HUMASOL: LOKALE SAMENWERKING EN DUURZAME IMPACT IN HET GLOBALE ZUIDEN
Humasol is een gemotiveerd studententeam binnen het postgraduaat in Technovation: Teams & Start-ups. Als internationale solidariteitsorganisatie heeft Humasol als doel om hernieuwbare energie, water en duurzame technologie toegankelijk te maken voor iedereen. Het team zet hun technische kennis in voor projecten in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, telkens in nauwe samenwerking met lokale partnerorganisaties. Van zonne-energiesystemen in afgelegen dorpen tot op maat gemaakte waterzuiveringsinstallaties: elk project combineert techniek met sociale rechtvaardigheid, samenwerking en respectvolle interculturele uitwisseling. Na een grondige voorbereiding in België trekken de studenten zes tot acht weken naar de projectlocatie om samen met de lokale gemeenschap duurzame oplossingen te realiseren.
www.humasol.be
INHOUD
• Woord vooraf 3
• Nieuws van onze campussen 4
• Onderwijsontwikkeling in de kijker 10
• Docent in de kijker 12
• Student in de kijker 14
• Studententeam in de kijker 18
• Onderzoek in de kijker 22
• Alumni in de kijker 28
• Wetenschapscommunicatie 34
• Nieuws van alumni 42
• Faculty Worldwide 46
COLOFON
ConnectING is het magazine van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Het verschijnt driemaal per jaar en is bestemd voor alle studenten en medewerkers van de faculteit en haar 6 campussen, alumni, externe relaties en het brede maatschappelijk veld waarmee de faculteit een netwerk onderhoudt.
Verantwoordelijke uitgever: Wim Dewulf, decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen | Redactieraad: Dorine Bruneel, Sofie Craps (Voorzitter), Jeroen De Smet, Wim Dewulf, Kris Henrioulle, Hilde Lauwereys, Kris Metdepenningen, Liselotte Nyberg, Yves Persoons, Lien Salien, Inge Van Cauter, Patrick Vandewalle, Peter Van Gorp | Hoofdredactie: Peter Van Gorp | Eindredactie: Liselotte Nyberg | Redactiesecretariaat: Inge Van Cauter
Foto’s: Yasmina Besseghir, Dries De Krom, Joren De Weerdt, Julie Feyaerts, Sjaak Klaassen, Catherine Lootens, Rob Stevens
Grafisch ontwerp: www.altera.be
Drukwerk: Drukkerij Van der Poorten 100% klimaatneutrale drukkerij www.vanderpoorten.be
WE SCHRIJVEN GESCHIEDENIS
Het klinkt misschien vreemd uit de mond van een jonge faculteit, maar we verzetten mijlpalen. Enkele van onze campussen mogen dan al historisch verankerd zijn in Gent of Sint-Katelijne-Waver, hypermoderne gebouwen zullen ons onderwijs, dat volop in ontwikkeling is, binnenkort ook een nieuw elan geven. Zo bieden we aan onze studenten een nog aangenamere tweede thuis, terwijl we groene wijken in de stad of regio weer opwaarderen.
Op Campus Gent gaat dit gepaard met een uniek kunstwerk dat net onthuld werd: een reeks van vier hedendaagse retabels, panelen van staal en eik, met minuscule precisie bedacht en uitgewerkt door een interdisciplinair team van studenten en docenten. Ze vertellen stukjes geschiedenis van de site waar voordien katoen gesponnen en verwerkt werd.
Ook buiten onze campussen en grenzen verzetten we bakens: zo wonnen onze onderzoekers onlangs de prestigieuze internationale KUKA-award voor robotische wervelkolomchirurgie. Ze ontwikkelden een methode met twee robots waarbij de eerste echoscans maakt en feedback doorgeeft aan de tweede, die realtime bewegingscompensatie toevoegt. Hoe dat precies werkt, lees je verder in dit magazine.
In hetzelfde domein van robotica ontwikkelden alumni van Campus Diepenbeek ‘Wally’, een cobot die letterlijk muren bouwt op Belgische werven. Via robotica, AI en Machine Learning zetten de ondernemers Wally in voor snelbouw, goed voor woningen tot drie à vier verdiepingen!
Onze studententeams gooien even hoge ogen. We zetten twee ervan, het Aether Space team en NeuroTech Leuven in de kijker. Aether, uit de schoot van Campus Geel en met huidige basis op Campus Groep T in Leuven, bouwt aan een kleine, budgetvriendelijke satelliet die kan terugkeren naar de aarde. In november organiseerde het team een forumavond over risicobeleid in de ruimte, waarvan je het verslag hier kan lezen. Nadien vertrok het op uitnodiging van ESA, het Europees Ruimteagentschap, naar Zweden voor een extra opleiding. Volgend jaar kunnen ze hun satelliet dan voor het eerst lanceren via ESA.
Ze zijn bovendien niet de enige studenten die naar de top lonken en geschiedenis willen schrijven: Fran Vanhoutte, topschaatsster én studente aan Campus Brugge, won vorig jaar al vier medailles op de Wereldspelen in het Chinese Chengdu, en kan nu terugblikken op succesvolle Olympische Winterspelen met een Olympisch Diploma (zesde plaats) in de ploegenachtervolging en een knappe negende plaats op de massastart.
Ja, opvallen in de massa en een vliegende start nemen, met grote passie, de juiste techniek en een strakke discipline, dat doen veel van onze collega’s, alumni en studenten. We leggen ze graag vast voor de toekomst in dit en de volgende nummers.
Veel leesplezier!
Professor Wim Dewulf, decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen
BOUWPROJECT OP CAMPUS IN GENT IS HALFWEG
Boven Gent rijzen twee immense bouwkranen. Daaronder tekenen zich de contouren af van twee complexen die de KU Leuven-campus in de Arteveldestad zullen verrijken met een state-of-the-art onderwijsgebouw en een fraaie studentenresidentie, ingebed in een nieuw aan te leggen groene omgeving. “In september 2024 zijn de werken gestart en begin 2026 zitten we nog altijd mooi op schema”, zegt Iris Heylen van de Technische Diensten KU Leuven, Divisie Nieuwbouw en Laboratoria.
Gent wil zich profileren als een innovatieve techhub. Met het Wintercircus beschikt de stad al over een techtempel en een ontmoetingsplaats voor start-ups. Meer zuidelijk beoogt het Tech Lane Ghent Science Park de ontwikkeling van een ecosysteem met internationale R&D faciliteiten en hightech groeibedrijven. De Gentse campus van KU Leuven – de voormalige KAHO Sint-Lieven – ligt in het noordwesten van de stad, in de Rabotwijk. Daar bevond zich ooit het centrum van de textielindustrie. Nu is het een dichtbevolkte buurt met een jong en multicultureel profiel, maar ook met veel kansarmoede. Met de nieuwbouw wil KU Leuven bijdragen tot de opwaardering van dit sociaal kwetsbare stadsgedeelte.
Het campusbestuur lanceerde eerder al het concept van de ‘creatieve makers’ als een samenwerkingsverband tussen de industrieel ingenieurs, de Faculteit Architectuur, LUCA School of Arts, en de technologie- en gezondheidsopleidingen van hogeschool Odisee. Het doel bestaat erin de synergieën tussen de disciplines te exploreren maar ook de interactie met de omgeving te stimuleren. Dit opzet ligt mee aan de basis van de nieuwbouwplannen die nu in uitvoering zijn.
Polyvalent
“Van het nieuwe onderwijsgebouw zijn op dit moment al een ondergrondse parkeergarage en vier niveaus gerealiseerd”, vertelt Iris. “Daar komt nog een teruggetrokken etage bovenop en een technische ruimte, samen goed voor een oppervlakte van 20.000 m². In januari is gestart met de afwerking van de buitengevel. Wanneer de ruwbouw klaar is, wordt begonnen met de binneninrichting en de technische voorzieningen zoals water, elektriciteit, verwarming en luchtverversing.”
Het onderwijsgebouw bevat drie collaboratieve leslokalen, auditoria en kantoren. Een leercentrum, twee bibliotheken en ruimtes voor projectwerk en zelfstudie maken van het complex een polyvalent opleidingscentrum.
“In de zomer van 2027 zou alles afgewerkt moeten zijn”, vervolgt Iris. “Daarna volgt nog wel een periode van tests en inspecties, aankleding binnenin en uiteraard de verhuis. Begin 2028 kan – als alles naar wens verloopt – het gebouw in gebruik worden genomen. In de praktijk komt het erop neer dat bij het begin van het tweede semester de onderwijsactiviteiten kunnen starten.”
De constructie van de studentenresidentie met 90 kamers loopt eveneens op wieltjes. “Daar is de ruwbouw zelfs al voltooid”, merkt Iris op. “In de loop van maart 2026 zou ook de afwerking zowel buiten als binnen klaar moeten zijn.” Toch zullen de kandidaat-residenten nog een jaartje geduld moeten oefenen. Voor een aantal voorzieningen is de residentie afhankelijk van het onderwijsgebouw. Dat betekent dat beide complexen samen zullen worden opgeleverd en in gebruik genomen.
Zoals eerder gemeld, hebben de creatieve makers in Gent ook oog voor de omgeving rond de nieuwe gebouwen. “Die openheid vertaalt zich binnenkort ook ruimtelijk in een nieuw aan te leggen publiek park als connectie tussen de Bargiekaai, de Guldenvliesstraat en het groene hart van de campus”, verduidelijkt Iris. “Het ontwerp van de landschapsarchitecten is klaar. In feite zouden de werken nu al kunnen beginnen ware het niet dat er nog een gebouw in de weg staat. Aangezien het nog in gebruik is, kan het pas in de zomer van 2027 tegen de vlakte. Er moet overigens ook nog een toegangsweg voor de brandweer
aangelegd worden. Maar dat is gelukkig allemaal ingecalculeerd in de planning. De aannemer, de architecten en ingenieursbureaus maken zich dan ook sterk dat in normale omstandigheden de creatieve makers in Gent op tijd hun nieuwe woonst zullen kunnen betrekken.”
Yves Persoons
Algemene aannemer: Strabag Belgium I Architectenbureau: 360 architecten I Ingenieurstechnieken: Istema I Ingenieur stabiliteit: Mouton I Veiligheidscoördinatie: EvoPlus I Landschapsontwerp: Atelier Arne Deruyter I Landschap/infrastructuur: Provoost Engineering I Akoestiek: Kahle Acoustics en Sweco.
PANELEN BRENGEN HET INDUSTRIËLE VERLEDEN VAN DE GENTSE CAMPUS TOT LEVEN
De campus in de Gentse Rabotwijk kent een bedrijvig verleden. Waar vandaag in laboratoria de technologie van morgen vorm krijgt, draaiden ooit de katoenspinmachines van de fabriek La Louisiane. Van 1810 tot 1978 werd op deze site katoen gesponnen, getwijnd en geweven. De naam van de fabriek verwees naar de herkomst van de grondstof: de Amerikaanse staat Louisiana.
IIn 2010 bracht Toon Van den Abeele, docent aan KU Leuven, deze geschiedenis onder de aandacht met veertien informatiepanelen verspreid over de campus. Door wijzigingen in de circulatie verloren de panelen aan zichtbaarheid. Bovendien waren ze toe aan vormelijke opfrissing. De tentoonstelling ‘De Poorten – Op ’t randje van de stad’ van het Gentse stadsmuseum STAM vormde de aanleiding voor een grondige herwerking.
Het buurtcomité, dat naar aanleiding van deze expo het industriële verleden van de 19e-eeuwse gordel rond Gent opnieuw in de kijker wilde zetten, was alvast enthousiast over het voorstel om de panelen te vernieuwen. Het resultaat is een project dat erfgoed zichtbaar maakt, de band met de buurt versterkt en een brug slaat naar toekomstige generaties.
Gelaagde decors als nieuw ontwerp binnen ‘Creative Makers’ In het keuzevak ‘Creative Makers’ werken studenten industrieel ingenieur, architectuur en beeldende kunst in kleine, interdisciplinaire teams samen. Soms rond een centraal thema, soms op basis van (externe) opdrachten.
Architectuurstudenten Marlies De Groof, Liesl De Vleeschouwer en Francisca Aguiar engageerden zich voor dit project.
Ze selecteerden beeldmateriaal uit het uitgebreide archief dat Toon Van den Abeele doorheen de jaren verzamelde en bundelden dit in vier thematische panelen. Het katoen dat vanuit Louisiana in Gent terechtkwam, vormde een eerste onderwerp. De arbeiders die het katoen op de site verwerkten, gaven inspiratie voor het tweede paneel. Het derde paneel vertrekt van hoe trouwe arbeiders ook al diploma’s ontvingen, als blijk van waardering voor hun inzet. De machines en het ruwe industriële karakter spelen de hoofdrol op het vierde paneel.
De panelen zelf zijn opgevat als decors van mini-theaters. Meerdere lagen zorgen voor diepte en scenografische effecten. Zo overstijgt het ontwerp dat van klassieke vlakke informatiedragers.
Co-creatie van de decors in hout, metaal en katoen over instellingen heen De realisatie van de panelen was een intens samenwerkingsproject over verschillende instellingen heen. Medewerkers en studenten van LUCA School of Arts, hogeschool Odisee en KU Leuven (Faculteit Architectuur en Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen) bundelden hun expertise. Dimitri Coppens, docent aan KU Leuven en één van de docenten van ‘Creative Makers’, coördineerde de uitvoering en dook mee in alle facetten van het maakproces. Het werd bewust geen extern, kant-en-klaar project, maar een proces dat vertrok vanuit de ideeën van studenten en samen met collega’s werd gerealiseerd.
Ontwerp van de studenten
Zo ontstond een sterke betrokkenheid van alle deelnemers bij het eindresultaat.
Ook het uitvoeringsdossier evolueerde gaandeweg. Aanvankelijk was het plan alle lagen uit staal te laten bestaan, maar de combinatie van een stalen buitenstructuur met fijn uitgesneden eikenhouten binnenlagen kreeg de voorkeur. Professor Emeritus Luc Peelman (KU Leuven) maakte er een passieproject van en sneed de houten decors met uitzonderlijke precisie uit met een handgestuurde CNC-machine.
Later werkte docent elektronica-ICT
Tim Vermeulen (Odisee) samen met Luc Peelman aan geanimeerde lichtscenario’s die de gelaagdheid en het narratieve karakter van de panelen versterken. Werkplaatsverantwoordelijken Ambet Manalo en Elie Desmet (LUCA Hout) en Arthur Sanders (LUCA Metaal) en Pieter Coussement (Mixed Media Lab, Architectuur) leverden bijkomende technische en productieexpertise.
