Skip to main content

ConnectING 31 - juni 2026

Page 1


• Onderwijs, onderzoek en studenten in de prijzen

• Nieuwe samenwerkingshub

• Eén jaar KU Leuven Nexus

• Over afvalmaterialen en veilige batterijen

• Onderzoek naar hoornaar-trackers en -vallen

• The Power of Fe/male Leadership

• Alumna van het jaar Geertrui Mieke De Ketelaere

• Around India in 10 days

Magazine van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen KU Leuven

NR. 31 - juni 2026

STUDY HALL: SAMEN LEREN OP DE CAMPUS

Faculteit wint Prijs van de Onderwijsraad

© Johan Van Droogenbroeck

STUDENTENTEAM EM WINT

AGORIA STUDENT CHALLENGE 2026

Tijdens het slotevent van de Agoria Student Challenge op dinsdag 5 mei sleepte een team van vier studenten uit de derde bachelor Elektromechanica aan Campus De Nayer de overwinning in de wacht. In totaal namen er 14 teams uit heel België deel. Met hun innovatieve prototype voor NIKO bewezen Alexander Van Acker, Xander Van Mechelen, Bram Janssen en Daan van den Heuvel hoe creativiteit, technische expertise en samenwerking hand in hand gaan. De studenten ontwierpen een verplaatsbare verfspuitcabine voor het testspuiten van schakelmateriaal. Hun overwinning vormt een mooi bewijs van hoe praktijkgericht onderwijs, innovatie en ondernemerschap samenkomen binnen onze opleidingen.

INHOUD

• Woord vooraf 3

• Nieuws van onze campussen 4

• Onderwijsontwikkeling in de kijker 10

• Docent in de kijker 16

• Student in de kijker 18

• Studententeam in de kijker 22

• Onderzoeker in de kijker 28

• Alumni in de kijker 36

• Nieuws van alumni 42

• Faculty Worldwide 46

COLOFON

ConnectING is het magazine van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Het verschijnt driemaal per jaar en is bestemd voor alle studenten en medewerkers van de faculteit en haar 6 campussen, alumni, externe relaties en het brede maatschappelijk veld waarmee de faculteit een netwerk onderhoudt.

Verantwoordelijke uitgever: Wim Dewulf, decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen | Redactieraad: Dorine Bruneel, Sofie Craps (Voorzitter), Jeroen De Smet, Wim Dewulf, Kris Henrioulle, Hilde Lauwereys, Kris Metdepenningen, Liselotte Nyberg, Yves Persoons, Lien Salien, Inge Van Cauter, Patrick Vandewalle, Peter Van Gorp | Hoofdredactie: Peter Van Gorp | Eindredactie: Liselotte Nyberg | Redactiesecretariaat: Inge Van Cauter

Redactieadres: ConnectING - Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen

Willem de Croylaan 56, gebouw E bus 2203, 3001 Heverlee 053 72 71 86 (secretariaat) - connecting@kuleuven.be

Online lezen:  www.issuu.com/fiiwkuleuven | Faculteit:  www.iiw.kuleuven.be

Foto’s: Yasmina Besseghir, Lars Crommelinck, Dries De Krom, Lotte De Smedt, Tine Desodt, Louis De Vroede, Joren De Weerdt, Julie Feyaerts, Ingenia, Arne Reszczynski, Tom Talloen, Leen Van de Sande, Jan Van Moer

Grafisch ontwerp:  www.altera.be

Drukwerk:

Drukkerij Van der Poorten

100% klimaatneutrale drukkerij  www.vanderpoorten.be

V.l.n.r.: Alexander Van Acker, Xander Van Mechelen, Bram Janssen en Daan van den Heuvel © Triptyque

EEN PODIUM

VOOR CO-CREATIE

Samenwerking zit in het DNA van onze faculteit. Niet als abstract begrip, maar als dagelijkse praktijk die zich afspeelt in labo’s, leslokalen, bedrijven en ver daarbuiten. In deze editie van ConnectING wordt die kracht van samenwerken opnieuw zichtbaar in al haar vormen: tussen disciplines, tussen onderwijs en werkveld, tussen studenten en onderzoekers, en over grenzen heen.

Van een nieuwe samenwerkingshub op Campus Diepenbeek, die letterlijk en figuurlijk verbinding creëert tussen onderwijs, onderzoek en maatschappij, tot studenten die via trajecten zoals KU Leuven Nexus en praktijkgerichte initiatieven leren buiten de aula en de brug slaan naar de industrie. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van hoe gedeelde ambitie leidt tot verrijkende leerervaringen en tastbare impact.

Ook in onze leeromgeving en onze studentenwerking vormt co-creatie de rode draad. Met het concept en de succesvolle invulling van de ‘Study Hall’ kregen we daarvoor onlangs ook een mooie officiële erkenning en tegelijkertijd viel de valorisatie van ons onderzoek in de prijzen!

Multidisciplinaire studententeams ontwerpen innovatieve oplossingen, nemen deel aan internationale competities of werken intens samen aan projecten die technologie en menselijkheid verbinden. In die samenwerking bouwen studenten niet alleen expertise op, maar ontwikkelen ze ook de vaardigheden die hen tot bruggenbouwers maken in een complexe geopolitieke maatschappij, waarin polarisering helaas meer en meer de toon zet.

In ons onderzoek zien we dezelfde dynamiek. Interdisciplinaire samenwerking brengt chemie, technologie en medische expertise samen om nieuwe behandelingen te ontwikkelen. We onderzoeken hoe we afval kunnen omzetten in waardevolle materialen en duurzame energie-oplossingen voor de toekomst kunnen uitwerken. Vaak gebeurt dit in nauwe wisselwerking met bedrijven, internationale partners en maatschappelijke actoren, een ecosysteem waarin kennis gedeeld wordt en innovatie versnelt.

De verhalen van onze alumni tonen hoe die mindset zich verderzet na het afstuderen. Of het nu gaat over technologische innovatie, ondernemerschap of maatschappelijke betrokkenheid: telkens opnieuw blijkt dat sterke resultaten ontstaan waar mensen elkaar vinden, vertrouwen opbouwen en samen verantwoordelijkheid opnemen.

Zelfs buiten de klassieke context van onderwijs en onderzoek blijft die verbindende kracht centraal staan. Internationale ervaringen zoals de Indiëreis van onze studenten, maatschappelijke projecten en samenwerkingen met externe partners tonen aan dat leren en innoveren geen grenzen kennen en dat net daar hun grootste meerwaarde ligt.

Deze editie nodigt je uit om die veelzijdige samenwerking op onze campussen te ontdekken. Elk artikel belicht een stukje van hetzelfde verhaal: dat vooruitgang ontstaat wanneer talenten elkaar ontmoeten, ideeën gedeeld worden en mensen samen bouwen aan oplossingen die verder reiken dan hun eigen domein. Hopelijk kunnen we je met hun, of eerder onze gezamenlijke, verhalen blijven inspireren!

Professor Wim Dewulf, decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen

CAMPUS DIEPENBEEK KRIJGT NIEUWE SAMENWERKINGSHUB

‘Een compact, functioneel en flexibel laboratoriumgebouw dat functioneert als een ‘machine à explorer’ waarin architectuur, structuur en techniek samenvallen’. Met het nieuwe gebouw maken de KU Leuven en de hogeschool UCLL een duidelijk statement. Hier staan coöperatie en transparantie centraal en wordt ook geanticipeerd op groei. Prof. Kris Henrioulle van Campus Diepenbeek en Kirsten Cornelissen van de Technische Diensten KU Leuven - Divisie Nieuwbouw en Laboratoria geven tekst en uitleg.

Zonder onvoorziene obstakels wordt in september 2029 het nieuwe gebouw in gebruik genomen. Het verrijst op het kruispunt van de onderwijszone van UCLL en het Technologiecentrum van KU Leuven. “De nieuwbouw is niet alleen fysiek maar ook conceptueel verankerd in de campus”, legt Kirsten uit. “Het complex maakt namelijk van de onderwijs-, onderzoeksen maatschappelijke ambities van de partnerinstellingen een herkenbaar geheel. Er wordt geen geïsoleerde constructie opgetrokken maar een verbindende schakel.”

Het nieuwe gebouw heeft de vorm van een L en telt in zijn langste vleugel vier verdiepingen, samen goed voor een vloeroppervlakte van 7200 m². Daarbovenop komt nog een vijfde niveau waar alle technische installaties worden in ondergebracht. Door de L-vorm – in een latere fase mogelijks uit te breiden tot een U – wordt een binnenhoek gecreëerd die kan dienen als een ontmoetingsplaats voor studenten, docenten en onderzoekers.

Indeling

UCLL gaf het gebouw al een naam. Het wordt de Chemiehub van de hogeschool. “Een logische keuze”, beaamt Kris. “ Op de gelijkvloerse etage en niveau 1 worden namelijk de laboratoria en practicalokalen van de opleiding Chemie ondergebracht. Bij de KU Leuven liggen de kaarten anders. Weliswaar zullen de ingenieursstudenten eveneens gebruik kunnen maken van deze chemische infrastructuur en trekken de onderzoeksgroepen CIPT (Center for Industrial Process Technology) en een onderdeel van ProcESS Heverlee (Process Engineering for Sustainable Systems) in op de niveaus 2 en 3, maar het blijft niet uitsluitend een chemieverhaal. Ook de onderzoeksgroepen ES&S (Emerging Technologies, Systems & Security), PPE (Polymer Processing & Engineering Group) en Informatica zullen hun onderzoekers en een deel van hun uitrusting verhuizen.

In dat opzicht wordt het nieuwe gebouw veeleer een verlengstuk van het Technologiecentrum. Daar stond de kruisbestuiving tussen de disciplines al centraal. Het is ook de hoeksteen van het onderzoeksbeleid van de campus.” In het Technologiecentrum zelf zal de vrijgekomen ruimte benut worden voor de groep ACRO (Automation, Computer Vision & Robotics) die nu kampt met plaatsgebrek.

Gebruiksvriendelijk

De nieuwbouw mag zich dan wel aandienen als een machine met het accent op efficiëntie en functionaliteit, toch hebben de ontwerpers ook aan de gebruikerservaring gedacht. Dat betekent o.m. voldoende daglicht, visuele doorkijk en een sobere en verfijnde uitstraling in harmonie met de bestaande gebouwen en de groene omgeving.

“De toegankelijkheid is daar een ander voorbeeld van”, vervolgt Kirsten. “De hoofdingang die uitkijkt op het onderwijsgebouw van UCLL is geconcipieerd als een uitgestelde entree, nog versterkt door een colonnade van dubbele lengte die de bezoeker a.h.w. naar binnen begeleidt. Verder is er ook een secundaire ingang die uitgeeft op het Technologiecentrum van KU Leuven. Deze ingang krijgt een terugliggend portaal met luifel om de onderzoekers te verwelkomen.”

Warme accenten

Tot slot wijst Kirsten nog op het esthetische aspect. “Het eerste wat je ziet van een gebouw is de gevel. Welnu, de gevels spelen met een ritme van verticale en horizontale profileringen- die de interne organisatie van het gebouw zichtbaar maken. Verticale staalprofielen markeren de laboratoriumzones en benadrukken technische precisie. De horizontale profileringen karakteriseren de kantoorzones en brengen rust en continuïteit in het gevelbeeld.”

Andere cruciale elementen in de esthetiek zijn de materiaalkeuze en de kleuren. Hierover zegt Kirsten: “De lichtgrijze betonnen plint die het gebouw omringt en de zachtgroene gevelbekleding geven een ingetogen indruk, die wordt doorgetrokken in het interieur met lichte wanden, gelakte profielen en warme accenten in hout en bamboe. Op die manier ontstaat een consistent geheel waarin kleur, materiaal en constructie elkaar versterken in een uitnodigende ‘look and feel’.”

Yves Persoons

“De nieuwbouw is niet alleen fysiek maar ook conceptueel verankerd in de campus.”

Stedenbouwkundig en architecturaal ontwerp: Group Janssen Building Projects; Polo-Architecture Lab; Ingenieurs- en architectenbureau ESSA en Istema-Ingenieursbureau

INGENIEURS GEZOCHT: WAAROM ONZE STUDENTEN MEER DAN OOIT HET VERSCHIL KUNNEN MAKEN

Het einde van het academiejaar is in zicht, en voor heel wat studenten komt een volgende mijlpaal dichterbij: de eerste job. Voor sommigen ligt die keuze al vast, anderen staan nog voor de uitdaging om hun plek te vinden op de arbeidsmarkt. Op jobbeurzen verspreid over heel Vlaanderen konden onze studenten alvast inspiratie opdoen en kennismaken met mogelijke toekomstige werkgevers, de eerste stap richting hun carrière als ingenieur.

Die stap zetten ze in een context die opvallend gunstig is. De vraag naar ingenieurs blijft groot. Bedrijven zoeken niet alleen méér ingenieurs, maar vooral de juiste profielen: technisch sterk, breed inzetbaar en in staat om complexe uitdagingen te vertalen naar concrete oplossingen.

Dat bevestigt ook het recente ie-net rapport ‘De ingenieur van morgen’. Digitalisering, technologische innovatie en de energietransitie veranderen volgens ie-net het werkveld fundamenteel en vragen om ingenieurs die technische expertise combineren met probleemoplossend denken, flexibiliteit en samenwerking.

Positionering industrieel ingenieur

Wat maakt het profiel van een industrieel ingenieur net zo aantrekkelijk? In gesprekken met het werkveld komt het duidelijk naar voren: industrieel ingenieurs zijn bruggenbouwers.

Volgens Margot Louis, talent acquisition lead bij Atlas Copco, vormen industrieel ingenieurs de brug tussen theoretische innovatie en praktische industriële toepassingen. “Het gaat niet alleen om iets technisch te bedenken, maar om een ontwerp ook betrouwbaar, schaalbaar en energie-efficiënt te maken in een productieomgeving.” Die combinatie van theoretische kennis en praktische toepas baarheid zorgt ervoor dat industrieel ingenieurs op uiteenlopende plaatsen terecht komen: van R&D en design engineering tot procesoptimalisatie, auto matisering en datagedreven toepassingen.

Ook Bart Janssen, HR business partner bij Watt4Ever, bevestigt die combinatie. Daar wordt vooral het abstractievermogen van industrieel ingenieurs naar voren geschoven: het vermogen om complexe problemen te structureren en om te zetten in oplossingen. Rollen zoals project engineer en projectmanager tonen hoe snel industrieel ingenieurs verantwoordelijkheid opnemen en impact hebben op projecten.

Arbeidsmarkt onder druk Tegelijk blijft de arbeidsmarkt gespannen. De instroom van afgestudeerden volstaat niet om aan de groeiende vraag te voldoen, waardoor bedrijven steeds actiever op zoek gaan naar talent. Dat biedt afgestudeerden kansen om bewust te kiezen voor een sector of rol die echt bij hen past.

Jobbeurzen zijn vandaag dan ook meer dan een klassiek netwerkmoment. Ze zijn uitgegroeid tot essentiële schakels tussen de opleiding en het werkveld. Voor bedrijven vormen ze een directe lijn naar jong talent. Voor studenten zijn ze een kans om hun interesses scherp te stellen, sectoren te ontdekken en hun eigen profiel te positioneren.

