Skip to main content

terdege 11-2017

Page 1

22 februari 2017

» 34E JAARGANG » NUMMER 11

Ds. J. Schipper

CaROlien Nijsse

„Op de kansel maakte de Heere Zijn Woord waar.”

„Moslimkinderen bereiken lukt bijna niet meer.”

Minipaardje als huisdier

Trouw aan je

kerk: ”Je bent

niet zomaar ergens

» WWW.TERDEGE.NL

geboren, gedoopt en opgegroeid”

22 februari 2017 . 34e jaargang nummer 11 . losse nummers € 4,50


*

6

“Belangrijk is dat er wordt gekozen voor een kerkverband waar de leer zuiver is”

terdege • 22 februari 2017


reportage

Een

kostbare

zaak

Gemakkelijk wisselen van kerkverband of op zondag regelmatig ergens anders naar de kerk gaan. „Het zijn signalen van ontrouw aan de eigen kerk of gemeente”, aldus dominee B.L.C. Aarnoudse. „Luther en De Cock wilden geen andere kerk beginnen. Zij bleven, zo lang ze er zelf niet werden uitgezet, trouw aan hun kerk.” Tekst Ad Ermstrang Beeld Anton Dommerholt

terdege • 22 februari 2017

7


„Ruzie? Nee hoor, dat was er niet. Natuurlijk mopper je wel eens op elkaar, maar als je het goede met de ander voorhebt, komt het altijd weer goed.�

20


Interview

60 jaar samen luisteren naar de Bijbel Geven en nemen. En positief over elkaar spreken. Dat zijn volgens Arie (88) en Willy (83) de Jong-van Krimpen uit Nieuw-Lekkerland belangrijke pijlers voor een gelukkig huwelijk. Afgelopen december waren ze 60 jaar getrouwd. Ze genieten van het leven samen. „We gaan altijd met elkaar naar Gods huis. Dat is een grote vreugde voor ons allebei.” tekst Mariska Dijkstra-Wolters beeld Sjaak Verboom

V

ijf jaar verschillen ze in leeftijd. Toen ze elkaar begin jaren vijftig leerden kennen, woonde zíj in de stad, in een bovenwoning in Rotterdam-Zuid. Hij was opgegroeid tussen de molens in Kinderdijk. Zijn opa werd zelfs in een molen geboren. Dat ze elkaar uiteindelijk leerden kennen, tijdens een gezamenlijke vakantie in hotel De Duiventil in Nunspeet, ervaren ze beiden als „leiding van God”. Hij: „Ik vond haar gelijk leuk.” Zij: „Ik moest wel even wennen aan zijn vlotte babbel.” Terugdenken aan toen laat ook meteen de verschillen tussen de twee zien. Zij: „Ik kwam uit de stad. Daar was altijd rumoer. Was ik bij Arie thuis, dan vond ik het daar maar stil.” Hij: „Ik was vijf jaar ouder en had inmiddels heel wat meegemaakt. Toen ik naar Indië ging, was Willy nog een schoolmeisje.”

Vooral de tijd rond en na de oorlog lijkt hun levens te tekenen. Hij: „Aan het uitbreken van de oorlog denk ik nog vaak terug. Dan zie ik me als jongen vanuit de zolderkamer van ons dijkhuisje naar de lucht zitten staren. Ik zag de vliegtuigen overkomen die bommen gooiden op Alblasserdam. De rook steeg in dikke pluimen omhoog. We hadden geen idee wat oorlog inhield. Maar toen zat de schrik er gelijk goed in. We moesten van mijn moeder gauw in bad, schone kleren aan. Als we moesten vluchten, waren we tenminste schoon. Ons huis werd gelukkig niet geraakt.”

