ONDERZOEK NAAR 19e-EEUWSE RONDREIZENDE MENAGERIES
EXOTISCHE DIEREN IN DE SCHIJNWERPERS Op de 19e-eeuwse kermis kwamen mens en dier in rondreizende menageries op verschillende manieren met elkaar in aanraking. Hun interacties laten echter weinig sporen na. Toch valt via de Franse Ménagerie Pianet gedeeltelijk te achterhalen hoe deze menageries zich ontwikkelden en hoe hun exotische dieren een stempel drukten op de mensen rondom hen, tot op de dag van vandaag. Eva Andersen
BEESTIG ERFGOED
H
40
et tentoonstellen van levende dieren gaat in Europa terug tot de middeleeuwen. Vooral op het einde van de 18e en gedurende de 19e eeuw kenden sedentaire en rondreizende ‘menageries’ een grote opkomst. Er was een groeiende interesse onder de bevolking in wetenschap, natuur, de wereld en de popularisering hiervan. Interacties met en het tentoonstellen van exotische dieren berustten veelal op het uitoefenen van controle, macht en superioriteit en het tonen van rijkdom.
Interacties met en het tentoonstellen van exotische dieren berustten veelal op het uitoefenen van controle, macht en superioriteit en het tonen van rijkdom
Een van de bekendste en oudste sedentaire menageries is de Ménagerie du Jardin des Plantes in Parijs, die in 1794 het levenslicht zag. In eigen land is er de Zoo van Antwerpen die werd opgericht in 1843. Deze instellingen waren vaak prestigieuze projecten waarbij nationale trots en welvaart, het beschavingsidee tegenover dieren en wetenschappelijk onderzoek centraal stonden.1
een voorloper van het circus – een belangrijke rol speelden bij het populariseren van zoölogie en kennis over de natuur. Hoewel ze sensatie vooropstelden, bevatten ze ook een educatieve en wetenschappelijke component. Op kermissen, een belangrijk onderdeel van immaterieel erfgoed,2 vormden ze een van de meest populaire attracties.
Deze instituten waren echter niet voor iedereen bereikbaar, waardoor rondreizende menagerieën – een vorm van rondtrekkende zoos en
‘Bloederig drama in een menagerie. La Goulue en haar man in de greep van een poema’ zoals afgebeeld op de cover van Le Petit Journal. Supplément du dimanche (nr. 688, 24/01/1904). © BnF Gallica