Bekijk hier enkele getuigenissen van een van onze jobbeurzen:  https://youtu.be/7VcxWoN-ABw?si=fkYrZbvDCZUyT5iN

© Tine Desodt

DIEP GEDACHT EN INTENS GEVOELD: DE KRACHT VAN HOOGBEGAAFDHEID

Met onze belangrijkste grondstof -het brein- wordt in Vlaanderen nog erg nonchalant omgesprongen. Overheden en bedrijven investeren enorme bedragen in artificiële intelligentie maar tegelijkertijd laten ze menselijk cognitief vermogen systematisch onbenut. Op donderdag 5 maart organiseerde KU Leuven-Campus Groep T een druk bijgewoonde forumavond over de ‘Kracht van Hoogbegaafdheid’. Experten uit de onderwijswereld en het bedrijfsleven deelden hun ervaringen en maakten de weg vrij voor een geïntegreerde aanpak van de kleuterklas tot de werkplek.

Naar schatting 2,5% van de bevolking is hoogbegaafd (IQ >130). Dat lijkt weinig maar in absolute aantallen is dat best veel. Bovendien is het cognitief potentieel van deze minderheid een veelvoud van hun numeriek gewicht. “Hoogbegaafden zijn de creatievelingen, de change makers en de innovators”, zegt mede-organisator Kim Kiekens, co-stichter van SPRING-STOF dat (deeltijds) onderwijs op maat verstrekt aan cognitief sterk presterende kinderen en jongeren. “Het is cruciaal om hun talent te erkennen en ruimte te geven voor groei en ontplooiing.”

In zijn welkomstwoord zette prof. Wim Dewulf, decaan van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen, meteen de toon. “In deze complexe en competitieve wereld kunnen we het ons niet permitteren om hoogbegaafdheid onbenut te laten. Het is niet meer te verantwoorden dan er in scholen, organisaties en bedrijven mensen functioneren onder hun mogelijkheden.”

Zorg voor talent

Eregast prof. Joos Vandewalle, emeritus van de Faculteit Ingenieurswetenschappen van KU Leuven en coördinator van het Denkersprogramma ‘Zorg voor talent’ (KVAB) stelde kort een baanbrekend rapport uit 2025 voor met aanbevelingen voor scholen, lerarenopleidingen en leerlingbegeleidingsdiensten om cognitief sterke jongeren optimaal en duurzaam te ondersteunen. In haar keynote ‘Een jachtluipaard is niet gewoon een snelle schildpad’ maakte Kim Kiekens, docente op Campus Groep T, brandhout van de idee dat hoogbegaafdheid een cadeau is dat het leven gemakkelijker maakt. Kim maakte indruk met een verhaal, verteld vanuit het standpunt van een hoogbegaafd kind over de obstakels en het onbegrip waarmee het te maken krijgt. “Als je je hele jeugd hoort dat je alles te complex maakt, dat je teveel nadenkt, dat je je de dingen niet zo moet aantrekken, dat je té gevoelig bent, te snel of te ‘raar’, dan ga je ironisch genoeg zelf

geloven dat je niet goed genoeg bent. Terwijl het gewoon betekent dat je brein sneller werkt en complexer denkt. Geef mij de leerstof die past bij mijn intellectuele leeftijd en niet bij mijn geboortejaar”.

Onderzoek en bedrijf

De andere hoge gast was prof. Margriet Van Bael, vicerector Onderwijs van KU Leuven. Zij resumeerde het onderzoek over hoogbegaafdheid dat aan de universiteit wordt verricht (o.m. door het Expertisecentrum Talent) om vervolgens stil te staan bij de activiteiten die op dit moment al ontplooid worden om talentontwikkeling te stimuleren. Daartoe behoren o.m. een gericht aanbod en trajecten voor meer uitdaging, diepgang en verrijking. Als voorbeeld noemde de vicerector het coachingprogramma voor onderpresterende hoogbegaafden. Dat bestaat uit een reeks sessies waarin deze studenten samen komen om ervaringen te delen wat in vele gevallen tot meer motivatie en betere studieresultaten leidt. “Hoogbegaafden presteren doorgaans sterk aan de universiteit”, vertelde prof. Van Bael. “Als er problemen zijn dan doen die zich vooral voor na de overstap van het middelbaar naar het hoger onderwijs. Dat is zeker een aandachtspunt.” Verder wil de vicerector ook werk maken van een gecoördineerde aanpak van de verschillende initiatieven en de integratie ervan in een coherent inclusie- en diversiteitsbeleid.

Vanuit het bedrijfsleven sprak Vivian Roks, co-oprichter van Bright Lights, House of Intelligence, over de carrièreperspectieven van hoogbegaafde medewerkers.“In een wereld die complexiteit wil versimpelen ligt het concurrentievoordeel bij de organisaties die hoogbegaafd talent strategisch inzetten”, aldus Vivian. “Alles begint bij herkenning, want vele hoogbegaafden weten dat niet van zichzelf, gevolgd door een aanpassing van de organisatieprocessen en -structuren om te evolueren naar een bedrijfscultuur die ruimte geeft aan verschillende dimensies van complexiteit.”

Lees het volledige artikel:  https://iiw.kuleuven.be/nieuws-en-agenda/nieuws/diep-gedachten-intens-gevoeld-de-kracht-van-hoogbegaafdheid

Levensverhaal

Na een geanimeerd debat met experts uit Nederland en Vlaanderen, volgde het hoogtepunt van de avond: de voorstelling van het boek ‘Diep gedacht en intens gevoeld’ door Tine Geysen en Annelies Engelen. Daarin vertellen tien hoogbegaafde vrouwen uit Nederland en Vlaanderen hun levensverhaal. Hun vaak heel persoonlijke en ontroerende getuigenissen zijn omkaderd door commentaar van elf hoogbegaafde experts. Kathleen Vendericks, alumna-ingenieur van Campus Groep T en co-stichter van het expertisecentrum EXENTRA, kreeg het laatste woord.

Zij hield een pleidooi om hoogbegaafdheid niet langer te zien als een probleem maar als een opportuniteit voor innovatie en vooruitgang. “Wanneer de PE-fit (person-environment) goed zit, ontstaat ruimte voor ontwikkeling. Dan kan hoogbegaafdheid veel waarde toevoegen aan de organisatie. Kennis over hoogbegaafdheid bij leidinggevenden en zelfkennis bij de medewerkers met kenmerken van hoogbegaafdheid is essentieel voor goede werkrelaties en -prestaties.”

Yves Persoons

© Joren De Weerdt

ÉÉN JAAR KU LEUVEN NEXUS: EEN TERUGBLIK

KU Leuven Nexus vormt een unieke brug tussen theorie en praktijk: studenten brengen een dag per week door op de werkvloer en gaan er ook aan de slag tijdens vakanties. Zo bouwen ze al tijdens hun opleiding aan professionele ervaring. De eerste lichting Nexus studenten heeft er een volledig jaar opzitten. Drie duo’s, telkens een student en hun begeleider bij het bedrijf, blikken terug op hun ervaringen.

Hoe hebben jullie het eerste Nexusjaar ervaren?

Evert: Ik ben hier heel goed ontvangen. Sommige collega’s hebben een gelijkaardige achtergrond of volgden dezelfde opleiding, wat helpt om snel mee te zijn.

Frederik: Mijn eerste indruk van Evert was dat hij niet te onderscheiden is van een nieuwe medewerker. Dat is uitzonderlijk, want één dag per week deel uitmaken van een team is niet eenvoudig. Maar bij Evert lukt dat wel.

BARCO

Evert Tanghe, 2e Bachelor industrieel ingenieur (elektronica-ICT)

Frederik Toune, R&D-manager

Barco Healthcare

Emma: Het was erg interessant. Elke dag is anders en je ziet veel meer dan in de les, zowel op kantoor als op de werf. Ik leer zelfs zaken die we pas volgend jaar in de les zullen zien. De sfeer zit goed en mijn collega’s helpen en motiveren mij elke dag.

Jurgen: We zijn heel blij dat we ingestapt zijn in het traject. Het is nieuw en uitdagend, maar we vinden het belangrijk om studenten iets bij te brengen. Dankzij goed overleg met KU Leuven - Brugge kunnen we er een win win van maken. We hadden ook heel snel een goede klik met Emma.

Corneel: Het was een heel leerrijk jaar. Alles werd duidelijk uitgelegd: waar ik moest zijn, wat er van mij verwacht werd. Op de werf werd ik goed opgevolgd door mijn begeleiders. Al mijn vragen werden beantwoord en ik heb er al enorm veel uit geleerd.

Frits: Het eerste contact met Corneel was meteen positief: heel enthousiast, veel vragen, een goede sfeer. Dat werkt altijd motiverend.

Welke taken krijgt de student?

Evert: Ik werk op de healthcare afdeling, waar we met encoders en decoders werken. Die sturen beeldschermen aan in operatiezalen. Die beeldverwerking gebeurt via kleine printplaten die getest, geprogrammeerd en voorzien moeten worden van apparaatgegevens.

DEVAGRO

Emma Samyn, 2e Bachelor industrieel ingenieur (bouwkunde)

Jurgen Manhaeve, projectleider infrastructuurwerken

Frederik: Het belangrijkste is dat onze student bijleert. Theorie zien toegepast worden in een echte werkomgeving is erg waardevol. Evert ziet hoe collega’s elektronica ontwerpen, testen en combineren met software.

Emma: Ik volg verschillende bouwprojecten op. Dat is heel afwisselend. Soms sta ik op de werf, soms ben ik aan de slag aan mijn bureau. Het is een uitdaging om werk en studies te combineren, maar met een goede planning lukt het wel.

Jurgen: We proberen Emma telkens alle facetten van verschillende projecten te tonen. De tijd is beperkt, dus we willen er zoveel mogelijk uithalen. Emma helpt actief mee en krijgt opdrachten die ze zelfstandig moet afwerken. Ze heeft al meegedraaid bij de landmeters, de werfleiding, de afbraakafdeling en nu de infrastructuurafdeling.

Volgend jaar focussen we meer op projectleiding en het economische aspect.

Corneel: Ik zit momenteel op de werf ‘Studentenkoten Kortrijk’. Ik heb al heel wat verschillende taken gekregen, zoals plannen tekenen, opmetingen doen op de werf en controles uitvoeren.

Wat heb je al geleerd uit het traject?

Emma: Ik heb vooral snel leren schakelen op de werf. Plannen veranderen regelmatig, dus je moet flexibel zijn en problemen oplossen. Theorie en praktijk zijn echt verschillend.

Evert: Ik heb al veel gesoldeerd. Daarnaast leer ik werken met hogere spanningen en prototypes, waar fouten echte gevolgen kunnen hebben. Dat maakt het leerrijk én spannend. Je leert waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt, door het in de praktijk te zien.

Frederik: We hebben geleerd dat we goed moeten afwegen welke taken haalbaar zijn op één dag per week. We leren voortdurend bij door Evert te begeleiden, dat maakt het traject ook voor ons heel interessant.

Corneel: In de les zie je veel theorie, maar hier leer je wat een projectleider doet, wat een werfleider doet en hoe een werf echt georganiseerd wordt. Dat is heel waardevol.

Frits: We zien Corneel echt groeien en zelfstandiger worden: zelf zaken opmerken en initiatief nemen. Dat is de groei die we willen zien. Zelf leren we ook voortdurend bij, je staat weer vaker stil bij hoe iets werkt of hoe je iets moet uitleggen.

 www.kuleuven.be/brugge/studeren/kuleuven-nexus

Heb je tips voor de toekomstige Nexus-studenten?

Evert: Sta open om nieuwe dingen te ontdekken. Als het niet lukt, dan stopt het daar. Maar meestal lukt het wél, en leer je enorm veel bij. Je voelt ook snel of een bedrijf bij je past, al moet je wel rekening houden met de afstudeerrichting die je gaat kiezen.

Emma: Ik zou het traject zeker aanraden. Een bedrijf kiezen is niet gemakkelijk, maar ik heb mijn gevoel gevolgd en daar heb ik geen spijt van.

Corneel: Verspil je tijd hier niet, want één dag per week is eigenlijk weinig. Loop rond, kijk goed, vraag uitleg over alles wat je niet begrijpt. Je leert enorm veel bij, je krijgt kansen die je zonder dit traject nooit zou krijgen. Je hebt niets te verliezen en heel veel te winnen.

Zou je KU Leuven Nexus aanraden aan andere bedrijven?

Jurgen: Absoluut. Studenten die dit traject volgen, hebben later een voorsprong op de werkvloer. Ze kennen de praktijk al veel beter dan iemand die enkel een klassieke stage doet.

Frederik: Studenten brengen nieuwe inzichten en frisse ideeën mee uit recente opleidingen. Daarnaast is het traject ook een manier om potentiële toekomstige medewerkers te leren kennen. Door studenten al vroeg in een team te zien werken, leer je hen écht kennen.

Frits: Absoluut, het is een kans om je bedrijf voor te stellen aan de studenten, maar het doet je ook met een kritische blik naar je eigen werk kijken. Het is een keuzetraject, dus de studenten die ervoor kiezen, zijn echt gemotiveerd. Dat maakt het voor iedereen nog aangenamer en leerrijker.

STADSBADER

Corneel Geeraerts, 2e Bachelor industrieel ingenieur (bouwkunde)

Frits Dhaenens, projectleider

Met deze ervaringen op zak kijkt KU Leuven Nexus uit naar een nieuwe lichting studenten en bedrijven die samen de brug tussen theorie en praktijk willen versterken.

Lotte De Smedt

ENERGIE IN HET WERKVELD: LEREN BUITEN DE KLAS

Op 16 en 17 maart 2026 vond voor de derde keer de tweedaagse plaats in het kader van het opleidingsonderdeel ‘Energie in het werkveld’, een initiatief dat studenten van verschillende FIIW-campussen binnen de master energie onderdompelt in de praktijk.

Het initiatief, opgestart door professor Wouter Ryckaert en professor Jan Cappelle van Campus Gent, is intussen uitgegroeid tot een vaste waarde. Bedrijfsbezoeken, getuigenissen van alumni en een brede blik op de carrièremogelijkheden binnen de sector staan centraal. Professor Jan Cappelle: “Met deze tweedaagse willen we studenten dichter bij het werkveld brengen en hen laten kennismaken met de vele mogelijkheden binnen de energiesector.” In totaal namen dit academiejaar 52 studenten en begeleiders deel, afkomstig van de campussen in Gent, Geel en Diepenbeek.

Van concept naar praktijk

De formule werd de afgelopen jaren stelselmatig verfijnd. In eerdere edities opteerden de initiatiefnemers voor een combinatie van bedrijfsbezoeken en ontmoetingen met kmo’s op de campus. Die aanpak maakte het verschil tussen grote organisaties en kleinere bedrijven tastbaar. Dit jaar werd resoluut gekozen voor een intensieve tweedaagse met vier bedrijfsbezoeken waarbij de focus lag op ervaring en beleving.

Indrukwekkende industrie in Gent

Het eerste én een van de meest beklijvende bezoeken vond plaats in Gent, bij de elektriciteitscentrale Knippegroen van Engie. Hier worden restgassen afkomstig van de hoogovens van ArcelorMittal op grote schaal gerecupereerd en omgezet in energie voor industrieel gebruik. ArcelorMittal, de op één na grootste staalproducent ter wereld, stoot jaarlijks zo’n 4,5 miljoen ton CO₂ uit en behoort daarmee tot de grootste uitstoters van België. De studenten maakten o.a. ook kennis met een proefproject om CO₂ af te vangen en op te slaan. Als leuk extraatje kregen de studenten vanop grote hoogte zicht op de uitgestrekte industriële omgeving van de haven van Gent. Het bezoek confronteerde hen met de complexiteit van de energietransitie: innovatie en duurzaamheid gaan vaak hand in hand met grote industriële uitdagingen.

