Skip to main content

Stichting Urker Uitgaven - Geliefd en verguisd

Page 1

Kronieken Urcker

Jaargang 2022 | nr. 1

STICHTING

URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl

Afbeelding 1. Oktober 1939, de dijk is dicht. Burgemeester Keijzer van Urk en burgemeester Krijger van Lemmer schudden als buren elkaar de hand.

Gert Keijzer - burgemeester van Urk (1938 -1956)

Geliefd en verguisd Burgemeester zijn op Urk is geen makkelijke taak. Dit gold zeker voor burgemeester Keijzer, die dit ambt vervulde in de meest turbulente tijd die Urk heeft gekend. De Zuiderzeewerken waren in volle gang, Urk werd eiland af (afb. 1), de ene na de andere plaag trof het eiland, er was een groot woningtekort, de Duitse bezetting met al zijn beperkingen en spanningen, het hele voormalige eiland moest overhoop om de aansluiting aan het vasteland mogelijk te maken voor verkeer, gas, water, stroom en riolering. En er was nog de voortdurende strijd om een plekje en kansen voor Urk in de nieuwe polder. Naast al die werkgerelateerde uitdagingen had je dan nog de persoonlijke problemen. Een terugblik op de heftige periode waarin Urk een Keijzer had.

Door Lub van den Berg vandenberglub@gmail.com

Robert Hofman rshofman@gmail.com


Afbeelding 2. Een jonge Gert Keijzer.

Geertruides Keijzer, roepnaam Gert, werd op 25 februari 1901 geboren in Stad aan ’t Haringvliet, een klein vissersplaatsje op het eiland Goeree-Overflakkee. Hij was het vierde kind en groeide op in een streng gereformeerd gezin met veel regels waar hij als puber veel moeite mee had. Mede daardoor ging hij, zodra hij zijn diploma van de middelbare school op zak had, al op 15-jarige leeftijd het huis uit en kreeg een baan als jongste ambtenaar op de secretarie van de gemeente Amersfoort. (afb. 2) Dat werk beviel hem goed en hij maakte al snel promotie. Hij klom langzaam hogerop tot adjunct-commies in 1938, een ambtelijk middelbare rang. Keijzer was lid van de christendemocratische Anti Revolutionaire Partij, beter bekend als de ARP. Het was de eerste nationale politieke partij in Nederland die later is gefuseerd met andere partijen tot het tegenwoordige CDA. Op een vereniging van de kerk ontmoette hij de twaalf jaar

Afbeelding 3. De trouwfoto van Gert en Elisabeth.

jongere domineesdochter Elisabeth (Bep) Munnik uit Bunschoten die in Amersfoort een huishoudkundige opleiding volgde. Ze werden verliefd en het stel trouwde in 1934 in Zwolle, waar haar vader Hendricus Adam Munnik sinds 1919 als dominee was verbonden aan de Gereformeerde Kerk (afb. 3). De huwelijksreis ging naar Duitsland. Een jaar later werd dochter Geertruida geboren. Van Amersfoort naar Urk Keijzer was inmiddels hoofd van de secretarie in Amersfoort toen hij in 1938 een vacature onder ogen kreeg voor burgemeester op het eiland Urk als opvolger van burgemeester Gravestein die Urk sinds 1909 had gediend en nu met pensioen zou gaan. Het leek Keijzer en zijn vrouw wel wat om op Urk te gaan wonen, en hij solliciteerde. Net als ambtsgenoten uit die tijd werd Keijzer wellicht benoemd omdat hij over goede contacten beschikte. Hij had zich in de loop der jaren ‘opgewerkt’, van een

2 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

loopjongen tot jongste ambtenaar en vervolgens tot adjunct-commies eerste klas. Daarbij was het in die dagen doorgaans zo dat een politieke kleur niet uitmaakte. Zeker niet op zo’n afgelegen eiland waar niet ieder wilde dienen. Toch zal Keijzer’s ARP-voorkeur op Urk zeker goed in de smaak gevallen zijn. Daarnaast zal het ‘harde werken’ van Keijzer er ook uitgesprongen zijn. Hij kwam uit een behoudend gezin met een strenge opvoeding. Hoewel het veel voorkwam dat het ambt van burgemeester overging van vader op zoon, was daar bij Keijzer geenszins sprake van. Een invloedrijke vriend van zijn schoonvader deed een goed woordje met als resultaat dat op dinsdag 1 november 1938 Gert Keijzer tijdens stormweer werd geïnstalleerd als burgemeester van Urk, een maand nadat zijn echtgenote bevallen was van Cornelia, hun tweede dochtertje. Het gezin arriveerde met de ‘Idonia’, een extra boot uit Kampen met

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 4a, b en c. De verslagen in de kranten van de feestelijke intocht van burgemeester Keijzer.

aan boord zo’n 50 personen, waaronder de burgemeester en het secretariepersoneel van Amersfoort, de burgemeester van Kampen en natuurlijk familie en vrienden van het echtpaar, inclusief schoonvader ds. Munnik. Het schip maakte een rondje langs de in aanbouw zijnde dijken en twee gepavoiseerde motorbotters van de Urker vloot, een grote vlag in top, kwamen het schip tegemoet varen. De bemanning juichte ter begroeting naar de gasten. Toen het gezelschap voet aan wal zette op de Dormakade werd het daar opgewacht door de commissie van ontvangst namens de gemeenteraad en het inhuldigingscomité. Muziekkorps Valerius bracht een muzikale hulde en bij de ingang van het dorp stond een erepoort. Ondanks de regen stonden de mensen in rijen hun nieuwe burgemeester op te wachten en op de route naar het gemeentehuis waren aan weerszijden de kinderen van de beide scholen opgesteld (afb. 4a, b en c). Mevrouw Keijzer moest er erg aan wennen om zo in de belangstelling te staan. Zij hield wel van een grapje: toen ze haar man statig zag lopen, keurig in jacket met een hoge hoed op, merkte zij tegen iemand in de stoet op: ‘een kwartje als je op zijn pijpen kunt trappen’. Keijzer werd geïnstalleerd door locoburgemeester

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 3


wethouder M. Kramer; in zijn eerste rede zei Keijzer te hopen dat hij zich aan Urk kon geven en: ‘In de tweede plaats verheugt ‘t mij naar Urk te komen, omdat ik zelf op een eiland geboren ben en dus iets afweet van het eilandleven. Ik heb ervan overgehouden een voorliefde voor water en scheepvaart. Maar ook het eigensoortige leven, dat ontstaat door isolement, is mij niet vreemd en deze omstandigheden zullen mij, naar ik hoop, in staat stellen tot een snellere verkenning van een aanpassing aan hetgeen mij hier te wachten staat. Ten derde weet ik dat onze diepere beginselen met elkander overeenstemmen en dit acht ik een voorrecht van groote beteekenis. De geestelijke sfeer van Urk, waarin de religieuze grondtoon zich zoo sterk doet gelden, zal ik als een heilig bezit beschouwen. Ik hoop dat het mij gegeven mag zijn een waardig opvolger van den heer Gravestein te zijn.’ Na de plechtigheid verplaatste het gezelschap zich naar de grote zaal van de Wilhelminaschool waar kinderen hem een welkomstlied toezongen en vertegenwoordigers van kerken en verenigingen kennis maakten met het burgemeestersechtpaar. Dorpsdichteres Mariap van Urk had nog mooie woorden gedicht bij de intrede (afb. 5). Na dit feestelijk welkom bracht een extra boot de vele gasten ’s middags weer naar Kampen. Op de terugreis wapperde er geen burgemeestersvlag meer van de achterplecht, want de nieuwe burgemeester stond op de kade en zwaaide de bekenden en vele gasten uit. Keijzer nam vast zijn intrek in de, voor Urker begrippen, grote burgemeesterswoning die nu deel uitmaakt van het museum. In januari 1939 volgde de rest van zijn gezin met de inboedel. Door zijn ronde gezicht kreeg Keijzer op Urk al gauw de bijnaam ‘bolle Jaap’. Ambtsketen Het vertrek van burgemeester Gravestein betekende ook het vertrek van een prachtige zilveren ambtsketen die hij had gekregen bij zijn 12,5-jarig jubileum en dus zijn eigendom was. Keijzer moest het daarom doen met een oudere keten aan een geel lint. Wethouder Gnodde spande dit punt aan tijdens een vergadering en zijn voorstel was een mooie, nieuwe ambtsketen aan te schaf-

Afbeelding 5. Het gedicht van Mariap van Urk.

fen die dan eigendom van de gemeente Urk zou blijven. De raad stemde daarmee in en er werd een commissie voor samengesteld. Voor deze nieuwe ambtsketen werd 75 gulden uitgetrokken. Het oude, gele lint werd verwisseld, maar niet weggedaan. Wethouder Gnodde sprak als lid van de commissie, zijn blijdschap over deze aanschaf uit. Hij voegde hierbij wel toe: ‘Moet de voorzitter echter als Burgemeester bij een relletje of anderszins ingrijpen, dan verdient het aanbeveling, het gele lint om te hangen, aangezien dit een eerbied afdwingend teeken van macht is voor de bevolking.’

4 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

Keijzer was niet alleen burgemeester, maar werd per 1 januari 1939 ook gemeentesecretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand. (afb. 6) Hij en zijn gezin voelden zich al snel thuis op Urk, misschien omdat hij zelf ook in een vissersdorp was opgegroeid. De visserij bekoorde hem en hij nam zich voor wat aan de armoede te doen en voor meer werkgelegenheid te zorgen. Ook de problemen van de woningnood en waterleiding vroegen voortdurend zijn aandacht. Al gauw bouwde hij een goede reputatie op en had veel contact met burgemeesters van gemeenten

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 6. Burgemeester Keijzer als ambtenaar van de burgerlijke stand bij het huwelijk van Meindert de Boer en Marijtje Brands.

rond Urk, zoals Zwartsluis, Blokzijl, Lemmer en Kampen. Urk was alles voor Keijzer en hij heeft nooit de ambitie gehad om naar een grotere gemeente te gaan. Ook op Urk kreeg hij een goede naam; ‘Als de Burgemeester ergens aan begint, die ervaring hebben we al opgedaan, zet hij door.’ Het ontbrak het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf bijvoorbeeld aan krachtige leiding en daar maakte Keijzer snel een einde aan. Ook zorgde hij voor verbetering van het innen van de gemeentebelastingen.

De vooroorlogse jaren (1938-1940) Urk eiland af Het meest belangrijke moment van 1939 voor Urk, wellicht zelfs in de Urker historie was om 14:44 uur op 3 oktober. Het laatste gat van de eerste dijk tussen Lemmer en Urk werd toen gedicht. Ondertussen klonk sirenegeloei vanaf diverse boten. Met het dichten van dit gat kwam een einde aan vele eeuwen eiland Urk. Burgemeester Keijzer liep zijn ambtsgenoot uit Lemmer, burgemeester Krijger, over een wiebelige plank tege-

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 7. Urk is eiland af.

moet. Ze schudden elkaar de hand als nieuwe buren. (afb. 7) Gezinsleven Burgemeester Keijzers vrouw was ook in haar element op Urk en had er veel contacten. In de oorlog werden nog twee dochtertjes geboren, Hanna en Marijke. De vier meiden gingen veel om met de kinderen van dokter Vonk, die minder streng dan Keijzer was, minder christelijk ook. De kinderen van Vonk mochten veel meer en het gezin leefde veel royaler. De pedagogische kwaliteiten van vader Keijzer waren niet zo geweldig en de opvoeding kwam dus vooral op moeder neer. Ondanks dat vader weleens streng kon zijn, was het een gezellig gezin waar toch veel kon. In het grote huis waren twee woonkamers, de

ene werd de winterkamer genoemd omdat daar altijd de kachel brandde. Boven waren diverse slaapkamers met genoeg ruimte voor logees, waaronder nogal eens dominees die op Urk kwamen preken en omdat ze vaak met emeritaat waren bleven ze af en toe wat langer. De meiden vonden dat niet altijd even leuk. Er werd dan namelijk na het eten lang uit de Bijbel gelezen waarna dan ook nog tekst en uitleg volgde van de dominees. Keijzer moest dat soms afkappen om te voorkomen dat de meiden te laat op school kwamen. Ook Beps vader kwam vaak logeren, hij was dominee maar niet zo langdradig als de anderen. Keijzer was zwaarder in de leer dan zijn vrouw. Hij was fanatiek ARP-lid en goed bevriend met dominee Doorenbos. Hoewel het geloof diep zat bij Keijzer, stond hij wel open voor andersdenkenden. Toen een rooms-katholieke vriendin van zijn oudste dochter bij hen logeerde, zorgde Keijzer dat zij op zondag kon meerijden met een katholieke inwoner bij de sluis om naar de RK-kerk in Emmeloord te gaan. Keijzer zat ook in het bestuur van het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. De dochters mochten af en toe mee en als ze terugkwamen wachtte de boot

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 5


in Enkhuizen speciaal op hen. Dochter Hanna, roepnaam Hanneke, vertelde in 2017 dat vader een grote man was die bijna nooit kwaad werd. Moeder was ook niet opvliegend, waarschuwde twee keer, maar als je dan nog niet luisterde, moest je maar voelen. Vader en moeder hadden nooit ruzie. Vader had gevoel voor humor, maar dat snapten de dochters niet altijd. Oorlogsdreiging Niet alleen voor Urk en zijn omgeving veranderde er veel, ook voor Nederland. In Duitsland was Adolf Hitler aan de macht. De Nederlandse overheidsmaatregelen waren ook op Urk merkbaar, zoals de voedseldistributiemaatregelen en het zogenaamde oorlogsbrood. In het voorjaar van 1939 werd een Luchtbeschermingsdienst (LBD) ingesteld met aan het hoofd burgemeester Keijzer, die Hendrik Brouwer aanwees als plaatsvervangend hoofd. De Nationaalsocialistische Beweging (NSB) De NSB had in 1932 zijn intrede gedaan. Hoewel het een ‘beweging’ was, ging zij in de politiek verder als partij. Met haar politieke speerpunten trok zij ook Urker leden, waaronder een aantal prominente dorpsgenoten. (zie kader NSB op Urk).

NSB-affiche op een bedrijfspand op Urk in het jaar 1937.

NSB op Urk De Nationaal Socialistische Beweging zag in 1932 het licht. Hoewel het een ‘beweging’ was, ging zij later in de politiek verder als partij. Met haar programma trok zij ook Urker leden. Zij sloten zich in de loop der jaren aan, en in 1937 telde de Urker afdeling toch al meer dan 40 leden. Oliehandelaar Klaas de Boer schreef zich april 1935 in als lid. De Boer hoopte dat de beweging meer zou doen voor de visserij, en als anticommunist zag hij in de NSB ook een mogelijkheid om een tegenstem te bieden. Zijn vrouw was het daar niet mee eens. Toen hij in 1938 ziek werd, schreef die hem zonder zijn medeweten uit. Ook Hendrik de Wit, zoon van wethouder De Wit voelde zich aangetrokken tot de beweging en het programma. In 1937 trad hij toe als lid maar liet zich in 1942 weer uitschrijven. Eind 1940 werden nog twee prominente Urkers lid van de NSB: Jan Bakker en Luut Kamper, laatstgenoemde was de eigenaar van de Urker boot en beiden waren toen gemeenteraadsleden. Zo werd de politiek op Urk in de raadszaal gedurende de oorlogsjaren steeds meer verdeeld in twee groepen: voor de NSB en tegen de NSB. Burgemeester Keijzer was fel tegen de NSB en haar Urker leden; met name met Klaas de Boer kon hij op persoonlijk en politiek vlak niet door één deur.

