tussen water en wind
1917 - 2017 de historie van 100 jaar Haarlemsche Jachtclub
Haarlemsche Jachtclub - 100 jaar vooruitstrevend
foto rechts: Waar het allemaal begon in 1917. Het Spaarne voor de Friese varkensmarkt bij de spoorbrug met wat 12-voetsjollen.
foto rechts: De situatie in 2017. De huidige locatie aan de Mooie Nel.
4
100 jaar Initiatief, Inzet en Flexibiliteit Voor u ligt een wel heel bijzonder jubileumboek van een originele en gezonde watersportvereniging. Al vanaf het eerste uur toonden de bestuurders aan dat er altijd ruimte is voor nieuwe initiatieven en dat er veel werk verricht kan worden als vele enthousiaste vrijwilligers de handen ineenslaan. Wat zouden de oprichters trots zijn geweest als ze konden zien dat de 12-voetsjol, “hun” boot uit de eerste jaren, nog steeds een gezonde, grote klasse vormt in Nederland. En dat de verbondenheid met de HJC nog steeds levend is. Snel na de oprichting in 1917 werd de vereniging lid van de voorloper van het Watersportverbond. Op elk gebied toonde de Haarlemse vereniging haar klasse: het organiseren van wedstrijden en tochten, het ontwerpen van de eigen Spaarnejol, het actief meebewegen met de vaar- en zeilontwikkelingen in Nederland. Dat alles gedragen door generaties van families. In die tijd waren niet alleen de boten van hout maar ook de steigerpalen, die bijna net zoveel, of misschien nog wel meer, aandacht en zorg vergden. Steeds weer stonden vrijwilligers paraat. Zij stonden ook klaar toen de bouw van de Schoterbrug definitief doorgang vond. Door creativiteit en volharding van het bestuur en de ”Denktank” kreeg de club een droomlocatie aan de Mooie Nel. De Haarlemsche Jachtclub heeft sinds haar oprichting vele kampioenen voortgebracht. Velen die de kneepjes van het zeilen leerden in de eigen zeilopleiding. Ook staat de vereniging open voor iedereen met een plan. Zelfs voor een heus Shanty koor kreeg men de handen op elkaar. Zo startte ook het avondzeilen in de Laser, met al jaren een vaste club van deelnemers die elke week genieten van een uniek stukje water. Het Watersportverbond kent de Haarlemsche Jachtclub als een actieve vereniging van mensen die het Watersportverbond en met name de belangenbehartiging, een warm hart toedraagt. Niet toekijken vanaf de kant, maar ook initiatief tonen en doorpakken. Het is dan ook met een groot genoegen dat ik u als leden van de Haarlemsche Jachtclub van harte mag feliciteren met het honderdjarig bestaan van uw mooie vereniging. Ik wens u veel plezier toe met dit prachtige boek. Het ga u goed. Tot op het water. Jan Berent Heukensfeldt Jansen Voorzitter Watersportverbond
5
Reglement voor het Admiraalzeilen, gemaakt door Frans Hin sr.
6
water en wind Water en wind, het Noorder Buiten Spaarne, de Mooie Nel en Spaarndammerbaren. Daar is de club, daar gaan we mee in zee, het is de wél bekende HJCéééé.
Het clublied van de Haarlemsche Jachtclub. De tekst is geschreven door de heer Wichers
We komen overal, waar wedstrijdzeilen is, of zoeken ons gemak al tussen riet en lis. De vlag der HJC, daar gaan we mee ten strijd, die houden wij hoog in sportivitéiéiéiéit.
(toenmalig conrector van het Kennemer Lyceum). Het lied was altijd
Zeilen gehezen, helmstok in de vuist, schoten aangehaald, wat geeft het of het buist. Het regent of stormt, of zon brandt op je huid, de HJC gaat volle kracht vooruiuiuiuit.
moeilijk te zingen maar Joop van Viersen heeft het zodanig aangepast dat het nu goed loopt.
Water en wind, het Noorder Buiten Spaarne, de Mooie Nel en Spaarndammerbaren. Daar is de club, daar gaan we mee in zee, het is de wél be-ken-de H-J-Céééé.
Water en wind is ook gebruikt als naam voor de 2 HJC-clubvalken en met een kleine variatie als titel voor dit jubileum boek.
7
De allereerste notulen van 2 oktober 1917 waarin vermelding wordt gemaakt van de oprichting van de Haarlemsche Zeilvereniging
8
oprichting Haarlemsche Jachtclub De eerste jaren 1917-1920 Aan het Spaarne tegenover de Friese Varkensmarkt, op een stuk grond dat Het Kikkertje werd genoemd, lag de Haarlemsche Roei- en Zeilvereeniging Het Spaarne. Vier enthousiaste 12-voetsjollenzeilers, allen lid van Het Spaarne, de heren F.J. Bernhard, M. van Breemen, C.N. Hin en Léon Huybrechts, richtten naar aanleiding van de toenemende belangstelling voor het jollenzeilen het Haarlemsch Comité voor Standaardjollen op. De 12-voetsjol was in 1913 in Engeland ontworpen en had ook in Haarlem de belangstelling voor het wedstrijdzeilen aangewakkerd. Tot de Standaardjollen behoorde later ook de Scheldejol, die in de twintiger jaren in Antwerpen werd ontwikkeld. In 1917 ontstond tussen het Comité en de Roei en Zeilvereeniging Het Spaarne onenigheid over de voorwaarden waarop het Comité een wisselprijs van fl. 300,- kon uitreiken. Omdat men niet tot overeenstemming kwam, besloot het Comité op dinsdag 2 oktober 1917 onder leiding van de heer C.N. Hin tot de oprichting van een aparte zeilvereniging onder de naam Haarlemsche Zeilvereeniging. Men dacht dat er naast Het Spaarne voldoende belangstelling bij zeilliefhebbers in Haarlem bestond om een nieuwe zeilvereniging te rechtvaardigen. In het voorlopig bestuur werd de heer C.N. Hin tot president benoemd (nu zou men voorzitter zeggen) en de heer F.J. Bernhard tot secretaris/penningmeester. De heren M. van Breemen en L. Huybrechts werden de nieuwe commissarissen.
Het doel van de vereniging om de zeilsport te bevorderen, wilde men proberen te bereiken door het ”organiseren van zeilwedstrijden meer speciaal voor eenheidsklassen speciaal geschikt voor de Haarlemsche wateren en het geven van waterfeesten”.
C.N. (Cornelis) Hin
Op 16 oktober 1917 kwam het voorlopige bestuur weer bijeen want er was een reactie gekomen van Het Spaarne, dat zijn spijt erover betuigde dat de zaken zo gelopen waren. Wel wenste het bestuur van Het Spaarne de nieuwe Haarlemsche Zeilvereeniging veel geluk met haar oprichting en sprak de wens uit dat beide verenigingen niet tegenover, maar naast elkaar zouden staan. Het voorlopig bestuur besloot verder hoe de clubvlag er uit zou gaan zien, terwijl ook de statuten en het huishoudelijk reglement werden vastgesteld. Bovendien zou er een verzoek worden ingediend om de vereniging koninklijk goedgekeurd te krijgen. Door middel van een circulaire, gericht aan zeilers in Haarlem en omgeving, wilde men proberen leden voor de nieuwe vereniging te werven.
12-voetsjol
Scheldejol
In 1918 sloot het bestuur van de Haarlemsche Zeilvereeniging zich aan bij de Verbonden Zeilvereenigingen van Nederland en België, nu bekend onder de naam Koninklijk Nederlands Water sport Verbond K.N.W.V., werknaam Watersportverbond. De zeilvereniging Het Y en de Koninklijke Nederlandse Roei & Zeilvereninging K.N.R.& Z.V. waren bereid gevonden de nieuwe vereniging als lid voor te dragen. 9
De notulen van 16 oktober 1917 waarin de ontwerpen van de clubvlaggen getoond worden. Alleen de clubstandaard is in gebruik genomen.
Uit de notulen van 12 april 1918 waarin de naamswijziging in Haarlemsche Jachtclub vermeld staat.
10
Op 14 februari 1918 kwam het bestuur van de Haarlemsche Zeilvereeniging opnieuw bijeen. De heer Hin deed verslag van een ontmoeting met de in de zeilwereld bekende kolonel C.W. de Visser, waarbij hij de heer De Visser gepolst had voor de functie van president van de vereniging. De heer Bernhard wilde graag de doelstelling van de vereniging gewijzigd zien. Ook motorbooteigenaren zouden tot de vereniging kunnen toetreden ”daar het toch voor de zeilers en voor de motorbooteigenaren van groot belang zou zijn om te beschikken over een flinke haven met bergplaatsen”. In de vergadering van 2 maart 1918 aanvaardde kolonel De Visser het presidentschap. Besloten werd om de constituerende vergadering op 21 maart 1918 te houden. Deze vergadering vond plaats in één van de zalen van Restaurant Brinkmann op de Grote Markt te Haarlem. Behalve het voorlopig bestuur waren er 27 kandidaatleden aanwezig. Direct ontstond er een discussie over de doelstelling van de vereniging. Waarom werd bijvoorbeeld de roeisport niet vermeld? De heer Hin deelde mede dat met Het Spaarne afgesproken was dat de nieuwe vereniging zich niet met de roeisport zou bezighouden. Het bestuur stelde de suggestie van de heer Bernhard aan de orde over het aanpassen van de doelstelling van de nieuwe vereniging, zodat ook motorbooteigenaren lid konden worden. De vergadering ging hiermede akkoord.
Daardoor moest echter wel de naam van de vereniging aangepast worden. Het voorstel voor de nieuwe naam
Haarlemsche Jachtclub werd bij acclamatie aangenomen. Kolonel C.W. de Visser
Hierna besloten alle kandidaatleden lid te worden en het voorstel van de heer Kersken te steunen om het voorlopig bestuur tot definitief bestuur te benoemen. Vervolgens keurde de vergadering de statuten en het huishoudelijk reglement goed. Hierna sprak de heer J. de Breuk, voorzitter van de Roei- en Zeilvereeniging Het Spaarne, die speciaal voor deze vergadering door de heer Hin was uitgenodigd, de wens uit dat de beide verenigingen in het belang van de watersport in goede verstandhouding zouden samenwerken. Hierna werd de constituerende vergadering afgesloten en was de Haarlemsche Jachtclub een feit! Vertrek Léon Huybrechts Een van de oprichters van de Haarlemsche Jachtclub was de heer Léon Huybrechts geweest. Deze was in verband met de Eerste Wereldoorlog zijn woonplaats Antwerpen ontvlucht en had in Haarlem en Zandvoort onderdak gevonden. Toen de oorlog beëindigd was, vertrok de heer Huybrechts weer naar zijn geboorteland. In december 1918 werd er daarom een Buitengewone Algemene Ledenvergadering gehouden met maar één punt op de agenda: het aangekondigde vertrek van de heer Léon Huybrechts.
Léon Huybrechts
11
Op 1 december 1919 werden de statuten van de Haarlemsche Jachtclub accoord bevonden en was de vereniging Koninklijk goedgekeurd.
12
In de notulen van die vergadering stond: ”Een onzer leden, bestuurslid de heer Léon Huybrechts, de zeiler bij uitnemendheid die voor den gewelddadigen oorlog uit zijn land verdreven werd, aan welk droevig feit de oprichting van onze vereeniging te danken is, nam dezen avond afscheid van zijn vrienden. Het bestuur meende dat de HJC hare waardering voor al hetgeen de Heer Huybrechts voor de zeilsport in het algemeen en voor de HJC in het bijzonder heeft gedaan het best kon laten blijken, door den heer Huybrechts tot Ere-lid der vereeniging te benoemen”. Dit voorstel werd met algemene stemmen onder luid applaus aangenomen, waardoor de heer Huybrechts het eerste erelid van de Haarlemsche Jachtclub werd. Verder stelde het bestuur voor om de naam Huybrechts meer aan de zeilsport en in het bijzonder aan de HJC te binden, door ieder jaar voor een steeds wisselende eenheidsklasse de Huybrechtsbeker als prijs uit te reiken.* Dit voorstel werd eveneens onder luid applaus met algemene stemmen aangenomen.
Voorzijde van de Lucassen penning met het portret van Léon Huybrechts.
* Omdat de beker na de oorlogsjaren niet meer te traceren was, heeft ere-lid Léon Huybrechts in 1947 tijdens het 30jarig bestaan van de
De heer Huybrechts heeft de contacten met de HJC tot zijn overlijden in 1956 onderhouden. In zijn kwaliteit als vice-president van de Royal Yachtclub de Belgique droeg hij zeer veel bij aan de ontwikkeling van de zeilsport in België.
HJC een nieuwe Huybrechtsbeker beschikbaar gesteld.
Deze beker werd in de jaren 1947 -49
Maar ook in Nederland werd hij nog zeer gewaardeerd. Het KNNWV reikte hem in 1949 de Lucassenpenning uit. Op de achterzijde van deze hoge onderscheiding staat gegrift: ”Aan Léon Huybrechts te Antwerpen, die door woord en voorgaan de wedstrijdzeilsport in Nederland bevorderde”.
drie keer achter elkaar gewonnen door HJC-lid Leo Verwey, die de beker daardoor in zijn bezit kreeg. In 2013 heeft Leo Verwey de beker geschonken aan de Haarlemsche Jachtclub.
13
foto’s en publicaties uit de beginjaren van de Haarlemsche Jachtclub
foto boven: De 12-voetsjol nr. 11 (ook Elf genaamd) van Kolonel de Visser.
Kolonel De Visser was een enthousiast zeiler in de 6 meterklasse (zie rechts het krantenartikel uit het Vaderland van 2 mei 1925). Hij bezat de Oranje I en II (de foto boven is de Oranje II), samen met de Beatrijs van Hin, in die tijd de grootste schepen op de HJC. Vaak mochten jonge HJC-leden meevaren als bemanningslid om wedstrijdervaring op te doen. boven: Deelnemerslijst Nationale Wedstrijd uit 1918.
14
foto boven: Medeoprichter en eerste secretaris/penningmeester van de Haarlemsche Jachtclub F.J. Bernhard zittend achterin zijn motorvlet in 1926. rechts: Aankondiging Nationale Zeilwedstrijd 1918.
foto boven: Jollenwedstrijd rond 1930.
boven: HJC-lidmaatschapskaart uit 1923.
foto boven: Jollenzeilsters op de haven in 1928 met op de achtergrond de toen nog open starttoren met daarin het wedstrijdcommitĂŠ.
15
plattegrond jachthaven Noorder Buiten Spaarne schaal 1 : 500 1
botenloods
2
dameskleedkamer op de eerste verdieping
3
herenkleedkamer op de eerste verdieping
4
werkplaats havenmeester
5
keuken
6
clubhuis op de begane grond
7
overdekt botenhuis
8
rijwielstalling
9
starttoren
onder de kleedkamers was een bergruimte
daar boven de woning van de havenmeester
1
10 jollenloods 11 terras 12 vlonder aflopend naar het water
2
3 5 6 11
4 8 9
12
10
7
Toegangsbord van de haven.
16
De oudst bekende foto uit 1923 van de Haarlemsche Jachtclub aan het Noorder Buiten Spaarne. De schepen zijn: de Beatrijs I en de Oranje I, een Scheldejol en 3 12-voetsjollen.
17
1920 - 1969 jachthaven Noorder Buiten Spaarne De tekst van dit hoofdstuk is samengesteld uit gesprekken met de HJC-ereleden Piet Stapel in 1992 en Nico Hin in 2007 aangevuld met recent verkregen
Ontwikkeling haven Meteen na de oprichting van de HJC moest het bestuur een nieuwe havenaccommodatie zien te vinden. In 1919 probeerde het een drijvend clubhuis aan te schaffen. Helaas ging de koop op het laatste moment niet door.
De loods was voorzien van insteekhavens waar de boten ingevaren konden worden, waarna ze met lijnen en blokken uit het water werden gehesen. Om de boten daarna op het droge te krijgen, werden er planken ondergeschoven.
Maar in 1920 slaagde de HJC er wel in een nieuwe accommodatie te verwerven aan de Spaarndamseweg, ter hoogte van waar nu het clubschip van de scoutinggroep Prins Willem ligt.
Aan de buitenzijde was een lange steiger waaraan de grote schepen lagen, waaronder de Beatrijs van de familie Hin en de Oranje van kolonel De Visser
Om aan de benodigde gelden voor de bouw van de haven te komen richtte een aantal leden de Vereeniging Jachthaven Haarlem op. Met behulp van de contributie van de leden zou de haven gefinancierd kunnen worden. Daarvoor kregen de leden het recht op een vaste ligplaats.
Het complex was op palen boven het water gebouwd. Direct links van de ingang was op de begane grond een bergruimte. Daarboven bevonden zich de damesen herenkleedkamers.
informatie.
Piet Stapel, erelid, oud-voorzitter en oud-havencommissaris.
foto rechts: De ingang van de jachthaven in de winter van 1967.
Nico Hin, erelid en oud technisch-, jeugd- en wedstrijdcommissaris.
18
De ligplaatsen kwamen vóór en aan weerszijden te liggen van de overdekte botenloods, waar de 12-voetsjollen en de andere open zeilboten lagen.
Ook het centrale clubhuis bestond uit twee verdiepingen. Boven was de woning van de havenmeester, de heer Veldhuis. Later woonde zijn opvolger, de heer Bankert, er ook.
De havenmeester, de heer Bankert, die overdag als breier in de kousenfabriek van Hin werkte, noemde de clubzaal kantine. Maar de HJC-leden vonden dat maar niks. Zij moest clubhuis genoemd worden: een kantine hoorde immers bij een fabriek en niet bij een vereniging! Rechts naast de ingang lag de werkplaats van de havenmeester. Daarnaast was de fietsenstalling met daar bovenop de open starttoren, die alleen een dak had. Later is deze voorzien van zijwanden, zodat de wedstrijdleiding beschut haar werk kon doen.
links: foto uit 1967. Uitgang en rechts de trap op de herenkleedkamer. Daaronder een bergruimte.
foto links: De jachthaven in 1953.
Naar hedendaagse begrippen was de accommodatie zeer klein: de woning was niet groter dan 6 bij 6 meter.
Het havencomplex was oorspronkelijk door de architect Van Niftrik ontworpen en door de firma Nelissen gebouwd.
De keuken van de havenmeester bevond zich beneden naast de clubzaal en had een doorgeefluik. Je kon er een gevulde koek of een pennywafel kopen (één voor 15 cent of twee voor een kwartje volgens het prijsniveau van 1960). Het keukentje was vooral bij de jeugdige leden erg in trek. Vaak werd daar, zittend op het aanrecht, even gezellig bijgekletst, want met een elektrisch fornuisje, één tafel en maar twee stoelen was het gezellige hok snel vol.
Het water behoorde deels tot de gemeente Haarlem en deels tot Domeinen. De HJC zelf bezat in die tijd dus niet veel meer dan een voortvarend bestuur, actieve leden, veel jeugd- en een aantal clubboten. Dit waren de 12-voetsjollen van de HJC-Jollenclub. In de toptijd van de Jollenclub waren dit er maar liefst twaalf! Al met al was het een erg gezellige en doelmatige accommodatie, ware het niet dat alles van hout was. 19
Na verloop van jaren verouderde de haven in rap tempo. De steigers zaten soms vol gaten. Het gebeurde wel eens dat de voorband door de houten wand gedrukt werd, als er een fiets in de stalling werd gezet. Veel geld en moeite werden aan reparaties en vervanging van al het houtwerk besteed.
foto rechts: De noordelijke steiger tijdens slecht weer in 1967.
foto boven: De haven vanaf het
huis met daarvoor het terras met het hekje. Boven het clubhuis bevond zich de woning van de havenmeester.
20
In 1947 werd tot de restauratie van het clubgebouw besloten.
Als het water in de winter bevroren was en het ijs stevig genoeg was, ging men ruggelings op het ijs liggen om waar nodig schoren en binten onder het gebouw te vervangen.
Op dezelfde wijze werden ook de steigers gerepareerd.
water gezien in 1963. In het midden het club-
van de eigenaren de heer J.F.C. Brinkmann, ruim twintig jaar bestuurlid was van de Haarlemsche Jachtclub.
Het clubzaaltje bleek ook nog eens te klein, waardoor er daar nauwelijks vergaderingen en feestavonden gehouden konden worden. Hiervoor werd voor de oorlog uitgeweken naar Hotel Lion d’ Or en na de oorlog naar één van de zalen van Restaurant Brinkmann, waarvan één
Een ledenactie bij het 30-jarig bestaan van de HJC bracht de benodigde gelden daarvoor op. De leden konden 30 dubbeltjes, 30 kwartjes, 30 gulden of 30 rijksdaalders aan het zogenaamde 30 dubbeltjes 30 kwartjes- fonds doneren. De opbrengst bedroeg fl. 870,-.
Het clubgebouw werd daarna ”onder achitectuur” met veel inzet en hulp van leden gerestaureerd. De architect was het HJC-lid, de heer H. Tuininga. In de loop van de jaren dertig besloot de gemeente Haarlem ter hoogte van de Jan Gijzen-draaibrug, die verdwijnen moest, een jachthaven te graven. Dit gebeurde in het kader van de werkverschaffing, dus met schop en kruiwagen, wat tot 1939 duurde. In die haven zou, naast de jachthavens Flobbe (het latere Wetterwille), en
Ze werden echter pas vervangen als verder uitstel onverantwoord was of als er toevallig een keer hout kwam aandrijven. Hoe erg het met de palen gesteld was, blijkt uit het jaarverslag van Hin sr. uit 1962: ”De noordelijke steiger, het zorgenkind, was door storm en hoge waterstand practisch geheel van de paalkoppen afgespoeld. Dit noodzaakte tot drastische aanpak. In het midden werd door acht nieuwe palen een basis gevormd van ca. 10 meter. De rest van de steiger werd met elders getrokken palen versterkt. In de haven werden de tot het water afge-
foto links uit 1953: Duidelijk is te zien dat de hele accomodatie op palen stond.
De Drijver, ook de HJC een plaats krijgen. Het plan ging echter niet door, omdat de haven vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet afgemaakt werd. Toch bleef de accommodatie gevoelig voor aantasting door wind en water. Als het slecht weer was, kwam de havencommissaris Frans Hin sr. altijd kijken of alles nog overeind stond. Vooral de palen waren niet al te best door de vermagering op de waterlijn.
broken paalresten verwijderd. Dit alles werd met uitzondering van plaatsen van de acht nieuwe palen, door eigen werkkrachten uitgevoerd.”
foto boven: Herstelwerkzaamheden aan de buitensteiger op het ijs in 1963.
21
Een oplossing voor het havenprobleem moest er komen! Ook omdat steeds meer leden in de jaren zestig een groter schip kregen, en hiervoor niet voldoende ligplaatsen waren, drong de noodzaak zich op om de haven aan te passen. Gelukkig kreeg de HJC in 1965 de beschikking over vijf ligplaatsen voor haar leden met een kajuit(zeil)jacht in de jachthaven van Medemblik. Maar er moest meer gebeuren om het benodigde aantal ligplaatsen te realiseren.
Bovendien hadden de jachthavens De Drijver en Flobbe hun steigers verlengd en zat op het voorterrein de speeltuin Weltevreden. Pas toen de Spaarndamseweg als stadsrandweg uitgevoerd ging worden, wat met een aanzienlijke rijkssubsidie gepaard ging, lukte het te bedingen dat de jachthaven als bijkomend werk in het Spaarne moest worden aangelegd. Voorlopig werd het toekomstige haventerrein alleen nog maar beschoeid en op hoogte gebracht.
foto rechts uit 1967: De botenloods in zeer slechte staat. In het water enkele Sterns.
De werkzaamheden werden in regelmatig en constructief overleg tussen de gemeente Haarlem en de Haarlemsche Jachtclub uitgevoerd. Het duurde echter nog jaren voordat de HJC definitief kon verhuizen. De speeltuin moest naar de overzijde van de Spaarndamseweg verplaatst worden en ook de padvinders kregen een andere plek. foto boven uit 1963. De Spaarndamseweg vóór de verlegging. Rechts op de foto de haven van de HJC.
22
Het HJC-bestuur dacht met het buitenste deel van de - niet afgemaakte haven aan de monding van de Jan Gijzenvaart een nieuwe plek te hebben gevonden, maar daar bleken de padvinders van Kontiki zich in de loop der jaren al te hebben genesteld.
De Haarlemsche Jachtclub moest haar eigen opstallen bouwen en ook de verdere inrichting van de haven verzorgen. Het resultaat van het vele werk werd gelukkig een mooie en doelmatige jachthaven.
foto’s, bekers en publicaties uit de periode 1925 - 1968
links: Een koperen bordje uit 1927. (coll. Huub Hin) daarnaast: een foto uit 1963 van havencommissaris Frans Hin sr. staand naast de starttoren. onder: Banenkaart A uit 1952.
links midden: De Waterkampioen van sept. 1947, op de cover een foto van de haven. foto links uit 1964: Zeilend de Stern van de familie Franken en rechts onder het dekzeil de Vaerwel van de familie Hin.
23
onder: Omslag programmaboekje Jubileumfeestavond op 4 oktober 1947 en daaronder toegangskaartjes voor een HJc feest op 5 oktober 1952.
boven: I.v.m. de verhuizing van de haven naar de nieuwe lokatie kreeg ieder HJC-liddeen folder met de meest belangrijke vragen en antwoorden hierover.
rechts: Aankondiging voor de Nationale zeilwedstrijden. Haarlems dagblad augustus 1950.
foto rechts: De Windjammer Beatrijs van de familie Hin, hier nog met de oude 3/4 tuigage en de clubjol 571 Marijke op het Spaarne in 1961.
24
boven: 12-voetsjollen wisselbeker Kampioen van Haarlem uit 1939 links boven: Uitnodigingen voor de ALV in 1950 en een feestavond in 1951, beiden gehouden in ĂŠĂŠn van de zalen van Brinkmann.
links: Een berichtje uit de Waterkampioen van
boven: 1ste prijs
februari 1938.
Sharpieklasse uit 1952.
foto links: De haven beschikte ook over vier overdekte botenhuizen, winter 1963.
25
In de jaren vijftig en zestig was het dragen van een muts en een sjaal in de clubkleuren door de leden van de Jollenclub zeer populair.
foto boven: De jollenclub in 1958.
26
de Jollenclub binnen de Haarlemsche Jachtclub De 12-voetsjol werd al ten tijde van de Eerste Wereldoorlog te Haarlem geïntroduceerd en wel op voorspraak van Léon Huybrechts, medeoprichter en eerste ere-lid van de Haarlemsche Jachtclub. Na zijn terugkeer naar Antwerpen (waar hij oorspronkelijk vandaan kwam) heeft hij tot aan zijn overlijden in 1956 intensief contact gehouden met de HJC. Om aan de opleiding van beginnende zeilers de nodige aandacht te besteden
jollen tussen de HJC en de Royal Yacht Club de Belgique uit Antwerpen. Léon Huybrechts was één van de initiatiefnemers en grote stimulator van deze uitwisseling. Er werd in België gezeild op de Schelde of op de Hofstade, een meertje tussen Antwerpen en Mechelen vergelijkbaar met de Mooie Nel.
