FIRM
First Maastricht
Fiscale Studievereniging
Fiscaal studentenblad
Jaargang 21 • Nummer 2 • januari 2014
(NON-)DISCRIMINATIE Gelijkheid en ongelijkheid in de Fiscaliteit
Fiscalist in stijl: deel II
Other Criteria of Tax Discrimination in EU Law
Eigen vermogen Wat ik wil? Ik wil de beste worden in cijfers zonder zelf een nummer te zijn...
Je hebt ambities. Je wilt jezelf op eigen wijze ontplooien. Vooruit, zelfs nummer 1 worden. Maar niet zonder zelf ontcijferd te raken. Want je presteert het beste bij een onderneming waar jij je thuis voelt. In Koenen en Co zul je veel van jezelf terugzien. Ook wij hebben ons op geheel eigen wijze ontwikkeld. Professioneel ĂŠn persoonlijk. In een regio waarin we ons thuis voelen. Kortom, Koenen en Co is een succesvolle organisatie die veel van je vraagt. Maar daar ook veel voor teruggeeft. Iets waar je elke dag op kan rekenen. Koenen en Co is dĂŠ vooruitstrevende totaaladviseur voor zakelijk Zuid-Nederland. Samen met de klant bekijken onze adviseurs alle kanten van zijn organisatie om zo te komen tot een succesvolle oplossing.
Volg ons ook op: www.koenenenco.nl twitter: #KoenenenCo facebook: Koenen en Co linkedin: group Koenen en Co en company Koenen en Co
Inhoudsopgave
Colofon
FIRM 21.2
FIRM is het gratis magazine van FIRST Maastricht fiscale studievereniging en verschijnt vier keer per
4
Voorwoord FIRM commissie
18
Rabobank: over een verloren imago
5
Voorwoord bestuur
20
Belastingdienst/Kantoor Buitenland
6
Agenda
21
PwC Business Course Barcelona
Hoofd- en eindredactie
6
Gelijkheid en ongelijkheid in de
22
Fiscalist in stijl: deel II
Martijn Veltrop
Fiscaliteit!
23 Tentamentraining Kostprijsverhogende
8
Belastingen
Sinterklaasborrel
jaar.
Niels Heuberger &
Redactie Lisa Wetzels, Michèle
10
Het gelijkheidsbeginsel
25
EY Coachdag
Rooijmans, Lieke
12
EY Inhousedag Tax 2013
26
Presentatie belastingplan 2014
Niederer
13
Update LOF Maastricht 2014
27
Borrelpagina
14
De pensioenplannen van het kabinet
28
Kantoorbezoek Loyens & Loeff
15
Kantoorbezoek PwC Eindhoven
29
Kantoorbezoek Belastingdienst en
6200 AB Maastricht
17
KPMG Meijburg Business Course Zuid-
Ministerie van Financiën
firm@firstmaastricht.nl
Kurvers, en Nathalie
Adresgegevens Postbus 64 043 – 388 35 88 www.firstmaastricht.nl
Afrika 2013
Oplage 550 stuks
17
INTERNATIONAL SECTION 31 32 34
Ontwerp Stefan Roex Grafisch Design
Exam training International and
www.stefanroex.nl
European Tax Law
Druk Perfect
Other Criteria of Tax Discrimination in
book, Specialist in
EU Law
www.perfect-book.nl
EY Luxembourg Trip – November 2013
studentendrukwerk,
Verspreiding Studenten en medewerkers van de FoL en de SBE van
18
22
Maastricht University, fiscale reünisten en vaste relaties van FIRST Maastricht. Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd en/of
14
worden overgenomen zonder voorafgaande (schriftelijke) toestemming van de redactie.
www.perfectbook.nl
FIRM JANUARI 2014
3
• VOORWOORD FIRM-COMMISSIE
Waarde lezer, Hoewel 2014 inmiddels alweer bijna een maand oud is, willen wij u toch nog een gelukkig en vooral gezond nieuw jaar wensen! We hopen dat iedereen van het kerstbanket en de oliebollen heeft genoten en de vakantie heeft kunnen gebruiken om de spreekwoordelijke accu weer op te laden, zodat 2014 een jaar mag worden met mooie (academische) belevenissen. Hoe het jaar beter te beginnen dan met een verse FIRM? Ondanks dat januari voor de gemiddelde student een relatief rustige periode is, is onze commissie weer hard aan de slag geweest om een interessante en leuke FIRM voor u samen te stellen. Zodoende staat ook deze editie weer vol met inhoudelijke artikelen, verslagen van diverse activiteiten, en natuurlijk leuke foto’s. Dit alles met als thema (non-) discriminatie. Geïnspireerd door de jaarlijks terugkerende maatschappelijke discussie omtrent Zwarte Piet die ook afgelopen jaar rond 5 december weer de kop opstak en de zorgen omtrent de homorechten tijdens de aanstaande Olympische Spelen in Sotsji, leek het ons een goed idee om (non-)discriminatie eens van de fis-
cale kant te bekijken. Immers, zeker bij zoiets fundamenteels als de heffing van belastingen dient men ervoor te zorgen dat er geen discriminatie plaatsvindt. Professor Van Mierlo zal ons in zijn column het verschil uitleggen tussen absolute en relatieve gelijkheid aan de hand van een treffend voorbeeld. En hoewel men misschien in eerste instantie zou denken dat absolute gelijkheid het streven van de overheid dient te zijn, blijkt dit niet (altijd) het geval! Daarnaast bespreekt mevrouw Gorissen verderop in deze FIRM het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. In dit artikel maakt zij duidelijk hoe dit beginsel discriminatie dient te voorkomen en geeft zij tevens een overzicht van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een beroep te doen slagen. Verder treft u in de internationale sectie een Engelstalig artikel van meneer Schaper aan waarin hij dieper in gaat op (non-)discriminatie in een Europeesrechtelijk kader. Na het lezen van dit artikel, waarin diverse arresten aan bod komen, zal duidelijk zijn dat ‘discriminatie’ niet eenvoudig te definiëren is.
Behalve inhoudelijke artikelen bevat deze editie natuurlijk ook weer diverse verslagen van FIRST-activiteiten, waaronder de trip naar EY Luxemburg, en deel 2 van ‘Fiscalist in stijl’. Was het de vorige keer de beurt aan Jasper om zijn visie te geven over de juiste kledingstijl voor de man, dit keer geeft Michèle tips aan de vrouwelijke leden van FIRST! Aangezien niets zo subjectief is als ‘stijl’, maken we hier graag van de mogelijkheid gebruik om een ieder uit te nodigen zijn of haar visie over ‘stijl’ op papier te zetten en deze naar ons toe te sturen voor deel 3 in de volgende FIRM. Nu u een impressie heeft van wat u allemaal kunt verwachten, rest ons niets anders dan u veel leesplezier te wensen. Behalve dat u na het lezen van deze FIRM op de hoogte zult zijn van alle activiteiten die de afgelopen tijd hebben plaatsgevonden, hopen we natuurlijk ook bij te dragen aan uw enthousiasme over de fiscale wereld! Niels Heuberger & Martijn Veltrop Hoofd- en Eindredacteur FIRM
• BERICHTEN VANUIT HET BESTUUR
4
Afscheid Luc Wulterkens
Forfaitair komt aan zijn einde
Het bestuur heeft afscheid genomen van Commissaris Intern Luc Wulterkens. Bart Wingen zal de Internationale en PR-commissie aansturen, Jasper de Winter de Symposium- en FIRM-commissie en Lei Molemans de FFB- en Activiteitencommissie.
Het LOF heeft het besluit genomen dat de Forfaitair zal worden afgeschaft. Vanaf januari is het blad opgehouden te bestaan. We zagen dit jaar dat het blad zijn populariteit aan het verliezen was en de kosten die met het blad gemoeid waren werden daardoor te hoog.
JANUARI 2014 FIRM
• VOORWOORD BESTUUR
Waarde lezer, Met het verschijnen van deze uitgave, is het alweer bijna februari. Dat betekent dat ons bestuursjaar halverwege is. Ik ben nu in de positie om te zeggen dat met het ambt het verstand komt, waarmee ik wil aangeven dat wij inmiddels op onze plek zitten en de zaken voortvarend gaan. Na een lange – en voor velen een aangename en rustige – periode rond kerst en de jaarwisseling is het wat ons betreft dan ook weer tijd om de schouders eronder te zetten. Hoewel gedane zaken geen keer nemen, blik ik graag met jullie terug op de afgelopen periode. Een periode met verschillende gezichten. Enerzijds een minder aangename fase door het vertrek van een vriend en bestuursgenoot. Anderzijds een bijzonder mooie periode met veel heugelijke momenten en waardevolle lessen. Het vertrek van Luc Wulterkens als Commissaris Intern in het zittende bestuur heeft vele mensen doen verbazen. Ofschoon wij het als bestuur betreuren dat Luc tot deze beslissing heeft moeten komen, respecteren wij zijn keuze en wensen wij hem alle goeds toe in de toekomst en in zijn nieuwe carrière. Daarnaast ons dankwoord voor zijn inzet gedurende de zomer en de eerste maanden van het academisch jaar. Na wikken en wegen heeft het bestuur besloten te continueren in haar huidige samenstelling, zonder een nieuwe aanvulling op de vrijgekomen positie. Onder het credo dat een nieuwe lap op een oud kleed geen zin heeft, zijn wij vastberaden het jaar dan ook met ons drieën succesvol te voltooien. Naast het hierboven genoemde, hebben er ook tal van activiteiten plaatsgevonden. Allereerst hebben wij op dinsdag 5 november kunnen luisteren naar de zeer kundige sprekers van Deloitte met de presentatie van het Belastingplan 2014. Geheel in stijl werd de avond afgesloten met onze maandelijkse borrel in Café Local op de Markt van Maastricht, alwaar de aanwezige stu-
denten de mogelijkheid werd geboden om in contact te komen met de medewerkers van Deloitte. Diezelfde week brachten wij een bezoek aan Luxemburg, om het kantoor en de medewerkers van EY Luxemburg beter te leren kennen. Een enorm leuke trip, waarbij niet alleen inhoudelijk aan de slag werd gegaan, maar ook een erg enerverend avondprogramma werd aangeboden en wij de inwendige mens ook konden verwennen. Na een overnachting in Luxemburg keerden wij terug naar Maastricht, waar wij konden terugkijken op een geslaagde trip. Een week later was het de beurt aan EY Amsterdam om de studenten te laten zien wat zij in huis hebben. Met vijf interessante en diverse workshops maakten de massaal aanwezige Maastrichtse studenten kennis met verschillende vakgebieden en EY als werkgever. De decembermaand startte met een erg gezellige borrel in Café Local, welke in het teken stond van Bingo. Winnende FIRSTleden werden verrast met leuke prijzen. Dat ik er zelf met de hoofdprijs vandoor ging, leek voor velen doorgestoken kaart. Ik kan de aanwezige leden echter verzekeren dat geluk in een klein hoekje zit! Vlak voor de tentamenweek brachten wij ook nog een bezoek aan de Hofstad. Met een grote delegatie bezochten wij achtereenvolgens de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën. Deze twee instanties lieten een verrassend leuke indruk achter bij hen die aanwezig waren. Wederom verzorgden PwC en BDO respectievelijk de tentamentrainingen International and European Tax Law en Kostprijsverhogende belastingen. Ik hoop dat de studenten baat hebben gehad bij deze training en de tentamens met veel succes zijn afgerond. Ook deed een geheel nieuw evenement haar intrede: de ‘Fiscalist in stijl’-dag, waarbij studenten niet alleen leerden hoe er gesolliciteerd dient te worden maar eveneens werden zij bijgepraat
over de juiste kleding op hun toekomstige sollicitatie. Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Het wordt weer tijd om aan de slag te gaan en de evenementen vliegen ons dan ook om de oren de komende tijd. Op 4 februari vindt de telkens terugkerende Loyens & Loeff-borrel plaats, waar de fiscale wettenbundels zullen worden uitgedeeld. Op 6 februari zal de eerste editie zijn van de International Job Fair en zal aan studenten de mogelijkheid worden geboden kennis te maken met internationale werkgevers. Aansluitend in februari vindt de FIRST Fiscale Bedrijvendag plaats en in april het FIRST Fiscaal Symposium. Daarnaast volgen er nog kantoorbezoeken, borrels en andere activiteiten. Ik wil namens het bestuur iedereen een aangename tweede helft wensen en wil eenieder hartstikke veel leesplezier wensen in deze nieuwe editie van de FIRM. Uiteraard hoop ik jullie allemaal terug te zien bij onze activiteiten. Bart Wingen Voorzitter 2013-2014
Internationale Bedrijvendag
Vooraankondiging: Hertoghs Pleitwedstrijd 2014
Voor het eerst in de geschiedenis van FIRST Maastricht is het gelukt om een Internationale Bedrijvendag (International Job Fair) doorgang te laten vinden. De Internationale commissie is inmiddels druk bezig met de organisatie van deze dag, die zal plaatsvinden op 6 februari 2014.
Op 3 oktober 2014 houdt Hertoghs haar jaarlijkse pleitwedstrijd. Een ervaren rechtbank beoordeelt de prestaties van de teams en de sprekers. Voor het beste team is een geldprijs van € 2000,- te verdienen en de beste pleiter kan naast de titel ‘Best Scenario 2014’ nog eens € 500,- in de wacht slepen
FIRM JANUARI 2014
5
• AGENDA or Schrijf je in vo a de activiteiten vi website sticht.nl .fi www rstmaa hoogte van en blijf op de snieuws. het vereniging
16 april 2014 19 februari 2014
4 februari 2014 Algemene Leden Vergadering De halfjaarlijkse Algemene Leden Vergadering (ALV) zal plaatsvinden op dinsdag 4 februari 2014. Tijdens de vergadering zal onder andere de voortgang van het bestuursjaar, de financiën en het sociaal halfjaarverslag besproken worden. Wettenbundelborrel i.s.m. Loyens & Loeff Aansluitend op de ALV zal de maandelijkse ledenborrel van februari plaatsvinden in Café Local op de Markt van Maastricht. Zoals gebruikelijk is de drank gratis voor leden. Loyens & Loeff zal tevens gratis wettenbundels Belastingrecht 2014 uitreiken.
