Skip to main content

Brochure lezen

Page 1

Lezen Lezen doen we allemaal, de hele dag door. Internet, e-mail, sms, Twitter, Facebook, noem maar op. Maar kunnen we ook nog langzaam en meditatief een boek lezen? In dit themanummer aandacht voor ”slow reading” – van levensbelang voor het kerkelijk en geestelijk leven.

Lezen_brochure.indd 1

15-01-15 09:31


Illustratie omslag: Coen Verboom (uitgeverij Kok, Utrecht)

De teksten en foto’s in deze brochure verschenen eerder in het themanummer ”Lezen”, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 24 mei 2014. Redactie: Enny de Bruijn; Foto’s: Sjaak Verboom Copyright 2014 Erdee Media B.V. Apeldoorn Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Deze uitgave is alleen voor persoonlijk gebruik en mag niet verspreid worden. 2

Lezen_brochure.indd 2

15-01-15 09:31


Inhoud 1. Langzaam lezen voor christenen van levensbelang................................... 4 2. Tony Reinke: „Rustig lezen is feestmaal voor de ziel”............................... 7 3. M.A. Mijnders-van Woerden en Govert-Henk Mijnders: „Een huis zonder boeken is een leeg huis” ................................................................ 12 4. Nergens in de wereld nog een plek zonder internet................................. 19 5. Stille tijd, dagboek van een drukke dertiger............................................... 24 6. Els van Dijk: „Even niet bereikbaar”, met tips voor stille tijd................... 28 7. Christelijke uitgevers in beeld (fotoserie).................................................. 30 8. Richard Toes: „Lees meer boeken op school”............................................ 32 9. Snel en vluchtig lezen verandert het brein................................................ 35 10. Lezers in de negentiende en twintigste eeuw.......................................... 41 11. Trends in de christelijke boekhandel........................................................ 48 12. Vier lezers aan het woord ........................................................................ 51

3

Lezen_brochure.indd 3

15-01-15 09:31


1. Langzaam lezen voor christenen van levensbelang tekst Enny de Bruijn Soms denken we dat we de dingen precies hetzelfde doen als onze voorouders, terwijl we in werkelijkheid met iets heel anders bezig zijn. De buitenkant kan hetzelfde zijn, terwijl de binnenkant veranderd is. Een goed voorbeeld daarvan is de manier waarop wij lezen. In alle landen waar de Reformatie in de zestiende en de zeventiende eeuw voet aan de grond kreeg, nam het lezen een hoge vlucht. Alle kinderen naar school, en allemaal leren lezen. Iedereen moest met eigen ogen de boodschap van de Bijbel kunnen bestuderen.

4

Lezen_brochure.indd 4

15-01-15 09:31


In de eeuwen die volgden, veranderde er inhoudelijk veel in het Nederlandse onderwijs. De Bijbelstudie verwaterde, en daarvoor in de plaats kwam andere kennis. Maar nog altijd moet elke zesjarige eerst leren lezen. Niemand betwijfelt het nut daarvan. Lezen is en blijft een cruciale vaardigheid in onze samen¬leving, en op dat punt lijkt er de eeuwen door weinig veranderd. Toch is dat juist het verraderlijke: we líjken wel hetzelfde te doen als onze voorouders, wanneer we lezen, maar in werkelijkheid is de manier waarop we daarbij te werk gaan verschoven. Voor ons is lezen meestal: informatie verwerken. We hebben geleerd om te scannen. Gauw kijken wat het belangrijkste is en de rest gauw weer vergeten. Dat is natuurlijk ook de enige manier om te kunnen omgaan met de stortvloed van woorden, beelden en ideeën die via alle mogelijke media op ons afkomt. Op die manier lezen is evenwel ver verwijderd van de idealen van de Reformatie. Niet voor niets pleitten de zeventiendeeeuwse dominees voor ”praktikaal” lezen: langzaam en meditatief, de tekst overpeinzend, herkauwend. Op die manier gaat wat je leest immers de hele dag met je mee, je kunt erover denken en erover bidden, tot de boodschap diep in je hart doorgedrongen is. Dit boekje staat in het teken van die langzame manier van lezen. Alleen maar snel en vluchtig woorden en beelden tot je nemen maakt het steeds moeilijker om je langzaam te concentreren op een tekst. Terwijl dat toch nodig is voor Bijbellezen, boeken lezen, preken aanhoren – kernelementen van het kerkelijk en geestelijk leven. Het christendom is een godsdienst van het Boek, en als wij niet meer op de goede manier kunnen lezen of luisteren, gaat er iets ernstigs mis. Grondig lezen doe je niet alleen met je hoofd, maar ook met je hart. Die vaardigheid mogen christenen niet verliezen. Maar zelfs al zouden we het willen, we kunnen niet terug naar de avonden van urenlang leesgenot bij de olielamp. Elke dag profiteren we met z’n allen van het gemak van internet, e-mail, mobiele telefoon, noem maar op. We hebben dat ook nodig, om te leven en te werken in deze maatschappij. De oplossing ligt dus niet in een vruchteloos terugverlangen naar vroeger, maar in het aanleren van twéé manieren van lezen. De snelle manier, om alle informatie die we moeten verwerken te overzien, en de langzame manier, om belangrijke teksten rustig te laten doordringen tot ons hart. En misschien nog wel het belangrijkste: voor dat langzame lezen zullen we tijd apart moeten zetten, elke dag opnieuw. 5

Lezen_brochure.indd 5

15-01-15 09:31


6

Lezen_brochure.indd 6

15-01-15 09:31


2. Tony Reinke: „Rustig lezen is feestmaal voor de ziel” tekst Cees-Jan Smits beeld Sjaak Verboom

„Rustig lezen brengt je gevoelens op hun plek en maakt de Schrift tot een feestmaal voor de ziel.” Wie zulke zinnen schrijft, moet zelf goed gelezen hebben. Zo lezen kun je leren, aldus Tony Reinke. De Amerikaan werkt bij het internetplatform desiringgod.org, rond de bekende pastor en theoloog John Piper. In 2011 schreef hij het boek ”Lit! A Christian Guide to Reading Books”, in het Nederlands vertaald als ”Lees!” (uitg. Groen). Vanuit zijn woonplaats Minneapolis-St. Paul mailt hij hoe je grondig lezen kunt leren, waarom dat zo belangrijk is –niet in de laatste plaats voor het geestelijk leven– en waarom in een tijd van ontlezing visuele middelen toch geen alternatief kunnen zijn. „God zoekt ons op in de taal”, zo is zijn overtuiging. Zijn boeken echt nodig voor een geestelijk leven? Een analfabeet kan toch ook een goede christen zijn? „God heeft in Zijn wijsheid bepaald dat teksten en het lezen daarvan een belangrijke rol zouden spelen in de bekendmaking van Zijn gang door de geschiedenis. Meer dan 300 keer staat er in de Bijbel zoiets als: „Er staat geschreven.” De Bijbel is dan als het ware met zichzelf in gesprek om vanuit het verleden de weg naar de toekomst te vinden. Zoals Paulus zegt in Romeinen 15:4: „Al wat tevoren geschreven is, dat is tot onze lering tevoren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.” Door terug te kijken naar de oude openbaring zoals die is opgeschreven in de Bijbel krijg je nieuw inzicht voor de nog verborgen toekomst. Het lijkt me dat die Bijbelse spiritualiteit ook voor ons leidend moet zijn. Uiteraard kan iemand die niet of niet veel kan lezen ook een getrouw christen zijn. Veel van de eerste christenen uit de heidenen waren << Pieter Rouwendal (uitgeverij Brevier, Kampen).

7

Lezen_brochure.indd 7

15-01-15 09:31


waarschijnlijk analfabeet. Terwijl Palestijnse joden uit de eerste eeuw doorgaans behoorlijk hoog geletterd waren, lag het percentage dat kon lezen en schrijven in de andere Romeinse provincies destijds rond de 10 procent. Veel van de eerste christenen waren dus volledig afhankelijk van mondelinge traditie. Maar wat je ziet is dat waar het christendom wortel schiet, ook de geletterdheid toeneemt. John Knox in Schotland is maar een van de voorbeelden waaruit blijkt dat het onderwijs tot bloei kwam waar door de reformatoren het Evangelie in ere werd hersteld. Er zit als het ware een geheiligd ongeduld met analfabetisme ingebouwd in de verkondiging van het Evangelie. Al in het Nieuwe Testament is daar iets van te zien. De joden in Berea waren „edeler” dan die uit Thessalonica, omdat ze dagelijks de Schriften onderzochten of „deze dingen” die Paulus verkondigde „alzo waren.” Analfabetisme in de algemene cultuur is een probleem, maar het niet lezen van de Bijbel in de kerk is nog van een heel andere orde.” Er is al jaren sprake van ontlezing. Wat doet het volgens u met iemands geestelijk leven als hij of zij hooguit wat korte internetartikelen doorneemt? „Je wordt dagelijks overspoeld met informatie via Twitter, Facebook, blogs van je vrienden en een constante stroom nieuws uit de pen van hardwerkende journalisten. En niet te vergeten je e-mail die je in beslag neemt. Om in die zondvloed aan digitale data het hoofd boven water te kunnen houden moet je wel overgaan op scannen. Snel lezen is een noodzakelijk instrument om onderscheid te maken tussen wat om extra aandacht vraagt en wat je rustig kunt laten liggen. Ik denk dat heel wat lezers van dit interview dit artikel ook eerst gauw scannen om te kijken of het wat waard is. Dat moet gewoon tegenwoordig. Maar we moeten bedenken dat het scannen van tekst eigenlijk nog geen lezen is maar een manier om uit te maken wát je gaat lezen. Negentig procent van wat we dagelijks aan tekst tegenkomen heeft geen of weinig invloed op ons leven. Scannen is een hulpmiddel om die andere 10 procent op het spoor te komen. Helaas is voor veel mensen binnen en buiten de kerk de scanmethode hun standaardmanier van lezen geworden voor iedere tekst, ook van die 10 procent. Het lukt hen niet meer om na het scannen alsnog de focus te vinden. Dat is een groot probleem dat schade toebrengt.” 8

Lezen_brochure.indd 8

15-01-15 09:31


Wat kan –omgekeerd– langzaam en geconcentreerd lezen voor ons verstaan van God betekenen? „De boeken en artikelen die echt een verschil hebben gemaakt in mijn leven zijn de boeken en artikelen die ik grondig en langzaam bestudeerd heb, meestal met een potlood in de hand om dingen te onderstrepen. Bovenaan staat de Bijbel. Ik ben echter bang dat veel christelijke lezers teksten weinig anders zien dan seculiere lezers, namelijk als een middel van informatieoverdracht. In werkelijkheid is het hoogste doel van lezen naar mijn overtuiging de gemeenschap met God. Als christenen geloven we dat God er is, dat Hij spreekt, luistert en met ons wil communiceren in de tijd. Vanuit dat gezichtspunt is taal geen vergaarbak van informatie meer, maar wordt het kunnen lezen tot een geestelijke vaardigheid die is bedoeld om de stem van God te horen en met onze volle aandacht bij Hem te zijn. Een tekst is dan een middel om bij de betekenis van Jezus Christus, Zijn schepping, kruisdood voor de zonden, overwinning van de dood, hemelvaart en eeuwig koningschap te vertoeven. Meditatief lezen helpt niet alleen om de waarheid van de openbaring tot ons door te laten dringen en in ons op te nemen. Het zorgt er ook voor dat onze gevoelens de tijd krijgen om in het juiste verband tot onze gedachten te komen staan. Als we bijvoorbeeld lezen dat God heerlijk en alle aanbidding waardig is, dan hebben we tijd nodig om in onze drukke levens ook werkelijk tot die aanbidding te komen en te „smaken en proeven dat de Heere goed is” (Psalm 34:8). Langzaam lezen bakent daarvoor zo’n stuk tijd af. Met scannen kan dat niet. Zo’n zin is dan wel even in je gedachten, maar dringt niet door tot in je gevoelens. De Schrift is een feestmaal voor de ziel. Als je de Bijbel scannend leest, is het alsof je slechts langs dat opgediende feestmaal heen loopt. Je raakt geestelijk ondervoed, hoewel je het voedsel vlak voor je hebt staan. Dat maakt je ook gevoelig voor de vijandige golven en stormen die door de cultuur heen trekken. Maar een christen die een geduldige lezer is geworden, ontvangt de diepe vreugde van de Heere in het zien van de glorie van Jezus Christus. Dat is de vervulling van Gods doel met lezen.” Hoe kun je je deze manier van lezen eigen maken als je gewend bent tek9

