Skip to main content

bachelor Digital Business Management - handels- en betalingstechnieken

Page 1

Internationale handels- en betalingstechnieken studiegebied handelswetenschappen en bedrijfskunde bachelor in het bedrijfsmanagement keuzetraject Digital Business Management campus Kortrijk academiejaar 2022-2023


ZESDE EDITIE

s l e d n a h e l a n o i t a Intern n e k e i n h c e t s g n i l a t en be Handboek

Lieve Lombaert Beatrijs Walters


Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.knooppunt.net.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Zesde editie, 2019 ISBN 978-90-306-9237-9 Art. 590292/01 D/2019/0078/124 NUR 163

Zetwerk: Ann Van Damme


VOORWOORD Internationale handel is belangrijk voor elke economie. Voor kleine landen zoals België, Nederland of Ierland is internationale handel zelfs van cruciaal belang. Export van goederen levert een belangrijke bijdrage aan onze welvaart en zorgt voor werkgelegenheid, zowel rechtstreeks in de industrie als onrechtstreeks in de ondersteunende logistieke activiteiten, in het bijzonder in Vlaanderen. Maar onze bedrijven zijn evengoed afhankelijk van de import; want zonder de import van goederen zouden de noodzakelijke grondstoffen en toeleveringsmaterialen ontbreken die door onze industrie verwerkt worden en meerwaarde creëren. Het is bijna vanzelfsprekend dat studenten in economische opleidingen op de hoogte zijn van de wijze ZDDURS GH KDQGHO HQ GH GDDUELM EHKRUHQGH ORJLVWLHNH GLHQVWHQ RS HHQ YORWWH HQ HIÀFLsQWH PDQLHU georganiseerd worden. Handel drijven in een internationale context is zeer complex. Zowel nationale als internationale reglementeringen op het vlak van de handel, het vervoer, de douane en de betalingen moeten gerespecteerd worden. In dit boek wordt deze complexe materie zo eenvoudig mogelijk voorgesteld. Het zou voor ons een blijk van erkenning zijn te weten dat het boek niet alleen als handboek gebruikt wordt door studenten maar ook door iedereen die als leek op een eenvoudige manier een introductie wil krijgen in de sector van internationale handel en logistiek. Eerst leggen we uit waarom internationale handel zo belangrijk is voor de wereld en voor ons land in het bijzonder. Daarna lichten we alle aspecten van de internationale handel toe, gaande van het afsluiten van verkopen, de leveringsvoorwaarden, het vervoer, de douanebepalingen tot een aantal betalingstechnieken. Omdat herhaling een belangrijk aspect vormt in elk leerproces, eindigt elk hoofdstuk met een oefentraject en een zelfevaluatie. De verschillende documenten die als illustratie gebruikt worden, zijn steeds op een apart blad afgedrukt, zodat ze gemakkelijk uitscheurbaar zijn. Om de behandelde materie in te oefenen werd een aangepast caseboek uitgewerkt bij dit handboek. Zo wordt er een link gelegd met de praktijk en wordt de theorie met praktijkgevallen geïllustreerd. Voor docenten is er een docentenhandleiding. Die omvat de uitwerking van de oefeningen en een aangepaste PowerPointpresentatie over de inhoud van het boek. De totstandkoming van het boek zou zeker niet mogelijk geweest zijn zonder de hulp van een aantal specialisten uit de bedrijfswereld en eigen collega’s. Daarom bedanken we iedereen die ons rechtstreeks en onrechtstreeks heeft geholpen door ideeën en praktisch leermateriaal te leveren voor de uitwerking van dit boek, in het bijzonder Josse Verbeken, Eerstaanwezend inspecteur van de Douane Brussel; Julie Deré, Executive Assistant ICC Belgium; Saskia Merlier, Import Administrator van Barco nv; An Vandenbroecke, docente VIVES en voormalig medewerker van Arcelor nv; Martin Vanhoutte, Assistent CEO bij ARCO Information nv; Pieter Note, CEO van Pieter Note Consulting en Geert Deceuninck, Trade Finance Manager KBC nv. Ook dank aan onze VIVES-collega Lieve Van Der Schueren voor haar waardevolle suggesties voor de aanpassingen in deze nieuwe uitgave. De auteurs

Voorwoord

3


Lieve Lombaert is Master in de toegepaste economische wetenschappen en Master logistiek management. Sinds 1987 is ze docente aan hogeschool VIVES in het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde. Ze is er o.a. belast met de cursussen internationale handelstechnieken, productielogistiek, supply chain, wegvervoer, binnenvaart, goederen- en aansprakelijkheidsverzekering en transportverzekering. Sinds 2011 is ze eveneens zaakvoerder van LOVA Consultants GCV waarbij ze advies verstrekt in verband met internationale handelstechnieken en logistiek. Beatrijs Walters is Master in de economische wetenschappen en Master of Business Administration. Zij werkte gedurende vijf jaar op de economische studiedienst van KBC in Brussel. Ze was sinds 1982 docente aan hogeschool VIVES in het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde en was er o.a. belast met de cursussen internationale handelstechnieken, douane- , accijns- en btwZHWJHYLQJ H[SHGLWLH HQ LQWHUQDWLRQDOH EHWDOLQJV HQ ÀQDQFLHULQJVWHFKQLHNHQ =H ZDV RRN GRFHQWH DDQ de opleiding international management van VIVES Kortrijk.

