Ode aan de leerkracht – juli 2019 4 Digitale geletterdheid: pabostudenten zijn inhoudsexperts
8 Evert Bisschop Boele tijdens GROND: ‘Kunsteducatie: een lichtvoetige benadering’
10 AOLB-alumnus Chris Bolding: ‘Een mooie verbinding tussen theorie en praktijk’
Lerarentekort?
We pakken de uitdaging aan! Wat is er mooier dan te mogen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen? Zien hoe ze groeien, leren, zelfstandig worden. Nog altijd kiezen veel studenten en zij-instromers voor de pabo omdat ze het onderwijs een prachtig vak vinden en graag met kinderen willen werken. Helaas zijn dat er nog steeds te weinig. In de Randstad leidt dit op veel plaatsen al tot drastische maatregelen maar ook in het Noorden is het lerarentekort voelbaar. Drie betrokkenen uit Noord-Nederland vertellen over hun passie voor het onderwijs en de manier waarop zij de uitdaging van het lerarentekort oppakken. In 2022 dreigt er een tekort van 4.100 voltijds leerkrachten en schoolleiders. In 2027 dreigt dat tekort op te lopen tot zelfs 11.000. Een kwart van de leraren in het primair onderwijs is ouder dan 55 jaar en gaat de komende jaren met pensioen. De instroom van pabostudenten stijgt langzaam, maar nog niet snel genoeg en er zijn te weinig invallers voorhanden. De ernst van de situatie verschilt per regio, maar de trend is duidelijk: we hebben meer leerkrachten nodig om het primair onderwijs in de benen te houden. De Rijksoverheid heeft al een aantal maatregelen genomen. Zo is het collegegeld voor de eerste twee jaar van de lerarenopleidingen gehalveerd. Verder is er de maatregel ‘Versneld voor de klas’ en mogen invallers sinds dit schooljaar vaker achter elkaar worden ingeschakeld. Tenslotte werkt de pabo van de Hanze met 15 besturen in Noord Nederland samen in het project Regionale aanpak Lerarentekort. In Noord-Nederland zetten basisscholen alles op alles om alle vacatures in te vullen en is het vaak een hele toer om invallers te vinden bij verzuim. Ondertussen staat het imago van het onderwijs in de media onder druk. Hoog tijd om dat beeld bij te stellen, vinden Leonie Korteweg, Jaap Hansen en Wieke Zondervan. Natuurlijk, het is essentieel om meer
mensen te interesseren voor een toekomst in het primair onderwijs, daarvan zijn ze alle drie overtuigd. Maar dat is niet het enige antwoord: ze vinden het ook belangrijk de leerkrachten van nu te behouden en het onderwijs zo goed mogelijk voor te bereiden op de toekomst. >> lees verder op pagina 2
Leonie Korteweg, directeur onderwijs & kwaliteit stichting Openbaar Onderwijs Marenland
‘Bouwen aan het onderwijs van de toekomst’ Leonie Kortweg is dertien jaar werkzaam in het noordoosten van de provincie, een gebied van Groningen dat te maken heeft met krimp, daling van leerlingenaantallen en aardbevingen. Onder de stichting Openbaar Onderwijs Marenland vallen 21 scholen die samen zo’n 2.600 leerlingen tellen. Als gevolg van de aardbevingsproblematiek moeten alle schoolgebouwen worden versterkt of wordt er nieuwbouw gepleegd zodat de kinderen veilig naar school kunnen gaan. ‘Dat is een traject van meerdere jaren. De eerste nieuwe scholen zijn opgeleverd. We bouwen voor de komende veertig jaar, dat houdt dus in dat je ook goed naar je visie op onderwijs en de personeelsbezetting kijkt. Hoeveel mensen hebben we nodig, welke functies en hoe ziet het onderwijs er over pakweg tien jaar uit?’ Geen hoog verzuim, wel soms invallers nodig
2
Alle vacatures in dit krimpgebied zijn vervuld. Toch is Leonie bezorgd: ‘Wij hoeven geen vierdaagse werkweek in te voeren, maar als iemand onverwacht uitvalt, dan hebben we wel een probleem. Alle tijdelijke functies zijn al ingevuld. We werken samen met een bureau waar alle invallers staan ingeschreven, maar er is veel vraag naar. Ons verzuim is niet hoog, maar we hebben wel invallers nodig. We zijn een actieve organisatie en doen veel aan het scholen van mensen. Maar ja, als iemand overdag naar een opleiding gaat, moet er wel een vervanger komen. En dat is dus lastig. Die
Wieke Zondervan, directeur Meander (Reitdiep) en Driebond (Engelbert) en projectleider van de nog op te richten basisschool van Meerstad.
‘Laat zien hoeveel voldoening je uit het onderwijs haalt’ Hoe interesseer je mensen om zich te scholen voor een functie in het onderwijs? En wat doe je op school om je eigen medewerkers gemotiveerd te houden? Wieke Zondervan besteedt dagelijks aandacht aan beide aspecten. Ze geeft graag voorlichting over het vak van leerkracht aan pabo-studenten, havo- en vwo-scholieren en zij-instromers. ‘Dan vertel ik over de leuke kanten van het vak en over de voldoening die je eruit haalt. Als mensen twijfelen, nodig ik ze uit om bij ons op school te komen kijken. Als ik op het voortgezet onderwijs voorlichting geef over het werken in het basisonderwijs, merk ik dat leerlingen hun ideeën over het onderwijs baseren op hun eigen herinneringen. Maar er is ondertussen zoveel veranderd. Ja, het is een pittig beroep, dat vertel ik ook, maar je krijgt er zoveel voor terug. Wat niet helpt is dat de salarissen nog steeds laag zijn en dat het imago van het onderwijs niet goed is. Leerkracht in het primair onderwijs is een prachtig vak. Je bent de hele dag bezig met kinderen die enthousiast zijn over wat jij doet.
Voor leerkrachten die houden van hun vak is het echt heel vervelend dat er zo vaak negatief over het onderwijs wordt gesproken.’ Spoeling is dun
Ook Wieke heeft in de praktijk te maken met het lerarentekort. Bij ziekte is het soms lastig om invallers te vinden. ‘Ja, dan moeten we weleens heel vervelende maatregelen nemen: een klas naar huis sturen of leerlingen verdelen over andere groepen. Openbaar Onderwijs Groningen heeft een lijst met namen van invallers, maar helaas is de spoeling dun. Het is jammer dat de waarschuwingen over de krapte zo lang zijn genegeerd door de overheid. Daar hebben we nu dus last van.’ Goed scholing aanbieden
Wieke ziet zeker mogelijkheden om het onderwijs aantrekkelijker te maken: zowel voor het zittend personeel als voor nieuwe leerkrachten. ‘Ik vind het essentieel dat je zorgt voor een goed scholingsaanbod, zodat leer-
krachten zich verder kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld in het bewegingsonderwijs of op het gebied van het jonge kind. We hebben ook leerkrachten die ervoor kiezen om een master te doen. Wij faciliteren medewerkers die zich verder willen ontwikkelen en stellen daar, voor zover mogelijk, ook tijd voor beschikbaar. Op Meander werken we met vakspecialisten. Een groepsleerkracht kan zich ontwikkelen in een vak naar keuze: muziek, Engels of bewegingsonderwijs bijvoorbeeld. Deze leerkrachten hebben allemaal een eigen groep, maar op een aantal momenten in de week neemt een collega je groep over en geef jij les in je specialisme aan andere groepen. We rouleren dus op dat moment. Het is heel motiverend om je te verdiepen in een vak dat je zelf leuk vindt en daarin les te geven. Ik merk dat onze leerkrachten dit systeem enorm waarderen.’ Voorstander van unit-onderwijs
Wieke zou graag zien dat het onderwijs op een andere manier wordt georganiseerd en is daar zelf al volop mee bezig. Zo is ze een groot voorstander van het unit-onderwijs, waarmee al op verschillende plaatsen in het land wordt geëxperimenteerd: een manier van werken die het onderwijs interessant houdt en naar verwachting helpt om het tekort aan leerkrachten op te lossen: ‘Heb je bijvoorbeeld voor alles wat je aanbiedt een leerkracht nodig? Als de kinderen een pauzehap eten, moet daar dan per se een leerkracht bij zitten of kun je dat ook overlaten aan een onderwijsassistent? Kun
je voor beeldende vorming ook een ondersteuner inschakelen die goed is geschoold in de creatieve vakken? De kwaliteit van het onderwijs staat natuurlijk voorop, maar ik ben ervan overtuigd dat je veel kunt bereiken als groepsleerkrachten samenwerken met goede ondersteuners en onderwijsassistenten. Je bent als unit verantwoordelijk voor je leerlingen, maar ook voor elkaar. Ik denk dat we met die manier van werken veel kunnen bereiken. Voor de nieuwbouw in Meerstad zijn we aan het nadenken over hoe we het gebouw zo flexibel kunnen maken dat we op bepaalde momenten instructie kunnen geven aan veel grotere groepen en op andere momenten juist heel gericht kunnen werken met kleine groepjes.’ Geef leraren vertrouwen!
