Issuu on Google+

filmclub zottegem

50

jaar

van buurtbioscoop tot filmclub een eeuw film in Zottegem


van buurtbioscoop tot filmclub een eeuw film in Zottegem


Inhoud Filmclub Zottegem 50 jaar Groet van de Minister Hommage van de Gouverneur Woord vooraf van de Burgemeester en de Schepen van Cultuur Woordje van de Voorzitter van de Culturele Raad Inleiding Hoofdstuk één

TACHTIG JAAR BUURTBIOSCOOP IN ZOTTEGEM Van Familie Cinéma tot Ciné Chaplin (Danny Lamarcq) “Er is veel water in de zee, maar ik heb veel traantjes gelaten”. Een indringend gesprek met Jacqueline Ketels en Ghislain Calus (Danny Lamarcq)

Hoofdtuk twee

FILMCLUB ZOTTEGEM. EEN DUBBEL VERHAAL. Gegroeid uit de culturele kring (Danny lamarcq) Dinsdagavond, filmclubavond (Danny lamarcq en Jan Van den Bussche)

Hoofdstuk drie

ZOOM OP VIJFTIG JAAR FILMCLUB ZOTTEGEM Het filmbeleid in Vlaanderen. Film het eeuwige spanningsveld tussen cultuur en economie (Godfried Van de Perre) Vlaanderen, o welig Filmclubland. Over verleden, heden en toekomst van filmclubs. (Ronnie Pede) Feestrede (J. Dubrulle) Focus op R. Servais Focus op Filmclub Zottegem. 50 jaar Filmclub. Hoe het allemaal begon. Historiek 50 jaar Filmclub Zottegem (Jan Van den Bussche)

Perspectieven Besluit Filmografie Jubileumprogramma Fotolegendes Voetnoten Bronvermelding Intekenlijst

5


voor woorden


De heer Paul Van Grembergen,

De heer Herman Balthazar,

Vlaams Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken

Gouverneur Provincie Oost-Vlaanderen

Weinig filmclubs hebben tegenwoordig reden tot feestvieren, velen hebben het televisietijdperk niet of ternauwernood overleefd. Niet zo echter Filmclub Zottegem, die na vijftig jaar inzet voor film en filmcultuur nog verre van uitgeblust is, wel integendeel.

Op het vlak van filminitiatieven mogen we wel stellen dat onze provincie verwend is. In diverse regio’s en in al zijn gelaagdheden bruist het van activiteiten die de toeschouwer kennis laten maken met het brede spectrum van de filmcultuur. Gent, met zijn centrumfunctie, heeft uiteraard een Internationaal Filmfestival van Vlaanderen en talrijke, kleinere festivals die steeds weer op een grote belangstelling kunnen rekenen.

Filmclub Zottegem heeft een bijzonder hechte band met de Vlaamse film. De kiem hiervoor werd zo’n vijfentwintig jaar geleden gelegd door Dora Van der Groen en Wies Andersen die het Ministerie (toen nog van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, we schreven immers prille beginperiode van de staatshervorming) wisten warm te maken. Sindsdien passeerden zowat alle Vlaamse films hier de revue en werd menig Vlaams regisseur op het stadhuis ontvangen. De verdienste van filmclub Zottegem voor de promotie van de Vlaamse film in Zuid-Oost-Vlaanderen kan moeilijk overschat worden. Eén jaar lang wordt het vijftigjarig bestaan van Filmclub Zottegem uitbundig gevierd en uiteraard komt ook de Vlaamse film hierbij ruim aan bod. Het gevarieerde programma, samen met het aanstekelijk enthousiasme en de onvermoeibare inzet van de voorzitter, voor wie ‘burn out’ een onbekend begrip lijkt, nodigen uit tot directe participatie. Zou het kunnen dat het succes van Filmclub Zottegem in grote mate aan hem te danken is ?

Paul Van Grembergen Vlaams Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en ambtenarenzaken

8

In de regio Zuid-Oost-Vlaanderen is Filmclub Zottegem sedert 50 jaar een vaste waarde in het filmlandschap. De doelstellingen van Filmclub Zottegem gaan verder dan het louter vertonen van film. Met de talrijke initiatieven van de voorbije 50 jaar hebben de organisatoren er steeds naar gerstreefd om een venster te openen op de wereld en een brug te slaan tussen cultuurbeleving en samenleving. De lustrumviering getuigt van het doorzettingsvermogen en het dynamisme om de beoogde doelstellingen te realiseren. Dat deze lustrumviering gespreid wordt over een volledig jaar moet in deze context als een must worden beschouwd. Hoed af voor de wilskracht en de inspanningen van de initiatiefnemers om het fenomeen film gedurende deze periode in al zijn boeiende aspecten te belichten. Als Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen ben ik zeer verheugd dat wij, net als voor het jubileumprogramma 45 jaar, opnieuw onze steun kunnen verlenen waarmee onze grote erkentelijkheid voor het initiatief willen laten blijken. Ik wens Filmclub Zottegem en al zijn leden heel veel succes toe en hoop dat dit bruisende filmfeest op een heel brede en ruime belangstelling in onze provincie mag rekenen.

Herman Balthazar Gouverneur provincie Oost-Vlaanderen


De Burgemeester en de Schepen van Cultuur, Stad Zottegem

Toen Jan Van den Bussche, voorzitter van Filmclub Zottegem, ons vroeg een kort ‘Woord vooraf’ te willen schrijven voor de jubileumbrochure naar aanleiding van 50 jaar Filmclub Zottegem, zijn we daar met bijzonder veel plezier op ingegaan. Dat heeft zo zijn redenen.

‘Dinsdagavond : filmavond’ bloklettert één van de hoofdstukken van deze jubileumbrochure. Terecht, want de dinsdagavondvertoningen klokken steevast af met goed 300 cinefielen. Een week na week, jaar na jaar, herhaalde prestatie die weinig culturele verenigingen is gegeven.

Ten eerste hebben de stad en de Filmclub hechte banden. Zo opteerde het Zottegemse stadsbestuur in 1993 ervoor de cinemazaal ‘Chaplin’ af te huren en om te bouwen tot een polyvalente theaterzaal waarin ook meer dan ruimte werd gegeven voor het filmgebeuren. We waren ons immers terdege bewust van het belang van Filmclub Zottegem voor het regionale culturele leven en dus vonden we het bijna vanzelfsprekend dat we hen een helpende hand reikten om de perikelen waarin de vereniging toentertijd was verwikkeld, op te lossen. Een erg vruchtbare ‘joint venture’, getuige de ‘filmbezetting’ van het Stadstheater Rhetorica.

Ten derde, en niet het minst, neemt Filmclub Zottegem – en dat in toenemende mate – een educatieve taak op zich, door de koepelorganisatie ‘Mediascoop’. Een goedgevonden naam-met-inhoud, want de schoolvertoningen beperken zich niet tot ‘prentjes kijken’ : elke film wordt bijzonder accuraat ingeleid en geduid. Hiervoor wordt zelfs een speciaal op het secundair onderwijs gerichte ‘Filmkrant voor Scholieren’ samengesteld.

Recent nog hebben we, meer dan eens, onze waardering voor het werk van Filmclub Zottegem gestalte gegeven. Het volstaat hier te verwijzen naar de diverse ontvangsten op het stadhuis van de door Filmclub Zottegem gebrachte coryfeeën en naar de ruime logistieke steun die de jubilerende vereniging is toegezegd voor zowel de ‘Drive In als de Feestzitting. In de tweede plaats zijn we er ons terdege van bewust dat Filmclub Zottegem een uitstraling geniet die de stadsgrenzen ruim overstijgt. Meer nog, binnen Vlaanderen zijn de dynamische filmclubs op één hand te tellen.

Normaal wordt bij een jubileum achteruit gekeken en schat men de afgelegde weg in. In het geval van Filmclub Zottegem zouden we adviseren dat, los van deze Jubileumuitgave, niet te doen, want de ongemene dynamiek die de vereniging vandaag heeft, noopt tot overpeinzen : hoe strak kan men de boog wel spannen, wetend dat de koord wordt getrokken door een wel is waar goed uitgebalanceerde equipe, maar niettemin een ploeg die geleid wordt én gedragen door één man : Jan Van den Bussche. Ook zijn dag telt niet meer dan 24 uren ! Voor al zijn inspanningen om dit segment van het culturele leven de plaats te geven dat het verdient, wensen we hem van harte te feliciteren. We hopen, en wij zijn er zeker van, dat hij en zijn ploeg nog jaren op hun elan zullen verdergaan.

Dirk Van Herzeele Schepen van Cultuur

Herman De Loor Burgemeester

9


De heer C. De Saveur, Voorzitter van de Culturele Raad

Zottegem mag eens te meer een waardevol gouden juweel aan zijn rijke cultuurkroon hechten! Ik loop weer in mijn kinderbroek van 50 jaar terug en vind opnieuw en levendig de drie zelfstandige filmzalen in ons gezellig centrum. Ik vergeet ze nooit de Victoria, de Moderne, de Majestic, ik keek er met grote kinderogen naar De Witte, De familie Trapp, The Bridge on the River Kwai, Sissi, De Tien Geboden en zoveel andere… en toen kwam de TV en het bezoek naar de bioscoop dook diep naar beneden. Een geluk dat er toen al mensen in Zottegem waren, die heilig geloofden in de betere waarden die ook een film kan verkondigen. Hun strijd was niet altijd evident, eerder moeizaam, soms vechten tegen de bierkaai maar blijven geloven in hun opzet. Vlaggen worden doorgegeven, nieuwe winden waaien, frisse ideeën wassen en met een grote begeestering worden opduikende klippen omzeild. De zelfstandigheid moet het immers afleggen tegen megaprojecten als Decascoop en Kinepolis, e.a. maar het stadsbestuur kan overtuigd worden en gelooft in het nieuwe leven van een laatste doodgewaande filmzaal. Men bouwt ze om tot een ontmoetingsplaats, waar terug films gedraaid worden maar waar nu ook andere culturele manifestaties kunnen getoond worden. Mooi wat Zottegem realiseerde en zo kan onze geliefde stad nu fier bogen op een actieve cultuurvereniging, die Filmclub Zottegem heet en die vandaag des te meer straalt in zijn gouden jeugd. Het Zottegemse cultuurleven is tegelijk dankbaar, want nu moet de filmliefhebber zich geen kilometers ver meer verplaatsen om een of andere film te gaan bezien op gevaar af dat het een tegenvaller kan worden. Wij worden verwend, want een enthousiaste ploeg mensen van Filmclub Zottegem zit niet stil, zijn permanent bezig met zalen af te

10

lopen om de prenten kritisch te bekijken, om recensies te lezen die in de wereld verspreid worden, om blijvend op zoek te gaan naar films met een boodschap. Wij zien hier in Zottegem alleen films die de kwaliteitsvolle filter van echte kenners gepasseerd zijn. Als dat geen luxe is! Inderdaad films met een boodschap, met een rijke inhoud. Zij zoeken geen commerciële runners, zij zoeken kwaliteit, zij vinden voor ons de schoonheid van het beeld, zij projecteren ons het eerlijke werk van een regisseur, zij ontdekken voor ons de kracht van de acteur, zij schenken ons verhalen waar waarden als verdraagzaamheid, eenvoudig geluk, naastenliefde, vergevingsgezindheid, en vul zelf maar aan, primordiaal staan. Maar zij doen meer, zij willen hun boodschap via hun verzorgd drukwerk en plaatselijke pers luid verkondigen naar ieder die het horen of lezen wil. Het is niet gewoon passief naar wat beelden zitten zien, zij lichten hun keuze toe zodat de toeschouwer zijn filmavond met een heel andere ingesteldheid begint, zodat de bezoeker kritisch leert kijken. Als dat geen cultuur van hoog niveau is! Er kan in de geschreven of gesproken pers nogal eens wat misprijzend gedaan worden over de Vlaamse film, wat tenslotte het oordeel van slechts één kenner(?) is. Het bestuur van Filmclub Zottegem laat zich niet strikken, integendeel, deze mensen gaan zelf oordelen en zullen nadien hun beslissing staven aan de hand van interviews of debatten met de regisseur en zijn cast die zij dan op hun dinsdagavond inviteren en zo kunnen wij thans ons eigen oordeel toetsen met wat in de media verspreid wordt. Als dat geen cultuur is, Vlaanderen waardig! En omdat jong geleerd oud gedaan is, worden scholen jonge mensen geleid naar de Rhetorica en opgeleid naar

een vorm van esthetica, die in die zakelijke wereld met al zijn matte oppervlakkigheid haast vergeten wordt. Als dat geen cultuur is die een betere en mooiere wereld beoogt! Daarom wordt de Filmclub van Zottegem terecht beloond in zijn werkkracht, hun onverdroten inzet schenkt culturele rijkdom aan Zottegem en ver daarbuiten, het zuiverste bewijs zijn hun volle zalen en dat aan een hoog ritme van avondvertoningen. Zoveel duizenden toeschouwers, dat moet je verdienen. Meer nog, zij manifesteren zich niet alleen met speelfilms, zij laten ons ook de sfeer proeven van avonturiers als Rudy Van Snick en Dixie Dansercoer, samen met Opus 7 weten zij ons oor te verwennen met schitterende filmmuziek, zij slaan ons met verstomming als er op de Markt op een reuzenscherm een filmambiance gecreëerd wordt en wat mogen wij nog meer verwachten van zo een groep mensen, gedreven door dezelfde scheppingskracht van de filmwereld. Dit vruchtbare jonge veld van 50 jaar is de ideale bodem om Zottegem nog veel meer cultureel goud te schenken, de diamanten en briljanten liggen in de verte al te schitteren. Filmclub Zottegem een gouden dankwoord voor dat waardevolle geschenk, voor dat enig juweel aan onze bevolking!

Chris De Saveur. Voorzitter van de Zottegemse Cultuurraad


Ere-comité jubileum 50 jaar Filmclub Zottegem Mevrouw DORA VAN DER GROEN, actrice de heer ROBBE DE HERT, cineast, regisseur van o.a. ‘Gaston’s War’ en ‘Lijmen/Het Been’ de heer LIEVEN DEBRAUWER, regisseur van o.a. ‘Leonie’, ‘Pauline en Paulette’ de heer RUDY VAN DEN BOSSCHE, regisseur van o.a. ’Olivetti de heer H. DE LOOR, de heer D. VAN HERZEELE,

Burgemeester van de Stad Zottegem Schepen voor Cultuur

Mevrouw C. VAN TITTELBOOM - VAN CAUTER, Provincieraadslid De heer E. OTTE, Provinvieraadslid de heer J. DE LOOR, Provincieraadslid

Onder de Hoge Bescherming van de heer H. DE CROO, de heer P. VAN GREMBERGEN,

E.H. P. VYNCKE , de heer M. DE VRIEZE,

Ere-voorzitter Filmclub Zottegem Jubileum-Voorzitter Filmclub Zottegem, Directeur College O.L.Vr.-Van Deinsbeke,

de heer C. DE SAVEUR,

Voorzitter Culturele Raad Zottegem

Jeugd en Ambtenarenzaken

de heer G. VAN DE PERRE,

lid van de gewezen Vlaamse Audiovisuele Selectiecommissie

Gouverneur van de Provincie Oost-Vlaanderen

de heer B. PODEVIJN,

Kamervoorzitter en Minister van Staat Vlaams Minister van Binnenlandse aangelegenheden, Cultuur,

(Filmcommissie)

de heer H. BALTHAZAR, de heer P. VAN DE VELDE, de heer J.P. VAN DER MEIREN,

Adjunct van de directeur, Dienst Media en Film,

Directeur-Generaal Wetenschappen, Informatie en Media,

Ministerie Vlaamse Gemeenschap

Ministerie Vlaamse Gemeenschap

Vertegenwoordiger Vlaamse Gemeenschap in Eurimages

Bestendig Gedeputeerde Provincie Oost-Vlaanderen,

(Europees Filmfonds)

verantwoordelijk voor Cultuur

de heer RAOUL SERVAIS,

Ere-Voorzitter Jubileumviering, Pionier en Realisator Animatiefilms,

de heer R. PEDE, de heer J. TEMMERMAN,

Hoofdredacteur maandblad ‘Film, Televisie en Video’

de heer P. POELAERT, de heer P. DECLERCQ, de heer M. FLAMAND, de heer T. DECLERCQ, de heer F. BADISCO, de heer D. BRAL, Mevrouw E. BECQUART,

Voorzitter Marnixring Sotteghem

Filmjournalist De Morgen

winnaar Gouden Palm Cannes (1979) voor ‘Harpya’, maker van o.a.’Chromophobeia’(1965), ‘Taxandria’ (1997), ‘Nachtvlinders’ (1998) en ‘Atraksion’ (2001)

de heer J. DUBRULLE, Voorzitter van de v.z.w. Stichting Raoul Servais

Secretaris-Generaal en Afgevaardigde Bestuurder van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent en Feestredenaar Academische Zitting

Hoofdredacteur Weekblad ‘DE BEIAARD’ Directeur FORTIS BANK NV, Kantoor Zottegem Zaakvoerder Drukkerij ‘PRINTOR’ NV Zaakvoerder, TOYOTA BELGIUM NV Product Manager AVENTHIS PHARMA NV Zaakvoerder ESKA-REIZEN

11


De Cinema tograaf

"De Cinematograaf is een toestel dat levende beelden en vertooningen op een doek doet verschijnen. Waarin bestaat dat getuig en hoe werkt het? Het bestaat hoofdzakelijk uit reeksen lichtprintjes, die elkander opvolgen op banden van celluloïd - eene doorschijnbare stoffe, die op mica trekt - en uit een slag van tooverlanteern, die dient om de lichtprintjes te vergrooten. Eerst moet men de lichtprintjes maken, en dat geschiedt gelijk bij gewone lichtprintjes of photograafs, buiten dat het veel rapper gaat. Voor den cinematograaf, die het portretstelsel Camera obscura - vervangt, wordt eene pantomine gespeeld of grijpt een tooneel plaats. Middelerwijl draait men aan eene wrange van den cinematograaf, en doet een voorbereiden

12

(De Beiaard, 27 mei 1905)

smallen band celluloïd voor het glas nederrollen. Dat gaat met eene snelheid, die 15 meters band per minuut doortrekt. Op dien band printen opvolgentlijk al de bewegingen van hetgene er voren plaats heeft. Men heeft trouwens 900 lichtprinten in één minuut, waaruit volgt dat men de menschen die in beweging zijn in alle standen ziet. Als iemand bij voorbeeld, iets neemt, wordt hij getrokken bij de eerste beweging van arm en hand; dan bij de tweede beweging, een enkel oogenblik later; dan bij de derde, enz., elken oogenblik, verscheidene malen per second. Alzoo bekomt men de averrechtsche print - le négatif - van het tooneel, gelijk de lichtprinter die op het glas bekomt, als gij voor zijn kraam staat. Op die print is alles wat zwart is, wit, en alles wat wit is, zwart. Om het waar afbeeldsel - le positif - te verkrijgen, legt men een tweeden band celluloïd achter den eersten, en men steekt de twee te zamen in de rol van den cinematograaf. Dan doet men ze alzoo samen voor het licht voorbijgaan, en effenaan zetten de beelden van den eersten band op den tweeden over, en daar staan zij zoo ze wezentlijk zijn. Als men dan die lichtbeelden, in eene donkere plaats, snel achtereen neerdraait voor het vergrootglas van den Cinematograaf, en ze alzoo vergroot, op een witten doek doet verschijnen, zijn de aanwezigen als ooggetuige van hetgene gebeurd is toen men ze de eerste maal trok; men ziet immers geheel de vertooning, die eerst opgenomen wierd, zich opnieuw ontrollen."


Inleiding

Goed honderd jaar geleden (1886) werd de allereerste publieke filmvoorstelling op Belgische bodem gegeven. In minder dan geen tijd veroverde het nieuwe, mysterieuze, medium de harten. Film werd een attractie, een evenement. Eerst rondreizend, naast en met ‘lutteurs’, en rariteitenkabinetten - niet voor niks afficheerden de eerste cinema’s zich als ‘cirque’ -, weinig later gedraaid in vaste zalen. Zottegem mocht, voor zover bekend, zijn eerste ambulante cinema verwelkomen in 1904. Acht jaar later werd hier de eerste bioscoop geopend. Het was het begin van een stevige brok cinema in de Egmontstad. Met het sluiten van Ciné Chaplin, in 1992, viel het doek over precies zeventig jaar bioscoopgeschiedenis. (1) Gelukkig werd de fakkel overgenomen door Filmclub Zottegem, gestart in 1952 en vooral vanaf het midden van de jaren zeventig gegroeid tot the place to be van elke rechtgeaarde filmliefhebber uit Zuid-Oost-Vlaanderen. In "Honderd jaar filmkijken in Zottegem" brengen we u het ganse verhaal.

13


14


hoofdstuk één Tachtig jaar buurtbioscoop in Zottegem


Van Familie Cinéma tot Ciné Chaplin

(Danny Lamarcq)

1904. Rondreizend Omstreeks 1900 verschijnen in nagenoeg alle Belgische steden rondreizende bioscopen; de films worden gedraaid in kermisbarakken of in openlucht. Zo ook in Zottegem waar begin januari 1904 De Koninklijke Electro-Biograph zijn tenten opslaat, getuige de volgende aankondiging in de Beiaard van 16 januari: "Feesten en Vermakelijkheden. De Koninklijke Electro-Biograph die sedert verleden week te Sottegem verblijft, bekomt een welverdienden bijval. Iedereen spreekt er met den meesten lof over. De vertoningen zijn zeer afgewisseld en belangrijk. Al wie nog geen bezoek aan die schone inrichting gebracht heeft, mag het niet meer uitstellen want ‘t zijn de laatste dagen. Zondag en maandag te beginnen van 3 ure ‘s namiddags en dinsdag van 8 uren ‘s morgens, worden achtereenvolgende vertoningen gegeven. De prijzen der plaatsen zijn, 1e 50 centiemen, 2e 30 c. en 3e 20 c. Kinderen betalen half geld. Ten 8 ure ‘s avonds grote voorstelling."

Op 10 november 1895 werd de allereerste filmvoorstelling in België gegeven. Tijdens de nationale vergadering van de fotovereniging Association Belge de Phototgraphie te Brussel zorgden de technici van de gebroeders Lumière voor deze primeur. Op de eerste publieke filmvoorstelling diende nog een paar maanden gewacht: ze vond plaats op 1 maart 1896 in de Koningsgalerij nr. 7 te Brussel, als onderdeel van een publiciteitsstunt.(2)

16

Sindsdien vinden er af en toe vertoningen in Zottegem plaats. Zo slaat de Royale Bioscope op 2, 3, 4, 6, 9 en 10 juni 1907 zijn tenten op in de Rhetorica, de zaal van de plaatselijke rederijkerskamer.(3) Getuige de aankondigingen in het lokale weekblad De Zondagsbode, werd er, behoudens uitdrukkelijk verzoek van het publiek, telkens een andere programma aangeboden. Dat bestond telkens uit "zo’n twintigtal stukken", waarbij de "tusschenmomenten" werden opgevuld "door de klanken eener spreekmachien". Slechts één stuk, Faust, werd twee, drie keer opgevoerd en van een ander filmpje kennen we de titel: Aschepoester. De voorstellingen genoten omgemeen veel bijval en de initiatiefnemende rederijkers, die hier blijkbaar een voortrekkersrol speelden, geven op 16 juni een bijkomende vertoning "ten einde het volk van Sottegem te bedanken". Een

"voorbehouden plaats" kostte 75 centiem, een "eerste plaats" 0,50 fr en voor een "tweede plaats" diende 25 centiem neergeteld. De Zottegemse rederijkerskamer afficheert in De Beiaard van 2 oktober 1909: "Te rekenen van zondag 10 october, zullen er in "Rhetorika" alle zondagen, maandagen en donderdagen groote vertooningen plaats grijpen van den "Grooten Cinema". M. Stevelinck, de bestuurder welke wij dezer dagen ontmoetten, beloofde om vertoningen enig in hunnen aard, met ieder maal een gans nieuw programma.


Wij wensen hem veel bijval". Tussen haakjes, het ‘Rhetorika’ van toen lag op de Zavel, achter de kerk, en mag niet verward worden met het huidige ‘Stadstheater Rhetorica’ in de Hospitaalstraat. Eerder op het jaar was de "Groote Cirque Cinema Européen" hier te gast. Op de markt gaven ze van zaterdag 24 tot en met maandag 26 april "enige schitterende en buitengewone vertooningen" waaronder "de aardbeving in Italië" en "voor de opening van zaterdag" "het leven en lijden van O.H.J.CH. In 55 gekleurde tafereelen". Ze kondigden hun komst met strooibiljetten aan.(4) Blijkbaar konden ze op heel wat bijval rekenen want hun halte wordt verlengd tot de donderdag, wat ze opnieuw met een strooibriefje bekend maken. Deze keer afficheren ze zich als "Cirque de la Compagnie des Cinémas Européens".(5)

1912. Cinéma Valentino Eind 1912 krijgt de Egmontstad haar eerste vaste bioscoop, de "Cinema (lokaal Valentino)" in de Nieuwstraat. We vinden de zaal voor het eerst geafficheerd in De Beiaard van 21 december: "Nieuws uit de streek. Gaat zien naar de schoone Cinema te Sottegem" en wat verder in hetzelfde weekblad: "Feesten en Vermakelijkheden. Cinema (lokaal Valentino) Nieuwstraat. Alle zondag -en maandagavonden groote vertooningen. Telkens nieuw programma". De zaak wordt gerund door Victor Van Kerkhove, die zich in een advertentie in het weekblad De Kleine Burger van 9 november 1912 aanprijst als "Meubelfabriek. Schrijnwerkerij".(6) De man was duidelijk met zijn tijd mee, want hij was ook één van de eersten om bij de introductie van de elektriciteit in Zottegem, voor zijn huis in de Nieuwstraat 24 drijfkracht aan te vragen.(7) Blijkens de getuigenis van Elianne Braems Van Kerkhove, kleindochter van Victor, begon haar grootvader met een cinemazaal op aanraden van een rondtrekkende bioscoopuitbater. Die had op een bepaald moment een reclamepaneel nodig en deed hiervoor een beroep op schrijnwerker Van Kerhove. Hij stelde Van Kerkhove voor zijn atelier om te bouwen tot een

bioscoopzaal en vrijwel onmiddellijk begonnen ze samen met de uitbating ervan. Als zijn partner wat later opnieuw gaat rondtrekken, zet Van Kerkhove de zaak alleen verder. Vermoedelijk gebeurde een en ander al voor 1912, het jaar van de eerste advertenties. Een toegangsticket voor een eersterangsplaats à 40 centimes en het feit dat Victor Van Kerkhove zich in 1909 een piano aanschafte, een instrument dat de eerste jaren zal gebruikt worden om de stom-

me films te ondersteunen, laat vermoeden dat allicht in 1909 met een bioscoop werd gestart.(8) De eerste zaal was vrij rudimentair ingericht. De scène bestond uit doeken gedrapeerd op een raamwerk, een bekleding door de uitbater zelf in elkaar geknutseld. Maar al vrij snel moest, omwille van de brandveiligheid, op een ander systeem worden overgeschakeld.(9)

1913. Eerste tegenwind Precies dezelfde advertenties als die van 21 december duiken in De Beiaard op tot 5 april 1913. Veertien dagen later zorgt Victor Van Kerkhove voor een stunt en kondigt aan: "De Cinema der Nieuwstraat zal ter gelegenheid van O.H. Hemelvaart (donderdag 1 mei) voor de eerste maal te Sottegem het leven en lijden en de hemelvaart van O.H. Jezus Christus oproepen in 55 tafereelen".(10) Het zal de aandachtige lezer allicht niet ontgaan zijn dat de cinema-uitbater de waarheid wel een beetje geweld aandoet. Dezelfde film werd in Zottegem immers vier jaar eerder gespeeld. Deed dit bravourestukje in behoudsgezind Zottegem de deur dicht? Alvast in het katholieke weekblad De Beiaard vinden we later geen advertenties voor deze bioscoop terug (ook voor de voorstellingen in 1909 werd in dat weekblad trouwens met geen woord gerept). En in december begint het weekblad De Kleine Burger (toevallig?) met een aantal uiterst ‘kritische’ bijdragen over het cinemagebeuren.(11) Op 6 december luidt het: "Er is geen stad of geen dorp van enig belang in ‘t land, of er is ten minste een kinema. Het record komt klaarblijkelijk aan België toe. Te Brussel zijn 115 cinema’s en 635 in gans het land. (...) De cinema’s zouden oneindig veel goeds kunnen stichten. Doen ze het altijd? Eilaas! Veeleer moeten we de ouders aanzetten om een oog in ‘t zeil te houden en heel omzichtig te zijn in de keus der cinema’s, indien ze er toch absoluut willen gebruik van maken". En in het blad van 21 februari 1914 wordt onder de hoofding "Cinema" van leer getrokken tegen de gewone man die niet meer tevreden is in zijn parochie en naar de stad zijn plezier gaat zoeken "in alle slacht van schouw-

17


burgen, cinéma’s, café-concerten, enz.", gelegenheden die niet alleen handen vol geld kosten, maar daarenboven "toch een kwaden invloed overlaten en door de ouders zouden dienen gelaakt te worden".

1914. Katholieke Film Wat je niet in de hand hebt, kan je niet dwingen. En dus vond met het aangewezen het nieuwe medium zelf te bespelen. Op 20 januari 1914 dient de Katholieken Burgerkring bij het gemeentebestuur een aanvraag in tot het oprichten van een cinema "om aldaer cinematographiesche vertoningen en lichtbeelden te geven voor de leden en ook voor het publiek".(12) De opening van de bioscoop wordt in De Beiaard van 21 februari 1914 breedvoerig toegelicht. Na een ‘kritisch’ stuk over de ontspanning van de (Zottegemse) jeugd, wordt het geven van "niet te dure" en "in geestelijk opzicht volstrekt niets aanstootelijk hebbende" bioscoopvoorstellingen als oplossing naar voren geschoven. "De feestzaal van den Katholieken Kring -hetgeen op zijn eigen reeds ene waarborg daar stelt- zal daartoe gebruikt worden, en aan alleman toegankelijk zijn", dit tegen uiterst voordelige voorwaarden.Men heeft "geene winsten voor doel" zodat de "prijzen aan alle beurzen toegankelijk zijn". Dat neemt echter niet weg dat deze nieuwe cinema over de beste uitrusting beschikt. "De cinematografisch toestellen beantwoorden aan de nieuwste uitvindingen, en zullen onder dit opzicht meer bevrediging schen-

ken dan vele cinema’s van de grote stad. Terzelfdertijd zal er voor gezorgd worden de voorstellingen te veraangenamen met muziek en het verblijf in de zaal zoo fatsoenlijk, zoo confortabel mogelijk te maken". Maar, voor alles "zullen de voor te stellen films de vrucht zijn van een verstandige keuze door mannen die zich uitsluitend bezighouden met het verschaffen van films voor katholieke cinemaondernemingen". Ook in De Kleine Burger van 21 februari wordt de nieuwe cinema aangeprezen: "Cinema Katholieke kring Sottegem. Maandagavond 23 Februari om 7 1/2 ure, Galavertoning ter gelegenheid der Kinema-opening. Dinsdag 24 Februari -verandering van programma- te 7 1/2 ure zeer stipt. 1e plaats 0,60 fr.; 2e plaats 0,30". Vanaf maart 1914 duiken in De Kleine Burger opnieuw advertenties op voor de cinema van Victor Van Kerkhove, die zijn zaal nu "Familie Cinema Nieuwstraat" noemt. De aankondigingen worden samen met deze voor de bioscoop van de Katholieke Kring in eenzelfde kaderstukje geplaatst. Laatstgenoemde projecteert enkel op zondag; de Familie Cinema op zondag en maandag. Voor de cinema van de katholieke kring wordt in De Beiaard ook tekens het volledig programma afgedrukt. Zo werden op 8 maart 1904 om half vijf en om half acht vertoond: 1. .Actualiteiten van de wereld door 2. De Angst (hartroerend drama) 3. De wraak van den gardeville (komiek) 4. De reis van Schot (13) 5. 210 tegen 213 (groot drama in twee bedrijven) 6. De indrukwekkende lotgevallen van den beroemden Arizona 7. De maretak (komiek). Hoewel zelfs het kleine Zottegem aan de vooravond van de Grote Oorlog over twee bioscoopzalen beschikte, bleef film een relatief ongekend medium. Vooral de ontvlambaarheid van de pelicule en de daaraan gekoppelde vrees voor een brandramp, zorgt blijkbaar voor de nodige ongerustheid, zodat De Kleine Burger die angst in een flink uitgesmeerd artikel de grond inboort, hierbij de nodige toelichtingen

18

geeft over de werking van elektriciteit en de sterke beveiliging van de projectiekabine zwaar in de verf zet.(14)

1920 Victoria Palace & Modern Palace In de bioscoop van de katholieke kring was men van plan enkel in de wintermaanden een regelmatig programma aan te bieden. Dat kunnen we alvast opmaken uit de laatste aankondiging ons bekend uit zowel De Kleine Burger als De Beiaard van 4 april 1914: "De wintervoorstellingen eindigen met bovenstaand programma. Ieder opvolgende vertooning zal later in de plaatselijke dagbladen aangekondigd


worden". Maar na deze datum vonden we geen spoor meer terug van deze bioscoop. Het initiatief heeft blijkbaar de Eerste Wereldoorlog niet overleefd. Dat was mogelijk ook het geval met de bioscoop van Victor Van Kerkhove, vermits hij in juli 1920 opnieuw een aanvraag bij de gemeente indient om "een cinema op te richten", een verzoek dat op 15 oktober door de provinciale overheid wordt ingewilligd.(15) De bioscoop wordt Victoria Palace gedoopt. Een jaar eerder opende de Cinema Wilson in Sint-MariaOudenhove zijn deuren, getuige de advertenties in De Beiaard tussen 1 november en 13 oktober 1919: "Cinema Wilson. S. Maria-Audenhove. Alle zondagen van 5 tot 8 ure. Steeds nieuw programma". Hoe het deze zaal verging, is ons echter niet bekend. Pionier Victor Van Kerkhove had ook dichter bij huis concurrentie. Op 23 januari 1920 schrijft de gouverneur aan het Zottegemse schepencollege: "Men laat mij weten dat de kinderen Ceuterick en Callebaut van Aalst kinematografische voorstellingen geven te Sotteghem -Trapstraat, zonder bemachtiging bekomen te hebben van de Bestendige Deputatie van den provincieraad (...)", een bericht dat wordt herhaald op 20 april.(16) Dat er in de Trapstraat inderdaad films worden vertoond, lezen we in De Beiaard van 20 en 27 maart: "Moderne Palace - Trapstraat. Zaterdag 27 maart om 7 1/2 ure (zomertijd) zal commandant Sevens van het 1ste artillerie te Gent optreden met zijne voordracht: "Met ons leger aan het IJzerfront". Deze voordracht zal opgeluisterd worden met de volgende filmen: 1. De slag aan den Ijzer (1914); 2. De treurige film; 3. De slag bij Merckem; 4. Het zegevierend offensief in Vlaanderen (1918); 5. Eenige toneeltjes uit het bezette gebied. Al deze filmen zijn historische documenten en werden op het slagveld opgenomen door de fotodienst van ’t ministerie van oorlog". Heeft deze manifestatie inderdaad plaats gehad, of werd ze onder druk van het provinciaal protest geschrapt? Het is alvast opmerkelijk dat dezelfde voordracht in oktober opnieuw op het programma staat en deze keer met betere technische uitrusting. "Daar de Cinema Modern Palace, nu

verlicht wordt door eigen kracht, zal de voordracht met oorlogsfilms gegeven door Kommandant Sevens, plaats hebben zonder font op dinsdag 26 oktober om 7 1/2 statie uur". (17) Modern Palace werd polyvalent gebruikt, want op 12 februari 1921 wordt er "een tooneelfeest gegeven door de wol -en katoenbewerkers".(18) Het probleem van de ‘illegale’ cinema wordt geregeld wanneer in augustus dat jaar G. Staes uit Sint-Amandsberg aan het gemeentebestuur toelating vraagt "voor de opening der cinema en spectakelzaal zijnde de "Cinema Modern", Trapstraat 46". Een half jaar later geeft de provincie hiervoor

haar zegen, maar "er mogen niet meer dan 370 toeschouwers in de zaal geplaatst worden".(19) Modern Palace werd van 1924 tot 1932 uitgebaat door Albert Coessens; van 1932 tot 1939 was de exploitatie in handen van Ghislain De Geyter en Olga Van Den Bossche. Blijkens getuigenissen van bovengenoemden als van eigenaar Albert De Nayer, woonde al die tijd Jeanne Snoeck, echtgenote van Eduard De Coene, op de twee kamers boven de ingang van de cinemazaal, "eerst met hare moeder, daarna met haar echtgenoot en kind". Huurgeld moest ze niet betalen, wel prestaties in natura: "Als huurprijs was bepaald dat zij de cinemazaal moest opkuischen na elke vertooning en zij éénmaal in de week den ingang moest schuren".(20) Blijvende kritiek Zottegem herbergde dus vanaf 1920 opnieuw twee bioscopen en meteen was het cinemagebeuren weer nieuws voor de plaatselijke pers. De Beiaard had het duidelijk niet op het witte doek begrepen. In de editie van 31 januari 1920 bloklettert het weekblad op de voorpagina: "KINEMA. De Brusselse substituut Collard, die ene studie heeft geschreven over de kinderbescherming, zegt daarin: Dikwijls hebben de diefstallen door kinderen bedreven, geen ander oorzaak dan, buiten weten der ouders, het kinemaverkeer. Dat is voor drij vierden het geval. En, als de rechter de kinderen vraagt hoe zij op het gedacht kwamen te stelen, antwoorden zij: Wij zien in den kinema hoe men steelt. Een opziener van het onderwijs te W. wijst er op dat hij in de 2500 kinemavertooningen die hij bijwoonde, 97 moorden, 15 zelfmoorden, 51 echtbreuken, 22 aftroggelarijen en 125 diefstallen zag voorstellen". In de volgende twee jaar, komt hetzelfde weekblad nog een paar keer striemend uit de hoek. Een bloemlezing. "In de cinemas, opgepropt, opeengetast, ziet men ontelbare nieuwsgierigen die wenen, lachen, spotten, gekken, huilen, tieren, kraaien en meedoen, in hun gedacht ten minste, met de ingebeelde en op het doek door het tooverlicht gemaalde toe -en voorvallen van overspelers, onzuiveren, dieven,

19


moordenaars, straatslenteraars, leeglopers en antivaderlanders" (28.2.’20). "KINEMA! KINEMA! Hedendaagsch loopt omtrent iedereen naar de Kinema. De steden worden er door vergeven. De Kamers houden er zich thans mede onledig. ‘t Wierd tijd dat de kinders van min dan zestien jaar daaruit bleven. (...) De kinemas hebben veel te doen en nochtans, men klaagt en zaagt over het zoo dure leven (...). Werklieden zijn de meeste en de beste klanten der kinemas. We zwijgen over wat dat volk daar zooal te zien krijgt (...). Maar het zonderlinge, het onmogelijke, het belachelijke, het misdadige en eilaas zeer dikwijls het onzedige, ziedaar wat men voor de gul-

zige blikken schuift en tot aas aan de laagste drifen werpt. (...) We weten dat er in de groote steden en misschien ook wel in mindere, geïllustreerde aankondigingen en plakkaten hangen die nen beer of nen aap zouden doen rood worden van schaamte." (17.4.’20). "DE SLECHTE CINEMAS. Sinds lang vaart men uit tegen de zedenstorende, zedenkwetsende en ondeftige kinemavertooningen. (...) De slechte kinema is de pest van onzen tijd. Indien al die half en half deftige kinemas zelfs verdwenen of weggevaagd wierden, zoude de openbare zedelijkheid er oneindig bij winnen. (...) ‘t Is de plicht zulke kinemas te doen ontvolken." (19.2.’21). " FILMS.

Wanneer men al die toeren op ‘t papier en op de kinemafilm ziet afrollen, (...) dan moet men zich afvragen, hoe geraken ze daaraan? (..) Alles wat wij te zien krijgen, werd eens opgerold aan de poorten van Tunis, daar waar de zandstreek begint en de tramlijn eindigt. Men verhuurt er alles wat noodig is tot het gelukken der dramas en toneelspelen die men wil samensteken (...) voor een ezel, per uur 3 fr.; een kameel 5 fr.; leeuw 15 fr. (...) Ziedaar hoe men te werke gaat als men een opzienbarende film wil maken. En dan kijkt men verwonderd zijn oogen uit in den kinema. (...) Zoo bedriegt men de wereld en de toeschouwers." (24.12.’21). Het hoeft geen betoog dat dergelijke taal, in een veel gelezen blad, spreekbuis van een flink percentage Zottegemnaars, allicht een serieuze domper zal gezet hebben op het cinemabezoek. Maar, zoals verder zal blijken, werd veertig jaar later minstens even sterk uitgehaald naar ’slechte’ films.

Polyvalent Over de zalen in de jaren 1920 en ’30 zijn we bijzonder schaars ingelicht. Modern Palace kreeg in 1933 goedkeuring tot het verbouwen van zijn voorgevel.(21) Hoe het er in Victoria Palace aan toeging in de tussenoorlogse periode vertelt Elianne Braems.(22) "Qua interieur was onze cinema niet te vergelijken met de huidige zalen. Achteraan was de vloer wel een beetje hoger, maar vooraan, waar gewoonlijk de kinderen zaten, stonden de houden klapstoelen allemaal op hetzelfde niveau. Later werd er ook nog een balkon gebouwd. De zaal werd ook polyvalent gebruikt. Er was een podium (en kleedkamers) dat gebruikt werd door toneelgroepen en anderen. Weet ge dat Leon Degrelle hier ooit een meeting gaf? En op kermismaandag werden alle stoelen, die met een grote schroef in de plankervloer bevestigd waren, losgevezen en weggezet. Een groot orgel kwam in de plaats en er kon toen bij ons gedanst worden. De bioscoop bood, toen ik klein was, plaats aan 700 mensen! Voor de muzikale begeleiding van de stomme films kwam een vrouw uit Gent op onze piano spelen. Naargelang de

20


aard van de film, improviseerde zij dramatische, romantische of actiemuziek. Als ik het goed voor heb, deed zij dat zuiver op het gevoel. Veel later kwamen de grote phonoplaten. Wij hadden toen rijen vol platen met alle soorten muziek en naargelang de film kozen wij een plaat. Al die platen hadden een nummer en je moest goed opletten, want als men zich van nummer vergiste kon het gebeuren dat een oorlogsscène van een walsje werd voorzien... Een ander, of een bijkomend systeem, was om onder het podium ‘muzikanten’ te zetten, die de film begeleidden. Zo heb ik altijd horen vertellen hoe de film “Van het westelijk front geen nieuws” in de verf werd gezet door mijn oom die op een grote trom de ‘bommen’ nabootste, terwijl mijn vader met kettingen het oorlogsgeweld opriep. Dat werd eerst natuurlijk op voorhand ingestudeerd. Een bioscoopuitbater moest toentertijd erg inventief zijn. En mijn grootvader was, in alle bescheidenheid, op dat vlak geniaal. Kijk, in het begin gaven de filmhuizen (de verdelers) voor het kleine Zottegem nogal eens slechte of minderwaardige kopieën. Die filmen braken te pas en ten onpas. Bovendien waren het toen allemaal relatief korte spoelen die telkens weer gewisseld moesten worden. Om dat probleem te ondervangen had mijn grootvader een grote houten ‘spoel’ gemaakt waar het hele programma op kon. En toch kon het nog mislopen. Bij het vertonen van een drama slaagden we er bijvoorbeeld niet in het laatste fragment te tonen; de film brak altijd af. Het volk werd zenuwachtig en begon te fluiten en te roepen. Waarop Victor op de scène klom en zei: "Beminde cinemaliefhebbers, ze trouwden met mekaar, ze leefden lang en gelukkig en ze hadden vele kinderen". Algemeen applaus en iedereen ging tevreden naar huis. Een andere uitvinding: om nog te kunnen draaien en werken wanneer de elektriciteit uitviel, had hij een ‘noodgenerator’ gebouwd, waarbij de stroom werd opgewekt door een hond die in een rad liep.

de maandag eerder voor de middenstanders van het centrum. Die laatsten zaten meestal op het (duurdere) balkon en dat waren ook de eersten die afhaakten met de komst van de televisie, want zij waren de eersten die er zich een konden kopen. Het publiek reageerde indertijd wel heel spontaan op wat er op het witte doek gebeurde. Bij een cow-boyfilm ging men heftig en wild ‘paardrijden’ met de stoelen, wat een hels lawaai veroorzaakte. Analoog met wat vandaag nog geldt, was het absolute rookverbod. En tijdens de entracte werd er snoep verkocht. Gilbert Van de Zande, de vader van Louis in de Statiestraat, trok een wit kielken aan en liep met het deksel van een koekendoos vol crèmkes op zijn hand door de zaal. Later werden de gezouten nootjes populair en nog later kwamen de frisco’s.(23)

1937. Filmleiding Op het einde van de jaren 1930 wordt er (opnieuw) fel actie gevoerd tegen ‘slechte’ films. Paus Pius XI roept op "nooit naar films te gaan zien die de waarheid en de christelijke zedenleer kwetsen" en in Vlaanderen donderpreekt vooral pater F. Morlion niet aflatend tegen de "schunnige filmuitbatingen". Hij is de ‘bezielende’ kracht van de in 1937 opgestarte Katholieke Filmliga (KFL) die, meer nog dan de in 1933 opgerichte Katholieke Filmaktie, zonder ophouden de media bespeelt. De leuze van pater Morlion luidt: "Volg de filmleiding!". Bedoeld wordt het moreel waarde-oordeel dat elke film meekrijgt.

Het bioscoopbezoek van toen was op heel wat vlakken niet te vergelijken met het huidige. Zo werd er bijvoorbeeld alleen op zaterdagavond, de zondag en de maandag naar de film gegaan. Elke dag had zijn specifiek publiek. De zondag, dat was voor de mensen van de buitengemeenten;

21


In De Beiaard verschijnen deze ‘quoteringen’ begin oktober 1936. In Victoria Palace draait men op dat moment “Dame met camelia’s”, waarvoor de KFL "zeer streng voorbehoud" maakt "om het moreel midden en de onregelmatige verhoudingen". Beter vergaat het 4 1/2 Musketiers in Modern Palace, dat "tamelijk aantrekkelijk" wordt gequoteerd, zij het "met licht voorbehoud om de danstooneelen". “La tragédie impériale”, eind januari 1939 gespeeld in Modern Palace, wordt zwaar de grond ingeboord: "Conventionele voorstel-

ling van een verdorven milieu. Liederlijke tooneelen (naaktheden). Allerlei verwarde opvattingen op godsdienstig gebied. Walgelijk geheel. Te mijden.(24) Ook andere katholieke organisaties mengen zich in het debat. Vooral in 1936 reageerde de (V.)K.A.J. met "meetings voor meer zedelijkheid" tegen de "onzedelijkheid" in de

22

arbeidersmiddens. Zowel in Aalst als in Zottegem werd "in de grootste cinemazaal van de stad" een bijeenkomst gehouden, "wat meteen al een protest was tegen de films van twijfelachtige alure".(25) Elianne Braems ondervond de hetze tegen het filmgebeuren aan den lijve: "We hebben hier enorme tegenkantingen gehad. Om onze reclame te voeren gebruikten we strooibriefjes. Wel, die werden ‘s nachts onder de deuren

geschoven, want overdag dierven we dat niet doen. Iets later werden onze briefjes ook op de dinsdagmarkt verspreid. We schoven ze onder de snelbinder van de fietsen, of ergens anders, om de mensen uit de buitengemeenten ons programma aan te bieden. Een ander, maar recenter systeem bestond uit affiches die we in de cafés ophingen. De baas kreeg dan een paar tickets of we lieten zijn klan-

ten ne keer drinken, ... Maar om terug te keren op de kritiek. Op de kansel werd er enorm tegen de film gepreekt: dat het zonde was, dat ze niet mochten gaan, dat het schandalig was en wat weet ik nog allemaal. Dan had ge u ook nog te richten naar de filmkeuring (DOCIP) die elke film een quotering meegaf: "voor allen", "onder voorbehoud", "streng voorbehoud", "te mijden", ... Om u een voorbeeld te geven hoe ver "ze" het konden drijven: ik zat als dochter uit een cinema in Sint-Barbara. En iedere maandagmorgen werd daar gevraagd: "wie is er naar de cinema geweest?". Trouwens, vanuit het venster van het klooster keken ze wie er bij ons binnenging. Een straffer verhaal: op een bepaald moment werkte ik in Brussel op de Christelijke Mutualiteit en men had daar een anonieme brief naar toe gestuurd waarin werd gezegd dat mijn vader ‘slechte’ films draaide. Mijn vader werd geroepen door de kanunnik, maar die kende het systeem van de rejet, en zei: "Mijnheer Van Kerkhove, ik ga het heel eerlijk en duidelijk stellen. We hebben die brief ontvangen, en ik wil u vragen of ge dergelijke films met opzet draait of doet ge het omdat ge niet anders kunt?" En de brief vloog in de papiermand! Maar, zeker in de jaren na de oorlog, lagen de mensen niet wakker van de filmkeuring. Ik denk zelfs dat een als "af te raden" gequoteerde prent eerder volk trok, begrijp je. Eén keer hebben we zo een grapje uitgehaald: de prent Liliane, het meisje uit het oerwoud werd geafficheerd en op de foto droeg ze een kleine b.h.. Urbain had hier zwarte stukjes opgekleefd en iedereen dacht dat er dus meer te zien was ... Succes verzekerd!".(26) Films in 1939 in Zottegem vertoond, zijn onder meer: Moskou Shangai, De nacht der grote liefde, Winternachtdroom, Muzikale spionage komedie, Sa Majesté est de sortie, Agent cyclone, Délicieuse, Paillass, Havenmuziek, De afgod der vrouw en Koningin Victoria in Modern Palace, en Het razende eiland, Heimwee, Tropenkoorts, Onsterfelijke melodiën, Op zekeren dag ... een herderin, Luitenant Bobby, De roman van Marguerite Gauthier, De prins en den arme, Een nacht in de opera, Goed voor den dienst, ‘t Is maar een toneelspeler, Leve de Liefde, Taro le paien, Dancing fleet en Ben Hur in Victoria Palace.


1943. Eerste kleurenprojectie en ... eerste bloot Over het cinemagebeuren tijdens de oorlog valt in de archieven nauwelijks wat te rapen. Toch zijn het voor de Zottegemse bioscoopgeschiedenis belangrijke jaren, met zowel de eerste kleurenfilm als de eerste ... blote borst. Paul Van Breusegem, die dertig jaar operator was in Zottegemse bioscopen, deed het verhaal in een paar interviews.(27) "Tijdens de oorlog werden (in Cinema Victoria) slechts op zaterdag en zondag vertoningen gehouden. Een namiddagvertoning om 15 uur en een avondvertoning om 17 uur. Dat moest zo want de toeschouwers moesten voor het sper-uur (de avondklok door de bezetter ingesteld) thuis kunnen komen. Omdat de voorstellingen massa’s volk lokten, ging de kassa één uur op voorhand open. En omdat er te weinig tijd was tussen twee voorstellingen werd een noodmaatregel uitgedokterd: terwijl het publiek voor de tweede voorstelling langs de gewone ingang naar zijn stoelen ging, werden de toeschouwers van de eerste voorstelling via een achterdeur (...) terug naar buiten geleid. Tijdens de voorstellingen bleef de achterdeur steeds op een kier om de jonge mannen toe te laten tijdig te ontsnappen, mocht de bezetter onverhoeds binnenvallen om hen op te eisen als werkkracht in Duitsland". "Ik werd door de Duitsers verplicht bij elke vertoning eerst het journaal te draaien. Nieuws was een groot woord, want de beelden waren zuivere nazipropaganda". "De vraag van de Duitsers om ook voorstellingen tijdens de week te geven werd door de eigenaars van de ‘Victoria’ geweigerd: het geleverde materiaal bestond alleen uit propagandafilms. De ‘Modern’ ging toen wel op deze vraag in". De eerste film in kleur, ‘De reis naar Tilsit’, werd in Zottegem in 1943 gedraaid. en wel in de twee zalen tegelijk: "Toen de eerste film in kleur er aankwam, ging het publiek helemaal uit de bol. Niettegenstaande deze film in de twee zalen terzelfdertijd vertoond werd, werd de toegangsdeur van de Victoria letterlijk plat gelopen door de zich verdringende mensenmassa". 1943 was ook het jaar waarin het Zottegemse publiek het eerste ‘bloot’ kon zien, en wel in de Italiaanse prent ‘De Brug der Zuchten’. "Daarin was een fragmentje blote vrouwenborst te zien en Zottegem stond op stelten. Van mijn baas, Victor Van

Kerckhove, moest ik met de hand de lens afdekken als de borst inbeeld kwam. Maar meestal was ik net te laat. Ik wou ook graag zoiets op groot scherm zien. Intussen bestookte de pastoor zijn gelovigen met donderpreken. Wie naar een ‘slechte’ film ging kijken, zou eeuwig branden in de hel".

Op maandag 1 juli 1946 wordt de Moderne geteisterd door

herinnert het zich nog levendig: "Operator was toentertijd een gevaarlijk werk waarbij men steeds alert moest blijven. Omdat de films gemaakt werden uit celluloid, mocht het aandrijfmechanisme niet stilvallen: door de hitte van de projectielamp tegen deze uiterst ontvlambare kunststof kon de hele troep in een mum van tijd in vuur en vlam staan. Operator De Naeyer die in dergelijke omstandigheden in een paniekreactie probeerde een knel geraakte film te redden, vergat om ogenblikkelijk eerst de lamp af te dekken,

een brandramp: "Brand - Maandagavond rond 8 uur werden de pompiers opgeroepen, daar er brand uitgebroken was in de cinema "Modern Palace". De cabine waarin de filmen afgedraaid worden stond in brand. De operateur, Jules De Naeyer, kwam hevig brandend buitengeloopen. Na de vlammen gedoofd te hebben werd de ongelukkige naar het hospitaal overgebracht waar hij woensdagmiddag aan de gevolgen zijner wonden bezweken is "(28). Paul Van Breusegem

waardoor hij ernstige brandwonden opliep, die hem fataal werden".(29) "In plaats van aan zichzelf te denken, probeerde hij de dure filmrol te redden en dat is hem fataal geworden".(30) Dat heeft, zoals zal blijken serieuze gevolgen voor het bioscoopgebeuren in Zottegem. Op 24 maart 1944 krijgt Albert Van Kerkhove, die zijn vader opvolgde, toelating "de Cinema Victoria voort te mogen uitbaten".(31)

1946. Brandramp

23


Met de vergunning van de Modern Palace loopt het heel wat minder vlot.(32) Op 25 september 1946 vraagt Adolf Busselman toelating om de bioscoop te mogen uitbaten. Omdat de machtiging al in april 1941 was verstreken en vermits het balkon een gevaar opleverde voor het publiek, laat de gouverneur de zaak op 1 oktober sluiten. Dat valt echter in dovemansoren, zodat de politiecommissaris moet ingrijpen. Burgemeester Firmin De Meyer wil echter niet over één nacht ijs gaan en stelt architect Leopold De Looze aan om de cinemazaal aan een grondige inspectie te onderwerpen. De Looze verklaart: "Dat er geen sprake is van instorting door het gebruik van het balkon met het doel waarvoor het gemaakt is. Er is plaats voor 136 personen aan 70 kg. per persoon is 9520 kg. verdeeld over een oppervlakte van 84 vierkante meters is een gemiddelde van 113,30 kg. per vierkante meter, daar waar het huidig balkon

24

zeker het driedubbel (sic) van dit gewicht zonder gevaar van instorting zou kunnen dragen". (33) Met dit verslag in de hand velt de burgemeester een salomonsoordeel: "ten tijdelijken titel" mag de filmzaal verder blijven draaien tot het einde van de maand. Deze voorlopige oplossing wordt door de provincie bijgetreden. "In afwachting dat een definitieve beslissing zal genomen worden" mag Van Busselen zijn bioscoop verder uitbaten. "Het is nochtans verboden de toeschouwers op het balcon toe te laten, om reden dat de toegangstrap te smal en uit hout vervaardigd is." Maar, nu kimt de eigenaar op de proppen. Albert De Naeyer tekent formeel protest aan tegen de gang van zaken. Hij argumenteert dat "ten gevolge van den brandramp" het plafond op instorten staat, voert een aantal technische mankementen aan, en besluit: "Ik heb de echtgenooten Van Busselen-Van de Weghe een opzeg laten beteekenen voor de

cinema, om de zaal onmiddellijk ter mijner beschikking te stellen, zoodat het toekennen van eene vergunning in geen geval nog enig belang kan hebben".

1947. Cinéma Majestic Adolf Van Busselen en Hélena Van Weghe laten het echter niet aan hun hart komen en zoeken een andere lokatie. In mei 1947 doe ze een aanvraag, in "tot het verbouwen van een magazijn tot cinema, gelegen Hospitaalstraat 18".(34) Tegen eind december van dat jaar hebben ze ook een provinciale uitbatingsvergunning rond " tot het inrichten van een schouwspelzaal voor bioscoopvoorstellingen met ontvlambare filmen". De zaal wordt Cinema Majestic gedoopt. De eigenaar van Modern Palace ziet één en ander met


leden ogen gebeuren en dient in de zomer van 1948 op zijn beurt een aanvraag in "tot het vernieuwen van dak en balkon van de cinemazaal".(35) Stedebouw oppert bezwaar tegen het ontbreken van een nooduitgang en stelt dat indien hier niet wordt aan verholpen, de capaciteit van de zaal, berekend op 435 personen, met 85 plaatsen dient verminderd. Hoe Albert De Naeyer het wist te regelen, weten we niet, maar op 14 december 1948 heeft hij een uitbaringsvergunning op zak voor een zaal van 520 (!) personen. Per 1 januari 1949 telt Zottegem drie bioscopen: Victoria Palace in de Nieuwstraat, Cinema Majestic in de Hospitaalstraat en Modern Palace in de Trapstraat. In de loop der jaren ontstond een ware concurrentieslag om de meest bekende films van het ogenblik te draaien. De ‘Modern Palace’ nam veel ‘historische films’ op het programma, zoals o.a. ‘De graaf van Monte Cristo’, ‘Willem Tell’, ‘Les Misérables’, ‘Koningin Victoria’, ’Jeanne D’Arc’, ‘De Laatste Dagen van Pompeï’, ‘Kapitein Horatio Hornblower’, ‘Faust’, ‘Het Leven van Enrico Caruso’en zorgde voor afwisseling met ‘Sneeuwwitje’, Laurel en Hardyfilms, ‘Alice in Wonderland’,‘In Heidelberg heb ik mijn hart verloren’ en ‘Rudolf Valentino, de Verleider’. De ‘Victoria Palace’ koos voor variatie met o.m. ‘Alleen op de Wereld’, ‘De Drie Musketiers’, ‘Tarzan Ontvlucht’, ‘Een Nacht in de Opera’, ‘De Mascotte van het Regiment’, ‘Sint Franciscus van Assisi’, ‘Abbot en Costello’, ‘Kim’, ‘Rembrandt’, ‘De Grote Caruso’, ‘De Sheik van Arabië’ en ‘Show Boat’. De ‘Majestic’, van zijn kant, trachtte de kijkers te winnen met ‘Oliver Twist’, ‘Anna Karenina’, ‘De Man met het Ijzeren Masker’, ‘De Derde Man’, ‘Hoffmann’s Vertellingen’, ‘De Hebzuchtige’ en ‘De Dag waarop de Aarde stilstond’. Daarnaast bleven ook de omliggende gemeenten niet in de kou staan. In de tweede helft van de jaren veertig vinden we, blijkens gegevens in De Beiaard van 1946 en 1947, bioscopen in Herzele (Ciné Rex), Hillegem (Ciné Rio), Neder brakel (Star Cinéma) en Balegem (Kinema Broedermin). Verder werden er in het Zottegemse zelf af en toe gelegenheidsvertoningen gegeven. Zo te Erwetegem waarvoor de ‘filmrubriek’ van De Beiaard op 11 oktober 1947 vermeldt:

"Robinson Suisse. Voor allen aanbevolen". En in hetzelfde weekblad van 12 oktober 1946 lezen we: "Op vrijdag 18 oktober te 19.30 uur vertooning van een prachtfilm in de zaal van den Katholieken Kring. Prijzen 10 en 5 frank. Kaarten worden ten huize aangeboden en zijn te verkrijgen in het feestlokaal". Sinds 1949 kende de bioscoopuitbating een ongemeend succes in de omgeving van Zottegem. Aalst stak iedereen naar de kroon met zelfs Zeven zalen : Alfa, Palace, Royal, Feestpaleis, Rio, Ciné-Max, en de Sint-Martinuskring. Geraardsbergen telde zes bioscopen : Eden, Majestic, Volkscinema, Alhambra, Pax en Big Ben. In Oudenaarde, Ronse, Nederbrakel, Etikhove en Oosterzele was er een ‘Cinema Familia’. In de randgemeenten waren ook bioscoopzalen actief : ‘Orly’ in Sint-Lievens-Houtem, ‘Modern’ in Bavegem, ‘Pax’ in Erpe en in Sint-Denijs-Boekel, ‘Cinema Truweel’ in Sint-Lievens-Esse, ‘Cinato’ in Baardegem, en ‘Valentino’ in Gavere. In Zottegem ontdekten de bioscoopuitbaters de ‘publiciteit’: de ‘Victoria’ pakte met de primeur uit in 1954. In ‘De Beiaard’ kon de filmliefhebber ‘kaderpubliciteit’ vinden met aankondiging en zelfs een heus informatief artikel over inhoud en zedelijke kwotering, geïnspireerd op het blad van de Katholieke Filmliga : ‘Beau Brummel’. De Esther Williams waterballetfilm ‘De Eerste Sirene’, ‘Julius Cesar’, ‘Lili’, ‘Quo Vadis’, ‘Young Bess’, ‘Saskatchewan’, ‘Only You’ en ‘Ali Baba’ werden zo bekend gemaakt. De ‘Majestic’ antwoordde langs hetzelfde kanaal voor ‘Sinjorenbloed’, ‘Don Camillo’ en ‘Apache’. De strijd om de gunst van het publiek werd gevoerd aan de hand van de filmprogramma’s. Met de opening van een derde zaal, Ciné Paris, werd dit wapen nog belangrijker. Amerikaanse films tegenover Franse films : de strijd kon beginnen. ‘Spartacus’, ‘Ben Hur’, ‘El Perdido’, ‘De Teutoonse Ridders’ in zaal Victoria, ‘Zorba, de Griek’, ‘The Sands of the Kalahari’, ‘Nazarin, ‘Cleopatra’, ‘Tarass Bulba’, ‘The Long Hot Summer’ in de ‘Modern’. Voor Ciné Paris werd het van bij de start in 1961 een ‘ struggle for life’. Met ‘Helga’, ‘Doctor Jivago’ en een hele reeks films uit het Franse repertorium zou Ciné Paris zich staande houden tot en met het grote succes van ‘Hector’.