Lezen_brochure.indd 9

15-01-15 09:31


sten alleen te scannen? „We zullen ons allemaal twee soorten taalbeheersing eigen moeten maken: handig zijn in snel informatie overzien enerzijds, en geduldig en rustig belangrijke teksten lezen anderzijds. Bij tips voor het tweede denk ik aan het volgende. In de eerste plaats moet je een manier vinden om jezelf af te sluiten van digitale afleiding. Als je boeken leest op een tablet waarop ook allemaal meldingen van sociale media binnenkomen, doet dat je concentratie natuurlijk geen goed. Dan kun je toch beter een gewoon boek pakken. Dat doe ik zelf ook vaak. Ik zet mijn telefoon uit, pak een boek en een potlood en sluit mezelf drie kwartier af van alle beltonen en piepsignaaltjes om ongestoord te kunnen lezen. Het is in het begin misschien even wennen, maar je gaat het verschil echt merken als je je dit aanleert. In de tweede plaats moet je uitdagende boeken echt langzaam lezen. Ik pak geregeld een oude zeventiende-eeuwse Bijbelvertaling of een uitgave van gedichten van Shakespeare om me te dwingen er echt voor te gaan zitten om de betekenis van woorden te ontcijferen. Vaak moet ik alinea’s wel twee of drie keer lezen voor ik de bedoeling van de auteur echt begrijp. Maar wie heeft daar nog tijd voor? Alleen de lezer die inziet dat sommige geschriften, allereerst de Bijbel, van oneindige waarde zijn en de hoogste mentale discipline verdienen die we kunnen opbrengen. Tot slot zou ik ouders aanraden om deze langzame manier van lezen voor te doen aan hun kinderen. Als je jonge kinderen thuis hebt en samen in je huisgodsdienst de Bijbel leest, is het verstandig om niet te snel te lezen en niet over onbekende woorden heen te stappen. Sta erbij stil en leg moeilijke woorden uit en zorg ervoor dat iedereen de bedoeling begrijpt. Het gaat erom de betekenis te ontdekken, niet om de tekst ‘af te handelen’. Zonder begrip van de betekenis kun je niet met gepaste vreugde reageren. Ouders en ambtsdragers zijn de hoeders van de geletterdheid van de komende generaties christenen. De onzichtbare God spreekt tot ons door zijn Zoon, via de bladzijden van de door de Heilige Geest geïnspireerde Bijbel. Zo’n visie op tekst en taal is geweldig. Die verdient het verdedigd te worden.’ Wat vindt u van de gedachte dat we de ontlezing moeten accepteren en op zoek moeten naar nieuwe vormen om God te vinden, bijvoorbeeld in 10

Lezen_brochure.indd 10

15-01-15 09:31


kunst? Zoals met de ”boeken der leken”, de beelden en schilderijen in de Rooms-Katholieke Kerk? ‘Dan heb je het over wat ik wil noemen ‘intuïtieve spiritualiteit’. Dat is tamelijk roekeloos, maar toch doen we er allemaal aan. We zoeken God los van zijn openbaring. Maar als je dat probeert, vindt de een als het ware de poot van een olifant, de andere een oor, weer een ander de slurf. Dat geeft een vage en bedrieglijke indruk van het echte dier. Intuïtieve spiritualiteit leidt je in een tempel der onkunde, gebouwd voor de onbekende God (Handelingen 17). En dat terwijl God niet ver is van eenieder van ons. Hij is zo dichtbij gekomen dat Hij gevonden kan worden in zijn Zoon, Jezus Christus. Nu Christus is opgewekt uit de doden is er geen excuus meer om God overal en nergens op te gaan zoeken. Bovendien is een spiritualiteit die om het zichtbare draait incompleet. Beelden tonen iets van de wereld, maar ze geven daar geen interpretatie van. Daarom staat er altijd een bijschrift bij een foto. Taal brengt precisie en verduidelijking aan bij iets wat we zien. Je kunt bijvoorbeeld Christus afbeelden tussen twee moordenaars, in een film of in een schilderij. Maar daar zeg je nog niets mee. Je moet met de apostel uitleggen dat hier „Dien, Die geen zonde gekend heeft” door God „tot zonde voor ons is gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem” (2 Korinthe 5:21). De betekenis van het kruis was niet zichtbaar. Pas door de taal krijgt het beeld echt betekenis. Visuele spiritualiteit kan op zichzelf maar in zeer beperkte mate theologisch inzicht overdragen. Dit is mijns inziens geen kwestie van behoudend of vooruitstrevend zijn. Jezus Christus Zelf zegt helder genoeg dat waar geestelijk leven niet ervaren wordt door intuïtie of esthetisch genot, maar in een relatie van kennis van God en gekend worden door God. Die kennis is geworteld in een concrete openbaring. Spiritualiteit moet je afmeten aan de mate waarin we met heel ons leven beantwoorden aan de woorden van Jezus: „Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden. Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn” (Johannes 15:7-8). Dat is duidelijke taal die helpt de mist op te klaren van de intuïtieve spiritualiteit die ons postmoderne denken is binnengedrongen.” Mede n.a.v. ”Lees!”, Tony Reinke; uitg. Groen, Heerenveen, 2013; ISBN 978 90 8897 053 5; 256 blz.; € 17,50.

11

Lezen_brochure.indd 11

15-01-15 09:31


3. M.A. Mijnders-van Woerden en Govert-Henk Mijnders: „Een huis zonder boeken is een leeg huis” tekst Clasina van den Heuvel beeld Sjaak Verboom

In het huis van M. A. Mijnders-van Woerden (92) staan boeken van de Schotse predikant Andrew Gray. Ze leest en herleest ze. Aan haar kleinzoon Govert-Henk Mijnders (40) gaf ze ”De roos van Saron”, een bundel met zes preken van Gray. Helemaal uit heeft hij het bruine boekje nog niet, maar hij koestert het wel.

12

Lezen_brochure.indd 12

15-01-15 09:31


De vertaler van ”De roos van Saron” is C. B. van Woerden jr.: de vader van mevrouw Mijnders. In haar werkkamer in Lisse blikt ze terug op haar jeugd, op wat ze las, en wat haar vader haar meegaf. Voor haar ligt een schrijfblok met aantekeningen. Midden in de nacht ging mevrouw Mijnders in haar leunstoel zitten om na te denken over haar lees­verleden. Over haar werk als schrijfster –van bijvoorbeeld ‘Bonisa, een kind uit donker Afrika’, en ‘De vrouw met het Boek’– en over haar inzet voor de zending heeft ze al vaak en veel verteld. Op vrouwen­verenigingen, op scholen. En wat ze nu vertelt over lezen heeft alles te maken met haar schrijfwerk. Haar vader vertaalde werken van Engelse en Schotse puriteinen. ‘In zijn bibliotheek stonden twee enorme boekenkasten, en er waren lange rijen planken met boeken. Als kind mocht ik aan de grote tafel naast vader zitten. Ik dacht toen dat er in die bibliotheek véél mensen woonden, en dat ze sliepen als de boeken dicht waren. Wanneer vader een boek nam en er hardop uit voorlas, hoorde ik de personen uit het verhaal of uit de preek zelf praten. Alsof ze bij ons in de kamer waren.’ Een van de personen die ze als kind ontmoette, was Jessica uit ”Jessica’s eerste

13

Lezen_brochure.indd 13

15-01-15 09:31


gebed”. Verder kon Tom uit ”De negerhut van oom Tom” op hevig meeleven rekenen. „Armoede, niets van Gods Woord weten, onderdrukking – dat alles raakte me toen al.” De derde titel die ze zich herinnert, is ”Alleen op de wereld”. „Maar daar was mijn vader niet zo voor. Hij keek het in en zei: er staat niets over de Heere in. Hij vond het een liberaal boekje. Maar als verhaal trok het ons wel.”

Levensdoel Later las ze boeken over kerkgeschiedenis, en zendingsverhalen. Zoals boeken over de Britse zendeling Hudson Taylor, die 51 jaar in China werkte. ‘Lezen kan ons levensdoel sterk beïnvloeden, in een goede of minder goede richting’, stelt mevrouw Mijnders, die zelf als meisje van 9 de eerste zendingsroeping ervoer. Vanaf haar dertiende ging ze met de trein naar school in Leeuwarden. ‘Ik wilde lezen, lezen. Dus bezocht ik een bibliotheek in de stad, waar ik van mijn zakgeld boeken leende. Andere meisjes zeiden: ‘Dát is mooi, dat moet je lezen’, en dan nam ik iets mee wat niet Bijbels was. Streekromans, en boeken als ‘Gejaagd door de wind’ van Margaret Mitchell. Totdat mijn vader een keer ontdekte welk boek ik las. Hij ging met me mee naar de bibliotheek om het boek terug te brengen. ‘Zulke boeken moet je niet uitlenen!’ zei hij tegen de bibliothecaris. ‘Ze hebben een verkeerde invloed op de geest van kinderen.’ Dat vond ik wel heel moeilijk hoor.’ Van haar veertiende tot haar achttiende las Mijnders-van Woerden veel boeken zonder Bijbelse boodschap, vertelt ze. ‘Ik was geïsoleerd opgevoed; ‘s zondags lazen wij thuis preken – en via die bibliotheekboeken ging de wereld open. In de maatschappij was veel meer te beleven dan ik wist, en ik was zo nieuwsgierig. Ik las met een ware honger. En toch een beetje met het angstige gevoel: de personen in deze boeken zijn wel zogenaamd gelukkig, maar ze kennen de Heere niet.’ Toen kwam de oorlog. „En ik dacht: Als een kogel mij treft, hoe kan ik mij voor God verantwoorden? Bepaalde boeken gaven mij toen een schuldgevoel, omdat 14

Lezen_brochure.indd 14

15-01-15 09:32


ze zo’n groot deel van mijn denkwereld hadden ingenomen. Ik leefde langzamerhand in de wereldse sfeer van die romans. Daar heb ik toen afscheid van genomen.”

Zuiver paleis Literatuur lezen zonder geestelijke inhoud: mevrouw Mijnders vindt het gevaarlijk. „Aantrekkelijk, maar ook gevaarlijk. Als jongeren dan moderne literatuur moeten lezen: laat dit dan begeleid gebeuren, kritisch. Zelf heb ik destijds het gevoel gehad dat mijn hart zo vol werd met dingen die ik eigenlijk ook mooi vond, dat Gods Geest geen ruimte had. Ik denk dat wij ons hart door bepaalde boeken te lezen kunnen afsluiten voor het werk van de Heere. In mijn schooltijd waren er in christelijke kring trouwens niet zo veel mooie boeken als er nu zijn. Je had boeken met preken en over kerkgeschiedenis – en wereldse lectuur.” Ze naast elkaar lezen had voor Mijnders-van Woerden iets tegenstrijdigs, iets dubbels. „Voor mij was het of ik innerlijk een keus moest maken: tussen boeken lezen voor mijn maatschappelijke ontwikkeling en boeken die voor mijn hart en mijn zielenleven belangrijk waren.” In die laatste categorie vielen de preken van de puriteinen die haar vader vertaalde: de Erskines, Thomas Boston, Andrew Gray. Rond haar achttiende las ze ‘De menselijke natuur in haar viervoudige staat’ van Thomas Boston – in het Engels. ‘Wat Boston daar schrijft over de staat der rechtheid, die zuivere, vriendschappelijke verhouding die er was tussen God en Adam en Eva! Dat ze zo gelukkig waren toen! Adam was als een zuiver, blinkend paleis waar Gods liefde in woonde. En na de zondeval werd dat een ruïne.’ Als Mijnders-van Woerden op scholen spreekt, praat ze hier graag over met de jongeren; ze put uit Bostons boek voor antwoorden op hun actuele vragen. „Later kreeg ik van mijn moeder ”Katharina van Bora” van Armin Stein, over de vrouw van Luther. Dat boek heeft diepe indruk op mij gemaakt. Zij had een belangrijke maatschappelijke taak, een groot gezin, ze zorgde voor Luther, ze had een wijngaard, een varkenskudde, een visvijver – en alles wat ze deed, deed ze vanuit de vreze des Heeren. Ook mooi vind ik ”Het geslacht Bjorndal” van Trygve Gulbranssen: een prachtig boek over cultuur, natuur, familieleven van pioniers in Noorwegen.” Zelfdiscipline Mevrouw Mijnders trouwde, kreeg kinderen; ze schreef artikelen, boeken en gaf dialezingen voor de zending. Dat laatste doet ze overigens allemaal nog steeds. En ze bleef lezen. Maar hoe kreeg ze dat voor elkaar 15

Lezen_brochure.indd 15

15-01-15 09:32


met een jong gezin? ‘Ik denk wel dat ik een strenge zelfdiscipline had. ‘s Morgens stond ik vroeg op, voor de anderen beneden waren, en dan kon ik wat lezen en schrijven.’ Zachtjes lachend: ‘Mijn man heeft ook weleens gemopperd trouwens. Als we eens met de auto naar het buitenland gingen, kon ik niet de hele tijd naar bomen en bergen en zo kijken. Er zat altijd een boek in mijn tas. Misschien heb ik in mijn leven wel heel weinig ontspannen voor me uit zitten kijken. En nu nog. Ik ga ‘s avonds om negen uur naar bed, met een boek. Dan lees ik tot een uur of half twaalf. Dan is mijn bril weleens krom en het boek gekreukeld – maar dat geeft niet. Lezen is investeren in je gedachten.’ Ze kon haar lees- en schrijfwerk ook doen omdat haar man en later haar oudste dochter veel meehielpen in huis. „Zij leefden daar sympathiek in mee; het gaf nooit spanningen. Ook moet ik zeggen: ik had geen mobieltje, Facebook of internet. En die dingen kosten nu toch allemaal wel veel tijd. Ik zou bijna zeggen: die vreselijke mobieltjes. In elk geval, ik heb geen computer, en ik heb er geen enkele behoefte aan.” De zondag was in huize Mijnders de dag dat er veel werd gelezen. „We probeerden met de kinderen wel goede boeken uit te kiezen. Nuttige boeken. Dat doet me opeens aan e-books denken – ik ben natuurlijk ouderwets! Maar ik zeg: Houd een boekenplank, of een kast! Een huis zonder boeken is een leeg huis. Zorg dat je altijd een boek kunt pakken. Lezen op zo’n schermpje is zo veel vluchtiger. Volgende bladzij, volgende, volgende... zo, ik heb het gelezen. Zo gaat dat. En als je klikt, is het weg. Boeken hebben voor mij zo’n grote waarde. Ze zijn mijn vrienden. Als ik lees, is het alsof ik de hele dag daarover met de Heere mag spreken. Hij geeft mij hier stilte en rust om Hem te dienen.”