FIRST Fiscale Bedrijvendag Ieder jaar organiseert FIRST haar Fiscale Bedrijvendag. Dit jaar zal deze plaatsvinden op 19 februari. Deze dag is bedoeld voor fiscale studenten om in één keer in contact te komen met een grote diversiteit aan potentiële werkgevers. Je hebt hen deze dag allemaal bij elkaar met een leuk en luxe dagprogramma. Wat wil je nog meer?
18 maart 2014 Open Feest De PR-commissie organiseert een open feest op 18 maart 2014. Ieder FIRST-lid is hierbij uitgenodigd samen met maximaal 2 introducés. Het belooft een mooie avond te worden. Meer informatie zal volgen.
Symposium 16 april 2014 is het weer zo ver en organiseert FIRST haar tweejaarlijkse symposium. Tijdens deze dag wordt een actueel fiscaal thema vanuit verschillende standpunten benaderd met gastsprekers uit diverse hoeken zoals de wetenschap, de fiscale praktijk, en de politiek. Het onderwerp van dit jaar blijft nog even een verrassing.
24 april 2014 Kantoorbezoek Accon AVM Op 24 april 2014 zal FIRST een bezoek brengen aan Accon AVM. Dit kantoor richt zich vooral op kleine en middelgrote ondernemingen in Nederland (MKB). Ze werken landelijk, met een sterk regionaal karakter. Wil jij graag kennismaken met Accon AVM? Dan is dit je kans! Schrijf je in via de website nadat je bent ingelogd.
• COLUMN
Gelijkheid en ongelijkheid in de Fiscaliteit!
Na jaren van vergetelheid staat gelijkheid en ongelijkheid in de politieke verdeling weer in de belangstelling. In de huidige tijden van lastenverzwaring horen wij in de fiscaliteit opeens weer ‘van de sterkste schouders en de zwaarste lasten’. Tijd om een en ander weer eens op te frissen uit een van de kernthema’s van de Politieke Filosofie. Dat thema heeft nog niets van zijn belang en actualiteit verloren. Hans van Mierlo laat dat zien in zijn column die goed past in Fiscale Discriminatiethematiek van dit winternummer van FIRM.
Fundamentele noties Fundamentele noties van gelijkheid en ongelijkheid kunnen mooi uitgelegd worden met het volgende voorbeeld uit de militaire dienst toen die nog verplicht was. De dienstplichtige soldaten melden zich na de keuring voor het eerst op de kazerne. Dan moeten ze meteen naar de foerier voor hun militaire kledij, om te 6
beginnen voor de uitdeling van hun schoenen, de befaamde ’kistjes’! Stel hij geeft ze allemaal dezelfde maat, bijvoorbeeld de meest gangbare maat 43. Dat is prachtig toch, dat heet absolute gelijkheid, allemaal dezelfde schoen, hoera!!! Toch is er bijna niemand gelukkig mee… Velen is die schoen veel te klein, en vele anderen is die
veel te groot. De foerier had natuurlijk moeten kijken naar de lengte van hun voeten. Grote voeten krijgen dan grote schoenen en kleine voeten krijgen kleine schoenen. Dat is relatieve gelijkheid. Daarbij wordt verdeeld volgens een relevant verdelingscriterium. Dat is in dit geval de lengte van de voet! Dit voorbeeld laat ook zien dat absolute JANUARI 2014 FIRM
• COLUMN
TEKST PROF. DR. J.G.A. VAN MIERLO
gelijkheid slechter kan zijn dan relatieve gelijkheid. Absolute gelijkheid is niet altijd goed, want dat maakt vaak niet gelukkig. Bij relatieve gelijkheid is het criterium volgens welke verdeeld wordt cruciaal. Daarbij verschuift het relevante verdelingscriterium over de tijd. Vroeger waren familie-afkomst en milieu relevante verdelingscriteria voor de verdeling van politieke en economische machtsposities en van welvaart. Dat wordt nu niet meer geaccepteerd, en dat is maar goed ook. Zoals sekseverschillen (man/vrouw) en etnische verschillen (blank/zwart) niet meer als relevante verdelingscriteria worden beschouwd, dan is opeens sprake van raciale discriminatie en van seksediscriminatie. Ook leeftijdsverschillen (jong/oud) worden steeds minder als relevant beschouwd, dan is al gauw sprake van leeftijdsdiscriminatie. In dit verband schiet mij te binnen het gekscherende liedje: “Eerlijk zullen wij alles delen, maar ik een beetje meer dan jij!” En dan nu naar de Fiscaliteit Gelijkheid wordt altijd in verband gebracht met het klassieke vraagstuk van Verdelende Rechtvaardigheid uit de Politieke Filosofie. Bekend is het principe dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden en ongelijke gevallen ongelijk. Maar wat zijn dan gelijke gevallen en welke gevallen zijn ongelijk? Dat brengt ons terug bij het relevante verdelingscriterium en wat relevant is wordt bepaald door de samenleving en de politiek. In de fiscaliteit kennen wij horizontale gelijkheid, ‘horizontal equity’, en verticale gelijkheid, ‘vertical equity’. Het eerste houdt in, gelijke inkomens betalen een gelijk belastingbedrag, en het tweede, ongelijke inkomens betalen dus ongelijke belastingbedragen, ofwel hogere inkomens betalen meer belasting dan lagere inkomens. Het inkomensniveau is dan het relevante verdelingscriterium voor de belastingdrukverdeling: “Who Bears the Tax Burden?” Dat doen wij in de inkomstenbelasting. Wij heffen daar naar draagkracht, het Draagkrachtbeginsel. De ons zo bekende Leo Stevens promoveerde in 1980 op het proefschrift Belasting naar Draagkracht (uitgegeven bij Kluwer natuurlijk). Dat proefschrift is in dit verband nog altijd lezenswaardig. Hier is sprake van relatieve gelijkheid en het verdelingscriterium is draagkracht. En draagkracht is ongelijk verdeeld. Dat komt door de Wet van het Afnemend Grensnut. Die geldt ook voor inkomen. Naarmate het inkomen toeneemt, daalt het grensnut van de laatste Euro die erbij komt. De miljonair ontleent veel FIRM JANUARI 2014
Prof Dr J.G.A. van Mierlo is hoogleraar Openbare Financiën aan de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht. Hij is coördinator van de Maastrichtse Bachelor- en Masteropleiding Fiscale Economie. Daarnaast is hij deskundige in onderwijs en praktijk van Beleidsevaluatie-onderzoek.
minder nut van de laatste Euro die bij zijn inkomen erbij komt, dan de bijstandstrekker van de laatste Euro die hij erbij krijgt; voor de laatste is die laatste Euro veel meer waard dan voor de eerste. Hierop is de Progressieve Belastingheffing gebaseerd. Om iedereen evenveel nut af te nemen, of evenveel pijn te doen, moet je sommigen (hogere inkomens) meer belasting laten betalen dan anderen (lagere inkomens). Om gelijke nutoffers te bereiken (hier geldt absolute gelijkheid!), moet je ongelijke belasting heffen (hier geldt relatieve gelijkheid!). Over de progressieve belastingheffing hebben Verrijn Stuart en Pierson eind negentiende eeuw nog fundamentele boeken geschreven. Nederland heeft in het fiscaal-economisch denken hierover dus een traditie hoog te houden! Een ander heffingscriterium betreft Profijt. Naarmate meer profijt wordt genoten van een voorziening, betaal je er dus ook meer voor. Dat is het bekende Profijtbeginsel, dat vooral wordt gehanteerd in allerlei Baatbelastingen en in allerlei Profijtheffingen. Die worden vooral als Belastingprijzen geheven voor individueel toewijsbare publieke voorzieningen. Zoals daar zijn onderwijs, collegegelden, en infrastructurele voorzieningen, ‘road pricing’ en tolheffing. De hoogte van zulke belastingprijzen hangt direct samen met de mate van gebruik en ook met de kosten ervan (liever de marginale kosten dan de gemiddelde kos-
ten leert ons de Welvaartstheorie!). Voordeel van het Profijtbeginsel is, dat het de gebruiker/betaler stimuleert tot rationele kosten/ baten-afwegingen, nadeel is dat het veelal degressief werkt en belastingprogressie in de Inkomstenbelasting ongedaan kan maken. Zo’n Profijtheffing wordt ook gehanteerd in belastingen ter compensatie voor negatieve Externe Effecten (Pigouviaanse belastingen!) zoals bij allerlei vervuilings- en milieubelastingen. Het belastingbedrag komt dan niet overeen met het genoten profijt, maar met de aangebrachte schade. Het is treurig dat wij in ons Fiscaal Beleid nooit meer fundamenteel praten over heffingsbeginselen, maar alleen nog maar over de financieringsfunctie van belastingen. Het lijkt alleen nog maar erom te gaan, hoeveel geld kunnen wij de burgers en de bedrijven nog uit de zak kloppen? En vooral en al lang niet meer om welke belastingmaatregel kunnen wij nog rechtvaardigen? Het gaat dus ook en vooral om draagvlak bij ‘Tax Compliance’. Dat is in alle opzichten een noodlottige verarming van de discussie en van het beleid…. Het begint met belastingvermijding en –ontduiking, maar het kan eindigen met de ‘Taxpayers’ Revolution’. Het verzet tegen Alva’s Tiende Penning was uiteindelijk ook het begin van onze Tachtigjarige Bevrijdingsoorlog tegen de Spaanse overheersing. 7
• SINTERKLAASBORREL
8
JANUARI 2014 FIRM
Durf jij de strijd aan?
“Een van de mooie dingen bij Hertoghs was dat je als stagiair vanaf het eerste moment als volwaardig kantoorgenoot meedraait.”
Wij delen inderdaad graag onze kennis en passie met gemotiveerde en getalenteerde Masterstudenten belasting- en/of strafrecht. Tijdens een stage van 4 weken maak je onder de hoede van een coach kennis met onze gespecialiseerde praktijk. Zo lever je een bijdrage aan het oplossen van juridische vraagstukken en schuif je aan bij de wekelijkse vaklunch en het maandelijks EP (Education Permanente). Maar bovenal: “Hertoghs staat bekend om zijn b(l)oeiende procespraktijk. Het bijwonen van een fiscale dan wel een strafrechtelijke zitting is derhalve een must. Maar er is meer. Tijdens mijn studentstage woonde ik ook een getuigenverhoor en een cliëntbespreking bij.“ Ben je geïnteresseerd in een stage bij ons op kantoor? Aarzel niet en richt je stageverzoek met cv en studieresultaten tot onze managing director Peter van der Westerlaken (westerlaken@hertoghsadvocaten.nl). Mocht de reisafstand groot zijn dan kunnen wij zorgen voor huisvesting in Breda. “De combinatie van een professionele organisatie met een fijne werksfeer, enorm veel kennis van zaken en een uniek vakgebied maken het kantoor een fantastische stageplaats. Het is een leerzame ervaring die je nog lang zal bijblijven!” Willemstraat 1-3, 4811 AH Breda Parklaan 32, 3016 BC Rotterdam Postbus 4729, 4803 ES Breda T (076) 520 22 66 www.hertoghsadvocaten.nl
DOOR MR. DR. N.H.A. GORISSEN25
• INHOUDELIJK
Het gelijkheidsbeginsel Het thema van deze FIRM is discriminatie. Wat betreft het formele belastingrecht sluit het gelijkheidsbeginsel oftewel non-discriminatiebeginsel hierbij aan. In deze bijdrage schets ik het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur in de fiscaliteit. Het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur Het gelijkheidsbeginsel is een van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en voorkomt dat bestuurshandelingen discriminatoir zijn. Het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur is niet gecodificeerd1. Het heeft zich in de jurisprudentie ontwikkeld2 en houdt in dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden en ongelijke gevallen dienen naar de mate van hun ongelijkheid te worden behandeld3. Als het om gelijke gevallen gaat dan gaat het om rechtens en feitelijk dezelfde gevallen4. Van feitelijk gelijke omstandigheden is sprake indien de met elkaar vergeleken gevallen dezelfde feitelijke kenmerken hebben c.q. de vergeleken belastingplichtigen in soortgelijke omstandigheden verkeren. Rechtens zijn gevallen gelijk indien daarop dezelfde wettelijke voorschriften van toepassing zijn5. ‘Het lidmaatschap van een groep maakt de feitelijke gelijkheid vanzelfsprekend.’6 Het is de belastingplichtige die 10
voldoende feiten moet stellen voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel want de rechter toetst dit niet ambtshalve.7 8 Als een rechtvaardigheidsgrond (zoals doelmatigheid) bestaat voor de ongelijke behandeling dan slaagt een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet. Doelmatigheid is bijvoorbeeld het achterwege laten van een correctie vanwege het geringe financiële belang.9
Het gelijkheidsbeginsel contra-legem De vraag is of het gelijkheidsbeginsel de wet aan de kant kan zetten. Niet elke ongelijke behandeling van gelijke gevallen leidt er immers toe dat op grond van het gelijkheidsbeginsel van een juiste wetstoepassing moet worden afgezien. Het gelijkheidsbeginsel is situatieafhankelijk. Er vindt steeds een afweging plaats met het legaliteitsbeginsel.10 Indien van de wet wordt afgeweken, wordt gesproken over het gelijkheidsbeginsel contra-legem. Uit de belastingrechtspraak11 blijkt dat het gelijkheidsbeginsel onder omstandig-
heden inderdaad contra-legem kan werken. De contra-legem toepassing is mogelijk bij de aanwezigheid van begunstigend beleid12, maar ook als sprake is van een oogmerk van begunstiging13 of als de zogenoemde meerderheidsregel (begunstiging in een meerderheid van de gevallen) van toepassing is. Hieronder volgt een behandeling van deze genoemde omstandigheden die kunnen leiden tot een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ten eerste is dat begunstigend beleid. Dit wil zeggen dat het gaat om de consistente toepassing van beleid dat een begunstigende bedoeling heeft. De fiscus moet zich dus bewust zijn van het feit dat het door hem gehanteerde beleid begunstigd is.15 16 Het gaat om in beginsel niet gepubliceerd beleid. Op gepubliceerd beleid kan de belastingplichtige een beroep doen via het vertrouwensbeginsel. Let op dat het gelijkheidsbeginsel geen betrekking heeft op een consistente behandeling van een en dezelfde belastingplichtige, JANUARI 2014 FIRM
• INHOUDELIJK
maar op de gelijke behandeling van de ene belastingplichtige ten opzichte van een of meer andere belastingplichtigen.17 Ten tweede het oogmerk van begunstiging. Als een bestuursorgaan één of meer van de tot een groep behorende belastingplichtigen begunstigend behandelt, moeten ook andere leden van de groep zo worden behandeld. Bij een oogmerk van begunstiging is het bestuursorgaan zich ervan bewust dat zijn handelen een begunstigend karakter heeft c.q. in het voordeel van bepaalde belastingplichtigen afwijkt van een juiste wetstoepassing. Van bewustheid is geen sprake als een of meer belastingplichtigen ten gevolge van een incidentele fout worden bevoordeeld boven anderen.18 Ten slotte is de meerderheidsregel ontwikkeld. Als de van de wet afwijkende behandeling van andere belastingplichtigen waarop de belastingplichtige zich beroept niet berust op beleid of op een oogmerk van begunstiging, maar voortvloeit uit door de inspecteur
gemaakte fouten in een meerderheid van met belastingplichtige vergelijkbare gevallen, zou een beroep op het gelijkheidsbeginsel moeten kunnen slagen. Echter niet in aanmerking mogen worden genomen gevallen zoals die waarin een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven vanwege het geringe financiële belang of waarin de aanslag niet overeenkomstig de wet is vastgesteld ten gevolge van tik- of schrijffouten of daarmee gelijk te stellen vergissingen.19 Vervolgens dient tot een groep gekomen te worden waarop de meerderheidsregel kan worden toegepast.20 De meerderheid is de helft plus een van de vergelijkbare gevallen. Voor toepassing van de meerderheidsregel geldt dat belanghebbende ten minste twee andere gevallen moet kunnen aanwijzen waarin de begunstigende behandeling is toegepast.21 Van belang is verder dat in de vergelijking slechts kunnen worden betrokken de met het geval van de betrokken belastingplichtige vergelijkbare gevallen die aan het betrokken bestuursorgaan uit hoofde van zijn bevoegd-
heid bekend zijn.22 23 Nu duidelijk is wanneer een beroep op het gelijkheidsbeginsel kan slagen, wil ik nog benadrukken dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt als het bestuursorgaan vindt dat het gevoerde beleid ongerechtvaardigd is. Dit speelde met betrekking tot de zogenoemde ‘Vinkenslagaffaire’. Besloten is toen om de ongerechtvaardigd geachte bevoordeling te staken en deze niet via het gelijkheidsbeginsel nog verder uit te breiden.24
Tot slot Concluderend kan gezegd worden dat het gelijkheidsbeginsel een belangrijk algemeen beginselen van behoorlijk bestuur is omdat een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel impliceert dat discriminatoir handelen van een bestuursorgaan opgeheven wordt.