25


Om al deze cinema’s van films te voorzien was vanzelfsprekend een distributienet opgezet. Over het systeem bij Ciné Victoria vertelt Elianne Braems. "Er kwam een vertegenwoordiger naar Zottegem en die bood ons een contract aan. Daar stonden bijvoorbeeld 20 filmen op en die moest ge dan allemaal nemen. Een paar (twee, drie of vier) mocht

betaald worden. De spoelen werden de vrijdag opgehaald. Wij hadden hiervoor een overeenkomst met vrachtvoerder Michel Petit. In de jaren vijftig deden we wel aan echte prospectie. Urbain, die in Leuven studeerde, ging daar naar de films kijken. Ikzelf ging naar Gent en samen gingen we naar Brussel. Op basis van wat we daar zagen, maakten we

honderd beste afnemers van de wereld waren", weet Elianne Braems.(37) Per 1 april 1950 brengen ze voor het eerst films van Metro Goldwyn in roulatie, wat onder andere in Cultureel Nieuws paginagroot wordt aangekondigd. 1952 Filmclub In 1952 stichtte Armand Schautteet, reeds de bezielende kracht van de Zottegemse Culturele Kring, eerder Filologenkring genoemd, in de Egmontstad de Filmclub van de Katholieke Filmliga, een verhaal dat we in deel II van deze brochure ten voeten uit schetsen. De film werd wel nog altijd met de nodige reserves bejegend. In De Beiaard wordt telkens weer de ‘waardering’ van de Katholieke Filmliga afgedrukt, een programma dat trouwens ook in het kerkportaal werd opgehangen(38) , en bij de vertoning van Caroline Chérie (ca. 1950) in Modern Palace, noteerde men de namen van de bezoekers. Op 13 september 1952 drukt ‘De Beiaard’ volgende opmerking af: ‘Filmen welke af te keuren of te mijden zijn, worden voortaan niet meer vermeld’. 1960 Ciné Paris

ge, na veel palaveren, schrappen. Dat was de zogenaamde rejet. Wij probeerden de streng gequoteerde films te weren, maar dat was lang niet altijd gemakkelijk. Je moest immers ook nog eens rekening houden met het commerciële aspect - sommige films ‘verkochten’ niet - en zoals ik al zei, slechts met veel moeite kreeg je een paar films uit het pakket geschrapt. Ge moet ook weten dat ge alleen een titel had. Ge moest dus ‘blind’ kiezen. Met dat contract kreeg je dan in Brussel je films. Let wel, er moest op voorhand

26

onze selectie. Vrij vlug werden we hier zeer bedreven in. Bij zoverre dat toen we in Brussel gingen kijken, men riep: "Zottegem est la!" en we werden door andere kleinstedelijke uitbaters gepolst naar onze bevindingen". (36) Victoria Palace had zeer goede contacten met grote verdeelhuizen als Paramount en Universal Pictures. "In de jaren vijftig is hier iemand van Amerika een diploma van Universal Pictures komen overhandigen omdat we bij de

Hoe zwaar men aan de ‘goede zeden’ tilt, komt fel aan de oppervlakte wanneer in juni 1960 Jacqueline Ketels-Calus de Cinema Majestic huurt. Ze vernieuwt doek en apparatuur en houdt op 7 oktober 1960 haar Ciné Paris boven het doopvont. Het ingeslapen Zottegem wordt opgeschrikt door de frisse aanpak van de Paris, die niet schuwt meer bloot te geven dan men hier gewoon was. Een regelrechte hetze was het resultaat. Tekenend voor de sfeer is volgende bloemlezing uit een twee bladzijden tellend artikel opgesteld door de Katholieke Filmliga en gepubliceerd in een speciaal nummer van Cultureel Nieuws, verspreid in november 1961. "Sedert enkele tijd schijnt er in de Egmontstede een zekere deining ontstaan door het vertonen van af te raden en te mijden films in een bepaalde zaal. (..) Via perverse beelden, of schunnige tonelen, of immorele toestand wordt uw KIND beïnvloed, wordt GIJ zelf meegesleurd, zonder het te beseffen ... want regelmatig bijwonen van dergelijke filmavonden werkt langzaam als ver-


gif ... (...) Ouders, het wordt tijd uw verantwoordelijkheid op te nemen. Controleer het cinemabezoek van uw kinderen zelfs al zijn zij meer dan 21 jaar. Een zaal waar regelmatig af te raden of te mijden films worden vertoond is geen zaal voor ernstige mensen en zeker niet voor meerderjarige kinderen. (...) Door een bezoek aan een cinema, waar regelmatig slechte films

Filmliga", opgesteld tijdens een spoedvergadering op 27 oktober. Hierin wordt kernachtig het hoger aangehaald artikel samengevat. Als klap op de vuurpijl wordt elders in het nummer een kaderstukje afgedrukt waarin de Cinema Victoria en de Cinema Moderne worden aangeprezen.

De Sutter en Cecile De Visscher, zagen het niet zitten zelf de zaal uit te baten en zochten naar een alternatief. Dat kwam er in de herfst toen de stad Zottegem het pand huurde.(42) Het stadsbestuur bouwde de bioscoop om tot een polyvalente schouwburg. De filmclub krijgt er onderdak en allerhande podiumactiviteiten kunnen er plaats vinden.

Het hoeft geen betoog dat de Filmclub hiermee elke band met de Ciné Paris had doorgeknipt. Kort daarop ontstond een probleem, want de Cinema Victoria sloot de deuren in 1964 en de Cinema Moderne legde in Januari 1967 de boeken neer. Vermoedelijk de laatste commerciële films die hier werden geprojecteerd, waren De lange hete zomer en Ursus in het land van vuur, beide aangekondigd in De Beiaard van 7 januari 1967. Later vond de Filmclub er nog een tijdje onderdak, maar vrij vlug kreeg het pand een nieuwe bestemming. Ciné Paris bleef intussen rustig verderwerken, maar raakte het etiket ‘blote meiden-cinema’ niet kwijt en werd vanuit bepaalde hoeken blijvend met een scheef oog bekeken. 1989. Ciné Chaplin

gespeeld worden, zelfs wanneer bij uw bezoek een goede film vertoond wordt, steunt gij financieel maar ook zedelijk de persoon, die met uw bezoek en met uw geld bij de filmhuizen macht krijgt, en zo in staat gesteld wordt ook de slechte film te bevorderen. (..)". Ook de media en diegenen "die propaganda maken of steunen" worden de levieten gelezen. Het uiterst scherpe en duidelijk tegen de Ciné Paris gerichte stuk wordt afgerond met een oproep van de "Katholieke Jeugdgroeperingen van de Dekenij Zottegem en de Katholieke

Deed de veralgemening van de televisie vermoedelijk twee van de drie Zottegemse bioscopen de das om, hetzelfde medium gomde stilaan de zwaarste accenten van de Paris weg en zowaar de Filmclub vond er zijn vaste stek. In 1977 kreeg de Ciné Paris een face-lift, met comfortabeler stoelen, voltapijt en een moderne decoratie, maar het bleef moeilijk knokken tegen de grote zalen in Gent en Brussel.(39) Medio 1989, na 29 jaar Paris, deden Ghislain Calus en Jacqueline Ketels de boeken toe. De zaal werd overgenomen door Ronny Maheur uit Ooike die in de combinatie filmclub-commerciële film brood zag.(40) Maheur maakte de zaal volledig brandvrij, plaatste comfortabele zetels met ruime tussen gangen, bracht ingrijpende verbeteringen aan zowel projectie-, klank- als lichtapparatuur en paste sanitair en verwarming aan. Zijn bioscoop, met een capaciteit van 320 zetels, werd als Ciné Chaplin in september 1989 ingespeeld.(41)Vrij vlug kwam het echter tot communicatiestoornissen tussen de nieuwe uitbater en de filmclub. Daar bovenop kwam nog een indexaanpassing waardoor de huur van de zaal steeg, zodat Maheur Ciné Chaplin niet langer leefbaar achtte en in juli 1992 stapte hij op. De eigenaars, Gaston

1993. Stadstheater Rhetorica Na tachtig jaar was de cirkel rond: een bioscoop bleek niet langer leefbaar in een kleine stad. Sindsdien worden de films, net als in de beginperiode, opnieuw in een polyvalente zaal gedraaid. De vernieuwde zaal werd, na een rondvraag bij de bevolking, Stadstheater Rhetorica gedoopt. (43)

27


"Er is veel water in de zee, maar ik heb veel traantjes gelaten" Een indringend gesprek met Jacqueline Ketels en Ghislain Calus (Danny Lamarcq) Waarom ben je eigenlijk met een cinema in Zottegem begonnen? Ik zal nu toch mijn leven moeten vertellen. We zijn op 7 mei 1960 getrouwd. En mijn man had een cinema in Oostende. Eigenlijk zat het zo: Arickx had er twee grote zalen (de Capitole en de Paris) en mijn man had er een cinema van ‘documentairen’, de Metro. Maar dat ‘marcheerde’ niet. Arickx redeneerde dat als hij er de bioscoop van mijn man bijnam hij kon programmeren voor drie en dat was mooi meegenomen. Mijn man ging akkoord, maar hij had niets op papier. Goed, we trouwen dus in mei en ik huur een appartement naast mijn ma. Eind mei komt mijn schoonzuster toe en ze zegt: "Moet je eens luisteren wat ik op de trein hebt gehoord. Dat de drie cinema’s in Oostende overgelaten zijn". Maar ik geloofde haar niet, want dat zouden wij toch wel eerst geweten hebben. Maar, het was wel waar. Mijn man kreeg, als uitbater, wel een financiële compensatie, maar hij was zijn cinema kwijt, en dat was zijn lang leven. Arickx was bereid om ons te helpen zoeken naar een andere bioscoop en kort daarna lezen we in een blad: ‘Cinema te huur in Zottegem. Leegstaande zaal’. Dat er met de komst van de Ciné Paris in Zottegem een heuse hetze ontstond, hebben we hierboven uitvoerig geschetst. Geïntrigeerd door het verhaal vroegen we de uitbaters om tekst en uitleg. Het werd een indringend gesprek.

28

Wij naar Zottegem. Ik zie ons nog toekomen. De Heldenlaan afgereden, tot op de Markt - ik ga het nooit vergeten, ‘k mag honderd jaar worden - door de Statiestraat, via het Statieplein en we komen aan de cinema. Dat is Zottegem. Ik zeg: "Nooit van mijn leven. Dat kan niet. Hier kom ik nooit wonen". Ik vond dat ik hier niets kon doen.

Ik kwam van de kust en was er opgegroeid in de commercie en ik zag geen brood in het boerengat dat Zottegem in 1960 was.. Maar allee, we zien die zaal en Ghilain zegt: "Hier is iets van te maken". Ik zag dat toch niet zo onmiddellijk zitten. Die zaal was toch al een paar maanden dicht en er zou nogal wat aan veranderd moeten worden. En dan dat kleine Zottegem ... Wij keerden dus terug naar huis en er werd nogal heftig gediscussieerd over de Zottegemse plannen. Mijn ma hakte de knoop door: een getrouwde vrouw moet haar man volgen, was haar rechtlijnige redenering en daarmee was de kous af. We hebben toen een ganse maand in ‘Petit Bruxelles’ gegeten en elke dag heen en terug gereden. We hadden een akkoord met de eigenaar en we zijn aan de cinema beginnen werken. Maar, dat over en weer rijden was niet te doen. De 1ste juli zijn we dan naar Zottegem komen wonen. Op 7 oktober 1960 zijn we gestart met ‘Een engelachtig burenmeisje’ van Colombia. Twee minuten voordat de cinema openging, waren we nog de klinken op de deuren aan het zetten. De eerste dag (vrijdag) hadden we 106 bezoekers, de dag erop 172 en de zondag 449! Dat waren dus allemaal cinemabezoekers die de anderen kwijt waren. Er werd met andere woorden een stukje van de taart verdeeld. De zondag was altijd de beste dag. In de week speelde ik een ‘non controlé’. Ik herinner me nog de eerste nachtvertoning die we hebben gedaan, ...


Zo kwamen jullie in een situatie dat er in Zottegem drie zalen waren ... Ik kon in Zottegem niks doen. Maar Arickx ,die sterk stond, heeft mij wat geholpen en ik kon een film van Colombia draaien. Amerikaanse films konden we (in 1960) niet krijgen. Die twee andere zalen zaten daar nu eenmaal. Wij hadden nooit gedacht dat we geen films gingen krijgen. We redeneerden, we starten met een nieuwe zaal, met een groot scherm, ....

We konden wel films draaien, er waren er genoeg, maar de beste gingen aan onze neus voorbij. Want, dat ging allemaal op contract. Ge moest bijvoorbeeld dertig films pakken, waarvan er maar twee toppers inzaten. Maar, ge moest wel al die dertig films spelen! Ge mocht er drie of vijf omruilen En, die andere twee cinema’s hadden veel meer macht. Hebt gij de madam van de Moderne gekend? Ja, man, die kwam in Brussel met een Amerikaanse slee toe, en dat was maar een knip of die mannen brachten de films in de auto, drinkgeld, gaan eten en drinken, ...

gingen dat ze een doodzonde deden. Wel, na zo’n preek konden ze niet binnen!

Je start eind 1960 en in 1961 staat Zottegem op zijn kop. Op minder dan een maximaal een half jaar tijd beginnen ze een hetze tegen de Paris (zoals we in ons artikel over de Zottegemse bisocoopgeschiedenis hebben verteld). Daar moet toch een reden voor zijn. Dat was jaloezie, hé. Onze zaal was veel ‘schoner’, we hadden een breed doek. Ze zagen dat het volk bij ons in rijen

Kon zij dan zo goed haar boterham verdienen, met die cinema. Ah ja. Ze was eigenaar, ze moest geen huur betalen. En, ook met die derde cinema was het mogelijk om nog een goede boterham te verdienen.

Was dat nog altijd de tendens van tijdens en na de oorlog dat cinema vrijwel het enige ontspanningsmiddel was? Jaja. En ze stonden in rijen te wachten. Wij speelden aanvankelijk vrijdag, aterdag en zondag. Altijd de beste films, de commercieelste films, hetgeen dat we hadden, ... Het is ‘kinderen toegelaten’ of ‘kinderen niet toegelaten’, er zijn maar twee correcte quoteringen, al de rest telt niet. Ik stond dus sterk en ze konden me niks doen, niks. Dus, we hadden een weeekendprogramma en we hadden daarnaast de maandag, de dinsdag en de donderdag. Dat waren altijd ‘non controlés’, maar toch niet te sexy, Franse films. Ook bij een ‘controlé’ kwamen ze. Ge moest maar zeggen dat ze niet mochten komen, en dan waren ze er zeker. Ik weet nog heel goed dat de pastoor de zondag ‘preekte’ in de mis en ik kwam daar voorbij met mijn cammionetje (met reclamepanelen op) en ik had een speaker mee, en tijdens de mis van 11 uur preekte de pastoor dat als ze naar de film

29


stond te wachten. En Zottegem was in 1960 niet groter dan in 1959. Dus, het deel van de twee cinema’s moest nu verdeeld worden over drie. Zij verloren een gedeelte en dat was hun colère. De twee zalen speelden ‘kinderen toegelaten’ of ‘kinderen niet toegelaten’, het meest ‘gecontroleerde’ films (kinderen toegelaten). Voor ons schoot er niets anders over dan niet gecontroleerde films, of films die wel gecontroleerd waren, maar die ‘niet goed’ waren, die niet sterk genoeg waren. Maar, in die niet gecontroleerde films zitten ook heel goede (en er zitten er uiteraard ook in die teveel naar de ‘sexkant’ gaan, maar in het begin van de week speelden we dat nooit). We speelden enkel maar de eerste klasse grote films, waarin dat er gewoonlijk wel wat bloot inkwam,maar heel miniem gezien. Ik denk dan aan al die films van Brigitte Bardot die we hebben gedraaid. Precies daarom hadden we veel volk, want ze hadden dat nooit gespeeld in Zottegem. De mensen vroeger daar achter en dus zat daar een cliënteel in. We draaiden ook Amerikaanse prenten, maar nooit zoveel. Dat van die ‘slechte’ films was niet waar. We hadden te veel volk en dus wat zijn ze beginnen doen, het College, de Deken, ..., manifesteren. De Deken speelde daar een belangrijke rol in. Hij stond aan de toog van de Moderne, waar de zondag aperitiefconcerten werden gegeven, ... Kijk, tekenend voor het hele gebeuren is de historie met het fameuze kastje aan de kerk. Daar hing een kastje uit, de ‘code DOCIP’ werd dat genoemd, waarin de Katholieke

Filmkeuring liet weten welke de ‘goede’ en de ‘slechte’ films waren die in Zottegem werden gedraaid. Nu, op een dag sta ik daar aan het viskraam en omdat ik moest wachten, ging ik naar dat kastje kijken. Tot mijn verbijstering lees ik: ‘Ciné Paris: te mijden’. Geen filmtitel of niks, gewoon een slag onder de gordel van mijn cinema. Totaal van de kaart, ik moest geen vis meer hebben, ging ik naar huis. Maar, ik liet het hier niet bij en ik stapte naar de Commissaris, en ik zeg: "Commissaris, dat kan toch niet. Ik kan wel verstaan dat ze de titel van de film zetten, maar dat ze schrijven ‘Ciné Paris: te mijden!’, vind ik straf". Zegt hij: "Ik kan er niks aan doen. Ik kan tegen de Deken niet op". Maar, als ik bij de ene buiten vlieg, ga ik bij de andere en ik trok naar Deken Goethals. "Kom binnen mevrouw"- hij kende mij waarschijnlijk niet in die periode - "zet u". Ik zeg: "Neen, meneer den Deken, want voor wat ik heb te zeggen, ga ik niet lang binnen blijven. Ik ga het kort houden, wat heb jij liever, een mis van 8 uur of een van 11 uur? Waarom hangt gij dat daarin? Ik heb dat niet gevraagd." Maar, zegt hij: "Dat moet". Zeg ik: "Als dat moet, dan wil ik dat de titel van de film wordt vermeld en niet: Ciné Paris: te mijden, want, dan val je mij persoonlijk aan, en dat neem ik niet". "Buiten, uit het huis van God!", riep hij. "Ge zijt het verderf van Zottegem en omstreken!". En hij liet mij staan. En dan zei hij - hij had dat al van in het begin gezegd - "we zullen maken dat ge binnen de zes maand terug keert vanwaar je komt". Ge moet weten dat ‘ze’ in Oostende zijn geweest, om te achterhalen waarom we eigenlijk naar Zottegem waren gekomen. En dan hebben ze gezegd: "We geven ze zes maanden en ze gaan terug vanwaar ze komen". Het zat dus allemaal tegen. Nadat ik bij den Deken was buiten gevlogen, ging ik naar huis en heb ik naar Brussel gebeld, naar de CODECIP. En daar hebben ze gezegd, in het jaar 1961: "Madame Calus, bestaat dat nog in Zottegem? Durven ze dat daar nog opzetten? Wat wil je, wil je daar hangen, of wil je daar niet hangen?". Ik zeg: "Ik wil er zelfs niet meer hangen" en hij was formeel: binnen het uur zou dat kastje wegzijn, of zou ik niet meer op de affiche staan. En, ik ben gaan kijken, de

30


Deken heeft het moeten verwijderen! Nogal een klap in zijn gezicht! We gaan nu eens een hele grote sprong maken. Ik ga deze zomer met een bus op uitstap. Samen met mijn vriendin, maken we contact met twee anderen, die ik niet kende. En de man zegt tegen mij: "Ik was leraar in het College. En daar hebben wij wat beleefd. Indertijd, de Paris, weet gij dat we als leraar hebben moeten tekenen dat we daar geen voet zouden binnenzetten". Mijn mond viel open, en zegt hij: "Madam, weet je dat ik dat vertel omdat uw vriendin mij daarnet heeft verteld wie je bent". "Maar", zegt hij, "later moest de Filmclub wel bij u komen, en ik heb gezegd: toentertijd moest ik tekenen dat ik daar nooit zou binnengaan, welnu ik ga daar niet binnen". Nu, vanuit het College was de hetze tegen ons wel erg grof. Ze gingen op een bepaald moment ook betogen en ze de boel kapot slaan. Maar, ik dreigde ermee dat ik er één ging uitpikken die zou opdraaien voor de schade en niemand heeft het toen aangedurfd om heibel te maken. Ook in ‘Culureel Nieuws’, het bladje van Armand Schautteet, ging het er bijzonder ruw aan toe. Nu, als je zo’n dingen tegen komt, dan denk je toch: in welke zwijnestal ben ik hier terecht gekomen. Maar, ook vanwege de overheid hielden de pesterijen niet op. Zo moest ik vaststellen dat er een politieagent aan de cinema werd geposteerd. De mensen die gewoon waren om naar de film te komen, dierven niet meer binnenkomen. Ik ging bij die agent en die zei mij dat hij elke avond aan de cinema moest komen staan. Prompt stapte ik naar de Commissaris. Hij zei dat hij niet anders kon, dat hij verplicht was om controle te doen op minderjarigen. Ik pareerde hem: "Stop met die zaak en kom gerust tijdens een vertoning kijken of er minderjarigen in de zaal zitten". Heel dat spel heeft geduurd tot in 1968. Tot als de twee cinema’s weg waren. In 1966 is mijn man met een garage

begonnen. We hadden zoveel tegenkanting dat het wel eens zou kunnen mislopen. Dus zochten we naar een andere ‘bestaanszekerheid’.

Toch overleefde de Paris alles. En dan stop je in 1989 ... Ik ga u dat kort verklaren. We hadden veel te veel films en wij moesten ze betalen. We spelen ‘Urbanus’. Ik zeg, we gaan dat slim doen, 200 fr. entree, ‘t is veel geld, maar gemakkelijk om terug te geven. Ik ben daar met een zak geld buiten gegaan. Met een zak. Bijna 12.000 man hebben we gehad. We draaienden de film om 2, om 4, om 6, om 8 en om 10 uur. Er waren cinema-uitbaters die belden: "Calus, a.u.b., breng mij die film, want als ik ‘Urbanus’ niet heb, moet mijn zaal toe". Ik denk dat ik hem 6 weken heb gespeeld.

Als je nu die, zeg maar, dertig jaar overschouwt, spijt het u dat ge er ooit mee begonnen bent? Als ik van één ding spijt heb, of spijt zo hebben gehad - en ik heb spijt gehad - dan is dat dat ik ooit naar Zottegem ben gekomen. En dat omdat het verschil in mentaliteit tussen Oostende en Zottegem toch zo groot was. En als je dan zes jaar zo’n dingen op je lever krijgt, dan is dat zwaar te dragen. Er is veel water in de zee, maar ik heb veel traantjes gelaten ... je mag het weten. Ge zijt vreemd en dat krijg je dat op je neus. Ja, je moet jong zijn om dat te doen, want anders zou je dat niet kunnen.

En, de week daarna spelen we ‘Salsa’. Jan Verheyen komt, en ik, die niet gerust was in het voortbestaan van de cinema in Zottegem, vraag hem of hij niet geïnteresseerd is om vanuit ‘Independent’ de zaal over te nemen. De zaal is goed, zegt hij, maar ik zal je wat vertellen: als je met ‘Salsa’ geen volk hebt, doe dan maar je deur dicht. De vrijdag gaan we met vier man naar de cinema om de toeloop op te vangen, maar ‘Salsa’ marcheerde toch wel niet zeker! We zijn dan gestopt met ‘Boerenspalm’, ik ga het nooit vergeten, van 23 tot 29 juni. We hadden een forfaitje, dat wil zeggen dat alle recette voor ons was, met 10.000 frank te betalen, hadden we gedaan. Er zat tijdens de laatste vertoning - de maandag- maar één man in de zaal en die wilde niet dat we speelden (maar zet dat daar niet in want ik ‘schreem’ me steendood als ik het lees). Dat was de laatste keer. Het was gedaan. De grote zalen van Gent en Brussel hadden ons dood gedaan. Ik heb dan kort daarna de uitbating kunnen verkopen aan Maheur, maar had ik geweten dat het met de cinema zo slecht zou eindigen, dan had ik hem in alle eer en glorie toegedaan na ‘Urbanus’. En hij zou leeg hebben gestaan.

31


hoofdstuk twee Filmclub Zottegem. Een dubbel verhaal. Het bioscoopgebeuren was van meet af aan een sociaal gebeuren. "Naar de cinema gaan" was synoniem van een avondje uit, met of zonder lief. De echte cinĂŠfiel wou en wil echter dat ietje meer: randinformatie, achtergrondgegevens, commentaar, ... kortom samen-kijken en samen-beleven. Een vraag die werd en wordt ingevuld door de filmclub. Ook in Zottegem, waar in 1952 met een filmclub van wal werd gestoken. Filmclub Zottegem heeft vijftig jaar onafgebroken gewerkt. Een verhaal in twee delen, met 1977 als scharnierdatum.


Gegroeid uit de culturele kring oorlog waren een aantal jonge licentiaten - in hoofdzaak filologen - begonnen met het bestuderen van dialecten, folklore, literatuur en muziek en onmiddellijk na de Bevrijding kwamen ze naar buiten met voordrachten en muziekavonden. De allereerste activiteit vond plaats op zaterdag 9 december 1944, datum die wordt gehanteerd als stichtingsdatum van de latere 'Zottegemse Culturele Kring' (ZCK).(45) De Philologenkring startte in 1947 met de publikatie van Cultureel Nieuws (CN), een gratis verspreid blaadje waarin de komende activiteiten werden aangekondigd en toegelicht. Het is deze bron die ons toelaat de vroegste historiek van de filmclub te volgen.(46) In een "kleine statistiek bij een verjaardag. 1944 - december - 1947" zet Nestor Van Den Bossche in CN van december 1947 de prestaties van de ZCK op een rijtje. Hij somt 34 activiteiten op, maar geen film. Het is pas het jaar daarop dat de ZCK voor het eerst een door hen georganiseerde film aankondigt. Op 22 september 1948 wordt in Victoria Palace de Franse prent La cage aux rossignols (J. Dréville) gedraaid. Blijkbaar met succes, want op 15 december volgt de prent Sciuscia (De Straatjongens) van Vittorio De Sica. Zoals hierboven al gezegd, ligt het ontstaan van Filmclub Zottegem in de schoot van de Zottegemse Culturele Kring, een vereniging die meer dan een halve eeuw in het brede socio-culturele veld zijn sporen verdiende.(44) Voor een goed begrip, is een korte oriëntatie hier aangewezen.

De volgende jaren worden er in CN met de regelmaat van de klok advertenties opgenomen voor de Zottegemse cinema’s, maar nergens valt uit af te lezen dat de ZCK zelf nog films programmeert.

1952. Filmclub 1947. Cultureel Nieuws In 1940 wordt de studentenclub 'Zwalmlandia' gesticht, waaruit vier jaar later de 'Philologenkring' ontstond. Al tijdens de

34

Met een echte filmclub wordt val wal gestoken in 1952. In CN (1952-53/1) lezen we: "De Hoogstudenten van ‘ZWALMLANDIA’ en de ‘Zottegemse CULTURELE Kring’ hebben een FILMCLUB gesticht, die tot doel heeft goede en verzorgde

films te vertonen. Een reeks films van eerste rang, zal U tijdens de komende winter een aangename ontspanning bezorgen en zal zelfs de verstoktste cinemabezoeker bevredigen. We kunnen reeds aankondigen op Woensdag 24 Sept. in ‘Victoria Palace’ REMBRANDT met Ewald Balser, de vertolker van Beethoven, verder krijgen we DE STORM, KONTIKI, TOM SAWYER, Enz.". Het leek ons interessant het eerste filmclubjaar te volgen, gebruik makend van de mededelingen in CN. Per aflevering nemen we de teksten letterlijk over. "Na de eerste prachtige filmavond, waarover iedereen ten zeerste tevreden was - de afwezigen hadden hier ongelijk geeft de Filmclub thans een 2de filmavond in Modern, op Donderdag 23 Oktober; Verder nieuws volgt". "Op WOENSDAG 26 NOVEMBER wordt in de Zaal Majestic, de derde Filmavaond van de Filmclub gegeven. Ditmaal staat er een zeer ontroerende en aangrijpende Film met diep-menselijk thema op het programma: "TRANEN over JOHANNESBURG". Het is een pas verschenen Film, die slechts in de grote steden van het land werd vertoond, en die er enorm succes kende. Het zal aan te raden zijn, uw kaarten bij voorbaat te nemen, en er zullen niet meer kaarten verkocht worden dan er plaatsen zijn. De Film wordt slechts een dag vertoond" "We verwachten nog voor dit filmseizoen DE STROOM kleurfilm, OTHELLO met Orson Welles en de prachtige Film KON-TIKI" "In de maande Januari verwachten wij: Een TENTOONSTELLING en een FILMAVOND over LOURDES en de Pyreneeën. Dit in samenwerking met de ‘Touring-Club van België’" "In de maand Februari zal waarschijnlijk de Jaarlijkse VOOR-


MODERN op 11 Maart. DINSDAG av. 21 Maart in de Kath. Kring de Film gemaakt door een Vlaams Cineast: te 19.45 uur de Kleurfilm van E.P. Mesdagh. Hij vertoonde hier reeds: Naar de Far West. "IN LIEVENS SPOOR" is een enige Missiefilm. Kinderen toegelaten. OP WOENSDAG 15 APRIL (Paastijd) in VICTORIA PALACE, Nieuwstraat. HET LEVEN VAN JEZUS en als BIJFILM Het Witte Schip. Kinderen toegelaten. Vergeet niet, alles wat de Filmclub vertoont mag GEZIEN worden, zeker door volwassenen, en het zijn altijd PRACHTFILMS. Er worden voor alle vertoningen niet meer plaatsen verkocht, dan er plaatsen zijn! Bespreekt tijdig bij Studenten en in de zalen waar de Filmen vertoond worden.

"Op WOENSDAG 21 Januari 1953 geeft de Filmclub in Zaal VICTORIA Palace een buitengewone FILMAVOND. Een extra programma wordt verwacht. Houdt die datum vrij".

voorbaat te verkrijgen. Op 11 MAART het echte avontuur, leerrijk en boeiend om de waarheid waarmee deze prent werd gemaakt ... Allen hebt gij met spanning ‘t relaas van de reis van KON TIKI gevolgd in de dagbladen ... thans wordt het vertoond in MODERN op 11 Maart. Dinsdag av. 21 Maart in de Kath. Kring de Film gemaakt door een Vlaams Cineast: IN LIEVENS SPOOR. Verder nieuws volgt. Op 8 April in VICTORIA PALACE het LEVEN VAN JEZUS. Een prachtige Film. Gij ziet, dat de Filmclub zich geen moeite spaart om goede en mooie films te vertonen. Komt naar deze avonden en U moogt gerust zijn. U zult uiterst voldaan naar de volgende filmavonden verlangen".

"NIEUWS VAN DE FILMCLUB. Na de film over Schuman, brengt de filmclub nog een reeks eerste klas films. Op WOENSDAG 25 Februari in de Zaal MAJESTIC te 19.45 uur. Een spannend en aangrijpend drama: DE PUT (The Well). De kinderen zijn niet toegelaten. Met Laster, R.

"NIEUWS VAN DE FILMCLUB. Op VRIJDAG 6 maart in de Majestic buitengewone voorstelling van OTHELLO met Orson Welles (de 3de man). Kinderen niet toegelaten. Laat deze gelegenheid niet verloren gaan! De inzet van een Culturele DRIEDAAGSE 6, 7, 8 MAART.

"NIEUWS VAN DE FILMCLUB. Met de film ‘ENGELEN DER ZONDE’ zijn we aan het einde gekomen van onze reeks voorstellingen voor dit seizoen. We zijn ervan overtuigd dat die films in de smaak van velen zullen gevallen zijn. We stelden ons tot doel mooie en zedelijk verantwoorde films te vertonen en op dit gebied, in tegenstelling met al het

Robert, M. Norman, G. Hamilton. Mensen die mekaar haten, worden broeders als het er op aankomt een leven te redden. In de V.-Staten werd deze film om haar dramatische kracht onder de 10 beste films gerangschikt. Kaarten zijn bij

Op 11 MAART het echte avontuur, leerrijk en boeiend om de waarheid waarmee deze prent werd gemaakt .... Allen hebt gij met spanning ‘t relaas van de reis van KON TIKI gevolgd in de dagbladen ... thans wordt het vertoond in

negatieve, iets positiefs te leveren. Het was slechts een begin. We hopen volgend jaar, met de opgedane ondervindingen, nog beter te doen en meer volkse maar niettemin goede films te geven. We rekenen dan ook op een ruime-

DRACHT en Filmavond van de ‘KOLONIALE DAGEN’ doorgaan. Deze zal uiterst boeiend en leerzaam zijn". "Op ZONDAG 4 JANUARI 1953, te 17 u, in de Kath. Kring, grote FILMAVOND in samenwerking met Touring Club van België. ‘LOURDES en de PYRENEEEN’. Algemene inkomprijs 10 fr. - Het zijn mooie films, die U wellicht schone herinneringen zullen brengen, of U zullen aanzetten, dit genadeoord, gelegen in een enig natuurdecor te bezoeken. Niemand mag deze avond missen"

35


re medewerking van alle culturele en vooral jeugdgroeperingen, die de propagandisten moeten zijn voor de goede filmkunst. Tot volgend seizoen. " Uit het eerste werkjaar van de filmclub valt alvast te leren dat de filmavond gewoonlijk op woensdag valt, het eerste filmseizoen loopt van september tot april, er in principe maandelijks wordt gedraaid en men afwisselend speelt in de drie Zottegemse bioscopen (Majestic, Victoria Palace en Modern Palace) én in de Katholieke Kring. Soms wordt er

van het aangekondigde programma afgeweken. Dat is zeker het geval met Het leven van Jezus, een prent die niet werd gedraaid, maar werd vervangen door Engelen der zonde, wat niet alleen blijkt uit de ‘eindgeneriek’ van het eerste filmclubseizoen, maar ook uit een handgeschreven aantekening in het nummer van CN bewaard in het

36

Centrum voor Streekgeschiedenis. Naast CN werden (soms) afzonderlijke strooibriefjes verspreid. Een paar keer kunnen alleen zij ons de nodige informatie leveren, zoals trouwens expliciet in CN wordt vermeld. Een en ander laat vermoeden dat het jaarprogramma niet echt rond was ... Een hoogst opmerkelijke mededeling lezen we bij de aankondiging van de derde filmavond: "(...) er zullen niet meer kaarten verkocht worden dan er plaatsen zijn.". Logisch toch? Of had men toentertijd de bizarre gewoonte ‘dubbel’ te verkopen? Allicht, want dezelfde ‘slogan’ wordt herhaald in CN nr. 7: "Er worden voor alle vertoningen niet meer plaatsen verkocht, dan er plaatsen zijn!". Bij het afsluiten van het seizoen 52/53 kondigt de filmclub voor het volgende jaar "meer volkse, maar niettemin goede films" te programmeren. Tussen de regels door laat dat vermoeden dat de publieke opkomst het eerste filmjaar ondermaats was, of althans lager dan ingeschat. Het eerste seizoen werden er weliswaar films geprojecteerd, maar een inleidende beschouwing bleef achterwege. Dat leert ons het eerste nummer van CN, jaargang 1953-54: "Zoals U weet, geachte Lezer, werd vorig jaar een Filmclub gesticht in de schoot van de Culturele Kring en het Hoogstudentenverbond Zwalmlandia. Tijdens het voorbije winterseizoen werden nogal veel films gespeeld, maar een theoretische inleiding of bespreking van een film bleef achterwege". De Filmclub wil hieraan remediëren, maar de methode is, naar moderne normen, weinig orthodox. In plaats van voortaan elke film in te leiden, opteert men voor een eenmalige voordracht van pater Pierlé over ... ‘Het huwelijksprobleem in de film’. De motivatie luidt als volgt: "Het kan niet ontkend, dat de Film in ons modern ontspanningsleven een hoofdrol speelt, en we moeten ook bekennen, dat we oningewijden zijn in deze nieuwe kunstvorm, die tevens een propagandamiddel voor en een verspreider van allerlei levensbeschouwingen is. Om van de eerste voordracht werkelijk een succesavond te maken, werd beroep gedaan op iemand die reeds jaren actief in de filmbeweging en filmwereld staat E.P. PIERLE. Met kennis van zaken zal hij het onderwerp bespreken, en het huwelijksprobleem, kern

van de meeste films, van alle zijden uit belichten (...)". Het seizoen 53/54 loopt van oktober tot maart, met één film per maand - op woensdag - afwisselend gedraaid in de drie Zottegemse bioscopen. Zoals op het einde van het vorige seizoen aangekondigd, wordt het accent verlegd naar meer ‘populaire’ films: ‘Katia’ en ‘Tot weerziens Mr Grock’. Die twee produkties zijn alleszins een bewijs dat het doel, dat door de ‘Zottegemse Filmclub’ nagestreefd wordt, nl. GOEDE EN VOLKSE films te vertonen, dit seizoen ruimschoots zal nagestreefd worden".(47)

Of hiermee meer volk aangetrokken wordt, valt te betwijfelen, want men probeert nu voor de filmavond exclusiviteit op de ‘socio-culturele kalender’ te krijgen. "Daar wij ondervinden,dat het niet de eerste maal is, dat er met de datums van Filmclub geen rekening wordt gehouden, en wij nochtans in ons eerste Nr van Cultureel Nieuws, alle datums


publiceerden vragen we nogmaals beleefd aan de Heren Voorzitters of Dames Voorzitsters van Verenigingen in Zottegem als in Bevegem, niet voortdurend in ons vaarwater te zitten. Het is en voor hen en voor ons schadelijk (...)", luidt het.(48) Alvast de uitbaters van Modern Palace doen een geste en verschuiven een eigen programma met één week, wat hen prompt felicitaties oplevert: "We danken het Bestuur van Cinema Modern, voor het feit, dat het, de VARIETE-Avond André Rolland, ook voorzien voor diezelfde Woensdag verschoven heeft tot woensdag 3 maart aanstaande". (49) Men blijft echter in elkaars vaarwater zitten, ook in het seizoen 54/55. In het eerste nummer van CN publiceert de filmclub de data - er wordt één keer per maand, telkens op woensdag om 19.45 uur, gedraaid in de maanden september, oktober, november, januari, februari en maart - en men vraagt: "Mogen we de andere verenigingen verzoeken rekening te willen houden met deze datums opdat het samenvallen van feestelijkheden, zoals vorig jaar, vermeden zou worden".(50) Het nieuwe seizoen start alvast met de prachtfilm Manon des sources van Marcel Pagnol. Men blijft hameren op het volkse aspect. "Voortaan vergasten we U op prachtige en populaire films, die overal een reuze succes gekend hebben! Een programma van Filmclub is altijd een aangenaam en een zeer goed programma, en kan door IEDEREEN, ook door de gewone Cinemaliefhebber BEGREPEN WORDEN."(51) Er wordt opnieuw een lezing ingelast. Op zaterdag 12 februari 1955 geeft "Filmrecensent" Maria Rosseels in de Katholieke Kring een voordracht onder de titel "Is film opium voor het volk?".(52) In het seizoen 1955/56 wordt erg weinig informatie over de filmclub opgenomen in CN. Het jaar daarop begint het goed, met een stevige bespreking in nr. 1, maar de daar opgegeven latere data worden naderhand niet gerespecteerd, een bedje waarin de filmclub wel meer ziek is. Bijzonder veel aandacht gaat naar de voordracht, in de serie ‘Moderne grootmachten’, van Jos Van Liempt ("van de Belgische T.V. - Vlaamse uitzendingen") over "De Film als grootmacht". En in nr.7 wordt voor het eerst een bespreking uit Film en Televisie afgedrukt, een systeem dat in de volgende jaren wel meer wordt gebruikt.

1957/58. Schoolfilm In 1957/58 wordt nog eens een film in de Katholieke Kring gedraaid. "De Katholieke Filmliga geeft een speciale filmavond in samenwerking met filmclub ...ingeleid door Huib. Dejonghe, algemeen secretaris van de Kath. Filmliga ... algemene inkom 10 F". Tegelijk worden Aan de rand van de stad ("de zeer mooi en aangrijpende Spaanse film die met Kerstdag in de T.V. vertoond werd"), De rode ballon en De wereld van stilte aangekondigd, maar, het programma is nog lang niet rond, want "De drie andere films worden later bekend gemaakt"(53), een mededeling die ook in het volgende nummer wordt herhaald. De programmatie laat nu wel stevig te wensen over en twee nummers later kan men nog altijd niet de titels opgeven. Men beperkt zich tot de laconieke mededeling "Ook kunnen we ons geacht publiek verzekeren dat de vier andere films ook zeer goed zullen zijn.".(54) Enkel De wereld van stilte wordt opnieuw aangekondigd, "voor binnenkort", maar het zal nog tot 30 april duren vooraleer de prent, eindelijk, wordt vertoond. In het seizoen 57/58 worden (voor het eerst?) de scholen bij de filmclub betrokken, wat blijkbaar bij het volwassen publiek voor de nodige reserves zorgt en mogelijk de publieke opkomst (sterk) beïnvloedde. De filmclubredactie probeert dat recht te zetten en merkt op "Velen hebben gedacht dat het feit dat de scholen gekomen zijn, een aanwijzing was voor een minderwaardige vertoning: slechts voor kinderen. Ze hebben echter iets gemist". (55) Met ingang van het seizoen 1958/59 wordt vrijwel altijd de vermelding "Nieuws van de Filmclub K.F.L." gebruikt. De impact van de Katholieke Filmliga op de filmclub wordt meer dan ooit geafficheerd, wat kort daarop, als de Katholieke Filmliga zich zwaar gaat engageren in de hetze tegen de ‘nieuwlichterij’ van Ciné Paris, de filmclub in erg nauwe schoentjes wringt. Nog altijd tracht de Filmclub voor ‘zijn’ avond exclusiviteit te verwerven en, net als in 53/54 en 54/55 lezen we in CN: "We vragen de andere verenigingen hiermee rekening te willen houden bij het opstellen van hun programma".(56) Een moeilijke opgave voor de verenigingen die de filmclub een hel-

pende hand willen reiken, want de data worden met voeten getreden. Trouwens, ook met de films zelf wordt gerommeld dat het niet mooi meer is. Zo lezen we: "We verwachten verder: Twelve angry men, Onafscheidelijke vrienden, Het rode signaal / Il Ferroviere, Barabas en misschien Calabuig".(57) Die ‘misschien’ is er al teveel aan en Ferrovierre werd nooit vertoond. Voor het eerst (?) wordt een film echt ingeleid, zo leert ons de aankondiging van Barabas: "Deze film zal ingeleid worden door een vooraanstaand filmcriticus. (...) Commentator: E.P. Vandenbunder s.j. (...)".(58) Wie dacht dat hiermee de fimclub aan ‘serieux’ zou winnen, wordt op zijn nummer gezet, want de aankondiging van de volgende film is een lachertje. Lees je even mee? "Na (...) Barabbas (...) komt nog een film ... Het wordt een aangename verassing (sic) ... Datum en titel worden U tijdig bekend gemaakt ...".(59) "Er wordt een film verwacht die misschien wel de titel ‘Mon Oncle’ zou kunnen dragen ... De

film met Tati ... Dat zou nu eens puik zijn ... het zijn slechts geruchten, maar men kan nooit weten ...".(60) Het jaar daarop gaat men in dezelfde trant verder. Niet alleen wijst alles er op dat er wel erg onregelmatig werd geprogrammeerd, een aankondiging als "Op woensdag

37


27 januari filmvertoning in Cinema Modern. Op het programma meer dan waarschijnlijk een zeer luimige en gezonde film (...)", slaat alles.(61)

"Woensdag 26 oktober (...) beginnen we ons nieuw filmseizoen (...) Naast een muzikale film (titel volgt later) krijgen we (...)".

In 1960/61 laat de informatie in CN erg te wensen over en slechts drie vertoningen kunnen we duiden. De opgenomen gegevens zijn bovendien verwarrend of nietszeggend. Zeker is dat men vanaf nu twee films per avond wil brengen, maar ook daar al snel van afwijkt. Een bloemlezing.

"Begin februari en maart 2 extra filmavonden. In het volgend nummer meer nieuws".

"K.F.L. - FILMCLUB. We beginnen het filmseizoen op woensdag 21 oktober. De volgende datums zijn: 30 november - de laatste woensdagen (sic) van januari, februari of maart. Wij hopen U telkens 2 films te kunnen vertonen (...)".

De jaren zestig waren, zoals in deel I geschetst, een keerpunt voor het Zottegemse bioscoopleven. Aan de ene kant sluiten twee van de drie cinema’s; anderzijds is er de frisse wind van Ciné Paris waartegen fel wordt geprotesteerd, niet in het minst door de Katholieke Filmliga, die onder meer langs Cultureel Nieuws haar gal spuit. Precies die jaren ontbreken grotendeels ontbreken in de collectie Cultureel Nieuws van het Centrum voor Streekgeschiedenis, een hiaat dat we echter volledig kunnen vullen met de verzameling van Charles Schautteet.

"Woensdag 1 maart (...) de pittige komedie (...)". !!!! dus geen film in februari

1963/64. Filminleiding Met het seizoen 1963/64 gooit de filmclub het over een andere boeg. "Filmclub K.F.L. Dit jaar start Filmclub met een gans nieuwe formule. Ook hier wordt een bepaald thema genomen en iedere film zal ingeleid worden. Ook de scholen worden bij de werking betrokken, omdat het niemand meer ontgaat dat ook de ‘filmstudie’ van zeer groot belang is in deze tijden en men ook hier moet leren kiezen. Als eerste filmavond: DINSDAG 1 OKTOBER te 19.45 uur (in ‘t vervolg steeds de laatste dinsdag van de maand) in Cinema MODERN, Trapstraat: ‘Angry Silence’ (Toornig zwijgen), ...Voor volwassenen, aanbevolen. De inleider is de Heer Dupont Frans, redacteur o.a. in ‘Film en Televisie’, het zeer rijk gedocumenteerd maandblad van de K.F.L.".(62) Als we de ‘nieuwe formule’ ontleden, stellen we vast dat hier ten onrechte wordt gesteld dat de scholen pas nu bij de werking worden betrokken, want, zoals hoger vermeld, was dat al het geval in het seizoen 1957/58. Langs de andere kant De Beiaard, 17-11-1963

38


wordt de filmclub na meer dan tien jaar werking eindelijk een echte filmclub, in de zin van een vereniging die meer doet dan het louter projecteren van een film. Voor het eerst gaat Filmclub Zottegem elke vertoning voorzien van een inleiding. Hiervoor doet men beroep op iemand van de Katholieke Filmliga, met name Frans Dupont. Hij zal dat blijven doen tot in het begin van de jaren 1970. Het belang van zo een toelichting wordt sterk in de verf gezet. "De inleiding heeft natuurlijk groot belang. Daardoor begrijpt men de filmdetails beter".(63) We zien verder dat er wordt gespeeld in Modern Palace en Ciné Victoria, en wel op dinsdag. Waarom men overschakelde van woensdag op dinsdag, blijft een open vraag. De dinsdag blijft trouwens niet dé filmavond. Al in 1966/67 wordt de laatste film van het seizoen op woensdag gespeeld, het volgende seizoen draait men op dinsdag en donderdag, in 68/69 opnieuw enkel de dinsdag, om het jaar daarop opnieuw op dinsdag en donderdag te draaien, een eigenaardigheid die zal worden aangehouden tot 73/74. Pas het volgende seizoen wordt de dinsdag dé filmclubavond. Hij is dat tot vandaag gebleven. De wat vreemde toevoeging "ook hier" slaat op de parallel met de voordrachtenreeks van de ZCK, die in het seizoen 1963/64 loopt onder het thema ‘Vlaanderen, nu!’. Naar het thema van de films hebben we echter het raden. Het betrekken van de scholen bij het filmclubgebeuren zorgt ook nu weer, net als in 1957/58, voor problemen. Ook deze keer associeert het publiek de participatie van de scholen blijkbaar als een teken aan de wand voor de ‘flauwe’ kwaliteit van de aangeboden films. De filmclub ziet zich genoopt hiertegen in te gaan en schrijft: "Nu zijn er mensen die denken, dat het feit dat schooljeugd naar deze films komt, deze films minderwaardig zou laten bestempelen. Mogen wij hierop antwoorden, dat het alleen de leerlingen zijn, die voldoen aan de nodige vereisten om ,ook deze films te smaken. En vergeet niet, wij leven in 1963. Dus is er ook filmopvoeding nodig voor onze jeugd, opdat ze later ook zou kunnen kiezen en een verantwoorde keuze zou kunnen doen. Wij moeten voorwaarts kijken ...".(64) Het is allemaal boter aan de galg en de filmclub moet voortaan twee programma’s aanbieden, een voor de scholen en

een voor de ‘clubleden’. Deze laatste worden alvast in 1965/66 gerustgesteld: "Hier zijn we dan met ons programma: 4 films uitsluitend vertoond ‘s avonds. De opwerping als zouden de films meer bestemd zijn voor de jongeren vervalt. Wij hebben er vier gekozen, waarvan nu iedere filmliefhebber zal mogen zeggen: het zijn prima films".(65) Dat er wel degelijk twee programma’s werden aangeboden, leert ons de mededeling: "De eerste film is achter de rug. Het was een zeer mooie prent - het ging om ‘Intiem dagboek’ nvdr -, meesterlijke vertolking en zeer sober van stijl. Deze film die uitsluitend ‘s avonds vertoond werd, lokte niet het grote publiek ... In de voormiddag en de namiddag echter waren de leerlingen van het St. Barbara-Instituut en Kollege aanwezig om te genieten van twee mooie films: ‘De duivelse Uitvinding’ en ‘De Hofnar’. Beide films werden ingeleid door de Heer Dupont. Filmclub vervult reeds jaren de rol van opvoeder op filmisch gebied en heeft sedert jaren geijverd voor de goede en mooie film. Hierbij wordt de jeugd niet vergeten en dank zij de inleidingen en discussies na de film worden de jongeren opgeleid om een film te leren smaken. (...)".(66) De opmerking dat de avondfilm ‘niet het grote publiek lokte’, wijst op een oud zeer van Filmclub Zottegem. Zo werd eerder dat jaar, bij de aankondiging van het filmclubseizoen, opgemerkt: "Dit jaar zal de Katholieke Filmliga (sic) opnieuw een viertal mooie films vertonen. Ieder film zal ingeleid worden door de Heer Dupont. De films zullen van uitzonderlijke waarde zijn op filmisch gebied, zodat wij hopen dat het publiek nu talrijker zal worden ... De T.V. verwent onze mensen soms wel in de niet al te goede betekenis van het woord. Het is gemakkelijker thuis naar om ‘t even welke film te kijken - mooi of niet - maar men zal toch meer genieten van een film, indien men een beetje filmsmaak heeft leren krijgen en dat beoogt de Filmclub ...".(67) Het televisieargument werd trouwens wel meer gebruikt, zo in 1966/67: "Een film in een zaal is altijd veel mooier dan op uw klein TV-scherm"(68) en in 1969/70: ". Deze film moet U rustig kunnen bekijken ... in een grote zaal, op een groot scherm ...".(69)

van de BRT, spreekt in de Katholieke Kring over ‘Zijn film en T.V. een gesel of een weldaad?". Naderhand blijkt de directeur-generaal eigenlijk enkel over de televisie te hebben gesproken.(70) 1966/67. Cineast te gast Op het einde van het seizoen 1966/67 pakt Filmclub Zottegem uit met een stunt. "Tot slot van het seizoen een enig feit in de geschiedenis van de Filmclub: de kineastregisseur Roland Verhavert en de auteur Ivo Michiels persoonlijk aanwezig bij de vertoning van hun film: HET AFSCHEID op woensdag 26 april te 19.45 u. Dhr. DUPONT zal met R. Verhavert en I. Michiels een vraaggesprek voeren over hun film".

In 1963/64 wordt er nog eens een lezing over het filmgebeuren gehouden. Paul Vandenbussche, directeur-generaal

39


Als in januari 1967 Modern Palace de boeken neerlegt, komt Filmclub Zottegem in erg nauwe schoentjes te zitten, wat zich tussen de regels door laat aflezen uit de aankondigingen in CN. Tijdelijk vond de filmclub nog onderdak in Modern Palace, maar het bestuur voelt nattigheid en in het seizoen 1967/68 wordt bijvoorbeeld nooit de zaal vermeld. De programmatie wordt zonder meer gehypothekeerd. Eerst kondigt men aan: "De eerste Filmavond van de Filmclub komt nog zeker in oktober"(71) , maar drie afleveringen verder blijkt dat men pas in februari start: "Hier volgt het programma van 1967-1968: Donderdag 1 februari (...) Filmliefhebbers, de filmclub brengt dus drie prima films. Noteer de datums en wees op post".(72) Op dinsdag 19 november speelt men vermoedelijk de laatste keer in Modern Palace: "Filmclub Zottegem in Cinema Modern te 19.45 u. Dinsdag 19 november, de prachtige film ‘de onwaardige oude dame’ (...)".(73) De volgende film vindt plaats in Ciné Paris: "Filmclub Zottegem. Wat staat er nog op het programma voor dit seizoen? (...) De films worden vertoond in Cinema Paris, Hospitaalstraat".(74) Markant is alvast dat Filmclub Zottegem, die zacht gezegd de Ciné Paris zwaar over de hekel had gehaald, in die bioscoop terecht kon. Veel alternatieven waren er uiteraard niet, want de andere cinema’s hadden de deuren gesloten. De opening met de Paris werd gemaakt door E. H. Paul Vyncke, superior van het College O.-L.-Vrouw van Deinsbeke en voormalig leraar Frans en filmesthetica, die in Ciné Paris zijn schoolfilms liet draaien. Paul Vyncke was eerder leraar aan het H. Maagdcollege in Dendermonde en daar actief binnen de Katholieke Filmliga, niet alleen als inleider maar ook als ‘programmamaker’. Hij onderhield contacten met de plaatselijke filmclub en onder zijn impuls gaat de nog jonge collegeleraar Jan Van den Bussche zich

40

in Filmclub Zottegem engageren. Een engagement, gestart na de viering van 20 jaar Filmclub Zottegem, dat de verdere geschiedenis van de filmclub zal kleuren en in 1977 zal leiden tot een (her)nieuw(d)e Filmclub Zottegem. In het seizoen 1971/72 werden er slechts drie films geprojecteerd, respectievelijk in november, januari en april. Over die laatste film schrijft de redactie: "Reeds nu is het echter tijd om donderdag 20 april vrij te houden voor de film van Tati: Trafic. Gedurende enkele weken heeft de filmploeg van Tati en hijzelf te Zottegem gelogeerd, omdat er verscheidene opnamen voor de film in de streek moesten gebeuren (...)".(75) In hetzelfde nummer wordt het nakende jubileum aangekondigd. "In september 1972 zal de Filmclub 20 jaar als zelfstandige vereniging bestaan. Maar over ons 20 jaar-programma verneemt u later meer". Die verdere uitleg blijft wel erg ondermaats. Het volgende nummer weet de redactie enkel te vermelden: "Ook Filmclub jubileert dit jaar: 20 jaar onafhankelijke filmclub. De filmclub zelf was vroeger verbonden met de culturele kring, maar in september 1952 werd de filmclub een afzonderlijk cultureel organisme. Het bestuur ‘aast’ op een uitzonderlijk filmseizoen". En, het volgend seizoen duurt het tot nr. 6 van CN voor we de nietszeggende mededeling "(...) In ons volgend nummer meer (...) over de viering van 20 jaar filmclub" voorgeschoteld krijgen. Dat ‘volgend nummer’ rept echter met geen woord over het jubileum en in nr. 8 blijft de lezer op zijn honger zitten: "Begin september hopen we de 20e verjaardag van Filmclub te kunnen vieren met een galavoorstelling van een Vlaamse film, in aanwezigheid van de regisseur en een paar vertolkers". Alvast via CN verneemt het filmclublid niets over de viering. Zelfs het volgend seizoen is de ‘achteruitblik’ bepaald pover. "Na de galavoorstelling van ‘Jonny en Jessy’ (waarover in het volgend nummer meer nieuws)", lezen we(76) , maar er komt nauwelijks verdere informatie. Enkel nr. 3 licht een tipje van de sluier op: "Het bezoek van Wies Andersen en Dora Vander Groen (zijn echtgenote) was een zeer sympathieke kennismaking met 2 vriendelijke maar tevens grote artiesten. Zij die de film ‘Jonny en Jessie’ gezien hebben, waren zeer opgetogen over de interviews van Wies en Dora".

"Ter gelegenheid van de viering van het 20jarig bestaan van de Filmclub - we zijn in feite aan het 20e seizoen bezig - werd het plan opgevat om na nieuwjaar met een jeugdfilmclub te starten", lezen we in hetzelfde nummer, en uiteraard "Daarover in volgend nummer meer", al moet de lezer nog vier nummers wachten eer hij te lezen krijgt: "Volgend seizoen start Filmclub met een Jeugdfilmclub, met de voorzitter, de Heer Van Wambeke. De zaak wordt binnenkort besproken".(77) Het gaat hier om Hubert Van Wambeke, die van 1971 tot 1977 voorzitter was van de BG.J.G. fusie Zottegem, het zogenaamde coördinatiebureau. In het seizoen 74/75 wordt inderdaad met een jeugdfilmclub gestart. "Er wordt dit jaar in samenwerking met de scholen, de B.G.J.G. een Jeugdfilmklub (Jefi) gesticht voor kinderen van 6 tot 12 jaar. 4 zeer mooie films zullen vertoond worden op de volgende zaterdagnamiddagen: 12 oktober, 30 november, 1 februari en 1 maart. Verder nieuws in de scholen die zullen willen meewerken, in de B.G.J.G. en in de dag- en weekbladen".(78) De verdere aankondigingen


gebeuren onder de noemer "Jefi-kinderfilmclub" of kortweg "Jefi". Hiermee is de voorloper van de vandaag bloeiende KIFI geboren.

