou de zuiveringsplicht gelden vanaf dit jaar, maar de deadline is verschoven naar 1 januari 2018. Zodoende hebben bedrijven meer tijd om te voldoen aan de plicht. De glastuinbouw heeft dan ook meer tijd om innovaties te testen en in te voeren in de praktijk. Installaties kunnen hierdoor goedkoper worden. Kleine glastuinbouwbedrijven krijgen mogelijk drie jaar langer de tijd om aan de zuiveringsplicht te voldoen: vanaf 1 januari 2021. Zo’n bedrijf is kleiner dan 2.500 m2 of loost jaarlijks minder dan 25 kg stikstof per hectare.

Meest gangbare technieken voor waterontsmetting in de glastuinbouw zijn ultraviolet-belichting en verhitting. Met uv en waterstofperoxide zijn ook resten van middelen te verwijderen, maar geen meststoffen. Daarnaast staat ozonontsmetting in de belangstelling. Uit onderzoek in IDC Water blijkt dat ozon net zo effectief werkt als uv en verhitting. Voor het testen van het zuiveringsrendement van een installatie is onlangs een meetprotocol opgesteld: door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Platform Duurzame Glastuinbouw. Voor het zuiveren van meststoffen zijn nog geen technieken beschikbaar. Volgens IDC Water is het het best om drainwater met meststoffen

opnieuw te gebruiken. LTO Glaskracht wijst op 100% recirculatie van drainwater als mogelijkheid.

LEI Wageningen UR heeft de verwachte kosten berekend voor drie bedrijfsgrootten in de glastuinbouw. Tot 1 ha zal de investering €32.500 kosten, met variabele kosten (van energie, materialen en grondstoffen) van €200-800 per jaar. Bedrijven met 1 tot 5 ha zijn €46.750 kwijt aan de investering, en variabele kosten van €1.400-1.500 per jaar. Van 5 tot 10 ha zal de investering €58.500 kosten, en variabel €1.400-3.400 per jaar. Het LEI verwacht wel lagere kosten door innovaties en doorontwikkelde technieken. Ook kunnen de kosten lager zijn bij collectieve zuivering in glastuinbouwgebieden. Uit ander onderzoek door LEI is gebleken dat bij sommige technieken de kosten van 95% zuivering ongeveer even hoog


niet-doorlatend) en de oppervlakte (meer of minder dan 500 m2). Met een niet-doorlatende ondergrond en maximaal 500 m2 is het lozen alleen toegestaan als er gecontroleerd vrijkomende meststoffen worden gebruikt. Er is dan (volgens het huidige Activiteitenbesluit) ook geen opvang nodig voor regen- en drainwater. Bij een niet-doorlatende ondergrond die groter is dan 500 m2, moet regen- en drainwater wel worden opgevangen in bijvoorbeeld een silo of bassin. Ook is opvang verplicht van de eerste 50 m3 regenwater per hectare, de zogenoemde first flush, na een (vloeibare) bemesting of bespuiting. De opvang moet minimaal 1.200 m3/ha kunnen bevatten. Is het natriumgehalte van het gietwater te vergelijken met dat van regenwater, dan volstaat 500 m3/ha. Ook bij pot- en containerteelt op stellingen en bij een gotensysteem is opvang en hergebruik van drainwater noodzakelijk. Hiervoor gelden echter geen eisen aan opvang. zijn als van 75% zuivering. Mede daarom schrijft de overheid ineens 95% voor, en niet eerst een lager percentage. Bedrijven zouden dan niet twee keer moeten investeren.

De glastuinbouw en de overheid hebben nagenoeg nul emissie afgesproken voor 2027. Restwater wat gezuiverd is van middelen moet bij voorkeur worden geloosd op de riolering. Als de capaciteit van de riolering volledig is benut, of als er geen rioolaansluiting aanwezig is, dan mag gezuiverd restwater op oppervlaktewater worden geloosd. Is de capaciteit onvoldoende, dan moet eerst het meest vervuilende afvalwater op de riolering worden geloosd. De maximale hoeveelheid stikstof die geloosd mag worden via het restwater, wordt afgebouwd. Voor de stikstoflozing is de glastuinbouw voorlopig ingedeeld in

emissiegroepen. In bijvoorbeeld de groep ’Anthurium, kuipplanten en perkplanten’ geldt vanaf vorig jaar een emissienorm van 25 kg/ha/jaar. In de groep ’Phalaenopsis en overige potorchidee’ geldt vanaf 2015 een emissienorm van 200 kg/ha/jaar, en vanaf 2018 150 kg/ha/jaar.

De maximaal toegestane stikstoflozing in de boomkwekerij (uit de grond, onder glas of folie) is nog niet bekend. Tot een paar jaar geleden was de stikstoflozing in de glastuinbouw nog maar amper bekend; vanwege de lozingseisen is dat inmiddels wel zo.

De lozingseisen zijn afhankelijk van de ondergrond (doorlatend of

Ook dan is lozing toegestaan mits er gecontroleerd vrijkomende meststoffen worden gebruikt. Deze eis geldt niet bij druppelbevloeiing die is afgestemd op de teelt. Bij een doorlatende ondergrond mag potgrond dus geen Pg-mix bevatten, omdat Pg-mix niet gecontroleerd vrijkomt.

Waarschijnlijk voor het eind van dit jaar, want het Activiteitenbesluit moet uiterlijk 1 januari 2017 zijn aangepast aan de zuiveringsplicht (niet alleen in de glastuinbouw, maar in iedere sector). Er komt vermoedelijk een aparte uitwerking voor bedrijven met ondersteunend glas. Hier wordt aan gewerkt door LTO Glaskracht en de LTO Vakgroep Bomen en Vaste planten. <


Alle agrarische ondernemers hebben weer het verzoek gekregen om uiterlijk 15 mei de gecombineerde opgave 2016 elektronisch in te dienen. Via deze opgave vraagt u onder andere uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling aan. Nieuw is dat je pas in aanmerking komt voor uitbetaling als de landbouwactiviteit de hoofdactiviteit van uw onderneming is. RVO toetst dit aan de hand van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De eerstgenoemde activiteit dient dan een SBI-code te hebben startend met 011, 012, 013, 104, 015 of 016. Als de hoofdactiviteit niet juist staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, kunt u dit aanpassen via het Kamer van Koophandel-formulier 18 aanvulling. De Kamer van Koophandel geeft deze wijziging rechtstreeks door aan RVO. Heeft uw onderneming een andere hoofdactiviteit, dan komt u alleen in aanmerking voor uitbetaling indien u via een accountantsverklaring kunt aantonen dat u, of minimaal een derde van uw totale inkomsten uit de landbouwactiviteiten voortvloeien of dat het jaarlijkse bedrag aan rechtstreekse betalingen minimaal 5%

bedraagt van uw inkomsten uit nietlandbouwactiviteiten. Onder inkomsten wordt in dit geval verstaan de behaalde omzetten inclusief omzetbelasting en alle privé-inkomsten van de ondernemers behaald in het meest recente belastingjaar. Wilt u hiervan gebruikmaken, dan geeft u in de gecombineerde opgave aan dat u uiterlijk 15 mei de ’accountantsverklaring’ via mijn.rvo.nl zult insturen.