Papieren krant ”Een huis zonder boeken is een leeg huis” – Govert-Henk Mijnders uit Veenendaal onderschrijft die uitspraak van zijn oma volledig. Op deze donderdagavond kwam hij om kwart voor zeven thuis uit zijn werk. Naast hem ligt een papieren krant. Misschien leest hij hem straks nog: „In grote lijnen.” En het blijft een papieren abonnement, belooft hij alvast. „Ik ben al zo veel digitaal aan het lezen. Papier is rustgevend. Als je de krant online leest, zit je in twee klikken in een heel andere wereld. Achter de papieren krant ben je veel meer aanwezig. En je kunt er met elkaar over 16

Lezen_brochure.indd 16

15-01-15 09:32


praten: misschien heeft een huisgenoot dat ene berichtje ook net zitten lezen.” Mijnders is getrouwd en heeft vier kinderen, van 12, 10, 7 en 4 jaar. Hij is eigenaar van Degaat, een bureau dat verkoop- en e-mailtrainingen geeft. De emailtrainingen gaan over de manier waarop werknemers een mail inhoudelijk het beste kunnen opstellen. „Dat heeft dus ook met lezen te maken”, stelt hij vast, een beetje opgelucht haast. Anders dan zijn oma was Mijnders als kind geen lezer. ‘Mijn ouders lazen breed: theologische en historische werken, en boeken over Israël, zoals die van Bodie Thoene, en ‘Exodus’ van Leon Uris. Zelf was ik enigszins dyslectisch, dus dat maakte lezen minder aantrekkelijk. Ik las de Kameleon en zo.’ Gaandeweg ontdekte hij de waarde van lezen en ging hij het ook meer doen. „Lezen is leerzaam, verbreedt je blik, helpt je een mening vormen en vergroot het begrip voor andere mensen.” Voor zijn werk bekijkt hij veel vakliteratuur. „Maar het is niet zo dat ik die boeken helemaal uitlees. Bladerend lezen, zou ik mijn lezen meer noemen. Of scannend lezen.” ‘De roos van Saron’ van Andrew Gray, het bruine boekje dat hij van zijn oma cadeau kreeg, las hij ook niet in één ruk uit. ‘Deze boeken moet je toch leren lezen. Pas heb ik een levensbeschrijving van John Warburton gekocht – en ik moet zeggen dat je preken makkelijker leest als je weet in welke tijd en omstandigheden de oude schrijver leefde. Warburton was bijvoorbeeld ontzettend arm – en in zijn preken kom je tegen dat armoede tot afhankelijkheid leidt. Ook helpt het om een theologisch boek te lezen met een persoonlijke vraag vooraf. Met de Bijbel is dat net zo, en dan kun je weleens ervaren dat God op elke bladzij een antwoord geeft.’ Oude schrijvers verdelen hun preken vaak in punten en subpunten. Een ouderling gaf Mijnders ooit het advies om zo’n boek dan als een powerpointpresentatie te lezen: kijk eerst wat de punten zijn, begin daarna aan de inhoud.

Waargebeurd Wat Mijnders leest, onthoudt hij. Door de beperkte tijd kiest hij scherp. „Mijn vaste boekhandel is Gebr. Koster in Barneveld. De mensen die daar werken, 17

Lezen_brochure.indd 17

15-01-15 09:32


hebben alles gelezen en weten wat spannend is. Ze weten precies wat ik moet hebben.” Dat de kinderen ook lezen, vindt hij belangrijk; met Kerst krijgen ze bijvoorbeeld altijd boeken cadeau. „Maar een vast leesuur –zo van: mobieltjes weg, na tien uur pakken we ’n boek– dat hebben we niet. Wat dat betreft is ons leven wat, zeg maar, chaotischer dan dat van mijn oma vroeger. Elke dag is anders, wat indeling betreft.” Bij de zondag horen wel echt boeken. En spelletjes, en praten. Welke boeken hij beslist nog eens wil lezen? Het blijft lang stil. Dan: „Daar moet ik diep over nadenken. Blijkbaar zijn die er niet. Of, het is meer: als ik een boek wil hebben, klik ik even en bestel ik het.” Later schiet hem een titel te binnen. „Dat nieuwe boek over Hudson Taylor, ”Ga voor Mij naar China”, dat wil ik graag lezen.” Onlangs las Mijnders ”Tranen van mijn ziel” van Kim Hyon Hi, over een Noord-Koreaanse spion die een passagiersvliegtuig laat neerstorten en later in de gevangenis tot geloof komt. Zo’n boek maakt indruk op hem. Hij leest vooral waargebeurde verhalen of theologische boeken. Met fictie heeft Mijnders minder. „Dat zit vast in de familie. Mijn oma heeft altijd zo veel verhalen verteld die echt gebeurd zijn. Ik weet nog dat ik ”De vrouw met het Boek” las en letterlijk vroeg: „Is alles echt gebeurd?” Ja dus. Mijn oma legde uit dat ze met Gladys Aylward heeft gecorrespondeerd, en dat ze bandjes met opnames van lezingen heeft. Dat vind ik zo mooi.” En, net als zijn oma, begint en eindigt hij de dag met het lezen van de Bijbel. Al dan niet met een dagboek erbij, bijvoorbeeld van Luther – vertaald vanuit het Duits door (achter)neef Hugo van Woerden. - Mevrouw Mijnders-van Woerden: „Misschien heb ik wel heel weinig ontspannen voor me uit zitten kijken” - „Lezen is investeren in je gedachten” - Govert-Henk Mijnders: Bladerend lezen, zou ik mijn lezen meer noemen. Of scannend lezen

18

Lezen_brochure.indd 18

15-01-15 09:32


4. Nergens in de wereld nog een plek zonder internet tekst Mark Wallet beeld Sjaak Verboom

Zijn er nog plekken op aarde waar een mens zich helemaal aan internet kan onttrekken? En gaan we â&#x20AC;&#x2DC;zonderâ&#x20AC;&#x2122; weer meer en beter lezen? Het is avond. De Samburu stoken het vuur op en vouwen hun benen onder zich. Er klinkt gesnuif van kamelen en zacht gemekker van geiten op de achtergrond. Verder is het hier, in het noorden van Kenia, muisstil en aardedonker. De hemel vult zich met duizenden sterren. Net als je denkt dat Abraham niet veel anders geleefd kan hebben dan deze mannen, licht er onder het traditionele gewaad van een van de Samburu een schermpje op. De man reikt onder zijn kledij en vist een mobieltje op. Nee, sorry, de tijdmachine bestaat niet. Mobiele telefonie is juist in Afrika razendsnel gegroeid. Het is een typisch voorbeeld van de wet van de remmende voorsprong: er waren jarenlang weinig vaste lijnen op het continent, maar toen de mobiele telefonie haar intrede deed, ging het razendsnel. Wat voor telefonie geldt, gaat nog niet zonder meer op voor internet. In ontwikkelingslanden ligt het aantal mensen met toegang tot internet substantieel lager dan in westerse landen, hoewel het aantal internetver<< Corinne Vuijk (uitgeverij MozaĂŻek, Zoetermeer).

19

Lezen_brochure.indd 19

15-01-15 09:32


bindingen er razendsnel toeneemt (zie grafieken). Maar technisch gezien is internet breed beschikbaar. Wie een plek zonder internetbereik zoekt, krijgt het zelfs nog lastig. Er zijn echt nog wel regio’s waar internet zeer zwak is of het bereik even wegvalt, zelfs in Nederland. Rijd maar eens met de trein langs het Naardermeer of tussen Amersfoort en Apeldoorn door de bossen. Toch reikt internet inmiddels tot de meest afgelegen oorden. De Amerikaanse wetenschapsjournaliste Rachel Nuwer ging recent voor haar weblog op zoek naar de laatste plaatsen op aarde zonder internetbereik, maar was snel kaar. Medewerkers van ict-imperiawat is dit? introduceren? hielpen haar vakkundig uit de droom. Via de satelliet is internet vrijwel overal op de wereld beschikbaar. Akkoord, snel gaat het niet via de satelliet. Via telefoonmasten of glasvezelkabels gaatvorige zin had hetzelfde werkwoord, hier wat anders ter variatie? het vele malen vlotter, maar wie geduld heeft en de juiste apparatuur, kan in menige woestijn een signaal opvangen vanuit de ruimte. Het is echter de vraag hoe lang dat nog zo sloom blijft. Ondernemingen zoals Google zijn in rap tempo bezig de laatste ”internetwoestijnen” dekking te geven, onder meer door de inzet van gigantische ballonnen die op 21.000 meter hoogte boven de aarde zweven. Of er in de toekomst nog internetvrije zones zullen zijn? Nuwer oppert de Kruberagrot in Georgië, die op 1710 meter diepte ligt. Misschien, voegt ze er echter haastig aan toe. Want stel dat iemand straks een telefoonmast vlak bij de grot zet, dan reikt het signaal misschien wel tot die diepte. Haar constatering is simpel: wie even helemaal offline wil zijn, moet zelf het heft in handen nemen. Soms doen regimes dat voor hun inwoners. Vanuit NoordKorea is het internetverkeer bijvoorbeeld minimaal. Vaak is armoede bepalend voor het internetgebruik. Mensen kunnen simpelweg niet de apparatuur aanschaffen om online te zijn. Een toenemende groep mensen kiest er echter zelf voor om korte of langere tijd offline te zijn. Er zijn al hotels die een internetvrij verblijf aanbieden: de ”digital detox”-hotels. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Rust. Wat ook kan, is de computer gewoon even helemaal de deur uit doen en jezelf weer afhankelijk maken van een ouderwetse telefoon of mobieltje. Tientallen mensen probeerden het al uit: sommigen langer, anderen korter. Ze plaatsten hun verslagen naderhand –juist– op internet. 20

Lezen_brochure.indd 20

15-01-15 09:32


De meeste mensen kozen voor een kortstondige onderbreking, van bijvoorbeeld een week, en deden er verslag van alsof ze een jaar lang tussen de wolven en beren hadden geleefd. Wow, een week lang geen internet! Hoe doe je zoiets, wat beleef je dan (niet meer)? Anderen pakten het serieuzer aan en zetten zichzelf een jaar lang op strikt internetvrij dieet. Op deze pagina een paar van hun bevindingen. En ja, ook al besteden ze er niet de meeste woorden aan: ze gingen er meer van lezen. En beter. Lees het hier, of google even op hun namen voor het hele verhaal.

„Wie een plek zonder internetbereik zoekt, krijgt het nog lastig” ‘Ik las opeens 100 pagina’s in één ruk uit’ Schrijver Paul Miller, Amerikaan, zette zichzelf een jaar lang op een strikt internetvrij dieet. Naderhand deed hij voor het tijdschrift The Verge verslag. „Een jaar geleden verliet ik internet. Ik dacht dat het me onproductief maakte, dat het „schade aan mijn identiteit” toebracht. (...) Mijn plan was om mijn baan op te zeggen, naar het huis van mijn ouders te gaan, boeken te lezen, boeken te schrijven, en te baden in mijn vrije tijd. (...) Het zou geweldig worden. (...) Alles begon geweldig, laat me dat zeggen. Mijn leven was vol van opmerkelijke gebeurtenissen: echte ontmoetingen, frisbee, fietstochten en Griekse literatuur. Als vanzelf schreef ik een halve roman. (...) Ik viel 15 kilo af zonder er echt mijn best voor te doen. (...) Terwijl mijn hoofd tot rust kwam, werd mijn spanningsboog groter. In de eerste twee maanden moest ik mijn kiezen op elkaar zetten voor 10 pagina’s uit de ‘Odyssee’. Nu kan ik 100 pagina’s in één ruk uitlezen, of, als het proza gemakkelijk is en ik werkelijk geboeid ben, een paar honderd. Ik leerde gedachten te waarderen, die niet in één blogpost uitgelegd kunnen worden maar een uiteenzetting van de lengte van een boek nodig hebben.’ Eindoordeel Ondanks de mooie bevindingen van de eerste maanden, wogen de voordelen van een wereld zonder internet voor Miller uiteindelijk niet op tegen de nadelen. De wereld is 21

Lezen_brochure.indd 21

15-01-15 09:32


inmiddels zo verweven geraakt met internet dat een leven zonder eenzamer maakt, schrijf hij. „Internet is waar de mensen zijn.” „Nu ik terugkeer naar internet, ga ik het misschien niet goed gebruiken”, evalueert hij uiteindelijk. „Ik ga mijn tijd misschien verspillen, snel afgeleid zijn. Misschien heb ik niet veel tijd meer om te lezen, om na te denken, of om een grote roman te schrijven. Maar ik zal tenminste verbonden zijn.” „Ik lees meer zonder internet in huis” De Amerikaan Joshua Fields Millburn besloot zijn internetverbinding thuis af te sluiten. Hij gebruikt internet nog wel geregeld buiten de deur, zoals in de bibliotheek. Thuis schrijft hij alle dingen op die hij dan wil regelen of op wil zoeken. Als een van de vele voordelen van zijn besluit noemt hij de toegenomen tijd die hij nu voor lezen heeft. ‘Eerder dit jaar maakte ik de weloverwogen beslissing om alle internetverbinden uit mijn huis te bannen. Het is voor mijn productiviteit de beste beslissing gebleken die ik ooit genomen heb. Waarom ik internet heb opgezegd? Er is één belangrijke reden: ik was niet tevreden over mijn productiviteit. (...). Internet is niet slecht, net zo min als snoep slecht is. Maar als je gehele dieet uit snoep bestaat, word je ziek en zeer snel dik. Daarom heb ik geen zakken snoep in huis en dus ook geen internet meer. (...) Toen ik internet afsloot, deed ik dat vooral om meer tijd te kunnen besteden aan schrijven, zonder te worden afgeleid. Ik ondervond echter veel voordelen sinds ik het internet gedag zei: (...) o Ik heb meer tijd om te lezen. o Ik heb meer tijd om te schrijven. o Ik heb meer tijd om na te denken. o Ik heb meer tijd voor vrienden. (...) o Ik ben minder snel afgeleid. o Ik ben minder gestrest. o Mijn gedachten zijn helderder en minder gefragmenteerd. o Ik hunker niet langer, zoals voorheen, naar internet.

