Heel vroeg in de morgen wordt Fladder wakker. Het deurtje van het kippenhok staat open. Hè? Hoe kan ... Zal ze ... Zachtjes pakt Fladder haar hoed en haar tas en gaat op haar tenen het trapje af.
Lopen nu, Fladder! Zo hard je kunt! Wég van dat gekakel, geplaag en gepik. Kan zij het helpen dat ze geen eieren kan leggen? Fladder loopt zo hard ze kan. Eten? Ze denkt er niet eens aan. Fladder wil alleen maar weg en nóóit ... nóóit meer terug naar het hok.