Commentaar: Grote Jongen Nieuwsinterview: ’Als collega's moet je elkaar aanspreken op fout gedrag.’ Onrust over moeilijkheden bij Lappen
Ondernemersvragen: Mag landbouwgrond worden opgewaardeerd? Oldenburg inspireert Nederlandse kwekers Schrijvende boomkweker: Van den Berk over nieuwe editie bomenboek Tips voor veilig rooien en laden
Sven de Vries: ’Ga voor herkomst en kwaliteit’ In beeld: Drone komt er aan Sortiment: Winterhardheid bepaalt sortimentskeuze bij Ceanothus Teeltadvies: Aandachtspunten coniferen in pot Kwaliteit: Potgrond en ondergrond belangrijke items bij coniferenteelt
Natuurlijke vijvers winnen terrein Markt & Afzet: Prima jaar voor afzet tuinhortensia Hoe loopt 't?
LTO Nederland Vakgroep Bomen en Vaste planten Bedrijfsnieuws Vaktaal en Agenda
klimaatneutraal natureOffice.com | NL-215-704490
gedrukt
„Boos, ik was zo ontiegelijk boos op die man. Ik heb binnensmonds lopen vloeken. Hoe kan je nou zo ongelofelijk stoms doen? Maar als er een paar uur verstreken zijn en de eerste boosheid is over, ga je er natuurlijk meer over nadenken. Want waarom heeft hij dat gedaan? Ik ben ervan overtuigd dat geen enkele kweker voor zijn lol chemische gewasbescherming toepast, dus wat heeft hem gedreven om dit te doen? Maar wat de reden ook is, het blijft heel verdrietig dat hij dit gedaan heeft.”
„Zorgen dat ik zichtbaar maak hoe wij als sector werken. Laat zien en communiceer over wat je doet voor de biodiversiteit. Samen met zes andere kwekers en de gemeente Zundert
zijn we bezig met het inzaaien van verschillende bloemmengsels voor insecten. Deze hoeken met bloemen trekken echt een enorme variëteit aan insecten en het ziet er ook nog eens mooi uit. Ik krijg veel positieve opmerkingen over de bloemen van passanten.”
„Helaas niet, want één foute actie haalt de landelijke media terwijl de positieve acties dat niet doen. Ik vind dat wij als collega-kwekers elkaar daarom ook moeten en kunnen aanspreken op hetgeen we doen. Als iemand iets doet dat andere collega's schaadt, moet je daar wat van zeggen en in discussie gaan. We zijn een kleine sector en het handelen van één individu kan invloed hebben op de bedrijfsvoering van anderen. Met
de bufferzone hebben we ook gekozen voor het individueel benaderen van kwekers onderling en dat werkt wel. Maar dit soort incidenten zijn wel lastig. Ik hoop dat er uiteindelijk iets positiefs uit komt.”
„De man wordt gerechtelijk vervolgd. Dat geeft een duidelijk signaal naar kwekers: ’de tijd dat je dit soort acties kan uithalen, is voorbij!’ Ik denk dat 95% van de kwekers bewust bezig is. De 5% die dat niet doet, krijgt nu wel een sterke impuls om ook anders naar hun handelen te kijken. Je moet niet kiezen voor een duurzame aanpak vanwege economische winst, maar het heeft wel meerwaarde. Al is het alleen vanwege je eigen werkplezier. Ik word er in ieder geval blij van als ik al die insecten hoor gonzen tussen de bloemen.”
Xylella
Xylella Buxus
Xylella Xylella
Xylella
Insiders vermoedden al een tijdje dat het niet goed ging bij Pflanzenhandel Lappen, met circa 650 ha laanbomen, meerstammige bomen en struiken een van de grootste boomkwekerijen van Duitsland. Salarissen van de 134 vaste medewerkers zouden namelijk niet meer uitbetaald worden. Maar
aan de inkoopzijde was niets te merken; een inkoper liep begin oktober nog gewoon rond op GrootGroenPlus. Vlak na de beurs werd duidelijk dat Lappen inderdaad in financiële problemen verkeerde. Zware problemen, want Amtsgericht Krefeld meldde de start van een insolventieprocedure op 10 oktober. Advocaat Eberhard Stock voert voorlopig het bewind van het uit 1894 stammende familiebedrijf in Nettetal, net over de grens bij Venlo.
Het nieuws is in de sector ingeslagen als een bom. Immers, Lappen staat internationaal bekend als een bedrijf dat topkwaliteit levert, het is een grote Europese speler en het koopt veel bomen in bij anderen. In Duitsland reageert men verbijsterd. „Dit hadden wij niet voor mogelijk gehouden”, aldus Christoph Dirksen, bedrijfsleider van Wilhelm Ley Baumschulen. „We kennen Lappen goed, en iedereen in Europa weet dat de prijzen onder druk staan. Toch kun je goede bomen goed verkopen, is onze
Het aantal bezoekers aan GrootGroenPlus was de afgelopen editie 15% groter dan het jaar er voor. Ook het aandeel internationale bezoekers nam toe, zo meldt de beursorganisatie. Er kwamen vooral kwekers maar het aandeel vertegenwoordigers van tuincentra, overheden en handelaarexporteurs steeg. Bovendien krijgt de beurs van bezoekers goede rapportcijfers: een 7,2. Er werden alleen kritische noten gekraakt over de catering.
In het Europese comité zijn zes nieuwe plantensoorten voorgedragen om volgend jaar aan de Unielijst van invasieve soorten toe te voegen. Het gaat om Lupinus polyphyllus - L. x pseudopollyphyllus, Gunnera tinctoria, Asclepias syriaca, Impatiens glandulifera, Myriophyllum heterophyllum en Pennisetum setaceum. LTO probeert plaatsing op de unielijst tegen te gaan.
De bufferzone voor bacterievuur 14b (regio Zundert) wordt gesteund door zo'n 100 kwekers. Daarmee kan de bufferzone in stand worden gehouden en is het daaraan verbonden exportbelang veiliggesteld. Treeport publiceert op haar website een lijst van kwekers die meebetalen aan de bufferzone. Met die bijzondere stap wordt dus ook inzichtelijk gemaakt wie zich afzijdig houden.
De NVWA treft nog altijd regelmatig sporen van de Aziatische boktor (Anoplophora glabripennis) aan in verpakkingshout van natuursteen uit China. Volgens staatssecretaris Van Dam wordt gemiddeld 2% van alle zendingen met zulk hout afgekeurd vanwege de vondst van schadelijke organismen zoals de boktor. De NVWA is verplicht om minimaal 15% te controleren, maar controleert soms uit voorzorg 50%.
De LTO Vakgroep Bomen en Vaste planten is boos over het gebruik van een in België gekocht verboden middel door een handelaar in sierteeltproducten in Molenschot. Hij gebruikte fipronil tegen spint in laurier. De zaak kwam aan het licht na bijensterfte in de omgeving. Henk Raaijmakers reageert ziedend op de website van zijn organisatie: „Dit incident brengt de sierteeltsector in diskrediet.”
De voormalige bestuurders van Baas Plantenservice gaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank dat ze zo'n €2,5 miljoen aan schuldeisers van het failliete Baas Plantenservice moeten terugbetalen. De zaak dient voor het eerst eind december. De rechtbank in Den Haag bepaalde op 20 juli bij vonnis dat Ad van de Wijdeven en zijn bedrijf Baas Holding, hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld voor de verliezen.
ervaring. En de vraag is nu goed, naar maten vanaf 12-14, en ook naar 30-40.” Door de gestarte insolventieprocedure vrezen kwekers in Nederland voor een faillissement van Lappen, met misschien wel een kettingreactie tot gevolg in de sector – omdat dan een afnemer zou wegvallen en omdat meerdere bedrijven liquiditeitsproblemen hebben. De procedure volgens de Duitse faillissementswet is echter anders dan in Nederland. Doel in Duitsland is een nieuwe financiële start te maken, en in veel gevallen lukt dat daar ook.
Volgens de wet staat Lappen nu drie maanden onder curatele. Stock bekijkt momenteel de mogelijkheden van een insolventieplan, terwijl de bedrijfsvoering gewoon doorloopt. De curator laat weten dat hij „ervan overtuigd is dat het bedrijf in ieder geval kan doorgaan tot in 2017.” Ook meldt Stock dat de medewerkers zeker hun loon zullen krijgen, maar over uitbetaling van bijvoorbeeld leveringen doet hij geen uitspraken. Stock kondigt wel een sanering aan van het bedrijf, maar wat die inhoudt, is nog niet bekend. Het zal niet de eerste sanering zijn.
Een paar jaar geleden vond er namelijk al een sanering plaats onder het personeel. Die voerde Lappen zelf uit om het bedrijf gezond te houden, weet Harm Horlings, die er vroeger werkte. „Als ondernemer moet je je bedrijf aanpassen aan omstandigheden in de markt. De prijzen op de Europese markt zijn structureel te laag, maar de kosten stijgen.” De problemen bij Lappen zijn volgens de curator enkel veroorzaakt door de markt. „Het bedrijf kon niet de prijzen halen die passen bij zijn hoogwaardige kwaliteitsproducten en de daaraan verbonden kosten”, aldus Stock. Afgelopen zomer geraakte het bedrijf dieper in een liquiditeitscrisis, doordat de omzet afnam maar de kosten doorliepen. De huisbankier wilde deze kosten uiteindelijk niet meer dekken middels kredietverlening.
De orderportefeuille van Lappen zou nog wel goed gevuld zijn, zo horen kwekers links en rechts in de sector. Dirksen bevestigt dat er vanuit de markt „veel orders onderweg zijn. Niet voor grote projecten zoals Eurodisney, maar voor kleinere projecten. En als je betalingen van orders kunt verzekeren, krijg
De Growboxx voor beplanting in droge gebieden is een van drie door het kabinet aangewezen Nationale Iconen. De winnaars zijn 18 oktober door minister Kamp van Economische Zaken bekendgemaakt in tv-programma De Wereld Draait Door. De Growboxx van Pieter Hoff verzamelt water door het opvangen van regen en het produceren en opvangen van condenswater. Hij verstrekt het verzamelde water vervolgens over een langere periode aan de in het centrum geplante boom.
