Maandblad van en voor de aannemer en de installateur Uitgave van Embuild • Kunstlaan 20, 1000 Brussel • afgiftekantoor Gent X • 6 euro
DOSSIER :
19e OPEN WERVENDAG
Meer dan 350.000 fysieke en virtuele bezoekers
JOBSTUDENTEN
Wat is nieuw in 2026?
4e CONGRES BETAALBAAR WONEN Oplossingen voor lagere woonlasten
AI versterkt de handen op de werf
Artificiële intelligentie is geen hype meer maar realiteit, ook in onze bouw- en installatiesector. Dat is een goede zaak, want onze sector staat voor enorme uitdagingen. We moeten meer en sneller bouwen, duurzamer werken, de administratieve last verminderen en tegelijk een antwoord bieden op het structurele tekort aan arbeidskrachten. AI zal daarbij een krachtig hulpmiddel zijn.
Wie vandaag nog denkt dat artificiële intelligentie enkel iets is voor dienstenbedrijven vergist zich schromelijk. Op bouwwerven en in bouw- en installatiebedrijven ontstaan nu al steeds meer toepassingen die het dagelijkse werk ondersteunen. Binnen onze sector lopen vandaag al interessante initiatieven, die verder in dit magazine uitgebreid aan bod komen. Zo ontwikkelde ons innovatiecentrum Buildwise ‘Tooli’, een digitale agent die bouwprofessionals sneller toegang geeft tot technische informatie en expertise. Tooli helpt bedrijven om efficiënter antwoorden te vinden op technische vragen en ondersteunt zo de dagelijkse praktijk op de werf en op kantoor.
Ook specifiek voor onze leden lanceerde Embuild onlangs ‘EMMA’, onze eigen AIagent. We zijn daarmee de eerste bouwfederatie in Europa die dit kan aanbieden aan haar leden. EMMA ondersteunt onze leden 7 dagen op 7 en 24u per dag bij het zoeken naar informatie, regelgeving en advies. In een sector waar wetgeving, normen en administratieve verplichtingen voortdurend evolueren, betekent zo’n slimme assistent een enorme tijdswinst. Het is een voorbeeld van hoe AI niet alleen innovatie brengt, maar ook praktische ondersteuning biedt aan bedrijven uit onze sector.
AI zal natuurlijk de bouwvakker niet vervangen. Of heb je al pakweg een woning, gebouw of een brug gebouwd weten worden door machines en technologie alleen? Wat AI daarentegen wel kan en doet, is arbeiders en bedienden uit de bouw- en installatiesector ondersteunen en versterken door repetitieve taken over te nemen, informatie sneller te verwerken en betere inzichten te geven. Daardoor krijgen medewerkers meer tijd voor wat echt telt: kwalitatief werk leveren.
Het spreekt voor zich dat we AI verstandig moeten gebruiken. Technologie mag nooit een doel op zich worden. Transparantie, betrouwbaarheid en veiligheid zijn van cruciaal belang. Daarom werkt ‘onze’ EMMA enkel met informatie en documenten uit de Embuild-kennisdatabank en verwijst ze door naar de juiste expert voor meer toelichting. Verder respecteert EMMA de regels op het vlak van GDPR en privacy en deelt ze geen gegevens met derden. Dat is voor ons essentieel. Probeer EMMA dus zeker uit en laat ons weten wat je ervan vindt!
Niko Demeester
CEO Embuild
" Specifiek voor onze leden lanceerden we onlangs ‘EMMA’, onze eigen AI-agent. Embuild is daarmee de eerste bouwfederatie in Europa die dit kan aanbieden aan haar leden."
TOPEDITIE VOOR OPEN WERVENDAG
MET MEER DAN 350.000 FYSIEKE EN VIRTUELE BEZOEKERS
3 ● Edito
AI versterkt de handen op de werf.
7 ● Regionaal standpunt
De motor van het bouwbedrijf hapert; de relance moet werf voor werf worden georganiseerd.
EVENEMENT
8 ● Open Wervendag Meer dan 350.000 fysieke en virtuele bezoekers voor de 19 e editie.
BOUWBELANGEN
12 ● Studentenjobs Wat is nieuw in 2026?
14 ● Vrijwillige overuren Een structurele hervorming.
15 ● Nachtarbeid Praktijk wordt een stuk eenvoudiger.
16 ● Rebuild Belgium Focus op de weginfrastructuur.
18 ● LIFE BE FREE Vijfde nationale rondetafel.
21 ● EMMA-tool Jouw digitale assistent bij Embuild.
DOSSIER
23 ● Inleiding Houtbouw
24 ● Hout Info Bois “Uitzonderlijk Belgisch vakmanschap, maar nog te veel drempels”.
28 ● Groepering van Algemene Aannemers van Houtbouw “De Europese Unie zet steeds meer in op houtbouw”.
Op 31 mei heeft Embuild haar 19e Open Wervendag georganiseerd met 129 opmerkelijke bouwwerven die open stonden voor het grote publiek. “Deze editie was zeer succesvol met 73.000 fysieke bezoekers en 288.000 virtuele bezoekers”, zegt Niko Demeester, CEO van Embuild. Het evenement heeft over het ganse land ook een groot aantal toppolici aangetrokken.
DOSSIER: HOUTBOUW Houtbouw biedt tal van voordelen: milieuvriendelijkheid, opslag van koolstof, uitstekende energieprestaties dankzij optimale isolatie, goede akoestiek, een duurzaam en licht materiaal dat geschikt is voor prefabricatie en modulair bouwen, waardoor de werf snel en proper verloopt… Toch raakt deze bouwmethode in België maar moeilijk ingeburgerd: gemiddeld wordt slechts één op de tien woningen in hout gebouwd. Het cliché “het is duurder” blijft hardnekkig bestaan. Maar is dat wel terecht? In dit dossier analyseren we de markt van dit bouwsegment en laten we verschillende sleutelfiguren uit de sector aan het woord.
Op 6 mei organiseerde Embuild Vlaanderen haar vierde congres over betaalbaar wonen: een zeer actueel thema in tijden dat de woonlasten (het bedrag dat gezinnen aan hun huisvesting moeten besteden) almaar toenemen. Maar waarom stijgen die woonlasten en hoe kunnen wij die verlagen en in welke mate kan het beleid (en dan vooral de lokale besturen) hiertoe bijdragen? Vandaar dat meerdere sprekers op het congres lokale mandatarissen (burgemeesters en schepenen) waren.
EDENYA ERKEND DOOR GUINNESS WORLD RECORDS ALS GROOTSTE TROPISCHE SERRE TER WERELD
Edenya: zo heet de nieuwe botanische serre van Pairi Daiza. Die serre herbergt nu een nieuwe ecologisch verantwoorde tropische wereld met watervallen, rivieren, exotische dieren en zeldzame planten. Deze nieuwe uitbreiding van Pairi Daiza is intussen erkend door Guinness World Records als de grootste tropische serre ter wereld. Voor de Deforche Construction Group uit Izegem, die de indrukwekkende constructie realiseerde, vormt de erkenning een bevestiging van zijn technische expertise.
30 ● Chimsco Groupe “Algemene aannemers hebben begrepen hoe belangrijk het is om ons vanaf het begin bij een project te betrekken”.
32 ● Salon Bois & Habitat Focus op het asielzoekerscentrum AZC Dordrecht in Nederland.
34 ● Mobble Specialist in modulaire houtskeletbouw.
SECTOR & BEROEPEN
38 ● Embuild 80 jaar Getuigenis van Jean Biesmans, stichter van de Tectum Group.
40 ● Lerend netwerk sociale woningbouw Mogelijke kansen en knelpunten bij sociale woningbouw.
42 ● Congres betaalbaar wonen Op zoek naar oplossingen om woonlasten te verlagen.
46 ● EPC Gemeenschappelijke Delen Richtsnoer voor renovatie van appartementen.
48 ● Individueel maatwerk Sterk integratie-instrument in Vlaamse bouwbedrijven.
50 ● Congres BeGeo Onze sector was er goed vertegenwoordigd.
56 ● Buildwise
• Tooli, het AI-platform voor de bouwsector.
• Het Buildwise Magazine volledig gewijd aan AI.
• De Connection Tour.
PROJECTEN & BEDRIJVEN
60 ● Project Edenya erkend door Guinness World Records als grootste tropische serre ter wereld.
• CIT Blaton bekroond als Familiebedrijf van het Jaar.
• Cijfer van de maand
OP ZOEK NAAR OPLOSSINGEN OM WOONLASTEN TE VERLAGEN
Fjord, ruw en ongerept
De Fjord collectie heeft een krachtige en karaktervolle look, met een sprekende diepte en textuur. De kracht van de natuur en de nieuwste innovatieve technologieën ontmoeten elkaar in deze collectie, meer speci ek in het proces van digitaal engoberen. Een dunne kleilaag (engobe) wordt digitaal op de gevelstenen aangebracht die zorgt voor een unieke uitstraling. Dankzij deze geavanceerde techniek wordt een afwerking gecreëerd die perfect de natuurlijke gelaagdheid en kleuren van een fjordlandschap nabootst. Deze gevelstenen worden aangeboden in 5 kleuren in het slankere Eco-brick formaat, een duurzame keuze voor zowel nieuwbouw als renovatie.
wienerberger.be/fjord
Slanke gevelsteen
Meer ruimte voor isolatie
Duurzame keuze
De motor van het bouwbedrijf hapert; de relance moet werf voor werf worden georganiseerd
Ik treed hier op als woordvoerder van een groep ondernemers die het beu zijn steeds opnieuw te horen hoe slecht alles wel gaat. Ze zouden liever hebben dat er wordt gesproken over wat beter kan. In het hele land, en ook bij ons, is het aantal faillissementen sterk gestegen. De voorbije maanden is de stemming heel somber geworden op bouwplaatsen in Brussel. Particulieren stellen een geplande renovatie uit, investeerders gaan elders kijken en ook voor bestellingen door overheden hangt de vlag halfstok. De motor valt dus stil.
Achter deze cijfers gaan mannen en vrouwen schuil. Arbeiders, leerjongens, werfleiders, zelfstandigen. Onze sector vertegenwoordigt 16% van de Brusselse bedrijven en bijna 8% van de actieve bevolking. Het bouwbedrijf in Brussel is echter ook de eerste verstrekker van lokale werkgelegenheid, de eerste sector op het vlak van CO2-uitstoot, en dus de eerste hefboom op het vlak van klimaat, de eerste post ook in het budget van huishoudens via hun woning. Vandaag wordt meer dan de helft van de kosten van die woningen opgeslokt door heffingen, lasten en de inertie van de administratie. Elke slapende vergunning, elk project dat stilvalt, dat zijn verloren arbeidsuren voor de Brusselaars. Sinds de komst van de nieuwe regering werkt Embuild.Brussels hard aan de dossiers die een einde kunnen maken aan de blokkering van de sector: projecten juridisch veilig stellen, openbare bestellingen weer aanzwengelen, opleiding en leren op onze werven ondersteunen. Er is intussen genoeg gepraat. Het is tijd voor oplossingen.
En dan kwam er het beroep.
Het Gewest heeft beslist in beroep te gaan tegen het vonnis 'We Are Nature'. Dat is een sterk signaal. Het bewijst dat we er ons niet bij neerleggen dat er in Brussel helemaal niet meer kan worden gebouwd. Het is precies het gebaar dat we van de nieuwe regering hadden verwacht.
Het feit beroep in te stellen is echter een signaal. Het is nog geen relance. Die relance wordt afgemeten aan het aantal werven dat wordt opgestart, aan vergunningen die worden afgegeven, aan opdrachten die worden gegund. En dat alles speelt zich vandaag af.
Embuild.Brussels stelt aan de regering meerdere acties voor die snel moeten worden gelanceerd. Wat betreft de vergunningen verheugen we ons over de intentie van de regering om de termijnen met de helft in te korten. Samen met de BVS, BECI en Voka Brussels hebben we op 8 mei een nota met concrete voorstellen voor de hervorming van het BWRO (Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening) afgegeven aan de regering. Voor bestellingen vanwege de overheid hebben we een duidelijke kalender van toekomstige investeringen gevraagd op zowel gewestelijk als gemeentelijk vlak. Op het vlak van energierenovatie vragen we een veilig rechtskader en een leesbare en stabiele regeling voor overheidssteun voor de komende jaren.
Elke euro die wordt geïnvesteerd in werven in korte ketens, zorgt voor de irrigatie van Brussel: een loon dat hier wordt uitbetaald, een jongere die bij ons wordt gevormd, knowhow die blijft. Dat is wat we bedoelen met werkgelegenheid die niet wordt gedelokaliseerd.
Embuild.Brussels maakt geen deel uit van de oppositie. We streven naar oplossingen. We hebben dat bewezen vanaf de eerste dag van deze legislatuur en we blijven onze rol vervullen van veeleisende partner.
Het signaal is gegeven. Het is aan ons om er samen een relance van te maken. Voor de ondernemers. Voor de Brusselaars die werk zoeken. Voor het Gewest dat ons dierbaar is.
Samen. En nu.
Alexandre De Cesco
Voorzitter Embuild.Brussels
" Het feit beroep in te stellen is een signaal. Het is nog geen relance. Die relance wordt afgemeten aan het aantal werven dat wordt opgestart, aan vergunningen die worden afgegeven, aan opdrachten die worden gegund."
Topeditie voor Open Wervendag met meer dan 350.000 fysieke en virtuele bezoekers
Op 31 mei heeft Embuild haar 19e Open Wervendag georganiseerd met 129 opmerkelijke bouwwerven die open stonden voor het grote publiek. “Deze editie was zeer succesvol met 73.000 fysieke bezoekers en 288.000 virtuele bezoekers”, zegt Niko Demeester, CEO van Embuild. Het evenement heeft over het ganse land ook een groot aantal toppolici aangetrokken.
Het is intussen een traditie geworden om op de Open Wervendag de bouw- en installatiesector in de kijker te zetten. De 19e uitgave is andermaal een mooi succes geworden. Op het programma stonden onder meer grote infrastructuurwerken, woonprojecten, sportcomplexen, openbare gebouwen en restauraties. Ook veel toppolitici toonden hun interesse voor de bouwsector door deel te nemen aan werfbezoeken tijdens de Open Wervendag. Zo ontvingen we onder meer de federale ministers Jan Jambon, Vincent Van Peteghem, David Clarinval en Mathieu Bihet. In Vlaanderen kwamen Vlaams minister-president Matthias Diependaele, de Vlaamse ministers
➊ De omvorming van het voormalige hospitaal van Charleroi tot de hogeschool HELHa-UCLouvain (Eiffage, Duchêne en Eiffage Sabem).
➋ De renovatie en versteviging van het viaduct van Vilvoorde maakt deel uit van het programma Werken aan de Ring (Viaduct Vilvoorde Vernieuwt, Stadsbader Contractors et Viabuild).
➌ HUGUES KEMPENEERS, directeur-generaal van Embuild Wallonie (3e van links) met rechts van hem CÉCILE NEVEN, de Waalse minister van Energie, met de teams van ons lid op de werf voor de renovatie van de Basiliek Saint-Benoît van Maredsous (Rc RENO).
➍ Ons lid Houben bouwt het splinternieuwe H.Essers Training Center voor KRC Genk.
➎ MAXIME PRÉVOT (3e van links), minister van Buitenlandse Zaken, bezocht de werf voor de nieuwe zetel van het bedrijf Genetec te Wierde (onderneming Marc Taviet). Rechts van hem DELPHINE HALLAUX, gedelegeerd bestuurder van Genetec en voorzitter van Embuild Namur Brabant wallon en links van hem GEOFFROY DOQUIRE, gedelegeerd bestuurder van de onderneming Marc Taviet
RUIM 1.100 LEERLINGEN ONTDEKTEN VRIJDAG AL 17 WERVEN
De bouwsector blijft op zoek naar technisch talent. Daarom bracht Embuild Vlaanderen op vrijdag 29 mei meer dan 1.100 leerlingen en hun leerkrachten naar 17 werven in Vlaanderen. Net voor de publieke Open Wervendag van zondag 31 mei ontdekten zij hoe technologie, digitalisering, artificiële intelligentie en innovatieve technieken vandaag al op grote schaal worden toegepast op de werf.
Caroline Deiteren, directeur-generaal van Embuild Vlaanderen: “1.100 leerlingen, dat zijn 1.100 potentiële medewerkers van morgen. Veel jongeren beseffen onvoldoende hoe technologisch en innovatief de bouw vandaag is. En welke impact ze als ingenieur, werfleider of technisch expert kunnen hebben op een project. Door hen kennis te laten maken met de bouwkundige hoogstandjes waar de sector aan werkt en hen te tonen hoe ze daaraan kunnen bijdragen, willen we hun interesse opwekken voor de bouw.”
Annick De Ridder, Jo Brouns, Ben Weyts en Hans Bonte en partijvoorzitter Frédéric De Gucht langs. En in Wallonië vereerden de ministers Cécile Neven, Anne-Catherine Dalcq et François Desquesnes ons met een bezoek.
129 topwerven
Ter gelegenheid van de Open Wervendag van 2026 hebben onze leden 129 topwerven voor het grote publiek opengesteld. En dat zowel via fysieke als via virtuele bezoeken. Het evenement biedt niet alleen een kijkje achter de schermen, maar toont ook hoe de bouw- en installatiesector concrete antwoorden biedt op grote maatschappelijke uitdagingen.
“Meer dan ooit tonen we dat de bouw- en installatiesector de toekomst mee vormgeeft. Onze sector speelt een cruciale rol in de klimaattransitie, in de vernieuwing van onze infrastructuur, in het creëren van extra woonruimte, in het scheppen van aantrekkelijke jobs en dus ook in het versterken van onze welvaart”, zegt Niko Demeester.
361.000 bezoekers genoten van de 19e editie van de Open Wervendag: 73.000 mensen deden dat ter plaatse op een werf zelf, 288.000 deden dat virtueel vanachter hun computer. Ter vergelijking: vorig jaar bezochten 65.000 mensen een werf ter plaatse en 250.000 mensen kozen toen voor een virtueel werfbezoek. Deze Open Wervendag was dus een nog groter succes, ook digitaal. Op https://openwervendag.be/ zijn die werven nog steeds te bezoeken de komende weken.
➊ Gesprekpanel voor 70 leerlingen van het VTI van Tielt in een nieuw studentenhome in Gent (Jan De Nul).
➋ CHRISTINE LHOSTE, directeur-generaal van Embuild (links) naast de MATHIEU BIHET, federaal minister van Energie, op de werf voor de toekomstige zetel van Embuild Liège in Herstal (Seppi, HTTP et Steiner Concept).
➌ Op de werf van Oosterweel in Antwerpen, een delegatie geleid door vice-premier JAN JAMBON, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken ANNICK DE RIDDER, burgemeester ELS VAN DOESBURG en ertussen NIKO DEMEESTER.
➍ Bouw van een nieuw faculteitsgebouw voor de Faculteit Bedrijfseconomische Wetenschappen van UHasselt (Cordeel).
➎ Veel volk op de werf voor de Oosterweel-verbinding.(Roco, Cordeel, Jan De Nul, Besix, Besix Infra, Denys, Van Laere, Deme, Willemen Infra en Willemen Bouw).
➏ Leerlingen op de Open Wervenvrijdag op de site van het nieuwe VRT-gebouw (Willemen Construct, Jan De Nul en EEG)
➐ MATTHIAS DIEPENDAELE, de Vlaamse minister-president in Gent. Voor UZ Gent wordt een ondergrondse parking van 90.000 m² voor 1.794 wagens gebouwd (CIT Blaton, Cordeel et Wyckaert).
➑ JO BROUNS, de Vlaamse minister van Omgeving, bezocht de werf van het nieuw bezoekerscentrum voor het Nationaal Park Hoge Kempen in Maasmechelen (Eiffage Reynders).
➒ De bouw van rijtjeshuizen in Ligny (Les Constructions JMD).
Een jobstudent tewerkstellen in de bouw:
wat is nieuw in 2026?
Wil je tijdens de zomermaanden een jongere als jobstudent laten werken? Welke regels zijn van toepassing? Welke formaliteiten moet je vervullen? Zijn er in 2026 wijzigingen? En hoe zit het met je eigen kinderen? Vallen zij onder dezelfde regels? In dit artikel beantwoorden we deze praktische vragen.
Bouwbedrijven kunnen jongeren tewerkstellen met een studentenovereenkomst.
Toepasselijke regels
Studenten mogen alleen werken gedurende de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen. Met andere woorden: op zaterdag, zondag, feestdagen en tijdens de schoolvakanties.
Sinds 2017 wordt de maximale tewerkstellingsduur uitgedrukt in uren. Studenten beschikken over een contingent van 650 uur per kalenderjaar. Zolang ze dit quotum niet overschrijden en er een schriftelijke arbeidsovereenkomst is opgesteld, zijn ze niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen noch aan de bedrijfsvoorheffing. Jobstudenten betalen alleen een solidariteitsbijdrage van 8,13% (2,71% ten laste van de student en 5,42% ten laste van de werkgever).
Wie?
Sinds 9 januari 2026 kunnen jongeren van 15 jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht (met andere woorden: die de eerste twee jaar van het voltijds secundair onderwijs nog niet hebben afgerond) als student worden aangeworven. Ze mogen echter alleen 'lichte arbeid' verrichten onder strenge voorwaarden. Het gaat met name om werkzaamheden die geen specifieke scholing vergen en die niet worden verricht met of aan mechanische arbeidsmiddelen (KB van 19 april 2026).
Opgelet! Werkzaamheden op de bouwplaats lijken bij voorbaat uitgesloten, aangezien daarvoor een veiligheidsopleiding vereist is. Activi-
teiten in een werkplaats of op kantoor lijken daarentegen wel toegestaan (schoonmaken van lokalen, onthaal, administratie, …).
De andere categorieën studenten blijven uiteraard behouden. Het betreft de studenten:
A) die aan de voltijdse leerplicht hebben voldaan (15 of 16 jaar) en een voltijdse opleiding voortzetten;
B) die niet meer aan de leerplicht zijn onderworpen (omdat ze 18 jaar oud zijn of hun
WAT ALS MIJN KIND ME HELPT?
Stel je voor: je hebt een eigen bouwbedrijf. Op zaterdagochtend neem je je minderjarige zoon mee met de bestelwagen om materiaal te leveren op verschillende werven, zodat de ploegen maandagochtend tijd winnen. Dat is een veelvoorkomende situatie in familiale bouwbedrijven.
Als je je op de een of andere manier laat helpen door je kinderen in je onderneming, wees je er dan van bewust dat er twee mogelijke statuten zijn: ofwel werkt de jongere met een studenten-overeenkomst, ofwel wordt hij of zij beschouwd als helper van een zelfstandige natuurlijke persoon. Kinderen van een zelfstandige zijn echter niet onderworpen aan het sociaal statuut van zelfstandigen zolang ze nog geen 20 jaar zijn of wanneer hun activiteit occasioneel is (minder dan 90 dagen per jaar). Neem contact op met je sociaal verzekeringsfonds voor meer informatie. Opgelet! Zonder een wettelijk statuut wordt dit beschouwd als zwartwerk.