Inplanting langs een groene hoofdroute
De nieuwe panelen kregen een plek langsheen één van de groene hoofdassen voor zacht verkeer. Zo zijn ze maximaal zichtbaar voor studenten, medewerkers én voorbijgangers, en dragen ze bij aan een meer open, leesbare en uitnodigende campus.
Met deze panelen willen we niet alleen het verleden eren, maar ook de verbondenheid met de buurt versterken en het gedeelde erfgoed zichtbaar maken voor nieuwe generaties. We nodigen iedereen dan ook uit om deze prachtige panelen te komen ontdekken!
Bekijk de video ‘De textielfabriek: erfgoed in stof, hout en staal’ op ons kanaal: www.youtube.com/@kuleuvengent_fiiw
DAG VAN INGENIEUR EN DUURZAAMHEID, EEN PLEIDOOI OM BREDER TE KIJKEN
Op donderdag 20 november 2025 ontving Campus Groep T studenten uit de derde bachelor van vijf campussen van onze faculteit voor een geslaagde derde editie van de Dag van Ingenieur en Duurzaamheid, een vast praktijkonderdeel van het vak ‘Ingenieur en Duurzaamheid’.
Tijdens het jaar bestuderen de studenten een aantal duurzaamheidsvraagstukken aan de hand van de MOOC ‘Global Challenges for a Sustainable Society’. Op de Dag van Ingenieur en Duurzaamheid krijgen ze meer inzicht vanuit de praktijk via verschillende keynotes én doen ze ervaring op tijdens workshops met duurzame partners.
Impactvolle keynotes
Decaan Wim Dewulf verwelkomde de studenten en gaf toelichting bij wat ze mochten verwachten: een dag gevuld met wetenschappelijke feiten en maatschappelijke uitdagingen rond onder meer migratie, klimaat en gezondheid. Hij spoorde de ingenieurs in spe hierbij ook aan om na te denken over hoe ze zelf impact zouden kunnen creëren.
Daarna brachten drie keynote-sprekers uiteenlopende cases en standpunten. De eerste spreker was Joris Beckers, oprichter van Love Tomorrow, de organisatie die duurzaamheidsinitiatieven opzet voor Tomorrowland en andere internationale festivals.
Dr. Peter Tom Jones, directeur van het KU Leuven Institute for Sustainable Metals and Minerals (SIM²), voerde daarentegen een sterk pleidooi voor een radicale energietransitie, waarbij we in Europa zelf metalen zoals lithium moeten extraheren via lokale mijnbouw, met het oog op eigen batterijproductie voor smartphones en laptops, maar ook voor militair materiaal. Alleen zo kan Europa een antwoord bieden op de snelgroeiende Chinese industrie volgens Jones.
En Florian Vallaeys, samen met zijn broer oprichter van start-up Ugani Prosthetics, kreeg veel bijval van de studenten met zijn organisatie die op maat gemaakte, betaalbare 3D-prothesen ontwerpt en zelf laat produceren in het globale zuiden en in andere landen in ontwikkeling. Op die manier wil de sociaal ondernemer en alumnus van Campus Groep T een oplossing bieden aan de 65 miljoen mensen met een amputatie, waarvan meer dan 80% in een lage-inkomensland leeft. Hij denkt ook veel verder en breder, en ontwikkelt daarnaast elektrische motorfietsen, die mensen met een beenamputatie kunnen besturen als taxi’s en zo eigen inkomsten kunnen genereren.
Volgens Wim Dewulf is het duidelijk dat we veel verschillende soorten ingenieurs nodig hebben, maar wel allemaal met eenzelfde verantwoordelijkheid: kijk breder!
Hands-on workshops
In de namiddag stonden er maar liefst dertien interactieve workshops op het programma die verzorgd werden door collega’s van onze campussen en enkele externe partners zoals Close the Gap, EXTRAQT, Africa Museum, KCO KU Leuven, CORE, Sirris, HoGent en KU Leuven Green Office. Deze workshops nodigden de studenten al meteen uit om zélf breder te durven kijken.
Microplastics
Wist jij bijvoorbeeld dat wassen bijdraagt aan microplasticvervuiling? De studenten die de labosessie volgden bij professor Jo Van Caneghem, Simon Loose en Francesco Celauro weten dat intussen maar al te goed. Bij het wassen van synthetisch textiel komen er namelijk vezels en kleine deeltjes, zoals resten van bedrukking of knopen, in het waswater terecht. Die microplastics worden slechts gedeeltelijk tegengehouden in onze afvalwaterzuiveringsinstallaties, de rest stroomt via het afvalwater naar onze rivieren en komt uiteindelijk in onze oceanen terecht. Tijdens de sessie leerden de studenten de microplastics uit waswater te scheiden en onder de microscoop te identificeren.
Artificiële intelligentie
Ook het alomtegenwoordige gebruik van artificiële intelligentie kon tijdens deze dag niet onbesproken blijven. Professor François Rottenberg stelde een prikkelende vraag: “AI (f)or Earth? Wat is de impact van ChatGPT op de planeet?”
Tijdens deze workshop stonden studenten stil bij de milieu-impact van connectiviteit, communicatie en artificiële intelligentie. Via een informatieve quiz werden ze aangemoedigd om zich bewust te worden van de ecologische voetafdruk van technologie en kregen ze concrete tips om die in hun dagelijks leven te verkleinen.
Herstellingsworkshop
Daarnaast ontdekten de studenten dat defecte elektronische apparaten niet meteen op de afvalhoop thuishoren. Elke deelnemer mocht twee kleine, defecte elektronische apparaten meenemen. Tijdens de workshop, begeleid door Alex Bunodiere, en ondersteund door Hao Qin, Wouter Sterkens, Núria Boix Rodríguez en KU Leuven Green Office, maakten ze kennis met essentiële herstellingstechnieken die de apparaten weer een tweede leven kunnen geven.
Deze workshop draaide niet alleen om het repareren van elektronische gadgets, maar ook om het inspireren van studenten en het onder de aandacht brengen van reparatie als sleutel tot een duurzame toekomst.
Met deze succesvolle derde editie bevestigde de Dag van Ingenieur en Duurzaamheid zijn waarde. Zowel de studenten als de begeleiders en de docenten toonden zich eensgezind enthousiast en erkenden het belang van ingenieurs die breder durven te kijken en hun expertise inzetten voor een duurzamere samenleving.
Wie industrieel ingenieur wil worden, start het traject vandaag met een starttoets. Die toets helpt om sneller zicht te krijgen op waar je staat en wat je nodig hebt om met vertrouwen aan de opleiding te beginnen. Sinds 2020 is deelname verplicht, en sindsdien evolueren zowel de toets als de begeleiding voortdurend mee. Het einddoel?
Toekomstige studenten zo snel mogelijk op het pad zetten richting de juiste studiekeuze.
Voor 2020 bestond er al een ‘ijkingstoets’. Die was volledig vrijwillig en gaf deelnemers feedback over hoe hun wiskundekennis (en voor de bacheloropleiding biowetenschappen ook chemie) zich verhield tot de startcompetenties van de opleiding en mogelijke remediëringsinitiatieven. Alleen bereikte die toets lang niet alle leerlingen die er net veel aan zouden hebben.
Omdat de toets inhoudelijk sterk stond, werd ze in 2020 verplicht voor wie industrieel ingenieur wil studeren en kreeg ze de naam ‘starttoets’. Sindsdien groeide het aantal deelnemers enorm: jaarlijks doen zo’n 2400 leerlingen mee in Vlaanderen. Maar niet iedereen is even goed op de hoogte van deze verplichte toets. Binnen de onderzoeksgroep ETHER en samen met de Communicatiecollega’s onderzoekt Louise Janssens momenteel hoe we met betere en inclusievere communicatie een groter en meer divers publiek kunnen bereiken.
Vroeg begonnen…
De starttoets vindt plaats op twee momenten: begin juli en half augustus. Door tijdig in te schrijven, worden leerlingen verplicht om vroeg na te denken over hun studiekeuze, en dat maakt een groot verschil. Onderzoek toont aan dat hoe sneller een student begint na te denken over de studiekeuze, hoe groter de kans op slagen. De starttoets is dus niet alleen een momentopname, maar ook een duwtje in de rug.
Het keuzeproces vroeg genoeg opstarten is dus de boodschap. Maar bij die keuze moeten toekomstige studenten natuurlijk voldoende ondersteund worden. Daar spelen zowel inhoud van de toets als feedback een belangrijke rol.
Wat meet de starttoets precies?
De inhoud van de starttoets evolueerde doorheen de jaren. Aan die evolutie hebben ook onderzoekers van LESEC (Leuven Engineering & Science Education Center) bijgedragen.
Het doctoraatsonderzoek van Jolan Hanssens zorgde voor een duidelijke indeling in drie modules:
• 10 vragen basiswiskunde, de absolute fundamenten
• 16 vragen standaardwiskunde op startniveau van de opleiding
• 8 contextvragen, waarin een wiskundig probleem verwerkt zit in een technische toepassing
Vooral die contextvragen maken de toets herkenbaarder voor wie industrieel ingenieur overweegt. Ze tonen waarom wiskunde zo’n centrale rol speelt: zonder wiskundig inzicht kan je geen nieuwe technische oplossingen bedenken of ontwerpen. Doordat de link met de opleiding duidelijker is, vertrouwen studenten ook meer op de feedback die ze na de toets ontvangen.
Wat als je niet slaagt?
Feedback is een essentieel onderdeel van de starttoets. Sinds 2022 is de remediëring verplicht voor wie niet slaagt, maar dat is vooral bedoeld om leerlingen sterker te maken voor de start.
Binnen het project “Remediëren op maat”, een samenwerking met de Faculteit Wetenschappen, wordt het ondersteuningsaanbod ook steeds meer aangepast. Als toekomstige student heb je vandaag al toegang tot online remediëringsmodules, de MOOC en de zomercursussen. Daarbovenop wordt nu nog beter zichtbaar welk onderdeel je precies onder de knie moet krijgen. Zo kan je veel gerichter oefenen, of dat nu thuis gebeurt of tijdens een zomercursus.
Bijkomend onderzoekt Laurie Peeters in haar doctoraat hoe we feedback het best formuleren zodat dat studenten ze niet alleen lezen, maar er effectief mee aan de slag gaan.
Nog niet zeker van de studiekeuze?
Twijfel je of de opleiding wel echt fit met de interesses en voorkennis? Praat erover! De resultaten van de starttoets zijn belangrijk, maar ze vertellen nooit het hele verhaal. Een gesprek met een studieloopbaanbegeleider helpt om alles te plaatsen in je eigen persoonlijke context: motivatie, studiehouding, doorzettingsvermogen, time management … Het gaat om het totaalplaatje en de starttoets is daar één – weliswaar belangrijk – onderdeel van.
Meer informatie met voorbeeld- en oefenvragen: https://iiw.kuleuven.be/starttoets
Praktisch: schrijf op tijd in
Om de starttoets vlot te organiseren zijn er strikte deadlines:
• Inschrijven voor de eerste sessie kan tot en met 15 juni
• Voor de tweede sessie tot en met 15 augustus.
Ook wie nog niet 100% zeker is van de studiekeuze: schrijf toch in. Deelnamen aan de starttoets is verplicht om te kunnen starten aan opleidingen die ermee werken. Wie weet helpt de toets net om die knoop makkelijker door te hakken.
Voor Patrick Van Rymenant is lassen meer dan werk; het is een passie. Vandaag is hij opleidingshoofd Welding Engineering aan KU Leuven Campus De Nayer en zet hij sterk in op kwaliteitsvol onderwijs en nauwe banden met de industrie. Zijn onderzoek en bedrijfsprojecten hebben bijgedragen aan de ijzersterke reputatie van de master-namaster Welding Engineering, en zetten Campus De Nayer op de kaart als hét instituut in België om lasingenieur te worden.
Patrick Van Rymenant is amper acht jaar oud als hij leert lassen van zijn vader, een begaafd vakman. In de werkplaats thuis leert hij de daaropvolgende jaren werken met standaard bewerkingsmachines en lasapparaten, en op zijn vijftiende heeft hij zijn fijne lasmotoriek al goed ontwikkeld. Dat Patrick Van Rymenant opleidingshoofd van de master-na-master Welding Engineering zou worden, stond in de sterren geschreven.
Op zijn achttiende komt Patrick terecht op de Melaan in Mechelen, op dat moment de enige plaats in België die een lastechnische opleiding aanbiedt in het hoger onderwijs van het lange type. Hij begint er aan de opleiding tot industrieel ingenieur elektromechanica, met – hoe kan het ook anders – een specialiteit in lastechniek. Tijdens zijn studies helpt hij mee aan de verhuis van KIH De Nayer, van Mechelen naar Sint-Katelijne-Waver, en leert hij de diepgaande industriële ervaring van zijn docenten appreciëren.
Campus De Nayer
Na zijn afstuderen neemt Charles Verwilt, de toenmalige directeur van ‘De Nayer’, Patrick aan als assistent mechanica op voorspraak van gastdocent Baudouin Loosen. “Ik ben Baudouin tot op de dag van vandaag dankbaar voor alles wat hij me heeft geleerd”, vertelt Patrick. “Ik mocht direct de volledige laspraktijk overnemen en ondertussen leerde ik enorm veel bij van mijn directe collega’s Sylvain Denekens, André Voet en Jef Ceulemans.
Dat waren stuk voor stuk mensen die uit de industrie kwamen en met hun beide voeten in de praktijk stonden.”
Daarnaast krijgt Patrick van de latere directeur Willy Asselman de vrijheid om zijn talenten verder te ontplooien, en via bedrijfscontacten wordt de dienstverlening aan de industrie opgestart. In 1994 krijgt Patrick de vraag om productielijnen voor plaatstalen radiatoren te optimaliseren. Gewapend met slechts vijf pagina’s cursusmateriaal van Baudouin Loosen en zijn eigen ervaring met een kleine eenpuntslasmachine, trekt hij naar Radson, waar hij het vak pas echt leert in hun fabriek. Het is daar dat Patrick zijn passie voor weerstandlassen ontdekt. Het resultaat mag er zijn; alle andere productiebedrijven voor radiatoren volgen, en het Lascentrum van Campus De Nayer krijgt tot op de dag van vandaag nog lopende opdrachten.