1974/75. Documentatiemap In het seizoen 74/75 verloopt de programmatie van Filmclub Zottegem nog altijd niet gesmeerd. Zo lagen aan het begin van seizoen nog maar drie films vast, wat echter enthousiast aangekondigd wordt als "Reeds drie films werden gecontracteerd (...).(79) En, later op het jaar lezen we: "Dinsdag 29 april (veertien dagen later dan verwacht) de prachtige film van P. Newman (...)". (80) Toch is er wat aan het veranderen. Zo wordt er bij elke film een oriënterende tekst verspreid en slaagt men er in regisseurs en acteurs naar Zottegem te brengen. "Gehoord na de laatste filmvertoning: ‘De Filmclub heeft dit jaar werkelijk prachtige films: ik wil er geen enkele missen. En dan die documentatiemap. Fijn idee’. (...)"(81) , "(...) 6 mei (...) Home, sweet home (...). Voor de vertoning zullen Benoit Lamy (regisseur), Ann Petersen (K.V.S. Brussel) en Jacqueline Pierreux geïnterviewd worden (...)"(82) en "We vertoonden ‘Home, sweet home’ voor de gepensioneerden. Na de vertoning was de algemene reactie: ‘Ge moogt gerust iedere maand zo een schone film geven, en gerust meer vragen’ ... u moet weten, dat de Filmclub nu eens meer dan 50% korting had gegeven, zoals M. De Backer, Minister van Nederlandse Cultuur vraagt voor de Plus-3-Pas. En Filmclub was zeer tevreden: er waren opnieuw gelukkige mensen die een aangename namiddag hadden doorgebracht. Zij hebben eveneens kennis gemaakt met Benoit Lamy (regisseur) en

J. Pierreux, producente, die vol dankbaarheid onze gemeente hebben verlaten na de gulle ontvangst van Filmclub, de gemeente en de aanwezigen"(83). Wie er achter die nieuwe dynamiek zit, vernemen we in het seizoen 1975/76: "Het wordt tijd dat u eens kennis maakt met de bloeiende Filmclub van Zottegem die u geregeld de mooiste films aanbiedt en die tevens - dank zij de initiatieven van de Heren Van Den Bussche en Vermoeren - zorgt voor een prachtige en leerrijke documentatiemap. (...)".(84) De nieuwe aanpak laat zich nog het best aflezen uit het programma: 14/10, Goldrush (Charles Chaplin) 4/11, Adalen 31 25/11, The Conversation (Coppola) 13/1, West Side Story 3/2, Het bal der vampiers / Vampiers op het bal 24/2, Händler der 4 Jahreszeiten (Fassbinder) 16/3, Play it again, Sam 27/4, They shoot horses, don’t they? (vervangen door ‘Vincent, François, Paul et les autres (Paul Sautet) op 20/4 4/5, Pat Garett and Billy the kid (Sam Peckinpah)

riek’ van de Zottegemse Culturele Kring. "In 1948 startte de C.K. met het organiseren van filmavonden. In 1972 (sic; uiteraard is dit een verschrijving van ‘1952’) komt er samenwerking op dat gebied met ‘Zwalmlandia’ en zo wordt de Filmclub zelfstandiger, want na een paar jaren - Dr. Van Wittenberge had voor die samenwerking gezorgd - kwam er minder belangstelling vanwege Zwalmlandia. Filmclub werkte verder met enkele leden van C.K. Dr. Van Assche was voorzitter, A. Schautteet secretaris-penningmeester. Als geschenk bij het 25-jarig bestaan, zette de jonge generatie de oudere zonder meer opzij.". (85) Het verhaal van die ‘jongere generatie’ leest u in "Dinsdag. Filmclubavond!".

Het zilveren jubileum ligt in het verschiet. In het eerste nummer van CN 1977/78 lezen we: "Filmclub Zottegem. Vrijdag 16 september om 10 u. in PTHTI: ‘Van project tot realisatie’, paneelgesprek met Dora Van der Groen, Wies Andersen, Juul Anthonissen en Jean Zeguers. Dinsdag 27 september om 19.45 u. in Ciné Paris: ‘L’histoire d’Adèle H.’ van François Truffaut". Nog belangrijker is echter de ongenschijnlijk banale mededeling: " Inlichtingen: Nog slechts 2 adressen: De Heer J. Van Den Bussche Egmontstraat 13. De Heer Luc Vermoere - Buke 54". Hiermee eindigt de samenwerking tussen Filmclub Zottegem en de Zottegemse Culturele Kring, en meteen zwijgt Cultureel Nieuws als vermoord over de verdere programmatie en werking van de filmclub. Dat er hier een ‘communicatiestoornis’ plaatsvond, is duidelijk. Dat wordt bevestigd door een passage uit de ‘histo-

41


Dinsdagavond, filmclubavond!

"De echte startdatum van wat Filmclub Zottegem nu vertegenwoordigt, is 1973", lezen we in de brochure ‘Jubileum 35 jaar Filmclub Zottegem. 1987-’88’. En verder: "De doorbraak kwam er met de steun van de beste actrice van Vlaanderen, mevrouw Dora van der Groen, sindsdien zowat de Meter van de Zottegemse Filmclub, die samen met acteur Wies Andersen, onmiddellijk contacten legde met de Filmdienst (...)".(86) Vijf jaar eerder, in

42

(Danny Lamarcq en Jan Van den Bussche)

de jubileumbrochure uitgegeven bij het dertigjarig bestaan, luidt het: "Toen in 1977, na jarenlange inspanningen achter de schermen, het Jubileum 25 jaar Filmclub door een jonge ploeg enthousiastelingen werd opgezet, kon slechts gehoopt worden dat er op filmgebied een nieuw geluid en een nieuwe lente aanbrak".(87) Beide citaten, gecombineerd met wat we hoger al schreven, toont onverbloemd aan dat we van 1972 tot 1977 in een schemerzone zitten. Een periode waarin ‘de facto’ en ‘de jure’ permanent met elkaar botsen, vijf jaar waarin voor de vorser de spreekwoordelijke wolfijzers en schietgeweren dik gezaaid liggen. Een periode van getouwtrek tussen een ‘oude’ en een ‘jonge’ garde, waarbij de ‘Wahrheit" en de ‘Dichtung’, niet gefilterd door de tijd, met elkaar versmelten. Kortom, een kluif waar elke cursist ‘Historische Kritiek’ de tanden op stuk bijt.

Zottegemse filmclub, dit op aansturen van Paul Vyncke en na ruggespraak met Dora en Wies. Een tweede keer in 1976 als Dora Van Der Groen en Wies Andersen hier te gast zijn bij de vertoning van ‘Dokter Pulder zaai papavers’. Beiden waren er meer dan ooit van overtuigd dat Filmclub Zottegem meer armslag verdiende en zij schoven de poort open voor belangrijke contacten met de Filmdienst van het toenmalige Ministerie voor Cultuur. Dora van der Groen wordt "de Meter van de Zottegemse Filmclub". (88)

Dora Van Der Groen

Het seizoen 1974/75 vormt binnen de vernieuwde werking een keerpunt. Niet alleen door de organisatie van de al genoemde ‘Eerste dag van de animatiefilm’, maar meer nog door het in toenemende mate didactisch begeleiden van de geprojecteerde films. Het begint met "een documentatiemap", maar het volgende seizoen tekenen Jan Van Den Bussche en Luk Vermoere voor tweehonderd pagina’s dikke brochures. Ze zijn gestencild, en bij de filmclubleden in het geheugen gegrift als de ‘zwarte boeken, met de cirkelvormige uitsparing rechts onderaan’. Publikaties waar een heuse equipe zoet mee was: "Samenstelling en dokumentatie: Jan Van den Bussche en Luk Vermoere; sekretariaat: K. Vandermeulen en R. Oste; Technische realisatie: L. Van

Toch bieden beide citaten enig houvast. Dat er in de schemerzone werd gewerkt, wil zoveel zeggen als ‘de nieuwe garde, onder de leiding van Jan Van den Bussche heeft de kar getrokken, maar de oude garde ging met de pluimen lopen’. Afhankelijk van het ingenomen standpunt, kunnen we de ‘nieuwe filmclub’ dan ook laten starten in 1972 of in 1977. Voor die nieuwe start gaven Dora van der Groen en Wies Andersen de aanzet. Eerst in 1972, toen na de danig ondermaatse belangstelling voor de galavoorstelling van ‘Jonny en Jessy’, Jan Van Den Bussche zijn entree maakte in de

Filmclub Zottegem heeft sindsdien zijn erg goede relatie met de Vlaamse Gemeenschap behouden, zoals blijkt uit het aanzienlijke palmares.

De samenwerking tussen Filmclub Zottegem en de Vlaamse Gemeenschap (1976/77 - 1996/97 Ook eerder waren er al contacten geweest, te beginnen bij ‘Jonny en Jessy’ in 71/72, tot en met de ‘Eerste dag van de animatiefilm’ in 74/75.


Wassenhove".(89) In het seizoen 76/77 wordt een gedrukte brochure verspreid, deze keer met helblauwe kaft. Voor de samenstelling en documentatie tekenen Van den Bussche, Vermoere en Godfried Van De Perre. Het blijft niet bij de ‘gewone’ filmbrochure, maar voor speciale gelegenheden, zoals de al vermelde galavertoning van ‘Dokter Pulder zaait papavers’ (17 september 1976), worden erg verzorgde extra nummers in elkaar gebokst.

Filmkrant Vanaf het seizoen 78/79 steekt de filmclub van wal met een heuse tweemaandelijkse "Filmkrant". Het witte periodiek, met bovenaan de ‘in pelicule gevatte’ titel, zal meer dan tien jaar lang het vertrouwde handelsmerk van Filmclub Zottegem vormen. Enkel van 81/82 t.e.m. 83/84 werd de krant tijdelijk vervangen door gekopieerde brochuurtjes, terwijl in 1987/88, bij het vijfendertigjarig bestaan, een schitterend boekje werd uitgeven. In de filmkrant wordt elke film grondig besproken en inge-

leid. Hiervoor maakte de redactie gebruik van "filmartikels uit de nationale en internationale dagbladpers, weekbladen, Cedoc-dokumentatie, Media-Cahiers, Film en TV, Skoop Gent, Zoom K.F.L.-Aalst, Dokumentatie Filmmuseum Brussel, Filmgids Antwerpen, Sinema Antwerpen, Cahiers du Cinéma, Dossiers du Cinéma en Sight and Sound".(90) Met ingang van het seizoen 1992/93 wordt twee keer per seizoen het vandaag gekende periodiek ‘met gele band’ verspreid. Tegelijk geeft het regionale weekblad De Beiaard heel veel ruimte aan de filmclub, met paginagroot de filmbesprekingen van de eerstkomende seizoenhelft en elke week een uitgebreide voorstelling van het komende dinsdagavondprogramma. Het programma wordt ten andere door zowel de plaatselijke, de regionale als de nationale media bekend gemaakt, onder meer via De Streekkrant, De Standaard-Kiosk, Radio 2 Oost-Vlaanderen, de regionale televisiezender Kanaal 3 en de lokale radio’s Mega FM en Prima. De slagkracht van de filmclub laat zich niet alleen aflezen uit de erg verzorgde publikaties en de toenemende samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap (zoals het hoger afgedrukte ‘kaderstukje’ ten volle illustreert). Uiteraard werd alles in de eerste plaats gedragen door een stevige programmering. Van drie films per seizoen in 1971/72 - een dieptepunt in de geschiedenis van de Zottegemse filmclub - wordt het aantal voorstellingen opgetrokken tot zes (1973), later tot dertien (1976), om bij het vijfentwintigjarig bestaan (1977/78) te komen tot zestien films per seizoen, "het ideale vertoningsritme".(91) Het aantal voorstellingen blijft echter groeien en in 1987/88 worden liefst twintig films gedraaid. Een maximum, want geleidelijk aan stabiliseert het aantal vertoningen zich om en bij de 18 à 20 films, gespreid over twee ‘seizoenhelften’.

aan ombouwde tot een volwaardige polyvalente theaterzaal. Filmclub Zottegem kon opgelucht ademhalen: "Na anderhalf jaar gedwongen onderbreking, kan filmclub Zottegem u weer verwelkomen in de beste omstandigheden en u weer 35-mmfilms aanbieden op groot scherm, in comfortabele zitjes en op regelmatige tijdstippen", klinkt het in 1992.(92)

Mediascoop - KIFI - HZD De Zottegemse filmclub besteedde van bij de (nieuwe) start erg veel aandacht aan de programmering voor kinderen en jongeren. Met schoolvoorstellingen werd trouwens al eerder geëxperimenteerd, vermoedelijk een eerste keer in het seizoen 1957/58 en opnieuw in het seizoen 1963/64. Een echte schoolprogrammering komt echter pas op gang in 1967/68, dit zoals eerder gezegd, onder impuls van Paul Vyncke, superior van het Zottegemse College, die vrij snel de fakkel doorgeeft aan Jan Van den Bussche. De voorstellingen voor het secundair onderwijs komen later (vanaf wanneer??) onder de vleugels van de in de schoot van

De dinsdagavond is al jaren dé filmclubavond. Een referentiepunt in Zottegem en Zuid-Oost-Vlaanderen. Even liep het bijna mis, toen Filmclub Zottegem botste met de uitbater van de Ciné Chaplin, een bioscoop die wat later de deuren sloot. De filmclub zat stevig met de handen in het haar en moest noodgedwongen de activiteiten op een laag pitje zetten. Deze keer kwam de reddende hand van het Stadsbestuur, dat in de herfst van 1992 de voormalige bioscoop huurde en hem geleidelijk

43


Kifi... vijftien jaar mediavorming in Zuid-Oost-Vlaanderen. Spelenderwijs gesprek met Jan Van den Bussche en Marc De Groote

Filmclub Zottegem opgestarte ‘Mediascoop’, met schoolfilmvertoningen voor leerlingen van alle Zottegemse middelbare scholen: het College O.L.V. Van Deinsbeke, het Sint-Barbara Instituut, het Koninklijk Atheneum, het Proviciaal Technisch-, Handels- en Taalinstituut en het O.L.V. Van Lourdes Instituut. Naar het basisonderwijs toe, werd in het schooljaar 1987/88 de werkgroep audiovisuele vorming ‘Horen, Zien en Doen’

44

(HZD) opgericht. Een project binnen KIFI met als leidmotief "kinderen en leerkrachten uit het basisonderwijs kansen te bieden om met moderne media ervaringen op te doen ".(93) De werkgroep bestond uit de leerkrachten Jan Van den Bussche, Marc De Groote, L. Van der Eecken, Fabian Mory en G. Clauwaert en de inspecteurs Jozef De Cooman en Willy Poelman. Michel Bert stond in voor het "grondgebeuren".(94) HZD staat vandaag nog in voor het programmeren van films en theatervoorstellingen voor de basisschool.

Propaganda: C. Carobel en P. Van Gansbeke Lay-out en design: P. De Pelsemaeker en P. Sackx Onthaal: L. en Fl. De Bie, G. Milo, L. Bert, W. Vande Casteele en de voltallige animatieploeg Public-relations: M. De Groote en J. Van den Bussche

HZD groeide uit KIFI. Deze laatste vereniging ontstond op haar beurt uit Filmclub Zottegem. Zoals hoger al aangegeven werd in het filmseizoen 1974/75 gestart met een jeugdfilmclub, JEFI genoemd. Hoe een en ander precies werd opgestart is niet erg duidelijk. Feit is dat zowel Filmclub Zottegem als de B.G.J.G. bij het initiatief waren betrokken - "Vanuit Filmclub Zottegem werd begin 1974 op voorstel van J. Van den Bussche getracht de jongere kijkers bij het filmgebeuren in Zottegem te betrekken"(95). "Na een baanbrekend startjaar werd dit pedagogisch initiatief met actieve steun van mensen uit de lokale onderwijsmiddens naar de plaatselijke afdeling van de B.G.J.G. overgeheveld".(96) Het was het zogenaamde coördinatiebureau van de B.G.J.G. die JEFI nu onder de vleugels nam, met als verantwoordelijken voor het jeugdfilmgebeuren de onderwijzers Herman De Vos en Marcel De Geyter. In april 1980 werd het project op non-actief geplaatst. "Er was geen opvolging en dus bloedde de zaak dood".(97) Het jaar daarop, in mei 1981, werd , vanuit onderwijsmiddens, de draad opnieuw opgenomen, in samenspraak met de vroegere JEFI- en B.G.J.G.-verantwoordelijken en op vraag van heel wat gezinnen.(98) In september 1981 kon van wal worden gestoken met de nu KIFI gedoopte vereniging. Het bestuur was als volgt samengesteld :(99) Voorzitter: J. Van den Bussche Coördinatie: M. De Groote Penningmeester: M. Bert Programmatie: M. De Groote J. Van den Bussche en St. D’Hondt Samenstelling Kifi-Dossier en Info-Krant: M. De Groote en J. Van den Bussche Animatie: St. D’Hondt, Wim Everaert, e.a. Persverantwoordelijke: R. Raes

In 1989 ging KIFI een eigen leven leiden, met Marc De Groote als voorzitter.

Op 9 februari 1985 werd het tienjarig bestaan van KIFIZottegem stevig gevierd, met een ‘KIFI’s Kinderboemeldag’ in het ATC.

KIFI is, naast Filmclub Zottegem, een vaste waarde geworden in het Zottegemse filmgebeuren, met maandelijks, op zaterdagnamiddag, de programmering van een op ‘kindermaat’ gesneden film in het Stadstheater Rhetorica. Vandaag kan Filmclub Zottegem kan terugblikken op vijftig jaar werking. Binnen het filmgebeuren in de Egmontstad bekleedt de vereniging een prominente plaats. Honderd jaar geleden werd de eerste film in Zottegem vertoond; zonder de filmclub zou het plaatselijke filmgebeuren nu geschiedenis zijn geweest. Filmclub Zottegem heeft niet alleen voorkomen dat dit niet plaatsvond, de vereniging heeft ervoor gezorgd dat de dinsdagavond in de agenda van de cinefiele Zuid-Oost-Vlaming wordt vrijgehouden en Zottegem voor hem een vertrouwde plek is geworden.


hoofdstuk drie Zoom op vijftig jaar Filmclub Zottegem


Het filmbeleid in Vlaanderen Film, het eeuwige spanningsveld tussen cultuur en economie. (Godfried Van de Perre)

Geen enkel medium heeft gedurende de laatste honderd jaar dergelijke fundamentele , haast alles bepalende invloed gehad op ons beschavingspatroon en onze totaalperceptie van mens en wereld als de audiovisuele media, film en televisie. Dit is natuurlijk een kanjer (of "dooddoener") van een openingszin. "Le poids des mots , le choc de l'image " , zoals de ParisMatch-slogan luidt. De verschroeiende impact van het beeld, de dagelijkse beeldenstorm die ons netvlies permanent bombardeert : we staan er niet meer bij stil. Het is deel van onze "condition humaine" geworden.

48

De film als "zevende kunst" is reeds lang deel geworden van een mondiale mega-industrie. Bibliotheken zijn over dit oeverloze en complexe onderwerp reeds volgeschreven. Cultuurfilosofen, toekomstvoorspellers, trendwatchers, koele cijferaars met economische tabellen en projecties hebben over de audiovisuele industrie, waar film deel van uitmaakt, zowat alle mogelijke denkbeelden verwoord en in kaart gebracht. Behoort film nu finaal tot de meest diepgaande cultuuruitingen der mensheid , of is het simpelweg entertainmentindustrie en "big business" ? Nu de digitale revolutie volop bezig is, wordt de impact van het beeld nog omvattender en ultiemer. Beeldcultuur of beeldindustrie ? Géén enkel ander medium als film is zo dialektisch en ambivalent tussen het spanningsveld van Cultuur - Economie vervlochten.

30 jaar Vlaams filmbeleid vanuit Cultuur.

Met deze hoogdravende beschouwing als korte inleiding een bijdrage schrijven over "de economische aspecten van de film in Vlaanderen" is natuurlijk tegelijk het uiterst relatieve Vlaamse referentiekader weergeven in deze wereldwijde audiovisuele context : we zijn niet meer dan een klein bootje op de immense oceaan. De laatste jaren is de discussie rond een al dan niet Vlaams filmbeleid gevoerd met horten en stoten, in alle toonaarden en met de meest breedvoerige argumenten en klaaglijke hersenspinsels.

Dit Koninklijk Besluit van november 1964 heeft de groei van de Vlaamse film in de loop van de jaren '60 en '70 mogelijk gemaakt. Successen zoals Monsieur Hawarden en Malpertuis (Harry Kümel), De man die zijn haar kort liet knippen (André delvaux) , Mira (Fons Rademakers), De Loteling (Roland Verhavert) spreken als verre beelden nog steeds tot de verbeelding. In de jaren '80 werden meer en meer op regelmatige basis producties gemaakt , waarvan enkele met een internationale allure en uitstraling . Op 25 jaar werden er een 85-tal film lange speelfilms in Vlaanderen geproduceerd, en werd er via subsidies in totaal méér dan één miljard BF ( 24,8 miljoen Euro) geïnvesteerd vanuit de sector Cultuur in de Vlaamse film.

We hebben nu sedert kort een vernieuwd " Vlaams Audiovisueel Fonds " ( VAF) als draagvlak voor een vernieuwd filmbeleid binnen Vlaanderen. Daarom is het goed even te schetsen vanwaar we komen.

Sedert 1964 is de Vlaamse Gemeenschap zelf bevoegd voor de globale steun aan de film, voor zowel het economische als het culturele aspect van de film ( Koninklijk Besluit van 10 november 1964 inzake subsidiëring van de culturele film en K.B. van 23 oktober 1963 tot hulpverlening aan de Belgische filmnijverheid (automatische economische steun aan de sector). Dertig jaar lang was dit het wettelijk kader waarbinnen de overheidssteun aan de film in Vlaanderen functioneerde. Ik verwijs naar de illustere tekst van Joz. Van Liempt, geestelijk vader en pionier van dit eerste koninklijk besluit van 1964 en stichtend voorzitter van de eerste selectiecommissie (1964-1978), ter gelegenheid van de overzichtstentoonstelling in Gent " 25 jaar Vlaamse Film " in het najaar van 1990.


Gedurende dertig jaar was het K.B. van november 1964 het vaste kader van de steun aan de Vlaamse film. Met het decreet van 22 december 1993 tot oprichting van een " Fonds Film in Vlaanderen" werd na 30 jaar een vernieuwd wettelijk kader gecreëerd, waarbij de middelen van Cultuur en Economie ( de zgn. "detaxatie"-premies) operationeel werden samengevoegd in één fonds. Dit " Fonds Film in Vlaanderen " kwam onder de bevoegdheid van de administratie Media. Tot 1993 behoorde het filmbeleid tot de bevoegdheid van Cultuur. Vanaf 1994 werd het Mediabeleid, inclusief Film , politiek overgeheveld van Cultuur naar Economie . Dit had te maken met de hervorming van de VRT- openbare omroep via het VRTmini- en maxi-decreet., waardoor de VRT een autonoom statuut verwierf. Het is nuttig even toch enkele historische cijfers omtrent de evolutie van de overheidssteun aan de Vlaamse film in het achterhoofd te houden. In uitvoering van het K.B. van 1964 werd in de begroting 1965 een filmkrediet van 4 miljoen BF (amper 100.000 Euro) ingeschreven. In 1970 werden de kredieten verhoogd tot 15 miljoen BF (371.840 Euro). Vanaf 1971 komt er met de productie van "Mira" een professioneel keerpunt . Deze film vormde inderdaad in meerdere aspecten een mijlpaal in de opgang van de Vlaamse

film. Als coproductie tussen Vlaanderen en Nederland was de kostprijs van Mira 17 miljoen BF (421.419 Euro). " Mira" betekende tevens een ommezwaai op vlak van distributie en exploitatie (13 weken in Brussel, 25 weken in Antwerpen) , en opende de poort naar een eerste internationaal succes. In 1972 werden de kredieten verhoogd tot 30 miljoen BF (743.680 Euro). Naast "Mira" oogstte ook Raoul Servais met zijn artistieke korte animatiefilms internationale erkenning ( Pegasus, Sirène Goldframe, To Speak or not to Speak). Lange speelfilms zoals Malpertuis , Louisa, een woord van liefde, Rolande met de bles, De Loteling gaven de Vlaamse film meer en meer enige (h)erkenbaarheid. In 1976 werden de subsidies verhoogd tot 50 miljoen BF ( 1,24 miljoen Euro) en werden naast de subsidie als klassieke "hoeksteenfinanciering" ook nog andere, complementaire financieringsbronnen gemobiliseerd via de toenmalige BRT, de provincies, steden en inbreng van privékapitaal. Vanaf de jaren '80 volgde een bestendige verhoging van de subsidies ( 85 miljoen BF in 1983 naar 104 miljoen BF in 1987). De subsidiesteun bedroeg tijdens deze periode gemiddeld twee derden van het budget van een langspeelfilm , met een maximum van 18 miljoen BF ( 20 miljoen BF voor sommige internationale coproducties).

De aandacht voor de financiële impact en de economische aspecten van het filmbedrijf nam gaandeweg toe. Een nieuwe generatie films zag het licht : Dust, Zaman, Istanbul, Springen, Crazy Love, Mascara, Les Noces barbares, L'Oeuvre au Noir, Dagboek van een oude dwaas, Blueberry Hill, Sailors don't cry, Cruel Horizon, Dilemma, Het Sacrament, Trouble in Paradise, Boerenpsalm , met als uitschieter in 1989 Wait until spring, Bandini die een globaal budget van 192 miljoen BF (4,8 miljoen Euro) vertegenwoordigde.

Verdere professionalisering... Vanaf 1984 profileerde de toenmalige ASLK als openbare bank zich als "Partner in Film ". Met een originele formule van sponsorkrediet en een alerte financieel-bancaire begeleiding van de filmprojecten door een ASLK-kredietexpert werd de financieel-economische omkadering van de filmproducenten verder geprofessionaliseerd en afgestemd op de internationale omgevingsfactoren. De structurele steun vanwege de ASLK aan de filmsector betekende een belangrijke impuls voor het toenmalige filmklimaat en de eigen filmproductie. Bij het operationeel worden begin 1994 van het vernieuwde " Fonds Film in Vlaanderen " werden een aantal nieuwe subsidiemodaliteiten ingevoerd.

49


Naast de langspeelfilm en kortfilm worden er ook subsidies voorzien voor animatiefilms, creatieve en kunstdocumentaires, productie van TV-fictie, scenariopremies, detaxatiepremies. De Vlaamse Audiovisuele Selectiecommissie geeft gemotiveerd advies bij de toekenning van subsidies. Tevens werden andermaal de middelen aanzienlijk verhoogd : vanaf 1994 tot 1999 bedroegen de globale vastgelegde bedragen gemiddeld 300 miljoen BF ( 7,44 miljoen Euro) per jaar. In de begroting van 2000 kwam daar nog eens 100 miljoen BF ( 2,5 miljoen Euro) bovenop voor de specifieke steun aan de kwalitatieve TV-fictie, zodat de globale middelen van het Filmfonds momenteel omzeggens 400 miljoen BF ( 10 miljoen Euro) bedragen. Inmiddels werden ook de subsidies vanuit de Europese fondsen alsmaar budgettair belangrijker ( o.m. Eurimages, Media II -programma van de EG). Het budget van een gemiddelde Vlaamse langspeelfilm schommelt momenteel gemakkelijk tussen de 60 à 90 miljoen BF (1,5 à 2,2 miljoen Euro) , wat nog steeds een peulschil ( één tiende ) is in vergelijking met Amerikaanse gemiddelde filmbudgetten van 600 miljoen BF ( 15 miljoen Euro)

Het nieuwe "Vlaams Audiovisueel Fonds "... De laatste jaren kwam er vanuit de filmsector een klaaglijk pleidooi om het Fonds Film in Vlaanderen alsnog om te vormen tot een volledig autonoom filmfonds, zoals dit ook in Nederland en Denemarken functioneert. Het decreet van 13 april 1999 liet de Vlaamse regering toe een autonoom filmfonds op te richten, met name de vzw. Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF). Op 3 juli 2001 werd de vereniging zonder winstgevend doel " Vlaams Audiovisueel Fonds" effectief opgericht. Sedert de zomer van 2001 is het filmbeleid tevens politiek terug overgeheveld van de bevoegdheid Economie en Media (minister Van Mechelen) naar de bevoegdheid Cultuur (minister Anciaux). minister P. Van Grembergen nam intussen deze bevoegdheid over. Tegelijk kondigde de minister van Cultuur een verhoging vanaf het begrotingsjaar 2002 van de globale "subsidiepot"

50

voor filmbeleid aan tot 500 miljoen BF ( 12,4 miljoen Euro). Inmiddels is ook de nieuwe filmintendant aangeduid die het nieuwe Vlaams Audiovisueel Fonds moet leiden aan de hand van een beheersovereenkomst die tussen de Vlaamse gemeenschap met het VAF wordt afgesloten. Het algemene referentiekader voor de filmproductie onderging de laatste jaren ook grondige veranderingen en mutaties. In eerste orde zal de komende jaren de "digitale revolutie" volledig doorbreken. De standaardnorm wordt DVD. De klassieke pellicule zal gaandeweg ingeruild worden voor digitale projectie, wat ook het opnameproces van een film volledig zal doen digitaliseren. Als er één sector is waar de wereldwijde "globalisering" , met overwicht van de Amerikaanse filmproductie , reeds een vast gegeven is, dan is het wel de filmsector. De Europese Unie heeft sedert 2001 een derde vijfjarig Media - programma op gang gezet ter ondersteuning, bevordering en promotie van de Europese audiovisuele industrie. Van 2001 tot 2005 wordt 16 miljard BF ( 400 miljoen Euro) in het EU-Media-programma gepompt. Drie aandachtsgebieden worden bewerkt : de opleiding van Europese professionelen, de ontwikkeling van audiovisuele producties gericht op de internationale markt, de distributie van Europese films en TV- programma's. De Europese audiovisuele industrie geeft tewerkstelling aan méér dan één miljoen mensen , met een potentiële groei van 300.000 nieuwe arbeidsplaatsen tussen 2001 en 2005. Het audiovisueel aanbod groeit nog steeds exponentieel : méér dan 1000 TV-zenders worden in Europa gedistribueerd. Inmiddels komt daar nog de internet - explosie en het digitale interactieve TV -platform bij, hetgeen de beschikbaarheid en distributie van welke informatie ook, in beeld en geschrift , drastisch zal wijzigen. In dit complexe kader dient de Vlaamse audiovisuele activiteit gezien te worden. In oktober 1999 verscheen het eindrapport in opdracht van de administratie Wetenschap, Innovatie en Media omtrent de " Economische Impact van de Film" in Vlaanderen.

Deze uitgebreide studie poogde voor het eerst een wetenschappelijk verantwoord macro-economisch overzicht te geven van de globale audiovisuele sector in Vlaanderen. Enkele relevante cijfergegevens springen in het oog : jaarlijks genereert de Vlaamse filmindustrie voor ongeveer 5,2 miljard BF (130 miljoen Euro) aan bestedingen in Vlaanderen. Hiervan is 60 % ( 3, 1 miljard BF of 80 miljoen Euro) afkomstig van de filmindustrie zelf. In zuiver economische termen is de Vlaamse filmindustrie met 0,1 % van het Bruto Binnenlands Product - een kleine sector in de Belgische economie. De directe productiewaarde van de filmindustrie bedraagt 8,4 miljard BF ( 210 miljoen Euro). In de Vlaamse filmindustrie wordt een directe toegevoegde waarde van 3,9 miljard BF (100 miljoen Euro) gecreëerd en wordt werk verschaft aan bijna 1.700 personen.


Als men de bioscoopsector meetelt, is de totale gecreëerde productiewaarde 12,6 miljard BF ( 312 miljoen Euro) met een toegevoegde waarde van 6,6 miljard BF (160 miljoen Euro) en een totale werkgelegenheid van 2.800 personen. Dit eerste rapport omtrent de economische impact van de globale filmsector in Vlaanderen is een goede basis om gaandeweg deze cijfers nog verder te verfijnen en uit te diepen, waaruit tevens blijkt dat een filmsubsidiebeleid vanuit de overheid alleszins verantwoord is en de filmsector als arbeidsintensieve sector zelfs een belangrijke economische terugvloei genereert . De belangrijkste component van een filmbeleid in Vlaanderen is nochtans de culturele dimensie : film is als "zevende kunst" in de Europese context nog altijd in eerste orde een cultuurproduct.

ductieverbanden gebeurt, kan Vlaanderen hierbij als een ideale draaischijf fungeren : we zijn doorgaans vlot méértalig, liggen op het snijpunt van drie cultuurstromingen, de Latijnse, Germaanse en Angelsaksische , en zijn derhalve cultureel en taalkundig flexibel en véélzijdig. Deze draaischijf -functie moeten we als "unique selling proposition" uitspelen en structureel uitbouwen. • Wie niet sterk is, moet slim zijn, was het parool van Klein Duimpje tegen de Reus, of van David tegen Goliath. Er is in Vlaanderen voldoende filmische "biotoop" aanwezig voor een vitale en creatieve Vlaamse filmsector. Naast het significant verhoogde subsidievolume, is de aangekondigde invoering van een zgn. film- "tax-shelter", een fiscaal begunstigingsregime voor privé-kapitaal , die reeds jaren in het vooruitzicht werd gesteld , een welgekomen opportu-

niteit die mee een sterke financieel-economische impuls kan geven aan een meer continue filmproductie in Vlaanderen. Uit het Nederlandse voorbeeld kunnen leerzame lessen getrokken worden. Méér dan ooit moet het legitiem voortbestaan van "Film in Vlaanderen" prioritair vertrekken vanuit een culturele visie. In de huidige context zijn er voldoende financiële middelen om creatief op de wereldcinemakaart te staan, in functie van onze bescheiden schaalgrootte, die intrinsiek géén nadeel hoeft te zijn, maar ons integendeel kritisch en alert moet houden om intelligente en creatieve filmprojecten op te zetten.

Waar gaat het heen met de Vlaamse film ? Gaan de financieel-economische imperatieven belangrijker worden dan de culturele en cultuurpolitieke drijfveren om de Vlaamse film levensvatbaar te houden ? Is er nog zoiets als wat we specifiek als " Vlaamse film" beschouwen ? Is goede film 'tout court" niet universeel, vanwaar hij ook komt ? Enkele persoonlijke vaststellingen en conclusies stellen zich aan de orde : • Het is een goede zaak dat het filmbeleid terug geïntegreerd werd in het globale cultuurbeleid. Film in Vlaanderen kan maar zin hebben vanuit een cultureel gedreven visie. • In Vlaanderen hebben we kwaliteitsvolle en creatieve technische mensen in de audiovisuele en filmsector : voortreffelijke camera- en klankmensen, bekwame en efficiënte technische crew-mensen voor filmopnamen, een competitief kostenniveau,enz. De gunstige omgevingsfactoren om films te produceren zijn hier ruimschoots voorhanden. • Vlaanderen kan letterlijk en figuurlijk een "kruispuntfunctie" vervullen bij de filmproductie. Nu de filmproductie hoe langer hoe meer in Europese en internationale co-pro-

51


52


Vlaanderen, o welig Filmclubland.

(Ronnie Pede)

Over verleden, heden en toekomst van filmclubs. Wat is de zin en het nut van filmclubs - broedplaatsen van de betere film - in Vlaanderen vandaag de dag? Mag volgende anekdote volstaan als antwoord ? In 1973 had Robbe De Hert zijn eerste langspeelfilm klaar: CAMERA SUTRA. Eigenzinnig, persoonlijk en vol emotie blikte Robbe op hedendaagse jongeren van zijn generatie. Een soort van Vlaamse 'La maman et la putain' maar helaas met nog minder middelen gedraaid en dus op l6 mm. In Vlaanderen, België was er toen geen enkele bioscoop die nog op l6 mm. kon draaien (de toenmalige Twins in Brussel uitgezonderd, maar daar was de film geen lang leven beschoren). Waar kon je dus terecht voor CAMERA SUTRA? In filmclubs en met Robbe De Hert als inleider en nabespreker er bij. Zo belandde De Hert anno 1975 dan ook in de bibliotheekzaal van Evergem Centrum waar hij voor fk. Satirikon (? 1969 - + 1980) zijn langspeelfilmdebuut CAMERA SUTRA uit 1973 inleidde en ook uitbundig over al zijn filmdromen praatte: van 'priester DAENS' tot en met de western over Jezus Christus die vandaag nog altijd op zijn verlanglijst staat. Robbe babbelde vurig, aanstekelijk en gedreven. In het zaaltje zaten vooral jonge mensen tussen l4 en l6. Een van hen was Dirk Impens en als l5-jarige dacht die toen: met die gast wil ik ooit een film maken. Het filmvirus was doorgegeven. Het zou wel duren tot Dirk Impens 10 later besloot filmproducent te worden dat beiden mekaar vonden om BLUEBERRY HILL te maken. Meer nog: hij zou enkele jaren later DAENS, het lievelingsproject van Robbe De Hert overnemen en met Stijn Coninx als regisseur draaien. Wat doen filmclubs dus altijd: een positief filmklimaat creëeren waarin het filmvirus welig kan tieren. Hoe je het ook bekijkt: zonder om het even welke vorm

van filmclubwerking zouden er ook in Vlaanderen veel minder mensen cineast of producent worden. Roland Verhavert was actief in een (Antwerpse) filmclub; Henri Storck was een bezige bij in een Oostendse en Brusselse filmclub. Producent en distributeur Alain Keytsman (van o.m. Venetië-winnaar BEFORE THE RAIN en Oscarwinnaar ANTONIA) kreeg het filmvirus ingelepeld door reizende filmpater Jos Burvenich in het collega van Aalst tijdens de talloze (school)filmforumvoorstellingen. Ook belangrijke vertonersinitiatieven zagen het daglicht dankzij filmclubwerking. Tot 1970 had je in Gent tijdens het

academiejaar een bloeiende werking van de Universitaire Filmclub (UFK-Gent), die jaarlijks groeide tot uiteindelijk een primitieve filmzaal door Dirk Liefooghe ('Films in 1') werd gecreëerd die na een paar jaar onder impuls van Nederlander Ben ter Elst werd omgedoopt tot 'Studio Skoop'. In 1974 besloten Ben ter Elst en de toenmalige UFK-verantwoordelijke Dirk De Meyer tot het organiseren van het 'Eerste internationaal Filmgebeuren' waar een 2Otal voor België onuitgegeven films werden vertoond. Dit initiatief groeide onder impuls van Jacques Dubrulle ondertussen uit tot het 'Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent". Filmclubs zijn dus ook soms een beetje

53


zoals de bijbelse mostaardzaadjes. In de ruimste betekenis van het woord kweekvijvers voor filmfreaks die er vaak ook hun wildste filmdromen kunnen verwezenlijken. Die kwarteeuw evolutie met soms spectaculaire consequenties heeft er soms toe geleid dat 'kleinschalige' initiatieven vandaag de dag overbodig lijken. Er zou met andere woorden geen nood meer zijn aan kleine, plaatselijke filmclubs of schoolfilmforums. Niets is minder waar. Het is meestal niet tijdens grootschalige filmmanifestaties dat cineasten of andere filmmensen gedreven en geïnspireerd uit hun schelp kruipen en de geesten van jongeren bevruchten met hun filmdromen. Integendeel. Een aantal Vlaamse filmclubs programmeren al sinds de jaren 7O creatief. B.v. Het KFL-circuït van "De Andere Film" in Brugge, De Panne, Roeselare en Veurne vormt generatie na generatie enthousiaste cinefielen. Parallel met die filmclubwerking die zich vooral specialiseerde in het vertonen van vaak ook onuitgegeven Scandinavische, Oost-Europese en Aziatische films groeide in Brugge ook Cinema Novo (jaarlijks weerkerend festival over wereldcinema) en nog later het commercieel art-et-essai-initiatief 'Lumière'. Iets meer nu over de begrippen 'arthouse' en 'filmhuis' (die in Nederland gehanteerd worden) en art-et-essai-bioscoop (een Frans begrip). Terwijl in Nederland in de jaren 7O en onder impuls van Huub Bals' 'Film International' (het huidige Filmfestival van Rotterdam) de (rijkelijke gesubsidieerde) filmhuizen in grote en kleine steden als paddestoelen uit de grond opschoten en er tegelijk ook een alternatief niet-commercieel en dus gesubsidieerd distributiecircuït werd uitgebouwd, kwam het in Vlaanderen slechts tot een handvol niet-gesubsidieerde 'art-et-essai' bioscopen die moe(s)ten meelopen in het commerciële filmdistributiecircuït. Dat de scheiding 'commerciëel'( en dus niet gesubsidieerd) en 'niet-commercieel' (gesubsidieerd) soms tot bizarre situaties in Nederland leidde en nog altijd leidt, hoeft geen betoog. Een recent voorbeeld. Toen LORD OF THE RINGS in Nederland uitkwam mochten ook een aantal filmhuizen deze film meespelen. Tot groot ongenoegen van een bioscoopconcern dat meteen in die steden de film van het programma weghaalde

54

onder het motto 'oneerlijke concurrentie'. Ook woedde en woedt er nog altijd een concurrentiestrijd tussen ongesubsidieerde distributeurs die ook wel eens een Aziatische film aankopen en gesubsidieerde distributeurs (genre Cinemien). Deze princiepskwestie lijkt me zeer interessant. Kan een filmclub, art-et-essaibioscoop of filmhuis zomaar de rol van commerciële bioscoop overnemen ? Een zeer heikele zaak die in Nederland al een kwart eeuw lang voor spanningen zorgt. De plaatselijke situatie lijkt me daarin bepalend. Wanneer de commerciële bioscoop die 'niet-commerciële', 'betere', 'alternatieve' etc. film niet kan of weigert uit te brengen dan moet die filmclub of dat art house geen ogenblik aarzelen. De aangehaalde epithetons zijn trouwens altijd relatief. In een stad of plaats met een zeer gevarieerd bioscoopaanbod zal de 'filmclub'kwaliteitsnorm bijzonder hoog liggen. In sommige steden zijn de klassieke openbare filmclubs

zelfs gewoon overbodig geworden omdat alle artistieke films in het commerciële arthousecircuït worden uitgebracht. Brussel en Gent zijn zulke voorbeelden. Zowel de Gentse KFL-filmclub en de Socialistische filmclub zijn op die manier begin van de jaren 8O uit het stadsbeeld verdwenen omdat hun rol beter werd ingenomen door Studio Skoop en (later ook) Sphinx. De KFL-filmclub heeft zijn werkterrein dan constructief verlegd naar het onderwijs. Al meer dan 2O jaar leeft die filmclub verder als schoolfilmforumorganisator in het vrij secundair onderwijs. En het is vanzelfsprekend dat dit een uitzonderlijk belangrijke taak is. Cinefiele belangstelling creëer je nl. zo vroeg mogelijk. We leren lezen en schrijven. Maar leren we wel kijken ? Het KFL-schoolfilmforuminitiatief heeft er zelfs voor gezorgd dat de huidige bioscoop Sphinx overleefde. Halfweg de jaren 8O ging die zaal, die toen Calypso heet-


te en gerund werd door het Nederlandse Meerburgconcern failliet. Dit faillissement werd door de Vlaamse ondernemer Urbain Bultinck opgekocht. Hij wilde de bioscoop weer openen op voorwaarde dat de KFL-afdeling Gent verder haar schoolfilmforums in de ex-Calypso zou organiseren. Dit succesrijke filmforumwerk betekende voor de nieuwe eigenaar de garatie voor een inkomen (een 'basishuur') waarop hij zich engageerde om de commerciële bioscoopexploitatie een nieuwe kans te gunnen. En die werd van meetaf benut. De Sphinx zag het daglicht en met AU REVOIR LES ENFANTS van Louis Malle werd onmmiddelijk gescoord. Na l5 jaar blijft de Sphinx verder groeien en bloeien met ook nog altijd die betere Franse films zoals LE FABULEUX DESTIN D'AMELIE POULAIN. En in al die jaren enkele honderden andere cinefiele pareltjes uit alle mogelijke continenten. Er kwam niet altijd veel volk naar kijken maar in Gent krijgt de wereldcinema toch altijd een serieuze kans. Je hebt natuurlijk ook minder prettige verhalen over mislukkingen. Filmclubs die ten ondergaan, niet noodzakelijk door een gebrek aan belangstelling maar door het verdwijnen van de commerciële bioscoopzaal waar die filmclubvoorstellingen werden georganiseerd. Met de sluiting van cinema Select in Sint-Niklaas kregen twee KFL-filmclubs het deksel op de neus. Alleen het schoolfilmforum gaat - op video en dvd - beperkt verder in de Stadsschouwburg. Hetzelfde gebeurde met de KFL-filmclub in Herentals toen zaal Lux de deuren sloot. En dat lot staat vermoedelijk ook de KFL-filmclub in Ieper te wachten wanneer in dit jaar zaal Oud Ieper de deuren (vermoedelijk) zal sluiten. Je moet dus strijdlustig en creatief zijn. Vandaar dat Filmclub Zottegem in dat verband alle lof verdient. Toen de commerciële filmexploitatie ruim 10 jaar geleden dreigde weg te vallen, zijn de initiatiefnemers onder impuls van Jan Van den Bussche, de huidige voorzitter, er wonderwel in geslaagd het stadbestuur van Zottegem te overtuigen de bestaande cinemazaal over te nemen, ze multifunctioneel herin te richten zodat naast andere manifestaties ook de openbare filmclubwerking en schoolfilmforums ongestoord verder konden plaats vinden. Filmclub Zottegem leeft en legt ook voortdurend eigen accenten in de programmatie, b.v. die telkens weerkerende

bijzondere aandacht voor de Vlaamse en Belgische cinema. Je moet natuurlijk ook altijd het geluk een (flink) beetje aan je zijde hebben. Het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen en de gemeente Evergem wilden in 1998 een van de laatste plattelandsbioscopen, Cinema Ritz in Ertvelde, overnemen en als monument klasseren terwijl het onderdeel zou gaan uitmaken van het cultureel centrum. Maar dat was zonder de eigenaar van het gebouw gerekend, die absoluut niet wilde meewerken. Alle goede voornemers botsten daar op een muur van onbegrip. Cinema Ritz ging definitief dicht. Maar de infrastructuur leeft nu nog altijd verder. De apparatuur draait nog wekelijks in het Gentse 'Filmplateau' dat enkele maanden later de deuren opende. De voorzetting eigenlijk van de vroegere Universitaire Filmclub. Het 'Filmplateau' van de Gentse Universiteit draait vooral filmklassiekers. De stoelen van de Ertveldse Cine Ritz staan nog altijd in de meest eigen-

zinnige alternatieve filmzaal van België: Cinema Nova in Brussel. Zo zie je maar. Ondanks de technologische evolutie blijft ik geleven in de toekomst van een rijk Vlaamse filmclubleven. Zelfs al zou dé film ooit van drager veranderen. Satellietprojectie hangt letterlijk en figuurlijk in de lucht. We hebben al verschillende (commerciële) experimenten met elektronische projectie (bv. voor DINOSAUR) meegemaakt. Maar deze nieuwe technieken zullen in eerste instantie vooral de infrastructuur van de commerciële Hollywoodfilmexploitatie beïnvloeden. Maar de eigenzinnige en gedreven kunstfilmerij uit de rest van de wereld zal verder op een als het ware ambachtelijke en artisanale wijze blijven geserveerd. Als het echt feest moet zijn dan gaan we toch ook liever naar een lekker kleinschalig restaurant met eigenzinnige kok en persoonlijke bediening dan naar een fastfoodtent met popcorn en dippers.

55


Feestrede door de heer J. Dubrulle Secretaris-Generaal en Afgevaardigd Bestuurder van het International Filmfestival van Vlaanderen - Gent vzw en Voorzitter van de vzw Stichting Raoul Servais - Centrum voor Animatiefilm (Academische Zitting in de Ridderzaal van het Egmontkasteel te Zottegem, 29 september 2002)

redactie van Danny Lamarcq en Jan Van den Bussche, was ik onder de indruk van de intensieve werking van deze gerenommeerde filmclub. Ik beschouw het dan ook als een eer een toespraak te mogen houden om deze viering in te zetten. Het aantal filmclubs is jammer genoeg, de afgelopen jaren stelselmatig teruggelopen en dat heeft in hoge mate te maken met de ingrijpende veranderingen op het gebied van "film kijken en beleven". Als filmfestivalorganisator stel ik - met u - vast dat het filmlandschap ontzettend veranderd is en dat - helaas - economische aspecten steeds vaker de hoofdrol spelen in de wereld in het algemeen en dus ook in de filmwereld.

56

" De BIOSCOOP is een cultureel fenomeen dat vertelt en ons dichtbij andere culturen brengt, ons zo helpend verre werelden, maatschappijen en mensen te begrijpen."

Anno 2002 worden filmproductie en -distributie gedomineerd door de economie en wordt het culturele aspect meer en meer verdrongen. En dit ondanks het feit dat begin jaren ’80 er een echte vernieuwing in het zalenaanbod heeft plaats gehad.

Bij het lezen van de bundel "Van buurtbioscoop tot filmclub" of "Honderd jaar film kijken in Zottegem", onder de

BelgiĂŤ en Vlaanderen hebben een niet-onbelangrijke bijdrage geleverd door de creatie van de eerste, echte mul-

tiplexen. Decascoop, geopend in december 1981, werd lang als voorbeeld genomen voor de bouw van honderden bioscoopcomplexen in de wereld. Albert Bert is beslist een pionier geweest en heeft een visionaire kijk gehad op de noodzakelijke vernieuwing die de bioscopen moesten brengen om een antwoord te kunnen geven op de sterke concurrentie van de televisie en de opmars van de videorecorders. Halverwege de jaren negentig was in Amerika sprake van een ware herlancering van films in de bioscoop-zalen, d.w.z. dat elke Amerikaan gemiddeld vijf keer per jaar naar de bioscoop ging. Ook bij ons steeg en stijgt het gemiddeld bioscoopbezoek, maar daarbij stelt men jammer genoeg vast dat de "consumers" films meer gevraagd worden en daarom een betere kans krijgen in de zaal dan de zgn. "betere films". De aanhoudende interesse in de bioscoop, de grote innovatie in de vrijetijds- en cultuurindustrie van de 20ste eeuw, kunnen worden afgeleid uit de toegenomen participatie in toneelbezoek en culturele initiatieven.


In 2000 hebben zich van elke 100 personen van minstens zes jaar oud, 45 naar de bioscoop begeven, 27 naar musea en tentoonstellingen, 28 naar een sportoptreden, 26 naar een discotheek; vervolgens gaat de lijst verder met - in deze volgorde - concerten voor jongeren, theater en, jammer genoeg, als laatste klassieke muziek. Het bioscoop-bezoek blijft er dus ver bovenuit steken, in vergelijking met andere vormen van vermaak en cultuur. De toegenomen interesse wereldwijd in de bioscoop komt natuurlijk voort uit de toename van de vrije tijd en de lage toegangsprijs, zeker in onze regio. De vraag naar speelfilms neemt toe, niet alleen voor de bioscopen maar ook voor films in de huiskamer (via televisie, videocassette, DVD). Deze versterking zou men zeggen, is geruststellend: het gaat dus goed met de film. Jammer genoeg is dit niet het geval, want de toegenomen vraag naar films werkt daarom nog niet in het voordeel van de kwaliteit. Een film produceren kost geld - soms veel geld - maar een film promoten en dus zorgen dat hij een kans krijgt in de bioscoopzaal, kost vaak evenveel geld. Wij worden allen geconfronteerd met het feit dat sommige films gigantisch gepromoot worden door TV-reclame, grote affichage-campagnes, advertenties, persvisies en noem maar op. Hiermee gaan grote reclamebudgetten gepaard met als logisch gevolg de eis dat de film moet opbrengen. Filmdistributeurs zoeken dan ook naar de beste data om met de film in de zaal te komen en multiplexen willen ook profiteren van die films die het goed doen. Dus brengen zij die films in meerdere zalen tegelijk uit. Resultaat: ondanks de toegenomen filmproductie op de markt, wordt het aanbod voor het publiek minder groot. Daar waar een nieuwe film vroeger in België startte met 8 à 10 filmkopieën, worden nieuwe films nu in dezelfde week vertoond op 50 tot 70 schermen tegelijk. Tijd om kortfilms te programmeren is er amper: reclameblokken van 20 min. en meer zijn geen uitzondering en 3 à 5 trailers evenmin. Dus: geen plaats meer voor de kortfilm!

De vraag naar langspeelfilms in de bioscoopzaal neemt dus toe, net zoals trouwens de vraag naar films in de huiskamer, of het nu via TV of home video gaat. Het gaat hier echter over twee verschillende soorten vermaak, die elkaar wellicht aanvullen en niet zo zeer uitsluiten. Ook al is er in beide gevallen sprake van technische innovatie, die essentieel is voor de toenemende vraag, de grenzen ervan liggen uiteen: bij home video hangt de waardering af van de multimediale interactie, in de bioscoop daarentegen van de kleurkwaliteit en de perfectie van de geluidsdiffusie. In het voordeel van de bioscoop zijn: het sociale aspect ervan, de mogelijkheid personen te ontmoeten met dezelfde interesse in bvb. een acteur, in een bepaalde soort van verfilming, in hetzelfde verhaal. De behoefte uit te gaan en de kwaliteit van de filmzalen, m.n. het hoge niveau van comfort en techniek, zijn de oorzaken die de vraag naar de bioscoop hoog houden. Is de bioscoop slechts tijdverdrijf of ook cultuur, voldoet hij alleen maar aan de ijdele kant van de mens of ook aan zijn esthetische, ethische en sociale denken? Het soort films dat niet alleen in het geheugen, maar ook in de psyche van de toeschouwer gegrift blijft, moet normaal gesproken aan beide eisen voldoen. Hier komt nog bij dat, ook wanneer films geen realistische elementen bevatten, er toch altijd in zekere zin sprake is van een kijk op de samenleving waarin de films gemaakt worden, op de dromen waaruit ze inspiratie opdoen, op de angsten waardoor ze doorkruist worden. Daarom getuigt de film ook van waarden, van levensstijlen, van het samenkomen van de tijd in een maatschappij. Orson Welles had gelijk: "Een film is nooit echt mooi als de camera niet het oog is in het hoofd van een dichter."

New York rijden, de mix van allerlei soorten rassen en je kunt een tussenstop maken om een hot dog te eten zoals Kim Bassinger in "Nine and a half weeks", terwijl je op Wall Street jonge managers ziet rondlopen met hun zakenkoffertjes. Wanneer we naar Amerika gaan zien we in het echt wat we al kennen dankzij de vele reizen die we daarvoor in de donkere bioscoopzaal gemaakt hebben, terwijl we betoverd waren door de glimlach van Julie Roberts of door de onmogelijke missies van Tom Cruise, omringd door het perfecte geluid van het Dolby Surround en verleid door de speciale effecten van de meest geavanceerde digitale technologieën. Zo is Amerika dat de uitvinding van de gebroeders Lumière zo goed als maar kon uitgebuit heeft en vooral aan de bioscoop de taak heeft toevertrouwd om het beeld van Amerika als jonge en ondernemende natie, overzee te verspreiden. In de Hollywood studio’s produceren scenarioschrijvers in hoog tempo het ene script na het andere en worden kolossale geldsommen uitgegeven om de bestbetaalde acteurs bij elkaar te brengen. Wanneer een film af is, wordt de krachtige promotiemachine gestart die de wereld overspoelt met gadgets, posters en merchandising. En terwijl in Los Angeles de volgende film al klaar is, zijn er amper enkele tienduizenden die in de rij staan om een Europese film te zien.

Film is ook "magie".

De concurrentie tussen de Amerikaanse en de Europese film gaat onverminderd verder met de gevaarlijke polemieken die daaruit voortvloeien: de Amerikanen kunnen actiefilms maken en wij niet, hun films zijn vol speciale effecten gecreëerd door de magiër van de digitale wetenschap in de studio’s van George Lucas, hun acteurs zijn de crème de la crème van het star systeem, terwijl de onze in Europa, afgezien van de oude glorieën, niet erg bekend zijn in het buitenland.

Wie van zijn eerste reis in Amerika terugkeert, zegt: "Het is precies zoals in de film!" En inderdaad: er zijn de politie auto’s, die met loeiende sirenes door de straten van

Deze polemieken terzijde, is en blijft film toch altijd cultuur. De oeroude behoefte van de mens om over zichzelf te vertellen heeft een uitweg gevonden via het grote

57


scherm dat gebruik maakt van de kracht van beelden. Filmclubs zoals deze die wij vandaag vieren, maar ook filmfestivals geven ons de mogelijkheid films vanuit de hele wereld te zien. Steeds vaker komen films uit Azië of het Midden-Oosten; de laatste tien jaar komen trouwens de meest interessante films uit Indië, Azië met vooral China en ook uit Iran en Afrika. Onbekende acteurs bij ons, verhalen van werelden die veranderen en veel te zeggen hebben. Wie de Aziatische film "Wie reist naar Kandahar" heeft gezien, heeft waarschijnlijk meer van Afghanistan begrepen dan wie slechts de korte episodes op het journaal gezien heeft de laatste tijd. Veel van deze films winnen belangrijke prijzen op talrijke filmfestivals. Via dit soort films maken we kennis met culturen die ver van ons af staan, met nieuwe kleuren, sferen en geluiden, met onbekende personages en religieuze verhalen, waarin de taal en de cultuur anders zijn, maar de dromen en problemen vaak erg herkenbaar zijn. Ook het Internet, de televisie en de pers laten toe verre landen en mensen te leren kennen, maar film bezit een hogere versnelling omdat daarin de kunst iets eigens kan achterlaten, door de juiste woorden in de mond van een goede acteur te leggen bijvoorbeeld, of een ander manier van leven voor te stellen met sprankelende beelden en meeslepende muziek. Alhoewel er door de opkomst van de multiplexen groot gevaar bestaat dat de kwaliteitsfilm minder aan bod zou komen, stelt men in Europa vast dat er - gelukkig -naast de multiplexen, opnieuw meer multizalen worden gebouwd met technologische standaards die zeker opgewassen zijn tegen deze multiplexen. Ik ben er van overtuigd dat de vraag naar cultuurfilms zal toenemen voor zover de overheid passende maatregelen neemt. Alhoewel wij in een maatschappij van de "beeldcultuur" leven, wordt in het onderwijs amper aandacht besteed aan het "leren zien". In Vlaanderen heeft men meer dan tien jaar moeten wachten eer "film" onder "cultuur" kwam en erkend werd dat film niet alleen economisch moest benaderd worden.

