Skip to main content

bachelor arbeid en organisatie - training en coaching

Page 1

Training en coaching docent Mattijs Leenknegt studiegebied sociaal-agogisch werk bachelor in Toegepaste psychologie campus Kortrijk academiejaar 2022-2023


S.P.E.L.-METHODE Vooraleer verder in te gaan op concrete werkvormen, is het prioritair om te beseffen dat je houding als trainer belangrijker is dan welke keuze van werkvorm ook. Het boek Trainen zonder zaaltjesleed (Lex Mulder, 2020) maakt er ons attent op dat er heel wat energie en doelgerichtheid verloren gaat door het feit dat trainingen en andere groepsbegeleidingen vaak te weinig effectief en te eentonig zijn, vaak uitgaan van dezelfde onderliggende kaders en stereotype voorspelbare opbouw en te veel nadruk leggen op cognitieve groei (wat Karin De Galan ook al aangaf in je handboek). Als tegengif ontwikkelde de auteur Lex Mulder daarom de S.P.E.L.-methodiek benadering. Deze methode vertrekt vanuit Speels-, Proces- en Ervaringsgericht Leren, waardoor een groep vanuit onderliggende verbondenheid samen nieuwe mogelijkheden kan exploreren en van hieruit gaan experimenteren. Door op deze manier in relatie te treden met de groep die je begeleidt, maak je een veilige en boeiende context waarbinnen je je werkvormen zinvol kan inzetten. SPEELS (ONTSPANNEN DOEN)

Je stopt niet met spelen omdat je er te oud voor bent. Maar je wordt oud omdat je stopt met spelen George Bernard Shaw, Ierse dramaschrijver, 1856 – 1950 DE SPELENDE MENS In het boek Speels trainen (Claudia en Mirjam Broeke, 2014) wordt benadrukt dat spel overal ter wereld de grondslag van cultuur vormt. Ook in de meest geïsoleerde samenlevingen wordt gespeeld. Voor kinderen is dat evident. Maar veel volwassenen verliezen ergens het vermogen om te spelen en daarmee een kans om te blijven leren op een leuke manier. Vanuit de ontwikkelingspsychologie leerde je nochtans al het cruciale aspect van spel voor alle aspecten van het leren en het ontwikkelen van een kind: kinderen leren via spel nieuwe dingen ontdekken, fantasie en creativiteit gebruiken, spelenderwijs fouten maken en daarvan leren, iets volhouden of herspelen om het beter te doen,… Op psychosociaal vlak draagt samenspel bovendien bij aan het vermogen om verbinding aan te gaan met anderen waardoor een kind zich minder eenzaam gaat voelen. In onze cultuur neemt spelen echter een steeds minder belangrijke plek in naarmate mensen ouder worden. Dat is zichtbaar in het schoolsysteem waarbij leren door de schooljaren heen steeds ernstiger wordt aangepakt. En of het geleerde blijft hangen op langere termijn of effectief toegepast wordt, wordt vaak al helemaal niet in rekening gebracht. Ook in vele werkomgevingen speelt spelen vaak weinig rol van betekenis. Gelukkig zijn er meer en meer bedrijven waar spelen onderdeel wordt van de bedrijfsstrategie. Wereldwijd is Google het bekendste voorbeeld: werknemers kunnen de hele dag spelen en sporten, klassieke vergaderruimtes zijn er niet en de inrichting van de ruimte nodigt uit tot andere manieren van overleg en van verbinding leggen met elkaar. De onderliggende wetenschappelijke vaststelling hierachter is dat werknemers doorgaans meer gemotiveerd blijven als je ze geregeld -functioneel- laat spelen. Honger naar meer? → Hoe je leren onweerstaanbaar maakt: www.instituteofplay.org → TED-talk: Play, how it shapes the brain, opens the imagination, and invigorates the soul

SPEELS TRAINEN Jongeren en volwassenen geraken in professionele contexten minder snel aan het spel: heel wat trainers maar ook veel cliënten schrikken er in eerste instantie voor terug. Door te spelen laten we immers heel wat controle los: we weten niet steeds waar we beginnen, laat staan waar we uitkomen. Nochtans: spelvormen geven net zuurstof aan afwisseling en maken het vaak spannender, meer ontspannen en doorleefder en dus minder eentonig en saai. Bovendien: de parallelle spelrealiteit is niet de echte wereld, waardoor alles kan en alles mag, zonder dat er reële gevolgen zijn voor de spelers. Het is dus vooral bij het

