Skip to main content

cb_bbz_h06 bladerboek

Page 1

De meldkamer

H6


H6 De meldkamer Leerdoelen

ĥ De verschillende spoedoproepen benoemen en onderscheiden die in een meldkamer binnen kunnen komen ĥ De technische (hulp)middelen benoemen en onderscheiden die je in een meldkamer tegen kunt komen ĥ De verschillende branddetectiemiddelen benoemen en onderscheiden ĥ Omschrijven hoe om wordt gegaan met camerabeelden binnen een zorginstelling Inleiding In grote zorginstellingen, zoals in ziekenhuizen, komt het vaak voor dat de beveiliging gebruikmaakt van een interne meldkamer. Dit is een centrale werkplek vanwaaruit de beveiliging haar eigen taken coördineert. Ook kunnen hier taken van anderen gecoördineerd worden zoals van de technische dienst of de schoonmaak. De meldkamer kan in sommige zorginstellingen bekendstaan als de meld- en regelkamer, als de beveiligingsloge of onder andere namen. Op deze plek komen vaak de centrale noodnummers van de zorginstelling binnen. Het werken als beveiliger in de meldkamer brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee. Je verwerkt binnenkomende informatie en stuurt hiermee anderen aan. Hieronder vallen ook spoedoproepen. Om deze reden word je meestal pas in de meldkamer ingewerkt als je alle andere taken voldoende beheerst.

6.1 Spoedoproepen in de zorgmeldkamer In de meldkamer van een zorginstelling is het stellen van prioriteiten essentieel. Je ontvangt verschillende soorten spoedoproepen die je snel en correct moet afhandelen. Minder urgente taken worden hierbij tijdelijk opzijgezet. Bij grote incidenten of calamiteiten is het belangrijk om tijdig op te schalen. Dit betekent dat je direct de verantwoordelijke functionaris informeert en handelt volgens de geldende instructies. Om overzicht te houden wordt onderscheid gemaakt tussen medische oproepen en nietmedische oproepen. Medische oproepen Medische oproepen hebben direct betrekking op de gezondheid en veiligheid van patiënten en vereisen vaak onmiddellijke medische of verpleegkundige actie.

76


De meldkamer

Reanimatieoproep (reanimatieteam) In ziekenhuizen wordt gewerkt met reanimatieteams. De samenstelling verschilt per ziekenhuis, maar bestaat meestal uit personeel van de SEH, IC en cardiologie. Bij een interne reanimatiemelding komt de oproep vaak binnen in de meldkamer. Jouw taak is om de oproep aan te nemen, de locatie te registreren en het reanimatieteam te alarmeren met een duidelijke locatie-aanduiding. Het reanimatieteam gaat vervolgens zo snel mogelijk ter plaatse. Traumateam Ambulances brengen slachtoffers van ernstige incidenten en ongevallen naar de Spoedeisende Hulp. Wanneer nodig kan de SEH een traumateam oproepen. Dit team is gespecialiseerd in de behandeling van ernstig letsel. De meldkamer speelt vaak een centrale rol bij het aanvragen en alarmeren van het traumateam. Verpleegkundig Oproep Systeem (VOS) / Medisch Oproep Systeem (MOS) Behandel- en patiëntenruimtes zijn vaak uitgerust met een Verpleegkundig Oproep Systeem, ook wel Medisch Oproep Systeem genoemd. Met dit systeem kunnen patiënten en zorgmedewerkers medische assistentie vragen. Afhankelijk van de zorginstelling kan een MOS ook andere disciplines alarmeren, zoals technici of beveiliging. Het kan onderdeel zijn van jouw werk om hierop te reageren door assistentie te regelen, betrokkenen te informeren of beveiliging te sturen.

Bedsensor Een bedsensor signaleert wanneer een patiënt onverwacht het bed verlaat, bijvoorbeeld bij valgevaar of verward gedrag. De melding komt binnen in de meldkamer, waarna zorgpersoneel wordt ingeschakeld. Bij verhoogd risico kan beveiliging gevraagd worden om ondersteuning of toezicht te houden. Niet-medische oproepen Niet-medische oproepen hebben betrekking op veiligheid, orde, eigendommen en calamiteiten, maar zijn niet direct medisch van aard. Inbraakalarm In sommige zorginstellingen zijn gebouwen of delen van gebouwen voorzien van inbraakdetectie. Dit systeem bestaat meestal uit detectoren, een overdrager en een bedieningspaneel. Inbraakalarmen staan vaak ingeschakeld in de avond, nacht en weekenden, maar soms ook overdag in afgesloten ruimtes. Als het alarm afgaat, is het jouw taak om hierop te reageren door beveiliging of surveillance naar de locatie te sturen.