Kijk ook even na of u in 2014 grond van derden heeft gehuurd met een zogenaamde ’private overeenkomst’. De betalingsrechten gaan namelijk automatisch terug naar de eigenaar van de grond. Heeft u dit jaar deze gronden weer in gebruik, dan kan de eigenaar de rechten weer aan u verhuren. Hij dient dit dan via mijn.rvo.nl elektronisch over te dragen aan u. De overdracht is pas definitief als de eigenaar en u beiden het formulier met behulp van een TAN-code hebben ondertekend. Ook dit dient uiterlijk plaats te vinden op 15 mei. Vergeet niet, als u op of na 1 januari

2011 voor het eerst met een landbouwbedrijf bent gestart en in het eerste jaar van aanvraag geen 41 jaar was, te verzoeken om uitbetaling van de extra betaling jonge landbouwers. U ontvangt dan circa €50 per ha voor maximaal 90 ha. Treedt uw zoon of dochter dit jaar toe tot de maatschap en voldoet hij/zij aan de voorwaarden van een jonge landbouwer, zorg er dan voor dat de inschrijving bij de Kamer van Koophandel uiterlijk 15 mei plaatsvindt en dat de maatschap­ akte uiterlijk 9 juni is ondertekend. Omdat bedragen lager of gelijk aan €500 niet uitbetaald worden, is bij bedrijven met een klein areaal (tot ongeveer 3,25 ha) het risico aanwezig dat ze hun rechten verliezen. In deze situatie heeft u namelijk zowel in 2015 als in 2016 geen recht op uitbetaling en als rechten twee jaar niet benut worden, vervallen ze. Dit kunt u eventueel voorkomen door de betreffende rechten te verhuren aan een grotere collega. U kunt de rechten verhuren zonder grond. Het is overigens aan te raden om de Gecombineerde opgave door uw adviseur na te laten kijken. Twee zien meer dan één. <


Chrysosplenium is een geslacht van wintergroene bodembedekkende vaste planten. Er zijn zo’n 60 soorten die voornamelijk voorkomen in Europa (5), Noordoost-Azië en Noord-Amerika. De naam Chrysosplenium is afgeleid van het Griekse ’chrysos’, wat goud betekent en ’splen’, wat milt betekent. In de signatuurleer denkt men dat als een plantendeel de vorm van een bepaald orgaan heeft, deze plant tegen aandoeningen aan dit orgaan werkt. In de gele bloemen en de bladvorm zag men vroeger gelijkenis met de milt, wat de wetenschappelijke naam dus verklaart. Officieel heet Chrysosplenium in het Nederlands goudveil. Het woord ’veil’ betekent ’op klimop gelijkend’, waarbij verwezen wordt naar de bodembedekkende groeiwijze. Het heeft dus niets met goudvijlsel te maken. De twee in Nederland voorkomende soorten zijn C. alternifolium en C. oppositifolium. Zoals de naam al doet vermoeden heeft eerstgenoemde de blaadjes verspreid langs de twijgjes staan terwijl bij C. oppositifolium de blaadjes steeds tegenover elkaar staan. De bladeren van C. alternifolium zijn rond met een grof gekartelde rand. Bij C. oppositifolium zijn de bladeren onduidelijker en ondieper gekarteld. Beide soorten groeien 5-15 cm hoog en bloeien geelachtig met groengele schutblaadjes. De bloeitijd is van (eind) maart tot in mei. Ze komen voornamelijk in (Zuid-)Limburg voor en ook daar zijn ze zeldzaam. Vanuit Azië zijn verschillende interessante soorten inmiddels op (zeer) kleine schaal in cultuur gebracht. C. davidianum, Chinees goudveil, komt voor in WestChina. De behaarde blaadjes staan tegenover elkaar aan de tot 10 cm hoge stengeltjes. De bloemetjes zijn geelgroen en omgeven door helder groengele schutbladen die in april en mei meerdere weken aanblijven en zo de plant kleur geven.

De bladeren van een andere potentieel breder bruikbare soort, C. macrophyllum, lijken meer op een Bergenia dan op de andere Chrysosplenium soorten. Het is een vroegbloeiende soort waarvan de bloemen openen van februari tot in april. De bloemen zijn crème tot groenwit met roze meeldraden. Ze zijn omgeven door witgrijze schutbladen. C. macrophyllum is met een hoogte van circa 25 cm hoger dan de andere soorten, maar nog wel bodembedekkend. Ook deze soort komt voor in West-China. De Japanse C. japonicum heeft eironde tot driehoekige, getande blaadjes en groengele bloemen met heldergele schutblaadjes. Over het algemeen zijn het gemakkelijk groeiende planten die houden van een vochtige tot zelfs natte plek in voedzame grond. Door het bodembedekkende, vaak zodenvormende karakter zijn ze goed geschikt om langs stroompjes of vijverranden te planten. Plant Chrysosplenium niet in de volle zon. De planten gedijen het beste in de halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder transparante boomkronen. De planten kunnen door delen worden vermeerderd. Alle hier genoemde soorten zijn voldoende winterhard in het Nederlandse klimaat. <


Altijd actueel vraag & aanbod op de slimste bomensite van Nederland! Meld u aan en vergroot uw verkoopkansen Volg Treecommerce nu ook via twitter: @Treecommerce www.treecommerce.com

Hulpstoffen voor gewasbescherming Hasten, Elasto G5 en Atplus verbeteren de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen en groeiremmers SURfaPLUS BV, Wageningen tel: 0317-451217 e-mail: info@surfaplus.com www.surfaplus.com/trading


Compleet in teeltvloeren Telefoon: 0182 - 351144 • Bergambacht info@houdijkdenboer.nl • www.houdijkdenboer.nl

Voor AL uw boomkwekerijbenodigdheden: • Kluitmaterialen • Tonkinstokken • Bindmaterialen • Gewasbeschermingsmiddelen • etc. etc. Tielsestraat 95 Hoofddealer van: 4041 CS Kesteren tel: 0488 – 483275 fax: 0488 – 482895 info@agrodearend.nl www.agrodearend.nl www.felco.com

+ '( %$..(5

DE PARTNER met visie voor de kweker!

( ;3(57,6(%85($8

VDH Foliekassen BV Specifieke boomkwekerij schade-expertise bij: • schade aan plantopstanden • schaderegeling • onteigening • planschade • LRGD geregistreerd deskundige • NIVRÉ Register-Expert • Lid N.V.A.E. • Tevens uitgave Prijzenregister Boomkwekerijproducten De Akker 100, 2743 DP Waddinxveen bakkerexpertise@planet.nl

www.bakkerexpertise.nl

Tel: 0031 (0) 172 2359 90 Fax: 0031 (0) 172 2359 95 Mail: info@foliekassen.com Web: www.foliekassen.com Frankrijklaan 9 2391 PX Hazerswoude-dorp (NL)


„Het bedrijf nog niet, maar ik wel. Drones zijn een hobby van me. Je hebt al een goede drone voor €1.000. Ik heb nu de Phantom 3, met een camera erop. Daarmee heb ik vorig jaar van bovenaf al een filmpje gemaakt van Expo TCO. Ook heb ik ermee over ons bedrijf gevlogen, om klanten ons sortiment te laten zien, het kluiten of het verladen. Dat vinden ze geweldig.”

„Haarscherp, zo accuraat. Met een drone kun je 3D-beelden maken die nog gedetailleerder zijn dan beelden van Google Maps. Google Maps is ook niet actueel, de meest recente beelden zijn van 2006-2009. De nieuwste Phantom 4 kan dwars door een bos vliegen. Dat kan dus ook tussen rijen laanbomen. Er is ook net een nieuwe infraroodcamera uit die dwars door een gewas kan kijken.”

„Percelen in beeld brengen, bijvoorbeeld voor de meitelling. Dat ga ik dit jaar zeker doen, met een aparte laag in de software van AutoCAD. Op 3D-beelden kun je bijvoorbeeld ziektebeelden herkennen. In China vliegen ze al met spuitdrones over theevelden. Stel dat je met een drone meeldauw van bovenaf kunt zien; bij bomen met rood blad als referentie zou dat al goed mogelijk zijn. Dan kun je een drone ook heel gericht laten spuiten. Met een drone kun je ook de vochtigheidsgraad en de bemestingstoestand van de grond in beeld brengen. Zie je gewassen met een achterstand in de groei, dan kun je via gps-waarden een gerichte bladbemesting uitvoeren. Je kunt ook alleen de bladmassa checken, dat meet je het mooist van bovenaf. Er is ook al een drone die bosplantsoen kan uitzaaien. Er is zoveel mogelijk met drones.”

„Ja, dat kan met een opstelling van drie camera’s en de boom in het midden. Met een combinatie van een drone en een app op je smartphone, kun je van elke boom een 3D-beeld maken en vervolgens de omtrek bepalen. Ik geloof steeds meer in het bij elkaar brengen van bestaande technieken. Dat wordt ook steeds goedkoper, kijk bijvoorbeeld maar naar 3D-printers die nu op de markt zijn. Ik zie zelfs een koppeling met snoeien. Op basis van de

3D-beelden kun je per boom vanachter de pc een snoeiplan maken. Vervolgens kan de snoeimachine met dit plan in de kwekerij de bomen volautomatisch snoeien.”