Een baan in het basisonderwijs is pittig, maar zeer de moeite waar, sluit ze af. ‘De werkdruk is inderdaad hoog en de startsalarissen zijn voor hbo-geschoolden wat lager. Ik begrijp goed dat jonge mensen daar ook naar kijken. Maar er zijn gelukkig toch veel jongeren die wel voor dit vak kiezen omdat ze graag met kinderen werken. Mijn grote wens is dat we onze leerkrachten meer vertrouwen geven. Als je ziet wat ze nu op papier moeten zetten om hun onderwijs goed te organiseren: daarin slaan we echt door. Het lijkt soms of ze twee beroepen hebben: overdag geven ze les en na schooltijd zijn ze administratief medewerker. Dat kan echt anders: we moeten ze meer vertrouwen geven. Dat vind ik heel belangrijk.’
groep moet wel gewoon draaien.’ Pittige baan, prachtig vak
Wie kiest voor het onderwijs, krijgt een drukke baan en maakt lange dagen. Leonie: ‘Onze leerkrachten hebben continuroosters, dus dat is best pittig. Ze moeten hun lessen goed voorbereiden en veel met elkaar overleggen. Gepersonaliseerd onderwijs betekent dat je heel dicht op de kinderen zit en veel tijd steekt in bijhouden hoe ver ze zijn en wat ze nodig hebben voor een nieuwe stap. Dat is best zwaar, maar wat ik ook zie is hoe onze leerkrachten genieten van hun werk. Ze vinden het gewoon een prachtig vak. Ik vind het dan ook jammer dat er niet meer mensen kiezen voor de pabo! Vooral mannen: een betere verdeling tussen mannen en vrouwen op school is goed voor de kinderen en voor de teams. Ik krijg wel de indruk dat hier verbetering in komt de laatste tijd.’ Om het werk als leerkracht aantrekkelijker te maken, werkt Leonie graag samen met de pabo: ‘We krijgen hier veel stagiaires van de pabo. Talentvolle stagiaires met potentie proberen we aan ons te binden door ze goed te begeleiden en al snel met ze in gesprek te gaan over hun toekomst.’
Subsidie onderwijsassistenten
Sinds dit schooljaar is er een subsidie voor het opleiden van onderwijsassistenten tot leraar in deeltijd, waar Leonie’s collega’s ook gebruik van zouden willen maken. ‘Helaas moeten ze daarvoor naar Zwolle en dan gaan zaken als reistijd en kosten meespelen. We kunnen niet wachten totdat onze assistenten in Groningen deeltijd naar de pabo kunnen gaan.’ Ze ziet ook steeds meer behoefte onder het personeel om vakleerkracht te worden. ‘De vraag naar vakdocenten groeit, dus daar zie ik ook mogelijkheden voor onze mensen om zich te specialiseren. Het is bovendien de vraag of
je niet al veel eerder in het traject leerkrachten zou moeten specialiseren, dus de kennis rond een vakgebied echt verdiepen. Daar is vraag naar.’ Werkleerpleinen
Een andere ontwikkeling betreft de organisatie van de scholen, zoals de omschakeling naar werkleerpleinen. Gepersonaliseerd leren staat daarbij centraal: een ontwikkeling die veel tijd kost, maar het werk voor leerkrachten absoluut uitdagender zal maken. Leonie: ‘Twee van onze scholen zijn daarmee aan het oefenen. Aangezien wij bezig zijn met
nieuwbouw vanwege de aardbevingen is dit het ideale moment om na te denken over hoe je ruimtes kunt aanpassen om op een andere manier les te geven. Je kunt dan denken aan hoeken waar je kinderen in groepjes instructie geeft. Of over manieren om meerdere leerkrachten te verdelen over een grotere groep kinderen. Goede instructie verzorgen blijft de sleutel naar het begrijpen van dingen en ermee verder kunnen. Hoe gaan we dat in een unit doen? Welke vorm gaan we daarvoor kiezen? Dat zijn zaken waar we volop mee bezig zijn. Ik denk dat deze ontwikkeling voor de pabo ook interessant is om te volgen.’
Kiezen voor verbreding
Een veelgehoord bezwaar tegen een loopbaan in het onderwijs is dat scholen platte organisaties zijn, waardoor de doorgroeimogelijkheden beperkt zijn. Leonie: ‘Je hebt leerkrachten en schoolleiders: meer smaken hebben we niet. Als je begint, kun je al bijna uitrekenen hoeveel je zult verdienen als je 45 bent. De meeste leerkrachten kiezen voor de pabo omdat ze kinderen iets willen leren en graag vaardigheden willen overdragen. Als je meer wilt, dan kan dat door een opleiding te volgen en binnen de school kan je dan een taak op je nemen. Je kunt je bijvoorbeeld verbreden door je te scholen op een bepaald gebied: je kunt rekencoördinator worden of je verdiepen in de ICT of muziek. Je kunt ook een master doen of werken op een academische basisschool. Wij hebben zelf de Marenland Academie, waarbij leerkrachten zich elk jaar kunnen aanmelden voor individuele scholingsmogelijkheden.’
3
De Pabo van de Hanzehogeschool Groningen en 15 schoolbesturen uit Stad en Ommeland zijn projecten gestart om het lerarentekort tegen te gaan. Dit gebeurt met financiële steun van OCW. De projecten lopen in het schooljaar 2019-2020; de voorbereidingen vinden voor de zomervakantie plaats. De projecten zijn gericht op verbetering van de instroom en doorstroom van studenten op de pabo, het begeleiden van startende leerkrachten, coaching en training van zittende leerkrachten en versterking van het imago van het beroep van leerkracht (en hoe mooi dat wel niet is!). Interesse? Neem contact op met Mark Terpstra via e-mail m.r.terpstra@pl.hanze.nl.
Jaap Hansen, voorzitter College van Bestuur van de Stichting
Strategisch beleid
Openbaar Onderwijs Oost-Groningen
De Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen heeft onlangs een nieuw strategisch beleid geformuleerd waarbij kinderopvang en onderwijs met elkaar worden verbonden. Jaap: ‘Wij gaan een doorgaande leerlijn ontwikkelen van nul tot twaalf dan wel veertien jaar. Mogelijk dat we met het voortgezet onderwijs daartoe ook tienerscholen oprichten. Dat betekent dat je de expertise van verschillende organisaties op het gebied van opvang en voortgezet onderwijs verbindt met het primair onderwijs. Je deelt expertise met elkaar en zet gezamenlijk in op nieuwe concepten.’
‘Het onderwijs anders organiseren’ Als voorzitter van het CvB van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen geeft Jaap Hansen samen met Ted Hulst leiding aan 23 openbare basisscholen in Oost-Groningen: van Winschoten tot aan de Duitse grens. Over het lerarentekort wordt op deze scholen veel gesproken. Jaap Hansen vindt daarbij twee aspecten van belang. ‘Hoe kan je meer leraren binnenhalen? Wat kun je doen om de instroom van jongeren te bevorderen voor lerarenopleidingen en hoe kun je meer herintreders aantrekken? Natuurlijk moet je hieraan werken, maar het zal niet direct een oplossing zijn voor het tekort van nu omdat het opleiden van mensen tijd vraagt. Wat je wel direct kunt uitvoeren, is het nadenken over en het implementeren van nieuwe onderwijsconcepten en organisatiestructuren in het onderwijs. Het tekort aan leerkrachten is ook een kans! Een kans om het onderwijs anders te gaan organiseren.’
Geen bedreiging maar een kans
Jaap ziet het lerarentekort niet alleen als een bedreiging maar ook als een kans om het onderwijs te verbeteren. ‘Denk na welk onderwijsconcept je hanteert en welke organisatie daarbij past. En denk dan na over wat de maatschappij vraagt als het gaat om leren. Dan kun je verschillende concepten de revue laten passeren. Bijvoorbeeld gepersonaliseerd leren waarbij je de leerlingen verantwoordelijk maakt voor het eigen leren. Dat kunnen we gewoon gaan doen. Onze verantwoordelijkheid is dan het geven van kwalitatief goed onderwijs. Uiteraard kun je ook voor een ander concept kiezen.’ Op de website van zijn organisatie doet hij uit de doeken hoe zijn organisatie hiermee omgaat. ‘Anders organiseren van het onderwijs kan volgens mij wel degelijk helpen om het lerarentekort op te lossen.’
