Skip to main content

OM Corona februari 2025

Page 1

REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

Hoofdredactie RD blikt terug op twee jaar coronaberichtgeving pagina 2

Peter Schalk, het lastigste jongetje uit Grapperhaus’ klas pagina 9

„Door het letterlijk ont-moeten kwam er meer tijd voor de Ander”

beeld RD, Daan van Oostenbrugge

pagina 14


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

2

INTERVIEW

Hoofdredactieleden Gijsbert Bouw, Pieter Ariese en Steef de Bruijn (v.l.n.r.) op de redactievloer van het Reformatorisch Dagblad. beeld RD, Anton Dommerholt

Hoofdredactie RD over coronaberichtgeving: „Veel reden om overheid te gehoorzamen” ● Arie de Heer en Johannes Visscher

Liep het Reformatorisch Dagblad tijdens de coronapandemie te veel aan de leiband van de autoriteiten? De hoofdredactie van het RD blikt terug op „de meest heftige” periode uit haar bestaan. „Er is heel veel reden om de overheid te gehoorzamen.”


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

vijf jaar na corona

O

verleven we dit met z’n allen? Die angstige gedachte bekroop Gijsbert Bouw (41) toen de coronacrisis vijf jaar geleden losbarstte. „Bij eerdere pandemieën stierven hoge percentages mensen. Die wetenschap maakte mij en mijn gezin bereidwillig om maatregelen te treffen, zoals afstand houden en mondkapjes dragen”, vertelt Bouw. Hij maakt sinds 2022 deel uit van de driekoppige hoofdredactie van het RD. De onzekerheid over de toekomst staat ook Pieter Ariese (46) bij. „Zelf kreeg ik twee keer corona”, zegt Ariese, die sinds 2024 in de hoofdredactie zit. „Zeker de eerste keer, aan het begin van de pandemie, gaf dat spanning. We moesten als gezin in quarantaine.” Ook voor het RD brak in maart 2020 een bijzondere periode aan. Personeel werkte veelal vanuit huis. „We hebben weleens een krant gemaakt terwijl op de redactie in Apeldoorn slechts een viertal medewerkers zat”, zegt Steef de Bruijn (62). Hij is sinds 2017 hoofdredacteur en zit sinds 2004 in de hoofdredactie. Voorzienigheid In journalistiek opzicht waren het boeiende tijden, zeggen ze alle drie. De Bruijn: „We konden lezers voorzien in hun enorme informatiehonger. Dat deden andere media natuurlijk ook, maar wij stonden ook nadrukkelijk stil bij de vraag: hoe moet je de pandemie zien in het licht van Gods voorzienigheid?” Bouw: „Al in een commentaar in januari 2020, nog voordat corona in Nederland werd vastgesteld, schreven we over de noodzaak van Gods bescherming. Zoals je daarover in Psalm 91 leest.” De Bruijn: „Prof. dr. Arie de Reuver schreef in die tijd een essay over een roepstem van God. De Heere spreekt tijdens de pandemie met twee woorden, zo stelt hij. Enerzijds zijn dat woorden van tucht en oordeel, anderzijds woorden van bewogenheid en trouw. Een prachtige duiding. Ik vond wel dat sommige mensen in reformatorische kring heel snel invulden wat de oorzaak van dat oordeel van God was. Dan werden er allerlei zonden genoemd, zoals abortus en homoseksualiteit. Zelf wil ik daar voorzichtig mee zijn.” Bouw: „De vraag is of het zinvol is om achteraf te gaan discussiëren over de vraag of de pandemie al dan niet een straf van God was. Je kunt denk ik beter de vraag stellen: als God met de coronapandemie een appel op ons wilde doen, heeft dat ons bij Hem gebracht?” Ariese: „Er zijn in het RD vanuit Gods Woord heel indringende zaken aan ons voorgehouden. Wat heeft dat ons gedaan? Veel van Gods waarschuwingen raken snel weer uit ons geheugen.” De Bruijn: „Leven we in het besef van onze afhankelijkheid van God? Of stellen we ons vertrouwen op medische kennis? Zagen we onze zonden voldoende? Ik denk dat we daar veel in tekortgeschoten zijn.” Bouw: „Tegelijkertijd ken ik ook verhalen van

Steef de Bruijn. beeld RD, Anton Dommerholt

mensen voor wie de coronacrisis een omslagpunt was. Onkerkelijke mensen raakten via een YouTube-uitzending van een kerkdienst betrokken bij de kerk. Iemand vertelde me: „Wat De Reuver over Gods stem in de coronapandemie schreef, heeft mij op de knieën gebracht.””

„Ik ken verhalen van mensen voor wie de coronacrisis een omslagpunt was” ​Gijsbert Bouw, lid hoofdredactie

Ongehoorzaamheid Het Reformatorisch Dagblad riep zijn achterban op zich aan de coronamaatregelen te houden, concludeert het Dutch Bible Belt Network in 2024. „Consequent wees het RD ongehoorzaamheid aan de maatregelen af”, noteren religiewetenschapper prof. dr. Fred van Lieburg en zijn medeonderzoekers. Hun rapport, opgesteld in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belicht onder meer de koers van het RD in coronatijd. Liep het RD in coronatijd niet te veel aan de leiband van de overheid? Bouw: „In Romeinen 13 staan behartigenswaardige zaken: de overheid is Gods dienares, ons ten goede. We moeten ervoor buigen en ervoor bidden. Dat hoofdstuk moeten we heel lang lezen. En we moeten heel lang wachten voordat we ons een andere houding aanmeten.” De Bruijn: „In dat hoofdstuk staat ook dat wie zich tegen de macht van de overheid stelt, de ordinantie Gods wederstaat. Dus als je tekeergaat tegen de overheid, doe je nogal wat.” Bouw, die ten tijde van de coronacrisis leidinggaf aan de binnenlandredactie: „Paulus schrijft niet over een overheid die, onder Nero, heel positief tegenover christenen stond. Toch roept hij op die overheid te gehoorzamen. Er is wat mij betreft veel, heel veel reden om de overheid te gehoorzamen. Juist tijdens een crisis, waarin een individu de consequenties van allerlei stappen niet overziet. De overheid zei zelf in de mist te varen. Nog meer reden om die overheid te gehoorzamen. Zo sta ik er persoonlijk in. Ik was dan ook blij dat het RD de lezers adviseerde regels rond het dragen van mondkapjes en het houden van afstand zeer serieus te nemen.” Intussen vonden heel wat families binnen de RD-achterban dat de krant te weinig kritisch was op het coronabeleid van de overheid. De Bruijn: „Ik betwijfel of dat heel veel families waren. Uit onderzoek blijkt dat een klein deel van de RD-achterban veel vrijer met de coronaregels en adviezen wilde omgaan. Die beperkte groep critici liet zich flink horen. Naar die mensen moet je luisteren, althans, je moet een antenne hebben voor hun zorgen. Maar dat betekent niet dat je als krant van koers wijzigt.”

een platenbeurs in de Brabanthallen, en dan afgezet tegen nagenoeg lege kerken in de Biblebelt.” Bouw: „Het RD nam niet een heel unieke positie in. Ons standpunt dat het verstandig was om overheidsadviezen over aantallen kerkgangers in acht te nemen, was in lijn met wat de meeste kerkverbanden in onze achterban uitdroegen.” Randen Predikanten als de hersteld hervormde prof. W.J. op ’t Hof en de christelijke gereformeerde predikant ds. A.C. Uitslag hadden grote moeite met het overheidsbeleid. Zo schreef prof. Op ’t Hof in het Gereformeerd Venster, een digitaal periodiek verschijnend in de rechterflank van de reformatorische kring: „Er is niets te moeten. Hij (Grapperhaus, red.) heeft niets te dwingen.”

„Ik sta nog steeds achter onze lijn. Kerken deden er verstandig aan de overheidsadviezen te volgen” Steef de Bruijn, hoofdredacteur Reformatorisch Dagblad

„Als er veel nieuws is over vaccins en overheidscampagnes, heb je de taak lezer te informeren” Pieter Ariese, lid hoofdredactie

Kerken Spanningen ontstonden in reformatorische kerken over dringende overheidsadviezen rond het drastisch terugschroeven van het aantal kerkgangers, van bijvoorbeeld 600 naar 100. Door legere kerken zou het coronavirus zich minder kunnen verspreiden. In het RD kreeg toenmalig justitieminister Ferd Grapperhaus, ook bewindsman van Eredienst, verschillende keren gelegenheid om kerken te vermanen zich aan de overheidsadviezen te houden. De oproep van de minister staat op gespannen voet met de Bijbelse opdracht om onderlinge bijeenkomsten niet te verzuimen. Intussen kreeg Grapperhaus twee keer een podium op de voorpagina. Ariese: „Grapperhaus speelde nu eenmaal een prominente rol in het coronabeleid, zeker ook richting de kerken. Dan ligt het voor de hand dat je hem als krant bevraagt.” De Bruijn: „We spreken de minister ook niet elke dag natuurlijk. En hij is kritisch bevraagd. In commentaren hebben we maatwerk voor kerken bepleit. In oktober 2020 schreven we kritisch over forse bezoekersaantallen op

3

Hadden de RD-commentaren ook niet meer die sfeer moeten ademen? Ariese: „Zeker later in de pandemie hebben we in commentaren van harte pleidooien gevoerd voor maatwerk in kerken.” Bouw: „De overheid gaf adviezen, dus geen harde bevelen, en was zich bewust van de vrijheid van godsdienst. Ik kan wel meevoelen met wat toenmalig SGP-leider Kees van der Staaij in april 2020 zei: „Zoek als kerken nou niet de randen op van wat mag.” Toen dacht ik: want op die manier kun je de minister uitdagen om steviger maatregelen te nemen. Doe de goede dingen, denk ook aan de gezondheid van je kerkleden en van anderen in de maatschappij. Tegelijk begrijp ik dat kerken gewetensvolle afwegingen maakten als ze besloten om met veel meer dan bijvoorbeeld dertig of zestig kerkgangers samen te komen.” De Bruijn: „Dat sommige predikanten kritisch waren op het RD nemen we hen niet kwalijk. Maar ik sta nog steeds achter onze toen gekozen lijn. Kerken deden er verstandig aan de overheidsadviezen te volgen. Al vind ik wel dat de overheid richting de kerken wat rekkelijker had mogen zijn.” Er kan toch een moment komen dat je God meer gehoorzaam moet zijn dan de overheid? De Bruijn: „Natuurlijk. Maar ik heb echt niet het gevoel gehad dat we ook maar in de buurt waren van dat moment.” Op de RD-redactie waren namen bekend van bepaalde kerkelijke gemeenten die zich niet aan de overheidsadviezen hielden. Toch publiceerde de krant daar niet specifiek over. Was dat bewust beleid? De Bruijn: „We wisten dat sommige kerken in crisistijd vol zaten of met een grote groep samenkwamen. We zagen het niet direct als onze plicht om al dat soort zaken naar buiten te brengen. Beseffend dat na een RD-artikel de kans groot was dat andere media de volgende dag bij de kerken op de stoep zouden staan. Dat wilden we die kerken niet aandoen.” Je wilt als krant toch ook nieuws brengen? Geeft het verzwijgen van dit soort zaken dan een innerlijk conflict? „Inderdaad, op zo’n moment ben je niet de rasjournalist. Temeer omdat we wisten dat de betreffende gemeenten gewetensvolle afwegingen maakten. Ook zij hadden de gezondheid van hun gemeenteleden op het oog. Maar ze lieten het belang van samenkomen in de kerk zwaarder wegen.”