„Feitelijk wel. Er is wel een prototype van de automatische diktemeter, en vanuit Huverba waren we nauw betrokken bij de ontwikkeling. Maar met een drone kun je nog makkelijker de dikte meten. Daarmee kunnen we ook heel veel werk uitsparen. Bij ons zijn vijftien man een week of vier, vijf bezig met het centimeterbandje. Al die data moeten daarna nog verwerkt worden in ons automatiseringssysteem – en alles wat je handmatig doet, geeft nu eenmaal kans op fouten. Een drone kun je ook elk moment door de bomen laten vliegen. Dan kun je een nog beter beeld krijgen van de diktegroei. Maar het is altijd wel wenselijk om bomen zelf te bekijken, je moet ook een gevoel hebben bij de groei.”

„Klanten kunnen op afstand de bomen zien, en ook uitzoeken. Stel een architect zit in een ver buitenland, en hij wil een bepaalde boom in een bepaalde dikte hebben, dan kan hij dat vanachter zijn pc of tablet doen. Ik weet zeker dat dit gaat gebeuren. Klanten vinden het al steeds belangrijker als je een logboek bijhoudt over je bomen. Wanneer zijn die bijvoorbeeld gespoten, met welk middel? Ik geloof dan ook dat er standaard transponders in bomen komen; die chips worden steeds kleiner en ook betaalbaar. Dan koppel je het fysieke logboek aan het digitale 3D-beeld van de boom. Dat heeft echt meerwaarde, want klanten kunnen zelf het logboek bijhouden na aanplant. Alle historie is dan traceerbaar. Dit zie ik ook voor me: je loopt met je smartphone of tablet langs de boom, en je kunt op je scherm direct zien of de boom is gecontroleerd op bijvoorbeeld bacterievuur.”

„We gebruiken veertien tablets om de actuele voorraad en het orderproces inzichtelijk te maken. Ook gebruiken we de tablets als camera. Er was iets kapot aan een rooier, waarna we het via FaceTime konden verhelpen. In het begin werd er wel sceptisch tegen de tablets aan


gekeken, maar nu nemen medewerkers ze ’s ochtends standaard mee, net als een snoeischaar. Er zitten hele goede hoezen omheen, zodat ze tegen stootjes op de kwekerij kunnen. Ze zijn nu onmisbaar in ons bedrijfsproces.”

„We gaan orders verwerken via onze tablets. Bij binnenkomst wordt een order op kleur beoordeeld: rood is spoed, oranje is rap, groen kan later. De kluitploeg kan dan klantspecifieker werken. De ophaalploeg ziet na het kluiten op de iPad welke bomen de status ’gerooid’ heb-

ben. Die ploeg kan dan alvast naar het perceel toe rijden, en bepalen wat de volgorde is in de vrachtwagen. Al die informatie ziet ook de verlaadploeg op de iPad, en ook weer het kantoor. Dat zorgt voor discipline, meer rust, en geen tijdverlies.”

„Daar daag je mij mee uit, want zo’n koppeling is er nog niet. Met de nieuwste technologie geef je jonge medewerkers hoe dan ook uitdagingen. Dan wordt het werken in onze sector in de toekomst weer sexy.” <


„Horeca is veel belangrijker dan veel tuincentrumondernemers denken”, zegt Peggy Leurs, eigenaar van Tuincentrum Leurs in Venlo. Dit voorjaar werd Tuincafé Leurs heropend waarmee het aantal zitplaatsen van 200 naar 300 is gegaan. Leurs verwacht dat het nieuwe Tuincafé op termijn voor 20% van de tuincentrumomzet gaat zorgen. En groen? „Wij verwachten dit jaar 25% te groeien in groenomzet. Van de mensen die bij ons binnenkomen heeft 70% nog geen idee wat ze gaan kopen. Sommigen komen alleen koffiedrinken en gaan toch met groen de deur uit.” <


Taxuskever komt niet alleen in coniferen voor, maar ook in heesters als Skimmia, Photinia en Hedera en allerlei vaste planten, waarschuwt René van Gastel van GroeiBalans. Bovendien moeten kwekers volgens hem jaarrond alert zijn in zowel container als vollegrondsteelten. „Het is een boomkwekerijbreed probleem.” Kweker Louis van den Broek bevestigt dit. „Een vollegrondperceel met Taxus hielden we consequent in de gaten waarna we verrast werden toen juist de buurplanten, Juniperus scopulorum ’Blue Arrow’, werden aangetast.” Hij bevestigt dat door de zachte winters larven soms nog in de winter worden aangetroffen. Bij planten in de volle grond benadrukt Van Gastel het belang van een goede bodemstructuur, goede bemesting en een goede bodembiologie. Natuurlijke schimmels komen in contact met de larve of kever en groeien in, bij de kevers voornamelijk in de gewrichten. „Deze schimmels zijn ook te vinden in commerciële middelen. Metarhizium anisopliae bijvoorbeeld zit in Bio 1020 van Bayer.” Belangrijk vindt Van Gastel ook dat het kwekerijpersoneel larve, kever en vraat goed herkent. De larve wordt soms verward met de engerling. „De larve van de taxuskever heeft echter geen pootjes.” En soms is er verwarring met de larve van de rozenkever of de roestbruine sprietkever. „In groten getale zijn deze schadelijk, maar minder.”

Bij planten in container gelden andere aandachtspunten. Van Gastel: „Oude hoeken met overjarige planten zijn kwetsbaar.” Een rondlopende kever legt al gauw zo’n 500 eitjes, dus blijf ook de wortelkluit checken op larven. De perceelranden vragen ook aandacht. Bijvoorbeeld als deze zijn aangeplant met Pachysandra om van te stekken. „Voor taxuskevers een ideale plek om in te vertoeven.” Hetzelfde geldt voor aangeplante plantenbakken bij parkeerplaats en kantoor, en voor buurtuinen. „Controleer ook altijd aangekocht plantgoed van andere kwekerijen.” Steward was een goed werkend bestrijdingsmiddel, momenteel alleen nog toegelaten bij consumptiegewassen

als bes en druif. „Het was een perfect vraatmiddel. Overdag spuiten met hechter erbij en binnen een paar dagen lag de kever op zijn rug.” Calypso is onder voorwaarden nog toegelaten, drie bespuitingen op jaarbasis. „Dat werkt maar 50-60%, met Steward ernaast was het een ideale combinatie.” Er is een aanvraag voor een nieuw middel gaande, een contactmiddel wat betekent dat dit ’s avonds gespoten moet worden. Van Gastel is hier niet zo enthousiast over omdat hiermee onder andere ook natuurlijke vijanden als lieveheerbeestjes en roofwantsen worden gedood. Met het wegvallen van Steward is kweker John van Gestel niet echt blij. „Zonder Steward is de kever moeilijk te onderdrukken.” Hij staat open voor alternatieven, maar merkt dat veel producten nog in de probeerfase zitten. Preventief pakt hij de kevers aan met het mengen van Bio 1020 door compost. Overtuigd dat dit de ideale aanpak is, is hij nog niet. Van Gastel vindt het zeker raadzaam om bij aantastingen Bio 1020 door de potgrond of compost te mengen. Bij compost adviseert hij de sporen te vermengen, dit twee weken in een donkere ruimte te laten groeien en in die periode één of twee keer om te zetten.


Van Gastel heeft ook goede ervaring met compostthee met daarin een schimmel die specifiek op de larven en kevers werkt. Vooral bruikbaar in de volle grond, maar ook in de moerhoeken bij stekbedrijven. „Iedere maand een keer spuiten, onderdrukt de kever en maakt de plant sterker.” Tonnie Leeijen van IBN Kwekerij Uden gebruikt compostthee. Het product wordt via de bovenberegening verspreid. Het gaat om Fytaforce van Soiltech, een kanten-klaar product met de goede schimmels zoals Bio 1020. Behalve dat de compostthee planten weerbaarder maakt, drukt het de risico’s op taxuskever. „We gebruiken daardoor minder chemische middelen.” In de snelle teelt van stekken heeft hij weinig keverproblemen, de moerhoek vraagt meer aandacht. Daarom zijn er plannen om daar compost te gaan gebruiken waarin ook Bio1020 zit. Aaltjes zijn een andere mogelijkheid. Van Gastel: „Die hebben hun dienst bewezen. Er zijn verschillende soorten met goede resultaten, vaak is een combinatie het beste.” Hij doelt op aaltjes die werken bij 5°C tot 8°C, met 60% resultaat, en aaltjes die boven de 12°C juist het effectiefst zijn. Liefst te gebruiken in combinatie met andere produc-

ten zoals wortelstimulerende middelen. Bij Anton Buitenhuis is er incidenteel wel eens sprake geweest van met eitjes vervuilde stek. De aaltjes die toen werden ingezet, zorgden voor de oplossing. „Ook wij kweken stekplanten, een korte teelt die weinig problemen geeft.” Overschotten wil hij zoveel mogelijk voorkomen. „Dat vergroot de kans op problemen.” Van de Broek maakt eveneens gebruik van aaltjes. In de zomer, bij hoge bodemtemperaturen, gaat dat redelijk goed. Bij koude temperaturen is de werking minder en zijn de kosten twee maal hoger. Voor een meer biologische aanpak staat hij open. „Er moet iets komen wat werkt want als je het probleem niet meteen aanpakt, gaat het van kwaad naar erger.” <