4

Voorwoord


INHOUD VOORWOORD . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3

HOOFDSTUK 1: INTERNATIONALE HANDEL

9

.......................................................

1

PRAKTIJKVOORBEELD: CASE MacBook . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

11

2

WAT WE VERSTAAN ONDER INTERNATIONALE HANDEL. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

13

3

DE REDENEN VOOR INTERNATIONALE HANDEL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

13

4

DE EUROPESE UNIE IN EEN NOTENDOP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.1 Beknopte geschiedenis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.2 EU vandaag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.3 Economische samenwerking in de EU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.4 Vrij verkeer van personen – Schengenakkoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.5 Lid worden van de EU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.6 De voordelen van uitbreiding voor de Europese Unie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.7 Toekomstige lidstaten van de EU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.8 Beslissingsstructuur in de EU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.9 Beleidsinstrumenten van de EU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.10 Supranationaal gezag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

15 15 16 16 17 17 17 18 18 18 18

5

DE WERELDHANDEL IN CIJFERS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

19

6

INTERNATIONALE HANDEL VAN BELGIË . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

20

Oefentraject . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

23

Leerdoelen en zelfevaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

24

HOOFDSTUK 2: INTERNATIONALE VERKOOP

Inhoud

.....................................................

25

1

DE TUSSENPERSONEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1 Tussenpersonen bij het ontstaan van handelscontracten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1.1 Handelsagent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1.2 Commissionair. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1.3 Makelaar. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2 Tussenpersonen bij vervoer en logistieke diensten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.1 Commissionair-expediteur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.2 Douanevertegenwoordiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.3 Goederenbehandelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.4 Natie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.5 Scheepsagent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.6 Scheepsmakelaar (shipbroker) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.7 Luchtvaartagent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.8 Luchtvrachtagent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

27 27 27 27 27 29 29 30 31 31 31 32 32 32

2

DE VERKOOPOVEREENKOMST . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1 De verkoopsvoorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.2 De leveringsvoorwaarden – De Incoterms . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3 Bespreking van de Incoterms ® 2020. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.1 Incoterms van groep 1 – Incoterms voor alle vervoersvormen. . . . . . . . . . . . 2.3.1.1 EXW – EX WORKS (+ overeengekomen plaats) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.1.2 FCA – FREE CARRIER (+ overeengekomen plaats). . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.1.3 CPT – CARRIAGE PAID TO (+ overeengekomen plaats van bestemming). . 2.3.1.4 CIP – CARRIAGE AND INSURANCE PAID TO (+ overeengekomen plaats van bestemming) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.1.5 DAP – DELIVERED AT PLACE (+ overeengekomen plaats) . . . . . . . . . . . . 2.3.1.6 DPU – Delivered at place unloaded + genoemde plaats . . . . . . . . . . . . . . .

32 32 36 37 37 37 38 38 39 40 40

5


2.3.1.7 DDP – DELIVERED DUTY PAID (+ overeengekomen plaats van bestemming) 2.3.2 Incoterms van groep 2 – Incoterms uitsluitend voor zee- en binnenvaart . . . 2.3.2.1 FAS – FREE ALONGSIDE SHIP (+ overeengekomen verschepingshaven) . . 2.3.2.2 FOB – FREE ON BOARD (+ overeengekomen verschepingshaven) . . . . . . . 2.3.2.3 CFR – COST AND FREIGHT (+ overeengekomen bestemmingshaven) . . . . 2.3.2.4 CIF – COST, INSURANCE AND FREIGHT (+ overeengekomen bestemmingshaven) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.3 Incoterms en de wijze van vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

43 44

Oefentraject . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

47

Zelfevaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

51

HOOFDSTUK 3: VERVOER EN VERVOERSDOCUMENTEN

6

41 41 41 42 43

.......................................

53

1

VERVOERSVORMEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1 Kenmerken van de verschillende vervoersvormen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2 Gecombineerd of multimodaal vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.1 Roll-on/roll-off-vervoer (ro/ro-vervoer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.2 Rail-/wegvervoer (ferroutage) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.3 LASH = Lighter Aboard Ship . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2.4 Load-on/Load-off-vervoer (lo/lo-vervoer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.3 Expreskoeriers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.4 Containers en eenheidsladingen in het vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.4.1 Containers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.4.2 Standaard ISO-containers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.4.3 Andere eenheidsladingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