6 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

De oorlogsjaren (1940-1945) 1940 - Oorlog Op zondag 12 mei 1940 werden op last van het militair gezag alle Urker botters en overige vaartuigen uit de Urker haven naar Amsterdam gebracht. De burgemeester kreeg opdracht om alle staatsgevaarlijke Nederlanders en vreemdelingen te arresteren en te interneren. Keijzer liet daarop zes mannen - niet allemaal NSB’ers - oppakken en naar Hoorn overbrengen, waar zij werden geïnterneerd en na 15 mei weer vrijgelaten (zie kader Arrestatie). Na de spannende meidagen van 1940 ging het gewone leven weer door. Nederland was bezet, de koningin en haar familie met een aantal regeringsleden uitgeweken naar Engeland. De burgemeester bleef in zijn ambt en wachtte

STICHTING URKER UITGAVEN


Arrestaties op Urk Burgemeester Keijzer liet op 10 mei 1940 de navolgende personen arresteren die op 15 mei weer in vrijheid werden gesteld. Op de lijst van de burgemeester stonden meer Urkers, o.a. K.L. Koffeman, de uitgever van De Oprechte Urker. Klaas de Boer Hein Kramer Frans Schraal Hendrik de Wit Willem de Boer A. Göwert

Geen NSB-lid NSB-lid NSB-lid NSB-lid NSB-lid Rijks-Duitser

Gevangenis te Hoorn/ Krententuin Onbekend Amsterdam Amsterdam, Markthallen en Javakade Onbekend Onbekend

Koffeman die niet ‘gedeporteerd’ werd, schreef in de Oprechte Urker (zijn krant) van 25 mei 1940: ‘Dat bij het in bewaring nemen van verdachte personen, fouten gemaakt zijn bleek achteraf. We wezen daar elders in dit nummer op.’ Dit valt blijkbaar niet bij iedereen in goede aarde. Dat blijkt wel uit de daaropvolgende editie. Hierin schrijft Koffeman: ‘Sommige lezers meenden dat we ons over de gebeurtenissen op Zondagavond 12 Mei te sterk uitgedrukt hadden in het vorige nummer. We zijn het hier niet mee eens en kunnen dit aantonen. We schreven dat er fouten gemaakt zijn bij de deportatie. Naar we vernemen is reeds een dezer bij de Burgemeester ontboden welke hem vertelde dat hij bij vergissing is weggebracht. Uitgever dezes, die niets met de N.S.B. te maken had en er niets mee te maken heeft, stond toch ook op het lijstje van gevaarlijke personen? Fouten of niet?’ Bronnen: CABR dossiers 60591/88715/66597/17782/60734/NBI dossier 82064

geduldig en behoedzaam wat op hem af ging komen. Nadat de eerste Duitsers Urk verkend hadden kwamen er al vrij snel twee groepen soldaten om Urk te bezetten. De eerste vaste groep Duitsers was die van de Luftnachrichten. Zij betrokken hotel ‘Het Wapen van Urk’ of in de volksmond ‘Hotel Woudenberg’. De tweede groep Duitsers lag met een boot in de haven, onder leiding van Martin Nollman. Samen met een aantal Duitsers diende Nollman onder de Hafenüberwachungstelle Kampen (HüSt Kampen) die als taak had om het scheepvaartverkeer op het IJsselmeer te controleren. Keijzer waarschuwde zijn dorpsgenoten om zich normaal tegenover de Duitse bezetter te gedragen. Keijzer, Koffeman & De Oprechte Urker Klaas Koffeman was van vele markten thuis. Naast schilder was hij ook redacteur en uitgever van het krantje ‘De Oprechte Urker’ met als inhoud zowel serieuze zaken als humoristische uitspraken. Klaas was ook actief in de politiek en richtte in 1932 het ‘Comité Gemeentebelangen’ op; hij werd veelvuldig

STICHTING URKER UITGAVEN

als raadslid herkozen. In mei en juni 1940 schreef Koffeman een aantal artikelen in zijn krantje waaruit bleek dat het tussen hem en Keijzer niet zo goed boterde. De verhouding werd er niet beter op toen Koffeman ter ore kwam dat Keijzer hem ook had willen laten oppakken en interneren in de meidagen. Keijzer wenste na de publicaties ‘De Oprechte Urker’ niet meer te ontvangen. Hij vond de krant niet van belang en zelfs gezagsondermijnend. Ook in de gemeenteraad lag het onderwerp gevoelig. Er waren ook raadsleden gearresteerd in de meidagen, enkelen van hen wilden niet meer met Keijzer om de tafel zitten. Toen Koffeman hierover schreef, stuurde Keijzer een exemplaar van ‘De Oprechte Urker’ op naar de Officier van Justitie. Die begreep niet wat er precies speelde en liet een onderzoek instellen. Koffeman gooide nog wat olie op het vuur door in zijn krant te schrijven: ‘We zullen voortaan zelf een exemplaar aan de Officier zenden, dan kan deze op de hoogte blijven van de inhoud van de Oprechte Urker. De burgemeester kan dan gewoon aan de Officier schrijven; zie Oprechte nummer

Afbeelding 8. Misthoorn, 10 oktober 1941.

zoveel, als er onverhoopt weer eens wat op de inhoud aan te merken is.’ Hoe het ook zij, ‘De Oprechte Urker’ werd onderzocht. Keijzer was er behoorlijk klaar mee. Hij onthield dit voorval zorgvuldig totdat er andere tijden kwamen. Koffeman mocht tot nader order geen krant uitgeven. Pas in het nieuwe jaar verscheen zij weer. Dat Keijzer niet de enige vijand was van de ‘Oprechte Urker’ wist hij niet, want ondertussen werd het krantje ook door de Pro-Duitse collega-journalisten nauwlettend in de gaten gehouden, zelfs de Misthoorn, een door de bezetters weer in het zadel geholpen uiterst antisemitisch weekblad, besteedde er aandacht aan. (afb. 8) Koffeman stelde zich neutraal op v.w.b. de bezetting, maar ‘De Oprechte Urker’ was geenszins ‘Pro-Duits’ te noemen, misschien juist wel ‘Pro-Oranje’. (afb. 9).

Afbeelding 9. Een oranjegezinde publicatie in De Oprechte Urker.

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 7


De Winterhulp Eind 1940 werd de nationaalsocialistische organisatie Winterhulp Nederland (WHN) opgericht onder verantwoordelijkheid van Seyss-Inquart. Deze organisatie wilde arme mensen tijdens de winter voorzien van extra voedsel, kleding en andere zaken. Aanvankelijk kregen joden ook steun, maar die hulp stopte al snel. Alle Nederlandse burgemeesters werden benoemd tot plaatselijke directeuren. Hoewel Keijzer fel tegen de NSB, het Nationaalsocialisme en dus ook tegen de Winterhulp was, kon hij het niet tegenhouden. Bij Binnenlandse Zaken informeerde hij naar andere mogelijkheden, maar kreeg het advies om in functie te blijven zodat hij op een legale manier toch enigszins kon tegenwerken1. Zo kwam ook de Winterhulp op Urk met de burgemeester als plaatselijke leider en de gemeenteontvanger als penningmeester. Er werden straatcollectes gehouden, waar vaak een thema aan was verbonden en je kon de speldjes kopen. Politieagent Kok moest met de bus voor de Winterhulp rondgaan. (afb. 10 en 11) Kok ging keurig langs de huizen. De mensen die Kok tegenkwam hoorden hem vaak roepen ‘Helaas weer het verkeerde adres’ of als men ‘Nee’ antwoordde op de vraag of men iets over had voor de Winterhulp zei Kok: ‘Dank u’. Het schoot dus niet echt op met de opbrengst. Acht collectes leverden slechts 50 gulden op en dit werd besproken op de raadsvergaderingen. De raadsleden die ook NSB-lid waren wilden natuurlijk graag zien dat er een goede opbrengst van Urk af naar de Winterhulp ging. Door ‘Lijst De Boer’, ondersteund door Klaas de Boer en Luut Kamper, werd voorgesteld, om 500 gulden subsidie uit de gemeentekas te verlenen aan de WHN. Dit voorstel werd eveneens gesteund door ‘Comité voor Gemeentebelangen’, de heren Koffeman en Ten Napel. Hierdoor nam de spanning tussen Keijzer, de wethouders en de raadsleden toe. De persoonlijke rancune tussen Keijzer en Klaas de Boer werd alleen maar groter. Bijzonder was dat de dochters van Keijzer en Klaas de Boer, die een steenworp van elkaar afwoonden, later de beste vriendinnen werden. Na de gedoneerde 500 gulden gaat de Winter-

overgenomen door de leider van het arbeidsbureau, een zekere Egberts3.

Afbeelding 10. De aankondiging van de collecte voor Winterhulp Nederland.

Afbeelding 11. De collecte van november 1942 stond in het teken van de klederdracht. Er werden 10 houten speldjes uitgegeven.

hulp verder op Urk. Na acht keer collecteren sluit ze haar seizoen af, en heeft bij elkaar 50,53 gulden opgehaald. Er wordt nog een loterij georganiseerd, waarbij men prijzen kan winnen. Ondanks het protest van Keijzer en medestanders blijkt toch dat de Winterhulp behoorlijk actief is2. Wel kan Keijzer zijn functie als plaatselijk leider neerleggen zonder consequenties. De functie wordt

8 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

Urk en de inpoldering Ondanks de bezetting ging de dienst Zuiderzeewerken gestaag door met de aanleg van de dijken en zo volgde op 13 december 1940 de tweede dijksluiting van Urk naar Kampen. Na een nota van Smeding en De Block van Kuffeler – de leiders van het inpolderingsproject – waarin zij pleitten voor de voortgang van de drooglegging met het oog op de voedselvoorziening en werkgelegenheid, gaven de Duitsers in 1941 toestemming om de Noordoostpolder droog te leggen. De Oprechte Urker schreef over mogelijke gebiedsuitbreiding van Urk en de toekomstperspectieven in de nieuwe polder. Dat de inpolderingswerkzaamheden onder de Duitse bezetting doorgaan, stoorde Keijzer. Hij zou het de polderautoriteiten altijd kwalijk blijven nemen. Dit is één van de vele redenen waarom het tussen Urk en de Directie Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken niet wilde klikken (zie Urcker Kroniek 2018-1, Geen plek voor Urk) 1941 Het jaar 1941 werd een turbulent jaar, voor zowel Keijzer en de gemeenteraad, als voor het hele dorp. Tussen Koffeman en Keijzer werd gesteggeld over de uitbreiding van Urk met poldergrond. Koffeman noemde Keijzer een ‘zoekende ziel’ ten opzichte van de toekomst van Urk. Keijzer echter wist maar al te goed dat de Urkers vissers waren en geen boeren; hij vreesde dat er geen toekomst in de visserij was, zag de toekomst in andere beroepen en moedigde daarom het nijverheidsonderwijs aan. Door de inpoldering kwam Urk in de zomer voor beproevingen te staan: een muizeninvasie en muggenplaag en tot overmaat van ramp raakte het drinkwater op. Verder was de woningnood een steeds terugkerend onderwerp in de raadsvergaderingen, wat leidde tot de bouw van noodwoningen in het zogenaamde ‘Kooidorp’4. (afb. 12) De bom barst in de raad Begin juli 1941 werden in Nederland diverse politieke partijen op last van Seyss-Inquart ontbonden, waaronder

STICHTING URKER UITGAVEN


vrouw en kinderen zonder inkomen) of blijven zitten en ervoor zorgen dat de bezetter geen reden kreeg tot vervanging voor een andere burgemeester die meer loyaal was aan de Duitsers. De wethouders Kramer en De Wit bleven voorlopig in hun functie totdat de burgemeester hen ontsloeg. In De Oprechte Urker stond geschreven: ‘Zeer waarschijnlijk krijgen we vóór 1 september een andere burgemeester, of wordt het verlof van burgemeester Keijzer ingetrokken’.

Afbeelding 12. Door woningnood en ruimtegebrek werd het zogenaamde Kooidorp (links) gebouwd aan de rand van de Urker bebouwing.

SGP, CHU en de ARP. De bezetter voelde zich door deze partijen tegengewerkt, waarop zij werden verboden. Enkele weken later kreeg burgemeester Keijzer voor onbepaalde tijd verlof en vertrok met onbekende bestemming. De volgende raadsvergadering was openbaar. Hiervoor was grote belangstelling. Tientallen mensen verdrukten elkaar bij het gebouw Samuel (het raadhuis werd verbouwd) om erbij te zijn. Blijkbaar hadden ze gehoord dat landelijk diverse partijen verboden waren. De vergadering werd geleid door wethouder Kramer; er werd over en weer gescholden waarbij vooral Klaas de Boer het moest ontgelden en voor schoft werd uitgemaakt. Verontwaardigd over de beledigingen rapporteerde hij dit aan de NSB-kringleider in Kampen en vroeg om advies. Klaas de Boer beschouwde raadslid Visser als een ‘schurk’ die niet langer vrij mocht rondlopen en hetzelfde gold voor burgemeester Keijzer. Hij meldde verder dat burgemeester Keijzer een schoonzoon was van dominee Munnik uit Zwolle, ook een bekende tegenstander van de NSB, die al moeilijkheden met de Duitse Wehrmacht had gehad5. De raad wordt naar huis gestuurd Op 1 september1941 werd de gekozen Urker gemeenteraad, zoals verordend door Seyss-Inquart, naar huis gestuurd. Keijzer was nog steeds met verlof en wethouder Kramer was daarom waarnemend burgemeester. Niet veel later

STICHTING URKER UITGAVEN

legde hij vanwege zijn gezondheid deze functie neer, maar bleef nog wel actief als wethouder. Wethouder Arie de Wit volgde hem op als locoburgemeester. In de nieuwe regeling had de burgemeester de dagelijkse leiding en mocht eigenmachtig besluiten nemen. Hij werd gecontroleerd door de Commissaris van de Provincie (de eerdere Commissaris van de Koningin). De burgemeester kreeg hierna het recht om een aantal inwoners van de gemeente tot raadslid te benoemen. Formeel lag de verantwoordelijkheid uitsluitend bij hem. Hoewel Keijzer niet meer ter plaatse was, had hij net als alle andere burgemeesters in Nederland nu twee keuzes: blijven of vertrekken. Geen makkelijke keuze want wie zijn functie neerlegde, zo staat in de verordening 152/41 te lezen, ontving geen wachtgeld (dus geen inkomen) en geen pensioen. Ook beweerden sommigen dat als een burgemeester opstapte, hij naar een concentratiekamp gestuurd kon worden. Kortom burgemeesters bevonden zich tussen twee vuren. Of ontslag nemen en onderduiken (met achterlating van

Keijzer blijft Keijzer bleef burgemeester. Hij stapte niet uit eigen beweging op en dat was niet heel vreemd als vader van een jong gezin dat hij moest onderhouden. Dit betekende echter niet dat hij collaboreerde. Daar waar mogelijk ging hij tegen de bezetter in. Dat dit niet geheel zonder gevaar was, daarvan was hij zich zeer waarschijnlijk wel bewust. De Duitse bezetter eiste opvolging van haar verordeningen. Regelrechte tegenwerking werd zwaar bestraft. De anti-Duitse schoonvader van Keijzer, ds. Munnik, werd in 1941 gearresteerd wegens zijn vooraanstaande rol bij de verboden ARP. Geen nieuwe raad Niet veel later, op zaterdag 13 september werd het buitengewoon verlof van burgemeester Keijzer ingetrokken. Een aantal Urkers was zo blij dat hij weer terugkwam naar ‘de bult’, dat ze een aantal fraaie bloemstukken naar zijn woning brachten6. Het was nu aan Keijzer om nieuwe raadsleden te benoemen. De geruchten waren dat Luut Kamper en Joh. Nentjes door de burgemeester als nieuwe raadsleden zouden worden benoemd, maar uiteindelijk hield de burgemeester het bestuur aan zichzelf. Alleen de wethouders Kramer en De Wit bleven in functie, maar die hadden alleen een adviseursfunctie en geen beslissingsbevoegdheid.