Bij kopen en huren van grond hebben kwekers meer concurrentie van boeren, of van elkaar in boomteeltcentra. Daarnaast is veel grond ongeschikt vanwege een slechte structuur. Redenen om nog zuiniger om te springen met de grond die u wel kunt gebruiken. Veel percelen zijn echter besmet met aaltjes; vrijwel altijd is dan Pratylenchus penetrans (P.p.) ofwel het wortellesieaaltje genoemd. De aaltjesdruk neemt verder toe, onder andere door het intensieve gebruik van percelen, en ook door het vaker toepassen van dezelfde gewassen op een perceel. Meestal wordt de grond zelf ook besmet, omdat kwekers simpelweg materiaal opplanten dat al aaltjes bevat. Tevens wordt vaak met machines van perceel naar perceel gereden, zonder deze deugdelijk zuiver te maken. Ga dus zeker niet van een besmet perceel naar een ander perceel, bijvoorbeeld met een spitmachine die nog vol grond zit. Verzeker je ervan dat plantmateriaal dat je opzet, niet besmet is met schadelijke aaltjes. Kijk eveneens naar de gevoeligheid van de gewassen: als een perceel licht besmet is, kunt u beter geen gewassen planten die zeker last hebben van aaltjes. Vooral in de bladverliezende Prunus-soorten is de meeste schade te zien. Bij een zware aantasting reduceert de groei tot wel 90%. Ook op zeer

veel land- en tuinbouwgewassen vermenigvuldigt P.p. zich. Daarnaast vermeerderen veel groenbemesters P.p.: Engels raaigras, soedangras, Phacelia en gele mosterd kunnen de P.p.-populatie sterk laten toenemen. Veel chemische middelen die P.p. bestreden zijn niet meer toegelaten. Aldicarb was vroeger het redmiddel, maar heeft geen toelating meer. Ook middelen met een nevenwerking zijn verdwenen. Ontsmetting met metamnatrium is vrijwel niet meer uitvoerbaar.

Met een teelt van afrikanen is een P.p.probleem zeer goed op te lossen. Hiervoor moet Tagetes 100 dagen op het veld groeien. Zorg ervoor dat u vooraf de grond goed hebt bewerkt, zodat onder andere een storende laag is doorbroken. Zorg er ook voor dat er zo weinig mogelijk onkruid staat, anders kan P.p. hierop overleven. Dit is te bestrijden met fenmedifam, Kerb, Goltix en linuron. Tagetes Ground Control is de beste aaltjesbestrijder en zorgt bovendien voor veel organische stof. Laat 5 kg/ha zaaien en zorg daarna voor voldoende beregening. Tageteszaad blijft kleven, daarom moet het gezaaid worden met een machine met roermechanisme. <


Indien nog niet gebeurd: controleer en reinig de beregening, check of alles goed werkt en of de verdeling nog goed is. Kijk ook of het mogelijk is om het gronddoek schoon te maken. Belangrijk is dat alle plantenresten, gronddeeltjes en eventueel onkruid van het doek zijn verwijderd. Vaak volstaat het schoonspuiten met water, maar in het geval van groene aanslag kan ook gebruik worden gemaakt van een middel als Jet 5. Wacht ook niet te lang om het onkruid op/in de betonpaden te bestrijden. Voorkom dat dit kan gaan zaaien en direct weer zorgt voor een nieuwe besmetting op het schoongemaakte veld. Plaats restpartijen of planten die in komende periode worden uitgeleverd bij elkaar, het liefst niet direct naast vers opgepot. Maai ze indien gewenst terug en kijk of het nodig is om nog wat extra bij te mesten. Het heeft de voorkeur om bij deze partijen een meststof over het gewas te strooien. Als een snel effect wenselijk is, kan gekozen worden voor bijvoorbeeld nitrophoska. Indien het vooral belangrijk is dat de planten op kleur blijven, kunt u kiezen voor gecoate meststof (zoals

Osmocote Mini) of een organische meststof (bijvoorbeeld DCM Mix) of eventueel een sporenmix. Blijf zeer kritisch bij partijen met veel onkruid op de potten. Schoon plukken is lastig en tijdrovend en heeft een tijdelijk effect. Visueel is het schoon, maar doordat het onkruid vaak al gezaaid heeft, staan de potten na twee tot drie weken weer vol onkruid. Deze potten zijn niet gewenst bij klanten of collegaâ&#x20AC;&#x2122;s. Als potten worden hergebruikt, zorg dan ook altijd dat deze zijn gereinigd en/of ontsmet. Geef ook voldoende aandacht aan de vers opgepotte planten. De meeste planten zijn nog weinig gewend en hebben zeer gevoelig blad. Vooral bij wind uit het oosten/noorden in combinatie met een hoge instraling kan makkelijk verbranding ontstaan. Probeer altijd voldoende afgeharde planten te potten en help de planten direct na oppotten eventueel met een fleece-doek of een verdampingsremmer (bijvoorbeeld WiltPruf). Zorg dat de potten voldoende vochtig zijn en maak eventueel een beter klimaat door af en toe kort te beregenen. <

Sencor heeft een werking tegen eenjarige grassen en tegen tweezaadlobbige onkruiden, via contactwerking en ook als bodemherbicide. Het middel heeft metribuzin als werkzame stof en het mag een keer per jaar toegepast worden in een dosering van 0,75 l/ha. Indien u gebruikmaakt van een laag doseringsysteem, mag het middel drie keer per jaar toegepast worden met een dosering van maximaal 0,25 l/ha. Behalve in vruchtbomen is het middel ook toegelaten in bosen haagplantsoen, en tegen knolcyperus op onbeteelde grond. Toepassing gebeurt met een machinaal voortgetrokken veldspuit. In verband met schadelijk effecten op de gezondheid wordt een toepassing met de handspuit afgeraden. Bij het bespuiten dient u 75% driftreducerende doppen te gebruiken. In het verleden zijn proeven met Sencor uitgevoerd tussen appelbomen. Hierbij kon geen gewasschade worden waargenomen. Het is toch belangrijk om goed het wettelijk gebruiksetiket te lezen en vooraf een proefbespuiting uit te voeren. Met Sencor heeft de vruchtboomteelt we-

derom een aanvulling op het middelenpakket. Eerder was immers Dual Gold toegelaten in de tweejarige teelt. Dual Gold (werkzame stof s-metolachloor) mag twee keer per jaar worden toegepast met een maximum dosering van 1,5 l/ha. Het etiket vermeldt een bodemgerichte bespuiting die voorkomt dat de stam en het blad niet geraakt worden. Bij toepassing van Dual Gold moet u 90% driftreducerende doppen gebruiken indien percelen gelegen zijn aan oppervlaktewater. Gebruik bij andere percelen 50% driftreducerende doppen. Het middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Dual Gold werkt tegen grassen (hanepoot) en het middel pakt een groot aantal tweezaadlobbige onkruiden aan. In maĂŻs is er veel ervaring mee opgedaan. In de boomkwekerij is het belangrijk om nog ervaringen op te doen. Plantaardig schuim biedt wellicht een andere optie tegen onkruid. Momenteel worden veldproeven gedaan met een praktische toepassing van dit schuim. Groot voordeel is dat het onder bijna alle weersomstandigheden toegepast kan worden en dat er geen gewasschade lijkt te zijn. <


Op de Sortimentstuin Harry van de Laar staan alle planten nog bij te komen van de winter. Her en der zijn ook wat vakken met planten gerooid. De planten in die vakken zijn vorig jaar gekeurd en beoordeeld door de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen. Nu wordt er weer ruimte gemaakt voor nieuwe gewassen die komend jaar of soms langer worden gevolgd voor een veldkeuring. Nieuw zijn de veldkeuringen van de KVBC niet, de manier waarop wordt gekeurd is wel nieuw. De planten worden gekeurd volgens een aantal vaste criteria, waarvoor punten worden gegeven. De planten staan opgeplant en worden gedurende minimaal een jaar gevolgd. Hierdoor kunnen de leden van de keuringscommissie een gedegen beeld krijgen van de plant en beoordelen of de plant naast vernieuwend ook daadwerkelijk een goede, sterke plant is. Alleen de planten die goed scoren worden bekroond met een bronzen, zilveren of zelfs gouden award. „Kwekers, handel en afnemers weten dat planten met een KVBC-Award bewezen goede planten zijn”, aldus Ronald Houtman, secretaris van de keuringscommissie van de KVBC.