55 55 57 57 57 57 58 58 58 58 59 61

2

VERVOERSDOCUMENTEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1 Zeevaartconnossement of Bill of Lading (B/L) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 'HÀQLWLH . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1.2 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1.3 Aantal exemplaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1.4 Werkwijze in de praktijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1.5 Inhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1.6 Soorten connossementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.2 Binnenvaartconnossement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 'HÀQLWLH . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.2.2 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.2.3 Inhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3 CMR-vrachtbrief (wegvervoer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.1 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3.2 Inhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.4 CIM-vrachtbrief (spoorvervoer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.4.1 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.4.2 Inhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.5 Luchtvrachtbrief of Air Way Bill (AWB) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.5.1 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.5.2 Inhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.5.3 Aantal exemplaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

62 62 62 63 63 63 64 69 70 70 70 70 75 75 75 79 79 80 83 83 83 83

Oefentraject . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

87

Zelfevaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

88

Inhoud


HOOFDSTUK 4: DOUANEFORMALITEITEN

Inhoud

.........................................................

89

1

ENKELE NIEUWE BEGRIPPEN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

91

2

TAKEN VAN DE DOUANE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

92

3

SOORTEN BELASTINGEN M.B.T. DE BUITENLANDSE HANDEL . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.1 Invoerrechten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.2 Btw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.3 Accijnzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

94 94 94 94

4

DOUANEFORMALITEITEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.1 Intracommunautaire handel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.2 Handel met derde landen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.2.1 Invoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.2.2 Uitvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.2.3 Doorvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

95 95 95 95 96 96

5

HET TARIEF VAN INVOERRECHTEN EN GOEDERENCODE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.1 Nomenclatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.2 Structuur GS en goederencode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 0DDWVWDI YDQ KHIÀQJ YDQ GH GRXDQHUHFKWHQ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

96 96 96 99

6

DOUANEWAARDE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

103

7

SOORTEN DOUANEVERRICHTINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 'HÀQLWLHYH LQYRHU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.2 Invoer met tijdelijke vrijstelling van rechten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.2.1 Invoer met plaatsing onder de entrepotregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.2.2 Invoer met plaatsing onder de Actieve Veredeling (AV-regeling) . . . . . . . . . 7.2.3 Andere tijdelijke invoer en wederuitvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.3 Wederinvoer (na tijdelijke uitvoer). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.3.1 Wederinvoer na Passieve Veredeling (PV-regeling) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.3.2 Andere wederinvoer (na tijdelijke uitvoer zonder bewerking) . . . . . . . . . . . . 'HÀQLWLHYH XLWYRHU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.5 Tijdelijke uitvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.6 Wederuitvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7.7 Doorvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

104 104 105 105 106 107 108 108 109 110 110 110 110

8

DOUANEAANGIFTE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8.1 Doel van de douaneaangifte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8.2 PLDA – MASP – AEO – EORI – REX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8.3 De douaneaangifte verrichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8.3.1 Uitvoeraangifte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8.3.2 Invoeraangifte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8.3.3 Aangifte uitsluitend voor communautair douanevervoer . . . . . . . . . . . . . . . 8.4 De aangifte invullen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

112 112 112 116 116 123 127 131

Oefentraject . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

139

Zelfevaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

141

HOOFDSTUK 5: BETALINGSTECHNIEKEN IN DE INTERNATIONALE HANDEL . . . . . . . .

143

1

INTERNATIONALE OVERSCHRIJVING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1 Omschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1.1 Europese overschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1.2 Internationale overschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.2 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.3 Nog enkele interessante begrippen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

146 146 146 147 148 149

2

CHEQUE. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.1 Incasso van de internationale zakencheque . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.2 Kosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.3 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

149 153 153 153

7


3

WISSEL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.1 Omschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.2 Incasso van de wissel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.3 Kosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.4 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

154 154 161 161 162

4

DOCUMENTAIR INCASSO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.1 Betrokken partijen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.2 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.3 Voordelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.4 Risico’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.5 Kosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.6 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

162 163 163 164 164 164 164

5

DOCUMENTAIR KREDIET . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.1 Betrokken partijen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.2 Principe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.3 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.4 Kosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.5 Voordelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.6 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.7 Vereenvoudigde voorstelling van een Letter of Credit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5.8 Beknopte uitleg over de termen uit de L/C . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

165 165 165 166 167 167 167 167 169

Oefentraject . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

170

Zelfevaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

171

%LEOLRJUDÀH . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

173

8

Inhoud


HOOFDSTUK 1

INTERNATIONALE HANDEL

1 2 3 4 5 6

Praktijkvoorbeeld: CASE MacBook Wat we verstaan onder internationale handel De redenen voor internationale handel De Europese Unie in een notendop De wereldhandel in cijfers Internationale handel van België