Piet Stapel, erelid, oud-voorzitter en oud-havencommissaris.
Rond 1962 was dit wederzijdse contact met de Belgen ook de basis voor de introductie van nieuwere klassen zoals de Vaurien en de OK-jol in Nederland,
Frans Brinkmann, oud-wedstrijdcommissaris.
foto onder: 12-voetsjollenwedstrijd op het Spaarne in 1947.
werd in 1924 binnen de Haarlemsche Jachtclub de Jollenclub opgericht. Jongeren die nog geen boot bezaten konden voor slechts fl. 5,- per jaar gebruikmaken van verenigingsboten (tarief 1924). Vanaf de introductie van de 12-voetsjol in 1918 tot eind jaren zestig waren er over en weer jaarlijkse evenementen met teamwedstrijden in de 12-voets-
die vervolgens, net als de 12-voetsjollen vanuit de HJC ”gelanceerd” werden.
De tekst voor dit hoofdstuk is een combinatie van teksten geschreven
Het internationale 12-voetsjollen contact bleef in de begintijd niet beperkt tot Antwerpen: er vond ook uitwisseling plaats met de Burnham Yacht Club in Engeland. Het vervoer van de jollen in die tijd was steeds een zaak van veel hoofdbrekens, want trailervervoer kende men
door Piet Stapel (n.a.v. het 75-jarig bestaan van de HJC) en van Frans Brinkmann (voor de 12-voetsjollenklasseorganisatie in 1997).
27
toen nog niet. In het Engelse geval ging dat bijvoorbeeld aan boord van het grote jacht van Hin, de Beatrijs. Later toen er trailers beschikbaar waren gingen de jollen daarop richting Belgie, de deelnemers met de trein. Verder waren er elk jaar de Nationale Wedstrijden. Eerst zowel in mei als in augustus, later alleen in het laatste weekend van augustus. Behalve de jollen die altijd van de partij waren, kwamen talloze andere klassen aan de start.
foto boven: Wedstrijd HJC - RYBC in Haarlem 1958 daarboven: 1e prijs zeilwedstrijd RYBC - HJC uit 1950.
rechts: Programmaboekje en uitnodiging Nationale Zeilwedstrijden 1950.
28
Als wedstrijdzeiler zat je in een rondgaand circus. Haarlem kwam ná de Westeinder en vóór Alkmaar. Er waren jaren dat het bestuur, om voldoende deelnemers te krijgen, moest zorgen voor een sleep naar de Kaag en ook na afloop weer terug. De mooiste jol was de H572 en had de naam Kolonel. Deze was vernoemd als hommage aan Kolonel C.W. de Visser, voorzitter tot 1940 en daarna erelid van de Haarlemsche Jachtclub.
De opvolger van Kolonel de Visser, de heer M.J. Bleeker, was leraar aan de hbs op het Santpoortplein. Hij stuurde niet alleen zijn mooie witte sloep Frisia naar de Mooie Nel om daar voor anker de jeugd in de gaten te houden; hij stuurde ook de Haarlemsche Jachtclub met wijs beleid door de oorlogsjaren heen. In 1944 werd het Spaarne en de Mooie Nel tot verboden zeilwater verklaard. Het HJC-bestuur heeft toen gezocht naar ligplaatsen elders waar nog wel gevaren mocht worden. Uiteindelijk stelde de Zeilvereniging Uitgeest tijdelijk ligplaatsen voor HJCleden beschikbaar.
Alle leden werden per brief van deze mogelijkheid op de hoogte gebracht. Dit kon niet op een andere manier want vanaf 1943 kon het clubblad niet meer verschijnen. Gebrek aan papier was hiervan de oorzaak. Het kon helaas nog slechter! Alle boten op de haven werden gevorderd door de bezetters van de Riperdakazerne. De particuliere jollen zochten onmiddellijk een goed heenkomen. Verreweg de meeste vonden een goede schuilplaats bij WSV De Koenen aan het Nieuwe Meer in Amsterdam.
Acht clubjollen werden in een elevatorbak verstopt achter andere opgelegde bakken van de werf van Stapel te Spaarndam; slechts twee oude jollen bleven op de haven achter. ”De andere jollen zijn ter reparatie” zei Bleeker tegen de Duitsers, ”want die zijn nog slechter dan deze twee, die kunnen met hozen nog net boven water gehouden worden”. Mede door deze gebeurtenissen werd de heer P. Stapel in 1942 lid van de HJC. De stemming was er goed en vertrouwd maar veel zeilen kon toen natuurlijk niet meer.
Mededelingen voor de jollenclub van maart 1939. Op 8 april hopen wij U te mogen verwachten, des namiddags te half vier op de jachthaven, ter kennismaking met nieuwe leden. Tevens zal er dan gelegenheid bestaan tot het afleggen van zeilproeven en zal de indeling der lessen bekend gemaakt worden. Aan de nieuwe leden zal de nieuwe instructeur jollenzeiler* voorgesteld worden, die gedurende een vijftal weekends les zal gaan geven”.
* Deze instructeur was
De officiële opening van het seizoen is vastgesteld op zaterdag 29 april 1939, des namiddags te drie uur. Onmiddellijk daarna zal de doopplechtigheid plaats hebben van de nieuwe clubjol, de Prinses Beatrix.
foto boven:
Daan Kachelland, in 1936 winnaar Olympisch goud in de Olympiajol.
Zeilwedstrijden op het Spaarne in 1960.
De contributies zijn voor het jaar 1939 vastgesteld voor de HJC-leden op: t/m 15 jaar fl. 2,50, van 16 t/m 19 jaar fl. 5,- en daarboven fl. 12,- per jaar. Voor de Jollenclub op (met inbegrip van vrij zeilen) fl. 10,- per jaar.
29
Dat werd direct na mei 1945 anders: een grote opleving en bloei. De jeugd, in de Jollenclub een eigen afdeling vormend, wilde zich wat moeilijk voegen in het nog vooroorlogse bestuursgezag. Dit leidde tot grote onenigheid binnen het bestuur die onoplosbaar bleek. Er werd een Commissie van Goede Diensten met drie oudere leden, waaronder de heer L. Schaap, ingesteld die een bindend advies moest uitbrengen. Gevolg hiervan was dat vier van de zeven bestuursleden bedankten, waar
foto boven: Nationale Wedstrijden september 1953.
onder de in 1947 benoemde voorzitter Ir. C.J. Meyers. De nieuw gekozen voorzitter werd de heer J. Wansink. Het rommelde nog wat na, maar spoedig kon met een wat modernere aanpak en behoud van de goede stijl de eenheid onder de leden en de goede sfeer weer tot stand gebracht worden.
30
Oprichting 12-voetsjollen klasse-organisatie Op 21 mei 1960 werd in restaurant Lion d’Or in Haarlem de Nederlandse Internationale 12-voetsjollenklasse Organisatie (N.I.J.O.) opgericht. Vooral de HJC-ers G.C. Ebeli, A.J. van Beekum en G.J. Bleeker (toendertijd secretaris van de HJC) hebben zich daarvoor ingespannen. De vergadering benoemde de heer Bleeker tot eerste voorzitter van de N.I.J.O.
Haarlem werd als vestigingsplaats voor de organisatie gekozen, ook omdat deze stad als bolwerk van de 12-voets jollen werd beschouwd, zoals de notulen vermelden. In 1964 verloor de 12-voetsjol haar internationale status en werd het een nationale klasse.
EXAMEN EISEN 1958 HJC - 12 VOETSJOLLENCLUB
B - DIPLOMA • Op- en aftuigen van een 12-voetsjol, het aanslaan van het zeil en het kunnen reven. • Goed kunnen zeilen tot 4 Bft, overstag kunnen gaan, gijpen en gijpen door overstag gaan. • Het hijsen en strijken van het zeil op het water, het afvaren en aankomen aan hoger wal en kunnen roeien, jagen en slepen. • Beheersen van de volgende knopen: paalsteek, mastworp, platte knoop en het maken van een betakeling • Kennis van het Binnen Aanvarings Reglement A-DIPLOMA • Goed kunnen zeilen tot 6 Bft, achteruit varen, man over boordmanoevre en het afvaren en aankomen aan lager wal. • Enige theoretische kennis van het zeilen, kennis van wedstrijd scheeps-typen en de bouw van jachten. • Splitsen; oogsplits, korte splits en Spaanse betakeling. • Het kunnen herstellen van een scheur in een zeil. • Kennis van het Wedstrijd Reglement en het Bijz. Regl. van Politie voor het Noordzeekanaal. • Kennis van Art. 169, 307 en 473 van het Wetboek van Strafrecht.
In de jaren vijftig en zestig bezat de HJC tien tot twaalf clubjollen, verdeeld in A- (de betere) en B-jollen (de wat oudere). De opleiding geschiedde in de oudere B-jollen, en wel door diegenen die een eerder seizoen het B-diploma hadden gehaald. Deze instructeurs en instructrices konden mede door het afleveren van een nieuwe B-zeiler het A-diploma behalen. De winnaar van de eerste onderlinge wedstrijden van het jaar won als premie het recht om het hele seizoen met de beste clubjol te mogen inschrijven
voor alle Nationale Wedstrijden. Tijdens het zeilseizoen vonden op zaterdag B- en A-examens plaats. Later kwamen er ook voor de fokkenisten diploma’s. Voor hun werd het examen in de Vaurien of Stern afgenomen.
foto boven: Clubtocht naar Nauerna in 1964.
De exameneisen (theorie en praktijk) lagen vast en daaraan werd door de clubexaminatoren goed de hand gehouden. Aan het einde van het seizoen vond de diploma-uitreiking plaats.
31
foto rechts: De laatste Nationale Wedstrijd op de Mooie
De jeugd gaf veel activiteit (soms wel wat teveel!), veel vertier en plezier maar ook wel eens verdriet!... De vrouw van onze havenmeester Veldhuis (1943 - 1965) kreeg dan nog al eens bezoek in haar keukentje om goede raad of in elk geval troost te bieden. ”Het is immers één grote familie”, zei ze dan.
Nel in 1997.
foto onder: Nationale Wedstrijden bij de HJC in 1951.
foto rechts uit 1963: De clubjol Kolonel met zeilnummer 572 op het Noorzeekanaal met aan het roer
Dat laatste leek er soms inderdaad wel op: elk jaar werden er met Pinksteren clubtochten georganiseerd en de familie Stapel ging altijd mee met hun motorboot Sinbad om te slepen.
Ook moest vaak namens het bestuur voor een financiële bijdrage gezorgd worden en moesten bestuursleden vergeten spullen opgesporen, ophalen en bezorgen!
Rein Steensma. In 1963 heeft de HJC de clubjollen verkocht. Nieuwe eigenaar van de Kolonel werd de
Vaak gingen de tochten naar Nauerna, de Zaan en Akersloot, Beverwijk (lekker smullen van de aardbeien), IJmuiden, de Kaag en de Westeinder. Met mooi en lelijk weer, soms zelfs met storm.
familie Stapel, die de jol nog steeds in haar bezit heeft.
32
Ook clubtochten per binnenschip naar Friesland met de eigen jollen aan boord waren onvergetelijk. En dan natuurlijk, omdat de HJC toch al ter plaatse was, meteen de Sneekweek meezeilen.
In 1950 besloot het bestuur van de Haarlemsche jachtclub de naam Jollenclub te wijzigen in Wedstrijdafdeling. Zo rond 1960 werd de belangstelling voor de 12-voetsjol duidelijk minder. De jollen werden ouder en vergden veel onderhoud. Ook het behalen van A- en B-diploma’s beperkte zich tot een minimum. De toenemende welvaart had hier zeker invloed op. De aanschaf van een eigen boot werd steeds meer haalbaar, mede dankzij de populariteit van de Stern, OK-jol en Vaurien.
Vanwege de steeds verminderende interesse voor het gebruik van een clubjol werd in 1963 besloten de Jollenclub (in de praktijk bleef men Jollenclub zeggen in plaats van Wedstrijdafdeling) op te heffen en de laatste vier clubjollen die de HJC nog in haar bezit had, te verkopen. Toch is de 12-voetsjol onverwoestbaar gebleken! De 12-voetsjol is heden ten dage erg populair bij vooral de wat ”oudere” zeilers en de wedstrijdvelden zijn groter dan ooit.
Een modern wedstrijdveld in 2012. foto: Hanneke Gillissen
33
de HJC zeilopleiding 1
Hoewel Lies ’t HooftWijkhuizen in het bezit van alle HJC zeil-
Vanaf de oprichting staat de HJC bekend om haar uitstekende jeugdzeilopleiding. Deze opleiding was de basis voor aansprekende successen die veel generaties HJC zeil(st)ers hebben behaald. Enkelen van hen vertellen hoe zij in hun tijd de zeilopleiding ervaren hebben. Oud jollenzeilster Lies ‘t Hooft vertelt over haar opleiding:
diploma’s was, voer zij toch meestal als bemanningslid in de 12-voets jol. Natuurlijk kon zij bij haar vroegere echtgenoot HJC-er Arie-Jan van Beekum instappen maar die zeilde liever alleen. Zo werd zij tientallen jaren lang een veel gevraagd en gewaardeerd bemanningslid bij diverse stuurlieden.
foto rechts boven: Clubjol 571 Marijke, één van de les-jollen die gebruikt werden voor de zeilopleiding. foto links: Lies als bemanningslid in de 12-voetsjol van Tom Reyers.
34
Ik ben op 15-jarige leeftijd samen met mijn vriendinnetje Anke Vorst op de Haarlemsche Jachtclub terecht gekomen. Anke’s broer, een paar jaar ouder, was al lid van de HJC met een stel vrienden, zoals de broers Bleeker, de jongens Rietman, Jaap Sweerts de Landas, Rein Steensma en Frans Brinkmann. Dit waren jongens die ons goed onder de duim hielden en het niet makkelijk maakten bij de examens A en B. Het was een leuke periode.
Als je je B-diploma had gehaald - met theorie en al - mocht je op je vrije middag voor twee uur bij de vrouw van de havenmeester een clubjol afschrijven. Uiteraard een B-jol, een eiken jol die zo lek als een mandje was, dat werd dus hozen! We probeerden zo gauw mogelijk ons A-diploma te halen, want dan mocht je een A-jol afschrijven, waarmee je ook wedstrijd kon zeilen. Het examen maakten de jongens (examinatoren) voor ons ook niet echt makkelijk. Ze vonden het stiekem wel leuk als er wat mis ging. Er moest minstens windkracht 4-5 Bft staan voor de haven. Het examen bestond uit tien meter achteruit zeilen, op- en aftuigen op het water, een manoverboord-manoeuvre, afmeren met liefst twee eitjes ertussen en nog meer van dat soort grappen. Als je dan op het water met een dikke 5 Bft voor de haven moest aftuigen en het roer niet van zijn kromme roerpen af wilde en je op de achterdoft ging staan om wat meer kracht te kunnen zetten en het roer na enig wrikken loskwam en je met roer en al in het Spaarne viel - wat mij overkwam - was dat voor de omstanders heel vermakelijk.
foto’s, wedstrijdprijzen en publicaties uit de Jollenclubtijd 1924 - 1964
Spaarnwoude-wisselbeker
Haarlemsche Jachtclub
Wisselbeker
Nieuwe Meer Beker
Jollenwisselbeker
12-voetsjollen B
Jollenwisselbeker 1947
HJC - RYBC 1958
12-voetsjollen 1943
1940
foto boven: Rijnlandsluis te Spaarndam. Clubtocht in 1950. links: Bronzen penning prijs voor de Nationale Wedstrijden voor A-jollen in 1961. Clubtocht in 1940 - jol Madjoe.
35
rechts: 1ste prijs uit 1942 glas in lood. daarnaast: Uitslagen uit het Haarlems Dagblad 2 juni 1953.
boven: Beker Teamprijs Jollen 1943. foto daarnaast: Jollenwedstrijd op de Mooie Nel in 1953.
Artikel uit de Waterkampioen van sept. 1947.
links: 2de prijs uit 1942 - glas in lood.
36
foto rechts: Jollenloods in 1938.
foto onder: Zeilwedstrijd HJC - RYBC in 1961.
Artikel uit het Haarlems Dagblad van 23 okt. 1951.
foto boven: Clubjol Marijke in 1963.
Wisselprijs Het Schip Velthuis Nationale Wedstrijden 1942 - 1962. (coll. Lies ‘t Hooft) foto boven: De Jollenclub op zomerkamp in Friesland 1947.
37
de Haarlemsche Jachtclub en de Spaarnejol * Jachtontwerper H.W. de Voogt, die ook bestuurslid was van de HJC, is zeer bekend geworden met zijn ontwerp van het 6,5 m. lange Vogeljachtje uit 1934 en het v.m. koninklijk jacht Piet Hein uit 1937. rechts: Spaarnejol bouwnr. 402 in aanbouw bij Scheepswerf De Vlijt Fa. H. & J. de Vries in Aalsmeer.
In de laatste jaren voor de Tweede Wereldoorlog ontstond er een steeds grotere belangstelling voor een nieuw, klein en lichtgewicht type zeiljachtje. Vooral de watersportverenigingen De Kaag, Nieuwe Meer en de Haarlemsche Jachtclub hebben zich ervoor ingespannen dat zo’n type er kwam. Het bestuur van de HJC gaf jachtontwerper H.W. de Voogt* dan ook in 1940 opdracht voor het ontwerpen van een midzwaardjol. Men wilde dit scheepje inzetten als verenigingsklasse voor onderlinge wedstrijden. Mocht dit een succes worden, dan was de onderliggende gedachte de jol als nationale klasse voor te dragen.
aan Scheepswerf De Vlijt te Aalsmeer verleend en eind 1940 werd met de bouw begonnen. De belangstelling was echter zo groot dat het aantal werd
De Voogt kwam met een ontwerp voor een midzwaardjol met een lengte van 4,85 meter. De naam van dit type werd Spaarnejol.
verhoogd tot 15. En weer iets later zelfs tot 21. In totaal zijn er 26 Spaarnejollen gebouwd.
Veel informatie over de Spaarnejol is verkregen dankzij de welwillende medewerking van de heer Huub de Vries van scheepswerf De Vlijt.
rechts: Omslag brochure uit 1940.
links: Spaarnejol 14 Tjirk van HJC-lid Szozonoff. foto uit 1953.
De opdracht voor de bouw van de eerste serie van tien schepen werd 38
In januari 1941 werd in een advertentie medegedeeld dat de eerste serie al helemaal was uitverkocht.
In 1940 werd binnen de Haarlemsche Jachtclub de Spaarnejollenclub in het leven geroepen met het doel om belangstellende leden in staat te stellen een goedkope jol aan te schaffen of een clubjol te huren en daarmee in clubverband wedstrijden te zeilen.
Voor nog meer promotie gaf De Voogt in datzelfde jaar een brochure over de Spaarnejol uit. De Haarlemsche Jachtclub beschikte over drie clubjollen die de leden voor 2,5 uur of een veelvoud hiervan, konden huren. Zij betaalden daarvoor f 12,50 per jaar. Voor leden van de Spaarnejollenclub gold een bedrag van f 7,50 per jaar. Tijdens (club)wedstrijden mocht de bemanning uit maximaal drie personen bestaan. Hoewel de jol voorzien kon worden van een spinnaker (zie tekening van het zeilplan), stond het bestuur van de Spaarnejollenclub het gebruik ervan niet toe.
4
De Voogt beklemtoonde in de pers dat dit kleine moderne scheepje alles gaf wat in het groot bij de modernste renjachten voorkwam.
39
Dit zal tevens den jongen zeilers handigheid geven in het werken op het voordek met het verwisselen van zeilen”.
Hij besluit het artikel als volgt: ”Ik laat aan mijn Spaarnejol eenige afwijkingen en bijzonderheden aanbrengen, daar deze m.i. verbeteringen zijn. Het is echter de vraag, of deze worden goedgekeurd, maar aangezien ik toch geen tijd zal hebben om aan wedstrijden van de HJC deel te nemen, wil ik mijn jol volgens mijn inzichten laten bouwen”. Waarschijnlijk had de heer Moltzer toen al plannen om zeilend naar Engeland te te vluchten. Vast staat dat hij op 14 november 1941 als Engelandvaarder met twee vrienden is vertrokken, maar hij is helaas nooit in Engeland aangekomen. Of het schip, waarmee ze de overtocht maakten, een Spaarnejol was, is niet met zekerheid te zeggen.
foto boven: Spaarnejol 8 Rietgors. De afmetingen van een Spaarnejol waren: lengte 4,85 m. lengte wl 4,25 m.
In de Waterkampioen van 18 januari 1941 verscheen een stuk over de Spaarnejol geschreven door HJC-lid Ernst O. Moltzer, één van eerste bestellers van de jol. Hij was zeer lovend over de Spaarnejol en schreef o.a. het volgende:
breedte 1,65 m. diepgang 0,82 m, zonder zwaard 0,19 m. zeiloppervlakte: grootzeil 7,5 m2 fok 5,5 m2 spinnaker 10,5 m2 bouwwijze: knikspant
”De hoofdattractie van het scheepje zie ik in het moderne tuigplan, dat alle trimmogelijkheden biedt, welke wij slechts in de groote klassen van scherpe jachten vinden. Er is door toepassing van al die foefjes, welke het wedstrijdzeilen zoo aantrekkelijk maken, aardig te experimenteeren”.
Verder schreef hij nog: ”Aan de tuigage kan nog een stormfok en spinnaker toegevoegd worden.
40
De Spaarnejolklasse was helaas geen lang leven beschoren. Naarmate de oorlog vorderde, mocht er van de bezetter niet meer gezeild worden. Na de oorlog wilde de oudere zeilers toch weer in de 12-voetsjol varen. En de jeugd koos voor andere boten, zoals de OK-jol, de Vrijheidsklasse en de eerste in serie gebouwde polyester Sterns. Hiervan is de Spaarnejol de dupe geworden. Al eind 1946 besloot het HJC-bestuur met instemming van De Voogt de verenigingsjollen te verkopen en de Spaarnejollenclub op te heffen. Het getuigt echter van ambitie en bevlogenheid van het toenmalige HJC-bestuur voor het laten ontwerpen en instellen van de Spaarnejolklasse.
de Haarlemsche Jachtclub in de Tweede wereldoorlog links: Brief van de gemeente Haarlem uit 1940 over toestemming voor het houden van Nationale Wedstrijden.
onder en links: eerste prijs Pampusen tweede prijs Drakenklasse uit 1942. Glas in lood.
In de eerste drie oorlogsjaren werden er nog wel zeilwedstrijden gehouden maar de deelname hieraan (en ook aan overige clubaktiviteiten) trokken steeds minder belangstelling. Toen de bezetter in het voorjaar van 1944 het varen op het Spaarne en Mooie Nel verbood lag het clubleven tot het einde van de oorlog geheel stil. boven: Herinneringsplaquette voor omgekomen HJC-leden. Door het bestuur beschikbaar gesteld in 1950. Hing in de hal van het clubhuis. foto rechts: Het terras voor het clubhuis in 1940.
41
1950 koninklijk bezoek aan de jachthaven Voor de onthulling van het monument voor Hansje Brinker in Spaarndam was de toenmalige koningin Juliana uitgenodigd. Zij werd op 7 juni 1950 op de HJC ontvangen, waarbij ook een aantal autoriteiten zoals de burgemeester van Haarlem aanwezig waren.
Op weg naar Spaarndam werd het schip op het Spaarne door allerlei jollen omgeven die daar toevallig zeilden.
De koningin had de twee jongste prinsesjes Margriet en Christina meegenomen. Het was die dag schitterend weer, zodat het gezelschap zonder problemen aan boord van het koninklijk jacht Piet Hein kon gaan.
Onderweg liet de koningin van haar belangstelling voor de Haarlemsche Jachtclub blijken.
Het bezoek moest een informeel karakter hebben en werd daarom pas achteraf bekend gemaakt aan de HJC leden.
De aankomst van het koninklijk gezelschap bij de Haarlemsche Jachtclub.
foto links: Het gezelschap stapt aan boord van de Piet Hein.
42
Na afloop van de onthulling van het monument te Spaarndam voer de Piet Hein met zijn vele gasten aan boord tot vlak bij de spoorbrug in Haarlem, waar de koninklijke familie van boord ging en in de gereedstaande auto’s vertrok.
de OK jollen en de Haarlemsche Jachtclub Sinds de oprichting onderhield de Haarlemsche Jachtclub nauwe contacten met de R.Y.C.B uit Antwerpen. Via dit contact kwam de HJC in aanraking met de OK-jol. De OK-jol is een houten ĂŠĂŠnmansboot en is een Deens ontwerp met een lengte van vier meter. In 1962 organiseerde de R.Y.C.B de eerste wedstrijd voor OK-jollen in Nederland op het Veerse Meer.
De Nederlandse vloot ontwikkelde zich snel. In 1964 deden al 25 jollen aan de Sneekweek mee! Het topjaar was 1969 met 63 deelnemers. HJC-lid Emil Verharen werd in 1966 Nederlands kampioen in de OK-jol.
Piet Stapel, erelid, oud-voorzitter en oud-havencommissaris.
Na 1980 zijn er praktisch geen nieuwe Nederlandse jollen bijgekomen. In 1996 werd voor het laatst om het Nederlands kampioenschap gezeild en daarna was het relatief stil aan het
Frans Hin sr., oud-havencommissaris.
foto links: Nederlandse en Belgische OK jollen op het Noorderbuiten Spaarne in 1964.
De toenmalige voorzitter van de HJC, Piet Stapel en de havencommissaris Frans Hin sr., waren zeer enthousiast over deze jol en besloten in 1963 de OK-jol in Nederland te gaan promoten. De eerste drie OK-jollen (inmiddels een internationale klasse geworden) in Nederland voeren onder de vlag van de HJC.
Nederlandse OK-front. Ook de in 1964 opgerichte OK-club werd opgeheven. Maar in 2010 bliezen twee enthousiaste zeilers uit Medemblik met succes de klasse weer nieuw leven in en namen met nieuwe jollen aan het Europees kampioenschap deel. lengte 4 m breedte 1,4 m
De H1 was van Nico Hin, de H2 van Piet Stapel en de H3 van Cees Vroege.
zeilopp. 8,25 m gewicht 72 kg
43
plattegrond jachthaven Spaarndamseweg schaal 1 : 500 1
woning havenmeester
2
vlonder aflopend naar het water
3
stalling Optimisten
4
werkplaats havenmeester
5
starttoren
6
botenloods
7
kraan
8
helling
9
botenhuis Batavus
9 12
10 motorenberging 11 mastenloods
11
12 lasloods
7
13 dameskleedkamer 14 herenkleedkamer
8
15 keuken 16 fustenloods
17
18 terras 15
16
10
14 13
18
6 5 3
4
2 1
Het toegangsbord van de oude haven werd ook bij de ingang van de nieuwe haven geplaatst.
44
De accomodatie van de Haarlemsche Jachtclub op de Spaardamseweg in 2000.
45
nieuwbouw van de jachthaven Spaarndamseweg foto rechts: Toen het hoogste punt van de bouw van de loods werd bereikt plaatsten de bouwers de Nederlandse vlag en kregen ze pannenbier aangeboden.
foto onder: De loods en het clubhuis krijgen al vorm.
