Skip to main content

terdege12-2017

Page 1

8 MAART 2017

» 34E JAARGANG » NUMMER 12

Ds. C.A. van Dieren

Pauline Plaisier

„Zwingli schreef uitnemend over Gods soevereiniteit.”

„Ik zet me in voor een eenzaam Afghaans gezin.”

Een goede buur...

Altijd maar

streven naar

» WWW.TERDEGE.NL

harmonie in huis?

8 maart 2017 . 34e jaargang nummer 12 . losse nummers € 4,50


6

terdege • 8 maart 2017


Gezin

Veel fijne

gezinsmomenten en af en toe een

boze bui Heb ik weer. Krijg ik een artikel over harmonie in het gezin op m’n bordje. Alsof ze niet weten dat het er bij ons vaak helemaal niet zo vreedzaam toe gaat. Ben ik de enige die soms denkt dat streven naar rust in huis een utopie is? Een moeder: „Harmonie? Ik word al moe bij het woord.” Maar ook: „Ik geniet van alle mooie momenten samen.” tekst Mariska Dijkstra-Wolters beeld Niek Stam, Anton Dommerholt, Judith Leroy, fam. Leune

terdege • 8 maart 2017

7


interview

*

*

*

20

Oom Arie Schep, poserend bij de melkauto waarmee hij door het dorp reed.

Teus Schep: „Opa was een autoriteit.”

terdege • 8 maart 2017

Teus Schep, auteur van de familiekroniek.

*

Pa Teunis knipt het haar van zoon Jaap.


Een rijke erfenis Wat begon met een idee voor een reünie bleek een onuitputtelijke bron met verhalen. Nazaat Teus Schep schreef een kroniek over het voor- en nageslacht van zijn familie uit Nieuw-Lekkerland. Centraal staat de bij velen bekende Teunis Oosterwijk, kleinzoon van ‘brievenschrijver’ Jacob Oosterwijk. „Rode draad is de zichtbaarheid van Gods trouw en liefde.” tekst Ad Ermstrang Beeld uit boek

H

ij woont voor familiebegrippen wat achteraf. Het onderkomen van Teus Schep (53) is vier hoog in een appartementencomplex in Nieuwegein. „Ik ben hier na m’n studie theologie blijven hangen”, zo verklaart hij zijn aanwezigheid in de uit zijn voegen gegroeide stad onder de rook van Utrecht. „Maar de meeste telgen uit het geslacht Oosterwijk, of ze die naam nu dragen of niet, wonen nog steeds in de Alblasserwaard. Met Nieuw-Lekkerland als onbetwiste topper.” Schep is de auteur van “Om ’t nakroost dat de HEER’ wordt toebereid”, een rijk geïllustreerde familiekroniek van 275 bladzijden. „Het idee daarvoor werd geboren tijdens de voorbereiding voor een familiereünie, enkele jaren geleden. Men vroeg mij onder meer om een presentatie te houden over een onderwerp uit de familiegeschiedenis. Ik stuurde een vragenlijst rond en kreeg enorm veel respons. Dat leidde tot nieuwe vragen en tot bezoekjes aan neven en nichten, alles met het doel om precies te weten te komen hoe het zat. Er kwam zoveel boven water, dat ik maar een fractie in een presentatie zou kunnen verwerken. Zo werd de basis voor het boek gelegd.”

Geense

De wereld van de Alblasserwaard in vroeger jaren hield de in historie geïnteresseerde Schep al langer bezig. „Ik was al geruime tijd in de weer met het doorpluizen van de jaargangen van de Schoonhovensche Courant in het streekarchief in Gouda. Die gaan terug tot 1869.” Hij trof er voor die tijd opvallende zaken. „Zo had de hoofdredacteur al ruim voor de oorlog een duidelijke visie op de ontwikkelingen in Duitsland en wist hij die als uiterst gevaarlijk te duiden. Heel bijzonder voor een streekblad, maar wel begrijpelijk als je weet dat de man correspondent bij de oosterburen was geweest.” De beschrijving van het leven in de Alblasserwaard voor, tijdens en na de beide wereldoorlogen biedt een interessant kijkje in het leven van toen. De armoede, de crisis, de visie van verschillende mensen op de komst van de Duitsers (onderwerping of verzet). De kleine dorpjes waren niet in alle opzichten geïsoleerd. In de tijd van Jacob jr. en Teunis vestigde de ook in gezelschapskringen zo bekende Jan Geense zich in Nieuw-Lekkerland. Teunis en Jan woonden vlak bij elkaar, respecteerden elkaar maar werden geen hartsvrienden, meldt Schep, die een apart

hoofdstukje aan Geense wijdt.