Beter anticiperen op de toekomst
Dat lerarentekort is overigens niet uit de lucht komen vallen, wil hij toch graag toevoegen. ‘De overheid had er jaren geleden op kunnen anticiperen. We hebben verzuimd om de rekensom te maken waarmee we hadden kunnen voorspellen hoeveel kinderen we konden verwachten, hoeveel mensen er met pensioen zouden gaan. Dat had wel moeten gebeuren en dat is de overheid aan te rekenen. Op dit moment zie ik in ons gebied veel leegstand van gebouwen. Die kunnen we gebruiken om onderwijs en opvang te combineren. Er liggen nieuwe kansen en we moeten niet opnieuw wachten tot het te laat is. Zo zie ik nu een ontwikkeling waarbij jonge mensen die naar de stad zijn weggetrokken, nu kinderen krijgen er toch weer voor kiezen om zich te vestigen in de buitengebieden. Er is een
trend gaande waarbij mensen weer behoefte hebben aan ruimte en natuur. Die trend is van invloed op hoe wij hier het onderwijs inrichten.’ Pabo anders profileren
Jaap zou graag zien dat de pabo zich anders gaat profileren. ‘Alles wat je hebt geleerd op het gebied van klassenmanagement kun je gebruiken in elke organisatie. De kwaliteit en inhoud van de pabo-opleiding zou veel beter voor het voetlicht moeten komen. Als je die opleiding volgt, word je niet alleen leraar. Je leert nog veel meer. Je kunt uitgroeien tot een directeur van een school, maar je kunt ook in een heel andere organisatie als manager gaan werken. Je doet er de kennis en vaardigheden op die overal van pas komen. Als je dat laat zien, maak je de opleiding voor veel meer mensen interessanter. Maak zichtbaar hoe succesvol mensen zijn die de pabo hebben gedaan ook buiten het onderwijs. Zo trek je meer doelgroepen aan, wordt de opleiding alleen maar beter en dat heeft dan weer zijn weerklank in het onderwijs zelf. Daarvan ben ik overtuigd.’
Digitale geletterdheid IWP: pabostudenten zijn inhoudsexperts Kinderen van nu groeien op in een fysieke en online wereld. Peuters kunnen al swipen op een iPad, basisschoolleerlingen storten zich vol overgave op internetgames als Fortnite en hebben al op jonge leeftijd een smartphone op zak. Ook aan scholen zijn de digitale ontwikkelingen niet voorbijgegaan: overal hangen digiborden, staan computers en gebruiken leerlingen tablets. Zo op het oog zit het wel goed met de digitale geletterdheid in het basisonderwijs. Of lijkt dat alleen maar zo? De stagiaires van de minor ICT & Didactiek van de Pedagogische Academie schieten de scholen te hulp als inhoudsexperts.
Digitale geletterdheid betekent meer dan de aanwezigheid van digitale hulpmiddelen op school. Zoals Bas Hummel, leerkracht van groep 8 op de Brederoschool in Groningen en deelprojectleider digitale geletterdheid het uitdrukt: ‘Leerlingen worden niet vanzelf mediawijs. Het is de taak van het basisonderwijs om kinderen te begeleiden bij het aanleren van digitale vaardigheden. Daarom vind ik dat digitale geletterdheid een verplicht vak zou moeten zijn op de Pedagogische Academie, zodat alle aankomende leerkrachten ICT-bekwaam van de opleiding komen.’ Voorschot nemen op nieuwe leerlijn
In de plannen voor het nieuwe curriculum (curriculum.nu) is een belangrijke plek weggelegd voor digitale geletterdheid. Voor het basisonderwijs betekent dit dat leerkrachten vaardigheden als mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden en computational thinking moeten aanleren. Openbaar Onderwijs Groningen nam in 2016 alvast een voorschot door mee te
4
werken aan de ontwikkeling van de nieuwe leerlijn Digitale Geletterdheid. Als deelprojectleider werkt Bas Hummel twee dagen in de week voor dit project: één dag om de digitale geletterdheid te implementeren op de Brederoschool en één dag om andere scholen te begeleiden en ondersteunen bij de implementatie. Vijf pilotscholen gingen in 2016 van start en inmiddels zijn alle scholen van Openbaar Onderwijs Groningen aangehaakt. Bas: ‘Toen we begonnen, was er nog maar weinig materiaal voor handen. We hebben samen met de Stichting Leerlijn Ontwikkeling (SLO) een leerlijn ontwikkeld die inmiddels kan worden toegepast in de onder-, middenen bovenbouw.’ Inhoudsexperts van de pabo
Met de minor ICT & Didactiek, bedoeld voor vierdejaarsstudenten, draagt de Pedagogische Academie bij aan het bevorderen van de digitale geletterdheid. Studenten die deze minor volgen werken voor de deelprojectleider digitale geletterdheid van een basisschool, waar ze hun kennis delen door eigen lessen te ontwikkelen en te geven. Zo maakte pabostudent David van Kesteren twaalf lessen voor de Brederoschool. ‘Eerst heb ik met Bas overlegd waar de school behoefte aan had. Hij vroeg me om me te richten op het vakintegraal aanbieden van digitale geletterdheid. Met behulp van voorbeeldlessen heb ik laten zien hoe je dat kunt aanpakken. Zo heb ik een les gemaakt waarbij de leerlingen een stop-motion-filmpje maken over een van de seizoenen. En ik heb er een app bij gezocht waarmee de leerkracht heel gemakkelijk zelf zo’n filmpje kan maken.’
David heeft onze leerkrachten laten zien hoe je digitale geletterdheid kunt verwerken in je lessen en hij sloot daarbij heel goed aan bij de belevingswereld van de kinderen. Een echte winwinsituatie dus.
Minor ICT & Didaktiek De minor ICT & Didaktiek is onderdeel van de Innovatiewerkplaats met dezelfde naam. Hylke Faber is betrokken docent-onderzoeker en projectmedewerker van deze werkplaats en doet onderzoek naar hoe digitale geletterdheid een plek kan krijgen in het basisonderwijs. Net als in de rest van de Hanzehogeschool werkt de PA met innovatie werkplaatsen. Het doel van een IWP is tweeledig. Het gaat om het realiseren van vernieuwing en innovatieve oplossingen voor praktijkvraagtukken in de beroepspraktijk én het creëren van een uitdagende leeromgeving waarin de IWP-participanten (studenten,leerkrachten PO, docent/ onderzoekers PA) zich ontwikkelen. Hylke: ‘Wij onderzoeken bijvoorbeeld welke digitale vaardigheden leerkrachten zelf nodig hebben. Als je wilt dat leerlingen van groep 5 iets kunnen programmeren op de iPad, moet je dat zelf ook kunnen. Als je een digibord in je klas hebt moet je weten hoe je zo’n bord het beste kunt gebruiken en op welke manier je interactie tussen kinderen met behulp van dat bord kunt bevorderen. We zien nu te vaak dat leerkrachten zo’n bord alleen gebruiken om plaatjes te laten zien of om hun presentatie op te kopiëren. Als je digitaal vaardig bent, kun je zoveel meer doen met zo’n digibord en kun je het veel beter inzetten in je lessen.’ Om scholen te ondersteunen met digitale geletterdheid heeft de IWP lessen ontwikkeld voor groep 2 tot en met 8. Deze lesmaterialen kunnen leerkrachten gratis downloaden op de website van de IWP (https://www.hanze.nl/programmeren).