Oefentraject Zelfevaluatie


1 PRAKTIJKVOORBEELD: CASE MACBOOK De Belgische verdeler van Apple, Super Apple, gevestigd in de Romestraat 15 in Oostende, koopt in Taiwan nieuwe MacBooks bij de onderneming Apple Taiwan, River Road 44 in New Taipei. Ze kopen 10 000 toestellen per zending en ze zijn individueel verpakt: er zitten 20 toestellen in 1 doos. Het totale brutogewicht van deze toestellen is 15 000 kg. Ze worden vervoerd met een 20 voet reefer container zodat dezelfde vochtigheid en dezelfde temperatuur altijd verzekerd kan worden gedurende de hele reis. De goederen worden bij Apple Taiwan gestuft in de container. Een vrachtwagen haalt de container op en levert hem af bij TK Logistics International in Keelung Port (Taiwan). De rederij CMA CGM vervoert de goederen vanaf Keelung Port naar hun bestemming Zeebrugge (transittijd van 26 dagen). De prijs van de goederen bedraagt 1 500 USD per MacBook zodat de zending een totale waarde heeft van 15 000 000 USD. De verkoopsvoorwaarde is CIF Zeebrugge. De betaling gebeurt via documentair krediet, via ING Bank in Oostende voor de koper en via de Bank of Taiwan voor de YHUNRSHU 1D DDQNRPVW LQ =HHEUXJJH YHUYRHUW HHQ YUDFKWZDJHQ YDQ GH WUDQVSRUWÀUPD (XURWUDQV QY de goederen van Zeebrugge naar Oostende. We verklaren alvast enkele begrippen: – 20 voet reefer container: men drukt de lengte van een container altijd in ‘voet’ uit: één voet bedraagt 30,48 cm; 20 voet is dus ongeveer 6,1 m. De container die men hier gebruikt (reefer) is een container waarvan men de temperatuur en de vochtigheid kan controleren. In theorie kan de temperatuur variëren van -60°C tot +40°C. Naargelang de goederen die vervoerd worden kan er een passende temperatuur ingesteld worden. Daarvoor bevat de container een ingebouwde eenheid voor de controle van de temperatuur, die men aansluit op een energiebron in de vrachtwagen, het schip of op de kade. – Stuffen: de goederen op een oordeelkundige wijze in de container plaatsen. – Rederij: een onderneming die schepen, al dan niet met bemanning, ter beschikking stelt van een andere partij die dan de economische exploitatie voor haar rekening neemt. – Transittijd: dit is tijd die nodig is om van de haven van vertrek (in het voorbeeld Keelung Port) naar de haven van bestemming (Zeebrugge) te varen. – Verkoopsvoorwaarde CIF Zeebrugge: bepaalt dat de verkoper het vervoer regelt en betaalt en dat hij ook een verzekering afsluit en de premie betaalt tot op het ogenblik dat de goederen in de haven van Zeebrugge zijn aangekomen. De koper draagt wel het risico tijdens het zeevervoer (zie het hoofdstuk over internationale verkoop voor meer uitleg). – Documentair krediet HHQ EHWDOLQJVZLM]H VSHFLÀHN YRRU GH LQWHUQDWLRQDOH KDQGHO ]LH KHW KRRIGVWXN over betalingstechnieken in de internationale handel). Illustratie 1.1. stelt het verloop van de hele importtransactie van de aankoop van de MacBooks in Taiwan schematisch voor.

Hoofdstuk 1

Internationale handel

11


Illustratie 1.1

VERLOOP VAN INTERNATIONALE HANDEL OP BASIS VAN DE IPAD-CASE

KOPER

BANK KOPER, ING Bank Oostende

1

Aanvraag offerte door Super Apple - Oostende

3

Bestelling en de leveringsen betalingsvoorwaarden vastleggen door Super Apple – Oostende

5

Aanvraag documentair krediet door Super Apple – Oostende

6

Toekenning Documentair krediet door ING Bank - Oostende

VERKOPER 2

Offerte, leverings- en betalingsvoorwaarden bij Apple Taiwan - New Taipei

4

Orderbevestiging Pro-formafactuur door Apple Taiwan – New Taipei

7

Boeking vervoer door Apple Taiwan – New Taipei

8

Afsluiten goederenverzekering door Apple Taiwan – New Taipei 9

11 Vervoer door CMA CGM

Douaneaangifte uitvoer door Apple Taiwan – New Taipei

10 Inladen en verzenden door Apple Taiwan – New Taipei

12 Aankomst en lossen in de haven van Zeebrugge door CMA CGM 13 Douaneaangifte en invoerrechten betalen door Super Apple – Oostende $ÁHYHUHQ JRHGHUHQ GRRU Eurotrans nv aan Super Apple – Oostende 15 Betaling via ING bank Oostende aan de Bank of Taiwan 12

