Skip to main content

Festival Cement 2019 I Podium van Papier

Page 1

22 MAART 2019 PODIUM VAN PAPIER Lieve festivalbezoeker, Denkoefening voor thuis ODE TO THE LOST DESIRE

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Nunzio Caponio, Bart van de Woestijne | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: Adam Oostenbrink

Vandaag begint alweer voor de twintigste keer Festival Cement. Ja, dat lees je goed: Festival Cement viert dit jaar haar twintigste verjaardag. Hoera! Dat gaan we vieren met schitterende voorstellingen en een interessant randprogramma. Het worden een mooie negen dagen. Dit jaar is de thematiek niet mals. Terwijl ik dit schrijf is de klimaatmars in Amsterdam net voorbij en komen de eerste berichten binnen over de ruim 35.000 mensen die mee hebben gelopen. Hier in Den Bosch gaat de klimaatdiscussie verder op de planken. Lize Pede en de Filipijnse kunstenaar Roberth Fuentes werken met Island of Slow drie dagen lang aan een surreële performance rond een prop plastic. Kunnen we van deze megavervuiler een levend object maken? Of wellicht een landschap vol levend plastic? In de installatie Plasticville van Bram van Helden en Thijn Kolk wandel je door een heuze tuin vol kunststof organismes. Wellicht dat een nieuwe blik op plastic ons vervuilende gedrag doet minderen.

Dan begin je.

De vorm is anders, maar jij bent het, je weet het zeker. Je kijkt naar je ogen naar je haren naar hoe je kijkt de blos op je wangen de spleet tussen je tanden.

Je kijkt naar de witte deur.

Je staat op.

Je stelt je voor dat daarachter iemand het huis binnenkomt.

Je bent minstens twee koppen groter dan jezelf.

Je voelt de tocht onder de deur door trekken, hoort je voordeur in het slot vallen.

Jullie kijken elkaar aan, en je stelt je voor, hoe jullie blik precies hetzelfde vragend is.

Je loopt je woonkamer in, knipt een lamp aan en doet de gordijnen dicht. Je doet de deur achter je dicht en gaat zitten.

Een paar lichte stappen. De klink gaat naar beneden, de deur gaat langzaam open. Eerst wat gerommel en dan zie je het.

Maar wat als het al te laat is en het einde der tijden nabij is? Zarah Bracht laatje met Wholesale Destruction zien hoe de millenialgeneratie de apocalyps ondergaat. Mocht dat te dichtbij komen, kun je ook langs Lobke Leirens en Maxim Storms, die met Happy Hour de ritualistische ondergang van twee marionetten verbeelden. Om over de twintig andere, net zo intrigerende voorstellingen – wegens ruimtegebrek kan ik helaas niet iedereen noemen – nog maar te zwijgen.

Je stelt je de omtrek van een kind voor, omlijst door je deuropening. Het kind schuifelt naar binnen en blijft hier, middenin je woonkamer, voor je staan. Het licht van je kamerlamp valt op het gezicht dat langzaam zichtbaar wordt terwijl je ogen wennen.

Veel plezier! De ogen zie je het eerst.

Zo staan jullie even. Je luistert naar de stilte van je kamer. Dan ineens begint het kind te praten. Je herkent de stem niet, maar wel hoe het praat. Het kind kijkt je aan en vraagt: ‘Wie ben jij?’ Je kijkt even naar de grond. Jullie dragen beiden dezelfde sokken. Je denkt na. Je twijfelt.

Liefs, Nuno Blijboom Hoofdredacteur Podium van Papier PS. Het zal je opgevallen zijn dat de dagkrant een andere vorm heeft dit jaar. Naast dit Podium van Papier is er dit jaar ook een meer uitgebreid Makersboek, onder leiding van mijn voorganger Filip Tielens. Hier vindt je de meer diepgravende en langere artikelen die je gewend bent te lezen op dagelijkse basis. En die is ook gratis.

Je hebt die ogen eerder gezien, ergens, maar weet niet meer waar.

Vertel je het wat je weet?

Je blijft kijken.

Bart van de Woestijne

Je herkent de trui die het kind draagt: het is die ene trui die jij altijd droeg. Ineens overvalt je het gevoel dat je naar jezelf kijkt. Je kijkt naar het gezicht, naar hoe het verschijnt.

Desires are born and bred in an extraordinary land. A faraway place that you and I can only access naked and alone. A place where everything is possible, but nothing will ever happen. I dwell there night and day, and I wait amid all the forgotten sparkles available to my darkest senses. I satiate myself with thick contemplations of me becoming the deepest you. From there, no one gets away alive, nor you or I can defeat the ghostly images of perfection. That faraway place, the extraordinary land, is our death disguised as fresh morning dew for the thirsty people of the heart. That precious land is our grain of sand for which we are willing to kill the mountain. Run! Run from that land and be ready to die without killing. Offer your nakedness to the first passer-by, give your body to the guardian dog and die. Sacrifice your grainy dream and die. In the silence of your death, I will watch and wait till your very last thought disappears forever. How many of you are there? How many ‘thoughts’ must I slaughter to free myself from the hunting ghost of your lonely nakedness? A new day will come, and only silence will reign. The wind will sweep away our bodies to rest, and there, in the farthest corner of our senses, perchance, we might meet in the flesh of a star. There we’ll hold hands, sing and mourn our loneliness before you run again. Desires belong to the Gods. Colourful and vibrant, they are the blueprint of possibilities, a hologram containing the creation of the new. Man is the product of the Gods’ creations and within himself are left traces of the original desire from which he is born. In the best-case scenario, man’s desires are pale remains of the beginning of time. That’s when a genius is born. Rare. Unfortunately, most of the time, the common man’s desires are nothing more than fixation given by its social environment, suggestion implanted in its psyche. Even sexual desires don’t belong to him. They belong to nature, a force that takes different shapes giving the illusion of the self. What we call ‘desire’ is often the limitations that keep us away from our true self and from the possibility to resonate with the universe in our full splendour.

Its 8.08 AM and I desire to stay in bed to contemplate my desires and play with them in my imagination. That’s as far as my splendour goes right now. Each one of them has a string of images attached to it and it can be quite entertaining to observe the variations of their potential fulfilment. Most of them do not have enough energetic stimulus to make it to the plane of physical reality, and as a result, I am still in bed. Some have been with me for a long time, and some are new. To be precise, they are never entirely new. Usually, it is a primary ‘desire’ which created a cluster of sub-desires. They look different, but they are just variations of my primal physiological or emotional need. Things get complicated when strange ‘desires’ appear and don’t even belong to me or my social programming. I have one with me right now. It belongs to a foreign entity, a bodyless spirit, that has found shelter in my body wishing to fulfil their agenda of energy vampirism. It’s very cunning and manipulative to the point that it’s able to fully control my body and let it act according to its ‘desire’. The desire to stay in bed is not mine. 8.21 AM. I managed to desire myself out of bed. I desire to go to a faraway place where a big magical rock is waiting for me. I will get inside the rock and seat in it with my eyes closed. At that point, I have the desire to sing tunes that will make the atoms of the big rock vibrate to a high pitch frequency. I desire the cells of my body to vibrate along with that rock and dissolve their tiny desires for death. I desire to record that sound for you and share it. Do you desire to listen to it? If your desire is strong I will go to that faraway place, I’ll seat in the magical rock, close my eyes and I sing to dissolve our tiny desires for death before you run again. 11.06 AM. Just desires. I am still in bed. Don’t know If I’ll ever make to that rock. Nunzio Caponio schrijver Lo Lie Taa


23 MAART 2019 10.000 gedachten

PODIUM VAN PAPIER

vliefgen jonge? Nee toch nee nee nee, laat de mensen eens met rust met die twijfels en verwarring zaaien. Maar puntjes zijn toch grappig? Dat is toch niet zo verwarrend, nee maar daar heeft ook niemand iets aan! Doe eens iets, stop met altijd maar te verdwalen en de dan proberen om anderen te laten verdwalen, en stop stop stop stop stop stop stop start ? Misschien? Nieuwe start: Ik wil het hier even hebben over het belang

Schrijven schrijven schrijven voor de dagkrant ja dat zien jullie ook wel dat is overbo-

van goede isolatie nee. Nieuwe start: Elk begin is moeilijk maar dit begin is makkelijk

dig om te vertellen maar alles is overbodig om te vertellen tenzijn nou ja ik kan alavast

want het is geen begin het staat halverwegede tekst. Was het begin eigenilijk moelijk?

vertellen dat ik in deze tekst de backspace knop niet ga aanraken want dat zou mijn

MM ik weet het niet het zou kunnen. Reflectie. Pause. Misschien moet u even iets te

fouten wissen en het zijn toch net d fouten die kmooi mooi jn zijn, kijk amaar Ik deed

drinken nemen voor u verder leest en zal dat u helpen om toch door te zettten. Het is

ehet niet express hoor ik heb geoon een slecht toetsenbord en geen geduld. Geen ge-

maar een probeersele zie je, ik hoop dat u mij niet gaat beoordelen op basis van dit

dudl ik bedoel ik ben veeleisend en ambitieus wat misschien min of meer hetzelfde is

probeersel, altijd maar twijfelen he jongen over wat ze nu van u gaan denk en. Daar

op een positieve manier geformuleerd. Formultatie formulering is alles maar ook in-

moet je niet mee insitten. Inzitten het moet gewoon zijn waat het moet zijn en als je het

houd is alles, het is alleeibei alles dus. Maar ik denk niet oei deze zin ging nergens heen

zelf leuk vindt gaan mensen het misschien ook leuk vinden want jij ben t ook maar een

of ik vergat wat ik wilde d zeggen. Nu ja ik hou van fouten en ook wavdijwfoiej fout ik

mens hoor en dus ja misschien is dit of nee het is zeker iets menselijk en stamelen is

hou van fouten en ook van niet-fouten. Neem nu de vezelstructuur van hout, dat is al-

net goed op dat lak dan zien de mensen dat ook eens dat ze niet alleen zijn in hun

tijd mooi en zit vol met fouten, ik bedoel ik vertel het niet goed nu maar het idee is dat

steamelen stamelen en hun neerstorten en twijefel twijfel tiwijfel tja als ze nu nog le-

fouten ook gewoon deel uitmaken van alles en adat alles dan in onze ogen goed of niet

zen dan vinden ze het zeker wel .. iets. Daar zijn de puntjes weer. Frankrijk springt plets

gode wordt en tja snap ja je? Ik denk het wel maar laat nu even zitten. Ik leg het niet

plots in mijn hoofd, en de ik bedoel Frankrijk in de zomer toen ik Morgan e ging bezoe-

goed uit. Als ik de lat maar laag genoeg kan leggen he, als iik maar een nmanier vindt

ken en die Japanse lifter had. Die vond alles mooi en prachtig en hij was de beste

om iets te tonen dat er toch altijd al is. Nee ik benader het te negatief, ik probeer echt

passagier ooit ooit OOIT. De hele tijd positiefe en verwonderde geluidjes, zoals Jappan-

wel iets te doen en maar dit moet hiet geen verantwoording worden ik kan toch beter

ners dat zo mooi kunnen weet je wel? OOO wow, so nice, so beuatifull. Ik hop hoop dat

gewoon een leuk verhaaltje vertellen wat er in b mij opkomt. Ik heb gemerkt dat ik heel

dit niet als stereotyperend wordt ervaren. Kijk nu was ik iets leuk aan het vertellen en

vaak aan kikkers denk en aan aan libellen en een bepaalde imaginaire plek in het re-

dan begint de reflectie wieer . Wier doet mij denken aan die film solayris die over een

genwoud, als ik probeer om mijn gedacht en vrij te laten dwalen dan springt er altijd

ruimteschoip en een post-humane planeet gaat maar begint met en eindigt met een

een kikker voor mijn geestesoog en soms ook een libel of andere dieren zsoms, lui-

beeld van wier in een klein stroompje. Mooi. Goed zo negeer de reflectieve twijfels

paard soms. Maar kikker waarom toch. En libel ik denk dat libel mijn spirit-animal zou

maar. Ik luister vaak naar de radio, naar npo 1 en naar omroep Tilburg. Heelsoms naar

kunnen zijn als er al zoiets bestaat en ik dnek whet wel ik hdenk het wel jajaja. Ik weet

bnr maar dat is meer uit een soort ik weet het niet, Het nieuws het gaat slecht slecht

het even niet. Mag ik pauszes laten? Of id is dat tegen te de regels verdorie ik maak

soms gode en meestal slecht. Zo cynisch jongen en daarbij dat is zo'n ding dat ieder-

veel fouten fouten fouten fouten maken het net gelukkig interessanter, als deze tekst

een wel eens zevjbiajkvnknv Nu ben ik echt een beetje ver eeld met miezelf ik schrfij

geen schrijfouten bevatte dan awwas het pas saai en trouwens kunst in is kstop stop

saaie dinge n misschien omdat ik de twijfels negeer. Dat is op sich een twijfel jongen.

kunst is de spanning tussen begrijpelijk en onbegrijpeld en als het allemaal te goed is

