Skip to main content

Wascabi magazine 2020

Page 1

2020

wascabi

JAARMAGAZINE OVER BELEID EN TENDENSEN IN HET SOCIAAL-CULTUREEL WERK EN DE AMATEURKUNSTEN

collectief vallen en weer opstaan GENTBRUGGE ZONDER VERENIGINGSLEVEN DE COMMISSIE KLAPT VOOR CULTUUR JAN JAMBON CORONACREATIVITEIT SOCIAAL KAPITAAL: OVER ONZE HUIDHONGER PLANNEN TIJDENS CORONA ETNISCH-CULTURELE FEDERATIES: LESSEN IN DIVERSITEIT AMATEURKUNSTEN ALS VOEDINGSBODEM


Colofon Een uitgave van:

De Federatie sociaal-cultureel werk & amateurkunsten

Gallaitstraat 86 bus 12 1030 Brussel

Tel. 02 244 93 39

info@defederatie.org

www.defederatie.org Brussel, augustus 2020

Verantwoordelijke uitgever: Dirk Verbist, directeur De Federatie

Tekstbewerking en redactie: Isa Van Dorsselaer

Fotografie:

Sophie Nuytten

(www.sophienuytten.allyou.net)

De foto’s van Jan Jambon werden genomen door Sien Verstraeten. (www.sienverstraeten.com)

De foto’s op pag. 38, 39, 58 & 59 werden

aangeleverd door de betrokken organisaties.

Vormgeving: Nena Peeters

Eindredactie:

Bart Verhaeghe en Ellen De Boeck

Met dank aan:

Joris Hessels, Matty Zighem, Kapinga Gysel, Robert Declerck, Georges Schepens,

Hannah Akrah en haar dochter Fatima, Eric De Baerdemaeker, Astrid De Bruycker, Tim Van der Donck, Shari Van Goethem, Wouter Van Springel, Jasper De Witte, Adinda Taelman, Liesbeth Provoost, Bert Pieters, Wouter De Geest, Alexandra

Smarandescu, Barbara Janssens, Martin De Loose, Katia Segers, Marius Meremans, Orry Van de Wauwer, Staf Pelckmans, Stephanie D’Hose, Tom De Meester, Bart De Boiserie, Jan Jambon, Lennart Thienpont, Tom Joos, Ivy Goutsmit, Stefan Tanghe, Pascal Lervant, An Leenders en Luc Nowé.

& amateurkunsten

Overname van tekstmateriaal is toegelaten voor niet-commerciële doeleinden en mits bronvermelding. RPR - Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel - Ondernemingsnummer 0473 274 777


Intro

een diepe buiging voor stille bondgenoten Als het land stilvalt, zetten mensen elkaar in beweging.

We zijn nu augustus 2020: het land probeert te leven met corona. Het

Een nieuw bondgenootschap

Maart 2020. De kleinkinderen zullen het hebben geweten bij de tigste anekdote over hoe het was toen het land plots stilviel. Over taskforces die over elkaars voeten struikelden. Over honderdduizenden burgers die intussen ongedwongen deden wat moest: solidariteit in daden omzetten, creativiteit in oplossingen, offline in online. De wereld werd één groot experiment.

plaats voor een nog nieuwer normaal. Zo gaat dat in tijden van vertwijfeling. Mensen zoeken. Ze vinden de antwoorden vooral samen, dat geeft collectieve zuurstof. Maar het virus doet tegelijk nog steeds organisaties naar adem happen. Er zijn financiële en organisatorische hoofdbrekens, zorgen om wie niet meekan.

Hoe vermoeiend was het voor co-

Zo kennen we ze, onze amateurkunsten- en sociaal-culturele organisaties: een straffe keten met 24.000 schakels die tot in de kleinste uithoek solidariteit en veerkracht een gezicht gaven. Ook professionals schakelden snel over op wat wel kon: inspireren, een goed voorbeeld omzetten in gebiedsdekkende praktijk, zorgen dat kwetsbare mensen niet in de vergeetput belanden.

Een harde dam tegen het Grote Niets April 2020: mondmaskers maken, volslagen isolement vermijden, op vele andere manieren de goesting, de verrassing, de lach, de traan omzetten in deelbare initiatieven. Als de traditionele machine stokte, klonken onze motoren oorverdovend luid. Zachte sectoren bleken plots een harde dam tegen het Grote Niets.

nieuwe

normaal

maakt

pijlsnel

Kunst voor allen Cultuur, een luxe? Toen niets meer kon, bleek ze plots een basisbehoefte. Hoe vermoeiend was het om in de goeie ouwe pre-Covid-tijd het zoveelste onderzoek over de impact van cultuur in diepe laden te zien belanden. Hoe verfrissend is het om vandaag veel mensen te horen getuigen van wat ze allemaal gemist hebben tijdens de lockdown. Hier liggen kansen om het vizier open te trekken, ook in het kunstenbeleid. Vlaanderen heeft een sterk ontwikkeld en zichtbaar topkunstenbeleid. Terecht. En tegelijk een onderontwikkeld kunst-voor-allen-beleid. Onterecht. In oktober presenteren we een bevolkingsonderzoek over de amateurkunsten. Opnieuw zal blijken: zij staan centraal in de actieve en passieve kunstparticipatie van miljoenen Vlamingen. Staan ze in de toekomst ook centraler in het Cultuurbeleid?

rona ook om telkens opnieuw uit economische kringen te moeten horen dat eerst de taart moest worden gebakken, vooraleer onze sectoren kruimels konden pikken. Hoe verfrissend is het om vandaag diezelfde mensen te horen verdedigen dat de taart zich maar laat bakken als economie en samenleving even prioritair worden ondersteund. September 2020. De Vlaamse regering zal knopen moeten doorhakken. Ik hoop vurig dat hier een stevig partnerschap in maatschappelijke relance uit voortvloeit. Gedurfd en met een uitgesproken geloof in wat nu voor iedereen duidelijk is: groepen burgers zijn levensnoodzakelijke bondgenoten om te doen – of te keren – wat moet. Ondersteun, betrek en beluister hen. En ja, investeer in hen. Zodat het sociaal-cultureel bondgenootschap dat we zijn dat ook in de komende jaren kan blijven. Ik sluit af, met een diepe buiging voor onze honderdduizenden Meesters in Samenleven.

Dirk Verbist, directeur De Federatie


inhoud

Collectief vallen en weer opstaan

Op reportage in Gentbrugge

6

coronacreativiteit? check! Amateurkunsten vanuit hun kot

There is an alternative. De rol van sociaal-cultureel werk in de relance Een blik in de glazen bol

14

24

Sociale relaties als basisbehoefte publiek applaus = publieke middelen? Socioloog Jasper De Witte over onze huidhonger

18

De commissie Cultuur laat in haar kaarten kijken

32


plannen en procedures in coronatijden 5 vragen aan Bart De Boiserie

40

Etnisch-culturele federaties jagen op de ‘triple win’ Ervaringen uit het veld

50

Amateurkunsten als voedingsbodem van kunst en samenleving

Oud-strijders over verbreding in de amateurkunsten

samen uit het dal Minister Jan

Jambon, kapitein van een gehavend schip

44

60


joris hessels

ondertitel


7

Op reportage in Gentbrugge: wat als… het verenigingsleven niet meer bestond

collectief vallen en weer opstaan Acteur en tv-maker Joris Hessels verhuisde een zomer geleden naar de Gentse deelgemeente Gentbrugge. Op Canvas bracht hij, vlak voor het land tot stilstand kwam, verslag uit van zijn ontdekkingstocht in zijn nieuwe gemeente. Hij deed toen wat we sindsdien allemaal gedaan hebben, onze buurt en de mensen die er wonen beter leren kennen. Wascabi volgde in zijn voetsporen en ging er begin juni, gewapend met mondmaskers en alcogel, van deur tot deur om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer het verenigingsleven in één klap stilvalt. Spoiler alert: er bloeit veel nieuws. Gentbrugge, dat zijn vier wijken in één postcode, vier wijken met een heel verschillende identiteit. Er is Oud-Gentbrugge, bij het Keizerspark, de oude dorpskern van wat ondertussen een voorstad van Gent is. De wijk rond het natuurgebied de Gentbrugse Meersen en het Koningsdal, een nieuwe en opgewaardeerde groene long voor de stad. Een derde wijk ligt rond het station van Merelbeke. En dan is er de oude arbeidersbuurt van Ledeberg, nu een kosmopolitische mix. Diezelfde diversiteit vind je terug in het verenigingsleven: klassieke sociaal-culturele verenigingen met een lange traditie naast jeugdbewegingen zoals

scouts en chiro, seniorenwerkingen, sportclubs en nieuwe burgerinitiatieven die hun kans ruiken in deze gemeente in beweging.

Op honger zitten Op 13 maart deden al die plekken die mensen samenbrengen de deuren dicht. Waar het leven normaal bruist en raast, werd het akelig stil. In Santo bijvoorbeeld, ooit een brandweerkazerne, nu een hotspot voor kinderen en jongeren. Santo is de tijdelijke thuisbasis van sportorganisatie Sportaround en de SkateBoard Academy, een cross-over van sport, cultuur en buurtleven die bewijst dat

op reportage in gentbrugge

skaters niet de rondhangende vandalen zijn waar ze voor versleten worden. Iedereen die goesting heeft om te skaten of te sporten is er welkom. “Maar plots, van de ene dag op de andere, moesten onze gasten die connectie missen,” zegt coördinator Matty Zighem. “We moesten de clubtrainingen stopzetten, het skatepark sluiten. Je voelde hoe iedereen op zijn honger zat. Iedereen wilde skaten, maar ze zaten thuis met al die energie.” De lockdown, meent Matty, stimuleerde echter ook wat belangrijk is bij skateboarding én in het leven: creativiteit. “Ga op straat skaten


met je eigen toestellen.” Voor wie impulsen nodig had, gingen Matty en zijn team online en suggereerden oefeningen. Het bleef behelpen. De SkateBoard Academy wil dus veel goedmaken. Skatepark en kantine gingen eind juni opnieuw open, in de zomer zijn er de kampen – net op tijd om financieel het hoofd boven water te houden. Er is “een groot verlangen naar dat moment dat gaat komen”. Jongeren leren in Santo namelijk niet alleen skaten, ze leren er verdraagzaamheid, verantwoordelijkheid, respect.

matty zighem

“Wie skate, kent de ruwe grond.” Jongeren hebben die nodig om real te blijven. Skaten helpt ze hun angsten te bezweren, angsten die tijdens deze crisis gevoed worden door die van de volwassenen rond hen. Wie niet af en toe valt, wordt fragiel. En skaten, dat is vallen en weer opstaan. Zoals de hele samenleving nu doet. “We zijn collectief aan het vallen. En we gaan weer opstaan.”

Onaangekondigde guerrilla Kinderen: het was ook de grote zorg van Kapinga Gysel, drijvende kracht achter de vereniging Mais Quelle Chanson in Ledeberg, die kinderen, jongeren en volwassen helpt om hun stem te vinden en zelfvertrouwen te krijgen. Activiteiten waar samen gezongen wordt moesten zowat tot het laatst wachten voor ze opnieuw – beperkt – konden openen. Die opengesperde kelen! Dat speeksel! Het coronavirus houdt van zangers. Mais Quelle Chanson ging in maart van vierde versnelling naar abrupte stilstand. “Corona haalde onze weke onderbuik open,” vertelt Kapinga bij haar voordeur. “Je bent niet meer in contact, je moet allerlei systemen uitvinden om je achterban niet te verliezen en de kinderen gemotiveerd te houden.” Ze probeerde via WhatsApp

“Kinderen de aandacht geven die ze nodig hebben, gaat niet vanop afstand” Kapinga gysel Kapinga gysel op reportage in gentbrugge


en sociale media, “maar kinderen de aandacht geven die ze nodig hebben, gaat niet vanop afstand. Van sommige kinderen zag ik op Instagram hoe lastig ze het hadden.” Zelf trok Kapinga er tijdens de lockdown op uit om liedjes te zingen, zomaar, op straat, een “onaangekondigde guerrilla” die mensen een warm gevoel gaf. “Ik ben zelf ook ontroerd geweest door solidariteitsinitiatieven die ik op Facebook zag voorbijkomen.” De stad Gent weet welke inspanningen het verenigingsleven deed en ze honoreert die, zegt Kapinga. “Op Vlaams niveau was die erkenning er veel minder. We hadden net die besparingen op Cultuur gehad waardoor nogal wat organisaties nu niet meer bestaan. Het is gemakkelijk om dan te scoren met lof op het sociaal-cultureel werk.” De motor trekt zich ondertussen weer in versnelling, al zou ze graag de vertraging van de voorbije lente behouden. “De tijd die je kon nemen om iets te bedenken, te voelen, te creëren. Dat jaren-vijftig-gevoel van brood bakken en kijken hoe het rijst. Corona heeft wat er misgaat in de maatschappij blootgelegd. We kunnen er niet meer naast kijken. Ik hoop dat het bespreekbaar blijft.”

Mais Quelle Chanson weet niet of ze erin geslaagd zijn om alle kinderen aan boord te houden. “Tijdens de inschrijvingen voor de zomerkampen ging ik met de fiets rond om ze te motiveren.” Zodat ze elkaar kunnen terugvinden in de Broederij, de ontmoetingsplek in Ledeberg die niet alleen de uitvalsbasis is van Mais Quelle Chanson, maar ook van Ledeberg Doet Het Zelf, Fietskeuken, Elfwelf en Samenlevingsopbouw.

“Sfeer mag niet verloren gaan” Robert Declerck is op de een of andere manier betrokken bij bijna alle initiatieven die een thuis vonden op De Broederij, waar vroeger een doehet-zelfzaak huishield. Deze duizendpoot doet er samen met zijn vrouw en zijn dochter alles aan om deze wijk de klap van corona helpen te boven te komen. Zijn Limburgse tongval heeft hij niet geruild voor sappig Gents, maar verder is Robert op en top Ledebergenaar, al vierentwintig jaar. Toen een overstroming in 2000 de buurt blank zette, groeide uit het buurtcomité dat naar aanleiding van de wateroverlast was opgericht, een breder engagement voor de buurt. De héle buurt – Ledeberg telt veel inwoners met een migratieachtergrond. “De

op reportage in gentbrugge

robert declerck bedoeling was toen al om de mensen die van elders, waar dan ook, in de buurt kwamen wonen, de mensen die er al waren te laten ontmoeten.” Toen corona iedereen zijn kot in joeg, had Robert Declerck plots véél tijd. Zijn vrouw hielp in De Broederij bij een activiteit die psychisch kwetsbare mensen samenbracht buiten, en bij de voedselbedeling die een hoge vlucht nam tijdens de lockdown. Zelf begon hij een thriller te schrijven. “Ik mis de vergaderingen. We doen wel videovergaderingen, maar dat is niet hetzelfde. Wat wel mag blijven als deze ellende voorbij is, is de sfeer onder de mensen.” Mooie projecten, zoals een ode aan Jan Van Eyck met een muurschildering van de hand van striptekenaar Jeroen Janssens van gewone mensen uit Ledeberg, in samenwerking met VOEM en Vorming-


georges schepens

10

“De wachtlijst was nog nooit zo lang, de tuintjes waren nog nooit zo mooi” georges schepens

plus, werden uitgesteld. “We hadden de muurschildering willen inhuldigen in september.” Ook de samentuin van de buurt, op een lap grond achter het woonzorgcentrum De Vijvers, lonkt, voor de buurtbewoners en de bewoners van De Vijvers.

Anders leute maken Ledeberg telt wel meer samentuinen. De grootste is het volkstuinenpark De Meersen, vlak naast de E17. Groot was de consternatie toen die plek voor ontmoeting en ontspanning bij het begin van de lockdown op politiebevel gesloten werd. “De reden? Dat wilde de politiecommissaris niet zeggen,” zegt Georges Schepens, voorzitter van de vereniging. “Nochtans had de stad niet beslist dat de volkstuintjes dicht moesten. We hadden

zelf al het park gesloten voor niet-leden om te vermijden dat het te druk werd.” De tuintjes sluiten, in volle coronatijd, wanneer de buitenlucht, de lichamelijke inspanning en de ontmoeting – op afstand – met andere tuinders het hoofd fit houden? Er stak een storm van protest op onder de 164 leden. Een psychiater die er ook zijn tuintje heeft kroop net als Georges in zijn pen om het stadsbestuur diets te maken dat tuinieren goed is voor het psychisch welzijn. Stad Gent floot de politie in Ledeberg terug. De volkstuinen mochten weer open. “Onze wachtlijst is nog nooit zo lang geweest. Elke week komen er vijf aanvragen bij. En de tuinen hebben er nog nooit zo mooi bij gelegen.” De vereniging moest wel het paaseieren rapen schrappen en ze mist de inkomsten uit de Chalet, waar leden en niet-leden terechtkunnen voor een

op reportage in gentbrugge

drankje en een hapje. Maar corona creëerde ook nieuwe gelegenheden voor ontmoeting, zoals een café chantant in open lucht, met liedjes van Romain De Coninck. “We gaan altijd leute maken.” En de tuintjes bleven open. “We geven elkaar nu geen hand of zoen meer. Maar we zeggen sneller goeiedag en spreken meer tegen elkaar. De mens is een sociaal wezen. We zoeken gewoon een andere manier van sociaal zijn.”

Geshockeerd door verborgen armoede Dat merkten ook Hannah Akrah en haar dochter Fatima. Hannah, die als Syrische in 1993 naar België kwam, richtte drie jaar geleden Vereniging Arabische Vrouwen op. “Mijn moeder weet hoe moeilijk het kan zijn om in contact te komen met de buitenwereld,” vertelt Fatima. “Je spreekt de taal niet, je vindt de weg niet.”