In het nieuwe systeem wordt gebruik gemaakt van scorekaarten, waarop de onderdelen staan waar de plant op wordt beoordeeld. Vaste onderdelen zijn habitus, gezond-

heid, nieuwheidswaarde, onderscheidbaarheid en toepasbaarheid. Onderdelen als bloeirijkheid, bloemvorm en bloemkleur is afhankelijk van de plant. „Als je bij een conifeer dergelijke onderdelen mee laat tellen, zou hij nooit goed kunnen scoren. Bij een conifeer of andere bloeiende plant kunnen er bij loof wel meerdere aandachtspunten worden aangemerkt”, aldus Houtman. Alle criteria tellen mee, maar aan het vernieuwende karakter en de sierwaarde en toepasbaarheid hecht de KVBC veel waarde. Met name die laatste is een onderdeel dat bij de tentoonstellingskeuringen slecht te beoordelen is, terwijl de veldkeuring daar wel informatie over geeft. De reden dat de KVBC met de scorekaarten is gaan werken, is om tot een eenduidiger beoordeling te komen. De scorekaarten van de planten die een KVBC-Award hebben gekregen, worden op de site ook gepubliceerd. „Op deze manier is het voor de inzender, maar ook kwekers, handel en consument zichtbaar hoe de plant is beoordeeld”, aldus Houtman.

Jaarlijks worden er op de beurzen als Plantarium en GrootGroenPlus meer dan honderd noviteiten gekeurd door de KVBC. Veldkeuringen zijn er jaarlijks aanzienlijk minder. „Terwijl een veldkeuring natuurlijk veel meer zegt over een plant”, meent Sander van Vliet van Van Vliet New Plants. Zij hadden vorig jaar meerdere planten staan voor de veldkeuringen en ook nu liggen er een aantal planten ter beoordeling. Van Vliet plant heeft zelf een stuk op de Sortimentstuin Harry van de Laar. Hij plant daar gewassen die vernieuwend zijn en goed winterhard. „Het moeten planten zijn die geschikt zijn voor aanplanten in tuin of openbaar groen.” Vervolgens meldt hij een selectie van deze planten aan voor de veldkeuring. „Dan krijg je een bevestiging dat de plant inderdaad bewezen goed is en dat kunnen


kwekers van deze licentieplanten weer gebruiken bij hun marketing en verkoop.” Overigens stuurt Van Vliet ook planten in voor de tentoonstellingskeuringen. „Tentoonstellingskeuringen zijn weliswaar een momentopname maar ze genereren wel publiciteit.” Een afweging waar Van Vliet overigens niet alleen in staat. Ook Plantipp doet mee aan tentoonstellingskeuringen, maar ook aan veldkeuringen. „Met name echte tuinplanten en planten die hun sierwaarde hebben in een periode van het jaar dat er geen beurzen zijn, melden wij aan voor veldkeuringen”, vertelt Peter van Rijssen van Plantipp. Valkplant stuurt planten in voor de veldkeuring waarvan ze weten dat de waarde van de plant tijdens een tentoonstellingskeuring niet of niet optimaal tot zijn recht komt. „Een plant met prachtige herfstkleur of die opvalt vanwege de lange doorbloei komt met een tentoonstelling niet tot zijn recht. Een veldkeuring is daarom veel eerlijker en waardevoller dan een tentoonstellingskeuring en is voor ons de reden om een plant op het veld te laten keuren”, aldus Saskia Janssen van Valkplant. Kwekerij Esveld maakt hierin een andere keuze. Planten die ze laten keuren, worden altijd voor een veldkeuring aangeboden. Soms wordt dezelfde plant ook voor een ten-

toonstellingskeuring aangeboden. „Het voordeel van een tentoonstelling is de aandacht die je er mee krijgt, maar alleen een veldkeuring zegt echt iets over de intrinsieke kwaliteiten van een plant.”

Met een veldkeuring willen inzenders laten zien dat ze een goede ’tuinplant’ hebben: een plant die winterhard en sterk is, en meerdere jaren goed terug blijft komen. Gebruiken ze de informatie van de veldkeuring dan ook daadwerkelijk om dit uit te dragen? Niet of te weinig, blijkt uit navraag bij de inzenders. Van Vliet informeert de kwekers van de betreffende soort wel over de award. „Maar eigenlijk zouden we er meer mee moeten doen”, meent Van Vliet. Ook Van Gelderen meent dat hij er meer uit kan halen. „Ik roep wel dat Prunus nipponica ’Felice’ een KVBC-Award heeft. Maar ik zou daar eigenlijk meer de aandacht op mogen vestigen.” Inzenders hopen dat de KVBC-Award op termijn meer een begrip wordt. „Het zou mooi zijn als bijvoorbeeld een Groen-Direkt de KVBC-Award gebruikt om klanten te wijzen op planten die het goed doen in de tuin”, meent Van Rijssen. <


STEKBEDRIJF G VAN DER LOO BV

Gewortelde stek: Heesters, Coniferen en Siergrassen in pluggen Hooghoutseweg 27, 5074 NA Biezenmortel tel: 0411-643094 fax: 0411-643597 e-mail: infovdloo@stekbedrijf.com

www.stekbedrijf.com

Aangeboden

De Waal Stek Hoeve 25 6851EP Huissen Tel. 06-55322725 www.waalstek.nl

Beworteld Buxus Sempervirens stek 2/cup 160 gaats tray Bossig en gezond, grote en kleine aantallen geen probleem.


hebe thuj a

buxus erus junip mus euony

Smidstraat 1, 6691 ES Gendt, Nederland www.wilbertstek.nl

aris aecyp cham ilis b o n s lauru la u d n lava psis thujo

prun us rosm arin us thym us taxu s ilex


TSD introduceerde afgelopen jaar als pilot TreeCommerce messenger. Deze pilot moet leiden tot minder handelingen voor boomkwekers en afnemers bij hun onderlinge handel. TreeCommerce Messenger is volgens Koster een logisch vervolg op het door TSD ontwikkelde vraagen aanbodsysteem TreeCommerce. „Speerpunt van TreeCommerce Messenger is om een slim alternatief te bieden voor het tijdrovende en ook dubbele handmatige invoerwerk. Nu worden veel orderregels door kwekers of afnemers nog meerdere keren ingetikt en daarin is nog veel winst te behalen”, aldus Koster manager sales en service van TSD. Het bedrijf startte om die reden begin 2015 een pilot met vier handelaren en een aantal kwekers die al actief zaken met elkaar deden en

gemotiveerd waren om meer digitaal met elkaar te communiceren. Insteek daarbij was om aanbodregels van kwekers te gebruiken als orderregel bij bestelling door een afnemer. „Al snel bleek dat we met TreeCommerce Messenger bij de deelnemers een juiste snaar hadden geraakt. Het programma werkte makkelijk en leverde deelnemers al snel tijdwinst op.” In eerste instantie werd door TSD ingezet op introductie vlak voor de najaarsbeurzen van vorig jaar, maar dat tijdstip werd opgeschoven naar januari van dit jaar. Bij deelnemers moest met name bij een volledige integratie met WinTree-software het een en ander qua techniek worden ingericht en voorbereid en dat kostte tijd. De feedback van deelnemers en de verwerking hiervan duurde daardoor uiteindelijk langer dan in eerste instantie werd aangenomen.