77

H6

Valalarm In veel zorginstellingen, met name in de ouderenzorg en revalidatie, wordt gebruikgemaakt van een valalarm. Dit alarm wordt geactiveerd wanneer een patiënt valt of langere tijd onbeweeglijk blijft. De meldkamer ontvangt deze melding en zorgt ervoor dat zorgpersoneel snel wordt ingeschakeld. Indien nodig kan beveiliging ondersteuning bieden.


 Opdracht 1

Geef een voorbeeld van een situatie in een zorginstelling waarin het aanbrengen van inbraakdetectie gewenst is. Geef ook een voorbeeld van een situatie waarin een overvalknop gewenst is. Beschrijf beide situaties kort.

Agressiemelding Agressiemeldingen komen in zorginstellingen meestal binnen bij de meldkamer. Dit is een melding van een collega die hulp nodig heeft bij een agressie-incident. De melding kan worden gedaan via een vaste alarmknop, een draagbare alarmknop of telefoon, of telefonisch. Jouw taak is om de beveiliging zo snel mogelijk ter plaatse te sturen om ondersteuning te bieden en de veiligheid te herstellen. Brandmeldingen De meldkamer ontvangt brandmeldingen en alarmeert de juiste personen, zoals beveiligers en BHV’ers. De meldkamer staat vaak in direct contact met de brandweer en schakelt deze in wanneer dat noodzakelijk is. Snel en zorgvuldig handelen is hierbij van groot belang. Mindervalidenassistentie (MIVA) Ruimtes die bedoeld zijn voor mindervaliden, zoals aangepaste toiletten, zijn vaak uitgerust met een assistentieoproepsysteem. Wanneer deze oproep binnenkomt in de meldkamer, zorg je ervoor dat de juiste assistentie wordt gestuurd. Dit kan zorgpersoneel zijn of beveiliging, afhankelijk van de situatie.

6.2 Technische (hulp)middelen In een meldkamer heb je verschillende systemen en middelen tot je beschikking. Dit verschilt per zorginstelling. Meldkamer managementsysteem Een meldkamer managementsysteem is software waarmee intercoms, automatische deuren en camera’s bediend worden. Soms vallen hier ook de slagbomen en terminals van het parkeerterrein onder. Per systeem kan er gekozen worden voor een mate van ‘integratie’. Dat wil zeggen dat gekozen kan worden om de bedieningsmiddelen te scheiden of juist te combineren. Bij gescheiden systemen is er sprake van een apart camerasysteem, een intercomsysteem en een bedieningssysteem voor deuren en hekken. Bij een geïntegreerd systeem zijn deze zaken samengevoegd. Brandmeldcentrale De brandmeldcentrale (BMC) is een centrale waar alle signalen van handbrandmelders, rookmelders en andere brandindicatoren binnenkomen. Elke zorginstelling heeft een BMC. Als er een meldkamer is hangt deze in de meldkamer. Alle branddetectiemiddelen in de zorginstelling bij elkaar worden de brandmeldinstallatie (BMI) genoemd. Hiermee worden naast de handbrandmelders en rookmelders ook sprinklerinstallaties, thermische brandmelders en nevenindicatoren bedoeld. Als je werkzaam bent in de meldkamer, dan ben je verantwoordelijk voor de toezicht op de BMC. Naast het monitoren van brandmeldingen betekent dit dat je toezicht houdt op werkzaamheden. Om deze reden is het belangrijk om altijd na te gaan of werkzaamheden aangemeld zijn bij de verantwoordelijke beheerder. 78


De meldkamer

Portofooncommunicatie In de meeste meldkamers wordt gebruikgemaakt van draadloze communicatie. Dit is vaak met behulp van portofoons. Portofoons zijn draagbare zend- en ontvangsttoestellen. Een toestel kan zenden en andere aangesloten portofoons ontvangen dit. In de meldkamer kan gebruik worden gemaakt van een mobilofoon. Dit is een vast toestel waarmee de portofoons bereikt kunnen worden. Het voordeel is dat meerdere personen dezelfde boodschap tegelijk ontvangen. Dit kan handig zijn bij calamiteiten. Ook komt de verbinding direct tot stand. Er hoeft dus niet gewacht te worden op een verbinding zoals bij telefoonverkeer. Met wie de meldkamer in contact staat via de portofoon verschilt per zorginstelling. In ieder geval zijn dit de beveiligers. Soms zijn dit ook de bhv’ers en medewerkers van de technische dienst. In de grotere ziekenhuizen zoals in de UMC’s kan de meldkamer ook in contact staan met verschillende hulpdiensten zoals het MMT. Dit zodat de beveiliging de juiste personen kan informeren en kan zorgen voor een efficiënte ontvangst van het slachtoffer.

