Skip to main content

FIRM 19.1

Page 1

FIRM

First Maastricht

Fiscale Studievereniging

Fiscaal studentenblad

Jaargang 19  •  Nummer 1  •  november 2011

Bezuinigingen op Cultuur

Geven aan cultuur

Cultuur & Politiek

Eten, drinken en drama

De fiscale voordelen van uw gift

D66 en de VVD aan het woord

Zijn lokale verenigingen belastingplichtig?


Eigen vermogen Wat ik wil? Ik wil de beste worden in cijfers zonder zelf een nummer te zijn...

Je hebt ambities. Je wilt jezelf op eigen wijze ontplooien. Vooruit, zelfs nummer 1 worden. Maar niet zonder zelf ontcijferd te raken. Want je presteert het beste bij een onderneming waar jij je thuis voelt. In Koenen en Co zul je veel van jezelf terugzien. Ook wij hebben ons op geheel eigen wijze ontwikkeld. Professioneel én persoonlijk. In een regio waarin we ons thuis voelen. Hier hebben we inmiddels acht vestigingen. Kortom, Koenen en Co is een succesvolle organisatie die veel van je vraagt. Maar daar ook veel voor teruggeeft. Iets waar je elke dag op kan rekenen.

Geerweg 3 ■ Postbus 5515 ■ 6130 PM Sittard T 046 420 35 50 ■ F 046 452 72 54 www.koenenenco.nl Vestigingen in Heerlen, Maastricht, Panningen, Roermond, Sittard, Venlo, Venray en Weert

Koenen en Co is lid van Nexia International, het wereldwijde netwerk van onafhankelijke accountants- en advieskantoren.

K O E N E N

E N

C O .

P R O F E S S I O N A L S

M E T

P E R S O O N L I J K H E I D


Inhoudsopgave FIRM 19.1

Colofon

22

Loyens & Loeff Summercourse 2011

Voorwoord FIRM commissie

5

Voorwoord bestuur

6

Agenda

7

Column Prof. Dr. J.G.A. van Mierlo

8

Voorstellen bestuur 2011/2012

10

Voorstellen commissies

12

Een dag uit het leven van...

13

Stage lopen op de Cariben!

14

PwC Perfecte Vakantiebaan

16

Landelijk Overleg Fiscalisten 2011

17

Borrelpagina

18

Belastingplan 2012

19

Over eten, drinken en drama

magazine van FIRST Maastricht fiscale

24 Terugblik oud bestuur 4

FIRM is het gratis

studievereniging en

26

Verslag actieve leden-uitje

26

Opleidingsavond SFRL

jaar.

27

Cultuur & politiek: D66

Hoofd- en eindredactie

28

Cultuur & politiek: VVD

Dennis Hilkens

29

De cultuurbezuinigingen nader

Redactie Philippe Piters,

bekeken

Gilles Habets, Mick

31

HIP: Stageverslag Hertoghs

Bob van de Kerkhof

32

Geven aan cultuur

verschijnt vier keer per

Knops, Denise Moerland,

34 Tussenregeling valutaresultaten op

Adresgegevens Postbus 64 6200 AB Maastricht

deelnemingen

043 – 388 35 88 firm@firstmaastricht.nl www.firstmaastricht.nl Oplage 500 stuks

19

Ontwerp Stefan Roex Grafisch Design

13

www.stefanroex.nl Druk Orangebook Verenigingsdrukwerk & Advies www.orangebook.nl Verspreiding

38

Studenten en medewerkers van de FoL en de SBE van Maastricht University, fiscale reünisten en vaste relaties van FIRST Maastricht. Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden

International section

verveelvoudigd en/of worden overgenomen zonder voorafgaande

36

Calendar

(schriftelijke)

37

Introduction to the Russian Taxation System

redactie.

toestemming van de

ALMANAKKEN & VERENIGINGSBLADEN

FIRM november 2011

3


• VOORWOORD FIRM cOMMISSIe

om op de kunst- en cultuursector te bezuinigen. We zullen de cultuurbezuinigingen nader bekijken en zullen onder andere stil staan bij de BTW verhoging op cultuur en bij de fiscale voordelen van een gift aan culturele instellingen. Tenslotte zullen twee leden van de Provinciale Staten hun standpunt op dit gebied bepleiten.

Waarde lezer, Voor u ligt alweer de eerste uitgave van de FIRM van dit academisch jaar. Dit betekent dat uw welverdiende zomervakantie ook ten einde is gekomen. Hopelijk heeft deze vakantie dan ook gezorgd voor een nieuwe dosis inspiratie en motivatie om met een frisse start aan het nieuwe academisch jaar te beginnen. Zoals u van ons gewend bent, zal elke uitgave in het teken staan van een bepaald thema. Tevens zal de FIRM weer enkele vaste rubrieken kennen. Denk hierbij aan onder andere de vaste column, berichten vanuit het bestuur, verslagen over activiteiten van FIRST, alsmede inhoudelijke stukken omtrent een bepaald thema. Nieuw dit jaar is een speciaal internationaal gedeelte, voor onze internationale leden. Verder is ook de scriptiebespreking een

nieuwe, terugkerende rubriek. Iedere FIRM zal een FIRST-lid de hoofdlijnen van zijn scriptie uiteenzetten. Dit jaar zal, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, de vaste column worden verzorgd door een fiscaal econoom. Niemand minder dan Professor H. van Mierlo zal zijn (fiscaal economisch) licht over de thema’s laten schijnen. Deze eerste uitgave zal in het teken staan van de bezuinigingen op de cultuursector. Of u nu de nieuwe Kluun leest, op Facebook, Hyves of Twitter uw persoonlijke smaak en voorkeuren deelt, het Bonnefantenmuseum in Maastricht bezoekt of zelf zingt of fotografeert: het is allemaal cultuur. De Nederlandse overheid wil kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk maken, maar tegelijkertijd heeft zij besloten

In deze uitgave vindt u voorts onder andere een verslag over het LOF-congres. Dit jaar stond het LOF-congres in het teken van de CCCTB, een vennootschapsbelasting op Europees niveau waar momenteel in Europees verband hard aan wordt gewerkt. Ook dit jaar gaf FIRST weer in groten getale ‘acte de présence’ aan dit evenement dat in Amsterdam plaatsvond. Bovendien hebben onze FIRST leden in de zomervakantie niet stilgezeten, u treft dan ook enkele verslagen aan van hun fiscale belevingen en avonturen tijdens het zomerreces. Tot slot wil ik mijn woord richten tot het nieuw geconstitueerde bestuur van FIRST. Ik wens hen, namens de FIRM-commissie, een voorspoedig en een onvergetelijk jaar toe! Rest mij niets anders dan u veel leesplezier en een goede start van het academisch jaar te wensen. Namens de FIRM-commissie, Dennis Hilkens Hoofd- en Eindredacteur

• beRIcHTen VAnuIT HeT beSTuuR Huishoudelijke regelement & declaratierichtlijn Het huishoudelijk regelement en de declaratierichtlijn die door de Algemene Ledenvergadering van 28 juni jongstleden zijn goedgekeurd zijn op www.firstmaastricht.nl in te zien voor alle FIRST leden nadat zij zijn ingelogd. Statuten Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 28 juni jongstleden is er ingestemd met een statutenwijziging. Voor alle FIRST leden liggen de statuten ter inzage op de bestuurskamer.

4

Vacatures Onder het tabblad ‘carrière’ op www.firstmaastricht.nl staan verschillende bedrijfsprofielen van allerlei potentiële werkgevers. Komend academisch jaar is het voor deze bedrijven en instellingen ook mogelijk om vacatures op onze website te plaatsen. Ben je op zoek zijn naar een leuke stage of een werkstudentschap? Kijk dan op onze website! Facebook FIRST is ook te volgen op facebook. Wil je op de hoogte blijven van alle activiteiten die wij organiseren? Word dan nu lid van de facebook groep ‘FIRST Maastricht’!

NOVEMBER 2011 FIRM


• VOORWOORD beSTuuR

Waarde lezer, Nu het academische jaar 2011-2012 alweer volop in gang is, komt ook de eerste firm van het academische jaar uit! De firm gaat dit jaar zijn 19e jaar in en aan mij is de eer om in deze en de komende drie edities van ons verenigingsblad de firm het voorwoord te schrijven. Deze eerste editie markeert het begin van het bestuursjaar waaraan Laurens Verkoijen, Loes van Hulten, Rob van Roij en ikzelf in juni zijn begonnen. De algemene ledenvergadering van 28 juni is gevolgd door een wervelwind aan nieuwe ervaringen voor dit nog jonge bestuur. We zijn met zijn vieren erg trots en vereerd dat wij door onze leden verkozen zijn om komend jaar de leiding te geven aan first Maastricht. Zeker na een lustrumjaar dat door Tobias Noordhoek, Chivanne Peeters, Toine Gorissen en Shirley Platteel geweldig is geslaagd. Daarvoor wil ik ze graag nogmaals bedanken! Dat brengt mij op een van de belangrijkste punten van first Maastricht, namelijk haar leden. Onze leden stellen ons in de mogelijkheid om veel activiteiten succesvol te organiseren, wij hopen dan ook met een lichting vol nieuwe en oude leden een geweldig jaar neer te zetten! Na de algemene ledenvergadering van 28 juni zijn wij snel aan de slag gegaan, een zomer vol geslaagde sponsorgesprekken stond ons voor de boeg. In september zijn we met de dagelijkse leiding van de vereniging begonnen. Na heel wat promotiewerk tijdens de facultaire introductiedagen volgde onze eerste ledenborrel, waarmee we het jaar mooi hebben ingeluid. Een week later volgde onze constitutieborrel, waar we er samen met de externe relaties een leuke avond van hebben gemaakt. Ook hebben we al een aantal besturendagen achter de rug en zijn we dit jaar met een actieve leden-uitje begonnen om de integratie binnen de commissies te bevorderen. September hebben we mooi afgesloten in Amsterdam, een zeer leerzaam lofcongres over de ccctb in onze hoofdstad betekende de officiële start van alle fiscale activiteiten. In oktober volgden nog enkele constitutieborrels en ook onze eigen maandelijkse borrel.

FIRM NOVEMBER 2011

Vooruitkijkend op ons bestuursjaar staan er heel wat activiteiten gepland. Begin november zullen wij genieten van de presentatie van het Belastingplan 2012 door Deloitte, waarin we de stijve rijksbegroting proberen te doorgronden. De komende maanden staan ook al een aantal kantoorbezoeken gepland, in november zullen wij een bezoek brengen aan PwC Eindhoven en Ernst & Young Amsterdam. Tevens komt onze jaarlijkse Luxemburg trip snel dichterbij, tijdens deze trip zullen wij met onze nationale en internationale leden een bezoek brengen aan Ernst & Young Luxemburg en Luxemburg-stad verder ontdekken. Ook onze twee grootste activiteiten staan al gepland voor het komende academische jaar. Dit jaar zal de 16e editie van de first Fiscale Bedrijvendag georganiseerd worden op 15 februari, wat first altijd als een van haar hoogtepunten ziet! Wij zullen ons echter ook inhoudelijk laten zien, door middel van de organisatie van het symposium. Het academische jaar 2011-2012 is het inhoudelijke jaar, geen reis voor ons maar het symposium! Over het onderwerp, de locatie en de sprekers wordt al flink gediscussieerd en wij verwachten dan ook niets anders dan dat het een verrijkende dag voor alle Maastrichtse fiscale studenten zal worden. Kortom, het jaar is begonnen en wij zullen er alles uithalen! Ik wil graag alle commissieleden succes wensen met het organiseren van alle first activiteiten, en al onze leden oproepen om er samen met ons een speciaal jaar van te maken! We zullen iedereen nog vaak tegenkomen, aangezien de promotie ook weer van start is gegaan. Ik roep dan ook alle leden op om fiscale vrienden en vriendinnen de voordelen van first te laten inzien en ze mee te nemen naar een van onze activiteiten. Graag wil ik afsluiten met jullie veel leesplezier te wensen! Met vriendelijke groet, Megan Ruigrok Voorzitter 2011-2012 first Maastricht

5


• AgenDA Kijk r egelm atig onze webs op www it .first maas e voor t r icht. meer nl infor over matie activ iteite n en actue d le ag enda e

4 november 2011

17 & 18 november 2011

13 december 2011

Fiscaal Symposium Op vrijdag 4 november 2011 vindt het 21e Maastrichts Fiscaal Symposium plaats, georganiseerd door de capaciteitsgroep belastingrecht. Dit Fiscaal Symposium staat in het teken van fiscaliteit & innovatie en belicht fiscale stimuleringsmaatregelen in Nederland. De staatsecretaris van Financiën mr. drs. Frans Weekers is een van de sprekers. Aansluitend verricht de staatssecretaris de officiële opening van het Maastricht Centre for Taxation (MCT). Inschrijving is vereist!

Luxemburg trip Op 17 & 18 november 2011 zullen wij naar Luxemburg afreizen voor onze jaarlijkse trip. Tijdens deze trip zullen we een bezoek brengen aan Ernst & Young Luxemburg en eventueel een tweede bedrijf. Naast de kantoorbezoeken worden ook het avondprogramma en de overnachting door de deelnemende bedrijven verzorgd. Deze trip is extra interessant voor studenten die geïnteresseerd zijn in potentiele internationale werkgevers en specifiek de fiscale studenten die de master International and European Tax Law doen. Wil jij mee naar Luxemburg stad met mede studenten uit Maastricht op 17 & 18 november 2011 om potentiele werkgevers te zien en te ontmoeten? Geef je dan op vóór 3 november op door een e-mail te sturen naar bestuur@ firstmaastricht.nl met een korte motivatie en je curriculum vitae in het engels.

Tentamentraining BTW & International and European Tax Law Vanaf dit academisch jaar zullen wij tentamentrainingen gaan organiseren in samenwerking met onze sponsoren. Op dinsdag 13 december zal er een tentamentraining georganiseerd worden voor het bachelor vak BTW en het master vak International and European Tax Law. Wil je deelnemen aan deze training? Meld je dan aan via www.firstmaastricht.nl.

8 november 2011 Belastingplan 2012 en maandelijkse borrel Na het succes van de vorige editie zal ook dit jaar het belastingplan gepresenteerd worden aan FIRST leden en andere geïnteresseerden. Van 19:45 tot 21:00 zullen de plannen van de politiek omtrent belastingen, die bekend zijn geworden tijdens Prinsjesdag, voor het jaar 2012 worden besproken in samenwerking met Deloitte. Op deze manier hopen wij de materie van de collegebanken meer tot leven te laten komen door middel van de actualiteit. Dit is tevens de uitgelezen kans om te discussiëren over passende maatregelen. Aansluitend zal de maandelijkse borrel in Stadscafé Lure plaatsvinden in samenwerking met Deloitte.

25 november 2011 Afscheidsrede professor A. Denie 25 november aanstaande zal de afscheidsrede voor professor A. Denie plaatsvinden. De afscheidsrede zal plaatsvinden vanaf 16.00 uur in de aula van de Minderbroedersberg 4-5.

1 december 2011 14 november 2011 Landelijke inhousedag Ernst & Young Op 14 november zal het bestuur, hopelijk met een grote groep leden, een bezoek brengen aan kantoor Amsterdam van Ernst & Young.

Kantoorbezoek PwC Op 1 december zullen wij een bezoek brengen aan PwC. Nadere informatie volgt.

en verder.. 7 februari 2012 Maandelijkse borrel en wettenbundel uitreiking In februari zal de maandelijkse leden borrel plaatsvinden op 7 februari. Tijdens deze borrel zullen ook de fiscale wettenbundels 2012 uitgereikt worden aan onze leden door Loyens & Loeff.

15 februari 2012 FIRST Fiscale Bedrijvendag De activiteit van het jaar! Deze dag is bedoeld voor fiscale studenten om in één keer in contact te komen met een grote diversiteit aan potentiele werkgevers. Veel bedrijven zullen aanwezig zijn op deze dag waar een interessant en luxe dagprogramma voor jullie georganiseerd zal worden. Houd 15 februari alvast vrij in je agenda!

6 december 2011 Maandelijkse borrel De maandelijkse leden borrel van december zal plaatsvinden op dinsdag 6 december 2011 van 21:00 tot sluit in onze stamkroeg Stadscafé Lure. Zoals altijd zal de drank en de happen gratis zijn voor leden.

