Kronieken Urcker
Jaargang 2020 | nr. 3
STICHTING
URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl
Afbeelding 1. Gouden en zilveren munten uit de schatvondst van 1995 (Collectie Museum Het Oude Raadhuis, Urk).
Schateiland Urck? Eeuwenlang stond Urk bekend om de armoede die er heerste. Met name in de negentiende eeuw stonden de landelijke kranten vol van oproepen om liefdadigheid aan de arme vissers te verlenen. Verbazing alom toen er opeens schatvondsten gedaan werden in de Urker keileem. Gouden munten nog wel. Waar kwamen die toch vandaan? Die moesten haast wel van rijke bezoekers geweest zijn die hier in uiterste nood hun schat aan de Urker grond toevertrouwden. Of waren die Urkers vroeger toch niet zo arm?
Door Klaas Post Gzn. & Lub Post Gzn. klaaspost@fishcon.nl lub.post@ziggo.nl
De Urkers van nu zien hun voorvaderen als hardwerkende maar straatarme vissers die woonden in brakke visserswoninkjes met eensteensmuren en lekke daken. Die huisjes waren zo rond eind 16de eeuw op en rond de bult neergezet omdat een veel ouder dorp, westelijk van de bult, meer en meer in de woeste Zuiderzee verdween1. Het dorp op de bult kende tot eind 19de eeuw maar twee statige gebouwen: de vuurtoren en het in 1786 herbouwde Kerkje aan de Zee. Beiden gefinancierd en gebouwd in opdracht van de stad Amsterdam die toen eigenaar van Urk was. Dat was logisch want de Amsterdamse vloot moest veilig kunnen varen en de arme Urker onderdanen moesten het protestantse Woord kunnen horen. Casparus Commelin geeft in 1693 bij zijn beschrijving van Amsterdam het eiland als volgt weer: ‘d‘Inwoonders erneren zich alleen met visschen, zijn sober van staat en naulijks vier huysgesinnen die met haar hooftsom drie of vier duysend gulden kunnen uyt maken.’ Hij voegt er nog aan toe dat ze met zeer kleine scheepjes, zonder roer of zwaard, de zee op gaan. Armoe troef dus. In 1995 was daar plots de verbazingwekkende schatvondst in Wijk 4-58 [Afb.1 en 2]. Wilde verhalen deden de ronde over Hugenoten die hier op de vlucht hun schatten begroeven. Uiteindelijk werd de vondst afgedaan als afkomstig van een zeer rijke handelsreiziger die op Urk mysterieus om het leven gekomen was2. Op Urk was immers geen geld. Maar klopt dat wel? Archieven, archeologische opgravingen en meerdere muntvondsten rechtvaardigen de vraag of die oude Urkers wel zo straatarm waren. Deze Kroniek gaat in op het verbazingwekkende aantal schatvondsten dat op de bult gedaan is, op de oudste bewoningsgeschiedenis van dat wat nu als het oude dorp bekend staat, en op de armoede of welvaart van zijn vroege bewoners. Incidentele vondsten van munten, pijpenkoppen en aardewerk Overal in Nederland waar bewoning voor langere tijd gevestigd was, wordt bij toeval tijdens graafwerkzaamhe2 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
Afbeelding 2. Schatvondst Wijk 4-58 (Het Urkerland, 19 oktober 1995).
den of het opbreken van oude vloeren zo nu en dan een enkel oud muntje gevonden. Het betreft bijna altijd muntstukjes van koper of een ander onedel metaal. Doorgaans duiten, of – vanaf de 19de eeuw – centen of de veelvouden daarvan. Het geldstuk dus dat in het dagelijks verkeer de laagste waarde vertegenwoordigde. Eenmaal verloren, uit de buidel of vestzak gevallen, deed de eigenaar niet te veel moeite om het muntje terug te vinden. Onderzoek bevestigt dat het oude centrum van Urk in ieder geval sinds het eind van de 16de eeuw intensief bewoond is geweest. Delen van dat centrum wer-
den al vanaf de 12de eeuw met een esdek bedekt (zie kader esdek). Daarop werd o.a. graan verbouwd en overblijfselen en sporen daarvan werden in Wijk 5 bij restanten van een 14de-eeuwse boerderij aangetroffen (De Vries, 1962; Kerkhoven, 2003). Op de bewoonde gedeeltes op en rond de bult moeten dus ook af en toe van die losse muntjes gevonden kunnen worden. Ze vertegenwoordigen belangrijke informatie voor de ouderdom van een dorp, boerderij of huis want het jaartal op de munt vormt een ondergrens voor de bewoning. Dit soort oude muntjes hebben geen of nauwelijks commerci-
STICHTING URKER UITGAVEN
Esdek
Afbeelding 3. De vondst van ‘Jan de Bloemist’ (Het Urkerland, 1955).