Sierteelt Logistiek blijft waarschuwen voor de aankomende stalen CC-platen. De stichting heeft een feitenrelaas gepubliceerd. De stichting betwijfelt of staal wel geschikt is, omdat dit materiaal een sterke geleider is van koude en warmte. Als wortels van planten hiermee in aanraking komen, zouden ze onomkeerbaar beschadigen.
je je geld en kun je goed slapen.” Dit is echter vooral de situatie in West-Europa. De situatie in Oost-Europa is anders. De Duitse nieuwssite RP Online meldde dat de export van Lappen naar Oost-Europa ’dramatisch was teruggelopen sinds de EU sancties heeft opgelegd aan Rusland vanwege de burgeroorlog in de Oekraine en de annexatie van de Krim.’ De verloren export naar Rusland zou volgens RP Online ook een oorzaak zijn voor de liquiditeitscrisis bij Lappen, maar de curator rept niet over Rusland. Omdat Lappen dringend liquide middelen nodig heeft om te kunnen voortbestaan, zijn andere kwekers bang dat het bedrijf bomen voor lagere prijzen zal verkopen. „Het is te hopen”, zegt Dirksen, „dat de curator weet hoe onze sector werkt en dat de bomen voor de beste prijzen worden verkocht.” In Nederland wachten kwekers in spanning af wat er met Lappen gaat gebeuren. In Duitsland lijkt men echter gerust op een goede afloop, want namens de Duitse boomkwekersbond BdB zegt bedrijfsleider Markus Guhl: „We zijn allemaal blij dat Lappen wordt voortgezet. Het is een kwaliteitsbedrijf en een uithangbord van de sector. Door de geplande voortzetting kan ook een uitverkoop van bomen worden voorkomen.” <
In Duitsland is Picea abies verkozen tot Boom van het Jaar 2017. Daarmee willen de Duitsers aanplant van de fijnspar stimuleren. De stichting Baum des Jahres vond het nu wel tijd worden om de Duitse titel aan de fijnspar te geven. De afgelopen 27 jaar werd telkens een andere boomsoort verkozen. Terwijl Picea abies symbool staat voor de herbebossing van Duitsland.
Bomen groeien goed en wortels zijn fijn vertakt. Dat zagen kwekers 13 oktober bij Vruchtboomkwekerij van Montfort, in proeven waarbij het bodemleven op allerlei wijze is gestimuleerd. Een perceel is behandeld met diverse producten die bodemschimmels en bacteriën bevatten. De groei is extra opmerkelijk omdat er in de zomer bijna 300 mm regen was gevallen. Bovendien bevatte de grond eerst veel aaltjes.
Vanwege het 25-jarig bestaan van de European Nurserystock Association planten aangesloten boomkwekerijorganisaties in elk land een bijzondere boom. In Nederland is donderdag 27 oktober een koningslinde (Tilia europaea ’Pallida’) aangeplant, in de Paleistuin in Den Haag. De aanplant staat symbool voor alle bomen die de afgelopen 25 jaar zijn gekweekt door kwekers in de inmiddels 19 ENA-landen.
In 2011 deed de Partij van de Arbeid de uitspraak dat de landbouwvrijstelling kon worden afgeschaft. Daarom werd er gezocht naar een oplossing voor het geval het inderdaad zover zou komen. Verhoging van de boekwaarde tot de actuele waarde van de landbouwgrond bleek als voorzorgsmaatregel de beste oplossing, maar dat mag niet zomaar. De Belastingdienst bestrijdt verhogingen van boekwaardes als ze op oneigenlijke gronden plaatsvinden. Op 30 september is de Belastingdienst hierin teruggefloten door de Hoge Raad. Het ging om een herwaardering vanwege het aangaan van een vennootschap onder firma.
In 2015 gaf de Hoge Raad nog aan dat verhoging van de boekwaarde van landbouwgrond niet zomaar mogelijk is. Volgens de Hoge Raad geldt: ’… dat de in een kalenderjaar genoten winst bepaald wordt volgens goed koopmansgebruik, met inachtneming van een bestendige gedragslijn….’. Het zomaar herwaarderen van landbouwgrond vond de rechter in strijd met die ’bestendige gedragslijn’. Bij aanvang van een bedrijf of bij aanschaf
van bijvoorbeeld landbouwgrond, wordt de bestendige gedragslijn bepaald die daarvoor moet worden gevolgd. Deze is onder andere afhankelijk van bedrijfseconomische inzichten en voorschriften uit de belastingwetgeving. Voor landbouwgrond betekent dit dat in beginsel de boekwaarde gelijk moet blijven aan de investering daarin. Afwijking van die bestendige gedragslijn is toegestaan bij een bijzondere omstandigheid. Bijvoorbeeld een vergaande functiewijziging van de grond of een ingrijpende wijziging in de rechtsverhouding ten opzichte van de landbouwgrond.
Belastingadviseurs gingen er altijd al vanuit dat bij inbreng van landbouwgrond in een personenvennootschap herwaardering tot de werkelijke waarde of de inbrengwaarde was toegelaten. De Belastingdienst probeerde deze benadering aan de kant te schuiven. De Hoge Raad oordeelt nu dat een herwaardering van landbouwgrond in dit geval niet in strijd is met goed koopmansgebruik, aangezien de inbrengwaarde waarop de herwaardering is gebaseerd ook betekenis
heeft voor de vennootschappelijke verhoudingen. In dit geval wilden de ouders, die ook vennoot werden in de nieuwe vennootschap onder firma, de grond inbrengen tegen een hogere waarde dan de oude boekwaarde. Dit biedt dus mogelijkheden voor die ondernemingen waar landbouwgrond voor een lage waarde in de boeken staat. Daarvoor moet bekeken worden of met een maatschap of vennootschap onder firma herwaardering mogelijk is. Mocht dan later landbouwvrijstelling vervallen, dan is het belastingnadeel beperkt.
Het aangaan van een maatschap of vennootschap onder firma heeft ook juridische gevolgen ten aanzien van aansprakelijkheid en winstverdeling. Daardoor kan bijvoorbeeld de bescherming die huwelijksvoorwaarden bieden, teniet gaan. Alle vennoten gaan immers bedrijfsrisico en aansprakelijkheid dragen. Het advies is dus om zeker ook te letten op alle juridische neveneffecten als men landbouwgrond wil herwaarderen door middel van een inbreng in een maatschap of vennootschap onder firma. <
Zo’n 30 boomkwekers van iGrow en Studieclub Greenport Regio Boskoop (zie kader) bezoeken op 27 september twee kwekers in de regio Oldenburg in Noord-Duitsland. Het eerste bedrijf dat deze dag zijn deuren openzet is Baumschule Diderk Heinje in Jeddeloh. Eigenaar Sebastiaan Heinje leidt de groep rond en doet dit overwegend in het Nederlands. „Met dank aan een Nederlandse moeder en een stage in Boskoop” zo verklaart hij het feit dat hij Nederlands spreekt. Gedurende het bezoek blijkt dat het bedrijf in meerdere opzichten een link met Nederland heeft. „Met
bedrijven als De Jong Plant en Gebr. Jonkers Elshout hebben we goede contacten. Daarnaast kopen we veel Skimmia bij Nederlandse kwekers omdat die hier in Duitsland weinig wordt gekweekt. Ook beleveren we Nederlandse tuincentra”, zegt Heinje. En met dat laatste is meteen de corebusiness van Baumschule Diderk Heinje genoemd. „Tuincentra vormen onze belangrijkste groep van afnemers; op bouwmarkten richten we ons bijvoorbeeld veel minder. We hebben jaarrond een breed sortiment planten in pot op voorraad en leveren drie, vier keer per week uit. Hierbij kunnen we ook kleine aantal-
len leveren en voorzien we planten desgewenst van etiket en prijs.” Logistieke efficiency is bij de levering belangrijk. Heinje wil daartoe vooral gebruik maken van de kennis van medewerkers. Daarom werken medewerkers over het algemeen in dezelfde productgroepen. Voor grote orders betekent dit dat deze na binnenkomst worden opgedeeld in meerdere kleine orders per productgroep. „Op deze manier hebben we per productgroep gespecialiseerde medewerkers, wat volgens ons de kwaliteit van het werk en de planten ten goede komt.” Voor deze werkwijze is wel een
>
bepaalde schaalgrootte noodzakelijk, maar met een kwekerij van zo’n 65 ha containerveld en 35 ha vollegrond is hiervan bij Heinje zeker sprake. Het bedrijf maakt momenteel zo’n 3.500 artikelen; om de efficiency te verhogen is dit aantal de laatste jaren verlaagd. „Voorheen maakten we onder de 10 l-container bijna alle maten, nu hebben we dit teruggebracht tot vier. En uitzonderingen daargelaten, gebruiken we alleen zwarte potten.” Efficiency is eveneens belangrijk omdat de omzet bij Heinje sinds 2012 licht daalt. „Onze klanten heb-
ben het moeilijk en we zien bij hen al een paar jaar geen groei. Ik denk doordat de presentatie in veel tuincentra beter kan. Bij sommige staan al dertig jaar producten op dezelfde manier op soort gepresenteerd. Wij gaan daarom tuincentra steeds meer helpen met hun inrichting en verzorgen daarbij ook point-ofsalemateriaal.” Om klanten te bereiken stuurt het bedrijf onder andere verkopers op pad: vier voor de Duitse markt en drie voor met name Engeland en Scandinavië, en een nieuwe medewerker, die zich op de Franse markt gaat richten. Frankrijk is voor het Duitse bedrijf een nieuwe markt in opbouw. Daarnaast staat Heinje op diverse beurzen, waaronder IPM Essen en houdt het bedrijf twee keer per jaar een huisbeurs waar zo’n 1.000 klanten op afkomen. „In augustus duurt onze huisbeurs vier weken en in de winter is deze van half november tot half februari”, benadrukt Heinje het verschil met veel Nederlandse huisbeurzen, die veelal maar een paar dagen duren.
