Tusken de Marren INFORMATIEBIJLAGE VAN GEMEENTE DE FRYSKE MARREN | MEI 2021
INHOUD
• Gemeentegezicht: Theo Weidenaar en Former Hoornstra, de heren van de riolering • Hout stoken: gezellig, maar niet gezond • Duurzaam De Fryske Marren: Niet dumpen, maar composteren • Gelijke kansen voor elk kind • Wikselwurk: we investeren in een goede wisselwerking tussen u en de gemeente
Stoffel Zandstra fan De Lemmer wint Fryske 2020 fan De Fryske Marren Gemeentelijke Kultuerpriis Stoffel Zandstra fan De Lemmer hat de Fryske Kultuerpriis activiteiten kalender Vergaderingen gemeenteraad Maandag 17 mei Petear, 19.30 uur
Woensdag 2 juni
Debat en Beslút, 19.30 uur
Maandag 7 juni Petear, 19.30 uur
2020 fan De Fryske Marren wûn. Wethâlder taalbelied Luciënne Boelsma ferraste him thús mei it útrikken fan in cheque fan € 750,-. Gemeente De Fryske Marren rikt jierliks in priis út oan it bêste, moaiste of meast nijsgjirrige Fryske kulturele inisjatyf. Stoffel Zandstra Stoffel Zandstra fan De Lemmer is nominearre troch ferskate persoanen en ferieningen út it doarp. Zandstra is dan ek op in protte terreinen aktyf, as ûnder oare sjonger, skriuwer fan strips
oant teaterstikken, produsint en muzikant. Filmkes Omdat der troch corona net ien by de útrikking wêze mocht, is der in filmke fan makke. Ek binne der filmkes makke fan in tal minsken dy’t Zandstra nominearre hawwe. Jo fine it filmke op www.defryskemarren.nl/ nieuwsoverzicht.
Kijk voor actuele informatie op: www.defryskemarren.nl/ gemeenteraad
Kent u iemand die een lintje verdient?
Week van het geld
Soms gebeurt er iets in je leven, waardoor je opeens moeite hebt om rond te komen of in de schulden belandt. Om hier aandacht voor te vragen deed gemeente De Fryske Marren van 22 t/m 26 maart mee met de Week van het Geld.
Verloting kavels Woensdag 26 mei Balk, Boslust-Noordoost
Wilt u een kavel kopen? Inschrijven voor de verloting kan vanaf donderdag 13 mei. Meer informatie op: wonenindefryskemarren.nl/ boslust
De Week van het geld is een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken. Onder het motto ‘jong geleerd is oud gedaan’ wil het platform kinderen en jongeren voorbereiden op financiële redzaamheid in de toekomst. Als gemeente organiseren wij veel op het gebied van geldzaken. Toch merken we dat inwoners, vrijwilligers(organisaties) en professionals soms het gevoel hebben dat zij door de bomen het bos niet meer zien. Waar kun je terecht met welke vraag? Om iedereen die te maken heeft met armoede en schulden hiermee te helpen, hebben we samen met een aantal partners de Wegwijzer Geld gemaakt.
In de Wegwijzer Geld staan handige tips en informatie over situaties waar iedereen mee te maken kan krijgen. Alle mogelijkheden voor inkomensondersteuning, onderwijs en werk in één overzichtelijke gids. De gids is gratis digitaal te bekijken via www.defryskemarren.nl/ wegwijzer-geld. De Wegwijzer Geld liever op papier lezen? Dat kan. Haal de gids gratis op bij gemeente De Fryske Marren, De Kear of bestel de wegwijzer via info@defryskemarren.nl of telefoonnummer 14 05 14.
Elk jaar op de laatste werkdag voor Koningsdag ‘regent’ het lintjes. Eens per jaar worden Nederlanders die zich bijzonder verdienstelijk maken voor de samenleving beloond met een Koninklijke onderscheiding. Iemand voordragen voor de Lintjesregen van 2022? Het toekennen van een onderscheiding gebeurt niet zomaar: daar gaat een langdurige procedure aan vooraf. Wanneer u iemand voor de Lintjesregen van 2022 wilt voordragen, houdt u er dan rekening mee dat uw voorstel uiterlijk 30 juni 2021 in ons bezit moet zijn. Op www.defryskemarren.nl/lintjes vindt u informatie voor het aanvragen van een lintje.