2


invoegen van het speels aspect dat je als trainer of groepsbegeleider aan veiligheid moet werken: stel je deelnemers gerust dat iedereen steeds terug uit het spel of speels moment kan stappen, vraag de deelnemers dat speelse momenten nadien niet buiten de groep worden nabesproken en geef aan dat je samen steeds aanpassingen kan doen aan de speelruimte onderweg. Ondertussen hebben ook neurowetenschappers aangetoond dat er sterke en duurzame winsten zijn door speels te leren: via de spiegelneuronen gaan de ervaringen en emoties die beleefd worden in een spelcontext ons effectief beter voorbereiden op komende situaties in het echte leven – dat is bij volwassenen net zo als bij kinderen. SPELVORMEN: VAN PLAY TOT GAM E De woorden ‘spel’ en ‘spelen’ worden heel vaak gebruikt (Bijkerk & van der Heide, 2006). Toch is het boeiend om de Engelse termen ‘play’ en ‘game’ er even bij te halen. De term ‘play’ gaat over de meest basale manier van spelen: een spontane activiteit van één of meer spelers, waarbij er geen strikte organisatie is met vastliggende spelregels en geen vast aantal spelers. Tijdens het spelen kan de spelvorm veranderen onder invloed van de fantasie en creativiteit van de spelers. Aan de andere pool vinden we de term ‘game’: een doelgericht spel met competitie- en samenwerkingsaspecten met vooraf vastgelegde regels. Play en game staan hierbij niet diametraal tegenover elkaar, maar vormen een continuüm waarop alle mogelijke spelvormen kunnen geplaatst worden. PLAY --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------> GAME Dramaspelen Rollenspelen → creatieve expressie → praktijksituaties uitspelen bv lichaamstaal leren analyseren bv sollicitatietrainingen

Simulatiespelen Gezelschapsspelen → werkelijkheid naspelen → doelgericht spel bv concreet gesprek voorbereiden bv Oké-spel (Sensoa)

Je kan zien dat dramaspelen eerder aan de ‘play’-kant staan: er is geen strikte organisatie of vastomlijnd spelidee, er zijn geen spelregels en geen vast aantal spelers. Denk bijvoorbeeld aan een opdracht in een SOVA-groepstraining voor kinderen met A.S.S. om paarsgewijs verschillende emoties te uiten en die door de andere te laten raden: de creatieve expressie en fantasie staan centraal. Rollenspelen zijn al meer gestructureerd, maar neigen nog steeds dicht bij de ‘play’-pool. Denk maar aan een sollicitatietraining voor langdurig werkloze 50-plussers: er is enige vrijheid, maar de gesprekscontext van de gesprekken is reeds vastgelegd. Simulatiespelen neigen al meer naar de ‘game’-kant. Een homoseksuele cliënt die samen met zijn psychologisch consulent zijn outingsgesprek met zijn moeder concreet doorspeelt is hier een voorbeeld van: de vrijheidsgraden zoals inhoud en het gesprekverloop zijn al vooraf (samen) voorbereid. Gezelschapsspelen tot slot volgen vastgelegde regels die leiden tot scherpgestelde doelen. Denk aan het gebruik van het Oké-spel (vanuit Sensoa) tijdens een herstelgericht klasmoment na een seksueel grensoverschrijdend voorval in de klasgroep. Goed om weten: gezelschapsspelen worden nog soms onderverdeeld in spelen waar leren samenwerken centraal staat (‘coöperatief spel’) en spelen waar concurrentie centraal staat (‘competitief spel’). ILLUSTRATIES UIT HET WERKVELD Er zijn heel wat manieren om groepen speels op te warmen en de trainingsmotivatie te vergroten. Tijdens een groepsbevorderende klasdag voor een klasgroep met een negatieve klasdynamiek kiest de zorgcoördinator ervoor om speels te starten. Als ijsbreker laat deze psychologisch consulent iedereen in een cirkel staan en elkeen 1 maal cirkelgewijs klappen. Het tempo van rondgaan wordt opgevoerd… een ‘snelheidsrecord’ wordt gehaald… de constructieve toon is gezet en de startmotivatie vergroot.

Een werkteam kent de laatste tijd heel wat spanningen en pesterijen. De psycho logisch consulent van de HRM-dienst gebruikt bij de start van een bemiddelingsgesprek ‘S crabble’ waarbij de teamleden elk een woord vormen, gelinkt aan een belangrijke waarde die zij ervaren. De groep kan hierbij beslissen hoeveel punten ze deze waarde willen geven. Spelenderwijs ontstaat een verbonden gesprek over normen en waarden in hun team. De sfeer is voldoende ontspannen waardoor ieder zich durft uiten.