Op de vraag van een van de bezoekers wat de kracht van Baumschule Diderk Heinje is, antwoordt de eigenaar: „Buiten het feit dat we een
compleet sortiment kunnen leveren en we voor klanten een one-stopshopbedrijf zijn, kennen we al onze klanten bij naam. In dat laatste zit een belangrijk verschil met sommige andere bedrijven, die bijvoorbeeld hun webshop voorrang geven.” Verder wandelend over het bedrijf komen de verschillende kastypes in beeld. Zoals een Rovero-kas: „Dit is een prima cabrioletkas, goed te automatiseren en hij gaat bovendien echt helemaal open.” Ook zijn containervelden te zien met nu nog alleen ijzeren bogen. „Hier komt binnenkort folie overheen, zodat we alle planten die nu verspreid over het bedrijf staan kunnen overwinteren. We laten niets buiten staan. Dat doen we om uitval te voorkomen, maar ook om zeker te weten dat we al in februari kunnen uitleveren.” Als Heinje wordt gevraagd welke de belangrijkste thema’s zijn die op het bedrijf spelen, noemt hij als eerste ’arbeid’. Het bedrijf heeft 130 overwegend Duitse werknemers in dienst en alleen in het voorjaar komen daar 10 Poolse werknemers bij. „We hebben een intern opleidingsprogramma en we werken samen met scholen om leerlingen kennis te laten maken met ons bedrijf. Maar het resultaat hiervan is minimaal. Er zijn te weinig jongelui die kiezen voor de boomkwekerij, ook al betalen we ze nu
al meer dan volgens de regels zou hoeven. Zij kiezen liever voor een ander vak. Dat geldt in het bijzonder voor het werken met producten die we in de vollegrond kweken. Voor de kwaliteit van de planten is dit goed, maar voor werknemers betekent vollegrond veelal zwaar werk. We zitten hier bovendien op veengrond, wat automatisering moeilijk maakt.” En dat laatste is iets dat met name de leden van de studieclub uit Boskoop bekend voorkomt.
Naast arbeid noemt Heinje ook verkoop door middel van samenwerking als belangrijk thema. „In de toekomst wordt samenwerking met klanten steeds belangrijker. Hierbij moet je denken aan samen concepten ontwikkelen en hiervoor samen een strategie kiezen.” Ten slotte noemt Heinje de discussie rondom neonicotinoïden. „Sinds we ons erin verdiept hebben, blijkt dat het eigenlijk maar weinig extra werk is om zonder neonicotinoïden te kweken. Ik vraag me nu dan ook wel eens af waarom we dat niet eerder hebben gedaan.” Toch gaat het Heinje te ver om zijn producten vrij van neonicotinoïden aan te bieden. „Sommige van onze klanten vragen hier wel om, maar
garantie bieden op een neonicotinoïde-vrij product kan niet. Daarvoor zitten er te veel boeren met onder andere mais bij ons in de buurt die wél diverse middelen gebruiken”, zegt Heinje aan het einde van het bezoek, dat op veel kwekers indruk heeft gemaakt. De grootte van het bedrijf zorgde bij een van de kwekers zelfs voor de constatering dat dit ene bedrijf ’bijna net zo veel produceert als half Boskoop.’
Na een bezoek aan Park der Garten in Bad Zwischenahn, volgens de brochure een van de mooiste siertuinen van Duitsland, is E.A. Stöckmann in dezelfde plaats het tweede bedrijf dat wordt bezocht. Eigenaar Jochen Stöckmann legt uit dat het bedrijf op 26 ha bijzondere bomen in container kweekt. „Bij voorkeur nieuwe, zwakgroeiende planten die geschikt zijn voor kleine tuinen”. Wat Stöckmann onder bijzondere bomen verstaat, illustreert hij aan de hand van een voorbeeld. „Deze veredelde Pinus mugo ’March’ heeft dertig veredelingen per plant nodig. Voor het geval een veredeling het niet doet, worden er voor de zekerheid twee veredelingen bij elkaar gezet. Dat zijn dus zestig veredelingen per plant. We gaan er daarbij
vanuit dat vier werknemers bij elkaar vijftig planten per dag kunnen doen.” Alhoewel lang niet alle planten zo exclusief zijn als deze Pinus in vierkante houten kisten, moet Stöckmann het vooral hebben van hoogwaardige klanten als de betere tuincentra, groothandelaren en boomkwekers, die sommige planten weer doorkweken. De afgelopen jaren waren qua afzet niet de makkelijkste. „We zitten hier met ruim driehonderd boomkwekers in de regio Oldenburg. Handelaren die het gebied in komen, komen zelden als eerste naar ons, maar kopen eerst hun reguliere handel bij andere kwekers om vervolgens bij ons nog een aantal bijzondere planten te kopen. In de afgelopen jaren sloegen ze ons nog wel eens over. Dit jaar was niet slecht, maar ook nog niet goed.” Om het exclusieve karakter van zijn planten te benadrukken introduceerde Stöckmann veertien jaar geleden het merk Nasto symphony. Op een enkele uitzondering na, verlaten alle planten het bedrijf in een opvallende rode pot met informatief etiket. „Op het etiket leggen we bijvoorbeeld uit wat veredelde planten zijn en waarom ze duurder zijn. Consumenten betalen soms voor een kleine plant van ons €30, terwijl ze voor dat geld ook een andere, grote plant kunnen kopen. Dat vraagt om uitleg.” <
Van den Berk Boomkwekerijen uit het Brabantse Sint-Oedenrode is geen doorsnee bedrijf en dat kan je ook van haar boek uit 2015 over bomen zeggen: een dikke pil met meer dan duizend pagina's (7,3 cm dik, 3,1 kg zwaar), in de vorm van een stoeptegel (22x22cm). Met de opvallende vormgeving is het een combinatie geworden van uitgebreide praktische en achtergrondinfo over 1101 soorten en cultivars en volop ruimte voor beeld: variërend van close-ups, overzichtfoto's tot de Chandelier Tree in het Amerikaanse Drive-Thru Tree Park. Telg Johan van den Berk (44) uit het boomkwekerijgeslacht, hoofd PR, licht toe hoe de eerste editie in 2002 tot stand kwam. „Het was een idee van mijn vader en mijn oom. Omdat ze vonden dat onze kwekerij veel kennis in huis had, wilden we die graag delen. Toen waren vooral de prijslijsten populair, niet zozeer boeken. Zo'n boek is niet voor de winstgevendheid. Het is mooi als we quitte draaien en goed voor de promotie.”
Langzamerhand groeide het idee voor een tweede versie van 'Van den Berk over Bomen'. „Dat eerste boek hebben we al uitgebreid met andere cultivars. Maar om het goed te doen, hebben we besloten een nieuwe versie uit te brengen. Een behoorlijk deel van de cultivars is vervangen in de laatste editie. En de foto's zijn beter, daarom is 95 procent van het beeld nieuw. Tevens zijn actuele zoekcriteria zoals drachtbomen voor bijen toegevoegd.” Een andere reden om het bomen-
boek in een nieuw jasje voort te zetten zijn de reacties. Veel insiders hebben grote waardering voor de uitgave. Van den Berk: „De doelgroep zijn professionals als architecten, hoveniers en scholen.” De internationaal opererende kwekerij krijgt ook in het buitenland lof toegezwaaid, van prominente kenners als de Belgische groenredacteur Harry van Trier en de Brit Tony Kirkham van Kew Gardens. Net als de eerste keer is de hernieuwde uitgave verschenen in het Nederlands, Duits, Engels en Frans en in een oplage van 15.000 stuks.
Van den Berk, die de eindredactie doet, vind het uitbrengen van een boek spannend. Ook door medewerking met partijen buiten de sector. „Je gaat bijvoorbeeld met een reclamebureau in zee, die deels heeft geholpen met de vorm. Wel met een
grote eigen inbreng natuurlijk wat er allemaal in moet.” Bij de selectie van bomen ligt de nadruk op wat Van den Berk zelf als aanbod heeft, en dat is meer dan in het boek staat. „Een boom moet goed en interessant zijn. Daarom is bijvoorbeeld de Celtis julianae er in gekomen. Die is mooi, sterk, toekomstbestendig want kan onder meer goed tegen droogte. Deze Celtis wordt ook groot, maar is vrij onbekend.” Daarentegen heeft de Acer pseudoplatanus 'Amry' het niet meer gehaald. „Niemand die het kweekt en er is geen vraag meer naar,” maakt Van den Berk de keus duidelijk. Bij de kennisoverdracht probeert Van den Berk niet alleen maar droge informatie te geven in het €75 kostende naslagwerk. „We vermelden ook het verhaal achter belangrijke cultivars. Zoals hoe van Cydonia oblonga, de kweepeer, de vruchten verwerkt kunnen worden. En waar en wanneer een cultivar is ontdekt.” <
Kasten vol vakliteratuur zijn er verschenen. In deze serie laten wij vakgenoten aan het woord over een aansprekend boek van hun hand.
„Iedereen heeft minder tijd om op alle risico’s te letten én is vermoeid. Daarom moet veilig werken dan al een automatisme zijn. Dan moet het een gewoonte zijn dat je je gordel vastmaakt op de heftruck of dat je niet hard over het terrein scheurt”, zegt Bredius.
Minstens veertig procent van de boomkwekerijen heeft geen recente risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), schat Peter Bredius, preventie-adviseur en hogere veiligheidskundige van Stigas. „Daar begint veilig werken mee. Zijn alle risico’s bekend, zijn ze stelselmatig geïnventariseerd en gebeurt dat opnieuw als er een nieuwe machine of loods bij komt? Is er een plan om de risico’s in te dammen? Zijn de veiligheidsmaatregelen bij de medewerkers bekend? Is er toezicht op dat de medewerkers zich aan de afspraken houden? Als het misgaat, kijkt Inspectie SZW om te beginnen of die zaken op orde zijn.” In de tijd waarin de bomen worden afgeleverd, is de werkdruk hoog.
„Het grootste risico bij het rooien is de tijdsdruk. Dan spring je gauw nog even op een machine. Maar hoe druk het ook is, we slaan nooit een pauze over. Om alert te blijven moet je rustpunten inbouwen”, zegt Henk de Bie, directeur van Boomkwekerij Richard de Bie in Zundert. Zijn bedrijf telt 20 ha laanbomen en 20 hectare bos- en haagplantsoen en sierteelt. Er werken tien personeelsleden. „Als het druk is, kun je beter vooraf al risico’s hebben uitgesloten. We kunnen bij ons om de schuur heen rijden. Om botsingen te voorkomen hebben we spiegels opgehangen en eenrichtingsverkeer ingesteld. We werken alleen met gekeurde machines met CE-markering. Modern materiaal heeft een hele batterij piepjes en belletjes die je waarschuwen voor een vergeten handrem of achteruit rijden.” „Dit jaar hebben we een bedrijfsre-
glement opgesteld. Inclusief veiligheidshoofdstuk. Het was een punt van discussie of zo’n reglement er moest komen, want het zou uitstralen dat je je personeel niet vertrouwt. Maar ik vind het goed; het zorgt ervoor dat we hebben nagedacht over veiligheidsrisico’s en die met onze medewerkers hebben besproken.” „In de praktijk kan ik niet continu controleren of iedereen zich aan de regels houdt. We hebben hier wel een cultuur dat niemand met zijn kop onder een kluit gaat hangen, dat iemand die gevaarlijk bezig is gelijk tot de orde wordt geroepen en dat ze stoppen met werken en het bij me melden als ze twijfelen over de kwaliteit van het materiaal.”