Innovatie aan de kust

Na het bezoek in Gent trok de groep naar Zeebrugge, waar een bezoek aan de werf van Equans op het programma stond. Op deze werf wordt gewerkt aan een walstroominstallatie voor de cruiseterminal aan de Zweedse Kaai. Het project speelt in op de Europese regelgeving die cruiseschepen in de nabije toekomst verplicht om in de haven hun benodigde elektrische energie via een aansluiting op de kade af te nemen, en niet via het draaien van hun dieselmotoren.

Dat brengt echter enorme technische uitdagingen met zich mee. Studenten maakten kennis met een installatie die schepen van stroom voorziet via een mobiele aansluiting – een soort stopcontact op industriële schaal. De idee dat je als het ware een volledige stad moet kunnen “inpluggen”, sprak sterk tot de verbeelding.

Van werf tot carrièreverhaal

De tweede dag startte opnieuw in Gent, op de werf van het project The Loop NG2 – Veld 3 van Cegelec (Vinci Energies). Studenten werden meegenomen in het volledige projectverloop, van voorbereiding en engineering tot uitvoering op de werf. Eén van de hoogtepunten was de getuigenis van alumnus Ahmed Bani (Campus Gent), een inspirerend rolmodel voor veel studenten.

© Cegelec (Vinci Energies)

Hij vertelde openhartig over zijn loopbaan en hoe hij zich binnen het bedrijf heeft opgewerkt. Zijn betrokkenheid bij complexe projecten, zoals de bouw van een nieuwe gevangenis, maakte duidelijk welke impact ingenieurs kunnen hebben in de praktijk.

Technologie op zee

Het laatste bezoek bracht de studenten naar Jan De Nul in Aalst. Dit bedrijf staat bekend om baggerwerken, maar maakte de voorbije jaren een sterke evolutie door richting energieprojecten op zee. Door de opkomst van offshore windenergie heeft het zich onder meer gespecialiseerd in het installeren van offshore windmolens, het ontwikkelen van speciale machines die nodig zijn voor de installatie en de aansluiting van deze windmolens. Studenten kregen inzicht in de technologie achter deze projecten. Zo werd een schip voorgesteld dat honderden kilometers kabel kan vervoeren op gigantische bobijnen - een indrukwekkend staaltje ingenieurstechniek. Daarnaast konden ze zelf ervaren hoe het is om op zee te werken via een geavanceerde VR-simulator.

In een interactieve gameroom werden ze ondergedompeld in realistische scenario’s, zoals stormen en extreme weersomstandigheden op zee.

Blik op de toekomst

Na drie edities lijkt de tweedaagse stevig verankerd in de opleiding. Er wordt dan ook al vooruitgekeken. “Volgend jaar willen we dit opnieuw organiseren, maar mogelijk in een andere vorm”, aldus Jan Cappelle. Het concept ‘Energie in het werkveld’ blijft evolueren, net zoals de sector zelf. Wat overeind blijft, is de kern van het initiatief: studenten laten ervaren wat het betekent om als ingenieur aan de slag te gaan in de energiesector. Minstens even waardevol is het informele aspect van de tweedaagse. Twee dagen samen op pad geeft een duidelijke boost aan de groepsvorming en brengt studenten en docenten dichter bij elkaar, een meerwaarde die je niet in een aula kan creëren.

Jolien Jacobs

KU LEUVEN PRIJS VAN DE ONDERWIJSRAAD 2025-2026 VOOR

“STUDY

HALL: SAMEN STUDEREN IN EEN ONDERSTEUNENDE OMGEVING”

Hoe ondersteun je eerstejaarsstudenten in een uitdagende ingenieursopleiding op een manier die écht werkt? Aan onze faculteit vonden docenten en begeleiders daarop een praktisch en doeltreffend antwoord: de Study Hall. En die werd net bekroond!

Op 21 mei 2026 won de Permanente Onderwijscommissie (POC) Polyvalente Ingenieursvorming (PIV) met “Study Hall: samen studeren in een ondersteunende omgeving” de KU Leuven Prijs van de Onderwijsraad 2025-2026. De prijs werd in de Leuvense Universiteitshal uitgereikt aan onze collega’s van Campus Groep T, Campus Gent en Campus Brugge. Prof. Maarten Vanierschot nam hem in ontvangst in naam van enkele initiatiefnemers, betrokken vakbegeleiders en studenten.

Uitreiking door rector Severine Vermeire en vicerectoren Isabelle Huys en Margriet Van Bael © Johan Van Droogenbroeck

Een leerplek die leeft

De Study Hall is een open en toegankelijke leeromgeving waar studenten uit de eerste bachelor samen studeren in één gedeelde ruimte. Wat dit concept uniek maakt, is de combinatie van drie elementen: zelfstandige studie, samenwerking met medestudenten en directe ondersteuning door vakbegeleiders. Studenten kunnen er zonder reservatie binnenlopen om oefeningen te maken, lessen voor te bereiden of opdrachten af te werken. Op vaste momenten zijn experten aanwezig om vragen te beantwoorden en onmiddellijk feedback te geven.

Het initiatief ontstond vanuit een duidelijke nood. Veel eerstejaars bleken behoefte te hebben aan laagdrempelige ondersteuning en een sterke studieomgeving, terwijl bestaande begeleidingsvormen, zoals het monitoraat, niet altijd optimaal werden benut.

Meer info over dit bekroond onderzoek:  https://research.kuleuven.be/portal/en/project/3E260255

Tegelijk groeit onder studenten de tendens om samen te studeren. De Study Hall speelt hierop in door een kader te bieden waarin studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook hun studiehouding en structuur ontwikkelen.

Samen leren werkt

De aanpak blijkt bijzonder waardevol voor diverse studentengroepen. Pendelstudenten vinden er een stimulerende studieplek op de campus, terwijl schakel- en internationale studenten extra steun krijgen door het directe contact met medestudenten en begeleiders. De ruimte is bewust geen stille bibliotheek: overleg en interactie worden net aangemoedigd, wat het leerproces versterkt. Verder kunnen studenten er na afwezigheid of ziekte leerstof inhalen.

Ook voor docenten en vakbegeleiders biedt de Study Hall duidelijke voordelen. Ze krijgen beter zicht op de vragen en moeilijkheden waarmee studenten worstelen, en kunnen daar meteen op inspelen. Bovendien ontstaat een zogenaamd “luistervinkeffect”: studenten leren niet alleen van hun eigen vragen, maar ook van de interacties rond hen.

Groei en toekomst

Sinds de opstart in het academiejaar 2021-2022 groeide de Study Hall uit van een initiatief rond kernvakken op de campussen in Leuven en Gent - en even later op Campus Brugge - tot een breder gedragen concept. Vandaag worden ook vaardigheden zoals technisch tekenen ondersteund.

Met dit initiatief bewijst de faculteit dat sterke onderwijsinnovatie niet altijd complex hoeft te zijn. De Study Hall toont hoe de campus een levende leerplek wordt waar expertise dichtbij is, samenwerking ontstaat en samen studeren plezier geeft.

Met felicitaties van de jury

De selectiecommissie bekroonde de Study Hall als laureaat met volgende argumentatie, die ook bevestigd werd door de Onderwijsraad:

“Het project Study Hall sluit sterk aan bij het thema van de Prijs Onderwijsraad van dit jaar, de campus als ontmoetingsplek voor leren.”

“Het is een mooi, activerend initiatief dat samen leren stimuleert, op verschillende campussen en sterk bijdraagt aan de integratie van studenten. Ook specifiek voor internationale studenten en pendelstudenten is het een welgekomen initiatief.

Met dit project wordt ingespeeld op een vastgestelde problematiek met de monitoraatswerking om studenten meer en beter te kunnen engageren door laagdrempelige ondersteuning te voorzien in een georganiseerd format.

De studenten zijn erg positief over Study Hall en beschouwen het als een motiverende leeromgeving, waar er onder andere ook ruimte is voor het luistervinkeffect.

Het concept Study Hall is in zijn eenvoud zeer inspirerend, breed toepasbaar en goed implementeerbaar in andere contexten.”

vlnr prof Manu Vander Poorten, prof Jeroen Lammertyn, Mirza Awais Ahmad, rector Severine Vermeire en vicerector Isabelle Huys © Johan Van Droogenbroeck

VALORISATIE VAN ONS ONDERZOEK VALT OOK IN DE PRIJZEN

In de categorie “L(euvense) Da Vinci Prijzen” werd de Prijs Wetenschap en Technologie toegekend aan Mirza Awais Ahmad (eenheid Robotica, Automatisering en Mechatronica, Campus Groep T) voor zijn onderzoek naar 'Democratische Toegang tot Beroertezorg met Robotondersteunde Mechanische Trombectomie’. Promotor: prof. Manu Vander Poorten

FROM ELECTRICAL ENGINEERING TO AUDIO: THOMAS DIETZEN’S CAREER IS DRIVEN BY SOUND

When we think about technology that understands the world around us, our minds often go straight to cameras, images and vision-based artificial intelligence. But what if listening could be just as powerful as seeing? This question is at the heart of prof. Thomas Dietzen’s research. Professor at EAVISE (De Nayer Campus) since 2024, he uses his background in electrical engineering, medical audiology, industrial audio technology and advanced signal processing to focus on acoustic sensing and use sound to understand environments.

Thomas’ love for audio started young. “As a teenager, I was already combining batteries, amplifiers and loudspeakers to put together portable systems and listen to 'hi-fi' music with my friends. Everyone has a portable speaker nowadays, but back then in 2002, that would impress people,” laughs Thomas Dietzen. His love for music and fascination with electroacoustics led Thomas to study Electrical Engineering at the University of Kaiserslautern (now RPTU), with a focus on communications and audio processing. His Erasmus exchange at Aalborg University in Denmark further deepened his love for audio and acoustics.

After graduation, he joined the department of phoniatrics and audiology at Heidelberg University, where he helped develop hearing tests for newborns and researched how brain signals can be used to assess hearing function and auditory disorders. A year and a half later, Thomas moved on to Fraunhofer IIS, where he worked on maintaining and extending audio codec libraries. These software components help stream audio more efficiently by compressing and reconstructing raw sound, building on technologies historically associated with formats such as MP3.

From audio quality improvement to acoustic sensing

Through these roles, Thomas got a taste of the wide scope of audio signal processing, which only motivated him to delve deeper into the material in all its facets. A PhD was the logical next step in his journey. Thomas’ ambition led him to KU Leuven in 2014, where he started his PhD under the supervision of Prof. Toon van Waterschoot and worked with NXP Semiconductors to enhance speech signals recorded in noisy or reverberant spaces.

After his PhD, his interests expanded. Instead of audio quality improvement, he started to focus on audio analysis and acoustic sensing. Where does a sound come from? What does the sound reveal about its source and the environment? Is the source moving, and if so, how?

These questions are central to applications ranging from hearing aids to smart environments, vehicles and more; in short, every situation where sound helps us understand what is happening around us.

Different applications, same drive

The transition to automotive applications happened almost unexpectedly. While exploring academic positions, he came across a vacancy at De Nayer Campus focusing on algorithms for intelligent and autonomous vehicles.

Prof. Thomas Dietzen: “At that point, I had no prior background in automotive research, but I immediately saw the possible benefits of acoustic sensing. Sound is still largely unexplored in automotive perception, while an autonomous car has to know what to do with sirens from emergency vehicles, strange engine noises or environmental sounds indicating danger. Automotive companies show increasing interest in this field, helping this line of research gain momentum.”

However, the position at EAVISE doesn’t confine him to just automotive applications, as Thomas conducts research into different applications of acoustic sensing. This freedom and variation keep his job interesting.

Today, he supervises two PhDs - one focused on automotive applications and one focused on bio-acoustics - and he has more projects coming up.

Sound source localization for automotive applications

Following the demands from the automotive industry, a key use case is the detection and localization of warning sounds like sirens or honks, even before the sound source is visible.

Identifying a sound’s location is easy for humans but challenging for machines. Machine learning to the rescue? Unfortunately, the data necessary must not only contain audio, but also the trajectory of the audio source. Given the scarcity of such data, researchers have to rely largely on simulated or synthesized data. This however introduces a domain shift, where models trained on simulated data tend to perform poorly when applied to real world examples.

To address this, Thomas and his team explore how to improve the robustness by collecting and creating both synthetic and real data. The synthetic data is the result of simulations, while the real data is collected using the eRod research vehicle at De Nayer Campus equipped with microphones, cameras, GPS, lidar and inertial measurement units.

Listening underwater: bio acoustics in the North Sea

The second PhD under Thomas’ supervision focuses on a completely different environment: underwater acoustics. In collaboration with the Flanders Marine Institute (VLIZ), he aims to understand how marine life currently evolves in the increasingly urbanized environment of the North Sea.

Prof. Thomas Dietzen: “Underwater, sound is the dominant sensing modality. Visibility is limited, but sound travels far. Human activities like shipping and offshore wind farms make noise, which might be harmful to some species, while other species might for example benefit from the ban on navigating through said wind farm.”

As far apart as the topics seem, that’s exactly what Thomas likes about his work: transferring ideas from one application to another and discovering what (doesn’t) work. He enjoys the freedom that comes with researching fields where acoustic sensing isn’t that well-explored yet, and he looks forward to the projects yet to come.

Thomas Dietzen and the eRod research vehicle
© Joren De Weerdt

APPLYING ENGINEERING SKILLS TO REAL-WORLD CHALLENGES

“In the future, I’d like to combine my technical background with business skills, so I can contribute not just to developing technology, but also to shaping how it’s used and creating real impact.” Nisan Ersoy, a second-year bachelor’s student in Electronics & ICT Engineering Technology at Group T Campus in Leuven, already knows exactly what she wants. Over the past few months, she has put her words into action and led a multidisciplinary student team during a Scaleta Consulting Project.

In Turkish, almost all the names of the months have a special meaning. ‘Ocak,’ for example, which is the month of January, means ‘hearth’ and refers to the winter cold. ‘Nisan’ is the Turkish name for April. The word originates from ancient Mesopotamia (now Iraq) and traveled a long way from Sumerian and Aramaic through Hebrew and Arabic before ending up in Turkish. The meaning remained strikingly similar. It ranges from ‘first fruits,’ ‘month of budding,’ and ‘month of flowers’ to simply ‘spring.’ Coincidence or not, we spoke with Nisan on a spring day in April. Even though many of her talents are still in bud, it won’t be long before they fully blossom.

High ranking

Nisan was born and raised in Istanbul. In high school, she studied math and science and designed an intelligent medicine-dispensing machine that could operate 24/7 in areas with limited access to pharmacies. While still in school, she completed a four-month internship at the Center for Aerospace Engineering at Istanbul Technical University to familiarize herself with ongoing satellite projects. It was already written in the stars that Nisan would become an engineer. The only question remaining was: where?

