Skip to main content

Embuild Magazine NL september 2026

Page 1

SEPTEMBER 2026

Magazine

Maandblad van en voor de aannemer en de installateur Uitgave van Embuild • Kunstlaan 20, 1000 Brussel • afgiftekantoor Gent X • 6 euro

DIGITAL CONSTRUCTION DAY Schrijf je gratis in!

DOSSIER

OMZETTING VAN DE EUROPESE EPB-RICHTLIJN FLEXI-JOBS Kansen binnen een duidelijk kader

DUURZAAM ZOMERCOMFORT Voordelen van energiezuinige koelsystemen

@nl.embuild

/nl.embuild

.embuild.be

embuildBE


Vrijdag 16 oktober 2026

Brussels Gate

● Het netwerkmoment voor duizenden professionals uit de sector:

(voor schrijnwerkers, parketplaatsers, schilders, stukadoors, glazeniers en vloerders.) ● De kans om innovaties en nieuwe producten te ontdekken

● Nieuwe formule: in combinatie Belgian Roof Day, dus veel volk

www.dagvandeafwerking.be

initiatief van

organisatie


EDITO

Nù investeren in morgen

E

en nieuw werkjaar staat voor de deur. Voor Embuild is dat het uitgelezen moment om vooruit te kijken, maar ook om duidelijk te maken wat onze bouw- en installatiesector vandaag nodig heeft. Om met de deur in huis te vallen: onze sector heeft het moeilijk. De woningbouw blijft zwaar onder druk staan, het aantal vergunningen daalt en ook de infrasector deelt nu in de malaise. Onze boodschap aan elke overheid is helder: trek de investeringen in bouw en infrastructuur snel en significant op, want de noden zijn hoog. We moeten immers dringend onze woningen, zorginstellingen, wegen, waterwegen en energie-infrastructuur vernieuwen, om de vergrijzing en de klimaatverandering te kunnen opvangen. Elke euro die daarin geïnvesteerd wordt, versterkt ook onze economie en werkgelegenheid, want onze bedrijven zijn van hier en we werken ook grotendeels met lokale mensen. Bij de federale begrotingsopmaak rekenen we op maatregelen die onze sector opnieuw zuurstof geven. Een verlaagd btw-tarief voor een significant deel van de nieuwbouw is daarbij een belangrijke hefboom. Nieuwbouw is voor steeds meer gezinnen financieel onbereikbaar geworden, terwijl we net dringend nood hebben aan bijkomende, kwaliteitsvolle en energiezuinige woningen.

deau aan de bouwsector, maar een noodzakelijke voorwaarde om onze woon-, klimaat- en infrastructuurambities ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. De voorbije zomermaanden hebben bovendien nogmaals aangetoond dat we dringend moeten investeren om minder kwetsbaar te zijn voor de klimaatverandering. Hittegolven en droogte zetten de hele samenleving (landbouw, zorg, economie, …) ineens en op diverse manieren tegelijk onder druk. Water en energie zijn meer dan ooit kostbaar. Er zuinig en slim mee omgaan, moet dan ook ‘top of mind’ zijn. Dat betekent investeren in energiezuinige gebouwen, duurzame renovatie, robuust waterbeheer en klimaatbestendige energie-infrastructuur. De bouw- en installatiesector staat klaar om die omslag mee waar te maken. Daarvoor hebben onze ondernemingen wel perspectief, investeringen en een langetermijnbeleid nodig dat bouwen aanmoedigt in plaats van afremt. Hopelijk wordt dit nieuwe werkjaar daarom vooral een jaar waarin we kunnen bouwen aan en voor de toekomst. Niko Demeester CEO Embuild

De regio’s en de lokale besturen beschikken dan weer over een andere cruciale sleutel: vergunningen. Wie vandaag wil bouwen of renoveren, botst nog te vaak op lange procedures, complexe regels en onzekerheid. Soepelere, snellere en meer voorspelbare vergunningen zijn geen ca-

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Elke euro die we " vandaag investeren in woningen, zorginstellingen, wegen, waterwegen en energieinfrastructuur bereidt ons land beter voor om de vergrijzing en de klimaatverandering op te vangen, maar versterkt ook onze economie en werkgelegenheid.

"

3


SEPTEMBER 2026

INHOUD

Magazine

Maandblad van en voor de aannemer en de installateur Uitgave van Embuild • Kunstlaan 20, 1000 Brussel • afgiftekantoor Gent X • 6 euro

DIGITAL CONSTRUCTION DAY Schrijf je gratis in!

DOSSIER

OMZETTING VAN DE EUROPESE EPB-RICHTLIJN FLEXI-JOBS Kansen binnen een duidelijk kader

DUURZAAM ZOMERCOMFORT Voordelen van energiezuinige koelsystemen

@nl.embuild

/nl.embuild

.embuild.be

embuildBE

8

3 ● Edito

9e EDITIE VAN DIGITAL CONSTRUCTION DAY: FEEST VAN DE DIGITALISERING VAN DE SECTOR De 9e editie van de Digital Construction Day vindt plaats op dinsdag 13 oktober in Brussels Kart Expo. Deze beurs over de digitalisering in onze sector, georganiseerd door Embuild en Buildwise, is uitgegroeid tot een niet te missen afspraak voor professionals. Vorig jaar lokte het evenement maar liefst 1.300 bezoekers en een vijftigtal exposanten. Ook dit jaar rekenen we op een grote opkomst.

Nù investeren in morgen.

7 ● Regionaal standpunt

Maak komaf met onzeker renovatiebeleid en kies voor helder einddoel en haalbaar pad.

EVENEMENT

8 ● Digital Construction Day

8

Voorstelling van de 9e editie.

BOUWBELANGEN

14 ● Flexi-jobs in de bouw

Kansen binnen een duidelijk kader.

16 ● Bouwrecht

Terugkeer van de proefperiode.

18 ● Schenkings- en successierechten

Welke cruciale rol speelt de fiscaliteit in de overdracht van een familiebedrijf?

DOSSIER

21 ● Inleiding

De omzetting van de Europese EPB-richtlijn.

22 ● Context

Waar staan we twee jaar na het akkoord?

21

24 ● Embuild Vlaanderen/VEKA

• Decreet eerste stap naar implementatie van energieprestatierichtlijn. • Naar een geïntegreerde berekening voor de energieprestatie van gebouwen.

26 ● Embuild.Brussels/Leefmilieu Brussel

DOSSIER: DE OMZETTING VAN DE EUROPESE EPB-RICHTLIJN De omzetting van de Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen is een grote uitdaging voor de bouwsector. Bij de prioritaire doelstellingen: emissievrije nieuwbouw vanaf 2030, de renovatie van het bestaande gebouwenbestand, de uitstap uit fossiele brandstoffen en de uitbouw van hernieuwbare energie, met het oog op een koolstofvrij gebouwenbestand in 2050. Wat hebben onze gewestelijke overheden op dat vlak al verwezenlijkt? En hoe kijken onze bedrijven naar al die eisen uit Europa? Je leest het in dit dossier.

“Brussel loopt voorop wat de omzetting betreft.”

28 ● Embuild Wallonie/UWA

“Het versterken van de EPB-controle mag niet tegen de professionals gebeuren, maar samen met hen.”

4

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


INHOUD

30 ● Bedrijven/getuigenissen

• “De decarbonisatie tegen 2050 bereiken is noodzakelijk én een uitdaging.” • “Het is heel goed om ambitieus te zijn voor de renovatie van de Brusselse woningen.” • EPC kwalitatief verbeteren.

SECTOR & BEROEPEN

36 ● Verjaardag van Embuild

42

Getuigenis van Jean-Jacques Nonet, oud-voorzitter van Embuild Wallonie.

38 ● Toekomstbouwers

Wil je jouw verhaal delen met toekomstige arbeidskrachten?

INTERREG-PROJECT DUURZAAM ZOMERCOMFORT Tijdens de voorbije zomer hebben wij opnieuw een aantal hittegolven met dodelijke gevolgen meegemaakt. Tegelijk piekte de vraag naar airco-units. Maar is deze koeling de juiste aanpak? Het project Duurzaam Zomercomfort wil juist aantonen dat het mogelijk is om in gebouwen (en met name in kantoor- en schoolgebouwen en woonzorgcentra) oververhitting te vermijden met minder primair energieverbruik dan met klassieke actieve koelsystemen. Tegelijk wil het project demonstreren dat energiezuinige koelsystemen kostenefficiënt zijn en vergelijkbaar (of zelfs beter) comfort garanderen.

40 ● BOUWFORCE

Sneller én beter bouwen door samen te bouwen.

42 ● Interreg-project

Duurzaam Zomercomfort

Demonstreert voordelen van energiezuinige koelsystemen.

44 ● Built to Build

Een campagne om vrouwen aan te trekken in de sector in de Duitstalige Gemeenschap.

46 ● Le Clos des Mariés in Elsene Proeftuin voor hergebruiklogistiek op de werf.

48 ● Project ReloAD

Welke lessen trekken we uit de testfase op de Campus 2-werf in Anderlecht?

50 ● Federatie Sigma

Bouwmachines: marktbalans 2025 en vooruitzichten.

54 ● Buildwise

• Intensieve ventilatie tegen oververhitting. • Verdeling van drinkwater in gebouwen.

PROJECTEN & BEDRIJVEN

60 ● Project

60

Galère heeft zijn nieuwe hoofdkantoor ingehuldigd, ontworpen om de klimaatuitdagingen aan te gaan.

62 ● Ledenvoordelen

GALÈRE HEEFT ZIJN NIEUWE HOOFDKANTOOR INGEHULDIGD, ONTWORPEN OM DE KLIMAATUITDAGINGEN AAN TE GAAN Eind mei heeft Galère zijn nieuwe hoofdkantoor in Chaudfontaine ingehuldigd, op de historische site die het bedrijf al meer dan 30 jaar inneemt - sinds 1992 om precies te zijn - aan de oever van de Ourthe langs de autosnelweg E25. Naar aanleiding daarvan organiseerde ons lid een persconferentie en een persbezoek om het project voor te stellen. Embuild Magazine was erbij.

EMBUILD MAGAZINE •09|2026

Jouw lidmaatschapsbijdrage brengt op.

66 ● Bouwmarkt

• Euro-Mat Masterclass 2026 • Velux • Wienerberger

70 ● Markant

• Karel Derde, nieuwe voorzitter van Embuild Connect • Cijfer van de maand

5


I Your partner in HR Een menselijke partner voor bedrijven en zelfstandigen die op zoek zijn naar doeltreffende HR-oplossingen en ondersteuning

Hulp nodig bij het beheren van je lonen? Group S is al meer dan 80 jaar expert en neemt alles voor zijn rekening: lonen, personeel en sociaaljuridisch advies. Op zoek naar meer flexibiliteit in verloning? Met ons cafetariaplan kunnen je medewerkers een deel van hun loon aanpassen, zonder extra kosten voor jou. Planningen beheren? Maak het plannen van werkuren en payroll eenvoudig met onze handige tools. Een HR-medewerker afwezig? Onze HR-consultants staan klaar om je team te versterken.

www.groups.be

Aan het rekruteren? Met Group S Select nemen wij het volledige proces van A tot Z voor onze rekening. Je team opleiden? Ontdek de opleidingen die beschikbaar zijn via onze Academy. Ben je zelfstandig? Wij begeleiden je vanaf de start via ons Ondernemingsloket en onze Sociale Zekerheidskas.

Group S NV, maatschappelijke zetel Ursulinenstraat 2, 1000 Brussel BTW BE 0456.681.542, RPR Brussel


STANDPU NT

Maak komaf met onzeker renovatiebeleid en kies voor helder einddoel en haalbaar pad

V

oor het zomerreces heeft de Vlaamse regering nog geen knopen doorgehakt rond de renovatieplicht. Wel staat in het regeerakkoord dat het verstrengingspad definitief wordt bevroren. Vandaag moeten kopers hun woning binnen zes jaar opkrikken tot minstens energielabel D. De vorige Vlaamse regering wou de lat daarna stap voor stap hoger leggen. Maar nu reikt het ambitieniveau niet hoger. Terwijl enkel goed geïsoleerde woningen met fossielvrije verwarming en koeling, beschermen tegen hittegolven en wispelturige energieprijzen door internationale spanningen. Een slechtere timing voor de afbouw van het renovatiebeleid, is moeilijk denkbaar. Vlaanderen heeft historische hittegolven achter de rug. Honderdduizenden Vlamingen lagen wakker in oververhitte slaapkamers: zonder buitenzonwering of ventilatie, met muren die de hitte tot diep in de nacht vasthouden. Eerder zorgden ook de Irancrisis en de oorlog in Oekraïne voor erg hoge gasprijzen. Hoge prijzen en geopolitieke instabiliteit dreigen ook de volgende winters nog voor problemen te zorgen. Telkens werden vooral bewoners van de slechtst uitgeruste woningen het hardst getroffen. Embuild Vlaanderen blijft dan ook bij de Vlaamse regering een lans breken voor een ambitieus langetermijnbeleid met als einddoel een goed geïsoleerde woning voor elke Vlaming zonder fossiele verwarming of koeling. Wat Vlaanderen nu nodig heeft, is geen vertraging of onzekerheid, maar stabiliteit, een duidelijke koers en een haalbaar pad richting een helder doel. Want renoveren is niet zomaar een kost, maar ook een investering in een hogere waarde van vastgoed, in voldoende comfort bij extreme

temperaturen en in meer weerbaarheid tegen bijvoorbeeld prijsschokken. Wie vandaag een woning met een slecht energielabel koopt, weet dat renovatie nodig is en ziet die kost van bij de aankoop in de prijs weerspiegeld. Het mechanisme beschermt kopers tegen onaangename verrassingen. Volgens de ERA-barometer van 2025 is een woning met label A gemiddeld 23% meer waard dan een vergelijkbare woning met label D, die nog eens 13,5% meer waard is dan een label F. Het totale verschil loopt op tot zo’n 114.000 euro. De huidige balans is alarmerend: amper 9% van de Vlaamse woningen is vandaag fossielvrij. Het renovatieritme ligt veel te laag. Zo’n 81 woningen per dag, terwijl dat tempo minstens vier keer hoger moet om tegen 2050 van fossiele brandstoffen af te raken. Daarom vraagt Embuild de Vlaamse regering de ambitie hoog te houden. De lat op het huidige energielabel D leggen is onvoldoende. Ons voorstel is duidelijk. Zorg ervoor dat een goed geïsoleerde woning zonder fossiele verwarming het einddoel wordt. Zorg ervoor dat elektriciteit een stuk goedkoper wordt dan gas, zodat fossielvrij ook financieel de logische keuze wordt voor gezinnen. Zo houden we renoveren rendabel, verhogen we het wooncomfort en maken we gezinnen minder kwetsbaar voor toekomstige energiecrises. Caroline Deiteren Directeur-generaal van Embuild Vlaanderen

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

7

Vlaanderen "Embuild blijft dan ook bij de Vlaamse regering een lans breken voor een ambitieus langetermijnbeleid met als einddoel een goed geïsoleerde woning voor elke Vlaming zonder fossiele verwarming of koeling.

"


EVENEMENT

Digital Construction Day

viert voor de 9e keer de digitalisering van de sector De 9e editie van de Digital Construction Day vindt plaats op dinsdag 13 oktober, in Brussels Kart Expo. Deze beurs over digitalisering in onze sector, georganiseerd door Embuild en Buildwise, is uitgegroeid tot een niet te missen afspraak voor professionals. Vorig jaar lokte het evenement maar liefst 1.300 bezoekers en een vijftigtal exposanten. Ook dit jaar rekenen we weer op een grote opkomst.

H

et is een feit: of we het nu willen of niet, vandaag kunnen we niet meer zonder digitale tools. En onze sector vormt daarop geen uitzondering. Digitalisering is allang geen verre toekomstvisie meer. Ze is een onmisbare hef boom geworden om efficiënter te werken, beter samen te werken, de productiviteit te verhogen en de rendabiliteit te verbeteren. Interessante voordelen, zowel op de werf als in de kantoren van jouw bedrijf, toch? Embuild wil dat al zijn leden zich bewust worden van die meerwaarde van de nieuwe technologieën. Daarom steekt jouw beroepsfederatie al bijna tien jaar lang al haar energie in de organisatie van de Digital Construction Day, vroeger bekend als Digital Construction Brussels.

Artificiële intelligentie

Ook dit jaar krijgen bezoekers de kans om de jongste digitale ontwikkelingen te ontdekken, ervaringen uit te wisselen met vakgenoten en experts te ontmoeten die elke dag mee aan de werf van morgen bouwen. Op het programma staan onder meer de elektronische offertes en facturatie, de planning en opvolging van werven (onder meer met BIM), ERPen managementoplossingen, cybersecurity en

8

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


EVENEMENT

"

Het evenement brengt aannemers, projectleiders, werfleiders, IT-verantwoordelijken en technologiepartners samen rond één gemeenschappelijk doel: de sector klaarstomen voor de uitdagingen van morgen.

"

databack-ups, handige technologie op de werf zoals 360°-camera’s en 3D-scanning, en tot slot een thema dat steeds belangrijker wordt: artificiële intelligentie (AI). Rond dat laatste thema zetten we op de stand van Embuild EMMA in de kijker, de AI-tool op onze website die jouw vragen beantwoordt en/of je doorverwijst naar een expert in het betrokken thema. Buildwise doet hetzelfde met TOOLI, eveneens een AI-tool die door de sector werd gelanceerd. Bezoekers ontdekken ook hoe artificiële intelligentie stilaan haar plaats vindt op de werven, dankzij het project COOCK AIDA. Ook BIM krijgt opnieuw aandacht: de BIMup Trofee zet via een campagne de meest inspirerende BIM-projecten in de kijker.

Korte infosessies

Een van de sterke punten van de beurs is het ruime aanbod aan infosessies, zowel in het Nederlands als in het Frans. Die sessies, gegeven door de organisatoren van de beurs

en tal van exposanten of leveranciers, hebben als voordeel dat ze kort (nooit langer dan een halfuur) en leerrijk zijn. Embuild stelt er onder meer het innovatieve project Data2Totem voor, dat data inzet voor de duurzaamheid van gebouwen.

Innovatieruimte

Een van de hoogtepunten van deze editie is ongetwijfeld de innovatieruimte van Buildwise. Bezoekers kunnen er van dichtbij verschillende innovatieve bouwrobots ontdekken, uit binnen- en buitenland. Die geavanceerde technologie illustreert de opmars van robotisering op de werven en toont hoe ze bedrijven kan ondersteunen bij repetitieve, zware of zeer precieze taken. Van autonome systemen tot slimme robots die de productiviteit opkrikken: deze demonstraties geven een concrete blik op de werf van de toekomst. Interesseren al die thema’s en presentaties over digitalisering in de sector je, maar zie je door de bomen het bos niet meer met al die informatie en al die beschikbare digitale tools? Geen zorgen, dat is normaal. Onze gewestelijke entiteiten zijn trouwens ook aanwezig om je de begeleiding voor te stellen die zij kunnen aanbieden. Tijdens dat gesprek kunnen aannemers hun huidige niveau van digitale maturiteit inschatten en bepalen welke volgende stappen ze kunnen zetten om vooruit te gaan.

Gratis catering

INFO : Nuttig om te weten: inschrijven doe je op WWW. DIGITALCONSTRUCTIONDAY. BE. Vooraf inschrijven via de

website is verplicht. Na je inschrijving ontvang je per e-mail een persoonlijk e-ticket met een QR-code. Breng dit ticket geprint mee of toon de barcode rechtstreeks op je smartphone om te laten

HOE BEZOEK JE DE BEURS EN SCHRIJF JE JE IN?  De beurs vindt plaats in Brussels Kart Expo, Alfons Gossetlaan 9, 1702 Groot-Bijgaarden.  Parkeren kost 10 euro, zowel voor bezoekers als voor exposanten. Betalen kan cash of met de bankkaart.  Het station van Groot-Bijgaarden ligt niet ver van Brussels Kart Expo, en ook bussen stoppen vlak bij de beurs..

Je voelt het al: of je nu al volop bezig bent met je digitale transformatie of nog maar je eerste stappen overweegt, de Digital Construction Day biedt je inspiratie, infosessies, concrete oplossingen en livedemonstraties. Het evenement brengt aannemers, projectleiders, werfleiders, IT-verantwoordelijken en technologiepartners samen rond één gemeenschappelijk doel: de sector klaarstomen voor de uitdagingen van morgen. De beurs is dus ook hét ideale moment om te netwerken. Bovendien kunnen bezoekers de hele dag door genieten van een gratis cateringaanbod. We kijken er nu al naar uit om je te verwelkomen op dinsdag 13 oktober. Noteer de datum alvast goed in je agenda!

scannen.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

9


Dinsdag 13 oktober 2026

Brussels Gate

Bezoek op één dan producenten en leveranciers met digitale oplossingen in de bouwsector ● 50+ innovatieve spelers ● Geniet van maximale netwerkkansen in een inspirerende setting met seminaries, demo’s en informele ontmoetingsmoment Digital Construction Day = dé plek waar digitale oplossingen in de kijker gezet worden. www.digitalconstructionday.be initiatief van

organisatie


11

en collaboration avec

l’initiative de

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

BIMBOTS

33

THINKITSMART SA (COOPERLINK)

32

GOVIRTUAL

31

12 BUILD BV

14

BLUEFIELDS SPRL OK

13

BIM4PRODUCTION®

12

GEODYNAMICS

11

10

LEAN INTERACTIONS

29

30

16

17

ON IT BELGIUM

28

ESRI BLUX

7

18

HILTI BELGIUM NV/SA

57

CALLISTA (ODOO BUILDEASE)

36

CONNEQTR

27

56

BUILDHIVE BV

6

EFORGE BVBA (ROBAWS)

CONTRACTO

VERTUOZA

SEM 5 30 pers.

8

SUIVO

EXACT BELGIUM

15

9

ELECO

TRAXXEO

SOLIBRI BENELUX

BRAINIAL

37

4PS

NEANEX

53

55

KYP

50

CONNECTIC SA

CONSULTANCY & BUILDING ENGINEERING

49

ACEVE (IBIS)

25

52

TRIVIX

21

DEUSE

46

ISABEL

3

MOMIK.AI

SEM 4 30 pers.