3


Een spelvorm kan ook de alertheid in een groep een boost geven. Tijdens een kennismakingsrondje bij een groep van nieuwe OKAN-leerlingen, vraag ik iedereen zijn handomtrek te tekenen en per vinger iets te noteren of te tekenen (Duim: waar ben ik goed in? Wijsvinger: wat is een valkuil van mij? Middenvinger: waar word i k boos van? Ringvinger: waar ben ik trouw aan? Pink: wanneer voel ik me klein?). Ik vraag iedereen zijn hand in een geheime doos te leggen. Nadien halen we de blaadjes 1 per 1 uit en raadt de groep van wie de ingevulde hand zou zijn.

Inleefspel helpt vaak ook mensen om dichter tot hun diepe eigen beleving te komen. Tijdens een loopbaanbegeleiding vraagt Katja zich af of ze op haar huidige werk wil blijven – vooral op maandagmorgen voelt ze veel innerlijke weerstand om te gaan werken. De loopbaancoach stapt samen met Katja in een fictieve ‘maandagmorgen’ -auto . Zij vraagt Katja waar ze eigenlijk heen wil. Katja voelt dat ze liever naar Frankrijk zou rijden. Weken later verandert Katja van job waardoor ze meer vakantietijd overhoudt en een jaar later koopt ze een natuurhuisje op het Franse platteland.

Spel kan ook ingezet worden om mensen te inspireren om ervaringen te delen. In plaats van het zoveelste spontane uitwisselingsgesprek over ‘vroeger’ in een Woon- en Zorgcentrum met een groep hoogbejaarde bewoners, kies je er voor om het spel Levenswandeling uit het Spellenlab te gebruiken. Hierdoor wordt het gesprek rij ker, gevarieerder en geanimeerder vanwege de onderliggende spelfactor. Speels werken wordt vaak ook gewaardeerd als raamwerk bij intervisie- en supervisiebijeenkomsten. Het voorbije jaar heb je als stagiair -zorgcoördinator in een basisschool de benadering van ‘Geweldloos Verzet’ geïntroduceerd bij alle meesters en juffen. Je stagementor zou nu graag ervaringen vanuit het team gaan uitwisselen tijdens een pedagogische studievoormiddag hierrond. Je mentor gaat in op je suggestie om het Intervisiespel Geweldloos Verzet uit te lenen in de Vives-bib. Het wordt een boeiende, speelse uitwisseling waarbij de leerkrachten zich erg ongedwongen en intrinsiek gemotiveerd tonen.

Bovendien zijn er heel wat leuke speelse manieren om kennis te verwerken met een groep zodat het persoonlijk wordt verwerkt en dus duurzamer blijft hangen. Hiervoor verwijs ik graag naar spelmethodieken zoals ‘pictionary’, ‘piramidetoets’, ‘taboe’, ‘wie ben ik’ en ‘wie heeft de bom’ (respectievelijk de actiekaarten 52,53,54,55,56 – zie verder onder ‘methodieken in de vives-bib). Tijdens een dag rond ‘seksualiteit en relaties’ aan een vijfde -leerjaarsklas wil je als psychologisch consulent het ijs wat breken door een twintigtal themawoorden te noteren op kaartjes en vanuit 2 deelgroepen het spel ‘taboe’ te spelen. Binnen de minuut moet één groep zoveel mogelijk woorden raden achter de beschrijvingen die worden gegeven. Op die manier komt iedereen op een ontspannen manier in het seksualiteitsthema. Uiteraard bestaan er ook heel wat digitale manieren om tot spelen te komen (games, apps,...). Wees hierbij waakzaam dat deze digitale tools steeds ten dienste staan van het opdoen van gemeenschappelijke groepservaringen, veeleer dan dat individuen zich op die manier gaan afschermen van de groep.

4


PROCESMATIG (VOLGENS WAT ZICH AANDIENT ) Als beginnend trainer is het ergens logisch dat je graag dicht bij je doelstellingen, je vooropgestelde opbouw en bijhorende werkvormen blijft. Toch is het belangrijk dat je durft afwijken en het proces volgt van wat zich hier-en-nu aandient in de groep. Tracht alles te accepteren wat groepsleden aanbrengen en tracht ook weerstand te zien als het tonen van bepaalde noden (zoals veiligheid, duidelijkheid, tastbaarheid of de nood aan een andere interactievorm). Hoe meer ontspannen je wordt in je trainersrol, hoe meer aandacht en energie je zal overhouden om te kijken naar wat wezenlijk leeft bij de groepsleden: hun behoeftes, hun weerstand, hun angsten, hun motivatie en hun ontwikkelingswensen. Op die manier kan je flexibel inspelen op wat er op dat moment leeft in je training. Een mooi voorbeeld hiervan vond je in de hierboven vermelde illustratie van Katja: de loopbaancoach stapt zonder plan in het fictieve autogesprek en gaat flexibel mee in de belevingen van Katja. Tracht dus zo veel als mogelijk gericht te zijn op wat er leeft in de groep: zo zal je aansluiten bij de noden van de groep(sleden). Procesmatig werken zal hierbij altijd een evenwichtsoefening zijn tussen enerzijds meegaan met wat leeft in de groep, en anderzijds de veiligheid bewaken waarbij zowel jijzelf als de groepsleden voldoende stevige grond onder de voeten blijven voelen. Er bestaan ook speelse werkvormen om dicht bij het proces te blijven van een groep. Je kan bijvoorbeeld een suggestiebus hangen, een talentenmuur voorzien of een klaagmuur openen waardoor groepsleden kans krijgen te delen wat ze ervaren zonder dat ze iemand concreet moeten aanspreken. Op die manier verlaagt de drempel om feedback te geven en voelen ook de meer schuchtere groepsleden zich beluisterd.