Nisan weighed the pros and cons of studying in the US, the UK, the Netherlands, Belgium, and a few other countries. She ultimately chose the international Engineering Technology Programme at KU Leuven. The university’s high ranking and affordable tuition fees were the deciding factors. “What also really appealed to me, however, was the broad, polyvalent engineering education during the first three semesters,” Nisan adds. “I think it’s a major plus that you don’t have to commit to a major right away. For example, my first choice was Chemical Engineering, but after three semesters, Electronics & ICT turned out to suit me much better.”

Engineering Experience

The best surprise during the first year of the bachelor’s programme at Group T Campus was the Engineering Experience, according to Nisan. “As part of an international team, we were challenged to design and build a section of a Rube Goldberg machine. The project also required us to discuss creative mechanical solutions, develop a mathematical model, and work together through successive testing phases. It improved my social and

communication skills and creative thinking, while giving me handson experience in bringing a concept from idea to reality.”

In her second year, Nisan set out to find a bigger challenge where she could apply herself even more broadly and intensively. She found that opportunity at Scaleta, a student organization founded at KU Leuven dedicated to creating a network of connections for students across Belgium. Scaleta organizes workshops and networking events and connects students with innovative companies and startups. “Scaleta immediately appealed to me because it’s not just a Leuven-based club and students from all disciplines can gain real-world business experience there,” says Nisan. For the 2026 edition of the Student Consulting Projects, she was selected as team leader for an ambitious project at the Ghent-based startup Peliqan. This IT company brings ETL/ELT pipelines, data transformations, and reverse ELT together in one integrated platform based on the principle of ‘all your data in one place.’

Personal growth

“Our project focused on market analysis and implementing data automation solutions, bringing together engineering, data, and consulting perspectives,” Nisan continues. “The team I led consisted of six members, not only engineers but also students from business studies, computer science, and even an MBA programme. Moreover, the group was also very international in composition. Another plus was the professional coaching provided by specialists and mentors from renowned consulting firms such as AION and Capgemini.”

Nisan looks back on the experience with great satisfaction. “The project connected me with a dynamic startup where I gained practical experience in marketing, leadership skills, and professional growth. It was a real eye-opener in many ways. I now have not only valuable experience but also an even clearer vision of my future career. More than ever, I am convinced that engineering and technology should not be an end in themselves, and engineers should not be seen as nerds. As the younger generation, we owe it to society and ourselves to put our knowledge and skills to work in tackling real-world challenges.”

Persoons

Nisan Ersoy
© Arne Reszczynski

VAN DIEPENBEEK TOT BERKELEY: DIEGO VANGENEUGDEN OVER AMBITIE, AUTONOOM RACEN EN DURVEN SPRINGEN

Van een fascinatie voor techniek als kind tot het ontwikkelen van software voor autonome racewagens in Californië: het traject van Diego Vangeneugden (22) is er een van nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en ambitie. Wat begon op Campus Diepenbeek, bracht hem intussen tot aan de University of California, Berkeley, een van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld.

Diego groeide op in Riemst en wist al vroeg dat techniek hem lag. “Ik was altijd gefascineerd door hoe dingen werken”, vertelt hij. Toch verliep zijn traject niet zonder omwegen. In het middelbaar miste hij aanvankelijk de praktische toepassingen, waardoor zijn motivatie afnam. De overstap naar elektromechanica bracht daar verandering in. “Toen zag ik pas echt wat er mogelijk is met technologie.”

Diego Vangeneugden

Met een duidelijk doel voor ogen - ingenieur worden - besloot hij zelfstandig zijn wiskundige basis bij te werken om klaar te zijn voor de universiteit. Die ingesteldheid zou later een constante blijken in zijn parcours.

Leren door te doen in Diepenbeek Diego koos bewust voor de opleiding industrieel ingenieur in Diepenbeek, omwille van de sterke focus op toepassingen. Die keuze bleek de juiste. “Wat mij het meest gevormd heeft, is de combinatie van theorie en hands-on ervaring.”

Die praktijkervaring vond hij onder andere bij Formula Electric Belgium, het studententeam dat een elektrische racewagen ontwerpt en bouwt. Hij ontdekte het team al in zijn laatste jaar middelbaar en stapte vanaf zijn eerste bachelor mee in het project. Wat begon met kleinere technische taken groeide uit tot een totaalervaring waarin techniek, samenwerking en systeemdenken samenkwamen.

Doorheen de jaren nam Diego steeds meer verantwoordelijkheid op. In zijn derde bachelor leidde hij de volledige ontwikkeling van de velgen van een nieuwe wagen, van ontwerp tot productie. In zijn masterthesis ging hij nog een stap verder en werkte hij een optimalisatieframework uit voor het volledige in-wheel aandrijfsysteem.

Volgens Diego zit de essentie van zo’n studententeam niet in één specifieke technische skill, maar in het leren denken op systeemniveau. “Alles beïnvloedt elkaar. Een beslissing voor jouw onderdeel kan het werk van een collega veel moeilijker maken. Uiteindelijk moet de volledige wagen presteren, en daar optimaliseer je voor.”

Die manier van denken - rekening houden met interacties, beperkingen en tijdsdrukvormt vandaag nog steeds de kern van zijn werk.

De sprong naar het buitenland

Tijdens zijn studies ontdekte Diego ook zijn passie voor regeltechniek. Het vak bleek een kantelpunt. “Wat mij aansprak, was hoe breed het domein is. Je combineert wiskunde, fysica en software om systemen te sturen, of dat nu voertuigen, satellieten of industriële processen zijn.” Die multidisciplinariteit plantte het zaadje voor verdere specialisatie richting autonome en robotische systemen.

Die ambitie bracht hem naar het buitenland. Met een beurs van de Belgian American Educational Foundation trok hij naar Berkeley, een van ’s werelds referenties op vlak van robotica en control engineering, in Silicon Valley, het kloppend hart van technologische innovatie.

“Het selectieproces was intens, met essays en interviews, maar het is een enorme eer om die beurs te krijgen”, vertelt hij.

Werken aan autonome racewagens Vandaag volgt Diego een Master of Engineering in Mechanical Engineering, met focus op autonome en robotische systemen. Zijn programma combineert diepgaande technische vakken met aandacht voor leiderschap en ondernemerschap.

Daarnaast werkt hij bij AI Racing Tech: een team dat deelneemt aan de Indy Autonomous Challenge, een competitie waarin autonome racewagens het tegen elkaar opnemen.

Vers van de pers: ondanks dat hij de frituur wel erg hard mist, blijft hij toch nog een tijdje in de Verenigde Staten. Diego tekende ondertussen een contract bij Tesla als Software Integration Engineer. Hij zal er controlesystemen ontwikkelen voor veiligheidssystemen.

“Ik werk aan het controlesysteem van de wagen, meer specifiek aan een Model Predictive Controller die in real-time de optimale stuur- en aandrijfcommando’s bepaalt.”

Waar hij bij Formula Electric nog sterk mechanisch werkte, ligt de focus nu volledig op software. “Het is eigenlijk het omgekeerde van wat ik vroeger deed.”

Studeren in de VS verschilt sterk van België. “Het tempo ligt constant hoog”, vertelt Diego. “Met huiswerk, tussentijdse examens en deadlines ben je voortdurend bezig.” Tegelijk voelt hij dagelijks de innovatiecultuur van Berkeley en Silicon Valley. Studenten die startups oprichten, lezingen van mensen uit de industrie, en zelfs boksmatches tussen humanoïde robots: innovatie is hier geen abstract begrip, maar een leefwereld.

Technologie met impact

Wat hem vandaag het meest boeit, is de combinatie van regeltechniek en voertuigdynamica. “Hoe je een voertuig in real-time optimale beslissingen laat nemen op basis van fysische beperkingen, dat vind ik fascinerend.”

Die interesse vertaalt zich ook naar zijn toekomstplannen. Diego wil bijdragen aan veiligere en performantere voertuigen, door slimme controlesystemen te ontwikkelen. “Autonoom racen is daarin een ideale testomgeving. Je wordt geconfronteerd met extreme situaties die je ook op de weg moet kunnen opvangen.”

Veerle Moons

SYMBIOTIC CRAFTING, EEN NIEUW STUDENTENTEAM IN HET POSTGRADUAAT TECHNOVATION

“Don't worry about the future; or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubblegum. The real troubles in your life are apt to be things that never crossed your worried mind; the kind that blindside you at 4pm on some idle Tuesday.”

Baz Lurhman, Everybody's Free (To Wear Sunscreen)

Een hersenbloeding met eenzijdige verlamming als gevolg. Woorden schieten tekort. Een ongeval. Jarenlange revalidatie zonder zekerheid over de mate waarin je zult of kunt herstellen.

Het alledaagse leven brengt van het ene moment op het andere een eindeloze reeks complexe, praktische vraagstukken met zich mee. Alles wat ooit zo eenvoudig was dat je er nooit bij had stilgestaan, confronteert je met wat het noodlot gebracht heeft.

Complexe, praktische vraagstukken. De ingenieur grijpt naar zijn algebra, al dan niet met een kauwgom in de mond. Inproductruimten en quaternionen bieden een wiskundig kader voor robotica. Een exoskelet kan de patiënt misschien een deeltje van zijn vrijheid teruggeven. Welke materialen zorgen voor betere protheses?

Maar hoe ingenieus het ontwikkelde product ook mag zijn, het zal steeds beperkt blijven tot een fractie van wat Moeder Natuur – de grootste ingenieur ooit – zelf heeft ontwikkeld. Het technische verhaal botst op grenzen. De technische blik alleen biedt geen antwoord op de levensvragen die ziekte en ongeval met zich meebrengen.

Filosofie noch kunst beweren antwoorden te bieden. Maar ze durven de vragen wel luidop te stellen. Ze durven het onbegrijpelijke verder onderzoeken: wat het betekent om mens te zijn, speelbal van het lot.

Drie jaar geleden kreeg Marie Verhaegen een hersenbloeding. Ze kan de spieren aan één zijde niet meer activeren. De gedachte aan een tool die haar helpt om te bloemschikken, doet haar deugd. Fotograaf Patrick Dewaele deelt haar lot, ook hij is eenzijdig verlamd. Hij kan zijn camera's niet meer bedienen zoals vroeger.

Het nieuwe studententeam ‘Symbiotic Crafting’ binnen het postgraduaat Technovation gaat vanuit een dubbele invals hoek aan de slag: kunst en technologie. Studenten van LUCA, Odisee, KU Leuven Architectuur en Industrieel Ingenieur werken samen. Professionele bachelors en masters slaan de handen ineen. Hun complementariteit brengt ideeën en concepten van het computerscherm naar de fysieke wereld. Dimitri Coppens, docent Creative Makers gespecialiseerd in prototyping, is bedenker en trekker. Professor Dino Accoto stelt zijn expertise ter beschikking, onder andere op het vlak van technologie voor revalidatie.

© Yasmina Besseghir

Ook de Gentse kinesitherapiepraktijk De Feniks geeft feedback.

Het postgraduaat zal passieve en actieve ondersteuningsmiddelen voor personen met een fysieke beperking onderzoeken en ontwikkelen. Onder passief verstaan we: zonder gebruik van uitwendige energie. De publicatie van Prof. Dino Accoto over een revalidatietool die met bowdenkabels werkt (die we allemaal kennen van onze fietsremmen en -versnellingen), vormt een startpunt voor het ontwerpen van hulpmiddelen voor Marie en Patrick.

Voor het actieve luik staat de uitwerking van een intuïtieve controller voor een robotarm op het programma. Deze controller, met haptische feedback, zal een beeldend kunstenaar met een fysieke beperking toelaten een robotarm aan te sturen. De robotarm – uitgerust met een beitel of frees – zal in real time vorm geven aan steen of hout.

Een nieuwe lente. Een nieuw thema voor een postgraduaat.

STUDENTENTEAM

SYMBIOTIC CRAFTING

HYDROTEAM KU LEUVEN BRENGT JONG AUTOMOTIVE TALENT SAMEN TIJDENS EERSTE H2GP FINALE IN BELGIË

Op donderdag 12 maart organiseerde het HydroTeam KU Leuven de allereerste Belgische finale van de Hydrogen Grand Prix (H2GP) op Campus De Nayer. Vijftig jongeren tussen 13 en 17 jaar reden gedurende vier uur om ter meeste rondjes met zelfgebouwde, waterstofaangedreven RC-wagens. Drie scholen bemachtigden een felbegeerd ticket voor de H2GP wereldfinale in Zwitserland later dit jaar.

De Belgische H2GP finale maakt deel uit van een internationaal programma dat jongeren op een praktijkgerichte manier laat kennismaken met waterstoftechnologie, duurzame energie en mobiliteit. In september registreerden vijftig Vlaamse jongeren zich voor de eerste Hydrogen Grand Prix van België, georganiseerd door het HydroTeam. En sindsdien ging alles snel. In het eerste semester ontvingen de tien teams een zelfbouwpakket voor een RC-wagen op waterstof die ze helemaal konden aanpassen aan hun eigen visie met de hulp van hun leerkrachten en het HydroTeam.

In januari kwamen alle deelnemers bij elkaar in Leuven voor workshops van HydroTeam-partners Toyota Motor Europe en Colruyt Technics, en dompelden docenten van Campus De Nayer hen onder in automotive engineering en design. In de namiddag konden ze al voor het eerst hun RC-wagen testen op een parcours tijdens een testrace van twee uur, en kregen ze voeling voor de mogelijke problemen van hun eigen wagen en die van de concurrentie. Daarna konden ze hun wagen op school verder verfijnen en klaarstomen voor de echte race.

Van Campus De Nayer naar de wereldfinale En toen brak 12 maart eindelijk aan: tijd voor de Belgische H2GP finale op Campus De Nayer! De leerlingen waren klaar om zoveel mogelijk rondjes te rijden op vier uur tijd. HydroTeam STEMorganisator Jasper Swerts: “Door de lange rijtijd en het moeilijke parcours, moeten de teams inzetten op snelheid, efficiënt energiebeheer én een doordachte racestrategie. De teams beschikken namelijk allemaal over hetzelfde aantal waterstofsticks en rijden over hetzelfde parcours.”

“Elk technisch defect of verkeerde afstelling weegt dan ook zwaar door in een competitie waarin tijd en efficiëntie centraal staan.”

Na een namiddag vol technische uitdagingen en teamwork kroonde Het Kompas uit Sint-Truiden zich tot de allereerste Belgische H2GP-kampioen. GO! Atheneum Tienen werd tweede. Samen zullen zij België vertegenwoordigen op de H2GP World Final later dit jaar in Zwitserland.

Ook het Scheppersinstituut Wetteren plaatste zich voor de wereldfinale door als enige Belgische team deel te nemen aan de Hybride Klasse, voortbouwend op eerdere internationale ervaring in Nederland.

Studententeam met grote ambities

De organisatie van de H2GP Belgium ligt in handen van het HydroTeam KU Leuven, een studententeam van alumni uit industriële wetenschappen en aanverwante richtingen die nu het postgraduaat Technovation: Teams & Start-ups volgen. Ze werken aan de eerste waterstofaangedreven racewagen in België, en willen in 2030 deelnemen aan de 24 uur van Le Mans met een eigen waterstofwagen.

Om waterstof tastbaar en toegankelijk te maken, geeft het HydroTeam regelmatig STEM-workshops. Ook de H2GP kadert binnen dit engagement. Volgens oprichter Anton Lintermans bewijst de eerste Belgische finale het potentieel van dit concept: “De combinatie van onderwijs, technologie en competitie motiveert jongeren enorm.”