KPD

24

54

IAMD

40

EMBUILD

20

KABANDY

45

REQCON BV

4

NWN SOFTWARE - BOUWFLOW

SIMPLEBIM BIM

5

TRIMBLE

1

58

38

RIB SOFTWARE

BUILDBASE (STROUWI BV)

26

19

IZIT (MIRA SOFTWARE)

22

2.1

59.1 59.2

39

BOTIQUE

OPENSPACE

48

47

ALISTAR (GMI)

40

BUILDWISE

23

APROPLAN BY CAUSEWAY

61

64

CATENDA

SEM 2 40 pers.

ASTENA

41

42 GEO-IT

43

BUILDSOFTWARE

44

GEOTRACER

66

PUNCHLISTER

65

HUMIX

60

VIVALDIS INTERIM

SEM 3 BUILDWISE 50 pers.

COM- NIALLI CROSS

BUILDBUILD SARL

51

2.2

SCOPR GREYN MARKET

DALUX BELGIUM

ARINTO

CITYMESH

ENTRANCE

SEM 1 40 pers.

63 CODEKICK

62

OCW

30 pers.

SEM 6

BUILDWISE

BEURSPLAN


PU BLIREPORTAGE

GEZOCHT: AANNEMER VOOR DE BOUW VAN HET SECTORAAL EXCELLENTIE OPLEIDINGSCENTRUM IN BRUSSEL

Constructiv, het Fonds voor bestaanszekerheid van en voor de bouwsector, bouwt een stateof-the-art opleidingscentrum gelegen in Brussel (Sint-Agatha-Berchem) Bouw mee aan het imago van de bouw! 1. Omschrijving werken

Constructiv wenst over te gaan tot de bouw van een sectoraal excellentie opleidingscentrum voor de bouwsector, gelegen in de Groot-Bijgaardenstraat 500 te 1082 Sint-Agatha-Berchem, en doet in dit kader een oproep tot kandidatuurstelling voor de uitvoering van de werken. De opdracht heef t betrekking op fase 1 van de ontwikkeling van het opleidingscentrum en behelst: • nieuwbouw van een emblematisch gebouw met opleidings- en kantoor-

•

ruimten (gebouw ‘A’: ± 2.200 m²). grondige renovatie en transformatie van de loodsen ‘B’ (± 1.100 m²) en ‘C’ (± 850 m²) tot state-of-the-art praktijkgerichte opleidingsruimten.

In fase 2 zullen, met steun van Beliris, de gebouwen ‘D’ (± 2.100 m²) en ‘E’ (± 2.000 m²) eveneens gerenoveerd en getransformeerd worden. Fase 2 maakt geen deel uit van deze oproep tot kandidaatstelling. Aannemers die zich wensen kandidaat te stellen, dienen te voldoen aan de onder punt 3 opgesomde voorwaarden.

12

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

De selectie van de bestekgerechtigde aannemers vindt plaats op basis van de onder punt 4 vermelde selectiecriteria. Geselecteerde kandidaten kunnen de bestekken opvragen bij de architect. Deze bestekken bevatten een gedetailleerde beschrijving van de werken alsook de gunningscriteria.

2. Procedure •

•

Kandidaatstelling via e-mail t.a.v. Bruno Vandenwijngaert, CEO Constructiv, vóór 1 oktober 2026. Bestekken ter beschikking vanaf 30 oktober 2026 enkel voor de geselecteerde kandidaten.


PU BLIREPORTAGE

•

Offertes uiterlijk tegen 11 december 2026, in tweevoud af te geven aan het onthaal, onder verzegelde omslag, t.a.v. Bruno Vandenwijngaert, CEO Constructiv.

3. Voorwaarden kandidaatstelling

a) Erkenning categorie D klasse 8 en opgericht vóór 2016. b) In het bezit van een VCA-certificaat en van een geborgd VGM-beheerssysteem. Ongevallencijfers over de laatste 3 jaren lager dan het sectorgemiddelde. Volledig in orde zijn met de verplichtingen in het kader van de opleidingen basisveiligheid conform het KB en de CAO. c) Gebruik maken van het opleidingsaanbod van Constructiv. d) In regel met de verplichtingen tot betaling van directe en indirecte belastingen, sociale zekerheidsbijdragen en bijdragen aan Constructiv. e) Strikte naleving van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht. f) Aantoonbare beroepskwalif icaties van het kaderpersoneel alsook van de personen die met de leiding van de uitvoering van de opdracht

NUTTIGE ADRESSEN EN INFO • Opdrachtgever: Constructiv, fbz, Koningsstraat 132 bus 1, 1000 Brussel Contactpersonen: Bob Van Poppel, Voorzitter Bouwcomité en Bruno Vandenwijngaert, CEO Constructiv, e-mail: bruno.vandenwijngaert@constructiv.be

• Architect: Architectenbureau fast forward architects & engineers, Fabrieksstraat 11, 1000 BRUSSEL

• Contactpersoon: Wim Tielemans, e-mail: Wim.Tielemans@fastforwardarchitects.eu • Studie technieken: Architectenbureau fast forward architects & engineers, Fabrieksstraat 11, 1000 BRUSSEL. Contactpersoon: Mohamed Chelouche, e-mail: mohamed.chelouche@ fastforwardarchitects.eu

• Ingenieur stabiliteit: WOW Engineering, BOW-Brussels office, Bergensesteenweg 95, 1070 Anderlecht. Contactgegevens: contact@wow-engineering.com

4. Relatief belang selectiecriteria kandidaten

worden belast. Minstens 5 getuigschriften van goede uitvoering voor vergelijkbare werken. g) Er mogen enkel onderaannemers in de eerste graad worden aangesteld. Zij dienen te worden bekendgemaakt bij de inschrijving en te voldoen aan voorwaarden b) tot en met f) en te beschikken over een erkenning in de vereiste (sub-) categorie en klasse. h) Aantoonbare referenties met bijzondere aandacht voor duurzaamheid, circulariteit en innovatie, samengevat op maximaal 1 A4-pagina.

• • •

• •

De gebouwen gelegen in de Groot-Bijgaardenstraat 500, voorwerp van de opdracht, kunnen, op afspraak, bezocht worden. Contacteer hiertoe ludwig.geelen@constructiv.be

OVERZICHT VAN DE PROJECTFASEN

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Veiligheid: 25% Opleidingscultuur: 25% Technische en beroepsbekwaamheid: 20% Referenties: 15% Eigen aandeel in de uitvoering der werken / aandeel onderaannemers: 15%

13


BOUWBELANGEN

Flexi-jobs in de bouw: kansen binnen een duidelijk kader Sinds 1 juli 2026 staat het stelsel van de flexi-jobs in België open voor alle sectoren, ook voor de bouw. Voor werknemers opent die evolutie nieuwe mogelijkheden om een bijkomend inkomen te verwerven. Voor aannemers gaat het om een kans op meer flexibiliteit, die wel gepaard gaat met specifieke voorwaarden die we in dit artikel toelichten.

E

en f lexi-job is een f lexibele vorm van werken waarbij iemand (de f lexi-werknemer) die al een bepaalde tijd minstens 4/5e bij een andere werkgever werkt, of die gepensioneerd is, een bijkomende activiteit kan uitoefenen met een inkomen (f lexiloon) dat fiscaal en sociaal voordelig wordt behandeld. Tot een bepaald inkomensplafond is het brutoloon gelijk aan het nettoloon. De werkgever betaalt enkel een bijzondere werkgeversbijdrage van 28%.

ligheidsredenen. Embuild wilde ook vermijden dat de mogelijkheden van dit flexibiliteitsstelsel in het gedrang zouden komen voor de activiteiten en de personen waarvoor dit statuut wel degelijk geschikt is. Daarom geldt een compromis: flexi-jobs zijn beperkt voor activiteiten waarvoor een basisveiligheidsopleiding vereist is, maar volledig toegestaan voor alle andere activiteiten. De sociale partners evalueren het stelsel van de flexi-jobs in de sector in mei 2027, met het oog op de verlenging of de aanpassing van die afspraken.

Beperkingen in de sector

Flexiloon

In de bouwsector hebben de sociale partners een akkoord gesloten om de tewerkstelling als arbeider met een flexi-jobovereenkomst te beperken voor de uitvoering, op een werf, van werken waarvoor de werkgever een basisveiligheidsopleiding moet verstrekken. Voor die activiteiten kunnen enkel gepensioneerden met een flexi-jobovereenkomst worden aangeworven die voordien als arbeider of als zelfstandige op werven actief waren, voor zover ze aan bepaalde voorwaarden inzake recente ervaring voldoen (5 jaar in de afgelopen 10 jaar). Voor alle andere activiteiten kunnen bouwondernemingen f lexi-jobovereenkomsten sluiten met iedereen die een flexi-job mag uitoefenen.

Akkoord met de vakbonden

Embuild vond het belangrijk om met de vakbonden afspraken te maken over het kader voor flexi-jobs in de sector. Flexi-werknemers die ook elders werken, inzetten op werven, ligt immers niet voor de hand, onder meer om vei-

14

Het flexiloon moet in overeenstemming zijn met de sectorale barema's voor de uitgeoefende functie en mag maximaal 150% van het minimumbasisloon bedragen. Die grens geldt niet voor het volledige flexiloon, maar enkel voor het basisloon. Vergoedingen, premies en voordelen die door wettelijke of reglementaire bepalingen of door collectieve arbeidsovereenkomsten worden toegekend, vallen daarbuiten, terwijl individuele voordelen wel onder het plafond van 150% blijven vallen. De flexi-werknemer heeft ook recht op vakantiegeld ten belope van 7,67% van het flexiloon.

Sociale en fiscale behandeling

De niet-gepensioneerde flexi-werknemer betaalt geen persoonlijke sociale bijdragen. Zijn inkomsten blijven vrijgesteld van belasting tot een geïndexeerd jaarplafond van 18.440 euro (inkomsten 2026). Daarboven verandert de fiscale behandeling: de gecumuleerde inkomsten over het jaar moeten dus worden opgevolgd.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


FLEXI-JOBS

INFO : Heb je vragen? Raadpleeg dan gerust onze FAQ op onze website WWW.EMBUILD. BE. Je vindt daar ook modeldocumenten.

Dat plafond geldt niet op dezelfde manier voor gepensioneerden. Gepensioneerden die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, zijn niet aan dat plafond onderworpen en mogen in principe onbeperkt beroepsinkomsten verwerven. Gepensioneerden met een loopbaan van minder dan 45 jaar die de wettelijke pensioenleeftijd nog niet hebben bereikt (en dus een vervroegd pensioen genieten), moeten daarentegen rekening houden met de toegelaten grenzen voor inkomsten die met hun pensioen cumuleerbaar zijn, overeenkomstig de pensioenwetgeving. Bij overschrijding wordt het pensioen immers verminderd. De volledige fiscale vrijstelling van het flexiloon blijft wel behouden.

werkgever een schrif telijke raamovereenkomst sluiten met de flexi-werknemer. Dat document legt de grote lijnen van de samenwerking vast: de identiteit van de werkgever en van de werknemer, een korte functiebeschrijving, het f lexiloon, of de f lexi-jobarbeidsovereenkomst mondeling of schriftelijk is en binnen welke termijn ze aan de flexi-werknemer moet worden voorgelegd, en de essentiële voorwaarden voor de uitoefening van de flexi-job. Bij elke concrete tewerkstelling komt daar vervolgens een flexi-jobarbeidsovereenkomst bij, die schriftelijk of mondeling kan zijn, voltijds of deeltijds, voor een bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven taak. De keuze voor een mondelinge of een schriftelijke arbeidsovereenkomst bepaalt hoe je je flexi-werknemer moet aangeven. De Dimona-aangifte moet gebeuren vóór het begin van de prestaties. Bij een mondelinge overeenkomst is ze dagelijks; bij een schriftelijke overeenkomst kan ze periodiek zijn (de periode mag niet langer zijn dan een kwartaal). Ten slotte moet de werkgever zorgen voor de opvolging in de DmfA-aangifte en voor de registratie van de prestaties, zodat de RSZ precies weet wanneer de flexi-werknemer voor hem werkt. Let op: die registratie staat los van de aanwezigheidsregistratie in Checkinatwork, die een afzonderlijke verplichting blijft.

Vergeet het sociaal overleg niet

Wanneer een onderneming een beroep doet op flexi-jobs, moet er jaarlijks overleg over de toepassing ervan worden georganiseerd met de werknemersvertegenwoordigers, voor zover de onderneming over het bevoegde overlegorgaan beschikt. Tot slot is de flexi-job geen rechtsvrije zone: de gebruikelijke arbeidsrechtelijke bepalingen (arbeidsduur, welzijn op het werk, bescherming van de werknemers, ...) blijven grotendeels van toepassing.

Een verademing Formaliteiten

Een goed voorbereide flexi-job kan een efficiënt instrument zijn. Een flexi-job waarvoor onvoldoende duidelijke afspraken zijn gemaakt, kan daarentegen aanleiding geven tot discussies met de RSZ of problemen bij een sociale controle. Vóór de eerste tewerkstelling moet de

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

De flexi-job kan zuurstof geven aan onze sector, die met een structureel tekort aan arbeidskrachten kampt, maar vormt op zich niet het antwoord op de werkgelegenheidsuitdaging. Voor Embuild is het prioritair dat ondernemingen over flexibele instrumenten kunnen beschikken, zonder het veiligheidsniveau te verlagen of de reguliere werkgelegenheid te ondergraven.

15


BOUWBELANGEN

Terugkeer van de proefperiode: opzeggingstermijn verlaagd tot één week tijdens de eerste zes maanden van het contract Om de arbeidsmarkt nieuw leven in te blazen, heeft de federale regering twee wijzigingen aangebracht die de werkgevers al lang vroegen aan de opzeggingsregeling voor arbeiders en bedienden die eind 2013 werd geharmoniseerd. Kernboodschap: terugkeer van de proefperiode met een opzeggingstermijn die tijdens de eerste zes maanden van het contract tot één week wordt verlaagd, en een opzeggingstermijn die voor nieuw aangeworvenen tot 52 weken wordt begrensd.

T

en eerste wordt de aanwerving ontmoedigd door het feit dat de opzeggingstermijnen bij het begin van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur (COD) veel te snel toenemen, want het risico op een vergissing (men heeft de 'verkeerde' persoon aangeworven) valt zeer duur uit. De tijd die nodig is om de werknemer te beoordelen, is te kort. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur (CBD) biedt niet altijd een geldig alternatief. Daarom hebben wij de terugkeer van de proefperiode gevraagd. Dat is nu een feit. De wet van 3 juni 2026 heeft de opzeggingstermijn tijdens de eerste zes maanden teruggebracht tot één week, ongeacht of de werkgever dan wel de werknemer de arbeidsovereenkomst beëindigt. Ze treedt op 1 augustus 2026 in werking en geldt voor arbeidsovereenkomsten die vanaf die datum worden gesloten. Voor eerder gesloten overeenkomsten blijft de oude regeling gelden. Ten tweede: terwijl de vorige regering de duur van de door de werknemer te betekenen opzeggingstermijn bij zijn ontslagname had begrensd op maximaal 13 weken, zijn de opzeggingstermijnen niet begrensd wanneer de beëindiging uitgaat van de werkgever. De wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen beperkt de maximale duur van de opzeggingstermijnen tot 52 weken voor de werknemers die vanaf 1 juni 2026 in dienst zijn getreden. Deze hervorming zal concreet uitwerking hebben vanaf 2043, wanneer die-

16

genen die vanaf 1 juni 2026 werden aangeworven een anciënniteit van 17 jaar bereiken. De terugkeer van de proefperiode en de begrenzing van de duur van de opzeggingstermijnen zijn jammer genoeg door afzonderlijke wetgevingen geregeld met verschillende data van inwerkingtreding, wat de zaken helaas niet vereenvoudigt. Af hankelijk van de datum van indiensttreding kan men de volgende 4 situaties tegenkomen:

Datum van de Duur van de aanwerving opzeggingstermijn 1

VOOR 1 januari 2014

2

NA 31 december 2013 De duur van de opzeggingstermijn wordt berekend volgens maar vóór 1 juni 2026 de nieuwe regels (geen deel 1). Hij is niet beperkt tot 52 weken en blijft onbeperkt toenemen, ook na 1 juni 2026.

3

VOOR 31 mei 2026

De duur van de opzeggingstermijn wordt berekend volgens de nieuwe regels. Hij is beperkt tot 52 weken en neemt niet meer toe zodra die grens is bereikt.

4

NA 31 juli 2026

Tijdens de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst is de duur van de opzeggingstermijn beperkt tot 1 week. Na de eerste 6 maanden wordt hij verder berekend volgens de nieuwe regels. Hij is beperkt tot 52 weken en neemt niet meer toe zodra die grens is bereikt.

De duur van de opzeggingstermijn is het resultaat van de optelling van 2 afzonderlijke delen: deel 1 (volgens de oude regels voor de anciënniteit vóór 1 januari 2014) en deel 2 (volgens de nieuwe regels voor de anciënniteit na 31 december 2013). De duur van die opzeggingstermijn is niet beperkt.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


ARBEIDSRECHT

Anciënniteit

Duur van de opzeggingstermijn IN DIENST VÓÓR 1 JUNI ‘26

AANGEWORVEN NA 31 MEI ‘26

AANGEWORVEN NA 31 JULI ‘26

Minder dan 3 maanden

1 week

1 week

1 week

3 maanden tot minder dan 4 maanden 4 maanden tot minder dan 5 maanden 5 maanden tot minder dan 6 maanden 6 maanden tot minder dan 9 maanden 9 maanden tot minder dan 12 maanden

3 weken

3 weken

4 weken

4 weken

5 weken

5 weken

6 weken

6 weken

7 weken

7 weken

12 maanden tot minder dan 15 maanden 15 maanden tot minder dan 18 maanden

8 weken

8 weken

9 weken

9 weken

18 maanden tot minder dan 21 maanden

10 weken

10 weken

21 maanden tot minder dan 24 maanden

11 weken

11 weken

2 jaar tot minder dan 3 jaar

12 weken

12 weken

3 jaar tot minder dan 4 jaar

13 weken

13 weken

4 jaar tot minder dan 5 jaar

15 weken

15 weken

5 jaar tot minder dan 20 jaar

15 weken + 3 weken per begonnen jaar anciënniteit na het 5e jaar

15 weken + 3 weken per begonnen jaar anciënniteit na het 5e jaar met een maximum van 52 weken

20 jaar tot 21 jaar

+ 2 weken

52 weken

Vanaf 21 jaar

+ 1 week per begonnen jaar anciënniteit

Om het onze bedrijven gemakkelijker te maken hebben wij verschillende modeldocumenten uitgewerkt (arbeidsreglement en -contracten) alsook rekenfiches die de bedrijven in staat stellen om de opzegduur te

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

6 weken 7 weken

8 weken 9 weken

10 weken

11 weken

12 weken 13 weken 15 weken 15 weken + 3 weken per begonnen jaar anciënniteit na het 5e jaar met een maximum van 52 weken 52 weken

berekenen (en/of toch een idee te hebben van de opzegvergoeding zonder de patronale lasten). Zij zijn beschikbaar in de rubrieken 'modeldocumenten' en 'hulpmiddelen' van de intranetsite van www.embuild.be.

17


BOUWBELANGEN

Schenkings- en successierechten voor familiebedrijven in Vlaanderen, Wallonië en Brussel Vroeg of laat stelt elke bedrijfsleider zich de vraag hoe de zaak ooit aan de volgende generatie kan worden overgedragen. Naast de menselijke en organisatorische kant van die overdracht speelt ook de fiscaliteit een cruciale rol. Schenkings- en successierechten kunnen, zonder de juiste voorbereiding, een aanzienlijke hap uit de waarde van het bedrijf nemen. In elk van de drie gewesten bestaat daarom een gunstregime dat de continuïteit van familiebedrijven beloont.

D

e onderliggende logica is in Vlaanderen, Wallonië en Brussel dezelfde: wie een reële economische activiteit voortzet en werkgelegenheid in stand houdt, mag daarvoor niet worden afgestraft met de gewone, sterk progressieve tarieven op roerend en onroerend vermogen. Een schenking van aandelen of bedrijfsactiva kan in principe vrijgesteld gebeuren, en bij overlijden geldt een vlak, verlaagd tarief in plaats van de normale schijven. Dat gunstregime is echter geen automatisme: het is een voorwaardelijk regime, en de invulling van die voorwaarden verschilt van gewest tot gewest.

Welke zijn de toepasselijke tarieven?

Op het niveau van de tarieven zelf zijn de drie gewesten sterk gelijklopend. Een schenking van een familiale onderneming of familiale vennootschap gebeurt in de drie gewesten vrij van schenkbelasting of schenkingsrechten, op voorwaarde dat aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan. Bij overlijden geldt overal een verlaagd vlak tarief van 3% wanneer de verkrijger een verwant in rechte lijn of een partner is, en 7% in alle andere gevallen, in plaats van de progressieve tarieven die tot 55% kunnen oplopen zonder het gunstregime.

Welke voorwaarden moeten nageleefd worden?