Nadat in 1968 besloten was tot verplaatsing van de haven, werd meteen een bouwcommissie gevormd die onder leiding stond van de toenmalige voorzitter van de HJC, Piet Stapel. Leden waren verder technisch commissaris Nico van Dee, Rein Steensma, Joop van Viersen en GĂŠ Neder Helman, die de administratie en de financiĂŤn van de nieuwbouw onder zijn hoede had. HJC-lid Du Rieu werd als architect aangetrokken, die ook de bouwbegeleiding op zich nam. Veel leden zorgden in hun vrije uren en in het weekend voor het bouwklaar maken van het terrein en het aanleggen van de fundering. Aannemer G. Perquin uit Haarlem bouwde de opstallen. Als eerste werd de woning voor de havenmeester gerealiseerd, want dan kon die alvast verhuizen en toezicht houden op het bouwterrein. Daarna volgden de bouw van de loods en van het clubhuis.
foto rechts: HJC vrijwilligers bezig met het graven van sleuven voor de fundering.
foto uiterst rechts: Bouw van de helling, winter 1971 - 72.
46
1969 - 2010 jachthaven Spaarndamseweg
De haven werd officieel geopend door het hijsen van de clubvlag. Deze handeling werd verricht door wethouder P.W. Voskuilen (rechts) en HJC voorzitter Piet Stapel (links).
Opening jachthaven Op zaterdagmiddag 14 juni 1969 om 12 uur werd de nieuwe haven officieel door wethouder P.W. Voskuilen en HJCvoorzitter Piet Stapel geopend met het hijsen van de vlag.
In zijn openingsspeech bedankte Piet Stapel uitvoerig degenen die meegeholpen hadden aan de realisatie van het nieuwe complex. Maar hij zei erbij dat de haven nog lang niet klaar was en dat er nog veel werkt verzet moest worden. 47
Joop van Viersen,
Omdat het clubhuis nog een kale ongezellige ruimte met weinig meubilair was, riep de voorzitter de leden op om ideeĂŤn voor de inrichting ervan aan te dragen. Daaruit kwam het voorstel om allereerst een bar te maken. Deze bar is toen door Joop van Viersen gebouwd.
0ud-technischcommissaris
foto onder uit 2016: De Trambanken in het clubhuis Schoteroog.
foto rechts onder: de salon tafel.
Nico van Dee, oudtechnisch commissaris
48
Verder werd voorgesteld om voor het raam aan de Spaarne-kant drie tafels met banken in de vorm van een treinzit te maken. Daar kon je dan rustig zitten en door de verhoogde vloer makkelijk naar buiten kijken.
Nico van Dee maakte de constructietekeningen voor de treinzit, die onder leiding van havenmeester H. Finnema werd vervaardigd. De banken, die al snel de bijnaam de tram kregen, verhuisden in 2010 mee naar de huidige locatie op Schoteroog en worden nog steeds zo genoemd. EĂŠn van de weinige bruikbare voorwerpen die meegenomen werden van de allereerste haven waren het houten
snoepkastje en de houten salontafel die in het clubhuis stond. Beide kregen in het clubhuis aan de Spaarndamseweg weer een plekje. Toen eind jaren negentig besloten werd het clubhuis wat te moderniseren kwamen enkele leden in actie voor het behoud van de tafel. Dit had succes en na een grondige opknapbeurt door Joop van Viersen bleef de tafel behouden. De tafel, en ook het houten snoepkastje, verhuisden beide wederom mee naar het clubhuis op Schoteroog.
Aantrekkingskracht op nieuwe leden De nieuwe haven bleek veel nieuwe leden te trekken, waardoor het aantal ligplaatsen moest worden uitgebreid. Voor de bekostiging van het plaatsen van extra palen hiervoor werd een obligatielening van fl. 20.000 aangegaan. Ook werd een technische commissie ingesteld voor ideeĂŤn omtrent de verdere verbetering van de haven. Deze commissie bestond uit de heren Gerrit Bethlem, Jan Bart, Cees Vroege, Nico van Dee en havenmeester H. Finnema. foto boven uit 1968: Aanleg haventerrein.
links: Plattegrond van de haven in 1973. Het rood omkaderde gedeelte is het voorstel tot uitbreiding en is volgens plan uitgevoerd.
foto onder uit 1971: Clubhuis en loods met een nog nauwelijks begroeid terrein.
Zij stelden voor een helling aan te leggen met een hellingwagen, een hellingkar voor kleine boten. Ook zou er verlichting op de steigers moeten komen.
49
De groei van het aantal leden gaf ook een ander probleem: vooral bij evenementen bleek de capaciteit van het clubhuis veel te klein.
Zo was er elke vrijdagavond een soos avond die zo druk bezocht werd, dat het clublokaal op die avonden overvol was. Een clubhuiscommissie van Nico van Dee, Lieuwe Bangma, Willem ten Sythoff, C.F. Vermeulen en Nico Hin kreeg de opdracht om te onderzoeken hoe de capaciteit van het clubhuis vergroot kon worden. Uit hun onderzoek bleek dat er niet voldoende garderoberuimte was, dat een opslagruimte voor de bar ontbrak, dat de herenkleedkamer veel te klein was
foto boven uit 1970: De noordzijde van het clubhuis voor de verbouwing in 1978.
rechts: tekeningen van de diverse stadia aanpassing clubhuis.
50
en dat het clublokaal bij evenementen te weinig ruimte bood. Daarom zou dat twee maal zo groot moeten worden. Eind 1971 bood de commissie een eerste tekening aan voor de uitbreiding van het clubhuis. Diverse tekeningen werden er daarna nog gepresenteerd, maar telkens haalden deze plannen het niet vanwege de hoge kosten. Uiteindelijk werd een eenvoudige uitbreiding voorgesteld, waarbij een aannemer de ruwbouw zou verzorgen en de leden in eigen beheer de afbouw. Het zou echter tot 1977 duren voor de plannen door de leden goedgekeurd werden en ook de gemeente Haarlem officieel toestemming gaf voor de uitbreiding. Hiervoor was toch nog een bedrag van fl. 75.000 nodig, dat door een lening gefinancierd moest worden. In 1978 was de ruwbouw gereed, maar het zou tot medio 1979 duren voor alles door de leden afgebouwd was. boven: Tekening uit 1977 van de bestaande plattegrond van het clubhuis en het voorstel voor de vergroting ervan. tekening uit 1977.
foto links: Interieur clubhuis in 1999.
51
Uitbreiding van de haven In het voorjaar van 1986 lanceerde het HJC-bestuur een plan voor een volgende uitbreiding van de haven. De voornaamste reden was dat er grote vraag was naar ligplaatsen, o.a.
Hoewel er 28 gepland waren, werd er uiteindelijk maar voor 20 leden een nieuwe ligplaats gerealiseerd. Om het op- en afstappen van boord te vergemakkelijken kwamen er tussen elke twee ligplaatsen vingersteigers met een lengte van ca. vijf meter.
foto rechts:
Aan het begin en het einde van de steiger werden golfbrekers gemaakt om overlast van golfslag bij NO- en ZW-wind te verminderen.
De hoofdsteiger voor de uitbreiding in 1983. foto onder: Dezelfde steiger na de uitbreiding
De kosten van deze uitbreiding bedroegen circa fl. 30.000. De gemeente Haarlem stelde voor dit plan een subsidie van fl. 10.000 beschikbaar.
boven: De voorgestelde uitbreiding op tekening.
52
van leden, die ’s zomers met hun boot op het IJsselmeer lagen maar nu, door het verdwijnen van de Hembrug bij Zaandam, weer graag in de thuishaven wilden liggen. De uitbreiding van de nieuwe ligplaatsen was gesitueerd aan de lange steiger (zie bovenstaande tekening).
Voor de HJC vergde dit nog een investering van zo’n fl. 20.000, die in ongeveer vier jaar terugverdiend kon worden. Gezien de gezonde financiÍle situatie van de vereniging moest deze investering geen probleem zijn. De ALV van 21 maart 1986 stemde dan ook met deze uitbreiding in. Met de uitvoering van dit plan werd voortvarend gestart en eind 1986 was het geheel gerealiseerd.
Wedstrijdzeilen Om de zeillessen en het wedstrijdzeilen voor de jeugd beter te kunnen verzorgen besloot het HJC-bestuur in 1986 een wedstrijdcommissaris te benoemen. Dat werd Nico Hin, die met veel inzet deze taak op zich nam. Het wedstrijdzeilen nam ook een steeds grotere plaats in binnen de HJC en om die reden stelde het bestuur voor om een starttoren te bouwen. In een toelichting gaf het bestuur verschillende mogelijkheden hiervoor:
Men wilde de starttoren dan nog in hetzelfde jaar tijdens de viering van het 70-jarig bestaan van de HJC kunnen gebruiken. Dankzij de zelfwerkzaamheid van veel leden is dit gelukt!
boven: Afgekeurd voorstel voor de nieuwe starttoren. Illustratie; Joep van Opzeeland.
Nico Hin, erelid en oud technisch-, jeugd- en wedstrijdcommissaris.
foto links: Starttoren zoals die is uitgevoerd in 2002.
een constructie op vier stalen palen met een houten opbouw aan de noordkant deels boven het clubhuis, een verrijdbare directiewagen óf een balkon boven de ingang van de loods. Het bestuur had een sterke voorkeur voor het voorstel van een balkon en wist in februari 1987 de Algemene ledenvergadering te overtuigen dit voorstel aan te nemen. De vergadering stelde echter één voorwaarde: dat de kosten niet hoger mochten zijn dan fl. 10.000.
links: Obligatie uit 1973.
53
Strengere milieu-eisen Tijdens de aanleg van het haventerrein werden twee brandstoftanks aan de waterkant geplaatst voor de verkoop van benzine en dieselolie. Edwin Rijvordt, oud-technisch en havencommissaris.
foto onder: Steiger na renovatie
In 1995 kwamen er strengere mileueisen voor het in bezit hebben van brandstoftanks in de grond. De daaruit voortvloeiende kosten voor aanpassing van de tanks bleken niet op te wegen tegen de inkomsten door de verkoop van brandstof.
in 2002.
Daarom besloot het bestuur in het volgende jaar met de verkoop te stoppen en de tanks uit te graven.
Henk van Beijeren, erelid, oud-technisch commissaris en oud-voorzitter. foto rechts: De helling na renovatie in 1996.
54
Volgens dezelfde milieu-eisen moest het deel van het terrein waarop schepen gestald werden en ook de helling, voorzien worden van een vloeistofdichte ondergrond. Ook het water dat bij afspuiten van schepen vrij kwam, moest opgevangen worden in een bezinkput. Daarom werd het terrein waar nodig geasfalteerd en afgedekt met een grindlaag.
Ook de helling werd aangepast. Het grove werk werd uitgevoerd door Aannemersbedrijf Leen Oostra en de overige werkzaamheden door de werkploeg o.l.v. toenmalig havencommissaris Ed Rijvordt. Verbouwingen Omdat het bestuur vond dat de damesen herenkleedkamer niet meer aan de eisen van de tijd voldeden, stelde het voor om de kleedkamers aan te passen.
Het sloopwerk, het schilderwerk en het plaatsen van nieuw sanitair zou in eigen beheer gedaan worden. De aannemer zou de nieuwe scheidingswanden en de douchecabines plaatsen en de betegeling aanbrengen. De kosten werden begroot op fl. 35.000. Het plan was om alles klaar te hebben voor de viering van het 80-jarig bestaan. Dankzij de inzet van veel vrijwilligers was de verbouwing van de kleedkamers in het voorjaar van 1997 een feit.
In de loop van 2002 bleek de wallenkant voor de loods erg verzwakt. Noodreparaties van de gemeente bleken niet afdoende en daarom moest de kant grondig gerenoveerd worden door deze met grondankers te verstevigen.
Al tijdens de voorjaarsvergadering gingen de leden daarmee akkoord. De club bespaarde daarmee ten slotte twee ton! Zo waren voor de start van het winterseizoen de steigers van nieuwe sterke palen voorzien.
Uit verder onderzoek bleek dat ook de steigers ernstig aangetast waren, zodat sommige schepen zelfs niet meer veilig vastgelegd konden worden.
Dit zou de laatste grote verbouwing zijn aan het jachthavencomplex aan de Spaarndamseweg. Door een steeds sterkere dreiging van een verplaatsing van de HJC naar een andere locatie* besloot het bestuur om geen grote investeringen meer te doen aan terrein en gebouwen.
De aangevraagde offerte voor vervanging van de slechte palen bleek maar liefst fl. 250.000,- te bedragen.
Gelukkig kwam Henk van Beijeren met het idee om gebruik te maken van de heiwerkzaamheden bij de Scouting Kontiki, die in het voorjaar van 2003 werden uitgevoerd. Hij maakte een plan van aanpak dat bestond uit het heien van nieuwe palen naast de oude en deze met elkaar te verbinden met zware bouten.
* zie het hoofdstuk: Bouw Schoterbrug en de verplaatsing van de Haarlemsche Jachtclub.
foto boven: De jachthaven gezien vanaf de nieuwe Schoterbrug in 2009.
De overige werkzaamheden konden in eigen beheer uitgevoerd worden. De kosten hiervoor zouden op fl. 47,500,- komen.
55
foto’s, wedstrijdprijzen, documenten en publicaties periode 1968 - 1990
foto boven: Uitbreiding steigers 1984.
foto boven: Opening seizoen 1983 met het hijsen
boven: Vergunning van de gemeente Haarlem
van de vlag door havenmeester M. Jongeling.
voor de uitbreiding van het clubhuis in 1977.
boven:
foto rechts:
Lidmaatschapskaart
Winterberging in de
uit 1977.
loods 1998.
56
foto boven uit 1984: HJC sluitingswedstrijden, links de Veronier II van Cees Vroege
links: De HJC wisselprijs
en rechts de White Rover van
winnaar overall HJC
Jan Bart.
sluitingswedstrijden.
boven: Deelnemersvaantje HJC 24-uurs race uit 1900.
foto links: H. Finnema havenmeester 1970 - 1975. links: Getuigschrift voor havenmeester H. Finnema.
boven: Geschenk van het watersportverbond t.g.v. het 75-jarig bestaan van de HJC. (let op: de ster in de vlag staat op z’n kop).
57
windsurfen op de Haarlemsche Jachtclub Begin jaren tachtig waren er ruim 30 leden van de Haarlemsche Jachtclub in het bezit van een surfplank. Daarom werd er op initiatief van bestuurslid Berend van Dee op 18 april 1980 een hearing gehouden over de mogelijkheid om te windsurfen op de Haarlemsche Jachtclub. Dit resulteerde in het instellen van de Commissie Windsurfen. Het eerste wat deze commissie deed, was het realiseren van een opbergstelling voor de surfplanken. Van 1983 tot 1987 werden er HJCclubkampioenschappen georganiseerd. Bekende winnaars waren o.a. Frans Hin, Goos Finnema, Huub Hin en Rob Hoogland. Windsurfen was een paar jaar erg populair op de HJC, maar geleidelijk nam het enthousiasme hiervoor af en na 1995 werd er nauwelijks nog op surfplanken gezeild.
Berend van Dee
58
1974 de eerste HJC cluboptimisten In 1974 werden op initiatief van de toenmalige secretaris Anneke Holtrop en jeugdcommissaris Evert-Ben van Veen de eerste vier cluboptimisten aangeschaft. Het was de bedoeling om deze in te zetten voor zeillessen aan jeugdige HJC’ers en om er ook wedstrijden mee te varen. De gele bootjes met de duidelijk herkenbare wit/rode, wit/blauwe en wit/ gele zeiltjes waren gemaakt door de Franse fabrikant Lanaverre. De namen van deze vier eerste HJC Optimisten waren Bilbo, Trodo, Pipo en Barbo. Deze laatste naam was een hommage aan de HJC barcommissie, die de aanschaf van deze Optimist voor haar rekening had genomen. De initiatiefnemers hoopten met de aanschaf van deze bootjes, dat de vloot van Optimisten snel zou groeien en dat de belangstelling voor de zeillessen zou toenemen.
De werkelijkheid overtrof hun stoutste verwachtingen, want de belangstelling was geweldig! Vooral Evert-Ben van Veen heeft zich enorm ingezet voor de zeillessen en
de wedstrijden. Hij kreeg al snel de bijnaam Mister Optimist.
De opvallende HJC cluboptimisten.
Ook in 1974 werd gestart met de jaarlijkse Optimist teamwedstrijden voor verenigingen. Hiervoor stelde het HJC-bestuur een wisselprijs beschikbaar. In 1981 kreeg de secretaris van de HJC, Truus van Loenen - Vos, de leiding over de optimistenclub. In 1984 gaf zij het stokje door aan JosĂŠ Feije. Men wilde ook graag in een tweemansboot kunnen lesgeven en wedstrijdzeilen. Daarom werden er in 1985
Anneke Holtrop, twintig
Cadetten aangeschaft. Boten speciaal voor jongeren van 7 tot 17 jaar, iets meer dan 3 meter lang met een steekzwaard en een opklapbaar roer. De boot is ook aantrekkelijk omdat er met een spinnaker gevaren kan worden.
boven:
jaar lang HJC secretaris (1961 - 1981).
Team wisselprijs voor Optimisten; wordt sinds 1974 uitgereikt.
59
HJC zeezeilcommissie
foto boven uit 1970: Jachten van HJC leden zeilend op het IJsselmeer, v.l.n.r. de Windjammer Beatrijs van Hin, de Tibbo van Van Dee en de Borras van Stapel.
Tijdens de viering van het 60-jarig bestaan van de HJC in 1977 ontstond het idee om de jeugdige leden meer bij het varen op zee en het IJsselmeer te betrekken.
Daarom werd het plan ontwikkeld om vraag en aanbod te combineren en de vorming te bevorderen �van goede zeezeil bemanningsleden, in het clubverband van de HJC�.
Vooral in de jaren zeventig was het aantal zeegaande jachten binnen de HJC aanzienlijk toegenomen.
Om dit plan te kunnen realiseren, werd op 1 oktober 1977 de HJC Zeezeilcommisie ingesteld.
Veel leden hadden (en hebben) een zomerligplaats aan het IJsselmeer en gingen van daaruit op vakantie. Men ondernam steeds vaker zeiltochten naar Engeland en Denemarken. Daarnaast wilde men ook meer wedstrijdactiviteiten op het IJsselmeer en in iets mindere mate op zee.
De leden ervan waren mevrouw Els Steensma en de heren Hans Polderman en Piet Stapel. Zij wilden een aantal zaken voor elkaar krijgen: het vaststellen van de voorwaarden voor het behalen van een bemanningscertificaat en het bijhouden van de nodige gegevens van de deelnemende bemanningen en schippers.
Goede en ervaren bemanningsleden waren echter schaars. Bij de HJC jeugd, die normaal in kleinere boten op vlak water zeilde, bleek serieuze belangstelling te zijn om ook op ruim water te willen varen.
60
Zij stelden ook de vorming van een zogenaamd behartigingsfonds voor, onder de naam Frans Hinfonds.
De bedoeling was verder dat elk aangemeld bemanningslid een monsterboekje op naam kreeg. Hierin stonden eisen waaraan het bemanningslid moest voldoen. De nadruk moest daarbij op praktijkervaring liggen. Had men volgens de zeezeilcommissie voldoende ervaring opgedaan, dan kwam men in aanmerking voor een certificaat.
Bovendien kon men tegen die tijd ook de vaarbewijzen (1 en 2) behalen. Die betroffen weliswaar alleen maar een theoretische opleiding, maar de belangstelling om zo’n vaarbewijs te halen nam behoorlijk toe.
foto onder uit 1972: Sluitingswedstrijd HJC kajuitjachten, v.l.n.r. de Twiske van Polderman, de Windjammer Beatrijs van Hin, de Adebar van Van Viersen en de Veronier van Steensma.
Dat kon een beginnerscertificaat zijn, een certificaat voor gevorderden of een schipperscertificaat. Ook kon een deelcertificaat voor wedstrijdzeilen behaald worden. Na een ruime voorbereidingstijd - het monsterboekje moest bijvoorbeeld samengesteld en gedrukt worden strandde in begin 1982 helaas het hele plan, voordat het in praktijk gebracht kon worden. De belangrijkste oorzaak ervan was dat de vereniging geen adequate aansprakelijkheidsverzekering kon afsluiten.
links: Omslag monsterboekje ontwerp: Auke Bender
61
foto’s, wedstrijdprijzen, documenten en publicaties periode 1985 - 2010 rechts: Verslag uit het Haarlems Dagblad links: Statuten en
over de 24-uurs race op 16 juni 1977.
reglementenboekje uit 1999.
links: Beker Pinksterwedstrijden.
foto boven: Winter van 2008. onder: Affiche sluitingswedstrijden uit 1998. Bel uit het clubhuis uit 1977 geflankeerd door 2 wisselprijzen Teamzeilen uit 1997.
or gan ise e r t i.s.m. CNZ
S LU I T I N G S W E D S T R I J D E N op 24 & 25 oktober 1998 start 1e wedstrijd op 24 oktober om 14.00 uur ’s avonds een spetterend sluitingsfeest
62
In de zomer van 2000 bezochten twee redacteuren van de ”Waterkampioen” de HJC om een reportage over de stad Haarlem en de Haarlemsche Jachtclub te maken.
Enkele leden en het havenmeestersechtpaar Huub en Lena Houben werden geïnterviewd. In het oktobernummer van dit blad verscheen een prachtig artikel. Het HJC bestuur heeft de redactie van de Waterkampioen per brief bedankt voor de manier waarop de HJC werd geportretteerd.
63
foto’s, wedstrijdprijzen, documenten en publicaties periode 1990 - 2010
rechts: Prijs teamwedstrijden uit 1989.
boven: HJC zeildiploma
foto links: Opening seizoen 2000 met het hijsen van de vlag door havenmeester Huub Houben.
rechts: Prijswinnaar teamwedstrijden dames in 1991.
boven: Lidmaatschapskaart uit 1994/95. foto boven: Winter 2009/2010 - HJC terrein vanaf de Schoterbrug gezien.
64
boven: Banenkaart B
midden boven: Prijs sluitingswedstrijden uit 1998, gemaakt door Wim Jutjens & Auke Bender. boven: Mooie Nel cup, wisselprijs voor onderlinge wedstrijden HZV - JVW & HJC. links: Certificaat knopencursus.
links: Verslag uit
links: Wisselprijs
het Haarlems
Cadetklasse
dagblad over de
gemaakt door
HJC 24-uurs race
Joep van Opzeeland.
in juni 1995.
65
de HJC zeilopleiding 2 De Haarlemsche Jachtclub staat bekend om haar uitstekende jeugdzeilopleiding. Succesvolle zeil(ster)s vertellen hoe zij deze opleiding ervaren hebben. Janneke Hin vertelt over haar opleiding:
foto boven: Zeilen in de optimist H 955. foto rechts: In de clubcadet met Eelco Kosters. foto onder: Doop Yngling 0p de
Geboren in november 1971, maakte ik voor het eerst kennis met de HJC in de kinderwagen, onder de boot van mijn ouders in de loods van de haven, die toen nog gelegen was aan de Spaarndamseweg. De weekenden in de wintermaanden stonden voor mijn ouders in het teken van klussen aan de Windjammer Beatrijs, zodat deze in april weer vaarklaar zou zijn.
Grote Markt te Haarlem 27 februari 2004 met v.l.n.r. Hanne Buis, Janneke Hin en Klaartje Zuiderbaan.
Ik leerde de HJC dus in eerste instantie spelend kennen, maar volgde toen ik ouder werd mijn broer Frans, in de Optimist. Eerst in een cluboptimist en
later in een eigen bootje. EĂŠn avond door de week hadden we zeilles op de HJC en in het weekend zeilden we wedstrijden op de Mooie Nel of op andere wateren, als onderdeel van de Combi.
We hadden het geluk dat in onze tijd een enthousiaste groep ouders en zeilers hetzelfde programma volgde en zo ontstond er een hechte HJC-groep die het hele land doortrok. Om het jeugdwedstrijdzeilen na de Optimist een vervolg te kunnen geven, kocht de HJC onder de bevlogen leiding van mijn vader twee clubcadetten aan en zo ontstond er een stabiele doorstroom van enthousiaste zeilers, met wie we weekend na weekend optrokken. Na de Cadet bleven we zeilen en stapten we over op de Vaurien. Ik vervolgde mijn route met de J22 en het dames Matchracen om uiteindelijk de overstap te maken naar het Olympische circuit, toen de Yngling van 2000 tot 2008 werd gekozen tot Olympische kielboot voor vrouwen.
66
Zo liep mijn hobby aardig uit de hand, maar zo ver als ik in de wereld kwam om te varen, zo van dichtbij bleef de HJC mij altijd volgen.
afgedwongen. Na goed rekenen bleek echter dat we de nationale selectie met het kleinst mogelijke verschil van 1 wedstrijd punt hadden verloren.
Toen mijn eerste Olympische campagne begin 2004 aan een zijden draadje
De betrokkenheid en het enthousiasme van de HJC, die toen zo voelbaar was,
Janneke werd drie keer dameswereldkampioen in de Vaurienklasse. In 2000 won ze de Europese titel in het Matchracen. In haar Olympische periode won ze met haar team drie keer het Nederlands kampioenschap in de Yngling. Van 2004-2008 stond ze aan de basis van een nieuwe formule voor Olympische zeilcampagnes, waarbij meer onderlinge samenwerking tussen zeilers moest leiden tot een hoger zeilniveau. Deze campagne
hing, sponsorde de HJC samen met vele leden, massaal kilometers om mijn weg naar Athene - waar in 2004 de Olympische Spelen werden gehouden - mogelijk te maken. We maakten dankzij deze steun een enorme inhaalslag en alles leek erop dat wij, tegen alle verwachting in, het ticket naar Athene tijdens het selectie-evenement hadden
zijn voor mij kenmerkend voor een club, waar mijn ouders, familie en vele vrienden, al decennia lang plezier aan de zeilsport beleven, al dan niet in wedstrijdverband. Hartverwarmend en vol passie, voor jong en oud. Zoals watersport voor watersporters is bedoeld.
leverde een zilveren medaille op tijdens de Olympische Spelen van 2008 in Qindao, China. In 2010 werd Janneke wereld- en Nederlands kampioen in de J22. In datzelfde jaar won
Portret- en actiefoto’s Yngling: Remmelt Staal.
ze met Team HJC de Nederlandse titel bij het NK Teamzeilen voor Verenigingen.
foto boven: Spa Regatta Medemblik 2003, samen met Margriet Samama en Hanne Buis. foto onder: ISAF Sailing World Championships 2007 Cascais, Portugal met Marije Faber en Petronella de Jong.
67
de bouw van de Schoterbrug en de verplaatsing van de HJC
onder: Bedankbrief van de gemeente Haarlem voor het bezoek aan de HJC in 1992.