Hoofdstuk 1

Internationale handel


2 WAT WE VERSTAAN ONDER INTERNATIONALE HANDEL Als we spreken over handel, denken we vooral aan kopen en verkopen. Handel is echter veel meer dan dat. Kopen en verkopen kan alleen worden gerealiseerd dankzij een aantal ondersteunende functies. Dat wordt al snel duidelijk wanneer we nadenken over het uiteindelijke doel van handel drijven, namelijk: goederen een meerwaarde geven door ze van de plaats van voortbrengst naar de plaats van ge- of verbruik te brengen, en winst maken met deze activiteit. Of, met andere woorden: zorgen voor de distributie van de goederen naar die plaatsen waar ze worden gevraagd en daarvan een winstgevende activiteit maken. Die ondersteunende functies, op zichzelf ook winstgevende activiteiten, zijn onder andere: – vervoer (inclusief laden en lossen), – verzekeren tegen schade tijdens het vervoer, – opslag, – douane en overheidsreglementering, – betalingsvormen (snelheid, soepelheid, zekerheid). Binnen deze functies zijn vele handige technieken ontwikkeld die de taak van de handelaar vereenvoudigen en hem helpen om gemakkelijker zijn doel te bereiken. Ze omvatten onder meer: – internationaal uniforme vervoerreglementering (EU, wereld), – Incoterms (uniforme leveringsvoorwaarden – zie het hoofdstuk over internationale verkoop), – tussenpersonen, – betalingstechnieken (overschrijving, bankcheque, documentair krediet), – bijzondere douanereglementeringen (tijdelijke invoer, vrijstelling rechten), – vormen van bescherming tegen wisselkoersrisico, vervoerschade en wanbetaling. Omdat internationale handel voor steeds meer landen in de wereld steeds belangrijker wordt, schenken we in dit boek vooral aandacht aan de technieken in de internationale handel. De meeste handelstechnieken zijn trouwens net zo bruikbaar in de nationale als in de internationale handel. Sommige technieken hebben uiteraard alleen te maken met internationale handel, bijvoorbeeld: – internationaal uniforme vervoerreglementering (EU, wereld), – Incoterms (uniforme leveringsvoorwaarden), – bijzondere betalingstechnieken (documentair krediet, documentair incasso), – bijzondere douanereglementeringen (tijdelijke invoer, vrijstelling rechten), – vormen van bescherming tegen wisselkoersrisico.

3 DE REDENEN VOOR INTERNATIONALE HANDEL In 2017 bedroeg de totale waarde van de wereldhandel (= de som van de export van alle landen van de wereld) 17 730 miljard USD. Dat is een toename van 11 % in vergelijking met 2016. Een deel van die toename is echter te danken aan hogere exportprijzen. De reële groei van de internationale handel is beter af te leiden uit de volumegroei, die een puike 4,7 % bedroeg. Azië kende in 2017 de sterkste groei, namelijk een volumetoename van 8 %. Voor 2018 wordt de groei van de wereldhandel geraamd op 3,9 % en voor 2019 hoopt men nog op een groei van 3,7 %. Van jaar tot jaar groeit de internationale handel en ze groeit meestal sneller dan de jaarlijkse productie van goederen en diensten in de wereld (zie Illustratie 1.2 waar de jaarlijkse groei van de wereldexport wordt vergeleken met de groei van het mondiale BBP). Maar even goed kan in een economisch moeilijke periode de wereldhandel ook snel terugvallen, zoals in 2009 het geval was.

Hoofdstuk 1

Internationale handel

13


GROEI VAN HET VOLUME VAN DE WERELDGOEDERENHANDEL EN BBP, 1950-2015 (JAARLIJKSE GROEIPERCENTAGES)

Illustratie 1.2 15 10 5 0 -5 -10

19

8

)2 0

)2 01

BBP

ing

ing

Export

(ram

0

0 198 0-9 0 199 0-0 0 200 0-1 0 201 0-1 7 200 5 200 6 200 7 200 8 200 9 201 0 201 1 201 2 201 3 201 4 201 5 201 6 201 7 (ram

0-8 197

0-7 196

195

0-6

0

-15

Hoe komt het dat er zo veel handel is en dat iedereen steeds meer handel wil drijven? Daarvoor zijn enkele eenvoudige verklaringen: 1 Goederen zijn niet overal beschikbaar. Denk aan: – aardolie, ² NRIÀH – bananen. Dat niet alle goederen overal beschikbaar zijn, is te verklaren door natuurlijke factoren als: – ondergrond, – klimaat (temperatuur, neerslag), – reliëf. 2 Sommige goederen kunnen op andere plaatsen goedkoper worden aangekocht. Bijvoorbeeld: – garens, – confectiekleding, – elektronica, – schoenen. Dit kan vooral in Oost-Europese, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen. Die verschillen tussen landen zijn te verklaren door allerlei landgebonden, socio-economische factoren als: – lagere lonen, lagere sociale lasten, – lagere economische ontwikkeling, – lagere belastingen, – hogere productiviteit (waardoor het toch nog interessant kan zijn om te produceren in landen met hogere lonen), – betere scholing, – aanbod arbeidskrachten. 3 De vervoertechnieken ontwikkelen zich steeds verder. Wat vroeger niet, moeilijk, of niet op een economisch verantwoorde wijze vervoerd kon worden, kan nu wel vervoerd worden dankzij: – koelschepen, – tankschepen, – containervervoer, – luchtvervoer, – pijpleiding. 4 Globalisering van de economie – Door intensievere contacten tussen de verschillende delen van de wereld leren we andere producten kennen. Producten die we ook op regelmatige basis willen consumeren. Bijvoorbeeld de kiwi. – Een goed wordt vaak niet meer op één plaats geproduceerd (zie Illustratie 1.3). 14

