Inhoud Wat bent U goed Geef mij Uw licht Angstige spanning Neemt U mij bij de hand Voor U leven Wil onze Toevlucht zijn Welk een troost Maak Zelf mij los Hij is je Man Een biddende moeder Uw wil geschiede Elkaars lasten dragen Zeker en gewis Leer ons te buigen Eén liefdeblik Nieuwe kracht Onder Zijn hoede Een arm om op te leunen Op Hem zijn onze ogen Profeet, Priester en Koning Slechts één Adres Vol van liefde Verblijd u in de Heere Meer hemelsgezind Danken Het lied van Mozes en het Lam Nooit meer voorbij
6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 32 33
Dank U Waar zal ik zijn? Ere zij God De wijzen aanbidden Goede Vrijdag De passiebloem Kom af van ’t kruis O, dat U dit deed U weet het Zelf Verbreek ons hart Jezus leeft Mijn Heere en mijn God Sta op uit de dood Die grote dag Welk een belofte Een pijl in Gods hand Kom, o Pinkstergeest Daar vind ik zekerheid Zie omhoog Tóch eens volmaakt
34 35 36 37 38 39 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 55
Wat bent U goed 6
Leer ons toch stil te zijn in alles wat U doet. Hoe krom het pad ook is, Heer’, in ons leven. En hoe we op die weg ook mogen beven, leer ons dan toch te kunnen zeggen: ‘God is goed.’ Leer ons toch stil te zijn als het soms donker is en wij niet zien waar w’ onze voeten zetten. Geef dat we steeds meer op Uw Woord gaan letten dat ons de weg wil wijzen in die duisternis. Leer ons toch stil te zijn, beschijn ons met Uw licht en doe ons achter U het pad betreden. U hebt op ’t kromste pad Uw strijd gestreden. Houd onze ogen dan steeds op Uw kruis gericht. Geef, Heere, dat ons hart niet tegen U meer vecht. Want komen wij in schuld op Golgotha terecht, dan wordt het eind’lijk stil, héél stil in ons gemoed. En staam’lend zeggen wij: ‘O God, wat bent U goed.’