1 Het verbod van discriminatie is o.a. te vinden in art. 1 Grondwet, art. 14 EVRM, art. 1 Protocol nr. 12 bij EVRM en art. 26 IVBPR, maar in deze bijdrage beperk ik mij zoals beschreven tot het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, andere toepassingen van het gelijkheidsbeginsel c.q. discriminatieverbod worden buiten beschouwing gelaten. 2 In deze bijdrage ligt de nadruk op de belastingrechtspraak. 3 Zie E.C.G. Okhuizen e.a., Hoofdzaken formeel belastingrecht, Boom fiscale uitgevers, Den Haag, 2012, p. 156 en P.G.M. Jansen, NDFR, deel formeel belastingrecht, algemene beginselen en leerstukken, Gelijkheidsbeginsel, art. 1 GW, commentaar 1. 4 HR 13 oktober 1982, nr. 21237, BNB 1983/3 waarin de betrokken woningen feitelijk noch rechtens tot dezelfde groep behoren. Zie ook HR 21 september 2012, nr. 11/03314, NTFR 2012/2228, waarin ook geen sprake was van gelijke gevallen waardoor een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde. In HR 10 augustus 2007, nr. 42516, NTFR 2007/1478 en BNB 2007/311 ging het wel om vergelijkbare gevallen. 5 Zie ook, E.C.G. Okhuizen e.a., Hoofdzaken formeel belastingrecht, Boom fiscale uitgevers, Den Haag, 2012, p. 158 en P.G.M. Jansen, NDFR, deel formeel belastingrecht, algemene beginselen en leerstukken, Gelijkheidsbeginsel, art. 1 GW, commentaar 2. 6 L.A. de Blieck e.a., Algemene wet inzake rijksbelastingen, Kluwer, Deventer, 2013, p. 293. 7 Zie ook A.T.P. Nefkens, Kroniek Algemene beginselen, TFB nr. 6/7 oktober 2013, p. 40, C.M. Bergman, Het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, NTFR-B 2010/3, R.E.C.M. Niessen, De meerderheidsregel in het gelijkheidsbeginsel, NTFR-B 2009/24 en P.G.M. Jansen, NDFR, deel formeel belastingrecht, algemene beginselen en leerstukken, Gelijkheidsbeginsel, art. 1 GW, commentaar 5. Zie tevens 19 januari 1983, nr. 21229, BNB 1983/133. 8 Op de bewijslastverdeling wordt niet verder ingegaan. Hiervoor verwijs ik naar L.A. de Blieck e.a., Algemene wet inzake rijksbelastingen, Kluwer, Deventer, 2013, p. 298-299. 9 HR 27 maart 1985, nr. 22528, BNB 1985/164 en HR 17 juni 1992, nr. 27048, BNB 1992/295. 10 Legaliteitsbeginsel: Het beginsel dat regelt dat de wet moet worden toegepast. Zie art. 104 Grondwet. 11 HR 6 juni 1979, nr. 19290, BNB 1979/211. 12 HR 6 juni 1979, nr. 19290, BNB 1979/211. Zie ook 19 januari 1983, nr. 21197, BNB 1983/132. 13 HR 28 maart 1984, nr. 22171, BNB 1984/196. 14 HR 17 juni 1992, nr. 27048, BNB 1992/295, HR 5 oktober 1994, nr. 29839, BNB 1995/7, HR 16 december 1998, nr. 33327, BNB 1999/165 en HR 15 maart 2000, nr. 34740, BNB 2000/278 en NTFR 2000/399. Zie ook HR 13 juli 2012, nr. 11/00162, 11/00163 en 11/00164, NTFR 2012/1932 waarbij geoordeeld is dat de meerderheidsregel ook van toepassing is bij aangiftebelastingen. 15 HR 23 april 2004, nr. 38262, NTFR 2004/621 en BNB 2004/392. 16 Interpretatief beleid wordt buiten beschouwing gelaten in deze bijdrage. 17 HR 27 januari 2006, nr. 39810, NTFR 2006/171 en BNB 2006/151. 18 Zie ook, E.C.G. Okhuizen e.a., Hoofdzaken formeel belastingrecht, Boom fiscale uitgevers, Den Haag, 2012, p. 160 en L.A. de Blieck e.a., Algemene wet inzake rijksbelastingen, Kluwer, Deventer, 2013, p. 294. Zie tevens HR 23 april 2004, nr. 38262, NTFR 2004/621 en BNB 2004/392. 19 HR 17 juni 1992, nr. 26777, BNB 1992/294 en HR 17 juni 1992, nr. 27048, BNB 1992/295. 20 Zie voor meer informatie R.E.C.M. Niessen, De meerderheidsregel in het gelijkheidsbeginsel, NTFR-B 2009/24, waarin o.a. regels worden geformuleerd voor het becijferen van het aantal begunstigende gevallen. Zie ook P. van der Wal, Gelijkheidsbeginsel, meerderheidsregel en ambtsgebied, NTFR-B 2008/34. 21 HR 6 oktober 2006, nr. 40443, BNB 2007/3. 22 HR 29 mei 2009, nr. 43632, BNB 2009/184, FED 2009/84 en NTFR 2009/1241 over de toepassing van de meerderheidsregel na de inwerkingtreding van de landelijke bevoegdheid in 2003. 23 Zie ook, E.C.G. Okhuizen e.a., Hoofdzaken formeel belastingrecht, Boom fiscale uitgevers, Den Haag, 2012, p. 160 en 161. 24 HR 10 augustus 2007, nr. 43651, BNB 2008/4 en NTFR 2007/1463. Zie tevens R.E.C.M. Niessen, Het gelijkheidsbeginsel na Vinkenslag: een impressie, NTFR-B 2007/41. 25 mr. dr. N.H.A. Gorissen is universitair docent belastingrecht bij de Capaciteitsgroep Belastingrecht van Maastricht University FIRM JANUARI 2014
11
• VERSLAG
DOOR MARTIJN VELTROP
EY Inhousedag Tax 2013
O
p vrijdag 15 november hield Ernst & Young, of kortweg EY zoals ze zich tegenwoordig profileren, haar landelijke inhousedag. Deze dag opende kantoor Amsterdam haar deuren voor alle fiscale studenten van Nederland. Zoals gewoonlijk was FIRST Maastricht met een mooi gezelschap van de partij. Vanuit station Amsterdam RAI loop je zo naar de hoge torens van het kantoor aan de Antonio Vivaldistraat. Bij binnenkomst werden we hartelijk ontvangen door de recruiters. Alle 96 deelnemers kregen een naamkaartje en er werd van iedereen apart een foto gemaakt. Op het naamkaartje stond tevens je groepsnummer. Dit bepaalde in welke volgorde je de vijf workshops deze dag zou volgen. Er werd afgetrapt door Chiel Smit, partner van EY, die ons iets vertelde over het bedrijf in het algemeen. Vervolgens kwamen twee werkstudenten aan het woord die hun ervaringen met ons deelden. Zij drukten ons op het hart, deel te nemen aan de EY Business Course New York. Zoals wel uit de foto’s was op te maken, moet het een pracht evenement zijn. Helaas voor de Maastrichtse studenten vindt de trip plaats midden in de tentamenweek van periode 4. Het vervolg van de dag bracht je door in de groep waarbij je was ingedeeld. Tijdens iedere workshop zou een aparte afdeling binnen EY zich aan ons presenteren. Er was ook uitgebreid de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Bovendien bevatte iedere workshop een spelelement, waarmee zelfs heuse prijzen te winnen waren! Om twaalf uur ging de eerste workshop van start. Mijn groep had het genoegen om als eerste naar de ‘Cube’ te gaan. Dit is de top van het kantoor, gelegen op de 21ste verdieping. Vanaf hier heb je werkelijk een prachtig uitzicht over Amsterdam en omstreken. De eerste workshop werd gegeven door medewerkers van de Financial Services Office, wiens klanten vooral bestaan uit banken, verzekeraars en investeringsfondsen. De medewerkers van FSO hadden een leuke lingo-quiz op poten gezet, die zowel was gericht op fiscale nieuwsfeitjes als vakinhoudelijke kennis. Voor elk correct antwoord kreeg een van de drie teams punten, maar nog belangrijker, er verscheen ook een letter op het bord. Deze letters vormden samen een aan FSO gerelateerd woord. Maar ja, kom zelf maar eens op ‘depositogarantiestelsel’! De
12
winnaar werd verblijd met het enige echte EY fietsslot. Na genoten te hebben van een heerlijke lunch en buiten een luchtje geschept te hebben, vervolgden wij ons programma bij Human Capital. Hier liepen we de voormalig voorzitter van onze vereniging Tobias Noordhoek tegen het lijf. Hij is tegenwoordig actief binnen de afdeling Human Capital van EY. De groep werd wederom opgedeeld in teams die elk relevante aspecten moesten benoemen van een driejarig
verblijf in Nederland voor een Amerikaanse expat. Het winnende team werd verrast met een EY drinkbeker. We verplaatsten ons naar de naastgelegen ruimte voor alweer onze derde workshop die werd gegeven door de mensen van Indirect Tax. Dit specialisme strekt zich uit van het internationale douaneregime tot de lokale publieke sector. Door middel van een zelfgemaakt filmpje kregen we een goed beeld van hoe de gemiddelde werkweek er ongeveer uitziet. Een
JANUARI 2014 FIRM
• VERSLAG
echte competitie was er niet, maar wel ging een van ons naar huis met een heus EY keycord. Daarna was het tijd om even pauze te houden. Naast voldoende drinken werden we ruim voorzien in tal van lekkere tussendoortjes. Met nieuwe energie gingen we van start bij de combinatieworkshop van de afdelingen International Tax Services, Transaction Tax en Transfer Pricing. Bij hen staat vooral het internationale karakter centraal. Heb jij ambitie om in het buitenland aan de slag te gaan, dan moet je een specialisatie in deze richting zeker eens overwegen. We speelden een quiz bestaande uit meerkeuzevragen die varieerden van het aantal belastingverdragen dat Nederland heeft gesloten, tot hoelang het duurt voordat een medewerker van deze afdeling naar het buitenland wordt uitgezonden
(antwoord: 2 jaar). Het winnende team kreeg de EY fietsbel. Onze laatste workshop vond plaats bij Business Tax Administration. Met de borrel in het vooruitzicht had niemand nog echt zin in de behandeling van een inhoudelijke casus. Om de EY sleutelhanger hoefde dan ook niet meer gestreden te worden, deze kon iedereen gewoon meenemen. Dit gaf ons wel de gelegenheid tot het stellen van vragen, er zijn immers toch veel studenten geïnteresseerd in een carrière op het gebied van de vennootschapsbelasting. Vooral de variëteit binnen deze afdeling valt erg op. Hoewel ze zich allen met de vennootschapsbelasting bezighouden, richt de één zich op lokale huisarts, terwijl de ander binnen internationale concerns werkzaam is. Het was inmiddels vrijdagmiddag vijf uur,
dus tijd voor de borrel! Naast het bier vonden ook de snacks gretig aftrek. Veel studenten grepen dit moment ook aan om bij de recruiters eens nader te informeren over de mogelijkheden voor het lopen van stage of het doen van een werkstudentschap. Bij het weggaan kregen we allemaal nog een goodie bag mee, met onder andere handschoenen waarmee je een smartphone kunt bedienen. Ideaal voor studenten en eigenlijk de hoofdprijs van de dag! De inhousedag is een perfect georganiseerd evenement, waarbij studenten een goed beeld krijgen van de verschillende afdelingen binnen EY. Kortom, zeker een aanrader voor iedereen die dit jaar niet mee is geweest.