Koster merkte vorig najaar al dat er steeds meer interesse kwam in de pilot en en eind maart stond de teller al op zo’n zestig deelnemende bedrijven. Kwekers konden daarbij volgens Koster het snelst van start. Bij hen draait het met name om het invoeren van een actuele voorraadlijst en productfoto’s. Maar bij afnemers moest binnen het systeem een oplossing worden gezocht voor de diversiteit aan maten binnen de boomkwekerij. En dan met name aan het koppelen van de maten die door een afnemer worden gebruikt, aan de maten die door een kweker worden gehanteerd. De gevonden oplossing kost deelnemers in eerste instantie tijd, maar volgens Koster merken gebruikers dat ze deze weer snel terug verdienen. In februari-maart werden wekelijks zo’n zeshonderd berichten via TreeCommerce Messenger verstuurd en Koster verwacht hiervan een verdere toename. <


De cash-and-carry’s van Landgard trekken jaarlijks zo’n 50.000 klanten: onder andere bloemisten, tuincentra, groothandelaren, hoveniersbedrijven en ’Friedhofsgärtner’. „De cash-andcarry’s zijn goed voor ongeveer een vierde van de totale bloemen- en plantenomzet van Landgard”, zegt Dirk Bader, directeur Landgard Blumen & Pflanzen GmbH. „Deze marktplaatsen bieden een compleet sortiment voor de vakhandel: onder andere boomkwekerijproducten, kamer- en perkplanten en bloemisterijartikelen.” Voor diverse Nederlandse kwekers zijn de cash-and-carry’s van Landgard een belangrijk afzetkanaal. „Heeft een ondernemer - lid of geen lid - belangstelling, dan kan hij zich melden bij de bedrijfsleider van een cash-and-carry of bij de eindverantwoordelijke binnen Landgard”, zegt Bader. „Een speciaal overlegorgaan beslist dan of de producten van het betreffende bedrijf een aanvulling zijn op het aanbod en of de kweker in aanmerking komt als leverancier. Vaak vindt ook nog een bedrijfs-

bezoek plaats. Wanneer wordt besloten dat een kweker kan leveren, moet hij - als dat nog niet het geval is - lid worden van Landgard.” Bij de cash-and-carry’s is sprake van commissiehandel: de producten blijven eigendom van de kweker totdat deze in de cash-and-carry worden verkocht. „Naast de vaste le-

veranciers, koopt de ’Zentraleinkauf’ van Landgard nog producten in voor de cash-and-carry’s. Dit is echter slechts een beperkt aandeel.”

De meerwaarde van de cash-andcarry’s schuilt volgens Bader vooral

>


naar meerdere cash-and-carry’s gebracht. Als ’profs die voor profs werken’ hechten we waarde aan een goede en strakke organisatie.”

in het feit dat sprake is van one-stopshopping: kopers kunnen op één locatie terecht voor een totaalpakket aan groenproducten en snijbloemen. „En de logistiek is zo ingericht dat de producten van elke plek in Europa binnen enkele uren naar een cashand-carry kunnen worden gebracht. Hierdoor kunnen we topkwaliteit bieden. Kwekers leveren hun producten direct bij de cash-and-carry of bij een Rundverkehr-locatie. Op de Rundverkehr-locaties worden producten verzameld en van hieruit

Hoe ervaren kwekers het leveren aan Landgard? Waarom kiezen zij voor dit afzetkanaal? Geert Baltussen uit Wanroij verkoopt 90% van zijn Buxus, Ilex en Taxus via de cash-and-carry’s van Landgard. Leveren aan deze marktplaatsen is volgens de kweker behoorlijk bewerkelijk. „Meestal moeten kleine aantallen worden geleverd. De voorbereidingen op kantoor kosten per vrachtwagen gemiddeld negen uur”, zegt Baltussen. Kwekers moeten de diverse cashand-carry’s telefonisch of via e-mail op de hoogte stellen van hun productaanbod. Via het BLUCom-computersysteem van Landgard kunnen kwekers zien hoeveel van de eigen producten nog op de diverse cashand-carry’s staan. „Op basis hiervan, en na overleg met de cash-and-carrymedewerkers, bepalen we wat en hoeveel er wordt geleverd”, zegt Danny de Bruin van De Jong Plant BV in Boskoop. „Contact onderhouden met alle afzonderlijke cash-andcarry’s - wij beleveren er een stuk of 25 - is behoorlijk intensief. Gemiddeld rijden we vier tot vijf keer per

week naar de verzamelplaats in Lüllingen; dat is een must om snel te kunnen inspelen op de aanvragen van de cash-and-carry’s. Van hieruit verzorgt Landgard het verdere transport, naar de afzonderlijke cash-andcarry’s.” Volgens De Bruin is het grote voordeel dat via de Landgard-cash-andcarry’s veel kleine verkooppunten kunnen worden beleverd. „Individuele Duitse tuincentra en bloemisten zijn anders moeilijk te bereiken. Voor ons zijn de cash-and-carry’s een prima verkoopkanaal; vandaar dat wij hier al jarenlang een breed assortiment hortensia leveren.”

Leveren aan de cash-and-carry’s brengt volgens kwekers de nodige risico’s met zich mee. Zo komen producten die niet worden verkocht retour kweker. „Gemiddeld komt 10 tot 15% van alle producten terug”, geeft Baltussen aan. „Hiervan kan ongeveer een derde alsnog worden geleverd, een derde zetten we terug in de grond en een derde moet worden weggegooid. Gemiddeld genomen worden de planten op de cash-and-carry’s wel goed verzorgd. We gaan regelmatig kijken hoe de producten erbij staan, daarbij is het onderhouden van de contacten


belangrijk voor de verkoop.” Paul Sneijers van Boomkwekerij Sneijers uit Beek en Donk levert onder andere een deel van zijn bodembedekkers aan de cash-andcarry’s van Landgard. „We proberen de retouren te beperken door niet te grote partijen van goede kwaliteit neer te zetten. Een cash-and-carry is zeker geen dumpplaats, waar je alles kwijt kunt! Daarnaast zetten wij hier alleen de ’hardlopers’ in ons sortiment, die dus ook een hoge omloopsnelheid hebben, neer. Apartere soorten leveren we op verzoek, maar kopers op de cash-and-carry’s zijn over het algemeen vrij behoudend.”

Over de verkochte producten betalen kwekers - afhankelijk van of ze alles via Landgard verkopen of niet - 10,5 tot 15,5% commissie, voor de productverzorging en de verkoop. „Daarbovenop komen nog de transportkosten van het rondverkeer en die van handling van de karren”, zegt Baltussen. „Behalve de commissie komen ook de transportkosten voor rekening van de kwekers. Daarnaast vergt het BLUCom-computersysteem een investering van enkele duizenden euro’s. Je kunt de voorraden ook opvragen bij de cash-and-carry’s, maar dat is in de praktijk niet handig en behoorlijk tijdrovend.”

Deze kosten en het feit dat een deel van de producten retour komt, verrekenen de meeste kwekers in de prijs. „Je kunt je prijs zelf bepalen, maar je moet natuurlijk wel zorgen dat je jezelf niet uit de markt prijst; in iedere productgroep zijn namelijk vier tot vijf aanbieders”, zegt Baltussen. „Is je product te duur, dan bestaat de kans dat dit niet wordt verkocht. Maar om alle risico’s te dekken, staat een product dat normaal gesproken voor een tientje weggaat toch al snel voor een euro of veertien bij de cash-and-carry.”

Uit de reacties van kwekers blijkt dat ook de cultuurverschillen tussen Nederland en Duitsland soms parten spelen. „Bij Landgard is, zoals bij veel Duitse bedrijven, sprake van een hiërarchische structuur”, zegt Eric Kessels, inkoper bij Arie Bouman Planten. Het handelsbedrijf uit Wijk en Aalburg levert bij Landgard zowel via bemiddeling als aan de cashand-carry’s. „Daarbij gaat het allemaal langzamer, ook is men minder flexibel. Ik weet inmiddels bij wie ik moet zijn en hoe ik dingen voor elkaar moet krijgen, anders is het niet te doen. Nieuwe kwekers zullen ongetwijfeld af en toe met de handen in het haar zitten.” Sommige kwekers storen zich aan

het feit dat Landgard volgens hen op bepaalde momenten producten voor de klok inkoopt, die dan in de cashand-carry’s worden gezet. Landgard geeft echter aan dat alleen elders wordt ingekocht wanneer de ’cashand-carry-kwekers’ een bepaald product niet of onvoldoende kunnen leveren. „De structuur en cultuur van Landgard zijn de laatste jaren wel opener geworden”, zegt Geert Baltussen. „Sinds kort zijn er bijvoorbeeld regionale ledenraden, waaronder een in Nederland. Deze mogen meedenken over het beleid en de koers van Landgard. Men staat meer open voor kritiek en suggesties van buiten; een grote vooruitgang.”