Tusken de Marren | Informatiebijlage van gemeente De Fryske Marren | mei 2021 verschijnt maandelijks huis-aan-huis als bijlage van GrootdeFryskeMarren.
Redactie communicatie gemeente De Fryske Marren, postbus 101, 8500 AC Joure, telefoon 14 05 14 E-mail redactie@defryskemarren.nl. Tekst Letterhuis, Esther van Opzeeland | gemeente De Fryske Marren.
Informatiebijlage gemeente De Fryske Marren MEI 2021
FOTO’S: NANTKO SCHANSSEMA, FOTO NANTKO
10
Van links naar rechts: Bertus de Boer, Theo Weidenaar, Pieter Durk Feenstra, Marcel van der Galiën en Former Hoornstra.
GEMEENTEGEZICHT
De heren van de riolering: Theo Weidenaar en Former Hoornstra Deze maand geven rioolspecialisten Theo Weidenaar en Former Hoornstra een kijkje in hun werkzaamheden. Zij houden zich, samen met hun collega’s van de buitendienst, bezig met de aanleg en het behoud van de gemeentelijke riolering. En daar komt veel bij kijken. In Nederland produceren we gemiddeld 45 duizend liter afvalwater per persoon per jaar. Daarnaast spoelen er jaarlijks ook nog eens miljarden liters regenwater door het riool. Al dat water moet netjes worden afgevoerd. In De Fryske Marren is de zorg voor het afval-, regen- en grondwater in handen van de gemeente. “Het rioolstelsel in De Fryske Marren is ruim vijfhonderd kilometer lang”, begint Former. Hij is werkzaam als werkvoorbereider en toezichthouder waterbeheer en riolering bij de gemeente. “Het is essentieel dat we het rioolstelsel goed onderhouden. Gemiddeld gaat ons riool zestig tot zeventig jaar mee. Als we de riolering moeten vervangen, is dat een flinke klus.”
in, zowel bovengronds als ondergronds. Verder bekijken we hoe het bestaande riool op dit moment functioneert en hoe we het kunnen verbeteren. Daarna volgt een uitgebreid grondonderzoek om de kwaliteit van de ondergrond te bepalen.”
Stevige bodem
“De grond moet namelijk stevig genoeg zijn om het gewicht van het nieuwe riool te dragen”, gaat Theo verder. “Als
de grond te zacht is, moeten we eerst de ondergrond verstevigen, zodat het nieuwe riool straks netjes op z’n plek blijft liggen. Ook kijken we naar klimaatbestendige oplossingen om regenwater op te vangen en af te voeren. Door weersextremen hebben we steeds vaker te maken met periodes van wateroverschot en droogte. Daarom is het belangrijk dat we als gemeente slim en duurzaam omgaan met water.”
- Theo -
‘We willen slim en duurzaam omgaan met water’
Grondig onderzoek
Op dit moment zijn Former en Theo betrokken bij het vervangen van een deel van het riool in Echtenerbrug, namelijk vanaf de Baggelaar tot en met De Veenscheiding. “Bij het vervangen van het riool gaan we nauwkeurig te werk”, legt Theo uit. Hij is technisch specialist water en riolering bij de gemeente. “Allereerst onderzoeken, inventariseren en meten we het terrein
Kijk voor het actuele gemeentenieuws op: Kijk voor het actuele gemeentenieuws op: www.defryskemarren.nl www.defryskemarren.nl
Gescheiden riool
Als Theo en Former alle informatie hebben verzameld, maken ze een plan op met een uitgebreide technische beschrijving van de rioleringswerken. Vervolgens gaan ze op zoek naar een aannemer om de werken uit te voeren. In Echtenerbrug zijn de werkzaamheden al in volle gang. De oude vuilwaterriolering is vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Theo: “Bij een gescheiden riool wordt het afval- en regenwater apart afgevoerd. Dat heeft grote voordelen voor het milieu. Het afvalwater gaat rechtstreeks naar de rioolwaterzuivering. Het regenwater stroomt zoveel mogelijk via geperforeerde buizen de grond in. Overtollig regenwater voeren we via groenstroken, vijvers en sloten af naar grotere watergebieden. Op die manier kan het water ook na een flinke hoosbui - goed weglopen.”