Elk gewest hanteert een eigen formule-

18

ring, maar de voorwaarden vallen telkens in dezelfde vijf groepen uiteen. ● DE AARD VAN DE ONDERNEMING. Het regime is bedoeld voor ondernemingen die daadwerkelijk actief zijn in nijverheid, handel, ambacht, landbouw of een vrij beroep, niet voor vermogen dat louter in een vennootschap is geparkeerd. Zuivere patrimoniumvennootschappen vallen erbuiten. Om die activiteit te toetsen werken de gewesten met een weerlegbaar vermoeden op basis van de jaarrekening: een zeer beperkte loonmassa naast een groot aandeel onroerend goed wijst op het ontbreken van een reële activiteit. De bewijslast om dat vermoeden te weerleggen ligt bij de belastingplichtige, wat een aandachtspunt is voor bouwondernemingen met veel materieel, terreinen en gebouwen op de balans. ● EIGENDOM EN ZEGGENSCHAP. Bij een vennootschap moeten de overlater en zijn familie een minimumaandeel aanhouden, uitgedrukt in kapitaal of stemrechten. Wordt die drempel niet alleen gehaald, dan is een gezamenlijke deelneming met andere aandeelhouders mogelijk, in de regel gekoppeld aan een aandeelhoudersovereenkomst. Aandelen zonder stemrecht en een gesplitste overdracht met voorbehoud van vruchtgebruik beïnvloeden die berekening. Bij een eenmanszaak komen enkel de beroepsmatig aangewende activa in aanmerking.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


FAMILIALE BEDRIJFSOVERDRACHT

● DE PERIODE VÓÓR DE OVERDRACHT. Elk gewest legt een minimale duur van bezit of van uitoefening van de activiteit op, zodat het regime niet kan dienen voor constructies die kort voor een schenking of een verwacht overlijden worden opgezet. Een herstructurering, een inbreng of de oprichting van een holding kan die minimale duur doorbreken ook wanneer de economische realiteit ongewijzigd blijft. ● DE PERIODE NA DE OVERDRACHT. De activiteit moet drie jaar ononderbroken worden voortgezet. Daarbij mag het kapitaal niet dalen door uitkeringen, moet de zetel binnen de Europese Economische Ruimte blijven en mag meegegaan onroerend goed niet hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend. Af hankelijk van het gewest komen daar verplichtingen rond werkgelegenheid en de neerlegging van de jaarrekeningen bij. Valt een voorwaarde weg, dan wordt het voordeel geheel of gedeeltelijk teruggenomen en is het verschil met het normale tarief verschuldigd, ten laste van de verkrijger en niet van de overlater. ● VORM EN BEWIJS. Het gunstregime wordt niet ambtshalve toegepast: het moet uitdrukkelijk worden gevraagd via een attest of een verklaring, vóór de schenkingsakte van overdracht van aandelen bij de notaris of binnen de aangiftetermijn. Die termijnen zijn vervaltermijnen: wie ze laat verstrijken, verliest het voordeel definitief, ook al zijn alle inhoudelijke voorwaarden vervuld. Het dossier moet daarna gedurende de volledige voortzettingsperiode worden bijgehouden. De concrete drempels en uitzonderingen worden geregeld bijgestuurd en moeten dus worden nagegaan op het ogenblik van de overdracht zelf.

Verschillen tussen de gewesten

De belangrijkste verschillen zitten niet in de tarieven, maar in de manier waarop deze voorwaarden worden ingevuld en gecontroleerd: wat telt als reële economische activiteit, hoe zwaar weegt de participatievoorwaarde, en welke administratieve verplichtingen gelden bij de akte of de aangifte. Vlaanderen en Brussel liggen daarbij dicht bij elkaar, terwijl

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Wallonië op enkele punten een eigen invulling hanteert. Beslissend is de fiscale woonplaats van de schenker of de overledene, en niet de ligging van het bedrijf of van de werven. Wie in de jaren vóór de overdracht van gewest veranderde, laat het best nagaan welk gewest daardoor bevoegd blijft, en vraagt bij gemengde dossiers vooraf zekerheid bij de bevoegde belastingdienst. Wallonië kondigde in 2024 een ruimere hervorming van de algemene successie- en schenkingsrechten aan, met een halvering van de hoogste tarieven. Die hervorming treedt echter pas op 1 januari 2028 in werking en raakt in de huidige stand van zaken niet aan het specifieke gunstregime voor familiebedrijven, dat voorlopig ongewijzigd blijft.

Een kort woord over vastgoed

Eén element verdient toch een aparte vermelding, ook al is het voorlopig enkel in Vlaanderen aan de orde. Sinds 1 januari 2026 sluit het Vlaamse gunstregime residentieel vastgoed en bouwgronden uit van het gunsttarief, met een beperkte uitzondering voor vastgoedvennootschappen die minstens 75% van hun omzet uit een reële vastgoedactiviteit halen. Tegen deze bepaling hebben een aantal bedrijven uit de bouw- en vastgoedsector eind juni 2026 een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Wallonië en Brussel kennen momenteel geen vergelijkbare uitsluiting. De uitkomst van die procedure is op dit ogenblik nog niet bekend.

Conclusie

Een goed voorbereide overdracht begint niet bij de notariële akte, maar jaren daarvoor, met een grondige kennis van de voorwaarden die op jouw specifieke situatie van toepassing zullen zijn. Ga daarom tijdig na of jouw onderneming voldoet aan de activiteits- en participatievoorwaarden en verzamel ruim op voorhand de nodige bewijsstukken van de reële economische activiteit, zoals jaarrekeningen, gegevens over het personeelsbestand en, waar relevant, huur- of exploitatieovereenkomsten. Bespreek bovendien de voortzettingsverplichting grondig met de volgende generatie. Een zorgvuldige voorbereiding is dan ook de beste garantie om de overdracht fiscaal veilig en succesvol te laten verlopen.

19


AL GENOEG AAN JE HOOFD? Com 3 VERS bineer C VERZE HILLENDE KERING en krijg EN

Waarom je verzekeringen – pro en privé – bundelen bij Federale Verzekering? • • •

Je hebt 1 contactpersoon, met kennis van zaken Je vermindert je administratie Je krijgt 15% korting* als je 3 verzekeringen combineert

15

Zo maak jij je hoofd en handen vrij om je te kunnen focussen op je zaak! Federale Verzekering. Altijd mee, pro en privé.

*Voorwaarden en actiereglement op federale.be/nl/combineer-bespaar FEDERALE Verzekering – V.U.: Tom De Troch - Stoofstraat 12 - 1000 Brussel – www.federale.be Onderlinge verzekeringsvereniging - RPR Brussel BTW BE 0403.274.332

SCAN EN ONTDEK


INTRO

De omzetting van de Europese EPB-richtlijn De omzetting van de Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen is een grote uitdaging voor de bouwsector. Bij de prioritaire doelstellingen: emissievrije nieuwbouw vanaf 2030, de renovatie van het bestaande gebouwenbestand, de uitstap uit fossiele brandstoffen en de uitbouw van hernieuwbare energie, met het oog op een koolstofvrij gebouwenbestand in 2050. Ook andere doelstellingen staan hoog op de agenda: de binnenluchtkwaliteit, elektromobiliteit en zachte mobiliteit. De recentste versie van de richtlijn dateert van 2024 en moest in België tegen 29 mei 2026 omgezet zijn. Omdat deze materie in ons land geregionaliseerd is, zijn het de Gewesten die hiervoor bevoegd zijn en die de Europese eisen aan hun eigen context aanpassen. Wat vraagt de richtlijn precies? Wat hebben onze gewestelijke overheden op dat vlak al verwezenlijkt? En hoe kijken onze bedrijven naar al die eisen uit Europa? Je leest het in dit dossier.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

21


DOSSIER

Europese richtlijn energieprestatie gebouwen: waar staan we twee jaar na het akkoord? De Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD), aangenomen in december 2023 en van kracht sinds mei 2024, gaat een nieuwe fase in: op 29 mei verstreek de termijn voor omzetting in nationaal recht. Voor België is dat een enorme klus.

E

ven de feiten op een rij. In december 2023 bereikten het Europees Parlement, de Commissie en de Raad een akkoord over de herziening van de richtlijn. Op 12 maart 2024 keurde het Europees Parlement vervolgens de tekst officieel goed, gevolgd door de Raad op 12 april 2024. Richtlijn (EU) 2024/1275 trad in werking op 28 mei 2024. Vanaf die datum hadden de lidstaten (en voor België zijn drie gewesten) twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in hun nationaal (of desgevallend gewestelijk) recht. Die termijn verstreek op 29 mei 2026. Concreet betekende 29 mei 2026 ook het einde van de oude richtlijn 2010/31/EU, die volledig vervangen wordt door de nieuwe richtlijn. Toch valt één belangrijk signaal op: het akkoord van 2023 heeft het oorspronkelijke Commissievoorstel van december 2021 flink afgezwakt. Dat voorstel voorzag in bindende renovatieverplichtingen voor de 15% slechtst presterende gebouwen. Onder druk van heel wat lidstaten maakte de uniforme aanpak plaats voor nationale trajecten.

Nieuwbouw: 'uitstootvrij' wordt de norm

De richtlijn maakt van de zero-emissienorm de nieuwe norm voor de bouw. Alle nieuwe openbare gebouwen moeten er vanaf 1 januari 2028 aan voldoen, en alle nieuwbouw vanaf 1 januari 2030 (al zijn er afwijkingen mogelijk voor bepaalde types gebouwen). De verplichting om zonne-energie op het

22

dak te installeren wordt geleidelijk ingevoerd. Ze ging in op 31 december 2025 voor openbare en niet-residentiële gebouwen van meer dan 250 m², breidt uit naar alle bestaande openbare gebouwen van meer dan 2.000 m² op 31 december 2027, en geldt vanaf 31 december 2029 voor alle nieuwe woongebouwen.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


CONTEXT

Renovatie: nationale trajecten in plaats van individuele normen

In plaats van minimale prestatienormen per woning op te leggen in de residentiële sector, koos de richtlijn voor een logica van collectieve resultaten: elke lidstaat moet ervoor zorgen dat het energieverbruik van het woningbestand tegen 2030 met minstens 16% daalt, en tegen 2035 met 20 tot 22%. Voor de niet-residentiële sector gelden er wél minimale prestatienormen. En elke lidstaat moet een nationaal renovatieplan indienen dat het traject uitstippelt naar een koolstofneutraal gebouwenpark tegen 2050.

Onder druk "van heel wat lidstaten maakte de uniforme aanpak plaats voor nationale trajecten.

"

EPC: PRAKTIJKACTOREN LEGGEN DE KNELPUNTEN BLOOT Het EPC moet burgers wegwijs maken in hun renovatieproject. Maar met drie verschillende labelschalen voor één land, rekenmethodes die per Gewest verschillen en uiteenlopende voorwaarden om steun te krijgen, slaagt het instrument daar nauwelijks in. Veel burgers voelen zich verloren bij een certificaat dat ze moeilijk kunnen lezen en begrijpen, waardoor ze de stap naar actie niet zetten. Die complexiteit treft ook de bouwbedrijven die in meerdere gewesten actief zijn, en de financiële sector. Twee recente initiatieven hebben die moeilijkheden in kaart gebracht. Het consortium Life BE FREE (Febelfin, IDEA Consult, Embuild, VVSG, Wattson, The Shift), gesteund door het Europese LIFE-programma, publiceerde tussen 2025 en 2026 verschillende beleidsnota's over het EPC, administratieve vereenvoudiging, sensibilisering en interregionale coördinatie. De rode draad: de communicatie tussen de Gewesten versterken om de uitwisseling van goede praktijken te vergemakkelijken, het systeem leesbaarder maken voor de burger, de betrouwbaarheid van de certificaten waarborgen via een strenger toezicht op de certificeerders, en de financiële sector structureel toegang geven tot de EPCgegevens. In februari 2026 bracht de Belgian Green Building Council (BGBC) een brede sectorcoalitie samen (met onder meer ADEB-VBA, Buildwise, Embuild, Febelfin, Life BE FREE, UPSI-BVS en Techlink). Hun vaststelling sluit aan bij die van Life BE FREE: nu private financiering een steeds grotere rol opneemt, hebben financiële actoren een leesbare en vergelijkbare EPC-indicator nodig om projecten te beoordelen. Zonder de gewestelijke bevoegdheden ter discussie te stellen, pleit de coalitie voor meer convergentie en een nauwere dialoog tussen de Gewesten, vooral bij de omzetting van de Europese EPB-richtlijn 2024/1275. Dat traject kon echter niet worden voortgezet zoals voorzien. Het vervolg hangt nu af van een politieke impuls. De twee trajecten versterken elkaar: Life BE FREE bracht de knelpunten en mogelijke oplossingen in kaart, terwijl de BGBC de hele keten rond één gezamenlijke boodschap verenigde.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Einde van de fossiele ketels: de transitie is ingezet

Sinds 1 januari 2025 mogen de lidstaten geen subsidies meer geven voor de installatie van ketels die uitsluitend op fossiele brandstoffen draaien. Het einddoel blijft de volledige uitfasering van deze toestellen tegen 2040.

Gigantische uitdagingen voor het komende decennium

De context is bekend: in Europa zijn gebouwen goed voor zo'n 40% van het finale energieverbruik en meer dan een derde van de energiegerelateerde uitstoot. 85% van de gebouwen in de EU werd echter vóór 2000 gebouwd, en daarvan presteert 75% slecht op energievlak. De inzet is even groot als de uitdaging. De richtlijn introduceert ook nieuwe instrumenten: de levenscyclusanalyse (LCA) van nieuwe gebouwen via de indicator van het aardopwarmingsvermogen (GWP, Global Warming Potential) wordt vanaf 2026 verplicht voor grote gebouwen van meer dan 1.000 m², en wordt tegen 2030 uitgebreid naar alle nieuwbouw. Maar de kern van de zaak blijft de financiering. De energetische renovatie van het gebouwenbestand vergt aanzienlijke investeringen die noch de gezinnen noch de overheden alleen kunnen dragen. Europese fondsen (waaronder het herstel- en veerkrachtplan) hebben bepaalde werken meegef inancierd. De vraag hoe die worden opgevolgd, en hoe nieuwe financieringsmodellen kunnen worden ontwikkeld, staat nu centraal in het debat.

Waar staat België in juni 2026?

In België is de energieprestatie van gebouwen een gewestelijke bevoegdheid. Vlaanderen, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië hebben dus elk hun eigen tijdspad en hun eigen ambities. Op Europees niveau publiceerde de Commissie in juni 2025 alle richtsnoeren om de uitvoering van de richtlijn te begeleiden, samen met een nieuwe gedelegeerde verordening. Die teksten verduidelijken onder meer de regels voor uitstootvrije nieuwe gebouwen.

23


DOSSIER

Decreet eerste stap naar implementatie van energieprestatierichtlijn De Vlaamse regering heeft op 17 juli 2026 een eerste principiële goedkeuring gegeven aan een voorontwerp van decreet voor de gedeeltelijke omzetting van de nieuwe Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen. De tekst van dit decreet moet nu nog aan een aantal adviesraden, de Raad van State en het Vlaams parlement worden voorgelegd en kan daardoor nog wijzigen. Vervolgens moet de Vlaamse regering een aantal bepalingen nadien verduidelijken via uitvoeringsbesluiten, met name via een energiebesluit.

Emissievrije gebouwen

Het voorontwerp bepaalt dat alle nieuwe gebouwen vanaf 1 januari 2030 emissievrij moeten zijn. Voor overheidsinstanties geldt die verplichting al vanaf 2028. Een belangrijk uitgangspunt is dat technische bouwsystemen geen fossiele uitstoot meer mogen veroorzaken. In Vlaanderen is fossielvrij bouwen nu al de norm: sinds 2025 kan voor nieuwbouw geen nieuwe aardgasaansluiting meer worden aangevraagd. Het Europese streven naar emissievrije gebouwen gaat echter verder. Naast het verbod op fossiele verwarmingssystemen zullen bijkomende voorwaarden bepalen wanneer een gebouw als emissievrij wordt beschouwd. Die voorwaarden worden nog uitgewerkt in het energiebesluit. Een veel grotere uitdaging wordt het emissievrij maken van het bestaande gebouwenpatrimonium tegen 2050. De Europese energieprestatierichtlijn verplicht de lidstaten daarom om een nationaal renovatieplan uit te werken dat beschrijft hoe het gebouwenpatrimonium wordt verduurzaamd met tussentijdse doelstellingen voor 2030 en 2035. Maar de opmaak van dit plan staat los van het voorontwerp van decreet.

Eisen voor technische bouwsystemen

Een belangrijk nieuw element in het voorontwerp van decreet is de invoering van eisen voor technische bouwsystemen. Het gaat daarbij om verplichtingen voor de energieprestatie van installaties voor verwarming, koeling en ventilatie. In Vlaanderen gelden vandaag al systeemeisen voor bepaalde technische bouwsystemen, zoals voor ventilatiesystemen en lage temperatuurverwarming. Die gelden echter slechts binnen een beperkt toepassingsgebied, bijvoorbeeld bij vergunningsplichtige reno-

24

vaties en bepaalde nieuwbouwprojecten. Het voorontwerp breidt, conform de energieprestatierichtlijn, het toepassingsgebied uit naar alle technische bouwsystemen die in nieuwe of bestaande gebouwen worden geïnstalleerd, vervangen of verbeterd. Voor technische bouwsystemen zal een erkende rapporteur een aangifte moeten opstellen. Volgens de toelichting bij het voorontwerp van decreet zal een installateur die rol meestal kunnen opnemen. Hoe de aangifte er precies zal uitzien en welke informatie ze moet bevatten, wordt nog vastgelegd in een uitvoeringsbesluit. Daarnaast worden de bestaande regels voor periodieke keuringen van verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen geëvalueerd en afgestemd op de Europese vereisten.

"

In Vlaanderen is fossielvrij bouwen nu al de norm: sinds 2025 kan voor nieuwbouw geen nieuwe aardgasaansluiting meer worden aangevraagd.

"

Regels voor laadinfrastructuur en PV-panelen

Om tegenstrijdige interpretaties tegen te gaan, verduidelijkt het voorontwerp de regels rond laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Het bepaalt uitdrukkelijk dat er voorbekabeling en wachtleidingen moeten komen om in een later stadium de installatie van oplaadpunten mogelijk te maken. Het voorontwerp van decreet herhaalt op welke gebouwen tegen 2029 zonnepanelen moeten komen, zoals in de nieuwe energieprestatierichtlijn is bepaald. De Vlaamse regering moet de details nog vastleggen in een besluit: welke panelen op welke gebouwen en bij welke parkeergelegenheden. De richtlijn bepaalt ook dat lidstaten geen financiële stimulansen meer mogen geven voor de installatie van op zichzelf staande fossiel gestookte verwarmingsketels. Vlaanderen heeft naar de lokale besturen een omzendbrief gestuurd met de boodschap om dergelijke steunmaatregelen stop te zetten.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


EMBUILD VLAANDEREN/VEKA

Naar een geïntegreerde berekening voor de energieprestatie van gebouwen Volgens de nieuwe Europese energieprestatierichtlijn mogen vanaf 2030 enkel nog emissievrije gebouwen het A-label krijgen. Heel wat lidstaten, waaronder Vlaanderen, zullen een herschaling van de labels moeten doorvoeren. De Vlaamse regering wil van dit momentum gebruik maken om tegelijk de huidige residentiële EPB- en EPC-beleidskaders te vereenvoudigen en te integreren tot één beleidskader. In 2025 heeft het VEKA voor deze hervorming een aantal stakeholders geraadpleegd, waaronder Embuild Vlaanderen.

Gebouwschil blijft fundament

Nodeloos complex De EPB- en EPC-beleidskaders zijn van in het begin sterk gescheiden van elkaar gegroeid: aparte rekenmethodieken, terminologieën en indicatoren, aparte erkende professionals, eisen en verplichtingen enz. Tegelijk zijn beide instrumenten doorheen de jaren sterk uitgebreid. Bovendien is de toepasselijke software na tien jaar bijna einde levensduur. Met name vanuit de bouwsector kwam steeds vaker de bezorgdheid naar voor dat de beleidskaders nodeloos complex geworden zijn. Er is een breed draagvlak bij de stakeholders om te komen tot een eenvoudiger en liefst één enkel beleidskader. De Vlaamse regering gaat daar nu effectief werk van maken..

Kernpunten van de integratie Johan Vanden Driessche, energiedeskundige bij Embuild Vlaanderen: “Het is de bedoeling van de Vlaamse regering om tot één geïntegreerd beleidsinstrument voor de volledige levensduur van een woning te komen. Dit betekent dat de gegevens van het EPB-verslag over de uitgevoerde werken (nieuwbouw of renovatie) kunnen worden opgepikt en hergebruikt bij renovatiewerken in een latere levensfase van het gebouw. Zo’n geïntegreerd instrument vermijdt dubbele administratie, reduceert de kans op fouten en leidt ook tot een hogere efficiëntie en lagere kosten.” De basis voor de energieprestatie blijft een berekende versie. Die berekening zal gebaseerd zijn op bepaalde aannames en objectieve parameters, zal transparant zijn in opbouw en uitkomst, en zal juridisch handhaaf baar zijn. De eigenschappen van het gebouw vormen de input voor de berekening. Gemeten verbruiken kunnen aanvullend worden ingezet als toetssteen vanuit het gebruikersgedrag.

"

Het is de bedoeling van de Vlaamse regering om tot één geïntegreerd beleidsinstrument voor de volledige levensduur van een woning te komen.

"

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

De realisatie van emissievrije gebouwen blijft het einddoel. Daarbij zal de verwezenlijking van een performante gebouwschil als fundament blijven fungeren. Verder zal de berekeningsmethodiek technologieneutraal maar niet energiedragerneutraal zijn. De focus zal verschuiven van efficiënte technieken naar emissievrije efficiënte technieken. Maar tegelijk zal het VEKA bij de methodiek oog blijven hebben voor parameters op het vlak van ventilatie en zomercomfort. Het VEKA mikt ook op maximale interoperabiliteit. Het moet dus mogelijk worden om de invoer vanuit databanken van technische componenten of materiaaleigenschappen op eenvoudige wijze digitaal en maximaal te connecteren. Dat biedt op termijn mogelijkheden om ook het M-peil (materiaalprestatiepeil) te koppelen aan de EPB/EPC-berekeningsmethodiek. “Allemaal zeer veelbelovend”, aldus nog Johan Vanden Driessche.

Breed inzetbaar

Het geïntegreerde instrument zal breed inzetbaar zijn als communicatie- en adviesinstrument voor eigenaars en gebruikers en gepaard gaan met een vereenvoudiging van regels en verplichtingen. Via een soort ‘renovatiepaspoort’ dat nu nog niet bestaat, zullen eigenaars en gebruikers begrijpelijke adviezen kunnen krijgen. Johan Vanden Driessche: “De Vlaamse regering wil deze integratie tegen 1 januari 2030 in voege laten treden. Dit betekent dat de bouwsector minstens één jaar de tijd moet krijgen om zich met de nieuwe tools en methodieken vertrouwd te maken, de nodige communicatie te voeren en opleidingen te organiseren. Concreet zal deze ééngemaakte tool dus klaar en beschikbaar moeten zijn tegen eind 2028. De klok tikt!”