“We zien hier leerlingen uit verschillende studie richtingen samen werken rond één gedeelde uitdaging: een efficiënte, performante wagen bouwen en die als team naar de finish brengen. Bovendien bestaan de meeste teams voor minstens 50% uit meisjes. Dit resultaat toont nog maar eens aan dat STEM écht voor iedereen is.”

Campus De Nayer als decor voor duurzame mobiliteit

De keuze voor Campus De Nayer als achtergrond voor de finale was allesbehalve toevallig. KU Leuven en Thomas More werken er samen aan een uitgesproken technologie- en automotive campus, met meer dan 12.000 m² aan hoogtechnologische laboratoria, een autotechnologisch centrum en gespecialiseerde infrastructuur voor onder meer elektrische en alternatieve aandrijvingen.

Binnen de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen huisvest Campus De Nayer de master Elektromechanica met focus Automotive Engineering, waar de nadruk ligt op innovatieve technieken zoals alternatieve aandrijfsystemen en het gebruik van nieuwe (lichtgewicht) materialen. De campus die de brug legt tussen onderwijs en toekomstgerichte mobiliteit, was dan ook de perfecte locatie voor deze automotive primeur in België.

De eerste editie van de H2GP smaakt duidelijk naar meer: zowel organisatorisch als inhoudelijk positioneert H2GP Belgium zich als een nieuwe vaste afspraak op de Belgische STEMen technologieagenda.

Eline Serlet

“De combinatie van onderwijs, technologie en competitie motiveert jongeren enorm.”
© Leen Van de Sande

MET ZONNEWAGEN INFINITE APOLLO OP DE BELGISCHE WEGEN ÉN RICHTING DE VERENIGDE STATEN

TWEE PRIMEURS VOOR HET INNOPTUS SOLAR TEAM

Deze zomer trekt het Innoptus Solar Team voor het eerst met hun zonnewagen naar de Verenigde Staten voor de American Solar Challenge. Die competitie verschilt fundamenteel van de wedstrijden waaraan het team eerder deelnam. Daarmee begeeft het team zich niet alleen op onbekend competitieterrein, maar ook op een volledig nieuw continent.

© Louis De Vroede

Volg hun avontuur

Enkele weken vóór de start van de wedstrijd op 21 juli vertrekt het team om het parcours te verkennen en de laatste voorbereidingen te treffen. Hun avontuur is te volgen via de gebruikelijke kanalen van het Innoptus Solar Team.

Na een sterke prestatie in Australië, waar de vorige lichting in 2025 met de Infinite Apollo een mooie derde plaats behaalde, schakelde het huidige team meteen een versnelling hoger. Hun voorbereiding op de American Solar Challenge werd een race tegen de klok én de Amerikaanse zon.

“Er zit maar elf maanden tussen de wedstrijd in Australië en die in de Verenigde Staten”, zegt Bernhard Klykens, teamlid van het Innoptus Solar Team 2025-2026. “De wagen moest eerst terugkeren uit Australië, waarna we hem opnieuw moesten aanpassen en klaarmaken voor de nieuwe race. Dat zorgde voor een enorme tijdsdruk.” Toch slaagde het team erin om die druk om te zetten in een sterkte. “We zijn met elf voltijdse studenten, dus iedereen draagt veel verantwoordelijkheid. Net die gedeelde inzet, onze ‘solar spirit’, zorgt ervoor dat we als hecht team functioneren en er samen volledig voor gaan.”

Nieuwe wedstrijd, nieuwe uitdagingen De American Solar Challenge is allesbehalve een klassieke race en bestaat uit twee delen. Eerst is er de Electrek Formula Sun Grand Prix, een driedaagse circuitrace die dient als kwalificatiewedstrijd. Daarna volgt de Electrek American Solar Challenge, een achtdaagse race van ongeveer 2.400 kilometer over openbare wegen. “Op die route bevinden zich ook nog verschillende punten waar we (meerdere) loops kunnen rijden om zo meer kilometers af te leggen en is het doel om uiteindelijk meer kilometers af te leggen dan onze tegenstanders”, aldus Bernhard Klykens.

Het parcours van dit jaar volgt de Great River Road en de historische Route 66 van Minneapolis naar Amarillo. De organisatie maakte de route pas laat bekend, en die blijkt uitdagender dan in eerdere edities, met meer hoogteverschillen en drukker verkeer. Ook de regelgeving verschilt sterk van andere races. Zo moest de Infinite Apollo enkele structurele aanpassingen ondergaan, waaronder de toevoeging van een metalen rolkooi, een vereiste volgens de Amerikaanse veiligheidsvoorschriften. “Die metalen rolkooi moest boven het hoofd van de piloot komen, maar de ruimte in de wagen is heel beperkt”, zegt Klykens. “De wagen is zo compact en precies gebouwd dat elke aanpassing een

www.instagram.com/solarteam_be www.linkedin.com/company/solarteambe

uitdaging met zich meebrengt.” Daarnaast werd ook de batterij geoptimaliseerd, zodat de wagen beter kan inspelen op de strategische noden van de race.

Eén duidelijke ambitie

Ondanks de beperkte voorbereidingstijd, de technische uitdagingen en de strategische complexiteit is het doel duidelijk. “Voor mij is deze zomer geslaagd als we de American Solar Challenge winnen”, besluit Klykens. “Dat is waar we het hele jaar naartoe werken. Het is een uitdagend project waar we veel bijleren en samen als team die extra stap zetten om onze ultieme droom waar te maken.”

Liselotte Nyberg

SOLAR HOME RUN

Naast de internationale ambities schreef het Innoptus Solar Team dit voorjaar ook geschiedenis in eigen land. Voor het eerst legde hun zonnewagen een traject van meer dan 200 kilometer af op de Belgische openbare weg.

Onder politiebegeleiding reed het team op dinsdag 28 april hun ‘Solar Home Run’, die de zonnewagen Infinite Apollo langs een parcours van verschillende partners bracht en eindigde op de plek waar het zo’n twintig jaar geleden allemaal begon: Campus Groep T in Leuven. Een bijzondere dag die voor het huidige team tegelijkertijd ook een belangrijke test was in aanloop naar de American Solar Challenge.

“Het was geweldig, maar er kwam ook wel wat spanning kijken bij de voorbereidingen”, zegt logistiek manager Bernhard Klykens. “Alles moest perfect op elkaar afgestemd zijn, maar de dag zelf is alles vlot verlopen. We mogen heel blij zijn met de ronde die we hebben afgelegd.”

Naast de technische test was de dag ook emotioneel bijzonder.

“We rijden voor een race altijd in het buitenland, dus het was speciaal om dit eens voor ons eigen publiek te kunnen doen. Familie, vrienden en alumni langs de weg maakten de rit uniek.”

“ALS JE HET KAN BEDENKEN, KAN HET GEMAAKT WORDEN”

DOCTORAATSONDERZOEK VAN JEF BREBELS

NAAR BETER HERSTEL VAN HANDPEZEN

Wat begon als een brede interesse in technologie en chemie, groeide voor doctoraatsstudent Jef Brebels uit tot onderzoek dat het herstel van handletsels kan verbeteren. In zijn doctoraat aan Campus Groep T ontwikkelt hij nieuwe materialen die chirurgen moeten helpen om beschadigde buigpezen beter te laten genezen en complicaties te verminderen. Het onderzoek combineert chemie, biologie en medische toepassingen en kan op termijn bijdragen aan betere behandelingen voor patiënten met peesletsels.

Jef Brebels

© Arne Reszczynski

Jef startte zijn academisch traject na een opleiding Industriële Wetenschappen in het middelbaar. De keuze voor de opleiding industrieel ingenieur was bewust. “Ik wilde technologie combineren met praktische toepassingen en niet uitsluitend theoretisch werken”, legt Jef uit. “In mijn tweede bachelor koos ik voor de afstudeerrichting chemie, omdat die me de mogelijkheid gaf om materialen te ontwikkelen en tegelijk toepassingen te verkennen.”

Zijn masteronderzoek lag nog in een ander domein. In samenwerking met een bedrijf in de Antwerpse haven onderzocht hij hoe waardevolle edelmetalen, zoals palladium en platina, gerecycleerd kunnen worden uit farmaceutische afvalstromen. Dat onderzoek gaf hem een sterke basis in materiaalkennis en analysetechnieken, maar de stap naar biomedisch onderzoek kwam pas later. “Tijdens een keuzevak ‘Trends and innovations in the biomedical sector’ ontdekte ik de mogelijkheden van materiaalontwikkeling binnen medische toepassingen. Ik nam zelf contact op met de onderzoeksgroep van professoren Arn Mignon en Veerle Bloemen en kon al na enkele gesprekken starten met mijn doctoraat”, lacht Jef.

Nieuwe materialen voor herstel van pezen

Vandaag focust zijn onderzoek op het herstel van buigpezen in de handpalm. Wanneer zo’n pees scheurt, moet een chirurg die opnieuw aan elkaar hechten. Dat is een delicate ingreep, en het genezingsproces verloopt niet altijd optimaal. De herstelde pees kan vastgroeien aan het omliggende weefsel, waardoor de beweeglijkheid van de vingers beperkt raakt. Patiënten kunnen daardoor langdurig functieverlies ervaren.

Voor studenten die twijfelen over een doctoraat heeft hij nog een duidelijke boodschap: “initiatief nemen loont”.

Om dat probleem aan te pakken, ontwikkelt Jef nieuwe polymeren die verwerkt worden tot een buisvormige structuur. Die structuur omhelst de beschadigde delen van de pees en voorkomt het vastgroeien aan het omliggende weefsel. Tegelijk ondersteunt het materiaal het genezingsproces. “De constructie bestaat uit twee lagen die geïnspireerd zijn op de natuurlijke opbouw van een pees”, verduidelijkt Jef. “De binnenlaag bevat georiënteerde microvezels die de structuur van collageenvezels nabootsen, terwijl de buitenlaag een meer willekeurige vezelstructuur heeft, vergelijkbaar met het omliggende weefsel.”

Daarnaast onderzoekt hij hoe kleine componenten met ontstekingsremmende of antimicrobiële eigenschappen in het materiaal geïntegreerd kunnen worden. Na een chirurgische ingreep bestaat immers altijd een risico op ontsteking of infectie. Door stoffen gecontroleerd vrij te geven, kan het materiaal helpen om complicaties te beperken en het genezingsproces te ondersteunen.

Van labo naar mogelijke toepassingen

De eerste fase van Jefs doctoraat stond in het teken van materiaalontwikkeling. Verschillende polymeren werden ontworpen, getest en geoptimaliseerd. Daarbij werd onder meer gekeken naar mechanische sterkte, flexibiliteit en afbreekbaarheid. Het materiaal moet voldoende sterk zijn om de pees te ondersteunen, maar tegelijk geleidelijk afbreken wanneer de pees geneest. Een pees heeft gemiddeld ongeveer twaalf weken nodig om te herstellen. Idealiter ondersteunt het materiaal die periode en verdwijnt het daarna vanzelf.

Intussen bevindt Jefs onderzoek zich in een meer experimentele fase. Cellen worden op de structuren geplaatst om te bestuderen hoe ze reageren en hoe het materiaal zich gedraagt tijdens het genezingsproces. Daarnaast worden mechanische testen uitgevoerd om na te gaan of de structuur sterk genoeg is en of ze de beweging van de pees toelaat.

“Het project is sterk interdisciplinair en brengt chemie, biologie en medische expertise bijeen. Samenwerking met biologen en chirurgen is daarbij essentieel om het materiaal ook praktisch bruikbaar te maken. Chirurgen van UZ Leuven werken mee aan de testing en ik kan beroep doen op donorpezen via collega’s van KULAK.”

Hoewel het onderzoek zich momenteel richt op buigpezen in de hand, zijn de mogelijkheden breder. De techniek is modulair en kan aangepast worden voor andere peesletsels, zoals in de schouder of de achillespees. Dat opent perspectieven voor verdere toepassingen.

Blik op de toekomst Tijdens zijn doctoraat deed Jef ook internationale ervaring op via een onderzoeksstage van drie maanden in Coimbra (Portugal), waar hij nieuwe polymeren leerde ontwikkelen met verbeterde mechanische eigenschappen. Die kennis nam hij mee naar zijn eigen onderzoek, wat leidde tot een gezamenlijk publicatie.

De academische wereld trekt hem steeds meer aan. Hij overweegt om na zijn doctoraat verder te werken aan biomedische materiaalontwikkeling. Onderzoek combineren met onderwijs spreekt hem daarbij sterk aan. “Ik geef momenteel ook labosessies in organische chemie en aparte lezingen voor studenten. Wetenschapscommunicatie naar een breed publiek is ook enorm belangrijk: uiteindelijk worden we betaald door de samenleving, en kunnen we zo iets teruggeven. De maatschappij moet weten waar we mee bezig zijn, dat hoeft niet achter gesloten deuren.” In dat kader nam Jef vorig jaar ook deel aan de KU Leuven finale van “3 Minute Thesis” (3MT).

Voor studenten die twijfelen over een doctoraat heeft hij nog een duidelijke boodschap: “initiatief nemen loont”. Door zelf contact op te nemen met een onderzoeksgroep kreeg hij de kans om dit traject te starten. Met zijn onderzoek hoopt hij uiteindelijk bij te dragen aan betere behandelingen voor patiënten met peesletsels en zo de brug tussen technologie en gezondheidszorg verder te versterken.

PLEZIER MET AFVAL:

EEN TWEEDE LEVEN VOOR ZACHTE AFVALMATERIALEN

Vanuit Turijn kwam Francesco D’Acierno aan het begin van 2025 terecht bij de industrieel ingenieurs op de campus in Gent via enkele omwegen in onder andere Duitsland, Frankrijk, Canada en het Verenigd Koninkrijk. In Gent startte hij het nieuwe lab WASTE2FUN op als deel van de onderzoeksgroep Soft Matter, Rheology and Technology (SMaRT) binnen het departement Chemische Ingenieurstechnieken.

Als eerste Gentse lid van SMaRT focust het lab van D’Acierno vooral op het “Soft Matter”-gedeelte van de groep. Die zachte afvalmaterialen kunnen organische afvalmaterialen zijn, zoals restmateriaal afkomstig uit de landbouw of voedingsindustrie. Maar ook niet-organisch afval zoals plastiek valt onder deze noemer. Denk daarbij bijvoorbeeld aan sigarettenpeuken. Verdergaand op die soft matter creëerde Francesco het lab WASTE2FUN. Van afval naar fun – of liever: functionele materialen. Want met zijn lab beoogt hij een bepaald doel: afvalmaterialen behandelen met verschillende duurzame technieken om ze opnieuw te kunnen omzetten naar andere bruikbare materialen.

Verschillende technieken

Eén van die duurzame technieken is elektrostatisch sproeidrogen. Daarbij wordt elektrostatische lading gebruikt om in dispersies op basis van organisch afval een oplosmiddel te splitsen van een vast partikel. Het is duurzamer dan traditioneel sproeidrogen omdat het elektrostatische lading in plaats van warmte en stikstofgas in plaats van lucht gebruikt. Hierdoor blijven ook temperatuur- en luchtgevoelige onderdelen intact en kunnen ze worden gebruikt in farmaceutische producten, landbouwchemicaliën, voedingsmiddelen en dranken, cosmetica ...