6

NOVEMBER 2011 FIRM


• cOluMn

TEKST PROF. DR. j.g.A. VAn MIeRlO

Door de Financiële Crisis moet er flink omgebogen worden in de Nederlandse Overheidsfinanciën. In de Miljoenennota 2012 wordt voor 18 miljard bezuinigd, grotendeels op de overheidsuitgaven en voor een kleiner deel door belastingverhoging. Ook de Kunst- en Cultuursector ontspringt de dans niet. Staatssecretaris Halbertsma van OCW moet voor deze sector voor enkele honderden miljoenen voor zijn rekening nemen. De kunstpausen en cultuurgoeroes schreeuwen moord en brand over deze ‘poging tot moord’ op hun bijkans heilige sector. Hun beroep op het Algemeen Belang lijkt eerder een schaamlap voor hun welbegrepen belang. De bezuinigingen op de kunst en cultuur kunnen ook gebruikt worden om de sector eindelijk eens te saneren op dood hout en ‘bloempjes van Catharina’. Dat wordt hoog tijd, hoera, de Crisis als Faciliteit! Algemene Rekenkamer-onderzoek Zojuist heeft de Algemene Rekenkamer een sectorbreed onderzoeksrapport gepubliceerd over de effecten van overheidssubsidies. Over de hele breedte konden die effecten niet waar genomen of gemeten worden. Dat komt vooral doordat de doelstellingen van die subsidies niet eens waren vast gesteld of niet SMART waren geformuleerd: Specific, Measurable, Accountable, Recognizable, en Transparant. Waar doelstellingen ontbreken of niet gemeten kunnen worden, kan niet onderzocht worden of subsidies wel het bedoelde effect sorteren. Dat is sowieso jammer maar vooral voor de burger/ belastingbetaler, die kan dan niet vaststellen of hij wel Waar voor zijn Geld krijgt. “It is all taxpayer’s money that you spend you know!” Dat wringt temeer waar de burger zijn zuurverdiende geld gedwongen moet afgeven aan de Fiscus. In links- en rechts-anarchistische kringen wordt Belastingheffing gezien als Gelegaliseerde Diefstal door de Staat. Men hoeft niet zo radicaal door te denken, met dank aan oud-collega Rechtstheoreticus Frank van Dun, om te moeten beamen dat hier een reëel en nijpend probleem ligt. Als in een democratische politieke orde de burgers steeds minder kunnen nagaan of hun belastinggeld wel goed wordt besteed, ligt de onvermijdelijke Belastingrevolutie dicht op de loer. De Teaparty kan niet alleen maar worden afgedaan als een Amerikaanse malligheid. Subsidies op Kunst en Cultuur werken niet of zelfs averechts! Het Financieel Dagblad (14 oktober 2011) parafraseert: “Het is in veel gevallen onduidelijk of subsidies hun doel bereiken. Dat is de conclusie van de Algemene Rekenkamer na

FIRM NOVEMBER 2011

bestudering van de manier waarop ministeries subsidieregelingen evalueren. De Rekenkamer beveelt de ministers aan om subsidies waarvan in evaluatieonderzoek is aangetoond dat ze niet effectief zijn, in beginsel stop te zetten.” We weten lang niet alles, maar wat wij wel weten stemt niet vrolijk. De Rekenkamer waarschuwt hiervoor sinds jaar en dag, maar het heeft tot nu toe geen zier geholpen. Dat geldt ook voor subsidies in de Kunsten Cultuursector. Het al weer ruim tien jaar geleden dat de econoom Pim van Klinken promoveerde op onderzoek naar de werking van Kunst- en Cultuursubsidies. Hij toonde overtuigend aan dat zulke subsidies niet of zelfs averechts werken. Zijn conclusies werden toen weggehoond omdat zij de sector slecht uitkwamen, maar zij staan nog steeds kaarsrecht overeind, sindsdien is het er allemaal niet beter op geworden, integendeel zelfs. Wat is er mis met subsidies in de kunst- en cultuursector? Eigenlijk alles. Om te beginnen is de kwaliteit van de kunst er niet zichtbaar en aantoonbaar door toegenomen. Daarbij is de moeilijkheid dat de kwaliteit van Kunst met een grote K alleen door kunstcritici en –recensenten wordt bepaald. Daarbij gaat het om een kleine en gesloten groep die elkaar de bal toespeelt in allerlei commissies voor prijzen, toekenningen en subsidies. Ons kent ons: ‘Ik vind jou goed, vind jij mij ook zo goed?’ Elke kunstenaar zit in een of andere commissie en krijgt op zijn beurt weer iets van een andere commissie. Zo ontstaat kunst voor de elite, ‘elite-kunst’; alsmede een grote afstand tussen elite-kunst en kunst voor de massa. Ten tweede maken vooral de hogere inkomens gebruik van elite-kunstvoorzieningen. Subsidiëring aan de aanbodzijde van deze voorzieningen houdt feitelijk subsidiëring van de hogere inkomens in. Het publiek van het

Concertgebouworkest wordt door prijssubsidies op de toegangskaarten voor concerten gesubsidieerd door de lagere inkomens. Dat zou dat publiek heel goed zelf kunnen betalen. Ten derde neemt het gebruik van gesubsidieerde kunstvoorzieningen niet toe, maar zelfs af waar het veelal gaat om een vergrijzend publiek. De niet-gesubsidieerde voorzieningen doen het meestal veel beter. De musicals van Joop van den Ende en Albert Verlinde zijn avond aan avond stampvol uitverkocht en deze ware kaskrakers moeten het stuk voor zonder enige subsidie doen. Deze musicalondernemers doe het allemaal voor eigen risico en zijn over het geheel zeer succesvol daarin! Conclusie Kunst- en cultuursubsidies maken alleen maar subsidie-afhankelijk en -verslaafd. En erger nog, zij werken niet. Het kunstaanbod wordt er niet door vergroot en de kwaliteit van dat aanbod wordt er niet beter van. Bovendien werken zij als een omgekeerde Robin Hood: de lagere inkomens subsidiëren de hogere inkomens! Die subsidies werken meer als dure inkomensgarantie voor de kunstaanbieders en maken de kunstconsumptie niet groter en evenmin beter. Het is daarom te hopen dat bezuinigingen op deze sector leiden tot een hoognodige sanering van het aanbod. Kunstaanbieders moeten terug naar de markt en naar de gebruikers en zich niet meer richten op de subsidieverstrekkers. De klanten zijn dan weer de baas van de kunst en niet langer de sponsorende overheid. De voorgenomen bezuinigingen dwingen de sector terug naar broodnodige maar al te lang verloren consumentenoriëntatie, van aanbodsturing naar vraagsturing. Daar worden wij met zijn allen beter van, de kunst- en cultuursector en wij de consumenten van kunst en cultuur. En daar gaat het toch uiteindelijk om!

7


• vereniging

Voorstellen bestuur 2011/2012

8

november 2011 FIRM


• vereniging

Megan Ruigrok Voorzitter

Loes van Hulten Commissaris Intern

Graag wil ik mij voorstellen aan alle lezers, ik ben Megan Ruigrok, 21 jaar en komend jaar Voorzitter van FIRST Maastricht. Afgelopen jaar heb ik mijn bachelor Fiscale Economie aan Maastricht University behaald en dit academische jaar ben ik begonnen aan mijn master Fiscaal Recht, directe belastingen. Komend jaar ga ik mijn master combineren met mijn bestuursfunctie, wat een interessante uitdaging zal worden! Als voorzitter ben ik de eindverantwoordelijke en het aanspreekpunt binnen het bestuur. Daarnaast onderhoud ik ook de contacten met externe partijen, zoals de Universiteit, de capaciteitsgroep belastingrecht, zusterverenigingen en de sponsoren van FIRST Maastricht. Met de acquisitie zijn we de zomervakantie al druk bezig geweest, en het ziet er naar uit dat we een mooi jaar voor de boeg hebben! Na een lustrumjaar is het aan ons als bestuur om de goede lijnen van vorig jaar door te zetten. De belangrijkste verandering die wij dit jaar zullen doorvoeren is onze leden inhoudelijk meer te bieden. Dit zullen wij verwezenlijken door middel van het aanbieden van tentamentrainingen. Ons doel is om elk blok 1 à 2 trainingen aan onze leden aan te bieden die verzorgd zullen worden door onze sponsoren. Een grote uitdaging die wij onszelf hiernaast hebben gesteld is het uitbreiden van de activiteiten voor onze internationale leden. Het toevoegen van een internationaal gedeelte aan onze jaarlijkse bedrijvendag is daar een mooi voorbeeld van. Samen met mijn Loes, Laurens en Rob ga ik er voor de volle 100% voor komend jaar en ik verwacht dat wij samen met onze leden een geweldig jaar vol mooie activiteiten neer gaan zetten, waarin FIRST Maastricht zal floreren!

Uiteraard wil ook ik van dit moment gebruik maken om me even voor te stellen. Mijn naam is Loes van Hulten, dit jaar de gelukkige die een heel jaar de functie van Commissaris Intern mag vervullen. Ik ben een Fiscale Economie studente en afgelopen half jaar in Finland geweest voor een (voor mijn opleiding nogal ongebruikelijke) ‘Studyabroad’. Dit jaar hoop ik mijn bachelor af te ronden. Wat doet een ‘Commissaris Intern’ nou precies? Ik hou me bezig met de verschillende mooie commissies binnen FIRST. Allereerst de FIRMcommissie, waarvan de commissieleden zich ontzettend hebben ingezet om dit verenigingsblad op tijd en goed gevuld op jullie deurmatten te hebben liggen. Verder de PR-commissie, die al voor de start van het academisch jaar met groot enthousiasme FIRST heeft gepromoot onder de nieuwe studenten. Dit jaar een nieuwe, en wellicht nog wat onbekendere commissie is de activiteitencommissie. Zij hebben zorg gedragen voor het gezellige actieve-leden uitje, waar jullie verderop in deze FIRM een verslag van terug zullen vinden. Ook de symposiumcommissie is al langzaam opgestart om op een goed invulling van ons tweejaarlijkse symposium toe te zien. Tenslotte de FIRST Fiscale Bedrijvendag commissie, oftewel FFB, waarvoor eveneens de eerste plannen gemaakt zijn. Voor de oplettende lezers, enkel de kascontrolecommissie is niet mijn verantwoordelijkheid. Onze penningmeester Rob is de aangewezen persoon om met deze commissie samen te werken. Naast Commissaris Intern ben ik algemeen bestuurslid van de Stichting Fiscale Rechtshulp Limburg, of afgekort de SFRL, om een optimale samenwerking te waarborgen. Meer informatie over de SFRL is elders in deze uitgave te vinden. Met een succesvolle trainingsavond is ook hier het academisch jaar erg goed begonnen. Al met al heb ik er heel veel vertrouwen in dat het een prachtig jaar gaat worden!

Laurens Verkoijen Secretaris

Rob van Roij Penningmeester

Mijn naam is Laurens Verkoijen. Ik ben begin september begonnen aan de master Fiscaal Recht met het profiel directe belastingen. Naast mijn studie ben ik het komende studiejaar actief als secretaris/vice -voorzitter in het bestuur van de Fiscale studievereniging FIRST Maastricht. Als secretaris zal ik het aanspreekpunt voor de leden zijn, zal ik er zorg voor dragen dat onze leden op de hoogte gehouden worden van de activiteiten die door of in samenwerking met FIRST Maastricht georganiseerd zullen worden en zal ik informatieve stukjes verzorgen in bijvoorbeeld het fiscale maandblad Forfaitair. Niet onbelangrijk is tevens de acquisitie die wij met het gehele bestuur hebben gevoerd in de aanloop naar het studiejaar 2011-2012. Met dank aan onze sponsoren kijken wij uit naar een jaar dat vol zal staan met zowel leuke als interessante activiteiten. Zo zullen er het komende jaar weer een fiscale bedrijvendag, symposium, Luxemburg- trip, kantoorbezoeken en vele borrels plaatsvinden! Tevens zullen er iedere week voorafgaande aan de tentamens tentamentrainingen gegeven worden. Als bestuur FIRST Maastricht 2011-2012 zullen wij er zorg voor dragen dat het studiejaar voor iedereen een geslaagd jaar wordt!

Laat ik beginnen met mijzelf voor te stellen. Met deze meer dan legendarische woorden begon het stukje van mijn voorganger. In het kader van ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen’ (een adagium dat bij het schrijven van een scriptie nog wel eens tot een minder bevredigend resultaat kan leiden) begin ik mijn stukje, zoals jullie hierboven gezien hebben, met de zelfde woorden. Mijn naam is Rob van Roij, 22 jaar en trots om mijzelf hier te mogen presenteren als penningmeester van FIRST voor het academische jaar 2011-2012. Naast deze fuctie zal ik dit jaar een begin maken aan mijn Master Fiscaal Recht, het directe profiel. Het financiëel gezond houden is de essentiële taak van de penningmeester. Dit ondanks dat de rampspoed van eerdere jaren grotendeels rechtgezet is, door een goed optreden van mijn voorganger. Toch zullen wij ook dit jaar weer een solide financieel beleid voeren, niet gericht op het maken van winst, maar gericht op stabiliteit. Het niet-winst-maken is niet alleen geen doel op zich, maar zelfs niet de bedoeling. Graag laten wij onze financiële middelen zo veel mogelijk ten goede komen aan onze leden. Rest mij nog jullie te danken voor het vertrouwen en te zeggen dat ik er, samen met mijn mede bestuurders, alles aan zal doen om het een mooi jaar te maken.

FIRM november 2011

9


• vereniging

FIRST Fiscale Bedrijvendag commissie Zoals elk jaar zal de FIRST Fiscale Bedrijvendag commissie in februari een bedrijvendag organiseren. Op deze dag zullen verschillende bedrijven zich presenteren aan de Bachelor en Master studenten van de opleidingen Fiscaal Recht en Fiscale economie. Dit jaar zullen ook internationale bedrijven zich presenteren, speciaal voor de internationale studenten. De studenten krijgen de kans kennis te maken met bedrijven aan de hand van workshops en presentaties. Wederom zal ook dit jaar een geheel verzorgde 3-gangen lunch worden neergezet. Studenten zullen elke gang wisselen van tafel en bedrijf. De dag wordt afgesloten met een banenmarkt gecombineerd met een borrel. Op deze manier kunnen de studenten op een minder formele manier kennismaken met de diverse fiscale bedrijven. Wij zijn erg gemotiveerd om van dit evenement een onvergetelijke dag te maken, we hopen je in februari te zien op de FIRST Fiscale Bedrijvendag! Vlnr. Yannick Scholte, Ruud van Eerd, Sanne Echten, Petra Linsen, Simon Daniëls en Anja de Goeij

Sanne Echten Voorzitter FIRST Fiscale Bedrijvendag commissie

Symposiumcommissie Komend jaar zal binnen FIRST weer een symposium gehouden worden. Tijdens dit symposium zal een specifiek fiscaal onderwerp van alle kanten belicht wordt door verschillende gastsprekers van verschillende bedrijven en instanties. De gehele dag zal er ook ruimte voor discussie zijn, zodat de liefhebbers hun kritische vragen en/of opmerkingen kunnen voorleggen. Uiteraard zal de gehele dag verzorgd worden compleet met ontvangst, diner en een borrel achteraf. Onze commissie is inmiddels bevlogen van start gegaan. We hebben al volop ideeën om de komende editie wederom de moeite waard te maken en hopen dan ook velen van jullie te mogen verwelkomen! Dit academisch jaar zal het FIRST Symposium plaatshebben op woensdag 25 april. Rein Hoefnagels Voorzitter Symposiumcommissie Vlnr. Joep Spoorenberg, Wouter Diederen, Chivanne Peeters en Rein Hoefnagels (Annemarie van den Broek ontbreekt op de foto)

Activiteitencommissie Wil jij op ons feestje komen? Het komende jaar bepalen wij waar jij uit je dak gaat! De activiteitencommissie zal haar uiterste best doen om ook dit jaar op het informele vlak tegemoet te komen aan de wens van de Maastrichtse fiscalist. We zijn het academisch jaar meteen goed begonnen met een actieve leden-uitje om elkaar wat beter te leren kennen. Daarna stromen we in sneltreinvaart door naar een Sportdag die open staat voor alle leden waar nog meer informatie over zal volgen. Tot slot komen we aan het eind van het academisch jaar een laatste keer tezamen, vlak voor de laatste tentamens, om namens het bestuur de commissie leden te bedanken voor hun inzet gedurende het jaar. Lieve mensen, het belooft een fantastisch jaar te worden. Wij van de activiteitencommissie hebben er zin in! “At your service.” Vlnr. Tobias Noordhoek, Mignon Bejas, Ellen Liefkens en Koen Schnackers 10

Ellen Liefkens Voorzitter Activiteitencommissie

november 2011 FIRM


• vereniging

FIRM Commissie

Vlnr. Gilles Habets, Philippe Pieters, Dennis Hilkens en Denise Moerland (Mick Knops en Bob van de Kerkhof ontbreken op de foto)

Een echte vereniging kan natuurlijk niet zonder verenigingsblad. Ook dit jaar zal het verenigingsblad van FIRST, de “FIRM”, 4 maal verschijnen. Zoals u van de FIRM bent gewend, zult u weer enkele vaste rubrieken aantreffen. Hierbij kun je onder andere denken aan wetenschappelijke artikelen, verslagen van activiteiten georganiseerd door FIRST, verenigingsnieuws en natuurlijk nog veel meer! Dit jaar zal de FIRM-commissie bestaan uit de leden Denise Moerland, Philippe Piters, Gilles Habets, Mick Knops, Bob van de Kerkhof, en Dennis Hilkens. Zoals vertrouwt, zal ook dit jaar het design worden verzorgd door Stefan Roex. Het uitbrengen van de FIRM kan natuurlijk niet zonder jullie, de leden van FIRST. We hopen dan ook op jullie steun met betrekking tot het schrijven van verslagen over kantoorbezoeken en andere activiteiten die door FIRST worden georganiseerd. Samen met mijn commissieleden zullen we trachten een 4-tal FIRM’s uit te geven, waaraan jullie (hopelijk) veel leesplezier beleven. Dennis Hilkens Voorzitter FIRM-commissie

PR commissie De PR-commissie van FIRST heeft diverse taken op verschillende momenten in het jaar. De commissie bestaat dit jaar uit vijf leden: Bas Sijmons, Jasper Meessen, Jean Swillens, Nikie van Duurling, en Laura van Doorn. Onze hoofdtaak is natuurlijk de werving van nieuwe leden aan het begin van het academische jaar. Om zoveel mogelijk nieuwe leden te werven hebben wij FIRST tijdens de introductiedagen van zowel de bachelor- als masterstudenten aan beide faculteiten gepromoot. In de loop van het jaar zullen wij de vereniging blijven promoten en ook de activiteiten die FIRST organiseert. Dit jaar ligt verder de organisatie van het jaarlijkse Open Feest in onze handen. Wij gaan ons uiterste best doen om het zeer geslaagde lustrumfeest van afgelopen jaar te evenaren, en de activiteiten van FIRST met passie te promoten!

Vlnr. Jean Swillens, Nikie van Duurling, Bas Sijmons en Jasper Meessen (Laura van Doorn ontbreekt op de foto)

Laura van Doorn Voorzitter PR-commissie

Kascontrolecommissie Pecunia non olet, zoals Titus Flavius Vespasianus al opmerkte. Desondanks zijn er in de boekhoudwereld vele smerige zaakjes aan het licht gekomen. Om dit te voorkomen kennen wij ook binnen FIRST Maastricht een kascontrolecommissie, welke dit jaar zal bestaan uit de leden Harald Dols, Guido Schmitz en Toine Gorissen. Zoals men van de kascontrolecommissie mag verwachten, zullen wij ook dit jaar de financiële stukken van FIRST Maastricht controleren op onder andere nauwkeurigheid, juistheid en volledigheid. Hiertoe komt de commissie twee keer per jaar voorafgaand aan de Algemene Leden Vergadering van FIRST Maastricht samen om een objectieve en intensieve controle uit te voeren van de boekhouding die de penningmeester, naar men mag aannemen, in goede orde heeft bijgehouden.