Bewoners betrekken
“Bij rioolwerkzaamheden, zoals in Echtenerbrug, stellen we buurtbewoners tijdig op de hoogte”, aldus Former. “Het is belangrijk dat inwoners weten wat we in hun buurt gaan doen. Omdat de weg in Echtenerbrug open moest, hebben Liander en Vitens van de gelegenheid gebruikgemaakt om de oude gas-
en waterleidingen te vervangen. Op die manier pakken we alles in één keer aan en beperken we de overlast. Als het nieuwe riool straks klaar is, krijgt het nog een grondige inspectie, zodat we zeker weten dat het weer jaren mee kan. Een nieuw riool aanleggen is, behalve ingrijpend voor de buurt, ook erg duur. Daarom willen we dat de riolering zo lang mogelijk meegaat. Dat doen we door goed beheer, reparatie en renovatie.”
Buitendienst
Het dagelijks onderhoud en de reiniging en inspectie van het gemeenteriool wordt uitgevoerd door de buitendienst. Theo: “Van hen krijgen we veel input over het functioneren van het riool. Met deze informatie gaan Former en ik aan de slag om plannen op te stellen om zo de kwaliteit van het riool te waarborgen. De buitendienst is ons ‘visitekaartje’. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor inwoners.” Former vult aan: “Helaas verdwijnt er veel afval in het riool. Dat veroorzaakt regelmatig overlast, zoals verstoppingen in rioolbuizen, vastlopende rioolgemalen en verontreiniging van het oppervlaktewater. Het oplossen van deze problemen kost de buitendienst veel tijd. Het riool is een gezamenlijk goed; daar moeten we als inwoners zorgvuldig mee omgaan.”
www.defryskemarren.nl
11
Hout stoken:
gezellig, maar niet gezond Een brandende open haard in de winter, of een tuinkachel in de zomer: voor veel mensen betekenen ze gezelligheid. Maar de rook die vrijkomt wanneer je hout stookt, is slecht voor je gezondheid en het milieu. Bovendien kunnen mensen in je omgeving er last van hebben. Het is daarom belangrijk om op de juiste manier te stoken. Het gebruik van open haarden, inzethaarden en vrijstaande houtkachels voor het verwarmen van woningen is in de afgelopen jaren in ons land toegenomen. Ongeveer tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft een met hout gestookte installatie. Ook het stoken van hout in tuinen, tuinhuisjes en schuren is populair, bijvoorbeeld met vuurkorven, tuinkachels en barbecues.
Tips om verantwoord te stoken 1. Zorg voor het juiste
- Irona -
“Helaas kleven er ook nadelen aan deze sfeermakers”, zegt wethouder Irona Groeneveld van De Fryske Marren. “Je huis verwarmen met zo’n haard of houtkachel is niet zo duurzaam: een groot deel van de warmte vliegt via de schoorsteen naar buiten. Maar een minstens zo groot probleem is dat bij het verbranden van hout veel schadelijke rI stoffen en gassen in ron aG ro en eveld de lucht komen, zoals fijnstof, koolstofmonoxide en koolstofdioxide. Niet iedereen is zich daar bewust van.”
FOTO: I-STOCKPHOTO
‘Het maakt veel uit hóé en wannéér je stookt’ zijn, zoals koolwaterstoffen.” Een ander probleem is dat het stoken van hout het woon- en leefgenot van omwonenden flink kan aantasten. De geur van houtrook kan namelijk leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, slaapklachten en vermoeidheid. Ook kan er overlast zijn in de vorm van roetneerslag.
Goed stoken
2. Laat uw schoorsteen en
rookkanaal goed afstemmen op uw haard of kachel.