Academische carrière
In de volgende jaren richt Patrick zich steeds meer op projectmanagement, patenten en onderzoeksvoorstellen, wat in 18 jaar resulteert in gesubsidieerde onderzoeksprojecten zoals o.a. “Instralingssimulatie en optimalisatie van thermische zonne-energie” (1999-2001), “Resistance welding of high-strength and coated steels” (2004-2006) en “Innojoin, Joining of heterogeneous plate metals” (2014-2016). Deze combinatie van interesses levert hem bezoeken aan gerenommeerde onderzoeksgroepen en een ingenieursprijs op, en zorgt ervoor dat hij interessante
Foto van Patrick uit de personeelsgids in 1984, in het éérste jaar dat hij op de campus werkte.
projecten voor bedrijven kan blijven uitvoeren. Onmiddellijk het resultaat van zijn inspanningen zien in een bedrijf, dat vindt Patrick het leukste aan zijn job.
De groeiende erkenning van zijn werk leidt hem naar een promotieonderzoek, op dat moment geen evidentie voor een industrieel ingenieur. De zoektocht naar een promotor brengt hem uiteindelijk naar Cranfield University, waar hij zich verder verdiept in weerstandlassen onder begeleiding van David Yapp. Hij combineert zijn onderzoek met zijn functie als coördinator van de opleiding lastechnieken, en behaalt in 2011 zijn doctoraat.
Opleidingshoofd Welding Engineering
Patrick neemt al in 2001 de functie van opleidingshoofd Welding Engineering over van Leen Dezillie, en zorgt er ook vandaag voor dat de master-na-master vlot draait. Hij geeft samen met Oleksandr Kurtov alle labo’s in de ma-na-ma, zorgt samen met Kenzo Vanpoucke dat alles in orde is voor de tweejaarlijkse audit van het IIW (International Institute of Welding) voor de certificering van de afstuderende Las-
ingenieurs als IWE (International Welding Engineer) en onderhoudt de industriële contacten. Daarnaast is Patrick promotor bij masterthesissen en doctoraten in de lastechniek, en co-promotor van onderzoekers in aanverwante en andere domeinen.
Industrieel ingenieur van de toekomst Het komende jaar gaat Patrick op emeritaat. Hij hoopt dat zijn opvolger en de andere docenten van Campus De Nayer net zoals hij die nauwe banden met de industrie zullen aanhouden.
“Ik focus persoonlijk meer op het ondersteunen van bedrijven dan op het produceren van wetenschappelijke
publicaties. Dat is eerder ongewoon vanuit academisch standpunt, maar dat industriële werk heeft wel geleid tot een uitstekend netwerk voor masterproeven en werkgelegenheid voor onze afstuderende studenten”, legt Patrick uit. “Ons curriculum is bovendien volledig actueel met de nieuwste technologieën, en die inkomsten uit het industriële werk maken investeringen in laboratoriumapparatuur mogelijk”
Die link met de industrie vormt voor Patrick de rode draad doorheen zijn carrière en de volledige opleiding tot industrieel ingenieur. “Voor een industrieel ingenieur moet die industrie als fundamentele pijler in de opleiding verweven zitten.
Als docent moet je dan ook weten wat bedrijven verwachten van je alumni. Bovendien moet je zelf de techniek in de vingers hebben om de juiste kennis door te geven aan je studenten. Je moet de juiste voorbeelden kunnen geven, horen wanneer een machine niet goed draait, voelen als er iets misloopt, en correct kunnen schakelen. Alumni hebben die kennis ook nodig op de werkvloer. Als dat goed zit, dan komen bedrijven onze afgestudeerden spontaan zelf opzoeken. En dat is het echte teken dat je opleiding goed in elkaar zit.”
De Belgische schaatsster Fran Vanhoutte is 22 jaar oud en behoort tot de jonge talenten die hun weg banen richting de internationale top. Wat haar bijzonder maakt, is niet alleen haar sportieve ambitie, maar ook haar keuze om die te combineren met de opleiding industriële wetenschappen en haar interesse in de luchtvaarttechnologie. Een gesprek over discipline, dromen en de balans tussen sport en studie.
Vanhoutte begon haar sportieve carrière op skeelers. “Van daaruit ben ik in het langebaanschaatsen gerold”, zegt Vanhoutte. Het pad dat Bart Swings eerder bewandelde, inspireerde haar om dezelfde overstap te maken. Toch was die overgang niet vanzelfsprekend. “Op technisch vlak zijn skeeleren en schaatsen namelijk erg verschillend. Het blijft een uitdaging, maar elk jaar zet ik stappen vooruit”, vertelt ze. “Er zijn meer atleten die de stap zetten van skeeleren naar schaatsen, dan omgekeerd. Atleten die van jongs af aan geschaatst hebben, zien skeeleren vooral als een extra vorm van training maar zullen zich niet wagen aan competities in het skeeleren”, vult ze aan.
Studeren naast topsport
Naast haar sportieve carrière koos Vanhoutte voor de opleiding industriële wetenschappen. Op dit moment volgt ze een aantal vakken van het tweede jaar, met als afstudeerrichting elektromechanica. “Eigenlijk ben ik eerst begonnen met de opleiding handelswetenschappen, maar die lag me toch niet helemaal. Ook industriële wetenschappen sprak me aan en daarbij was de keuze voor de campus in Brugge snel gemaakt, omdat je daar vanaf het derde jaar kan kiezen voor de unieke optie luchtvaarttechnologie.”
Haar studie verloopt in fases, afgestemd op haar sportkalender. Tijdens drukke periodes neemt ze minder vakken op, bijvoorbeeld in de wintermaanden waarin ze traint in Heerenveen, in het noorden van Nederland. Dankzij haar topsportstatuut kan ze gebruikmaken van een aantal faciliteiten: examens kunnen verplaatst worden en er staat heel wat lesmateriaal online. Toch blijft het plannen van labo’s een puzzel. “Gelukkig zijn de docenten erg begripvol en krijg ik vanuit de universiteit de nodige ondersteuning en flexibiliteit om alles geregeld te krijgen.
Dit academiejaar neem ik bijvoorbeeld het jaarvak ‘Ingenieursbeleving’ op, waarbij er ook veel lessen in het eerste semester vallen. De docenten hebben ervoor gezorgd dat ik alle praktijklessen in het tweede semester kan volgen. Vanaf half maart vinden de trainingen plaats in België, waardoor het iets gemakkelijker is om lessen mee te volgen op de campus.”
Een typische dag in de week van Vanhoutte is zeer intensief: twee trainingen, ’s ochtends en later op de dag, met daartussen tijd om te studeren. “Het vraagt veel discipline. Soms ben ik gewoon te moe, maar ik probeer toch die enkele uren te benutten om wat lessen in te halen of opdrachten voor te bereiden.”
Discipline op het ijs
In tegenstelling tot veel andere schaatsers, die ofwel voor de sprint ofwel voor de lange afstand kiezen, traint Vanhoutte voor verschillende disciplines: de individuele sprint (500 en 1000 meter), de massastart en sinds kort ook de ploegenachtervolging.
De massastart, die bestaat uit 16 rondes met een totale afstand van ongeveer 6 kilometer, is haar belangrijkste discipline. “Dat komt vooral door mijn ervaring in het skeeleren, waarin je veel gelijkenissen ziet met de massastart in het schaatsen. Daarom durf ik in die discipline op de Winterspelen te mikken op een plaats in de top acht. Als mijn eindsprint goed lukt, is een medaille niet ondenkbaar.”
In de ploegenachtervolging rijd je zes rondes met een team van drie over een totale afstand van iets meer dan 2 kilometer. Met het Belgische damesteam verbeterde ze onlangs het nationale record. “Dat gaf onze motivatie een grote boost. Het was nog maar de derde wedstrijd die we samen reden, dus het bewijst dat we als team echt goed samenwerken.”
Voorbereidingen voor Olympische Winterspelen 2026
De komende weken staan volledig in het teken van de Olympische Winterspelen in Milaan en Cortina. Na een zwaar trainingsblok eind december volgt het EK in Polen begin januari en vervolgens nog een wereldbeker in Inzell, Duitsland. Die laatste wedstrijd wordt de ultieme test. Voor de massastart en de 500 meter sprint is Vanhoutte zo goed als zeker van een plaats aan de start, voor de ploegenachtervolging en de 1000 meter sprint is het nog afwachten.
“De mentale voorbereiding is minstens even belangrijk als fysiek trainen”, benadrukt ze. “Je moet je focuspunten vasthouden en omgaan met druk. Dit seizoen heb ik gemerkt dat dat zwaarder kan zijn dan verwacht. Gelukkig krijg ik begeleiding van psychologen en steun van mijn teamgenoten.” Ook haar familie speelt een cruciale rol. “Ze komen vaak kijken en steunen me altijd. Dat geeft energie en balans.”
Advies voor jonge sporters
Aan jongeren die sport en studie willen combineren, geeft ze een duidelijke boodschap mee: “Geef niet op. Er zullen moeilijke momenten zijn, maar als je het echt wil, kan het. Laat je niet tegenhouden door tegenslagen of periodes waarin de combinatie onmogelijk lijkt. Als je het graag doet, is het allemaal de moeite waard.”
Fran Vanhoutte belichaamt de combinatie van ambitie en doorzettingsvermogen. Terwijl ze zich voorbereidt op haar eerste Olympische Winterspelen, droomt ze tegelijk van een toekomst
in de luchtvaarttechnologie. “Als ik sport en luchtvaart zou kunnen combineren, zou dat fantastisch zijn. Beide werelden boeien me enorm.” Een balans die niet vanzelfsprekend is, maar die haar net zo uniek maakt als haar prestaties op het ijs.
Lotte De Smedt
Op het moment waarop dit interview werd afgenomen, was Vanhoutte nog volop bezig met de voorbereidingen en selectieprocedure voor de Olympische Winterspelen in Milaan en Cortina in februari 2026. Intussen hebben we haar prestaties op de Olympische Winterspelen met ingehouden adem kunnen volgen. Fran werd gekwalificeerd voor de individuele sprint (500 en 1000 meter), de ploegenachtervolging en de massastart. In die laatste discipline stootte ze door naar de finale en behaalde ze - ondanks de griep - een mooie negende plaats. In de ploegenachtervolging behaalde ze de zesde plaats en dus een olympisch diploma. De collega's en studenten van onze faculteit en Campus Brugge in het bijzonder zijn enorm trots op onze sportieve student!
EEN NIEUWE THUIS VOOR STUDENT-ONDERNEMERS: COCOON2440 OP CAMPUS INN
Met de recente verhuis van Cocoon2440 naar Campus Inn waait een frisse wind door het ecosysteem rond student-ondernemerschap in Geel. De ondernemingshub van KU Leuven Campus Geel – al jaren een broedplaats waar technologie, creativiteit en ondernemerschap samenkomen – nestelt zich nu pal naast de campus. Studenten staan voortaan letterlijk op wandelafstand van de co-working en co-creation space.
Het atelier in Cocoon2440 is uitgerust met onder meer 3D-printers, een lasercutter, een thermovormer en een elektronicalab, maar minstens even belangrijk als de machines, zijn de mensen en de community errond. “We proberen ondernemerschap zo laagdrempelig mogelijk te maken”, vertelt coördinator Rita Thijs. “Studenten moeten hier kunnen binnenstappen met een vaag idee, een concreet probleem of zelfs gewoon uit nieuwsgierigheid.”
Van eerste kennismaking tot ondernemingsambitie Thies Ossenblok is alumnus van Campus Geel. Zijn eerste contact met Cocoon2440 dateert al van zijn studies industriële wetenschappen: “Ik kwam hier vijf jaar geleden voor een studentenproject dat Rita lanceerde”, vertelt hij. “Vanaf dan ben ik hier eigenlijk blijven hangen.” Wat begon als interesse, groeide uit tot een duidelijke ambitie om te ondernemen. Via het postgraduaat in Technovation: Teams & Start-ups kwamen Jarne Verstraete en Thies terecht bij Cocoon2440. Jarne doorliep het traject start-ups vorig jaar, terwijl Thies er dit academiejaar nog volop in zit. Voor beiden werd de co-working en co-creation space een vaste uitvalsbasis om ideeën te verkennen, te testen en bij te sturen.
Vandaag is Thies de eerste student-ondernemer die zijn intrek heeft genomen in Campus Inn. Hij werkte er al aan verschillende duurzame businessideeën, van energie-innovatie met betrekking tot laadpalen en thuisbatterijen tot duurzaamheidstrajecten voor bedrijven. “Je leert vooral door te doen”, zegt hij. “Je kan heel lang onderzoeken, maar pas als je met mensen praat die in de sector zitten, begrijp je echt waar de problemen liggen. Valideren is key.”
Van idee naar pilootproject
Ook Jarne weet hoe belangrijk die validatie is. Hij studeerde Idea & Innovation Management in Brussel en kwam met Cocoon2440 in contact voor coaching om zijn idee verder uit te werken. Zijn start-up focust op AI-gedreven voice interviews voor rekrutering. Het doel: bedrijven helpen om sneller, goedkoper en inclusiever kandidaten te screenen. “Grote bedrijven krijgen enorm veel respons op vacatures”, legt Jarne uit. “De eerste selectie gebeurt vaak puur op basis van het cv, en dat is niet altijd de beste indicator. Met AI-interviews kunnen recruiters meer mensen spreken, tegen een fractie van de kost.” Rita herinnert zich hoe
ze zelf één van de eerste versies testte. “Dat is co-creatie in de praktijk. Studenten bouwen iets, wij geven feedback, en samen maken we het beter.” Jarne staat intussen aan de vooravond van de lancering van zijn pilootproject. “Tegen februari willen we met minstens drie organisaties live testen.”
Meer dan infrastructuur
Volgens Rita zit de kracht van Cocoon2440 niet alleen in de aangeboden infrastructuur, maar vooral in het netwerk. “We maken deel uit van Technovation Hub, Startup 2440 en het bredere VLAIO-ecosysteem. Daardoor kunnen we studenten snel doorverwijzen naar coaches met de juiste expertise.”
De verhuis naar Campus Inn versterkt dat netwerk nog. In hetzelfde gebouw huizen ook innovatieve start-ups. “Je voelt nu al dat er meer kruisbestuiving is”, zegt Rita. “Studenten komen tussen de lessen even langs, bedrijven tonen interesse, en we bouwen bruggen met onderzoeksgroepen.” Ook Thies merkt het verschil. “Je zit in een omgeving waar iedereen aan het bouwen is. Dat werkt aanstekelijk.”