In 1972 kwamen B&W van Haarlem met een plan voor een oeververbinding over het Spaarne in het verlengde van de Jan Gijzenkade. Dit plan zou gevolgen voor de Haarlemsche Jachtclub hebben, want er werd gesproken over het inleveren van een deel van het haventerrein. In het uiterste geval zou zelfs de gehele haven inclusief alle gebouwen verplaatst moeten worden. Het plan vond echter geen gehoor in de gemeenteraad.
nemen op de HJC. Ze stuurden het bestuur zelfs een briefje om de Haarlemsche Jachtclub te bedanken voor de aangename ontvangst. Begin februari 1993 vond er een gesprek plaats tussen destijds de voorzitter van de HJC Henk van Beijeren en de burgemeester van Haarlem over de plannen voor ontsluiting van de Waarderpolder en de bouw van de toen nog genoemde Vondel- of Ridsbrug. Dit plan kende drie varianten: een brug ten noorden van de HJC, een brug deels over het terrein van de HJC (wat verplaatsing van de haven zou betekenen) of een brug ten zuiden van de HJC over het zogenoemde Ridsterrein. In de zomer van 1993 zou de gemeenteraad een keuze maken uit deze drie voorstellen. De planning was dat het hele project vijf jaar zou gaan duren.
Maar dit voornemen van B&W bleef wel op de agenda staan en naarmate de jaren vorderden, nam een plan voor een oeververbinding steeds vastere vormen aan. In 1992 kwam het plan voor een oeververbinding weer aan de orde. De voorstellen waren veel concreter dan in 1972 en de burgemeester en enkele wethouders kwamen een kijkje
68
In het voorjaar van 1997 laaide de discussie voor een oeververbinding (vooral ook in de pers) weer op. Er vond een eerste overleg plaats met de wethouder, de heer Van der Geest, diens beleidsmedewerkster Sportzaken, mevrouw Pernette Cameron en een delegatie van het HJC-bestuur over verplaatsen van de haven. De wethouder was van mening dat een verplaatsing van de HJC in verband met de bouw van de brug naar Schoteroog een oplossing zou kunnen zijn. Inmiddels had de gemeente Haarlem het Spaarne oeverplan omarmd en daarin stond op de huidige locatie van de HJC een horecagelegenheid geprojecteerd. In het jaar 2000 diende het Recreatieschap Spaarnwoude bij de gemeente Haarlem zijn visie in voor
een herindeling van het gebied bij Schoteroog. In deze plannen was een (commerciĂŤle) jachthaven met circa 200 ligplaatsen opgenomen. De gemeente Haarlem wilde de plannen voor de ontwikkeling van Schoteroog en de komst van een brug over het Spaarne los van elkaar zien. De Haarlemsche Jachtclub zag dit anders, want een brug ten noorden van het HJC-terrein betekende wel degelijk verplaatsing omdat er nauwelijks vrij toegangkelijk water voor de haven beschikbaar was. Verrassend was wel dat de gemeente in haar begroting rekening bleek te houden met een vergoeding voor de eventuele verplaatsingskosten van de HJC.
Jachtclub. Zij kwamen de bestaande situatie in ogenschouw nemen en vertelden informeel over het voornemen van de bouw van een brug ongeveer twintig meter ten zuiden van het HJC-terrein. Begin september 2003 werd de Haarlemsche Jachtclub per brief officieel op de hoogte gebracht van de plannen met betrekking tot de oeververbinding en het verplaatsen van jachthavens. Het geheel was voorzien van een technische tekening. B&W hadden inmiddels het groene licht geven voor
In het voorjaar van 2000 namen B&W van Haarlem een besluit omtrent de oeverbinding. Aan de gemeenteraad werden twee opties worden voorgelegd: de eerste was vervanging en verbreding van de bestaande Waarderbrug; de tweede was de bouw van een nieuwe brug ten zuiden van de HJC-locatie naar het Ridsterrein. Tot veler verbazing nam de gemeenteraad op 18 oktober 2000 het besluit tot de aanleg van een tunnel, waarvan de kosten op 85 miljoen begroot waren. Een jaar later liet de gemeente dit plan alweer schieten in verband met de hoge kosten ervan en gaf zij opdracht voor een studie naar een nieuw verkeers- en vervoersplan met daarin opgenomen een oostelijke randweg en een nieuwe oeverbinding over het Spaarne. In de zomer van 2003 kwam er een delegatie van de gemeente Haarlem met o.a. wethouder Bernie Martini en ambtenaren van de afdeling Verkeer en Vervoer op bezoek bij de Haarlemsche
boven: De tekening met daarop het geplande tracĂŠe van de brug, die de Haarlemsche Jachtclub ontving in september 2003.
69
de bouw van een brug deels over het terrein van de HJC. In het plan moesten de omliggende verenigingen en bedrijven t.w. de Reddingsbrigade, Scouting Kontiki en de jachthavens De Drijver en Wetterwille verdwijnen. De HJC moest een klein deel van haar terrein afstaan.
twee plekken voor verenigingshavens (HJC en JVW) zouden komen. Dit nautisch centrum zou eindigen op de kop van Schoteroog. Daar zou een grote jachthaven komen. De omvang ervan was onduidelijk en bebouwing was er niet toegestaan. De Denktank
onder: Artist impression Nautisch Centrum (niet gerealiseerd).
70
Mevrouw Iemke Verhoeff werd aangesteld als projectmanager van de gemeente, er kwam een Plan van Eisen (PvE) voor de brug en een Speciaal plan van Eisen (SPvE) voor de omgeving van de brug.
Het bestuur van de Haarlemsche Jachtclub voorzag dat de onderhandelingen met de gemeente Haarlem wel eens moeilijk konden worden en dat het specialistisch advies nodig zou hebben.
Onderzocht moest worden hoe de Haarlemsche Jachtclub in dit nieuwe plan ingepast kon worden. Het plan met de naam Land in Zicht voorzag in woningbouw op de plek van jachthaven Wetterwille. Ook had de gemeente een ontwerp gemaakt voor de overzijde van het Spaarne, waar een nautisch centrum, commerciĂŤle havens en bedrijven en
Het bestuur vormde daarom een adviesgroep met daarin HJC-leden met een juridische of financiĂŤle achtergrond. Deze groep die de naam Denktank kreeg, bestond uit Walter Groenendal, Leonard Heukels, Jaap van der Leij, Warner Lubberink, Leo Roelofs en Fred Wehrmeijer. Medio 2004 kwam daar ook nog Wilko Emmens bij, die Auke Bender als voorzitter was opgevolgd
en Rob Hoogland, die tot wedstrijdcommissaris was benoemd. Het eerste wat de denktank deed, was officieel bezwaar aantekenen tegen de voorgenomen inspraakprocedure. Ook spraken enkele bestuurs- en denktankleden met toenmalig wethouder Maarten Divendal om te waarborgen dat de Haarlemsche Jachtclub ongehinderd op de huidige locatie kon voortbestaan. Het HJC bestuur stelde daarvoor de volgende verklaring op: Vanaf de eerste plannen rond de bouw
alternatieve locatie als er sprake is van een gelijkwaardige haven- en verenigingsaccommodatie d.w.z. met dezelfde functionaliteit, kwantiteit en kwaliteit, zonder dat dit leidt tot extra kosten of verlies van inkomsten(bronnen).
Eind 2004 ging het college van B&W akkoord met het PvE voor de brug en het SPeV voor de bebouwing van de omgeving van de brug. Er volgde een Europese aanbesteding, waarbij aannemers vóór eind 2004 hun plannen konden indienen. Omdat in het definitieve PvE nauwe-
Denktank leden van het eerste uur.
Wilko Emmens, voorzitter en erelid
Jaap van der Leij, oud-penningmeester
van de Schoterbrug heeft het bestuur van de HJC, namens de leden, het standpunt ingenomen dat de HJC als vereniging wil voortbestaan op de huidige locatie. Het lijkt zeker dat de brug er komt en dat een mogelijke verplaatsing van de haven daarvan het gevolg zal zijn. Ook in dat geval wil het bestuur een heldere koers varen en heeft dan ook het volgende standpunt ingenomen. A Het behouden van de huidige locatie van de HJC heeft de voorkeur en is inzet voor de gesprekken met de gemeente en andere relevante partijen. B Als de huidige locatie geen optie is, wil de HJC meewerken aan een
lijks iets was terug te vinden over de door de HJC gemaakte op-en aanmerkingen, werd besloten een kort geding tegen de gemeente aan te spannen. De achtergrond van het ontbreken van de inbreng van de HJC was dat de aannemers, aan wie het definitieve PvE wel gestuurd was, meenden dat de HJC niet beschikte over de juiste kennis om plannen te ontwikkelen voor de bouw van de brug en woningen. De rechter stelde de HJC niet in het gelijk. De gemeente gaf in de procedure aan dat de HJC niet de dupe mocht worden van de niet-verstrekte kennis en gaf aan dat de risico’s hiervan geheel bij de aannemer lagen. Met deze toezegging viel de grond onder de vordering weg.
Leonard Heukels, oud-jeugdcommissaris
Warner Lubberink Illustratie midden: Voorstel haven indeling 2004.
71
Haarlems Weekblad - 12 mei 2004
Haarlems Dagblad - 21 maart 2009
Haarlems Dagblad - 8 sept. 2005
Haarlems Dagblad - 8 sept. 2000 onder: Haarlems Dagblad - 15 december 2005
Enkele opmerkelijke krantenkoppen uit de tijd dat de lokale pers in Haarlem regelmatig publiceerde over de onderhandelingen tussen de gemeente Haarlem en de Haarlemsche Jachtclub over de verplaatsing van de haven en de ontwikkelingen over de bouw van de Schoterbrug.
Haarlems Dagblad - 6 september 2005
Haarlems Dagblad - 16 december 2005
Haarlems Dagblad - 6 september 2006
72
Medio 2007 verstrekte de gemeente de bouwvergunning voor de brug en in de winter van 2007-2008 werd met de bouw begonnen. Omdat het geheel onduidelijk bleef wat er met de HJC ging gebeuren, werd een rechtszaak aangespannen om de bouw van de brug stil te leggen. De rechter oordeelde echter dat er geen spoedeisende redenen waren om de eis van de HJC toe te kennen. Nadat het SPvE door de gemeenteraad was goedgekeurd, werden tekeningen aan de HJC gepresenteerd hoe de haven ingepast zou moeten worden. Probleem was dat er op de locatie van de HJC ook woningbouw moest komen. Met de opbrengst van de verkoop hiervan kon dan een deel van de bouw van de brug gefinancierd worden.
de HJC te ontwikkelen steeds groter. Uiteindelijk zag de gemeente in dat inpassen in de omgeving van de oude HJC-locatie niet mogelijk was.
Denktank leden van het eerste uur.
Geleidelijk groeide ook bij de Denktank het besef dat verplaatsen naar Schoteroog toch de beste optie was. In het voorjaar van 2009 maakte burgemeester Bernt Schneiders aan alle onzekerheid een einde en nam het definitieve besluit de Haarlemsche Jachtclub te verplaatsen naar de kop van Schoteroog.
Fred Wehrmeijer, oud-penningmeester
Om goed tegenwicht te kunnen geven in gesprekken met projectontwikkelaars en aannemers werd een technische commissie samengesteld. Hierin zaten Leo Roelofs, John Bal en Hans Gortworst. Telkens werden nieuwe voorstellen van de gemeente getoetst aan het principe dat de Haarlemsche Jachtclub er bij verplaatsing qua aantallen ligplaatsen en gebouwen niet op achteruit mocht gaan. In vaak moeizame onderhandelingen bleek toch steeds weer hoe moeilijk het was om de HJC in te passen in de steeds nieuw voorgelegde plannen. Grote struikelblokken waren de veiligheid op het water voor de haven, onvoldoende ruimte voor alle faciliteiten, de verwachte overlast en te weinig ruimte voor evenementen Omdat de bouw van de brug inmiddels begonnen was, werd de druk om een definitief plan voor de verplaatsing van
Op 3 juli 2009 werd een speciale Algemene Ledenvergadering belegd om over het voorgelegde voorstel een beslissing te nemen.
boven: Plan Land in Zicht met de geplande woningbouw. Hierbij bleek één op één inpassen van de HJC
Hoewel er nog wel veel haken en ogen aan het besluit zaten, ging de vergadering unaniem akkoord met de verhuizing naar Schoteroog.
onmogelijk.
Walter Groenendal
73
de technische commissie en de bouw van de haven
Hans Gortworst,
Toen de plannen voor een nieuwe haven duidelijker werden, besloot het bestuur dat er een technische commissie (tc) moest komen om de bouw van de nieuw te ontwikkelen haven te begeleiden.
schreef samen met Leo Roelofs de tekst van dit hoodstuk.
Tekening rechts: Ontwerp clubhuis.
De tc bestond vanuit het bestuur uit Leo Roelofs (havencommissaris) en John Bal (technisch commissaris). Hans Gortworst werd erbij gevraagd omdat hij ervaring had opgedaan bij de bouw van jachthaven IJmond.
wilde zitten, werd er een eiland aan het Spaarne bijgetekend dat via een steiger met het vasteland verbonden zou worden. Op dit vasteland zou de loods komen en op het eiland het clubhuis met alle kleine zeilboten. De krappe behuizing bracht een aantal moeilijk oplosbare problemen met zich mee.
Ten eerste moest de tc onderzoeken hoe een winterstalling voor de grote schepen gerealiseerd kon worden met een grote kraan op het vasteland. Voor de kleinere schepen zou een winterstalling op het eiland moeten komen. Ook het aantal ligplaatsen in het water leverde problemen op omdat er niet genoeg boxen te realiseren waren. Zeker niet genoeg ligplaatsen, waar je veilig in en uit kon varen. Ook de woonbootbewoners, waarmee regelmatig overleg was, gingen zich steeds meer tegen het plan verzetten daar het clubhuis en de winterstalling hun uitzicht zouden belemmeren.
tekening boven: Definitief ontwerp van de haven.
74
Als eerste kwam de gemeente met een plan om de haven in het project Land in Zicht op te nemen, op de oude plaats van de jachthaven Wetterwille. Daar de HJC in verband met de zeillessen en wedstrijden aan het Spaarne
Heel veel vergaderingen zijn er geweest met de projectmanager van de gemeente Haarlem, de projectontwikkelaars en de havenontwerper. Uiteindelijk zag men in dat een haven realiseren in het project Land in Zicht niet zou gaan lukken.
Toen er dan ook besloten werd dat de HJC naar Schoteroog zou verhuizen, was dat een opluchting voor de tc, omdat er daar meer mogelijkheden waren om een mooie, ruime haven te ontwerpen. Toen de gemeente met de eerste plannen voor de nieuwe haven op Schoteroog kwam, voorzag de tc opnieuw veel problemen.
Op verzoek van de provincie kwam daar na de oplevering aan de andere zijde van die steiger, een aantal passantenboxen bij. Daar we op de oude haven een 30 meter lange wal hadden, die bij evenementen en door passanten werd gebruikt, werd er na lang discussiĂŤren een grote brede evenementensteiger voor het clubhuis gemaakt.
foto links: Aanleg havenbassin.
Die betroffen het beperkt aantal boxen, de ondiepte van het water, de uitstraling en inrichting van het clubhuis, de bestrating van het terrein, de loods, het hekwerk, de beveiliging, de elektra, het gas en water, de telefoonlijn, de mogelijkheid om grote schepen uit het water te halen, de elektra(zuilen), de bolders en het water op de steigers, de vingerpieren, het huis van de havenmeester, de starttoren en zo nog meer zaken.
foto boven: Het aanleggen van de steigers.
Daar de gemeente Haarlem opdrachtgever van de plannen was, hadden we als HJC in eerste instantie ten aanzien van de gesignaleerde problemen niets in te brengen. Door een goede band op te bouwen met de verschillende projectontwikkelaars en aannemers van het project is het toch gelukt om meer voor elkaar te krijgen dan op de eerste tekeningen stond. Zo kwam er als extra een buitensteiger voor de grotere schepen.
foto links: De bouw van de vlonder.
Ook lukte het de tc de jollenhelling veel langer te maken dan bij de oude locatie het geval was. Dat zou vooral gemakkelijk zijn bij grote zeilwedstrijden. Ook over een mastenkraan en een kraan voor grote schepen werd lang gepraat. 75
foto onder: Bouwvergadering met v.l.n.r. Hans Gortworst,
De tc wilde graag voor de grote schepen een helling met een Roodberg-hellingkar. De helling kwam erdoor, maar de Roodberg-kar moest zelf gekocht worden. Een aantal wensen zijn vervuld, maar helaas zijn er ook een hoop punten van de tc en de leden die niet gerealiseerd zijn.
Leo Roelofs, een medewerker van de gemeente Haarlem en Leonard Heukels. foto rechts: Aanleg fundering
foto boven: Het slaan van de eerste paal. foto rechts: Bouw van de loods.
76
De gesprekken met de gemeente verliepen moeizaam en er werd weinig vooruitgang geboekt. Om de voortgang te bespoedigen werden later in het proces de wekelijkse bouwvergaderingen bijgewoond door de advocaat van
de HJC Leonard Heukels en de stadsadvocaat van de gemeente Haarlem. Door druk van de stadsadvocaat op de projectmanager van de gemeente konden er sneller beslissingen genomen worden, wat de vooruitgang heel erg bespoedigde.
Intussen was men begonnen met de aanleg van de haven. Veel leden werden betrokken bij te nemen beslissingen zoals de mastenkraan, de hellingkar, het elektra, de bestrating, de steigers en de veiligheid. In het voorjaar van 2010 was de haven zover klaar, dat er verhuisd kon worden. Veel enthousiaste leden hebben dat met vereende krachten uitgevoerd. Heel veel van wat op de oude haven stond, moest naar de nieuwe haven overgebracht worden.
Omdat het clubhuis niet op tijd klaar zou zijn, werden er enkele dagen voor de verhuizing nog een tijdelijk clubhuis en een woning voor de havenmeester geplaatst. De middag voor de verhuizing werden er op aandringen van de tc nog tijdelijke hekken om het terrein geplaatst.
foto’s van de bouw van de loods en het clubhuis
foto boven: Interieur tijdelijk clubhuis.
foto boven: In deze container was het clubhuis tijdelijk gevestigd.
foto’s boven: In diverse stadia: de bouw van het clubhuis.
foto’s boven: Bouw van de loods.
77
plattegrond jachthaven Schoteroog schaal 1 : 500 1
clubhuis
2
starttoren/havenkantoor (in rood aangegeven)
3
woning havenmeester op eerste
4
keuken
5
berging voor bar/clubhuis
6
herenkleedkamer
7
dameskleedkamer
8
terras
9
botenhuis Batavus
verdieping (in rood aangegeven) 9
Nieuwe haven - nieuw toegangsbord!
10 botenloods 11 mastenloods 12 werkplaats houtbewerking 13 opslag wedstrijdcomitĂŠ 14 opslag jeugdzeilen
2
1
15 werkplaats havenmeester 4
16 optimistenstalling
3
6
naar het water
7
18 kraan 19 helling 20 motorenberging 21 lasloods
13 11
12
14 10
22 overdekte stalling
16 15 17 20 22 18 21
78
8
5
17 vlonder aflopend
19
De accomodatie van de Haarlemsche Jachtclub op Schoteroog. Foto uit 2014.
79
2010 jachthaven Schoteroog Opening jachthaven Met het doorknippen van een over de haveningang gespannen lint opende HJC voorzitter
Eén van de afspraken met de gemeente Haarlem was, dat de HJC het terrein en de haven aan de Spaarndamseweg eind april 2010 leeg moest opleveren.
Wilko Emmens op 17 april 2010 officieel de nieuwe haven.
De officiële verhuisdatum werd vastgesteld op zaterdag 17 april 2010.
Al weken daarvoor waren veel vrijwilligers onder leiding van de Technische Commissie bezig met het inpakken en transporteren van goederen naar de nieuwe locatie Schoteroog. Besloten werd om in één keer met alle schepen in konvooi naar de nieuwe haven te varen. 80
De HJC vloot zou dan door schepen van de HZV en JVW begeleid worden. Voor het vertrek vond nog een afscheidsceremonie op de oude haven plaats. De aanwezigen verzamelden zich om 10 uur bij de vlaggenmast, waarna voorzitter Wilko Emmens een officieel afscheidswoord sprak en de clubvlag
gestreken werd onder het zingen van een speciaal gemaakt afscheidslied. Daarna vertrok de vloot in een lange rij met de voorzitter voorop naar Schoteroog. Daar aangekomen werd de nieuwe haven officieel geopend door het doorknippen van een lint dat over de haveningang gespannen was.
Tegelijkertijd vuurde Huub Hin met een klein kanon een saluutsalvo af en speelde een dixielandband vrolijke muziek. De haven vulde zich daarna langzaam met veel feestelijk versierde schepen op de vooraf opgegeven plek. Hans Gortworst regelde aan de kop van de haven de verkeersstroom door middel van een groene en rode vlag om onnodig gemanoeuvreer in de
Al die tijd werd gebruik gemaakt van een noodclubhuis, een grote container die door vele vrijwilligers was ingericht. Ook de havenmeester woonde in een container. foto onder:
In de maanden die volgden werd nog hard gewerkt om de laatste nog niet geklaarde klussen aan te pakken, zoals de bestrating, de hekken en het clubhuis.
Het konvooi schepen
Na de sluitingswedstrijden op 16 oktober 2010 werd het clubhuis officieel door Wilko Emmens geopend door het onthullen van de naam Haarlemsche Jachtclub boven de toegangsdeur.
foto boven:
van de HZV, JVW en HJC op weg naar de nieuwe haven op 17 april 2010.
haven te voorkomen. Bij een groene vlag was de doorvaart vrij, bij rood moest buiten de haven een wachtronde gevaren worden. Zo rond 12 uur verzamelden alle deelnemers en gasten zich bij de ingang van de loods (het clubhuis was nog in aanbouw). Zij werden daar welkom geheten aan de oever van de Mooie Nel door de voorzitters van de HZV en JVW. Daarna heette de voorzitter van de HJC iedereen welkom en werd er getoast op de nieuwe haven. Met het zingen van een welkomstlied en het hijsen van de clubvlag werd de haven in gebruik genomen. In de loods werd nog gezellig nagenoten met koffie en gebak onder de klanken van dixielandmuziek. Het zou nog tot oktober 2010 duren voordat het clubhuis gereed was.
Drie voorzitters verwelkomen de HJC op Schoteroog, v.l.n.r. Adrie van Beem (JVW) Wilko Emmens (HJC) en
Daarna volgde de openingsreceptie, waarbij leden en genodigden het nieuwe clubhuis konden bewonderen.
Henk van der Spek (HZV).
81
Ria Jutjens. oud-secretaris
foto boven: Stilte rond de haven in 2010.
foto rechts: Werkoverleg tussen de
Na de receptie werd er in de loods een warm en koud mediterraans buffet geserveerd, gevolgd door een spetterend feest met bruisende muziek. Voor die gelegenheid waren de dress colours: red, white, black en yellow. De festiviteiten van de opening van de nieuwe haven en de ingebruikneming van het clubhuis werden voortreffelijk georganiseerd door een team vrijwillers onder leiding van Ria Jutjens.
Met de ingebruikneming van de haven was het werk van de tc voltooid en kreeg de tc in een nieuwe vorm een vaste plaats in de HJC-organisatie. Tot op de dag van vandaag worden onder leiding van de havencommissaris en de tc met de werkploeg onderhoud, reparaties, verfraaiingen en verbeteringen uitgevoerd.
De erfpachtovereenkomst Een groot probleem dat nog met de gemeente Haarlem opgelost moest worden, was het overeenkomen van een nieuwe erfpachtovereenkomst. Dit bleek uiteindelijk een zeer langdurige kwestie te worden omdat de zienswijze van de gemeente Haarlem en de HJC nogal uiteen liepen over de hoogte en de duur van de erfpachtovereenkomst. Ook was er grote ongerustheid binnen het bestuur van de HJC over het voortbestaan van de Haarlemsche Jachtclub na 2035. In dat jaar zou n.l. wederom een nieuwe overeenkomst gesloten moeten worden. Het zou tot het voorjaar van 2016 duren eer de gemeente Haarlem en de HJC-denktank en het bestuur van de Haarlemsche Jachtclub onder leiding van Wilko Emmens, die in 2015 weer tot voorzitter was gekozen, tot een zodanige overeenstemming kwamen dat er op 17 juni 2016 een extra Algemene Ledenvergadering werd uitgeschreven om het conceptvoorstel met de leden te bespreken. De vergadering wilde nog wat extra punten verduidelijkt zien in het voorstel en het HJC bestuur kwam met de toezegging om dit met de gemeente Haarlem te bespreken. En met succes, want Wilko Emmens, die inmiddels op 17 juni vanwege zijn verdienste tijdens de jarenlange onderhandelingen met de gemeente tot erelid was benoemd, kon met een extra nieuwsbrief aan de leden het volgende mededelen:
tc-leden Leo Roelofs en Hans Gortworst.
82
Beste HJCers, Dat de laatste loodjes het zwaarst wegen, mag blijken uit de intensieve mailwisseling die nog met de gemeente en haar advocaat tot 27 juni 18.00 uur zijn gevoerd.
Vanavond heeft het bestuur besloten de overeenkomst zoals die nu door de gemeente is toegestuurd, a.s. woensdag met een positief advies aan de leden voor te leggen. Deze overeenkomst is het resultaat van een tegenvoorstel van de HJC op een dagvaarding in het kort geding van de gemeente Haarlem. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een aanvulling op de considerans overeenkomstig de wens zoals de HJC die naar aanleiding van de Algemene Ledenvergadering op 17 juni heeft geformuleerd in de notulen van die vergadering. Deze overeenkomst wordt gehecht aan/ maakt straks onderdeel uit van de akte van vestiging van erfpacht zoals die op donderdag 30 juni ondertekend moet worden en die zodra die gecorrigeerd van de notaris is ontvangen net als deze overeenkomst op het besloten deel van de website van de vereniging
ter inzage ligt. Ik licht e.e.a. graag verder toe op het vervolg van die Algemene Ledenvergadering a.s. woensdagavond. Ik hoop dan, na uw akkoord, het glas te kunnen heffen op deze ontknoping.
foto boven: Interieur clubhuis in 2016.
Met vriendelijke groet, Wilko Emmens Voorzitter Haarlemsche Jachtclub
De vergadering ging op 29 juni 2016 akkoord met de overeenkomst met de gemeente Haarlem, waarmee het voortbestaan van de Haarlemsche Jachtclub ook na 2035 is gegarandeerd.
83
foto’s, wedstrijdprijzen, documenten en publicaties periode 2010 - 2016
boven: Beker Sluitingswedstrijden 2013. daarnaast: Flyer HJC-jeugdzeilen. rechts boven: HJC Passantenfolder. ontwerp: Auke Bender rechts: Spaarne Cup Herinneringsvaantje 2013. foto rechts: Havenmeestersechtpaar Coby en Peter Jansen bij de sluiting van het seizoen 2015. foto onder: Bord bij de haveningang.
boven: Verslag uit het Haarlems Weekblad 6 april 2016.
84
links: Verslag uit het Haarlems Nieuwsblad van 7 april 2016. rechts: Cup Mooie Nel 6-uurs race.