11

Hannah begon dus met activiteiten zoals yogalessen of voedingsworkshops om vrouwen uit hun kot te halen. Vlot zeventig deelnemers vinden telkens de weg naar hun activiteiten, zowel vrouwen met een Syrische, Marokkaanse of Turkse achtergrond, als met stevige wortels in de Vlaamse klei. “De opbrengst van onze activiteiten gaat naar behoeftige vrouwen en kinderen in Syrië en Marokko.”

hannah akrah en dochter fatima

Met het sluiten van de grenzen werd de link met Syrië en Marokko tijdelijk verbroken, de activiteiten werden opgeschort. “Het gemis van het contact met onze familie en vrienden die altijd helpen en met de deelnemers was groot. Aan het eind van een activiteit heb je het gevoel dat je iets gegeven hebt, maar ook dat je zelf iets gekregen hebt. Dat gevoel ontbrak plots.” “We moesten ons anders organiseren. We hebben tijdens ramadan elke week in de moskee gekookt en eten uitgedeeld aan mensen die het moeilijk hebben.” Hannah telde nauwgezet de porties om zeker te zijn dat niemand zonder eten achterbleef. “Ik ben geschrokken van de verdoken armoede die aan de oppervlakte kwam,” zegt ze. “Zoveel mensen van wie je het niet verwacht.” De telefoon rinkelde non-stop omdat leden niet goed wisten

op reportage in gentbrugge


12

JORIS HESSELS, acteur en tv-maker “Trots op Gentbrugge” “De mensen die ik heb mogen portretteren in de reeks Gentbrugge ben ik opnieuw gaan opzoeken. Hier op het bankske – je kan hier net geen anderhalve meter afstand houden. Maar je moest wel, want de sociale controle was groot. Je werd er hier in deze wijk op aangesproken als je de afstandsregels niet volgde. Iedereen probeerde het te redden op zijn of haar manier. Er was een groot gemis aan contact. Dat herstelt zich nu wat. Maar er was vooral een grote behoefte aan betrokkenheid bij de buurt. Plots zag je mensen in hun deuropening staan. Blijft dat zo? Ik hoop van wel. Het zou goed zijn als we die onthaasting vasthouden, al vrees ik dat we snel weer in de ratrace zitten, tenzij het beleid dit structureel aanpakt. Sinds het programma is er een soort trots omdat we van dezelfde buurt zijn. Een soort eigenwaarde die groeit. Ook dankzij enkele sleutelfiguren die inzetten op buurtwerking. Els bijvoorbeeld, die een verstrooiingsspel had ineengestoken met stukjes uit een lied die ze in de buurt uitdeelde. Of Patrick die op vrijdagavond pingpong organiseerde in de Sancta Mariaschool. Op het eerste gezicht is Gentbrugge een dorp waar het goed gaat. Maar als je in hoekjes kijkt waar je anders voorbijloopt, komen er scheuren in dat beeld. We moeten genoeg doen voor die kwetsbare mensen. Ik wil zelf zeker ook iets terugdoen voor de buurt. Mijn grote droom is van het kerkplein een verkeersvrije chill-plek maken. Zulke ontmoetingsplekken hebben we nog te weinig.”

wat van hen werd verwacht. “We hebben zelf ook veel mensen gebeld om uitleg te geven over de veiligheidsregels. Ik vond dat we dat als vereniging moesten doen.” De solidariteit tijdens de coronacrisis stimuleert Hannah om nog meer samen te werken met andere verenigingen. “We hebben de waarde daarvan ervaren.”

Mondmaskers met mijtertjes Veel verenigingen probeerden het over een andere boeg te gooien, maar bij sommige viel alles echt stil. Dat was het geval bij de afdeling Gentbrugge-Ledeberg van de Gezinsbond. Voor hun duizend leden geen paaseieren rapen – de eitjes gingen in voedselpakketten – of knuffelturnen voor peuters en kleuters samen met ouders of grootouders. En vooral ook, voor voorzitter Eric De Baerdemaeker, geen maandelijkse bestuursvergaderingen. “In gewone tijden vloek je soms op vergaderingen,” zegt hij vanuit zijn tuin. “Maar zoals kinderen nu merken dat school ook leuk is, mis ik die vergaderingen, de momenten dat het er stormt en raast en de ideeën knetteren omdat je samenzit. Je mist een klankbord wanneer je beslissingen neemt.” Een gemis dat je niet opvangt met Zoom. Vanuit de centrale diensten van de Gezinsbond kwamen wel tips voor alternatieve onlineactiviteiten. “Maar het is moeilijk om dat hier, in deze buurt, op te starten. Dat is typisch voor de voorstad. Er is een groot verloop. Er was dat applaus elke avond, maar ook daar zag je de gebruikelijke gezichten. Sommige wijken zijn tot bloei gekomen maar dat was hier niet zo.”

op reportage in gentbrugge


13

“Onze afdeling is gericht op groepen die samenkomen en dat kon niet.” Hij hoopt vanaf de zomer opnieuw te kunnen vergaderen. “We moeten dringend plannen voor ons bedrijfsbezoek aan de brandweerkazerne, voor de gezinswandeling. Ik hoop dat we zeker het Sinterklaasfeest kunnen redden. Misschien moeten we al beginnen aan mondmaskers met mijtertjes.”

“Ik mis vergaderingen, de momenten dat ideeën knetteren omdat je samenzit” Eric de baerdemaeker

ASTRID DE BRUYCKER, schepen voor Beleidsparticipatie en Cocreatie “Kiemen van nieuwe manieren van samenwerken laten groeien” “Het middenveld is in Gent ongelofelijk rijk en sociaal bewogen. We hebben een mooie traditie van kleine praktijken op het veld en een stevig beleid om samen de stad te maken. Toen corona toesloeg, zagen we twee dingen. De werking van verenigingen viel stil, met grote zorgen over de financiële impact en het welzijn van leden. Ze keken naar de stad voor financiële en praktische steun en dat is ook onze rol. We hebben verenigingen niet alleen financieel ondersteund, we hebben ook mensen uit onze eigen organisatie geheroriënteerd om werkingen draaiende te houden. Daarnaast is er heel wat nieuws ontstaan, vaak vanuit datzelfde verenigingsleven, met op kop solidariteitsacties voor kwetsbare groepen. Corona is niet de grote gelijkmaker, deze crisis treft mensen die alleen zijn, die het financieel lastig hebben, die psychisch kwetsbaar zijn, veel harder. Dat is laat doorgedrongen tot bovenlokale overheden. En dan zie je hoe dat creatieve en wendbare verenigingsleven oplossingen vindt. Sommige verenigingen zijn meteen hun leden beginnen te bellen om te horen of ze iets konden betekenen. Soms was dat telefoontje de hulp die ze nodig hadden. Er kwam zoveel waardevols op gang dat toont dat verenigingen de vinger aan de pols hebben. Wat de impact van de coronacrisis is, moet nog blijken. We moeten ervoor zorgen dat ze niet door overmacht kopje-onder gaan. Dat menselijk kapitaal moeten we vasthouden. Laten we bekijken waar we kiemen hebben gezien van andere manieren van werken tussen verenigingen onderling en tussen verenigingen en de overheid, kiemen die we moeten laten groeien.”

op reportage in gentbrugge

eric de baerdemaeker


14 Tijdens de lockdown bleven kunstenaars en amateurkunstengroepen niet bij de pakken zitten. Er werden massaal acties opgezet: van #dansinuwkot over virtual choirs en onlinerepetities tot digitale expo’s en talloze webinars. Lockdown linedance, zorgbrieven schrijven, literaire mondmaskers maken, songswapsessies en collectieve zangarrangementen, organisaties en lokale groepen vonden zichzelf in ijltempo opnieuw uit. De (amateur)kunstensector deed waar hij goed in is: creatieve oplossingen zoeken.

coronacreativiteit ? check ! Tim Van der Donck, Pichak Theater Toneelschrijver en huisregisseur van het amateurgezelschap Pichak Theater in Niel

“Acteurs werden creatief op een manier die ik nog nooit gezien had” Pichak Theater was bezig met de laatste repetities voor een nieuw toneelstuk toen de lockdown het gezelschap tot stilstand bracht. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Tim Van der Donck perste drie scenario’s uit zijn pen die het gezelschap, elk vanuit zijn eigen kot, opnam. Ze deden zo een nieuw publiek, het Netflixdieet kotsbeu, wekelijks uitkijken naar de ouderwetse charme van het luisterspel. “Toen de lockdown begon, wisten we dat we lange tijd niet meer zouden kunnen samenkomen. De mens heeft dat in zich, creatieve oplossingen verzinnen voor iets wat hij niet mag doen. Ik ging op zoek naar wat we nog wél samen konden doen, iets nieuws dat we samen konden maken. We heb-

coronacreativiteit


15

ben dus de oude traditie van luisterspelen nieuw leven in geblazen. Elke week moesten we één aflevering opnemen, monteren en klaarmaken tegen de volgende zondag. Ik schreef de teksten in twee dagen. Via videochat overliepen we die samen, daarna spraken we ze apart in. We gebruikten geluidsbibliotheken of probeerden met huis-, tuinen keukenmiddelen achtergrondgeluiden te maken. Dan moesten we ervoor zorgen dat het leek alsof we het in groep hadden gemaakt. Je denkt: ‘ach, monteren, dat is wat aaneenplakken’. Maar ineens zit je in een wereld van geluidsniveaus, demping en noise reduction. We hebben veel geleerd op korte tijd. Ik heb corona bewust proberen te vermijden als thema, maar het is er toch ingeslopen. Niet via mondmaskers, wel via noedels (lacht). Een van de verhalen ging over een supermarkt die plots veel deegwaren moest bestellen omdat iedereen was beginnen te hamsteren, en die opgelicht werd door een leverancier die de boel belazerde door glasnoedels te leveren. De luisterspelen bleken een mooie aanvulling op het traditionele theater te zijn. Wij zijn een amateurgezelschap uit

een kleine gemeente, we hebben een wat ouder publiek. Met de digitale luisterspelen spraken we plots een ander publiek aan. De reactie is ook intenser. Als gezelschap hebben we normaal twee voorstellingen per jaar. De buzz is heel kort, pas een maand voor de voorstelling beginnen mensen ernaar te vragen. Nu was die aandacht constant. ‘Wanneer komt de volgende aflevering?’ Tijdens corona hebben verschillende gezelschappen me gevraagd hoe je zo’n luisterspel aanpakt. Die ervaringen delen, dat zou ik meer willen. Ik vind dat er nog te weinig contact is tussen de amateurtheaters. We hebben allemaal vragen over hoe we het in de toekomst moeten aanpakken. Veel gezelschappen hebben kleine zalen, hoe houden we dit leefbaar? En de luisterspelen? Het was een tof experiment, intenser dan een gewone theatervoorstelling. Acteurs werden creatief op een manier die ik nog nooit gezien had. Maar het kan theater niet vervangen. Tijdens een toneelstuk dans je mee op het ritme van je publiek, je gaat mee in die reacties. Maar in periodes dat we niet spelen zijn luisterspelen een manier om toch verbonden te blijven met elkaar en ons publiek.”

coronacreativiteit

Shari Van Goethem Dichter van Wacht

“Poëzie als brug tussen twee mensen” Niet toevallig prijkt op rouwbrieven een gedicht. Poëzie vangt het onzegbare in woorden. Vijftig Dichters van Wacht – een initiatief van de vzw Verb(l)ind – brachten tijdens de paasvakantie houvast en troost. Ze wachtten bij de telefoon op de oproep van mensen die hun dag in schoonheid wilden afsluiten en lazen een gedicht voor. Via een keuzemenu belandden bellers ook bij Shari Van Goethem, die haar eerste stappen zette bij Creatief Schrijven en ondertussen al haar tweede bundel uit heeft. “Dichters schrijven voor dichters, zeggen ze altijd. Plots bleek dat toch niet het geval te zijn. De telefoon van Dichters van Wacht stond niet stil. Zodra je het ene gesprek beëindigd had, volgde het andere al. Ik kreeg naar mijn gevoel een afspiegeling van de maatschappij aan de lijn. Ik heb iemand uit de gevangenis gesproken, iemand uit een zorginstelling, een weduwnaar, iemand na een relatiebreuk. Die gesprekken waren doordrongen van hoe corona het leven van mensen op zijn kop


16

gen die had. Aan het begin van het gesprek tastte ik af of diegene met wie ik sprak iets over zichzelf wilde vertellen, zodat ik mijn gedicht op de beller kon afstemmen. En dan ontstond er een gesprek. Tussen twee vreemden. Poëzie was de brug tussen twee mensen.

“Het gaat niet alleen om die creativiteit op zich, maar om de ontmoetingen die daaruit voortvloeien. Daar schuilt de meerwaarde in” shari van goethem, Dichter van Wacht had gezet. Ik werd bijvoorbeeld gebeld door een psychotherapeute die haar geest nu op een andere manier leerde kennen. Die persoon uit de gevangenis belde omdat zijn vrijlating tijdens de lockdown was uitgesteld. Het waren telkens unieke verhalen, die je ook uit je eigen ‘bubbel’ losrukten. Want ik worstelde daar wel wat mee. Ik zat thuis, ik werkte

en ik zorgde voor mijn gezin. Zorgen voor je gezin is prachtig maar je wil je toch ook een beetje aantrekken van wat er rondom je gebeurt. Ik wilde van meer betekenis zijn, maar ik wist niet goed hoe. En toen kwamen die Dichters van Wacht op mijn pad. Die eerste oproepen, dat was een beetje griezelig. Ik kreeg iemand aan de lijn van wie ik niet wist welke verwachtin-

coronacreativiteit

Er werd veel dankbaarheid uitgesproken. Je voelde ook dat het toch mogelijk is, verbinding maken met iemand op afstand. Voelen dat poëzie ook iets doet met andere mensen, dat is heel mooi om te ervaren. Ik zat dan aan mijn bureautje in mijn veranda, in het donker met mijn gsm. Een van de bellers vroeg hoe ze zich mij moest voorstellen. In een callcenter met andere dichters? ‘Nee, ik zit hier alleen aan mijn bureautje, ik luister naar u, ik draag een gedicht voor en ik drink een theetje.’ ‘Ah, ik ben ook een theetje aan het drinken,’ zei ze, ‘dus zijn wij op dit moment samen een theetje aan het drinken.’ Het banale theedrinken werd zo iets magisch en verdiepte het contact. We moeten ook na corona blijven zoeken naar manieren om onze poëzie bij een breder publiek te krijgen. Het gaat niet alleen om die creativiteit op zich, maar om de ontmoetingen die daaruit voortvloeien, dat gedeelde. Daar schuilt de meerwaarde in.”


17

Wouter Van Springel Directeur van BREEDBEELD

“Verbondenheid zoeken vanuit gedeelde interesse” BREEDBEELD, dat iedereen ondersteunt die in zijn vrije tijd met fotografie, film en mediakunst bezig is, ging snel online met een aantal activiteiten. Voor fotografie waren er ‘Fotografie = kinderspel’, met filmpjes die kinderen uitdaagden om aan de slag te gaan; ‘Inside’, een fotowedstrijd die mensen vroeg om in hun kot de perfecte foto te maken; en online masterclasses over beeldselectie en beeldsequentie met een bijhorend onlinefeedbackmoment. Verder kwam het kortfilmfestival online en had je de filmwedstrijd Kammerspiel – filmen in uw kot – en voor kinderen ‘Start to stopmotion’. “Met onze reguliere werking spreken we een brede doelgroep aan, van kinderen tot ouderen, mensen met een handicap, beginnende fotografen en cineasten over gevorderden tot bijna-professionelen. We moesten dus keuzes maken voor de initiatieven die we online hebben ontwikkeld. Fotografie is over het algemeen iets toegankelijker dan film, maar elk initiatief had zijn

deelnemers. We kregen ook vragen van andere culturele organisaties, culturele centra die onze initiatieven wilden delen via hun kanalen, leerkrachten die ‘Fotografie = kinderspel’ gebruikten in hun onlinelessen. We vulden een nood in. Ook bij eerder individuele disciplines als film en fotografie bleek dat mensen tijdens corona bleven zoeken naar verbondenheid, vanuit die gedeelde interesse. Dat zagen we ook gebeuren bij foto- en filmclubs, waar leden online bleven samenkomen. Onze initiatieven leverden uiteenlopende resultaten op, maar corona kwam vaak terug als thema, ook al was dat niet per se de opdracht. De eenzaamheid, de beperkingen, naar buiten willen en niet mogen, mensen zijn daar creatief mee aan de slag gegaan. De lockdown was niet aangenaam. Als iets niet mag, wil je dat des te meer doen. Maar er zijn waardevolle creatieve initiatieven uit voortgekomen. Enkele willen we zeker voortzetten, zoals de onlinefeedbackmomenten waarmee we ook mensen kunnen bereiken die zich niet gemakkelijk kunnen verplaatsen. Door de positieve reactie van leerkrachten op ‘Fotografie = kinderspel’, gaan we bekijken of we met Canon Cultuurcel lespakketten over film en fotografie kunnen uitwerken.

coronacreativiteit

Deze zomer loopt in Bosland, waar je tussen de bomen kan fietsen, een openluchtexpo met de resultaten van onze nieuwe fotowedstrijd Outside, de tegenhanger van Inside, waarbij we mensen aanmoedigen om met hun camera terug de wijde wereld in te trekken. We zijn nieuwsgierig naar het contrast tussen de twee. Deze expo kunnen we gelukkig in openlucht organiseren. Het wordt een rode draad voor alle culturele werkingen in 2020 en 2021: ons zoveel mogelijk aanpassen aan de regels, en tezelfdertijd proberen onze werking zo goed mogelijk voort te zetten. En toch rekening houden met de mogelijkheid dat er een tweede lockdown volgt. Maar laat ons vooral hopen dat het niet zover komt!”


ondertitel


19

sociaal kapitaal : de investering waard In volle coronacrisis trok socioloog Jasper De Witte, onderzoeker aan het HIVA in Leuven, onze aandacht met zijn pleidooi om het besef dat de mens een sociaal wezen is dat behoefte heeft aan contact met anderen om betekenis te geven aan het leven, niet uit het oog te verliezen. “Sociale relaties zijn een basisbehoefte,” zegt hij in een gesprek met Wascabi. “Ze hebben verschillende functies. Je vindt bijvoorbeeld liefde en verbondenheid in een intieme relatie met een goede vriend of een partner, terwijl de perifere relaties met collega’s of met mensen in een vereniging er eerder voor zorgen dat je je verbonden voelt met de samenleving, dat je sociaal geïntegreerd bent. Beide types relaties zijn nodig. Met corona hebben we allemaal gevoeld hoe belangrijk die relaties zijn, ook mensen die zich in het gewo-

Eten, drinken, slapen, het zijn basisbehoeften. Dat ook sociale relaties dat zijn, daar lijken we pas tijdens de coronacrisis achter te zijn gekomen. Mensen snakten naar meer dan talking heads op een scherm, het gebrek aan lijfelijke ontmoetingen vrat hun psychisch welzijn aan. Toen de regering-Wilmès de voorkeur gaf aan winkels openen boven bubbels doorprikken kwam het ei zo na tot een volksopstand. Het sociaal-cultureel werk en de amateurkunsten lenen zich bij uitstek voor ontmoetingen. Wordt het sociaal kapitaal dat daar wordt opgebouwd, wel naar waarde geschat?

ne leven niet eenzaam voelen. Het thema werd uitvergroot.” Het idee leeft nog altijd dat eenzaamheid een zaak is van ouderen. “Dat is het grote cliché. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid over het algemeen gelijk verspreid is over alle leeftijden. Recent toonde onderzoek van de Universiteit Gent zelfs aan dat jongvolwassenen het eenzaamst zijn.” Wordt het probleem groter? “Dat is een tweede cliché. Eenzaamheid neemt niet

Sociale relaties als basisbehoefte

toe, de cijfers van de laatste decennia tonen een stijging noch een daling. Zich af en toe eenzaam voelen, is ook heel normaal. Het wordt pas problematisch als het gevoel van eenzaamheid intens is en lang duurt. Heel wat factoren beïnvloeden het gevoel van eenzaamheid: hoe gekeken wordt naar sociale relaties, de mogelijkheden om te participeren, in welke mate de overheid sociale participatie stimuleert, de economische toestand. Andere verwachtingen over relaties verklaren dan ook gedeeltelijk waarom mensen in Noord-Europa minder eenzaam zijn dan mensen in Spanje, Griekenland of Ita-


20

lië, terwijl het cliché wil dat de hechtere familiecultuur in deze landen net zorgt voor minder eenzaamheid.” Is er ook onderzoek naar het verband tussen de aanwezigheid van een verenigingsleven en eenzaamheid? “Daar is wel wat onderzoek naar. Hoe meer je sociaal participeert hoe minder eenzaam je bent, en dat effect speelt ongeacht factoren zoals gezondheid, gender of leeftijd. Uit onderzoek blijkt elke keer weer dat bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bijdraagt tot positieve identiteitsvorming en mensen helpt een netwerk op te bouwen.” In het debat over eenzaamheid gaat het vooral over de gevolgen ervan. Het blijft stiller over factoren die eenzaamheid voorkomen zoals sociale participatie of vrijwilligerswerk. Tijdens de coronacrisis hebben lokaal ingebedde sociaal-culturele verenigingen bijvoorbeeld belrondes opgezet voor eenzame mensen. Wordt dat potentieel door beleidsmakers voldoende gezien en ondersteund? “Er zijn veel bottom-upinitiatieven geweest tijdens corona: oude gsm’s gebruiksklaar maken en verdelen onder ouderen, belcirkels opzetten, deur-tot-deur-rondes om

te kijken of er hulp nodig is. Zonder lokaal ingebedde structuren komt dat er niet. De overheid moet zulke organisaties zeker en vast ondersteunen, ook financieel. Veel initiatieven die zijn ontstaan tijdens corona kunnen ook nadien het leven van vele mensen verbeteren. Het is wel belangrijk om te weten of wat je doet, ook werkt. Welke interventies zijn echt effectief om eenzaamheid te bestrijden? In Nederland heb je Movisie, een digitale databank die bijhoudt welke interventies werken. In zijn resolutie tegen eenzaamheid pleitte het Vlaams Parlement vorig jaar voor een gelijkaardige databank met best practices, zodat daar inspiratie kan worden gehaald.” Veel verenigingen hebben tijdens de lockdown geprobeerd hun activiteitenkalender op een digitale manier uit te voeren om de relatie met leden en gebruikers in stand te houden. In de kern van sociaal-culturele organisaties zit werken aan gemeenschapsvorming. Kan dat via digitale ontmoeting? “Digitaal kan niet alles oplossen, zeker niet voor sociaal werk waarbij je toch vaak kwetsbare groepen probeert te bereiken en dat zijn vaak net mensen die digitaal het minst ver staan. Het is belangrijk om deze structurele onge-

Sociale relaties als basisbehoefte

lijkheid voor ogen te houden. Digitaal is goed, maar het is geen vervanging van face to face interactie. Toen ik tijdens interviews met mensen die vrijwilligerswerk deden in armoedeorganisaties vroeg welke de belangrijkste reden was om actief te zijn, zeiden die quasi allemaal: sociale interactie.”