En stop eens met dat jongen ik bedoel wat wil je daarmee zeggen man. Ik moet denken

dan is het niet goed, dan kan het niet beginnen werken, werkt het al? Doet het als iets

aan die film koyaanisqatsi waarom weet ik niet om mezelf interessant te maken alvast

met je? Leest iaeamnd iemand dit dit dti ja hmm. Ik moet denk en aan dingen die ik niet

niet watn het gebeurt gewoon vanzelf en nu aan sex hebben met oei ik ga wel geen

wil schrijven omdat ze persoonlijk en erotisch zijn in aard mm en ik heb niet gezegd dat

anmen noemen denk ik dat is misschien niet ok. Maar ja sex om de 7 seconden zeggen

ik eerlijk zou zijn. Hoewel het toegeven avan censruur al een soort van eerlijk i s een

ze maar ik dnek ik efnk het niet eigenlijk, of ik weet ook niet hoe ze atgemeten hebben.

half eerdlijk. E Hoe de hersenen toch werken ik zie het woord eerdlijk en ik denk aan

Dat is ook de grap het is bijna onmogelijk om gedachten echt uit te drukken en het is

eer en dan aan een sciencefiction boek waarbij een soort middeleeuwse beschaving in

bijna onmogelijk om of nee, het is helemaal onmogelijk om gedachten uit te drukken

een ruimteschop blijkt te bestaan, dat ze helemaal gedegenereerd zijn omdat het

zonder ze te beinvloeden. En zelfs als ze zeg maar hersenactiviteit meten zeg maar

schip zo goed voor hen zorgt. Zorg werken in de zorg en oude mensen verzrgen . Doe

dan ben je nog geen stop stap verder. Want hoe li nken ze die hersenactiviteit aan een

eens wat moeite michiel jongen een beetje moiete en stop met die fouten te schrijven

bepaalde gedachte, of een breder thema zoals taal of voortplanitng of zo? Juist door

je kunt niet zomaar alles aanvaarden, je moet een thema vinden iets waar mensen zich

het te vragen natuurlijk. Want mentale ervaringen hebben een subjectieve ontologie

kunnen toe verhouden, maar het gebrek aan thema is toch iets waar je je kunt toe

en zijn daarom onmeetbaar onwetenschappelijk en on ono onononon. Een grens van

verhouden? Ja maar dat is ook weer zo'n trukje dat je altijd gebruikt om toch maar

onse mogelijkheid tot kennen is het kennen zelf. Ik kan niet achter mezelf gaan staan.

geen moeite te hoeven doen, Ok prima dan een thema misschien de dualiteit van de

Dat is iets dat dat adat is ik bedoel een thema of een mogelijke manier van de voorstel-

mens, hoe ik mezelf vermaan dat is wel een ding ja daaar kun je iets over schrijven daar

ling te lezen die ik wil maken is dat. Nl een poging om het mentale leven te laten erva-

hebben we een begin doe maar jongen. Ok ja grappug toch hoe ik tegen mezelf dingen

ren ipv het ste willen grijpen. Ach ja uiteindelijk waar gaat het over? Over over gaan en

kan zeggen dat de natuur mij die capaciteit gegeven heeft, hoewel ik heb die capaciteit

dat dat niet zo duidelijk is. En vaagheid en niet kunnen begrijpen en zelfs niet kunnen

in feit e toch niet, ik doe maar alsof lijkt het, want ik voel niet alsof er ieand werkelijk

begrijpen wie niet begrijpt en jezelf niet kennen en ook niet zeker weten dat je hem of

van bite buitenaf tegen me praat. Maar soms heb ik wel die in ruk indruk, in dromen v

haar of mengeling niet kent, misscihen is dit wat we ervaren wel gewoon perfect ken-

bijvoorbeeld of als er plote plots een kikker verschijnt en daar dan zit in mijn gedach-

nen van onszelf maar dat zouden we dan miet kunnen verifieren bij iemand ander.s .

ten als een iemand te kijken. Dat is iemand anders die kikker, en nu het interessante in

Zouden we dat ooit kunnen verifieren of op een bepaalde manier? Ik ben benieuwd,

feite zijn er toch geen gedachten deie die ik zelf oproep, ze komen allemaal ergens

maar dan moet er een soort radicale paradigmatische shift komen in de wetenschap,

vandaan van ik weet niet waar. Ik heb geen bikbliotheebk be= met met ideeen waar ik

want zoals die nu is is is kan dat dus niet. Mja wetenschap en techiek zijn toch leuke

een selectie uit maak opm om dan het juiste te denken of te denken wat ik we wil. Ik

dingen om het over te hebben maar vooral leuker om te doen. Ik hou van kabeltjes en

denk ik word gedacht ik ervarar het proces ik stuur het, stuur ik het is de vraag? Want

draadjes en robots en hefbomen. Leeg, ik zoek echt naar iets om te vertellen waarom

ja ik kan zeggen ik “Ik concentreer me nu op dit of dat” maar dade de keuze om me te

toch want er is toch altijd iets. Ik szit aan een tafel de tafel heeftt vlekken, ik heb er

concentreren waar kwam die vandaan, en als ik dat kan zeggen, die keuze kwam uit de

krassen in gemaakt met een breekmes toen ik een doosje maakte voor een laser en

gedachten gang die ik net doormaakt e waarom maakte ik net die gedachtengang door,

filters aan het vernijden was en op de tafel staat een laptop een kartonnen bekertje

heb ik dat deze ochtend beslist “ik ga om 12:33 even ndaenken over epifenomenalis-

met een roestaafje en een make-up speigels tje en enkele schriftjes een doosje uit

me, bijvoorbeeld. Bijvoorvbeeld zeg ik maar dat is wel wat er op het spel staat, als ik

hout een soort stolp een microfoon en een zakje met toebehoern lijkt veel maar dat is

het niet beslis ben ik dan een soort kijker, is mijn besu bewustezijn gewoon een obser-

het niet een klein tafeltje is het. Ik zit op een sotel ik zou graag fietsen nu. In de duinen

vator van een autonomoon proces dat helemaal buiten zijn controle valt (is mijn be-

fietsen in het zand ik zou dat het zomer was ik wou graag met dat nieuwe meisje er-

suwstzijn een hij?) (misschien liever een zij, maar ik vrees vooral hij) (maar misschien

gens naartoe rijden om te tsjillen en te hangen en de hele dag te zwemmen en dan

een mengeling waarom niet.?). Maar ik wou nog iets zeggen daarover, ja ik bedoel zo

aaeuhm niets dan gewoon dan dat bedoel ik dat alleen maar en neatuurlijk wel wat

voel ik me soms, dat ik “ik” bedoel ik dan , dat “ik” een soort kijkfile is die , op het mo-

anders maar vooral dat. Niets doen is zo belangrijk, voor mij, verveling, hoewel. Ik heb

ment dat ik erbij stil sta, getuige is van het bijna fataal chaotische feit van mijn erva-

eens 4 uur lang op een plek gestaan en toen werd het wel hel moeilijk me ntaal. Dat

ringen en ghoe die op eeen aander rijvak plaatsvinden. Op het moment dat ik gewoon

was echte verveling, maar misschien niet, misschien was het net door er en tijd op te

120km/u rij zie ik die dingen niet maar als ik ze zie word ik kijkfile. Ja ik denk dat er wel

plakken dat ik geen echte verveling kon aanvaarden. Dat ik nog iets aan het doen was,

iets indie metafoor zit. En tenminste beter dan “spiegel” De geest is verre van een

manelijk 4 uur rechtop staan. Ik ga eens een dagje echt neits doen en lkijken. Mja maar

spiegel denk ik. Of toch mijn geest, en ik hou ook gewoon niet van dat zoort soort ja laat

er is zoveel leuk te doen op de wereld. Fietsen bijvoordeeld. Zou ik een goeie tekst ku-

maar … Punttje s hoort dat bij automatisch schrijven? Dan zou ik gwoon de hele dag

nen schrijven als ik me er op toeleg? Waarover dan eignelijk? Over mijn ervaringen in

door puntjes kunnen typen, literair pointillisme, een nieuwe stijl. Mooi, saai misschien

antanarivo? Dat was best moeilijk daar en ik voelde me daar niet zo goed. Het enige

mwaar

grap-

leuke was de vliegtuigreis over de worstein Woestijn bedoel ik. Worstein, een duits

pig................................................................................................................................

wel

heel

kunstig

en

een

beetje

merk van worsten misschien. Duitsland is ook een leuk land om naartoe te gaan. Ik ben

..............................grappig of niet? Ik weet het niet goed als ik te veel reefelecteer over

even erg als al die eandere. Ik heb het over de mensen op Tinder, iedereen heeft dew-

dingen wordt alles wazig, DAT daarom dus is de geest niet als een spiegel, wanneer we

zelfde hobbies en interesses namelijk reisen, yoga, speciaalbiertjes op z;n tijd, en

reflecteren wordt het wazig, we waarom zeg je we, doe eens niet zo veralgemeenend

hardlopen of fietsen. Check check chekc behalve yoga. Tinder is een fascinerende

jongen, jij bent gewoon verward daarom is iedreeen niet verward. Jawel alleen weten

plek, ik raad het iedereen aan. Dat zou het systeem een beetje om zeep helpen als ie-

wze het niet en dat is dat dat is een gevaarlijk v fout. Iets als de coyote in roadrunner

dreen op Tinder gin isitten zitten omte kijken naar hoe fascinered het is, maar ja toch

tekenfilms, en dat die dan in een woklje de ravijn overloopt en niet weet dat er geen

maar eens doen is echt eheel grappig en vertederend ook op een manier. En een beet-

grond onder zijn voeten is en dan even voelt en dan merkt van oei er is geen grond end

je triest soms misschien. Veel mensen die een foto hebben van zichzelf met een oli-

an valt hij. Nu ben ik dus aan het valen of al neergestort en is dat dan beter dan rond-

fant, of van zochzelf in thailand of op een bergtop of ja. Je kan et je we l inbeeldn denk

ik hoe het is. Ik ben een beetje moe, beetje moe, merk je dat? Ik i k ik, ik zou ook niet in de ik-vorm-persoon kunnen schrijven. Dan moet ik goed nadenkn oei tja. Ik zit in het theater te schrivjen terwijl de lichten worden gesteld. Niet makkelijk lichten stellen, hoewel ik soms denk dat ik het beter en ssneller zou kuunnen, misschien is dat niet zo. Misschien zehct hij, wellicht niet, zeker wel van niet. Portishead die maken muziek die vind ik wel mooi of nouwja is mooi het goede woord? Eeen beetje kil en trippy, trippy is een slecht woord of ik bedoel is er geen beter woord? Duister Psychotisch Ik heb zin in in in slapen en dan ja nee alleen slapen ik voel mij plost helemaal wanhopig, heb je dat soms ook, dat de moed je in de schoenen zakt terwijl je helemaal niets hhoeft te doen en er niets verwacht wordt, maar toch zakt de moed in de choenen. schoenen vol moed heb je dan en tanden in je mond en mouwen vol apen en kouwe kleren. Misschien word ik ooit nog dichter, verre van. Verre van dichter is ter plekke gewoon. Statisch, dichter is dynamisch want een soort verhouding. Dynamiek is dynamiek is dynamik nu nu nu wat nu wat nu nu niets blijkbaar kmt er niets er is niets in de vingers niets dat naar buiten moet komen misschien moet ik maar eens pause pakken hoelang ben ik nu al aan het schrijven ik weet het niet, maar niet heel lang zeker? Wat zou de puntgrootte van een typmachien zijn? Zou dat 12 zijn, de standaar? En wat is het meest voorkomende lettertype van een typmachinen? Ik vraag jet omdat ik een typmachine heb en ik ga die binnenkort kado ga doen aan iemand maar daarvoo wil ik een tijdje scrhrijven net als nu zonder pauzes en alleen maar bullshit dooorratelen tot er een kwantiteit aan woorden staat die de kwaliteit hoe zeg je dat? Kwantiteit ter compensatie van kwaliteit, dat is zo'n trukje dat ik probeer te gebruiken. Let the fool persist in his folly that he may become wise. Dat dat doe ik maar nog niet wise, of wel? Misschien is dit het wel en weet je en ik het alleen nog niet. Vier pagina is standaard word vorngeving maar ik wil graag dat het in een kleiner lettertype wordt geprint, net leesbaar weet je zodat er nog meer nadruk op kwanititeit en niet kwaliteit wordt gelegd. De lichten gaan heel traag, misschie hoeft het niet speciaal te zijn, maar ik vertrouw wel op het ooga van de lichtman, maar het duurt lang. Ik verveel me ik wil gaan wandelen en even buiten zijn en dan ook nog plezier maken vanavond. Ik zit een beetje in een ritme in mijn leven. Ik hoop dat ik niet kom vast te zitten. Ik zit vast, iedrereen zit vast hoe kun je niet vast zitten? Vastzitten is wat je doet, automatjsch waneer je begint te ademen en nu zit ik bijzonder vast in een tekst en ik kan niet meer terug en waar ben ik an begonnen ben kk aan begonnen. Ben ik een deel van alles, en is alles bewust door mij, word ik een ander iemand als ik start.sterf bedoelik. Als ik sterf? Ik hoop dat ik dan iemand anders word. Of dat ik ja ik weet het niet hoor.

Michiel Deprez

new perspectives The first texts I read when making new skin were written by Achille Mbembe, Rachida Lamrabet and Houria Bouteldja. Beautiful, powerful pamphlets against racism and colonialism. Their texts were at the same time inspiring and an impossible source of inspiration. For a white european, colonialism and racism are very difficult matters to think in. It is very tempting and very valid not to talk about them and go do something else. It is very thick, hot matter for a white girl. But Mbembe, Bouteldja, Rutazibwa, Wekker had moved me very much. So it was a bit like in a relationship: when you’re very much in love in the beginning, it makes you wanna stay, even in the rough times. It makes you wanna stick with the matter, even though it’s boiling. It makes you wanna ‘stay with the trouble’, as Donna Haraway calls it.