58

Meer dan ooit heeft het zin om filmclubs en verenigingen te ondersteunen vermits het belangrijk is de betere film optimale kansen te geven. Filmfestivals hebben dan ook een bijzondere rol te vervullen. Staat u mij toe het hier even kort over te hebben. Als men het Internationaal Filmfestival van VlaanderenGent bekijkt, stelt men vast dat er meer dan 100 onuitgegeven films vanuit de hele wereld geprogrammeerd worden. En als ik vertel dat tussen de 800 en 900 films worden bekeken om tot een interessante selectie te komen, dan is dit het bewijs dat er heel wat productie beschikbaar is en dat het selecteren geen gemakkelijke klus is. Het aanbod is dus groot maar juist daardoor is het niet zo eenvoudig die films op het programma te krijgen die men wenst. De economische druk op de sector is groot en de eisen van filmverkopers, producenten en distributeurs worden elk jaar hoger. De levensduur van een film is kort, zeer kort, zodat alles wordt gedaan om de producties maximale kansen te geven om uit de kosten te geraken. Het Filmfestival Gent heeft zich de afgelopen jaren steeds aangepast aan de constante evolutie in de sector en door een brede programmering heeft het festival er steeds voor gezorgd dat vele publieksgroepen hun gading konden vinden in het programma aanbod. Publiekswerking is altijd onze grote zorg geweest met als logisch gevolg dat sommige ons soms verwijten juist te breed te werken! Internationaal wist Gent zich ook duidelijk te profileren door voor het thema "De impact van de muziek op de film" te kiezen. Als enige filmfestival in de wereld leggen wij in een deel van het programma het accent op filmmuziek door o.m. de officiële competitie van een 12-tal langspeelfilms, de programmatie van uitzonderlijke documentaires, de projectie van stille films met live orkestbegeleiding tot de organisatie van grote filmconcerten onder de leiding van de grote filmcomponisten van onze tijd die zelf hun werk komen dirigeren: Michael Kamen, Stanley Mayer, Jean-Claude Petit, Georges Delerue, Elmer Bernstein, Dirk Brossé, Hans Zimmer en Enrico

Morricone, om er maar enkele te noemen. Dit jaar wordt opnieuw een seminarie over filmmuziek georganiseerd en werd een compositiewedstrijd in het leven geroepen voor jonge Vlaamse componisten. Ook de Vlaamse film krijgt een dominante plaats met dit jaar twee wereldpremières voor Vlaamse langspeelfilms. Maar na de grote belangstelling die het filmfestival krijgt is het belangrijk dat de betere film, naast het commerciële circuit, ook een tweede leven krijgt en vooral dat vele publieksgroepen die films kunnen "herontdekken" die deel uitmaken van het "cinematografisch geheugen". Mij lijkt het dan ook belangrijk dat er meer aandacht gaat naar de filmclubs en de kleine filmzalen. Wat hier in Zottegem werd gepresteerd de voorbije 50 jaar, verdient alle lof en graag feliciteer ik dan ook de voorzitter en het voltallige bestuur voor hun jarenlange streven om de betere film op een professionele manier te promoten. Als organisator van het Filmfestival Gent kan ik alleen maar bijzonder verheugd zijn als ik vaststel dat hier, jaar na jaar, aan filmcultuur-vorming gedaan wordt. Ten slotte wil ik als voorzitter van de Stichting Raoul Servais, Centrum voor Animatiefilm, u ook danken om de prachtige tentoonstelling "Raoul Servais - Portret van een schilder-cineast" te hebben opgesteld. Mag ik van dit platform gebruik maken om - voor zover nodig - uw aandacht te vestigen op het feit dat deze tentoonstelling werd opgezet door onze vzw met als doel het werk van Raoul Servais en de Vlaamse animatie-filmschool voor te stellen aan het grote publiek. Na Sao Paulo, Montreal, Annecy en Gent kan men nu ook in Zottegem deze prachtige verzameling bewonderen. Het is trouwens een prachtig visitekaartje van het talent van onze grote Vlaamse filmkunstenaar Raoul Servais. Mijnheer de Voorzitter, voor u is het vandaag een grote dag! De bekroning van een jarenlange voorbereiding! Ik wens u van harte proficiat en namens het team van het Filmfestival Gent bied ik u graag een VIP-pass aan voor de komende editie van het Filmfestival Gent, over enkele weken in oktober.


Raoul Servais (‘Grote Prijs’ én ‘Prijs van de Internationale Filmkritiek’in 1998, Cannes ( ‘Speciale Prijs van de Jury in 1971 en de ‘Gouden Palm’ in 1979), Hyères, Venetië (‘San Marco Gouden Leeuw’, Grote Prijs Kortfilm op de Biënnale in 1966), Rome, Bilbao, Porto, Ramat’gan, Teheran, Antwerpen, Huy, Knokke, Leipzig, Oberhausen, Odense, Chicago, Philadelphia, Montréal, Moskou, Mamaia, Melbourne, Sidney, Valladolid, Gent, Fantasporto, Annecy, Hiroshima, Ottawa, Zagreb en Brugge. Hij won de ‘Norman McLaren Heritage Prize’, de Hans Christian Andersen Prijs, de Achilles Van Acker Prijs, de Prijs van de Katholieke Filmliga, de Joseph Platteau Prijs, de Prijs Lieven Gevaert en is Cultureel Laureaat van de steden Gent en Oostende.

Pionier van de Animatiefilm, Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen, Ere-Voorzitter Jubileum 50 Jaar Filmclub Zottegem

Raoul Servais, geboren in Oostende (1 mei 1928), studeerde Sierkunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent waar hij, vijftien jaar later de oprichter zou worden van het allereerste departement voor animatiefilm op het Europese vasteland. Hij werkte samen met de surrealistische kunstschilder René Magritte bij de uitvoering van het ‘Domaine Enchanté’ in het Casino te Knokke (1953), en met stadsgenoot Henri Storck, pionier van de Belgische documentaire film. Hij decoreerde het Belgisch Paviljoen op de Expo ’58 en ontwierp de wanddecoratie voor het metrostation ‘Brugman-Houba’ te Brussel (1985). Hoewel hij de tekenkunst en occasioneel ook de monumentale schilderkunst beoefent, geniet hij wereldfaam als maker van animatiefilms die prijzen oogstten op zowat alle vooraanstaande internationale filmfestivals. Hij behaalde meer dan vijftig festivalonderscheidingen, o.a. in Annecy

Hij exposeerde te Osaka (International House), Annecy (Musée Château), Roubaix, Sedan, Gravelines (Musée des Arts Graphiques), Valladolid, Montreal (Musée de la Cinémathèque Québecquoise), Sao Paulo (Centro Cultural Banco do Brazil), Frankfurt (Film Museum) Oostende (Kursaal) en Gent (Provinciaal Museum Caemerklooster). Aan hem werden belangrijke Officiële Retrospectieven gewijd in Hollywood, Parijs (Centre Pompidou), New York (Museum of Modern Art en Ziegfeld Theatre), Tokyo, Osaka, Hiroshima, Hong-Kong, Taïshung, Valladolid, Montreal, Vancouver en Rio de Janeiro. Raoul Servais is Stichter van het eerste Europese animatiefilmonderricht bij de Koninklijke Academie van Schone Kunsten waar hij doceerde tot zijn emeritaat.Hij was docent bij het Hoger Instituut ‘Ter Kameren’ / La Cambre’ te Brussel, docent bij het ‘Centre Tertiaire de Formation’ te Valenciennes, gastdocent bij het ‘California Institute of the Arts’ te Los Angeles, het ‘Columbia College’ in Chicago, het ‘Royal College of Art’ in Londen en aan het ‘West-Surrey College of Art’ in Farnham. Bovendien boden de ‘Harvard University’ te Boston, de ‘Concordia University’ te Montreal en de ‘Kunsthochschule in Kassel hem leersstoelen aan.

59


Raoul Servais was Algemeen Voorzitter van ASIFA (Association Internationale du Film d’Animation) van 1985 tot 1994, Ere-voorzitter van het Internationaal Filmfestival van Hiroshima, Medestichter van het Vlaams Audiovisueel Fonds, Onder-voorzitter van de Stichting Raoul Servais en Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. Hij is Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen en aanvaardde het Ere-voorzitterschap van het Jubileum 50 Jaar Filmclub Zottegem. Raoul Servais : Filmografie 1960 1961 1962 1965 1968 1969 1970 1971 1972 1976 1979 1994 1998 2001

60

Havenlichten Omleiding November De Valse Noot Chromophobia Sirene Goldframe To Speak Or Not To Speak Operation X-70 Pegasus Het Lied van Halewyn Harpya Taxandria Nachtvlinders Atraksion

Geachte heer Erevoorzitter, Filmclub Zottegem is zeer verheugd zijn Jubileum te kunnen uitbouwen rond uw gewaardeerde medewerking. Voor de vierde maal mogen we u verwelkomen in Zottegem, niet alleen in het kader van een ‘VIERDE DAG VAN DE ANIMATIEFILM’ of van ons ‘EDUCATIEF INTERSCHOLEN PROJECT’, maar ook en vooral als centrale figuur in de Huldetentoonstelling die wij u aanbieden in samenwerking met de Stichting Raoul Servais, onder het voorzitterschap van de heer J. Dubrulle, tevens feestredenaar op de Academische Zitting. Dat u eerst in het buitenland ‘Sant in eigen Land’ geworden bent, spreekt boekdelen. Uw constante uitstraling stoelt immers op een humane bezorgdheid voor mensen rondom ons, bedreigd door omstandigheden, ‘ego’-mentaliteit of geldingsdrang, die tussentijds hunkeren - als in een onwezenlijke droom of nachtmerrie - naar een warmte die niet altijd doorbreekt. Die thematiek wist u bovendien te vertalen in een zeldzaam persoonlijke stijl die universele gevoelens beroert en rechtgeaarde mensen diep raakt. Inspiratie en vernieuwingdrang lieten u ook de moderne technologieën ontdekken en openden nieuwe perspectieven. Voor u betekent ‘kunstenaar zijn’ mens zijn in de artistieke vormgeving, creatief bezig blijven, nooit stil-

staan. We danken u omdat u er bent zoals u bent : een man met een warm hart, een humaan geïnspireerd beeldkunstenaar, een man met ‘métier’ die nog steeds op de bres staat om de rijkdom en mogelijkheden van de animatiefilm, met enthousiasme en een fijn aanvoelen van mensen en hun ervaringen, uit te dragen, de Zevende Kunst ter ere. U bent een waardig Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen. Met deze waardering in ons hart begroeten wij u in de Egmontstad waar de animatiefilm, en uw films in het bijzonder, via onze Filmclub steeds een ereplaats heeft gekregen. Tijdens dit Jubileumjaar des te meer. Ere wie ere toekomt. Moge de HULDETENTOONSTELLING RAOUL SERVAIS uitgroeien tot een gebeurtenis voor Zuid-Oost-Vlaanderen en Zottegem waar u steeds welkom blijft. Van harte,

Jan Van den Bussche Voorzitter Filmclub Zottegem


Van Sigarenkist-camera tot Servaisgrafie De tentoonstelling "Raoul Servais, portret van een schilder-cineast" is in het kasteel-musem van het Franse Annecy ruim vijf maanden lang te zien geweest. Van begin december ’99 tot eind april 2000 liep ze nog eens vier maanden in de cinémathèque Quebecqoise in Montréal. Ter gelegenheid van het 27ste Filmfestival van Vlaanderen-Gent kwam ze ook naar de Arteveldestad, waar zij overigens werd uitgedacht en samengesteld door de Raoul Servais Stichting, financieel geruggesteund door het culturele ambassadeurschap. Ze zwermde uit naar o.a. Sao Paolo (Brazilië), waar 30.000 nieuwsgierigen deze boeiende tentoonstelling bezochten. Met zo’n 150 stukken komt deze knappe tentoonstelling, ter gelegenheid van het Jubileum 50 Jaar Filmclub Zottegem nu ook naar de Egmontstad om de regio Zuid-Oost-Vlaanderen te bestrijken.

’Spokenhistorie’ mee. Het labo van Agfa-Gevaert voegde bij de ontwikkelde films een briefje met : "Kijk uw camera eens goed na, want hij is vuil". In feite ging het om houtsplinters die na het uitsnijden van een "venstertje" in de sigarendoos waren blijven zitten en die op de randen van het filmbeeld zichtbaar werden. De jonge Servais was gepassioneerd door tekenfilm, wilde perse aan de slag, was koppig en door geen tegenslag te ontmoedigen. Al doende leerde hij de techniek. De tentoonstelling illustreert hoe de autodidact later voor Harpya (1979) een eigen werkwijze bedacht om live action-beelden met animatie te verbinden. Dat mondde vervolgens uit in het Servaisgrafie-procédé dat hij voor het eerst volledig, en succesvol, toepaste in de Paul Delvaux’s-hommage ’Nachtvlinders’ (1998). "Raoul Servais - Portret van een schilder-cineast" blikt ook

terug op Servais’ minder bekende oeuvre van beeldende kunstenaar; want voor er sprake kon zijn van film als hoofdbezigheid, begon hij een schilderscarrière. In de jaren ’50 was hij een artistieke duivel-doet-al. Hij schilderde, ontwierp affiches, een wandtapijt en een postzegel, was actief als striptekenaar en penseelde in opdracht van René Magritte het surrealistisch panorama in het Oostendse Kursaal. Zoals hij zich in elke nieuwe film stilistisch vernieuwde, heeft Servais zich als tekenaar en schilder nooit aan een bepaalde richting of school gebonden. (naar Luk Menten, Film, Televisie + Video, no. 504) In Zottegem kan u de tentoonstelling bezoeken van zondag 29 september 2002 tot en met zondag 19 oktober 2002 in de Ruimten van ‘ De Mouterij’, Stationsstraat te Zottegem. U kan er ook de video-cassettes bekijken van het filmoeuvre van Raoul Servais, wereldburger en pionier van de animatiefilm.

Het gaat om de grondigste expo over Servais tot nog toe. De twaalf korte tekenfilms waarmee de Oostende-naar internationale faam verwierf - van Havenlichten (1960) over Harpya (1979), Nachtvlinders (1998) en Atraksion (2001) - plus het tijd- en geldverslindende avontuur van de lange speelfilm Taxandria (1994) worden gedocumenteerd met tal van werktekeningen op doorzichtige acetaatvellen, schaalmodellen, decors, foto’s enz. De originele outfit van het creatuur uit Harpya (1979), half vogelhalf vrouw, is er te zien evenals de hoge hoeden van de bewakers en politiemannen uit Taxandria. De samenstellers gingen zover dat ze de - in de loop der jaren zoekgeraakte - legendarische eerste houten filmcamera van de jonge Servais lieten reconstrueren. Albert Vermeiren, een jonge leraar aan de afdeling Sierkunst van de Gentse Academie voor Schone Kunsten was door de 16-jarige Servais ingewijd in zijn plan om een tekenfilm te maken. Met een sigarenkistje, een paar lenzen en meccano-elementen knutselde Vermeiren in 1946 voor zijn pupil een rudimentaire camera in elkaar. Het ding heeft gewerkt; Servais draaide er zijn jeugdzonde (!)

61


Focus op Filmclub Zottegem. 50 jaar Filmclub

(1952-2002)

Hoe het allemaal begon. Historiek 50 jaar Filmclub Zottegem (Jan Van den Bussche) immers lofwaardige pogingen ondernomen om de culturele ontwikkeling via voordrachten informatie en de organisatie van diverse initiatieven te stimuleren. In dit perspectief was film een onderdeel : het zorgde voor afwisseling en was bovendien een middel tot bewustmaking en inzicht, een venster op een nog ongekende wereld. Het ontstaan van filmclubs, overal in Vlaanderen, beantwoordde aan de nood aan ontvoogding en verruiming van de plaatselijke levenscontext. Niemand kon toen evenwel vermoeden hoe belangrijk en ingrijpend de beeldcultuur ooit zou worden. Stilaan groeide de overtuiging dat, in weerwil van een stevig verankerde en uitgebouwde woordcultuur, ‘in het begin niet het woord was, maar wel het beeld’. Filmclubs trachtten dan ook meer en meer aandacht te vragen voor de positieve waarde van het beeld dat, vanaf de jaren tachtig, al te veel afgleed naar een oververhitte carrousel van agressieve, ongenuanceerde, vaak erg eenzijdige visuele effecten die

mensen ondergeschikt maakten aan een overdosis van trucages, geluid en geweld. Inhoud, verhaal en psychologische evolutie van de personages verschraalden. Vervlakking en uiterlijk vertoon waren hiervan het resultaat. Nu de telecommunicatie van de wereld één dorp gemaakt had, kreeg de audiovisuele cultuur via televisie en videoclips, meer en meer impact op de verbeelding van jongeren : door een overdosis aan beeldinformatie werd die veeleer lam gelegd dan gestimuleerd . De versnelling van het levensritme resulteerde in een stijgende oppervlakkigheid in denken en doen. Een alles overwoekerende gadget- en ego-cultuur kreeg de bovenhand. Geen tijd meer om zelf te denken, geleefd worden in plaats van zelf te leven, met de televisie als slaapmutsje ? Stilaan werd duidelijk dat manipulatie van het beeld uitliep op desinformatie : de vlucht in een ‘cyber-verbeelding’ werd een feit, geïntegreerde netwerken belangrijker dan mensen, flitsende beelden ingrijpender dan reflectie. De nieuwe vrijheid kon de onvrijheid niet verdoezelen : van ‘Big Brother’ naar ‘reality TV’ : alles werd show, spektakel een norm, kijkcijfers een credo.

Groeien in kwaliteit en variatie Film, in Zottegem , was, zoals hierboven reeds geschetst, reeds voor de Eerste Wereldoorlog een feit. Voor en tijdens de Tweede werd het een rage. Tot in de jaren zestig konden drie zalen in de Egmontstede de volkstoeloop met moeite verwerken. Romantiek voerde de boventoon, zelfs in de ‘oorlogsfilms’, tot geweld en ‘exploitatie-sex’ de betere film verdrongen. Van bij de start van de toenmalige Culturele Kring, in 1952, werd driemaal per jaar een plaatsje ingeruimd voor films die de positieve kant in mensen en situaties belichtten. In deze naoorlogse periode werden

62

De jaren tachtig en negentig bevestigden deze trend naar een soms overdadig en isolerend gebruik van het beeld : het vaak oppervlakkig contact via computer en internet ‘klikt’ mensen vast achter een scherm en verstikt echte sociale relaties. De vrees voor verschraling van het persoonlijke sociaal contact is niet langer denkbeeldig. De noodzaak om zelf meer uit onze schelp te kruipen en met anderen in contact te treden, om samen te praten en te leven in onze meest onmiddellijke sociale omgeving wordt een feit. Vandaar de hartelijke uitnodiging en talrijke oproepen om ‘uit je zetel te komen’, ‘om zelf iets te doen’, vee-


leer dan passief te kijken hoe de zaken zich ontwikkelen op TV, spiegel van een ‘virtuele’ werkelijkheid. In weerwil van deze grondige maatschappelijke veranderingen is Filmclub Zottegem doorheen al die jaren een overtuigd, gedurfd, enthousiast en zinvol initiatief gebleven dat de evolutie in dit sterk evoluerend ‘medialandschap’ kort opvolgde en steevast bevroeg. Wat begon als een aanknopingspunt met de naoorlogse evolutie binnen Vlaamse cultuurverenigingen evolueerde, sinds 1972-’73, van een opzet met een weloverwogen aanpak en een uitgebalanceerd project tot een zelfstandige vereniging in 1977.

Keerpunt 1972-73 vormde inderdaad een keerpunt. Toen begon een belangwekkende tweede fase in het groeiproces van Filmclub Zottegem : E.H. Paul Vyncke, toenmalig Superior van het College O.L.V. van Deinsbeke en bestuurslid van de Culturele Kring, nodigde Jan Van den Bussche, leraar Frans, uit om zelf de volledige programmatie en werking op zich te nemen. In de vaste overtuiging dat het visueel aspect van het medium echt vormend, verruimend en sensibiliserend kon zijn, werden meteen nieuwe initiatieven ontplooid zowel voor scholen als wat betreft

avondvertoningen toe. Vormingsstages, lectuur, documentatie en permanent bekijken van films waren de hoekstenen van de nieuwe aanpak en het puike programma. Meteen het begin van een steile klim in kwaliteit en variatie. Wat begonnen was als ‘film op school’ onder de noemer ‘ontspanningsfilms voor scholieren’ tijdens gelegenheidsvertoningen voor het goede doel of later binnen de lessen Esthetica, groeide uit tot een vaster patroon waarbij vertoningen voor jongeren centraal stonden. Maar het ging er in dit prille stadium nogal ‘amateuristisch’ aan toe. De voorstellingen gingen door in de studiezaal van de lagere school van het College : de jongeren zaten op schoolbanken en er werd gedraaid met een loodzware maar onverslijtbare Hortson 16 mm -projector zodat, bij elke verwisseling van filmrol, de lichten weer aangingen, de concentratie voor de film omsloeg in een bevrijdend gewoel en onstuitbare commentaren tot de zaal weer verduisterd werd voor de tweede en, na een nieuwe onderbreking, voor de derde filmrol. ‘Patronage-stijl’ uit de naoorlogse periode, dat wel. Toch was iedereen tevreden. Er was voor jongeren geen andere mogelijkheid, want zij kwamen toen de enig overgebleven filmzaal, Ciné Paris, niet binnen wegens haar twijfelachtige reputatie bij burgers en clerus. Met enige nostalgie herinneren velen zich de ‘memorabele’ vertoning, in het ‘oud college’ in de Kasteelstraat, van Sergio Leone’s spaghetti-western ‘Once upon a Time in the West’. Bij de tweede rol bleef het beeld plots stilstaan en kregen de aanwezigen een ‘Bonanza’- effect te zien : een steekvlam verbrandde ogenschijnlijk het bevroren beeld. Meteen rook de ‘operateur’ dat er iets niet pluis was : er diende inderdaad dringend ingegrepen. De film werd stilgelegd, de elektriciteit uitgeschakeld, de plaatselijk verbrande filmstrook weggesneden en de projectie kon weer starten tot ieders opluchting. In de relatieve duisternis zag de ‘operateur’ de filmstrook op de rollen stilaan uitlengen tot een ovalen spaghetti - strook : een onrustwekkend beeld dat ons verplichtte de tweede, de derde en de laatste filmrol achteraan in de zaal, telkens in een ander hoekje of plaatsje neer te leggen, in afwachting van het afmonteren.

Dit oeverloos kluwen weer op rollen krijgen en terugwinden, had heel wat voeten in de aarde. De hele operatie duurde tot 2.30 uur ‘s nachts ! Een geluk dat vier collega’s al die tijd een helpende hand toestaken. Zo zie je maar : bij een filmvertoning red je het nooit alleen, medewerkers zijn van onschatbare waarde. Het stijgend succes van deze vertoningen gaf aan dat film voor jongeren aan een nood beantwoordde en dat ouders positief stonden tegenover dit initiatief. De impuls was gegeven, het enthousiasme groot, de mogelijkheden reëel. Alleen drong de noodzaak zich op om in betere omstandigheden iedereen van goede films te laten genieten. Ook voor schoolvertoningen werd gelonkt naar een echte filmzaal met een goed uitgeruste technische installatie om een vlekkeloze projectie mogelijk te maken. Vermits Filmclub Zottegem reeds in 1969 schoorvoetend overgestapt was naar zaal Paris, omdat Cinema Modern pas zijn deuren had gesloten, zat de kans erin dat ook de schoolvertoningen, op termijn, georganiseerd zouden worden in Ciné Paris. Maar eerst diende het lokale odium tegen deze zaal nog opgeruimd, iets waar vele Zottegemnaren en schooldirecties daar nog niet meteen klaar voor waren. Toch werd het licht, door toedoen van Superior Vyncke, vrij snel op groen gezet en konden ook de schoolvertoningen starten in de lokale bioscoop, op voorwaarde dat alle ‘betwistbare affiches’ weggewerkt werden met bruin papier als Filmclub de vertoningen organiseerde, zeker voor jongeren. Lang heeft dit alles niet geduurd : de ‘commerciële’ affiches werden voor de gelegenheid overplakt met de originele affiche van de door Filmclub Zottegem geprogrammeerde films. De inkom kreeg meteen een andere ‘look’ en het werk in de diepte kon beginnen. Goed programmeren, degelijk informeren, Filmclub Zottegem voor het eerst bekendheid geven, de vertoningsfrequentie opvoeren en een betere visuele publiciteit voeren om als een volwaardige culturele vereniging naar buiten te komen en de kwaliteit verbeteren van de geactualiseerde filmselectie, waren echt belangrijke doelstellingen. Wegens de kosten van de huur van zaal en filmkopij, projectie en informatie, was het

63


immers dringend nodig dat er heel wat méér publiek naar de Filmclubfilms kwam kijken dan de dertig getrouwen die toen wél wisten dat er een goede film vertoond werd. Zoniet zou het initiatief een vroege dood sterven. In feite lag de sleutel voor een ommekeer in dit éné, eenvoudige woord : ‘werken’. Want niets komt vanzelf. Aangezien het filmmedium, in het begin van de jaren zeventig, stilaan werd aanvaard als een venster op de wereld, groeide ook in Zuid-Oost-Vlaanderen het bewustzijn dat je met goede films aan positieve vorming kon doen : films die met veel ambachtelijke liefde en pijn tot stand komen dienen immers niet over dezelfde kam gescheerd als sommige louter commerciële producties. Het promoten van de betere film, bleef in Zottegem veelal onontgonnen terrein en de evolutie die zich afspeelde in foto- en filmclubs in de grootsteden ging aan onze gemeente grotendeels voorbij. De start voor een echte filmclubwerking valt samen met de komst van E.H. Vyncke, de nieuwe Superior van het College, die in 1967 zijn belangstelling voor het filmmedium en zijn praktijkervaring met de K.F.L. in Dendermonde, omzette in het organiseren van Filmcubavonden, als onderdeel van de activiteitenkalender van de Culturele Kring Zottegem. Een initiatief dat, ondanks de goede filmkeuze, een te kleine frequentie kende (een drietal films per jaar) en via de minimale publiciteit niet de verhoopte uitstraling kende, ondanks de verdeling van de info-folder ‘Cultureel Nieuws’. Het was dringend nodig de belangstelling te activeren om echt goede films met respect voor de menselijke waardigheid voor te stellen. Er was dus werk aan de winkel. Daarvoor diende een jonge kracht ingehaald, een filmminnende leerkracht die zowel de school- als de avondvertoningen nieuw leven kon inblazen en garanties boodt op resultaat. Superior Vyncke suggereerde de overname van het initiatief aan zijn jongste leerkracht en oud-leerling uit Dendermonde, Jan Van den Bussche, die met deze ‘pedagogische taak’ werd belast (1972). En wat mogelijk was, werd gerealiseerd. Niet zomaar, zonder slag of stoot. De omzichtige verkenning van omgeving, projectiemoge-

64

lijkheden, mentaliteit en verwachtingen vertaalde zich evenwel snel in een modern programma en een verhoogde activiteit. Een nieuw begin, maar één vogel maakt de lente niet. En mirakels bestaan niet in deze wereld. Toch roerde er wat.

over ‘Film in Vlaanderen, tussen Kunstdocumentaire en Speelfilm’, waarop ook André Delvaux ‘Dieric Bouts’ portretteerde. Bovendien beten we de spits af met de wondermooie Zweedse film ‘Adalen 31’ (1969) van Bo Widerberg en met ‘Fat City’ (1972) van John Huston.

Via aanpassing en modernisering van het Filmclub-programma en een intenser publiciteit op lokaal vlak, verhoogde stilaan de belangstelling. Ideeën ter zake werden uitgetest op het terrein en met jeugdig enthousiasme omgezet in daden. Er werd echt gepoogd om Filmclub Zottegem inhoud en aantrekkingskracht te geven. De kwaliteit van de geprogrammeerde films bleek, vanaf 1973, een overtuigend argument om Filmclub te profileren en meer en meer filmliefhebbers aan te spreken. Voor elke filmvertoning werd toen een inleiding gegeven, eerst zonder, later mét microfoon. In opvolging van de heer Frans Dupont uit Antwerpen, bevriend met bestuursleden van de Culturele Kring, nam Jan Van den Bussche die taak in 1974 over bij school- en avondvoorstellingen. Bij vertoningen met ontvangst van regisseurs en vertolkers, bleef de heer Dupont tot 1976 gastheer. Het schaarse publiek dat begin de jaren zeventig naar de Filmclubfilms kwam kijken, verdubbelde en zorgde al snel voor ‘mondreclame’. De nieuwe ontwikkeling brak de ban en het odium dat in Zottegem nog een tijd nazinderde en krikte de reputatie van ‘de jonge Filmclub’ op : men voelde blijkbaar dat sinds 1972 een nieuwe wind waaide en er vaart begon te komen in de weloverwogen initiatieven die beter en anders werden aangekondigd in het straatbeeld van de gemeente.

Een jaar later kwamen Benoît Lamy en producente Jacqueline Pierreux naar Zottegem hun film ‘Home, Sweet Home’ voorstellen (1974-’75), zowel aan de senioren als aan het avondplubliek dat, met Wannes Van de Velde’s lied in zijn hart, vast die ‘nacht in de straten verdwaalde : de klank van de stad maakte (allicht) hun ziel amoureus’. De ontmoeting met de senioren was hartverwarmend : bij het

Resultaten bleven niet uit : de avondprogramma’s werden geactualiseerd : de vertoning van de Gouden Palm Cannes 1972, ‘ Onderzoek naar een Burger boven alle Verdenking’ (1969) van Elio Petri en ‘Kes’ (1969) van Ken Loach waren in 1972-’73 de voorboden van de vernieuwing. ‘Arabesque’ ( 1966) van Stanley Donen opende het eerste seizoen ‘nieuwe stijl’ dat met ‘Butch Cassidy and the Sundance Kid’ (1969) een heel ander genre aan bod liet komen. In maart 1973 kwam Roland Verhavert zijn film ‘Het Afscheid‘ (1966) persoonlijk voorstellen tijdens een eerste Scholierendag


verlaten van de zaal en bij het nakaarten in ‘De Kring’ werden ze naar hun mening werden gevraagd over de film en over hun ervaringen in eigen ‘home’, in en rondom Zottegem. Herinneringen borrelden op van weemoed, maar hun opmerkingen terzake waren soms meer dan raak. Filmclub Zottegem schoot nu pas goed uit de startblokken. Vanaf 1973 verdubbelde het aantal voorstellingen, en werd aan de filmliefhebbers, onder het kersverse voorzitterschap van Jan Van den Bussche, tijdens het seizoen 1975-1976 een uitgebreide informatiemap aangeboden, geschreven i.s.m. collega Luc Vermoeren en gesteund door Godfried Van de Perre. Het was meteen de eerste publicatie van ‘de Filmclub’. In een zelf geschreven, zelf getypte en gepolycopieerde tekst van telkens 90 bladzijden (!), werden vijf films per seizoenhelft uitgebreid besproken. Pas voor de ‘zwarte’ kaft en de frontpagina werd uitgekeken naar hulp van een drukker : de heer Maegherman zegde onmiddellijk en gratis zijn medewerking toe, waarvoor onze blijvende dank. Vanaf het begin van de jaren tachtig werden de aanwezigen via een diamontage geïnformeerd over de volgende film. Het uitzoeken van filmfoto’s, het fotograferen ervan, het selecteren van zachte filmmuziek en de opnamen op bandopnemer vroeg ook heel wat werk. Maar het bleken, achteraf, nuttige ervaringen bij de uitbouw van wat Filmclub nu aan publicatie en presentatie kan voorleggen. Nog belangrijker was de constante bezorgdheid en de groeiende mogelijkheid om meer kwaliteitsfilms uit erg verscheiden filmlanden naar Zottegem te brengen, een breder publiek aan te spreken, zodat naast volwassenen en jongeren ook kinderen konden kennis maken met de beste filmproducties, zowel binnen als buiten de school. Er werd zelfs gedroomd om hen, van meet af aan, ook in contact te brengen met minder bekende aspecten van het filmmedium.

Als première voor Zuid-Oost-Vlaanderen werd, op initiatief van de pas officieel aangestelde jonge voorzitter, een ‘EERSTE DAG VAN DE ANIMATIEFILM’ georganiseerd (1974-’75) in aanwezigheid van het kruim van de Belgische animatiefilmers. Naast de heer Raoul Servais, eregast en toen al een internationale bekendheid, waren o.a. de heren Eddy Ryssac, Louis Van Maelder, Vercruysse en Schelfhout als eregasten aanwezig om zelf hun filmpjes bij scholieren en avondpubliek in te leiden. Vereerd als ze waren door onze uitnodiging, kwam deze bonte familie animatiefilmers over als een groep bescheiden en gelukkige mensen met een pak ervaring. De medewerking van de uitbaters, het echtpaar Ghislain

Calus-Ketels, was hierbij essentieël : het zou het begin worden van een vlekkeloze, vriendschappelijke en efficiënte samenwerking die bijna volle 20 jaar zou duren, tot hun afscheid aan ‘hun zaal’, Ciné Paris. Een verhaal apart. Maar de wederzijdse waardering blijft intact. Ook nu nog. De verstandhouding, het begrip en de spontane bereidwilligheid om ons alle films aan te bieden die we wilden programmeren, was een stevige ruggesteun om rustig uit te bouwen wat we droomden, zowel bij Filmclub als later bij KIFI, de Kinderfilmclub die in 1975 het licht zou zien. De vertoningen vonden overigens plaats op dinsdag, een ‘dode dag’ voor de zaaluitbater die de rest van de week zijn eigen programma’s voorstelde. Tenslotte was onze frequentie in het

Uit belangstelling voor de animatiefilm, een goudmijn van creativiteit en technische vaardigheid, werkte Filmclub het idee uit om het filmmedium ook via dit filmgenre beter te belichten. De animatiefilm in Vlaanderen begon stilaan de ambachtelijke startsituatie te ontgroeien, maar was, tot dan toe, nog al te veel ondergewaardeerd wegens té onbekend.

65


begin echt laag : éénmaal per maand ‘bespeelden’ we Ciné Paris. Het zou jaren duren vooraleer de veertiendaagse en later de wekelijkse vertoningen, steeds op dinsdag, eraan kwamen. In deze beginfase dacht niemand aan ‘groeien’. De programma’s ‘moderniseren’ en de bekendheid in Zottegem vergroten via een hogere frequentie van onbetwistbare kwaliteisfilms waren de enige objectieven. Met de medewerking van een stijgend aantal toeschouwers,

Het bleef niet bij ideeën alleen. Er werd hard gewerkt zowel aan voorstellingen voor scholen als voor volwassenen. De belangstelling groeide, het afficheaantal vertiendubbelde : Filmclub kon zijn gevarieerd programma stilaan aan de hele gemeente bekend maken. De pers werd aangeschreven en geïnformeerd, het publiek sprak meer en meer over het knappe programma : Filmclub Zottegem kreeg stilaan een eigen gelaat, maakte voortaan een actief deel uit van het culturele leven in de Egmontstad en was klaar voor de eerste sprong voorwaarts. De doorbraak kwam er dankzij mevrouw Dora van der Groen en de heer Wies Andersen die het 24ste Filmclubseizoen openden tijdens het ‘EERSTE GALA VAN DE VLAAMSE FILM’ met de vertoning van Bert Haanstra’s film ‘ DOKTER PULDERS ZAAIT PAPAVERS’ (1975) in september 1976. Als openingsgeschenk werd de extrabrochure met toelichting bij de film rondgedeeld. Na de voorstelling zorgde een volle zaal voor een stomend onthaal en drukte, met een minutenlange staande ovatie, zijn oprechte waardering uit voor de prestatie van de eregasten. Maar ook achter de schermen klikte het. De ontmoeting liep uit op een enthousiasmerend maar diepgaand gesprek, bijna een kruisverhoor, waarin gepeild werd naar de intenties van de voorzitter. Blijkbaar met succes.

scholen en mensen uit het filmcircuit zelf kon dit opzet lukken. Superior Paul Vyncke maakte de weg vrij om meer scholen bij het project te betrekken : totnogtoe namen enkel het College en het Koninklijk Atheneum eraan deel. De kansen op een volwaardig ‘pedagogisch net-overschreidend interscholen - filminitiatief’ werden reëel. Op voorwaarde dat de geprogrammeerde films aan opvoedende normen voldeden.

66

Beiden verklaarden zich bereid het voorgestelde ‘Lustrumidee 1977’ voluit te willen steunen en de poort naar het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur open te zetten voor de jeugdige aanpak. Bovendien wilde Dora Van der Groen dat de jonge voorzitter haar zou interviewen na de voorstelling. Zo gebeurde. Met de medewerking van de A.S.L.K.-Brussel werden intussen financiële middelen gezocht om de droom van een eerste viering waar te maken. De heer Godfried Van de Perre, toenmalig adviseur van de Juridische Dienst A.S.L.K. (Algemene Spaar- en Lijfrente Kas, nu FORTIS BANK NV), met een passie voor beeldcultuur, was tussenpersoon en medewerker van het eerste uur bij het realiseren van de jeugdige ideeën en initiatieven van de prille Filmclub, ‘nouvelle vague’. De jongeren werkten intussen hun eerste ‘Lustrumproject’ uit :

Filmclub Zottegem kon, begin 1977, als een autonome vereniging aan de de concrete uitbouw van zijn filminitiatieven beginnen. Tijd voor een eerste viering.

Jubileum 25 jaar Filmclub Zottegem (1977-1978 ) Als ‘Openingsgala’ programmeerde Filmclub ‘MAX HAVELAAR’ (1975) van de Nederlandse regisseur Fons Rademakers. Als eerste extra-initiatief organiseerde Filmclub in de lokalen van het P.T.H.T.I (Provinciaal Technisch Hoger Taal Instituut) een opmerkelijk en door een ruim publiek bijgewoond ‘INFO - PANEL over FILM : van PROJECT TOT REALISATIE’ waaraan, naast Dora van der Groen en Wies Andersen, ook de heer J. Hambrouck,

vertegenwoordiger van het Ministerie voor Nationale Opvoeding en Cultuur en J. Zeguers, vertegenwoordiger van het verdeelhuis Excelsior aan deelnamen. De boeiende informatie over het reilen en zeilen in de Vlaamse filmsector die voor het eerst in de regio vrijkwam, effende het pad voor nieuwe initiatieven. Als tweede première voor ZuidOost-Vlaanderen vormden de eerste ‘PROVINCIALE


DAGEN VAN DE VLAAMSE FILM’ een opgemerkt en gedurfd initiatief tijdens dit eerste werkelijke jubileumjaar waarin overigens nog 13 topfilms aan het publiek voorgesteld werden. Op het programma : ‘Angela, love comes quietly’ (1973), van de Nederlandse regisseur Nicolaï Van der Heyde, met in de hoofdrol Barbara Hersey, de latere Oscarwinnares voor Woody Allens ‘Interiors’, in aanwezigheid van producent André Thomas; ‘Gejaagd door de Winst’ (1968) en ‘Dood van een Sandwichman’ van Robbe De Hert die sindsdien uitgroeide tot een vaste waarde in het Vlaamse filmwereldje en nog vele malen in Zottegem te gast zou zijn. Opmerkelijke aanwezige : Louis Paul Boon, Vlaanderens volksauteur, toen ook scenarist en zielsverwant van Robbe’s anarchistische periode. Ook op het programma : ‘Verbrande Brug’(1975), het sociaal drama van Guido Henderickx, eveneens aanwezig; ‘Monsieur Hawarden’ (1969) van Harry Kümel, prominent aanwezig samen met actrice Dora van der Groen en tevens regisseur van ‘Malpertuus’(1972), de Vlaamse film met de meest prestigieuze ‘cast’ ooit : Orson Welles (!), Susan Hampshire, Matthieu Carrière, Michel Bouquet, Dora van der Groen, Jean-Pierre Cassel, Charles Janssens en Ward De Ravet, op muziek van Georges Delerue, lievelingscomponist van de eerste golf Vlaamse regisseurs en later van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent. Het is vanzelfsprekend dat dergelijke initiatieven die slechts met veel ‘goodwill’ van alle betrokken actoren en met de actieve medewerking van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, gegangmaakt door Dora van der Groen en Wies Andersen, tot stand kwamen, een mijlpaal betekenden in de ontwikkeling van Filmclub Zottegem. Het was meteen een hart onder de riem voor de inzet en durf van de initiatiefnemers die zo’n programma met succes bekroond zagen. De programmabrochure die per seizoenhelft werd uitgebracht, stak in een nieuw kleedje en sloeg aan. De aanwezigen waardeerden de inspanning, de vormgeving en de inhoud ervan. De vernieuwing was ingezet, het enthousiasme groot, de waardering groeide : Filmclub Zottegem lag voortaan op de regionale kaart.

Boeiend project

KIFI

Meer belangstelling losweken voor een positieve, deugddoende filmervaring, beter informeren over de geselecteerde kwaliteisfilms via zelfgemaakte affiches, een puike Filmkrant en persartikels, de vertoningsfrequentie van 3 naar 6 tot 12, en later over 16 tot vandaag 24 voorstellingen opdrijven, een jong en herkenbaar gelaat geven aan een vereniging met pit en toekomst, bewijzen dat het beeld niet ‘des duivels’ was, en via voorafgaande visies zelf bepalen wat Filmclub Zottegem als kwaliteitsprogramma wilde aanbieden aan een stijgend aantal toeschouwers : het was, is en blijft een boeiend opzet. Ideeën, enthousiasme en werkkracht werden meer en meer gewaardeerd en gesteund door publiek, onderwijsinstanties, lokale en nationale overheden en ‘insiders’ buiten Zottegem. De jonge ploeg kreeg kansen en zou ze in waardevolle initiatieven omzetten, jarenlang. Sindsdien is, ‘Dinsdagavond, Filmclubavond’, in Zottegem een begrip en Filmclub een vaste waarde in het culturele leven van de Egmontstad.

Kinderen en jongeren werden evenmin vergeten. Vanuit de constatering dat TV-verslaving vroeg begint en het jonge volkje beter verdient dan pulp of overjaarse stroopprenten nam de jonge Filmclubvoorzitter in 1975 contact op met voorzitter Hugo Helsemans van JEFI-nationaal, toen een onderafdeling van de nationale Bond voor Jonge en Grote Gezinnen (BJGG). Filmclub Zottegem startte een kinderfilmwerking op die door de plaatselijke BJGG-afdeling en de schooldirecties werd gestimuleerd via verspreiding van informatie over de kinder-en jeugdfilms. Initiatiefnemer J. Van den Bussche selecteerde deze films tijdens speciale visiedagen en vakantiestages voor leerkrachten en film-animatoren georganiseerd door de K.F.L., het Maandblad Film

Sinds 1972-73 werd ook de programma’s voor middelbare scholen geleidelijk aangepast, geactualiseerd, uitgebreid in de regio en gediversifieerd naar de onderscheiden cycli van de middenscholen : elke doelgroep kon van nu af aan meer leergericht kijken naar eigentijdse films, dank zij een pedagogisch dossier dat aan de leerkrachten werd bezorgd. Voorbereiding en / of naverwerking in klasverband maakten een beter begrip van het medium mogelijk : via bespreking van thema’s en filmische vormgeving kregen de leerlingen kansen om beter te kijken naar specifiek voor hun leeftijdsgroep geprogrammeerde schoolfilms op 35mmscherm in een ruime bioscoopzaal. Dit pedagogisch project waaraan zowat alle middelbare scholen van de regio Zottegem sindsdien actief en net-overschrijdend meewerken, kreeg de naam ‘MEDIASCOOP’. Dertig jaar na datum blijkt dit langlopend project nog steeds een vaste waarde.

67


en Televisie, Mediafilm en Jefi-nationaal. De Zottegemse BGJG fungeerde twee jaar als medewerker voor een project in wording dat te veeleisend werd voor het BJGG-bestuur. Met hun goedvinden nam Filmclub Zottegem de verantwoordelijkheid op zich om zijn eigen initiatief als een specifiek Zottegems kinderfilm-gebeuren verder autonoom uit te bouwen. Zo startte in 1979 de Kinderfilmclub van Filmclub Zottegem, onder een eigen naam : KIFI-Zottegem was geboren. Via visies, documentatie, vormingsdagen, dankzij de overtuigingskracht en het initiatief van Stichter Voorzitter en de praktische vormgeving van medewerker Marc De Groote, werden op zaterdagnamiddag eerst éénmaal per maand, later tweemaal per maand, zelf gekozen jeugdfilms vertoond in Ciné Paris. En net zoals voor de ontplooiing van Filmclub Zottegem diende ook hier een taai vooroordeel weggewerkt : niet de reputatie van een filmzaal, wel de pedagogisch verantwoorde programma’s en doelstelling van de organiserende vereniging is van belang als het erop aankomt kinderen, jongeren en volwassenen via de vertoning van echte kwaliteitsfilm beter te leren kijken naar de wereld die hen omringt, een venster op hun omgeving te openen, hen te confronteren met lief en leed, herkenbare probleempjes en vreugden van kinderen, vandaag, gisteren en morgen, hier en elders.

Pedagogisch opzet Vermits kinderen eerst auditief en visueel waarnemen en later toekomen aan verwoording en inzicht werd een initiatief opgezet rond de ‘Meerwaarde van het beeld, ook op school, in de klas’. Na een demonstratie filmles door de heer Jan Verachtert, filmpedagoog, voor leerlingen uit de basisscholen in aanwezigheid van inspectie, directies, leerkrachten en ouders, raakten alle aanwezigen overtuigd van het nut, de vormende betekenis en de mogelijkheden van de KIFI-werking voor scholen. De ban was gebroken : in het kader van de nieuwe lessen ‘Wereldopvoeding’ kon een filmwerking voor basisscholen starten. In een eerste fase

68

trok de initiatiefnemer tijdens zijn vrije uren naar de omliggende scholen om er inleidingen te geven, de film op meegebrachte 16mm-apparatuur te draaien en achteraf de vragen van de kinderen te beantwoorden. Nadien werden leerkrachten opgeleid om de 16-mm-apparatuur te bedienen en aan de hand van vooraf opgestelde vragen en lesdocumentatie zelf de films in hun onderwijspakket te integreren. Pas als dit circuit na jaren uitgebouwd was, verhuisde het scholenproject in een later stadium naar de énig overgebleven filmzaal in Zottegem, Ciné Paris, uiteraard omwille van de betere uitrusting en de betere projectiekwaliteit. Het project had intussen zijn deugdelijkheid bewezen, het odium tegen de zaal was eindelijk doorbroken : er konden nu, ook voor kinderen, degelijke en aangepaste jeugdfilms gedraaid worden, met goedkeuring van ouders, schooldirecties en leerkrachten. De inhoudelijke en praktische uitbouw van het schoolprogramma berustte bij J. Van den Bussche, intussen ook leraar Esthetica (Film/Muziek) van de middelbare afdeling van het Zottegems College die, in zijn vrije tijd, vanuit het schoolproject van Filmclub Zottegem, zowel de technische als educatieve omlijsting verzorgde in de basisscholen zelf, via filmkeuze, inleidingen, lesjes en /of nabesprekingen. Sinds halfweg de jaren tachtig konden schoolfilms ook voor de Basisscholen van alle onderwijsnetten volgens een vast patroon in de filmzaal georganiseerd worden door leerkrachten uit de basisschool. Zottegem was een goed onderbouwd, kindvriendelijk en net-overschreidend initiatief rijker. In 1987-’88 werd het pedagogisch luik van KIFIZottegem omgedoopt tot ‘Werkgroep voor Audiovisuele Media : ‘Horen, Zien en Doen’, o.l.v. medewerker Marc De Groote, sinds 1988 de nieuwe voorzitter van KIFI-Zottegem. In FILMCLUB en KIFI werd voortdurend gedokterd aan kwaliteit, variatie, informatie, extra-initiatieven en profiel. De enorme inspanningen, voor en achter het scherm, de goede samenwerking, inventiviteit en werkkracht van voor-


zitter en medewerkers en de groeiende morele steun van vele instanties werden beloond met een stijgende belangstelling in ruime kring : FILMCLUB en KIFI maakten een nieuwe realiteit uit in het culturele leven en raakten, mede door hun baanbrekende pedagogische initiatieven, ver buiten de regio bekend. Beiden ontwikkelden een nauwe band met hun talrijk en trouw publiek. De waardering was en is algemeen. Tot vandaag blijft het opzet zinvol en wordt het nog steeds gedragen door enthousiaste vrijwilligers. In 1989 werd KIFI, na 14 jaar basiswerk, een onafhankelijke vereniging met hetzelfde specifiek doel : een vormende kinderfilmwerking verder uit te bouwen. FILMCLUB ZOTTEGEM kreeg meteen meer kansen om al zijn energie en ervaring te richten op de jongeren van de middenscholen en op de avondwerking voor volwassenen. Blijkbaar met overtuigend resultaat.

Verdere evolutie Sinds 1978 gaf Filmclub Zottegem, op vaste basis, een totaal nieuwe FILMKRANT uit, in een originele lay-out met een filmstrook in zwart-wit tinten die de stille film in herinnering brachten. Ze bevatte grondige filmanalyses, geïllustreerd met foto’s uit de geprogrammeerde films. In de loop van dit 26ste Filmclub-seizoen (1978-1979) organiseerde Filmclub Zottegem in de rand van de ‘Week van het Boek’, i.s.m. de A.K.O.B.-bibliotheek in de lokalen van het A.T.C. van de voormalige Schockaert-fabriek, de ‘DAG VAN DE KLASSIEKE FILM’ . In het midden van deze immense ruimte werd een afgeduisterd vierkant voor projectie uitgespaard om er, op 16mm, m.m.v. het Koninklijk Filmarchief, zes films te draaien tijdens de bezoekuren van de ‘Boekenbeurs’. Op het programma een paar meesterwerken die de filmgeschiedenis sieren : ‘De Moeder‘ (1926) van Poudovkin; ‘The General’ (1927) van Buster Keaton; ‘Das Kabinett des Dr. Caligari’ (1920) van Robert Wiene en ‘Duck Soup’ (1933) van Leo McCarey met the Marx Brothers. Nauw aansluitend bij deze Boekenbeurs wilde Filmclub het contrast tussen boek en film verduidelijken. Daarom werden ‘De Man die zijn Haar kort liet knippen’ (1966) en ‘Un

Soir, un Train’ (1968) vertoond, beiden films van André Delvaux, respectievelijk naar Johan Daisne’s gelijknamige roman en naar ‘De Trein der Traagheid’, eveneens van dezelfde auteur. Dit kleinschalig initiatief sprak vele bezoekers echt aan en maakte Filmclub Zottegem bekend bij een ander publiek. Het jaar daarop (1979-1980) werkte Filmclub Zottegem, onder de Auspiciën van het Ministerie voor Nederlandse Cultuur, een TWEEDE DAG VAN DE ANIMATIEFILM uit, i.s.m. het Belgisch Animatie Centrum (B.A..C.- Gent), de Vereniging ter Bevordering van de Animatiefilm (VBA , o.l.v. Raf Maelstaf) en de Filmdienst van het Ministerie voor Nederlandse Cultuur, in aanwezigheid Bert Podevijn, adjunct van de Dienst. Dit gebeuren kreeg een extradimensie door de aanwezigheid van Raoul Servais, pas in Cannes gelauwerd met de Gouden Palm (1980) voor zijn vernieuwende animatiefilm ‘Harpya’ die baadt in de bevreemdende sfeer van Paul Delvaux’ schilderijen. Het ‘Harpya’-dossier dat n.a.v. dit gebeuren werd samengesteld, schetste de toenmalige situatie van de Belgische Animatiefilm, besprak de pioniers en hun technieken, ruimde plaats in voor de Oost-Europese animatiefilm, kaartte het nuttig gebruik van de animatiefilm in het onderwijs aan en stelde de volgende filmpjes voor : ‘De Pereboom van Ellende’ (Jean Coignon), ‘Awake’ en ‘Crepusculum’ (Daniel Schelfhout), Agulana (Gérald Frydman), ‘Het Lied van Heer Halewijn’ en ‘Harpya’ (1978) van Raoul Servais. De komst naar Zottegem van de internationaal gewaardeerde regisseur ANDRE DELVAUX -in februari 1980- vormde een nieuw hoogtepunt. Tijdens dit ‘GALA VAN DE VLAAMSE FILM’ kwam Delvaux, voor een nokvolle zaal, zijn veelbesproken film ‘Een Vrouw tussen Hond en Wolf’ (1979) voorstellen . Deze pakkende film over collaboratie en repressie had heel wat tegenstrijdige gevoelens losgeweekt bij de bevolking : de blijvende amnestiecontroverse bewijst dat dit stuk onverteerd verleden meer dan vijftig jaar later nog steeds passies oproept die verzoening in de weg blijven staan. Mede door de promotiecampagne die in het weekblad ‘Knack’ was gevoerd door wijlen columnist Johan

Anthierens - eveneens in Zottegem aanwezig - was de aandacht en het succes verzekerd. Maar wat de fijnbesnaarde André Delvaux aan begrip, genuanceerde verwoording, invoelen en luisterbereidheid voor alle betrokken partijen presteerde, was een uitzonderlijk staaltje van warme medemenselijkheid. Meer dan twee uur lang beantwoordde hij rustig de karrenvracht vragen die de aanwezigen hem stelden. De waardering die hij van de luisterende zaal achteraf in ontvangst mocht nemen bewees dat mens en regisseur van een zeldzaam kaliber zijn. Om te koesteren. Intussen vertoonde Filmclub al 18 films per seizoen en con-

fronteerde zijn publiek met de uitzonderlijke visuele pracht en kracht van de Japanse grootmeesters Akira Kurosawa ( ‘Derzu Uzala’, ‘Dodes’kaden’, ‘Roodbaard’,‘High and Low’, ‘Kagemusha’), Oshima’s ‘Rijk der Passies’ en opende vensters op de Algerijnse, Franse, Spaanse, Italiaanse, Britse,

69


Duitse, Zweedse, Poolse en Hongaarse film. De vertoning van de onbekende stille film ‘Women of Paris’ van Charlie Chaplin (1923), behield de unieke glans van de vroegere nitraatfilm die de zwart-wit contrasten en de prachtige beeldregie maximaal tot hun recht liet komen. Het werd een zeldzame ervaring, vol fotografische pracht. Bertolucci’s indrukwekkend epos ‘Novecento’ (1976), vertoond i.s.m. de plaatselijke afdeling van Jongsocialisten, werd over twee avondvertoningen uitgesmeerd. Als film een gebeurtenis. Tevens deden Zottegemse serviceclubs zoals ‘Lions’, ‘Rotary’, ‘Kiwani’s, ‘Marnixring Sotteghem��� en vele andere lokale verenigingen van nu af aan meer en meer beroep op Filmclub Zottegem. De filmkeuze breidde zich steeds verder uit en vormde een ideale startbasis voor een nieuwe lustrumviering. Maar eerst was het, eind januari 1982, weer de beurt aan Robbe De Hert die, samen met de dertienjarige hoofdvertolker Erik Clerckx, tijdens de ‘DAG VAN DE VLAAMSE FILM’, georganiseerd onder de auspiciën van het Ministerie voor Nederlandse Cultuur, zijn erg succesrijke film ‘DE WITTE VAN SICHEM’ (1980), naar de roman van Ernest Claes in Zottegem kwam voorstellen. Het blijft een avond om niet te vergeten. Robbe en Eric, bijna vader en zoon, die broederlijk het interview van de voorzitter en de vragen uit de bomvolle zaal trotseerden, hun belevenissen op de set en daarbuiten vertelden in hun sappig dialect, het publiek dat met een daverend applaus de gasten dankte : een sfeer om van te houden, vooral in onze vertrouwde buurtbioscoop met balkon, een omgeving vol charme en warmte op grote dagen zoals deze. Tevredenheid alom, opzet geslaagd.

Jubileum 30 jaar Filmclub Zottegem (1982 - 1983) In het verlengde van de ‘Dag van de Media’ werkte Filmclub Zottegem een origineel initiatief uit, onder de titel : ‘DE SLAGKRACHT VAN HET BEELD’. Deze unieke dag (5 oktober 1982),voor scholen en avondpubliek, vroeg aandacht voor manipulatietechnieken in en rond het beeld via ingebouwde ‘verborgen verleiders’ en bewuste ingrepen in

70

montage, publiciteit e.a. media. Met de medewerking van het Filmmuseum werden zeldzame informatieve films opgesnord om dit opzet te illustreren : ‘Understanding Movies’, ‘The Art of the Impossible’, ‘Pictures and words’ verbaasden jong en oud. Afficheontwerper Marc Van Nieuwenhuyzen (A.S.L.K.) lichtte de technieken toe die de visuele draagkracht van het beeld en de beïnvloeding van de kijker - consument verhogen. De heer Yvan van Raemdonck, docent aan de Brusselse filmschool RITCS had het over de Channel Four - serie ‘Viewpoint’ en legde de inhoudelijke aspecten van beeldmanipulatie en haar sociale gevolgen bloot. Aansluitend werd Raoul Servais’ animatiefilm ‘To Speak or not to speak’ (1970) vertoond. De specialisten terzake confronteerden het avondpubliek met hun bevindingen, n.a.v. de vertoning van de film ‘Network’ (1976) van Sydney Lumet (1976), met Faye Dunaway, William Holden, Peter Finch en Robert Duvall als hoofdvertolkers. Bovendien gaf Filmclub Zottegem rond het dagthema een uiterst verzorgde brochure uit die door kenners om zijn inhoud en vormgeving werd geprezen. Tijdens het lopend jubileumprogramma kwamen zowat alle filmgenres aan bod : de recente topfilms sneden een waaier van onderwerpen aan die de toenmalige maatschappij pertinent doorlichtten. Maar er is bij Filmclub Zottegem ook plaats voor ontspanning, al willen we die graag linken aan een ietwat filmische omgeving. De belangstelling voor het medium, het verband tussen beeld en filmmuziek, de evolutie in technische onderbouw en apparatuur zijn voorwerp van onze nieuwsgierigheid. Om tijdens deze lustrumviering even stoom af te laten, wilde het bestuur een volstrekt uniek multimediaal totaalgebeuren opzetten, tussen beeld en klank, dans en muziek, beweging en vaste locatie. Het zou een regelrechte ‘FILMHAPPENING’ worden, met gelijktijdige projectie van vier films op de wanden van het A.T.C., met een ‘live’ muzikaal grondgebeuren, ruimte om te dansen, te kijken en te genieten bij een drankje of een exotische cocktail. Het moest immers een stomend geheel worden waarin de toeschouwer ondergedompeld zou worden in een waaier van activiteiten die zich tegelijkertijd in telkens andere hoeken

of plaatsen zouden afspelen. En zo gebeurde. Onder de technische leiding van Jan Morre transformeerde het hele Filmclubbestuur, geholpen door vele vrijwilligers, het hele A.T.C. tot een gigantische ‘Camera Obscura’ waarin de wervelende ‘filmhappening’ zou losbarsten. Het geheel werd volledig bekleed met zwarte plasticdoeken, de 16 mm - projectieapparatuur op verhoogde vaste punten geïnstalleerd, professionele belichting en klank aangebracht, niveauverschillen aangemaakt en met decorelementen opgesmukt, een exotische oase ingericht, een enorme vijver aangelegd. Kilo’s zand werden binnengebracht, honderden liters water gebruikt, bomen ingeplant : je kon het zo gek niet bedenken of het werd gerealiseerd. Dat alles werd uiteraard in het grootste geheim klaargestoomd volgens een uitgekiend draaiboek zodat de gedurfde idee vorm kreeg, tot genoegdoening van het bestuur. De toeschouwers die massaal het A.T.C. binnenstroomden, waren ten zeerste verbaasd over de realisatie van dit gedurfd project.


Alles was nipt maar tijdig opgebouwd, de aanblik was verrassend, de sfeer van bij het begin onvergetelijk. Als kers op de feesttaart kwam de pas doorgebroken popgroep ‘Luna Twist’ ter plekke een demo opnemen, klokslag middernacht ! Deze unieke Filmhappening groeide uit tot een gigantisch succes dat alle veertigers zich nu nog levendig herinneren. Uiteraard blijft twintig jaar later diepe dankbaarheid hangen voor denkers en ‘doeners’, creatieve geesten en uitwerkers die zowel tijdens de voorbereiding als de afwerking en de op- en afbouw over stalen zenuwen bleken te beschikken. Nogmaals, aan allen, vooral aan het creatief brein, Jan Morre, een hartelijk proficiat. De vreugdevolle creativiteit won met voorsprong op het hard labeur. Veel rust namen we niet. Er wachtten andere opdrachten. Want uitgeblust waren we in ons jeugdig enthousiasme nog niet. We tapten meteen uit een ander vaatje en vertoefden één week later in een heel andere sfeer. In samenwerking met het Vredescomité Zottegem en de Vereniging van Medici tegen Atoomwapens programmeerde Filmclub Zottegem de film ‘THE WAR GAME’ (1967 ) van Peter Watkins en schoten het computertijdperk in. De jonge snaak die de Pentagongeheimen van op afstand kraakt als een volleerde amateur, zette ons met de voeten terug op de grond. Er wachtte ons nog een derde harde noot om kraken. Filmclub Zottegem waagde zich half november 1982 aan een ‘DERDE DAG VAN DE ANIMATIE-FILM’. Opnieuw was Raoul Servais als eregast van de partij. Hij lichtte in zijn bekende bescheiden stijl zijn hele oeuvre toe, zonder één keer te vermelden dat hij intussen de status had verworven van een wereldberoemd pionier te zijn die niet alleen vele prijzen wegkaapte in internationale competities omwille van zijn originele aanpak en opmerkelijk technisch niveau, maar ook als mens op alle animatiefestivals een graag geziene gast is. Scholieren en filmliefhebbers genoten van de kostbare informatie en de visuele pracht en verscheidenheid van het creatief werk van deze innemende man met klasse. Filmclub publiceerde n.a.v. dit heuglijk evenement een sterk gedocumenteerde brochure in een mooie lay-out, het kwaliteitswerk in de animatiesector indachtig.