“Hoe meer je sociaal participeert hoe minder eenzaam je bent, en dat effect speelt ongeacht factoren zoals gezondheid, gender of leeftijd” Verwacht u dat er uit de coronacrisis lessen worden getrokken voor de beleidsaanpak van het thema eenzaamheid? “De economie is wereldwijd moeten wijken voor de gezondheid van mensen. Ik hoop dat het dan ook mogelijk is om na de crisis in de prioriteiten die we stellen andere accenten te leggen. Ik hoop dat het niet over enkele maanden weer business as usual is. Dat is niet alleen een zaak van de overheid, ook als individu moeten we beseffen


“Corona heeft op alle vlakken de situatie verslechterd van mensen die het al moeilijk hadden” hoe belangrijk sociale relaties zijn, hoe belangrijk het is dat we een leven lang dat netwerk onderhouden, hoe belangrijk sociale cohesie is, via lokale organisaties waarin je kan participeren. Sociale relaties, sociale netwerken, participatie, vrijwilligerswerk, iets doen voor anderen: dit heeft zoveel positieve effecten. De overheid moet structurele obstakels wegnemen zoals gebrekkige mobiliteit, toegang tot psychologische hulp of financiële remmen, zodat mensen gelijk kunnen participeren aan de samenleving en meer kans hebben om een netwerk op te bouwen. Eenzaamheid is een complex gegeven, je kan dat via allerhande initiatieven aanpakken op zowel een directe als indirecte manier.” Er wordt veel gesproken over het verlies aan sociaal kapitaal tijdens de lockdown. Maar er was ook veel moois. Kan het zijn dat het sociaal kapitaal net versterkt uit deze crisis komt? “Vanuit het veld krijg ik toch signalen dat veel mensen door

Wat kan het verenigingsleven zelf doen om meer gewicht in de beleidsschaal te werpen? • ”De effectiviteit aantonen van wat je doet, dan sta je in een sterkere positie tegenover beleidsmakers.”

• ”Lokaal verankeren: netwerken vormen in de wijk, de buurt, de gemeente en meer samenwerken, goed op de hoogte zijn van wat de anderen doen, zodat je goed kunt toeleiden naar andere organisaties.” • ”Inzetten op de kracht van mensen, niet op hun kwetsbaarheden. Welke talenten hebben ze en hoe kunnen ze via die talenten bijdragen zonder de kwetsbaarheden uit het oog te verliezen.”

een hel zijn gegaan. Mensen die alleen thuis waren. Mantelzorgers van kwetsbare ouderen die geen thuisverpleging durfden binnen te laten, die er alleen voor stonden en zich gevangen voelden. Corona heeft op veel vlakken

Sociale relaties als basisbehoefte

de situatie verslechterd van mensen die het al moeilijk hadden. Er zijn zeker ook positieve dingen uit voortgekomen. Maar over de gevolgen van beide, op de middellange en lange termijn, kan ik geen uitspraken doen.”


22

Stemmen van het terrein Drie organisaties – Kwadraet, Vormingplus Oost-Brabant en Mediawijs – kregen twee vragen voorgelegd. Kan digitaal ontmoeten de kern van echt sociaal-cultureel werk vervangen? Welke zijn de positieve aspecten van digitaal ontmoeten en welke zijn de beperkingen?

Adinda Taelman, Kwadraet “Digitaal is niets vergeleken met de rijke taal van levende lijven” “Ons werk is het verbinden van mensen. Doel en inhoud zijn niet voldoende, de manier waarop maakt het verschil. Werken met een groep is werken met een energieveld. Daar is niets zweverigs aan, dat is iets lijfelijks. Het is het resultaat van onze manier van spreken, ademen, bewegen, van al die subtiele nuances die we leggen in hoe we samen zijn. Met Zoom en Hangouts, webinars en al die andere tools zien we toch vooral hoofden. Dat is al iets, maar niets vergeleken met de rijke taal van levende lijven. Ons werk speelt zich af in bibliotheken, refters, vergaderzaaltjes. We creëren daar een tijdelijke veilige plek waar mensen kunnen leren, naar elkaar luisteren, zich gewaardeerd voelen. Die ervaringen zijn van belang voor mensen: buiten komen en daar in dialoog gaan met anderen. Ze zijn ook van belang voor onze ervaring van de publieke ruimte als een plek van ontmoeting en dialoog. Tijdens de pauze gaan mensen verder in gesprek, wisselen ze nog ervaringen uit. Soms nemen ze samen de trein terug. Of blijven plakken. We hebben die grijze zones nodig, de zachte overgangen van leren naar leven, van doen naar zijn. Digitaal ontmoeten lijkt een kwestie van efficiëntie. Dat gaat op voor instrumentele zaken waar weinig spanning op zit, die niet voor beroering onder de waterlijn zorgen. Waar spanningen zijn, waar macht of een troebele verdeling van rollen aanwezig is, schiet het digitale ontmoeten tekort. De kloof tussen wie macht uitoefent en wie ondergaat lijkt groter te worden. Het zorgt ervoor dat sommige mensen een vergadering domineren, nog meer dan in een liveontmoeting, en dat anderen een hogere drempel ervaren om hun standpunt in te brengen. De ongelijkheid lijkt groter te worden. De basisvoorwaarde is altijd dat er een vertrouwensrelatie is. Soms ervaren we in het digitale ontmoeten net een grotere veiligheid om te spreken, om te delen wat op het hart ligt. In een setting van coaching, van helpende gesprekken, merken we een grote openheid om zich kwetsbaar op te stellen. Het lijkt alsof de afstand die door het scherm gecreëerd wordt, de gerustheid geeft om zich open te stellen. Dat kan te maken hebben met de minder dwingende aanwezigheid van de coach of de gesprekspartner, het minder de aandrang voelen om sociaal wenselijke antwoorden te geven. De coach zet zichzelf en het eigen referentiekader niet in de weg. De lerende persoon of de persoon die geholpen wordt krijgt meer ruimte en vult die dankbaar in.”

ondertitel


23

Liesbeth Provoost, Vormingplus Oost-Brabant

Bert Pieters, Mediawijs

“Durven kijken naar nieuwe mogelijkheden van ontmoeten”

“Niet vergeten dat ook veel mensen uit de digitale boot vallen”

“Onlineactiviteiten hebben een veel ruimer bereik, afstanden vallen weg, je bent niet langer een dagdeel kwijt om een activiteit van 1,5 à 2 uur bij te wonen. Ze worden bovendien gratis aangeboden. Het doelpubliek van de Vormingpluscentra verdertienvoudigde sinds de lockdown. Activiteiten waar zich normaal een vijftiental mensen voor melden, hebben nu 50 à 60 deelnemers. De kwaliteit van het digitaal ontmoeten wordt bepaald door de kwaliteit van de onlinegroepsgesprekken. Goede voorbereiding, afspraken en een onderlegde moderator kunnen heel kwaliteitsvolle ontmoetingen genereren. Wij hanteren offline de principes van deep democracy, verbindend communiceren en neutraal begeleiden. Deze vaardigheden blijken ook volledig inzetbaar te zijn in digitale communicatie. Als de moderator voldoende middelen ter beschikking stelt om emoties op andere manieren te uiten (via chat, emoticons, breakout rooms …) kunnen de ontmoetingen even intens zijn als in het echte leven. Als je kijkt naar de ‘Post Corona movement’ zie je een beweging die volledig digitaal gegroeid is. De 70 vrijwilligers die deze beweging in gang zetten en houden, hebben elkaar nog nooit fysiek ontmoet. Toch gaat er een geweldige kracht van uit. Ik vermoed dat we in de toekomst twee soorten ontmoetingen zullen hebben. Het is aan organisaties om de twee vormen mogelijk te maken zodat je beide doelgroepen blijft aanspreken. Het is een boeiende uitdaging voor onze sector om niet enkel te zweren bij de vorm die we kennen maar om ook te durven kijken naar de nieuwe mogelijkheden.”

“Mediawijs, het Vlaams kenniscentrum mediawijsheid, deed in de paasvakantie een flitsbevraging bij ouders over het mediagebruik in het gezin. Uiteraard gebruikten we onze schermpjes in deze coronaperiode om meer filmpjes te kijken of te gamen. Maar wat vooral opvalt, is de gigantische toename van (video)bellen. Dat wijst erop dat we toch sociale wezens zijn en vooral met anderen in contact willen blijven. We zien dat sociaal-culturele organisaties experimenteren met onlineactiviteiten, met aandacht voor het gevoel van “samen-zijn” en “samen beleven”. Een vertelavond als Relaas vanuit je Zetel komt dicht in de buurt van een groepsactiviteit, het is als een digitaal kampvuur. De Kunstfabriek@Home van Das Kunst bood kant-en-klare workshops aan om thuis te doen, inclusief een hulplijn voor kinderen. Organisaties die experimenteerden met onlinevormingen zijn blij omdat ze een nieuw publiek hebben kunnen aanboren. Bovendien hebben ze hun bestaand publiek aan zich kunnen binden door te tonen dat ze hen niet vergeten waren. Toch zijn er ook heel wat mensen uit de boot gevallen. Mensen die niet zo vlot hun weg vonden in al die digitale toepassingen, hebben waarschijnlijk net veel minder deelgenomen, al hadden ze dat misschien wel gewild. Daarom zet Mediawijs samen met partnerorganisaties sterk in op e-inclusie. We hebben de mogelijkheden ontdekt en sommige zaken zullen we verder exploreren. Sociaal-cultureel werk zal wel altijd een ‘mensen-gebeuren’ blijven. Iets dat vooral offline gebeurt, al zullen er meer zichtbare onlinevarianten groeien.”

ondertitel


ondertitel


25 Is 2020 het jaar waarin Margaret Thatcher definitief begraven wordt? De IJzeren Dame sloeg drie decennia geleden dromen van een alternatieve samenleving plat met het idee dat er geen alternatief is. Dit mantra werd keer op keer herhaald. En toen was er corona. Plots begint de steen waarin deze onuitwisbare waarheden gebeiteld stonden, af te brokkelen. Zal de coronacrisis onze wereld veranderen? En welke rol heeft het middenveld daarin?

There is an alternative De glazen bol: verandert de coronacrisis de wereld? “Geen economische relance zonder maatschappelijke relance” Vlaanderen creëerde in mei een economisch relancecomité om het pad naar economisch herstel uit te stippelen. Dat comité kreeg een maatschappelijke tegenhanger om de schade aan het maatschappelijk weefsel te repareren. Ze zullen later in elkaar schuiven, maar Wascabi bracht ze nu al samen, in de vorm van VOKA-voorzitter Wouter De Geest en voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad Alexandra Smarandescu, respectievelijk lid van het economisch en van het maatschappelijk relancecomité.

procent staatsschuld. Dat moeten we blijven vertellen, net zoals we moeten blijven herhalen dat in de cultuurwereld en in de samenleving iets fundamenteels verloren gaat als we niets doen. Ik ben dus blij dat de relancecomités de twee aspecten bekijken. Geen economische relance zonder maatschappelijke relance. Welzijn door welvaart, dat is onze opdracht.”

Wouter De Geest: “Iedereen kent de cijfers: vijftig miljard euro welvaartsverlies, 11 procent begrotingstekort, 120

Alexandra Smarandescu: “Die wil, dat engagement, die drempels die plots wegvallen, dat moeten we proberen te

Als we één iets moeten meenemen uit dit ‘coronatijdperk’ of als we één iets definitief moeten veranderen, wat is dat dan?

There is an alternative

capteren. Misschien moeten we ervoor zorgen dat die bewegingsvrijheid er permanent is, dat we dingen regelluwer maken zodat organisaties gemakkelijker op omstandigheden kunnen inspelen. Dat we meer met de core business bezig zijn, met impact creëren, dan met formaliteiten. Daar ligt een mooie kans.” Wouter De Geest: “Al die silo’s waarin ondernemingen en sectoren zitten, al die muren moesten tijdens de crisis afgebroken worden, want anders kon je geen oplossingen vinden. De disruptie van buitenaf, door het virus, heeft geleid tot een begin van disruptie binnenin. Wat goed is. Met business as usual komen we er niet. Als VOKA leggen


26

we daarom de laatste hand aan een transformatieplan voor Vlaanderen dat inzet op groei. Maar dan niet gedefinieerd als profit & loss van ondernemingen, maar als gezonde en gedeelde groei. We gaan een open dialoog voeren over intergenerationele problemen zoals sociale zekerheid en pensioenen, klimaat, mobiliteit, zorg, onderwijs, om te komen tot een toekomstvisie. Alle maatschappelijke stakeholders zijn het aan elkaar verplicht om samen een verhaal te bouwen. Noem het wat mij betreft een nieuw sociaaleconomisch pact.” Denken jullie dat het draagvlak voor dat soort van denken blijft? Het doet soms wat denken aan mensen die tijdens de koffietafel na een begrafenis dure eden zweren over hoe ze hun leven gaan omgooien. Twee maanden later is alles weer bij het oude. Wouter De Geest: “Dat is de grote valkuil. Daarom moet je een beweging op gang krijgen, die van onderuit moet groeien, via heel veel verschillende fora en initiatieven die je toetst aan je toekomstvisie. Je kan dat niet voorschrijven aan de hand van een strak plan. Laten we toch eens positief denken over de innovatiekracht en de creativiteit die er zijn.” Alexandra Smarandescu: “Er zal sowieso weerstand zijn. Politici moeten dus niet alleen draagvlak vinden, ze moeten ook draagvlak creëren. Dat is leiderschap, het voortouw nemen op momenten dat het allerminst gemakkelijk is. En dat is de afgelopen maanden te weinig gebeurd.” Wouter De Geest: “Het is daarom ook belangrijk dat het beleid zich gesteund weet van onderuit, dat ze kunnen wijzen naar de steeds grotere groep mensen die hetzelfde willen. Neem de wachtlijsten in de zorg. Vinden wij dat maatschappelijk aanvaardbaar? Nee? Dan moeten we grenzen doorbreken tussen publiek en privaat om oplossingen te vinden. Durf nu de problemen van burgers op te lossen.” Alexandra Smarandescu: “Sociale innovatie en transitie gebeuren al in de praktijk, er zijn organisaties

There is an alternative

die daar het voortouw durven in te nemen, die durven te innoveren. We moeten kijken of we dat niet op een grotere schaal kunnen doen.” Wouter De Geest: “We moeten inderdaad een cultuur van pop-ups creëren. Er zijn zoveel pilootprojecten in de sociale of ecologische sfeer. Ga dat niet zitten te reglementeren want dan sla je ze bij voorbaat dood. Laat wat werkt zichzelf verspreiden en zorg voor een minimaal regelgevend kader voor kwaliteitsbewaking. Nu krijg je als organisatie meestal een strakke receptenlijst met wat je wanneer en hoe moet klaarmaken. Laat dat. Zorg voor een menu en laat organisaties en ondernemingen daar zelf mee aan de slag gaan.” Overheden doen vaak aan micromanagement. Hoe realistisch is het dat ze die aanpak loslaten? Alexandra Smarandescu: “Controlesystemen hebben wel degelijk nut. Maar je mag niet doodreguleren. Daarnaast moet je als overheid vooral het overzicht bewaren, zodat je snel weet waar het niet goed loopt, waar kwetsbaarheden in een samenleving zitten, zodat je daar gericht op kan ingrijpen en remediëren.” Wat is in die relancecomités voor jullie de belangrijkste boodschap? Wouter De Geest: “Wat ik gezien heb bij onze VOKA-leden, en dat zijn toch 18.000 ondernemingen, is dat er een déclic is voor maatschappelijke thema’s. Dat is nieuw. De boodschap is nu: we moeten samen met iedereen zoeken hoe we gaan samenwerken om tot gedeelde groei te komen. Dat lag een jaar geleden moeilijker in mijn organisatie.”


“We moeten meer met de core business bezig zijn dan met formaliteiten. Daar ligt nu een mooie kans” alexandra smarandescu

“De coronaperiode heeft ons wel nog meer met de neus op de feiten geduwd: wat is essentieel? Het momentum is daar nu. Dat komt niet terug” wouter de geest Omdat deze thema’s werden aangevoeld als bedreigend? Wouter De Geest: “Nee, als wollig. Onze leden vonden die thema’s ook belangrijk, maar in de categorie: dat moeten we ook nog eens doen. Deze verschuiving komt door corona, zeker, maar niet alleen door corona. Het is een cumulatie. De klimaatmarsen, de gele hesjes, de stijgende armoede. Ondernemers zijn in de eerste plaats mensen. We blijven daar niet blind voor. De coronaperiode heeft ons wel nog meer met de neus op de feiten geduwd: wat is essentieel? Het momentum is daar nu. Dat komt niet terug.” Alexandra Smarandescu: “Het mooie aan dat maatschappelijk relancecomité vond ik die bereidwilligheid om doortastend te transformeren. Om ver buiten het comfort van het eigen

There is an alternative

27


28

hokjesdenken te gaan en constructief anderen tegemoet te treden, goed wetende dat dit achteraf voor veel commotie zou kunnen zorgen.” Wouter De Geest: “(tot Alexandra Smarandescu) Nu u hier toch zit, wij willen uit onze bubbel komen, wij willen in het kader van onze dialoog contacten met de jeugd. We willen weten welke thema’s hen bezighouden.” Alexandra Smarandescu: “Er is niet zoiets als dé jeugd (lacht). Weet u, dialoog, allemaal goed

en wel, maar wat gebeurt er daarna? Jongeren worden wel aan tafel gevraagd om hun visie te geven, maar dat is geen structurele inbreng. Nochtans is dat de beste garantie om onze stem mee te hebben. Het gaat ons vooral om die consistente inbreng, ongeacht het thema, en over wat daar verder mee gebeurt. Ik hoop dat iedereen het een meerwaarde vindt dat er ook een jongere in het maatschappelijk relancecomité zat en dat dit een aanzet kan zijn om jongeren in de toekomst vaker op dat niveau te betrekken.”