H6

CCTV Closed Circuit Television wordt afgekort als CCTV. Dit is een camerasysteem over een gesloten netwerk. Er is dus geen sprake van een open netwerk waarop anderen ook kunnen meekijken of inloggen. Alleen via het camera­ managementsysteem van de beveiliging kunnen de beelden nagekeken worden. Cameratoezicht Cameratoezicht kan privaat of publiek zijn. Privaat cameratoezicht vindt plaats door personen en organisaties. De hoofddoelstelling van privaat cameratoezicht is het beschermen van personeel en/of eigendommen. Hiervoor moet er volgens de Autoriteit Persoonsgegevens een ‘gerechtvaardigd belang’ zijn. Als het beveiligingsprobleem met een ander middel ook kan worden opgelost heeft dat middel voorrang. In zorginstellingen wordt cameratoezicht toegepast om medewerkers, patiënten en cliënten en eigendommen te beveiligen. Publiek cameratoezicht wordt door de overheid gedaan. De hoofddoelstelling van publiek cameratoezicht is het handhaven van openbare orde en veiligheid. Het bekijken van deze beelden is een verantwoordelijkheid van de gemeente en de politie volgens de Gemeentewet. Zorginstellingen zijn vaak publiek toegankelijk. Toch is een zorginstelling een organisatie en geen openbaar terrein. Om deze reden is cameratoezicht in zorginstellingen privaat cameratoezicht. Publiek cameratoezicht heeft namelijk betrekking op het handhaven van de openbare orde. Het bekijken van camerabeelden wordt ook wel het ‘uitkijken van camerabeelden’ genoemd. Soms worden camerabeelden live uitgekeken. Andere zorginstellingen kunnen ervoor kiezen om de beelden op te nemen en achteraf te bekijken als dit nodig is. 79


 Opdracht 2

Noem een voorbeeld van een situatie waarin het gebruik van camera’s in een zorginstelling kan helpen met het beschermen van personeel of eigendommen.

zorginstelling geldt als organisatie en niet als openbare ruimte. Daarom valt het n Een cameratoezicht onder privaat toezicht. Uitkijken camerabeelden Bij het uitkijken van camerabeelden is het belangrijk dat je gebiedskennis hebt. Hierdoor weet je waar een incident zich afspeelt en kun je snel de juiste personen of diensten inschakelen. Daarnaast is het belangrijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Hoofdzaken hebben te maken met het doel van het cameratoezicht. Dit zijn de zaken die direct te maken hebben met veiligheid en beveiliging. Bijzaken zijn minder belangrijk voor jouw taak en hoeven minder aandacht te krijgen. Als zorgbeveiliger let je op gedrag dat invloed kan hebben op de veiligheid van de zorginstelling, het personeel en patiënten. Bij het bekijken van camerabeelden, bijvoorbeeld in een wachtkamer van een ziekenhuis, observeer je het gedrag van patiënten en bezoekers. Je let daarbij vooral op lichaamstaal, bewegingen en veranderingen in gedrag. Normaal gedrag is gedrag dat past bij de situatie en de omgeving. In een wachtkamer is het normaal dat mensen rustig op stoelen zitten, lezen, op hun telefoon kijken of met elkaar praten. Afwijkend gedrag is gedrag dat afwijkt van wat je normaal verwacht in die situatie. Dit gedrag is niet direct gevaarlijk, maar vraagt wel om extra aandacht. Voorbeelden zijn iemand die op stoelen gaat staan, opvallend onrustig heen en weer loopt of zich anders gedraagt dan de rest van de groep. Verdacht gedrag is gedrag waarbij er signalen zijn dat de veiligheid mogelijk in gevaar komt. Dit gedrag is vaak doelgericht en kan spanning of dreiging veroorzaken. Voorbeelden zijn voortdurend om zich heen kijken, agressieve lichaamstaal, het volgen of intimideren van anderen, het vermijden van camera’s of het bewust verstoren van de orde. Het onderscheid tussen normaal, afwijkend en verdacht gedrag maak je door te letten op de context, de duur en herhaling van het gedrag, lichaamstaal en de reactie van anderen in de omgeving. Eén enkele handeling hoeft niet verdacht te zijn, maar een combinatie van signalen kan dat wel zijn. Cognitieve lock-up Cognitieve lock-up betekent dat je te sterk gefocust raakt op één persoon, object of gebeurtenis, waardoor je andere belangrijke signalen mist. Dit kan gebeuren als een situatie opvallend of spannend is en al je aandacht opeist.