Programmeren met kleuters Josina Koning, docent en onderzoeker van het IWP, richt zich vooral op de onderbouw. ‘Ik ben ooit begonnen met het geven van programmeerlessen voor de groepen 7 en 8 en vroeg me af waarom we niet starten bij de kleuters. Hoe jonger je begint, hoe hoger het uiteindelijke niveau dat je kunt bereiken.’ Aan de hand van Hello Ruby, een boek over programmeren van de Finse kinderboeken schrijfster Linda Liukas, ontwikkelde ze een serie programmeerlessen voor leerlingen in groep 2 en 3. ‘Kinderen leren dat programmeren eigenlijk het oplossen van problemen is. In dit boek gaat het meisje Ruby op zoek naar edelstenen en komt ze onderweg allerlei problemen tegen die ze moet oplossen. Aan de hand van dat verhaal kun je kleuters leren programmeren zonder dat er een computer aan te pas komt. Ze stempelen behang voor de sneeuwluipaard, ze ontwerpen dansjes en ze maken tekeningen. Ze leren in feite dat een computer een beetje dom is. Hij doet alleen wat jij hem voorschrijft. Neem het algoritme tafeldekken: eerst de borden, dan de vorken, dan de taart en dan het kleed. Kinderen liggen dan in een deuk, want ze zien meteen dat die volgorde niet klopt: het kleed ligt over alles heen. Ze leren zo te debuggen: haal de fout uit het algoritme. Ik vraag kinderen ook om lijnen te tekenen en drie kleuren te gebruiken. Als ze klaar zijn, zien ze dat alle tekeningen anders zijn. Hoe kun je ervoor zorgen dat alle tekeningen gelijk worden? Dan heb je dus een algoritme nodig. Zo leren kinderen de grondbeginselen van het programmeren aan: algoritmes schrijven, debuggen, herhalingen toepassen, patronen herkennen. En dat allemaal zonder dat er een beeldscherm aan te pas komt.’
5
Niet alleen achter een scherm
Vaak is de gedachte dat digitale geletterdheid betekent dat kinderen vele uren achter een computerscherm moeten doorbrengen. Dat is helemaal niet nodig, vertelt David: je hebt de computer lang niet altijd nodig om aan digitale geletterdheid te werken. ‘Je kunt met de kinderen discussiëren over hoe ze zelf omgaan met social media bijvoorbeeld. Ik heb ook een kaartspel over cybersecurity met ze gedaan, waarbij de leerlingen een eigen rol hadden in de strijd tussen de hackers en de cyberpolitie. Een soort levend Stratego dat we lekker buiten in het park rondom de school hebben gespeeld.’ De komst van David naar de Brederoschool betekende voor Bas dat hij hulp kreeg bij de implementatie van de leerlijn. ‘Er is genoeg te doen. Alle leerkrachten vinden dat digitale geletterdheid belangrijk is, maar niet iedereen kan er al goed mee overweg in de klas. Ze zijn soms onzeker over hun eigen digitale vaardigheden of denken dat ze kinderen er niet genoeg over kunnen leren. Ook veronderstellen veel leerkrachten, en niet alleen bij ons op school, dat kinderen al veel meer kunnen op dit gebied. Dat is dus niet het geval: we moeten leerlingen echt begeleiden op dit gebied.’ Hij is enthousiast over de bijdrage van de student: ‘David heeft onze leerkrachten laten zien hoe je digitale geletterdheid kunt verwerken in je lessen en hij sloot daarbij heel goed aan bij de belevingswereld van de kinderen. Een echte win-winsituatie dus.’ Digitale geletterdheid in het speciaal onderwijs
Ook Rudy van der Meer kijkt met genoegen terug op de stage van zijn pabostudenten. Hij is ICT-coördinator op twee scholen van Openbaar Onderwijs Groningen: de mytylschool Prins Johan Friso en de Buitenschool in Haren. Rudy: ‘Ook in het speciaal onderwijs werken we aan de digitale geletterdheid. Het leek ons een goed idee om de pabostudenten die deze minor gingen doen kennis te
laten maken met hoe je zoiets aanpakt in het speciaal onderwijs.’ Shanon en Christiaan gingen aan de slag met het thema mediawijsheid. Rudy: ‘We vroegen ze om dit thema te combineren met bepaald vakken. Ook hebben ze gekeken naar hoe je een les voor de onderbouw kunt omzetten naar een voor de midden- en bovenbouw. Welke werkvormen kun je dan gebruiken? Wat moet je aanpassen? Wat gebeurt er dan in de klas?’ De combinaties die de stagiaires maakten zijn Rudy goed bevallen. ‘Een rode draad was bijvoorbeeld het aannemen van een ander perspectief. In de les over pesten voor de middenbouw deden we een rollenspel waarbij leerlingen beurtelings de rol van pester, buitenstaander en slachtoffer aannamen. De digitale component was de vertaalslag van pesten op het schoolplein naar cyberbullying. In de bovenbouw zijn we bezig geweest met YouTube-video’s waarbij jongeren LEGO uitpakken en ermee gaan spelen. Daar hebben we samen gesprekken over gevoerd. Ook hebben we het gehad over influencers en de vraag of je daarmee een commercieel doel hebt of het voor je lol doet. Het was een heel breed spectrum aan onderwerpen. Het mooie was dat duidelijk werd dat je digitale geletterdheid ook heel klein en tastbaar kunt maken, zodat je er als leerkracht meer grip op krijgt.’ De pabostudenten komen op school als inhoudsexperts, maar vaak zien ze zichzelf niet zo. ‘Ze moesten eerst wennen aan dat idee, maar kwamen er al snel achter dat ze wel degelijk iets te vertellen hebben aan onze leerkrachten. En dat onze leerkrachten daar ook heel erg blij mee zijn.’ Hij heeft eigenlijk maar een kanttekening bij de de werkzaamheden: ‘Het was te kort. We hadden ze graag wat langer bij ons gehouden zodat we nog wat meer de diepte in hadden kunnen gaan. Maar deze manier van samenwerken is voor ons absoluut voor herhaling vatbaar.’
‘Even proeven aan het vak’
groot deel uit werkplekleren.
ervoor kiezen om de Verkorte opleiding tot Leraar Basisonderwijs (pabo) in zijn geheel af te ronden.
Sandra van Dijk werkt bij
Docent Esther de Groot vertelt over de kansen en mogelijkheden van deze minor voor studenten en
‘In de minor draaien de studenten een semester mee met de reguliere verkorte pabo. Ze krijgen dus het reële onderwijsaanbod, zoals zij dat ook op de pabo aantreffen als ze de opleiding in zijn geheel zouden volgen. Bij deze minor haal je een aantal vakken. Het voordeel hiervan is dat je de minor afsluit met dertig studiepunten. Als je daarna besluit de pabo te doen, heb je die punten al binnen en kun je in anderhalf jaar tijd de verkorte pabo helemaal afronden.’ Hoe ziet het programma van de minor eruit?
6
‘Je krijgt vakken als Nederlands, rekenen en sociale wetenschappen. Daarnaast heb je kunst en cultuur, Engels en motoriek. Motoriek sluit bijvoorbeeld mooi aan op de stage over het jonge kind. Het eerste blok volgen studenten twee dagen per week vakken op de opleiding. Vanaf het tweede blok volgen zij één dag college en gaan zij één dag per week stagelopen. In totaal lopen ze negen dagen stage. Het geeft de student de mogelijkheid om te proeven aan het vak.’ Voor wie is de minor bedoeld?
‘Ik krijg vaak vragen van studenten, zoals: “Ik wil graag kijken of de pabo toch niet wat voor mij is. Ik ben in het verleden een andere opleiding gaan doen, maar het zit toch nog ergens in mijn achterhoofd.” De achtergronden van deze studenten zijn heel divers. Er komen studenten binnen vanuit bijvoorbeeld de opleidingen ALO, Communicatie, Social Work en Kunsten. De grootste vraag om de minor te gaan doen is tot nu toe vanuit de ALO. ALO-studenten hebben al didactische ervaring, maar willen ook ervaren hoe het is om in een klassikale setting les te geven.’
schoolbestuur Plateau Assen
Esther de Groot, coördinator verkorte pabo
en is werkplekbegeleider bij de Pedagogische Academie (PA). ‘Ik ben duidelijk en eerlijk. Maar ik vind het nog veel
‘Het voordeel voor de student is dat ze geen extra collegegeld hoeven te betalen. Het past gewoon binnen de vrije keuzeruimte van de bachelor die je op dat moment volgt. Je verliest geen tijd en je kunt na een half jaar goed inschatten of de opleiding en het beroep van leerkracht bij je past.’
belangrijker om mensen aan te
Welke kansen biedt de minor Leraar Basisonderwijs voor het werkveld?
heeft dat net zo goed nodig.’