22

Lezen_brochure.indd 22

15-01-15 09:32


Eindoordeel Millburn is louter positief en raadt iedereen aan de internetverbindingen thuis af te sluiten. „Je zult aanvankelijk gefrustreerd zijn –zeer, zeer gefrustreerd soms–, maar je zult het overleven, en je leven zal beter zijn zonder internet, je zult meer zinnige dingen kunnen doen, en je zult wat van je ontevredenheid over je leven kunnen uitbannen.” „Bijna ten onder” aan een week zonder internet „Ik heb een week geleefd zonder internet, zonder eraan ten onder te gaan... of bijna”, blogt de Franse Benoît Raphaël geestdriftig. Raphaël, oprichter van een peilingbureau, verliest in Londen zijn iPhone en moet het een week zonder doen. Hoewel, hij zoekt iedere twee uur een café met internetverbinding op. Het verlies van zijn iPhone levert wat problemen op, onder meer omdat hij zijn elektronische ticket voor de terugreis erop heeft staan. ‘Ik heb mezelf (na het verlies, MW) echter maar voorgehouden dat de komende dagen zéééér interessant gaan worden, vanuit filosofisch gezichtspunt’, schrijft hij. Hij kwam tot twee bevindingen. „1. Internet is net zoiets als stromend water. Het is onmogelijk zonder te reizen. Omdat ik geen internet had, moest ik alles doen zoals vroeger, je weet wel: zoals onze voorouders water uit de put haalden. Ik moest dus elke twee uur cafés zoeken met internetverbinding. (...) 2. Je bent niet verplicht elke twee minuten je mail te lezen. Het is evenmin nodig iedere vijf minuten alle onnuttige berichten op Facebook te lezen. Je kunt vaste momenten op de dag plannen om mails te lezen en te versturen. En tussentijds kun je echt werken.” Eindoordeel Na een week kreeg Raphaël zijn iPhone terug, die was in een taxi gevonden: hij was weer online. ‘Op dat moment heb ik de afgelopen week even overpeinsd en vroeg me af: Maar hoe deden ze het vroeger? En vervolgens keerde ik weer terug naar mijn oude patroon en check ik mijn Facebook en mails elke twee minuten.’

23

Lezen_brochure.indd 23

15-01-15 09:32


5. Stille tijd, dagboek van een drukke dertiger tekst Eunice Hoekman-van Stuijvenberg beeld Sjaak Verboom

Als je christen bent, leef je van het Woord. Dagelijks. Dat is tenminste hoe het hoort. Maar stil gaan staan en de Bijbel openslaan is niet gemakkelijk. Dagboek van een drukke dertiger die de daad bij het Woord probeert te voegen. Zaterdagavond In de schemer van een verduisterde jongenskamer zit ik op het bed van de oudste. Hij zoekt het Bijbelgedeelte op dat zijn dagboek voorzegt. Vaste prik. En ik zit erbij. Luister. Praat. Moe of niet. Al moet ik soms de neiging weerstaan om een dagje over te slaan. We zijn in het gezelschap van de koningen van Israël. ‘Nou ja’, zegt zoon lichtjes verontwaardigd, ‘deze koning deed óók al wat slecht was in de ogen van de Heere.’ Manasse maakte er een goddeloze bende van terwijl zijn vader Hizkia het goede voorbeeld had gegeven. Die vaste stille momenten; ze zijn Aukelien Wierenga (uitgeverij Columbus, Heerenveen).

24

Lezen_brochure.indd 24

15-01-15 09:32


geld waard. Je prikt een tijdstip, het nieuwe slijt ervan af en er is een goed gebruik geboren.

Zondag We nemen de tijd om te eten en uit de Bijbel te lezen. Het gedeelte dat we lezen, spreekt me aan en ik neem me voor om het hoofdstuk er later die dag nog eens bij te pakken. De zondag is bij uitstek de dag om de batterijen op te laden. Ik ben ingeroosterd voor de kinderoppasdienst en maak daarom maar één kerkdienst mee. De dag snelt voorbij. Koffiedrinken in de kerk, een spel Kolonisten, eten, een wandeling, zingen bij de gitaar. In de boekenkast lonkt Tim Keller maar ik kan er niet toe komen om zijn boek te pakken. Ongestoord lezen, dat is iets voor de vakanties. Het zijn niet alleen de kinderen die door hun terechte vraag om aandacht, aandachtig lezen beletten. Ik vind er gewoon de rust en de concentratie niet voor. De gemiste tweede kerkdienst vraagt om compensatie. In een van de kerkelijke bladen staat een mooie meditatie. In een aantekeningenboekje schrijf ik een samenvatting, zodat de boodschap beklijft. Het Bijbelgedeelte van die ochtend ligt nog te wachten. Vergeten. Maandag De school wacht. Uiterlijk kwart over acht moeten we op de fiets zitten. Meestal houden we na het ontbijt niet veel tijd over om uit de Bijbel te lezen. De kinderbijbel halen we daarom pas tussen de middag uit de kast. ’s Morgens leren de kinderen een Bijbeltekst uit hun hoofd. Iedere week kies ik een tekst uit een nieuwe onberijmde psalm, in numerieke volgorde. Bij het inscherpen van teksten snijdt het mes aan twee kanten. Ik hoop en bid dat onze kinderen zich hun leven lang zullen vastklampen aan Gods woorden. Daarbij is er soms ineens een sprank van herkenning tijdens de kerkdienst (die lange ketting van aaneengeregen woorden) omdat de predikant de door hen ingestudeerde woorden uitspreekt. De weektekst kan de hele dag door je hoofd zingen. Net als mijn lievelingsbijbeltekst, die met een magneet aan de afzuigkap plakt. Eerlijk gezegd is het een tijd geleden dat ik een heel Bijbelhoofdstuk in één keer las. Hapsnap. Een tekst aan de afzuigkap. Maar er is in elk geval iets om op te kauwen. Een Woord bij het werk. Dinsdag Een dag redacteur zijn. Ik hoef er de deur niet voor uit. Op dinsdag werk ik thuis, achter de laptop. Tijdens de lunch –ditmaal zonder kinderen– is er tijd om de krant 25

Lezen_brochure.indd 25

15-01-15 09:32


te lezen. Of de Bijbel. Als het druk is, kies ik soms voor de website dagelijkswoord.nl en lees ik de Bijbeltekst van die dag. Dat volstaat maar er kleven ook risico’s aan. Dat je een Bijbeltekst consumeert zoals je een tweet weghapt. Je leest ’m en hij vervliegt. Misschien, dacht ik laatst, wil God mij wel iets heel anders leren dat datgene waar ik naar op zoek ben. Misschien moet ik daarvoor graven, kloppen, aanhouden. Maar ja, wanneer heb je daar tijd voor? Tegelijk weet ik dat mijn inspanningen en mijn discipline geen gewicht in de schaal leggen. Een bekende christen vertelde eens openhartig dat de Bijbel hem soms hoofdstuk na hoofdstuk niets zei. Dat kan dus ook. Met eerbied gesproken: de Heere God verschijnt niet op een vingerknip. Hij is soeverein –om dat woord maar eens te gebruiken– in Zijn handelen en in Zijn spreken. En toch: vaak spreekt Hij genadig het juiste woord op het juiste moment. Woensdag Lezen aan tafel. Lezen als de nacht valt. Daar blijft het op deze werkdag bij. Donderdag Mijn stille tijd staat gepland voor het begin van de middag. Een uur waarin de stilte valt omdat de twee oudste kinderen op school zijn en de jongste slaapt. Gek genoeg zijn er allerlei zaken die in dat uur om aandacht gaan vragen. De zonnige tuin (met daarin allerlei onkruid) wenkt, een vervelende huishoudelijke taak roept. Vooral de laptop doet erg zijn best. Hij zet een keel op. Dat komt omdat ze samen schreeuwen: de mailbox, de online shops, de nieuwssites, Markplaats, Funda, de blogs en de nieuwsbrief over het jeugdwerk die ik nog moet schrijven. Wat een lawaai. Vrijdag Vandaag onderneem ik een serieuze poging. Ik gebruik geen dagboek maar een Bijbelleesrooster omdat ik wil doordringen naar wat een tekstgedeelte mij persoonlijk te zeggen heeft. De mening of meditatie van een an26

Lezen_brochure.indd 26

15-01-15 09:32


der is als een mal: vaak mooi maar beperkend. Een collega met wie ik mijn dagboek bespreek, noemt de Lectio Divina, een eeuwenoude, langzame en aandachtige manier van Bijbellezen die is beoefend in monastieke tradities. Een van de hedendaagse en praktische varianten hierop is de Solvat-methode. Deze handreiking van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond bestaat uit zes stappen: stil worden, ontvangen, lezen, vragen stellen, antwoorden en toepassen. De eerste twee stappen zijn misschien nog wel de moeilijkste. Niet zozeer omdat je dan je computer en je telefoon moet uitzetten, maar omdat deze stap innerlijke overgave vraagt. Dan zeur je niet over een kwartiertje. Als de Bijbel eenmaal openligt, gaat het goed. Plotseling klinkt er geroep van boven. Wat? Nu al? Ik ben net begonnen. Terwijl ik een klaarwakkere peuter uit bed til, zie ik beelden voor me van monniken die geconcentreerd teksten spellen. Op de bladzijden ligt de roerloze stilte van het klooster. Ja, zo kan ik het ook.

Tim Keller lonkt, maar ik heb geen rust om in zijn boek te lezen

27

Lezen_brochure.indd 27

15-01-15 09:32


6. Els van Dijk: „Even niet bereikbaar”, met tips voor stille tijd Een eindeloze stroom informatie verdrijft dagelijks de stilte, stilte die nodig is om God te kunnen verstaan. In publicaties en lezingen benadrukt drs. Els van Dijk, orthopedagoog en directeur van de Evangelische Hogeschool (EH) in Amersfoort, de keerzijde van onze mediamaatschappij. Als om dat te onderstrepen, geeft ze het interview vanuit „een hutje op de hei”, een plaats waar ze zich met de regelmaat van de seizoenen terugtrekt om te kunnen lezen, nadenken en schrijven. Een krat boeken onder handbereik. Ze onderhoudt contact met de EH en stuurt af en toe een tweet de wereld in. Voor de rest is het: even niet bereikbaar. Vanzelfsprekend is dit niet, merkt Van Dijk aan de reacties uit haar omgeving. „Een student reageerde: „Denkt u dat u dat kunt maken?” Permanent bereikbaar zijn is een verplichting geworden.” De EH-directeur ziet hoe in haar omgeving vluchtigheid en haast hun tol eisen. Jongeren vinden het moeilijk om zich te kunnen concentreren. ‘Ik zeg weleens: ga nou ‘es in de tuin zitten, lees je Bijbel en ga dat wat je leest en het thema dat net besproken is overdenken in plaats van meteen je mobieltje te pakken, waardoor de ene indruk wordt verdreven door de volgende indruk. Ik ben nu een al paar dagen met één psalm bezig. Dat betekent: lezen, herlezen en je afvragen: wat staat hier nu eigenlijk? Erover nadenken. Er nog eens op kauwen. Een tekst te binnen brengen doe je door hem te herhalen.’ Voor concentratie, verwerking en beleving is stilte vereist, stelt Van Dijk. „Ieder mens heeft stilte nodig. Daar ben ik heilig van overtuigd. Ik leid een hectisch bestaan, maar ik kan de stilte wel organiseren. Als ik ’s avonds geen verplichtingen buitenshuis heb, gaan om acht uur in de avond alle media in huis uit. Mensen kijken je soms stomverbaasd aan als je dat zegt, maar ik heb 28

Lezen_brochure.indd 28

15-01-15 09:32


stilte nodig om dingen te verwerken. Moderne media zijn mooi –ik gebruik ze vrijwel allemaal– maar ze amputeren ook menselijke vermogens. En ze hebben de stilte verdrongen. Terwijl stilte zo’n essentieel Bijbels thema is. Je hebt stilte nodig om echt te kunnen luisteren.” Tips voor stille tijd Stille tijd houden – wat kan daarbij helpen? Els van Dijk geeft enkele praktische adviezen. Voorop staat: „Ik vind dat mensen moeten doen wat bij hen past.” o Stille tijd –naast de gewone gebeds- en leesmomenten– moet je plannen, anders komt er niets van terecht. Je kunt het leven helemaal volplannen met leuke dingen, maar als je ervan overtuigd bent dat je stilte nodig hebt, zul je die moeten organiseren. Ikzelf ben vaak al om zeven uur ‘s morgens op de EH te vinden. Tot negen uur is het er heerlijk rustig. Voor veel ouders van jonge kinderen zit een rustige Bijbelstudie er ’s morgens vroeg niet in. Maak dan samen afspraken over wie voor de kinderen zorgt en wie zich een tijdje terugtrekt. Bijvoorbeeld in het weekend. o Zorg dat je gevoed wordt. We zijn in Nederland gezegend met ongelooflijk veel literatuur. Hoe zorg je dat je fris blijft in je denken? Juist door niet altijd bij voorbaat te kiezen voor boeken die in je straatje passen, word je opgescherpt. o Lees de Bijbel eens rond een thema. Wat zegt de Bijbel over, bijvoorbeeld, dankbaarheid? Een concordantie kan hierbij behulpzaam zijn. Of neem een van de vruchten van de Geest en houd die gedurende een week voor ogen. Vraag je af hoe je hieraan gestalte kunt geven in je doen en laten. Dus niet alleen doordenken maar ook proberen uit te leven. Dat gaat verder dan een dagboek lezen en vervolgens denken: ik ben braaf geweest want ik heb stille tijd gehouden. Bewustwording is belangrijker dan een methode toepassen. En ja, dan kom je jezelf tegen. Dan ontmoet je tegenstand. Die vergroot echter je geestelijke weerbaarheid. o Wij zijn goed in dingen verzamelen, maar het tellen van zegeningen gaat ons nog niet zo best af. Schrijven kan hierbij helpen. Je wordt namelijk bevestigd in dat wat je zoekt. Als ik op zoek ga naar dankpunten, zie ik heel andere dingen dan wanneer ik dingen bezie vanuit onzekerheid en zorg. Schrijven helpt bij het zoeken.