Vlnr. Harald Dols en Guido Schmitz (Toine Gorissen ontbreekt op de foto) FIRM november 2011

Toine Gorissen Voorzitter Kascontrolecommissie

11


• vereniging

SFRL Ook dit jaar is de Stichting Fiscale Rechtshulp Limburg weer van de partij in het voorstelrondje. De SFRL is al jaren een vaste partner van FIRST, de band is goed en er wordt op een leuke manier samengewerkt. De SFRL is in het leven geroepen om de lage inkomensgroepen in de samenleving te helpen met hun belastingzaken. Op dit moment zijn wij actief in de gemeente Roermond bij Algemeen Maatschappelijk Werk, echter in de toekomst is het de bedoeling om uit te gaan breiden naar de gemeente Maastricht. In 2011-2012 bestaat het bestuur der SFRL uit Sanne Huntjens (secretaris), Sanne Vlaspoel (penningmeester), Loes van Hulten neemt de zaken vanuit FIRST op zich en ondergetekende zal optreden als voorzitter. Vorig jaar is de SFRL een andere weg ingeslagen, dit jaar is het de bedoeling om deze weg verder te volgen en om de stichting nog meer te vernieuwen. Namens de SFRL, Tom Dammer Voorzitter Stichting Fiscale Rechtshulp Limburg 2011-2012

• verslag

door Philippe Piters

Een dag uit het leven van… Jurian Pans, Consultant Tax bij Ernst & Young. Jurian is sinds mei 2011 werkzaam bij Ernst & Young op de kantoren Maastricht en Eindhoven. Hieronder een bondige beschrijving van een dag op de werkvloer. Om 7 uur gaat de wekker. Na een frisse douche, een kop koffie en een stevig ontbijt stap ik in de auto op weg naar kantoor. Vandaag een dag op kantoor Maastricht waar ik om 8 uur arriveer. De dag op kantoor begint met het openklappen van de laptop en het checken van mijn e-mail. Aan de hand van de binnengekomen mail en de overige nog liggende werkzaamheden maak ik een planning die het beste aansluit bij de deadlines. Een van de taken is het opstellen van de fiscale positie van een woningcorporatie. Een diverse taak waarbij aan de hand van de aangeleverde stukken en de voor woningcorporatie geldende wetgeving vanuit het commerciële resultaat wordt toegewerkt naar het fiscale resultaat. Daar waar nodig, wordt extra informatie opgevraagd bij onze accountants dan wel bij de klant. Vervolgens is er een bespreking over de fiscale positie met de leidinggevende, waarna we het resultaat met de klant communiceren. Uiteraard is er tussendoor altijd tijd voor wat ‘social talk’ en een kop koffie. Na een korte pauze wordt een herstruc-

12

turering besproken van een concern. De desbetreffende casus wordt toegelicht door de account manager en de route voorwaarts wordt bepaald. Naar aanleiding hiervan stel ik verzoeken op richting de belastingdienst om goedkeuring te verkrijgen over fiscale faciliteiten over onder andere de juridische fusie. Het is vrijdag dus er wordt buiten de deur geluncht. Met een paar collega’s schuiven we de fiscale problematiek opzij en wordt er informeel van de pauze genoten. Hierna wordt de middag gevuld met werkzaamheden voor een zorginstelling. Gebruik makend van de wet en de jurisprudentie wordt een uitgebreide beoordeling gemaakt voor de mogelijke toepassing van de zorgvrijstelling. Door deze analyse scherp in te stellen wordt verwacht de klant goed nieuws te kunnen brengen over de vennootschapsbelastingplicht. Enkele onduidelijke posten worden telefonisch kortgesloten met de klant. Ter afsluiting van de dag is er ter voorbereiding op het vaktechnisch overleg voor volgende week een bespreking over de actuele onderwerpen zoals de jurisprudentie van

de afgelopen week, en een casus die bij een klant speelt. Na een productieve week wordt deze afgesloten met een informele borrel in een kroeg nabij het kantoor. Voor sommigen eindigt deze iets later dan voor anderen…

november 2011 FIRM


• Verslag

door Denise Moerland

Stage lopen op de Cariben! Na drie jaar een verplicht bachelorcurriculum bood de masterfase mij afgelopen jaar eindelijk keuzeruimte. Ik twijfelde over een stage of om te gaan studeren in het buitenland. Toen ik de advertentie van Spigthoff Curaçao voorbij zag komen was dit voor mij de ideale oplossing!

Na er een halfjaar naar uit te hebben gekeken, vloog ik op 25 april dan eindelijk naar Hato Airport! Mijn studentenhuis bleek een uitstekende keus, gelegen op 500 meter van de Pondjesbrug, een achtertuin aan zee en gezellige huisgenootjes. Na eerst een week vrij te hebben gehad om bij te kunnen kleuren, begon mijn stage bij Spigthoff. Spigthoff is gelegen in een pittoresk, oud-koloniaal gebouw in Scharloo, een wijk van Willemstad, en heeft ruim vijfentwintig medewerkers. Er is een algemene fiscale praktijk die uit twee partners en twee adviseurs bestaat. Curaçao heeft een eigen fiscale wetgeving die op de Nederlandse wetgeving gebaseerd is. De fiscale wetgeving is echter nog zeer beperkt, waardoor er veel creativiteit van je wordt gevraagd. Tijdens mijn stage ben ik met veel verschillende vraagstukken in aanraking gekomen. De opdrachten die ik vooral erg interessant vond, waren de opdrachten over de nieuwe BES-wetgeving: de Belastingwet BES die vanaf 1 januari 2011 in werking is getreden. De Belastingwet BES is erg verschillend van de Antilliaanse wetgeving die voor de staatkundige herziening op de BES-eilanden van toepassing was. Door deze veranderingen rij-

FIRM november 2011

zen er veel interessante vragen. Ook buiten kantooruren hebben de andere stagiaires en ik de medewerkers van Spigthoff kunnen leren kennen. Door het tienjarige jubileum hadden wij het geluk dat we mee mochten op een personeelsweekendje naar Puerto Rico! Het grootste voordeel van stage lopen op Curaçao is uiteraard het altijd mooie weer, de heldere blauwe zee en uitgaan op het strand. Leuk om te zien is hoe je aan de ene kant veel overeenkomsten met Nederland, zoals de Albert Heijn en de Nederlandse verkeersborden, en hoe je aan de andere kant ook veel on-Nederlandse dingen ziet, de felgekleurde huizen, de relaxte instelling, de vriendelijke daklozen die voor een paar gulden je auto weer laten glimmen en niet te vergeten de ‘gewoonte’ om achter het stuur te klimmen met al heel wat biertjes op, en één in je hand! Kortom heb ik enorm genoten van mijn tijd bij Spigthoff en op Curaçao in het algemeen. Een stage lopen op ‘Dushi Korsoù’ kan ik het best omschrijven als een perfecte combinatie van werkervaring opdoen, ontsnappen aan het alledaagse leven in Maastricht en heerlijk genieten van het Caribische leven!

13


• verslag

door Sander Venrooy

PwC Perfecte Vakantiebaan Ook dit jaar heeft PwC weer De Perfecte Vakantiebaan georganiseerd voor studenten die kennis willen maken met de fiscale praktijk. Twee weken lang konden studenten meelopen met hun begeleider en ervaren wat de fiscaliteit en PwC zoal te bieden hebben. Maastricht, is zoals altijd weer goed vertegenwoordigd, ondanks dat sommige moeite hadden met de Assignment… Op maandag 4 juli begon mijn avontuur bij PwC Utrecht op de Private companies afdeling. Nadat ik mij netjes om half 9 op het kantoor meldde bleek de rest van de Perfecte vakantieBaan-ers (oftewel Pvb-ers) zich pas om 12 uur te hoeven melden. Gelukkig was mijn begeleider bereidt mij nu al onder haar vleugels te nemen en binnen een half uur was ik dan ook een laptop, 14

wetbundel en badhanddoek rijker. Na de gebruikelijke introductie kon het feest dan echt beginnen. Samen met een mede PvB-er kregen wij de opdracht voor een niet nader te noemen internationaal vervoersbedrijf de energie belasting te beperken. Net als meesten van jullie wisten wij niets van energiebelasting, laat staan hoe deze te beperken. 8 werkdagen later heeft dit echter geleid tot een aanzienlijke besparing voor de klant. Gedurende deze twee weken is mij erg opgevallen hoeveel vrijheid je krijgt om je eigen gang te gaan. Waar nodig kreeg je voldoende begeleiding en de deuren stonden overal open. Als de vaktechniek van de collega’s in Utrecht tekort schoot, werd de mogelijkheid geboden (internationaal) collega’s van andere vestigingen raad te plegen. Ook het vaktechnisch overleg werd door de PvB-ers bijgewoond. De daar behandelde materie ging ons (en de meeste junioren) ver

te boven, maar leidde vaak tot pittige discussies (het PGO-systeem blijkt bij PwC heel goed te werken). Gedurende de werkdag bleven de Maastrichtenaren onderling op de hoogte van elkaars vorderingen via een soort interne MSN. De laatste donderdag werd de Perfecte vakantiebaan afgesloten met een BBQ die letterlijk in het water viel. Strand zuid was verregend en de BBQ werd dan ook naar binnen verplaatst. FIRST begon vervolgens met wat ze altijd doen op borrels: net iets te vroeg mexxen en afsluiten in het meeste ‘foute’ café van Amsterdam, de Bubbels. Vrijdag net iets te brak op kantoor om toch nog een kleine presentatie te geven en het functionering gesprek te voeren. Al met al een leerzame periode waarin de collega’s van PwC bewezen dat een informele werksfeer ook mogelijk is in de fiscaliteit.

november 2011 FIRM


Of heb jij een beter idee om jezelf te lanceren? www.werkenbijpwc.nl

Š 2011 PricewaterhouseCoopers B.V. (KvK 3412089) Alle rechten voorbehouden.


• Verslag

door Philippe Piters

Landelijk Overleg Fiscalisten 2011 Vrijdag 24 september was het zover – het jaarlijkse LOF-congres: een van de grootste fiscale evenementen van het jaar. Een speciale dag, waarbij niet alleen inhoudelijke gastcolleges werden gegeven maar er ook ruimte was voor een banenmarkt, diner en een informele afsluiting.

Dit jaar was de organisatie toebedeeld aan onze collega’s in Amsterdam. Dit betekende voor FIRST uiteraard dat er vroeg moest worden opgestaan om op tijd de trein te nemen. FIRST was dit jaar uitzonderlijk goed vertegenwoordigd met meer dan 40 studenten. Net niet genoeg om de speciale prijs voor de vereniging met de meeste deelnemers te bemachtigen, maar toch zeker een mooi aantal! Met als thema de CCCTB (een vennootschapsbelasting op Europees niveau) was er een actueel onderwerp gekozen. De Europese Commissie heeft onlangs de CCCTB voorgesteld om de regeldruk en lasten voor Europees-georiënteerde bedrijven te verlichten. Onder de CCCTB regelgeving (die overigens optioneel is naast de gewone vennootschapsbelastingen in de lidstaten) is het voor een concern namelijk mogelijk om bij één belastingdienst aangifte te doen van al hun aangiften vennootschapsbelasting, de zogenaamde ‘one-stop-shop’. Winsten en verliezen kunnen dan door heel 16

Europa met elkaar verrekend worden, net zoals nu in Nederland mogelijk is met de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. Het congres werd gehouden in de Beurs van Berlage, een Amsterdamse toplocatie vlakbij het station. Op dezelfde plek waar ooit Job Cohen het burgerlijk huwelijk voltrok van kroonprins Willem-Alexander en Máxima, werd door de sprekers college gegeven over de CCCTB. Onder leiding van Dr. J.L. van de Streek en Prof. Dr. D. Weber werd de CCCTB van verschillende kanten belicht door onder andere het hoofd van de werkgroep CCCTB van de Europese commissie, diverse professoren en een afgevaardigde uit het bedrijfsleven. Helaas ging de geplande komst van Frans Weekers op het laatste moment niet door, de staatssecretaris was ziek. Na het plenaire deel van de dag volgde een banenmarkt waarbij diverse fiscale werkgevers zich profileerden op de beursvloer. Naast deze mogelijkheid om met de bedrijven nader ken-

nis te maken werden er natuurlijk ook drankjes geserveerd en werd er door Ernst & Young een boek over de CCCTB ter beschikking gesteld. Vervolgens gingen we op weg naar het diner welk werd opgediend in het Grand Hotel Krasnapolsky, gelegen op de Dam. In een sfeervolle zaal werd een driegangen diner geserveerd en was er de mogelijkheid met toekomstige werkgevers verder in gesprek te gaan. De avond was hierna echter nog niet voorbij! De delegaties uit Maastricht en Groningen hadden namelijk nog de mogelijkheid gekregen om te overnachten in een nabijgelegen hostel. Dit aanbod werd door de FIRST afvaardiging natuurlijk gretig aangenomen! Tot in de late uurtjes werd deelgenomen aan de afterparty in de Amsterdamse Supperclub om de avond stijlvol en spetterend af te sluiten, waarna de volgende dag de trein huiswaarts werd genomen. Al met al een leerzame en gezellige dag!

november 2011 FIRM


• borrelpagina

FIRM november 2011

17


• InHOuDelIjk

TEKST PHIlIPPe PITeRS

Belastingplan 2012 De hoofdzaken

Ook dit jaar werd er tijdens Prinsjesdag weer het belastingplan gepresenteerd. Dit plan behelst de fiscale wijzigingen die het kabinet wenst door te voeren in 2012. Ik zal hier kort en bondig enkele hoofdzaken vermelden: •

•

18

Het aantal belastingen wordt sterk verminderd, van 22 naar 15. Enkele ‘kleinere belastingen’ komen te vervallen: de afvalstoffenbelasting, de grondwaterbelasting, de verbruiksbelasting van pruim- en snuiftabak, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, de belasting op leidingwater, de verpakkingenbelasting en het eurovignet. De spaarloonregeling en de levensloopregeling verdwijnen. In plaats hiervan komt het vitaliteitssparen. Het vitaliteitssparen is een van box 3 heffing uitgesloten vermogen van 20.000 euro, wat naar eigen inzicht door de werknemer mag worden ingevuld. Een vereiste is wel dat de jaarlijkse premie lager is dan 5000 euro. Deze premie is aftrekbaar in box 1. Opmerkelijk is dat er naar eigen inzicht kan worden opgenomen. Tevens wordt de levensloopregeling langzaam afgebouwd. Deze kan geruisloos worden omgezet in het vitaliteitssparen. Het opgebouwde spaarloon mag in 2013 zonder fiscale gevolgen worden opgenomen. Het vitaliteitssparen wordt behandeld in

•

•

•

•

een nieuw te vormen Artikel 1.7a in de wet IB 2001. De zelfstandigenaftrek wordt vereenvoudigd: dit wordt een vaste aftrek van €7280,- euro onder de naam basisaftrek. Opmerkelijk is dat dit bedrag niet wordt geïndexeerd. Deze aftrek zal dus, de jaarlijkse inflatie in acht nemend, in reële zin steeds minder waard worden. De 30% regeling wordt aangepast. Er wordt een nieuw vereiste gesteld (buiten de eis van schaarse specifieke deskundigheid), namelijk een salarisnorm van € 50.619,-. Deze norm wordt jaarlijks geïndexeerd. Buiten deze salarisnorm worden nog extra regels gesteld om enkele zaken recht te trekken. In het verleden werd namelijk gebruik gemaakt van de 30% regeling door mensen waarvoor deze regeling eigenlijk niet bedoeld was. De arbeidskorting voor ouderen en de doorwerkbonus worden vervangen door een werkbonus die zal zijn terug te vinden in de wet Loonbelasting 1969 en de wet Inkomstenbelasting 2001. Deze bonus zal maximaal €3000,- bedragen. Deze heffingkorting wordt vormgegeven door een extra lid toe te voegen aan Artikel 8.11 van de wet IB 2001. In de vennootschapsbelasting worden de resultaten van een buitenlandse vaste inrichting vanaf 2012 niet langer in de wereldwinst

•

•

•

opgenomen. Door deze objectvrijstelling krijgt de buitenlandse vaste inrichting meer de behandeling van een deelneming. Dit geldt echter niet voor een passieve buitenlandse vaste inrichting. De objectvrijstelling komt in een nieuw te vormen afdeling in de wet VPB 1969 en bestaat uit de Artikelen 15 e tot en met 15j. De renteaftrek in overnameholdings wordt beperkt tot 1 miljoen euro. Bij een gezonde financiering blijft de aftrek echter gehandhaafd. Artikel 14a & 14b van de wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden uitgebreid. Innovatie wordt verder gestimuleerd door de Research and Development aftrek. Deze aftrek is bedoeld voor niet-loonkosten. Loonkosten met betrekking op onderzoek en innovatie zijn al aftrekbaar via de speur- en ontwikkelingswerk afdrachtvermindering. Tevens komt er ook een aftrek voor bijdragen van bedrijven aan privaat-publieke top instituten. Heffingsrente wordt voortaan belastingrente genoemd en het tijdvak waarover rente wordt berekend begint op 1 juli na afloop van het belastingjaar.

Bron: Tweede Kamer, 16-9-2011, Belastingplan 2012. Commentaar PwC op Belastingplan 2012.

NOVEMBER 2011 FIRM


• inhoudelijk

tekst mick knops

Over eten, drinken en drama Om te beoordelen of er BTW-consequenties voor deze verenigingen zullen zijn moeten we een drietal dingen bespreken, te weten: • Is er sprake van ondernemerschap voor de omzetbelasting? • Worden er prestaties (diensten of leveringen) verricht? • Is er een vrijstelling van toepassing? Ik zal eerst deze drie aspecten behandelen, toegespitst op het onderwerp van dit artikel. Daarna zal ik een aantal veelvoorkomende organisaties of groepen uitwerken aan de hand van deze aspecten. Ik ga niet in op welk tarief van toepassing is en of er speciale (aangifte) regelingen zijn, maar slechts of er in beginsel belastingplicht bestaat voor deze groepen en of er sprake is van belaste prestaties. Bij de vrijstellingen behandel ik alleen die, welke het meest passend zouden zijn in deze gevallen.