Update LOF Maastricht 2014 Door middel van een stukje in iedere FIRM-editie deze jaargang, zal ik de lezers op de hoogte houden van de ontwikkelingen in aanloop naar het LOF Congres 2014 in Maastricht. Inmiddels is het nieuwe jaar aangebroken en komt september 2014 beetje bij beetje dichterbij. Vanaf september hebben we twee keer per maand vergaderd. We hebben enorm veel brainstormsessies gehad en voorgaande edities van het LOF Congres geëvalueerd. Vanuit die basis hebben we als bestuur een raamwerk opgezet en eisen geformuleerd waaraan een congres moet voldoen. Het is ons streven om een interessant, aansprekend, interactief en kwalitatief hoogstaand LOF Congres te organiseren, waarin we willen uitblinken ten opzichte van andere steden. Dit klinkt wellicht arrogant, maar het is juist van belang om ervoor te zorgen dat zowel studenten als sponsoren het belang van het enige landelijke fiscale studentencongres niet onderschatten. Daarnaast hebben we een geschikte datum vastgesteld waarop het evenement zal plaatsvinden: vrijdag 26 september 2014. Na het vaststellen van de datum hebben we diverse gesprekken gevoerd met professoren van de capaciteitsgroep Belastingrecht. Uit deze gesprekken is een zeer actueel en internationaal georiënteerd onderwerp naar voren gekomen. Dit onderwerp zal in de volgende editie van de FIRM bekend worden gemaakt. Na het prikken van een geschikte datum en het bepalen van het onderwerp is de zoektocht naar geschikte locaties begonnen. Een hele klus, zo bleek. Een locatie voor het plenaire gedeelte was snel gevonden. Een locatie met voldoende capaciteit voor het diner blijkt tot nu toe echter een pijnpuntje. Ook is er contact geweest met di-
FIRM JANUARI 2014
verse hostels, zodat studenten uit andere steden de mogelijkheid kan worden geboden om te blijven overnachten. Last but not least, zal in januari 2014 de stichting worden opgericht, de eerste contracten met de locaties worden gesloten en zal er acquisitie worden gevoerd. Al met al hebben we komende maanden een druk programma voor de boeg waarin het congres steeds meer vorm zal krijgen! Jasper Meessen Voorzitter LOF bestuur 2014
13
• INHOUDELIJK
DOOR NATHALIE NIEDERER
De pensioenplannen van het kabinet
Toezicht op pensioenfondsen: gaat dit werkelijk tot premieverlaging in de toekomst leiden?
D
e hervorming van het pensioenstelsel heeft de gemoederen in politiek Den Haag de laatste maanden behoorlijk bezig gehouden. Uiteindelijk is er een akkoord bereikt tussen de coalitie- en oppositiepartijen, maar makkelijk ging dit allerminst. In dit artikel probeer ik te verduidelijken wat er in de toekomst zoal gaat veranderen met betrekking tot ons pensioenstelsel. De belangrijkste aanpassing die het kabinet wil doorvoeren heeft te maken met het aanvullend pensioen. Hiervoor geldt de zogenoemde omkeerregel, dat wil zeggen dat de uitkering belast is maar dat de aanspraken vrijgesteld zijn van belastingheffing; in de volksmond wordt dit ook wel belastingvrij sparen genoemd (zie o.a. de artikelen 10, 11, 18 en 18a van de LB 1964). Het kabinet had oorspronkelijk het voornemen om het maximale percentage van 2,25% -waarover dus belastingvrij gespaard kan worden- te verlagen naar 1,75%. Deze besparing zou de overheid een inkomstenpost van ongeveer drie miljard euro opleveren; minder pensioenopbouw betekent immers dat men per maand meer overhoudt, maar over dit bedrag moet wel belasting worden betaald. Het idee is
dat deze verlaging gecompenseerd wordt door langer te blijven werken. Op die manier heeft iemand die 40 jaar werkt en vanaf 25 jarige leeftijd wat minder spaart nog altijd een mooi aanvullend pensioen opgebouwd, zo luidde de gedachte van het kabinet.1 Zo mooi als het kabinet haar plannen presenteerde, zo anders dacht de Eerste Kamer erover. De senatoren hadden dusdanig veel bezwaren dat al gauw duidelijk werd dat de pensioenplannen niet door een meerderheid gesteund zouden worden. Er moesten dus concessies worden gedaan om alsnog een meerderheid in de Eerste Kamer te krijgen, hetgeen uiteindelijk gelukt is. Zo is in het pensioenakkoord afgesproken dat de pensioenopbouw verlaagd wordt naar 1,875% in plaats van 1,75%, maar dat is niet het meest opvallende meningsverschil in het parlement. Het pijnpunt zit hem vooral in de hoogte van de pensioenpremies. Zoals gezegd leidt een verlaging van het percentage tot meer belasting betalen. Om enigszins tegenmoet te komen aan de koopkracht van de burger, wil het kabinet dat de pensioenpremies omlaag gaan. Het probleem is dat het kabinet hier niet over gaat, werknemers en werkgevers mogen dit zelf be-
palen. Bovendien staan de pensioenfondsen niet te springen om de premies te verlagen. De reserves lopen immers al jaren terug2; om dit op te vullen heeft een pensioenfonds de mogelijkheid de premies te verhogen, hetgeen de meesten ook doen. Of de pensioenpremies in de toekomst ook echt omlaag zullen gaan, is dus nog maar de vraag. De oppositiepartijen willen echter de garantie hebben dat de pensioenpremies gaan dalen3 en dus is in het pensioenakkoord afgesproken dat De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) erop gaat toezien dat pensioenfondsen ook daadwerkelijk de premies gaan verlagen. Meer concreet komt dit neer op een omkering van de bewijslast: pensioenfondsen die niet overgaan tot verlaging van premies, moeten kunnen aantonen dat dit redelijkerwijs noodzakelijk is. Daarbij kan DNB verschillende sancties opleggen, waaronder boetes tot maximaal een miljoen euro. Hoewel deze maatregel een stok achter de deur is, blijft het gissen of DNB ook daadwerkelijk premieverlaging bij pensioenfondsen kan afdwingen in de toekomst.
1 Ter vergelijking: het huidige pensioenstelsel brengt mee dat iemand die op 25 jarige leeftijd begint met sparen -met een maximum percentage van 2,25%- na 35 jaar ongeveer 80% van het gemiddeld verdiende salaris bij elkaar heeft gespaard (gebaseerd op het middelloonstelsel, art. 18a lid 2 van de LB 1964). 2 Dit heeft o.a. te maken met de toename van het aantal gepensioneerden en de afname van het aantal premiebetalers, de toename van de levensverwachting en de tegenvallende beleggingen op de beurs. Jongeren betalen al met al fors meer premies (om het tekort op te vullen) dan ouderen vroeger hebben betaald. Je kunt je afvragen of een politieke partij zoals de 50Plus partij überhaupt recht van spreken heeft. 3 Het gaat hier met name om oppositiepartijen, bijvoorbeeld D66, die opkomen voor ‘de jongere generatie’. Zij zien in verlaging van de premies de waarborg dat de rekening niet alleen bij jongeren komt te liggen (hogere premie betekent immers dat men minder nettoloon overhoudt). 14
JANUARI 2014 FIRM
• VERSLAG
DOOR LIEKE KURVERS
Kantoorbezoek PwC Eindhoven Nadat we waren ontvangen met koffie en thee, begon het kantoorbezoek met een korte introductie over wat werken bij PwC inhoudt en natuurlijk ook wat werken bij PwC zo bijzonder maakt. De aanwezige werknemers hielden tevens nog een kort praatje en daarnaast kregen we ook meteen de mogelijkheid om vragen te stellen. Na deze introductie werd de groep in vier subgroepen verdeeld en kregen we gezamenlijk een casus te horen. Door problemen met het geluid verliep dit in eerste instantie niet helemaal volgens plan. Gelukkig waren er een aantal vrouwen aanwezig die de problemen
FIRM JANUARI 2014
konden oplossen, waardoor we weer moeiteloos met de casus verder konden. Vervolgens was het tijd om daadwerkelijk met deze casus aan de slag te gaan. Iedere groep kreeg een ander vakgebied en aan de hand hiervan moesten de problemen in de casus opgelost worden. De vakgebieden waar het om ging waren loonbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Om ons een duidelijker beeld te geven van wat het beroep van belastingadviseur binnen PwC inhoudt, werden er uit ieder vakgebied specialisten ingezet. Bij hen kon iedere groep dan één voor één langsgaan met vragen over de casus.
Nadat iedere groep de casus had ‘opgelost’ was het tijd om de bevindingen met de rest te delen door middel van enkele presentaties. Alle groepen zaten dicht bij elkaar in de buurt wat betreft de oplossingen. Toen het inhoudelijke gedeelte ten einde was vertrokken we met de gehele FIRST-delegatie en PwC’ers per bus naar het centrum van Eindhoven. In Café New York stond een heerlijk drie-gangen diner op ons te wachten en kregen we nogmaals de kans om kennis te maken met de PwC’ers. Na het diner was de leuke en leerzame dag alweer ten einde en vertrokken we per trein richting Maastricht.
15
To be on top of tax you need to be prepared for the unexpected
Vaar ook mee met de Meijburg Sail Challenge 2014! Onze jaarlijkse Sail Challenge zal plaatsvinden op 16 mei 2014. Wil jij je individueel of per team inschrijven of meer informatie over dit unieke evenement? Kijk dan op www.waarligtjouwtax.nl en hou onze Facebookpagina in de gaten.
© 2014 KPMG Meijburg & Co, belastingadviseurs, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348 en maakt deel uit van KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
• VERSLAG
DOOR BIANCA BUZBULAS & TWAN ARTS
KPMG Meijburg Business Course Zuid-Afrika 2013 Na een lange vlucht van twaalf uur zetten we omstreeks middernacht de eerste voetstappen op de Afrikaanse bodem in Kaapstad. Bij aankomst in het prachtige Table Bay Hotel, staan een hapje en een drankje al voor ons klaar.
prachtige Dellair voor een rondleiding in de wijnkelder. Aansluitend een wijnproeverij in het restaurant. We sluiten de dag af met een diner in een beachbar en natuurlijk een borrel in het hotel!
Dag 3: Baboons Baby!
Dag 5: Casusdag + safari
Dag 1: Nelson Mandela
Het belooft een enerverende en sportieve dag te worden. We reizen af naar Kaap de Goede Hoop! Hier ligt voor iedereen een “bergfiets” (mountainbike) klaar voor een rit van vijf kilometer. Onderweg wordt de weg geblokkeerd door vijf agressieve baboons! Ze klimmen op auto’s en zorgen voor chaos op de weg. Na de fietstocht liggen er drie snelle speedboten in de zee voor een bumpy ride. ’s Middags is er voor het eerst tijd om een duik te nemen in het zwembad onder het genot van een alcoholvrije cocktail (geintje!). We sluiten de derde dag af met een diner in het Waterfront van Kaapstad.
Om half zes staan koffie, thee en een muffin klaar. Om zes uur vertrekken we weer voor de tweede safari. Na terugkomst starten we meteen met de belangrijkste casus waarbij we in dezelfde groep zitten. Het is een uitdagende, maar leuke casus. We sluiten de dag af met een Zuid-Afrikaanse “Braai” in de buitenlucht. Hier wordt ook de winnaar van de casus bekendgemaakt. (Toevallig ons groepje!). De avond wordt muzikaal en dansend afgesloten door een Zuid-Afrikaanse drumband en een mooi optreden van de studenten.
Dag 4: Sabi Sabi Bush Lodge
De laatste dag is aangebroken en we reizen af naar de primary school “Ezweni”. Deze school wordt door Meijburg gefinancierd. Eerst delen we lunchpakketten uit aan alle 700 kinderen die ons toezingen. Vervolgens moeten de handen uit de mouwen worden gestoken. Er moeten namelijk 150 schoolbankjes in elkaar worden geschroefd en een schoolgebouw geschilderd (dat is even afzien bij +/- 40 ˚C). De blije gezichten van de kinderen maken alles goed! Even snel eten en douchen, want de terugvlucht staat voor de deur. Eenmaal in Amsterdam aangekomen eindigt de Business Course 2013. Een intensieve en mooie week!
De eerste dag is aangebroken en we moeten vroeg uit de veren voor een heerlijk ontbijt met het zonnetje op ons gezicht (+/- 28 ˚C). Meteen na het ontbijt nemen we de veerboot vanuit het Waterfront richting Robbeneiland. Robbeneiland is de gevangenis waar onder andere Nelson Mandela zijn tijd heeft uitgezeten als politieke ‘crimineel’. Hier krijgen we een uitgebreide rondleiding van een ex-gevangene die er zelf twaalf jaar zat. Erg indrukwekkend! Bij terugkomst in het Waterfront wacht ons een heerlijke lunch in de haven van Kaapstad. It’s Burger time! Na de lunch is het tijd voor het serieuze gedeelte van de dag en starten we met de eerste casus van de week. Voor het diner bezoeken we de Tafelberg, een van de zeven wereld natuurwonderen. Het heldere weer zorgt voor een spectaculair uitzicht over Kaapstad.
Dag 2: Zorgvliet & Dellair Na het ontbijt vertrekken we meteen naar de wijngebieden: de tweede casus staat op het programma. Deze vindt plaats tussen de wijngaarden bij Zorgvliet Wine Estate. Hierna wacht ons een uitgebreide picknick met wijnproeverij. Vervolgens reizen we af naar het
FIRM JANUARI 2014
“Zuid-Afrikaanse stam”. Daarna is het natuurlijk tijd voor de eerste safari! Op de eerste dag spotten we meteen een luipaard en olifant! (Twee van The Big Five kunnen alvast worden afgestreept).
