Skip to main content

ConnectING 19 - juni 2022

Page 1

Viermaandelijks • maart-april-mei-juni 2022 • Afgiftekantoor 3000 Leuven 1

Magazine van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen KU Leuven

NR. 19 - juni 2022

JULIE LEGRAND

• • • • • • • • • •

Beleidsplan internationalisering De revival van de jobbeurzen Postgraduate Smart Operations & Maintenance Prijs van de Onderwijsraad Neurotech Leuven studententeam Tien jaar CORE Engineering Technology Education Research CIRP conferenties Febeliec Energy Award Award Alumni Ingenieurs KU Leuven

© Julie Feyaerts

WINNAAR NATIONAL PHD AWARD MECHANICS


AGORIA SOLAR TEAM BREEKT WERELDRECORD

Na twee Europese en een wereldtitel stunten de Leuvense ingenieursstudenten opnieuw. Op zondag 12 juni 2022 reden ze met hun zonnewagen op 12 uur tijd 1050 km. Hiermee verpulverden ze het wereldrecord dat het Nederlandse Solar Team uit Delft in 2020 vestigde met 127 km. Op een lekke band na verliep de recordpoging feilloos. Zowel de zonnewagen als het team zijn klaar voor de volgende uitdaging: de Sasol Solar Challenge van 9 tot 16 september in Zuid-Afrika.

INHOUD • • • • • • • • • • •

Woord vooraf Nieuws uit de faculteit Nieuws van de campussen Onderwijsontwikkeling in de kijker Student in de kijker Docent in de kijker Onderzoeker in de kijker Doctoraten Wetenschapscommunicatie Faculty Worldwide Alumnus in de kijker

COLOFON 3 4 10 14 20 26 32 42 44 46 48

ConnectING is het magazine van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Het verschijnt driemaal per jaar en is bestemd voor alle studenten en medewerkers van de faculteit en haar 7 campussen, alumni, externe relaties en het brede maatschappelijk veld waarmee de faculteit een netwerk onderhoudt. Verantwoordelijke uitgever: Prof. Bert Lauwers, decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen | Redactieraad: Anja Huysmans (voorzitter), (Hilde Bonte) Kris Henrioulle a.i., Dorine Bruneel, Niels De Brier, Ellen Demarsin, Koen Eneman, Hilde Lauwereys, Bert Lauwers, Yves Persoons, Inge Van Cauter, Louis van Hoye, Rens Vervaeke | Eindredactie: Yves Persoons | Redactiesecretariaat: Inge Van Cauter Redactieadres ConnectING Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen Willem de Croylaan 56, gebouw E bus 2203 3001 Heverlee 053 72 71 86 (secretariaat) connecting@kuleuven.be  www.iiw.kuleuven.be Drukwerk: Drukkerij Van der Poorten 100% klimaatneutrale drukkerij  www.vanderpoorten.be

2

Foto’s: Jadon Beerlandt, Yasmina Besseghir, Tine Desodt, Joren De Weerdt, Julie Feyaerts, Kobe Michiels, Tom Talloen, Johan Van Droogenbroeck en Filip Van Loock Grafisch ontwerp:  www.altera.be


WOORD VOORAF

DIGITAAL EN DUURZAAM Duurzaamheid is ook de troef van de herbruikbare woning die de onderzoekscel Sociaal en Ecologisch Bouwen optrok op de campus in Gent en van de studentencoöperatie CORE die in april haar tiende verjaardag vierde. Daar blijft het niet bij. In het Postgraduaat Tech Innovation in Ventures & Teams legt het Flux-studententeam de laatste hand aan het ‘proof of concept’ van zijn start-up dat benzineen dieselwagens ombouwt tot elektrische. Nog over duurzaamheid handelt het opleidingsonderdeel ‘Introduction to Soils, Ecosystems and Lifelihoods in the Tropics’ dat in mei de Prijs van de Onderwijsraad van KU Leuven won, een prijs die precies in het teken van ‘Onderwijs over Duurzaamheid’ stond.

ind mei waren de ogen van de bedrijfsleiders en beleidsmakers gericht op het World Economic Forum in Davos. Een week later liep het storm op de Hannover Messe, de hoogmis van de technologie en Industrie 4.0. Ruim 2500 bedrijven pakten uit met hun plannen voor de fabrieken en de energiesystemen van de toekomst. Onder het motto ‘Industriële Transformatie’ toonden ze hoe geconnecteerde productieplants efficiënter kunnen werken, zuiniger met grondstoffen omspringen en hernieuwbare energie opwekken. De gelijkenissen met Davos waren opvallend, de voorgestelde oplossingen ook. Op beide plaatsen werd een mix van digitalisering, artificiële intelligentie, automatisering en duurzame energieconcepten naar voor geschoven om de wereldwijde uitdagingen i.v.m. klimaatopwarming en grondstoffentekort aan te gaan. Digitale technologieën zouden tot één vijfde van de reducties kunnen realiseren die nodig zijn om de 2050 doelstellingen inzake energie, materialen en mobiliteit te halen.

E

Digitalisering en duurzaamheid lopen als een rode draad door dit nummer. In april waren ze het centrale thema van twee internationale congressen in Leuven: de 29ste Conference on Life Cycle Engineering en de 9de Conference on Assembling Technology & Systems, beide onder auspiciën van de International Academy for Production Engineering (CIRP).

Met duurzaamheid scoorden ook de onderzoekers van Electra. Ze installeerden zonnepanelen boven een landbouwperceel wat maakt dat de boer zowel gewassen als groene energie kan oogsten. Het leverde hun de Febeliec Energy Award op. Digitalisering en duurzame energie waren het thema van de internationale week in Gent: nieuwe toepassingen van AI kunnen zonne-installaties tot 45% meer productiever maken. Hoe je jongeren warm kunt maken voor hernieuwbare energie toonde het Agoria Solar Team tijdens de 17de Solar Olympiade bij Technopolis: 150 scholieren gingen in competitie met een zelfgebouwde mini-zonnewagen of een gadget dat werkt op zonne-energie. Dit voorjaar vielen opnieuw docenten, onderzoekers en alumni van onze faculteit in de prijzen We vermeldden al de Febeliec Energy Award en de Prijs van de Onderwijsraad. In dit nummer huldigen we ook Julie Legrand, winnaar van de Best Belgian PhD Award uitgereikt door het National Committee for Theoretical & Applied Mechanics en Robert Willems, winnaar van de Alumni Award van de vereniging van de afgestudeerde burgerlijk en industrieel ingenieurs van KU Leuven. Hun vreugde en trots is ook de onze. Laten we er de hernieuwbare energie uit putten om er in 20222023 opnieuw vol tegenaan te gaan.

Prof. Bert Lauwers Decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen

CONNECTING

3


NIEUWS UIT DE FACULTEIT

TECHNOVATION HUB CELEBRATES INNOVATIVE ENTREPRENEURSHIP Technological innovation, community building, and entrepreneurship are the key values of Technovation Hub. During the annual Innovation & Networking Evening, they literally come to life and inspire future engineering entrepreneurs to keep surpassing themselves. The event on 17 May 2022 provided a true explosion of youthful enthusiasm and creative energy.

he expressive architecture of the brand-new Quadrivium on Arenberg III Campus provided the perfect setting for the annual high mass of innovative entrepreneurship at the Science, Technology & Engineering Group of KU Leuven. All student teams that belong to Technovation Hub turned up with an animated workshop.

T


From established names such as the Agoria Solar Team, Formula Electric Belgium, Core and iGEM and newcomers such as Aether, Circl-E and Neurotech Leuven, to start-ups in the making. “It was a great opportunity for the large audience to get to know the full range of young, organised entrepreneurial talent within the faculty,” says Ellen Demarsin, day-to-day manager of Technovation Hub.

© Filip Van Loock

“And the teams, they enjoyed sharing their passion with the guests and each other”. Breeding ground Hannah Gunsch, a student of the Postgraduate Tech Innovation In Ventures & Teams (TechInVenT) and in the start-up team herself, immediately set the tone. "We have all been looking forward to this event. Not only to show off our progress, but also to learn from each other. Technovation Hub is a breeding ground for creative engineering and entrepreneurial talent. Here, new ideas are hatched and nurtured into mature business plans. At events like this, the expertise of seasoned teams is injected into newcomers, creating a cycle of sustainable cross-fertilisation. Events like this are an example of circular entrepreneurship of, for and by engineers”. Role model Visibly impressed by Hannah's enthusiasm, Prof. Gerard Govers, Vice-Rector Science, Engineering and Technology, officially opened the evening. The Vice-Rector called the student teams that operate within Technovation Hub and the postgraduate TechInVenT role models for current and future engineers. “They show how essential engineering skills can be acquired outside the lecture halls and classrooms. And for the younger generation, they are living proof that engineering is quite fun”. In his speech, the Vice-Rector expressed his concern about the ongoing shortage of engineers. “People talk about the future of society and the world, but hardly ever ask questions about how it will happen, what it will cost and especially who will do it and ensure that know-how is built up and disseminated. Then you inevitably end up with the engineers. If it turns out that there are too few of them, you have to put your ambitious plans on hold”.

Convergence Keynote speaker Xavier Werbrouck, CEO of software company Infinite/CadCorner and partner of Technovation Hub, also talked about the engineering shortage. He called it one of the major threats of the moment along with the scarcity of goods and rising prices. The keynote itself dealt with the convergence of the physical and digital worlds, one of the important consequences of the digital transformation. “Those who hesitate to adapt to the digital reality will soon see their customers leave for the competitors. Because the customer is not waiting anymore. Companies that do not evolve with them will suffer the same fate as Kodak, which disappeared from the scene ten years ago”. Concrete examples of the physical and digital convergence, according to Xavier Werbrouck, are the applications of augmented reality (AR) in product development, service and training and the use of digital twins. Infinite/CadCorner is currently working with the Agoria Solar Team on the optimisation of parts of the Blue Point Atlas solar car. Through digital twins, the forces to which the suspension is subjected are determined. According to Ellen Demarsin, the project can serve as a model for partnerships with high-tech companies. “This involves both setting up innovation challenges and initiatives, that are beneficial to all partners”.

Yves Persoons

 www.technovationhub.be CONNECTING

5


NIEUWS UIT DE FACULTEIT

FACULTY LAUNCHES NEW INTERNATIONAL POLICY PLAN The Faculty of Engineering Technology has invested resources and staff in developing an international strategic plan from its founding onwards. The previous five-year international strategic plan 2016-2021 was under review in the middle of a pandemic situation with international collaboration almost reduced to zero. Nevertheless, the Vice-dean for International Affairs, Professor Koen Eneman, and his team did not hesitate to renew the international engagement. Together with the Faculty Council for International Policy (FCIP) he developed a new vision for the coming 5 years. he context for international relations has changed, so our faculty approach and strategy are facing up to the new challenges and opportunities. The pandemic situation of the past two years has yielded some important international insights: digitalisation is here to stay in all fields of international collaboration, new formats for mobility are proliferating, and multiculturality and international competences are at the forefront of the learning outcomes of our study programmes.

T

The new policy plan builds upon the realisations of the previous one and on the international mission statement that was adopted in 2015. The international activities in our faculty are geared towards four levels: students, staff, the organization as a whole and our role in society. The basic principle is that internationalisation is a transversal action, which permeates all activities in education, research and services in the faculty. Internationalisation is not a goal, but a means to higher quality in each on each of these four levels. Motor of innovation The international mission statement starts from the assumption that our graduate engineers can function well in an intercultural environment. Professors and staff are coaching the students actively and work in an international context whereby internationalisation is a motor for innovation in education and research. The faculty creates the necessary framework to allow these international activities to develop. It facilitates international activities by a specific human resource policy, by a strategic partner policy, the necessary services, and financial means. The strategic targets for students for the period up to 2025 focus on developing intercultural competences for our graduate students. All students graduating in Engineering Technology must be able to function in an international and intercultural context.

6

The post-covid era urges us to think of new ways of achieving these targets such as blended and virtual mobility, COIL (Collaborative Online International Learning), international student challenges etc. In this respect several concrete actions were set up such as participation in the UNA EUROPA student hackathon (July 2021) or the blended intensive programme “Sustainable energy in an IoT world” (March 2022). Partner universities Another strategic choice lies in the increase of the faculty’s English-taught course offering at Master level (in addition to the unique English-taught ‘Bachelor of Engineering Technology’). At the moment, our faculty boasts 8 master’s programmes and 3 advanced master’s programmes in English. A new working group on international recruitment, founded by the FCIP, is taking concrete actions for these study programmes, such as an online recruitment evening. The new policy plan furthermore includes actions geared towards staff, with specific attention to support for the integration of our increasing group of international staff. An online networking event to address questions from our international staff and doctoral students in May 2021 proved to be very successful. International collaboration builds upon a strong network of international partner universities and there also the faculty is making some important choices. The international partner plan has been reviewed and updated with an increased attention for the development of several strategic partnerships. The faculty’s educational programme committees (POCs) have been involved in a discussion to work towards an appropriate partner policy, both for EU and non-EU partners. The ongoing operation in the POCs will result in a pilot project for course package semesters later in 2022.


Hilde Lauwereys and prof. Koen Eneman © Julie Feyaerts

This in-depth curriculum comparison can yield important insights for the ongoing curriculum reforms in our faculty.

They will, based on the results of the international quality indicators, define an annual action plan with priorities for that year.

International campuses New formats for mobility, increased attention for international master’s programmes and a pilot project for course packages are three actions that are at the forefront of international activities in the ongoing year. Professor Koen Eneman, together with Hilde Lauwereys, the Domain Coordinator for Internationalisation will also monitor the quality of all activities by a set of quality indicators (figures are an important basis for data-based policy).

Building on international campuses is a long and winding road, the faculty’s new international policy plan is an important corner stone to achieve this goal.

Koen Eneman Hilde Lauwereys

CONNECTING

7


NIEUWS UIT DE FACULTEIT

Dirk Van Landeghem © Julie Feyaerts

8


DE DATATOVENAAR ZWAAIT AF Wie Dirk Van Landeghem zegt, ziet data. De stafmedewerker Beleidsinformatie van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen wist als geen ander uit onontwarbare kluwens van data heldere tabellen en grafieken te puren. Voor de beleidsmakers was hij een rots in de branding. Eind februari 2022 zette Dirk een punt achter zijn carrière. Een portret van een pionier die de faculteit mee op de kaart zette. “

et drie op zolder”, zo herinnert Dirk zich het prille begin van de faculteit in de Celestijnenpriorij van Heverlee, nu de campusbibliotheek Arenberg. We schrijven 2012. Het trio op zolder bestond uit de decaan, een administratief medewerker en Dirk zelf. Hij was uit campus De Nayer weggeplukt om in Leuven een nieuwe en unieke multicampusfaculteit te helpen installeren. Eerder had hij op zijn campus zijn sporen verdiend bij de voorbereiding van de visitaties. Bovendien was hij vertrouwd met kwaliteitszorg en -coördinatie en met ICT.