Ondernemerschap

De verhoging van het BTW-percentage in kunst- en cultuursector heeft tot aardig wat ophef geleid en menig theater en kunstenaar verhief (en verheft) Bachs cantate ‘Ich steh mit einem fuss im Grabe1’ tot situatieomschrijving. Hoewel – gezien het thema van dit nummer – het voor de hand ligt hierover te schrijven, doe ik dat evenwel niet. Ik wil het namelijk over een meer fundamentele problematiek hebben, namelijk de belastingplicht van ‘buurtorganisaties’ en lokale verenigingen. Groepen zoals een carnavalsvereniging, een operagroep, een kookclubje en allerlei andere (kleine) soorten bijeenkomsten van mensen – groepen die vaak geen besef van hun fiscale status hebben.

FIRM november 2011

Het ondernemerschap in de BTW is een breed en gecompliceerd onderwerp, waarover een uitgebreide jurisprudentie bestaat en waar meer dan eens een boek/proefschrift aan gewijd is. Zelfs een kort overzicht geven over de eisen en jurisprudentie zou waarschijnlijk al ver buiten het bereik van de opzet van dit artikel liggen en ik zal mij hier dan ook van weerhouden. Complicerende factor is daarbij, dat er zowel de nationale wet en een Europese BTWrichtlijn is, met ieder een eigen definitie van het begrip ondernemer en de bijbehorende jurisprudentie. Artikel 7, lid 1 van de Wet2 definieert als ondernemer ”(…) ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent” en de BTW-richtlijn definieert de ondernemer in artikel 9, lid 1 als “(…) ieder die, op ongeacht welke plaats, zelfstandig economisch activiteit verricht, ongeacht het oogmerk of resultaat van die activiteit (…)”. Het ‘ieder’ beperkt het ondernemerschap niet tot de in de wetgeving gedefinieerde rechtsvormen en uit uitgebreide jurisprudentie blijkt dat een breed scala aan entiteiten en samenwerkingsverbanden een ondernemer voor de BTW kunnen zijn wanneer zij ‘een organisatie die in het maatschappelijk verkeer naar buiten toe optreedt als een entiteit’3 is. Daar deze definitie een zeer

19


• inhoudelijk

breed bereik heeft, veronderstel ik dat de in dit artikel bedoelde organisaties aan dit criterium voldoen en ga ik hier niet verder op in. De Nederlandse definitie bevat het begrip ‘bedrijf’ en de BTW-richtlijn spreekt over ‘economische activiteit,’ welke in artikel 9 van de richtlijn nog verder worden gedefinieerd als “alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmede gelijkgestelde beroepen.” Uit BNB 1984/295 blijkt echter, dat de Nederlandse term dezelfde inhoud heeft als de omschrijving in de BTWrichtlijn en de jurisprudentie van het HvJ kan dus ook gebruikt worden voor het uitleggen van het begrip. Hoewel uit de richtlijndefinitie gehaald kan worden, dat winst beogen geen vereiste is (iets wat ook in de Nederlandse jurisprudentie vaste lijn is), blijkt uit het Hong Kong-arrest4 dat bij het slechts presteren om niet, geen ondernemerschap aanwezig is. Er dient dus op zijn minst een omzetstreven te zijn. Daarbij wordt in artikel 2 van de richtlijn bij de bepaling van de grondslag gesproken over prestaties onder bezwarende titel en zoals ook Van Hilten/Van Kesteren5 betogen dient er in ieder geval sprake te zijn van een tegenprestatie. De tegenprestatie hoeft niet in geld te zijn, de richtlijn spreekt over ‘tegenprestatie’ en artikel 8 van de Wet geeft expliciet aan dat wanneer een tegenprestatie niet een geldsom is, de totale waarde van de tegenprestatie de maatstaf van heffing is. Uit het Tolsma-arrest6 blijkt dat de opbrengst ook bedongen moet kunnen worden. Het betrof hier een straatmuzikant die zijn toehoorders niet kon dwingen geld in zijn ‘pet’ te gooien. Hij kon echter wel een bepaalde omzet verwachten Meer toegespitst op de in dit artikel bedoelde organisaties: zij zullen onder de ‘dienstverrichter’ in de richtlijndefinitie kunnen vallen wanneer zij prestaties leveren, waartegen zij een vergoeding kunnen afdwingen. In de Nederlandse literatuur wordt nog vaak de deelname in het economisch verkeer gesteld voor het aanwezig zijn voor een bedrijf, maar gezien het feit, dat er prestaties aan anderen verricht dienen te worden is dit mijns inziens al een gegeven. Als laatste zit in beide definities nog het begrip ‘zelfstandig’ besloten. Dit begrip is bedoeld om loontrekkende in die hoedanigheid uit te sluiten van ondernemerschap. Ik volsta thans met het vermelden van de eis, aangezien het in dit artikel gaat over groepen mensen die een gezamenlijk doel hebben en het zelfstandigheidcriterium dan zelden een probleem is.

20

Het verrichten van prestaties Uit voorgaande onderdeel bleek al, dat het verrichten van prestaties noodzakelijk is voor heffing, nu zij bepalend zijn voor het ondernemerschap. Ook bleek al dat het louter presteren om niet geen ondernemerschap oplevert en er bijgevolg sprake dient te zijn van een vergoeding voor de prestaties – die eveneens afdwingbaar dient te zijn. Deze vergoeding is sowieso van groot belang, nu zij volgens artikel 8, lid 1 van de Wet de grondslag vormt voor de belasting. Deze vergoeding dient een tegenprestatie te zijn voor de dienst7. Dientengevolge is het dus essentieel te bepalen of de entiteit prestaties verricht en zo ja, of zij voor deze prestaties een vergoeding verkrijgt en wat hoogte van die vergoeding is.

Donaties De verenigingen en groepen die ik in dit artikel voor ogen heb zullen nagenoeg allemaal een contributie van hun leden vragen. Uit het arrest Kennemer Golfclub8 blijkt, dat contributie gezien mag worden als de tegenprestatie voor een door een vereniging verrichte diensten aan haar leden. Daarbij was het niet van belang dat niet elk betalend lid evenveel gebruik maakte van de diensten van de vereniging, of dat er een forfaitaire contributie werd gevraagd, ongeacht de intensiteit van het gebruik. Dit zal bij een stichting in beginsel anders zijn. Een stichting kan immers geen contributie eisen, aangezien zij geen leden kan hebben. In de praktijk komt echter voor, dat er afgesproken wordt dat er een ‘verplichte’ donatie is aan

de stichting. Het verschilt dan weer per geval wat de consequenties zijn van het al dan niet betalen van deze donatie, maar een rechtens afdwingbare is deze donatie zelden. BNB 1996/327 betrof een dansstichting die van een dergelijke praktijk gebruik maakte, waarbij de donaties volgens haar ‘invorderbaar’ waren. Het Hof oordeelde dat de donaties een vergoeding vormden voor de door de stichting geleverde prestaties. Ik vraag mij echter af of hetzelfde opgaat wanneer er daadwerkelijk een vrijwillige bijdrage is (doch deze sociaal gezien verplicht is). Bij de Kennemer Golfclub bestond de prestatie van de vereniging uit het ter beschikking stellen van de baan en bijbehorende faciliteiten. Het HvJ achtte een rechtstreeks verband aanwezig, tussen de contributie van de leden en deze terbeschikkingstelling. In het verlengde hiervan dient dus voor onderhavige casusposities nagegaan te worden of zij prestaties aan haar leden verricht en of er een rechtstreeks verband bestaat met de contributie.

De vrijstellingen Artikel 11, lid 1, van de Wet noemt een aantal vrijstellingen op. Onder deel b van dat lid bevat de vrijstelling voor verhuur van onroerende zaken. Onderdeel f bevat een vrijstelling voor prestaties van sociale of culturele aard, mits er geen winstoogmerk is en er geen ernstige verstoring van de concurrentiepositie optreedt. Uit artikel 7, lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting 1968 blijkt dat het hierbij dient te gaan om leveringen of diensten genoemd in

november 2011 FIRM


• INhoudelijk

een bijlage bij dit Uitvoeringsbesluit. Dit zijn circa 25 posten welke ik hier niet zal opsommen. Tevens kan de inspecteur bij beschikking bepaalde prestaties erkennen als sociale of culturele prestaties die onder artikel 11, lid 1, onderdeel f van de Wet vallen. De in dit artikel genoemde casusposities komen niet voor op de lijst in de bijlage. Onderdeel p stelt ‘voordrachten en dergelijke diensten’ vrij indien er slechts een kostendekkende vergoeding wordt gevraagd. Artikel 7 van de Uitvoeringsbeschikking bepaalt dat dit moet gebeuren door publiekrechtelijke lichamen, stichtingen of verenigingen en dat de voordracht ter bevorderingen van de wetenschap of algemene ontwikkeling strekt. Het is niet geheel duidelijk wat hier allemaal onder valt. Cursus Belastingrecht noemt onder andere lezingen, excursies, voordrachten en cursussen, maar stelt dat muziekuitvoeringen en toneelvoorstellingen er niet onder vallen9. Onderdeel t spreekt ten slotte over diensten door ‘(…) organisaties van politieke, godsdienstige, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke of liefdadige aard (…)’. Dit duidt echter meer op wat in het normaal spraakverkeer als ‘goede doelen’ zou worden omschreven en ik acht de kans klein dat onderhavige groepen daaronder zouden vallen.

De casussen Ik behandel per casus of het waarschijnlijk is dat zij diensten of leveringen verricht in de zin van de Wet en of de contributie kan worden aangemerkt als een tegenprestatie voor een dienst. Daarbij geldt in zijn algemeenheid voor stichtingen en donaties hetgeen ik hiervoor heb gezegd en ga ik hier niet steeds apart op in. De carnavalsvereniging Ik stel mij voor dat tegenover het betalen van contributie en het lid zijn van een dergelijke vereniging staat, dat een lid mee mag op bepaalde uitjes, mee vergadert en mee ‘mag’ helpen bij het organiseren van feesten. Ik onderken echter geen specifieke prestaties die voortvloeien uit de contributie, nu dergelijke feesten veelal openstaan voor iedereen en in laatste geval nog eerder een prestatie door het lid aan de vereniging geleverd wordt. Ik betwij-

fel of de mogelijkheid tot het associëren met een bepaalde groep als prestatie kan worden aangemerkt. Indien de vereniging overigens entreegelden vraagt voor bovenstaande feesten, dan verricht zij met betrekking tot deze wel degelijk een prestatie tegenover deze entreegelden en zijn zij dus ondernemer en belast met betrekking tot deze activiteit. Er is geen vrijstelling hierop van toepassing.

verbazen, maar menig studentenvereniging zal zich er niet van bewust zijn dat het ter beschikking stellen van ruimtes of het organiseren van gezamenlijke activiteiten ook een prestatie is. Indien de vrijgestelde verhuur en kantine-activiteiten in één en dezelfde entiteit plaatsvinden, zal dit dan gevolgen hebben voor het recht op aftrek voor de inkoop van de kantine.

De fanfare Indien de fanfare muziekinstrumenten en/of een (al dan niet gehuurde) oefenruimte aan haar leden ter beschikking stelt, zal er sprake zijn van een tegenprestatie voor de contributie. Daarbij zou ook de gelegenheid geven tot het meelopen in optochten en parades als dienst kunnen worden aangewezen, nu dit vaak individueel niet mogelijk is. De contributie is in die gevallen belast. Op het ter beschikking stellen van de ruimtes zal de vrijstelling van artikel 11, lid 1 onder b van de Wet van toepassing zijn.

De kookclub Indien de club een ruimte huurt en deze ter beschikking stelt, verwijs ik naar voorgaande casussen. Ik ga er verder van uit dat er een contributie betaalt dient te worden, waarvan de ingrediënten gekocht worden. De vereniging stelt in die zin dan de ingrediënten (al dan niet in verwerkte vorm) aan haar leden ter beschikking. De contributie is dan belast. In deze zin luidde ook het Besluit van de Staatssecretaris van 12 augustus 2004, CPP 2004/1357M, wat echter vanwege de beschrijvende/casuïstische aard is ingetrokken. Dit betekent mijns inziens niet dat er een wijziging van beleid is geweest; zij verrichten nog steeds belaste prestaties. Een vrijstelling is niet van toepassing.

Een zangvereniging of vereniging voor opera- of toneelproductie Indien er een ruimte ter beschikking wordt gesteld om te oefenen, geldt hetzelfde als bij de hierboven behandelde fanfare. Daarbij zou ook de mogelijkheid tot meespelen in een productie als dienst gezien kunnen worden tegenover de contributie, aangezien de vereniging vaak kostuums, belichting en dergelijke regelt. Op de verhuur van de ruimtes is de reeds eerder genoemde vrijstelling van toepassing. Op het ter beschikking stellen van kostuums e.d. zal dit niet het geval zijn. Indien bij de uitvoering van de productie entree wordt gevraagd, dan is dit ook een belastbare dienst tegenover deze entree. Ook is vanzelfsprekend de levering van Cd’s of Dvd’s een belastbare levering. Een studentenvereniging BNB 1995/277 betrof een sociëteit die slechts toegankelijk was voor leden. Op de sociëteit werden spijzen en dranken verstrekt tegen betaling, was er gelegenheid tot televisiekijken en biljarten en het gebruik van een bibliotheek. De Hoge Raad achtte een onderneming aanwezig. Dat het verstrekken van spijzen en dranken een belastbare activiteit is zal niet

Tot slot Tijdens het schrijven van dit artikel was ik zelf redelijk verbaasd over de waarschijnlijke belastingplicht van veel verenigingen en groepen die daar zelf geen weet van hebben. Ik hoop dat ook dat inspecteurs coulant met dergelijke gevallen omgaan, nu het onredelijk is te verwachten dat een pas begonnen kookclubje zich er van vergewist wat hun BTW-verplichtingen zijn. Maar ook de grotere verenigingen, zoals een fanfare of studentenvereniging, zou goed op moeten letten op haar verplichtingen. Dit artikel begonnen zijnde met een cantate van Bach, is het in lijn ook af te sluiten met een (uiterst toepasselijke) cantate10 van zijn hand: Nur jedem das Seine! Muss Obrigkeit haben Zoll, Steuern und Gaben, Man weigre sich nicht Der schuldigen Pflicht! Doch bleibet das Herze dem Höchsten alleine.

1 BWV 156  2 De Wet op de Omzetbelasting 1968.  3 Van den Elzen en Van der Paardt, Het ondernemersbegrip in de omzetbelasting, FED Fiscale brochures , 2e druk, 1998, p. 17.  4 HvJ 1 april 1982, Hong Kong, C-89/81.  5 M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, elfde druk, Kluwer, Deventer 2007, p.60.  6 HvJ 3 maart 1994, Tolsma, C-16-93.   7 HvJ 8 maart 1988, Apple and Pear development, C-102/86, punt 12.  8 HvJ 21 maart 2002, Kennemer Golf & Country Club, C-174/00.   9 Cursus Belastingrecht, Omzetbelasting, onderdeel OB.2.3.3.N.   10 Voor de liefhebber; BWV 163, ‘Nur jedem das Seine’, eerste aria. Hoewel hij met ´Höchten’ God bedoelt, kunnen wij hier net zo goed onze Staatssecretaris inpassen – het maakt het nóg toepasselijker.

FIRM november 2011

21


• verslag

door Megan Ruigrok

Loyens & Loeff Summercourse 2011 Na een spannende sollicitatie ronde kreeg ik het goede nieuws, ik mocht mee naar de Loyens & Loeff Summercourse die me in één week in Rotterdam, Amsterdam en Londen zou brengen! De Summercourse vond plaats van 11 t/m 15 juli. Naast 9 fiscalisten waren er ook 10 notariële studenten en 11 civiele studenten aanwezig, wat een leuke mix bleek gedurende de week! Het programma begon op maandagochtend in Rotterdam. Na een korte introductieronde stond meteen de eerste activiteit op de planning, een ‘Improvisatieworkshop’ die verzorgd werd door Boom Chicago. De workshop brak het ijs na 5 minuten al met allerlei simpele, grappige acties waar vooral de lachspieren getraind werden. ’s Middags was het de beurt aan de eerste afdeling binnen Loyens & Loeff om zich te presenteren. In de workshop ‘What’s in your backpack’ zagen we verschillende facetten van het ontslagrecht voorbij komen. De dag werd afgesloten met een borrel, een diner en een geweldige overnachting in Hotel New York! Aan het begin van de tweede dag werden de drie verschillende richtingen opgesplitst. De fiscalisten kregen een spoedcursus bedrijfsopvolging: ‘Wie betaalt bepaalt’, waarbij we erg blij waren met de hulp van de aanwezige fiscalisten! De casus bleek erg pittig voor de 22

aanwezige studenten, zeker nadat we een te- van de groep nog even Amsterdam in gedoken! lefoontje ontvingen dat onze ‘klant’ aan het Op de laatste ochtend in Amsterdam volgoverlijden was. Toch hebben we uiteindelijk den de fiscalisten een internationaal gerichte een mooie structuur voor de bedrijfsopvolging workshop: ‘Tax me if you can’, waar we met bedacht! ’s Middags, na de lunch bij Dudok, mutsje op, mutsje af werden getest in grenswerden de drie groepen weer bij elkaar ge- overschrijdende vraagstukken en nog een voegd. Het middagthema was vastgoed, hierin kleine casus op hebben gelost. De donderdag kwam vooral duidelijk naar voren dat er op stond echter vooral in het teken van Schiphol, deze afdeling veel samen gewerkt wordt tus- waar we een aantal uur op onze steeds verder sen fiscalisten, het notariaat en de advocatuur. vertraagde vlucht hebben gewacht. Het wachEen zeer interessante presentatie door een ten was het echter zeker waard, na snel onze medewerker van Provast over de markthal die spullen in het hotel te hebben gezet doken we pal naast kantoor Rotterdam werd gebouwd en het nachtleven van Londen in! Terwijl de mueen kort bezoek aan het hotel dat boven het ziek al aan stond genoten wij nog even van een spoor gebouwd worden brachten de theorie in diner in de ‘Tiger Tiger’, waarna we ons zelf contact met de realiteit. Ook deze dag werd met ook bij de feestvreugde konden voegen! een diner en borrel afgesloten in het centrum Bij aankomst op kantoor Londen op vrijdagvan Rotterdam. ochtend was het toch even schrikken. Er werd Op de woensdagochtend vertrokken we meteen een uitgebreide structuur op het bord naar kantoor Amsterdam, waar we een presen- getekend. Gelukkig werden onze hersens deze tatie over de Private Equity afdeling volgden. ochtend niet op de proef gesteld, maar werden Tijdens het middagprogramma konden we we getest op onze algemene “Londen” kennis. in gemixte groepjes onze kennis laten zien in Wat toch niet erg meeviel, want op welk numeen quiz over diverse onderwerpen. Aangezien mer woont de Prime Minister toch ook al weer? kantoor Amsterdam aan het water ligt kon een ’s Middags waren we vrij om de stad te verkenboottocht natuurlijk niet uitblijven! Deze boot- nen en natuurlijk te shoppen! Eindigend met tocht bracht ons naar hartje Amsterdam, waar een heus ‘jetset’ gevoel vlogen we ’s middags we dineerden in een mooi restaurant. We zagen terug naar Nederland en werd de week afgesloburgemeester Eberhard van der Laan zelfs nog ten op Schiphol. voorbij komen. Nadat we veilig afgezet waren in het hotel in Amsterdam, is het merendeel november 2011 FIRM


Alleen voor studenten die er echt kaas van hebben gegeten. De Loyens & Loeff Case Fondue in Z端rich.