‘Voor het werkveld is de minor een investering. Scholen hebben de student negen weken in de klas en het is dan nog niet bekend of ze doorgaan met hun studie. Aan de andere kant: wie weet kun jij iemand wel enthousiast maken voor het vak dat jij zelf zo mooi vindt. Dus hopelijk inspireer je studenten om gezamenlijk het lerarentekort op te lossen en komen ze terug. Zeker als ze horen dat er zoveel werk in te vinden is! De minor Leraar Basisonderwijs is één van de vele maatregelen die de Pedagogische Academie inzet om bij te dragen aan het tegengaan van het lerarentekort. We kunnen hier alleen een succes van maken als we dit in samenwerking doen met onze scholen. Studenten van de verkorte opleiding en de minor bieden het werkveld ook kansen. Zij brengen kennis en ervaring mee uit hun oorspronkelijke bachelor. Zo zijn studenten met een bachelor Social Work erg goed geschoold in het geven van begeleiding en hebben studenten met een opleiding Kunst de school op dat vlak weer veel te bieden.’
Loes Gankema studeert aan de verkorte pabo en volgde tijdens haar bachelor Communicatie de minor Leraar Basisonderwijs ‘Ik heb voor de minor gekozen, omdat dit een perfecte kans is om een half jaar te kijken of het basisonderwijs toch iets voor mij is. En dat was inderdaad het geval! Na mijn studie ben ik daarom begonnen aan de Verkorte pabo. Nu ben ik straks in anderhalf jaar ook bevoegd om voor de klas te staan!’
Sandra van Dijk, werkplekbegeleider Plateau Assen
bestaat dan ook voor een
carrière in het basisonderwijs. Na de minor en na afstuderen van hun hbo-opleiding, kunnen ze
Wat zijn de voordelen van de minor Leraar Basisonderwijs voor de student?
het curriculum van de pabo. Het curriculum van de pabo
de minor Leraar Basisonderwijs aan. Met deze minor kunnen studenten zich oriënteren op een
Wat houdt de minor Leraar Basisonderwijs in?
belangrijk onderdeel binnen Oefenen is nu eenmaal nodig.
Voor hbo-studenten die nieuwsgierig zijn naar het basisonderwijs biedt de Pedagogische Academie
het werkveld.
Werkplekleren is een
moedigen. Ook coaches. Tegen een student zeg je bij goed functioneren al heel snel: ‘Je doet het goed.’ Maar een coach
Recht uit het werkveld
‘Ik was al OPLIS (opleider in de school) bij de PA toen ze mij vroegen om werkplekbegeleider te worden. Ze zochten specifiek mensen uit het werkveld die precies weten hoe de lijnen lopen binnen een basisschool. Met mijn jarenlange ervaring als leerkracht en (inmiddels) stagecoördinator bij Plateau Assen leek mij deze functie op het lijf geschreven. Nu werk ik sinds september gedetacheerd als werkplekbegeleider voor de scholen van Plateau Assen. In het begin was het even zoeken naar hoe ik mezelf deze functie eigen ging maken. Ik wist natuurlijk niet precies welke lessen er worden gegeven bij de PA. Al gauw besloot ik om dit los te laten en vooral te kijken hoe het gaat met de student en daarop in te spelen. Zo probeer ik telkens verbinding te maken. Vanuit de pabo kreeg ik een begeleider toegewezen, docent Femke Winkels. Dat was heel fijn. Elke opleidingsgerelateerde vraag die ik had kon ik bij haar neerleggen.’
Ik heb zelf jarenlang voor de klas gestaan en pabostudenten begeleid. Ik weet dus hoe druk het is, maar ook hoeveel je als leraar uit het begeleiden van studenten kunt halen.
Meerwaarde begeleiding
‘Het mooiste vind ik het werken met de studenten. Als je ze de eerste keer ontmoet voor een kennismaking zie je hun gezichten stralen: “Oh, we gaan starten met de stage. Spannend!” Zeker bij de eerstejaars. Prachtig vind ik dat! Ik begeleid op dit moment twintig studenten uit alle studiejaren, behalve LiO. Na de kennismaking geef ik ze een rooster waarop de werkbezoeken gepland staan. Ik probeer
‘Werkplek leren: de spil tussen coach en student’ deze bezoeken altijd zoveel mogelijk op één dag en in afstemming met hen te plannen. Deze bezoeken zijn een mooi moment in de begeleiding. Je voelt direct de sfeer in de klas. Ook zie je hoe de relatie verloopt tussen coach en student. Na de observatie in de klas heb ik gesprekken van twintig minuten met de coach én met de student. Dan merk je wat de meerwaarde is van mijn begeleiding. Verwachtingen en ergernissen worden namelijk vaak niet uitgesproken naar elkaar. Daarmee kan ik ze dan helpen.’ Leren door ervaren
‘Je kunt als werkplekbegeleider echt het verschil maken voor de student door ze te leren voor zichzelf op te komen en door de juiste vragen te stellen. Wat vinden ze nog moeilijk? Wat willen ze leren? Hoe kunnen ze dat het beste aanpakken? Ik leg de studenten uit dat de coaches echt hun best willen doen, maar dat zij zelf duidelijk hun verwachtingen moeten uitspreken. Zo had ik laatst een student die teleurgesteld was dat ze niet was uitgenodigd om bij een oudergesprek te zijn. Ik heb haar toen gevraagd of zij dit van tevoren bij de coach had aangegeven en hoe zij dit zou kunnen oplossen. Zij kwam zelf met het idee om alsnog het gesprek met haar coach aan te gaan. Ik vind het belangrijk dat studenten ervaren en leren uitspreken wat ze willen doordat ik de juiste vragen stel.’ Bewust ruimte geven
‘Ik heb zelf jarenlang voor de klas gestaan en pabostudenten begeleid. Ik weet dus hoe druk het is, maar ook hoeveel je als leraar uit
het begeleiden van studenten kunt halen. Die ervaring zet ik in tijdens mijn begeleiding van de coaches. Ook ken ik veel mensen uit het werkveld door mijn werk voor Plateau. Ik ben dus een bekend gezicht voor veel coaches. Dat helpt enorm bij het geven van de juiste begeleiding. Je kent hun wensen en de beperkingen. Daarnaast neem ik de tijd voor ze tijdens de één-op-één gesprekken. Ik laat ze dan bewust ook zelf praten. Zeker startende leraren hebben soms echt de behoefte aan een luisterend oor. Dat kan ik bieden. Samen moeten we zorgen voor goed onderwijs, zeker nu er zoveel behoefte is aan leraren. Ik promoot het werkplekleren door scholen te vragen of ze nog meer plekken kunnen aanbieden. Leraren vinden het soms spannend
7
om studenten te begeleiden en dat begrijp ik. Wel stel ik dan altijd de vraag: wie gaat jou straks vervangen?’ Verbinden en samenwerken
‘De oplossing voor het lerarentekort zit, naar mijns inziens, in continu de verbinding maken. Kijken waar we kunnen samenwerken. Zoek het in kleine dingen. Dat is wat ik zie in mijn werk. Belangrijkste is bijvoorbeeld dat scholen van elkaar weten als ze een leraar voor één dag in de week over hebben. Maak het inzichtelijk.’
Gezamenlijk de nieuwe generatie leerkrachten opleiden De Pedagogische Academie (PA) wil de samenwerking met het werkveld versterken en verder vormgeven aan het ‘samen opleiden’. Door samen te werken met werkplekbegeleiders op de basisschool, die goed op de hoogte zijn van dat wat er zich dagelijks afspeelt, wil de PA een optimale werkplekbegeleiding voor studenten bewerkstelligen. Daarom is vorig jaar een pilot opgezet, waaraan meerdere besturen hebben deelgenomen. Tijdens deze pilot vormden de opleider-in-de-school een vast duo met de werkplekbegeleider/docent van de PA. Deze nieuwe opzet is goed bevallen, vertelt opleidingsmanager Marion Schulte: ‘De hernieuwde wijze van samenwerken laat zien dat we meer dan voorheen van, met en aan elkaar leren. Werkplekbegeleiders uit het werkveld zijn vanwege hun ervaring van meerwaarde voor zowel onze studenten als onze docenten. Omgekeerd geldt hetzelfde. De kwaliteit van de begeleiding van het werkplekleren neemt toe. De resultaten zijn zo positief dat we graag met nog meer besturen willen samenwerken zoals we dat nu met Plateau Assen, Openbaaronderwijs Groningen, Marenland en Quadraten doen.’
Evert Bisschop Boele tijdens GROND:
GROND 2019: Buiten de vakken kleuren Buiten de vakken kleuren: cultuureducatie in verbinding met andere leerdomeinen: dat was op 23 mei het thema van de jaarlijkse GRoninger ONDerwijsdag (GROND) van de Pedagogische Academie. Maar liefst 120 professionals en studenten uit het onderwijs, de kinderopvang en culturele instellingen maakten er een boeiende dag van. Aan de hand van lezingen, workshops en onderlinge gesprekken was er alle gelegenheid om met elkaar te discussiëren over cultuureducatie in het onderwijs.