Durf te beginnen
Wat hen bindt, is een duidelijke boodschap aan andere studenten die twijfelen. “Je hoeft geen uitgewerkt idee te hebben”, benadrukt Thies. “Kom gewoon eens praten. Zodra je in contact komt met het netwerk, word je vanzelf enthousiast.” Jarne vult aan: “Ga problemen ontdekken. Praat met mensen, verzamel data en durf te testen. Validatie is alles.”
Rita ziet die groei dagelijks. “Studenten komen soms binnen met een vast idee, maar leren dat het oké is om dat idee bij te sturen of zelfs los te laten. Ondernemerschap is zoeken, vallen en weer opstaan.” Haar ambitie voor de toekomst is duidelijk: “Binnen vijf jaar hoop ik dat Cocoon2440 dé plek is waar elke ingenieursstudent weet dat hij of zij terechtkan om ideeën om te zetten in impact.” Met Cocoon2440 op wandelafstand is die eerste stap alvast kleiner dan ooit.
Jolien Jacobs
https://iiw.kuleuven.be/geel/cocoon2440
MANAGING RISKS IN SPACE
Currently, millions of pieces of space debris are orbiting the Earth at various altitudes, along with an ever-increasing number of operational satellites. As more satellites enter service, the demand for robust Space Situational Awareness (SSA) systems to manage potential risks is growing accordingly. On 6 November 2025, the student team Aether organised a well-attended forum evening on safety in space.
The Aether team does not lack a sense of timing. Just on the day of their event, it became known that three taikonauts in China's Tiangong space station had to cancel their return to Earth. “The Shenzhou spacecraft is believed to have been hit by a small piece of space debris,” the Chinese space agency CMSA reported. For safety reasons, the crew's return was postponed indefinitely.
This incident confirms what is now common knowledge. Space is becoming more and more congested. Besides the 11,000 satellites already currently in orbit and the 50,000 more that will be added in this decade, there are also more than 128 million pieces of debris circulating in space. These range from inactive satellites and rocket fragments to tiny pieces from past collisions. In low earth orbit, the average relative velocity at impact is 10 km/sec or 36,000 km/hour. At this speed, even small particles ranging from 1 mm to 1 cm may pose a real danger to a spacecraft.
Monitoring space
As keynote speakers, the Aether team had invited three top executives from their key business partners. Kuldeep Barad, Senior Systems Engineer at Redwire Space Europe in Luxembourg, bit the bullet. “We rely on satellites more than we realise, whether it is for weather forecasting, global navigation or critical communication. What we want to do, is to detect unknown objects, track existing objects, manage the traffic, avoid disasters, recommend actions, and protect important assets. Broadly, we call this
Space Situational Awareness,” the speaker said. “There are many efforts to track the objects that we know of, but it is very challenging when we don't know about them. Persistently monitoring space is and remains difficult, even today.”
But there is no doubt that progress is being made. As an illustration, Kuldeep Barad presented a number of European space agency ESA projects that Redwire Space Europe is collaborating on including on debris clearance. Its parent company in the US already developed a highperformance camera system for inspection. In Luxembourg, they are collaborating on the development of on-board intelligence and sensor data processing units and have already built a robotic arm that can be used to maintain or repair a spacecraft and remove defective gear.
Star trackers
“
Tjorven Delabie, CEO of Arcsec, elaborated on the detection of debris in space. He compared its increase to global warming and traffic congestion. “For both issues, each individually benefits from adding to the problem. However, as a collective we are harmed by it. As long as economic incentives do not push us to address the problem, little will happen.”
The speaker himself sees three solutions: limiting the number of debris, mapping the existing space debris situation, and finally removing it. At Arcsec, the focus is on the second option: developing space-based SSA sensors. But how do you get these into space? Launching and operating
dedicated space-based SSA sensors costs handsomely. Moreover, they only increase congestion. This gave Arcsec an original idea: why not use the star trackers that almost all spacecraft are equipped with? These are optical sensors onboard satellites that detect stars, compare their position to a known database, and determine the attitude of the spacecraft. “With DeDUST, we will add the capability to detect and characterise space debris to our star trackers, giving them a secondary functionality as high-performance spacebased debris detection sensors.”
“By adding SSA capability to the star trackers, a large-scale multi-sensor network is set up rapidly in a very-costeffective way,” concluded Tjorven Delabie.
Swiss Cheese Model
The third keynote speaker was Geert Adams, Vice-President of ST Engineering iDirect. He elaborated on the security issues facing satellite communications. “When communication satellites fail, the consequences are incalculable. The biggest danger zone is low earth orbit, that is altitudes below 2,000 km. This is exactly
where most satellites are active and where most debris are also located.”
The protection system the company developed is the ‘Swiss Cheese Model’. It consists of several layers that increase in complexity. It starts with securing the network (phase 1) and implementing a cyber policy (phase 2). This is followed by encrypting the data (phase 3) and signal interference removal, which is removing interference signals even before they reach the receiver (phase 4). The ultimate contingency is to divert to another available
satellite that can take over the tasks (phase 5).
“In each phase, zero trust is a golden rule,” Geert Adams stressed. “That means concretely: trust no one, always verify, introduce least privileged access and assume from the outset that a breach has already taken place. These are sweeping principles, but in the current times of increasing cybercrime and geopolitical tensions, there is no other choice.”
Yves Persoons
INTERNATIONAL DUO LEADS NEUROTECH LEUVEN
In just five years, NeuroTech has emerged as one of the most dynamic and multidisciplinary student teams at KU Leuven. This achievement is largely due to the boundless commitment of international engineering students. This academic year, Elizaveta Rozhevskaia and Santiago Guttierrez Suarez are providing a first: shared leadership at the top.
NeuroTech Leuven's core team consists of 25 talented students from different faculties. They combine their knowledge and strengths in neuroscience and technology, advanced electronics, signal analysis, machine learning and AI, as well as medicine, biotechnology, economics and psychology. Because innovation germinates where disciplines meet and experts with different backgrounds cooperate, NeuroTech always manages to come up with surprising initiatives. A major highlight is Mindseed, the largest and most successful event in the field of neurotechnology. Every year, it brings together students, scientists and professionals from academia and industry to share the latest developments.
Internal affairs
Elizaveta is a bachelor's student in Chemical Engineering Technology at Group T Campus. She previously earned her spurs in the 2024-2025 NeuroTech team as a data scientist. “Having begun my journey as a project leader, I have seen first-hand dedication, creativity and impact that can be achieved through collaboration and teamwork,” she says. “I worked on a BrainComputer Interface project focused on interpreting neural signals for control applications by applying signal processing techniques and machine learning.”
Elizaveta grew up and went to school in Russia. In Moscow, she obtained an International Baccalaureate degree. In 2022, she started her first undergraduate year in Leuven, where she integrated remarkably quickly into the new environment, including into student life. After a year, as communications coordinator, she was already responsible for social media, newsletters and promotional campaigns of the student organisation Industria. Last year, the ambitious student managed to combine her studies with a student assistantship at the Centre for Innovation and Stimulation of Drug Discovery (CISTIM), a non-profit research organisation funded by KU Leuven.
Since August 2025, Elizaveta has been Operational Chair at NeuroTech Leuven. “My duties and responsibilities are mainly situated internally. That includes ensuring smooth day-to-day activities and internal communication, coordinating team activities, and managing operational logistics. I love to be a leader, especially if I can share this position with a like-minded colleague who has complementary competences.”
External affairs
The complementary Co-Chair is Santiago Guttierrez Suarez, a master's student in Biochemical Engineering Technology at Group T Campus. He has Mexican-Colombian roots, went to school in Canada and the USA, and arrived in Leuven in 2021. At NeuroTech, he is responsible for strategy and external affairs. “I represent the organisation to partners, sponsors and KU Leuven, while fostering collaboration with companies, labs and other student teams,” says Santiago. “I also guide new initiatives from their early stage and ensure that projects align with the organisation's mission.” The shared leadership is already paying off. “Interestingly, our backgrounds complement these roles well”, Santiago notes. “As a Latin American, I tend to be extrovert. This makes it a lot easier to be at job fairs, sponsor meetings and business presentations.”
Projects
NeuroTech's offerings cover the entire study programme. Bachelor’s students can participate in the Brain-Computer Interface Project. This focuses on studying the fundamentals of BCI through EEG, signal processing and machine learning with the aim of using hidden signals in brain activity for real-world applications. For master's students, NeuroTech offers various projects, including the F2Health Research Project that aims to evaluate the efficiency of vibrotactile stimulation as a potential method for mitigating symptoms associated with Parkinson's Disease (PD). “In parallel, we are investigating EEG-based biomarkers that may support detection and monitoring of PD with a broader goal of enhancing patients' quality of life,” adds Elizaveta.
The top events of 2026 are, the fifth edition of Mindseed on 11 March, and a new initiative: a neurotechnology hackathon on 5 March. “With this, we want to reach and raise awareness among the general public,” Santiago explains. “Beyond medical applications, neurotech has the potential to elevate human experiences and functioning in many ways. For example, enhancing human learning ability, boosting physical performances, and enabling efficiencies like brain-controlled devices. As neurotechnology can potentially affect everything and everyone, we also need to orient ourselves more broadly. With shared leadership, that should certainly succeed.”
Op de Gentse campus vind je ook in het donker de weg naar het Laboratorium voor Lichttechnologie: een onafhankelijk laboratorium dat de thuisbasis vormt voor vzw Groen Licht Vlaanderen. Met hun project Shape The Light dichten ze de kloof tussen kunst en bedrijfsleven, met de nadruk op kunst, design en de verlichtingsindustrie.
Het Laboratorium voor Lichttechnologie wordt gerund door vier professoren, die enkele jaren geleden de fakkel overnamen van Peter Hanselaer als directeur. De vier professoren hebben elk hun expertise. Zo is Frédéric Leloup voornamelijk aan de slag met materialen en lichthinder. Wouter Ryckaert focust dan weer op binnenverlichting; zo heeft hij een doctoraatsstudent onder zich die rond licht en welzijn, humancentric lighting , werkt. Daarnaast werkt ook Kevin Smet bij het labo. Hij focust zich vooral op kleuraspecten van licht – meer specifiek op hoe een kleur er onder kunstlicht uitziet. Tot slot is Youri Meuret vooral bezig met het ontwerpen van armaturen en de optische kanten van de zaak, en met de laserdiode, de nieuwe “vervanging” van de led. In die context leidde hij ook reeds trajecten rond museumverlichting.
Van academisch project tot gevestigde cluster Vzw Groen Licht Vlaanderen is een cluster die uitgebouwd werd vanuit een project
dat in 2004 ontstond aan KU LeuvenGent, campus Rabot, toen nog KaHo SintLieven, met Catherine Lootens aan het hoofd. De clusterleden worden samen ondersteund en krijgen de mogelijkheid om kennis te verwerven en samen te werken met andere partijen. Zo is het labo enerzijds een steunpunt voor de sector, met veel bedrijven binnen de cluster, en hebben ze anderzijds state-of-the-art kennis van zaken dankzij hun dagelijks lopende onderzoek. Op die manier raakt de nieuwste informatie steeds tot bij de bedrijven.
De cluster startte in 2004 met een twintigtal bedrijven, en groeide intussen uit tot een vzw met een negentigtal bedrijven. Niet enkel bedrijven vinden hun weg naar vzw Groen Licht Vlaanderen, ook kennisinstellingen en andere vzw’s maakten zich al lid. Een brede waaier aan beroepen en experts zijn vertegenwoordigd: van (interieur)architecten tot installateurs. De leden kunnen genieten van cursussen en events, een-op-een-gesprekken waar ze met hun vragen terechtkunnen, en
kunnen samen met het labo projecten opstarten. De insteek van vzw Groen Licht Vlaanderen is om de hele waardeketen te kunnen bedienen, zodat iedereen er terechtkan met hun vragen en noden.
Samenwerken over de grenzen heen Ook op internationaal vlak is de vzw actief. Zo is ze lid van de European Lighting Cluster Alliance (ELCA). Samen met een Franse, Spaanse, Italiaanse en Poolse cluster vormen ze een internationale vzw. Hun doel is om vooral internationale projecten aan te vragen binnen Europa. Een van die projecten is Shape The Light: een project dat loopt binnen het programma Creative Europe, subdivisie Culture, en daaronder de subdivisie COOP, voor coöperatieve projecten.
Met Shape The Light startte vzw Groen Licht Vlaanderen een project op voor de artistieke wereld, wat heel breed kan gaan: van lichtfestivals en lichtontwerp tot het verlichten van musea, en specifiek het verlichten van kunstwerken. Al die verschillende doelen hebben heel specifieke eisen. De expertise van het Labo voor Lichttechnologie zorgt dan ook voor verwevenheid met vzw Groen Licht Vlaanderen enerzijds, en met Shape The Light.
Ontmoeting als motor voor innovatie Iedereen met relevante vragen kan aankloppen bij vzw Groen Licht Vlaanderen,
ook studenten. Toen een student bij LUCA School of Arts werkte aan een installatie voor het Lichtfestival in Gent, stak een prangende vraag de kop op: hoe ga je veilig om met lasers? Binnen België bleek er nog te weinig aandacht te zijn voor deze kwestie. Het zaadje werd geplant voor een volgend World Café. Daar komen experts aan bod om presentaties te geven over een bepaald onderwerp, waarna er dieper ingegaan wordt op bepaalde thema’s via discussietafels. Het laatste World Café draaide rond het gebruik, en vooral het veilig gebruik, van lasers. Verschillende
specialisten trokken hier dan ook aan de alarmbel.
Naast World Cafés organiseert de vzw binnen het project workshops, performance labs, en ook het jaarlijkse evenement Licht Verteerbaar: een conferentie van één dag, met op het programma een rondleiding door het labo, gecombineerd met workshops, lessen en plenaire sessies, met als doel om de cluster bijeen te brengen. Want dat is het ultieme doel van de vzw en van Shape The Light: alle betrokkenen met elkaar in contact brengen.
Interieurarchitecten, installateurs, fabrikanten, groothandelaars … Iedereen heeft er baat bij om kennis uit te wisselen met andere experts binnen het bredere vakgebied.
Hoe meet je klimaatprocessen die zich afspelen in minuten in plaats van dagen?
In het BELSPO-project WAVETRAX ontwikkelt onderzoeksgroep DRAMCO van KU LeuvenGent geavanceerde, maar betaalbare radars die precies dat mogelijk maken. Bert Cox vertelt hoe torenradars in Davos en Idaho bijdragen aan de klimaatwetenschap van morgen en zelfs aan toekomstige ESA-missies.