Filmclub Zottegem legde zich in de tweede seizoenhelft uitsluitend toe op éen van de beste programma’s die ze ooit kon samenstellen. Toch werd ook deze jubileumuitgave gekruid met een reeks opmerkelijke filmproducties uit eigen regio. De ‘PROVINCIALE DAGEN VAN DE VLAAMSE FILM’ zijn intussen een vertrouwd jubileuminitiatief, maar verbaasden ditmaal zowat iedereen : de programmatie ervan was gedurfd. Op het menu stonden kortfilms van vrijwel onbekende Vlaamse regisseurs die niet altijd het geluk kennen om door te stoten tot de langspeelfilm. Voor

de aangenaam verraste toeschouwers ontvouwde zich een intimistisch geheel van aangrijpende beeldverhalen. De waardering voor hun creatief werk is soms groot, maar hun probleem blijft hetzelfde : kortfilms worden in België slechts als ‘voorfilmpjes’ gehanteerd door de verdeelhuizen die er alleen maar een verstrooiingselement in zien in afwachting van de hoofdfilm. Ze gaan volledig voorbij aan hun emotionele slagkracht : soms zijn het zeldzame pareltjes die je best met aandacht bekijkt. Bovendien waren, eens te meer, producenten, regisseurs en acteurs van alle vertoonde langspeelfilms in Zottegem ‘live’ op de afspraak om hun film voor het Filmclub-publiek in te leiden. Bij de kortfilms viel de waardering op voor ‘Tilt’ (C. Van den Broecke), ‘Prima Service’ (A. De Hesselle en L. Gubbels), met een indrukwekkende Julien Schoenaerts in de hoofdrol en ‘Vodka Orange’ van Dominique Deruddere (1979). Er stonden natuurlijk ook langspeelfilms op het programma : zo werd ‘ZAMAN’ (1983) vertoond, een film van Patrick Le Bon en ‘MARIA DANNEELS, HET LEVEN DAT WIJ DROOMDEN’ (1982) van Robbe De Hert. ‘BRUSSELS BY NIGHT’ (1983) van Marc Didden, het eerste immigrantenverhaal in Belgische context, sloot dit minifestival af. De ontmoeting met de ‘cineasten’ sloeg gensters en blijft in het geheugen hangen, niet alleen wegens de sterke indruk die de films nalieten, maar ook omwille van de spraakmakende interviews.

71


Begin maart 1983 kon het publiek het slotakkoord meevieren van dit rijk gevuld Jubileumjaar, toen Filmclub Zottegem de volledige ‘crew’ mocht ontvangen van ‘DE VLASSCHAARD’ (1983), naar het verhaal van Stijn Streuvels. Regisseur Jan Gruyaert, hoofdacteur Vic Moeremans, Dora van der Groen, Gusta Gerritsen, Ilse Uytterlinden en Dries Wieme waren er allemaal. Volgens het geijkt patroon liepen ontvangst, voorstelling aan het publiek in de zaal, feestmaal en interview na de projectie op wieltjes. Het is immers een voorrecht mensen zonder kapsones te ontmoeten en ze ongedwongen te laten praten over hun ervaringen met het medium, met regisseurs en collega’s in het vak. En vermits Filmclub Zottegem en Kifi aan de wieg stonden van de filmclub en de kinderfilmclub in Ronse, verhuisden filmploeg en interviewer twee dagen later naar de zaal Familia in Ronse waar alles nog eens werd overgedaan, tot tevredenheid van alle betrokkenen. Om ook de handelaars meer te betrekken bij de talrijke initiatieven van Filmclub Zottegem werd het idee opgevat om zelf publifilmpjes te maken op formaat ‘super 8’, later op video. Pionier op dit vlak was de Zottegemse kortfilmregisseur Gaby Van Wijmeersch, leraar aan het Sint-BarbaraInstituut. Winnaar van vele prijzen in kortfilmcompetities, zowel provinciaal, regionaal, nationaal als internationaal, stelde hij zijn ervaring ter beschikking om publiciteitsfilms te maken van de handelszaken die onze activiteiten reeds

72

ondersteunden. Voor hem een uitdaging, voor Filmclub een grote stap voorwaarts. Nauwgezet werkte hij voor elk van hen een scenario uit dat prompt verfilmd werd, op het terrein geholpen door een paar bestuursleden die licht en klank bedienden en ‘accessoires’ e.a. benodigdheden in het oog hielden. Het werd zowaar een kleine filmploeg die op afspraak binnenviel en de hele winkel op zijn kop zette voor een hele tijd. Bekenden, vrienden en vriendinnen werden aangesproken om in deze filmpjes te figureren. Allen werden met professionele ernst geschminkt, aangekleed en geregisseerd. Plezier en verrassingen, toffe en andere, lagen hier dicht bij mekaar. Uitschieters waren de verfilming van de nieuwe mode-collectie van kledingszaak Fits, waarbij een ‘Citroëngeitje’ de show stal, de sportkledij van huis Michiels werd uitgeprobeerd en het nieuwe autopark van de plaatselijke autorijschool van VTB- VAB werd voorgesteld. Prettig gestoord. Boeiend en leerrijk, dat wel. Maar ook erg vermoeiend : de opnamen namen zoveel tijd in beslag, dat terugschakelen op zelfgemaakte publicitaire dia’s de enige mogelijkheid bleef. Tot Filmclub Zottegem in 1998 weer overschakelde naar video-opnamen die, sindsdien, een vast en haalbaar deelproject zijn in de verdere evolutie van onze Filmclub. In elk geval blijft dit een belangwekkende episode die, tussen leut en labeur, prachtige herinneringen opleverde en een grote vooruitgang inluidde.

Vermelden we tot slot dat het bestuur het hele jaar door de volle aandacht gaf aan grondige informatie in de ‘Filmclub Filmkrant’ en de Jubileumbrochures die de filmliefhebbers correct informeren en het groeiend succes ondersteunen. Eén zaak is zeker : dit grandioos Jubileumjaar betekende, noch min noch meer, dat Filmclub Zottegem synoniem is voor kwaliteit en variatie en dat het bestuur, inhoudelijk en op vlak van extra-initiatieven, de verwachtingen bleef inlossen. De zorg voor kwaliteit in het filmaanbod blijft een constante in de volgende jaren. Van 1983 tot en met 1986 - ’87 concentreerde Filmclub zich eveneens op de uitbouw van KIFI Zottegem. Via filmvisies, contacten met de pedagogische inspectie, de scholen, een infoblaadje, de uitbouw van een eigen programma’s, aanpassing van de presentatie op de scène, het variëren van de creatieve inkleding van het wisselend kindergebeuren, de nieuw ontworpen seizoenaffiche kreeg onze dochtervereniging meer armslag. Bovendien werd voor kinderen ook een originele interscholen - topdag in het A.T.C. georganiseerd, i.s.m. de inspecties van de basisscholen, de schooldirecties en de leerkrachten. De ‘KIFI- KINDERBOEMEL-DAG’ beoogde kinderen spelenderwijs meer vertrouwd te maken met de positieve aspecten van de beeld-cultuur. Het was vooral de bedoeling er een ‘doe‘- dag van te maken en hen actief te laten deelnemen aan workshops waar zijzelf, onder profes-


sionele begeleiding, een animatiefilmpje zouden leren maken van tekeningen, voorwerpen en ‘live’- opnamen. Tevens leerden ze hoe ze zelf een nieuwsuitzending voor hun leftijdgenootjes konden maken en opnemen. Intussen ondervonden ze ‘aan den lijve’ hoe ze best tegenover een camera gingen staan om in beeld te komen, hun ‘pose’ tegelijkertijd op een TV-scherm te bekijken, en hoe de camerastanden dienden te veranderen om bepaalde grappige, informatieve berichten of leersituaties op beeldband vast te leggen. Ze konden zelf creatieve spelletjes uitdenken, zelf een filmsituatie spelen met een zelfgemaakte melodie die diende als klankband. Tenslotte verkenden ze zelfs de nieuwe media via initiatiesessies : het werd een boeiende kennismaking met de computer, onder het motto: ‘leren, spelenderwijs’. Deze creatieve workshops werden door de basisscholen uit de regio in een draaischijfsysteem, de hele dag door, met enthousiasme bezocht. Het werd een duidelijk succes dat een baanbrekend effect sorteerde bij de uitbouw van andere vormingsinitiatieven voor de basisscholen die, onder supervisie van de latere pedagogische werkgroep ‘Horen, Zien en Doen’ (HZD) , opgericht in 1987, de filmische aspecten van het beeld zou toepassen op stripverhalen, tijdens een even succesrijke ‘KIFI’s STRIPDAG’. In 1988 nam Marc de Groote de KIFI - fakkel over van Jan Van den Bussche om het basisscholenproject verder uit te bouwen. KIFI zou voortaan gedragen worden door de doelgroep waarvoor het bedacht was : de kinderen o.l.v. hun leerkrachten van de basisscholen. De kring was gesloten, het project in goede handen.

Lustrum 35 jaar Filmclub Zottegem (1987-1988) Intussen stond een nieuwe viering op stapel. Naast de gesmaakte dubbelfilm ‘Jean De Florette’ en ‘Manon des Sources’ - Claude Berri’s landelijk drama - vertoonde Filmclub voor het eerst 20 films : een frequentie die duidelijk maakt dat de promotie van waardevolle films in de regio geen dode letter bleef. Integendeel. Ook nu weer werd

plaats ingeruimd voor de Vlaamse kwaliteitsfilm. Begin maart, ter gelegenheid van de ‘DAGEN VAN DE VLAAMSE FILM’ werden, als proevertjes, enkele korte animatiefilms van Raoul Servais en de PEN-studio’s Gent vertoond en, in het voorprogramma van ‘CRAZY LOVE’ (1987) van Dominique Deruddere. De hele filmploeg van ‘HET GEZIN VAN PAEMEL’ (1986), de film van acteur-regisseur Paul Cammermans, naar de roman van Cyriel Buysse, was naar Zottegem uitgenodigd : naast de regisseur waren ook de dames Chris Boni en Marijke Pinnoy, Ronny Waterschoot en producent Jan Van Raemdonck aanwezig om de Vlaamse film meer armslag te geven. Die vertrok in die jaren meestal van een literair scenario, gemaakt op basis van romans die reeds succes hadden gekend bij het lezerspubliek. Bij gebrek aan gevormde topscenaristen verkozen het Ministerie voor Cultuur en de Filmcommissie eerder een literair scenario boven experimentele onderwerpen, vooraleer tot subsidiëring over te gaan. Overigens is het logisch dat, bij het opstarten van een filmbeleid, elk land het historisch verleden, al dan niet geromantiseerd in een of ander literair werk, als uitgangspunt neemt van zijn nationale filmproductie. Het oog van de regisseur legt immers altijd de link naar de sociale realiteit van vandaag : geschiedenis als ‘Spieghel Historiael’ van een eigentijdse werkelijkheid. De film ‘Het Gezin van Paemel’ maakt daarop geen uitzondering. Filmclub Zottegem zit intussen op kruissnelheid : een goede filmkeuze, eerlijke informatie via de Filmkrant, medewerking van de pers, overheid en scholen. Een trend die zich doorzet, dankzij de volgehouden inspanningen van het bestuur. Op uitnodiging van Karel De Vuyst, Algemeen Coördinator van het plaatselijke 11.11.11.-comité, organiseerde Filmclub Zottegem op 10 januari 1989, in het kader van de 11.11.11.-actie en i.s.m. het Stadsbestuur van Zottegem de ‘DAG VAN DE DOCUMENTAIRE FILM’. De Zottegemse cineast Willy Van Marck stelde zijn exploratiefilm ‘In de Voetsporen van Ghandhi’ voor, in een regie van Vincent Rouffaer. Deze documentaire werd opgenomen in opdracht van het NCOS (Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking) en behandelt de moeilijke bestaanssituatie van de lokale bevolking die ‘gebonden‘ is

aan de plaatselijke landheren die hen in totale afhankelijkheid en lijfeigenschap wegdrukken via een onbarmhartig en sinds 1976 bij wet verboden ‘leensysteem’ waarbij de aangegane schuld van vader op zoon wordt overgedragen. Van generatie op generatie bewerken ze de grond van de landheer, in de ijdele hoop ooit te kunnen ontsnappen aan deze levenslange dwangarbeid, zonder enig recht. De film leert ons de ‘Aware’- beweging kennen die, naast de steun van de opgerichte dorpsraden, via een fonds, overbruggingskredieten toekent om een eigen inkomen op te bouwen. Mark Van Dommele, NCOS - redacteur en verantwoordelijke voor de Afrika - projecten, leidde de film in. Na de voorstelling volgde een debat waaraan mevrouw Rika Steyaert, Nationaal Voorzitster NCOS en ex- Minister, de heer André Geens, Minister van Ontwikkelingssamenwerking en Paul Ghijsels, ambtenaar A.B.O.S. (Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking) en presentator van de BRT- televisie-uitzending ‘Van Pool tot Evenaar’ deelnamen. Het was een erg levendig gesprek waarin rake opmerkingen vielen die de schrille contrasten blootlegden tussen realiteit en beleid op het terrein, in zowat alle ontwikkelingslanden waaraan België steun verleent. Ook voor dit initiatief stelde Filmclub een infomap samen. Tot en met december 1991 stoomde Filmclub Zottegem verder met slechts één betrachting : blijvend kwaliteit en variatie te waarborgen in zijn filmprogramma’s. Maar aan de realisatie van deze intenties kwam, na de projectie van Bertrand Tavernier’s film ‘LA VIE ET RIEN D’ AUTRE’ plots een einde. Voorlopig of definitief ?

73


Overleving Ondanks de intense en succesrijke werking van FILMCLUB ZOTTEGEM, z’n dochtervereniging KIFI en hun respectievelijke werkgroepen voor middelbare en basisscholen, besloot de nieuwe uitbater van de tot ‘Ciné Chaplin’ omgedoopte filmzaal de samenwerking stop te zetten vanaf nieuwjaar 1990 en zelf dergelijke activiteiten te ontplooien. Het lopend werkjaar werd aldus abrupt afgebroken, alle avond-, namiddag- en schoolvertoningen van beide verenigingen stonden meteen op de helling. In ijltempo zocht het bestuur naar een afdoende oplossing. Het werd een lastige tijd : overleven was het resultaat van vele inspanningen, overleg en tussentijdse initiatieven die de aanwezigheid van Filmclub en Kifi voorlopig veilig stelden, ondanks de sterk verminderde frequentie van de avondvertoningen van Filmclub Zottegem. Nog tweemaal kon een filmavond plaats vinden, in zaal ‘De Kring’ : ‘De Ballade van Nyarama’ (1983) van de Japanse grootmeester Shoheï Imamura en ‘Distant Voices, Still Lives’ (1988) van Terence Davies, op 16 mm evenwel. Om een vlekkeloze en vloeiende projectie te waarborgen monteerde de technische dienst van Filmclub de afzonderlijke filmrollen op één reuzenrol, in beweging gehouden door een bijkomende ‘motor’. Maar uiteraard was dergelijke situatie verre van comfortabel, noch voor het publiek, noch voor de projectie, noch voor de programma’s. Zelfs 16mm-

74

films werden door de ‘Chaplin’- uitbater maximaal geblokkeerd in Brusselse verdeelhuizen. Filmclub Zottegem was voorlopig aangewezen op ‘stilstand’. De lokale pers bracht uitgebreid verslag uit over het onwezenlijk conflict dat een vaste waarde uit het Zottegemse culturele leven bedreigde met totale inactiviteit. En zo gebeurde : Filmclub Zottegem staakte zijn programma’s, bij gebrek aan volwaardige kansen om kwaliteit en variatie van zijn filminitiatieven blijvend te waarborgen.

leid, een principe dat nu nog in filmmusea in de hele wereld wordt toegepast bij de vertoning van stille films die worden omkaderd door een pianist die ‘live’ het gebeuren op het witte doek muzikaal illustreert. Deze geslaagde realisatie was enkel mogelijk door de substantiële steun van de lokale handelaars die hun jarenlang vertrouwen in Filmclub Zottegem bevestigden door hun deugddoende medewerking. Ook zij verdienen een terecht dankwoord voor hun standvastige steun.

De ‘LATERNA MAGICA GALANTEE SHOW’ van oktober 1991, bedoeld om de stilte rond Filmclub Zottegem te doorbreken, groeide evenwel uit tot een uniek gebeuren dat, in een tot ‘camera obscura’ omgebouwde zaal ‘De Kring’, het talrijk publiek onderdompelde in de nostalgische ‘ Belle époquesfeer’ uit de beginperiode van de filmgeschiedenis. Uitgedost in echte ‘kledij 1900’ stapten leden van het Filmclubbestuur de straat op, de heren met bolhoed en hoge boord, de dames, lang gerokt en met parasol, om vooraf promotie te maken in de stad, op markt - en weekdagen. Herman Bollaert en zijn kompanen presenteerden hun show eveneens in époquekledij en declameerden poëtische teksten uit lang vervlogen tijd, speelden scènetjes uit de oude doos, als afwisseling en tussenspel bij de vertoning van hun ‘Laterna Magica’ lichtshow. Hierbij werden beschilderde glazen plaatjes voor drie projectielenzen gebracht en voorzichtig gedraaid om de illusie van beweging te verkrijgen. De ‘show’ werd tevens door knappe muzikanten bege-

In die overbruggingstijd bleek de vlotte samenwerking met de heer Willy Van Wijnendaele, zaakvoerder van zaal ‘De Kring’, van primordiaal belang : zonder zijn ‘goodwill’ voor het gebruik van de zaal waren geen vertoningen op niveau mogelijk geweest. Wie verantwoordelijk is voor een organisatie zal allicht begrijpen van welke onschatbare waarde deze kans is geweest. Een even belangrijk eresaluut gaat ook naar onze technische ploeg, o.l.v. Willy en Jan Van Marck (+), die de vertoningen in moeilijke omstandigheden tot een hoogstaand gebeuren wisten om te buigen. De uitbater van Ciné Chaplin vergaloppeerde zich intussen, kon zijn opzet niet in daden omzetten en kreeg heel wat tegenstand zodat ook zijn avondvertoningen weinig succesrijk bleven. Filmclub en Kifi waren evenwel maximaal gemotiveerd om hun project, waarvoor ze respectievelijk sinds 1972 en 1975 permanent zoveel inspanningen hadden geleverd, alsnog van de ondergang te redden. Ze kon-


den hierbij rekenen op de medewerking van zaal ‘De Kring’ om toch hun schoolwerking, volledig, en de avond- en namiddagvoorstellingen, gedeeltelijk, voort te zetten. De schooldirecties die het pedagogisch onderbouwd opzet sinds jaren een warm hart toedroegen, steunden voluit de inzet van beide verenigingen. Zodoende konden Filmclub Zottegem en dochtervereniging KIFI de schoolgaande jeugd blijven aanspreken via aangepaste kwaliteitsfilms voor elke leeftijdsgroep en de positieve aspecten van de mediacultuur op een pedagogische wijze aanbrengen, in de

overtuiging dat kennis van het filmmedium een factor van ontwikkeling is en dat de vrijwaring van hun verbeeldingskracht helpt bij een volwaardige zelfontplooiing.

publiek uit de Egmontstad alsook de lokale onderwijsinstanties hun waardering voor het Zottegems filmproject bleven behouden. Hun steun was van levensbelang.

De onderbreking van onze Filmclubwerking noopte evenwel tot bezinning : een nieuwe, jeugdige ploeg was bereid de fakkel over te nemen en een nieuwe toekomst uit te bouwen. Hun inzet en enthousiasme bleken een waarborg voor de komende jaren. De overbrugging werd met brio verzekerd. Bepalend hierbij was de overtuiging dat het film-

Samen met de eigenaar van de filmzaal, de Burgemeester, de Schepen van Cultuur en ‘insiders’ buiten de muren werden horizonten verkend die, op termijn, de overleving en het heropstarten van de Filmclubactiviteit zouden waarborgen. Na één jaar werken achter de schermen en het niet hernieuwen van de uitbatingsvergunning van de toenmali-

75


ge uitbater, stond, dankzij de tussenkomst van de stedelijke overheid, het licht weer op groen. Begin mei 1992 werden de eerste voorbereidingen getroffen om de activiteit van Filmclub Zottegem weer op te starten.

Jubileum 40 jaar Filmclub Zottegm (1992-1993) Met heel wat opluchting kan gesteld worden dat deze viering een verheugend initiatief was dat de wilskracht, de inzet en het geloof in het Zottegems filmproject beloonde. Het spraakmakende OPENLUCHTSPEKTAKEL ZOTTEGEM FILMSTAD’ was een overgetelijke première in zijn genre. Het eerste filmconcert van ‘Diapason 444’ met beroemde filmmelodieën , de vertoning van een ‘Laurel and Hardy’ uit de oude doos, en de 35mm-filmvertoning van ‘Ghost’ (1990) op het grote scherm van de Belga Movie Tour op de Markt t.a.v. 2000 geboeide aanwezigen toverde de Egmontstad voor de eerste keer om tot een feesërieke ‘filmstad’. Een hartverwarmende gebeurtenis die een schitterend verlengstuk kende bij de heropening van de voormalige buurtbioscoop ‘Chaplin’, omgedoopt tot Stadstheater Rhetorica’. Onder het beheer van de Stad Zottegem en van de Dienst Cultuur was deze zaal intussen omgebouwd tot een polyvalent theaterplatform met gemoderniseerde projectiefaciliteiten. Het werd meteen een droomstart van een nieuwe episode in de ontwikkeling van Filmclub Zottegem. In deze hoopgevende evolutie speelde het stadsbestuur een opmerkelijke rol : zowel bij de realisatie van het uiterst geslaagd initiatief " Zottegem Filmstad’ als bij de overname en vernieu-

76

wing van de voormalige zaal ‘Chaplin’ is de rol van de toenmalige burgemeester, de heer Edwin De Maesschalck, van de schepenen voor Cultuur, de heren Jan De Sutter en Hector Petit en van het College van Burgemeester en Schepenen centraal en bepalend geweest. Aangestoken door het enthousiasme van de Filmclubvoorzitter om de polyvalente zaal voor alle culturele verenigingen, scholen e.a. activiteiten dan film open te stellen, bleef het Stadsbestuur attent de ontwikkelingen volgen en vond het op het gepaste ogenblik een vergelijk tussen uitbater en eigenaar. De culturele horizon van Zottegem werd zodoende beveiligd, zowel qua inhoud en verscheidenheid als qua infrastructuur. Iedereen kan moeiteloos beseffen dat dit stedelijk initiatief de culturele ontwikkelingen in Zottegem een enorme impuls heeft gegeven. Naast Filmclub Zottegem, die het filmgenieten in Zottegem weer tot een sociaal gebeuren maakte, bleken ook andere verenigingen hier hun stek te vinden : de ‘Operatie Doorbraak en Vernieuwing’ slaagde wonderwel. Het Jubileum 40 jaar Filmclub Zottegem (1992-1993 ) startte meteen onder een goed gesternte en groeide uit tot een onverbloemd succes. Naast het openingsinitiatief en premèregebeuren ‘ ZOTTEGEM FILMSTAD’ bleek ook de ‘DAG VAN HET LICHT, DAG VAN DE CAMERA’ ( 2 februari 1993 ) een voltreffer te zijn. De spirituele waarden en levensbeschouwelijke onderstromen in en achter het beeld waren het centrale thema van dit gebeuren dat startte met een panelgesprek waaraan professor Sylvain De Bleeckere, Ronnie Pede (hoofdredacteur van het maandblad ‘Film, Televisie + Video’), Freddy Sartor( film-journalist en hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Mediafilm’), de heer Dierickx (filmpedagoog), de heer Lamberigts (Directeur van de Uitgeverij Altiora) en de heer Jo Daems (Voorzitter van de Filmcommissie),

deelnamen. Nadien volgde de avant-première van de film ‘Marcellino, pane e vino’ van de Italiaanse cineast Luigi Comencini, georganiseerd i.s.m. het maandblad ‘Film, Televisie + Video’. De ‘PROVINCIALE DAGEN VAN DE VLAAMSE FILM’ (februari 1993) grasduinden in het verleden van de Vlaamse filmproducties : ‘Janssen en Janssens draaien een film’, de compilatiefilm van Robbe De Hert en Luc Pien gaf er een knap overzicht van. Harry Kümel’s versie van ‘Eline Vere’, Robbe De Hert met ‘De Witte van Zichem’, Dominique Deruddere met ‘Wait Until Spring, Bandini’ vervolledigden het geheel. De bekroning van ‘ 25 Jaar Film in Vlaanderen’


onder het beleid van het Ministerie voor Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap’ viel mooi samen met de Oscarnominatie voor Beste Buitenlanse Film voor Stijn Coninx’ film "DAENS", hét naamkaartje van de Vlaamse film. Filmclub Zottegem bracht de hele filmploeg naar Zottegem : regisseur Stijn Coninx, producent Dirk Impens, hoofdvertolkers Antje De Boeck en Michaël Pas. Vlaamse kortfilms openden telkens deze reeks filmvertoningen. Tevens organiseerde Filmclub Zottegem i.s.m. de Stedelijke Dienst Cultuur, het ‘Daensfonds’ en het Archief van de Stad Aalst, een opmerkelijke tentoonstelling ‘DAENS IN DE FABRIEK’, in de historische gebouwen van de ‘ Sanitary Underwear’- textielfabriek waar zowel ‘Daens in de gazet’,

‘De Daensistische Beweging’, ‘Louis Paul Boon in acht werken gevisualiseerd’ en ‘Louis Paul Boon, literator’ aan bod kwamen. Het onthaal met interview in de zaal en de muzikale opening van de tentoonstelling in het winterse A.T.C , opgeluisterd door het ‘Dive Coat Jazz Kwartet, in aanwezigheid van de zoon van Louis-Paul Boon, blijven in het geheugen hangen van de filmliefhebber uit de regio.

Nieuwe initiatieven (1993 - 1997) Het 41ste Filmclub-seizoen 1993-’94 werd besloten met ‘THE MOVIE BOX’, een tweedaags programma dat klassie-

ke ‘oldies’ van 20 jaar terug in herinnering wou brengen. Op het programma : ‘The Shining’(Stanley Kubrick) en ‘The Two Jakes’, Jack Nicholson’s knipoog naar Polanski’s ‘Chinatown’. Filmclub werkte ook van meetafaan mee aan de EERSTE CULTURELE WEEK , op voorstel van de schepen van Cultuur, Hector Petit, en de voorzitter van de Culturele Raad, Chris De Saveur. De reeks manifestaties werd geopend met de vertoning van de toeristische film van de heer Willy Van Marck : ‘Zottegem, Poort van de Vlaamse Ardennen’. In het kader van de ‘BEVRIJDINGSFEESTEN’ (september 1994) programmeerde Filmclub, op vraag van de Culturele Dienst,

77


‘The Longest Day’ van D. Zanuck. Als afsluiter van het seizoen ‘94-‘95 stelde de heer Bart De Clercq zijn reisverslag over ‘ India’ voor tijdens de TWEEDE CULTURELE WEEK, onder de noemer ‘Andere Culturen’ waarin Filmclub Zottegem voortaan een uitgelezen plaats inruimde voor de documentaire film. Het was overigens het jaar dat Filmclub zijn uitstekende staat van dienst door de Brusselse film-verdeelhuizen bevestigd zag, wat meteen uitliep op een prachtprogramma dat de beste films in een mum van tijd naar Zottegen kon brengen : een garantie voor de toekomst.

onder het voorzitterschap van de heer Freddy Van Vlaenderen liet het Filmclub-publiek kennismaken met een nieuwe kijkervaring. Het kruim van de ‘diaporisten’, samenstellers van soms indrukwekkende diareeksen met ‘overvloeiers’, muzikale omlijsting en gesofistikeerde technische apparatuur, maakte er een prachtprogramma van. Universele thema’s kwamen aan bod i.v.m. mens, stad en natuur. Een zalige avond die de aanwezigen in alle rust liet genieten van trage beeldwisselingen die contrasteerden met hectische beeldenreeksen over de stedelijke omgeving. Een zeldzaam visuele ervaring, voor herhaling vatbaar.

Filmclub verhoogde zijn frequentie nogmaals tot 19 vertoningen tijdens het seizoen ‘95 -‘96, en tot 24 vertoningen sinds het lustrumjaar 1997-98, zodat ‘DINSDAGAVOND, FILMCLUBAVOND ‘ nu werkelijk een feit werd. Tevens werd een nieuwe zwart-wit filmaffiche ontworpen door bestuurslid Jo Van de Berghe, architect. Zij maakte het gelaat van Filmclub Zottegem definitief herkenbaar. Dit ontwerp blijft tot op vandaag het ‘watermerk’ van onze vereniging. Het is steeds de betrachting geweest om, in de stad, een lint van affiches aan te brengen m.m.v. de lokale handelaars. Ook dat lukte aardig. Tevens veranderde de ‘look’ van de Filmclub-avonden : het gebruik van ‘filmtrailers’, uittreksels die de volgende film aankondigen, verving de vroegere dia-inleidingen met commentaar. Wat niet belette dat de ‘overzichtsinleidingen’ bij het begin van elke seizoenhelft nogal lang uitvielen : 12 films kort situeren doe je niet in een handomdraai. Dit leidde ooit tot een onverwachte reactie in de projectiecabine : de filmoperateur gaf plots een visueel signaal door het licht in de cabine aan en uit te zetten, wat de voorzitter - inleider inspireerde tot de opmerking dat er blijkbaar technische problemen waren. Niettemin werkte hij zonder verpinken zijn filminleiding rustig af. Binnenpretjes alom bij de bestuursleden die mee in ‘het complot’ zaten, maar het bleef uiteraard zonder effect op de voorstelling : goede films overtuigen altijd, niet ?

Medewerking werd verleend aan een heruitgave van de ‘LATERNA MAGICA GALANTEE SHOW’ van de heer

De PROFESSIONELE MULTIVISIE DIARAMA SHOW m.m.v. KODAK NV en van de Vlaamse Federatie van Fotokringen

78


Herman Bollaert die gasteerde bij Theater Leen Persijn te Balegem-Oosterzele. Toppunt was de overkomst van Alcatel-Bell ruimte-ingenieur Johan Van Vreckem, door ESA afgevaardigd als verantwoordelijke voor de telecommunicatie van het SpaceLab-project, afdeling simulatoren voor wetenschappelijke ‘payload’ en training van procedures samen met de astronauten in het grondstation op Cape Canaveral, van 1981 tot 1986. Zijn toelichting bij de film APOLLO 13 (februari 1996 ) en de ruimte-exploratie gaf een andere kijk op zin, onzin, kostprijs, risico’s, realisaties en perspectieven (o.a. Internet) en was een gebeurtenis. Filmclub Zottegem boorde in het kader van 100 Jaar Film nieuwe mogelijkheden aan en organiseerde als een première voor de Zuid-Oost-Vlaamse regio een eerste FILM-

CONCERT . Het Gentse muzikaal sextet ‘Fukkeduk’ speelde, live tijdens de projectie van de stille film ‘ Das Kabinett des Dr Caligari’ (1919) van Robert Wiene, eigen originele muziek als begeleiding en interpretatie van deze ‘Klassieker van het Witte Doek’. Onder het motto ‘Andere Culturen’, sloot Filmclub Zottegem zijn 43ste seizoen af met de vertoning van ‘Dances With Wolves’ tijdens de DERDE CULTURELE WEEK. Tijdens het 44ste seizoen (1996-1997) speelde het André Goudbeek Kwartet een erg gesmaakt FILMCONCERT bij de eerste documentaire film uit de filmgeschiedenis, ‘ Nanook of the North’ (1922) van Flaherty. Tijdens de VIERDE CULTURELE WEEK (7 juli 1997) organiseerde Filmclub Zottegem, weer onder het motto ‘Andere Culturen’, een documentaire filmavond ‘Tussen Heet en Koud : van Evenaar... richting Zuidpool’. De reis leidde naar het eiland Hurd en, bracht ons tevens de vertoning van de fascinerende natuurfilm "Microcosmos" die een prachtige kijk geeft op de wereld van de insecten.

films maakten onze betrachting ‘elke dinsdagavond, Filmclubavond’ definitief waar. Bovendien beleefden de filmliefhebbers boeiende " PROVINCIALE DAGEN VAN DE VLAAMSE FILM " (november 1997) waarin de meest recente Vlaamse films een ereplaats kregen : ‘Lisa’ (regie :Jan Keymeulen met Veerle Dobbelaere), ‘Taxandria’ (Raoul Servais), ‘Antonia’ (regie : Marleen Gorris met Willeke van Ammelrooy, Dora van der Groen, Els Dottermans en Jan Decleir), Karakter (regie : Mike van Diem met Jan Decleir), ‘Leonie (regie : Lieven Debrauwer met Dora van der Groen), Gaston’s War (regie : Robbe De Hert met Werner Desmedt). Alle regisseurs waren samen met hun hoofdvertolkers in Zottegem aanwezig.

Jubileum 45 jaar filmclub Zottegem (1997-1998) De viering opende met een opmerkelijk ‘OPENLUCHTFESTIVAL ZOTTEGEM FILMSTAD’. Na een Beiaardconcert door stadsbeiaardier Constant Versichel, speelde Concertband Opus 7 bij het vallen van de avond zijn eerste filmconcert. De prachtige filmmuziek greep naar het hart van de 1700 aanwezi-gen op de sfeerrijke Markt van Zottegem waar Filmclub zelf een groot scherm had opgesteld. Het filmprogramma startte met de vertoning van ‘Silver Pieces’, een aantrekkelijke compilatiefilm over honderd jaar filmgeschiedenis. Hoofdbrok was de vertoning van Bazz Luhrman’s film ‘Romeo + Juliet’ met Leonardo Di Caprio en Claire Danes als hoofdvertolkers. Deze zwierige film knalde van het doek en ontroerde de filmliefhebbers uit de regio die, ondanks de frisse temperaturen, massaal genoten van het gebeuren dat tot laat in de nacht voortduurde. Een perfecte inleiding op een hoogstaand filmjaar dat een week later zijn wedergeboorte vierde in de stedelijke zaal Rhetorica. De 24 top-

79


In de rand van de TENTOONSTELLING ‘HONDERD JAAR FILMAFFICHES : van Boek tot Doek’, opgesteld in de Stadsbibliotheek en in het Egmontkasteel ‘signeerden’ zij boeken, CD’s en video-cassettes . In de Ridderzaal discussieerden regisseurs Robbe De Hert, Raoul Servais, Lieven Debrauwer naderhand met Ronnie Pede en Freddy Sartor (Maandblad Film, Televisie + Video), Bert Podevijn, verantwoordelijke van de Dienst Media en Film van het Minsterie voor Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap, en Godfried Van de Perrre ( lid van de Filmcommissie) over het reilen zeilen van de mediasector tijdens het ‘COLLOQUIUM : FILM IN VLAANDEREN’ dat wegens enkele

80

gedurfde uitspraken over de filmsector weerklank vond, zelfs tot op het hoogste niveau in Brussel. Begin maart 1998 was het genieten geblazen tijdens de ‘ DAG VAN DE SPAANSE FILM’ die in zaal Rhetorica opende met een indrukwekkend optreden van het ‘Cuadro Flamenco’ o.l.v. Michel Gillain, grootmeester Spaanse gitaar, met authentieke Flamenco - dans en muziek, geassisteerd door ondervoorzitter Geert Baekelandt, gitaar, in een gesmaakt duo-optreden. Dit als inleiding op de Spaanse thriller ‘TESIS’ van Alejandro Amenabar. Na de vertoning kon het publiek proeven van Spaanse ‘Tapas’ en wijnen en

zich nogmaals opwarmen aan een tweede optreden van het gitaristen-duo en zich vergapen aan dans en zang in zuivere flamenco stijl. Een uitermate gezellige avond met stijl en sfeer en een mooi en origineel ‘Jubileumgeschenk’. Het Jubileumjaar werd afgerond met een visueel festijn : de eerste MULTIVISIE DIARAMA SHOW onder het motto : ‘In de natuur : van Amerika over Azië tot Zuid-Afrika’, georganiseerd i.s.m. de Vlaamse Federatie van Fotokringen. Een passend orgelpunt dat de aanwezigen verstild liet mijmeren over natuur en cultuur.


Recente evenementen In november 1998 (46ste eizoen) stelde regisseur Julien Vrebos samen met actrice Pascale Bal de Vlaamse film ‘LE BAL MASQUE’ voor. In het interview met de nokvolle zaal liet hij zich kennen als een ongedwongen persoonlijkheid die met genoegen de soms delicate vragen omtrent hete ‘Belgische’ hangijzers zoals de bende van Nijvel genuanceerd beantwoordde. Onze eerste vrouwelijk langspeelfilm - regisseur in Vlaanderen, Patrice Toye, kwam in maart 1999 haar gevoelige film ‘ROSIE’ bij het Filmclub-publiek inleiden. Het werd een boeiende ontmoeting die de sociale ach-

tergronden van gebroken gezinnen en de productiesituatie van jonge regisseurs indringend doorlichtte. Dixie Dansercour stelde tijdens de VIJFDE CULTURELE WEEK ( 7 juli 1998 ) zijn visueel reisverslag van zijn overtocht van Antarctica voor onder de titel : ‘Tussen Pakijs en Verwondering’, een 3900 km-lange tocht van 99 dagen, van de Belgische Koning Boudewijnbasis tot de Amerikaanse basis McMurdo. Onder het motto : gekkenwerk, uitdaging, avontuur, sport of wetenschap? toonde hij, met humor en gedrevenheid, voorbereiding en belevenis, fysisch en mentaal, alleen met twee in een onmetelijke sneeuwvlakte. Een zeer boeiende avond, voorafgegaan door een hartelijke ontvangst op het stadhuis door Burgemeester Edwin De Maesschalck en Schepen van Cultuur Hector Petit die de eregast en zijn echtgenote een geschenk aanboden namens de stad.

Als afsluiter programmeerde Filmclub Zottegem tijdens de ‘ZESDE CULTURELE WEEK’ (6 juli 1999) Hitchcock’s meesterwerk ‘VERTIGO’, met James Stuart en Kim Novak in de hoofdrollen, onder de titel ‘Tussen waan en werkelijkheid, de andere kant van onszelf’. Een confrontatie met een wereldklassieker. Tijdens de ‘ZEVENDE CULTURELE WEEK’ (4 juli 2000) werd de zomer ingedansd op de tonen van de ‘BUENA VISTA SOCIAL CLUB’ (1999), een film die Wim Wenders draaide op aanraden van Ry Cooder met ‘live’ muziek van Ry Cooder zelf, Ibrahim Ferrer, Carlos Gonzales en C°. Een ontroerende

Tijdens het 47ste Filmclub-seizoen (1998 - 1999)werkte Filmclub Zottegem samen met de v.z.w. PANDORA, Slachtofferhulp, rond de ‘Gezinsproblematiek : wat gebeurt er achter de deuren ? Na de vertoning van Ken Loachs sociale film ‘MY NAME IS JOE’ werd met ‘insiders’ en begeleiders een verhelderend en vaak revelerend gesprek gevoerd over ‘drank, drugs en geweld binnen het huisgezin.’ Tevens kon het publiek uit de regio zich verheugen in de komst van de producent van ‘DAMIAAN’, Tharsi Vanhuyse, en van de auteur van de gelijknamige biografie, Hilde Eynikel, die vertelde over de opnamen op locatie, de lokale bevolking, de veelbelovende internationale ‘cast’ en over het conflict tussen producent en regisseur Paul Cox. De Israëlische film ‘KADOSH’ van Amos Gitaï riep een heel andere sfeer op en werd begin februari 2000 ingeleid en nabesproken door professor Ludo Abicht die met pit en kennis van zaken deze indrukwekkende film schitterend wist te duiden in zijn historische, religieuze en politieke context. Een avond die verrijkende inzichten opleverde over een ingewikkelde problematiek.

81


film vol ongekunstelde authenticiteit van zonnige mensen in hun armoedige omgeving die op 80-jarige leeftijd hun levenslust nog niet hebben verloeren, integendeel. Een aanstekelijke avond, afgerond met een exotische coctail, aangeboden door Eska-Reizen en Filmclub Zottegem. GLADIATOR’ was, in november 2000 (48ste seizoen 20002001) de aanleiding om professor Herbert Verreth van de K.U.Leuven uit te nodigen om waarheid en fictie toe te lichten in deze opmerkelijke film. Als enthousiast filmliefhebber schreef hij in 1995 immers voor ‘MINEMATA, Leuvense Bijdragen over de Oudheid’, een opmerkelijk werkje waar-

82

in hij alle films die met de Oudheid verband houden controleerde op hun historische waarheid. ‘Gladiator’ wijkt uiteraard soms af van de werkelijkheid uit die tijd maar benadert globaal zeer dicht de realiteit van weleer. Hij loofde de film van regisseur Ridley Scott als een knappe herschepping van de Romeinse sfeer, decorum en mentaliteit. Vooraf werd de film door PAMZOV , het Provincoiaal Archeologisch Museum van Zuid-Oost-Vlaanderen, ‘vestimentair’ geïllustreerd. Medewerkers van het Museum, verkleed als soldaten met typische wapenuitrusting, en dames, getooid met kledij uit de Romeinse tijd, werden ‘live‘ aan het publiek in de zaal voorgesteld. De dynamische PAM-

ZOV-conservator, Peter Van Der Plaetse, eveneens in Romeinse wapenrusting, toetste, met vaart en humor, de ‘filmkledij’ aan de werkelijkheid van toen en kruidde zijn vlotte en accurate uiteenzetting met markante historische weetjes. Dit initiatief sloot nauw aan bij het ‘Kledijproject’ van het Museum. In het tweede luik van dit 48ste werkingsjaar kwam de volledige filmploeg van ‘LIJMEN / HET BEEN’ begin februari 2001 naar Zottegem om er de knappe Elsschotverfilming van Robbe De Hert aan het Filmclub-publiek voor te stellen. Regisseur Robbe De Hert, Mike Verdrengh, Koen De Bauw, Jan Decleir, producent Michel Houdmont, de heer


Paul Van de Velde, Directeur-Generaal van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en Godfried Van de Perre, lid van de toenmalige Filmcommissie, waren aanwezig. ‘Murphy’ moeide zich evenwel met de zaak. Na één uur gaf het projectieapparaat de geest en werd een vertoning voor het eerst in dertig jaar stilgelegd. Het interview met acteurs, producent en beleidsmensen werd afgelast en een nieuwe datum met de eregasten én met het publiek afgesproken. Ere wie ere toekomt : zowel acteurs als producent waren opnieuw te gast voor de extravertoning op dinsdag 17 april 2001. Onthaal, projectie en interviews met de genodigden verliepen vlekkeloos. Regisseur en filmvedetten kregen een denderend applaus, niet alleen voor hun prestaties op het witte doek maar ook voor hun bereidwillige medewerking in tweede versie aan wat een absoluut hoogtepunt werd in de annalen van Filmclub Zottegem.

Tibet. Een adembenemend visueel relaas van een gevecht tussen mens en natuur, een evenement op hoog niveau, zowel letterlijk als figuurlijk. In het kader van de eerste ‘WEEK VAN DE VERDRAAGZAAMHEID’ (november 2001) - een voorstel van Schepen van Cultuur Dirk Van Herzeele, georganiseerd door de Stad Zottegem i.s.m. de Cultuurraad en de plaatselijke culturele verenigingen - programmeerde Filmclub Zottegem de film ‘PEARL HARBOR’ (2001) van Michael Bay, in een poging om ogen te openen voor de gruwel van de oorlog die meer dan een videospelletje is. De film werd ingeleid

door professor Luc De Vos, docent aan de Koninklijke Militaire School. Het 49ste seizoen zal gekenmerkt blijven door het grote succes van ‘PAULINE EN PAULETTE’, de eerste langspeelfilm van Lieven Debrauwer die eind november 2001 in Zottegem te gast was, samen met ‘zijn’ hoofdactrices Dora van der Groen en An Petersen. Eind november lokte hun aanwezigheid zo’n talrijk publiek dat een tweede vertoning noodzakelijk was. Toen zowat 250 mensen vruchteloos en ontgoocheld huiswaarts keerden langs het Stadhuis op de Markt, zagen een vijftigtal mensen de kans om de receptie

De tweede uitschieter van het seizoen was de vertoning van de film ‘LUMUMBA’, vlak voor de publicatie van het rapport van de Senaatscommissie terzake. VRT - journalist Walter Zinzen (‘Terzake’) en professor Zania Etambala leverden indringend commentaar op film en historische achtergronden en kwamen vinnig uit de hoek tijdens het interview en het vraaggesprek met het publiek. De omstandigheden, mentaliteit, politieke achtergronden en actualiteit verwezen naar de waarschijnlijke verantwoordelijkheid van de Belgische Staat in dit koloniaal drama waar internationale relaties en tribale situaties in mekaar verstrengeld liggen. Een boeiende kijk op een verleden dat vandaag nog doorwerkt. Met onze deelname aan de ‘ACHTSTE CULTURELE WEEK (3 juli 2001) sloten we het 49ste Filmclubseizoen af. Ditmaal was bergbeklimmer Rudy Van Snick te gast, even degelijk, secuur en humoristisch als Dixie Dansercour. Onder de noemer ‘De Hoogste Toppen van Elk Continent’ boeide zijn prachtige diarama - voorstelling tot en met. Deze wereldreiziger en lid van de Belgian Himalaya Club overwon de Aconcagua in de Zuid-Amerikaanse Andes, de Elbroes in Georgië, de Mount Vinson in Antarctica, de McKinley in Alaska, de Carstenz in Oceanië en de Everest in Nepal-

83


op het gelijkvloers binnen te stappen en, ontroerd en dankbaar, hun waardering uit te spreken. Ze vormden zowaar een rij om de eregasten spontaan een hartelijke handdruk te geven. Een verrassend gebeuren dat ook de regisseur en de actrices ontroerde en met genoegen werd meebeleefd door Burgemeester Herman De Loor, Schepen van Cultuur Dirk Van Herzeele en de Voorzitter van Filmclub Zottegem die pas regisseur en actrices hadden verwelkomd. Een tafereel om niet te vergeten, ongekunsteld en onverwacht, maar deugddoend voor alle aanwezigen. Ook deze avond werd een voltreffer. De film raakte de

gevoelige snaar van het publiek dat met een oorverdovend en langdurig applaus dankte uit de grond van zijn hart. Een zoveelste opsteker voor echte ‘artiesten’, kunstenaars met een grote ‘K’, die zich bovendien lieten kennen als ‘Dames’ met gevoel, humor, vakkennis en een warm hart : hun gesprek met de zaal sprak boekdelen. Lieven Debrauwer bracht, in maart 2002, voor de middelbare afdelingen van de Zottegemse centrumscholen, na de vertoning ook zijn toelichting ‘ACHTER DE SCHERMEN’ van ‘PAULINE EN PAULETTE’: aan de hand van weggelaten scènes deed hij gevat ‘the making of’ uit de doeken en gaf hiermee een erg gesmaakte filmles over de problemen en vreugden van het

film maken. Uitermate boeiend en verrassend voor de jongeren die zo een kijkje konden nemen achter de schermen van een filmproductie en voortaan het filmmedium door een andere, minder evidente bril zullen bekijken. In het tweede gedeelte van dit 49ste seizoen kwamen nog twee Vlaamse films aan bod die het filmpubliek door hun kwaliteit en aanpak verrasten. ‘FALLING’, naar de roman van Anne Provoost, ‘Vallen’, beroerde het gemoed van de aanwezigen door de uitwerking van het actuele onderwerp dat jongeren én volwassenen bevraagt over ‘samenwerking met de bezetter’ en jeugdige eigengereidheid bij gebrek aan ervaring , in tijden van verrechtsing. ‘ OLIVETTI ’82 ‘ werd na de vertoning toegelicht van conceptie tot realisatie, door regisseur Rudy Van den Bossche die genuanceerd onderwerp en context toelichtte in een boeiend interview. Eens te meer een fijne kennismaking met een gevoelig, eerlijk man die zes jaar opofferde - hij nam onbetaald verlof bij de VRT- om deze film te maken die blijft nazinderen. Een bewijs eveneens dat het Vlaamse filmpubliek, vandaag de dag, meer dan ooit gewonnen blijkt te zijn voor films uit eigen land : kwaliteit primeert, ongeacht het onderwerp. En dat mag dan ook een verhaal uit de hedendaagse werkelijkheid zijn, liefst met een inhoud die mensen van vandaag bevraagt. Tijdens de ‘NEGENDE CULTURELE WEEK was wereldreiziger Dries Beheydt te gast, dinsdag op 7 juli 2002. In onze reeks ‘Andere Culturen’ richtte hij zijn camera op Azië voor een visueel reisverslag door Tibet, Vietnam, Cambodja en Thaïland, getiteld ‘VAN KUNDUN TOT KHMER’. Tevens kon het publiek nadien genieten van exotische hapjes, wijnen en saké. Een zomerse uitnodiging vol beloften.

Extra-initiatieven i.s.m. de Vlaamse Gemeenschap Grasduinen in de ontwikkelingsgeschiedenis van Filmclub Zottegem leidt onvermijdelijk naar één van de bronnen die de inzet en het enthousiasme van het bestuur blijvend

84


voedde. Reeds tijdens de voorbereidingen van het Jubileum 25 jaar Filmclub Zottegem, anno 1977, werd de basis gelegd voor een gedegen en blijvende uitbouw van een voorbeeldige samenwerking. Naar aanleiding van de vertoning in 1976 van de Vlaams -Nederlandse co - productie ‘DOKTER PULDER ZAAIT PAPAVERS’, van de beroemde cineast Bert Haanstra, waren Mevrouw Dora van der Groen, onnavolgbare topactrice, docente en toneelregisseur in Vlaanderen en Nederland, en de heer Wies Andersen, bekend acteur, regisseur, cineast, TV-presentator en programmamaker, te gast bij Filmclub Zottegem. De ontvangst resulteerde in een onmiddellijke en daadwer-

kelijke medewerking van beiden om Filmclub Zottegem veel meer armslag te geven. De poort werd geopend voor belangrijke contacten met de Filmdienst van het toenmalige Ministerie voor Nederlandse Cultuur. De ontmoeting van de voorzitter van Filmclub Zottegem met de heer Juul Anthonissen, hoofdverantwoordelijke van de Dienst Cultuur, Afdeling Film, verliep optimaal. Sindsdien groeide Filmclub Zottegem uit tot een ware promotor van de Vlaamse kwaliteitsfilm, zowel voor langspeelfilm, animatiefilm als kortfilm : inspanningen die door het Zottegemse filmpubliek, producenten, regisseurs, actri-

ces en acteurs, scholen en overheidsdiensten steevast erg gewaardeerd werden en telkens een opmerkelijk succes kenden. De vruchtbare samenwerking met de Dienst Media en Film van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap blijft overigens kansen scheppen voor de promotie van de Vlaamse kwaliteitsfilm in onze ZuidVlaamse regio. Dankbaar om de geboden kansen zal Filmclub Zottegem zijn rol van promotor van de Vlaamse filmproducties in de regio Zuid-Oost-Vlaanderen met overtuiging blijven invullen. Zoals tijdens de vorige Jubileumvieringen werden, dankzij

85


deze uitstekende samenwerking, ook nu weer een paar opmerkelijke initiatieven uitgewerkt. Voor hun belangstelling en steun aan onze initiatieven danken wij graag en uitdrukkelijk alle Excellenties en verantwoordelijken in de onderscheiden administraties van de opeenvolgende ministeries die de Vlaamse filmcultuur een warm hart toedroegen, ze armslag hielpen geven en, via het ’Decentralisatieproject’, mogelijkheden creëerden om de Vlaamse films bij het publiek, ook via lokale en regionale initiatieven, mogelijk te maken. Cultuurspreiding bleef dan ook geen ijdel woord. Film kijken bleef zodoende immers geen louter grootstedelijke aangelegenheid en verdiende een bredere basis in de kleinere centra. Het was voor Filmclub Zottegem een welkome aansporing om er steeds een opgemerkt gebeuren rond te bouwen. Dertig jaar geleden was dit opzet verre van evident. Zowel aan de top als aan de basis is hard gewroet om de Vlaamse filmproductie van de grond te krijgen. Zelfs vandaag is film maken in Vlaanderen geen sinecuur. Daarvan getuigden de stroom regisseurs, vertolkers en producenten die steevast hun wedervaren uit de doeken deden op de filmvoorstellingen van Filmclub Zottegem. Het valt evenwel op dat Vlaamse films niet langer als minderwaardig beschouwd worden door een groeiend publiek. Maar deze positieve trend dient zich in de komende jaren nog te bevestigen in heel wat betere kijkcijfers in de bioscopen. Allicht kan een meer gerichte, beter uitgebouwde en professioneel onderbouwde promotie van alle betrokken instanties, in privé-middens, in onderwijs en via overheidsinterventies, meer ruimte geven aan een sector die een belangrijke plaats kan innemen in de uitstraling van onze Vlaamse Culturele identiteit . Al deze initiatieven en hoogtepunten stoelen steevast op de solidaire samenwerking, in organisatie en uitwerking, van een enthousiast Filmclubbestuur. Gesteund door de medewerking van zowel het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, het Provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, de Stad Zottegem en de belangstelling van een ruim publiek, blijft het de moeite waard om bezield voort te werken aan kwaliteitsprogramma’s in dit vlak.

86


Samenwerkingsverbanden Uit het eerste deel van deze historiek over ‘Film in Zottegem’ bleek reeds dat de Zottegemse Filmclub vanaf 1952 voorzichtig een plaatsje trachtte te veroveren op het terrein van drie concurrerende cinemazalen. De al te kleine vertoningsfrequentie die Filmclub in de schoot van de Culture Kring toen ontplooide gaf weinig kansen om het filmaanbod in Zottegem enigszins te beïnvloeden. Cinema Modern en cinema Victoria bezetten ruimschoots het terrein en gaven geen duimbreed toe bij de opening van Ciné Paris, ‘derde kaper op de kust’. De lastercampagne tegenover de jonge uitbaters van Ciné Paris en het specifieke aanbod van voornamelijk Franse succesrijke films met o.a. Brigitte Bardot maakten de lokale burger onrustig en bemoeilijkten de rustige start van de derde bioscoop die Zottegem rijk was. Een bewijs dat film toen een ruim publiek aansprak. De vrees voor deze nieuwe zaal, die nochtans met het grootste scherm en de beste apparatuur van wal stak, vonden jarenlang weerklank in het ‘WEEKBLAD DE BEIAARD’ dat, sinds de jaren vijftig, toen vele vertegenwoordigers van de K.F.L. (Katholieke Film Liga) aan bod liet komen. Als moraalridders werd in de naoorlogse periode tot en met half de jaren zestig duchtig van leer getrokken tegen slechte films, slechte zalen en hun ‘gevaarlijke’ programma’s. Vanaf het begin van de jaren zeventig luwt evenwel het gekrakeel. En met de nieuwe hoofdredacteur, Paul Declercq, verschuift de belangstelling van ‘De Beiaard’ opmerkelijk. Zowel informatief als redactioneel waait sindsdien een nieuwe wind. Naarmate de programma’s van Fimclub en Kifi Zottegem hun deugdelijkheid bewezen en een stevige plaats verworven in het lokale culturele leven, ruimde de redactie steeds meer plaats in voor aankondigingen, besprekingen, artikels, en interviews. Vanaf 1992 bij het heropstarten van de filmvertoningen van Filmclub Zottegem werd zelfs een vaste weekrubriek over de door Filmclub geprogrammeerde films ingelast. Het is vanzelfsprekend dat deze nieuwe openheid van de redactie en het stijgend succes van het Weekblad ‘De Beiaard’ de uitstraling

van Filmclub Zottegem sterk vergrootten. Als ‘Spieghel Historiael’ van het regionaal gebeuren in alle segmenten van de gemeenschap bewijst deze verjongde aanpak dat De Beiaard meeleeft met de mensen uit de streek en veelal de spreekbuis is van hun noden en verzuchtingen. Met de vernieuwde lay-out bewees ‘De Beiaard’ te streven naar duurzame kwaliteit in zijn verruimd actiegebied. Ook ‘DE STREEKKRANT’, bracht sinds 1992 een wekelijks artikel over het Filmclubprogramma. De DAGBLADPERS liet zich al die jaren evenmin onbetuigd : regelmatige aankondigingen en tussentijdse verslagen hielpen de filmactiviteiten in Zottegem en in de regio Zuid-Oost-Vlaanderen kenbaar maken. De inbreng van zowat alle VRIJE RADIO’S uit de omgeving, van Zottegem (VRO, Radio Impakt, Radio Familia), Radio ‘Brauwer’ (Oudenaarde), Radio Rio (SintLievens-Houtem) betekende eveneens een duw in de rug. Met de komst van Radio Contact en Radio Mango is de lijst van actieve, wekelijkse berichtgevers vrijwel volledig. Dat Kanaal 3, de Regionale Televisiezender voor OostVlaanderen, en VRT Radio 2 Oost-Vlaanderen de Lustrumactiviteiten mee ondersteunen, bewijst dat Filmclub Zottegem, in zijn vijftigste werkjaar, zijn plaats op de culturele kaart van Zottegem en de hele regio heeft verdiend. Ongetwijfeld heeft de jarenlange constructieve medewerking van alle betrokkenen in het regionale medialandschap dit resultaat mogelijk gemaakt. Ook daarvoor blijft Filmclub Zottegem hen allemaal zeer dankbaar. Filmclub Zottegem toonde zich, van zijn kant, steeds bereid tot samenwerking met alle verenigingen uit het socio-culturele leven. Zonder enig onderscheid van filosofische of politieke gezindheid werkte Filmclub Zottegem met hen mee om een of ander project te realiseren of te ondersteunen. In en rond Filmclub Zottegem is samenwerking immers geen leeg begrip. Onze vereniging werkt sinds zijn ontstaan ‘ net-overschrijdend’ samen met alle onderwijsinstanties, directies en culturele verenigingen. Filmclub Zottegem wil veeleer mensen verenigen rond een kwalitatief filmgebeuren dan hen te verdelen volgens krachtlijnen die niet op

films van toepassing zijn. Deze positieve ingesteldheid verklaart de vlotte samenwerking waartoe onze vereniging werd aangezocht. In al die jaren werden filminitiatieven uitgewerkt i.s.m. : - het Stadsbestuur ( Jubileuminitiatieven, infrastructuur, Tentoonstellingen ‘Daens in de Fabriek’ en - Huldetentoonstelling Raoul Servais, Stedelijk Infoblad), Culturele Weken, Week van de verdraag-zaamheid e.a. - het Crescendo - koor o.l.v. de betreurde dirigent Ignaas De Lil (vorige Jubileumviering) - de Jongsocialisten (n.a.v. de film ‘Novecento’) - de Vereniging voor Ouderdomsgepensioneerden ( film ‘Home Sweet Home’) - het Comité Bevrijdingsfeesten ( ‘De Langste Dag’) - het Verbond van Wijkcomités ( Jubileum affichelint) - de Vlaamse Federatie van Fotokringen (Professionele Multivisie Diarama-Show) - de voormalige A.K.O.B-bibliotheek ( Dag van de Klassieke film, omtrent literatuurverfilming) - de huidige Stadsbibliotheek (Tentoonstelling 100 Jaar Film : van BOEK tot DOEK, Scholierenproject - Jubileum 50 Jaar Filmclub) - de Stadsbeiaardier, de heer Constant Versichel (Jubileumvieringen) - de muzikale ensembles ‘Just Friends’, ‘Opus 7’, ‘Trio +1’ uit Zottegem, Fukkeduk uit Gent en het André Goudbeek Kwintet uit Mechelen) - zaal De Kring (Laterna Magica Galantee Show + projectiefaciliteiten in de overbruggingsperiode) - het maandblad ‘ Film, Televisie + Video (Jubileumvieringen + Dag van het Licht, Dag van de Camera) - Bond voor Grote en Jonge Gezinnen (JEFI -werking) - Actie ‘Broederlijk Delen’ (films) - Voormalige vereniging voor soldaat - miliciens, MILAC, tijdens de Week van de Soldaat (film) - Jonge Economische Kamer, afdeling Zottegem (films) - Lions - Zottegem (films en ‘Kifi’s Scholenproject ) - Derde Wereld Comité : Dag van de Documentaire Film : focus op Ontwikkelingssamenwerking - Kodak Pictures Europe (Compilatiefilms 100 jaar filmgeschiedenis)

87


-

Sporta - Kern Zottegem (Ringkarond) Vlaams Verbond van Fotokringen (Diaporama Show) Alle middenscholen van alle netten in en rond Zottegem PAMZOV (Provinciaal Archeologisch Museum voor ZuidOost-Vlaanderen) : film ‘Gladiator’ VZW PANDORA Slachtofferhulp ( film ‘My Name is Joe’ Ken Loach) het C.R.M. ( Centrum voor Rustende Middengroepen) voor de vertoning van " Pauline en Paulette" het Davidsfonds voor de organisatie van de cursus ‘Filmgeschiedenis’ tijdens ons Jubileum 50 Jaar Filmclub. Marnixring Sotteghem (Jubileum 50 Jaar Filmclub Zottegem) Welzijnszorg - Broederlijk Delen Oost-Vlaanderen : ‘Rosetta’, start van de campagne 2002-2003

Bovenop komt daarbij de erg gewaardeerde, permanente ondersteuning van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor Cultuur, Dienst Media en Film, (eerder onder de bevoegdheid van de Dienst Wetenschappen, Informatie en Media); de Provincie Oost-Vlaanderen, de Bestendige Deputatie en de Provinciale Adviescommissie Culturele Projecten; de Stad Zottegem en het College van Burgemeester en Schepenen. Graag onze welgemeende dank aan de ruime schare instanties, firma’s en handelaars die, met hun blijvende steun en belangstelling, de filmprojecten van Filmclub Zottegem mogelijk maakten. Dank voor alle geboden kansen. Deze samenwerkingsverbanden en belangrijke ondersteuning voelen we aan als een blijk van waardering voor de talrijke initiatieven die wij als Zottegemse Filmclub hebben uitgewerkt om het medium film, de slagkracht van het beeld en zijn verborgen verleiders in al hun facetten door te lichten, van conceptie tot realisatie, in kortfilm, animatiefilm en langspeelfilm.