Kunsteducatie: een lichtvoetige benadering
De Pedagogische Academie organiseert jaarlijks de GRoninger ONDerwijsdag (GROND) rondom een actueel en aansprekend thema en heeft als doel onderzoek, opleiding en werkveld bij elkaar te brengen en van elkaar te leren. Dit jaar bundelden we de krachten en organiseerden we samen met Stichting Kunst & Cultuur en Samenwerkingsverband Kunsteducatie Noorder Breed de GROND.
Een wereld van cultuur: dat was de titel van de lezing die Evert Bisschop Boele gaf tijdens GROND op 23 mei jl. Als lector Kunsteducatie aan de Hanzehogeschool doet hij praktijkgericht onderzoek naar muziek- en kunsteducatie. Hij zou graag zien dat het onderwijs cultuureducatie wat lichtvoetiger zou benaderen. ‘Cultuur van alledag: we hangen iets op aan de muur, neuriën mee met een liedje op de radio en zingen onder de douche. Laten we erkennen dat we allemaal iets van cultuur in ons hebben: ook als we voor de klas staan.’
8
9
Natuurlijk neemt Evert Bisschop Boele zijn vak serieus: kunsteducatie verdient een gedegen plek in het onderwijs. Hij juicht toe dat scholen leerorkesten uitnodigen, leerkrachten de kans geeft om zich te ontwikkelen tot vakdocent. Hij zou graag zien dat scholen nog vaker muzikanten uitnodigen in de klas of ouders vragen een bijdrage te leveren aan de kunsteducatie op school. Maar: mag het alsjeblieft wat minder zwaar? ‘Ik wil zo graag af van het idee dat kunsteducatie gaat om heilig moeten, om dwang, om prestatie. Het siert ons dat we de kwaliteit van kunst belangrijk vinden, maar dat staat ons soms ook in de weg. Cultuur is van ons allemaal, neemt een vanzelfsprekende plek in ons leven in. Als we daar nu eens mee beginnen en erkennen dat alle meesters en juffen dat in zich hebben, ieder op zijn eigen manier, dan halen we de druk eraf. Kijk eens hoeveel je in de klas al doet aan cultuur: in de pauze even met de kinderen naar The Voice kijken, oude wandplaten ophangen bij aardrijkskunde, een liedje zingen op de fiets naar gym.’ Flamencomuziek en zingen op de fiets
Te veel groepsleerkachten vermijden cultuureducatie of laten als ze de kans krijgen het uitsluitend over aan een collega. Ze hebben het gevoel dat ze er te weinig van af weten of bijvoorbeeld niet goed genoeg kunnen zingen. En dat is jammer, vindt de lector: ‘Dan geef je
kinderen het idee dat kunst iets moeilijks is waarvoor je lang en veel moet leren. Zo span je het paard achter de wagen. Natuurlijk is het fijn als een collega wel graag zingt met de kinderen en als er geld is om een vakdocent in te schakelen. Maar dat betekent niet dat je er als groepsleerkracht niets meer aan hoeft te doen. Laat flamencomuziek horen tijdens een les over Spanje. Zing met de kinderen dat Engelse liedje mee. Houd het eenvoudig, til er niet te zwaar aan, maar doe het wel.’ Samen de culturele ontwikkeling van kinderen stimuleren
Bisschop Boele zou graag zien dat kinderen de ruimte krijgen om te experimenteren zodat ze ontdekken wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. ‘Als een kind van vier op school komt, heeft het al een heel muzikaal leven achter de rug. Als leerkracht kun je daarbij aanhaken, kun je iets nieuws toevoegen. Jij niet alleen, maar het hele team. Je hoeft niet alles zelf te doen of te kunnen, maar jij bent wel de regisseur. Kijk op een positieve manier naar jezelf en je eigen muzikaliteit en erken en herken dat anderen weer op een heel andere manier muzikaal zijn. Vervolgens is het van belang dat je als team elkaars talenten gebruikt. Dat je elkaar helpt om die talenten in te zetten. En dat je erkent dat je daarvoor de buitenwereld nodig hebt: muzikanten die een les verzorgen, ouders die kunnen bijdragen, kunstenaars die iets brengen wat je zelf niet in huis hebt. Cultuurcoördina-
toren kunnen hier een belangrijke rol in spelen en het is ook van belang dat de directie dergelijke initiatieven stimuleert.’ De kracht van TalentenKracht
Bisschop Boele werkt momenteel aan een onderzoekslijn gericht op het vertalen van de TalentenKracht-benadering naar kunsteducatie. ‘Die benadering gaat ervan uit dat ieder kind getalenteerd is en dat het de taak is van de groepsleerkracht om dat talent te stimuleren. Door de interactie met het kind aan te gaan in de klas en taken goed op elkaar af te stemmen creëer je een systeem dat de ontwikkeling van dat kind bevordert. Ik vind het een mooie benadering waarbij je bewust omgaat met hoe je zelf kunt bijdragen aan de ontwikkeling van een kind. De verdienste van TalentenKracht is dat deze aanpak uitgaat van het bevorderen van de nieuwsgierigheid, van experimenteren en beredeneren. Als je het in die termen stelt, is het meteen een stuk minder bedreigend. Bij wetenschap en techniek gaat dat heel goed en ik ben ervan overtuigd dat deze benadering ook goed werkt voor de kunsteducatie.’
Meer weten over interessante ontwikkelingen van kunsteducatie? Bezoek dan deze websites: • Onderzoeksgroep Kunsteducatie onder leiding van Evert Bisschop Boele. Diverse onderzoeksprogramma’s gericht op actuele kwesties in de binnen- en buitenschoolse kunsteducatie, zoals Curious Minds: talentvol gedrag in het beeldend onderwijs en Compositie & improvisatie en creatief gedrag in de klas. Zie: www. hanze.nl/kunsteducatie-onderzoek • De website gericht op TalentenKracht in Groningen: https:// talentenkrachtgroningen.nl/ • Muziek = Taal + Rekenen: een project van Dolf Brinkman en DOK Delft. Zie https://cultuurhelden.nl/muziek-taalrekenen/
Foto’s: K&C | Sijtze Veldema
Ervaringen van alumni ‘Een mooie verbinding tussen theorie en praktijk’ Naam: Chris Bolding | Opleiding: AOLB, 2015-2018 Huidige functie: Leerkracht basisonderwijs groep 7 bij Stichting Bijeen
Chris Bolding zocht een praktische opleiding met uitdaging. Het liefst in het onderwijs, want daar ligt zijn hart. Hij koos voor de Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs (AOLB). Een goede
Het is gaaf om te zien dat je met jouw kennis soms echt wat kunt veranderen op een school of in een klas.’
keuze bleek al snel. Zo mocht hij tijdens zijn stage meedenken over een bovenschools aanbod voor hoog- en meerbegaafde leerlingen. Waarom heb je voor de AOLB gekozen?
10
‘Na mijn vwo heb ik lang gezocht naar een studie die bij mij zou passen. Ik wist dat ik niet zo’n student ben die drie jaar lang alleen maar colleges volgt en theorie bestudeert. De AOLB bood mij de mogelijkheid praktisch en theoretisch bezig te zijn. Dat er een dergelijke combinatie bestond en dan ook nog in de vorm van een lerarenopleiding was een fantastische ontdekking. Het onderwijs vind ik namelijk een van de mooiste plekken om te werken. De AOLB bood daarnaast de mogelijkheid om mezelf op diverse manieren uit te dagen, waardoor ik meer kan bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen.’
Wat trok jou specifiek aan in de combinatie pabo en Pedagogische Wetenschappen?
‘De AOLB zag ik als een mooie combinatie tussen de praktische vaardigheden van de pabo en de theoretische uitdagingen van Pedagogische Wetenschappen. Ik merkte al snel dat deze studies minder ver van elkaar af stonden dan ik had verwacht. De opleiding is continu uitdagend doordat sterk wordt ingezet op de verbinding tussen praktijk en theorie.’
De AOLB bood mij de mogelijkheid om mezelf op diverse manieren uit te dagen, waardoor ik nog weer meer kan bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen’
Wat vond je het leukste onderdeel van de opleiding?
‘Het leukste was dat je op verschillende scholen terechtkomt en allerlei onderwijsvormen te zien krijgt. Hierdoor heb ik veel goede gesprekken gevoerd met interessante mensen.