Je verzorgt een opleiding rond zelfbeheersing bij een klein team van de lokale politie vanuit de filosofie van ‘rots en water’. Eén politieagente geeft hierbij aan dat ze heeft leren ‘gronden’ vanuit haar hobbysport Jiu Jitsu. Je laat meteen ruimte aan deze agente om enkele basistechnieken aan te leren aan de groep. Op die manier bouwt de groep gedeelde ervaringen op naar jij kan naar verwijzen tijdens je eigen inhoudelijke opbouw nadien.

ERVARINGSGERICHT LEREN (ACTIEGERICH T) Je hebt het als leerling ongetwijfeld zelf ook al aan den lijve ervaren: je leren is vaak diepgaander en duurzamer wanneer niet enkel je cognitieve kant wordt aangesproken, maar ook wanneer je de handen uit de mouwen mag steken en je van ganser harte betrokken bent bij een leergebeuren. Mulder spreekt hier over het trio Hoofd-Hart-Handen: bedenken, ervaren en doen. In de illlustratie van Katja werd niet enkel gepraat over haar weerstand, maar ging ze echt in de situatie waar ze het meest weerstand voelt (de auto op maandagmorgen). Daardoor kwam ze lijfelijk helemaal in contact met haar weerzin, kwam ze gevoelsmatig dicht bij haar beleving en kon ze toelaten wat haar wensen eigenlijk waren (van werk veranderen). De actieve, bewegende houding van de trainer zorgt voor dynamiek: lijfelijk bewegen maakt de weg vrij voor beweging in de geest, en beweging in voelen en denken. Het zorgt ervoor dat je zaken letterlijk en figuurlijk vanuit verschillende standpunten kan bekijken. Als jij als trainer hierbij model staat, zullen de deelnemers gaandeweg deze bewegende en actiegerichte houding (ook onbewust) overnemen. Als psychologisch medewerker van een HRM -dienst in een groot bedrijf, merk je bij een concreet team de laatste maanden een nogal negatieve sfeer op (conflicten, roddelen, irritaties). Om de cultuur positiever te maken, daag je elk teamlid uit om één kaart van The Ultimate Teamshaker te kiezen en als positieve geheime missie te gaan uitvoeren (iedereen heeft 1 toevallig teamlid op wie ze zich positief moeten focussen (vb: een compliment geven; verwelkomen ’s morgens, samen lunchen ).

Als psychologisch consulent in een LOGO verzorg je een preventiedag rond verslaving. Je werkt met een hechte groep 17-jarigen waar veel vertrouwen heerst en het kennisniveau rond dit thema reeds vrij hoog is. In de namiddag besluit je daarom om de werkvorm ‘over de streep’ toe te passen: je laat hen vrijblijvend aangeven waar zij reeds negatieve gevolgen van verslaving hadden ervaren in hun

5


levenscontext. Men neemt het woord door letterlijk over een streep te stappen. Anderen kunnen mee over de lijn stappen om aan te geven dat ze reeds een gelijkaardige ervaring meemaakten. Zo ervaren ze lijfelijk hoe ze een stap naar meer openheid zetten in hun leven.

Tijdens een wandelvierdaagse in de Ardennen met 8 jongvolwassenen geven enkele deelnemers aan dat ze het vaak lastig vinden om nog in het duister te tasten mbt grote levenskeuzes zoals relationele en professionele keuzes. Daarom kiest de psychologisch coach ervoor om de groep de uitdaging te geven om door een donker wordend bos te stappen tot aan de eindbestemming. Op die manier leert de groep keuzes maken (alleen of samen stappen?, spreken of stil zijn? ) en leren ze vertrouwen dat er na onzekerheid en spanning steeds wel iets nieuws in het verschiet licht, zolang ze maar doorzetten.

6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
bachelor arbeid en organisatie - training en coaching by hogeschoolvives - Issuu