Bert, wat is WAVETRAX precies?
Bert Cox: “WAVETRAX is een Belgisch onderzoeksproject dat wil begrijpen hoe snelle processen in vegetatie, bodem en sneeuw het radarsignaal beïnvloeden. Denk aan zaken zoals verdamping door planten overdag, dauwvorming ’s nachts of regen die in enkele uren de sneeuwstructuur verandert. Dat zijn processen die vandaag nauwelijks zichtbaar zijn voor satellieten.”
Maar satellieten zoals Sentinel-1 meten toch al met radar? “Klopt, en Sentinel-1 is extreem waardevol. Alleen: hij passeert eenzelfde locatie maar om de paar dagen. Terwijl veel cruciale processen zich afspelen op sub-dagelijkse schaal. Wat er tussen twee satellietoverpasses gebeurt, moeten modellen vandaag grotendeels ‘raden’. Met WAVETRAX willen we die ‘black box’ openen.”
Hoe doen jullie dat concreet?
“Door actieve microgolfradars op meettorens te installeren die continu meten, soms om de paar minuten. Die metingen koppelen we aan heel gedetailleerde lokale data: bodemvocht, vegetatiestructuur, sneeuwmicrofysica, … Zo kunnen we exact zien hoe een fysisch proces zich vertaalt naar een verandering in radar backscatter.”
Wat is de rol van DRAMCO binnen het project?
“Wij zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van zes wetenschappelijke radarsensoren, verspreid over drie frequentiebanden: L-band, C-band en Ku-band. Elke band ‘ziet’ andere eigenschappen van het aardoppervlak. Door die te combineren, krijgen we veel meer inzicht in waar het signaal precies vandaan komt.”
Wat maakt deze radars technologisch bijzonder?
“Het is een bewuste balans tussen prestaties en kost. We willen lage ruis, smalle bundels en hoge afstandsresolutie, voldoende om
quasi-tomografisch te werken, maar tegelijk moeten de systemen robuust en betaalbaar blijven. Zo kunnen we meerdere sensoren bouwen en inzetten op verschillende locaties wereldwijd. Kalibratiemetingen met onze partner aan UCLouvain toonden aan dat deze meetopstelling de opgestelde nauwkeurigheden haalt, hoewel hij meer dan tien keer goedkoper is dan vergelijkbare opstellingen.”
Eén van die locaties is Davos?
“Ja. Samen met mijn collega Jarne Van Mulders en onderzoekers van UGent hebben we twee zelfgebouwde radars geïnstalleerd op de Weissfluhjoch, bij het WSL Institute for Snow and Avalanche Research. Dat is een unieke sneeuwsite op grote hoogte. De radars blijven daar een volledig jaar hangen, in soms extreme omstandigheden.”
Wat hopen jullie daar te leren?
“Sneeuw is een bijzonder complex medium. Regen op sneeuw, smeltprocessen, herbevriezing, … kunnen de interne structuur van sneeuwlagen heel snel veranderen. Met onze Ku-band radar kunnen we die veranderingen volgen in quasi real time. Dat is nieuwe kennis, ook internationaal.”
Het project gaat verder dan Europa, toch?
“Absoluut. Naast de opstellingen in Louvain-La-Neuve en Davos installeerden we in september een volgende set-up in Idaho (Verenigde Staten), samen met UGent en Boise State University, in een totaal ander klimaattype. Dat laat ons toe om processen te vergelijken over continenten heen. Er zijn nu zelfs ook verkennende gesprekken gaande om de radars op Antarctica te gebruiken in een zomermeetcampagne daar.”
Hoe past WAVETRAX in het grotere plaatje van klimaatonderzoek?
“De data die we verzamelen zijn essentieel om satellietwaarnemingen beter te interpreteren.”
“Ze helpen om betere modellen te maken en betere Essential Climate Variables af te leiden. Bovendien sluiten we rechtstreeks aan bij toekomstige ESA-missieconcepten, zoals SLAINTE, die subdagelijkse radarobservaties vanuit de ruimte willen realiseren.”
Met andere woorden: lokale metingen met globale impact? “Exact. Wat wij meten vanaf een toren in Davos of Idaho, kan mee bepalen hoe we in de toekomst het klimaatsysteem van de aarde observeren. Dat maakt dit project en de rol van DRAMCO erin bijzonder motiverend.”
Robotische wervelkolomchirurgie vereist grote nauwkeurigheid, maar de huidige beeldvormingsmethoden schieten tekort. Een onderzoeksteam van KU Leuven onder leiding van Prof. Emmanuel Vander Poorten gebruikt twee KUKA-robots en echografie om dat risico te verkleinen, met als doel een veiligere en nauwkeurigere plaatsing van pedikelschroeven zonder steeds CT-scans te hoeven maken.
Bij wervelkolomchirurgie zijn millimeters belangrijk. Een kleine afwijking bij het plaatsen van een pedikelschroef kan het verschil maken tussen het stabiliseren van de rug van een patiënt en het veroorzaken van onomkeerbare neurologische schade. Ondanks die smalle foutmarge vertrouwen chirurgen nog steeds grotendeels op statische CT-scans om procedures in een lichaam dat blijft bewegen te begeleiden. Die spanning tussen vereiste precisie en praktische beperkingen is precies wat Kaat Van Assche en Ayoob Davoodi, beiden doctorandi in het vierde jaar en werkend aan robotondersteunde chirurgie aan KU Leuven, wilden aanpakken met hun bekroonde project Ultratopia. Zij doen dit onder leiding van professor Emmanuel Vander Poorten.
Naar schatting zijn er wereldwijd 619 miljoen mensen die last hebben van lage rugpijn. Een veelvoorkomende chirurgische ingreep is het plaatsen van pedikelschroeven, waarbij schroeven in de wervels worden ingebracht en met metalen staven worden verbonden om de wervelkolom te stabiliseren of te corrigeren. Deze procedure is sterk afhankelijk van CT-beeldvorming om de wervelkolom te visualiseren, maar dat brengt nadelen met zich mee. CT-scans zijn kostbaar, ze stellen de patiënt en chirurg bloot aan straling en geven slechts een statisch beeld, terwijl de wervelkolom kan
bewegen door ademhaling of mechanische interactie tijdens het boren. Van Assche legt uit: “Als de schroef ook maar een paar millimeter verkeerd wordt geplaatst, kan hij het ruggenmerg raken, met verlamming als meest ernstige uitkomst.”
Ultratopia
Het Ultratopia-project, dat in 2020 begon als een Europees Horizon-project, pakt deze beperkingen aan. Met een KUKArobot, een uitgebreide, geavanceerde arm die is goedgekeurd voor gebruik bij medische procedures, werkt het team aan het vervangen van de CT-scanner in de operatiekamer door een echoapparaat. “De KUKA-innovatieprijs stelde ons in staat om aan de aanpak te werken met een tweede KUKA-robot, naast de robot die we al gebruikten”, vertelt Van Assche, “om realtime bewegingscompensatie toe te voegen op basis van de feedback van de echoscans.”
Bij deze nieuwe procedure wordt nog steeds een preoperatieve CT-scan gebruikt om de boortrajecten voor de operatie te plannen en de chirurg een volledig, driedimensionaal beeld van de wervelkolom te geven, aangezien alleen echografie dat niet kan bieden. Tijdens de operatie scant de echorobot echter de patiënt, waarbij een krachtsensor het huidcontact behoudt. De verkregen 2D-beelden worden
met behulp van een op deep learning gebaseerde segmentatiemethode omgezet in een 3D-reconstructie. Deze gegevens kunnen over de eerder verkregen CT-scan worden gelegd met behulp van bepaalde herkenningspunten in de scans voor uitlijning. De boorarm gebruikt deze continu bijgewerkte informatie om precieze boortrajecten in kaart te brengen.
Eén robotarm draagt een echosonde die stralingsvrije, realtime beeldvorming biedt, terwijl de tweede arm automatisch het boren uitvoert. Samen combineert het systeem continue beeldvorming met bewegingsdetectie, waardoor het boorproces bewegingen zoals ademhaling van de patiënt kan compenseren.
Het doel van deze methode is om zowel de nauwkeurigheid als de veiligheid tijdens de operatie te verhogen, vergeleken met CT-geleide benaderingen die vertrouwen op statische beelden. Het team hoopt een maximale afwijking van 1 - 1,5 millimeter te bereiken, wat een aanzienlijke verbetering is ten opzichte van de 2 millimeter afwijkingslimiet die de huidige methoden voor deze operatie bieden. Bovendien worden bij deze methode slechts kleine incisies in de huid gemaakt, waardoor de hersteltijd veel sneller is dan met de huidige methoden waarbij de rug wordt opengelegd. Dit, evenals het vermijden van
CT-scans tijdens de operatie, moet de kosten van de operatie verlagen.
Uitdagingen
De grootste technische uitdagingen liggen in systeemintegratie. De beelden van de realtime echografie moeten afgestemd worden op preoperatieve CT-scans. Hiervoor moeten anatomische herkenningspunten tussen beide beeldvormingsmodaliteiten betrouwbaar worden geïdentificeerd. Daarnaast vereist het coördineren van twee robotarmen nauwkeurige kalibratie en goede communicatie om ervoor te zorgen dat ze als één systeem functioneren. Ten slotte moet het systeem continu compenseren voor wervelbewegingen tijdens het ademen en de door het boren veroorzaakte krachten om het vereiste precisieniveau te behouden.
Tot nu toe is de echomethode getest op menselijke vrijwilligers, en zijn in-vivovarkensproeven uitgevoerd met enkel de echoarm-opstelling. De tweearmige configuratie is gevalideerd in een laboratoriumomgeving. De volgende stap is
voorlopige tests op menselijke kadavers. Omdat kadavers niet bewegen en verschillende weefseleigenschappen hebben, vormen ze specifieke uitdagingen voor echografische navigatie. Daarna komen in-vivo-dierstudies. Als deze fasen succesvol zijn, kan de technologie uiteindelijk doorgaan naar klinische proeven bij mensen. Het volledige validatieproces om dat punt te bereiken zal naar verwachting nog een tot twee jaar duren.
Medische robots
KUKA werd in 1898 in Duitsland opgericht en ontwikkelde zich van verlichtingstechnologie tot industriële robotica. Tegenwoordig worden hun robotplatforms steeds vaker gebruikt in medisch onderzoek, deels omdat KUKA een van de weinige fabrikanten is waarvan de robots voldoen aan medische eisen, waaronder de validatie en certificeringen die nodig zijn voor gebruik in operatiekamers.
De KUKA Innovation Award laat zien hoe een algemene KUKA-robot kan worden aangepast voor, in dit geval, medische
toepassingen. Ongeveer vijftig onderzoeksgroepen en bedrijven deden een aanvraag voor deelname aan de prijs. Vijf finalisten werden geselecteerd om een jaar lang toegang te krijgen tot een KUKA-robot, samen met technische ondersteuning. Elk geselecteerd team richtte zich op een ander medisch domein. Davoodi: “KUKA laat zien dat hun algemene robot kan worden aangepast voor veel toepassingen in verschillende gebieden van medische robotica.”
Om te bepalen wie de KUKA Innovation Award van dit jaar zou winnen, werden de vijf kandidaten uiteindelijk tijdens Medica 2025 beoordeeld op basis van drie criteria: innovatie, marktgereedheid en het gebruik van de KUKA-robot. “Volgens de jury lieten we een hoog innovatieniveau zien”, zegt Van Assche. “We hadden een heel duidelijke strategie om het systeem op de markt te krijgen en we maken volledig gebruik van de precisie en reactietijd van de robot. Daarom hebben we gewonnen.”
TWEE BROERS, ÉÉN MISSIE: ALUMNUS BOUWT EIGEN APP ‘ADVOCAAT VAN WACHT’
Wat vier jaar geleden begon met een masterdiploma industrieel ingenieur elektronica-ICT, groeide op korte tijd uit tot een veelzijdige carrière. Vandaag is Bram Lauwens actief als technisch analist en app-ontwikkelaar in bijberoep. Zijn eerste eigen ontwikkelde app ‘Advocaat van Wacht’ bleef niet onopgemerkt en behaalde meteen de nationale kranten.
Bram Lauwens houdt van afwisseling, zoveel is duidelijk. Naast zijn werk als technisch analist ontwikkelt hij apps in bijberoep. Zijn eerste eigen creatie, de app ‘Advocaat van Wacht’, was meteen een opvallend project, aangezien hij die samen met zijn broer Kristof Lauwens ontwikkelde.
“Kristof is een gedreven strafpleiter en stelt dagelijks vast hoe groot de nood is aan snelle en toegankelijke juridische hulp", vertelt Bram. “Denk aan situaties waarin je door de politie wordt tegengehouden, een overtreding begaat of dringend juridisch advies nodig hebt. Wat doe je op zo’n moment? Er bestaan al apps voor een dokter of apotheek van wacht, maar niet voor juridische bijstand. Dat idee liet ons niet los, en zo is de app ‘Advocaat van Wacht’ ontstaan.”
Technische uitdaging
Met de juridische expertise van Kristof als leidraad, ontwikkelde Bram een app die snelheid en gebruiksgemak centraal stelt. In maximaal twee stappen vindt de gebruiker de nodige juridische ondersteuning. Het startscherm is overzichtelijk opgebouwd rond drie opties:
• Bijstand: hiermee kan je onmiddellijk telefonisch, via e-mail of via WhatsApp contact opnemen met een advocaat van wacht.
• Calculator: deze functie geeft inzicht in de gevolgen van overtredingen rond alcoholgebruik, snelheid of het negeren van een rood licht.
• Nuttige links: hier vindt de gebruiker onder meer de actuele wetgeving, een overzicht van locaties van gevangenissen en andere praktische informatie.
De app is beschikbaar voor zowel Apple- als Android-gebruikers. Hoewel er frameworks bestaan waarmee één gedeelde codebasis volstaat voor beide platformen, koos Bram er bewust voor om de applicatie twee keer native te ontwikkelen. Zo is de software optimaal afgestemd op het specifieke systeem, en die bijkomende technische complexiteit was voor hem extra motivatie.
Het doel: hulp bieden
De app is gratis, vrijblijvend en heeft één duidelijke missie: mensen in nood snel helpen. Voor de app ‘Advocaat van Wacht’ is snelheid cruciaal. Gebruikers krijgen binnen de 24 uur een antwoord op hun vraag, ongeacht het moment waarop die wordt gesteld. Dankzij een flexibel en schaalbaar team kan de app die belofte altijd waarmaken, ook tijdens drukkere periodes zoals de feestdagen.