Waar heb je stagegelopen?
daarna binnen het openbaar onderwijs, bij Stichting Bijeen. Ik ben blij dat ik beide typen onderwijs heb meegemaakt. Daardoor ben ik erachter gekomen wat het beste bij mij past en waar ik graag zou willen werken.’ Wat hielden je werkzaamheden precies in?
‘De stage was de eerste twee jaar vrij oriënterend en ik heb me toen sterk gericht op mijn eigen vaardigheden in de klas. In het derde jaar startte ik mijn stage op OBS de Oostenbrink van Stichting Bijeen. Ik wilde graag wat doen naast het lesgeven en heb daarom contact gezocht met de directrice van mijn stageschool. Ik kreeg de kans om na en mee te denken over een bovenschools aanbod voor hoog- en meerbegaafde leerlingen en heb een beleidsplan geschreven over het reguliere aanbod op dit gebied. Dit heeft geresulteerd in een plusklas voor deze leerlingen. In mijn vierde jaar heb ik me verdiept in het bovenschoolse aanbod op het gebied van wereldoriëntatie voor verschillende scholen binnen het cluster van mijn LIO-school.’
‘Ik heb op vier verschillende scholen stagegelopen: eerst in het christelijk onderwijs en
Wat was jouw belangrijkste leermoment tijdens je stage?
‘Het is lastig om hét belangrijkste leermoment aan te geven. Ik heb in ieder geval ontzettend veel geluk gehad met mijn mentoren tijdens de stages. Stuk voor stuk zijn het echte professionals die mij de ruimte hebben geboden om zelf te ontdekken wat ik zou willen in het onderwijs en welk type onderwijs het beste bij mij past. De gesprekken die ik met deze mensen heb gevoerd zijn voor mij ontzettend waardevol geweest en hebben bijgedragen aan hoe ik nu voor de klas sta en kijk naar het onderwijs.’
Martine Dijk, programmamanager Ad Pedagogisch Educatief Professional
Hoe heb jij je lessen op de Pedagogische Academie ervaren?
‘Positief! Ook de lessen vanuit Pedagogische Wetenschappen vond ik interessant en uitdagend. Ik vind het belangrijk om als student een kritische houding aan te nemen tegenover de koppeling tussen theorie en praktijk binnen de opleiding. Dan kun je namelijk meer betekenis geven aan de kennis die de Pedagogische Academie aanbiedt.’ Waar zie je jezelf over vijf jaar staan?
‘Ik zie mezelf over vijf jaar nog steeds in het onderwijs werken. Het is een fantastisch werkveld waar je ontzettend veel kunt betekenen. Ik zie genoeg uitdagingen voor de klas en wil daar eerst meer bekwaam in worden. Dat betekent niet dat ik vijf dagen voor de klas ga staan. Ik merk dat ik naast het lesgeven iets meer nodig heb. Ik zou meer invloed willen hebben op het creëren en vormgeven van het onderwijs. Verder vind ik het ontzettend interessant om een koppeling te maken tussen praktijk en onderzoek. Dus misschien is een promotiebeurs leraren wel iets voor mij.’ Kijk voor meer informatie over de AOLB op www.hanze.nl/aolb.
‘In twee jaar tijd zien we de studenten groeien!’ ‘De opleiding draait nu voor het tweede jaar. Het is prachtig om te zien hoe studenten in de (bijna) twee jaar zijn gegroeid. De onzekerheid om weer opnieuw in de schoolbanken te gaan zitten heeft plaatsgemaakt voor zelfbewustheid. Een aantal studenten heeft zelfs al tijdens de opleiding een nieuwe positie gekregen, bijvoorbeeld als pedagogisch coach. We leiden medewerkers op om verbinder te zijn in de leefwereld van kinderen. Onze studenten nemen op verzoek vaak deel aan allerlei projecten, zoals het opzetten van een driejarigenopvang of het ontwikkelen van een visie op de doorgaande lijn voor school en kinderopvang. Ook praten ze mee over de ontwikkeling van integrale kindcentra (IKC). We zien in het werkveld dat coachingsvaardigheden steeds belangrijker worden en dat studenten vanuit hun expertise als pedagogisch professional het verzoek krijgen om leerkrachten en pedagogisch medewerkers te coachen als het gaat om zaken als groepsdynamiek. Daarom hebben we besloten om hier meer tijd in de studie aan te besteden. Een ander signaal dat vanuit het werkveld kwam, was de wens om het profiel te verruimen van nul tot zes jaar naar nul tot twaalf jaar. Daardoor zijn medewerkers multi-inzetbaar en kunnen ze bijvoorbeeld zowel werkzaam zijn op een BSO, als op een school of in de kinderopvang. Binnen een IKC kan een medewerkers zo een vast gezicht worden voor de kinderen: op school en na school!’
Associate degree Pedagogisch Educatief Professional
De kans om door te groeien in de kinderopvang en basisschool!
‘Verrassend hoe leuk deze opleiding is’
De naam van de Ad-opleiding Pedagogisch Educatief Medewerker is onlangs gewijzigd in Pedagogisch Educatief Professional (Ad PEP). De nieuwe naam zorgt ervoor dat de herkenbaarheid van de opleiding binnen het landelijk aanbod groter wordt. Naast deze naamswijziging is de doelgroep van de opleiding verruimd naar kinderen van nul tot twaalf
Naam: Mariëlle Schuringa | Opleiding: post-hbo-opleiding Bewegingsonderwijs Huidige functie: Leerkracht groep 6 voor stichting OPO Borger-Odoorn (OBS de Meander in Borger)
Waarom heb je gekozen voor de posthbo-opleiding Bewegingsonderwijs?
‘Ik heb hiervoor gekozen, omdat ik het belangrijk vind dat kinderen bewegen en dat ze er plezier aan beleven. Met deze opleiding wilde ik mijn kennis verder ontwikkelen om hieraan mijn steentje bij te dragen. Daarnaast onderscheid je jezelf natuurlijk met deze opleiding ten opzichte van je collega’s.’ Wat vind je van de opleiding in het algemeen?
‘Het was leuk en ik heb de opleiding met plezier gevolgd. Je moet deze opleiding echter niet onderschatten: het is belangrijk om er tijd en energie in te steken.’ Wat vond je het leukste onderdeel en waarom?
‘Ik vond de opleiding uitnodigend, mede door de geweldige groep medestudenten.
Het laatste blok heeft op mij veel indruk gemaakt, omdat de docent met veel verschillende en uitdagende ideeën kwam. Dit blok heeft het meeste bijgedragen aan mijn visie op het bewegingsonderwijs.’
Het plezier in bewegen en hoe zeer de opleiding je motiveert om meer te bewegen. Dat heeft mij het meest verrast’
Wat vond je het moeilijkste onderdeel en waarom?
‘Er is niet specifiek een onderdeel dat ik het moeilijkste vond. Ik vond het soms wel lastig om de opleiding te combineren met mijn fulltimebaan.’ Wat heeft je het meest verrast en waarom?
‘Het plezier in bewegen en hoe zeer de opleiding je motiveert om meer te bewegen. Dat heeft mij het meest verrast. Daarnaast heeft het mij verbaasd hoe gemakkelijk kinderen bewegen is en hoe lastig dit op latere leeftijd kan zijn. Je bent natuurlijk minder lenig.’ Wat heeft de opleiding je opgeleverd?
‘Ik heb kennis gemaakt met vele verschillende bewegingsvormen en hoe je deze op afwisselende en uitdagende manieren kunt
aanbieden. Verder heb ik geleerd hoe je deze bewegingsvormen kunt aanbieden op elk niveau, zodat ieder kind kan meedoen. Ook de activiteiten tijdens de opleiding heb ik als zeer motiverend ervaren. Veel ideeën die ik hier heb opgedaan gebruik ik nu op school. Deze opleiding is echt de motor geweest voor mijn gymlessen. De opleiding was voor mij dan ook zeer inspirerend en motiverend.’
Bewegingsonderwijs in het primair onderwijs Voor het geven van bewegingslessen aan kinderen uit groep drie tot en met acht van het primair onderwijs zijn de post-hbo-opleiding Bewegings onderwijs of een eerdere akte verplicht. De Pedagogische Academie van de Hanzehogeschool Groningen verzorgt deze post-hbo-opleiding. Zie voor meer informatie over deze opleidings mogelijkheden bij de Hanzehogeschool Groningen: www.hanzepro.nl.
Zou je de opleiding aanbevelen aan anderen en waarom?