Herinneringsvaantje (boven ) en bordje (onder) van het NK teamzeilen voor verenigingen 2010.
foto boven: Havenmeester Erik Keulen bij de sluiting van het seizoen 2016.
boven: Folder t.b.v. het HJC jeugdzeilen 2013. ontwerp folder en flyer: Murielle Holtrop
85
het uit het water halen van schepen * Claes van Kyten was een boer die rond 1300 in Spaarnwoude leefde. Hij was twee meter negenenzestig lang. Door zijn lengte en kracht kreeg hij een
Tot 1979 werden de �grote� schepen uit het water gehesen door middel van een drijvende bok, de Claes van Kyten*, die de firma Stapel beschikbaar had gesteld. De bok tilde de schepen op een grote hellingkar, die vervolgens met schip en al naar de gereedstaande bokken reed.
Dit gebeurde vaak op spectaculaire wijze door de schepen hoog in de lucht over de botenloods heen te hijsen. Gelukkig is dit altijd goed gegaan.
Na 1979 gebeurde het uit het water hijsen met een rijdende kraan die de schepen direct op de gereedstaande bokken zette.
Later verlengde Gerrit Bethlem de boom van het kraantje zodat het ook gebruikt kon worden voor het makkelijk hijsen van masten.
Voor kleine schepen werd de kleine met de handbediende kraan gebruikt, die naast de helling stond.
mythische status.
Goos Finnema, oud-clubhuis en technisch commissaris. foto rechts uit 1970: De drijvende bok Claes van Kyten zet de Windjammer Beatrijs van de familie Hin op de hellingkar om zo de loods ingereden te worden. Daarna werd de bok eronder gezet
De hijsploeg onder leiding van Goos Finnema verzorgde de planning en coordinatie van het uit het water halen. foto rechts uit 1991: De helling en daarnaast de kleine kraan.
86
Door veranderde wetgeving in 2004 mocht de kraan niet meer rijden met een last in de takel. De kraan werd van toen af zo gepositioneerd dat een schip vanuit het water direct op de bestemde bok kon worden gezet.
Motorboten en niet-diepstekende zeiljachten konden ook met de hellingkar op de helling getrokken worden door middel van een elektrisch aangedreven lier. De schepen bleven dan wel op ĂŠĂŠn van de twee beschikbare hellingkarren staan voor een inspectie of een kleine onderhoudsbeurt. Op de HJC-locatie op Schoteroog is het uit het water halen en op bokken zetten van de schepen een stuk eenvoudiger geworden door middel van het zogenaamde Roodberg systeem. Daarbij worden de schepen met een tractor en een hellingkar op de bijbehorende bokken gezet. Ten opzichte van vroeger werkt dit systeem vele malen sneller. Ook een groot voordeel is dat de mast op het schip kan blijven staan. Voor het zetten van masten of het uit het water takelen van schepen die te klein voor de hellingkar zijn, is een eenvoudige elektrisch bedienbare kraan beschikbaar.
foto boven uit 1998: Hangend in de kraan wordt het schip over de loods getild.
foto daaronder: De Windjammer Beatrijs op de hellingkar in 2014.
foto links: De Phoca op de Roodberg hellingkar.
87
de HJC zeilopleiding 3 De Haarlemsche Jachtclub staat bekend om haar uitstekende jeugdzeilopleiding. Succesvolle zeil(ster)s vertellen hoe zij deze opleiding ervaren hebben. Renée Groeneveld over haar opleiding:
Na het zeilen in de Optimist, de Europe en de 470-klasse ben ik gevraagd bij de nationale Yngling kernploeg te komen. Ook Janneke Hin maakte hiervan deel uit.
Met veel enthousiasme begon ik op ongeveer 7-jarige leeftijd bij de HJC aan de beginnerscursus. Iets te jong en veel te klein, maar omdat ik net zoals mijn oudere zus Kirsten ook heel erg graag Optimist wilde zeilen, mocht ik van Nico Hin meedoen met de beginnerslessen.
Uiteindelijk heb ik drie Olympische campagnes meegemaakt met als hoogtepunten het winnen van vier World
Maar vóór deze tijd hadden we met de familie al heel wat zeemijlen gemaakt op de Victoire tijdens de vele vakanties en weekenden weg.
De theorie- en knoop lessen vond ik allemaal niet zo heel interessant, maar zodra we het water op mochten was ik in mijn element. Harde wind was spannend maar ook leuk, lekker halve wind over het Spaarne scheuren. Supertrots waren mijn zus en ik toen we onze eerste Optimist kregen, de H1175 Ysvogel. Hierin hebben we de lessen voor gevorderden en onze eerste combi-wedstrijden gevaren. Met een grote gezellige groep HJC-zeilers deden we mee met alle combi-evenementen, met natuurlijk als hoogtepunt het Pinksterevenement op de eigen club. Wat ik mij vooral herinner, zijn de pannenkoeken avonden waarbij de loods mistig was van alle poedersuiker en sommige pannenkoeken vleugels kregen. Op regionaal niveau hadden we de HJC eind jaren ‘90 aardig op de kaart gezet. De volgende stap waren de nationale selectie wedstrijden. Het grote aantal Optimisten en startgroepen hadden diepe indruk op mij gemaakt, maar na een jaartje kreeg ik de smaak te pakken. Met nog een paar HJC’ers werd ik op tien-jarige leeftijd voor de Nationale Optimisten kernploeg geselecteerd. Bijna elk weekend van het jaar waren we aan het trainen of voeren we wedstrijden. Dikke pret met z’n allen, elk weekend weer!
cup wedstrijden en het bereiken van de kwartfinale op de Olympische Spelen van Londen 2012. boven: Het WK Optimist in La Coruna 2000. rechts: Het Olympisch team matchracen in de Elliot 6 m. (inzet foto) bestaande uit: Renée Groeneveld, Annemieke Bes en Marcelien de Koning.
88
Na het zeilen in de Optimist, de Europe en de 470-klasse ben ik gevraagd bij de nationale Yngling te komen. Janneke Hin maakte ook deel uit van deze Kernploeg. Uiteindelijk heb ik drie Olympische campagnes meegemaakt met als hoogtepunten het winnen van vier World cup-wedstrijden en het bereiken van de kwartfinale op Olympische Spelen van Londen 2012.
het clubblad door de jaren heen Tot halverwege de twintiger jaren van de vorige eeuw hadden de meeste watersportverenigingen nog geen eigen clubblad. Voor het doen van mededelingen en uitnodigen voor zeilwedstrijden kon men gebruik maken van het officiële orgaan van het Watersportverbond; Ons element, dat elke week verscheen. Verenigingen die bij het verbond aangesloten waren, konden bestuursbesluiten, wedstrijduitslagen en andere
De eerste redacteur was de secretaris van de HJC, Ir. B. Bölger.
Yvonne Finnema en Monique Hoogland (de huidige redactie)
De Brulboei verscheen maandelijks. Als leden van de Haarlemsche Jachtclub het blad per post wilden ontvangen, dan moesten zij bovenop de contributie 50 cent extra betalen.– In de jaren ’30 verscheen De Brulboei wat onregelmatiger wegens gebrek aan kopij. In het begin van de oorlog werd de uitgave helemaal gestaakt, omdat
en oud-redacteur Goke van Beijeren hebben bijgedragen aan de tekst. links: Ons Element uit 1921. rechts: De Brulboei uit 1927.
Yvonne Finnema
Monique Hoogland
mededelingen insturen, die in Ons Element werden geplaatst. Leden van een aangesloten vereniging konden zich op het blad abonneren en zodoende op de hoogte blijven van (actuele) zaken betreffende de watersport in Nederland en België. Pas na 1925 werd het gewoon dat watersportverenigingen eigen clubbladen gingen uitgeven. Dit gebeurde in 1927 ook bij de Haarlemsche Jachtclub, met het eerste clubblad onder de naam De Brulboei.
er toen nog nauwelijks papier was om het blad te drukken. Tijdens de ledenvergadering in oktober 1946 verzochten enkele leden het bestuur om weer een clubblad te laten verschijnen. Het argument voor dit verzoek was om een beter contact tussen de leden te kunnen onderhouden. Het verzoek werd door het bestuur ingewilligd en het eerste nummer met de naam Mededelingenblad verscheen in november 1946.
Goke van Beijeren, oud clubhuiscommissaris
89
Toen in oktober 1947 het twaalfde nummer verscheen, schreef de redactie het volgende: ”Nu met dit nummer het eerste jaar wordt afgesloten, dankt de redactie een ieder, die aan het verschijnen van ons blaadje in welke vorm ook heeft medegewerkt voor zijn/haar moeite en belangstelling. En al heeft ons blad dan niet zo heel veel te beduiden, toch is zij ervan overtuigd, dat aan het doel: ‘contact tussen de leden’ wordt voldaan. Voor de tweede jaargang doet zij een beroep op U allen mede te werken, ons blad uitgebreider en belangrijker te maken”.
Toen in 1960 weer een vaste redactie was geformeerd, schreef voorzitter Piet Stapel in zijn jaarverslag over 1960: ”Door het veelvuldig verschijnen van het cluborgaan krijgt men een juist beeld van wat er zoal is gebeurd op de Haarlemsche Jachtclub”.
De huidige naam van het clubblad Schuimspatten werd voor het eerst in 1950 gebruikt. Voor het ontwerp van de omslag werd door het HJC-bestuur een wedstrijd uitgeschreven. Winnares was Ina Roodenrijs, die ook verantwoordelijk was geweest voor de omslag van het Mededelingenblad.
Toen zij enige jaren later wegens verhuizing naar België de redactie moest verlaten, had dit duidelijk invloed op het regelmatig verschijnen van het clubblad.
In de jaren zeventig verscheen de Schuimspatten met in de redactie Wilma Vermeulen, Gé Neder-Helman en clubhuiscommissaris Lieuwe Bangma zes keer per jaar. Vooral Wilma Vermeulen voorzag het blad van veel kopij.
links: Omslag van het Mededelingenblad maart 1950. rechts: Omslag van het Mededelingenblad september 1957.
Na een voortvarende start in de jaren 1955 en 1956 verscheen de Schuimspatten daarna zeer wisselvallig.
90
Om de regelmaat weer terug te brengen belastte het bestuur van de HJC in 1979 het bestuurslid Berend van Dee met deze taak. Hij vormde een nieuwe redactie met onder andere Dorothé van Opzeeland, Joop van Viersen, die direct een nieuw
omslag ontwierp, en Chiel Stijger, die ook verantwoordelijk werd voor de verzending van de Schuimspatten. In die dagen werd het clubblad nog vervaardigd op een stencilmachine bij Meer en Duin. De HJC bezat weliswaar een kleine offsetpers, maar die was erg oud en werkte niet goed meer. Berend van Dee heeft onderzocht om in eigen beheer het clubblad in offset te drukken, maar uiteindelijk bleken de kosten om het zelf te doen, veel hoger uit te vallen dan het karwei uit te besteden.
Tot in het begin van de jaren tachtig werd het blad met knippen en plakken en met teksten, geschreven op de typemachine, samengesteld. Toen de computer haar intrede deed met aanvankelijk eenvoudige lay-out programma’s werd het maken van het blad een stuk makkelijker. Omdat de Schuimspatten nu regelmatig verscheen, kwamen er ook vaste rubrieken. De oudste rubriek, begonnen in 1971, Het riet fluistert….. * werd weer in ere hersteld.
* Zie bladzijde 95
links: Noodomslag Schuimspatten 1957. rechts: Omslag oudst bekende Schuimspatten 1957. ontwerp: Ina Roodenrijs
In 1984 stopte Dorothé van Opzeeland met het redactiewerk. Zij werd door Goke van Beijeren opgevolgd. Chiel Stijger beperkte zijn werkzaamheden tot het schrijven over gebeurtenissen op de HJC en de coördinatie van de vouw- en verzendploeg. Vanaf die tijd zou de Schuimspatten vijf maal per jaar verschijnen. Door allerlei nieuwe technieken kon het clubblad in steeds aantrekkelijker vorm verschijnen.
In bijna elke aflevering verscheen er, gevraagd of ongevraagd, een gedicht over actuele gebeurtenissen op de haven van Jorg *, pseudoniem van Loek van Deursen. Ook verschenen regelmatig uitgebreide reisverhalen, vaak in vele delen, van Zwerver. De man achter Zwerver was Ernst Holtrop. Een zeer populaire rubriek was die van Maatje *. Ruim vier jaar lang voorzag José Feije, die achter de naam Maatje schuilging, de lezers en lezeressen van
* Zie pagina 96
* Zie pagina 94
91
de Schuimspatten van eenvoudige recepten van maaltijden die makkelijk aan boord bereid konden worden. Chiel Stijger, die nog steeds verantwoordelijk was voor de verzending, deed daarnaast regelmatig verslag van evenementen op de haven.
In het begin had ik veel moeite om te stoppen met de redactie, maar dat was de voorwaarde van het bestuur. Ik heb het altijd met veel plezier gedaan, maar ben tot de conclusie gekomen dat het geen kwaad kan er een frisse wind door te blazen.’
Een grote verandering onder de nieuwe redactie vond plaats in 1999. Voor het eerst verschenen er advertenties in de Schuimspatten. Die werden noodzakelijk om de hoge kosten van het vervaardigen van het clubblad te dekken.
De redactieleden maakten inmiddels meer gebruik van de computer en daarom konden steeds meer foto’s geplaatst konden. Ook werden de steeds terugkerende rubrieken voorzien van vaste koppen.
De Schuimspatten werden nog steeds gedrukt bij Meer en Bosch, dat later overging in Paswerk.
In het februarinummer 2002 van de Schuimspatten schreef de voorzitter in zijn rubriek Een woordje vooraf…: ”Sinds een jaar is de redactie in handen van Yvonne en Monique. Zij hebben inmiddels zo’n vijf nummers samengesteld en na even wennen beginnen ze een aardige stempel op ons clubblad te leggen. Ga zo door dames!!!”
Omslagen uit 1968 (links) en 1972 (rechts).
In 2001 werd Goke van Beijeren clubhuiscommissaris en verzorgden Monique Hoogland en Yvonne Finnema in het vervolg de Schuimspatten. In het februarinummer van dat jaar schreef Goke onder andere het volgende: ‘Afscheid en terugkomen. Na 12 jaar de Schuimspatten te hebben verzorgd, geef ik het stokje over aan Monique Hoogland en Yvonne Finnema. 92
Omdat nu alles digitaal gebeurde, werd naar een goedkopere manier van produceren gekeken. Die werd gevonden bij Drukkerij Excelsior, die het
binnenwerk printte. De omslag werd in één oplage gedrukt, genoeg voor een jaargang Schuimspatten. De oude door Joop van Viersen ontworpen omslag had een steeds wisselende kleur en foto. Om ook hierop te bezuinigen kreeg de Schuimspatten vanaf begin 2003 de inmiddels bekende blauwe omslag, die door Auke Bender werd vormgegeven. Ook werd de uitgave tot vier keer per jaar beperkt. Dit kon omdat er inmiddels maandelijks digitale HJC-nieuwsbrieven verzonden werden.
leven. In deze rubriek konden booteigenaren uitleggen waarom ze hun schip juist die naam gegeven hadden. Ook voerden de dames van de redactie een nieuwe rubriek in speciaal voor de jongere leden Jeugdspetters. Omdat Wie neemt het roer zo’n succes bleek, kwam er een aangepaste versie voor de jeugd Wie neemt de joystick. De digitale wereld won steeds meer terrein bij het maken van de Schuimspatten.
links: Omslag uit 2002 met een afbeelding van Joop van Viersen, ook de ontwerper van deze omslag. rechts: Omslag uit 2010. ontwerp: Auke Bender
Om de HJC-leden wat actiever tekstbijdragen te laten leveren stelde de redactie een nieuwe rubriek in Wie neemt het roer? Dit was een estafetterubriek waarvan de schrijver telkens het stokje overgaf aan een ander die dan op zijn/haar beurt een stukje moest schrijven. De stukjes moesten in principe gaan over het varens-leven van de schrijver.
De mogelijkheden, zeker wat het gebruik van kleur betreft, zijn bijna onbeperkt. De wens voor een digitale versie van de Schuimspatten werd steeds luider geuit. Ook al omdat de verzendkosten van een gedrukt blad erg hoog werden, is besloten de papieren versie van de Schuimspatten eind 2013 tot enkele exemplaren te beperken.
Een tweede rubriek What’s in a boatname kende helaas niet zo’n heel lang 93
het praatje van Maatje Van 1979 tot 1984 verscheen regelmatig in de Schuimspatten de rubriek Het praatje van Maatje. Maatje was het pseudoniem van JosĂŠ Feije die in deze rubriek telkens een (eenvoudig) recept publiceerde dat makkelijk aan boord gemaakt kon worden. Enkele van deze recepten waren zeer populair onder de HJC-leden waaronder de Haarlemsche Jachtschotel. Voor de liefhebbers is hier nogmaals het recept: Benodigd voor de puree: 1 kg. aardappelen, zout, ca. 1 dl. melk en nootmuskaat Benodigd voor het vleesmengsel: 2 uien, 50 gr. vette jus of bote 400 gr. vleesresten, 1 blaadje laurier, 1 kruidnagel, 2 dl. ontvette bruine jus, een paar zure appelen en 20 gr. boter. De aardappelen schillen, wassen en in ca. 20 min. gaarkoken in water met wat zout. afgieten en droogstomen, daarna fijn stampen. Wat nootmuskaat en nĂŠt zoveel hete melk toevoegen tot er een stevige puree ontstaat. De uien pellen en in grove ringen snijden. Vet van jus of boter in de pan verhitten en de uien daarin bruinbakken. De vleesresten klein snijden. In de pan doen met laurier, kruidnagel en het verdunde bruin van de jus. Al roerende met het deksel op de pan circa 15 minuten op een klein vuurtje door laten sudderen. Een grote vuurvaste schotel beboteren. Onderin een laag vleesmengsel, daarna een laag aardappelschijven en daarop weer een laag aardappelpuree. Dit alles naar behoefte herhalen. De bovenste laag moet een laag puree zijn. De boter smelten en over de puree uitschenken. De schotel in het midden van de voorverwarmde oven plaatsen. Baktijd: 15 minuten. Ovenstand: elektrische oven 220 graden; gasoven stand 5 of halve vlam. Uit de oven meteen heet serveren. Eet smakelijk!
94
het riet fluistert... Één van de langstlopende rubrieken in de Schuimspatten is Het riet fluistert….. In deze rubriek worden leden en gebeurtenissen op licht satirische wijze in korte zinnen op de hak genomen. Hieronder wat evergreens uit Het riet fluistert! Het riet fluistert.....
dat ook de herenkleedkamer een hobbyruimte is geworden! Daar is niets mis mee, maar dan wel opruimen. Ook al doe je dat thuis niet, op de HJC is dat wel vereist.
Het riet fluistert…..
dat er 2 HJC-meisjes waren, die na lang aandringen, in een Topper gingen varen. Helaas wisten zij niet dat er een stopje in de boot moest, zodat deze bijna zonk. Gelukkig zijn er dan altijd mensen die aan het water zitten en ook nog eens kurken bij zich hebben.
Het riet fluistert…..
dat tijdens de terugtocht aan het landvast van het HJC-finishschip wel 10 boten hingen. Volgens de schipper van dit schip is zijn lijn wel vier meter langer geworden.
Het riet fluistert…..
dat een HJC-dame een fervent tegenstandster van een mobiele telefoon was,....dat zij inmiddels gezwicht is voor zo’n praatapparaat en er lustig op los belt en dat u, mocht haar zien bellen op het water, op steigers, bij bruggen of sluizen of vanuit haar hangmat aan boord, best even hardop mag lachen.
Het riet fluistert…..
dat een prominent HJC-lid het Hollands Diep helemaal niet zo diep vindt.
Het riet fluistert…..
dat je een lijn aan je anker moet bevestigen voordat je het overboord gooit.
Het riet fluistert…..
dat een HJC-lid Nederlands kampioen in de 12-voets jol is geworden terwijl hij alleen maar aan de kant op zijn gat zat.
Het riet fluistert…..
dat het HJC-shantykoor iedere aanleiding aangrijpt om een rondje te geven. Zou dat helpen om uit volle borst te kunnen zingen?
95
overpeinzing Op verzoek van de jubileumcommissie, die in 1997 het 80-jarig bestaan van de Haarlemsche Jachtclub organiseerde, schreef Loek van Deursen dit gedicht over 80 jaar
Het was in donkere oorlogsjaren, Dat ik in Haarlem ter wereld kwam. Het was in negentienzeventien, Geen van ons weet er nog van. Ik kreeg een steiger bij de spoorbrug, Hoe hij er uit zag weet ik niet meer. Maar treinen stoomden langs mij, Ik hoorde ze gaan keer op keer.
Toen kwam de tijd van kapper Bulthuis, Uitvinder van de latten boot. Menig amateur ging zelf bouwen, De animo voor zeilen werd vergroot. Er werd gezeild in B.M.’ers, Groot en klein en meer van dat soort. Ze hadden vele klassennamen, Dat is iets, wat bij vernieuwing hoort.
Een paar schepen had ik liggen, Een paar grote, de rest was klein. Niemand kan me meer vertellen, Het aantal dat het geweest kan zijn. Jaren later ging ik verhuizen, In de buurt van de Zaanenstraat. Daar kreeg ik een echt clubhuis, Dat nog op een foto staat.
Tijdens de oorlog van negentienveertig, Werd mijn clubhuis opgedoekt. En moest ik weer eens gaan verhuizen, Naar een haven, die men nu bezoekt. Ik kreeg hier een aantal steigers, Het ledental, dat ging omhoog. En de schepen die er kwamen, Waren soms niet al te droog.
Ik beleefde daar een mooie zeiltijd, Met wedstrijden, ik weet niet al. Mijn jollen gingen naar verre streken, Naar de Zaan en Kaag in mijn geval. Menig wedstrijd werd gewonnen, Medailles kreeg ik bij de vleet. Daar ben ik nu nog trots op, Het is maar, dat elk lid dat weet.
Vele schepen kon ik bergen, Maar mijn leden waren niet tevree. Ze wilden steeds maar groter varen, En daar zit ik nu wel mee. Nu ben ik zo’n tachtig jaren En als je naar mijn haven kijkt, Zie je grote schepen liggen, Dat je denkt, wat zijn ze rijk.
Ook had ik aan mijn steiger, Soms plaats voor een grote schuit. De Piet Hein kwam bij mij buurten, De titel Koninklijke, kwam niet uit. Een paar leden hadden schepen, Vele malen groter dan de rest, En had je een klein bootje, Dan werd je wel eens gepest.
Maar intussen lig ik te denken, Wat van groot, groter worden moet. Wordt het een haven voor drie coasters? Dat is voor mij niet erg goed. Beste leden, op mijn verjaardag, Beloof mij plechtig voor een keer, Wil je liggen in mijn haven, Maak je schepen niet groter meer.
HJC. Helaas bleek dit zijn laatste gedicht te zijn, want kort na het schrijven ervan overleed Jorg.
Jorg
96
de HJC website In 1998 kwam Leo Roelofs binnen het HJC-bestuur met het idee om naast de Schuimspatten ook een website te starten om leden te informeren over allerlei zaken betreffende de HJC. Aanvankelijk werd het belang hiervan (nog) niet ingezien. Leo zette toch door en startte een website op zijn eigen World Online-account, waarvan het adres http://www.sail.to/hjc was.
De site werd gemaakt met Frontpage en had aanvankelijk een eenvoudige indeling met links een menu, bovenaan een kop en rechts de geselecteerde pagina.
Toen de site beschikbaar kwam, werd er wel eens meewarig over gedaan, maar leden met een computer en een internetverbinding, begonnen het nut ervan in te zien en wilden het internetadres hebben.
Leo Roelofs, erelid, oud-havencommissaris
In april 2000 heeft Jaap van der Leij als penningmeester en beheerder van het ledenbestand een oproep in de Schuimspatten gezet om mailadressen aan hem door te geven, zodat hij deze in het adressenbestand kon opnemen.
en oud-webmaster
Naar aanleiding hiervan nam HJC-lid Pieter AndrĂŠ de la Porte contact op met Leo Roelofs en bood Leo aan om een modernere site te maken.
Home page van de
schreef de tekst van dit hoofdstuk.
HJC website.
97
Theo van Meerwijk, oud clubhuiscommissaris
Deze site kwam op naam van Pieter te staan en was te bereiken via http://hjc.adlp.nl. In de Schuimspatten van juli 2000 stond dit internetadres voor het eerst op de contactpagina. Vervolgens werd getracht de website bekend te maken via allerlei zoekmachines en andere watersportgerelateerde websites. Toen in april 2003 een oproep in de Schuimspatten verscheen om zich op te geven voor de ontvangst van een digitale maandelijkse nieuwsbrief, werd
rechts: Digitale HJC nieuwsbrief uit april 2013.
binnen de kortste keren de nieuwsbrief aan meer dan 150 leden verstuurd. Doordat Leo bij iedereen in het adresboek stond en veel leden hun computer niet goed beveiligd hadden, kreeg hij vaak mailtjes die virussen bevatten.
speciaal voor watersportverenigingen ontwikkeld softwareprogramma.
98
Vanaf 2003 begon Leo Roelofs als webmaster steeds actiever te worden met de vraag aan leden om stukjes te schrijven over wedstrijden en andere zaken. Er werd een jaarlijkse lijst gemaakt van alle wedstrijden met daarachter de namen van de deelnemers. Zij kregen dan het verzoek om iets over hun wedstrijd te schrijven. Soms moest er wel wat dwang achtergezet worden om de zeilers aan het schrijven te krijgen. Maar zo begon de site wel steeds actueler te worden. De site werd up to date gehouden door de leden een beetje te foppen. Om de dag werd het bovenste bericht veranderd, zodat het leek alsof er steeds weer nieuwe berichten waren. Gaandeweg verschenen er steeds meer verslagen van evenementen die op de haven plaatsgevonden hadden, zoals kienen en de Mooie Nelloop.
Murielle Holtrop
* E-captain is een
Hierdoor hoefde Leo zelf geen mailadressen van de leden meer te krijgen, want die zaten in het systeem.
Toen de ledenadministratie naderhand overging naar E-captain*, werden ook de nieuwsbrieven langs die weg verstuurd.