29

Lezen_brochure.indd 29

15-01-15 09:32


7. Christelijke uitgevers in beeld (fotoserie) tekst Enny de Bruijn beeld Sjaak Verboom Langzaam lezen te midden van een woelige, druk bewegende wereld. Dat is het thema dat fotograaf Sjaak Verboom koos voor zijn fotoserie in deze brochure. De mensen op de fotoâ&#x20AC;&#x2122;s zijn geen voorbijgangers, en ze zijn ook niet zomaar willekeurig gekozen. Redacteuren en uitgevers van diverse christelijke uitgeverijen stelden zich beschikbaar: Coen Verboom (Kok), Pieter Rouwendal (Brevier), Corinne Vuijk (MozaĂŻek), Aukelien Wierenga (Columbus), Anthon Bel (Den Hertog), Dingeman van Wijnen (Van Wijnen), Joop Koster (Gebr. Koster), Froukje ten Hove (De Banier). Overigens zijn daarmee nog lang niet alle christelijke uitgevers aan bod geweest. Er zijn nu eenmaal meer uitgeverijen dan waarvoor plaats was in dit nummer, en

30

Lezen_brochure.indd 30

15-01-15 09:32


Froukje ten Hove (uitgeverij De Banier, Apeldoorn).

zeker nog veel meer imprints. Maar samen vertegenwoordigen de hier geportretteerden toch een breed spectrum binnen de christelijke boekenwereld. Elk van hen mocht één boek uit het eigen fonds kiezen, en al die boeken staan hiernaast afgebeeld. Als visitekaartje van deze uitgevers, als tiplijstje voor lezers.

Elk van de gefotografeerde uitgevers mocht één boek uit het eigen fonds kiezen, en al die boeken staan hiernaast afgebeeld. Als visitekaartje van deze uitgevers, als tiplijstje voor lezers. H.A. Bakker, M.J. Kater en W. van Vlastuin (red.), ”Verantwoord geloof. Christelijke apologetiek” (uitg. Brevier) Liesbeth van Binsbergen, ”Vriend of vijand” (uitg. Columbus) Thomas Boston, ”De viervoudige staat” (uitg. Den Hertog) Rosaria Champagne Butterfield, ”Een onwaarschijnlijke bekering” (uitg. De Banier) Graham Greene, ”Het geschonden geweten” (uitg. Kok) Jan Huisamen, ”Kijk me in de ogen” (uitg. Mozaïek) Zacharias Ursinus, ”Het Schatboek” (uitg. Koster). Ann Voskamp, ”Duizend maal dank” (uitg. Van Wijnen) 31

Lezen_brochure.indd 31

15-01-15 09:32


8. Richard Toes: „Lees meer boeken op school” tekst drs. Richard Toes beeld Sjaak Verboom

Het literatuuronderwijs op de middelbare school verdient nieuwe inzet. Lezen blijft ook in de toekomst belangrijk, ondanks de digitalisering en de oprukkende beeldcultuur. René Munnik, universitair docent aan de Tilburg School of Catholic Theology, schreef in 2013 een mooi boek onder de titel ‘Tijdmachines’. Hierin betoogt hij dat wij als bewoners van deze aarde eerst op het gehoor en het geheugen waren aangewezen: dat was een periode van ‘oraliteit’ of prehistorie. Toen we het schrift uitvonden, begon de periode van de historie, de geschiedenis. Deze overgang betekende niet dat het oor op slot gedaan werd en alles nu via het geschreven woord werd overgedragen. Nee, we bleven luisteren en ons geheugen bleef actief. Anthon Bel (uitgeverij Den Hertog, Houten).

32

Lezen_brochure.indd 32

15-01-15 09:32


De opkomst van de beeldcultuur en digitale media duidt Munnik aan als ‘the end of history’, het einde van de geschiedenis. Een nieuwe dimensie dus, die de geschiedenis overstijgt. De gebeurtenissen van bijvoorbeeld de tweede helft van de twintigste eeuw zullen zich aan ons en onze kinderen levendiger en directer voordoen dan het leven uit de tweede helft van de 18e eeuw. We horen en zien personen uit de late 20e eeuw op zo’n wijze dat de tijd en ruimte verdwenen zijn door communicatie­­middelen. Maar het lezen zal blijven, zo stelt Munnik. Mensen zullen zich in de digitale toekomst blijven bedienen van het schrift, evenals gehoor en geheugen niet uitgeschakeld zijn bij de komst van het schrift. Slachtoffer Toch lijkt er een tamelijk massieve en misplaatste verwachting (geweest) te zijn dat we in de huidige digitale cultuur lezen en boeken niet meer nodig zouden hebben. Als er één negatief effect van de recente grote onderwijs­vernieuwingen benoemd kan worden, is het de teloorgang van het lezen en het literatuuronderwijs. Met name in de tweede fase van het voortgezet onderwijs is het lezen van literatuur het slacht­offer geworden. Het taaloverstijgende vak SLO (samenhangend literatuur­onderwijs) zou de literatuur van alle talen aan de orde stellen. Docenten taalonderwijs keken naar dat vak en behandelden dus geen literatuur meer. Bij SLO gebeurde het vervolgens slechts mondjesmaat en integraal, zodat de talen elkaar in dit opzicht niet meer versterkten. Zo raakten lezen en literatuuronderwijs in het slop. Het repareren hiervan is geen eenvoudige opgave. In ieder geval moet het besef bevorderd worden dat lezen een belangrijk middel is om kennis te nemen van de belangrijke levensvragen, van de cultuur waarin we leven. Lezen verrijkt het denken, hoewel ik ook weet dat sommige boeken genegeerd kunnen of moeten worden. De Leidse filosoof Kinneging stelde ooit in een interview dat door gebrek aan leeszin en studiezin kwade krachten de overhand krijgen in onze maatschappij. Volgens Kinneging zijn we gestopt met nadenken, met als gevolg dat zelfs het functioneren van de democratie bedreigd wordt. Cultuuroverdracht Deze houding wordt mijns inziens versterkt door een trend in onderwijsland die benadrukt dat leerlingen aan deze ballast niets hebben. Niet zelden, ook in refokringen, wordt de dubieuze opvatting verkondigd dat we als docenten sowieso niet in staat zijn tot kennisoverdracht. De leerling bepaalt of hij eraan toe is. Het gaat in het onderwijs niet meer om bescheidenheid, een luister- of leeshouding, maar om assertiviteit, het surfen van atelier naar hotspot. 33

Lezen_brochure.indd 33

15-01-15 09:32


Naar mijn oordeel moeten scholen zich echter krachtig inzetten voor het leesonderwijs als een belangrijke vorm van cultuuroverdracht. Een leescultuur is goed voor het algehele peil van het onderwijs. Zo’n stellingname lijkt soms ver van de huidige realiteit. Toen ik onlangs in een sollicitatiegesprek vroeg aan een aanstaande docente Frans welke Franse literatuur ze las, stond de wagen stil. Dat was op de opleiding niet aan de orde geweest. Ik vind dat onbegrijpelijk. Als de opleidingen er de waarde niet van lijken in te zien, is het niet onlogisch dat de grote literatuur, zoals die van Shakespeare, Pascal of Goethe, niet meer aan de orde komt in het havo of vwo. Op mijn school, de Guido de Brès, stimuleer ik lezen door leeskringen te organiseren voor alle medewerkers (dus ook voor de conciërges). Tot mijn verbazing is dit niet het �speeltje� van mijzelf gebleven. Natuurlijk, er blijven medewerkers die lezen maar niets vinden. Het besef neemt echter toe dat we onder andere via het lezen in aanraking komen met de grote verhalen, dat lezen het leven verrijkt en even losmaakt van de digitale onrust. Dat is best moeilijk in een zap-cultuur, ook voor de ervaren lezer. Ik weet echter van docenten op onze school die gewoon een heel lesuur stil laten lezen. In alle rust. Leerlingen ervaren dat als een verademing. Druk Het besef moet ook doordringen dat leerlingen het rustig lezen van een boek niet uit zichzelf starten. Daar is druk voor nodig vanuit de school, vanuit het gezin. De uitgeklede literatuurlijst van nu mag best wat steviger worden. En gelukkig zie ik stappen in de goede richting. Ik weet ook wel dat bij het verplicht lezen van een grote literatuurlijst de uittreksels op internet intensief nageplozen worden. Dat was in mijn tijd niet anders. De rekken in de bibliotheek waarin de uittrekselboeken stonden, waren veruit favoriet omdat een pil als ”David Copperfield” daar tot twee A4’tjes gereduceerd werd. Toch nam ik heel veel mee. Daarvoor ben ik nu dankbaar, omdat ik toen net was als de leerling van nu, die eerder naar games grijpt dan naar Guido Gezelle. De auteur is directeur van scholengemeenschap Guido de Brès in Rotterdam.

Leerlingen starten het rustig lezen van een boek niet uit zichzelf

34

Lezen_brochure.indd 34

15-01-15 09:32


9. Snel en vluchtig lezen verandert het brein tekst Pieter Ariese beeld Sjaak Verboom

Intensief gebruik van internet verandert ons brein. We kunnen ons steeds minder goed concentreren. Dat heeft gevolgen voor ons leesgedrag. Lukt het straks nog om een tekst te doorgronden? Als journalist met nieuwe media in mâ&#x20AC;&#x2122;n portefeuille is het vanzelfsprekend dat ik ontwikkelingen op dit gebied op de voet volg. Ik ben intensief actief op sociale media. Mijn dag speelt zich grotendeels online af. Daar immers vind ik het laatste nieuws, volg ik de experts en doe ik ideeĂŤn op voor artikelen. Internet is voor mij onmisbaar om op de hoogte te blijven van mijn vakgebied. Dingeman van Wijnen (uitgeverij Van Wijnen, Franeker).

35

Lezen_brochure.indd 35

15-01-15 09:32


Wat ik enerzijds met veel plezier doe, levert anderzijds een permanent gevoel van onrust op. Daar worstel ik mee, sinds ik me enige tijd geleden realiseerde dat de angst om relevante informatie te missen zorgt voor een continue drang om online te gaan. En niets is tegenwoordig makkelijker dan dat. Als ik mijn laptop dichtklap, heb ik mijn smartphone al in de hand. ’s Avonds op de bank ligt mijn tablet steevast naast me. Met een simpele veegbeweging weet ik wat er speelt. Ook als ik niet werk ben ik er toch voortdurend mee bezig. Tegelijkertijd beïnvloedt dit gevoel van urgentie, mede opgeroepen door de overal aanwezige schermen, onmiskenbaar mijn gedrag. Het zorgt soms voor een slechte nachtrust. Mijn hersenen lijken de snelheid te willen evenaren waarmee op sociale media de berichten over elkaar heen buitelen. Ik merk dat ik het af en toe moeilijk vind dieper door te denken over zaken. Bij het lezen van een boek of een lang artikel grijp ik tussendoor standaard een paar keer naar mijn smartphone. Ook zonder apparaten in de buurt blijft de onrust. Internet is overal en het effect daarvan valt moeilijk te ontkennen. Het doet iets met ons. De Amerikaanse technologiejournalist Nicholas Carr was een van de eersten die hier de vinger bij legden. In zijn boek ”The Shallows”, in 2011 in het Nederlands vertaald als ”Het ondiepe”, beschrijft hij hoe het hem niet meer lukt om uren achter elkaar in een boek te lezen, omdat internet zijn brein heeft aangetast. Niet dat zijn hersenen aftakelen, maar ze functioneren anders. En Carr denkt de oorzaak te hebben gevonden: jaren van intensief internetgebruik. De manier waarop de informatie via het web tot ons komt –in een onophoudelijke, gefragmenteerde stroom– verandert uiteindelijk ook de manier waarop wij deze informatie verwerken. Namelijk op dezelfde vluchtige en oppervlakkige manier. En zo vreet het web het vermogen tot concentratie en contemplatie weg, betoogt Carr. Internet zorgt er dus voor dat we niet alleen minder geconcentreerd, maar ook ánders lezen. Diep lezen, de betekenis van de tekst ‘indrinken’ en doordenken, doen we nauwelijks nog. We scannen teksten vluchtig, op zoek naar de informatie waarvan we vinden dat die relevant is. De generatie die met internet opgroeit heeft in de verste verten niet het idee dat ze daardoor iets mist. Bovendien is alle kennis met een muisklik binnen handbereik, dankzij Google. Maar iets kunnen opzoeken is iets anders dan iets wéten. Belangrijk is dat Carr in zijn boek vaststelt dat onze hersenen veranderen. Hij 36