Vergeet ook niet dat je kinderen, zelfs als ze een wettelijk statuut hebben, risico’s lopen, vooral wanneer ze op de bouwplaats werken. Zelfs als er op een bepaald moment geen werkzaamheden aan de gang zijn, blijven er veiligheidsrisico’s bestaan. Veilig werken is een absolute prioriteit voor Embuild. Het is niet voor niets dat wij hebben geëist dat al wie op een bouwplaats werkt een basisveiligheidsopleiding moet hebben gevolgd. Kinderen die hun ouders op de bouwplaats vergezellen, zouden dus minstens deze opleiding ook moeten hebben gevolgd. Want bij een ongeval kunnen de gevolgen bijzonder ernstig zijn. Ongeacht het statuut van de jongere: veiligheid eerst.
secundaire studies hebben beëindigd) en die een dagopleiding met volledig leerplan voortzetten;
C) uitsluitend tijdens de schoolvakanties minderjarige studenten van 15 jaar en ouder die deeltijds onderwijs of een deeltijdse opleiding volgen en die geen overbruggingsuitkering krijgen;
D) enkel wanneer zij geen onderwijs of opleiding moeten volgen of niet aanwezig moeten zijn op de werkplek, de studenten (1) die een systeem van alternerend leren en werken volgen dat bestaat uit, enerzijds, een theoretische vorming in een onderwijsinstelling of opleidingscentrum ingericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid en, anderzijds, een praktische opleiding op de werkplek en (2) die niet genieten van een werkloosheidsuitkering, noch van een inschakelingsuitkering.
OPGELET! Als de studentenjob wordt uitgevoerd bij dezelfde werkgever waar de jongere in alternerende opleiding ook zijn of haar praktische opleiding volgt, aanvaarden de FOD Werkgelegenheid en de RSZ dit enkel voor de zomermaanden (juli en augustus).
Verloning
In het sectoraal akkoord 2025-2026 werd afgesproken om, vanaf 1 april 2026, opnieuw een specifiek barema in te voeren voor studenten die werken met een overeenkomst voor de tewerkstelling van studenten, zoals bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Dat is nieuw: het basisuurloon bedraagt 16 euro. Dit bedrag wordt elk jaar geïndexeerd op 1 juli. Je onderneming kan uiteraard een hoger uurloon toekennen. Jobstudenten in de bouw hebben geen recht op maaltijdcheques.
De loonbarema’s voor bedienden-studenten (niet-arbeiders) vind je op de website van het Sociaal Fonds van PC 200.
De inkomsten van studenten zijn onderworpen aan specifieke fiscale regels Werken ze minder dan 650 uur per jaar, beschikken ze over een schriftelijke arbeidsovereenkomst en betalen ze geen sociale bijdragen, dan wordt geen bedrijfsvoorheffing ingehouden. De verplichting om belastingen te betalen hangt af van het totale inkomen van de student. De student kan ook ten laste van zijn ouders blijven, op voorwaarde dat hij of zij deel uitmaakt van
INFO: Surf naar de website van Embuild (ledengedeelte), waar je een volledig dossier over studentenarbeid kan vinden (tewerkstellingsformaliteiten, verboden werkzaamheden, veiligheidsmaatregelen, sociaal en fiscaal statuut, …).
het gezin, een bepaald plafond aan bestaansmiddelen niet overschrijdt en geen lonen ontvangt die voor de ouders als beroepskosten aftrekbaar zijn.
Veiligheid
Als werkgever moet je een risicoanalyse uitvoeren van de risico’s waaraan de jobstudent wordt blootgesteld tijdens zijn of haar activiteiten. Je beoordeelt daarbij alle risico’s voor de veiligheid, de fysieke en mentale gezondheid en de ontwikkeling van de student. Deze analyse moet gebeuren in samenwerking met de preventieadviseur van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Ze moet worden geïntegreerd in het globaal preventieplan en op basis daarvan moeten passende preventiemaatregelen worden genomen.
Om veiligheidsredenen zijn bepaalde activiteiten verboden voor minderjarige werknemers (jonger dan 18 jaar). Logischerwijs zijn die ook verboden voor alle studenten-werknemers, ongeacht hun leeftijd. Deze beperkingen gelden niet voor studenten-werknemers van 18 jaar of ouder die een opleiding volgen die overeenstemt met het werk of de taken waarop het verbod betrekking heeft, op voorwaarde dat ze worden begeleid door een ervaren werknemer.
Verplichte
basisveiligheidsopleiding
Studenten worden aangeworven op basis van een arbeidsovereenkomst. Als ze worden ingezet op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, moeten ze dus, net als andere werknemers, een verplichte basisveiligheidsopleiding van minstens acht uur hebben gevolgd, en dit binnen de maand na hun indiensttreding.
Bepaalde studenten uit het beroeps- of technisch onderwijs kunnen genieten van een afwijking wanneer ze op school een VCA-attest hebben behaald.
Alle details over studentenjobs en veiligheid vind je in dossier 151 van Constructiv over de tewerkstelling van jongeren in de bouw en in infofiche 3009 – Welzijn van jobstudenten in bouwbedrijven. De nodige documenten zijn gratis beschikbaar op www.buildingyourlearning.be.
Vrijwillige overuren structureel hervormd
In de praktijk kunnen twee regelingen worden ingezet om het arbeidsvolume te verhogen:
de bijkomende uren in de bouw (KB 213) en de vrijwillige overuren. Samengeteld gaat het om een theoretisch potentieel van 540 extra uren per kalenderjaar. Dat cijfer blijft echter theoretisch, om twee belangrijke redenen.
Ten eerste is het fiscaal voordeel beperkt tot 180 uur. Als die 180 uren al worden benut via KB 213, is er geen fiscaal voordeel meer boven dat plafond. In dat geval verdwijnt grotendeels het financiële voordeel om vrijwillige overuren te presteren boven de 240 vrijgestelde uren.
Ten tweede: wie de 180 fiscaal gunstige uren combineert met de 240 uren ‘netto = bruto’, komt uit op 420 uur overwerk per jaar (zonder recuperatie). Afhankelijk van de arbeidsorganisatie (en met name bij afwezigheid van tijdelijke werkloosheid) kan die cumul de onderneming dicht bij de Europese grens van gemiddeld 48 uur per week brengen, berekend over een referteperiode van 12 maanden.
Het nieuwe structurele stelsel van vrijwillige overuren (art. 25bis van de wet van 16 maart 1971) is met terugwerkende kracht in werking getreden op 1 april 2026. In dit artikel lichten we dit vereenvoudigde systeem toe.
Sinds 2017 kunnen werknemers, op basis van een akkoord met hun werkgever, 100 vrijwillige overuren presteren. Na de Covid-crisis werd dit mechanisme aangevuld met een tijdelijk contingent van 120 bijkomende uren, de zogenaamde relance uren. Dat tijdelijke contingent liep af op 31 maart 2026.
Wat verandert er?
Sinds 1 april 2026 geldt één uniform systeem van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar, zonder motief en zonder inhaalrust. Dat systeem ziet er als volgt uit:
● 240 uren behouden de sociale en fiscale behandeling van de vroegere relance uren: ze worden uitbetaald aan 100% en zijn vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen.
Concreet betekent dit dat het nettoloon van de werknemer gelijk is aan het brutoloon, en dat ook de kosten voor de werkgever overeenkomen met het brutobedrag.
Deze 240 uren worden berekend over het volledige jaar 2026: relance uren die al in het eerste kwartaal van 2026 werden gepresteerd, worden in mindering gebracht van dit nieuwe contingent.
● 120 vrijwillige overuren blijven onderworpen aan de loontoeslagen voor klassieke overuren: +50% op weekdagen en +100% op zon en feestdagen.
Ook deze uren kunnen het fiscaal voordeel opleveren.
In de praktijk
Er is geen volgorde of prioriteit vastgelegd tussen beide luiken: het contingent ‘netto = bruto’ (240 u) en het contingent met
overloon (120 u) kunnen vrij gecombineerd worden, binnen de jaarlijkse grenzen.
De grenswaarden blijven ongewijzigd:
● maximaal 11 uur per dag (dus maximaal +3 uur/dag);
● maximaal 50 uur per week (dus maximaal +10 uur/week).
Deze uren geven geen recht op recuperatie. Ze komen dus niet op de teller van de interne grens.
Schriftelijk akkoord, zonder zware formaliteiten
Het grote voordeel van vrijwillige overuren is dat geen specifiek motief vereist is: een akkoord tussen werknemer en werkgever volstaat. Dat akkoord moet wel schriftelijk worden vastgelegd vóór de prestaties.
De geldigheidsduur van het akkoord wordt verlengd van 6 naar 12 maanden, met een stilzwijgende verlenging voor dezelfde periode. Het blijft wel opzegbaar met een opzegtermijn van één maand.
We herinneren er ook aan dat deze uren buiten de in het arbeidsreglement vastgelegde uurregelingen kunnen worden gepresteerd.
Wat met lopende akkoorden?
Overeenkomsten die onder de oude regelgeving werden gesloten, blijven geldig als akkoord dat valt onder het nieuwe stelsel, tot het einde van hun oorspronkelijke looptijd.
Na afloop moet een nieuw akkoord worden gesloten volgens de nieuwe regels, voor één jaar (met stilzwijgende verlenging en mogelijkheid tot opzeg).
Nachtarbeid wordt een stuk eenvoudiger
Tot en met 31 mei 2026 was nachtarbeid in principe verboden, behalve met een afwijking. Sinds 1 juni 2026 is de wetgeving aangepast. Het verbod verdwijnt. Er is dus geen specifiek motief meer nodig om ’s nachts te werken. Ook de formaliteiten zijn vereenvoudigd. Aangezien nachtarbeid geen normale arbeidsregeling is in een onderneming, moeten er wel nog altijd aangepaste uurregelingen in het arbeidsreglement worden opgenomen.
Voor bouwbedrijven blijft de definitie van nachtarbeid ongewijzigd. In het arbeidsrecht wordt de nacht gedefinieerd als de periode van 20 uur tot 6 uur ’s morgens. Van 'nachtarbeid' is pas sprake wanneer er prestaties worden geleverd tussen middernacht en 5 uur ‘s morgens. Wie bijvoorbeeld tot middernacht werkt of om 5 uur begint, verricht dus geen nachtarbeid in de juridische zin.
Formaliteiten
Welke formaliteiten nodig zijn om ’s nachts te mogen werken, hangt af van de situatie. Die zijn nu wel een stuk eenvoudiger geworden.
Bij overmacht wordt op onvoorspelbare wijze gewerkt en dus buiten de uurregelingen die in het arbeidsreglement zijn vastgelegd. In dat geval volstaat het om de Sociale Inspectie te informeren dat er ’s nachts gewerkt zal worden.
In alle andere situaties, of het nu gaat om marginale, occasionele of structurele nachtarbeid, moeten er altijd aangepaste uurregelingen zijn. De procedure om die uurregelingen in het arbeidsreglement van de onderneming op te nemen, is vereenvoudigd. Het is niet langer verplicht om daarvoor een cao te sluiten met alle vakorganisaties die in de syndicale afvaardiging vertegenwoordigd zijn. Of er nu wel of geen syndicale afvaardiging is, kan de werkgever voortaan gewoon de klassieke procedure tot wijziging van het arbeidsreglement volgen.
Extra overleg met de syndicale afvaardiging, of rechtstreeks met de werknemers als er geen syndicale afvaardiging is, is
enkel nog verplicht wanneer het geplande arbeidsregime gebruikelijke arbeidsprestaties tussen middernacht en 5 uur ‘s morgens omvat.
Tijdens dat overleg moeten volgende punten aan bod komen:
A) de naleving van cao nr. 46; B) de nodige veiligheidsmaatregelen; C) de opvangmogelijkheden voor kinderen; D) de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het vlak van verloning; E) het aantal betrokken werknemers.
Toeslag van 25%
Ter herinnering: uren die gepresteerd worden tussen 22 uur en 6 uur geven recht op een loontoeslag van 25% en op een pauze van 30 minuten die betaald wordt tegen het normale loon. Aan deze regels wijzigt de nieuwe wet niets.
Er is voortaan geen motief meer nodig om ’s nachts te werken, of dat nu occasioneel of regelmatiger gebeurt. Volgens het rechtsbeginsel dat de meest recente wet voorrang heeft op oudere bepalingen, worden sectorale regels die gebaseerd waren op het vroegere verbod (zoals bepalingen over de verruiming van de grenzen uit de wet van 6 april 1960, die intussen zijn afgeschaft) achterhaald.
Concreet betekent dit dat het perfect mogelijk wordt om vóór 6 uur ’s morgens te starten of na 19 uur door te werken in alle bouwbedrijven en in betoncentrales. Het systeem van opeenvolgende ploegen is dus niet langer nodig om vroeger te kunnen beginnen. De afschaffing van het verbod op nachtarbeid betekent een aanzienlijke vereenvoudiging voor de ondernemingen. Enkel gemeentelijke beperkingen kunnen de activiteiten nog aan banden leggen.
Rebuild Belgium : focus op de weginfrastructuur
In het kader van Rebuild Belgium presenteerden we in onze twee vorige edities al de cijfers over woningen en publieke gebouwen. Nu is het tijd voor het derde en laatste deel: de infrastructuur, die eveneens dringend aan vernieuwing toe is. Embuild bracht de nodige gegevens samen over autosnelwegen, gewestwegen en de bruggen en tunnels op die assen. Die maken duidelijk hoeveel werk er nog aan de winkel is.
“Het zijn niet alleen onze woningen en publieke gebouwen die gerenoveerd moeten worden. Ook onze weginfrastructuur kampt met een aanzienlijke achterstand. Gemiddeld zijn die infrastructuren 45 tot 50 jaar oud en ze moeten dringend worden vernieuwd”, verklaarde Niko Demeester, CEO van Embuild, begin februari bij de voorstelling van de onderzoeksresultaten aan de pers. België telt 15.032 kilometer autosnelwegen
en gewestwegen. Daarvan moet 18% (2.725 kilometer) volledig worden vervangen en heeft 15% (2.234 kilometer) nood aan een ingrijpende structurele renovatie.
De wegeninfrastructuur in Wallonië heeft nood aan een grondig onderhoud.
In Wallonië is de renovatiebehoefte het grootst. Het Waalse Gewest beschikt over 7.850 kilometer wegen: 17% (1.335 kilometer) moet worden vervangen en 18% (1.413 kilometer) moet worden gerenoveerd. Brussel telt 100 kilometer wegen: 18% (18 kilometer) moet worden vervangen en 15% (15 kilometer) vergt een structurele renovatie. Vlaanderen beschikt over 7.082 kilometer wegen: 19%
De wegeninfrastructuur in Wallonië heeft nood aan een grondig onderhoud.
7.850 km autosnelwegen en gewestwegen.
17 % (1.335 kilometer) moet volledig worden vervangen.
7.850 km autosnelwegen en gewestwegen.
18 % (1.413 kilometer) heeft een grondige structurele renovatie nodig.
17 % (1.335 kilometer) moet volledig worden vervangen.
18 % (1.413 kilometer) heeft een grondige structurele renovatie nodig.
6.152 bruggen en tunnels op autosnelwegen en gewest.
2 % (116 eenheden) moet worden vervangen.
6.152 bruggen en tunnels op autosnelwegen en gewest.
2 % (146 eenheden) moet structureel worden gerenoveerd.
2 % (116 eenheden) moet worden vervangen.
2 % (146 eenheden) moet structureel worden gerenoveerd.
De wegeninfrastructuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nood aan een grondig onderhoud.
De wegeninfrastructuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nood aan een grondig onderhoud.
100 km autosnelwegen en gewestwegen.
18 % (18 kilometer) moet volledig worden vervangen.
100 km autosnelwegen en gewestwegen.
118 bruggen en tunnels op autosnelwegen en gewest.
6 % (7 eenheden) moet worden vervangen.
118 bruggen en tunnels op autosnelwegen en gewest.
15 % (15 kilometer) heeft een grondige structurele renovatie nodig.
18 % (18 kilometer) moet volledig worden vervangen.
18 % (21 eenheden) moet structureel worden gerenoveerd.
De wegeninfrastructuur in Vlaanderen heeft nood aan een grondig onderhoud.
6 % (7 eenheden) moet worden vervangen.
15 % (15 kilometer) heeft een grondige structurele renovatie nodig.
7.082 km autosnelwegen en gewestwegen.
19 % (1.372 kilometer) moet volledig worden vervangen.
7.082 km autosnelwegen en gewestwegen.
11 % (806 kilometer) heeft een grondige structurele renovatie nodig.
19 % (1.372 kilometer) moet volledig worden vervangen.
11 % (806 kilometer) heeft een grondige structurele renovatie nodig.
(1.372 kilometer) moet worden vervangen en 11% (806 kilometer) moet worden gerenoveerd.
Bruggen en tunnels
Ons land telt daarnaast ook tal van bruggen en tunnels: in totaal 9.206 op autosnelwegen en gewestwegen. Van die kunstwerken moet 3% (309 stuks) worden vervangen en heeft 4% (365 stuks) nood aan een structurele renovatie. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt dat aandeel echter beduidend hoger.
18 % (21 eenheden) moet structureel worden gerenoveerd.
De wegeninfrastructuur in Vlaanderen heeft nood aan een grondig onderhoud.
2.936 bruggen en tunnels op autosnelwegen en gewestwegen.
6 % (186 eenheden) moet worden vervangen.
2.936 bruggen en tunnels op autosnelwegen en gewestwegen.
7 % (198 eenheden) moet structureel worden gerenoveerd.
6 % (186 eenheden) moet worden vervangen.
7 % (198 eenheden) moet structureel worden gerenoveerd.
In Wallonië moet 2% (116 stuks) worden vervangen en 2% (146 stuks) worden gerenoveerd. In Brussel gaat het om 6% (7 stuks) die moeten worden vervangen en 18% (21 stuks) die gerenoveerd moeten worden. In Vlaanderen ten slotte moet 6% (186 stuks) worden vervangen en 7% (198 stuks) worden gerenoveerd. Naast deze gewestwegen, autosnelwegen, bruggen en tunnels moeten ook tal van lokale wegen, fietspaden, wandelpaden, spoorwegen en nutsvoorzieningen worden verbeterd en uitgebreid.
Hoe vertalen de Gewesten
Europese richtlijnen naar openbaar beleid?
FREE-rondetafel in de HUBB, het hoofdkantoor van Embuild. Het thema luidde: “Energetisch renoveren: van Richtlijn tot Realiteit”. Tijdens deze bijeenkomst werd onderzocht hoe de drie Belgische Gewesten de Europese klimaat- en energierichtlijnen omzetten in regelgeving, plannen en concrete acties op het terrein.
Ter herinnering: het project LIFE BE FREE, waaraan Embuild meewerkt, ging van start in oktober 2023 en het is de bedoeling dat in dit project financieringsoplossingen voor de energetische renovatie van woningen en gebouwen in België gepromoot worden, met als doel koolstofneutraliteit tegen 2050.
Jean-Pierre Liebaert, algemeen adviseur bij Embuild, opende de sessie met een toelichting over Rebuild Belgium, de enquête die onze beroepsfederatie uitvoerde naar aanleiding van haar 80-jarig bestaan. Die schetst een stand van zaken van onze woningen, openbare gebouwen en infrastructuur en toont hoe groot de uitdaging is om alles tegen 2050 conform te maken. Enkele cijfers om te onthouden:
● 5,2 miljoen woningen moeten gerenoveerd worden, waarbij het huidige renovatietempo vervijfvoudigd moet worden om 4% te halen;
● 95% van de openbare gebouwen moet worden gerenoveerd, net als 2.234 km wegen en 365 bruggen;
● daarbovenop is er nood aan 891.000 extra woningen en 601 gebouwen voor scholen, zorgcentra, ziekenhuizen en gevangenissen, en moeten ook nog 2.725 km wegen en 310 kunstwerken worden vervangen.
Meer details hierover vind je in een reeks artikels in deze editie (pagina’s …) en in de twee vorige nummers.
Wallonië
Daarna lichtte Carole Van Goethem (SPW Énergie) toe hoe Wallonië EPBD IV omzet via geleidelijke verplichtingen voor bestaande gebouwen en via het ontwerp van een renovatieplan voor gebouwen, zoals opgelegd door diezelfde
richtlijn.
De richtlijn legt een kader vast (energieneutraliteit, invoering van minimumnormen en een verplicht geleidelijke renovatie van het gebouwenbestand), maar laat het aan de gewesten over om hun eigen regelgeving uit te werken.
Wallonië zal een nieuw EPB-decreet aannemen, samen met uitvoeringsbesluiten die momenteel in voorbereiding zijn, om aan de eisen van de richtlijn te voldoen. De attachee bij de SPW ging dieper in op het renovatietraject: het identificeren van de 43% minst energieperformante woningen en ervoor zorgen dat minstens 55% van de daling van het gemiddelde energieverbruik wordt gerealiseerd via de renovatie van die 43%.
Ze besprak ook de maatregelen voor: ● nieuwbouw (o.a. de overgang van qZEN 2.0 in 2026 naar Zero Emission in 2030); ● renovatie (met onderscheid tussen ingrijpende, grote en lichte renovaties); ● en minimale normen om koolstofneutraliteit te bereiken tegen 2050, met tussentijdse doelstellingen tegen 2030.
Openbare gebouwen moeten volgens de richtlijn een voorbeeldfunctie opnemen en sneller aan de eisen voldoen.
Daarnaast stelde ze het ontwerp voor van het Waals Plan voor Energetische Renovatie van Gebouwen, een verplichte oefening binnen de richtlijn. Dat plan moet de renovatie van het gebouwenbestand richting zero emission concreet maken. Het omvat zeven actiedomeinen (governance voor de renovatiestrategie, een regelgevend kader uittekenen dat de structuur voor de renovatie vormt, decarbonisatie van warmte en lokale planning, renovatiebegelei-
ding, financiering van renovatie, renovatie van het openbaar patrimonium en voorbeeldfunctie, en ten slotte de ontwikkeling van een kwalitatief en veerkrachtig aanbod), goed voor 28 maatregelen en 205 acties.
De Europese Commissie analyseert dit ontwerpplan momenteel. Het definitieve plan wordt tegen eind 2026 verwacht.
Brussel
Vervolgens schetste Isabelle Rolin van Leefmilieu Brussel de specifieke context van het Brussels gewest:
● 61% huurders;
● 55% woningen in mede-eigendom; ● en 27% van de gezinnen in energiearmoede.
Die combinatie maakt energetische renovatie tegelijk onmisbaar én complex.
Om die uitdaging aan te gaan, werd de RENOLUTION-alliantie opgezet, een publiek privaat partnerschap rond zeven thema’s die in workshops worden behandeld: regelgeving, stedenbouw en erfgoed, stadsvernieuwing, financiering, begeleiding van vraag en aanbod, opleiding en tewerkstelling, en logistiek.