Flankeur

De eerste Oosterwijken die Schep heeft kunnen achterhalen, woonden in het Westland van de 17e eeuw. In juli 1859 kwam hun nazaat Jacob Oosterwijk met zijn zand- en grindschip volgeladen met zijn gezin en huisraad vanuit Krimpen aan de Lek naar Nieuw-Lekkerland gevaren. Hij verloor zijn eerste vrouw zeven maanden na hun huwelijksdag en hertrouwde met Antje Hagendijk uit Nieuw-Lekkerland. Het eerste hoofdstuk van het boek is aan zijn leven gewijd. Jacob sr. – zijn zoon gaat later als Jacob jr. door het leven – diende als flankeur onder koning Willem I en maakte in 1831 ook de Tiendaagse Veldtocht mee. In zijn “Dagtekening van de flankeur Jacob Oosterwijk” doet hij verslag van die tijd. Jacob sr. is ook de auteur van het in bevindelijke kringen welbekende boekje “Brieven van en aan Jacob Oosterwijk”. Overigens zijn deze brieven niet door Jacob zelf geschreven. „Jacob heeft nooit lezen of schrijven geleerd. Hij zal het zich later zo goed en zo kwaad als het ging misschien een beetje eigen hebben gemaakt, want als zandschipper had hij natuurlijk ook met administratie

terdege • 8 maart 2017

21


*

Ds. C.A. van Dieren (63) • Gehuwd, vader van drie kinderen • Predikant van de Gereformeerde Gemeenten te: Stolwijk (1988) Rijssen-Noord (2001)

30

terdege • 8 maart 2017


Interview

500 jaar Reformatie

Een miskende reformator In Nederland werd Zwingli geannexeerd door de vrijzinnigheid. De meeste reformatorische christenen weten alleen van hem te vertellen dat zijn avondmaalsopvatting niet zuiver was. Betreurenswaardig, vindt ds. C.A. van Dieren. „Als het om de kern van de Reformatie gaat, kun je juist van Zwingli veel leren.” tekst Huib de Vries beeld Anton Dommerholt

terdege • 8 maart 2017

31


Een

nachtmerrie van

tien jaar 36


reportage Pas als de relatie verstoord is, besef je hoe intensief je met je buren te maken hebt. Voor Anton en Karin werd de disharmonie een nachtmerrie. „Als we van ons vakantieadres naar huis reden, zat Karin de hele rit te huilen.” tekst Huib de Vries beeld Sjaak Verboom

D

e buurt waar Anton en Karin twee jaar geleden een huis betrokken, is een oase van rust. Het echtpaar kan de verwondering daarover nog steeds niet op. In 2004 kochten ze hun vorige woning, met een Turkse familie als buren. „Vader en moeder altijd weg, kinderen alleen thuis, met de bijbehorende herrie”, vat Anton samen. „De oudste zoon had zijn handen nogal los aan zijn lijf. Als het echt uit de hand liep, ging ik ernaartoe, maar dat had geen enkel effect. Ik kreeg te horen dat ik geen respect voor hun cultuur had.” Met een zekere regelmaat stond de politie bij de buren voor de deur, om vader of de oudste zoon op te halen. Toen Anton ten einde raad contact opnam met de wijkagent, hoefde hij weinig uit te leggen. De bemiddeling door de agent had een averechts effect. „Vanaf die dag werd elk verzoek van mijn kant beantwoord met: ‘Joh, ga naar de politie.’ Ons hele leven stond in het teken van burenoverlast. Door de herrie die ze ’s nachts maakten, kwam van slapen weinig.” Zijn vrouw kan er nog steeds moeilijk over praten. Vooral bij haar trokken de jaren van stress diepe sporen. Bij de gevoelens van frustratie kwam de angst dat de gebrouilleerde verhouding tot een gewelddadige uitbarsting zou leiden. „Ze werd depressief en moest medicatie gaan gebruiken”, blikt haar man terug. „Als we van ons vakantieadres naar huis reden, zat Karin de hele rit te huilen. Je huis hoort een plek van rust en geborgenheid te zijn, maar voor ons was het een bron van spanning.”

Anton had het voordeel dat hij overdag naar zijn werk kon. „Al waren er dagen bij dat ik door vermoeidheid niet wist hoe ik de middag moest halen.”

Haat

In 2008 zette het Rotterdamse echtpaar hun woning te koop. Door de crisis raakten ze het huis niet kwijt. Ook Anton voelde daardoor de psychische druk toenemen. Nog ingrijpender was de geestelijke verwarring. „Ik ging die buren haten, en hoopte vurig dat hun iets zou overkomen. Dat kan natuurlijk niet. Dat wist ik ook wel, maar ik kon die gevoelens niet onderdrukken.” In 2014 was het water tot boven hun lippen gestegen. „We wilden hoe dan ook weg, en hebben ons huis verkocht voor een bedrag dat 30.000 euro onder de hypotheekschuld lag. Met de reële kans dat we naar een flatje zouden moeten, omdat geen bank op zo’n basis een nieuwe hypotheek geeft. Het was een gebedsverhoring dat er een uitweg kwam, doordat de eigenaars van ons huidige huis ons wilden helpen.” Voordat ze de woning kochten, belden ze aan bij de buren. Om een indruk van deze mensen te krijgen. „Ik heb eerlijk verteld wat de reden was. Onze nieuwe buurman bleek psycholoog te zijn, dus die kon er wel mee dealen. Voor ons was een goede verhouding met de buren item nummer één. Wat dat betreft hebben we het nu uitstekend getroffen. De eerste maanden hadden we elke dag het gevoel dat we op vakantie waren. ’s Morgens werd ik pas wakker door

het brommertje van de krantenbezorger.”

Afhankelijk

Latent is het verleden nog steeds aanwezig. Vooral bij Karin, al zijn de herinneringen ook bij Anton niet uitgewist. „Als ergens een deur hard dichtslaat, krijgen we allebei het kippenvel op de rug.” De Rotterdammer beseft als geen ander hoe belangrijk het is om de harmonie in de buurt te bewaren. „We gaan niet veel bij buren op de koffie, maar maken wel geregeld een praatje op straat. Onze ervaring tot nu toe is dat men het in deze wijk vanzelfsprekend vindt om rekening met elkaar te houden. Dat ligt in een volksbuurt vaak anders. Ik kijk op niemand neer, maar de praktijk leert dat het in een wijk met veel allochtonen en uitkeringstrekkers lastiger is om de sfeer goed te houden.” Over de geestelijke kant van de zaak zit hij nog geregeld te tobben. „Hier is het vrij simpel om in vrede te leven, maar de Bijbel vraagt dat we onze vijanden liefhebben. Ik weet uit ervaring hoe moeilijk dat is. Onze wijkouderling zei weleens: ‘Breng het maar voor de Heere.’ We deden niet anders, maar hij kon na dat huisbezoek weer naar zijn rustige buurtje. In 2014 was ik helemaal op. Ik wist niet hoe het verder moest. Uiteindelijk hoefde ik niets te regelen, maar wérd alles geregeld. Dat heeft me bewuster gemaakt van mijn afhankelijkheid.” Ter bescherming van de privacy zijn gefingeerde namen gebruikt.

terdege • 8 maart 2017

37


Schuiven en sjouwen na 15 maart De Tweede Kamerverkiezingen gooien niet alleen het politieke landschap overhoop. Na 15 maart, als de kiezer gesproken heeft, verandert er ook binnenskamers het nodige. Een laatste inspectie aan het Binnenhof met SGP-voorlichter Menno de Bruyne. Tekst Ad Ermstrang Beeld Anton Dommerholt

52

terdege • 8 maart 2017


reportage

”Toen ik begon was het simpel”

V

aak trekt hij met groepen bezoekers door de wirwar van aaneengeschakelde gebouwen. Menno de Bruyne (59) heeft in de loop der jaren een grote kennis over de panden en hun bewoners opgebouwd. Hij hoopt op winst voor zijn partij, de SGP. „Dat zou zomaar kunnen, nu veel mensen de betrouwbaarheid en de degelijkheid van onze partij weten te waarderen. Ook al hadden we vorige maal al de hoogste score ooit.” Anderzijds zou de partij waarmee de tien staatkundig gereformeerde fractiemedewerkers het gebouw delen, de SP, niet al te veel moeten groeien. Niet omdat hij dit de socialistische mannen en vrouwen misgunt, maar het zou zomaar een andere indeling voor de fractiemedewerkers kunnen inluiden.

Stapels

Zijn afkeer van een verhuizing is niet zo verwonderlijk voor wie zijn werkplek gadeslaat. Dikke stapels boeken, losse bladen, notities, kopieën en an-

der papierwerk maken het geheel tot een schier onneembare vesting. Achter het bureau hangen verschillende schilderijen. „Ik maak er een beetje een huiskamer van en weet van alles waar het ligt. Of ongeveer ligt. Vandaar dat ik liever niet verhuis.” Met meer dan dertig dienstjaren rekent hij zich tot het meubilair in de zeven aan elkaar gekoppelde gebouwen die samen de Tweede Kamer vormen. Tijdens een rondgang door het gebouw wordt ook duidelijk dat er niet zoveel rondlopen die hem niet kennen. Grappend: „Als ik ooit met pensioen zou gaan, mogen ze me hier in een vitrine plaatsen.”

Naargeestig

De Tweede Kamer bestaat uit zeven aan elkaar gekoppelde gebouwen. De Bruyne zit sinds zijn komst in 1984 bij de staatkundig gereformeerden al in zijn negende werkkamer. Hij begon in het gebouw waarin nu de PvdA en de PvdD zijn ondergebracht.

Hij schetst die omgeving als naargeestig. „Niet vanwege de mensen, maar bouwkundig.” Ook toont hij een van zijn eerdere werkplekken. Nu zit een vrouwelijke VVD-collega in die kamer. Als hij toch nog eens moet verkassen, zou De Bruyne het liefst onderdak krijgen op de plek die al heel lang aan het CDA is toebedeeld. „Een prachtig gebouw.” Nu delen de christendemocraten dit pand met andere partijen als GroenLinks, CU en D66, maar voorheen namen de christen-democraten een van de fraaiste rijksmonumenten van het Binnenhof geheel in beslag. In de gangen hangen nog de posters van toen. Ruud Lubbers, die z’n karwei wilde afmaken, kijkt de voorbijgangers doordringend aan. Het herinnert aan de hoogtijdagen van de partij, die onder de voormalige KVP’er zelfs 54 zetels in de wacht wist te slepen. Mooiste plekje in het gebouwencomplex vindt De Bruyne de zogenaamde handelingenkamer, vlak bij de huidige CDA-fractie. In de prachtige monu-

terdege • 8 maart 2017

53


Bezoekjes helpen tegen eenzaamheid Om de vier tot vijf weken helpt ze in een gezin van Afghaanse afkomst in Woerden. Pauline Plaisier (38) verricht er enkele huishoudelijke taken en haalt met haar bezoek de moeder enigszins uit haar sociaal isolement. „Ik vind m’n gezin en mijn werk erg belangrijk, maar wil daarnaast graag ook iets voor anderen betekenen.” Tekst Ad Ermstrang Beeld Anton Dommerholt

Welk vrijwilligerswerk doet u en sinds wanneer? „Drie jaar geleden ben ik begonnen met mijn bezoeken aan dit eenzame gezin. Dat is voor Stichting Ontmoeting, in de vorm van een netwerk. Het gaat om een moeder, een studerende dochter van begin twintig en een jochie op de basisschool. Toen 58

terdege • 8 maart 2017

ik begon, was ook de oudste zoon nog thuis. Hij is na zijn studie op zichzelf gaan wonen. De moeder mankeert lichamelijk van alles en is, zoals ik het inschat, ook getraumatiseerd. Ze spreekt wel Nederlands, maar met een zwaar accent. Van de vader, die nog veel meer psychische klachten heeft, is ze gescheiden.

Ze ligt de hele dag op de bank en daardoor kwam al het werk terecht op de schouders van de dochter, die dat moest combineren met haar studie psychologie. Omdat ze geen hulp uit hun woonplaats wensten, werd er een oproep in onze kerkbode geplaatst. We zijn met z’n tweeën begonnen, ieder om de veertien


interview

dagen een dagdeel. Inmiddels is ons netwerk uitgebreid tot vijf, waardoor we iedere week een bezoek kunnen brengen en er voor de deelnemers wat meer ruimte is. Stichting Ontmoeting zorgt voor een schema en heeft als doelstelling het opheffen van het sociaal isolement. De dochter werd ook praktisch te zwaar belast. Hoewel dat niet de bedoeling is, verrichten we daarom enkele huishoudelijke taken: stofzuigen en strijken.”

