Skip to main content

Stichting Urker Uitgaven - Kunstenaar Jan de Knipper

Page 1

Kronieken Urcker

Jaargang 2020 | nr. 4

STICHTING

URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl

Afbeelding 1. Jan de Knipper demonstreert zijn knipkunst op de Zuiderzeetentoonstelling, Enkhuizen, 1930. Foto W.P.A. Smit, Nederlands Openluchtmuseum

Kunstenaar Jan de Knipper Jan de Knipper [afb. 1], de enige Urker kunstenaar die een vermelding kreeg in de Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950 van Pieter Scheen. Een eenvoudige Urker visser, die met zijn ruwe vissershanden bewonderingswaardige knipsels maakte met behulp van een grote schaar. Kenners vragen zich nog steeds af hoe dat voor elkaar heeft gekregen. Zijn onderwerpen waren gekozen vanuit het dagelijks leven op het eiland, vaak voorzien van Bijbelse teksten die zijn Godsvertrouwen uitstraalden.

Door Joke & Jan Peter Verhave jpverhave@hotmail.com


Jan Visscher met een knipwerk opgerold in een krant.

2 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Jan Visscher werd geboren op Urk op 14 januari 1855, als zoon van Jan Visscher en Jannetje Koffeman. Hij trouwde op 17 september 1881 met de drie jaar jongere Gerritje Kamper, ook van Urk. Van beroep was hij toen visser. Hun huwelijk bleef kinderloos. Gerritje overleed op 7 november 1921. Na haar overlijden woonde Jan in een huisje in wijk 5, samen met zijn neef Jan Snijder en diens veel jongere vrouw Aaltje. Snijder overleed in 1927 en nicht Aaltien heeft verder altijd voor Jantje gezorgd. Hij is weduwnaar gebleven en overleed op 4 maart 1938 op Urk. De vader van Jan was de enige van zijn broers en zussen die de ‘ch’ in de achternaam Visser had, mogelijk door een verschrijving in de burgerlijke stand – Jan zelf schreef zijn naam ook vaak zonder ch. Jans knipsels, waarmee hij zich een positie verwierf op het eiland, als kenner van de vissersvloot, als gelovige en trouwe bezoeker van de diensten in de Hervormde kerk, vertellen een verhaal. Daaraan zijn door verschillende mensen vertellingen, anekdotes en foto’s toegevoegd, die Jan de Knipper enigszins voor de vergetelheid hebben behoed. Maar van de vele knipsels werden er twintig jaar na zijn overlijden nog maar enkele door Urkers bewaard. Gelukkig is Jan herontdekt en

STICHTING URKER UITGAVEN

Papierknipkunst

THEMA: URK 1 OKTOBER-4 JANUARI

Jande Knipper

www.museum.opurk.nl

Inleiding Deze Urcker Kroniek gaat over Jan de Knipper, die op Urk ook wel Jantjen de Marker werd genoemd, omdat zijn grootvader van Marken kwam. Anders dan zijn bijnaam doet vermoeden was Jan Visscher door en door Urker. Kennelijk werd hem die afkomst, met een Bijbelse uitdrukking ´tot in het derde geslacht‘ nagedragen; hij droeg de Urker dracht en sprak het Urker dialect. Hij maakte knipsels uit glimmend zwart of gekleurd sitspapier, knipte teksten voor bekenden en bestuurders op het eiland, of verkocht ze aan toeristen. Dat op zich was al bijzonder, maar nog opvallender was dat hij als enige Urker zich met dat handwerk bezighield en zich dus anders uitte dan de andere eilanders. Hij gebruikte godsdienstige teksten en wensen en koos uit de Psalmen en geestelijke liederen fragmenten die opgewekt waren of Godsvertrouwen uitstraalden.

hetouderaadhuis MUSEUM

URK Wijk 2-2 • 8321 EP Urk • Tel. 0527-683262

Afbeelding 2. Poster van de tentoonstelling in 2014

de mensen rond het Museum Het Oude Raadhuis doen alle moeite om zijn werk weer naar de plaats van oorsprong terug te krijgen. Sindsdien wordt er bij elke nieuwe aanwinst weer aandacht aan Jan de Knipper besteed, zoals in 2014. [afb. 2] Zelfs tijdens het samenstellen van deze Kroniek kwamen er twee, tot nu toe onbekende knipsels naar museum Het Oude Raadhuis toe. Wij hebben het op ons genomen om alle fragmenten van informatie over Jan de Knipper tot één geheel te brengen in deze kroniek. Naast dat we zo veel mogelijk feiten, gegevens en verhalen van ooggetuigen tot een betrouwbaar geheel hebben samengevoegd, proberen

we aan de hand van de knipsels dichter bij Jan de Knipper zelf, zijn creativiteit en zijn godsdienstige gevoelens te komen. Jan de Knipper en zijn werkwijze Over Jans jonge leven weten we niet veel. Hij was klein van stuk en volwassen geworden, werd hij nog vaak Jantjen genoemd. Klein van stuk, ja, maar ook klein van verstand? De zaligspreking over de armen van geest was op Jantje wel van toepassing. In zijn trouwakte staat zijn beroep genoemd als visser, maar hij is nooit zelfstandig schipper geweest. Ongetwijfeld was hij vissermansknecht en voer op een Urker botter, als ‘dordemannetje’. Er is gezegd dat hij aan boord knip-

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 3


te, in het vooronder of in de kajuit, als de zee blak was en de bemanning weinig om handen had. [afb. 3] Rond 1912 heeft hij veel knipsels gemaakt. Hij was toen 57 jaar en misschien al te oud voor het vissersvak. Maar of hij daarna nog netten geboet heeft, in de zeilmakerij bezig was, of vis gerookt of gezouten heeft voor de handel, weten we niet. In ieder geval is hij het knippen ambachtelijk gaan beoefenen en dat werd zijn dagvulling tot op hoge leeftijd. Hoe is hij begonnen met knippen en had hij voorbeelden? Misschien was dat Klaas Idesz. Koffeman, de onderwijzer, die in 1860 een boompje had geknipt dat is bewaard. De folklorist Dirk Jan van der Ven schreef, ruim 90 jaar geleden, dat hij een huwelijksknipsel had gezien in het kerkboek met zilveren klampen van de hullenplooister, juffrouw Visser-Snoek,1 gemaakt voor haar grootouders Iede Johannesz. Snoek en Femmetje Gerrits Koffeman die trouwden in 1860. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Jan dit op vijfjarige leeftijd gemaakt heeft; àls hij daarvan de maker was, zal hij het voor hun zilveren bruiloftsfeest hebben geknipt, in 1885. Helaas is het knipsel niet bewaard gebleven. Ook gaat het verhaal dat Jan als twaalfjarige een herberg met volk in Genemuiden heeft geknipt. Het oudste knipsel dat van Jan bewaard is, dateerde hij zelf: 1883. Er komen initialen van vijf personen op voor, kennelijk familie van elkaar en waarschijnlijk een gezin R. waarvan de voornaam van de vader met een Z. begon. [afb. 4] Ondanks naspeuringen is niet duidelijk geworden wie de familie R. was. Dat jaar was wel een rampjaar voor Urk, want op 6 maart zijn tijdens een stormramp zesentwintig Urker vissers op acht schepen (en in totaal 120 Nederlandse vissers) op zee verdronken. Onder hen schipper Klaas Lubbertsz. Romkes en zijn zonen Lubbert en Albert. Maar de initialen op het knipsel komen niet goed overeen met de overgebleven rest van dat gezin. Of lezen we de Z. verkeerd? Hil Bottema, die namens het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) te Arnhem, onderzoek heeft gedaan op Urk,2 noemde ook nog de naam van Toon van den Berg, een merkwaardige kruidendokter op het eiland, die in 1908 is overleden.

Afbeelding 3. Gemotoriseerde zeilbotter ‘ik gaan varen…’. Zwart papier, 41 x 26 cm, Nederlands Openluchtmuseum, PR.15280

Volgens de verhalen kon hij mooi knippen. Hij zou een tafereel met een zeehondenjacht hebben geknipt, maar ook dat is niet bewaard. In 2014 kwam er een zeer fijn, maar anoniem knipwerk tevoorschijn, dat helemaal voldeed aan de beschrijvingen van een 93-jarige achterkleinzoon. [afb. 5] ‘Het kan haast niet anders dan dat dit een werk van Toon is,’ meent de lokale knipkunstenaar Henk Kapitein. Het is aannemelijk dat Jan en Toon elkaar kenden en dat ze elkaar hun knipwerk hebben laten zien. Jan Visscher knipte wat hij zag: markante gebouwen op het eiland en zeilbotters, veelal vergezeld van een spreuk. Maar hij knipte ook alleen teksten. Bijna altijd omgaf hij zijn stukken met een rand van

4 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

prikkeldraad-achtige figuurtjes (‘meuzetanden’), allemaal in korte reeksjes apart geknipt uit dubbelgevouwen papier. Zijn werkstukken waren dus niet uit één stuk, maar hij stelde zijn knipsels samen uit gedeelten en plakte die daarna passend aan elkaar met stijfsellijm en als dat nodig was op een achtergrond van grauw-bruin papier (Klaas Koffeman van het Urker Museum noemde het Palthe-papier, waarmee men kleren verpakte die vanuit de stomerij naar klanten werden gebracht). Nicht Aaltien kookte af en toe stijfselpap als er weer een partijtje knipprenten opgeplakt moesten worden. Ze vertelde lachend: ‘Dan zat ie maar te siefferen met zo’n klein penseeltje en zag ie der uit as ik weet niet hoe!’ Het zal, volgens Urkers,

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 5. Knipsel Toon van den Berg. Wit op oranje, verblijfplaats onbekend

wel een ‘heidens werk’ zijn geweest, vooral om al die kleine onderdelen van grote kerkprenten te schikken en aan elkaar te plakken.

Afbeelding 4. Jans ouds bekende knipsel voor gezin R. Zwart papier, 19 x 11 cm, museum Het oude raadhuis Urk

Zijn glimmend glacé- of sitspapier kwam van de boekhandel van Enkhuizen, en was aan één kant gekleurd. Zwart gaf een goed contrast met de achtergrond, maar met geel, rood, blauw, goud en groen knipte Jan net zo graag. Boompjes, bijvoorbeeld voor het Paradijs of rond het kerkhof, knipte hij altijd uit dubbelgevouwen papier. Ook voor het hekwerk van het kerkhof vouwde hij zijn stukjes papier dubbel; daarna plakte hij de onderdelen op de ondergrond en aan elkaar, tot één geheel. Het voordeel van zijn manier van werken was, dat hij niet van binnenuit hoefde te knippen en ook geen grote stukken papier hoefde te hanteren. En een klein, fijnpuntig schaartje had hij niet nodig. Het ging heel goed met een grote schaar. [afb. 6]

Afbeelding 6. De schaar van Jan (26 cm)

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 5


Jan gebruikte veel teksten. Daarin vallen een aantal dingen op: hij is naar school geweest en was dus niet ongeletterd, misschien wel laaggeletterd maar zeker geen analfabeet, zoals beweerd is. Wel is de Urker toal in zijn teksten hier en daar onmiskenbaar. Hij zal met enige trots geknipt hebben ‘Kennis is macht’. [afb. 7] Niet dat Jan er de persoon naar was om machtig te zijn; bovendien, hoe verzamel je op een eiland méér kennis? Hij las zijn Bijbel; een prater was Jan niet. Dit knipsel zal wel voor iemand anders gemaakt zijn. De letters werden direct uitgeknipt, de symmetrische letters door een vouwtje in het papier te maken. De zinnen liepen tot waar het niet verder kon en braken niet af volgens de regels van de Nederlandse taal. Bijvoorbeeld deze tekst uit Markus 16:16: Die geloof / t zal heb / ben en ge / doopt zal / zyn zal / zalig w / orden Soms waren het alleen hoofdletters, dan weer staan grote en kleine letters door elkaar. Daardoor is het niet zo gemakkelijk om te lezen wat er staat; bovendien zette hij vette punten tussen de woorden: Afbeelding 7. ‘Kennis is macht’. Museum Het oude raadhuis Urk, ex collectie Verhave

Och.OF.WY.UW.GeBOOn.VOLBraG / ten. Bij een lied knipte hij soms een op een kruisje lijkend figuurtje aan het eind van een zin, omdat dat eind niet overeenkwam met het eind van de geknipte regel. Een enkele keer kwam het helemaal niet uit en frommelde hij er een laatste woord geschreven of uit ander papier geknipt onderaan. Een plan om de tekst passend te krijgen, zoals een knipper doet, die alles samenhangend uit één stuk papier wil maken, had Jan niet nodig. Een enkele keer is een knipsel niet opgeplakt en is de achterkant van een knipwerk te bekijken: geen spoor van voortekening. [afb. 8] In dit voorbeeld staan twee Bijbelverhalen. Adam en Eva in Paredys zijn ‘netjes’ gekleed en het lijkt alsof Jan een huiver had, niet alleen voor bloot, maar ook voor open ruimten. Alles, ook Abraham en Izak staan in een dicht bos. Dat geldt ook voor zijn botters, die aan voor- en achterkant door lover

omgeven zijn. Overigens gebruikte hij voor zijn scheepjes wel een schets. Zo knipte en knipte Jan, tot vlak voor het eind van zijn leven, toen het niet meer ging. Kunst van het knippen In de eerste helft van de twintigste eeuw raakte de papierknipperij in Nederland in het slop. Dat is wel opvallend, na de populariteit en kwaliteit van knip- en snijwerk in de eeuwen daarvoor, vooral in de meer welvarende delen van ons land. In de negentiende eeuw was die bezigheid ook op het platteland doorgedrongen; ambachtslieden, middenstanders en (land-)arbeiders en hun gezinnen versierden papier en sommigen waren daar zo goed in, dat ze vanuit hun dorp of streek opdrachten kregen om voor huwelijken gedenkstukken te maken. Men had het wel over voortbrengsels van de ‘volksziel’, die daarom ook vaak