Voor de Case Fondue op 8, 9 en 10 februari 2012 zijn we op zoek naar talentvolle derdeof vierdejaarsstudenten fiscaal recht en/of fiscale economie. Behoor jij tot de top van je jaar en durf jij in Z端rich je vingers te branden aan een interessante casus waarmee je op een intensieve manier kennismaakt met fiscaliteit en Loyens & Loeff? Meld je dan voor 1 januari aan: www.loyensloeffacademy.com.

AC A D E M Y


• vereniging

door Dennis Hilkens

Terugblik oud bestuur Wat is je het meest bijgebleven van het afgelopen jaar? Tobias: “Shirley zal vast zeggen de ‘eindeloze bestuursvergaderingen’, waar zeker een kern van waarheid in zit, ik stel liever een wedervraag: hoe moet je kiezen uit een jaar dat één groot hoogtepunt was? Misschien het feit dat er nauwelijks een activiteit was waar je niet onder invloed eindigde, of het feit dat ik een week na het Lustrumfeest nog verhalen erover hoorde van mensen die niets met fiscaal te maken hadden, noch op het feest zelf waren geweest – daar kunnen de mensen die marketing studeren nog iets van leren.” Chivanne: “Wat wij ons menigmaal maar toch wel vooral aan het eind van het bestuursjaar realiseerden: we waren best wel dichtgetikt. Misschien

24

klinkt dat een buitenstaander vreemd in de Shirley: oren maar FIRST en al het moois wat we als “Oeh lastige vraag! Tobias en Chivanne strijden vereniging dit jaar beleefd hebben (en de druk- hier om de eerste plek. Ongelofelijk! Tobias ke momenten) waren nooit uit onze gedachten. was bij de eerste sessie erg kritisch op zijn perGeweldig maar ook bizar, iets wat ik me in ie- soonlijke foto en heeft er denk ik wel 50 laten der geval niet zo sterk had gerealiseerd toen schieten. Chivanne daarentegen was het bij nawe begonnen.” dere bestudering toch niet eens met het model en de kleur van d’r haar dus EISTE ze nog een Wie was er het meest kritisch over het uitzoe- fotosessie. Tja, kies zelf maar.” ken van de bestuursfoto? Wie maakte de meest flauwe grappen? Toine: “Hoewel ons bestuur bestond uit twee diva’s en Tobias: twee divo’s en iedereen dus kritisch was over “Goine Torissen” de geschikte bestuursfoto denk ik dat er één persoon was die al een hekel heeft aan foto’s Shirley: ansich. Voor haar waren alle foto’s niet goed, “Inkoppertje, sowieso Toine!” maar dat had ze op voorhand al besloten. Het meest kritisch zal waarschijnlijk Chivanne zijn Toine: geweest.” “Flauw....? Flauw...”

november 2011 FIRM


• vereniging

“En – hoe cliché - natuurlijk de tijd nemen om te genieten van het jaar, want het vliegt voorbij.” Wat is je meest stress volle moment geweest?

in Moskou is door de reis-cie terplekke soepel verlopen.”

Chivanne: “Anderhalve week voor vertrek, waar ik, dankzij Toine: een oplettende maar jammer genoeg te laat op“Voor mezelf denk ik dat de week voor de halflettende reis-commissie-lid, erop geattendeerd jaarlijkse ALV het ‘stressvolst’ was, als bestuur werd dat de verblijfsdatum in Moskou een dag (en ook voor de commissie) zijn dat de dagen te kort was. Gelukkig voor slechts drie van de voorafgaand aan de reis geweest. Hierbij kon ik vierentwintig medereizigers maar voor die fout heel weinig doen om de rest te helpen en moest was ik to blame! Vluchten eerder terug waren ik rondgechauffeurd worden om op kantoor de al bekeken en mijn schuldgevoel werd steeds benodigde zaken af te kunnen geven”. groter. Stressvolle momenten naar Moskou en het Nederlandse consulaat gebeld waarna Wie kwam er het vaakst ‘brak’ op kantoor? (thank god!) bleek dat de visa nog snel, lees vier dagen voor vertrek, in orde gebracht konChivanne: den worden.” “Dit varieerde een beetje naar de periode van het jaar. Bijvoorbeeld begin van het jaar, blok 1, Tobias: had ik de pech dat ik op woensdagen kantoor“De donderdagavond en vrijdagmiddag voor dienst had, terwijl we juist toen veel borrels op vertrek naar Moskou, samen met Shirley, Roldinsdagen hadden. Shirley had er in het midand en Anke. Er waren veel leuke ideeën qua den van het jaar een handje van op de meest wat we konden bezichtigen en activiteiten die niet voor de hand liggende momenten in de we konden ondernemen in Moskou, maar er stad te belanden en brak op de bestuursvergawas nog weinig definitief vastgelegd. Dit, terderingen te verschijnen.” wijl de reis commissie ruim een jaar daarvoor samengesteld was en vliegtickets al 6 maanToine: den in de pocket waren. In een land waar je “Alhoewel iedereen wel een periode had met dan de taal niet spreekt, noch kan lezen en ongunstige kantooruren die niet goed uitkwahet risico dat ze geen plaats meer hebben voor men met de feestjes of borrels de avond er voor, een grote groep, is tijdig reserveren prettig op denk ik dat Shirley degene is geweest die het zijn zachts gezegd, zeker om teleurstelling te vaakst brak op kantoor was. Echter kwamen de voorkomen. anderen vaker ook brak langs op kantoor als Snel werd er nog het een en ander extra uitze geen dienst hadden, soms om degene die gezocht en gecontroleerd zoals openingstijden dienst had een hart onder de riem te steken, en dagen, omgegooid in het programma, openof beter gezegd een focaccia parmaham, uiterbaar vervoer routes en reistijd uitgepluisd, nog aard met cola light!” een keer omgegooid in het programma en uiteindelijk…gereserveerd, met dank aan Google Shirley: Pagina Vertaler, Google Maps en de pizza be“Ik denk dat ik Toine het vaakst heb horen roezorgservice van Domino’s. Toen halverwege pen ‘pffffffffff ik krijg het niet geregeld’ (een het betalen van de reserveringen ook nog de van z’n favoriete oneliners). Gelukkig ging dat FIRST creditcard moeilijk deed - de limiet was niet over facturen of wanbetalers maar om de niet (nagenoeg) eindeloos zoals wij fiscalisten boete die hij zelf moest betalen voor zijn voorgewend zijn – ‘’door een fout van de bank’’ afgaande avond(en)” was het feest compleet. We hadden geen tijd meer om langs ‘’Start’’ te gaan dus hebben we Waar ben je persoonlijk het meest trots op op de een of andere manier enkele duizenden over wat je hebt bereikt als bestuurslid? roebels uit een andere hoed moeten toveren. Achteraf ben ik blij dat die laatste dagen/uren Tobias: voor vertrek nog is gewerkt op een wijze waar “Dat je achteraf krijgt te horen van zowel leStalin trots op zou zijn geweest, want de week FIRM november 2011

den als sponsoren, dat je samen met je team van mede bestuurders een lekker jaar hebt gedraaid waarin goede vernieuwingen zijn doorgevoerd.” Toine: “Het was tegen het eind van het bestuursjaar en we waren inmiddels bezig met het selecteren van kandidaten voor het nieuwe bestuur, toen we vanuit meerdere kanten complimenten kregen over ons jaar. Dat geeft jezelf, maar ook het bestuur als team een voldaan gevoel. Daarvoor hadden we nog niet stil gestaan bij ons gehele jaar en dit riep een mooi reflectiemoment op. Het deed me persoonlijk goed om te horen dat meerdere leden zeiden dat we een open vereniging hebben waar iedereen welkom is en waar iedereen zich thuis voelt.” Tot slot : wat is je tip voor het nieuwe bestuur? Tobias: “Denk niet binnen de reeds geschetste grenzen en gebruiken van het verleden, maar doe een stap uit de bubbel en bedenk welke toevoegingen (of onttrekkingen) de vereniging kan gebruiken. Kijk en luister daarbij ook naar je omgeving en collega’s, want beter goed gejat dan slecht verzonnen!” Chivanne: “En – hoe cliché - natuurlijk de tijd nemen om te genieten van het jaar, want het vliegt voorbij.” Toine: “Regel Fabrizio voor het open feest!” “Ik hoop daarnaast dat het nieuwe bestuur deze trend kan voortzetten en iedereen graag naar FIRST-activiteiten blijft komen. En als echte tip zou ik willen meegeven dat je niet snel tevreden moet zijn en door moet blijven zoeken naar de beste oplossing. Wanneer die er is, merk je snel genoeg!” Shirley: “Ga er voor 100% voor zodat je alles eruit haalt dat erin zit en er vanaf moment 1 volle bak van kunt genieten. Durf te doen!” 25


• verslag

door Gilles Habets

Verslag actieve leden-uitje Dinsdagavond 27 september was het zover, het eerste actieve leden-uitje van dit jaar. We zijn gaan bowlen bij Brunswick. Gezien niet iedere commissie even sterk vertegenwoordigd was werden de groepjes min of meer gemixt over de banen die we ter beschikking hadden. Voor iedere deelnemer werd de score bijgehouden, waardoor het mogelijk was de gemiddelde resultaten per commissie te berekenen. Onder het genot van een hapje en een drankje werden de ballen richting de kegels geworpen, de ene

keer succesvoller dan de andere. Rond half 12 kwam het bowlen ten einde en werden de uitslagen berekend. De prijs voor beste individuele speler ging naar Joep Spoorenberg. Met een score van maar liefst 159 punten in 10 beurten, liet hij iedereen ver achter zich. Rode lantaarndrager was Nikie van Duurling, de score zullen we maar niet noemen... Mede door de score van Joep wist de symposiumcommissie de hoogste gemiddelde score neer te zetten, namelijk 113,5 punten. Zij

Opleidingsavond SFRL Met de aanvang van het nieuwe academische jaar zijn ook de werkzaamheden van de Stichting Fiscale Rechtshulp Limburg (SFRL) weer begonnen. Dinsdag 22 september organiseerde het bestuur een opleidingsavond om de (nieuwe) medewerkers voor te bereiden op de werkzaamheden. De training was ook toegankelijk voor andere geïnteresseerde leden van FIRST; een beetje voorkennis van de inkomstenbelasting was natuurlijk wel nodig. De opleidingsavond werd georganiseerd op de Faculteit der Rechten. Na de introductie begonnen we met het eerste onderdeel: aangifteformulieren invullen. Aan de hand van een casus moesten we na een korte uitleg aangifteformulieren invullen waarbij vragen moesten worden beantwoord als: zijn deze kosten fiscaal aftrekbaar, kwalificeert men voor het fiscale partnerschap, wat 26

moeten we met de schulden doen en hoe moeten we de aangeleverde jaaropgaaf lezen en gebruiken bij de aangifte? Allemaal relevante onderwerpen in het kader van de werkzaamheden van de SFRL. Na tien minuten pauze met een hapje en een drankje gingen we verder met het tweede onderdeel: hoe regel je een betalingsregeling en uitstel van betaling van belasting en/of premie. Alvorens we aan de slag konden met de tweede casus kregen we weer een korte presentatie over hoe dit precies moet worden aangepakt. In de casus werd wederom een aantal gegevens aangedragen waarbij we steeds moesten uitzoeken hoe we deze moesten verwerken op het formulier. De inkomsten, vaste lasten, bezittingen en lopende schulden van de belastingplichtige zijn allemaal relevante factoren.

mochten flesjes bier met een speciaal voor deze avond ontworpen etiket in ontvangst nemen. Na het zoeken naar de FIRST vlag die spoorloos was, de bekendmaking van de uitslagen en de prijsuitreiking was de avond in het bowlingcentrum ten einde gekomen. De diehards zijn hierna nog doorgegaan naar de Preuverij, waar FIRST het eerste rondje gaf. Het was een gezellige en zeer geslaagde avond!

door Steven de Weerd

Uiteindelijk was het de bedoeling dat we kwamen tot een voorstel voor een betalingsregeling in de hoop dat de belastingdienst hiermee akkoord zal gaan. Het laatste onderdeel was ‘verzoek of wijziging voorlopige aanslag’. Ook hier was het de bedoeling dat we, gebaseerd op de gegevens in een casus, een verzoek deden voor een voorlopige aanslag. Helaas kwamen we in verband met tijdgebrek niet aan dit laatste onderdeel toe. Al met al een leerzame avond. Natuurlijk niet bijzonder ingewikkelde materie maar wel iets wat nauwkeurig moet gebeuren om problemen te voorkomen. Het is zeker handig om op deze manier al vaardigheden te ontwikkelen die je later in het beroepsleven nog van pas kunnen komen.

november 2011 FIRM


door Philippe Piters

• inhoudelijk

Cultuur & politiek: D66

Kunt u zich kort voorstellen? Ik ben Marieke Zijp, 26 en ik woon in Roermond. Sinds maart ben ik statenlid in Limburg namens D66. In mijn portefeuille heb ik onder andere jeugdzorg, leefbaarheid, natuur, cultuur, arbeidsmarkt en internationalisering.

Waarom bent u lid en actief geworden voor D66? Ik ben altijd betrokken geweest en D66 past bij de manier waarop ik in het leven sta: Liberaal met een sociaal randje, redelijk, vrijzinnig. De overheid moet zorgen voor een stabiele basis, zodat iedereen zijn eigen leven naar eigen inzicht kan inrichten en de ruimte krijgt het maximale uit zichzelf te halen.

D66 is een partij die bekend wil staan als hervormingspartij. Wat het huidige kabinet doet, is de cultuursector hervormen. Hoe zou u deze hervormingen anders willen weergeven? D66 is voorstander van hervormingen in de cultuursector. Door de snelheid en het formaat van de bezuinigingen in de cultuursector is van hervorming echter nauwelijks sprake. Sterker nog, het lijkt meer op slopen dan op hervormen. D66 ziet, juist in economisch mindere tijden, kansen voor een cultuurbeleid waarin creatiever en meer publieksgericht met de bestaande middelen wordt omgegaan. Door te hervormen kan de basisinfrastructuur gewaarborgd blijven én zal de sector toekomstbestendig blijven. Maar dan moet de cultuursector wel de kans krijgen om te hervormen, dus geleidelijk aan.

De BTW over kunstvoorwerpen, muziek- en toneeluitvoeringen en optredens door uitvoerende kunstenaars wordt verhoogd. Wat is de mening van uw partij over de consequenties die deze zal hebben voor de sector? Is al de ophef in de media gerechtvaardigd? De verhoging van de BTW en de extra bezuinigingen zijn niet los van elkaar te zien. Het mes snijdt hier aan beide kanten. D66 wil niet slopen, maar hervormen. Gezien de destructieve manier waarop dit kabinet met de sector omgaat, vind ik de aandacht vanuit de media begrijpelijk.

Volgens velen worden muziek- en toneeluitvoeringen gezien als elitair. Slechts een deel van de bevolking maakt gebruik van de gesubsidieerde kunst- en cultuurfaciliteiten. In hoeverre is het gerechtvaardigd dat de overheid zich intensief met kunstbeleid bemoeid? De overheid dient geen inhoudelijk oordeel over kunst te geven, maar moet wel beslissen over cultuursubsidies. Cultuur kan je niet reduceren tot louter een kosten-batenanalyse. Het kan je ontroeren en kleur geven aan je leven. De maatschappelijke waarde is groot, voor het individu, maar bijvoorbeeld ook in economisch opzicht, voor het vestigingsklimaat. De kunst die elitair genoemd wordt is vaak moeilijker, confronterender en trekt een kleiner publiek, maar dat maakt het niet minder waardevol dan populaire kunst. En vergeet niet: veel populaire kunst is ooit begonnen als gesubsidieerde, vernieuwende, innovatieve kunst.

Wat vindt u van de door de Eerste Kamer doorgedrukte maatregel om de BTW verhoging een half jaar uit te stellen? Het verzacht iets, maar niet voldoende om sloop te voorkomen en hervorming mogelijk te maken. Ik zou graag zien dat dit kabinet de uitdaging van D66 aangaat: Durf te hervormen!