M

Plofkoffer Dirk Van Landeghem is een ‘product’ van Campus De Nayer. Hij studeerde er in 1982 af als industrieel ingenieur Elektronica en keerde er na een licentie Informatica aan de VU Brussel en een jaartje bij GTE-ATEA in Herentals terug als docent Elektronica. “Ik begon met basisoefeningen en -practica in de toenmalige kandidaatsjaren en specialiseerde mij verder zodat wij de eersten waren in Vlaanderen die een cursus over Beelden spraakverwerking aanboden”, vertelt Dirk trots.

“De ontwerpen lieten we produceren bij imec in het kader van de samenwerking met het opleidingscentrum Invomec. We werkten toen al nauw samen met bedrijven, iets wat inmiddels gemeengoed is geworden”. Kwaliteit In 1998 wordt Dirk hoofd van de opleiding Elektronica. Daar kwam kort daarop nog de coördinatie van de kwaliteitszorg op de campus bij. “Na de Bolognaverklaring in 1999 en het structuurdecreet van 2003 was het alle hens aan dek om de omvormingsdossiers en de visitaties van de opleidingen voor te bereiden”, vervolgt Dirk. “Het was een hectische en wat mij betreft bij wijlen ook een wat schizofrene periode: als kwaliteitscoördinator moest ik mezelf als opleidingshoofd controleren”.

Maar daar bleef het niet bij. In een tijd waarin het onderzoek in de toenmalige hogescholen meestal op een laag pitje stond, begon Dirk samen met Jan Meel met het ontwerpen van geïntegreerde schakelingen en het design van systemen op chips. In het begin van de jaren 90 ontwikkelde hij samen met Jan in opdracht van ICI Security Systems de chip voor de eerste intelligente waardetransportkoffer. Na een reeks brutale overvallen werd de plofkoffer met chip erin verplicht voor alle geldtransporten in België.

In 2005 wordt de Geassocieerde Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen opgericht en maakt Dirk van nabij de aanloop mee naar de nieuwe faculteit zes jaar later op de zolder van de Celestijnenpriorij. “De eerste maanden in Heverlee was er een grote behoefte aan correcte en vergelijkbare cijfers en statistieken”, zegt Dirk. “Iedere campus had zo zijn eigen manier van tellen. Mijn taak bestond dan ook in beleidsvoorbereidend werk dat de nieuwe decaan in staat moest stellen een facultaire politiek te ontwikkelen inzake personeel, studenten, onderwijs, internationalisering en noem maar op. Nadat in 2014 een voltijdse kwaliteitscoördinator in dienst kwam, ben ik mij met beleidsinformatie blijven bezighouden, ook na de verhuis van de zolder naar het administratief complex waar de faculteit nog altijd gehuisvest is”.

Zijn onderzoek combineerde Dirk met een fulltime onderwijsopdracht. Wanneer om zes uur ’s avonds de lessen afgelopen waren, gingen de gebouwen op de campus op slot. Toen Dirk op een avond de tijd uit het oog verloor in het lab, geraakte hij opgesloten op de campus tot de nachtploeg van de schoonmaak hem bevrijdde.

Afscheid Van 2012 tot zijn afscheid in februari 2022 was Dirk de steun en toeverlaat van decanen, campusvoorzitters, administratief directeurs en beheerders, domein- en academisch verantwoordelijken en al wie degelijke statistieken nodig had. Dankzij hem is de jonge en complexe faculteit veilig geland, klaar voor een doorstart.

Met Dirk en Jan als stuwende kracht nam chipdesign in de opleiding Elektronica op Campus De Nayer een hoge vlucht.

Yves Persoons

CONNECTING

9


NIEUWS VAN DE CAMPUSSEN

DE REVIVAL VAN DE JOBBEURZEN

Terug van even weggeweest. Na twee jaar in virtuele modus gingen de jobbeurzen op de grootste campussen van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen in het voorjaar van 2022 opnieuw live. Telkens was de infrastructuur te klein om de toeloop te verwerken, dus moest uitgeweken worden naar een andere locatie. Maar ook daar waar de beurs nog online bleef, zag men de bedrijvigheid fors toenemen. “

aten we geen illusies koesteren. Personeelstekort is de volgende decennia het nieuwe normaal”, schreef Guy Tegenbos in De Standaard in oktober 2021. De pandemie was toen nog volop aan de gang, de oorlog in Oekraïne nog veraf en de forse prijsstijgingen van gas, olie, grondstoffen en later ook van voedsel en basisproducten moesten nog komen. De wereld veranderde ingrijpend, maar de ‘war for talent’ woedde onverminderd voort. De schaarste heeft de vraag naar industrieel ingenieurs op de arbeidsmarkt nog groter gemaakt.

L

Speeddate Op 17 februari beet de Technologiecampus in Gent de spits af met de eerste live infobeurs. 135 bedrijven en een duizendtal studenten van de eigen campus en de Odisee Hogeschool verzamelden in het ICC in het Citadelpark. Omwille van de toen nog geldende coronarestricties waren er twee tijdsloten voor de bezoekers ingelast. “Naast de klassieke jobbeurs waren er ook infosessies over tal van onderwerpen voor na de ingenieursopleiding”, vertelt An Devuyst, communicatieverantwoordelijke van de campus. “De sessies kenden een grote opkomst en betekenden een welgekomen aanvulling bij de beurs.

10

Dat op hetzelfde moment ook de Verderstudeerbeurs van de KU Leuven in Gent plaatsvond, was zeker een opsteker. Zo kon iedereen op zijn of haar wensen bediend worden”. Sportoase De Leuvense studenten van Campus Groep T trokken op 24 februari massaal naar de Arenahal in de Sportoase. Daar werden ze opgewacht door 115 bedrijven en organisaties uit diverse sectoren. Seminaries en sollicitatietrainingen die de studentenvereniging Industria vooraf organiseerde, maaktendat de laatstejaars niet onvoorbereid op het ijs kwamen. Hun cv’s waren gebundeld in een ‘talentencatalogus’, de vacatures in een ‘bedrijvencatalogus’, die vooraf beschikbaar waren voor studenten en de standhouders. De deelnemers werden na de lunch verwelkomd door Lalynn Wadeira, schepen van Onderwijs en Economie van de stad Leuven. Vervolgens nam campusvoorzitter prof. Wim Dewulf het woord: “Twee jaar geleden werd nog voorspeld dat e-rekrutering de klassieke jobbeurzen zou verdringen. Dat is helemaal anders uitgedraaid. Jobaanbieders en jobzoekers snakken opnieuw naar persoonlijk contact.

© Filip Van Loock

De effectieve matching gebeurt faceto-face. Nagenoeg alle bedrijven die deelnemen aan onze virtuele parallelbeurs hebben ook een stand op de ‘reële’ vloer”. De virtuele beurs bleef opvallend populair. Meer nog, het aantal vacatures nam toe van 419 vorig jaar tot 791 dit jaar. Het aantal bezoekers aan de virtuele standen daalde dan weer fors van ruim 15.000 in 2021 tot 5000 dit jaar. Deze cijfers bevestigen de trend: meer vraag naar ingenieurs en een grote voorkeur voor live contact.


Dat was overigens ook te merken tijdens de Career Days die de studentenvereniging later op de campus organiseerde. Koploper De grootste in haar soort is nog altijd de jobbeurs op Campus De Nayer, georganiseerd i.s.m. de hogeschool Thomas More. “Vanwege de pandemie en de onzekerheid werd de fysieke jobbeurs op 8 maart vervangen door een online alternatief”, merkt communicatieverantwoordelijke Lieze Rombauts op. “Met 275 bedrijven zaten we ruim boven

de 245 van de vorige online editie. Dat leidde tot een opvallend drukker onlineverkeer. Tijdens de openingsdag alleen al werden 4249 chats verzonden met 242 sollicitaties als gevolg. Na twee weken stond de teller van de bezoekers al op 20.700”. De publiekstrekker was het panelgesprek ‘Elk talent telt’ dat werd uitgezonden vanuit de studio’s van Kanaal Z. Het onderwerp was ‘diversiteit en inclusie’. Valerie Thijs modereerde het debat met Inge Dael, managing partner bij Deloitte; Mariam

Harytyunyuen, executive director van ASATT, prof. Bert Lauwers, decaan van de faculteit en Evelyne Eyckelberg, directeur People & Community bij Thomas More. “Om het ingenieurstekort weg te werken, moeten we voor een meer diverse instroom in de opleiding zorgen”, aldus prof Lauwers. “Met onze internationale rekrutering zetten we hier al op in, maar in eigen land is er ook nog veel te doen”.

Yves Persoons

CONNECTING

11


NIEUWS VAN DE CAMPUSSEN

TECHNOLOGIECAMPUS GENT BOUWT EEN HERBRUIKBAAR HUIS Snel, duurzaam en betaalbaar. Dat zijn de troeven van het rijhuis dat de onderzoekscel Sociaal-ecologisch Bouwen op het terrein van de Gentse campus optrok. Vlaams minister Matthias Diependaele, bevoegd voor wonen, kwam kijken op 16 maart en was onder de indruk van het innovatieve bouwconcept. et onderzoeksteam van arch. Alexis Versele, Cihan Kayaçetin, Lode Lefevre, Stijn Verdoodt en Chiara Piccardo pakt met de regelmaat van een klok uit met bouwtechnische en sociaal-geëngageerde hoogstandjes. In december 2021 wonnen de Gentenaars de Europese Regio Star Award met een stadproject waarbij huizen van kwetsbare inwoners gerenoveerd worden via een zgn. rollend fonds. Eerder zette de groep sociaal-ecologische proefprojecten op aan de Dampoort en in de Rabotwijk. In februari 2022 verrees op de campus in een recordtempo een testwoning bestaande uit industriële modules die al legoblokjes op en naast elkaar werden geplaatst. Er werd een consortium van uitvoerende aannemers geselecteerd, bestaande uit Vanhout, BuildUp, ComtisEnergy, ComtisInstallations, Litobox, Renson en Open Motics. Bakstenen of beton kwamen er niet bij te pas. De aannemers gebruikten enkel hout, staal en bio-gebaseerde materialen.

Voortrekkersrol De testwoning op de Gentse campus maakt deel uit van het Europese project ‘Circular Bio-based Construction Industry’ (CBCI). Universiteiten, overheden, regio, bedrijven en beroepsorganisaties werken er samen aan circulair bio-gebaseerd bouwen en wonen. Daarbij wordt niet alleen gefocust op materialen en energie, maar ook op regelgeving, financiën en de uitwisseling van expertise. De Gentse onderzoekers spelen een voortrekkersrol in de domeinen testing en prototypes.

Circulair “De bouwsector is een ware veelvraat van materialen”, vertelt arch. Versele. “Naar schatting 30 tot 50% van alle grondstoffen die in Europa wordt gebruikt, is bestemd voor de bouw. Ruim 40% van het Europese afval bestaat uit bouwmaterialen. De productie en het transport hiervan maakt de bouwsector verantwoordelijk voor 33% van de CO2 uitstoot. Daar komt nog bij dat de levenscycluskost van woningen en gebouwen beduidend hoger ligt dan de initiële investering. Om de Europese klimaatdoelstellingen van 2050 te halen, moet het roer drastisch worden omgegooid”.

Woningnood Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele is alvast gewonnen voor het Gentse innovatieve bouwconcept. Het biedt volgens hem perspectieven om het tekort aan betaalbare huurwoningen in Vlaanderen aan te pakken zonder de klimaatdoelstellingen in gevaar te brengen.

H

Op de Technologiecampus Gent zijn de onderzoekers al geruime tijd bezig met circulair bouwen. “Door met minder materialen aan dezelfde behoeften te voldoen, kun je CO2 winst boeken in de ontginning, de productie, het transport en de afvalverwerking”, vervolgt arch. Versele. “Ook hergebruik speelt een cruciale rol. Het sluiten van de kringloop van grondstoffen en materialen vermindert uiteindelijk de CO2 uitstoot”. Naast de positieve invloed op het klimaat en het milieu, is er ook een belangrijke sociale dimensie. “Via delen en hergebruik kunnen we wonen betaalbaar maken voor het minder kapitaalkrachtig publiek”.

12

Het rijhuis op de campus is daar een voorbeeld van. Arch. Versele omschrijft het als een woning die energiezuinig is in zowel de productie als het gebruik en daarenboven gemakkelijk demonteerbaar, aanpasbaar en herbruikbaar is. Daarbij komen nog andere troeven zoals het gebruik van duurzame biomaterialen, de korte bouwtijd en soepele aanpasbaarheid.

De testwoning op de campus wordt binnen 5 jaar gedemonteerd en heropgebouwd op een andere locatie in de stad. Volgens arch. Versele blijft het niet bij dit eerste exemplaar. De aannemer is van plan om minstens 100 dergelijke woningen te bouwen per jaar. Het brengt de bouwsector alweer een stap dichter bij de circulaire economie van de toekomst.

Yves Persoons

 www.interreg2seas.eu/en/CBCI


Matthias Diependaele, Vlaams Minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed en Kurt Moens, Eerste gedeputeerde van de Provincie Oost-Vlaanderen. © Tine Desodt

CONNECTING

13


ONDERWIJSONTWIKKELING IN DE KIJKER

Prof. Davy Pissoort and Jorie Soltic © Tom Talloen

14


POSTGRADUATE SMART OPERATIONS & MAINTENANCE IN INDUSTRY Interuniversity and embedded. Those are two major strengths of the postgraduate 'Smart Operations & Maintenance in Industry' that will start in September 2022. The programme is organised by KU Leuven and Ghent University and taught by mixed teaching teams. Moreover, it is the precursor to an Advanced Master of the same name. Prof. Davy Pissoort, Programme Director and Jorie Soltic, Programme Coordinator explain. '

tate-of-the-art technology in two historical cities in Europe', is how the new study programme profiles itself at home and abroad. The historical name and fame of the twin cities Bruges and Kortrijk need no further explanation. Prof. Davy Pissoort does have something to say about the state-of-the-art technology. “The qualification 'smart' is crucial. This refers to the digital transformation that is currently taking place in all sectors of the economy. Information and data technologies are now an integral part of modern manufacturing and the associated operations and maintenance. The latter, in turn, have become inseparable. Maintenance allows operational processes to run as smoothly and undisturbed as possible by ensuring that all equipment and infrastructure required for production is always functioning 100% efficiently. Operational excellence has become the goal of every company in Industry 4.0”.