Om de renovatiestrategie concreet te maken, keurde het Brussels Parlement op 7 maart 2024 een herziening van het BWLKE goed (Brussels Wetboek voor Lucht, Klimaat en Energiebeheersing). Die ordonnantie voert onder meer: ● een permanente verplichting tot het beschikken over een EPB-certificaat in (met vijf jaar tijd om aan de normen te voldoen); ● en energieprestatie doelstellingen die binnen 10 en 20 jaar na inwerkingtreding gehaald moeten worden.
Voor residentiële eenheden gelden in Brussel de volgende drempels:
● ≤ 275 kWh/m²/jaar tegen 2033,
● ≤ 150 kWh/m²/jaar binnen 20 jaar.
Deze hervorming werd op 3 juli 2025 aangevuld met verschillende regeringsbesluiten over:
● EPB-indicatoren en -eisen, met één uniforme rekenmethode voor nieuwbouw en bestaande gebouwen;
● de erkenning van EPB-experten, waarbij de rollen van certificeringsdeskundige en EPB-adviseur worden samengevoegd;
● de invoering van één enkel EPB-certificaat en een samenvattend rapport om de besluitvorming in mede eigendommen te vergemakkelijken.
De inwerkingtreding hangt af van de uitrol van de nieuwe EPB-software die deze uniforme rekenmethode ondersteunt.
De hervorming versterkt dus de resultaatsverbintenissen en herpositioneert de EPB -certificering als een echte hefboom voor renovatie.
Vlaanderen
Voor Vlaanderen nam Stéphanie Corens, adviseur bij de Minaraad (Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen), het woord. Haar presentatie focuste op het Vlaamse renovatieplan voor gebouwen en het advies van de Minaraad. Centraal stond de nood aan een duidelijke en coherente langetermijnvisie voor de renovatie van gebouwen in Vlaanderen.
Ze benadrukte het belang van heldere
Daniel Kryszkiewiez van Febelfin (Belgische federatie van de financiële sector), één van de zes partners in het LIFE BE FREE consortium, opende de vijfde nationale LIFE BE FREE rondetafel.
Ongeveer 50 stakeholders namen deel aan het evenement in de HUBB, het hoofdkantoor van Embuild, op 22 april 2026.
doelstellingen, een voorspelbare planning en een efficiënte opvolging van het beleid. Een nauwe samenwerking tussen het Vlaamse, federale en lokale niveau is daarbij cruciaal.
Lokale besturen spelen een sleutelrol op het terrein, maar hun slagkracht is beperkt. Ze zijn sterk afhankelijk van beslissingen, middelen en regelgeving van hogere overheden, waardoor ze hun coördinerende rol vandaag niet altijd ten volle kunnen opnemen. Daarnaast is er veel aandacht voor betaalbaarheid en sociale rechtvaardigheid. Volgens de Minaraad hebben kwetsbare gezinnen en de huurmarkt extra ondersteuning nodig.
Collectieve renovaties en samenwerking tussen eigenaars bieden kansen om sneller vooruitgang te boeken. Tot slot pleit de Minaraad voor duidelijke keuzes, voldoende ondersteuning en een beleid dat meegroeit met de praktijk.
Stéphanie Corens herinnerde ook aan enkele belangrijke mijlpalen:
● tegen 2030: alle woningen moeten minstens een basisisolatieniveau halen, zonder latere bijkomende renovatiekosten;
● tegen 2040: geleidelijke afbouw van fossiele verwarmingssystemen en voorbereiding van gebouwen op duurzame alternatieven; ● en tot in 2050: ondersteuning van lokale renovaties via stabiele financiering, eenvoudige regels en duidelijke begeleiding.
Project Montoyer 34
INFO : www.lifebefree.be of via info@lifebefree.be.
Tot slot stelden Dorien Fierens (Alides) en Marie De Laet (Van Roey) het project Montoyer 34 voor: de renovatie van een kantoorgebouw uit de jaren 90 in het hart van de Europese wijk in Brussel.
Ze legden uit hoe circulair renoveren
vandaag al kan leiden tot aanzienlijke CO₂reducties, zonder in te boeten aan kwaliteit, architectuur of economische haalbaarheid. Het project had meerdere doelstellingen:
● een vermindering van de koolstofvoetafdruk met bijna de helft;
● gebruik van gerecycleerde materialen (recycling & upcycling), waaronder het hergebruik van gevelstenen als tegels in de hal;
● maximaal opnieuw gebruiken van de bestaande betonstructuur;
● aanpassing van de locatie aan toekomstige behoeften;
● bouwen van flexibele ruimtes;
● en ten slotte het behalen van een BREEAM- certificering.
Dit alles gebeurde via nauwe samenwerking tussen alle actoren binnen BIM en een voortdurende dialoog.
Wat aanvankelijk een uitdaging leek, werd een opportuniteit, maar de inspanning die nodig was om dit duurzaamheidsniveau te halen in een project is aanzienlijk. Volgens de sprekers is deze renovatie namelijk wel efficiënt, maar een dergelijk project blijft complex en duur op grote schaal.
After Life Plan
Het project LIFE BE FREE loopt af in september 2026, na het leggen van de fundamenten voor een gestructureerde samenwerking tussen overheden, financiële actoren en de bouwsector. De slotfase focust op het consolideren van de resultaten, methodes en lessen uit het project.
De dynamiek stopt echter niet: de uitgewerkte inzichten, kernboodschappen en oplossingen worden overgenomen door BEEFiC (Belgian Energy Efficiency Financial Coalition) en de BGBC (Belgian Green Building Council).
Deze twee platformen zorgen voor continuïteit en opschaling door de projectresultaten te integreren in hun werking rond renovatiefinanciering, marktactivering, kennisopbouw en dialoog met de overheden.
De laatste rechte lijn wordt gemarkeerd door een aantal afspraken:
● de Focus Groups op 18 mei 2026 bij Embuild;
● een reeks webinars 'Renovate smarter in 30 minutes';
● en op 17 september 2026: de afsluitende nationale rondetafel (voormiddag) en het closing event van het project (namiddag).
ARTIFICIËLE
Embuild lanceert EMMA, je digitale assistent
Wil je de btw-regelgeving raadplegen? Of heb je een vraag in verband met elektronische facturatie? Ben je op zoek naar een modelcontract? Je kan met deze weerkerende taken op nutteloze wijze veel tijd verliezen. Met EMMA wordt alles anders.
Op maandag 13 april hield Embuild zijn digitale assistent EMMA boven de doopvont. Dankzij EMMA vind je op elk moment van de dag antwoord op al je vragen in de ledenruimte op de website van Embuild. EMMA verstrekt je de documenten en modelcontracten die je nodig hebt of verwijst je door
TOOLI: EEN TWEEDE AI-TOOL VAN DE SECTOR
Begin mei werd nog een tweede belangrijke AI-tool voor het bouwsector voorgesteld: Tooli, een initiatief van Buildwise, Embuild, Bouwunie en Constructiv. Ook Tooli is een beveiligde AI-tool die werd ontwikkeld om tegemoet te komen aan concrete behoeften van de sector: sneller relevante informatie vinden, tijd winnen bij de analyse van documenten en dagelijkse taken vergemakkelijken.
Tooli bestaat uit zeven zogenaamde ‘agents’ die ieder gespecialiseerd zijn in een bepaald domein:
● de Algemene agent, die antwoord geeft op al je vragen in verband met het bouwbedrijf of je eigen vakgebied;
● de Aanbesteding checker, die de documenten van een offerteaanvraag (bestek, meetstaat ...) in één oogopslag analyseert en je de belangrijkste informatie verstrekt die je aanbelangt;
● de Offerte coach, die controleert of jouw ontwerp van offerte volledig en coherent is, de essentiële contractuele bepalingen controleert en je aandacht vestigt op eventuele risico’s en lacunes.
● de Verslagschrijver, die losse noti-
ties, aantekeningen of vocale memo’s omzet in een duidelijk vergaderverslag;
● de Risicoanalyse Agent, die je stap voor stap begeleidt om een risicoanalyse van een taak op te stellen en te structureren, rekening gehouden met de risico’s, preventiemaatregelen en risicobeoordeling;
● Nexo, de AI-agent van Buildwise, die je in enkele seconden helpt om betrouwbare technische informatie te vinden in de database van Buildwise. Deze slimme tool baseert zich enkel op de publicaties en de expertise van Buildwise;
● EMMA, de AI-assistent van Embuild.
WAT VIND JIJ ERVAN?
Heb je EMMA of Tooli al geprobeerd en wil je graag je mening delen? Laat dan zeker een commentaar achter, samen met je contactgegevens, via onderstaande QR-code.
LAAT ONS WETEN WAT JE VINDT!
www.tooli.be
naar de bevoegde specialist bij EMBUILD. Aan deze lancering gingen vele maanden van voorbereiding vooraf. Embuild wilde er immers zeker van zijn dat EMMA geen verkeerde informatie verstuurt of niet het slachtoffer is van hallucinaties zoals het geval is met sommige bekende AI-applicaties.
Betrouwbare antwoorden
Indien EMMA het antwoord op je vraag schuldig moet blijven, komt ze daar voor uit en brengt ze je in contact met een medewerker van Embuild. Heeft ze wel een antwoord op je vraag, dan voegt ze steeds een referentie naar de bron toe zodat je het antwoord zelf kan gaan controleren. EMMA baseert zich uitsluitend op de informatie die beschikbaar is in de gegevensbank van Embuild. Wil je een bepaald document of typecontract snel vinden, dan is EMMA gewoonlijk het snelste middel.
Meer tijd
dossiers
voor complexe
EMMA helpt de leden van Embuild om snel betrouwbare informatie te vinden, ook buiten de kantooruren. Daarnaast hebben de juristen, fiscalisten en andere deskundigen bij Embuild meer tijd om zich te wijden aan complexe dossiers. Dat is het uiteindelijke doel: EMMA geeft antwoord op vrij eenvoudige vragen, waardoor specialisten hun aandacht meer kunnen richten op complexe dossiers.
INFO : www.embuild.be
Voor ondernemers die vooruit willen: eenvoud, rust, kortingen*
Je zet je 200% in voor je klanten. Federale Verzekering doet dat ook voor jou. Als onderlinge verzekeraar staan we al meer dan 110 jaar aan de zijde van ondernemers. Combineer nu je verzekeringen en krijg 15% korting*.
EEN VERZEKERAAR DIE JOU BEGRIJPT
Ondernemer, zelfstandige, bedrijfsleider… Jij bent niet zoals iedereen. Je telt je uren niet, je zoekt altijd oplossingen voor je klanten, en je geeft elke dag het beste van jezelf. Bij Federale Verzekering herkennen we die inzet. Al meer dan een eeuw zijn we partner van ondernemers zoals jij.
We ontwikkelen verzekeringen en diensten die écht aansluiten bij jouw realiteit: voor je bedrijf, je aansprakelijkheid, je machines, je gebouwen, je voertuigen en je kapitaal. We beschermen ook je personeel tegen arbeidsongevallen. Maar we gaan verder dan je professionele leven. Ook je privéleven verdient bescherming: je gezinswagen, je woning, je gezin, je vakanties. En met onze flexibele spaar- en beleggingsproducten bouw je aan je financiële toekomst én die van je kinderen.
Wat ons uniek maakt? We zijn een onderlinge verzekeraar. Dat betekent: geen externe aandeelhouders, geen druk van buitenaf. Onze enige focus ben jij. We investeren in jouw gemoedsrust, niet in dividenden.
SLIM COMBINEREN, EENVOUDIG BESPAREN
Om je leven nog eenvoudiger te maken, lanceren we de actie “Combineer en bespaar”. Sluit je minstens drie verzekeringen af die elk een ander risico dekken – bijvoorbeeld brand, auto en aansprakelijkheid – dan krijg je 15% korting* op je nieuwe contracten. Zo combineer je eenvoud, overzicht én voordeel. De actie loopt tot 31 oktober 2026.
Je geniet niet alleen van een financieel voordeel, maar ook van minder administratie en één aanspreekpunt voor al je vragen. Zo hou jij meer tijd over voor wat echt telt: je bedrijf, je klanten, je gezin.
Wil je weten welke combinatie voor jou het voordeligst is? Onze adviseurs staan voor je klaar. Vraag nu een vrijblijvend gesprek!
Houtbouw
Houtbouw biedt tal van voordelen: milieuvriendelijkheid, opslag van koolstof, uitstekende energieprestaties dankzij optimale isolatie, goede akoestiek, een duurzaam en licht materiaal dat geschikt is voor prefabricatie en modulair bouwen, waardoor de werf snel en proper verloopt… Toch raakt deze bouwmethode in België maar moeilijk ingeburgerd: gemiddeld wordt slechts één op de tien woningen in hout gebouwd. Het cliché “het is duurder” blijft hardnekkig bestaan. Maar is dat wel terecht? In dit dossier analyseren we de markt van dit bouwsegment en laten we verschillende sleutelfiguren uit de sector aan het woord.
“Uitzonderlijk Belgisch vakmanschap, maar nog te veel drempels”
Om een globaal beeld te krijgen van het thema van dit dossier, spraken we met Hugues Frère, directeur van Hout Info Bois. Dat is het nationale technische informatiecentrum voor hout en houttoepassingen. Sinds 2011 voert de organisatie tweejaarlijks een enquête bij bedrijven uit de sector over de stand van zaken van houtbouw in België. De meest recente enquête werd afgerond eind 2024 en kwam tot stand in samenwerking met Embuild Wallonie en Embuild.Brussels.
Allereerst, welke rol speelt deze vzw die in het centrum van Brussel is gevestigd, vlak tegenover de Kruidtuin in de Koningsstraat? Hout Info Bois, opgericht in 1975, heeft als kernopdracht het ondersteunen van houtbouw in België door technisch advies te geven aan aannemers, architecten, studiebureaus en opdrachtgevers. Iedereen met vragen over hout en het gebruik ervan kan er aankloppen.
Twee vaststellingen
Voor hij ingaat op de grote tendensen uit de enquête (die zowel residentiële en niet residentiële nieuwbouw als renovaties, uitbreidingen en optoppingen omvat) formuleert Hugues Frère twee duidelijke vaststellingen over houtbouw in België.
“De kwaliteit van houtbouw in België is uitzonderlijk. We hebben bedrijven met een enorme knowhow. We organiseren studiereizen naar Canada, waar 90% van de woningen in hout wordt gebouwd, of naar Scandinavië. Je ziet daar overal houtbouw, maar ik kan je verzekeren dat de kwaliteit en de bouwtech-
nieken daar vaak minder verfijnd zijn dan bij ons.
Tegelijk zien we nog altijd heel wat drempels voor de verdere ontwikkeling van houtbouw in België. Er is de lobby van andere materialen en er zijn onterechte vooroordelen over de kostprijs. Dat vertraagt de doorbraak van hout.”
Aantal en grootte van houtbouwbedrijven
Kijken we naar het aantal houtbouwbedrijven, dan zien we sinds 2011 een relatief stabiel beeld (een stijging tot 2021, gevolgd door een lichte terugval). Het gaat om 120 à 140 bedrijven. In 2024 waren dat er 115: 68 in Wallonië en 47 in Vlaanderen.
“Historisch gezien zijn er altijd meer houtbouwbedrijven in Wallonië (60 à 70%) dan in Vlaanderen (30 à 40%), en quasi geen in Brussel. De laatste enquête toont een lichte terugval in 2023-2024. Dat heeft verschillende oorzaken. Het einde van het faillissementsmoratorium na de COVID-crisis, waardoor sommige bedrijven als het ware ‘van het infuus werden losgekoppeld’, is er een van. In andere gevallen ging een oudere zaakvoerder met pensioen zonder opvolging. En daarnaast spelen uiteraard nog vele andere factoren.”
Wat de bedrijfsgrootte betreft, gaat het meestal om kleine ondernemingen die per jaar dan ook een beperkt aantal huizen bouwen.
“Ongeveer 75% van de bedrijven bouwt
tussen 10 en 20 huizen per jaar. Dat kan verklaard worden doordat ze een nevenactiviteit hebben, bijvoorbeeld schrijnwerkerij,” legt Frère uit.
De enquêtecijfers tonen aan dat:
● 53% minder dan 10 projecten per jaar realiseert;
● 25% meer dan 20 projecten;
● 15% zelfs meer dan 50 projecten per jaar.
“Hoewel er meer houtbouwbedrijven zijn in Wallonië, ligt de gemiddelde bedrijfsgrootte hoger in Vlaanderen. In Wallonië gaat het vooral om kleine, ambachtelijke ondernemingen, terwijl Vlaanderen meer grote, geïndustrialiseerde bedrijven telt. Uiteraard bestaan er in beide gewesten uitzonderingen op dat patroon.”
Residentiële nieuwbouw
De productie van nieuwe houten woningen schommelt jaarlijks tussen 1.500 en 1.900, met 1.902 woningen in 2024.
“We hebben in het verleden pieken tot 2.500 woningen gekend,” aldus Frère. “In 2023-2024 zien we wel een duidelijkere terugval in Wallonië dan in Vlaanderen. Die dalende trend is in Wallonië al merkbaar sinds 2021.”
Daar zijn verschillende verklaringen voor:
● een algemene terugval in de bouwsector; ● stijgende kosten voor arbeid en materialen;
● strengere EPB-eisen die bouwen duurder maken;
● de energiecrisis en hogere rentevoeten.
“Tijdens de coronacrisis zijn de hout- en materiaalprijzen sterk gestegen, maar intussen zitten we opnieuw op het niveau van vóór COVID. Het lijkt dan misschien vreemd dat houtbouw geen heropleving kent. Dat komt omdat het hout zelf slechts ongeveer 25% van de totale bouwkosten uitmaakt.”
Andere vaststelling in de enquête: Vlaamse bedrijven produceren gemiddeld 2,5 keer meer woningen dan Waalse (in 2024: 1.319 tegenover 583).
“Dat heeft opnieuw te maken met de grotere schaal van Vlaamse bedrijven en met het feit dat houtbouw daar vaker de enige activiteit is. Ook sleutel op de deurformules zijn er sterker ingeburgerd.”
En het marktaandeel van houten eengezinswoningen in België?
“Dat schommelt tussen 6 en 11%. In 2024 zat het op 8%. Met andere woorden:
" We moeten bedrijven ondersteunen, publieke projecten aanmoedigen en de milieuvoordelen van hout veel sterker valoriseren."
HUGUES FRÈRE
ongeveer één op tien woningen in België wordt in hout gebouwd. Hout blijft dus een minderheid in de residentiële bouw.”
Renovatie, uitbreiding en optopping
Volgens Hugues Frère is hout uitermate geschikt voor renovaties, uitbreidingen en optoppingen, dankzij het lage gewicht, de verwerkbaarheid en de flexibiliteit.
“Hout weegt zo’n 370 kg/m³, terwijl beton rond de 2.400 kg/m³ zit,” zo zegt hij. Toch blijft het aandeel van hout bij renovatie, uitbreiding en optopping beperkt tot 2 à 3%. In 2024 werden van de 27.415 verleende vergunningen voor renovatie, uitbreiding en optopping slechts 543 projecten in hout gerealiseerd.
“Dat is een lastig punt omdat het cijfer de realiteit onderschat,” nuanceert Frère. “De statistieken van Statbel zijn gebaseerd op aangevraagde vergunningen. Voor kleinere ingrepen wordt vaak geen vergunning aangevraagd. Bovendien bestaan er geen aparte cijfers voor bijgebouwen en optoppingen: die zitten vervat in andere categorieën zoals verbouwingen of sloop en heropbouwprojecten.”
Bouwsystemen
Het meest gebruikte systeem blijft houtskeletbouw, goed voor gemiddeld 80% van de realisaties. Sinds 2019 houdt ook CLT (Cross Laminated Timber) – zowel gelijmd als genageld – stand rond 13%.
“CLT wint marktaandeel ten koste van massieve stapelbouw en paal-en-balkconstructies, die samen minder dan 10% van de markt innemen: respectievelijk 7,27% en 1,20%,” zegt Frère.
Niet residentiële gebouwen
Voor gebouwen anders dan eengezinswoningen (collectieve en tertiaire gebouwen) gaat het om ongeveer 170 projecten per jaar.
“We zien hier een lichte terugval in het aantal projecten, maar het geproduceerde vloeroppervlak blijft stabiel rond 100.000 m² per jaar. Dat betekent dat de gemiddelde gebouwgrootte toeneemt,” zegt Frère.
75% van de bedrijven die zulke projecten realiseren zijn Waals en zij nemen bijna 70% van de markt voor hun rekening. In Vlaanderen blijft dit segment veel minder ontwikkeld,” aldus Frère, die het nadrukkelijk ook over publieke gebouwen wil hebben.
“Ze zijn quasi onbestaande, terwijl overheden net het goede voorbeeld zouden moeten geven, zoals in Frankrijk. Ik kan me echt ergeren wanneer minister Pierre-Yves Jeholet zegt dat houtbouw duurder is en daarom niet aangemoedigd moet worden voor publieke gebouwen. Dat klopt niet. Als een project van bij het ontwerp op hout is afgestemd, is het niet duurder dan traditionele bouw. Bovendien onderschatten overheden het potentieel van lokaal hout. Ze zouden dat zelf kunnen aanbieden én opleggen in publieke projecten.”
Werkgelegenheid
Als laatste punt voor de conclusie nog even iets over de werkgelegenheid in de houtbouwsector: die steeg tot 2022 (1.674 werknemers), maar daalde opnieuw in 2024 (1.301 werknemers).
“Dat heeft niet alleen te maken met het wegvallen van de COVID steunmaatregelen, maar ook met de algemene terugval in de bouwsector,” aldus Frère.
Conclusie
De conclusie is duidelijk: de houtbouw voor eengezinswoningen komt maar moeizaam vooruit en de overheid zet hout nog altijd onvoldoende in bij publieke gebouwen.
“Alles draait nog te vaak rond dat prijsvooroordeel. Terwijl houtbouw amper duurder is dan klassieke bouw en men vooral de vele voordelen van het gebruik van hout in de bouw volledig negeert,” stelt Hugues Frère.
Ondanks de vertraging van de voorbije twee jaar benadrukt de directeur van Hout Info Bois tot slot de vele troeven van hout: “Hout is bij uitstek een hernieuwbaar materiaal dat koolstof opslaat. Het is licht, ideaal voor prefabricatie en modulair bouwen. De knowhow is er, net als de grondstof: 90% van het hout dat in België wordt gebruikt, komt uit Europa – vooral uit Scandinavië, Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk. En het Europese bosareaal blijft groeien. Het ontwikkelingspotentieel van de sector is dus enorm. Grote groepen zoals CFE, CIT Blaton en Thomas & Piron hebben dat begrepen en hebben eigen houtafdelingen opgezet. Nu is het zaak om bedrijven te ondersteunen, publieke projecten te stimuleren en de milieuvoordelen van hout – cruciaal voor de klimaatneutraliteit tegen 2050 – veel sterker te valoriseren.”