Medewerking Medewerking is bij Filmclub Zottegem een sleutelwoord. Niet alleen binnen de vereniging, maar ook in en rond

88

Zottegem. Met de opeenvolgende stadsbesturen waren de relaties steeds opperbest. Sinds 1972 en in de daarop volgende jaren toen Filmclub Zottegem in opbouw was, groeide en stilaan bewees een ‘blijver’ te zijn, werden de ‘personaliteiten uit de Vlaamse filmwereld’ die op initiatief van het Filmclubbestuur naar Zottegem werden uitgenodigd, steeds door het Stadsbestuur op het stadhuis verwelkomd. Bij elke Lustrumviering werkten de heren Burgemeesters, de heren Schepenen voor Cultuur en de Colleges van Burgemeester en Schepenen altijd voluit mee op het vlak van infrastructuur, logistiek, locaties, onthaal en praktische uitwerking van de geplande extra-activiteiten en Lustrumvieringen. Het Bestuur van Filmclub Zottegem is en blijft daarvoor echt dankbaar : het is erg stimulerend dat het cultureel veldwerk door de stedelijke overheden steeds weer wordt gesteund en blijvend heel wat medewerking mag ondervinden bij de uitbouw en organisatie van de geplande initiatieven, door de jaren heen. Vooral als het even spannend wordt en het voortbestaan van een vereniging door externe factoren bedreigd wordt. Onze waardering voor die bijwijlen discrete maar beslissende steun in bange dagen is dan ook blijvend. Er zijn natuurlijk sleutelmomenten die meer in het oog springen, omdat de nood juist het hoogst is. Het vrijwaren van de broodnodige filminfrastructuur door het openstellen van de voormalige buurtbioscoop als stedelijke zaal Rhetorica waarborgde, sinds 1992, een perfecte filmprojectie in een vernieuwd kader met nieuwe geluids- en belichtingsmogelijkheden. De verfraaiingswerken aan de ingang maakten het onthaal nog prettiger. Net zoals in het verleden is de vlotte samenwerking tussen het College van Burgemeester en Schepenen o.l.v. de heer burgemeester Herman De Loor, de Schepen voor Cultuur, Dirk Van Herzeele, de Cultuurambtenaar, Danny Lamarcq, en zaalverantwoordelijke Desi Van Den Berge enerzijds, en het Bestuur van Filmclub Zottegem, anderzijds, optimaal. Zowel tijdens het drukke Fimclub - seizoen als bij ontvangst en onthaal van regisseurs, vertolkers, genodigden e.a. eregasten als bij voorbereiding en uitwerking van ons JUBILEUM 50 JAAR FILMCLUB ZOTTEGEM mocht

Filmclub Zottegem zich eens te meer verheugen in de grootst mogelijke logistieke steun vanwege de stedelijke overheid en in oprechte medewerking op menselijk vlak. Met waardering en erkentelijkheid willen we hier onze uitdrukkelijke dank uitspreken voor de geboden kansen en mogelijkheden die U allen spontaan onderschreef. We hopen samen terug te blikken op een erg geslaagde Lustrumviering die iedereen mag aanspreken en de faam van onze Egmontstad ten goede komt. Sinds het eerste Lustrumseizoen 1977-1978 ondersteunt ook het Provinciebestuur van Oost-Vlaanderen de uitbouw van onze vijfjarige Lustrumvieringen. Deze gewaardeerde bijdrage betekent een hartverwarmende stimulans voor de werkkracht van ons Bestuur en bevordert in grote mate de uitstraling van Filmclub Zottegem in het zuiden van onze eigen Provincie. Wij zijn zeer erkentelijk dat het Provinciebestuur de realisaties en dadendrang van Filmclub Zottegem blijvend wil prikkelen en de spreiding van culturele initiatieven actief voorstaat. Het is meteen een uitnodiging om, met overleg, verder te werken aan kwaliteit en variatie van onze filmactiviteiten. Graag onze oprechte dank voor de concrete, belangstellende medewerking van het Provinciebestuur, aan de heer Gouverneur Herman Balthazar, Bestendig afgevaardigde de heer Jean - Pierre Van Der Meiren, verantwoordelijk voor Cultuur en aan de leden van de Culturele Commissie van de Provincie. De samenwerking met de Verantwoordelijken en Diensten van het Ministerie voor Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap is, sinds 1976, één van de pijlers die de groei en ontwikkeling van Filmclub Zottegem mogelijk hebben gemaakt. Met dankbaarheid denken we terug aan de vruchtbare persoonlijke contacten met de filmsector zelf en met de hoofdverantwoordelijken van de onderscheiden Diensten die ons filmproject voor Zottegem op zijn waarde toetsten en hun fiat gaven voor substantiële medewerking en steun aan onze filmwerking. Onze dank reikt verder dan woorden : we vertrouwen erop dat de lange lijst van realisaties in Zottegem bewijzen dat hun gok op onze jeudige begeestering de uitstraling van de Vlaamse Film in Zuid-


Oost-Vlaanderen is ten goede gekomen. Het is onze overtuiging dat dit het resultaat is van de optimale onderlinge verstandhouding en wederzijdse optie om de Vlaamse Film dichter bij de bevolking te brengen via het ‘Decentralisatieproject’ en de belangstelling voor producties uit eigen regio maximaal te promoten. Hartelijk dank voor de geboden kansen. Ook de Onderwijsinstanties bleven de volgehouden inspanningen waarderen om een eigentijdse en pedagogisch verantwoorde programma’s aan te bieden. Van bij het prille begin heeft hun medewerking, via concrete deelname aan onze projecten en de naverwerking in de klassen, ons duidelijk gestimuleerd. Aan alle directies en leerkrachten van alle netten die ons interscholen -filmproject sinds 30 jaar metterdaad steunden, graag en van harte, onze oprechte dank. We hopen dat de visuele en inhoudelijke inbreng van dit ‘Scholenproject rond Film’ verder geïntegreerd kan blijven in hun educatieve opdracht. Toen de opbouw van Filmclub Zottegem middelen vereiste om programma, presentatie en vernieuwende filminitiatieven mogelijk te maken en stevig te onderbouwen, toonde een stijgend aantal instellingen, firma’s en handelaars uit de regio zich onmiddellijk bereid om onze actie te ondersteunen. Hun medewerking, sinds jaar en dag, aan de inzet van Filmclub Zottegem om in de Egmontstad een uitgekiend, hoogstaand en succesrijk filmprogramma aan te bieden, is onvergetelijk en blijft van essentieel belang om de continuïteit van dit filmproject voor Zottegem te waarborgen. Filmclub Zottegem zal, ook in de dagelijkse praktijk, zijn beste camera inzetten om hun deelname aan de jaarlijkse Filmclubwerking in beeld te blijven brengen. En wat zou Filmclub Zottegem zijn zonder de talrijke filmliefhebbers in en rond Zottegem en intussen uit de hele regio van Zuid-Oost-Vlaanderen en daarbuiten ? Uw belangstelling en trouwe aanwezigheid, uw steun in bange dagen, uw mening over de voorgestelde films, uw emoties en vreugden bij zovele filmavonden, uw gemotiveerde aanwezigheid zijn voor ons als Bestuur een ijzersterke motive-

ring en de motor om er, jaar na jaar, weer tegenaan te gaan, op zoek naar hartverwarmende filmpareltjes en niet te missen kwaliteitsfilms die een venster openen op mens en omgeving, hier en elders, gisteren, vandaag en morgen. Zeer hartelijk dank omdat u er bent. Het is fijn te mogen vaststellen dat onze inspanningen worden gewaardeerd door die toffe familie Filmclubbezoekers waarvan u deel uitmaakt. Graag en van harte, onze welgemeende dank voor uw vertrouwen. Deze verblijdende Lustrumviering leert ook dat niemand zomaar iets kan realiseren zonder stevige ruggesteun van de pers. Sinds meer dan een kwarteeuw kondigt de plaatselijke en regionale pers, zowel dag - als weekbladen, vrije en regionale radio’s, en nu ook de regionale televisie, met stijgende belangstelling, onze filminitiatieven aan. Dit gebeurt met grote regelmaat, al dan niet met een bondige of uitgebreide bespreking of, tussentijds, via interviews. Graag vermelden we ze even, omdat hun bijdragen de verspreiding van informatie over Filmclub Zottegem in de regio mogelijk maken. Onze dank gaat zonder onderscheid naar alle lokale en regionale correspondenten van de dagbladpers, de regionale weekbladen De Beiaard en De Streekkrant, de vrije radiozenders Radio Contact en Radio Mango, VRT - Radio 2 Oost-Vlaanderen en ook de regionale Televisiezender Kanaal 3. Aan allen van harte dank voor de geboden kansen, de regelmatige informatie en uw efficiënte medewerking aan onze activiteiten. Uw berichtgeving doet het hart kloppen van allen die met Filmclub Zottegem begaan zijn. Een ere - saluut en oprechte woorden van dank verdienen alle bestuursleden en medewerkers die ooit dit intussen veeleisend maar goedlopend project hielpen en helpen dragen, op vrijwillige basis. In al die jaren traden amper vier ploegen aan. Elke medewerker, van gisteren en vandaag, verdient oprechte waardering voor zijn jarenlange inzet en enthousiasme en blijft een plaats bekleden in het dankbaar hart van Filmclub Zottegem. Zij worden aan het eind van deze publicatie allemaal uitdrukkelijk vermeld. Want voor zo’n werk van lange adem is er telkens een ploeg nodig die

de zeer verscheidene taken met enthousiasme en kritische nauwgezetheid vervult, de initiatieven inspireert en goedlachs mee helpt uitwerken. Dat vraagt inspanningen die niet elke dag even evident zijn. De uitstraling van Filmclub Zottegem is evenwel, voor alles, de verdienste van de bestuursploegen en andere medewerkers die, jaar in, jaar uit, het bescheiden maar vele werk achter de schermen niet schuwden : affiches ontwerpen en uitdragen, de economische onderbouw verzekeren via contacten met de vele steunende instellingen, overheden en handelaars, het verzorgen van film - en diaprojecties, de bediening van allerlei apparatuur, de coördinatie van drukwerken en publiciteit, het opstellen van filmmateriaal, contracten, briefwisseling, secretariaat, administratie en beheer, transport, filmvisies, documentatie, filminleidingen, het ontwerpen en schrijven van de eigen Filmkrant en website ‘filmclub-zottegem.be’, de technische supervisie, de contacten met de pers en de onderscheiden overheids - en onderwijsinstanties, de filmselectie en zoveel andere opdrachten die zowel tijdens de opeenvolgende seizoenen als in de voorbereiding en uitwerking van de geplande Lustruminitiatieven nodig waren. Dat vraagt een bestendige aandacht van ieder bestuurslid. Hun permanente inzet en betrokkenheid is en blijft het cement. Hun werkkracht verdient meer dan een schouderklopje : echte waardering is hier op zijn plaats. Maar vermits vriendschappelijke samenwerking en een efficiënte taakverdeling het werk lichter maken, ziet de toekomst er op dat vlak mooi uit. Al blijft de instroom van gemotiveerde jongeren een prioritaire opdracht.

Vlaamse gemeenschap

89


Per spectieven wijzigen voortdurend het referentiekader. Informatica beheerst de wereld, stuurt de onmiddellijke communicatie. Vooral in de audiovisuele media.

"We staan, technisch gezien, aan het begin van een nieuw soort cinema" zei dit jaar Thierry Frémaux, artistiek directeur van het Filmfestival te Cannes. De toekomst zal niet alleen digitaal zijn, internet en intranetten zijn maar het begin. Voor het filmbedrijf vergt dat uiteraard nieuwe projectiemethoden die voorlopig problematisch zijn wegens hun kostprijs en de snelle ontwikkelingen op technologisch vlak. Nieuwe technologieën hebben de dagelijkse realiteit reeds ingrijpend veranderd. De versnelling van die veranderingen, ook maatschappelijk, is pas ingezet. Schaalvergroting, versplintering, vrije informatiestromen, individualisering, zelfbepaling en cocooning, tegenstrijdige tendenzen en onvoorspelbaarheid

90

Nu al is DVD een wereldfenomeen, een ongehoord commercieel succes. De thuisbioscoop is nabij. DVD ver-tegenwoordigt nu al méér dan 3 miljard Euro en zal zijn omzet vervijfvoudigen in de komende vier jaar. DVD geeft cineasten overigens de kans aan de eisen van de filmmaatschappijen te ontkomen. DVD wordt een doel op zich, een markt apart. Amper enkele jaren terug vertoonde men eerst de films in de bioscoop, nadien werden ze op video overgezet. Recentelijk werden films en video’s vaak gelijktijdig op de markt gebracht. Nu reeds is DVD veel eerder beschikbaar dan de bioscoopfilm. Video was vroeger bedoeld voor een restpubliek na de bioscoprelease, DVD bereikt een wereldwijd publiek, veel omvangrijker dan het bioscooppubliek. De recente toevoeging bij Spielberg’s "E.T., the Extra-Terrestrial" zal op DVD tien maal meer geld opbrengen dan de herwerkte versie in de bioscoop. Daarom heeft Gilles Jacob, een kwarteeuw lang Directeur van het Filmfestival van Cannes, dit jaar voor zijn laatste editie ook een ‘Espace DVD’ ingevoerd, met een eigen selectiecommissie en specifieke DVD-jury om toppers onder het label ‘Collection DVD du Festival de Cannes’ te verkopen. De bereikbaarheid vergroten is het motto. En alle middelen worden hierbij aangewend. Met internet duurt het amper twee uur om een volledige film te ‘downloaden’. Overigens vertoont Cannes reeds competitiefilms digitaal. ‘Dogma’regisseurs Thomas Vinterberg ("Festen") en Lars von Trier ("Dancer in the Dark, vorige Gouden Palm) draaiden hun films op digitale video. Wayne Wang, Alexander Sokourov, Abbos Kirostami en Michael Winterbottom hanteerden hetzelfde medium. George Lucas, vernieuwer van de filmtech-

nologie en uitvinder van speciale technieken op het vlak van klank- en beeldweergave, realiseerde zijn recente "Attack of the Clones" met de revolutionaire HD 24P-videotechniek die een 24 beeldprojectie per seconde waarborgt. Al deze technieken zijn immers stukken goedkoper dan de klassieke opnameapparatuur tot dusver. Overigens komen dergelijke films sneller in de bioscoop : "Panic Room", "The Scorpion King", "Harry Potter" en "Lord of the Rings" zijn daarvan het bewijs. Deze werkwijze maakt nieuwe beveiligingsmechanismen noodzakelijk om piraterij en illegale kopiëen te vermijden zoals Fritz Hollings’ wetsvoorstel voor een Consumer Broadband & Digital Television Promotion Act het wil. Deze Democratische senator beweert dat de huidige technologieën er juist de oorzaak van zijn. De populaire CDschrijver maakt kopiëren voor iedereeen mogelijk en de allernieuwste DIVX- compressie techniek werkt met veel kleinere bestanden dan de gigabytes. Nu al worden 350.000 films dagelijks wereldwijd gedownload, wat volgens de Motion Pictures Association of America neerkomt op een investeringsverlies van 3 miljard dollar per jaar. Van hun kant beweren Microsoft, Apple en Dell dat kopiëren juist een verkoopsvoordeel van de gangbare computersystemen is. Het is dus weinig waarschijnlijk dat ooit voldoende waterdichte beveiligingssystemen het licht zullen zien. Video en DVD : het kleine scherm dicteert blijkbaar het kijkgedrag. Uiteraard is het voor de echte filmliefhebber overduidelijk dat het kijkplezier pas optimaal is in een goed uitgeruste bioscoop : films individueel bekijken op een computerscherm en zelfs op een bovenbeste DVD geeft nooit het gevoel er middenin te zitten, breekt veelal de verwondering en de genieting die je normaal ervaart in een


bioscoop. Film kijken is bovendien ook een sociaal gebeuren. Of de thuisbioscoop op termijn dit sociaal aspect bevordert en het filmplezier van het samen kijken en napraten zal bevorderen, is zeer de vraag.

sen is, zo lijkt het. Voor enig kritisch kijken en verwerken van de huidige beeldenstroom is immers geen tijd meer. Afstand wordt vrijwel onmogelijk, de commerciële sturing totaal. Alles is cultuur, zelfs de economische wetmatigheid.

Digitale projectie in ruime bioscoopzalen waarborgt superieure kwaliteit maar vergt enorme investeringen voor de totale vernieuwing van de bioscoopinfrastructuur. Nu kost een digitale projectie zowat 15.000 Euro per projector. Voorlopig té duur voor filmmaatschappijen die er voordeel bij hebben zélf die kosten te dragen i.p.v. de lokale uitbaters. . Het is dus niet zozeer de kostprijs van de digitale filmkopij die het succes ervan voorlopig hypothekeert. De kostprijs voor het aanmaken van een film-CD is verwaarloosbaar in vergelijking met de kosten voor vervoer en vermenigvuldigen van filmkopijen nu. In de toekomst zou zelfs de ‘distributie’ van films digitaal gebeuren, vanuit Hollywood bv., per satelliet, via een beveiligd netwerk. Belangrijke bioscoopketens eisen nu al een zogenaamde industrie-standaard om te vermijden dat ze, intussen, tegelijk verschillende dragers zouden moeten gebruiken om films te draaien, wat uiteraard té veel investeringen vergt volgens Barco, toonaangevend in digitale projecties. De vrees zit er dus dik in dat één megabedrijf de wet zou dicteren en elke gezonde concurrentie uitsluiten. Film is, dankzij de snelle evolutie in de beeld- en mediasector, ‘big business’, ook al vertegenwoordigt de filmsector nog altijd maar een heel klein deeltje van de mega-bedrijfsbudgetten van wereldfirma’s die erin investeren. De digitalisering van het beeld opent deuren naar een virtuele werkelijkheid waarin het beeld niet meer klopt met de realiteit. Ze schept een nieuwe, onwerkelijke wereld die het kijken en beleven van de eigen omgeving gaat sturen en het verband met de dagelijkse ervaring verbreekt. ‘La fiction dépasse la réalité’. Niet zomaar een kwestie van technologie en fantazie, veeleer een bewuste poging om een ersatzwereldbeeld ingang te doen vinden. Een wereld van waanbeelden die, hoe irreëel ook, massa ’s kijkers wereldwijd beïnvloedt en hen ook vervreemdt van de eigen levenscontext. ‘Make believe’ als een nieuw credo waar, in tijden van overdosis en versnelling, geen kruid meer tegen gewas-

Het is meer dan waarschijnlijk dat de gedigitaliseerde filmproductie zich, meer nog dan vroeger, zal instellen op het maken van films vol effectzoekerij en technologische hoogstandjes die een ruim publiek aanspreken : technisch vrijwel volmaakte ‘popcorn’-films die veeleer vervlakking en onverschilligheid genereren tegenover een spaarzaam aantal kwaliteitsfilms die hun waarde ontlenen aan een menselijke situatieschets en meer bieden dan een blitse verpakking en bordkartonnen buitenaardse wezens. De nood aan kwaliteitsfilms die een venster openen op eigentijdse situaties, reacties en menselijke gedragingen, is groot. Al was het maar om niet altijd te vertoeven in virtuele realiteiten, het samenleven ook met ietwat positieve beeldverhalen te kleuren, de verbeelding aan te scherpen en met wat relativerende humor te kruiden, zoals ‘Shrek" bievoorbeeld. Zoniet is het niet denkbeeldig dat kleinschaliger kwaliteitsfilms, die naar vorm en inhoud een aantrekkelijke eenheid vormen, een steeds kleiner deel uitmaken van het filmaanbod. ‘Profits before humanity‘ ? Dit toekomstbeeld stelt meteen de vraag naar de zin van bioscoopzalen en filmclubs die nog wat anders programmeren dan hyperkinetische beeldenreeksen die onze eigen verantwoordelijkheid, voorkeuren en tijdsbesteding, ons menszijn niet langer meer bevragen. Ook al zijn mentaliteiten en groepshoudingen niet meteen stuurbaar, toch is de beïnvloeding door de massamedia enorm. Kijkcijfers en omzet zijn de norm, niet de innerlijke verrijking. Primaire reacties hebben, vandaag de dag, meer impact dan genuanceerde portrettering van mensen rondom ons. Conflictsituaties krijgen meestal gewelddadige, twijfelachtige ‘oplossingen’. Bovendien haakt de totaal vrije consumtie van beeldinformatie, via o.m. internet, menselijke keuzes los van wat tot dusver stond voor kwaliteit, respect en menselijke vorming, - waarderingscategorieën die nu veelal als louter individuele criteria gehanteerd worden. De vraag

naar opvoeding en vorming t.a.v. de audio-visuele media, voor kinderen en jongeren, durven velen niet meer stellen, ook niet op filmgebied. De individuele vrijheid staat boven alles. Zonder binding met het verleden stormt iedereen vooruit, soms zonder geheugen. Betekenisvorming, verbanden, verwijzingen en dubbele bodems staan niet vooraan in onderwijs en opvoeding. Iedereen voedt zichzelf op, alles dient gebruiksklaar, praktisch , snel en resultaatsgebonden te zijn. Alleen het onmiddellijke nut is de norm. In functie van wie, van wat ? Is Film nog altijd een ‘Spieghel Historiaal’ van onze maatschappij ? Allicht. Maar duidt deze versnelde stroom van kunstmatige beelden ook niet op een fenomeen van vervluchtiging, verdamping en vervaging van essenties ? Zijn beelden niets anders meer dan kauwgom voor het oog, behang of bezigheidstherapie, een eigentijdse conditionering die alleen maar afzetgebieden vergroot, zonder oog voor het welzijn van mensen onderweg? Eén ding is zeker : er ligt, meer dan ooit, een enorme taak weggelegd voor het vormend leren kijken. Ondanks overvolle tijdschema’s en een overbezet activiteitenkalender, blijft het een belangrijke taak van ouders en onderwijsmensen de beeldenstroom te duiden in werkelijkheidswaarde en bedoeling. Wie macht heeft, gebruikt ze. Beelden worden voortdurend vervalst, verengd, verdraaid, gemanipuleerd. Gelukkig krijgen onheilsprofeten veelal ongelijk. Ons geloof in enige basiseducatie terzake blijft intact : voor een beter inzicht in situaties rondom ons, om inhouden te peilen en vervlakking te vermijden, blijft media-opvoeding een noodzaak. Een bewust consument is een verwittigd consument, niet ? Als consumentisme het enige credo is, laat het dan gestoeld blijven op een kritische houding tegenover louter winstbejag. Opvoeden kost moeite, consumeren alleen geld. Jongeren bewuster helpen kijken, vraagt tijd en weerstand tegen mega-trends. Jongeren zijn dan wel beter vertrouwd met het technisch aspect van computer en media, toch dienen ze sterker gestimuleerd om inhoud en bedoelingen van wat hen wordt aangereikt, te onderkennen, en beter te situeren in een bredere maatschappelijke context. Zoniet blijven we steken in oppervlakkigheid, ook in onze vrije tijd. Want in dit vlak zwaait

91


televisie de plak : de gemiddelde Vlaming spendeert er de helft van zijn vrije uren aan, twee per dag, amper anderhalf uur per week aan verenigingsleven, één uur aan sport, cultuur en vermaak. In dit audio-visueel tijdperk bij uitstek brokkelt het sociaal middenveld verder af, in alle vrijheid. Gericht film- en mediaonderwijs kan een prikkel zijn, een blikopener, een stimulans om meer kritisch en bewuster om te gaan met de beeldenstroom die het leven van jongeren dagelijks beïnvloedt. Filmopvoeding kan deuren openen, gesprekken op gang brengen, gedachten helpen uitwisselen en begrip losweken voor andermans eigenheid. De lessen in media-, beeldcultuur en esthetica zijn en blijven in alle onderwijstypes belangrijk. Ze kunnen een vonk doen overslaan, een brug bouwen naar het eigen wereldje van jongeren en krijgen als vanzelf een boeiend verlengstuk in filmfora, schoolvertoningen en filmclubwerking. Het is vaak een nuttige confrontatie met wat niet meteen voor het grijpen ligt, met wat waardevol is en blijft : respect voor mensen en culturen, hier en elders. Vandaar onze inspanning om, ook als Filmclub, enige afstand te bewaren tegenover het mediageweld en blijvend aandacht te vragen voor de positieve aspecten van beelden, hun taal, inhoud en bedoeling. Op een bescheiden niveau wil Filmclub Zottegem, via een open programmatie en educatieve initiatieven, deuren openmaken, stilstand vermijden en een boeiend moment van verpozing uitbouwen voor alle belangstellenden. Deze poging om eerlijke films aan bod te laten komen, wordt nu al sinds vele jaren gewaardeerd door vele filmliefhebbers en scholieren. We hopen dit filmproject voor Zottegem en de regio Zuid-OostVlaanderen verder vorm te geven, in de overtuiging dat waardevolle films en enig weerwerk tegen gangbare megatrends zinvol zijn. David Putnam, producent van ‘Chariots of Fire’, ‘The Killing Fields, ‘Midnight Express’, ‘Local Hero’ en ‘The Mission’, tevens voormalig Directeur van Colombia Pictures brak recentelijk een lans voor zinnige films. ‘ Het lijkt wel of de cinema teruggekeerd is naar zijn begindagen, voor hij volwassen werd, toen het publiek al blij was als het voor die trein van de gebroeders Lumière kon staan

92

die recht op hen afkwam : cinema als kermisspektakel. Ik zie daarin een jammerlijke medeplichtigheid tussen financier, filmmaker en publiek. Zij allemaal, en ook wij allemaal, zitten in een draaimolen die we geen van allen helemaal zelf kunnen besturen. Zo wordt de waarde ondermijnd van een medium dat de mogelijkheid bezit om ons gemeenschappelijk menszijn te affirmeren. Jammer genoeg kiezen veel, zoniet de meeste filmmakers voor een soort emotionele verdringing als ze met dit morele dilemma worden geconfronteerd. Ruim honderd jaar na zijn uitvinding is cinema uitgegroeid tot één van de machtigste en effectiefste communicatiemiddelen waarmee we ons niet alleen kunnen vermaken, maar vooral ook uitdrukken. We noemen Hollywood ‘Tinseltown’, de stad van klatergoud, alsof het allemaal niet zo belangrijk is. Sommige mensen willen ons ervan overtuigen dat film en televisie gewoon business zijn als alle andere. Laat je niet in de luren leggen. Films en televisieprogramma’s bepalen standpunten, leggen conventies vast op het gebied van stijl en gedrag en versterken of ondermijnen daarbij een groot aantal bredere maatschappelijke waarden. De aantrekkingskracht van films is universeel. Het witte doek houdt ons een spiegel voor waarin we een uitvergroot spiegelbeeld van ons eigen leven zien. Films vertellen verhalen die een venster openen waardoor we de dromen van anderen beter kunnen begrijpen. De cinema weerspiegelt of beschadigt ons identiteitsbesef, en dat geldt zowel voor individuen als voor hele naties. Als wij eenvoudigweg filmpro-

ducenten worden die denken met technologie, speciale effecten en emotionele eenvoud een beeld van deze wereld te kunnen schetsen, dan zal de kloof tussen ‘mainstream cinema’ en elke waarneembare realiteit helaas onoverbrugbaar worden. De gevolgen daarvan zullen voor iedereen voelbaar zijn. De meeste films falen omdat ze de echte wereld links laten liggen. We moeten veeleer toegankelijke verhalen brengen die blijk geven van een oprecht invoelen en begrip opbrengen voor de echte wereld.’ (‘The Guardian’/ De Standaard, 27/03/2002) Film is dus geen gratuit bedrijf, beïnvloedt bewust of onbewust de kijker. En vermits overdaad schaadt, is selectie wenselijk, informatie verrijkend. Een geïnformeerde kijker kiest bewust voor films met een menselijke meerwaarde. Om het verband tussen beeld en maatschappij te helpen duiden, de overheersende media-gelijkschakeling niet zomaar te aanvaarden, rolpatronen en gedragscodes door te lichten, primair imitatiegedrag en zelfoverschatting tegen te gaan, het gebruik van geweld rondom ons niet te banaliseren, blijven filmclubs en filmzalen, die ruimte geven aan menswaardige films, een klein maar nuttig instrument voor betekenisvorming via het beeld, een handige wegwijzer in de oeverloze beeldenstroom.


Besluit De uitbouw van dit " Filmproject voor Zottegem " liep niet altijd over rozen. Maar de oprechte overtuiging dat een filmclub zich beter concentreert op de meerwaarde van kwaliteitsfilms waarvan de inhoud belangrijker is dan de verpakking en boeiende personages de kijker meer aanspreken dan louter geweld, stunts, imponerende decors en technologische kunstgrepen, bleek een terechte optie. Filmclub Zottegem heeft hard moeten knokken om, in de lokale context, ondanks de tendens naar uitvergroting, deze keuze voor kwaliteit en menselijke waarden, om te zetten in een succesrijk project. Allicht omdat het aangeboden filmprogramma vele filmliefhebbers uit de hele regio jaar na jaar aansprak en een oase vertegenwoordigt in het oppervlakkige mediageweld rondom ons. Filmclub Zottegem biedt iedereen kansen om regelmatig aan mogelijke TV verslaving te ontsnappen en blijft attent films selecteren uit het recente internationale filmaanbod. Het accent valt hierbij op films met oog voor mensen. Het erg gevarieerd programma brengt ook ontspanning op niveau en wil de toeschouwer, telkens weer, in een totaal andere sfeer brengen. Het is verheugend te mogen vaststellen dat Filmclub Zottegem intussen is uitgegroeid tot ‘een huis van vertrouwen’ waar kwaliteit gewaarborgd is . De ontwikkelde filminitiatieven liggen, sinds jaar en dag, als een ‘home made project’ verankerd in de honderdjarige bioscooptraditie die Zottegem ooit, met zijn drie cinemazalen, tot een regionale filmpool maakte. Filmclub Zottegem kon, dankzij de werkkracht en de medewerking van velen die in het filmclub idee zijn gaan geloven, een blijvende plaats veroveren in het culturele leven van Zuid-Oost-Vlaanderen. Dat is een resultaat waarbij enige fierheid niet onterecht is. Vooral omdat de evoluties in het telecommunicatietijdperk haaks staan op het rustig genieten in een sfeer van onthaasting : filmclubs blijven, ook in die optiek, een functie hebben die

de schaalvergroting in de wereld van het ‘entertainment’ niet kan invullen. Filmclub Zottegem is, in deze context, een gewaardeerde, toetssteen in het grote mediaveld. Tijdens de opbouw naar 50 JAAR FILMCLUB veranderde de wereld enorm, de visie erop eveneens, de beeldcultuur grondig en de mentaliteit totaal. In tijden waar het beeld het geschreven woord verdringt, verkorting in verwoording en denken opgeld maakt, verpakking belangrijker is dan inhoud en waarden vervagen, kan een volgehouden actie ten voordele van positieve beeldinhouden het bewuster kijken van jong en oud versterken. Wat in al die jaren niet veranderde is de blijvende inzet en overtuiging van Filmclub Zottegem om in filmproducties van vandaag en morgen de menselijke waarden centraal te stellen en de positieve ontwikkelingen in het mediagebeuren gevat op te volgen en te vertalen in boeiende initiatieven en een gevarieerd programma. Sinds zowat dertig jaar staat Filmclub Zottegem garant voor kwaliteit die vertrouwen schept. Daarvan getuigt het trouw en talrijk Filmclubpubliek. Het huidig JUBILEUM 50 JAAR FILMCLUB ZOTTEGEM wil dan ook vooruitkijken en met een opmerkelijk programma en een paar enthousiasmerende extra Jubileum initiatieven nieuwe belangstelling wekken bij iedereen die wil meegenieten van de beste producties in het internationaal filmaanbod. Bovendien ontstond, in het kader van dit jubileumjaar een SAMENWERKING MET HET INTERNATIONAAL FILMFESTIVAL VAN VLAANDEREN-GENT dat Filmclub Zottegem als een eerste decentralisatie-punt van het nieuwe Festivalprogramma opneemt in de organisatie van zijn editie 2002. De heer Jacques Dubrulle , SecretarisGeneraal en Afgevaardigd Bestuurder, sprak overigens de feestrede uit tijdens de Academische Zitting in de

Ridderzaal van het Egmontkasteel op zondag 29 september 2002. Hij verleende ook de medewerking van het Festival aan de organisatie van de ‘Provinciale Dagen van de Vlaamse Film‘ die Filmclub Zottegem tijdens elke Lustrumviering organiseert als promotie voor filmproducties uit Vlaanderen. Ook de v.z.w. Stichting Raoul Servais, waarvan hij Voorzitter is, hielp bij het tot stand komen van de ‘Vierde Dag van de Animatiefilm en van de Huldetentoonstelling Raoul Servais, die in Sao Paulo, Brazilië, meer dan 30.000 bezoekers trok, en die aan dit Lustrum een aparte dimensie toevoegde. Een bewijs te meer dat kwaliteit en variatie in dienst van menselijke betrokkenheid en ontwikkeling bij Filmclub Zottegem centraal staan. Filmclub Zottegem is dan ook zeer dankbaar dat de volgehouden inspanningen om, in Zottegem en in de regio ZuidOost-Vlaanderen, een gevarieerde en blijvende Filmclubwerking uit te bouwen, beloond werden met de waardering van een trouw publiek en de erkenning van vele instanties. Hun medewerking straalt, zowel lokaal, provinciaal als regionaal, af op de initiatieven die Filmclub Zottegem op het getouw zet. Het geeft voldoening te mogen vaststellen dat dit filmproject, gisteren en vandaag, steeds werd gedragen en uitgebouwd door gemotiveerde bestuursleden die, ook vandaag, na hun beroepsbezigheden en naast hun eigen familiale beslommeringen, tijd blijven vrijmaken. Hun positieve gedrevenheid is en blijft een sleutel op de toekomst. Met de medewerking van alle belangstellende aanwezigen, leden en niet-leden, steunende instellingen en handelaars, schooldirecties en overheidsinstanties wil het Bestuur, ook in de volgende jaren, verwachtingen inlossen, tot voldoening van de vele filmliefhebbers uit de regio.

93


Opeenvolgende bestuursploegen

1952 – 1967 Voorzitters Culturele Kring: Inleidingen: Secretariaat:

A. Schoutteet, L. De Vos F. Dupondt A. Schoutteet

1968 – 1972 Voorzitter Filmclub Zottegem: Programmatie: Inleidingen: Secretaris:

M. Van Assche E. H. P. Vyncke F. Dupondt A. Schoutteet

1972 - 1975 Voorzitter: Penningmeester: Programmatie: Inleidingen:

M. Van Assche A. Schautteet J. Van den Bussche Fr. Dupont

1975 – 1978 Voorzitter: Programmatie en inleidingen: Secretaris-Penningmeester: Beheer: Samenstelling Documentatiemap: Technische realisatie:

94

J. Van den Bussche J. Van den Bussche L. Vermoere G. Van de Perre J. Van den Bussche, L. Vermoere Kristien Van der Meulen, Liliane Van Wassenhove

(1952-2002)


1978 – 1983 (*)

(van 1978 t/m 1988 werden Filmclub

Techniek:

en Kifi door dezelfde bestuursploeg geleid.)

Ere-voorzitter: Voorzitter: Penningmeester: Pers: Programmatie en inleidingen: Technische Dienst: Fotografie en Diamontage: Public-relations:

Sekretariaat:

Onthaal: Samenstelling Jubileumbrochure en Filmkrant:

Lay-out en design: Realisatie:

1983 - 1988 *

P. Vyncke J. Van den Bussche M. Bert R. Raes J. Van den Bussche M. De Groote C. Carobel en P. Rutten G. Van De Perre, J. Van den Bussche, M. Bert en J. De Smet E. Milo, F. De Bie, L. Van De Perre, en G. Baekelandt L. De Bie, J. Raes, E. Milo, L. Bert J. Van den Bussche, M. De Groote, P. Jacquet, L. Van De Perre en J. De Smet P. De Pelsemaeker en P. Sackx L. De Nutte

Onthaal:

Technische realisatie:

P. Vyncke J. Van den Bussche M. Bert J. Van den Bussche M. De Groote F. Mory R. Raes M. De Groote, J. Morre, G. Van De Perre, G. Busschop, B. Ockerman L. Bert, J. Schoeters, M. Keppens, I. Van Caeneghem , G. De Deurwaerder C. Carobel, E. Broeckaert, L. Lefevre, G. Van Wijmeersch

Technische realisatie:

Dia-opnamen: Dia-montage: Filmprojectie:

Onthaal:

Public Relations:

1991 - 1993 Ere-Voorzitter: Voorzitter: Ondervoorzitter: Secretariaat: Pers: Penningmeester: Financieel Beheer: Public Relations:

Programmatie:

Projectie:

Onthaal:

Techniek:

Fotografie: Lay-out:

E.H. P. Vyncke J. Van den Bussche B. Hertegonne K. Rollewagen P. Ghijs H. Bonte G. Van de Perre G. Baekelandt, B. Hertegonne, J. Van den Bussche, P.Jaquet J. Van den Bussche, B. Hertegonne, G. De Cooman G. De Cooman, L. Claes, H. De Backer, J. Van den Berge, W. Van Marck I. Van Kerckhove, H. Bonte, A. Van Raepenbusch L. Claes, W. Van Marck , H. De Backer, R. Vervoenen C. Carobel Studio Graphic

Visuele vormgeving:

Voorzitter: Pers: Secretariaat en beheer: Programmatie:

J. Van den Bussche M. Bert G. Van de Perre

Afficheverdeling:

J. Van den Bussche

Technische Dienst:

J. Van den Bussche P. Ghijs H. Bonte J. Van den Bussche, H. Rogge, H. De Four J. Van den Bussche, H. Rogge, G. Baekelandt R. Nuyens, M. Vergaert, H. Rogge W. Van Marck ,

B. Vandesande B. en P. Vandesande R. Nuyens, I. Smolders, W. Van Marck A. Van Wijmeersch, W. Van Marck, B. Vandesande H. Bonte, R. Nuyens, M. Vergaert, P. Ghijs, I. Smolders, H. Rogge J. Van den Bussche, G. Baekelandt, G. Van de Perre, I. De Paepe J. Van den Bussche, B. Vandesande, G. De Bisschop

1998-2003 Voorzitter: Programmatie, inleidingen, samenstellen Filmkrant:

Pers: Onthaal:

Filmprojectie:

Afficheverdeling: Secretariaat en beheer: Technische coördinatie: Website www.filmclub-zottegem.be: Stuurgroep:

1993 - 1998

Inleidingen:

1988 - 1991 Voorzitter: Secretaris - penningmeester: Beheer: Programmatie, inleidingen en persverantwoordelijke:

Onthaal:

(van 1978 t/m 1988 werden Filmclub en Kifi door dezelfde bestuursploeg geleid.)

Ere-voorzitter: Voorzitter: Penningmeester: Programmatie en inleidingen: Coördinatie KIFI: Sekretariaat: Persverantwoordelijke: Techniek: Public-relations:

Public-relations:

W. Van Marck, Jan Van Marck(+), A. Van Wijmeersch J. Van den Bussche, B. Hertegonne L. Bert, J. Schoeters, M. Keppens, I. Van Caeneghem , G. De Deurwaerder C. Carobel, E. Broeckaert, L. Lefevre, G. Van Wijmeersch

Lay-out Lustrum Publicaties: Lustrumboek: ‘100 Jaar Film in Zottegem: van buurtbioscoop tot Filmclub’: Educatief Scholenproject:

J. Van den Bussche J. Van den Bussche, I. De Paepe, G. Govaert, H. Rogge I. De Paepe, P. Ghijs G. Baekelandt, H. Bonte, H. De Baets, I. De Paepe, M. Vergaert R. Nuyens A. Van Wijmeersch, P. Lagaert, P. Ghijs, J. Cousy, K. Van Der Meiren R. Nuyens, M. Vergaert, H. Rogge H. Bonte J. Cousy L. De Paepe I. De Paepe, H. De Baets, H. Bonte, J. Van den Bussche, G. Baekelandt, J. Cousy E. Vekeman D. Lamarcq, J. Van den Bussche J. Van den Bussche, H. De Four, S. De Coene, H. Rogge, G. Govaert

95


Film ografie (1952-2002)

1952/53 Rembrandt (H. Steinhoff, D, 1942) De Storm (H. Young, USA, 1938) Tranen over Johannesburg / Cry the Beloved Country

Via Mala (J. von Baky, D, 1945) A song to remember (Ch Vidor, USA, 1945) Die Nachtwache (H. Braun, D, 1949) Dr Schweitzer

(Z.Korda, GB,1951)

Lourdes en de Pyreneeën The Well (L. Popkin, USA, 1851) Kon Tiki (TH. Heyerdahl, USA, 1951) In Lieven’s Spoor Les anges du Péché/Engelen der Zonde (R. Bresson, Fr, 1944) ...

1955/56

1953/54

1956/57

Katia (M. Tourneur,F, 1938) Vaarwel Mr. Grock Das Letzte Rezept (R. Hansen, D, 1951) A Walk in the Sun (L. Milestone, USA, 1945) Il Capotto / De Mantel (A. Lattuada, It, 1952) ...

Filmjournaal en Don Juan (J. Berry, Fr/Sp, 1955) De Levende Woestijn (Walt Disney) Het Leven van Verdi The Cobweb (V. Minelli, USA, 1955) ......

Das Kalte Herz ...... Mensen in Nood Liefde zonder Dageraad (met Maria Schell)

1957/58 1954/55 Manon des Sources (H-G Clouzot, Fr, 1948) Detective Story (W. Wyler, USA, 1951) "Een verrassing!!!" (sic)

96

Documentaire + The Kidnappers (Ph. Leacock, GB, 1953) Aan de Rand van de Stad / Aan de Poorten van de Stad (Spaanse film)

De Rode Ballon (A. Lamorisse, Fr, 1956),


"met een allerfijnste tekenfilm als aanvulling" Een Fee als geen andere (J. Tourane, Fr, 1956) Saint Joan (O. Preminger, USA, 1957)

1962/63 Onbekend

Wedding Party De Wereld van de Stilte 1963/64 1958/59 The Defiant Ones /Gebonden Handen (St. Kramer, USA, 1958) Twelve Angry Men (S. Lumet, USA, 1957) Amici per la Pelle (F. Rosi, It, 1956) Engelen in de Storm Barabas (Alf Sjoberg, Zweden)

1959/60 Onstuimig is de Wind (met Anthony Quinn) De Blijde Mysteries - eerste van de drie Rozenkrans-films Het Rode Signaal De Droevige Mysterie - tweede van de drie Rozenkrans-films Majestät auf Abwegen (R. A. Stemmle, D, 1958) Kanal (A. Wajda, P, 1957) en Een Duivelse Uitvinding (K. Zeman, Tch, 1958)

De Glorierijke Mysteries - derde van de drie Rozenkrans-films

1960/61 Father Brown (R. Hamer, GB, 1954) + "een muzikale film" Zolang het Hart klopt (A. Weiderman, D, 1958) + "2de grote Film & TV wedstrijd" Een Vreemde Zondag (met Danielle Darrieux, Bourvil)

1961/62

Angry Silence (G. Green, GB, 1960) Onbekend The Miracle Worker (A. Penn, USA, 1962) De Ballade van de Soldaat (G. Tchoukrai, USSR, 1960)

1964/65 Een Amerikaan in Parijs (V. Minelli, USA, 1951) De Fietsendief (V. De Sica, It, 1948) Riksjaman Goodbye, Mr Chips Het Gegeven Woord

1965/66 Intiem Dagboek Königskinder (H. Kaütner, D, 1949) Als in een Duistere Spiegel (I. Bergman, Zw, 1961) Alleman (B. Haanstra, N, 1963) Het Naakte Eiland / Onibaba (K. Shindo, Jp, 1964)

1966/67 Das Glass Wasser (H. Kaütner, D, 1960) David en Lisa (Fr. Perry, USA, 1963) Voor de liefde van een blondje (M. Forman , Tch, 1965) Avondmaalgasten (I. Bergman, Zw, 1961) Het Afscheid (R. Verhavert, B, 1966)

Onbekend

97


1967/68 Vlammende Paarden (Parajdjonov, USSR,) The Slender Thread (S. Pollack, USA, 1965) The Pawnbroker (S. Lumet, USA, 1965) Elektra (M. Cacoyannis, Gr, 1967)

Domicile conjugal (F. Truffaut, Fr, 1970) Dood in Venetië (L. Visconti, It-Fr, 1971) Onderzoek naar een Burger boven alle Verdenking (E. Petri, It, 1969) Kes (K. Loach, GB, 1969)

1973/74 1968/69 La Vieille Dame indigne (R. Allio, Fr., 1965) Nothing but a Man (M. Roemer, USA, 1964) Wie zijt gij, Polly Maggoo? (W. Klein, Fr, 1966) Othello (L. Olivier, GB, 19)

Bataille d’Alger (G. Pontecorvo, It, 1965) L’ Enfant Sauvage (F. Truffaut, Fr, 1969) Bij de Beesten af (B. Haanstra, N, 1972) Modern Times (Ch. Chaplin, USA, 1936)

1974/75 1969/70 Bruegel (Paul Hasaerts) Dr. Dolittle (R. Fleischer, USA, 1967) Le Grand Amour (P. Etaix, Fr, 1969) A Man for all Seasons (Fr. Zinneman, GB, 1966) De Stem van het Water (B. Haanstra, N, 1966)

The Great Dictator (C. Chaplin, USA, 1940) De Tuin van de Finzi Contini (V. de Sica, It, 1970) Family Life (K. Loach, GB, 1971) Jeremiah Johnson (S. Pollack, USA, 1972) La Nuit Américaine (F. Truffaut, Fr-It, 1973) The Effect of Gamma-rays on the Man-in-the-Moon Marigolds (P. Newman, USA, 1972) Home, Sweet Home (B.Lamy, B-Fr, 1973)

1970/71 Midnight Cowboy (J. Schlesinger, USA, 1969) Heureux qui comme Ulysse (H. Colpi, Fr, 1969)

1971/72 Ik verwacht Mr. de President (K. Kachyna, Tch) Rachel, Rachel (P. Newman, USA, 1968) Trafic (J. Tati, Fr-N, 1971)

1972/73 Tristana (L. Bunuel, Sp-Fr-It, 1969)

98

1975/76 L’Invitation (C. Goretta,Zw-Fr, 1973) The Touch (I. Bergman, Zw-USA, 1971) The Goldrush (Ch. Chaplin, USA, 1925) Adalen 31 (B. Widerberg, Zw, 1969) The Conversation (F.F. Coppola, USA, 1974) West Side Story (R. Wise, USA, 1961) The Fearless Vampire Killers (R. Polanski, GB, 1967) Händler der 4 Jahreszeiten (R.W. Fassbinder, BRD, 1972) Play it again, Sam (H. Ross, USA, 1972) Vincent, François, Paul et les autres (P. Sautet, Fr-It, 1974) Pat Garett and Billy the Kid (S. Peckinpah, USA, 1973)


1976/77 Dokter Pulder zaait Papavers (B. Haanstra, N, 1975) : in aanwezigheid van Dora van der Groen en Wies Andersen Chinatown (R. Polanski, USA, 1974) Delitto d’Amore (L. Comencini, It, 1974) L’Horloger de Saint Paul (B. Tavernier, Fr, 1973) Junior Bonner (S. Peckinpah, USA, 1972) Scènes uit een Huwelijksleven (I. Bergman, Zw, 1974) Alice doest live here anymore (M. Scorcese, USA) Harry en Tonto (P. Mazursky, USA, 1974) The Apprenticeship of Duddy Kravitz (T. Kotcheff, Can, 1974) L’Argent de Poche (F. Truffaut, Fr, 1976) Night Moves (A. Penn, USA, 1975) Dog Day Afternoon (S. Lumet, USA, 1975)

1977-1978 : JUBILEUM 25 JAAR FILMCLUB ZOTTEGEM Max Havelaaar (F. Rademakers, N, RI, 1976) Info-Panel : Film, van conceptie tot realisatie : in aanwezigheid van mevrouw Dora van der Groen , de heer Wies Andersen (producent), de heer J. Hambrouck, Ministerie Nederlandse Cultuur en de heer J. Zeguers, vertegenwoordiger Verdeelhuis Excelsior

Adèle H. (F. Truffaut, Fr/Can, 1976) Derzu Uzala (A. Kurosawa, Jp-USSR, 1975) Cadaveri Eccellenti (F. Rosi, It-Fr, 1976)

Gejaagd door de Winst (R. De Hert, B, 1968/77) Dood van een Sandwichman (R. De Hert, B,) Verbrande Brug (G. Hendrickx, B, 1975) Monsieur Hawarden (H. Kümel, Nl-B, 1969) Malpertuis (H. Kümel, B-Fr-D, 1972) Cria Cuervos (C. Saura, Sp, 1975) Monsieur Klein (J. Losey, F-It, 1976) Les Vacances de Mosnieur Hulot (J. Tati, Fr, 1952) A Woman under the Influence (J. Cassavetes, USA, 1974) The Man who would be a King (J. Huston, USA, 1975) Barry Lyndon (S. Kubrick, GB, 1975)

1978-1979 Annie Hall (W. Allen, USA, 1977) Una Giornata Particolare (E. Scola, It, 1977) Mon Oncle (J. Tati, Fr, 1957) La Dentellière (Cl. Goretta, Zw-Fr, 1977) Elisa, Vida Mia (C. Saura, Sp, 1977) Dodes’kaden (A. Kurosawa, Jp, 1970) Film d’Amore e d’Anarchia (L. Wertmüller, It, 1972) City Lights (CH. Chaplin, USA, 1931) Young Frankenstein (M. Brooks, USA, 1974) Iphigeneia (M. Cacoyannis, Gr, 1976) L’Innocente, (L. Visconti, It-Fr, 1976) The Ballad of Cable Hogue (S. Peckinpah, USA, 1970) Die Plötzliche Einsamkeit des Konrad Steiner (K. Gloor, Zw, 1976)

1ste Dag van de Animatiefilm met de heer Raoul Servais Obsession (B. de Palma, USA, 1976) Face to Face (I. Bergman, Zw, 1976) The Front (M. Ritt, USA, 1976) Chronique des Années de Braise (L. Hamina, Alg-Fr, 1975) Provinciale Dagen van de Vlaamse Film : in aanwezigheid van Mevrouw Dora van der Groen, Harry Kümel, Nicolay Van der Heyde, Robbe De Hert, Guido Hendrickx vertoning van : Angela, Love comes quietly (N. Van der Heyden, N, 1973)

Family Plot (A. Hitchcock, USA, 1976) Dag van de Klassieke Film (in A.T.C.-gebouw, tijdens de ‘Week van het Boek’, i.s.m. de A.K.O.B.-Bibliotheek)

vertoningen van : De Moeder (Poudovkin, USSR, 1926) The General (B. Keaton, USA, 1927) Das Kabinett des Dr. Caligari (R. Wiene, D, 1920) Duck Soup (L. McCarey, USA, 1933) La Rivière du Hibou (R. Enrico, Fr,) Un Soir, un Train / De Trein der Traagheid (A. Delvaux, B)

99


Robin and Marian (R. Lester, GB, 1976) Three Women (R. Altman, USA, 1976) Julia (F. Zinneman, USA, 1977)

1979-1980 Buffalo Bill and the Indians (R. Altman, USA, 1976) Fedora (B. Wilder, USA, 1978) Islands in the Stream (F.J. Shaffner, USA, 1977) Coming Home (H. Ashby, USA, 1978) Stroszek (W. Herzog, BRD, 1977) Tweede dag van de Animatiefilm, onder de auspiciën van het Ministerie voor Nederlandse Cultuur m.m.v. het Belgisch Animatiecentrum en de Vereniging ter Bevordering van de Animatiefilml in aanwezigheid van de heer R. Servais, winnaar Gouden Palm Cannes 1980 voor ‘Harpya’

A Dream of Passion (J. Dassin, Gr-Zw, 1978) A Woman of Paris (Ch. Chaplin, USA, 1923) Don Giovanni (J. Losey, FrIt-D, 1979) The China Syndrome (J. Bridges, USA, 1979) Mama cumple cien Anos (C. Saura, Sp, 1979) The Shootist (D. Siegel, USA, 1976) Being There (H. Ashby, USA, 1979) Mon Oncle d’Amérique (A. Resnais, Fr, 1980) Novecento (B. Bertolucci, It, 1976) Kagemuscha (A. Kurosawa, Jp-USA, 1980) Gruppo di famiglia in un interno/ Conversation Piece (L. Visconti, It-Fr, 1974)

Die Ehe der Maria Braun (R. W. Fassbinder, BRD,1979) Black Jack (K. Loach, U.K., 1979) Agatha (M. Apted, USA, 1978) Novecento II (B. Bertolucci, It, 1976)

1981-1982 L’Amour en Fuite (F. Truffaut, Fr, 1979) Interiors (W. Allen, USA, 1978) Renaldo and Clara (B. Dylan, USA, 1978) De Klompenboom (E. Olmi, It, 1978) Comes a Horseman, wild and free (A. Pakula, USA, 1978) C’Eravamo Tanto amati (E. Scola, It, 1975) Providence (A. Resnais, FR-GB-Zw, 1977) Vrouw tussen Hond en Wolf (A; Delvaux, B-Fr, 1979) : in aanwezigheid van André Delvaux, regisseur, Johan Anthierens, journalist, en de heer B. Podevijn, adjunct Dienst Media en Film van het Ministerie voor Nederlandse Cultuur Jezus (F. Zeffirelli , It-GB, 1977) Norma Rae (M. Ritt, USA, 1979) Cet Obscur Objet du Désir (L. Bunuel, Fr-Sp, 1977) Herfstsonate (I. Bergman, Zw-D, 1978) Het Rijk der Passies (N. Oshima, Jp, 1978)

1980-1981 Manhattan (W. Allen, USA, 1979) Amarcord (F. Fellini, It, 1973)

100

Le Dernier Métro (F. Truffaut, Fr, 1980) Raging Bull (M. Scorcese, USA, 1980) The Deer Hunter (M. Cimino, USA, 1978) Roodbaard (A. Kurosawa, Jp, 1965) Schwestern (M. von Trotta, BRD) The Elephant Man (D. Lynch, Uk-USA, 1980) Une Semaine de Vacances (B. Tavernier, Fr, 1980) Apocalypse Now (F.F.Coppola, USA, 1979) De Witte van Sichem (R. De Hert, B, 1980) : in aanwezigheid van Robbe De Hert en Eric Clerckx Moskou geeft niet om Tranen (W. Mensjow, USSR,1980) Three Days of the Condor (A. Pakula, USA, 1975) Deliverance (L. Boorman, USA, 1972) Geschichten aus dem Wienerwald (M. Shell, BRD-Oostenrijk, 1979) De Man van Marmer (A. Wajda, P, 1977) Kontrakt (K. Zanussi, P, 1980) Hongaarse Rapsadie (M. Jancso, H, 1979)


1982-1983 : JUBILEUM 30 JAAR FILMCLUB ZOTTEGEM Raiders of the Lost Ark (S. Spielberg, USA, 1981) Coup de Torchon (B. Tavernier, Fr, 1981) Tre Fratelli (F. Rosi, It, 1981)

Vertoning van : Zaman (P. Le Bon, B,) Tilt (C. Van den Broecke) Prima service (A. De Hesselle/ L. Gubbels) De Vlasschaard (J. Gruyaert, B, 1981) Brussels by Night (M. Didden) Vodka Orange (D. Deruddere)

De slagkracht van het beeld : i.s.m. de heren Y. Van Raemdonck, docent RITCS en Van Nieuwenhuysen, Affichist

1983-1984 vertoning van ‘Network’ (S. Lumet, USA, 1976) TrueConfessions (U. Grosbard, USA, 1981) Filmhappening, een dansend filmspektakel met simultaanprojectie van

American Gogolo Casablanca The Rocky Horror Picture Show West Side Story Kong Kong Star Wars The Coalminer’s Daughter (M. Apted, USA, 1980) La Femme d’ à Côté (F. Truffaut, Fr, 1981) La femme de L’ Aviateur (E. Rohmer, Fr, 1980) Chariots of Fire (H. Hudson, GB, 1981) The French Lieutenant’s Women (K. Reisz, GB,1981) Heaven’s Gate (M. Cimino, USA, 1980) Chronique des Années de Braise (L. Hamina, Alg, 1975) Dressed to Kill (B. de Palma, USA, 1980) Il Faut Tuer Birgit Haas (L. Heynemann, Fr, 1981) Die Fâlschung (V. Schlöndorf, BRD-F, 1981) Ragtime (M. Forman, USA, 1981) Provinciale dagen van de Vlaamse Film : in aanwezigheid van P. Le Bon, M. Didden, Dominique Deruddere, Achmed Chakir, Fr. Beuckelaers, Jan Gruyaert, Walter Moeremans, Dora van der Groen, e.a.