80


De meldkamer

Voor een zorgbeveiliger is dit gevaarlijk, omdat je het overzicht kunt verliezen. Terwijl je bijvoorbeeld één verdachte persoon volgt op de camera, kan ergens anders in beeld een ander incident ontstaan. Om cognitieve lock-up te voorkomen, wissel je regelmatig van focus, scan je het hele camerabeeld en blijf je letten op veranderingen in de omgeving. Zo houd je het totaaloverzicht en kun je tijdig en passend reageren. zorgbeveiliger let bij het uitkijken van camerabeelden op dingen die te maken n Een hebben met de beveiliging en veiligheid van de zorginstelling en het zorgpersoneel.

De lichaamstaal van patiënten/cliënten en bezoekers is de hoofdzaak. Belangrijk is om een totaaloverzicht te houden en niet te focussen op details (cognitieve lock-up).

 Opdracht 3

Beschrijf hoe je kunt voorkomen dat je een cognitieve lock-up krijgt tijdens het uitkijken van camerabeelden.

Inbraakalarm In gebouwdelen of gebouwen kunnen inbraakalarmen worden ingeschakeld. In de meldkamer heb je hiermee te maken. Soms ben jij degene die op inbraakalarmen reageert. Ook kun je contactpersoon zijn voor een particuliere alarmcentrale die reageert op inbraakalarmen voor jouw zorginstelling. In beide gevallen heb je te maken met klantinformatie. Dit zijn bijvoorbeeld klantcodes, pincodes en afmeldcodes. 81

H6

Incidentmeldingen met camerabeelden Je kunt een incidentmelding maken met behulp van camerabeelden. Bijvoorbeeld als je hierop gezien hebt dat een bezoeker diefstal heeft gepleegd. De incidentmelding kan intern gebruikt worden voor de rapportage. Ook kan deze gebruikt worden bij de aangifte bij de politie. Belangrijk is dat de melding aan een aantal voorwaarden voldoet: ĥ De melding moet gaan over wat je daadwerkelijk hebt gezien. Er mogen geen aannames in zitten. Een aanname is een vermoeden van wat je mogelijk hebt gezien (zonder dat je dit zeker weet) ĥ De melding moet in het verleden tijd worden geschreven. Dit omdat je het ook in het verleden hebt gezien ĥ De melding moet zo veel mogelijk namen van betrokken personen bevatten ĥ De melding moet signalementen van de personen van wie je de naam niet kent bevatten ĥ Hoofd- en bijzaken moeten uit elkaar zijn gehaald ĥ De melding moet geen oordelen bevatten. Gebruik dus geen meningen ĥ De melding moet op chronologische volgorde zijn (alles op in logische volgorde zijn genoteerd)


Deze gegevens heb je nodig om alarmen af te kunnen handelen. Ook heb je te maken met gebouwcodes. Dit zijn codes die aan gebouwen of gebouwdelen gegeven worden om zeker te weten dat je spreekt over hetzelfde inbraakalarm. Tijdschema Dit zijn door de klant aangewezen tijden waarop een alarm ingeschakeld of uitgeschakeld moet zijn. Afwijkingen hierin zijn ook een reden om op te treden. Een voorbeeld is wanneer een object in het weekend een ingeschakeld alarm moet hebben. Als dit toch wordt uitgeschakeld is dit een reden voor de beveiliging om op te treden. Het inbraakalarm wordt dan namelijk onrechtmatig uitgeschakeld. Techniek inbraakalarmen Voor inbraakalarmen worden verschillende soorten technische middelen gebruikt. Het is belangrijk dat je deze technische middelen kent zodat je weet waar de meldingen over gaan. Ook kun je storingen beter verhelpen als je de beveiligingstechniek kent waarmee je werkt. Inbraakalarmen werken met detectoren. Dit zijn technische hulpmiddelen die beweging meten. De volgende detectoren worden gebruikt: ĥ Passief Infrarood, ook wel PIR genoemd. Dit is een melder die gebruikmaakt van infraroodstraling en warmte meet. Deze melder wordt het meest gebruikt. Een PIR ontvangt en zendt een impuls door ĥ Magneetcontacten zijn meetpunten op ramen en deuren die meten of deze open worden gemaakt. Als dit het geval is zenden zij een signaal naar een ontvanger ĥ Glasbreukdetectie gaat via een melder op een ruit die registreert of een ruit beweegt. Dit wordt niet vaak meer gebruikt vanwege het vele aantal valse meldingen omdat de melders erg gevoelig zijn. ĥ Seismische detectie werkt als glasbreukdetectie maar dan voor sterke objecten zoals kluizen en zware deuren. De melders meten beweging in de materialen ĥ Gas-, rook- en vlamdetectoren zijn detectoren die gassen, rook en warmte meten. Inbraakalarmen zijn vaak ook aangesloten op brandbeveiligingstechniek ĥ Waterdetectoren zijn melders die reageren op vocht. Zij geven de aanwezigheid van een lek of EXIT andere vormen van wateroverlast door ĥ Thermische melders zijn melders die reageren op onder- of overtemperaturen. Zij kunnen ook een plotselinge stijging of daling van temperatuur doorgeven. Vaak wordt deze techniek gebruikt in koelingen. Ook in sprinklerinstallaties zit deze techniek vaak verwerkt. Dit zijn installaties die automatisch blussen met water als er een plotselinge stijging in temperatuur gemeten wordt Nooddeuren Dit zijn deuren die direct een uitgang bieden bij nood. Als deze openstaan betekent dit dat er ook toegang is vanaf buiten naar binnen. Om deze reden zijn nooddeuren vaak uitgerust met een magneetcontact.

82


De meldkamer

Compartimentering Een gebouw/object opdelen in gebieden/delen heet compartimentering. De delen zijn compartimenten. Een brandcompartimentering is een deel van een gebouw dat een brand een bepaalde tijd tegenhoudt. Een inbraakcompartimentering is een deel van een gebouw waar detectie plaatsvindt. Een gebouw is vaak verdeeld in meerdere compartimenten. Soms vallen de brandcompartimenten, samen met de inbraakcompartimenten maar dit is niet altijd zo. Luchttoevoer In grote zorginstellingen is er vaak sprake van een klimaatbeheersing. Bij sommige alarmen, zoals brandalarmen wordt de luchttoevoer stopgezet om brandbevordering te voorkomen. Er kunnen ook andere redenen zijn om de luchttoevoer aan te passen, zoals werkzaamheden met gevaarlijke gassen die niet verspreid mogen worden. Verstoringen in de luchttoevoer kunnen doorgegeven worden als meldingen in de meldkamer. Overvalknop Dit is een meestal verdekt opgestelde knop die gebruikt kan worden bij paniek, zoals bij een overval of agressie. Degene die zich bedreigd voelt kan hiermee een alarmsignaal afgeven als dit nodig is.

 Opdracht 4

Geef een voorbeeld van een situatie in een zorginstelling waarbij het aanbrengen van inbraakdetectie gewenst is.

H6

Samenvatting In grote zorginstellingen werkt de beveiliging vaak vanuit een meldkamer. Dit is een centrale werkplek (ook wel beveiligingsloge genoemd) van waaruit de beveiliging zijn eigen taken coördineert. Dit wordt gedaan met behulp van een meldkamer managementsysteem, een brandmeldcentrale, CCTV, alarmsystemen en portofooncommunicatie. Het is belangrijk om hier prioriteiten te stellen. De volgende alarmen kunnen namelijk bij de meldkamer binnenkomen: ĥ Agressiemeldingen ĥ Brandmeldingen ĥ Oproep reanimatieteam ĥ Oproep traumateam ĥ Inbraakalarmen ĥ VOS/MOS-meldingen ĥ Miva-oproepen Een zorginstelling geldt als organisatie en niet als openbare ruimte. Daarom valt het cameratoezicht (CCTV) onder privaat toezicht.

 Beantwoord de vragen van hoofdstuk 6 in de digitale leeromgeving. 83


H7

Omgang met persoonsgegevens


met H7 Omgang persoonsgegevens Leerdoelen ĥ ĥ ĥ ĥ

Omschrijven welke rol de AVG heeft binnen de zorg(instelling) Omschrijven wat de taken zijn van de AP Omschrijven hoe zorginstellingen de AVG uitvoeren De risico’s van social media binnen zorginstellingen benoemen

Inleiding Elke organisatie werkt met informatie. De informatie bestaat uit bijvoorbeeld persoonsgegevens. Dit zijn alle gegevens die aan een persoon gekoppeld kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn een naam, een foto, een telefoonnummer en adresgegevens. In zorginstellingen gaat deze informatie ook over de gezondheid van patiënten en cliënten. Dit ligt vastgelegd in medische dossiers en is vertrouwelijke en gevoelige informatie. Patiënten en cliënten willen namelijk niet dat hun medisch dossier voor iedereen zichtbaar is. Er bestaat namelijk een risico dat sommige organisaties misbruik maken van deze informatie. Bovendien is deze informatie privacygevoelig.

7.1 De Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) Een grondrecht is een fundamenteel nationaal erkend recht of wet. In Europa bestaat er wetgeving over hoe organisaties met persoonsgegevens om moeten gaan. Deze wet wordt in Nederland de Algemene Verordening Gegevensbescherming genoemd. Dit wordt afgekort als de AVG. De AVG staat voor het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens. Pas als een organisatie een van de grondslagen heeft voor het verwerken van persoonsgegevens is dit toegestaan. Zonder een van deze grondslagen geldt er een verbod op het verwerken van persoonsgegevens volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De volgende zes grondslagen zijn hiervoor van toepassing:

86


Omgang met persoonsgegevens

1. Toestemming van de betrokkene 2. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst 3. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor het nakomen van een wettelijke verplichting 4. De gegevensverwerking is noodzakelijk ter bescherming van de vitale belangen 5. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of uitoefening van openbaar gezag 6. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen grondrecht is een fundamenteel nationaal erkend recht of wet. In Europa bestaat n Een er wetgeving over hoe organisaties met persoonsgegevens om moeten gaan. In Nederland heet deze wet de AVG.

87

H7

Als voldaan wordt aan een van deze grondslagen, stelt de AVG de volgende voorwaarden aan het verwerken van persoonsgegevens. Hierbij moet aan alle voorwaarden voldaan worden: ĥ De personen van wie informatie opgeslagen wordt zijn hiervan op de hoogte, kennen hun rechten en hebben hiervoor toestemming gegeven. Dit wordt vastgelegd in een verwerkersovereenkomst. De persoon over wie gegevens worden opgeslagen wordt in de wet ‘betrokkene’ genoemd ĥ De persoonsgegevens mogen alleen verzameld en opgeslagen worden voor het bepaalde doel. Ze mogen dus niet ergens anders voor worden gebruikt ĥ Alleen de gegevens die nodig zijn voor het doel mogen verzameld worden. Dit wordt het evenredigheidsbeginsel genoemd ĥ De persoonsgegevens moeten correct zijn. Er mogen geen valse gegevens aan toe worden gevoegd ĥ De persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan dat nodig is ĥ De gegevens mogen niet toegankelijk zijn voor onbevoegden ĥ De gegevens moeten worden beschermd tegen verlies of vernietiging als dit nog niet de bedoeling is ĥ De organisatie die de gegevens beheert moet kunnen aantonen dat alle hier genoemde regels gevolgd worden


een verwerkersovereenkomst staan de rechten en plichten van de verwerker en n Inbetrokkene.

 Opdracht 1

Zorginstellingen hebben de gegevens van hun patiënten en cliënten. Wat vind jij; mogen zij de patiënten/ cliënten mailen met aanbieding in het restaurant van de zorginstelling? Beargumenteer je antwoord.

7.2 De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) De Autoriteit Persoonsgegevens is een organisatie die toeziet op de naleving van de AVG. Deze organisatie wordt afgekort als de AP. De AP heeft de volgende hoofdtaken: ĥ Onderzoek doen naar de naleving van de wet, soms nadat zij hierover tips hebben gekregen ĥ Contact opnemen met organisaties die de wet overtreden om hun te vragen hiermee te stoppen ĥ Organisaties die de wet overtreden dwingen deze overtreding te stoppen door het opleggen van boetes ĥ Het geven van voorlichting aan personen en organisaties over privacywetgeving ĥ Het geven van adviezen aan de overheden over wet- en regelgeving Datalek Soms worden de persoonsgegevens die een organisatie beheert vernietigd, veranderd of toegankelijk zonder dat dit de bedoeling was. Dit wordt een datalek genoemd. Data zijn digitale en papieren gegevens zoals persoonsgegevens. Een ernstig datalek moet binnen 72 uur worden gemeld aan de AP. Een datalek is ernstig als het risico oplevert voor de rechten en vrijheden van betrokken personen. Of dit het geval is, wordt bepaald door de volgende factoren: ĥ De aard van de inbreuk, zijn er persoonsgegevens gewist, gewijzigd of gelekt? ĥ De aard, gevoeligheid en omvang van de persoonsgegevens ĥ Gemak waarmee personen kunnen worden geïdentificeerd ĥ Ernst van gevolgen voor personen ĥ Bijzondere kenmerken van de persoon ĥ Bijzondere kenmerken van je organisatie ĥ Het aantal getroffen personen AP ziet toe op de naleving van de AVG binnen een organisatie (en dus ook n De zorginstelling). Mocht er een datalek worden geconstateerd, dan moet die binnen 72 uur worden gemeld bij de AP. De organisatie (zorginstelling) moet datalekken bijhouden in een incidentenregister.

De AP bekijkt dan of een organisatie alles heeft gedaan om ervoor te zorgen dat de wet wordt nageleefd. Ook helpt de AP om een datalek in de toekomst te voorkomen. Daarnaast moeten datalekken worden gemeld aan de personen van wie de gegevens zijn. 88


Omgang met persoonsgegevens

Alle datalekken moeten worden vastgelegd in een incidentenregister. Dit is een lijst van alle datalekken die er geweest zijn. De AVG heeft het recht om deze in te zien en op te vragen. Dit is ook de reden dat het belangrijk is dat een datalek of een mogelijk datalek altijd direct gemeld wordt aan je leidinggevende. Zo kan er afgewogen worden of hier een melding van gemaakt kan worden of dat er zelfs een melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens gemaakt moet worden. Functionaris Gegevensbescherming (FG) Organisaties van een bepaalde omvang zijn verplicht om een Functionaris Gegevens­bescherming (FG) in dienst te nemen. Dit geldt ook voor (semi) overheidsorganisaties die op grote schaal werken met persoonsgegevens. De FG is iemand die zich bezighoudt met het naleven van de AVG. Hij houdt hierop toezicht en geeft advies aan in de organisatie. In zorginstellingen zorgt de FG ervoor dat er ook een ‘register van verwerkingsactiviteiten’ wordt bijgehouden. Elke keer als iemand iets aanpast of toevoegt aan de persoonsgegevens moet dit worden bijgehouden hierin. Degene die dit doet wordt in de AVG een verwerker van informatie genoemd.

H7

Daarnaast moeten alle organisaties die werken met gegevens met een groot privacy­ risico alle risico’s van tevoren in kaart brengen. Dit wordt gedaan in een Data Protection Impact Assessment (DPIA). In Nederland wordt dit ook wel een gegevens­beschermings­ effectbeoordeling genoemd. Ook dit valt onder de verantwoordelijkheid van de FG.

7.3 Personeelsdossiers De zorginstellingen hebben op meerdere manier te maken met het beheer van persoonsgegevens. Zo hebben zij personeel in dienst. De gegevens worden vaak beheerd door een afdeling personeelszaken of human resources in personeelsdossiers. Deze gegevens vallen ook onder de AVG. Het beheer hiervan moet dus aan alle eisen voldoen. Patiënten, cliënten, bezoekers en andere collega’s mogen dus geen toegang hebben tot de persoonsgegevens van het personeel zonder dat de persoon om wie het gaat dit goed heeft gekeurd. De personeelsdossiers en contactgegevens mogen dus alleen toegankelijk zijn voor geautoriseerde personen en met een redelijk doel.

7.4 Patiënten- en cliëntendossiers Ook voor patiënten- en cliëntendossiers geldt dat alleen geautoriseerde personen toegang mogen hebben. Dit betekent dat er digitale maatregelen worden genomen om deze dossiers af te schermen. Zo werken zorginstellingen met persoonlijke computeraccounts die beveiligd zijn met wachtwoorden. Ook worden accounts automatisch uitgelogd na een bepaalde tijd zonder activiteit. Bovendien moeten zorginstellingen kunnen aantonen hoe zij ervoor zorgen dat er een register van verwerkingsactiviteiten bijgehouden wordt. Dit houdt in dat iedere keer als iemand een dossier raadpleegt dit geregistreerd wordt. Patiënten en cliënten hebben het recht om deze gegevens in te zien en op te vragen. 89


Jij als zorgbeveiliger kan ook toegang tot patiënten- en cliëntendossier hebben. In sommige zorginstellingen is dit een beperkte toegang. Dit betekent dat je alleen kunt raadplegen of iemand opgenomen is en zo ja waar. In andere zorginstellingen kun je meer of alle gegevens inzien. Het is voor jou niet toegestaan om deze gegevens te raadplegen zonder dat hiervoor een redelijk doel is. Dit redelijke doel is bijvoorbeeld het verwijzen van bezoekers. Ook kun je een dossier raadplegen om in te zien of iemand een ontzegging heeft voor de zorginstelling. Een raadpleging terwijl dit niet noodzakelijk is, is niet toegestaan. In veel zorginstellingen zijn er nog papieren versies van dossiers te vinden in archieven. Deze dossiers liggen in gesloten ruimtes. Met behulp van verschillende beveiligingstechnieken is het jouw taak om deze dossiers te beveiligen tegen ongeautoriseerde personen.