S

Main courses “Operational excellence presupposes excellent professionals who must be excellently trained,” Jorie continues. “That brings us to the objectives of the programme. We aim to educate experts who can optimise both operational and maintenance processes by making them smart by using innovative technologies such as robotics, big data analysis, digital twins, cloud computing, etc. Our programme covers technologies that facilitate the digitalisation of product and process information and connect equipment, assents, and people. Concrete applications are smart sensors, robots, and industrial Internet-of-Things platforms”. The postgraduate programme consists of four main courses of 6 ECTS each. In 'Digital Twins', students learn how to simulate the physical world using virtual replicas. ‘Monitoring & Prognostics' aims at preventing production line failures and reducing maintenance costs. ‘Operations Management Strategies' introduces students to different business strategies. ‘Smart Factory Design’ focuses on digital tools and models to design smart factories and processes. For this purpose, virtual replicas and digital twins are used, which were discussed in the first main course.

Advanced Master Although the new postgraduate may present itself as a standalone programme, it cannot be separated from the broader picture. “In fact, the postgraduate degree is part of the Advanced Master of Science in Smart Operations & Maintenance in Industry that will be launched in Bruges and Kortrijk in 2023,” explains Prof. Pissoort. “This means that anyone who successfully completes the postgraduate programme can enrol directly in the Advanced Master’s and benefits from exemptions. This formula makes it easier to combine the training with a job or family. In addition, educational such as hybrid and virtual classrooms allows us to adapt a blended teaching method. There will be a mix between live contact moments and learning material that can be processed at one’s own pace.” About the target group of the new postgraduate programme, Jorie says: “We are initially aiming for Master’s in Engineering Science or Engineering Technology. The most suitable majors are (Electro)Mechanical Engineering, Electronics & ICT Engineering, Machine & Production Automation, Energy and Business System Engineering and Operational Research. If you do not have such a degree, you may be admitted if you can demonstrate that you have the necessary professional experience.” The students who start in the autumn do not have to worry about their future. Many doors will open for them in various sectors and companies ranging from SMEs to multinationals. “All operationally intensive companies are already waiting impatiently for the first smart O&M engineers,” concludes Jorie.

Yves Persoons

 www.smart-OM.eu CONNECTING

15


ONDERWIJSONTWIKKELING IN DE KIJKER

Céline Aerts © Julie Feyaerts

16


POSTGRADUAAT IN ZAKFORMAAT

Het populaire Postgraduaat Innoverend Ondernemen voor Ingenieurs (PION) brengt volgend academiejaar een compacte versie op de markt. De Foundations Track wil ambitieuze masterstudenten in één semester klaarstomen tot start bekwame professionals. Céline Aerts, coördinator van PION, geeft tekst en uitleg. “

et Postgraduaat Innoverend Ondernemen voor Ingenieurs was in 2014 de hefboom van de jonge Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen om zich te profileren als een broedplaats van technologische vernieuwing en ondernemerschap”, vertelt Céline. “We zetten volop in op de professionele skills die bedrijven vaak nog missen bij recent afgestudeerde ingenieurs. En op praktijkervaring zelf uiteraard. Daarom geven we de studenten alle vrijheid en ruimte om hun opleiding te personaliseren in functie van hun ambities en bijbehorende competentiebehoeften. Centraal in het programma staan nog altijd het in-company innovatieproject en de mogelijkheid om keuzevakken op te nemen uit het studieaanbod van verschillende faculteiten en universiteiten”.

H

En – hoeft het nog gezegd – de formule sloeg aan. Inmiddels hebben al honderden innoverende ingenieurs-ondernemers de weg gevonden naar het bedrijfsleven of zijn zelf met een bedrijf gestart. “Daarbij gaat het zeker niet alleen om industrieel ingenieurs”, merkt Céline op. “Het postgraduaat mikt ook op burgerlijk, bio- en handelsingenieurs van KU Leuven, UGent en UHasselt”.

Verkort Het postgraduaat was van meet af aan een voltijds jaarprogramma van 60 studiepunten. De groeiende vraag naar een korter en flexibeler programma overtuigde Céline en haar team om een compacte formule te lanceren: de Foundation Track, goed voor minimaal 29 studiepunten. “Dit traject is veel gemakkelijker te combineren met de masteropleiding”, bevestigt Céline. “Je kunt het korte programma volgen tijdens het eerste of tweede semester of gespreid over het hele masterjaar. Het is geknipt voor studenten die nog een aantal mastervakken moeten volgen of hun masterproef afwerken”. Over de naam van de verkorte opleiding is naar verluidt stevig gebrainstormd. “Foundation is een begrip dat meerdere ladingen dekt”, aldus Céline. “Naast ‘fundament’ of ‘fundering’ betekent het ook ‘basis’, ‘ondergrond’ tot zelfs ‘draagvlak’. In ons verkort postgraduaat vind je deze betekenissen terug. Het legt inderdaad de basis voor een ondernemende attitude, maar creëert ook het draagvlak om dat in een bredere bedrijfscontext te doen”

Innovatieproject De Foundation Track bestaat uit twee delen. Een pakket van min. 9 studiepunten met vakken die gerelateerd zijn aan het innovatieproject of de persoonlijke ontwikkelingsdoelen van de student. En vervolgens het innovatieproject zelf met een gewicht van 20 studiepunten. Daarover zegt Céline: “Het moet gaan om een in-company opdracht met duidelijke leerdoelen en een aantoonbaar innovatief karakter, dat meerwaarde oplevert voor het bedrijf en de student in staat stelt de vooropgestelde professionele competenties onder de knie te krijgen en zo mogelijk zijn/ haar technische bagage nog te vergroten. Voor de inhoudelijke begeleiding in het bedrijf staat een mentor in. Een coach vanuit de opleiding waakt over de persoonlijke en procesmatige groei van de student”. Van een Foundation Tracker wordt verwacht dat hij/zij minimaal 3,5 dag per week in het bedrijf actief is, wat overeenkomt met ongeveer 360 uren op semesterbasis. “De kandidaat-studenten kunnen een beroep doen op onze stagedatabank, maar eigenlijk verwachten we dat ze ook zélf op zoek gaan naar een innovatieproject dat aansluit bij hun interesses en doelen. We beschouwen dit als een eerste ‘test’ van ondernemerschap. Wie het later wil maken als ondernemer, neemt best al direct zijn of haar vorming in handen”. Yves Persoons

CONNECTING

17


ONDERWIJSONTWIKKELING IN DE KIJKER

TROPISCH VAK WINT PRIJS ONDERWIJSRAAD Innovatief, van een uitzonderlijke kwaliteit en inspirerend als ‘good practice’. Dat zijn de criteria waaraan een onderwijsrealisatie moet voldoen om in aanmerking te komen voor de Prijs van de Onderzoeksraad van KU Leuven. Het opleidingsonderdeel ‘Introduction to Soils, Ecosystems and Livelihoods in the Tropics’ past helemaal in dit plaatje. Op 12 mei 2022 ontving prof. Karen Vancampenhout (Campus Geel) de prijs uit handen van de rector. ‘

Onderwijs over Duurzaamheid’ was dit academiejaar het thema van de Prijs van de Onderwijsraad. Bij prof. Holsbeeks, programmadirecteur Chemie, Biochemie & Biowetenschappen, ging onmiddellijk een belletje rinkelen. Heeft de opleiding Biowetenschappen op Campus Geel al niet haar sporen verdiend op dit terrein? Is de cursus ‘Soils, Ecosystems and Livelihoods’ van prof. Vancampenhout niet het populairste keuzevak in de Master Biowetenschappen? En staat het ook niet model voor de leerlijn ‘duurzaamheid’ in het nieuwe curriculum van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen? Daar start volgend academiejaar in de derde bachelorfase de leerlijn ‘Ingenieur & Duurzaamheid’ waarin online modules worden gecombineerd met groepsopdrachten on campus. Prof. Vancampenhout weet uit ondervinding dat dergelijke formule aanslaat. Op Campus Geel werd een opmerkelijk grotere betrokkenheid bij de studenten vastgesteld.

O

Massief online Het innovatieve karakter van het betrokken opleidingsonderdeel schuilt in de integratie van online en on campus onderwijs. “Dit is in menig opzicht een win-win”, vervolgt prof. Vancampenhout.

18

“Persoonlijke begeleiding en live interactie gaan hand in hand met online beeldmateriaal van ecosystemen en casussen van over de hele wereld. De variëteit van landschappen, topics en mensen die wordt getoond, kun je nooit evenaren met een traditionele werkvorm. Daar komt nog bij dat in een MOOC (Massive Open Online Course) de studenten op eigen tempo kunnen werken, moeilijke delen opnieuw doornemen en hun kennis online testen”. De MOOC die het Geelse team ontwikkelde, staat al hoog aangeschreven aan KU Leuven. Hij werd in 2020 al genomineerd voor de ‘edX prize for exeptional contributions to online learning’ en eindigde in de top tien op ’s werelds belangrijkste non-profit online platform. KU Leuven is er prominent aanwezig met 18 MOOCs, goed voor meer dan 200.000 cursisten verspreid over 175 landen. Immersief De keuze voor het landgebruik in de tropen is uiteraard geen toeval. “Om didactische redenen alleen al zijn tropische gebieden interessant”, aldus prof. Vancampenhout. “De omstandigheden zijn er extremer waardoor de impact van de ingrepen veel explicieter is dan in meer gematigde

streken. Verder beslisten we om de klassieke handboeken te vervangen door zgn. ‘immersieve leerervaringen’. Zo zijn we uitgekomen bij een MOOC. Daarin kunnen de studenten via virtuele excursies de bodem, eco- en productiesystemen in regenwouden, berggebieden, savannes, woestijnen en moerassen digitaal verkennen. De uitstappen worden afgewisseld met verdiepende kennisclips, casussen en tussentijdse opdrachten. De live sessies zijn gereserveerd voor meer geavanceerde oefeningen en gastcolleges verzorgd door experten in tropisch bodembeheer. Hun verhalen brengen de leerinhouden letterlijk tot leven”.


Diversiteit In haar motivering drukt de selectiecommissie haar waardering uit voor de integratie van de MOOC in het on campus onderwijs, de goede didactische onderbouw, de ruimte voor interactie en tussentijdse opdrachten en de internationale aanpak. “De diversiteit die het werkveld kenmerkt, vind je ook terug in het didactisch materiaal”, zegt prof. Vancampenhout. Opmerkelijk in dat verband is dat ook aan de studenten met een verschillend voortraject is gedacht. Voor hen is een ‘bijscholingsmodule’ beschikbaar, inclusief een online test.

Voor de opleiding Biowetenschappen op Campus Geel is de Prijs van de Onderwijsraad een belangrijke opsteker. Tegelijk is het de bekroning – en beloning – van een jarenlange inzet voor duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen. “Bodemkennis is de hoeksteen van duurzaam landgebruik”, besluit prof. Vancampenhout. “En landgebruik heeft op zijn beurt een grote impact op de biodiversiteit en het klimaat. Wie deze zaken ten gronde wil aanpakken, moet letterlijk beginnen aan de grond”.

v.l.n.r. Nele Eersels, Robin Tersago, prof. Karen Vancampenhout en prof. Inge Holsbeeks © Filip Van Loock

Yves Persoons

CONNECTING

19


STUDENT IN DE KIJKER

NEUROTECH LEUVEN: BRIDGING BRAIN & MACHINE The student teams are the showpieces of the Faculty of Engineering Technology. High-tech, entrepreneurship and innovation merge into a unique product or realisation with which the teams compete with the best in the world. The youngest member is the Neurotech Leuven team. Chairman Anthony Vorias tells the story. Front, left to right: Faith Johnson, Ghita El Bakkouri, Eveline Wuytens, Izabella Czarnecka and Emilie Bartsoen Back, left to right: Frederic Vanderveken, Jonas Heylen, Arne Staes, Paul Van Tieghem, Ward Van Ginsberg, Anthony Vorias (Chairman), Jonah Van Assche, Samuel Berton, Arno Libert and Sandro Winkel - Teammembers not present: Maarten Schelles, Rochelle Aubrey and Rien Sonck © Filip Van Loock

20


elepathy really exists. It is possible to send brain signals to a computer, a drone, or any other device without physical contact. What is more, you can also use your thoughts to control or direct these devices. How to make this happen is the domain of the new NeuroTech Leuven Team, a group of talented KU Leuven students from various disciplines who are bringing together their knowledge of

T

neuro-technology and -science, advanced electronics, signal analysis and machine learning as well as medicine and psychology in a unique project. NXT Competition Chairman Anthony is a master’s student in Nanoscience, Nanotechnology an Nanoengineering at the Faculty of Engineering Sciences. From his study but also from his concern for people with mental problems, he wants to further explore the possibilities of neurotechnology and make them known to young people and the general public. Anthony does not come onto the ice unprepared. He has already won his spurs in the Product Innovation Projects (PiP) of KU Leuven. With the iGEM team he won silver in the Genetically Engineered Machine Competition in Paris last year. “With NeuroTech Leuven we are going to participate again in such an international competition,” Anthony says. “This time it will be the NeuroTechX Student Club Competition from September 2022 to April 2023. About thirty top teams will participate. The teams are all given the same subject about which they must realise the best project. The participants will receive the required hard- and software and can register for lectures, workshops, and training sessions. The competition itself consists of two parts. In the offline part, each team will show a video or show case of its application. The real competition will take place in the online presentation of the project results.” Organisational structure Although the competition does not start until September 2022, Anthony has already gathered a nine-strong team around him to pave the way.

“By the time the competition starts, we want to have developed a solid organisational structure in which roles and tasks are clearly defined,” Anthony says. “This will enable us to be more targeted in our search for the right profiles of future members. It is also good for the continuity of the team. We want the team to continue after April 2023. The Solar Team did not stop after the first World Solar Challenge in 2005”. “The basic structure is already broadly established,” Anthony continues. “We have Ward and Sandro who take care of financial status and business relations. Emilie plans the in-house events. Frederic, Jonah, and Maarten supervise the projects while I co-ordinate all activities.” Events Like the other student teams active within the entrepreneurial incubator Technovation Hub, NeuroTech Leuven will also share its knowledge and expertise with other students and the public. “We do that through hackathons, workshops and talks by experts,” Anthony explains. “STEM activities for young people are also part of this. We participate in events such as the Technovation Hub Innovation Day, the Advanced Engineering Expo, and the job fairs of the faculties of Engineering. In time, we want to make NeuroTech Leuven a real forum for all those who are active in this promising field. The potential to increase the capacities of humanmachine interfaces makes us believe that the next technological revolution will be based on neurotechnology. We want to be prepared for that”.