25


DOSSIER

“Brussel loopt voorop wat de omzetting betreft” Hoe staat het met de omzetting van de richtlijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Om die vraag te beantwoorden en de stand van zaken van de EPB-regelgeving op te maken, brachten we Laurent Schiltz, secretaris-generaal van Embuild.Brussels, en Isabelle Rolin van Leefmilieu Brussel samen.

“B

russel loopt voorop wat de omzetting betreft, en we blijven vragende partij en staan open voor de andere Gewesten om zich bij die dynamiek aan te sluiten met het oog op een harmonisering – ik bedoel daarmee de berekeningsmethode, en niet de EPB-eisen, die gewestspecifiek blijven”, zegt Laurent Schiltz.

Verschillende regeringsbesluiten

Herziening van het BWLKE

Isabelle Rolin bevestigt dat het Gewest heeft geanticipeerd op de Europese wetgeving en zo die 'voorsprong' heeft opgebouwd, die er onder meer op gericht is de renovatie van het Brusselse gebouwenbestand te versnellen. Dat is van cruciaal belang, want de Brusselse context (voornamelijk bestaand bouwpatrimonium) is niet gunstig voor renovatie: 61% huurders (de verhuurders betalen de energiekosten niet), 55% woningen in mede-eigendom (complex beslissingsproces) en 27% Brusselse gezinnen in energiearmoede. Om de renovatiestrategie voor het Brusselse gebouwenbestand concreet te maken, keurde het Brussels Parlement op 7 maart 2024 een herziening van het 'BWLKE' goed, het Brussels Wetboek voor Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, met nieuwe eisen. “Deze ordonnantie voert de verplichting in om permanent over een EPB-certificaat te beschikken, met een overgangstermijn van 5 jaar om in orde te zijn, alsook energieprestatiedoelstellingen die binnen 10 en 20 jaar na de inwerkingtreding van de maatregel moeten worden gehaald. Voor wooneenheden liggen de vastgelegde drempels

26

in Brussel op ≤ 275 kWh/m²/jaar in 2033 en ≤ 150 kWh/m²/jaar binnen de 20 jaar”, legt Isabelle Rolin uit. Daarnaast bevat de tekst maatregelen voor de decarbonisatie en het gebruik van hernieuwbare energie voor nieuwbouw, sinds januari 2025, en voor grondig gerenoveerde gebouwen (50% werken aan de gebouwschil en vervanging van alle technische installaties) vanaf 2030.

Eén, je moet tijd "geven om zich aan te passen en een langetermijnvisie op de verplichtingen bieden, en twee, je moet de professionals begeleiden en opleiden als je die ambitieuze doelstellingen echt wil realiseren. ISABELLE ROLIN

"

Deze hervorming werd op 3 juli 2025 aangevuld met verschillende regeringsbesluiten over de EPB-indicatoren en -eisen, met een eenvormige EPB-berekeningsmethode voor nieuwbouw en bestaande gebouwen; de erkenning van EPB-deskundigen, waarbij de rollen van certificeerder en adviseur worden samengevoegd; en de invoering van één EPB-certificaat en een syntheserapport om het beslissingsproces van mede-eigendommen te vereenvoudigen. “De inwerkingtreding van dit geheel hangt af van de uitrol van de nieuwe EPB-software met de eenvormige berekeningsmethode”, verduidelijkt Isabelle Rolin. “Er zijn dus geen echte politieke knelpunten meer, de wettelijke basis ligt er. Er blijft echter nog heel wat regelgevend werk te doen om de eisen voor nieuwbouw binnen het kader van de nulemissienorm te verduidelijken, die verder gaat dan de vroegere NZEB-norm, want die vormt maar één van de criteria waarmee rekening moet worden gehouden. Er wordt ook gewerkt aan de nieuwe eisen voor technische installaties. De hervorming scherpt dus de resultaatsverbintenissen aan en maakt van certificering een volwaardige hef boom voor renovatie.”

Meer controles

Laurent Schiltz en Isabelle Rolin zijn het er dan ook over eens dat het Brussels Gewest een goede leerling is en stap voor stap vooruitgang boekt om aan de Europese eisen te voldoen. Om te zien of al die eisen ook effectief

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


EMBUILD.BRUSSELS/LEEFMILIEU BRUSSEL

op het terrein correct worden toegepast, zijn en blijven controles van cruciaal belang. “De controlemechanismen zijn een belangrijk onderdeel van de richtlijn, en Leefmilieu Brussel is verantwoordelijk voor dat onderdeel. We moeten meer controleren en het steekproefsgewijze karakter ervan waarborgen, om de betrouwbaarheid van de verleende certificaten te garanderen”, verduidelijkt Isabelle Rolin. “De samensmelting van de functies van certificeerder en adviseur tot EPB-deskundige is er onder meer op gericht de praktijken te harmoniseren en de vergelijkbaarheid van de EPB-certificaten te versterken, en maakt tegelijk het controleproces eenvoudiger. Ook de aannemer heeft hier een rol te spelen. We verwachten van hem dat hij de bewijsstukken van de uitgevoerde werken correct aan de eigenaar overmaakt, wat niet altijd het geval is.”

Opleiding en begeleiding

Op het vlak van opleiding heeft Embuild. Brussels de opleiding van aannemers in deze sectorale materie altijd gesteund, en Leefmilieu Brussel leidt alle in de sector actieve professionals (architecten, studiebureaus…) op rond EPB. “We bieden die opleidingen onder meer aan via onze Embuild Academy. Construcity.brussels, de Pool Vorming Werk voor de bouwberoepen, is hierbij ook sterk betrokken, onder meer voor de ontwikkeling van nieuwe opleidingen of de aanpassing van bestaande opleidingen over duurzaam bouwen. Er bestaan specifieke EPB-opleidingen om de certificering beter te begrijpen en correcte offertes op te maken met het oog op een goede certificering… Zodra het Brussels Gewest in 2015 de passiefeis voor nieuwbouw invoerde, hebben we een sterk partnerschap met de regering opgebouwd om de eerste Alliantie Werk-Leefmilieu op te richten. Eén, je moet tijd geven om zich aan te passen en een langetermijnvisie op de verplichtingen bieden, en twee, je moet de professionals begeleiden en opleiden als je die ambitieuze doelstellingen echt wil realiseren”, benadrukt Laurent Schiltz.

De energie"kosten blijven

maar stijgen. Isoleren betekent die kosten verlagen, maar ook het verbruik beter beheersen. LAURENT SCHILTZ

"

Kosten en betaalbaarheid

Over de vraag welke kosten de klant zal moeten dragen om aan al die eisen te voldoen, deelt Isabelle Rolin de volgende bedenking. “De energiekosten blijven maar stijgen. Isoleren betekent die kosten verlagen, maar ook het verbruik beter beheersen. Want wie een wo-

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

ning met EPB-label F of G bewoont, is niet in staat om zijn verbruik te beheersen. Het is ook belangrijk om de verplichting elke vijf jaar aan het kostenoptimum te koppelen.” In dat verband benadrukt de secretaris-generaal van Embuild.Brussels het belang van de betaalbaarheid van wonen. “We zijn altijd overtuigd geweest van het belang van investeringen in energierenovatie, met een verschuiving van de energiekosten naar de bouw-/renovatiekosten. De uitdaging is de betaalbaarheid van wonen, want deze nieuwe regels hebben een impact op zowel de koop- als de huurmarkt. Wij pleiten voor het concept 'warme huur', waarbij de energieprestatie van de woning wordt meegenomen in de berekening van de huurprijs”, zegt hij. “Overheidssteun is ook onmisbaar om eigenaars te motiveren om te renoveren. Er wordt momenteel veel gesproken over renteloze leningen, wat een belangrijk element kan zijn om gezinnen financiële ademruimte te geven, al denken we dat dit gekoppeld moet worden aan een systeem om investeringen te stimuleren, zoals energiepremies! Cruciaal is dat de investering van de eigenaar rendabel is en naar de bakstenen gaat, en niet naar administratieve procedures, wat helaas steeds minder het geval is.”

RENOLUTION

Tot slot benadrukt Laurent Schiltz het belang van RENOLUTION, de langetermijnstrategie voor de renovatie van het Brusselse gebouwenbestand, om de doelstellingen van de richtlijn te halen. “We steunen dit publiek-private partnerschap van bij het begin en de ingezette dynamiek moet behouden blijven. De vereenvoudiging van de procedures, de begeleiding en opleiding van de professionals en de financiering zijn cruciale uitdagingen om de ambities te realiseren. Ook de erfgoed-, stedenbouwkundige, EPB- en circulariteitsregels moeten met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Je kan ambitieus zijn, op voorwaarde dat je jezelf ook de middelen daartoe geeft.” En Isabelle Rolin besluit. “Brussel renoveert zijn verleden om aan zijn toekomst te bouwen: de methodes harmoniseren, de mede-eigendommen mee aan boord krijgen, duurzame voorwaarden creëren voor een energietransitie voor alle Brusselaars. Van de richtlijn naar de realiteit, baksteen per baksteen.”

27


DOSSIER

“Het versterken van de EPB-controle mag niet tegen de professionals gebeuren, maar samen met hen” In de komende maanden keurt het Waals Gewest een nieuw EPB-decreet en uitvoeringsbesluiten goed om te voldoen aan de eisen van de Europese richtlijn. Om dit dossierthema op Waals niveau aan te snijden, brachten we Nicolas Spies, senior-adviseur Energie & Renovatie bij Embuild Wallonie, en Aurélie Tondus, EPB-facilitator bij de Union Wallonne des Architectes, samen voor een dubbelinterview.

H

oe de toepasbaarheid van de steeds veeleisendere richtlijn en de controle hierop verbeteren zonder administratieve overlast?

Nicolas Spies (hierna afgekort N.S.): De naleving van de EPB-eisen wordt voornamelijk gecontroleerd door de EPB-experten en de gemeentelijke en gewestelijke administraties. De EPB-eisen worden niet altijd nageleefd, vooral bij renovatieprojecten. Het lage controleniveau leidt tot concurrentievervalsing tussen bedrijven die de regels toepassen en bedrijven die het minder nauw nemen. De EPB-richtlijn voorziet in een versterking van de controles, zodat de EPB niet louter een theoretische prestatie blijft maar bij de oplevering van een werf ook werkelijk de doelstelling haalt. Die verbeterde controle op de regelgeving vereist dat het werk van de EPB-experten wordt vereenvoudigd en vergemakkelijkt. De controles moeten focussen op de posten met grote impact, zoals de technische installaties, de luchtdichtheid en de isolatie. Digitalisering kan helpen bij het verzamelen van de gegevens. Het versterken van de controle mag niet tegen de professionals gebeuren, maar samen met hen, door de goede praktijken in de kijker te zetten. Aurélie Tondus (hierna afgekort A.T.): De uitdaging bestaat er niet in nieuwe stappen toe te voegen, maar de controles relevanter te maken. Een van de denksporen is EPB-experten (auditors, certificeerders en verantwoordelijken) meer slagkracht te geven: Het werk van al die professionals moet beter gewaardeerd worden, en ze moeten bewijsstukken kunnen

28

aanleveren van het werk dat tijdens het project werd uitgevoerd, om de controles te vergemakkelijken. Een EPB-erkenning voor de aannemers is eveneens een denkspoor (red.: een mening die Nicolas Spies deelt, die preciseert dat dit de beheersing van de EPB zou vergroten bij de aannemers die er verantwoordelijk voor zijn, des te meer bij afwezigheid van een architect en een EPB-expert). De door de administratie ondersteunde initiatieven, zoals de lokale platformen voor energierenovatie – waaronder EN'Hestia of Reno+ (collectieve wijkrenovaties) – vormen kwaliteitsvolle schakels die kunnen bijdragen aan de betrouwbaarheid van de informatie, de erkenning van de bewijzen en de naleving van de eisen. De controle kan zo meer steunen op een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de betrokkenen, een betrouwbare documentatie en een erkenning van de competenties die al op het terrein aanwezig zijn. Al die EPB-eisen brengen een steeds hogere kostprijs met zich mee. Zijn ze economisch houdbaar?

N.S.: De grote uitdaging van de energietransitie is de financiering ervan, zeker in een context waarin de bouw- en renovatiekosten fors zijn gestegen. Bij de renovatie van een woning overschrijdt het budget om van een EPB-label F of G naar een label A te gaan vlot 100.000 euro, terwijl de 'Renopack'-lening geplafonneerd is op 60.000 euro. Het is van cruciaal belang een evenwicht te vinden tussen kosten en prestaties. Dat begint al bij de integratie van de EPB-eisen vanaf het begin van een project. Wie pas laat met die eisen rekening houdt, krijgt te maken met aan-

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Bedrijven en " burgers moeten

kunnen anticiperen op de toekomstige EPB-verplichtingen, zodat ze die binnen de gestelde termijnen kunnen naleven.

"

NICOLAS SPIES


EMBUILD WALLONIE/UNION WALLONNE DES ARCHITECTES

"

Een doordacht ontwerp van bij de start maakt het mogelijk in te grijpen op de structurerende parameters van het gebouw, met een betere globale beheersing van de kosten.

"

AURÉLIE TONDUS

zienlijke meerkosten, want soms moeten delen van het project worden afgebroken en opnieuw uitgevoerd. Daarnaast moet de economische houdbaarheid worden geanalyseerd over de hele levenscyclus: energiekosten, vastgoedwaarde en aanpassing aan de klimaatverandering spelen een steeds grotere rol in de economische berekeningen. In een context van stijgende energieprijzen draagt de EPB bij aan het veiligstellen van de langetermijnwaarde van gebouwen. De renovatieverplichtingen die de Waalse Regering momenteel goedkeurt – en die vastgoedtransacties zullen koppelen aan het geleidelijk behalen van minimale prestaties – zullen helpen om een markt te herstellen waarop zeer energieverslindende woningen soms nog voor een hoge prijs van de hand gaan. Vermelden we ook nog dat projecten als RENOMUT (energiebesparingen verzilveren in de terugbetaling van de lening) of RENO+ (collectieve wijkrenovaties) de financiering van renovatieprojecten kunnen vergemakkelijken. A.T.: Ik treed Nicolas bij wanneer hij het belang benadrukt om de eisen vanaf het begin van een project te integreren. Een doordacht ontwerp van bij de start maakt het mogelijk in te grijpen op de structurerende parameters van het gebouw, met een betere globale beheersing van de kosten. Het is ook belangrijk te onderstrepen dat een ontwerp dat eenvoudige principes van duurzaamheid en bioklimatisch ontwerp integreert – zonder daarom het geheel van de voorschriften rigide toe te passen – kan worden uitgevoerd zonder noemenswaardige meerkosten bij de bouw. Verstandige keuzes op het vlak van oriëntatie, compactheid, het beheer van de zonnewinsten of natuurlijke ventilatie kunnen de globale prestatie van het gebouw sterk verbeteren, zonder de factuur te verzwaren. Welke evoluties zullen de grootste impact hebben op de beroepen van architect en EPB-expert?

A.T.: Het EPB-landschap is bijzonder complex. Maar de EPB-reglementering en de eisen ervan zijn over het algemeen al goed ingeburgerd bij de architecten. Al die eisen veranderen het beroep niet fundamenteel. Het harmoniseren van de rollen en competenties van de EPB-auditors, EPB-verantwoordelijken en EPB-certificeerders is daarentegen

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

wel een interessant denkspoor. Vandaag bestaan er drie opleidingen, drie examens, drie protocollen en drie verschillende rekenmethodes. De samensmelting van de rekenmethodes voor 'nieuwe gebouwen' en 'bestaande gebouwen' is onontbeerlijk. Ze zal een grote impact hebben op alle EPB-actoren, doordat ze de instrumenten en de opleidingen vereenvoudigt. N.S.: Ook ik denk dat de samensmelting van de rekenmethodes, die Aurélie aanhaalt, de EPB-procedures en -instrumenten zal vereenvoudigen en de leesbaarheid voor de professionals en de bouwheren zal vergroten. Dat zal een zeer positieve evolutie zijn. Heeft de sector de capaciteit om de tegen 2050 beoogde decarbonisatie waar te maken?

N.S.: Bedrijven en burgers moeten kunnen anticiperen op de toekomstige EPB-verplichtingen, zodat ze die binnen de gestelde termijnen kunnen naleven. 96% van de bouwbedrijven zijn zeer kleine ondernemingen met minder dan tien personeelsleden, wat een specifieke begeleiding vereist om hun capaciteit te vergroten, door te investeren in productiemiddelen, aanwerving en opleiding. Dat is cruciaal, want de huidige renovatiegraad, geschat op zo'n 1%, moet verdrievoudigd of verviervoudigd worden om de doelstelling van een woningbestand met een gemiddeld EPB-label A in 2050 te bereiken. De energietransitie vormt een gigantische uitdaging. Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zal het bereiken van de koolstofneutraliteit van het Belgische woningbestand tegen 2050 een investering van minstens 400 miljard euro vergen, waarvan minstens 100 miljard aan overheidssteun. Iedereen draagt zijn deel van de verantwoordelijkheid: de bouwsector, de politieke wereld en de burgers. A.T.: In tegenstelling tot de bouwsector is er in het architectenberoep geen tekort. De bouwsector beschikt duidelijk over de technische kennis en de oplossingen die nodig zijn om aan de Europese decarbonisatiedoelstellingen te voldoen. De werkelijke uitvoeringscapaciteit blijft vandaag echter onvoldoende om de beoogde trajecten te halen. De capaciteit van de sector vergroten, de financiële stimuli, de innovatie en de vereenvoudiging van de processen vormen essentiële hef bomen. Bedankt voor dit gesprek.

29


DOSSIER

Wat vinden de bedrijven van al deze eisen vanuit de Europese Unie? Wat vinden onze bouwbedrijven van deze richtlijn, van de verschillende actualiseringen ervan en van de eisen die eruit voortvloeien? Om dat te weten te komen, interviewden we drie van onze leden, één in elk Belgisch gewest, gezien de regionale invalshoek van dit dossier.

V

olgens Romuald Catoul, verantwoordelijke Innovatie en Duurzame Ontwikkeling bij Thomas & Piron Bâtiment, is een Europese visie op de EPB historisch gezien ambitieus, "want de klimatologische en sociaal-economische realiteit is niet dezelfde in elke lidstaat en er bestaan uiteenlopende politieke gevoeligheden rond het onderwerp", zegt hij. "Maar die decarbonisatie tegen 2050 bereiken is noodzakelijk én een uitdaging. Er zal een consensus moeten worden gevonden tussen de EU en de lokale gebieden." De eerste versie van de EPB-richtlijn dateert van 2002. "Een Europees klimaatproject opbouwen, heeft tijd gevraagd. De herziening van de richtlijn in 2010 heeft de bouw- en ontwerppraktijk in België sterk beïnvloed, met de komst van het EPB-certificaat, de EPB-verslaggever en de introductie van het Q-ZEN-gebouw … In 2018 zet Europa volop in op hernieuwbare energie, elektromobiliteit en langetermijnrenovatiestrategieën, in steeds gedetailleerdere teksten." Sinds de jaren 2000 is onze kijk op de klimaatverandering ingrijpend veranderd. "De jongste richtlijn uit 2024 is dan ook onvermijdelijk ambitieuzer. Tegelijk lijkt een zekere technocratische benadering de bovenhand te krijgen, waardoor de Europese doelstellingen dreigen los te komen van de realiteit op het terrein", legt hij uit.

Gebrek aan transversaliteit

Die verschuiving, die in 2018 begon, verandert de aard van de oefening: de regelge-

30

ving gaat niet langer uitsluitend over energieprestaties. "De richtlijn bestrijkt voortaan ook de koolstofuitstoot van nieuwbouw over de volledige levenscyclus, elektromobiliteit en zachte mobiliteit … Het toepassingsgebied is verruimd, waardoor meer regelgevingen elkaar overlappen", verduidelijkt Romuald Catoul. In België vallen deze aangelegenheden hoofdzakelijk onder de bevoegdheid van de Gewesten, maar niet uitsluitend. En in eenzelfde Gewest kunnen ze verdeeld zijn over meerdere kabinetten en administraties. "Een project is van nature transversaal, en het is net op de raakvlakken dat de problemen opduiken. Wat bijvoorbeeld met de brandveiligheid in een ondergrondse parking zodra er laadpalen worden geïnstalleerd, aangezien die nu deel uitmaken van het toepassingsgebied van de EPB? Die kwestie valt onder het federale niveau, onder meerdere regelgevingen tegelijk en onder de lokale preventiediensten. In 2021 was dat een echt probleem. Vandaag gaat het beter, maar er moest gewacht worden tot de terreinactoren geïnformeerd en ondersteund werden door referentie-instanties. Dat gebeurt niet op één dag, en de projecten zelf wachten niet … Voor een speler zoals wij, actief in de drie Gewesten, komt daar nog een laag complexiteit bij. Terreinkennis, geleidelijkheid en overgangsmaatregelen zijn essentieel."

Een evenredige verplichting?