„Gewenning is bij ons de grootste valkuil. De medewerkers zijn zo vertrouwd met het werk en de apparaten dat ze denken dat er niks mis kan gaan”, zegt Gerald de Groot, bedrijfsleider van Boomkwekerij Udenhout. Het bedrijf telt 160 hectare laan- en parkbomen in Udenhout en omgeving en er werken dertig medewerkers. „We doen elk jaar een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Alle machines zijn gekeurd. Alle medewerkers krijgen de bedrijfsregels, ook over veiligheid. Vorig jaar gaven we voor het eerst extra voorlichting over de veiligheid tijdens het rooiseizoen. Doen we komende winterstop weer, over omgaan met heftrucks. Afgelopen jaar hebben we iedereen voorzien van een helm. In de loods is die verplicht. Medewerkers hebben reflecterende kleding gekregen om veilig buiten te kunnen werken in de donkere wintermaanden. In theorie is alles op orde. Maar zo’n helm dragen bijvoorbeeld, komt niet vanzelf tussen de oren van de jongens. Afgelopen seizoen liet ik het aan de medewerkers zelf over, maar dat werkte niet. De directie zit er bovenop dat de regels nageleefd worden. Dit seizoen zal ik dus meer tijd besteden aan handhaven.” <
„Het zit niet in het onderwijs voor bosbouw en landschap. Niet op universitair niveau in Wageningen en ook niet op hoger en middelbaar niveau. Er is dus geen houtvester die toepassing van de Rassenlijst geleerd heeft. Hij heeft wel geleerd: Planten nodig? Dan ga je naar Zundert. En dan kreeg hij namen door van kwekers. ’Heb je grove dennen voor mij?’ Ja, zei de kweker, en anders weet hij ze wel ergens anders te halen. En als de soort er niet was, was de bosbouwer bereid om een ander soort in te planten. Want een terrein braak laten liggen kost hem geld.”
„Ja, en dankzij de Green Deal zie je nu dat afnemers meer kwaliteitsbewust zijn. Staatsbosbeheer is dat allang; die bestelt drie jaar van tevoren al het plantmateriaal dat ze wil gebruiken. Leden van de VBNE (Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren, red.) gaan nu ook voor kwaliteit en verwijzen naar de Rassenlijst. Hoe eerder je naar een kweker gaat, hoe beter. Maar ja, bosbouwers laten de kap vaak afhangen van de houtprijs. Als het geen goed houtjaar is, kan het €100 per kuub schelen. Dan laat je de kap wel uit het hoofd.”
„Ja, maar er spelen ook persoonlijke belangen. De cultuurgroep is meer een handelsaangelegenheid geworden. Er is geld mee gemoeid. Soms is een paar honderd euro al reden om te sjoemelen met kwaliteit. Gelukkig zijn er ook kwekers die wel voor kwaliteit gaan, niet voor kort gewin.”
„Ik hoor en zie van alles. Er is nog steeds slecht plantmateriaal op de markt en er wordt ook met herkomstcertificaten gerommeld. Ik weet dat er partijen Nederlands zaad in het buitenland zijn aangeboden, door wie, en ik weet ook wie de koper zou zijn. Maar die partijen waren niet terug te vinden in cijfers van Naktuinbouw.
Door gesjoemel met certificaten zit de afnemer met de gebakken peren. Een bosbouwer neemt zelden zijn verlies. Vijftien jaar na aanplant ziet hij nul opbrengst, maar hij heeft er wel werk aan gehad. Dan maar zestig jaar wachten, het zijn geen rechte bomen, maar er zit wel veel hout in? Als de herkomst en de kwaliteit niet klopt bij aanplant en het staat niet op de Rassenlijst, dan kan een bosbouwer wel decennialang ellende hebben.”
„Jawel, ik mocht dat verhaal al vanaf 1984 houden voor de cultuurgroep. Ik ken ook kwekers die door dat verhaal letterlijk richting hebben gegeven aan kwaliteit. Die uiten zich daar ook over; ik kreeg er eens een echt ontroerend briefje over. Ook vroeger waren kwekers al open en eerlijk over kwaliteit. ’Eerste klasse kwaliteit: daar verdien ik mee. Tweede klasse is wat minder. Derde klasse is voor andere klanten’. Planten uit de derde klasse stonden langer op het kweekbed; ze kostten bijna niks. De afnemer wist dan wat hij kon verwachten. Op Marktplaats zie je toch ook aanbiedingen die te goedkoop zijn om waar te zijn? Het is dan gestolen of het is rotzooi.”
„Ja, ik wilde 219 SI-opstanden (Source Identified, ’van bekende origine’, red.) echt eruit hebben, want het was rotzooi onder de vlag van de Rassenlijst. Materiaal uit die opstanden was genetisch niet geschikt voor bosbouwkundige toepassingen. Het voldeed aan geen enkel criterium van kwaliteit. Maar de cultuurgroep en de zaadhandel wilden SI op de lijst laten staan. Na een lange discussie besloot de Raad voor plantenrassen: SI bewaren we voor autochtoon materiaal, het is geen materiaal voor houtteelt. Daarop zijn die opstanden van de Rassenlijst gehaald.”
„Nee. Je kweekt iets een paar jaar lang, voor iemand die dat aanplant en het wel tientallen jaren laat staan: dan moeten herkomst en kwaliteit bekend zijn. Het is waarde-
loos als je slecht zaad oogst voor de bosbouw. Bomen die mooi oud kunnen worden en aan het eind van de rit een goede houtprijs opleveren: dat is veel meer waard dan iets wat verchipt wordt voor China. Er stonden bijvoorbeeld Amerikaanse eiken als Selected op de Rassenlijst: hoge bomen, kaarsrecht en makkelijk oogstbaar. Maar in plaats van die te oogsten, werden er andere opstanden van mindere kwaliteit in de categorie
SI voorgesteld. Vanaf 4 m hoogte vertakken die bomen echter al: dat is niks voor een bos. Ach, wat er allemaal niet in SI was geplempt... SI was een debacle. Het scheelde niet veel of ik was bijna vijandig geworden in de discussie. Inhoudelijk had ik gelijk, maar ik noemde het weghalen van de lijst ’opschonen’. Misschien had ik het anders moeten noemen wat minder weerstand zou hebben opgeroepen.”
>
„Ja, ook afnemers in het buitenland gebruiken rassenlijsten. Ook daar worden certificaten voorgeschreven. Ook al zit er een handelaar tussen de kweker hier en de bosbouwer daar: je moet herkomst en kwaliteit aantonen. In 1983 zijn in Duitsland verkeerde herkomsten geleverd. Vrachtwagenchauffeurs klapten uit de school, een paar handelaren hebben er zelfs gevangenisstraffen voor gekregen. In dat jaar heeft de cultuurgroep Duitse bosbouwers uitgenodigd om ons kwaliteitssysteem uit te leggen. Dat was toen. Maar ik denk dat sjoemelpraktijken in de export nooit zijn uitgebannen. Niet iedereen die te hard rijdt, wordt ook gepakt. Daarom ben ik heel blij met het systeem dat Denemarken gebruikt voor de markt van bosplantsoen: kwekers kunnen er op voorhand in aangeven wat ze op de kwekerij hebben staan, waarna bosbouwers – en ook particulieren – kunnen zien wat leverbaar is in 2017. En hoeveel duurder de planten zijn als ze in 2018 worden geleverd. Dat Deense systeem werkt ook voor een exportland als Nederland.”
„We hadden het rapport op initiatief van de cultuurgroep uitgewerkt. Daarna is een Engelse versie via de cultuurgroep aanhangig gemaakt binnen Brussel, maar dat is niet opgepakt. Tot eind vorig jaar. EUFORGEN (European Forest Genetic Resources Program, red.) heeft in Brussel de achtergrond van genenbewaring uitgelegd. Daarbij is geadviseerd om de landsgrenzen niet zo strikt te houden. In Brussel is men nu opeens wel weer geïnteresseerd. Bij genenbewaring is het eigenlijk heel logisch dat je je weinig aantrekt van precieze landsgrenzen. De natuur houdt toch ook niet op bij een landsgrens?”
„Heel raar, en dat vinden mede-onderzoekers in Duitsland ook. De verplichting is eigenlijk gebaseerd op een politieke benadering en ik hoop dat er goed over is nagedacht. Maar waarom is Duitsland voor gebiedseigen ingedeeld in zes gebieden? De Duitse indeling voor bosbouwsoorten, vol-
gens geologie en klimaat, was al fantastisch. Ze hadden voor gebiedseigen ook beter per soort kunnen afbakenen. Ik hoop dat gebiedseigen in Nederland geen ingang vindt, want het Duitse systeem is vlees noch vis. Gebiedseigen is een soort imitatie-autochtoon. De zaadbron hoeft maar ’verschillende generaties’ aanwezig te zijn, dus dat kan al vanaf twee generaties.”
„Wat je vandaag aanplant, past de komende vijftig jaar goed. Als je nu al bijvoorbeeld Zuid-Franse herkomsten zou aanplanten in onze bossen, omdat het door klimaatverandering warmer wordt, dan gaan die bomen dood omdat het er hier ’s winters nog te koud voor is. De bomen die nu bij ons staan, gaan niet dood van een gemiddeld hogere temperatuur. Dat kan wel door extremen zoals stormen, hevige regenval en langere droogte. Toch groeien bomen van sommige herkomsten ook wel degelijk door tijdens droogte. Dat blijkt uit jaarringenonderzoek. Ik heb moeite om de verspreiding van uitheemse ziekten en plagen onder klimaatverandering te schuiven. Essentaksterfte, bijvoorbeeld, is gewoon een geïmporteerde ziekte. In Japan leeft Chalara, en ook de iepziekte, gewoon samen met bomen in de natuur. Schimmels hoeven per slot van rekening ook niet alleen goed bij warm weer te gedijen. Het kan ook bij koud weer.”
„Dat was de vraag bij de presentatie van de achtste Rassenlijst in 2007. Sinds 2012 staat de lijst online en wordt deze elke drie maanden geactualiseerd. Zodra de Raad voor plantenrassen een nieuwe opstand toelaat, kan deze dus snel in de lijst worden opgenomen. Dus ja, de Rassenlijst is nu wel klimaatproof.”