“Warme samenleving komt er ook na corona niet vanzelf” Als zelfs neoliberalen de lof van het verenigingsleven zingen, moet het zijn dat het zijn nut bewijst. Twee thema’s die bij het sociaalcultureel volwassenenwerk al lang hoog op de agenda staan – duurzaam leven en een waardige omgang met ouderen – zaten tijdens de coronacrisis in het brandpunt. Geeft dit Barbara Janssens (Netwerk Bewust Verbruiken) en Martin De Loose (Neos vzw) hoop?

Barbara Janssens: “Er zijn signalen dat de gedwongen stilstand het bewustzijn getriggerd heeft dat er iets mis is met de ratrace. De coronacrisis heeft zwaktes blootgelegd, maar ook sterktes. Er blijkt een grote veerkracht te zijn. Ik hoop dat we de verbondenheid die opgeborreld is kunnen vasthouden. Het middenveld kan daar een grote rol in spelen. Maar we mogen niet naïef zijn. Op andere niveaus wordt gelobbyd om duurzaamheid weg te duwen. Hoe snel vergeten mensen? En hoe goed en hoe snel kunnen wij ons verenigen om tegengas te geven?” Martin De Loose: “De vraag is ook of dingen zo snel zullen veranderen als wij hopen.

Kijk naar de beeldvorming over ouderen. De coronacrisis was een uitgelezen kans om het te hebben over de diversiteit bij ouderen en toch werden ze weggezet als een monoliet. We dreigen in het oude te hervallen, terwijl we keuzes moeten maken. De afgelopen maanden bleken de dingen die we evident vonden, bijzonder te zijn. Vrienden en familie, zorg, maar ook het verenigingsleven. Die warme samenleving komt er niet vanzelf, we moeten de bril van gemeenschapsvorming opzetten. De technologische veranderingen en de drang naar economische efficiëntie hebben veel kansen op ontmoeting weggenomen. We moeten sociale contacten structureler maken.” Als jullie één voorstel kunnen doen om die omslag te garanderen, als er één iets is wat jullie zeker willen veranderen, wat is dat? Barbara Janssens: “Systeemverandering is een kluwen van cascades. Maar als ik er één moet uitpikken, dan is het wat Nieuw-Zeeland doet: geluk en welzijn meepakken in het BNP. Dan ga je vanzelf niet alleen focussen op economische groei, maar op duurzaamheid, ge-

There is an alternative


ondertitel


30

“Kleine initiatieven die van onderuit verandering vorm geven én een mentaliteitswijziging nastreven: beide zijn de kracht van het sociaalcultureel werk” Barbara Janssens

meenschapsvorming, welzijn en gezondheid.” Martin De Loose: “Ik zou beslissen dat iedereen minstens één buddy heeft, een maatje dat ervoor zorgt dat je goed geconnecteerd bent, zodat er altijd iemand is die zorg draagt voor jou. Want connectie zorgt voor wederzijds begrip en zachtheid, en dan neem je mooie beslissingen. Het is vaak vanuit onwetendheid en angst dat mensen hard worden voor elkaar.” Welke rol kan het sociaalcultureel volwassenenwerk met zijn 14.000 lokale groepen, 200.000 vrijwilligers en 300.000 activiteiten per jaar, spelen in die veranderingen? Martin De Loose: “Toen ik de sector binnenkwam, stond ik versteld van waar mijn organisatie allemaal mee bezig is. En dat geldt voor alle verenigingen en bewegingen. Wat een sector! We zouden elkaar

veel meer kunnen versterken. 1+1=3. Ferm heeft nu bijvoorbeeld een mooie campagne over troost. Dat moeten de andere organisaties massaal ondersteunen.” Barbara Janssens: “Ik geloof in tijdelijke coalities die elkaar kunnen versterken door één gezamenlijke missie voorop te zetten en daarvoor te gaan. Of het nu ging om mondmaskers leveren of laptops garanderen voor kansarme kinderen, tijdens de coronaperiode waren er veel initiatieven die het sociaal-cultureel werk ten voeten uit tekenen: nabij en hands-on.” Onderschat de lobby’s niet die van deze crisis gebruikmaken om duurzame verandering tegen te houden, hoorden we hier daarnet. Wat kan het sociaal-cultureel volwassenenwerk daartegenover zetten? Barbara Janssens: “Vorig jaar

There is an alternative

was er Sign for my future. Tien jaar geleden had je zoiets niet voor mogelijk gehouden. Een klimaatcampagne, van de milieubeweging mét bedrijven? Het heeft niet het resultaat gehad dat ze voor ogen hadden, maar het toonde wel dat samenwerking tussen grote marktspelers en non-profit mogelijk is. Dat mag nog explicieter het geval zijn.” Martin De Loose: “Die gemeenschapsvorming komt er in elk geval niet vanzelf, evenmin als het debat over verandering. We hebben het tijdens de lockdown allemaal keilastig gehad met de combinatie van werk en privé, en ook al voor corona holden we onszelf voorbij. Toch staat dat debat – is dit echt de manier waarop we willen leven? – nu niet bovenaan de agenda.” Barbara Janssens: “Hoe Femma er met arbeidsduurvermindering in geslaagd is om tegen politieke schenen te schop-


31

“De verwachtingen worden almaar hoger en hoger. Kunnen wij het ons veroorloven om nu te vertragen?” martin de loose

pen, vind ik een sterk voorbeeld. Zij hebben gemeenschapsvorming gekneed tot maatschappelijke activering. We mogen wel eens vaker de luis in de pels zijn.”

mooie dingen mee. Als onze vrijwilligers in hun kracht staan, werkt dat als een rollende sneeuwbal, dat brengt positieve effecten op gang in de samenleving.”

Welke zijn volgens jullie essentiële basisingrediënten om als sociaal-cultureel volwassenenwerk te kunnen wegen op de toekomst na corona?

Als jullie naar de eigen organisatie kijken, welke zijn op de korte termijn de grootste wensen en bezorgdheden?

Barbara Janssens: “Wie de transitietheorie een beetje kent, weet dat verandering pas kan als je van onderuit kleine initiatieven hebt die de verandering vorm geven en inbeuken op het systeem. Maar je hebt ook een mentaliteitswijziging nodig, of de shift volgt nooit. Beide aspecten zijn de kracht van het sociaal-cultureel werk .” Martin De Loose: “Onze mensen zijn het basisingrediënt. Wij hebben 2.000 bestuursleden en daar doen wij

Martin De Loose: “Wij weten dat we mensen kunnen helpen hun vertrouwen te herwinnen en terug buiten te komen. Want het is daar, samen met anderen, dat mensen zich ontplooien. We willen dus die veilige context herstellen en zo de schadelijke effecten van deze periode tot een minimum beperken.” Barbara Janssens: “Ik ben bezorgd over de ‘volhoudbaarheid’ in het sociaal-cultureel volwassenenwerk én de cultuursector. De druk zal toenemen, het geld waarschijnlijk niet. Ik hoop dus op veel

There is an alternative

mildheid voor elkaar. We zijn allemaal geboeid en gepassioneerd bezig met wat we willen verwezenlijken, ik ben bang dat velen zich gaan vergalopperen. Ze zitten al dieper op het tandvlees dan ze beseffen. Als onze organisatie in haar missie kwaliteitsvol leven centraal stelt, moeten we dat zelf ook doen.” Martin De Loose: “Dat blijft een moeilijkheid in onze sector. Er komen altijd maar taken bij. Hoe breng je daar rust in? We zeggen wel dat er grenzen zijn aan de groei, maar de winst die wij boeken komt ten goede aan de hele samenleving. Als je grenzen gaat stellen, gaat dat mogelijks ten koste van je organisatie. Onze 2.000 bestuursvrijwilligers geven zich met hart en ziel, dag in dag uit. Dan kan je als professioneel niet achterblijven. De verwachtingen worden almaar hoger en hoger. Kunnen wij het ons veroorloven om nu te vertragen?”


32

publiek applaus = publieke middelen ? Elke avond is er geklapt voor de zorg, voor de rekkenvullers. En voor al die vrijwilligers die – vaak onder de vleugels van sociaal-culturele verenigingen – het beste van zichzelf gaven. Gaat de politiek deze inzet financieel waarderen, door de relance van onze sector te ondersteunen en zich flexibel te tonen over de nieuwe beleidsplannen? Of heeft ze sociaal-culturele en amateurkunstenverenigingen dit voorjaar gered om ze nu toch kopje-onder te zien gaan? Zes leden van de commissie Cultuur – Katia Segers (sp.a), Marius Meremans (N-VA), Orry Van de Wauwer (CD&V), Staf Pelckmans (Groen), Stephanie D’Hose (Open VLD) en Tom De Meester (PVDA) – laten in hun kaarten kijken. Elk apart weliswaar, want parlementsleden hebben ook op het vlak van social distancing een voorbeeldrol.

We merken veel waardering voor de wendbaarheid en de veerkracht van amateurkunsten en sociaal-cultureel werk tijdens de lockdown. Ze moesten tonnen activiteiten annuleren maar ze gingen meteen aan de slag met een digitaal aanbod, burgers activeren om mondmaskers te maken, belcirkels opzetten om isolement tegen te gaan. Hoe hebben jullie dit ervaren?

Katia Segers: “In deze coronaperiode is het schoonste van de mens naar boven gekomen. Helaas werd in deze crisis ook de ongelijkheid versterkt, tussen degenen die het als een relaxte tijd hebben ervaren en degenen voor wie een moeilijke situatie nog moeilijker werd. En dan zie je met welke ongelofelijke creativiteit en inventiviteit het middenveld en de kunsten zijn beginnen te organiseren om elkaar – digitaal – te

publiek applaus = publieke middelen?

ontmoeten, om te helpen, te entertainen, te steunen. We moeten daar uit leren.” Staf Pelckmans: “Omdat er ruimte en tijd kwamen om dingen op een rijtje te zetten, zag je plots hoe een aantal waarden heel erg belangrijk werden. Die probeer je, ook nu alles langzaam opengaat, centraal te zetten. Zoals hoe je woont, tussen welke mensen, hoe je netwerken zijn, hoe je je verhoudt tot de na-


katia segers

tuur. En dan kom je vanzelf uit bij sociaal-culturele activiteiten, de amateurkunsten en het geëngageerde middenveld.”

orry van de wauwer

marius meremans

Orry Van de Wauwer: “Ik heb nog altijd een zeehond achter het raam staan (lacht). De Berenjacht was maar een van de vele mooie initiatieven van de afgelopen periode waardoor mensen hun buurt en hun buren – opnieuw – hebben leren kennen. Dat was alleen mogelijk door de innovatieve manier waarop het sociaal-cultureel werk en de amateurkunsten aan de slag zijn gegaan. De lockdown heeft aangetoond hoe belangrijk en hoe nuttig dat lokaal sociaal weefsel is.” Marius Meremans: “Dendermonde had een oproep gedaan voor vrijwilligers om te helpen mondmaskers in zakjes te steken. We hadden geschat dat we er een dag over zouden doen, maar er kwamen zoveel vrijwilligers opdagen – vaak mensen die al actief zijn in wijkcomités

en sociaal-culturele verenigingen – dat we tegen twaalf uur al klaar waren. Verenigingen hebben ook nog eens aangeboden om ze te helpen verspreiden in deelgemeenten. Ongelofelijk.” Tom De Meester: “Als je ziet hoe de overheid in deze crisis soms wekenlang getreuzeld heeft, terwijl allerlei organisaties onmiddellijk gericht hebben ingespeeld op wat mensen nodig hadden… De Vlaamse regering heeft het vaak over wie we zijn als Vlamingen. Laat één ding duidelijk zijn: solidariteit zit diep in ons DNA. Er komt na de gezondheidscrisis nog een enorme economische naschok op ons af, maar die solidariteit pakken ze ons niet meer af.” Stephanie D’Hose: “Ik ben met mijn neus op de feiten gedrukt. In de editie 2016 van Wascabi zei ik nog dat het sociaal-cultureel werk een van de minst zichtbare sectoren was. Tijdens de coronaperiode heb ik gemerkt in welke mate die sector verweven is met ons dagelijks leven. Als het gaat over Cultuur zijn het altijd de professionele kunsten die de krant halen, maar wanneer we teruggeworpen worden op de kern, dan is de creativiteit van jullie sectoren belangrijker dan we allemaal dachten.”

publiek applaus = publieke middelen?

tom de meester

stephanie d’hose

staf pelckmans


34

Vele mensen vragen zich luidop af wat op de langere termijn de effecten van Covid-19 op economie en samenleving zijn. Kunnen jullie voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk en de amateurkunsten één opportuniteit en één bedreiging noemen? Orry Van de Wauwer: “Opportuniteit: het potentieel van nieuwe mensen dat nu de weg vindt naar lokale verenigingen. Het sociaal-culturele middenveld heeft laten zien dat het voor de samenleving kan zijn wat eieren zijn voor mayonaise: het bindt en verbindt. Dat middenveld stond de laatste tijd wat onder druk, maar nu het nog eens zijn meerwaarde bewezen heeft, wordt het moeilijker om het vanuit bepaalde politiek-ideologische hoek te bedreigen.” Tom De Meester: “Toch wil ik de dreiging om bepaalde organisaties af te straffen, niet wegwuiven. Geld en politiek zijn voor mij de grootste bedreigingen voor de sociaal-culturele sector. Ik vrees voor een shocktherapie om de economische postcorona-impact op te vangen en onze sectoren staan niet op de eerste rij wanneer het geld verdeeld wordt. Dat is ook niet de sterkste lobby.” Orry Van de Wauwer: “Wat is de financiële impact? Dat is een kernvraag. Veel middenstanders zijn nu zwaar getroffen en zij sponsoren lokale verenigingen. En wat als mensen door dat nieuwe normaal, de fysieke afstand, te bang blijven om naar buiten te gaan? Kan de overheid dat allemaal compenseren? Moet dat? Wat met gezinnen die financieel zwaar getroffen zijn, hoe kunnen zij nog deelnemen aan evenementen, lidgeld betalen, uitstappen meedoen? De groep die het meest uit haar sociaal isolement moet gehaald worden dreigt er dieper in te zakken.” Marius Meremans: “Er gaat geen week voorbij zonder dat ik een vereniging aan de lijn heb die zegt dat ze het niet meer gebolwerkt krijgt. Kunnen we ze allemaal redden? Dat is mijn zorg. Het sociaal-cultureel volwassenenwerk gedijt bij ontmoeten en afstand dichten. Wat als dat voor langere tijd niet kan? Ook deze sector moet aan bod komen in het werk van de ad-hoc-commissie van het Vlaams Parlement over corona, ook voor hen moeten er aanbevelingen zijn.”

publiek applaus = publieke middelen?


35

Katia Segers: “Voluntarisme is zowel een kans als een bedreiging. Dat nu verwacht wordt dat deze sector, die met zoveel generositeit en goede wil zoveel gedaan heeft, dat wel zal blijven doen, ook als daar geen middelen tegenover staan? Al die online-initiatieven, al die fantastische dingen die ze gratis georganiseerd hebben, het kan niet de bedoeling zijn dat daaruit afgeleid wordt dat die het wel redden zonder deftige structurele omkadering.” Marius Meremans: “Het sociaal-cultureel werk heeft wel een nieuwe markt om aan te boren. Omdat mensen aan huis gekluisterd waren, hebben ze het belang van hun onmiddellijke omgeving, hun wijk, hun deelgemeente herontdekt. Mensen zijn gaan wandelen in hun buurt, ze leerden hun buren weer kennen, sommigen gingen zwerfvuil ruimen omdat ze zich weer verantwoordelijk voelen voor de plek waar ze wonen. Het echte contact blijkt lokaal te zijn. Daar liggen kansen voor de sector.” Stephanie D’Hose: “We moeten werken aan dat draagvlak, op politiek vlak, maar ook in de maatschappij. We hebben tijdens de lockdown allemaal de kracht van cultuur gevoeld. ‘Ach, cultuur’, denken mensen, ‘dat is een bezoek aan de opera, ik doe niet

aan cultuur’. Maar in het koor zingen, of naar Okra gaan, of een boek halen in de bib, dat is ook allemaal cultuur. Ik wil met een TED-talk de boer op gaan, Tien redenen om niet te investeren in cultuur, waarbij je natuurlijk uitkomt bij het feit dat je wél moet investeren in cultuur.” Tom De Meester: “Nog een enorme kans voor het sociaalcultureel werk vind ik de politisering, daarmee bedoel ik met de samenleving aan de slag gaan. Niet dat het sociaalcultureel werk op zichzelf teruggeplooid was, maar corona heeft daar toch de aandacht op gericht. We moeten zoeken hoe we dat nu kunnen verankeren.” Staf Pelckmans: “Het kan in elk geval niet de bedoeling zijn om opnieuw neoliberale recepten in te zetten om de

publiek applaus = publieke middelen?

verliezen van de traditionele economie goed te maken. Wij moeten nu investeren in een groene economie die de biodiversiteit en het ecosysteem niet verstoort. En dan zitten er kansen in dat middenveld en in de waarden die mensen opnieuw ontdekt hebben, in een nieuwe relatie met de natuur. De aandacht voor de korte keten en woonkwaliteit, de zoektocht naar nieuwe woonvormen en nieuwe netwerken, dat kan een broeinest zijn voor nieuwe verenigingen en bewegingen. Zij kunnen samenwerken met wetenschappers, invulling geven aan alternatieven en inspireren.” De Vlaamse regering werkt een strategie uit om de maatschappelijke relance in gang te trekken. Welke rol kunnen of moeten onze sectoren hierin spelen? Orry Van de Wauwer: “Het sociaal-cultureel volwassenenwerk moet de rol spelen die het altijd speelt. Kom niet af met het primaat van de politiek hier. Het middenveld geeft een stem aan mensen die te weinig gehoord worden. Alleen door het middenveld te betrekken krijg je duurzame beslissingen.” Tom De Meester: “De maatschappelijke relance moet


36

inderdaad steunen op sociaalculturele en andere organisaties die veraderd zijn in de samenleving en die daardoor een signaalfunctie hebben. En op kunsten en amateurkunsten die zorgen voor cultural healing en dynamiek. Als je een relance wil, is de doorstart van de cultuursector dus cruciaal. Dat vraagt middelen. In een New Deal moet ook een cultural deal zitten. Dat deed Roosevelt ook, investeren in cultuur, in samenlevingsopbouw.” Staf Pelckmans: “Moeten we niet uit de crisis leren dat we de positie van het maatschappelijk middenveld, van de sociaal-culturele organisaties moeten versterken? Als krachtig addendum op het gedachtegoed van de sociale partners? De sociaalculturele sector kan de overheid inspireren. Die moet minder de scheidsrechter zijn die het spel bewaakt met een hele rist regels, en meer de spelverdeler zijn en op zoek gaan naar cocreatie.” Stephanie D’Hose: “Van het Noodfonds krijgen de gemeenten nu extra middelen voor de kunsten en het sociaalcultureel werk. Als je ziet hoe lokale overheden die solidariteit op gang hebben getrokken samen met het verenigingsleven, is die voortrekkersrol logisch. Zij voelen en weten wat er leeft. Maar je

merkt ook wel dat het soms een aantal gemeenten ontbreekt aan een visie op wat er met die middelen voor cultuur en sociaal-cultureel volwassenenwerk moet gebeuren. Ik vind nog altijd dat je lokale besturen de vrijheid moet geven om die middelen voor cultuur vrij te besteden. De wil is er, maar Vlaanderen moet hen voldoende ondersteunen qua kennis en knowhow.”