Blijft de fundamentele vraag: is de richtlijn te dwingend? "We hopen dat de dwang binnen de perken zal blijven", preciseert hij,

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


GETUIGENISSEN

voordat hij de voorwaarden daarvoor toelicht. De eerste is economisch. "Zijn al deze eisen wel haalbaar voor de klant, terwijl de materiaal-, arbeids- en leningskosten stijgen? Het Europese project legt de nadruk op één pijler van duurzame ontwikkeling: het milieu. Maar het evenwicht met de twee andere pijlers, de economische en de sociale, is cruciaal voor het draagvlak en de duurzaamheid van het project. Op het vlak van huisvesting staat zelfs de betaalbaarheid op het spel. Aangezien het te renoveren bestand verouderd is en grotendeels in handen van particuliere eigenaars, is de uitdaging reëel: zonder haalbaarheid voor de gezinnen blijft de doelstelling van 2050 theoretisch." De tweede is de soepelheid van het kader. "Geen enkele algemene regel kan geschikt zijn voor alle gebouwen in alle gebieden. De EU heeft dat goed begrepen en biedt de lidstaten f lexibiliteit voor bepaalde criteria, als ze aantonen dat een eis technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is. Het is cruciaal dat ons Gewest dit mechanisme tijdig oppikt en gerichte afwijkingen invoert in bepaalde nuttige gevallen. Zo wordt bijvoorbeeld de toegang tot elektrisch vermogen kritiek. Maar dan moet dit soort probleem wel in aanmerking komen voor het afwijkingsmechanisme. Aan de vooravond van een massale elektrificatie is dat toch wel een paradox", zegt Romuald Catoul. "Een proces dat werkt, moet toegankelijk en voorspelbaar zijn. Een afwijkingsmogelijkheid zonder duidelijke behandelingsprocedure leidt tot een impasse. Zolang die uitzonderlijk blijft en af hankelijk is van de beoordeling van de administratie, blijft de voorgehouden evenredigheid theoretisch en voedt ze de rechtsonzekerheid, die op zich al een project kan schaden. Stel u de tijd- en geldverspilling voor! Vergunningsprocedures duren nu al bijzonder lang. Laten we dus alsjeblieft de procedures niet nog zwaarder maken en vermijden dat de regels sneller veranderen dan er gebouwd wordt: een project dat conform is bij de indiening, moet dat ook blijven bij de oplevering." De derde voorwaarde betreft de competenties. "Het aantal eisen neemt toe en vraagt om expertise uit steeds meer vakgebieden. Voor een organisatie zoals de onze wordt de coördinatie daarvan een echte uitdaging; voor een klein bedrijf wordt ze al snel on-

hebben "Wenood aan

haalbaar. Als bedrijven af haken, vertraagt de renovatie van het gebouwenbestand."

Bottom-up-strategie

Ondanks deze kritische blik benadrukt Romuald Catoul wel dat we deze decarbonisatie-ambitie tegen 2030 voor nieuwbouw en tegen 2050 voor het volledige vastgoedbestand moeten behouden. "Deze strategie moeten we uiteraard met alle mogelijke middelen proberen te behouden. Maar wanneer worden de terreinactoren bij de uitwerking betrokken? Er is nood aan een 'bottom-up'-strategie: de lidstaten moeten de noden doorgeven aan de EU. En die moet op haar beurt ook rekening houden met de politieke agenda en de lopende mandaten in die lidstaten om haar eisen op te leggen. De politiek moet luisteren naar de terreinactoren en de economische realiteit goed begrijpen. Men mag zich niet tevredenstellen met een mechanische omzetting van de Europese teksten, bij gebrek aan tijd, middelen of expertise. Integendeel, men moet steunen op de expertise van het middenveld." En tot slot: "We hebben nood aan administratieve vereenvoudiging en aan een realistische en economisch haalbare routekaart voor particulieren en bedrijven."

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

31

administratieve vereenvoudiging en aan een realistische en economisch haalbare routekaart voor particulieren en bedrijven.

"

ROMUALD CATOUL


DOSSIER

“Het is heel goed om ambitieus te zijn voor de renovatie van de Brusselse woningen” Louis Tilmans is zaakvoerder van Renovatti, een Brussels bouwbedrijf dat gespecialiseerd is in energetische renovatie en tien medewerkers in dienst heeft. EPB, isolatie, de installatie van warmtepompen, ventilatie … het zijn dan ook thema’s die ons lid in de hoofdstad nauw aan het hart liggen.

“J

a, de Europese richtlijn is ambitieus en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft al heel wat eisen ingevoerd. Maar dat stoort me absoluut niet, het is heel goed om ambitieus te zijn voor de renovatie van de Brusselse woningen”, benadrukt Louis Tilmans. “Al die eisen en al die deadlines tegen 2030, 2040 en 2050 zijn volgens mij haalbaar. Al die woningen moeten hoe dan ook gerenoveerd worden, en in Brussel geldt dat des te meer”, stelt hij.

"Wat de

rekenmethode betreft: ik ben vooral in Brussel actief en het is ingewikkeld om naar Vlaanderen te trekken met een volledig ander EPB-systeem. LOUIS TILMANS

"

In zijn dagelijkse praktijk merkt hij bij zijn klanten een groeiende belangstelling voor EPB. “De meeste mensen die me voor een werf contacteren, zijn op de hoogte van al die eisen. Het is trouwens net daarom dat ze een aannemer zoeken”, benadrukt de zaakvoerder van Renovatti. “Ik heb twee types klanten. Aan de ene kant de starters op de woningmarkt. Dat zijn jonge mensen die eraan beginnen en hun pand willen renoveren. Helaas is een volledige renovatie die aan alle eisen voldoet, voor hen onbetaalbaar. Dan zoeken we samen naar een oplossing, want we zijn verplicht om te faseren omdat het hen te veel kost. Nochtans is het beter om de energetische renovatie in één keer volledig uit te voeren, en over tien jaar zal het meer kosten. Aan de andere kant heb ik gepensioneerden die de middelen hebben en een pand correct en volledig willen renoveren om het in goede staat door te geven aan de volgende generatie.” Je merkt het: zijn bedrijf werkt voor heel verschillende profielen. Probleem: voor wie minder middelen heeft, zijn de premies in

32

Brussel verdwenen. “Ja, dat is duidelijk een probleem. Maar we hebben nu wel duidelijkheid. Ik bedoel daarmee dat veel klanten hun project en hun bestek in de wachtkamer hadden gezet door de onduidelijke situatie rond de premies. Nu die zijn afgeschaft, weten ze waar ze aan toe zijn en gaan sommigen toch van start”, benadrukt Louis Tilmans.

Twee stimulansen

Zoals eerder in dit dossier al aan bod kwam, telt het Brussels Gewest 61% huurders. En omdat verhuurders de energiekosten niet betalen, zet dat hen niet aan om te renoveren, zeker niet in een context waarin de premies zijn afgeschaft. “Ik denk dat er twee stimulansen nodig zijn om mensen tot renoveren aan te zetten: de registratierechten en de onroerende voorheffing verlagen.” Over de fusie van de EPB-adviseur en -certificeerder tot één EPB-deskundige en over de vraag om de rekenmethode tussen de gewesten te harmoniseren, is hij natuurlijk positief. “Alles wat tot vereenvoudiging leidt, wordt positief onthaald. Wat de rekenmethode betreft: ik ben vooral in Brussel actief en het is ingewikkeld om naar Vlaanderen te trekken met een volledig ander EPB-systeem. Die rekenmethode harmoniseren zou inderdaad een goede zaak zijn!” Tot slot moedigt hij al zijn collega’s aan om zich bij te scholen over EPB. “Ik heb via het Build Circular-programma verschillende opleidingen rond circulair renoveren gevolgd, onder meer tijdens de coronacrisis. Dat heeft me enorm veel bijgebracht en het is ook de reden waarom ik me in die business heb gespecialiseerd.” Om af te sluiten: “Het is belangrijk dat wij, aannemers, allemaal heel goed gekwalificeerd zijn, want de kwaliteit van de plaatsing van het isolatiemateriaal wordt niet meegerekend in de EPB. De administratie kan dat aspect niet controleren. Als de aannemer daarvoor niet gekwalificeerd is, krijgen we problemen.”

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


GETUIGENISSEN

EPC kwalitatief verbeteren Eltherm is een bedrijf dat thuis is op alle isolatiemarkten. Het kan zowel thermische als akoestische isolatietechnieken toepassen, in de woning- én de utiliteitsbouw, voor particulieren én voor aannemers en over het ganse Belgische grondgebied. Gedelegeerd bestuurder Roel Coose is dus de geknipte persoon om het te hebben over de energieprestatieregeling en de mogelijke verbeterpunten op dat vlak.

H

En spelen subsidies een rol?

oe evolueert de isolatiemarkt momenteel?

Op de isolatiemarkt is het momenteel relatief kalm. In nieuwe woningen is het aanbrengen van degelijke isolatie een standaardpraktijk geworden. Maar daar ondervinden wij de effecten van de slabakkende conjunctuur, voornamelijk bij de sleutel-op-de-deurbedrijven. De renovatie van oudere gebouwen die worden omgebouwd en vaak herbestemd, doet het beter. Dan wordt doorgaans ook aan de verbetering van de isolatie gedacht, in combinatie met de vernieuwing van de technieken. Terwijl gezinnen na de aankoop van een bestaande woning, vroeger veeleer stapsgewijs renoveerden, kiezen zij nu vaker voor een totaalrenovatie, dikwijls omdat banken gunstigere leenvoorwaarden toekennen als zij hun woning grondig energiezuiniger maken.

Die doen de vraag naar isolatiewerken effectief toenemen. Ik ben akkoord dat de premies gaan naar gezinnen die ze het meest nodig hebben. Maar doordat de premies voor spouwisolatie niet meer gelden voor de hogere inkomens, verdwijnen voor hen spijtig genoeg ook de kwaliteitseisen die aan de premies gekoppeld waren. Die certificatie kostte 1,5 à 2 euro per m² maar dat werd wel gecompenseerd door een premie van 6 euro per m². Die kwaliteitscontrole dreigen ze nu achterwege te laten, wat de deur openzet voor slechte uitvoeringen en malafide aannemers. Daarnaast stel ik voor om hogere premies toe te kennen voor de isolatie met biomaterialen, zoals in Wallonië het geval is. Die zijn iets duurder maar worden hier geproduceerd. De aanvoerketen is dus korter en zo worden wij minder afhankelijk van de petrochemie.

Is iedereen nu overtuigd van de noodzaak om te isoleren?

Wat moet aan de EPC-toepassing verbeteren?

Ik denk van wel. Zij hebben daarbij vooral aandacht voor de daken (want daar doen zich de grootste energieverliezen voor) en voor de muren. Voor de muren opteren zij vooral voor spouwmuurisolatie. Buitenisolatie is immers duurder. Voor oudere gebouwen wordt meer binnenisolatie toegepast en dat gebeurt dan vaker met biologische materialen. Maar het laaghangend fruit (de gemakkelijk te isoleren zolders en vloeren) is intussen geplukt. De terugval wordt nog versterkt door de besparingen in de renovatiepremies.

Het EPC-rapport is transparant want het levert een precies cijfer en een visueel duidelijke kleurcode op. Maar een EPC kan voor eenzelfde gebouw tot uiteenlopende resultaten leiden, afhankelijk van de verslaggever. EPC’s kunnen zelfs online worden aangevraagd tegen een minimale kost. Ik raad gezinnen aan om zich te wenden tot gerenommeerde energiedeskundigen. Ook de nauwkeurigheid van het EPC kan beter. EPC-deskundigen zouden best zogenaamd ‘destructief’ onderzoek uitvoeren. Zo’n visueel onderzoek is relatief eenvoudig: een gaatje boren en met een camera naar binnen kijken. Maar de EPC-deskundigen mogen dit meestal niet doen. De adviezen van het EPC zouden ook meer op maat van het gebouw moeten geschreven zijn. En de prijsinschattingen die het EPC opgeeft, zijn doorgaans niet representatief. Kortom: vooral kwalitatief kan het EPC nog sterk verbeteren.

Speelt het EPC daarbij een rol?

Zeer zeker, meer nog dan de stijgende gasen olieprijzen want die stijging ervaren de mensen trager. Bij een EPC met een hoog kengetal kijken de mensen zeer bewust naar wat zij kunnen doen om dat getal te verlagen en daardoor de waarde van hun woning te verhogen.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

33

Ook de "nauwkeurigheid van het EPC kan beter. EPCdeskundigen zouden best zogenaamd 'destructief onderzoek' uitvoeren. ROEL COOSE

"


Veerkracht wordt beslissende factor voor de Europese bouwsector richting 2026 Economische onzekerheid dwingt bouwbedrijven tot structurele keuzes in data, technologie en samenwerking.

De Europese bouwsector staat onder toenemende druk door economische onzekerheid, arbeidsmarktkrapte en wisselende regelgeving. Bedrijven die blijven werken volgens traditionele modellen lopen het risico structureel achterop te raken. Recent onderzoek onder Europese experts toont aan dat veerkracht uitgroeit tot een structurele succesfactor voor de sector. De onderzoeksresultaten zijn samengebracht in het e‑book Van onzekerheid naar veerkracht: De digitale toekomst van de bouw van 4PS.

Download het volledige e book ‘Van onzekerheid naar veerkracht: De digitale toekomst van de bouw’ voor verdieping en achtergrond.


Onzekerheid raakt rechtstreeks de kern van de sector

De voorbije jaren is gebleken dat onzekerheid in de bouw geen tijdelijke verstoring meer is, maar een structurele realiteit. Schommelende materiaal‑ en energieprijzen, verstoringen in toeleveringsketens en een groeiend tekort aan vakmensen maken langetermijnplanning steeds moeilijker. Tegelijk blijven de maatschappelijke uitdagingen groot: woningbouw, renovatie en verduurzaming vragen om schaal en voorspelbaarheid, terwijl de marges onder druk staan.

Veerkracht: van defensief naar strategisch

Bouwbedrijven die investeren in veerkracht blijken beter in staat om schokken op te vangen én kansen te grijpen; het is al lang geen louter defensieve maatregel meer. Dat vraagt om andere keuzes dan in het verleden. Niet alleen kostenbeheersing, maar vooral datagedreven besluitvorming, geïntegreerde processen en samenwerking in de keten bepalen wie vooruit geraakt. Georg Connert, Executive VP en Global Business Unit Head bij Hilti, stelt: “Veerkrachtig zijn is een concurrentievoordeel, net omdat de bouw per definitie volatiel is en wordt gekenmerkt door lange projectcycli en onzekerheid.”

Arbeidsmarkt als structureel breekpunt

Een van de grootste risico’s voor de sector blijft het personeelstekort. In Europa zijn richting 2030 miljoenen extra vakmensen nodig, terwijl een groot deel van de huidige beroepsbevolking de sector verlaat door vergrijzing. Zonder productiviteitsverhoging en andere manieren van werken dreigt de uitvoering van bouw‑ en infraprojecten vast te lopen. Frederik Brugmans, Associate Director bij KPMG Strategy, ziet dat dit bedrijven dwingt tot herpositionering:

Georg Connert

“Hoofdaannemers waren traditioneel georganiseerd. Nu evolueren ze naar industriële bouw en meer geïntegreerde samenwerking in de keten om risico’s beter te beheersen.”

Digitalisering is beschikbaar, maar nog niet benut

Hoewel digitale technologie, AI en geïntegreerde ERP‑systemen breed beschikbaar zijn, maakt slechts een beperkt deel van de bouwbedrijven hier structureel gebruik van. Die kloof vergroot de verschillen in wendbaarheid en weerbaarheid binnen de sector. Bedrijven die vandaag investeren in data, procesintegratie en transparantie bouwen volgens 4PS een structurele voorsprong op, net in onzekere tijden.

Keerpunt richting 2026

Richting 2026 tekent zich een kantelpunt af voor de bouwsector. Onderzoek onder Europese experts toont twee mogelijke toekomsten: vasthouden aan business as usual, met toenemende kwetsbaarheid als gevolg, of kiezen voor structurele verandering. In dat laatste scenario wordt veerkracht een concurrentievoordeel in plaats van een noodgreep. De analyse is gebundeld in het e‑book Van onzekerheid naar veerkracht: De digitale toekomst van de bouw.

Over 4PS by Hilti 4PS is digitalisatiepartner voor bedrijven in de bouw, GWW/ infra en installatie. Met innovatie softwareoplossingen helpt 4PS bedrijven hun processen te digitaliseren en te verbeteren. 4PS is actief in Europa en onderdeel van de Hilti Group.

www.4ps.be

Frederik Brugmans


SECTOR & BEROEPEN

J

ean-Jacques Nonet ontving ons op de maatschappelijke zetel van het bedrijf in Jemeppe-sur-Sambre. Al enkele jaren zijn het zijn vier kinderen (Simon, François, Claire en Marie) die het familiejuweel leiden, dat actief is in zes grote sectoren: wegenbouw, ondergrondse netten, recyclage, sloop, omheiningen en toegangscontrole, en de productie van stortklaar en geprefabriceerd beton. Maar de voormalige voorzitter van onze Waalse gewestelijke entiteit zetelt nog in de raad van bestuur. “Ik ga me binnenkort terugtrekken, 75 jaar is een goede leeftijd om plaats te maken voor anderen”, preciseert hij, voordat hij een blik in de achteruitkijkspiegel werpt.

Aan het hoofd van het bedrijf gekatapulteerd

Het was Jean, zijn vader, die in 1958 als wegenbouwaannemer startte. “Ik was toen 7 jaar, en zijn eerste werf was de aanleg van paden op een kerkhof, met een kruiwagen en een eerste medewerker. Een andere tijd!”. In de jaren 60 sloot Jean Nonet zich aan bij de Chambre Syndicale de la Construction van Namen, zoals de lokale vereniging van Embuild Namen-Waals-Brabant toen heette, afdeling 'wegenbouw'. “In 1973 kreeg papa een beroerte

15 man personeel. Dankzij hun samenwerking en hun trouw konden we het ‘volhouden’ om daarna stap voor stap vooruit te gaan.”

Vertrek uit en terugkeer naar de federatie

Maar de bedrijfsvoering loopt voor de jonge Jean-Jacques niet van een leien dakje. Enkele jaren later kampt de onderneming met een moeilijke balanssituatie. “Ik klop dan aan bij de lokale Kamer van Namen. Die kan niets voor me doen en laat me zelfs weten dat ik blij mag zijn dat ze mijn wankele financiële situatie niet aanklaagt. Gezien die situatie besluit ik om de federatie enkele jaren te verlaten.” De eerste ervaring van de voormalige voorzitter van Embuild Wallonie met de beroepsorganisatie is dus geen succes, en dat is nog zacht uitgedrukt. Maar daar zal geleidelijk aan verandering in komen… In die tijd werden offertes nog in het gemeentehuis ingediend. “En het was traditie dat we elkaar daarna met de collega-aannemers terugzagen om samen iets te gaan drinken. Tijdens onze gesprekken slaagden ze er gaandeweg in om me te overtuigen om terug te keren naar de Kamer van Namen, afdeling wegenbouw van de vroegere Fédération Wallonne des Entrepreneurs de Travaux de Voiries

“Mijn belangrijkste doel is altijd geweest dat onze organisatie zo efficiënt mogelijk werkt, in het belang van de leden” We zetten onze artikelreeks over 80 jaar Embuild voort. In dit septembernummer geven we het woord aan Jean-Jacques Nonet (75), voormalig voorzitter van Embuild Wallonie, toen nog de CCW, en voormalig gedelegeerd bestuurder van het bedrijf Nonet, dat intussen de Groupe Jean Nonet is geworden. “80 jaar Embuild is een mijlpaal. Misschien is dit het moment om onszelf telkens weer de juiste vragen te stellen en zonder angst kritisch naar onszelf te kijken. Mijn belangrijkste doel is altijd geweest dat onze beroepsorganisatie zo efficiënt mogelijk werkt, in het belang van de leden”, zegt Jean-Jacques Nonet. en hij heeft zijn beroepsactiviteit nooit meer kunnen hervatten”, legt hij uit. “Ik zat toen nog in het secundair en ik was net gestopt met school om met hem in het bedrijf te werken. Ik had geen enkele opleiding en slechts enkele maanden ervaring op de werkvloer. En zo werd ik als kostwinner aan het hoofd van het bedrijf gekatapulteerd, zonder enige ervaring en met

36

(FWEV). Het was een geweldige periode! Ik kon me er vormen, grote bedrijven leren kennen en mijn intrede doen in diverse zakenmilieus. Ik engageerde me zo sterk dat men me vroeg om de vertegenwoordiger voor Namen van de FWEV te worden, deze keer op Waals niveau. Ik ontdekte toen weer een nieuwe wereld en het was voor mij de gelegenheid om steeds bij te

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


VERJAARDAG EMBUILD

leren en alles wat bij het vak komt kijken beter te begrijpen. En toen het moment van het beurtrolvoorzitterschap voor Namen aanbrak, stelde men me de functie voor, die ik aanvaardde.”

Markante feiten met Maxime Prévot

Jean-Jacques Nonet is de zoon van Jean, de oprichter van het bedrijf Nonet in 1958, dat de Groupe Jean Nonet is geworden.

Bij het begin "van mijn

voorzitterschap kwamen we met verschillende voormalige voorzitters van de CCW samen om aan onze efficiëntie te werken doorheen onze verschillende verenigingen.

"

Als voorzitter van de FWEV, die nu Mobiwall heet, herinnert Jean-Jacques Nonet zich twee markante feiten, allebei in verband met Maxime Prévot, destijds de Waalse minister van Openbare Werken. “We waren bij hem langsgegaan om over de wegenbelasting te praten. Didier Block, de secretaris-generaal, had hem uitgelegd dat een retributie interessanter zou zijn dan een belasting. Na enige bedenktijd ging de minister op dat voorstel in. Dat was voor ons een stap vooruit, want het geld dat via retributies wordt geïnd, gaat rechtstreeks naar de wegen, in tegenstelling tot de wegenbelasting zoals in Vlaanderen of Brussel, die in de ‘gemeenschappelijke pot’ terechtkomt”, zegt hij. “Gezien de erbarmelijke staat van de wegen waren we tussen 2010 en 2015 de campagne ‘Sauvons nos routes’ (Laten we onze wegen redden) gestart. Op een ochtend vond in Wépion een persconferentie plaats om de campagne voor te stellen, en het onderwerp zou in het televisiejournaal van 13 uur aan bod komen. Die dag was Maxime Prévot op de terugweg van Brussel naar Namen en hij had via ik weet niet wie vernomen dat die persconferentie plaatsvond, waarvoor hij uiteraard niet was uitgenodigd. Hij keerde meteen terug om zich door de RTBF over dat onderwerp te laten interviewen. Hij kwam in het televisiejournaal van 13 uur uitleggen dat hij over een budgettaire reserve beschikte en financiering zou vinden om dat probleem op te lossen. We stonden versteld dat hij bij de aanloop van onze actie ‘Sauvons nos routes’ aanwezig was en meteen ook zijn antwoord bracht. Voor ons was de missie daarmee geslaagd.”