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Hannah De Meyer, Michiel Deprez | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: Adam Oostenbrink, fragment uit Wholesale Destruction – Zarah Bracht, Theater Rotterdam | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden - Festival Cement Sint-Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch

Haraway is sci-fi feminist focussing on ecology. And it was her and the texts of Michel Serres that offered me a broader perspective. They made me zoom out to an ecological perspective. Or rather, they took me to an area where colonialism, racism, capitalism, ecology and queerness touch and fight with one another. And that gave me space to move, space to keep on thinking about identity, peace, care. About caring for each other, caring for the earth, caring for human and non-human beings living on the earth. About caring for beings that are not part of the family, or the nation, or even the species you belong to. And that it is in our own interest that we start caring about them radically and fast. They made me think differently about individuality and collectivity. Haraway writes about ‘response-ability’. About becoming capable of response, each in our own individual ways, to the turbid times we live in. Haraway writes that the distinction between individuality and collectiveness is of no use to us anymore. And neither is the distinction between humanity and other species, or the distinction between all living species and the earth on which they live. They are all different, but they are forever and completely linked to one another. I strongly believe that individuals can support something collectively, each in their own particular way. To keep alive the earth as a whole and humanity collectively, each individual can make concrete everyday choices that support this mutual cause. And that, in fact, only these ‘small’, individual choices matter and exist. That if we wait for some big, collective solution to pop out of the thin air and fix us all, nothing will happen, and we will all collectively and individually be lost. Michel Serres writes The Natural Contract in 1990, right after an extended period of dry weather in Europe, just like the period of dryness we had until a couple of weeks ago. He writes about peace, and that we must insist on peace. But also that to Europe and the US, to the people living there, peace is something conceptual, like

war to us is something abstract and conceptual. Something we get to know only in the stories of our grandfathers. In yet another commemoration of the Holocaust. In yet another night blowing the Last Post. War is something abstract and abroad. Something we go out and do by proxy. By bombing Syria, bombing Iraq, by supporting the Israelian government. By maintaining lifestyles that ecologically disrupt the world, even though these lifestyles do not seem to satisfy us and many, many people are burned out and depressed. Serres also writes about god. Since we no longer believe in god, there is no moral power that we fear, or to which we might pay reverence by choosing peace over war. Europe and the US have been the winners of history for over 300 years. So as we gain from war, there is simply no reason or imperative for us to choose peace. Until now, when fire, water and earth are reminding us of their presence. When people get sick just by breathing the air. When we have threatened the earth in such a way it has become a threat to us. Globally, collectively. It is a time that can inspire to take radical care of our waters, of the air, of animals and plants, and to insist on peace. And this radical care consists of concrete, individual choices that can be made everyday. It is no longer buying or eating industrially produced meat or dairy products. It is taking the train instead of the plane. It is offering a bed to someone who sleeps in the street, hunted down by authorities that push our society into war once again. It is starting a garden, growing some food. It is, for me, writing this text, and the text of new skin. With no great hope about their possible effect. But nevertheless, my tools are: words, a brain, a body and a stage. So maybe a text is ‘response-ability’. One of the many ways to respond to the precarious times we are all in together. Hannah De Meyer


R Nee natuurlijk niet.

Begint de hele - Na nee oké oké, doe ik ook nog, dus we praten daar, we hebben een gesprek, hè. Een dialoog. Een uitwisseling. En dan vervolgens is het dan ook weer niet goed, dan krijg ik hier weer gezeik, dat ik daar. Ik ben daar. Ik heb helemaal geen invloed!

R D’r is altijd weer wat! Altijd weer wat gezeik.

T Fucking zeikerds.

R En het gaat gewoon... daar moet even echt iets anders gebeuren, ik kan niet met mijn middelen, hoe kan ik.. ik kan die problemen niet oplossen.

D Ja, nee inderdaad.

R Ik dacht misschien moet ik ook niet meer in die zeikerds investeren, maar in iemand waar het eigenlijk ook niet zo goed mee gaat, maar dan net iets beter dan met die zeikerds. Snap je? ... Nou dan ligt er gewoon een andere focus op. Die zeikerds kennen we nou wel.

D Nee, nee daar heb je ook R Ha! Hoe kom je daar nou weer helemaal gelijk in. bij? R Die verantwoordelijkheid. Die kan ik gewoon niet aan. D Na ja ik denk, ik zie dat, ik ..Stelletje stumpers. denk, kom we moeten daar wat aan gaan doen. Dit is een ernstig probleem. Ik ben daar echt door D Stelletje stumpers inderdaad. Pauze. Dat ik dan denk, Jongens, geraakt, het doet me echt iets, willen we het oplossen of lossen en ik denk oké kom, we gaan we het niet op? wat doen. Dus ik en een paar jongens, we komen bij elkaar, en R Ja. we beginnen daar de hele boel te doen. Dus wij zetten daar... We D Ja, ik.... sturen daar goeie eeh eeh, we ... regelen het hele zooitje.

D Nee, bijvoorbeeld ook, hè, is ook een goeie, heb ik nog een lekkere voor je...

T Fucking zeikerds.

R Ah joh..! Kunnen zij toch niks aan doen..

T Nee maar kom op, fucking zeikerds. Je doet wat, je geeft ze, en ze spugen gewoon recht in je gezicht..

R Maar dat kun je niet zo zeggen.

D Ja.

R Nou

R Nou het is gewoon een bodemloze put.

T Ja, het is gewoon een bodemloze put inderdaad. Gewoon van onzin.. weet je, wat je dan nou gaat geven of niet geven, of wel aannemen, of niet aannemen... Ik wordt er zo ziek van. Ik... ik kan daar gewoon T ... bijna niet tegen... fucking zeikerds...

T FUCKING ZEIKERDS. (...) Fucking zeikerds. Weet je wat ik, nee maar, ik .. sorry, hoor. Sorry. Maar.. fucking zeikerds. Het is altijd hetzelfde probleem met fucking zeikerds. Weet je wat ik heb gedaan?

D Ja, wat willen ze dan dat je nog doet? T Het maakt niet uit, wat je geeft, niemand maakt er gebruik van en dat is eigenlijk altijd het R Ik.. ja, weet je wat ik dan vervelendste van alles. lastig vind is gewoon, oké...

R Ik heb er heel veel in gestopt, en dan wordt er weer gezeikt over dat ik dan, over dat er dan, dat ik dan iets niet heb gedaan! Maar ja, ik kan toch niet.. HOE? Ik, ja, ja ik...

D Ja

R Oké. Er zijn fucking veel mensen die dat inventief, weet je wel, die dat dat dat steunen –

T Het is...

D Ja, ik lach nu, maar het is helemaal niet grappig.

R Ik word er gewoon heel lamlendig van.

T Ik word er emotioneel van. ... Ja, dan kunnen jullie wel lachen, maar ik wordt er echt emotioneel van. Dat... Dat is toch, ja dan kunnen jullie wel lachen, maar het is toch verdomde moeilijk om iets goeds te doen. Het is verdomde moeilijk. R Ik bedoel we zijn slim genoeg om... Ik, kijk, ik zie nu gewoon niet, ik voel het niet, dus wat moet ik er dan mee? Terwijl, nou als er dan iets gebeurd is, iets heftigs... nou en die investeringen in het moment en in het hiernamaals dat vind ik dan logisch. Maar ik weet niet voor wie ik het nou doe? Voor wie of wat doe ik het nou eigenlijk?

T Ja maar, weet je wat het is –

R Ja.

D Ja.

D Ja maar, ik vind dat zo’n doemdenken.

T Maar als dat dan ook weer niet werkt?

D Ik bedoel –

R Ja...

D Nee, en als ie gaat, dan lossen we dat wel op.

R Maar, ja.. wat moet ik nu dan..? T Je voelt dat huilen het beste Het is me te vaag. Het is me is wat je zou kunnen doen, alleen gewoon te vaag. – T Maar het doet toch ook echt gewoon pijn? Het kan toch, dit R Ik voel dat ik zou moeten kan toch niet dat het... Ik krijg huilen. gewoon geen lucht! ... Ik vind het zo.. ik vind het zo heftig ... T Precies, alleen het lukt niet. En dat het geen reet uitmaakt wat ik doe, behalve dat ik rijker D Nee, maar je hebt toch ook word, en succesvoller en rijker het idee dat, ik ik ben het en dikker en dat ik zelfs met geloof gewoon kwijt. Wat je alle goeie bedoelingen, dat er zegt. Soort van, ik heb het gewoon.. – maar het slaat toch geprobeerd. Ik heb het echt helemaal nergens op?! Ik doe zo geprobeerd. mijn best! Ik doe zo mijn best! Ik... ik doe zo mijn best! Maar T Echt geprobeerd. het maakt niet uit... het maakt niet uit. D En het lijkt gewoon zelfs met al mijn mogelijkheden D We kunnen toch niet blijven nog steeds de druppel op een geloven dat het niet uitmaakt? gloeiende, gloeiplaat. Ik bedoel, als de mensen, als de R En weet je dat is soms zo’n mensen niet meer op de mensen hele erge gedachte die ik heb, kunnen vertrouwen op wie maar... ik denk eigenlijk dat het moeten ze dan nog vertrouwen? wel meevalt. Ja. Dat denk ik... T Precies. dat is ook helemaal niet waar, en dat hoor ik ook helemaal niet te zeggen– maar ja, ik denk D Wij kunnen dit toch? (...) eigenlijk dat het allemaal mee Toch? gaat vallen. ... D Ja... R Ik weet het niet. Ik ben R Ik denk als de wereld, die, die sceptisch en dat is mijn gaat, die gaat niet. probleem.

R Nee, ik heb geen idee. Weet ik... ja, ik voel gewoon niks.

T Precies. T Ik weet het ook niet.

D Euh.. R Ik weet ook helemaal niet R Weten jullie dat? Wie heeft R Ja weet je... als ik heel eer- meer waar ik naartoe moet. er nou iets aan? lijk ben. Dan boeit het mij niet T Het is bijna net als in eenwat ze doen. Het boeit mij niet. -- De weg naar het licht.. het is T Precies. Stop het in ..., stop het in ..., zo’n kronkelend raar weggetje, stop het in ..., stop het in ..., R Wie, maar letterlijk - wie? I don’t care, maar- daar gebeurt voordat je er eindelijk bent. Het Hoe heet die? Wie, wie is het, is, het is... ik word er zo. Ik wou ewoon eigenlijk niks. waar woont die? Wat brengt dat ik erom kon huilen – het hem, wat brengt het hem, ik D Nee. Nee het blijft gewoon weet het niet. R Ik voel helemaal niks. zitten.

D Ja? D Nee. Maar vervolgens worden er bij mij weer allemaal dingen gedwarsboomd door dat hele R Kijk, ik heb best wel gedoe en dat ik dan alleen maar veel gegeven nu denk, ik wilde gewoon- in alle D Ja. Ja, en dat is ook heel mooi. rust-

R Ik zit met een dilemma.

(Zarah Bracht) Scène 15: Zeikerds.

WHOLESALE DESTRUCTION


24 MAART 2019 Draai-maturgie Gisteren presenteerde de jonge Vlaamse dramaturge Elowise Vandenbroecke (1993) haar manifest op de Dag Dramaturgie. Haar pleidooi is getiteld Voorbij de statische dramaturgie en focust zich op het doorbreken van het oude idee dat de dramaturg, de wandelende bibliotheek en geweten van het theater, alle antwoorden heeft. Dit idee is in haar ogen achterhaald, een reliek uit een tijd waarin een binaire scheiding tussen theorie (de dramaturg) en praktijk (de kunstenaar) de basis vormde van het theaterveld. Vandenbroecke wil “een paradigmaverschuiving van statische dramaturgie naar queer dramaturgie.” Dit uit zich met name in de nieuwe houding die de dramaturg aanneemt. In plaats van dat deze zich als een onbewegelijk bastion van vast(staand)e kennis in het repetitieproces zetelt, is de queer dramaturg fluïde en ontvankelijk voor het complexe web van betekenissen dat bij het maken van een theatervoorstelling komt kijken. “Omarm het niet-weten,” aldus Vandenbroecke. “Ontwikkel een praktijk van poëtische stamelingen.” Het is een filosofie en werkwijze die tekenend lijkt voor de generatie die momenteel haar intrede doet in het theaterveld. Niet alleen is deze generatie een kind van het postmodernisme, opgegroeid met het idee dat waarheid en kennis maakbaar en relatief zijn, ook is dit een generatie voor wie een toekomst in de kunsten alles behalve zeker is. De vaste theaterensembles nemen in hoog tempo af (in Nederland zijn ITA en Het Nationale Theater de enige BIS-gezelschappen met een vast ensemble), de flexcontracten en freelancers schieten als paddestoelen uit de grond, en op collectieve, non-hiërarchische wijze theater maken lijkt langzaam de nieuwe norm te worden. Vandenbroeckes manifest toont bovenal dat deze generatie, waar ondergetekende ook toe behoort, op onze laatkapitalistische samenleving reageert middels een gezonde dosis fluïditeit en het doorbreken van oude gedachtegoeden. En welke generatie is nu niet gegroeid na een gezonde vadermoord? Nuno Blijboom

PODIUM VAN PAPIER

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Nuno Blijboom, Maarten Bos, Berten Vanderbruggen | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden - Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: William van der Voort, Staan – The100Hands

De dramaturg en de dinosauriër in het poppenhuis Stel je een kamer voor van ongeveer vier bij drie meter. In deze kamer is alles mogelijk. Je bent nog nooit in deze kamer geweest. Je loopt een lange donkere gang door en komt voor het eerst de kamer binnen. Overal in de kamer staat speelgoed. Alles is van jou en je mag overal mee spelen. In de voorstelling Kind Komt Kamer Binnen van Bart van de Woestijne is dat de situatie waar een kind in wordt geplaatst. De toeschouwer is getuige van de manier waarop een kind een kamer binnenkomt en dan begint. Er is iets magisch aan de manier waarop kinderen een nieuwe ruimte betreden. Er is iets aantrekkelijks aan de manier waarop zij omgaan met het onbekende om vervolgens gewoon maar ergens aan te beginnen. Een kind is nou eenmaal minder geremd, maar ook machtelozer. Kijkend naar het spelende kind overvalt ons het gevoel van verantwoordelijkheid. We willen het beschermen, maar we voelen ook de potentie: een kind staat nog aan het begin van alles. Als dramaturg van deze voorstelling heb ik me steevast voorgenomen om nu niet een tekst te schrijven met dertien lagen suiker over wat we als volwassenen van kinderen kunnen leren. Ik ben vastbesloten om kinderlijke onschuld niet te verheerlijken. Dat is ook helemaal niet waar deze voorstelling over gaat. Toch veranderde mijn attitude naar het spelende kind radicaal toen een driejarige jongen een dinosauriër oppakte en in het poppenhuis zette. Als dramaturg heb ik me altijd gecommitteerd aan de logica en regels van een voorstelling of performance. Ik bemoei me met betekenisstructuren en interpretatie, ik probeer alle details te registreren en te organiseren, ik denk daarbij om de maatschappelijke relevantie en probeer de dingen in te bedden in een groter geheel. Aan het eind van de dag stuur ik Bart een overzichtelijk documentje waarin de resultaten staan opgesomd. Ik ben vastberaden alles wat we doen te begrijpen. Daarom kon ik de dinosauriër in het

poppenhuis niet zo goed verdragen. Want ja, wat valt daaraan te begrijpen? Ik kan als volwassene nooit meer een kamer binnenkomen waar alles nog moet beginnen. Ik word achternagezeten door mijn eigen structuren en logica die de grote lijnen van mijn denken al hebben vastgelegd. Kinderen daarentegen hebben een bijzonder adaptief vermogen. In het boek Play Anything schrijft Ian Bogest: “[Children] are forced to live in a world that wasn’t designed for them, and one that is not primarily concerned with their desires and their welfare. And so children are constantly compromising, constantly adjusting to an environment that is clearly not theirs, not yet. That’s wisdom, not innocence.” Kinderen gebruiken spel om met een wereld om te gaan die zij nog helemaal moeten ontdekken. Dat inzicht veranderde ook mijn kijk op mijn vak. Dramaturgie gaat niet in de eerste plaats over regels en structuren, maar over spelen. Dramaturgie is een kamer binnenkomen waar alles nog mogelijk is. De kamer waar het kind binnenkomt in deze voorstelling is een kamer waarin betekenissen nog niet logisch samenhangen, waarin de toekomst nog niet vastligt, maar die doorspekt is van mogelijkheden. Dat is het spel dat ook de dramaturg moet leren spelen. Dat bedoel ik overigens niet relativistisch. Spelen betekent niet de afwezigheid van regels en logica (integendeel zou ik zelfs zeggen, denk je maar een spelletje monopolie in zonder regels, daar is geen lol aan te beleven), maar spelen betekent het adaptief zijn voor de logica of onlogica van de regels en daarmee leren spelen. Het wordt, met andere woorden, tijd dat de dramaturg de dinosauriër weer in het poppenhuis leert te zetten. Het spel van de dramaturg is het spel van de mogelijkheden, waarin de situatie van de voorstelling zijn eigen regels voorschrijft. Die regels worden niet door de dramaturg gegeven, het zijn voor

de dramaturg hooguit gegevens. Wanneer wij als mens worden geconfronteerd met het absurde gegeven van een mensenleven dat nog moet beginnen terwijl wij achternagezeten worden door onze eindigheid, staan we precies voor deze uitdaging; omgaan met de logica en onlogica van dit leven. Daar moeten we steeds weer mee om leren gaan. Daarvoor hoeven we overigens echt niet opnieuw kind te worden, maar we mogen in ieder geval nooit stoppen met spelen. We hoeven de regels ook niet zelf te schrijven, ze worden gegeven. Speel ermee, dan past een dinosauriër ook prima in een poppenhuis. Dat is theater, dat is leven: een kamer binnengaan waar alles nog kan beginnen. Maarten Bos Dramaturg Kind komt kamer binnen – Bart van de Woestijne

Litho 16

Een kleine, ingelijste litho. Een abstractie van zwarte lijnen en rode vlakken. Hij laat mij een afbeelding zien op zijn smartphone en probeert het kunstwerk met duim en wijsvinger groter te maken. Ik zie een kleine krabbel, onderaan in de rechterhoek. 16/50. Een oplage van 50 stuks, niet erg veel voor een lithodruk. Op de straten van Amsterdam geraken we aan de praat met een man die ons vertelt over deze litho. Zijn litho. Hij bleek zelf geen kunstenaar, maar had dit exemplaar zo’n 15 jaar geleden aangekocht. Kunstverzamelaar wilde hij zichzelf ook niet noemen. Het was vooral onder invloed van zijn man dat ze over de jaren een paar wer-

ken hadden verzameld. Tekeningen, etsen, litho’s. Vaak kleinere werkjes op papier. Ze hielden meer van subtiele dingen. Een tijdje daarna zijn ze gescheiden, hij en zijn man. Het grootste deel van de kunstwerken hebben ze verkocht omdat die hen te veel aan elkaar deden denken, waaronder ook de litho. Hij vertelt me verder hoe ze het contact verloren en hoe hij jaren later naar Kopenhagen reisde voor het werk. Hij zou daar enkele maanden verblijven. De eerste weken in de stad waren eenzaam, maar al snel beleefde hij een korte romance met een Britse man. Iets licht verteerbaars, niets van blijvende aard. Op een avond dronken ze een glas op zijn appartement, en wanneer hij even naar het toilet ging, sloeg het toeval toe. Daar, tenietgedaan door de ondermaatse belichting in de gang, zag hij de litho terug aan de muur. Zijn litho. Dezelfde lijst, dezelfde krabbel in de rechterhoek.16/50, hetzelfde exemplaar. De Britse man had de litho in een galerij zien hangen en gekocht. Omdat hij hield van subtiele dingen. Ondanks de absurde gewaarwording dat de litho hem helemaal tot in Kopenhagen had gevolgd, bleken de mannen verder niet veel meer gemeenschappelijk te hebben. Nu glimlacht hij en zegt dat hij ook een mooier einde had gewild aan dit verhaal. Ik vraag hem of hij denkt dat hij het kunstwerk nog eens zal tegenkomen? Hij antwoordt nogal nuchter van niet, maar sindsdien spreekt hij weer met zijn ex-man, en dat is al heel wat. Berten Vanderbruggen


PODIUM VAN PAPIER

25 MAART 2019

Blokken tijdens Cement

Verbind, haal door, onderstreep, zet lijnen en pijlen, en bepaal zelf wat FOMO is

Opbranden

Haast

Genieten

Stress ik schrik ‘s ochtends wakker voor de wekker

Plezier ik dans ook alS niemand anders danst

Rusteloosheid

Verslaving ik app op de wc Overvloed ik heb te veel spullen

Imago ik haat profielfoto's

Twijfelen Angst

FOMO

Fear of missed opportunities

(of) is dit het (al)

Status

Tevredenheid ik houd van bos

Passie

Kansen ik zeg altijd ja

Stilstaan ik mediteer (soms) Depressie

Verveling Vermogen

Het beste

Apathie

De ander Ik vergelijk de leeftijden van succesvolle kunstenaars in bijlages van kranten met die van mij

Rust Honger ik bijt vaak op mijn wang

Ontevredenheid

Missen

Fear of missing out

Ambitie

Verlangen

Het leukste

Jaloezie

Massa

Opties

Vermoeidheid ik ben te moe om te slapen Optimalisatie ik lees zelfhulpboeken

Handelen

Maximaliseren

Zingeving ik ben bang dat mijn optimisme naïef is Zelfbesef

Secularisatie Kiezen

Maakbaarheid

Over-verantwoordelijkheid ik voel me verwend en hypocriet

Sanne Nouws

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Florian Hellwig, Sanne Nouws | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden - Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: Jeroen Nissen, The City: A Skipping Piece – Andreas Hannes

Vrijheid Autonomie Individu ik google mezelf

Dit jaar staat in het teken van ‘het manifest’. Manifesten zijn één manier om standpunten inzichtelijk te maken, op andere standpunten te reageren en deze te bevragen. Eén manier om duidelijk te maken welke regels iemand wil hanteren en waarom, welke waarden te behouden en dus beschermd moeten worden. Kortom: om het gesprek te voeren over aspecten van theater die we belangrijk vinden. Naar aanleiding van historische manifesten (bijvoorbeeld Inmiddels is dit platform een vast onderdeel van van Antonin Artaud over het theater der wreedheid) Festival Cement geworden, maar dan minder zicht- en de manifesten die speciaal voor de jubileumbaar voor het publiek. BLOK Cement bestaat elke editie van Festival Cement werden geschreven, gaan dag uit twee helften: een inhoudelijke en discursieve de deelnemers de dialoog voeren en zelf aan een kant en het bezoeken van voorstellingen. Dit laatste manifest werken. om ook te kunnen zien waar generatiegenoten mee bezig zijn, welke thema’s hen aangrijpen en hoe ze BLOK Cement wil zowel ingebed zijn in culturele, sodie vormgeven – theatraal, muzikaal, performatief, ciale en politieke discoursen, maar ook direct aaninstallatief, inter- en/of multi-disciplinair. Het biedt sluiten bij de concrete vraagstukken van makers van de mogelijkheid om het makersveld te verkennen en het festival. Sinds de tweede editie komt minimaal één maker van het festival aanschuiven. Zo hebben bepaalde stromingen te herkennen. Rita Hoofwijk en Sanne Nouws een korte workshop BLOK Cement wil een dynamische ontmoetingsplek voor de deelnemers georganiseerd en een nieuwe zijn waar studenten van verschillende kunstvakop- (en ook praktische) impuls gegeven voor het nadenleidingen in Nederland en België het gesprek met el- ken over een bepaald thema. Naast de denkpistes kaar voeren over brandende kwesties, over actuele gaat men ook ‘aan de slag’, en hopen wij hier (artistendensen en vragen die de ‘makers van morgen’ nu tieke) slagkracht te ontwikkelen en te bevorderen. Dit jaar zal Marijn Graven met haar twijfel over de bezighouden. aard van manifesten de discussie verrijken. DialecBLOK Cement biedt een divers programma en de tiek omarmen we op BLOK Cement. mogelijkheid tot bevraging en verdieping, maar heeft ook een heel praktische kant: makers van ver- BLOK Cement is in korte tijd tot een vast element schillende theateropleidingen ontmoeten elkaar, geworden en zal zich blijven ontwikkelen. De muren en weten elkaar daarna wellicht makkelijker in hun van het denkbeeldige atelier staan nu al. Hoe het praktijk te vinden voor mogelijke samenwerkingen dak (‘het hoofd’) van dit bouwwerk eruit gaat zien, wordt medebepaald door de dynamiek in het werken samenzweringen. Theater is teamsport en BLOK Cement is wellicht een ‘speelruimte’ voor de projec- veld en de studenten. ten van morgen. De studenten kunnen hier vakgenoten van andere opleidingen en (theater)scholen leren De grootste uitdaging op dit moment is nog de opleikennen. Zo kan bijvoorbeeld een muziektheaterma- dingen te overtuigen van dit atelier, haar belang en ker hier een schrijver ontmoeten, een regisseur een de mogelijkheden, en nog meer opleidingen aan te dramaturg, een choreograaf een acteur enzovoorts. laten sluiten. Een probleem is de dichtheid van het curriculum en dat de studenten wel willen, maar niet De eerste (eendaagse) editie van BLOK Cement altijd weg kunnen uit een druk lesschema. Een ander stond in het teken van samenwerken, ook om kruis- probleem is dat opleidingen vaak te veel naar binnen bestuiving van verschillende disciplines binnen de gericht zijn (binnen de eigen muren opereren), terpodiumkunsten te stimuleren. Op de tweede editie wijl BLOK Cement juist de mogelijkheid biedt om ook hadden wij het over ‘het voorstel’, over dat elke buiten school iets te doen en zich met het werkveld voorstelling een voorstel is, dat een kunstwerk een en de beroepspraktijk te verbinden. middel is om verbinding met de ander en met het onbekende te maken. Kunst is een praktijk van uit- Fietsen leer je pas als je echt op een fiets stapt. zonderingen en afwijkingen. Wat voor voorstellen maken theatermakers tegenwoordig, waarom en Florian Hellwig hoe? Op de derde editie stond het agenderen van dramaturg en medeoprichter BLOK Cement wat wenselijk is voor de maakpraktijk en wat moet veranderen centraal: hoe ziet de wereld (de wereld van het theater) idealiter uit?

Vier jaar geleden werd het eerste BLOK Cement georganiseerd, onder meer vanuit het idee enerzijds om de kunstvakopleidingen actiever te betrekken bij Festival Cement en meer context te creëren rond de programmering, en anderzijds om de studenten die wellicht als maker op een van de toekomstige edities van het festival zullen staan al vroeger erbij te betrekken.


26 MAART 2019 Something is rotten in the state of South Korea “Today is National Humiliation Day.” Met die ijzige woorden sluit een Zuid-Koreaanse nieuwslezer op 21 november 1997 het nieuwsitem af over de ‘redding’ van de Zuid-Koreaanse economie door het Internationaal Monetair Fonds (IMF). In de jaren negentig van de vorige eeuw raakte de Zuid-Koreaanse economie in een flinke crisis, die men poogde op te lossen middels een lening van 55 miljard dollar van het IMF. Met één ingrijpend gevolg: “Our economy,” zo spreekt diezelfde nieuwslezer, “will go into legal management by the IMF.” Jaren van gewelddadige protesten, opstanden en zelfmoorden zouden volgen. Twintig jaar later maakt de Zuid-Koreaanse theatermaker en performer Jaha Koo (1984) de voorstelling Cuckoo, die opent met een beeldmontage van de protesten, de slachtoffers, het bovenstaande nieuwsbericht en beveiligingsbeelden van een Koreaan die uit wanhoop van een brug springt. Dan ontmoeten we de drie Cuckoo’s uit de titel: pratende rijstkokers die je niet enkel vertellen wanneer je rijst klaar is, maar die ook met elkaar in gesprek gaan en zelfs ruziemaken. Veel Zuid-Koreanen hebben een vergelijkbare rijstkoker in huis, alleen dan zonder verder ontwikkelde kunstmatige intelligentie (AI). De Cuckoo die de gemiddelde Zuid-Koreaan in huis heeft zal niet zo snel spreken over “algorithmic happiness” of zingen over “Robert Rubin, US Secretary of the Treasury in the Clinton administration,” die Koo medeverantwoordelijk houdt voor de diepe economische crisis uit de jaren negentig en alle gevolgen van dien. De keuze om technologie en AI te gebruiken om een maatschappelijk probleem aan de kaak te stellen doet denken aan de voorstelling INTERNET OF THINGS/Prometheus de vuurbrenger van het Nederlandse performancecollectief URLAND. Maar wanneer we deze twee voorstellingen naast elkaar leggen, kunnen we niet om het gigantische privilege dat wij hier in Nederland genieten heen. Waar URLAND zich kan veroorloven om een robotarm uit een fabriek te halen en zo een filosofische beschouwing te maken over menselijkheid en de vraag of (wanneer?) we AI ook als menselijk kunnen zien, ziet Koo zich genoodzaakt van de pratende rijstkokers een schrikbarende metafoor voor het

PODIUM VAN PAPIER

Zuid-Koreaanse volk te maken. “Who says a rice cooker only needs to cook rice? You could talk for eternity. It’s no use whining when you can’t live up to the standard, you loser.” De woorden en beelden komen hard binnen wanneer ik dit voor het eerst zie. Dit is niet het Zuid-Korea dat ik uit het nieuws ken. Dat ZuidKorea is er één dat met name gecontrasteerd wordt met het praktisch dystopische Noord-Korea. Het Korea dat wél met zijn tijd mee is gegaan. Het Korea waar wel sprake is van een democratie, en zie hoe goed dat gaat! Het Korea dat bevolkt wordt door de zogenaamde good guys. Het Korea waarin er fatsoenlijk met de burgers omgegaan wordt. Koo schept een ontluisterend beeld van een Korea dat in de witte, Westerse wereld nauwelijks aan het licht komt. Halverwege de voorstelling vertelt Koo ons het verhaal van Jerry, één van de zes vrienden van Koo die stuk voor stuk een eind aan hun leven gemaakt hebben. Hij is murw geworden voor al het verlies, maar de dood van Jerry blijft het achtervolgen. Dan begint de meest geavanceerde Cuckoo over een vrolijke electronische beat te zingen. I’m dying, my heart is making rice to death // high pressure // steam explosion // nearly at a boiling point // nothing good happens to me // but why am I only making rice? Nuno Blijboom

Naar aanleiding van hun voorstelling #3 Relay van schreven dramaturg Lennert Boots en theatermaker/actrice Carine van Bruggen (beiden van collectief playField.) een dialoog tussen een ondernemer, twee filosofen en een antropoloog

Elon Musk, Yuval Noah Harari, Giorgio Agamben en Victor Turner maken samen een voorstelling over Artificiële Intelligentie Victor: Zullen we maar beginnen met de check-in? Elon: Slaan we die niet over vandaag? We hebben nog zoveel te doen. Victor: 10 uur check-in. Daar hecht ik waarde aan.

Het is een overgangsritueel om de dag te beginnen. Anders heb ik het gevoel dat ik niet echt hier ben. Elon. Oké. Laten we maar beginnen. Yuval: Wie begint er? Elon: Ik. Ja. Vier uur geslapen. Was genoeg. Hier. Op de bank. Yuval: Alweer? Elon: Ligt prima. Yuval: Elon. Je moet beter voor jezelf zorgen. Elon: Wacht. Ik ben nog bezig met mijn check-in. Yuval: Sorry Elon: Goed. Dus. Goed geslapen. Lang gewerkt nog. Veel nagedacht. Moeilijk moeilijk moeilijk. Theater. Ik heb een paar nieuwe teksten geschreven die ik graag wil voorleggen. Yuval: Oké. Victor: Maar wacht, we moeten eerst de check-in afmaken. Elon: Oh ja. Juist. Ik heb er zin in. Interessant. Ben heel benieuwd. I love you guys. Check in. Victor: Oké. Welkom Elon. Yuval? Yuval: Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik het gisteren een heel interessante dag vond. We zijn interessant geëindigd. Mind-blowing. Een epifanie durf ik het wel te noemen. Die wil ik absoluut verwerken in de voorstelling. Elon: Waar blijft Giorgio? Victor: Wacht. Ik was gistermiddag al naar huis. Ik heb de epifanie gemist. Yuval: Gesteld dat AI er komt, Elon: Dat kun je dus niet zeggen. Yuval: Wat? Elon: Gesteld dat. Artificiële Intelligentie komt er. Dat is zo. Daar is geen ontkomen aan. AI zal er komen. En dat duurt niet zo lang meer. Ik heb geen idee hoe het eruit komt te zien, maar either way, we’re not going to control it. We’re creating a God. Yuval: Dus: we better make sure it’s a God we can live with. Victor: Goede quote. Die moet er in. Elon: Maar het probleem is: We kunnen geen God maken ‘to live with’. Als we een God maken gaat er helemaal geen sprake zijn van ‘samenleven met’. Die God zal ons zien zoals wij nu naar mieren kijken. We hebben er geen last van, we willen ze geen pijn doen. Ik heb persoonlijk niks tegen mieren, maar op het moment dat er een mierenhoop in de weg staat op de plek waar ik een zwembad wil laten bouwen, maai ik die mierenhoop gewoon aan de kant. Exit mierenhoop. Als we een God creëren maken we mieren van onszelf. Victor: Dat wil ik echt niet vertellen met onze

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Nuno Blijboom, Lennert Boots, Carine van BruggeN | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden - Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: William van der Voort, uitreiking Troffel 2019

voorstelling. Dat vind ik veel te fatalistisch. Alarmistisch ook. Elon: Voordat AI slimmer wordt dan wij, moeten wij zorgen dat wij zijn samengesmolten met die AI. Dat is de enige oplossing. If you can’t beat it, join it. Yuval: En op het moment dat we samensmelten met AI zullen we in een klap een miljoen keer intelligenter zijn. Een grotere evolutie hebben we nog niet meegemaakt. We zullen een transhuman worden. Met een supercognitie, verlengde levensduur en ongekende macht. Elon: Een Übermensch. Victor: Hè, gadver. Yuval: Dus we kunnen beter nu al gaan nadenken over wat voor soort mens we dan willen worden. De Homo Sapiens behoort in de toekomst tot het verleden. Tot het museum van lang vervlogen dagen. Victor: En ‘beat it’ kan al niet meer, zeg jij? Elon: Dat is te laat. Dan zouden we er de stekker uit moeten trekken. Allemaal, nu, overal. I tried to convince people. Slow down. Regulate. It was futile. I tried for years. Nobody listened. Victor: Dus mijn enige keuze is: join it? Yuval: Of word een mier. Een achterhaald, machteloos, ondergeschikt wezen. Een zielige zombie. Een Homo Sacer. Giorgio: Goedemorgen. Sorry dat ik te laat ben. Yuval: Typisch. Giorgio: Zijn jullie al ingecheckt? Victor: We zijn nog bezig. Maar we zitten al met één been in de volgende fase. Dat is typisch aan rituelen. We zweven ergens in het midden, we zitten ergens ertussenin. Yuval: We zitten bij de epifanie van gisteren. Giorgio: Goed. Ik heb nog zitten denken. Ik vlieg er maar meteen in, hè. Of we nu superkrachten krijgen, of ons brein uploaden op een gigantisch netwerk, of als een zwerm nanobots helemaal los van ons menselijk lichaam komen: uiteindelijk blijven we bestaan bij gratie van de technologie, en zijn we dus nooit helemaal mens, worden we juist steeds minder mens. Dat wil ik niet. Ik blijf liever gewoon lichaam: beperkt, sterfelijk, nutteloos. Liever de bug dan een computerextension. Victor: Check-in? Giorgio: Uh. Ja. Check-in. Victor: Welkom. Elon: Liever slaaf van de AI? Giorgio: Nee, weg van de AI. In geen relatie staand tot de AI. Op zichzelf bestaand. Los van alles. Victor: Dood? Giorgio: Nee! Eindelijk echt levend!. Victor bladert door zijn aantekeningen.

Elon checkt zijn telefoon. Yuval: Maar om mijn check-in nog even af te maken, ik vond de scène die we gisteren geïmproviseerd hebben, waarin jij die twee stofzuigers elkaars stofzuigerzak liet leegzuigen, echt heel goed. Daarop doorgaan vandaag?

Troffel 2019 voor volkslied project De Troffel is gisteren uitgereikt aan kleinkunstenaars Leonore Spee en Sascha Bornkamp. Deze stimuleringsprijs (bestaande uit € 7500,- en een speelplek op Festival Cement 2020) kregen zij voor hun voorstellingsconcept Een nyeu liedeken. Onder de vlag van hun gezelschap/band willen zij samen met andere, lokale makers een onderzoek doen naar de esthetische en culturele waarde van Nederlandstalige volksliederen. Zij stappen hiermee in de voetsporen van ethnomusicoloog Alan Lomax, die in de jaren veertig van de vorige eeuw het grootste archiveringsonderzoek naar Amerikaanse volksmuziek deed. Ook laten zij zich inspireren door antropoloog Gloria Wekker en haar boek Witte Onschuld: zij vragen zich af “hoe de witte Vlamming zich in het specifieke culturele domein van de volksmuziek zich verhoudt tot de geradicaliseerde, gegenderde ander.” Een nyeu liedeken wordt een theatrale audiovoorstelling, een ter plekke geconstrueerde podcast in de setting van een popconcert.


27 MAART 2019 PODIUM VAN PAPIER Samen strijden tegen vergankelijkheid de eerste (en op moment van schrijven enige) aflevering spreekt Duvan met Saban Ol, de Turkse artistiek leider van Theater RAST, die deze discussie al ruim dertig jaar voert. Luistertip: Aflevering 1 met Saban Ol

Radio Club Gewalt FM

Decennialang zijn de podiumkunsten en de radiowereld onuitgesproken brothers in arms geweest in hun vergankelijkheid. Alles wat op de bühne en over de radiogolven uitgesproken wordt, is in haar overlevering in zekere mate afhankelijk van de herinneringen van haar publiek. Toegegeven, er is een groot radioarchief bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, maar het Nederlands theaterarchief staat al jaren op losse schroeven. Rond 2004 maakte de podcast zijn opmars, acht jaar nadat programmeur Dave Winer ontdekte hoe je gemakkelijk op grote schaal mediabestanden kon delen via RSS-feeds. Met de komst van mobiele mp3-spelers en de smartphone bijna een decennium later, werd het steeds aantrekkelijker en vooral makkelijker om audio terug te luisteren wanneer je maar wil. De verschillende Nederlandse radio-omroepen omarmden dit medium vrij snel en maakten de vele radioprogramma’s die gemaakt werden (en worden) grotendeels on demand beschikbaar in de vorm van podcasts. Tegenwoordig is de podcast een volledig ingeburgerd begrip en is deze alomtegenwoordig in het medialandschap. Vrijwel elke dagkrant heeft een eigen podcast, sinds 2017 is er een heuse uitgeverij voor podcasts (Dag & Nacht Media) en de podcast begint langzaam de traditionele radio te vervangen. Het is dan ook niet vreemd dat ook het Nederlandstalige theaterveld de podcast volledig heeft omarmd. Inmiddels zijn er bijna tien verschillende podcasts over de podiumkunsten. Hieronder een kort overzicht, inclusief tips voor de beste afleveringen om te beginnen met luisteren.

De Grote Harry Bannink Podcast Schrijver en presentator Gijs Groenteman gaat in deze podcast in gesprek met verschillende acteurs, zangers en kleinkunstenaars die de legendarische componist Harry Bannink (1929-1999) nog gekend hebben. Bannink componeerde in zijn loopbaan ruim 3000 nummers. De meeste mensen zullen Bannink kennen als de componist van de

liedjes van Annie M.G. Schmidt of van de vele liedjes die hij maakte voor Sesamstraat. Luistertip: Aflevering 26 met Gerda Havertong

Hoorspelcast In de Hoorspelcast worden oude radiohoorspelen opnieuw de wereld in gebracht. De originele radio-opnames die lagen te verstoffen in het archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid worden sinds 2006 gedigitaliseerd en nogmaals publiekelijk gemaakt. In de Hoorspelcast zijn niet enkel korte, losse hoorspelen terug te luisteren, maar ook langere verhalen die soms wel acht delen beslaan. Luistertip: De Echtparen

Peptalk met Pepijn Schoneveld Cabaretier Pepijn Schoneveld interviewt op semi-reguliere basis zijn collega’s: cabaretiers, comedians, kleinkunstenaars en andere humoristen, zoals hij ze zelf noemt. Het zijn prettige gesprekken bij hem thuis, waardoor er een deken van laagdrempeligheid overheen ligt. Hij spreekt hen over hun leven en over hoe ze tegen hun vak aankijken en beoefenen. Luistertip: Aflevering 5 met RUNDFUNK

Radio de Richel Jochum Veenstra (De Theatertroep) en Czeslaw de Wijs (’t Barre Land) gaan in boekhandel Sternheim in gesprek met verschillende acteurs. Met de wat oudere generatie toneelspelers gaan zij in gesprek over hun leven en hun plek in de theatergeschiedenis, terwijl ze met de jongere theatermakers praten over de podiumkunsten tijdens een wandeling door Amsterdam. Luistertip: Aflevering 9 met Cas Enklaar

RAST Exclusief Deze podcast van het Turks-Nederlandse theatergezelschap Theater RAST is de eerste podcast die zich focust op de diversiteitskwestie binnen de podiumkunsten. In tien delen spreekt Volkan Duvan met verschillende sleutelfiguren uit de discussie die inmiddels al meer dan dertig jaar speelt. Voor

De podcast van het Rotterdamse muziektheatercollectief Club Gewalt wordt live uitgezonden en opgenomen bij Operator Radio. Het is qua format een meer traditioneel radioprogramma, maar dan vrij ingevuld door de leden van Club Gewalt. De eerste aflevering werd gepresenteerd door Amir Vahidi, die tevens de muziek maakte voor de succesvolle podcast De brand in het landhuis. Rode draad in de eerste aflevering is de zoektocht naar de perfecte tune voor deze nieuwe podcast. Luistertip: Aflevering 1

De Theaterpodcast Het Nederlandse theatervakblad Theatermaker kon ook niet achterblijven en heeft sinds 2018 een eigen podcast. Drie verschillende theaterkritische podcasts komen samen onder de gezamelijke noemer van De Theaterpodcast. Dramaturg Luc de Groen verzorgt elke twee weken een audiorecensie, theatercriticus Hans Smit komt maandelijks samen met verschillende recensenten om te praten over de voorgaande theatermaand, en dramaturg Nuno Blijboom interviewt tweemaandelijks theatercritici over hun vak. Luistertip: Podcastrecensie #41 All Inclusive – Julian Hetzel (met Jan Hulst)

De Theaterether Het Vlaamse kunstkritiekcollectief De Zendelingen lanceerde gisteren een nieuwe theaterkritische podcast, De Theaterether. Maandelijks komen een viertal mensen uit de Vlaamse theatersector bij elkaar om de meest belangwekkende voorstellingen uit de voorgaande maand te bespreken en te duiden. Zij willen een fris gesprek voeren over waarom je wel of niet een voorstelling moet zien. Ook bieden zij elke maand een kijkje achter de schermen bij een specifieke voorstelling. Luistertip: Aflevering 1 - Drie Zusters (Theater Zuidpool) en 8.2 (Radouan Mriziga)

Zwartekat Podcast Richard van Bilsen beheert al jaren de meest uitgebreide, niet-commerciële website met cabaret- en comedynieuws. Sinds 2018 heeft hij een podcast waarin hij cabaretiers interviewt over verschillende tendensen in de comedywereld. Ook heeft hij de

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Nuno Blijboom, Lise Surmont | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: Joey Schrauwen, Muur – Floor van Leeuwen

reeks ‘Onder Recensenten’ gemaakt, waarin hij de verschillende cabaretrecensenten die Nederland rijk is ondervraagt over hun werk en hun visie op cabaret. Luistertip: Onder Recensenten – Dick Zijp

Maar met alle podcasts over de Nederlandstalige podiumkunsten opgenoemd te hebben, zijn we er nog niet. Zoals het onze theaterwereld siert, is er ook een flink aantal theatervoorstellingen en -reeksen die na afloop verwerkt worden tot podcast. Zo vraagt Simon Heijmans (bekend van het eerder genoemde De brand in het landhuis) tijdens zijn voorstelling Voor altijd duurt een jaar zijn publiek om liefdesverhalen, en praat hij na afloop in zijn kleedkamer met één van deze toeschouwers verder voor de gelijknamige podcast. De winnende pitch van de Troffel 2019, Een nyeu liedeken van gezelschap/band TELETEXT, is een groots volksmuziekproject, waarover onder begeleiding van radio- en podcastmaker Lex Bohlmeijer ook een podcast gemaakt wordt. In comedyclub Toomler in Amsterdam wordt maandelijks de storytellingavond Echt Gebeurd georganiseerd, waar echt gebeurde verhalen verteld worden door de mensen die ze zelf hebben meegemaakt. Ook hiervan wordt een selectie gepubliceerd als podcast. Gijs Groenteman heeft de eerder genoemde De Grote Harry Bannink Podcast bewerkt tot een theaterversie. Groenteman vertelt daarin verhalen over Bannink, waarbij hij muzikaal begeleid wordt door Frank Groothof en Dick van der Stoep. Tot slot is er ook nog de voorstelling Podcast, die toneelschrijver Teun Smits maakte in samenwerking met de Veenfabriek. Hierin houden twee jonge mensen vanaf hun eerste tot hun laatste ontmoeting een podcast bij. Het publiek volgt de twee door de jaren heen en zijn getuigen van zowel hun ontwikkeling als stel, als van hun podcast die (net als hun relatie) steeds serieuzer wordt. De podcast lijkt voor theatermakers en -journalisten een welkome toevoeging aan het podiumkunstenlandschap. Hoewel de mogelijkheden van overlevering beperkter zijn dan bij een volwaardig theaterarchief, doet de relatief grote hoeveelheid historische content die tegenwoordig over de podiumkunsten gegenereerd wordt erop te wijzen dat de behoefte aan geschiedschrijving sinds de opheffing van het Theater Insitituut Nederland in 2012 in ieder geval niet afgenomen is. Wellicht dat de podcast een oplossing biedt met haar eenvoud in creatie en verspreiding, maar feit is dat de honger naar theatrale podcasts nog lang niet gestild is. Nuno Blijboom

Metafoor voor de mens De voorstelling Poetic Machine toont een collectie aan beelden en gedachten in een surrealistische, onbekende wereld waarin ieders fantasie zijn weg kan zoeken. De rode draad is het verbergen van het gezicht en hoe dat in verschillende creaturen vorm krijgt. Eén bron van inspiratie is de kortfilm Not Eye van Lauren Moffatt. In deze film zien we een vrouw die een masker of helm draagt, waarachter ze haar gezicht verbergt. Zijzelf kan wel de wereld rondom haarzelf observeren en filmen, terwijl ze tegelijk ook haar verschijning ontmenselijkt met het masker. Hierin wordt het spel van kijken en bekeken worden tot het ultieme afgetast. De tekst 4.48 Psychosis van Sarah Kane is een andere inspiratiebron. Dit leest dan weer als een stroom van gedachten uit het onderbewuste, aangezien het een contemplatie is over het leven met een depressie. ‘Poetic Machine’ is een metafoor voor hoe we als mens in elkaar zitten. Het poëtische staat hierbinnen voor de ziel, die ongrijpbaar is, die we niet in de hand hebben – fysiek en mentaal. Kunnen we ons denken sturen? De machine staat voor de voortdurende en snelle ontwikkelingen op het vlak van technologie en de invloed hiervan op ons als mensen. Sarah Bostoen zoekt met haar beelden de schemerzone op tussen tragiek en humor, tussen vrolijkheid en tristesse, tussen robuust en fragiel. Tijdens de slaap vindt ons bewustzijn zich soms net op het scherpst van de snede: we lijken méér dan wakker. Ze gaat op zoek naar beelden als uit een droom geplukt, die tegelijk zo werkelijk zijn dat het moeilijk is de blik af te wenden. Om daartoe te komen gebruikt ze methodes als de écriture automatique tijdens het creatieproces. Zo is er een wisselwerking tussen het onbewuste (dat wat het lichaam onthoudt) en de ratio die probeert te reconstrueren en bewegingen vastlegt. Hoeveel laat iemand van zichzelf zien? Lise Surmont Dramaturg Poetic Machine


28 MAART 2019

PODIUM VAN PAPIER

Zomerkamp in maart Maandag 4 maart Er komt een tiental mensen aan. Ze lopen de hoek van de straat om. Ik zie grote tassen op gebogen ruggen, een mic stand als wandelstok. De wind waait hard en nat, blaast een gitaartas vanonder een arm vandaan, een andere arm in. Open handen, nerveuzig gelach — jezus, wat is er veel energie. Deze bonte groep loopt me tegemoet, de Vogelenzang op – de straat waar de boerderij ligt waar we de komende maand zullen wonen. We gaan vier weken op kamp, met z’n zestienen. Zo is het en zo voelt het ook. Ik heb vijftien collega-zangers uitgenodigd om afgezonderd in Gemonde, net buiten Den Bosch, te onderzoeken wat zingen nu precies is. Of niet-zingen, eerder. Stoppen met zingen, stoppen met performen, stoppen met doen. Stil zijn. Being real. Centered. Enkel stem geven vanuit de intentie eerlijk te zijn. Dus ook zwijgen als dat juister voelt. Ideeën over pitch en stijl en muzikaliteit vergeten, of beter: verbreden tot… Tot wat? Ik ben best benieuwd, en zelf ook behoorlijk nerveus. Vijftien performers uitnodigen om vooral niet te performen en zich te storten in een sociaal experiment waarop niemand echt voorbereid is, it’s quite exciting. Niemand weet echt waarvoor we getekend hebben, but off we go. Harmonie en eenheid: wat zijn die woorden, die begrippen, die waarden? De komende vier weken gaan we daar niet over in gesprek, maar gaan we ze belichamen. Wat betekent het werkelijk om ‘in tune’ te zingen? Wat betekent het waarlijk om een koor te zijn? Wat is een partituur? Hoeveel vorm heeft vrijheid nodig? Welke afspraken maken we, over leven, over zingen, over samen zijn? In mijn schooltijd hebben vooral de spirituele theaterpraktijk en -theorieën van Grotowski, Brook en Artaud me gevoed. “Theatre is a meeting”, “empty space”, het ritueel, de “via negativa”: het afpellen van wat we in opvoeding en opleiding geassimileerd hebben tot onze persona. Daarvan loskomen. De koppeling van die theorieën aan de stem en het koor werd voor mij gelegd toen ik het werk van Amit Carmeli aan die lijst toevoegde: een man die ik anderhalf jaar geleden leerde kennen en me liet ervaren wat de daadwerkelijke kracht van muziek is — en de gave van de stem, waarin je meteen herkent hoe en wie iemand is: de stem is de meest primaire

vorm van (zelf)expressie, van zeggen: “I am here, I am alive — io!” Dus hoe kunnen we alle lagen van onze stem afpellen? Van onze muzikale persona? En evenzo met het koor, hoe kunnen we onder de partituur en het chorale keurslijf terug naar de basis van samen zingen, wat voor mij de meest accurate metafoor is voor de samenleving: het zingen van een eigen melodie, een eigen lijn, zoekend naar harmonie of eindigend in kakofonie met andere melodieën — solerend, samenkomend, botsend… Oi, oi, gedachten, gedachten. Ze drommen in mijn hoofd samen wanneer ik de verzameling backpacks op me af zie lopen deze maandagmiddag. Als een belofte. Ik verstom. Straks is nu geworden. We gaan samenleven in deze boerderij. Adres: Vogelenzang 2. Periode: maart 2019. We’re off, als een kleine gemeenschap met solo’s, harmonieën en botsingen. Ik ben benieuwd naar hoe het samenzijn van deze zestien mensen zal klinken. Ik ben benieuwd naar wat het betekent voor mij om een ‘leider’ te zijn, gastheer, director, maker, mens, speler — een centrale en verbindende figuur in deze familie. Dat is nieuw voor mij. Een bijzondere kans, een bijzondere oefening in vertrouwen. Vrijdag 8 maart Het is internationale vrouwendag en Els, de huisvrouw die de boerderij beheert, heeft een bos bloemen in onze repetitieruimte gezet. Ik ben haar erg dankbaar voor dat gebaar. Ik draag de sessie op aan de vrouwen: in de kring, hier bij ons, maar ook hierbuiten, daarbuiten, overal. Een deel van dit concept (en een groot deel van mijn liefde voor het koor) is de harmonie tussen het mannelijke en het vrouwelijke: meer nog dan de harmonische balans tussen mannen- en vrouwenstemmen in het koor, is elke melodie an sich al een bijzondere eenheid van puls (het vrouwelijke, leven-gevende, immer aan verandering onderhevige) en toon (het mannelijke, penetrerende, de gegeven puls vertrouwend en herinnerend). Zonder puls is er geen melodie. Zonder toon ook niet, maar ik geloof graag dat de puls er eerst is. Simpelweg omdat dat zo is. En die puls, die hartslag, is van origine vrouwelijk. Ik voel dat ik vrede moet en wil sluiten met een bepaalde geladenheid die voor mij om (mijn) man-

nelijkheid heen hangt, de mannelijkheid die om leiderschap heen hangt: een smet op mannelijke kracht, op een penetrerende, vertrouwende, beschermende energie die erg waardevol is, en in zekere zin ook onmisbaar. Standvastigheid, voetenin-de-grond, herinneren. Maar ik heb in mijn leven zoveel misselijkmakende voorbeelden van mannelijkheid de revue zien passeren dat ik lange tijd heb nagelaten een eigen antwoord te formuleren op de vraag wat het betekent man te zijn. Zelfs nu nog merk ik dat ik nog steeds moeite heb om vrede te sluiten met enkele littekens die “de man” heeft achtergelaten. In zijn eigengereide triomftocht heeft hij zonder meer alle grenzen overschreden, zo ook die van zijn eigen sekse. Het gaat niet om de man, maar om het concept ‘man’ dat zoveel levens naar de vernieling heeft geholpen. Internationale vrouwendag is voor mij vandaag een ode aan het vrouwelijke, aan het destructieve en het zorgende tegelijk, aan de natuur en aan de moeder — mijn moeder, dé moeder, moeder aarde. Een belofte te luisteren naar haar puls, haar ruimte te respecteren, en haar weer op het voetstuk te zetten waar ze thuishoort. Op gelijke hoogte naast de man, die in al zijn onhandigheid om de onbalans te camoufleren flink scheef is gaan zakken op zijn piëdestal.

So we’ve been reshifting the balance, I feel. Bit by bit, pulse by pulse, starting in this farm — singing, voicing, uniting, silencing. Beginnend met een ode aan het vrouwelijke in onszelf, in onze kring, in de wereld. Een ode aan de kracht van het voeden, van het geven, van het leven. Een ode aan grenzeloos vertrouwen en volledige overgave. Aan het immer aan verandering onderhevige pulseren van de aarde, het wisselen van de seizoenen en het stormende geruis van de wind hier in Gemonde. En bovenal een ode aan de hartslag van onze planeet, van het lied en van de stam die we in deze vier dagen tijd geworden zijn. Oh, oi, oh, io! It’s weekend now. It seems like we spent a month together. And we have three more weeks to go.

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Timo Tembuyser, DANIËL VAN LIER | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: William van der Voort, Monumental Metamorphosis – Milou van Duijnhoven

In de tuin van Bram van Helden het aanrecht en ging lezen op de bank. Na een half uur viel de tas met een klap van het aanrecht. Een vlaai pastasaus lag op de vloer, de keukenkastjes zaten onder de spetters en overal lagen scherven. Sinds ik de tas had neergezet waren de boodschappen een half uur bezig geweest.” Het kraken van een trap waar niemand op loopt, het knappen van een steen, het uiteenvallen van plastic in water; het zijn fenomenen die de hiërarchie tussen mens en ding bevragen. “Alles is in beweging en als mens ben je onderdeel van de omgeving, één van de actoren. Het is belangrijk om niet alles te zien als het gevolg van een menselijke handeling.”

In augustus 2018 word ik thuis uitgenodigd door Bram van Helden. Bij binnenkomst zegt hij dat we het eerste uur waarschijnlijk nauwelijks zullen praten. We zitten in zijn achtertuin, in een Tilburgse arbeiderswijk. De geur van een barbecue komt over de schutting. Bagel, de buurtkat, landt met een zachte plof op het gras en leunt tegen zijn been. Achter de tuin, op de parkeerplaats, koelt een automotor tikkend af. We zitten op klapstoelen bij een gele teunisbloem. Sommige mensen zouden het stil noemen, een zomeravond waarop niets gebeurt.

Timo Tembuyser Van Helden werd geboren in Hengelo, in een rijtjeshuis aan een grasveld. Wat op het eerste gezicht een slaperige wijk was, werd op zijn tweede de locatie van een ondergronds giflek. Onder het veld bleek een gedempte vuilnisbelt te liggen waar chemicaliën uit stroomden. De lokale ramp was al jaren aan de gang, zonder dat iemand het doorhad. Dergelijke bewegingen en veranderingen van ogenschijnlijk levenloze materialen intrigeren Van Helden. “Laatst zette ik een volle boodschappentas op

Volgens Van Helden kan dit besef getraind worden door te luisteren. Geluid duidt op beweging. Vrijwel nergens is het volledig stil. Wat er klinkt vertelt iets over de locatie, wat er gebeurt. Door te luisteren maak je jezelf ondergeschikt aan de plek. Met Plasticville wil hij een ruimte creëren waar de mens mag komen kijken, mag komen luisteren, zich iets mag laten vertellen in een niet-menselijke taal. Ogenschijnlijk dode dingen blijken te leven. Er kraakt iets, rolt uit, komt naar je toe en trekt zich terug. “Ideeën en opvattingen mogen bij de ingang worden achtergelaten. Ik zou het mooi vinden wanneer mensen hier kalm van worden op een actieve manier. Als mensen willen mediteren kan dat natuurlijk. Misschien is meditatie niet precies het goede woord. Het is vooral proberen opnieuw waar te nemen, iets niet proberen te snappen. Niet-snappen is het moeilijkste dat er is.” Het duurde een half uur voordat we over Plasticville beginnen te praten. Eerst is het de beurt aan de teunisbloem. Van Helden wijst op een knop. Ergens lacht een kind, een vliegtuig komt over. Een twijg schraapt langs het schuurtje. Dan, in een spiraal, vouwen de gele bloembladeren zich open. De snelheid waarmee dit gebeurt is wonderbaarlijk. Ik had het niet verwacht en ik kan niet precies vertellen waarom, maar het bloeien van de teunisbloem en het in stilte erop wachten, geeft me inzicht in Van Heldens werk. “Zo,” zegt hij. “Wat wil je vragen?” Daniël van Lier (1988) studeerde geschiedenis en theaterwetenschappen. Hij woont in Doorn waar hij als historicus verbonden is aan Museum Huis Doorn. Daarnaast is hij freelance dramaturg.


29 MAART 2019 Verbonden in verstilling Hallo, Festival Cement vroeg mij om iets te schrijven over Roberth Fuentes en mijzelf. Ik heb gekozen om een brief te schrijven. In april 2018 leerde ik in Jakarta de Filipijnse kunstenaar Roberth Fuentes kennen tijdens een samenkomst van 70 artiesten uit de hele wereld op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Indonesië. Het was een traject waarbij artiesten wereldwijd de kunst en cultuur van Indonesië konden onderzoeken. Roberth en ik zaten in hetzelfde traject: wij onderzochten het beeldende en fysieke theater van de Balinese cultuur. Samen performden wij met nog tien andere kunstenaars uit Vietnam, Cambodia, Ghana, India, Frankrijk, Italië, Timor Leste, en Korea, tijdens traditionele ceremonies in Bali (ver weg van het toeristische) en in een grote show in Jakarta. Ik was op dat moment als kunstenaar erg zoekende naar de juiste toenadering tot mijn projectc Island of slow. Ik vertelde Roberth dat ik bezig was met een enorme plastic prop en dat hij visueel voor mij heel sterk is, maar ik telkens vastliep in mijn onderzoek op de ‘levensloosheid’ of het ‘verhalende’ dat zo’n object onmiddellijk met zich meebrengt. Met het ‘verhalende’ doel ik op het ecologische aspect dat zo’n materiaal onmiddellijk met zich meebrengt, waar ik als Belg niet echt onmiddellijk mee in contact kom, en het als kunstenaar dan ook geen meerwaarde vond om dat aspect onmiddellijk in mijn werk te steken. Ik had ook het gevoel dat ik geen controle had over de materialiteit van plastic. Daarnaast vertelde ik hem ook hoe moeilijk het is om als artiest aan werk te geraken en hoe belangrijk je eigen artistieke visie is, dat in mijn werk de verstilling daarbinnen en bij het publiek zo belangrijk is. Dat de reden waarom ik naar Indonesië gekomen was om mijn blik te verruimen en ik een noodzaak voelde naar het openbreken van mijn veilige omgeving. Dat het materiaal waar ik deze keer mee werk meer omvat dan ik kan zeggen, maar ik nog niet de juiste ‘lagen’ heb gevonden om er verder mee aan de slag te kunnen. Roberth vertelde mij dat hij op zijn eiland met hetzelfde bezig is. Hij toonde mij een foto van zijn

PODIUM VAN PAPIER

project Plasticagenatabai, waarbij hij een gigantisch pak voor zichzelf had gemaakt van aangespoeld plastic en daarmee voortbeweegt op zijn eiland. Hij vertelde mij dat een groot deel van zijn dorp verwoest was door orkaan Hayan, dat hij sindsdien zijn eigen huis opnieuw heeft moeten opbouwen, hij zich inzet voor de emancipatie van vrouwen op zijn eiland en dat het heel moeilijk is als artiest iets op te bouwen. Roberth toonde mij foto’s waarop hij met een oude laptop aan de vrouwen in andere dorpen toont hoe je een huis kan bouwen. Hij leert jongeren omgaan met de camera, zodat zij zich creatief kunnen uitdrukken met film. Daarnaast is hij ook breakdancer en doet hij aan parkour. Hij maakte ook de kortfilm Lola, over zijn grootmoeder en deze werd ook al internationaal vertoond op festivals. De belangrijkste reden waarom ik Roberth vroeg om mee in het traject Island of slow te stappen is omdat hij, net zoals ik, een noodzaak voelt om zich als kunstenaar kwetsbaar op te stellen, dingen in vraag te stellen, durft te falen en wil delen. Het ecologische aspect, waarover ik het niet wou hebben binnen Island of Slow, is er toch ingeslopen. Eens je in de oceaan hebt gezwommen, kan je de problematiek niet meer on-zien. Wanneer je Roberths verhaal hoort over zijn eiland dat wordt overrompeld door aangespoelde vuiligheid, kan je het ook niet meer niet-horen. De link die ik bij onze werken zie is dat wij beiden proberen controle te hebben over een materiaal, plastic, waar wij op onze eigen manier geen controle meer over hebben. Island of slow gaat daarnaast over meer dan het ecologische. Het gaat ook over hoe je een gevoel in één beeld kan vatten, over overgave tegenover een materiaal of object, over uitwisseling, over eerlijk zijn, over indrukken, over tonen, over durven, over noodzaak en over verstilling. Roberth is op het moment dat wij tijdens Festival Cement werken nog maar een week in Europa. Na Festival Cement festival wij verder werken in cultuurcentrum De Grote Post (Oostende, BE) en op 17 April tonen wij ons werkproces tijdens het Puppet Playground festival in De Brakke Grond (Amsterdam, NL). Ik ga zo het ticket van Roberth boeken. Het is nu 12 maart. Volgende week komt hij. Zowel hij als ik hebben een beetje zenuwen, maar van die positieve. Liefs, Lize Pede

MANIFEST VAN DE STUDENT Aan het eind van BLOK Cement presenteerden de deelnemende theaterstudenten ruim twaalf manifesten in-progress, die zij gedurende drie dagen gezamenlijk ontwikkelden. Om de verscheidenheid aan ideeën en vormen eer aan te doen, presenteren wij hier een aantal fragmenten uit drie van de twaalf gepresenteerde pamfletten.

Manifest voor de vierde stoel Laurens M. Besselsen & Eise Ivo Smit, beiden Writing for Performance (HKU) Het gesprek waarover gesproken kan worden, is niet het Gesprek Als je je verbaast over de uitdrukking ‘een wandelende theaterstoel’, betekent dat niet dat een stoel in het theater niet wandelt. Het betekent slechts dat je het wandelen van een stoel in het theater niet kent. (…) VIERDE STOEL De kunst van het rijden op de wind wordt geleerd op een stoel in het theater. Wie tussen de wolken kan vliegen bevrijdt de scène. Wie in een theaterstoel zit en de scene bevrijdt, laat de scene los, laat het theater los, laat de wereld los, laat loslaten los. Meester Liezi zei eens: ‘een arme man die zijn halve leven een rijke koningin speelt of een rijke koningin die haar halve leven een arme man speelt, daar is toch geen verschil tussen?’ Dogen Eheji zei eens: ‘Als je tegen een draak of een vis zegt dat zijn paleis stromend water is, zal hij zich mogelijk verbazen, maar dat betekent niet dat hij zich niet ook kan realiseren dat zijn paleis stroomt’. Waarom zeggen wij dan: ‘theater is een illusie?’ en zeggen wij: ‘de wereld is echt?’

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: TLaurens M. Besselen, Tessa van der Bijl, Danny de Jong, Lize Pede, Eise Ivo Smit, Julia ter Veld | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden - Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: Lotte Boonstra, Toonmoment Werfplaats

Manifest tegen ‘opgelegde theatrale ruimte’ Danny de Jong, Woordkunst (Koninklijk Conservatorium Antwerpen) & Julia ter Veld, Writing for Performance (HKU) (…) er zullen identieke woningen komen ik zal niet twijfelen aan mijn bestaan of twijfelen aan de ingrediënten de zon zal opkomen aan mijn ene kant de zon zal neergaan aan mijn andere kant mijn schaduw blijft draaien zwaartekracht zal op iedere verdieping gelijkaardig worden ervaren Door vijf gezinnen boven elkaar vijf wc’s precies boven elkaar verbonden door een afvoerpijp ten minste zo wordt het opgeleverd want als je ‘t aan de ontwerper vraagt is dat gewoon de beste plek (…) Ik kies een plan uit zeven plannen. Zeven plannen die op elkaar lijken. Zeven plannen die aan de vereisten van de buurt voldoen. Er zal een flat komen. Een publieke groene ruimte beplanting dat is geïnspireerd op een duinlandschap. ik heb een keukenblok waar je je gehele verwachtingspatroon op kan projecteren. Een ondergrondse parkeerplaats en een plek van collectieve ontspaninning. ik heb een zithoek waarmee je eenzelfde ritueel zal herhalen. zo vullen jij en ik jouw dagen. je weet hoe je moet leven. ik ben op basis van alles wat je al wist ontworpen. uit een wedstrijd naar voren gekomen als ‘best aangepast’ aan de rest van de wijk. hiernaast zijn ze niet heel veel anders. dat lijkt alleen maar zo. Een half jaar later bezoek ik de werf. Ik zal nauwkeurig controleren of de plannen voldoen aan het papier.

Manifest voor het verzinnen van sprookjes rond het kampvuur Tessa van der Bijl, Writing for Performance (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) (…) o Sprookjes bevatten niet per se magie. Sprookjes zijn bijzonderder dan dat. Sprookjeskarakters kijken er niet van op àls er magie in hun wereld voorkomt. Het wonder maakt daar deel uit van het gebruikelijke. Magie is er soms en soms ook niet. Dat vinden sprookjeskarakters normaal. o Sprookjes bevatten geen moraal Sprookjes zijn de goedbedoelde raad van je loenzende, Old Spice-dragende oom, van de bakkersvrouw in bloemetjesjurk of van een welbedoelende voorbijganger. Het zou zo kunnen zijn dat je religieuze oma een moralistisch sprookje vertelt, maar ook niet alle moralistische oma’s geven moralistische adviezen. o Sprookjes zijn nooit waar en hebben dat ook nooit willen zijn. Sprookjesverhalen komen zodra je het advies van je loenzende oom in de wind slaat (…) Het mooie is dat het ook niet uitmaakt of het verhaal waar is. Het verbond biedt ons warmte en het verhaal doet ons hopen. Daarom is het van levensbelang dat we het kampvuur aansteken, de dekentjes en de rum klaarleggen en de marshmellows aan een stok rijgen. Het is makkelijk om dit moment als vanzelfsprekend te beschouwen, vooral als het kampvuur elke dag wordt aangestoken. Het is ook makkelijk om je te laten afleiden doordat de marshmellows op zijn, je vader te vaak het woord neemt of het weer niet mee zit. Dit is misschien een herinnering aan mezelf, maar ook een herinnering aan alle stotterende dorpsvertellers, kroegeigenaren, stille bewonderaars en stamgasten. Of het advies goed of slecht is, het een raar of geen raar verhaal is, zo lang we maar blijven dromen bij het voorbeeld dat het verhaal is.


30 MAART 2019

De (on)bewuste keuzes van jonge makers

Sarah Moeremans (1979) is niet alleen regisseur bij onder meer Toneelgroep Oostpool, ook is zij dit jaar festivalgast van Festival Cement. In deze hoedanigheid bezoekt ze verschillende voorstellingen om daar tijdens een heus makersontbijt met de uitvoerenden over te reflecteren. Ik spreek haar in de ochtend van 28 maart, wanneer ze er de eerste helft van haar route doorlopen heeft: With Out Me van Rita Hoofwijk, Monumental Metamorphosis van Milou van Duijnhoven en FOMO van House of Nouws. Wat was je indruk van de voorstellingen? Zeer verschillend en toch hebben ze allemaal een bepaalde volhouddramaturgie: op eigen wijze spelen ze stuk voor stuk met een zekere repetitie en herhaling, zonder enige vorm van narratief. Ik heb al met Rita en met Sanne Nouws gezeten. Milou spreek ik jammer genoeg morgen pas. Ik vind het niet zo belangrijk wat ik nu van de voorstellingen vind, zelfs niet voor mezelf. Ik geloof niet dat er ooit iets inherent mis is met een voorstelling, maar wel dat er iets mis kan zijn in de communicatie tussen de productie en mij, of met mij als kijker. Dit is ook een manier van kijken die mij de grootste kunstervaring oplevert.

PODIUM VAN PAPIER

Hoe gebruik je die manier van kijken in de gesprekken met de makers? Ik probeer in het gesprek te achterhalen of de zoektocht die ik geconstateerd heb, ook de zoektocht is die zij aangegaan zijn. Of wat ik gezien heb, ook is wat zij hebben nagestreefd. Daarnaast probeer ik ook te achterhalen of zij zich bewust zijn dat zij met die herhaling in een lange traditie binnen de performancekunst staan. Het is namelijk ooit begonnen als tegenbeweging, maar is nu praktisch establishment geworden. Die herhaling bereikt het effect dat we als publiek allemaal door fases gaan, en dan vraag ik mij af of dat nog wel voldoende is. Zo niet, waar heb ik dan meer nood aan? Als maker heb je de wetenschap dat je publiek door al die fases gaat, maar wat zou die wetenschap je kunnen opleveren? Het is ook interessant, als die vorm zó minimalistisch is, hoeveel componenten verder meespelen waar je geen keuzes in gemaakt hebt, zoals de temperatuur van de zaal of het tijdstip waarop je speelt. We zagen With Out Me net na het eten, dus ik hoorde om me heen ook allemaal grommende magen. Dat zijn dingen die ik interessant vond om met Rita te kunnen bepreken: niet per se om iets te veranderen, maar misschien dat dat bewustzijn inspiratie oplevert. Is dat dan jouw doel met die gesprekken? Dat verschilt per maker en hoeveel begeleiding ze al gehad hebben. Milou werd bijvoorbeeld vanuit Frascati al begeleid door mimer Suzan Boogaerdt en heeft waarschijnlijk al heel veel gesprekken gehad. Dan stel ik liever de vraag: wat wil jij van mij weten? Ik zou in een volgende fase niet het gesprek willen voeren vanuit hen als ‘jonge makers’, ik wil het breder trekken. Ik wil hen vragen: ‘waarom dit medium? Waarom dit medium in deze tijd? In deze culturele context?’ Ik wil hen dit vragen omdat die keuze elke keer opnieuw gemaakt wordt, bij elke voorstelling. Als het goed is, tenminste. Dan wil die ik vraag ook terugkaatsen. Voor mij is theater het medium bij uitstek om een collectieve denkexercitie te hebben met elkaar. Deze mag pervers en amoreel zijn, zonder dat het in de praktijk toegepast hoeft te worden of rampen veroorzaakt. Als een politieke safe space. Jouw werk is vrij uitgesproken politiek. Is dat een manier van denken die je met de jonge makers probeert te delen? Ik kan niet ontsnappen aan wie ik ben, dus die dingen vallen mij wel soms op. Welke waarden er bijvoorbeeld inzitten waar niet bewust voor gekozen

is. Bij FOMO was er duidelijk een man en een vrouw op de scène, waardoor ik merk dat een deel van mij zich afvraagt of er bewust gekozen is voor het heersen van een bepaalde heteronormativiteit. Dat ik mij afvraag hoeveel mensen in het publiek aannemen dat dit een stel is. Dat is wat ik interessant vind: in hoeverre zulke keuzes dus geen keuzes zijn. Ik vind het fijn en goed om zulke gesprekken met elkaar te hebben, maar ik zou het zeer jammer vinden als die gesprekken zich moeten opdringen. Ik kan me ook zeer goed voorstellen dat iemand alleen wil weten hoe ik de voorstelling ervaren heb. ‘Heb je gezien wat ik daar en daar geprobeerd heb?’ Dat past ook beter bij mijn overtuiging dat er enkel iets mis kan zijn tussen mij en de voorstelling. Nuno Blijboom

Impressies van een passant Terwijl ik mijn gedachten tracht te ordenen, denk ik aan de omschrijving die Marianne van Kerkhoven ooit gaf van de dramaturg: 'Hij/zij moet die wat verlegen vriend zijn, die voorzichtig, de woorden wikkend, uitdrukt wat hij/zij gezien heeft en welke sporen dat nalaat' (Kijken zonder potlood in de hand, 1994). Na (slechts) twee avonden te hebben doorgebracht op Festival Cement en voor het eerst kennis te hebben gemaakt met het werk van een aantal makers, probeer ik een aantal indrukken neer te pennen. Elk werk zegt iets over de tijdsgeest waarin we leven – of voegt er iets aan toe. Deze tekst is geen recensie maar een poging iets daarvan te benoemen. 'Verstillen', 'tijd maken', 'inzoomen' en 'contemplatie': dat zijn begrippen die bij me blijven hangen na een aantal voorstellingen en gesprekken. Daarin

Hoofdredactie: Nuno Blijboom | Schrijvers: Nuno Blijboom , Bart Capelle | Vormgeving: Adam Oostenbrink - MISTERADAMTYPE.COM | Verantwoordelijke uitgever: Andrea van Wingerden Festival Cement Sint Josephstraat 18 ’s Hertogenbosch | Drukker: Copyshop Den Bosch | Beeld: Adam Oostenbrink, ‘Een man wist niet dat hij met een engel vocht’ – Toon Tellegen

ligt ook een grote waarde van het festival zelf; een essentiële tijdelijke ruimte voor kunstenaars om te zoeken, te proberen, te reflecteren, en dat zonder een ontmoeting met een publiek uit de weg te gaan. Een verademing in een kunstenindustrie (kunstenveld klinkt poëtischer, maar veegt haar economische logica onder de mat), die steeds sneller holt en aan de lopende band unieke, excellente, afgewerkte kunstproducten aan de vrouw/man/andere probeert te brengen. Een verademing ook dat de Manifesten van o.a. Michiel Deprez, Marijn Lems en Florian Hellwig tegenstemmen laten klinken tegen die consumeerdrang. Maar terug naar het werk dat ik zag, want daar gaat het toch over. De voorstellingen, installaties en oefeningen die ik zag, lijken vaak op zoek naar een alternatief voor de overdonderende veelheid van impulsen uit de buitenwereld, de polarisering en verharding van standpunten, en de duizelingwekkende snelheid waarmee die dingen elke dag op ons afkomen. De fluwelen poëzie van Engel, het ontwapenende samen-zijn en samen-zingen van Mementum of de meditatieve aandacht voor materie van Taciturn, ze bieden -tijdelijk- tegengif en troost tegen het kleine en grote geweld in de buitenwereld. Ze vormen tijdelijke 'safe spaces', die rust brengen. Ze vertragen de ademhaling tot het ritme van een meditatie-oefening, zoals in de woordenmantra's van With Out Me of Monumental Metamorphosis. Die safe spaces zijn broodnodig, maar ze maken een beweging naar binnen toe – ze spelen met en bevragen de magie van het detail (Plasticville), het menselijk bewustzijn (Engel), de kleine gemeenschap (Mementum). Het zijn processen van interiorisering, zoals Thijs Lijster beschrijft in het essay 'De grote vlucht inwaarts'. Hij ontleedt hoe we ons als mensen in het westen sinds de 19de eeuw terugtrekken uit de publieke sfeer en steeds meer naar binnen keren: in onze steden, in onze woonkamers, in onze geesten. Een beweging van introversie en introspectie. Het spelonderzoek FOMO lijkt in eerste instantie de uitbundigheid van een feestje op te zoeken maar de personages plooien naar binnen en vallen stil door hun 'fear of missed opportunities'. In Podcast lijkt een jong koppel een beweging naar buiten te maken door hun relatie vanaf de eerste date met een publiek te delen via livestream, maar in realiteit staren ze alsmaar meer naar een scherm waardoor hun relatie implodeert. FOMO en Podcast bevragen die inwaartse vlucht, maar doen (nog) geen voorstel voor een omgekeerde beweging.

Daar heb ik persoonlijk wel honger naar. (Dat is mijn honger en doet geen afbreuk aan het werk dat ik zag.) Ik heb honger naar werk dat luid naar buiten treedt, even uitbundig en ontregelend als een carnavalsfeest of een schilderij van Jheronimus Bosch. Werk dat een andere veelheid plaatst tegenover de veelheid van consumentisme en spektakel: een veelheid die vol is in plaats van leeg. Werk dat de waanzin en het geweld dat in elk van ons zit naar buiten laat. Werk dat disruptief en weerbarstig is. Niet in plaats van, maar naast de zoektocht naar troost, verstilling en verbinding. De vitale uitbundigheid van een Congolese bigband naast de uitgepuurde soundscape. De bevrijdende bulderlach naast de sacrale stilte. De boksclub-poëzie van de slam poet naast de poëtische ernst van de sculptuur. Want naast de stiltetocht in Utrecht lijkt me ook de woede-uitbarsting van Freek de Jonge tijdens het Boekenbal broodnodig. Ik wil niet vervallen in een theoretische discussie over de autonomie van de kunsten, over ideologische kaders en de welles-nietes vraag of 'alles politiek is'. Ik hou – net zoals veel van het werk dat ik zag – van een meer materiële benadering van de dingen. En die is heel concreet: 'Rond de productie ligt het theater en rond het theater ligt de stad en rond de stad zo ver we kunnen zien ligt de hele verdere wereld en zelfs de hemel met zijn sterren. De wanden die deze kringen met elkaar verbinden zijn van huid, ze hebben poriën, ze ademen. Soms wordt dat vergeten.' (Marianne van Kerkhoven, State of the Union 1993) Bart Capelle


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Festival Cement 2019 I Podium van Papier by Festival Cement - Issuu