Katia Segers: “Mensen zijn inderdaad nog erg bang om bijeen te komen. Het sociaalcultureel volwassenenwerk heeft een rol om dat vertrouwen te helpen herstellen.”

Marius Meremans: “Het is ook wel aan jullie sector om het belang van dat kostbare sociale weefsel onder de aan-

Sociaal-culturele organisaties werkten voor corona beleidsplannen uit voor de volgende vijf jaar, maar ze storten zich de volgende maanden en jaren ook op de relance. Welke impact heeft dit op de beslissingen die de regering voor 1 oktober moet nemen, inhoudelijk en budgettair?

dacht te houden en politici tijdig een prik te geven. Het sociaal-cultureel werk helpt mensen nu te bekomen, samen na te praten, ervaringen te delen en samen rond iets te werken dat het leven beter kan maken.”

Staf Pelckmans: “Organisaties hebben nog maar weinig tijd gehad om de mogelijke gevolgen goed in kaart te brengen. Misschien moeten we aansturen op een kort uitstel als dat decretaal mogelijk is? Of misschien laten we beter het proces doorlopen en sturen we na een jaar bij? Dan moeten we dat nu wel organiseren en daar financiële middelen tegenover zetten. Als ik zie met welke snelheid en politieke moed en zonder veel voorwaarden geld in die traditionele economie gepompt wordt, mag dit voor sociaal-cultureel werk en

publiek applaus = publieke middelen?


37

bijsturen. We zoeken oplossingen, maar de bomen groeien niet tot in het heelal, dat wordt keuzes maken.” amateurkunsten geen probleem zijn. Daar hangt voor mij wel een doorlichting van de werking van de administratie aan vast.” Orry Van de Wauwer: “Vlaanderen heeft al veel gedaan om alle sectoren doorheen de crisis te loodsen. Er kan tijdens de relance niet nog een grote smak geld bijkomen, de budgettaire impact is al enorm. Maar het kan ook niet de bedoeling zijn om organisaties eerst door de lockdown heen te helpen om ze toch kopje-onder te zien gaan. Uitstel voor de beleidsplannen lijkt me niet nodig, want dan blokkeer je meteen de dynamiek die nu op gang is gebracht. Beleidsplannen aanpassen kan perfect bij het afsluiten van de subsidieovereenkomsten.” Marius Meremans: “We gaan inderdaad niet alles on hold zetten, we moeten vooruit. Wat niet wegneemt dat we de impact moeten monitoren. De schaduw van corona blijft over alles heen hangen maar we mogen de toekomst niet alleen daardoor laten bepalen. We zullen volgend jaar samenzitten om te zien welke de gevolgen zijn en waar we

Tom De Meester: “Corona kan wel een alibi worden om de pot anders te verdelen en een besparingspolitiek te legitimeren. De pot moet gewoon groot genoeg zijn. Nieuwe burgerorganisaties die hebben ingediend verdienen het absoluut om meegepakt te worden. Maar ik aarzel om te zeggen dat we nu vooral moeten inzetten op organisaties die tijdens de coronaperiode een groot verschil hebben gemaakt. Ik wil niet dat andere organisaties daar op afgestraft worden. De cultuurstrijd is niet voorbij na corona. We moeten waakzaam zijn voor ideologische keuzes achter bepaalde beslissingen.” Katia Segers: “Zal deze regering toch nog proberen om het decreet aan te passen, nu het speelveld er totaal anders bij ligt? De beoordeling van de dossiers moet gebeuren op basis van de verdiensten ervan, maar in je beslissing moet je wel de lessen uit de crisis meenemen en kijken naar de meerwaarde die de sector bewezen heeft.” Stephanie D’Hose: “Ik ga ervan uit dat er voldoende flexibiliteit is om maximaal in te spelen op de veranderde con-

publiek applaus = publieke middelen?

text, bij de organisaties en bij de overheid. Het zou oneerlijk zijn te verwachten dat plannen op dezelfde manier worden uitgevoerd. En ja, ik zeg het als liberaal, we zullen nieuwe inkomsten moeten zoeken om dit te boven te komen. Nog een besparingsronde overleven onze organisaties niet. En ik verdedig zo’n kaasschaaf ook niet meer.”


Meesters in Samenleven In juni lanceerde De Federatie – met enkele maanden vertraging door … jawel – de campagne ‘Meesters in Samenleven’. Sociaal-culturele organisaties zijn essentieel in onze samenleving. Ze zijn Meesters in allerlei. Om dat Meesterschap zichtbaar te maken, zette de campagnewebsite ruim 140 praktijken, activiteiten en organisaties letterlijk op de kaart. Voor alle praktijken, deelbare boodschappen en leerrijke artikels kan je terecht op www.meestersinsamenleven.be. Hier geven we een snapshot van enkele activiteiten van de vele Meesters.

theateracademie pasform Theateracademie Pasform – een initiatief van Pasform vzw – organiseert vormingstheater in vijf regio’s: Oostende, Tienen, Haren-Brussel, Aarschot en Genk. Elk jaar is er in elke Theateracademie een toonmoment en om de drie jaar toert een grotere productie doorheen Vlaanderen. De recentste productie “Ik ben wie ik ben ... (on)gewoon mezelf” werd gemaakt en gespeeld door volwassenen met een verstandelijke handicap en/of autisme. De spelers nemen je mee op ontdekking in hun leefwereld en laten zien wat inclusie voor hen betekent. Eerlijk en puur, hartverwarmend en ontroerend. De voorstellingen vonden plaats in verschillende culturele centra. Door corona moesten er helaas meerdere geschrapt worden. Daarnaast organiseert Pasform vormingen in de thema’s Kunst en Cultuur, Leef en Beleef, Groen en Gezond... en vormingen voor professionals, mantelzorgers en vrijwilligers.

de medailles van kolderbos Inwoners van Kolderbos (Genk) die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor hun wijk kregen daarvoor een medaille. Uitgereikt door een andere inwoner of door medewerkers van Vormingplus Limburg die met hun karretje vol medailles de baan opgingen. Vormingplus Limburg trok daarbij lukraak de wijk in. Ze spraken mensen aan en vroegen wie ze in de wijk bewonderen om wat hij of zij doet voor de wijk. Dat kon allerlei zijn: afval opruimen, een mama die open huis doet voor andere kinderen, enz. Met de medailles toont Vormingplus Limburg dat de wijk de bijdrage van deze bewoners apprecieert. Het project mondde uit in digital storytelling. Samen met de Wijkwerking van RIMO Limburg en Stad Genk brachten ze in Kolderbos zes bijzondere Genkenaren samen in een videoverhaal van hun ervaringen.

VN erkent Ferm voor solidaire acties tijdens lockdown! In Deinze naaiden meer dan 160 vrijwilligers van Ferm in vijf dagen 1.200 transparante mondmaskers, specifiek voor hardhorige mensen of mensen met autisme. Uit honderden nominaties wereldwijd kozen de Verenigde Naties deze actie van Ferm als een van de 50 meest inspirerende acties op het hoogtepunt van de Covid-19-crisis. De erkenning past in de VN-campagne over duurzame ontwikkeling wereldwijd. Daar hebben wij maar één woord voor: Ferm!


39

groetjes uit beton Wie beter om advies te geven over leven in lockdown dan een gedetineerde? Maar ook: voor wie is het moeilijker dan ooit om opgesloten te zitten, met amper lichaamsbeweging, zonder bezoek? “Groetjes uit beton” gaf de gevangenen van Hasselt en Oudenaarde de mogelijkheid om een brief te schrijven naar de buitenwereld en ze kregen ook antwoord. “Groetjes uit beton” is een brievenproject van Barbara Callewaert in samenwerking met het August Vermeylenfonds. Het was aanvankelijk de bedoeling om workshops te geven en een project te starten in de gevangenissen, maar corona stak daar een stokje voor. Het project werd omgebogen naar de handgeschreven briefwisseling met de gedetineerden. Ze kregen vragen zoals: hoe kom je de dagen door? Verveel je je? Wat geeft je moed? Kan je tips tegen verveling, eenzaamheid... geven aan de buitenwereld? Maar ook: wat is je lievelingstaart? De briefwisseling was een gigantisch succes. De brieven worden voorgelezen op de Facebookpagina ‘Groetjes uit beton’.

Vredesactie-geweldloze actie tegen wapenhandel Vredesactie is een pluralistische vredesbeweging die radicaal pleit voor een maatschappij waarin conflicten worden opgelost zonder (dreiging met) geweld. Vredesactie is een motor voor de ontwikkeling van geweldloze actie en een pacifistisch vredesbeleid. In maart 2016 herdachten actievoerders de vierde verjaardag van de oorlog in Jemen. Aan de zetel van wapenfabriek CMI Defence in Seraing ontrolden ze een spandoek met opschrift ‘Yémen: 60.000 morts. Stop arming Saudi’. Rode verf symboliseerde het bloed van de vele burgerslachtoffers. Vredesactie bracht die dag ook een dossier uit dat de Belgische betrokkenheid bij het conflict in kaart brengt. Onder meer CMI Defence levert militair materiaal dat Saoedi-Arabië in Jemen inzet. In het voorjaar 2020 boekte Vredesactie samen met partners een belangrijke juridische overwinning. De Raad van State schorste een reeks vergunningen voor de export van militair materieel naar Saoedi-Arabië. De impact is niet min: meer dan 50% van de Belgische wapenexport had Saoedi-Arabië als bestemming, en die is nu dus stilgelegd via de Raad van State.

atelier solidair “Samen solidair tegen armoede” was de slagzin van de campagne van Welzijnszorg in 2019. Om die boodschap te delen, maakten sympathisanten, medestanders en oude en nieuwe bekenden solidariteitsaffiches. Stuk voor stuk kunstwerkjes die in beeld brengen wat solidariteit met mensen in armoede voor hen betekent. Op 30 mei 2020 lanceerden ze de grootste onlinesolidariteitsmuur, met een boodschap van voorzitter Marc Justaert en minister Wouter Beke en muziek van Lennaert Maes. In juni lieten ze op de solidariteitsmuur (en op Facebook en Instagram) dagelijks iemand aan het woord over zijn/haar ervaring met solidariteit met mensen in armoede.


ondertitel


41

Quarantaineklets: vijf vragen aan Bart De Boiserie Het coronavirus heeft lak aan deadlines. Ook tijdens de lockdown dienden plannen gemaakt en procedures gevolgd. Maar nood breekt wet: de crisis zag een flexibelere samenwerking van het sociaalcultureel volwassenenwerk en de amateurkunsten met de administratie. Kan het ook met minder regeltjes en papierwerk en meer vertrouwen nu we weer aarzelend het zonlicht in stappen? Een gesprek met Bart De Boiserie, teamverantwoordelijke Sociaal-cultureel Volwassenenwerk op het departement Cultuur, Jeugd en Media.

Plannen wanneer plannen onmogelijk is 1.

Hoe hebben u en uw medewerkers de lockdown en het anders werken ervaren? “We hebben de collega’s bevraagd: heeft anders werken tijdens de lockdown de werken privébalans verbeterd? Driekwart van de collega’s vindt van wel, maar persoonlijk moet ik ‘nee’ antwoorden. Want het is niet gewoon anders werken, het is anders werken tijdens de lockdown. Ik heb vier kinderen, er komt veel extra werk bij kijken. Je krijgt daardoor een vertekend beeld van wat anders werken en afstandswerken kunnen zijn. We hebben na 13 maart snel geschakeld en we slagen erin om het werk te doen dat

we moeten doen. We hebben wat vertraging hier en daar, al heeft dat ook te maken met de strakke en moeilijke timing van procedures of de omvang van dossiers. Dé reden waarom mensen toch willen terugkeren naar het Arenberggebouw, zo blijkt uit de enquête, is om elkaar te zien. We werken allemaal aan dezelfde doelen en dit alleen vanop afstand doen is op termijn nefast. Als we bijvoorbeeld procedures en beleid gaan evalueren, weet ik niet of dat vanop afstand met de juiste diepgang kan. We bekijken nu aan de hand van de enquête hoe wij ons intern kunnen heroriënteren. Ik dacht in het begin dat alles weer het oude zou worden

PLANNEN IN CORONATIJDEN

zodra die coronacrisis overgewaaid was. De mens is zo’n gewoontedier. Maar ik ben tot het voortschrijdend inzicht gekomen dat we effectief anders gaan werken. De samenleving komt nu weer op gang met richtlijnen en voorschriften om de verspreiding van dat virus te beperken en dat verandert niet zolang er geen vaccin is. Dat is een andere mindset, ook voor de amateurkunsten, het sociaalcultureel volwassenenwerk en alle verenigingsleven. Het is niet zo dat alles met wat veiligheidsmaatregelen gewoon hervat. Je mag geen doemdenker zijn, maar het is opmerkelijk hoe zo’n virusje met een ongeziene snelheid de samenleving verandert en op de korte termijn disruptiever is dan het internet.”


42

2. Wij

hebben bij De Federatie snel moeten schakelen, ook in de samenwerking met de administratie en kabinetten, om goede afspraken te maken, bijvoorbeeld over de termijnen van beoordelingen, de snellere uitbetaling van voorschotten, afspraken over crisismaatregelen of de heropstart. Het leek de klassieke verhouding wat dooreen te schudden. Hoe anders was deze manier van werken voor u? “Op een gegeven moment moest je in deze situatie snel informatie kunnen uitwisselen om beslissingen te nemen als administratie of minister. In crisissituaties gaat een relatie wat anders liggen, ze wordt directer omdat je voor gezamenlijke belangen staat. In andere omstandigheden zijn die belangen er ook, maar dan hebben we meer tijd om daarover in overleg te gaan en meer beredeneerd en met een langere tijdshorizon te werk te gaan. Nu werden die lijnen plots veel korter. Al is die relatie voor mij altijd wel belangrijk. In 2018 is ons team sociaal-cultureel werk en jeugdwerk samengesteld met veel jonge en nieuwe collega’s. We hebben gezocht welke principes onze werking inspireren en waaraan we ons

handelen toetsen. Een goede relatie met de sector – De Federatie en de organisaties zelf –, de sector kennen en uitleggen wat wij doen en waarom, dat is belangrijk. Ik zou graag structureel overleg hebben met de sector, in de vorm van een reflectiegroep zoals we bij het jeugdwerk doen. Het intersectoraal overleg met de steunpunten en belangenbehartigers is in die zin een stap vooruit.”

3. Kunnen

wij uit deze crisis lessen trekken? Wat kan en moet soepeler dan voor 13 maart? “Snel schakelen houdt ook gevaren in. Door de situatie kan je bepaalde dingen doen, denk maar aan het Nooddecreet van de Vlaamse regering dat goedgekeurd wordt door een Vlaams Parlement dat de regering een kader geeft waarbinnen ze korte lijnen mag hanteren. Maar ik blijf het toch belangrijk vinden dat je een aantal democratische basisregels respecteert, en dat geldt evenzeer op het niveau van een administratie. Ook daar zijn regels om tot besluitvorming te komen, ik vind niet dat de korte lijnen in een crisis het nieuwe normaal moeten worden. Al moet je er wel oog voor hebben dat je je niet verliest in bureaucratie. Misschien kunnen we daar wel wat gas terugnemen.

PLANNEN IN CORONATIJDEN

Tijdens de Covid-19-crisis hebben we bijvoorbeeld voor onze bureaucratische checks & balances de regels wat anders moeten invullen omdat alles digitaal verliep en dat was soms handig. Toch blijf ik het belangrijk vinden dat de principes van de democratie en de rechtstaat worden gerespecteerd.”

4. Tijdens

de lockdown en de heropstart is de rol van onze organisaties en sectoren dikwijls heel anders ingevuld, bijvoorbeeld via een digitaal aanbod of solidariteitsacties. Denkt u dat er vandaag fundamenten worden gelegd om op voort te bouwen tijdens de maatschappelijke relance? “Ik herinner me een telefoon van een organisatie vorige maand. We hadden het even over hun financiële plaatje. Ze hadden nu nog geen probleem met de lidgelden, maar ze vroegen zich wel af wat hen de komende jaren te wachten staat. Hebben mensen tijdens de lockdown waar voor hun geld gekregen? Willen sponsors nog investeren als je bereik veel beperkter is? Liggen er kansen door de crisis? Er zullen organisaties zijn die daar inderdaad op inspelen en andere minder. Wat ik daar, vanuit mijn rol


“Misschien is deze crisis wel een aanleiding om stil te staan bij de zin en de onzin van strategische beleidsplannen”

als overheidsmanager, zelf uit leer? We beoordelen nu met commissies beleidsplannen die geschreven zijn in een maatschappelijke context waarin we lang op voorhand konden plannen. Dat staat nu op losse schroeven, heel wat organisaties weten nog niet welke de krijtlijnen zullen zijn. Hoe voorwaardelijk zijn beleidsplannen nu? Hoe ga je met commissieleden die plannen op een degelijke manier beoordelen? Op basis waarvan kan een overheid zeggen: hier gaan we gemeenschapsgeld in investeren? Misschien is deze crisis wel een aanleiding om stil te staan bij de zin en de onzin van strategische beleidsplannen. Er is nu toch angst bij organisaties: welke mate van wendbaarheid zal de overheid aanvaarden? Dat

merk je bijvoorbeeld sterk in het jeugdwerk. Daarover helder communiceren is voor ons een uitdaging. Het Amateurkunstendecreet kan een eerste testcase zijn om te kijken hoe we daar andere klemtonen kunnen leggen.”

5. U bent nu tweeën-

eenhalf jaar teamhoofd sociaal-cultureel werk. Lang genoeg om een eerste balans op te maken. Waar bent u fier op? Welke ambities hebt u nog? “Ik ben ontzettend trots op wat ons team de afgelopen twee jaar gedaan heeft. Een heel nieuw team, een heel andere werking van het departement, een nieuw beleidskader voor het sociaal-cultureel

PLANNEN IN CORONATIJDEN

volwassenenwerk, een nieuw Circusdecreet, het dossier talentontwikkeling bij de Amateurkunsten, de World Choir Games: er is straf werk geleverd. Dit jaar lopen er beoordelingsrondes in het decreet Sociaal-cultureel Volwassenenwerk, in het Circusdecreet en is er een erkenningsronde in het jeugdwerk. Dat is erg veel in één jaar tijd. Het is een hele uitdaging om daarvoor de juiste structuren en planning te organiseren. De ambitie is om dat verder te ontwikkelen, werk te maken van kennis- en expertiseopbouw, te gaan voor verdieping, ook door opnieuw thematische aanspreekpunten te organiseren.”


ondertitel


45

minister van cultuur Jan Jambon na corona: kapitein van een gehavend schip Voor het eerst sinds de oprich-

“Alleen samen geraken we uit het dal”

ting van de Vlaamse Gemeenschap is Cultuur ‘Chefsache’. Minister-president Jan Jambon combineert beide portefeuilles en speelt in volle coronacrisis ook de rol van ambassadeur voor de zwaargetroffen cultuursector. “Het sociaal-cultureel werk heeft een cruciale rol om de mensen terug samen te brengen en het gevoel te geven tot een gemeenschap te behoren.”