3. Laat het vuur uit bij windstil
- Tjitske -
‘Met een gesprek en genoeg wederzijds begrip voorkom je dat irritaties hoog oplopen’
Wet
Zowel gemeente De Fryske Marren als GGD Fryslân krijgen regelmatig meldingen en vragen van inwoners over het stoken van hout. De gemeente kan het stoken niet verbieden, maar In gesprek gaan controleert wel afvoerkanalen in Wie last heeft van gebouwen en de hoogte van houtrook van iemand schoorstenen. Net als de GGD anders doet er heeft zij daarnaast een actieve Gezondheidsklachten en overlast goed aan om met adviserende en informerende De vrijkomende stoffen en gassen hebben rol. Irona: “Onze belangrijkste diegene in gesprek op verschillende manieren een negatief te gaan. Tjitske: “Vaak boodschap is dat het voorkomen vis effect. Naast het feit dat ze slecht zijn is iemand die stookt van gezondheidsproblemen en eu GG rM eid zich er helemaal niet van voor het milieu, kunnen ze schadelijk zijn overlast als gevolg van houtrook ili e u & h d n o G ez voor de gezondheid. “Ouderen, kinderen bewust dat hij of zij hinder begint bij goed stoken. Het maakt veel en mensen met luchtwegaandoeningen veroorzaakt. Het bespreekbaar maken uit hóé en wannéér je stookt. Kies of hart- en vaatziekten zijn daar het van de situatie en enkele eenvoudige bijvoorbeeld voor een houtkachel met meest gevoelig voor”, vertelt Tjitske afspraken kunnen dan genoeg zijn om een automatische luchtregeling, of Sijbrandij, adviseur Milieu & Gezondheid het probleem op te lossen.” Kom je voor een vuurpot die op gel brandt in bij GGD Fryslân. “Zij ontwikkelen met een gesprek niet verder, dan is de plaats van een vuurkorf. En stook niet bij vaak meer en eerder klachten door volgende stap om contact op te nemen windstil of mistig weer, dan blijft de rook blootstelling aan houtrook, ook bij met de gemeente. Die benadert dan lang hangen. Voordat je stookt, is het kleine hoeveelheden. Daarnaast bevat de stoker en hoort ook zijn of haar kant daarom handig om eerst de Stookwijzer de rook stoffen die kankerverwekkend van het verhaal. Zo nodig wordt samen te raadplegen op stookwijzer.nu.” bekeken hoe het stoken te verbeteren is en of het rookkanaal goed is aangelegd. “Maar met genoeg wederzijds begrip hoeft het allemaal niet zo ver te komen”, zegt Tjitske. “Wat wij aanraden, is om Gemeente De Fryske Marren steunt het project als stoker zélf aan je buren te vragen ‘Onze lucht’, dat een initiatief is van diverse of zij last hebben van de rook die je kennisinstellingen in Noord-Nederland. Met dit veroorzaakt. Zo voorkom je dat irritaties hoog oplopen.” project wordt een fijnstofmeetnetwerk opgezet om de luchtkwaliteit in onder andere onze gemeente te meten. U kunt hieraan meedoen! Ga daarvoor naar onzelucht.nl. ho
ud
e
Fry s
j, a
d
D
ndi
lâ n
Tjitske Sijbra
LUCHTKWALITEIT METEN MET ‘ONZE LUCHT’
vermogen van uw kachel. Het aantal kilowatt moet in verhouding staan tot de ruimte die u wilt verwarmen.
of mistig weer. Bij dit weer verspreidt de rook zich traag en dat maakt de lucht in en om uw huis ongezond. Check de Stookwijzer op stookwijzer.nu of het verantwoord is om te stoken.
4. Stook alleen schoon, droog
hout, want dat geeft de minste fijnstof en rook. Droog hout is te herkennen aan barsten of een schors die loslaat. Hout dat u zelf hebt gehakt, moet u minstens twee jaar laten drogen. Met een vochtmeter kunt u controleren of het hout droog genoeg is; onder de twintig procent is goed.
5. Stook nooit hout dat
geverfd, gebeitst of geïmpregneerd is. Bij de verbranding daarvan komen zware metalen vrij (daarom is het zelfs verboden). Ook gelijmd hout, zoals spaanplaat, vlokkenplaten en laminaatvloeren, hoort niet in de haard of kachel. Papier en karton verbranden is verboden, dat veroorzaakt namelijk veel rook en vliegas.