Voorzitter van Embuild Wallonie

Dat lobbywerk en al die ontmoetingen lieten een positieve indruk na op de zoon van de oprichter van het bedrijf Nonet, die binnen onze beroepsfederatie nog heel wat andere verrijkende avonturen zou beleven. “Tijdens die periode van mijn leven ging het binnen de federatie voor mij nog sneller. Men vroeg me min of meer tegelijk om ook het voorzitterschap van de Kamer van Namen op me te nemen en vervolgens, in 2015, werd ik op gewestelijk

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

niveau gevraagd om voorzitter te worden van de Confédération Construction Wallonne, de vroegere CCW, nu Embuild Wallonie. De kinderen waren net in het bedrijf gestapt om er de dagelijkse leiding op te nemen. Ik had dus tijd om me drie jaar lang, tot in 2018, in te zetten voor die zeer veeleisende opdracht in Brussel.” Hij trok toen geregeld naar de zetel van de vroegere Confederatie Bouw, in de Lombardstraat in Brussel. “Daar zie je iedereen op nationaal niveau en zijn alle beroepen vertegenwoordigd. De collega-aannemers, zelfs van de grote bedrijven, zijn gastvrij en respectvol tegenover de kleine ondernemingen. Je neemt deel aan tal van vergaderingen met de vroegere nationale Confederatie, met Constructiv voor de opleidingen, met de vakbonden voor de sociale onderhandelingen… Wat een verrijking om zoveel nieuwe dingen te leren en te ontdekken! Het was ook een ingewikkelde periode voor de vroegere CCW, die volop in reorganisatie zat en op zoek was naar meer financiële middelen. Ik nam aan die reorganisatie deel door nauw samen te werken met de vroegere nationale Confederatie, die aan de basis van dat initiatief lag. Bij het begin van mijn voorzitterschap kwamen we met verschillende voormalige voorzitters van de CCW samen om aan onze efficiëntie te werken doorheen onze verschillende verenigingen. Onze codenaam was 'De Musketiers'. Ik denk dat we in onze missie geslaagd zijn om denksporen te lanceren voor een efficiëntere structuur. Onze structuren waren een beetje te theoretisch en er waren mensen van het terrein nodig om de mensen van het terrein te antwoorden.”

Besluit

Na 2018 trok Jean-Jacques Nonet zich volledig terug uit Embuild. “Dat is een zeer belangrijke periode in mijn beroepsleven geweest. De organisatie heeft me gevormd, want ik begon van nul, en heeft me een heleboel mensen in onze mooie sector laten ontmoeten. Ik ben haar daar erg dankbaar voor, want het meest verrijkende zijn de ontmoetingen”, benadrukt hij. Om dan af te sluiten. “De sector is sterk geëvolueerd, de dienstverlening aan de leden is cruciaal en er moet verder ingezet worden op een steeds meer geïndividualiseerde dienstverlening aan de leden. Het lobbywerk moet uiteraard behouden blijven. 80 jaar Embuild is een mooie mijlpaal. Ik ben blij dat ik mijn steentje aan dit grote avontuur heb kunnen bijdragen.”

37


SECTOR & BEROEPEN

Heb jij een passie voor je job? Wil je jouw verhaal delen met toekomstige arbeidskrachten? ✔Vertel enthousiast over jouw werk in de bouwsector

✔️ Inspireer jongeren om te kiezen voor een toekomst in de bouw

✔ Ervaar hoe het is om een 2 uur voor de klas te staan

Als Toekomst"bouwer krijg je

een unieke kans om jouw kennis te delen en onze toekomstige bouwers te inspireren.

"

KAREL DERDE, BEDRIJFSLEIDER VAN DERDE CONSTRUCT EN TOEKOMSTBOUWER

Embuild Vlaanderen organiseert dit najaar opnieuw gastlessen voor leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs. Daarom zoeken we enthousiaste professionals die als Toekomstbouwer jongeren willen laten kennismaken met de bouwsector. Jij vertelt hoe je jouw droomjob hebt gevonden, wat jouw werk zo boeiend maakt en welke impact de bouwsector heeft op ons dagelijks leven en de toekomst. Waar mogelijk kan je leerlingen ook ontvangen op een werf of in je bedrijf, zodat ze de sector van dichtbij ervaren.

Embuild helpt jou

✔ Kant-en-klare presentaties en templates ✔ Een koppeling met scholen in jouw regio ✔ Extra zichtbaarheid voor jouw bedrijf via onze communicatie

Hoe mooi kan het zijn! #wezennervooriedereen!

Andy Zenner: Een vriendin van mij, die jarenlang als leerkracht werkte, gaf mijn zoon bijles. Dankzij haar inzet behaalde hij zijn diploma en werkt hij nu in bouwsector. Toen ze me vertelde dat ze met pensioen ging, besloot ik haar, samen met een klasgenoot, te verrassen met een bezoek. De verrassing was zo groot dat lesgeven niet mogelijk was! Daarom nam ik spontaan even over. Alleen werd het geen les Frans, maar een enthousiaste kennismaking met de bouwsector. Ik vertelde de leerlingen over de innovaties die vandaag de bouw vormgeven en over de vele boeiende beroepen die de sector te bieden heeft. Achteraf hoorde ik dat de leerlingen opvallend aandachtig hadden geluisterd en vooral verrast waren door hoe vernieuwend en veelzijdig de bouw vandaag is. Een mooier compliment kon ik me niet wensen. Deze ervaring bevestigt hoe belangrijk de bruggen tussen onderwijs en bedrijfsleven zijn. Willen we meer jongeren warm maken voor de bouw, dan dienen we hen op een enthousiaste en realistische manier te laten kennismaken met onze sector. Door rechtstreeks met leerlingen in gesprek te gaan, creëren we bij hen een correct beeld en tonen we de vele innovaties en beroepen die de bouw biedt.

Jij brengt enkel jouw ervaring en enthousiasme mee.

Ook klaar om jongeren warm te maken? Zo doe je mee:

1 Je bent lid van Embuild Vlaanderen. 2 Je schrijft je in als gastlesgever. 3 Scholen nemen contact op om een datum af te spreken. 4 Jij inspireert de bouwers van morgen.

38

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

ANDY ZENNER


TOEKOMSTBOUWERS

Wat doet Embuild Vlaanderen naar de scholen toe?

1 Organiseren Open Wervendag voor leerlingen i.s.m. Constructiv

2 Toekomstbouwers: Gastlesgevers toeleiden naar scholen i.s.m. Vlajo 3 Be.hot! i.s.m. onderstaande partners

• Biobased circulaire materialen : ontwikkeling mobiele toolkit – op termijn in de provincies ter beschikking stellen van de scholen i.s.m. onderstaande partners • Kamp C – vanaf 2027 - rondleidingen door aannemers voor leerlingen • Be.Hot! - Zowel gastlesgevers zoeken als workshops uitwerken voor leerlingen eerste graad rond biobased circulaire materialen.

Naar aanleiding van klimaatverandering en duurzaamheid is er een groeiende vraag naar biobased materialen. De leerlingen zouden die nieuwe materialen best leren kennen alsook uitgedaagd worden om er mee aan de slag te gaan. Be.hot! bouwt de brug tussen het onderwijs en het werkveld en tracht op diverse manieren - zoals hierboven omschreven - leerlingen in contact te brengen met de materialen en de verwerking ervan in gebouwen.

Benieuwd naar Be.hot! ?

Een sterke band tussen scholen en bouwbedrijven is essentieel voor de toekomst van de sector. Samen kunnen we jongeren inspireren om bewust voor een opleiding en carrière in de bouw te kiezen. Want gemotiveerde jongeren vormen de vakmensen van morgen.

Scan de qr-code of ga naar website : https://www.embuildvlaanderen. be/projecten/be.hot!/

met de steun van

EMBUILD MAGAZINE •09|2026

39


SECTOR & BEROEPEN

Sneller én beter bouwen door samen te bouwen BOUWFORCE deelt de eerste inzichten uit twee praktijkcases voor bouw-KMO's BOUWFORCE wil sneller én beter bouwen door samen te bouwen. Het collectieve onderzoeksproject van Buildwise, Hogeschool PXL, Embuild en Bouwunie, met steun van VLAIO, onderzoekt hoe lean tools en methodieken bouw-KMO's helpen om projecten kwalitatiever (minder faalkosten) en sneller (kortere doorlooptijd) op te leveren. De sleutel is een meer procesgedreven samenwerking, zowel intern als in de keten tussen hoofdaannemers, onderaannemers, bouwhandelaren en logistieke spelers.

D

e lean toolbox wordt op maat van KMO's ontwikkeld rond drie hef bomen: proces (welke stappen zijn nodig), technologie (welke tools en systemen ondersteunen) en mensen (hoe zorgen we dat de aanpak gedragen wordt). Op de vijfde begeleidingsgroep stond de stand van zaken centraal van twee praktijkcases die sinds maart 2026 in de echte bouwpraktijk worden getest: Klantwaarde en PrepEx.

CASE 1: Klantwaarde: van reactieve uitvoerder naar proactieve facilitator

Laattijdige of wijzigende klantkeuzes maken het bouwproces onvoorspelbaar en veroorzaken vertraging, herwerk, extra kosten en spanningen tussen de betrokken partijen. Samen met totaalaannemer Boud en Aannemer Houtskeletbouw Intopia onderzoekt de case hoe bouw-KMO’s verder kunnen evolueren van reactieve uitvoerder naar proactieve facilitator, waarbij het klantkeuzeproces en bouwplanning beter op elkaar worden afgestemd. Klantwaarde staat hierbij centraal als lean-principe.

TAKE-AWAYS  'Selectie aan de poort': durf kritisch selecteren en kies vooraf de klanten en projecten die écht bij je specialisme en manier van werken passen. Dit bezorgt jouw klan-

40

Bruggen bouwen tussen droom en realiteit.

ten een grotere maatwerkbeleving!  Grondige intake: Neem vooraf tijd om naar de klant te luisteren. Vraag door tot de bouwdroom van de bouwheer glashelder is, zodat je samen start met één concrete bouwopgave.  Afstemming met de architect: Ontdek zijn/haar drijfveren en ambities en doorgrond zijn/haar visie en werkwijze. Toets af hoe hij/zij de bouwdroom vertaalde in het ontwerp en hoe hij/zij naar samenwerking kijkt. Inzicht in common ground en verschillen kan je gebruiken om elkaar tijdens de bouw te versterken in plaats van tegen te werken.  Regie en rust: Neem de bouwheer - via open communicatie- proactief mee doorheen het volledige bouwproces. Geef vanaf de start een helder overzicht van het tra-

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


BOUWFORCE

De bouwfasen waarin informatie moet doorstromen.

ject, de belangrijkste beslismomenten en de achterliggende planning. Luister naar de informatie- en betrokkenheidsbehoefte van de klant en stem het keuzeproces daarop af. Dit versterkt het vertrouwen en verhoogt de klanttevredenheid.  Keuzevoorbereiding en vroegtijdige visualisatie: Tijd voor keuzevoorbereiding is cruciaal om robuuste beslissingen te versnellen in the end. Zet daarbij al vroeg in op BIM- en 3D-visualisatie en voorkom zo twijfel.  Praktische wijzigingsprotocollen: Maak vooraf met zowel de klant als de architect goede afspraken over hoe je omgaat met keuzewijzigingen en meerwerken, en pas deze afspraken consequent toe.

CASE 2: PrepEx: een vlottere overdracht van voorbereiding naar uitvoering

Onduidelijke verantwoordelijkheden, onvolledige dossiers en slecht afgestemde overdrachten leiden tot fouten, herwerk en vertraging, vooral bij de overgang van werkvoorbereiding naar uitvoering. In het eerste piloot-bedrijf werd het volledige proces in kaart gebracht, van projectontwikkeling tot oplevering: een end-to-end model met 72 activiteiten over acht fasen. Om interne en externe informatieoverdrachten vlot te laten verlopen dienen we de processen te begrijpen, te beheren en te verbeteren zowel intern als extern.

EMBUILD MAGAZINE •09|2026

TAKE-AWAYS  Breng eerst het volledige proces in kaart: visualiseer samen met de betrokken experts de onderlinge af hankelijkheden tussen rollen. Zo creëer je meteen draagvlak.  Leg rollen en verantwoordelijkheden vast met een RACI-matrix: wie voert uit, wie is eindverantwoordelijke, wie wordt geconsulteerd of geïnformeerd. Zo creëer je duidelijkheid en eigenaarschap.  Inefficiëntie komt vaak niet van de processtappen zelf, maar van onduidelijk eigenaarschap en slecht georganiseerde overdrachten.  De grootste verbeterkansen liggen daar waar functies en afdelingen elkaar kruisen.  Bepaal per overdracht welke info minimaal nodig is en wanneer het ‘volledig’ is en kan doorstromen naar de volgende stap in het proces.  Onderbouw overdrachten met duidelijke afspraken, kwaliteitscriteria, checklists en KPI's.

INFO : Meer info nodig? Neem contact op met Freija Jongbloet (Embuild Vlaanderen) via freija.jongbloet@embuild.be

41


SECTOR & BEROEPEN

Interreg-project demonstreert voordelen van energiezuinige koelsystemen Tijdens de voorbije zomer hebben wij opnieuw een aantal hittegolven met dodelijke gevolgen meegemaakt. Tijdens de hittegolf van 18 juni tot 1 juli bijvoorbeeld waren er volgens Sciensano 1.747 meer overlijdens dan normaal. Tegelijk piekte de vraag naar airco-units. Maar is deze koeling de juiste aanpak? Het project Duurzaam Zomercomfort wil juist aantonen dat het mogelijk is om in gebouwen (en met name in kantoor- en schoolgebouwen en woonzorgcentra) oververhitting te vermijden met minder primair energieverbruik dan met klassieke actieve koelsystemen. Tegelijk wil het project demonstreren dat energiezuinige koelsystemen kostenefficiënt zijn en vergelijkbaar (of zelfs beter) comfort garanderen. (piek)koelvraag drastisch reduceren. Maar door een gebrek aan ervaring en kennis worden deze energiezuinige koelsystemen in de praktijk nog relatief weinig toegepast. Het project Duurzaam Zomercomfort wil hierin verandering brengen. Anna Maebe: “Er is een duidelijke vraag om de voordelen, beperkingen en toepassingsmogelijkheden van hernieuwbare koeling te identif iceren en deze koelsystemen te demonstreren in concrete bouwprojecten. Ons project speelt hierop in.

Gerenoveerd zorgcomplex Hoogstaete

I

ndustrieel ingenieur Anna Maebe is projectcoördinator Klimaat & Energie bij Embuild Vlaanderen en coördineert het project Duurzaam Zomercomfort en vat het als volgt samen: “De doelstelling van dit project is in essentie de volgende: gebouwen beschermen tegen oververhitting met energie-efficiënte bouwtechnieken en hernieuwbare koeling, zodat comfort, energieverbruik en klimaatdoelstellingen hand in hand gaan.” Het toenemend gebruik van actieve koeling met airco-units staat haaks op de Europese ambitie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, het energieverbruik te reduceren en het energie-aandeel uit hernieuwbare bronnen te verhogen. De Europese Unie streef t dan ook naar een ver-

snelde af bouw van koelmethodes die gebruik maken van gassen die het broeikaseffect nog doen toenemen.

Hernieuwbare energie voor koeling

Technieken die gebruik maken van hernieuwbare energie voor koeling, bestaan trouwens al. Daartoe behoren onder andere bodemenergie (ondiepe geothermie), aquathermie (duurzaam koelen met water) en intensieve ventilatie. Aangepaste afgif tesystemen, zoals vloer- of plafondkoeling of ventilo- (ventilatie-)convectoren, zorgen vervolgens voor de eff iciënte verspreiding van koude doorheen het gebouw. Bovendien kan een gebouw met de juiste oriëntatie, de inzet van zonnewering en een slimme regeling de

42

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Focus op nietresidentiële gebouwen

De focus van ons project ligt niet op f latgebouwen en huizen maar op grotere niet-residentiële gebouwen. Denk daarbij aan school- en kantoorgebouwen en aan woonzorgcentra. De renovatie van het bestaande patrimonium vormt met name in de zorgsector een grote uitdaging. Het gaat om een sector met een erg groot patrimonium dat door de toenemende vergrijzing in de toekomst nog zal uitbreiden.” Het project kadert binnen het Interreg-programma Vlaanderen-Nederland en betref t een grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse kennisinstellingen (Thomas More Kempen, KU Leuven, TU Delf t en TU Eindhoven), beroepsorganisaties (Embuild Vlaan-


DUURZAAM ZOMERCOMFORT

deren en het Nederlandse platform voor professionals in de installatietechniek TVVL), gebouweigenaren (het Kempische Kamp C en de Nederlandse zorgkoepel Zuyderland) en gespecialiseerde bedrijven (de Belgische aquatermie-expert EXTRAQT en de Nederlandse Safegroup), met een aantal provinciebesturen en de Nederlandse overheid als co-f inanciers.

Brede waaier aan koelstrategieën

Anna Maebe: “Tijdens het project demonstreren en analyseren we een brede waaier aan energie-ef f iciënte en hernieuwbare koelstrategieën in 13 gebouwen. Het gaat enerzijds om bestaande gebouwen waar onlangs energie-eff iciënte ingrepen plaatsvonden, en anderzijds om drie renovatieprojecten die in de loop van het project zelf worden gerealiseerd. Wij richten ons met ons project tot gebouweigenaren en beleidsmakers maar daarnaast ook tot Vlaamse en Nederlandse bouwprofessionals (installatiebedrijven, studiebureaus, architecten enz.). Het project moet uitmonden in technische f iches per project, bestekomschrijvingen, dimensioneringstools en dergelijke. Maar in de loop van het project nodigen wij geïnteresseerden ook uit op excursies naar demogebouwen en op workshops waarop de deelnemers van anderen leren hoe zij een en ander kunnen toepassen.”

Energie-efficiënt alternatief

Een van de zopas afgewerkte demoprojecten betref t de renovatie van het zorgcomplex Hoogstaete Zuyderland te Sittard. Dit project heef t aangetoond dat de combinatie van PCM (Phase Changing Materials) en indirecte adiabatische koeling een energie-eff iciënt alternatief biedt voor traditionele mechanische koeling. Deze combinatie blijkt tot een substantiële reductie van het elektriciteitsgebruik en van de bijbehorende CO2-emissies te leiden.

PLEIDOOI VOOR TOEPASSING VAN LADDER VAN KOELING Zestien organisaties (waaronder Embuild Vlaanderen) hebben met een gezamenlijke brief en nota bij de Vlaamse minister van Energie en Klimaat aandacht gevraagd voor het overhittingsprobleem. De geplande samensmelting van EPB en EPC biedt volgens hen een unieke kans om zomercomfort volwaardig in de regelgeving te verankeren. De huidige EPB-methodiek is niet ontworpen om zomercomfort en piekoverschrijdingen adequaat te beoordelen. Die regelgeving focust op de warmtevraag en energie-efficiëntie maar onderschat het risico op oververhitting waardoor heel wat nieuwe woningen met oververhitting te kampen hebben. Oververhitting treft trouwens ook de gerenoveerde woningen. Want het huidige EPC renovatiekader houdt geen enkele indicator voor oververhitting in. Om het oververhittingsprobleem structureel aan te pakken in plaats van aan symptoombestrijding te doen met airco’s alleen opteren de ondertekenaars voor de zogenaamde ‘ladder van koeling’. Die ladder betekent: 1) een zo koel mogelijke lokale buitenomgeving creëren, 2) in het gebouw eerst warmte weren via een doordacht beglazingspercentage, oriëntatie, doeltreffende (buiten)zonwering en isolatie, 3) daarna warmte afvoeren via passieve koeling (natuurlijke nachtventilatie en dwarsventilatie) en thermische massa optimaal benutten en 4) pas wanneer de voorgaande stappen zijn toegepast en onvoldoende blijken komt actieve koeling in beeld. Ook de herziene Europese richtlijn op de energieprestaties en de bijbehorende richtsnoeren benadrukken de voorrang van passieve maatregelen op actieve koeling. De 16 ondertekenaars stellen dat de geplande samenvoeging van EPB en EPC in Vlaanderen tegen 2028 en herwerking van de energieregelgeving een unieke kans bieden om het zomercomfortprobleem structureel aan te pakken. Concreet stellen zij voor om de ladder van koeling in de EPB/EPC-regelgeving te integreren. Meer in het bijzonder moet de Vlaamse overheid komaf maken met de afstraffing voor warmtepompen in de EPB-regelgeving zodra ze ook koelen.

Deze zomer pleitten de Vlaamse private woonzorgcentra bij monde van hun koepel VLOZO nog voor een verhoging van de dagprijzen om investeringen in koeling te kunnen f inancieren. Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez was bereid te onderzoeken hoe de Vlaamse overheid hittebestendige en klimaatrobuuste woonzorgcentra kan aanmoedigen via bouwsubsidies. De thematiek van het project Duurzaam Zomercomfort is dus zeer actueel. Wordt vervolgd.

EMBUILD MAGAZINE •09|2026

43

INFO: https://interregvlaned.eu/ duurzaam-zomercomfort anna.maebe@embuild.be


SECTOR & BEROEPEN

‘Built to Build’, een campagne

om vrouwen aan te trekken in de sector in de Duitstalige Gemeenschap

Embuild Verviers-Ostbelgien en Constructiv hebben de campagne ‘Built to Build’ gelanceerd. Die wil vrouwen en meisjes overtuigen om een carrière in de sector te overwegen, en alle vrouwen die al actief zijn op de werven in de kijker zetten. In een eerste fase wordt dit project specifiek uitgewerkt voor de Duitstalige Gemeenschap van België. Daarna wordt het uitgebreid naar de rest van de provincie Luik.

I

n onze kolommen berichten we regelmatig over campagnes ter promotie van de bouwberoepen op nationaal, Waals, Brussels of Vlaams niveau. Onze Duitstalige collega’s hebben nu ook een initiatief rond dit thema ontwikkeld. Dat is positief, want de rekrutering in de sector is een probleem waarmee we in alle hoeken van het land te maken hebben. De campagne ‘Built to Build’ is dan ook een uitstekende gelegenheid om de stand van zaken van onze sector in het oosten van het land op te maken.