Het beleveren van de cash-andcarry’s van Landgard vergt tijd, aandacht en energie; Baltussen noemt het zelfs topsport. „Bij het leveren aan cash-and-carry’s moet je er continu bovenop zitten en kosten en opbrengsten in balans houden. En dagelijks moet je de voorraden in het BLUCom-systeem checken, zodat je actie kunt ondernemen wanneer de voorraden te zeer krimpen. Als een cash-and-carry-markt telefonisch contact opneemt, ben je eigenlijk al te laat. In de loop der jaren heb ik wat dat betreft een dure praktijkcursus gehad.” <


Ga met uw browser naar www.deboomkwekerij.nl. Klik vervolgens op de menuknop van uw browser (drie puntjes, rechts naast de adresbalk van de browser), waarna er een optie verschijnt met de naam ’Sneltoets toevoegen aan startscherm’. Deze optie plaatst een link naar de site op het startscherm van uw Android-telefoon of -tablet. Via deze snelkoppeling komt u direct op de homepage van het Vakblad voor de Bloemisterij. Indien de optie voor de menuknop niet in beeld is kunt u de menuknop onder het scherm gebruiken (links of rechts naast de Home-knop).

Ga met Safari naar de website. Midden onder in uw scherm ziet u de ’deel-knop’ in de vorm van een vierkantje met een pijl naar boven. Op een iPad staat dit icoon linksboven naast de adresbalk. In het nieuwe venster kunt u door de onderste balk scrollen, tot u de optie ’Zet in beginscherm’ te zien krijgt. Wanneer u hier op klikt zal er een snelkoppeling naar de website op uw beginscherm worden gezet.

Navigeer naar de website en klik op de drie puntjes rechtsonder in uw scherm. Klik vervolgens op ’Deze pagina aan Start vastmaken’. Er wordt nu een snelkoppeling naar deze pagina op het beginscherm van uw telefoon gezet.


„We hebben het nu zo druk met de handel, echt net zo druk als voor de Britse recessie. We zitten dit voorjaar ruim boven onze begroting, we komen uit onze kosten en daar zijn we happy mee. Om te planten is het wel overal heel nat – we kunnen nog amper op de eigen percelen om Zundertachtige producten uit te planten. Voor beplantingsprojecten is het ook heel nat, maar die lopen wel door, want het is nog koud. Thuis staat de

verwarming nog aan, en half april sneeuwde het nog op 15 tot 20 km ten noorden van ons bedrijf. De retailverkoop is dit voorjaar goed. Die hangt nog steeds meer af van het weer dan van de economie. De Britten hebben definitief hun vertrouwen in de economie terug. Een mogelijke Brexit houdt ze wel bezig, maar ik denk niet dat het zal gebeuren. Er wordt algemeen meer gekocht. De autoverkoop is nu bijvoorbeeld op het hoogste niveau sinds dertien jaar. De enige keten die wij beleveren, Homebase, worstelt even een beetje met de verkoop. Hoe andere ketens het doen, heb ik niet gehoord. Maar de onafhankelijke tuincentra doen het dit voorjaar zeker goed. De retail zal nog zeker tot in juni zo doorgaan. Leveringen gaan dus door. Iedere

week halen vier tot vijf trucks van onszelf, en trucks van een aantal vervoerders, producten op aan de andere kant van de Noordzee. Van bomen met kluit tot Hebe voor de retail. Door sterke wind hadden we laatst wel een probleem, omdat de veerboot niet kon varen.” <

„Ik denk dat de meeste kwekers in Pistoia tot nu toe (week 16, red.) kunnen spreken van een goed jaar. Voor het eerst in jaren zijn er nu al producten op en zitten de prijzen in de lift.” Als voorbeelden van producten die zo'n beetje op zijn noemt Delvaeye grotere Viburnum tinus en Photinia, en hoogstammen van Quercus Ilex en Photinia. „Dat is een heel verschil met vorig jaar toen we tot eind juni eigenlijk alles nog wel leverbaar hadden. Dit jaar moeten we soms klanten teleurstellen dat we iets niet meer hebben. Ik denk dat de stemming in vijf jaar niet zo goed is geweest als nu.” Delvaeye doet de verkoop voor het

Italiaanse Vivai Giorgio Tesi en dan met name richting klanten in Nederland en België. „Tuincentra kochten dit vroege voorjaar meer dan dat zij voorgaande jaren deden. Daaraan konden we zien dat de stemming een stuk positiever is dan voorheen. De nabestellingen laten echter nog op zich wachten. Het weer valt in Nederland en België nog niet mee, het voorjaar moet duidelijk nog beginnen. Daarentegen bestellen klanten die op de aanlegmarkt zitten wel volop. We zien dat waar wij voorheen offertes maakten dat deze lang bleven liggen, momenteel gaan twee van de drie offertes die we maken door. Er wordt door onze klanten ook veel sneller beslist. We verkopen ook relatief veel grotere en duurdere exemplaren. Alles bij elkaar zitten we als bedrijf zo’n 10% in de plus ten opzichte van vorig jaar en daarom klagen we zeker niet. Door de Toscaanse PD wordt er streng op Xylella gecontroleerd en veel planten worden verhandeld met

een plantenpaspoort, maar Xylella is momenteel onder onze klanten niet zo’n geen gespreksonderwerp meer. Twee maanden geleden was dat nog wel het geval, maar nu begint niemand van mijn klanten er meer over. Bovendien wordt er weinig plantenhandel gedreven met de regio Puglia waar Xylella nu voorkomt. Het betreft daar toch vooral aantasting in oude olijfgaarden, maar niet in planten die voor de verkoop zijn bestemd.” <


Qua afzet is Taxus baccata een product dat via veel verschillende kanalen wegloopt. De aanlegmarkt gebruikt veelal haagplanten die met kluit of als potgedrukt worden aangeboden terwijl via tuincentra een toenemend aantal als piramide of bolvorm worden verkocht. Maar voor alle kwekers van Taxus baccata geldt momenteel dat zij tevreden zijn hoe de afzet zich de laatste tijd ontwikkeld. Het afgelopen najaar en winter

worden door kwekers die actief zijn op de aanlegmarkt bestempeld als ’redelijk’ tot ’goed’. Sommigen noemen dit voorjaar zelfs ’verrassend goed’. Diverse partijen Taxus baccata zijn al op en hier en daar lijkt zelfs schaarste te ontstaan. Kwekers noemen de stemming op de aanlegmarkt sowieso goed. Waar voorheen veel offertes geen verkoop opleverde, is dat nu vaak wel het geval. Kwekers die Taxus als piramide en bolvorm aanbieden spreken in dit verband over een groeimarkt. Zowel afgelopen najaar als dit voorjaar laten deze planten zich goed verkopen. Bollen en piramiden van Taxus worden onder andere als vervanger van Buxus gebruikt. Soms succesvol, waarbij zij een deel van de markt van Buxus over nemen, maar er worden ook problemen gemeld met Taxus

die in het voorjaar last hebben van uitdroging. Bij de aanvoer van bollen en piramides gaat het in verreweg de meeste gevallen om potgedrukte planten. Het aantal potgekweekte Taxus baccata blijft op een bescheiden niveau. <