6. Gebruik haardhout met het FSC- of PEFC-keurmerk. Die keurmerken tonen aan dat het hout uit verantwoord beheerd bos komt.
Bron: rivm.nl en milieucentraal.nl. Op deze websites vindt u nog meer tips en informatie over het stoken van hout.
12
Informatiebijlage gemeente De Fryske Marren MEI 2021
DUURZAAM DE FRYSKE MARREN:
NIET DUMPEN, MAAR CO
Duurzaamheid is iets wat gemeente De Fryske Marren hoog in het vaandel heeft staan. Hieronder valt ook hergebruik van grondstoffen. Jaarlijks zet de gemeente grote hoeveelheden hekkelspecie, gras en bladeren om in duizenden kubieke meters aan compost, om die vervolgens een nuttige bestemming te geven.
Hekkelspecie (plantenresten) dat overblijft na slootonderhoud, grasmaaisel van bermen en gevallen bladeren in de herfst: het zijn natuurproducten die de gemeente vroeger afvoerde of – in het geval van het gemaaide gras – liet liggen. “Dat laatste kwam door ons voormalige beleid voor wat betreft het maaien van bermen”, licht Michiel de Vries, voorman infra bij De Fryske Marren, toe. “Ons beleid is nu dat wij het gras opruimen, omdat dit ten goede komt aan de biodiversiteit. Samen met de hekkelspecie en bladeren, die inwoners en wijkteams in bladkorven verzamelen, zorgt dat voor zo’n zesduizend ton aan organisch materiaal per jaar. Zo’n twee derde daarvan voeren we niet meer af, maar verwerken we tot een uitstekend bruikbaar nieuw product: compost.”
Proces van tien tot twaalf weken
Het composteren gebeurt op drie locaties: bij de oude waterzuivering langs de Tramwei in Boornzwaag, aan de Jousterweg bij Haskerhorne en bij de Fammensrakken in Boornzwaag. De gemeente heeft dit werk uitbesteed aan aannemersbedrijf JWW Infra & Groen van Jan Wander Wierda. Gerrit Weerman (links) en Michiel de Vries (rechts) op locatie bij de oude waterzuivering langs de Tramwei in Boornzwaag
“Wij doen dat volgens de Controlled Microbial Composting-methode”, vertelt Jan Wander. “Kenmerkend hiervoor is onder andere dat het composteren gestuurd, gecontroleerd en onder zuurstofrijke omstandigheden plaatsvindt, zodat geen rotting optreedt en een stabiel eindproduct ontstaat dat niet verder afbreekt.”
uit een mengsel van hekkelspecie, gras en bladeren. Daar gaat een compostkleed overheen, zodat dit organisch materiaal warm en niet te nat wordt en ook niet kan verdampen. In tien tot twaalf weken verteert het tot compost.
Het composteerproces begint steeds met het maken van rillen: stroken van vijftig meter lang, anderhalve meter hoog en drie meter breed die bestaan
Jan Wander: “Belangrijk hierbij is dat de temperatuur niet boven de zeventig graden komt. De rillen zetten we vooral in het begin daarom regelmatig om
Kijk voor het actuele gemeentenieuws op: Kijk voor het actuele gemeentenieuws op: www.defryskemarren.nl www.defryskemarren.nl
- Gerrit -
‘We kijken steeds naar mogelijkheden voor meer hergebruik’
www.defryskemarren.nl
13
FOTO’S: GEWOAN DWAAN, DOUWE BIJLSMA
OMPOSTEREN
De rillen worden door Jan Wander omgezet met een machine voor genoeg zuurstof (Controlled Microbial Composting-methode).
Op de foto de zogenoemde ‘rillen’ bestaande uit een mengsel van hekkelspecie, gras en bladeren.
met een machine. Dit zorgt er ook voor dat er genoeg zuurstof bij kan komen.” Uiteindelijk daalt de temperatuur vanzelf weer. Bereikt die de dertig graden, dan is de compost klaar voor gebruik.