5% van de totale werkgelegenheid

Op het eerste gezicht gaat het de sector relatief goed. De sector draagt ongeveer 192 miljoen euro bij aan de regionale economie en is goed voor bijna 7% van de toegevoegde waarde en zowat 5% van de totale werkgelegenheid in de Duitstalige Gemeenschap. Maar achter deze cijfers gaat ook in de Oostkantons een tekort aan geschoolde arbeidskrachten schuil. Het is in die context dat Embuild Verviers-Ostbelgien en Constructiv deze campagne hebben gelanceerd. Ze wil vrouwen zichtbaarder maken in de technische beroepen en meer meisjes overtuigen om een carrière in de bouw te overwegen.

118 vrouwen op 1.233 werknemers

Vrouwen zijn goed voor ongeveer 50% van de arbeidsmarkt, maar blijven in de sector sterk ondervertegenwoordigd. In de Duitsta-

44

lige Gemeenschap zijn er maar 118 vrouwen op de 1.233 werknemers in de sector, nauwelijks 10% dus. Op de werven zelf ligt hun aandeel nog lager. In de provincie Luik wijzen de cijfers van Constructiv op een aandeel van slechts 1,18% vrouwen onder de arbeiders in het derde kwartaal van 2025. “Op een moment dat de arbeidsmarkt met groeiende spanningen te maken heeft, is deze situatie een paradox. De Duitstalige Gemeenschap kent met 77,9% de hoogste werkzaamheidsgraad van het land, maar de actieve bevolking vergrijst en de vervanging van generaties verloopt te traag. Met een vervangingsgraad van amper

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Er werd een persconferentie georganiseerd om de campagne voor te stellen. Links zien we Astrid Convents, voorzitster van Embuild Verviers-Ostbelgien, en Laurence Wagnies, directrice van Constructiv – Building on People Wallonië. In het midden: de meisjes van de school Robert-SchumanInstitut in Eupen. Rechts: Paul-Philippe Hick, directeur van Embuild VerviersOstbelgien.


PROMOTIE VAN DE BEROEPEN

mogen en teamgeest. Allemaal kwaliteiten die niets met geslacht te maken hebben”, legt ze uit.

Zichtbaarheid verbeteren

Jérôme Franssen, minister van Werk van de Duitstalige Gemeenschap en peter van de campagne, met de meisjes van de school Robert-Schuman-Institut in Eupen.

0,4 komen er voor elke tien werknemers die op pensioen gaan maar vier nieuwe op de arbeidsmarkt. In die omstandigheden is het negeren van de helft van het beschikbare menselijke potentieel geen optie meer”, zegt Jérôme Franssen, minister van Werk van de Duitstalige Gemeenschap en peter van de campagne.

Obstakel?

Wat is de grootste hindernis voor vrouwen om in onze sector aan de slag te gaan? Volgens Astrid Convents, voorzitster van Embuild Verviers-Ostbelgien, is het niet een gebrek aan competenties, maar veeleer het blijven bestaan van verouderde beeldvorming. “Het beeld van de werf als mannenbastion zit nog diep verankerd in de hoofden. Toch zijn de beroepen sterk geëvolueerd. Digitalisering, moderne machines en ondersteunende systemen hebben het belang van fysieke kracht sterk verminderd. Bedrijven zoeken vandaag vooral naar nauwkeurigheid, verantwoordelijkheidszin, interesse voor techniek, leerver-

EEN VERANDERING DIE AL IS INGEZET? Is er al een mentaliteitswijziging merkbaar? De klas van het vierde jaar Houttechniek aan het Robert-Schuman-Institut in Eupen lijkt daarop te wijzen: vijf van de twaalf leerlingen zijn namelijk meisjes. “Enkele jaren geleden zou zo’n verhouding uitzonderlijk zijn geweest. Maar tegenwoordig kiezen steeds meer meisjes voor technische en ambachtelijke opleidingen », benadrukt Sebastian Hamacher, verantwoordelijke van de ateliers. De leerlingen die we spraken, beschrijven een omgeving waarin meisjes en jongens vanzelfsprekend naast elkaar werken. De terughoudendheid komt vooral van buiten de school, waar de stereotypen nog blijven bestaan. Hun boodschap aan andere meisjes is eenvoudig: probeer het, stel vragen en censureer jezelf niet.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Volgens de initiatiefnemers van de campagne is het probleem vooral een gebrek aan zichtbaarheid. Veel meisjes hebben nog nooit een vrouw ontmoet die op een werf of in een technisch beroep werkt. Zonder rolmodellen identificeren ze zich niet met die beroepen. Precies daar wil ‘Built to Build’ verandering in brengen. De campagne wil de vrouwen die al in de sector actief zijn, in de kijker zetten. Arbeidsters, schrijnwerksters, vrouwelijke technici en bedienden uit de sector worden zo de ambassadrices van een nieuw imago voor de bouw. De partners willen dan ook ambassadrices identif iceren, getuigenissen verzamelen en scholen sensibiliseren. In een eerste fase zal de campagne plaatsvinden in de Oostkantons, met de ambitie om een sterke regionale dynamiek te creëren. Daarna wordt ze geleidelijk uitgebreid naar de provincie Luik. Concreet zijn er verschillende acties gepland om die zichtbaarheid te vergroten: het plaatsen van werf banners op locaties waar vrouwen werken; de verspreiding van portretten, reportages en video’s op sociale media en in de pers; de verdeling van badges, stickers en T-shirts in de kleuren van de campagne; en sensibiliseringsacties in scholen. Het doel is niet alleen te communiceren, maar geleidelijk een duurzame cultuuromslag te bewerkstelligen.

Economische noodzaak

Voor de partners van het project gaat de uitdaging veel verder dan de kwestie van gelijke kansen. Door de daling van de bevolking op arbeidsleeftijd, de vergrijzing en de toenemende rekruteringsproblemen, is het aantrekken van meer vrouwen een economische noodzaak om de toekomst van de sector te verzekeren. De campagne ‘Built to Build’ wil zo een krachtig signaal geven: de bouw is een moderne, innovatieve en open sector. Een sector waarin vrouwen volwaardig hun plaats hebben. En vooral een sector die de uitdagingen van de komende decennia alleen het hoofd kan bieden door alle beschikbare talent te mobiliseren.

45


SECTOR & BEROEPEN

Le Clos des Mariés : proeftuin voor hergebruiklogistiek op de werf Voor de zomervakantie organiseerde Embuild.Brussels een werfbezoek aan Le Clos des Mariés in Elsene, in het kader van zijn Build Circular-programma. Dit project, uitgevoerd door Louis De Waele, beoogt de ingrijpende renovatie van verschillende gebouwen op de Usquare-site, met het oog op de bouw van sociale woningen. Doel van het evenement was meer te leren over werflogistiek in de stad en over de bijzondere uitdagingen die hergebruik met zich meebrengt. Een thema dat vaak naar de achtergrond verdwijnt en toch bepalend is voor het goede verloop van een project.

L

ogistiek blijft vaak onopgemerkt. En toch verandert ze alles wanneer ze goed wordt aangepakt: minder vrachtwagens, minder handling en dus minder stof, congestie, vervuiling en lawaai. Het gaat om het beheer van alle stromen op een werf, en van de materialen in het bijzonder. In de stad, waar de ruimte schaars is en de buurtbewoners dichtbij zijn, wordt de oefening nog complexer. Goede logistiek laat zich niet improviseren: ze wordt van het begin af aan voorbereid en gedurende het hele project georganiseerd. De inzet is ook economisch. Het resultaat: minder onvoorziene omstandigheden, minder vertraging en een beter beheerste planning. En dan is er nog de buurt. Minder hinder betekent minder klachten, een beter imago en meer veiligheid rond de werf. Voor een bedrijf evenveel redenen om er een prioriteit van te maken in plaats van een verplichting.

Drie uitdagingen

Le Clos des Mariés is een Renolab-project, met de ambitieuze doelstelling om 75% van de bestaande materialen te behouden. Net dat maakt er een ideale proeftuin van: hergebruik drijft de logistiek tot het uiterste. Voor Louis De Waele was dit het eerste grote project van dit type. Het bedrijf heeft

46

onderweg veel geleerd, met vallen en opstaan, en voelt zich vandaag beter gewapend voor het vervolg. Hergebruik bleek immers een vak apart, dat meer voorbereiding vergt dan een klassieke werf. Drie logistieke uitdagingen illustreren dat goed. We zetten ze hieronder uiteen, samen met de bijbehorende oplossingen.

Ruimtetekort

Om te beginnen moeten al bij de af braak, die hier een demontage wordt, zones worden vrijgehouden voor de opslag van elementen met een hoog potentieel, in afwachting van hun beoordeling, aankoop en afvoer. Maar de ruimte is beperkt, en ze slinkt naarmate de werf vordert. De oplossing kwam deels uit de buurt. Voor een grote voorraad dakpannen, die na een duurzaamheidscontrole met Buildwise op de site zelf werden hergebruikt, maakte Louis De Waele afspraken met buur Usquare om ze op te slaan tot ze opnieuw gelegd konden worden. De conclusie: samenwerking met de buren kan op een stedelijke werf kostbare ruimte vrijmaken.

Meerkosten van de opslag

Ten tweede vraagt hergebruik dat de juiste materialen tijdig worden opgespoord, en dus ergens worden opgeslagen. Op deze

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


CIRCULAIRE ECONOMIE

Het werfbezoek aan Le Clos des Mariés werd georganiseerd door Embuild. Brussels, in het kader van Build Circular. Op deze foto ontdekt de delegatie de wanden die met biobased materialen zijn geïsoleerd.

werf was er echter vooraf geen ruimte buiten de site voorzien. Gevolg: een deel van de elementen moest bij de hergebruikleveranciers blijven, met meerkosten tot gevolg, en een ander deel verhuisde tijdens de afwerking naar het depot van het bedrijf in Machelen, om de site vrij te maken en de materialen te beschermen. Het advies dat daaruit volgt: anticipeer al bij de gunning op de opslagruimte, net zoals op de materialen zelf. Op basis van die ervaring verbouwt het bedrijf zijn depot in Machelen vandaag om zijn voorraden, en met name die voor hergebruik, beter te beheren. Voor bepaalde werven doet het inmiddels ook een beroep op het Brussels Construction Consolidation Centre (BCCC), dat momenteel wordt beheerd door het bedrijf Shipit.

De planning halen

Op de daken worden de dakpannen in goede staat verwijderd en na een duurzaamheidscontrole met Buildwise opnieuw gelegd. Het gaat om een omvangrijke voorraad die beheerd moet worden op een site waar de ruimte beperkt is.

Tot slot weegt de integratie van hergebruikte elementen rechtstreeks op de deadlines. Vraag en aanbod schommelen, onvoorziene zaken stapelen zich op en er bestaat geen kant-en-klaar recept dat je van het ene project op het andere kunt toepassen. De planning halen is dan ook een hele uitdaging. Het antwoord lag in een nauwkeurige planning, met uiterste data voor de keuzes van de klant en voor de afvoer van materialen zonder overnemer. Het is ook beter om hergebruikadvertenties vóór de af braak te publiceren, zodat overnemers meer tijd krijgen en er minder op de site moet worden opgeslagen. Omdat elk project uniek is, maakt de aanpak, een combinatie van anticiperen en reactievermogen, het verschil, meer dan een vast recept.

Ervaringen op de werf

Op de werf zijn die uitdagingen dagelijkse kost. Volgens Martin Janmart, werf leider bij Louis De Waele, heeft hergebruik het beheer van de materiaalstromen ingrijpend veranderd. “Op een klassieke werf bestel ik een materiaal en het wordt geleverd. Bij hergebruik moet je het eerst vinden, de staat controleren, een prijs afspreken en het daarna opnieuw plaatsen, afvoeren of opslaan. Ik heb geleerd in stromen te denken en de opslagruimte te reserveren zodra ik de materialen bestel. In het begin werkten we met vallen en opstaan. Vandaag hebben

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

we ref lexen: advertenties publiceren vóór de af braak, uiterste data vastleggen voor de klant en elk lot opvolgen dat binnenkomt en buitengaat”, geeft hij aan. Dezelfde vaststelling op het vlak van veiligheid en kwaliteit, waar Marc Vanderick, DQE-verantwoordelijke bij Louis De Waele, de link legt met de relatie met de buurtbewoners en met de rol van de overheid. “Minder vrachtwagens en minder handling betekent minder risico op ongevallen, minder stof en minder lawaai voor de buurt. Logistiek, veiligheid en kwaliteit gaan hand in hand: een werf goed organiseren is ze al veiliger maken. Ruimtegebrek blijft echter het grootste obstakel. Met voordelige tarieven voor de inname van de openbare weg voor voorbeeldige werven en met gedeelde opslagplaatsen zouden we van die praktijken de norm kunnen maken”, vertrouwt hij ons toe.

Rol van de overheid

Le Clos des Mariés toont aan dat bedrijven klaarstaan om de uitdaging van slimmere en duurzamere logistiek aan te gaan. Ze botsen echter telkens weer op hetzelfde obstakel: het gebrek aan opslagruimte. Dat probleem is bijzonder acuut bij hergebruik, omdat materialen soms lange tijd moeten worden opgeslagen voordat ze opnieuw kunnen worden ingezet. “Werf logistiek is een van de meest concrete hef bomen om op een andere manier aan de stad te bouwen. Dit biedt bedrijven een uitgelezen kans. Maar als we willen dat deze initiatieven de norm worden in plaats van de uitzondering, moeten de overheden mee de weg effenen”, benadrukt Lily Benoit, coördinator van het Atelier Logistiek van RENOLUTION. Gemeenten en het Gewest kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Verschillende mogelijke oplossingen verdienen het om verkend te worden. Gedeelde opslagruimten, waaraan Embuild binnen RENOLUTION werkt, zouden bedrijven toegang geven tot gezamenlijke locaties en zo een toename van dure, versnipperde oplossingen vermijden. Voordelige tarieven voor de inname van de openbare weg voor duurzame praktijken zouden voorbeeldige werven concreet belonen. Ten slotte zou steun voor consolidatieen depotoplossingen, zoals het BCCC, logistieke steunpunten op stadsschaal opleveren.

47


SECTOR & BEROEPEN

Welke lessen trekken we uit de testfase van het ReloAD-project op de Campus 2-werf in Anderlecht? Op 22 januari 2026 werd het eerste ReloAD-sorteerstation ingehuldigd op de Campus 2-werf van BPC in Anderlecht (zie onze editie van Embuild Magazine van maart 2026). Vijf maanden van testfase later zijn de eerste resultaten bekend. Ze bevestigen dat goed georganiseerd sorteren aan de bron echt een verschil maakt op een werf: minder niet-gevaloriseerd afval, minder CO2 en kosten die onder controle blijven. Dit zijn de belangrijkste bevindingen.

R

eloAD is een innovatief project dat het sorteren van bouwafval rechtstreeks op de werf wil verbeteren. Het werd eind vorig jaar gelanceerd en wordt geleid door Shipit en Vanheede, met de steun van Embuild. Brussels, Buildwise, Louis De Waele, Leefmilieu Brussel, SmartLife en Valipac. Deze dienst vormt een aanvulling op de levering van werfklare materiaalpakketten (kitting), die Shipit vanuit het Brussels Construction Consolidation Centre (BCCC) verzorgt. De vrachtwagens die materialen leveren, nemen op de terugweg het op de werf gesorteerde afval mee. Zo wordt het afval regelmatig opgehaald, op het ritme van de leveringen, zonder dat men hoeft te wachten tot een container vol is om een recyclagestroom op gang te brengen. De dienst omvat bovendien de opleiding van de werfploegen, de ophaling, de bundeling van het afval buiten de werf, de monitoring van de geproduceerde afvalstromen en de traceerbaarheidsrapportage. Op de Campus 2-werf van BPC, een studentenhuisvestingsproject, werd het sorteerstation gedimensioneerd op basis van de gebruikte materialen, hun hoeveelheid en de leveringsfrequentie tijdens de afwerkingsfase. Aanvankelijk waren achttien afvalstromen geïdentificeerd. “Op Campus 2 hebben de arbeiders na vijf maanden testen veertien verschillende afvalstromen gesorteerd, met zeer weinig sorteerfouten. Dat is het beste bewijs dat sorteren werkt wanneer het samen met de verschillende bouwactoren wordt uitgedacht, zoals leveranciers, de afvalbeheerder en onderaannemers.” Dat benadrukt Xavier Laliere, werfleider bij BPC.

48

CO2-impact

Om de milieuvoordelen van de dienst objectief te beoordelen, vergeleek Shipit de CO₂-uitstoot van de verschillende afvalverwerkingsmethoden. Daarbij ging het uit van de afvalstromen CO2 -uitstoot van het afvalbeheer

55,7 t

45,6 t

15,4 t

Business As Usual-model op residentiële werven in Brussel

Model 100 % gemengd afval op residentiële werven

ReloAD Campus 2 (reëel)

Totale kost van het afvalbeheer - verwerking+ logistiek (179 t) 23 540 €

ReloAD-model Business As Usual-model op residentiële werven in zoals gerealiseerd op de pilootwerf Brussel

29 359 €

26 876 €

26 034 €

Model 100 % gemengd afval op residentiële werven

ReloAD-model algemene raming

Aandeel gemengd afval : 78,8 % bij klassiek beheer ⟶ 27,7 % met het ReloAD-station Business As Usual-model op residentiële werven in Brussel ReloAD - Campus 2 (sorteerstation aanwezig)

78,8 %

13,2 %

27,7 % Gemengd afval

29,8 % Inert

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Hout

Gips

10,3 % Tegels

20,1 % Overige gestorteerd

6,9 %


BRUSSEL/CIRCULAIRE ECONOMIE

die de Campus 2-werf daadwerkelijk produceerde en van de emissiefactoren van Buildwise. De conclusie: tijdens de testperiode kon dankzij ReloAD 30 ton CO₂ worden vermeden. De methodologie steunt op de emissiefactoren van Buildwise: verbrande massa × verbrandingsfactor = CO₂-uitstoot. Voor gewoon industrieel bouwafval bedraagt de verbrandingsfactor 1.400 kg CO₂e per ton. De andere verwerkingsstromen, zoals de recyclage van inert afval, hout en metalen of de recyclage van gips voor pleisterwerk, hebben in vergelijking een verwaarloosbare CO₂-impact van ongeveer 1 tot 3 kg CO₂e per ton. Met andere woorden: de totale klimaatimpact hangt nagenoeg uitsluitend af van de hoeveelheid afval die niet wordt verbrand. Precies die hoeveelheid kan door sorteren aan de bron worden beperkt: het aandeel gemengd afval wordt erdoor tot een derde teruggebracht.

Impact op de mobiliteit

De combinatie van ReloAD en kitting heeft ook een concreet effect op de mobiliteit rond de werf. Omdat dezelfde vrachtwagens zowel de materialen leveren als het gesorteerde afval meenemen, vervult één rit beide functies. Op een stadswerf zoals Campus 2 in Anderlecht betekent dit dat voor hetzelfde vervoerde materiaalvolume minder verschillende vrachtwagens op en rond de site moeten rijden. Studies wijzen op een halvering van het aantal leveringen en/of ophalingen op de werf.

Kosten

Dat was een van de grote vragen bij de start van het project: is ReloAD een dienst die de sector zich werkelijk kan veroorloven? Op basis van de BPC-werf werden vier scenario’s vergeleken. Scenario 1 (business as usual): één houtcontainer, één container voor inert afval en één container voor gemengd afval. Dit is de gebruikelijke kostenreferentie voor een residentiële werf die vergelijkbaar is met onze proefwerf in het Brussels Gewest (6.000 m²). Scenario 2 (ReloAD gecombineerd met kitting op de proefwerf): op Campus 2 werden de materiaalleveringen en afvalophalingen in dezelfde ritten gecombineerd. Het resultaat is een meerprijs van minder dan 10% ten opzichte van het referentiescenario, met een aanzienlijke CO₂winst en een betekenisvolle hoeveelheid materiaal die rechtstreeks bij producenten zoals Knauf of Wienerberger opnieuw werd gevaloriseerd. Scenario 3 (100% gemengd afval): in deze configuratie wordt ervan uitgegaan dat de beschikbare ruimte zo beperkt is dat op straat

DE GESORTEERDE AFVALSTROMEN EN ENKELE KERNCIJFERS  14 gesorteerde afvalstromen, met 0% afkeur: weinig sorteerfouten vanwege de arbeiders.  Slechts 28% van het afval belandde in de container voor gemengd afval. Dat is 50% minder dan op een klassieke werf.  28,8 ton gips werd via gespecialiseerde recyclagestromen teruggenomen (Knauf).  7,72 ton tegels, keramiek en bakstenen werd rechtstreeks door Wienerberger teruggenomen.  Naast de klassieke stromen van inert afval, hout en metalen werden ook karton, transparante en gekleurde zachte kunststoffen, omsnoeringsbanden, harde kunststoffen, siliconenpatronen, spuitbussen met PU-schuim, EPS, XPS en PUR/PIR gesorteerd.  Een beheerste meerprijs van ongeveer 10% ten opzichte van klassiek afvalbeheer met gemengd afval.  Een CO2-reductie van 66% voor de post ‘werfafval’, goed voor 30 ton vermeden CO2-uitstoot.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

alleen een container voor gemengd afval kan worden geplaatst. Dit scenario staat tegenover de ReloAD-aanpak, aangezien het sorteerstation volledig modulair is. Scenario 4 (ReloAD gecombineerd met kitting op toekomstige werven): dit scenario raamt de uiteindelijke kosten van het afvalbeheer op een werf die vergelijkbaar is met de proefwerf, volgens het model van het ReloAD-sorteerstation en rekening houdend met de opgedane ervaring en de voortdurende ontwikkelingen binnen het project. Ook hier lijkt de meerprijs verwaarloosbaar in verhouding tot de milieuprestaties. De vaststelling is dan ook duidelijk: op deze eerste werf kost ReloAD iets meer dan het klassieke afvalbeheer, maar die redelijke meerprijs moet worden afgewogen tegen de andere voordelen: traceerbaarheid, CO₂-reductie, valorisatie van materialen bij de producenten en een beter imago voor de sector. In de toekomst zullen andere logistieke configuraties worden getest om de dienst op zoveel mogelijk werven aan te bieden. “Deze eerste werf bevestigt dat het economische model van ReloAD concurrentieel kan zijn ten opzichte van de huidige markt. Dat is een solide basis om de dienst verder te verfijnen”, aldus William Dockx van Shipit.