7.5 Social media Patiënten, cliënten, bezoekers, collega’s en jezelf kunnen gebruikmaken van social media. Voorbeelden hiervan zijn WhatsApp, Facebook, Snapchat, TikTok en Instagram. Het gebruik van social media kan risicovol gedrag met zich meebrengen. De AVG en de WGBO geven richtlijnen aan het gebruik van persoonsgegevens. Afbeeldingen en filmpjes van personen zijn ook persoonsgegevens. Om deze reden zijn er regels met betrekking tot het gebruik van social media. Zo mogen er nooit patiënten en cliënten worden getoond zonder dat zij hier zelf toestemming voor gegeven hebben. Ook de zorginstellingen willen vaak dat er eerst toestemming gevraagd wordt voordat er gefilmd wordt. Dit zodat zijzelf kunnen bepalen hoe zij in beeld gebracht worden. Op social media is het verder belangrijk om geen uitingen te doen waardoor de zorginstelling negatief in de publiciteit kan komen. Vaak is in arbeidscontracten ook opgenomen dat medewerkers zich niet negatief mogen uiten over de instellingen. Daarnaast is het niet toegestaan om bedrijfsgeheimen of gevoelige informatie te delen. Voorbeelden van risicovol gedrag met betrekking tot social media in zorginstellingen zijn: ĥ Delen dat een bepaalde bekende Nederlander gezien is in de zorginstelling ĥ Een selfie maken met op de achtergrond patiënten of cliënten die de zorginstellingen bezoeken ĥ Een foto maken in de meldkamer met daarop camerabeelden waardoor iedereen kan zien wat er exact gefilmd wordt ĥ Uiten dat de zorginstelling een slechte werkgever is omdat je geen vrij kon krijgen op een bepaalde dag

90


Omgang met persoonsgegevens

 Opdracht 2

Geef nog een voorbeeld van risicovol gedrag op social media met betrekking tot jouw werk in een zorginstelling.

7.6 Contacten met externen Je krijgt te maken met externe personen die vragen hebben over patiënten of cliënten. Een voorbeeld hiervan is familie van een patiënt die graag doorverwezen wil worden. Belangrijk is om rekening te houden met de vertrouwelijkheid van de gegevens. Per zorginstelling kan het verschillen in hoeverre je gegevens kunt verstrekken. Bijvoorbeeld als een bezoeker de naam van een patiënt weet kan deze meestal worden doorverwezen. Als er mensen vragen naar alleen het feit óf een bepaald persoon opgenomen is, is dit niet altijd het geval. Het feit dat iemand opgenomen is valt dan onder de wetgeving van de AVG en de WGBO en is dus vertrouwelijk.

91

H7

In sommige zorginstellingen ben je ook betrokken bij het afhandelen van klachten en conflicten. Patiënten, cliënten en bezoekers willen soms gegevens hebben van zorgverleners om tegen hen een klacht in te kunnen dienen. Ook hier is het van belang dat je nagaat wat jouw zorginstelling hierover toestaat. Het is niet altijd gewenst dat je de gegevens van een collega deelt. Je volgt hierbij de voorschriften en protocollen van je zorginstelling.


Samenvatting Zodra gewerkt wordt met gegevens van externen, geldt de AVG. In zorginstellingen worden medische gegevens van patiënten en cliënten bewaard en bewerkt. Voor zorginstellingen geldt dat alleen de personen die vanuit hun functie toegang moeten hebben tot de medische gegevens. Er wordt daarom gewerkt met autorisaties en onbevoegden mogen geen toegang krijgen tot de medische dossiers. De AP controleert de naleving van de AVG. Datalekken moeten binnen 72 uur gemeld worden bij de AP en door de zorginstelling geregistreerd worden in een incidentenregister. Als zorgbeveiliger zul je binnen een zorginstelling vaak worden gevraagd naar patiënten/ cliënten (door bezoekers). De privacy van patiënten/ cliënten is geborgd in zowel de AVG als WGBO. Per zorginstelling verschilt hoe je met persoonsgegevens om moet gaan.

 Beantwoord de vragen van hoofdstuk 7 in de digitale leeromgeving.

92


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
cb_bbz_h06 bladerboek by Smart Edcucational Tools / eX:plain - Issuu