Dag 6: Ezweni Het wordt bewolkter in Kaapstap, tijd om op te stappen dus. We vertrekken naar het vliegveld om naar Johannesburg af te reizen. Vanuit Johannesburg vliegen we met een privétransfer naar de jungle. Hier wachten enkele jeeps en rangers op ons. Door de wildernis worden we naar de “bush-lodge” gebracht. Een prachtige locatie midden in het private game reserve. Midden in de “bush-bush” zien we in de verte allemaal lichtjes. Eenmaal aangekomen blijkt het een borrel te zijn. Hier worden we verrast met een Afrikaans drankje. Ook worden we getrakteerd op een Afrikaanse dans door een
17
• INHOUDELIJK
DOOR MARTIJN VELTROP
Over een verloren imago
N
a uitlatingen van oud-geletruidrager Michael Rasmussen over structureel dopinggebruik binnen de Rabowielerploeg, besloot het bestuur van Rabobank eind 2012 te stoppen met de sponsoring van het wielrennen. De misleiding en het bedrog binnen de wielersport zou niet passen bij het integere imago dat de bank wil uitdragen. Een zeer hypocriet standpunt, nu nog geen jaar later aan de bank zelf een recordboete van 774 miljoen euro is opgelegd wegens manipulatie van de Libor-rente. Banken krijgen geld van hun spaarders tegen vergoeding van een rente. Dit geld wordt vervolgens tegen een hogere rente uitgeleend aan bijvoorbeeld starters op de huizenmarkt. Bezit een bank meer spaarvermogen dan zij kan uitlenen aan haar klanten, dan wordt het geld uitgeleend op de interbancaire markt. De ‘London interest bank offer rate’ is het rentepercentage dat banken elkaar onderling in rekening brengen. De looptijd van dit soort leningen varieert van een jaar tot slechts één nacht. Iedere ochtend vraagt de British Bank Association de zestien belangrijkste banken van het Verenigd Koninkrijk aan te geven tegen welk rentepercentage zij geld kunnen lenen van andere banken. Rabobank was lid van dit prestigieuze Libor-panel. Nadat de vier hoogste en de vier laagste rentepercentages buiten beschouwing zijn gelaten, wordt van de acht overgebleven rentepercentages het gemiddelde berekend. Dit gemiddelde is de Libor-rente en wordt iedere ochtend om stipt elf uur in Londen bekend gemaakt. De Nederlandse Bank (hierna: DNB), toezichthouder van de Nederlandse banken, heeft samen met onder andere het Openbare Ministerie, de Britse Financial Conduct Authority en het Amerikaanse Department of Justice de Libor-inzendingsprocedure onderzocht. Zij concluderen dat medewerkers van Rabobank de Libor-rente stelselmatig hebben gemanipuleerd in de periode tussen 2005 en 2010. Om strafvervolging te voorkomen heeft Rabobank een schikking getroffen met betrokken partijen voor maar liefst 774 miljoen euro. Een voor Nederlandse begrippen ongekend hoge boete en na het Zwitserse UBS, het hoogste bedrag dat aan de veroordeelde banken is opgelegd.
18
Gedreven door de ambitie een wereldspeler te worden en mee te kunnen doen met de grote internationale zakenbanken, betrekt Rabobank in 2004 een pand in het financiële hart van Londen. Binnen Rabobank bestaat nog weinig kennis over het internationaal zakenbankieren en onterecht wordt het gekwalificeerd als een laag risico activiteit. Hierdoor was er niet of nauwelijks controle op de praktijken in Londen en kon men de rentepercentages vrij eenvoudig manipuleren voor persoonlijk gewin. Er bestond geen duidelijke functiescheiding tussen de inzenders van de rentepercentages en de door winst gedreven handelaren die op dezelfde werkvloer actief waren, waardoor er onderling gemakkelijk afspraken konden worden gemaakt. De verhoudingen komen goed naar voren in het volgende citaat uit een mail van een handelaar aan een inzender: “Waarom heb je alle
“Waarom heb je alle Yen Libor-tarieven verhoogd zonder dat mij te vertellen? We zijn toch een team? Ik ben echt verneukt.”
Yen Libor-tarieven verhoogd zonder dat mij te vertellen? We zijn toch een team? Ik ben echt verneukt.” Aangezien de rente van veel beleggingsproducten is gebaseerd op de Libor-rente, konden de handelaren hun beleggingsresultaten positief beïnvloeden en een hogere bonus behalen. Tegen de 30 medewerkers die bij de fraude betrokken waren, heeft Rabobank disciplinaire maatregelen genomen. Zo zijn arbeidscontracten beëindigd, financiële sancties opgelegd, managementverantwoordelijkheden afgenomen en bonussen teruggevorderd. Daarnaast is wereldwijd een gedragsveranderingsprogramma opgestart om de compliance te versterken. Desalniettemin stelt DNB in haar rapport dat Rabobank de risico’s van de Libor-inzendingsprocedure onvoldoende heeft onderkend en er niet voortvarend werd opgetreden toen
er signalen van fraude waren. De toezichthouder uit bovendien stevige kritiek op de slechte controlemechanismen van de inzendingsprocedure. Rabobanks raad van commissarissen zag hierin echter geen reden om het bestuur op non-actief te stellen. Weliswaar stapte bestuursvoorzitter Piet Moerland uit eigen beweging op, maar hij zou enkele maanden later sowieso met pensioen zijn gegaan. Bestuurslid Sipko Schat, verantwoordelijk voor het internationale zakenbankieren, werd pas ontslagen nadat de lokale Rabobanken hierop hadden aangedrongen. Wel lijkt hij nog aanspraak te gaan maken op een ontslagvergoeding van enkele miljoenen. Ik krijg stellig de indruk dat men binnen de bestuurstop van Rabobank de ernst van deze zaak niet inziet. Het bestuur ontvangt jarenlang riante salarissen en strijkt dikke bonussen op, maar nu er iets misgaat, neemt men geen verantwoordelijkheid en beweert men van niets geweten te hebben. Alleen al het feit dat men niet van de fraude op de hoogte was, lijkt mij een brevet van onvermogen en is mijns inziens voldoende reden om het gehele bestuur naar huis te sturen. Bij de Engelse bank Barclays werd het gehele bestuur ontslagen terwijl de boete nog niet eens half zo hoog was als die van Rabobank. Het bestuur van Rabobank betuigt enkel haar spijt over de gebeurtenissen. Men dient zich af te vragen hoe oprecht deze spijtbetuiging is, wanneer het bestuur vervolgens besluit de door internationale instanties opgelegde boete in aftrek te brengen op de Nederlandse winst. Boetes opgelegd door instanties binnen de Europese Unie zijn niet aftrekbaar op grond van artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB 2001, dat via artikel 8 lid 1 Wet VPB 1969 van overeenkomstige toepassing is verklaard voor de vennootschapsbelasting. Dit betekent dat boetes opgelegd door instanties van buiten de Unie, zoals het Amerikaanse CFTC en de Japanse JFSA in Nederland wel gewoon aftrekbaar zijn, mits deze boetes niet kunnen worden toegerekend aan een buitenlandse dochtermaatschappij of vaste inrichting. De Tweede Kamer stelt vragen aan staatssecretaris van Financiën Frans Weekers over de kwestie, maar hij geeft aan gebonden te zijn aan de geheimhoudingsplicht van artikel JANUARI 2014 FIRM
• INHOUDELIJK
67 AWR en kan niet op individuele gevallen in gaan. Wel laat de staatssecretaris weten het ongepast te vinden dat buitenlandse boetes in aftrek kunnen worden gebracht en hij kondigt daarom aan met nieuwe wetgeving te komen om het in de toekomst te voorkomen. Staatssecretaris Weekers heeft weer eens zitten slapen, want het was reeds in 2010 bekend dat er een groot onderzoek liep naar de praktijken binnen Rabobank en er bestond een gerede kans dat de bank een forse boete zou worden opgelegd. Bovendien is het in aftrek brengen van buitenlandse boetes geen nieuw fenomeen. Eerder hebben multinationals als Philips en Shell hetzelfde trucje toegepast. De staatssecretaris had dus al lang maatregelen kunnen nemen om te voorkomen dat u als belastingbetaler opdraait voor de wanpraktijken binnen Rabobank. Minister van Financiën Jeroen Dijselbloem komt daarnaast met een wetsvoorstel om banken te verplichten bonussen van bestuurders terug te nemen wanneer er sprake is van fraude of wanbeleid. Ook is hij van mening dat bonussen van topbankiers niet hoger zouden moeten zijn dan twintig procent van hun jaarsalaris. Toch blijft de politiek in de praktijk huiverig om dit soort grote financiële instellingen echt aan te pakken vanwege de belangrijke rol die ze innemen binnen de economie. Rabobank, de bank zonder gierige aandeelhouders. De enige bank die ongeschonden door de financiële crisis lijkt te komen. Een bank ook, waar degelijkheid en integriteit hoog in het vandaal staan. Dat juist die brave Rabobank de spil in een Londens spel van frauFIRM JANUARI 2014
derende banken blijkt te zijn, zorgt voor een verdere keldering van een toch al historisch laag vertrouwen in de Nederlandse bankensector. Ondanks de boete blijft Rabobank een zeer solide bank met een eigen vermogen van veertig miljard. Bovendien had men al een voorziening getroffen voor het lopende Liboronderzoek, zodat een deel van het bedrag reeds in vorige jaren ten laste van de fiscale winst is gebracht. Dankzij de verkoop van het beleggingsbedrijf Robeco met een mooie boekwinst, zal de bank ook in 2013 niet in liquiditeitsproblemen geraken. Financieel komt Rabobank de boete dus wel te boven, maar of dit ook geldt voor de reputatieschade, is nog maar de vraag. Mijns inziens kan de Rabobank het vertrouwen van haar klanten maar op één manier terugwinnen en dat is door het belang van de klant te plaatsen boven het internationale zakenbankieren. De bank moet teruggrijpen naar haar eigen historie. Bij de in 1864 opgerichte Boerenleenbank konden boeren die hun bedrijf wilden uitbreiden of moderniseren geld lenen tegen een schappelijk rentepercentage. Veelal gevestigd in een boerderij op het platteland of in de woonkamer van een rijtjeshuis, wist men zich te profileren als de meest lokaal georiënteerde bank. Dankzij de Boerenleenbank opende het bankwezen haar deuren voor de gewone burger. In 1972 fuseert de Boerenleenbank met de Raiffeisen-bank en vormen zij samen de Rabobank, een coöperatie bestaande uit honderden zelfstandige lokale banken. De bank pronkt
graag met haar speciale organisatiestructuur en benadrukt vooral het samenwerkingsaspect. Dit klinkt niet alleen door in de reclamespotjes, maar in de gehele wijze van opereren van de bank. Onder de Nederlandse bevolking weet de bank een imago van degelijkheid en betrouwbaarheid op te bouwen. Naar Rabobank ga je niet voor de hoogste rente, maar je kunt er met een gerust hart een hypothecaire lening afsluiten. Een van de weinige banken ook met een triple A-status, waar institutionele beleggers veilig hun geld konden parkeren. Dat brave imago raakte Rabobank op 29 oktober 2013 in één klap kwijt. Het zal tijd kosten en de bank zal flink haar best moeten doen om het vertrouwen terug te winnen. Wat daar niet aan bijdraagt is een verdere centralisatie van de organisatie. Omwille van kostenbesparingen en als gevolg van de overstap op internetbankieren, worden steeds meer lokale bankfilialen gedwongen hun deuren te sluiten, om vanuit een nieuwe locatie een groter gebied te bedienen. Volgens voormalig Rabobank topman Herman Wijffels vormt de ruimte voor regionale verschillen juist de kracht van de bank. Iedere samenhangende economische regio zou door een apart bankfiliaal bedient moeten worden, zo stelt hij. Ik ben bang dat Rabobank met het doorzetten van de centralisatie haar identiteit verloochend en de binding met haar klant verliest. Zodra de klant uit beeld is, krijgt de bonuscultuur de overhand, met uitwassen als het Liborschandaal tot gevolg. Dus Rabobank, stop met verdere centralisatie en blijf dicht bij je klant, want dat is het idee van coöperatief bankieren. 19
• VERSLAG
TEKST MARTIJN VELTROP
Belastingdienst/Kantoor Buitenland
O
p woensdag 9 oktober 2013 kregen studenten van het blok European Value Added Tax de kans om een kijkje te nemen bij de Belastingdienst/Kantoor Buitenland in Heerlen. Nadat iedereen bij de Belastingdienst in Heerlen was gearriveerd, werd er een groepsfoto gemaakt van de 25 deelnemende studenten en onze begeleiders van deze middag. Naar goed Limburgs gebruik werden we welkom geheten met een stuk vlaai en een kop koffie. Daarna volgde een korte introductie over Kantoor Buitenland. Het sluiten van de mijnen zorgde veertig jaar geleden voor veel werkloosheid in deze regio. De regering probeerde dit te bestrijden door overheidsdiensten als het CBS en de Belastingdienst naar Heerlen te verplaatsen. Dit blijkt achteraf gezien een goede keuze. Kantoor Buitenland ligt immers in de meest internationale regio die Nederland op dit moment kent. De 330 medewerkers van deze vestiging houden zich als enige kantoor 20