Victor / Victoria (B. Edwards, USA, 1982) Reds (W. Beatty, USA, 1982) La Notte di San Lorenzo (P. en V. Taviani, It, 1982) Missing (C. Gavras, Gr, 1982) Ordinary People (R. Redford, USA, 1980) Les Uns et les Autres (C. Lelouch, Fr, 1981) Gandhi (R. Attenborough, GN-Ind, 1982) Fanny and Alexander (I. Bergman, Zw-Fr-D, 1982) On Golden Pond (M. Rydell, USA, 1981) Raggedy Man (J. Fisk, USA? 1981) Yol (Y. Guney, T, Zw, D, 1982) Van de Koele Meren des Doods (N. Van Brakel, Nl, 1982) Body Heat (L. Kasdan, USA, 1981) Las Fantômes du Chapelier (C. Chabrol, Fr, 1982) All that Jazz (B. Fosse, USA, 1979) In the Still of the Night (R. Benton, USA, 1982)

1984-1985 Rumble Fish (F.F. Coppola, USA, 1983) Carmen (C. Saura, Sp, 1983) Zelig (W. Allen, USA, 1983) De Ballade van Narayama (Sh. Imamura? Jp, 1983) Le Bal (E. Scola, Fr-It, 1983) Benvenuta (A Delvaux, B-Fr-It, 1983) The Big Chill (L. Kasdan, USA, 1983) Furyo / Merry Christmas, Mr. Lawrence (N. Oshima, GB, 1982) The Right Stuff (Ph. Kaufman, USA, 1984) Vivement Dimanche (F. Truffaut, Fr, 1983)

101


De Smaak van Water (O. Seunke, Nl, 1982) Local Hero (B. Forsyth, GB, 1983) Pauline à la Plage (E. Rohmer, Fr, 1982) Betrayal (D. Jones, GB, 1982) Diva (J-J Beineix, It, 1980)

1985-1986 Paris, Texas (W. Wenders, BRD, 1984) Reuben, Reuben (E. Miller, GB, 1984) Los Santos Innocentes (M. Camus, Sp, 1984) Under Fire (R. Spottiswoode, USA, 1984) Kaos (P en V Taviani, It, 1984) Frances (G. Clifford, USA, 1984) Amadeus (M. Forman, USA, 1984) Testament (L. Litman, USA, 1984) Sophie’s Choice (A. Pakula, USA, 1984) Rear Window (A. Hitchcock, USA, 1954) A Passage to India (D. Lean, GB- Ind, 1985) The Bridge over the River Kwaï (D. Lean, GB, 1957), i.s.m. Milac Zottegem Birdy (A. Parker, USA, 1984) Poulet au Vinaigre (Cl. Chabrol, Fr, 1985) The Killing Fields (R. Joffé, GB, 1984)

Un Dimanche à la Campagne (B. Tavernier, Fr, 1984) Streamers (R. Altman, USA, 1983) Bolwieser (R. W. Fassbinder, BRD) Another Time, Another Place (M. Radford, GB, 1983)

1986-1987 Papa is op Zakenreis (E. Kusturica, Youg, 1985) Sans Toit ni Loi (A. Varda, Fr,1985) Ran (A. Kurosawa, Jp-Fr, 1985) Pervola (O.Seunke, N, 1985) El Sur (V. Erice, Sp-Fr, 1983) The Dresser (P. Yates, GB, 1983) The Year of the Living Dangerously (M. Cimino, AUS, 1982) Witness (P. Weir, Aus, 1985)

102

Another Country (M. Kanievska, GB, 1984) Agnes of God (N. Jewison, USA, 1985) After Hours (M. Scorcese, USA, 1985) Kiss of the Spider Woman (H. Babenco, USA-Br, 1985) Prizzi’s Honor (J. Huston, USA, 1985) Silverado (L. Kasdan, USA, 1985) Twice in a Lifetime (B. Yorkin, USA, 1974) Trading Places (J. Lassidis, USA, 1983) Hannah and her Sisters (W. Allen, USA, 1986) Round Midnight (B. Tavernier, Fr-USA, 1986)

1987-1988: JUBILEUM 35 JAAR The Color Purple (S. Spielberg, USA 1986) Jean de Florette (Cl. Berri, Fr, 1986) Manon des Sources (Cl. Berri, Fr, 1986) In The Name of the Rose (JJ. Annaud, D/It/Fr, 1986) The Mission (R. Joffé, GB, 1986) Sacrificatio (A. Tarkovsky, Zw-FR-GB, 1986) Thérèse (A. Cavalier, Fr, 1986) White Nights (T. Hackford, USA, 1985) Jagged Edge (R. Marquand, USA, 1985) Blue Velvet (D. Lynch, USA, 1986) Radio Days (W. Allen, USA, 1987) Platoon (O. Stone, USA, 1986) Room with a View (J. Ivory, GB, 1985) Good Morning Babylon (P. en V. Taviani, It-Fr-USA, 1987) Het Gezin van Paemel (P. Cammermans, B, 1986) in aanwezigheid van P. Cammermans, regisseur, producent J. Van Raemdonck, Walter Moeremans e. a. L’Intervista (F. Fellini, It, 1987) Mélo (A. Resnais, Fr, 1986) Hohenfeuer, (F. Murer, Zw, 1985) Mona Lisa (N. Jordan, GB, 1986) Duet for One (A. Konchalovski, USA, 1986)

1988-1989 The Untouchables (B. de Palma, USA, 1987)


La Famiglia (E. Scola, It, 1987) L’Oeuvre au Noir (A. Delvaux, B, 1988) Hope and Glory (J. Boorman, GB, 1988) Bird (C. eastwood, USA, 1988) Gardens of Stone (F.F.Coppola, USA, 1987) Cry Freedom (R. Attenborough, USA, 1987) Babette’s Feest (G. Axel, No-Fr-DK, 1987) Angel Heart (A. Parker, USA, 1987) Gala van de Documentaire Film : The Last Emperor (B. Bertolucci, It-GB-Ch, 1987) Au Revoir, les Enfants (L. Malle, Fr, 1987) A World Apart (Ch. Menges, GB, 1988) The Beast of War (K. Reynolds, USA, 1988) The Moderns (A. Rudolph, USA, 1988) Pelle The Conqueror (B. August, DK-Zweden, 1988) 84, Charing Cross (D. Jones, USA-GB, 1987) My Life as a Dog (L. Hallström, S, 1985) The Whales of August (L. Anderson, USA, 1987)

1989-1990 The Milagro Beanfield War (R. Redford, USA, 1987) Broadcast News (J.L. Brooks, USA, 1987) Bagdad Café (P. Adlon, BRD-USA, 1987) Gorillas in the Mist (M. Apted, GB-USA, 1988) Children of a Lesser God (R. Haines, USA, 1986) Dear America (B. Couturie, USA, 1988) A Cry in the Dark (F. Schepsi, AUS, 1988) Sur (F. Solanas, Arg-Fr, 1988) The Unbearable Lightness of Being (Ph. Kaufman, Usa, 1988) Nuevo Cinema Paradiso (Tornatore, It-Fr,1989) Parhfinder (Gaup, N, 1989) Rainman (B. Levinson, USA, 1989) A Fish Called Wanda (B. Grighton, GB, 1989) Mississipi Burning (A. Parker, USA, 1989) Torch Song Trilogy (F. Bogaert, USA, 1989) Reunion (J. Schatzberg, USA, 1989) Do the right Thing (Lee, USA, 1989) Old Gringo (M. Puenzo, Usa, 1989)

1990-1991 Music Box (K. Costa-Gavras, USA, 1989) Australia (J.J. Andrien, B-Zw, 1989) Romero (J. Duigan, USA-Mex, 1989) Driving Miss Daisy (B. Beresford, USA, 1989) Valmont (M. Forman, Fr, 1989) My Left Foot (J. Sheridan, 1989) La Vie et Rien d’Autre (B. Tavernier, fr, 1989) Filmclub Zottegem verlaat ciné Chaplin

1991-1992 in zaal ‘De Kring’ Nuevo Cinema Paradiso (G. Tornatore, It-Fr, 1989) : gedwongen vervanging door ‘The Ballad of Nayarama’ (Sh. Imamura, Jp, 1983) Distant voices, still lives (Terence Davies, GB, 1991) Laterna Magica Galantee Show (Herman Bollaert) Zottegem Filmstad : Openlucht Filmfestival op de Markt te Zottegem i.s.m. de ‘ Belga Movie Tour 1992 vertoning van de film

‘Ghost’ (J. Zucker, USA, 1990) Opening Stadstheater ‘Rhetorica’

1992-1993: JUBILEUM 40 JAAR Thelma & Louise (R. Scott, USA, 1991) The Silence of the Lambs (J. Demme, USA, 1991) Urga (N. Mikhalkov/F-GOS, 1991) Henry V (K. Brannagh, GB, 1989) Ju Dou (Z. Yi-Mou, CHN-JAP, 1990) Festival van de Lach : Leon Daddy Nostalgie (B. Tavernier, F, 1990) Dangerous Liaisons (S. Frears, USA, 1988) Toto, le Héros (J. van Dormael, B-D-Fr, 1991)

103


Awakenings (P. Marshall, USA, 1990) Dag van het Licht : Marcellino, pane e vino (L. Commencini, It, 1991)

Il Ladro di Bambini (G. Amelio, It, 1992) Week van de Vlaamse Film : Janssen en Janssens draaien een film (R. De Hert & L. Pien) Eline Vere (H. Kümel) De Witte van Zichem (R. De Hert) Wait until Spring, Bandini (D. Deruddere) Galavoorstelling Daens (S. Coninx) + tentoonstelling "Daens in de fabriek" The Player (R. Altman, USA, 1992) Misery (R. Reiner, USA, 1990) Prince of Tides (B. Streisand, USA, 1991) The Manchurian Candidate (J. Frankenheimer, USA, 1991)

1993 - 1994 JFK (Oliver Stone, USA, 1991) Come and See the Paradise (Alan Parker, USA, 1990) Accidental Hero (Stephen Frears, USA, 1992) Dracula (F.F. Coppola, USA, 1992) Fiorile (Paolo en Vittorio Taviani, Fr/It/D, 1992) Dead Again (Kenneth Branagh, USA, 1991) Best Intentions (Bille August, Zweden,1992) Unforgiven (Clint Eastwood, USA, 1992) Howards End (James Ivory, Gr-Br, 1991) Thunderheart (Michael Apted, USA, 1992) Fried Green Tomatoes (Jon Avnet, USA, 1991) Trois Couleurs : Bleu (Krysztof Kieslowski, Fr-Pol, 1993) City of Joy (Roland Joffé, Fr-GrBr, 1992) The Piano (Jane Campion, Austr, 1993) Raining Stones (Ken Loach, GrBr, 1993) In het kader van ‘The Movie Box’, terugblik op recente ‘Klassiekers’ : The Shining (Stanley Kubrick, USA/GrBr, 1980) The two jakes (Jack Nicholson, USA, 1990)

104

In het kader van de ‘Eerste Culturele Week’ : openingsfilm Zottegem, Poort van de Vlaamse Ardennen, toeristische film van de heer Willy Van Marck

1994-1995 In het kader van de Bevrijdingsfeesten te Zottegem : The Longest Day (Darryl Zabuck, USA, 1960) Philadelphia (Jonathan Demme, USA, 1993) Much Ado About Nothing (Kenneth Branagh, GrBr/USA, 1992) The Age of Innocence (Martin Scorsese, USA, 1993) Farewell To My Concubine (Chen Kaige, CH/Taiwan, 1993) Schindler’s List (Steven Spielberg, USA, 1994) Remains of the day (James Ivory, USA, 1993) In the Name of the Father (Jim Sheridan, USA/Irl/GrBr, 1993) Trois Couleurs : Blanc (Krzystof Kieslowski, Fr/Pol, 1993) The Wedding Banquet (Ang Lee, USA/Taiwan/China, 1993) Short Cuts (Robert Altman, USA, 1993) Ladybird, Ladybird (Ken Loach, GrBr, 1993) The Hudsucker Proxy (Ethan Coen, USA, 1994) Shadowlands (Richard Attenborough, GrBr/USA, 1993) To Live / Lifetimes (Zhang Yimou, Taiwan/China, 1994) Soleil Trompeur (Nikita Mikhalkov, Fr/Rusl, 1994) The house Og Sirits (Bille August, D/Den/PL, 1993) Eat, Drink, Man, Woman (Ang Lee, Taiwan/China, 1994) In het kader van de Tweede Culturele Week : Reisverslag van de heer Bart De Clercq naar INDIA (Diavoorstelling), onder het motto ‘Andere Culturen’.

1995-1996 Forrest gump (Robert Zemeckis, USA, 1994) The Shawshank Redemption (Frank Darabont, USA, 1994) Trois Couleurs : Rouge (Krzystof Kieslowski, Fr/Pol, 1994) Manneken Pis (Frank Van Passel, België, 1995) Farinelli (Gérard Corbiau, België, 1994) Quizz Show (Robert Redford, USA, 1994)


Legends of the Fall (Edward Zwick, USA, 1995) Carrington (Christopher Hampton, GrBr, 1995)

A Couch in new York (Chantal Ackerman, USA, 1996) Seven (David Fincher, USA, 1995) Dolores Claiborne (Taylor Hackford, USA, 1995) L’ Uuomo Delle Stelle (Giuseppe Tornatore, Italië, 1995) Casino (Martin Scorsese, USA, 1995) The Van (Stephen Frears, GrBr, 1996)

Extra-initiatief : Laterna Magica Galantee Show (Herman

Extra-initiatief : Filmconcert: het André Goudbeek Kwartet speelt

Bollaert, te gast bij Theater Leen Persijn te Balegem-Oosterzele)

live originele muziek bij de stille film ‘ Nanook Of The North’ van R.Flaherty.

Extra-initiatief : Professionele Multivisie Diarama Show m.m.v. Kodak nv en de Vlaamse Federatie van Fotokringen

Bullets Over Broadway (Woody Allen, USA, 1995) The Usual Suspects (Bryan Singer, USA, 1995) Apollo 13 (Ron Howard, USA, 1995), in aanwezigheid van Alcatel-Bell ingenieur, de heer Johan Van Vreckem The Bridges Of Madison County (Clint Eastwood, USA, 1995) A Bronx tale (Robert De Niro, USA, 1995) Before the Rain (Milcho Manchevski, GrBr/Macedonië, 1995) Clockers (Spike Lee, USA, 1995) Land and Freedom (Ken Loach, GrBr/Sp, 1995)

Extra-initiatief : Filmconcert : het Gentse Sextet Fukkeduk speelt

Secrets and Lies (Mike Leigh, GrBr, 1996) Mute Witness (Anthony Waller, D, 1995) La Promesse (Luc en Jean-Pierre Dardenne, België, 1995) Breaking The Waves (Lars van Trier, DK, 1996) In het kader van de Vierde Culturele Week organiseert Filmclub Zottegem een documentaire filmavond: ‘Tussen Heet en Koud : van Evenaar tot Zuidpool’ onder het motto ‘ Andere Culturen’. Op het programma : ‘ In de omgeving van het Eiland Heard‘ en de film ‘Microcosmos’, over tropische insecten.

live originele muziek bij de stille film ‘Das Kabinett des Dr.Caligari , van R. Wiene

(Claude Nuridsani et Marie Perénnou, Fr, 1995)

In het kader van de Derde Culturele Week vertoont Filmclub Zottegem ‘Dances with Wolves’ (Kevin Kostner, USA, 1991), onder het motto ‘Andere Culturen’

1997-1998: JUBILEUM 45 JAAR

1996-1997 Braveheart (Mel Gibson, USA, 1995) Smoke (Wayne Wang, USA, 1995) Il Posyino (Michael Redford, Italië, 1994) Leaving Las Vegas (Mike Figgis, USA, 1995) Le Huitième jour (Jaco Van Dormael, België/Fr/GrBr, 1996) Nixon (Oliver Stone, USA, 1995) Sense and Sensibility (Ang Lee, USA, 1995) Dead Man Walking (Tim Robbins, USA, 1995)

Romeo and Juliet (Baz Luhrman, USA, 1996) Shine (Scott Hicks, Australia/GB, 1995) Kolya (Tsjechië-GB-Fr, 1996) Jude (Michael Winterbottom, GB,1996) Richard II (Richard Loncraine, GB,1996) Everyone Says I Love You (Woody Allen, ASA,1996) Michael Collins (Neil Jordan, GB-USA, 1996) The English Patient (Anthony Minghella, USA, 1996) The Crucible (Micholas Hytner, USA, 1990) Y Aura-t-il de la Neige à Noël ? (Sandrine Veysset, Fr, 1996) Sleepers (Barry Levinson, USA, 1996)

105


Provinciale Dagen van de Vlaamse film : met Lisa (Jan Keymeulen, B-Ch,1995) Taxandria ( Raoul Servais, B-D-Fr-Nl, 1994) Karakter (Mike van Diem, Nl-B, 1997) Antonia ( Marleen Gorris, Nl-B, 1995) Leonie (Lieven Debrauwer, B, 1997) Gaston’s War (Robbe De Hert, B-GB-DK, 1997)

Conte d’Auitomne, (Eric Rohmer, Fr, 1998) My Name is Joe (Ken Loach, GB-D, 1998) The horse Whisperer (Robert Redford, USA, 1998) Rosie (Patrice Toye, B, 1998) La Vitta e Bella (Roberto Benigni, It, 1997)

1999-2000 Taste of Cherry / De Kersensmaak (Abbas Kiarostami, Iran, 1997) The Sweet Hereafter (Atom Egoyan, USA/Can, 1997) Brassed Off (Mark Herman, GBr-USA, 1997) Hamlet (Kenneth Branagh, GBr-USA,1996) Carla’s Song (Ken Loach, GBr-D-Sp, 1996) L. A. Confidential (Curtis Hanson, USA, 1997) Unhook the Stars (Nick Cassavetes, USA, 1996) Spaanse Dag :Tesis (Alejandro Amenabar, Sp, 1996) met flamenco, tapas en muziek Marius Et Jeannette (Robert Guédiguian, Fr, 1997) Unagi / De Paling (Shohei Imamura, Japan, 1997) Seven Years in Tibet (Jean-Jacques Annaud, USA-GBr-Fr, 1997)

Professionele Multivisie Diarama Show ‘onder het motto : ‘de Natuur : Van Amerika over Azië tot Zuid-Afrika’

1998-1999 Titanic (James Cameron, USA, 1997) Carne Tremula (Pedro Almodovar, FR-Sp, 1997) The Boxer (Jim Sheridan, USA-GB-Ierl, 1997) As Good as it Gets (James L.Brooks, USA, 1997) Left Luggage (Jeroen Krabbé, D-B-USA, 1998) Great Expectations (Alfonso Cuaron, USA, 1998) Wag the Dog (Barry Levinson, USA, 1998) Le Bal Masqué (Julien Vrebos, B-Nl-D, 1998) The Edge (Lee Tamahori, USA, 1997) The Wings of the Dove (Ian Softley, GB, 1997) The Truman Show (Peter Weir, USA, 1998) Elizabeth (Shekar Kapur, GB, 1998) Saving Private Ryan (Steven Spielberg, USA, 1998) The Garden (Martin Sulik, Slovakije, 1995)

106

The Thin Red line (T. Malick, USA, 1998) Shakespeare in Love (John Madden, USA, 1998) Central Do Brasil (Walter Salles, BR-F, 1998) My Name is Joe (K. Loach, UK, 1998) Ca Commence Aujourd’hui (B. Tavernier, D-B-USA, 1998) Coockie’s Fortune (R. Altman, USA, 1999) Festen (T. Vinterberg, USA, 1998) Los Amantes Del Circulo Polar (J. Medem, USA, 1998) Au Coeur Du Mensonge (C. Chabrol, Frankrijk, 1998) Damiaan (P. Cox, B-NZL, 1998) Sue (A. Kollek, USA, 1997) A Simple Plan (S. Raini, USA, 1998) Todo Sobre Mi Madre (P. Almodovar, Sp-Fr, 1999) Notting Hill (Roger Mitchell, GBr, 1999) Eyes White Shut (Stanley Kubrick, USA, 1999) C’est Quoi, La Vie ? (François Dupeyron, F, 1999) Kadosh (Amos Gitai, Israël, 1999) The Straight Story (David Lynch, F-USA, 1999) Xiu Xiu (Joan Cheng, USA-Rep.CHINA-HK-CN, 1998) An Ideal Husband (Oliver Parker, USA, 1999) A la Place du Coeur (Robert Guédiguian, Fr., 1998) The Winslow boy (David Mamet, USA, 1999) Agnes Browne (Angelica Huston, USA , 1999) Five Senses (Jeremy Podeswa, CAN, 1999)

2000-2001 American Beauty (Sam Mendes, USA, 1999) The Talented Mr. Ripley (Anthony Minghella; USA, 1999) The End of the Affair (Neil Jordan, Gr.- Br., 1999) Angela’s Ashes (Alan Parke, USA, 2000)


Hurricane (Norman Jewison, USA, 1999) The Insider (Michael Mann, USA, 1999) Solas (Benito Zambrano, Spanje, 1999) The Green Mile (Frank Darabont, USA, 1998) Gladiator (Ridley Scott, USA, 2000) Felicia‘ s Journey (Atom Egoyan, Gr.-Br.-Can., 1997) The Cider House Rules (Lasse Hallström, USA, 1999) Aimee und Jaguar (Max Färberböck, Duitsl., 1999) The Barber Of Siberia (N. Mikhalkov, Rusland/Fr./Italië/Tsjechië, 1999) Harry, Un Ami Qui Vous Veut Du Bien (Frankrijk, 2000) Luna Papa (B.Khudojnazarov, A/D/RUS/CH/F,1999) Indian Runner (S. Penn, USA, 1991) Lijmen / Het Been (R. De Hert, B/NL,2000) Titus (J. Taymor, USA,1999) Dancer in the Dark (L. von Trier, DK/S, 2000) Lista De Espera (JC. Tabio, E/C/F/M., 2000) Lumumba (R. Peck, F/B/RH,2000) Chicken Run (P.Lord+N.Park,USA/GB,2000) The House of Mirth (T.Davies,GB, 2000) Le Roi danse (G. Corbiau, B/F, 2000)

2001-2002 Hannibal (Ridley Scott, USA, 2000) Chocolat (Lasse Halstrom, USA, 2000) Amores Perros (Alejandro Inarritu, Mexico, 2000) The Road Home (Zhang Yimou, China, 2000) Cast Away (Robert Zemeckis, USA, 2000) Pleure Pas, Germaine (Alain de Halleux, B-F-Sp, 2000) Traffic (Steven Soderbergh, USA, 2000) Malena (Giuseppe Tornatore, It – USA, 2000) Billy Elliott (Stephen Daldry, UK, 2000) Pearl Harbour (Michael Bay, USA, 2001) La Stanza Del Figlio (N. Moretti, Italië, 2000) Pauline en Paulette (Lieven Debrauwer, België, 2001) Requiem for a Dream (Darren Aronofsky, USA, 2000) Moulin Rouge (Baz Luhrmann, USA-Austr., 2001) Falling (Hans Herbots, B, 2001) Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulin (Jean-Pierre Jeunet, Fr., 2000)

The Discovery og Heaven (Jeroen Krabbé, Ndl, 2000) A.I. (Artificial Intelligence) (Steven Spielberg, USA, 2001) La Pianiste (Michel Haneke, Oostenrijk-Frankrijk, 2001) Olivetti ’82 (Rudy Van den Bossche, B, 2001) Lola Rennt (Tom Tykwer, Duitsland, 1998) The pledge (Sean Penn, USA, 2001) Girlfight (Karyn Kusama, USA, 2000) The Man Who Wasn’t There (Joel Coen, USA , 2001) The Gift (Sam Raimi, USA, 2000)

2002-2003 (deel 1) A Beatiful mind (Ron howard, USA, 2001) No Man’s land (Danis Tanovic, F-I-B-UK-Slo, 2001) In the Bedroom (Todd Field, USA, 2001) Lord of the Rings (Peter Jackson, USA, 2001) The Navigators (Ken Loach, GB, 2001) Villa des Roses (Frank Van Passel, B, 2002) Gosford Park (Robert Altman, USA, 2001) Italian for Beginners (Lone Scherfig, DK, 2001) Monster’s Ball (Marc Forster, USA, 2001) Ali (Michael Mann, USA, 2001) Huit Femmes (François Ozon, Fr, 2002) Iris (Sam Raimi, UK-USA, 2001) Rosetta (Luc & Jean-Pierre Dardenne, B-Fr, 1999) ism Welzijnszorg Oost-Vlaanderen - Broederlijk Delen

107


Programma 50 jaar Filmclub Zottegem

108


A BEAUTIFUL MIND - 3 sept 2002 Regie: Ron Howard Scenario: Akiva Goldsman naar de roman van Sylvia Nasa Fotografie: Roger Deakins Muziek: James Horner Montage: Mike Hill & Dan Hanley Vertolking: Russell Crowe (John Forbes Nash jr.), Ed Harris (William Parcher), Jennifer Connolly (Alicia), Paul Bettany (Charles Herman), Adam Goldberg (Sol), Christopher Plummer (Dr. Rosen) USA, 2001, 132’ Winaar van 4 Golden Globes 2002 Winnaar van 4 Oscars 2002 John Forbes Nash Jr. was een briljant wiskundige die al op jonge leeftijd de zogenaamde “speltheorie” ontwikkelde en daardoor algemeen beschouwd wordt als de vader van de moderne economie. In 1994 mocht hij hiervoor de Nobelprijs Economie in ontvangst nemen en dat was feitelijk een half mirakel want Nash was ook een paranoïde schizofreen die bijna 30 jaar lang werd geplaagd door waanbeelden die hem ei zo na te gronde richtten. Deze fascinerende ontdekkingstocht doorheen de geniale maar gestoorde geest van Nash is gebaseerd op Sylvia Nasars’ boek en overspant een periode van 47 jaar in het leven van de nu 74jarige John Nash. Het verhaal vangt aan in 1947 wanneer de jonge en wereldvreemde Nash als student arriveert aan de Princeton universiteit om zijn graduaat wiskunde te halen. Omdat hij uitermate introvert, zeer onhandig en onbeholpen is in sociale contacten, groeit hij al snel uit tot het geliefkoosde onderwerp van spot onder zijn medestudenten. Verbeten gooit hij zich op het oplossen van wiskundige problemen waar men al decennialang mee worstelt. Uitgaande van de theorie van Pythagoras dat het getal de basis is van alles, zoekt hij overal vaste patronen en tracht alles in wiskundige formules te vatten. Op basis van zijn bevindingen ontwerpt hij op jonge leeftijd de zogeheten “speltheorie”, die analyseert welke strategieën “spelers” best kiezen in de meest diverse soorten competities. De bijdragen van Nash aan de speltheorie hebben toepassingen gevonden in de economie en in het bedrijfsleven, maar ook in de politieke wetenschap en de diplomatie waar de opeenvol-gende rondjes blufpoker tussen de grootmachten in de Koude Oorlog zowel in Washington als in Moskou zorgvuldig speltheoretisch geanalyseerd werden. Nash die intussen ook door zijn medestudenten gerespecteerd wordt en zelfs gehuwd is, wordt omwille van zijn zeer interessante theorieën in volle Koude Oorlog door het Pentagon benaderd en geïntroduceerd in het spionagenetwerk van het leger. Op dat moment manifesteert zijn ziekte zich volop en

slaan bij Nash de stoppen door… Ron Howard (“Ritchie” uit de legendarische TV-serie “Happy Days” en regisseur van o.a. ”Apollo 13”, “Splash”, “EdTV”) heeft op een boeiende en originele manier het verhaal van Nash in beeld gebracht. In het verleden heeft Howard, vaak ten onrechte, al bakken kritiek over zich heen gekregen voor het stroperig en melig karakter van zijn films en voor zijn neiging tot vereenvoudigen. Ook nu weer zou hij er de scherpe kanten afgevijld hebben. Het privé-leven van Nash verliep inderdaad lang niet zo rimpelloos als Howard het voorstelt. Zo wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept over de biseksualiteit van Nash, dat hij zijn vrouw een tijdje in de steek heeft gelaten en naar Europa is gevlucht. Maar het is ook nooit de bedoeling geweest van Howard om een exacte, chronologische, documentaire beschrijving te geven van Nash’ leven : hij wil ons vooral een ontroerend en filmisch meeslepend verhaal vertellen over de kranige overlevingsstrijd van deze geniale man. De manier waarop Howard een complexe aandoening als schizofrenie filmisch weet weer te geven is zeer knap en één van de vele redenen waarom u deze film niet mag missen. Holly-wood heeft geen al te beste reputatie voor hoe het omgaat met wetenschap en wetenschappers. Vaak wordt het op een volstrekt ongeloofwaardige manier in beeld gebracht. Ook in deze val is Howard niet getrapt. Hij engageerde immers Dave Bayer, een wiskundige aan het Barnard College in New York. Alle formules die in de film te zien zijn, werden eigenhandig door Bayer geschreven, met uitzondering van de paar die je Crowe zelf ziet opschrijven. Meestal zijn het echte wiskundige formules uit het werk van Nash en de wiskundige krabbels op schoolborden op de achtergrond in universiteitslokalen zijn evenmin nepformules. Uitstekend in deze film zijn de soundtrack, de schitterende fotografie van Roger Deakins (de vaste cameraman van de gebroeders Coen) en de prachtige vertolkingen van Christopher Plummer, Ed Harris (als de duistere regeringsagent Parcher) en Jennifer Connelly (reeds uit-stekend als junkie in het sublieme “Requiem for a Dream” en ook nu zeer goed op dreef als Nash’ vrouw). Maar bovenal is dit de film van Crowe. Na “The Insider” en “Gladiator” be-wijst hij in deze film dat hij echt tot de allergrootsten behoort. Naar verluid is hij na het beëindigen van de opnames wekenlang gekweld geweest door slapeloze nachten omdat hij zijn personage niet uit zijn geest kon bannen en deze schizofrene man in zijn onderbewustzijn bleef rondspoken. Wie Crowe’s prestatie in “A Beautiful Mind” (in Newsweek omschreven als “A Beautiful Mystery”) gezien heeft, zal geen moeite hebben om dat te geloven. “Subliem” en “verbluffend” zijn geen overdreven bewoordingen om dit acteerwerk juist te omschrijven. Dat deze prent in maart jongstleden enkele Oscars (waaronder die

‘Geniaal zijn is soms goed gek zijn’ voor “beste film” en “beste regie”) in de wacht heeft gesleept, hoeft dan ook niemand te verbazen. “A Beautiful Mind” is immers een steengoede film. Wie meer te weten wil komen over de echte John Nash, vindt veel informatie op de website http://www.abeautifulmind.com/ waar onder andere een link te vinden is naar de officiële site met alle Nobelprijswinnaars: www.nobel.se. Daar vertelt Nash zelf zijn levensverhaal.

109


NO MAN’S LAND - 10 sept 2002 Regie: Danis Tanovic Scenario: Danis Tanovic Fotografie: Walther Vanden Ende Muziek: Danis Tanovic Montage: Francesco Calvelli Vertolking: Bruno Djuric (Ciki), René Bitorajac (Nino), Filip Sovagovic, Georges Siatidis, Katrin Cartlidge, Simon Callow, Serge-Henri Valcke FR-It-België-UK-Slovenië, 2001, 98’ Oscar Beste Niet-Engelstalige Film 2002 Prijs Beste Scenario Cannes 2002 European Award Berlijn 2001 Golden Globe 2002 Nooit is de absurditeit van de oorlog treffender in beeld gebracht dan in de film No man’s land van de tot Belg genaturaliseerde Bosniër Danis TANOVIC. Dit is ook de jury van tal van filmfestivals niet ontgaan. Zeer terecht werd de film dan ook bekroond met tal van prijzen, waaronder recentelijk de Oscar voor de beste nietEngelstalige film. Hoewel de getoonde feiten (gelukkig) tot het verleden behoren, bewijst de satireische aanpak van No man’s land dat deze actualiteitsfactor geen noodzakelijk element is om een uitsteken-de film te maken, waarin het absurde van de oorlog in al zijn facetten wordt opgeroepen. Zo groeit de film uit tot een scherpe aanklacht tegen het blinde geweld van de oorlog in Bosnië maar zeker ook tegen elke oorlog, waar dan ook ! Anno 1993, in de buurt van Sarajevo. De oorlog in Bosnië woedt in alle hevigheid. Ver-dwaald in de dichte mist is een groep Bosnische soldaten die hun makkers in de loopgraven zouden aflossen in een Servische hinderlaag gevallen. Twee ervan kunnen ontkomen en komen in de loopgraven van een soort niemandsland terecht, ergens tussen de twee vechtli-nies in. Door het spel van het (nood)lot worden zij er echter met twee Serviërs geconfronteerd... Het absurde, zelfs surrealistische van deze situatie is erg herkenbaar : de kleine, per-soonlijke oorlog, gevangen in een micro - cosmos, een claustrofobisch vat vol (klein)mense-lijkheid, als metafoor van het krijgsgewoel dat buiten plaats vindt. In afwachting dat er hulp opdaagt (de film doet soms denken aan Beckett’s absurde toneelstuk En attendant Godot), voeren de soldaten inderdaad hun kleine, individuele oorlog op, een provocerend steekspel op leven en dood, vol spanning en verrassende plotwendingen, tot zij in een absurde patstelling terecht komen waarin iedereen iedereen gijzelt. De regisseur gebruikt deze aangrijpende anekdote om het complexe Bosnisch-Servische conflict helder en genuanceerd voor te

110

stellen. Hierbij baseert hij zich op zijn jarenlange ervaring als regisseur van oorlogsdocumentaires. De hoofdpersonages zijn geen helden, wel anti-helden die in snelheid gepakt zijn door een niets ontziende oorlog. TANOVIC evoceert hun innerlijke tragedie op een pakkende en meeslepende manier. Een aantal jonge mensen is de wanhoop nabij, als ratten in een val, geslingerd tussen haat en medeleven, berusting en agressiviteit, onhandigheid en onbegrip. En toch zijn er soms momenten van rust en toenadering ! En er is vooral de vlijmscherpe, sarcas-tische humor die hun benarde situatie enigszins moet verlichten. Het wederzijds bekvechten bijvoorbeeld over wie nu uiteindelijk deze oorlog begonnen is, is ronduit hilarisch ! Eerder dan een antwoord te geven i.v.m. de verantwoordelijkheid voor deze oorlog wil hij ons begrip vragen voor de absurde manier waarop een aantal jonge mensen ongewild in deze oorlog zijn beland, waar ieder zelf maar moet uitmaken hoe te overleven en waar ieder zijn eigen gelijk heeft. Voor de rol van de UNO-vredestroepen heeft Tanovic helemaal geen begrip. Meer-maals wordt de machteloosheid zoniet de onbekwaamheid, van de UNO - blauwhelmen gehekeld in de film. En wanneer de internationale pers er wordt bijgehaald, is het hek voor-goed van de dam. Bij elk wapenfeit voelt de VN zich als het ware verplicht om rekenschap aan de pers af te leggen in plaats van zich te richten op de schrijnende realiteit ter plekke, met op de voorgrond de pijnlijke houding : ‘I don’t take sides, I only take slides’, door ‘journalist’ Nick Nolte verwoord in de film ‘Under Siege ‘. De media gaan hierbij echt niet vrijuit ! Hier wordt de nieuwswaarde van een gebeurtenis vooral bepaald door de sensatiewaarde. De geloofwaardigheid van zowel de UNO - blauwhelmen als van de media wordt hierdoor zwaar ondermijnd ! Met een sobere maar treffende fotografie (van de hand van Walther Vanden Ende) en een goed gestructureerde vertelling heeft de regisseur zijn kijk op de gebeurtenissen in zijn land willen weergeven. Het satirisch karakter doet de film echter ver boven het locale conflict uitstijgen. Door een verhaal te tonen dat eigenlijk in om het even welke oorlog en periode kan worden gesitueerd, wil de regisseur aan de film een universele dimensie geven. Hierbij is vooral de pakkende slotscène erg metaforisch voor de situatie in Bosnië. Ondanks veel bloedvergieten, is alles bij het oude gebleven en het conflict kan elk ogenblik in alle hevigheid opnieuw losbarsten. Deze film wil dan ook een waarschuwende spiegel tonen aan de hele mensheid in de hoop dat zij inziet tot wat voor slechts zij in staat is. We laten hierbij de regisseur zelf even aan het woord. Een film zal de wereld nooit veranderen, maar niets belet me het toch te proberen. Hierin ben ik een beetje Don Quichote. Ik heb dit nodig opdat mijn beroep een zin zou blijven hebben, opdat ik

‘Nooit meer oorlog? Opbouwen is moeilijker dan elke dag kan blijven opstaan zoals Sisyphe om mijn rotsblok de duwen naar de top van de berg, hoewel ik goed weet dat ik de volgende morgen zal moeten herbeginnen. No man’s land blijft als anti - oorlogsfilm diep nazinderen. Net zoals de Macedonische film Before the Rain en Kevin Reynold’s ‘Beast of War” die we een paar jaar geleden in Filmclub Zottegem vertoonden, verdient deze film zeker onze aandacht. Niet omdat de waanzin van de oorlog er zoals in Terence Malick’s “ Thin Red Line” of in Spielberg’s meesterwerk “Saving Private Ryan” groots en fysisch overgebracht wordt, maar vooral omdat in Tanovic’ “ No Man’s Land “ een heel wat intiemere, echt absurde confrontatie wordt tussen mensen die, als het van hen afhing, mekaar niets in de weg hoeven te leggen. De specifieke rijkdom van Tanovic’ film “No Man’s Land” ligt hem in zijn kleinschaligheid, in dat oorlogje dat ,‘in the middle of nowhere’, in een soort ‘niemandsland’, toch even ingrijpend lijkt voor mensen dan op megaslagvelden waar soldaten slechts pionnen lijken. “No Man’s Land’ spreekt ook als titel boekdelen : bezit, politiek, macht, wat heeft het om het lijf als je niet eens kan ademen, vrij bewegen, denken en leven ? Deze film is belangrijk omdat hij de kijker visueel laat ervaren dat oorlog niet louter een neutraal strategospelletje is, maar dat mensen, overal ter wereld, recht hebben op een menswaardige ontwikkeling. Overigens is deze “ No Man ’s Land” een echt sterke film die, in al zijn soberheid, krachtig pleit voor vrede en die indringend de waan-zin van geweld aanklaagt. Je zou voor minder al uit je stoel komen, niet ? Niet te missen, deze Oscar voor de Beste Niet-Engelstalige Film 2002 !


IN THE BEDROOM - 17 sept 2002 Regie: Todd Field Scenario: Rob Fresinger & Todd Field, naar een verhaal van Andre Dubus Fotografie: Antonio Calvache Muziek: Thomas Newman Montage: Frank Reynolds Vertolking: Sissy Spacek (Ruth Fowler), Tom Wilkinson (Matt Fowler), Nick Stahl (Frank Fowler), Marisa Tomei (Natalie), William Napother (Richard) USA, 2001, 130’ Hoe evenwichtige mensen uit hun hengsels worden gerukt, is het onderwerp van één van de verrassingen van het filmjaar. Met “In the Bedroom” tekent debuterend regisseur Todd Field een indringend portret van een rouwend huisgezin dat geconfronteerd wordt met de moorde-naar van hun zoon. Zonder franje en in een functioneel sobere stijl schetst deze ontroerende film de opgekropte gevoelens van een herkenbaar echtpaar in het grijze Maine, hun weder-varen en reacties die onvermoede energie vrijmaken voor een betwistbare oplossing van hun echtelijk probleem. Gebaseerd op Andre Dubus’ kortverhaal ‘Killings’ weet deze ‘kroniek van een onverwerkt verdriet’ de clichés te vermijden : “In the Bedroom” is een sereen maar pakkend emotioneel drama waarin Sissy Spacek, Tom Wilkinson en Marisa Tomei met een ongeziene oprechtheid en intensiteit de innerlijke wereld van een kleinburgerlijk gezin uit New England gestalte geven. De vertolkingen zijn van een zeldzaam niveau, sober en authentiek, gewoon overrompelend. Sinds Robert Redford’s “Ordinary People” is in Amerika het geweld een dagelijks ingrediënt van het samenwonen geworden. Vooral in besloten dorpsgemeenschappenen hebben ‘Advies-bureau’s voor omgang met verdriet’ de handen vol om de stijgende verwarring en onzeker-heid te helpen duiden. Niet dat deze aanpak meteen de oorzaken wegneemt, maar het is van belang dat mensen, in hun machteloosheid, gesteund en omkaderd worden en psychologisch begeleid. Want wat er onderhuids gaande is, kan er soms toe leiden dat betrokkenen ontsporen tot onredelijk gedrag, dat sommigen ook wel eens de neiging ontwikkelen om uit de bocht te gaan, terug te grijpen naar het primitieve principe ‘oog om oog, tand om tand’, weerwraak te nemen. Meteen duikt Cayatte’s filmklassieker ‘Nous sommes tous des assassins’ weer uit de archieven op. Alleen al het idee maakt ongemakkelijk. Het rechtsprincipe ‘Justice for all’ kan je niet straffeloos ‘persoonlijk’ vertalen. De vraag blijft evenwel of en hoe je ooit een fataal verlies, veroorzaakt door geweldpleging op personen, kan verteren ? Voormalig acteur Tod Fields was zelf op 25-jarige leeftijd erg van

Wie is wie, in troebele tijden ? de kaart door het geweld-dadig verlies van een vriendin. De lectuur van Dubus’ kortverhaal zette hem aan tot het uitwerken van een scenario waarbij het huwelijk van de ouders centraal stond, omdat de invloed van de vrouw groter is dan men denkt. Zijn herwerking vertelt filmisch het wedervaren van dorpsdokter Matt Fowler (Tom Wilkinson) en muzieklerares Ruth (Sissy Spacek). Hun zoon Frank is meer geïnteresseerd in kreeftenvangst dan in zijn studies en raakt gefasci-neerd door een vrouw die met haar twee kinderen van haar brutale man wegliep. Dat die deze ontwikkeling niet in dank aanvaardt en vooral Ruth die romance niet zien zitten, laat zich raden. In hun pogingen om een normaal leven te leiden, leidt dit tot barsten in de relatie. Met een zeldzaam invoelingsvermogen en zin voor realisme peilt de regisseur naar de basis van familiale verhoudingen. Hij heeft hierbij een opmerkelijk oog voor nuancering bij het uittekenen van achterliggende motieven, waardeoordelen en opinies die het product zijn van hun sociale achtergrond. Het maakt de kracht en de rijkdom uit van dit prachtig portret van een doorsnee (Amerikaans) gezin. Antonio Calvache fotografeert sfeerrijk dit aanvankelijk huiselijk verhaal dat uitloopt op een onthutsende climax die elk

louteringsproces doorkruit. Van zijn optreden in Victor Nunez’ “Ruby in Paradise” en in Kubrick’s “Eyes Wide Shut” leerde hij dat acteurs ruimte moeten krijgen om hun gevoelens te projecteren in hun personage en dat je die enkel met een rustige beeldwisseling, een beperkt aantal opnamehoeken en lang aangehouden shots volledig tot leven kan brengen en het contact met de kijker kan versterken. 3In the Bedroom” groeit dan ook uit tot een bezinning over gevoelens en drijfveren van perso-nages die soms het overzicht en onderscheid tussen goed en kwaad verliezen. De verbluffende regie maakt van “In the Bedroom” een emotionele ervaring die stoelt op uiterst krachtige vertolkingen en eigentijdse reacties bevraagt in een wereld die hunkert naar broodnodige geborgenheid die dikwijls verstoord wordt door externe factoren die alles op de helling zetten, privé en sociaal. Met een Golden Globe en Oscar van Sissy Spacek en de topprestatie van de Engelse acteur Tom Wilkinson kon Marisa Tomei ook niet anders dan de pannen van het dak spelen. Ze vormen een voortreffelijk acteurstrio dat de film perfect dient. Een aanrader van formaat !

111


THE LORD OF THE RINGS - 24 sept 2002 Regie: Peter Jackson Scenario: Fran Walsh, Philippa Boyens & Peter Jackson Fotografie: Andrew Lesnie Muziek: Howard Shore Montage: John Gilbert & Michael Horton Vertolking: Elijah Wood (Frodo Balings), Ian McKellen (Gandalf), Viggo Mortensen (Aragorn), Sean Austin (Sam), Liv Tyler (Arwen), Billy Boyd (Pepijn), Dominic Monaghan (Merijn), Ian Holm (Bilbo Balings), Orlando Bloom (Legolas), Christopher Lee (Saruman), Cate Blanchett (Galadriel), Sean Bean (Boromir), John Rhys-Davies (Gimli), Hugo Weaving (Elrond), Andy Serkis (Gollem/Sméagol), Morton Csokas (Celeborn), Lawrence Makoare (Lurtz) USA, 2002 “In de Ban van de Ring” is één van de beste boeken ooit. Het enige dat ik bied, is een interpretatie die, naar ik hoop, de fantastische film op een heel nieuw niveau van avontuurlijkheid en geloofwaardigheid zal tillen.” ( Peter Jackson) Net zoals de boeken en de film van Harry Potter breken de trilogie The Lord of the Rings en de eerste film daarover alle records, zowel in de boekhandel als aan de bioscoopkassen. We kunnen ons afvragen wat de diepe oorzaak is van dit succes. Zou het kunnen dat de postmo-derne mens die alle geloof heeft verloren in het mysterie van het leven zijn heil zoekt in boeken en films die een ongebreidelde fantasie uitstralen en op die manier een existentiële leemte opvullen ? Of zouden deze boeken en films eerder als ideale uitlaapklep fungeren voor de overgestresseerde mens die ernaar verlangt ondergedompeld in een vreemde wereld, een betere misschien waar de oeroude regels van goed en kwaad nog gelden, een wereld die alleen bestaat in onze dromen. Of zou het succes niet het zuiverste bewijs zijn dat we allemaal een beetje kind gebleven zijn. Denken we allen niet met veel nostalgie terug aan de boeken van de Rode Ridder of aan populaire jeugdfeuilletons als Keromar... Wie zei ook weer : als we het kind in de mens doden… Hoe dan ook, met meer dan 100 miljoen lezers wereldwijd verspreid moet De ban van de Ring, een werk dat de Engelsman Tolkien schreef van 1937 tot 1949, onbetwistbaar als het hoogtepunt van de episch-fantastische literatuur worden beschouwd. Drie generaties hebben het werk reeds omarmd : die van voor de Tweede Wereldoorlog, de Vietnamgenera-tie en nu de huidige. In de verhalen waarin hij zich inspireert op de Germaanse, Skandina-vische en Keltische mythen en sagen bouwt Tolkien een wereld op waar de lezer van het ene in het andere fantastische avontuur duikt. Een wereld waarin ridders, hobbits, tovenaars, elfen, orken, dwergen, trollen, draken en vele andere vreemde creaturen strijd leveren en waarin het goede uiteindelijk

112

het kwade overwint. Epische passages die overweldigende gevechten ten tonele voeren wisselen er af met lyrische taferelen die de culturen van de verschillende volkeren beschrijven. Het wonderbaarlijkste daarin, verklaart Peter Jackson, de regisseur van de film, is “dat men als lezer de wereld van Tolkien niet zozeer ervaart als het resultaat van zijn oeverloze fantasie maar als een eigen tastbare realiteit, met eigen wetten en gebruiken, tot in het kleinste detail gedocumenteerd.” Daarom heeft de regisseur ook geprobeerd de film er zo echt mogelijk te laten uitzien. Niet voor niets heeft de film zeven jaar voorbereiding gekost. Het was belang-rijk, volgens de regisseur, dat de illusie van realiteit bewaard werd. Voor velen, vooral de fervenste lezers, lag hier juist het grote probleem ! Volgens hen was het onmogelijk het oeuvre te verfilmen o.w.v. de onovertroffen fantasie die niet zou kunnen omgezet worden in adequate filmbeelden. Toch kunnen we stellen dat het eerste deel van de trilogie de verwach-tingen hoog overtreft. Nu al kunnen we The Fellowship of the Ring bij de beste fantastische avonturenfilms ooit gerealiseerd rekenen. Daarvoor waren ongetwijfeld de passie en het oer-talent van de Nieuw-Zeelandse regisseur nodig die, wars van elke Hollywood-invloed, en met het vertrouwen en de ambitie van een nieuwe, onafhankelijke Amerikaanse studio (New Line) zijn project tot een goed einde heeft gebracht, daarbij geholpen door de oneindige visuele mogelijkheden van de computertechnologie. Deze technische middelen staan echter de lyrische dimensie niet in de weg. De regisseur geeft aan de talloze speciale effecten een poëtische toets die onze verbeelding opwekt en plaats laat voor het mysterie. Zijn zwierige en ten gepasten tijde plechtstatige camera voert ons van keiharde gevechtsscènes naar verbazend idyllische landschappen. Sommige daarvan zijn echt maar de meeste zijn samenstellingen van reële Nieuw-Zeelandse sites, schilderijen en special effects. Wie niet vertrouwd is met het werk van Tolkien hoeft niets te vrezen. Het verhaal is erg eenvoudig. Door een bijzonder toeval is hobbit (inwoner van Midden-Aarde) Bilbo in het bezit gekomen van een magische ring, ooit gesmeed door de zwarte vorst Sauron, de heerser van Mordor. De ring maakt zijn drager onzichtbaar, maar zuigt ook zijn levenskracht op. In handen van de zwarte vorst levert hij de heerschappij over de hele wereld op. Alleen door de ring in het vuur te gooien waarin hij gesmeed werd kan men hem onschadelijk maken. Voor die opdracht voelt Bilbo zich echter te oud en tovenaar Gandalf kan hobbit Frodo, de neef van Bilbo, overtuigen de reis naar Mordor te ondernemen. Alleen dan kan er vrede komen in MiddenAarde. Frodo krijgt hulp van een bont gezelschap. Met de hulp van o.a. elfen en dwergen moet hij het opnemen tegen steeds dreigender en geweldiger tegenstanders. Zo groeit de film uit tot een avontuurlijke road-movie waarin je als kijker van de ene verrassing in de andere tuimelt.

‘Zoektocht naar het goede, overlevingsstrijd tegen het kwade: een avontuurlijke reis naar het mysterie De epische sagen van Tolkien waren niet bedoeld als allegorieën en verwijzen ook niet naar concrete historische situaties. Anderzijds hebben zij een universele thematiek : grote thema’s zoals vriendschap, moed, zelfopoffering, verraad...komen aan bod. En in hun strijd tegen het kwaad ontdekken de hobbits, de elfen en de dwergen dat zij maar kunnen slagen als zij samenwerken en naar elkaar toe groeien. Na 11 september krijgt zo’n boodschap een nieuwe dimensie natuurlijk en dat oorlog soms nodig is om de wereld te redden weten we nu ook ! (?) De wezens die Tolkien ten tonele voert verpersoonlijken het hele spectrum van menselijke karakters en eigenschappen, gaande van engelachtige onschuld, liefde voor schoonheid, dapperheid, intelligentie... tot blinde haat, wreedheid, hebzucht... Zoals reeds aangestipt is The Fellowship of the Ring de eerste van drie films. De twee andere The two Towers (was Tolkien profetisch ?) en The Return of the King zijn voorzien voor eind 2002 en eind 2003. De eerste film is in feite één grote kennismaking met alle volkeren die Midden-Aarde bevolken. Daarom ook worden de personages alleen met grote trekken geborsteld. Toch weten de acteurs de kijker geboeid te houden. Elijah WOOD vertolkt genuanceerd de twijfels en de eenzaamheid van een dappere held die om zijn queeste te voltooien vrienden moet ontgoochelen, mentors moet opofferen en allerlei vormen van kwaad moet trotseren waar hij geestelijk noch fysisch tegen opgewassen lijkt. Ook de andere acteurs leven zich allemaal zo sterk in hun rol in dat zelfs de meest nuchtere toeschouwer meegesleept wordt in hun avonturen. Wie zich als kijker laat op sleeptouw nemen door deze spectaculaire film met een eenvoudige boodschap krijgt een uniek esthetisch verzorgd schouwspel voorgeschoteld, waarin muziek, camera, acteren en computer perfect samengaan. Na bijna drie uren spectaculair, imponerend, creatief en charmerend entertainment, kijk je uit naar het tweede deel ! Overtuig Uzelf!


THE NAVIGATORS - 1 oktober 2002 Regie: Ken Loach Scenario: Rob Dawber Fotografie: Mike Eley & Barry Ackroyd Muziek: George Fenton Montage: Jonathabn Morris Vertolking: Thomas Craig (Mick), Joe Duttine (Paul), Venn Tracey (Gerry), Dean Andrews (John) GB, 2001, 103’ België: zijn pralines en zijn biersoorten, zijn atomium, zijn “Manneke Pis” en zijn ….NMBS! Eén van de laatste grote nationale iconen van de Belgische staat, sinds mensenheugnis het favoriet speelterrein van de politici, de ideale arena voor krachtmetingen tussen diverse politieke partijen en een gedroomd reservaat voor politiek benoemden…Als de afgekalfde macht van de vakbonden nog ergens overeind staat, dan is het wel bij de NMBS. En wat zouden de media beginnen zonder deze nooit opdrogende inspiratiebron? Herinner je de krantencommentaren op de doorzichtige aanpak van onze regering in haar queeste naar een nieuwe topmanager. De “nieuwe politieke cultuur” kronkelde zich in talloze bochten om te verklaren waarom hun “ideale” kandidaat, Heinzmann, toch afhaakte. De snelheid waarmee onze regering vervolgens de inschrijvingstermijnen voor nieuwe kandidaten sloot en weer heropende, overtrof die van het nieuwste model van de TGV. “Regionaliseren” roepen sommigen, want ,naar het schijnt, “doen we beter wat we zelf doen”. ”Privatiseren” roepen de voorstanders van de vrije markteconomie : winstmarges stimuleren het ondernemen, niet ? Niet te hard van stapel lopen en goed rondom ons kijken, lijkt mij persoonlijk een betere optie. Daarbij kunnen we veel opsteken van de laatste film van de onvolprezen grootmeester Ken Loach. Want in “The Navigators” schetst hij een uitermate realistisch beeld van de gevolgen van de privatisering van de Britse Spoorwegen. In 1995 gaf de conservatieve premier John “baby-Tatcher” Mayor hiertoe de aanzet. Het treinenpark en alle afdelingen van British Rail werden opgekocht door privé-bedrijven. Het resultaat achteraf bleek rampzalig. Rationaliseren om de winst te optimaliseren was eens te meer in de hoofden van sommigen de toverformule. Het recept is bekend: je laat het “overtollige” personeel afvloeien zonder wakker te liggen van de sociale drama’s die je veroorzaakt en in alle budgetten probeer je te snoeien zonder al te lang stil te staan bij vervelende vragen : ”Komt dit alles de reiziger ten goede?” en “Hoe zit het met de veiligheid?” Als je achter je bureau alles glashelder geanalyseerd hebt, de naakte maar gelukkig abstracte cijfers op papier gezet hebt en

onder dat papier de vereiste handtekeningen gezet zijn, komt de volgende niet minder belangrijke fase: de slachtoffers van zoveel hervormingsdrift inlichten. Gelukkig bestaan ook hier recepten voor. Je communiceert, het liefst onrechtstreeks (via ondergeschikten), met de getroffen doelgroepen d.m.v. zeer zwaarwichtig klinkende volzin-nen en een gespecialiseerde terminologie. Je werkt een “mission statement” uit waardoor de indruk ontstaat dat wat verteld wordt weldoordacht, zeer belangrijk en onvermijdelijk is. Het moet niet noodzakelijk door de betrokkenen begrepen worden, dat kan zelfs eerder hinderlijk zijn. Een flitsend promotiefilmpje kan in deze gemediatiseerde tijden ook wonderen doen. Terzelfdertijd tracht je onder de toehoorders verdeeldheid te zaaien volgens het aloude, maar onverwoestbare adagium: “divide et impera”. En als er dan achteraf iets fout loopt, bv. op het vlak van de veiligheid, zorg je ervoor dat je jezelf eventueel kan verschuilen achter de “flexibel” werkende, maar toch zo onvoorzichtige spoorwegarbeiders. Klaar is Kees. Wie meent dat dit overdreven is, moet maar eens denken aan de onheilstijdingen over het treinverkeer in Engeland tijdens de afgelopen jaren. Voor een sociaal geëngageerde cineast als Ken Loach is een soortgelijk thema natuurlijk ”gefundenes Fressen”. Hij werkte samen met Rob Dawber, die hem in 1997 een brief schreef met het voorstel om een film te draaien over de privatisering van British Rail. De man had zelf jarenlang als spoorwegarbeider gewerkt en kende alle smeuiige details. Deze bij uitstek sociale film reageert op de privatisering van British Rail en al zijn toebehoren, door de conservatieve premier John Major in 1995 afgekondigd. Onder de toenemende concurrentiedrift vielen niet alleen massa’s ontslagen, maar er werd overdreven gesnoeid in de budgetten voor veiligheid en onderhoud, wat resulteerde in talloze dodelijke ongevallen. Het Spoor was ontspoord, zijn kwaliteitstraditie verdwenen, een nieuw sociaal braakland een feit. Herstructureringen in dat vlak zijn niet meteen voordelig voor (trein)arbeiders. Ook in België leeft die vrees. Volgens de nieuwe baas van de N.M.B.S., Karel Vinck, hoeft het niet meteen die kant op, maar gerust zijn ze er niet in. Dit authentiek ‘working class-drama’ wordt zonder veel franjes maar duidelijk geschetst door ‘angry man’ Ken Loach die met ongekunstelde emoties zijn engagement weer waar maakt. Een sociale instelling die ook zorgen baart bij de Culturele Centrale Links-Bergop uit Zottegem die deze avond aangrijpt om dit sociaal onderwerp onder de aandacht te brengen. Economie is inderdaad niet vrijblijvend, ook niet bij ons. Zoals we dat van hem gewoon zijn, werkte Loach zich grondig in de materie in, o.a. door wekenlang met spoorwegarbeiders op te trekken. Bovendien bestaat zijn acteursensemble ook in deze film grotendeels uit amateurs (vaak stand-up comedians uit het club-

Kan je mensen privatiseren, herstructureren?

en pubcircuit) en echte spoorwegarbeiders, die zich bedienen van een typisch, ongezouten Sheffields dialect. En zoals Loach dat gewoon is, gaf hij aan de acteurs niet het volledige scenario in handen. Zo bvb. wist de ploegchef Harpic (die in het begin van de film aan de arbeiders het “mission statement” moet meedelen,) niet dat het gros van zijn toehoorders échte spoorwegarbeiders waren en hij wist evenmin hoe ze tijdens zijn speech zouden reageren. En de arbeiders wisten niet wat ze te horen zouden krijgen. Dit zorgt voor een ongedwongen en spontaan realisme, waardoor de film uitgroeit tot een documentaire over “het leven zoals het is”. De ongezouten en relativerende arbeidershumor zorgt ervoor dat deze film, ondanks de miserie die erin getoond wordt, vaak zeer grappig is. Het sociaal onrecht blijft evenwsel een probleem, vooral voor de berokkenen. En of dat beeld van de welvaartstaat iedereen goed uitkomst, is maar zeer de vraag: ‘profits before humanity’ ?