Hoofdstuk 1

Internationale handel


Illustratie 1.3

VERGELIJKING INTERNATIONALE HANDEL VROEGER EN NU

Vroeger Land X Grondstoffen

land Y Verwerking tot eindproduct Handel

Nu Land A Land B Land C Land D Grondstoffen 1e bewerking 2e bewerking afwerking handel handel handel handel

Verkoop aan klanten in diverse landen

Dit wordt ook geïllustreerd door de samenstelling van de wereldexport: ca. 70 % van die export omvat door de industrie verwerkte goederen, landbouwproducten maken 10 % uit en 15 % betreft minerale producten (olie en mijnbouwproducten).

4 DE EUROPESE UNIE IN EEN NOTENDOP Als we spreken over internationale handel, dan worden we onvermijdelijk geconfronteerd met heel wat spelregels van de Europese Unie. Om die allemaal goed te begrijpen, is enige basiskennis over de Europese Unie onontbeerlijk.

4.1 Beknopte geschiedenis 1958 Start van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) met zes landen: België, Luxemburg, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland, na ondertekening van het Verdrag van Rome (basisakte). 1979: Start van het Europees Monetair Systeem (EMS) waarbij een aantal lidstaten onderling de koersen vastleggen tussen hun munten. Op de wisselmarkten mogen die koersen maar beperkt schommelen (± 2,25 %). Dit systeem van wisselkoersen met beperkte schommelingen is een eerste stap naar de vorming van een monetaire unie. Niet alle lidstaten nemen deel aan het EMS. 1991: Verdrag van Maastricht, waarin wordt vastgelegd dat het einddoel van de EG de vorming is van een Economische en Monetaire Unie met een gemeenschappelijke munt: de euro. Sinds dit verdrag in werking is spreken we van de Europese Unie (EU) in plaats van de Europese Gemeenschap (EG). 1993 Afschaffen van de douaneformaliteiten aan de interne grenzen; de EU wordt ‘één markt, zonder binnengrenzen’ en zonder controles op de interne handel (handel tussen lidstaten). 1999: De euro wordt in gebruik genomen. Op 1 januari worden de koersen vastgelegd tussen de euro en de munten van de elf landen die de eurozone willen vormen (zie Illustratie 1.4). De nieuwe munt wordt voorlopig alleen gebruikt voor girale transacties. 2002: Op 1 januari worden voor circa 300 miljoen inwoners van de EU de nationale munten vervangen door de euromunten en biljetten (twaalf van de vijftien EU-landen – Griekenland trad op 01.01.2001 toe tot de eurozone). De euro wordt het dagelijkse betaalmiddel in die twaalf landen. 2004 1 mei: uitbreiding van de EU met tien nieuwe lidstaten. 2007 Met de toetreding van Bulgarije en Roemenië is de EU uitgegroeid tot een markt van bijna 500 miljoen inwoners. 2009 Het belangrijke Verdrag van Lissabon voert een aantal hervormingen door om de Europese Unie democratischer en beter bestuurbaar te maken en omvat een aantal wijzigingen op de vroegere basisverdragen van Rome en Maastricht. Dit verdrag voorziet ook twee nieuwe functies: een permanente voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders die sinds november 2014 vervuld wordt door de Poolse politicus Donald Tusk en de functie van hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken die toegekend werd aan de Italiaanse Federica Mogherini. 2013 Op 1 juli wordt Kroatië de 28ste lidstaat.

Hoofdstuk 1

Internationale handel

15


2016 Referendum in VK waarbij met een nipte meerderheid gekozen wordt voor uittrede uit EU (Brexit). 2019 Tenzij er een voor 31 oktober een akkoord komt met de EU over een zachte Brexit, verlaat het VK de EU en wordt het VK een derde land. Zie Illustratie 1.4 voor de details over de toetreding tot de EU, de eurozone en de Schengenakkoorden.

4.2 EU vandaag Illustratie 1.4

LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE - KENMERKEN

Land - landencode

Toetreding

Munt

Monetair systeem

Schengen gebied

Voorzitter EU

België - BE

01.01.1958

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2024 (1)

Duitsland - DE

01.01.1958

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2020 (2)

Frankrijk – FR

01.01.1958

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2022 (1)

Italië – IT

01.01.1958

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2028 (1))

Luxemburg – LU

01.01.1958

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2029 (1)

Nederland – NL

01.01.1958

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2029 (2)

Denemarken – DK

01.01.1973

DKK

EMS-2 (01.01.1999)

X

2025 (2)

Ierland – IE

01.01.1973

EUR

Eurozone (01.01.1999)