6 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

niet ondertekend werden; de naam van de (knip-) kunstenaar was immers duidelijk door de herkenbare stijl. Bij de manier om de knipperij van kunstenaars als Jan Visscher te beschrijven, komt het begrip ‘volkskunst’ naar voren. Er zijn allerlei manieren om volkskunst te omschrijven. Van Dale definieert het als: ‘Het voortbrengen van esthetisch waardevolle voorwerpen door het volk, soms met de bijgedachte aan iets naïefs, iets primitiefs.’ Omstreeks 1955 nuanceerde de papierknipper Wiecher Tj. Lever: ‘Het kan ook voorkomen dat een enkeling in zijn kunstuiting zodanig vergroeid is met zijn omgeving, dat zijn werk daarop zo gebaseerd is en vrij gebleven van enige infectie van scholing of import, dat men ook dit volkskunst zal moeten noemen.’3 Lever heeft bij deze omschrijving van ‘levende’ volkskunst Jan Visscher voor ogen gehad, want hij had in zijn museumcollectie in het Groningse Muntendam

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 8. Abraham en Paredys, voorkant en achterkant. Geel, 34 x 23 cm, museum Het oude raadhuis Urk, ex collectie Verhave

knipwerk van Jan. Diens boten, kerk en dorpsgezichten zijn Urks, evenals zijn teksten en zijn taal. Het is duidelijk dat Jan zich de stijl, de opbouw en de letters zelf heeft aangeleerd, inderdaad helemaal los van modes of stromingen van die tijd. Hij was daarmee ongeveer veertig jaar aanwezig en herkenbaar bij de Urkers. Niemand deed het hem na, noch tijdens zijn leven, noch in de periode daarna. Het papierknippen werd toen geen traditie. Jan was een eenling onder zijn volk en de Urkers hebben zijn geknip niet overgenomen. Het was dus ‘wel vóór het volk, maar niet dóór het volk’. [afb. 9] Is dan streekkunst misschien een betere term, zoals we ook over streekdrachten spreken? De Urker dracht werd in Jans tijd door vrijwel iedereen gedragen en ook nu steekt men zich voor feestelijke gebeurtenissen in de traditionele kleding. In sommige gebieden in Europa waar streekdrachten in ere zijn gebleven

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 9. Knippende Jan

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 7


Afbeelding 10. Gesneden en ingekleurde prent van de Zeeuwse Jan de Prentenknipper, Psalm 128 en ‘Doet U Pligt’, museum Goes

wordt ook geknipt, bijvoorbeeld in Polen. Elke streek heeft zijn eigen vormen van knipwerk en daarbij is de naam van de knipper niet belangrijk. In die zin zijn de knipsels van Jan geen streekkunst. Maar er komen toch botters op voor, en de kerk van Urk, en teksten, met dialect invloed, die op Urker gebeurtenissen slaan? Dat is waar, maar ons idee is dat Jan, als hij op Marken was geboren, typische dingen van dát eiland zou hebben afgebeeld. Het is dus kunst, herkenbaar van het eiland, maar als vorm van uitdrukking een zuiver idee van die ene kunstenaar en niet typisch voor de bevolking van die streek, voor zover je bij een klein eiland daarvan kunt spreken. Een volkskundige veronderstelde dat hij de Marker sierkunst, die veel uitbundiger was dan op Urk, nog in zich had. Dit is natuurlijk onzin. Er is een voorbeeld van een eeuw eerder, uit Zeeland, waar ook streekdrachten standaard waren: Jan de Prentenknipper (ook een bijnaam) maakte naïeve

knipsels met Bijbelse onderwerpen, huwelijksstukken en hofsteden, die hij als marskramer op alle eilanden sleet (en die dus als zodanig herkenbaar Zeeuws waren. [afb. 10] Maar deze ‘Jantje I, de gewiekste’, zoals Hil Bottema van het Openluchtmuseum hem noemde, had ook geen voorloper of navolger. Bottema vond dat beide Jannen ‘volkskunstenaars’ waren en noemde de Urker knipper ‘Jantje II, de vrome’. Hoe zullen we zulke kunstzinnige uitingen van éénlingen dan noemen? Kunstnijverheid, toegepaste kunst, ambachtskunst, decoratieve kunst, in al die begrippen zit wel iets waarin Jan en zijn werk herkend kunnen worden. De nijverheid waarmee hij knipte met vaak een boodschap die, zeker voor Urkers, toepasbaar was en die voor een groot deel van toen nog kerkelijk Nederland vertrouwd was. Zijn botters, vaak met een herkenbare tekst, werden zonder twijfel als decoratief gezien; dat geldt eens te meer voor onze tijd, waarin nostalgie de

8 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

harde kanten van de technische visserij wat verzacht. We houden zijn knipkunst dus maar op ambachtelijke kunst van het dagelijkse leven, die hij als enige op het eiland ontwikkelde en zijn hele leven beoefende. In het boek Het Eiland Urk uit 1942, geredigeerd door de volkskundige dr. P.J. Meertens, wordt in het hoofdstuk ‘De volkskunst’ de knipkunst met een enkel woord afgedaan: ‘Aangezien de Urker niet kunstlievend is, is er van decoratieve Volkskunst op Urk geen spoor te vinden. Zelfvervaardigde voorwerpen in zijn huis of op zijn schip zoekt men tevergeefs. Het eenige wat in dit verband vermelding verdient is de knipkunst van Jan Visser, bijgenaamd Jantje de Knipper, die met een Schaar alle mogelijke figuren en beelden [‘prinkies’ op z’n Urks] uit papier wist te knippen.’4 De eilanders waardeerden een huwelijksprent, een vrome tekst of een bottertje van hem aan de wand; maar je moest niet overdrijven: als het verkleurde of

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 11. Raadhuis en ‘Woonplaas voor ons Burgervader’. Rood sitspapier, 23 x 37 cm, museum Het oude raadhuis Urk

kapot raakte, dan ging het weg. Mooi, of kostbaar (‘hadden we het maar geweten’) was niet aan de orde. Als esthetisch waardevol werd zijn werk in die tijd wel gezien door een enkele notabele, door volkskundige eilandgasten en zo nu en dan door een toerist, die voor een schijnbaar kinderlijk eenvoudig gemaakte, doorzichtige kerk en kerkhof wel een gulden of twee over had. Maar dat ontbreken van waardering op Urk zou veranderen. Want over traditie gesproken: lang na Jans dood begon men zich te realiseren hoe bijzonder de knipsels zijn, die op het eiland ontstaan waren. En enkele Urkers met gevoel voor plaatselijk erfgoed begonnen die knipsels weer te verzamelen. De inspanning van Klaas Koffeman, voorzitter van de Vereniging Vrienden van Urk, mag met ere genoemd worden! Met het groeien van de museumcollectie voelde nòg een Urkerman zich uitgedaagd. Het was Henk Kapitein, leraar handvaardigheden, die weer met knippen begon. Dat werkte aanstekelijk en hij leidde andere Urkers ook naar schaar en papier. Een aantal van hen is het blijven doen en ieder zocht inspiratie om zich heen of koos religieuze onderwerpen. De expressie was natuurlijk heel anders dan Jan de Knipper had gedaan. Of Jan ooit gepro-

STICHTING URKER UITGAVEN

beerd heeft om anderen aan de schaar te krijgen, is de vraag. Henk de Knipper dééd het en duizendpoot als hij is, geeft hij nu al jaren leiding aan de knippers, niet alleen op Urk, maar in het hele land. Beelden van Urk Jan Visscher keek rond op zijn eiland en knipte wat hij zag op zijn eigen manier. Het raadhuis, nu het museum, is gebouwd in 1905 en Jan knipte het. [afb. 11] Aan de linkerkant van het raadhuis was het huis van de burgemeester en rechts dat van de dokter. De toenmalige burgemeester, jonkheer Anthon Van Suchte-

len van de Haare heeft opdracht voor de bouw gegeven. Vanaf 1909 was de heer Arie Gravestein burgemeester van Urk. Hij zal wel “ons Burgervader” zijn geweest. Voor dokters op het eiland heeft Jan, bij ons weten, nooit een knipsel gemaakt. Jan heeft wel hotel-café’s uitgebeeld, alsof je door het gebouw heen kijkt. [afb. 12 en 13] Urk kende in die tijd niet veel hotels, maar de afbeeldingen zijn niet met volle zekerheid aan een hotel te verbinden. Het zou hotel Woudenberg kunnen zijn gezien de bomen en het hekwerk (het latere hotel van Schraal), maar Henk Ka-

Afbeelding 12. Café, mogelijk Hotel Woudenberg. Geel sitspapier, Westfries Museum

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 9


Afbeelding 13. Hotel-café Havenzicht ‘Ut uis uit Urk’. Westfries Museum

Afbeelding 14. Hotel Woudenberg en hotel Havenzicht

pitein denkt aan hotel-café ‘Havenzicht’ van de weduwe Brouwer aan de haven. Op foto’s uit die tijd hadden betreffende panden echter een andere dakvorm dan op de knipsels [afb. 14]; dat moeten we maar wijten aan de vrijheid van de kunstenaar. Bij Havenzicht stonden geen bomen, maar volgens Henk Kapitein was dit wel de enige plaats op Urk waar een biljart stond. Misschien heeft Jan er in zijn jonge jaren wel eens een balletje gestoten. Als er gasten waren, werden de kinderen Brouwer naar de bovenverdieping gestuurd, waar ze konden spelen.

Dit werkstuk wordt waarschijnlijk bewaard in het Westfries Museum, maar het is niet te vinden. Het is nageknipt door Henk Kapitein naar een afbeelding uit de jaren zeventig. Beide café-knipsels van Jan zouden hetzelfde hotel voor kunnen stellen. Een ander hotelknipwerk [afb. 15] is onmiskenbaar Hotel ‘Het Wapen van Urk’ (ook gebouwd door H. van Woudenberg). Herkenbaar door de versieringen op de daklijst (bollen) en op de top (de windwijzer). Op de bovenverdieping

10 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

zien we weer een doorzicht: kamers met bedden, op de tussenverdieping de gelagkamer met gasten aan tafels en daaronder wordt gedanst. Dat is dus de derde keer dat Jan een toeristenverblijf knipte. Hij moet het gemaakt hebben in het jaar van zijn overlijden, want het nieuwgebouwde hotel opende zijn deuren in 1938. [afb. 16] Waar het originele knipwerk is, weten we niet; deze afbeelding daarvan bevindt zich in de nagelaten papieren van Hil Bottema. Nu heet het Grand-café ‘Het Haventje van Urk’. Heel opvallend en belangrijk voor de vis-

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 16. Hotel Woudenberg, later het Wapen van Urk

Afbeelding 18. Vuurtoren en kaap omstreeks 1920

Afbeelding 15. ‘Het Wapen van Urk’. Naar afbeelding in Nederlands Openluchtmuseum, verblijfplaats onbekend

sers was de vuurtoren met de lichtwachterswoning. De vuurtoren werd in 1901 met vijf meter verhoogd. In 1906 werd een ijzeren stellage opgericht met een mistbel (20 klokslagen per minuut bij

mist). In 1918 kwam daarin de misthoorn. Naast de vuurtoren stond een kaap, die in 1923 werd afgebroken. [afb. 17] Zo kunnen we het gele knipwerk dateren omstreeks 1920. [afb. 18]

Afbeelding 17. Vuurtoren en kaap. Geel papier, 24 x 37 cm. Nederlands Openluchtmuseum, PR.19614

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 11


Afbeelding 19. ‘Dit is de / Hrvorm / de Kark / van Urk’. Blauw papier, 76 x 51 cm, Zuiderzeemuseum, 005962

12 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


En natuurlijk stond op de Bult de Hervormde kerk. [afb. 19] Het was Jans lievelingsplek en hij heeft hem talloze malen verbeeld, samen met de dodenakker. De kerk maakte hij doorzichtig om het interieur te laten zien. En het kerkhof, met hek, baarhuisje en boompjes rondom, liet hij in het platte vlak als het ware neervallen (meer over knipsels van de kerk, pag. 22-24). Behalve de karakteristieke gebouwen was er een enkele keer nog iets opzienbarends te zien voor de eilanders. Zo nu en dan kwam er een watervliegtuig overvliegen, dat kon ‘landen’ op het water. Jan beeldde het af en dankzij zijn precieze weergave van de naam W56 konden we nagaan welk vliegtuig het moet zijn geweest. [afb. 20] De Marine Luchtvaart Dienst had in 1924 een serie tweedekkers laten bouwen door de firma Van Berkel; deze verkenningsvliegtuigen waren gestationeerd op Texel en genummerd W-51 t/m W-70. Nummer W-56, die over het eiland scheerde, was er dus één van. [afb. 21] In de jaren 1930-1932 werden ze vervangen door een Fokker model. Zo is dit knipwerk ongeveer te dateren rond 1928. Er wordt gezegd dat zo’n watervliegtuig ook werd ingezet om post af te leveren als de Zuiderzee bevroren was, maar alleen als de postauto of de ijsvlet met zijn bemanning het niet meer redde; er waren ijslopers die met een slede de post van Kampen ophaalden. Het gemotoriseerde zeilschip dat Jan onder het vliegtuig zette, is geen vissersboot maar een plezierjacht (een smakschip). Hij maakte de stuurhut en het vooronder doorzichtig.

Afbeelding 20. Watervliegtuig en Smakschip. Zwart en gekleurd papier, 41 x 26 cm, Zuiderzeemuseum, 021376

Afbeelding 21. Watervliegtuig W 68 na averij in de buitenhaven van Lemmer, 1924

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 13


Afbeelding 22. Bevroren Zuiderzee, 1929

Afbeelding 23. ‘Dit is de Winterzaksoen van 1929’. Zwart sits, 40 x 47 cm, museum Het oude raadhuis Urk

14 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Spectaculair was de strenge winter van 1929. De Zuiderzee bevroor en de veerboot voer niet. Maar toen het ijs stevig genoeg was, kwamen sportieve dagjesmensen en toeristen via een weg die over het ijs van Enkhuizen naar Urk was gebaand. [afb. 22] Een Enkhuizer schreef: ‘Nauwelijks hadden we het gerucht vernomen dat een “Enkhuizer” per trapautomobiel naar Urk was gereden’ of een groep fietsers koos het bevroren sop, oostwaarts. De fietstocht van 25 km had drie uur geduurd. De terugweg nam met de wind in de rug twee uur. Maar wat moeten we ons bij een trapautomobiel voorstellen? Jan was zo onder de indruk van al die ijsdrukte, dat hij er een bijzonder knipwerk van maakte: Dit is de Winterzaksoen van 1929. We zien automobielen, schaatsers, fietsers (sommigen zien er vliegende hollanders in) en sleeën. Met de bespannen sleden werden broden naar het eiland vervoerd. Inderdaad kwamen er automobielen vanuit Enkhuizen naar Urk. Die auto’s hadden een duidelijk vooruitstekend motorgedeelte, maar Jan gaf er zijn eigen interpretatie aan. [afb. 23] Jan was net als bijna alle Urkers Oranjegezind. Dat was niet opzienbarend, maar wel hartverwarmend hoe hij dat uitte. Volgens mevrouw Martha Pasterkamp had haar vader, Jan Pasterkamp, opdracht gegeven voor een knipwerk met een Oranje-gedicht van Wouter Kramer. Jan knipte hun namen erin, ook die van Aal(t)je Visser. Om dat goed te begrijpen, heeft Henk Kapitein de familieverbanden uitgezocht: Aaltje Visser was getrouwd met Jan Sjoerds Pasterkamp en hun schoondochter Martha Pasterkamp-Pasterkamp was de dochter van Jan Pieters Pasterkamp (bijnaam: Jan Woord), de slager. Aaltje was een kleindochter van Andries van Cees de Marker, en dat was de vader van Jan de Knipper; dus de grootvader van Aaltje Visser was de broer van Jan de Knipper. Het Oranje knipsel is dus via haar man in bezit van Martha gekomen en niet van haar eigen vader. Het geheel zou zijn gemaakt ter gelegenheid van het bezoek van Prins Hendrik aan Urk, op 3 juni 1911. [afb. 24]

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 24. Oranjegedicht. Paars sits, 45 x 38 cm, museum Het oude raadhuis Urk, bruikleen M. Pasterkamp

Oranje Boven Zoolang als zon en maan tot aan den hemel schijnen zal de Oranje Kleur verwelken nog verdwijnen. Zoolang Jehova God gedenkt aan zijn verbondt en zijnen boog vertoont aan dit beneden zondt. Zoo lang er schepsels zijn die hunnen Maker looven. Zoolang de wereldt staat blijft het Oranje boven. Jan Pasterkamp / WKramer Urk Holland / Aalje Visser Dat Wouter Kramer het gedicht heeft gemaakt is niet waarschijnlijk, want het was in die tijd op allerlei plaatsen in het land bekend. Dat weten we, omdat het diverse malen vermeld staat in een boek-

je uit 1864, Oranje vonken, een ‘Verzameling van opschriften in rijm en onrijm, opgemerkt en gekopieerd bij het feest der Herstelling van Nederlands Onafhankelijkheid 1813-1863’, uitgegeven bij H. Nijgh, Rotterdam. Deze geknipte ‘Oranje vonk’ wordt voorafgegaan door Spalm 119, 83: De spelfout is grappig, maar zou Jan dit Gods-dienstige psalmvers ook hebben willen laten gelden voor het Oranjehuis? ’k Doe uw geboôn oprecht en welgezind, Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdrooten. Mevrouw Pasterkamp wist ook te vertellen dat de Prins wel vaker het eiland bezocht, maar dan incognito, het liefst ’s avonds. Samen met burgemeester Gravestein ging hij dan naar mevrouw Loosman, waar ze met enkele andere notabe-

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 15


Afbeelding 25. UK 88. Rood sits, 30 x 23 cm, museum Het oude raadhuis Urk

len, dicht op elkaar in de kleine kamer, zich tegoed deden aan gebraden varkenspootjes, geleverd door Jan ‘Woord’ Pasterkamp, de plaatselijke slager. De adjudant van de prins was een broer van de oud-burgemeester Van Suchtelen van de Haare, majoor Cornelis Lubertus van de Haare. Hij regelde dat de Prins wel vaker op Urk kwam, zonder dat de bevolking dat merkte.5 In ieder geval besloot de gemeente Urk om de hoofdstraat naar de Prins te vernoemen. Tien jaar later, in juni 1921, kwam de hele koninklijke familie naar het eiland en de Urker bevolking juichte hen enthousiast toe. Hil Bottema hoorde van Urkers dat bij die gelegenheid een knipsel van Jan aan koningin Wilhelmina werd aangeboden. De archivaris van de Koninklijke Verzamelingen heeft, op ons verzoek, daarnaar gezocht, maar kon niets vinden. Wij ganen vissen Om zijn vele geknipte zeilschepen te kunnen begrijpen, geven we een klein beetje geschiedenis van de Urker vissersvloot in de tijd van Jan. Rond 1900 bestond de vloot uit ongeveer tweehon-

derd zeilvaartuigen van allerlei typen, meest rond- en platbodems, omdat de Zuiderzee op veel plaatsen niet diep was; daarom hadden ze ook zwaarden voor de stabiliteit. Aanvankelijk waren het meest schokkers of ‘skeuten’, maar vanwege hun rechte steven klapten de golven er tegenaan. Daarom ging men steeds meer over op botters met een rondere steven. De meeste schokkers en botters visten op de Zuiderzee, maar er waren er ook die de Noordzee op zeilden en daarvoor moeten de botters robuuster zijn. De Urkers waren niet alleen: er waren op de Zuiderzee meer dan tweeduizend vissersschepen actief; veel daarvan kozen in het haring- en ansjovisseizoen Urk als ligplaats en brachten hun vangst naar de gemeentelijke afslag, die in 1905 werd opgericht. Er lagen dan wel tweetot driehonderd botters voor de wal. De rokerijen en inleggerijen zorgden voor werk. Er waren wel enkele goede jaren, maar in het algemeen was de visserij een hard bestaan en was het armoe troef voor de vissers en hun gezinnen. En dan legden ze hun zorgen maar weer voor aan de Schepper van zee en land. En dan was er ook wel weer eens een schipper

16 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

die de oude knipper een extraatje gunde, want Jan knipte een bedankje uit rood sitspapier, met de tekst: Artelyk dank voor / de areng die ik van u / geat heb [afb. 25] Omdat Jan er een platbodem bij knipte, met de aanduiding UK 88 op het grootzeil, weten we dat het schipper Riekelt Romkes moet zijn geweest, die het zootje haring had laten brengen. De UK 88, een houten aak met de naam ‘De Vrouw Klaasje’, was gebouwd in 1902 op de werf van Metz en tot 1946 in bezit van Romkes, die er ook vracht mee vervoerde.6 Maar op het knipwerk is niet goed uit te maken of het een aak was; Jan kan net zo goed een botter of een schokker hebben uitgebeeld. Zodra de winter voorbij was werd er op haring gevist met drijfnetten, daarna op ansjovis, beide visserijen met staand want waar een roeiboot voor nodig was en die zien we dan ook op een aantal knipsels. Bot ving men met een sleepnet en aal met een dwarskuil (sleepnet) of met hoekwand (lange lijnen met aas); garnalen ving men met de dwarskuil en

STICHTING URKER UITGAVEN


spiering met drijfnet. De Noordzee leverde platvis en schelvis. Omstreeks 1918 hadden sommige schippers het erop gewaagd om een motor aan te schaffen (van de firma Kromhout te Amsterdam) en die bij de scheepswerven van Hakvoort en Metz met de nodige aanpassing (één bun minder en versteviging van de achtersteven) te laten monteren. Voor de rest bleef alles gehandhaafd, zodat men op de fok kon als er voldoende wind was. Aanvankelijk was het een hulpmotor van 20 pk, maar in de loop van de jaren twintig werden steeds meer Urker botters gemotoriseerd of kregen een krachtiger motor en daar kwam dan ook een stuurhut bij. Een botter met schroef en gereefd zeil knipte Jan omstreeks 1930. [afb. 26] Ook koos men meer voor stalen botters, voor de Noodzeevisserij; die werden in opdracht van de vissers op allerlei werven, ook buiten het eiland gebouwd. Toch werden er ook nog wel nieuwgebouwde houten botters te water gelaten op Urk. Met de dichting van de Afsluitdijk in 1932 gingen de vlaggen halfstok op de Urker vissersvloot. Half 1934 mochten schepen boven de 30 pk niet langer vissen in het IJsselmeer. Bijna de helft van de vloot werd daardoor getroffen en dat veroorzaakte problemen op het eiland en in de andere vissersplaatsen rond de voormalige Zuiderzee. [afb. 27]

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 26. Gemotoriseerde botter met stuurhut en gereefde zeilen. Zuiderzeemuseum

Afbeelding 27. Botters met vlag halfstok vanwege het afsluiten van de Zuiderzee, 1932

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 17


Om die ongewisheid uit te drukken knipte Jan twee mannen die een pijpje roken onder een dak en kennelijk mijmeren over hun beroep. Praat niet van het vissersleven / Het is altijd beneden zeven / Het is een uit duizend die het rooit / Die met twee stenen twalf gooit / Maar wat het voor de rest beduid / Houdt bij de lagerwal vooruit [afb. 28] Met ‘beneden zeven’ zal hij gedoeld hebben op het feit dat de vissers met hun dobbelstenen niet hoog gooiden. Hij maakt hiermee duidelijk dat het meestal geen vetpot zal geweest zijn in de vissergezinnen. Of je moest een beetje geluk hebben… Dat het ‘aan lagerwal raken’ (door de wind die van hoger- naar lagerwal blaast) je in een lastige positie brengt is bij de vissers bekend. En om weer in de vaart te komen, moet er heel wat geschipperd worden. Daar uit de buurt blijven dus. De zeilbotters van Urk, platbodems met een hoog en breed voorschip en een bun voor de gevangen vis, heeft Jan in vele vormen en tijden geknipt. Behalve de bovengenoemde UK 88 heeft Jan nooit een zeilschip van een herkenning voorzien. We kennen er ongeveer achttien, maar het zullen er ongetwijfeld veel meer geweest zijn. Hij stelde grotere stukken samen uit apart geknipte delen; de scheepjes maakte hij ook apart. Zo’n losse botter wordt bewaard in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum en op de achterkant is goed te zien dat Jan eerst een schets maakte. [afb. 29]

Afbeelding 28. ‘Praat niet van het vissersleven…’. Geel sits, 38 x 23 cm, museum Het oude raadhuis Urk

Afbeelding 29. Zeilbotter, voor en achter. Groen sits, 18 x 21 cm. Nederlands Openluchtmuseum, PR.8685

18 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Soms verwerkte hij er twee, van hetzelfde type of verschillend, in dezelfde richting of tegengesteld zeilend. [afb. 30] Wolken heeft hij nooit gebruikt als opvulling, wel een enkele keer een zwerm meeuwen, en heel vaak dobberende zwanen naast de boot. Van die botters, gereefde zeilen met zichtbaar tuigage en stag, of vol onder zeil, zeiden de vissers bewonderend: ‘Alles zit ur an. Hoe doen je dat toch, Jan?’ ‘Nou, dat got vanzelluf.’7 Als oud-visser kende hij alle bijzonderheden van tuigage en romp. De enige soorten vissersschepen die hij knipte waren zeilbotters en schokkers. Die twee typen horen bij dezelfde familie en lijken op elkaar. De Urker Lammert Post heeft met een deskundig oog naar de scheepjes van Jan gekeken, en ze benoemd, maar hij kwam er ook niet altijd uit. Of de steven nu rond was, zoals bij een botter of recht, zoals bij de schokker, daar was Jan misschien ook niet zo precies in. Van de typen platbodems heeft Jan drie keer de anderhalf-master smak afgebeeld, waaronder eenmaal met motor. Zijn smakschepen, met zwaarden, fokkemast voor het grootzeil en druilmast op de achtersteven, werden, ook gezien de tekst die Jan toevoegde, vooral door watersport-liefhebbers gevaren.

Afbeelding 30. Twee zeilbotters ‘Het is heden nu de tyt…’ Zwart sits, 27 x 38 cm., Nederlands Openluchtmuseum, PR.8688

Wy zeilen niet hart uit Urk. [afb. 31] Zou dat betekenen dat de bemanning zich heel op z’n gemak voelde in de haven van Urk? In ieder geval deden zulke schepen het eiland aan (zie pag. 13, 20 en 21). Geen knipsels met herkenbare zeilaken, schouwen, jollen, vletjes of spekbakken, die ook in de haven van Urk aanmeerden.

Afbeelding 31. Zeiljacht (smak), ‘Wy zeilen niet hart uit Urk’. Verblijfplaats onbekend

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 19


Eenmaal knipte Jan uit geel sitspapier vier typen vissersschepen en zette die bij elkaar op een rode achtergrond, met de tekst: Een hoek en buis is een zeemans huis, een kof en een smak is een waterbak.8 [afb. 32] Hij zou dat stuk gemaakt hebben voor de Zuiderzeetentoonstelling in Enkhuizen, 1930. Sommige andere teksten sloegen ook op het beroep van visser: een botter is gepaard met de tekst: [afb. 3] Ik gaan varen goede / rijs dan koom gauw tuis. En een ander [afb. 33]: Die twee is de uit foering / op de Zuider / zee. Wat Jan bedoelde met ‘die twee’ is niet duidelijk; ‘de uit foering’ betekent waarschijnlijk ‘het uitvaren’. De Evangelieverhalen van Jezus en zijn vissers liggen de Urkers na aan het hart. En dat gold zeker ook voor Jan. Driemaal gaf hij een botter of schokker een gemengde tekst mee: Afbeelding 32. Vier zeilschepen. Geel sits, 36 x 28 cm, Nederlands Openluchtmuseum, 9129OV.A (oud nr 3327.OV)

Afbeelding 33. Zeilbotter, ‘de uit.foering’. Goud sits, 32 x 31 cm, Nederlands Openluchtmuseum, PR.11544

20 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

Ik vaar ter zee op myn / gewin * God is myn Le / idsman waar ik ben / O Heer deel my u zegen / mee * gelyk Gy apostel / en dee * geen beter van / gst is ooit / geweest * als / Jezus dee door zy / nen Geest [afb. 34] Van dit rijmpje hebben we geen oorsprong gevonden, maar Jacob van Lennep noteerde al in 1869 in de vissersplaats Vlaardingen een opschrift boven een deur: ‘Ik vaar ter Zee op Gods genade’ en op een schip: ‘Ik vaar tot mijn gewin al op de woeste baren / Ik hoop dat God mij zal voor al onheil bewaaren.’9 Beroep en geloof waren bij Jan nauw verbonden. Door Jezus hadden de begeesterde discipelen (de toekomstige apostelen) herhaaldelijk een goede vangst, zoals we lezen in het Evangelie van Lucas, hoofdstuk 5, en in dat van Johannes, hoofdstuk 21. In dit laatste verhaal zegt Petrus nadat Jezus zijn vrienden verlaten had: ‘Ik ga vissen’, en de vrienden: ‘Wij gaan ook met u.’ In die nacht vingen zij niets. Na die nacht van niks, op aanwijzing van de man op de oever, volgde die

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 34. Zeilbotter, ‘Ik vaar ter zee op myn gewin…’ Verblijfplaats onbekend, ex collectie Rueter, foto Nederlands Openluchtmuseum

wonderlijke vangst door de apostelen. Jan heeft ongetwijfeld hieraan gedacht toen hij een knipwerk maakte met twee botters van hetzelfde type, elk een kant op, en daarbij de tekst voegde [afb. 35]: Wij ganen vissen. Wij ook. Goede vanst. Niet dat de visserij in Jans tijd romantisch was, maar hij heeft nooit de gevaarlijke

Afbeelding 36. Zeilbotter ‘Ruwe stormen…’. Westfries Museum

kanten daarvan in beeld gebracht. Wel heeft hij één keer bij een botter vol vertrouwen het vers ‘Ruwe stormen mogen woeden… God de Heer zal mij behoeden’ uitgeknipt. Het vers staat in de bundel Evangelische Gezangen, lied 58:7. [afb. 36] Verder gebruikte Jan de scheepjes ook herhaaldelijk voor geluk- en nieuwjaarswensen. Dat zullen de ontvangers op en buiten Urk zeker gewaardeerd hebben.

Afbeelding 35. Twee zeilbotters in tegengestelde richting, ‘Wij ganen vissen. Wij ook. Goede vanst’. Zwart papier, 27 x 38 cm, Museum Het oude raadhuis Urk, ex collectie Verhave

STICHTING URKER UITGAVEN

Heeren en daMessen Het is / eden nu een tyt om u allen / geluk te wensen. Zalig by / den Heer en vrede met alle / Menschen dit is uit Urk [afb. 37] Hij beeldde hierbij een smakschip af; de wens was vast niet voor Urkers bedoeld.

Afbeelding 37. Nieuwjaarswens met smakschip, ‘Heeren en daMessen…’. Zwart sits, 33 x 24 cm, museum Het oude raadhuis Urk, ex collectie Verhave

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 21


Afbeelding 38. Het kerkje aan zee. Groen papier, 29,3 x 38,4 cm, museum Het oude raadhuis Urk

De kerk De Hervormde kerk was Jans favoriete onderwerp om te knippen en die kon hij ook regelmatig verkopen aan toeristen. Hij maakte ze uit allerlei kleuren sitspapier, in het klein en in het groot. Jan kende de kerk van binnen en van buiten; er is wel verondersteld dat hij koster was, maar dat is hij nooit geweest. Wel zat hij vaak ruim voor de dienst begon al op zijn plaatsje en nam het interieur in zich op. Net zoals andere gebouwen knipte Jan ook de ‘hrvormde’ of ‘ervormde’ kerk doorzichtig, op de manier zoals kinderen dat doen, met de hele inrichting. Eén kerkprent heeft een tamelijk brede toren, wat scheve ramen, geen kroonluchters, het orgel aan een lange zijwand en collectezakken op lange stokken; het kerkhofhek met de ingang LAASTE RUSTPLAAS staat in hetzelfde vlak als de kerk. Waarschijnlijk is dit zijn vroegste kerkprent [afb.38]. Er wordt gezegd dat Jan de dodenakker eraan toevoegde of er althans meer ruimte en detail aan toe-

voegde, nadat zijn vrouw was overleden in 1921. Maar dat is niet met zekerheid te zeggen, want zijn prenten zijn meestal niet gedateerd. Wel is het zo dat alle andere kerkprenten ongeveer eenzelfde opbouw hebben, met een kerkhof in neergeslagen positie ‘onder’ de kerk. De omtrek van de kerk en toren heeft Jan boven het kerkhof uit laten steken (afb. 39); bij andere staat de hele kerk binnen de karakteristieke omtrek van ‘meuzetanden’ (afb. 40). In zulke gevallen vulde hij de ruimte boven het dak met een vers of een andere tekst.

vaarder ‘Spitsbergen’, een turfpraam en een botter. Meestal heeft Jan alleen de koopvaarder met drie masten weergegeven, een enkele keer zien we ook een botter. In 1905 werd er voor het eerst een orgel in de kerk geïnstalleerd, bekroond met de Harpe Davids. Jan plaatste het in een paar kerkprenten aan de lange zijwand, maar meestal boven de kansel, zoals het in werkelijkheid ook altijd is geweest. Onder de toren is de consistoriekamer te zien, ingericht voor de kerkenraad.

De kerktoren heeft sinds 1955 een uivormige bekroning; in de tijd van Jan had de toren een spitse punt. [afb. 41] Van het kerkinterieur is veel te zien: de kansel staat aan de korte oostmuur en we zien een heleboel stoelen, ook op de galerij (met trap!). Er hangen kroonluchters en andere lichtpunten. Drie scheepsmodellen zijn in de kerk te vinden, de koop-

22 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 39. Kerk, geel op blauw. Particuliere collectie

Afbeelding 40. Kerk voor de nieuwe dominee, 1937. Zwart papier, 91 x 51 cm, museum Het oude raadhuis Urk, ex collectie Verhave

Afbeelding 41. De hervormde kerk had in Jans tijd een spitse kerktoren

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 23


Het hekwerk rondom het kerkhof met boven de poort ‘Laatste Rustplaats’ en een doodshoofd met beenderen, stamt uit 1887. Jan moet vele malen langs of door het hek zijn gelopen, maar de ‘t’ van ‘plaats’ heeft hij nooit toegevoegd; ook de eerste ‘t’ van ‘laatste’ ontbreekt en soms verving hij die met een extra s: ‘laasste.’ Een enkele keer zette hij een treurboompje in het midden van de “dodenakker”. De boompjes, met of zonder loof, daar omheen en in ’t gelid, zijn allemaal apart geknipt uit dubbelgevouwen papier en ze lijken niet op de ijle waaibomen aan de west- en de oostkant die op oude foto’s te zien zijn. In een onlangs door het Museum verworven kerkprent staat de tekst van het laatste couplet van lied 52 uit de bundel Evangelische Gezangen. Het lijkt alsof hij die uit het hoofd geknipt heeft, want er staan een paar kleine afwijkingen in, die met zijn spreektaal overeenkomen, zoals een ‘h’ voor eeuwig. Maar in het eind klinkt de zekerheid van zijn geloof: Amen Goddelyk evangelie / Amen zegt myn ziel daar op Zijn laatste, en ook de grootste kerkprent maakte Jan in 1937 voor de nieuwe dominee. [afb. 40] Hij plakte zijn naam en het jaar onderaan: Geknipt door Jan Visser hout 83 jaar Linksboven staat: dit.IS.de / WeGWY / ZerBOOM / Van de. / er.VOrM / Van KerK Het is verbazend hoe hij die prent voor elkaar heeft kunnen krijgen, want hij gaf aan een bezoeker toe dat zijn handen en ogen niet meer zo goed wilden meewerken. Kort daarna overleed hij en werd op de dodenakker begraven. Voor een steen om zijn graf te markeren was geen geld geweest, maar Jan had ook nooit grafzerken afgebeeld. Bijbelse beelden en zangen Zoals bijna alle Urkers is Jan Visscher opgegroeid met de Bijbelse verhalen. Er werd thuis aan tafel gelezen, op school, tijdens de catechisatie en ook op zee. Jan is altijd in de Bijbel blijven lezen en op zondag zong hij God lof toe en luisterde

Afbeelding 42. Lachende en knippende Jan met kerkprent, 1928. Foto uit de Zuiderzeefilm

aandachtig naar de preek van de dominee. Gedurende zijn lange leven heeft Jan vijftien hervormde predikanten meegemaakt. De een zal meer tot het gemoed van Jan gesproken hebben dan de ander. Er had twintig jaar voor Jans geboorte in het land een Afscheiding van de Hervormde Kerk plaatsgevonden, waardoor die gemeente ter plaatse halveerde. In de loop van Jans jonge leven zou de afgescheiden predikant zò’n appèl op het bevindelijk gemoed van de Urkers doen, dat er uiteindelijk maar een paar honderd hervormden trouw bleven aan het oude kerkje. Die overgang naar de gereformeerden gaf aanzienlijke stof tot discussies in de huizen en op de botters, maar Jan bleef lid van de Hervormde Kerk. [afb. 42] De Urker gemeenten hadden in ieder geval dezelfde bron en zo knipte hij in 1930 [afb. 43]: De Bybel is het Besste Boek van voor allen. Adam en Eva in het paradijs is een tafereel dat in de kunst en in de kunstnijverheid talloze malen is uitgebeeld. Jan zal daar geen weet van hebben gehad, maar hij had geleerd dat de eerste zonde grote gevolgen heeft gehad. Hij heeft het verhaal op zijn manier herhaaldelijk geknipt (in zijn spelling altijd Paredys). Er staat steeds een tekst uit Genesis bij.

24 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

Eenmaal heeft Jan daarvoor een oude Statenbijbel gebruikt: En tot Adam zeide hy dewyle gy geluistert hebt na de stemme uwens wyf en van dien boom gegeten hebt daar ik u van verboot Genesins 3:17 In de knipsels over de zondeval zien een aantal bomen met dicht gebladerte, allemaal apart geknipt uit dubbelgevouwen papier. De middelste boom, die van de kennis van goed en kwaad, met de verboden vruchten, heeft Jan omgeven met een omlijsting als schrikdraad. Het heeft niet geholpen en dan klinkt de stem ‘Hebt gij van dien boom gegeten…?’ Jan richt zich tot de kijker en voegt er één of twee woordjes aan toe: ‘ook’ of ‘ook niet’, daarmee bedoelend dat wij net zo zondig zijn als het eerste echtpaar. In een hoek komt de engel met het zwaard al aan lopen om ze uit de tuin te zetten. [afb. 44] Maar gelukkig zegt Jezus, volgens Johannes 14:6 (nu in de Statenbijbel met aan de tijd aangepaste spelling uit de negentiende eeuw): ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.’ [afb. 45 en 46] Ook een andere tekst uit Johannes combineerde Jan met de zondeval: ‘En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen’ (Johannes 17:20). We mogen met

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 45. ‘Adam en Eva in Paredys’, 1928. Blauw en paars papier, 30 x 24 cm, Nederlands Openluchtmuseum, PR.8689

Afbeelding 43. ‘De Bybel is het Besste Boek…’ . Verblijfplaats onbekend

Afbeelding 44. ‘hebt Gy ook van die BOOM GeGeten…’. Zwart sits, 32 x 39 cm, Zuiderzeemuseum, 001870

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 46. Jan met Paradijsknipsel. Foto G. Wakker (in art. Wim Kuyper)

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 25


ons bezwaard gemoed Jezus zoeken en bij Hem aankloppen (Mattheus 7:7). Al in 1912 maakte Jan een tekstknipsel met dezelfde tekst (zonder Adam en Eva): Die zoekt / die vinst / die klopt / zal hopen / gedaan / worden. Soms werd er goedmoedig de spot met de Knipper gedreven, zoals dorpsgenote Mariap van Urk schreef: ‘In een gebouwtje zat hij, met een grote oude schaar toen een neef van mij (een grapjas) vroeg, wat het vóórstelde. Jantje zei: dat wordt Adam en Eva in het paradijs! O, zei toen die neef, ik dacht, dat het een oorlogsschip was! Dit grapje is op Urk wèl bekend.’10 Het paradijsverhaal heeft Jan ook eens gecombineerd met een bedankje voor goede zorg in het ziekenhuis. [afb. 47] Wy zeggen allen / u hertelyk dank voor / u goede beredding / in het ziekenhuis / Diet Kals * Fimtje de / Boer u dankzegge / aan allen. Dit is Adam / en Eva in het Pardys Knipte Jan hier in het koninklijk meervoud of bedoelde hij met ‘Wij allen’ ook de mensen die bij hem woonden? Femmetje de Boer is een veel voorkomende naam op Urk en mogelijk was één van hen verpleegster. Of Jan meer dan eens in het ziekenhuis heeft gelegen weten we niet, maar op een van de knipsels (twee botters, afb.35) staat achterop geschreven: ‘Jan Visser te Urk 1928, Geknipt liggende op den rug. Denkelijk de laatste die zulke knipsels maken kan, hij was in 1928 al flink oud. 70-80 jaar.’ Maar er zouden hem nog tien jaar gegund worden en in een klein knipsel met een zeilbotter zette hij de tekst Gedaan door JV in 1930 / out 75 jaar. Er is één geel knipsel waarin Jan de paradijsscene heeft gecombineerd met het verhaal van Abraham, die zijn zoon Izak zal offeren op een berg. Ook dat is een populair verhaal dat veel is afgebeeld als een les in gehoorzaamheid. [afb. 8] Jan deed het op zijn eigen, eenvoudige manier, met engel en ram in het struikgewas. We kennen drie knipsels met dit verhaal; de tekst Abraham offert Izak spelde hij met zijn Urker uitspraak ook wel als ‘hoffert’. Jan heeft allerlei teksten uit de Evange-

Afbeelding 47. Knipsel Adam en Eva, ‘Wy zeggen u allen…’. Westfries Museum, 04237

liën gebruikt, maar de kruisiging was natuurlijk een centraal punt voor het christelijk geloof. Eén maakte hij omstreeks 1905 met de tekst van Pilatus op het kruis: ‘Koning der Joden’ (Johannes 19:19). Een ander in 1912, met een lange tekst uit Mattheus 27:46: ‘Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ Behalve uit de Schrift komen Jans teksten uit allerlei bronnen die de kerkgangers ten dienste stonden. Naast de 150 berijmde Psalmen (de ouderwetse berijming van Datheen was al in de negen-

26 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

tiende eeuw in onbruik geraakt), stonden ‘Eenige gezangen’ in de kerkboeken afgedrukt, net als de Psalmen naar Bijbelteksten gedicht. Voor een verjaardag gebruikte Jan vers 9 van het eerste van die Eenige gezangen: ik fisselesteer u beide / met uw 34 jarige geboorte / dag mag dit uw wens zyn/ Och of wy uw geboon / volbragten gena o hoog / ste Majesteit Gun door / t geloof in Christus kra / chten om die te doen uit / dankbaarheid Het vers keert ook terug in twee kerk-

STICHTING URKER UITGAVEN


prenten. Eén keer geeft Jan een eigen commentaar: Maar dat is treurig by / de mensch het is Gods / gave alsof hij zeggen wilde dat er van dat volbrengen van de geboden niet veel terechtkomt en dat ons geloof in de Zaligmaker, zelfs met de beloofde genade, niet krachtig genoeg is. Laat staan om dankbaar te zijn. Voor Jan was dat duidelijk en hij knipte er drie treurwilgen onder. In bevindelijke kringen heeft men moeite met dit gezang: dankbaarheid is niet ons antwoord op de verlossing, want daarmee zouden we terugvallen in de sfeer van de wet. Dankbaarheid is Gods gave, geen wisselgeld van onze kant. En dat ondanks de Heidelbergse Catechismus, die leert dat men dankbaarheid Gode schuldig is voor de verlossing. Voor een Paredys met Adam en Eva koos Jan de tekst van vers vier van gezang 7. Het is een verdichting van de Apostolische geloofsbelijdenis, met een kijk op het eeuwig leven ´volzalig, heerlijk, onbevlekt´. Die twaalf ´Eenige gezangen´ waren in de Hervormde Kerk niet voldoende om het geloofsgoed tot uitdrukking te brengen. Er was behoefte aan liederen over het Evangelie en andere verhalen in het Nieuwe Testament. Daarom was al in 1806 een bundel Evangelische gezangen ingevoerd, ‘om nevens het Boek der Psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde Gemeenten gebruikt te worden.’ Deze bundel met 192 liederen noemden we al eerder. Het was één van de redenen voor de Afscheiding geweest (niet Bijbels genoeg én de dwang van bovenaf om ten minste één gezang per kerkdienst te zingen) en de gereformeerden hebben er in hun kerkdiensten nooit gebruik van gemaakt. Jan oogstte wel uit die gezangen. Naast het al eerdergenoemde vers ‘Ruwe stormen mogen woeden’ koos hij bij een andere botter Gezang 161:3, waarin staat dat we niet hoeven te twijfelen dat Jezus voor onze schuld geboet heeft. Zou hij gedacht hebben aan de vele gescheurde netten, die hij zelf geboet had? [afb. 48] Een dichterlijke aanpassing aan Gezang 112 in diezelfde bundel is Dit was de dag die / God ons schonk.

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 48. Schokker, ‘…geboet’. Verblijfplaats onbekend

En dan is er die grote lap tekst, met een lied en een Psalmvers. Het laatste is Psalm 27 vers 5: ‘Ik zoek den zegen alleen bij U, o bron van troost en licht!’ Maar wat deze vrome houding te maken heeft met het daaraan voorafgaande vers in het knipsel is niet duidelijk. Het blijkt de derde strofe te zijn van een lied uit het liederenboek Luit en harp, dat in 1893 was uitgegeven: Nu worden arm en rijk genood, nu deelt de Gastheer hemelbrood, En die van honger schier verging, vindt nooddruft en verzadiging.

Luit en harp voorzag in een behoefte, naast de Evangelische gezangen. Opvallend is dat Jan een variant geeft in de tweede regel: ‘op melk en wyn en hemelbrood’. Hoe dan ook, Jan hield van het gezang, zowel in de kerkdiensten als daarbuiten en veel psalmen en gezangen spraken hem aan; hij wilde de boodschap van Godsvertrouwen doorgeven. Urkers hadden daar wel kennis aan, maar als ook een toerist eens even bij zijn tekst zou stilstaan, was al zijn geknip en geplak niet voor niets geweest.

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 27


Afbeelding 49. ‘Burgervader van Zuggellen van dan ahdel’. Groen sits, 23 x 18 cm. museum Het oude raadhuis Urk

Tijdgenoten en getuigen We hebben verzameld wat anderen over Jan de Knipper gezegd of geschreven hebben, met letterlijke aanhalingen uit de diverse bronnen. Het dichtstbij stonden Jans tijdgenoten, zowel Urkers als eilandgasten en notabelen die van buiten kwamen. Voor één van hen, de ‘Burgervader van Zuggellen van dan ahdel’, knipte hij een levensboom. [afb. 49] Van 1898 tot 1909 was jonkheer Anthon H.P.K. van Suchtelen van de Haare burgemeester van Urk. Wie HdV was is niet bekend. Burgemeester Van Suchtelen (18691946) trouwde in de zomer van 1905 met jonkvrouw Elisabeth Catharina den Beer Poortugael; kennelijk was het huwelijk al een half jaar aanstaand, want Jan knipte een nieuwjaarswens:

Ik wens uw beiden veel heil en zegen in dit pasbegonnen jaar 19005 ons hedele heer A. van Suchtelen van de Haare en Mevrouw. Toen het adellijke echtpaar al lang vertrokken was van Urk, maakte Jan in 19015 (!) een nieuwjaarswens voor de ‘voorrige burgervader’, die toen alweer een paar jaar burgemeester van Sloten was, ten westen van Amsterdam. [afb. 50] De ‘hedele heer’ en mevrouw lagen na aan zijn hart, wat hij uitdrukte met een psalmvers:

maar hij maakte een vergissing: het was niet vers 8 maar 18. [afb. 51] Tegelijk kregen ‘MUVROUW en kinderen’ ook een nieuwjaarswens voor ‘19015’. De tekst van lied 66 (‘Afmaning van de zonde’) uit de bundel Evangelische gezangen zal waarschijnlijk met verbazing, maar ook met vriendelijke waardering in ontvangst genomen zijn; Jan knipte het twaalfde couplet:

Ik zal zyne vyanden met schamte bekleeden maar op hem zal zyne kroone bloeijen. Dit is uit Psalm 132 vers 8.

O, Vader / Gij, die op ‘t gebed van / zondaars (let)… [afb. 52] Hij liet een aantal woorden weg en kwam toch niet helemaal uit; het laatste woord plakte hij er onder, met een andere kleur papier.

Dat laatste heeft Jan erbij geplakt, als aanvulling en met een andere kleur;

Al even ‘wervend’ is de nieuwjaarswens uit 1913 voor een zekere meneer Gruiter

28 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 50. Gezin Van Suchtelen in Sloten, 1914. Foto Stadsarchief Amsterdam.

Afbeelding 51. Een Nieuwjaar 19015 ‘voor onze voorrige burgervader…’. Rood sits, 36 x 23 cm, verblijfplaats onbekend

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 52. Een Nieuwjaar 19015 ’voor Muvrouw en kinderen’. Beige sits, verblijfplaats onbekend

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 29


raad heeft Rueter opgevolgd en hij gaf Jan opdrachten en papier, voor een kerk en voor een stuk met schepen op zee. Aan de Groningse folkloriste en knipkunstdeskundige Line Huizenga-Onnekes schreef Georg Rueter in 1954: ‘Heel geestig en uitvoerig [is] de kerk geknipt in zijaanzicht en tegelijk het interieur met kaarsenkronen, petroleumlampen, orgel, consistoriekamer enz., omgeven door hek waarboven geschoren bomen, geheel geknipt uit geel papier. Behalve die kerk heb ik ook van hem nog wel wat kleine dingen o.a. met een schip en versje (geknipt) over de Vissers. De naam van den Urker weet ik niet meer.’12 Georg had drie kinderen. Waarschijnlijk heeft Jan voor elk van hen een knipsel gemaakt. Voor ‘De Derde’ koos hij een zin van Jan Luyken ‘Die niet te grond wil gaan, Dient hand aan ’t werk te slaan’. De knipsels zijn overgegaan naar zoon Pam, die ook kunstenaar was, en na diens overlijden in 1998 zijn er enkele via de antiekhandel en de Verhaves weer op Urk beland.

Afbeelding 53. ‘De hedelen heer Gruiter’. Geel sits, 38 x 36 cm, museum Het oude raadhuis Urk, ex collectie Verhave

en zijn gezin, ‘Voorzitter van Sloterdijk’. Op Urk wist men niet wie die Gruiter was. Sloterdijk bleek niet een of andere firma te zijn, maar de plaats waar de tekenaar en kunstschilder Georg Rueter woonde; hij was die ’hedelen heer Gruiter’. Jan hoopte dat deze mensen zouden gaan geloven en zijn wens was een tekst uit het evangelie naar Johannes, hoofdstuk 17, vers 20: ‘En ik bid niet alleen voor deze…’, gecombineerd met ‘Hdam en Eva in het Paredys’. [afb. 53] Waarschijnlijk was het een opdracht aan ‘de Knipper’ van burgemeester Van Suchtelen, die zijn plaatsgenoot en kunstenaar Georg Rueter (1875-1966) [afb. 56] in Sloterdijk iets wilde laten zien over zijn vorige gemeente Urk. En Jan stuurde het jaar erop de nieuwjaarswensen aan de burgemeester en zijn gezin. Rueter vertelde later aan de kunstrecensent Kasper Niehaus van De Telegraaf in 1942 dat hij in 1920 weer werk van Jan

de Knipper had gezien bij burgemeester Van Suchtelen, van wie hij een portret schilderde. De jonkheer had Rueter aangeraden: ‘Als je hem een rijksdaalder stuurt, maakt hij er ook een voor je11.’ Die

Afbeelding 54. Kunstenaar Georg Rueter.

30 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

In de loop van Jans leven stonden er vijftien hervormde predikanten op Urk. Van twee weten we dat Jan voor hen een knipwerk maakte. Voor dominee Carel Anton ter Linden, die van 1902 tot 1907 op Urk stond en zorgde dat er een pijporgel werd geïnstalleerd, maakte Jan een kruisigings-knipsel. [afb. 55] De kleinzonen Carel en Nico waren ook predikant, maar naar de smaak van het merendeel van de Urkers te vrijzinnig: Toen Nico een keer zou preken in het Kerkje aan Zee werd hij op het laatste moment afgezegd. De voorzitter van de kerkenraad vond dat Jezus in de verhalen van ds. Ter Linden wel een mislukkeling leek. ‘Op zich zijn we ruimdenkend als gemeente, maar dit wijkt te veel af van onze overtuiging.’ Deze ongemakkelijke beslissing verhinderde niet dat Nico een deel van de nalatenschap van zijn grootvader en zijn op Urk geboren vader overdroeg aan het museum Het oude raadhuis. In opdracht van de Hervormde Gemeente maakte Jan, 83 jaar oud, nog een groot kerkknipsel ter gelegenheid van de jonge

STICHTING URKER UITGAVEN


Nabel-La(k)voort leverde niets op. Met blindheid geslagen, was er een Urker nodig die aanried het hardop te zeggen, en toen vielen de schellen van de ogen: Pieter e[n]deriekus, met een H ervoor wordt het Hendrikus. Jan heeft bedoeld Pieter Hendrikusz. ten Napel (1889-1982) en Jannetje Lubbertjes Hakvoort (18921987), die trouwden op 6 december 1917 te Urk. Zij waren de laatste bewoners van het vissershuisje bij het Urker Museum. Een ander echtpaar, Cornelis Visser en Jakoppien Post, kreeg een knipsel in 1932 voor hun gouden huwelijksjubileum. Jan knipte erbij: Het is elk niet belooft op die ouderdom.

Afbeelding 55. Knipsel Kruisiging. Zwart sits, museum Het oude Raadhuis Urk

dominee Everinus van Wieringen, die in 1937 aantrad. Jan verwerkte daarin het derde vers van Psalm 134, ‘Dat ’s Heeren zegen op u daal’, het lied dat vaak bij een bevestiging werd en wordt gezongen. Het was het laatste werkstuk in zijn leven (blz. 23, afb. 40). Jan knipte graag voor mede-Urkers, bijvoorbeeld: [afb. 56]

ne stukjes, die als bladwijzers voor het kerkboek dienden. [afb. 57] Maar die Pieterede Riekes? Een genealogische speurtocht naar een echtpaar Te

Als ouwe Jantje voor de deur van zijn huisje zat, kwamen kinderen vragen: ‘Jan, knip er is wat voor me?’ Ze speelden er mee, totdat het scheurde en verloren ging. Een van die schoolmeisjes van toen, Gees Wakker, herinnerde zich veel later: ‘Hij gaf me weleens eens een klein knipseltje, maar dat gooide ik gelijk weg, wat

Een hrtelyk / gelukwens / aan Pieterede / Riekes Te Na / bel Jantje / Lakvoort En ook nog voor ‘Pietere de Riekes te Nabel’, twee keer samen met ‘Jantje Lavoort’, maakte hij nog een viertal klei-

Afbeelding 56. ‘Een hrtelyk / gelukwens…’. Zwart papier , 14 x 12 cm, museum Het oude raadhuis Urk

Afbeelding 57. ‘De Wegwyzer v de Bybel’. Kleine knipsels bedoeld als bladwijzer, museum Het oude raadhuis Urk

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 31


moet je allemaal met zulke rommel; ik vond het een vies mannetje.’ Anderen zeiden: “Je kon um nèt zien; ’t was een verdèts mannetje”.13 Jan zat ook vaak op de haven te knippen of hij stond aan de kade, waar het stoomschip ‘Insula’ sinds 1924 uit Enkhuizen dagelijks aanlegde, op weg naar Kampen en weerom. De kapitein bracht weleens papier voor hem mee, glimmend sits, in zwart en allerlei kleuren van de Enkhuizer boekhandel Egmond. Zo stond hij daar dan, met een rol grauw pakpapier of een oude krant onder zijn arm en bood, wat verlegen, zijn knipsels aan voor de toeristen die aankwamen of vertrokken: ‘Wil je mijn knipsels weleens zien?’ En dan ontrolde hij het grauwe pakpapier of de krant, waaruit een botter tevoorschijn kwam, of Adam en Eva in het paradijs. Ze gingen aanvankelijk voor een dubbeltje of een kwartje en later voor een gulden of een daalder; hele grote, zoals de kerk, voor een rijksdaalder. De schooljongens vonden dat weleens vervelend en een van hen, Sijmen Post zei: ‘Nou, hou nu maar eens op met dat leuren van die papiertjes.’ Maar museummensen zagen wel wat in zijn werk, want in 1930 werd Jan uitgenodigd om zijn knipkunst te tonen op de Zuiderzeevisserij tentoonstelling in Enkhuizen. Dus ging hij zelf scheep op de veerboot, in zijn zondagse dracht en met zijn mooie hoed op. Dat moest van zijn nicht, die hem verzorgde. Hij had veel liever zijn karrepoes van bont op. Maar aan de schoenen kreeg ze hem niet: ‘Gief mai mar ’n poar klompen an, want ik bin ’n ouwe vissersman’. De toenmalige conservator van het Nederlands Openluchtmuseum, Mr. W.P.A. Smit, heeft hem daar gefotografeerd, al knippend. [afb. 58] Zou Jan toen in Enkhuizen ook even aan geweest zijn bij boekhandel Van Egmond, waar hij altijd zijn sitspapier bestelde? Albert van Urk vertelde dat, als Jan ’s avonds weer met de boot thuiskwam, de kinderen vroegen: ‘Bebetjen, ai jie niks mee ‘ebrocht?’ Jantje antwoordde: ‘I ew niks gien winkels ‘ezien’. De prent met de vier typen zeilschepen [afb.32] kan Jan tijdens de Zuiderzee tentoonstelling hebben geknipt, maar Mr. Smit kocht deze prent in 1931 van Jan op

Afbeelding 58. Jan met hoed en op klompen, knippend op Zuiderzee tentoonstelling, Enkhuizen, 1930. Nederlands Openluchtmuseum

Urk voor één gulden; zo staat het in de verwervingsdocumentatie van het NOM. Bij een ander knipsel in het Openluchtmuseum staat dat de burgemeester als tussenpersoon fungeerde; dit werk uit goudpapier (pag. 20, afb. 33) hield Smit aanvankelijk zelf en schonk het in 1960 alsnog aan het NOM. Behalve dit werk verwierf hij voor die collectie nog zes knipsels van Jan. Nadat Jan zijn knipdemonstraties had gegeven in Enkhuizen, heeft het Openluchtmuseum kennelijk opnieuw een groot knipwerk van de kerk besteld voor vijf gulden. Er is namelijk een aantekening bewaard uit 1931, waaruit blijkt dat de kerk was bijgesloten in een pak stoffen die het museum had besteld bij een Urker winkelier, voor de klederdrachten tentoonstelling. En daarbij een door Jan zelfgeschreven briefje: [afb. 59]

32 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

Waarde Vriend ik [stuur] U de kerk ont vangen hem in gezondheid gegroet / Mijn adres is aan Jan Visser / Op het eiland Urk / Wijk 5 No. ondert en elf / Stuur de vijf maar over post Het betrof een grote kerk uitgevoerd in zwart sitspapier [afb. 60], met links van de toren de tekst uit de onberijmde Psalm 37, 5: Wintelt / uwen / weg op / den Her. In 1932 werd de Zuiderzee afgesloten met het dichten van de Afsluitdijk; daarmee kreeg een aantal vissers en handwerkslieden het moeilijk en werden ze, met hun gezinnen, er extra bij bepaald hun weg op de Heere te wentelen. Voor hen kwam als steun een financiële regeling, die in de praktijk neerkwam op armenzorg en een bij-

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 59. Briefje van Jan uit 1931. Nederlands Openluchtmuseum, 3467

standsuitkering in de crisisjaren. In die tijd werd voor de beter bemiddelden de watersport een aantrekkelijke activiteit en Urk was een gewilde bestemming. Het was er immers zo pittoresk. Uit die tijd stamt het volgende verhaal: De schipper van een zeiljacht nodigde Jan in zijn kajuit en daar ontspon zich een gesprek: ‘Waar leef je eigenlijk van?’ ‘Van ƒ 2,50 Zuiderzeesteun in de week en af en toe verkoop ik een knipsel.’ ‘Moet jij van een rijksdaalder leven? Je moet de eerstvolgende keer op het raadhuis het dubbele vragen.’ ‘Dat durf ik niet en ik krijg het ook niet.’ ‘Dat zullen we dan weleens zien,’ en de schipper krabbelde iets op een briefje en stak het in een envelop. ‘Die geef je maar aan de ambtenaar op het raadhuis.’ Toen Jan zich een paar dagen later aan de zuidzijde van het gemeentehuis vervoegde en de ambtenaar de brief overhandigde, kreeg hij tot zijn stomme verbazing twee rijksdaalders. De schipper bleek de Inspecteur van de Zuiderzeesteunwet te zijn. Helaas was de extra uitkering maar eenmalig… 14 Jan Visscher haalde tijdens zijn leven met zijn knipsels niet de krant of de radio. Maar hij komt wel voor in de Zuiderzee film van de folklorist Dirk-Jan van der Ven uit 1928. [afb. 61] In die film werd de ondergang van de traditionele werkmethoden van de visserij aangetoond en daarmee ook de verdwijning van de volkscultuur. De film viel niet goed bij de

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 60. Kerkprent ‘Wintelt uwe weg op den Her’. Zwart sits, 87 x 56 cm, Nederlands Openluchtmuseum PR.19646

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 33


Zuiderzee vissers, die waren neergezet als armoedzaaiers. Ongetwijfeld kwam het door die film dat de Zuiderzee tentoonstelling in Enkhuizen werd georganiseerd en dat Jan werd uitgenodigd om er te komen knippen. De filmmaker (1891-1963) vertelde: ‘Zoo wandelend door dat vertrouwelijke visschersdorp, komen wij op het erfje van Jan de Knipper, een verschijning, die eigenlijk niet meer van dezen tijd is. Immers, wie in Nederland beoefent er heden ten dage nog de primitieve volkskunst van het knippen? … Nu is er Jan de Knipper van Urk, de bijna 75-jarige stok-oude visschersman, mogelijk de laatste papier-knipper van heel Nederland! Hij is er de geboren schaarkunstenaar en heeft heel zijn lange leven de schaar laten glijden door het willige papier. Toen ik hem in de Pinksterweek in zijn armoedig hutje trof, toonde hij mij prachtige papieren schepen met vermanende spreuken en als grootste meesterstuk in felrood glanzend sitsenpapier: “de Kerk met de laatste Russplaas der ervormde gemeente te Urk”. Minutieus heeft hij tot in alle bijzonderheden het Huis des Heeren en den doodenakker in knipsels vereeuwigd. Dagenlang moet hij er met zijn vlijmscherp puntschaartje (verzinsel!) aan geknipt hebben! Het scheepsmodelletje, “De Spitsbergen”, vergat hij zoo min als de luchters in de kerk en de versiering van het parmantig haantje op den toren. En hoe oud hij ook moge wezen, en hoe hij ook zucht en kucht om zijn “rimmetiekigheid en bezette borst”, hij knipt er alevel maar lustigjes op los. Dat heeft de film nog kunnen vastleggen! Maar niemand koopt er meer op het eiland zijn knipsels, want in dezen modernen tijd met elektrisch licht en nieuwe woninginrichting is er in de huizen geen plaats meer voor den opschik, die ook eens op Urk te vinden was… Jan slijt nog wel eens een prent aan een vreemdeling, maar zijn bestaan is dood. Ik zeide het u wel, Jan de Knipper van Urk is niet meer een mensch van dezen tijd, waarin over vijf en twintig jaar het aan een nieuwen polder vastzittend eiland is aangebroken; de tijd van den boer, niet van den visscherman.’1 Jan komt inderdaad voor in de Zuiderzeefilm, met een kerkprent [afb. 42], en Van der Ven schreef: ‘Het zielige beeld

Afbeelding 61. Dirk-Jan van der Ven

van Jan de Knipper besluit in de 5e afdeling der Zuiderzeefilm de lange reeks tafereelen der stervende bedrijven, die aan de drooglegging ten offer zullen vallen.’15 Desondanks bezocht Van der Ven het eiland opnieuw en hij schreef over Jan de Knipper in 1930: ‘Nog kan men er den ouden man treffen in het kneuterige tuintje voor zijn oud Urker huisje, zich koesterend in het stovende zonnetje en al maar vlijtig knippend in groote vellen wit of gekleurd papier!’. Van der Ven heeft tijdens een volgend bezoek aan Urk in 1932 Jantjen nog een keer ontmoet, maar hij voegde aan zijn beeld van de ‘zielige’ Knipper weinig meer toe. Een ander die een gesprek had met Jan

Afbeelding 62. Cruys Voorberg

34 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

was Cruys Voorbergh, tekenaar, toneelspeler en deskundige op het gebied van streekdrachten. Zijn echte naam was Ernest Pieter Coenraad van Vrijberghe de Coningh (1898-1963). [afb. 62] Op zijn tochten deed hij het eiland Urk aan, en omdat hij al eerder Urker knipsels met hun zinrijke spreuken had gezien, zocht hij de maker op. Dat moet in 1936 zijn geweest. Cruys Voorbergh publiceerde het verhaal over Jan de Knipper in zijn boek Erfenis van Eeuwen, dat in 1941 verscheen. Ook de herinnering van deze oor- en ooggetuige is belangrijk, omdat die uit de eerste hand komt en daarom nemen we bijna alles over. 16 Jan was aanvankelijk weinig spraakzaam, maar in zijn huisje vertelde hij zijn bezoeker, met een stem die ‘uit een volkomen verroeste keel leek te komen’, dat het knippen met de schaar niet meer ging; zijn handen en ogen gingen achteruit. Of hij dan nog wat knipsels kon laten zien? Nee, alles was verkocht of weggegeven. Na wat gezoek in een kastje kwam alles op tafel wat hij nog had, ‘een verroeste koei van een schaar, een lomp instrument, waarmee hij letters en ornamentjes uit een vel sits had weten los te wurmen.’ Tot vreugde van de bezoeker kwam er toch nog een knipsel tevoorschijn, verfomfaaid, maar heel. ‘Een rand van glimmende, stekelige ornamenten, als kribbige spinnekoppen, omsluit een veld vol zwarte, bizarre hieroglyphen, waarop duidelijk en hoofdzakelijk de omtrekken van een boot, een vissersschuit, zich losmaken, omsloten en ingevat met welig gebladerte… Onder het schip, dat zaakkundig verantwoord is met schroef, stuurinrichting, tuigage en een bemanning van twee koppen aan boord, kabbelt een stil zeetje, waarop (dichterlijke vrijmoedigheid) drie zwanen dobberen in verschillende formaten. De grote bovenhelft is gevuld met een vers, met een wonderlijke mengeling van hoofd- en kleine letters, drukletters en schrijf-dito, met S-en die links- en rechtsom kronkelen, en gekruid met een uiterst bizarre en ongemotiveerde interpunctie: IK.vaar.ter.Zee.OP.Myn / GeWIn GOD.IS. Myn.Lys / man.Waar.Ik.Ben o Heer / Deel my uw zegen mee’

STICHTING URKER UITGAVEN


Voorbergh vertelde verder: ‘Zulke knipsels waren wel geen wonderwerken van geraffineerd gepruts, maar het bleef toch maar merkwaardig dat handen, die alleen naar het grofste werk leken te staan, een schaar voorzichtig genoeg hadden weten te hanteren om uit zo’n glimmend vel papier ornamenten los te fikkelen, waar je met plezier naar keek. Een natuurlijk gevoel voor het sierkunstige heeft zijn keuze geleid bij het schikken van vlakverdelingen en randversieringen om een hoofdmotief. Een vel papier, niet eens erg fris meer, beplakt met een knutselwerkje van een oude man… maar tegelijk veel meer dan dat: een biografietje, een credo, een zegenbede en een lofzang in één.’ Voorbergh kocht het stuk met de schokker met gereefde zeilen voor de ‘zeer nederige prijs’ die Jan ervoor vroeg en gaf het een ereplaats in zijn verzameling. [afb. 63] De Knipper was zwak, maar ondanks dat hij Voorbergh verteld had dat het knippen niet meer ging, zouden er nog enkele werkstukken uit zijn handen komen: de kerk en het café. Een paar jaar na Jans overlijden heeft Cruys Voorbergh zijn ontmoeting met de oude knipper te boek gesteld. Postume aandacht Na de oorlog kwamen de knipperij en andere uitstervende ambachten weer meer onder de aandacht. Aanvankelijk paste dat in de culturele stroming, waarin volkse en traditionele uitingen politiek belangrijk gevonden werden. Zo ook het boek Erfenis van Eeuwen dat Cruys Voorbergh publiceerde in 1941. Hil Bottema schreef in datzelfde jaar, als jonge medewerkster van het Openluchtmuseum, in haar bijdrage aan het boek Nederlandsche Volkskunst over de geknipte kerk van Jan in de museumcollectie: ‘Wat zien wij al niet in die kerk: den preekstoel, ouderlingenbanken, stoelenrijen. Dan een scheepsmodel, mooi opgetuigd en kaarsenkronen, de ramen waarnaast de collectezakjes hangen en vooral het ingewikkelde pijporgel met toetsenbord. Hoe weloverwogen en ornamentaal is het knipwerk van de boompjes; het geheele kerkhofgedeelte van deze prent is trouwens erg mooi van rustige verscheidenheid in wit- en zwart-

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 63. Gemotoriseerde zeilbotter met gereefde zeilen, ‘Ik vaar ter zee’. Zwart sits, 36 x 24 cm, particuliere collectie, ex collectie Rueter

verdeling’.17 Er is een onduidelijke afbeelding bij haar verhaal; ze gaf de tekst van de prent weer, maar heeft dat niet nauwkeurig gedaan en van collectezakjes is geen spoor op de prent te zien (het was de kerkprent, die het NOM in 1931 had gekocht van Jan, [afb.60]. Twintig jaar later zou ze, na een bezoek op Urk, een veel nauwkeuriger beeld van Jan en zijn werk schetsen. Jacques R.W. Sinninghe was verteller en verzamelaar van volksverhalen. Hij besteedde in zijn boek Over Volkskunst (1943) aandacht aan Jan de Knipper en zijn mening is gebaseerd op één kerkprent. Sinninghe heeft Jan nooit ontmoet noch de prent in het echt gezien. Hij speelde leentjebuur bij Hil Bottema, zag alleen de onduidelijke foto bij haar verhaal en herhaalde haar fouten: ‘De liefde voor het detail. Niets van wat bekend en vertrouwd is mag ontbreken: het scheepsmodel, dat in de kerk hangt,

de collectezakjes aan hun lange stokken (!) naast de vensters, het orgel met het duidelijk weergegeven toetsenbord, het is alles even scherp waargenomen als geknipt. Het kerkhof is als een opengeslagen doodenboek, een visie die alleen verkregen kon worden door de wetten van het perspectief op te offeren aan den wil om al wat belangrijk is tegelijk te tonen. Om dat te bereiken werd een heel landschap [!] neergeslagen in de prent. ‘Dit is de doodenakker van Urk’ staat er te lezen en het hek vermeldt: ‘Laasste rustplaas’’.18 De collectezakjes zitten volgens Sinninghe aan lange stokken. Dat was in het echt wel zo, net als in talloze kerken in het land, maar niet in deze prent! De enige kerkprent waar die wel op voorkomen, was zijn vroegste, die op Urk bewaard wordt en die Bottema en Sinninghe toen niet gezien kunnen hebben. Zo worden details verzonnen en vervolgens overge-

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 35


nomen, tot ze door iedereen voor waar worden aangenomen. Na de oorlog kwamen de knipperij en andere uitstervende ambachten weer meer in de aandacht, maar volkskunst werd niet meer als wortelend in de ‘Germaanse cultuur’ gezien, zoals door sommigen in de jaren daarvoor. Er werd ook met waardering over het werk van Jan Visscher geschreven en zijn knipsels verschenen in tentoonstellingen. Op een tentoonstelling ‘Schokland-Urkerland’ te Kampen in 1946 was knipwerk van Jan aanwezig; ook op de tentoonstelling ‘Papieren Knipwerk’ in het Centraal Museum van Utrecht in 1946 hingen vier stukken, één ingestuurd door Cruys Voorbergh en drie door het Nederlands Openluchtmuseum. Die tentoonstelling was georganiseerd mede op initiatief van de historica dr. Catharina van der Graft, lid van de academische Volkskundecommissie. Zij had ter voorbereiding informatie gevraagd over Jan en kreeg van de ambtenaar op het gemeentehuis van Urk, A. van Urk, namens de burgemeester antwoord: ‘Reeds op middelbaren leeftijd maakte Jan veel werk van het ‘knippen’ of de ‘knipkunst’, maar het trok toen nog niet zooveel aandacht buiten deze gemeente. Later, toen zijn ‘kunst’ eenige bekendheid verkreeg, kwam er ook van buiten meer belangstelling voor. Ik zou niet bepaald durven beweren, dat de huizen van Urk met zijn knipsels werden versierd. Wel waren er, die de knipsels achter glas deden en deze bij wijze van schilderij aan den wand hingen. Maar algemeen was dit niet. Zij, die de knipsels van Visscher in hun bezit hadden, bewaarden deze opgerold in de kast, en haalden ze voor den dag wanneer dit zoo eens te pas kwam. Hij verrichtte zijn kunst met een gewone schaar. Andere instrumenten gebruikte hij niet.’19 Op de tentoonstelling ‘Schaarkunst’ in het Franeker Museum (1950) was de dodenakker uit de collectie van het Openluchtmuseum ingestuurd; ook Urkers hadden vijf stukken uitgeleend. De zomertentoonstelling van 1964 in het Enkhuizer Zuiderzeemuseum was gewijd aan ‘Urk, eiland in de Zuiderzee´; daar hingen, ‘keurig geëncadreerd’, zeven werstukken van Jan. In de tentoonstelling

Afbeelding 64. Mariap van Urk-Koffeman

van Westfriese knipsels in Hoogwoud (1971) was zijn werk te zien, evenals in die van het Openluchtmuseum in 2003. En in de tentoonstelling ‘Scheepjes in kerken’ in het Catharijneconvent, Utrecht 1985, was een blauwe kerkprent te bewonderen, natuurlijk met de scheepsmodellen. Vanzelfsprekend stonden zijn knipsels ook op Urk verschillende malen centraal in een tentoonstelling (o.a in 1990 en 2014). De Urker dichteres Mariap van Urk-Koffeman (1898-1966, voor de genealogen Marretje Ides Koffeman, getrouwd met Klaas van Urk, visser) maakte voor alle mogelijke gebeurtenissen, ambachten en eigenaardigheden van Urk een gedicht. [afb. 64] In 1946 had ze voor Jantje de Knipper ook iets in de maak (gebruikt in tentoonstelling Schokland-Urkerland, Kampen 1946). ‘Jantjen de Marker, zo noemden wij hem altijd, was al heel oud toen ik hem leerde kennen.’ (Dat lijkt vreemd, maar kennelijk was het zo dat niet iedereen iedereen kende op Urk; een andere vrouw, Dirkje de Boer, herinnerde zich: ‘Jan heb ik bijna nooit gezien, want hij woonde in de cementen straat en daar kwamen wij nooit. Iedereen woonde in zijn eigen buurt, en als je niet in een andere buurt moest wezen, ging je daar niet naar toe.’) Mariap van Urk schreef in een ongedateerde brief (begin 1955) aan Line Huizenga-Onnekes, die gegevens over knippers verzamelde: ‘Een oud, verlegen manneke, dat heel schuchter was met

36 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

het aanbieden van zijn knipsels aan buitenstaanden.’ Ook in haar boekje Urker Ambachten en Bedrijven met verhalen en gedichten heeft Mariap van Urk Jan goed beschreven:20 ‘Oude, tere ziel! Ouwe Jantje! Vast en zeker geloof ik, dat je je halfsleten klompjes in het voorportaal van de kerk hebt laten staan, toen je het interieur moest uitknippen. Je hebt dat gedaan op kousevoeten, zoals je het leven dóórging op kousevoeten. En die grote, oude schaar werd in jouw devote handen een toverstaf! In éénvoud knipte je het paradijs met Adam, Eva, de appelboom, plus de slang. Maar je kinderlijke geloof wist zich geborgen in Jezus Christus, die het Hemels Paradijs, óók voor Jantje, de kleine, ouwe Jantje de Knipper, had opengezet, wijd, wijd open, al zou hij ook uit bescheidenheid zijn klompjes om het hoekje zetten, hij was een Koningskind, en – een begenadigd kunstenaar.’ [afb. 65] Eén ding heeft de schrijfster niet goed geweten: ze meende dat Jan niet kon schrijven en dat zijn oude Urker vrouw de letters moest voortekenen. Dat is beslist niet zo. Bovendien was Jan al sinds 1921 weduwnaar. Toch duikt deze onwaarheid zo nu en dan weer op. Mariap dichtte een herinnering: In al zijn primitiviteit Was hij een kunstenaar; Al was zijn materiaal slechts Een grote, oude schaar. Wanneer hij deze zette In zwart of rood papier, Dan toverde hij letters In alle vormen schier. Hij knipte kerk en mensen, een boot met zeil en stag. Hij knipte vrome wensen Op Uwe huw’lijksdag. Hij knipte kerkhof-toren En vuur en havenmond; Wat gij hadt opgedragen, Hij knipte ’t U terstond. ’t Parool: ‘Zeg het met bloemen’, Begreep de oude niet. Hij zei het U al knippend Bij blijdschap of verdriet. Nog iets van d’oude siergang Er in zijn werken was,

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 65. Oude Jantje met kerk; een van de twee vrouwen is nicht Aaltje

De kunst van oude volken Van ’t primitieve ras. Helaas, met deze oude, Ging ook de knipkunst heen, Daar niemand hem kan volgen Hij deed dit slechts alleen. Zo gij dus mocht bezitten Door toeval of door geld Iets van de oude knipper O, blijf er op gesteld. Verkoop het aan geen ander Maar, om de Urker eer Hang gij het in uw kamer Of in uw gangen neer!! De oude is verheven Ver boven aardse kunst En looft nu in de Hemel Zijn Schepper voor die gunst. Hil Bottema heeft als medewerkster van het Nederlands Openluchtmuseum méér gedaan dan de knipsels bekeken, die in de collectie aanwezig waren; ze was immers zelf ook een knipster. [afb. 66] Zij is op reis gegaan naar Urk en heeft daar veldwerk verricht: ze sprak met mensen over Jan de Knipper, onder wie Mariap van Urk. Deze vertelde dat ze zelf kastranden van krantenpapier knipte, voor de ‘rennen’ (‘ränten’, Urkers voor ran-

STICHTING URKER UITGAVEN

den) van de ‘hoekevet’ (‘oekavet’, kwartronde hoekkast voor het serviesgoed) en Hil noteerde: ‘Mevrouw Van Urk acht het waarschijnlijk dat Jan de Knipper door dit werk geïnspireerd is voor zijn omrande knipsels.’ [afb. 67] Ook andere vrouwen leukten die planken op, bijvoorbeeld met een strookje kleurig behangselpapier, opgeprikt met punaises.

Oom Cees (Kiees op z’n Urks) was een zoon van Tunis Visscher, een broer van Jan. Jan woonde naast zijn broer (die ook ‘Marker’ werd genoemd); later naast Cees en Marrie, bij wie hij vaak over de vloer kwam. Zo kenden de zusjes Bakker hem ook. De grote schaar van Jan is via Cees en Hiltje bij Henk Kapitein, de Knipper, terecht gekomen en nu in het Museum te zien.

In 1960 volgde Hils ‘Portretschets van Jan de Knipper’, een rijke bron van gegevens.1 Veel later heeft Henk Kapitein gesprekken gehad met mensen die Jan nog gekend hadden, onder wie zijn moeder Hiltje Kapitein-Bakker en haar zuster Griet Korf-Bakker. Zij herinnerden zich dat als ze bij hun tante Marrie en oom Cees Visscher kwamen, aan de overkant van het straatje, dat Jan er wel eens zat te knippen. ‘Wij mochten dan als kinderen het haantje knippen dat boven op de toren van het kerkje werd geplakt. “Kijk”, zei Jan dan, “als je later weer zo’n kerkje tegenkomt, dan kun je zeggen dat jij dat haantje geknipt hebt.”’ Hij lette er wel op dat de windwijzer onder de haan er ook kwam.

Afbeelding 66. Hil Bottema, bezig met het geknipte ontwerp voor de serie kinderpostzegels 1961

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 37


Jan de Knipper en de auteurs Wij, Joke en Jan Peter, hebben al vele jaren een band met Urk en met Jan de Knipper. Dat komt omdat Joke in 1971 is gaan papierknippen. Ze is zich ook gaan interesseren voor oud knipwerk, dat ze bestudeerde aan de hand van de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum. De museummedewerkster die veel informatie over knipkunst had verzameld was de al genoemde Hil Bottema (19131968). In het Openluchtmuseum demonstreerde een West-Friese knipster haar kunnen. Dat was Jannie de Jong-Brouwer (wonend in Sneek) en Hil noemde haar ‘Jantje III, de humoristische’ in navolging van Jantje I uit Zeeland en Jantje II van Urk. Jantje III maakte in 1967 een herinneringsknipwerk voor haar voorganger Jantje II uit zwart papier; ze deed dat tijdens een demonstratieweek in het Openluchtmuseum, nadat ze de vijftien knipsels van Jan in de collectie had bewonderd. [afb. 68] Vier jaar later werd Joke Verhave door haar demonstraties geïnspireerd om ook te gaan knippen. Jaren later is Joke de collectie knipwerk van het Nederlands Openluchtmuseum gaan bestuderen. Daarbij vond zij de aantekeningen van Hil Bottema en ook die welke Hil gemaakt had bij een bezoek aan Urk en het verslag van haar bevindingen over Jan de Knipper: ‘Portretschets van een volkskunstenaar’.1 Dat gepubliceerde artikel met foto gaf weer een andere knipper uit die tijd, de Amsterdammer Evert Root, het idee om fotoportretten van Jantje II na te knippen. [afb. 69] Root zei: ‘Met mijn werk zal het wel net gaan als met dat van Jan de Knipper van Urk. Na zijn dood ging het naar het Openluchtmuseum in Arnhem.’ Wat Root daaraan toevoegde zou Jan nóóit hebben durven zeggen: ‘Ik wil trouwens als ik doodga een schaar mee in mijn kist, dan kan ik als ik boven kom direct op Petrus afgaan en zeggen: ‘Hé, Petrus, kom es effies hier.’ Dat wordt dan meteen het mooiste portret.’ Evert Root overleed in 1978, kort voordat Joke hem had willen ontmoeten. Ze schreef haar eerste knippers-verhaal over hem.21 Jan kreeg zijn schaar niet mee in zijn graf; die wordt zuinig bewaard op Urk. Maar

Afbeelding 67. Geknipte kastrandjes. Museum Het oude raadhuis Urk

over Jantjes’ binnenkomst in het Hemels Paradijs bedacht Mariap van Urk, dat hij bescheiden zijn klompjes in een hoekje gezet zou hebben. Bij Jokes studie van de knipkunst collectie van het Nederlands Openluchtmuseum zijn ook de stukken van Jan door haar handen gegaan en waar nodig werden ze gefatsoeneerd. En toen vroeg de directeur haar: ‘Je werkt hier nu al zo lang aan die knipsels; zou je er niet een boekje over willen opendoen?’ Dat wilde ze wel, want echtgenoot Jan Peter, een neuzer in geschiedenis, had intussen de knipgeschiedenis ook ontdekt en schreef gemakkelijk. Samen stelden ze een eerste overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse papierknipkunst samen voor een boekje Schaarkunst (1983), dat

38 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

meteen gebruikt werd als een catalogus voor een tentoonstelling over knipkunst in de collectie van het Openluchtmuseum (samen met museummedewerker Simon Honig). Zeven van de vijftien knipsels van Jan werden tentoongesteld en afgebeeld in het boekje. Daardoor kwamen er ook aanvragen van musea en particulieren om beschadigde knipsels op te knappen. Joke werd daar steeds handiger in. Zo kwam er in 1987 een verzoek uit Urk om een aantal knipsels te restaureren. Dat deed ze graag. Als ervaren knipster durfde Joke veel, maar één opdracht was te moeilijk. Twee knipsels waren op weerszijden van één stuk karton geplakt. Joke heeft de hulp ingeroepen van een beroepsrestaurateur, om het karton overlangs in tweeën te splijten. Dat is gelukt en alle stukken werden in

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 68. Knipsel van Jantje III ter nagedachtenis aan Jan de Knipper, 1967. Nederlands Openluchtmuseum, PR.14883

Afbeelding 69. Twee knipsels naar foto’s van Jan, door Evert Root. Westfries Museum en Nederlands Openluchtmuseum

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 39


Afbeelding 70.Joke met de door haar gerestaureerde knipsels. Het Urkerland, 14 april 1989

een passe-partout gezet en ingelijst; zo staan ze nog steeds te pronk. [afb. 70] En we schreven een artikel over haar restauraties in de Knip-Pers, het blad van de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst.22 Daaruit het volgende: Twee kerkprenten hadden een halve eeuw opgerold gelegen en er viel wel ’t een en ander recht te zetten! Als je er dan met je neus bovenop zit en probeert de verfrommelde gedeelten weer een beetje in fatsoen te krijgen, dan zie je dat er eigenlijk helemaal geen fatsoen in zit. Maar dan wordt ook meteen duidelijk hóe hij al die spijltjes van het hek, de ruitjes van de kerkramen en de orgelpijpen heeft kunnen maken met die grote schaar. Hij knipte de sleuven uit het dubbelgevouwen papier en hoefde zo nooit van binnenuit te werken! Toen zagen we opeens ook, tot onze stijgende verbazing en verrassing, dat de boompjes een voor een los geknipt waren. Ook het hek was in gedeelten geknipt en aan elkaar geplakt. Zelfs de bolpuntige pieken op het

hek waren er apart op gestoken… Er zaten zelfs visschubben achter het sitspapier verborgen! En passant heeft Joke, handig met papier als ze was, ook twee grote voorstudies van de schilder Ernst Leyden voor het Museum van Urk gerestaureerd. Joke wilde niet voor haar werk betaald krijgen. Elke keer als ze weer wat terugbracht, trakteerde Klaas Koffeman, voorzitter van de Vereniging Vrienden van Urk, haar op een zootje vis voor thuis. Intussen waren wij zelf ook oude knipkunst gaan verzamelen, maar de knipsels van Jan uit de collectie van de knipper Wiecher Tjeert Lever te Westerbork († 1981), die door veilinghuis Christie’s geveild werden in november 1988, lieten we gaan. Het nieuwe Museum van Urk kocht op die veiling wel enkele stukken van Jan, ook van een dame die op de veiling meldde er zelf twee te hebben. In 1990 werden wij door Marian Cense-Pleyzier en de Stichting Urker Uitgaven betrokken bij een tentoonstelling

40 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

van werk van drie knippende (bij-)naamgenoten uit drie eeuwen, Jantje I, Jantje II en Jantje III. Pas in februari 1993 konden wij voor onze groeiende verzameling oude knipkunst het eerste Jan-knipsel kopen bij een antiquair in Den Haag: Twee botters met de tekst ‘Wij ganen vissen. Wij ook. Goeden Vanst’, uit zwart sitspapier en geplakt op bruin pakpapier [afb. 35]. Veel later kochten we een kerkprent. Ook die was op bruin papier geplakt en zag er niet uit. Het bleek dat dit het laatste stuk van Jan was, gemaakt in 1937 in opdracht van het kerkbestuur voor de nieuwe predikant. Het was grauw en vies, toen we het overnamen van een aangetrouwd familielid van de dominee. Het plan groeide om het hele knipsel op een frisse, zuurvrije achtergrond te plakken. Op advies van een papierrestaurator maakte Joke het papier nat, zodat de lijm zou oplossen. Opnieuw bleek dat het hele knipwerk van 91 bij 53 cm uit onderdelen bestond, die op elkaar pasten. Toen alles van de

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 71. Joke Verhave restaureert de kerkprent van 1937

oude achtergrond was afgeweekt, bleek het om 122 stukjes te gaan. [afb. 71] Het was een superspannend proces en het gaf inzicht in de werkwijze van Jan. Delen van de toren, het interieur, het hek met de boompjes en het baarhuisje van de dodenakker, de poort naar de ‘laatste rustplaats’ en de tekst, ze liggen nu allemaal weer opgezet zoals het was, op een vel houtvrij en zuurvrij papier van de Middelste Molen te Loenen; het is een plezier om er naar te kijken (zie afb. 40). Dit en zes andere knipsels van Jan staan afgebeeld in ons grote overzicht over de geschiedenis van de Nederlandse papierknipkunst, Geknipt!, uit 2008.23 In oktober 2014 waren wij aanwezig bij de opening van de tentoonstelling over Jan de Knipper in het museum Het Oude Raadhuis. [afb. 72] De opening werd verricht door Lucy van Vrijberghe de Coningh, kleindochter van de vroegere burgemeester Van Suchtelen van de Haare en, toeval of niet, achternicht van Cruys

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 72. Opening tentoonstelling door mevrouw Van Vrijberghe de Coningh. Links Henk Kapitein en Joke Verhave. Het Urkerland, 20-10-2014

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 41


Voorberg. Haar moeder Hanna had in 1989 het museum Het Oude Raadhuis geopend. Uit onze eigen collectie hingen vijf knipwerken van Jan op de tentoonstelling. Toen Joke later nog een knipsel van Jan op een veiling wilde kopen, bleek dat ze een dag te laat was. Onverrichter zake thuisgekomen, knipte ze uit nijd een botter à la Jan, met de tekst ‘De Boot GeMist’. [afb. 73] Onze kerk en zeven andere knipwerken van Jan zijn in 2018 overgegaan naar het museum. Wij wilden verspreiding voorkomen als onze collectie uiteen zou vallen. Nu hangen ze weer tussen de andere stukken, als Urks erfgoed. Jan de Knipper was een voorbeeld van hoe men zich tot op hoge leeftijd vol vrome vreugde bezig kan houden met papier en schaar, als tenminste hoofd en handen dat nog toelaten. Dat is voor Joke niet weggelegd. En toch heeft ze deze Kroniek meegemaakt, niet letterlijk, maar ze leeft mee, zolang het ons gegund is. We hopen dat ons werk voor Jan en voor Urk beklijft en inspireert. Dat geldt voor alle knippende vrouwen en mannen en voor knipperskinderen die de traditie voortzetten, op Urk en in heel ons land. 

Afbeelding 73. ‘De Boot Gemist’ door Joke Verhave. Zwart sits, 20,5 x 14,5 cm, particuliere collectie

Deze uitgave van Urcker Kronieken kwam mede tot stand door de financiële ondersteuning van de gemeente Urk en de stichting Zegen en Zorg, Urk.

42 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Eindnoten 1

D.J. van der Ven, De Zuiderzee film: folkloristische film in zes afdeelingen met een naspel. Amsterdam, Meulenhoff 1928 met muzikale illustratie van Julius Röntgen

2

Hil Bottema, ‘Portretschets van een volkskunstenaar’, B&M Bijdragen en Mededelingen van het Nederlands Openluchtmuseum 1960, 38-44 en haar aantekeningen in het archief NOM

3

Wiecher Tj. Lever, aantekeningen in archief E. Huizenga-Onnekes: Eilina Johanna Huizenga-Onnekes, knip-correspondentie, aantekeningen en boekmanuscript, in beheer bij de Verhaves

Papierknipkunst

THEMA: URK 1 OKTOBER-4 JANUARI

4

P.J. Meertens en L. Kaiser, Het Eiland Urk. Alphen ad Rijn, N. Samsom 1942

5

Informatie Klaas de Vries (dorpshistoricus van Urk)

6

Meindert de Boer, De Urker vloot van toen, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan Vereniging Visserijbelangen in Urk, 2012; en persoonlijke mededeling aan de auteurs

7

Bottema, zie noot 2; haar notitie van de uitspraak is verUrkst

8

Hoek, hoeker of hoekwantvisser, op kabeljauw met haken of houcken, op haring met de vleet. Buis, hoog achterschip, midden-mast met groot en topzeil, bezaansmast; voor de haring vangst; na 1843 niet meer gebouwd. Kof, tjalkachtig met zwaarden, een-master achterschip gepiekt. Smak, zeegaand, met zwaarden, anderhalf master, smakzeil en gaffelzeil. Alleen de smak heeft Jan vaker geknipt; de drie andere typen waren kennelijk niet typisch Urks

9

J. Van Lennep en J. ter Gouw, Het Boek der Opschriften. Leiden AW Sythoff 1869

10 Brief van Mariap van Urk aan Line Huizenga-Onnekes, omstreeks 1954; Huizenga-Onnekes archief 11 Kasper Niehaus, ‘Ontmoeting met Georg Rueter, verzamelaar van papieren snijkunst’, Telegraaf 22 October 1942 12 Brief van Georg Rueter aan Line Huizenga-Onnekes, 16 november 1954; Huizenga-Onnekes archief 13 Vier duiten; 1 duit is 1/8 stuiver, dus bedoelde men een muntstuk van 2½ cent 14 Anoniem (Albert van Urk), Stuurboord, 19 april 1989 15 D.J. van der Ven, zie noot 1 en Heemschut, volkskunst en de drooglegging van de Zuiderzee. Van Rossen, 1930 16 Cruys Voorbergh, Erfenis van Eeuwen, Amsterdam, A.R.B.O. 1941,194-203 17 Hil Bottema, ‘Versieringen van Nederlandsche volkskunst’, In: Anno Teenstra, Nederlandsche Volkskunst, Amsterdam, Elsevier 1941,33-74 18 J.R.W. Sinninghe, ‘De Schaarkunst’. In: Over Volksleven, Heemschutserie 1943 (tweede druk 1949), 42-43 19 Brief van A. van Urk aan Catharina van der Graft,6 maart 1946; Huizenga-Onnekes archief 20 Mariap van Urk, Urker Ambachten en Bedrijven, Ver. Vrienden Zuiderzeemuseum, 1955, 22-23 1980, 2, 67-71 22 Joke en Jan Peter Verhave, ‘Verknipte knipsels’. Knip-Pers 4 (1987), nr. 2 23 Joke en Jan Peter Verhave, Geknipt! Geschiedenis van de papierknipkunst in Nederland. Zutphen, Walburg Pers, 2008

www.museum.opurk.nl

Jande Knipper

21 Joke Verhave, ‘Evert Root, een kunstenaar met de schaar’. Bijdragen & Mededelingen NOM

hetouderaadhuis MUSEUM

De banier in museum Het oude raadhuis Urk tijdens de tentoonstelling van Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN

Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper | 43


Samenvatting. Jan Visscher (1855-1938) was een eenvoudige en arme Urker visser, net als de mees-te andere bewoners van het geïsoleerde eiland. Hij onderscheidde zich echter van alle andere Ur-kers door de kunstzinnige knipsels die hij gedurende zijn hele leven maakte en werd daardoor Jan de Knipper genoemd. Op haast onbegrijpelijke wijze wist hij met zijn ruwe vissershanden en een enorme schaar taferelen uit de bijbel en het dagelijkse leven op Urk te verbeelden. Ook teksten en de psalmen werden op vertederende wijze in Urker spelling uit sitspapier geknipt en opgeplakt. Zijn werken werden soms cadeau gegeven aan magistraten van het eiland, maar als er spaarzame bezoekers op het eiland ronddwaalden probeerde hij wat te verkopen, want elke cent was welkom. In zijn lange leven moet hij honderden werken geknipt hebben, werken die grotendeels verloren gegaan zijn, maar waarvan sommige juist door de bezoekende kopers gekoesterd, bewaard en overgeleverd zijn. De esthetische waarde van zijn werk werd na zijn dood gerealiseerd en het le-verde Jan als enige Urker kunstenaar een vermelding in de Pieter Scheen op. In dit samenvattende essay worden leven en kunst van Jan de Knipper in detail beschreven.

Summary. Jan Visscher (1855-1938) was a simple and poor Urk fisherman, like virtually all other inhabitants of the isolated island. He however distinguished himself from the rest of the Urk po-pulation by the artful paper cuttings he produced throughout his life, which earned him the alias ‘Jan de Knipper’, ‘Jan the Cutter’. Almost incredulously, his rough fishermen’s hands, using a crude pair of scissors, were able to create delicate scenes taken from the Bible or from everyday life on the island. He also cut texts and psalms from paper, movingly phrased in the distinctive Urk dia-lect. His works were sometimes given to local magistrates, but when the occasional visitor reached the island, he also attempted to sell his cuttings to add to his meagre earnings. During his long life he must have made hundreds of cuttings, the majority of which is sadly no longer extant. It appears that it were mostly the cuttings he managed to sell that have been lovingly cherished and preserved. The aesthetic value of his work was realised soon after his life, and Jan is the only Urk artist to be included in the artists’ lexicon by Pieter Scheen. This essay explores the life and work of Jan de Knipper in detail.

Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l

Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl

STICHTING

URKER UITGAVEN

Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.

44 | Joke & Jan Peter Verhave | Kunstenaar Jan de Knipper

STICHTING URKER UITGAVEN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Stichting Urker Uitgaven - Kunstenaar Jan de Knipper by GBU printmedia - Issuu