“De Europese Unie zet steeds meer in op houtbouw”
Binnen de Federatie van Algemene Bouwaannemers (FABA), een beroepsvereniging van Embuild, is er de Groepering van Algemene Aannemers van Houtbouw. Die heeft onder meer tot doel de activiteiten van aannemers die actief zijn in deze sector te promoten. Thomas Scorier, een bekende figuur binnen Embuild en zaakvoerder van het in hout gespecialiseerde bedrijf TS Construct, is voorzitter van deze groepering.
De Groepering van Algemene Aannemers van Houtbouw werd enkele jaren geleden opgericht. Ze verenigt tussen 70 en 80 ondernemingen die hoofdzakelijk actief zijn in houtbouw, evenals ‘houtafdelingen’ die werden opgericht door algemene aannemers, zoals Tomwood, de houttak van Thomas & Piron.
“We hebben binnen onze beroepsvereniging heel wat bedrijven die gespecialiseerd zijn in hout, en het leek ons interessant om die te bundelen in een groepering, zoals dat bijvoorbeeld ook gebeurt bij de zwembadbouwers, om de sector verder te ontwikkelen en te
promoten. Binnen deze groepering kunnen bedrijven elkaar meerdere keren per jaar ontmoeten tijdens vergaderingen en ervaringen uitwisselen met andere spelers uit de sector”, legt THOMAS SCORIER uit.
“We proberen ook bedrijfsbezoeken te organiseren om te zien wat onze collega’s doen, zoals onlangs bij Ecohuis, waar we hun fabriek voor modulair bouwen ontdekten, of bij Wycor, een afwerkingsbedrijf dat zich nu ook op hout toelegt. De oprichting van onze groepering heeft bovendien geleid tot vergaderingen en samenwerkingen met Fedustria, de Belgische federatie van de textiel-, houten meubelindustrie. Om onze zichtbaarheid
te vergroten, hebben we ook een website opgericht.”
Voordelen van houtbouw
Op die website is trouwens een rubriek te vinden over de voordelen en de tien goede redenen om voor houtbouw te kiezen. Samengevat: structurele mogelijkheden, snel en proper bouwen, hoogwaardig en duurzaam, milieuvriendelijk, optimaal geïsoleerd, verbouwen en uitbreiden, kostprijs en meerwaarde, gezondheid, geluiddempend en vuurwerend.
Ondanks al deze sterke argumenten blijkt uit een enquête van Hout Info Bois dat houtbouw in België moeilijk van de grond komt, met gemiddeld één woning op tien.
“Dat is uiteraard nog altijd erg weinig. Maar in 25 jaar tijd is het aandeel gestegen van 3 naar 10%, dus we zien wel degelijk een groei”, nuanceert Thomas Scorier.
“De prijs blijft nog altijd een struikelblok. Kies je voor een kleine woning in hout, dan is die 10 tot 15% duurder dan wanneer ze in traditionele materialen wordt gebouwd. Voor een moderne, hedendaagse villa is hout daarentegen goedkoper. De prijs van CLT per m³ ligt lager dan die van beton. Alles hangt af van het project, maar voor bepaalde woningen heeft hout absoluut zin en ik benadruk: het is dan ook goedkoper.”
Aan het begin van ons dossier gaf Hugues Frère al aan dat openbare gebouwen in hout quasi onbestaande zijn en dat de overheid het goede voorbeeld zou moeten geven. De voorzitter van de Groepering van Algemene Aannemers van Houtbouw verduidelijkt dat de Europese Unie steeds meer aanstuurt op projecten met dit duurzame materiaal.
“De Europese Unie zet steeds meer in op houtbouw. Regelgevingen zoals de groene taxonomie en de EPBD (Energy Performance of Buildings Directive) zijn bedoeld om investeringen in duurzame openbare gebouwen te stimuleren. Om Europese EFRO-middelen te verkrijgen binnen bepaalde projecten is het gebruik van duurzame materialen, zoals hout, overigens zelfs verplicht geworden. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het nieuwe NMBS-hoofdkwartier nabij het station Brussel-Zuid, dat een volledige facelift krijgt met een renovatie en uitbreiding van de site. Ook het nieuwe IFAPME-Forem-opleidingscentrum in Namen, dat in de komende weken wordt ingehuldigd, kan worden vermeld. Naast deze Europese stimulans moet je ook weten dat banken soms een gunstiger rentetarief aanbieden
voor houtbouw.”
Het bedrijf van Thomas Scorier, TS Construct, is eveneens betrokken bij openbare houtbouwprojecten.
“We hebben onlangs een school in CLT gebouwd in Jette en een schooluitbreiding gerealiseerd in Incourt. Ook in de sociale woningbouw komen er heel wat projecten op de markt, en wij hebben er al meerdere uitgevoerd. De evolutie is duidelijk positief”, aldus Scorier.
CLT duidelijk in de lift
Zijn onderneming beheerst de verschillende technieken van dit bouwtype: houtskeletbouw, CLT, kolom-balkconstructies …
“Binnen onze groepering zijn er bedrijven die uitsluitend aan houtbouw doen. Wijzelf zijn ook een algemene aannemer, een soort hybride. Bij aanvragen voor houtbouwprojecten blijft houtskeletbouw het meest gevraagd, maar CLT zit duidelijk in de lift. Ongeacht de prijs stellen we regelmatig vast dat mensen die voor dit soort projecten kiezen goed geïnformeerde klanten zijn. Koste wat kost willen ze een houtproject en ze zijn zelfs bereid daar meer voor te betalen.”
Volgens de Groepering van Algemene Aannemers van Houtbouw zijn de voordelen talrijk, al wijzen ze wel op een aandachtspunt.
“De woningen zijn zo goed geïsoleerd dat er risico op oververhitting kan ontstaan, vooral bij houtskeletbouw, waarvan de thermische inertie lager is dan bij CLT. Het is dus belangrijk om goed na te denken over zonwering, zoals screens of luiken… In een houtbouw is het duurder om het water te verwarmen dan de woning zelf.”
Effecten van de betonstop
Thomas Scorier kijkt dan ook vol vertrouwen naar de toekomst van deze deelsector van de bouw.
“We verbruiken niet wat we produceren, en in België kunnen we gemakkelijk evolueren naar 20% houten woningen, maar niet naar 50%. Dat zal er sowieso niet van komen, want de Belg heeft een baksteen in de maag. We zullen ook moeten afwachten welk effect de betonstop zal hebben, die in Wallonië tegen 2050 is gepland en in Vlaanderen al tegen 2040”, besluit hij.
" Wij kunnen in België gemakkelijk evolueren naar 20% houten woningen, maar niet naar 50%."
THOMAS SCORIER
“Algemene aannemers hebben begrepen hoe belangrijk het is om ons vanaf het begin bij een project te betrekken”
Chimsco Groupe is al 25 jaar actief in de houtbouw en is intussen een vaste waarde op de markt. Om dieper in te gaan op het thema van dit dossier spraken we met Xavier Michaux, directeur van het bedrijf, gevestigd in het industriegebied van Achêne in Ciney. “Houtbouw doet het bijzonder goed, en algemene aannemers hebben begrepen hoe belangrijk het is om ons vanaf het begin bij een project te betrekken. Ze beseffen dat prefabricatie grote voordelen biedt, zowel financieel als qua tijdswinst”, zegt hij.
Historisch gezien maakte dit bedrijf van klasse 6 naam met geprefabriceerde houten dakconstructies. Gaandeweg werden de activiteiten echter uitgebreid en vandaag telt Chimsco Groupe vier afdelingen: houten dakconstructies, houtbouw, carports & poolhouses en ramen en zonwering.
“We zijn ons in 2008-2009 sterk beginnen toeleggen op houtbouw”, verduidelijkt XAVIER MICHAUX . “Vandaag is dat goed voor 50% van onze activiteiten. De helft van onze klanten zijn particulieren, aan wie we sleutel-op-de-deur-oplossingen aanbieden of bouwkits die op de werf worden gemonteerd met onze begeleiding. De andere helft bestaat uit professionele klanten. Voor dakconstructies is 80% van onze klanten professioneel.”
Het bedrijf is sterk betrokken bij de sector en is ook lid van de Groepering van Algemene Aannemers van Houtbouw.
“Het is heel belangrijk om een federatie te hebben die ons verdedigt en vertegenwoordigt. Deze groepering werkt bijzonder goed, niet alleen voor netwerking maar ook voor kennisdeling. Elk jaar nemen we bovendien met veel plezier deel aan de Open Wervendag”, zegt de directeur van Chimsco Groupe.
Op de vraag hoe het gesteld is met de houtbouw in België, blijft Xavier Michaux resoluut optimistisch.
“Het gaat heel goed en er is nog veel groeipotentieel. Het aandeel houtbouw in de woningmarkt schommelt tussen 10 en 15%.
Traditionele bouw zal altijd nodig blijven, maar er zal ook altijd plaats zijn voor houtbouw.”
Chimsco Groupe is gespecialiseerd in houtskeletbouw en werkt regelmatig samen met algemene aannemers. En op dat vlak heeft de zaakvoerder een duidelijke evolutie vastgesteld, vooral bij overheidsopdrachten.
“Enkele jaren geleden schreef een algemene aannemer van klasse 8 zich in, haalde de opdracht binnen en nam pas helemaal op het einde contact met ons op. De voorbije twee à drie jaar is dat sterk veranderd. Vandaag hebben die bedrijven begrepen dat het veel interessanter is om ons van bij het begin te betrekken, bijvoorbeeld in Design & Build-projecten. Ze beseffen dat prefabricatie zowel financieel als qua tijdswinst grote voordelen biedt.”
Prefabricatie als kernactiviteit
Met een productiehal van ongeveer 7.000 m² staat prefabricatie centraal in de activiteiten van ons lid, dat ook de voordelen van digitalisering goed heeft begrepen.
“We produceren alles in ons atelier met CNC-bewerking en geautomatiseerde assemblage. Alles wordt geprefabriceerd: wanden, ramen, isolatie, gevelbekleding en binnenafwerking. Onze grootste troef is ons productieapparaat, en algemene aannemers tonen daar steeds meer interesse voor.”
Tot de recente referentieprojecten van Chimsco Groupe behoren onder meer sociale
" Renovatiewerken met hout moeten aan belang winnen en de overheid heeft hierin een rol te spelen."
XAVIER MICHAUX
Met een
woningen in Dinant, een gemeenteschool in Spontin, een crèche in Meux en de uitbreiding van het IFAPME-centrum in Aarlen.
“Wat overheidsopdrachten betreft, zijn er de voorbije twee jaar veel projecten gelanceerd. Je voelt duidelijk dat de interesse blijft groeien. Sinds het begin van dit jaar is het wel wat rustiger door de budgettaire beperkingen van de verschillende overheden. Bij particulieren, vooral voor kleinere woningen voor de doorsnee Belg, merken we een lichte vertraging. Daartegenover staat dat we meer werk hebben voor grotere projecten met een stevig budget: parken met vakantiehuisjes, tweewoonsten … Ons orderboek zit sowieso vol voor minstens twee jaar.”
Het gaat dus bijzonder goed met het bedrijf uit Ciney. En ook van een tekort aan arbeidskrachten is overigens geen sprake.
“We zijn met een honderdtal medewerkers en we willen een familiebedrijf blijven. Het bedrijf groeit sterk en we krijgen veel
spontane sollicitaties. Hout spreekt aan, en ik denk dat ik mag zeggen dat mijn collega’s in de sector hetzelfde ervaren. In deze streek is er bijna altijd wel een grootvader, vader, oom of neef die in de houtsector gewerkt heeft en zijn passie doorgeeft. Bovendien nodigen we geïnteresseerde kandidaten uit om onze ateliers te bezoeken, waar alles gedigitaliseerd is. Onze hightech machines werken bijzonder motiverend. We krijgen ook mensen in volle carrièreswitch, die we gemakkelijk kunnen opleiden voor prefabricatie in onze ateliers.”
Renovatie
Tot slot wil Xavier Michaux het nog hebben over renovatie.
“We hebben het over nieuwbouw gehad, maar houtskeletbouw is ook bijzonder interessant bij renovatiewerken. De renovatie van het bestaande gebouwenbestand is een grote uitdaging voor de hele bouwsector, zeker gezien de ambitieuze doelstellingen voor de komende jaren. Hout kan hier een oplossing of een alternatief bieden. We starten binnenkort trouwens met een renovatieproject van 84 sociale woningen in Grâce-Hollogne. Renovatiewerken met hout moeten aan belang winnen, en de overheid heeft hierin een rol te spelen. Bovendien werken wij hoofdzakelijk met lokaal hout, binnen een straal van 200 km”, legt hij uit.
Volgens de directeur van Chimsco Groupe heeft houtbouw dan ook een mooie toekomst.
“Het is een bouwtechniek die wereldwijd al lang haar betrouwbaarheid heeft bewezen. En de combinatie van traditionele bouw en hout zal altijd blijven bestaan. Die mix moet je blijven stimuleren. Zoals ik al zei, zijn partnerschap en samenwerking met algemene aannemers cruciaal, en die worden steeds beter. Luidt ons nationale motto niet: Eendracht maakt macht?”, besluit Xavier Michaux.
Meergezinswoning in Marche en Famenne
School van Spontin
productiehal van 7.000 m² staat de prefabricatie centraal.
Het asielzoekerscentrum AZC Dordrecht in Nederland: een houtbouwproject waarin duurzaamheid en innovatie samenkomen
In het kader van de beurs Bois & Habitat, die op 27 maart 2026 plaatsvond in Namur Expo, organiseerde Embuild Wallonië een conferentie met als titel: “Transformeren, niet alleen digitaliseren: een hefboom voor rendabiliteit en neutraliteit”. Ons lid La Maison de Demain was uitgenodigd om tijdens deze infosessie een voorbeeldproject toe te lichten waaraan het heeft meegewerkt: een opvangcentrum voor asielzoekers in Dordrecht (Nederland), hoofdzakelijk opgetrokken in hout.
Ter inleiding benadrukte Mélanie Léonard, coördinator digitalisering bij Embuild Wallonië, het belang voor bouwbedrijven om zich voortdurend opnieuw uit te vinden in het licht van het nijpende tekort aan arbeidskrachten in de sector. Off-site bouwen en prefabricage maken deel uit van de oplossingen. Daarnaast bestaan er tal van digitale tools om de productiviteit te verhogen.
“Het is belangrijk om na te denken over hoe je je processen digitaliseert. Door je gewoontes te veranderen, kan je je productiviteit met 14 à 15% verhogen. Daar zitten heel wat uitdagingen achter en er is een denkoefening nodig om te bepalen welke tool in jouw onderneming een echte meerwaarde kan bieden”, aldus Léonard.
180 ondernemingen ontmoet
Tijdens de conferentie stelde Céline Lejeune, adviseur digitalisering, verschillende technologieën voor (3D-scanner, 360°-camera, fotogrammetrie), evenals toepassingen van kunstmatige intelligentie, onder meer om bepaalde administratieve taken te automatiseren. Deze voorbeelden dienden ter illustratie van concrete praktijksituaties.
De begeleiding die Embuild Wallonië aanbiedt, focust echter in de eerste plaats op digitalisering in haar geheel (structurering, keuze van tools, integratie in processen). Voor meer specifieke technologische noden kan worden doorverwezen naar Buildwise. Deze aanpak kadert onder meer in het project EDIH WallonIA, dat gericht is op de digitale transformatie van ondernemingen. Het team digitalisering van Embuild Wallonië heeft inmiddels al meer
dan 180 bedrijven ontmoet om hen te helpen de juiste keuzes te maken. Is jouw bedrijf het volgende? Aarzel niet!
Tot slot benadrukte Céline Lejeune het belang van continue verbetering, beheersbare processen en een gestructureerde organisatie binnen een langetermijnvisie voor het bedrijf.
Technische prestaties en milieuvriendelijkheid
Ons lid La Maison de Demain, een onderneming gespecialiseerd in het ontwerp en de bouw van woningen en uitbreidingen in massief hout (CLT), nam deel aan het project AZC Dordrecht. De onderneming is gespecialiseerd in duurzame hybride bouw en realiseert zowel nieuwbouwprojecten als verbouwingen en optoppingen, met een combinatie van technische efficiëntie en milieuvriendelijkheid. Daarbij worden regelmatig CLT, houtskeletbouw en, indien nodig, stalen onderdelen gecombineerd. Het gaat dan ook om innovatieve oplossingen die snel uitvoerbaar zijn en een lage koolstofvoetafdruk hebben. Dankzij deze expertise wist het bedrijf ook buiten de Belgische grenzen actief te worden, in Luxemburg en Nederland.
Design & Build door LMDD en een hybride constructie
In Nederland bestond de doelstelling uit de realisatie van een opvangcentrum, gebaseerd op een ontwerp van LMDD volgens de Design & Build-formule en een hybride constructie die CLT-panelen (voor muren, vloeren en daken), houtskeletbouw (voor de gevels) en stalen onderdelen combineert. Dit gebouw is exclu-
Tijdens de conferentie stelde Céline Lejeune, adviseur digitalisering bij Embuild Wallonië, verschillende technologieën voor.
↑ Het gebouw is volledig demontabel en kan na tien jaar worden afgebroken zodat het terrein na exploitate opnieuw zijn industriële functie kan krijgen.
Raphaël Pérard, gedelegeerd bestuurder van La Maison de Demain (rechts op de foto), heeft de ontstaansgeschiedenis van het project toegelicht.
sief bestemd voor asielzoekers en biedt plaats aan meer dan 600 personen, verdeeld over 60 woningen (ongeveer 10 personen per wooneenheid), aangevuld met een administratief gebouw van 2.000 m² met modulaire kantoren. Het geheel (12.000 m²) is volledig demontabel en kan na tien jaar worden afgebroken, zodat het terrein na exploitatie opnieuw zijn industriële functie kan krijgen.
Raphaël Pérard, gedelegeerd bestuurder van La Maison de Demain, lichtte de ontstaansgeschiedenis van het project toe:
“In 2024 werden we opgemerkt door onze technische aanpak en zijn we onze werkwijze gaan toelichten aan de bouwheer, het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers), de Nederlandse evenknie van Fedasil. Die was snel overtuigd. Dit project moest beantwoorden aan meerdere uitdagingen, onder meer op ecologisch vlak, en hield ook rekening met omgevingsgebonden beperkingen zoals de nabijheid van windturbines en de onmiddellijke aanwezigheid van een nationaal sorteercentrum van DHL. Het ontwerp nam een jaar in beslag. Eind 2024 werd het dossier goedgekeurd en in april 2025 gingen de werken van start, met een looptijd van één jaar. Het gaat om een politiek gevoelig dossier, dus snelheid was cruciaal. Alles werd tijdig gerealiseerd en de eerste migranten arriveerden in mei.”
Deze realisatie kadert in een context van grote druk op het opvangsysteem in Nederland, waar ongeveer 40% van de asielzoekers noodgedwongen in noodopvang verblijft, vaak in tijdelijke accommodatie zoals hotels, kantoorgebouwen of zelfs cruiseschepen. Het project werd dan ook opgevat als een tijdelijke oplossing: aangezien het terrein slechts voor enkele jaren beschikbaar is, moeten de eenheden demontabel, herbruikbaar en eenvou-
dig opnieuw op te bouwen zijn op een andere locatie.
Dit project vormt een geslaagd voorbeeld van industrialisatie, een van de pistes waarmee de sector bepaalde uitdagingen kan aanpakken: kosten, termijnen, tekort aan arbeidskrachten, …
In onderaanneming van Bouwgroep Schrijver
La Maison de Demain werkte in onderaanneming van Bouwgroep Schrijver, een Nederlandse algemene aannemer. Technisch gezien werden alle onderdelen in de fabriek geprefabriceerd om de kwaliteit en de uitvoeringssnelheid te bevorderen. Een collaboratief platform op basis van het BIM-model zorgde voor een goede coördinatie tussen alle bij de bouw betrokken partijen. De 3D-modellen integreerden de structuur, HVAC, elektriciteit en andere technieken, met inbegrip van brandgedragsanalyses van de constructie en controle van de windstabiliteit.
“Nederland hanteert een andere aanpak en staat veel verder in de integratie van speciale technieken in al deze modellen. De keuze van een techniek kan in dit soort projecten een impact hebben op het geheel”, aldus Raphaël Pérard.
De CLT-panelen worden geproduceerd met verschillende zichtbare of niet-zichtbare afwerkingen, waarbij technische doorboringen al in de fabriek worden aangebracht om werfinterventies te beperken. De logistiek wordt gepland via transportbestanden (via het Logistiek Regie Orgaan) volgens de montagevolgorde. De onderdelen worden just-in-time geleverd met opleggers, volgens een strikt schema, om stockage op de werf te vermijden.
“We moeten ongeveer zestig keer dezelfde woning bouwen, dus gebeurt de montage rechtstreeks vanaf de opleggers om tijd te winnen. Dat gebeurt op basis van een bestand dat naar de ploegen wordt gestuurd en dat de technische details bevat, de referenties van de te gebruiken verbindingen en het aantal onderdelen.”
Ter herinnering: over tien jaar wordt het volledige gebouw opnieuw gedemonteerd.
“Om op die demontage te anticiperen, is er geen enkele spijker gebruikt.”
Dit project is dus innovatief en vormt een snelle en duurzame huisvestingsoplossing voor asielzoekers. Het combineert perfect uitvoeringssnelheid met ecologische efficiëntie. Proficiat aan de ploegen van La Maison de Demain!
Modulair bouwen is een innovatieve bouwmethode waarbij een woning uit verschillende modules bestaat die in een atelier worden vervaardigd. Deze modules worden vervolgens naar de bouwplaats vervoerd en daar samengevoegd. Dit proces biedt verschillende voordelen: een snellere opbouw in het atelier en een supersnelle plaatsing op de bouwplaats, minder afval dankzij geoptimaliseerde productieprocessen, een betere beheersing van de kosten en een strakkere controle van de afwerking. Wij hadden hierover een gesprek met Kristof de Jaeger, bestuurder van Mobble uit Eeklo.
Het bedrijf Mobble is pas tot stand gekomen in 2024 maar is gegroeid vanuit de firma Inhout die gespecialiseerd is in bio-ecologische houtskeletbouw en in Nazareth is gevestigd. Die firma bestaat intussen al 20 jaar en beschikt daardoor over heel wat ervaring op het vlak van houtskeletbouw. Kristof de Jaeger: “Vijf jaar geleden heeft Inhout beslist om een afdeling voor modulair bouwen op te richten. Die ontwikkelde zich eerst binnen het bedrijf Inhout maar in 2024 werd daarvoor de nieuwe vennootschap Mobble opgericht.
Ik ben ingenieur van opleiding en heb daarnaast een MBA bij de Vlerick Business School gevolgd. Ik heb een aantal jaren bij bouwgerichte bedrijven gewerkt maar was op zoek naar een nieuwe uitdaging. Toen heeft Maarten Coupé, de oprichter van Inhout, mij gecontacteerd om zijn bedrijf verder te doen groeien en om met name de afdeling van modulair bouwen verder uit te bouwen. Samen met Maarten ben ik nu bestuurder van Mobble.”