Yves Persoons

 www.ntxl.org

CONNECTING

21


STUDENT IN DE KIJKER

CIRCULAIR RIJDEN MET FLUX Waarom zou je een nieuwe elektrische auto kopen als je je huidige benzine- of dieselwagen kunt ombouwen tot een elektrische? Het is meer duurzaam, meer circulair en vooral veel goedkoper. Dat is in een notendop de business idee van Robbe Vanhove en Floris Verstraete, studenten van het Postgraduaat Tech Innovations in Ventures & Teams. obbe en Floris zijn industrieel ingenieurs Elektromechanica van de UAntwerpen, afgestudeerd in 2021. Beiden delen een passie voor motoren en elektrisch rijden. Tijdens zijn masterproef bestudeerde Robbe de conversie van een afgedankte motorfiets naar een elektrische variant maar veel verder dan een testopstelling kwam hij niet. In zijn studiegenoot Floris vond hij een kompaan om het project verder af te werken en de economische haalbaarheid van een startup te onderzoeken. Een artikel in dit magazine over vader en zoon De Craemer die in 2017 een Mazda MX-5 ombouwden tot een elektrische sportauto, leidde beide Antwerpenaars naar Leuven. Daar ontdekten ze dat het Postgraduate Tech Innovations in Ventures & Teams hen op het lijf geschreven was. Dit programma stelt jonge, ondernemende ingenieurs zoals zij in staat om hun innovatieve ideeën om te zetten in een startklaar businessplan.

R

Van ICE naar BEV Momenteel leggen beide ingenieurs de laatste hand aan de ‘proof of concept’ van hun startup. Dat is de transformatie van een Suzuki GN125 uit het jaar 1973 in een volledig elektrisch aangedreven motor. Daarna zijn ze klaar voor het grote werk. “Dat de vervuilende ICE (Internal Combustion Engine) auto’s hun tijd hebben gehad, staat vast”, zegt Robbe. “Ze worden nu al systematisch uit de stadscentra geweerd en gaan op termijn almaar meer terrein moeten prijsgeven aan de BEV’s (Battery Electric Vehicle). De hoge brandstofprijzen zullen dit proces nog versnellen”. “Het zou van weinig duurzaamheid getuigen om alle nog rijdende ICE-auto’s naar het schroot te verwijzen”, vervolgt Floris. “De bouw ervan heeft veel energie, materiaal en geld gekost. Bovendien zijn de meeste nog in goede staat en kunnen best nog vijf tot tien jaar dienstdoen. Dat zie je duidelijk in ontwikkelingslanden waar de afgedankte vervuilende vehikels massaal worden gedropt. Wanneer we de motor en de brandstoftank vervangen door een elektrische aandrijving en batterijen kunnen we tot 90% van het originele voertuig opnieuw gebruiken. Deze ingreep kan de totale emissie van de wagen in zijn volledige levenscyclus tot 65% verminderen”.

Financieel Voor het milieu en het klimaat zijn de voordelen evident, maar hoe krijg je de eigenaars van de vervuilende auto’s over de streep? Volgens Robbe zal het kostenplaatje de doorslag geven. “Een nieuwe elektrische auto kost al gauw 30.000 euro voor een klein en 70.000 euro en meer voor een middelgroot tot groot model. Welnu, wij maken ons sterk dat wij voor ongeveer 15.000 euro je huidige auto kunnen ombouwen tot een elektrische waarmee je nog jaren milieuvriendelijk kunt blijven rondrijden. Voor bestuurders die over een relatief recent voertuig beschikken, is dat een interessant perspectief. Daar komt nog bij dat na de conversie van de auto het rijden aanzienlijk goedkoper wordt”. Praktisch De idee op zich is briljant in haar eenvoud, maar in de praktijk is het ombouwen van het huidige vervuilende wagenpark een complexe klus die voor elk merk en elk wagentype apart bekeken moet worden. Daarbij komen nog eens de individuele wensen van de klant. “Wat de elektrische motor betreft, verwachten we niet direct grote problemen”, zegt Floris. “Er zijn voldoende en verschillende types op de markt. De meeste aandacht vraagt de batterij. Die vertegenwoordigt zowat de helft van de kost. Met behulp van afzonderlijke cellen zullen we modulaire batterijpakketten bouwen die aanpasbaar zijn naargelang van de auto en de desiderata van de klant inzake vermogen en rijbereik”. Als er obstakels opduiken, zullen die volgens het duo vooral met regelgeving en procedures te maken hebben. “Op dit moment is het nog niet mogelijk om in België een omgebouwd voertuig technisch te laten keuren. Dat betekent dat je de auto moet laten registreren in Duitsland of Nederland. Eenmaal daar goedgekeurd, moet hij in België ingevoerd worden waarna nog een validatieprocedure en een tweedehandskeuring volgt. Pas dan kun je de baan op. Hopelijk geraken deze bureaucratische belemmeringen in een verenigd Europa snel opgelost en verschijnen de eerste omgebouwde elektrische voertuigen in het straatbeeld. Ze zullen in ieder geval goedkoper én groener zijn dan hun nieuwe soortgenoten”.

Yves Persoons

 fluxmotors.weebly.com

22


Robbe Vanhove en Floris Verstraete © Joren De Weerdt

CONNECTING

23


STUDENT IN DE KIJKER

© Johan Van Droogenbroeck

24


TIEN JAAR COÖPERATIEF ONDERNEMEN VOOR HET KLIMAAT “Een dominosteentje dat een kettingreactie heeft op gang gebracht”. Zo typeerde Stijn De Jonge, stichter en bezieler, de studentencoöperatie CORE. Op 29 april 2022 vierden de COREnauten de tiende verjaardag op Campus Groep T. De vele gasten deelden niet alleen in de feestvreugde maar ook in de bezorgdheid om de toekomst van deze planeet. p 8 mei 2012 werd aan de toenmalige hogeschool Groep T in Leuven een nieuw studententeam ten doop gehouden. Het manifesteerde zich onmiddellijk als een buitenbeentje. De teamleden waren bijvoorbeeld niet zinnens om een revolutionaire auto te bouwen en deelnemen aan buitenlandse competities sprak hen evenmin aan. Ze kwamen wel uit verschillende afstudeerrichtingen en deelden een uitgesproken missie: projecten opzetten en ondersteunen die inzetten op duurzaam energiegebruik.

O

Coöperatie Het nieuwe team had bovendien ook een eigen kijk op duurzaam ondernemen. “We organiseerden ons als een coöperatie”, legt Stijn uit. “Dat is een manier van ondernemen die toelaat om een gemeenschappelijke meerwaarde te creëren zonder elkaar te beconcurreren. Onze teamleden zijn vennoten en partners die samenwerken aan maatschappelijk verantwoorde projecten waarmee ze bedrijven, organisaties, overheden maar ook het brede publiek warm willen maken voor rationeel en energiegebruik. De meerwaarde die we nastreven, situeert zich op maatschappelijk vlak. Dertig procent van onze wordt opnieuw geïnvesteerd in projecten met een sociaal doel”. Klimaatneutraal De start van het nieuwe team ging niet gepaard met groot vertoon of ronkende verklaringen. De COREnauten kozen bewust voor een incrementele aanpak.

“Slim omspringen met energie, dat begint met kleine acties die relatief weinig moeite kosten”, vervolgt Stijn. “Daarom zijn we gestart met kleinschalige initiatieven zoals afvalverwerking via vergisting, de energetische renovatie van een schoolgebouw, de herbruikbare drinkbus, het energiezuinigste studentenkot in Leuven, enz. Stap voor stap werkten we ons Leuven en erbuiten op tot een speler die iets te vertellen en te bieden heeft”. De strategie werkt. Wanneer op 9 november 2013 Klimaatneutraal 2010 (inmiddels omgedoopt tot Leuven 2023) wordt opgericht, is CORE een van de stichtende leden. Drie jaar later is CORE eveneens medeoprichter van de Technovation Hub, d.i. een initiatief van KU Leuven dat innovatieve en ondernemende studententeams financieel, administratief en juridisch ondersteunt. Onder Technovation Hub ressorteren momenteel al zeven teams. Werkdomeinen Vandaag is de studentencoöperatie bedrijvig in vier zgn. ‘werkdomeinen’. De eerste projecten waren voornamelijk Energiestudies voor externe partners die resulteerden in adviezen of energiemonitoring. Daar zijn inmiddels ook tools voor e-mobility en hernieuwbare energie bijgekomen. Twee andere werkdomeinen zijn Blauwe Energie en Circulaire Economie. Bij het eerste gaat het om het onttrekken van energie uit rivieren en waterlopen met behulp van aquathermie.

Uit dit werkdomein ontstond EXTRAQT, een spin-off die nu al projecten runt in Noord- en Zuid-Amerika. Het subteam Circulaire Economie concentreert zich op het reduceren en valoriseren van afvalstromen en hergebruik van materialen. Hieruit ontstond de spin-off QUPPA die met succes een intelligent systeem voor de recuperatie van koffiebekers in Leuven opzette. Het vierde werkdomein Educatieve Pakketten was er van bij de start. Informeren over en sensibiliseren voor rationeel energie- en materiaalgebruik beschouwt CORE immers als een van haar kerntaken. Dit resulteerde in o.m. energiefietsen, een Escape Room en een reeks STEM-workshops. Sinds kort runt CORE eveneens het High Tech Lab in de nieuwe maakleerplek aan de Vaartkom in Leuven, d.i. een ruimte waar scholen, bedrijven maar ook de Leuvenaars samen leren en experimenteren. Connectiviteit De COREnauten mogen dan wel allemaal ingenieursstudenten zijn, toch zien zij de energietransitie ruimer dan een technologisch probleem. “Finaal is het redden van de planeet mensenwerk en moeten we als samenleving inzetten op het ‘connective tissue’”, vindt Stijn. “Letterlijk vertaald, betekent het bindweefsel. Maar ‘connectivity’ staat voor veel meer. Het betekent dat niets helemaal op zichzelf staat. Alles is verbonden met elkaar. Het klimaat is daar het beste voorbeeld van”.

Yves Persoons

CONNECTING

25


DOCENT IN DE KIJKER

DE RAAD VAN HET DOCTORAAT Met de groei van het wetenschappelijk en technologisch onderzoek op de campussen neemt ook het aantal industrieel ingenieurs toe die na hun studie voor een doctoraat gaan. De witte raven van vóór 2014 zijn aangegroeid tot een zwerm van 463 hoogvliegers die de hoogste academische graad ambiëren. Het zijn drukke tijden voor prof. Maarten Vergauwen (Technologiecampus Gent), de nieuwe voorzitter van de facultaire Doctoraatscommissie. nbeslagen komt voorzitter Vergauwen niet op het ijs. Hij heeft al ruim 4,5 jaar zitting in de commissie en ziet elk jaar de aanvragen toenemen. “Toen ik in 2017-2018 tot de commissie toetrad, telde de faculteit welgeteld 168 doctoraatsstudenten. Dit academiejaar is dat aantal opgelopen tot 463, van wie meer dan de helft internationale doctorandi”.

O

Fotogrammetrie Prof. Maarten Vergauwen studeerde voor burgerlijk ingenieur Elektronica aan de KU Leuven. In 2009 promoveerde hij er tot doctor op een proefschrift over fotogrammetrie. “Deze discipline houdt zich bezig met de interpretatie van en het opmeten uit beeldmateriaal. Zo kan men geometrische eigenschappen zoals vorm, afmeting en ligging van objecten uit beelden bepalen”, legt prof. Vergauwen uit. “Traditioneel werd deze techniek vooral toegepast voor het maken van kaarten op basis van luchtfoto’s. Vandaag wordt fotogrammetrie ook druk gebruikt in de chirurgie, het forensisch onderzoek, de civiele techniek en uiteraard de bouwkunde”. Als postdoc richtte prof. Vergauwen i.s.m. een Leuvens studiebureau, een eigen spin-off bedrijf op, gespecialiseerd in mobile mapping.

26

In opdracht van de Vlaamse regering realiseerde GeoAutomation grote delen van het Grootschalig Referentiebestand (GRB), d.i. een geografische databank van het volledige publieke domein in Vlaanderen, een klus die alle Vlaamse landmeters samen nooit op korte termijn hadden kunnen klaren. In 2015 vertrekt de ondernemende postdoc naar de Technologiecampus Gent. Daar is in de opleiding BouwkundeLandmeten een vacature uitgeschreven die hem naar eigen zeggen op het lijf geschreven is. Prof. Vergauwen wordt het eerste externe zelfstandig academisch personeelslid van de opleiding en tevens de enige niet-bouwkundige. Zijn goed gevulde onderwijsopdracht combineert hij als hoofd van de onderzoeksgroep Geomatica met onderzoek naar fotogrammetrische en AI- toepassingen in de industrie, de woning- en de wegenbouw, maar ook in het bouwkundig erfgoed en de archeologie. Via het Puzzling Tombsproject slaagde prof. Vergauwens team erin om kwetsbare muurschilderingen en reliëfs in de OudEgyptische necropool van Dayr-al-Barsha virtueel te reconstrueren in een 3D-model. Onderzoeksgebaseerd In de facultaire Doctoraatscommissie vertegenwoordigt prof. Vergauwen sinds 2017 het Departement Bouwkunde.

Het voorzitterschap is de bekroning van zijn engagement voor het onderzoek in de faculteit en voor de almaar groeiende groep van doctorandi in het bijzonder. “Die forse stijging is zowel het resultaat als de motor van het wetenschappelijk onderzoek op de campussen”, vindt de voorzitter. “Van de toename van het zelfstandig academisch personeel kan trouwens hetzelfde gezegd worden. Het past in een dynamiek van elkaar versterkende factoren die resulteren in hoogwaardig onderzoeksgebaseerd onderwijs voor de huidige en toekomstige studenten industrieel ingenieur”. “De voorbije jaren had de Doctoraatscommissie niet alleen de handen vol met de afhandeling van de aanvraagdossiers. Er is ook werk gemaakt van de uniformering van het toelatingsbeleid in de faculteiten van de Groep Wetenschap & Technologie zodat voor alle doctorandi dezelfde criteria van toepassing zijn”, aldus prof. Vergauwen. Profiel In het bedrijfsleven is niet iedereen gelukkig met deze evolutie. Is de dr. ing. nog wel een industrieel ingenieur? Is het in deze tijden van acute ingenieursschaarste gepermitteerd dat zoveel talent nog jaren op de universiteit blijft? Het antwoord van prof. Vergauwen is duidelijk: “Jarenlang is er geijverd en gepleit voor de opwaardering van de studie en het beroep van industrieel ingenieur. Welnu, dat doel is omzeggens bereikt. Verder wil ik erop wijzen dat het profiel van de industrieel ingenieur zich daadwerkelijk ook vertaalt in het doctoraat. In de Doctoral School volgen sinds 2018 al onze doctorandi een opleiding over de valorisatie van onderzoek. Binnenkort promoveren de eerste doctores met een valorisatieplan in hun proefschrift.


Prof. Maarten Vergauwen © Yasmina Besseghir

Daarmee moeten ze de jury kunnen overtuigen dat hun bevindingen om te zetten zijn in haalbare producten, processen of diensten. Via assessoren uit het bedrijfsleven verzekeren we ons van een band met het werkveld. Kortom, de dr. ing. is en blijft een industrieel ingenieur”. Tot slot wijst prof. Vergauwen erop dat slechts een

minderheid van de gepromoveerden effectief carrière maakt aan de universiteit. “Ruim 90% gaat aan de slag in het bedrijfsleven, verrijkt met onderzoekscompetenties, state-of-the-art knowhow en een netwerk van internationale contacten. Dr. ings. zijn bovendien doorbijters.