Gespaard

Zij: „Ik kan me niet zo veel meer van die begindagen herinneren. Ik was natuurlijk ook vijf jaar jonger dan Arie. Toch moet er heel wat gebeurd zijn in mijn omgeving. Rotterdam, waar wij woonden, werd hevig ge-

raakt. Maar ons huis is gespaard. En ons leven ging door. Hoewel het in de stad steeds minder goed ging. Via mijn school, die uitging van de gereformeerde gemeente, was er een regeling dat kinderen uit de stad naar gastgezinnen konden gaan. Ik zag dat eerst helemaal niet zitten, maar mijn moeder haalde me over. „Willy, daar hebben ze melk en spek”, vertelde ze me. Zo kwam ik bij een gezin in Wekerom terecht. Zes weken in het jaar ging ik daarheen. In het laatste jaar kon ik na die zes weken niet terug. Er waren geen bussen of treinen die richting Rotterdam reden. Uiteindelijk ben ik er meer dan een jaar gebleven. Ik weet nog dat ik mijn moeder miste. Ze schreef gelukkig wel brieven, maar zij miste mij ook. Op een keer stond ze voor de deur. Ze was samen met mijn zusje op de tandem vanuit Rotterdam naar me toe gekomen. En dat terwijl ze

terdege • 22 februari 2017

21


*

Ds. J. Schipper (70) Kandidaat: per 22 juni 1998 Predikant achtereenvolgens te: • ’s-Gravenpolder (16 september 1998) • Dirksland (20 juni 2006) • Leerdam (14 januari 2014)


Interview

„God blijft Dezelfde”

„De preekstoel is mijn houten dokter” Op de salontafel ligt de Bijbel open bij Hoséa 2. Vers 18 kreeg een bijzondere betekenis voor ds. J. Schipper, predikant van de gereformeerde gemeente in Leerdam: „En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid, ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.” tekst Jan van ’t Hul beeld Anton Dommerholt

terdege • 22 februari 2017

29


38

terdege • 22 februari 2017


Wonen in de vroegere stal Haar woonplek heeft voor Annemarie den Arend-Groeneveldt grote emotionele waarde. Met man Marcel en hun drie kinderen betrok ze enkele jaren geleden het oude achterhuis van de ouderlijke woning in Streefkerk. Na een grote verbouwing wonen ze nu waar vroeger de koeien liepen. „Wie had dat kunnen denken?” Tekst Ad Ermstrang Beeld SJAAK VERBOOM

terdege • 22 februari 2017

39


44

terdege • 22 februari 2017


reportage

Gebrainwashed door porno Het eerste pornofilmpje krijgt Erik van een klasgenoot doorgestuurd. Veertien jaar oud is hij dan. Het is het begin van een jarenlange worsteling. „Iedere keer dat ik een pornofilmpje keek, voelde ik me schuldig. En toch keek ik altijd weer.” tekst Arien van Ginkel beeld Sjaak Verboom

O

p 10-jarige leeftijd zag hij de eerste seksueel getinte beelden bij een buurjongetje. „Daar keken we de Amerikaanse comedyserie Flodder. Ik vond het raar wat daar soms gebeurde, maar het deed nog niets met mijn lichaam.” De eerste expliciet pornografische video kreeg Erik doorgestuurd van een klasgenoot, toen hij 14 of 15 jaar oud was. Toen ik het filmpje zag, wond het me op. Ik vond het interessant en spannend.”

Stoppen

„Op zo’n leeftijd snap je niet wat voor gevolgen je gedrag heeft”, blikt de nu 21-jarige terug. Hij praat openhartig over zijn worsteling met porno. In de tijd dat hij keek, ondernam hij regelmatig pogingen om te stoppen. „Dat lukte dan een maand. Soms zelfs drie maanden. Maar als ik even in een dip zat, kreeg het me weer te pakken. Ik praatte er met niemand over en dacht dat ik de enige was die ermee worstelde.” Met zijn vrienden hangt Erik op 15-jarige leeftijd vooral in de kroeg. „Daar spraken we met elkaar af dat we, zodra we 18 werden, een appartement zouden kopen. Dan gingen we niet meer naar de kerk en zouden we van het leven gaan genieten.” Maar het liep anders. „Eén voor één werden we veranderd door God.”