Een andere techniek is drukcarbonisatie. Dit verschilt van traditionele verbranding van afval, waar (schadelijke) gassen vrijkomen. Bij drukcarbonisatie wordt het afval namelijk onder druk in een afgesloten reactor verkoold zodat de gassen niet in de atmosfeer terechtkomen, maar hergebruikt kunnen worden. Die gassen bevatten mogelijk methaan of ethaan, waardoor ze ook opgeslagen en gebruikt kunnen worden voor biobrandstoffen. Daarbovenop is deze techniek energiezuiniger dan traditionele verbranding, aangezien de warmte niet uit de afgesloten reactor kan ontsnappen. Zowel organisch als plastiekafval kan gecarboniseerd worden. Het eindproduct van de carbonisatie kan vervolgens toegepast worden in batterijen, filters en sorptiemiddelen.

Afhankelijk van de techniek die gebruikt wordt, zal het eindproduct er ook anders uitzien. In de meeste gevallen blijft er echter een poeder over. Bij elektrostatisch sproeidrogen worden er emulsies gevoed aan de droger. Eens al het water eruit verdampt is, blijft een poeder over dat olie bevat. Dit is nuttig voor bijvoorbeeld geneesmiddelen door met dat poeder een omhulsel te vormen dat in de maag of direct in de mond kan opgelost worden. Ook in eten en drinken kan dit gebruikt worden.

Zo focust doctoraatsstudent Thomas Schaut in zijn onderzoek op hopoliepoeders die in bier verspreid kunnen worden, zodat non-alcoholische bieren dezelfde smaak en aroma kunnen krijgen als conventionele bieren.

Het tweede soort poeder dat overblijft is carbonpoeder dat uit carbonisatie voortkomt. Dit poeder is volledig zwart, heel poreus en geleidend. Dit betekent dat het kan gebruikt worden voor energieopslag in batterijen of supercondensators, waardoor de productiekost van batterijen ook weer kan dalen, of voor koolstofafvang, waardoor de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer wordt verminderd. D’Acierno toont zo aan dat iedereen er baat bij heeft dat afval op een alternatieve wijze verwerkt wordt.

Over de grenzen heen

Het labo van Francesco is nauw verweven met andere onderzoeksgroepen op de Gentse campus. Zo is Florian Weiland van de onderzoeksgroep Enzym-, Fermentatieen Brouwerijtechnologie (EFBT) copromotor van het doctoraat van Thomas Schaut. Daarnaast wordt ook materiaal uitgewisseld met EFBT en onderzoeksgroep Vleestechnologie & Wetenschap van Proteïnerijke Levensmiddelen (MTSP).

Ook over de landsgrenzen heen zijn er al samenwerkingen tot stand gekomen met de Technische Universiteit van Turijn, de Universiteit van Barcelona, en de Universiteit van Lissabon. Maar ook veel industriële bedrijven tonen interesse in het onderzoek. Want ook om logistieke redenen is elektrostatisch sproeidrogen interessant: door een emulsie te drogen tot een poeder, blijft er slechts 10% massa over om te vervoeren.

Dit biedt heel wat kansen voor bedrijven op het vlak van kosten- en energie-efficiënt vervoer. Bovendien leveren zowel elektrostatisch sproeidrogen als drukcarbonisatie aanzienlijke energiebesparingen op, omdat ze bij veel lagere temperaturen werken dan hun traditionele tegenhangers (conventioneel sproeidrogen en pyrolyse).

Francesco D’Acierno © Tine Desodt

THE RACE FOR SAFER BATTERIES: WHAT’S HOLDING IT BACK?

Wearable electronics have become part of everyday life. Users expect them to be lighter, flexible, and comfortable to wear, while the power units behind them must still deliver high energy density and long-term performance. At the same time, growing environmental concerns are pushing both academia and industry to seek more sustainable technological solutions. In his BioZincPower project, Dawid Kasprzak, MSCA Postdoctoral Fellow at KU Leuven Bruges Campus and Assistant Professor at Poznan University of Technology in Poland, is exploring beyond lithium-ion battery technologies, incorporating biopolymerderived components as a pathway toward safer and more adaptable energy storage systems.

We are in the midst of a major energy transition, marked by the phasing out of fossil fuels, the rapid growth of electromobility, and an increasing reliance on renewable energy sources,” notes Dawid. “Lithium-ion batteries and supercapacitors play a central and complementary role in this process. However, despite their market dominance, Li-ion systems are facing growing concerns over safety, rising production costs, potential resource scarcity, and challenges related to waste disposal.” As demand for next-generation batteries continues to grow, the focus is shifting beyond performance to the availability and sustainability of the materials involved. Zinc-ion systems are gaining attention in this context, offering a safe and cost-effective alternative to lithium-ion technologies, based on aqueous electrolytes and abundant zinc resources. However, turning this promise into widely adopted commercial devices remains a challenge. Issues such as limited cathode performance and interfacial instability at the zinc anode hinder their long-term operation. Overcoming these barriers requires an integrated engineering approach that combines improved performance with mechanical adaptability. This is where biopolymers come into play. Supported by the EU’s Marie Sklodowska-Curie Actions programme, Dawid is exploring these biomass-derived macromolecules as building blocks for next-generation energy storage. Their properties can be tailored to regulate ion transport and interfacial processes, while their inherent mechanical characteristics enable the facile fabrication of durable, flexible devices.

Post-lithium batteries

Dawid’s academic path began at Poznan University of Technology in Poland, where he studied Chemical Technology and later earned his PhD in Chemical Sciences in 2019. He has remained affiliated with this university since then, starting immediately after his PhD defence as a Research Assistant and being appointed Assistant Professor in 2024. Importantly, encouraged by academic exchange opportunities, he has spent the past several years undertaking postdoctoral research stays at renowned institutions

abroad, including the University of Chemistry and Technology in Prague (Czech Republic), the University of British Columbia (Canada), and Humboldt University of Berlin (Germany). “These experiences broadened my perspective beyond research,” Dawid says. “They allowed me to work in international and interdisciplinary environments, deepen my expertise, and build collaborations that I hope to develop further in future research projects.” Since June 2025, Dawid has been part of Professor Veerle Vandeginste’s Interfacial Engineering Research Group (iR) at the KU Leuven Bruges Campus, pursuing his BioZincPower project within the group’s emerging research activities on next-generation energy storage systems.

Bioresources

At the core of Dawid’s project is a simple but ambitious idea: to turn naturally derived resources into functional building blocks specifically tailored for zinc-ion energy storage. “The aim is to transform biopolymers into specialised components, such as composite electrodes, anode’s protective interfacial layers, and gel polymer electrolytes, specifically designed to improve the stability, sustainability, and practical performance of zinc-ion systems,” explains Dawid. “This innovative approach should yield a technology that is not only efficient, but also inherently safe, cost-effective, mechanically flexible, and scalable for small wearable electronics.The ultimate goal is to reduce dependence on petrochemical-based battery components and open the way to more resilient energy storage systems.”

The bioresources Dawid refers to are natural polysaccharides, including cellulose, chitin, chitosan, lignin, alginate, etc. “Derived from abundant biomass and industrial by-products, these macromolecules represent attractive precursors for battery components, offering structural versatility, rich chemical functionality, mechanochemical stability, and processability. In addition to their natural abundance, these features make biopolymers a valuable feedstock for a range of practical applications, including eco-friendly, scalable batteries and supercapacitors relevant to wearable electronics”.

Major challenges

Despite all the favorable prospects, Dawid warns against excessive optimism. “As electrochemically inert materials, polysaccharides are not directly involved in the redox processes that fundamentally govern a battery’s energy storage capacity,” he explains. “Even so, their importance should not be underestimated. Beyond their sustainability and mechanical advantages, polysaccharidebased components may still regulate ion transport and interfacial processes inside zinc-ion batteries, offering a promising route towards extending the operational lifetime of the system.”

Turning that promise into practical battery technology, however, is far from straightforward.

Processing natural polymers into high-performance battery components on an industrial scale remains a major challenge. “The complexity of extracting, purifying and processing natural polymers obtained from diverse biomass feedstocks creates both technological hurdles and additional costs,” Dawid says. “This remains one of the key bottlenecks in the industrial deployment of functional polysaccharide-based materials. Nevertheless, I remain confident that biopolymer-based power sources have a real future in battery technologies, driven by rapid advances in biomass processing and growing interest in aqueous battery systems.”

Dawid Kasprzak © Tom Talloen
Jan Van Moer met de Aziatische-hoornaartracker
© Jan Van Moer

IN HET SPOOR VAN DE AZIATISCHE HOORNAAR

ONDERZOEKERS VAN CAMPUS GENT ONTWIKKELEN HOORNAAR-TRACKER

De Aziatische hoornaar bedreigt bijen en ecosystemen. Ondanks vele pogingen om de komst van de invasieve exoot in te perken, groeit de populatie exponentieel. Lokale ecosystemen en ook onze voedselproductie raken hierdoor aangetast. Traditionele zoekmethoden om nesten te vinden, zoals manuele triangulatie, zijn in de praktijk lastig en inefficiënt. Gilles Callebaut (DRAMCO) ontwikkelt samen met alumnus Jan Van Moer een volgsysteem dat hoornaars op langere afstand kan volgen.

Het verhaal begint bij Jan Van Moer, oud-student Elektronica-ICT aan KaHo Sint-Lieven, intussen de Gentse campus van de Faculteit Industriële

Ingenieurswetenschappen. In zijn vrije tijd is hij imker, en net als veel collega-imkers trekt hij aan de alarmbel door de zorgwekkende groei van de Aziatische hoornaar. Deze wespensoort bedreigt al jaren de inheemse bijen, die er mee voor zorgen dat ons ecosysteem draaiende blijft, en er uiteindelijk voor zorgen dat we eten op onze borden krijgen.

Om zijn project te financieren, deed Jan beroep op de VLAIO kmo-portefeuille. Jan had een Bluetooth-module ontwikkeld om op invasieve hoornaars te plaatsen om deze te kunnen volgen en te verdelgen. Het bereik van deze module was echter te beperkt ten opzichte van bestaande installaties. Zo kwam Jan in contact met Gilles Callebaut, die als onderzoeker bij DRAMCO gespecialiseerd is in draadloze communicatie. Via software-defined radios kon Gilles de bestaande module uitbreiden en zo het bereik verhogen.

Dit volgsysteem ontwierpen Gilles en Jan op basis van Bluetooth Low Energy (BLE). Concreet wordt er een lichte tag vastgemaakt aan een hoornaar.

Deze tag stuurt een speciaal, herkenbaar signaal mee dat op een ontvanger uitgelezen kan worden. Door gebruik te maken van een directionele antenne kan de vliegrichting bepaald worden, en de hoornaar tot aan het nest gevolgd worden. In veldtesten haalden Gilles en Jan een bereik tot 360 meter en konden ze op 50 meter de richting duidelijk bepalen, wat het zoeken naar nesten aanzienlijk versnelt.

Het systeem van Jan en Gilles is volledig open-source en vormt een basis voor verdere uitbouw, zoals communitygedreven tracking aan de hand van de ontwikkelde tracker. Door deze soft- én hardware voor iedereen beschikbaar te maken, hopen Gilles en Jan dat meer imkers hiervan gebruik zullen maken en er zo een meer gestroomlijnde aanpak komt in de strijd tegen hoornaars. Het project onderstreept het belang van een community die samenwerkt aan een oplossing waar iedereen baat bij heeft. Het project bevindt zich momenteel nog in de onderzoeksfase. Voor verder onderzoek en een bredere uitrol zijn Gilles en Jan op zoek naar meer middelen.

EAVISE

Ook EAVISE (Campus De Nayer) strijdt tegen Aziatische hoornaars met hulp bij ontwikkeling van AI-val

Professor Toon Goedemé houdt ervan om jongeren enthousiast te maken voor techniek, zeker wanneer ze relevant ingezet kan worden voor onze maatschappij. Daarom schakelde hij dadelijk de expertise van zijn onderzoeksgroep EAVISE in na de vraag van vier laatstejaarsleerlingen van het Sint-Gummaruscollege in Lier om hen te begeleiden bij hun eindwerk: de jongeren bedachten het concept van een cameragestuurde val, die een Aziatische hoornaar moet herkennen en vangen. EAVISEmedewerkers Kristof Van Beeck en Maarten Vandersteegen ondersteunden de leerlingen met hun expertise in artificiële intelligentie en computervisie, resulterend in een functioneel prototype van de AI-val die enkel Aziatische hoornaars vangt en andere insecten spaart, zoals de Europese hoornaar.

JOHN TESSEUR COMBINEERT

IT MET STAGE MANAGEMENT TIJDENS ‘T GROOT VERLOF LEUVEN

Doorheen het jaar is John Tesseur verantwoordelijk voor het tv-aanbod bij een grote telecomprovider, en ’s zomers verzorgt hij als vrijwilliger de techniek van ’t Groot Verlof in Leuven. Zijn verhaal bewijst dat je je leven niet altijd strak moet plannen, om toch op de juiste plaats te belanden.

John heeft altijd zijn hart gevolgd, niet alleen in de liefde, die hem van Leuven naar Halle bracht, maar ook in zijn studententijd en verdere carrière. Van een zevende jaar en een professionele bachelor naar een schakeltraject tot ingenieur hoogfrequentietechnieken (Elektronica-ICT): John zette elke stap als de tijd er rijp voor was.

Nadat hij in 2006 afstudeerde aan Campus De Nayer, ging hij vijf jaar aan de slag in Labo De Nayer bij Dirk Van Troyen, waar hij zich specialiseerde in elektromagnetische compatibiliteit, klimatologische en vibration testing voor Alcatel (nu Nokia). Daarna volgde hij een kortere werkervaring dichter bij huis.

Groeien bij Telenet

Zeven jaar na afstuderen keerde John terug naar Campus De Nayer voor de jobbeurs. Daar vond hij een nieuw, fijn team bij Telenet, waar hij verspreid over 14 jaar verschillende functies zou bekleden.

Vandaag zorgt John er als Chief System Engineer voor dat klanten zorgeloos tv kunnen kijken op het moment dat ze dat zelf willen. Dag in dag uit bezig zijn met servers en automatisatie op locaties over heel België, het is een afwisselende job die hem veel energie geeft.

Werken ter ontspanning op ’t Groot Verlof

Naast zijn professionele carrière engageert John zich elke zomer voor ’t Groot Verlof, een gratis stadsfestival dat ‘s zomers neerstrijkt in Leuven en draait op vrijwilligers.

Johns engagement begon bij MarktRock, waar hij 3 jaar meehielp als security aan de nadarhekken. En dat smaakte naar meer. Doorheen de jaren evolueerde zijn rol, en via een vriend belandde John achter het podium als stage hand, waar hij vrachtwagens hielp lossen, rolling risers wisselen, podia opbouwen en afbreken, ….

In 2021 kreeg hij voor het eerst de kans om stage manager te worden van een DJ booth op de Vismarkt. Ondanks de kleinere schaal van het podium vond John het geweldig om de volledige organisatie ervan in goede banen te leiden en samen met Leuven en de algemene organisatie te werken aan dit fijne festival.

‘Den IT’ van ’t Groot verlof

Tegenwoordig managet hij - al dan niet in duo - het podium van de Grote Markt, en staat hij in voor het bijhorende crew management. Hij zorgt ervoor dat de programmatie stipt gevolgd wordt, stuurt artiesten en crew tijdig aan, houdt de backstage in orde en werkt samen met de andere pleinen.