Lezen_brochure.indd 36

15-01-15 09:32


onderbouwt dat met gedegen wetenschappelijk bewijs. Ons brein, ook als we ouder worden, is flexibel en verandert door ervaringen, omstandigheden en behoeften. Dat is maar goed ook, want dankzij die ‘plasticiteit’ is iemand die blind wordt in staat om na verloop van tijd een beter gehoor te ontwikkelen. Maar we kunnen ons brein ook verkeerde dingen aanleren. En als Carr internet een ”afleidingsmachine” noemt, is duidelijk aan welke kant hij het web plaatst. Internet pakt ons ons oude brein af. „Ons lineaire brein waarmee we kalm, geconcentreerd en onafgeleid kunnen nadenken wordt verdrongen door een nieuw brein dat informatie wil consumeren en delen in korte, onsamenhangende en vaak overlappende uitbarstingen – hoe sneller, hoe beter.” Dat dit uiteindelijk ook gevolgen zal hebben voor het boek, is evident. De evolutie van de e-reader toont dat aan. Was dat aanvankelijk niet meer dan een digitale weergave van platte tekst, de nieuwste e-readers bevatten hyperlinks, plaatjes en video’s. En dat zijn nu juist de elementen die voor de grootste afleiding zorgen. De manier waarop vrijwel alle teksten digitaal zijn opgebouwd –vol met dit soort elementen– maakt het lastig om ons op de eigenlijke tekst te concentreren. Naarmate we het web vaker gebruiken, leren we ons brein steeds meer aan om afgeleid te worden. We kunnen informatie weliswaar snel en efficiënt verwerken, maar zonder blijvende aandacht. Zo verklaart Carr dat velen van ons het steeds moeilijker vinden om zich ergens op te concentreren, zelfs al zijn we niet in de buurt van een computer. „Onze hersenen zijn goed in vergeten en steeds minder goed in staat om te onthouden.” Iemand die mede om die reden nog veel feller dan Carr ageert tegen digitale media is de gerenommeerde Duitse hersenonderzoeker Manfred Spitzer. Zijn vorig jaar verschenen boek “Digitale dementie” zorgde voor de nodige opschudding. Spitzer betoogt daarin dat veelvuldig gebruik van digitale media leidt tot dementie. Dat gaat dus een stuk verder dan alleen oppervlakkiger leesgedrag. Waar Carr nog enigszins voorzichtig stelt dat onze hersenen veranderen –anders gaan functioneren– schrijft Spitzer onomwonden dat ons brein „verschrompelt” omdat het niet meer wordt belast. We leren passiever vanaf een scherm. De ervaring van een muisklik dringt minder diep door in onze hersenen dan schrijven met een potlood. Niet voor niets fulmineert Spitzer tegen de opkomst van Steve Jobsscholen, waar leren met de iPad centraal staat. 37

Lezen_brochure.indd 37

15-01-15 09:32


De vluchtige manier waarop we informatie tot ons nemen via internet zorgt voor een geringere onmiddellijke inspanning van de hersenen. Dankzij Google hoeven we geen moeite meer te doen om informatie langere tijd te onthouden. Maar daardoor slaan we kennis ook minder goed op. Een diepe verwerking van kennis zorgt niet alleen voor een betere ontwikkeling, maar levert ook een grotere mentale capaciteit op. Hoe groter deze reserve, des te langer het mentale verval duurt. De strekking van Spitzers betoog is dat veelvuldig gebruik van digitale media het mentale verval juist bespoedigt, al is het bewijs dat hij hiervoor aanvoert nog flinterdun. De Duitser toont –net als Carr– wél overtuigend aan dat het gebruik van digitale media iets doet met onze hersenen, hoewel onderzoek naar de langetermijneffecten nog niet is uitgekristalliseerd. Maar stel dat we inderdaad steeds minder goed in staat zijn om diepe, blijvende kennis op te bouwen door geconcentreerd te lezen: hoe erg is dat? Misschien zijn goed kunnen zoeken en snel informatie kunnen scannen in het huidige tijdperk wel veel belangrijker vaardigheden. De nieuwe werkelijkheid waarin internet de hoofdrol speelt vraagt nu eenmaal andere kwaliteiten van mensen. Zo bezien is het misschien helemaal niet zo erg dat ons brein zich hieraan aanpast. Sytse van der Veen, die recent het handzame boekje ‘Beeldscherm, brein en bidden’ schreef, brengt daar een belangrijk argument tegenin. God heeft Zich aan ons geopenbaard in het Woord, schrijft hij. Het geschréven Woord. Dat Woord moet gelezen worden. Voor christenen is contemplatie, het overdenken van dat Woord, onmisbaar. Het vormt, samen met het gebed, het geestelijk voedsel waarvan de christen leeft. Over voedsel gesproken: internet is als een feestmaal. De ene na de andere gang komt voorbij, de laatste nog smakelijker dan de vorige. Ons brein went eraan en zoekt, nee, éíst keer op keer nieuwe informatie. Wat doet die onrust met onze gerichtheid op God, vraagt Van der Veen zich af. Voor hem is duidelijk: internet is een bedreiging voor ons geloofsleven. Daarmee kunnen we de discussie echter niet sluiten. Immers, internet is anno 2014 voor vrijwel iedereen het eerstgekozen medium voor het opslaan, verwerken en delen van informatie, in welke vorm dan ook. Juist dat maakt afwijzing ervan zo moeilijk; daarmee plaatsen we ons buiten de realiteit. Maar tussen dit uiterste en het andere –de volledige overgave aan het web– liggen keuzemogelijkheden. Heel persoonlijk betekent dit dat, hoe onmisbaar internet ook voor me is ge38

Lezen_brochure.indd 38

15-01-15 09:32


worden, een ‘herprogrammering’ van mijn brein noodzakelijk is. Hoe ik dat doe? Heel eenvoudig: door vaker en langer afstand te nemen van het web. Door mijn mobiele apparaten weg te leggen als ik een boek lees of stille tijd houd. Door heel bewust te kiezen voor activiteiten waar ik geen internet bij nodig heb. Christenen hebben bij dergelijke keuzes een belangrijke leidraad: de Bijbel. Die leert ons maat te houden en ons leven, met vallen en opstaan, te richten op Christus.

Het web vreet ons vermogen tot concentratie en contemplatie weg

Beeldscherm, brein en bidden In zijn recent verschenen boekje �Beeldscherm, brein en bidden’ gaat Sytse van der Veen, duidelijk geïnspireerd door onder anderen Nicholas Carr, in op wat internet met onze hersenen doet. Hij waarschuwt voor de gevaren van het web in onze omgang met elkaar en met God. Met herkenbare, praktische voorbeelden schetst de auteur hoe digitale media kunnen ingrijpen in gezinsleven en maatschappij. Welke macht zit daarachter, vraagt hij zich af? Is internet een neutrale uitvinding, of gaat er een godloze kracht achter schuil? De auteur beantwoordt die vraag niet met een helder ja of nee, maar het hoofdstuk over de voordelen van internet telt nog geen drie bladzijden. Dat zegt genoeg. Met zijn boek wil Van der Veen zijn lezers „een bezinnende spiegel” voorhouden. Vanuit dat oogpunt begrijp ik dat hij vooral waarschuwt voor de negatieve, zondige kant van internet. Toch meen ik dat er juist vanwege de onafwendbare invloed van het web grote behoefte is aan meer afgewogen meningsvorming. Gelukkig geeft hij wel concrete handvatten mee. Een leven dicht bij God is een voortdurende strijd. De opkomst van internet maakt die strijd een stuk gecompliceerder. Bidden, lezen en mediteren zijn volgens Van der Veen de wapens die ons moeten helpen het hoofd te bieden aan de verleidingen van het web. Voor elk van ons mag de vraag wel wegen of we die wapens net zo intensief hanteren als onze smartphones. 39

Lezen_brochure.indd 39

15-01-15 09:32


Beeldscherm, brein en bidden. Wat internet doet met hersenen en geloof, Sytse van der Veen; uitg. Brevier Kampen, 2014; ISBN 978 94 91583 346; 111 blz.; â&#x201A;Ź 12,50. Meer lezen over dit onderwerp? Het ondiepe, Nicholas Carr (Maven Publishing, Amsterdam, 2011). De Amerikaanse auteur toont in zijn boek overtuigend aan dat ons brein verandert door intensief gebruik van internet. Daarmee verliezen we ook ons vermogen om diep te lezen. >>rd.nl/carr voor meer artikelen over Carr en zijn boek. Digitale dementie, Manfred Spitzer (Atlas Contact, Amsterdam, 2013). De Duitse hersenonderzoeker legt in zijn boek op uitermate boeiende wijze uit hoe onze hersenen werken. Hij verfoeit digitale media, die er volgens hem voor zorgen dat we niet goed meer leren en geen diepe kennis meer opdoen. Your brain on computers, Engelstalige artikelenserie uit de New York Times over de invloed van de informatiestortvloed op ons denken en gedrag. >>rd.nl/nytbrein voor een rechtstreekse link naar deze serie.

40

Lezen_brochure.indd 40

15-01-15 09:32


10. Lezers in de negentiende en twintigste eeuw tekst Rudy Ligtenberg beeld Sjaak Verboom

Ds. G. H. Kersten kreeg in 1894 voor zijn twaalfde verjaardag de catechismusverklaring van mr. Justus Vermeer cadeau. Ter voorbereiding op de wekelijkse catechisatieles las hij er trouw in. Als de slaap hem ’s avonds de baas dreigde te worden, zette hij zijn voeten in een teiltje met koud water. In reformatorische kring wordt vanouds veel gelezen, is het algemene beeld. „Gereformeerden hebben alles uit de kast gehaald om er boeken in te zetten”, schrijft de Apeldoornse kerkhistoricus prof. dr. H. J. Selderhuis in ”Calvijn, een mens”. De Geneefse reformator is wat hem betreft de grote promotor van de gereformeerde leescultuur geweest. Joop Koster (uitgeverij Gebr. Koster, Barneveld).

41

Lezen_brochure.indd 41

15-01-15 09:32


Er is inderdaad een verschil tussen het leesgedrag van rooms-katholieken en protestanten. „Over het algemeen waren de katholieken ongeletterder dan protestanten”, schrijft Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, in ”Het literaire leven in de negentiende eeuw”. Ze wijst erop dat het protestantisme altijd sterk de nadruk heeft gelegd op het lezen van de Bijbel in het gezin. Daardoor zou het leren lezen bij het gewone volk bevorderd zijn. Het alfabetiseringspercentage in Nederland was hoog, vergeleken met andere landen in Europa, constateert Mathijsen. „Er kan van uitgegaan worden dat in de loop van de negentiende eeuw zo ongeveer 75 procent van de bevolking leerde lezen en schrijven.” Dat betekende echter nog niet dat de mensen die konden lezen dat ook massaal deden, waarschuwt Mathijsen. „De meeste mensen waren ’s avonds te moe om nog te lezen. Men maakte op de fabrieken werkdagen van twaalf tot zestien uur lang. Ook kinderen werkten mee in de fabriek of op het land. Men had in de schaarse vrije tijd wel wat anders aan het hoofd dan boeken lezen.” Daarbij kwam dat veel mensen te arm waren om (dure) boeken te kopen. In orthodox-protestantse kring zal het lezen vooral tot de zondagen beperkt zijn gebleven. Middelburg De vraag wie welke boeken las, laat zich niet zo gemakkelijk beantwoorden. Gegevens over het leesgedrag van gewone mensen in vroegere tijden zijn schaars. En uit de verkoopcijfers van boekhandels en de inventarissen van privébibliotheken blijkt nog niet welke lectuur ook echt werd gelezen – de stelling dat de oudvaders veel geprezen, maar weinig gelezen worden zal niet elke grond missen. Toch geven zulke gegevens wel een globale indruk. Dr. J. J. Kloek en dr. W. W. Mijnhardt hebben in 1988 op basis van de bewaard gebleven administratie van boekhandel Van Benthem de leescultuur van Middelburg aan het begin van de negentiende eeuw in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat bijna 18 procent van de omzet bestond uit theologische en stichtelijke lectuur en bijna 12 procent uit school- en leerboeken en naslagwerken. Voor historische lectuur en biografieën lag dit percentage op ruim 10 en voor romans en verhalenbundels op dik 9. ‘Net als rond 1500 blijken het in de eerste plaats de kerk en de school te zijn die de boekconsumptie aanwakkeren, al is hun relatieve aandeel sterk teruggelopen’, aldus de onderzoekers. 42