Bij Groen-Direkt wordt met grote tevredenheid teruggekeken op de Lentedagen. In plaats van alleen de gebruikelijke dinsdag als beursdag, was tijdens de Lentedagen de beurs ook maandagavond open. „Eigenlijk liep alles”, zegt Koert terugkijkend. „Klanten uit Nederland, Duitsland en België kochten goed, maar ook klanten uit Oost-Europese landen als Polen, Hongarije en in mindere mate Rusland en Oekraïne. Alleen Italiaanse klanten lieten het een beetje afweten.” Voor buitenlandse klanten vormen de Lentedagen volgens Koert een goede gelegenheid om langs te komen. „Er zijn veel klanten die

verder weg zitten en die maar twee of drie keer per jaar een van onze beurzen bezoeken, de rest van het jaar kopen ze online.” De meeste klanten zijn volgens Koert individuele tuincentra of tuincentra met een beperkt aantal vestigingen en dit aantal vertoont een stijgende lijn. Ook het aantal kopende groothandelaren uit Boskoop, Naaldwijk, Aalsmeer en het buitenland zit in de lift. „Wat ik nu vooral merk is - omdat de klokprijzen bij de veiling al een tijdje relatief hoog zijn - dat groothandelaren nog vaker bij ons terechtkomen voor hun inkoop.” Koert ziet dat alle producten op dit moment goed lopen. „Vorig jaar rond deze tijd waren het toch vooral de bloeiende producten zoals vaste planten en perkgoed die het goed deden, nu gaan ook heesters, coniferen en klimplanten goed.” Tot nu toe vindt dit voorjaar 22% van de Groen-Direkt-omzet via de webshop plaats en 78% wordt op de lagenbeurs geschreven. In verhou-

ding wordt in het najaar meer online besteld omdat klanten het dan vaak minder de moeite vinden om naar de beurs te komen. Koert denkt dat de piek van het buitenseizoen nog moet komen. „Sinds Pasen is de handel goed op gang gekomen maar heel mooi weer is het nog niet geweest. Maar dat hoeft van mij ook niet. Voor de handel is het beter als we een lang, koel en ’gezond’ voorjaar krijgen. Dan blijft de verkoop het langst doorlopen.” <


Wat moet je nu planten, wat pas over twee tot vijf jaar op de markt komt? Soorten en cultivars uit het reguliere sortiment die bijvoorbeeld vorig jaar wel goed liepen, deden het afgelopen seizoen juist aanmerkelijk minder goed in de afzet. Andersom waren soorten en cultivars waarvan eerst overproductie was, zoals Acer campestre ’Elsrijk’ en A. platanoides ’Royal Red’, afgelopen seizoen op. Vraag en aanbod fluctueren echter

„Uitzonderlijk goed. Met de tuinontwerpen zitten we al vol tot in het najaar. De woningbouw trekt aan, zeker de vrije sector. Dat is onze belangrijkste doelgroep. Zij besteden de tuin gauw uit. Daarnaast denken we dat de lage rentestand reden voor mensen is om te investeren in huis

altijd wel. Als de afzet van een bepaald soort tegenvalt, zijn er kwekers die daarop meteen reageren door minder op te zetten. Andere kwekers houden daarentegen vast aan een stabielere productie, waarmee ze gemiddeld genomen wel goed zitten in de afzet. Met een breder sortiment ervaren ze dat grilligheden in de vraag ook beter zijn op te vangen. Afgelopen afzetseizoen was wel spannend. Bij diverse kwekers was de voorverkoop namelijk minder dan dat ze gewend waren. Klanten vielen ook af, en er kwamen nieuwe klanten bij. Bestellingen kwamen veelal op het laatste moment, waardoor er in de spillen welhaast sprake was van daghandel. Opkuilen was ook veelal niet nodig; het was rooien en leveren. Klanten hoefden met name het

en tuin. Veel uitgaven zijn uitgesteld. Er is veel achterstallig onderhoud in tuinen. Men is eraan toe daar iets aan te doen.”

„Die zijn heel goed. De afzet van vaste planten groeit heel hard. Ook bodembedekkende rozen, zoals de

reguliere sortiment niet vroeg te bestellen, want er was toch afdoende aanbod. Klanten wilden of moesten ook eerst hun eigen bomen verkopen, om geld te hebben voor nieuw plantmateriaal. Gevolg was dat spillen afgelopen seizoen later werden betaald dan voorheen. <

Flower Carpet, zijn duidelijk een trend. Dat geldt ook voor de aparte rozen, bijvoorbeeld mooie klimmende en geurende zoals ’Compassion’. Als je van de standaarddingen afwijkt, is het te verkopen.”

„Alles wat met makkelijk tuinieren te maken heeft. Als je iets bedenkt met bodembedekkers en weinig onderhoud, trek je direct veel aandacht. Verder valt op dat grotere maten solitairen van bijvoorbeeld Photinia en Rhododendron veel worden gekocht door 45-plussers. Hortensia is ook een groeimarkt en dan met name de Forever&Ever-soorten en ’Strong Annabelle’. Ook zien we dat kwekers steeds meer aan particulieren verkopen.”

„Twenteplant, Waterdrinker, Boomkamp en op de veilingen in Eelde, Aalsmeer en Vaassen. De meeste waterplanten komen van Moerings.” <


In Boskoop draait inmiddels bijna twee jaar met veel succes een praktische boomteeltopleiding, waarbij men via leren en werken (BBL) geschoold wordt op mbo niveau 2 en 3. In september wil men starten met een nieuwe groep. Er is nog plaats voor minimaal zes deelnemers. Medewerkers van bedrijven binnen en buiten Boskoop die nog onvoldoende achtergrondkennis heb-

ben van het vak kunnen zich hiervoor aanmelden. Ook nieuwe medewerkers die werk zoeken in onze sector kunnen zich aanmelden. Bij voldoende geschiktheid wordt zelfs een baangarantie gegeven. Graag snel aanmelden voor deze opleiding bij Peet Stolwijk 06-51910240 of plm.stolwijk@wellant.nl.

De onkruidbeheersing in de boomkwekerij wordt een steeds grotere uitdaging door aanscherping van het gebruik van herbiciden. Hierdoor nemen noodzaak en interesse toe om te zoeken naar alternatieve methoden om onkruid te beheersen. In het PTKoepelproject Plantgezondheid wordt in de teelt van stamrozen een proef uitgevoerd met grasbanen bestaande uit verschillende zaaidichtheden en grassamenstellingen. In 2016 worden de meest succesvolle grasmengsels uit

2015, plus twee nieuwe mengsels verder onderzocht. Tijdens het evenement Meet & Green in Venray op 30 juni zijn enkele grasmengsels te bezichtigen. Ook wordt daar een aantal thermische opties gedemonstreerd. In de teelt van Buxus wordt gekeken naar het gebruik van mini-klaver, met en zonder schapengras als onderbegroeiing. In beide projecten worden de afdekmaterialen die vorig jaar een goede werking lieten zien opnieuw getest.

De onderhandelingen voor een nieuwe Cao Open Teelten hebben nog niet tot een resultaat geleid, maar daar wordt wel hard aan gewerkt. Sommige werkgevers geven hun werknemers vooruitlopend op de uitkomst al een loonsverhoging. Om dubbel betalen na afsluiting van een cao te voorkomen, is het zaak deze verhoging vast te leggen met de voorwaarde dat hij van de eventuele cao-aanpassing afgetrokken wordt. Verder leven er bij boomkwekers met bijvoorbeeld handel vragen of zij onder de Cao Open Teelten vallen.

Dit is meestal wel het geval. Om risico op nabetalingen en dergelijke te voorkomen is het belangrijk na te gaan of dit voor jouw bedrijf op orde is. Ook als de diverse onderdelen van het bedrijf in verschillende rechtspersonen zijn ondergebracht. Voor werkgeverszaken kun je de Werkgeverslijn (088-8886688) gratis bellen. Voor cao-zaken kun je met de portefeuillehouder van LTO Vakgroep Bomen en Vaste planten contact opnemen: jan.vanleeuwen@ ziezo.biz.


De uitgever van De Boomkwekerij verandert van naam. De uitgeverij-activiteiten van de Stichting Vakinformatie Siergewassen (SVS) gaan verder onder de werknaam Hortipoint. Sinds begin dit jaar heeft de SVS uit Leiden de uitgeverstaken voor de vier vakbladtitels Vakblad voor de Bloemisterij, De Boomkwekerij, Tuin en Landschap, en Bloem en Blad van uitgeverij BDU uit Barneveld overgenomen. Nu is besloten een nieuwe werknaam te gaan gebruiken voor de uitgeverij: Hortipoint, al ruim vijftien jaar gebruikt in de e-mailadressen van de stichting. Het nieuwe logo is ontworpen door Gerrie van Adrichem.

Tot en met 13 mei is op dinsdag en donderdag de helpdesk van Naktuinbouw, om boomkwekers te ondersteunen bij het invullen van hun perceelsaangifte, ook in de avonduren te bereiken: van 18.30 tot 20.30 uur. Op werkdagen, van 8.30 tot 17.30 uur, is de helpdesk ook bereikbaar via (071) 332 62 88. De perceelsaangifte moet voor 1 juni, voordat het keuringsseizoen start, zijn gedaan. Eerder aangeven helpt Naktuinbouw om het keuringswerk efficiĂŤnt in te plannen.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bkw 9 2016 by Stichting Vakinformatie Siergewassen - Issuu