in Nederland bezig met buitenlanders die in Nederland belastingplichtig zijn. Men kan daarbij denken aan Duitse investeerders die in Nederland gelegen kantoorpanden bezitten of Poolse transportmaatschappijen die de btw op hun tankkosten willen terugvragen bij de fiscus. De groep werd vervolgens in drieën gesplitst, waarna iedere groep zich ging bezig houden met een btw casus. De vakgroep EVAT had er immers wel voor gezorgd dat we op de btw-afdeling van Kantoor Buitenland terecht waren gekomen. In de eerste casus werd onroerend goed behandeld, waarbij de aandacht vooral was gericht op de herzieningstermijn. Verschillende medewerkers van kantoor Buitenland zijn hier dagelijks mee bezig, zeker nu veel bedrijfspanden (deels) leeg staan. Tijdens de tweede casus kwam de regeling voor afstandsverkopen aan de orde en zagen we welke uitwerking de absorptietheorie hierop kan hebben. Hoe belast je bijvoorbeeld de organi-
satoren van een Tuperware party, die meestal opereren binnen een piramide structuur? Ter afsluiting van het inhoudelijke programma, gingen we in de derde casus nog even cruisen. Bij deze casus speelde vooral de plaats van levering een belangrijke rol. Wat alle casussen gemeen hadden, is dat ze actuele kwesties toonden, waar Kantoor Buitenland in de praktijk ook mee bezig is. Dit gaf ons als studenten een goed beeld van de wijze waarop wetgeving in de praktijk uitwerkt. Als bekroning van een geslaagd bezoek werd er een toost uitgebracht met een echt Heerlens glaasje Schrobbeler. Dit stelde studenten tevens in de gelegenheid om nog wat na te praten met de medewerkers in een iets informelere sfeer. Vooral de ontspannen werksfeer en de goede doorgroeimogelijkheden werden door de medewerkers genoemd als voordelen van het werken bij de fiscus. Tegen zes uur keerde iedereen huiswaarts, het blijft immers wel de Belastingdienst. JANUARI 2014 FIRM
• VERSLAG
TEKST BOB VAN DE KERKHOF
PwC Business Course Barcelona
N
a de selectieprocedure, die bestond uit een motivatiebrief, assessment en een gesprek, kregen we eindelijk bericht: ‘Je mag mee! Op naar de Spaanse zon!’. Ter voorbereiding kregen we een pakket thuis gestuurd met daarin een grote tas, een wettenbundel en een boekwerk dat we alvast konden inlezen. Donderdag 28 november was het dan zover. Met twintig studenten en acht medewerkers van PwC gingen we naar Barcelona! FIRST was weer goed vertegenwoordigd, zes van de twintig studenten waren namelijk Maastrichtse studenten. Door de grote, rode PwC tas zag je op Schiphol zo wie mee ging naar Barcelona. Na onze tassen gedropt te hebben in de futuristische d.i.y. bakken van de KLM, was het tijd voor de kennismaking en koffie in de Dakotabar. Door middel van een leuk spel leerden we de PwC’ers kennen. Er ontstond direct een heel gemoedelijke sfeer en het klikte meteen met alle medereizigers! Tijdens de heenvlucht zat de meerderheid van de studenten nog even snel de literatuur door te nemen. Dit bleek zeker niet overbodig, want eenmaal in Barcelona aangekomen, werFIRM JANUARI 2014
den de tassen opnieuw gedropt en gingen we manier waarop olijfolie gemaakt wordt, wat meteen aan de slag met een corporate casus. eindigde in een olijfolie proeverij! Het avondIn groepen werden we aan de slag gezet om programma vond plaats in de beachclub Shoko. een deel van deze VPB+ casus op te lossen. De Na een uitgebreid diner werden de tafels aan casus zouden we dan de volgende ochtend de kant geschoven om plaats te maken voor moeten presenteren. Hierbij kwam de slogan onze dansmoves! van de reis meteen naar voren: “Soms wil je Met nog meer moeite dan de dag ervoor ontspannen aan de Costa, soms wil je je juist begon de zaterdagochtend met de BTW cainspannen!’’ sus. Ook dit werd weer gepresenteerd aan de Het avondprogramma op de donderdag be- ‘klant’. Het inhoudelijke gedeelte van de course stond uit een tapastour met rondleiding door was hierna afgerond. Het middagprogramma de oude stad. Het eten smaakte heerlijk en de bestond uit een lunch en een fietstocht. Helaas drank vloeide rijkelijk. Kortom, het was een en was het weer niet wat je er van zou verwachten, al gezelligheid waarbij we met z’n allen tot het maar dat maakte onze Nederlands sprekende einde zijn doorgegaan als een reisgezelschap. tourguide helemaal goed. Na het moeizaam opstaan op de tweede De laatste avond in Barcelona was natuurdag, gingen we een olijfgaard bezoeken. Deze lijk weer genieten van de heerlijke Spaanse olijfgaard was ook de fictieve klant voor de di- keuken, waarna onze weg vervolgde naar verse casus. In de heerlijke frisse lucht kreeg de Suttonclub, nog kortere rokjes en sterkere iedereen iets meer kleur. Deze dag was een drankjes. Zondagochtend konden we gelukkig goede afwisseling tussen inhoudelijk fiscale ‘uitslapen’. Na een stevig ontbijt zijn we naar problematiek en het bourgondische leven. De de nooit afkomende Sagrada Familia gegaan presentaties van zowel de corporate case van om vervolgens naar het vliegveld te gaan en de dag ervoor als de HRS casus dienden ge- heerlijk te dutten op de vlucht terug, dromend geven te worden. Tussendoor kregen we een over de vier geweldige dagen. PwC bedankt! rondleiding over het terrein met uitleg over de 21
• COLUMN
TEKST MICHÈLE ROOIJMANS
Fiscalist in stijl: deel II
L
aten we eerlijk zijn, smaak is subjectief. Wat ik mooi vind, kun jij vreselijk vinden en wat jij het liefst iedere dag zou dragen, zou ik wellicht met carnaval nog niet eens willen aantrekken. Daarom zie ik mij niet per se bevoegd om anderen te gaan vertellen wat ze moeten dragen (als ik nou jarenlange ervaring had als hoofdredacteur van de Vogue of Elle zou dat misschien anders zijn, maar zoals je vast door hebt: die heb ik niet). Van de andere kant is het wel bekend dat er van je verwacht wordt je in ieder geval business casual te kleden, liever nog business formal, wanneer je gaat solliciteren of mee doet aan een business course. Er zal daarom toch zeker een bepaalde code moeten zijn: ‘u hebt zich zo dan wel zo te kleden en anders staat u voor aap’. Wanneer je
22
een goede indruk wilt maken is het natuurlijk verstandig om je hier dan ook aan te houden. In dit stukje tekst zal ik je dus niet gaan vertellen wat je moet gaan dragen, want dat moet je lekker zelf weten. Wat ik wel wil doen, is wat handige tips geven. Of in ieder geval tips geven waarvan ik vind dat ze handig zijn. Wederom, we leven in een vrij land, dus of je ze ook gaat gebruiken moet je lekker zelf weten. Mocht je een man zijn en nog steeds niet zijn afgehaakt dan moet ik je helaas teleurstellen, het gaat straks over panty’s, jurkjes en benen scheren.
Business formal en business casual: wat moet je daar nou eigenlijk mee? Ik heb natuurlijk opgezocht wat business formal en business casual is. Aangezien ik niet van plan was er een hele studie van te maken,
vertel ik even kort wat ik gevonden heb. Business formal is bij voorkeur een rok of een pak (het liefst in een donkere kleur) dragen. Daar moet je dan een effen hemd of eventueel een hemd met subtiel patroontje bij dragen en een paar deftige schoenen (nog even voor de duidelijkheid: ik verzin dit niet zelf). De gouden tip die daar nog bij gegeven wordt is dat het wel allemaal schoon moet zijn. Nou, dat hadden we zelf inderdaad ook niet kunnen bedenken. Business casual komt eigenlijk een beetje op hetzelfde neer, namelijk een jurkje, een rok met blouse en een jasje of een broek met een jasje. Die jurk of rok mag blijkbaar niet meer dan drie centimeter boven je knie uitkomen, wat betekent dat ik al vaak geblunderd heb. Spijkerbroeken zijn not-done, dus ik neem aan spijkerrokken ook. Lijkt me genoeg (saaie) in-
JANUARI 2014 FIRM
• COLUMN formatie om door te gaan naar mijn tips.
Tip 2: Hakken zijn mooi…en daar blijft het ook bij
Tip 1: Als je twijfelt, doe je een gordel om
Eigenlijk is dit een overbodige tip, want ik ken geen vrouw die niet op deze manier is voorbereid. Tenzij ze natuurlijk getraind is en in staat is de tien kilometer op hakken te rennen. Platte schoenen zijn fijn, hakken niet. Dus lang leve platte schoenen in je tasje! En wellicht pleisters.
Wat dus betekent dat je voor de veilige optie moet kiezen. Als je ’s morgens voor je kast staat, het buiten dertig graden is en je die dag een sollicitatie hebt, ga je inderdaad liever niet in een panty de straat op. Maar dat is gewoon netter en er zit ook een positieve en zeer makkelijke kant aan, namelijk dat je je benen niet hoeft te harsen, scheren, epileren of de haren erop te bleken. Misschien vind je het nog steeds onzin om onder zulke omstandigheden een panty aan te trekken, maar toen ik na mijn sollicitatie bekende dat ik door het warme weer (ook echt dertig graden) eigenlijk eerst geen panty aan had willen doen, werd mij verteld dat het toch wel beter en netter was dat ik dat toch had gedaan. Nou, dat zullen we dan maar geloven. En wanneer je weer op het station bent, trek je die panty gewoon lekker uit en je slippers weer aan. Overigens geldt die tip niet alleen voor panty’s, maar dat begrijp je natuurlijk ook wel. En als je twijfelt of je rokje te kort is of je decolleté te laag, vraag dan vooral niet je vriend om zijn mening, want die zal het toch allemaal veel te prachtig vinden en het misschien zelfs graag nog wat korter of lager zien.
Tip 3: Strijken is gewoon niet zo heel erg leuk Ja, nu lijkt de huisvrouw in mij ook nog eens naar boven te komen, maar ik moet jullie teleurstellen. Koken vind ik leuk, omdat ik eten leuk vind. De rest van het huishouden kan me gestolen worden. Dat vind ik dus ook een beetje het probleem met een blouse. Een getailleerde blouse staat natuurlijk erg mooi, maar je moet dat ding wel goed gestreken hebben. Wanneer je vijf dagen mee gaat op business course, ligt een blouse echt niet meer in perfecte staat in je koffer (zo wel, dan moet je me je geheim vertellen!). Dus blouses heb ik afgezworen, tenminste, bij dat hele business formal en business casual gedoe. Maar wat trek je dan aan? Ja, nu komt dus de tip en ik vind dit een hele goede: body’s. Vooral body’s van een fijn stofje met elastiek erin van bijvoorbeeld Wolford, maar met die prijskaartjes zal je nooit beste vrienden worden. Klinkt alsof je zo meteen de klimrekken in springt, maar geloof
me, het ziet er nog netjes uit ook. Je klikt die body beneden vast, alles zit strak en het enige waar je iets meer tijd aan moet besteden is naar de wc gaan.
En inderdaad, over smaak valt te twisten Het zijn maar een paar tips en misschien was je er zelf ook wel opgekomen of allang mee bekend, maar desalniettemin zijn dit wel mijn favorieten. Als afsluiter wil ik jullie nog een laatste goede tip meegeven: ook al zijn ze ontzettend duur geweest en kun je door een ontstoken teen geen hakken aan, doe als alternatief toch maar niet die knalroze loafers onder je jurkje aan. De enige vraag die ik een week lang kreeg was waarom ik zulke rare schoenen droeg.
• VERSLAG
DOOR MASHA SIEBERS
Tentamentraining Kostprijsverhogende Belastingen Maandag 9 december jl. vond de tentamentraining Kostprijsverhogende Belastingen plaats op de rechtenfaculteit welke verzorgd werd door BDO. We zaten in een niet al te groot lokaal maar de ruimte was goed gevuld. Dit gaf aan dat men de behoefte had aan een extra mogelijkheid om het BTW stappenplan helemaal helder in het hoofd te krijgen. Niets ten nadele van de colleges van professor Van Doesum of de tutoren van de onderwijsgroepen uiteraard, want zij hebben hun uiterste best gedaan hun liefde voor de indirecte belastingen over te brengen. Hopelijk is dat bij een deel van de studenten overgekomen en gaan zij hun carrière FIRM JANUARI 2014
voortzetten binnen de wereld van de BTW door te kiezen voor het accent indirecte belastingen. De onderwerpen die werden behandeld, kwamen overeen met de belangrijkste subjecten waar we hoogstwaarschijnlijk ook ons hoofd tijdens het tentamen over zouden gaan breken. De casus die we hebben behandeld betroffen o.a. onroerend goed. Er was een casus die op het Don Bosco-arrest was toegespitst en de pro rata-berekening werd doorgenomen. Uiteraard werd de integratieheffing niet vergeten. Ondanks het feit dat dit laatste per 1 januari 2014 wordt afgeschaft, vond de blokcoördinator dit belangrijk genoeg om tot de
tentamenstof te behoren. Daarnaast werd er nog een casus behandeld waarbij het leek alsof er een ABC-levering in zat, maar dat bleek een instinker te zijn. Op het moment van schrijven is het tentamen net achter de rug en is de kerstvakantie inofficieel begonnen (afgezien van mijn scriptiedeadline). Wel kan ik stellen dat de tentamentraining heeft geholpen bij het herhalen van de verschillende subjecten. Hopelijk zie ik over een aantal weken een mooi punt op My UM Portal staan, maar laten we dat maar niet te hard roepen.
23
A better working world stArts with you.
We want to build a better working world — for you and with you. Because we employ some of the world’s best talent, your career will be enriched by the EY experience — no matter when you join us or how long you stay. Why not start now? Visit ey.nl/carriere.
© 2013 EYGM Limited. All Rights Reserved.
