UIT DE PRAKTIJK
IMMATERIEELERFGOEDWERKING IN ARCHIEVEN Over de immaterieel-erfgoedwerking van archieven is er vooralsnog weinig gezegd. Het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven (CAVA) deelt daarom graag zijn ervaring. Elise Dewilde
ALLES VAN WAARDE IS IMMATERIEEL
C
66
AVA ondersteunt de vrijzinnig humanistische gemeenschap en die van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) bij de zorg voor hun roerend en immaterieel erfgoed. Zeker in het hoofdstuk rond immaterieel cultureel erfgoed – denk aan studententradities en vrijzinnig humanistische feesten – zijn die gemeenschappen de protagonisten. Ze hechten veel waarde aan hun praktijken, maar associëren die vaak niet met het begrip erfgoed. Bijgevolg vinden ze de weg naar het archief niet zo makkelijk. Wat kunnen wij, als ‘nevenpersonage’, dan ondernemen?
DE ROL VAN CAVA, EEN FLASHBACK
We blijven allesbehalve bij de pakken neerzitten. Met onze acties geven we invulling aan de rol die Unesco ziet voor onder andere archieven. Enerzijds is dat het verzamelen, documenteren, archiveren en bewaren van gegevens en info. Anderzijds is dat het informeren over en sensibiliseren voor het belang van immaterieel erfgoed in het algemeen en specifieke praktijken in het bijzonder.
In de praktijk dragen we uiteraard zorg voor het roerend erfgoed dat verbonden is aan dit minder tastbare erfgoed. Zo bewaren we de medailles die studenten ieder jaar uitgeven naar aanleiding van St V, de dag waarop de universitaire gemeenschap de stichting van de universiteit, haar stichter Pierre-Théodore Verhaegen en de humanistische waarden viert.1 We nemen ook andere (publieks)initiatieven waarmee we rond immaterieel erfgoed sensibiliseren, de gemeenschappen hopen te sterken én hen willen tonen dat we een helpende hand bieden. Onderzoek fungeert hier vaak als vertrekpunt. Zo hielden we een lezing, Verhaegen voor dummies, om de achtergrond van de St V-viering te kaderen, zorgden we mee voor de erkenning van deze traditie op de ICE-inventaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en is er ondertussen een erfgoedwandeling over St V. We gaven ook lezingen over de historische ontwikkeling van studentendopen en publiceerden over de geschiedenis van het Feest Vrijzinnige Jeugd en het Vrijzinnig Zangfeest om de gemeenschap “eraan te herinneren dat ze er trots op mogen zijn.”2