Het is wel eens anders geweest maar déze minister van Cultuur is een cultuurconsument. Als de peetvader van de Vlaamse Volksbeweging weet hij bovendien uit eigen ervaring wat het kost aan bloed, zweet en tranen om een vereniging die op sterven na dood is weer tot leven te wekken, erkend te krijgen als sociaal-culturele vereniging en te doen wegen op het maatschappelijke debat. Toch nam hij als minister van Cultuur een valse start. Jambon werd weggezet als de doodgraver van de Vlaamse (socio)culturele wereld en leek op achtervolgen aangewezen. En dan kwam corona. U werd in het najaar van 2019 niet alleen ministerpresident, maar meteen ook minister van Cultuur. Het is voor het eerst dat Cultuur bij de minister-president zit. Was dit een bewuste keuze? “Kultur ist Chefsache (lacht), het moet op het hoogste niveau behartigd worden. Ik vond het drieluik interessant, want de ministerpresident heeft traditioneel ook Buitenlandse Zaken. Cultuur uit Vlaanderen naar het buitenland brengen en het

buitenland naar hier brengen, de wisselwerking tussen die twee is boeiend. Vlaamse culturele producten kunnen op diplomatiek vlak deuren openen.” Cultuurmiddens dachten vooral: de minister-president als minister van Cultuur, dat kan de ambassadeursfunctie binnen de regering en binnen Vlaanderen voor cultuur alleen maar vergroten. “Als ik alleen minister van Cultuur was, zou ik dat met

Alleen samen geraken we uit het dal

dezelfde power doen. We moeten nu in de eerste plaats de gevolgen van deze crisis rechttrekken, cultuur kan mensen daarbij opnieuw perspectief en gemeenschapsgevoel geven.” U werd over de partijgrenzen heen bejubeld om het bedrag dat voorzien is in het Noodfonds voor Cultuur. Dat staat in schril contrast met de kritiek toen u begon als minister van Cultuur. “Voor mij is dat een leerpunt:


46

vorm nooit een Vlaamse regering begin oktober. Want eind oktober moeten de grote principes uit het regeerakkoord in detail vertaald zijn in een begroting. Dat vergt zoveel werk dat het noodzakelijke overleg met de sectoren, Cultuur maar ook andere sectoren, ertussenuit viel. De kritiek van de cultuursector dat we een begroting hadden ingediend zonder overleg was niet alleen een kritiek, het was een feit. Maar het ging niet anders. De begroting moést rond zijn. Ik dacht: ik zet dat de volgende maanden wel recht.”

ties gedaan en met iedereen rond de tafel gezeten. Ook de visienota Kunsten is niet slecht onthaald. We hebben die valse start dus wel kunnen rechttrekken. We hoeven het niet altijd eens te zijn maar we moeten wel met elkaar gepraat hebben.”

“Ik heb een begroting in evenwicht gekregen van de voorgangers en ik zou die graag zo doorgeven. Het is niet de bedoeling om alles kapot te maken. Maar pijnloos zal het niet zijn”

“Absoluut. Maar twee maanden daarvoor hadden we geen tijd. Zo simpel was het.”

Voelt deze crisis voor u dan als een doorstart, zij het een toevallige? “Ja, al hadden we ook vóór deze crisis al inhaalopera-

Wij hebben elkaar uiteindelijk eind november een eerste keer gezien. Als we dat gesprek twee maanden eerder hadden gehad, hadden we de escalatie in de polemiek over het sociaalcultureel werk kunnen vermijden.

Het was 13 maart en plots ging het licht uit voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk en de amateurkunsten. Ze annuleerden, tot eind juni, 19.000 nationale en 38.000 lokale bijeenkomsten. Tegelijk toonden ze veel wendbaarheid en veerkracht. Ze gingen aan de slag met een digitaal aanbod, ze spoorden burgers aan om mondmaskers te maken of belcirkels op te zetten voor eenzame ouderen. Hoe hebt u dit ervaren? “Vlamingen hebben schitterend gereageerd. Het verenigingsleven, het bedrijfsleven, de samenleving, ze hebben

Alleen samen geraken we uit het dal

een grote wendbaarheid getoond. Grosso modo zijn mensen in dat verhaal meegestapt. Ze konden tijdens de lockdown niet bijeenkomen maar er zijn alternatieven gecreëerd, ook door het verenigingsleven. Die nieuwe vormen van interactie kunnen nooit vervangen wat we daarvoor hadden, maar er is een laag boven op de bestaande laag gelegd. Sommige derivaten kunnen we behouden. Never waste a good crisis.” Hopelijk duurt de crisis niet net te lang om vooral ‘waste’ over te houden. “Ik ben daar nogal gerust in. Misschien volgt een opflakkering. Maar we hebben als overheid nu meer middelen in handen om dat te managen, met testen en tracen, zodat we niet meer de hele maatschappij moeten isoleren maar alleen wie positief testte.” Wat is voor u de inzet bij de relance van dat verenigingsleven en de amateurkunsten in gemeenten? “Hoe reageert het publiek? Zullen mensen toch thuisblijven of gaan ze voluntaristisch participeren? In real life dan, niet virtueel. Ik heb de terreurcrisis meegemaakt als minister van Binnenlandse Zaken. Bij een aanslag ben je op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Nu is iede-


“Van sociaalcultureel werk een exportproduct maken? Ik wil daar met jullie over nadenken”

reen mogelijk een ‘terrorist’, een onbewuste drager van het virus. Hoe gaan mensen daarmee om? Wat met de ontmoetingen tussen generaties die in het socioculturele leven de regel zijn, terwijl we weten dat ouderen een kwetsbare groep zijn? De overheid moet duidelijk communiceren, maar dat is niet evident. Als je zegt dat het veilig is en er breekt toch lokaal iets uit, komt dat als een boemerang terug. Dat is mijn grote bezorgdheid.

Neem nu een toneelopvoering, dat kan nu met de nodige afstand op het podium en in de zaal. Je zit in een zaal met een capaciteit van 800 man met 200 mensen. Dat is niet dezelfde beleving. Zullen mensen dat toch doen?” De lockdown heeft het belang van ontmoeten nog maar eens in de verf gezet. Plots werd glashelder hoezeer niet alleen gezondheid, maar ook sociale relaties

Alleen samen geraken we uit het dal

basisbehoeften zijn. Legitimeert dit des te meer het belang van investeren in buurtnetwerken en verenigingen allerhande? “In de volgende fase, de relancefase, waarin we terugkeren naar het normale zullen we niet alleen de economische maar ook de maatschappelijke schade opmeten. Gevolgen voor de geestelijke gezondheid, toegenomen armoede, isolement. Het sociaal-

47


48

“De amateurkunsten zijn een goede humus om dingen op te laten groeien. Maar ik laat het veld eerst zelf zeggen welke richting ze uit willen gaan” cultureel werk heeft een cruciale rol om de mensen terug samen te brengen en het gevoel te geven te behoren tot de gemeenschap zodat we samen uit het dal kunnen kruipen.” Op 1 januari 2021 start de nieuwe beleidsperiode voor sociaal-cultureel werk en in 2022 voor amateurkunsten. De Vlaamse begroting kan in diezelfde periode in woelige wateren terecht komen. “De maatregelen die we tot nu genomen hebben, zoals het Noodfonds, zijn allemaal

af te schrijven op 2020. Behalve de waarborgleningen en de achtergestelde leningen maar daar schatten we de impact op de langere termijn relatief beperkt in. De begroting zal dit jaar een eenmalig deficit vertonen van om en bij de vijf miljard euro, maar dat nemen we mee in de afbetaling van de schuld. Ik verwacht niet dat daarvoor draconische besparingsrondes nodig zijn. Volgend jaar zien we het effect van de coronacrisis en de toegenomen werkloosheid op de overheidsinkomsten. We moeten realistisch zijn, de ambitie om volgend jaar

Alleen samen geraken we uit het dal

een begroting in evenwicht te hebben moeten we laten varen. Ik wil wel voor de zomer, zodra we een beter zicht hebben op hoe hard de crisis er gaat inhakken, in de Vlaamse regering een nieuw pad uitzetten voor wanneer we de begroting dan wel op orde krijgen. Ik heb een begroting in evenwicht gekregen van de voorgangers en ik zou die graag zo doorgeven aan mijn opvolgers. Al wil ik niet draconisch doen, het is niet de bedoeling om alles kapot te maken. Maar pijnloos zal het niet zijn.” U bent zelf jarenlang bestuurslid en politiek en administratief secretaris geweest van een van onze lidverenigingen, de Vlaamse Volksbeweging. Hoe ervaarde u de rol die een vereniging kan spelen om het publieke debat te prikkelen? “Toen wij destijds de Vlaamse Volksbeweging hebben opgeraapt, was ze niet meer dan een geraamte. We hebben heel Vlaanderen afgehost om afdelingen op te richten om erkend te geraken onder het decreet Sociaal-cultureel Volwassenwerk. We waren niet partijpolitiek gebonden, we hebben wel het maatschappelijke debat over de staatshervorming en de evolutie van onze instellingen op gang kunnen brengen. Op je zolderkamer kan je iets produ-


49

ceren maar je hebt draagvlak nodig om dat uit te dragen, via die lokale activiteiten en lokale debatten.” De amateurkunstensector heeft zich de afgelopen jaren stevig op de kaart gezet. Uit een grootschalig onderzoek dat we in oktober, samen met u, in detail presenteren blijkt dat maar liefst 43,8% van de Vlamingen een amateurkunst beoefent. U wil, onder andere met een update van het decreet, de sector een boost geven. Kan u uw ambitie al wat verduidelijken? “De amateurkunsten zijn een goede humus waar dingen kunnen op groeien. Maar ik wil daar op voorhand weinig richting in leggen. Ik laat het veld eerst zelf zeggen welke richting ze uit willen gaan. Dan pas zal ik lijnen trekken.” De Federatie organiseerde al twee State of the Regions, regionale bijeenkomsten van mensen met een bovenlokale werking/ambitie. Het decreet legt de lat te hoog voor organisaties die vooral op vrijwilligers draaien en dat remt de ontwikkeling van die bovenlokale ruimte. Wilt u dit aanpakken? “Dat is een van de decreten die tegen eind 2020 moeten gereviseerd zijn. Heel dat bovenlokale gedoe is iets te

rap neergezet – dat is geen kritiek op mijn voorgangers, ze moesten in iets voorzien na de interne staatshervorming. Maar we stellen nu in de praktijk een aantal pijnpunten vast. We willen dat decreet herbekijken om het tot iets werkbaars te maken. Ik was verwonderd toen ik op dit departement die veelheid aan decreten zag. Volgens mij moeten we een aantal decreten proberen ineen te schuiven, zodat dit nog meer aan de behoeften voldoet.” Tot slot: de Vlaamse regering maakt van de Vlaamse Meesters het uithangbord van Vlaanderen. Maar Vlaanderen heeft ook Meesters in Samenleven, het sociaalcultureel werk. In het buitenland wordt bewonderend gekeken naar hoe burgers hier zelf, georganiseerd, het heft in handen nemen. Ook dat is een zichtbaar toonbeeld van ondernemend Vlaanderen. Vlaanderen pakt hier amper mee uit. “Kunst levert een product op. Een schilderij, een beeldhouwwerk, een toneel- of een muzikale opvoering, dat zijn allemaal producten, al ben ik dat hier niet aan het vergelijken met een pak zeep, hé. Maar onze civil society kan je bezwaarlijk een product noemen. Dat is een manier van een samenleving te beleven, dat zit zo in ons DNA. Kan je

Alleen samen geraken we uit het dal

zoiets exporteren? Het land of de regio waar je heen gaat moet daar ook voor openstaan. Sommige landen halen hier zeker inspiratie.”

Vlaanderen pakt uit met de hoge productiviteit van werknemers om investeerders aan te trekken. Dat kan je ook niet vastpakken. “Dat is waar. Maar wij gebruiken schilderijen of tentoonstellingen om handelsrelaties op te zetten. Hoe doe je dat met het sociaal-cultureel werk? Een colloquium organiseren? Je kan daar minder mee. We moeten dat koesteren en we moeten daar fier op zijn, maar ik denk niet dat je daar exposure mee krijgt in het buitenland. Hoe we van ons sociaal-cultureel werk een exportproduct kunnen maken, daar wil ik met jullie over nadenken. Het is een pertinente vraag. Als we elkaar daarin kunnen vinden, graag!”


50

etnisch-culturele federaties jagen op de triple win

In de politieke sfeer na de vorming van Jambon I zaten de etnisch-culturele federaties even in het brandpunt van de polarisatie. Koele hoofden wonnen het pleit, en misschien ook het besef dat voor de diversiteit die de Vlaamse regering predikt in alle organisaties de etnisch-culturele federaties een onmisbare bondgenoot zijn. Lennart Thienpont van VOEM en Tom Joos van de Gezinsbond over de kruisbestuiving.

lennart thienpont

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN


51

In het Vlaamse regeerakkoord stond deze opgemerkte passage: “Initiatieven die zich terugplooien op etnisch-culturele afkomst en die segregatie in de hand werken, worden niet meer gesubsidieerd door de Vlaamse overheid”.

eerst binnen een safe space sterker te worden door met lotgenoten samen te komen en pas dan de brug te slaan naar andere groepen. Bonding en bridging. Bij VOEM zetten we voornamelijk in op bridging omdat wij ervan uitgaan dat mensen in een su-

Tom Joos: “Dat de Vlaamse overheid initiatieven die segregatie in de hand werken niet meer zou subsidiëren lijkt me logisch. Verenigingen zijn er om bruggen te bouwen, niet om afstand te scheppen tussen ‘wij’ en ‘zij’. Maar mensen verenigen zich meestal ook rond een gemeenschappelijk kenmerk of belang. Onze ervaring leert dat, als dat gemeenschappelijk kenmerk etnisch-cultureel is, we makkelijker via samenwerking gezinnen die we anders moeilijk bereiken, kunnen betrekken bij onze werking. Geen ‘terugplooien op’ dus, maar ‘openstellen voor’.”

“wij gaan eigen content creëren en via het internet de superdiverse samenleving binnenbrengen bij de Vlaming thuis”

Lennart Thienpont: “Het was vooral raar omdat diversiteit en interculturaliteit al beoordelingselementen zijn. Bij VOEM werken we steeds samen met onze leden en veel soorten partners. Wij geloven dat deze constructief-kritische dialoog kan leiden tot nieuwe inzichten en zo tot nieuwe, gedeelde identiteiten. Uit ervaring weten we dat precaire doelgroepen vaak de behoefte hebben om

lennart Thienpont perdiverse samenleving niet per se willen benaderd worden als moslim maar evengoed als kunstliefhebber, buur, ouder of activist, of gewoon als mens. Steeds meer organisaties doen daarom aan bonding en bridging tegelijk, zoals Refu Interim dat nieuwkomers inzet als vrijwilligers bij diverse organisaties maar ook in eigen bijeenkomsten werkt aan een gedeelde identiteit.” Is de rol die jullie organisaties willen spelen in de diverse samenleving de jongste jaren veranderd? Tom Joos: “De evolutie die or-

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN

ganisaties doormaken wordt beïnvloed door de regelgeving, die geeft de richting aan. Maar je mag de zakelijke realiteit niet onderschatten. De Gezinsbond is een klassieke vereniging met een zakelijk model dat in grote mate gebaseerd is op een grote achterban en betalend lidmaatschap. In een veranderende samenleving komt dat model onder druk te staan als je een groot deel van die samenleving niet meer bereikt. De realiteit dwingt ons dus om meer aan te sluiten bij de samenleving van vandaag.” Lennart Thienpont: “Jonge generaties verenigen zich niet langer rond één bepaalde etnie of één bepaalde levensbeschouwing, maar rond een project, en dat willen wij volop ondersteunen. Dankzij het nieuwe decreet kunnen we dat. In 2021 starten we met het MOVE-traject, waarbij we twee jaar lang nieuwe, hybride organisaties begeleiden van a tot z. We denken zo nog meer impact te hebben. Mensen met een migratieachtergrond worden vaak onder vuur genomen. Ja, er zijn uitdagingen, maar wij zien elke dag hoe mensen met verschillende achtergronden zich engageren als burgers om de toekomst beter te maken.” Tom Joos: “Een grote vereniging evolueert traag. Het duurt even voor bij bestuursle-


52

den doorsijpelt dat de samenleving er anders uitziet dan twintig jaar geleden. Maar die bewustwording is er nu, bij bestuursleden, bij de centrale diensten en bij steeds meer vrijwilligers. Ze kwam er niet zomaar. We hebben een paar jaar geleden ‘Gezinsbond voor iedereen’ opgestart om duidelijk te maken dat we er zijn voor álle gezinnen.” Etnisch-culturele federaties noemen zich vaak ‘bruggenbouwers’. Hoe geeft VOEM dit vorm in de praktijk? Lennart Thienpont: “Wij spreken zelf over sociaal-culturele organisaties. Net omdat we dat categoriale niet willen pinpointen. We krijgen veel vragen om samen te werken, uit allerlei hoeken. Je kan dat alleen toejuichen, maar als superkleine organisatie kunnen we niet overal op ingaan. Wij hebben daarom criteria opgesteld voor onze partnerschappen. We noemen dat het triple win principe. Het belangrijkste is dat er een win is voor onze leden. Daarnaast moet er ook een win zijn voor VOEM en een win voor de partner.” Tom Joos: “De sleutel om mensen mee te krijgen is inderdaad achterhalen wat de toegevoegde waarde voor lokale vrijwilligers en voor de organisatie is. Elke organisa-

tie heeft haar USP, je moet kunnen erkennen wat anderen beter doen.” Lennart Thienpont: “Iedereen denkt dat etnisch-culturele federaties allemaal hetzelfde doen, terwijl dat totaal niet zo is. In Gent loopt er nu een benchmarkoefening om voor de vier etnisch-culturele federaties daar uit te pluizen wie welke taken opneemt. Die oefening kan ook op Vlaams niveau interessant zijn.” Het zogenaamd klassieke verenigingsleven worstelt vaak met de ambitie om een etnisch divers publiek te bereiken. Is voor de Gezinsbond de samenwerking met de etnisch-culturele federaties in dit kader een meerwaarde? Tom Joos: “Drie jaar geleden hebben we een erfgoedproject opgezet over geboorterituelen. We waren vertrokken van een zeer Vlaamse visie op geboorterituelen maar het project, waarvoor we intens hebben samengewerkt met FMDO en de Federatie Wereldvrouwen, ging uiteindelijk over de transitie die deze rituelen hebben ondergaan onder invloed van migratie. De kunst is om thema’s te vinden waar je raakpunten hebt. Het zijn tijdsintensieve trajecten maar ze lonen wel. Het is voor een vereniging als de