• VERSLAG
TEKST SOPHIE KALLEN
EY Coachdag Nadat de mailing van EY voorbij kwam over een mogelijkheid de Olympische winterspelen te bezoeken, konden wij, -Stef, Claudia, Boudewijn en Sophie- de kans niet laten liggen om ons in te schrijven. De mogelijkheid om naar Sotsji te gaan was namelijk te mooi om te laten liggen. Dit zou in teamverband gebeuren, waarbij Claudia en Sophie samen in een team zaten en Stef en Boudewijn zaten beide in een ander team. Op 27 november zijn we dan ook in alle vroegte (lees: de eerste trein van half zes) afgereisd naar Den Haag. Eenmaal aangekomen werden we ontvangen in De Uithof, de schaatsbaan, door een heel team van EY. We zouden een schaatsclinic krijgen van Olympisch kampioen Gianni Romme en zijn coachploeg. Nadat hij ons had opgepept met een speech was het tijd om de schaatsbaan op te gaan. In een uur tijd werden we klaargestoomd voor een schaatswedstrijd van 200m. In dit uur leerden diegene die nog niet konden schaatsen de basistechnieken. De happy few die al wel konden schaatsen hadden het geluk wat meer specifieke techniek te leren. Na een uur was het tijd voor de wedstrijdjes. De twee teams die de snelste tijd hadden die kregen de meeste punten. Na het schaatsen was het tijd voor het pitchen. Nadat Sven Kramer in 2010 op de Olympische Spelen verkeerd van baan wissel-
FIRM JANUARI 2014
de lag hij voor die race eruit. Echter, hij moest zich al weer snel oppeppen voor zijn volgende wedstrijd. In deze pitch waren wij de coach van Sven die de foute aanwijzing had gegeven aan hem, en was het aan ons hem weer op te peppen om te zorgen dat hij in zijn volgende race ging knallen. Dit moesten we doen middels drie verschillende pitches. Dit was best een uitdaging omdat je voor elke pitch maar een minuut had en je voor drie grote partners van EY je verhaaltje moest doen. In je eentje! Maar het doel heiligt de middelen, dus daar stond je dan. Toen iedereen klaar was met het pitchen en het schaatsen, was het tijd om te vertrekken naar het EY-kantoor in Den Haag. Daar stond ons nog een debat te wachten over de mensenrechten in Sotsji en een Olympische Spelen-quiz. Het debat was best pittig. Van tevoren had je namelijk geen idee waar het debat over zou gaan, dus er was niet echt sprake van een goede voorbereiding. Maar toch, je staat er en je gaat ervoor. Een reis naar Rusland staat namelijk op het spel. Gelukkig konden we wel even gebruik maken van de mobiele telefoons en keken ze uiteindelijk meer naar de alertheid waarmee je reageerde op de tegenstander, dan daadwerkelijk naar de inhoud. De quiz was interactief. We kregen 35 vragen over de Olympische Spelen, Rusland, en
Nederland en de Olympische Spelen. Zodra je een vraag wist, was het de bedoeling dat je naar een knop rende om antwoord te geven. Als dit goed was kreeg je punten, maar als het verkeerd was werden er punten afgetrokken. De vragen vielen uiteindelijk reuze mee en het was voornamelijk erg grappig om iedereen af te zien stormen op de antwoordknoppen. Na dit alles te hebben gehad was het tijd voor een borrel en diner waarbij de EY-commissie in beraad ging over de winnaars. Na een heerlijk Indisch diner was het moment eindelijk daar. Toen kregen Claudia, Stef en Sophie het verlossende woord dat hun teams mee mochten naar Sotsji. Wat een enorme domper was voor ons, was dat Boudewijn en zijn team het helaas net niet was geworden. Dit vonden we allemaal erg jammer, want het liefste ga je natuurlijk met z’n vieren naar zoiets vets. Desalniettemin zijn wij met ons drieën natuurlijk erg blij met onze trip en zullen we op 14 februari, met onze teamgenoten, afreizen naar Sotsji om te mogen genieten van vier verschillende soorten wintersporten en mogen we lekker feesten in het Holland Heineken House. Onze belevingen zullen we uiteraard met jullie delen en zullen in de volgende uitgave van de FIRM te lezen zijn!
25
• VERSLAG
TEKST NIELS HEUBERGER
Presentatie belastingplan 2014 Op 5 november jl. vond in de Feestzaal van de Rechtenfaculteit de presentatie van het belastingplan 2014 plaats. Deze avond werd wederom verzorgd door medewerkers van Deloitte, die dit al enige jaren zeer vakkundig en met veel enthousiasme doen. De ruimte voor dit verslag is te beperkt om alle punten die gedurende de avond besproken zijn te kunnen behandelen. Daarnaast zou dit een eindeloze opsomming van feiten geven, wat de aantrekkelijkheid van dit stuk niet ten goede komt. Vandaar dat ik volsta met het benoemen van een paar punten uit het belastingplan. Voor de volledigheid: komend jaar worden er geen grote veranderingen doorgevoerd en het gaat in vrijwel alle wijzigingen slechts om marginale aanpassingen. Wanneer men alle maatregelen uit het belastingplan op een rij zet, kan men vrijwel niet anders concluderen dan dat de nadelig uitpakkende maatregelen de overhand hebben. Je zou bijna willen zeggen ‘zoals altijd’. Laten we daar echter niet te lang bij stilstaan en kijken 26
naar een paar positieve punten: De algemene heffingskorting zal – in tegenstelling tot eerder aangekondigd – niet volledig worden afgebouwd, waardoor dit voordeel voor de belastingbetaler behouden blijft (deze wijziging vloeit voort uit het Herfstakkoord). Het belastingtarief van box 2 van de inkomstenbelasting zal worden verlaagd van 25% naar 22% (deze maatregel heeft vooral tot doel om ervoor te zorgen dat dga’s meer zullen gaan uitkeren). Ook het tarief van de eerste schijf van box 1 van de inkomstenbelasting zal worden verlaagd. Ook al betreft het hier slechts een geringe daling, het is wel een maatregel waarvan (vrijwel) iedere belastingplichtige profiteert. Zoals uit het voorgaande blijkt, zijn bepaalde maatregelen uit het oorspronkelijke belastingplan inmiddels door het Herfstakkoord alweer aangepast. Dit lijkt zich de laatste tijd steeds vaker voor te doen in de landelijke politiek: er worden akkoorden gesloten, deze worden vervolgens door andere afgeschoten,
en dan dienen er weer nieuwe akkoorden te worden gesloten. Dit heronderhandelen en het aanpassen van (delen van) de oorspronkelijke plannen, maken dan ook dat het pakket aan maatregelen zoals dat er nu voor volgend jaar ligt, alle kanten opvliegt. Men lijkt in Den Haag niet zo goed te weten welke kant men nou precies op wil… Voordeel van deze wispelturigheid is dat de jaarlijkse veranderingen die met het belastingplan gepaard gaan, ervoor zorgen dat advies gewenst is. Voor ons als fiscalisten in spe is er dus nog hoop op een mooie (werkzame) toekomst. Zeker omdat er in het huidige politieke klimaat de neiging bestaat om plannen zelfs vaker dan eens per jaar te wijzigingen! Volgens goed FIRST-gebruik werd de inhoudelijke activiteit op een informele manier afgesloten. Er vond namelijk een borrel plaats in café Local, waarbij ook de medewerkers van Deloitte nog even aanwezig waren.
JANUARI 2014 FIRM
• BORRELPAGINA
FIRM JANUARI 2014
27
• VERSLAG
TEKST NATHALIE NIEDERER
Kantoorbezoek Loyens & Loeff Alweer enige tijd geleden vertrok een groep FIRST-leden gezamenlijk naar Amsterdam om daar een bezoek te brengen aan het kantoor van Loyens & Loeff, waarbij kennismaking met de algemene fiscale praktijk op het programma stond. Na een hartelijk ontvangst door recruiter Joost Kok, kreeg iedereen de gelegenheid zich kort voor te stellen. Daarbij bleef natuurlijk niet onopgemerkt dat het Dierendag was en dus mocht iedere deelnemer ook iets over zijn/haar huisdier(en) vertellen of mooie herinneringen met de rest van de groep delen. Het betrof in ieder geval een leuke variatie aan dieren: van ongewenste ratten in een studentenhuis tot een kat genaamd Lucretia. Vervolgens kregen we een algemene presentatie te zien waarbij onder andere werd ingegaan op deelname aan businesscourses, de mogelijkheid tot het lopen van een binnen- en buitenlandse stage en natuurlijk de 28
welbekende Loyens & Loeff Academy, het introductieprogramma voor starters bij Loyens & Loeff. Hierna ging het inhoudelijke gedeelte echt van start met een pittige ‘crashcourse’ vennootschapsbelasting, welke gegeven werd door twee medewerkers van het kantoor. Deze presentatie diende ter voorbereiding op de diverse casus die we hierna in groepjes zouden gaan beantwoorden. Ondanks de heldere uitleg bleek deze presentatie voor de meesten ietwat te hoog gegrepen, aangezien een groot deel van de groep het vak vennootschapsbelasting nog niet gevolgd heeft en vennootschapsbelasting bovendien een moeilijke tak van onze sport blijft. Om het in Loyens & Loeff termen uit te drukken: de meesten (maar zeker niet iedereen) bleken hier vooralsnog iets te weinig kaas van gegeten te hebben. De moeilijkheidsgraad van het theoretische gedeelte weerhield echter niemand ervan om
zich enthousiast en vol goede moed op de verschillende casus te storten. Deze waren zeker niet makkelijk maar daardoor niet minder interessant om te zien hoe bepaalde leerstukken van de vennootschapsbelasting -zoals de deelnemingsvrijstelling- in de praktijk worden toegepast. Na een zeer gelijk opgaande strijd ging het winnende team uiteindelijk aan de haal met sporttassen van Loyens & Loeff. Daarmee was een einde gekomen aan het inhoudelijke gedeelte van het kantoorbezoek. Wat restte, was een gezellige vrijdagmiddagborrel met medewerkers van het kantoor om vervolgens huiswaarts te keren richting Maastricht. Al met al een geslaagde en leerzame dag waarbij we een goede eerste indruk van Loyens & Loeff en de verschillende werkzaamheden hebben gekregen.
JANUARI 2014 FIRM
• VERSLAG
TEKST ROB VAN ROIJ
Kantoorbezoek Belastingdienst en Ministerie van Financiën Toeval of niet? Op de dag dat Sinterklaas en zijn Pietermannen het land verlieten, reisde FIRST naar Den Haag om op bezoek te gaan bij twee instellingen die niet bekendstaan vanwege hun Sinterklaas imago. ’s Ochtends stond de Belastingdienst op het programma, ’s middags het Ministerie van Financiën (hierna ook wel MinFin). Vanwege dit drukke programma verzamelden we voor zevenen op station Maastricht. Ondanks dat we deze dag met meer dan 20 FIRST-leden aanwezig zouden zijn was de groep aan het begin van de dag in Maastricht erg klein. De andere leden sloten later, op tussenliggende stations, bij de groep aan. Halverwege de ochtend arriveerden we, zonder enige vertraging, op station Den Haag Centraal. Na een korte wandeling door de regen waren we blij het natte weer te kunnen verruilen voor de warmte en beschutting van het kantoor van de Belastingdienst Haaglanden. Na een verplichte registratie mochten we naar boven waar de koffie al klaar stond. Aldaar werden we welkom geheten door de recruiter van de Belastingdienst en een aantal medewerkers. Na het recruitmentpraatje was er ruimte
om over de inhoud van het werk te spreken, vragen te stellen en de fiscale actualiteit te bespreken. De twee aanwezige medewerkers van de Belastingdienst werkten respectievelijk bij het ‘banken team’ te Amsterdam en het ‘APAATR team’ te Rotterdam. Zo kregen we een goed inzicht in de dagelijkse werkzaamheden bij deze speciale teams van de Belastingdienst. Na een enerverend en open gesprek over zowel de fiscale inhoud als de vooroordelen die er rond belastingambtenaren bestaan was het tijd voor de lunch. In de kantine werden we getrakteerd op een overheerlijke en goedverzorgde lunch. Na de lunch werd het snel tijd om de Belastingdienst te verlaten en richting het Ministerie van Financiën te vertrekken. Deze keer verplaatsten we ons per tram en we stonden dan ook heel spoedig voor het Ministerie. We werden ontvangen in een zaaltje dat ondanks dat het in de kelder gelegen was veel vrolijker oogde dan de zaal van het crematorium-akkoord1. Na een korte introductie door de recruitster van MinFin namen twee fiscalisten het over om een casus te introduceren. Een van deze ambtenaren was oud commissielid van FIRST,
Valerie Robbertz. Zij werkt nu bij MinFin als rijkstrainee (een tweejarig traineeship bij de overheid). De casus was zogezegd uit het leven gegrepen. Ze beschreven een casus waar ze enige tijd geleden samen aan gewerkt hadden. Het ging over een niet nader te noemen Nederlandse grootbank met een agrarische achtergrond die een boete kreeg voor haar rol in het Libor-schandaal. Over deze bank, die overigens jarenlang een wielerploeg sponsorde, werd in de kranten geschreven dat ze de boete van de Nederlandse belasting wilde aftrekken. Dit leidde uiteindelijk tot vragen vanuit de Tweede Kamer aan de staatssecretaris en de minister. Aan ons de vraag hoe de beide bewindspersonen te souffleren. Na deze uitdagende casus was het tijd voor de welverdiende borrel. Na wat drankjes en via de FEBO belandde het gezelschap weer in de trein richting Maastricht. Hoe dieper we de provincie inreden, hoe leger de trein werd Na een lange dag waren de laatste leden rond 10 uur weer thuis. Moe maar voldaan na een geslaagde dag.
1 Het in oktober 2013 gesloten begrotingsakkoord tussen coalitie en de oppositiepartijen D66, Christen Unie en SGP. De presentatie vond plaats in een donker zaaltje op het Ministerie van Financiën en werd hierdoor door o.a. Wilders omgedoopt tot het crematorium-akkoord. FIRM JANUARI 2014
29
• INTERNATIONAL
Dear member, Again, I have the pleasure to welcome you and to wish you much pleasure with reading this new edition of the FIRM. As this is the second edition, it means we are currently already half way through the year. During the last couple of months, we have had several successful activities. I hope, you have enjoyed the first half of the academic year in Maastricht and your time with FIRST. We have had different opportunities to get know each other, where I want to say that from our
side we have appreciated your input and attendance. With the introduction of the International Committee, we tried to make your stay as a tax law student in Maastricht as convenient as possible. One of the most beautiful and most memorable moments was our trip to Luxembourg on the 7th and 8th of November 2013 , where we have visited EY Luxembourg. With a nice day program, and later, a really nice evening program, we have had a great trip at all. During the day program, we were introduced to some parts of the Luxembourgian and international tax law. We have also seen the beautiful cars in the parking garage and we have heard about the possibilities starting at EY Luxembourg. In the evening, we saw more of the vivid life in the city centre and we had a nice wine tasting with outstanding local wines. On behalf of the board, I hope the ones among you who were a little bit tipsy in bus, have been restored in the meanwhile. We were glad to welcome many of you internationals during our monthly member drinks in November and December. Next to that, you have had the opportunity to be able to take place in the exam
training for the course International and European Tax Law, which was organized by PwC Netherlands. Hopefully, this training has helped you to pass the exam IETL. We are very pleased to announce that this year an International Job Fair will take place on the 6th of February 2014. This will be the first edition and the intention is that you will come into contact with potential employers once again. Perhaps this will help you with finding a job after the successful completion of your study International Tax Law in Maastricht. We sincerely hope you enjoy reading this edition of the FIRM and we are looking forward to see you at the International Job Fair and other activities of FIRST. On behalf of the board of FIRST Maastricht, Kind regards, Bart Wingen President 2013-2014 FIRST Maastricht
• CALENDAR
4 February 2014
6 February 2014
Monthly drink sponsored by Loyens & Loeff On 4 February the monthly drink will take place in Café Local. This drink is sponsored by Loyens & Loeff and as always the drinks are free for members.