Verenigd Koninkrijk – VK

01.01.1973

GBP (Pond)

Griekenland – GR

01.01.1981

EUR

Eurozone (01.01.2001)

X

2027 (2)

Spanje – ES

01.01.1986

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2023 (2)

Portugal – PT

01.01.1986

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2021 (1)

Finland – FI

01.01.1995

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2019 (2)

Oostenrijk – AT

01.01.1995

EUR

Eurozone (01.01.1999)

X

2018 (2)

Zweden – SE

01.01.1995

SEK (Kroon)

X

2023 (1)

Cyprus – CY

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2008)

overgang

2026 (1)

Estland – EE

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2011)

X

2017 (2)

Hongarije – HU

01.05.2004 HUF (Forint)

X

2024 (2)

Letland – LV

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2014)

X

2028 (2)

Litouwen – LT

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2015)

X

2027 (1)

Malta – MT

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2008)

X

2030 (2)

Polen – PL

01.05.2004

PLN (Zloty)

X

2025 (1)

Slowakije – SK

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2009)

X

2030 (1)

Slovenië – SI

01.05.2004

EUR

Eurozone (01.01.2007)

X

2021 (2)

Tsjechië – CZ

01.05.2004 CZK (Kroon)

Bulgarije – BG

01.01.2007

Roemenië – RO Kroatië

2026 (2) (3)

X

2022 (2)

BGN (Lev)

overgang

2018 (1)

01.01.2007

ROL (Leu)

overgang

2019 (1)

01.07.2013

HRK (Kuna)

overgang

2020 (1)

+ Zwitserland Noorwegen IJsland Liechtenstein

(1) jan.-juni (2) juli-dec.

Landen met grijze achtergrond vormen de eurozone

4.3 Economische samenwerking in de EU In het Verdrag van Rome werd bepaald dat de samenwerking tussen de lidstaten via de vorming van een douane-unie en een gemeenschappelijke markt uiteindelijk moet leiden tot een economische unie. In de jaren zeventig werd duidelijk dat ook monetaire samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk was. In het Verdrag van Maastricht werd vastgelegd dat de Europese samenwerking moet leiden tot de vorming van een Economische en Monetaire Unie (EMU) en het gebruik van een gemeenschappelijke munt: de euro. Wat houdt dit concreet in? 16

Hoofdstuk 1

Internationale handel


Douane-unie: – Vrij verkeer van goederen (geen invoerrechten en geen kwantitatieve beperkingen op de wederzijdse handel tussen de leden). – Gemeenschappelijk buitentarief (GBT): voor goederen ingevoerd uit derde landen passen alle leden dezelfde invoerrechten toe (let wel: dit is niet van toepassing op accijnzen en btw). – Gemeenschappelijke handelspolitiek: alle handelsafspraken met derde landen worden door de douane-unie gemaakt. Gemeenschappelijke markt: – Dezelfde kenmerken als de douane-unie, plus: – Naast vrij verkeer van goederen ook vrij verkeer van diensten en productiefactoren (arbeid en kapitaal). Economische unie: – Dezelfde kenmerken als de gemeenschappelijke markt, plus: ² *HKDUPRQLVHHUG HFRQRPLVFK EHOHLG %LMYRRUEHHOG ÀVFDDO EHOHLG YHUYRHUEHOHLG SULMVEHOHLG HQHUgiebeleid, landbouwpolitiek, enzovoort. Monetaire unie: – Dezelfde kenmerken als de economische unie, plus: – Geharmoniseerd monetair beleid (afspraken bijvoorbeeld op het vlak van rente en krediet) en vaste wisselkoersen tussen de munten van de leden. Een gemeenschappelijke munt is niet noodzakelijk, maar is de kroon op het werk van de samenwerking.

4.4 Vrij verkeer van personen – Schengenakkoord ‘Vrij verkeer van personen’ betekent dat er geen controles meer zijn op het personenverkeer aan de binnengrenzen in de EU. Dit wordt geregeld door het Schengenakkoord dat ondertussen ondertekend werd door 22 lidstaten plus Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein (dus 26 landen). Het VK en Ierland maken geen deel uit van het Schengengebied. Bulgarije, Cyprus, Kroatië en Roemenië zitten in een overgangsregeling (zie Illustratie 1.4). Als er sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid KHEEHQ GH 6FKHQJHQODQGHQ UHFKW RS WLMGHOLMNH RQWKHIÀQJ YDQ KHW YHUGUDJ HQ PRJHQ ]H RSQLHXZ grenscontroles invoeren (gedurende dertig dagen of zo lang de bedreiging duurt). Van dat recht werd gebruik gemaakt door Duitsland tijdens het wereldkampioenschap voetbal 2006 om voetbalhooligans aan de grens te kunnen weren, door Frankrijk in 2011 om de stroom van Tunesische vluchtelingen vanuit Italië te beperken. Naar aanleiding van de Europese migrantencrisis voerden verschillende landen vanaf 2015 opnieuw grenscontroles in om de immense toestroom van vluchtelingen onder controle te houden.