Lezen_brochure.indd 42

15-01-15 09:32


Historicus dr. John Exalto maakt in de studie ‘Wandelende bijbels’ duidelijk dat in bevindelijk-gereformeerde (piëtistische) kring in de 19e en 20e eeuw vooral (ook door eenvoudige mensen) het ‘overjarig koren’ van de Nadere Reformatie werd gelezen: oudvaders als Wilhelmus a Brakel, Bernardus Smijtegelt, Alexander Comrie, Johannes Groenewegen, en, in vertaling, geschriften van onder anderen Samuel Rutherford en Joseph Charles Philpot. Deze lezers waren daarbij sterk gericht op de betekenis die de tekst voor de eigen ziel zou kunnen hebben. Ze lazen de oudvaders dan ook intensief, waarbij ze de vroegchristelijke en middeleeuwse meditatiepraktijk van de ‘lectio spiritualis’ (spirituele lezing) beoefenden. Exalto: ‘De manier waarop de piëtisten lazen, was reflectief en meditatief van aard. Het ‘nut’ van een tekst voor de ziel stond in het middelpunt.’ In zijn ‘Redelijke godsdienst’ beveelt Wilhelmus à Brakel het dagelijks en ‘practicael lesen’ van de Bijbel aan. ‘Het lezen stond in de context van meditatie en gebed, en het gelezene diende onder het werk, bij het slapen gaan en in de nacht overdacht te worden.’ Amoureuze en ijdele boeken Het lezen van ”goede boeken” (synoniem voor stichtelijke theologische werken) stond in schril contrast met dat van romans. Daaraan kon een christen zijn kostbare tijd beter niet besteden. De Utrechtse predikant Jacobus Koelman (16321695) waarschuwde in ”De pligten der ouders” al ernstig tegen het lezen van „vuile, amoureuze en ijdele boeken” – en romans waren dat in hoge mate. Ook anderen in de bevindelijk-gereformeerde kring hebben zich –tot op de dag van vandaag– negatief uitgelaten ten aanzien van de roman. Dr. J. A. Bunt schreef in het blad In het Spoor van 1 februari 1998 nog indringend tegen het lezen van romans. „Het is altijd zo geweest dat de door God geroepen knechten waarschuwden tegen het lezen van verderfelijke lectuur, waaronder vooral ook de christelijke romans. Die hebben een dubbel gevaar in zich, daar ze afvoeren van de zuivere genadeleer van Gods Woord en omdat ze de mensen prikkelen tot onreinigheid op een zeer listige wijze, soms met een schijn van vroomheid. Op z’n minst zijn ze ook gevaarlijk omdat ze afleiden van Gods Woord en van het lezen van goede lectuur.” De roman werd en wordt door de critici beschouwd als leugenachtig, want verzonnen. „Mede hierdoor en door de vaak prikkelende inhoud werden romans tot iets van de zondige wereld, wat we te mijden hadden”, constateren de 43

Lezen_brochure.indd 43

15-01-15 09:32


neerlandici C. Bregman en J. Schipper in ”Moderne literatuur gewikt en gewogen”. Desondanks deed ook in orthodox-protestantse kring halverwege de negentiende eeuw het fictieve verhaal zijn intrede. Een belangrijke katalysator hiervoor vormden de christelijke serieboeken, die onder invloed van de Reveilbeweging ontstonden. Ze waren bedoeld om het christelijk geloof uit te dragen en een christelijke levensstijl te bevorderen. ‘Aanvankelijk gingen daar ook theologische en stichtelijke uitgaven samen mét verhalende boeken’, stelt de theoloog dr. A. J. Onstenk in ‘Omzien met een glimlach’ vast. ‘Pas later begint de christelijke romanvorm de overhand te krijgen.’ En met succes, de VCL-serie, de Nobelreeks, de Spiegelserie, ze hebben hun duizenden, hun miljoenen verslagen. Populair waren schrijvers als K. Norel, Cor Bruijn, Anne de Vries en W. G. van de Hulst. Alleen al van Jos van Manen Pieters (1930) gingen bij elkaar 4 miljoen romans over de toonbank. De opkomst van de christelijke openbare bibliotheken –waarvoor met name de gereformeerde voorman Abraham Kuyper zich sterk maakte– zorgde voor een verdere ontwikkeling van de leescultuur in protestantse kring. Ratten aan ’t spek Ook in bevindelijk-gereformeerde kring deed de roman rond 1900 voorzichtig zijn intrede: historische romans en streekromans met een stichtelijke strekking –”De oude schoolmatres”, van een anonieme auteur, ”Met God voor ‘t recht” van J. Snoep, de boekjes van W. Schippers– werden met smaak in brede lagen gelezen. Overigens begreep ook ds. G. H. Kersten, die meer dan eens waarschuwde tegen het lezen van verkeerde boeken, wel dat van kinderen niet verlangd kan worden dat ze ”zware kost” lezen. In de Saambinder van 8 maart 1923 scheef hij: „Laat je kinderen lezen, maar geen boeken waarin het Woord Gods wordt bespot, de Naam Gods wordt ontheiligd, ’t werk Gods wordt verloochend. ’k Heb een bibliotheek opgericht voor de catechisanten, andere gemeenten hebben dit voorbeeld gevolgd. Maar je moet in die bibliotheek boeken brengen die men lezen wil. Hebt ge een kast met degelijke lectuur, als de catechisanten er niet naar vragen, blijf je met je prachtboeken zitten. Je moet de ratten aan ’t spek zien te krijgen. En dan van lieverlee naar gedegen kost.” In hetzelfde artikel besprak hij opvallend genoeg ook vier boeken (waaronder 44

Lezen_brochure.indd 44

15-01-15 09:32


enkele romans) van de ”Vereeniging ter bevordering van Christelijke Lectuur”, de eerste en oudste boekenserie van Nederland. In aansluiting op het voorgaande schreef hij: „Welnu, in dat licht bezie ik de uitgaven van de V. C. L. En dan beveel ik de lezing ervan aan, hoewel natuurlijk het eene boek mij der aanbeveling meer waardig schijnt dan het ander. Voor een boek als van ”Liefdes leed” gevoel ik niets; en of ”Langs vele wegen” velen trekken zal? Misschien wat sentimenteele menschjes? Maar ”De Christus der Schriften” is mooi. Zoo is het; Christus is den Jood een ergenis, den Griek een dwaasheid. Zalig hij, die door rechte zelfkennis in den Christus der Schriften den Zaligmaker vinden mag. ”De Vrouwe van ’t Hoynink” (heel, heel anders) zal wel zijn lezers vinden.” Na de Tweede Wereldoorlog brachten verschillende christelijke uitgevers romanseries op de markt voor lezers –meest vrouwen– die ds. Kersten waarschijnlijk als ”sentimenteele menschjes” zou bestempelen. Het ging om verstrooiende liefdesverhalen met weinig diepgang. Stortvloed Intussen is het hek van de dam. Een stortvloed aan fictie overspoelt al decennia lang de gereformeerde gezindte, al dan niet afkomstig uit Amerika. Zelfs de meest behoudende uitgevers hebben zich ertoe laten verleiden ook thrillers en detectives in het fonds op te nemen. Ze sluiten daarbij aan bij een landelijke trend: het spannende boek is het populairst, blijkt uit recente gegevens van de Leesmonitor, gevolgd door literatuur en door informatieve boeken. Standaardwerken van oudvaders staan misschien nog wel thuis in de kast, maar worden minder gelezen dan vroeger en dan nog vaak in versnipperde vorm: populair herschreven en ingekort, opgedeeld in dagboekstukjes of teruggebracht tot pakkende citaten. Er lijkt een verband met de opkomst van computer en internet, die in reformatorische kring nagenoeg kritiekloos zijn omarmd. Lezen gaat nog wel, maar het moet niet te diepgravend, te inspannend zijn. Nieuwe media rukken op, teksten moeten steeds korter en spannender zijn willen ze de aandacht nog vasthouden, en de lezer wil vooral gesticht, geraakt of ontroerd worden. Het lezen van boeken als vrijetijdsbesteding neemt sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw af in Nederland. Las in 1975 bijna de helft van de bevolking wekelijks nog weleens in een boek, in 2000 was dit nauwelijks nog een derde. Gemiddeld lezen Nederlanders, volgens hun eigen schatting, op dit moment 7,8 boeken per jaar. 45

Lezen_brochure.indd 45

15-01-15 09:32


Reformatorische jongeren hebben nog een relatief sterke leescultuur, zo blijkt uit de voorlopige rapportage van een onderzoek dat Driestar Educatief en Erdee Media Groep eind vorig jaar hielden. Zij lezen vijf uur per week (in boek, tijdschrift en krant) tegenover 45 minuten bij gemiddelde jongeren. Slechts een minderheid van de jongeren uit de gereformeerde gezindte –zo’n 30 procent– geeft echter de voorkeur aan een boek boven een film. Ruim een derde van de ondervraagden zegt door het vaker kijken van films (bijvoorbeeld via YouTube) minder aan lezen toe te komen. Rommelig lezen Thomas Vaessens, hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, constateert in de bundel ”Leescultuur onder vuur” dat zijn studenten „rommelig” lezen, zonder geduld. „De leescultuur zoals we die sinds het einde van de achttiende eeuw kenden, heeft zodanig onder vuur gelegen dat ze er eigenlijk niet meer is.” Studenten lezen vooral fragmenten: ‘Deze fragmenten verbinden ze zelf tot een eigen tekst; al knippend en plakkend uit veel verschillende (soorten) bronnen zijn jonge lezers van nu graag zélf de auteur van de tekst die ze lezen. (...) Mijn studenten zijn meesters van de compilatie, meesters van de dialogische tekst.’ En: ‘Ze creëren hun eigen artistieke kennisbronnen door hiërarchieloos en over de grenzen van media heen te grasduinen in literatuur, films, beeldende kunst, video-art etcetera.’ Dat proces is ook in reformatorische kring gaande. Jongeren grasduinen hun kennis bij elkaar. Bliepjes op de smartphone vertellen hun wanneer zich weer iets nieuws aandient. Ze hebben geen teiltje koud water nodig om wakker te blijven.

„De meeste mensen waren ’s avonds te moe om nog te lezen” Veranderend leesgedrag In De Waarheidsvriend van 15 oktober 2009 geeft uitgever Nico de Waal een interessante analyse van de verandering in leesgedrag in de gereformeerde gezindte. Dat er meer romans worden uitgegeven heeft volgens hem te maken met de toenemende vraag van vooral geschoolde vrouwen (parttime werkend met eigen inkomen). Zij zijn op zoek naar „het fatsoenlijke maar wel literaire 46

Lezen_brochure.indd 46

15-01-15 09:32


boek.” Ook de iets minder literaire, vertaalde fictie is een vrouwenzaak, stelt de uitgever. „Hier heeft het boek vooral een verstrooiende functie. De thrillers zijn vooral voor de mannen. Hier mag iets meer geweld in en elementen van relationele en lichamelijke spanning.” Per saldo wordt volgens De Waal niet zozeer minder gelezen, maar wel anders: fictie in plaats van non-fictie. De uitgever noemt het opvallend dat het soort hervormd-gereformeerde klassiekers dat eerder dat jaar nog in De Waarheidsvriend werden besproken, niet meer verschijnt: ”De orde van het heil” (ds. W. L. Tukker), ”Die geleden heeft” (ds. L. Kievit), ”Licht over uw pad” (ds. J. van Sliedregt). De Waal geeft hiervoor een aantal verklaringen. „De eerste is dat ontspanning belangrijker is geworden dan toerusting en kennis. Hoewel het algemene en specifieke kennisniveau in onze westerse wereld is toegenomen, is de inzet tot kennisverdieping op godsdienstgebied achtergebleven. Waarom? Als reactie op de druk op het leven? Omdat de energie in het betaalde deel van het leven gaat zitten?” Als tweede verklaring noemt De Waal dat het opdoen van kennis van het geloof heeft plaatsgemaakt voor een meer emotionele en empathische benadering. „De vragen van de jaren 50 en 60 –verkiezing, heilszekerheid, geloofstoe-eigening en theocratie– zijn verdwenen. Geloof is een minderheidsverschijnsel geworden en de behoefte aan bevestiging is dominant. Het leven vraagt al zo veel en dan graag een bemoedigende ervaring op zondag (en op zondag vooral).” Ten slotte constateert de uitgever dat er een nieuwe vorm van kennisverzameling is ontstaan, namelijk via korte cursussen met readermateriaal. „In groepsverband bezig zijn op een wijze die sterk aansluit bij het model van bedrijfscursussen. Met de aankleding die daarbij hoort: hapje, glaasje, locatie, techniek.”

