Skip to main content

Boekje Hoorwinst

Page 1

Hoorwinst

Verhalen van Hoeksche Waarders over slechthorendheid en sociaal contact


Hoorwinst Verhalen van Hoeksche Waarders over slechthorendheid en sociaal contact

5


Colofon

Oplage: 100 stuks Tekst: Jan Robbemond en Coby van Wijk Vormgeving: Vincent van Wasbeek, DTP Zaken Druk: Veenman+ Datum: 11 november 2021 De verhalen uit dit boekje zijn verschenen in Het Kompas Hoeksche Waard, in maandelijkse afleveringen van november 2018 t/m augustus 2020. Hoorwinst is een campagne van gemeente Hoeksche Waard en de GGD Zuid-Holland Zuid in samenwerking met het Erasmus MC. Wilt u meer informatie over deze campagne en de Gereedschapskist Hoorwinst, neem dan contact op met jr.bouwmeester@ggdzhz.nl

6


INHOUDSOPGAVE Voorwoord Start Campagne Hoorwinst Hoeksche Waard Wat hoor ik eigenlijk? Niet gauw opgeven, je kan weer terugkomen! Campagne Hoorwinst Je moet leren zeggen: dat heb ik niet verstaan! Geluidsfragmenten zijn openbaring Zien wat iemand zegt is niet makkelijk, maar je kunt het leren! Aan slecht horen kun je meestal iets doen Horenden kunnen soms heel hard zijn Hoorapparaten vergroten kwaliteit van leven Een rookmelder is van levensbelang Uit het gedrag kun je de problemen aflezen Slecht horen is niet iets om je voor te schamen Hoorapparaten maken mijn leven veel leuker Hoortoestellen zijn binnenkort multi inzetbaar Ouderen nemen gehoorverlies voor lief Mensen compenseren gehoorproblemen Een doof mens die er niets tegen doet wordt heel erg eenzaam Iedereen heeft profijt van de goede akoestiek in dorpshuis Streona Er is een verband tussen gehoorverlies en dementie

9 11 13 17 19 21 23 27 29 33 37 41 45 49 53 57 61 65 69 73 77

7


8


Voorwoord Slechthorendheid zie je niet aan de buitenkant. Het is wel een reden om sociale contacten te vermijden én het wordt veelal geassocieerd met een beperking, iets waar je niet graag mee te koop loopt. Ook in de Hoeksche Waard worden inwoners steeds ouder, wonen langer (alleenstaand) op zichzelf en wordt het hebben van een fijn sociaal netwerk alleen maar belangrijker hoe ouder zij worden. Hiermee groeit ook de groep ouderen die slechthorend is en moeite heeft om zich verbonden te blijven voelen met hun sociale omgeving, simpelweg omdat de communicatie lastig wordt als je niet goed kunt horen. Zo zullen slechthorende ouderen eerder de stilte opzoeken, een verjaardagsfeestje overslaan, groepen mensen vermijden of kiezen voor activiteiten in hun eentje. Het kost hen veel moeite om te kunnen horen wat er in gezelschap wordt gezegd en bovendien zijn zij afhankelijk van de ‘medewerking’ van hun gesprekspartners. De communicatie kost aandacht en inspanning, van zowel de slechthorende zelf als van de goed horenden. Werk aan de winkel dus, immers ‘Iedereen doet mee’ is de slogan van de gemeente. De campagne Hoorwinst Hoeksche Waard was geboren met als doel verbetering van het sociale contact. Wat kunnen slechthorenden zelf doen, wat kunnen naasten betekenen en waar kunnen professionals op letten? Een onderdeel van de campagne was een twintigtal ‘columns Hoorwinst’ die in het Kompas zijn verschenen, waarin Hoeksche Waarders zelf uitleggen wat slechthorendheid voor hen betekent en wat je daaraan kunt doen. Deze columns zijn gebundeld in dit boekje. En dit boekje is weer onderdeel van de ‘Gereedschapskist Hoorwinst’. Deze gereedschapskist biedt gereedschappen om het gesprek met elkaar aan te gaan over verbetering van het sociale contact bij ouderdomsslechthorendheid. Meer informatie hierover vindt u in de Colofon. Veel leesplezier! Judith Bouwmeester Magdaleen Rietveld

9


10


HET KOMPAS, 8 DECEMBER 2018

Mevrouw Verhoeven, zelf slechthorend

Start Campagne Hoorwinst Hoeksche Waard Wethouder Ina van der Werf-Weeda, ouderenadviseur Magdaleen Rietveld en adviseur publieke gezondheid GGD Senay Akdemir zochten mevrouw Verhoeven vorige week thuis op. Een bezoek dat de start van de campagne ‘Hoorwinst’ inluidde. Slechthorendheid. Iemand die daar alles van weet, is de 81-jarige mevrouw Verhoeven- Varenkamp uit Oud Beijerland. Al dertig jaar kampt zij met ernstige gehoorproblemen. ‘Maar’, vertelt ze monter, ‘ik ben wel doof, maar niet gek! En, als je ouder wordt, ga je allemaal wat missen. Jullie moeten langzaam en duidelijk praten. En vooral niet te hard.’ ‘Een één-op-één gesprek werkt het beste’, vertelt dochter Marleen. Toch zit oma Nel niet bij de pakken neer. Ze gaat nog zelf naar de supermarkt, heeft een scootmobiel, geniet van televisieprogramma’s die, door het ‘eenvoudig’ wijzigen van de instellingen, via ondertiteling ook te lezen zijn. Ook de ringleiding in haar woning draagt in positieve zin bij. Kortom, het geeft in ieder geval nog wat kleur aan het leven en voorkomt een sociaal isolement. Een gevaar, zo weet Senay Akdemir, dat zeker op de loer ligt voor mensen met gehoorproblemen.

Magdaleen duidelijk wat ze eigenlijk al wist: slechthorendheid kan ertoe leiden dat ouderen zich meer en meer terugtrekken en sociale contacten vermijden. Het mag dan waar zijn dat slechthorendheid niet te voorkomen is, we kunnen wel helpen met goede voorlichting en bewustwording. Ook van en vanuit de omgeving. Op basis van gesprekken met twee landelijke organisaties voor slechthorenden, een audicien van een hoorwinkel in Oud Beijerland én het Gehoor- en Spraakcentrum van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam kwam uiteindelijk het project Hoorwinst tot stand! In samenwerking met de Dienst Gezondheid en Jeugd wordt de komende maanden een bewustwordingscampagne gevoerd om aandacht te vragen voor het project én de onderliggende problemen.

Ook ouderenadviseur Magdaleen weet maar al te goed van de problemen waarmee slecht­horenden te kampen hebben. Sinds een aantal jaren leggen getrainde vrijwilligers in Oud-Beijerland huisbezoeken af bij 75-plussers. Uit de signalen van de inmiddels ruim 2.500 huisbezoeken wordt

11


12


WEGWIJS, MAART 2019

Dick Snijders, zelf slechthorend, en zijn vrouw Mieke

Wat hoor ik eigenlijk? Slechthorendheid is voor steeds meer (oudere) mensen een reden om sociale contacten te mijden en daar willen we iets aan doen. In de hele Hoeksche Waard worden nu activiteiten georganiseerd die bewustwording vergroten bij slechthorenden, hun naasten, verzorgers en professionals. Ook wordt gekeken naar wat er (nog) verbeterd kan worden als het gaat om beter horen. Dick Snijders (69) vertelt wat het betekent om slechthorend te zijn. Zijn vrouw Mieke (58) noemt hem Dirk (Di-rik, twee lettergrepen) omdat hij dat beter hoort dan Dick (één lettergreep). Een passende omgeving Dick weet sinds zijn 46ste dat hij slechthorend is. Hij stond voor de klas op de Rijkscholengemeenschap Hoeksche Waard (nu het Actief College) toen een ambulant begeleider van een leerling met spraak-/ taalproblemen hem aansprak: ‘Dick, jij bent doof’. Drie weken later had Dick zijn eerste gehoor­ apparaat. Dick was ook opgeleid als leerlingbegeleider, remedial teacher en dyslexiespecialist. De directeur dacht mee en bood Dick een nieuwe functie aan als leerlingbegeleider. ‘Ik kreeg in plaats van een rumoerig leslokaal een kantoortje. Met deze nieuwe functie, passend bij mijn opleiding en bij mijn slechthorendheid, kon ik prima functioneren. Ik ben de rector, de heer Wildenburg nóg dankbaar.’ Horen en zien ‘Als je slechthorend bent gaat het niet alleen om geluid opvangen, maar moet je ook zien wat er gebeurt’, zegt Dick. ‘Dan kun je het geluid

i­ dentificeren: wat is het en hoe dichtbij is het? Dat kan soms angstig en desoriënterend zijn, vooral als iets achter je gebeurt. Je hoort een auto die correct afstand houdt, maar voor je gevoel zit ie op je spatbord!’ Sociale situaties Waar loopt Dick tegenaan in sociale situaties? ‘Bij mijn vrijwilligerswerk lunchen we in de kantine, een kale ruimte. We zitten dan met drie man en dat gaat uitstekend. Met vier of vijf ook nog net, maar dan plotsklaps komt de kantinejuffrouw die bordjes en kopjes gaat neerzetten. Dat is knal, knetter, vuurwerk. Die geluiden komen harder binnen dan de stemmen die ik dan niet meer hoor.’ Mieke herkent dat. ‘Ik ben thuis soms wat schielijk met pannen en bestek en dat komt voor jou heel sterk binnen.’ In gezelschap wordt regelmatig door elkaar gepraat of lukraak iets in de groep gevraagd. Het kost Dick dan veel energie om te kunnen volgen wat door wie gezegd of gevraagd wordt.

13


Vermoeidheid ‘Als slechthorende ben je altijd bezig met plaatsen van informatie en dat is heel vermoeiend’ geeft Dick aan. ‘Sommige mensen neigen dan te denken: laat maar zitten, laat mij m’n eigen ding maar doen. Niet omdat ze sociale contacten willen ontlopen maar omdat het zoveel moeite kost.’ Mieke zegt dat haar man thuis vaak zijn gehoorapparaten uit doet. ‘Dan is het heerlijk stil’, beaamt Dick. ‘Even rust; dan kom ik weer helemaal bij.’ Gehoorapparaat Het is volgens Dick een misvatting dat je met een gehoorapparaat alles hoort. Het apparaat ontvangt wel alle signalen, maar je moet je wel richten op de geluidsbron. ‘Vandaag zette ik de waterkoker aan. Ik verwacht dan wat geruis, maar ineens hoor ik een

keihard geluid achter me. Dat bleek de werkster die een emmer vulde. Ik wist niet dat ze achter me stond en dacht: hier gaat iets mis. Ik kijk naar de waterkoker maar die moet nog gaan pruttelen, wat is het dan wel? Je hebt geen notie op dat moment.’ Service en onderhoud gehoorapparaat Als de batterijtjes van zijn gehoorapparaat leeg raken krijgt Dick een signaal. ‘Dat werkt goed’, zegt hij. ‘Maar de batterijtjes zijn heel klein en als je het dingetje eenmaal open hebt floept alles gemakkelijk uit je hand.’ Het schoonmaken vindt hij geen enkel probleem: ‘daar zijn prima tabletjes voor die je in water oplost. Het slangetje moet je laten vervangen als het hard wordt, anders is het moeilijk om het apparaat in te brengen.’ Dick vindt de service van de Hoorwinkel dan uitstekend.

Wat kunt u doen bij een gesprek met een slechthorende? • Trek eerst even de aandacht, bijvoorbeeld door de naam te noemen. • Praat iets langzamer, spreek duidelijk en ga niet schreeuwen. • Gebruik korte zinnen. • Gebruik uw gezichtsuitdrukking en natuurlijke gebaren, maar overdrijf niet. • Zorg dat de ander u goed kan zien praten: houd oogcontact en houd niets voor uw mond. • Praat niet door elkaar. • Zorg voor een rustige omgeving. Doe de radio of televisie uit en zoek een rustig plekje. • Zorg dat de ander weet waarover u praat en wissel niet abrupt van onderwerp. • Word niet boos of ongeduldig als de ander u niet verstaat. Herhaal wat u hebt gezegd in andere woorden. • Heb begrip en geduld. Een slechthorende moet veel moeite doen om een gesprek te kunnen volgen. Het kan zijn dat hij daardoor langzamer reageert of eerder moe is. • Schrijf belangrijke dingen, zoals namen, adressen, telefoonnummers of afspraken op.

14


‘Ze vervangen dat ogenblikkelijk en kunnen ook even testen of alles goed werkt.’ Taboe Dick herinnert zich wat de kno-arts ooit tegen hem zei: ‘Als je je been breekt komt iedereen zijn handtekening op je gips zetten. Maar als je doof wordt ben je achterlijk. Ik waarschuw je maar’. ‘Maar daar heb ik nooit last van gehad’, zegt Dick. ‘Tegen mijn leerlingen grapte ik dat ik zelfs leven op Mars hoorde met m’n nieuwe gehoorapparaat!’ Tips van Dick ‘Op een feestje kies ik iemand waar ik mee wil kletsen en zorg dat ik af en toe verkas’, aldus Dick. ‘Daarnaast geef ik zelf aan dat ik niet alles hoor en vraag of iets voor mij bedoeld is. Andersom is het handig dat iemand die wat wil zeggen mijn naam noemt en zich naar me richt, zodat ik zijn gezicht kan zien en het geluid recht op me afkomt.’

Mieke, die in de zorg werkt, vindt dat er meer aan­dacht moet komen voor slechthorende bewoners. ‘Apparaten worden niet altijd ingedaan of schoon­gemaakt en de batterijen zijn soms leeg. Mensen wennen aan de stilte en hoeven steeds minder moeite te doen om te horen.’ Dus doet ze een oproep aan zorg en naasten: ‘Blijf iemand erbij betrekken. Rust roest, dat geldt ook voor slechthorendheid.’ Tot slot wil Dick de lezers nog meegeven: ‘Als je partner (of naaste) zegt dat je doof wordt, neem dat serieus! Laat het gratis meten bij de audicien.’

Wat kunt u als slechthorende doen om een gesprek makkelijker te laten verlopen? • Laat weten dat u slechthorend bent. • Geef duidelijk aan wat de ander kan doen om u te helpen, zoals rustiger praten of duidelijk articuleren. Durf dit ook te herhalen, wanneer het na enige tijd wordt vergeten. • Zeg eerlijk als u iets niet heeft verstaan en vraag de ander bijvoorbeeld om het in andere woorden te herhalen. • Zorg dat u de ander goed kunt zien en houd oogcontact. • Zorg voor een rustige omgeving. Doe de radio of televisie uit en zoek een rustig plekje. • Zorg dat u weet wat het onderwerp is.

15


16


HET KOMPAS, 6 MAART 2019

Gerrit en Janny Sint Nicolaas, beiden slechthorend

Niet gauw opgeven, je kan weer terugkomen! Het echtpaar Gerrit en Janny Sint Nicolaas woont in ‘s Gravendeel. In het kader van de campagne Hoorwinst van de GGD ZHZ en de gemeente Hoeksche Waard vertellen ze over hun slechthorendheid. ‘Niet gauw opgeven, je kan helemaal terugkomen’, zegt Janny. Gerrit is voorzitter bij het ASG (Algemene Seniorenbond ‘s-Gravendeel), penningmeester bij het SGO (Stichting Gecoördineerd Ouderenwerk) en heeft vele hobby’s. Aan een actief leven ontbreekt het beiden niet! Janny is bestuurslid bij ‘Even wat anders’ en is er ook vrijwilligster. Gerrit en Janny gebruiken allebei een gehoortoestel. Janny is al slechthorend vanaf haar 55ste en na vele hulpmiddelen en testen is uiteindelijk besloten om een implantaat te plaatsen. Sindsdien is haar gehoor van 20% naar 95% gegaan. Een hele winst! Gerrit: ‘Het probleem is groot, mensen willen niet toegeven dat hun gehoor achteruit gaat. Het gevolg is dat ze steeds minder gaan deelnemen aan groepsactiviteiten en uiteindelijk stoppen met komen.’

‘Ik gun het iedereen! Er valt veel winst te behalen als de juiste

Gerrit en Janny hebben de gevolgen van slecht­ horend­heid ervaren. Van irritaties onderling in het gezin, gewenste antwoorden geven in gezelschappen en Janny is zelfs een tijd gestopt met haar vrijwilligers­werk, het ging niet meer. Gerrit: ‘De voorlichting over slechthorendheid vanuit de GGD ZHZ en de Erasmus heeft ook hele goede tips opgeleverd voor de a­ an­wezigen’. Janny: ‘Ik gun het iedereen! Er valt veel winst te behalen als de juiste hulpmiddelen worden gebruikt en je weet hoe om te gaan met elkaar. Maar ook geduld hebben, aan alles moet je wennen natuurlijk.’ Ze hebben nog wel wat tips: ‘Houd ook je gehoortoestel in als je aan het verkeer deelneemt! Dan hoor je ook de anderen in het verkeer en is de kans kleiner op een ongeluk. Niet iedereen de schuld geven! Niet door elkaar praten, iemand aankijken en duidelijk praten. Er zijn heel veel hulpmiddelen voor in huis b.v. een ringleiding, lichtbel. Heel veel wordt ook vergoed door de zorgverzekeraar.’

hulpmiddelen worden gebruikt en je weet hoe om te gaan met elkaar.’

17


18


HET KOMPAS, 10 APRIL 2019

Mick Metselaar, KNO-arts Erasmus MC Louw Feenstra, emeritus hoogleraar KNO-heelkunde, filosoof

Campagne Hoorwinst Slechthorendheid is voor steeds meer (oudere) mensen een reden om sociale contacten te mijden. Daar wil de gemeente in samenwerking met de GGD iets aan doen. In de hele Hoeksche Waard worden dit jaar voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd in het kader van de campagne Hoorwinst. Deze campagne is bedoeld om bewustwording te vergroten bij slechthorenden, hun naasten en verzorgers. Het is maandagochtend. De Hoeksche Huiskamer in Puttershoek druppelt vol. Terwijl het publiek een plaatsje zoekt, arriveren de twee KNO-specialisten van het Erasmus MC die zich belangeloos inzetten voor de campagne. Het zijn emeritus-hoogleraar KNO-heelkunde Louw Feenstra en praktiserend KNO-arts Mick Metselaar. Mick is oud-student van Louw en bij hem gepromoveerd. Mick begint de presentatie met onthutsende cijfers. Een kwart van alle 65plussers heeft moeite met groepsgesprekken! Met illustraties en geluidsfragmenten demonstreert hij wat slechthorendheid inhoudt, welke hoor­ apparaten er zijn en met welke systemen geluid draadloos kan worden versterkt. Mick kijkt zijn publiek aan, spreekt niet te snel en articuleert duidelijk, waardoor iedereen hem prima kan volgen. Geeft iemand vaak foute antwoorden, praat of lacht hij niet mee, of praat hij juist veel en luistert weinig? Dan kan er volgens Mick sprake zijn van slechthorendheid. Dit geldt ook als iemand sociale contacten mijdt of steeds meer bezigheden kiest

die je alleen kan doen, zoals lezen of vissen. Een bezoek aan de huisarts of audicien is dan aan te raden. Hoe kun je iemand met slechthorendheid helpen? Naast langzaam en duidelijk te spreken, kun je de omgeving aanpassen. Een gestoffeerde kamer is beter dan een kale, galmende ruimte en storende achtergrondgeluiden kun je weghalen door bijvoorbeeld het raam te sluiten of de radio uit te zetten. Eén toehoorder adviseert assertief te zijn: ‘ik vraag mensen rustig te spreken en liefst één voor één!’ Het publiek is eensgezind over TV: ‘bij DWDD spreekt men veel te snel en dan komt die keiharde muziek er plotseling tussendoor!’ Op een vraag of langdurig lawaaiig werk ook gehoorbeschadiging geeft, antwoorden de artsen bevestigend. ‘Die beschadiging komt bovenop de gehoorvermindering door ouderdom. Tegenwoordig is er goede gehoorbescherming op het werk, maar nu krijgen we gehoorklachten door luide muziek van koptelefoons en popconcerten.’ ‘Maar’, sluit Mick af, ‘met de beschikbare hoor­ apparaten en wat hulp van je omgeving kun je goed blijven functioneren, dus laat vooral tijdig uw gehoor checken!’

19


20


HET KOMPAS, 15 MEI 2019

Roel Willemsen, zelf slechthorend

Je moet leren zeggen: dat heb ik niet verstaan! Slechthorendheid is voor (oudere) mensen een reden om sociale contacten te mijden. Daar wil de gemeente in samenwerking met de GGD iets aan doen. In de hele Hoeksche Waard worden dit jaar voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd in het kader van de campagne Hoorwinst. Deze campagne is bedoeld om bewustwording te vergroten bij slechthorenden, hun naasten en professionals. Roel Willemsen maakt al jaren puzzels voor bladen. Zweedse puzzels, doorlopers, kruiswoordpuzzels; niets is hem te gek. ‘Alleen cryptogrammen maak ik niet, dat is een andere tak van sport’, lacht Roel. Roel (80) werkte 40 jaar bij het CBR als chef op kantoor maar nam ook rijexamens af. ‘Vooral van mensen die een aantal keren gezakt waren en dan staatsexamen deden, zoals dat toen heette’, vertelt Roel. ‘Leuk werk; je probeert de mensen op hun gemak te stellen, soms met een praatje en soms door juist stil te zijn. Het voelde goed als mensen alsnog slaagden.’ Na zijn pensioen, in 2004, bleef Roel vrijwilligerswerk doen, o.a. bij de voetbal, de gymnastiek, bij de paarden­sport en als voorzitter van een huiseigenaren­vereniging. Hoe ging Roel om met zijn gehoorverlies? ‘Eigenlijk ging ik gewoon door met functioneren’, vertelt Roel. ‘Het ging geleidelijk. Ik had vroeger een scherp gehoor, maar langzamer­hand merk je dat je bijvoor­beeld groeps­gesprekken niet meer kunt volgen. In vergaderingen heb ik toen gevraagd of mensen één voor één wilden spreken en me aankijken als ze tegen me praten. Dat laatste is

erg belangrijk, evenals langzaam spreken. Ik ben ook tijdig naar een audicien gegaan voor een hoorapparaat.’ Helpt zo’n apparaat nu echt om alles weer te horen? ‘Je krijgt er je oude gehoor niet mee terug, antwoordt Roel, want sommige tonen kun je door gehoorverlies niet meer horen, maar het versterkt en verduidelijkt de tonen die je wel kunt horen. Ik ben blij met mijn apparaatjes.’ Roel adviseert een aanvullende zorgverzekering voor hulpmiddelen, want ze zijn niet goedkoop. ‘En zorg dat je reservebatterijtjes bij je draagt, want die kunnen opraken, ook onder een voorstelling!’ Over voorstellingen gesproken: Roel toont een apparaatje, een soort afstandsbediening. ‘Hiermee kan ik de TV en telefoon rechtstreeks in mijn oordopje horen, omgevingsrumoer dempen en mezelf aansluiten op een ring in een theater. Erg handig!’ Tot slot raadt Roel senioren aan hun gehoor te laten checken. ‘En laat u voorlichten! De Hoorwinst voorlichtingscampagne is hiervoor een uitstekende mogelijkheid!’

21


22


HET KOMPAS, 7 JUNI 2019

Magdaleen Rietveld, ouderenadviseur

Geluidsfragmenten zijn openbaring Slechthorendheid is voor (oudere) mensen een reden om sociale contacten te mijden. Daar wil de gemeente in samenwerking met de GGD iets aan doen. In de hele Hoeksche Waard worden dit jaar voorlichtings­bijeenkomsten georganiseerd in het kader van de campagne Hoorwinst. Deze campagne is bedoeld om bewustwording te vergroten bij slechthorenden, hun naasten en­­professionals. Magdaleen Rietveld komt enthousiast aangelopen in de hal van het gemeentehuis. Ze is ouderenadviseur van de gemeente Hoeksche Waard en initiatiefnemer van de campagne Hoorwinst.

‘Doel van de campagne is meer bewustwording rondom slechthorendheid.’ ‘Eind 2010 begon ik als ouderenadviseur van de gemeente Oud-Beijerland, en kreeg o.a. als taak om 75-plussers te bezoeken om van hén te horen wat zij nodig hebben om zelfstandig te kunnen blijven wonen en deel uit te blijven maken van de samenleving. Uit de 2500 huisbezoeken die sindsdien door getrainde vrijwilligers zijn afgelegd bleek dat ouderen die slechthorend zijn nogal eens de neiging hebben om groepen mensen te

vermijden en bijvoorbeeld verjaardagen aan hen voorbij te laten gaan. Dat vonden we jammer en daar wilden we wat aan doen.’ Doel van de campagne is meer bewustwording rond­om slechthorendheid. Enerzijds door een beter begrip tussen slecht- en goedhorenden zodat het sociaal contact beter kan worden. Anderzijds door vroeger en beter gebruik (en onderhoud) van hulpmiddelen. De campagne bestaat uit drie onderdelen: voor­ lichtingen, een maandelijkse column in het Kompas waarin iemand uit de Hoeksche Waard zelf vertelt over zijn ervaringen met slechthorendheid, én een reeks kaarten met tips om de communicatie te verbeteren. ‘Communicatie en sociale omgang tussen slechthorenden en hun omgeving kan met tips en goede voorlichting echt verbeterd worden’, legt Magdaleen uit. ‘Over goede voorlichting gesproken’, lacht ze, ‘wie kan dat nu beter geven dan een KNO-­­specialist? Ik ben dan ook heel blij

23


met de inzet bij onze campagne van maar liefst twee KNO-specialisten: emeritus-hoogleraar KNO-heelkunde Louw Feenstra en KNO-arts Mick Metselaar van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Sinds de start van de campagne, november 2018, verzorgen zij de drukbezochte presentaties.’ Tijdens de presentaties demonstreert Mick met geluids­­­­­fragmenten hoe het is om slechthorend te zijn. ‘Dat was voor mij een enorme openbaring!’, vertelt Magdaleen. ‘Nu begrijp ik pas wat slechthorenden ervaren en dat harder praten niet helpt. Het is niet het volume dat is verminderd maar een toonhoogte die niet kan worden gehoord of een ruis die overheerst. Harder praten heeft dan geen zin. Langzaam en duidelijk spreken en de persoon aankijken is veel effectiever!’

24


‘Nu begrijp ik pas wat slechthorenden ervaren en dat harder praten niet helpt.’

25


26


HET KOMPAS, 5 JULI 2019

Mariëlle Ruigrok en Yvette de Roode, logopedisten

Zien wat iemand zegt is niet makkelijk, maar je kunt het leren! Slechthorendheid is voor (oudere) mensen een reden om sociale contacten te mijden. Daar wil de gemeente in samenwerking met de GGD iets aan doen. In de hele Hoeksche Waard worden dit jaar voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd in het kader van de campagne Hoorwinst. Deze campagne is bedoeld om bewustwording te vergroten bij slechthorenden, hun naasten en professionals. Voor hulp bij slechthorendheid moet je naar de audicien. Dat is de eerste gedachte die bij de meeste mensen opkomt. Maar wist u dat je daarnaast ook onder­steuning kunt krijgen bij de logopedist? Zo bestaan er heuse trainingen in spraakafzien! Logo­ pedisten Mariëlle en Yvette van logopediepraktijk Oud-Beijerland vertellen hier graag wat meer over. ‘Spraakafzien is meer dan alleen liplezen’, legt Mariëlle uit. ‘Wij leren onze cliënten te kijken naar de lippen, kaak en tong van de gesprekspartner. We leggen uit hoe klanken gemaakt worden en oefenen dan met woorden en zinnen. Vervolgens leren we om ook de gezichts­uitdrukking, de lichaamstaal en de context van het verhaal te interpreteren.’ ‘Ja’, vult Yvette aan, ongeveer een derde van wat iemand zegt is van de lippen af te zien. Maar uit de gezichtsuitdrukking, gebaren en houding kun je ook veel afleiden. Met spraakafzien kun je je communicatie echt verbeteren.’ Spraakafzien trainingen kunnen bij de logopedistes individueel gevolgd worden of samen met de partner. Soms is

het mogelijk om in een klein groepje te trainen met mensen van hetzelfde niveau. Yvette en Mariëlle leren cliënten ook aandacht te besteden aan de omgeving waarin een gesprek wordt gevoerd. Dit belangrijke onderwerp, hoorstrategie, is ook onderdeel van de voorlichtingspresentaties van de campagne Hoorwinst. Hoeveel gesprekspartners zijn er, wat is hun positie ten opzichte van elkaar, hoe is de verlichting, de akoestiek, zijn er achtergrond­ geluiden? Vaak kan er met eenvoudige aanpassingen veel verbeterd worden. Tot slot benadrukken Mariëlle en Yvette het belang van zelfvertrouwen. ‘Wij stimuleren cliënten om eerder aan te geven wat de ander kan doen zodat jij hem beter begrijpt. Soms wil je dat een gesprekspartner je aankijkt, zijn hand niet voor de mond houdt, of gewoon wat rustiger praat. Dat is iets dat je gewoon kunt leren vragen!’ Voor informatie, zie www.logopedieoudbeijerland.nl.

27


28


HET KOMPAS, 7 AUGUSTUS 2019

Jan Bouma, zelf slechthorend † 25 juni 2020

Aan slecht horen kun je meestal iets doen ‘Weet jij bij wie ik kan aankaarten dat ouderen met hoorproblemen in een sociaal isolement raken? Dat ze zich terugtrekken omdat ze opmerkingen niet verstaan, vragen niet begrijpen en daardoor achterdochtig worden?’ Dit vroeg ouderenadviseur Magdaleen Rietveld van de gemeente Hoeksche Waard ruim een jaar geleden aan Jan Bouma (95), die net als zij lid was van de Adviesraad van het Odensehuis Hoeksche Waard. Zijn onmiddellijke antwoord was: ‘Ja, dat weet ik. Bel met de voormalige hoogleraar en KNO-arts dr. Louw Feenstra. Met hem kun je praten over wat je daaraan kunt doen.’ Het resultaat is het project ‘Hoorwinst’, een voorlichtingscampagne door de GGD Zuid-Holland Zuid in samenwerking met KNO-arts dr. Mick Metselaar, universitaire opleider van het Erasmus MC, en Feenstra. ‘Zo is dat vaak gegaan in mijn leven’, zegt Jan Bouma, ‘in mijn tijd als journalist heb ik een brede belangstelling ontwikkeld en die heeft mij met allerlei mensen dikwijls heel bijzondere samenwerking opgeleverd. Dat geldt ook voor dit project. Magdaleen Rietveld en ik vonden elkaar in onze ongerustheid over het feit dat ouderen met hoorproblemen het risico lopen de diagnose dementie te krijgen.’ Veel mensen die beginnende dementie hebben, ver­tonen dezelfde verschijnselen. ‘Als je verkeerde antwoorden geeft, of maar een beetje lacht, denken mensen al snel dat je de weg kwijt bent. Zodra je iets doet aan je hoorprobleem, is dat gevaar

afgewend’, zegt Bouma. Hij draagt zelf al ruim tien jaar twee hoor­apparaten. ‘Het hoeft voor mij niet onzichtbaar te zijn. Ik schaam me niet. Iedereen heeft wel iets. Voor mij is zeggen dat ik slecht­ horend ben hetzelfde als zeggen dat ik niet meer kan hinkelen.’

‘Voor mij is zeggen dat ik slechthorend ben hetzelfde als zeggen dat ik niet meer kan hinkelen.’ Het project ‘Hoorwinst’ vindt Jan Bouma een geweldig initiatief en van de uitwerking ervan heeft hij hoge verwachtingen. ‘Slecht horen is een handicap waar je iets aan kunt doen. Mij lijkt het duidelijk dat je, als je de keus hebt tussen een

29


sociaal isolement zonder hoorapparaten en sociaal functioneren met, kiest voor de hulpmiddelen. Ik had er zelf veel last van. Het is erg irritant om elke keer te vragen wat iemand zegt, of om dingen verkeerd te begrijpen. De ‘tegenpartij’ raakt op den duur ook geïrriteerd en dat is jammer.’ Bouma constateert dat je er niets aan hebt dat je wel stemmen kunt horen maar dat je niet weet waar de mensen in je omgeving het over hebben. ‘Ik heb een enorme nieuwsreflex overgehouden aan mijn loopbaan in de journalistiek – ik was chef redacteur bij Het Vrije Volk – en die nieuwsgierigheid kan ik alleen bevredigen als ik kan volgen waar het over gaat. Ik snap best dat mensen het vervelend vinden om te vragen of iemand wil herhalen wat hij zei, langzaam en duidelijk, maar toch is dat het beste wat je kunt doen.’ Voor Bouma geldt dat hij pas op latere leeftijd hoorapparaten kreeg aangemeten. ‘In mijn geval was er sprake van het afbraakproces van het lichaam, dat met apparaten min of meer kon worden hersteld. Nu gaat het een op een prima, maar in een groep heb ik grote moeite om het gesprek te volgen. Dat vind ik vervelend.’ Op goede dagen bedenkt Jan Bouma wat hij allemaal nog zou willen ondernemen, welke plannen nog realiseerbaar zijn. ‘Louw Feenstra zei tegen mij dat hij niet eerder iemand van mijn leeftijd had meegemaakt die balanceert op de rand van een burnout en toekomstplannen heeft. Ik heb een rijk leven gehad.’

30


‘Ik snap best dat mensen het vervelend vinden om te vragen of iemand wil herhalen wat hij zei, langzaam en duidelijk, maar toch is dat het beste wat je kunt doen.’

31


32


HET KOMPAS, 6 SEPT 2019

Marianne van den Hoek, zelf slechthorend en Annerie Evers, vriendin

Horenden kunnen soms heel hard zijn Nog steeds heeft Marianne van den Hoek (24) uit Oud-Beijerland contact met de peuterjuf die op haar vierde jaar zei: ‘Marianne let niet op, of ze hoort het niet. Zou het niet verstandig zijn om eens een gehoortest te doen?’ Dat was nadat haar vader haar naam had geroepen en zij dat niet had gehoord. ‘Ik ben van jongs af aan slechthorend, maar dat is wat later pas ontdekt. Af en toe denk ik wel ‘was ik maar horend’, want het brengt wel beperkingen met zich mee. Ik werk in de horeca – sinds kort bij De Beren – en als het druk is verloopt de communicatie vaak terloops. Dan is er stress, mensen roepen van alles en ik krijg dat dan vaak niet goed mee’, vertelt Marianne.

‘In het contact met Marianne is rust belangrijk, elkaar aankijken en even controleren of de informatie juist is overgekomen.’ Haar vriendin Annerie Evers (53), ambtenaar bij de gemeente Hoeksche Waard: ‘In het contact met

Marianne vergeet je snel dat je te maken hebt met iemand die serieuze gehoorproblemen heeft. Dat raakt weleens op de achtergrond en dat moet niet. Ze is vlot gebekt, ze leert snel en voelt situaties goed aan. Ze maakt ook gemakkelijk contact en heeft veel vrienden.’ Ze is ook kwetsbaar, zo vertellen de vriendinnen, die enkele jaren hebben samengewerkt bij het lunchcafé ‘Zonder Meer’ in Oud-Beijerland, dat halverwege 2019 wegens financiële moeilijkheden moest sluiten. Van die tijd herinnert Marianne zich dat ze weleens wakker lag: ‘Als ik dingen mis, kan ik daar niets aan doen, maar ik kreeg wel de schuld. Ik heb moeite met onbegrip. Ik zit ’s avonds dan na te denken over wat ik fout heb gedaan en over wat mij is ontgaan. Horenden kunnen soms heel hard zijn.’ Marianne draagt twee hoorapparaten, rechts een normale waarmee ze 56 procent hoort en links een cochleair implantaat (ci, met een magneet in het hoofd) waarmee ze 85 procent hoort. Annerie: ‘In het contact met Marianne is rust belangrijk, elkaar aankijken en even controleren of de informatie juist is overgekomen. Dat is een andere benadering,

33


waarvoor ik altijd begrip heb gevraagd aan nieuwe collega’s.’ ‘Dat hielp wel’, vertelt Marianne, ‘collega’s vonden het vaak wel moeilijk om begrip te tonen. Ik heb vertrouwen nodig.’ Annerie: ‘Wij kunnen ons niet voorstellen wat je hoort. De communicatie vraagt iets van beide partijen, maar jij hebt vooral mensen om je heen nodig die weten hoe het zit.’ Nadat Annerie bij Zonder Meer was weggegaan, voelde Marianne zich minder gesteund. Zij woonde sinds drie jaar zelfstandig in ’s-Gravendeel en had van daaruit een leer-werkplek geregeld bij lunchroom ‘Den Witten Haen’ in Dordrecht. ‘Koken en bakken is mijn passie’, vertelt Marianne. Sinds kort woont zij in de Stougjeshof in Oud-Beijerland. Net voor haar verhuizing kreeg zij een baan bij De Beren. Annerie heeft Marianne vergezeld tijdens het sollicitatiegesprek: ‘Wij hebben kenbaar gemaakt waar mensen op moeten letten en daar werd goed op gereageerd. Het is belangrijk om uit te leggen wat slechthorendheid betekent. Marianne is een superfijne collega, zij werkt hard en is gezellig, maar je moet wel rekening houden met haar slechthorendheid. Werken is het probleem niet en Marianne haalt alles uit het leven wat erin zit.’ Marianne: ‘Ik vind het leuk om in de spotlights te staan. Misschien kan ik anderen inspireren, want ik laat niets, ondanks mijn gehoorproblemen.’

34


‘Misschien kan ik anderen inspireren, want ik laat niets, ondanks mijn gehoorproblemen.’

35


36


HET KOMPAS, 4 OKTOBER 2019

Nico de Pijper, directeur bestuurder en zelf slechthorend

Hoorapparaten vergroten kwaliteit van leven Niet zo lang nadat hij zijn eerste hoorapparaten had gekregen hoorde Nico de Pijper (60) uit Maasdam een enorme herrie. Hij dacht dat de wasmachine kapot was. ‘Mijn vrouw zei toen tegen me dat dit het normale geluid was. Buiten hoorde ik de vogels fluiten en andere geluiden in de natuur. Ik had het niet gemist omdat ik van jongs af aan hoorproblemen had.’ De Pijper is directeurbestuurder van zorginstelling Zorgwaard. Zijn slechthorendheid kreeg hij bij zijn geboorte mee. ‘Het is een familiekwaal, iedereen in mijn familie is slechthorend. Schaamte over dit gebrek heb ik nooit gekend’, vertelt hij. Toen De Pijper jong was had hij er niet zo’n last van, maar tegen zijn 30ste, toen hij sociaal en maatschappelijk erg actief was, merkte hij dat zijn hoor­problemen hem beperkten. ‘Als je dingen niet begrijpt doe je net alsof je het niet hoort. Je praat maar wat mee, maakt gebaren en lacht. Maar als je kwaliteit van leven wilt, moet je er iets aan doen. Ik wilde aanvankelijk ook niet aan hoorapparaten, maar zowel privé als in mijn werk werd het lastig, het werd een enorme inspanning om gesprekken te volgen.’ In zijn werk heeft Nico de Pijper te maken met complexe problemen die belangrijke beslissingen vergen en hij ervoer zijn slechthorendheid als een risico. ‘Ik kon geen dingen missen, want als je de verkeerde vertaling maakt en niet scherp weet waar het over gaat, kun je niet de goede dingen doen. Als je slechthorend bent en je doet er niets aan dan beperk je jezelf in je mogelijkheden.’

Hij heeft zijn ijdele periode achter de rug en constateert: ‘De hoorapparaten zijn mijn instrument. Ze horen bij mij. ’s Morgens doe ik ze onmiddellijk in, zoals een ander zijn bril opzet. Ik vond het als jonge vent ook niet gemakkelijk en ik heb een zekere schroom moeten overwinnen, maar de voordelen van het gebruik wegen ruimschoots op tegen het gevoel dat het dragen ervan niet sexy is.’

‘De technische ontwikkelingen zijn enorm, weet De Pijper. Hij herinnert zich dat hoorapparaten 35 jaar geleden enorme knotsen waren.’ Waarom mensen met hoorproblemen zichzelf tekort doen begrijpt De Pijper niet. ‘Ze treffen er ook

37


de mensen in hun omgeving mee. Als je partner alles vijf keer moet herhalen is die dat snel zat. Ik heb dat ook wel eens gehad. Het is ook belangrijk dat mensen dat tegen je zeggen en je niet mijden. Als ik die hoor­apparaten niet had gehad, zou ik nooit hebben kunnen doen wat ik nu doe.’ De technische ontwikkelingen zijn enorm, weet De Pijper. Hij herinnert zich dat hoorapparaten 35 jaar geleden enorme knotsen waren. Nu zijn ze veel kleiner, vernuftig en vele malen beter. ‘Als er niets aan je hoorprobleem is te doen, dan is dat erg. Maar voor de meeste mensen is hun probleem oplosbaar. En waarom zou je het laten. Hoorapparaten maken de communicatie met anderen gemakkelijker, je wordt voor vol aangezien omdat niets je ontgaat. Maar, en dat is nog belangrijker, waarom zou je het probleem van je slechthorendheid bij een ander leggen. Doe iets, los het op. Het is sociaal zoveel leuker.’ Hoorproblematiek is vaak ook een psychisch pro­bleem, heeft De Pijper gemerkt. Mensen ervaren het als een handicap en voelen zich dikwijls achtergesteld. De Pijper: ‘Het is ook een handicap, maar die is beïnvloedbaar. De kwaliteit van mijn leven is groot dankzij het structureel dragen van hoorapparaten. En als ik ook maar één iemand kan helpen met mijn verhaal in het kader van het project ‘Hoorwinst’, ben ik tevreden.’

38


‘Waarom zou je het probleem van je slechthorendheid bij een ander leggen. Doe iets, los het op. Het is sociaal zoveel leuker.’

39


40


HET KOMPAS, 1 NOVEMBER 2019

Mari Spanjersbergh, medewerker Veilig Leven, Brandweer ZHZ

Een rookmelder is van levensbelang Het werk van Mari Spanjersbergh (65) uit Hendrik-Ido-Ambacht is eigenlijk heel simpel, vindt hij zelf. ‘Als medewerker risicobeheersing bij de brandweer Zuid-Holland-Zuid hang ik rookmelders op en vertel over veilig wonen aan oudere, nog zelfstandig wonende mensen in Oud-Beijerland.’ Zijn activiteiten vloeien voort uit de resultaten van de signalerende huisbezoeken bij mensen van 75 jaar en ouder die worden afgelegd op verzoek van de Ouderen­adviseur van de gemeente. ‘De mensen vullen vragenlijsten in en als blijkt dat ze geen rookmelders hebben, kom ik in actie’, vertelt Spanjersbergh. ‘Vaak weet ik dan al dat mensen slechthorend zijn. Ik vertel ze dan over de mogelijkheden van een melder met een trilfunctie. Ik moet de mensen altijd op het spoor zetten omdat ze daar niet van hebben gehoord. Er zijn ook hulpmiddelen voor de telefoon en de voordeur, evenals waarschuwingssystemen voor koken op gas en elektrische dekens. Mijn voorlichting gaat alle kanten op, maar het gaat mij uiteindelijk om de rookmelder.’ Als mensen horen dat zij voor een melder met extra functies zelf moeten betalen, maken ze vaak een terugtrekkende beweging. ‘Dan zeggen ze, ik heb er nog nooit een gehad. Of, er is nog nooit brand geweest. Gratis, dat willen de mensen wel’, aldus Spanjersbergh. Hij vertelt dan dat een mensenleven meer waard is dan een rookmelder van ongeveer

100 euro. En dat je eerder brand hebt dan dat je 100.000 euro wint in de staatsloterij.

‘Mensen moeten de hulp­middelen gebruiken die beschikbaar zijn.’ In zijn beleving verricht Spanjersbergh ook sociaal werk. Hij neemt de tijd voor zijn huisbezoek. ‘Ik dacht met een half uur te kunnen volstaan, maar ik trek er inmiddels een uur voor uit. Binnen de kortste keren hoor ik de levensverhalen. Het is een dure vorm van huisbezoek, maar wij gaan ermee door in het belang van de veiligheid. Brandweermensen zijn ook van vlees en bloed, en als het misgaat moeten wij de mensen redden.’

41


Spanjersbergh zet al zijn overtuigingskracht in om mensen ervan te overtuigen dat de aanschaf van een rookmelder niet mag stranden op geld. ‘Er ontstaat ook wel eens discussie tussen echtparen. Dan heeft de een hoorapparaten en de ander niet. Die horende voelt dan niets voor een extra uitgave, maar degene die een melder niet hoort schrikt als ik hen daarmee confronteer. De kans is groot dat mensen uiteindelijk in actie komen en dan zoeken we samen een plekje.’ Eigenlijk begrijpt de brandweerman niet dat hij dikwijls zo indringend moet uitleggen dat een speciale rookmelder voor mensen met gehoorproblemen van levensbelang is. ‘Als je gehoor slecht is en je ’s nachts je apparaten niet in hebt, ben je kansloos als je kussen niet gaat trillen zodra de melder afgaat. Mensen moeten de hulp­ middelen gebruiken die beschikbaar zijn.’ Spanjersbergh beseft dat het voor mensen een drempel kan opwerpen als ze moeten betalen, maar vaak gaat het daar niet echt om. ‘Ze kunnen vastbesloten afwijzend zijn, of gewoon eigenwijs. Maar soms schrikken ze ook wakker. En als ik een situatie als risicovol of als schrijnend beoordeel dan rapporteer ik dat wel. Goede voorlichting helpt dikwijls ook. Ik ga altijd in uniform op bezoek omdat dit mogelijk het vertrouwen vergroot in wat ik vertel. En elke keer ben ik erover verbaasd dat mensen niet uit zichzelf behoefte hebben aan veiligheid.’

42

Zoek op internet naar de tekst “rookmelder voor mensen met gehoorproblemen”, en u krijgt informatie over rookmelders en andere voorzieningen voor slechthorenden. Of kijk op www.zhzveilig.nl of www.brandweer.nl


‘Als je gehoor slecht is en je ‘s nachts je apparaten niet in hebt, ben je kansloos als je kussen niet gaat trillen zodra de melder afgaat.’

43


44


HET KOMPAS, 29 NOVEMBER 2019

Mick Metselaar, KNO-arts Erasmus MC Louw Feenstra, emeritus hoogleraar KNO-heelkunde, filosoof

Uit het gedrag kun je de problemen aflezen Mensen kunnen er niet vroeg genoeg bij zijn als het om hoorproblemen gaat. Dit betoogden de KNO-artsen dr. Mick Metselaar van het Erasmus MC en emeritus hoogleraar dr. Louw Feenstra tijdens hun hoorcollege –afgelopen donderdagavond 21 novembervoor (zorg)professionals in dorpshuis Streona in Strijen. ‘Het duurt even om aan de apparatuur te wennen en hoe jonger je bent des te gemakkelijker de routine ontstaat. Bovendien ga je vereenzaming tegen als je beter hoort,’ aldus Feenstra. Tien procent van de wereldbevolking, 1,3 miljoen mensen in Nederland, heeft problemen met het gehoor. Onder ouderen is het de belangrijkste aandoening.

‘Hoortoestellen kunnen ernstig gehoorverlies niet compenseren, het blijven hulpmiddelen.’ ‘Slechthorendheid is een reden om te zuchten’, aldus Metselaar. ‘Mensen gaan zeven jaar te laat naar de hoorspecialist, het is een onterecht taboe dat synoniem is met achteruitgang en krakkemikkigheid.’ Hij richtte zich in zijn deel van het college op de theoretische aspecten en schetste

de werking van het oor en ‘de weg van het geluid’. ‘De piek van slechthorendheid ligt bij de ouderen. Het belangrijkste probleem is de communicatie. Een groepsgesprek is bij velen een enorm probleem.’ Uit de reacties van wijkverpleegkundigen, mantel­ zorgers, sociaal makelaars, artsen­ondersteuners, vrijwilligers signalerend huisbezoek, logopedisten en casemanagers bleek dat Metselaar de spijker op de kop sloeg toen hij zei dat je uit het gedrag de hoorproblemen kunt aflezen. Mensen met hoorproblemen geven vaak foute antwoorden, of lachen op de verkeerde momenten en ze praten liever niet mee. Of ze praten juist heel veel, zodat ze niet hoeven te luisteren. Metselaar: ‘Slechthorenden ontwikkelen een vaardigheid in liplezen. Iemand zei eens dat hij slechter hoorde naarmate het donkerder werd. Ze zeggen ook snel ja of knikken en vragen naar herhaling. Erger nog is dat ze verjaardagen mijden, niet meer uit eten gaan, of naar de film. Slechthorenden kiezen voor solistische bezigheden zoals vissen, handwerken en achter de computer zitten. Hun leefwereld wordt erg klein.’

45


Feenstra nam het ‘kundedeel’ voor zijn rekening en maakte duidelijk dat iedereen die ouder wordt aan gehoor inboet: ‘Hoortoestellen kunnen ernstig gehoorverlies niet compenseren, het blijven hulpmiddelen.’ Het doel is volgens hem om zo goed mogelijk spraak te verstaan en dat lukt met de huidige techniek steeds beter. ‘Trap niet in de val van de aanname dat de duurste toestellen de beste zijn, want dat is niet zo’, aldus Feenstra. Magdaleen Rietveld, ouderenadviseur van de gemeente Hoeksche Waard - samen met het Erasmus MC en de GGD Zuid-Holland Zuid, organisator van het hoorcollege - stond aan de basis van het project ‘Hoorwinst’. Steeds vaker hoorde zij over sociale problemen onder ouderen. ‘Zij lieten dingen voorbijgaan en liepen het risico op een verkeerde diagnose omdat hun gedrag aan beginnende dementie deed denken.’ De praktische tips die werden uitgewisseld: niet schreeuwen maar langzaam en duidelijk praten, je gesprekspartner aankijken, informatie en uitleg geven, controleren of de boodschap is begrepen, geen gesprek voeren in een galmende ruimte of met je rug naar iemand toe en storende achtergrondgeluiden zoals radio, televisie of een open raam elimineren. Met het project ‘Hoorwinst’ wil de GGD ZuidHolland Zuid samen met de gemeente Hoeksche Waard helpen voorkomen dat (oudere) mensen in een isolement raken.

46


‘Mensen gaan zeven jaar te laat naar een hoorspecialist, het is een onterecht taboe dat synoniem is met achteruitgang en krakkemikkigheid.’

47


48


HET KOMPAS, 6 DECEMBER 2019

Monique de Vroet, kassière supermarkt

Slecht horen is niet iets om je voor te schamen Haar kinderen zeggen over Monique de Vroet, al 36 jaar kassière bij Albert Heijn Beijersehof in Oud-Beijerland, dat zij altijd alles hoort. ‘Ik zou het vreselijk vinden als ik niet kon horen of als ik slechthorend was. Ik zou ook onmiddellijk proberen daar iets aan te doen.’ Ze vertelt het verhaal van een jonge vrouw die kleine hoorapparaatjes heeft die je bijna niet ziet. ‘Als ze aan de kassa komt merk ik weleens dat ze die niet in heeft. Dat zeg ik dan en dan moet ze lachen. Ze heeft moeite met die dingen, maar ik zou dat niet hebben. Er is niets om je voor te schamen, het is zoals het is.’

‘Er is niets om je voor te schamen, het is zoals het is.’ Een van de eerste stappen die Monique de Vroet zou zetten om iets te doen tegen gehoorverlies is apparaatjes halen. ‘Ik zou gek worden. Er zijn zoveel mogelijkheden, waarom zou je jezelf pesten als er geweldige hulpmiddelen zijn. Er zijn tegenwoordig zoveel mogelijkheden die maken dat je beter kunt communiceren.’ Monique werkt 21 uur in de week en heeft met veel klanten een band opgebouwd. Zij heeft ook zelf

uitgedokterd hoe zij met mensen moet omgaan die slecht horen of beginnende dementie hebben. ‘Er schijnt een training voor te zijn, maar die heb ik nooit gehad. Ik heb geleerd om geduldig te zijn, de tijd te nemen en goed op te letten’, aldus de kassière. Zij vindt het project ‘Hoorwinst’ belangrijk om de voorlichting. Soms verbaast ze zich over het zuchten en kreunen van mensen die in de rij staan achter iemand die extra hulp nodig heeft. ‘Dan zitten ze heel de tijd koffie te drinken en te kletsen en als ze in de rij bij de kassa staan hebben ze opeens haast. Er komt al jaren een mevrouw bij mij aan de kassa die niet kan praten en niet kan horen. Wij hebben aan een blik genoeg. Voor haar is het heel erg belangrijk dat ik vertrouwd ben. Als ik er niet ben, raakt ze een beetje in paniek. Ze weet wanneer ik er ben.’ De tijd nemen, een praatje maken, opgewekt zijn, altijd een glimlach op het gezicht hebben en vooral helpen. Als ik niet lach, moeten ze een dokter bellen. De kassa is echt mijn ding en Albert Heijn is als het ware mijn tweede familie. Er is wel veel veranderd met het scannen en zo. Er zijn normen waar je als kassière aan moet voldoen. Maar

49


voor mij is het belangrijker om klanten binnen te houden.’ Sociaal contact is belangrijk, vindt Monique de Vroet. ‘Misschien zijn er mensen die mij mijden omdat ik zit te kletsen. Dan kunnen ze in een andere rij gaan staan. Ik kan niet bij een andere kassa gaan zitten, ik moet het doen met wie bij me langskomt.’ Als de communicatie een probleem is, zoekt zij een oplossing en ze vindt het fijn om zo af en toe te horen dat mensen blij zijn met haar hulp. ‘Dan krijg ik een briefje waarop staat: ‘Fijn dat je me zo prettig hebt geholpen.’ Wel constateert Monique dat veel mensen met hoorproblemen zichzelf goed weten te redden en hun handicap kunnen verbergen door te anticiperen op wat er gebeurt. ‘Ze knikken en lachen en kijken goed naar de kassa, zodat ze al hebben gezien wat het kost. Het zijn de oudere mensen die aandacht vragen en een praatje maken, en dat kost niets.’

50


‘Ik heb geleerd om geduldig te zijn, de tijd te nemen en goed op te letten.’

51


52


HET KOMPAS, 10 JANUARI 2020

Mike Bloemen , tandarts en zelf slechthorend

Hoorapparaten maken mijn leven veel leuker ‘Papa is er weer helemaal bij, zeiden mijn kinderen tegen mijn vrouw’, vertelt tandarts Mike Bloemen (68) uit Oud-Beijerland. Die opmerking van zijn kinderen kwam kort nadat hij zijn hoorapparaten had gekregen. ‘Maar, zij wisten dat helemaal niet. Dat ik weer ‘aangesloten’ was en adequaat reageerde was een neutrale observatie.’ Bloemen draagt zijn hoorapparaten nog niet zo lang. Hij heeft naar zijn zeggen niet zulke ernstige hoorproblemen, maar hij heeft er al wel heel lang last van. ‘Ik merk al zeker 20 jaar dat ik stukjes mis, dat ik moeite had met het volgen van gesprekken en veel te laat reageerde op wat er werd gezegd. Mijn vrouw (vrijwilligster signalerend huisbezoek) zei tegen me dat ik er iets aan moest doen.’

‘Ik vind het jammer dat mensen de schaamte voor een probleem erger maken dan de oplossing.’ Een KNO-arts stelde vast dat er weliswaar sprake was van een probleem, maar dat het nog wel slechter moest worden voor Bloemen iets aan hoorapparaten zou hebben. Het probleem bleef en de tandarts ergerde zich. Nieuw audiologisch onderzoek volgde en opnieuw was de conclusie

dat er sprake was van schade. ‘Toch kreeg ik geen advies om hoorapparaten aan te schaffen. Dat kon me niet meer schelen, want ik wilde er vanaf.’ Voor Bloemen was het niet kunnen meedoen aan gesprekken, het missen van dingen, het moeten vragen naar wat werd gezegd te lastig. Hij kwam terecht bij audicien Dennis Nandoe in Rhoon. ‘Die zei dat hij die arts wel begreep omdat er geen sprake was van ernstige pathologie, maar hij begreep dat het bij mij om iets anders ging, om comfort. Een op een gaat het heel goed, maar niet in gezelschap of als ik ben afgeleid. Het kostte me heel veel energie om gesprekken te volgen en er achteraan te hobbelen.’ Met zijn hoorapparaten gaat het enorm veel beter, al is het niet perfect. ‘Het geluid is nog vaak blikkerig. Ik moet experimenteren met hard en zacht en met de situaties waarin ik me bevind. De dag nadat ik de apparaatjes had gekregen, bezocht ik een theatervoorstelling. Bij de nazit in het theatercafé, dat erg rumoerig was, kon ik anderen gewoon verstaan. Voor het eerst in misschien wel 20 jaar was dat geen probleem. Dat was verrukkelijk.’

53


Hij heeft nooit last gehad van schaamte, zegt Bloemen. ‘Ik zei altijd dat ik een beetje slechthorend was. En het is niet zo dat ik de hoorapparaten onmiddellijk mis als ik ze weleens vergeet, maar mijn leven met is enorm veel leuker geworden. Techniek helpt. Het is net als met zoveel dingen, we maken het vaak ingewikkeld. Mensen vragen zich te vaak af wat anderen van hen denken. Dat kan je aardig in de weg staan en limiteren in je mogelijkheden. Ik vind het jammer dat mensen de schaamte voor een probleem erger maken dan de oplossing.’ Bloemen vertelt het verhaal van een patiënt van hem die 40 jaar lang met lood in zijn schoenen en vervuld van angst bij hem in de praktijk kwam. ‘Op een dag kwam hij heel rustig en ontspannen binnen en zei: ‘Ik ben zo blij dat ik hier zit. Ik heb een zwaar hartinfarct gehad en zes stents gekregen. Ik kijk heel anders naar het leven’. Hij kon nooit genieten omdat hij altijd bang was. Je kunt wel ergens tegenop zien, maar de opluchting is enorm als je jouw problemen oplost.’

54


‘Je kunt wel eens ergens tegenop zien, maar de opluchting is enorm als je jouw problemen oplost.’

55


56


HET KOMPAS, 7 FEBRUARI 2020

Angela Nijbroek, audicien

Hoortoestellen zijn binnenkort multi inzetbaar Audiciens fantaseren graag over de mogelijkheden van de technologische ontwikkelingen op hun vakgebied. ‘Telefoons kunnen tegenwoordig van alles, veel meer dan alleen bellen, en met hoortoestellen gaan we ook die kant op’, zegt Angela Nijbroek (29), audicien bij Schoonenberg in Oud-Beijerland. Zo zijn er nu hoortoestellen die op afstand bij te stellen zijn. Via een app op de telefoon worden aanpassingen van de audicien rechtstreeks naar het hoortoestel gestuurd. ‘In de toekomst zullen waarschijnlijk ook controle afspraken op afstand plaatsvinden.’ Inmiddels is de Bluetooth technologie voor iedereen bereikbaar. Tot voor kort moesten klanten zelf betalen voor deze nieuwste ontwikkelingen, maar nu zijn er ook zulke hoortoestellen die (deels) door de zorgverzekeraars worden vergoed. ‘Zo’n toestel is te bedienen via de mobiele telefoon. Je kunt het geluid zachter of harder zetten of bijvoorbeeld wat meer lage of hoge tonen versterken. Een hoortoestel is er op den duur niet meer alleen voor het gehoor, maar is het multi inzetbaar. Misschien kun je op den duur navigeren met je hoortoestel, of spraak opdrachten geven en wellicht zelfs laten vertalen’, aldus Angela Nijbroek. Zij is van huis uit logopediste en werkte op een school voor dove en slechthorende kinderen. ‘Zo rol je erin’, zegt ze, ‘ik heb voor het vak van audicien

gekozen, omdat je daarin te maken hebt met gemotiveerde mensen die graag iets willen doen aan hun hoorprobleem. Het zou fijn zijn als het dragen van een hoortoestel op den duur net zo normaal wordt als het dragen van een bril.’

‘Wie inziet dat het gehoorverlies voor de omgeving ook lastig is, besluit vaak tot een proef.’ Voorlopig is voor veel mensen de drempel naar de audicien nog hoog. ‘Ze herinneren zich nog de apparaten die hun opa en oma droegen. Die waren niet zo geavanceerd, ze piepten en knarsten en belandden vaak in de kast. Tegenwoordig hebben we kleine apparaatjes die je bijna niet ziet, die draadloos werken en waarvoor je verder geen accessoires nodig hebt.

57


Het is niet mogelijk om even de winkel binnen te stappen en een hoortoestel te kopen. Er zit veel tijd in het aanmeten en afstellen.’ Angela Nijbroek constateert dat regelmatig een emotionele reactie volgt op de uitslag: ‘Wij zien graag dat er iemand mee komt naar de afspraak. Dat noemen wij de communicatiepartner. Als diegene vertelt dat de tv erg hard staat en dat dingen tien keer moeten worden gezegd, dan krijgen we een realistischer beeld van de situatie. Wie inziet dat het gehoorverlies voor de omgeving ook lastig is, besluit vaak tot een proef.’ Voor de audicien staat vast dat het verstandig is om bij slechthorendheid zo vroeg mogelijk te beginnen met een hoortoestel. Vaak hoort ze dat mensen denken dat het beter is om het uit te stellen ‘omdat de oren anders lui worden van een hoortoestel’. Angela Nijbroek: ‘Dat is kennelijk ooit gezegd, maar juist het tegenovergestelde is waar. Hoe eerder je begint, des te gemakkelijker je kunt wennen aan het geluid. Daarbij komt dat zo’n toestel bediend moet worden. Voor mensen die zich dat op jongere leeftijd eigen maken, wordt dat routine.’

58

Zij wijst op nog een effect van slechthorendheid: ‘Het is erg vermoeiend om heel de dag de stukjes conversatie die je mist in je hersenen aan te vullen op basis van de context. Nog even los van het risico op miscommunicatie. Als mensen een hoortoestel dragen, concluderen ze vaak dat een conversatie minder vermoeiend is geworden. Het blijft nabootsen van geluid, maar dat van de nieuwste hoortoestellen is meer natuurgetrouw.”


‘Het zou fijn zijn als het dragen van een hoortoestel op den duur net zo normaal wordt als het dragen van een bril.’

59


60


HET KOMPAS, 6 MAART 2020

Caroline Barendrecht, wijkverpleegkundige

Ouderen nemen gehoorverlies voor lief Veel ouderen nemen gehoorproblemen onterecht voor lief, vindt Caroline Barendrecht (54) uit Mijnsheerenland. Zij is verpleegkundige van Buurtzorg in Cromstrijen. In de praktijk merkt zij dat hoorverlies een enorme inspanning vergt van alle partijen. ‘Vaak wuiven mensen dat weg met opmerkingen als ‘het hoort er nu eenmaal bij’, of ‘ouderdom komt met gebreken’. ‘Bij Buurtzorg hebben we een uitgebreide leeromgeving. We kunnen er leermodules en trainingen volgen. Informatie vinden. Elk jaar zijn er congressen. Er is veel aandacht voor ziektebeelden, vooral bij ouderen. Buurtzorg heeft samen met hen een visie voor de zorg ontwikkeld, Visie 2025. Ik heb gezien dat het gehoor hierbij is achtergebleven. Daar is zeker winst te behalen’, aldus Caroline.

‘Wij moeten ouderen stimuleren en motiveren en vooral ook informeren over de mogelijkheden die er zijn.’ Zij merkt in haar dagelijkse werk hoe lastig het is en dat ‘je vooral niet moeten denken, laat maar’. Zij vindt dat in het contact met ouderen proactief moet worden gedacht en gehandeld: ‘Je mag er

niet vanuit gaan dat iets niet nodig is omdat er niet naar wordt gevraagd. Als ik een oudere onder de douche zet, zijn we in een holle ruimte, zonder hoorapparaten. Mensen doen dan vaak net alsof ze je verstaan en er komen dan reacties waarvan ik denk ‘waar gaat dat heen.’ Om allerlei redenen vindt Caroline Barendrecht dat het belangrijk is om slechthorendheid bespreekbaar te maken. ‘Veel ouderen hebben een verminderd gehoor. Sommigen zijn daar open over en staan open voor hulpmiddelen en aanpassingen in huis, zoals vergroting van de letters van de ondertiteling van televisieprogramma’s, deurbellen en telefoons die lichtsignalen geven. Veel vaker laten mensen het erbij zitten en dat brengt hun extra verlies. Zij raken sociale contacten kwijt, bezoeken geen activiteiten meer, mijden restaurants en lopen het risico van vereen­zaming en isolement.’ In het contact met slechthorende ouderen hanteert de verpleegkundige een aantal heldere uitgangspunten: ‘Onderdruk de neiging tot hard praten en overdreven articuleren, verminder de achtergrondgeluiden, praat langzaam en duidelijk,

61


ga niet met je rug naar iemand toe staan als je praat en geef niet op als de communicatie stroef verloopt, probeer dan iets anders of schrijf het op. Laat vooral ook de informatie herhalen om te controleren of de boodschap goed is overgekomen. We moeten alert zijn op verkeerde antwoorden, terugtrekken en achterdocht.’ De campagne ‘Hoorwinst’ is volgens Caroline Barendrecht enorm belangrijk. Zij zegt: ‘Wij moeten ouderen stimuleren en motiveren en vooral ook informeren over de mogelijkheden die er zijn. Als mensen een apparaat hebben aangeschaft zeggen ze vaak dat er een wereld voor hen open is gegaan, omdat zij de vogels ’s morgens weer hoorden zingen. Bij het verlies van gehoor gaat sluipend iets verloren dat in veel gevallen kan worden hersteld.’ Het verschil tussen de oude definitie over gezondheid, die dateert van 1948 en gezondheid definieert als een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden waarbij het niet gaat om het louter ontbreken van ziekte of gebrek, en het nieuwe concept, is het woord ‘regie’. Caroline Barendrecht: ‘Bij positieve gezondheid gaat het om het aanpassingsvermogen bij het hebben van ziekten en het zelf voeren van de regie daarin. Daar ontbreekt het vaak aan bij ouderen boven de 80. Die hebben zowel informatie, als stimulans, als ondersteuning nodig.’

62

Wie zich kan aanpassen aan verval van lichaam en geest, zo betoogt de verpleegkundige, komt vaker tot een positief oordeel over de kwaliteit van leven. ‘Ondanks aandoeningen en gebreken.’


‘Als ik een oudere onder de douche zet, zijn we in een holle ruimte, zonder hoorapparaten. Mensen doen dan vaak net alsof ze je verstaan en er komen dan reacties waarvan ik denk “waar gaat dat heen”.’

63


64


HET KOMPAS, 1 MEI 2020

Arianne Vermeulen, sociaal werker ouderen

Mensen compenseren gehoorproblemen Het verschil tussen horen en niet horen kan een enorm verschil maken in de uitstraling die mensen hebben en in hun functioneren in de samenleving. Dat weet Arianne Vermeulen (46) uit Oud-Beijerland, sociaal werker ouderen bij Welzijn Hoeksche Waard heel goed. Zij vertelt het verhaal van meneer Ruud Bouma die zij door haar werk ontmoette. ‘Hij was slechthorend en gaf dat ook wel aan. Maar de communicatie verliep vaak moeizaam. Toen ik hem een tijd later weer eens ontmoette viel me op dat hij een totaal ander mens leek. Ik vroeg hem naar zijn gehoor en hij beaamde dat hij een hoorapparaat had gekregen. Het verschil was bizar.’

‘Het duurt een tijdje voor mensen zelf door hebben dat het steeds een beetje minder wordt.’ Arianne Vermeulen realiseerde zich op dat moment wat het betekent om wel of niet te kunnen meedoen aan sociale gebeurtenissen. ‘Het niet kunnen meedoen leidt vaak tot eenzaamheid. Mensen die slechthorend zijn kunnen dat beter aangeven, dan kun je daar rekening mee houden. Soms vind het niet gepast om daar onmiddellijk

op te reageren. Ik wil eerst een band opbouwen en vertrouwen krijgen.’ Het was tussen haar en de slechthorende man gewoon niet echt ter sprake gekomen. Arianne Vermeulen: ‘Toen ik het gesprek wel aan ging en hem zei dat ik een heel andere man zag, vertelde hij een leuk verhaal. Hij zei dat hij een klok heeft die tikt. Dat hoorde hij niet meer, maar nu weer wel. Dat is voor hem een signaal. Als hij dat tikken minder goed hoort, laat hij zijn gehoor weer controleren.’ De sociaal werker vindt dat ouderen hun gehoor eigenlijk regelmatig moeten laten controleren. Het duurt een tijdje voor mensen zelf door hebben dat het steeds een beetje minder wordt. Dat komt doordat je dat geleidelijke verlies compenseert. De omgeving heeft het vaak eerder in de gaten. Als je slechthorend bent zoek je niet altijd de oorzaak bij jezelf. Achteraf is de constatering vaak dat het gehoorverlies groter was dan je dacht.’ Een ander voorbeeld uit haar dagelijkse praktijk vindt Arianne Vermeulen ook sprekend: ‘Een vrouw die slecht hoort aan één kant gaf zelf aan hoe ze wilde zitten, omdat ze dan beter kon horen. Het

65


is fijn dat ze zo mondig is om dat te zeggen en daarmee het risico wegneemt dat ze geïsoleerd raakt. Vroeger dacht ik dat het hielp om harder te praten, nu weet ik dat dit niet zo is. Langzaam en duidelijk, en oogcontact maken, daar gaat het om.’ De taak van Arianne Vermeulen is om samen met andere organisaties en vrijwilligers om te zien naar kwetsbare ouderen. Zij zoekt naar het antwoord op de vraag wat mensen nodig hebben om zo lang mogelijk thuis te kunnen wonen. Trefwoorden zijn ‘verbinden’, ‘versterken’ en ‘nieuwe dingen’. ‘Wij ontplooien activiteiten die laagdrempelig zijn. Een zo’n activiteit is ‘Bakkie in de buurt’; mensen die wonen en werken in een wijk komen bij elkaar en bespreken waar ze tegen aanlopen en waar ze hulp bij nodig hebben. Bovendien is het gezellig.’ Zelf kan sociaal werker Arianne Vermeulen zich moeilijk voorstellen wat het is om slechthorend te zijn: ‘Ik probeer me weleens voor te stellen dat ik het geruis van de bomen niet hoor, of dat de muziek gewoon aanstaat maar dat ik het niet hoor, of dat de straatgeluiden me ontgaan. Ik zou daar iets aan doen, als dat mogelijk is.’

66


‘Ik probeer me weleens voor te stellen dat ik het geruis van de bomen niet hoor, of dat de muziek gewoon aanstaat maar dat ik het niet hoor, of dat de straatgeluiden me ontgaan.’

67


68


HET KOMPAS, 12 JUNI 2020

Bas van de Merwe, zelf slechthorend † 16 oktober 2021

Een doof mens die er niets tegen doet wordt heel erg eenzaam Inmiddels is Bas van de Merwe (75) uit Oud-Beijerland toe aan zijn derde hoorapparaat. ‘Dat is dringend aan vervanging toe”, zegt hij. ‘Een jaar of acht geleden kreeg ik steeds meer commentaar van mijn omgeving. Ze zeiden: koop toch zo’n ding, dan hoor je beter. Ik heb toen een hoorapparaat aangeschaft en het hielp. Eerst wilde ik er niet aan. Ik dacht dat het wel meeviel. Maar dat was natuurlijk niet zo. Je moet wel reëel zijn in je denken en nu kan ik het niet meer missen, ik heb het altijd in.’ Enkele maanden geleden is Van de Merwe gestopt als muzikant bij muziekvereniging De Bazuin, waar hij 65 jaar geleden begon op de bugel en sindsdien van alles heeft gespeeld, zoals de trombone, de bariton, de besbas en de trompet. ‘Ik heb wel een half jaar toegeleefd naar dat stoppen. Ik hoor slecht en dan is het moeilijk om actief te blijven in het verenigingsleven. Het spelen ging nog wel, maar ik hoorde niet meer wat de dirigent zei.’

‘Mijn vrouw was het eerste slachtoffer van mijn slechthorendheid.’

Van de Merwe schetst hoe de wereld ‘knapjes kleiner wordt’ als je slechthorend bent. ‘Ik ga eigenlijk niet meer naar vergaderingen. Dat heeft geen zin als er geen ringleiding is. Als er een man of 15 bij elkaar zitten, kan ik niet meedoen aan het gesprek, ik hoor het dan gewoon niet. Ik hoop dat het met een nieuw apparaat weer iets verbetert. Zonder ringleiding zou ik ook niet meer naar de kerk kunnen.’ Toen die ringleiding werd aangelegd in de Open Hof­kerk was Van de Merwe erbij. Hij heeft lang gezocht naar het ideale plekje. ‘Ik heb dat gevonden en zit daar nu altijd, bovenop de ringleiding’, vertelt hij. Ook bezoeken aan de schouwburg en concertzalen met ringleidingen zijn voor hem ideaal. ‘Ik kan daardoor samen met mijn vrouw op stap naar concerten en voorstellingen en functioneer nog. Mijn vrouw was het eerste slachtoffer van mijn slechthorendheid.’

69


Voor Van de Merwe is het van groot belang dat hij maatschappelijk nog actief kan zijn, dat hij mensen kan ontmoeten en het leven niet hoeft te laten lopen. Zo rijdt hij nog als vrijwilliger voor Zorgwaard met de koeriersauto en trekken hij en zijn vrouw er vooral ’s zomers graag met de fiets op uit. ‘Ik heb er eigenlijk nooit moeite mee gehad. Ik zeg niet dat ik het leuk vind, maar er is voor mij geen drempel. Als het nodig is moet je het doen, hulpmiddelen zijn er niet voor niets. Eerlijk gezegd zou ik meer moeite hebben met een rollator, maar daar geldt natuurlijk hetzelfde voor.’ Terugblikkend op zijn activiteiten in het verenigingsleven zegt Van de Merwe: ‘Op het laatst ging het niet meer. Ik verstond dingen niet goed. Ik kwam op rare vragen en gaf zelf rare antwoorden. Voor anderen was het wel lollig, die konden er wel om lachen, maar dat was natuurlijk wel een minpunt. Als je omgeving zegt dat je doof wordt, moet je dat niet willen ontkennen. Het was vervelend voor anderen, maar vooral ook voor mezelf. Een doof mens die er niets tegen doet wordt heel erg eenzaam.’ Bas van de Merwe heeft een boodschap voor iedereen die een hulpmiddel nodig heeft: ‘Schroom niet, je hoeft je nergens voor te generen, als je denkt dat je het nodig hebt moet je niet aarzelen. Er zijn veel hulpmiddelen en je moet aanschaffen wat je nodig hebt. Dat is voor iedereen in je omgeving beter. En, je moet jezelf vooral niet opsluiten.’

70


‘Als er een man of 15 bij elkaar zitten, kan ik niet meedoen aan het gesprek, ik hoor het gewoon niet.’

71


72


HET KOMPAS, 8 JULI 2020

Peter Verschoor, beheerder dorpshuis

Iedereen heeft profijt van de goede akoestiek in dorpshuis Streona Achteraf gezien was het een geluk bij een ongeluk dat bij de renovatie en uitbreiding van zalencentrum Streona in Strijen in 2013 (voltooid 1 januari 2015) niet zo goed was nagedacht over de akoestiek en de mogelijke aanleg van een ringleiding voor slechthorenden. Beheerder Peter Verschoor (63) uit Mijnsheerenland: ‘Uiteindelijk is de akoestiek nu prettiger voor alle mensen en niet alleen voor mensen die slechthorend zijn.’ Verschoor beheert het dorpshuis in Strijen al 28 jaar. Het oorspronkelijke gebouw was in 1956 – wegens de watersnood van 1953 - een geschenk van de Zweedse hoofdstad Stockholm. Aan dat verouderde gebouw moest enkele jaren geleden wel iets gebeuren, weet Peter Verschoor. Hij en zijn vrouw Marga, met wie hij de exploitatie doet, waren er in 2015 niet zeker van dat zij door konden gaan met hun werk en waren niet betrokken bij de plannen. Zij oriënteerden zich daarom op andere locaties, zoals het Dorpshart in Mijnsheerenland. ‘Toen bleek dat wij verder konden in Strijen waren we daar blij mee, maar daardoor waren we wel laat betrokken bij de verbouwing, die al een eind op streek was.’ Er was bij voorbeeld niet gedacht aan een ringleiding. Verschoor: ‘Wij wisten daar ook weinig van en toen het idee werd ingebracht was het al te laat. En ook voor de akoestiek was geen aandacht geweest, met als gevolg dat wij later klachten

kregen over de holle ruimte. We probeerden wel om het galmen te dempen met een schilderijtje hier en daar en met gordijnen, maar veel hielp dat niet. Het bleef lawaaierig en werd als minder prettig ervaren.’

‘Uiteindelijk is de akoestiek nu prettiger voor alle mensen en niet alleen voor mensen die slechthorend zijn.’ Tot vreugde van Verschoor bleek er geld beschikbaar van de stichting die het dorpshuis eerder had geëxploiteerd. ‘Daar zijn wonderen mee verricht’, vertelt de beheerder. “Zo is er airco aangebracht in de ongeventileerde en ’s zomers

73


bloedhete biljartruimte bovenin het gebouw. En het belangrijkste is dat na geluidsmetingen door Groothuizen Afbouwsystemen uit Puttershoek in een deel van het gebouw panelen zijn aangebracht die het geluid absorberen en de weerkaatsing van geluid wegnemen. Het is geen echoput meer en iedereen heeft er profijt van.’ Verrast was de beheerder van Streona toen hij tijdens een bijeenkomst in het kader van het project Hoorwinst, van de GGD Zuid-Holland Zuid, enthousiaste reacties kreeg over de ‘vriendelijke akoestiek’. ‘Mensen zoeken naar zalen met een goede akoestiek, dat geeft rust en vergroot de verstaanbaarheid. Hier zijn ze bovendien ook altijd verbaasd over het multifunctionele karakter, over de beschikbare extra zaaltjes en over de omvang van onze accommodatie. Door de speelse opstelling op de begane grond en de handige indeling is er geen weerkaatsing van geluid en dat vinden mensen heel prettig.’ Het is hartstikke druk in Streona. De bibliotheek zit er, evenals het servicepunt van de gemeente Hoeksche Waard, en elke veertien dagen is er de keuring voor de rijbewijzen. ‘Iedereen loopt hier binnen’, vertelt Verschoor, ‘er worden cursussen gegeven, allerlei groepen houden hier vergaderingen, maar vergeleken met 28 jaar geleden, toen wij begonnen, zien wij wel dat het verenigingsleven onder druk staat door de vergrijzing.’

74

Verschoor geeft een sprekend voorbeeld van het christelijke zangkoor dat vroeger met 150 leden een ledenstop had. ‘Nu is er weer een beetje aanwas, maar dat is vooral doordat elders koren worden opgeheven en mensen toch hun liederen willen zingen. Zo’n koor moet ook heel actief zijn en dingen ondernemen anders vervaagt het enthousiasme. En jonge mensen willen vandaag de dag wat anders dan een jaarlijkse uitvoering of feestavond.’


‘Mensen zoeken naar zalen met een goede akoestiek, dat geeft rust en vergroot de verstaanbaarheid.’

75


76


HET KOMPAS, 26 AUGUSTUS 2020

Lianne van Dam, assistent coördinator Odensehuis HW

Er is een verband tussen gehoorverlies en dementie Het aantal ouderen in de samenleving neemt toe en daarmee ook het aantal mensen met ­gehoorverlies en dementie. ‘Mensen worden ouder en ondervinden dus meer problemen’, is de nuchtere constatering van Lianne van Dam (37) uit Puttershoek. Zij werkt in het Odensehuis Hoeksche Waard in Oud-Beijerland, het inloophuis voor mensen met beginnende dementie en geheugenproblemen. Lianne van Dam vertelt over het onderzoek van geriater Kees Kalisvaart, die heeft ontdekt dat zelfs mild gehoorverlies de kans verhoogt op cognitieve schade en op langere termijn op dementie.

‘Wij kunnen de effecten van dementie en slechthorendheid niet opheffen, maar wel proberen die een beetje te stabiliseren.’ ‘Mensen beseffen niet of weten niet dat hoortoestellen een preventieve werking hebben. Gehoorproblemen moet je zo vroeg mogelijk signaleren want ze beïnvloeden het functioneren. Iemand die beginnende dementie heeft én

slechthorend is, heeft een dubbele handicap’, vertelt Lianne van Dam: ‘Zo iemand heeft het sociaal erg lastig omdat hij of zij weinig mee krijgt van de omgeving. Het gaat dan om het persoonlijke contact, want als mensen in een groep door elkaar praten is dat lastig voor iemand met een hoor­probleem. Zo’n probleem is vaak lastig te herkennen door anderen omdat mensen met dementie niet altijd hun klachten kunnen verwoorden. Je moet letten op gedrag en andere signalen.’ Zelf heeft de medewerkster van het Odensehuis enkele valkuilen die ze niet altijd weet te vermijden. ‘Ik ga nog wel eens hard praten. Maar dat helpt niet. Het gaat niet om het volume maar om duidelijk en rustig articuleren en het maken van oogcontact. Dat laatste is vooral belangrijk in het Odensehuis. Een andere valkuil ligt in het werken met een groep terwijl je iets vertelt. Er zijn dan bezoekers die het gesprek missen en dan is het zaak om te herhalen en samen te vatten.’

77


“Vragen stellen en luisteren, daar gaat het om’, zegt Lianne van Dam. ‘Wij kunnen de effecten van dementie en slechthorendheid niet opheffen, maar wel proberen die een beetje te stabiliseren. Er zijn al snel teveel prikkels. Wij tasten in de groep altijd de sfeer af en gaan daarin mee.’ ‘Een belangrijke les is om je woorden en je zinnen te wegen, niet te uitgebreid te zijn en duidelijk en rustig te praten. Het is heel intensief om met slechthorenden te praten. Dat geldt ook voor mensen met dementie, maar er zijn wel verschillen. Al geldt natuurlijk voor beide groepen dat ze zich welkom moeten voelen, dat ze zich gelukkig voelen en erbij horen, dat ze er nog altijd mogen zijn.’ Volgens Lianne van Dam is het van groot belang dat mensen voorkomen dat zij in een isolement raken: ‘ Sociale contacten zijn belangrijk, net als bewegen, nieuwe dingen leren en het ontdekken van creatieve bezigheden. Wij kijken altijd naar het netwerk van mensen en proberen de partners te ondersteunen.’

78


‘Ik ga nog wel eens hard praten. Maar dat helpt niet. Het gaat niet om het volume maar om duidelijk en rustig articuleren en het maken van oogcontact.’

79


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Boekje Hoorwinst by gemeente-hw - Issuu