FIRM november 2011

27


• inhoudelijk

door Philippe Piters

Cultuur & politiek: VVD

Kunt u zich kort voorstellen? Joost van den Akker (26), woonachtig en werkzaam in Maastricht: als docent European Studies aan de Hogeschool Zuyd en als lid van de Provinciale Staten van Limburg namens de VVD-fractie. Daarvoor heb ik aan de Universiteit Maastricht European Studies en European Law School gestudeerd. Waarom bent u lid en actief geworden voor de VVD? In mijn schooltijd vond ik politiek al fascinerend. Op mijn 18e heb ik besloten om lid van de VVD te worden, aangezien ik mij herken in de liberale grondbeginselen vrijheid en verantwoordelijkheid en die wilde helpen uitdragen. De VVD wil de mensen zoveel mogelijk vrijheid geven hun leven in te richten, maar hen ook verantwoordelijkheden niet uit de weg gaan. Mooi dat we dit met het kabinet geleid door Mark Rutte, maar ook in de provincie Limburg en de stad Maastricht kunnen realiseren. Iedereen gelijke kansen bieden om zich te kunnen ontplooien, daar gaat het om. Ik heb het ook enigszins “met de paplepel” meegekregen: mijn vader was bestuurlijk actief in de regio’s Rotterdam en Leiden en is sinds 5 jaar actief in de Goudse politiek: eerst als raadslid en sinds vorig jaar als wethouder Economische Zaken en Financiën. Dat leidt wel tot leuke discussies tussen ons. Het is leerzaam en uitdagend om politiek actief te zijn, of het nu is als kandidaat bij de Europese Parlementsverkiezingen, het meeschrijven aan het verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamer, of als Statenlid. De VVD is een voorstander van bezuinigingen op cultuur. Dit wordt vooral vorm gegeven door veel instituten minder ondersteuning te geven, met uitzondering van enkele top instituten. Bent u niet bang dat erfgoed verloren zal gaan omdat andere instituten niet zullen overleven? Nee. De cultuursector is subsidieverslaafd. Cultuur werd tot enkele decennia geleden amper gesubsidieerd en toch heeft eeuwenoud ‘erfgoed’ het al die tijd overleefd. Cultuur is ook niet om in grote depots weg te stoppen, maar om te ontwikkelen en te tonen aan mensen die daar belangstelling voor hebben. Versterking van de cultuursector via extra

28

overheidsprogramma’s gaat uit van een maakbaarheidsgedachte die niet past bij onze tijd. De VVD wil dat de cultuursector meer op eigen benen gaat staan en zich voor financiering meer dan nu richt op bezoekers, donateurs en sponsoren. Dat kan door op een slimme manier burgers mogelijkheden te bieden om te geven aan cultuur (d.m.v. sponsoring, fondsen, mecenaat en particuliere bijdragen). De BTW over kunstvoorwerpen, muziek- en toneeluitvoeringen en optredens door uitvoerende kunstenaars wordt verhoogd. Wat is de mening van uw partij over de consequenties die deze zal hebben voor de sector? Is al de ophef in de media gerechtvaardigd? Of de media ophef maakt, moet zij zelf weten. Feit is dat we betaalde cultuur niet als een primair goed moeten beschouwen (zoals op voedsel 6% BTW geheven wordt). De VVD bepleit daarom een grotere rol voor verzamelaars, mecenassen, sponsors, stichtingen en fondsen in de kunstsector. Met een ‘geefwet’ worden bestaande fiscale mogelijkheden samengebracht, waarmee extra privaat kapitaal vrijkomt voor de cultuursector. Culturele instellingen moeten een groter deel van hun inkomen zelf verwerven. Subsidies worden in toenemende mate vervangen door leningen met lage rentes via publiek-private fondsen.

Volgens velen worden muziek- en toneeluitvoeringen gezien als elitair. Zou het vanuit puur liberaal oogpunt niet wenselijk zijn als de sector zichzelf bekostigt? Ja, voor een veel groter deel wel. De provincie Limburg stelt nu als vereiste dat cultuurinstellingen tenminste 17,5% zelf ophoesten. In vergelijking met andere landen kan dat echter nog een stuk hoger: in Nederland wordt meer dan 70% van elk theaterkaartje gesubsidieerd – in Engeland is dit ‘slechts’ 45%. Waarom zijn velen wel bereid om 60 euro voor een voetbalkaartje of popfestival neer te tellen en schreeuwen sommigen moord en brand als zij 40 i.p.v. 25 euro voor een opera moeten betalen? Blijkbaar omdat voetbal en de festivals het in de ogen van het publiek waard zijn.

Wat vindt u van de door de Eerste Kamer doorgedrukte maatregel om de BTW verhoging een half jaar uit te stellen? Daarmee laat de Eerste Kamer zien dat ze er niet voor spek en bonen bij zit. Die vervult een belangrijke rol als het gaat om het toetsen van de uitvoerbaarheid van wetgeving. Mooi overigens dat de VVD daar ook na de provinciale verkiezingen de grootste partij is geworden.

november 2011 FIRM


• InHOuDelIjk

TEKST gIlleS HAbeTS

De cultuurbezuinigingen nader bekeken Om de rijksbegroting op orde te brengen bezuinigt de regering in de komende jaren voor €200 miljoen op cultuur, waarvan ongeveer €125 miljoen op directe subsidies aan fondsen en instellingen. In dit artikel zal worden uiteengezet op welke wijze deze bezuinigingen ingevuld zullen worden. Om te beginnen zal de verhouding subsidies/ private inkomsten kort besproken worden om de bezuinigingen van de rijksoverheid in perspectief te plaatsen. Vervolgens zullen de in te voeren subsidiecriteria besproken worden.

Inkomstenbronnen culturele sector Ongeveer tweederde van de omzet van de culturele sector is commercieel en dus op geen enkele wijze afhankelijk van overheidssteun.1 Onderstaand diagram dateert van begin 2010 en bevat gegevens over 2008 en 2009. Dit betekent dat bijvoorbeeld nog geen rekening is gehouden met verhoogde BTW-tarieven, koopkrachtvermindering en afgenomen bereidheid en middelen van ondernemingen om te sponsoren. Uit dit diagram blijkt dat het inkomen van de gesubsidieerde cultuursector uit bijna 40% eigen inkomsten bestaat (hoofdzakelijk kaartverkoop etc.). Wat verder blijkt is dat de rijksoverheid verantwoordelijk is voor een relatief klein deel van de inkomsten; naast de al genoemde eigen inkomsten zijn gemeenten de grootste inkomstenbron. De rest van dit stuk zal zich concentreren op de rijksoverheid, maar de lezer dient het belang van gemeentelijke subsidies en in mindere mate provinciale subsidies wel in het achterhoofd te houden.

ben, waarvan 30 musea. Voorbeelden zijn het Rijksmuseum, het Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Concertgebouworkest. In de toekomst zal dit onderscheid verdwijnen en zullen langjarige subsidies ophouden te bestaan, zo blijkt uit de toelichting op de conceptsubsidieregeling. Dit omdat langjarige subsidies een afweging van keuzes met betrekking tot subsidieverstrekking belemmeren.

Instellingen kunnen ook een beroep doen op door de rijksoverheid ingestelde cultuurfondsen. Op dit moment zijn het er 7, maar in de komende periode (dus vanaf 2013) worden er een aantal samengevoegd. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft de Raad voor Cultuur gevraagd een advies uit te brengen om tot een bezuiniging op de basisinfrastructuur te komen. Het advies is vrijwel volledig overgenomen. Op één belangrijk punt is het advies echter niet gevolgd, namelijk het punt van de gefaseerde invoering. De Raad voor Cultuur heeft gepleit voor Culturele instellingen zijn in 2 categorieën in te een overgangsperiode tot 2015, om onnodige delen wat betreft rijksoverheidsubsidies: schade aan de cultuursector te voorkomen.2 Het argument van het kabinet is dat gefaseerde • Zij die steeds voor een periode van vier jaar invoering niet in de vierjarige systematiek past opnieuw subsidie moeten aanvragen. De hui- en dat de administratieve lasten bij de voorgestelde methode stijgen.3 dige periode loopt van 1 januari 2009 tot en met De voorwaarden om in aanmerking te ko31 december 2012. De volgende periode begint men voor rijkssubsidie worden op advies van dus op 1 januari 2013. • Zij die een langjarige subsidie verkrijgen. de Raad voor Cultuur vanaf 2013 aangescherpt. Deze status brengt met zich mee dat deze Voorheen was de kwaliteit van het aanbod dat de instelling leverde de leidraad. De Raad voor instellingen niet iedere 4 jaar opnieuw een subsidieverzoek hoeven in te dienen. Wel is er Cultuur is de aangewezen instantie om dit te een commissie van deskundigen die voor iede- beoordelen. In de conceptsubsidieregeling re periode van 4 jaar beoordeelt of de instelling culturele basisinfrastructuur, die per 1 januari wel subsidiewaardig is. Op dit moment zijn er 2013 in werking moet treden, zijn in art. 3.6 een 53 instellingen die een langjarige subsidie heb- aantal criteria voor het verstrekken van sub-

FIRM NOVEMBER 2011

Figuur 1: Inkomstensamenstelling gesubsidieerde culturele sector. Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Cultuur in Beeld (Brochure), 2011, p.50.

sidie toegevoegd. Ze zijn als volgt: de grootte en samenstelling van het publiek, de mate van ondernemerschap van de instelling, de participatie en educatie, nationaal of internationaal belang van het aanbod of de collectie en de locatie. De uitwerking van de criteria zoals uit de beleidsnota blijkt is als volgt: Publiek Bij het beoordelen van subsidieaanvragen dient zowel naar het gemiddeld aantal bezoekers als naar de samenstelling van deze groep gekeken te worden. Er dient een bepaalde mate van diversiteit te zijn in bijvoorbeeld achtergrond, leeftijd en opleiding.

29


• InHOuDelIjk

king aan moeten gaan met het onderwijs om op deze wijze jongeren kennis te laten maken met cultuur. De Raad voor Cultuur stelt dan ook dat iedere instelling een programmaonderdeel cultuureducatie moet hebben. Nationaal of internationaal belang van het aanbod/de collectie Met dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen rijkssubsidie en subsidie van provincies/gemeenten. De eis dat het aanbod of de collectie van de instelling zich nationaal of internationaal onderscheidt, betekent niet dat geen rekening gehouden mag worden met de regio waar de instelling zich bevindt.

Figuur 2: Financieel kader bezuinigingen. Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid (Beleidsnota), 2011, p. 39.

Ondernemerschap Uitgangspunt van het kabinet is dat instellingen minder afhankelijk moeten worden van overheidssteun en meer eigen inkomsten moeten creëren. Dit is tot uiting gekomen in art 3.8 van de conceptsubsidieregeling: Artikel 3.8. Subsidieverplichting 1. Een instelling die op grond van afdeling 3.2, met uitzondering van artikel 3.10, subsidie ontvangt, behaalt gedurende de subsidieperiode ten minste 21,5 procent eigen inkomsten in verhouding tot het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling. 2. Een instelling die op grond van artikel 3.10, artikel 3.23, artikel 3.29 of artikel 3.32 subsidie ontvangt, behaalt gedurende de subsidieperiode ten minste 17,5 procent eigen inkomsten in verhouding tot het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling. 3. Een instelling maakt bij de aanvraag om subsidie in het activiteitenplan aannemelijk dat zij aan de subsidieverplichting in het eerste onderscheidenlijk tweede lid zal voldoen. 4. Onverminderd artikel 2.15, tweede tot

en met vierde lid, maakt een instelling in het bestuursverslag dat wordt ingediend over het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse periode waarvoor subsidie is verleend, inzichtelijk hoe de instelling gedurende die periode een jaarlijkse groei zal behalen van gemiddeld één procent eigen inkomsten in verhouding tot het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling. Lid 2 van dit artikel geeft het minimumvereiste van eigen inkomsten voor alle culturele instellingen weer: 17,5%. De norm van 21,5% van lid 1 geldt slechts voor podiumkunstinstellingen. Naast het voldoen aan deze eisen wordt het verplicht om een ondernemingsplan op te stellen, waaruit onder andere de financieringsstructuur valt op te maken. De percentages zijn overgenomen uit het Advies van de Raad voor Cultuur, maar deze heeft zich wel op het standpunt gesteld dat het BTW-tarief weer terug moet naar 6% om het aandeel inkomsten uit de markt te kunnen handhaven.

Locatie Nederland is opgedeeld in de regio’s Noord (Friesland, Groningen en Drenthe), Oost (Overijssel en Gelderland), Midden (Flevoland en Utrecht) en Zuid (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg). Er is geen regio West, omdat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, als grote gemeenten, kernpunten vormen. De andere kernpunten zijn Groningen, Arnhem, Utrecht, Maastricht, Brabantstad (Tilburg, Eindhoven en Den Bosch). Op deze kernpunten - het woord zegt het al - moet de focus komen te liggen. Conclusie De onrust die vanuit de cultuursector is ontstaan na het bekendmaken van de kabinetsplannen is enerzijds begrijpelijk en anderzijds overdreven. Alle instellingen zullen getroffen worden, maar met name de ondersteunende instellingen (die zelf niet direct cultuur produceren). Het lijkt onvermijdbaar dat de kwaliteit achteruitgaat, ondanks de uitspraak van de Staatssecretaris dat de bezuinigingen op de lange termijn goed zijn voor de culturele sector (door mindere afhankelijkheid van de overheid meer creatieve vrijheid). Anderzijds zijn de criteria om überhaupt voor subsidie in aanmerking te komen niet onoverkomelijk. Het blijft gemeenschapsgeld, dus is het niet meer dan logisch dat de eisen worden aangescherpt en de vanzelfsprekendheid van subsidieverstrekking aan de kaak wordt gesteld.

Participatie en educatie Instellingen dienen niet alleen toegankelijk te zijn voor ouderen, ze zullen ook de samenwer-

1 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Cultuur in Beeld (Brochure), 2011, p.49.

2 Raad voor Cultuur, Advies bezuiniging cultuur 2013-2016: Noodgedwongen keuzen, 2011, p. 6.

3 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid (Beleidsnota), 2011, p. 2.

30

NOVEMBER 2011 FIRM


• verslag

door Shirley Platteel

HIP: Stageverslag Hertoghs Dat borrels zich prima lenen voor inhoudelijke vooruitgang blijkt nogmaals uit de borrel van maart jongstleden. Voorafgaand aan deze mooie maandelijkse traditie kwamen Roel Kerckhoffs, Marloes Lammers en Ivo Leenders vertellen over hun dagelijkse praktijk. Zo kwam Hertoghs Advocaten-belastingkundigen voor mij In the Picture. Na de boeiende verhalen over FIOD invallen, pleidooien houden en het ongeremd nastreven van het belang van je cliënt, besefte ik dat fiscaal recht je niet alleen mogelijkheid biedt belastinginspecteur of -adviseur te worden, maar dat advocaat-belastingkundige ook een zeer interessante optie is. Tijdens de borrel ben ik nog even verder gegaan met mijn vragenvuur en toen wist ik het zeker: Hier wilde ik graag stage gaan lopen. Na een gesprek met Peter van der Westelaken (als managing director) en Ivo Leenders (als mijn potentiële begeleider) startte mijn stage drie weken later, aanvankelijk voor zes weken, drie dagen per week. Gedurende die periode heb ik me met vijf zaken bezig gehouden en daarnaast wat uitzoekklusjes tussendoor gedaan. Als studentstagiair ben je eigenlijk voornamelijk aan het speuren. Je zoekt in de vakliteratuur en jurisprudentie naar het antwoord op de vraag die je wordt voorgelegd. Voorafgaand aan deze stage, vreesde ik dat die kant van de advocatuur me tegen zou staan en dat ik dat saai zou vinden maar niets is minder waar. Doordat je een vrij brede vraag voorgelegd krijgt, is er veelal ruimte om zelf ‘deelvragen’ te vormen. Het prettige hierbij is dat je echt de tijd krijgt om alles helemaal tot in FIRM november 2011

de puntjes uit te zoeken. Doordat je inzage hebt in het dossier en in sommige gevallen ook direct contact met de cliënt, is het helemaal niet vervelend om de jurisprudentie in te duiken en veel tijd en moeite te steken in een bepaalde vraag. Een fijn aspect van de stage was dat je steeds kon terugkoppelen wat je tot dusver had gevonden. Wanneer je vragen had kon je bij iedereen binnenlopen om ze te stellen. Daarbij was het meestal geen kwestie van een simpel antwoord maar ontvangst van een wedervraag die je weer nieuwe aanknopingspunten bood. Hetgeen je uiteindelijk hebt gevonden, verwerk je in een notitie waarmee je schrijfvaardigheid ook direct getraind wordt. Naast het uitzoeken en lezen, ben ik ook mee geweest naar hoorzittingen bij de Belastingdienst, een Raadkamerzitting in een fiscale strafzaak, gesprekken met cliënten en een college op de universiteit. Een ander zeer leerzaam element van de stage waren de vaklunches waarbij in twee uur tijd de relevante vakliteratuur van die week werd besproken en ook voor de studentstagiaires een actieve rol is weggelegd. Tekenend voor Hertoghs is daarnaast de informele kant van het kantoor. Hierbij een aantal voorbeelden waarin de informele kant wordt uitgelicht: Ik was nog geen drie dagen op stage en ik werd al uitgenodigd voor een babyborrel; na twee weken stelde Marloes voor om samen te eten, na werktijd dus; iedere dag wordt er gezamenlijk geluncht in het Gerecht (de ‘kantine’ van het kantoor). Iedereen kent elkaar(s naam) en alle collega’s weten in grote lijnen waar men mee bezig is, dit leidt tot een hele platte organisatie (waarbij plat staat voor het ontbreken van hiërarchie maar niet voor het ontbreken van diepgang of een verwijzing naar het platteland). Het is heel prettig om te

merken dat je daadwerkelijk mag meedenken in de processen en dat je het gevoel krijgt dat je wordt gezien als onderdeel van het team. Zo ontvang je als studentstagiair bijvoorbeeld alle interne e-mails en heb je een eigen werkplek met telefoon en computer. Een ander punt dat ik als zeer positief heb ervaren, is het meedenken op persoonlijk vlak. Hoewel het gebruikelijk is om vijf dagen per week stage te komen lopen, was het voor mij mogelijk om hier drie dagen per week van te maken. Ook de gebruikelijke periode van zes weken kon worden opgerekt met een scriptiestage gedurende de zomer waarbij ik de ruimte had om mij puur op het afronden van mijn scripties te focussen. Vervolgens mocht ik mij ook een maand als werkstudent bezig houden met de fiscale procesvoering. In deze maand viel het kantoorweekend waarvoor ik ook was uitgenodigd. Tijdens dit geweldige weekend heb ik iedereen wat beter leren kennen, wat mijn enthousiasme over dit kantoor nogmaals bevestigde. Het was ongelofelijk leerzaam om deel te mogen nemen in de praktijk van zulke professionals. Het was mijn eerste stage en ik heb het positiever ervaren dan ik had durven denken. Ik heb me verdiept in een grote diversiteit aan zaken en daarbij een grote uitdaging ervaren. Steeds op zoek naar iets nieuws, iets dat nog niet eerder op die manier aan het licht is gekomen maar wel als zodanig kan worden uitgelegd door een goed verstaander, heel leuk. Dat we een studie doen met leuke baanpotentie is voor mij bevestigd. Het enige waar ik me zorgen over maak zijn de burgerpunten die ik moet afvinken, want HELP ik heb gewoon zin gekregen om te gaan werken.