Er is geen aparte IT ploeg, dus John faciliteert alle IT. Doorheen de jaren is de situatie geprofessionaliseerd van het lokaal schoolnetwerk dat ze mochten gebruiken in de zomer tot een netwerk in eigen beheer. ‘Den IT’ van ’t Groot Verlof? Dat is John!

Plezier zit in de details

Ondertussen is John een vaste waarde op ’t Groot Verlof, en heeft hij al veel artiesten mogen ontmoeten zoals Sam Goris, Laura Tesoro en Gary Hagger.

Toch blijft het optreden van Joss Stone hem het meeste bij. Samen met het team voorzag hij een tapijt waarop ze blootvoets kon optreden, zorgde hij dat haar slippers niet verdwenen tijdens haar concert en begeleidde hij haar met een zaklamp tot ze weer veilig in haar schoenen stond.

John Tesseur: “Dat soort details maakt dat artiesten graag terugkomen. We werken echt op maat van de artiest en zorgen ervoor dat alles perfect juist staat voor elke persoon op het podium, van drummer tot zanger. En natuurlijk is de sfeer op Leuvense pleinen uniek, dat maakt het helemaal af.”

Het typeert zijn manier van werken, die stoelt op één centrale vraag: hoe zou je zelf behandeld willen worden? Niet alleen als artiest tijdens ’t Groot Verlof, maar ook op het werk en in het dagelijks leven.

Het belang van een goed team Als hij terugblikt op zijn carrière en vrijwilligerswerk, springt vooral het belang van het team eruit voor John: “Bij Telenet klikte het direct met de collega’s.

Ze keken naar het potentieel van jou als persoon, en rekenden je niet af op je onmiddellijke inzetbaarheid. De steun die ik hier onmiddellijk voelde, is volgens mij heel belangrijk voor elke nieuwe collega. Aan studenten kan ik het aanraden om, indien je de kans krijgt, je team te ontmoeten voor je aan een job begint. Dan kan je voelen of het team en het bedrijf bij je passen, en omgekeerd. Want die steun en dat vertrouwen zijn het meeste waard.”

John Tesseur © Joren De Weerdt

ZIT ER MUZIEK IN DE DRONETECHNOLOGIE?

Sneller, veiliger, duurzamer en goedkoper. Volgens Arnoud Vangrunderbeek zijn drones de technologie van de toekomst. Als Managing Director van KTV Working Drone Belgium zet hij vliegende robots in voor gevel- en raamreiniging, luchtinspecties en diverse vormen van oppervlaktebehandeling. Daarnaast is deze ingenieur-ondernemer ook een gepassioneerd accordeonist. Drones en accordeons blijken meer met elkaar te maken te hebben dan je zou denken.

We ontmoetten Arnoud aan de voet van de 70m hoge woontoren ‘De Drie Kreeften’, een markant gebouw aan de Vaartkom in Leuven bekend voor zijn bekroonde architectuur en opvallende gevelstructuur. De toren beschikt niet over een daklift of gondel wat de klassieke reiniging van de gevel en de ramen door glazenwassers niet evident maakt. Een buitenkans voor Arnoud om met zijn drones snel en efficiënt de klus te klaren met een minimale hinder voor de bewoners en de omgeving.

Freelancer

Arnoud studeerde in 2017 af op Campus Groep T als industrieel ingenieur Elektronica-ICT. Daarna volgde hij nog het postgraduaat Innoverend Ondernemen voor Ingenieurs. Met een paar medestudenten voegde hij de daad bij het woord en richtte ‘Startware’ op, een start-up die uitpakte met een anti-diefstalsysteem voor fietsen. “Een succes kon je het niet noemen – daarvoor waren we nog te veel ingenieur – maar leerrijk was het wel”, vertelt Arnoud. “Het zette mij ertoe aan de weg van de geleidelijkheid te bewandelen en eerst ervaring op te doen als freelancer in gevestigde bedrijven.” De volgende jaren doorliep hij effectief een leertraject als zelfstandige (embedded) software engineer bij Engie, Siemens en Yunex Traffic, maar tegelijk bleef hij naar eigen zeggen ‘always looking for business opportunities’.

In 2023 deed zich zo’n gelegenheid voor bij het Noorse bedrijf KTV Working Drone, een onderdeel van de KTV-groep,

gespecialiseerd in de reiniging en inspectie van olie- en gasinstallaties met behulp van drones. In die periode breidde het bedrijf zijn activiteiten uit naar de vastgoedsector met een breed scala van diensten zoals gevelbehandeling, schoonmaken van ramen en zonnepanelen, inspecties, enz. “In 2015 lanceerde KTV de eerste ‘working drone’”, vervolgt Arnoud. “Het was en is nog altijd het enige gecertificeerde bedrijf ter wereld dat autonome schoonmaakservices aanbiedt.”

Franchise

Toen Arnoud het bedrijf leerde kennen, kampte het met batterijproblemen in zijn drones. De dure power stations uit Singapore bleken niet sterk genoeg en bovendien waren ze niet waterdicht. Deze uitdaging maakte de ingenieur in Arnoud opnieuw wakker, dus ontwikkelde hij in snel tempo een hardware oplossing en richtte er zelfs een bedrijf voor op: ArionX. Dit plan diende hij na een jaar al op te bergen, toen de Noren overschakelden naar een nieuw model van drones. Met des te meer energie kon Arnoud zijn schouders zetten onder de uitbouw van KTV Working Drone Belgium, waarvan hij sinds 2023 franchisenemer was.

“KTV Working Drone Belgium is geen filiaal van het Noorse moederbedrijf”, verduidelijkt Arnoud. “Ik run de onderneming volledig zelfstandig met eigen kapitaal. Uiteraard kan ik profiteren van het merk en de naambekendheid en kan ik in principe ook het volledige pakket van diensten aanbieden. Zover zijn we echter nog niet.

Hier te lande zetten we drones in eerste instantie in voor het reinigen van gevels en ramen van grote complexen. Dat kunnen kantoor- of bedrijfsgebouwen zijn maar ook woontorens of ziekenhuizen. Daarbij maken we gebruik van de beproefde reinigingsmethodes van KTV: contactloos, een evenwichtige combinatie van warmte en druk, vrij van chemicaliën en zonder gevaar voor mechanische schade of slijtage. De sensortechnologie in de drone zorgt voor precisiewerk en een speciaal veiligheidssysteem verankert de drone stevig aan het dak van het gebouw zodat er geen veiligheidsrisico’s zijn voor het verkeer of de voorbijgangers op de begane grond.”

Surveillance

De samenwerking met de klanten verloopt via een samenwerkingsovereenkomst en een lange-termijnonderhoudsplan. “De reiniging van gevels en ramen combineren we meestal met een inspectie van het gebouw”, zegt Arnoud. “Voor klanten die een regelmatige surveillance of locatiemonitoring wensen, hebben we een drone-in-the-box, d.i. een geautomatiseerd station waarmee on-demand dronevluchten op de locatie mogelijk zijn. In de meeste gevallen gaat het om industriële installaties, terminals of pijpleidingen.”

Op termijn ziet Arnoud het gebruik van ‘working drones’ fors toenemen. “Almaar meer oppervlaktebehandelingen zullen door drones gebeuren, bijvoorbeeld spot-repair zandstralen, coating, herstellingen al dan niet in combinatie met zelfdesinfecterende

of zelfreinigende oppervlakten die bacteriën of schimmels afbreken. In Finland zullen drones binnenkort de wieken van windturbines ijsvrij houden.”

Dronemuziek

Lang vóór hij gebeten werd door technologie en business, was Arnoud al actief met muziek bezig. Met zijn broer - eveneens accordeonist - trad hij als resp. 11- en 12-jarige- op tijdens het Junior Eurosong Festival in 2007, een prestatie die ze eerder dit jaar drie keer op rij overdeden in een uitverkochte Lotto Arena. Met een paar vrienden van weleer is Arnoud blijven musiceren in de coverband ‘Eigen Kweek’. Toeval of niet, drones spelen ook in de muziek een rol. “Een drone is een aanhoudende, constante toon of een akkoord dat in een muziekstuk blijft klinken”, legt Arnoud uit. “De accordeon is uiterst geschikt hiervoor vanwege de balg die een continue luchtstroom levert. Drones fungeren al eeuwen als harmonisch fundament in de volksmuziek, maar ook moderne componisten van minimalistische stukken of post-rock maken er gebruik van om langgerekte klanklandschappen te bouwen.” Sinds drie jaar zijn vliegende drones een constante in Arnouds professionele leven. En - zo te horen - zijn ze nog niet uitgespeeld.

Yves Persoons

Arnoud Vangrunderbeek © Joren De Weerdt

GEERTRUI MIEKE DE KETELAERE: ALUMNA VAN HET JAAR

ICT Woman of the Year in 2018, twee keer op rij IT Personality of the Year, lid van de Inspiring Fifty Women in Tech, genomineerd voor de Woman of the Year Award 2025 en de Etion Leadership Awards 2026 en geselecteerd als Belgisch ambassadeur voor VivaTech 2026 in Parijs. Aan haar rijkgevuld palmares voegde Geertrui Mieke De Ketelaere, alumna van KU Leuven-Gent, op 23 april 2026 nog een belangrijke onderscheiding toe. Op die dag ontving ze op haar vroegere campus, samen met Burgerlijk Ingenieur Bram De Muer, de Alumni Award van Alumni Ingenieurs KU Leuven.

Op KU Leuven Campus Gent was het die avond tweemaal feest.

Na de prijsuitreiking werd ook het nieuwe boek van de bekroonde alumna voorgesteld. In ‘ Loop niet in de val van de chatbox ’ bewijst Geertrui Mieke aan de hand van concrete voorbeelden dat chatbots en virtuele assistenten helemaal geen digitale vrienden, partners of therapeuten zijn, maar wel toepassingen van AI die zodanig zijn geprogrammeerd dat ze de gebruiker afhankelijk maken en manipuleerbaar. De menselijke schade die daarbij wordt aangericht, neemt volgens de auteur nu al verontrustende vormen aan en zal enkel toenemen als alles op zijn beloop wordt gelaten. Een krachtige preventiecampagne bij het brede - en vooral jonge - publiek zou al een eerste stap in de goede richting zijn, te vergelijken met de impact van eerdere sensibilisering zoals rondrijden onder invloed of het gebruik van mondmaskers en fietshelmen.

Bedrijfsleven

Geertrui Mieke studeerde voor industrieel ingenieur Elektromechanica aan de toenmalige KIHO Sint-Lieven en behaalde vervolgens een masterdiploma in de Civiele Techniek aan de Technische Universiteit van Stuttgart. Na twee jaar onderzoekswerk aan de University of Auckland (Nieuw-Zeeland) koos ze voor een carrière in het bedrijfsleven en bekleedde ze leidinggevende posities bij Microsoft, IBM, SAP en SAS. In 2019 werd ze AI Director en Strategic Advisor bij imec in Leuven.

In het imec ID Lab deed ze onderzoek naar ‘sustainable AI’. Dit zijn modellen en systemen die minder energie opslorpen en dus minder belastend zijn voor het milieu en het klimaat. Tijdens haar imec-periode was Geertrui Mieke ook Digital Mind op het kabinet van de toenmalige federale staatssecretaris voor Digitalisering.

Sinds 2021 is Geertrui Mieke verbonden aan de Vlerick Business School als adjunctprofessor in Sustainable, Trustworthy and Ethical AI. Daarnaast is ze een graag geziene gastdocente aan de London Business School, de Antwerp Management School en de Nyenrode Business University in Nederland. Geertrui Mieke is ook een bevlogen mentor van veelbelovende startups in AI en speelt een voortrekkersrol in de promotie van STEM, meer in het bijzonder van initiatieven die meisjes warm willen maken voor wetenschap en technologie en de ingenieursstudie.

Bekende Ingenieur n 2020 breekt Geertrui Mieke door als auteur van de bestseller ‘ Mens vs Machine. Artificiële Intelligentie ontrafeld’, die binnen de kortste keren ook verschijnt in het Engels, het Frans en het Duits. In haar eerste boek besteedt ze ruime aandacht aan de ethisch-menselijke factor van AI. Of: hoe AI in essentie tot doel heeft het leven van de mens te vergemakkelijken, zodat er meer tijd vrijkomt voor contact, cultuur, kunst, creatie, ...

Sinds het verschijnen van dit boek wordt Geertrui Mieke met de regelmaat van de klok gevraagd voor interviews in de media, schrijft ze opiniestukken en geeft ze lezingen in België en Nederland. Op 3 december 2025 was ze keynotespreker tijdens een druk bijgewoonde forumavond van Alumni Ingenieurs KU Leuven over ‘ AI in de praktijk. Best Practices uit de industrie ’ op Campus De Nayer. Op 4 maart van dit jaar sprak ze het Europees Parlement toe over de risico’s van AI chatbots voor kinderen. Om haar boodschap uit te dragen, schuwt Geertrui Mieke ook de populaire kanalen niet. Op 10 april zat ze bijvoorbeeld aan ‘De Tafel van Gert’ op de commerciële zender Play4 om de illusies over betrouwbare AI in de vorm van digitale vrienden te doorprikken. Deze talkshow wordt gemiddeld door een kwart miljoen Vlamingen bekeken, wat Geertrui Mieke op slag een Bekende Ingenieur maakte.

Rolmodel

In zijn laudatio beklemtoonde prof. Bert Lagaisse, computerwetenschapper op Campus Groep T, dat Alumni Ingenieurs KU Leuven geen beter moment had kunnen kiezen om Geertrui Mieke De Ketelaere uit te roepen tot alumna van het jaar. “De winnares is niet alleen een boegbeeld en ambassadrice van onze universiteit en faculteit en de Gentse campus, zij is ook een echt rolmodel voor de huidige en de toekomstige ingenieurs en dat zowel voor de industrieel als de burgerlijk ingenieurs, want Geertrui Mieke heeft beide diploma’s. En - last but not least - en dat maakt ons nog meer trots: deze alumna is de eerste vrouwelijke industrieel ingenieur die de Award van Alumni Ingenieurs KU Leuven in de wacht sleept. Mogen er nog velen in haar voetspoor volgen.”

Persoons

Bram De Muer en Geertrui Mieke De Ketelaere, de kersverse winnaars van de Alumni Award © Tine Desodt

THE POWER OF FE/MALE LEADERSHIP: REALITY OR FICTION?

Leadership is evolving, and so are the assumptions about who leads and how. Inevitably, the issue of gender also comes up. Is there a need for more female or male leadership, or rather a combination of both? Or is the distinction no longer relevant in the AI era? On May 5, 2026, a forum evening on this topic took place in Leuven with prominent keynote speakers and panelists. An initiative of KU Leuven-Group T Campus, Womenpreneur Initiative, and KU Leuven Engineering Alumni.

In her opening remarks, Professor Severine Vermeire, the first female rector of the 600-year-old university, immediately set the tone. “In theory, gender should not be an issue in leadership. But in practice, it still is. Women have already come a long way in advancing to leadership positions, but there is still a long way to go. But we are working on it.” In that context, the Rector referred to the university’s Gender Action Plan and the Leadership Compass, an organization-wide thinking and reference framework that focuses on five dimensions of leadership: Create, Strength, Warmth, Positioning, and Connect. She cited the following as the most important leadership qualities: having vision, remaining authentic, inspiring others, giving opportunities, and caring about others.