Bram Lauwens legt uit: “We ontvingen onlangs een paniekerige mail van iemand die positief blies tijdens een alcoholcontrole. Hij had een proces-verbaal gekregen en was ten einde raad, maar wij konden hem rustig uitleggen wat voor hem de juridische gevolgen konden zijn. Hij was achteraf heel dankbaar, want die duidelijkheid was net wat hij op dat moment zo hard nodig had. Uiteindelijk heeft Kristof hem nadien zelfs succesvol verdedigd voor de politierechtbank.”
De reacties zijn positief: op haar eerste dag behaalde de app bijna 100 downloads, goed voor een 24e plaats in de lijst van de meest gedownloade apps in de Belgische App Store. Ondertussen doet mond-tot-mondreclame de rest, waardoor de app ook vandaag nog dagelijks aan nieuwe gebruikers wint.
De toekomst lonkt
Bram stond niet alleen in voor de initiële ontwikkeling van de app, maar verzorgt tot op vandaag ook de technische ondersteuning en verdere optimalisaties. “Sinds de lancering hebben we nog geen nieuwe versie moeten uitrollen: alles functioneert precies zoals bedoeld”, vertelt hij. “Samen bekijken Kristof en ik ondertussen welke volgende stappen zinvol zijn. Zo zouden we de gebruiksvriendelijkheid nog kunnen verhogen door dagvaardingen automatisch te laten scannen en mee te sturen, maar dat is voorlopig toekomstmuziek.”
Ondertussen werkt Bram hard verder. De app ‘Advocaat van Wacht’ bleek een sterke referentie en opende de deur naar nieuwe samenwerkingen. Zo werkte hij inmiddels al aan opdrachten voor Group Induver en Rode Kruis, afdeling Duffel-Putte-SKW.
Een mooie toekomst dankzij een stevige basis
Het mag duidelijk zijn dat Bram nooit stilzit, en dat heeft hij van geen vreemde. Zijn moeder was zelfstandige en leerde haar zonen van jongs af aan hun passie te volgen én er hard voor te werken. Ook zijn opleiding tot industrieel ingenieur elektronica-ICT aan Campus De Nayer speelde een bepalende rol in zijn ontwikkeling.
“De opleiding is erg breed en bereidt je goed voor op de toekomst”, vertelt Bram. “We leerden om opdrachten eerst grondig te analyseren, voordat ik aan de uitvoering begon. Die aanpak heeft me geleerd om altijd een duidelijke structuur op te zetten, iets wat ik ook bij deze app heb toegepast. Een gestructureerd klassendiagram maakt het coderen veel meer vanzelfsprekend en efficiënter: hoe meer tijd je daarin investeert, hoe vlotter het programmeerwerk verloopt.”
Voor Bram blijft levenslang leren essentieel. Hij volgt technologische ontwikkelingen zoals artificiële intelligentie op de voet, maar verliest daarbij nooit zijn kritische blik. “AI is een hulpmiddel, geen vervanging”, benadrukt hij. “Wie zelf goed nadenkt over zijn code, kan met AI sneller tot oplossingen komen, maar het blijft cruciaal dat je zelf nog steeds begrijpt en controleert wat je schrijft.”
Bijna tien jaar na zijn studiekeuze is Bram dan ook nog steeds bijzonder tevreden over zijn richting. “IT is een enorm breed domein, waardoor je droomjob niet altijd vanaf het begin duidelijk is, maar je legt wel een sterke basis”, zegt hij. “Voor mij is dit het ideale scenario: een uitdagende job combineren met de vrijheid om mijn eigen projecten uit te bouwen.”
Eline Serlet
ANNELEEN DECSI: DE FAST-FORWARD INGENIEUR
‘Alles kan beter.’ Dat is het motto van Anneleen Decsi, plant manager bij Primagaz Belgium waar ze verantwoordelijk is voor het operationeel beheer van het energiebedrijf. Anneleens carrière blinkt uit door snelle promoties. Zijzelf is gepassioneerd door technologie en leiderschap en tegelijk ook sterk begaan met de positie van de vrouw in een overwegend mannelijke werkomgeving. Een portret.
De plant manager van Primagaz mag dan misschien niet groot van gestalte zijn, maar ze heeft wel een zwarte gordel in taekwondo, de Koreaanse verdedigingssport bekend voor de hoge trap- en springtechnieken. Een bedreven taekwondoka combineert snelheid en kracht met concentratievermogen, discipline en respect. Toen Anneleen zich in haar vorige baan bij Air Liquide in de kijker werkte door snel en daadkrachtig op te treden in een probleemsituatie, leverde dat haar de iconische bijnaam ‘Little Ninja’ op.
Service engineer
In juli 2013, een paar maanden vóór de integratie van de toenmalige hogeschool Groep T in KU Leuven, studeerde Anneleen met grote onderscheiding af als industrieel ingenieur chemie. Haar masterproef – uitgeroepen tot de beste van het jaar – realiseerde ze bij het SCK CEN in Mol. Daar liep ze ook zes maanden stage en kreeg er de smaak van het onderzoek te pakken. “Na mijn master wilde ik doctoreren”, vertelt Anneleen. “Ik had een onderwerp, een promotor en de goedkeuring, maar de financiering liet op zich wachten. Toen bleek dat het nog wel een jaar kon duren, besloot ik om naar iets anders uit te kijken. Geduld is nooit mijn sterkste kant geweest.”
In de praktijk hoefde Anneleen niet op zoek te gaan. Een alerte headhunter wist haar te vinden en te overtuigen met een jobaanbieding van Baker Hughes, een Amerikaans consultancybedrijf met hoofdkwartier in Houston (Texas) dat chemische
producten levert aan de grote petroleumconcerns. Anneleen kon aan de slag als service engineer maar klom na een jaar al op tot accountmanager voor Frankrijk. Nog eens twee jaar later werd ze ook verantwoordelijk voor België. Tweemaal per week moest ze naar Rotterdam en minstens één keer per kwartaal naar Marseille. “Het was een echte all-in job”, vervolgt Anneleen. “Die omvatte niet alleen sales maar ook technische aansturing van de procesingenieurs, gezondheids- en veiligheidsinspectie, training en zelfs een behoorlijk pak laboratoriumwerk.”
Van an account- tot plant manager In 2021 had Anneleen zin in een nieuw avontuur. Toeval of niet kwam er opnieuw een headhunter aankloppen, dit keer met een functie bij de Franse multinational Air Liquide, wereldleider in industriële gassen voor diverse sectoren. In de vestiging in Evere startte Anneleen als accountmanager van de Manufacturing & Process afdeling die producten levert aan de metaal- en de automobielindustrie, en de chemie.
“Niet alleen de jobinhoud, ook de carrièremogelijkheden haalden mij over de streep”, aldus Anneleen. “Ik liet dan ook geen gelegenheid onbenut om extra goede scores te behalen op de performance reviews en grote projecten aan te pakken en met succes af te werken.” Deze inzet bleef niet onopgemerkt bij HR en het topmanagement. Toen er in 2023 op de site in Eindhoven de functie van plant manager vrij kwam, viel de keuze op de ambitieuze accountmanager in Evere.
“Als enige Belg – en als enige vrouw – een team van dertig mondige Nederlanders voor je winnen, was best pittig”, zegt Anneleen. “Daar kwam nog bij dat dat er juist op het moment dat ik bij het bedrijf arriveerde een staking uitbrak. Die had weliswaar niets met mijn komst te maken, maar ik mocht het probleem wel oplossen.” De nieuwkomer doorstond de vuurproef met glans. Meer nog, in een recordtempo zorgde ze voor een belangrijke upgrade van de installaties waardoor gascilinders met een hogere druk gevuld worden en het klantenbestand navenant aangroeide.
Vandaag is Anneleen nog altijd plant manager maar wel dichter bij huis, bij Primagaz Belgium in Tessenderlo. “Terwijl Air Liquide een ruim assortiment van gassen op de markt brengt, concentreert Primagaz zich op propaan”, legt Anneleen uit. “Met 1200 verkooppunten in België zijn wij de vaste leverancier van kmo’s, particulieren en industriële bedrijven. Een ander verschil met Air Liquide is dat Primagaz gecatalogiseerd staat als een hoogdrempelig Sevesobedrijf. Dat betekent concreet strengere veiligheidseisen, verscherpt toezicht en informatieplicht naar zowel de overheid als de omwonenden.”
Als plant manager geeft Anneleen leiding aan 35 medewerkers, van wie slechts één vrouw. “Met luisterbereidheid, diplomatie en respect kom je al heel ver”, zegt Anneleen. “Maar nog belangrijker zijn deskundigheid en professionalisme. Niet alleen wie je bent telt, maar vooral wat je kent en kunt.”
In april 2024 werd op Campus Groep T het ‘Women Engineers’ Mentoring Programme’ gelanceerd. Vrouwelijke derdejaars worden gekoppeld aan een ervaren vrouwelijke afgestudeerde ingenieur die hen voorbereidt op een eerste baan in een vaak mannelijke omgeving. Eén van de mentors van het eerste uur was Anneleen. En ook in de editie
2025-2026 is ze van de partij. “Ik sta 100% achter dit initiatief”, bevestigt ze.
“Niet alleen omdat het uniek is, maar vooral omdat het een waardevolle aanvulling biedt bij de opleiding. Ik wijs mijn mentees bijvoorbeeld op het belang van sociale vaardigheden en probeer hen te overtuigen in zichzelf te geloven en ervoor te gaan.”
Hoog op Anneleens to-do-lijst staat een volgende uitdaging: een MBA halen aan
een gerenommeerde business school. “Het is een ambitie die ik al lang koester en waarvan ik nu werk wil maken. Inmiddels weet ik dat je achteraf meer spijt hebt van de dingen die je niet deed dan van wat je wel presteerde en misschien beter kon. Maar, zoals gezegd: alles kan altijd beter.”
Yves Persoons
VAN WERF TOT WERKVLOER VAN DE TOEKOMST
Wat krijg je wanneer ondernemingszin, industriële wetenschappen en een hardnekkig probleem in de bouwsector samenkomen? Bij Wally leidde dat tot een innovatieve bouwrobot die muren zet zoals een mens dat doet, maar dan ergonomischer en preciezer. We gaan in gesprek met Maarten Gielkens en Jente Van Genechten, twee alumni met verschillende opleidingspaden maar een gedeelde ambitie: de bouwsector toekomstbestendig maken.
Maarten Gielkens studeerde industrieel ingenieur informatica aan KU Leuven Campus Diepenbeek. Tijdens zijn opleiding ontdekte hij zijn interesse in robotica en computervisie. Jente Van Genechten volgde een ander traject: hij behaalde een professionele bachelor elektronica-ICT, werkte een tijd als softwaretester en stapte daarna – midden in de coronaperiode – in de bouwsector als aannemer.
Net die praktijkervaring op de werf bracht Jente tot een cruciale vaststelling: het manueel metselen van snelbouwblokken is zwaar, repetitief werk en gebeurt bij elk bouwproject opnieuw op dezelfde manier. “Waarom automatiseren we dit niet?”, vroeg hij zich af. Met dat idee stapte hij naar Maarten. Het antwoord kwam snel: ja, dit kunnen we oplossen.
Samen met Tom Stiers en David Gerits – beiden ook alumni van campus Diepenbeek – richtten ze Wally op, genoemd naar de robot die vandaag effectief muren bouwt op Belgische werven.
Automatiseren zonder het proces te veranderen Wat Wally onderscheidt van andere bouwinnovaties, is een duidelijke filosofie: het bestaande bouwproces niet omgooien. Geen 3D-geprinte huizen of prefabwanden, maar een robot die exact hetzelfde doet als een menselijke bouwvakker. Dat verlaagt de drempel voor aannemers en beperkt de weerstand op de werf.
De kern van het systeem is een zogenaamde cobot: een collaboratieve robot die veilig naast mensen kan werken en automatisch stopt bij contact. In combinatie met een cameravisiesysteem en een digitaal 3D-model van het bouwplan weet Wally exact waar elke steen moet komen. Vooraf wordt elk plan opnieuw uitgetekend en geanalyseerd, wat zorgt voor extra controle en een kleinere foutenmarge dan bij klassieke bouwmethodes.
“Als de robot 80% van het werk kan doen, kan een mens probleemloos de resterende 20% afwerken”, klinkt het. Die flexibiliteit maakt Wally breed inzetbaar, zelfs bij complexere ontwerpen.
Ingenieurs op de werf
Op dit moment werkt Wally even snel als een team van drie metselaars. Dat is geen vervanging, benadrukken de oprichters, maar een verschuiving: de robot neemt het zware werk over, terwijl de operator controleert en bijstuurt en dit in weer en wind. Want stof, wind en temperatuur, … onze elektronica kan het Belgische weer wel aan.
Hoewel niet alle teamleden een bouwachtergrond hadden, werd die kloof snel gedicht. De ingenieurs gingen bewust mee de werf op om het proces van dichtbij te leren kennen. “Je moet ooit zelf een muur gebouwd hebben voor je een robot een muur laat bouwen”, is hun overtuiging.
Die combinatie van technische expertise en praktijkkennis blijkt een grote troef. Wally bevindt zich in een unieke ‘sweet spot’: robotica en software toepassen in een sector waar technologische innovatie lang is achtergebleven.
Ondernemen met vallen en opstaan
Een start-up oprichten in de bouwsector is geen evidente opdracht. De financiering vormde één van de grootste uitdagingen. Wally kon rekenen op een banklening en een essentiële subsidie. Toch is het vertrouwen groot, mede dankzij een klassiek en begrijpelijk businessmodel: Wally opereert als onderaannemer binnen bestaande bouwprojecten.
Jente neemt binnen het team vooral de ondernemersrol op zich. Hij houdt zich bezig met administratie, financiën, communicatie en partnerships, zodat de andere ingenieurs zich kunnen focussen op de technische ontwikkeling.
De recente media-aandacht naar aanleiding van hun eerste werf – met reportages op Kanaal Z , het VRT NWS journaal en in enkele kranten – zorgde voor een stroom aan reacties: van aannemers en grote bouwbedrijven tot investeerders en potentiële partners. Die belangstelling bevestigt dat de sector klaar is voor verandering.
Toekomstplannen
Op technologisch vlak blijft Wally evolueren. Machine learning wordt ingezet voor cameravisie en kwaliteitscontrole, en toekomstige optimalisaties moeten de robot efficiënter laten werken en materiaalverlies beperken.