Niet altijd was de webmaster bij die activiteiten aanwezig, maar aan de hand van verhalen van mensen die er wel bij waren geweest, kon hij erover schrijven. Het verslag werd vaak aangevuld met foto’s, gemaakt door Theo van Meerwijk. De gehele bouw van de haven heeft Theo ook gefotografeerd en kon zo door iedereen op de site gevolgd worden. In april 2005 werd de domeinnaam haarlemschejachtclub.nl vastgelegd. Ook werden voor de diverse bestuursleden en commissies HJC-emailadressen aangemaakt. In 2007 begon Murielle Holtrop met de website te helpen. Zij ging ervoor zorgen dat de jeugdzeilers verhaaltjes
over de wedstrijden schreven en bemoeide zich met het uiterlijk van de website. Zij heeft hele gedeeltes van de website, zoals de afdeling jeugdzeilen en wedstrijdzeilen, herschreven. Voor andere pagina’s gaf zij advies voor betere indelingen en teksten. Ook hielp zij om inschrijfformulieren te maken voor de jeugdzeillessen en diverse evenementen. De samenwerking met Pieter André de La Porte kwam abrupt tot een einde door een fataal ongeluk. Terwijl hij in
ondergebracht bij een nieuwe provider en werd er een nieuw systeem gebruikt om de site op de vriendelijke manier van WYSIWYG (what you see is what you get) aan te passen. Hierdoor kunnen meer mensen berichten plaatsen en de agenda aanvullen. Erik van Itersom
Begin 2012 ging de gehele site weer op de schop. In overleg met Murielle Holtrop, Erik van Iterson en Leo Roelofs kwam er een aangepast uiterlijk. De website werd daardoor geheel opgefrist. Ook Twitter, Facebook en Hyves werden geïntegreerd. Behalve op de site werden er nu ook regelmatig berichten op Twitter geplaatst. Wendy Hulsebosch
Begin 2015 besloot Leo Roelofs minder tijd aan de website te besteden, maar wel op de achtergrond actief te blijven. Wendy Hulsebosch en Monique Hoogewoonink namen het stokje van hem over en werden de nieuwe webmasters. In het najaar van 2016 werd besloten dat de website geheel vernieuwd moest worden. Het werd tijd dat hij opgefrist en tablet en mobiel vriendelijk gemaakt werd. Een groot project wat o.l.v. Erik aangepakt werd. De nieuwe website is in het jubileumjaar 2017 online gegaan.
Monique Hoogewoonink, oud secretaris
links: Digitale HJC nieuwsbrief uit februari 2017.
zijn rubberboot op weg was naar zijn schip dat voor anker lag bij de kust van Venezuela, werd hij overvaren. Helaas overleefde hij dit ongeval niet. Acht jaar lang had Pieter op de achtergrond technische ondersteuning voor de site gegeven. In 2010 werd dankbaar gebruik gemaakt van het aanbod van Erik van Iterson om de website technisch te ondersteunen. Als eerste werd de site 99
de HJC terugtocht
Ronald ter Haar, oudclubhuiscommissaris, schreef de tekst van dit hoofdstuk.
Rond de jaren ’70 lagen er circa vijftien HJC’ers op het IJsselmeer, verspreid over verschillende havens zoals Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Den Oever en Lelystad. Dat waren allen actieve zeilers die elkaar veel tegenkwamen in de IJsselmeerhavens en Friesland in de weekenden, en in Wadden- en zeehavens tijdens de vakanties.
Na half oktober was er toendertijd geen bediening op zondag. Het is dan ook niet zo vreemd dat het idee geboren werd om gezamenlijk terug te varen. Op zaterdag werd er een tussenstop ingelast en was Volendam de verzamelplaats, waar gezamenlijk in restaurant Van Diepen gegeten werd. Later gebeurde dat bij Spaander.
Omdat ze allemaal de HJC in Haarlem als basis hadden, ging iedereen voor de winterstalling terug naar Haarlem.
Op zondag volgde dan een wedstrijdje naar Schellingwoude. Deze happening werd voor het eerst in
foto rechts: De eerste terugtocht in 1970. De HJC vloot wacht voor de brug Buitenhuizen.
1970 georganiseerd door toenmalig clubhuiscommissaris Lieuwe Bangma. Het aantal schepen op het IJsselmeer groeide gestaag tot circa twintig. Er werd zelfs besloten om een bus van de NZH, de werkgever van Wouter Holtrop, in te zetten om iedereen naar zijn IJsselmeerhaven te brengen. Dan hoefde je niet iets te regelen met eigen vervoer.
foto boven uit 1983: De HJC vloot in de haven van Volendam.
100
Dit gebeurde meestal in het laatste weekend dat de brug Buitenhuizen nog in zomerdienst draaide.
Al vrij snel besloot een aantal HJC‘ers uit Haarlem dat het leuk zou zijn om de groep IJsselmeerliggers tegemoet te varen. Dus ook zij verzamelden zich in Volendam. Dit waren er in eerste
instantie slechts een paar, zoals de families Bart met de Andromeda, Neder-Helman met hun Schouw en Bethlem met de Sinbad. Daarnaast waren Bart Slagter, Joop van Vierssen en Ben Oudendijk van de partij. Later volgden meer zeilende HJC‘ers. De laatste jaren sloten zich ook steeds meer motorboten aan. Zij maakten meestal een gezamenlijke tocht binnendoor naar de Gouwzee. Aangezien er in het begin best wat competitie was wie het snelste in de wedstrijd naar Schellingwoude zou
emmertjes ontdekte. Lieuwe Bangma heeft toen een mooie houten voet en deksel voor één van deze emmertjes laten maken. Dat is heden ten dage nog altijd de Bangma bokaal die na de terugtocht uitgereikt wordt aan de dapperste, de domste soms ook de snelste zeiler, of de grootste pechvogel, of zomaar aan iemand die iets aparts heeft gedaan. Voor de wedstrijd op zondag werd vaak wat aardigs bedacht, waaronder de ankerstart een van de leukere was. Dan moest je voor anker liggend, De Bangma Bokaal.
foto links: Terugtocht 1971, links op de foto de Andromeda van de familie Bart en rechts de Veronier van de familie Vroege bij het passeren van de Hembrug. Deze brug is in 1983 gesloopt. foto onder uit 1984: Deelnemers terugtocht op het IJsselmeer.
varen, werden er allerlei snode plannen bedacht om ‘tegenstanders’ de wind uit de zeilen te nemen. Zo overlegde een groepje ”boeven” onder leiding van Gerrit Bethlem op een gegeven moment hoe ze de Zomara van Bangma wat langzamer konden laten varen. In het geniep werden er een paar emmertjes van de kinderen van Bethlem met een dunne draad onder het schip gebonden. Dat hielp, want Bangma ging aanzienlijk minder snel, totdat hij de
101
foto boven uit 1973: De terugtochtvloot wordt geschut in de Oranjesluis.
102
onderdeks zijn vanaf 5 minuten voor het startschot, om daarna zo snel mogelijk proberen weg te zijn. Slimmeriken bedachten de gekste manieren om snel hun anker op te halen. Verder werd opgegeven welke boeien je moest ronden, maar de coördinaten lagen regelmatig ergens op de wal.
traditioneel verzameld voor de Schellingwouderbrug. Vanaf de Oranjesluizen wordt gezamenlijk naar zijkanaal C gevaren, en indien mogelijk nog gezeild.
Vanwege de steeds norsere bediening bij Van Diepen, en de toch wel heel karige maaltijden, werd eerst uitgeweken naar Spaander. Later werd voor Monnickendam gekozen, éénmaal in een jachthaven, en daarna steeds vóór
Bij aankomst bij de HJC is het ritueel om al toeterend en vuurwerk afstekend een rondje vóór de haven te varen, waarbij thuisblijvers, familie en toeschouwers op de kant, toekijken. Daarna vaart iedereen naar zijn box
restaurant Stuttenburg, waar ook gegeten werd. Altijd was dat heel gezellig en goed verzorgd. Nog later werd er uitgeweken naar Edam, waar we telkens een fantastisch onthaal hadden in restaurant Zuiderzee. Toen dit restaurant stopte, werden we gastvrij opgevangen bij de zeilvereniging De Zeevang in Edam. Na de wedstrijd op zondag wordt
en schuift even later bij de gezamelijke maaltijd in het clubhuis aan, die traditiegetrouw uit raasdonders bestaat. Tijdens de maaltijd wordt dan de Bangma bokaal uitgereikt. Van te voren is altijd onduidelijk wie ditmaal de gelukkige zal zijn.
Na de sluis in Spaarndam wacht iedereen om in konvooi naar de HJC te kunnen varen met de voorzitter voorop.
Het weer was in al die jaren heel gevarieerd: soms was het mooi, vaak stond
er vrij weinig wind, of was het mistig. Meermalen hadden we met (zware) storm te maken, zodat lang niet iedereen dat weekend het einddoel, de HJC, met de boot kon bereiken. Dan werd bij uitzondering de auto gebruikt om de Gouwzee of de HJC te bereiken, want de gezamenlijke maaltijden wilde je natuurlijk niet missen.
foto links: De Equillibrist van Tanja en Ronald ter Haar op het Buiten IJ tijdens de stormachtige terugtocht van 1978.
In 1972 was er bijvoorbeeld een dichte laaghangende mist. Als je in de mast klom, kwam je boven de mist uit, en zag je de masten van de clubgenoten. Boven de mist was het stralend mooi foto links: Aankomst terugtocht in 1998. Op de kant familie en thuisblijvers die de vloot verwelkomen.
foto onder: Zo kan het ook zijn, de terugtocht van 2013 zonder wind. Links de Jacoba van Henk en Goke van Beijeren en rechts de Gelfin van Robert van Beijeren.
weer. Soms was het ook heel koud. In 1977 hadden we een zaterdag met potdichte mist, waardoor niet iedereen de haven van Volendam kon vinden. De navigatie moest nog op kompas, log en gegist bestek gedaan worden, want Decca of GPS bestonden nog niet. Een paar zeilers belandden op de dijk van Marken. Maar uiteindelijk bereikten ze de haven van Volendam toch. In 2015 was er op zondag ook weer een hele dichte mist en stond er geen wind. Maar in tegenstelling tot 1977 heeft nu bijna iedereen een plotter met
103
elektronische kaarten en GPS zodat vlot en probleemloos van Monnickendam tot het punt waar de mist optrok (ter hoogte van Pampus) gevaren kon worden. Ook bijzonder was het in 1978. We hadden heel veel wind. Vooral op de zondag. Na een bijna windstille ochtend nam de wind vóór het Paard van Marken al toe tot een dikke 8-9 met vlagen van 10. Op het Buiten IJ stond nog maar weinig water, en verschillende schepen liepen daar aan de grond. De brug van Schellingwoude draaide dan ook niet vanwege de wind.
Na uren wachten gingen een paar kleinere boten proberen om onder de brug door te komen door bemanning van andere schepen te lenen om op de giek te zitten om het schip te krengen. Dit lukte omdat de waterstand zo laag was. Zij eindigden uiteindelijk na een zeer natte tocht in Nauerna, want ook de brug Buitenhuizen draaide niet. Nauerna had toen nog geen brug voor de haven en daar kon dus makkelijk naar toe uitgeweken worden. De zeilers werden daar door een paar leden met de auto opgehaald. De andere schepen
foto’s rechts uit 2009 en onder uit 2010: Wachten voor de brug Rijksweg 9 - zijkanaal C.
voor de Schellingwouderbrug gingen naar Durgerdam óf Muiden, óf kwamen heel laat aan bij Buitenhuizen toen de brug bij Schellingwoude toch nog onverwachts aan het eind van de middag ging draaien. Omdat al deze bemanningen dus niet van de op de HJC bereide maaltijd konden genieten, is met een vrachtauto van Ben Oudendijk het eten van de HJC naar Buitenhuizen gebracht, en is daar in de verhuisauto aan netjes gedekte tafels het avondmaal alsnog genuttigd.
104
Ook lukte de terugtocht niet altijd als gepland. In 1979 draaide de Hembrug op zondag vanwege onderhoud niet. Dus moesten we op zaterdag meteen doorvaren naar de Bruynzeelhaven en de dag daarop via IJmuiden naar Haarlem. Dit was een totaal andere maar erg leuke terugtocht, al hadden we toen geen gezamenlijke maaltijd.
Vandaag de dag is het een tocht vanuit Haarlem, waarbij zich maar vier tot vijf IJsselmeerzeilers aansluiten.
In 1991 was het een terugtocht met windstil weer op zaterdag. We hadden op het IJsselmeer gezellig drie boten aan elkaar gebonden en zaten met de bemanningen van de Windjammer
Ook het weerzien met clubgenoten, die je soms een zomer lang niet gezien hebt, zorgt ervoor dat je op deze manier weer een fantastisch begin van een gezellig winterseizoen krijgt.
Wat kenmerkend hetzelfde is gebleven, is dat het altijd een oergezellige tocht is geweest met een hapje en een drankje, en waar vaak iets bijzonders te beleven viel. foto onder: Terugtocht 2015; aankomst en het bekende rondje voor de haven.
Beatrijs van de familie Hin en de Jan de Lapper van de familie Lubberink op de Equilibrist van Ronald en Tanja ter Haar aan de borrel, toen de motor met een grote knal ”ontplofte”, doordat het contragewicht van de krukas losgebroken was. De Equilibrist moest dus verder naar huis gesleept worden. Het karakter van de Terugtocht is in de loop der jaren wel veranderd: eerst was het een terugtocht van de IJsselmeervaarders naar de HJC, waarbij zich later wat HJC‘ers uit Haarlem aansloten.
105
de HJC zeilopleiding 4
Auke Holtrop
Finn Holtrop foto rechts boven: Auke en Finn gezamenlijk op het HJC Pinksterweekend in 2009.
De Haarlemsche Jachtclub staat bekend om haar uitstekende jeugdzeilopleiding. Succesvolle zeil(ster)s vertellen hoe zij deze opleiding ervaren hebben. Auke Holtrop vertelt over zijn opleiding en die van zijn broer Finn: Zeilen zit in de familie. Niet extreem, maar wel wordt het langzaam per generatie doorgegeven. Opa (Wouter) heeft al vele jaren zijn boot in Haarlem liggen en pa (Robert) is zo ongeveer op de boot opgegroeid. Zeilen zit er dus in en zo kwamen ook mijn broer (Finn) en ik er al snel mee in aanraking. Voor het eerst was dat toen we een keertje op stap gingen met de boot van opa en oma met onze Springer op sleeptouw. Na het zeilen met pa nam ik al snel alleen het roer over van dit kleine bootje. Vanaf dat moment heeft
na de lessen en Rondje Haarlem varen dwars door de Haarlemse binnenstad. Via de Optimist B en de Optimist A ben ik met 12 jaar in de Optimist Kernploeg gekomen. Vanaf dat moment ging het van selectiewedstrijden tot internationale evenementen overal ter wereld, met als hoogtepunt een EK-kwalificatie en het open Noord-Amerikaans kampioenschap. Finn heeft nagenoeg dezelfde stappen gezet en bereikte met 10 jaar de Optimist Jeugdploeg en met 11 jaar al de Kernploeg. Een jaar eerder dan ik met les bij de HJC begonnen en meteen doorstromen uit de Optimist C leverde hem in totaal een jaar winst op.
foto boven: Auke in de Optimist tijdens de Sneekweek in 2005.
foto rechts: Finn tijdens het WK Optimist in Polen 2015.
106
het zeilen mij als zesjarige niet meer losgelaten en werd het uiteindelijk een uit de hand gelopen hobby. Na het Springer-avontuur begon ik met zeilles bij de HJC en deed na mijn eerste twee lessen van Nico Hin al mee aan heuse wedstrijden: de HJC Pinkster Combi. In het tweede jaar kreeg ik mijn eigen Optimist, de UPpie. Er volgden al snel meer combi’s in de Optimist C buiten de club. Bij de HJC ging ik als kleine hummel ook nog bij Sinterklaas op schoot, ‘s avonds slapen in de loods bij de Zeilclinic, pannenkoeken eten
En over winst gespr0ken... Finn wist mij al op zesjarige leeftijd te vertellen hoe ik moest zeilen en wat ik verkeerd deed. Bij paps en mams in de rubberboot hoorde hij namelijk genoeg: ”niet achterom kijken!”-”goed starten!”-
”kijken waar vlagen zitten!” Door de snelle doorstroom viel Finn in zijn combi-tijd meestal wel net buiten de prijzen, maar dat kon de pret niet drukken. De extreem grote wisselbeker van de Super Kaag Cup won hij wel. Uiteindelijk bereikte Finn in de Optimist een WK-kwalificatie en werd hij eerste Nederlandse Optimist zeiler tijdens de Dutch Youth Regatta.
De wedstrijdtrainingen bij de HJC werden steeds verder uitgebreid. In mijn tijd kwam er een wedstrijdtrainer van buitenaf, maar Finn had verschillende gasttrainers. Finn is nu met enige regelmaat zelf gasttrainer. Ikzelf heb drie jaar de wedstrijdtrainingen verzorgd, waarbij strakke regels nodig waren: dus ”op tijd klaar staan, omgekleed zijn en opgetuigd hebben!” Voor mijn Opti-kids organiseerde ik daarbij elk jaar een Groot Water
Clinic in Medemblik. Het IJsselmeer is uiteindelijk de plaats waar je voor de selecties moet zijn en om verder te komen. Varen op de golven daar is echt andere koek dan het vlakke water van de Mooie Nel. Toch is de Mooie Nel een goede start waar je leert varen op vlagen en rekening houden met de kant. Maar soms kom je daar ook niet mee uit en rest alleen nog de uitdaging. Ook altijd spannend was de uitreiking van de Poelsnipbeker voor de meest gemaakte starts. Bij mij was de strijd steeds met Bart Lambriex; later ging die tussen Finn en Bart. Het aantal starts waar we de beker mee konden winnen, was meestal meer dan 140. Na de Optimist-tijd begon met 15 jaar voor Finn en mij een nieuw avontuur: Laser zeilen. Een internationale (nog altijd) Olympische en grote klasse. We kunnen nog door tot de Laser Masters!
foto boven: Finn winnaar van de Super Kaag Cup in 2008.
foto links uit 2014: Auke in een wolk van Schuimspatten.
foto boven: Auke in actie tijdens het EK Laser Standaard op het Gardameer in 2014.
foto linls: Finn in de Laser. Wedstrijden in Crozon in 2016.
107
het HJC Pinksterweekend Dit hoofdstuk is tot
Combi Amsterdam
stand gekomen m.m.v. Marja van Meerwijk en Nico Hin. Albert-Jan Pauw, Bas van Goor en Bernard ter Horst leverden een bijdrage aan de tekst.
foto onder: Pinksterweekend 2007.
In 1984 werden op initiatief van het Watersportverbond de Combi Wedstrijden geïntroduceerd. Over het hele land zijn er in totaal 8 Combi’s over diverse regio’s gevormd. Het doel was om watersportverenigingen in de regio zeilwedstrijden te laten organiseren om zeilers van 8 tot 19 jaar op een laagdrempelige manier in contact te brengen met andere zeilers, hen te leren varen op voor hen
onbekend vaarwater en om op speelse wijze het wedstrijdzeilen te bevorderen. Het HJC Pinksterweekend
José Feije
108
In datzelfde jaar 1984 trad de Haarlemsche Jachtclub toe tot de net opgerichte Combi Amsterdam. De HJC nam de organisatie op zich voor de wedstrijden die in het weekend van Pinksteren zouden worden gevaren. José Feije nam het voortouw in de organisatie van het Pinksterweekend en er werd een comité
opgericht met daarin naast José de volgende HJC-ers: Marja van Meerwijk, Max Vos, Nico Hin en René Seepers. In 1986 stopte José met haar werkzaamheden en namen Hermien Dröge en Nico Hin de leiding over. In de eerste twee jaar van de Combi werd alleen in Optimisten A en B gevaren. Omdat er tijdens het weekend veel jongere broertjes en zusjes van de deelnemers aanwezig waren, namen Theo van Meerwijk en Nico Hin het
initiatief om deze kinderen ook een wedstrijd te laten varen. De bedoeling was om dit laagdrempelig te houden met een hoog leergehalte en een goede begeleiding. De wedstrijdjes werden qua tijd kort gehouden en moesten zeker geen officiële status krijgen. Dus geen protesten bij een protestcomité maar alles bespreken bij het palaver. Zo zijn de Optimisten C ontstaan. Kenmerkend voor de wedstrijden van de Optimisten C is dat er speciaal voor
hen begeleidende boten op het water zijn. Zo vaart voor het wedstrijdveld de Batavus uit om de baan aan te geven, terwijl bij de staart van het veld ”veeg” boten varen, die de laatste deelnemers naar de finish praten. Na 1986 bleek er behoefte aan een tweemansboot. Dit werd de Cadet. Toen de wat oudere jeugd in een grotere eenmansboot wilde varen, werd ook de Splashklasse aan het programma toegevoegd. Omdat de aanvankelijke belangstelling voor het zeilen in de Cadet in de loop van de jaren steeds
meer afnam, werd besloten met ingang van 1997 geen wedstrijden meer voor deze boot te organiseren. Een grote attractie op de Haarlemsche Jachtclub was de mogelijkheid om tijdens het Pinksterweekend te overnachten op het wachtschip De Fougueux van de Scoutinggroep Prins Willem. Dit schip lag toen speciaal voor dit evenement op de haven aan de buitenzijde van de lange steiger. Door uitbreiding van ligplaatsen was dit helaas na 1990 niet meer mogelijk.
Marja van Meerwijk
boven: Deelnemers aandenken uit 1984.
foto links: Vroeger werd bij aanvang van het Pinksterweekend een groepsfoto gemaakt. Iedere deelnemer kreeg deze als herinnering. Deze foto is uit 2001.
Omdat er drie dagen op de HJC gezeild werd, was er veel tijd over voor andere activiteiten. Om de jeugdige zeilers bezig te houden werden er allerlei spelmogelijkheden aangeboden, zoals springkussens, tafelvoetbal, trampolinespringen en kanovaren. Hermien Dröge
Ook de inwendige mens kreeg de nodige aandacht op de eerste dag van de wedstrijden. Voor de jeugd was er op zaterdag de traditionele pannenkoekenmaaltijd en
foto links: De Fougueux aan de buitensteiger in 1985.
109
lunchpakketten gemaakt, het terrein moest leeg gemaakt worden om ruim 100 boten te stallen en de loods werd leeggehaald om daarin slaapplaatsen te creëren voor de deelnemers. Natuurlijk sliepen de jongens en meisjes daar gescheiden. Bijna niemand wist dat Nico Hin op de zolder in de loods hierop ‘s nachts toezicht hield.
rechts: 4e prijs cadetklasse Pinksteren 1984.
voor de ouderen een koud buffet. Op zondag werd er een grootse barbecue georganiseerd met daarna een spetterende disco in het clubhuis.
Rond de eeuwwisseling werd het steeds duidelijker dat de Haarlemsche Jachtclub verplaatst moest worden vanwege de geplande bouw van de
In de negentiger jaren kwamen er veel moederschepen op de haven van ouders die hun kinderen begeleidden. Daardoor waren er ook veel ouderen op de haven, die vaak later op de avond de disco overnamen en helemaal uit hun dak gingen. Zonder de inzet van veel vrijwilligers was het organiseren van dit evenement uiteraard niet mogelijk. Zo moest de bar drie dagen en avonden bezet zijn, voor de deelnemers werden er
Schoterbrug, die voor een deel over het HJC-terrein ging lopen. Onduidelijke tijden braken aan en veel doemscenario’s hingen als een zwaard van Damocles boven het pinksterevenement. Maar ondanks deze onzekere tijden voor de HJC namen steeds meer zeiler(ster)s aan het evenement deel.
foto rechts: De team wisselprijs Optimisten, gewonnen door het HJC team in 1997. Het team bestond uit v.l.n.r.: Renée Groeneveld, Gea Jutjens en Robbert Struijkenkamp. Daarboven v.l.n.r. oud wedstrijdcommissaris Frans Brinkmann, oud voorzitter Auke Bender en oud jeugdcommissaris Cees Groeneveld.
110
Op zeker moment was er zelfs een record aan deelnemers in de Optimist en Splash klassen.
Tot de verplaatsing van de HJC naar Schoteroog werden de wedstrijden gestart vanaf de starttoren. Ze waren voor de toeschouwers op het terras voor het clubhuis goed te volgen. Het gevolg van deze startplaats was dat het meestal halve-windse starts waren waarbij de slimste zeilers net uit de luwte van de loods trachten te blijven, maar benedenwinds van een groot deel van hun tegenstanders probeerden te zeilen om zo optimaal van de ”vrije” wind te kunnen profiteren.
Dit leidde er toe dat deze halve-windse starts vaak erg spectaculair waren om te zien. Misschien ook wel dankzij de kennis van de omstandigheden konden de HJC-zeilers in die eerste jaren van deze eeuw steeds meer hoofdprijzen op hun eigen evenement behalen. De wisselprijzen laten dan ook zien dat de HJC gedurende een aantal jaren de boventoon voerde. Maar ook op ander
water werd steeds vaker goed gescoord en dat resulteerde zelfs in een aantal jaren waarin de kernploegen van vooral de Optimist en de Splash voor een belangrijk deel uit door de HJC opgeleide zeilers bestonden. Er was een groeiend aantal deelnemers aan de selectiewedstrijden op het IJsselmeer, waaronder de United4-series, maar ook deelname aan het ONK, met zelfs een aantal EK- en WK-gangers.
links: Omslag van het eerste
Sportief gezien ging het dus goed in die jaren, ondanks de onzekere toekomst vanwege de verplaatsing van de haven.
programmaboekje
De laatste Pinksterwedstrijden vanaf de oude haven lieten zien dat de lastige situatie ook in het voordeel van het evenement kon werken.
foto boven:
uit 1984. ontwerp: Auke Bender
Barbecue in 1984 met v.l.n.r. Max Vos, Onno van Viersen, Nico Hin en Theo van Meerwijk.
Op de al gebouwde, maar nog niet in gebruik zijnde Schoterbrug kon heel creatief extra parkeergelegenheid worden geboden, omdat door de afbraak van buurman watersportbedrijf ”De Drijver” een deel van het parkeerterrein verdwenen was.
111
onder: Affiche 1988. ontwerp: Auke Bender foto rechts: Optimisten in 1984.
* Het eilandje tegenover de HJC en zuidelijk van de HZV aan de andere kant van de Mooie Nel wordt
Ook kwam men op de gedachte het wedstrijdwater voor de Optimist Cklasse te verplaatsen naar de zuidzijde van diezelfde brug, die een prachtige tribune vormde voor de ouders en belangstellenden met camera’s en video’s, die zo een perfect overzicht van de wedstrijden kregen. Eenzelfde situatie kennen we nu op Schoteroog ook, omdat de wedstrijden van de Optimist C-klasse vanaf de
teerd wordt. Dat geldt ook voor de organisatie van het Pinkster Combi evenement. De laatste jaren wordt de HJC Pinkster Combi over twee dagen gevaren. Door de druk van de kalender met vele nationale en zelfs internationale wedstrijden voor jonge zeilers, bleek een drie-daags evenement een te grote belasting. Daardoor verminderde het aantal deelnemers.
oever van de kom achter Engeland* altijd goed te volgen zijn. Dat geldt eveneens voor de starts en een groot deel van de wedstrijden van de overige klassen.
Tegenwoordig wordt er niet meer in de loods geslapen. Veel deelnemers slapen in tentjes of in campers van hun begeleidende ouders. Kinderen eten nog steeds pannenkoeken. Ouderen kregen een paar jaar lang een warme diner (chinees) geserveerd, maar nu wordt er weer gebarbecued. En er is nog steeds tijd voor ontspanning. Vooral het spijkerbroekhangen, een watermat en een tafeltennistoernooitje zijn erg populair. En de kleine niet-zeilertjes kunnen zich vermaken met kleuren en knutselen.
Engeland genoemd.
Na de verhuizing van de HJC naar Schoteroog in 2010 werd er gestart vanaf een startschip op de Mooie Nel, waarmee een in-de-windse variant van de wedstrijden uitgevoerd kon worden.