Hoeveel tijd is ermee gemoeid?

„Niet erg veel. De afgelopen tijd een ochtend per vier of vijf weken. Daarnaast werk ik als maag-, darm- en leververpleegkundige in het Diakonessenhuis. Dat werk doe ik binnen kantoortijden. Recent kwam er een Syrisch gezin tegenover ons wonen, een moeder met twee opgroeiende kinderen. Ook mensen die sterk behoefte hebben aan contact en een netwerk. Het zijn christenen en we hebben hen al enkele maal meegenomen naar de kerk. Daar zitten we dan, met Google-translate in de hand, want ze spreken nauwelijks Nederlands of Engels. Zoiets doe je spontaan, zonder vaste afspraken.”

Waarom doet u dit werk?

„Ik vind mijn gezin belangrijk en dat geldt ook voor m’n baan als verpleegkundige, maar ik wil graag als christen iets betekenen voor een ander. Ik heb ooit een cursus van Micha Nederland gevolgd. Dat stimuleert je om actief christen te zijn. Je hoopt op deze manier voor anderen van waarde te zijn. Bijvoorbeeld met Kerst of op andere momenten van het jaar vertellen we wat dat inhoudt en hoe we dat beleven.”

Kunt u het combineren met uw andere werkzaamheden? „Het is goed te combineren met mijn gezin. Alleen de jongste is nu

nog thuis, die gaat gewoon mee. De anderen gaan naar school. Een paar jaar geleden ging ik er nog met twee dochtertjes naartoe.”

Welke mooie voorvallen heeft u meegemaakt?

„Toen ik er de eerste keer kwam, vroeg de moeder me waarom ik dit deed. Nu ga ik er niet naartoe om te evangeliseren, maar het gaf wel een mooie kans om aan te geven dat het christelijk geloof mijn diepste drijfveer is. Ze vond dat wel tamelijk bijzonder, volgens mij. Het gezin is ruimdenkend, maar is wel onderdeel van de moslimcultuur. Ze kan niet meer lezen, heeft last van geluiden en tal van medische klachten. Toch zie je haar tijdens de gesprekken opfleuren. We helpen met verschillende mensen, met verschillende karakters en van diverse leeftijden. Daardoor signaleer je diverse dingen en die kunnen we doorgeven. Zo is de jongste zoon aan een andere fiets geholpen en zijn z’n voetbalschoenen gerepareerd. Daar zorgt Ontmoeting voor. Het heeft verder geleid tot hulp toen de wasmachine het begaf en de koelkast kapot was.”

Wat vindt u moeilijk bij het vrijwilligerswerk?

„Het was, zeker in het begin, erg moeilijk om contact te leggen. De laatste tijd gaat dat via WhatsApp wel wat beter. De moeder blijft echter erg gesloten. Bij de dochter heb ik daar iets minder zicht op omdat ze meestal weggaat als ik kom. Dan kan dat. Geslotenheid past ook in hun cultuur, denk ik. Ze voelen zich verder al snel schuldig als je iets voor hen doet. De dochter is niet gewend dat er voor haar gezorgd wordt.”

Hoe gaat u om met die problemen?

„Doordat je blijft komen, neemt het

WIE: Pauline Plaisier WOONPLAATS: Linschoten LEEFTIJD: 38 GEZIN: Gehuwd, vier dochters KERK: Protestantse Kerk in Nederland

*

vertrouwen stapje voor stapje toe. Ik laat hen niet zomaar in de steek.”

Geeft vrijwilligerswerk meer voldoening dan betaalde werkzaamheden en waarom?

„Ik weet dat de dochter echt geholpen is, wanneer haar wat taken uit handen worden genomen, en dat het voor de moeder fijn is als er iemand is. Dat helpt tegen eenzaamheid. Daarnaast blijft het wel de vraag hoe het in de toekomst zal gaan. Wat doet de dochter als ze met haar studie klaar is? Ik verwacht niet dat de moeder nog heel sterk zal opknappen, ondanks alle hulp en verschillende medicijnen.” www.ontmoeting.org/vrijwilliger

terdege • 8 maart 2017

59


Peter kent alle Latijnse namen van de 200 dieren uit zijn hoofd. Bijzondere

huisdieren deel 2

„Ze hebben je zorg, maar niet je aandacht nodig”

„Het is alweer een tijd geleden dat er een krekel ontsnapte.”

62

terdege • 8 maart 2017


Jongeren

Wel alle kikkers en salamanders! Het is een wat uit de hand gelopen hobby. Dat erkent Peter Vliem wel als hij tussen zijn kikkers en salamanders staat. „Eerst sliep ik tussen de salamanderbakken, maar toen het er steeds meer werden, paste ik er zelf niet meer bij. Nu heb ik een aparte amfibieënkamer in huis.” tekst Henrieke van Dam beeld Anton Dommerholt

W

ie met Peter Vliem (20) uit Sassenheim over zijn huisdieren in gesprek gaat, raakt niet uitgepraat. Want kennis heeft hij, over salamandersoorten en salamanderverblijven. „Sommige soorten hebben een aquarium met water nodig, andere leven in een paludarium: een bak met een gedeelte water en een stuk land.”

Uitdaging

Maar Peter houdt zijn dieren niet vanwege de verblijven die erbij horen. Het gedrag van de kikkers en salamanders vindt hij veel interessanter. „Aan hoe een kikker zit, zie ik of hij binnen korte tijd zal wegspringen of dat hij voorlopig rustig op mijn hand zit. Bij salamanders is vooral de voortplanting interessant. Sommige soorten leggen om de paar maanden 150 tot 300 eieren. Die moet je snel weghalen, anders eten ze die zelf weer op. Andere salamanders leggen maar één keer per jaar eieren en dan alleen als het weer meewerkt. De tijgersa-

lamander bijvoorbeeld moet drie maanden winterslaap houden in temperaturen rond het vriespunt. Als er daarna een regenbui komt waarbij de luchtdruk en de waterwaardes op een bepaalde manier veranderen, plant hij zich voort. Deze weersverschijnselen komen in Nederland bijna nooit voor. Maar ik zie het als een uitdaging om het voortplanten toch aan te moedigen.” Peters amfibieënrijk groeide de afgelopen jaren niet alleen doordat hij het voortplanten stimuleerde, maar ook doordat hij nieuwe salamander- en kikkersoorten kocht. „Op een gegeven moment verhuisde mijn bureaustoel naar de schuur, want onder mijn bureau moesten nieuwe bakken staan. Nu slaap ik in een andere kamer en staan alle aquaria en terraria netjes in stellingkasten.” Hoeveel kikkers en salamanders lopen er boven dan wel niet rond? „Wacht, dan doe ik even mijn oren dicht”, roept Peters moeder. „Uhm, meer

dan 200, maar dat valt wel mee hoor”, grijnst Peter. „Ze passen in 55 bakken. En ze eten dode muizen en levende kakkerlakken of krekels.” Dan tegen zijn moeder: „Het is alweer een tijd geleden dat er een krekel ontsnapte, eigenlijk.”

Ondersoorten

Hoog tijd voor een rondleiding in het amfibieënverblijf van huize Vliem. “Danger! Crocodiles”, staat er op een geel gevarenbord op de deur – een knipoog naar de salamanders in de kamer. „Ge-

„Sommige soorten leggen 150 tot 300 eieren”

“ ik zit nu op de 10.000.000 foto's”

terdege terdege 8 maart 2017 2015 • 24• december

63


Foto’s links: Rondleiding in landgoed Schloss Oranienbaum. Foto’s rechts: Bezoek aan de Slotkerk van Wittenberg, waar Luther zijn 95 stellingen publiek maakte.

*

68

terdege • 8 maart 2017


koningshuis

In het LeibnizInstitut fur Photonische Technologien.

Koningspaar op bezoek bij de buren Jaarlijks bezoeken koning Willem-Alexander en koningin Máxima enkele Duitse deelstaten. Dit jaar ging de reis naar Thüringen, Saksen en Saksen-Anhalt. Vier dagen lang werd het koningspaar hier bijgepraat over de onderlinge handel, de cultuur, de geschiedenis en natuurlijk de Reformatie. tekst Josine Droogendijk beeld ANP

terdege • 8 maart 2017

69


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
terdege12-2017 by Erdee Media Groep - Issuu