Gemeenteavond

De gesprekken die Erik met zijn

vrienden voert, worden ook anders. De jongens om hem heen blijken stuk voor stuk óók te worstelen met porno. „De duivel wil dat je in het isolement blijft, maar Jezus Christus wil dat je je zonden belijdt.” En dus biecht Erik zijn zonden op aan mensen die dicht bij hem staan. Inmiddels is hij zo open over zijn pornoverleden, dat hij onlangs in zijn eigen kerkelijke gemeente een avond belegde over het onderwerp. Het is voor opvoeders tijd om niet langer de kop in het zand te steken, maar eerlijk te erkennen dat porno een levensgroot probleem is, meent hij. „Negen op de tien jongeren komen in aanraking met pornografische beelden. En de tiende liegt. De vraag is niet of je het gaat tégenkomen, maar wat je ermee doét.” Het argument ‘maar mijn kind doet dat niet’ kan wat hem betreft de prullenbak in. „Je kind komt er sowieso mee in aanraking. Jongeren hebben opvoeders nodig met wie ze erover kunnen praten, zodat ze niet in het isolement terechtkomen.”

Gebrainwashed

Volgens Erik worden jongeren gebrainwashed. „Vroeger waren school, kerk en gezin de opvoeders. Inmiddels zijn daar de media bijgekomen. En dat is niet de beste opvoeder. Jongens zijn gemiddeld 10 jaar als ze met porno in aanraking komen. Ze zien eerder een naakte vrouw dan dat ze normaal hebben gepraat met een meisje.”

Respect voor vrouwen ontbreekt doorgaans in pornofilms. Tegen zijn 12-jarige broertje zegt Erik daarom dat meisjes prinsessen zijn. „Je hebt respect voor vrouwen en dringt jezelf niet op. Te veel meisjes hebben negatieve ervaringen met seksualiteit omdat de jongens denken dat ze alles kunnen maken. Ze zien dat immers in pornofilmpjes.”

Belijdenis

Toen Erik met 19 jaar de bewuste keuze deed om belijdenis van zijn geloof te doen, nam hij zich voor om nooit meer porno te kijken. „Dat is, God zij dank, gelukt.” Het betekent niet dat hij nooit meer in de verleiding komt. Maar toen hij het boekje “Het gevecht van iedere jonge man” van Stephan Arterburn las, ontdekte hij dat hij zijn hersens kon trainen. „Zodra het erotische beeld binnenkomt, moet je onderkennen dat je er geen goede gedachten bij hebt”, legt hij uit. „En vervolgens doe je die gedachte weg. Je moet je hersens niet voeden met verkeerde gedachten. Het vereist training en doorzettingsvermogen, maar het werkt echt”, zegt Erik stellig. „God helpt daarbij met Zijn Geest. Hij wil dat we met alles naar Hem toe gaan. Als ik nu een vrachtwagen van lingeriemerk Hunkemöller voorbij zie rijden, kijk ik automatisch de andere kant op.” Erik heet in werkelijkheid anders.

terdege • 22 februari 2017

45


In de frontlinie vertellen uit de Bijbel Het gaat haar aan het hart dat de meeste jonge bewoners van migrantenbuurten geen weet hebben van Gods Woord. Carolien Nijsse geeft daarom al vele jaren iedere week Bijbelclub in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. Met man en kinderen. „Onze oudste kinderen behoren nu zelf tot de medewerkers.” Tekst Ad Ermstrang Beeld Cees van der Wal

Welk vrijwilligerswerk doet u en sinds wanneer? „Toen we in 2006 in Barendrecht kwamen wonen, zag ik al spoedig een oproepje in de kerkbode voor vrijwilligers voor het wekelijkse clubwerk in de Afrikaanderwijk. Dat gebeurt al meer dan veertig jaar. Het dateert uit de tijd dat de kerk nog in 52

terdege • 22 februari 2017

de stad stond. Onze oudste kinderen – we hebben er nu vijf, in de leeftijd van 4 tot 17 jaar – waren toen nog jong. Mijn man Jaap gaat ook mee, en de kinderen werden vanzelf in de groepen opgenomen. Daarnaast ben ik al vele jaren verbonden aan ‘Een Handreiking’, een vereniging voor familieleden van psychisch zieken. Ik

zit in het bestuur en coördineer het redactiewerk van het verenigingsblad.”

Hoeveel tijd is ermee gemoeid?

„Bijbelclub ‘Het Lichtpunt’ is iedere week actief in wijkgebouw ‘Het Klooster’ aan het Afrikaanderplein.


interview

Dat doen we op vrijdagavond met ongeveer veertig vrijwilligers uit onze kerk en omringende gemeenten. We beginnen met gebed, zingen met elkaar, vertellen een Bijbelverhaal, werken met vragenbladen en doen met de jongste groepen een knutselwerkje. In de tienergroep wordt het meer interactief aangepakt; daar gaat het de kant op van een eenvoudige catechisatie. Het aantal groepen is het afgelopen jaar gegroeid van drie naar vier. Er zijn drie kindergroepen in verschillende leeftijden en een tienerclub. In totaal wel meer dan vijftig kinderen en jongeren. De oudste deelnemers zijn een jaar of achttien. Bonken van kerels, die je misschien in het donker niet graag tegen het lijf zou lopen. Maar voor ons gaan ze door het vuur. Wij zijn er als gezin elke week. Daarnaast heb ik de coördinatie. Dat betekent dat je de indeling maakt, overleg voert en probeert nieuwe medewerkers te werven. We kunnen er nog genoeg gebruiken. Ik houd ook contact met de beheerders van het wijkgebouw. Het kost me bijna een dag per week, schat ik.”

Waarom doet u dit werk?

„Ik heb, toen ik een herhaalde oproep in de kerkbode zag, enige tijd afgewacht en was niet echt naar iets op zoek. Toch liet het me niet los. De evangelisatie heeft mijn interesse en ik voelde het toch wel op mijn weg geplaatst. Het geeft me een innerlijke vreugde om de kinderen te mogen vertellen uit de Bijbel.”

Kunt u het combineren met uw andere werkzaamheden?

„Toen ik begon, zat ik even met de vraag hoe het met onze kinderen moest, maar doordat ze meegingen combineerde dat prima. Ze zijn als het ware met de Bijbelclub opgegroeid en hun aanwezigheid werkt juist wervend. Dit is ook voor henzelf belangrijk. Ze zien met eigen ogen

hoe de wereld, nauwelijks zeven kilometer van ons huis, eruitziet. Als medewerkers halen we zelf de kinderen op. De jeugd vormt de belangrijkste groep wervers, ze brengen weer een broertje of zusje of vriendje mee.”

Welke mooie voorvallen heeft u meegemaakt?

„Soms zijn er gouden momenten om in gesprek te gaan. Zo zijn we nu bezig met de tien geboden. In hedendaagse taal, vergezeld van een begrijpelijk lied. Pas vertelde een meisje dat ze enkele jongens iets zag doen wat volgens haar in strijd was met wat ze op de club leerde. Ze had er wat van gezegd en toen waren ze heel boos op haar geworden en was haar schoolwerk verbrand. Een prachtig voorbeeld hoe ze uitkwam voor de naam van Jezus en vervolgens op weerstand stuitte. Het leidde tot veel discussie in de groep.”

Wat vindt u moeilijk bij het vrijwilligerswerk?

„De meeste deelnemers hebben een achtergrond in de Antillen, Suriname of een Afrikaans land. Sommigen hebben een christelijke achtergrond, anderen helemaal niet. Het lukt echter bijna niet meer om kinderen van moslims te bereiken. Dat was in het verleden anders. Toen kwamen de moeders met een hoofddoekje zelf hun kroost brengen. Met een Bijbelweek is er eens een imam opgedoken die de enkele kinderen met een moslimachtergrond eruit haalde. De tegenstellingen zijn verscherpt.”

Hoe gaat u om met die problemen?

„Je merkt dat je in de frontlinie staat en dat de duivel niet wil dat je daar bent. Soms is het door een onverwacht hoge opkomst een chaos, een andere keer vlogen, toen ik binnenkwam, stukken meubilair door de lucht. ‘We zijn zeker niet gewenst’,

WIE: Carolien Nijsse WOONPLAATS: Barendrecht LEEFTIJD: 41 GEZIN: Gehuwd, vijf kinderen KERK: Gereformeerde Gemeente

*

was mijn eerste gedachte. De dynamiek is heftig en je komt ook veel kinderen uit het speciaal onderwijs tegen. Tijdens het vertellen van het kerstverhaal was het heel stil en ging er zelfs geen mobiel af. Zoiets zie ik als een gebedsverhoring.”