Diverse bestemmingen
Hoe de compost het beste te benutten is, hangt af van de samenstelling. Bestaat het uit veel gras, dan kun je er grond van maken door de compost te mengen met zand. Die grond is te
gebruiken om bermen aan te vullen langs asfaltwegen. Ook dit werk voert het bedrijf van Jan Wander uit. “De compost scheppen we samen met een even grote hoeveelheid zand in een trommelzeef”, legt hij uit. “Zo sla je twee vliegen in één klap: je filtert ander materiaal als plastic en stenen eruit en tegelijkertijd ontstaat er een mix.” Bevat de compost veel bladeren, dan is het juist goed te gebruiken om grond
vruchtbaarder te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het Roazebosk, dat ooit moest wijken voor de A7, maar dat de gemeente nu in ere wil herstellen. Ook wijkteams passen dit type compost toe, voor onder andere plantvakken. “Daarnaast starten wij binnenkort met een pilot om het te gebruiken voor openbare grasvelden”, vertelt Gerrit Weerman, coördinator ruimtelijk beheer bij De Fryske Marren.
“En in de toekomst willen we het benutten voor sportvelden. Zo kijken we steeds naar mogelijkheden voor meer hergebruik van grondstoffen. Dat is goed voor het milieu én onze portemonnee.”
Informatiebijlage gemeente De Fryske Marren MEI 2021
FOTO: RIANNA HILARIUS, STUDIO SPONTAAN
14
Luciënne Boelsma, wethouder De Fryske Marren (links) en Nynke Benedictus, coördinator voor- en vroegschoolse educatie(vve)bij gemeente De Fryske Marren
GELIJKE KANSEN VOOR ELK KIND
In januari maakten gemeente De Fryske Marren en partners uit het primair onderwijs en kinderopvangorganisaties samen afspraken over voor- en vroegschoolse educatie. Het doel? Er met elkaar voor zorgen dat alle kinderen dezelfde onderwijskansen krijgen. De omstandigheden waarin kinderen opgroeien, hebben invloed op hun ontwikkeling. Sommige kinderen lopen door hun thuisomgeving een taal- en/ of ontwikkelingsachterstand op. Vooren vroegschoolse educatie (vve) geeft zulke kinderen extra ondersteuning. “Alle kinderen hebben recht op dezelfde kansen in het onderwijs en hun latere loopbaan”, zegt Nynke Benedictus, coördinator vve bij gemeente De Fryske Marren. “Daarom willen we via vooren vroegschoolse educatie taal- en ontwikkelingsachterstanden zo vroeg mogelijk opmerken en aanpakken. Ons doel is dat elk kind een zo optimaal mogelijke start voor het basisonderwijs krijgt.”
Signaleren
Spelenderwijs leren
De kinderopvangorganisaties en basisscholen in De Fryske Marren hebben al jarenlang vve-aanbod. De afspraken over de verwachte resultaten zijn nu zwart op wit gezet. In januari 2021 ondertekenden 9 partijen – gemeente, kinderopvangorganisaties en schoolbesturen van het primair onderwijs in De Fryske Marren – het Convenant Resultaatafspraken voor- en vroegschoolse educatie (vve). In het convenant staan voor de jaren 2021 tot en met 2024 vier gezamenlijke ambities. Namelijk: ieder kind met een (mogelijke) ontwikkelingsachterstand bereiken, ononderbroken ondersteuning bieden
Vve is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid van de overheid. Dit programma richt zich op kinderen tussen 2 en 6 jaar. De programma’s beginnen op peuter- en kinderopvanglocaties en lopen door tot en met groep 2 van de basisschool. Vve is geen school, maar ‘spelenderwijs leren’. Nynke: “Als jonge kinderen een stimulerend, taalrijk spelaanbod krijgen in combinatie met een omgeving waarin veel gesproken wordt, versterkt dat hun ontwikkeling. Met name op het gebied van taal, rekenen en de sociaalemotionele en motorische ontwikkeling.”
Hoe weten we welke kinderen in aanmerking komen voor vve? “Soms blijkt op het consultatiebureau dat een kindje achterloopt in zijn of haar ontwikkeling, bijvoorbeeld als het minder goed praat dan leeftijdsgenootjes”, vertelt Nynke. “Ook pedagogisch medewerkers op de peuter- of kinderopvang kunnen signaleren dat een kindje achterblijft op taalgebied of bijvoorbeeld niet goed tot spel komt. In overleg met de ouders kan het consultatiebureau zo’n kindje dan een zogenoemde vve-indicatie geven voor vier dagdelen op een peuteropvang-locatie.”
Zwart op wit
- Nynke -
‘Alle kinderen hebben recht op dezelfde kansen in het onderwijs en hun latere loopbaan’ Kijk voor het actuele gemeentenieuws op: Kijk voor het actuele gemeentenieuws op: www.defryskemarren.nl www.defryskemarren.nl
‘IN BETTERE START FOAR US BERN, DER GEAN WY FOAR!’ Wethouder Luciënne Boelsma: “Allinich mei elkoar kinne wy vve goed delsette. Tegearre mei it ûnderwiis en de berneboartersplakken sille wy ús ynsetten bliuwe foar in bettere start foar ús bern op ‘e basisskoalle.”
op de leeftijd tussen 2 en 6 jaar, 100% ouderbetrokkenheid bij de vve en tot slot een vve-aanbod van hoge kwaliteit dat bijdraagt aan een optimale ontwikkeling van elk individueel kind. De betrokken partijen gaan deze afspraken in een werkgroep verder invullen.
Samenwerking
Een van de organisaties die het convenant heeft ondertekend, is SKIK Kinderopvang in Joure, een organisatie voor kinderdagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. “Kinderen verdienen de allerbeste ontwikkelingskansen”, aldus Jitske Mulder van SKIK. “En daar werken onze pedagogisch medewerkers hard voor. Met dit convenant spreken we als betrokken organisaties onze inzet naar elkaar uit. En we kijken waar extra kansen liggen. Dat vraagt samenwerking; we kunnen van elkaar leren.”
Goudklompje
Ook samenwerking met de ouders is belangrijk, vindt Jitske. “Hun kind is hún goudklompje, waar ze het allerbeste
voor willen. Alleen door samen te werken met ouders, naar hun visie te vragen en zelf ook kennis te delen, bereiken we dat kinderen echt krijgen wat ze nodig hebben. En dan zonder dat de eigenheid van het kind in het gedrang komt. Het gaat er niet om dat een kind in een bepaalde vorm past, maar dat het met zijn eigen mogelijkheden gezien wordt en alle kansen krijgt voor een mooie toekomst.”
Regierol gemeente
Als overkoepelende onderwijsorganisatie staat ook Stichting Nije Gaast vierkant achter het convenant. “We werken al jarenlang aan een goed vve-aanbod”, zo zegt Rika Tulner, voorzitter van het college van bestuur van Nije Gaast. “Het convenant is een blauwdruk van de manier waarop we dit willen doen. De meerwaarde is vooral dat de gemeente de regierol op zich neemt. Dat voelt als een steuntje in de rug. De wil om vve verder vorm te geven, is er bij alle betrokken partijen beslist. Maar de inhoudelijke afstemming is lastiger. Daarom is een partner die inspireert en coördineert heel welkom.” De kern is dat ieder kind zich veilig, geborgen en gezien voelt, zowel binnen de kinderopvang als het basisonderwijs, vindt Rika. “Als organisaties moeten we meer de verbinding met elkaar zoeken. Elkaar informeren over de onderwijsinhoud van de eigen organisatie en het aanbod op elkaars koers afstemmen. Idealiter zou een kind niets van die overgang van kinderopvang naar basisschool moeten merken. Ik gun ieder kind een mooie springplank richting de toekomst.”