Hoewel Wally geen pratende AI-robot is, speelt artificiële intelligentie wel een rol. Machine learning helpt bij de cameravisie en bij het automatisch controleren van verlijmingen. Het team verzamelt foto’s van elke stap, met de bedoeling om op termijn een model te trainen dat kwaliteitscontrole volledig kan automatiseren. Bovendien werken twee masterstudenten van de faculteit aan een optimalisatie-algoritme dat het stapelpatroon efficiënter maakt en robotverplaatsingen minimaliseert.
Wally is ontworpen voor snelbouw, goed voor woningen tot drie à vier verdiepingen, meteen ook de grootste markt. Maar de ambities reiken verder. Scholen, openbare gebouwen, appartementen: overal waar snelbouw wordt gebruikt, kan Wally ingezet worden.
En daarna? Het team sluit niets uit. “We hebben een sterk ingenieursteam”, zegt Jente. “Als we dit kunnen bouwen, kunnen we veel meer uitdagingen aanpakken, niet enkel in de bouw.”
Bouwen aan impact
Voor Maarten en Jente is Wally meer dan een robot. Het is een bewijs dat industriële wetenschappen, ondernemerschap en maatschappelijke relevantie hand in hand kunnen gaan. In een sector die kampt met personeelstekorten en zware werkomstandigheden, biedt Wally niet alleen efficiëntiewinst, maar ook een menselijker manier van bouwen.
MEER DAN 5.000 BEZOEKERS MAKEN KENNIS MET ONZE FACULTEIT TIJDENS DAG VAN DE WETENSCHAP 2025
Op zondag 23 november 2025 openden vijf campussen van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen hun deuren voor de vijftiende editie van Dag van de Wetenschap. Jong en oud kregen een unieke blik achter de schermen van ons onderzoek tijdens deze dag in het teken van wetenschap en technologie. Van escape rooms en robotica tot duurzame energie, gezondheidszorg en ruimtevaart: wetenschap bleek overal tastbaar, speels en zeer relevant.
Dag van de Wetenschap is het grootste gratis wetenschapsfestival in Vlaanderen en Brussel. Hierbij slaan o.a. de Vlaamse overheid, Vlaamse universiteiten en hogescholen, wetenschappelijke instellingen, verenigingen en musea de handen in elkaar. Over heel Vlaanderen en Brussel werden deze editie maar liefst 43.000 bezoekers geteld.
Spanning en speurwerk
Campus Groep T in Leuven werd voor één dag omgetoverd tot een gigantische escape room. Zo’n 300 bezoekers volgden een route langs de welgekende spiraal, waar ze via experimenten, raadsels en codes steeds een stap dichter bij de ontknoping kwamen. Het hoogtepunt was het finale duel blad-steen-schaar tegen cobot Yumi. Nog meer speurwerk was er in het moordmysterie ‘Prikkel je zintuigen en kraak chemische codes’. Hier gingen bezoekers aan de slag met vingerafdrukken en chemische analyses, terwijl ze ontdekten hoe forensisch onderzoek werkt. Wie zich afvroeg wat voor ingenieur hij of zij zou kunnen zijn, kon dat ontdekken via een interactieve vragenlijst, opgesteld door ETHER, een onderzoeksgroep van de faculteit. Die toonde meteen aan hoe belangrijk diverse profielen zijn in onze maatschappij.
Op Campus Brugge stond vooral de diversiteit van het onderzoek centraal. Bezoekers ontdekten er onder meer drijvende windmolens, kustbescherming met duinen, zelf-aanstuurbare robots en slimme zolen voor mensen met diabetes. De absolute publiekslieveling was de rolstoelgame uit het onderzoeksproject ADA Games, een samenwerking tussen de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen en de Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen. Kinderen konden een rolstoeljoystick gebruiken om een videogame te spelen die ontworpen is om jonge patiënten met hersenverlamming te leren rijden met een elektrische rolstoel.
Wetenschapsfestival
Campus Gent was opnieuw van de partij op het Wetenschapsfestival in Gent, dat dit jaar zo’n 4.000 bezoekers mocht verwelkomen. De workshop ‘3D-print avontuur’ was meteen een schot in de roos: de plaatsen waren al verdeeld zodra
de deuren opengingen. Ook de interactieve lezing ‘Robotics: from Cybernetics to AI’ in De Krook, gebracht via een silent discoconcept, kon op veel belangstelling rekenen. Op de belevingsmarkt lokte de
plantensensor nieuwsgierige bezoekers met een slimme manier om het stressniveau van hun planten te meten en concrete verzorgingstips te geven. u
Voor kinderen was de mini-vorkheftruck, uitgerust met allerlei sensoren, dan weer een absolute publiekstrekker. Het bezoek van meter Angelique Van Ombergen en de aanwezigheid van VRT NWS zorgden voor een extra feestelijk accent.
Microbiologen en astronauten
Op Campus Geel konden bezoekers zelf aan de slag met wetenschap die inspeelt op de uitdagingen van morgen. Jongeren experimenteerden op petrischalen en maakten kennis met microbiologisch onderzoek, terwijl creatievelingen hun eigen ontwerp tot leven zagen komen in de 3D-printworkshop van innovatiehub Cocoon2440. Ook duurzaamheid stond centraal. Zo lichtte onderzoeksgroep IDEAL toe hoe warmtenetten een rol kunnen spelen in betaalbare, duurzame verwarming, en toonde onderzoeksgroep SusCroPP hoe planten reageren op verschillende lichtkleuren. Studententeam Aether zorgde voor extra spektakel met een interactieve astronautentraining voor jonge ruimtevaarders. In samenwerking met Thomas More werd een gevarieerd programma aangeboden. Met 500 bezoekers en media-aandacht van VTM Nieuws bewees de Geelse campus opnieuw dat wetenschap echt tot de verbeelding spreekt.
Gebundelde krachten
Ook in Sint-Katelijne-Waver sloegen KU Leuven en Thomas More de handen in elkaar op Campus De Nayer. Klassieke publiekslievelingen bleven ook dit jaar scoren: kinderen maakten massaal hun eigen bruisballen, terwijl bezoekers bleven aanschuiven voor een testrit met de elektrische sportauto eRod. Ook binnen zorgde een LiDAR-scanner, die livebeelden op een LED-wall projecteerde, voor verwondering. Nieuw dit jaar waren de samenwerkingen met CoderDojo en het Proefstation, waar jongeren konden programmeren en via een thermische
photobooth spelenderwijs leerden hoe slimme glastuinbouwtechnologie energie bespaart. Met 600 bezoekers en opvallend veel jongeren uit de lokale jeugdbeweging was deze editie ook op Campus De Nayer een succes.
Over alle campussen heen liet Dag van de Wetenschap zien hoe ingenieurs en onderzoekers meewerken aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Met duizenden bezoekers, van enthousiaste
kinderen tot nieuwsgierige volwassenen, bewees de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen dat wetenschap niet alleen iets is om te begrijpen, maar vooral om te beleven. Wil je er volgend jaar ook bij zijn? De volgende editie vindt een week vroeger plaats, op zondag 15 november 2026, als afsluiter van het Flanders Technology & Innovation (FTI)-festival. Tot dan?
Op donderdag 6 en vrijdag 7 november 2025 namen Campussen Groep T en De Nayer deel aan de TechFair in Technopolis, een technologie- en innovatiebeurs voor leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs. Het event bood jongeren de kans om zich helemaal te laten onderdompelen in de wereld van wetenschap en technologie.
De TechFair in Technopolis is opgezet als een showcase van technologische innovaties en toepassingen uit diverse sectoren in Vlaanderen. Het dient als een inspirerende ontmoetingsplaats, waar leerlingen, leerkrachten, bedrijven en onderwijsinstellingen elkaar kunnen vinden. Maar liefst 2.300 jongeren zakten begin november dan ook af naar Mechelen om de brede waaier aan mogelijkheden binnen STEM-richtingen en STEM-beroepen te ontdekken.
Van code naar gameplay
Onze stand maakte deel uit van deze levendige mix van STEM-ervaringen. Bezoekers konden er kennismaken met een zelfgemaakte tower defense game , ontwikkeld door enkele masterstudenten in de industriële wetenschappen elektronicaICT binnen het traject ‘Games & Tangibles’.
Deze interactieve game trok veel aandacht en gaf leerlingen op een laagdrempelige en speelse manier een inkijk in programmeren en game design.
Innovatie op volle snelheid
Een andere grote publiekstrekker was de elektrische racewagen van het studententeam Formula Electric Belgium. Ook hun rijsimulator, waar leerlingen naar hartenlust hun vaardigheden achter het stuur konden testen, was heel populair. Zowel de racewagen als de simulator lokten lange wachtrijen en enthousiaste reacties uit, waarbij bezoekers vaak nog even bleven hangen om te ontdekken hoe technologie er in de praktijk écht aan toe gaat.
Blik op de STEM-toekomst
De beurs bood een boeiende mix aan demonstraties, hands-on activiteiten en innovatieve projecten.
De deelname van Campussen Groep T en De Nayer benadrukte niet alleen de betrokkenheid van onze faculteit bij het thema, maar gaf de leerlingen ook een voorproefje van wat ze kunnen bereiken met creatieve en technische projecten. Zo werd STEM twee dagen lang letterlijk en figuurlijk in de kijker gezet.
MEER DAN 2.300 LEERLINGEN ONTDEKKEN HOGER ONDERWIJS
TIJDENS BELEVINGSDAGEN
EN TECH & SCIENCE DAY
Het was een bijzonder bruisende week op onze campussen. Op dinsdag 27 en donderdag 29 januari 2026 vonden de jaarlijkse Belevingsdagen plaats op de campussen in Geel en Sint-Katelijne-Waver. Tegelijkertijd werd op dinsdag 27 januari ook de Tech & Science Day georganiseerd op de campus in Diepenbeek. In totaal brachten deze initiatieven meer dan 2.300 leerlingen uit secundaire scholen uit de ruime regio Kempen – Limburg en Mechelen samen.
De Belevingsdagen richtten zich op leerlingen uit de derde graad secundair onderwijs en bieden hen de kans om kennis te maken met het hoger onderwijs en het brede opleidingsaanbod van Thomas More en KU Leuven. Via drie interactieve workshops of lezingen konden de leerlingen ontdekken welke opleidingen het best aansluiten bij hun interesses. Het aanbod was gevarieerd en richtte zich op uiteenlopende domeinen, waaronder ook industriële wetenschappen en biowetenschappen. Deze editie mocht campus De Nayer in Sint-Katelijne-Waver 552 leerlingen verwelkomen, een mooie stijging ten opzichte van vorig jaar. Campus Geel mocht maar liefst 1.150 leerlingen ontvangen, 150 meer dan vorige editie.
Op Campus De Nayer doken leerlingen in de praktijk. Ze konden meerijden in een elektrische Kyburz eRod om natuurkundige principes aan den lijve te ervaren, ontdekten hoe ze een toren moeten bouwen die aardbevingen kan weerstaan en doken met reverse engineering in de techniek achter een drijfstang. Bij het Hydroteam konden deelnemers een eigen mini-racewagen maken, en het decanaat gaf meer uitleg over de verschillende studententeams en opties voor student-ondernemers. Leerlingen die nog niet zeker zijn van hun studiekeuze, konden ook lezingen rond de verschillende verderstudeeropties volgen.
De wetenschapsliefhebbers in Geel konden zich ook uitleven in hands-on workshops, zoals het bepalen van het vitamine Cgehalte in groenten en fruit, het ontdekken van het traject van koffieboon tot kopje koffie en het onderzoeken van de technologie achter smartphonecamera’s. Ook thema’s als thermografie, hernieuwbare energie via windmolens en de rol van insecten in een duurzame toekomst kwamen uitgebreid aan bod.
Tech & science van dichtbij
De Tech & Science Day, georganiseerd in samenwerking met associatiepartner UCLL, ontving 625 leerlingen uit 15 scholen. De leerlingen maakten hier kennis met STEM door zelf aan de slag te gaan. Van robots programmeren en spelen met licht en kleur tot duurzame energie, cryptomunten en de chemie achter alledaagse medicijnen: het workshopaanbod liet leerlingen proeven van technologie en wetenschap in al hun veelzijdigheid en toonde hoe abstracte leerstof concreet wordt toegepast in opleidingen en beroepen.
Via maar liefst 31 interactieve workshops kregen de leerlingen een duidelijk beeld van hoe technologie en wetenschap aan bod komen in het hoger onderwijs.
Elke deelnemer stelde vooraf een persoonlijk programma met twee workshops samen, met aandacht voor zowel hun interessegebieden binnen technologie en wetenschap als voor het onderscheid tussen een professionele en een academische bachelor.
Van interesse naar studiekeuze
De Belevingsdagen en de Tech & Science Day boden leerlingen niet alleen een waardevolle inkijk in diverse studiedomeinen, maar lieten hen ook het campusleven van dichtbij ervaren. De sessies werden begeleid door docenten van KU Leuven en de associatiepartners, die hun passie voor wetenschap en technologie met enthousiasme deelden. Deze initiatieven vormen een belangrijke stap in het studiekeuzeproces en helpen jongeren om hun horizon te verbreden en geïnspireerd hun toekomst vorm te geven. Wij kijken alvast uit naar wat de volgende edities te bieden hebben!
Eline Serlet, Jolien Jacobs en Veerle Moons
AI IN DE PRAKTIJK.
BEST PRACTICES UIT DE INDUSTRIE
Terwijl de AI-koorts wereldwijd almaar hoger wordt opgedreven, gaan er hier en daar ook alarmsignalen af: te weinig rendement voor te grote investeringen. Volgens recent onderzoek blijft 85% van de AI-projecten onder de verwachtingen. McKinsey & Company ontdekte dat slechts 11% van de bedrijven geld verdient met AI. Dat het ook anders kan, bleek op 3 december 2025 tijdens een druk bijgewoonde forumavond van Alumni Ingenieurs KU Leuven op Campus De Nayer.
Geertrui Mieke De Ketelaere, professor aan de Vlerick Business School en zowat de leading lady op het gebied van AI, zette in haar keynote meteen de toon: ‘AI als motor van succes’, geconcretiseerd in tien geboden. Waarom AI-projecten zo vaak niet de gewenste resultaten opleveren, is volgens de spreker kenmerkend voor de AI-paradox. Die manifesteert zich wanneer bedrijven AI experimenteel gebruiken zonder strategische visie of integratie waardoor kortetermijnwinst uitblijft en langetermijnpotentieel wordt onderschat. Andere redenen waarom het soms misloopt, zijn dat er bij de start verkeerde strategische vragen worden gesteld en AI voor vele gebruikers een doel is geworden, geen middel.