Voordelen van modulair bouwen
Welke zijn de voordelen van modulair bouwen? Die zijn talrijk. Kristof: “Elke woning bestaat uit een aantal modules die volledig off-site in ons atelier worden opgebouwd. Met al het materiaal en al de vakmensen onder één dak kunnen wij heel efficiënt werken en kunnen wij woningen in niet meer dan 4 maanden tijd realiseren. De opbouw van de woning in
ons atelier betekent ook dat het werk niet kan worden verstoord door onverwachte weersomstandigheden.
Bovendien worden de modules op de bouwplaats op amper één dag tijd samengesteld op de eerder daarvoor aangemaakte fundering. Ter plaatse verloopt het opbouwproces dus zeer snel. Dat betekent geen maandenlange inname van trottoirs en wegen en een uiterst beperkte hinder voor de buren. En wanneer de modules worden geïnstalleerd, zijn al de nodige technische installaties er al in aangebracht.
In het atelier hebben wij het bouwproces veel meer onder controle dan op een bouwplaats. Wij hebben alles van a tot z in handen. Daardoor beheersen wij ook veel beter het budget. Er is minder een komen en gaan van vaklui. Met een traditionele bouwmethode zijn vaker werfvergaderingen nodig met telkens nieuwe afspraken en kom je al snel uit op een meerkost van 10% in vergelijking met het oorspronkelijke budget. Modulair bouwen is dus niet perse goedkoper maar het budget is meer onder controle.”
Vooraf keuzes maken
Bij modulair bouwen komt het er wel op aan al de gebruikte materialen en al de ingebouwde technieken op voorhand vast te leggen. Kristof: “Samen met de klant doorlopen wij dus een uitgebreid voorbereidingsproces. Dat is ook nodig. Want eenmaal een keuze is gemaakt, is die definitief. Bij traditionele bouwmethodes gebeuren vaak nog aanpassingen tijdens de bouw, wat vaak aanleiding geeft tot hogere facturen.
Opbouw van modules in het atelier van Mobble
De klant moet sowieso keuzes maken. Eigenlijk maakt hij die best vooraf. Wij tekenen ook alles uit in BIM (Building Information Modeling). Dan krijgt de klant een duidelijk 3D-zicht op zijn woning en zijn ook al de installaties duidelijk zichtbaar. En zodra alles vastligt, kunnen wij alles al gaan bestellen, waardoor het risico op te late leveringen fors vermindert”.
Belang van maatwerk
Kristof de Jaeger beklemtoont het belang van maatwerk bij modulaire woningbouw. De woningen van Mobble bestaan uit houtskeletbouw en worden opgetrokken rond een stevige portiekconstructie. Maar dat neemt niet weg dat zowel het ontwerp als de afwerking volledig op maat kunnen worden uitgevoerd.
vereist om met bouwpartners af te spreken wie wat wanneer gaat doen. De controletaak van de architect is daardoor beperkter. Wij werken nu met een 10-tal architecten samen. Maar daarnaast kan de klant nog altijd een architect van eigen keuze aanbrengen”.
Uiteenlopende toepassingsmogelijkheden
De toepassingsmogelijkheden van modulair bouwen zijn legio. Mobble realiseert niet alleen nieuwbouwprojecten maar ook aanbouwprojecten waarbij de woonuitbreiding in enkele dagen aan de bestaande woning kan worden toegevoegd, en totaalrenovaties waarbij de oude (vaak energieverspillende) woning wordt gesloopt en door een energieneutrale nieuwbouw wordt vervangen.
De 6% btw die dan geldt, is mooi meegenomen maar ook de snelheid waarmee sloop en heropbouw worden gerealiseerd. De klanten moeten dan maar voor enkele weken elders een onderkomen zoeken. En als klanten ramen, deuren of andere elementen uit hun oude woning willen recupereren, dan kan dat.
Innoveren met inschuifhuizen
Realisatie van een inschuifhuis in
Voor de gevel kan de klant kiezen voor hout maar daarnaast ook voor vezelcementplaten, Click-Bricks, steenstrips of crepi. Voor het dak kan de klant kiezen voor een zadel- of een lessenaarsdak maar ook voor een plat dak of een groen dak. Voor de verwarming behoren zonnepanelen en warmtepompen, convectoren en vloerverwarming tot de mogelijke opties. Bovendien is de woning dankzij circulaire verbindingstechnieken op termijn eenvoudig aan te passen.
Kristof: “Aanvankelijk bestond bij de architecten enige argwaan tegenover onze bouwmethode omdat die hun ontwerpvrijheid zou beknotten. Maar deze perceptie is niet correct gebleken en intussen is het vertrouwen gegroeid. Architecten zien nu ook de efficiëntievoordelen van onze formule in. Dankzij onze nauwgezette procesbewaking zijn minder werfvergaderingen
Een bijzondere formule van Mobble zijn de zogenaamde ‘inschuifhuizen’. Kristof: “De achtergrondidee is de volgende. Er zijn niet veel braakliggende terreinen meer waarop wij nog een nieuwe woning kunnen bouwen. Tegelijk bevinden zich in stads- en dorpskernen veel rijwoningen op toplocaties. Maar die zijn vaak moeilijk te renoveren. Met een ‘inschuifhuis’ bieden wij een duurzaam en zorgeloos alternatief aan. In ons atelier bouwen wij eerst een volledig nieuwe houtskeletwoning. Pas als die klaar is, laten wij de oude woning slopen en schuiven wij de nieuwe woning letterlijk op dezelfde plek in.”
Mobble heeft intussen al 9 inschuifhuizen kunnen realiseren. De meest uitdagende realisatie vond onlangs aan de Tervuursevest in Leuven plaats: het allereerste modulaire inschuifhuis achter een bestaande gevel. Want op vraag van het stadsbestuur werd de voorgevel behouden. Die is niet geklasseerd maar maakt deel uit van een uniforme huizenrij. Niet alleen moest de nieuwe woning exact tussen die van de buren passen maar ook naadloos achter die gevel worden geplaatst. De plaatsing van de drie modules duurde amper een dag en kwam zelfs aan bod in een reportage op het VRT-nieuws.
Stapeling van de modules op de werf
Leuven
Trek uw bottines aan
voor DEMO DAYS 2026
Waar machines niet alleen bekeken, maar ook getest worden
Van 4 tot en met 6 september 2026 verwelkomen we professionals uit de bouw-, infra- en transportsector in Boussu voor drie dagen vol demonstraties, testen en praktijkervaring. Trek uw bottines aan, want op DEMO DAYS draait alles om machines in actie.
Op het terrein ontdekt u meer dan 100 nieuwe machines, technieken en materieel uit de bouwsector. Van grondverzetmachines en bouwmachines tot trucks, trailers en accessoires: alles staat klaar om live te ontdekken én zelf uit te proberen in realistische werfomstandigheden.
Wat DEMO DAYS uniek maakt? Hier kijkt u niet alleen naar machines, u ervaart ze ook echt. Waar MATEXPO draait rond kennis delen, netwerken en innovaties ontdekken, draait DEMO DAYS volledig rond testen en vergelijken op het terrein.
Voor een investering in een nieuwe machine wil u zeker zijn van uw keuze. Natuurlijk kan u langsgaan bij uw vertrouwde leverancier of afspraken maken bij verschillende merken, maar dat vraagt tijd en verplaatsingen. Op DEMO DAYS kan u verschillende modellen op één dag vergelijken en testen, samen met uw team en in realistische omstandigheden.
Naast het testen en vergelijken van machines biedt DEMO DAYS ook het ideale moment om contacten te leggen, innovaties te ontdekken en de nieuwste evoluties binnen de sector van dichtbij te volgen.
Dat maakt DEMO DAYS tot een unieke ontmoetingsplaats voor operatoren, machinisten, technische verantwoordelijken, aankopers en bedrijven die gericht op zoek zijn naar nieuwe machines en oplossingen.
Voorbereidingen gestart
De voorbereidingen voor DEMO DAYS 2026 zijn ondertussen volop gestart in Boussu. De komende maanden groeit het terrein verder uit tot een unieke testsite waar machines volledig tot hun recht komen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de betrokken partners en met respect voor natuur en omgeving.
DEMO DAYS 2026 bezoeken?
● De registraties zijn geopend. Voor een gratis bezoek kunt u zich online registreren met de code EMB6726
● Terril Saint-Antoine in Boussu
● 4–6 september 2026
● www.demodays2026.be
● Openingsuren
• Vrijdag 4 september: 9u – 17u
• Zaterdag 5 september: 9u – 17u
• Zondag 6 september: 9u – 17u
Praktische tips
● Parking: Chemin de Thulin 2 - 7370 Dour
Volg de signalisatie vanaf de afrit
● De machines en standen staan verspreid over 3 zones. Laarzen of veiligheidsschoenen worden sterk aanbevolen!
● Op elke zone bevinden zich sanitaire voorzieningen én een cateringpunt.
● DEMO DAYS is een alcoholvrij event. Na afloop van de demonstraties,
● Doorlopend worden er demonstraties gegeven en kan je de machines ook zelf testen. Voor de testritten met de trucks is een rijbewijs minimum categorie C vereist.
See, test & compare construction equipment. More than 100 machines in real working conditions.
"Door mee aan de knoppen te zitten, beslis je mee welke richting de bouw uitgaat"
In 2026 bestaat Embuild 80 jaar. Dat kan niet onopgemerkt voorbijgaan en daarom laten we in deze reeks een aantal prominente figuren aan het woord over de rijke geschiedenis van de bouwfederatie. Jean Biesmans (75), oud-voorzitter van Embuild Vlaanderen en oprichter van Tectum Group, mag in dat rijtje niet ontbreken. "Ik heb altijd de ambitie gehad om een grote speler te worden en mede dankzij het netwerk dat ik opbouwde bij Embuild, heb ik dat kunnen realiseren."
Een van de bedrijven die sinds het prille begin in 1946 lid zijn van Embuild -destijds nog de Confederatie Bouw- is dakenbedrijf Dekkers NV. Sinds de overname door de groep van aannemer Jean Biesmans in het jaar 2000 gaat het bedrijf door het leven als Tectum-Dekkers. We trokken naar Genk voor een gesprek met Jean Biesmans over de rol en de evolutie van Embuild doorheen de jaren.
Een ambitieuze start
"Door mijn jarenlange engagement voor Embuild kon ik na verloop van tijd de grote aannemers bij hun voornaam aanspreken, dat heeft zeker bijgedragen aan de groei van Tectum Group. "
JEAN BIESMANS
“Nadat ik eerst gewerkt had voor Mathieu Gijbels, heb ik in 1981 op dertigjarige leeftijd mijn eigen bedrijf VHB opgericht," steekt de minzame Jean Biesmans van wal. "Ik was van meet af aan behoorlijk ambitieus en ben meteen met zes man personeel van start gegaan. Ik heb altijd de ambitie gehad om een grote speler te worden en Embuild, of de Syndicale Kamer van de Bouw in Limburg, zoals de plaatselijke afdeling destijds heette, heeft me daarbij geholpen.
Kort na de oprichting van mijn eigen bedrijf vroegen enkele lokale aannemers uit de streek me om toe te treden tot de platdakfederatie BEVAD. Dat was toen een plek waar heel veel aannemers elkaar ontmoetten en kennis deelden. BEVAD was een bloeiende federatie. We organiseerden talrijke infoavonden met fabrikanten en het toenmalige WTCB."
Van BEVAD naar Embuild Vlaanderen
Na de overname van Dekkers NV in 2000 kreeg Jean Biesmans meer tijd om zich in te zetten binnen Embuild.
“De overname van Dekkers NV was een huzarenstukje. Wij waren de kleine David die Goliath overnam. Dekkers NV was een bedrijf met meer dan zestig jaar geschiedenis en een enorme reputatie in de bouwsector. Ik besloot meteen om met Rudy Evens een CEO aan te stellen aan het hoofd van Tectum-Dekkers en nadien ook de Tectum Group. Ook mijn zonen Yves en Filip namen veel van de dagelijkse leiding over, waardoor er voor mij tijd vrijkwam voor andere zaken.
Door mijn engagement binnen BEVAD Limburg kreeg ik in 1999 de kans om voorzitter te worden van de Limburgse afdeling van Embuild. Zo belandde ik in de Nationale Raad en in de toenmalige Vlaamse Confederatie Bouw, nu Embuild Vlaanderen.
Van het een kwam het ander en uiteindelijk was ik van 2005 tot 2011 voorzitter van Embuild Vlaanderen, onder het directeurschap van Marc Dillen."
Netwerk
als strategisch kapitaal
"Ik heb doorheen mijn hele carrière veel belang gehecht aan aanwezigheid op plaatsen waar beslissingen worden genomen en waar beleid wordt uitgestippeld. In de bestuursorganen van Embuild, maar ook binnen Buildwise, het Vakantiefonds, de Federale Verzekering enzovoort. Ik ben er honderd procent van overtuigd dat die inzet heeft bijgedragen aan de groei van Tectum Group en Tectum-Dekkers. Door mijn jarenlange engagement leerde ik de grote algemene aannemers persoonlijk kennen en mocht ik gewoon 'Dirk' zeggen tegen de
CEO's van De Nul en Cordeel.
Doordat we op hetzelfde bestuursniveau zaten, konden we met die grote algemene aannemers als gelijken praten over problemen in de bouw. Tegelijk kon ik mijn eigen bedrijf in de kijker zetten bij die grote spelers. Dat is niet onbelangrijk, want wij werken meestal in onderaanneming."
Andere tijden, andere vergadercultuur
In de meer dan drie decennia dat Jean Biesmans actief was binnen Embuild, zag hij de vergadercultuur sterk veranderen.
“In de jaren tachtig zat twintig procent
van de aanwezigen sigaren te roken tijdens die vergaderingen, nog eens twintig procent rookte sigaretten en door de dikke rook zag haast niemand het podium. Na afloop vierde men de geslaagde vergadering steevast met champagne. Dat kon toen, het waren andere tijden. We reden toen nog op één uur van Genk naar Brussel. Nu is anderhalf uur de norm geworden en zijn we blij als het eens lukt in die tijd.
De solidariteit tussen aannemers onderling was toen ook veel groter. Concurrerende aannemers gunden elkaar meer en er heerste veel meer collegialiteit. Sinds de eeuwwisseling is alles koeler en zakelijker geworden. De cijfers dicteren nu de strategische keuzes."
Engagement
Bij oudere bestuurders klinkt wel eens de nostalgische klacht dat jonge aannemers niet meer hetzelfde engagement tonen in de raden van bestuur als enkele decennia geleden. Jean Biesmans is het daar niet mee eens.
"Ik denk dat dat van alle tijden is. Jonge mensen die hun eigen bedrijf hebben opgericht, werken keihard en hebben niet de tijd om pro deo te werken voor een beroepsorganisatie. Dat engagement komt pas na hun veertigste, wanneer de zaken goed gaan en er ruimte vrijkomt."
Goede raad aan de volgende generatie
Jean Biesmans sluit af met een duidelijke boodschap aan de volgende generatie aannemers.
"Ik kan hen alleen aanraden om zelf het engagement aan te gaan en een actieve rol op te nemen binnen Embuild. Je komt er heel veel ambitieuze mensen tegen waar je veel van kan leren en je bouwt er een rijk netwerk op waar je altijd op kan terugvallen.
Door zelf mee aan de knoppen te zitten, beslis je bovendien mee welke richting de bouw uitgaat. Je houdt een vinger aan de pols bij alles wat er beweegt in de sector. Een vliegende kraai vangt altijd wat!
Aanwezigheid in die bestuursorganen levert op korte termijn nooit een meetbaar resultaat op, maar op lange termijn doe je er als ondernemer zeker je voordeel mee.”
INFO : www.tectumgroup.be
Mogelijke kansen en knelpunten bij sociale woningbouw
Door de slabakkende private woningbouw stijgt opnieuw de interesse voor de bouw van sociale woningen. Bovendien wil de Vlaamse regering tegen 2042 56.000 extra sociale woningen laten bouwen. Alleen al tijdens de huidige legislatuur (tot 2029) trekt zij hiervoor een budget van 1 miljard euro per jaar uit. Om die reden heeft Embuild Vlaanderen over de bouw van sociale woningen in maart en april een tweedaags lerend netwerk georganiseerd. Met 25 deelnemers was dit netwerk volzet. Zij konden onder meer kennis maken met de mogelijke aanbestedingsvormen en de bijbehorende uitvoeringsmodaliteiten en procedures.
Vlaanderen telt momenteel ongeveer 165.000 sociale woningen. Die woningen werden vooral gebouwd tussen 1975 en 1985. De vorige legislatuur stond vooral in het teken van de grootschalige fusie van 82 sociale huisvestingsmaatschappijen en 48 sociale verhuurkantoren naar nog amper 41 woonmaatschappijen. Een woonmaatschappij beheert nu gemiddeld 2.000 à 3.000 woningen. Deze schaalvergroting moet tot een professionelere aanpak van bouw en beheer leiden.
Nu de fusiebeweging achter de rug is, moet het bouwprogramma opnieuw kunnen versnellen. Voor de spreiding van 45.000 sociale woningen heeft de Vlaamse regering een nieuw Bindend Sociaal Objectief (BSO) vastgelegd. Dat bepaalt hoeveel sociale woningen er per gemeente minimaal moeten bijkomen. Daarbuiten kunnen gemeenten die meer willen doen dan hun verplicht BSO, vrijwillig 5.000 tot zelfs 11.000 extra sociale woningen realiseren.
Voor die versnelling hanteert de Vlaamse regering wortel en stok. Zo kunnen de woonmaatschappijen nu rekenen op een lening met een rente van -2%. Maar tegelijk voorziet de regering
dat lokale besturen die achterop blijven, een bijdrage moeten leveren aan huurpremies voor wie al lang op de wachtlijst staat.
Alfa en omega van sociale woningbouw
Op het lerend netwerk van Embuild Vlaanderen legden Veerle De Meulenaer, Liesbeth Pelkmans en Els Struyf van Wonen in Vlaanderen de doelstellingen van de sociale woningsector, de toepasselijke basisdocumenten en de diverse aanbestedingsmogelijkheden uit. De volgende drie documenten vormen het ‘alfa en omega’ van de sociale woningbouw: de ontwerpleidraad die de overkoepelende doelen op het vlak van kwaliteit en duurzaamheid vastlegt, de simulatietabel en het bouwtechnisch bestek woningbouw.
De ontwerpleidraad bepaalt onder meer dat sociale woningen compact moeten zijn: bungalows (woningen met één bouwlaag) en vrijstaande eengezinswoningen zijn dus uitgesloten. De dossiers worden afgetoetst aan deze ontwerprichtlijnen: enkel bij een gunstig advies is het project subsidieerbaar.
Van cruciaal belang is de simulatietabel. Die bepaalt de maximale kostprijs per woning en voor het volledige pro-
ject. De simulatietabel is een geautomatiseerd rekenblad waarmee ontwerpers en aannemers kunnen nagaan of hun voorstel aan de oppervlakte- en kostprijsnormen van Wonen in Vlaanderen beantwoordt. De opdrachtgever levert die tabel aan: de ontwerper hoeft die dus enkel in te vullen.
Van het grootste belang voor de aannemer is het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw (BBW). Het BBW vormt de basis voor de bijzondere bestekken van sociale woningbouwprojecten. In 2025 heeft Wonen in Vlaanderen het BBW volledig herzien. De toepasselijke normen (op het vlak van luchtdichtheid, akoestiek en brandveiligheid) en technische voorlichtingen werden geactualiseerd. Nieuwe materialen en toepassingen werden toegevoegd, zoals CLT (Cross-Laminated Timber), buitengevelisolatie ETICS met harde bekleding, vacuümisolatie, externe zonwering, het gebruik van modulaire units, enz. En ook circulair bouwen kreeg in het BBW zijn plaats.
Verloop van klassieke aanbestedingen
De bouw van sociale woningen verloopt grotendeels op basis van klassieke aanbestedingen. De woonmaatschappij
Laurens Everaert deelt zijn ervaringen met het lerend netwerk
is dan de initiatiefnemer en aanbesteder. De woningen worden opgericht op gronden van de woonmaatschappij. Die stelt eerst een architect aan. Voor de aannemers komt het er dan op aan de laagste prijs te bieden. De prijs is immers meestal het enige selectiecriterium.
Op het lerend netwerk gaf Laurens Everaert (Everaert-Cooreman) aan waarop de aannemer moet letten: “De aannemer geeft zijn prijs maar draagt grotendeels de uitvoeringsrisico’s. Het komt er dus op aan de risico’s vóór indiening te identificeren en te signaleren. Start met projecten waarmee je ervaring kan opbouwen. De sociale woningbouw is geen markt waarin je zonder voorbereiding kan instappen.”
Constructieve Benadering Overheidsopdrachten
Daarnaast bestaan een aantal formules waarbij private partners een grotere rol krijgen. De bekendste is de CBO of de Constructieve Benadering Overheidsopdrachten. Die formule bestaat al 20 jaar. Bij de CBO bieden ondernemers de grond aan. Bovendien moeten zij een ontwerp- en bouwteam samenstellen. Dat team maakt het voorontwerp, het uitvoeringsdossier, het bestek en de
uitvoeringstekeningen op, zorgt voor de nodige vergunningen, realiseert de sociale woningen conform de normen en richtlijnen voor sociaal bouwen en verkoopt de woningen samen met de grond aan een woonmaatschappij.
De procedure verloopt in drie fasen: de selectiefase (met focus op de inschrijver en de aangeboden grond), de gunningsfase (met focus op het project) en de onderhandelingsfase. In fase 1 en fase 2 is Wonen in Vlaanderen de aanbesteder. Bij de gunning staat de architecturale en stedenbouwkundige waarde op 60 punten en de kostprijs voor de realisatie op 40 punten. In fase 3 fungeert de sociale woonmaatschappij als opdrachtgever. Zij voert dan verder de onderhandelingen met de inschrijver en is de uiteindelijke afnemer van het project.
Waarom (niet) deelnemen aan CBO?
Volgens Joeri Van Meenen (Embuild Vlaanderen) staan aannemers eerder positief tegenover de CBO: “Vooreest omwille van de sterke regelmaat: oproepen voor de CBO vinden twee maal per jaar plaats (meestal in januari en juni). Net zoals bij de klassieke opdrachten gebeurt de betaling via maande-
lijkse vorderingsstaten. De aannemer loopt geen ontwikkelingsrisico zoals bij louter private ontwikkelingen. Ontwerper en aannemer hebben meer impact op het ontwerp. De opdracht is dus niet louter uitvoeringsgericht.”
Steven Verbruggen (B&R Bouwgroep) voegde hier op het lerend netwerk nog het volgende aan toe: “Al bij al vraagt sociale woningbouw toch een andere mindset dan een private ontwikkeling. Investeren in samenwerking is daarbij van groot belang. Zie deze samenwerking vooral als een traject. De leercurve is reëel maar zij rendeert … op langere termijn. Meedoen aan de CBO vereist ook een grondige kennis van het kader: ontwerpleidraad, BBW en simulatietabel zijn geen formaliteit maar sturend.”
Types van raamovereenkomsten
Daarnaast zijn voor de sociale woningbouw nog volgende types van raamovereenkomsten met private partners mogelijk: de toepassing van de Design & Build-formule voor de bouw van sociale woningen op gronden van een woonmaatschappij, het ontwerp en de realisatie van modulaire sociale woningen, het ontwerp en de plaatsing van dak- of spouwisolatie bij bestaande sociale woningen (Design & Insulate) en het ontwerp en de renovatie van de buitenschil en eventueel een upgrade van de technieken van bestaande sociale woningen (Design & Renovate).
Momenteel zijn er niet onmiddellijk nieuwe oproepen voor deze formules gepland. Bij de toepassing van Design & Build vermeldde Peter Gestels (Van Roey) op het lerend netwerk zowel positieve elementen (de langere opdrachtduur van 2 tot 4 jaar, geen nieuwe aanbesteding per project, geen investering in de grond) als de negatieve elementen (de sterke focus op de prijs, de niet gegarandeerde afname en de onvolledig gedekte prijsstijgingen).
INFO : https://www.vlaanderen.be/ sociaal-woonbeleid
Joeri Van Meenen (joeri.vanmeenen@embuild.be)
Op zoek naar oplossingen om woonlasten te verlagen
Op 6 mei organiseerde Embuild Vlaanderen haar vierde congres over betaalbaar wonen: een zeer actueel thema in tijden dat de woonlasten (het bedrag dat gezinnen aan hun huisvesting moeten besteden) almaar toenemen. Maar waarom stijgen die woonlasten en hoe kunnen wij die verlagen en in welke mate kan het beleid (en dan vooral de lokale besturen) hiertoe bijdragen? Vandaar dat meerdere sprekers op het congres lokale mandatarissen (burgemeesters en schepenen) waren.
Caroline Deiteren (Embuild Vlaanderen) herhaalde in haar inleiding dat het aantal vergunningsaanvragen voor nieuwbouw momenteel op een historisch dieptepunt staat. Uit een analyse van Embuild Vlaanderen blijkt dat de betaalbaarheid van woningen steeds meer in het gedrang komt. Dit staafde zij met recente gegevens uit de Woonbalans (zie opinie- en kaderstuk op p. 44 ).
Pleidooi voor integraal woonbeleid
De wooncrisis beperkt zich niet tot de laagste inkomens. Caroline Deiteren: “Hogere inkomens die geen betaalbare koopwoning vinden, verdringen het middensegment. Het middensegment verdringt op zijn beurt de lagere inkomens. Een integraal woonbeleid moet voor alle segmenten een oplossing bieden en dus niet alleen voor de laagste inkomens. En vooral: meer aanbod creëren is de meest directe en duurzame manier om wonen betaalbaar te maken.”
Caroline waarschuwde in dit verband voor sociale bijdragen en lasten op woonprojecten. Die verhogen de prijzen voor niet-sociale woningen, ondermijnen de rendabiliteit en remmen investeringen af. Daarnaast pleitte zij voor een Vlaams Bouwbesluit dat de technische normen en kwaliteitsvereisten voor woningen harmoniseert en een
einde maakt aan de huidige lokale wildgroei van normen en eisen. Tenslotte stelde zij dat slecht gelegen gronden schrappen pas zinvol is als er eerst voldoende gebouwd wordt op goed gelegen locaties.
Private sector meer betrekken
Schepen Patrick Janssens (stad Antwerpen) beweerde dat in zijn stad momenteel nog altijd meer woningen vergund worden dan strikt noodzakelijk is om de woonbehoefte op te vangen maar hij gaf wel toe dat er zich een probleem van betaalbaarheid stelt, onder meer omdat circa 30% van de Antwerpenaren tot de laagste inkomenscategorie behoort. Conform het bestuursakkoord gaat de stad ook de privésector betrekken om het aanbod van betaalbare woningen te vergroten en daarvoor het systeem van geconventioneerd verhuren stimuleren.
Maar Patrick Janssens zag daarbij wel een belangrijk dilemma. Sociale woningen in duurdere wijken leiden voor de sociale huurders tot een hogere huur maar tegelijk huiverde hij voor een concentratie van sociale woningen in minder dure buurten en voor de monofunctionele sociale woonwijken van destijds. Die woonblokken renoveren heeft maar zin als tegelijk eromheen een leefbare omgeving tot stand komt. Die oefening is nu volop aan de gang op de Linkeroever in Antwerpen.
"Wie de bovenkant van de markt afremt, bevriest de hele woonladder."
NATHALIE NIEUWINCKEL (VOORUITZICHT)
Met woonpact en stadsbon
Schepen Christophe Peeters (Gent) wil dat er in zijn stad per jaar minimaal 1.000 woningen bijkomen maar ergerde zich aan de opeenstapeling van procedures, beroepsmogelijkheden en tegenstrijdige adviezen die projecten vertragen. Elke week vertraging kost een ontwikkelaar 3.000 euro. Die rekening betaalt uiteindelijk de huurder of de koper.
Wat gaat de stad hieraan doen? Een minder detaillistische bouwcodex, een stadsbon waardoor burgers mee kunnen investeren in de stad (met een hoger rendement dan een spaarboekje) en een woonpact met bindende afspraken voor private sector én publieke woonactoren om tot 40% betaalbare woningen in nieuwe ontwikkelingen te komen (met meer zekerheid voor de ontwikkelaars, een soepeler regelkader, meer ontwikkelmogelijkheden en een vlotter vergunningstraject).
Betaalbaarheid anders per inkomenscategorie
Nathalie Nieuwinckel (Vooruitzicht) verduidelijkte wat betaalbaarheid van wonen per inkomenscategorie precies betekent: voor inkomens tot 1.500 euro netto per maand (bijvoorbeeld werkzoekenden) kan de maandelijkse woonlast maximaal 300 euro bedragen, voor inkomens tot 2.200 euro per maand (bijvoorbeeld eenoudergezinnen) maximaal 550 euro en voor modale inkomsten (bijvoorbeeld tweeverdieners) die netto tussen 2.200 en 3.000 euro verdienen, tussen 660 en 900 euro.
Ook zij stelde dat elke trede ondersteuning verdient waardoor een woonladder ontstaat, en dat nieuw aanbod verhuiskettingen teweegbrengt. “Elk nieuw woningproject in de reguliere markt creëert gemiddeld 3 tot 4 bijkomende verhuisbewegingen in de keten tot in het betaalbare segment. Nieuwbouw is dus geen concurrent van betaalbaar wonen. Integendeel: nieuw-
bouw vormt juist betaalbaar wonen. Wie de bovenkant van de markt afremt, bevriest de hele ladder. Het gunstige effect doet zich al op relatief korte termijn voor (zo’n 1 à 2 jaar na oplevering van de nieuwbouw).”
Lasten en lusten
Op financieel vlak pleitte zij ervoor, naast een verlaagde btw en 2% registratierechten op grond, dat tegenover bijkomende lasten op projecten ook compenserende ‘lusten’ moeten staan, zoals meer bouwpotentieel, een snellere vergunning en afwijkingen van bepaalde normeringen. Om overregulering tegen te gaan zou elke nieuwe norm gepaard moeten gaan met een betaalbaarheidstoets.
Bij de vergunningenproblematiek waarschuwde zij dat de grootste hervormingsnood (die van de beroepsprocedures) juist van fundamentele aard is en dus meer tijd zal vergen omdat daarvoor decretale en zelfs Europese regelgeving moet veranderen. Daarnaast
vroeg zij een aantal knelpunten op te klaren rond het systeem van de geconventioneerde verhuur (verhuur onder de marktprijs waar de overheid garanties en subsidies tegenover stelt) en werk te maken van de woonwaarborg (overheidswaarborg voor quotiteit boven 90% bij hypothecaire leningen) en van bouwshiftconvenanten (convenanten voor de herontwikkeling van niet-verontreinigde terreinen naar analogie van de brownfieldconvenanten).
Steeds meer gepuzzel
Volgens Carine Drumont (Algemene Bouw Maes) is het bouwproces geëvolueerd van een puzzel van 500 tot 1.000 stukjes naar een puzzel van enkele 10.000 stukjes. Bij elk van de bouwpartners (aannemer, architect, opdrachtgever en overheid) zijn nu meerdere experten betrokken die bovendien niet altijd op dezelfde lijn staan. Deze toegenomen complexiteit werkt vertragend én kostenverhogend. Zij pleitte voor pragmatisme, met name bij het opgelegde behoud van bestaande structuren. In het daarop volgend debat sprak Michel Vanderstraeten (Embuild Vlaanderen) de hoop uit dat de Vlaamse over-
Initiatiefnemers en sprekers van het congres over betaalbaar wonen met op de 1e rij v.l.n.r.
Patrick Janssens, Nathalie Nieuwinckel, Michel Vanderstraeten en Caroline Deiteren en op de 2e rij v.l.n.r. Carine Drumont, Johan De Vlieger, Christophe Peeters en Philip Bogaert (Embuild Oost-Vlaanderen)
heid het geplande M-peil (materiaalprestatiepeil) maximaal zou aligneren met het E-peil. Hij is voorstander van off-site productie maar nuanceerde de voordelen van een industriële aanpak. Die wordt in Nederland voor 50% van de woningen opgelegd. Maar ook dan bedraagt de bouwkost er 500 euro per m² meer dan in België. Johan De Vlieger (Embuild Oost-Vlaanderen) betreurde dat, terwijl er almaar nieuwe regels bijkomen, bestaande regels niet worden afgeschaft.
Verder verdiepen
In de namiddag vonden verdiepingssessies plaats over creatieve verdichting, innovatieve woonconcepten en de rol van lokale besturen. Op het vlak van herontwikkeling werd onder meer geopperd dat, nu bijna al de brownfields zijn ontwikkeld, de focus moet veranderen, bijvoorbeeld naar zones voor gemeenschapsvoorzieningen (scholen en hospitalen).
De deelnemers kregen meer uitleg over de toepassing van hybride woonmodellen (zoals wooncoöperaties) die elementen van huren en kopen combineren, en over de bouw van dynamische woningen en woonwijken met aanpasbare en uitbreidbare eenheden die meegroeien met de behoeften van bewoners. Verder waren er getuigenissen van de burgemeesters van drie zeer verschillende steden en gemeenten: Aalst, Eeklo en Haaltert. Zij legden uit hoe zij elk op hun manier voor hun groeiende bevolking in betaalbare woningen voorzien.
VLAAMSE WOONBALANS ALS LEIDRAAD
WONINGENTEKORT STUWT WOONLASTEN VAN DE VLAMING OMHOOG
De betaalbaarheid van wonen blijft in Vlaanderen achteruitgaan. Dat blijkt uit onze laatste Woonbalans. Met de Woonbalans berekenen we per gemeente hoeveel inkomen een huishouden besteedt aan woonlasten. Daarbij gaat het om nieuwe kopers en huurders. We houden rekening met de huur of de hypothecaire lening, in combinatie met de energiekosten.
In 2025 besteedden alleenstaande huurders meer dan de helft van hun inkomen aan wonen. In Vlaams-Brabant en Antwerpen overschrijdt dat zelfs ruim de 60%. De gekende kaap van 30% werd dus al geruime tijd overschreden. Bij tweeverdieners die een woning kopen, gaat gemiddeld 34% van het inkomen naar de afbetaling van de hypotheek en naar de energiekosten. In 2024 ging het nog om 33%. De vraag is hoe dit zal evolueren in 2026. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt voor wispelturige energieprijzen, stijgende bouwkosten en een verhoging van de hypothecaire rente. De betaalbaarheid van wonen stond begin mei ook centraal tijdens ons congres Betaalbaar wonen in Gent. Bijna 200 deelnemers bogen zich over dit vraagstuk. Met als hamvraag: hoe raken we voorbij de vele drempels om voldoende, sneller en kostenefficiënter te bouwen?
Want er is niet één reden waarom wonen zo duur is in Vlaanderen, maar er zijn wel vier kernfactoren: de hoge stand van de rente, de stijgende kostprijs van de materialen, het aantal beschikbare woningen, en de hoge belastingdruk. Aan de rente en de materialenprijzen kunnen we momenteel niet zoveel doen, aan de andere wel.
Tijdens het congres is gebleken dat alle bouwpartners, overheden en beleidsmakers zich terdege bewust zijn van de vele drempels om voldoende, sneller en kostenefficiënter te bouwen. Ook de recepten zijn nagenoeg bekend. Reduceer de hoge lasten op nieuwbouw. Realiseer een vergunningenrevolutie. Pak lokale beperkingen en de wildgroei aan regels aan. En hanteer een open model bij het realiseren van sociale huisvesting.
Met het ‘actieplan vergunningen’ en de bouwboost worden stappen gezet, maar het is belangrijk dat we daarvan snel de resultaten op het terrein zien. Want een bouwproject neemt tijd in beslag, die dan hopelijk ingekort wordt door de initiatieven van de Vlaamse regering.
Caroline Deiteren
Directeur-generaal van Embuild Vlaanderen
Met de Woonbalans van Embuild Vlaanderen krijg je in een oogopslag de stand van zaken van de betaalbaarheid van wonen, zowel voor Vlaanderen als geheel als voor de verschillende Vlaamse gemeenten. Ze fungeert als kanarie in de koolmijn om na te gaan hoe het gesteld is met de betaalbaarheid voor huishoudens.
De Woonbalans wordt voor verschillende doelgroepen opgemaakt: een koppel tweeverdieners dat een woning koopt en een alleenstaande die huurt. Zo geeft de Vlaamse Woonbalans de verhouding weer tussen het
inkomen enerzijds en de huur of de maandelijkse aflossingslast van een hypothecair krediet en de gas- en elektriciteitskosten anderzijds. Je vindt die balans per jaar terug voor nieuwe kopers en huurders. Staat de balans op 30% of hoger, dan kan de betaalbaarheid in het gedrang komen.
Meer info op https://www.woonbalans.be/woonbalans/ vlaamse-woonbalans/
Caroline Deiteren over de Vlaamse Woonbalans
Word exposant op Dag van de Afwerking
Vrijdag 16 oktober 2026
Brussels Gate
● Het netwerkmoment voor duizenden professionals uit de sector: (voor schrijnwerkers, parketplaatsers, schilders, stukadoors, glazeniers en vloerders.)
● De kans om innovaties en nieuwe producten aan vaklui te tonen
● De sterkste manier om leads face-to-face te genereren
● Nieuwe formule: in combinatie Belgian Roof Day, dus veel volk www.dagvandeafwerking.be
RESERVEER JE STAND BIJ STEVE
Steve Caufriez Account manager
EPC Gemeenschappelijke Delen als richtsnoer voor renovatie van appartementen
Uit cijfers van Statbel blijkt dat Vlaanderen eind 2025 meer dan 150.000 appartementsgebouwen telde, waarvan 82.000 van voor 1981 dateren. Meer dan de helft van het Vlaamse appartementsgebouwenbestand is dus ouder dan 45 jaar en deze gebouwen voldoen vaak nog niet aan de hedendaagse normen van energie-efficiëntie en woonkwaliteit. Van cruciaal belang voor de renovatie van appartementen is het EPC voor de gemeenschappelijke delen.
Een EPC
Gemeenschappelijke
Delen (EPC GD) is belangrijk om drie hoofdredenen:
● het toont aan hoe energiezuinig het appartementsgebouw is en geeft inzicht in en advies over de energieprestatie van de collectief beheerde elementen van het gebouw. Daarmee wordt niet enkel de traphal bedoeld maar bijvoorbeeld ook het dak, de gevel en de collectieve installaties. Het EPC GD bevat dus eveneens aanbevelingen om de energieprestatie te verbeteren voor bijvoorbeeld vloeren, muren, daken, vensters, deuren, verlichting, verwarming, koeling, ventilatie en sanitair warm water;
● het is bedoeld voor eigenaars en de vereniging van mede-eigenaars (VME) die samen beslissen over de energetische renovatie van de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw;
● een correct en volledig EPC GD is cruciaal omdat de informatie eruit wordt overgenomen in de EPC’s van de individuele eenheden in het gebouw. Daardoor hangt het energielabel van een appartement rechtstreeks af van de accuraatheid van het EPC GD.
Een EPC GD is kortom belangrijk omdat het een objectief beeld geeft van de energieprestatie van het hele appartementsgebouw, omdat het helpt om
gerichte renovatiebeslissingen te nemen en omdat het rechtstreeks invloed heeft op de EPC’s van de afzonderlijke appartementen.
Verplichting onvoldoende nageleefd
Sedert enkele jaren is voor heel wat appartementsgebouwen een EPC GD verplicht. Elk appartementsgebouw met minstens twee residentiële eenheden moet een EPC GD hebben. Of het
Vooral kleinere flatgebouwen hebben nog geen EPC GD.
gebouw meerdere eigenaars heeft of maar één maakt geen verschil. Het EPC GD moet worden opgemaakt door een energiedeskundige type A. De energiekaart van het Vlaamse Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) bevat een lijst met de erkende energiedeskundigen. Het VEKA controleert ook op de aanwezigheid van het EPC GD. Bij inbreuken kan een boete tot 5.000 euro opgelegd worden, die niet bevrijdend is. Voor nieuwbouwappartementen moet
er pas een EPC GD worden opgemaakt na 10 jaar en 1 maand na het krijgen van de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning.
Vandaag zijn er in Vlaanderen bijna 74.000 unieke EPC’s GD opgemaakt. Dit is slechts de helft van de gebouwen die over een EPC GD zouden moeten beschikken. Vooral kleine gebouwen met 2 tot 4 wooneenheden blijven achter.
Lagere
isolatiekwaliteit naargelang bouwjaar
Uit een analyse die het VEKA op de ingediende EPC’s GD uitvoerde, blijkt dat de isolatiewaarden van de gebouwschil sterk verschillen per bouwperiode. Hoe recenter het gebouw, hoe beter geïsoleerd dat de buitenmuren, ramen en daken zijn. Vooral bij oudere gebouwen zijn de isolatiewaarden slechter.
Van de ingediende EPC’s GD voldoet meer dan 80% van de daken niet aan de huidige nieuwbouwnorm. Meer zelfs, 13% van de EPC’s GD heeft een dak zonder isolatie of met slechts een paar centimeter isolatie. Dat is opvallend, want sinds 2015 is dakisolatie verplicht. Aangezien het dak een van de belangrijkste verliesoppervlakken is, ligt hier nog een grote opportuniteit om energie te besparen en het wooncomfort te verhogen.
Ondermaatse collectieve installaties
Slechts 14% van de ingediende EPC’s GD beschikt over minstens één collectieve installatie voor ruimteverwarming. Hoe groter het gebouw, hoe vaker zo’n systeem voorkomt. Het merendeel (86%) van de gebouwen werkt met individuele verwarmingsketels of elektrische verwarmingselementen per individueel appartement.
Bovendien zijn de bestaande collectieve systemen vaak onvoldoende toekomstbestendig. Slechts 3% van deze collectieve systemen maakt gebruik van een warmtepomp of een efficiënt warmtenet, 62% draait op een condenserende ketel en 35% zelfs nog op een niet-condenserende ketel. Gas is bij collectieve systemen met 75% veruit
OPLEIDINGSTRAJECT ROND VERDUURZAMEN VAN
APPARTEMENTSGEBOUWEN
Binnen het EU Life project CondoReno, in samenwerking met Embuild, de steden Mechelen, Antwerpen en Oostende en de kennisinstellingen KERN en PIXII, werd een opleidingstraject over het verduurzamen van appartementsgebouwen ontwikkeld.
Met deze opleiding krijg je als aannemer inzicht in zowel de technische als de organisatorische uitdagingen van een integrale renovatie van appartementsgebouwen. Je leert onder meer hoe de besluitvorming binnen een VME (Vereniging van Mede-Eigenaars) werkt, welke financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn, hoe je premieklaar offertes opstelt en welke renovatiestrategieën (op het vlak van binnenklimaat, zonnewering, technische installaties) en bouwtechnieken er mogelijk zijn.
De opleiding is bedoeld voor aannemers die werken aan kleine, middelgrote of grote appartementsgebouwen. Zowel aannemers gebouwschil als techniekers halen concrete meerwaarde uit dit traject. De opleiding combineert webinars, e-learning en fysieke opleidingsmomenten, verspreid over vijf weken, en zal van start gaan op 4 september, telkens in de lokale Embuild-vestigingen.
de meest gebruikte energiedrager, gevolgd door stookolie (22%).
Zonnepanelen en zonneboilers zijn in de Vlaamse appartementsgebouwen slechts beperkt aanwezig. Slechts 4% van de ingediende EPC’s GD maakt melding van zonnepanelen en amper 0,7% rapporteert een zonneboiler. Als de algemene vergadering van mede-eigenaars overweegt om zonnepanelen te laten installeren, is het belangrijk om eerst na te gaan of het dak al grondig geïsoleerd is. Als dat nog niet het geval is, dan is het uiteraard aangewezen om dat eerst te doen alvorens zonnepanelen te laten plaatsen.
Verbeterpunten aan EPC Gemeenschappelijke
Delen
Het EPC GD kan nog sterker worden als instrument voor vergelijking en als aanzet tot renovatie. Dat is gebleken uit het CondoReno-project van Embuild Vlaanderen. Dat project had tot doel geïntegreerde renovatiediensten voor gebouwen in mede-eigendom van meerdere particuliere huiseigenaren te ondersteunen.
Uit dit project zijn de volgende aanbevelingen voor het EPC DG voortgevloeid:
● voor het energieprestatielabel: voer een volwaardig label in voor de gemeenschappelijke delen, zodat de energieprestatie van het gebouw sneller en duidelijker kan worden beoordeeld. Stel ook hieraan eisen zodat de VME solidair verantwoordelijk wordt voor de performantie van de gehele bouwschil;
● voor de bouwschil: geef de kwaliteit van muren, daken, vloeren en ramen weer via een duidelijk kengetal, bijvoorbeeld een gemiddelde isolatiewaarde;
● voor de collectieve installaties: voeg een duidelijke waardeschaal toe op basis van rendement en aandeel hernieuwbare energie, zodat verouderde en toekomstgerichte systemen beter onderscheiden worden.
INFO :
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het VEKA en met input van Embuild Vlaanderen. Voor meer informatie: contacteer johan. vandendriessche@embuild.be of raadpleeg de agenda van https://www. embuildvlaanderen.be.
Individueel maatwerk sterk
integratie-instrument in Vlaamse bouwbedrijven
Het aantal langdurig zieken neemt almaar toe. Eind 2025 waren zij al met meer dan 500.000. Hen opnieuw aan het werk krijgen lijkt moeilijk te lukken: de uitstroom versnelt niet terwijl de instroom verder toeneemt. Ziekenfondsen worden met de vinger gewezen maar ook van de werkgevers worden extra inspanningen verwacht. Voor de aanwerving of het in dienst houden van werknemers met een arbeidsbeperking, een gezondheidsprobleem of een andere ondersteuningsnood op de werkvloer bestaat in Vlaanderen sedert 2023 een krachtige steunmaatregel: het individueel maatwerk.
Installatie van een automatische bumper op de vrachtwagen om het werk te verlichten.
In 2023 heeft de Vlaamse regering de tewerkstellingsmaatregel ‘individueel maatwerk’ (IMW) ingevoerd. Daarmee krijgen werkgevers die mensen met een auditieve, visuele, cognitieve, psychische of fysieke beperking tewerkstellen een loon- en/of begeleidingspremie. De maatregel kent intussen een stijgend succes.
Terwijl in 2023 nog maar aan 1.310 werkgevers IMW-steun werd toegekend steeg dit aantal tot 3.529 in 2024 en 5.318 in 2025. Ongeveer 11% van de maatwerkers zijn in de bouw tewerkgesteld. Het IMW is in de plaats gekomen van vier andere maatregelen waaronder de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP). Ook daarvan hebben bouwbedrijven altijd al relatief veel gebruik gemaakt.
Volledig ondersteund
Het IMW is meer dan enkel een premie: het gaat om een volledig ondersteuningssysteem dat bovendien flexibel inspeelt op de behoeften van werkgever én werknemer. Minister Hilde Crevits die in Vlaanderen onder meer bevoegd is voor integratie en sociale economie, ziet nog een groot groeipotentieel voor het IMW. Zij heeft hiervoor dan ook extra middelen uitgetrokken. Bij haar besparingen heeft
de Vlaamse regering het IMW ontzien. Als werkgever van een werknemer met een arbeidsbeperking kan je een loonpremie of een loonpremie én een begeleidingspremie krijgen.
Toekenning van een loonpremie
De loonpremie komt tegemoet aan de bijkomende kosten of lagere productiviteit als gevolg van de arbeidsbeperking. Uit een bevraging bij de IMW-gebruikers is gebleken dat zij de loonpremie vooral inroepen omwille van de vereiste aanpassing van het takenpakket, ter compensatie van het trager werkritme of de grotere kans op fouten en omdat collega’s bepaalde taken moeten overnemen.
De loonpremie wordt berekend als een percentage van het loon van de werknemer. Zij hangt af van de steunbehoefte die de VDAB heeft vastgesteld. Die kan gaan van 20% tot 55%. De premie wordt per kwartaal uitbetaald en daalt in de loop van vijf jaar. Op basis van een bevraging bij bouwbedrijven kwam Embuild Vlaanderen uit op een kwartaalpremie van circa 4.700 euro tijdens de eerste vijf kwartalen tot ongeveer 2.300 euro tijdens de laatste kwartalen.
Toepassing van de begeleidingspremie
De begeleidingspremie geeft je als werkgever een extra steuntje in de rug. Deze premie compenseert bijvoorbeeld de tijd die een interne, specifiek aangewezen coach of een gekwalificeerde begeleider in de werknemer met een beperking moet investeren. Je gebruikt deze premie dan om die extra begeleiding te betalen. De hoogte ervan hangt af van hoeveel begeleiding jouw werknemer nodig heeft. Volgens een raming van Embuild Vlaanderen bedraagt deze premie bij bouwbedrijven tussen circa 1.900 euro in de eerste kwartalen en ongeveer 1.000 euro in de laatste kwartalen.
Daarnaast kan VDAB tussen in aangepast arbeidsgereedschap en/of -kledij en in aanpassingen van de arbeidspost. VDAB betaalt de werknemer
als hij aangepast arbeidsgereedschap of aangepaste kledij nodig heeft om zijn werk goed uit te voeren, bijvoorbeeld een extra groot computerscherm, orthopedische veiligheidsschoenen of een op maat gemaakte bureaustoel. Als de werknemer een aangepaste arbeidspost nodig heeft, kan VDAB de aankoopen installatiekosten voor de werkgever compenseren. Dat gaat over alles in het bedrijf dat niet verplaatst kan worden, zoals een lichtsignaal op een machine met geluidsignalen, aangepast sanitair of een traplift.
Individueel maatwerk bij
Willemen Infra
Willemen Infra heeft intussen reeds heel wat ervaring met individueel maatwerk opgedaan. Dirk Herman, Senior HR Business Partner kan hierover getuigen: “Ons bedrijf heeft al voor 13 medewerkers premies voor individueel maatwerk ontvangen. Zo hebben wij een loonpremie gekregen voor een arbeider waarvan de voet onder een betonmachine was terechtgekomen. Hij wou verder werken en wij hebben hem dan als vrachtwagenchauffeur kunnen inschakelen en af en toe werkt hij ook nog op mee op de bouwplaats.
Een andere medewerker was signalisatie-arbeider maar bij hem werd kanker vastgesteld en hij moet nog regelmatig medische controles ondergaan. Door zijn rijbewijs C kon hij toch bij ons blijven werken in de minder zware functie van betonmixchauffeur en als hij terug in behandeling moet, vervangt een zelfstandige hem zodat de continuïteit verzekerd is. Een ploegbaas die omwille van kanker geen zwaar fysiek werk meer aankan, was gemotiveerd om terug aan de slag te gaan: hij werkt nu bij ons deeltijds als polyvalent ateliermedewerker.
Stage als evaluatie
Wij hebben een jongere die eerst bij ons stage heeft gelopen, nadien aangeworven als bediende. Hij kampt met narcolepsie (overmatige slaperigheid overdag en onbedwingbare slaapaanvallen). Maar hij levert op tijd correct werk af en is deeltijds bij ons in dienst
gebleven. De stage heeft ons in staat gesteld om vooraf zijn werkritme te evalueren. En voor een vrachtwagenchauffeur waarvoor zwaar tillen uiteindelijk te belastend werd, hebben wij van VDAB een tussenkomst van circa 7.000 euro gekregen voor de installatie van een automatische bumper op zijn vrachtwagen.
Bij dergelijke beperkingen moeten bedrijven niet onmiddellijk naar een C4 grijpen. Als we deze mensen (opnieuw) aan het werk krijgen, zijn het vaak zeer gemotiveerde en ook zeer dankbare en loyale medewerkers. Hun motivatie is vaak sterker dan hun beperking. Zij focussen op wat nog kan en die positieve houding werkt aanstekelijk. Hun veerkracht geeft echt energie aan de ploeg. Bovendien werkt aan de slag blijven voor hen zelf therapeutisch. Spijtig genoeg lukt dit niet voor iedereen. Het blijft altijd maatwerk.”
Hoe aanvragen?
Om een loon- en begeleidingspremie te kunnen krijgen moet de werknemer eerst het advies van VDAB inwinnen. Hij of zij kan een advies voor 2 of voor 5 jaar krijgen: voor 2 jaar als de beperking nog kan evolueren of de impact van de beperking nog niet stabiel is en voor 5 jaar als de beperking langdurig en blijvend is (en daarna is de premie zelfs verlengbaar). De werknemer moet VDAB dan mogelijks inzage geven in zijn problematiek en dat kan een drempel zijn wanneer hij dit niet ziet zitten. Nog een drempel is dat medewerkers die vroeger BuSO hebben gevolgd en die dus voor IMW in aanmerking kunnen komen, aarzelen om de werkgever hierover te informeren.
Met het advies van VDAB in de hand kan je als werkgever een IMW aanvragen bij het departement WEWIS (Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale economie). Dat moet gebeuren via het e-loket van dit departement.
INFO : https://www.vlaanderen.be/werken/ individueel-maatwerk/individueelmaatwerk-voor-werkgevers veerle.desutter@embuild.be
Geo-intelligentie: de sleutel tot een innovatieve en veerkrachtige samenleving, ook voor de bouw
De negende editie van BeGeo, het congres en de nationale beurs rond geografische informatie, vond plaats op 24 maart in Brussels Expo. Het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) bracht meer dan 900 bezoekers en experts samen voor dit inspirerende event rond geografische data en oplossingen die deze omzetten naar bruikbare en nuttige inzichten. Onze sector was er en viel zelfs in de prijzen.
“BeGeo is de ontmoetingsplek waar geo-experten samenkomen, innovatie ontstaat en nieuwe initiatieven vorm krijgen,” zei
Ingrid Vanden Berghe, Administrateur-generaal van het NGI. “Overheden, onderzoekers, bedrijven en internationale spelers ontmoeten elkaar hier, delen hun kennis en verkennen nieuwe samenwerkingen die de maatschappij vooruithelpen.”
" De combinatie van BIM en geogratische gegevens is een dynamiek die we levend moeten houden. Het is een cruciale schakel voor de ontwikkeling van de digitale instrumenten van de bouwsector van morgen. "
Geo-intelligentie klinkt misschien abstract, maar de praktische toepassingen houden onze samenleving overeind. Het congres belichtte hoe kwalitatieve geodata beleid, economie en dienstverlening versterken voor een veerkrachtige samenleving. Het NGI, dat dit jaar zijn 50-jarig bestaan in zijn huidige vorm viert, zet zich in voor de productie van geodata die helpen sneller en beter te reageren op complexe uitdagingen zoals klimaatadaptatie, mobiliteit en crisisbeheer. Op BeGeo 2026 was er aandacht voor geospatiale inzichten rond de Sustainable Development Goals en de kracht van open data. Kortom, tal van goede redenen die de aanwezigheid van een delegatie van de bouwsector op dit evenement verklaren.
Specifiek programma voor de bouw
In samenwerking met Embuild had het NGI immers een seminarie op maat uitgewerkt voor de bouw- en immobiliënsector. Naast Embuild was de sector vertegenwoordigd door Buildwise, het OCW, beroepsverenigingen (Mobiwall, Vlawebo enz.) en verenigingen van architecten. “De wereld van
het NGI en die van de bouwsector krijgen niet vaak de kans om elkaar te ontmoeten, maar ze zijn beide in hoge mate verbonden met het beheer van de ruimte en het grondgebied en worden geconfronteerd met gelijkaardige uitdagingen: digitalisering van gegevens, 2D- en 3D-ruimtelijke modellering, de veerkracht van het grondgebied en de bebouwde omgeving, de integratie van klimaatrisico’s, … Zonder het te beseffen, groeien ze naar elkaar toe”, zo lichtte Francis Carnoy, algemeen adviseur bij Embuild en lid van het Beheerscomité van het NGI, toe bij de opening van het seminarie.
Het NGI was vertegenwoordigd door Eric Bayers, adviseur-generaal, Hugues Bruynseels, directeur van de afdeling Production & Integration, en Jasper Beernaerts, directeur Partnership Management. Ter gelegenheid daarvan heeft het Instituut zijn rol in herinnering gebracht als beheerder van het Belgische geodetische referentiesysteem, als producent van geografische referentiegegevens en als geobroker die instaat voor het beheer en de terbeschikkingstelling van geografische informatie, waaronder digitale dragers, met name CartoWeb, die worden ontwikkeld op schalen van 1:4 000 000 tot 1:2 500. De voor onze sector nuttige instrumenten en gegevens van het NGI omvatten thema’s zoals bodemgebruik, administratieve grenzen, luchtvaartobstakels (met een portaal voor de registratie van alle potentiële obstakels voor de luchtvaartnavigatie), gebouwen en constructies (Top10Vector), het weg- en spoorwegnet, met inbegrip van het toegangspunt Transportdata voor intelligente transportsystemen, en niet te vergeten het
onderzoek van het NGI naar de impact van de klimaatveranderingen, met name op de bebouwde omgeving.
BIM + GIS = CIM
Op hun beurt hebben het OCW en Buildwise gewezen op de opmars van digitale gegevens, die de opkomst van BIM (Building Information Model) mogelijk heeft gemaakt. Dit blijkt bijzonder doeltreffend te zijn voor het optimaliseren van het ontwerp, de uitvoering (coördinatie van de betrokken partijen, as-builtdossiers), het onderhoud en zelfs de verdere ontwikkeling en het beheer van een bouwwerk (gebouw of infrastructuur). BIM schiet echter tekort wanneer het gaat om het beheer van grotere gehelen (wijken, verkavelingen, bedrijventerreinen, wegennetten, …), wat heeft geleid tot de ontwikkeling van BIM op stedelijke schaal. Zoals het OCW en Buildwise aangaven, verrijkt GIS (Geografisch Informatiesysteem) BIM met een ruimtelijke laag en met een territoriale, milieu- en regelgevende context, waardoor de impact van een bouwwerk op zijn omgeving beter kan worden begrepen en een globalere visie ontstaat op het te beheren gebied. In combinatie met BIM effent GIS de weg voor CIM (City Information Modelling), dat het mogelijk maakt steden te modelleren tot volwaardige stedelijke digitale tweelingen, die nieuwe toepassingsdomeinen ontsluiten.
Digitale tweelingen
Uit het debat kwam naar voren dat digitale tweelingen op brede belangstelling kunnen rekenen: bij het NGI, in de vastgoeden bouwsector, en vanzelfsprekend ook bij opdrachtgevers en overheden. In tegenstelling tot een eenvoudig 3D -model of een statische CIM-weergave onderscheidt een digitale tweeling zich door zijn vermogen om reële gegevens te integreren, in de tijd te evolueren en te fungeren als een besluitvormingsondersteunend instrument om te beheren, te simuleren en te anticiperen. Volgens Buildwise bestaat er niet zoiets als dé digitale tweeling. Integendeel: er zijn talloze varianten mogelijk, met een uiteenlopend detail- en complexiteitsniveau, afhankelijk van de doelstellingen, de beschikbare data en de mate waarin gebouwen, infrastructuur of het grondgebied in beeld worden gebracht.
Bijgevolg beschikken wereldwijd steeds meer steden (in China, Estland, Frankrijk, Tsjechië, Zwitserland …) over hun 'digitale tweeling '. Maar volgens een van de sprekers bemoeilijkt de versnippering van bevoegdheden in België de ontwikkeling ervan bij ons. Dat verklaart de toenemende nood aan samenwerking tussen het NGI en de diensten voor digitale cartografie van de drie gewesten, die binnen hun domein bovendien ook een normerende rol vervullen.
Ingrid Vanden Berghe, administrateur-generaal van het NGI, overhandigt op het BeGeo-salon van 2026 de publieksprijs aan Sébastien Defrance, Data- en Digitalisering coördinator van het OCW voor hun project rond geointelligentie dat bijdraagt aan de veerkracht van trottoirs.
EEN AWARD VOOR HET OCW
Volgens goede NGI -traditie bekroont BeGeo met awards inspirerende initiatieven rond geografische informatie in België. Tijdens BeGeo 2026 ging de Publieksprijs naar het OCW, voor een project rond geo-intelligentie dat bijdraagt aan de veerkracht van de voetpaden. In het project wordt een geospatiale oplossing ontwikkeld om de staat van voetpaden systematisch te monitoren. Een mobiele inspectieapp laat veldmedewerkers defecten registreren volgens een wetenschappelijke methode. Daarnaast registreert een met sensoren uitgeruste 'meetstoel' automatisch fysieke parameters, zoals de hellingsgraad en trillingen. Beide databronnen worden gecombineerd tot een globale prestatieindex van trottoirinfrastructuur. Zo kunnen overheden onderhoud proactief plannen en veilige, toegankelijke voetgangersnetwerken garanderen.
Inspirerend bezoek aan de beursstanden
Het bezoek aan verschillende beursstanden (onder meer ESRI, 1Spatial, Merkator, SPW Géoportail en VITO) op de BeGeo-beurs heeft de overtuiging van onze sectorale delegatie versterkt dat het belangrijk is om intelligent gebouwbeheer (smart building) door te trekken naar het niveau van de wijk of de stad (smart city, CIM). Dat vergemakkelijkt het ontwerp, de modellering (2D, 3D, 4D, …) en het beheer van projecten op stedelijke schaal. Dat mondt uit in een dynamischer, meer geïntegreerd en ‘slimmer’ beleid op het vlak van ruimtelijke ordening, stedenbouw en stadsvernieuwing, om er maar enkele te noemen. In een context van klimaatverandering en energietransitie draait het onder meer om een slimmere inplanting en aansturing van de bebouwde omgeving, van collectieve renovaties tot de preventie van klimaatrisico’s, en om de uitbouw van een veerkrachtig grondgebied dat zich in real time kan aanpassen. Hetzelfde geldt voor de infrastructuur en netten, inclusief ondergrondse netten, die moeten worden omgevormd tot 'smart networks' voor een efficiënter beheer van de stromen (KLIM- CICC, transportnetten, …).
Convergerende belangen
Als slot van de dag bevestigden onze sector en het NGI hun overtuiging dat er duidelijke convergerende belangen bestaan bij de benutting van geografische gegevens.
“De combinatie van BIM en geografische gegevens is een dynamiek die we levend moeten houden. Het is een cruciale schakel voor de ontwikkeling van de digitale instrumenten van de bouwsector van morgen”, aldus Jenny Delacroix (Buildwise). Zij kreeg daarbij bijval van onder meer Didier Block (Mobiwall), Sébastien Defrance (OCW), Mélanie Léonard (Embuild Wallonie) en uiteraard ook Francis Carnoy. Zij gaven allemaal aan bereid te zijn de synergieën tussen de sector en het NGI te vergroten.
Als afsluiting van BeGeo 2026 was er de uitreiking van de BeGeo Awards, een initiatief van het NGI, in samenwerking met Flagis, AM/FM GIS BeLux en Agoria, waarmee elke editie vijf projecten bekroond worden. Met een aangename verrassing voor het OCW dat de Publieksprijs in de wacht sleepte (zie kadertje).
Vrijdag 16 oktober 2026
DE 4 BELANGRIJKSTE TIPS
VOOR HET KIEZEN
VAN DE JUISTE
BEDRIJFSWAGENINRICHTING
ERGONOMIE, VEILIGHEID, EFFICIËNTIE EN EEN
PROFESSIONELE UITSTRALING:
REDENEN GENOEG OM JE
BEDRIJFSWAGEN PIEKFIJN TE
LATEN UITRUSTEN. BIJ A4W
GELOVEN ZE IN MAATWERK.
OPRICHTER FRANK BILLET
HEEFT DAARIN EEN STREEPJE
VOOR DANKZIJ ZIJN EIGEN
ERVARING ALS AANNEMER:
HIJ BEGRIJPT BEDRIJFSWAGENS ALS GEEN ANDER.
De nichesector was niet Franks oorspronkelijke visie. Hij was jarenlang aannemer in de bouw en begon eerst bouwtoebehoren te verkopen. Toch kregen klanten oog voor de inrichting van zijn camionette.
“DANKZIJ MIJN CARRIÈRE HAD IK
EEN GOED BEELD VAN WAT EEN
BEDRIJFSWAGEN NODIG HAD, DUS SCHAKELDE IK IN 2014 OM.”
“Vandaag hebben we verschillende topmerken in huis en bouwen we de ideale wagen op maat van elke klant. Dakwerker, dierenarts of schilder: met een gevarieerd aanbod beantwoorden we elke vraag, telkens tegen de beste prijs.”
IEDERE VAKMAN HEEFT ANDERE NODEN.
Frank van A4W weet precies waar je op moet letten bij het kiezen van de juiste bedrijfswageninrichting.
• Veiligheid is geen bijzaak: een correcte ladingszekering beschermt jou en je personeel bij elke rit.
• Een doordachte inrichting straalt professionaliteit uit en bespaart je dagelijks kostbare tijd.
• Kies voor een modulaire inrichting, een die je nu én later nog kunt aanpassen aan je noden.
• Wat dagelijks schokken en trillingen moet doorstaan, vraagt om vakmanschap. Kwaliteit begint bij de montage.
A4W is over heel België actief via lokale dealers. Een bewuste strategie, volgens Frank. “Iedere klant wordt geholpen door iemand uit de buurt. Wij leiden ze op en voorzien de materialen.” Of A4W ooit vaart zal minderen? “Zeker niet. Momenteel zijn we op zoek naar nieuwe dealers in Wallonië.”
BENIEUWD HOE EEN VEILIGE EN COMFORTABELE BEDRIJFSWAGENINRICHTING ER KAN UITZIEN VOOR JOUW VOERTUIG?
• Bedrijfswageninrichting
• Dakdragers, laddersystemen en glasrastelen
• Bescherming van vloeren en wanden
• Anti-diefstal sloten
• Verlichting en signalisatie
• Batterijsystemen
• 4×4 en vrijetijds uitrusting
• Bestickering en wrapping
• Ombouw lichte vracht
DOWNLOAD ONZE INSPIRATIEBROCHURE VIA WWW.A4W.BE/DOWNLOAD-BROCHUREEMBUILD.
Tooli : het AI-platform voor de Belgische bouwsector
De bouwsector staat op een kantelpunt: digitalisering en artificiële intelligentie (AI) zijn niet langer toekomstmuziek, maar een realiteit die onze manier van werken fundamenteel verandert. Toch blijft de adoptie van AI in de bouw achter op andere sectoren. En dat is waar Tooli zijn opwachting maakt!
Wat is Tooli?
Tooli is het eerste AI-platform in België dat exclusief ontworpen is voor en door de Belgische bouwsector. Het doel is eenvoudig: aannemers en bouwbedrijven een veilige, betrouwbare en gebruiksvriendelijke digitale assistent bieden die hen helpt tijd te winnen, fouten te vermijden en de kwaliteit te verhogen.
Waar andere AI-tools vaak generiek blijven en niet inspelen op de complexiteit van bouwprocessen, spreekt Tooli de taal van de werf: hij begrijpt bouwspecifieke documenten, van meetstaten tot aanbestedingsdocumenten. De toegang tot dit platform zal integraal deel uitmaken van de dienstverlening die we jou bieden. De tool is beschikbaar in het Nederlands, Frans en Engels en is niet alleen toegankelijk op pc, maar ook op smartphone – ideaal voor aannemers die vaak onderweg zijn.
Wat is de kracht van Tooli?
De kracht van Tooli steunt op drie pijlers:
● bouwspecifieke kennis: Tooli is geen copy-paste van ChatGPT. Het is een gespecialiseerde omgeving die jouw documenten, vragen en context begrijpt
● privacy: alle data blijft in de Europese Unie, voldoet aan de GDPR en wordt niet gebruikt om modellen te trainen. Jouw informatie blijft jouw eigendom. De gegevens van je prijsoffertes kunnen dus bijvoorbeeld niet gebruikt worden door anderen
● gebruiksvriendelijkheid: geen complexe interfaces of technische barrières: gewoon een vraag stellen en Tooli geeft jou het antwoord, op kantoor, op de werf of onderweg. Hoe duidelijker je vraag, hoe gerichter het antwoord.
Hoe werkt Tooli?
Tooli werkt met bouwspecifieke AIagents: digitale helpers die elk een specifieke taak uitvoeren.