ële waarde. Het muntje dat gemeente-tuinman Jan Kramer ‘Jan de Bloemist’ in 1955 tijdens zijn werkzaamheden op Urk vond, is zo’n koperen duit [Afb. 3]. Hoewel Jan hoopte ‘op gaaf goud’ zal hij er niet rijk van zijn geworden. In de bovenste aardlaag van heel de oude kern van Urk kunnen dit soort muntjes gevonden worden. Ze kwamen spaarzaam tevoorschijn bij de vervanging van een deel van de riolering van de oude dorpskern in 1995. De komst van goedkope metaaldetectoren eind vorige eeuw gaf een boost aan het vinden van (edel)metaal en sindsdien is er heel wat kleingeld in de bovenste lagen van de Urker bodem gevonden. Zonder uitzondering zijn al deze losse muntjes te dateren vanaf ca. 1570 tot heden. Bij de oudere van deze munten valt het op dat naast munten uit de provinciën en nabijgelegen steden (Kampen, Zwolle) er zelfs kleingeld uit veel verder gelegen contreien in omloop was [Afb. 4]. Overigens niet ongebruikelijk in een tijd waarin weinig mensen lezen konden en de beeltenis van de munt ondergeschikt was aan gewicht en (edel)metaalgehalte. Het oudst gedateerde muntje is een halve stuiver uit ca. 1580 die 2015 bij de verbouwing van de Oude Bakkerij (Wijk 4-20) is gevonden [Afb. 5]. Een andere uitzonderlijke losse vondst betreft een groot zilveren dertigstuiverstuk uit 1681 van Wijk 2-49. Uitzonderlijk omdat het om een munt gaat waar in die tijd twee tot vijf dagen voor gewerkt moest worden, geen munt die iedere Urker zomaar losjes in zijn dij-zak kon laten slingeren (zie kader koopkracht). Ook pijpenkoppen worden in oppervlaktelagen veel gevonden. Tabak werd
STICHTING URKER UITGAVEN
Een esdek is een door handmatige bemesting vruchtbaar gemaakt akkercomplex. Vroege akkerbouwers bemestten onvruchtbare of harde bodems met plaggen, uitwerpselen van dieren en andere organisch materiaal. De hoogte van Urk en de Vormt bestaat uit harde en vrijwel ondoordringbare keileem en rondom de hoogte zijn op dat keileem lagen dekzand afgezet. Bovenop dit zand en de keileem zijn vermoedelijk vanaf de 13de eeuw lagen plaggen, huisvuil, dierlijk uitwerpselen en zelfs resten van planten en dieren uit de zee aangebracht. In delen van het oude dorp is het esdek in de ondergrond ca. 60 cm. dik. Op deze akkers werden rogge en andere eetbare gewassen verbouwd. Het dorp Urk is op en rond deze akkers verrezen.
Afbeelding 4. Melding van muntjes uit België en Frankrijk (Wijk 4-59).
Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 3
Afbeelding 5. Zilveren halve stuiver Friesland ca. 1580 (De Oude Bakkerij, Wijk 4-20).
Koopkracht rond 1600 Koninkrijken, provincies en steden gaven in die dagen hun eigen munten uit. De koopkracht van die munten kan beoordeeld worden in (zilveren) stuivers want het leven van de gewone man draaide om stuivers. Een roggebrood van 12 pond, toen het volksvoedsel, kostte zes en een halve stuiver en een gezin met drie kinderen had er ongeveer drie per week nodig om gezond te blijven. Een kan bier kostte ongeveer een halve stuiver. Het dagloon van een goede geschoolde arbeider (b.v. een metselaar) bedroeg zo’n 15 stuivers; in een werkweek van zes dagen (’s zomers van 5 uur ’s morgens tot 9 uur ’s avonds) werd dus hooguit 90 stuivers verdiend. En dat was dan in Amsterdam waar de hoogste lonen van alle omringende landen werden betaald; elders in Nederland en vooral in de dorpjes waren de verdiensten (veel) minder. Het dagelijkse wisselgeld van de gewone man waren oorden of duiten (een stuiver was acht duiten of vier oorden) en dat zijn de muntjes die het meest verloren werden. Een halve gouden reaal of een gouden dukaat waren rond 1600 doorgaans 3,5 gram zwaar en hadden een tegenwaarde van ca. 40 stuivers. De grote zilveren daalders (zoals de Philipsdaalder) bevatten rond 28-30 gram zilver en hadden een zelfde koopkracht als zo’n lichte gouden munt (40 stuivers). De grootste gangbare munteenheden (rozennobels en dubbele gouden dukaten) hadden een gewicht van 7 gram en een tegenwaarde van 80 stuivers. De zwaarste gouden munt (de Portugese escudos van ca. 13 gram) uit de schatvondst van 1995 had een tegenwaarde van ongeveer 150 stuivers (of 1200 duiten): het halve maandloon van een arbeider (als die het geluk had te werken in een van de rijke steden in Nederland). De vondst van 1995 vertegenwoordigde een ook voor die tijd uitzonderlijk groot bedrag.
Bron: geschiedenisportaal.nl
4 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
na de Middeleeuwen beschouwd als een luxe medicijn. Met name Gouda produceerde vanaf eind 16de eeuw lange aarden pijpen waarin tabak gerookt kon worden. Aanvankelijk niet versierd en met kleine koppen, want tabak was duur, maar gaandeweg steeds groter en luxer [Afb. 6]. De trotse producenten brengen dan merken en jaartallen aan. Een versierde pijp van een bekend kwaliteitsmerk is duur en geeft de bezitter een zekere status [Afb. 7]. Omdat kleipijpen zeer breekbaar zijn (vandaar het spreekwoord ‘het regent pijpenstelen’) worden ze veel gevonden en geeft het merk en/of jaartal een handvat voor datering. Daar waar mensen leven en wonen, wordt gekookt en gegeten. Potten, schalen en drinkbekers van aardewerk zijn daarvoor onontbeerlijk en zijn breekbare artikelen die intensief gebruikt worden. Scherven komen uiteindelijk terecht naast het huis of in een afvalput en deze restanten zijn goed te dateren. Dat geldt nog meer voor (bijna) complete objecten [Afb. 8]. Ook (fragmenten van) tegels, die na de 16de eeuw als wandversiering in huizen van de meer gegoeden in zwang kwam, zijn voor datering goed bruikbaar.
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 6. Pijpenkoppen laat 16 de tot begin 18de-eeuw (Wijk 4-59).
Schatvondsten Schatvondsten zijn vondsten van meerdere munten of sieraden die een samenhangend geheel vormen. Vondsten dus die in een pot, buidel of wat dan ook verborgen werden. Het vinden van potten of potjes met gouden en zilveren munten wordt altijd breed in de media uitgemeten. Zo’n vondst lijkt een unicum maar is het niet. We moeten ons realiseren dat er in vroeger tijden geen banken bestonden en ieder zijn of haar al dan niet met moeite bijeengesprokkeld kapitaal zelf moest beheren. Dus de beurs of pot met geld werd ergens in of rond het huis verborgen. Een praktijk die al in Bijbelse tijden vermeld wordt3. Oorlogen en ziektes waren in die dagen schering en inslag en als de eigenaar omkwam bleven verborgen bezittingen vaak waar ze waren. Hoewel het woord schat vaak met goud en zilver geassocieerd wordt is dat in dit geval niet per se noodzakelijk. De buidel van een eenvoudige beurtschipper met een 80-tal verschillende duitjes en oorden (dubbele duiten) die samen nog niet eens een de waarde van een groot zilverstuk hadden, vertegenwoordigde zijn courante handelsgeld (zie kader koopkracht). Ook dit is een schatvondst en de samenstelling en jaartallen van deze vondst vormen een bron van informatie over het reilen en zeilen van zo’n schipper in zijn tijd. Urk kent – voor zo ver nu bekend – zes schatvondsten: - 1885 Bij het graven van een regenbak worden 19 zilveren munten en 1 gouden munt gevonden [Afb. 9]. Hoewel details ontbreken is de omschrijving heel specifiek en typerend: een wapen van leeuw op een zilveren munt ter grootte van een tienstuiverstuk (de halve gulden die in 1885 in omloop was, met een diameter van 24 mm) en een wapen van os of stier met Romeinse letters op een gouden munt ter grootte van een gulden (dus diameter circa 28 mm). Afbeelding 7. Uitbundig versierde pijpenkop met Willem V en echtgenote Anna van Hannover met baby, ca. 1760 (Wijk 1-17).