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN

onze zeer leerrijk om inzicht te krijgen in hoe zo’n federatie werkt en welk potentieel daar zit. Het is enorm wat dat teweegbrengt aan wederzijdse erkenning, begrip en vertrouwen tussen beide organisaties. Dat legt de basis voor nieuwe dingen.” Waar zouden jullie over vijf jaar graag staan met jullie organisatie op het vlak van diversiteit? Lennart Thienpont: “Wij willen de gelaagdheid van identiteit zo veel mogelijk in de kijker zetten. We zetten daarom in op genuanceerde beeldvorming. Dé moslim bestaat niet, net zoals dé Vlaming niet bestaat. Dat willen we zo breed mogelijk verspreiden. We willen daarom eigen content produceren. We zien vandaag dat extreemrechts het internet kaapt met eigen content waarmee ze de tijdsgeest vatten en inspelen op de emotionaliteit van mensen. Wij gaan hetzelfde doen: eigen content creëren en zo via het internet de superdiverse samenleving binnenbrengen bij de Vlaming thuis.” Tom Joos: “Wij zetten de komende jaren op lokaal vlak sterk in op een versterking van het ontmoetingsgericht aanbod voor gezinnen. De Huizen van het Kind zijn daarbij een belangrijke partner om


53

“De realiteit dwingt ons om meer aan te sluiten bij de samenleving van vandaag” tom joos outreachend te werken. In Antwerpen hebben we al enkele jaren een programma waar we samen met de Huizen van het Kind in kwetsbare of superdiverse wijken uitzoeken welke praktijken en methodieken werken.” Hoe kan de Vlaamse overheid jullie ondersteunen in jullie ambitie voor een divers verenigingsleven? Lennart Thienpont: “Erkennen dat onze soort organisaties een rol speelt in het diversifiëren van het sociaal-cultureel werk, en van andere sectoren. Het zou tof zijn als er actieve subsidiariteit komt, waarbij wij die rol voor een deel overnemen en de overheid daarvoor de middelen en de ondersteuning geeft. Wij spelen nu bijvoorbeeld met het idee om personeel te delen met een andere organisatie, bijvoorbeeld een communicatiemedewerker of een verantwoordelijke voor publiekswerking of voor beleidswerk, zodat we knowhow kunnen uitwisselen.” Tom Joos: “Dat is een zeer interessant voorstel. Voor de Gezinsbond is het essentieel dat onze professionele staf en ons kader van vrijwilligers ook meer een afspiegeling worden van de samenleving. Nu wordt aandacht voor diversiteit toch eerder opgelegd en als dat niet gevolgd wordt, volgt een bestraffing. Terwijl stimuleren en belonen het uitgangspunt moeten zijn. Er zijn op dat vlak niet veel incentives.”

ondertitel

tom joos


54

“moeite met diversiteit? zet je rond de tafel en kijk wat je kan doen!” Al zeven jaar hebben FMDO en De Grote Post in Oostende heel wat gezamenlijke activiteiten. Vrijwilligers van FMDO vonden ook een thuis bij het cultuurhuis. Ivy Goutsmit (coördinator FMDO), Stefan Tanghe (directeur De Grote Post) en Pascal Lervant (coördinator van de vrijwilligerswerking De Grote Post) over duurzaam samenwerken.

Zat die samenwerking van bij het begin goed of is dat moeten groeien? Ivy Goutsmit: “We hebben vlug die connectie gemaakt. Wij hebben nooit het gevoel gehad dat wij gewoon een aanleveringsmachine van diversiteit waren voor De Grote Post. Ze werken samen met ons in co-eigenaarschap, met respect voor elkaars eigenheid en organisatie. Onze vrijwilligers kregen een betekenisvol traject.” Stefan Tanghe: “Ivy benadrukte van bij het begin dat ze onze samenwerking niet alleen instrumenteel zag maar ook inhoudelijk, en ze vond bij De Grote Post mensen met de juiste ingesteldheid.” Ivy Goutsmit: “De ene samenwerking verliep al vlotter dan de andere. Weet je nog, onze Nepalese voorstelling? De mensen van de Nepale-

se gemeenschap kwamen allemaal in hun mooie kleren aanzetten, maar verschillende van hen waren wel bijna een uur te laat. Er is bij De Grote Post altijd ruimte om de samenwerking te evalueren in plaats van ze na één misser op te blazen. Ze vinden het oprecht belangrijk om met onze achterban samen te werken.” Wat is voor jullie de meerwaarde in die samenwerking? Wat hebben jullie van elkaar geleerd? Stefan Tanghe: “Moet je, om mensen van verschillende nationaliteiten te bereiken, hen vragen wat ze willen en dat brengen? Of moet je brengen wat jij wil, maar hen daarbij betrekken? Dat vind ik de grootste uitdaging voor een cultuurhuis in de samenwerking met een organisatie als FMDO en de mensen die ze vertegenwoordigt.”

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN

Pascal Lervant: “Wat voor mij belangrijk is, is een venster op de maatschappij creëren. Bij onze 160 vrijwilligers zit je met een ouder, weinig gekleurd publiek. We masseren die contacten via wandelingen, gesprekken, gezamenlijke shifts bij voorstellingen en concerten. Je voelt dat mensen anders gaan kijken, niet altijd met die westerse blik. Die mindshift zit overigens ook bij collega’s. We hebben nu een afsprakennota voor het huis, met de waarden waar we voor staan en met expliciet het engagement, ook van onze vrijwilligers, om niet te discrimineren.” Ivy Goutsmit: “We hebben niet gewoon mensen doorgestuurd naar Pascal, we hebben samen een heel traject afgelegd. We hebben sessies gegeven over de evolutie van diversiteit in Oostende, ik ben op de vrijwilligersdag komen vertellen over FMDO,


55

pascal lervant, stefan tanghe en ivy goutsmit

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN


56

“Moet je, om mensen van verschillende nationaliteiten te bereiken, hen vragen wat ze willen en dat brengen?” stefan tanghe we zijn samen op de Torhoutsesteenweg gaan wandelen, de grootste winkelstraat waar heel veel diversiteit is. Veel vrijwilligers van De Grote Post kwamen daar voor het eerst shoppen. En ja, niet iedereen stond te juichen. Maar ik heb het gevoel dat we een heel grote groep meegekregen hebben.”

“Wie zegt dat wij segregeren, zal ik bevechten tot ik erbij neerval” ivy goutsmit Stefan Tanghe: “Dit gaat om menselijke relaties, je kan mensen niet aantrekken en dan snel weer afstoten. Die duurzaamheid is een aandachtspunt voor ons. Er ligt enorm veel potentieel bij de vrijwilligers van FMDO. Via de initiatieven die Pascal opzet willen we die samenwerking verdiepen.” Ivy Goutsmit: “De Grote Post heeft onze vrijwilligers bijvoorbeeld een buddy toe-

gewezen. In eerste instantie stonden mensen daar niet helemaal voor open, maar nadat ze een keertje samen een shift gedraaid hadden, bleek er een wereld voor hen open te gaan. Die kleine dingen, daarvoor doen we het.” Pascal Lervant: “Dat waren inderdaad goeie gelegenheden voor hen om elkaar te leren kennen. Elk op hun manier werden ze zo ambassadeurs voor het project. Je moet vooral de tijd nemen. Je moet samen bekijken welke de sterktes en de talenten zijn die je kan ontwikkelen.” Hoe is dat voor FMDO geweest? Ziet u ook duurzame resultaten voor uw organisatie en haar vrijwilligers? Ivy Goutsmit: “Door deze samenwerking hebben onze mensen een soort thuis gevonden in De Grote Post. En dat is het resultaat van heel veel verschillende stappen de voorbije jaren. De Grote Post was op zoek naar meer diversiteit, en wij waren keihard op zoek naar verbinding met mensen zonder migratieach-

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN

tergrond. Door de samenwerking met De Grote Post bereiken we een nieuw publiek dat op die manier onze werking leert kennen. Het is een winwin.” Waar willen jullie in de toekomst nog meer op inzetten? Stefan Tanghe: “Ik wil het traject dat we nu opgestart hebben laten uitgroeien tot een verduurzaamde en diepe samenwerking. We moeten geen nieuwe dingen doen, we moeten wat we doen nog beter doen.” Ivy Goutsmit: “We moeten nog meer goede praktijkvoorbeelden naar buiten brengen. We moeten aan die beeldvorming sleutelen en de voordelen van diversiteit in de verf zetten.” Veel organisaties worstelen met het feit dat ze diversiteit willen, maar het lukt ze niet. Ivy Goutsmit: “Ik heb het soms wat moeilijk als mensen zeggen dat ze wel willen werken rond diversiteit maar dat het niet lukt. Zet je rond de tafel en kijk wat je kan doen! Het gaat over werken met mensen, je moet geduld en respect voor elkaar hebben. Toen wij nog geen euro kre-


57

“Wat voor mij belangrijk is, is een venster op de maatschappij creëren” pascal Lervant gen van de stad Oostende, is Stefan bij politici het werk van FMDO gaan pitchen. Hoe mooi is het dat een directeur van een cultuurcentrum dat doet voor een kleine vzw?” In het recente regeerakkoord stond deze passage: “Initiatieven die zich terugplooien op etnisch-culturele afkomst en segregatie in de hand werken, worden niet meer gesubsidieerd door de Vlaamse overheid’. Stefan Tanghe: “Hoe moet ik reageren, als directeur van De Grote Post, als bepaalde mensen de essentie van de etnisch-culturele verenigingen ter discussie stellen? Ik weet hoe belangrijk organisaties als FMDO voor de stad zijn. Oostende is vandaag aantrekkelijk omwille van de vele initiatieven in de marge die het verschil maken in de hoofden van mensen.” Ivy Goutsmit: “Ik voel me niet aangesproken. Wij segregeren niet. Wij zijn bruggenbouwers, wij doen waar veel Vlaamse organisaties niet in slagen. De visitatiecommissie had alleen lof voor hoe wij rond diversiteit werken en mensen met en zonder migratieachtergrond verbinden. Wie zegt dat wij segregeren, zal ik bevechten tot ik erbij neerval.”

Etnisch-culturele diversiteit in je organisatie: do’s en don’ts volgens onze vierschaar • Oprecht geloven in de meerwaarde van diversiteit in je organisatie. Vermijd windowdressing en afvinklijstjes. • Betrek de mensen in de etnisch-culturele organisaties waar je mee samenwerkt van bij het begin en niet pas wanneer alle beslissingen genomen zijn. • Luister naar hun vragen, behoeften en bezorgdheden en verenig ze voor een gemeenschappelijk doel. • Zorg voor de nodige middelen, infrastructuur en ondersteuning zodat de organisatie waar je mee samenwerkt het project kan realiseren. • Diversifieer ook de algemene vergadering, de raad van bestuur, de directie, de medewerkers en de vrijwilligers. Zo worden de activiteiten en automatisch ook het publiek diverser. • Werk samen met mensen die affiniteit hebben met het project. Kies niet gewoon mensen omdat ze de juiste kleur of de juiste naam hebben. • Blijf authentiek als organisatie. Vertrek vanuit het eigen DNA, de eigen missie en doelstellingen en ga op zoek naar raakpunten. • Kies voor een samenwerking van de lange duur en werk op basis van gelijkwaardigheid, ongeacht de omvang van de organisaties. • Laat je niet ontmoedigen door één slechte ervaring.

Etnisch-culturele federaties JAGEN OP DE TRIPLE WIN


58

de nieuwe lichting Op 1 januari 2021 start de nieuwe beleidsperiode voor de organisaties die erkend en gesubsidieerd worden vanuit het decreet Sociaalcultureel Werk. Welke organisaties dit zijn, is momenteel nog niet bekend. Minister Jambon beslist daarover definitief op (uiterlijk) 1 oktober 2020. Wel zeker is dat een recordaantal van 39 organisaties – die nog niet eerder erkend werden binnen het decreet – hun kans waagden en een beleidsplan indienden. Hier alvast een blik op enkele organisaties van deze veelbelovende nieuwe lichting.

Refu Interim is geen écht interimkantoor. Ze zoeken vrijwilligerswerk voor mensen die nieuw in België zijn. Via workshops, activiteiten en bezoeken laten ze hun vrijwilligers kennismaken met verschillende sectoren, organisaties en projecten in de buurt. Ze zoeken naar de juiste match en zorgen voor het eerste contact. Pintjes tappen op een festival, de schouders zetten onder de speelpleinwerking, koken in de keukenploeg, mee acteren in een theaterproductie, een festival opbouwen of afbreken... ze doen het allemaal! Waarom? Omdat hun vrijwilligers graag willen helpen en actief willen bezig zijn. Omdat het een leuke, snelle en flexibele manier is om taal te oefenen en je sociaal netwerk uit te breiden. En omdat het kansen biedt om talenten in te zetten en te ontwikkelen, en (werk)ervaring op te doen. Ontstaan op ‘Batahlan’ op de Gentse Feesten van 2016, uit de creatieve breinen van cirQ vzw, zien ze diversiteit van dag 1 als opportuniteit, eerder dan als een uitdaging. Met vrijwilligerswerk als hefboom voor integratie, wederzijdse ontmoeting, informeel leren, gemeenschapsvorming en maatschappelijk engagement. Naast Gent zijn ze momenteel ook actief in Sint-Niklaas, Lokeren, Oostende, Menen, Kortrijk, Brugge en vanaf 2021 ook Leuven.

© Annelies Vanhove

ondertitel

Sinds 2014 helpt Growfunding vzw individuen en organisaties crowdfundingcampagnes te realiseren. Ze werken samen met burgers, verenigingen, overheden, kennisinstellingen en ondernemingen om netwerken en draagvlak te bouwen voor (boven)lokale sociaalculturele projecten met een maatschappelijke meerwaarde. Denk bijvoorbeeld aan het Antwerpse Solidariteitsfonds, dat burgers in een kwetsbare positie ondersteunt, of Bar Eliza, een zomerbar die de buurt rondom het Elizabethpark in Brussel weer samenbracht. In de komende jaren zal Growfunding in de hele Vlaamse Gemeenschap crowdfunding inzetten om onze maatschappij hechter en veerkrachtiger te maken. Zij zullen burgers uitdagen en helpen om zichzelf te organiseren om ruimtelijke, sociale, culturele, economische, ecologische en politieke uitdagingen aan te gaan. Omdat ze geloven dat ondernemend burgerschap en participatie de motor zijn voor sociale verandering en een inclusieve, duurzame samenleving.


59

BE Vegan informeert, verenigt en ondersteunt iedereen die interesse heeft in vegan en zorgt ervoor dat deze levensstijl aan aantrekkingskracht wint. Dit doen ze niet zomaar. Om de klimaatproblematiek het hoofd te bieden en vanuit een ethisch standpunt is een transitie naar plantaardige productie en consumptie niet alleen wenselijk maar noodzakelijk. Bovendien biedt een vegan levensstijl ook heel wat gezondheidsvoordelen. Om een vegan manier van leven en eten voor iedereen vanzelfsprekend te maken, moet er nog heel wat veranderen. Vegan alternatieven voor dierlijke producten en plantaardige maaltijden winnen steeds meer aan populariteit, maar er bestaan nog heel wat drempels en vooroordelen bij het brede publiek. Met publiekscampagnes zoals Try Vegan en laagdrempelige evenementen zoals Vegan Summer Fest brengt BE Vegan daar verandering in! © Vincent Bozzolan

© Katrijn Van Giel

De laatste vijftien jaar zien we in Vlaanderen een eeuwenoude cultuur opnieuw opduiken: steeds meer burgers organiseren zich van onderuit om op zorgzame wijze stukjes gemeengoed collectief te beheren. Samen stellen ze eigen spelregels op over het gemeenschappelijk gebruik. Deze commons, waar burgers terug hun toekomst in handen nemen, zijn een hoopvolle vorm van concreet engagement in onzekere tijden. Commons Lab is als burgerinitiatief in Antwerpen ontstaan. Hun doel is de komende 5 jaar overal in Vlaanderen burgercollectieven, ondernemers, besturen, … ondersteunen om commonsgerichte experimenten op te zetten. In diverse domeinen (zorg, klimaat, sociale innovatie, cultuur, economie, …) en regio’s willen ze op zoek gaan naar waar er goesting, opportuniteiten en expertise zitten. Op Vlaams niveau willen ze diverse events organiseren om kennis, ideeën en netwerken te verbinden en te delen. Commons Lab is zelfs internationaal nog vrij uniek en hiermee bevestigen ze de voortrekkersrol van Vlaanderen, ook op sociocultureel vlak.

Een community waar alle werkzoekenden zich welkom voelen en elkaar versterken op weg naar een duurzame job. Dat is waar Co-Searching voor gaat. Door de voortdurende interactie in hun peerlearningsessies en door samenwerkingen met vrijwilligers en andere actoren, werken ze aan verbinding en bouwen ze collectieve kennis op. Deze komt van overal: werkzoekenden, werkenden, arbeidsbemiddelaars, werkgevers, steden, VDAB,... Zo komen ze samen tot antwoorden voor maatschappelijke vraagstukken zoals: ‘Wat na een burn-out?’ Door hun flexibiliteit kunnen ze de komende 5 jaar inspelen op maatschappelijke uitdagingen zoals inclusiviteit. In 2021 werken ze drempels weg die verhinderen deel te nemen aan hun activiteiten. Ze willen onze diverse samenleving weerspiegeld zien in hun community.

© Laura Gonzaléz

ondertitel


ondertitel


61

voedingsbodem van kunst en samenleving De amateurkunstensector vaart in woelig water. De provinciale middelen werden overgeheveld, het Forum voor Amateurkunsten, steunpunt en belangenbehartiger van de sector, werd opgedoekt, de zenuwachtigheid over een nieuw decreet groeit. En boven en onder alles is er corona. Maar verandering is voor amateurkunstenorganisaties geen reden om in hun schulp te kruipen.

An Leenders (Creatief Schrijven) en Luc Nowé (VI.BE) over verbreding in de amateurkunsten Zowel Creatief Schrijven als VI.BE heeft een verbredingsoperatie achter de rug. Kunstenpunt droeg een deel van zijn werking over aan VI.BE, voordien Poppunt. VI.BE ondersteunt nu dus ook de professionele muzikant en sector. Creatief Schrijven op haar beurt smolt samen met Jeugd & Poëzie en werkt nu ook voor kinderen en jongeren. Waarom was deze verbreding nodig? We vroegen het An Leenders (Creatief Schrijven) en Luc Nowé (VI.BE), twee oud-strijders van de amateurkunsten die ‘hun’ kind doorheen deze operatie loodsen. Luc Nowé: “Toen we begonnen, konden we nog makkelijk de opdeling maken tussen

amateur en professional. Ondertussen is het muzieklandschap ongelofelijk veranderd. Een muzikant op zijn zolderkamer kan vandaag amateur zijn en morgen over de ganse wereld bekend zijn. In onze discipline zijn de grenzen tussen amateur en professioneel en de grenzen tussen genres vervaagd. Onze diensten groeiden mee, maar voor de buitenwereld was het niet altijd duidelijk waar aankloppen. We wilden een one stop shop worden, één organisatie waarvan de tante, de oma, de vrienden van een muzikant weten: daar kan hij terecht met al zijn vragen. Dat wilde ik al toen ik Poppunt in 1998 begon. De aanbeveling van de vernetwerkte bovenbouw twintig jaar later was de kans om dat ook te doen.”