www.defryskemarren.nl
Wikselwurk
15
We investeren in een goede wisselwerking tussen u en de gemeente
We staan in De Fryske Marren niet stil. Steeds zijn er nieuwe plannen en ideeën van inwoners, gemeente of bedrijven. Dat is prachtig, want dat houdt onze lokale samenleving in beweging. Wat deze initiatieven kenmerkt, is dat we het eigenlijk nooit alleen kunnen. Individuele inwoners niet, maar ook de gemeente niet. Als we willen slagen, hebben we een goeie wisselwerking nodig. Daarom investeert de gemeente graag, samen met u, op een goede wisselwerking tussen gemeente, inwoners, bedrijven en organisaties. Wikselwurk, noemen we dat. In 2021 leggen we vast hoe we dit het beste doen. Zeg maar: De Fryske Marren-aanpak. Inwoners- of overheidsparticipatie
verschillende manieren. Eén daarvan is een enquête onder de leden van het inwonerspanel. Deze hebben we inmiddels gehouden. In het kader hieronder vindt u een samenvatting van de uitkomsten. Ook hebben we een paar actuele projecten geselecteerd, waar samenleving en gemeente op een of andere manier samenwerken. We noemen dat ‘kwesties’. Hier stellen we de deelnemers vragen en kijken wat we kunnen leren van de opgedane ervaringen.
Wat wij ‘wikselwurk’ noemen, heet met een hele mond vol ook wel “ inwonersparticipatie en overheidsparticipatie”. Participatie (of als werkwoord: participeren) betekent feitelijk niks meer of minder dan meedoen. Gemeenten maken vaak onderscheid in twee soorten van participatie: (1) inwonersparticipatie, waarbij de gemeente inwoners uitnodigt om een bijdrage te leveren aan het opstellen of uitvoeren van beleid en projecten en (2) overheidsparticipatie, waarbij het initiatief vanuit de samenleving komt, maar ondersteuning vanuit de gemeente nodig is. Bij ons gaat het dus om beide kanten. We willen daarmee vooral investeren op een goede wisselwerking tussen gemeente en samenleving.
In juni praten we verder over de uitkomsten van het inwonerspanel met belangstellende inwoners. Als u wilt meepraten, bent u van harte welkom. U kunt zich daarvoor aanmelden via communicatie@ defryskemarren.nl.
Waarom nu?
We betrekken inwoners al volop bij nieuwe plannen. Ook doen we als gemeente steeds vaker mee aan initiatieven van anderen. Toch is er genoeg aanleiding om beleid over dit onderwerp te maken. Het is een duidelijke wens van de
gemeente om meer werk van participatie te maken. Zo ademt het coalitieakkoord van 2019 de participatie-gedachte. Het credo van dit akkoord “we maken het samen” – zegt al genoeg. Bovendien is het
wettelijk verplicht dat iedere gemeente bij de intreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2022) een dergelijk beleid heeft. Het is dus een harde eis.
Hoe doet u mee?
U hoort dan binnenkort meer over de wijze waarop we dit gaan doen.
We nemen graag mee hoe onze samenleving over dit onderwerp denkt. Wat zijn de ervaringen, waar moeten we aandacht aan schenken? We doen dit op
Uitkomsten inwonerspanel 678 respondenten (53% van de leden van het inwonerspanel) deden mee aan het onderzoek. Vrijwel iedereen (98%) gaf aan het belangrijk te vinden dat inwoners mee kunnen doen en denken aan gemeentelijke plannen. De fysieke leefomgeving is daarbij het belangrijkste thema. 71% wil alleen meewerken aan gemeentelijke projecten in eigen woonplaats of buurt. 83% geeft aan een digitale enquête een goed middel te vinden om mee te denken. 42% van
de respondenten vindt een fysieke bijeenkomst prettig, 28% een online meeting. De andere vormen van contact worden door 20% of minder van de inwoners genoemd. Slechts 1% heeft geen behoefte of interesse om betrokken te worden. 64% van de respondenten geeft aan nooit te hebben meegedaan met een gemeentelijk project of initiatief. Belangrijkste reden daarvoor is dat ze aangeven nooit gevraagd te zijn (79%). Wie wel ervaring heeft op dit vlak beoordeelt dit gemiddeld met een 6,5.
Als inwoners zelf een idee of initiatief hebben, zou een derde (34%) de gemeente benaderen om de mogelijkheden voor samenwerking te bespreken. Als het initiatief van de inwoners zelf komt dan zien de inwoners als belangrijkste rollen van de gemeente: expertise inbrengen (73%), proces begeleiden (73%) en geld beschikbaar stellen (72%). Vrijwel geen enkele inwoner geeft aan dat de gemeente geen rol heeft.