According to Sana Afouaiz, CEO of the Womenpreneur Initiative, the battle for women is not yet won. “Women are more highly educated than ever, but they start businesses only half as often as men. The executive committees in tech companies remain male bastions. Female leaders raise only a fraction of the money from investors. They also drop out more quickly. At this rate, women won’t catch up with men until 2081. We need to promote the idea that a more feminine approach with a greater focus on social impact is necessary.”

Gender stereotypes

In her keynote address, ‘Leadership Beyond Gender’, Christelle Roux, Head of Private Markets at Capgemini Belgium, presented

the results of a survey conducted among 2,750 senior managers and above in 11 countries and 9 key sectors. Encouragingly, 77% of them agree that women are just as effective as men in leadership. And women’s self-confidence is also on the rise: 58% of them see leadership as one of their top strengths. The picture changes when it comes to the so-called critical leadership skills of the future: AI, data analysis, innovation, agility, confidence, and emotional intelligence. “Here, stereotyping still appears resistant,” Christelle explained. “Men perceive the use of AI and automation, innovation, data analysis, and agility as inherently masculine. Women view emotional intelligence and innovation as inherently feminine.” Furthermore, the report states that 53% of women say they have faced negative bias in competitive pay, while 40% of men claim that they have benefited from it. “The danger of such gender stereotypes is that they fuel bias that limits growth, opportunity, and retention,” said Christelle.

Matriarchal

Ann Caluwaerts, former top executive at Telenet and Chairwoman of the STEM Platform, spoke about leadership in the AI era. “The best AI leaders show empathy for their teams, are genuine about their intentions, admit they still have things to learn, and know that AI is built on trust,” Ann explained. “The leadership of the future is matriarchal, as seen in large mammals like elephants and whales. The most experienced female leads the herd, not with dominant behaviour but with care, wisdom, trust, and tolerance for failure. Technology is creating new roles in which human skills such as empathy and creativity are becoming increasingly important.”

According to Jan Van Acoleyen, Human Capital Lead at Proximus, the distinction between female and male leadership is outdated. “These are cultural narratives, not leadership models. Leadership effectiveness is always contextual. That context includes the organizational mission, cultures, customers, stakeholders, competitors, finances, etc. Different contexts and different behaviors lead to effectiveness. Qualities such as authenticity, empathy, decisiveness, and collaboration are human qualities and not the exclusive property of any one gender.”

Yin and Yang

The panel discussion was opened by Wouter Torfs, former CEO of the retail group Schoenen Torfs, whose company was named Belgium’s Best Employer for ten consecutive years. He fully acknowledged gender differences, but also warned against the consequences of stereotyping.

He drew a comparison with yin and yang, the ancient Chinese concept that posits that opposing forces need each other to achieve balance. “No one is 100% yin or yang,” said Wouter Torfs. “Moreover, a part of the other is present in both forces. Good leadership is a matter of finding the right balance.”

According to Jolyce Demely, Managing Director of the technology federation Agoria, numbers still play a crucial role. “There are simply too few women in the tech sector, at all levels and in all roles. As a result, we are missing out on a great deal of talent that our industry desperately needs in order to innovate and survive.” Filip Tersago, CEO of Connecter, linked the issue of leadership today to ‘liminality’, a concept from anthropology. “It refers to the uncomfortable transition state between an old reality and a future era that has not yet fully taken shape. Strong leaders acknowledge this uncertainty instead of ignoring it. By creating safety, trust, and connection during this transition, they enable both resilience and growth.”

Growth process

Anneleen Decsi, Plant Manager at Primagaz, characterized leadership as the way you take responsibility, make decisions, and thereby have an impact on the organization. “True leadership doesn’t start with steering others, but with knowing and steering yourself.” Koen Van Beneden, Vice President and Managing Director at HP Nordics & Benelux, described his leadership as a growth process. “It’s a role in which you learn on the job alongside your employees. Don’t assume you’re always the smartest or that you have to have an answer to every question. Good leadership also can’t be reduced to ‘hard’ or ‘soft.’ It’s about striking a balance between a people-oriented and a resultsoriented approach.”

Sana Afouaiz concluded the debate as follows: “Leadership isn’t inherently masculine. It’s about skills, capital, and influence. The more women understand how decisions are made, how capital flows, and how influence compounds, the less they have to wait for a seat at the table. Leadership isn’t just about being in the room; it’s about shaping the room itself.”

MOETEN WE BANG ZIJN VOOR MICRO- EN NANOPLASTICS?

In de lucht die we inademen, het water dat we drinken, in de bodem en zelfs in ons voedsel, overal zitten micro- en nanoplastics (MNP’s). Maar hoe hoog is hun concentratie en brengen ze onze gezondheid in gevaar? Op donderdag 26 februari 2026 presenteerden experts van de KU Leuven, het Vlaams Instituut voor de Zee, VITO, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de chemische industrie de huidige stand van het onderzoek tijdens een forumavond op KU Leuven-Campus Groep T.

Microplastics zijn plasticdeeltjes kleiner dan 5 millimeter. Ze ontstaan vooral door slijtage van synthetische kledij, autobanden, wegmarkeringen en door fragmentatie van zwerfafval in de natuur. Daarnaast werden microplastics bewust toegevoegd aan cosmetica, verzorgingsproducten, verf en schoonmaakmiddelen. Nanoplastics zijn nog kleiner, minder dan 0,000001 mm. “Omdat ze zo klein zijn, circuleren ze relatief vrij in lucht, water en bodem en komen ze gemakkelijk in ons lichaam terecht,” legde prof. Peter Hoet uit. “Aan deze deeltjes kunnen zich bovendien schadelijke stoffen, additieven en zelfs bacteriën en virussen hechten.” Typische additieven zijn kleurstoffen, weekmakers (om het plastic flexibeler te maken), brandvertragers, en stoffen die het plastic UV-bestendiger maken. “Veel van deze additieven kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid, maar dan moeten ze eerst uit het plastic vrijkomen, wat waarschijnlijk net zo langzaam gebeurt als de afbraak van het plastic zelf”, vertelde prof. Erik Toorman. “Vervuiling die zich aan het plastic hecht, komt echter gemakkelijker los.”

Verspreiding

Een doorsnee Belg produceert naar schatting 1,5 kilogram microplasticafval per jaar. Blootstelling gebeurt via voeding, inhalatie en andere routes. Uit wereldwijd onderzoek blijkt dat deeltjes in verschillende organen worden teruggevonden en in verband gebracht met ontstekingsreacties, veranderingen in het microbioom, effecten op het voortplantingssysteem en mogelijk kanker. Prof. Erik Toorman onderzocht de verspreiding van microplastics in Belgische wateren aan de hand van computersimulaties. Hij stelde vast dat plastic grotendeels nabij kusten blijft en zich ophoopt in estuaria, terwijl de concentraties in open zee laag zijn. Het transport wordt sterk beïnvloed door sediment, golfwerking en getijden.

Gert Everaert, Deputy Research Director van het Vlaams Instituut voor de Zee, bevestigde deze resultaten. “Door lekstromen komt plastic in het milieu terecht. Sinds 1950 is volgens bepaalde schattingen al 86 miljoen ton in het mariene milieu beland. We doen al veel onderzoek, onder meer in de Westerschelde. Aan het oppervlak vinden we 1 tot 30 microplastics per 1000 liter water maar in het sediment loopt dat op tot 30.000 deeltjes per kilogram.” Over de impact op ecosystemen vervolgde Gert Everaert: “Op enkele locaties met zeer hoge plastic concentraties na - dat zijn zogenaamde hotspots van vervuiling - blijven we gemiddeld onder de veilige limiet. Maar naarmate er meer plastic in het milieu terechtkomt, zullen we die grens overschrijden. We verwachten dit vooral in regionale zeeën met relatief weinig uitwisseling met de oceanen. Ik denk dan aan de Middellandse Zee en de Chinese Gele Zee.”

Dr. Mary Schubauer-Berigan van het International Agency for Research on Cancer (IARC, WHO) benadrukte dat MNP’s een bijzondere uitdaging vormen voor kankeronderzoek. "Hoewel er geen direct bewijs is van kanker bij mensen of dieren, zijn er mechanistische gegevens die een mogelijk gevaar zouden kunnen aanduiden. Het IARC Monographs Programme zal het onderzoek naar MNP’s de komende jaren nauwlettend volgen."

Wetgeving

Saskia Walraedt, directeur van PolyMatters bij essenscia, de federatie van de chemische industrie en life sciences, gaf uitleg bij de bestaande regelgeving rond microplastics, zoals de REACHrestrictie die intentioneel toegevoegde microplastics verbiedt. Daarnaast voorziet de wetgeving in een rapporteringsplicht. Volgens Saskia Walraedt heeft de industrie niet gewacht op de wetgeving om al maatregelen te nemen.

“Al jaren werken de producenten van kunststoffen, de transporteurs, de op- en overslagbedrijven en de logistieke spelers samen in de Antwerpse haven om te vermijden dat er plastic korrels in het water terechtkomen.”

Bij VITO wordt gewerkt aan de ontwikkeling en harmonisatie van standaardmethoden voor de analyse van microplastics. “Daarbij is het belangrijk te erkennen dat er wetenschappelijk gezien niet één universele analysemethode bestaat”, vertelde Griet Jacobs, Senior Microplastics Researcher bij VITO. “Afhankelijk van de matrix, de deeltjesgrootte, de polymeertypes en de onderzoeksvraag zijn verschillende technieken vereist.” Dat omvat niet alleen de technische uitvoering van metingen, maar ook de methodologische onderbouwing, validatie en kwaliteitsborging ervan. “In een Europese context is het essentieel dat meetresultaten vergelijkbaar, reproduceerbaar en juridisch robuust zijn”, aldus Griet Jacobs.

Onzeker

Hoewel blootstelling duidelijk is aangetoond, weten we nog te weinig over de impact van MNP’s op de gezondheid. Experts benadrukten unaniem de noodzaak van betere meetmethodes en nauwkeuriger onderzoek. Maar dezelfde experts waren het er ook over eens dat er in de eerste plaats voor gezorgd moet worden dat plasticafval niet ongecontroleerd in de natuur terechtkomt. Preventie is een gedeelde verantwoordelijkheid waar we allen mee kunnen aan bijdragen.

© Joren De Weerdt

INDIA JOURNEY

2026 FROM CHAOS TO CLARITY: WHAT TEN DAYS IN INDIA TAUGHT US

Following the long-standing tradition of China journeys, Group T and De Nayer campuses organised their first India Journey during the Easter break of 2026. Eight students participated in this unique experience, set up by Ranjini Mayichery. After three years of hard work to bridge the gap between outdated stereotypes and the vibrant reality of modern India, Ranjini finally made it happen! From the bustling streets of New Delhi to the serene beaches of Goa, our group of pioneers experienced a journey of a lifetime. Co-organiser and coach Marc Van Aken wrote a lively travelogue.

Delhi: a monumental tower like Qutub Minar rising from history, followed by a chaotic bus ride where a forklift casually joined highway traffic. A monkey stole food.

Stray dogs roamed freely. A cow stood unmoved in the middle of a busy road, as if it owned it. In many ways, it did. And then there was the food: unanimously, immediately, undeniably incredible.

The India Journey 2026 students and coaches Ranjini Mayichery and Marc Van Aken

A warm welcome at the Belgian embassy was followed by an equally kind reception at Barco, including a full tour of the production facilities.

We then travelled to Agra, home of the Taj Mahal. You walk towards something you have seen countless times in pictures, and then suddenly you see it in real life. Everything slows down: the symmetry, the precision, the quiet elegance. But what stays with you is the story, a monument built not for power, but for love.

The trip shifted when we arrived in Pune. Until then, we had been observers; here, we became participants. Meeting local “buddies” from partner universities changed everything. The experience was no longer about monuments or visits, but about people.

We explored campuses, shared meals, exchanged jokes, learned Hindi and even Bollywood dancing, and discovered that student life has a universal language: curiosity, humour, late conversations, and even philosophical discussions. The result was new friendships and lasting memories.

After the intensity of Delhi and Pune, Goa felt like a different country. Palm trees replaced traffic, beaches replaced highways, and the pace slowed, without losing depth. We explored churches shaped by Portuguese history, colourful Hindu temples, spice plantations, and an advanced biotech company developing lifesaving diagnostics.

A highlight was Molbio Diagnostics, where a compact machine diagnoses diseases like tuberculosis in remote areas and operates in more than 80 countries. Developed in Goa, it was a powerful reminder that innovation is not limited to where we expect it.

Learning outside the classroom

One of the defining features of the trip was how seamlessly it blended culture, history, and technology. In one day, we could walk through centuries-old palaces, visit active temples, eat street food, and tour a factory producing an electric scooter every 20 seconds.

This is what education looks like beyond the classroom. Seeing theory come to life makes learning tangible. You stop asking “Why am I learning this?”, because the answer is right in front of you.

More than a trip: a shared experience

What made the journey truly unique was the group. Ten days of shared experiences compress time: strangers become familiar, conversations deepen, and inside jokes multiply. In the end, what matters most is not just what you saw, but who you shared it with.

A country that changes how you think

By the end, something had shifted, not suddenly, but gradually. Study trips like this are often called transformational, and rightly so. You develop adaptability and cultural awareness, but also begin to question assumptions about efficiency, development, and what “normal” means. You realise the world is far more complex - and interconnected - than it seems.

Why this trip matters

In an academic environment focused on theory and specialization, experiences like this provide context. They connect engineering to reality, business to culture, and technology to society. They show that innovation happens in environments shaped by people, history, and constraints.

They challenge you in ways a classroom cannot: you adapt, communicate, navigate uncertainty, and grow. You will see the world differently.

Looking back and forward

On our final day in a contemporary art museum in Goa, the trip came full circle. India had challenged, confused, and inspired us. It showed beauty and complexity, order and chaos, tradition and innovation, all at once.

Somewhere between the Taj Mahal at sunrise and mango smoothies on a campus lawn, between embassy visits and train rides, we had changed, not completely, but enough.

Next year starts here

It will not always be comfortable or predictable. It will not always make sense. And that is exactly why you should go. Because the moments that challenge you, stay with you. Because unexpected conversations shape you. Because the world is bigger and more complex than you think. And sometimes, the best way to understand it … is simply to go for it.

Infomomente

JUN 2706 24.06 20.06 n & starttoets

SEP AUG JUL 05.09 02 09 26.08 22.08 01.07 01 07

B Gent De Nayer - Geel

Diepenbeek rugge

ttoets Star

ttoets Star

(inschrijven voor 15 juni)

(inschrijven voor 15 augustus)

Diepenbeek

Gent - De Nayer - Geel

Brugge

T MO WAT ssie1:1juli(inschrijvenvoor15juni)

ARTTOE A OET JE WETEN OVER DE ST

Ses Dee

lname is verplicht. Schrijf je op tijd in.

Leu Bru

tt star ETS? Meer o oets er de v

Ses oep T), Geel en Diepenbeek ven (Gr aver (De Nayer gge, Gent, Sint-Katelijne-W sie 2: 22 augustus (inschrijven voor 15 aug

ssie 1: 1 juli (inschrijven voor 15 juni) .kuleuvwww.iiw ), ustus) en.be/starttoets

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook