Beveiliger 2

Basiskennis

![]()


Copyright
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Samenstellers en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een zo betrouwbaar mogelijke uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden op onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. De uitgever meent alle rechten van afbeeldingen te bezitten of daar afspraken over te hebben gemaakt. Indien rechthebbenden toch een opmerking hebben, kunnen zij zich tot de uitgever wenden.
crebo 27122
Met dank aan: Mike Wijngaarden
ISBN 9789493326880
Adresgegevens Smart Educational Tools, onderdeel van Stichting eX:plain Disketteweg 6 Postbus 1230 3800 BE Amersfoort www.smarteducationaltools.nl
Juni, 2026
1.
2. Het beroep beveiliger
2.1
5.
5.1
6.1
8.1
8.3
8.4
8.5

Wat is beveiliging?
Inleiding
Het is zes uur ’s ochtends. Kevin stapt uit zijn auto en loopt naar de ingang van een groot distributiecentrum aan de rand van de stad. In dit magazijn liggen duizenden producten opgeslagen. Iedere dag rijden er vrachtwagens het terrein op en af. Honderden medewerkers werken hier in ploegendienst.
Kevin werkt hier als objectbeveiliger.
Voordat zijn dienst begint, loopt hij eerst een openingsronde over het terrein. Hij controleert het terrein en let hierbij vooral op de vitale belangen van de organisatie. Zijn collega van de nachtdienst vertelt in een mondelinge overdracht dat het een rustige nacht was. Toch blijft Kevin alert. In een distributiecentrum kunnen veel dingen gebeuren. Er kan worden ingebroken. Er kunnen goederen worden gestolen. Er kan brand ontstaan. Ook kunnen onbevoegde personen proberen het terrein op te komen.
Tijdens zijn ronde ziet Kevin dat een deur aan de zijkant van het gebouw niet goed dicht zit. Dat is vreemd.
Deze deur hoort normaal gesproken afgesloten te zijn. Kevin controleert de deur en meldt het probleem via de portofoon bij de meldkamer. Dit lijkt misschien een kleine gebeurtenis, maar voor een beveiliger is dit belangrijk. Een open deur kan namelijk betekenen dat iemand ongezien naar binnen kan.


Dit soort situaties komen vaak voor in het werk van een beveiliger.
Leerdoelen
In dit hoofdstuk leer je:
ĥ Wat beveiliging is.
ĥ Waarom beveiliging nodig is.
ĥ Welke vormen van beveiliging er bestaan.
ĥ Welke werkzaamheden een beveiliger uitvoert.
1.1 Wat is het doel van beveiligen?
Beveiliging is het geheel van maatregelen om een te beveiligen doel te beschermen tegen schadelijke invloeden. Die invloeden kunnen van buitenaf komen, zoals terrorisme en georganiseerde criminaliteit, maar ook van binnenuit, bijvoorbeeld fraude en verduistering.
Beveiliging is een manier om risico’s te verminderen, beheersbaar te maken en de veiligheid te verhogen.
Organisaties willen dat hun werk goed kan doorgaan. Dit noem je bedrijfscontinuïteit: het zorgen dat het werk niet stilvalt. In een ziekenhuis moeten artsen patiënten kunnen behandelen. In een winkel moeten klanten veilig kunnen winkelen. In een fabriek moeten machines veilig kunnen draaien.
n Het doel van beveiliging is het waarborgen van de bedrijfscontinuïteit
Toch kunnen er dingen gebeuren die het werk verstoren, of waardoor het werk zelfs stil komt te liggen. Denk bijvoorbeeld aan:
ĥ Diefstal.
ĥ Inbraak.
ĥ Vandalisme.
ĥ Sabotage.
ĥ Brand.
ĥ Onbevoegde personen.
In het distributiecentrum waar Kevin werkt liggen producten met een hoge waarde opgeslagen. Sommige producten zijn klein en makkelijk mee te nemen. Dat maakt het bedrijf een aantrekkelijk doel voor diefstal. Stel dat iemand ’s nachts het terrein op komt en goederen steelt. Dat kan grote schade veroorzaken voor het bedrijf. Niet alleen door de gestolen producten, maar ook door de verstoring van het werk.
Organisaties nemen dus maatregelen om hun bedrijf te beschermen. Zo staan er camera’s op het terrein, zijn er slagbomen bij de ingang en lopen er beveiligers rond. Dat noemen we beveiliging.
n Onder beveiligen wordt verstaan: Het geheel van maatregelen dat een object moet beschermen tegen interne en externe schadelijke invloeden.
Een object kan van alles zijn.
Bijvoorbeeld:
ĥ Een gebouw.
ĥ Een bedrijfsterrein.
ĥ Een evenement.
ĥ Een winkel.
ĥ Een persoon.
1.1.1 Beveiliging (security) en veiligheid (safety)
Naast de term beveiliging (security) wordt ook vaak gesproken over veiligheid (safety). De termen beveiliging en veiligheid worden veel door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde.
n Safety betekent veiligheid. Bij veiligheid gaat het om mensen. Iedereen die zich in of in de onmiddellijke omgeving van een object bevindt, moet daar veilig kunnen zijn en werken. Dit geldt voor medewerkers, bezoekers, klanten en leveranciers.
De overheid stelt regels voor bedrijven, die ervoor zorgen dat er veilig gewerkt wordt. Deze regels staan bijvoorbeeld in de Arbowet. Deze wet verplicht bedrijven om te zorgen voor veilige arbeidsomstandigheden. Dat betekent bijvoorbeeld dat:
ĥ Machines veilig moeten zijn.
ĥ Medewerkers beschermende kleding moeten dragen.
ĥ Gevaarlijke situaties moeten worden voorkomen.
Ook in het distributiecentrum waar Kevin werkt speelt safety een rol. Tijdens een ronde ziet Kevin dat een medewerker geen veiligheidsschoenen draagt. Dat kan gevaarlijk zijn. Kevin spreekt de medewerker hierop aan en verzoekt hem de juiste schoenen aan te trekken. Nadat de overtreding verholpen is, maakt hij een melding van de situatie in zijn dagrapportage.
In het voorbeeld gaat het dus echt om veilig werken. Dat is een voorbeeld van safety.
Een beveiliger houdt zich vooral bezig met security, maar komt ook regelmatig situaties tegen die met safety te maken hebben. Als beveiliger moet je zulke situaties herkennen en melden. Door dit te doen help je mee om de veiligheid van mensen in en rondom het gebouw te beschermen.

Het beroep beveiliger
Inleiding
Het is begin van de middag. Sandra staat bij de ingang van een groot kantoorgebouw in het centrum van de stad. Medewerkers lopen in en uit en bezoekers melden zich bij de balie. Sandra werkt hier als objectbeveiliger.
Terwijl ze een bezoeker inschrijft , ziet ze vanuit haar ooghoek dat iemand zonder pasje door het poortje probeert mee te lopen met een medewerker. Tegelijkertijd hoort ze dat een andere bezoeker geïrriteerd raakt omdat hij moet wachten.
Sandra moet snel schakelen. Ze blijft vriendelijk tegen de bezoeker aan de balie, maar houdt ook de situatie bij het poortje in de gaten. Ze spreekt de persoon zonder pasje aan en vraagt hem zich te legitimeren.


Dit soort situaties komen dagelijks voor in het werk van een beveiliger. Als beveiliger moet je niet alleen weten wat je moet doen, maar ook hoe je je opstelt. Je houding en gedrag bepalen of een situatie rustig blijft of juist escaleert. Daarnaast moet je situaties goed kunnen inschatten en de juiste keuzes maken tussen veiligheid en service.
Leerdoelen
In dit hoofdstuk leer je:
ĥ Welke beroepshouding bij een beveiliger hoort.
ĥ Welke vaardigheden je nodig hebt in het werk.
ĥ Wat het verschil is tussen controleren, observeren, signaleren en alarmeren.
ĥ Hoe je het verschil herkent tussen beveiligende en faciliterende/dienstverlenende werkzaamheden en hoe je hierin de juiste afweging maakt.
2.1 De beroepshouding
In het werk van een beveiliger is niet alleen wat je doet belangrijk, maar vooral hoe je het doet. Jouw houding en gedrag bepalen hoe anderen jou zien en hoe situaties verlopen.



In de situatie bij het kantoorgebouw moest Sandra bijvoorbeeld tegelijk vriendelijk blijven naar een bezoeker en optreden tegen iemand die zonder pasje naar binnen wilde. Wat zij doet is belangrijk, maar haar houding bepaalt of de situatie rustig blijft of juist escaleert.
De basisberoepshouding bestaat uit een aantal eigenschappen die voor bijna iedere beveiliger belangrijk zijn. Deze eigenschappen hangen met elkaar samen en komen vaak tegelijk terug in de praktijk.
Van een beveiliger wordt verwacht dat hij alert is. Dat betekent dat je voortdurend waakzaam bent en je bewust bent van wat er in je omgeving gebeurt, ook wanneer je met iets anders bezig bent. Dit wordt security awareness genoemd. Dit betekent letterlijk beveiligingsbewustzijn.
Daarnaast wordt van een beveiliger verwacht dat hij proactief is. Dat betekent dat je niet afwacht tot er iets gebeurt, maar zelf initiatief neemt als je denkt dat er iets niet klopt of mogelijk mis kan gaan. Proactief zijn gaat dus verder dan alleen reageren. Het betekent dat je vooruitdenkt, risico’s herkent voordat er echt iets gebeurt en zelf actie onderneemt om problemen te voorkomen. Je kijkt dus niet alleen naar wat er nu gebeurt, maar denkt ook na over wat er kan gebeuren.
Door alert en proactief te zijn, kun je situaties eerder herkennen en mogelijk problemen voorkomen.
Sandra staat bij de balie en schrijft een bezoeker in. Tegelijkertijd ziet zij dat iemand probeert mee te lopen zonder pasje. Zij wacht niet af, maar grijpt direct in en spreekt de persoon aan.
Even later merkt Sandra dat er al een tijdje iemand rondhangt bij de ingang, zonder zich te melden. Er gebeurt op dat moment nog niets, maar de situatie wijkt wel af van wat normaal is. Sandra besluit om de persoon te benaderen om een inschatting te kunnen maken van het eventuele risico.
In beide situaties laat Sandra zien dat zij niet alleen alert is, maar ook proactief handelt. Zij reageert niet alleen op wat er gebeurt, maar denkt ook vooruit en voorkomt dat een situatie kan uitgroeien tot een probleem.
2.1.2 Dienstverlenend en flexibel
Een beveiliger heeft niet alleen een controlerende taak, maar ook een dienstverlenende rol. Je laat merken dat je bereid bent om anderen te helpen en dat je moeite wilt doen voor klanten, bezoekers en medewerkers. Veel organisaties vinden het belangrijk dat bezoekers zich welkom voelen. De beveiliger speelt daarin een belangrijke rol.
Tegelijkertijd moet een beveiliger ook flexibel zijn. Dat betekent dat je je kunt aanpassen aan de situatie, bijvoorbeeld als je ineens op een andere plek moet werken dan normaal. En je zoekt naar oplossingen die wel mogelijk zijn. Flexibel zijn betekent niet dat je regels loslaat, maar dat je kijkt wat er binnen de regels wel mogelijk is.
In het werk van Sandra komt dit duidelijk naar voren. Terwijl zij een persoon aanspreekt die zonder pasje naar binnen wil, heeft zij ook te maken met een bezoeker die moet wachten. Door rustig uit te leggen wat er gebeurt en de bezoeker serieus te nemen, blijft zij dienstverlenend, terwijl zij tegelijkertijd haar beveiligingstaak uitvoert.
2.1.3 Doortastend en met overtuiging handelen
Als beveiliger moet je doortastend zijn. Dat betekent dat je beslissingen neemt en ook daadwerkelijk handelt. Je wacht niet te lang en je treedt op wanneer dat nodig is. Het is hierbij belangrijk dat je goed kunt uitleggen op basis waarvan je jouw beslissingen hebt genomen. Daarbij is het belangrijk dat je met overtuiging (overwicht) handelt. Je straalt uit dat je weet wat je doet en waarom je dat doet. Mensen nemen jou serieus omdat je professioneel optreedt.
Wanneer Sandra iemand aanspreekt die zonder pasje naar binnen wil, doet zij dat duidelijk en zelfverzekerd. Zij legt uit wat de regels zijn en verwacht dat de ander zich daaraan houdt. Daardoor ontstaat er duidelijkheid en blijft de situatie onder controle.
2.1.4 Integer en ethisch handelen
Van een beveiliger wordt verwacht dat hij integer is. Dat betekent dat je eerlijk en betrouwbaar bent en geen misbruik maakt van je positie. Anderen moeten erop kunnen vertrouwen dat jij je werk correct uitvoert en dat je doet wat je zegt.
Daarnaast moet een beveiliger ethisch handelen. Ethisch handelen houdt in dat je werkt volgens morele en wettelijke normen. Dat betekent dat je in situaties afweegt wat juist is om te doen. Je houdt rekening met normen en waarden binnen de organisatie en de samenleving.
Ethisch handelen betekent dat je jezelf vragen stelt zoals:
ĥ Wat is hier eerlijk en rechtvaardig?
ĥ Wat zijn de gevolgen van mijn keuze voor anderen?
ĥ Past mijn handelen bij mijn rol als beveiliger?