Pieter Ariese. beeld RD, Anton Dommerholt

Stel dat het RD had beschikt over betrouwbare informatie dat in een grote moskee moslims coronaregels massaal overtraden. Zou u daarover een primeur hebben gebracht? Nadat de drie hoofdredactieleden aanvankelijk ontwijkend hebben gereageerd, antwoordt De Bruijn uiteindelijk, met kennelijk enige tegenzin: „Een moskee is net als een kerk een religieuze instelling. Ik ga ervan uit dat mensen daar ook gewetensvol keuzes maken. Ik


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

4

zou dus behoorlijk terughoudend zijn met berichtgeving. Een moskee vind ik anders dan een sportclub. We vinden de vrijheid van godsdienst, de vrijheid om bij elkaar te komen, van groot belang. Diezelfde vrijheid geldt ook de islam.” Balanceren Midden in coronatijd, in april 2021, interviewde NRC Handelsblad RD-hoofdredacteur Steef de Bruijn. De interviewer concludeert dat het RD zeker ook in coronatijd worstelt „met een achterban die steeds meer zijn eigen koers kiest”. Wat vindt u van die analyse? De Bruijn: „Die is juist. We moesten zeker in coronatijd voortdurend balanceren tussen verschillende gevoelens die in de RD-achterban leven.” Geruchtmakend was een RD-commentaar eind maart 2021 over ongeregeldheden in Urk en Krimpen aan den IJssel. Toen belaagden enkele kerkgangers journalisten die op zondag opheldering wilden over coronakwesties. ”Plaatsvervangende schaamte voor geweld tegen pers” luidde de online kop boven het RD-commentaar. De krant bekritiseerde dus de kerkgangers, maar was ook niet mals over „persmuskieten die met hun gedrag nauwelijks respect tonen voor de rustdag”. Had de lijn van het commentaar niet onomwonden moeten zijn: Je belaagt geen journalisten, geen uitvluchten verzinnen, punt uit? De Bruijn: „We hebben bewust beide kanten benoemd. Journalisten hebben die zondag weinig respect betoond voor kerkgangers. Aan de andere kant: die verslaggevers doen hun werk. Je moet hen gewoon netjes te woord staan.” Er kwam kritiek van predikanten die vonden dat het RD partij had moeten kiezen voor de kerkgangers. Schrijft de hoofdredactie dat soort commentaren met buikpijn? De Bruijn: „Buikpijn niet zozeer, maar de woorden ”plaatsvervangende schaamte” hebben we bewust gebruikt. Ik vind het moeilijk dat lezers uit het hele land me laten weten dat ze de gebeurtenissen in Urk en Krimpen aan den IJssel totaal anders zien dan ik. Ze vinden niet dat kerkgangers de media hebben belaagd, maar andersom. Ik begrijp dat bij predikanten en kerkgangers sentimenten kunnen opspelen, zo van: waarom staan journalisten ons in de weg? Terugblikkend hadden we als RD misschien nog meer ons best moeten doen die sentimenten van lezers te peilen.” Bouw: „Mij trof het slot van het commentaar. De ongeregeldheden in Urk en Krimpen aan den IJssel speelden zich af in de Stille Week, als we het lijden en sterven van de Heere Jezus herdenken. Die toen Hij gescholden werd, niet terugschold.” NRC Handelsblad stelt dat het RD bij gevoelige kwesties in de lezerskring „vakkundig de kool en de geit spaart”. Is dat zo? Bouw, met een kwinkslag: „Mij valt vooral dat woord ”vakkundig” op.” De Bruijn: „Ik denk niet dat het er ons om gaat personen of flanken binnen de RD-achterban te ontzien. We willen niet iedereen te vriend te houden of met meel in de mond te praten. Critici die aan één kant van de boot hangen, zitten met wezenlijke gewetensvragen, bijvoorbeeld over kerkgang in coronatijd. Daar willen wij niet zomaar overheen walsen.” Vaccinatie Heet hangijzer in reformatorische kring waren coronavaccins. Ook de vermeende onveiligheid van die vaccins hield de gemoederen bezig. Lang niet iedere RD-lezer was gediend van artikelen en (overheids)advertenties rond inenting. De lezers met principiële gemoedsbezwa-

ren tegen vaccinaties voelden zich door alle aandacht voor vaccins weleens in de kou gezet door het RD. Ariese: „Ik kan me dat wel voorstellen. Punt is wel dat er in die tijd veel nieuws was over de ontwikkeling van vaccins en de campagnes van de overheid. Dan heb je als krant de taak je lezer daarover te informeren.” Intussen kwamen in het RD artsen aan het woord die meldden: Laat je alsjeblief vaccineren, want dat komt de groepsimmuniteit ten goede. De Bruijn: „Dat ligt genuanceerder. In ieder geval schreven we best veel over afwegingen rond vaccinatie. We lieten voor- en tegenstanders uit reformatorische kring aan het woord. Bijvoorbeeld bij monde van de predikanten ds. J.A. Weststrate, ds. P. Mulder en ds. R. van Kooten. Iedere lezer kon denk ik wel iets van zijn standpunt in het RD vinden.” Een bemoedigend woord van het RD zelf richting de gemoedsbezwaarden had ook gekund. Mede voor die groep is het RD een halve eeuw geleden toch opgericht? De Bruijn: „Begin 2021 schreef ik een groot artikel onder de kop: ”Vaccinatie als toren van Babel”. Daar kreeg ik veel positieve reacties op. Ik plaats in het stuk grote vraagtekens bij het vertrouwen in de maakbaarheid van gezondheid. Verder hebben we ons in commentaren verzet tegen vaccinatieplicht en vaccinatiedwang die in de politiek besproken werd. Misschien deden we het te weinig, maar we stelden de opdringerigheid van de overheid wel degelijk aan de kaak. Bedenk dat vanaf de oprichting van het RD de krant ook ruimte bood aan mensen in onze achterban die vaccinatie goedkeurden. Iemand als J.J. Verhage, voormalig secretaris van de reformatorische scholenorganisatie VGS en een man van een behoorlijke statuur, schreef al in 1971 dat hij inenting beschouwde als een middelmatige zaak.” Bouw: „Als redactie waren we ons bewust van de gevoeligheid van berichten, maar zeker ook van foto’s rond vaccinatie. Wervende foto’s waarin een hotemetoot een prik ging halen, hielden we op een gegeven moment uit de krant.” In het artikel ”Vaccinatie als toren van Babel” van begin 2021 schreef De Bruijn onder meer: „Er circuleren allerlei verhalen over bijwerkingen van de huidige vaccins. De bijwerkingen die nu bekend zijn, zijn echter minimaal.” Was u niet wat al te positief ten opzichte van vaccins? De Bruijn, die zijn loopbaan begon als wetenschapper aan de universiteit in Wageningen en promoveerde op een biochemisch onderwerp: „Op dat moment wisten we dat verschillende instanties de coronavaccins veilig hadden bevonden. In diezelfde week werden de eerste proefvaccins aan verplegend personeel toegediend. Ik schreef ook over minimale bijwerkingen van de coronavaccins in vergelijking met de pokkenvaccins die drie eeuwen eerder werden ontwikkeld, die nare bijwerkingen hadden en soms de dood tot gevolg hadden. Dat was nu niet aan de orde. De nadelen van een coronavaccin wegen zeker niet op tegen de positieve werking van het vaccin. Ik vind het eigenaardig dat mensen die vanwege godsdienstige gemoedsbezwaren afzien van vaccinatie, intussen toch beginnen over bijwerkingen van vaccins. Die zijn toch niet de reden van je bezwaar? Daar zou je je dan toch niet zo druk over moeten maken?” Was het RD niet te terughoudend met persoonlijke interviews met mensen die vertelden over bijwerkingen? Er gingen bijvoorbeeld verhalen rond over vrouwen van wie de menstruatie verstoord raakte. De Bruijn: „Ik zou nog steeds terughoudend zijn met dat soort persoonlijke verhalen. Je kunt dan onnodig angst aanwakkeren. We hebben overigens wel diverse malen een ge-

Gijsbert Bouw. beeld RD, Anton Dommerholt

„Misschien deden we het te weinig, maar we stelden opdringerigheid van de overheid aan de kaak” Steef de Bruijn, hoofdredacteur Reformatorisch Dagblad

zaghebbend instituut als Bijwerkingencentrum Lareb aan het woord gelaten.” Bouw: „We hielden in september 2020 en april 2021 peilingen onder lezers over dit soort thema’s. Opvallend vond ik dat ongeveer de helft van de RD-lezers die zich niet lieten inenten, die keuze niet alleen motiveerde op basis van de bekende argumenten rond de voorzienigheid van God. Ze kwamen vaak ook met het argument dat ze twijfels hebben over de betrouwbaarheid van vaccins. Van de mensen die zeiden zich niet te laten vaccineren, wilden vier op tien geen proefkonijn zijn bij een snel ontwikkeld vaccin tegen Covid.” Ariese: „Vaak ligt er onder wantrouwen tegenover de overheid angst en zorg. Mensen willen grip op de dingen. De vraag is of we als RD voldoende oog hebben gehad voor de oprechte zorg die mensen kunnen hebben.” De Bruijn: „We hebben als hoofdredactie tijdens de coronacrisis gaandeweg geleerd om goed te luisteren, mee te veren. Al is dat soms best lastig. Zo kreeg ik een Zeeuwse lezer uit een behoudende kerk aan de lijn. Hij zei: „Als ik kon, zou ik nu in de auto stappen en minister Hugo de Jonge de nek omdraaien.” Dan denk ik: hoe bestaat het dat bij zo’n RD-lezer letterlijk moordgedachten opkomen?” Bill Gates Ook in reformatorische kring was menigeen in coronatijd gecharmeerd van complottheorieën. Zo ging het verhaal rond dat coronavaccins chips bevatten. Ook beweerden complotdenkers dat een soort geheim genootschap van mannen als Klaus Schwab van het World Economic Forum (WEF) en de steenrijke Bill Gates middels vaccinatiecampagnes de wereldbevolking wilde uitdunnen. En dat dan via de zogeheten Great Reset. De Bruijn keerde zich in oktober 2021 stevig tegen dergelijke complottheorieën. „Dat Schwab een maatschappij wil waarin je je vrijheid moet inleveren of waarin je uitgeplugd wordt als je niet meedoet, is een verkeerde voorstelling van zaken”, noteerde hij. Kunt u zich voorstellen dat menig RD-lezer redeneert: De Bruijn is veel te naïef over de gevaren van een Great Reset? De Bruijn: „Ik vraag me werkelijk af of veel mensen het boek The Great Reset van Schwab gelezen hebben. Men praat elkaar vaak na. Ik heb het boek wel gelezen.”