„Er komen nog vier nieuwe iepenklonen aan. Die worden via een licentiehouder op de markt gezet, net zoals dat je nu voor ’Columella’ ook licentiegeld moet betalen; maar €0,45 per boom hoor... Mijn onderzoek wordt voortgezet en bestaat vooral uit genenbewaring en de Rassenlijst. Wat essentaksterfte betreft ben ik bang dat het stil wordt in Nederland. Hier blijkt men eigenlijk toch geen geld over te hebben voor nieuwe klonen en ander resistent uitgangsmateriaal.” <
media
- 15.88.05 hectare grond - bedrijfswoning - bedrijfs-/expeditieruimte, totaal circa 11.340 m2, kasconstructie, v.v. laadkuil met 25 docks - circa 4.000 m2 overige bedrijfsruimten - kascomplex, totaal groot ca. 114.000 m2, v.v. verwarming, scherminstallaties, etc.
Gravenveen 4, Denekamp van 13.00 - 16.00 uur Via onze website, omschrijving downloaden.
- 24.14.39 hectare grond met glastuinbouwbestemming - bedrijfswoning - 4.065 m² bedrijfsruimten, v.v. docks, kantoor en kantine - 57.020 m2 kas met buisverwarming, betonvloer, assimilatiebelichting, etc.
Tuinderslaan 43, Erica van 9.00 - 12.00 uur
kunt u brochures met volledige
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wim Verhoeven, telefoon: (010) 521 76 66, e-mail: wverhoeven@vellekoop.nl
- 4.96.40 hectare grond - bedrijfsruimte/kantoor, groot circa 400 m2 - 32.255 m2 kas, v.v. buisverwarming, scherminstallatie en klinkervloer. Van de kas is circa 4.320 m2, aan voor- en achterzijde bedrijf, ingericht als opslag- en verwerkingsruimte met afzonderlijke toegangen en 2 docks aan voorzijde
Rammelbeekweg 7, Denekamp van 13.00 - 16.00 uur
Lucien Fesselet geeft uitleg over de ontwikkeling van deze gewasinspectie-drone, voordat de student Luchtvaarttechnologie het vliegen demonstreert in de kas van Batouwe. De demo was een onderdeel van het symposium ’Drones in de kwekerij!’ dat dit vakblad 20 oktober organiseerde op het bedrijf in Dodewaard. Vanuit diverse hoeken werd het thema belicht. Ontwikkeling en professioneel gebruik van drones staat nog in de kinderschoenen, en strikte regels zitten innovatie nog in de weg. Zeker is wel dat drones in aantocht zijn, zo luidde de conclusie deze dag. <
Na een lange periode van zachte winters zag de toekomst voor met name de bladhoudende Ceanothus er rooskleurig uit. Totdat de koude periode in februari 2012 roet in het eten gooide. Veel planten bevroren of beschadigden. Voordeel was dat de hardste soorten meteen bekend werden en kwekers speelden hier op in. Inmiddels is het sortiment behoorlijk verkleind, zeker als het gaat om de Nederlandse markt. De groep bladhoudende Ceanothus kent vooral mogelijkheden vanwege de hemels- tot diepblauwe bloemen. Van oudsher een geliefde kleur in de tuin. Nadeel, naast de vaak te wensen overlatende winterhardheid, is de relatief korte levensduur van de plant. Deze eigenschap is terug te voeren naar de natuurlijke habitat; Ceanothus is een pioniersplant in met name CaliforniĂŤ (VS). Na ontbossing of bosbranden komt hij als eerste tevoorschijn en verdwijnt hij wanneer langzamer groeiende buurplanten hem verdringen. In de particuliere tuin is de levensduur
met lichte verjongingssnoei te verlengen. Dat de plant snoei verdraagt, maakt de bladhoudende soorten geschikt voor vormsnoei en of gebruik als leiplant. Vooral in Engeland is bladhoudende Ceanothus geliefd als leiplant. Na de bloei wordt teruggesnoeid om de planten compact te houden. Dit wetende, wordt soms ook vormsnoei toegepast. Jean-Pierre van der Peijl snoeit bolvormen van C. ’Concha’, C. thyrsiflorus var. repens en C. impressus ’Victoria’. Ook op 60 cm stam. De keuze voor deze drie heeft te maken met de winterhardheid en de opeenvolgende bloeitijden. Het snoeien gebeurt twee keer per seizoen, begin juni en half augustus. „We hebben het geprobeerd met de snoeimachine, maar de wonden waren te groot. Die kleurden bruin. Nu snoeien we handmatig met een vlijmscherpe heggenschaar.” Vraag naar snoeivormen is er zeker, zowel van tuincentra uit Nederland als vanuit Engeland en Duitsland.
Bij de groep bladverliezende Ceanothus draait het om de hybriden C. x delilianus en C. x pallidus. Slechts enkele cultivars worden gekweekt. Kenmerkend voor deze groep is de (laat)zomerbloei op dit-jarig hout. Terugsnoeien na de winter is geen enkel probleem en tevens een reden om ze te mengen met vaste planten. Anet Scholma van Buro Mien Ruys is een van de bedenkers van het concept Zorgeloos Groen waarin vaste planten en heesters gemengd worden voor aanplant in de openbare ruimte. „Ik gebruik weleens C. x delilianus ’Gloire de Versailles’, naar mijn mening toch de mooiste en de sterkste. Niet vaak overigens, mijn ervaring is toch dat hij soms vorstgevoelig is.” Zuidelijker is die vorstgevoeligheid minder een probleem wat zichtbaar is in de gemengde (vaste planten en heester) border bij Château de Villandry in de Loirestreek. Hier viel de keuze op C. x delilianus ’Henri Défossé’. <
TreeCommerce
Hét digitale communicatie platform voor de boomkwekerij.
De officiële dealer van Mayer
and ederl in N elgië. & B
Meld u aan en vergroot uw verkoopkansen! Volg TreeCommerce ook via twitter: @Treecommerce
www.visser.eu/potmachines www.treecommerce.com
Hulpstoffen voor gewasbescherming Hasten, Elasto G5 en Atplus verbeteren de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen en groeiremmers SURfaPLUS BV, Wageningen tel: 0317-451217 e-mail: info@surfaplus.com www.surfaplus.com/trading
Compleet in teeltvloeren Telefoon: 0182 - 351144 • Bergambacht info@houdijkdenboer.nl • www.houdijkdenboer.nl
+ '( %$..(5
( ;3(57,6(%85($8
Specifieke boomkwekerij schade-expertise bij: • schade aan plantopstanden • schaderegeling • onteigening • planschade • LRGD geregistreerd deskundige • NIVRÉ Register-Expert • Lid N.V.A.E. • Tevens uitgave Prijzenregister Boomkwekerijproducten De Akker 100, 2743 DP Waddinxveen bakkerexpertise@planet.nl
www.bakkerexpertise.nl
VDH Foliekassen BV com
Aan- en verkoop, onteigeningen, taxatie en bedrijfsbegeleiding van boomkwekerijen Engelandlaan 58 2391 PN Hazerswoude-Dorp I ITC Boskoop T: 0172 - 53 48 79 W: www.vdsm.nl E: info@vdsm.nl
Tel: 0031 (0) 172 2359 90 Fax: 0031 (0) 172 2359 95 Mail: info@foliekassen.com Web: www.foliekassen.com Frankrijklaan 9 2391 PX Hazerswoude-dorp (NL)
Veel bedrijven met coniferen in pot hebben best een breed sortiment. Bij veel bedrijven moet er voor verdere optimalisatie meer worden nagedacht over de indeling van de teelten op de kwekerij. Door meer per vak, bijvoorbeeld Chamaecyparis, te sturen ziet u dat het teeltresultaat beter wordt. Watergift en bemesting kunnen bijvoorbeeld meer worden afgestemd op het soort en de maat. Dit komt de kwaliteit ten goede en vermindert zeker ook de ziektegevoeligheid. Een praktisch knelpunt op de bedrijven zijn soms de te grote kraanvakken. Uiteindelijk hebben de meeste coniferenkwekers in dit extreme seizoen nog een goed teeltresultaat behaald. Op goed ontwaterende containervelden is de groei na veel neerslag goed hersteld. In een jaar zoals nu is het monitoren van de bemesting belangrijker dan ooit. Regelmatig bemonsteren geeft veel inzicht en maakt een gerichte sturing mogelijk. Mede door grondstoffen in de potgrond en de invloed van het gietwater is de juiste pH gedurende de teelt steeds belangrijker geworden. Een juiste pH-meting is alleen door erkende laboratoria goed te doen. Goede beheerste en gezonde groei is ook bij moerplanten belangrijk. Maak een goed gevormde stek met daarin de natuurlijke plantvorm. Uniformiteit van het stek blijft
een aandachtspunt. Neem stek van de moerplant waar licht bij is geweest; dit geeft de meest optimale slaging. Na beworteling moet tijdig worden bijgemest. Zeker bij groenblijvende gewassen is dit ook in de herfst en winter van belang. Soms gaat het effectief bijmesten beter met een spuitboom middels naregenen. Het is zeker zinvol ook bij bewortelde stekken de EC te meten of te bemonsteren. In het voorjaar moet beworteld stek goed worden afgehard voor het oppotten. Dit jaar zijn er door het felle voorjaarsweer weer diverse partijen flink verbrand na het oppotten, als gevolg van te weinig afharding vanuit de kas. Dit kost veel groei, geeft uitval en ook extra ziektedruk door taksterfte. Het stek eerst een paar weken buiten zetten voor het oppotten, is zeer effectief. Verbranding kan dan worden voorkomen door doek of met een stukje schermhal. Goede bedrijfshygiĂŤne draagt bij aan minder onkruid op de potten. In de buurt van containervelden is er nog zo vaak veel onkruid in het zaad te zien. Zorg dat paden, randen, bermen en slootkanten altijd schoon zijn. Dit geldt zeker ook rond en in de stekkas. Maak het schoonhouden van de omgeving tot een routine die maandelijks terugkomt. <
In de ontwikkeling van het laatste schot van Prunus, Ilex en Buxus is veel verschil in groei waar te nemen. Dit is afhankelijk van de vochttoestand gedurende de droge periode van afgelopen tijd. Op percelen die niet meer beregend zijn, is het gewas goed afgehard en is de kans op ontwikkeling van meeldauw in Prunus en Cylindrocladium in Buxus beperkt. Laat de bladkleur te wensen over, dan komt dit door slechtere opname van voedingsstoffen. Vaak is er ook sprake van meer bladval van binnenuit. Met het oog op de najaarslevering heeft de inzet van bladmeststof nog effect op de bladkleur. Herhaling met een korte interval is noodzakelijk. Op percelen met actieve groei blijft alertheid op meeldauw in Prunus geboden. Bij aanhoudende hoge temperaturen kan bestrijding noodzakelijk zijn. Tegen hagelschot en/of bacterievlekken blijft het ook nu nog raadzaam een bestrijding uit te voeren. Zorg voor een goede bladbedekking met de inzet van preventieve middelen, zoals Serenade of spuitzwavel. Bij aantasting van meeldauw op het laatste zachte schot kunt u Folicur of Nimrod inzetten.