47

Lezen_brochure.indd 47

15-01-15 09:32


11. Trends in de christelijke boekhandel tekst Enny de Bruijn beeld Sjaak Verboom

Een verkocht boek is niet altijd een gelezen boek – en omgekeerd. Toch zegt het aanbod van de christe­ lijke boekhandel wel iets over de smaak en het leesgedrag van de gemiddelde lezer. Als je vandaag een boekhandel binnenloopt, en het plaatje in je hoofd vergelijkt met dat van dertig, veertig jaar geleden, is het eerste wat je denkt: kleur! Vroeger –bij Romijn & Van der Hoff in Gorinchem of Van den Tol in Dordrecht of Lindenberg in Rotterdam– werd de zaak gedomineerd door stemmige banden van veelal gebonden boeken. Nu schreeuwen de kleuren je in de meeste boekhandels tegemoet, al is er altijd nog wel een hoekje met wat gedektere tinten voor de theologische lectuur. Die kleuren staan symbool voor een ontwikkeling. Niet alleen zijn er in elke christelijke boekhandel veel meer romans en kinderboeken te koop dan veertig jaar geleden, de omslagen zijn 48

Lezen_brochure.indd 48

15-01-15 09:32


ook flitsender, dreigender, bonter en feller geworden – hoewel niet per se mooier. Hetzelfde geldt voor de verhalen, vaak afkomstig van de overkant van de oceaan: spanning, sensatie, romantiek, moord en doodslag. Van zulke ingrediënten waren L. Penning, W. Schippers en Max de LangePraamsma natuurlijk óók niet afkerig, en die schrijvers van vroeger mengden óók regelmatig wonderen en bijzondere voorzienigheden door hun verhalen. Maar het voelde bij hen anders, voorzichtiger, genuanceerder qua geloofsbeleving en vooral: Nederlandser. Maar ze hadden het natuurlijk ook minder nodig om de aandacht te trekken. In hun tijd bleef een boek langer in de boekhandel liggen omdat er gewoon minder boeken verschenen. Bij de non-fictie is er iets anders aan de hand, daar lijken de boekjes vooral dunner te worden, met slappere kaften. Anders dan in de algemene boekhandel doen geschiedenis en filosofie het relatief slecht in de christelijke boekhandel. Maar waargebeurde ervaringsverhalen zijn populair, van ‘De jongen die in de hemel was’ tot ‘Gedragen door de Herder’. En er liggen altijd veel boeken over relaties, opvoeding en andere psychologische onderwerpen. Wat theologie betreft: boekhandels hebben meestal de nodige herdrukken van klassiekers, en ook wat dikkere boeken van hedendaagse theologen. Verder zijn er vooral veel dagboeken, meditatief-pastorale boeken en cadeauboekjes. In die genres kan het wel gebeuren dat je oude schrijvers tegenkomt –kerkvaders, reformatoren, piëtisten– maar dan hertaald, in stukken geknipt, ingekort en zo goed mogelijk toegankelijk gemaakt voor het hedendaagse publiek. Natuurlijk is het heel begrijpelijk dat uitgevers op die manier inspelen op de kortere aandachtsspanne van de lezer. Zeker wie met oude teksten wil werken en die ook nog wil verkopen, heeft eigenlijk geen andere keus. Maar soms verdringen al die goedkope en dunne boekjes te zeer de dikkere boeken waarin grote verhalen verteld en grote discussies gevoerd worden, en waarin de vragen van leven en dood genuanceerder aan de orde komen. Aan zulke boeken blijft bijvoorbeeld wél behoefte bij leden van leeskringen, de nieuwe dragers van onze leescultuur. Steeds meer mensen willen in onze samenleving graag samen met anderen nadenken en praten over een boek, al ontstaat die behoefte meestal pas na het dertigste, veertigste levensjaar. En niets is eenvoudiger dan samen met wat vrienden, collega’s of gemeenteleden een kring te beginnen. Eigenlijk is dat een prachtige tegenbeweging tegen de vervluchtiging van het lezen via digitale media. 49

Lezen_brochure.indd 49

15-01-15 09:32


Dunne boekjes met hapklare brokken zijn niet geschikt voor zo’n kring. Voor de theologische lectuur kiezen mensen vaak voor de dikkere boeken die nog steeds bij christelijke uitgeverijen verschijnen, en voor de geschiedenis en de literatuur beperken ze zich niet tot de christelijke boekenwereld maar kiezen ze ook graag eens voor Geert Mak, Annejet van der Zijl, Vonne van der Meer, Jan Siebelink, Khaled Hosseini. Daar kun je tenminste

een avondje over praten. Schrijvers, uitgevers en boekhandelaren doen er alles aan om boeken onder de aandacht te brengen. Dat moet ook, want het grootste probleem voor de hedendaagse lezer is misschien wel dat er zo verschrikkelijk veel verschijnt – zij het dat de neergang de laatste jaren heeft ingezet. In zo’n situatie is aandacht trekken voor één bepaalde titel de eerste stap. Dat betekent: met kleur werken, titels eruit laten springen, teksten zo flitsend en toegankelijk mogelijk maken, reclame maken, avonden organiseren, aandacht genereren in de media. Maar toch is het de inhoud die het moet doen, want wáárom lees je een boek tot het eind toe uit? Niet omdat het er zo leuk uitziet, en ook niet omdat het de makkelijkste vrijetijdsbesteding is. Er zijn altijd makkelijker dingen om te doen. Je leest uiteindelijk om verrijkt te worden met gedachten die niet zomaar vanzelf in je eigen hoofd opkomen – zodat je eigen ideeën- en belevingswereld wordt uitgebreid. Schrijvers zijn het dus aan zichzelf en hun lezers verplicht om die gedachten zo rijk mogelijk te maken. Uitgevers en boekverkopers kunnen vervolgens de aandacht proberen te vangen voor het boek. Maar het zijn de tekst en de lezer die het samen moeten doen.

Leeskringen zijn de nieuwe dragers van onze leescultuur

50

Lezen_brochure.indd 50

15-01-15 09:33


12. Vier lezers aan het woord Buiten de beschermde wereld kijken tekst Annemieke van den Berg beeld RD Willie Kooman (60) / Middelburg / huisvrouw Hoe, wanneer en waarom leest u? „Lezen doe ik het liefst vanaf papier, ik houd niet van schermen. In een boek wil ik kunnen bladeren, ik moet de bladzijden kunnen ruiken. Ik pak alleen in de verloren uurtjes een boek, en op vakantie. Lezen zorgt voor ontspanning en literatuur is voor mij een manier om na te denken over de wereld om me heen. Ik ben beschermd opgegroeid en leef nog steeds beschermd. Maar je staat wel in een grotere wereld. Ik vind het belangrijk om daar kennis van te nemen.” Wat leest u? „Ik houd erg van literatuur. In een notitieboekje houd ik bij welke boeken ik gelezen heb. Daarin staat bijvoorbeeld ”Retour Rantepao” van Joke Verweerd. Dat zie ik vooral als een ontspannende roman voor tussendoor. Ik zit op een leeskring die drie keer per jaar bij elkaar komt. We hebben daar bijvoorbeeld ”Stilte” behandeld van Shusaku Endo, een aangrijpend boek. De laatste keer lazen we ”Opstanding” van Tolstoj. Boeken van Vonne van der Meer vind ik ook mooi. Zij heeft een positieve benadering, zonder dat alles wordt opgelost.” Is uw leesgedrag door de tijd heen veranderd? „Het leven vraagt meer dan boeken lezen, daardoor kom ik vaak niet aan het lezen van literatuur toe. Dat was vroeger toen we een druk gezin hadden ook zo. Daarbij: ik lees de krant altijd goed, ik lees de Bijbel en theologie. Dan blijft er minder tijd over voor andere boeken. Maar ik ben blij dat ik op een literatuurkring zit, dat is voor mij een stok achter de deur om toch literatuur te pakken. Bij het ouder worden ben ik wel anders gaan lezen. Ik merk dat ik minder snel terugschrik voor moderne literatuur dan vroeger. Dat komt doordat ik nu meer leeservaring, maar ook meer levenservaring heb.” 51

Lezen_brochure.indd 51

15-01-15 09:33


Elke week een roman tekst Annemieke van den Berg beeld RD Marita Beijeman (41) / Oldebroek / groepsbegeleider bij stichting Ontmoeting Hoe, wanneer en waarom leest u? ‘Ik lees elke dag. Vaste momenten zijn ‘s morgens tijdens het koffiedrinken en ‘s avonds, als de kinderen op bed liggen. Per week heb ik gemiddeld één roman uit. Het lezen daarvan is voor mij echt ontspanning. Ik vind het heerlijk om helemaal in een boek te duiken en alles om me heen te vergeten. Dat doe ik al van jongs af aan. Mijn ouders lazen veel en ook onze kinderen pakken vaak een boek. We hebben het computergebruik sterk aan banden gelegd, waardoor ze op zoek moeten naar andere activiteiten. Er is een periode geweest dat ze weleens klaagden dat ze niets te doen hadden. Dan pak je toch een boek, zei ik dan. Nu lezen ze heel veel. We hebben het voordeel dat de bibliotheek vlakbij is.’ Wat leest u? „Vooral vertaalde Amerikaanse romans. Op dit moment ben ik bezig met ”Thuiskomen” van Dan Walsh. Dit boek is voor mij iets heel nieuws, ik kende de titel en de schrijver niet. In de bibliotheek kijk ik altijd tussen de nieuwe ingekomen uitgaven. Ik scan ze op naam van schrijver en uitgever en zo vind ik vaak iets om te lezen. Ook houd ik van Bijbelstudieboeken, boeken over het geloof en over opvoeding. Af en toe pak ik een pittig werk, waar je echt je hoofd bij moet houden. Iets van C. S. Lewis bijvoorbeeld. Van streekromans, zoals de VCL-serie, houd ik niet.” Is uw leesgedrag door de tijd heen veranderd? „Als twintiger had ik een wat drukker sociaal leven dan tegenwoordig, ik was regelmatig op pad. Nu ben ik vaker thuis, wat het iets makkelijker maakt om te lezen. Maar als je kijkt naar hoeveel ik lees, is er niet heel veel verschil.”

52

Lezen_brochure.indd 52

15-01-15 09:33


Van betekenis zijn voor je naaste tekst Eddy Aangeenbrug beeld RD P. A. Zevenbergen (58) / Alblasserdam / adjunct-directeur Wartburg College Hoe, wanneer en waarom leest u? „Lezen doet wat met je. Je treedt een andere wereld binnen. Het is verrijkend voor jezelf, maar het kan ook van betekenis zijn voor de naaste. Ik lees gemiddeld per week tien tot vijftien uur, vooral zaterdag en zondag. Doordeweeks is er niet de rust om te lezen. Dat neemt niet weg dat ik ambtshalve de oudvaders doorneem. Het is wel zo dat er meestal stapeltjes boeken rond mijn stoel in de kamer staan. Geef mij een goede stoel, boeken eromheen, een potlood en papier en ik ben uren zoet. Ik denk graag na over wat ik lees. Daarom maak ik geen ‘kilometers’, maar kruip ik erdoorheen. Vakantie is voor mij het verplaatsen van de werk- en leesplaats.” Wat leest u? „In mijn boekenkast staan veel Bijbelcommentaren, veel oudvaders, een dwarsdoorsnee van de kleine kerkgeschiedenis en veel secundair materiaal over de Nadere Reformatie. Oudvaders zijn in hun preken en verhandelingen grondig en ze blijven dicht bij Gods Woord. Zij bewijzen hun uitspraken met de Schrift. Van Lodenstein is mij bijzonder dierbaar. De vertolking van de innigheid van het geestelijke leven is kernachtig. Die man heeft zo’n nauwgezet en ernstig leven geleid. De preken van Boston en Watson vind ik bijzonder vanwege de praktische Bijbelse inslag. Die mensen laten het Woord spreken en dat Woord is van zichzelf geestelijk. Hun ernstige, bewogen en vermanende oproep tot bekering is indringend. De juiste Evangelieprediking is de beste manier om de totale doodsstaat van een mens te laten zien. Wat lees ik verder? Ik lees het Reformatorisch Dagblad, digitaal via de iPad Trouw en de NRC en wekelijks de Elsevier. Niet integraal, maar via de methode koppensnellen en diepteboringen.” Is uw leesgedrag door de tijd heen veranderd? „Als student las ik gewapend met papier en potlood de boeken door. Dat is nog steeds zo. Een goed boek in je handen is beter dan digitaal fragmentarisch lezen.” 53

Lezen_brochure.indd 53

15-01-15 09:33


Een boek moet het hart raken tekst Eddy Aangeenbrug beeld RD Jeroen van Limbeek (23) / Apeldoorn / student Hoe, wanneer, en waarom leest u? „Op de bank met een fysiek boek in mijn handen en een mok koffie ernaast: dat is voor mij tot rust komen. E-readers zijn niet aan mij besteed. Ik moet er niet aan denken – nooit. Ontspannend lezen kan voor mij ook samengaan met een cd’tje op de achtergrond, bij voorkeur klassieke muziek. Dat werkt niet als ik informatief lees, dan zit ik liever aan de eettafel op een rechte stoel. Voor mijn werk reis ik met de trein, dan zoek ik altijd een stiltecoupé om te lezen. Geen zwaarlijvige boeken, maar bijvoorbeeld brochures die ik soms tweedehands op de kop tik. Die kun je in een uurtje uitlezen. Op zondag lees ik het meest, vaak stichtelijke literatuur. Dat is een rustdag waarop ik daarvoor de meeste tijd heb. Als ik in het weekend bij mijn ouders ben, lees ik wat daar die week is binnengekomen, van de krant tot kerkelijke periodieken.” Wat leest u? „Veel van wat ik lees is theologische literatuur. Oudere homiletische brochures of preken uit de Reveilserie. Niet alleen geven ze een indruk geven van het toenmalig geestelijk klimaat, ik lees veel waar ik zelf ook door gesticht word. Ik hor weleens: „Jeroen, lees je ook nog een normaal boek?” Maar literatuur die het hart raakt, is belangrijk voor me. Dan kan ik een boek gerust voor een tweede of derde keer lezen. Verder kan ik nog steeds genieten van goede historische romans, andere historische werken of een luchtige detective op zijn tijd, bijvoorbeeld van Agatha Christie.” Is uw leesgedrag door de tijd heen veranderd? „Voor mij geldt dat fysieke boeken het nog steeds winnen van digitale media. Maar ik zou meer willen lezen, want de tijd ontbreekt me vaak.”

54

Lezen_brochure.indd 54

15-01-15 09:33


55

Lezen_brochure.indd 55

15-01-15 09:33


56

Lezen_brochure.indd 56

15-01-15 09:33


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook