Kronieken Urcker
Jaargang 2019 | nr. 5
STICHTING
URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl
Afbeelding 1. Het Vissersmonument op Urk met de namen van hen die omkwamen tijdens de storm van 6 oktober 1954.
De UK 60 in de nacht van de storm van 6 op 7 oktober 1954
Storm werd een orkaan Scheveningen Radio gaf op woensdagavond 6 oktober 1954 de weersverwachtingen van het KNMI door: ‘Harde tot krachtige noordwestelijke wind met windstoten tijdens buien.’ Geen storm op komst, en dus voor veel vissers op zee geen reden om naar binnen te gaan. Maar tussen 19.00 en 22.00 uur gebeurde er iets uitzonderlijks. In drie uur tijd ontwikkelde de ‘krachtige wind’ zich tot een orkaan, zonder dat de weerkundigen in De Bilt daar iets van hadden gemerkt. Die orkaan kostte twaalf Nederlandse zeelui het leven, onder wie zes Urker vissers (afb. 1). Het vissersdorp werd in rouw gedompeld.
Door Jan van den Berg Jzn. 63-janvandenberg@planet.nl
Lub van den Berg Pzn. delamontagne@hetnet.nl
Jurie van den Berg Kzn. j.vandenberg1@home.nl
Het KNMI werd volledig verrast door een depressie die zich uitzonderlijk vreemd gedroeg. Het lagedrukgebied was het Waddengebied gepasseerd en naar het oosten afgedreven, maar kort daarna daalde de luchtdruk zeer snel, wat alleen bij een uitermate actieve depressie voorkomt. De depressie was teruggekeerd, had zich aanzienlijk verdiept en veroorzaakte rondom zich een snel aanwakkerende storm met orkaankracht. Dit alles voltrok zich op een betrekkelijk klein gebied op de Noordzee, ongeveer begrensd door de Doggersbank, Ameland en Petten. Schepen in nood De IJmuider Courant opende donderdag 7 oktober met de kop: “Storm werd een orkaan”. Volgens de krant leek het in de vroege woensdagavond nog allemaal niet zo ernstig. De wind was weliswaar uit het noordwesten aangewakkerd tot stormkracht met af en toe een grommende uitschieter, maar van moeilijkheden op zee was nog weinig te merken. Tot om 23.38 uur het eerste noodsignaal door de ether knetterde. Vlak voor IJmuiden was een Engels vrachtschip in nood. De IJmuider reddingboot ‘Neeltje Jacoba’ voer uit. Schipper Jaap van der Meulen veronderstelde dat het een pittig maar kort reisje zou worden. Hoe anders pakte dat uit. De bemanning was de hele nacht in touw op een kolkende zee. De meldingen volgden elkaar snel op; de kotter UK 59 zat voor Egmond in de penarie en meer schepen vroegen om assistentie. Het weer was benauwend met golven als donderende bergen. De UK 41 ‘Sumumsumbra’ werd door een grondzee op zijn kant gegooid. Terwijl de mast plat op het water lag, sleurden de golven het dak van de stuurhut weg. Schipper Lou Hoefnagel werd door de stuurhut gespoeld en wist zich nog net vast te grijpen aan zijn broer die het stuurrad omkneld hield. Als door een wonder rechtte het schip zich weer. De apparatuur was verdwenen, maar de motor was blijven draaien en zo konden ze hun koers gelukkig vervolgen. De storm ging, naarmate de nacht verliep, over in een orkaan en beukte in op de Nederlandse kust. Angstig dacht men terug aan de rampzalige februa2 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
Afbeelding 2. Het Deense stoomschip ‘Rikke Skou’.
ristorm een jaar eerder, die uitmondde in een watersnoodramp. Er werden windkrachten in de nanacht gemeten die bij de twaalf in de buurt kwamen. Het Deense stoomschip ‘Rikke Skou’ (afb. 2) verging die nacht 70 mijl noordwest van Ameland. Van de twintig opvarenden werden er slechts tien gered. Van het 157 ton metende Duitse motorschip ‘Reind’ en zijn vier bemanningsleden werd niets teruggevonden. En op het Nederlandse vrachtschip ‘Rijnstroom’ kwam de bootsman om het leven, nadat hij bekneld raakte tussen schuivende lading. “De zee was deze nacht ruwer dan tij-
dens de stormramp van februari 1953,” verklaarde schipper Klaas Toxopeus van de reddingboot ‘Insulinde’ uit Oostmahorn, nadat hij 15 uur buitengaats was geweest. De vissersvloot Toen de wind op woensdagavond aantrok en draaide naar het noordwesten, gingen verscheidene schepen naar binnen, maar omdat het weerbericht geen storm voorspelde bleven er schepen op zee. Toen de storm zijn ware gezicht liet zien, was het voor sommigen te laat om naar binnen te gaan. Voor hen zat er niets anders op dan de storm met de
Afbeelding 3. De laatste foto die van de UK 174 is gemaakt.
Afbeelding 4. De HD 8 ‘De Jonge Jochem’.
STICHTING URKER UITGAVEN
kop in de wind in diep water ‘uit te rijden’. In de loop van donderdag 7 oktober werd bekend dat de Urker kotters, op twee na, allemaal behouden waren binnengekomen. Van de UK 174 ‘Hendrika’ en de UK 60 ‘Neeltje’ was nog niets vernomen. Beide schepen hadden een radiozendinstallatie aan boord, maar reageerden niet op oproepen. Het laatste radiocontact met de UK 174 was om 01.30 uur toen de kotter op 30 mijl ten noordwesten van Den Helder was. De UK 141 had die week een journalist van het weekblad De Spiegel aan boord. De verslaggever had woensdagmiddag, toen de UK 141 de UK 174 passeerde, nog een foto gemaakt. Het zou de laatste foto van de UK 174 worden, en de laatste keer dat het schip werd gezien (afb. 3). In de week erna werd met een grote vloot vissersschepen een grote zoekactie gehouden, maar noch van het schip, noch van de bemanning werd een spoor gevonden. De twintig meter lange ‘Hendrika’ was nog maar een jaar oud. De bemanning bestond uit vijf personen. Drie van hen waren broers: de 25-jarige Rijkent (Rijke) Kapitein, de 20-jarige Cornelis en de 15-jarige Hendrik. Rijke liet een vrouw en dochter achter. Hun neef, de 37-jarige Hendrik Kapitein, liet een vrouw en vier kinderen achter. Het vijfde bemanningslid was de 19-jarige Cornelis (Cees) Korf, de vriend van een zus van de drie broers Kapitein (afb. 5 en 6). Diezelfde nacht verging ook een kotter uit Den Helder, de HD 8 ‘De Jonge Jochem’ (afb. 4). Deze kotter was in 1933 gebouwd voor L. Kamper en kwam in de vaart als UK 14. In 1939 werd de kotter verkocht aan Kobus Post in Den Helder. Post was van Urker afkomst. Bijzonder is dat de HD 8 tijdens de Tweede Wereldoorlog op 12 mei 1940 met alleen schipper Bertus van Loosen – een zwager van Kobus Post – aan boord uitweek naar Engeland met tachtig overwegend Joodse vluchtelingen. Het plan was meteen weer terug te keren, maar dat ging niet en de kotter viste gedurende de oorlog vanuit Fleetwood. In 1945 keerde de kotter terug in Den Helder. De HD 8 was woensdagochtend 6 oktober 1954 uitgevaren ter visserij met vijf opvarenden om nooit meer terug te
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 5: Hendrik jr. en Rijke Kapitein aan boord van de UK 174.
Afbeelding 6. Cornelis Kapitein en Cees Korf.
Voor sommige schepen was het te laat om naar binnen te gaan Van den Berg | Storm werd een orkaan | 3
Afbeelding 4. Ds. P.J. ter Plegt.
Jan van den Berg was schipper op de UK 60 en op maandag 4 oktober 1954 waren ze net als alle andere weken uitgevaren met vijf personen aan boord. De bemanning bestond naast de schipper uit twee van zijn broers, Jaap en Piet van den Berg, en Klaas de Boer en Albert Post. Zij vormden de vaste bemanning van de UK 60.
Afbeelding 7. De Waarheid, 11 oktober 1954.
keren. Het laatste radiocontact was om middernacht. Ook van dit schip en haar opvarenden is nooit meer iets gevonden. Naar wat er met de UK 174 en de HD 8 is gebeurd en wat de schepen heeft doen zinken, kunnen we alleen maar gissen. Een zoektocht naar de schepen leverde niks op (afb. 7). Maar wie het relaas van de UK 60 ‘Neeltje’ kent, kan zich een voorstelling maken van hoe het was om in die bewuste nacht in die omstandigheden met een relatief klein visserschip op de Noordzee te zijn. Het verslag van UK 60 Het verhaal is vaak verteld, maar de persoonlijke ervaringen van de beman4 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
bekend als visbestek. De UK 60 viste in die tijd van het jaar met de bodemtrawl, een trechtervormig net dat over de zeebodem wordt gesleept. Het visnet wordt opengehouden door twee scheerborden, dit zijn verticale deuren die door de trekkracht van het schip onder water open scheren en ervoor zorgen dat het net open gaat staan, zodat de vis in het net getrokken kan worden. Deze visserijmethode wordt tegenwoordig veelvuldig toegepast in verschillende varianten. De UK 60 viste over de zijkant van het schip en had daarvoor twee davits (grote beugels) in de zijde staan, waar hangerblokken in hingen. De één stond voor en de ander achter op het schip. Door deze hangerblokken werden de vislijnen uitgevierd die aan de visborden bevestigd zaten. Alle werkzaamheden gebeurden over de gehele zijde van het schip, waardoor de bemanning op de hand, en gebruikmakend van de deining van de zee, het visnet binnenhaalde. Dit is routinewerk, maar tevens gevaarlijk werk, waarbij veel ongelukken zijn gebeurd. Diverse vissers hebben hierbij vingers verloren.
ningsleden zijn nooit uitgediept. Er is anno 2019 nog één bemanningslid van de UK 60 in leven, de 91-jarige Piet van den Berg. Alleen hij kan nog vertellen wat zij die nacht in oktober 1954, nu 65 jaar geleden, hebben meegemaakt. De UK 60 was een stalen kotter, kort na de oorlog gebouwd door Jac. Bodewes in Hoogezand (afb. 8, 9, 10 en 11). Het schip kwam in 1946 in de vaart, had een lengte van 19,34 meter, was 5,63 meter breed en had een holte van 2,55 meter. Het werd voortgestuwd door een 120 pk Industrie-motor. De UK 60 viste die week boven de rug van Terschelling. Deze rug is een verhoging van de zeebodem, bij vissers heel
Het was die woensdagmiddag redelijk visweer, maar de weersvooruitzichten waren zorgelijk. Oktober staat bekend om zijn zware stormen. Vissers met een zendinstallatie, en de UK 60 had er een – Piet was zichtbaar trots dit te vertellen – bespraken de onbestemde weersverwachtingen. Veel vissers namen het besluit om de netten binnen te halen en een veilige haven op te zoeken, de bemanning van de UK 60 uiteindelijk ook. Het net werd binnengehaald en de vis van de laatste trek werd verwerkt. Uit voorzorg voor de storm werden alle losse spullen die aan het dek lagen, zoals vismanden, de visnetten, meertrossen, losse planken enzovoort, opgeborgen in het visruim, wat de gewoonte was op
STICHTING URKER UITGAVEN
de UK 60 met storm op komst. Wat niet naar beneden kon, werd vastgesjord met stevige touwen. Tijdens deze werkzaamheden wakkerde de wind behoorlijk aan en er werd grote zorg besteed aan het zeevast zetten van alle losse delen aan dek. De wind ruimde naar het noordwesten en deze windrichting zorgde voor hoge golven die werden aangevoerd van de ruimte van de Noordzee. “Waar wij visten, heb je verschillende waterdieptes en deze kunnen onberekenbare golven veroorzaken, golven die uit het niets opkomen. Gelukkig was de UK 60 een zeewaardig schip, wat wil zeggen dat het met de stabiliteit van het schip wel goed zat,” vertelt Piet.
Afbeelding 8: De UK 60 wordt tewatergelaten.
Onverwachte golf Een aantal uren later, tegen middernacht, kreeg de UK 60 te maken met zo’n onverwachte golf, die ervoor zorgde dat een raam van de stuurhut ingeslagen werd. De bemanning stond in de brug en was door dit onverwachte voorval drijfnat geworden. De kotter werd onmiddellijk met de kop op de golven gelegd, zo ligt een schip het veiligst. Het zeiltje in de achtermast, de bezaan, was uit zijn lijken gewaaid, waardoor de kotter moeilijk op de wind te houden was en het af en toe van de wind af viel. Afbeelding 9: De UK 60 in de haven van Urk.
Het weer werd zienderogen slechter en het werd te gevaarlijk om te proberen een veilige haven op te zoeken. Besloten werd te gaan ‘steken’, oftewel: het schip met de kop in de wind te houden met de motor op langzaam vooruit en zo beter weer af te wachten. De bemanning verrichtte een noodreparatie om het ingeslagen raam te dichten. Voor deze noodreparatie werd zeildoek gebruikt die werd geknipt uit oliejassen die de bemanning aan dek droeg. Ondanks de laarzen en de rubberjassen was iedereen doornat. De noodreparatie lukte redelijk en verder functioneerde alles prima aan boord. De bemanning kreeg opdracht van de schipper om droge kleren aan te trekken in het vooronder. Dit is het slaapverblijf voor in het schip, waar je vanaf de brug lopend over het dek naartoe moet. “Schipper Jan van den Berg heeft tegen
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 10: De UK 60 in de haven van Urk.
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 5
een collega over de radiozender gezegd dat het er op lagerwal om zou spannen en hij wist dat daar ook verscheidene kleinere Urker vaartuigen waren. Hij bedoelde daarmee dat hoe korter je bij de kust zat met deze windrichting, hoe onberekenbaarder de zeegang kan zijn,” aldus Piet. De bemanning had uit voorzorg een strakke lijn gespannen van de brug naar de ingang van het vooronder om zich aan vast te kunnen houden en veilig naar voren te kunnen lopen. De schipper had opdracht gegeven om het luik goed te sluiten als iedereen voorin was. Afgesproken was dat als één van de be-
Uitzichtloos De situatie op het gehavende schip zag er uitzichtloos uit voor de bemanningsleden. Het was voor Piet van den Berg de enige keer in zijn leven dat hij een sjekkie opstak in de hoop dat de spanningen wat zouden verminderen. Er was geen eten en drinken meer aan boord en de zoektocht leverde alleen een pot uitgedroogde jam op. Desondanks werd deze met graagte opgegeten.
In één moment werd de kotter door een geweldige grondzee ondersteboven geworpen manningsleden droge kleren aan had en wat had gegeten, hij de schipper zou aflossen zodat die hetzelfde kon doen. Het was kwart over vier in de nacht. Jaap had zich verkwikt door droge kleren aan te trekken en zou net het ijzeren luik dat over de ingang van het logies lag openen, toen het gebeurde. Het zal wel altijd onduidelijk blijven of de kotter van de zee viel of dat de schipper van koers veranderde, maar eensklaps, in één moment, werd de kotter door een geweldige grondzee totaal ondersteboven geworpen. “De motor stopte meteen. De accu’s vielen uit de daarvoor bestemde accukist in de machinekamer, het licht viel uit. Het is voor een mens moeilijk voor te stellen dat boven nu onder is en onder boven.” Gevoelens van machteloosheid en angst overmeesterden de bemanning. “De eerste gedachte die bij iedereen opkwam was: Dit is het moment dat
we moeten gaan sterven. Aardedonker en dan zulke omstandigheden.” De brandende kachel hing met de poten bevestigd aan de lanen, zwak zag de bemanning het schijnsel van de brandende kolen (afb. 12). “Wat er gebeurde is onvoorstelbaar. Het water gulpte via de kachelpijp naar binnen. Ook door de reten van het ijzeren luik kwam water binnen. De houten vloerdelen van het vooronder kwamen met een smak in het water terecht. De eierkolen hadden het luikje van de kachel opengedrukt en het kolenstof vermengde zich met de verstikkende smook en rook van de uitdovende kachel. Met onze handen doofden we de laatste resten van de gloeiende kolen in de hangende kachel.” In deze situatie bevonden zich de vier overlevenden, opgesloten in een enge ruimte met hun wanhoop en doodsangst. Ze waren echter alle vier goed bij hun positieven. De oudste, Klaas de Boer, had al vele stormen over zijn hoofd horen gaan.
Afbeelding 11. De HD 8 en UK 60 naast elkaar, verwaaid in de Deense haven Hvide Sande.
6 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
STICHTING URKER UITGAVEN
Veel zout zeewater was al tegen zijn oliejas aangestormd, maar een dergelijke situatie had hij nog nooit meegemaakt. De twee jongste broers beseften de uitzichtloze toestand, die niet lang meer kon duren. Klaas zei tegen zijn maten, met veel emotie in zijn stem: “Jongens, onze tijd is gekomen. Wij gaan sterven. Laten we God bidden of Hij genade wil schenken en die achterblijven wil troosten.” De tijd stond stil. Seconden leken uren. Het water bleef stijgen in het vooronder en het vooruitzicht voor de bemanningsleden was de verdrinkingsdood. En steeds gulpte het water naar binnen... Ze hadden een steunpunt gezocht en gevonden aan de betimmering om de mast die vastzat aan de tafel en steunden zich aan elkaar. Ook de banken, waar ze onder normale omstandigheden op zaten, hadden het begeven. De klok was met een smak van de haak gevallen in het water. Uit het benauwde gemoed van de mannen perste zich de bede van Psalm 130: “Uit de diepte riep ik tot U, O Here”. Iemand opperde toen de mogelijkheid, dat de kotter zich wel zou oprichten op de tanks in de zijde, die misschien, ja wel zeker als luchtkamers fungeerden. De ademhaling werd moeilijker en nog steeds gulpte het water naar binnen. Het water bleef maar stijgen. Hoelang deze toestand van met de kiel van het schip naar boven drijven heeft geduurd, valt moeilijk te zeggen. Want wat is tijd? Tijd wordt bepaald aan de omstandigheden. Misschien waren er tien of meer minuten verstreken. En toen gebeurde het wonder. Met een vervaarlijk geraas begon de kotter zich weer rechtop te richten. De bemanning hoorde in hun gevangenis de knap van de afbrekende mast en de kotter lag weer recht. Onder was weer gewoon onder. Nu begon de strijd om de uitgang te vinden door het zwalpende water naar de twee luiken in het logies. Jaap vond als eerste de uitgang. De trap was weggeslagen, maar hij trok zich omhoog en kon het luik openmaken. De anderen volgden en waren even later ook op het dek. Klaas was de verkeerde kant opgekrabbeld en moest geholpen worden
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 12. Piet en Jaap van den Berg in het vooronder.
om er ook uit te komen. Snerpend sloeg de wind door het afgebroken tuig. De top van de afgeknapte mast slingerde gevaarlijk heen en weer aan het knikstag. “De kotter was in één woord een wrak.” Een kwartier daarvoor was de UK 60 nog een brok staal dat tot veel in staat leek en met kracht om zich te roeren. Een kunststuk van allerlei menselijke techniek, zo werd in die tijd de UK 60 genoemd. Nu was ze niets meer. Een walvis waarin een granaat is ontploft. Hulpeloos schip De kotter lag dwars op de zee en diep in het water en elke golf joeg dwars over
het hulpeloze schip. Toen de bemanning bovenkwam was hun eerste gedachte bij Jan, de schipper. Ze meenden in de stuurhut een schaduw te zien Het bleek het visbord, dat als door een reuzenhand was neergekwakt naast het stuurwiel. De regulateur van de motor stond nog op dezelfde toeren als toen ze omlaag gingen. Het hart van het schip stond stil en de wekker stond stil op kwart over vier. Jan was weg! Er werd geschreeuwd en naar hem geroepen in de donkere nacht. ,,We gooiden alles wat drijven kon overboord in de hoop dat de misschien in de buurt zwemmende schipper iets zou
Grondzee Met grondzee worden die gedeelten in zee aangeduid, waar het water waarop men vaart een dusdanig hoge zeegang heeft, dat het schip het risico loopt met de kiel de bodem te raken in het golfdal en door de volgende golfpiek weer wordt meegesleurd. De omstandigheden waarbij grondzeeën zich voordoen, zijn die van stormwind in combinatie met ondiepe zeeën. De Zuiderzee was bijvoorbeeld geducht om zijn grondzeeën. Ook de Noordzee kent gevaarlijke plekken, zoals voor de Waddeneilanden en de Doggersbank. Bij extreme weerstomstandigheden kunnen de golven een gemiddelde hoogte hebben van acht tot negen meter met uitschieters van 16 meter.
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 7
De wil tot leven, tot behoud, begon zich nu sterker te doen gelden bij de verkleumde mannen kunnen grijpen. Een mens wil, begrijpelijk natuurlijk, iets doen.” De eerste zorg van de bemanning was nu om de kotter voor de wind te laten liggen. Ze vonden een ballastbrood van 50 kilo, dat normaal op de punt van het visnet werd geknoopt om het net aan de grond te krijgen. Het was klem komen te zitten tussen davit en verschansing. Hier werd de visdraad aan vastgeknoopt en vervolgens overboord weggevierd. En jawel, het wrakke schip gehoorzaamde en de kotter ging met de kont in de zee liggen. Een sprank van hoop op lijfsbehoud ging door de mannen, maar de toestand was nog uiterst hachelijk. De orkaan scheen wat te luwen of was de wens hier de vader van de gedachte? In het pikkedonker schuilden twee mannen in de ruimte van het toilet en twee mannen in het kombuisje op het achterdek om zich wat te beschermen tegen het met elke beweging van het schip overslaande water. Werd het nu nog dag? Een glimp van licht kwam langzaam over de witgekuifde machtige golftoppen waartussen de ‘Neeltje’, met zijn dek te water, leek op een stuk brandhout in de oceaan. Meer en meer won het daglicht het van de nacht. De mannen waagden zich uit hun schuilplaats op het door water overspoelde dek, en nu deed de ravage zich in vreselijke werkelijkheid voor. De houten opbouw was volledig weggerukt van de stalen onderbouw van de stuurhut. Het op de stuurhut vastgebonden reddingvlot was eveneens verdwenen. Piet werd in 2019 gevraagd wat er op dat moment allemaal door zijn hoofd ging. Met emotie in zijn stem antwoordde hij: “Machteloosheid”. Hij wist voor zichzelf dat zijn oudste broer naar grote waarschijnlijkheid verdronken moest zijn en dat hem hetzelfde lot stond te wachten. Hij dacht aan zijn vader en moeder, zijn 8 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
meisje, hij dacht aan Fetje, de vrouw van Jan, die hoogzwanger was en hoe zij met dit grote verdriet haar kind moest baren. De kostbare instrumenten, zoals het kompas, de zender, de richtingzoeker, het echolood en de echograaf voor visdetectie waren verdwenen. Het water stond tot aan de kleppen van de 4-tact Industriemotor en maakte door de slingerbeweging de ravage nog groter. De accu was terechtgekomen en klem blijven zitten bij de grote poelie van de drijfriem voor de vislier. Ook de bergplaats, het nettenruim, stond vol water. In het visruim was slechts ongeveer twee voet water (iets meer dan 60 centimeter), de druk van de lucht binnen het visruim had de toegang van het water grotendeels verhinderd. De voorpiek was geheel droog, maar in het vooronder stond nu het water tot boven de kachel. De wil tot leven, tot behoud, begon zich nu sterker te doen gelden bij de verkleumde mannen, die begrepen dat alleen werken en inspanning hen zou kunnen redden. Eerst werd de groot gevaar opleverende topmast onschadelijk gemaakt. Twee dekens werden aan de achtermast bevestigd als grote vlaggen, als noodsein
riepen zij om hulp. Meerdere schepen waren in hun nabijheid toen de ramp plaatsvond en één kwam niet zo ver voorbij, al met de kop op de wind stekende. Er was echter buiten de dekens niets om de aandacht te trekken. Ook geen vuurpijlen, want hoewel die in een dichte bus zaten, waren ze allemaal nat. Geen lucifer, geen olie om in brand te steken. Ze bleven onopgemerkt… Meer drijfvermogen Het weer knapte nu merkbaar op. Wel was het nog stormweer, maar de hoop en ook de droefheid om het verlies, herleefden. De slagpomp om de motorkamer leeg te pompen was intact, maar emmers, waarvan er drie aan boord geweest waren, konden ze niet te vinden. Dus maar pompen, pompen. Elkaar afwisselend gingen ze onophoudelijk door en langzaam zakte het water in het schip en kwam er meer drijfvermogen. Ook in het voorschip kon de slagpomp worden gebruikt en met het naar buiten gaan van het water werd het wrak weer een meer weerbaar schip en groeide ook de hoop van de mannen. Ze zeiden tegen elkaar: “We moeten het water uit het vooronder zover weg zien te krijgen, dat we de kachel aan kunnen maken, want als we weer een nacht in moeten, zonder warmte, komen we om van kou en ellende.” Toen het water in het logies ver genoeg gezakt was, doorzocht Albert hier de kastjes en ziedaar, in een hoekje trof hij nog een pak lucifers en ze waren droog... Inmiddels was het elf uur in de ochtend van donderdag 7 oktober geworden.
Afbeelding 13. Het Noorse vrachtschip ‘Congo’.
STICHTING URKER UITGAVEN
Gaandeweg de dag kwam ook het besef dat er hulp moest komen. Al het eten aan boord was nat. Hulp van buitenaf is in deze situatie het belangrijkste. Aan het begin van de middag verscheen er een stip aan de horizon en de contouren van een groot vrachtschip werden zichtbaar. De vier mannen kregen hoop gered te worden, maar om aandacht te trekken moest er wat gebeuren, alles was nat. Inmiddels waren er droge lucifers gevonden, misschien ging het lukken. Uiteindelijk was het een kans om gered te worden. Ze konden vuur maken en waar vuur is is rook. Aanvankelijk leek het er niet op dat ze gezien zouden worden, maar uiteindelijk veranderde het grote schip van koers en kwam het langzaam dichterbij. Het was een oplettende wachtofficier geweest die met een verrekijker iets had gezien dat op een noodsignaal leek en de kapitein had gewaarschuwd, waarna die opdracht gaf om het schip bij te draaien en koers te leggen naar de gehavende UK 60. Het betrof het Noorse vrachtschip ‘Congo’ (afb. 13), een schip van 2100 ton en een lengte van 309 meter, gebouwd in 1949 in Stavanger, met Bergen als thuishaven. De ‘Congo’ had het ontredderde vissersschip opgemerkt en vanaf ca. 14:00 uur bleef het vrachtschip om de UK 60 heen cirkelen. Aan boord van de ‘Congo’ had men geen idee wat er gebeurd was op de UK 60. De hoge golfslag liet het niet toe om dicht langszij te komen, maar ze konden uit de handgebaren die de bemanning van de UK 60 maakte, opmaken dat er hulp geboden moest worden. Ze stuurden daarom een noodsignaal naar een kuststation en gaven de positie van het schip door (afb. 14). Aan de wal was veel ongerustheid, daar wist niemand wat er die nacht was gebeurd aan boord van de UK 60. Vader Jurie van den Berg belde naar iedere visserijhaven en vroeg of de ‘Neeltje’ was binnengelopen. Wie hij ook belde, niemand kon hem geruststellen. Er kwam wel een bericht uit Den Helder, waar iemand zei dat hij de masten van de UK 60 had gezien, maar dit bleek een vals bericht te zijn. Het is niet met woorden uit te leggen hoe groot de ongerustheid
STICHTING URKER UITGAVEN
was bij iedereen die verbonden was met de bemanning van de UK 60. Inmiddels kwamen veel onbevestigde berichten binnen dat er tijdens die nacht van orkaankracht veel was gebeurd op zee. Aan boord van de UK 60 was men aan het overleven, de bemanning was bezig met van alles. Nu ze enkele lucifers hadden gevonden en de kotter voor de wind lag, begon de bemanning hout te zoeken wat nog voldoende droog was om te kunnen branden. Er werd hout uit de kooien gesloopt en aan stukjes gehakt en daarna werd geprobeerd om de kachel weer brandend krijgen. De ‘Congo’ is trouw bij hen gebleven en kwam zo kort bij hen, dat ze het geroep van de bemanning konden horen, maar niet verstaan. Zeker had deze kapitein hen van het nog diep in het water liggend schip willen halen, maar dat was nu in deze omstandigheden niet meer nodig. Zeer vlug zette de weersverbetering nu door, er was nog wel een zeer hoge, lange deining, maar brekers waren er niet meer. Op sleeptouw Een naar huis stomende Belgische visserij collega, de O 183 ‘Oscar Angèla’ uit Oostende, hoorde de noodoproep. Deze grote houten kotter had zelf ook een benauwde nacht achter de rug. Het schip had averij opgelopen nadat het door een zware zee werd getroffen. Het roer
Afbeelding 14. Nieuwsblad van het Noorden, 7 oktober 1954.
was ontzet en de bezaan was afgerukt. Twee bemanningsleden waren tegen de wand van de stuurhut gekwakt, en licht gewond geraakt. Schipper Roland Halewijck kon aan de coördinaten zien dat de UK 60 op zijn route lag en zette koers naar de gehavende UK 60 die hij in de late namiddag wist te bereiken. De Belgen konden langszij komen om eten en droge kleren over te geven, en ook nog wat warme dekens. Net voor het donker werd, kon er een kabelverbinding gemaakt worden en werd de UK 60 op sleeptouw genomen. De bemanning van de ‘Congo’ bleef van afstand de hulpverlening volgen en zag met voldoening hoe de viskotter zijn ontredderde collega op sleeptouw nam.
Afbeelding 15. De O 183 ‘Oscar Angèla’.
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 9
De kapitein van de ‘Congo’ salueerde en vervolgde om 17:00 uur de reis. Ze waren drie uur lang bij de UK 60 gebleven. Een eresaluut voor deze nobele Noor! Op de ‘Congo’ was men nog ontwetend wat men op de UK 60 had meegemaakt. Ook aan boord van de Belgische kotter wist men toen nog niet wat er op de Urker kotter was gebeurd. Maar aan boord van de ‘Neeltje’ was het gemoed van de bemanning al wel iets rustiger geworden, zij waren gered en werden meegenomen naar een haven. Welke haven wisten zij niet. Er was namelijk geen mogelijkheid geweest om dat met elkaar te bespreken. Op Urk daarentegen werd gevreesd en de ongerustheid nam toe. Dat er kotters vergaan waren met de hele bemanning werd niet uitgesloten. Er kwamen berichten binnen van vermissingen van de UK 60, de HD 8 en de UK 174 en de radio berichtte dat er grote schade aan de kust was ontstaan door de storm. AI deze informatie zorgde ervoor dat het thuisfront zich op het ergste voorbereidde. De schipper van de UK 60, Jan van den Berg, was 37 jaar en had vijf kinderen. Zijn vrouw Fetje was hoogzwanger. Klaas de Boer was 56 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen. Albert Post was net zo oud als de schipper, 37 jaar, getrouwd en vijf kinderen. Jacob (Jaap) van den Berg was 27 jaar, getrouwd en zijn vrouw ook hoogzwanger van hun eerste kind. Piet van den Berg was 26 jaar en had verkering. Op Urk werd gevreesd. Was er weer een ramp gebeurd waarbij vele families waren getroffen? Vaders, broers, zonen, vrienden, familie, verloofden, pasgetrouwden. Urk had in 1954 ongeveer 5.000 inwoners en iedereen kende elkaar. Het ergste werd gevreesd.
Afbeelding 16. Berichtgeving in Het Vrije Volk, 9 oktober 1954.
10 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
Veilig in IJmuiden De tweede dag na het vreselijke ongeluk werd de UK 60 zwaargehavend op vrijdagmorgen rond 05.00 uur de haven van IJmuiden binnengebracht door de collega-visser uit België. De verbazing van de mensen die op de wal stonden was groot en de verwondering nog groter dat de kotter drijvend de haven van
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 18. De UK 60 afgemeerd in IJmuiden met de vernielde stuurhut.
Afbeelding 17. Dankbetuiging in het Belgisch Visserijblad.
IJmuiden binnenkwam, zonder brug en met afgeknapte masten. De bemanning van de UK 60 werd opgevangen in de kombuis van de O 183. Tijdens de sleep was radiocontact niet mogelijk en pas nu kon de bemanning vertellen wat hun was overkomen. De Belgische vissers waren verbaasd over het ongelofelijke verhaal. AI die tijd hadden ze een kotter gesleept zonder te weten hoe ontredderd de bemanning was. Bijzondere vermelding De bemanning van de O 183 verdient bijzondere vermelding voor hun edele hulp en daadwerkelijke steun, toen zij de ‘Neeltje’ naar IJmuiden hadden gesleept. Mannen van het goede soort. Zij hebben ook in de afwikkeling van het sleeploon een buitengewoon voorbeeldige en menslievende houding aangenomen. Nadat ze hadden gehoord dat de schipper van de ‘Neeltje’ was verdronken, wilden ze eigenlijk helemaal geen sleeploon. (afb. 17) Nadat de kotter was afgemeerd in IJmuiden wilde iedereen helpen om de bemanningsleden zo snel mogelijk naar huis te brengen (afb. 18). Uiteindelijk stonden een directeur van de machine-
STICHTING URKER UITGAVEN
fabriek, de heer Zwart, en een meneer De Veer erop de bemanningsleden naar huis te brengen en zo geschiedde het (afb. 19). De bemanningsleden waren verslagen van verdriet door het achterlaten van Jan op zee, maar tevens dankbaar voor het behoud van hun eigen leven. De mannen werden veilig op Urk gebracht. De ramp op zee werd landelijk nieuws, niet alleen vanwege de doden die hierbij vielen te betreuren, maar ook de wonderlijke redding van een deel van bemanning van de UK 60 (afb. 16). Moeilijkste moment Piet vertelde dat toen zij met de kotter in IJmuiden aan de kant werden neergelegd, hij dit een zeer moeilijk moment vond. Hij moest namelijk naar zijn vader bellen en vertellen wat er aan
boord gebeurd was. Vertellen dat zijn oudste broer Jan (afb. 20) niet meer bij hen was en dat die vermoedelijk verdronken was. Hij kon dit emotioneel niet aan en nam daarom contact op met een kerkenraadslid die hij kende van de plaatselijke kerk, die op zijn beurt een dominee informeerde. Deze mensen gingen samen bij de vrouw en de ouders van Jan langs om te vertellen wat er die nacht van 6 op 7 oktober was gebeurd op de UK 60. Het bericht kwam hard aan op Urk. Jans vrouw Fetje was hoogzwanger, wat een shock, een kind baren met zoveel verdriet. Langzaam drong deze aanzegging door. Het gezin met vijf kinderen was jong: de oudste 12 jaar en de jongste nog maar 3 jaar oud. Vanwege de ramp gingen de vlaggen
Afbeelding 19. Dankbetuiging in de IJmuider Courant, 14 oktober 1954.
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 11
Dagblad Trouw, 11 oktober 1954.
Zoektocht Massaal werd er gezocht naar de UK 174 en de HD 8. Meteen al door een vliegtuig van de Marine en later door een groot aantal vissersschepen. Een dagenlange zoektocht leverde echter geen spoor van de wrakken op. Ook de verdronken bemanningsleden zijn nooit aangespoeld of opgevist. Jaren later werd nog wel het wrak van het wrak van het Deense vrachtschip gelokaliseerd, maar ook hiervan werden de bemanningsleden niet gevonden.
Het Parool, 1 december 1954.
12 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
STICHTING URKER UITGAVEN
Proces verbaal
Afbeelding 20. Jan van den Berg.
halfstok op de schepen die in de haven lagen en ook bij verscheidenen woningen werd de vlag halfstok gehesen. Alle openbare gelegenheiden waren na 18.00 uur gesloten. De gebeurtenissen in deze storm leren ons dat alles eropaan komt als een schip door een grondzee wordt getroffen. De ‘Neeltje’ met zijn totale gewicht van 58 ton werd in een ogenblik als een baal turfstrooisel omgegooid. Onderzoek Raad voor de Scheepvaart In opdracht van de Raad voor de Scheepvaart deed het Laboratorium voor Scheepsbouwkunde in Delft uitvoerig onderzoek naar de oorzaak van het kapseizen van de motorkotter ‘Neeltje’ UK 60. De Raad deed begin 1956 uitspraak. Samengevat is in dat uitgebreide document het volgende te lezen:
Toen de schade aan de kotter was hersteld en het schip weer uitgerust was met netten en lijnen etc. werd op 23 november 1954 in de Urker haven een hellingproef met de kotter gedaan. Uit de berekeningen volgde dat de stabiliteit van de UK 60 ruim voldoende was geweest en de kotter een zeer goed zeeschip bleek te zijn. Het schip had een grote aanvangsstabiliteit en een relatief hoog vrijboord. Het schip kan niet zijn gekenterd door het windmoment, noch
STICHTING URKER UITGAVEN
Gemeentepolitie Velsen Proces-verbaal dd. 8 oktober 1954, No 466. Gewelddadige dood van Jan van den Berg, geboren te Urk, 18 December 1916, schipper zeevisvaart, gewoond hebbende te Urk, Wijk 1-11 Op vrijdag 8 oktober 1954, te omstreeks 04.00 uur, werd door het Belgische zeevissersvaartuig O 183 “Oscar Angela” van de Noordzee in de Vissershaven UK 60 “Neeltje” zijnde een stalen motorkotter, eigendom van de firma J. van den Berg, gevestigd te Urk, wijk 1 no 7. Bedoelde kotter had op Donderdag 7 oktober 1954 tijdens een hevige storm op de Noordzee zware averij opgelopen. De motor en de verlichtingsinstallatie waren defect en het stuurhuis van de brug was afgerukt en overboord geslagen. Een deel van de mast was afgebroken. De schipper van de UK 60, genaamd Jan van den Berg , geboren te Urk , 18 december 1916, gewoond hebbende te Urk, Wijk 1-11, was met het stuurhuis overboord geslagen en werd sindsdien vermist. Aangenomen moet worden dat J.v.d. Berg om het leven is gekomen. In verband met het vorenstaande heb ik, Nicolaas van den Bos, hoofdagent/rechercheur van gemeentepolitie te Velsen, tevens onbezoldigd rijksveldwachter, mij na daartoe ontvangen opdracht op vrijdag 8 oktober 1954, te omstreeks 08.30 uur, aan boord van de in de Vissershaven te IJmuiden gemeerd liggende kotter UK 60 begeven. Aan boord van de kotter bevonden zich toen nog de overlevende leden van de bemanning, genaamd: 1e Pieter van den Berg, oud 26 jaar, visserman, wonende te Urk, Wijk 1 No 7. 2e Jacob van den Berg, oud 27 jaar, visserman, wonende te Urk, Wijk 8 No 19. 3e Klaas de Boer, oud 56 jaar, visserman, wonende te Urk Wijk 6 No 105. 4e Albert Post, oud 38 jaar, visserman, wonende te Urk, Wijk 4 No 118. Genoemde personen, die op het punt stonden per auto naar hun woonplaats te vertrekken, zijn in verband met de geestelijke en lichamelijke toestand waarin zij verkeerden door mij niet volledig gehoord. De hiervoor onder No. 1 genoemde Pieter van den Berg verklaarde aan mij als volgt: “Op donderdag 7 oktober 1954 bevonden wij ons tijdens de hevige storm met de kotter UK 60 “Neeltje” op de Noordzee ongeveer 30 mijl ten Noordwesten van het Terschellinger lichtschip. Vier leden van de bemanning bevonden zich in het logies en alleen de schipper, mijn broer Jan van den Berg, bevond zich in het stuurhuis op de brug. Omstreeks 04.00uur maakte de kotter door de storm plotseling een halve slag om haar lengteas en bleef met de kiel naar boven drijven. De motor en de lichtinstallatie vielen uit. Wij meenden reeds dat alles afgelopen was. Na 15 of 20 minuten richtte de kotter zich echter weer op en kwam, half gevuld met water, weer in haar normale stand terug. Toen wij later naar boven gingen bleek het stuurhuis van de brug geslagen te zijn en de mast was afgebroken. Mijn broer Jan moet over boord geslagen en verdronken zijn. Wij hebben daar niets van gezien en konden ook niets ondernemen om nog naar hem te zoeken. Daarna hebben wij stuurloos rondgedreven tot de Belgische kotter O 183 omstreeks 16.00 uur in onze nabijheid kwam en de kotter naar IJmuiden sleepte. Mijn broer was als volgt gekleed: Zwarte lakense kiel ( jopper van zeeduffel), zwarte trui, pilo broek, zwarte klompen, grijze sokken. Uit zijn bovengebit ontbreken drie of vier voortanden. Deze verklaring is in concept opgenomen en niet ondertekend. Ook hebben de overige bemanningsleden nagenoeg de zelfde verklaring afgelegd op 8 oktober 1954, dit was in de vorm van een proces verbaal. Deze verklaringen zijn qua karakter kopieën van elkaar. De strekking van deze verklaringen zijn allemaal van materiële aard en natuurlijk het verlies van hun schipper staat emotioneel op nummer één. Door de Commissaris van Politie te Velsen is betreffende de vermissing en het signalement van schipper J. van den Berg een telexbericht uitgezonden. (Combinatie K en L) Waarvan Met dank aan .......... door mij op afgelegde ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal, gesloten en ondertekend te Velsen, 8 oktober 1954. De verbalisant, (get) N.v.d.Bos.
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 13
7 3 2
4 5
1
6
1
Maandag 4 oktober 1954 06:00 UK 60 vertrekt van Urk
2
UK 60 vist van maandag 4 t/m woensdag 6 oktober op het visbestek
3
Donderdag 7 oktober 04:15 UK 60 kapseist
4
Donderdag 7 oktober 14:00 assistentie ms. Congo
5
Donderdag 7 oktober 17:00 sleep door ‘Oscar Angela’
6
Vrijdag 8 oktober 05:00 aankomst IJmuiden
7
Donderdag 7 oktober ms. Rikke Skou zinkt
14 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
STICHTING URKER UITGAVEN
door dit in combinatie met een grote hoeveelheid water aan dek. Er moeten abnormaal grote krachten op het schip hebben gewerkt en aangenomen wordt dat de ‘Neeltje’ in de grondzeeën is geraakt en daar dwars is gevallen en omgeslagen. De UK 60 had uitzonderlijk slecht weer ondervonden, terwijl zij zich bevond op de overgang van diep op ondiep water, een zeer ongunstige plaats om een zware storm af te rijden. Ondanks dat de motor op halve kracht draaide was zij meer en meer naar binnen gezet naar ondieper water, waar grondzeeën optraden. De inspecteur merkte op dat men schepen kan bouwen, die volgens de berekeningen der stabiliteit tot de beste zeeschepen behoren, maar dat zulke kleine schepen bij storm met orkaankracht een speelbal der golven kunnen worden en omslaan. Het zich na enige tijd weer oprichten van de UK 60 is eveneens een onderwerp van studie geweest. De toestand van het schip was zodanig dat, wanneer het eenmaal omgeslagen zou zijn, het in die positie zeer stabiel was. Het zou dus zeer moeilijk weer overeind kunnen komen. Doordat er water in het schip is gelopen en vooral doordat de bakboordtanks zijn volgelopen, verminderde de stabiliteit zodanig, dat daarna een geringe kracht nodig was om het weer in normale positie terug te brengen. Een flinke golf was hiervoor voldoende. Na overeind komen was de stabiliteit zeer gering en was de kans om voor de tweede keer om te slaan zeer groot. De UK 60 Toen de UK 60 in IJmuiden werd afgemeerd naast de UK 184 ‘Geertruida’ van de broers Kees, Louw en Jan Koffeman, stapten zij met hun bemanning meteen over op de UK 60. Ze losten de vangst en ruimden de ergste rommel op. Ze trokken een zeil over de vernielde brug (afb. 21) en meerden de kotter af op een andere plek. De Industriemotor, die helemaal onder water had gestaan, werd schoongemaakt door Egmond en Van der Schee. De week daarna was het schip weer vaarklaar en werd het door
STICHTING URKER UITGAVEN
Afbeelding 21. Piet en Jaap van den Berg bij de zwaar beschadigde brug van de UK 60.
Afbeelding 22. In 1957 werd er een nieuwe UK 60 gebouwd bij Scheepswerf Peters.
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 15
Verslag van dominee Groenevelt Neen, ik vergis me dus niet. De schipper van de UK Het is al na middernacht. Wat is het rustig in de 60 is overboord geslagen! En ik ben opgeroepen, natuur. Een enorm verschil met de vorige nacht, toen om het de familie te zeggen. Maar… hoe moet dat een heftige storm huizen en harten deed beven. Er nu? Zullen we maar niet wachten tot het ochtend zijn niet veel Urkers op straat. Maar … er liggen ook is geworden? Wie gaat er nu midden in de nacht niet veel Urkers te bed. Ik hoor overal de onwelluieen vrouw, die haar ure beidt, zo’n zwarte tijding dende klanken van de radio. Onwelluidend, want brengen? En toch het moet! Als Ds. Baas en ik geen ieder, die luistert, heeft afgestemd op de visserijgolf. stappen doen, zal de niets vermoedende familie Men heeft slechts één brandend verlangen: een het straks van anderen horen. Ik vertel niet hoe bericht over de UK 174. Vele mensen, die eindelijk wij ons innerlijk hebben voorbereid of niet voorhun slaapvertrek hebben opgezocht, kunnen ook de bereid, dat is niet voor de etalage. Ik deel alleen UK 174 niet kwijtraken. De hemel heeft de gebeden mee, dat schipper Hessel Snoek voor ons het eerste geregistreerd, die in die nacht zijn opgezonden. bericht aan een familielid bracht, terwijl wij buiten Daarover kan ik niet rapporteren. Ik drentel rond in Ds. Groenevelt. stonden te wachten. Dat familielid gaf de verschrikde buurt van een van de huizen, waarvan, bij onderkelijke mare door aan de vrouwen, die sliepen in de met zoveel gang van de UK 174, de vensters bedekt zullen worden. enthousiasme gebouwde woning. Ik ging later binnen, Ds. Baas Ik durf niet binnengaan. Zo dikwijls is het vroeger op Urk geen schipper Snoek begaven zich naar het huis waar een vader schiedt dat een predikant, na een storm, boodschapper was van wachtte op zijn oudste zoon, die niet meer levend zou terugkeeen droeve tijding. Men zegt zelfs in onze grote gemeente wel ren. eens: wees blij, dat je de dominé niet ziet, want als hij komt, is Verder ga ik niet met mijn eenvoudige verslag. Ik beschrijf U vrees betamelijk. Ik zoek naar iemand , die me kan aankondigen. niet de reacties van de familie Van den Berg. Ook vertel ik niet Er is niemand te vinden. Dan maar naar een ander huis, waar over de terugkeer van de andere zonen. Evenmin spreek ik over een bange strijd gestreden wordt. Ook daar geen wandelende de verscheurde onzekerheid, waarin de andere families hebben mensen. Tenslotte stap ik een woning binnen, om een geleider geleefd of over wat zij gevoeld moeten hebben, toen men moest te halen. Tot mijn schrik tref ik ook hier mensen, die in nood zijn. aannemen dat de UK 174 door een grondzee was overweldigd. Gelukkig brengt mijn binnentreden geen ontsteltenis. Ik tracht Anderen zullen daarover misschien wel schrijven. Ik wilde u alleen nu in verschillende woningen bemoedigende woorden te spreken. vertellen, en dat nog slechts, in enkele trekken, wat ik in die éne Je wilt wel graag zwijgen, want je kunt eigenlijk niets behoorlijks nacht heb meegemaakt. Ik mag echter niet eindigen zonder een zeggen. Maar die stilte is ook zo angstwekkend. Bovendien ben je toch die- lofzang te hebben gezongen op Gods sterkende genade. Wij vreesden het ergste: er kunnen wel doden vallen door de schrik; naar van het Evangelie. Je mag immers niet doen, alsof je als wedie moeder moet misschien naar een gesticht worden gebracht; reldlingen bij elkaar bent. Tenslotte moet je bidden, of je Collega die vader houdt het niet uit. heeft al gebeden. Je voelt dat er mensen in de kamer zijn, ervaren Wij vreesden vooral, dat uit die geslingerde harten, opstanvissers, die de hoop eigenlijk hebben opgegeven, maar je moet dige woorden tegen de Here zouden opklinken. Maar zie, God nu in hartelijk vertrouwen God om uitkomst smeken. Wat is dat heeft voor zover wij weten hen voor dit alles bewaard, óók voor ontzettend zwaar. God verhoord niet de mooie, roerende woorden het morrend verzet tegen Zijn wegen. Meer nog, Hij heeft hen van de dominé, maar Hij ziet het hart aan. Trouwens de Here kan houvast geschonken aan Zijn troostend Evangelie. Natuurlijk ook de woorden van de predikant, die buiten het hart zijn omgekennen ze hun inzinkingen, maar dan kunnen ze ook weer gaan, in de harten van de medebidders tot een echt gebed maken. zingen: God is een toevlucht voor de Zijnen, hun sterkt, als zij Gode zij dank, dat het troosten en bidden niet afhangt van de door droefheid kwijnen. Geloofd zij God, Die Zijn genade aan gesteldheid van een predikant of ouderling. Hij kan ook met een hen heeft groot gemaakt. Wij zeggen nog weleens; als mij dit kromme stok een rechte slag toebrengen. Ik noem niet de namen of dat overkwam zou ik bezwijken. Dit is zondige taal. Hier van hen, die ik vóór kwart over drie bezocht. Eén naam noteer ik. spreekt wantrouwen jegens de God van alle genade. Wat wij nu Die van de familie Van den Berg. Daar verscheen ik niet. Waarom in onze gemeente ervaren, geve ons te meer moed, om ook voor ook? De UK 60 werd immers IJmuiden binnengesleept. Schipper de toekomst te durven zeggen al wordt die nog zo bang: Zijn Jan van den Berg zou thuiskomen. goedheid is in nood en dood Voor ons Zijn Volk oneindig groot! Ds. Baas en ik zullen nog wat gaan slapen. We hebben in bijzonDe Here schenke ook in de komende dagen, waarin de grote leegte der hartelijke samenwerking, het onze gedaan. Morgen wacht en de beklemmende eenzaamheid almeer gevoeld zal worden, ons nog een moeilijke dag. Ik sluimer een paar minuten, een bel aan de familie van de omgekomenen, Zijn wonderbare, verrassenrinkelt. Eerst denk ik: een wekker. Dan: er staat iemand voor de de, sterkende genade. deur, in werkelijkheid is het de telefoon. Ik ben geschrokken. Onheil over de UK 174, de 174, de 174! Wat hoor ik daar? Is er Ds. H.R. Groenevelt iets met de UK 60? Ik laat de boodschap herhalen en nog eens.
16 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
STICHTING URKER UITGAVEN
Aan ‘Neeltje’ Ik heb je zien liggen, jij oude getrouwe, en wist van de diensten die jij had gedaan. Jij kon het niet helpen, dat innige rouwe, over het dorp en zijn mensen nu heen is gegaan.
Afbeelding 23. De voormalige UK 60 in de vaart als schelpenvisser.
broer Lub van den Berg (Luppien) opgehaald en naar Urk gevaren. De kotter werd afgemeerd op zijn vaste plek in de Westhaven bij het strand. De ouders van Jan, Jurie en Lummetje, woonden aan de Staverse hoogte (Wijk 1) en hadden vanuit hun woonkamer zicht op de kotter. Na een aantal dagen vroeg moeder Lummetje haar zoons om de kotter uit haar zicht te halen omdat ze het schip, waarop haar zoon een zeemansgraf had gekregen, niet langer kon aanzien. De kotter werd verhaald naar de Oosthaven, waar scheepstimmerman Van Veen een nieuwe brug plaatste. Nog lang in de vaart Voor de ramp was de ‘Neeltje’ al mondeling verkocht. De kotter zou na de winter in andere handen overgaan. Er lag een plan klaar voor een nieuw te bouwen UK 60, maar daar had men geen haast meer mee. Drie jaar later, in 1957, kwam er een nieuwe UK 60 in de vaart (afb. 22). De verkoop van de oude UK 60 ging gewoon door en na reparatie kwam de kotter in de vaart als EH 8 ‘Marretje’ van schipper Jan de Boer (de trossensnijder) uit Enkhuizen. In 1957 kwam het schip terug naar Urk als UK 205 ‘Meindert’. In 1959 werd de kotter verkocht naar Katwijk en kwam hij in de vaart als KW 109 ‘Gijsbrecht Dirk’. In 1968 werd hij weer verkocht en bleef daarna varen onder het nummer KW 109 ‘Alie’ In 1972 ging hij naar IJmuiden als YM 7 ‘Vrijheid’. In 1973 werd de kotter verkocht naar Ierland en voer daar als schelpenvisser (scalloper) met het nummer D 105 ‘Vrijheid’ (afb. 23). In 2006, 60 jaar nadat het van stapel liep, werd het schip uitgeschreven en gesloopt.
Jij werd er gesleept door je jong krachtig broeder, onttakeld, gebroken, met een gat in het dek. Waar eens stond de stuurhut, als machteloos hoeder, van hem, die je stuurde op die verschrikkelijke plek. En die, tot het laatst op zijn post toch gebleven, zo rustig en moedig tot de mensen sprak. Toen heeft hij zijn bloed en leven gegeven, als de wind en de golven die levensdraad brak. Jij kon het niet helpen ook niet de and’ren, die de kracht van de zee hebben weerstaan. Als een paard, dat kreupel aan kwam wand’len, zonder ruiter en treurig, zoo kwam je daar aan. Met eerbied ben ik je toen zachtkens genaderd, een huiver van weemoed voer dwars door mij heen. Jij en je schipper zijn voor eeuwig geadeld, jij en je schipper die waren toch een. Maar nu zijn jullie voor eeuwig gescheiden, Geen stuurhut meer, die je schipper behoedt. Een machtiger Hoeder zal hem nu leiden, Trouwe ‘Neeltje’, ga verder en verlies niet de moed. Naar aanleiding van de ramp schreef de Urker huisarts Hulsman het bovenstaande gedicht.
Met dank aan Jauwk van den Berg (Z 35).
STICHTING URKER UITGAVEN
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 17
Na de ramp gezien. Over zijn ervaringen in 1953 en 1954 was hij altijd erg gesloten, hij sprak daar nauwelijks over. Wel herinneren zijn kinderen zich dat hij ieder jaar op 7 oktober de Bijbel pakte en altijd dezelfde Psalm las. Was het Psalm 130?
Jaap van den Berg.
Jaap van den Berg heeft na het ongeluk nog wel gevaren en gevist, maar voelde zich niet meer op zijn gemak op zee. Hij is na een aantal jaren gestopt met vissen en heeft een baan aan de wal gekregen. Albert Post is visserman gebleven en heeft na de ramp nog een aantal jaren bij de familie Van den Berg gevaren. Hij had een jaar eerder met de UK 60 in Zeeland met de watersnoodramp ook het nodige meegemaakt en vreselijke dingen
Albert Post.
18 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
Klaas de Boer (Ka) was 56 jaar oud toen hij zijn plunjezak aan de voordeur heeft gehangen en van beroep veranderde. Hij had genoeg zout water over zich heen gekregen. Hij had in zijn jonge jaren 17 ‘teelten’ op een logger gevaren. Piet herinnert zich hoe ze een paar jaar voor het ongeval met de UK 60 in Het Kanaal lagen te vissen op haring. ,,Het was ’s avonds mooi weer, maar de weerberichten waren zorgwekkend: een uitdiepende depressie. Om twee uur ’s nachts werd de lucht ten westen van ons helemaal licht, alsof het dag werd. Ka zei toen: Wie verstandig is, die zorgt dat hij binnenkomt. Piet, jong en onervaren, dacht toen: wat mankeert hij? Welnu, dat zijn we aan de weet gekomen. Voordat het dag werd was het noodweer en in de loop van die morgen zijn we bij wijze van spreken ‘zwemmend’ de haven van Duinkerken binnen gespoeld. De andere kotter van de familie, de UK 61, had zo’n klap water gekregen dat het schild van de lier, die toen nog op het dek stond, was gescheurd.” Toen ze Duinkerken binnengelopen waren vroeg Piet aan Ka hoe hij dit weer had kunnen voorspellen. Die antwoordde dat hij hetzelfde op de logger had meegemaakt en dat ze het toen maar net hadden overleefd. Over ervaring gesproken. Ka stierf op 12 december 1979 op 81-jarige leeftijd en het weer was tijdens zijn begrafenis zeer slecht. Het hoorde kennelijk bij zijn leven. Piet van den Berg is visserman gebleven. Nazorg en rouwverwerking bestonden destijds nog niet. Het leven ging gewoon door en na veertien dagen is hij weer naar zee gegaan op een andere kotter van het familiebedrijf. Piet heeft tot aan zijn pensioen dit zware beroep volgehouden. Piet is nu 91 jaar en geniet nog zichtbaar
Klaas de Boer op latere leeftijd.
van het leven. Verdriet is hem niet bespaard gebleven. Piets jongere broer Jurie is met zijn kotter de UK 63 ‘Zuiderzee’ in 1976 vergaan, waarbij de hele bemanning verdronk, inclusief de twee jonge zonen van Jurie van 15 en 17 jaar oud. Het overlijden van zijn vrouw na een kort ziekbed en het verongelukken van zijn 39-jarige zoon Jan – vernoemd naar Piets oudste broer, de schipper van de ‘Neeltje’ – aan boord van een viskotter, heeft diepe sporen van gemis en verdriet achtergelaten bij Piet.
Piet van den Berg.
STICHTING URKER UITGAVEN
Fetje van den Berg beviel zes dagen na de ramp van haar zesde kind, een zoon die zij de naam Jan gaf, naar haar verdronken man. Steeds als deze Jan nu bij zijn oom Piet op visite komt, spreekt die binnen een minuut over de ramp. Sommige dingen begrijpt Piet nog steeds niet. Tot op de dag van vandaag vraagt hij zich af wat zij daar op dat visbestek te zoeken hadden in die tijd van het jaar tijdens dat stormachtige weer.
Noodlot Na de ramp met de ‘Neeltje’ zou de zee Piet niet met rust laten en binnen zijn gezin en naaste familie nog meer slachtoffers maken. Rond 15-16 maart 1976 verging de UK 63, het schip van Piets broer Jurie van den Berg. De bemanning kwam om: broer Jurie, diens twee zonen (Jan-Jurie - vernoemd o.a. naar de schipper van de Neeltje - en Roelof), Frans Kramer (getrouwd met een dochter van de schipper van de ‘Neeltje’: Lummetje van den Berg) en Klaas van Gunst. Bijna twintig jaar later, op maandag 4 september 1995, vond er een ontploffing plaats aan boord van de UK 114. De UK 114 ‘Lummetje’ is het schip van de zonen van Piets schoonzuster Lumme de Vries-Kramer. Drie bemanningsleden kwamen om waaronder oomzegger Frans de Vries. Dinsdag 11 december 2007 kwam Piets negenendertigjarige zoon Jan (ook vernoemd naar de schipper van de ‘Neeltje’) om op zee door een ongeval aan dek van de Z 571 ‘Custos Deus’ van oomzegger Jelle Kramer. Een zoon van Jelle Kramer (ook een Jan en dus de achterneef van Piets omgekomen zoon Jan) vierde zijn verjaardag elk jaar op dezelfde dag als Jan. Als beginnend visser voer hij op de Z 571 waar Piets zoon Jan schipper op was. Uiteindelijk werd hij zelf schipper op een eigen schip: de Z 85. Op 28 januari 2015 verging de Z 85 tijdens een hevige storm in Het Kanaal. Jan en zijn drie bemanningsleden kwamen om.
STICHTING URKER UITGAVEN
Van den Berg | Storm werd een orkaan | 19
Samenvatting. Donderdag 7 oktober 1954 geselde een plots tot orkaankracht uitdiepende depressie de Noordzee. Nederlandse vissers beleefden hachelijke uren en veel schepen liepen averij op. Van de Urker vloot verging de UK 174 met alle opvarenden en werd de UK 60, na dagen onzekerheid en met verlies van de schipper Jan van den Berg, als een wrak binnengesleept. De overlevenden konden hun onwaarschijnlijke verhaal navertellen. Door een enorme golf werd de UK 60 ondersteboven geslagen. De stuurhut brak af en de schipper verdween in de golven. De rest van de bemanning zat ondersteboven opgesloten in het logies dat langzaam volliep met water. Zij zagen een zekere dood onder ogen. Door een wonder richtte het schip zich weer op en kon de bemanning op het stuurloze wrak het gevecht met de elementen aangaan. Deze kroniek probeert dit unieke verhaal over de nietigheid van mensen en hun wanhoop en hoop in detail in beeld te brengen.
Summary. On Thursday 7th October 1954 a suddenly emerging storm of hurricane strength scourged the North Sea. Dutch fishermen experienced life-threatening hours and many ships sustained damage. Concerning the Urk fishing fleet, the UK 174 sank, with all lives lost, and the UK 60 reached the harbour as a wreck only after days of uncertainty: its skipper, Jan van den Berg, however did not return. The surviving crew of the UK 60 could recount the incredible tale: a giant wave swept the ship upside down. The wheelhouse broke off, and Van den Berg disappeared among the waves. The crew members were locked in their upturned accommodation, which was steadily filling with water. Death looked them in the eyes. As if by miracle, the ship then turned upright again, the crew could emerge and fight the elements on deck as well as they could. This chronicle attempts to recreate this unique story about men’s insignificance, desperation and hope in the face of the elements of nature.
Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l
Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl
STICHTING
URKER UITGAVEN
Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.
20 | Van den Berg | Storm werd een orkaan
STICHTING URKER UITGAVEN