Geeft vrijwilligerswerk meer voldoening dan betaalde werkzaamheden en waarom?

„Je hoopt en bidt dat kinderen de Heere mogen leren kennen. Een enkele keer zie je hen als ouder terug. Ook is er wel eens een meisje mee naar de catechisatie geweest. We nemen ook wel op zondag een kind mee naar een dienst. Maar verder moet je dat loslaten, in die zin kun je niet over voldoening spreken. Het hangt gelukkig niet van ons af.”

terdege • 22 februari 2017

53


Drukken met houten en loden lettertjes Kinderen kunnen er zelf papier maken en een kaartje met bijvoorbeeld hun eigen naam drukken. Museum voor Oude Boekdrukkunst in Almen, een dorpje tussen Zutphen en Lochem, voert de bezoeker terug naar het ambacht van letterzetten met houten en loden letters. „Je moet eigenlijk een beetje een tic hebben om dit te doen.” Tekst Ad Ermstrang Beeld Anton Dommerholt

H

et pand aan de Dorpsstraat 10a in Almen oogt enigszins haveloos. Eigenaar van het museum Wolter Storteboom (67) heeft daar wel een verklaring voor. „Er wordt door de eigenaar al vele jaren geen onderhoud meer gepleegd.

56

terdege • 22 februari 2017

Daar staat tegenover dat ik de laatste jaren ook geen huur meer hoef te betalen.” De uit Apeldoorn afkomstige Storteboom bracht in 2000 zijn steeds uitdijende collectie oude grafische materialen over van zijn woning in Apeldoorn naar een voormalige slachterij in Almen. Voor hem was het de oplossing voor zijn ruimtegebrek, hoewel de capaciteit inmiddels ook

alweer is benut. „Zelfs de boerenschuur hierachter zit vol.”

Loodtijdperk

Storteboom werd, na de grafische school in Zutphen, leerling-zetter. Eerst korte tijd in Enschede, maar al spoedig in Apeldoorn. Krantenconcern Wegener was op zoek naar ervaren zetters, die zich (in spiegelbeeld) dagelijks bezig hielden met het


Lezersaanbieding

Terug naar vroeger...

zetten van krantenpagina’s. Bij een wedstrijdje wist hij eens 1800 letters per uur neer te zetten. De nog jonge Storteboom voelde zich als een vis in het water, maar het einde van het loodtijdperk kwam al snel in zicht. „Ik moest gaan plakken en knippen en daar was ik niet voor opgeleid.” Hij werd afgekeurd, werkte een tijdlang voor de drukkerij van de sociale werkvoorziening in Apeldoorn en begon vervolgens voor zichzelf. „Ik stond met munten en wat kunstvoorwerpen op de Zwarte Markt in Beverwijk.” Daar kwam hij een eerste drukwerkmachientje tegen. Hij zet het voorwerp op tafel. „Dit was bestemd voor het maken van visitekaartjes. Het moet rond 1900 zijn gemaakt.” Het was het begin van een enorme collectie. „Van een kennis kreeg ik enkele loden en houten lettertjes en ik begon hier en daar een demonstratie te geven. Ik was eens in Gorssel,

toen iemand aan me vroeg of ik ook bij hem naar de markt wilde komen. Hij bood er zelfs geld voor. Voor mij was dat nieuw. Ik kreeg 50 gulden, een kraam en brandstofkosten.” Het was begin jaren tachtig en de oude ambachten begonnen aan een opmars. Storteboom verzamelde in Gelderland een groepje kenners van diverse ambachten om zich heen. Ze toonden hun vak op markten en braderieën.

Papiermolen

Zijn verzamelwoede voerde hem naar tal van restanten uit de wereld van het handdrukken en handzetten. Hij vulde enkele leegstaande garages en loodsjes in zijn woonplaats en maakte twee jaar lang gebruik van een schuur bij een oude papiermolen in Loenen. Hij leerde daar hoe papier gemaakt werd. Ook dat kreeg een plek in het museum. In een hoek staan grote kasten,

terdege • 22 februari 2017

57


*

Door op een grote gong te slaan, start koningin Mรกxima de onderwijstentoonstelling.

62

terdege โ ข 22 februari 2017


koningshuis

In het nieuwe zuivellaboratorium van Qlip.

Schaar en lint zijn verleden tijd „Het ultieme symbool van het ceremoniële koningschap, het lintjes knippen, kan heel inhoudelijk zijn.” Bekende woorden van koning Willem-Alexander, die vaak aanwezig is bij een opening. Eind januari opende hij een zuivellaboratorium. Koningin Máxima gaf het startsein voor een onderwijstentoonstelling. tekst Josine Droogendijk beeld ANP

terdege • 22 februari 2017

63


„Ik bezat alleen een borsteltje en een krabbertje.” Bijzondere

huisdieren deel 1

„Soms loopt Ixie een rondje door het huis.”

„Mijn paardje klopt niet helemaal.”

68

terdege • 22 februari 2017


Jongeren

Paard aan huis Esmeralda. Zo heet het minipaard van Loïs Sijpkes (17) officieel. Maar net zoals de benaming “paard” lijkt die naam iets te prestigieus voor de falabella. Ixie klinkt beter, vindt haar eigenaar. „Ze heeft X-benen, vandaar.” tekst Arien van Ginkel beeld Tineke van der Eems

Z

o nu en dan laat Loïs Ixie uit. Dan wandelen de twee door de polder van Hazerswoude. Maar vandaag staat Ixie in haar stal. Door haar korte beentjes hoeft ze niet zover te bukken om te kunnen smullen van het heerlijk verse stro dat Loïs net heeft neergelegd. Ixie is vanwege haar bouw officieel een paard. Maar wie met dit dier kennis maakt, zou dat niet zeggen. Als Loïs met haar huisdier over de wegen dwaalt, krijgt ze een hondenriem om. „Mensen denken vanuit de verte vaak dat ik met een hond loop en zijn stomverbaasd als dat plotseling een paard blijkt te zijn. Dan krijg ik leuke reacties.”

X-benen

Ook op verjaardagen blijkt het lastig uit te leggen wat een falabella is. „Mensen zien het niet echt voor zich als je vertelt dat je een paard hebt dat op de achterbank van een auto past.

En als je googelt op falabella, krijg je paarden te zien die er heel anders uitzien dan mijn paardje. Ixie klopt volgens mij niet helemaal.” En inderdaad, de achterbenen van het falabellapaard zien er anders uit dan bij de meeste soortgenoten. „De hoefsmid zei dat ze te veel aardappelschillen heeft gegeten. Door het zetmeel heeft ze X-benen gekregen, vertelde hij.” Of die verklaring Loïs waarschijnlijk lijkt? „Ik heb er verder nooit onderzoek naar gedaan, maar het zou best kunnen.” Ixie is er met haar bijzondere benen niet minder om, vindt Loïs. „Ze kan ondanks haar bouw heel hard galopperen hoor! Als ik haar uitlaat, staat het touwtje strak en moet ik rennen om haar bij te kunnen houden.” Hinniken doet Ixie ook niet zoals dat een paard betaamt. „Het klinkt echt voor geen meter. Een echt paard hinnikt hihihi”, doet Loïs

luidruchtig voor. „Ixie doet meer zoiets als huuuh”, laat ze op zachte, bijna zielige toon horen. Ook heeft dit paard niet graag iemand op haar rug. Haar vader probeerde jaren geleden het broertje van Loïs voor ruiter te laten spelen. Hij heeft tot op de dag van vandaag ruzie met het dier. „Ze heeft wel een paardenkarakter”, verzekert Loïs. „Daarmee bedoelt ze dat het een kreng is”, grapt haar vader, die net langsloopt.

”Elke zaterdagmiddag mest ik de stal uit”

“ ik zit nu op de 10.000.000 foto's”

terdege terdege• • 22 24 februari december 2017 2015

69


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
terdege 11-2017 by Erdee Media Groep - Issuu