31


• inhoudelijk

tekst Dennis Hilkens

Geven aan cultuur De fiscale voordelen van uw gift Nu de bezuinigingen op kunst- en cultuur een definitieve vorm aannemen, staat er het een en ander te gebeuren. De subsidies aan culture instellingen worden (drastisch) verlaagd, waardoor culturele instellingen meer en meer zelf verantwoordelijkheid dienen te nemen met betrekking tot de financiering van hun activiteiten. De particuliere kunstliefhebber staat er echter niet alleen voor. De overheid stimuleert verschillende vormen van cultuurmecenaat met een variëteit aan fiscale faciliteiten.1 De Geefwet staat in dit verband centraal. Deze wet omvat maatregelen en afspraken die het geven aan goede doelen zal stimuleren. Nederlandse burgers, bedrijven en loterijen gaven over het jaar 2009 ruim €454 miljoen aan cultuur. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Geven in Nederland’ dat eens in de twee jaar wordt uitgevoerd door het centrum voor filantropische studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Het leeuwendeel, 352 miljoen, is afkomstig van bedrijven. Het aandeel van giften aan cultuur is hiermee gestegen van 7% van het totaal aan giften in 2007 naar 10% in 2010. Er zijn veel fiscale faciliteiten waarvan culturele in tellingen of hun donateurs gebruik kunnen maken. In dit artikel zullen enkele van deze faciliteiten worden besproken, waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen de particuliere mecenas en het bedrijfsmecenaat. We zullen echter eerst stilstaan bij de Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s). Algemeen Nut Beogende Instellingen Voor de instellingen die door de Belastingdienst worden aangewezen als een ANBI en hun begunstigers, geldt een aantal fiscale voordelen, bijvoorbeeld wanneer giften worden gedaan. Enkele voorwaarden ANBI status Artikel 41a Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 geeft een aantal voorwaarden aan instellingen die aan te merken zijn voor aftrekbare giften: de zogenoemde ANBI’s. Enkele voorwaarden voor het verkrijgen van een dergelijke status, zijn onder andere: • De instelling moet rechtstreeks het algemeen belang dienen (meer dan 90%) • De instelling mag geen winstoogmerk hebben

32

• De instelling mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor de continuïteit • De instelling moet beschikken over een actueel beleidsplan Fiscale voordelen ANBI’s op een rijtje De fiscale voordelen die ANBI’s genieten liggen onder andere omschreven in de Successiewet 1956 en in de Wet inkomstenbelasting 2001. Hierbij kan men denken aan de volgende faciliteiten: • Een ANBI hoeft geen erfbelasting te betalen over erfenissen en schenkingen die de ANBI ontvangt in het kader van het algemeen belang (artikel 32 lid 1 sub 3 juncto artikel 33 sub 4 Successiewet) • Uitkeringen die een ANBI doet in het algemeen belang zijn vrijgesteld (artikel 33 sub 10 Successiewet) • Een donateur kan giften aan een ANBI in aftrek brengen in de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting. De particuliere mecenas Een particulier kan op een aantal wijzen een culturele instelling ondersteunen. Zo kan hij de culturele instelling een gift doen, maar een persoon kan ook iets nalaten. Geven Geven kan op verschillende manieren, en afhankelijk van de gemaakte keuze, betaalt de overheid mee. Het kan om geld gaan, maar ook om andere vermogensbestanddelen, bijvoorbeeld kunstvoorwerpen. Een gift wil zeggen dat er geen directe tegenprestatie tegenover de vrijwillige bijdrage staat. Artikel 6.33 Wet inkomstenbelasting 2001 bepaalt dat men 2 soorten aftrekbare giften kan onderscheiden: de periodieke gift en andere giften. Periodieke gift Periodieke giften zijn volledig aftrekbaar van

de inkomstenbelasting. Wel gelden er speciale voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 6.38 Wet inkomstenbelasting 2001. Zo moeten periodieke giften berusten op een bij notariële akte van schenking aangegane verplichting om de uitkeringen of verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren tenminste jaarlijks uit te keren. Uiteraard moet de gift dan wel worden gedaan aan een door de Belastingdienst aangewezen ANBI. Uit het Belastingplan 2012, in combinatie met de nieuwe Geefwet, blijkt dat de overheid geven aan culturele instellingen extra wil stimuleren. Een gift aan een ANBI die is aangemerkt als culturele instelling gaat een extra belastingvoordeel opleveren in de inkomstenbelasting. Een belastingplichtige mag namelijk 1,5 keer het bedrag van de gedane gift in aftrek brengen in de aangifte. Deze extra giftenaftrek kan voor het eerst worden aangegeven bij de aangifte over het belastingjaar 2012. Deze aangifte doet men in 2013. Andere giften Giften die niet kwalificeren als periodieke gift, bijvoorbeeld omdat deze niet in een notariële akte zijn vastgelegd of niet over minimaal 5 jaar worden gedaan, worden ‘andere giften’ genoemd. Ook deze giften kunnen aftrekbaar zijn, maar in tegenstelling tot de periodieke giften zijn andere giften niet onbegrensd aftrekbaar. De in een jaar gedoneerde ‘andere giften’ zijn aftrekbaar voor zover deze in totaliteit meer bedragen dan € 60 of - als dat meer is – 1% van het verzamelinkomen. Tevens geldt voor de aftrekbaarheid van giften een maximum van 10% van dat inkomen. Het volgend voorbeeld geldt ter verduidelijking: Mevrouw van Endt heeft een verzamelinkomen van € 100.000 en zij wil € 5.000 aan een culturele instelling geven. In dit geval is de

november 2011 FIRM


• inhoudelijk

aftrekdrempel € 1.000 (1%) en het aftrekbare plafond is € 10.000 (10%). De schenking komt voor € 4.000 (€ 5.000 -/- € 1.000) in aftrek in de inkomstenbelasting. Het fiscale voordeel is in casu 52% 2 van € 4.000, dat is € 2.080. De instelling ontvangt € 5.000, en de gift kost mevrouw van Endt feitelijk € 2.920, omdat zij € 2.080 aan belastingen bespaart. In dit geval speelt het aftrekbare plafond van € 10.000 geen rol, aangezien de schenking ‘slechts’ € 5.000 bedraagt.

De heer Haarms is in het bezit van een meesterwerk van Vincent van Gogh ter waarde van € 3 miljoen. Hij wil dit schenken aan een museum in Maastricht, dat een ANBI-status heeft. Het is dan mogelijk om via een notariële akte hier een meerjarige periodieke gift van te maken. De heer Haarms geniet dan 5 jaren achtereen een fiscale aftrekpost van € 600.000. Nalaten Een andere mogelijkheid tot het ondersteunen van een culturele instelling, is het opnemen van een dergelijke instelling in uw testament. De culturele instelling kan door de erflater worden benoemd tot (mede)erfgenaam of legataris. Culturele instellingen die in het bezit zijn van een ANBI-status betalen over verkrijging geen erfbelasting. Hierdoor komt de nalatenschap volledig ten goede aan de kunst en cultuur.

Kunst of andere voorwerpen geven Het kan natuurlijk ook zo zijn dat een natuurlijk persoon bereid is om bijvoorbeeld een kunstwerk of archiefstuk aan een culturele instelling te schenken. Het bedrag van een dergelijke schenking wordt volgens artikel 21 Successiewet bepaald naar de waarde welke daaraan op het tijdstip van de verkrijging in het economisch verkeer kan Het bedrijfsmecenaat worden toegerekend. Naast particulieren kunnen natuurlijk ook Het zal u niet verbazen dat een dergelijke bedrijven schenken aan culturele instellingen. schenking in de meeste gevallen al snel het Ook zij kunnen hierdoor een fiscaal voordeel aftrekplafond van ‘andere giften’ overstijgt. behalen. Twee soorten belasting spelen in dit Vandaar dat het raadzaam is om van een der- verband een rol: de vennootschapsbelasting gelijke schenking een periodieke gift te maken, (VPB) en de omzetbelasting (BTW). zodat men een groter fiscaal voordeel behaalt. Dan ondervindt u bovendien geen nadeel “A business that makes nothing but money is a van de drempel en het aftrekplafond die voor poor kind of business” andere giften gelden. Als u bijvoorbeeld een Henry Ford zeer kostbaar kunstwerk aan een culturele instelling wilt schenken, dan kunt u het eigen- Zakelijke betalingen domsrecht jaarlijks in gelijke gedeelten laten Naast een zuivere gift kan een bedrijf ook een overgaan naar het museum. Gaat het om een geldbedrag aan een culturele instelling betacollectie, dan kunt u in een notariële akte vast- len in ruil voor een concrete tegenprestatie. leggen dat elk jaar een evenredig gedeelte van Denk hierbij onder andere aan een betaling de collectie in eigendom over gaat. Het volgend in ruil voor naamsbekendheid van het bedrijf. voorbeeld geldt ter verduidelijking: In dat geval wordt de betaling gezien als een vergoeding voor reclame. Per geval zal aan de

feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld of het om zakelijke kosten of om een gift gaat. Indien het onomstotelijk vaststaat dat het gaat om een zakelijke betaling, dan kan de betaling als normale kostenpost volledig aftrekbaar zijn voor de vennootschapsbelasting, zonder drempel of maximum. Als er sprake is van een directe tegenprestatie, zoals bij sponsoring met het oog op het verwerven van naamsbekendheid, moet de culturele instelling overigens 19% BTW in rekening brengen. Deze BTW zal echter voor de meeste bedrijven aftrekbaar zijn, mits het bedrijf geen vrijgestelde activiteiten ontplooit. Giften Indien het zakelijke karakter aan een betaling ontbreekt, kan er sprake zijn van een gift die in aanmerking komt voor de giftenaftrek. Natuurlijk geldt ook hier weer als voorwaarde dat de culture instelling in het bezit moet zijn van de ANBI-status. Artikel 16 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bepaalt dat de aftrek maximaal 10% van de fiscale winst per jaar bedraagt, zover het totaal aan giften in een jaar meer dan € 227 bedraagt. Echter, uit het Belastingplan 2012 blijkt dat dankzij de invoering van de nieuwe Geefwet deze bedragen en percentages aanzienlijk worden verruimd. Om het geefgedrag van bedrijven verder te stimuleren wordt de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting aantrekkelijker gemaakt. De niet-aftrekbare drempel van € 227 komt te vervallen. Ook wordt het toegestane totaalbedrag aan aftrekbare giften hoger. Het totaal aan aftrekbare giften mag in plaats van 10% nu maximaal 50% van de winst bedragen, maar moet wel onder de € 100.000 blijven.

1 Mecenaat: aanduiding voor de bescherming en financiële begunstiging van kunsten en wetenschappen.  2 52%: hoogste schijf van het tarief belastbaar inkomen box 1 (artikel 2.10 Wet inkomstenbelasting 2001)

FIRM november 2011

33


• Scriptiebespreking

door rob van roij

Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen Een van de essentiële pijlers van onze vennootschapsbelasting is de deelnemingsvrijstelling. Nederland kent deze vrijstelling al sinds 1893 als onderdeel van de toen ingevoerde Bedrijfsbelasting. Door deze deelnemingsvrijstelling behoren alle voordelen uit hoofde van een deelneming niet tot de winst. Deze regel is er omdat de winst van de deelneming in die deelneming zelf al belast is. Toch belasten zou een cumulatie van belasting kunnen veroorzaken en zo concernvorming fiscaal bestraffen. Als winsten niet belast worden, behoren verliezen ook niet tot de winst en zijn zij dus niet aftrekbaar. Ook valutaresultaten (winst of verlies) zouden dus niet aftrekbaar moeten zijn. Over dit laatste is enige onzekerheid ontstaan, omdat veel belastingplichtigen sinds de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (in het vervolg: HvJ) in de zaak Deutsche Shell1, zich op het standpunt stellen dat verliezen op valutaresultaten van deelnemingen tot de winst behoren en dus aftrekbaar zijn. De Staatssecretaris is het daar niet mee eens en zo volgen er dus beroepsprocedures. Of deze rechtszaken zich in het voordeel van de belastingplichtige zullen uitwijzen is onzeker, maar toch wilde de Staatssecretaris dat niet afwachten. Staatssecretaris Weekers komt dan ook met een wetsvoorstel waarin hij, mocht de rechter in zijn nadeel beslissen, bepaalt dat de valutaresultaten op deelneming onverkort tot voordelen uit hoofde van deelnemingen behoren en dus onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Dit eventuele gat in de deelnemingsvrijstelling op grond van het Deutsche Shell arrest en de oplossing van de Staatssecretaris vormen de aanleiding voor het schrijven van deze thesis, en dus ook van dit artikel. In het Deutsche Shell arrest ging het om een vaste inrichting van een Duitse onderneming in Italië. De casus ging helemaal niet om een deelneming. Hoe de rechter zal beslissen in de gevallen waarin een belastingplichtige zich op het standpunt stelt dat dit arrest onverkort toepasbaar is op deelnemingen is uiterst onzeker. Het nut en de noodzaak van de oplossing van de Staatssecretaris is dus betwistbaar. Ook een belangrijke vraag is of de wet strijdig is met de uitspraak van het HvJ of niet. De cruciale vraag, en dus probleemstelling, in mijn thesis is of er daadwerkelijk een gat zal ontstaan door het Deutsche Shell arrest en of de oplossing van Weekers afdoende is om dat gat te dichten, en niet in strijd met het Europese recht.

34

In dit artikel zal ik mij helaas moeten beperken tot de aanleiding van het wetsvoorstel, de uitspraak in het Deutsche Shell arrest en de reacties daarop. Alleen het eerste deel van de probleemstelling, de vraag of er een gat zal ontstaan, zal ik hier dus beantwoorden. Voor beantwoording van de gehele probleemstelling verwijs ik geïnteresseerden naar mijn volledige thesis. De Deutsche Shell casus Kort gezegd ging het in het Deutsche Shell arrest om het volgende. Een Duitse onderneming (Deutsche Shell GmbH) richtte in 1974 een vaste inrichting (in het vervolg: v.i.) in Italië op en bracht hier vervolgens geld in de vorm van een dotatiekapitaal in. Dit geld kwam, als de v.i. winst maakte, stapsgewijs terug naar het hoofdhuis en werd aldaar met het dotatiekapitaal verrekend tegen de koerswaarde op die datum. De v.i. betaalde immers met Italiaans Lire (ITL) en het hoofdhuis rekende in Duitse Mark (DEM). Door de stevige devaluatie van de ITL ten opzichte van de DEM in met name de jaren 70 (zie onderstaand figuur) werd de schuld van de v.i. aan het hoofdhuis, die in ITL in de boeken stond in DEM minder waard. Dit valutaverlies werd in Italië bij de winstberekening niet meegenomen, omdat de belastbare winst in ITL berekend werd. In 1992 verkocht Deutsche Shell alle activa van de v.i. aan een dochteronderneming (Sierra Gas Srl) en het belang in die dochteronderneming werd vervolgens overgedragen aan een derde onderneming. Van het bedrag dat Shell ontving voor de overdracht van deze dochter werd het dotatiekapitaal terugbetaald in ITL en omgezet tegen de wisselkoers van die dag in DEM. Het verschil, door de devaluatie van de ITL, tussen het dotatiekapitaal en de terugbetaling, werd door Deutsche Shell aangemerkt als een valutaverlies. De Duitse belastingdienst (Finanzambt) weigert echter bij de aanslag van