STICHTING URKER UITGAVEN
Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 5
- 1891 Timmerman B. stuit tijdens graafwerk aan een fundering van een oud huis op een stenen potje dat 121 Spaanse, Duitse en Hollandse zilveren munten bevat met afbeeldingen van Maximiliaan (I en/of II), Karel V en Filips II. De meeste munten zijn vrij klein, enkele ter grootte van een gulden en een viertal ter grootte van een rijksdaalder (met een diameter van respectievelijk 28 en 38 mm). De munten zijn “te bezichtigen en te koop bij den heer Metz, scheepsbouwmeester op Urk” [Afb. 10]. - 1948 Lasser Freddie Hoekstra probeert op of naast de werf van Metz zijn laskabel vrij te maken en vindt 21 munten, naar verluidt uit de 15 en 16de eeuw. Een van de munten toont duidelijk het wapen van Kampen (Afb. 11 en 12).
Afbeelding 8. 13 de-eeuwse kan van aardewerk (Wijk 5-1).
Afbeelding 9. Melding schatvondst 1885 (Purmerender Courant, 18 oktober 1885).
Afbeelding 10. Melding schatvondst 1891 (Kleine Courant, 26 oktober 1891).
6 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
- 1955 Tijdens een verbouwing bij het huis van weduwe De Vries in Wijk 5-42 stoot men op een oude kelder waar de jonge timmerman Albert Post in een holte tussen twee stenen 18 munten vindt [Afb. 13]. De vloer van de oude kelder bestaat uit keileem en het zakje waar de munten in zitten is grotendeels vergaan. Naast kleinere en grotere zilveren munten blinken vijf gouden munten. Deze zijn afkomstig uit de hertogdommen Gelderland en Brabant en het graafschap Holland, maar ook uit Spanje (Sevilla), Italië (Ferrara), Keulen en de Pauselijke Staat. De oudste munt is een gouden postulaatgulden uit het bisdom Luik, geslagen tussen 1484 en 1505, de jongste een zilveren Philipsdaalder van Gelderland uit 1573. De munten worden voor 200 gulden gekocht door de Directie Wieringermeer afd. archeologische dienst en liggen nu in het provinciaal depot van Flevoland. De vinder en de eigenaresse van het huisje delen de opbrengst. - 1977 Leendert Maarten Wielhouwer uit Emmeloord laat op 28 januari 1978 tijdens de Open Dag Archeologie in Lelystad elf fraaie zilveren Romeinse munten zien die december 1977 in het Urkerbos gevonden zijn. Het blijken denarii
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 11. Melding schatvondst 1948 (Het Urkerland, 1948)
(zilverlingen) die tussen 104-4 jaar voor Christus gedateerd kunnen worden. De jongste munt is van keizer Augustus (27 voor Christus – 14 na Christus). In 2015 publiceert het jaarboek van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde een artikel over deze vondst (Van Heteren, 2015). - 1995 Tijdens de aanleg van een nieuw riool in het oude dorp vinden stratenmakers naast Wijk 4-58 twee potjes met gouden en zilveren munten. Een ware goldrush breekt uit, de jeugd zwermt toe, de gemeente zet de straat af en Gemeentewerken zeeft een aantal vrachtwagens met grond. Uiteindelijk worden 75 gouden en 37 grote zilveren munten geteld die tussen begin 15de en eind 16de eeuw geslagen zijn, alle in goede staat en van zeer diverse herkomst. Van de munten komen er 35 uit de Noordelijke Nederlanden (o.a. Kampen), 35 uit de Zuidelijke Nederlanden en 42 uit zeven verschillende staten van Europa (o.a. Hongarije en Portugal). Er ontstaat ruzie tussen de vinders die uiteindelijk voor de camera’s van de nationale televisie door de Rijdende Rechter beslecht wordt. De gemeente heeft als eigenaar van de grond recht op de helft van de vondst en besluit 15 gouden en 8 zilveren munten voor het Urker museum te behouden. De beide door de rechter aangewezen vinders verdelen de helft van de taxatiewaarde (55.000 gulden) en het restant van de munten wordt uiteindelijk geveild. De oudste munt is een gouden nobel van koning Henry V van Engeland (in omloop gebracht tussen
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 12. Wapen van Kampen op een duit die vastzit op een oord van Friesland, ca. 1650 (Wijk 4-30).
Afbeelding 13. Beschrijving schatvondst 1955 (Van der Heide, Museum Schokland).
Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 7
1412 en 1427), de jongste munten zijn een gouden 4-crusados van Philips II uit Portugal en rozennobels uit Gorkum (beide geslagen net voor of rond 1600 [Afb. 14].
Afbeelding 14. Gouden Rozenobel uit Gorkum, circa 1592-1600 (Het Oude Raadhuis, Urk).
8 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
Discussie Hoewel de Romeinse muntvondst Urk veel vroeger op de kaart zet, laten we dat hier buiten beschouwing. Naast de wat vage vondstgegevens is het niet duidelijk of er een directe relatie met het dorp Urk en de bewoning daarvan is.
STICHTING URKER UITGAVEN
De scherven van wandtegels, de vondsten van losse munten en pijpenkoppen en sommige vondsten van aardewerk geven daarentegen wel een duidelijk beeld van de bewoning van Urk. Determinaties van deze losse vondsten bevestigen zonder uitzondering dat er in ieder geval na 1570 doorlopende bewoning van het gehele oude dorp was (althans zeker binnen de wijken 4, 5 en 6). Dat sluit aan bij de literatuur en bij de overlevering dat mensen van het nabij gelegen dorp Espelo door afkalving en
STICHTING URKER UITGAVEN
overstroming van hun woonplaats naar de bult moesten verhuizen (De Vries, 1962; Kerkhoven, 2003; Geurts, 2005). Bovendien weten we dat de oude kerk tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 van het eiland werd afgescheiden en spoedig instortte4.
Afbeelding 15. De locaties van schatvondsten, kruik en Het Huys te Urck ingetekend op een plattegrond van Urk en de kaart van Cornelis Koel uit 1668 (afbeelding Anne Post).
De schat van 1955 telt geen leeuwendaalders (die vanaf 1576 geslagen werden) en moet waarschijnlijk vlak na 1573 aan de kelder zijn toevertrouwd. De grote schatvondst van 1995 telt Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 9
slechts een paar munten van na 1576 (van rond 1600) en ook geen leeuwendaalders. De beide vondsten hebben zeven verschillende types munten gemeen. We kunnen daarom met zekerheid aannemen dat de schatvondst van 1995 net voor of heel kort na 1600 in de beide kruikjes begraven werd5. Van de vondst van 1891 weten we weinig behalve dat de beeltenissen van Maximiliaan I of II, Karel V en Philips II vermeld worden, dat een paar munten net zo groot als een rijksdaalder waren (zoals die rond 1890 circuleerden) en dat de meeste munten Spaans waren. De beeltenis van Maximiliaan I siert van 1508 tot 1519 de munten in onze contreien, die van Maximiliaan II van 1564 tot 1576, die van Karel V vanaf 1508 tot 1558 (en vanaf 1543 tot 1558 de munten van alle 17 gewesten), en die van Philips II van 1555 tot 1598. Het lijkt voor de hand te liggen dat Maximiliaan II bedoeld werd en de grote munten waarschijnlijk Philipsdaalders waren. Echt grote en zware zilveren munten werden immers pas tegen het einde van de 16de eeuw geslagen dankzij de enorme aanvoer van zilver uit het pas ontdekte Zuid-Amerika. Dit geldbedrag moet daarom waarschijnlijk ergens in de tweede helft van de 16de eeuw aan de Urker grond toevertrouwd zijn. Het bericht over de vondst van 1948 meldt dat een deel van de munten 15de -eeuws was en dat het wapen van Kampen te zien was. Muntslag in Kampen met het Kamper wapen vond plaats van 1407 - 1534 en van 1588 - 1694. Een datum van begraven is moeilijk te geven, maar waarschijnlijk is dat – gezien de 15de-eeuwse munten – (ver) voor 1600 geweest, mogelijk voor 1534. De raadselachtige vondst van 1885 zou ook van een vroegere datum kunnen zijn omdat de munten waarschijnlijk alle tussen 1400 -1550 geslagen moeten zijn. De specifieke omschrijving van de grootte, de Romeinse letters en het wapen van os of stier wijzen daarop. Grote zilveren munten (zoals leeuwen- of Philipsdaalders) die pas eind 16de eeuw in omloop komen, ontbreken geheel. Maar ook deze vondst zou pas 10 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
rond 1570-1600 verborgen kunnen zijn; zilveren en gouden munten bleven in die tijden soms heel lang circuleren. De oudste munt uit de vondst van 1995 (die rond of net na 1600 begraven werd) dateert bijvoorbeeld van begin 15de eeuw. Ten minste drie van de vondsten werden gedaan in de kelder van een huis of naast huizen. Gezien de datering ervan moeten de fundamenten van die huizen voor of rond 1570-1600 gelegd zijn. Als we de eerste nauwkeurige en betrouwbare kaart van Urk (van de Amsterdamse landmeter Cornelis Koel uit 1668) bestuderen, dan tellen we ca. 38 woningen/boerderijen op de Urker bult. Sommige schriftelijke bronnen melden tot 50 woningen, maar meer zullen het niet geweest zijn. Een groot deel van die huizen moet voor en rond 1600 al op dezelfde plaats gestaan hebben en het is dus niet verbazingwekkend dat de vindplaatsen van de schatvondsten ruwweg overeenkomen met de posities op de kaart van Koel (in waar nu Wijk 4, 5 en 6 zich bevinden) [Afb. 15]. Oud Urk stond tussen 1570-1600 al stevig op de plek waar het nu nog staat. Epidemieën en oorlogen Als we ervan uitgaan dat net voor en rond 1600 er niet meer dan 40 huisjes en boerderijen op en rond de bult stonden, dan lijken vijf schatvondsten in verhouding veel. Schatvondsten impliceren dat de eigenaar niet kon doorgeven waar zijn bezittingen verstopt waren. Hij hield dus geen rekening met een ramp. Meerdere schatvondsten van enige omvang in Noord- en Midden-Nederland op een beperkte locatie zijn buiten de steden niet bekend. Een dergelijk aantal vondsten in een dorpje zo klein als Urk is dus uitzonderlijk. Er moet waarschijnlijk eind 16de eeuw op Urk een aantal malen iets ernstigs aan de hand geweest zijn, wellicht veroorzaakt door een vreselijke ziekte of oorlogsgeweld. Urk was een klein eiland
en de bewoners hadden weinig mogelijkheden tot vluchten of verstoppen voor vijand of ziektes. Ziektes en epidemieën waren in die dagen meestal dodelijk. Op Urk brak in 1536 de pest uit, de bevolking werd gedecimeerd en producten werden geboycot6. Een eeuw later, in 1636/1637, stierven 149 Urkers - ongeveer de helft van de bevolking, aan de gevreesde ziekte7. De Zuiderzee was vanaf de 13de tot de 18de eeuw een zeer belangrijk vaarwater voor de binnenvaart, de vaart van en naar de Hanzesteden en later voor de grote expedities vanaf de Hollandse steden (met name Amsterdam en Hoorn). De Zuiderzee was belangrijk, maar bovenal gevaarlijk: niet alleen door de zandbanken en ondieptes maar vooral door zeerovers, kapers en strijdende partijen. Voor 1543 waren er de zeerovers van Kuinre, Grote Pier, en de omringende provincies die doorlopend met elkaar overhoop lagen. Vanaf 1543 vielen alle 17 provincies onder het bewind van keizer Karel V en was er relatieve rust. Die rust werd al in 1573 ruw verstoord met de Slag op de Zuiderzee tussen de Spaanse troepen en de opstandelingen. De 80-jarige oorlog was geboren; de geuzen hielden op de Zuiderzee huis en plunderden onder andere Vollenhove en Emmeloord. De vondsten van 1891, 1955 en 1995 werden tijdens het woelige begin van de 80-jarige oorlog in de grond verstopt. De vondsten van 1885 en 1948 kunnen in diezelfde tijd, maar mogelijk ook al voor 1543 verstopt zijn. Zeker weten doen we dat niet, wel weten we zeker dat de eigenaren de ongeregeldheden niet na konden vertellen. Arm en rijk De vondst van 1948 moet gezien worden als het spaargeld van een Urker die zeker niet armlastig was. De vondst van 1891 was het courante geld van iemand in goede doen. De vroegere eige-
De vondst van 1995 vertegenwoordigt ook in die tijd een enorm kapitaal STICHTING URKER UITGAVEN
naar van de vondst van 1955 (met zeven gouden munten) zat er zeer warmpjes bij: met dat bedrag kon je toentertijd een maandje of wat vooruit, of iets van waarde kopen. Uitzonderlijk, zelfs binnen de grotere Nederlandse context, is echter de vondst van 1995. Dat is een zogenaamde ‘spaarschat’ die over langere tijd door de eigenaar is opgepot en waarvoor gouden en zilveren munten van een hoge nominale waarde werden uitgekozen (zie kader koopkracht). Het geheel vertegenwoordigt een voor die tijd enorm kapitaal, vergelijkbaar met twee jaarsalarissen van een zeer hoge magistraat. In huidig geld omgerekend gaat het om ten minste € 250.000,-8 Afkomstig – zoals wel gesuggereerd werd - van een zeer rijke handelsreiziger, of van een bode met soldij voor soldaten; bezoekers dus die op Urk hun einde vonden? Of toch gewoon het spaargeld van een Urker die zijn zaakjes heel goed voor elkaar had?9 Dat laatste zou zomaar kunnen. Doorsnee Urkers van de 15de en 16de eeuw – in tegenstelling tot de Urkers van bijvoorbeeld 1850 – waren waarschijnlijk niet armlastig. Urk lag van de 12de tot 16de eeuw nabij een van de belangrijkste handelsroutes in Europa. De koggen van de Hanzesteden voeren via Kampen en Urk (met overslagplaats Naghele) over de Zuiderzee naar de Noordzee en Oostzee10. De leenheren van Urk, de ridders van Kuinre, hieven tol en hier zullen hun onderdanen van meegeprofiteerd hebben. De Urker boter was een gewild product en werd door Kamper kooplieden tot op de markten van Keulen verhandeld. Urkers verhuisden in die tijd soms naar de in die tijd zeer belangrijke Hanzestad Kampen, bekleedden daar belangrijke posities en hielden ondertussen gewoon hun landerijen op Urk in bezit. (zie kader Kamper Urkers). Bronnen melden dat sommige Urkers er warmpjes bijzaten. Op 6 november 1483 koopt de Urker Jacob Willemsz. van een zekere Lubbe drie akkers in Kuinre voor de som van 98 Rijnlandse goudguldens11, omgerekend naar huidige maatstaven een bedrag van ruim 7000 euro12. Jacob moet dus een boer in goeden doen geweest zijn. In het jaar 1493 maakt de bouwmeester
STICHTING URKER UITGAVEN
Kamper Urkers Als Urk en Schokland door stormvloeden van elkaar gescheiden worden, verandert er veel voor de bewoners van dit gebied. Samen met vruchtbare landbouwgronden verdwijnt ook de rivier Naghel in zee. Hiermee raakt het gebied de laad- en losplaats kwijt die de bewoners in staat stelt om handel te drijven. In de veertiende eeuw zien we daarom veel Urkers vertrekken en elders een bestaan opbouwen. Vaak zijn deze makkelijk te herleiden aan de achternamen als Urck en Van Urck, die later de moderne schrijfwijze Van Urk krijgen. Maar ook verbasteringen als Oerck, Orck, Orcks, Orrick en natuurlijk Van Hurk. Vrijwel al het transport van goederen vindt in die tijd plaats over water en de Urkers vestigen zich vooral in plaatsen rond de Zuiderzee met een eigen haven van waaruit de handel bedreven kon worden. Vooral de machtige en welvarende handelsstad Kampen is in trek en Urkers nemen daar mettertijd belangrijke posities in. Zo’n Urker was Mathias van Urc die in 1339 in Kampen sterft als een welgesteld man. Een andere rijke Urker is Volcker van Urck. Hij koopt op 27 januari 1461 in Kampen een maat (stuk grasland), vier hoven en acht woningen en nog een stenen huis van twee woningen. Zijn zoon Warner van Urck leent de stad Kampen in 1510 een groot bedrag om de oorlog tegen de hertog van Gelre te kunnen bekostigen. Cleijs van Urck is een rijke handelaar en schipper. Hij maakt deel uit van het gemeentebestuur en is in 1495 kerkmeester van de Buitenkerk. Zoon Dubbelt laat zich wijden tot priester. Zoon Johan treedt in de voetsporen van zijn vader als reder, koopman en brouwer. Zijn naam komen we tegen in diverse schuldbekentenissen van mensen die geld van hem lenen. Deze Van Urck-tak maakt jaren deel uit van het bestuur van de stad als schepen of burgemeester. Het Stedelijk Museum Kampen heeft in haar collectie nog de schepenbeker van Johan van Urck. Deze zilveren drinkbekers waren voorzien van het familiewapen en werden na het overlijden van de bestuurder door de nabestaanden aan de stad geschonken. De Van Urcken zijn in die tijd ook nauw bij de katholieke kerk betrokken, zo blijkt wel uit de testamenten waarin ze delen van hun bezittingen nalaten aan de kerk. Zo laat Grete van Urck, getrouwd met Cleijs Sachteleven, in 1482 in haar testament opnemen dat ze ter zaligheid van haar ziel 50 Rijnse guldens bestemd om aan de armen twee keer een uitdeling te doen, 30 paar schoenen voor hen te kopen en om twee goede Minderbroeders elk 30 zielmissen te laten lezen. Dat wat zij verder zal achterlaten in de vrijheid van Kampen geeft zij haar zoon Johan. Als Johan zonder wettige nakomeling komt te overlijden, gaat zijn deel van de erfenis voor de ene helft naar de familie van moeders kant en de andere helft gaat naar de kerk. Zoon Johan overlijdt in 1490 in Riga (Letland) en zat dus ook in de handel. Uit de notariële akten blijkt dat Jan en Johan Vleisch, afkomstig uit Urk, goed in de slappe was zitten. Zij verstrekken diverse leningen en bezitten onroerend goed en land in Kampen. Ook Jacob Jansz is ook een vermogend Urker met bezittingen op Urk en in Kampen. Hij laat bij zijn overlijden in 1517 onder meer een rijnschip na aan zijn vrouw Lubbe Veinsch. Broer Tymen, die nog op Urk woont, krijgt alle landsgoederen buiten Kampen en het land op Urk. Daarnaast mag hij alle openstaande schulden innen, onder andere in Enkhuizen. Bron: Notariële archieven Kampen
Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 11
van de Dom in Utrecht melding van de aanvoer van blokken zandsteen door schipper Evert van Oerck. Met zijn kogge voert hij de stenen aan vanuit Zwolle via de Zuiderzee en de Vecht naar Utrecht. Hij krijgt per vracht ‘hondert twee florijnen’ uitbetaald, dit geeft aan dat hij niet alleen vervoerder was maar ook de hele financiële afhandeling verzorgde. Urk was centraal gelegen in een zee waar de kustbewoners zich in de Middeleeuwen toelegden op wat we nu pure zeeroverij zouden noemen en zich zo soms aanzienlijke rijkdommen konden vergaren. En laten we het beruchte Val van Urk ook niet vergeten, de diepte in de Zuiderzee voor Urk die omringd werd door gevaarlijke ondiepten. Menig Hollandse koopvaarder strandde na een wereldreis over oceanen alsnog
In de vijftiende en zestiende eeuw woonden of verbleven er een paar heel rijke Urkers op het eiland op de Zuiderzee met zijn verraderlijke grondzeeën. Urkers waren er dan als de kippen bij om de lading te bergen die eigenaren tegen een zeer fors bedrag weer terug konden kopen van de schout van Urk. Deze praktijk werd vanaf eind 15de eeuw steeds meer een doorn in het oog van de machtige kooplieden en scheepseigenaren van Amsterdam en Hoorn. Uiteindelijk leidde dit soort problemen, en de voor grote schepen
Afbeelding 16. De landen van Urck in de Middeleeuwen (kaart C. de Vries).
12 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
noodzakelijke doorvaart door het Val van Urk en het belang van het eiland als navigatie en beschutting, ertoe dat Amsterdam het eiland in 1660 kocht. Al met al is het duidelijk dat er in de 15de en 16de eeuw zeker een paar heel rijke Urkers op het eilandje woonden (of er af en toe verbleven) en het is niet ondenkbaar dat de schat van Wijk 4-58 door een zeer welgestelde Urker aan de grond is toevertrouwd. Hoe oud is het oude dorp? Documenten die vanaf 966 Urk vermelden, duiden met ‘Urck’ of ‘De landen van Urck’ het gehele, toen nog zeer uitgestrekte (schier)eiland met een aantal woonkernen (o.a. Espelo of Espelbergh en Naghele). Het is niet duidelijk of Urk als woonkern toen ook bestond of dat onder of rond de bult alleen maar een paar boerderijen stonden [Afb. 16]. Aan de hand van de losse muntvondsten kunnen we stellen dat het oude Urk (Wijk 4, 5 en 6) al voor of tenminste vanaf 1570 intensief bewoond werd. Dat is geen nieuws en in overeenstemming met de literatuur, met het gegeven dat het oudere Urk (Espelo) voor en rond die tijd door de golven verzwolgen werd en de toenmalige bewoners zich op voormalig bouwland op en rond de bult vestigden (Vroom, 1968; De Vries, 1962; Kerkhoven, 2003; Geurts, 2005). De losse muntvondsten zijn echter alle uit de bovenste geroerde grondlagen afkomstig; dieper liggen mogelijk sporen die een vroegere bewoning van (delen van) de bult impliceren. Archeologen hebben bij enkele beperkte opgravingen in het oude dorp scherfjes en resten van bewoning uit 11de tot en met de 14de eeuw gevonden (Kerkhoven, 2003; Velthuizen et al., 2006 a + b; Ten Broeke, 2014) en bij het graven van een kelder bij Wijk 5-1 is een gaaf 13deeeuws kruikje in situ onder het esdek gevonden (pers. info 2019: J.R. de Wit,
STICHTING URKER UITGAVEN
zie afbeelding 8). En als het beruchte Huys te Urck inderdaad op of rond Wijk 5-126 gelegen heeft (Kerkhoven, 2003) dan moeten er rondom de sterkte zeker meer dan een paar boerderijen gestaan hebben. De sterkte, die van 1380 tot 1480 aan de basis stond van de strijd tegen zeeroverij, herbergde 25 soldaten, personeel en gevangenen (op enig moment drie personen waarvan de stad Amsterdam adviseerde hen een kopje kleiner te maken) en zal niet eenzaam en alleen aan de rand de bult gestaan hebben. Ook de muntvondsten uit 1885 en 1948 zouden op bewoning voor 1570 kunnen wijzen. Wat weten we eigenlijk van dat in de literatuur vermeldde westelijk van de bult gelegen dorp Espelo? Hoewel Espelo zeker bestaan heeft, aan het water lag en door het water verzwolgen werd, is er tot nu toe geen enkel hard bewijs dat de bewoners van de bult van rond 1600 uit Espelo afkomstig waren. Archeologische vondsten vanaf de Vormt zijn niet bekend maar misschien zijn die vermorzeld door de baggermolen die in de jaren 60 voor Urk keileem opbaggerde en het dorp jarenlang van achtergrondmuziek voorzag. Er rest ons slechts de verklaring van Dapper uit 1663 over oude Urkers die Espelbergh ten noordwesten van Urk plaatsten13 (zie kader Espelo). Heeft die naam Espelbergh misschien iets te maken met de ‘berg’ van de Urker dorpskern? Feit is dat Espelo al voor 1309 rechten kreeg op een parochiekerk14 en dat ‘De kerk van Urck’ in 1452 in Espelo stond15 . Maar die kerk kan toch moeilijk de katholieke kerk zijn, iets westelijk van het huidige oude dorp, die na de vloed van 1570 eenzaam in het water kwam te staan en waarvan C. de Vries meldt dat de Urkers vanaf 1570 wadend of zeilend naar de kerk gingen16 [Afb. 17]. Deze later ingestorte kerk die op de plaats van het Kerkje aan de Zee werd herbouwd, moet toch ver voor 1570 gebouwd zijn. Zou die kerk dan het gebedshuis van slechts een paar boeren geweest zijn? Hoe het ook zij, het Urk van 966-1570 blijft intrigeren en toekomstige archeologische vondsten in het oude dorp zijn nodig om tipjes van de sluier op te lichten.
STICHTING URKER UITGAVEN
Espelo Espeloo of Espelbergh is een dorp dat vanaf de 11de eeuw in oude documenten genoemd wordt. Na de 14de eeuw komt de naam niet meer in aktes voor en aangenomen moet worden dat het dorp door de oprukkende Zuiderzee verzwolgen werd. Espelo lag aan zee, had een parochiekerk, en de bevolking zou gedurende de 15de of 16de eeuw naar de hoogte van Urk vertrokken zijn (Vroom, 1968; De Vries, 1962; Kerkhoven, 2003; Geurts, 2005). Urck wordt vanaf 966 al in akten en documenten genoemd en het is vaak niet duidelijk of met ‘Urck’ een nederzettingskern of een uitgestrekt gebied - afkalvend tot een groot eiland - bedoeld wordt. Een (schier)eiland waarop o.a. Espelo en Naghele lagen. De term ‘landen van Urck’ die nogal eens voorkomt, lijkt een groter gebied te duiden. Een en ander is vooral gebaseerd op de mondelinge overlevering die in 1663 door Dapper genoteerd werd: ‘d’Eilanders plegen aen het West Noort-west van Urck, Espelbergh geheten, hun woonplaetsen te hebben; want zeker stok out, nu ruim 9 jaren overleden, van dit Eilandt wiste [..] te zeggen, dat aldaer nog eenige huizen, ten getale van vijf of zes, in zijn’ jongkheit gestaen hadden, die door het inbreken van de zee, zoo hoogh staende als de huizen tegenwoordigh, moesten verplaetst worden, te plaetse daer Urck tegenwoordigh bewoont wordt; welke plaetse of landt (dat zich ten Westen, Zuiden, Noorden en Oostwaarts strekte) in voorigen tijde bij d’inwoonders alhier tot boulant wierde gebruikt, eerze zich genootsaekt vonden van Espelbergh te verplaetsen; waer aen af te meten is dat dit eilandt te dien tijde, dat dus met bou- en weylant voorzien was, genoech zelfs haer inwoonderen voedsel heeft kunnen verschaffen’ (Vreughdenhil, 1996). Vroom (1968) situeert Espelo echter zuidwest van Urk gebaseerd op een kaart van rond 1540. In de reconstructie van C. de Vries wordt zijn visie op de situatie in de late Middeleeuwen weergegeven (zie afbeelding 16). De Vries gaat uit van een dorpje Urck op de plek waar het nu nog ligt. Naghele is gesitueerd ten noorden van Urck (aan de rivier de Naghel, de uitloop van de IJssel) en Espelbergh ten westen van Urck.
Afbeelding 17. De kerk is hier gesitueerd op het kleine eilandje. Kaart van de Zuiderzee, 1590, Lucas Jansz Waghenaer.
Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 13
•
Conclusies Ten minste vanaf 12de eeuw werden delen van de Urker keileembult bewoond door een paar boeren die misschien af en toe ook wat visten; maar mogelijk was er toch al sprake van een dorpskern met wellicht een kerk en zelfs – van 1380-1480 – een versterkt blokhuis.
• • • •
Eindnoten 1
A.J. Geurts. 2005, p. 29-31.
2
A. van Urk, 1996, bijeenkomst museum.
3
Jozua 7 en vele andere voorbeelden.
4
C. de Vries, 1962, p. 114.
5
De Portugese 12 gram zware gouden 4-crusados munt z.j. is van een datum rond 1600 (in ieder geval van na 1598). Ook de Rozenobels van Gorinchem zijn van rond 1600. Zie hiervoor blz. 16 van de veilingcatalogus van Schulman (plm. 1590-1600). Ook deze nobels zijn, net als de grote Portugese munt, zonder datum. Deze nobels zijn van een prachtige kwaliteit. Gelet op het feit dat die
Vanaf ten minste 1570 was er sprake van een intensief bewoond dorp dat rond Wijk 4, 5 en 6 gesitueerd was.
toen met de hand werden geslagen is dit de hoogste kwaliteit; deze munten zijn dus niet/nauwelijks in omloop geweest. Dit wil zeggen dat ze rond/in/of vlak na 1600 zijn verborgen. Als de vondst van een latere datum zou zijn, dan zou de vondst er wat de samenstelling betreft ook anders uit hebben gezien.
Er moeten in dat dorp aan het begin van de 80-jarige oorlog onverkwikkelijke zaken hebben plaatsgevonden die ertoe leidden dat bezittingen begraven werden en bleven. Welvaart komt en gaat. Urkers waren voor de 16de eeuw waarschijnlijk niet armlastig maar vanaf eind 16de eeuw keert het getij. Urk verarmt en in de 19de en begin 20ste eeuw is de doorsnee Urker straatarm [Afb. 18]. De geschiedenis van Urk is uniek, complex en zeer interessant. Het is daarom zaak om in het ‘oude dorp’ daar waar mogelijk overblijfselen uit deze geschiedenis aan de grond te ontfutselen.
De Republiek was toen namelijk in opkomst en de handel floreerde. Tijdens en na het Twaalfjarig Bestand werden munten van de republiek de leidende munten, zowel bij de gouden als zilveren munten (gouden rijders, vroege gouden dukaten en zilveren leeuwendaalders). 6
www.urkeruitgaven.nl, Kort Historisch mei 2020.
7
C. de Vries, 1962, p. 183.
8
J. Schulman, mail april 2020.
9
A.J. Geurts, 2005, p. 31.
10
A. Post. Territorium Urck, Urcker Kronieken 2020-2.
11
RAK 76, folio 79V, 779.
12
Internationaal Instituut voor sociale geschiedenis; iisg.nl
13
A.J. Geurts, 2005, p. 30.
14
C. de Vries , 1962, p 15.
15
C. de Vries, 1962, p. 77.
16
C. de Vries, 1962, p. 114.
Afbeelding 18. Potloodtekening van Urk omstreeks 1830. L. le Compte. (Collectie Universiteit Leiden)
14 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
STICHTING URKER UITGAVEN
Onze dank gaat uit naar Jan Hendrik Jonkers, Arie Noorloos, Hessel Post, Riekelt Snoek en Albert Jelle van Slooten voor de informatie over detectorvondsten op Urk, aan Elisabeth Oost en Thijmen Pasterkamp voor informatie over vondsten onder Wijk 5-20, aan Pieter en Suzanne Oost voor het faciliteren en toestaan van uitgebreide bemonstering van de lagen onder Wijk 4-30, aan Lub Post Jzn. voor het aanleveren van belangrijke historische gegevens en aan Anne Post voor het vervaardigen van Afbeelding 15. Jan Rein de Wit bedanken we voor zijn waardevolle informatie over opgravingen rond de eeuwwisseling en het toestaan van het fotograferen van de gevonden kan van Wijk 5-1. Kritische lezing van een eerste versie van dit artikel door Lub Post Jzn., Tiemen Roos, Klaas de Vries en Jan Rein de Wit verbeterden het artikel aanmerkelijk, waarvoor onze dank.
Geraadpleegde literatuur •
Broeke, E.M. ten, 2014. Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek. Oosthavenkade 17 en 18 te Urk in de gemeente Urk. 1-80.
•
Geurts, A.J., 2005. Urk de geschiedenis van een eiland. 1-408.
•
Heteren van, A, 2015. Een Romeinse schatvondst bij Urk? Nieuwe inzichten in de muntcirculatie in Romeins Flevoland. Jaarboek voor Munt- en Penningkunde, 102, 1-13.
•
Kerkhoven, A.A., 2003. Rogge, zout en bodemschatten. De archeologie en het cultuurlandschap van Urk in de Late- en Post-Middeleeuwen. Doctoraalscriptie, 1-166.
•
Kerkhoven, A.A., 2005. Archeologisch onderzoek van Urk, in: Cultuur Historisch Jaarboek voor Flevoland.
•
Roessingh, W., 2005. Urk Wijk 6-28. (ADC ArcheoProjecten Rapport 368), Amersfoort.
•
Velthuizen, D.E.P., Groothoff C.C. & M.C. Verboon, 2006. Archeologisch onderzoek Gemeente Urk Wijk 5-74, AWN Afdeling 21, rapport nr. 2006-1, 1-19.
•
Velthuizen, D.E.P., Groothoff C.C. & M.C. Verboon, 2006. Archeologisch onderzoek Gemeente Urk Wijk 4-46, AWN Afdeling 21, rapport nr. 2006-2, 1-?.
•
Vreugdenhil, V., 1998. Het licht op Urk. In: G.H.L. Tiesinga (red.). In Flevoland verzameld. Cultuur
•
Historisch Jaarboek voor Flevoland, 89-97.
•
Vries C. de, 1962. De geschiedenis van het eiland Urk. 1-525.
•
Vroom, U.E.E, 1968. Urck, een zeker eiland in Almere. Spiegel der historie: 151-164.
STICHTING URKER UITGAVEN
Klaas & Lub Post | Schateiland Urck? | 15
Samenvatting. De Urkers van nu zien hun voorvaderen als arme vissers die vanaf eind 16de -eeuw woonden in tochtige visserswoninkjes op en rond de bult van het kleine eiland. Te arm om belasting te betalen en vaak een beroep moesten doen op de liefdadigheid in ons land om het hoofd boven water te houden. Toen was daar in 1995 plots de vondst van twee kruikjes met een kapitaal aan gouden en zilveren munten. Verbazing alom; want op Urk was immers geen geld? Inmiddels zijn er nog vijf andere schatvondsten bekend geworden die eind 16de eeuw of eerder in de Urker keileem verborgen werden. Deze Kroniek gaat in op dit verbazingwekkende aantal schatvondsten, op de mogelijke oorzaak daarvan, op oudste bewoningsgeschiedenis van dat wat nu als het oude dorp bekend staat, en op de armoede of welvaart van haar vroege bewoners.
Summary. The current population of Urk regards its forefathers as poor fishermen who lived in draughty cottages on and around the “bult” on the small island. Too poor to pay taxes, and often in need of the national welfare system in order to sustain themselves. Then, in 1995, there was the discovery of two earthenware jugs, containing a small fortune in gold and silver coins. Widespread surprise; wasn’t there an absence of money on the island? Since then, another five such discoveries have been made, hidden in the Urk boulder clay since the late 16th century, or even earlier. This Kroniek discusses this surprising number of treasure finds, its possible causes, the earliest occupation history of what is now known as the “oude dorp”, the old village, and the poverty or prosperity of its early population.
Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l
Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl
STICHTING
URKER UITGAVEN
Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.
16 | Klaas & Lub Post | Schateiland Urck?
STICHTING URKER UITGAVEN