FIRST International Job Fair On thursday the 6th of february 2014 FIRST Maastricht’s International Committee will organize for the first time in its history an international Job Fair, exclusively for Maastricht University’s International Tax Law Students! Without wanting to give away too much details, the day program will consist of two major parts. After the welcome with coffee and ‘vlaai’ around 14.00, the first part will involve three rounds of workshops organized
30
by the represented Big Four companies. Each round will last for about 45 minutes. We will form three groups of International Students so that you will have the opportunity to meet three different companies. For the second part, we will start with a ‘pre-dinner drink’ after which a recruitment dinner with ‘changing tables’ will be organized. The day will end around 21:30.
JANUARI 2014 FIRM
• INTERNATIONAL
TEXT LISA WETZELS
Exam training International and European Tax Law As most of us students know, FIRST Maastricht organizes exam trainings at the end of every course. During these exam trainings a couple of cases are discussed and there is always a possibility to ask questions. It’s an opportunity to see whether you’ve understood everything or to come to the conclusion that you need to study some more. On Monday evening December 9th the exam training for the master course International and European Tax Law took place. As expected with regard to the difficulty of the course, a lot of students showed up for this training. Two employees of PwC were in charge of this group which consisted of both Dutch and international students. Before we got started, the employees introduced themselves and explained their daily activities at PwC. Then they provided us with some useful tips and tricks FIRM JANUARI 2014
under the striking title “Things you should do, but never really did...”. For example: read the entire question closely, start at the beginning and do not dive into the core of the question directly, and of course, always draw a picture. With these things in mind we began discussing the four cases they presented us with. The first case consisted of some theoretical questions. Up next was the residency article of the OECD Model and we specifically discussed the winner/loser State issue. Around this time we were all in desperate need of a short break. As always the board of FIRST looked well after its members: a huge stack of sugar waffles and drinks awaited us. While enjoying a waffle (or two) we were able to let off some steam. After a fifteen minute break it was time to tackle the last case. Although the first question was based on
the National Grid Indus case and the N-case of the European Court of Justice, this last case was a real brain teaser since it concluded the Merger Directive, something we didn’t discuss during the course. Nevertheless, it was an interesting case. We still had some time left so one of the employees presented us with a problem he had faced with one of his clients. Despite the fact that we didn’t have the relevant treaties between the US, the Netherlands, Canada and Israel in our materials we ended up solving the case. I want to thank FIRST for organizing this exam training, because I think discussing some new cases and receiving some tips and tricks, had a positive effect on everyone’s preparation for the exam of International and European Tax Law.
31
• INTERNATIONAL
TEXT DR MARCEL G.H. SCHAPER
Other Criteria of Tax Discrimination in EU Law
D
iscrimination consists of the application of different rules to comparable situations or in the application of the same rule to different situations1. The Charter of Fundamental Rights of the European Union prohibits in Article 21(1) any discrimination based on any ground such as sex, race, colour, ethnic or social origin, genetic features, language, religion or belief, political or any other opinion, membership of a national minority, property, birth, disability, age or sexual orientation2. Although using a slightly different wording, this 32
prohibition is equivalent to the one laid down by Article 14 of the European Convention on Human Rights (ECHR). Also, Article 21(2) of the Charter prohibits any discrimination on grounds of nationality. Of course, Article 18 of the TFEU prohibits that too. Although both non-discrimination clauses appear equally fundamental, the legislator’s margin of appreciation differs in tax law. An analysis of the other criteria of distinction that are not listed in the above mentioned provisions illustrates this. Let us first review discrimination on
grounds of nationality. The Court of Justice of the European Union (CJEU) has held with regard to Article 18 of the TFEU that the Member States must avoid all discrimination on grounds of nationality3. According to the CJEU, Article 18 of the TFEU not only prohibits overt discrimination by reason of nationality but also all covert forms of discrimination which, by the application of other criteria of differentiation, lead in fact to the same result4. One of those ‘other criteria’ is the criterion of residence: a resident person is likely a national person. Thus, differentiation by the criterion JANUARI 2014 FIRM
• INTERNATIONAL
of residence is a covert form of discrimination prohibited by Article 18 of the TFEU. The CJEU’s view that residence is not a proper criterion of distinction implies that the customary system of international tax law, which is based on the distinction between residents and non-residents, is discriminatory as such. However, the CJEU also ruled in Futura and Schumacker that this is not necessarily the case5. Nonetheless, the situations in which the CJEU accepted that residence is a proper criterion for distinction are limited to the conferral of personal tax allowances to non-residents (only required if they cannot be conferred by the Member State of residence)6, foreign losses of non-resident taxpayers,7 withholding of taxes on interest payments to non-resident recipients,8 and credits for underlying corporation taxes on profit distributions to non-resident shareholders.9 For all other tax benefits, the CJEU basically requires that residents and non-residents are treated at par. Only in quite exceptional circumstances may discrimination on grounds of residence be justified. In short, those circumstances are when the distinction is absolutely necessary to pre-empt that undue advantages would accrue to a non-resident (or a national who has moved his residence to another state) when compared to the situation of a resident. These justification grounds come under different titles such as ‘ensuring effective fiscal supervision’, ‘preventing tax avoidance and evasion’, ‘safeguarding fiscal cohesion’ and ‘safeguarding the balanced allocation of taxing powers’, but all essentially aim to ensure that taxes are not improperly escaped or forgiven by the application of EU law. Consequently, the tax legislator’s margin of appreciation is very narrow according to EU law. Now, we turn to Article 14 of the ECHR and Article 21(1) of the Charter. Keep in mind that these provisions prohibit discrimination ‘on
any ground’ and then explicitly list the really improper grounds (unalienable personal characteristics), but that list is not exhaustive. The other criteria that are not mentioned are the interesting ones for tax law, given that tax legislators generally do not have discriminatory intentions, but certainly are creative in making distinctions. However, not all other criteria—creative as they may be—are discriminatory. According to settled case law of the European Court of Human Rights, only those other criteria without reasonable and objective justification are discriminatory. A good illustration of a borderline case of a potentially discriminatory other criterion of distinction is the judgment of the Dutch Supreme Court of 22 November 201310. The case concerned the issue whether a full exemption from inheritance and gift tax for business assets was discriminatory when compared to the taxation of personal assets under that tax. The case caused quite a controversy in the Netherlands, because the court of first instance held that the progressive broadening over several years of an initially modest and limited exemption for business assets to an effective full (!) exemption was illogical and arbitrary, notwithstanding that it held it reasonable and objectively justified in principle to grant a tax relief to facilitate the continuity of enterprises, including the succession of enterprises. The Advocate General at the Dutch Supreme Court found the distinction also to be discriminatory. Given that the tax is in principle assessed upon the transfer by inheritance or gift of any asset, the Dutch Supreme Court held that the transfer of business assets and personal assets constitute similar situations and a difference in treatment is potentially discriminatory. However, and without going too much in detail, the Dutch Supreme Court ruled that the different treatment based on the business nature of the assets was not discrimination. Two material
sentences in para. 3.3.11 of the Supreme Court’s judgment merit a translation: ‘The scope of the prohibition on discrimination is not so broad that a measure that distinguishes, in view of a problem experienced in practice, between same or in relevant aspects similar situations, is permissible only if the existence and extent of that problem and the effectiveness of the chosen solution are empirically established. The tax legislator may, in view of its margin of appreciation, base such a distinction also on assumptions with regard to the problem and the effectiveness of the chosen solution, unless these assumptions are so implausible that they are manifestly without reasonable foundation.’ In plain English, the Supreme Court teaches us that one cannot expect evidence-based tax policy from the legislator; a creative criterion of distinction that is not totally crazy is proper too. The Supreme Court did not adjudge the tax legislator’s reasons for broadening the exemption for business assets as ill-founded as the court of first instance and the Advocate General did. True as that may be, the implicit signal of the judgment is that the tax legislator’s reasons for granting a full exemption were calculated guesses at best and pushed the limit of creativity that the Supreme Court was willing to allow. Obviously, the point of law here is that the tax legislator has a very wide margin of appreciation and other criteria of distinction should in principle be accepted. In conclusion, although tax distinctions based on other criteria than those explicitly mentioned in Article 21 of the Charter are generally allowed in EU law (assuming that the tax legislator is not crazy), the criterion of residence is the one other criterion that is almost always discriminatory according to Article 18 of the TFEU.
* Assistant Professor at the Maastricht Centre for Taxation, Maastricht University. Correspondence to: mgh.schaper@maastrichtuniversity.nl. 1 Case C-279/93 Schumacker [1995] ECR I-225, para. 30; and Case C-311/97 Royal Bank of Scotland [1999] ECR I-2651, para. 26. 2 With the entry into force of the Treaty of Lisbon in 2009, the Charter became legally binding in the European Union, Article 6 of the TEU. 3 Case Wielockx C-80/94 [1995] ECR I-2493, para. 16; Royal Bank of Scotland, para. 19; and Joined Cases C-397/98 and C-410/98 Metallgesellschaft and Others & Hoechst [2001] ECR I-1727, para. 37. 4 Schumacker, para. 26. 5 Case C-250/95 Futura [1997] ECR I-2471, para 22; and Schumacker, paras 31 and 32. 6 Schumacker. 7 Futura. 8 Case C-282/07 Truck Center [2008] ECR I-10767. 9 Case C-374/04 ACT Group Litigation [2006] ECR I-11673. 10 Hoge Raad of 22 November 2013, Case 13/01154, ECLI:NL:HR:2013:1206.
FIRM JANUARI 2014
33
• INTERNATIONAL
TEXT ADRIAN GRANT
EY Luxembourg Trip – November 2013 Last November, FIRST Maastricht organized its annual trip to Luxembourg, a great chance to get to know the city and its world-known international tax practices. Along with EY Luxembourg, who kindly hosted our first reallife contact with the country’s Tax Law, FIRST Maastricht prepared a day full of activities and interesting things to do. The journey began with an early bus trip to the main offices of EY Luxembourg, where we were introduced not only to Luxembourg’s national and tax peculiarities, but also to specific tax schemes and practices which make this country one of the most attractive countries for investment funds and all sorts of businesses in the world. It was a morning full of presentations, questions and learning, but there was also time for a nice breakfast and a quick lunch. After that, we spent an amusing afternoon with what would be one of the main events of the day: a group case consisting of the resolution of a fictitious yet realistic tax structuring case. Given certain facts and elements, and divided in various groups of around six members each, we were supposed to come up with the most suitable tax structure possible, and also to present it to our peers and some of EY’s employees and members of the Tax Department. It was a challenging yet fun exercise, for which 34
we had to put in practice what we had learnt during the morning, as well as our previous knowledge in tax law. Moving on to the more relaxed part of the trip, after presenting our conclusions for the group case we went to the hotel, took a quick shower and went off to a wine tasting in the old center of the city of Luxembourg. Including dinner and a night guide around some of the most interesting sights of the city, the evening ended with a nice beer, sharing our impressions on what had definitely been a good day. This trip focused on the international aspects of Tax Law, for which FIRST decided to rely heavily on the International students that form part of the association: a diverse group of people from all over the world. Given the fact that FIRST is a Dutch association founded by Dutch students, their interest in integrating all kinds of people in their association and activities is remarkable. Not only it enriches both FIRST and its members, but it allows us internationals to integrate, to learn and to feel a more authentic Dutch experience during our stay in Maastricht. During the Luxembourg trip we could benefit from the diversity when solving tax cases, and we also enjoyed strengthening our ties with so many different students.
Regarding the events of the trip, there were many things worth mentioning. First of all, our activities at the EY offices were truly mind opening for us students, since we were able to contact the more professional and less academic elements of the disciplines of Tax Law. Not only pure knowledge based on law-learning and theoretical problem-solving procedures are necessary in order to solve a tax case in real life. The human factor, the irrational element and knowing all sorts of non-Tax Law related facts and circumstances are essential in order to construct a satisfying tax scheme. Also, presentations and cases allowed us to open our minds tax-wise and realize that there is a whole different world of Tax Law practice for which having an international background is a valuable asset. And finally, but not less important, such a balanced trip, emphasizing both in leaning and leisure, discovered most of us the beautiful city of Luxembourg, a place with talented professionals, charming people and many things to do. Definitely a challenging destination for all tax lovers who are looking forward to make a big brave leap forward both intellectually and professionally in the field of International Taxation.
JANUARI 2014 FIRM
A TRULY UNIQUE PERSPECTIVE FOR YOUR FUTURE. When you join EY, you will become part of a globally integrated firm providing you with extensive career opportunities. As you share your know-how and experience with talented people from across all horizons, we remain committed to building and fostering the best people culture in our profession, to help you develop as an individual, achieve your potential and make a difference. Whether you join Assurance, Tax, Transactions or Advisory Services, you’ll enjoy rewarding challenges and exposure to a variety of businesses across a wide range of sectors. It’s more than a truly unique perspective. It’s your future. Find out more at ey.com/lu/careers. @EY_Luxembourg EY Luxembourg Careers
© 2013 EYGM Limited. All Rights Reserved.
De board van vandaag vraagt De board om businesswise van vandaag vraagt fiscalisten om businesswise advocaten
BEN JIJ
ISE BUSINESSOW R DE GENOEG VO
FISCALE SS MASTERCLA I 15 & 16 ME 2014
De board met raad en daad bijstaan kan niet meer zonder te weten wat er speelt en verder te kijken dan de wetten en jurisprudentie. Studeer je Fiscaal Recht of Fiscale Economie en denk je businesswise De board met raad en daad bijstaan kan niet meer zonder te weten wat er speelt en verder te kijken dan
genoeg te zijn, ga dan de uitdaging aan tijdens de Allen & Overy Fiscale Masterclass 2014. Schrijf
de wetten en jurisprudentie. Studeer je Nederlands, notarieel of fiscaal recht en denk je businesswise genoeg
je v贸贸r 30 april 2014 in op businesswisefiscalisten.nl
te zijn, maak dan kennis met ons op businesswiseadvocaten.nl