4.5 Lid worden van de EU Landen kunnen lid worden van de EU als ze voldoen aan de vier criteria van Kopenhagen. Deze zijn: – Het land heeft stabiele instellingen die een waarborg vormen voor de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het respect voor minderheden. – Het land heeft een functionerende markteconomie. – Het land onderschrijft de diverse politieke, economische en monetaire doelstellingen van de EU. – Het land past de administratieve structuren aan om een geleidelijke en harmonieuze integratie in de EU mogelijk te maken.

4.6 De voordelen van uitbreiding voor de Europese Unie – De uitbreiding garandeert stabiliteit in Europa door de landen van Midden- en Oost-Europa toekomstperspectieven te bieden. Hoofdstuk 1

Internationale handel

17


– Met de uitbreiding kan de EU haar invloed op belangrijke vraagstukken op wereldvlak vergroten. – De uitbreiding bevordert de economische groei. Geleidelijk groeide de EU tot een markt van meer dan 500 miljoen consumenten. Ter vergelijking: in de USA leven 300 miljoen consumenten.

4.7 Toekomstige lidstaten van de EU Onderhandelingen voor toetreding lopen met de kandidaat-lidstaten Montenegro, Servië en Turkije. Albanië en Macedonië zijn aanvaard als kandidaat-lidstaten, maar de onderhandelingen voor de toetreding zijn nog niet gestart. De landen Bosnië-Herzegovina en Kosovo zijn potentiële kandidaatlidstaten. IJsland was een kandidaat-lidstaat, maar trok deze kandidatuur begin 2015 terug in. De EU onderhoudt nauwe tot zeer nauwe contacten met heel wat andere landen via handelsakkoorden. Zeer belangrijk daarbij zijn de akkoorden met de EFTA (European Free Trade Association – of EVA (Europese Vrijhandelsassociatie) die bestaat uit Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein. Deze landen willen nauw samenwerken met de EU, maar willen nog niet snel lid worden.

4.8 Beslissingsstructuur in de EU De Raad van de Europese Unie (Ministerraad) neemt samen met het Europees Parlement de beslissingen. De Raad is samengesteld uit één minister per lidstaat. Normaal is dit de minister van Buitenlandse Zaken. Afhankelijk van het onderwerp dat wordt besproken, kan deze worden vervangen door bijvoorbeeld de minister van Landbouw, de minister van Tewerkstelling of de minister van Financiën. Elk EU-land kan een aantal stemmen uitbrengen. De verdeling van deze stemmen is gebaseerd op de bevolkingsgrootte en het economisch belang van elk land. Belangrijke beslissingen worden unaniem (alle landen akkoord) genomen (bv. veiligheid, buitenlandse zaken, belastingen). Voor de andere beslissingen is een JHNZDOLÀFHHUGH PHHUGHUKHLG vereist (ongeveer 80 % van de beslissingen). Een voorstel wordt aangenomen als een meerderheid van landen (minstens 55 %) vóór stemt terwijl die landen minstens 65 % van de EU-bevolking moeten vertegenwoordigen (principe van de dubbele meerderheid). De Europese Commissie is de motor van de EU en is verantwoordelijk voor het voeren van het gemeenschappelijk beleid. Deze Commissie, met als voorzitter de Luxemburgse Jean-Claude Juncker, zorgt voor de uitvoering van de beslissingen die zijn genomen door de Raad. De Commissie telt 28 leden (één per lidstaat – nog 27 leden na de Brexit). De Commissieleden moeten onafhankelijk optreden, zowel tegenover de regering van hun land, als tegenover de Raad. De Belgische Marianne Thyssen is de Europese Commissaris voor Werk, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit.

4.9 Beleidsinstrumenten van de EU In een individueel land worden wetten gemaakt. De gemeenschappen in België (de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap) leggen hun spelregels vast in decreten. Het Europees recht bestaat in de eerste plaats uit Verordeningen en Richtlijnen. Verordeningen hebben een algemene strekking en zijn rechtstreeks bindend in alle lidstaten (deze beslissingen hoeven niet meer goedgekeurd te worden via de nationale parlementen). Met Richtlijnen wordt een bepaald resultaat beoogd. Elke lidstaat moet, waar nodig, zijn nationale wetgeving aanpassen om het gestelde doel te bereiken.

4.10 Supranationaal gezag Dit houdt in dat voor bepaalde beleidsdomeinen de beslissingen genomen worden door de Europese instellingen en niet langer op het niveau van de lidstaat. Dan overstijgt het Europese beleid dat van de nationale instanties. Dit geldt onder andere voor het landbouwbeleid, het handelsbeleid, het visserijbeleid, het vervoersbeleid, het concurrentiebeleid, het ontwikkelingsbeleid en het asiel- en immigratiebeleid.

18

Hoofdstuk 1

Internationale handel


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
bachelor Digital Business Management - handels- en betalingstechnieken by hogeschoolvives - Issuu