113


VILLA DES ROSES - 8 oktober 2002 Regie: Frank Van Passel Scenario: Christophe Dirickx & Frank Van Passel Fotografie: Jan Vancvaillie Muziek: Paul van Bruggen Montage: Karin Vaerenberg en Ludo Troch Vertolking: Julie Delpy (Louise), Shaun Dingwall (Richard), Shirley Henderson (Elle), Harriett Walker (Olive), Timothy West (Hugh) België, 2002, 120’ De verfilming van Willem Elsschots Villa des Roses heeft een lange weg gekend. Financiers twijfelden, acteurs haakten af, regisseur en producent geraakten het maar niet eens... Maar regisseur Frank VAN PASSEL heeft stand gehouden. “Het boek zat me op de huid, het schreeuwde om verfilmd te worden. Geloof in de kracht van het verhaal heeft me overeind gehouden”, zegt hij. Ondanks het bijna onmogelijke van de opdracht, nl. de innerlijke schoonheid en de taalkundige rijkdom van Elsschots werk uit 1907 in treffende filmtaal omzetten, getuigt de film van zo’n visuele kracht dat we mogen stellen dat de regisseur terecht fier mag zijn op zijn product. Door de heel verfijnde, stilerende aanpak van de regisseur is de film een van de mooist gefotografeerde Vlaamse films. “Is de regisseur trouw gebleven aan het oorspronkelijke werk ?”, is de vraag die bij elke verfilming van een roman gesteld wordt. Voor VAN PASSEL was het vooral belangrijk de geest, de atmosfeer, de stijl en de thematiek te respecteren. Vandaar dat hij bewust sommige delen van het werk heeft laten wegvallen. Ook enkele personages zijn verdwenen. De regisseur heeft zich ten volle geconcentreerd op de pijnlijke verhouding van Louise Créteur en Richard Grünewald. Vaak wordt hun relatie afgedaan als een banaal liefdesverhaal : nieuw kamermeisje wordt verliefd op gast in een Parijs pension, wordt zwanger maar stand, omgeving en omstandigheden beslissen er anders over. Toch is de thematiek van Villa des Roses veel rijker en vooral veel aangrijpender. Het is een boek over vergankelijkheid en over mensen die barsten van onvervulde verlangens. Een universeel en eeuwig thema ! De roman heeft ook een autobiografische ondertoon. Willem Elsschot heeft immers bekend zelf model te hebben gestaan voor Richard Grünewald, de onsympathieke jonge Duitser in de roman. Meer dan vijftig jaar nadat hij een Frans dienstmeisje aan haar lot had overgelaten, zou Elsschot diep berouw getoond hebben en naar Parijs teruggegaan zijn op zoek naar zijn jeugdliefde. Net zoals in Lijmen vinden we in Villa des Roses het alter-ego van Elsschot dus terug. De cynische Grünewald in Villa des Roses en meesteroplichter Boorman in Lijmen doen denken aan de realist Elsschot van het echte leven, alias De Ridder, terwijl we de goed-

114

gelovige Louise Créteur en de naïeve Laarmans herkennen in de idealist Elsschot van de literatuur. Anderzijds heeft Van Passel, net zoals Robbe De Hert in Lijmen, de historische context van de roman willen belichten. Het verhaal van Elsschot situeert zich in 1906. In een Engels tweederangspension in Parijs ontmoeten we een kosmopolitische mengeling van petits bourgeois die de discrete charmes van de Belle Epoque uitstralen. Hun devies : bedriegen of bedrogen worden. Wie niet bedriegt, zoals Louise, bedriegt zichzelf. Wie wel bedriegt, zoals Richard in de liefde, krijgt later het deksel op de neus in de oorlog. Eigenlijk is het pension een soort metafoor voor het Europa van net voor de Eerste Wereldoorlog. Het schrijnende liefdesverhaal tussen de Franse Louise en de Duitse Grünewald krijgt op die manier een profetische dimensie : Duitsland verovert Frankrijk, de ratten verlaten het zinkende schip en de rest van het gezelschap in het afbrokkelende hotel weerspiegelt het failliet van de vooroor-logse samenleving. Meermaals betoogt de timide Noorse gast Aasgaard, zowat het geweten van alle personages, dat elk individu zijn best moet doen om het lijden om zich heen te verkleinen. Dit is ook de enige manier om de grote problemen in deze wereld aan te pakken. Dat dit Cultivons notre jardin van Voltaire ook op de postmoderne mens uit de 21e eeuw nog actueel kan zijn, hoeft geen betoog. Beleven we ook nu niet het failliet van een maatschappij gedomineerd door de uiterlijke schijn ? Om die dreigende oorlogssfeer beter in de verf te zetten heeft de regisseur het verhaal van Elsschot verplaatst naar 1913, het jaar dat ook de Titanic zonk, symbool voor het einde van de Belle Epoque. De film begint en eindigt dan ook met Grünewald in de loopgraven waar hij zijn levensmotto “Bis zum Tode trau” onmogelijk kan waar maken door zijn laffe houding en zijn berekend hedonisme. Net zoals in Manneken Pis heeft Van PASSEL een sprookjesachtig sfeer willen scheppen in zijn film. Door de ondergrondse metrowerken dreigt het bouwvallige Villa des Roses, vol spinnewebben, krakende trappen, invallende plafonds en veel opgehoopte menselijke ellende, langzaam maar zeker weg te zinken, net zoals de Titanic. Zo wordt het pension stilaan een surrealistische wereld, vol spreek- en kijkbuizen waardoor de bewoners mekaar voortdurend bespieden. Daarom kruipt de camera a.h.w door de muren van de villa. Het was inderdaad niet de bedoeling van de regisseur een realistische kostuumfilm te maken in een prachtig Parijs decor. Vandaar het idee om Parijs in te vullen als feërieke bewegende postkaart, iets dergelijks werd al gebruikt in Moulin Rouge. Onze aandacht gaat vooral uit naar de talloze kleine details van die tijd waarvoor de regisseur zich baseerde op unieke schilderijen en foto’s uit die tijd. In plaats van decoratief spektakel krijgen we melancholische introspectie in dit verstikkende liefdes-

‘Het leven is een schipbreuk tussen oorlog en liefdrama dat bijna op fluistertoon wordt verteld. Wie gecharmeerd werd door het warme Manneken Pis zal Villa des Roses misschien ietwat koeler aanvoelen. Ons inziens gaat het veeleer over terughoudendheid. Het sombere, afstandelijke maar efficiënte camerawerk laat de emoties rustig opwellen waardoor de tragiek van sommige situaties des te harder aankomt en je als kijker erg emotioneel betrokken geraakt bij dit schrijnend liefdesverhaal. Zo groeit de film uit tot een unieke kijkervaring die zachtjes opborrelt uit het unieke samengaan van literatuur en film. Misschien lukt het dan ook om tussen de duisternis ook het hoopgevende licht te zien. Dit alles maakt dat Villa des Roses ook een heel kwetsbare film is die we in de eerste plaats met ons hart moeten beleven. Wat de acteerprestaties betreft, onthouden we vooral het perfecte acteerwerk van July Delpy (bekend van Trois couleurs Blanc) die haar personage met verve neerzet. Zij komt over als een unieke mengeling van kwetsbaarheid en hardheid. En als dienstmeid heeft zij een uitstraling van tedere schoonheid. Het liefdesspelletje van aantrekken en afstoten wordt ook door het mannelijk hoofdpersonage, Shaun Dingwall, geloofwaardig gespeeld. De geliefden zijn te verschillend, hun gevoelens stemmen niet overeen, Richard loopt weg van zichzelf en Louise durft niet naar hem toe. Villa des Roses is een uitstekende Vlaamse film met een internationale cast. Regisseur Van PASSEL, trouw aan de sfeer en de thematiek van het boek, heeft aan de roman een meerwaarde trachten te geven door zijn zeer gestileerde aanpak. Daardoor verdient de film de warme sympathie van een filmliefhebber met het hart op de juiste plaats ! Een aanrader !


GOSFORD PARK - 15 oktober 2002 Regie: Robert Altman Scenario: Kulian Fellowes Fotografie: Andrew Dunn Muziek: Patrick Doyle Montage: Tim Squyres Vertolking: Kelly McDonald (Mary), Michael Gambon (Sir William), Kristin Scott Thomas (Lady Sylvia), Emily Watson (Elsie), Maggie Smith (Constance), Charles Dance ,Alan Bates en Derek Jacobi USA, 2001, 137’ Tijdens de laatste presidentsverkiezingen in Amerika (2001) kondigde Robert Altman aan dat hij zijn land zou verlaten als George Bush president zou worden. Dat hij enkele maanden later een film draaide in Engeland, bleek voor veel journalisten het teken dat Altman zijn woorden trouw bleef. ‘Onzin’ zegt Altman zelf. De keuze voor het Angelsaksische kader was enkel de keuze voor het enorme potentieel aan acteertalent dat overzee aanwezig was en zijn ‘Gosford Park’ zou kunnen dragen. En het moet gezegd, er zit wat talent in. De lijst begint met klinkende namen als Maggie Smith, Alan Bates, Stephen Fry en Emily Watson, maar gaat nog eindeloos door met namen om U tegen te zeggen. ‘Er bestaat dan ook geen twijfel over dat deze cast de film draagt’, aldus een trotse, maar steeds bescheiden Altman. Meer dan 50 personages draven op in zo’n 25 verhaallijnen in typische ‘upstairs-downstairs’-sfeer. Om van te smullen! U moet echter wel volgen, want op bepaalde momenten heeft het verhaal wel wat weg van een toneelstuk opgevoerd door een amateuristisch gezelschap, waarin de ene deur nog niet dicht is of de andere alweer opengaat en de meest onmogelijke situaties mekaar in ijltempo opvolgen. U weze gewaarschuwd! Voeg bij dit gegeven ook nog ‘a touch of Agatha Christie’ en het zit helemaal goed. Een moord ‘huis clos’ en evenveel motieven als er verdachten zijn. De film speelt zich af in de herfst van 1932. Sir William Mc Cordle nodigt vrienden en kennissen uit op een jachtpartijtje op zijn landgoed ‘Gosford Park’. De personages passeren allemaal de revue bij hun aankomst en al vrij snel is de onderverdeling upstairs – downstairs duidelijk, hoewel de scheiding – zo blijkt verder in het verhaal – niet altijd even sterk blijft. Gaandeweg ontdekt Mary, het dienstmeisje van lady Constance, hertogin van Trentham, deze voor haar nieuwe wereld als beginnelinge in het milieu. Haar gids is de ervaren Mrs. Wilson, die naar eigen zeggen geen eigen leven heeft en daardoor het perfecte dienstmeisje is. Mary leidt ons, toeschouwers, doorheen een kluwen van spanningen en gitige emoties naar het drama waarrond deze whodunit is opgebouwd. Gastheer Sir William Mc Cordle (Michael Gam-

Agatha Christie in “Upstairs, Downstairs” bon) wordt immers al vrij snel dood aangetroffen in de bibliotheek. Inspecteur Thompson (ken uw klassiekers) wordt belast met het onderzoek en verdenkt achtereenvolgens de cynische George ((Richard Grant) die het snobisme van zijn werkgever grondig beu is; lady Sylvia (Kirstin Scott-Thomas), die de avontuurtjes van haar man maar al te graag wil wreken en de oude Constance (Maggie Smith) die een stevige erfenis verwacht. Een hele opgave, die niet tot de gebruikelijke ontknoping leidt … Gosford park is meer dan alleen maar een prettig, gecompliceerd verhaal. Altman, de criticus bij uitstek van Hollywood, durft het aan om de aanloop naar de instorting van het Britse klassensysteem in beeld te brengen. Eerder haalde hij al uit naar onder meer het fenomeen oorlog in ‘M.A.S.H’., het leven in Hollywood in ‘The Player’ en het Amerikaanse gezondheidssysteem in onder andere ‘Nashvillle’. En nu gaat hij de Britten aan een kritisch onder-

zoek onderwerpen. En die Britten zelf, werken daar graag aan mee. Met succes. Altman zelf genoot ervan. Na 37 films, zegt hij zelf dat dit de eerste film is waar geen enkele zwakke schakel in het hele productieproces aan te wijzen valt. Een unicum dus. Of dat ook betekent dat Altman op zoek gaat naar meer stof in GrootBrittanië voor een volgend project is niet duidelijk. We kunnen alleen maar hopen. Technisch zit ‘Gosford park’ feilloos in mekaar, frisse humor doorspekt het geheel en het scenario van Fellows is bekroond met de oscar van het beste originele scenario. Als u nu echt nog meer redenen nodig heeft om deze Altman te komen zien, vrees ik dat u het niet helemaal begrepen heeft op al wat deze film tot een pareltje maakt van kostuumfilms, whodunit én upstairs – downstairs. Een frivole mix, goed voor een avondje echt filmclub-genot.

115


ITALIAN FOR BEGINNERS - 29 oktober 2002 Regie: Lone Scherfig Scenario: Lone Scherfig Fotografie: Jorgen Johansson Muziek: Montage: Gerd Tjur Vertolking: Andres W. Berthelsen (Andreas), Peter Gantzler (Jorgen Mortensen), Anette Stovvelbaek (Olympia), Ann Eleonara Jorgersen (Karen), Lars Kaalund (Hal-Fin) Denemarken, 2001, 112’ De beste, plezierigste, warmste film uit het Filmclub-programma is zonder twijfel deze ongekende parel “Italiaans voor Beginners”. Regisseur Lone Scherfig heeft het over de zoektocht naar vriendschap en liefde, in een zachte ‘Dogma-stijl’, op de rand van de ‘feelgood movie’. Inhoudelijk een sympathieke kroniek over het alledaagse leven van gewone mensen, is het een film die sprankelt van creativiteit en uitmunt door zijn onverbloemde en levendige portrettering van ervaringen in een doodgewone randgemeente van Kopenhagen waar een jonge dominee, reeds getekend door het leven, poogt zijn uitgedunde parochie nieuw leven in te blazen. Om zijn zinnen enigszins te verzetten laat hij zich overhalen de Italiaanse avondles te volgen. Voor Scherfig is dit het ideale uitgangspunt om door te dringen tot de kern van vereenzaming van deze kleine samenleving van jonge volwassen tussen twintig en veertig, geconfronteerd met een gebrek aan contact, vriendschap en liefde. De cursussen bieden hen een vlucht uit de werkelijkheid, een verpozing in hun alledaagse sleur, een kans om even weg te dromen. De personages zijn kleurrijk, ongekunsteld, spontaan en direct in hun verwoording en reacties op de gebeurtenissen die zich aandienen. Meteen een gedroomde gelegenheid om met humor een soms harde realiteit te lijf te gaan, vanuit hun gevoel voor eigenwaarde. Het onhandige bakkershulpje Olympa zorgt al jaren voor haar ondankbare, televisieverslaaf-de, zieke vader, want haar moeder had andere dromen dan onder te gaan in de grijsheid. Karen, de lokale kapster, moet opboksen tegen haar hysterische moeder, echt geen reclame voor het salon. Hall-Fin, haar aanbidder en fervent Juventussupporter, knapt immers op deze thuissituatie af. De Italiaanse kokkin Giulia weet zich vruchteloos begeerd door de hotelbediende Jorgen die twijfelt aan zo’n engagement. Dit voorlopig overzichtje van enkele betrokkenen geeft aan dat er kansen genoeg zijn om gevat en met pittige humor deze herken-bare gemeenschap te tekenen met verrassend – ironische penseeltrekken waarbij de melancho-lische ondertoon perfect aansluit. Als ‘tranche de vie’ is deze opbeurende film verre van alledaags en een festijn voor oog en hart. Ook al zijn ‘job satisfaction’ en voldragen liefdes niet meteen ieders

116

‘Plezierige tragikomedie’ deel. Toch willen ze er meer van bakken : die Italiaanse les reikt hen een reddend snoer aan, want uitgeblust zijn ze zeker niet, evenmin als bij de fanfare van ‘Brassed Off’. Lief en leed worden er gedeeld, met een glimlach op de lippen. Ze leren ook mekaar beter kennen, maken plannen voor de toekomst en komen soms tot innige relaties. Ondanks dramatische verwikkelingen blijft de toon lichtvoetig. ‘Italiaans voor Beginners’ is immers een bijzonder serene film, ook wanneer controversiële beslissingen opduiken. Ondanks hun grijze levenscontext blijkt een steunend samenzijn het redmiddel in moeilijke omstandigheden. De jonge vrouwelijke regisseur vermijdt constant melodrama of kolder, hanteert veeleer een milde, onsentimentele, afstandelijke humor waarmee de gevoelen pakkend worden geschetst. Eventueel verlies leidt evenwel tot meer persoonlijke vrijheid, nieuwe vriendschappen en relaties, met een zonnig perspectief erbovenop. “Italiaans voor Beginners” schetst zwierig de aarzelende maar fascinerende tocht van mensen, weg van hun eenzaamheid : ontbolsterend, spannend, aandoenlijk en vaak kostelijk. Je zal deze pers-

onages ongetwijfeld nog lang koesteren in je herinnering, als een hartverwarmend portret van authentieke mensen zonder glamour, maar met een innerlijke rijkdom die hun materiële omstandigheden ver overstijgt. Een kijkstuk als een hartendief, een filmklassieker in wording. Niet te missen ! Wie sinds 1995, start van de ‘Dogma’-verklaring van Scandinavische filmmakers die elke mooifilmerij, vervlakking, voorspelbaarheid en technologische hoogstandjes afwezen en kozen voor films op locatie, gefilmd uit de losse hand, zonder gesofistikeerde lenzen, belichting, nasynchronisatie en uitgekozen filmmuziek, is deze “Italiaans voor Beginners” een onverwachte bekroning die bulkt van authenticiteit. Conform hun verklaring wilden deze regisseurs geen oppervlakkige actie-elementen en genrestukjes inbouwen. Hun enige doel blijft het nastreven van waarheid in het uittekenen van de ‘condition humaine’. De jonge vrouwelijke regisseur bewijst met deze schitterende “Italiaans voor Beginners” dat zelfs goed bedoelde dogma’s de filmische creativiteit aanscherpen en pareltjes waarborgen. Het is dus genieten geblazen. Komt u ook ?


Filmclub Zottegem dankt zeer hartelijk de onderstaande steunende handelaars en instanties die onze filminitiatieven blijven mogelijk maken! Bloemen

Florijo TAVERNE

HEALTH CENTER

MARKT 4

INDUSTRIELAAN 1A

DE KRING HOOGSTRAAT 19-21

HOOGSTRAAT 19-21

RESTAURANT - BRASSERIE

COLLEGE O.-L.-VROUW VAN DEINSBEKE

IN DEN GROENEN HOND BISTRO ALAIN HOEK ELENESTRAAT EN LEOPOLD III-STRAAT

OOSTSTRAAT 44

PARKSTRAAT 1

KANTOOR BVBA DATAFIN BRUGGENHOEK 2

er

SINT-LIEVENSPLEIN 16, SINT-LIEVENS-ESSE

STEENWEG OP AALST 94

GROENSTRAAT 3 9660 MICHELBEKE

(Eine)

PROVINCIEBAAN 180 VELZEKE

BRUYLAND & SCHUDDINCK KAUWSTRAAT 21 ST.-LIEVENS-ESSE

SPORTSWEAR

’T HOF VAN ORANJE

HELDENLAAN 2-6

OUDENAARDSESTEENWEG 2, BALEGEM

EETCAFÉ

HOOGSTRAAT 48

FLORAPLEIN 5, MERELBEKE

BEERLEGEMSEBAAN 10, ZWALM

PENITENTENLAAN 8, ZOTTEGEM

BOUDEWIJNSTRAAT 12, MERELBEKE

BUKE 18

Meerlaan 6

JUWELIER

LINGERIE

VAN DE SANDE

SPORT

STATIONSSTRAAT 36

HELDENLAAN 43

TRAITEUR

(OUD HUIS COOLENS)

MEERLAAN 5

HOOGSTRAAT 51

SCHOENEN

VERWARMING ELECTRO

DE ZUTTER

GODVEERDEGEMSTRAAT 128

INDUSTRIELAAN 13

KANTOOR

RESTAURANT

TRAPSTRAAT 34-3

’t Hooghuys Hoogstraat 29

optisch centrum C L A E Y S

HONG KONG

HELDENLAAN 14

MARKT 7

Issegem 2 Balegem

EN

IMMOBILIËN

HOSPITAALSTRAAT 30

moderne en comfortabele kwaliteitsrelaxen

MARKT 11

ZAVEL 9

Grotenbergestraat 37

St.-Lievensplein 8 Sint-Lievens-Esse

ARTHUR SCHEIRISSTRAAT 13

De kleine prins

STATIONSPLEIN 9

VAN AELBROUCKSTRAAT 21

BANK NV

ZAVEL 11 STATIONSSTRAAT

SEGHERS Zonnecenter Schoonheidsinstituut

SEGHERS D.&J.

Restaurant

MICHIELS STATIONSSTRAAT 26

’T SCHILDERKEN

WIJNEN

GASTHUISSTRAAT 20 9500 GERAARDSBERGEN

MEILEKEN

KLEDING

SubliMeubel

BELGIAN BANK NV

ELENESTRAAT 69

Van Damme

Stad Zottegem

CAFÉ

STATIONSSTRAAT 35

TV - VIDEO-APPARATUUR HIFI - GSM

ALLE VERZEKERINGEN CDV 13866

Standaard Boekhandel

Stokerij

STATIONSSTRAAT 45

BVBA

ZAAL DE LINDE ELENESTR. 13A

VERMASSEN

HELDENLAAN 13

RISTORANTE

SAN MARCO

GENTWEG 45, 9550 ST.-LIEVENS-ESSE

MICHIELS PRÉMAMAN

HOUTHANDEL VAN CAUWENBERGHE

CHINEES RESTAURANT TAVERNE

’T FONTEINTJE HELDENLAAN 44

ARTHUR SCHEIRISSTRAAT 11

Traiteur - Delicatessen

HUIS

LAURA DAMESKLEDING KONING

Vlaamse Gemeenschap

EUROPAREIZEN

REGALO ZOTTEGEM

MARNIXRING SOTTEGHEM

KAPELLESTRAAT 20

‘T RAES’VELD

GESCHENKARTIKELEN

CDV 13409

EUROPAWEG 289

LEDER

VAN DEN BOSSCHE

Godveerdegemstraat 74 Zottegem & 09.360 33 59 fax 09.360 59 48

FEESTWINKEL

OUDENAARDE

DE CLERCQ ERIC ADVIES IN VERZEKEREN EN BELEGGEN

LEONCE ROELSSTRAAT 9

BROUWERIJ

STATIONSPLEIN 6

LEONCE ROELSSTRAAT 11

KLEMHOUTSTRAAT 51, HOOGSTRAAT 49

BAZAAR ST.-JOZEF HOOGSTRAAT 30

NV

U KOMT TOCH OOK ?

Groenlaan, Herzele Populierenstraat 21 - Sint-Lievens-Esse

MAANDBLAD PHARMA NV MARNIXRING SOTTEGHEM

117


Foto legendes

p. 12 : Foto Cinématographe des Frères Lumière, met op de voorgrond de cassette met een film met cirkelvormige perforaties (uit ‘Cinema’, J. Brismée, Mardaga,p. 15) p. 13 : Charly Chaplin in ‘Modern Times’(1936) p. 14 : Oude gravure van de Markt te Zottegem p. 18 : Foto ‘Vermin Club’ met Charly Chaplin in ‘Shoulder Arms’(1918), Taco, p. 129 p. 21 : Joan Crawford en Clark Gable uit ‘Dancing Lady’ (1933) p. 22 : Stan Laurel & Olivier Hardy, uit ‘The Big Noise’ (1944) p. 24 : ‘De Witte’ van Jef Bruyninckx (1934) uit ‘Cinema’, J. Brisée’, p 65, p. 27 : Jean Seberg in ‘A Bout de Souffle’ van Jean-Luc Godard (1959) en Foto Brigitte Bardot (1955) p. 28 : Richard Burton & Liz Taylor p. 29 : Publiciteitswagen Ciné Paris bij de openingsvertoning in 1960 van de film ‘Orfeo Negro’ van Marcel Camus (1959), HZGGO,VI, p 154/a en ‘100 Jaar ‘De Beiaard’, p. 283 p. 34 : Jean Gabin en Michèle Morgan p. 36 : Elizabeth Taylor in ‘A Streetcar named Desire’ van Elia Kazan (1951) p. 38 : James Dean in ‘Rebel, without a Cause / Botsende Jeugd’ van Nicholas en Ray (1955) p. 39 : Hitchcock (1962) p. 42 : Alain Delon p. 43 : Dora Van der Groen in ‘Dokter Pulder zaait

118

Papavers’(Bert Haanstra, 1975) p. 48 : Josse De Pauw in Crazy Love’ (198 ) van Dominique Deruddere p. 49 :Joe Mantegna en Faye Dunaway in ‘Wait Until Spring, Bandini’(1989) Edmée en Yves Montand in ‘Un Soir, un Train’/‘De Trein der Traagheid’ Willeke van Ammelrooy uit ‘Het Verloren Paradijs’ van Harry Kümel (1978) p. 50 : in ‘Les Lèvres Rouges ( 19 ) van Harry Kümel Monique Van de Ven Fanny Ardent en Vittorio Gassman in ‘Benvenuta’ (1983) van André Delvaux Ellen Vogel in ‘Monsieur Hawarden’ Tekening uit ‘Jan Zonder Vrees’ p. 54 : Frontpagina ‘Film, Televisie + Video’, maart 2002, met het gelaat van Julie Delpy, hoofdactrice van ‘Villa des Roses’ (2002), regie Frank Van Passel; Ronnie Pede, hoofdredacteur maandblad ‘Film, Televisie + Video’ bij de voorstelling van de Affichetentoonstelling, Lustrum 45 Jaar Filmclub Zottegem p. 55 : Foto van de Affiche ‘Plaats voor de Dans’ Giulietta Massina in ‘La Strada’van Federico Fellini, 1954 p. 56 : Logo Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent p. 59 : Raoul Servais p. 60 : Goldframe (19 ); Taxandria (1994), Nachtvlinders (2000)

p. 61 : Taxandria (1994); Atraxion (2000) p. 62 : Detail ‘Nachtvlinders’ (2000) van Raoul Servais E.H. P. Vyncke, mentor en erevoorzitter en J. Van den Bussche, voorzitter, tijdens de Academische Zitting van het Lustrum 45 Jaar Filmclub Zottegem p. 64 : affiche ‘Dag van de Animatiefilm, 16 november 1982 ‘De Kapitale Krokodil’(Jean Coignon, 19 ) p. 65 : ‘To speak or not to Speak’ (Raoul Servais, 1970) p. 66 : Charel Janssen en Jan Decleir in ‘Verbrande Brug’ Het bestuur van Filmclub Zottegem tijdens het Jubileum 25 Jaar Filmclub Zottegem : (v.l.n.r. : Luk Vermoere, schepen P. Lievens, G. Van de Perre, E.H. Deken De Boe, Jan Van den Bussche, schepen E. Otte, Frans Dupondt, E.H. P. Vyncke, Michel De Buyst, schepen, Dr. M. Van Assche, schepen De Clercq en Armand Schoutteet (De Beiaard, 10/09/1977) p. 67 : Affiche animatiefilm Schrek p. 69 : Harpya (Raoul Servais, 1979) p. 71 : Onthaal op het stadhuis n.a.v. de veertoning van de Vlaamse film ‘De Vlasschaard’, (1984), met, zittend v.l.n.r.: acteur Moeremans, regisseur Jan Gruyaert, actrice Dora Van der Groen, burgemeester Herman De Loor en Jan Van den Bussche, voorzitter Filmclub. Staand, v.l.n.r. : Michel Bert, penningmeester, Bert Podevijn, Adjunct bij de Directeur Dienst Media en Film en zijn echtgenote, schepen van cultuur Freddy Van Den Bossche, bestuurslid Liliane Carlier, schepen Geens, en gemeenteraadsleden Galle


p. 72 : Kinderen maken kennis met de media tijdens Kifi’s Boemeldag p. 74 : Herman Bollaert monteert en presenteert zijn ‘Laterna Magica Galantee Show’(1991) in zaal ‘De Kring’ p. 76 : De ‘Belga Movie Tour’ ontplooit zijn reuzenscherm op de markt : het openluchtgebeuren ‘Zottegem Filmstad’ kan beginnen p. 77 : Cineast willy Van Marck, Hendrik De Backer, Ingrid en Jo Van den Berge, bestuursleden, tijdens het gebeuren; Voorzitter J. Van den Bussche stelt het panel voor van de ‘Dag van het Licht, dag van de Camera’ : de heer Dierickx, filmpedagoog Mefiafilm, Ronnie Pede, hoofdredacteur ‘Film & Televisie’, Freddy Sartor, filmjournalist, de heer Lamberigts, Directeur Uitgeverij Altiora, en Prof. Dr. Sylvain De Bleeckere; Regisseur Stijn Coninckx na de Galavertoning van ‘Daens’ tijdens de ‘Provinciale Dagen van de Vlaamse Film’; Ontvangst op het stadhuis n.a.v. ‘Daens’ : zittend v.l.n.r.: voorzitter J. Van den Bussche, schepen van cultuur Hector Petit, regisseur Stijn Coninx, actrice Antje De Boeck, de heer Alain De Waele, beheerder, de heer Jo Daems, voorzitter van de Filmcommissie; staand, v.l.n.r. : Geert Van Boxtaele, historicus, de ‘Suisse’, schepenen Werner Vanderwalmen, Paul Lievens, Ghislain Diependaele, Willy De Clercq, Jean D’ Hondt, stadssecretaris Eddy Beke, en cultureel ambtenaar Danny Lamarcq Jan Decleir als priester Daens. p. 78 : Tentoonstelling ‘Daens in de Fabriek’, georganiseerd in de ruimten van het toenmalige ‘Sanitary Underwear’ p. 79 : André Goudbeek die met zijn kwartet de nieuwe originele muziek bracht tijdens de ‘live’ uitvoering bij de stille film ‘Das Kabinett der Dr. Caligari’(1919) van Robert Wiene Raoul Servais in gesprek met Lieven Debrauwer tijdens

p. 80 :

p. 81 :

p. 82 :

p. 83 :

de handtekeningsessie in de Stedelijke bibliotheek dat aan het Colloquium ‘Film in Vlaanderen’ voorafging, in het kader van het Lustrum 45 Jaar Filmclub Zottegem. Zicht op Ridderzaal tijdens de Academische Zitting 45 Jaar filmclub; Lieven Debrauwer tijdens het debat van het Colloquium ‘Film in Vlaanderen’; Robbe De Hert en werner De Smedt tijdens de handtekeningsessie; Bezoek aan de Affichetentoonstelling ‘100 Jaar Filmaffiches’ in het Egmontkasteel en in de kelders Werner De Smedt, Robbe De Hert, Hilde Eynikel, Godfried Van de Perre en Bert Podevijn tijdens het Colloquium ‘Film in Vlaanderen’; J. Van den Bussche, Dora Van der Groen, Lieven Debrauwer en Lustrumvoorzitter Marc De Vrieze in gesprek bij de ontvangst van de filmploeg van ‘Leonie’; Julien Vrebos, regisseur van ‘Le Bal Masqué’ na de vertoning in Zottegem Patrice Toye, regisseur van ‘Rosie’ te gast bij Filmclub Zottegem. Dixie Dansercour en echtgenote Julie in gesprek met burgemeester Erwin De Maesschalck en voorzitter Jan Van den Bussche tijdens de ontvangst op het stadhuis in de Culturele Week; Geflankeerd door zijn troepen, gaf Peter Van Der Plaetse, conservator van het Provinciaal Archeologisch Museum van Zuid-Oost-Vlaanderen (PAMZOV) toelichting bij de Romeinse kledij in de film ‘Gladiator’; Voorbereidingen aan de ingang van de stedelijke zaal Rhetorica voor de film ‘Mijmen/Het Been’ van Robbe De Hert. Ontvangst op het stadhuis van de filmploeg van ‘Lijmen/Het Been’. Zittend, v.l.n.r. : Robbe De Hert, Jan Decleir, Mike Verdrengh; Staand, v.l.n.r. : acteur

Jef Demedts, schepen Dirk Van Herzeele, de heer Paul Van de Velde, Directeur Diensten Wetenschappen, Media en Film van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, producent Michel Houdmont, voorzitter Jan Van den Bussche en Danny Lamarcq, Cultureel Ambtenaar van de stad; Interview in zaal Rhetorica; Een beeld van de receptie, aangeboden door het Stadsbestuur; Koen De Bauw kwam voor het interview na de vertoning naar Zottegem, nadat hij een theatervoorstelling had gespeeld in de Antwerpse schouwburg. Intussen was de filmvertoning gestaakt wegens een onherstelbaar technisch defect en het voorziene interview afgelast. Toch hartelijk bedankt, Koen. p. 84 : Prof. Zana Etambala en ‘Ter Zake’-journalist Walter Zinzen na hun toelichting en debat met de zaal over de film ‘Lumumba’; Technisch verantwoordelijke Jo Cousy in gesprek met Rudy Van den Bossche, regisseur van ‘Olivetti ‘82’ na de vertoning; Ontvangst van regisseur Lieven Debrauwer, de dames Anne Petersen (Florke/ Paulette), Dora Van der Groen (Pauline), Filmclubvoorzitter Jan Van den Bussche, persverantwoordelijke Isolde De Paepe, schepenen W. De Clercq en P. Lievens tijdens het welkomstwoord van Burgemeester Herman De Loor n.a.v. de vertoning van ‘Pauline en Paulette’; Aankomst van actrice Dora Van der Groen aan het stadhuis. p. 85 : Lidkaarten met foto’s van Natasha Kinski, Nicole Kidman, Wynona Ryder en Leonardo Di Caprio Foto’s bestuursleden Vedettenfoto’s bij de filmografie

119


Voet noten

1)

2)

3)

4) 5) 6) 7)

8)

9)

120

Deze geschiedenis, die hier als hoofdstuk I wordt afgedrukt, werd in grote lijnen eerder gepubliceerd: Danny Lamarcq, 80 jaar cinema in Zottegem. Een proeve tot inventaris, in: Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde. Handelingen, VI, 1993, pp. 135-160. G. CONVENTS, De kinematografie in België en het plaatselijk historisch onderzoek: van reizende kinema-exploitanten tot (vaste) bioscoop, in: Handelingen van het Eerste Congres van de Federatie van Nederlandstalige Verenigingen voor Oudheidkunde en Geschiedenis van België (Hasselt 1982), Mechelen, 1988, pp. 331-332. De Zondagsbode, 26.5, 9.6 en 16.06.1907 en De Beiaard, 08.06.1907. De firma is gevestigd te Brussel, Noordlaan 98-102. Privé-archief Michel Van Den Bossche, Zottegem. Idem De Kleine Burger van Sottegem, weekblad, Th. De Keyser & Oct. Schautteet. D. LAMARCQ. Het "elektriciteitsgesticht" te Zottegem. Een kwarteeuw elektriciteitscentrale in de Egmontstad, in: Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde, Handelingen V1991, p. 139. D. LAMARCQ, Tachtig jaar geleden opende eerste Zottegemse cinemazaal de deuren. Een gesprek met Elianne Braems, in: De Beiaard, 26.02.1992. Idem.

10) 11) 12) 13) 14) 15)

16) 17) 18) 19)

20)

21)

De Beiaard, 26.04.1913. De Kleine Burger, 06.12.1913 en 21.02.1914. Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Vervallen vergunningen. 1891-1930. Volgens De Kleine Burger van 07.03.1914 ging het hier over "De reis naar Scattle" (sic). De Kleine Burger, 14.03.1914. Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen. Vervallen vergunningen. 1891-1930. De zaal is kadastraal bekend: Zottegem, Enige Sectie, nr. 509m. Bij K.B. van 13juli 1913 waren de cinemauitbatingen in gesloten ruimten aan de goedkeuring van de Bestendige Deputatie onerworpen (cfr. G. CONVENTS, o.c., p. 345 Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen. Vervallen vergunningen. 1891-1930. De Beiaard, 23.10.1920. De Beiaard, 05.02.1921. Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen. Vervallen vergunningen. 1891-1930. De zaal is kadastraal bekend: Zottegem, Enige Sectie, nr. 437d. De vergunning loopt voor 20 jaar, met ingang van 22.04.1921. Schriftelijke getuigenissen van A. Coessens, O. Van Den Bossche en A. De Naeyer, 1946 (Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen. 19441953). Stadsarchief Zottegem, Bouwaanvragen, goedkeuring dd. 09.08.1933.

22) 23) 24) 25)

26) 27)

28) 29) 30)

31)

32) 33)

D. LAMARCQ, Tachtig jaar... D. LAMARCQ, Tachtig jaar... De Beiaard, 21.10.1939. D.PODEVIJN, Tot welzijn van de werkersstand. Een bijdrage tot de geschiedenis van de (V.)K.A.J. - beweging in het verbond Aalst (en Geraardsbergen), 19271977, in: Het Land van Aalst, jg. 1984, pp. 278. D. LAMARCQ, Tachtig jaar... HERMAN LANEAU, Het filmverleden van Zottegem. Operator Paul Van Breusegem maakte 57 jaar lang bloei en teloorgang mee van Zottegemse cinema’s, in: Het Nieuwsblad, 18.10.1997, p. 18 en Dertig jaar voor het filmscherm met Paul Van Breusegem, in: De Beiaard, 14.11.1997 De Beiaard, 06.07.1946, p. 2. Dertig jaar voor het filmscherm met Paul Van Breusegem, in: De Beiaard, 14.11.1997 HERMAN LANEAU, Het filmverleden van Zottegem. Operator Paul Van Breusegem maakte 57 jaar lang bloei en teloorgang mee van Zottegemse cinema’s, in: Het Nieuwsblad, 18.10.1997, p. 18 Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen (1944-1953). De zaal is gelegen Nieuwstraat 42 en kadastraal gekend: Zottegem, Enige Sectie, nrs. 509p, 509o en 513e. Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen (1944-1953). Stadsarchief Zottegem, Zottegem. Gevaarlijke inrichtingen (1946-1953).


34)

35) 36) 37) 38) 39) 40)

41) 42)

43) 44)

45)

Stadsarchief Zottegem, Bouwaanvragen Zottegem, 1948. Het pand is kadastraal bekend: Zottegem, Enige Sectie, nr.565s. Stadsarchief Zottegem, Bouwaanvragen Zottegem, 1948. Gevaarlijke inrichtingen (1944-1953). D. LAMARCQ, Tachtig jaar... Idem. Dertig jaar voor het filmscherm met Paul Van Breusegem, in: De Beiaard, 14.11.1997 Ann, Ciné Paris wordt Ciné Chaplin, in Weekblad Plus, 07.09.1989. Zottegemse Ciné Pris na facelift: bios Chaplin. Gesprek met Ronny Maheur, in: De Beiaard, 17.06.1989. C.A.Z., Nieuw filmseizoen in vernieuwde zaal, in: Het Laatste Nieuws, 05.09.1989. Wouter, Doek valt over Ciné Chaplin, in: Weekblad Plus, 14.01.1992 en Ciné Chaplin dicht, in: De Streekkrant, 07.05.1992. Stad Zottegem, Notulen Schepencollege, 20.09.1993. Vooral het historiografische aspect van de Culturele Kring wordt belicht in D. LAMARCQ, De Zottegemse Culturele Kring & het Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde, in: D. LAMARCQ (red.), Vijftig jaar Oostvlaams Verbond van de Kringen voor Geschiedenis (ter perse). N. VAN DEN BOSSCHE geeft 16 december 1944 op als stichtingsdatum, maar dateert de eerste activiteit verkeerdelijk op 19 december. Zie: N. VAN DEN BOSSCHE, Lijst der prestaties van de Zottegemse Culturele Kring vanaf de stichting 16 december 1944, in: Jaarboek van de Zottegemse Culturele Kring 19551956, p. 115 en A. SCHAUTTEET, 35 jaar Zottegemse Culturele Kring, in: Jaarboek van de Zottegemse Culturele Kring 1978-1979, pp. 7-22.

46)

47) 48) 49) 50) 51) 52) 53) 54) 55) 56) 57) 58) 59) 60) 61) 62) 63) 64) 65) 66) 67) 68) 69) 70) 71) 72) 73) 74) 75) 76) 77) 78)

Met dank aan het Centrum voor Streekgeschiedenis waar, op een paar hiaten na, de volledige collectie wordt bewaard. CN, 1953/54, 3 CN, 1953/54, 4 CN, 1953/54, 6 CN, 1954/55, 1 CN, 1954/55, 3 CN, 1954/55, 6 CN, 1957/58, 1 CN, 1957/58, 4 CN, 1957/58, 4 CN, 1958/59, 1 CN, 1958/59, 1 CN, 1958/59, 7 CN, 1958/59, 8 CN, 1958/59, 9 CN, 1959/60, 5 CN, 1963/64, 1 CN, 1963/64, 4 CN, 1963/64, 4 CN, 1965/66, 2 CN, 1965/66, 3 CN, 1965/66, 1 CN, 1966/67, 1 CN, 1969/70, 1 CN, 1964/65, 6 CN, 1967/68, 1 CN, 1967/68, 4 CN, 1968/69, 2 CN, 1968/69, 3 CN, 1971/72, 6 CN, 1973/74, 1 CN, 1973/74, 7 CN, 1974/75, 1

79) 80) 81) 82) 83) 84) 85)

86) 87) 88) 89) 90) 91) 92) 93) 94) 95) 96) 97) 98) 99)

CN, 1974/75, 1 CN, 1974/75, 6 CN, 1974/75, 3 CN, 1974/75, 6 CN, 1974/75, 7 CN, 1975/76, 1 A. SCHAUTTEET, 35 jaar Zottegemse Culturele Kring, in: Jaarboek van de Zottegemse Culturele Kring 19781979, p. 14. J. VAN DEN BUSSCHE & M. DE GROOTE, Jubileum 35 jaar Filmclub Zottegem. 1987-’88, Zottegem, 1987 J. VAN DEN BUSSCHE, E.A., Jubileumbrochure 30 jaar Filmclub Zottegem, Zottegem, 1982, p. 6. J. VAN DEN BUSSCHE & M. DE GROOTE, Jubileum 35 jaar Filmclub Zottegem. 1987-’88, Zottegem, 1987 Filmclub Zottegem - Seizoen 1975-76. Deel II, titelpagina Filmkrant - Seizoen 1981-82 J. VAN DEN BUSSCHE, E.A., Jubileumbrochure 30 jaar Filmclub Zottegem, Zottegem, 1982, p. 6. Filmclub Zottegem, periodiek van filmclub zottegem, september 1992 Brochure Creatief gebruik van de overhead in de basischool, Horen, Zien en Doen, 1989 J. VAN DEN BUSSCHE & M. DE GROOTE, Jubileum 35 jaar Filmclub Zottegem. 1987-’88, Zottegem, 1987 J. VAN DEN BUSSCHE, E.A., Jubileumbrochure 30 jaar Filmclub Zottegem, Zottegem, 1982, p. 9. J. VAN DEN BUSSCHE, E.A., Jubileumbrochure 30 jaar Filmclub Zottegem, Zottegem, 1982, p. 9. Telefonisch interview met Marcel De Geyter, 8 juli 1997. J. VAN DEN BUSSCHE, E.A., Jubileumbrochure 30 jaar Filmclub Zottegem, Zottegem, 1982, p. 9. J. VAN DEN BUSSCHE, E.A., Jubileumbrochure 30 jaar Filmclub Zottegem, Zottegem, 1982, p. 12.

121


Bronvermelding illustraties jubileumboek

Cover : Nachtvlinders, Raoul Servais p 11 : Gravure ‘Cinématographe Lumière ( uit J. Brismée, Cinema, p. 17, Mardaga) p 12 : Foto Cinématographe des Frères Lumière, uit ‘Cinema’, Jean Brismée, ‘Cinema’, p. 15, Mardaga)(REF. 164) p 13 : Charly Chaplin op kamwiel uit ‘Modern Times’, 1935 p 14 : Oude gravure van de Markt te Zottegem p 16 : Pantomines, Achter het Witte Doek, p79, Gemeentekrediet persuittrekseltjes ‘De Beiaard’ : ‘Feesten en vermakelijkheden’ (9/01/1904) + (16/01/1904) p 17 : Cirque de la Compagnie des Cinémas Européens’ + ‘ Zottegem Marktplaats Sottegem’ uit Handelingen Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheid kunde VI, p. 136, (D. Lamarcq) foto Victor Van Kerckhove + ingangsticket eerste cinemazaal te Zottegem p 18 : 2 fac-similés, HZGGO,VI, p 139 (D. Lamarcq) Charly Chaplin : ‘Vermin Club’ uit ‘Shoulder Arms’(19 18), uitg. Taco, p 129 p 19 : Affiche ‘Yser’, uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion, p 191 p 20 : Foto van affiche Openluchtfilm Brussel, uit ‘Van kinetoscoop tot café- ciné’, G. Convents, p. 204, UPL, 2000 Foto van affiche van Harold Lloyd, uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion p 21 : Foto van affiche Metropolis, uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion Joan Crawford en Clark Gable uit ‘Dancing Lady’, 1933 p 22 : Foto Stan Laurel & Olivier Hardy, uit ‘The Big Noise’, 1944 Foto van affiche, The Marx Brothers, uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion p 23 : Bioscoop advertentie van cinema’s ‘Victoria’ en ‘Majestic’, uit HZGGO (DannyLamarcq) Bioscoopaffiche Josephine Baker uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion, p 36 p 24 : foto uit ‘De Witte’ van Jef Bruyninckx (1934) uit ‘Cinema’, J. Brisée’, p 65, Mardaga Foto van affiche ‘The Third Man/ De Derde Man’ uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts,

122

p 25 : p 26 :

p 27 :

p 28 : p 29 :

p 30 :

p 31 : p 34 : p 35 :

p 36 :

p 37 : P 38 :

P 39 : P 40 :

Ludion, p 91 + ‘La Ciociara’, idem p 157 Bioscoop advertenties van cinema’s ‘Victoria’ en ‘’Majestic’ en ‘Modern Palace’, HZGGO (DannyLamarcq) Affiche Ciné Victoria: lady Détective, HZGGO (DannyLamarcq) Foro van affiche ‘Niagara’ uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion p 118 Foto Jean Seberg in ‘A Bout de Souffle’ (1959) van Jean-Luc Godard Foto Brigitte Bardot (1955) Foto Richard Burton& Liz Taylor Foto’s van affiche ‘Chatte sur un Toit Brûlant, p146 + ‘Psychose’affiche uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, Robbe De Hert en Rik Stallaerts, Ludion, p 141 Publi-wagen Ciné Paris bij opening van de zaal (1960) in ‘De Beiaard’(9/08/69) zwart-wit affiche-tekening ‘Singing in the Rain’ uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, Robbe De Hert en Rik Stallaerts, Ludion, p 115 publi-aankondigingen ciné Paris in ‘De Beiaard’(9/08/69) ‘Helga ‘ en op 15/03/1969 van ‘Doctor Jivago’ Foto van affiche ‘De Storm des levens’ uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, Robbe De Hert en Rik Stallaerts, Ludion, p 188 Foto Jean Gabin en Michèle Morgan aankondiging eerste film Clturele Kring Zottegem : ‘De Nachtegalenkooi’ en ‘Il Cappotto uit ‘Cultureel Nieuws’, ill HZGGO. II, 1 + II, 2 + II,3 Stichtingsaankondiging in ‘De Beiaard’ (6/09/1952) Foto Elizabeth Taylor in ‘A Streetcar named Desire’ van Elia Kazan (1951), Aankondiging ‘VIA MALA’ in ‘Cultureel Nieuws n° 5, jaargang 1954-’55, (REF. 150) + Filmnieuws tekening ‘De Beiaard’ (17/11/63) Saludos Amigos in ciné Victoria ‘De Beiaard’ (18/5/57) Foto James Dean ‘Rebel, without a Cause / Botsende Jeugd’ Aankondiging ‘Cultureel Nieuws’ over ‘The Miracle Worker’ Artikel Filmclub (De Beiaard, 17/11/1963) Foto Hitchcock (1962) Filmclub-rubriek ‘Cultureel Nieuws’, 28ste jaargang, n° 1, achterflap


p 41 : p 42 : p 43 :

p 44 :

p 48 : p 49 :

p 50 : p 51 :

p 52 : p 54 :

p 55 :

p 60 :

Jefi, start in de Beiaard (21/09/1974) 1ste documentatiemap van Filmclub Zottegem (1975) Ciné tekening de Beiaard (12/10/1957) Foto Alain Delon Foto Dora Van der Groen (frontpagina gelegenheidsmap oktober 1976 voor ‘Dokter Pulder zaait Papavers’(Bert Haanstra, 1975) Achterflap ‘Cultureel Nieuws’ : Filmclub Zottegem (september 1977) Kop zwart-wit Filmkrant interview de Beiaard 11/8/1989 p 4 en 5, KIFI : 15 jaar mediavorming, Jubileumbrochure 35 jaar Filmclub Foto van Josse De pauw uit Dominique Deruddere’s films ‘Crazy Love’, 25 L VL F, p 132 Foto van ‘Wait Until Spring, Bandini’ van Dominique Deruddere, uit Brisée’s boek ‘Cinema’, p 161 Foto van ‘Un Soir, un Train’/ ‘De Trein der Traagheid’ uit Brisée’s boek ‘Cinema’, p 127 Foto Willeke van Ammelrooy uit ‘Het Verloren Paradijs’ van Harry Kümel, 1978 , uit 25 Jaar Vlaamse Film, p 76, Gemeentekrediet Foto van ‘Les Lèvres rouges’ van Harry Kümel uit 25 Jaar Vlaamse Film, Gemeentekrediet Foto uit ‘Verloren Maandag’ van Guido Hendrickx, ‘Benvenuta’ van André Delvaux, van ‘Jan Zonder Vrees’ uit 25 Jaar Vlaamse Film, Gemeentekrediet Foto ‘Monsieur Hawarden’ uit J. Brisée, ‘Cinema’, p 118 tekst Jozef Van Liempt uit 25 Jaar Vlaamse Film, Gemeentekrediet Foto frontpagina ‘Film, Televisie + Video’, maart 2002, met het gelaat van hoofdactrice Juilie Delpy in ‘Villa des Roses’ Foto Ronny Pede, hoofdredacteur maandblad ‘Film, Televisie + Video’ Foto van affiche ‘Plaats voor de Dans’ uit ‘Binnenkort in deze Zaal’, van Robbe de Hert en Rik Stallaerts, Ludion, p 115 Foto Giulietta Massina in ‘La Strada’van Federico Fellini, 1954 Beeld van Operation X-70 (1971), Taxandria (1994) en

p 61 : p 62 :

p 63 : p 64 :

p 65 : p 66 : p 68 : p 69 : p 70 : p 71 :

p 72 : p 73 : p 74 : p 75 : p 76 : p 77 :

p 78 : p 79 :

p 80 :

Nachtvlinders (2000) uit ‘A Painter-Filmmaker’s Journey’ uitgave vzw Stichting Raoul Servais Beeld van Taxandria (1994) en Attraksion (2001) uit ‘A PainterFilmmaker’s Journey’ uitgave vzw Stichting Raoul Servais Detail Nachtvlinders, Raoul Servais Foto E.H. P. Vyncke (ere-voorzitter) + Jan Van den bussche (voorzitter) foto L Oosterlinck Foto uit Lord of the Rings (Peter Jackson, USA, 2002) Getekende affichette ‘Dag van de Animatiefilm, 16 november 1982 Foto van ‘De Kapitale Krokodil’ uit ‘25 jaar Vlaamse Film’, p. 13 Afbeeldingen uit Goldframe, Raoul Servais, (1969) Foto uit ‘Verbrande Brug’, in ’25 Jaar Vlaamse Film’, p. 62 Jubileum 25 jaar Filmclub, De Beiaard, (10/9/77) Affiche-illustratie van ‘De Koning en de Vogel’, Paul Grimaud Zwarte frontpagina met ‘rode’ Harpya-figuur’, brochure Vlaamse Gemeenschap over Raoul Servais Afbeelding kaft Filmclubbrochure ‘Slagkracht van het Beeld’ Filmclubbrochure, Derde Dag van de Animatiefilm: schoolprogramma Onthaal filmploeg ‘De Vlasschaard’ en bestuur Filmclub op het Stadhuis, (1984) Foto’s bij de KIFI-Boemeldag, + sticker KIFI Zottegem ‘Horen, Zien en Doen’ Sticker 35 jaar Filmclub + foto jubileummap Uitnodiging + foto’s ‘Laterna Magica Galantee Show’ van Herman Bollaert in Zaal de Kring, (1991) ‘Filmclub weg uit zaal Chaplin’ De Beiaard, (12/01/1991) ‘Zottegem Filmstad’ Sfeerbeelden van ‘Zottegem Filmstad’, Dag van het Licht, Dag van de Camera en van ‘Daens’ met regisseur Stijn Coninx en Antje De Boeck Sfeerbeelden van de tentoonstelling ‘Daens in de Fabriek’ Frontpagina folder ‘the Movie Box’ Foto André Goudbeek bij ‘filmconcert ‘Caligari’ Foto Raoul Servais en Lieven de Brauwer tijdens de handtekeningsessie in de Stedelijke Bibliotheek Fotomontage Academische Zitting affichetentoonstelling

p 81 :

p 82 :

p 83 : p 84 :

p 85 : p 86 :

Colloquium ‘Film in Vlaanderen’ en handtekeningsessie in de Stedelijke Bibliotheek tijdens de Provenciale Dagen van de Vlaamse Film Colloquium ‘Film in Vlaanderen’ Onthaal filmploeg ‘Leonie’ van Lieven de Brauwer Foto van Julien Vrebos (‘Le Bal Masqué’), Foto Patrice Toye, regisseur ‘Rosie’ en ontvangst van Dixie Dansercour op het Stadhuis Pamzov - Romeins kledijproject te gast bij ‘Gladiator’ Voorbereidingen aan de ingang van stadstheater Rhetorica voor ‘Lijmen/Het Been’ Fotomontage ‘Lijmen/Het Been’ (foto Oosterlinck) Foto gastsprekers prof Etambala & W. Zinzen na ‘Lumumba’film Foto van Rudy Van den Bossche, regisseur ‘Olivetti 82’ Foto’s ontvangst Stadhuis Pauline en Paulette Lidkaarten met afbeeldingen van Natacha Kinski, Nicole Kidman, Wynona Ryder en Leonardo di Caprio Publicaties 50 jaar Filmclub Personen die zich eventueel benadeeld zouden voelen door deze publicatie, gelieve contact op te nemen met de auteurs.

123


Inteken lijst

Architectenbureau C. Ostijn Aventis Pharma N.V. Baeten Rudy Beerens Godelieve Bert Kurt Bibiliotheek Aalst Bibliotheek Zulte Bogaert Guy Bonte Hans Bonte Marleen Bossuyt Johan Bossuyt Ph. Braems Urbain Braems-Van Caenegem Yvan Broeckaert Marcel Broekaert Laurent Broekaert-Bayens Dirk Charita Leon Cromphout P. Davidsfonds Zottegem De Backer Hendrik De Bie-Plasmans Mevr. L. De Clercq Eddy De Clercq-Anrijs Paul De Four H. De Groote M. 124

9620 Zottegem 1050 Brussel 9550 Herzele 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9300 Aalst 9870 Zulte 9620 Zottegem 2020 Antwerpen 2980 Zoersel 8530 Harelbeke 9000 Gent 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9840 De Pinte 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9620 Zottegem 9550 Herzele 9620 Zottegem

De Groote Marc 9620 St-Goriks-Oudenhove De Jonge Hilde 9000 Gent De Keyser Marie-Claire 9620 Zottegem De Lange D. 9620 Zottegem De Lange Mevrouw N. 9620 Zottegem De Loor Herman 9620 Zottegem De Loor-Van Immerzeele 9620 Velzeke De Looze Danny 9620 Zottegem De Maesschalck Edwin 9620 Zottegem De Moor Jan 9620 Zottegem De Moor P. 9620 Zottegem De Paepe Gerard 3090 Overijse De Ruyver-Beetens 8670 Koksijde De Saveur Chris 9620 Zottegem De Smet Johan 9620 Zottegem De Sutter Jan 9620 Zottegem De Taeye Arno 9660 Brakel De Temmerman-Degroote 9620 Zottegem De Vleeschouwer Herman 9620 Zottegem De Vriendt 9620 Zottegem De Vrieze M. 9620 Zottegem De Waele-Cousserier A. 9620 Zottegem De Wolf Koenraad 9550 Herzele Derick Gilbert 9620 Zottegem D’Heedene Claude 9700 Oudenaarde Eeckhout Hedwig 9860 Oosterzele Erauw Yvonne 9550 Herzele Eska Reizen 9550 Herzele Everaert Dirk 9620 Zottegem Franceus Herman 9620 Zottegem Goessens Raphael 9506 Geeraardsbergen Hertegonne Bart 9620 Zottegem Hoefman Peter 9620 Zottegem Hoste Paul 9890 Dikkelvenne

Jacquet-Acosta Patrick 9620 Zottegem Kantoor E. De Clercq 9620 Zottegem Kifi Zottegem 9620 Zottegem Koolbrant Albert 9500 Geraardsbergen La Barthe Hervé 3120 Tremelo Leemans-Verelst Frans 2980 Halle-Zoersel Machtelinckx Karel 9620 Zottegem Magherman Bart 9620 Zottegem Mangeleer G. 9620 Zottegem Matthys Robert 9050 Gentbrugge Mertens Emiel 9620 Zottegem Minnaert Mevrouw M. 9620 Zottegem Moding Joseph 9630 Zwalm Mory Fabian 9520 Vlierzele Muze/Cultuurcentrum Heusden-Zolder 3550Heusden-Zolder Ockerman Bart 9200 Dendermonde Pauwels C. 9031 Drongen Petit Hector 9620 Zottegem Poelaert P. 9420 Burst Poriau W. 9860 Oosterzele Professor Herman De Croo 9660 Brakel “Minister van Staat,Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers” Rouckhout Jacques 9620 Zottegem Rouckhout William 9620 Zottegem Samyn-Verstraete J. en 8400 Oostende Schietecatte Jean-Paul 9620 Zottegem Sierens Mevr. 8300 Knokke-Heist Sint-Barbara-Instituut 9620 Zottegem Stad Zottegem (E. Beké) 9620 Zottegem Nominatim vermelden : burgemeester, schepenen + stadsscretaris Stad Zottegem (F. Uyterhaegen) 9620 Zottegem


Stadsbibliotheek Zottegem 9620 Zottegem Stadsbibliotheek Zottegem Steurbaut Philip 9620 Zottegem Stevens-Thienpont 9620 Zottegem Steyaert Henriette 9620 Zottegem Toerisme Oost-Vlaanderen 9000 Gent Uitterhaegen-Vangansbeke 9620 Zottegem Van Bever Marcel 9506 Schendelbeke Van Bockstaele Geert 9620 Zottegem Van Cauwenberghe Thomas 9620 Zottegem Van Crombrugge Erwin 9402 Merelbeke Van Daele Hedwig 9620 Zottegem Van Damme William 9620 Zottegem Van de Zande Christiaan 9620 Zottegem Van den Bossche Julien 9620 Zottegem Van den Bossche Nestor 9620 Zottegem Van der Spiegel Marinella 9620 Godveerdegem Van Doorselaere Anne 9550 Herzele Van Driesen-Pien 9500 Geraardsbergen Van Gosseye Marleen 9000 Gent Van Herzeele Dirk 9620 Zottegem Van Herzeele H. 9620 Zottegem Van Vijle Jean-Pierre 9620 Zottegem Van Waeyenberge Urbain 9620 Zottegem Van Wambeke Marc 9112 Sinaai-Waas Van Welden Jacques 9660 Brakel Van Wilderode-Vandamme 9620 Zottegem Van Winnendaele Suzanne 9660 Brakel Vandenberghe-Verbeyst 1750 Lennik Vanderfraenen Gilbert 9050 Gentbrugge Vandevoorde Jules 8500 Kortrijk Vekeman Suzanne 9620 Zottegem Vermeersch Carlos 8800 Roeselare Vermeulen-Persyn J. 9860 Balegem Versichel Constant 9620 Zottegem Verthez Paul 9620 Zottegem

COLOFON Het Jubileumboek 100 Jaar Film in Zottegem van Danny Lamarcq en Jan Van den Bussche met foto’s van L. Oosterlinck, F. de Maître en J. Van den Bussche werd uitgegeven door Filmclub Zottegem n.a.v. het Jubileum 50 Jaar Filmclub Zottegem Het werd gedrukt door N.V. Printor, Vandendriesschestraat 13, 9620 Zottegem Met hartelijke dank aan : De heer Paul Van Grembergen, Vlaams Minister van Binnenlandse aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken Het Ministerie van Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap De Dienst Media & Film De heer Herman Balthazar, Gouverneur vcan de Provincie Oost-Vlaanderen De Provincie Oost-Vlaanderen en de Dienst Kunst en Cultuur De heer Herman De Loor, Burgemeester van de Stad Zottegem De heer Dirk Van Herzeele, Schepen voor Cultuur van de Stad Zottegem De heer Chris De Saveur, Voorzitter van de Stedelijke Culturele Raad

Het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent De heer Jacques Dubrulle, Secretaris-Generaal en Afgevaardigd Bestuurder van het Internationaal Filmfestival Van Vlaanderen-Gent en Voorzitter van de vzw Stichting Raoul Servais De heer Ronnie Pede, hoofdredacteur maandblad Film, Televisie + Video De heer Godfried Van de Perre, (juiste benaming zie Erecomité)

Het is opgedragen aan alle bestuursleden en medewerkers die zich, in de loop der jaren, onbaatzuchtig hebben ingezet voor de uitbouw en het welslagen van de initiatieven van Filmclub Zottegem. De uitgever heeft de rechten voor de originele teksten, foto’s en illustraties naar best vermogen geregeld. Andere rechthebbenden kunnen zich tot hem wenden op het adres van de uitgeverij.

ISBN 90-9016298-4 September 2002

125


www.filmclub-zottegem.be


Filmclub Zottegem