‘Ik zou deze opleiding zeker aanbevelen aan andere leerkrachten. Het is goed en belangrijk om je bewust te zijn van het belang van beweging en kinderen hierin te motiveren. Zelf geef je het goede voorbeeld. Verder is het belangrijk dat je uitdagende bewegingsvormen combineert met de juist leerhulp.’
Subsidie opleiding bewegingsonderwijs Groepsleerkrachten die de post-initiële leergang Bewegingsonderwijs willen volgen, komen in de jaren 2019 en 2020 in aanmerking voor subsidie. Meer informatie over de subsidie is te vinden op de website www.DUO.nl.
jaar. De Ad is daarmee toegankelijk geworden voor een nog breder publiek: van medewerker kinderdagopvang en BSO tot leraarondersteuner in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs. Het passend onderwijs leidt ertoe dat de diversiteit van leerlingen in het regulier onderwijs toeneemt: steeds meer leerlingen hebben behoefte aan extra ondersteuning. Om die leerlingen passende onderwijsplekken te kunnen bieden zijn aanpassingen vereist van scholen, ouders, leerkrachten en leerlingen, maar zeker ook van klassenassistenten en onderwijsassistenten.
Doorstroommogelijkheden
Na afronding van de opleiding kunnen studenten doorstromen naar de vervolgfase van de bachelor Leraar Basisonderwijs (pabo) of de bachelor Social Work (deeltijd). Zie voor meer informatie de website www.hanze.nl/adpep.
Een stevige beroepsrol
De tweejarige deeltijdstudie Ad PEP leidt medewerkers op om een stevige(re) beroepsrol in het pedagogisch educatief werkveld op zich te nemen. De studie besteedt veel aandacht aan talenten van kinderen en het signaleren van problemen en leert studenten gerichte ondersteuning te geven. De opleiding ondersteunt medewerkers in hun ontwikkeling om pedagogische thema’s goed te bespreken met opvoeders en zorgverleners. Ook leren ze hoe ze beleidsveranderingen naar de werkvloer kunnen vertalen en wat het betekent om gesprekspartner te zijn binnen een integraal kindcentrum. Kortom, ze leren vanuit verschillende invalshoeken naar het kind te kijken. Bovendien zijn ze inzetbaar op meerdere taken: in een kinderdagverblijf en BSO of als leraarondersteuner op school.
De Associate degree Pedagogisch Educatief Professional (Ad PEP) voldoet aan de eisen die de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) vanaf 1 januari 2019 stelt aan de functie van pedagogisch beleidsmedewerker/coach. Ook als je de opleiding volgt, voldoe je al aan deze kwalificatie-eis.
11
Advertentie
Sciencecentrum De Magneet: een avontuurlijke belevenis!
de Voor en 8 7 pen w ijs g r oe i so n d e r s et ba 1 e n 2 uit h t ar e n j a o o r tg e ze h et v . va n r w ijs e d n o
Wilt u uw leerlingen motiveren om hun talenten te ontwikkelen op het gebied van Wetenschap & Techniek? Breng met uw klas een bezoek aan De Magneet van de Hanzehogeschool! Het sciencecentrum voor kinderen, met grote en uitdagende ‘doe-stations’ waar zij actief en spelenderwijs kennismaken met de wonderen van Wetenschap & Techniek. Plan hier direct uw bezoek op onze website:
www.hanze.nl/magneet
Meer inf w w w o r m a t i e: .ha nz e. n l
Agenda Zondag 6 oktober 2019 Zpannend Zernike
12
Dinsdag 8 oktober 2019
Vrijdag 15 november 2019
Open dag masters, Hanzehogeschool Groningen
Vrijdag 11 oktober 2019
Landelijke Natuur, Wetenschap en Techniekconferentie ‘GEEF het DOOR’, Congrescentrum De Werelt in Lunteren
TechniekTastbaar, Stad & Esch in Meppel
Donderdag 21 november 2019
Vrijdag 1 november 2019 Techniek Tastbaar, Kei College in Heerenveen
Vrijdag 8 november 2019 Techniek Tastbaar, Piter Jelles Ynsicht in Leeuwarden en Burg. Harmsmaschool in Gorredijk
Informatieavond HanzePro, Hanzehogeschool Groningen
Opleidingsaanbod post-hbo opleidingen en cursussen HanzePro, Pedagogische Academie: Lesgeven aan volwassenen
Motorische remedial teaching
Startdatum: vrijdag 11 oktober 2019 Lestijden: 9.00 - 16.00 uur Duur: 2 bijeenkomsten
Startdatum basiscursus: vrijdag 11 oktober 2019 Lestijden: 14.00 - 17.00 uur Duur: 8 bijeenkomsten
Leergang bewegingsonderwijs Coördinator Taal
Maakfestival Midden Groningen, Het Kielzog in Hoogezand
Startdatum: woensdag 4 september 2019 woensdag 3 februari 2020 Lestijden: tussen 14.00 – 18.00 uur en 15.00-19.00 uur Duur: 13 bijeenkomsten
Donderdag 23 januari 2020
Coördinator Rekenen
Informatieavond HanzePro, Hanzehogeschool Groningen
Startdatum: woensdag 2 oktober 2019 Lestijden: 9.00 - 16.00 uur Duur: 8 bijeenkomsten + plenaire intakebijeenkomst
Onderwijskundig Expert Wetenschap & Technologie
Zaterdag 7 december 2019
Vrijdag 15 november 2019 Techniek Tastbaar, ROC Friese Poort in Drachten
Begeleiden van Communities of Learners
Startdatum: donderdag 3 oktober 2019 Lestijden: 9.00 - 12.00 uur Duur: 3 bijeenkomsten
Colofon Uitgave:
Aanmelden
Pedagogische Academie Hanzehogeschool Groningen
Nog geen abonnee? Meld u dan GRATIS aan via: pedagogischeacademie@org.hanze. nl. Vermeldt in uw e-mail uw volledige adresgegevens, eventueel aangevuld met de schoolnaam, BRIN-nummer en vestigingsnummer.
Interviews en tekstredactie:
Bureau Brouwers Martine Wiersma-Reigwein, Stafbureau Marketing & Communicatie, Hanzehogeschool Groningen
Joost Vink Rosan Bloem Sijtze Veldema
Wilt u zich afmelden voor de werkveldkrant? Stuur dan een e-mail met uw volledige adresgegevens naar pedagogischeacademie@ org.hanze.nl. U kunt zich ook telefonisch afmelden via (050) 595 35 55.
Concept en vormgeving:
Meer weten?
Canon Nederland
Interesse in samenwerking met de Pedagogische Academie? Wij verkennen graag samen met u de mogelijkheden Frontoffice Pedagogische Academie. Telefoonnummer: (050) 595 35 55 pedagogischeacademie@org.hanze.nl www.hanze.nl/pedagogischeacademie
Fotografie:
Drukwerk:
Marne Drukkers HANZE-19_0754
Afmelden
Oplage:
3000 exemplaren
De werkveldkrant PArtner verschijnt twee keer per jaar en is een uitgave van de Pedagogische Academie van de Hanzehogeschool Groningen.
Startdatum: vrijdag 11 oktober 2019 Lestijden: 9.00 - 16.00 uur Duur: 9 bijeenkomsten + plenaire intakebijeenkomst
Startdatum: vrijdag 8 november 2019 Lestijden: 9.00 - 16.00 uur Duur: 8 bijeenkomsten Het Jonge Kind Specialist
Startdatum: vrijdag 27 september 2019 Lestijden: 9.00 - 16.00 uur Duur: 8 bijeenkomsten
Verhalen vangen
Oplossingsgericht coachen met kinderen
Startdatum: donderdag 2 oktober 2019 Lestijden: 15.00 - 18.00 uur Duur: 2 bijeenkomsten
Startdatum: donderdag 19 september 2019 Lestijden: 14.00 - 17.00 uur Duur: 3 bijeenkomsten
Met de muziek mee
Startdatum: woensdag 25 september 2019 Lestijden: 15.00 - 16.30 uur Duur: 4 bijeenkomsten Cultuurbegeleider
Startdatum: woensdag 25 september 2019 Lestijden: 15.00 - 18.00 uur Duur: 17 bijeenkomsten + meesterproef
Z i e vo or i n fo r m m e e r at ie o nze w w w we b s i t e: .ha nz e p r o. nl
Volg de Pedagogische Academie op sociale media facebook.com/pabowerkveld @HanzePA instagram.com/hanzepedagogischeacademie/ Alumni Pedagogische Academie Hanzehogeschool Groningen
www.hanze.nl/pedagogischeacademie