Op het platform staan verschillende agents al voor je klaar:
● Algemene Agent: voor algemene vragen, bouwgerelateerd of niet. Hij helpt je verder of verwijst je door wanneer nodig
● Offertecoach: deze agent controleert de volledigheid en coherentie (scope, eenhe-
den, materialen, opties) van je offerte en kijkt na of essentiële contractuele bepalingen aanwezig zijn. Hij signaleert risico’s, wijst op hiaten en helpt je je voorstel te versterken vóór je het indient. Geen prijzen of financieel advies
● Vergaderverslagschrijver: deze agent maakt van ruwe notities of spraakmemo’s een helder, gestructureerd vergaderverslag met beslissingen, acties en volgende stappen
● Aanbestedingchecker: deze agent leest het aanbestedingsdossier en wijst je op mogelijke probleempunten. Denk aan ontbrekende posten, onlogische hoeveelheden of tegenstrijdige bepalingen.
Voor bouwtechnische vragen worden de door het platform gegenereerde antwoorden onderbouwd met gevalideerde bronnen, zoals Buildwise-documenten (Tech-
nische Voorlichtingen, Innovation Papers …) en normen, en worden er bronverwijzingen toegevoegd (zie het volgende artikel).
Heeft Tooli ook beperkingen?
Net zoals andere generatieve AI-tools is ook Tooli niet perfect. Het platform is daarom in de eerste plaats bedoeld als extra ondersteuning: een tweede paar ogen, een digitale second opinion die je assisteert. De eindbeslissing en de eindverantwoordelijkheid blijven altijd bij jou als aannemer.
Probeer het zelf!
Wil je meer weten of zelf aan de slag? Surf dan naar www.tooli.be.
Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 14-15 van het Buildwise Magazine 2026/01. Enkel het originele Buildwise-artikel geldt als referentie.
Het nieuwe nummer van het Buildwise Magazine is net verschenen en is volledig gewijd aan artificiële intelligentie in de bouwsector. In deze thematische editie ontdek je op een concrete en toegankelijke manier welke kansen AI te bieden heeft aan aannemers, studiebureaus en alle andere professionals uit de sector.
In de verschillende artikels komen zowel de voordelen als de risico’s van het gebruik van AI aan bod, samen met praktische toepassingen die vandaag al beschikbaar zijn. Je ontdekt onder meer hoe tools zoals ChatGPT en Copilot administratieve taken kunnen vergemakkelijken, de communicatie kunnen verbeteren en de verwerking van technische documenten kunnen versnellen. Deze editie stelt ook Tooli voor, het nieuwe AI-platform dat ontwikkeld werd voor de Belgische bouwsector, evenals Nexo, de AI-assistent van Buildwise die de toegang tot technische informatie eenvoudiger maakt.
Tot slot biedt het magazine een bredere kijk op de plaats van artificiële intelligentie in de bouwsector en op de manier waarop bedrijven deze tools stap voor stap kunnen
een initiatief in het kader van
Het niet te missen event voor de bouwsector vindt ook in 2026 weer plaats: kennis, handige tools en netwerking, dicht bij de werf
Na het succes van de vorige editie, met bijna 2.200 deelnemers, keert de Connection Tour in september en oktober 2026 terug naar zeven inspirerende locaties in Vlaanderen en Brussel. Op het programma: praktische kennis, concrete oplossingen, uitwisselingen met onze experten en thematische stands. De Connection Tour is een samenwerking van Buildwise, Embuild en Bouwunie.
De Connection Tour is de voorbije jaren uitgegroeid tot een vaste afspraak voor de bouwsector. De editie van 2026 zet volop in op impact , met een programma dat inspeelt op de actuele uitdagingen van elk bouwberoep, van efficiëntie en digitalisering tot kwaliteit van uitvoering op de werf. De focus ligt daarbij op demonstraties en tools die onmiddellijk toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk.
Concrete impact op de werf
Voor aannemers en installateurs wil de Connection Tour vooral tastbare meerwaarde bieden. Zo kan je er nieuwe methodes en tools ontdekken die je zullen helpen om tijd te besparen, fouten op de werf te vermijden en je concurrentiepositie te versterken.
Je krijgt er ook de kans om rechtstreeks in gesprek te gaan met experten en collega’s uit de sector, en naar huis te vertrekken met ideeën, contacten en nuttige oplossingen voor je projecten.
Bewezen formule
De formule blijft bewust laagdrempelig: gratis deelname op opmerkelijke locaties verspreid over Vlaanderen en Brussel. De informele setting met een hapje en een drankje zorgt voor de perfecte achtergrond om bij te leren en tegelijk je netwerk uit te bouwen.
ONTDEK DE LOCATIES EN SCHRIJF JE IN
Edenya erkend door Guinness World Records als grootste tropische serre ter wereld
Edenya: zo heet de nieuwe botanische serre van Pairi Daiza. Die serre herbergt nu een nieuwe ecologisch verantwoorde tropische wereld met watervallen, rivieren, exotische dieren en zeldzame planten. Deze nieuwe uitbreiding van Pairi Daiza is intussen erkend door Guinness World Records als de grootste tropische serre ter wereld. Voor de Deforche Construction Group uit Izegem, die de indrukwekkende constructie realiseerde, vormt de erkenning een bevestiging van zijn technische expertise.
Edenya opende begin dit jaar de deuren. Het nieuwe complex is meteen uitgegroeid tot een publiekstrekker. Dat is niet verwonderlijk, want qua schaal, technische complexiteit en ambitie is dit een uitzonderlijk project. De bouw van de tropische serre vroeg om een bijzonder doorgedreven aanpak, waarbij Deforche Construction Group technieken uit de serre- en stadionbouw combineerde. “We moesten met allerlei aspecten rekening houden: de architecturale visie, het comfort voor bezoekers, het welzijn van dieren en planten, en tegelijk ook de duurzaamheid en veiligheid van het geheel”, zegt Jeroen De Cock, de CEO van de Deforche Construction Group.
Internationale top
Edenya is met een grondoppervlakte van 40.000 m² en een hoogte van 25 meter de grootste tropische serre ter wereld. De dakstructuur bestaat uit 16 prefabmodules die elk 2.500 m² overspannen. De constructie van de modules op de grond duurde drie weken. Het bekleden van een module en afwerkingen op 20 meter hoogte nam 2,5 maand per module in beslag. Per gevel was een bouwtijd van twee maanden nodig. De totale bouwduur van het project nam 3,5 jaar in beslag.
Voor Deforche Construction Group komt de erkenning door Guinness World Records op een belangrijk moment. Het bedrijf realiseert
al jaren innovatieve constructies in glas, staal en aluminium, zowel in België als in het buitenland, maar Edenya springt er als project uit. “Niet veel bedrijven beschikken over de knowhow om een constructie van deze schaal en complexiteit te bouwen. Dat Edenya nu officieel als wereldrecordhouder erkend wordt, is voor ons een bevestiging van de knowhow die we in huis hebben.”
Engineering op topniveau
Bij de realisatie van dit ambitieuze project vertaalde Forzon, de afdeling binnen Deforche Construction Group die gespecialiseerd is in glazen dakconstructies, het ontwerp naar een haalbaar bouwtraject. “Dit omvatte de volledige engineering, waaronder het berekenen van de structurele belastingen, het bepalen van de configuraties in glas, staal en aluminium en het uitwerken van technische oplossingen voor een aantal complexe bouwknopen”, legt De Cock uit. Ook de prefabricatie en montage werden door Forzon gecoördineerd. “Daardoor waren ontwerp en uitvoering steeds op elkaar afgestemd.”
Voor de montage van Edenya werden er verschillende technieken uit de bouw van voetbalstadions en serreconstructie gecombineerd. “Om snelheid te halen, kozen we ervoor om met lichte bouwelementen en grote prefab-modules te werken. Die werden eerst op de grond opgebouwd om ze vervolgens stuk per stuk in 10 minuten tijd tot op 20 meter hoogte te hijsen”, legt projectmanager Stijn Cappon
Oprichting van de eerste module voor Edenya
Uitbouw en overkapping van Edenya
"Niet veel bedrijven beschikken over de knowhow om een constructie van deze schaal en complexiteit te bouwen."
JEROEN DE COCK
uit. Die techniek biedt heel wat voordelen. “Zo konden we de dakstructuur en onderliggende zones parallel opbouwen, onafhankelijk van de weeromstandigheden, waardoor de werken vlot vooruitgingen.”
Specifieke eisen voor de overkapping
Ook het glas is specifiek voor Edenya ontworpen. “De glazen overkapping vervult een belangrijke functie. Ze zorgt voor isolatie en reguleert tegelijk zonlicht en UV-straling”, gaat Cappon verder. Die UV-regeling is noodzakelijk en moet het welzijn van de planten en dieren ten goede komen. “Standaard beglazing filtert onvoldoende en zou voor de flora en fauna schadelijk kunnen zijn. De bedoeling is dat we hier de natuur zo waarheidsgetrouw mogelijk nabootsen en dat de dieren zich goed voelen. Daarom hebben we het glazen dak ook zo ontworpen dat het makkelijk is in onderhoud. Zo kan er met robots gereinigd worden, om de dieren niet te storen.”
Het glas is bovendien cradle-to-cradle gecertificeerd en de constructie zelf, die uit staal en aluminium bestaat, kan voor het grootste deel worden gerecycleerd. “We hebben Edenya gebouwd volgens de circulaire principes. Niet alleen omdat dit van ons gevraagd werd, maar ook omdat die principes in ons DNA zitten. We bouwen hier immers voor verschillende generaties die natuur op een unieke manier zullen beleven”, klinkt het bij De Cock.
Minimale milieubelasting
In dat opzet is de bouwfirma alvast met glans geslaagd. Het modulaire ontwerp en de lichte constructie zorgen voor een efficiënte inzet van de materialen, terwijl ventilatie, waterrecuperatie en energiebeheer het verbruik optimaliseren. Het resultaat is een paradijs, met minimale belasting voor het milieu.
Talrijke bezoekers konden dit paradijs intussen al bewonderen. “We hopen dat elke bezoeker niet alleen oog heeft voor de natuurpracht, maar ook stilstaat bij het bouwwerk zelf. Hier is jarenlang intens aan gewerkt en we hopen dat deze iconische realisatie ons bedrijf verder op de kaart zet, ook tot ver buiten onze landsgrenzen”, besluit Jeroen De Cock.
ENKELE BELANGRIJKE SPECIFICATIES
● Een driedimensionaal stalen frame met een goud gelakte afwerking
● Een constructie met een lengte van 196 m, een breedte van 207 m en een oppervlakte van in totaal 40.572 m2
● Een geraamte van vakwerken met dubbele secties, ondersteund door 'boom'-pilaren met overspanningen van 48 m op 51 m
● Een serre met een vrije hoogte van 20 à 24 m
● Dak- en wandbekleding met geïsoleerd en zonwerend veiligheidsglas
● Geïsoleerde goten van 1,2 m breed
● Schuivende rookluiken op maat van 7 op 6 m
Deforche in een notendop
Deforche Construction Group is een Belgisch familiebedrijf dat sinds 1932 toonaangevend is in de realisatie van innovatieve constructies in glas, staal en aluminium. Met bijna een eeuw aan expertise combineert de groep vakmanschap, technologische kennis en een toekomstgerichte visie. Deforche Construction Group realiseert wereldwijd botanische en tropische serres, onderzoeks- en innovatiecentra, tuincentra, (grootschalige) serreconstructies, glazen daken en atria, evenals fotovoltaïsche en energieprojecten.
De groep beschikt over een eigen kennisen innovatiecentrum dat ervaring en onderzoek samenbrengt. Op die manier volgt Deforche Construction Group continu de nieuwste ontwikkelingen op het vlak van serreconstructie en -technologie en vertaalt die naar performante, duurzame en toekomstbestendige oplossingen.
Deforche Construction Group werkt via vier gespecialiseerde group companies, elk met een duidelijke focus. Bij Forzon staat de mens centraal, Hedafor richt zich op de planten (botanische serres en researchcentra), Thermoflor focust op de ondernemer (tuincentra en retail serres) en Climafor op het klimaat met oplossingen voor de integratie van zonne-energie (fotovoltaïsche serres en solar overkappingen).
VOORDELEN SAFETYPOINTS:
Mobiel & Flexibel: Verplaatsbaar per zone, fase en verdieping Groeit mee met de werf Direct Herkenbaar: Het verzamelpunt bij incidenten voor vast personeel, onderaannemers en uitzendkrachten. Volledig Uitgerust: Brandbeveiliging, EHBO, Safety info en Spill kit Kan ook volledig gepersonaliseerd worden Diefstalpreventie: Kan voorzien worden van een afdekzeil of staalkabel met slot en noodsleutelkastje
PROMO VAN DE MAAND JUNI 2026
Norwear Hamburg veiligheidsschoen
Caractéristiques principales :
● Brede pasvorm
● Volnerfleder, waterafstotend
● Huidvriendelijke mesh binnenvoering
De Norwear Hamburg is een stevige, comfortabele veiligheidsschoen met brede pasvorm. Uitgevoerd in volnerfleder met een huidvriendelijke mesh binnenvoering. Het waterafstotende materiaal, de lichte tweelagige PU-zool en de beschermende PU-overneus tegen slijtage maken deze schoen tot een duurzame keuze voor dagelijks en intensief gebruik.
Voor extra veiligheid is de schoen voorzien van een stalen tussenzool en neus. Het hoge model biedt bijkomende stabiliteit en bescherming.
● Lichte tweelagige PU-zool
● PU-overneus tegen slijtage
● Stalen tussenzool en neus
● Hoog model
● EN ISO 20345:2011 S3 SRC
● Beschikbare maten: 35 – 48
● Verpakking: per paar
Speciale verkoopprijs enkel voor de maand juni 2026
Ledenprijs: € 50,00 (exclusief BTW)
Niet-ledenprijs : € 58,00 (exclusief BTW)
eze veiligheidsschoen kan besteld worden via de website www.embuild.be, e-shop, categorie veiligheid of door een mail te sturen naar bestellingen@embuild.be
Embuild Magazine is het maandblad van de vzw Embuild, Kunstlaan 20, 1000 Brussel
Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Kunstlaan 20, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X
Redactie: Gerrit De Goignies. marc.gueret@embuild.be tel. 02 545 57 31
Leden van Embuild: begrepen in het lidgeld Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en portkosten) / buitenland: € 300 (incl. btw en portkosten)
Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers
Wereldpremière van de MAN eTGM op Transpotec
Truckfabrikant MAN Truck & Bus heeft op de Italiaanse bedrijfsvoertuigenbeurs Transpotec Logitec in Milaan op 13 mei jongstleden de nieuwe MAN eTGM in wereldpremière voorgesteld. Het gaat om een elektrische vrachtwagen van 16 ton die het gamma
elektrische voertuigen van de fabrikant aanvult, dat nu loopt van 12 tot 50 ton. Met een actieradius van maximaal 480 km is hij ideaal voor stedelijke en regionale distributie, gemeentelijke diensten en de bouwsector. Hij kan tot 10,6 ton nuttige lading vervoeren
Recticel opent recyclagefabriek voor polyol
Op 13 mei 2026 kondigde Recticel Insulation de opening aan van zijn nieuwe recyclagefabriek voor polyol in Wevelgem (West Vlaanderen). Daarmee zet het bedrijf, gespecialiseerd in de ontwikkeling van thermische isolatieplaten van polyurethaan, een belangrijke stap in zijn duurzaamheids- en circulariteitsstrategie.
De nieuwe installatie maakt het mogelijk om snijafval van PIR (polyisocyanuraat) te recycleren tot hoogwaardig gerecycleerd polyol, een essentiële grondstof voor de productie van nieuwe PIR-platen. Recticel Insulation is de eerste PIR-fabrikant die op deze schaal investeert in een reactor voor gerecycleerd polyol. Dankzij deze investering kunnen afvalstromen aanzienlijk worden beperkt, neemt de afhankelijkheid van primaire grondstoffen af en wordt de uitstoot van broeikasgassen teruggedrongen.
De installatie is ontworpen om jaarlijks tot 4.000 ton PIRafval te recycleren. Het geproduceerde gerecycleerde polyol zou leiden tot een CO2 reductie van 30 tot 50% in vergelijking met traditioneel polyol. Op termijn kan tot een derde van het in PIR-platen gebruikte virgin polyol worden vervangen door
op chassis en tot 33 ton totaal rijdend gewicht.
Dankzij de elektrische motor van 210 kW (285 pk) en een maximaal koppel van 800 Nm combineert het voertuig prestaties, energie-efficiëntie en emissiereductie. Naast het verlagen van de CO 2 -voetafdruk draagt hij bij aan de Europese doelstellingen voor CO 2 -reductie en biedt hij economische voordelen op het vlak van tolheffingen. Een modulair batterijsysteem maakt het mogelijk de actieradius en de capaciteiten van de vrachtwagen aan te passen aan specifieke toepassingen. Met de gloednieuwe MAN eTGM bevestigt MAN zijn strategie voor de overgang naar duurzamere mobiliteit en versterkt het zijn positie op het gebied van elektrisch transport en decarbonisatie.
INFO : www.man.be
gerecycleerd polyol, zonder afbreuk te doen aan de productprestaties.
Met de ingebruikname van deze nieuwe fabriek begint een nieuw hoofdstuk in de circulariteit van PIR, waarin geavanceerde technologie, efficiënt gebruik van grondstoffen en duurzaamheid samenkomen in een continu proces.
INFO : www.recticelinsulation.be
AL GENOEG AAN JE HOOFD?
Waarom je verzekeringen – pro en privé – bundelen bij Federale Verzekering?
• Je hebt 1 contactpersoon, met kennis van zaken
• Je vermindert je administratie
• Je krijgt 15% korting* als je 3 verzekeringen combineert
Zo maak jij je hoofd en handen vrij om je te kunnen focussen op je zaak! Federale Verzekering. Altijd mee, pro en privé.
Combineer 3 VERSCHILLENDE VERZEKERINGEN en 15krijg
CIT Blaton bekroond als Familiebedrijf van het Jaar
CIT Blaton is uitgeroepen tot winnaar van de Family Business Award of Excellence® 2026 van EY (Ernst & Young). Deze
award erkent het uitzonderlijke vermogen van CIT Blaton om familiewaarden, professioneel bestuur en duurzame waardecreatie te combineren.
CIT Blaton overtuigde door een governancestructuur waarin eigendom en dagelijkse leiding duidelijk gescheiden zijn, ondersteund door een professioneel samengestelde raad van bestuur en door een zorgvuldig voorbereide opvolgingsplanning. De vijfde en zesde generatie werken er vandaag samen met externe specialisten aan de toekomst van het bedrijf.
De bekroning past volgens EY in een bredere evolutie waarbij familiebedrijven governance steeds volwassener organiseren, zonder hun identiteit te verliezen. Familiale betrokkenheid en externe expertise samen vormen er een solide basis voor
in de wereldranglijst voor concurrentievermogen
continuïteit, innovatie en langetermijnwaarde.
Het bedrijf is al meer dan 160 jaar actief in de bouw en groeide uit een Belgische ondernemersdynastie waarvan de expertise generatie na generatie werd doorgegeven. Wat begon onder de naam CITEB in 1954 en later evolueerde tot CIT Blaton, is vandaag een moderne bouwonderneming met meer dan 600 medewerkers en een omzet boven 400 miljoen euro. De sterke identiteit van het bedrijf steunt nog altijd op dezelfde fundamenten die het al generaties kenmerken: kwaliteit, innovatie en een duurzame bouwtraditie.
De IMD (International Institute for Management Development) is een gerenommeerde, Zwitserse business school in Lausanne. Zij publiceren jaarlijks de IMD World Competitiveness Ranking, een toonaangevende index die de concurrentiekracht van tientallen economieën wereldwijd beoordeelt en rangschikt. In 2025 stond België op de 24 e plaats, op een totaal van 69 landen. Dat betekent een duidelijke terugval tegenover de 18e plaats in 2024 en de 13e plaats in 2023. Zwitserland voert de ranglijst aan, gevolgd door Singapore en Hongkong SAR. Nederland staat op de 10 e plaats.
België laat vooral een terugval optekenen op het vlak van bedrijfsefficiëntie, waar het land in 2025 op de 22e plaats staat, tegenover nog de 5 e plaats in 2023. Ook voor infrastructuur is er een achteruitgang: België bekleedt daar de 16 e plaats, tegenover de 10 e plaats in 2023. Op het vlak van economische prestaties staat ons land op de 29e plaats. De zwakste score noteert België voor overheidsefficiëntie, waar het slechts de 42e plaats behaalt.
Het IMD World Competitiveness Yearbook (WCY) wordt sinds 1989 gepubliceerd en geldt als een internationale referentie voor het meten van concurrentievermogen. De ranglijst vergelijkt landen op basis van vier grote pijlers: economische prestaties, overheidsefficiëntie, bedrijfsefficiëntie en infrastructuur.
Sophie Le Clercq (links), dochter van Thérèse Blaton en voorzitter van de raad van bestuur van CIT Blaton, samen met haar dochter, Mathilde Zurstrassen (rechts), bestuurder van de CIT Holding.
Y o u r p a r t n e r i n H R I
Ee n m e n s e l i jke p a r t n e r v o o r b e d ri j v
z o e k z i j n n a a r d o e l t re f fe n d e HR-o p l
Hu lp no di g b i j het b e he re n van je lone n?
Group S i s al me e r dan 8 0 jaar exp e r t e n ne e mt alle s vo or z i jn re ke nin g: lone n, p e rsone e l e n so ciaaljuridi sch a dvie s.
Op zo e k naar me e r f lexib i lite it in ve rlonin g?
Met on s c afetariap lan kunne n je me dewe rke rs e e n de e l van hun lo on aanpas se n, zon de r ext ra kosten vo or jou.
Plannin ge n b e he re n?
Maak het p lanne n van we rkure n e n payroll e e nvou di g met on ze han di ge to ols.
Ee n HR-me dewe rke r af wez i g?
On ze HR-con s u ltants staan klaar om je team te ve rste rke n.
w w w.g ro u p s.b e
w i j het volle di ge p ro ce s van
A tot Z vo or on ze re ke nin g.
Je team op le ide n?
Ontde k de op le idin ge n die b e schikbaar z i jn via on ze
Ac a de my.
Be n je ze l fstan di g?
Wi j b e ge le ide n je vanaf de star t via on s
On de rne min g s loket e n on ze
So ciale Ze ke rhe id s kas.
Group S NV, maatschap p e lijke zete l Urs uline n st raat 2, 1 0 0 0 Bru s se l BTW BE 0 45 6.6 81.5 42, RPR Bru s se l
Word exposant op Digital Construction Day
Dinsdag 13 oktober 2026
Brussels Gate
Bereik in één dag meer dan 1.300 professionals actief op zoek naar digitale oplossingen in de bouwsector
● Versterk uw zichtbaarheid naast 50+ innovatieve spelers én profiteer van een bewezen succesformule (75% keert terug)
● Leg waardevolle contacten met beslissingsnemers, partners en potentiële klanten in een sterke B2B-omgeving
● Geniet van maximale netwerkkansen in een inspirerende setting met seminaries, demo’s en informele ontmoetingsmoment
Digital Construction Day = dé plek om uw digitale oplossingen in de kijker te zetten. www.digitalconstructionday.be