Ook op Cylindrocladium in Buxus blijft alertheid geboden. Inzet van preventieve middelen met een goede bladbedekking blijft ook hier de strategie. Houd in deze periode van het jaar rekening met dauw en bladnatperiode in verband met de aandroogtijd van middelen. Het beste spuitmoment op een droge dag is dan ook vaak aan het begin van de middag. Toevoeging van bijvoorbeeld Codacide, Prolong of Squall verbeteren de hechting en de regenvastheid. De opname en werking van curatieve middelen zoals Mirage Plus (tegen Cylindrocladium) en Nimrod (tegen meeldauw) neemt af bij lagere temperaturen. Inzet van deze middelen met temperaturen lager dan 12°C hebben dan ook weinig effect. Laat u tot slot in de containerteelt niet verrassen door nachtvorst. Door het warme weer zijn veel gewassen in containers nog niet afgehard. Houd daarom vliesdoek of Agro Cover-doek tijdig paraat om gewassen af te dekken. Ook voor vers/mals uitgeplant plantgoed in de vollegrond is het achter de hand hebben van beschermingsdoek een pre om een bedrijfsrisico te beperken. <
Het seizoen van de rozen is vreemd verlopen, zoals ook voor meerdere andere gewassen. Een traag op gang komend voorjaar, een koele periode in april en mei, veel water in juni en veel hitte in september en oktober. Dit is ook te zien aan de gewassen. Op dit moment worden de eerste rozen gerooid. De kwekers die niet in augustus/ september beregend hebben, hebben geen hergroei meer gehad. Daarvan zijn de rozen nu hard. Voor de kwekers die in die periode wel water hebben gegeven, zal het inhouden dat er nog wel (grond) scheuten bijgekomen zijn: die rozen zijn zachter. Voor die kwekers is het beter te wachten met rooien om de hardheid beter door te laten komen. De kwaliteit van de eerste gerooide rozen lijkt goed te zijn. Naar verwachting zal dat ook tot minder problemen leiden met bewaren. Inmiddels is de eerste vorst geweest. Dat zal bijdragen aan de hardheid en kwaliteit van de rozen. De teeltduur van Tagetes is minimaal 100 dagen. Voor veel kwekers houdt dit in dat deze periode bijna bereikt is. Tagetes heeft een bestrijdend effect op met name het
wortellesieaaltje (Pratylenchus penetrans). De werking zit in het wortelpuntje waar de stof thiofeen wordt geproduceerd. Als het wortellesieaaltje het wortelpuntje aanzuigt vindt de bestrijding plaats. De minimale teeltduur is dus van belang voor een goede doorworteling van de grond, waardoor de werking kan plaatsvinden. Het is dus ook zo dat bestrijding plaatsvindt daar waar de wortels van Tagetes zitten: in de meeste gevallen is de bewortelingsdiepte ongeveer 20-25 cm. Indien de benodigde teeltduur bereikt is, kan het gewas geklepeld worden. Doe dit alleen indien de grond niet te nat is, anders vindt structuurbederf plaats.
Tot slot: neem in deze periode de bodemmonsters. Dit is van belang om tijdig een goed bemestingsplan te kunnen maken. Neem hier in de winter de tijd voor om volgend voorjaar tijdig klaar te zijn. Raadpleeg uw adviseur hiervoor. <
Vanwege de pieken in neerslag en warmte is Erik van Dijck in Zundert geswitcht met zijn potgrond. Van een mengsel van puinsteen, Ierse turfstrooisel fractie 1 en daar doorheen wat grovere turfbrokken, stapte hij over naar een mengsel op basis van turf met houtvezel (bark). Waarom die switch? „Puinsteen veroorzaakte schade aan de potmachine. En, eenmaal volgezogen met water hield het dat water lang vast en maakte het de potten zwaar.” Het nieuwe mengsel, dat luchtiger en beter waterdoorlatend is, gebruikt hij voor alle coniferen. „Beter een keer extra water geven dan dat de afvoer stagneert.” Paul Bremmer van Bremmer Boomkwekerijen vindt veencomponenten in de potgrond belangrijk, zowel voor het opnemen als afgeven van water. „Het gaat om een goede sponswerking.” Om de potgrond waterdoorlatender te maken, voegt hij ook hij soms fijne bark toe. „Een natuurproduct dat amper water vast houdt.” Arie Schipper van Delphy legt uit dat potgrond niet per se grof hoeft te zijn om voldoende lucht te bevatten onder natte omstandigheden. „Als de heel fijne delen maar ontbreken.” Bij Bremmer verschilt de potgrond per geslacht en/of soort. „Taxus is erg gevoelig voor wortelrot, dus kweek ik deze in potgrond die goed waterdoorlatend is.” Belangrijk daarbij is dat het een tweejarige teelt betreft; de potgrond moet een lang uithoudingsvermogen hebben. Bremmer heeft het mengsel door de jaren heen steeds verbeterd. „Water in een kluit is te beïnvloeden, met lucht is dat lastiger.” Schipper benadrukt die stabiliteit in de structuur. „Liefst bestaande uit materialen die niet te snel verteren.” Met een fysisch goede grond en een goede ontwatering kun je volgens hem veel aan.
Door verschillende grondstoffen te combineren in het mengsel kan er gestuurd worden in de voor de plantenwortel beschikbare watervoorraad. Gerard Wapenaar van Klasmann-Deilmann, leverancier van groeimediums, benadrukt dat van zoden witveen verschillende korrelgroottes worden aangeboden en bark of boomschors is toe
te voegen. Met het maken van allerlei mengsels werk je volgens hem toe naar bepaalde fysische eigenschappen. “Eenmaal in de pot zijn die niet meer te beïnvloeden.” Planten die minder last hebben van teveel vocht, zet Bremmer in 100% veen. „Denk aan soorten van Chamaecyparis, Juniperus en Thuja.” Sommige vragen een eigen aanpak. Hij noemt de Elwoodii-groep van Chamaecyparis. Die groeit bij hem in 55% veenmosveen en 45% fractie 2 uit witveenzoden. Daar wordt nog kleigranulaat aan toegevoegd om mineralen vast te houden. „Elwoodii-types zijn gevoelig voor calcium-tekort, dat veroorzaakt bruin in de groeipunten.” Picea glauca ’Conica’ is weer gevoelig voor droogte en krijgt extra vochtvasthoudende potgrond. Pinus is veel minder kritisch. Die pot Bremmer elk najaar vanuit de volle grond in goedkopere potgrond. „Die teelt is ook korter.” Wapenaar: „Belangrijk nog is de uniformiteit van de potgrondmengsels. Mengsels voor dezelfde teelten moeten vergelijkbaar zijn.” Bij Van Dijck staat het overgrote deel van de coniferen zomer en winter buiten in pot, alleen natgevoelige coniferen staan in de kas. Taxus bijvoorbeeld, hoewel deze inmiddels uit het sortiment is. „Die hadden te makkelijk natte voeten. Ook Sciadopitys heeft dat probleem. Die zet-
ten we in de kas.” Bremmer zet ook Sequoiadendron giganteum in de kas. „Staat die te nat dan verschijnt meteen grauwe schimmel (Botrytis).”
Wapenaar vertelt verder over het belang van een goede ondergrond. „Een uitgebalanceerde potgrond heeft weinig waarde als de waterafvoer op de ondergrond stagneert.” Bremmer kiest voor verticaal afwateren. Daarvoor zet hij de planten op antiworteldoek dat op een laag lavakorrels ligt. Soms levert dit nog wat capillaire werking op. Hij heeft de gehele kwekerij zo aangepakt omdat zijn teelten geregeld van plek wisselen. Van Dijk maakt gebruik van twee verschillende ondergronden. Naast velden van zand waarover plastic folie ligt met daarover antiworteldoek zijn er velden bedekt met noppenmat. Overtollig regenwater loopt eenvoudig tussen de noppen weg. Capillaire werking is hier niet mogelijk, de horizontale afwatering maakt dat onmogelijk. Planten die hierop groeien zijn onder andere Cryptomeria, maar ook soorten van Chamaecyparis. „Die zijn gevoelig voor nat en daardoor voor Phytophthora.” Hij vertelt over
een collega die vloeimatten gebruikte. „Soms stonden de planten te lang nat. Met gemiddeld vijf, zes maanden regen en slechts twee in relatieve droogte richt ik mijn aandacht liever op die twee droge maanden om te voorkomen dat ze heel de winter te nat staan.” Bremmer vindt regenval de beste manier van water geven; het meest gelijkmatig. Bij irrigatie is met name langs de randen en in de hoeken gevaar voor uitdroging. Hebben de weersveranderingen invloed op het sortiment? Bremmer denk van wel. Hij noemt Picea en Pinus die veel richting de koude gebieden gaan. „Picea begon hier door de warme septembermaand aan het derde schot.” Voor de toekomst liggen er volgens hem misschien mogelijkheden voor mediterrane planten als Cupressus. <
hebe thuj a
buxus erus junip mus y euon
Smidstraat 1, 6691 ES Gendt, Nederland www.wilbertstek.nl
aris aecyp cham ilis s nob lauru dula lavan psis o j u th
prun us rosm arin us thym us taxu s ilex
Vijvercentrum De Scheper in Oirschot is al ruim twintig jaar een begrip voor alles op het gebied van vijvers. Het bedrijf richt zich op het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van vijvers en heeft zo’n 250 soorten waterplanten en 15 soorten zuurstofplanten staan. Janita van Alphen, die samen met haar man het vijvercentrum runt, vertelt dat de koivijver een jaar of tien geleden heel erg ‘in’ was. „Zo’n vijver vraagt echter de nodige expertise en investering. In de crisistijd hebben mensen daar afscheid van genomen.” Tegelijkertijd is er volgens haar een nieuwe klantengroep ontstaan die de voorkeur geeft aan een natuurlijke vijver. „Mensen willen de natuur erbij betrekken, maar dan wel zo duurzaam mogelijk. En daar hebben ze ook best geld voor over. Denk aan energiezuinige filters en pompen. Ook merk je dat ze bewustere keuzes maken. Er wordt beter nagedacht over de consequenties van een bepaalde vijver of bepaald systeem. Ze doen eenmalig een investering om op termijn te besparen.” In het verlengde van de natuurlijke trend worden ook zwemvijvers steeds populairder. „Mensen zoeken recreatie rondom het huis. Opmerkelijk is ook de interesse van jongere mensen. Waar voorheen vooral ouderen interesse hadden, zijn nu ook dertigers geïnteresseerd.” Ze ziet daarbij steeds meer zwemvijvers die in verbinding staan met een plantenvijver en natuurlijk worden gereinigd. „Dat is een goede
ontwikkeling. Een natuurlijk gereinigd bad is veel gezonder dan een chemisch gereinigd bad. Zo hebben we een grote klantenkring uit de medische wereld; mensen die zich bewust zijn van wat nu werkelijk gezond is. Maar ook mensen met huidproblemen knappen er van op.” Een andere ontwikkeling is dat klanten zoeken naar bedrijven die hen helpen bij het onderhoud van de vijver. Van Alphen: „De aanleg hebben hoveniers vrij goed onder de knie, maar er is ook nazorg nodig. En daar heeft de hovenier vaak geen tijd voor.”
Marcel van der Werf uit Reeuwijk is ingesprongen op deze trend. Als waterplantenkweker merkte hij dat veel mensen vragen hebben over vijvers en waterplanten. De wirwar aan informatie op het internet is niet voor iedereen even duidelijk. „Wij proberen dat gat op te vullen door de consument te begeleiden bij de aanleg en het onderhoud van vijvers en oevers. We maken de mensen wegwijs en bieden hulp waar nodig. Bijvoorbeeld met het beplantingsplan, de kleurstelling en het onderhoud.” Als gevolg van deze koerswijziging kweekt Van der Werf niet meer zo’n breed sortiment als vroeger; de aanleg en het onderhoud van vijvers nemen langzamerhand de overhand. „Een gat graven en folie erin leggen kan iedereen. Maar een
goed beplantingsplan passend bij de vijver en de wensen van de klant, zie je zelden. Als de tuin is aangelegd en alles gaat groeien, komen de problemen vaak pas aan het licht. Ook is het voor mensen lastig om een vijver in balans te houden. En dan komen wij in beeld. Dat is wat dit werk zo leuk maakt. Met hulp van ons gaan mensen de vijver begrijpen; dat geeft veel voldoening.” Van der Werf merkt ook dat de trend meer naar het natuurlijke gaat. „Men is toch een beetje klaar met het filtersysteem en het onnatuurlijke. Mensen willen natuurlijke vijvers met natuurlijke oevers. Tegelijkertijd willen ze er niet meer werk aan hebben. Onderhoudsarm is hot; tijd is een gebrek.” Zwemvijvers spelen daarin een belangrijke rol. De kweker merkt dat de vraag - ondanks de hoge kosten
- de laatste tien jaar toeneemt. „Je ziet dat mensen tegenwoordig eerder kiezen voor een zwemvijver dan voor een zwembad. Het past heel erg in de natuurlijke trend. Vooral als je het water laat filteren door middel van helofyten.” Dit wil volgens hem niet zeggen dat mensen klaar zijn met een strak ontwerp. Wel zijn ze er vaak eerder op uitgekeken. „In een natuurlijke vijver gebeurt veel meer. Zo’n vijver blijft veel langer leuk dan een strakke, metalen bak met drie plantjes en een stengel.” Een troebele vijver staat volgens de ‘vijverdokter’ in de top tien van problemen. „Veel problemen kunnen worden opgelost met een goed beplantingsplan. Planten op een verkeerde plaats, te weinig zuurstofplanten en te grote planten zijn veel voorkomende oorzaken.”
Voor de natuurlijke vijver kiest men volgens Van der Werf veelal voor het inheemse sortiment. Daarbij wil men naast riet met een pluimpje ook graag sierwaarde en kleur. Bijvoorbeeld een zwanenbloem, gele lis of een moerasspirea. „Mensen willen zowel naast als in het water een sortiment dat niet alleen in het voorjaar kleur geeft, maar ook in de rest van het jaar iets leuks te bieden heeft.”
Op de vijverafdeling van Tuincentrum Soontiëns in Eindhoven wordt - op vissen na - alles verkocht wat nodig is om een vijver aan te leggen. Eigenaar Martijn van de Loo merkt aan de hoeveelheid verkochte vijverfolie hoe het met de animo voor vijvers is gesteld. „Als je de afgelopen twintig jaar bekijkt, zitten we nu op
een redelijk dieptepunt.” Volgens Van de Loo komt dit vooral doordat mensen bang zijn voor het werk dat een vijver met zich meebrengt. „Een vijver wordt per definitie bestempeld als veel werk. Daarnaast hebben we te maken met de trend van het dichtstraten van de tuin. Dat is ons een doorn in het oog.” Van de Loo geeft aan dat het bedrijf, dat ook een hovenierstak heeft, mensen enthousiast probeert te maken om iets met water in de tuin te doen. „We zijn lid van de Wilde Weelde een club die zich bezighoudt met ecologisch tuinieren en hovenieren - en proberen mensen bewust te maken van wat een vijver kan betekenen en hoe zonde het is om je tuin dicht te straten.” Gelukkig betekent dit alles niet dat Soontiëns helemaal geen vijvers aanlegt. „Vooral natuurlijke vijvers zijn geliefd. Binnenkort leggen we pas de eerste strakke vijver van het jaar aan.” Van de Loo denkt dat natuurlijke vijvers de toekomst hebben. „De vijver kunnen we inzetten om de waterproblematiek in de stad op te lossen. We hebben steeds vaker te maken met hevige hoosbuien.” Ook Olivier Copijn, directeur realisatie bij Van der Tol, ziet een functie weggelegd voor de vijver als waterbuffer. „Behalve dat vijvers een esthetische rol hebben, krijgen ze steeds meer een functionele rol. Samen met groen speelt water een belangrijke rol in de leefbaarheid van de stad.” Van der Tol biedt groene en duurzame oplossingen voor de klimaatbestendige stad van de toekomst. Copijn ziet dat bedrijven, aannemers en ontwikkelaars steeds vaker kiezen voor vijvers die op een natuurlijke en ecologische manier worden ingepast. „Het begrip duurzaamheid begint steeds meer te landen. Een strakke vijver kan mooi en passend zijn, maar we merken dat onze klanten de buitenruimte steeds meer als natuur willen beleven. En daar past de natuurlijke vijver prima in!” <
Bij Royal FloraHolland lag de aanvoer van tuinhortensia tot en met week 41 1,7% lager dan in dezelfde periode vorig jaar. In dezelfde periode steeg de middenprijs met 6%. Ook in 2015 noteerde Royal FloraHolland al een prijsstijging bij tuinhortensia: toen zelfs met 18%. Gert Koert, mede-directeur van Groen-Direkt spreekt van een bijzonder goed jaar voor de verkoop van tuinhortensia. „Het seizoen is op te delen in drie segmenten: kaal
product in het begin van het jaar, vervolgens product met knop en blad en tenslotte de bloeiende hortensia. Voor alle segmenten geldt eigenlijk dat het aanbod prima was en de vraag zelfs nog beter. Vanaf begin juli moesten we af en toe zelfs ’nee’ verkopen.” Koert denkt dat er sprake is van een zeer gezonde markt, maar kijkt enigzins bezorgd vooruit. „Ik hoop dat kwekers met elkaar de markt ’graag’ zullen houden”, zegt hij verwijzend naar mogelijke extra productie die het gevolg kan zijn van een goed seizoen. Bij kweker Sjaak van Schie zegt Karel Hooijman: „Ik schat dat we zo'n 15% minder bloeiende planten hebben afgezet tegen prijzen die 12% hoger liggen. Ook de vraag naar halfwas is goed. Voor volgend jaar is er al meer vastgelegd dan voorgaande
jaren. We zullen hiervan minder in de vrije verkoop hebben.” Hooijman zegt dat het bedrijf dit jaar zo'n 85% van hun productie op voorhand heeft verkocht. „Dat betekent qua aandeel termijnverkoop een verdubbeling met twee jaar geleden.” <
„We zijn volop bezig”, zegt Henry Nooteboom bij De Buurte kwekerijen over het huidige kluitseizoen. „De stemming is op zich goed en deze werd eigenlijk al afgelopen voorjaar ingezet; toen was er bij het aanbod van diverse kluitproducten al wat krapte op de markt merkbaar.” Nooteboom zegt wel dat september een maand was met twee gezichten. „September was droog en warm en daardoor zijn er die maand veel leveringen voor aanlegprojecten uitgesteld. Dat deel van de leveringen halen we deze maand wel in. Richting tuincentra is echter wel wat kluithandel blijven liggen. Producten die bestemd waren voor levering
september, vinden in oktober niet in alle gevallen meer hun weg naar tuincentra. De pottenhandel was in september door het mooie weer juist wel weer goed.” Inmiddels worden bij De Buurte ook al weer de eerste kerstproducten gerooid. „Het is gebruikelijk dat we nu al de eerste ’Conica’ en ’Stricta’ rooien, maar voor een deel zijn ze wel vroeger gereserveerd dan voorgaande jaren”, aldus Nooteboom. Kweker Rob van den Beucken noemt de stemming voor de kluithandel heel goed. „We leveren onder andere groenblijvende Prunussoorten en zagen door het mooie weer in september veel vraag, onder andere vanuit de hoek van bedrijven met particuliere internetverkoop. Wel hebben we door de droogte ’niet normaal veel’ moeten beregenen om goede kluiten te kunnen maken. Vanaf half oktober begint nu ook de aanlegmarkt echt goed te lopen. Ik denk dat we qua verkochte aantallen zo’n 30% voor liggen op vorig najaar.”