„Vaak ligt er onder wantrouwen tegenover de overheid angst en zorg. Mensen willen grip op de dingen” Pieter Ariese, lid hoofdredactie

Iemand als RD-columnist Laurens van der Tang ziet een dreiging in de Great Reset. „Ik kijk daar zelf genuanceerder tegenaan. Ik vind het begrijpelijk en terecht dat je bij de coronapandemie denkt in termen van geestelijke strijd. Maar je moet oppassen dat je dan meteen allerlei verbanden gaat leggen. Bij journalistiek hoort recht doen aan wat iemand echt vindt. Ik heb video’s van complotdenkers bekeken waarin mensen als Klaus Schwab en Bill Gates ervan werden beschuldigd dat ze alles en iedereen aan de spuit willen helpen en de wereldbevolking willen decimeren. Zo’n beschuldiging wordt volstrekt niet onderbouwd. Die complotdenkers beweren, zelfs met een beroep op het Bijbelboek Openbaring, dat allerlei duistere machten over ons heersen. Met hun desinformatie jagen ze flinke groepen volgelingen angst aan. Dat vind ik kwaadaardig.” Ariese: „Op onderdelen van Schwabs agenda kun je natuurlijk best kritiek leveren. Als het bijvoorbeeld gaat om zijn pleidooien voor inclusie en om zijn maakbaarheidsdenken.” De Bruijn: „Die kritiek op het maakbaarheidsdenken vind ik inderdaad volkomen terecht.” Ariese: „Ik vind het ook een lastige vraag welke journalistieke benadering je moet kiezen om in het geweer te komen tegen complottheorieën. Hoe doe je recht aan oprechte zorgen van mensen? Onze journalistieke reflex is: Via een factcheck-artikel ontkrachten we met argumenten een complottheorie. Maar ik vrees dat je daarmee de complotdenker niet bereikt.” De Bruijn: „We hebben inderdaad weleens de


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

vijf jaar na corona

5

Exemplaren van het RD uit coronatijd. beeld RD, Anton Dommerholt

neiging om massief met allerlei tegenargumenten te reageren, in plaats van te luisteren naar oprechte zorgen van mensen.” Ariese: „We kunnen ook niet zomaar het verhaal van complotdenkers de krant in tillen. Want wat is het effect daar dan weer van? In reformatorische kring is er vanouds nogal eens wantrouwen jegens de overheid en de wetenschap. De voedingsbodem daarvoor werd in coronatijd alleen maar groter. Toen voelden mensen overheidsingrijpen heel direct, misschien wel duidelijker dan ooit tevoren.” Bouw: „Die houding tegenover de wetenschap is wel wat dubbel. Want we plukken ook de rijke vruchten van de wetenschap. Denk aan nieuwe behandelingen tegen ziektes.” Werden mensen die het niet met het RD of de overheid eens waren, te snel afgeschilderd als wappie? De Bruijn: „Met de term wappie zou ik sowieso oppassen. We hebben ruimte geboden aan opvattingen van mensen als statisticus Maurice de Hond en huisarts Rob Elens. Beiden zijn zeer kritisch op het overheidsbeleid rond corona. Wel hebben we er bewust voor gekozen om geen discussie-interviews te organiseren tussen bijvoorbeeld iemand als topviroloog Marion Koopmans en een huisarts die zonder deugdelijk bewijs een middel tegen corona aanprijst. De lezer kan dan denken dat wij die twee als gelijkwaardige, even betrouwbare grootheden beschouwen en dat dan de lezer zijn keus mag maken. Zo bedrijf je geen goede journalistiek. Wat wel prima kon, was een discussie-interview tussen bijvoorbeeld ds. D.E. van de Kieft en voormalig chirurg dr. Hilde Westerman. Ze komen beiden uit reformatorische kring, maar maken uiteenlopende keuzes rond vaccinatie.” Film Talloze kerken schakelden in de coronaperi-

ode over op beelduitzendingen, bijvoorbeeld via YouTube. Het RD besteedde daar de nodige aandacht aan. Iemand als ds. M.T. Al-Chalabi, predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten, toonde zich in een ingezonden brief kritisch over het gebruik van een platform als YouTube voor uitzending van kerkdiensten. „De eredienst is een samenkomst met een uniek karakter, geen entertainment dat zich op een platte wijze, op een goddeloos platform, moet gaan meten met de vermakelijkheden van de wereld.”

Veiligheid legde in februari 2022 de vinger bij de situatie in verpleeghuizen. Daar voltrok zich een stille ramp. De helft van de coronadoden viel in de eerste maanden van de pandemie in die verpleeghuizen. Oude mensen stierven alleen, zonder familie in de buurt. Als krant hadden we te weinig oog voor de ernst van die problematiek. Het gaat wel ergens over, hè. Niet een paar, maar vele ouderen stierven in eenzaamheid.”

Verschillende predikanten en ambtsdragers verweten het RD het pad te effenen voor beelduitzendingen van een kerkdienst. Wat vindt u daarvan? Ariese: „Digitale diensten zijn een noodgreep. We hebben aanvankelijk in commentaren laten doorklinken dat het een voorrecht is dat we audiovisuele middelen hebben om de eredienst bij de mensen thuis te brengen. Later werden we kritischer en schreven we dat er ook een risico zit aan digitale diensten. Zo werd het shoppen van de ene naar de andere gemeente een stuk makkelijker. Risico van beelduitzendingen kan ook zijn dat mensen zich uiteindelijk minder verbonden voelen met hun gemeente.” Bouw: „Beelduitzendingen vind ik nog steeds zowel een noodgreep als een voorrecht. Onze gemeente schafte na corona de beelduitzendingen af, maar voerde ze later toch weer in. Ik was het daar erg mee eens. Want 80-plussers vinden het fijn om mee te kunnen blijven leven met de diensten.” Wat had u met de kennis van nu als krant anders gedaan met het oog op verslaggeving over corona? Bouw: „We hadden ons dus wellicht beter kunnen inleven in de oprechte zorgen van mensen rond het coronabeleid en vaccinatie, en daaraan meer ruimte kunnen geven. Nog iets anders. De Onderzoeksraad voor

Nare mails Tijdens de coronacrisis kreeg het RD bakken kritiek over zich heen. Ontevreden lezers haalden nogal eens in agressieve bewoordingen hun gram. Is de coronacrisis de meest heftige periode in het RD-bestaan? De Bruijn: „Ik denk het wel. Corona sleepte zich twee jaar voort, met discussies over bijvoorbeeld de avondklok, vaccinatie, coronaregels en maatregelen in kerken.” Wat kreeg u zoal naar uw hoofd geslingerd? De Bruijn: „Dat wil je niet weten.” Met enige tegenzin noemt hij een voorbeeld. „Iemand wenste dat er kernbommen op mijn woonplaats zouden vallen. Dat klinkt niet echt vriendelijk.” Wat doet dat gescheld met een mens? De Bruijn: „Eigenlijk niet zo veel. Nee, ik sliep er niet minder om. De redactie krijgt vaker nare mails en verwijten. Lastiger vind ik moeilijke, maar wel inhoudelijke discussies over bijvoorbeeld coronamaatregelen in kerken.”

„Als krant hadden we te weinig oog voor de stille ramp in de verpleeghuizen” Gijsbert Bouw, lid hoofdredactie

Heeft u ook een mooie herinnering aan de coronatijd? De Bruijn: „Ik merkte op de redactie saamhorigheid. Dat is het dubbele bij een crisis of oorlog. Dat zijn ernstige tijden, maar als journalist raak je er ook extra door gemotiveerd. Je voelt een drang om anderen te informeren.” Bouw: „Ik herinner me nog dat een vrouw uit onze kerkelijke gemeente stierf. Ze had corona. Ik stond bij haar sterfbed, in beschermend pak. Na haar overlijden zat haar man alleen op bed, zó verdrietig. De man zou goed besmet geweest kunnen zijn. Ik dacht: blijf ik op afstand staan of ga ik naast hem zitten? Ik ben naast hem gaan zitten en heb mijn hand op zijn schouder gelegd. Intussen denkend: God zegene de greep. Ik vond het goed dat te hebben gedaan en ben ook niet besmet geraakt.”


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATerDAG 22 FeBrUAri 2025

6

28 februari 2020: Eerste advies Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO): maak bewuste keuzes rond activiteiten en avondmaal; vermijd handen schudden; gebruik desinfecterende gel.

12 maart 2020: Evenementen met meer dan honderd personen worden afgelast; premier Rutte adviseert kerken hier verstandig mee om te gaan. Op 15 maart houden veel kerken dienst met honderd personen.

23 maart 2020: Rutte kondigt een intelligente lockdown af: alle bijeenkomsten worden tot 1 juni verboden; dertig personen zijn toegestaan bij religieuze samenkomsten, mits men anderhalve meter afstand houdt.

26 maart 2020: CIO-advies aan kerken: beperk erediensten tot minimum, ondanks de wettelijke uitzondering van dertig personen voor religieuze diensten. Veel kerken schalen terug naar vijf personen.