Albert-Jan Paauw, oud jeugdcommissaris
112
Maar ook toen gaven de Mooie Nel en het Spaarne toch nog zoveel moeilijkheden bij het varen van de ongebruikelijke breipatroon-banen, dat de HJCzeilers bij veel wedstrijden nog steeds heel goed in de uitslagen scoorden. De kracht van de HJC is dat er steeds in de breedte door de zeilers gepres-
Het aantal deelnemers ligt thans gemiddeld rond de 80, verdeeld in Optimisten A, B en C, Splashes A en B en Laser radiaal. En nog steeds varen de Optimisten C een aparte baan met de Batavus als begeleidingsboot.
Dankzij de goede organisatie door de HJC, die op grond van een draaiboek in de loop der jaren zeer gedetailleerd is geworden, en de inzet van een groot aantal vrijwilligers, staat het Pinksterevenement als een huis. Door de jaren heen heeft het organisatiecomité de nodige personele wisselingen ondergaan. Na het comité van het eerste uur gaven achtereenvolgens
Annemieke Pierik, Rob Hoogland, Albert-Jan en Meike Paauw, Bas van Goor en Bernhard ter Horst leiding aan de organisatie. Zij werden daarin op allerlei terreinen bijgestaan door steeds wisselende vrijwilligers. Het is ondoenlijk om alle vrijwilligers te noemen, want het waren en zijn er vele. Er moet echter één uitzondering gemaakt worden voor Marja en Theo van Meerwijk. Zij zijn tot nu toe op alle Pinksterweekenden als vrijwilligers aanwezig geweest. Ook moet de inzet van de werkploeg worden genoemd, die altijd paraat stond
met het opruimen van het terrein en de op- en afbouw rond het evenement. Hoe ziet de toekomst van dit evenement eruit? Speciaal voor het 100-jarig bestaan van de Haarlemsche Jachtclub in 2017 is de HJC Pinkster Combi weer over drie dagen gevaren. Na dit jubileumjaar wordt het evenement weer teruggebracht tot twee dagen.
De druk van veel (nieuwe) verenigingen binnen de Combi om zelf een weekend te mogen organiseren wordt steeds groter. Waarschijnlijk zal in de toekomst dan bepaald worden wie het evenement bij toerbeurt gaat organiseren.
links: Affiche 1992. ontwerp: Auke Bender
foto boven: De Batavus met Albert-Jan Paauw aan het roer vaart voor het veld Optimisten C.
De Pinkster Combi op de HJC zal altijd wel een succesnummer blijven omdat de Mooie Nel en het Spaarne vriendelijk vaarwater vormen waar kinderen de eerste stappen op het wedstrijdveld kunnen zetten en waarop zij zich met hun ouders snel thuisvoelen. boven: Sleutelhanger uit 2011.
113
foto’s, wedstrijdprijzen en publicaties van het HJC pinksterweekend
boven: Aandenken 20 jaar Pinksterweekend.
foto rechts: De teamwisselprijs Optimisten gewonnen in 2010 door het HJCteam bestaande uit; v.l.n.r. Bart Lambriex, Kevin Bergers en Auke Holtrop.
links: Programmaboekje
foto uiterst boven: Optimisten wedstrijd Pinksteren 2013.
uit 1991. links onder: Wisselprijs Pinksteren Optimisten B.
114
links: Affiche 1999. ontwerp: Auke Bender
rechts: Verslag Pinksterweekend uit het Haarlems Dagblad van 28 mei 1996.
onder: Button uit 1984.
foto daaronder: Optimistenwedstrijd Pinksteren 2013.
links: Aandenken lineaal 1987.
115
2010 team HJC Nederlands kampioen teamzeilen
foto rechts: Team HJC, staand, v.l.n.r.: Teamcaptain Robbie Bielas, Igor van Zalinge, Jeroen Emmens, Auke Holtrop, Stan Hart en Frans Hin. Zittend v.l.n.r.: Renée Groeneveld en Janneke Hin.
116
Bij het teamzeilen bestaat een zeilteam meestal uit twee boten. Er wordt twee tegen twee gevaren. Het team waarvan de boot als laatste over de finish gaat verliest de wedstrijd. De winnaar gaat naar de volgende ronde en de verliezer naar de herkansing. Tijdens de wedstrijd vaart er per twee boten één juryboot mee.
Daarmee kan het hele team misschien de overwinning bemachtigen.
Dat is ook wel nodig, want er zijn verschillende mogelijkheden voor de boten om strategische voordelen te behalen. Zo kan men de tegenstander hinderen of dwingen tot het maken van fouten. Een veel gebruikte strategie is om de tegenstander ”weg te brengen”. Door op een aandewinds rak vlak boven een tegenstander te varen, wordt voorkomen dat hij of zij overstag kan gaan om naar de boei te varen. Op deze manier kan er heel ver van de boei weg gezeild worden met één van de tegenstanders. Als dat goed gaat, kan een teamgenoot beide boten inhalen en dus twee plaatsen opschuiven in de wedstrijd. Hoewel een van de eigen boten door deze manoeuvre een plek achteruit gaat, kan dit in het totaal toch winstpunten opleveren.
De eerste keer was het meteen raak. In een zeer spannende finale werd met 3-2 gewonnen van KWS De Kaag en was het HJC team officieel kampioen van Nederland. In 2011 lukte het helaas net niet om de titel te prolongeren; team HJC werd eervol tweede! In de daarop volgende jaren wist het team HJC helaas geen podiumplaats te veroveren.
Team HJC: Nederlands kampioen in 2010 Sinds 2010 doet een team van de HJC mee aan het Nederlands kampioenschap voor Clubteams dat traditiegetrouw in Rotterdam gevaren wordt.
het HJC shantykoor Het leek Yvonne Finnema ontzettend leuk om in een koor te gaan zingen. Maar om bij een koor te mogen zingen, moest er voorgezongen worden, en dat zag zij niet zo zitten. Toen kwam haar echtgenoot Goos met het idee om een koor bij de Haarlemsche Jachtclub te beginnen. Daar zag zij wel wat in. De altijd drukbezochte nieuwjaarsreceptie van één januari 2002 in het clubhuis was de gelegenheid om te gaan polsen wat anderen van dit plannetje zouden vinden. Allereerst werd Joop van Viersen benaderd, want het was bekend dat hij lid was van een Baltisch koor.
Hij kon dus zingen! Joop was direct enthousiast en wilde wel als dirigent fungeren en stelde voor om Ben Südmeier en Ronald ter Haar als accordeonisten te vragen. Na nog een paar enthousiaste leden te hebben gesproken, werd Auke Bender (die toen voorzitter was) gevraagd wat hij van dit plan vond. Hij vond het een prima idee. De koorleden kregen toestemming om één avond in de week in het clubhuis te gaan oefenen. De eerste repetitieavond stond het koor een beetje onwennig met een
man of twintig opgesteld. Joop had wat liedjes uitgezocht die lekker meegezongen konden worden, waaronder ”Daar was laatst een meisje loos” en ”Het kleine café aan de haven”. Yvonne had de teksten uitgewerkt en gekopieerd.
Yvonne Finnema iniatiefneemster van het shantykoor
Joop was enthousiast en erg streng, maar hij leerde het koor mooi zingen. Hij had zich namelijk voorgenomen ”het beste koor van welke haven dan ook” te willen dirigeren. Hij ging er tegenaan alsof hij net van de dirigentenopleiding kwam! Het was de bedoeling om uiteindelijk echte shantyliedjes en andere mooie liedjes die over varen
schreef de tekst van dit hoofdstuk i.s.m. Goke van Beijeren.
foto onder: Het shantykoor in 2005
gingen, te gaan zingen. Het koor werd steeds beter en het aantal zangers en zangeressen groeide gestaag. Ze waren van plan om voor het eerst op te gaan optreden tijdens het 85-jarig jubileum van onze vereniging in 2002. Dat werd een aardig succes en er werd besloten om door te gaan en vaker te gaan optreden. Er kwamen optredens bij de Rotary Club, in een bejaardentehuis, en ter opluistering van een bijeenkomst van woonboot-bewoners. rechts: Joop van Viersen in zijn element.
117
Ook werd het koor gevraagd om tijdens de Haarlemse Vaardagen te zingen.
foto rechts:
In 2017 bestaat het koor nog steeds. Na Joop was Cees van de Broek een tijd lang dirigent. Na het overlijden van Ben is Rob den Boer accordeonist geworden samen met Kees van Rijn. Nu is Rob Bouman de dirigent.
Yvonne en Joop bij het afscheid van Joop als dirigent.
Het koor bestaat momenteel uit 23 leden en de leden zingen nog steeds met heel veel plezier. Uitleg zeemansliederen.
foto onder: Het shantykoor in 2015.
* De uitleg over de zeemansliederen is van Herman Zonjee.
118
Het repertoire van het koor is redelijk divers, maar heeft altijd wel enige
relatie met het harde zeemansleven. Het is in vier groepen* te verdelen; Shanties. Deze werden gezongen ter ondersteuning van het werk aan boord dat in een gelijk tempo moest worden uit gevoerd, zoals het hijsen van de zeilen of het lichten van het anker. Forbitters. Dit zijn ballades die gezongen werden in de schaarse vrije tijd en
gaan vaak over drank en vrouwen, maar ook over afscheid nemen en over heimwee naar huis. Een forbit is een bolder waarop vaak zittend gezongen werd.
Gouwe ouwen. Dit zijn liedjes uit het Nederlandstalige repertoire, zoals ”De klok van Arnemuiden” en ”Aan de oever van de IJssel”. Ierse en Engelstalige balladen. Dit zijn meestal folksongs met mooie harmonieën en prachtige teksten.
de HJC en de georganiseerde watersport De Haarlemsche Jachtclub sloot zich in 1918 aan bij de Verbonden Zeilvereenigingen van Nederland en België. Dit lidmaatschap was nodig om te kunnen wedstrijdzeilen en zorgde voor een gezonde ontwikkeling van de zeilsport in en om Haarlem. In 1922 verliet België het Verbond en in Nederland ging men verder onder de naam Verbonden Nederlandsche Watersport Vereenigingen. In 1923 kreeg zij het predikaat Koninklijk en werd bekend onder de afkorting KVNWV.
Dat had deels te maken met toen bestaande opvattingen over de maatschappelijke rangorde en deels met de verschillende maatschappelijke achtergronden van de leden van de watersportverenigingen.
Auke Bender, oud-voorzitter,
In de jaren dertig verschenen ook de eerste particuliere jachthavens, zoals De Drijver, Wetterwille en de Rietpol. Weer wat later kwamen er ook nog enige particuliere jachthavens in Penningsveer.
schreef de tekst van dit hoofdstuk.
rechts; Lidmaatschapskaarten Watersportverbond 1995 en 2003.
In 1970 is de naam aangepast tot Koninklijk Nederlands Watersport Verbond (KNWV). De gebruikelijke naam is Watersportverbond. Eind dertiger jaren bleek er binnen het Verbond een grote behoefte te ontstaan aan kleinere wedstrijdklassen. Vooral WSV De Kaag, WSV Nieuwe Meer en de Haarlemsche Jachtclub maakten zich hier sterk voor. Deze inspanningen hadden tot gevolg dat de HJC in 1940 opdracht gaf tot het ontwerpen van de Spaarnejol.*
Behalve dat de verenigingen een gemeenschappelijk zeilwater op de Mooie Nel hadden, kenden de drie watersportverengingen identieke problemen, zoals het voortdurend energie steken in een goede accommodatie en het zorgen voor een steeds betere wedstrijdorganisatie. Na veel vallen en opstaan werd in 1950 door de drie verenigingen het Comité Nationale Wedstrijden (CNZ) opgericht, waardoor de onderlinge * Zie ook het hoofdstuk: de HJC en de Spaarnejol, pagina 38.
Nadat in 1918 de HJC een feit was, werd in 1922 de Haarlemse Zeilvereniging (HZV) opgericht en nog wat later, in 1937, de Jachtvereniging de Watervrienden (JVW). Dit betekende niet alleen een intensivering van de zeilsport in Haarlem, maar bracht ook een zekere animositeit te weeg.
foto rechts: Nationale Wedstrijden in 1976. In beeld de Schakelklasse met de 807 van Leo Roelofs.
119
foto onder: De laatste nationale Wedstrijden in 1997.
verhoudingen en samenwerking steeds beter werden. Aanvankelijk waren de Nationale Wedstrijden zeer succesvol met veel deelnemers - vaak uit Duitsland - in verschillende klassen. Soms liep het aantal inschrijvingen zo hoog op dat de wedstrijden over twee weekenden verdeeld moesten worden. Mede door het beleid van het Watersportverbond om het aantal toegestane klassen te beperken liep het aantal deelnemers in de jaren negentig sterk terug. Door gebrek aan belangstelling werd in 1998 zelfs besloten om geen Nationale Wedstrijden meer te organiseren.
sportverenigingen in de regio gepleit voor de aanleg van een jachthaven op dit eiland. Om het protest kracht bij te zetten bundelden de watersportverenigingen HZV, JVW, WSV IJmond en de HJC hun krachten, wat leidde tot twee initiatieven: het organiseren van de Fortrace en het oprichten van het WatersportcomitĂŠ IJmuiden. Deze initiatieven bleken zeer succesvol: de Fortrace werd een jaarlijks terugkerende zeilwedstrijd en het Forteiland bleef behouden. Uiteindelijk kwam er ook een jachthaven in IJmuiden, Seaport Marina.
Fortrace uiterst rechts: Omslag programmaboekje Nationale Wedstrijden uit 1948.
Het CNZ bestaat echter nog steeds en organiseert elk voorjaar de Fortrace. De Fortrace is een eendaagse wedstrijd voor zeegaande jachten voor de kust van IJmuiden.
In 1984 dreigde Rijkswaterstaat het Forteiland op te offeren, ten behoeve van het uitdiepen van de haventoegang van IJmuiden. Dit voornemen leverde veel protest op, ook vanuit de watersport. Een paar jaar eerder hadden namelijk alle water120
Het WatersportcomitĂŠ IJmuiden heeft in 1987 en 1988 nog wel twee motorboottochten georganiseerd (onder andere naar het Scheepvaartmuseum in Amsterdam), maar werd opgeheven toen de jachthaven in IJmuiden gerealiseerd was. Belangenbehartiging Voor de Haarlemse verenigingen HZV, JVW en de HJC bleef behoefte aan een jaarlijks gezamenlijk overleg te bestaan.
Dit overleg vindt elk najaar plaats en heeft de naam Tripartite overleg gekregen. Afwisselend treedt één van de verenigingen als gastheer op. Sinds 2014 neemt ook de KR&ZV Het Spaarne deel aan dit overleg, omdat zij voor hun zeilafdeling een accommodatie aan de Mooie Nel heeft gekregen.
Combi Amsterdam
In de loop van de negentiger jaren ontstond ook behoefte om in breder verband met de Gemeente Haarlem over allerlei zaken betreffende het gebruik van het water te spreken.
Over het hele land zijn er acht Combi’s, die regionaal verspreid zijn. Het doel van de Combi is kindvriendelijke evenementen te organiseren, waarbij ook het sociale aspect een belangrijke rol speelt. De Combi-wedstrijden zijn bedoeld voor de jeugd van 8 tot 19 jaar.*
In 1984 trad de Haarlemsche Jachtclub toe tot de Combi Amsterdam, die in dat zelfde jaar werd opgericht. De Combi Amsterdam bestaat momenteel uit zo’n 14 watersportverenigingen binnen de regio Amsterdam.
*Zie ook het hoofdstuk het HJC Pinksterweekend. uiterst links: Affiche openingswedstrijden HJC i.s.m. CNZ uit 1998. foto onder: Cadet-klasse.
WK Cadet in Andijk
Dit leidde in 1997 tot de oprichting van het Platform Waterrecreatie Haarlem*, waarin alle partijen die recreatief gebruik maken van het water in Haarlem, zitting hebben. In 2007 werd het Platform omgezet in een officiële vereniging met statuten en kreeg de naam Belangenvereniging Waterrecreatie Haarlem.
Gezien de goede ervaringen met de combi Amsterdam werd in 1988 de Haarlemsche Jachtclub samen met WSV De Koenen uit Amsterdam en WSV De Kreupel uit Andijk gevraagd het Wereldkampioenschap in de Cadetklasse te organiseren.
* Initiatiefnemers voor de oprichting van dit Platform waren de heren H. Baayens (Wetterwille) en Gerard
Dit kampioenschap vond in 1989 op het IJsselmeer bij Andijk plaats. Voor de HJC zaten Gerard Kosters en Nico Hin in de organisatie van dit WK.
Kosters (HJC). Zij kregen veel steun van mevrouw P. Cameron (gemeente Haarlem - dienst Sport en Recreatie).
121
Het organiseren van zeilevenementen
Bert van Veldhuijsen, wedstrijdcommissaris leverde veel input voor de tekst op deze pagina.
De Haarlemsche Jachtclub heeft een eigen wedstrijdorganisatie voor zeilevenementen, die ook veel ervaring heeft met het organiseren van andere grote zeilevenementen. Al jarenlang stelt de HJC haar accommodatie beschikbaar voor de scouting wedstrijden van de Admiraliteit Haarlem e.o. Deze zeilwedstrijden worden geleid door het HJC-wedstrijdcomitĂŠ.
foto onder: Scouting wedstrijden in Lelyvletten op de Mooie Nel.
Dit comitĂŠ gaf ook leiding aan het WK Bic-klasse te Medemblik in 2009 en
organiseerde in 2010 het NK Flash-klasse op de Mooie Nel. Vanaf 2011 heeft de HJC de organisatie van het NK Teamzeilen in de Optimist toegewezen gekregen. Naar aanleiding van het succes van het NK Teamzeilen wilden zowel de Flying Junior en de Spanker-klasse hun jaarlijks terugkerend evenement op de HJC zeilen. De mooie ligging van de haven van de Haarlemsche Jachtclub en het goed kunnen volgen van de wedstrijden vanaf de kant speelden in deze beslissing zeker mee.
122
foto boven: Spankers op de Mooie Nel. foto daar boven: NK Teamzeilen Optimist 2014. foto links: Flying Junior-klasse
de HJC clubboten De zeilende schepen Al in de jaren dertig beschikte de Haarlemsche Jachtclub over eigen clubboten. In die tijd waren dat 12-voets-jollen,* die in eerste instantie bedoeld waren om jeugdige leden te leren zeilen. Maar deze waren ook beschikbaar om er een wedstrijd mee te zeilen of om er een toertochtje mee te maken. In 1940 gaf de Haarlemsche Jachtclub opdracht voor het ontwerp en de bouw
Toen na 1997 niet meer in de Cadet gezeild werd zijn de bootjes verkocht. Zo rond 1993 startte de JVW met het lesgeven voor volwassenen in een open zeilboot. Dit bleek zo’n succes dat de Haarlemsche Jachtclub in 1995 besloot ook een dergelijke zeilboot aan te schaffen. Het werd een Centaur, ook weer bedoeld voor lesgeven en gebruik in zeilwedstrijden of om recreatief mee te varen. Met een knipoog naar de naam van de JVW boot, de
* Zie pagina 27.
van de Spaarnejol.** Drie jollen werden door de HJC aangeschaft voor verhuur aan leden. De eerste cluboptimisten werden in 1974 aangeschaft.*** De doelstelling hiervoor was dezelfde als toendertijd voor de 12-voetsjollen. In 2017 bezit de HJC 13 Optimisten, die intensief gebruikt worden. Leden van de werkploeg hebben het in de winter druk met het repareren en onderhouden van de bootjes. Geregeld worden de Optimisten vervangen door nieuwe boten en worden de oude verkocht. In de periode dat het zeilen in de Cadet populair was, werd besloten twee clubcadetten aan te schaffen om het zeilen met bemanning te promoten.
Googeldoos, werd de HJC Centauer gedoopt met de naam Trukendoos. Het gebruik van deze boot werd zo’n succes dat er behoefte bleek aan een tweede boot. De Centaur werd in 2007 verkocht en er werden twee polyvalken aangeschaft die de namen Water en Wind kregen.
** Zie pagina 38. *** Zie pagina 59. foto links: De HJC centauer.
Toen in 2005 met het laserzeilen op woensdagavond begonnen werd bleek dit direct een groot succes. Daarom werden in 2012 twee clublasers aangeschaft.
foto’s rechts: De HJC polyvalken, Water en Wind.
123
* Een RIB (Rigid Inflateble Boat) is een snelle planerende boot met een vaste bodem omringd door een luchtgevulde rand. (tube).
De gemotoriseerde schepen
Verenigingssloep Batavus.
Toen het lesgeven en zeilen in de Optimist en later ook in de Cadet zo’n vlucht nam, werd het wenselijk dat er rescue boten kwamen voor begeleiding op het water. De HJC schafte toen drie polyester rescue’s aan. Dat waren twee Boston Whalers en een Caroline die prima voldeden totdat er ook zeilwedstrijden op ruimer water gehouden werden. Er bleek toen behoefte aan snelle trailerbare rubberen begeleidingsboten wat tot de aanschaf van drie RIB’s* leidde.
In 1971 gaf HJC-lid de heer T. den Breejen van de Bout zijn sloep Batavus in langdurige bruikleen aan de vereniging op voorwaarde dat de sloep goed onderhouden zou worden. Van dit aanbod maakte de Haarlemsche Jachtclub dankbaar gebruik. Om de Batavus goed tegen alle weersomstandigheden te kunnen beschermen werd op de haven aan de Spaarndamseweg een loods gebouwd.
*
Na de verhuizing naar Schoteroog kreeg de Batavus weer een eigen loods. Het ontwerp hiervan is van Henk van Beijeren die tevens de bouw ervan, door de werkploeg, coördineerde. foto boven: De HJC RIB’s in 2015. foto rechts: De Batavus in 2012.
In het seizoen 2013/14 werden twee Fun Yak’s voor de begeleiding van de zeillessen gekocht. Deze bootjes zijn voorzien van een trailer, zijn erg ruim en zeer onderhoudsvriendelijk. in 2017 bezit de Haarlemsche Jachtclub een hele vloot aan clubboten, t.w.:
foto boven: Batavusloods in 2016.
124
13 Optimisten, 2 Lasers, 2 Splashes, 3 RIB’s (2 x 4,5 m. en 1 x 3,5 meter op trailers), 2 rode polyethyleen Fun Yak’s (op trailer), 2 rode polyester Boston Whalers en 2 Polyvalken (Water en Wind).
De Batavus, die uiteindelijk in 2000 eigendom van de HJC werd, is in al die jaren steeds aangepast aan de eisen van de tijd. Zo kwam er in 1994 een modernere motor in, die Dirk ten Veen beschikbaar stelde. Tegelijk werd de besturing aangepast; van een helmstok naar een stuurrad. De Batavus wordt nog steeds voor diverse verenigingsdoeleinden gebruikt.
laserzeilen op de HJC Wat is een Laser: De Laser is een boot die je enkel door het verwisselen van een mastonderdeel en het zeil in drie verschillende boten kunt veranderen. Zo zijn er dus eigenlijk drie klassen met één boot(romp): Laser 4.7 (jeugdklasse), Laser Radiaal (Olympische boot voor dames sinds 2004) en de Laser Standaard, een 45 jaar jonge Olympische klasse waarvan er wereldwijd meer dan 200.000 zijn verkocht.
nam in de loop der jaren af maar na de verhuizing van de HJC naar de Mooie Nel kwam een lang gekoesterde wens in vervulling om avondwedstrijden te gaan organiseren. Rob Hoogland, oud
Na een jaartje getest te hebben op de maandagavond werd na overleg met een groepje zeilers de woensdagavond de Laser (Master) avond. Na een start met een klein groepje enthousiaste zeilers en na promotie binnen en buiten de club wordt de groep steeds groter.
wedstrijdcommissaris schreef de tekst van dit hoofdstuk.
bij de foto’s: Impressie HJC-laserzeilen
Van die 200.000 boten liggen er ca. dertig op de HJC en twee daarvan zijn HJC clubboten. Deze twee clubboten zijn in 2012 aangeschaft ter promotie van het Laser (Master) zeilen. Al in de jaren 80 werd er met Lasers gevaren op de HJC. Tijdens openingsen sluitingswedstrijden en tijdens de nationale wedstrijden waren HJC leden actief. Het aantal actieve Laserzeilers
Adse Jelles, samen met Rob Hoogland intiatiefnemer van het HJC-laserzeilen.
125
De club-lasers hebben ervoor gezorgd dat ook potentiele leden konden proeven aan het laserzeilen en aan de gezelligheid voor, tijdens en ook na het zeilen. Met gemiddeld tussen de 10 en 15 bootjes, is het een vaste waarde van de HJC geworden.
Na de wedstrijden wordt er gezellig nagepraat en gediscussieerd over wedstrijdsituaties in het clubhuis.
Het veld bestaat voornamelijk uit Master (35+) zeilers dames en heren, maar regelmatig sluiten ook jongere zeilers en zeilsters aan. De wedstrijdvorm is simpel, onze vaste wedstrijdleider Victor van der Laan legt
De Lasergroep bestaat ondertussen uit een vaste kern van 15 Ă 20 zeilers die op de woensdagavonden, het NK masters, de HJC-sluitingswedstrijden, 6-uurs van Amsterdam en de Boterletterwedstrijd actief zijn.
bij de foto’s: I0mpressies van het HJC-Laserzeilen op de woensdagavond.
iedere week een keurige driehoek-lus baan uit met een startlijn die ook als finishlijn gebruikt wordt. De wedstrijden zijn kort maar krachtig (maximaal 15 minuten), waardoor er op een avond minimaal vijf wedstrijden achter elkaar gezeild kunnen worden.
126
De groep is nog steeds groeiend en dat is voor de groep, maar ook voor de HJC goed nieuws.
de lustrumvieringen en andere HJC feesten
127
de HJC lustrumvieringen en andere feesten
Het grootste deel van dit hoofdstuk is geschreven door Warner Lubberink,
Behalve varen en een haven runnen kunnen ze bij de HJC heel goed feest vieren. Door het jaar heen worden er altijd openings- en sluitingsfeesten georganiseerd en elk zeilevenement kent wel een ”eigen” feestavond. Jarenlang was er elke vrijdagavond soos en nu hebben we de 3e-zondag-van-demaand borrel.
aangevuld met informatie van HJC feestvierders.
boven: Aankondiging van de viering van het 65-jarig bestaan uit de Schuimspatten van september 1982.
Decennia lang werden er in de winter drukbezochte kien-avonden georganiseerd, aanvankelijk op de werf van
Stapel omdat er in het clubhuis op haven 1 niet genoeg ruimte was (geliefd als prijs waren de pondjes paling en de opgemaakte schotels). Vroeger werden er ook feesten gegeven bij Brinkmann op de Grote Markt. Memorabel was een carnavalsfeest in de kousenfabriek van Hin in 1968, waar de feestgangers heel veel werk van hun kostuums hadden gemaakt. De polonaise werd aangevoerd door Fred en Wilma Franken van Hotel Iepenhove. Er waren pinguïns en oliesjeiks en aan het eind van de avond kregen we allemaal een paar panty’s mee, in 1968 een noviteit.