Bij Dutch Garden Plants zit het rooiseizoen er zelfs al weer op. „Half oktober waren we klaar”, zegt mededirecteur Frank Deriet. Het bedrijf moet het vooral hebben van grote retailacties. „De verkoop in de winkels was goed maar qua leveringen was het een hectisch seizoen. Uitval door waterschade zorgde voor extra sorteerwerk en door de hitte was extra aandacht nodig om ervoor te zorgen dat gerooid product niet zou verbranden. Ook was er gekoeld transport nodig”, aldus Deriet. <
Kwekers van vaste planten in pot kijken al met al tevreden terug op het afzetseizoen van 2016. Traditioneel werden in week 8 de tuincentra van voorraad voorzien. De start van het afzetseizoen kwam echter vervolgens moeizaam op gang waardoor het aanvullen van de voorraden lang op zich liet wachten. De moeizame start wordt met name geweten aan de aanhoudende kou in het vroege voorjaar. Maart en ook begin april
vielen daardoor tegen en menig kweker hield daardoor zijn hart vast. Na enkele jaren van moeizame verkoop, werd wederom gevreesd voor tegenvallende resultaten. Het tij keerde echter. De temperaturen liepen op en de verkoop kwam alsnog op gang. Echt pieken deed de afzet vervolgens niet, aldus de kwekers. Toch meent de meerderheid dat ze rond begin tot half juni qua afzet de achterstand hadden ingelopen ten opzichte van vorig jaar. Vervolgens is de afzet dit jaar langer door blijven lopen. Al met al zijn vaste planten in pot beter verkocht dan de twee voorgaande jaren. Helemaal rozengeur en maneschijn is het echter niet. Hoewel het afzetseizoen beter is verlopen dan voorgaande jaren, blijft het niveau
„Klopt! En naast een tuincentrum en bouwmarkt hebben we ook nog een plantencentrum. Hier staan de grotere bomen, heesters en coniferen waar we op het tuincentrum geen plaats voor hebben. Niet alleen particulieren maar ook hoveniers komen hier shoppen.”
„Goed. In tuinplanten hebben we tot nu toe zo'n 12 % meer omgezet dan vorig jaar. Dat komt mede door het weer; de handel heeft lekker lang doorgelopen. Maar je merkt ook dat mensen weer meer te besteden hebben. Herfstproducten als Gaultheria en Skimmia zijn nu in trek. Maar we
namelijk nog achter bij de resultaten vijf jaar geleden. Kwekers betwijfelen ook of dat niveau op termijn weer haalbaar is. De aantrekkende verkoop van huizen wordt echter als een positieve ontwikkeling gezien voor de lange termijn. <
verkopen ook veel bos- en haagplantsoen met blote wortel en als kluitgoed.”
„Heel belangrijk. We zijn al vanaf september bezig met de kerstshow; afgelopen weekend is deze geopend. Maar we blijven - in tegenstelling tot veel andere tuincentra - ook gewoon najaarsartikelen verkopen.”
„Ik ben net terug uit Italië, waar ik planten als Viburnum tinus, Photina en Elaeagnus heb vastgelegd voor komend voorjaar. Olijven kopen we in Spanje. Daarnaast kopen we veel bij kwekers in Zundert, Haaren, SintOedenrode en Boskoop.”
„We zien dat er best al wat is gereserveerd. Ook nemen klanten net even wat makkelijker een mooie Liquidambar, olijf of zwaardere fruitboom mee. Het ziet er dus best goed uit!” <
„Bij onze inkoop is het juiste product op de juiste tijd belangrijk. We verbinden een levering niet per se aan een week, maar we zijn flexibel. Is het product nog niet helemaal goed door de natuur, dan blijft het een week langer staan bij de kweker. Beter een product dat 100% verkoopklaar is, dan eigenlijk nog niet verkoopklaar. Om te zien welke nieuwe producten interessant kunnen zijn voor de
Zweedse markt, heb ik de afgelopen tijd onder andere Plantarium en GrootGroenPlus bezocht. Tegelijk met de beurs in Zundert was ook Elmia Garden in Zweden, maar daar ben ik dus niet geweest – ik kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Elmia Garden is een mooie beurs, een soort kleine IPM omdat je er behalve tuinplanten ook bijvoorbeeld kamerplanten en decoratiematerialen ziet. Er staan vaak handelaren, maar voor ons is directe handel juist interessant. We hebben directe lijnen met kwekers in Zweden, Nederland en andere landen, waardoor we snel kunnen schakelen. En zij ook. Nieuwigheden moeten echt meerwaarde hebben voor Zweedse consumenten, als die niet bijzonder zijn terwijl je er wel €5-10 meer voor
moet betalen: dan wordt de verkoop al moeilijk. Wat echt interessant was op de beurzen? Ik zag bijvoorbeeld mooie Berberis-soorten. Sterke planten, die geschikt zijn voor het Zweedse klimaat. Verder ook een nieuw, laag blijvende Hydrangea.” <
„Het is nu echt merkbaar dat de beurs (2 tot en met 4 november, red.) in aantocht is. Onze tuincentrumklanten doen het heel rustig aan op het moment. Veel winkels zijn de koude kas aan het ruimen om plaats te maken voor het kerstassortiment. Pas op de beurs gaan ze weer bestellen. Juist de vraag naar boomkwekerijproducten staat nu op een heel laag pitje. Daar hebben coniferen en heesters het meeste last van. Besproducten als Gaultheria en Skimmia lopen wel goed door. Net als najaarsviolen en bolchrysanten, hoewel het seizoen voor die laatste al bijna ten einde is. In algemene zin merk ik dat de najaarshandel elk jaar weer wat minder wordt. Waar men tien jaar geleden nog best wat bij kocht
in deze periode, tegen hele scherpe prijzen, nemen tuincentra nu dat risico niet meer. Wat op is, wordt niet meer bijbesteld. Daarnaast is de klokhandel in kluitproducten weg gevallen, waardoor ook dat segment is uitgehold. Het Allerheiligen-gebeuren gaat geheel aan ons voorbij. Onze Nederlandse afnemers doen er vrijwel niets mee, ook Halloween stelt hier als feestdag weinig voor. Er zijn dus geen impulsmomenten voor ons in deze periode. We hebben er ook geen last van; ik merk niet dat de prijzen voor die dagen al stijgen of dat er schaarste ontstaat van het een of ander. Alle ogen zijn nu gericht op de Trade Fair. Dat is voor ons een heel belangrijke beurs. Kwekers en klanten kijken er lang naar uit. Omdat we zelf op de veiling in Aalsmeer zijn gevestigd, ontvangen we in die periode veel klanten om een ‘rondje beurs’ te doen. Het draait er meer om kerst- en bolproducten dan om pure boomkwekerij-artikelen, maar toch zie je het hele handelssegment
in die periode opleven. Ook voor het netwerken is de beurs een uitgelezen moment. Ik verwacht er geen revolutionaire nieuwe dingen te zien, maar nieuwe concepten hoop ik er wel aan te treffen. De sector is positief gestemd, dat sentiment verwacht ik ook tijdens de beurs te proeven. We kijken met zijn allen terug op een goed jaar. Alle lichten staan in 2016 op groen: de economie trekt aan, de werkloosheid loopt terug, de consument heeft er weer zin in.” <
Boomkwekerij E. de Jong uit Dongen heeft een nieuw distributiecentrum geopend in Radom in Polen. Het distributiecentrum is gericht op landschapsarchitecten en hoveniers. Op het distributiecentrum presenteert de Dongense boomkweker het complete sortiment
plantmateriaal dat zij afgelopen
Sinds september werkt Twan Wubbels (25) als adviseur bij meststoffenleverancier DCM uit Katwijk. Wubbels volgde de opleiding Tuinbouw & Akkerbouw bij de HAS. De laatste jaren is hij werkzaam geweest bij Alliance waar hij teeltadvi-
seur asperge, boomkwekerij, hoveniers en akkerbouw was. Bij DCM werkt hij nu als adviseur in het zuiden van Nederland in de sectoren boomkwekerij, tuinbouw, akkerbouw, fruit en bollenteelt.
jaar aan Poolse afnemers heeft verkocht. E. de Jong, ook bekend onder de naam ’De entspecialist’ is al jaren actief op de Poolse markt en is onder andere vertegenwoordigd op de Poolse beurzen Gardenia en Green is Life. Meer informatie: entspecialist.nl
Heftruckcentrum Post introduceert de nieuwe heftruck V Terra. Deze is gebaseerd is op Yale en rijdt op drie dubbele wielen om insporing in containervelden te voorkomen. De binnenste wielen vooraan zijn aangedreven, zodat slip wordt voorkomen aldus de fabrikant. De buitenste wielen vooraan lopen los om te zorgen voor stabiliteit. De achterwielen
GroeiBalans biedt onder verantwoordelijkheid van de LTO cultuurgroep Vaste Planten de cursus vaste plantenteelt aan. De cursus bestaat uit 13 opeenvolgende dinsdagavonden gevolgd door een examenavond. Bij de cursus horen ook drie excursies waarvan er twee in de winter en een in de zomer na het examen plaatsvindt. Deze cursus probeert alle aspecten van de vaste plantenteelt
kunnen 90° draaien, wat de truck heel wendbaar maakt. De truck kan behalve voor het uitzetten van containerplanten, ook worden ingezet bij het spuiten. Daarvoor bouwt Post een getrokken elektrische spuitmachine; de pomp wordt aangedreven vanuit de accu’s van de truck. Meer informatie: heftruckcentrumpost.nl.
te behandelen, zowel teelttechnisch als ook de handelstechnische kant. Een belangrijk onderdeel vormt ook de achtergrond van de vaste plantenteelt, zoals rustmechanisme, bewaring, bemesting, maar ook sortiment en herkennen van ziekten en plagen. Deelname kost €500 inclusief btw. Aanmelden kan bij renevg@ groeibalans.nl.
In de Brabanthallen in 's-Hertogenbosch wordt van 29 november tot en met 1 december Future Green City gehouden. Deze beurs staat in het teken van alles wat met een toekomstbestendige leefbare stad te maken heeft. Gedurende de drie dagen vinden zo'n 50 presentaties van vooraanstaande sprekers plaats. Op dinsdag om 11 uur trapt Diederik Samsom, fractievoorzitter PvdA, af met zijn visie op Future Green Cities. Dinsdag staat verder in het teken van groen, woensdag in het teken van innovatie en stedelijke ontwikkeling en donderdag staat circulaire economie centraal. De beurs is dagelijks van 10 tot 17 uur. Informatie: futuregreencity.nl
- DOSERING OP STREEFGEWICHT - UITSTEKENDE SERVICE - FRACTIES VAN TOPKWALITEIT - CONSISTENTE KWALITEIT -
FANTASTISCH, NIET? ALS DIT ALLEMAAL IN
UW SUBSTRAAT ZOU ZITTEN?