“Het zijn niet de data die falen”, aldus professor De Ketelaere. “Het zijn de bedrijfsprocessen en de mensen errond die het laten afweten.” De tien geboden die zij vervolgens presenteerde, komen in wezen hierop neer. “AI zet de menselijke authenticiteit niet buitenspel, het maakt ze precies onmisbaar. In een zee van gegenereerde content, algoritmische aanbevelingen en knullig chatboxverkeer, wordt echte menselijke connectie het nieuwe goud. De toekomst behoort niet zozeer toe aan de professionals die het best met machines kunnen interageren. De toekomst, dat zijn de mensen die weten hoe machines te prompten en er creatief mee om te springen om duurzame menselijke verbinding en uitwisseling te stimuleren.”
Game changer
Peter De Roovere, Head of Software & AI bij RoboJob, pakte uit met de eerste best practice. De internationale markleider in CNC-automatisering uit Heist-op-den-Berg lanceerde eerder op het jaar een innovatieve oplossing die met behulp van AI en visietechnologie de bakens verzet in automatisering.
Pallet-Load Integrated maakt het beladen en ontladen van werkstukken slimmer, sneller en betrouwbaarder. Dankzij geavanceerde AI kan van een game changer in de maakindustrie gesproken worden.
Ook Atlas Copco pioniert met AI. Philippe Geuens, Teamleader Engineering Smart Sensors & Data Driven Intelligence, vertelde hoe IoT connectiviteit en AI voor een doorbraak zorgden in de efficiëntie, het onderhoud en het energieverbruik van de nieuwe generatie van compressoren. De AI-controller leverde op elk van deze punten tot 30% meer rendement op.
Digital twin
Bij Siemens wordt al geruime tijd geëxperimenteerd met de ‘Factory of the Future’ waarin de productieprocessen volledig automatisch verlopen. Een cruciale stap in deze ontwikkeling zijn de zogenaamde ‘digital twins’ of virtuele replica’s van een bedrijfsproces. Met behulp van AI en simulaties kan een digital twin bijvoorbeeld voorspellen wanneer onderhoud nodig is of hoe het systeem zal reageren op veranderingen. Bart Demaegdt, Business Developer Digitalization bij Siemens, gaf tekst en uitleg hoe dat in zijn werk gaat in de farmaceutische industrie bij de ontwikkeling van nieuwe vaccins.
Ook in de bouw is AI in opmars. De drijvende kracht hier is Embuild, het innovatiecentrum van de sector. IT-directeur Pieter Van Geite bracht als best practice het nieuwe AI-traineeship, een baanbrekend programma waarmee aannemers en installateurs
leren hoe ze efficiënter kunnen werken, sneller beslissingen kunnen nemen en zich beter kunnen concentreren op hun kernactiviteiten. Dit alles met als doel de productiviteit te verhogen, faillissementen te reduceren en oplossingen te bieden voor het groeiend personeelstekort.
Industriële toepassingen
De laatste best practice van de avond kwam uit eigen huis met professor Toon Goedemé, hoofd van EAVISE op Campus De Nayer. Daar gebruikt een team van 40 onderzoekers state-ofthe-art computervisie, audio algoritmen en AI-technieken om oplossingen te ontwikkelen voor industriële toepassingen. Professor Goedemé legde uit hoe computervisiemodellen getraind kunnen worden met beduidend minder data en annotaties dan gebruikelijk. Op die manier kunnen experimentele algoritmen opgewaardeerd worden tot industriële standaarden voor gebruik in real-life omstandigheden zoals intelligente sproeisystemen in de land- en tuinbouw, opsporen van onregelmatigheden in staalplaten, het herkennen van voedingsproducten of het sorteren van plasticafval.
Tot slot stelde professor Goedemé een nieuw project voor over Vision-Language Models (VLM’s) waarmee nog complexere taken uitgevoerd kunnen worden zoals het detecteren van ongekende objecten of acties en de identificatie van specifieke menselijke houdingen of gereedschapsposities.
Yves Persoons
ALUMNI IN HOGERE SFEREN BIJ REDWIRE SPACE
Op maandag 16 juni 2025 pakte de Europese ruimtevaartorganisatie
ESA uit met een aantal historische successen van de Proba-3 missie. Daaronder ’s werelds eerste demonstratie van precisie synchroon vliegen door satellieten, de creatie van de eerste artificiële zonsverduistering en het vastleggen van ongeziene beelden van de corona van de zon. Een van de hoofdrolspelers in dit project is Redwire Space in het Oost-Vlaamse Kruibeke. Alumni Ingenieurs KU Leuven werd er op 10 september 2025 ontvangen door General Manager Marc Dielissen, ingenieur elektronica van Campus Groep T.
“Wij maken zelf geen onderdelen”, aldus Marc. “Dat gebeurt bij partnerbedrijven. We ontwerpen ze wel en zorgen voor de
integratie ervan, het testen en klaarmaken voor de lancering en de opvolging en ondersteuning van de missie. Onze producten zijn satellieten op maat of onderdelen ervan, inclusief on-board computers, power control en distributie en externe terminal units. Verder bouwen we instrumenten voor wetenschappelijk onderzoek en zgn. ‘life support systems’ voor langdurige bemande ruimtemissies. We ontwikkelden tevens het International Berthing and Docking Mechanism, een systeem voor het aanmeren en koppelen van een ruimtevaartuig”.
Tijdens het bezoek gaf de General Manager ook uitleg over andere lopende projecten zoals Altius voor de observatie van de ozonlaag, IOD voor het uittesten van nieuwe technologieën in de ruimte en
QKDsat, een project i.s.m. Honeywell voor de beveiliging van elektronische communicatie en dataverkeer door middel van kwantuminscriptie.
Lees het volledige artikel:
Yves Persoons
ARIE-JEAN ENGINEERING MAAKT OLDTIMERS SPRINGLEVEND
In een wereld waar ambachtelijk werk verdwijnt, houdt Arie-Jean Vintage Car Restauration hartstochtelijk vast aan vakmanschap en maatwerk. “We werken twee tot drie jaar aan één auto. Elk exemplaar dat hier buiten rijdt moet voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen”, zegt Arjen Geirnaert, stichter, bezieler en all round technicus. Op 2 september 2025 was een selecte groep van 20 alumni-ingenieurs te gast in dit mekka van de oldtimers.
In een loods op het industrieterrein van het Oost-Vlaamse Waarschoot is de restauratie van vooroorlogse luxewagens en bolides verheven tot een kunst. Exclusieve Rolls Royces, Bentleys, Bugatti’s, Talbots en Minerva’s worden er omgetoverd tot ware pronkstukken. Niet alleen om nostalgisch naar te kijken maar ook -en vooral- om er effectief mee te rijden. “De auto’s die wij afleveren zijn veilig en betrouwbaar in het moderne verkeer”, bevestigt Arjen.
Het rijke assortiment trofeeën, medailles en bekers bewijst dat ze ook uitblinken in internationale competities en rally’s. Arjens klanten zijn verzamelaars, zakenlui en gefortuneerde autofreaks. Ze komen uit heel Europa en stellen doorgaans hoge eisen. “Niet zelden onderschatten ze de complexiteit van het restauratiewerk. De hoofdbrekens bevinden zich vooral onder het koetswerk: de motor, de aandrijflijn, de remmen, het chassis, enz. Er zijn geen ‘quick fixes’ in ons vak.”
Lees het volledige artikel: Yves Persoons
DE REIS VAN DE BAGAGE OP BRUSSELS AIRPORT
Op 25 november 2025 doken twintig alumni-ingenieurs in de onderbuik van de nationale luchthaven voor een exclusief bezoek aan de bagageafhandeling. “De reisbeleving van elke passagier start hier”, vertelde Lies Wauters, Asset Manager Baggage Handling en alumna van Campus Groep T. “Wij stellen het hele jaar door dag en nacht alles in het werk om aan 23,6 miljoen passagiers een zorgeloos begin van de reis te geven.”
Het bagageafhandelingssysteem staat in voor drie soorten van activiteiten. Het brengt de bagage van de 180 check-in desks naar de juiste gate van vertrek, verplaatst de bagage van de ene gate naar de andere tijdens het overstappen en transporteert de bagage na aankomst naar de carrousels waar de passagiers hun koffer of reistas ophalen. Bij het inchecken krijgt elk stuk een label en een unieke barcode. Na het scannen van de code belandt elke bagage in een eigen carrier (of tray) en begint de reis naar de juiste gate via de transportbanden die samen 20 km lang zijn. Telkens een knooppunt wordt bereikt, beslist de computer of het stuk kan passeren ofwel naar een andere band wordt geleid. Het systeem van carriers – elk voorzien van een eigen tag – vermindert de kans op opstoppingen en maakt dat er aan hogere snelheden gesorteerd kan worden. Bovendien verloopt de screening door de beveiligingsscanners vlotter dan wanneer de bagage los op de transportband zou liggen. Tijdens de rondleiding werd ook stilgestaan bij de ruimte waar de bagage wordt opgeslagen van transfervluchten die niet direct een aansluiting hebben. Tot 1500 stuks kunnen er van twee uur tot twee dagen gestockeerd worden.
Lees het volledige artikel:
Yves Persoons
WAT TE DOEN BIJ EEN CYBERAANVAL?
Phishing, malware, hacking en ransomware, het zijn vormen van cybercriminaliteit die almaar meer bedrijven treffen. Het mikpunt zijn in toenemende mate kmo’s en zelfstandigen. Voor zijn alumni-ondernemers en ingenieurs in kleine en middelgrote ondernemingen richtten Campus Groep T en Campus De Nayer een praktijkgerichte workshop in. Het CyberXP programma is met de steun van de Federale Overheidsdienst Economie en de EU speciaal ontworpen om kmo’s en zelfstandige beroepen voor te bereiden. Van de deelnemers wordt verwacht dat ze zich inleven in de rol van adviseur van de CEO van een fictief bedrijf dat getroffen wordt door een cyberaanval.
In de eerste ronde van de simulatie-oefening wordt gesignaleerd dat de laptop van een medewerker geïnfecteerd is en er stante pede 10.000 euro betaald moet worden om verdere schade te beperken. Opgedeeld is groepjes van vier tot vijf stelden de deelnemers een aantal prioritaire acties voor die ze konden selecteren uit een aantal fiches van mogelijke scenario’s. Tijdens de tweede ronde blijkt dat het probleem van kwaad naar erger gaat. Een vierde van het personeel kan niet meer aan zijn gegevens. Strategische data van het bedrijf zijn wellicht in handen van de hackers. In de derde ronde ontaardt de cyberaanval in een nachtmerrie. Het incident is uitgelekt naar de pers en van overal komen vragen. Na elke ronde werden de voorstellen van de groepjes plenair gewikt en gewogen en getoetst aan ‘best practices’ die in eerdere crisissituaties al hun nut bewezen hebben.
De belangrijkste les van de hele oefening was evenwel: wees voorbereid. En verder: maak alle medewerkers voldoende cyberweerbaar zodat ze niet alleen voorzichtig omspringen met bedrijfsgegevens maar ook alert en efficiënt kunnen reageren in crisissituaties.
Lees het volledige artikel:
Yves Persoons
NEW DUAL MASTER’S DEGREE WITH THE UNIVERSITY OF PADUA IN THE FOOTSTEPS OF VESALIUS ...
The double Master’s degree in Mechanical Engineering for Product Innovation and Electromechanical Engineering Technology is ready for its first intake. Starting in September 2026, students in Electromechanical Engineering Technology can enrol in this brand-new programme offered in collaboration with the University of Padua (Italy).
Students will study one year at the University of Padua, followed by a second year at KU Leuven, and eventually receive two Master’s degrees from two prestigious European universities. The integrated curriculum promotes a multidisciplinary approach that bridges mechanical design, electromechanical systems, and industrial innovation, preparing graduates to take leadership roles in product development, technological innovation, and sustainable engineering in an international context.
This unique opportunity originates from a long-standing research collaboration between the Manufacturing Metrology research group of KU Leuven and the Department of Management and Engineering of the University of Padua. “Our collaboration with Professor Simone Carmignato of the University of Padua dates back to 2013,” explains Professor Wim Dewulf. “We share a strong research interest in applying X-ray Computed Tomography to manufacturing metrology, and have therefore collaborated on several European projects. Our joint membership in the International Academy for Production Engineering (CIRP) has allowed us to deepen our research exchanges even further.”
This research collaboration was soon complemented by an Erasmus exchange agreement which led to active student mobility over the past decade.
Building a double Master’s degree
When the idea of a double degree agreement emerged, Wim Dewulf and Dries Haeseldonckx joined forces to develop the joint programme. The goal: to interweave KU Leuven’s Master of Electromechanical Engineering Technology with Padua’s Master in Mechanical Innovation for Product Engineering. Both programmes are taught fully in English. Professor Dries Haeseldonckx confirms: “As exchange coordinator for the Electromechanical Engineering programme at Group T Campus for many years, I know both the bachelor and master curricula in detail. That helped me evaluate the feasibility of a double degree programme.”
“The first step was curriculum mapping,” Dries continues. “Together with Professor Simone Carmignato and Professor Michele Zappalorto of the University of Padua, we reached an agreement on the prerequisites for entering the double degree. Fortunately, we could also rely on the invaluable support of colleagues in the legal and educational services at both universities.”
Dries Haeseldonckx points out: “The double programme is based on mutual trust and recognition. Students who successfully obtained a Bachelor’s degree in Electromechanical Engineering Technology at one of our campuses can apply for admission to the first year of the programme in Padua. Vice versa, students from the University of Padua who excel in the first year of the Master in Mechanical Engineering for Product Innovation can apply for the second year in Leuven.” At KU Leuven, the master focuses involved in the agreement are Automotive engineering, Digital and lightweight manufacturing, Ecotechnologies and Clinical engineering.
An agreement with impact
Wim Dewulf highlights the broader significance of the agreement: “This double Master’s degree aligns perfectly with our ambition to offer our students a rich portfolio of international learning opportunities at leading partner universities. It also responds to a demand for 120-credit master’s programmes to complement our existing offering.”
Beyond the double degree itself, the collaboration opens the door to joint master’s thesis projects, new research initiatives and an expanded academic exchange between the two universities.
Both Wim Dewulf and Dries Haeseldonckx share the same optimism: “We expect significant interest from our students in the coming months. This programme might well serve as a stepping stone towards additional double Master’s degrees, an evolution we wholeheartedly welcome!”