Tientallen mensen verdrukten zich om de raadsvergadering bij te kunnen wonen Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 9


De NSB klaagt over Keijzer Dat niet iedereen blij was met Keijzer als burgemeester, was al bekend. Voor sommigen was het een bittere pil dat hij na zijn verlof zijn ambt weer kon bekleden. Een aantal NSB-leden schreven een rapport over hem waarin ze stelden dat Keijzer een stiekeme hater was van alles wat met het nationaalsocialisme te maken heeft. Ze stellen dat ze in de gemeenteraad aan alle kanten werden tegengewerkt en ook dat hij de Winterhulp zou hebben gesaboteerd door kinderen en geselecteerde werkelozen collecte te laten lopen. Verder zou Keijzer bij terugkomst overwegend oranje bloemen hebben gekregen en bloemstukken met oranje linten. Kortom, de NSB op Urk was de burgemeester meer dan zat. Urkers waren wel meer bereid om te geven aan de Winterhulp. Collectant Joh. Nentjes liet in De Oprechte Urker aantekenen dat die winter 800 gulden was opgehaald en 2.000 gulden was uitgekeerd aan Urkers vanuit de Winterhulp. 1942 Zo turbulent als het jaar 1941 was, zo rustig zal 1942 worden. Er waren Duitsers op Urk gestationeerd. (afb. 13) Keijzer bestuurde de gemeente met de twee aangestelde wethouders en binnen de kaders van dat wat binnen zijn bevoegdheden lag. Het aantal inwoners van Urk was gegroeid naar 4.204. De gemeente stond er in financieel opzicht goed voor en de burgemeester liet een behoorlijk bedrag aan reserve op de balans toevoegen. De Noordoostpolder kwam steeds verder droog te liggen. Urkers wandelden vaak een rondje en hierbij liepen ze ook de steeds verder droogvallende polder in. Zoals eerder gezegd werd Urk nog altijd niet betrokken bij dit project en kreeg ook niets te horen over de toekomstplannen als buurgemeente. Urk en de Noordoostpolder Het was 8 april 1942 toen burgemeester Keijzer na herhaaldelijk aandringen van de gemeenteraad naar landdrost Smeding toe ging in Zwolle. Keijzer had zijn huiswerk gedaan en was positief gestemd7. Hij legde Smeding zijn nota ‘Toekomstplannen Urk’ voor en legde uit dat de sociaal-hygiënische omstan-

akkoord met de overdracht van slechts honderd hectare poldergrond aan Urk.8

Afbeelding 13. Lourens Nieboer, zoon van de hoteleigenaar, verkleed als Duitser, met rechts Karl, een Duitse Luchtwachter, voor Hotel Woudenberg in 1941. Collectie:. Ten Napel.

digheden te wensen overlieten. De burgemeester was een voorstander van integratie van het ‘gedupeerde’ Urk met de polder: ‘Persoonlijk zal ik er naar streven zoveel mogelijk Urkers in den polder te plaatsen voor vestiging’ schrijft Keijzer. Hij zag namelijk mogelijkheden voor het pachten van bedrijven door ‘flinke jongens, werkzaam op boerenbedrijven’. Ook zag hij kansen voor oliehandelaren en eigenaren van kleine fabrieken, zoals een motoren- en een limonadefabriek. De Urker winkeliers maken volop plannen, schrijft Keijzer. Ook was zijn voorstel om met en via niet-Urker ondernemers industrie in de omgeving te laten vestigen, zoals een overslagbedrijf en een suikerfabriek. Helaas bleek landdrost Smeding niet erg toeschietelijk. Hij was iemand die veel macht bij zichzelf wilde houden, weinig verantwoordelijkheid wilde afstaan en niet genoeg ruimte liet voor inspraak van anderen op het beleid dat hij voerde. Daarnaast lagen de plannen al vast en was daar de oorlogssituatie. Smeding weigerde in te gaan op Keijzers verzoek om stukken poldergrond aan Urk af te staan ten behoeve van woningbouw. Volgens Keijzer zag de landdrost Urk ‘als een ongewenscht onderdeel van den N.O. Polder’ dat hij liever aan zijn eigen lot overliet. Uiteindelijk ging Smeding

Nederlandse Volksdienst Keijzer had eerder zijn functie als plaatselijk leider van Winterhulp kunnen neerleggen zonder dat het consequenties had; zijn functie werd overgenomen door Egberts, de leider van het arbeidsbureau. Helaas was dat voor Keijzer niet het einde van de bemoeienis met de Winterhulp. Als een blok aan zijn been kwam het terug. Egberts vertrok en de functie kwam weer vrij. Keijzer probeerde Hein Kramer hiervoor te strikken, maar die bedankte al na een paar weken in verband met zijn actieve functie bij de Weerbaarheidsafdeling (WA) van de NSB en later dat jaar zijn overstap naar de Landwacht. Tot overmaat van ramp moest Keijzer ook nog de functie van directeur voor de Nederlandsche Volksdienst op zich nemen. Deze Volksdienst was een organisatie naar Duits model met als doel zorg voor het volk en welvaart. In de praktijk kwam dit neer op steun aan slachtoffers van bombardementen en verstrekking van voedsel en kleding, maar alleen aan Arische gezinnen en als gevolg van de nationaalsocialistische rassenleer kwamen bijvoorbeeld gehandicapten niet voor zorg in aanmerking. Het ging de bezetter natuurlijk om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor deze organisatie, steunde men in feite de vijand. Keijzer moest voor deze Volksdienst een openbare vergadering houden, weigeren kon niet. Onderzoek door de Sicherheitsdienst (SD) De NSB die een jaar eerder al haar onvrede uitte over de burgemeester, liet het er niet bij zitten en schakelde de hulp in van de SD die een onderzoek instelde. Een zekere Hisken werd naar

Burgemeester Keijzer werd gedwongen om mee te werken met de Duitse bezetter

10 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Urk gestuurd, na de oorlog verklaarde deze dat hij de opdracht kreeg een onderzoek in te stellen naar een geheime zender en Engelse piloten. Op Urk deed hij zich voor als een ‘goede’ Nederlander die handelde in drukwerk, wat in eerste instantie geen argwaan wekte bij zijn gesprekspartners Keijzer en dominee Van Wieringen. Bij diens tweede bezoek voelde Keijzer echter nattigheid toen hij hem in de scheersalon tegenkwam en hoorde hoe Hisken werd aangesproken als meneer Jansen9. Bij het plaatselijke verzet zat men ondertussen niet stil. Er werden bijvoorbeeld door elektrotechnicus Jan Oost met behulp van een verborgen microfoon vergaderingen van de plaatselijke NSB afgeluisterd. De SD’er Hisken werd al met al niet veel wijzer op Urk. Keijzer bleef dus op zijn post en de Duitsers leken geen verdere stappen te ondernemen. De plaatselijke NSB was hier nogal teleurgesteld over en uitte hierover onvrede bij NSB-leider Van Geelkerken, die opdracht gaf aan NSB-organisatieleider Kardoes om in de Urker kwestie te duiken. Die adviseerde om een Urker NSB’er te benoemen als burgemeester van Urk. De Joodse familie Kropveld Op Urk woonde het Joodse gezin Kropveld, bestaande uit Israël Samuel Kropveld, zijn vrouw Hendrika Kropveld-De La Penha en hun dochter Lea (afb. 14). Vlak voor de oorlog verhuisden ze vanuit Amsterdam naar Urk waar ze gingen wonen op Wijk 8 nummer 30. Ergens in 1942 krijgt Keijzer het verzoek om alle Joodse inwoners op te geven die in zijn gemeente wonen. Later in dat jaar, op 4 mei 1942 krijgt hij weer een verzoek. Keijzer krijgt, net als andere burgemeesters, een brief van de Hausraterfassung, een onderafdeling van de Zentrale für Jüdese Auswanderung. Hij krijgt het verzoek om terug te schrijven of de vermelde gegevens klopten. De instantie krijgt een keurig getypt briefje met de melding ‘deel ik U mede, dat alle op de door mij ingezonden lijst voorkomende personen voljoodsch zijn’. Opmerkelijk is dat Keijzer, die normaliter alles met zijn bekende handtekening ondertekent, ditmaal volstaat met een getypt ‘De Burgemeester van Urk’.

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 14. Het persoonsbewijs van Lea Kropveld.

Het vreselijke vervolg is bekend. De familie Kropveld moest verhuizen naar Amsterdam en werd vervolgens via Westerbork naar het vernietigingskamp Sobibor afgevoerd, waar Samuel, Hendrika en Lea in april 1943 zijn vermoord in de gaskamer. Verbod op namen Koningshuis In dit jaar kwam Seyss-Inquart met een verordening dat straten, pleinen, parken en organisaties niet meer vernoemd mochten zijn naar levende leden van het koningshuis. De burgemeester moest opgave doen van de te veranderen namen en een voorstel doen voor een nieuwe naam. Keijzer maakte melding van de ‘Wilhelminaschool’ en zijn voorstel was om de school de naam ‘Willem de Zwijgerschool’ te geven, vernoemd dus naar Willem van Oranje. Dit voorstel werd goedgekeurd door de provincie en de naam van de school werd officieel veranderd, maar praktisch veranderde er niets. De naam ‘Wilhelminaschool’ in metalen letters bleef keurig aan de gevel hangen. Mensen die langsliepen, keken ernaar en sommigen maakten een buiging of tikten even aan hun pet als teken van respect aan het koningshuis. Blijkbaar zinde dit een tweetal dronken Duitsers niet en op een nacht haalden zij met hulp van een Urker de naam van de gevel en gooiden die in de haven. Een

medewerker van de Zuiderzeewerken, dhr. Vrij, zag dit gebeuren, viste de naam op en knoopte die onderwater vast aan zijn woonark. Na de bevrijding kwam de naam letterlijk boven water en werd weer bevestigd aan de gevel. Geboorte dochter Hanna Op 29 juli 1942 beviel burgemeestersvrouw thuis van haar derde dochter die ze de naam ‘Hanna’ gaven. Intussen zat Keijzers schoonvader, ds. Munnik, vast op beschuldiging van het houden van een collecte voor Joodse kinderen. Op aangeven van een voormalige catechisant werd hij op 6 mei 1942 in Zwolle (opnieuw) opgepakt en werd drie maanden vastgehouden. Koninginnedag 1942 31 augustus 1942 zou normaal gesproken Koninginnedag zijn, maar vanwege de bezetting was dat verboden. Een stel Urkers trok zich hier niets van dit verbod aan, ze zongen Oranjeliederen en riepen ‘Leve de Koningin’. De burgemeester en de politie lieten het maar begaan. Natuurlijk stoorde de Urker NSB-leider zich hieraan en rapporteerde aan kringleider Nankto Schanssema van Overijssel dat op Urk nog gewoon Koninginnedag gevierd werd. Die had al meerdere rapporten over Keijzer gehad en netjes doorgestuurd, maar verzuchtte dat het wel leek alsof men aan Urk niets kon of wilde doen.

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 11


Het regelmatig rapporteren over de burgemeester door de Urker NSB-leiding begon in december 1942 vruchten af te werpen. De Amsterdamse onderinspecteur van politie Gruijter, gedetacheerd bij de Sicherheitsdienst, werd naar Urk gestuurd om een onderzoek in te stellen. Hij hoorde de grieven van de Urker NSB’ers aan, maar kwam tot de conclusie dat de grieven niets om het lijf hadden. Natuurlijk werd er wel een rapport opgemaakt voor het dossier Keijzer. 1943 In het derde oorlogsjaar ging Urk meer merken van de oorlog. Zo moesten radio’s op last van de bezetter worden ingeleverd, deze werden opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis. Urker vissers troffen steeds vaker stoffelijke overschotten aan van geallieerde vliegers of deze spoelden aan op de dijken. Een levendige zwarte handel ontstond in paling omdat alle gevangen vis aangegeven moest worden. De eerste razzia Het is zondag 14 november als de eerste razzia op Urk gehouden worden. De bezetter, leden van de Wasserschutzpolizei, komt met boten vanuit Amsterdam naar Urk. Hierdoor heeft men ze al zien aankomen en zijn de meeste jongens gevlogen. Nog geen twintig jonge mannen worden opgepakt en afgevoerd. De groep komt uiteindelijk terecht in Kamp Amersfoort. Hier worden ze tewerkgesteld en na enkele weken worden ze weer vrijgelaten (afb. 15).10 Obstructie door Keijzer Het net van het nationaalsocialisme begon zich langzaam maar zeker rondom Keijzer te sluiten. Het noodgedwongen leiding geven aan de diverse organisaties vanuit zijn functie maakte dat hij schipperen moest met zijn principes. Zo wilde hij graag af van zijn functie als plaatselijk hoofd, ofwel Buurtschapshoofd van de Nederlandsche Volksdienst. Keijzer wist Luut Kamper hiervoor te strikken, die er geen gras over liet groeien - waardoor Keijzer onbedoeld nog meer ogen op zich gericht kreeg. Ook moest er een openbare vergadering van de Nederlandsche Volksdienst gehouden worden. Het is maandag 1 febru-

ari 1943 als Keijzer deze belegt met een hiervoor uitgenodigde spreker uit Haarlem. Hij meldde de beste man dat die de vergadering verder mocht leiden omdat hij geen verdere medewerking verleende aan de Volksdienst. De houding van Keijzer bleef niet onopgemerkt bij de Duitse overheerser. Het kwam zelfs zover dat Keijzer zich met betrekking tot de Winterhulp moest gaan melden bij Reichskommissar für die besetzten Niederländischen Gebiete. Keijzer werd niet gearresteerd, maar kwam ervan af met een forse waarschuwing. Keijzer weer gerapporteerd Een ander lid van de Urker NSB schreef een rapport over de burgemeester waarin een aantal zaken werden genoemd waardoor Keijzer zich had ontpopt als ‘een waanzinnige hater van Duitschland’. Zo zou Keijzer weet hebben van het verstoppen van wapens en uniformen op het Urker kerkhof. Het doek lijkt nu toch te gaan vallen voor burgemeester Keijzer; niet zozeer vanwege zijn houding ten opzichte van de bezetter, maar door de verhouding tussen hem en sommige plaatselijke NSB-leden. Tromp Korf schrijft hier ook over: ‘Onder de NSB’ers waren lieden die niet zozeer de nationaalsocialistische ideeën waren toegedaan, maar uit rancune en persoonlijke frustratie en karakterstructuur handelden of die uit hoofde van hun karakter wraakzuchtig waren en er op uit waren andere mensen in het ongeluk te storten.

Nauwere banden met het verzet Rond augustus 1943 kwam burgemeester Keijzer in aanraking met een zekere Hilbert van Dijk, die als steward werkte op de boot Urk-Kampen. Met nog twee anderen verzamelde hij voedsel voor gevangenen in kamp Vught. Ze hoorden dat op Urk paling te krijgen was en klopten aan bij de burgemeester. Hilbert en Keijzer kenden elkaar en wisten van elkaar dat ze te vertrouwen waren; zo kwam het drietal aan genoeg adressen waar illegaal paling gekocht kon worden. Afgesproken werd om elke week 100 pond paling te ontvangen. Door Hilberts werk op de boot kon hij ze goed verstoppen. Soms hielp ook onderwijzer Rein Bos mee, een goede vriend van de burgemeester. Aangekomen in Kampen werd de paling overgedragen aan mensen die voor het verdere transport zorgden naar kamp Vught en andere adressen waar men dit goed kon gebruiken. Keijzer hielp het verzet uit Overijssel waarschijnlijk ook op meerdere gebieden. Hij liet Hilbert van Dijk kennis maken met een aantal Urker dames die bonkaarten konden smokkelen onder hun klederdracht. Zo ging Dirkje Kapitein geregeld met dit doel met Hilbert mee. Eenmaal op de bestemming aangekomen ging ze naar het toilet en kwam heel slank terug. Hilbert van Dijk was in de nacht van 14 op 15 juli 1944 een van de overvallers op het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Het doel was om verzetsmensen

Afbeelding 15. Kamp Amersfoort van bovenaf gezien.