1992 rekening te houden met het valutaverlies. Shell stelt beroep in bij het Finanzgericht Hamburg. De prejudiciële vragen die het Finanzgericht aan het HvJ stelde zijn, kort gezegd, of het in strijd is met de vrijheid van vestiging dat het hierboven besproken valutaverlies, op basis van dubbelbelastingverdrag, niet in Duitsland mag worden meegenomen in de berekening van de winst. Met dit dubbelbelastingverdrag wordt bedoeld het dubbelbelastingverdrag van 1925 tussen Duitsland en Italië. Dit verdrag bepaalt over inkomen uit de activiteit van een Italiaanse vestiging van een Duitse onderneming dat een dergelijk inkomen alleen in Italië belastbaar is.2 Indien de bovenstaande vraag bevestigend beantwoord wordt is de tweede vraag: “is het in strijd met de vrijheid van vestiging wanneer voormeld wisselkoersverlies weliswaar bij de berekeningsgrondslag voor de Duitse belastingheffing moeten worden betrokken, maar als exploitatiekosten enkel in mindering mag worden gebracht voor zover uit de Italiaanse v.i. geen belastingvrije winst is verkregen?” De uitspraak Het HvJ concludeert dat de bovengenoemde belastingregeling de vrijheid van vestiging belemmert. Aangezien sommige beperkingen van een vrijheid gerechtvaardigd zijn, zal de volgende vraag zijn of deze belemmering een beperking vormt die niet te rechtvaardigen is. De rechtvaardigingsgronden die het Finanzamt en de Duitse regering opwerpen is de samenhang van het belastingstelsel en de verdeling van heffingsbevoegdheid tussen Italië en Duitsland. Beide rechtvaardigingsgronden kunnen niet worden aanvaard, zo schrijft het HvJ in rechtsoverweging 36. Dientengevolge adviseert de A-G het HvJ om de eerste vraag bevestigend te beantwoorden. Dit advies wordt gevolgd door het HvJ dat dus bevestigend

november 2011 FIRM


• ScRIPTIebeSPRekIng antwoord op de eerste vraag. Door dit bevestigende antwoord op de eerste vraag wordt de tweede vraag relevant. Het Finanzamt is van mening dat het aftrekken van het valutaverlies door Deutsche Shell, terwijl de winst van haar v.i. is vrijgesteld door het belastingverdrag, zou leiden tot een dubbel voordeel. De A-G schrijft in haar conclusie dat een dergelijk standpunt voorbij gaat aan het feit dat zowel in Duitsland als in Italië geen rekening gehouden wordt met het verlies. Het HvJ voert aan dat de argumenten van het Finanzamt en de Duitse regering feitelijk de zelfde zijn als bij de eerste vraag en dus niet de inbreuk rechtvaardigen. Het HvJ beantwoordt de tweede vraag dan ook bevestigend. De conclusie van het HvJ luidt als volgt: “De artikelen [43 EG-Verdrag en 48 EG-Verdrag], in hun onderlinge samenhang gelezen, verzetten zich ertegen dat een lidstaat een wisselkoersverlies dat een vennootschap met statutaire zetel op het grondgebied van deze lidstaat lijdt bij de repatriëring van het dotatiekapitaal dat zij heeft verschaft aan een in een andere lidstaat gelegen vaste inrichting, uitsluit bij de vaststelling van de nationale belastbare grondslag [en] zij verzetten zich er ook tegen dat een wisselkoersverlies alleen als exploitatiekosten van een onderneming met zetel in een lidstaat aftrekbaar is voor zover uit de in een andere lidstaat gelegen vaste inrichting geen belastingvrije winst is verkregen.” De reactie op het Deutsche Shell arrest Het Deutsche Shell arrest wordt in de literatuur met opgetrokken wenkbrauwen ontvangen. Allereerst is er de breed gedragen kritiek over het feit dat Duitsland überhaupt dit verlies moet verrekenen waar het part noch deel aan heeft. Daarnaast wordt het doorbreken van het territorialiteitsbeginsel door het altijd-ergens-beginsel niet toegejuigd. Het territorialiteitsbeginsel geldt als waarborg voor een evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheden van verschillende landen. Het doorbreken van deze redenering is volgens Wattel te verklaren aan de hand van een onbenoemd beginsel dat een belastingplichtige uiteindelijk ergens in de interne markt zijn verliezen mag aftrekken. Het territorialiteitsbeginsel is aldus Wattel een mooi-weer-beginsel. Wat zijn nou de gevolgen van het Deutsche Shell arrest voor Nederland. Allereerst moet er op gewezen worden dat de Nederlandse wet anders werkt dan de Duitse op het gebied van deze valutaresultaten op v.i.’s. In Nederland

zal bij het bepalen van de jaarwinst rekening gehouden worden met een dergelijk valutaverlies. De cruciale vraag is dan ook hoe het zit met de toepasselijkheid op dochtervennootschappen die normaal gesproken in Nederland onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Primair komt de vraag aan bod of we v.i.’s en deelnemingen gelijk kunnen behandelen. Wattel is van mening dat dit niet zomaar kan, maar destilleert wel uit het Deutsche Shell arrest en uit het Lidl Belgium arrest dat het HvJ dit wel doet. Volgens hem is een buitenlandse dochter, in tegenstelling tot een buitenlandse v.i. geen onderdeel van een belastingplichtige. Het is een zelfstandige entiteit en geen filiaal. Het filiaal in het buitenland (de v.i.) is dus in beginsel wel onderworpen aan de binnenlandse belastingplicht terwijl de buitenlandse dochter dat in beginsel niet is. Dat een buitenlandse v.i. fictief als zelfstandige wordt aangemerkt is soms nodig voor de winsttoerekening en niet voor grensoverschrijdende verliesverrekening. Stevens wijst erop dat het HvJ zeer restrictief is bij de toepassing van de rechtsvormneutrale behandeling. Tot zover lijkt de literatuur het eens te zijn dat Deutsche Shell geen gevolgen heeft voor de Nederlandse deelnemingsvrijstelling Echter niet iedereen is zo ‘optimistisch’. Zo wijzen enkele auteurs op een uitspraak van het Hof Amsterdam3 waarin volgens het Hof geen sprake was van belemmering bij het weigeren van aftrek van valutaverlies op een lening in verband met de aankoop van een buitenlandse deelneming. Echter gebruikte het Hof daarvoor precies die rechtvaardigingsgronden (de keuzemogelijkheid om het valutaverlies af te dekken, en de mogelijkheid op vrijgestelde positieve valutaresultaten) die het HvJ expliciet verwierp bij in het Deutsche Shell arrest. Vooral Douma is ervan overtuigd dat valutaverliezen op deelnemingen aftrekbaar zijn.

Hij stelt zichzelf de vraag of het arrest BNB 1982/2304 en artikel 13, lid 7 Wet Vpb 1969 na Deutsche Shell nog wel geldend recht zijn. Conclusie Alle voors en tegens gehoord denk ik dat er aan het toepassen van Deutsche Shell, op deelnemingen die onder de deelnemingsvrijstelling vallen, een tweetal bezwaren kleven. Allereerst is een deelneming een zelfstandige entiteit, dit in tegenstelling tot een v.i. Daarnaast is er de gedachte binnen de deelnemingsvrijstelling dat verliezen niet aftrekbaar zijn, maar winsten ook niet belast. Tot zover lijkt er geen wolkje aan de lucht voor de Nederlandse fiscus. Echter heeft het HvJ geen constante lijn met betrekking tot de rechtsvormneutraliteit die zou betekenen dat een deelneming anders behandeld wordt dan een v.i. Daarnaast heeft het HvJ in het Deutsche Shell arrest de rechtvaardigingsgrond dat niet aftrekken ook niet belasten betekent uitdrukkelijk verworpen. Dit meenemend kan ik niet anders dan concluderen dat er een redelijke kans is dat het HvJ ook bij deelnemingen oordeelt dat het uitsluiten van de aftrek van valutaverliezen in de moederstaat in strijd is met de vrijheid van vestiging. De angst van de Staatsecretaris is dus niet geheel ongegrond. Het eerste deel van de probleemstelling zal ik dan ook bevestigend beantwoorden, in die zin dat er een redelijke kans is dat er een gat ontstaat door het Deutsche Shell arrest. Vervolg Mijn scriptie gaat verder met de bespreking van dit wetsvoorstel en de kritiek in de literatuur en van de Raad van Staten. Daarna bespreek ik de Europeesrechtelijke problemen die zich kunnen voordoen bij de invoering van het wetsvoorstel. Helaas is hier niet voldoende plaats om dit te bespreken.

1 HvJ EG 28 februari 2008, nr. C-293/06 (Deutsche Shell), BNB 2009/84 2 Art. 3 lid 1 jo. lid 3 dubbelbelastingverdrag van 1925 tussen Duitsland en Italië 3 Hof Amsterdam 8 maart 2006, NTFR 2006/516 4 HR 9 juni 1982, BNB 1982/230

FIRM NOVEMBER 2011

35


• InTeRnATIOnAl SecTIOn

Dear reader, First of all, I hope everybody started the academic year 2011-2012 successful. Most of our international members will have experienced a lot of new things the last couple of months. Coming to the Netherlands means a new place to live, a new university, new friends and for tax law students also a (new) study association! The main goal of first Maastricht is bringing fiscal students together and introducing our members to potential employers. For our international members, we decided to include an ‘international section’ in our magazine the firm. On this page you can find an overview of the different activities we organize the coming months. Furthermore, on the following pages you can find an article by one of our new international members, Evgeniy Korotkikh. He will inform us about the Russian tax system to enlighten our knowledge about other tax systems.

The first firm of the academic year is the perfect place to introduce the first-board of 2011-2012 to you all. Our president is Megan Ruigrok. She is the one who has contact with our sponsors, other study associations and Maastricht University. The secretary is Laurens Verkoijen. He is, amongst other things, responsible for the contact with our members. Rob van Roij will be busy with everything regarding money, because he is our treasurer. I am the fourth member of our board and responsible for all the committees within first. We wish you a great year and are looking forward to meet you at many first activities! On behalf of the board of first Maastricht, Kind regards, Loes van Hulten

Calendar november 8th, 2011 Monthly drink The monthly member drink of November 2011 will take place on Tuesday the 8th of November from 21:00 untill closing time in our pub Stadscafé Lure. As always, drinks and snacks are free. This drink will be sponsored by Deloitte.

Do you want to go to Luxembourg City with fellow students from Maastricht on the 17th and 18th of November 2011 to see and meet a potential employer? Then sign up before the 3rd of November 2011 by sending an e-mail to bestuur@firstmaastricht.nl including a short motivation and your curriculum vitae.

november 17th & 18th, 2011 December 6th, 2011 Luxembourg trip On the 17th & 18th of November 2011 we will bring a visit to Ernst & Young in Luxembourg City, including a stay in a hotel. This is interesting for all (international) tax students who are studying fiscal law, especially the International and European Tax track. On Thursday the 18th of November we will depart by bus. During the day you will have the possibility to meet many different people who work in Luxembourg and get an impression of the atmosphere. The day program will be announced as soon as possible. Ernst & Young will accommodate our stay in Luxembourg. On day two, Friday the 18th of November, we will go back by bus to Maastricht. There is a possibility of a visit to a second firm in Luxembourg; information will be supplied as soon as possible. 36

Monthly drink The monthly member drink of December 2011 will take place on Tuesday the 6th of December from 21:00 untill closing time in our pub Stadscafé Lure. As always, drinks and snacks are free.

December 13th, 2011 Exam training International and European Tax Law From this year on we will organize exam trainings for our members. On the 13th of December we will organize an exam training for the master course International and European Tax Law. You can subscribe for this training at www.firstmaastricht.nl

Furthermore… February 7th, 2012 Monthly drink The monthly member drink of February 2012 will take place on Tuesday the 7th of February from 21:00 untill closing time in our pub Stadscafé Lure. As always, drinks and snacks are free. This drink is sponsored by Loyens & Loeff.

February 15th, 2012 first Fiscal Business day New activity this year! Our annual business day will hopefully be extended with an international program this year. The main purpose of our business day is to introduce all fiscal students in Maastricht to potential employers in one day. The business day will take place at the 15th of February 2012. More information will follow soon!

NOVEMBER 2011 FIRM


• russian tax system

text Evgeniy Korotkikh

Introduction to the Russian Taxation System This paper will give an introduction on the Russian taxation system, as well as some facts and thoughts on its background and development. Also, four major Russian taxes will be briefly explained.

A little bit of history First of all, one should remember that the modern Russian taxation system is comparatively young – we have had our first law on corporate income tax in 1991, right after the dissolution the of USSR and its command economic system. The first part of the Russian Tax Code was introduced in 1998, and the second part in 2000. Since that, it has been constantly modified – in average the Tax Code was changed each 18 days (!). In other words, one could say that every 1st of January Russia wakes up in a completely new tax reality. Tax legislation As mentioned, the Russian tax legislation is nowadays represented by the Tax Code: Part I is dedicated to basic definitions, rights, principles and procedures, Part II thoroughly describes all existing taxes and state duties. A very important role in tax legislation is played by the Russian Ministry of Finance, which has an exclusive right to interpret the Tax Code, and whose official clarification letters help to understand how any provision of the Tax Code shall be implemented in practice. And finally, one should never underestimate the role of Russian courts, which sometimes give their own interpretation of the tax legislation (in favor of a tax payer), often contradictory to the interpretation expressed by the Ministry of Finance before. Tax system in brief There are 13 taxes in Russia, divided into three levels: federal, regional and local. From the federal tax revenue perspective, the leading role is played by Personal Income Tax and Profit Tax (each 23% of all taxes in 2010), then by Tax on Mineral Extraction and Value Added Tax (18% and 17% respectively). Below are some basic facts on these most important taxes in Russia. Personal Income Tax

FIRM november 2011

So far, Russia is very proud of its flat rate of Personal Income Tax – 13% (for residents). Despite numerous attempts to replace this system with a progressive one, it is still there, at least as long as Mr. Putin wants it to be. In addition, Russian residents may apply a number of different deductions: standard, social, property, and professional. Surprisingly, income from dividends is taxed with an even lower rate – 9%. Russia applies the final withholding tax system, which means that once tax is withheld by the company, neither the tax authority nor the shareholder need to bother with taxation in the hands of the latter. For non-residents though, the flat tax rate is considerably higher – 30%. However, due to recent changes in tax and migration legislation, those non-residents who come to work in Russia and may be considered in Russia as “highly qualified specialists”, based upon education and salary criteria, have the right to apply the same 13% tax rate as Russian residents do. Profit tax Russia has the following Profit Tax rates: • 20% - general rate, • 15% - for dividends received by foreign holdings from Russian subsidiaries, • 9% - for dividends received by Russian holdings from Russian and foreign subsidiaries, and • 0% - participation exemption. This exemption applies for Russian holdings who own at least 50% of the shares in Russian or foreign subsidiaries, for more than 365 calendar days, and the foreign subsidiaries are not located in the jurisdiction of the Russian Ministry of Finance’s “black list”. While the statutory Profit tax rate in Russia is 20%, the effective tax rate is considerably higher, up to 50% and even more, mostly because of aggressive approach to deductibility of expenses from the tax administration’s side.

As a result, in 2010 Russia was on the 129th place among all countries according to the effective tax rate index. As a general provision, expenses may only be deducted if they are economically justified, meaning to relate with the business activity, and are properly confirmed by respective documents. Nevertheless, Russian tax authorities, being extremely bureaucratic and fiscal-minded, always try to attack the company’s expenses on the ground of non-fulfillment of one or both of these criteria. Moreover, deductibility of certain expenses like interest, marketing, representation etc., is specifically limited. Nevertheless, by virtue of several Double Taxation Treaties (namely, with Belgium, Germany, Canada, the Netherlands, New Zealand, USA, France) there is a possibility to unrestrictedly deduct the full amount of interest. As for now Russia has 76 Double Taxation Treaties. Their provisions prevail over domes-

37


• russian tax system

tic legislation. All of them are construed on the basis of the OECD Model Convention. Despite this, in the beginning of 2010 Russia has adopted its own Model Convention, according to which the Russian Ministry of Finance has the right to refuse the application of certain relief under the Treaty, should the abuse of law allegedly take place (some Treaties already contain such reservation clauses, e.g. the Brazilian one). It is said that all existing Russian Double Taxation Treaties will be revised accordingly in the nearest future. Finally, Russia has no CFC rules whatsoever. Mineral extraction tax Mineral extraction tax is a very special kind of tax paid by all organizations, Russian and foreign, who exploit Russian mineral resources. Mineral resources include the following types of minerals: hard coal, oil, natural gas, ferrous (iron, manganese, chrome) and nonferrous (aluminum, copper, zinc, etc.) metals, diamonds and other precious stones, etc. It goes without saying that from a tax revenue and political point of view, the most important resources are oil and gas. Russia is particularly rich with these minerals. E.g. as for oil, Russia is on the 7th place in the world, its oil resources exceed USA, China and Brasilia altogether. Tax rates are mostly defined as a percentage from the amount of extracted mineral, and

38

vary from 3,8%, for potassium salts, to 17,5%, for gas condensate. Exceptions are made for oil and gas. Their rates are established in a fixed amount, while for oil the tax rate shall be additionally multiplied with a special coefficient defined according to the oil’s world free market price. Value added tax There are three kinds of VAT rates: • 18% - general rate, • 10% - for most primary goods like food, baby products, books, medication, etc., and • 0% - for exports. Like the EU system, the Russian VAT system is generally “origin based”, except for certain services (legal, accounting, audit, licensing, marketing, IT, etc.), supply of which is “destination based”, meaning that the place of supply of such services shall be the place where their recipient has established his business. In terms of tax liability, Russia applies the “tax agency” mechanism, which seems similar to European “reverse charge”. Except for one thing: if the place of supply is considered to be Russia, then the Russian customer, acting as a tax agent of his foreign supplier, shall withhold and pay the respective amount of VAT to the Russian Treasury at the very moment of

paying the consideration abroad. This VAT is fully deductible for Russian customers under general conditions. Conclusion It is impossible, of course, to draw a full picture of Russian taxation system in one article. The main objective of this article is to highlight some of the most interesting features of the Russian taxation system and give some insight on the way of doing business in this very original and unconventional country. Despite its originality, the last tendencies in the development of the Russian taxation system clearly shows that Russia is longing to harmonize its tax provisions with European ones, adopting the European centuries-old experience and discovering new tax technologies. Recent introduction of the VAT credit-notes, the new transfer pricing rules based on OECD principles and upcoming changes in tax consolidation demonstrate this. At the present time, however, due to complexity and imperfection of the current system, there are still a lot of loop holes in the Russian tax law. Together with the specific mentality of Russian tax payers that gives rise to plenty of tax planning possibilities, this makes life of a tax consultant in Russia very exciting and full of day-to-day challenges.

november 2011 FIRM


Mazars is ontstaan uit een fusie tussen Mazars en Paardekooper&Hoffman

⎥⎦ W.w e∼k Ψnb ijmΕ zar s.⇔←

Ga verder met Mazars.


Een groot talent. Hoe lang wil je dat nog blijven?

Frank Hakkenbroek Junior Consultant Tax

Een succesvolle carrièrestart is meer dan een goede cijferlijst. Het begint met karakter en inzicht in jezelf. Ontdekken wie je bent, weten waar je naartoe wilt groeien Ên hoe je dat voor elkaar krijgt staat altijd aan de basis. Ernst & Young coacht jou actief op weg naar jouw succes. We bieden je volop kansen in de wereld van assurance, tax, transaction en advisory. Ontdek ze op ey.nl/carriere


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
FIRM 19.1 by FIRST Maastricht - Issuu