Ze hebben bewezen zelfstandig en onder tijdsdruk een ambitieus project tot een goed einde te brengen. Hun meerwaarde voor het bedrijfsleven en de samenleving staat buiten kijf”.

Yves Persoons

CONNECTING

27


DOCENT IN DE KIJKER

GUIDE TO THE DIGITAL FUTURE The right book at the right time for the right audience. That is how you could characterise 'Evolving as a Digital Scholar'. The authors take their fellow scholars and researchers by the hand and lead them into the digital world of today and tomorrow. The three-dimensional framework they developed serves as a compass and a handle. An interview with Professor Wim Van Petegem, co-author and inspirer of this extraordinary book. rof. Van Petegem is expert in Learning Technologies at the Faculty of Engineering Technology. As Head of the Media & Learning Unit (formerly known as AVNet) and subsequently as Director of the Technology & Learning Department of the KU Leuven, he earned his spurs in, among other things, new educational technologies, networked e-learning, lifelong and open distance learning, and science communication. As a passionate education innovator, he is also engaged in several international academic networks. In 2019, he co-founded the European EdTech Network (EETN), a project that brings together professors, researchers and entrepreneurs around educational technology.

P

Training The book may be hotly topical, but it has deep roots in the author's career. In this regard, Prof. Van Petegem refers to the AVLM training courses he has been giving since 2000. “AVLM stands for 'Audio-visual Learning Materials'. Initially it was about the production of AV material, but later the focus evolved to new educational technologies. We have already organised more than ten editions in Leuven, each time for twelve to eighteen participants from all continents in the South. From 2017, we added the 'Digital Scholar' course, which is a one-week training course organised twice a year by the African Doctoral Academy at Stellenbosch University in South Africa. It was during a stay in Stellenbosch that we decided with several colleagues to pool our knowledge and ideas. At first, we thought of a massive open course (MOOC), but this turned out not to be financially feasible. When Leuven University Press later provided the resources for an open access publication, the choice was quickly made”. How do you get a grip on the 'digital world' and the enormous opportunities that present themselves to scholars and researchers? “It soon became apparent that there was a need for a structure, a framework to support our ideas and to guide the reader through this complex subject matter. We started working on this in good spirits,” says Prof. Van Petegem.

Three-dimensional The development of such an order-creating framework is perhaps the authors' greatest achievement. “Evolving as a Digital Scholar” thus becomes a thoughtful and useful manual that provides guidance at any time. “As mentioned, we distinguish three dimensions of digital agility,” explains Prof Van Petegem. “These are: getting involved in research, education and service, then mobilising digital skills on various levels and thirdly acting in multiple roles, both individually and interlinked with others”. “In terms of the roles and the skills involved, we distinguish five. First there is the author who writes specialized articles for experts. Then there is the storyteller who delivers comprehensible messages to a wider audience in the form of blogs or podcasts. The creator uses graphics, audio and video to keep the audience captivated. The integrator goes a step further and develops multimedia applications that are shared and spread via websites, webinars and open-source channels. And last but not least there is the networker who plays the social media and is active in online learning communities”. Change agent According to Prof. van Petegem, these five roles should not be seen as hierarchical, nor as sequential. “One role is indeed not 'better' or 'higher' than the other. Moreover, you can combine roles or switch roles. What matters is that the scholar or researcher recognizes himself in it and makes himself familiar with the competences that are connected to it.” “The current and future digital scholar and researcher is above all a professional learner,” concludes Prof. Van Petegem. "A change agent who does not suffer the rapid changes, but who takes the lead and actively contributes to innovation in the ever-evolving digital age”.

Yves Persoons

28


Prof. Wim Van Petegem © Julie Feyaerts

Wim Van Petegem, JP Bosman, Miné De Klerk, Sonja Strydom, Evolving as a Digital Scholar. Teaching and Researching in a Digital World. Leuven University Press, 2021 (open access: OAPEN, JSTORE)

CONNECTING

29


DOCENT IN DE KIJKER

Michel Van Dessel en Wouter Sas © Joren De Weerdt 30


MASTERSTUDENTEN CAMPUS DE NAYER BOUWEN EIGEN LAB Het komende academiejaar kunnen de toekomstige industrieel ingenieurs Elektromechanica van Campus De Nayer aan de slag in een gloednieuw lab Advanced Motion Control. Wat dit lab bijzonder maakt, is dat het ontwerp en de bouw ervan gebeurde door masterstudenten. Een unieke leerervaring voor de studenten en een aardige kostenbesparing voor de campus. Michel Van Dessel geeft toelichting. “

e hadden het ons inderdaad gemakkelijk kunnen maken door gewoon een kant en klare opstelling aan te kopen”, beaamt Michel. “Dat zou ons veel tijd en energie bespaard hebben. De keerzijde van de medaille is dat we in dat geval de mogelijkheid verloren om zelf aanpassingen aan te brengen aan het ontwerp en de uitvoering van de hard- en software. En laat dit nu precies zijn waarvoor we onze ingenieurs willen opleiden. Niet om als eindgebruiker de handleiding te volgen, maar wel om zelf machines te ontwerpen, te bouwen en uit te testen. Een industrieel ingenieur Elektromechanica die enkel kan simuleren of modelleren, mist toch wel cruciale competenties om het in de beroepspraktijk waar te maken”.

W

Werkveld “We wilden al langer op de campus een installatie voor motion control bouwen met zoveel mogelijk functionaliteiten inzake automatisering en veiligheid”, vervolgt Michel. “Het idee om daarbij industriële componenten te gebruiken, kwam van collega Wouter Sas. Zo zouden we het werkveld naar binnen kunnen halen en twee vliegen in één klap slaan”. “Toen we in 2019 van Continental Automotive in Mechelen een lineaire PM synchrone motor cadeau kregen, kwamen onze plannen in een stroomversnelling”, vertelt Michel. “Het stelde ons in staat om een volledige opstelling te bouwen met een geïnverteerde pendelstaaf op een slede aangedreven door de lineaire motor.

Waar voorheen het praktisch gedeelte van motion control beperkt bleef tot het regelen van de snelheid van een rotatieve motor, zouden de studenten ook kunnen oefenen met de nauwkeurige aansturing van echte bewegingen”. De volgende stap was de aankoop van de nodige industriële componenten voor o.m. een performante en precieze regeling van de lineaire motor en het aansturen van de machine en de bedieningsinterface van de opstelling. Een nieuw softwarepakket zou ervoor zorgen dat hard- en software samengebracht worden in een werkend geheel. Dat daarbij consequent voor Siemens apparatuur gekozen werd, is volgens Michel geen toeval. “Op Campus De Nayer zijn we vertrouwd met de technologie van Siemens in tal van onderzoeks- en serviceprojecten. Bovendien is onze campus erkend als een Siemens Competence Centre voor PLCprogrammering”. Pionierswerk Eenmaal alle componenten en onderdelen waren geleverd, begon het eigenlijke werk: de bouw van een functionele laboratoriumopstelling. Stefan Corbeel, een masterproefstudent van Michel zorgde voor het volledige mechanische en elektrische ontwerp, de realisatie van de mechanische opstelling en de uitvoering van het elektrisch circuit. Hij schreef ook de eerste versie van het PLC-programma voor de besturing van de opstelling. Het jaar daarop tekende masterstudente Ines Rymenants voor de systeemintegratie van de mechanische

en elektrische componenten, de commissioning van de drive en de oplevering van de installatie. “Zonder het pionierswerk van beide studenten was het ons nooit zo snel en efficiënt gelukt”, bevestigt Michel. “Let wel, het liep niet altijd van een leien dakje. De initialiseringsprocedure van de drive met de correcte instelling van alle parameters had bijvoorbeeld nogal wat voeten in de aarde. De drive van Siemens laten werken met een lineaire motor en positiesensor van een andere producent, zorgde ook voor complicaties. Gelukkig konden we terugvallen op onze lange ervaring met Siemens aandrijvingen o.m. voor alternatoren van kleine windturbines”. Competitie Met de Advanced Motion Control installatie neemt Campus De Nayer deel aan de jaarlijkse wedstrijd die Siemens organiseert voor systeemintegratoren die met Siemens technologie innovatieve toepassingen ontwikkelen. Voor Michel Van Dessel en zijn team is het een eer om als enige onderwijsinstelling tot de eindronde doorgestoten te zijn. De eerste installatie wordt volgend academiejaar in gebruik genomen. Inmiddels zijn masterstudenten druk in de weer om nog twee andere set ups te bouwen. Samen met het prototype vormen ze een volledig uitgerust Advanced Linear Motion Control Lab waarin verschillende groepen van masterstudenten parallel kunnen werken. Tegen 2023-2024 is alles klaar om de eerste masterstudenten Elektromechanica, optie Automatisering & Mechatronica klaar te stomen tot professionele machinebouwers.

Yves Persoons CONNECTING

31


ONDERZOEKER IN DE KIJKER

JULIE LEGRAND WINT GROTE PRIJS Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht. In de moderne chirurgie wordt dit oude spreekwoord zeer ernstig genomen. Bijgevolg worden ingrepen aan de sinussen consequent uitgevoerd via minimaal invasieve chirurgie. Als doctoraatsstudente ontwikkelde Julie Legrand een nieuwe techniek om zelfs op de moeilijkst bereikbare plaatsen ingrepen te doen. Voor haar baanbrekend werk werd ze bekroond met de Belgian PhD Award van het National Committee for Theoretical & Applied Mechanics. p 28 mei 2021 verdedigde Julie met succes haar proefschrift ‘Single-handed, flexible, stearable instruments for constrained workspace surgery’ aan de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen in Leuven. Gelet op haar studie-achtergrond – Julie is burgerlijk ingenieur Elektromechanica van UCL – had je haar promotie veeleer aan de zusterfaculteit Ingenieurswetenschappen verwacht. Een interessante vacature in de onderzoeksgroep Robotica, Automatisering & Mechatronica van prof. Manu Vander Poorten (Campus Groep T) maakte dat Julie daar anders over besliste.

O

Maxillaire sinus “Als je minimaal invasief op de spits drijft, is er sprake van ‘Natural Orifice Transluminal Endoscope Surgery’”, legt Julie uit. “Daarbij wordt de ingreep via de natuurlijke openingen in het lichaam uitgevoerd. Dat lijkt evident, maar in de praktijk stoot je op de complexiteit van de menselijke anatomie. Die maakt dat de werkruimte van de chirurg doorgaans heel beperkt is. Daar komt nog bij dat ieder mens verschillend is, zodat vaste standaardapparatuur waarbij gebruik gemaakt wordt van stijve instrumenten bijna altijd de noodzaak creëert om extra weefsel weg te snijden”. In haar onderzoek concentreerde Julie zich op de maxillaire sinus of kaakbeenholte. Die bevindt zich bij de kleine kiezen en is moeilijk bereikbaar met endoscopische sinuschirurgie. Julies opdracht bestond erin een nieuw, flexibel instrument te ontwikkelen voor dit soort ingrepen zodat er geen weefsel verwijderd hoeft te worden. Een bijkomende voorwaarde was dat de chirurg in staat moet zijn het apparaat met één hand te bedienen, kwestie van nog ander ondersteunend werk te kunnen doen. Actuator “De eerste fase van mijn onderzoek bestond in een statistische analyse van een grote hoeveelheid beelden en scans van de kaakbeenholte”, vertelt Julie. “Aangezien het economisch niet haalbaar is om voor iedere patiënt een op maat gesneden instrument te maken, kwam het erop aan een grootste gemene deler te vinden.”

32

“Daarna heb ik een add-on ontworpen die bevestigd kan worden op een bestaande passieve endoscoop. De volgende stap was de ontwikkeling van een miniatuur pneumatische actuator die als een artificiële spier kan dienen. Zo kon het instrument zo compact mogelijk worden gemaakt. Via een algoritme kunnen hysterese of ongewenste positieverschillen worden gecompenseerd zonder dat er grote sensoren ingezet moeten worden. Een ander algoritme zorgt ervoor dat het uiteinde van het flexibel instrument vlot kan reageren op een actie van de chirurg”. Uniek Voeg al deze onderdelen samen en je bekomt een ‘éénhandig, flexibel, controleerbaar instrument voor beperkte werkruimte chirurgie’. Volgens Julie gaat het om de dunste flexibele endoscoop voor maxillaire sinuschirurgie die tot heden ontworpen is. Twee chirurgen probeerden het instrument uit en bevestigden de meerwaarde ervan. Kan Julies innovatie ook bij andere ingrepen ingezet worden? Het antwoord is positief. “In het hele bereik van neus, keel en oor zijn de mogelijkheden legio, zelfs in de hersenchirurgie. Knieoperaties die nu al minimaal invasief gebeuren, kunnen nog meer worden geperfectioneerd”. Postdoc Julie is momenteel als postdoc verbonden aan de VU Brussel. Daar werkt ze aan de ontwikkeling van soft robots voor gebruik in protheses of bij de verplaatsing van fragiele voorwerpen. Ze is ook promotor van twee doctoraten en vervult een beperkte lesopdracht in het interuniversitaire opleidingsonderdeel Biomechanica. Een academische carrière lijkt haar wel op het lijf geschreven. De Belgian Best PhD Award kan daarbij nog gouden diensten bewijzen”.

Yves Persoons


Julie Legrand © Julie Feyaerts

CONNECTING

33


ONDERZOEKER IN DE KIJKER

SLIMME MIX VAN ENERGIE EN LANDBOUW WINT FEBELIEC ENERGY AWARD 2022 Gewassen én energie oogsten op hetzelfde veld. Na verschillende positieve proeven in het buitenland, duiken ook in Vlaanderen de eerste testvelden op. Dat is in grote mate de verdienste van het KU Leuven AgriVoltaics team. De gezamenlijke projecten van de ingenieursfaculteiten wonnen eerder dit jaar de Febeliec Energy Award. Prof. Jan Cappelle van de onderzoeksgroep ESAT-ELECTA Gent doet het verhaal. e Belgische industriële energiegebruikers, verenigd in de federatie Febeliec, bekronen jaarlijks een innoverend energieproject. Uit acht inzendingen koos de wedstrijdjury de projecten van KU Leuven, omdat AgriVoltaics een oplossing kan bieden die zowel de voedselproductie als de aanmaak van duurzame elektriciteit ten goede komt. Prof. Cappelle vat het als volgt samen: “Aan de ene kant heeft Vlaanderen een grote nood aan extra hernieuwbare energie, waarbij zonne-energie één van de leidende technologieën blijft. Anderzijds is de oppervlakte om zonnepanelen te installeren hier te lande beperkt. In AgriVoltaics hebben we onderzocht of landbouwgrond ook in aanmerking kan komen voor de hernieuwbare energiewinning maar dan wel op een manier dat de voedselproductie niet in het gedrang komt en de landbouwer zelfs bijkomende inkomsten kan verwerven. Onze opdracht bestond erin de combinatie te vinden van de geschikte zonnepanelen, de meest schaduwtolerante gewassen en een doordachte inplanting ervan. Finaal zouden de inkomsten van de landbouwers duurzaam verbeterd moeten worden. Ze oogsten immers twee keer”.

D

Bruikbaarheid Het dubbelgebruik van de schaarse landbouwgrond is allesbehalve evident. “Alvorens de combinatie van zonne-energie en landbouw uit te rollen, moet worden bekeken of de totale opbrengst van energie en gewas wel degelijk groter is dan bij een gescheiden productie”, vervolgt prof. Cappelle. “Daarnaast worden eventuele extra voordelen voor de gewassen in rekening gebracht. De palen kunnen bijvoorbeeld de planten beschermen tegen zonnebrand, uitdroging of hagel. Vervolgens komt het erop aan de constructie zodanig te ontwerpen dat ze het werk van de boer of teler, de oogst, de bodemkwaliteit en uiteraard de groei niet hypothekeert. Wat de constructies betreft, zijn er twee soorten. Ofwel staan de zonnepanelen hoog boven de grond op palen zodat de landbouwmachines er vlot onder kunnen bewegen.

34

Ofwel bevindt de installatie zich op de bodem en staan de zonnepanelen tussen de gewassen. Elk van deze types heeft voor- en nadelen in termen van installatie- en onderhoudskosten en rendement”. Tijdens de projecten hebben de onderzoekers het landbouwareaal gescreend op zijn bruikbaarheid voor agrivoltaïsche installaties. Prof. Cappelle vat de resultaten samen: “Volgens onze berekeningen zou 28% van de landbouwoppervlakte in aanmerking komen, d.i. ongeveer 200.000 ha. Uitgaande van een gemiddeld vermogen van 570 kWp/ha, betekent dit op jaarbasis een energieopbrengst van 1275 Twh, dat is ongeveer 1,5 keer het huidige elektriciteitsgebruik in België. Ter vergelijking: het potentieel van de daken in Vlaanderen bedraagt 62 Twh op jaarbasis, waarvan slechts 6% effectief wordt gebruikt”. Pilootproject Wat het opwekken van duurzame energie betreft, zit AgriVoltaics op rozen, maar hoe is het gesteld met de opbrengst van de gewassen? “Daar liggen de kaarten anders”, legt prof. Cappelle uit. “Je kunt er niet omheen dat de zonnepanelen een deel van het licht dat de planten normaal zou moeten bereiken wegnemen. Maar -en dat is het punt- de gewassen reageren erg verschillend op dit tekort. Veelal daalt de geproduceerde biomassa recht evenredig met de lichtreductie, maar sommige bladgroenten ontwikkelen net grotere bladeren om het lichttekort te compenseren. Om een goed zicht te krijgen op de impact bouwden we drie pilootinstallaties in Vlaanderen. Zo kunnen we gedurende verschillende seizoenen de teelten opvolgen”. In Bierbeek plaatsten de onderzoekers een constructie van 4,6 m hoog boven een veld laagstammige perenbomen. Daar werd tijdens het eerste seizoen geen kwaliteitsverschil vastgesteld tussen de peren onder de panelen en die van het referentieveld.


Brecht Willockx, Cas Lavaert en prof. Jan Cappelle © Joren De Weerdt

Op een landbouwbedrijf in Grembergen werden twee constructies geïnstalleerd: een vaste opstelling en een dynamische waarbij de panelen het zonlicht helemaal kunnen opvangen ofwel doorlaten. Op de proefboerderij van de KU Leuven in Lovenjoel is onlangs een 5 m hoge constructie in gebruik genomen om met verschillende gewassen te experimenteren. Potentieel Prof. Cappelle besluit als volgt: “AgriVoltaics heeft een groot potentieel als het op duurzame energie aankomt. Eén enkele hectare landbouwgrond kan met gemak honderd gezinnen van elektriciteit voorzien.

Om definitief uitsluitsel te geven voor gevolgen voor de voedselproductie en de landbouwactiviteit zelf, is het nog wachten op de resultaten van de lopende pilootprojecten. Inmiddels raden we iedereen aan om de daken van de eigen woning al vol zonnepanelen te leggen”.

Yves Persoons

CONNECTING

35


ONDERZOEKER IN DE KIJKER

PRODUCTION ENGINEERS GATHER AT THE WORLD SUMMIT IN LEUVEN From 40 to 8 April, two international conferences took place in Leuven: the 29th Conference on Life Cycle Engineering (LCE) and the 9th Conference on Assembling Technology and Systems (CATS). What made both events special is that they shared part of their programme and thus created a unique cross-fertilization between both domains. A look back on an inspiring week. oth conferences were under the auspices of the International Academy for Production Engineering (CIRP), a leading organization in production engineering research that unites more than 600 eminent academics and industrialists worldwide. The conferences are always

B

highlights for exchanging the latest knowledge and expertise. For most participants, it was also a happy reunion after two years of physical isolation due to the pandemic. Those who preferred not to travel to Leuven could follow both conferences fully online and interact with the conference participants.

Circular engineering Environmentally sustainable development occupies a central place in the vision and mission of the international academy. In his opening speech, Prof. Wim Dewulf, Chair of the LCE Conference, referred to the Sustainable Development Goals of the UN. “Production engineering is a large contributor to energy and resource consumption. Therefore, the challenge of designing and manufacturing must reflect the core concern of achieving a better and more sustainable future for all”, said Prof Dewulf. “More specifically, it is our task as researchers, designers and builders to assess the environmental sustainability impacts of manufacturing activities in a life cycle perspective”. In his welcome address, Prof. Gerard Govers, Vice-rector for Sustainability Policy of KU Leuven, made the following comparison: “The industrial society has existed for about 200 years. In that period, we have managed to create a lot of prosperity, but at the cost of nature, air, water, and biodiversity. Life on earth, on the other hand, has existed for four billion years and has also undergone an enormous evolution. However, this growth and diversity is based on circularity. Nothing goes to waste; all materials and substances have been reused countless times. We should take this as an example. That is why I say with all my heart: circular engineering is the future!”

Prof. Karel Kellens © Kobe Michiels 36

Studies and practices The LCE 2022 Conference was a success across the board. The offer consisted of no less than 149 technical presentations, 6 keynotes, 3 workshops, a panel discussion, and a multitude of networking


opportunities. More than 250 experts from academia and industry were present or followed online. Targeted application areas included manufacturing, electronics, energy systems, transport and mobility and health care systems. The audience enjoyed innovative case studies and practices, visionary papers on paradigm change as well as contributions covering theoretical and experimental research. During the workshops, the introduction of a digital product passport and industrial symbiosis to promote the (re)use of material resources between different industrial players were discussed. A third workshop dealt with sustainable engineering education. The student teams CORE, Formula Electric Belgium and the Solar Team were invited to explain how their sustainable projects are integrated into engineering education. Assembly and disassembly The central theme of the 9th Conference on Assembling Technologies & Systems was 'Flexible Assembly and Disassembly Systems'. More than 100 participants followed or presented the latest developments and trends in the wide field from manual towards fully automated (dis)assembly technologies. In 7 keynotes and 73 technical sessions, topics such as flexible and reconfigurable (dis)assembly concepts and systems, human-robot interaction and collaboration, handling technologies, mobile and multi-robot systems, operator support and ergonomics were discussed. The joint sessions with LCE2022 covered topics such as design for assembling and disassembling, disassembling technologies,

Prof. Wim Dewulf © Kobe Michiels re- and de-manufacturing, and automation solutions for lightweight structure manufacturing. Industrial Forum On Wednesday 6 April, an animated panel discussion on the sustainable factory of the future took place with Martin Röhrig (Airbus), Prof. Jef Peeters (KU Leuven), Prof. Christoph Herrmann (TU Braunschweig) and Dirk Torfs (Flanders Make). As mentioned earlier, the participants in both conferences included many engineers and specialists from the manufacturing industry. The close relationship between academia and industry was also made visible during an industrial forum on 7 April. About ten companies showed off their innovative assembly and disassembly technologies.

Prof. Karel Kellens, Chair of the CATS Conference, looks back with satisfaction. “Both in format and in content the conference was a success. Thanks to the hybrid format, many researchers were able to participate and even give presentations. In terms of content, the joint day with the LCE Conference provided significant added value. It was a first but one that is worth repeating. Perhaps CATS and LCE will meet again in Karlsruhe (Germany) in 2024”.

Yves Persoons

 cats2022.eu  lce2022.eu CONNECTING

37


ONDERZOEKER IN DE KIJKER

Prof. Pieter Rauwoens © Jadon Beerlandt

38


DUNE IN FRONT OF DIKE: BUILDING COASTAL RESILIENCE

At Bruges Campus, the Coastal and Geotechnical Engineering group is world-renowned for its research into the interaction between soil, water, and structures. On 12 and 13 April, the group again lived up to its reputation by organizing the very first conference on nature-based solutions for coastal protection in Belgium. We look back with Prof. Pieter Rauwoens, Conference Chair “

ast year, during the Coastal Dynamics Conference at TU Delft, we presented the pilot project Dune in front of Dike for the first time,” says Prof. Rauwoens. “The interest was so great that we decided to devote a conference to it ourselves. This resulted in a two-day event during which not only we but also eleven other international experts presented their advances in building resilient coastal infrastructure. In addition, 22 research posters were presented. We welcomed 57 participants, 48 of whom were on campus and 9 online”.

L

Pilot projects The first conference day focused on the pilot projects of Bruges Campus on the Belgian coast. “Our project partners were given an important role here,” continues Prof. Rauwoens. “Daphné Thoon of Flanders’ Coastal Division explained how dunes can form a natural defence against flooding and coastal erosion. What is new here is the use of natural elements and processes in the formation of new dune areas to reinforce traditional sea dikes. Such dunes in front of a dike offer a high level of protection of coastal infrastructure as well as a high ecological value and – last but not least – a nicer natural appearance”. Toon Verwaest of Flanders Hydraulics Research elaborated on the added value

and monitoring of the pilot projects in terms of coastal defence, morphological stability, ecology, and tourism. Glenn Strypsteen, researcher at Bruges Campus, then presented his model for predicting dune growth. By means of weekly topographical measurements, he monitored the growth and profile shape of the dune. He also mapped out the role that the vegetation can play in dune development. Dries Bonte (Ghent University) illustrated the importance thereof using marram grass. This plant proved to be an excellent natural engineer to prevent the sand on the beach from being blown away. The extent to which the marram grass increases in density and spreads over the beach greatly influences the creation and growth of new dunes. Engineering with nature The second conference day was reserved for the international researchers. Prof. Jean Taylor Ellis of the University of South Carolina kicked off the event with a keynote on 'Engineering with Nature for Coastal Engineering Purposes'. “So-called 'soft' interventions are gaining in importance compared to classical hard engineering structures such as sea walls and dikes,” Prof. Rauwoens explains. “In the context of the climate change, these expensive and hard to adapt structures will not resist future flood

events, which means that more innovative solutions such as dune-in-front-of-dike will be required”. Francisco Tavaro-Pinto (University of Porto), Caroline Hallin (TU Delft), Björn Mehrtens (TU Braunschweig) and Hendrik Vinge Karlsson (Danish Coastal Authority) explained how coastal protection by dunes is achieved naturally elsewhere in Europe. Whereas in Portugal there is a shortage of sand, in Denmark there is a problem of dunes moving inland and bogging down the coastal roads. Finally, Marien Boers of Deltares presented a model to calculate the strength of dikes that are partially or completely covered with sand. The idea is that during a storm, the sand will get the full brunt of the storm so that the dike will not be damaged. Site visit The conference ended with a visit to the pilot projects. On the beach in Ostend, an area of 2400 m² of marram grass was planted with the intention of retaining as much sand as possible so that, in time, a natural dune will form. “The project uses the forces of nature to protect the coast from storms and the consequences of climate change,” concludes Prof. Rauwoens. “Moreover, dunes are a unique ecosystem that contain a wealth of biodiversity. So, with our pilot projects, we score on multiple fronts”.

Yves Persoons

CONNECTING

39


ONDERZOEKER IN DE KIJKER

ETHER: DE KWINTESSENS VAN HET FACULTAIR ONDERZOEK Academisch onderwijs wordt geschraagd door wetenschappelijk onderzoek. In een ingenieursfaculteit staan daarbij vier grote technologiegebieden centraal: energie, materie, leven en informatie. Daarnaast is ook het onderwijs zelf het bestuderen waard. Volgens prof. Greet Langie, de leading lady van de ETHER-groep, heeft onderwijskundig onderzoek een essentiële taak in het garanderen van de kwaliteit van de opleiding. THER is een acroniem voor ‘Engineering Technology Education Research’. Maar daarmee in de kous niet af. Bij de oude Grieken was ‘ether’ het vijfde element naast of boven de basiselementen aarde, water, lucht en vuur. ‘Ether’ bracht orde in de stoffelijke elementen en bezieling in de levenloze materie. Het vijfde element (of ‘quinta essentia’) leidde tot het woord ‘kwintessens’ dat tot vandaag refereert naar het belangrijkste of het wezenlijke der dingen. Met zijn naam positioneert de onderzoeksgroep ETHER zich in de hoogste regionen van de wetenschappelijke bedrijvigheid in de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen.

E

“Wij onderzoeken inderdaad het vijfde element”, bevestigt prof. Langie. “Als we effectief uitmuntende ingenieurs willen afleveren in de vier grote technologiegebieden, dan veronderstelt dat een solide opleiding geschraagd door stevig onderwijskundig onderzoek. ETHER heeft haar naam niet gestolen”. Research unit Voor prof. Langie is de erkenning van ETHER als een eigen, volwaardige onderzoeksgroep de bekroning van jarenlange inspanningen die teruggaan naar het prille begin van de faculteit bijna tien jaar geleden. “Her en der was er op de campussen al wat onderwijskundige activiteit maar dat verliep erg disparaat. Met de toetreding van de faculteit tot het Leuven Engineering & Science Education Center (LESEC) binnen de Groep Wetenschap & Technologie kwam daar verandering in. LESEC verschafte ons een platform om de krachten te bundelen in twee research units – ‘Study Guidance’ en ‘Generation Z’ – en zelf projectaanvragen in te dienen om zo nieuw bloed aan te trekken naarmate de financiering op gang kwam”. “De toename van de projecten en het aantal onderzoekers noopte ons de organisatiestructuur te herdenken” vervolgt prof. Langie. “Deze oefening resulteerde in een nieuw raamwerk waarin niet alleen de actoren – studenten, academisch personeel en afgestudeerden – een plaats hebben maar eveneens het volledige studietraject van intake over progressie tot beroepsbekwame professional. Dit schema laat ons toe om de lopende en toekomstige projecten duidelijk te plaatsen. Dat geldt trouwens ook voor de veertien onderzoekers die onze groep inmiddels rijk is”. Op stapel Het lopende onderzoek van ETHER bestrijkt nu al een brede waaier van domeinen en onderwerpen.

40

We zetten ze even op een rijtje: studieloopbaanbegeleiding (prof. Greet Langie), zelfregularisering en lifelong learning (Lynn Van den Broeck), professionalisering (Sofie Craps), ijkingstoets (Jolan Hanssen), feedback literacy (Kurt Coppens), communicatievaardigheden en taalondersteuning (prof. Jeroen Lievens), creativity in Electronics & ICT Engineering (Wouter Groeneveld) en learning technologies & digital scholars (prof. Wim Van Petegem). Niet zonder trots voegt prof. Langie nog drie projecten toe die op stapel staan. Het eerste heet URGENT en wil aan de weet komen waarom -alle campagnes en STEM-activiteiten ten spijtnog altijd weinig meisjes voor de ingenieursstudie kiezen. Vervolgens wordt de relatief grote uitval van eerstejaars uit kansengroepen onder de loep genomen. Een tweede veelbelovend project is TrainengPDP. Het bestudeert de rol van een persoonlijk ontwikkelingsplan in het levenslang leren en de professionele groei van de ingenieur. Projectpartners zijn TU Dublin en Lappeeranta University of Technology in Finland. Verder is Ether ook partner in ‘Engineering4Europe’, een ambitieus project van de Europese ingenieursorganisatie FEANI. E4E stelt zich ten doel om studiepakketten te ontwikkelen waarmee ingenieurs gelijke tred kunnen houden met de snel evoluerende technologie. Community Last but not least beschouwt ETHER het ook als zijn taak om onderwijsonderzoekers op te leiden of bij te scholen. “De onderzoeksmethoden die we hanteren, komen vaak uit de humane wetenschappen, wat maakt dat ingenieurs en exacte wetenschappers er doorgaans minder goed mee vertrouwd zijn”, aldus prof. Langie. “Daarom organiseerden we in mei een eerste internationale Summer School i.s.m. de European Society for Engineering Education (SEFI). Het was meteen raak: 34 doctorandi van wie 24 buitenlanders volgden een week lang een stoomcursus over kwantitatieve, kwalitatieve en gemengde onderzoeksmethodes. De Summer School bood bovendien tal van opportuniteiten om te netwerken en zodoende een netwerk uit te bouwen en de groeiende community van onderwijsonderzoekers te versterken. Dit alles met het finale doel voor ogen: impact hebben op het onderwijsbeleid en de kwaliteit van de ingenieursopleiding”.

Yves Persoons


Prof. Greet Langie © Joren De Weerdt

 www.iiw.kuleuven.be/onderzoek/engineering-education/education CONNECTING

41


DOCTORATEN

DOCTORATEN AAN FIIW (FEBRUARI 2021 – JUNI 2022) 7/03/2022

11/03/2022

16/05/2022

Gezahegn Garo Gale CAMPUS GEEL

Tim Thysens TECHNOLOGIECAMPUS GENT

Jiaye Li TECHNOLOGIECAMPUS GENT

Characterization of Arbuscular Mycorrhizal Fungus communities on Enset (Ensete ventricosum) in Southern Ethiopia and their Potential for Sustainable Intensification of Enset Production

Bioproduction of Class II hydrophobines with unique biospecific functionalities using Trichoderma species

Color matches and observer variability: extending the CIE colorimetric system

• Prof. Karen Vancampenhout (promotor) • Prof. Olivier Honnay (co-promotor) • Prof. Rony Swennen (co-promotor)

10/03/2022 Maria Morissa Lu CAMPUS GROEP T Improving moisture durability of flax fibre composites by using non-dry fibres • Prof. Aart Willem Van Vuure (promotor)

11/03/2022 Jialei Wang CAMPUS GEEL A flexible SRAM based SEE Radiation Monitor • Prof. Paul Leroux (promotor) • Prof. Jeffrey Prinzie (co-promotor) • Prof. Ketil Roed (co-promotor), University of Oslo

• Prof. Ilse Van De Voorde (promotor) • Prof. Jan Van Impe (co-promotor)

3/06/2022 4/04/2022 Ihab Gamaleldin Hamed Mahmoud Hashem TECHNOLOGIECAMPUS GENT Unraveling Biofilm formation and Removal Dynamics: a Computational Approach

Sanjay Gothivarekar TECHNOLOGIECAMPUS GENT Effect of forming process on fatigue fracture behaviour of high strength steel. • Prof. Albert Van Bael (promotor) • Prof. Reza Talemi (co-promotor) • Prof. Sam Coppieters (co-promotor)

42

Rory Gibney CAMPUS DE NAYER Aerosol Jet Printing of Fibrillar Collagens for the Replication of Dense Collagenous Tissues • Prof. Eleonora Ferraris (promotor) • Prof. Jennifer Patterson (co-promotor)

• Prof. Jan Van Impe (promotor) 9/06/2022 11/05/2022 Bert Vandenberghe CAMPUS GROEP T Materiality, Making, and Empowerment: Designing Squeeze Interactions in a School for Disabled Children • Prof. Veronika Vanden Abeele (promotor) • Prof. Luc Geurts (co-promotor) • Prof. Kathrin Gerling (co-promotor)

11/05/2022 11/03/2022

• Prof. Kevin Smet (promotor) • Prof. Peter Hanselaer (co-promotor)

Yiyuan Zhang CAMPUS GROEP T Daily Living Activities Recognition and Segmentation in Older Adults with Sensor Technology and Machine Learning Algorithms • Prof. Bart Vanrumste (promotor) • Prof. Sabine Verschueren (co-promotor) • Prof. Wei Chen (co-promotor), Fudan University, China

Olivier Goemaere TECHNOLOGIECAMPUS GENT Revealing insights in the intrinsic characteristics of techno-functional ingredients and their application potential in heated meat products • Prof. Ilse Fraeye (promotor)

24/06/2022 Stan Vincke TECHNOLOGIECAMPUS GENT Construction site monitoring and as-built BIM using photogrammetry • Prof. Maarten Vergauwen (promotor)


ONDERZOEKER IN DE KIJKER

DE BEGELEIDE TERUGKEER UIT DE RUIMTE Hoe breng je een satelliet heelhuids terug naar de aarde? Dit onderwerp intrigeert prof. Valentijn De Smedt op Campus Geel al geruime tijd. In Jurgen Vanhamel, assistent professor aan de Faculteit Lucht-en Ruimtevaart van TU Delft, vond hij een gedreven sparringpartner. Samen coachen en inspireren ze het Aether Student CubeSat Team dat de technologie ontwikkelt voor toekomstige terugkomsatellieten. Bij de oude Grieken was Aether, de god van de atmosfeer, de kleinzoon van de oergod Chaos, letterlijk de lege ruimte. De zes studenten van het Aether Team zou je de ‘kleinzonen’ kunnen noemen van het teamproject dat prof. De Smedt in 2019 indiende bij het postgraduaat Tech Innovations in Ventures & Teams. “In het eerste jaar geraakten de vacatures maar niet ingevuld. Pas in 2020-2021 meldden zich de drie eerste kandidaten aan”, vertelt prof. De Smedt. “Zij waren de zonen die het pad effenden voor de kleinzonen die momenteel op Campus Groep T in Leuven aan de slag zijn”.

B

Stralingsresistent Prof. de Smedt is verbonden aan de onderzoeksgroep Advanced Integrated Sensing (Advise) op Campus Geel. Daar wordt onderzocht hoe microchips resistent gemaakt kunnen worden voor ioniserende straling uit de ruimte. “In de bovenste laag van de atmosfeer worden de deeltjes door protonen, UV- en röntgenstraling van de zon geïoniseerd”, legt prof. De Smedt uit. “Die straling kan satellietcommunicatie en navigatiesystemen in de war sturen. Vandaar het belang om geïntegreerde circuits te bouwen die daartegen bestand zijn”. Prof. De Smedt ontwierp eerder al stralingsresistente chips voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Zo geraakte hij gefascineerd door cubesats, dat zijn miniatuursatellieten die in groten getale

meegestuurd worden met draagraketten voor snelle en precieze opdrachten in de ruimte. Het gastdocentschap dat Jurgen Vanhamel dit academiejaar in Geel opnam, gecombineerd met zijn onderzoekswerk in Delft, betekende een flinke opsteker voor prof. De Smedt en het kersverse Aether Team. Als voormalig systeemingenieur en programme manager bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) werkte prof. Vanhamel o.a. mee aan het Altius project, d.i. een ESAsatellietmissie die vanaf 2025 de evolutie van broeikasgassen en ozon in de bovenste lagen van de atmosfeer opvolgt. “De ozonlaag beschermt het leven op aarde tegen schadelijke UV stralen maar tegelijk is het ook een broeikasgas dat de klimaatopwarming in de hand werkt. Het gaat om een delicaat evenwicht dat een permanente monitoring vereist”, aldus prof. Vanhamel. Primeur Hoe vertrouwd beide coaches ook mogen zijn met satellieten en ruimtevaart, in het Aether-project wagen ze zich samen met de teamleden op onbekend terrein. “Tot op heden is er nog geen satelliet teruggehaald naar de aarde, ook geen kleine cubesat”, vervolgt prof. De Smedt.

“Satellieten die fin de carrière zijn, laat men opbranden in de dampkring. Ze laten terugkeren opent nochtans tal van perspectieven. Tijdens hun terugreis zouden ze bijvoorbeeld nuttige metingen kunnen verrichten. Bovendien kunnen ze dan hergebruikt worden wat de circulaire ruimtevaart een stap dichterbij zou brengen”. “Dit alles neemt niet weg dat de uitdagingen enorm zijn”, meent prof. Vanhamel. “De ontwikkeling van het hitteschild alleen al is een teamproject op zich. En dan hebben we het nog niet gehad over het navigatiesysteem dat nodig is om het tuig op een veilige en gemakkelijk bereikbare plaats te laten landen. Hoed af voor de leden van Aether die zich inzetten voor een onderneming waarvan wellicht pas hun ‘kleinzonen en -dochters’ in het project de voltooiing zullen zien. Als de vergelijking met de antieken blijft opgaan, wordt Aether dan bevolkt door titanen en giganten.”

Yves Persoons

Prof. Jurgen Vanhamel en prof. Valentijn De Smedt © Joren De Weerdt

CONNECTING

43


WETENSCHAPSCOMMUNICATIE

17DE SOLAR OLYMPIADE VOOR STEM EN KLIMAAT Jongeren warm maken voor hernieuwbare energie én voor de ingenieursstudie. Weinigen kunnen en doen het beter dan het Agoria Solar Team. De jongste editie van de Solar Olympiade op 4 mei in Technopolis was opnieuw een voltreffer. Ruim 150 scholieren uit heel Vlaanderen pakten uit met hoogstandjes van creativiteit en technisch kunnen.

44

en gadget of een challenger? Dat was de keuze die de deelnemers aan de Solar Olympiade moeten maken. In het eerste geval betreft het de ontwikkeling en bouw van een origineel voorwerp, toestel of spel dat werkt op zonne-energie. Bij de ‘challenger’ is sprake van de bouw van een mini-zonnewagen.

E


“Alle leerlingen tussen 12 en 18 jaar kunnen een team vormen en meedoen”, legt Emma Stalmans, PR-verantwoordelijke van het Agoria Solar Team uit. “Elk team bestaat uit twee tot zes leerlingen en heeft een leraar-begeleider. De wedstrijd begint met de samenstelling van een dossier met een gedetailleerde beschrijving van het concept.”

“Daaruit selecteren we de dertig beste. Deze teams ontvangen van ons een zonnepaneel, een batterij en een budget van 100 euro om hun gadget of auto te bouwen”. Prijzen “De 35 teams die het op 4 mei tegen elkaar opnamen bij Technopolis in Mechelen waren geselecteerd uit 85 inzendingen”, vervolgt Emma. “Ze werden acht maanden lang gecoacht door een lid van het Solar Team. In februari organiseerden we voor de finalisten een bootcamp om hun ondernemersvaardigheden bij te brengen en te leren hoe je een overtuigende pitch maakt”. Op de finaledag namen de mini-zonnewagens het tegen elkaar op. Er waren prijzen te winnen voor snelheid, creativiteit, inventiviteit en de kwaliteit van de pitch. De teams met een gadget moesten de jury overtuigen van de originaliteit, innovatie en relevantie van hun product. We waren onder de indruk van de prestaties en de vindingrijkheid die we te zien kregen”, vertelt Emma. “Zo was er een team dat een ‘slimme’ afvalbak had gemaakt die de gebruikers aanmoedigt om goed te sorteren. Een ander team had een apparaatje bedacht waarmee fietsers kunnen aangeven dat ze willen afslaan. Het zijn maar een paar voorbeelden die illustreren hoe de deelnemers op zoek zijn gegaan naar nuttige toepassingen”. Voorafspiegeling Prof. Bert Lauwers, decaan van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen, opende de finaledag. In zijn toespraak noemde hij de Solar Olympiade een voorafspiegeling van de ingenieursopleiding. “Samenwerken aan technologische oplossingen voor een duurzame wereld. Dat is precies wat wij onze studenten leren.”

“Jongeren laten proeven van het ingenieursberoep is wellicht de grootste verdienste van de Solar Olympiade. Dat hernieuwbare energie hierbij centraal staat, maakt de competitie nog relevanter. In deze olympiade wordt niet gestreden om medailles. Hier wordt ingezet op de toekomst van deze planeet”. De decaan was eveneens onder de indruk van het aantal meisjes in de teams. Hij verwees hierbij naar het aanslepend tekort aan ingenieurs en technisch geschoolden op de arbeidsmarkt. “Zonder de inzet van vrouwelijk talent raken de vacatures nooit opgevuld. We rekenen erop dat de meisjes tijdens deze olympiade de smaak voor wetenschap en technologie te pakken hebben gekregen en deze smaak hen nooit meer loslaat”. Later op de dag zou de meidengroep ‘Peach Cart Squad’ van GO!Atheneum Tienen de Challenger Competition winnen. Een andere troef van de zonne-olympiade is volgens prof. Lauwers de regionale spreiding van de deelnemers. “Het Solar Team mag dan wel uit Leuvense studenten bestaan, deze olympiade is geen lokaal onderonsje. Integendeel, twee derde van de teams komt van buiten de provincie Vlaams-Brabant. Dit komt een multicampusfaculteit als de onze goed uit. Wie van de olympiërs later voor ingenieur wil studeren, kan dat vlakbij huis”. Voor de decaan staat het als een paal boven water: “De echte winnaars van de Solar Olympiade zijn zij die gewonnen zijn voor een STEM-studie of een STEMberoep”. Yves Persoons

 www.solarteam.be

CONNECTING

45


FACULTY WORLDWIDE

SUSTAINABLE ENERGY IN AN INTERNET-OF-THINGS WORLD The future will be digital and sustainable. And tomorrow’s sustainable society will be shaped with the help of Internet -of- Things. This message has been picked up on Ghent Technology Campus: from 14 to 18 March, an intensive programme has been organized on this theme. About 50 engineering students from 7 different countries have been working on new insights and technologies that will turn our energy supply, energy distribution and energy use more sustainable for the next generations. rof. Liesbet Van der Perre and Simon Ravyts, the organisers of this course (with EU funding as a Blended Intensive Programme) are looking back on a successful edition. Their research groups Dramco and Electra saw an opportunity to engage in this adventure together.

P

“The multi-disciplinarity of the course turned out to be a major added value”, explains Prof. Van der Perre.” It has brought our two research teams on renewable energy and IoT closer together, which we believe will result in increased future collaboration.” The course’s focus is on the concept of ‘SUSTOPIA’: a society where living, working, transport and leisure are organized in the most sustainable way. Energy generation, storage, distribution, and usage all get ample attention, together with the societal impact for transport, urban planning, work organization and other domains. Project based International experts from the universities of Lund, La Rochelle, Porto, and Anhalt as well as industry experts contributed to the intensive course. Students were divided into teams after registration and were given the assignment of developing concrete cases in international teams under the supervision of academic coaches. “The project-based learning approach in teams created a special learning experience for the participating students”, says Simon. The classical teaching system is replaced with a more active format where student learn to work with real life challenges and with the unpredictability of problems and the variables and incomplete information which are inherent to complex issues such as energy sustainability.” This one-week international course is not only innovative by its integrated and multidisciplinary approach ‘under way to a SUSTOPIA society’, but also the format is using a combination of transnational online collaboration and physical mobility.

46

This blended type of education is a new format of international education, combining the best elements of physical mobility (the international and intercultural immersion) and the online component (digital learning and education). Network The SUSTOPIA course is part of a larger scheme of seven intensive courses that have been set up by the partner universities of the EUCLIDES network, the EUCLIDES INTERNATIONAL WEEKS. The Faculty of Engineering Technology, as a founding member of EUCLIDES network, is participating actively in six of the seven projects. Students and staff participating in these courses have been working online in teams for a month, co-creating on specific projects. The intensive week in Ghent is the physical moment where teams of students and staff meet. The Faculty of Engineering Technology has made a strategic choice involving this blended mobility. “This format can function as complementary to the traditional student exchanges”, says Prof. Van der Perre. “This type of collaboration allows students and staff who – for whichever reason – are not able to participate in longer mobility periods, to join in meaningful international activities.” Both Prof. Van der Perre and Simon Ravyts are eager to go and teach in other EUCLIDES network intensive programmes in future editions.

Hilde Lauwereys

 www.kuleuven.be/campussen/technologiecampus-gent


Prof. Liesbet Van der Perre and Simon Ravyts © Tine Desodt

CONNECTING

47


ALUMNUS IN DE KIJKER

DE MAGIE VAN MAGALI ‘From impossible to impact’ is haar devies. Duurzame veranderingen op gang brengen haar missie. Systemisch denken haar aanpak. Wie is deze ingenieurondernemer die tot de essentie weet door te dringen zonder het hele plaatje uit het oog te verliezen? Een portret van ‘big picture thinker’ Magali Minet. ociale ondernemer, systemic coach, improvisatie-actrice, muzikante, … Magali Minet is niet voor één gat te vangen. Zichzelf en haar bedrijf noemt ze ‘Mind Innovators’. Daarbij worden ingenieursexpertise, psychologische dynamieken en servicedesign geïntegreerd ingezet om duurzame veranderingsprocessen te initiëren en in goede banen te leiden. De essentie van haar overtuiging sluit aan bij wat Confucius ooit zei: ‘Elke reis begint met een eerste stap’. Die eerste stap ligt bij jezelf om vervolgens gradueel te expanderen naar je omgeving, je organisatie en de samenleving. “Verandering start bij het besef zelf deel te zijn van de beweging. Het gaat erom te identificeren waar jij als entiteit een versterkende rol kan spelen in de algehele schakel, inherent deel van een geolied geheel. Dat geldt zowel op individueel vlak maar evengoed in organisaties”, aldus Magali.

S

Wereldverbeteraar Magali studeerde in 2013 af op Campus Groep T als ingenieur Biochemie, optie Medical Bio-Engineering met een welverdiende ‘magna cum laude’. Haar hele schoolcarrière worstelde ze met de schijnbare dichotomie tussen ‘exacte’ en ‘humane’ wetenschappen. “Je was ofwel goed in wiskunde ofwel sterk in talen”. Voortdurend moesten er keuzes gemaakt worden. “Ik werd laaiend enthousiast van Latijn, filosofie en poëzie, maar evengoed van exacte wetenschappen of wiskunde.

48

Dat paste niet in het schoolse hokjessysteem waar ik deel van uitmaakte”. Na de middelbare school wacht Magali een nieuw dilemma: psychologie studeren of ingenieur? Een moeizaam bevochten compromis leidde tot industrieel ingenieur en daarbinnen de richting Biochemie. Voor haar de link tussen wetenschap en leven, in de brede zin van het woord. Het postgraduaat ‘Biomedische Ingenieurstechnieken’ dat Magali volgde na haar master lag in dezelfde lijn: hoe nog meer de vertaalslag kunnen belichamen tussen technologie en mens? Uit haar studententijd herinnert Magali zich nog levendig het gastcollege van klimaatambassadeur Serge de Gheldere. “Hij poneerde de stelling ‘Wie zit er hier om de wereld te verbeteren?’. Geschuifel, gemompel en gelach. Mijn hand ging vlot de lucht in. Als ingenieur gebruik je wetenschappelijke en wiskundige kennis om uitdagingen in de eigen leefwereld te identificeren en ze om te buigen naar kansen en oplossingen. Dit binnen een groter speelveld, zoals de samenleving. Dat betekent dat wij de uitdagingen eerst moeten zien en erkennen om ze vervolgens werkbaar te maken voor de doeners. Als ingenieurs wegkijken van de grote wereldproblemen, missen we een essentiële schakel in het vinden van oplossingen”.

Magali Minet © Julie Feyaerts

Clinical engineer Magali’s professionele leven begint bij Materialise in Leuven, de pionier in 3D-printing en na 30 jaar nog altijd bij de wereldtop. De missie van het bedrijf ‘innovation for a better and healthier world’ is haar op het lijf geschreven. Ze start als corporate quality engineer en is na een jaar actief als clinical engineer. Ze ontwerpt onder andere anatomische hartmodellen voor de cardiologische wereldtop en plant daarnaast ook virtuele schedel- en gelaatsoperaties met chirurgen. In 2019 lanceert ze als technisch consultant mee de nieuwe cardiovasculaire planner van Materialise. Alles wijst erop dat de veelbelovende biochemie-ingenieur een glansrijk parcours loopt in een topbedrijf.


In maart 2020 neemt de successtory echter een plotse wending. Magali verlaat Materialise. Ze verdiept zich in systemic coaching en beslist om als sociaal ondernemer een diepere integratie van mens en technologie te kunnen bewerkstelligen. In januari 2022 wordt haar bedrijf MINET - Mind Innovators boven de doopvont gehouden. Diepere zelf Vanwaar die ogenschijnlijk plotse ommezwaai? Het is Magali die de schijnbare tegenstelling in zichzelf omarmt en herontdekt. De Magali die daardoor de wereld niet langer ziet in termen van dichotomieën en niet langer aanvaardt te moeten kiezen tussen ofwel dit of dat. De Magali die én ingenieur én coach én ondernemer én performer is en zich met

die bundeling van talenten en competenties wil inzetten voor anderen. ‘Ik kies er elke dag voor om op zoek te gaan naar welke versie van mezelf ik écht wil zijn’. Het resultaat van een jarenlange, diepe exploratie van en naar het diepere zelf. Een proces waarbinnen ratio, emoties en schijnbaar gescheiden identiteiten mogen versmelten tot een nieuwe, betere en zelfs beste versie van dat Zelf. “Ik heb in mijn leven al veel tranen gelaten. Ik ben er niet van gestorven. Ze hebben mij alleen maar dichter bij mijn kern gebracht”. ‘De kern van alle dingen is eindeloos’, schreef Felix Timmermans. Die kern blijkt een universum op zich te zijn. Vol mogelijkheden, ontdekkingen en vooral barstensvol mentale energie voor persoonlijke groei.

MINET Dit brengt ons naadloos bij de missie van Magali’s onderneming: ‘At MINET I empower people and organisations to act on societal change. I co-create fertile soils for change by strongly focusing on innate talents of the individual, the characteristics of the system they are part of and the unique points of contact between the two’. Deze missie laat zich niet vatten in vakjes als ingenieurswetenschap of naïeve geitenwollensokkenretoriek. MINET’s missie heeft toverkracht. Het is de magie van Magali.

Yves Persoons

 www.magaliminet.be CONNECTING

49


ALUMNUS IN DE KIJKER

TUNNELBOUWER MET HELICOPTERVIEW WINT AIKUL AWARD “De carrière van Robert Willems is een voorbeeld voor jonge ingenieurs vanwege het stelselmatig zoeken naar nieuwe professionele uitdagingen in een internationale context”, aldus prof. Johan Baeten, campusvoorzitter van Campus Diepenbeek, in zijn laudatio tijdens de uitreiking van de jaarlijkse Awards door Alumni Ingenieurs KU Leuven op 31 mei 2022. Een portret van de gelauwerde Limburger. IKUL is de overkoepelende vereniging van de afgestudeerde burgerlijk en industrieel ingenieurs van de KU Leuven. Dus ook van de vele duizenden ingenieurs die afzwaaiden vóór in 2013 de opleiding deel ging uitmaken van de universiteit en een eigen Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen vormde. Robert Willems behoort tot dit groot legioen van zg. ‘pre-integratie ingenieurs’. Dat hij de Award van de alumnivereniging wint, bewijst dat de verdiensten van de ‘oude garde’ van tel zijn en blijven en niet overschaduwd worden door hun universitaire opvolgers. De prestigieuze AIKUL-Awards gaan naar een burgerlijk en een industrieel ingenieur die zich hebben onderscheiden – nationaal en internationaal – in het bedrijfsleven en de samenleving en daarom als rolmodel kunnen dienen voor de huidige en de toekomstige ingenieurs.

A

Commercieel Robert studeerde in 1988 af als industrieel ingenieur Elektromechanica aan de toenmalige Katholieke Hogeschool Limburg (KHLim), nu Campus Diepenbeek. Na de toen nog verplichte legerdienst en twee jaar warmlopen in een commerciële functie vindt Robert de job van zijn leven in de sector van de tunnelboringen. Bij K-Boringen in Hasselt wordt hij projectmanager, verantwoordelijk voor de planning, organisatie en de opvolging van boorprojecten en de contacten met klanten en leveranciers. Zijn actieradius beperkt zich evenwel niet tot België maar omvat ook grote delen van Midden en Oost-Europa. In Duitsland blijft Roberts organisatie- en commercieel talent alvast niet onopgemerkt. In 1997 gaat hij aan de slag bij Herrenknecht AG in Schwanau (Baden-Wütttemberg), een belangrijke producent van tunnelboormachines in diverse formaten (van 0,1 tot 15,5 m diameter). Robert wordt sales engineer in de business unit Utility Tunnelling en begint aan een internationale carrière die zich geografisch almaar verder uitbreidt. Van China en Taiwan, over het Midden-Oosten en Noord-Afrika tot Noord, Centraal en Zuid-Amerika. In vijf jaar tijd realiseert hij meer dan honderd boorprojecten en drijft met marktaandeel van Herrenknecht op met 90%. Ondernemer Met de promotie tot Global Sales & Marketing Director van zijn business unit zet Robert de kroon op zijn werk bij Herrenknecht. 50

Hij wordt verantwoordelijk voor de wereldwijde strategie, inclusief de productontwikkeling en de aansturing van de dochtermaatschappijen en filialen. Met een sales team van dertig medewerkers weet hij in drie jaar de omzet van het bedrijf te verdrievoudigen. In 2008 keert Robert terug naar zijn roots in Hasselt en richt Down2earth op, een bedrijf dat tweedehands boormachines opkoopt, reviseert en opnieuw op de markt brengt, een voorbeeld van circulaire economie avant la lettre. Zijn grote expertise in de sector stelt hem bovendien in staat om constructiebedrijven, machinebouwers en overheden professioneel te adviseren bij tunnelwerken allerhande. Op korte tijd wordt Down2earth een begrip in het marktsegment van de tunnelboormachines met een diameter tot 4,5 m. Ook wanner hij in 2018 de dagelijkse leiding van het bedrijf uit handen geeft, blijft Robert via zijn bvba Donum Vita actief als consultant in de tunnelbouw en de internationale handel. Business Angel Hoe down to earth Roberts werkveld letterlijk ook mag zijn, dat belet hem niet om zich te profileren als een bevlogen en geëngageerde ondernemer. Al meer dan tien jaar is hij bedrijvig als Business Angel in het gelijknamige netwerk dat investeert in jong ondernemerstalent. Business Angels hebben zelf een succesvolle carrière uitgebouwd en kunnen bogen op een stevige ervaring als investeerder met een fijne neus voor business opportuniteiten. Ze bieden aan de jonge generatie de kans om hun zaak met vers kapitaal en ‘wise deals’ op een hoger niveau te tillen. Tunnelboring hoeft niet per se tot een tunnelvisie te leiden, zoveel is duidelijk. Bij Robert is veeleer sprake van een helikopterview. Hij overschouwt een rijk gevulde en gevarieerde carrière waarin hij zich nationaal en internationaal weet te onderscheiden. Ingenieurstalent gekoppeld aan ondernemingszin en engagement maken hem tot een rolmodel en ambassadeur en bijgevolg de rechtmatige winnaar van de Alumni Ingenieurs KU Leuven Award 2022.

Yves Persoons


Prof. Bert Lauwers, decaan; Robert Willems en prof. Johan Baeten, campusvoorzitter © Filip Van Loock

CONNECTING

51


NIEUW

(voor professionals en pas afgestudeerden)

• Advanced Master Artificial Intelligence in Business and Industry (Campus Brugge) • Postgraduate Certificate Artificial Intelligence in Business and Industry (Campus Kulak Kortrijk)

Ontdek ook de andere postgraduaten van het Postuniversitair Centrum KU Leuven: • • • • • • • •

Big Data and Analytics in Business and Management Coöperatief Ondernemen en Management Financiewezen – Corporate Finance Mens- en Milieuvriendelijk Bouwen en Wonen Ondernemerschap en Innovatie Smart Logistics Smart Operations & Maintenance in Industry Vastgoedkunde

Meer opleidingen op puc.kuleuven.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ConnectING 19 - juni 2022 by Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen | KU Leuven - Issuu