12 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 16. De Amerikaanse B-17G bommenwerper van piloot Wallace Emmert die op 8 oktober 1943 nabij Urk een noodlanding maakte met de bommen nog aan boord.

te bevrijden, maar de overval mislukte door verraad. Hilbert raakte gewond en werd opgepakt en samen met veertien andere verzetsmensen op zondag 16 juli geëxecuteerd in de duinen bij Overveen. Bommenwerper stort neer in de polder Oktober werd een spannende maand voor het gezin Keijzer. Ze verwachtten hun vierde kind en er waren voorbereidingen voor de bevalling in huize Keijzer getroffen. Een goede vriendin en huishoudelijke hulp van mevrouw Keijzer werd gevraagd naar Urk te komen. Op 8 oktober in de middag raasde een aangeschoten Amerikaanse B17-bommenwerper over Urk (afb. 16) Drie van de vier motoren waren buiten werking en het toestel vloog steeds lager. Een paar kilometer buiten het voormalige eiland maakte het een noodlanding in de pas drooggevallen polder. De Duitse luchtwacht op Urk, Flugwache 20, had het toestel ook gezien en ging er direct op af. Niet alleen zij, maar ook Urkers, haastten zich naar het toestel. Jannetje Bakker – Jannie de Zwarte, Jo Gerssen en de jonge Jochem Gerssen waren er als eerste bij. Ir. Klasema van de Zuiderzeewerken – betrokken bij verzet – was ook aanwezig en zag dat Jelle Pasterkamp en Jaap Romkes arriveerden die ieder een grote regenjas droegen. Die jassen konden de Amerikanen een aftocht verzekeren. Jaap Romkes ontving hiervoor in 1946 nog een getuigschrift als dank. De Duitsers keerden laat in de middag terug en namen daarbij twee gewonde Amerikanen mee. De rest van de bemanningsleden hebben ze niet kunnen traceren.

STICHTING URKER UITGAVEN

Pilotenhulp en de komst van Marijke Het was een dag later op 9 oktober toen ‘s ochtends ingenieur Klasema van de Zuiderzeewerken zich bij de burgemeester aandiende. Klasema wist blijkbaar dat Keijzer te vertrouwen was en vertelde hem dat uit de bommenwerper die de dag ervoor een noodlanding had gemaakt, drie vliegers op Urk terechtgekomen waren. Keijzer aarzelde niet en ging direct naar het haventerrein van de Zuiderzeewerken waar de Amerikanen verborgen waren. Hier sprak Keijzer met de wacht, J. Visser, die de vliegers zo goed en kwaad als dat kon had opgevangen. Met de Amerikanen praten kon Keijzer niet, maar door gebaren begreep hij dat ze graag wat willen eten. Op datzelfde moment zag Keijzer Lub Hoekman van de Machinefabriek aankomen, een man die hij meer dan vertrouwde. Hij vroeg Lub verder zorg te dragen voor de Amerikanen. Dit was niet geheel zonder risico want de Duitsers waren nog steeds actief op zoek naar het drietal. Ook Meijer, een oud-marinier, kwam het terrein oplopen. Keijzer sprak met hem over deze zaak en Meijer bood aan om de vliegers te voorzien van burgerkleding en naar een veilige plek te loodsen. Nadat Keijzer dit had geregeld, ging hij snel terug naar huis. Mevrouw Keijzer

stond namelijk op het punt van bevallen en huize Keijzer kreeg er weer een dochter bij die de naam Marijke kreeg. Nog geen dag later was Keijzer alweer druk met de Amerikaanse vliegers. Hij besefte als geen ander dat de situatie om actie vroeg. De mannen konden namelijk niet heel lang op Urk blijven, waar iedereen alles van elkaar wist. Keijzer had zo zijn ondergrondse contacten. Eén van hen was Prof. Dr. J. Coops uit Amsterdam. Twee dagen later kwam een vrouwelijke assistent van Coops naar Urk voor een ‘consult’. Het voorstel van Keijzer was om een watervliegtuig naar Urk te sturen vanuit Engeland. Hier konden dan de drie vliegers mee wegkomen, samen met nog een aantal andere piloten die zich in de Noordoostpolder schuilhielden. Op 16 oktober kwam Coops zelf naar Urk toe en besprak met Keijzer de plannen voor aankomst en vertrek van het vliegtuig. Hij had uit Londen het bericht ontvangen dat ze daar wel een vliegtuig naar Urk wilden sturen. Het plan was om op 20 oktober om 5 uur in de ochtend een vliegtuig te laten landen langs de dijk Urk-Kampen. Alle vliegers moesten dan klaar staan. Ook Coops zou met ditzelfde vliegtuig meegaan en naar Engeland vertrekken. In de dagen daarna kwam echter bericht uit Londen dat men bezwaren had tegen het plan; het was niet veilig. Een maand later werd Coops door verraad gearresteerd in Brussel. De vliegers werden met de Urker boot naar Enkhuizen gebracht en vervolgens via Haarlem naar Rotterdam. Ze werden tussen Rotterdam en Dordrecht door de Duitsers ontmaskerd en gevangengenomen. Eén van hen bereikte uiteindelijk Engeland. 1944 - Gedoe rond een radio Het was februari 1944 toen Keijzer het verzoek kreeg om één van de vele ingeleverde radio’s terug te geven aan zijn eigenaar, Hendrik de Wit. Keijzer wist

Via zijn contacten met de Ondergrondse zorgde Keijzer dat de piloten van Urk ontsnapten Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 13


dat De Wit tot april 1942 lid was van de NSB en contacten had bij de Duitse bezetter. Des te meer reden voor hem om deze radio niet terug te geven. Weigeren kon hij niet, dus pakte hij de telefoon. De Wit, zo legde hij uit, had geen verklaring of vrijstelling voor het bezitten van een radiotoestel. De burgemeester zou hierdoor aansprakelijk gesteld kunnen worden als hij deze teruggaf. De leider van district Deventer van de radiocentrale had hier geen boodschap aan. De burgemeester moest de radio gewoon teruggeven, ook als de SD nog geen voorlopige vrijstelling had gegeven aan Hendrik de Wit. Niet veel later kwam het bericht dat Keijzer zijn radiotoestel mocht houden. Maar, zo werd wel gesteld door het departement van Binnenlandse Zaken, deze moest zodanig afgesteld worden dat alleen Nederlandse en Duitse zenders te beluisteren waren. Hierna werden alle 67 op Urk in beslag genomen radiotoestellen eind juli naar Deventer vervoerd. Onderduiken Elektrotechnicus Jan Oost zat samen met zijn broer Geert in het verzet. Als technicus wist hij de vergaderingen van de plaatselijke NSB af te luisteren, de informatie die hij hiermee ophaalde speelde hij door. Zo gaf hij eind maart 1944 een seintje aan burgemeester Keijzer dat hij moest onderduiken. Dit bericht kwam voor Keijzer en zijn gezin niet onverwachts en hij had al eerder de nodige maatregelen getroffen. Aan zijn vriend Rein Bos had hij gevraagd om zijn huisraad veilig op te slaan. Hierover vertelde Rein Bos: ‘Voordat Keijzer onderdook had ik hem moeten beloven dat ik de burgemeesterswoning tot de laatste punaise zou leeghalen. Dit is nu de linkervleugel van het museum. Hij gaf de sleutel van zijn huis en zei: “Haal alles eruit en zorg er goed voor!” Dat heb ik ook gedaan, met behulp van anderen natuurlijk. In de nacht en in spertijd hebben we de hele inboedel eruit gehaald. Vergezeld van Jan Oost of Roelof Oost ging ik naar de woning en haalde er langzaam maar zeker alles uit. De piano was het laatste meubel dat eruit gehaald werd en via de voordeur van Geert Oost op Urk verborgen. Met die piano hadden we de grootste klus. Die was zo onnoemelijk zwaar. Ik voel het nu nog aan m’n vingertoppen als ik eraan denk.

Afbeelding 17. Burgemeester Landman.

Het meeste ging naar de hervormde pastorie waar toen dominee Van Wieringen woonde. Het moest allemaal stiekem gebeuren en we moesten de vaak patrouillerende Duitsers natuurlijk ontwijken. Het was erg spannend.’ Het huis van burgemeester Keijzer was dus snel ontruimd en de meeste huisraad opgeslagen. Meester Johan Verstelle schreef in zijn dagboek in oktober wat er gebeurde met de woning en een deel van de huisraad na het vertrek van Keijzer: ‘De Gereformeerde Pastorie moet morgen reeds ontruimd zijn voor de gisteravond gekomen Duitsers, ongeveer 20 man. Ds. Doorenbos en gezin zullen het huis van de burgemeester betrekken daar het na zijn overhaast vertrek en gevolgd ontslag, leeg stond en de nieuwe waarnemend burgemeester Landman (N.S.B.) voorlopig te Kampen blijft wonen. Dominee Doorenbos mag zijn huisraad meenemen maar vloerbedekking en gordijnen achterlaten. Het huisraad van burgemeester Keijzer, meest in de hervormde Pastorie geborgen, wordt overgebracht naar de Gereformeerde Pastorie.’ Vervanging van de burgemeester Met het onderduiken van burgemeester Keijzer ontstond een gat in het gemeentebestuur. Alleen de twee wethouders waren er nog. Ene Dr. Wimmer stelde namens de Duitse bezetter een nieuwe burgemeester aan. Dit werd een Duitsgezinde banketbakker uit Kampen, Jan Willem Landman, die een korte opleiding tot burgemeester had genoten en natuurlijk lid was van de NSB. (afb. 17)

14 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

Jan Willem Landman werd op 21 juli 1944 benoemd en trad in dienst op 28 juli. Bij zijn aankomst op Urk werd hij door kwajongens uitgejoeld. Onderwijzer Rein Bos en Geert Heetebrij stonden te kijken wie van de ‘kameraden’ hem zou afhalen; via een omweg werd Landman naar het gemeentehuis gebracht. Later moest Rein Bos bij hem op het matje komen omdat die hem ervan verdacht de vertoning bij de boot te hebben georganiseerd. Landman, die op Urk de ‘Koekenbakker’ werd genoemd, ging eerst in de kost bij Klaas de Boer omdat ds. Doorenbos immers in het burgemeestershuis woonde. Landman eiste de woning wel op, maar Doorenbos wist dit te traineren tot maart 1945. Landman heeft dus maar zeer kort in de burgemeesterswoning verbleven, tot hij in de nacht van 17 op 18 april 1945 door leden van het verzet van zijn bed werd gelicht. Keijzer was intussen ondergedoken, eerst in Bunschoten bij een kennis van zijn schoonvader, samen met een arts, de heer Rijken, die later in Marknesse huisarts werd. Daarna in Bunnik bij Utrecht. Zijn vrouw ging met de kinderen in Hilversum wonen. Begin 1945 was zij weer terug op Urk omdat er voedselschaarste was in Hilversum en woonde ze met de kinderen tot de bevrijding in bij meester Rein Bos, iets verder in de Raadhuisstraat. Verraden Keijzer zat betrekkelijk veilig op zijn onderduikadres in Bunnik. Vanuit Urk werd hij regelmatig aan voedsel geholpen. Voeding was op de bon en als onderduiker kreeg je geen distributiebonnen meer. Onderwijzer Rein Bos stuurde met regelmaat een mand met levensmiddelen naar zijn vrouw in Hilversum. Bos vertelde hierover: ‘Toen de burgemeester Keijzer onderdook met zijn gezin, heb ik aan zijn gezin geregeld een mand met levensmiddelen toegezonden. De vrouw van de burgemeester zat in Hilversum, maar het adres van de burgemeester was niet bekend. Ik stuurde die mand met de Urker boot en zette er dan een adres op van de vrachtrijder die die mand kwam halen en soms ook maar alleen Hilversum. De vrachtrijder, of een contactpersoon melde zich bij de boot met de afgesproken vraag “Is er nog wat?” De naam van die vrachtrijder was R. Bonnema

STICHTING URKER UITGAVEN


te Hilversum, autobesteldienst AmsterdamHilversum.’ Toch besloot Keijzer zijn veilige plek te verlaten. Hij ging in de eerste week van september 1944 naar zijn gezin in Hilversum. (afb. 18) Keijzer vertelde hierover na de oorlog: ‘Ik dacht dat de oorlog nu wel spoedig zou zijn afgelopen. Mijn vrouw kreeg geregeld aan haar adres Koningsstraat 41 te Hilversum een mand met levensmiddelen toegezonden van Urk, daar zorgde Bos de onderwijzer voor.’ Het ging helaas mis, de Sicherheits Dienst (SD), kwam erachter waar Keijzer ondergedoken was. Het vermoeden bestaat dat een Urker verrader het onderduikadres in Hilversum dat op de mand stond, gezien heeft en doorgegeven aan de SD. Onderzoek hiernaar na de oorlog heeft echter niets opgeleverd. Op 11 september werd Keijzer gearresteerd. Hij was net een week bij zijn vrouw en zat met zijn gezin aan de soep toen plotseling de SD voor de deur stond. Keijzer vertelde hierover: ’Tijdens de periode van mijn onderduiken werd ik 11 september 1944 te Hilversum gearresteerd door de Duitsche SD. Ik bevond mij toen een week bij mijn vrouw en kinderen in het huis, waar mijn vrouw verblijf hield. Hoe de arrestatie plaats vond wijst erop, dat mijn adres naar de SD was doorgegeven. De Duitschers kwamen namelijk expres om mij met drie man en bleken ingelicht te zijn. Ik ben kort daarop naar kamp Amersfoort overgebracht waar ik tot februari 1945 heb gezeten en toen werd ik afgekeurd.’ Kamp Amersfoort Keijzer werd door de SD eerst afgevoerd naar het huis van bewaring in Amsterdam. Na twee maanden werd hij overgeplaatst naar het Polizeiliches Durgangslager Amersfoort, waar hij werd ingeschreven op 6 November 1944. Op zijn kampkaart staat vreemd genoeg genoteerd dat hij werd gearresteerd omdat hij zich onttrokken had aan de Arbeitseinsatz. Gert Keijzer ging een zware tijd tegemoet. De mishandelingen hebben hem de rest van zijn leven parten gespeeld. In Kamp Amersfoort was hij niet de enige Urker. Ook verzetsstrijder Piet Brouwer die iets later, op 15 november 1944 aankwam, zat hier gevangen. Beiden ontmoetten elkaar daar vrij snel, want op 28 november schreef Nelly Brouwer, de vrouw van Piet, in haar

STICHTING URKER UITGAVEN

Burgemeester Keijzer kon niet meer lopen en met een damesfiets werd hij door Urkers opgehaald eerste brief naar het kamp: ‘Vanmiddag kwam Mevrouw Keijzer hier en die vertelde dat ze proberen zou om haar man te schrijven, die van Amsterdam ook naar Amersfoort is gebracht. Ze vroeg of ik misschien ook een brief mee wilde geven. Nou je snapt dat ik me dat niet tweemaal liet vragen.’ Hierop schreef Piet clandestien, (dus niet op kamppostpapier), op 12 december 1944 het volgende terug: ‘Meindert en ik liggen naast elkaar. In dezelfde barak ligt ook Burg. Keijzer. Met het werk hebben we ook reuze geboft. We werken n.l. ook samen en we hebben het beste werk dat er in het kamp is n.l. aardappelschillen. Het heeft ons wel wat moeite gekost om dat voor elkaar te krijgen, maar het is ons toch gelukt.’ Wat verderop: ‘Meindert kwam hier op jouw verjaardag. Mijn eigen verjaardag ging ongemerkt voorbij. Alleen Keijzer heeft me gefeliciteerd. Enfin, volgend jaar beter.’ Meindert was Meindert van Doorn, de zoon van meester Van Doorn. Hij was ten tijde van Piets arrestatie bij hem ondergedoken. Ze werden tegelijk gearresteerd en de drie plaatsgenoten lagen in dezelfde barak, barak nummer 9 in Block IX. Keijzer had last van zijn benen die helemaal kapot waren en had daarnaast ernstige maagproblemen. Het was dan ook

Afbeelding 18. Het verblijfadres van de familie Keijzer in Hilversum.

niet verwonderlijk dat hij in de ziekenbarak terecht kwam. De kampadministratie typte op zijn kaart ‘Alg. Abs’. Waar dit voor staat is niet helemaal duidelijk, het kan betekenen dat hij Algemeen Absent was en dus ook niet kon werken. Na een verblijf van ruim drie maanden werd hij op 28 februari 1945 ontslagen door de kampdokter. Deze zei: ‘Laat die maar lopen, die gaat vanzelf wel dood’. Gelijk hierop mocht Keijzer het kamp verlaten. Piet Brouwer daarentegen moest blijven, hij werd uiteindelijk afgevoerd naar Duitsland waar hij de bevrijding nog net meemaakte, maar twee weken later overleed aan de gevolgen van dysenterie. Na zijn vrijlating bleef Keijzer in Amersfoort. Mogelijk had hij onderdak gevonden bij oud-collega’s. Hoewel het zuiden van Nederland al bevrijd, was het beter voor hem om nog niet terug te gaan naar Urk, waar zijn vervanger Jan Willem Landman de scepter zwaaide. 1945 Toen het Canadese leger in april het noorden van Nederland begon te veroveren en half april de Noordoostpolder en Urk naderde, hielden de Duitsers het op Urk voor gezien. De eerste Duitsers vertrokken op 15 april; op 16 april kwam nog een vaartuig van de Wasserschutzpolizei in de haven, maar toen dat vertrok kwam er geen Duitser meer op Urk terug. De mannen van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, met aan het hoofd onderwijzer Geert Heetebrij, namen het gezag over en ‘foute’ Urkers werden gearresteerd of publiekelijk gestraft (afb. 19). Terugkeer van de burgemeester Urk was bevrijd en ook Gert Keijzer kon terugkeren naar huis. Het was 14 mei toen Keijzer aan de terugtocht begon. Urkers haalden hem op uit Amersfoort. Omdat hij niet kon lopen, zetten ze hem op een damesfiets. Ze gingen zo lopend

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 15


Afbeelding 19. Een oploopje bij het gemeentehuis waar een “foute’ Urker publiekelijk wordt gestraft.

naar Harderwijk, waar een Urker botter op ze lag te wachten. Eenmaal op Urk aangekomen hielp men Keijzer van de botter af en bracht hem naar huis. Hij was zo verzwakt dat hij niet eens over de drempel van zijn huis kon lopen. Ook een brief schrijven was al te veel, dat deed zijn vriend Rein Bos voor hem. Het duurde een flinke poos voordat Keijzer er bovenop was en weer normaal kon lopen. Hoe blij Urk weer was met de terugkeer van zijn burgemeester, blijkt wel uit het feit dat de vlaggen uit de huizen worden gestoken. Mensen trokken in een lange stoet vanaf het schoolplein met vaandels omhoog naar de ambtswoning. Al vrij snel stond de hele Raadhuisstraat propvol met mensen. Vrolijk zwaaide iedereen naar de burgemeester die in de serre zat. Onder leiding van meester Rein Bos werd een door meester Tromp de Vries speciaal geschreven welkomstlied gezongen. Bij afwezigheid van dominee Spijker sprak de tweede voorzitter van de Christelijke Oranje Vereniging K.H. van Urk een kort begroetingswoord.

Hierna werden nog enkele andere liederen gezongen, afgewisseld met hoera’s voor Koningin en de burgervader. Keijzer waardeerde deze begroeting zeer en sprak zijn dank uit. Hierna vond een heus defilé plaats waarbij fanfarecorps Valerius vooropging, gevolgd door vooraanstaande lieden op elk gebied. De afsluiting werd gedaan door dominee Doorenbos, die bad voor het Vorstenhuis en Vaderland, maar niet te vergeten ook voor de burgemeester. Het kon niet op, dit welkom voor Keijzer. Tot laat in de avond was er nog muziek en vreugde te horen over zijn terugkeer. Ook hierna werd de burgemeester niet vergeten, de Urkers brachten hem van alles om aan te sterken. De koster van de Bethelkerk, bijgenaamd ‘De Neef’ kwam trouw langs en bracht elke keer een emmertje melk voor hem mee. Weer aan het werk Keijzer was blij met zijn herwonnen vrijheid. Het bestuur van Urk lag officieel nog bij het Militair Gezag, bij meester Heetebrij en ondergeschikten.

16 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

Zo kon hij rustig zijn werk weer oppakken want op korte termijn moest er weer een gemeentebestuur komen. Eerst schreef hij een brief voor de krant ‘Strijdend Nederland’. (afb.20) Hierin stak hij niet onder stoelen of banken hoe blij hij was om terug te zijn op Urk. Hij dankte God, die alle eer toekwam. Ook was hij heel duidelijk hoe hij dacht over de ‘foute’ plaatsgenoten. Hij noemde ze bastaard-Nederlanders, die nu uit de samenleving waren verdwenen, waar geen plaats meer voor hen was. Zij hadden hun loon ontvangen. Hiernaast benadrukte hij dat de gevallenen herdacht moesten worden: door hen was het hoogste offer gebracht. Keijzer vond het een voorrecht om op Urk met alle ‘goedwillenden heil’ het beste voor Urk te zoeken. Hij besloot zijn ingezonden brief met een ‘God helpe ons’. Wel bleven diverse vragen door het hoofd van Keijzer gaan. ‘Wie heeft mij verraden? De naam van Klaas de Boer werd veelal genoemd. Dit was niet heel verwonderlijk aangezien De Boer en Keijzer als water en vuur waren. Een

STICHTING URKER UITGAVEN


maand later, Keijzer kon nog maar amper lopen, zag hij kans om naar het huis van Klaas de Boer te lopen. Of het zijn nieuwsgierigheid is geweest die hij niet kon bedwingen of oplaaiende rancune, weten we niet. Daar trof Keijzer alleen nog een familielid aan, Jacob. De kinderen van Klaas en Jantje waren bij familie in Friesland ondergebracht. Wonderwel was er nog niets gestolen. De brandkast was nog op slot. De sleutel werd gezocht en gevonden. Keijzer trof een geldkistje aan en nam dit mee naar het gemeentehuis. Hier gaf hij opdracht de inhoud te tellen en een kwitantie op te maken. Keijzer bewaarde het kistje in zijn eigen kamer. Even later kwamen er twee dienstmeisjes van het gezin De Boer. Bij wijze van wachtgeld kregen ze elk 40 gulden. Later, toen Hoekman en Metz als bewindvoerders waren aangewezen, gaf Keijzer het kistje over aan de heren. Dit verhaal kreeg later nog een staartje. (zie afb. 35)

De naoorlogse jaren (1945-1950) Tyfusuitbraak Keijzer was terug en alle zorgen leken voorbij. Helaas was dat slechts van korte duur. Het was juli 1945 toen op Urk tyfus uitbrak, wat zijn aandacht vroeg. Ook waren veel Urker vissers werkloos doordat hun botters door de Duitsers waren gevorderd. Keijzer maakte van beide zaken direct werk. Hij schreef het Nederlandse ministerie in Londen aan of twee Urker vissers, Teunis Visser en Hessel Snoek naar Duitsland mochten gaan om daar met een derde man, Riekelt Brands naar gevorderde botters (o.a. de UK 22 en 115) te gaan zoeken. De bestrijding van tyfus was een flinke uitdaging omdat een groot deel van de Urker bevolking behoudend was en zich niet zomaar wilde laten inenten. De artsen, predikanten en notabelen waaronder de burgemeester schreven hierover in Het Urkerland en er werd een heuse propaganda-avond gehouden waarbij de bevolking werd opgeroepen zich aan het deskundig oordeel van de artsen te onderwerpen. Voor sommige plaatsgenoten kwam deze oproep te laat. Tenminste zeventien personen overleden

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 20. Een ingezonden schrijven van Keijzer in Trouw, 24-5-1945

dat jaar aan de tyfus. De epidemie zou nog tot februari 1946 aanhouden en eiste toen ook nog tien slachtoffers. Het gezag gaat terug naar de burgemeester In augustus 1945 was in veel Nederlandse gemeentes het dagelijks leven weer op gang gekomen. Het militair gezag op Urk had zijn werk gedaan, veel Urker leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) waren in dienst gegaan bij het leger of fungeerden als bewaker van diverse interneringskampen in de Noordoostpolder. De 25 leden van de BS waren ontheven van hun functie en kregen een dankbetuiging en herinneringsmedaille voor hun werk. Omdat het mogelijk was dat ambtenaren hadden samengewerkt met de Duitse bezetter moest het gemeentebestuur gezuiverd worden. Elke burgemeester

moest daarom vertrouwensmensen aanstellen die rekening hielden met ‘de voornaamste geestelijke en maatschappelijke stromingen’ in de gemeente. Op Urk betekende dit concreet dat ze rekening moesten houden dat deze ‘vertrouwensmensen’ betrokken waren bij kerk, visserij, onderwijs en cultuur. Deze vormden de tijdelijke gemeenteraad. Deze tijdelijke gemeenteraad bestond uit: Dominee W. Doorenbos, Albert Hakvoort, J. van Eerde, L. Kramer en Reier Kale. Zij moesten uiteindelijk het kiescollege samenstellen zodat er weer een normale verkiezing kon plaatsvinden. Koninginnedag Op 31 augustus 1945 werd voor het eerst na vijf jaar weer Koninginnedag gevierd. Keijzer vond het belangrijk dat er ook zou worden stilgestaan bij hen die dit niet meer konden en mochten

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 17


Afbeelding 21 a en b. De herdenkingsoptocht en de feestvreugde op de eerste koninginnedag na de bevrijding.

meemaken. Naast feest en vreugde was er daarom ook een moment van stilte en overdenking. Er werd een herdenkingsoptocht georganiseerd ter nagedachtenis van de omgekomen vliegers en plaatsgenoten. De stoet, met Keijzer voorop, liep vanuit het dorp naar het kerkhof waar vele geallieerde vliegers begraven lagen. (afb. 21a en b) Ondergang van ‘De Oprechte Urker’ Klaas de Boer was bij de bevrijding opgepakt, Keijzer had daar geen bemoeienis mee gehad. Er waren echter nog een paar mensen die Keijzer het liefst ook achter het prikkeldraad of de tralies zag verdwijnen. Hij herinnerde zich maar al te goed hoe Klaas Koffeman samen met NSB-leden hem in de gemeenteraad hadden tegengewerkt. Keijzer was geen man van halve maateregelen. Hij schreef aan de politieke opsporingsdienst in Zwartsluis: ‘Op mijn verzoek is door den heer Greven destijds beslag gelegd op de laatste 5 jaargangen van de Oprechte Urker. Naar ik verneem is hieruit een verzameling berichten en mededelingen aangelegd, welke bewijzen opleveren van politieke misdragingen van den redacteur, die tevens lid van den raad dezer gemeente was. Ik bedoel K. Koffeman. Ik verzoek uw aandacht

voor het verslag der raadsvergadering van 28 december 1940, in welke vergadering de gemeentebegroting 1941 werd ingesteld. Koffeman heef toen met zijn mede-raadslid J. ten Napel, beiden behorende tot ‘Urks gemeentebelang’ in alle opzichten in het openbaar samengewerkt met de NSB-fractie in de gemeenteraad. Zij hebben toen gemeenschappelijk getracht mij en de wethouders zo fel mogelijk dwars te zitten. Dit blijkt uit verschillende punten.’ Keijzer schreef zelfs aan de minister van Binnenlandse Zaken

18 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

of het niet mogelijk was om Koffeman en Ten Napel het kiesrecht te ontnemen en zorg te dragen dat zij nooit meer als raadslid mochten fungeren. Hierna somde Keijzer een aantal punten op waaruit Koffemans politieke misdragingen moesten blijken. Naast het feit dat er nooit een officiële NSB-fractie in de Urker gemeenteraad was geweest (alleen maar leden van diverse politieke partijen die naast raadslid ook lid waren van de NSB) had Koffeman niets met de

STICHTING URKER UITGAVEN


NSB van doen. Hier bleef het niet bij, want nu Koffeman onder de loep werd genomen wilde Keijzer doorpakken. Zoals hij schreef, had hij beslag laten leggen op de laatste vijf jaargangen van het krantje ‘De Oprechte Urker’. Hij wilde deze laten verbieden en sloot zijn betoog aan de POD af met een verzoek: ‘Ook verzoek ik uw bemiddeling, om de herschrijving van een blad als ‘de Oprechte Urker’, hetwelk niet anders dan een gezagsondermijnende tendens heeft, onmogelijk te maken. Voor een gemeente als Urk is zo’n orgaan verpestend.’ ‘De Oprechte Urker’ was strijdbaar overeind gebleven tijdens de oorlog, zelfs toen het eigenlijk niet meer mocht. De Duitse commandant op Urk, Hübner genaamd, had namelijk toestemming gegeven, mits het blaadje maar geen ‘kriegs-berichten’ zou opnemen. En zo bleef ‘De Oprechte Urker’ de hele oorlog bestaan. Keijzer kreeg zijn zin en er werd een onderzoek ingesteld door het bureau Perszuivering van het Ministerie van Binnenlandse zaken. Keijzer had dit tactisch voorbereid en op 25 mei, nog geen maand na de laatste oplage van De Oprechte Urker, verscheen heel slim een nieuwe krant met de titel ‘Het Urkerland’. Bijzonder was dat Keijzer zelf als eerste hierin schreef: ‘Door de nationale herleving verdwijnt een krant als

Het onderzoek wees uit dat De Oprechte Urker zeker niet pro-Duits was geweest ’De Oprechte Urker’. Die is door de Oranjewind omgewaaid. Er is geen behoefte meer aan de sensatieberichtgeving, noch aan de minderwaardige voorstelling van zaken welke daarin zo vaak werd gegeven. De Oranje-overheid heeft deze krant, die de naam van ‘Oprechte’ zeker niet verdiende, verboden.’ Keijzer sprak hier een halve waarheid, want de krant was niet verboden. Koffeman mocht zijn beroep als redacteur en uitgever tijdelijk niet meer uitvoeren, en het onderzoek liep nog. De eerste redactie van Het Urkerland bestond uit K.H. van Urk en H. Brouwer en ze werd administratief ondersteund door R.P. Kale. Achter de schermen waren – hoe kan het ook anders – dominee Spijker en burgemeester Keijzer actief. (afb. 22) Het duurde tot 16 januari 1947 voordat Klaas Koffeman bericht kreeg over het tegen hem ingestelde onderzoek. De uitslag was gunstig, hij mocht weer aan de slag als redacteur. Maar toen was het leed al geschied, ‘De Op-

rechte Urker’ was van hogerhand vervangen door ‘Het Urkerland’. Keijzer had Klaas Koffeman ook ontheven uit zijn functie als brandweercommandant omdat hij gedurende de bezetting een onvaderlandslievende houding zou hebben aangenomen. Het vrijwillige brandweerkorps pikte dit echter niet en de leden schreven een brief aan de burgemeester waarin ze min of meer eisten dat Koffeman het commando terugkreeg. Op een staking van het brandweerkorps zat Keijzer niet te wachten en er zat dan voor hem ook niets anders op dan gehoor te geven aan dit ongevraagde advies. Koffeman kwam niet veel later terug in zijn functie als brandweercommandant. In de rancune van Keijzer naar Koffeman zal meegespeeld hebben dat Koffeman bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen met zijn partij Gemeentebelangen vier van de totaal negen zetels haalde.

Afbeelding 22. v.l.n.r. onbekend, Louwrens Metz, Hendrik van Veen, burg. Keijzer, Klaas de Vries, Klaas van Urk, Teunis Woort, Reier Kale, Sjoerd van den Berg, Toon v.d. Berg, Jacob Gerssen, Klaas van Urk en ds. Spijker.

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 19


afgelopen jaren voor diverse dilemma’s en moeilijkheden had gestaan, en dat er op naoorlogs Urk volop werk aan de winkel was. Keijzer wilde graag wat betekenen in de armoedebestrijding en hij hield van de gewone man. Hij had goede contacten met de vissermannen Hessel Snoek (EsKa) en Lub Kramer (Lub van Jan van Bubbe), maar ook met Post die een klein patatzaakje had aan het begin van Urk.

Afbeelding 23. Het gezin Keijzer in 1946.

Toen hij vervolgens ook wethouder en locoburgemeester werd, moest Keijzer zich bij de feiten neerleggen. Kritiek van buitenaf Zo na de oorlog de draad weer oppakken viel niet mee. Het voormalig eiland goed en doortastend besturen was nog een hele klus. Helemaal als er ‘vreemde’ ogen meekeken in de persoon van de directeur van het Arbeidsbureau, ofwel het ‘bijkantoor’ op Urk. Overal in Nederland waren er in die tijd arbeidsbureaus, de voorloper van het tegenwoordige uitzendbureau. Zo gebeurde het dat een aantal Urkers wanneer de visserij tegenviel v.w.b. werkgelegenheid via het Arbeidsbureau op de grote vaart kon werken. De directeur van het Arbeidsbureau Urk schreef een rapport waarin hij diverse zaken benoemde zoals: volksgezondheid, huisvesting, arbeidstoestanden en werk en opleidingsmogelijkheden. Maar ook de verhouding van de gemeente Urk tot de Rijksinstellingen, het politieke leven en de invloed van de kerken op besturen en het privéleven van de Urkers. Hij noteerde dat voor de oorlog vooral de ARP Urk bestuurde en de koers bepaalde omdat de burgemeester, de gemeenteambtenaren, de artsen en onderwijzers, kortom de hele bovenlaag, allemaal lid waren van deze partij. Ondanks protesten, openbare vergaderingen en volksstemmingen van de grote Urker partij Gemeentebelangen, ging deze groep gewoon door met hun

programma en bezuinigingspolitiek, wat te merken was aan de woningbouw, riolering, elektriciteitsnet, waterleiding en de toestand van de Urker straten, zo meldde het rapport. Dit was een forse aantijging, zeker in een gemeenschap van overwegend religieus ingestelde mensen – ook dat kwam aan bod. Zo benoemde de directeur ook het werk van de ‘zuiveringscommissie voor het gemeentepersoneel’ waar een dominee aan het hoofd stond die iedere klager begon te vermanen dat niet hij, maar God oordelen moest: ‘Broeder, denk eraan wie oordeelt, zal veroordeeld worden enz. Daarna kon de klager zijn aanklacht indienen en ging de dominee aan de hand van Bijbelteksten weer verder, waarna over het algemeen de klager zijn klacht maar weer introk, want het viel hen niet mee. [...]’ Over Het Urkerland schreef hij dat deze krant onder de hoede stond van twee gereformeerde dominees en dat de eerste anderhalve bladzijde door een preek van hen inbeslaggenomen werd. Zo nu en dan kreeg de hervormde dominee een stukje toegewezen. Daarna volgde bepaald nieuws, onhebbelijkheden en de grofste politieke verdraaiingen - en vanzelfsprekend werd in de krant niets opgenomen van de tegenstander. Hoewel veel van de conclusies van dit rapport waarschijnlijk juist waren, verzuimde de steller te vermelden dat bestuurlijk Urk zichzelf aan het hervinden was na alle perikelen van de oorlog, dat een man als Keijzer als burgemeester de

20 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

Maagzweer Na de oorlog heeft Keijzer een paar keer een maagzweer gehad. Hij moest dan verplicht rusten in de voorkamer en kreeg alleen een zachtgekookt eitje met een aardappeltje, wat hij helemaal niks vond. De huishoudelijke hulp kreeg dan de opdracht ergens wat gebakken vis op de kop te tikken, wat hij natuurlijk helemaal niet hebben mocht. Dan was hij wat lastiger in de omgang, aldus zijn dochter. (afb. 23) Nasleep van de Winterhulpaffaire De Winterhulpaffaire bleef Keijzer achtervolgen. In de gemeenteraad rommelde het en werd Keijzer aangesproken op vermeende collaboratie vanwege zijn rol in de oorlog als hoofd van de Winterhulp. Het Urkerland wijdde er een hele pagina aan, waarin werd uitgelegd hoe de burgemeester door de Duitsers per decreet tot leider van de Winterhulp werd gebombardeerd en de gemeenteontvanger tot penningmeester. Het moge duidelijk zijn dat Het Urkerland zo zou rapporteren, maar op 13 mei 1946 kreeg Keijzer een bericht van de Commissaris van de Koningin dat voor zich sprak: ’Ik deel u namens de minister van Binnenlandse zaken mee, dat naar zijn oordeel geen aanleiding bestaat tegen u op grond van Uw houding tijdens de bezetting een zuiveringsmaatregel te nemen. De commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland. Het Wapen van Urk Keijzer kon en wilde de ‘foute’ mensen uit de oorlog niet uit het oog verliezen. In juli 1945 bezocht hij in kamp Beugelen in Staphorst Elisabeth van Fraassen, weduwe van Hein van Woudenberg. Zij was exploitant van hotel het Wapen van Urk, in de volksmond Hotel Wouden-

STICHTING URKER UITGAVEN


berg, dat in de oorlog onderdak bood aan een groep Duitse Luchtwachters van Flugwache 20. De ingekwartierde Duitsers stoorden haar niet. Integendeel, ze vond het een leuk gezelschap, werd zelfs korte tijd lid van de NSB en verloofde zich met één van de luchtwachters. Na de bevrijding werd zij opgepakt, kaalgeknipt en vervolgens geïnterneerd. Wat zijn motief precies is geweest, weten we niet, maar Keijzer wist haar tijdens zijn bezoek aan het kamp over te halen een verklaring te tekenen waarin zij ermee akkoord ging dat haar vergunning als hotelhoudster werd overgeschreven naar ene L. J. Albers. Na een jaar kwam zij in april 1946 weer op vrije voeten en wilde terug naar Urk om het hotel nieuw leven in te blazen. Alleen had ze daar dus geen vergunning meer voor. Ze ging in beroep en schreef aan de minister dat ze door Keijzer onder valse voorwendselen was overgehaald te tekenen, maar dit had geen invloed. Elisabeth Woudenberg-van Fraassen keerde niet terug op Urk. Ze verhuisde vaak en leek een zwervend bestaan te hebben, totdat ze uiteindelijk terugkeerde naar haar geboortestreek in Zeeland waar ze in 1990 overleed. Niet alleen de ‘foute’ mensen verloor Keijzer niet uit het oog, ook de mensen met wie hij had gestreden en geleden. Gert was nauw betrokken bij de familie Brouwer. Nog steeds had hij geen teken van leven vernomen van zijn kampmakker. Piet Brouwers vrouw Nelly bleef in grote spanning hopen op en bidden voor een behouden terugkeer van haar man. Het onderzoek naar zijn gangen duurde maanden. Pas in september 1946 kwam van het Rode Kruis het bericht dat Piet op 30 mei 1945 in Ludwigslust was overleden en daar begraven. Keijzer reisde

Afbeelding 24a en b. Keijzer bij de ingebruikname van de waterleiding in 1950.

naar Baarn waar Nelly op vakantie was om de brief persoonlijk te overhandigen. Ondertussen was ook het monument voor de omgekomen Urkers klaar dat op 31 augustus 1946 werd onthuld. Keijzer sprak als burgemeester, medestrijder en slachtoffer een woord tot alle genodigden. Aansluiting Bestuurlijk stonden de jaren na de oorlog vooral in het teken van de aansluiting van Urk aan het vasteland.

Eeuwenlang omringd door water, moest het eiland nu een paar keer volledig overhoop gehaald worden voor riolering, elektriciteit en waterleiding. (afb. 24a en b ) Ook de komst van autoverkeer was iets dat nieuw was voor voor Urk en het had heel wat voeten in de aarde om het dorp toegankelijk te maken voor het verkeer. Lange tijd was het dorp verboden voor auto's en stonden ze buiten de dorpskern geparkeerd. (afb. 25) En dan was er nog de aansluiting van Urk aan het vasteland

Afbeelding 25. Lange tijd was het dorp nog niet toegankelijk voor verkeer en parkeerde men buiten het dorp.

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 21


via de Domineesweg en de Urkerweg. Urk bleef na de inpoldering nog lang in een isolement en pas in 1948 kon de weg naar Emmeloord geopend worden. (afb. 26) En bij al die ontwikkelingen was er de desillusie dat er voor Urk en de Urkers geen plek was in de nieuwe polder. Burgmeester Keijzer toonde zich hier een waar pleitbezorger voor de Urker belangen en schroomde niet om tot in de hoogste kringen aandacht te vragen voor de Urker problemen. (zie Urcker Kroniek 2018-1, Geen plek voor Urk)

De periode 1950-1956 Afbeelding 26. De opening van de weg tussen Urk en Emmeloord in 1948.

Gebouw Irene Burgemeester Keijzer legde de eerste steen van Gebouw Irene waarbij ds. Doorenbos een woordje sprak. (afb. 27) Keijzer was een groot voorstander van een verenigingsgebouw en had tevergeefs geprobeerd financiële steun van het rijk te krijgen. Het werd een soort prestigekwestie voor hem om desondanks het gebouw van de grond te krijgen. Toen het gebouw bijna klaar was, werd er beslag op gelegd door schuldeisers van de jonge aannemer Bijl uit Zeist die in financiële moeilijkheden verkeerde. Dit werd op een creatieve manier daadkrachtig opgelost door het bestuur en burgemeester Keijzer. De aannemer werd op de dag voor Pinksteren met een smoes naar Urk gelokt

en Keijzer liet hem door de politie in de cel stoppen. De vader van de aannemer werd ingelicht en deze tekende ontdaan een verklaring waarin hij zich borg stelde voor de schulden van zijn zoon. Dit was kennelijk nog niet genoeg want ook de schoonvader van de aannemer werd gebeld. Deze wilde in eerste instantie niet komen, maar het vooruitzicht dat zijn schoonzoon de Pinksterdagen in een politiecel moest doorbrengen, deed hem toch besluiten naar Urk te komen. Hij arriveerde om 22:30 uur op Pinksterzaterdag, de tijd ging dringen, het was zo zondag! Om 23:45 gingen ze naar het raadhuis, waar toch wat moeite gedaan moest worden om de schoonvader te

laten tekenen. Een blik op zijn schoonzoon door het luikje van de cel gaf de doorslag en hij zette zijn handtekening. Na een preek van de burgemeester werd de aannemer vrijgelaten. Het was inmiddels 01:15 uur. Deze affaire kreeg nog een staartje en de rijksrecherche deed onderzoek, maar het liep met een sisser af. Gebouw Irene kon worden afgebouwd.

Afbeelding 27. Burgemeester Keijzer bij de eerstesteenlegging van Gebouw Irene..

Nestfabriek Het ging de Urker vissers voor de wind. Kotters werden gebouwd en de vangsten waren goed. Keijzer dacht mee en zette zich voor 100 procent in om de visverwerking en handel op Urk te stimuleren en daarmee de werkgelegenheid. Al in 1948 werd er een ‘Stichting tot bevordering van de visexport van Urk en de groothandel in de vis aldaar’ opgericht. Voorzitter, secretaris en penningmeester was Keijzer zelf en het bestuur bestond verder uit de 31-jarige Klaas Jelle Hakvoort en mr. H.J.F. van Iterson, directeur van een NV in Den Haag. De laatste werd aangetrokken vanwege zijn kennis en ervaring met export. De geboren Urker Klaas Jelle Hakvoort was eerder pluimveehouder in Hulshorst geweest, waar hij zijn vrouw ontmoette. (afb. 28). Ze verhuisden naar Urk, maar zijn vrouw kon daar niet wennen en in 1947 gingen ze weer terug naar de Veluwe om in Nunspeet te gaan wonen. Klaas Jelle had daar een zee- en zoetwater-

22 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 28. Klaas Jelle Hakvoort en Geertje Hakvoort-Smienk.

vishandel die echter op het randje van een faillissement bungelde. Kennelijk was dit geen bezwaar hem in het bestuur van de stichting op te nemen, maar misschien was dit niet bekend bij Keijzer. Er werden contacten gelegd met Duitsland, België, Frankrijk, Oostenrijk, Italië en Tsjecho-Slowakije, maar verder dan dat kwam het niet - van de export kwam niets terecht. De vishandelaar Klaas Jelle Hakvoort bleek namelijk niet de meest betrouwbare partner te zijn en er ging veel mis. Dat leidde er toe dat eind 1949 mr. Van Iterson besloot terug te treden omdat hij van mening was dat de samenwerking met Hakvoort nooit enig resultaat zou opleveren. Van Iterson vroeg een honorarium van 1000 gulden voor zijn inspanningen en gemaakte kosten, maar de kas van de stichting was leeg. Keijzer besloot uit eigen zak 250 gulden over te maken. De resterende 750 gulden probeerde Van Iterson bij Hakvoort los te krijgen, wat op niets uitliep. Hakvoort liet de brieven van mr. Van Iterson onbeantwoord en liet niets meer van zich horen. Als er veel vis gevangen en verwerkt wordt, ontstaat daarmee ook veel visafval. Hier kon op Urk niets mee gedaan worden en Klaas Jelle Hakvoort kwam met het plan een nestfabriek te starten. Nest bestond uit doorgedraaide vis: kleine vis zoals spiering en bijvangst. Dit kon niet verwerkt worden om te consu-

STICHTING URKER UITGAVEN

meren, maar het kon wel tot een product gemaakt worden dat geld opleverde, namelijk vismeel. De jaarproductie van de op te starten fabriek werd geschat op ongeveer 1000 ton. Bij het begin van het komende kuilseizoen moest de fabriek al werken. Het vismeel zou in zakken vervoerd worden naar de firma Koopmans meel te Leeuwarden. Omdat de fabriek op tijd open moest zijn, was actie geboden. Keijzer als burgemeester ondersteunde dit ambitieuze plan. Met de komst van de nestfabriek werd werkgelegenheid geschapen, wat Urk goed kon gebruiken. Maar – niet verwonderlijk – Hakvoort had niet het benodigde geld om de fabriek in te kunnen richten. Keijzer wilde wel samen met zijn vriend

dokter Vonk investeren in dit plan. Zelf had hij het geld niet, maar hij wilde koste wat kost het project laten slagen. Hij besloot toen rond de 100.000 gulden te onttrekken aan de gemeentekas zonder medeweten van de gemeenteraad! De fabriek kreeg in eerste instantie zijn adres op het gemeentehuis, omdat er nog geen geschikt pand was voor de fabriek. In april 1949 werd ‘Hakvoort’s Vischmeel Industrie’ opgericht, met Klaas Jelle als directeur. De fabriek werd gebouwd in de vroegere elektriciteitscentrale, die ooit gebouwd was als sigarenfabriek. (afb. 29)Het pand was eigendom van de gemeente, maar de raad stelde het graag beschikbaar. De vergunning was geen probleem omdat de moderne drooginstallaties nauwelijks stank zouden verspreiden. Met de bouw werd direct aangevangen en Hakvoort hoopte nog steeds snel te starten, al was de verwachting dat er een maand vertraging zou zijn. Toen de fabriek in gebruik werd genomen was het maar goed dat deze aan de rand van het dorp lag, hoe verder, hoe beter. Toeristen die naar het prachtige Urk kwamen wisten niet wat hun overkwam. Het nest gaf toch een geweldige stank. Dit kwam vooral omdat in de zomer de bakken met nest en visafval buiten in de volle zon stonden. Fraude De fabriek was maar heel kort winstgevend. De prijs van het vismeel stortte namelijk in. In februari 1951 draaide de fabriek al met verlies en liepen de schulden op. De onrendabele fabriek sloot

Afbeelding 29. De vismeelfabriek op Wijk 2-41. Vroeger gebouwd als sigarenfabriek.

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 23


Afbeelding 30. Burgemeester Keijzer leidt koningin Juliana op zijn oude schoenen door het dorp.

niet gelijk haar deuren; Hakvoort probeerde samen met Keijzer en anderen de zaak door te laten draaien in de hoop op betere tijden. De voorraden liepen op en de lonen werden doorbetaald, zonder dat er vismeel verkocht werd. De rekeningen konden niet meer betaald worden en hoewel Hakvoort directeur was, vielen de aanmaningen bij de gemeente op de deurmat. Uit correspondentie blijkt dat de zakenpartners van Hakvoort geen enkel vertrouwen meer in hem hadden. Het eigendom van de machines in de fabriek ging over op een schuldeiser. Keijzer voelde zich verantwoordelijk en wilde niet dat de fabriek op de fles ging; hij moest iets verzinnen. Eerder was hij in Amersfoort adjunct-commies eerste klasse. Zo wist hij hoe hij dit administratief zo moest aanpakken dat het niet opviel. Hij liet blanco facturen drukken bij een drukker in de omgeving met het briefhoofd van een aannemer. Hij gebruikte vervolgens twee schrijfmachines. Op de ene tikte hij de factuur van de aannemer en om het stuk ‘echter’ te maken, gebruikte hij de andere schrijfmachine om er de verklaring van een toezichthouder

van gemeentewerken mee te typen. Op deze facturen stond dat er bijvoorbeeld werk was uitgevoerd aan de Urker bestrating of riolering. Dat viel niet op omdat er op Urk altijd wel werkzaamheden werden verricht. De facturen waren keurig ondertekend en werden in de gemeenteadministratie opgenomen. Keijzer deed dit alles overigens helemaal zelf. De gemeente betaalde het drukwerk. Door deze valse facturen ging er geld van de gemeente naar de nestfabriek. Een deel ging terug om de eerste ‘investering’ te dekken. Op den duur was er geen stoppen meer aan. Zo kon de vismeelfabriek doormodderen tot op 1 januari 1952 definitief de deuren werden gesloten. Urk bleef letterlijk met de troep zitten. Er stonden nog 165 vaten met visafval en een voorraad onverwerkte vismeel van 1.500 kilo. Vakantie Zelf ging burgemeester Keijzer bijna nooit op vakantie. Zijn gezin echter wel; mevrouw Keijzer ging in augustus altijd met de kinderen op vakantie, de burgemeester zelf ging dan in de kost bij Scheffer of het Wapen van Urk. De

24 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

buurvrouw kocht melk en dikkertjes voor hem. In het weekend ging hij nog wel eens bij vrouw en kinderen op bezoek. Zo waren moeder en de dochters in Katwijk toen Keijzer op zaterdag op een gehuurde Solex bij hen kwam. Op zondagmorgen eerst naar de kerk en ’s middags naar het strand. Niet naar het zwembad, want daar moest je voor betalen en dat deed je op zondag niet. Dochter Hanneke ziet haar vader nog zo over het strand rennen in zijn zwarte pak met een vlieger. Zijn kleren trok hij nooit uit: Hanneke heeft nooit haar vaders blote voeten gezien. Keijzers voeten hadden een kampverleden. Toen de Koningin in 1951 op Urk kwam, werd voor hem een nieuw pak, kousen en schoenen gekocht, maar hij vertikte het om de schoenen aan te trekken. (afb. 30) Toen was het oorlog in huis. Ze stonden voor het gemeentehuis te wachten toen mevrouw Keijzer tot haar schrik zag dat hij toch zijn oude schoenen aan had. Het Argentinië-avontuur Burgemeester Keijzer was nog steeds zeer actief bezig voor de Urker werkgelegenheid en onderzocht allerlei

STICHTING URKER UITGAVEN


mogelijkheden, ook buiten Nederland. Zo werd er wel eens gepraat over een massale emigratie naar het eiland Bonaire. Men sprak al over ‘Nieuw Urk’. Van al die plannen kwam alleen een project in Argentinië van de grond. In juli 1951 verscheen een berichtje in de krant over een Belgische reder die met zeven viskotters naar Argentinië zou vertrekken; voor drie kotters werd een volledige bemanning gezocht en de voorkeur ging uit naar Urkers. De visserij daar zou zeer lonend zijn en de kosten voor levensonderhoud zeer laag. Op zaterdag was er in het raadhuis een informatieavond die geleid werd door Keijzer. Achttien Urker vissers meldden zich aan. Contracten werden getekend en de voorbereidingen begonnen voor de grote oversteek. Eerst zouden de mannen vertrekken en als het beviel zouden de gezinnen nakomen. De reder uit Oostende zou aan de achterblijvende gezinnen een prima maandloon verstrekken. Er werd een proefperiode van een jaar afgesproken. Zelfs op geestelijk gebied was alles geregeld. De vissers zouden op zondag vrij zijn en een gereformeerde dominee in de hoofdstad Buenos Aires was juist van plan om in Mar del Plata, waar de Urkers zich zouden vestigen, een huis te betrekken. Op 5 oktober 1952 staken de schepen van wal, nadat de Urker opvarenden en hun families in een bijeenkomst waren toegesproken door dominees en burgemeester Keijzer. Een uitgebreid reisverslag van de overtocht is gepubliceerd in het ‘Urker Volksleven’. Na een paar maanden arriveerden de schepen begin januari 1952 in de badplaats Mar del Plata waar ze gastvrij werden ontvangen. Problemen Het vissen ging de eerste weken goed, maar de vis kon in de afslag van Mar del Plata alleen op dinsdag en vrijdag verkocht worden. De zondagsrust kwam in de knel en de Belgische reder beval dat de schepen op zaterdag weer uit moesten varen, zodat ze dinsdag weer aan de markt konden zijn. De Urkers kwam in opstand. ‘We vissen niet op zondag’ was het antwoord. Dat was in het voor vertrek opgemaakte contract opgenomen. Ook de afgesproken betalingen aan de gezinnen thuis

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 31. Burgemeester Keijzer met dochter Puck bij de Argentijnse gezant in Nederland.

verliepen niet zoals was afgesproken. Na hun weigering om op zondag te vissen, werd de Urkers ontslag aangezegd. Dat bericht kwam op Urk binnen en wekte grote ontsteltenis, er was immers tussen reder en vissers wederzijds waardering en vertrouwen. Burgemeester Keijzer stelde meteen het consulaat in Mar del Plata en het Nederlandse gezantschap in Buenos Aires op de hoogte. (afb. 31) Langzamerhand kwamen de Urkers tot het besef dat de Belgische reder hen uitsluitend had gebruikt om zijn schepen over te brengen en dat hij daarna zo snel mogelijk van hen af wilde, om zo lokale en veel goedkopere visserlui in te huren. Keijzer naar Argentinië Burgemeester Keijzer was zeer verontwaardigd en besloot persoonlijk naar Argentinië te gaan om het onrecht te herstellen. Hij had ondertekende getuigenverklaringen bij zich van mensen die bij het tekenen van de arbeidscontracten met de Belgische reder aanwezig waren geweest en konden bevestigen dat nadrukkelijk afgesproken was dat er niet

op zondag gewerkt hoefde te worden. De vliegreis naar Argentinië was echter een zeer dure aangelegenheid, maar liefst 4.680 gulden, en daar was geen geld voor. De Argentijnse luchtvaartmaatschappij ‘Aerolineas Argentinas’ die lucht van de zaak had gekregen omdat alle Nederlandse kranten erover hadden geschreven, bood de burgemeester een gratis retourticket aan, maar werd teruggefloten door de IATA, de internationale handelsorganisatie voor de luchtvaartindustrie. Toen schoot plotseling de omroep NCRV te hulp. Hoe dit precies ging weten we niet, maar door het opnemen van muziek kwam er geld op tafel en kon de reis van Keijzer doorgaan. Op 18 maart vertrok Keijzer, uitgeleide gedaan door familieleden van de Urker vissers, die met een bus naar Schiphol waren afgereisd. De uitzwaaiers mochten Keijzer tot aan de vliegtuigtrap begeleiden. (afb. 32a en b) In zijn koffer had Keijzer ook een doos met dropjes voor de Nederlandse predikant. In het vliegtuig, een DC6, had Keijzer alle ruimte, want

Burgemeester Keijzer bezoekt hoogst persoonlijk de Urker vissers in Argentinië Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 25


Afbeelding 32a en b. Burgemeester Keijzer wordt begeleid tot aan de vliegtuigtrap.

tot Londen was hij de enige passagier. Het bezoek aan Mar del Plata verliep enerzijds bemoedigend en anderzijds zeer ernstig. De Urkers waren welkom in Argentinië en zouden daar kunnen blijven, elders werk vinden en een bestaan opbouwen. Keijzer nam geen blad voor de mond en noemde de Belgische reder Van Iseghem een schurk die de Urkers schandelijk had bedrogen. Hij noemde het belachelijk dat de Belg het bedrag aan voorschotten (fl. 20.000) wilde terugvorderen. Er werd een persconferentie gehouden in Argentinië, waar Keijzer de vraag kreeg waarom de predikant op Urk geen dispensatie gaf voor het vissen op zondag. Dat deed de Katholieke kerk immers ook. Uiteindelijk werd de reis een teleurstelling. Ook Keijzer zag geen kans om de gerezen moeilijkheden op te lossen en keerde onverrichterzake terug. Kritiek kwam er ook, de burgemeester had te veel op eigen houtje gehandeld, de autoriteiten waren niet

genoeg ingeschakeld. Minister Joekes antwoorde op Kamervragen dat de burgemeester zonder overleg te voeren met de Nederlandse emigratie-autoriteiten, geheel zelfstandig onderhandelingen

26 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

met Belgische ambtelijke instanties en de rederij Van Iseghem had gevoerd. Langzamerhand kwamen de Urker vissers in groepjes weer terug naar Urk. De meesten als werkend passagier op

STICHTING URKER UITGAVEN


Nederlandse schepen die Argentinië aandeden. Sommigen bleven wat langer, maar uiteindelijk is alleen Teunis Ras en zijn gezin in Argentinië blijven wonen om daar een bestaan op te bouwen. Naamgever boot Keijzer was ook president-commissaris van de EUSM, de Eerste Urker Stoomboot Maatschappij, waarvoor hij veel betekend heeft. Na de verbouw van de Insula in 1953, niet alleen het meest bekende maar volgens velen het mooiste schip van de EUSM, werd besloten om het te herdopen tot de Burgemeester Keijzer, als eerbetoon voor zijn inspanningen. (afb. 33) Keijzer was een man die je dus beter aan je zijde kon hebben. Zijn inzet voor de samenleving werd zeker op waarde geschat. (afb. 34) 1956-1960 Het doek valt Zoals bij iedere gemeente kwam ook op Urk de verificatiedienst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten langs. Deze voerde met een zekere regelmaat een routine boekencontrole uit. De controleur begon aan zijn werk en alles leek prima in orde. Het was een hele klus en na twee weken leek er niets aan te

Afbeelding 33. De Urker boot werd vernoemd naar burgemeester Keijzer.

merken op de gemeentelijke financiële administratie. Tot het moment dat de controleur een bepaalde rekening onder ogen kreeg. Hierop stond alles keurig vermeld: adres, logo, bedrag etc. De rekening was van een bestaand bedrijf, waar de inspecteur onlangs nog was geweest voor een controle. Zijn oog viel op een naam en handtekening. De nota was op een bepaalde datum getekend door iemand die vóór die datum al met pensioen was gegaan. De fraude van de burgemeester kwam dus aan het licht en er werd een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. Arrestatie Het ingewikkelde onderzoek dat meer dan een jaar duurde, leverde genoeg bewijs op voor officier van justitie mr. J.W.M. des Tombe om Keijzer als verdachte te laten arresteren. Die arrestatie vond niet plaats op Urk, dat wilde men hem besparen. Keijzer had in Enkhuizen een vergadering bijgewoond van de vereniging ‘Vrienden van het Zuiderzeemuseum’, waarvan hij penningmeester was. Hij bracht de nacht door in hotel ‘die Port van Cleve’ in Enkhuizen en ’s morgens om kwart over acht werd hij

Afbeelding 34. Overijssels Dagblad, 18 mei 1953.

STICHTING URKER UITGAVEN

gewekt door de groepscommandant van de rijkspolitie uit Emmeloord en gearresteerd. De rijkspolitie uit Emmeloord had de hele nacht de uitgangen van het hotel onopvallend bewaakt. Het was 11 december 1956 en Keijzer kreeg nog wel de gelegenheid een ontbijt te gebruiken, waarna hij werd overgebracht naar Emmeloord en daarna door naar Zwolle waar hij werd verhoord. Keijzer bekende meteen aan de officier van justitie dat hij zich sinds 1951 schuldig had gemaakt aan het vervalsen van betalingsopdrachten (mandaten) ten laste van de gemeentekas. (afb. 35) Keijzer werd in verzekerde bewaring gesteld en op zijn bezittingen werd beslag gelegd. Zijn vrouw was helemaal van de kaart en wist niet hoe zij op Urk moest blijven. Zij is dezelfde dag nog naar haar onlangs weduwe geworden zuster in Arnhem vertrokken. De 14-jarige dochter Hanneke vond dat verschrikkelijk en ziet het als de slechtste dag uit haar leven. Zij was geboren en getogen op Urk en voelde zich (en nog) een echte Urker. De gemeente Urk ontving het volgende bericht: ‘Ik doe u hierbij toekomen een afschrift van het Koninklijke besluit van 15 december 1956, nr. 12, waarbij aan de heer G.

Keijzer werd in verzekerde bewaring gesteld en op zijn bezittingen werd beslag gelegd Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 27


Keyzer, met ingang van die datum, ontslag is verleend als burgemeester uwer gemeente. De Commissaris der Koningin in de Provincie Overijssel.’

Afbeelding 35. Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 08-12-1956.

Verslagenheid De arrestatie bracht grote verslagenheid teweeg bij de Urker bevolking en kwam als een volkomen verrassing. Algemeen stond de 55-jarige burgemeester bekend als een man die gewaardeerd werd om zijn inzet voor de Urker samenleving. Wel was al bekend dat hij zich meerdere malen had ingelaten met zakelijke ondernemingen, die lang niet altijd een succes bleken en hem heel wat geld hadden gekost. Als voorbeeld werd de vismeelfabriek genoemd, de mislukte visexport naar o.a. België en het avontuur van de Urker groep die in Argentinië ter visvangst ging. Gesuggereerd werd ook dat Keijzer betrokken was bij het plotselinge vertrek van dokter Vonk, die in financiële moeilijkheden zou verkeren na een verblijf van 30 jaar op het eiland. Bekend was dat Vonk eerder geld aan Keijzer had geleend, maar dat bedrag was in termijnen afbetaald of was deels door dokter Vonk kwijtgescholden. (afb. 36) De gemeenteraad kwam in een besloten spoedvergadering bijeen waar werd meegedeeld dat het malversaties betrof voor een bedrag van 60.000 gulden. Het Urkerland schreef over een zwarte dag in de Urker geschiedenis en dominee Groeneveld, een vriend van Keijzer, begon die zondag zijn preek met: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Dubbele Weerstand, een bekende kerkganger die vaak kritiek had, liet luidkeels weten het hier niet mee eens te zijn en liep kwaad de kerk uit. Groeneveld had al eens eerder zijn wrevel gewekt toen hij een keer in een preek gezegd had: ‘Gemeente, pas op voor weerstanden - en we hebben in deze gemeente dubbele weerstanden’. Rechtszaak Keijzer zat een jaar in voorarrest en moest zijn diepe val van gezien magistraat tot fraudeur, van burgervader tot verdachte, en de consequenties daarvan voor zijn gezin met jonge dochters, zien te verwerken. In december 1957 vond de rechtszitting plaats in de Zwolse rechtbank. (afb. 37) Keijzer was door de 12

28 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 36. Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 10-12-1956.

maanden voorarrest getekend. De forse, eertijds zo fiere gestalte, nu gebogen en slap. Het anders zo volle, blozende gezicht nu grauw en ingevallen. Hij staarde zonder uitdrukking voor zich uit. ‘Berustend en aanvaardend’ zei de officier. ‘Verslagen en verpletterd’ zei zijn advocaat. In de tenlastelegging werd Keijzer door officier van justitie mr. Stigter verweten dat hij op oneerlijke wijze met gemeentegeld had gemanipuleerd en nota’s en mandaten had vervalst. Totaal was er voor een bedrag van ten minste 100.000 gulden gefraudeerd. Keijzer was tijdens de zitting zeer zwijgzaam. Ja, nee en dank u, waren zowat de enige woorden die hij sprak. Toen de president hem vroeg of er nooit een ‘terug’ voor hem bestaan had, zei Keijzer somber met gebogen hoofd: ‘Ik zat er te dik onder. Ik kon niet meer terug’. Een enkele keer had hij op het punt gestaan zichzelf aan te geven, maar op het kritieke moment zonk de

STICHTING URKER UITGAVEN

moed hem in de schoenen. De rechter hield Keijzer voor dat hij in 1952 een van de gemeenteambtenaren onrechtmatig had laten arresteren om hem en diens zwager ertoe te brengen een handtekening te plaatsen onder een schuldbekentenis. Het ging over het uitbetalen van een schadevergoeding voor het afbreken van vijf noodwoningen. De vergoeding van 15.000 gulden wilde de burgemeester als beginkapitaal voor de bouw van nieuwe huizen gebruiken, maar hij gaf de rechthebbenden enige honderden guldens en stak 13.000 gulden in eigen zak. De president van de rechtbank betreurde het dat daar niet fors tegen was opgetreden, maar dat het bij een ernstige waarschuwing was gebleven van het provinciaal bestuur. ‘Jammer’ zei de president, ‘toen had nog veel voorkomen kunnen worden’. Ook had Keijzer begin 1954 voor 40.000 gulden aan betalingsmandaten uitgeschreven ten gunste van de beheerscommissie van het Christelijk Landbouw Onderwijs Overijssel voor het stichten van een nieuwe school. In 1956 werd met de bouw begonnen, maar niemand kwam op het idee te vragen waarvoor de burgemeester in de jaren ervoor grote bedragen opnam. Ook de opbrengst van een bij Urk gestrand tankscheepje (9000 gulden) had Keijzer bij Gedeputeerde Staten moeten melden. Keijzer had 44 stukken vervalst en 26 valse handtekeningen geplaatst. Een deel van het verduisterde geld had Keijzer verloren aan ongelukkige speculaties op de beurs. Ook had hij met zijn gezin op te grote voet geleefd. Maar na een jaar speuren en zoeken kon niet uit de doeken gedaan worden waar al het geld gebleven was. Hij moet al die jaren op een vulkaan hebben geleefd, volgens de officier, want hij wist dat het vroeg of laat spaak moest lopen. Behalve afkeuring, kon de officier toch ook mededogen voelen jegens deze man die jarenlang onder hevige spanning moet hebben geleefd. Voor de buitenwereld een goed en geacht burgervader, zat hij in zijn stille ambtskamer in het gemeentehuis wanhopig te broeden op steeds nieuwe plannen om het ene gat met het andere te dichten. De officier fulmineerde wel tegen het psychiatrisch rapport in de zaak. Dat kwam op allerlei gronden tot de conclusie, dat verdachte

Afbeelding 37. De rechtbanktekening.

ongeschikt was om als burgemeester op te treden en dat daardoor de feiten de verdachte ‘in niet onbelangrijk verminderde mate konden worden toegerekend’. Zowel de officier als de rechters verwonderden zich erover dat nooit een gemeenteontvanger of een wethouder er aanmerkingen op hadden gemaakt dat de burgemeester geregeld contante betalingen verrichtte, wat niet alleen ongebruikelijk was, maar ook tegen de voorschriften. Veroordeling De officier van justitie eiste wegens verduistering als ambtenaar en valsheid in geschrifte, meerdere malen gepleegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Op verzoek van Keijzer hield zijn raadsman, mr. H.J. Bouman uit Zwolle, zijn pleidooi zeer sober. Keijzer had hem verboden voor hem te pleiten. Keijzer vond dat slechts woorden van spijt en berouw op hun plaats waren en dat er verder gezwegen moest worden, om alles aan het oordeel van de rechter over te laten. De raadsman drong wel aan op clementie ter wille van het gezin van Keijzer en zijn leeftijd. Hierop repliceerde de officier dat Keijzer er door zijn meewerkende houding op mocht rekenen dat een derde van de straf voorwaardelijk zou zijn. De reclassering had al naar een geschikt baantje

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 29


voor de ex-burgemeester uitgekeken. Keijzer had de hoop uitgesproken straks nog van enig nut te kunnen zijn en ‘met Gods hulp nog iets goed te kunnen maken’. Van zijn recht op het laatste woord maakte Keijzer geen gebruik. Haastig zei hij: ‘Dank u, meneer de president’. Twee weken later, op 31 december 1957 deed de rechtbank uitspraak. De president van de rechtbank mr. L.J. ’t Hooft, veroordeelde Gert Keijzer tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden met aftrek. Hoger beroep De raadsman adviseerde Keijzer om in hoger beroep te gaan en in mei 1958 kwam de zaak voor bij het gerechtshof in Arnhem. Als reden van de verduistering en valsheid in geschrifte werd aangevoerd dat Keijzer tijdens de oorlogsjaren langere tijd geen salaris had ontvangen en daardoor voor 35.000 gulden schulden had gemaakt. De procureur-generaal schetste verdachte, die alles had bekend, als iemand die, totdat hij op Urk werd benoemd, een geslaagd man kon heten. Ofschoon hij een uitstekend bestuursambtenaar was, bleek hij als burgemeester een misgreep. De totale schade bedroeg volgens de laatste gegevens 184.000 gulden (vertaald naar koopkracht 2021 ca € 650.000) waarvan verdachte 60.000 moet hebben besteed aan particuliere doeleinden. Volgens de raadsman had Keijzer in Urk groot aanzien genoten en wilde men hem geen trap na geven. Weer werd tweeënhalf jaar gevangenisstraf geëist en de uitspraak op 22 mei was conform de eis. De Eerste Urker Stoomboot Maatschappij moest noodgedwongen afscheid nemen van haar president-commissaris. Was Keijzer aanvankelijk nog ‘wegens ziekte’ afwezig, per 16 maart 1957 bedankte hij officieel voor zijn functie, omdat op ongelukkige wijze een einde was gekomen aan zijn loopbaan als burgemeester. Omdat hij zoveel goeds voor de maatschappij had gedaan, was dit afscheid tragisch. Door de goede verstandhouding die er was bleef het motorschip nog enige tijd zijn naam dragen, maar na zijn veroordeling herdoopte de EUSM eind 1958 de ‘Burg. Keijzer’ weer in ‘Insula’.

Na de detentie Keijzer zat in de gevangenis in Maastricht en werd daar goed behandeld. Na anderhalf jaar detentie werd hij in het voorjaar van 1960 vrijgelaten. Omdat hij 40 dienstjaren had was hij ondertussen met pensioen gegaan. De gemeente Urk hield echter een deel van dat pensioen in als terugbetaling, waardoor voor moeder Keijzer en de kinderen in Arnhem maar een heel armoedig pensioentje overbleef, net te veel om dood te gaan. Maar er waren nog steeds Urkers die af en toe wat brachten of toestaken.

Afbeelding 38a en b. De overlijdensadvertentie en de grafsteen op de begraafplaats Moscowa in Arnhem.

30 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

Ziek Na zijn detentie had Keijzer nog wel een opgeruimd karakter, maar lichamelijk was hij niets meer. Hij was een binnenvetter en had in zijn leven last van maagzweren en maagbloedingen. Ook in de gevangenis had hij heel veel last van zijn ingewanden en kwam ziek thuis. Hij bleek darmkanker te hebben en kreeg een stoma. Ze woonden op een flatje in Arnhem, vierhoog zonder lift en hij leed erg onder het feit dat hij vrijwel de deur niet meer uit kon. Keijzer was echter geen man om de hele dag binnen te zitten; één keer is hij gaan wandelen en in Velp terecht gekomen. Hij was uitgeput geraakt en wist uiteindelijk iemand te vinden die hem naar huis bracht, waarna hij met veel moeite de trap nog wist op te komen. Door de darmkanker had hij een zwaar ijzertekort gekregen. Toen Keijzer per trein naar het ziekenhuis ging, snapten ze niet hoe hij daar zelfstandig gekomen was met zo’n extreem lage Hb-waarde. Hij kreeg een bloedtransfusie toegediend, waarna hij erg onrustig werd. Met een bijbeltje in zijn hand lag hij maar aan de deken te plukken. Zijn vrouw maakte zich zorgen en haalde de chirurg erbij, die haar geruststelde en zei dat ze hem over drie weken weer thuis zou hebben. Diezelfde nacht op 25 november 1961 is Gert Keijzer op 60-jarige leeftijd overleden. (afb.38a en b) Mevrouw Keijzer was vreselijk van slag door het hele gebeuren met haar man. Eerst zijn tijd in de gevangenis na alles wat daaraan voorafgegaan was. Daarna het verval door zijn ziekte en het vroege overlijden. Ze kreeg hierdoor anorexia en werd gelukkig goed opgevangen door haar zuster. Voor de kinderen betekende dit dat moeder er niet voor hen kon zijn. Dochter Hanneke had na het overlijden van haar vader ontslag genomen in Apeldoorn en was bij haar moeder in de flat gaan wonen. Ze kreeg een ambulante baan in Arnhem. Op tweede paasdag 1963 deed dochter Hanneke belijdenis van haar geloof, en op die dag begon haar moeder wartaal te praten. De twee weken daarvoor had ze al amper gegeten en gedronken. Toen ze begon te hallucineren werd de huisarts gebeld waarna ze met spoed naar

STICHTING URKER UITGAVEN


het ziekenhuis werd gebracht. Een paar dagen later is ze gestorven aan een longontsteking, slechts 50 jaar oud. Hanneke was de enige dochter die toen nog bij haar moeder woonde. Haar oudere zussen Puck en Marijke waren getrouwd, en Marijke was zwanger. Cock woonde in Rotterdam. Hanneke was dus op haar twintigste wees, in die tijd nog minderjarig. Cock verhuisde uit Rotterdam naar Arnhem om bij Hanneke in te trekken. Hanneke kwam na omzwervingen uiteindelijk weer in de polder terecht en werkte bijna 30 jaar bij De Paddenstoel in Emmeloord. Epiloog Het is anno 2022 niet aan ons om te oordelen over de mensen wiens leven getekend werd door de Tweede Wereldoorlog. In gecompliceerde tijden en oorlogen heeft de waarheid vele gezichten en is die later niet geheel (of geheel niet) te doorgronden. Burgemeester Keijzer vocht ongetwijfeld met al zijn krachten voor Urk, maar of hij dat altijd

op de juiste manier deed? En waren Urkers die hem in de weg stonden per definitie verkeerd? Uitgever Koffeman van de ‘Oprechte Urker’ werd na de oorlog weer een gewaardeerd lid van de gemeenteraad en sommige prominente Urker NSB-ers konden na de oorlog hun leven in het dorp toch weer oppakken en werden zelfs succesvol. Ook die hadden meerdere gezichten. Gert Keijzer zelf had wel een oordeel over zijn handelen na de oorlog. In een brief aan de gemeenteraad van 31 januari 1957 (dus vlak na zijn arrestatie en bijna een jaar voor zijn veroordeling) laat hij weten: ‘Aan Den Raad der gemeente Urk. Edelachtbare Heren, 0ndergetekende gevoelt de behoefte u het volgende te verklaren. De misstap, die hij in uw gemeente heeft gepleegd, betreurt hij oprecht. Urk heeft zeer zeker nimmer reden daartoe gegeven. Integendeel. Daarom schaamt hij zich zowel voor U als ook voor de Urker bevolking en hij moge te verzoeken hem zijn misdaad te willen vergeven. Met de meeste hoogachting tekent hij deemoedig. G. Keijzer.’ (afb. 39) 

BRONNEN: ARCHIEVEN: • Nationaal Archief Den Haag • Vereniging Vrienden van Urk - Urk • Archief Urk in Oorlogstijd - Urk (interview Hanneke Keijzer) • Nieuwland Erfgoed Archief - Lelystad • Rode Kruis archief – Den Haag • Nederlands Instituut voor Militaire Historie – Den Haag • Niod - Nederlands Instituut Oorlogsdocumentatie – Amsterdam • Stichting Nat. Kamp Amersfoort • Gemeente-archief Urk - Urk • National Archives Research - Maryland (Amerika) KRANTEN: • De Oprechte Urker • Nieuwsblad van Friesland • Nieuws van de dag • Algemeen handelsblad • Leeuwarder Courant LITERATUUR: • Het Urker Volksleven – Vereniging Vrienden van Urk • Zout Zoet – Juriaan Brouwer/Lucia de Vries • Burgemeesters in Oorlogstijd – P. Romijn • Ongepubliceerd manuscript Nieuwland Erfgoed – T. Korf • Urk in de twintigste eeuw – St. Urker Uitgaven • Urk op de tweesprong – A. van Urk

EINDNOTEN 1 Het Urkerland, 2 november 1945 2 De Oprechte Urker, 10 mei 1941 3 Het Urkerland, 2 november 1945 4 A. van Urk 2005. Urk op de tweesprong. 5 CABR (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging) dossier 60591; De Oprechte Urker, 2 augustus 1941 6 De Oprechte Urker, 2 september 1941 7 Brouwer & De Vries, Zout zoet, 2006 8 Urcker Kronieken 2018-2-, Geen plek voor

Afbeelding 39. De verklaring van Gert Keijzer aan de gemeenteraad van Urk.

STICHTING URKER UITGAVEN

Urk. 9 CABR dossier 60591 10 Hoekstra et al. 1995. Vijftig jaar later.

Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk | 31


Samenvatting. Gert Keijzer was burgemeester van Urk van 1938 tot 1956. De meest heftige periode die Urk sinds mensenheugenis gekend heeft. Zuiderzee werd IJsselmeer, Urk werd eiland af en moest zich mentaal en fysiek klaarmaken voor de aansluiting aan het vasteland. En dan was er nog de Tweede Wereldoorlog met al zijn spanningen, beperkingen en ontberingen. Het leven van de flamboyante en charismatische burgemeester Keijzer werd hierdoor bepaald en getekend. Hij werkte niet mee met de bezetter en zat eind van de oorlog gevangen in kamp Amersfoort. Ook streed hij voor de toekomst van Urk in het nieuwe land. Een strijd om nieuwe werkgelegenheid, kansen in de polder en grond voor woningbouw, maar vond onwillige polderbestuurders op zijn weg die Urk liever kwijt waren. Voor de plaatselijke visserij en visexport lanceerde hij internationale projecten, niet altijd met succes. Voor veel Urkers was hij een burgervader, maar voor zijn Urker tegenstrevers kon hij soms meedogenloos zijn. Helaas beschadigde hij in zijn dadendrang vooral zichzelf. Keijzer fraudeerde ten koste van de gemeenschap, werd in 1956 tot drie jaar gevangenschap veroordeeld en stierf in 1961 als een gebroken man op 60-jarige leeftijd.

Summary. Gert Keijzer was mayor of Urk from 1938 to 1956: the most volatile period that the village has ever known. The Zuiderzee became the IJsselmeer, the island of Urk became attached to the mainland and its inhabitants had to adapt to these changes, both mentally and physically. And, of course, there was the Second World War, with all its tensions, constraints and deprivations. The life of the flamboyant and charismatic mayor Keijzer was highly determined and scarred by these events. He did not collaborate with the Nazi occupiers and was imprisoned in concentration camp Amersfoort towards the end of the war. After the war he battled for the future of Urk in the new world. This was a battle for innovative sources of employment, opportunities in the newly created polder and allocating ground for developing housing projects, but in doing so he found himself at odds with the politicians of the new polder lands, who would have preferred to see the stubborn Urk disappear entirely. For the local fishery and fish export he launched international projects, which were not universally successful. For many inhabitants of Urk he was truly a fatherly mayor, but for his opponents he could be ruthless. His relentless activity sometimes did more harm to himself than good. Keijzer unlawfully appropriated community funds, was sent to prison for three years in 1956 and died in 1961, a broken man.

Om het werk van de Stichting Urker Uitgaven te steunen en te kunnen doorgaan met het publiceren van de Urcker Kronieken, kunt u een gift overmaken op rekeningnummer

NL 32 ABNA 0436429853

(t.n.v. Stichting Urker Uitgaven). Een gift aan de Stichting Urker Uitgaven is aftrekbaar voor de belasting.

Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l

Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl

STICHTING

URKER UITGAVEN

Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.

32 | Lub van den Berg & Robert Hofman | Gert Keijzer - burgemeester van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Stichting Urker Uitgaven - Geliefd en verguisd by GBU printmedia - Issuu