RECONSTRUCTIE

„Kleine avondmaalsbekers zouden we niet weer gebruiken” ● Kees van den Brink en Heleen van de Fliert

Anderhalvemeterkerk en avondmaalsbekertjes: vrijwel niemand had er vóór maart 2020 over gehoord. Kerken moesten hun beleid tijdens de coronacrisis steeds razendsnel aanpassen. Een terugblik na vijf jaar. „Slechts dertig kerkgangers toelaten zouden we niet snel meer doen.”

D

e eerste officiële coronabesmetting wordt in Nederland vastgesteld op 27 februari 2020. Op biddag, bijna twee weken later, zitten de kerken nog vol. Een brandhaard van besmettingen, zo blijkt achteraf. De gereformeerde gemeente (gg) in Oud-Beijerland krijgt al vroeg met het virus te maken. Predikant ds. J. van Rijswijk: „Verschillende gemeenteleden lagen op de intensive care. Ook een van onze ouderlingen.” Geëmotioneerd: „Ik heb hem niet meer ontmoet, maar hij mag voor eeuwig bij de Heere zijn.” Ds. Van Rijswijks gemeente was van meet af aan voorzichtig en volgde de voorgeschreven maatregelen zo veel mogelijk. De predikant staat daar nog steeds achter. „Als een virus zo ernstig ingrijpt, moet je je verstand gebruiken.”

Wat als Tot een terugblik op die moeilijke jaren is niet iedere kerk bereid. Verschillende gemeenten die het Reformatorisch Dagblad benaderde, wilden niet reageren. De hersteld hervormde gemeente te Staphorst, die in oktober 2020 in het middelpunt van de belangstelling stond en recent ook al de krant haalde, is een daarvan. „Er zijn meerdere wat-alsvragen die achteraf moeilijk te beantwoorden zijn”, schrijft scriba J. Talen in een e-mail. „We hebben toen in biddend opzien gedaan wat we meenden te moeten doen en geven het verder in de hand des Heeren over.” Vanaf eind 2020 werden adviezen van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken

(CIO), ook door landelijke kerkverbanden, steeds minder vaak letterlijk overgenomen. Sommige kerken openden in de loop van 2021 zelfs de kerkdeuren weer helemaal. Bekend is het voorbeeld van de gg te Urk, die in maart 2021 daardoor de landelijke media haalde. Ook de gg te Kootwijkerbroek liet al vroeg alle bijna 2000 kerkgangers weer toe. Van een gesprek hierover met de krant ziet predikant ds. G. Beens „na rijp beraad” af. Hoewel de gereformeerde gemeente in Nederland (ggiN) te Rhenen minder ver ging dan laatstgenoemde gemeenten, begon ze gaandeweg de pandemie wel steeds meer haar eigen beleid te bepalen. „We zijn wel teruggeschaald, maar ontwikkelden een meer eigen koers”, zegt scriba K. Prosman. „We volgden zeker niet klakkeloos het voorbeeld van anderen.” Gedurende de crisis reflecteerde de kerkenraad regelmatig, aldus Prosman. „Twee keer hebben we het Heilig Avondmaal in meerdere diensten gevierd. In het begin gebruikten we daarbij ook kleine bekertjes, maar dat zouden we niet nog een keer doen.” Hygiëne Elders zijn de kleine bekers wel een blijvertje. „Het is een vorm van hygiëne, waaraan we vast zijn blijven houden”, zegt A. Kok, die tijdens de coronacrisis tweede scriba was van de christelijke gereformeerde kerk (cgk) Veenendaal-Pniël. De hersteld hervormde gemeente van Sprang-Capelle koos een tussenvorm, geeft ds. J.W. Baan aan. „We gebruiken weer één beker, maar er zijn ook kleine bekertjes beschikbaar.

„Achteraf vind ik dat we het CIO vanaf het begin een meer leidende rol hadden moeten geven” Jurjen de Groot, algemeen directeur dienstenorganisatie PKN

Ds. J.W. Baan. beeld Sjaak Verboom

Zo nu en dan gebruiken mensen die.” In de gg te Yerseke is het Heilig Avondmaal ruim anderhalf jaar uitgesteld, zegt scriba P.D. de Looff. „Het sacrament moet bediend worden in het midden van de gemeente, niet met de helft ervan. Dat het zo lang niet kon, zien we als onderdeel van het oordeel.” Veel gemeenten gingen al snel na het begin van de coronacrisis over op het uitzenden van diensten via beeld. Ook Sprang-Capelle. Ds. Baan: „De diensten worden nu nog steeds uitgezonden via YouTube. Dat doen we bewust. We hebben een boodschap voor de wereld.” Een uitzondering maakt de gemeente voor begrafenissen. „Die halen we na verloop van tijd offline, want ze worden regelmatig heel vaak bekeken. Of we zenden die helemaal niet uit als de familie dat niet wil.” In de Veenendaalse Pniëlkerk zijn de beelduitzendingen ook gebleven. Dat heeft ook een keerzijde, zegt Kok. „Er zijn enkele gezinnen die het thuis meekijken zo goed is bevallen dat ze nog steeds niet in de kerk komen. En wij zijn niet de enige gemeente die daarmee tobt.” Evaluatie Tot een reflectie op het gevoerde beleid na afloop van de coronacrisis besloten sommige gemeenten wel, andere niet. Scriba J. Mosselman van de hervormde gemeente Barneveld denkt dat evaluatie niet veel zou opleveren. „We hebben de adviezen van het landelijke kerkverband gevolgd en geen maatregelen genomen waar we spijt van hebben.” Dat geldt ook voor hervormd Sirjansland,


REFORMATORISCH DAGBLAD ZateRdag 22 FeBRUaRi 2025

7

vijf jaar na corona

1 juni 2020: CIO-advies: Kerken kunnen weer diensten beleggen met maximaal dertig personen.

1 juli 2020: Kerken mogen honderd mensen verwelkomen en meer als dat past op anderhalve meter afstand. Kerken tonen zich dankbaar dat de regering maatwerk voor erediensten biedt.

4 oktober 2020: Mediastorm naar aanleiding van kerken met honderden bezoekers in onder meer Staphorst. De volgende dag, kort voor een belangrijk Tweede Kamerdebat over coronawetgeving, publiceert het CIO een „afspraak” met de minister: terug naar dertig kerkgangers; samenzang wordt afgeraden. Kerken uiten kritiek op het CIO. Vijf dagen later matigt dat het advies enigszins.

15 december 2020: Harde lockdown. Het CIO publiceert zijn voorlopig laatste advies: houd kerkdienst alleen digitaal. Minister Grapperhaus stuurt de kerken een brief, maar veel kerken blijven, in wisselende groepsgroottes, wel samenkomen.

Even zat de overheid op de stoel van de kerk „Een van de spannendste momenten in de coronacrisis was in oktober 2020”, vertelt Jurjen de Groot, algemeen directeur van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Hij vertegenwoordigde de PKN in de overleggen met minister Grapperhaus. „De overheid ging toen te veel op de stoel van de kerk zitten.” Aanleiding daarvoor was dat de hhg te Staphorst op zondag 4 oktober 600 man toe-

liet in de kerkdienst. De Groot: „Daardoor ontstond reuring in de publieke opinie. De maandagochtend erop riep minister Grapperhaus ons op het matje. Hij wekte de suggestie het maximum van dertig kerkgangers te willen verplichten. Daarmee ging hij te ver.” Dat critici die week de overleggroep van kerken verweten bij de minister op schoot te zitten, vindt De Groot onterecht. „We hebben er die week juist voor gepleit dat het

een advies moest blijven en uiteindelijk is de formulering daardoor aangepast.”

Jurjen de Groot. beeld Erik Kottier

„We hebben geen maatregelen genomen waar we spijt van hebben” J. Mosselman, scriba hervormde gemeente Barneveld

met artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden dat de overheid door onze goede God is ingesteld om onze ongebondenheid te bedwingen, moeten we dat ook praktiseren. Gehoorzaamheid aan de overheid streed ook niet met Gods Woord, want de eredienst kon altijd doorgaan, al was het in aangepaste vorm.” Avondmaalstafel in de gereformeerde gemeente te Kampen in coronatijd (2022). beeld Sjaak Verboom

„Gehoorzaamheid aan de overheid tijdens de pandemie streed niet met Gods Woord” Ds. J.W. Baan, predikant

J.N. van de Poel. beeld J.N. van de Poel

aldus toenmalig scriba A.P. van der Meer. „We volgden de adviezen van de landelijke Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en zaten dus veilig. Voor ons waren de afwegingen in de crisis ook minder spannend. Zodra we weer met anderhalve meter naar de kerk mochten, kon de hele gemeente terecht in een groter kerkgebouw in het dorp.” Bij een nieuwe pandemie zou de kerkenraad van de gg te Yerseke meer maatwerk toepassen, denkt scriba De Looff. „Daarbij moet je rekening houden met de gevoelens van kerkleden en de hoeveelheid besmettingen in de kerk. Maar wij hebben nu een nieuw kerkgebouw met zes uitgangen, plaats voor 2000 leden en een luchtverversingssysteem dat de Mercedes onder de klimaatbeheersing is. We zouden daar niet snel weer maar dertig kerkgangers in toelaten, al kan ik nu niet zeggen hoeveel wel.” Over de rol van de overheid zijn sommige kerken achteraf kritisch gaan denken. De Looff: „De overheid had wel een flinke vinger in het kerkbestuur.” Prosman (ggiN Rhenen): „Binnen de kerkenraad hebben we aan het einde van de coronaperiode teruggekeken en gesproken over de vraag in hoeverre we met de overheid mee konden gaan. Ons standpunt is geweest dat de overheid niet gaat over het houden van de erediensten. Ze mag adviseren, maar het opkomen naar Gods huis is primair een zaak van gehoorzaamheid aan Gods Woord.” Andere gemeenten blijven hun verantwoordelijkheid ten opzichte van het overheidsbeleid onderstrepen. Ds. Baan: „Als we

Zorgvuldig Elk kerkverband had tijdens de coronacrisis een landelijke werkgroep die adviezen van de overheid of het CIO doorvertaalde naar de plaatselijke gemeenten. Deze landelijke gremia hebben hun beleid achteraf officieel geëvalueerd. Wat daaruit kwam, verschilt. Ds. J. Nutma (Drachten) was lid van de werkgroep crisis binnen de CGK. Terugblikkend denkt de predikant dat de CGK „met de kennis van toen zorgvuldig hebben gehandeld. De generale synode heeft achteraf wel besloten de deputaten eredienst te betrekken bij de regiegroep. De maatregelen hadden de meeste impact op de samenkomst.” Zorgvuldigheid stond ook voorop bij het crisiscomité van de GG, zegt J.N. van de Poel, secretaris van het deputaatschap kerk en overheid. „Na elke persconferentie vond een zorgvuldige afweging plaats over de adviezen richting de kerkenraden, waarbij wij de eigen verantwoordelijkheid van de kerkenraden telkens hebben benadrukt. We moesten voortdurend balanceren. Enerzijds wilde je dat de erediensten en het pastoraat door konden gaan, anderzijds wil-