Verbreding in de amateurkunsten

An Leenders: “De fusie tussen Creatief Schrijven en Jeugd & Poezië kwam er vooral vanuit de noodzaak om in Vlaanderen een structureel aanbod te creëren voor kinderen en jongeren die willen leren schrijven. Dat was de strijd van Jeugd & Poëzie maar als kleine organisatie zaten zij vast binnen de vereisten van de jeugdsector. Creatief Schrijven heeft nog altijd de handen vol met het aanbod voor volwassenen maar prioriteit ligt nu bij schrijfkansen voor kinderen en jongeren. Dus bundelen wij de krachten.” Welke plannen hebben jullie voor de nieuwe doelgroepen die jullie ondersteunen? Luc Nowé: “We blijven werken aan kennis en informatie


62

“De uitstraling van de kunsten begint bij ons. Van iedere kunstenaar en muzikant die excelleert hebben de amateurkunsten een stuk van de puzzel mee gelegd. Wij zijn de voedingsbodem van de kunsten” Luc Nowé voor de amateur en nu ook voor de professional voor alle genres van de niet-klassieke muziek. Daar komt de internationalisering bij – al zaten we voor de amateurs ook al op dat pad – door muzikanten te helpen uitwisselen en ervaring opdoen, en door te werken aan beeldvorming en promotie op beurzen en showcase-festivals. We kennen de behoeften van onze doelgroep: faire vergoeding, een beter statuut, het speelveld vergroten, grenzen openbreken zodat ze uit de Vlaamse zakdoek geraken. Het ontbreekt ons wel aan cijfers om te tonen wat er in onze sector gebeurt. Dat onderzoek komt erbij.”

wij ervan om in zoveel mogelijk steden en gemeenten inspirerende schrijfplekken te creëren waar professionele auteurs met kinderen en jongeren aan het schrijven gaan en waar ook huiswerkbegeleiding kan geboden worden. Een andere droom heeft te maken met het ontwikkelen van literaire games. Via verschillende tools heel Vlaanderen aan het schrijven krijgen, dat is onze grote droom.”

An Leenders: “Met verbreding breidt inderdaad je netwerk uit, je haalt andere knowhow binnen in je organisatie. We werken aan een aanbod voor scholen om van daaruit kinderen te helpen doorstromen naar het vrijetijdsaanbod. We haken daardoor nauwer in op lokale cultuurcellen, op het onderwijs. Op de langere termijn dromen

Een andere uitdaging van de afgelopen beleidsperiode was het actieplan Talentontwikkeling. De middelen verbleekten echter bij de ambitie. Minister van Cultuur Jan Jambon wil dit nieuw leven inblazen en de middelen die nu voorzien zijn voor de World Choir Games – het grootste amateurkorenevent ter wereld dat in 2021 geor-

ganiseerd wordt in Vlaanderen – ter beschikking stellen voor talentontwikkeling in de amateurkunsten.

An Leenders: “De minister moet vooral zorgen voor een goed kader. De Tour win je ook niet in je eentje op een bommafiets, die renners zijn omkaderd door een goed team. Wel, de amateurkunstensector is er al. Zorg ervoor dat die zich verder kan ontplooien en bekijk waar daar de grootste behoeften liggen. En die extra middelen? Een op de zes leerlingen spreekt thuis geen Nederlands. Om geletterdheid en creatief taalgebruik te stimuleren ligt een grote kans in een aanbod creatief schrijven voor kinderen en jongeren.”

“De minister moet vooral zorgen voor een goed kader voor talentonwikkeling. De Tour win je ook niet in je eentje op een bommafiets” An Leenders

Verbreding in de amateurkunsten

Luc Nowé: “Talentontwikkeling, dat is zo’n modewoord, maar wat betekent dat voor onze sector? Ik noem dat – maar iedereen begint te huiveren als ik dat uitspreek – professionalisering. Dat wil niet zeggen dat je van een kunstenaar een zakenman maakt, wel dat je hem, op de ladder van lokaal naar internationaal, helpt te groeien en


63

deskundiger te worden, ongeacht het niveau waarop de artiest wil zitten. En bij elke stap zijn er begeleiding en ondersteuning door verschillende spelers, van gemeentebesturen en lokale organisaties tot culturele centra en andere programmatoren. Talentontwikkeling is het ecosysteem om dat optimaal te begeleiden. Nee, niet iedere muzikant moet een ster worden. Maar als iemand de goesting heeft om zich verder te ontplooien, moet hij die kans krijgen.” In 2021 maken jullie plannen voor de volgende beleidsperiode van vijf jaar die start in januari 2022. Welke zijn de grootste uitdagingen? Kunnen jullie al een tipje van de sluier oplichten? Luc Nowé: “We willen bestendigen wat we vandaag doen en wat er bijgekomen is, verdiepen en uitbreiden om tot een niet-klassieke muzieksector te komen waar je als amateur en professional kan thuiskomen. Een ontmoetingsplaats waar je de antwoorden vindt die je zoekt.” An Leenders: “Je neemt me de woorden uit de mond, Luc. Wat bij ons leeft komt op hetzelfde neer: een inclusieve vrijhaven of een inclusief laboratorium zijn voor zoveel mogelijk mensen, van alle mogelijke doelgroepen, om samen een inclusief schrijflandschap te vormen. Die openheid en dialoog, het betrekken van doelgroepen die we nu moeilijker bereiken, dat zijn grote uitdagingen.” Minister van Cultuur Jan Jambon heeft aangekondigd dat hij het Amateurkunstendecreet, het oudste


64

decreet in de cultuursector dat al dateert van 2000, wil actualiseren. Jullie waren er ongeveer van bij het begin bij. Wat is volgens jullie de grootste realisatie van dit decreet? Wat moet de minister zeker behouden, wat mag eruit? Luc Nowé: “De grootste realisatie is dat er vandaag negen organisaties staan met al hun diensten op maat. Negen organisaties die op het vlak van professionalisering en inno-

“Je voelt dat er de afgelopen jaren een nieuwe wind blies in alle organisaties. Het zou spijtig zijn als we deze dynamiek verliezen door een decreetswijziging” Luc Nowé vatie een ganse weg hebben afgelegd. Ik heb de amateurkunsten zien evolueren van een sector met eeuwenoude tradities naar een heel beweeglijke sector die zich kan aanpassen aan de samenleving van vandaag. Ook omdat we elkaar de afgelopen jaren ongelofelijk aangestoken en

geïnspireerd hebben. Zoals ik altijd zeg tegen muzikanten: je kan niet alles zelf uitvinden, maar als je pikt van een ander, pik dan goed. (lacht)” An Leenders: “De sector is inderdaad sterk geprofessionaliseerd en hoe verschillend de amateurkunstenorganisaties ook zijn, we zijn alle negen altijd voor die sector blijven gaan. We hebben ook serieuze internationale netwerken uitgebouwd waarin we niet alleen verankerd zijn, maar ook een voortrekkersrol spelen.” Luc Nowé: “De uitstraling van de kunsten begint vandaag bij de amateurkunsten, het gebeurt bij ons. Gene zever! Van iedere kunstenaar en muzikant die excelleert hebben wij een stuk van de puzzel mee gelegd, op verschillende niveaus. Wij zijn trouwens ook een puzzelstuk van het sociaalcultureel werk, want we maken ook maatschappelijk het verschil. Wij zijn de voedingsbodem van de kunsten, punt. Daar moet het beleid alles aan vasthangen.” An Leenders: “Het huidige decreet is een hefboom en geen slagboom. Binnen dat decreet krijgen wij veel vrijheid om ons eigen beleid te voeren en te zien hoe wij als organisatie de behoeften van een doelgroep invullen. Ik

Verbreding in de amateurkunsten

hoop dat die vrijheid overeind blijft in een nieuw decreet.” Luc Nowé: “Je voelt dat er de afgelopen jaren een nieuwe wind blies in alle organisaties. Vandaag kunnen de amateurkunsten nog meer een rol van betekenis hebben in het bredere cultuurveld. Het zou spijtig zijn als we deze dynamiek verliezen door een decreetswijziging. We moeten blijven waken over een gezond amateurkunstenlandschap waar mensen in hun tempo, met of zonder ambitie, in kunnen stappen om hun geliefde kunstvorm te ontwikkelen en uit te oefenen.”

“Techno vanop een stoel? Dat is het niet, hé” Onlinelessen, brieven schrijven, streamingconcerten, drive-inoptredens: het coronavirus dreef niet alleen de temperatuur op, maar ook de creativiteit. Hoe hebben Creatief Schrijven en VI.BE de lockdown beleefd? An Leenders: “Wij hebben snel geschakeld om onze lessen online te laten plaatsvinden en onze docenten daarin op te leiden. Ik ben trots op hoe mijn team de draai heeft gemaakt. We hebben gemerkt dat mensen meer in de pen geklommen zijn, ook om


Luc Nowé over An Leenders

te ventileren wat die crisis met hen deed. Die teksten postten ze op ons kansenplatform azertyfactor.be. We zien ook meer interesse in ons aanbod. De helende kracht van kunst is ons echt opgevallen. Mensen gaan op zoek naar schoonheid, naar troost en daar spelen kunstenaars een belangrijke rol in. Houvast bieden, zekerheid, verbinding. De minister zal dit hopelijk erkennen en honoreren voor de sector.” Luc Nowé: “Ik zie vooral een enorme solidariteit tussen diverse spelers in deze zwaar getroffen sector en dat vind ik hoopgevend. Dat kan in de toekomst leiden tot nieuwe coalities en nieuwe vormen van werken. De nood is enorm maar de creativiteit ook. Je wordt verplicht om anders te denken. Bij onze muzikanten zie ik een enorm gemis om samen te musiceren, bij het publiek het gemis van de ontmoeting op al die concerten en festivals die ons land rijk is. Je ervaart hoe muziek verbindt.” De coronacrisis dreigt kwalijke gevolgen te hebben voor de amateurkunstensector. Welke zijn de grootste zorgen voor 2021 en daarna? Luc Nowé: “Op 13 maart is de muzieksector stilgevallen. En met social distancing zijn wij de laatste om weer open te gaan. Mensen op een concert bijeenbrengen, zal dat ooit weer zijn zoals voorheen? Een technoconcert volgen vanop een stoel? Ja, mannekes, dat is het niet, hé. We hebben meegewerkt aan een charter tussen programmatoren en artiesten zodat ze niet annuleren maar verplaatsen. Maar zo schuift alles op. Het wordt drummen voor een plek op het podium. Vooral jonge artiesten zullen het moeilijk krijgen. En het gaat niet alleen over de muzikanten, het is een hele ketting van mensen die in de problemen komt wanneer alles stilvalt.”

“Ik ken An als een gepassioneerde madam die met veel liefde werkt voor wie schrijft of wil schrijven. Ik waardeer haar vooral om haar visie op hoe een amateurkunstenorganisatie er vandaag moet uitzien, met frisse ideeën om de schrijver op zijn zolderkamertje te bereiken.”

An Leenders over Luc Nowé “Luc gaat door het vuur voor wat eerst Poppunt was en nu VI.BE. Dat hij zijn eigen instrumenten verkocht heeft om geld bijeen te sprokkelen voor Poppunt toont dat zijn hart en ziel kloppen voor de muzieksector. Hij is een baanbreker en een inspirator.”

In oktober 2020 publiceren de negen amateurkunstenorganisaties samen met OP/TIL en De Federatie de resultaten van een grootschalig bevolkingsonderzoek naar amateurkunsten in Vlaanderen, uitgevoerd door onderzoekers van UGent. Dit onderzoek is het vervolg op “Amateurkunsten in beeld gebracht” uit 2009 en werd opgestart door het Forum voor Amateurkunsten, de rechtsvoorganger van OP/TIL.

An Leenders: “Voor debutanten die nu hun debuut gingen uitgeven merken we dat uitgevers op de rem gaan staan. De Boekenbeurs komt er niet, het team van Boek.be is op straat gezet, uitgeverij Polis is afgestoten. Er beweegt veel in het boekenvak en de onzekerheid blijft. Wat kan er in het najaar? Kunnen we volgend jaar een nieuwe Schrijfdag organiseren?”

Meer lezen? Op pagina 14 laten we in ‘Coronacreativiteit? Check!’ enkele meesters in coronacreativiteit aan het woord. Hoe gingen zij om met de lockdown?

Verbreding in de amateurkunsten

65


DIT WAS DE FEDERATIE IN 2019 DE FEDERATIE CHALLENGE

politiek we rk communic atie

communicatie WASCABI 30/08/2019

150

15 beleidsmakers gingen in 2019 de uitdaging aan

We spoten 8 grote stoelen goud...

gasten

...en 10 kleine stoeltjes BELANGRIJKSTE POLITIEKE THEMA’S

daarvoor gebruikten we 8 gouden spuitbussen

OKTOzBeEn nRie2uw019 b

abonnees

nieuwsbrieven bovenlokaal

abonnees

sbr ie

AANTAL MAAL IN

ei e V S p e ciale e d iti e: nf ee laa m s e r e g e ri n g is

t”

1.785

“D

gele est

f

2

communicatie

BRIEF

Visitaties Talentontwikkeling sociaal- Laboprojecten Cultuureducatie Aanvull cultureel Innovatieve partnerschappen financie werk Decreet amateurkunsten VrijwiLLige Besparingen in de cultuursector Vzw

politiek werk

2.629

14 GEWOne nieuwsbrieven

NIEUWS

Decreet sociaal-cultureel w

PARLEMENT 1

W

‘NIEUWSWEEK’

EB

SIT

20/5/2019 TOT 24/5/2019

E

In de week voor de verkiezingen eind mei stuurden we elke dag een nieuwsflash, ‘DF 1 week lang elke dag in uw mailbox’. Per brief liet een partij haar licht schijnen op SCW en AK.

8 quotes DE STANDAARD VRT NWS DE MORGEN HET BELANG VAN LIMBURG

politiek werk

Bijna een interview in Het Journaal over een aangepast decreet SCW, maar gelukkig niet

sociaal-cultureel communicatie

IEUWS

DF IN HET N

124

nieuwe artikels

PLOTSE DECREETSWIJZIGING ACTIE OP 27/11/2019 Op 27/11 betoogden we in het Vlaams Parlement met een kleine 100 sociaal-cultureel werkers. 1 maand voor het indienen van de beleidsplannen werd op de valreep een decreetswijziging aangekondigd. Na een intense zitting diende de oppositie een motie van wantrouwen in.

p o lit

‘Dit is de zoveelste wagon aan de besparingstrein sinds de Vlaamse regeringen een tiental jaar geleden begonnen te “snoeien om te groeien’’, zegt Verbist. ‘Door dit “snoeien” verloren sommige organisaties tot de helft van hun subsidies. Op het “groeien” wachten we nog steeds.’

Onze spandoek haalden we uiteindelijk niet boven

EPEN

MEESTERS IN SAMENLEVEN

3

3 nieuwe WG gingen van start in 2019:

op de 2e state in deerlijk (5/3/2020) groeide dat aantal tot 150 gasten ondertitel

- Amateurkunsten - Brussel - Bijna Landelijk - Burgerinitiatieven (BLU)

highlghts

gasten

WERKGRO

politiek werk

50

“Zeventien straffe voorstellen voor een stevig beleid in Brussel”

ts gh hli hig

D-DAY: STATE OF THE REGION OOST-BRABANT 5/12/2019

ti e

rk we

MEMORANDUM BXL 23/4/2019

nic a

iek

commu

highlights

131

amateurkunsten

interventies in parlement

De Standaard, 10/11/2019

communicatie

werk

Na de aangekondigde besparing van 6% lanceerden we ‘meestersinsamenleven’, een actie waarmee we de kracht tonen van onze 250.000 vrijwilligers, onze 250.000 Meesters in Samenleven. En stellen we duidelijk aan de kaak dat een zoveelste besparing géén optie is.


ondersteuning

LEZEN

onde rsteu ning polit iek w erk

evaluatiegesprekken na bezoek visitatiecommissies bij de 9 AK’s

150 P.

‘nieuw wetboek van Vennootschappen en Verenigingen’

89u is m

e a kin g s g e s pr

ondersteuning

k

interne werking

46u

w-wetgeving

werkdagen 6 4 1 sp

&S

k e n / f e e d b acen A

n& rt v i sit ati e rap p o

li t

3

kw

75% totaal:179 LEDEN

NIEUWE LEDEN

politiek werk

po

ie

lez

ne

int

eid

la n

erk

wg Blu wg verenigingen wg amateurkunsten wg bewegingen landelijke vormingsinstellingen

We zagen 75% van alle 179 leden minstens 1 keer op een WG, maar hadden met bijna alle leden contact doorheen het jaar

ern e w erking

b el

verdrievoudiging op 1 jaar

lesgeven

K

2

wascabi av rvb wg Brussel wg vormingplus

on de rst eun ing

ke

nn

CW

lende ering UBO ersbeleid

117 p.

ken

Vlaams Regeerakkoord

GDPR

personeelszaken vzw auteursrechten UBO fiscaliteit privacy/GDPR personeelszaken

EG

totaal: 671 deelnemers

34% 32% 12% 9% 7% 3% 3%

OVERL

euning onderst

politiek werk

werk

interne werking

ZAKELIJKE THEMA’S

nieuwe leden totaal:179 LEDEN

24 brusselse 16 burgerinitiatieven (BLU)

14

winkels af We struinden in totaal om onze actie voor te bereiden.

TEVREDENHEIDSMETING zeer tevreden

voor onze actie kochten we:

inte

95% 89% 88% 84%

nieuwsbrief begeleiding/ advies op maat beleidswerk rond andere thema’s

rne er

g

in

kw

inter ne w erk polit ing iek we rk

rk

it i e

we

p ol

10 koptelefoons

werk rond decreet

k

10 mondmaskers L

besparingen

10 oogmaskers

7 spuitbussen

ondertitel

meest bekeken posts zijn twee filmpjes

2.6

1

MEEsters in samenleven

000 . 4 2

00


68

Wij zijn De Federatie. Onze baseline bestaat uit “sociaal-

cultureel werk” en “amateurkunsten”, de sectoren waar-

voor we het als erkende sectorfederatie allemaal doen.

De Federatie verenigt, vertegenwoordigt en informeert

175 lidorganisaties die over heel Vlaanderen en Brussel in deze twee sectoren actief zijn.

We streven naar gedeelde en gedragen standpunten met respect voor ieders eigenheid. We nemen het op voor

zowel de individuele organisaties als de sector in zijn geheel. Dat doen we met passie en deskundigheid. We bevragen en beluisteren onze leden op een gerichte manier.

Door onze vingers aan de pols van leden en partners we-

ten we haarfijn wat er speelt. Dit maakt van De Federatie een degelijke en betrouwbare gesprekspartner.

Ook initiatieven op (boven)lokaal vlak staan op onze radar. Voor burgers die positieve alternatieven zoeken voor

onze samenleving en de ambitie hebben om met hun

project het lokale te overstijgen, stampten we ‘State of the Region’ uit de grond. Samenkomsten in verschillende regio’s waarbij we creatieve en geëngageerde burgers informeren en elkaar laten inspireren.

Vlaanderen is voor ons ondenkbaar zonder sociaalcultureel werk en de amateurkunsten. Ze zijn ons sociaal

weefsel. Dat is waar wij in geloven en wat ons drijft. Elke dag opnieuw.

& amateurkunsten

ondertitel


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Wascabi magazine 2020 by De Federatie sociaal-cultureel werk & amateurkunsten - Issuu