128
Bij al die feesten zijn zeker de lustrumfeesten memorabel, waarvan dit jaar dus de 20ste editie gevierd wordt. Al deze jubileumfeesten waren -en zijnondenkbaar zonder een receptie, een heerlijke maaltijd, een gezellig drankje en feestelijke dansmuziek, meestal live gebracht. Het lustrumfeest in 1977 in de loods was er één met een prachtig koud buffet, damasten servetten en Sola verzilverde fruitmesjes, afkomstig van ”sponsor” KLM (die waarschijnlijk op papier en plastic overging). Nog jaren daarna kon je aan boord van trouwe leden die servetten en mesjes tegenkomen. Van echte sponsors was toen trouwens nog geen sprake: het waren de leden die op strategische plekken werkten en zo de HJC wisten te helpen. Waarschijnlijk heeft Nico Hin bij die gelegenheid het besluit genomen voortaan het eten van een feestbuffet uit te serveren om te voorkomen dat de eerstkomenden hun bord overladen met paling en zalm, ten nadele van de leden die pas later aan de beurt komen. Een goede zet. Behalve gegeten is er toen veel gevaren: een gondelvaart, een vlootschouw en pretwedstrijden. Een groot aantal leden heeft toen ”coöperatief ” pavoiseervlaggen ingekocht, die vanaf dat moment trouw zijn gebruikt. Bij het jubileum in 1982 (de HJC bestond toen 65 jaar) werd als thema passend bij het oprichtingsjaar, alles in Charleston stijl gekozen. In de Schuimspatten werd het feest ruim van tevoren aangekondigd en voorbereid onder andere met uitgewerkte naaipatronen voor passende jurken.
In die tijd kwamen er ook relatiegeschenken op de markt. Daar ging de feestcommissie in mee (wel eerst even de penningmeester over de streep trekken!). De flesopener, tevens afsluiter, heeft in veel boten jaren dienst gedaan, en de kurkentrekker met opdruk doet dat bij enkelen nog altijd. Voor de kinderen waren er spakenflitsers. Er werd gefeest en gedanst op de muziek van een dixielandband The Riverboat Jazzband in de loods, waar de kostuums goed tot hun recht kwamen.
wedstrijden, allerlei spelletjes, zoals een zelfgemaakt levensgroot Dr. Bibberspel (dat nog vele jaren op de zolder van de loods bewaard is gebleven). Voor de prijswinnaars was er taart. Zoveel dat er uitgedeeld kon worden. En er was natuurlijk admiraalzeilen, afgenomen door het voltallige bestuur vanaf de Borras (het schip van de familie Stapel). Voor de leden waren er handdoeken die je onder je zeilpak om de hals kon dragen en gastendoekjes, deels gemaakt door de feest
Wat had iedereen haar of zijn best gedaan! Er werd in stijl gegeten: in een aantal groepen kregen we het diner voorgeschoteld in het clubhuis. Dat was een groot succes, zij het dat koude kervelsoep beter smaakt in het voorjaar (toen we de voorbereidingen deden) dan in de herfst.
commissieleden en geborduurd met het feestlogo Hajeceventig. Ze hebben -zichtbaar- vele jaren dienst gedaan op HJC-schepen. We kregen bij de overschrijding van ons budget gelukkig veel steun van de toenmalige (ondernemer) voorzitter Wietze Zuidema. Er was eten van de grill, bereid door Theo van Roode (ook nu nog bekend in die rol), die opereerde vanuit een aan de loods vastgemaakte tent.
Vijf jaar later, in 1987, was het vooral een sportief jubileumfeest. Er waren
HJC 65 flesopener uit 1982.
foto boven: Admiraalzeilen in 1987 afgenomen door het HJC bestuur aan boord van de Borras.
129
Tijdens het diner waren er optredens van leden. De muziek werd verzorgd door de band van Ruud Jansen, bij wie iedereen een verzoeknummerkon indienen.
foto boven: De Há Jé Céventig nekhanddoek.
rechts: De Dukdalf, een betonnen zitbank, geschonken door de HJC leden in 1992.
* Zie pagina 45. foto rechts: HJC jeugd verkleed als piraten tijdens HJC 80 in 1997. ** Zie pagina 127.
De stepping flagstones, totaal
75 jaar HJC (1992): voor dit feest werd de loods omgetoverd in een galerie (met dit keer als ”sponsor” voor de verplaatsbare wanden de provincie Noord-Holland via ons lid Cees van der Togt), waar verschillende leden hun bijzondere talenten (op ander gebied dan varen) toonden. Veel aandacht was er voor de geschiedenis van de HJC, onder andere door het van de zolder van de familie Hin opduiken van zeilen, zeilkleding en vooral dikke kapok zwemvesten, die even zwaar als ongemakkelijk draagbaar waren. Waren we blij dat we die in 1992 niet meer hoefden aan te trekken… ! Bij die gelegenheid heeft Auke Bender een nieuw modern logo ontworpen*, karakteristiek voor de (toenmalige) haven aan de Spaarndamseweg, in even voor de hand liggende als mooie tinten blauw. Cadeau voor de leden was een luchtfoto van diezelfde haven, met het logo op het dak geschilderd.** Er zijn leden met een ladder op het clubhuis geklommen om het te controleren. Fotobewerking stond bij de meesten van ons nog niet op het netvlies. Er waren speciale vlaggen en een spandoek gemaakt (ook blauw natuurlijk) en 75 boomstamschijven waren als ”stepping stones” met de jaartallen erop geschil derd, neergelegd.
75 stuks.
Dit bijzondere lustrumfeest werd geopend door de toenmalige hoofdredactrice van de Schuimspatten en 130
echtgenote van de voorzitter, Goke van Beijeren, die door een afgeplakte deur het clubhuis moest binnenstappen. Het cadeau van de leden aan de haven is de Dukdalf, een betonnen zitbank met een bijzondere vorm (en weinig zitgemak), die door beeldhouwer/lid Joep van Opzeeland is voorzien van een inscriptie in echt bladgoud: vijf sterren, een toepasselijk symbool voor deze bijzondere club!
In een buitengewone ledenvergadering werd Nico Hin benoemd tot erelid. Dat is hij dus nu alweer 25 jaar. ’s Avonds was er een uitgebreid buffet in de loods, waarbij de ”eigen” HJCband de Paalwormstampers met o.a. Luco Krijff en Aris Schutte, speelde.
80 jaar HJC (1997): vooral een sportief jubileumfeest met een zeskamp op het haventerrein en op en in het Spaarne zelf. Vanaf dit jaar is er ook meer aandacht gekomen voor de jongere leden, c.q. kinderen van leden, met een prachtig Piraten-thema.
Ook de toenmalige havenmeester Jan Clay was beschikbaar voor de waterval: een door de leden zelf gemaakte enorme waterbak, met een stoel erboven. Als er goed gemikt werd, viel het slachtoffer in de waterbak. De muzikanten waren als middeleeuwer (en/of als piraat) gekleed en deden veel spelletjes met de kinderen. Er was een ”lange latten loop” met 7 man op één stel skies. Het diner werd verzorgd door vakman Ton Beeren en zijn helpers. De laatsten deelden de koffie uit in HJC-mokken, die nog in menig schip te vinden zijn. Ook toen werd er weer volop gedanst in de loods met live muziek van De Onderlinge. In 2002 werd het 85-jarig bestaan gevierd met een oosters tintje. In verband met de te verwachten verplaatsing van de haven, die wel een heel lange schaduw vooruit wierp, werden de budgetten voor de feesten wat soberder gehouden. Leden van de feestcommissie maakten zelf enorme hoeveelheden gehaktballetjes in pindasaus. Verder kwam de maaltijd van ”de
Chinees uit Velserbroek” en aan tafel werden we onderhouden door een goochelaar en een zangeres. De gezamenlijke tocht op zaterdag naar Beverwijk voor de Oosterse en Zwarte Markt bleek voor velen een onbekende, maar aangename verras-
sing. Bij terugkeer wachtte hun een hartverwarmende welkomstdrank. Het clubhuis was fantastisch in sfeer versierd met een (geleende) manshoge Boeddha (die ”assisteerde” bij de collecte voor de KNRM). De uitnodiging kwam met eetstokjes, er was een linnen tasje met HJC-opdruk en Chinese geluksmuntjes en het bedankje was een rode kaars met een Chinees gedicht. De feestcommissie had als voorbereiding gezamenlijk tijdens de Hiswa in maart 2002 een bloedrode zeilkano in speciale drakenuitvoering gebouwd. Bij het afsluiten van de Hiswa werd de boot (Mushu gedoopt) mee naar de club genomen, samen met een grote hoeveelheid vloerbedekking. Dit laatste geregeld door speciaal assistent Huub Hin. We konden er de hele loods mee bekleden.
Huub Hin
De muziek werd andermaal verzorgd door The Spirits of Swing o.l.v. Lukko Krijff. Met de kano werd het hoogtepunt van het jubileum op de zondag luister bijgezet: dat was echt Drakenboot varen. De eerste demonstratie wekte direct een ongekend enthousiasme op: iedereen, echt iedereen, wilde meedoen en werd gegrepen door het ritme van de trommel. De jeugdige aanwezigen konden een Chinese vlieger maken. Toen die gereed waren, werd er een vliegerwedstrijd gehouden. Na afloop kregen alle feestgangers als herinnering een linnen HJC-draagtas.
foto links uit 2002:
90 jaar HJC (2007): een feest met vooral behendigheidsspelen voor de jeugd en voor iedereen wedstrijden in Canadese kano’s. Er werd gegeten in de prachtig aangeklede loods, met heerlijk opgediend eten. De 4 Tuoze Matroze verzorgden
Linnen draagtas
Drakenbootrace op het Spaarne, onderdeel van de viering HJC 85.
uit 2002.
131
de (live) muziek, waarop in (stijl!) gedanst werd, door leden en door een dansgroep. De schepen in de haven waren overdag gepavoiseerd en `s avonds feestelijk verlicht.
Bij alle feesten is, zoals altijd bij de HJC, gigantisch veel werk verzet door heel veel mensen. Dat is echt een kwaliteit van deze club en haar leden. Een kwaliteit waarvan gelukkig altijd sprake was en nog steeds is, als er werk moet worden verzet. Het is vaak door de bestuursleden gezegd en elk jaar genieten die vrijwilligers op een speciale feestavond terecht van die erkenning. Zonder zoveel mensen die altijd weer bereid zijn zoveel werk aan de club te besteden, was er veel niet gelukt, en zeker deze jubileumfeesten niet.
foto boven: Spandoek 2012.
95 jaar HJC (2012): de verhuizing was nu echt �nakend� en dus vond de penningmeester meer dan ooit gehoor voor zijn pleidooi tot soberheid. Desalniettemin werd het in alle opzichten toch weer een kleurrijk feest met als thema de kleuren rood, geel, zwart en wit. Tijdens de receptie op zaterdagmiddag, waarvoor ook veel oud-leden waren uitgenodigd, bleek al dat iedereen zich goed (zij het niet altijd smaakvol) aan deze dresscode had gehouden. De feestmaaltijd met paella en tapas, werd verzorgd door brasserie De Karmeliet. Na het eten was het tijd voor swingende muziek van de band N-RG music. Als cadeau kreeg iedereen een klein linnen etui/tasje met het logo van het feest, een zakje dat bij veel mensen inmiddels gebruikt wordt voor de plastic bar-munten.
boven: Aandenken jubileum 2012.
132
boven: Jubileumomslag Schuimspatten HJC 70.
foto’s en publicaties van de HJC (lustrum) feesten
foto boven: Ton Beeren, verantwoordelijk voor veel maaltijden bij HJC evenementen.
boven: Verslag over de viering van HJC 80 in het Haarlems Weekblad van 8 september 1997.
foto boven uit 2002: Hoe een botenloods een feestzaal werd - HJC 85.
boven: Jubileumomslag Schuimspatten HJC 75.
foto boven uit 1997: HJC 80 - wedstrijd zeilhijsen.
133
foto’s en publicaties van de HJC (lustrum) feesten
foto links uit 2002: Warner Lubberink in de HJC 85 jubileumkano ”Mushu”. Deze kano is door HJC leden op de HISWA in 2002 gebouwd.
onder: Jubileumomslag Schuimspatten HJC 80 en de
foto boven: Theo van Roode bereidde vaak
mok die elke deelnemer als herinnering aan het feest
maaltijden voor diverse HJC evenementen.
kreeg. Het logo is gemaakt door Yvonne Finnema.
foto boven uit 2012: HJC 95 - duidelijk is het motto van het feest te zien: rood, zwart, geel en wit.
foto boven uit 1987: HJC 70 - roeiwedstrijden in Lely-vletten.
134
”oude tijden herleven op de HJC” 135
Oude tijden herleven op de HJC
3e prijs Gold Fleet HJC Jollenweekend 2014.
foto boven: 12-voetsjollenvloot op de Mooie Nel in 2014. foto: Wietske van Soest
Naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de 12-voetsjollenklasse in Nederland en het verschijnen van een jubileumboek hierover werd in het voorjaar van 2013 de HJC door Wietske van Soest benaderd voor documentatie en foto’s over het jollenverleden van de HJC. Naar aanleiding daarvan ontstond bij de toenmalige wedstrijdcommissaris Rob Hoogland en bij Auke Bender het plan om in het jubileumjaar van de jol in 2014 een Jollenweekend op de HJC te organiseren.
De HJC had immers een hele traditie in het zeilen met de 12-voetsjol opgebouwd. De laatste 12-voetsjollen wedstrijden waren in 1997 op de Mooie Nel gevaren. Het idee voor een Jollenweekend vond weerklank bij de Twaalfvoetsjollenclub, en in hechte samenwerking met hen namen Nico Hin en Auke Bender de organisatie op zich. Het thema voor het weekend was:
”Oude tijden herleven op de HJC”. rechts: affiche HJC Jollenweekend 2014.
136
Het weekend vond plaats op 23 en 24 augustus 2014. Dankzij veel lobbywerk van de regiocommissaris West van de
twaalvoetsollenclub, Anjo Klinkenberg, waren er meer dan veertig jollen aanwezig en was de hele Mooie Nel bezaaid met veel oude en nieuwe 12-voetsjollen. De vele inschrijvingen noopte het wedstrijdcomité het deelnemersveld in vier velden op te splitsen en iedere groep te voorzien van een eigen kleur wimpel, zodat uiteindelijk op zondag gestreden kon worden in de Gold en Silver Fleet.
Het weer was wisselvallig met soms behoorlijk veel wind en onweer in de buien, waardoor de pompen gebruikt moesten worden om twee omgeslagen jollen leeg te pompen. Helaas draaide de wind op zondagochtend zo, dat er alleen maar halvewindse rakken gevaren konden worden. Het wedstrijdcomitĂŠ was daardoor genoodzaakt deze ochtendwedstrijd ongeldig te verklaren.
zeilers aanwezig: o.a. Ernst Holtrop, Anneke en Wouter Holtrop, Lies ’t Hooft, Bea Brinkmann-Hin, Huub Hin en Tonny Surendonk. Tonny Surendonk, toen 82 jaar jong, zeilde zelfs mee!
foto onder:
Oude tijden herleefden wel degelijk tijdens het Jollenweekend op de HJC.
foto boven:
De jollenvloot bij het start/finishschip van wedstrijdleider Bert van Veldhuijsen.
Namens de HJC was de oude clubjol Kolonel, nu in het bezit van de familie Stapel, aanwezig.
Gezellige drukte bij de vlonder.
Zondag na de wedstrijden vond in de loods de prijsuitreiking plaats. Na afloop werden alle HJC-vrijwilligers door Karel de Boer, bestuurslid van de Twaalfvoetsjollenclub, in het zonnetje gezet en bedankt met een leuke attentie. En met succes, want de Kolonel behaalde in de Silver Fleet de 3e prijs! Overdag en ook tijdens het Jollendiner, dat in de feestelijk versierde loods plaatsvond, waren veel oud-HJC-jollen-
foto: Theo van Meerwijk foto links: De bemanning van de Kolonel - Rik Stapel en Jolijt de Jong. foto: Wietske van Soest
De Haarlemsche Jachtclub kreeg het jubileumboek Twaalfvoetsjol, 100 jaar klasse aangeboden met een mooi bedankje voorin het boek geschreven en een prachtig halfmodel van een jol.
137
HJC voorzitters en ereleden
Ereleden
Voorzitters 1917-1918
Cornelis Hin
LĂŠon Huybrechts
1918-1940
Kolonel C.W. de Visser
Kolonel C.W. de Visser
1940-1947
G.J. Bleeker
M. van Breemen
1947-1950
Ir. C.J. Meyers
Jan Wansink
1950-1957
Jan Wansink
Leen Schaap
1957-1970
Piet Stapel
Piet Stapel
1970-1974
Willem ten Sythof
D. de Boer
1974-1982
Cees Vroege
Nico Hin
1982-1988
Wytze Zuidema
Henk van Beijeren
1988-1994
Henk van Beijeren
Leo Roelofs
1994-1997
Cor Couzijn
Wilko Emmens
1997-2004
Auke Bender
2004-2012
Wilko Emmens
2012-2015
Rob van Zalingen
2015-
Wilko Emmens
v.l.n.r. Rob van Zalingen - Wilko Emmens - Auke Bender - Cor Couzijn
v.l.n.r. Leo Roelofs - Henk van Beijeren - Nico Hin en
en Henk van Beijeren / foto 2012
Wilko Emmens / foto 2016
138
galerij van HJC kampioenen Olympische medailles, wereld, europese, nationale en andere kampioentitels ooit behaald door leden varend voor de Haarlemsche Jachtclub.
1920 1923 1952 1957 1966 1966 1966 1967 1969 1969 1974 1978 1979 1987 1988 1988 1989 1990 1990 1994 1995 1996 1996 1999 2000 2000 2000 2002 2004 2004 2004 2004 2005 2006 2008 2009 2009 20o9 2010 2010 2010
Johan, Frans Sr. & Cornelis Hin Cornelis Hin Ernst & Wouter Holtrop Ernst Holtrop Ernst Cancrinus Piet Bulters Emil Verharen Marie-Louise & Stef Franken Rolf Vrolijk Rolf Vrolijk & Stef Franken Willem de Voogt Ernst Cancrinus Ernst Cancrinus Adse Jelles Adse Jelles Arie-Jan van Beekum Arie-Jan van Beekum Arie-Jan van Beekum Janneke Hin Frans Hin Janneke Hin Janneke Hin Frans Hin Renée Groeneveld Renée Groeneveld Janneke Hin Frans Hin Frans Hin Huub Hin Janneke Hin Jelle Jutjens Gea Jutjens Janneke Hin Frans Hin Renée Groeneveld Bart Lambriex Bart Lambriex Igor van Zalinge Igor van Zalinge Kevin Bergers Kevin Bergers
OS-goud NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK NK WK NK WK WK NK NK NK EK NK NK NK NK BK NK NK NK NK NK BK NK EK WK NK
12-voetsjol 12-voetsjol 12-voetsjol 12-voetsjol Stern 12-voetsjol OK jol Stern OK jol Spanker Vaurien IOR 2 IOR 2 Yngling Yngling 12-voetsjol 12-voetsjol 12-voetsjol Vaurien dames Vaurien Vaurien dames Vaurien dames Vaurien Optimist Optimist Matchracen Teamzeilen Teamzeilen 12-voetsjol Yngling Splash 470 Yngling Matchracen Yngling Optimist benjamin Optimist benjamin Flash Flash Open Bic Open Bic
OS = Olympisch kampioen EK = Europees kampioen WK = Wereld kampioen BK = Belgisch kampioen ZWK = Zwitsers kampioen DK = Duits kampioen BRK = Brits kampioen SK = Spaans kampioen NK = Nederlands kampioen
139
2010 2010 2010 2010 2010
2011 2011 2011 2011 2011 2011 2012 2012 2015 2016 2016 2016
Janneke Hin Janneke Hin Robbie Bilas Robbie Bilas & Jeroen Emmens HJC Team: Frans Hin - Stan Hart Renée Groeneveld - Janneke Hin Robbie Bilas - Jeroen Emmens Auke Holtrop - Igor van Zalinge Robbert Holtrop Renée Groeneveld Bart Lambriex Bart Lambriex Bart Lambriex Bart Lambriex Ewout Lubberink Frans Hin - Janneke Hin Dirk Huizinga Dirk Bennen Finn Holtrop Bart Lambriex Renée Groeneveld Finn Holtrop
WK NK NK NK NK
J22 J22 Star ORC N2 Clubteamzeilen
SK NK NK BK DK NK BRK
Matchracen Teamzeilen Optimist Optimist Optimist Melges 24 Teamzeilen
NK NK WK NK ZWK
470 Teamzeilen 49 er FX jeugd Teamzeilen Laser 4.7
HJC Vlaggendragers Tijdens de najaarsvergadering worden ieder jaar de vlaggendragers van de Haarlemsche Jachtclub gehuldigd.
Wat zijn de criteria om HJC Vlaggendrager te worden? Eindigen bij de eerste drie: - in het totaal klassement van de combi Amsterdam - tijdens het Pinksterweekend in Haarlem - bij een groot evenement - of als er een bijzondere prestatie geleverd is (ter beoordeling van de wedstrijdcommissaris en/of bestuur HJC) Inmiddels zijn er zoveel HJC-leden Vlaggendrager geworden dat het vermelden van hun namen ondoenlijk is.
140
HJC Waarderingsprijs De HJC Waarderingsprijs wordt vanaf 1990 ieder jaar tijdens de Algemene ledenvergadering uitgereikt aan die vrijwilliger die zich volgens het bestuur uitzonderlijk heeft ingezet voor de Haarlemsche Jachtclub. Deze prijs is beschikbaar gesteld door N.F. van Dee.
Oorspronkelijk is deze prijs, een bord van origineel Makkummer aardewerk, bedoeld voor het best geschreven en ingestuurde reisverslag of logboek. Wegens gebrek aan belangstelling hiervoor is met toestemming van de familie Van Dee de prijs veranderd in HJC Waarderingsprijs.
Eervolle vermeldingen Nico Hin: erelid
Hermien Droge: coรถrdinator jeugdzeilen 1985 - 1999
1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
Jan de Jong Freek van der Vlies Edwin Rijvordt Oebele Dijk Goke van Beijeren Robert van Beijeren Marja van Meerwijk Chiel Stijger Gerard Kosters Gerbrand Janssen Henk van Beijeren Hans & Tineke Struijkenkamp Goos & Yvonne Finnema
De Werkploeg Ria Jutjens Cees van Beijeren Nico Hoogland Bert van Veldhuijsen Auke Bender Hans Gortworst Albert-Jan Pauw Tineke Struijkenkamp Murielle Holtrop Rob & Monique Hoogland De Denktank Fam. Kees van der Knaap
141
HJC Waarderingsprijs jeugdbestuur Deze wisselprijs wordt sinds 1976 ieder jaar door het jeugdbestuur uitgereikt aan degene die zich in het voorafgaande jaar het meest heeft ingezet voor de jeugd van de HJC. De winnaars zijn: 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 t/m 2006 2007 2008 t/m 2014 142
G.P Bethlem M.C. Neder Helman G.P. Bethlem H. Hatvari J. en D. van Opzeeland B. van Dee J. Feije G. Neder Helman Theo van Meerwijk G.P Bethlem M.C. Neder Helman G.P. Bethlem H. Hatvari J. en D. van Opzeeland B. van Dee J. Feije G. Neder Helman Theo van Meerwijk Goos Finnema Marja van Meerwijk D. Knevelbaard Jan de Gelder Gerbrand Janssen Gerard Kosters Hermien Drรถge B. Roozen Zeilinstructeurs HJC Cees Groeneveld Hans Struijkenkamp / Wim Jutjens Henk van Beijeren / Theo van Meerwijk Leo en Maaike Roelofs / Goos en Yvonne Finnema Hans en Tineke Struijkenkamp geen jeugdbestuur Fleur Finnema / Arne Paauw / Jelle Jutjens Danny Struijkenkamp geen jeugdbestuur
de Poelsnipbeker Sinds 1957 wordt ieder jaar tijdens de najaarvergadering de Poelsnipbeker uitgereikt aan de zeiler die de meeste officiële starts maakt in het zeilseizoen van 1-11 tot 31-10. Starts op de Mooie Nel tellen daarbij dubbel. De beker is vernoemd naar ”de Poelsnip” de naam van de boot van zijn schenker, oud HJC erelid Mr. L. Schaap. De winnaars zijn: 1958 1959 1960 1961 1962 1963 1964 1965 1966 1967 1968 1969 1970 1971 1972 1973 1974 1975 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993
A.J. van Beekum P.J.M. Bulters P.J.M. Bulters K. de Boer R. Vrolijk R. Vrolijk R. Vrolijk R. Vrolijk J. Franken J. Franken W.G. de Voogd W.G. de Voogd W.G. de Voogd/ A.C. Schaaf M.J. Schaaf E.B. van Veen Fred Schaaf E.B. van Veen Fred Schaaf Fred Schaaf Rob Seepers E.P. Hamer Rob Seepers Fred Schaaf R.M. Tan D.O. Koene D.O. Koene Dennis van Meerwijk Dennis van Meerwijk Dennis van Meerwijk / Frans Hin Frans Hin / Simon Wijsenbeek Simon Wijsenbeek / Dennis van Meerwijk Frans Hin Timo Kosters Timo Kosters Patrick Roozen Patrick Roozen
1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Olaf Severijnse Olaf Severijnse/Gea Jutjens Gea Jutjens Renée Groeneveld Renée Groeneveld Renée Groeneveld Renée Groeneveld Renée Groeneveld Karsten Pierik Karsten Pierik Jens Roelofs Danny Struijkenkamp Danny Struijkenkamp Auke Holtrop Bart Lambriex Auke Holtrop Bart Lambriex Bart Lambriex Bart Lambriex Finn Holtrop Finn Holtrop Finn Holtrop Casper Kowalski
143
colofon foto’s: Archief HJC Hanneke Gilissen Tanja ter Haar Murielle Holtrop Natasja Klarenbeek Fred Koops Theo van Meerwijk Aris Schutte Menno Sjordema Wietske van Soest Remmelt Staal
Janneke Hin
tekstredactie: Janneke Hin Klaas de Jong Klaas de Jong
samenstelling en grafische vormgeving: Auke Bender Auke Bender
digitale druk: Indrukwekkend, Heiloo
144
Zonder de medewerking van onderstaande personen was deze uitgave niet mogelijk geweest. Goke en Henk van Beijeren Wilko Emmens Yvonne en Goos Finnema Bas van Goor Hans Gortworst Renée Groeneveld Ronald ter Haar Leonard Heukels Jan Berent Heukensfeldt Jansen (Watersportverbond) Nico Hin Huub Hin Floris Hin Anneke en Wouter Holtrop Auke Holtrop Lies ’t Hoofd Monique en Rob Hoogland Bernard ter Horst Dirk Jan Huizinga (K.R.&Z.V. Het Spaarne) Adse Jelles K.N.R.& Z.V. Muiden Hedwich Kuipers (Watersportverbond) Jaap van der Leij Warner Lubberink Marja van Meerwijk Albert-Jan Pauw Leo Roelofs Wietske van Soest (12-voetsjollenclub) Bert van Veldhuijsen Joop van Viersen Leo Verwey Huub de Vries (Scheepswerf De Vries - Aalsmeer) Ron van der Wel (Indrukwekkend)