Ds. J. van Rijswijk. beeld Cees van der Wal

de je ook de gezondheid niet verder in gevaar brengen.” Terugblikkend twijfelt Van de Poel of het crisiscomité tijdens een nieuwe crisis even vergaande maatregelen zou adviseren. „Maar je weet niet hoe een pandemie zich dan zou voltrekken. Dan zullen we opnieuw een zorgvuldige afweging moeten maken en naar bevind van zaken handelen.” Spanning „We hebben achteraf gezien goed gehandeld in de coronacrisis”, vindt Jurjen de Groot, algemeen directeur van de dienstenorganisatie van de PKN. Het kerkverband heeft op synodaal niveau gereflecteerd. „Er is een onderzoek gedaan onder synodeleden. Daarbij kregen we een 7,3 voor de adviezen die we tijdens de coronatijd uitbrachten.” De coronatijd werd gekenmerkt door spanningen, aldus De Groot. „Eerst in het vinden van een goede werkwijze om ermee om te gaan. De minister zocht vertegenwoordigers van kerken bij elkaar, terwijl er in het CIO al een interkerkelijk overlegorgaan met de overheid bestond. Dat schoof wel aan, maar achteraf vind ik dat we het CIO vanaf het begin een meer leidende rol hadden moeten geven.” Ook de verhouding tussen kerk en overheid leverde spanning op. „Bijvoorbeeld in de vraag in hoeverre we adviezen overnamen in ons eigen beleid. Uiteindelijk deden we dat in 80 of 90 procent van de gevallen wel. Maar soms namen we ook een eigen besluit, bijvoorbeeld over het maximumaantal bezoekers in de dienst.” Bovendien waren er spanningen binnen de kerk. „Dat bleek vooral toen we het advies om niet te zingen uitbrachten. Er was een flank die vond dat kerk-zijn zonder zingen niet kon. De andere flank had het liefst dat we adviseerden om helemaal niet meer bij elkaar te komen.” Bij een eventuele nieuwe pandemie zou De Groot minder oog willen hebben voor getallen en meer voor mensen. „Wat is er nodig om een kerkgemeenschap te zijn? Die brede vraagstukken hadden we meer moeten bespreken.” Zie ook de volgende pagina’s.


REFORMATORISCH DAGBLAD ZaterdaG 22 FeBruari 2025

8

21 maart 2021: Er ontstaat ophef in de media over de gereformeerde gemeente te Urk die vanaf deze zondag alle kerkgangers weer toelaat. Een week later zijn er bij deze kerk in Urk en bij de oud gereformeerde gemeente in Nederland in Krimpen aan den IJssel opstootjes tussen kerkgangers en verslaggevers.

23 maart 2021: Het CIO komt met zijn langverwachte routekaart met adviezen afhankelijk van het risiconiveau. In november lekte een concept uit, maar daarna bleef het lang stil. Veel kerken gingen een eigen lijn gingen kiezen, meestal met inachtneming van anderhalve meter afstand.

24 april 2021: CIO-advies: kerken kunnen weer dertig bezoekers toelaten of 10 procent van het aantal zitplaatsen vullen.

5 juni 2021: Einde van de lockdown. Het CIO adviseert zestig personen toe te laten of 15 procent van het aantal zitplaatsen aan te houden.

25 september 2021: De anderhalvemeterplicht vervalt, maar kerken gaan nog niet massaal open.

INTERVIEW PETER SCHALK OVER CORONATIJD INTERVIEW

Het lastigste jongetje uit Grapperhaus’ klas ● Heleen van de Fliert

Een „zwarte tijd” was de coronacrisis voor Peter Schalk. „Ik zat in het overleg met minister Grapperhaus namens de lastigste groep van het geheel.”

S

chalks telefoon trilt de zondagmiddag na biddag 2020. Het is Kees van der Staaij, die namens minister Grapperhaus vraagt of de SGP-senator de reformatorische kerken wil vertegenwoordigen in een overleg over de coronamaatregelen. De overleggroep wordt gevormd door woordvoerders uit allerlei groepen, waaronder de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk Nederland. Schalk stemt in.

Waar zette u op in tijdens die overlegmomenten? „Direct tijdens het eerste overleg heb ik Grapperhaus erop gewezen dat hij in geen geval de erediensten moest verbieden. Dan zou het reformatorisch volksdeel burgerlijk ongehoorzaam worden. Kerkdiensten zijn uiteindelijk ook altijd mogelijk gebleven. We hoefden nooit erediensten te houden vanuit de studeerkamer van de predikant. Voor kerkdiensten bedacht ik de term ”zo klein als noodzakelijk” in plaats van een vast aantal, om ook ruimte te bieden aan bijvoorbeeld de Joodse gemeenschap die met tien mannen bijeen moet komen om te bidden.” Wat hebt u bereikt? „Ik denk dat ik vooral inzichtelijk heb kunnen maken welke gevolgen maatregelen hadden voor reformatorische kerken. Toen er op een gegeven moment afgeschaald moest worden naar dertig bezoekers, betekende dat voor een gemeente als de gereformeerde gemeente (gg) te Veenendaal, waar ik uit kom, dat er 80 diensten nodig zijn om alle 2400 leden een keer naar de kerk te laten gaan. Dat was een eyeopener voor de minister. Voor andere gesprekspartners was dat een veel minder groot probleem, omdat het aantal kerkbezoekers daar vaak lager ligt. Het gros van de reformatorische kerken is echter groot en vol. Ook kon ik erop wijzen dat sommige ideeën niet realistisch waren. De rooms-katholieke vertegenwoordiger zei eens tegen mij: „Peter, gooi die kerken toch dicht, dat doen wij ook.” Toen heb ik uitgelegd dat het in de reformato-

Peter Schalk. beeld ANP rische kerken zo niet werkt. Alle kerkenraden zijn autonoom en maken dus hun eigen afweging. Daarbij kon ik ook toelichten dat de kerk niet zomaar open is, maar dat we daarin laten zien dat God van ons vraagt om de onderlinge bijeenkomst niet na te laten. Ik ben ook nog steeds blij met de coronakaart die we voor kerken ontwikkeld hebben. Die gaf een hele duidelijke lijn van wat er op kerkelijk terrein mogelijk was tijdens verschillende omstandigheden, van zorgelijk tot lockdown. Het was mij wel wat waard geweest als die kaart sneller was ingevoerd. In november 2020 was hij al klaar, maar het heeft maanden geduurd voor hij daadwerkelijk bevestigd werd.”

„Ik kon toelichten dat God van ons vraagt de onderlinge bijeenkomst niet na te laten” Peter Schalk, vertegenwoordiger reformatorische kerken

te vertegenwoordigen? „Ik was woordvoerder namens de GG, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de Hersteld Hervormde Kerk. Het heeft me verwonderd hoeveel vertrouwen ik van de kerkgenootschappen kreeg. Ze zorgden er onmiddellijk voor dat ik aanspreekpunten had met wie ik continu in overleg kon zijn. Pijnlijke beslissingen zijn me ook niet verweten. Daarbij adviseerde ik slechts, de kerkverbanden stuurden daarna zelf een bericht naar hun kerkenraden. Ze deden daarbij niet altijd wat door de minister werd geadviseerd, maar dat deed niets af aan de manier waarop we met elkaar omgingen.”

Waren de maatregelen voor de kerken achteraf gezien niet te streng? „Als een pandemie zich opnieuw voor zou doen, zou iedereen zich achter de oren krabben en zich afvragen of we op dezelfde manier moeten handelen. Daar zijn best vraagtekens bij te stellen. Mijn gedachte is wel dat ook de regering destijds te maken had met een ongekende situatie. Dan is het ook te makkelijk om uit de verte te roepen dat het te strikt was.”

Tijdens de coronaperiode ontstond er regelmatig ophef over kerken die zich niet aan de coronaregels hielden. Heeft dat het beleid van de overheid beïnvloed? „Ik zat altijd met argusogen te kijken of we negatief in het nieuws kwamen. De incidenten hebben er ook voor gezorgd dat er minder begrip voor de positie van de kerken kwam. Dat maakte het voor mij niet makkelijker om voor verruiming te pleiten.”

De reformatorische kerken dachten niet overal hetzelfde over. Hoe was het om die

Had u toen de neiging om de kerken op te bellen en ze dat te vertellen?


REFORMATORISCH DAGBLAD ZaterdaG 22 FeBrUari 2025

9

vijf jaar na corona

13 november 2021: De anderhalvemeterregel wordt weer ingevoerd. Het CIO sluit zich daarbij aan.

19 december 2021: Harde lockdown. De regering en het CIO adviseren kerken diensten digitaal te houden of in uitzonderlijke gevallen maximaal vijftig kerkgangers toe te laten.

26 januari 2022: Nieuw CIO-advies: kerkgangers weer toegestaan met inachtneming van anderhalvemeterregel. Dat is in veel kerken al de praktijk.

16 februari 2022: Het laatste advies van het CIO: vanaf 27 februari geen beperkingen meer voor het aantal kerkgangers. Handcontact moet nog vermeden worden. In de breedte van de samenleving vervalt de anderhalvemeterregel.

INTERVIEW INTERVIEW DS. A. KORT OVER CORONACRISIS

„Ik zat altijd met argusogen te kijken of we negatief in het nieuws kwamen”

„Ik ben bewust zo veel mogelijk vergeten” ● Heleen van de Fliert

„Nee, want dan was ik partij geworden in hun keuzes. Dat was niet mijn rol. Het had me dan ook bij de minister in een lastige positie gebracht, want dan had ik dat beleid daar moeten verantwoorden. Nu werden de incidenten mij wel voor de voeten geworpen, maar hoefde ik ze niet te verdedigen. Bovendien vond ik de autonomie van kerkenraden belangrijk. Ik adviseerde, maar de beslissingen namen zij zelf. Ik kan me wel voorstellen dat niet alle kerkelijke gemeentes zich gerealiseerd hebben dat wat zij plaatselijk besloten, ook een bredere en zelfs landelijke uitstraling had.” Wat heeft de coronapandemie gedaan met de verhouding tussen reformatorische kerken en de overheid? „Ik heb me zorgen gemaakt over de verhouding tussen kerk en staat. Ik was bang dat door de tegendraadsheid van sommige kerken het idee zou ontstaan om de Grondwet aan te passen. Tot mijn vreugde is dat niet gebeurd. Na de pandemie heeft zelfs een collega-senator van D66 bij ons in de gg te Veenendaal een dienst bijgewoond. Hij wilde dat onder andere omdat hij niet kon begrijpen hoe kerken die altijd bekendstonden als gezagsgetrouw en volgzaam, zich in de coronatijd zo roerden. Toen hij de kerk vol zag zitten met zo’n 1800 man, begreep hij dat ineens beter. Andersom denk ik dat reformatorische mensen meer zicht hebben gekregen op de positie van de kerk ten opzichte van de overheid. Een deel zal zeker dankbaar zijn voor het feit dat de overheid altijd ruimte liet voor de eredienst. Maar een ander deel, dat al wantrouwend tegenover de overheid stond, zal geen beter beeld gekregen hebben.” Wat zou uw antwoord zijn als in een nieuwe pandemie opnieuw een beroep op u gedaan zou worden? „Ik zou er nog meer tegenop zien dan de vorige keer. Ik moet er eigenlijk niet aan denken. Maar ik zou niet voor de verantwoordelijkheid weglopen.” Zou u dan dingen anders doen? „Dat weet ik niet goed. Misschien had ik soms harder moeten onderhandelen. Maar ik merkte ook dat de grenzen van wat men accepteerde, vaak bereikt waren. Dan probeerde ik wel nog persoonlijk door te praten met minister Grapperhaus. In zijn positie als minister kon hij lang niet altijd mijn zin doen en heeft hij soms behoorlijk zwaar ingezet, maar ik heb me altijd door hem gehoord gevoeld.”

Ds. A. Kort.

Een „nare herinnering” heeft ds. A. Kort aan de coronaperiode. De oud gereformeerde gemeente in Nederland te Krimpen aan den IJssel was tijdens de pandemie een spil van landelijke ophef.

E

en verslaggever bij de kerk kreeg klappen van een kerkganger, de kerkenraad ontving dreigbrieven en een explosief ontplofte voor de kerkdeur. Aanleiding voor de commotie was de brief van ds. Kort aan de gemeenteraad in maart 2020, waarin hij corona als een oordeel bestempelde en dat verbond aan onder meer het lhbtibeleid in de burgerlijke gemeente. In zijn pastorie blikt de 73-jarige predikant terug. Soms zuchtend, soms glimlachend. „Het is wat mij betreft vergeven en vergeten.” Hoe hebt u de coronatijd ervaren? „Die heeft veel impact op me gehad. Ik vind dat de overheid ons onnodig betutteld heeft, alsof ambtsdragers niet zelf de verantwoordelijkheid voor hun gemeente kunnen dragen. We hebben ook een tijdje met dertig mensen in de kerk gezeten. Dat voelde zo onnatuurlijk. Ik sprak tegen een lege kerk, maar er is geen weerklank in de banken. We hadden juist naar de kerk moeten gaan. De overheid heeft niets over Gods inzettingen te zeggen, lees ik in Psalm 50.” Uw gemeente opende sneller dan veel andere kerken haar deuren weer. Heeft dat voor corona-uitbraken gezorgd? „Er zijn in onze gemeente nauwelijks mensen overleden. Pas bij de laatste golf enkele. Wel zijn er veel mensen ziek geweest. Maar we mochten bescherming bij God zoeken. Toen de crisis net begon, sprak de Heere tot me uit Psalm 91 dat geen plaag onze tent zou naderen. Het vertrouwen op God was de grondhouding waarmee we de moeilijkheden tegemoet traden. En Hij heeft ons niet beschaamd.”

beeld H.P. Dekker

Moet de kerk de overheid niet juist gehoorzamen? „Ja, maar de plicht om Gods instellingen te houden gaat daarboven. Ik vind de scheiding tussen de kerk en de regering heel belangrijk. Maar ik ben wel bang geweest dat de overheid de kerk zou sluiten. Dan hadden we ondergronds moeten gaan.” U sprak zich in die periode stevig uit, onder andere tegen vaccinatie. Hoe kijkt u daarop terug? „Mijn standpunten zijn niet veranderd. Ik heb geleerd om de Heere na te volgen, ook als je daardoor een eenling wordt. Ik ben ook bewust zo veel mogelijk uit die tijd vergeten en richt me op de toekomst. Ik ben een oude predikant, het wordt bijna sterven.” Het feit dat gemeenten zich niet aan de coronaregels hielden, heeft gevolgen gehad

„Ik ben wel bang geweest dat de overheid de kerk zou sluiten; dan hadden we ondergronds moeten gaan” Ds. A. Kort, predikant OGGiN

voor hoe de overheid naar de kerken keek. Was u zich daar bewust van? „Nee, ik hoor dat nu eigenlijk voor het eerst. We hebben het ook niet voor anderen willen bederven. Maar de publieke opinie mag niet leidend zijn tegen Gods wil in.” Uw gemeente kreeg meermaals aandacht in de landelijke media. Welke impact had dat? „We hebben niet de beste ervaring met de pers gehad. Wij zijn een rustige gemeente, maken geen bonje en gaan gewoon naar de kerk. De mensen zijn trouw in hun plicht en dan krijgen precies zij de pers om zich heen die uit kwade motieven stukken schrijft. De gemeenteleden voelden zich uitgelokt door de journalisten en fotografen. Dan is er altijd wel iemand die zegt: „En nou is het klaar”, en ingrijpt. Die confrontatie is wel heel pijnlijk geweest voor de gemeente. Het is een nare herinnering. „Het ging overigens niet alleen om de coronamaatregelen. In die tijd speelde ook de ophef over mijn standpunt over homoseksualiteit, naar aanleiding van mijn brief aan de gemeenteraad. In de media werd gedaan alsof de bedreigingen aan onze kerk en de explosie door het coronabeleid van de kerk kwamen, maar dat kwam door dat andere conflict.” Wat had de coronatijd de kerk te zeggen? „Het was een zware beproeving. Ons werd gevraagd wat God in ons leven betekent en waar we op steunen. Maar ik vrees dat de kerk er weinig van geleerd heeft. We nemen een sigaar en een borreltje en we gaan weer door.”

Het kerkgebouw van de oud gereformeerde gemeente in Nederland te Krimpen aan den IJssel. beeld RD, Anton Dommerholt


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

11

TOEGESPITST

„Waren die ingrijpende overheidsmaatregelen allemaal wel nodig en moesten we ons niet verzetten tegen een dreigende overheidsdictatuur?’” beeld

Verschillende auteurs geven duiding bij een actueel onderwerp

ANP, Marco de Swart

Coronapandemie veroorzaakte ingrijpende vertrouwenscrisis ● Dr. C.S.L. Janse

Door de coronapandemie verminderde het vertrouwen van de bevolking in de overheid en andere autoriteiten. Dat kwam met name door de sterke nadruk op de menselijke vrijheid en de verminderde relevantie van de waarheidsvraag.

W

ie een beetje thuis is in de geschiedenis weet van epidemieën die in het verleden landen en werelddelen teisterden. Een eeuw geleden hadden we de Spaanse griep, die meer slachtoffers eiste dan de Eerste Wereldoorlog kort daarvoor. In een verder verleden had je verschillende uitbarstingen van cholera. In de middeleeuwen werd Europa geteisterd door de ”zwarte dood”, een pestepidemie waarbij zeker een derde van de bevolking omkwam. Maar in de 21e eeuw leek dat iets uit een primitief stadium dat we inmiddels toch wel voorbij waren. Vandaar dat de coronapademie ons overviel. Eerst was het iets in China. Dat was in ieder geval nog ver weg. Toen in Italië en daarna ook in eigen land. Onmiskenbaar bracht dat een schokeffect teweeg. Iedereen had in zijn familie of kennissenkring wel mensen die aan corona overleden. Ouderen en mensen met overgewicht bleken het meest kwetsbaar. Diepingrijpend Diepingrijpende overheidsmaatregelen werden afgekondigd. Bedrijven en niet-noodzakelijke winkels moesten dicht. Ook scholen werden gesloten. Kerkdiensten konden maar door een heel beperkt aantal mensen bezocht worden. Geen handen geven en afstand houden werd het parool. Er kwam een mondkapjesplicht en zelfs een avondklok. Gelukkig kwamen de digitale mogelijkheden ons te hulp. Vaak kon je ook op afstand werken. Velen vonden dat zo gek nog niet en zagen dat na de coronacrisis eigenlijk als een verworven recht. Onderwijsprogramma’s en kerkdiensten kon je ook thuis volgen. Veel kerken hielden nadien die uitzendingen in beeld en geluid in stand. Wel werd meer dan ooit duidelijk dat de mens een

sociaal wezen is. Mensen hebben nu eenmaal behoefte om elkaar van aangezicht tot aangezicht te ontmoeten, vrienden en verwanten hebben behoefte aan huidcontact. Kinderen misten het schoolleven. Gemeenteleden misten de kerkgang. Dramatisch was dat men afstand moest houden van doodzieke coronapatiënten. Maar voor velen was het ook een groot gemis dat allerlei festivals niet doorgingen. Verzet Sommigen hielden bij hoog en bij laag vol dat corona niet bestond of in ieder geval lang niet zo gevaarlijk was als werd gezegd. In de politiek vertolkte Thierry Baudet dat extreme standpunt. Bij de Kamerverkiezingen van 2021 leverde hem dat 5 procent van de stemmen op. Maar ook in bredere kring riepen de ingrijpende vrijheidsbeperkingen verzet op. Waren die allemaal wel nodig en moesten we ons niet verzetten tegen een dreigende overheidsdictatuur? Mensen voelen zich tegenwoordig in hoge mate mondig –„Ik maak dat zelf wel uit!”– en zijn geneigd hun vrijheid te verabsoluteren.

Vaccinatiebezwaren onder bevindelijk gereformeerden seculariseerden Dat alles ging ook de gereformeerde gezindte niet voorbij. De Bijbelse notie dat God de overheid over ons gesteld heeft en wij die in principe moeten gehoorzamen, is ook daar aan slijtage onderhevig. Dat is geen onbetekenende zaak. De komst van coronavaccins compliceerde de situatie verder. Tot een vaccinatieplicht kwam het gelukkig niet. Wel leverde het niet-gevaccineerd zijn bepaalde beperkingen op. Opvallend was dat de vaccinatiebezwaren met betrekking tot corona veel breder leefden dan die ten aanzien van bijvoorbeeld polio. Daardoor concentreerde de publieke discussie over de coronavaccinatie zich niet op de gewetensbezwaarden in reformatorische kring. Tegelijkertijd zag je daar wel, wat je zou kunnen noemen, een secularisatie van de vaccinatiebezwaren. Eventuele medische risico’s en achterliggende duistere

complotten deden niet zelden de oorspronkelijke godsdienstige bezwaren ondersneeuwen. Dat zegt wel wat. ”Post truth” De coronaperiode liet ook een sterke opleving zien van allerlei complottheorieën. Via de sociale media kunnen die veel makkelijker verspreid worden dan vroeger. Dat probleem is de laatste jaren alleen maar erger geworden. Veel mensen hebben hun vertrouwen in de traditionele media en de traditionele autoriteiten verloren. Dat keerde niet automatisch terug toen de coronacrisis voorbij was. Integendeel. De vraag naar de feitelijke juistheid van allerlei beweringen doet er tegenwoordig minder toe dan vroeger. We leven in een ”post truth”-cultuur, een cultuur waarin de vraag naar de waarheid voor velen niet meer beslissend is. Je kunt ook zeggen: niet meer te beantwoorden is. Dat betreft niet alleen de waarheidsvraag op normatief gebied, ten aanzien van godsdienstige en levensbeschouwelijke vragen, maar ook de meer feitelijke werkelijkheid. Tegenover onwelgevallige feiten worden alternatieve feiten geplaatst of gecreëerd. De grens tussen waarheid en leugen vervaagt. Of een bewering waar is of niet, doet er niet meer zo veel toe. Of het je goed uitkomt om iets met grote zelfverzekerdheid te poneren en breed uit te dragen, dat geeft de doorslag. Leugens en verdachtmakingen doen het nu eenmaal goed bij veel mensen. En dat niet alleen bij lager opgeleiden. President Trump is duidelijk een exponent van deze strategie, die hem inmiddels een tweede ambtstermijn heeft opgeleverd. Maar hij is niet de enige. Duidelijk is ook dat wie invloedrijke sociale media bezit (Elon Musk) die strategie massaal kan inzetten en daardoor grote invloed kan uitoefenen op de publieke opinie. Is dat echt iets nieuws onder de zon? Niet zonder meer. Ook Pilatus vroeg zich al af: „Wat is waarheid?” (Johannes 18:38). Voor de communisten was de grens tussen waarheid en leugen ook altijd zeer flexibel. De Berlijnse Muur, die gebouwd was om ontsnapping uit de DDR te voorkomen, presenteerden ze als bescherming tegen fascisten uit de Bondsrepubliek. Maar de verzwakking van de traditionele kerkelijke normen en kaders en de opkomst van de nieuwe media hebben deze problematiek onmiskenbaar versterkt. De auteur is oud-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

12 BEELDVERHAAL

1

Spiegel van een crisis ● Linda den Hollander

In het Noord-Italiaanse Bergamo daalt in 2020 de leegte neer. Winkels sluiten, luiken gaan dicht. Het coronavirus waart er meedogenloos rond. In het nabijgelegen dorp Pradaluga buigt een vrijwilliger van het Rode Kruis zich over een oude, zieke dame. Zijn met blauw latex omhulde hand rust zachtjes op haar hart. Buiten klinken de sirenes. Mortuaria, crematoria en begraafplaatsen kunnen het aantal doden nauwelijks meer aan. Legertrucks en militairen zorgen voor trans-

port van lichamen naar plaatsen in de omgeving. In Seriate, zo’n 5 kilometer van Bergamo, vullen doodskisten de kerk. Een pastoor loopt tussen de rijen door. Biddend, zijn blik gericht op het gouden kruis dat de kisten siert. In Nederland vult dreiging intussen de ziekenhuizen. Lange rijen auto’s wachten bij de teststraten. Op 4 mei is de stilte compleet. Op een vrijwel lege Dam leggen koning en koningin zwijgend een krans. Inmiddels is het herinnering. Maar de beelden blijven; als spiegel van een crisis.

4


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

13

vijf jaar na corona

WELBESCHOUWD Wisselende scribenten over ontwikkelingen in kerk en maatschappij

Coronalessen voor de kerk ● Dr. J. Hoek

Een terugblik op de bewogen tijd toen de coronacrisis in alle hevigheid woedde, moet ook een kritische blik in de spiegel zijn. Hoe gingen wij binnen de gemeenten met elkaar om? Polariseerden we in de kerk net zo hevig als in de wereld om ons heen?

2

H

oe is het te verklaren dat er rond corona niet alleen in de breedte van de Nederlandse samenleving, maar ook in kerkelijke kringen zo’n sterke onderlinge verwijdering optrad? Conflicten die de familiekring of vriendengroepen spleten, verwijten van gemeenteleden aan het adres van hun kerkenraad of dominee, harde woorden over en weer. Het kwam maar al te vaak voor. Terugblikkend moeten we onszelf afvragen of we niet ernstig tekort zijn geschoten in geduld en begrip voor elkaar. Hadden we wel respect voor elkaars gewetensvolle afwegingen? In hoeverre bood onze gemeenschappelijke geloofsovertuiging tegenwicht tegen de onderlinge vervreemding die op brede schaal plaatsvond? Dat de emoties hoog opliepen, is alleszins te begrijpen. Ineens zagen we ons geconfronteerd met groot gevaar. We wisten dat er in het laatste der dagen epidemieën zouden optreden, maar nu was dit teken der tijden ineens volop realiteit in ons eigen leven en in onze directe omgeving. Velen van ons maakten schrijnende situaties mee. We werden zelf besmet, kwamen in het ziekenhuis en zelfs op de ic terecht. Of we moesten aanzien hoe een geliefde in eenzaamheid stierf, in een steriele setting, van vrijwel alle intermenselijk contact afgeschermd.

3

Gemeente van Christus hoort veilige plek te zijn

5

Beelden die blijven 1. Een vrijwilliger van het Rode Kruis onderzoekt een mevrouw in haar huis nabij Bergamo. Bergamo werd zwaar getroffen door corona. beeld The New York Times, Fabio Bucciarelli

2. Een pastoor staat bij doodskisten in een kerk in Seriate, nabij Bergamo. beeld AFP, Piero Cruciatt 3. Medische beschermingsmiddelen op de cohortafdeling van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. beeld ANP, Rob Engelaar 4. Auto’s staan in de rij bij een coronatestlocatie bij de RAI in Amsterdam. beeld ANP, Lex van Lieshout 5. In 2020 vindt de Nationale Dodenherdenking plaats op een lege Dam. beeld ANP, Remko de Waal

Het dagelijkse leven veranderde dramatisch. Ingrijpende overheidsmaatregelen (verplichte mondkapjes, lockdowns, avondklokken) beknotten onze vrijheid. Indringende vragen rond de ruimte voor en de begrenzing van de godsdienstvrijheid waren aan de orde. We reageerden binnen christelijke (en nauwer bepaald: orthodox-gereformeerde) kring heel verschillend op deze ontwikkelingen. Een dominee dankt in de eredienst voor de inzet van de overheid ter bescherming van de bevolking. Op maandagmorgen treft hij in zijn inbox een gepeperde mail aan. „Hoe kunt u zo verblind zijn dat u niet doorhebt hoe de regering misbruik maakt van de situatie om onze vrijheid in te perken!” Twee broeders hebben een heftige woordenwisseling. De een geeft aan dankbaar te zijn dat er zo snel een vaccin beschikbaar is, de ander zegt: „Ik moet die troep niet in mijn lichaam!” De verhouding tussen twee kerkenraden die elkaars ‘buren’ zijn, verkilt doordat de ene de dringende aanbevelingen van de overheid op de voet volgt, terwijl de andere kerkdiensten onbelemmerd doorgang laat vinden.We moeten constateren dat het ons maar al te vaak niet gelukt is elkaar vast te houden in een open dialoog. Willen we leren van de ervaringen tijdens de coronacrisis? We kunnen er nu in alle rust over praten, niet gehinderd door de onrust en paniek die heersen wanneer zo’n epidemie woedt. Hoe voorkomen we dat we in een volgende soortgelijke situatie opnieuw elkaar kwijtraken, terwijl we toch bijeen horen in een gemeenschappelijk verlangen om Gods weg te volgen? De gemeente van Christus hoort een veilige plek te zijn waarin we hartgrondig van mening kunnen verschillen in de duiding van emotioneel diepingrijpende gebeurtenissen. Dat hoeft geen onbereikbaar ideaal te zijn, zolang we elkaar op geestelijk niveau blijven (h)erkennen. Juist zo is de christelijke gemeente ”geheel anders” in een gepolariseerde samenleving. Dat vraagt dan wel liefdevolle inzet en zelfverloochening. De auteur is emeritus hoogleraar gereformeerde spiritualiteit.


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

14

ESSAY

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg), premier Mark Rutte en Jaap van Dissel van het RIVM (v.l.n.r.) tijdens de persconferentie op 12 maart 2020. beeld ANP, Sem van der Wal

Een terugblik met het oog op de toekomst

● Prof. dr. M.J. Kater

De coronatijd lijkt voor velen van ons lang geleden. Ons gewone leventje lijkt weer zijn loop te hebben gekregen.


REFORMATORISCH DAGBLAD ZATERDAG 22 FEBRUARI 2025

vijf jaar na corona

zelftesten doen op straffe van ”Geen toegang” en nog een hele rij maatregelen ter bescherming van anderen en van onszelf. Dat op basis van de informatie die beschikbaar kwam in woorden, maar vooral via grafieken en tabellen. Onze maatschappij vertoonde een beeld van een zo veilig mogelijk afgestemde machine met het doel zo veel mogelijk mensen te vrijwaren van het virus. Natuurlijk een edel doel, en het heeft geen enkele zin om met de kennis van nu van alles te gaan roepen over wat er anders had gekund en gemoeten. Dat wil niet zeggen dat we elkaar als christenen met het oog op vandaag en morgen in dit opzicht geen vragen hebben te stellen. Waren onze informatiebronnen zó gezaghebbend voor ons dat ze het eind van alle tegenspraak waren? Tegenspraak werd nauwelijks geduld en dat is ongezond. Nee, wetenschap is geen mening. Maar ‘de’ wetenschap is ook niet ‘de’ waarheid. En dat is gebleken. Ronald Meester (hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening aan de VU) schreef een ontmaskerend boek over ”Wetenschap als nieuwe religie”, met als veelzeggende ondertitel ”Hoe corona de spirituele schaarste in de samenleving blootlegde”. En in die samenleving, de kerken als deel ervan. Het eerste werkwoord –informeren– roept ons daarom op om onszelf af te vragen uit welke bronnen we putten. Waren we en zijn we afhankelijker van wat statistieken ons voorspellen dan van wat uit Gods mond klinkt? Er is een wereld van verschil tussen onze verwachtingen (futurologie) en wat God ons leert verwachten (eschatologie). Het eerste werkwoord is een woord om ons te verootmoedigen. Om ons hoofd te buigen, omdat we als kerken geen ander perspectief wisten te bieden, door de vergankelijkheid te erkennen, een perspectief te bieden dat verder reikt dan de dood en niet mee te doen in de controle-dwang-maakbaarheids-gedachte. Wie zich laat informeren door het Woord van de levende God, heeft een andere Gids. Iedere zondag uitzien naar een live-‘persconferentie’ van Hem Die de hele wereld in Zijn hand houdt.

Z

eker, in uiterste eenzaamheid gingen geliefden heen. Dat is om nooit te vergeten. Generaliseren kan daarom eigenlijk niet. Het huiswerk aan anderen voorhouden brengt ook met zich mee dat je zelf in de spiegel kijkt. Toch een poging om te duiden van wat er gebeurd is én wat uitbleef. Dat kan aan de hand van vijf werkwoorden. Deze vijf woorden willen richting geven aan het achteromzien, maar dan wel met een blik vooruit. Het gaat om informeren, waarderen en relativeren als we terugkijken en om intensiveren en reformeren als we onze blik vooruit laten gaan. Informeren We leefden een beetje van persconferentie naar persconferentie om de mate van wat ons toegestaan of juist verboden werd te vernemen. We vreesden de aankondiging van lockdowns, liepen gemaskerd rond, moesten

Relativeren Ineens zag je tijdens de coronaperioden veel mensen wandelen, zomaar ergens midden op de dag. Veel dingen konden niet meer, maar wat van waarde bleek te zijn deed veel andere dingen verbleken: je uiterste best doen om toch anderen te ontmoeten. En niet het minste: door het letterlijk ont-moeten kwam er meer tijd voor de Ander. Nu hadden we ineens veel stille tijd. Afspraken konden niet doorgaan, maar het leven ging door. Het leven binnenshuis kreeg een andere waarde. ”Er kunnen zijn voor de ander” bleek een groot goed. Ons verlanglijstje kreeg een andere orde. En met een glimlach mogen we bedenken dat veel discussies over uitzendingen van een kerkdienst via beeld in veel gemeenten ineens achterhaald bleken. Het tweede werkwoord roept ons tot voortdurende bezinning op wat prioriteit heeft in ons leven. Relativeerden we trouwens tijdens –en nu ook nog na– corona niet al te veel de waarde van de samenkomsten op zondag? Het gaat om de ontmoeting met de Levende! Er zijn kerken waar de coronaperiode haar sporen getrokken heeft in de achterliggende jaren, zichtbaar in lege(re) banken. Ook de avondmaalsvieringen lijken blijvend ‘besmet’: om hygiënische redenen de kleine plastic bekertjes in plaats van de beker die gedeeld wordt en waaruit gemeenschappelijk gedronken wordt. Het gaat me er hier niet om een verhitte discussie op gang te brengen over goed of fout, maar wel om de bezinning op wat we doen en wat we al te gemakkelijk relativeren. Hetzelfde geldt de plaats van de ”dienst van de offerande” (collecte). Schatten we deze dingen wel op waarde? Wat doet er nu écht toe in ons leven? Waarderen Dat brengt ons bij een derde werkwoord. Het gezegde ”Ontberen doet waarderen” bleek waar. Vanzelfsprekendheden verdwenen en

Iedere zondag uitzien naar een live ‘persconferentie’ van Hem Die de hele wereld in Zijn hand houdt we leerden genieten van de kleine dingen. De eerste handdruk na corona. Het weer gewoon ergens lijfelijk aanwezig kunnen zijn zonder anderhalvemetergrens. De eerste kerkgang waarbij de kerk weer vol zat en we de longen uit ons lijf zongen (al begonnen we daar nog even ingehouden mee, soms). We ontdekten dat een kerkdienst meer is dan een preek horen. Maar is nu, helaas, ook een ander gezegde waar: ”Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak”? De zonde van gewenning doet heel gemakkelijk weer zijn geestdodende werk. We zongen Psalm 85:2: „Heeft dan, o HEER, Uw gramschap nimmer end, zal z’eindelijk niet eens worden afgewend?!” En het wonderlijke dat volgens de grammatica van de Hebreeuwse taal het genadige antwoord mag zijn: „Ja, toch!” En omgekeerd, zingen over de huidige generatie naar een volgende generatie: „Of zal Uw toorn ook op ons nakroost woên?!” Het geschonken antwoord mag dan volgens de grammatica zijn: „Néén, toch!’ Toch de hoop dat onze jongeren en kinderen niet de dupe zouden worden van onze handelwijze die Gods toorn oproept, in kerk en samenleving. En we verwonderden ons (even) over dit „weer uit de dood herleven doen”. Maar zingen we dat nog steeds? Of zijn we na corona als een wake-upcall toch weer in de oude sleur en ten diepste toch niet overgegaan uit de dood in het leven, het leven in Christus? Reformeren We zijn gereformeerd –voorzien van allerlei toevoegingen–, hervormd –al of niet hersteld–, maar ondertussen dringt de vraag zich op óf we gereformeerd zijn. Dat zijn we alleen als we voortdurend gereformeerd worden. We hebben zo’n grote schat ontvangen, de boodschap van Gods heil, dat we aangespoord worden: „En wordt aan deze wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd (hervormd, gereformeerd) door de vernieuwing van uw gemoed…” (Romeinen 12:2). De tijdgeest –de geest van deze eeuw– dwingt ons voortdurend tot een leven volgens het schema van de wereld, de agenda van onze maatschappij. Zijn we niet al te vaak en ongemerkt weer teruggevallen in onze ‘oude’ schema’s? Terugblikken zonder onder ogen te zien wat het voor dit moment betekent, of voor de weg die voor ons ligt, is je blindstaren in de achteruitkijkspiegel. De blik mag voorwaarts, al wordt het leven achterwaarts begrepen (Kierkegaard). Een gereformeerd christen leeft onder de hoede van de hoop en leert onderscheiden wat de „goede, en welbehagelijke, en volmaakt wil van God is”. Er blijven een paar regels van een gedicht van Willem de Mérode in mijn gedachten hangen, al reflecterend op de tijd achter ons: „Zij volgden Hem zo ver hun levens gingen, en keerden dan teleurgesteld naar huis.” Is dat niet het akelige van ons ongeloof? „Zo ver

De zonde van gewenning doet heel gemakkelijk weer zijn geestdodende werk

15

hun levens gingen.” Maar als Hij meer van ons vraagt, dieper ingrijpt en zo anders is dan ik dacht dat Hij was: „en keerden dan teleurgesteld naar huis.” Dáár gaat het om: terug naar Huis! Dat is de omkerende en omgekeerde beweging. Alleen zó komen we de ”De leegte voorbij” (Esther van Fenema). Daar hebben we geen „nieuw narratief” –een nieuw verhaal– voor nodig, zoals dit boek betoogt. Wel een vertolking van het levende Woord in leer en leven in verstaanbare taal. Intensiveren Na de coronatijd heeft zich een en ander verder ontwikkeld. Er zou veel te noemen zijn, maar wie denkt niet aan de oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de mogelijke gevolgen ervan voor Europa, de strijd tussen Israël en Hamas als centrale brandhaard in deze wereld? En wat is zich aan het voltrekken in onze samenleving en van daaruit ook in de kerken? Allerlei signalen van een ‘virus’ dat ons denken beïnvloedt rond gender en geslacht, het idee dat wat acceptabel is bij meerderheid van stemmen beslist wordt, de poging om toezicht te gaan houden op informeel onderwijs, de dreigende onbestuurbaarheid van onze samenleving… Het meest pijnlijke is wel wat er in de kerken zich afspeelt als het gaat om conflicten en het elkaar niet meer kunnen verstaan. Dat de liefde van velen zal verkillen als gevolg van wetteloosheid (Mattheüs 24:12) is geen denkbeeldige mogelijkheid, maar soms tastbaar. De

Dat de liefde van velen zal verkillen als gevolg van wetteloosheid is geen denkbeeldige mogelijkheid, maar soms tastbaar

gebrokenheid van ons bestaan wordt zichtbaar in relaties die bedoeld zijn om veiligheid en geborgenheid te bieden, maar die verbroken worden. Ieder van ons zal deze opsomming op een andere manier voort kunnen zetten. Moeten we nu gaan somberen? Als we leven bij onze mogelijkheden, dan blijft er weinig anders over om te doen. Maar wie leeft bij het Woord van de Levende, van Christus Die de boekrol van de geschiedenis in Zijn hand houdt (Openbaring 5), heeft reden om te hopen. Dat maakt ons wel realistisch: we kijken niet weg, maar wel omhoog. De intensivering van alles wat op ons afkomt, mag een christen brengen tot de intensivering van het gebed om gerechtigheid, om de omkeer van Gods Israël en zo om Christus’ komst in heerlijkheid. Zuchten? Ja, maar dan wel omhoog zuchten, zuchten als hoopvol verlangen, zuchten met de Geest met een gegronde verwachting. We hebben een samenbindende boodschap in het Evangelie, dat onze lege harten (weer) kan vervullen. Er is een jongere generatie na corona aangetreden die het anders lijkt te doen dan een oudere generatie. Heerlijk als vervuld wordt in hun leven: „opdat zij hun hoop op God zouden stellen (…) en dat ze niet worden gelijk hun vaders, een wederhorig en weerspannig geslacht…” (Psalm 78:7, 8). Kijken in de achteruitkijkspiegel leidt tot intensivering van het ingespannen en ontspannen wachten op God. Een blij vooruitzicht, omdat er veel te verwachten valt van Hem. Prof. dr. M.J. Kater is hoogleraar praktische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
OM Corona februari 2025 by Erdee Media Groep - Issuu