Lessen

Voor een aannemer levert deze testfase concrete lessen op. Ten eerste werkt sorteren aan de bron zonder het werk van de arbeiders ingewikkelder te maken, op voorwaarde dat het sorteerstation op maat wordt gedimensioneerd volgens de materialen die daadwerkelijk op de werf worden geleverd. Ten tweede vormt de meerprijs geen onoverkomelijke hinderpaal. Met ongeveer 10% boven op de kosten van klassiek afvalbeheer blijft die beheersbaar, zeker in vergelijking met het alternatief van een ophaaldienst voor reeds gesorteerd afval. Ten slotte hoeft de aannemer zich niet langer te bekommeren om de administratieve en organisatorische lasten: ReloAD staat in voor de opleiding van de ploegen, de ophaling, de bundeling, de monitoring en de traceerbaarheid. Gesterkt door deze resultaten zet het project zijn interne ontwikkeling voort. Het doel is de dienst op basis van de eerste lessen verder te consolideren, zodat hij binnenkort op meerdere werven kan worden aangeboden. Meer weten? marion.anbergen@embuild.be en william.dockx@shipit.be

49


SECTOR & BEROEPEN

Bouwmachines: marktbalans 2025 en vooruitzichten SIGMA, de historische beroepsfederatie die de belangrijkste spelers uit de sector van bouw-, goederenbehandelings- en energiematerieel in België verenigt, stelde op 25 juni 2026 haar sociaaleconomisch rapport voor het jaar 2025 voor in het Kasteel Bayard in Eghezée. Dit artikel vat de grote trends samen in de drie afdelingen van de federatie: een lichte daling bij de bouwmachines (Burgerlijke bouwkunde), een zeer beperkt herstel na twee bijzonder magere jaren bij de lift trucks (Goederenbehandeling) en een mooie groei bij de generatoren (Generatoren & Batterijsystemen).

© SIGMA

S

IGMA werd opgericht in 1947, één jaar na onze eigen beroepsfederatie, en verdedigt al meer dan 75 jaar haar leden, die marktleiders zijn op de Belgische en Luxemburgse markt: importeurs, verdelers, verhuurders en fabrikanten van uitrusting voor burgerlijke bouwkunde, bouw, goederenbehandeling en energievoorziening. SIGMA telt 74 leden die samen 3.466 directe medewerkers tewerkstellen.

In zijn inleiding legde SIGMA-voorzitter Dries Van Haut vooral de nadruk op één woord: onvoorspelbaarheid. De onvoorspelbaarheid die de wereld vandaag kent met de grillige beslissingen van Trump, de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, de conflicten in Afrika… “Temidden van al dit letterlijke geweld moeten wij als ondernemers onze business naar best vermogen runnen. Enerzijds zijn onze klanten voorzichtiger geworden om te investeren omwille van de onzekere tijden, anderzijds worden basisproducten zoals olie en staal duurder en stijgen de rentes. Voeg daarbij nog het al jarenlang aanslepende tekort aan geschikt personeel en een overheid die maar nieuwe regels blijft afvuren op de ondernemingen en u begrijpt dat we niet verwachten dat 2026 een topjaar wordt. Dit is uiteraard een zwaar understatement. Het moeilijkst van al om te managen is echter de onvoorspelbaarheid. Daarom is het bijzonder moeilijk om zinnige

50

© SIGMA

Onvoorspelbaarheid

uitspraken te doen over wat de rest van 2026 ons nog gaat brengen. En hoewel ik van nature een onverbeterlijke optimist ben, zegt mijn buikgevoel toch dat de tweede jaarhelft van 2026 wel eens een pak minder goed zou kunnen zijn dan de al relatief flauwe eerste helft.” Hij citeerde daarbij een toepasselijke uitspraak van de Canadese socioloog Henry Mintzberg over die onvoorspelbaarheid: “When the world is predictable you need smart people. When the world is unpredictable you need adaptable people.” Maar alvorens de blik op de toekomst te richten, was het de bedoeling om de balans van 2025 te bespreken.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


FEDERATIE SIGMA

© SIGMA

Burgerlijke bouwkunde

Bij de machines voor burgerlijke bouwkunde was 2025 een jaar met gemengde resultaten. Machines van minder dan 10 ton gingen er met 7,2% op achteruit (4.466 stuks), terwijl machines van meer dan 10 ton met 3,5% groeiden (1.638 stuks). De investeringen verschuiven dus naar machines voor grote bouwplaatsen, al blijft dat segment onder het niveau van de sterke jaren 2021-2023. Globaal daalde de markt met 4,3% (6.130 stuks). In de categorie van minder dan 10 ton zijn het vooral de minigravers die het cijfer naar beneden trekken, met een daling van 9%. Het is het vierde jaar op rij dat ze dalen. Bij de machines van meer dan 10 ton zorgen vooral wielladers en knikdumpers voor de groei. Maar die lichte groei moet worden genuanceerd, want hij volgt op een bijzonder zwak 2024. Opvallend detail: de verkoop van deze bouwmachines concentreert zich vooral in Oost- en West-Vlaanderen, met respectievelijk 25% en 20% marktaandeel. Die cijfers tonen het belang aan van de economische activiteit en de investeringen in die regio's.

Goederenbehandeling

In de sector van de lift trucks en de magazijnapparatuur is er sprake van een licht herstel na drie opeenvolgende jaren van daling. Het totale volume bedraagt 7.954 verkochte machines in 2025 tegenover 7.793 in 2024, oftewel een kleine groei met 2,3%. Volgens de federatie zijn die cijfers nog te laag, zeker in vergelijking met het recordjaar 2021 met 13.215 verkochte stuks. Het gaat hier wel alleen om de SIGMA-cijfers, goed voor 68% van de bedrijven in de sector. Neem je de FEM-statistieken (European Materials Handling Federation), waarin 100% van de bedrijven (buiten China) vertegenwoordigd is, dan bedraagt de stijging 5,13% met

10.986 SIGMACERT-LABELS UITGEREIKT IN 2025 Net als Embuild maakt SIGMA van veiligheid een van haar prioriteiten. In 2011 creëerde SIGMA het Belgische Veiligheidslabel SIGMACert voor zowel lift trucks (goederenbehandeling), als bouwmachines (burgerlijke bouwkunde/bouw) en betonpompen. Het initiatief sloeg duidelijk aan. In 2025 werden er 10.986 labels uitgereikt door de SIGMACert-deskundigen.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

8.756 verkochte stuks (cijfers tot november 2025). Op de markt van de thermische en elektrische heftrucks was er een daling van 3% (2.306 stuks in 2025 tegenover 2.384 stuks in 2024). Het aandeel van de elektrische trucks blijft zeer dominant, met meer dan 70% van het totale volume verkochte trucks. In haar rapport wijst SIGMA erop dat de massale komst van Chinese merken de Belgische markt misschien enigszins door elkaar heeft geschud en opnieuw belangstelling heeft gewekt voor de zeer goedkope thermische machines. Bij de magazijnapparatuur is er een groei van 2,37% tussen 2024 (5.389 stuks) en 2025 (5.649 stuks). Die is te danken aan de groei van de e-commerce en de logistieke platformen.

Generatoren

De Belgische generatorenmarkt kan in drie fasen worden opgedeeld. De eerste is een uitgesproken groei tussen 2015 en 2019, met een piek rond 2018-2019. Vervolgens zakt de totale markt scherp en bereikt in 2020 een dieptepunt. En ten slotte zien we van 2021 tot 2025 een fase van stabilisatie, met lagere maar relatief consistente volumes. Toch groeide de markt sterk van 1.946 stuks in 2024 naar 2.731 stuks in 2025. Qua vermogen blijft het middensegment (30-160 kVA) het meest dominant, vooral in de bouw en bij kmo's. Daartegenover staat een duidelijke af bouw van het hoogste vermogenssegment (>650 kVA). De sector evolueert naar hybride systemen die generatoren, batterijen en hernieuwbare energie combineren. Die transitie wordt gedreven door de milieunormen, de stijgende brandstofkosten en het streven naar een betere energie-efficiëntie.

Besluit

Dit rapport toont aan dat de drie segmenten van SIGMA zich verschillend ontwikkelen binnen een economische en geopolitieke context die, zoals Dries Van Haut treffend benadrukte, onzeker is. De leden van de federatie blijven dan ook voorzichtig investeren. De transitie naar krachtigere, geëlektrificeerde en hybride machines zet zich door, net als de concurrentie van de Chinese markt, die een uitdaging vormt voor de Europese bedrijven. Het aanpassingsvermogen zal de sleutel zijn tot het succes van deze sector.

51


“We voelden dat er nood was aan een specifiek platform voor de bouw” Wil je in een paar kliks arbeidscontracten opmaken, zonder extra gedoe? Dat kan met BrickJobs, een gloednieuw platform van Vivaldis dat meteen al het nodige papierwerk regelt. Bénédicte Baucy, CEO van Vivaldis en sales manager Wouter Bossuyt vertellen waarom de bouwsector nood had aan deze innovatieve tool. Hoe is BrickJobs ontstaan? Bénédicte: “Vivaldis Construct heeft bijna 20 jaar expertise in de bouwsector. In die sector is nood aan flexibele en snelle contracten, ook tijdens het weekend. We merkten ook dat steeds meer bouwbedrijven Vivaldis Payroll gebruikten, ons digitaal platform voor flexibele contracting. De bouwsector had duidelijk nood aan een specifiek platform. Zo ontstond BrickJobs.” Waarom verloopt de digitalisering in de bouw volgens jullie zo moeizaam? Bénédicte: “Neem nu het weerverlet. Dat is 2 jaar geleden gedigitaliseerd door de overheid, al moet de zaakvoerder nog veel handmatig invoeren. Maar in de bouwsector staat de zaakvoerder vaak mee op de werf, waardoor er minder tijd overblijft voor de administratie en opvolging.”

De wetgeving verandert ook snel en elk stukje van de puzzel ligt bij een andere partner: de overheid, sociale secretariaten, Bouwunie, Embuild … Die complexiteit vertraagt de digitalisering. Vivaldis is dan ook de eerste die zoveel functionaliteiten samenbrengt in één tool.” Waarom is BrickJobs een meerwaarde voor bouwondernemers? Wouter: “Wie BrickJobs gebruikt, moet zich geen zorgen maken. Je maakt gewoon een contract aan en valideert de uren. Verder heb je geen administratieve zorgen. Want de tool maakt automatisch Dimona-attesten en werkt met een digitale werkpostfiche op veiligheidsniveau. Ook weerverlet is in enkele seconden geregeld. Alles is juridisch in orde en werknemers worden correct uitbetaald. Je betaalt enkel gepresteerde uren, geen opstartkosten of andere extra’s. No cure, no pay.”

“Je betaalt enkel effectief gepresteerde uren. Geen opstartkosten of andere extra’s. No cure, no pay.”

Wouter: “Bovendien heeft PC124 hoge veiligheidsvereisten en veel wettelijke verplichtingen. Denk maar aan Dimona-attesten en de Checkin@Work registratie voor grote werven. Dat maakt het complex als je een flexibele of vaste werknemer wil inschakelen.

Bénédicte: “Een contract opstellen kan 24/7. Alles is geautomatiseerd, dus je moet niet wachten tot er iemand achter de schermen handelt. Maar achter onze digitale tool zitten echte mensen. Als het nodig is, kom je via een chatfunctie in de tool onmiddellijk in contact met een medewerker. Sowieso wordt alles dagelijks gecheckt zodat we niets over het hoofd zien.” Wouter: “In de nieuwsfeed volg je de nieuwste regelgeving. Denk aan flexijobs of de halfjaarlijkse indexatie. Komt er een nieuwe digitale tool uit? Dan zullen we die mee integreren.” Hoe zijn de eerste reacties uit de sector? Wouter: “Heel positief. Vooral de flexibiliteit wordt geapprecieerd, handig om lastminute een zieke te vervangen. Er is geen administratieve rompslomp meer of tijdverlies achteraf om nog allerhande documenten of controlepapieren in te vullen.

Benieuwd? Vraag een demo aan via www.brickjobs.be.


BRICKJOBS, DA’S PAYROLL ZONDER GEDOE.

Bouwen is jóúw specialiteit, papierwerk de ónze. Met BrickJobs maak je snel en eenvoudig arbeidscontracten op. En dat 24/7, tot 1 uur voor je werknemer begint. Wij regelen de rest: Dimona, weerverlet, veiligheidsattesten, loonadministratie …

Het enige payroll platform dat 100% focust op de bouwsector.


BUILDWISE

Intensieve ventilatie tegen oververhitting Intensieve ventilatie is een passieve manier om in de zomer oververhitting te beperken. Omdat de debieten in dit geval zowat tien keer hoger liggen dan bij basisventilatie, zijn er hiervoor totaal andere voorzieningen nodig.

D

oor de klimaatverandering wordt de opwarming van gebouwen een alsmaar groter probleem. Een globale aanpak dringt zich dan ook op. Deze aanpak berust op drie pijlers: het aanbrengen van performante isolatie en doeltreffende zonwering, het afvoeren van overtollige warmte via intensieve ventilatie en, zo nodig, het aanvullen hiervan met actieve oplossingen, zoals free geocooling of een meer traditioneel systeem, zoals een omkeerbare lucht-water- of lucht-luchtwarmtepomp.

Intensieve en basisventilatie

Intensieve ventilatie helpt oververhitting te voorkomen door het afvoeren van overtollige warmte. Basisventilatie heeft een ander doel: ze verwijdert vervuilende stoffen uit de binnenlucht en zorgt zo voor een gezond en comfortabel binnenklimaat. Dit gebeurt bijvoorbeeld met een mechanisch ventilatiesysteem van het type C of D of met varianten die geschikt zijn voor renovatie. In een gemiddelde woning liggen de debieten ervan doorgaans tussen 100 en 200 m³/h. Systemen van het type D hebben meestal een bypass om gedurende de warme periodes ongewenste warmteterugwinning uit de basisventilatie te voorkomen. Om de efficiënte afvoer van overtollige warmte via intensieve ventilatie te waarborgen, zijn minstens tien keer hogere debieten nodig. Met het basisventilatiesysteem zou dit ofwel een buitensporige overdimensionering vereisen, dan wel geluidshinder en een overmatig energieverbruik door de ventilatoren met zich meebrengen.

54

Afb. 1 Inbraakwerend rooster met hor, gemonteerd op een raam.

Natuurlijke drijvende krachten

Intensieve ventilatie maakt gebruik van buitenlucht die koeler is dan de lucht in de woning. Dit gebeurt overwegend 's nachts, wanneer de buitentemperatuur iets gedaald is. Omdat het temperatuurverschil echter beperkt blijft, maakt vooral het hoge debiet deze passieve oplossing doeltreffend.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


BUILDWISE

bediening echter niet efficiënt te zijn. Doordat ze automatisering mogelijk maken, zijn elektrische ramen geschikter. Soms, vooral op de benedenverdieping, moet je de openingen beveiligen tegen inbraak. Zo kan je op een bestaand raam een inbraakvertragend rooster plaatsen, dat je in de winter kan verwijderen. Voor dakramen zijn er complete gemotoriseerde systemen op de markt, die ook beveiligingen kunnen bevatten tegen beknellingen en andere verwondingen. Er bestaan eveneens specifieke voorzieningen met een vleugel, een ondoorzichtig paneel en een rooster, dat bescherming biedt tegen inbraak, regen en insecten. De fabrikant levert dit als totaalsysteem, inclusief onderdelen voor de motorisatie, automatisering en veiligheid. Verder bestaan er gemotoriseerde luiken met lamellen, waarbij de positie van de lamellen de openingsgraad van het luik bepaalt. Deze oplossing neemt weinig ruimte in beslag wanneer het luik open staat. Je kan ze op de gevel plaatsen en langs buiten combineren met een beschermingsrooster.

Debiet

Om dergelijke debieten te halen, benut intensieve ventilatie natuurlijke drijvende krachten, zoals wind en thermische trek. Ze maakt gebruik van de luchtstroming tussen openingen in verschillend georiënteerde gevels en van het schoorsteeneffect tussen openingen op verschillende verdiepingen van een gebouw. Deze openingen moeten voldoende groot zijn en de lucht moet vrije doorgang krijgen, bijvoorbeeld door binnendeuren open te houden.

Afb. 2 Gemotoriseerd luik met lamellen.

Oplossingen

De ventilatieopeningen voor intensieve ventilatie vergen specifieke voorzieningen, die sterk verschillen van die voor basisventilatie. De eenvoudigste zijn gewone, handbediende ramen. Vaak blijkt de handmatige

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Zelfs met een beperkt aantal openingen kunnen de debieten voor intensieve ventilatie gemakkelijk 1.000 tot 2.000 m³/h bereiken. Dit blijkt uit een meting in een woning met twee verdiepingen, met schoorsteeneffect via een opening op de begane grond en een dakraam op de eerste verdieping. Op het moment van de meting was het bijna windstil, terwijl het temperatuurverschil tussen de binnen- en de buitenomgeving slechts 5 °C bedroeg. Al ligt het debiet tien keer hoger dan bij basisventilatie, is dit in de praktijk nauwelijks merkbaar. Een persoon die rechtstreeks in de luchtstroom staat, kan weliswaar een lichte tocht voelen, maar deze is niet storend.

INFO:

Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 22-23 van het Buildwise Magazine maart-april 2026. Enkel de originele tekst geldt als referentie.

55


BUILDWISE

Verdeling van drinkwater in gebouwen Installaties voor de verdeling van drinkwater in gebouwen moeten aan een reeks algemene eisen voldoen. Ze moeten gebruikerscomfort bieden, de waterkwaliteit garanderen, de milieu-impact beperken, de duurzaamheid op lange termijn verzekeren, gevaren vermijden en het distributienet beschermen tegen terugstroming. Technische Voorlichting (TV) nr. 301 van Buildwise licht deze eisen toe en reikt oplossingen aan om hieraan te voldoen.

B

elangrijk voor het comfort is dat een verdeelinstallatie voldoende tappunten bevat, inclusief de tappunten die nodig zijn voor het onderhoud van het gebouw. De plaatsing van zelden of nooit gebruikte tappunten is te vermijden, om waterstagnatie in ‘dode’ leidingen te beperken. Het debiet moet voor elk type tappunt afzonderlijk afgestemd worden, en wel zodanig dat zowel een te geringe stroming als opspattend water vermeden worden. Dit kan gebeuren via de standaardwaarden uit de norm DIN 1988-300 of aan de hand van de technische fiches van de kranen en sanitaire toestellen. België heeft geen uniforme voorschriften voor de minimum- en maximumdruk aan de tappunten. Wanneer het type kraan nog niet gekozen is, dan vormen de normen NBN EN 806-3 en DIN 1988-300 een goede basis. Zijn de kranen of sanitaire toestellen al gekozen, dan zijn de richtlijnen van de fabrikant bepalend. Dit is essentieel omdat een te lage of te hoge druk kan leiden tot een slechte werking van het tappunt en de erop aangesloten toestellen.

Onderdelen en leidingen

De TV gaat uitgebreid in op de aandachtspunten voor de verschillende componenten van een drinkwaterverdeelinstallatie. Ook de keuze van leidingmaterialen komt daarbij aan bod. Zo kunnen in verzinkt stalen leidingen, in combinatie met bepaalde soorten drinkwater, onaanvaardbare corrosieniveaus ontstaan. Het gebruik van dergelijke leidingen is in Europa dan ook aan strikte voorwaarden gebonden.

56

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


BUILDWISE

Messing wordt vaak gebruikt voor koppelstukken en sanitaire uitrustingen. Deze legering van koper en zink kan echter ook lood bevatten, een stof die schadelijke effecten kan hebben, vooral op het zenuwstelsel. Daarom moet de loodconcentratie zo laag mogelijk gehouden worden. De wettelijk toegestane maximale grenswaarde is in de loop der jaren geleidelijk verlaagd. De gebruikte legering moet daarom gekozen worden uit de ‘Europese positieve lijst voor materialen in contact met drinkwater’.

Afb. 1 Een goed ontworpen koker biedt toegang tot alle technieken met het oog op latere ingrepen.

Watertemperatuur

De wachttijden voor het verkrijgen van warm water aan de verschillende tappunten moeten bepaald worden door de bouwheer of diens vertegenwoordiger. Wanneer deze laatsten hiervoor geen waarden opgeven, dan is de norm NBN EN 806-2 van toepassing: maximaal 30 seconden na het openen van de kraan of na het tappen van drie liter zou het water een minimumtemperatuur van 55 °C moeten bereiken. De watertemperatuur aan de uitgang het SWW-productietoestel zou volgens de TV dan weer permanent op minimaal 60 °C gehouden moeten worden (hoewel hier in specifieke gevallen van afgeweken kan worden). Koud water mag ten slotte niet warmer worden dan 25 °C, al is een ‘kortstondige’ overschrijding als gevolg van een temperatuurstijging vlak voor de meter van de watermaatschappij wel toegestaan. Wat het begrip ‘kortstondig’ echter inhoudt, is in België vooralsnog niet gedefinieerd.

Ontwerp van de installatie

De TV gaat uitgebreid in op een veilige integratie van de drinkwaterverdeelinstallatie

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

in het gebouw. Zo moeten de ruimten waarin zich de uitrustingen van het sanitaire netwerk bevinden niet alleen beschermd worden tegen vorst, maar ook onverwarmd zijn. De installatie mag met andere worden niet in een stookplaats opgesteld worden. Om te voorkomen dat er warm water zou terugstromen naar de koudwaterverdeelinstallatie, dient men gebruik te maken van een terugstroombeveiliging. Dergelijke beveiligingen hebben ook tot doel om de terugstroming van stagnerend of vervuild water naar het openbare drinkwaterverdeelnet tegen te gaan. Alle beveiligingen moeten goedgekeurd zijn door Belgaqua en moeten zodanig geïnstalleerd worden dat ze eenvoudig gecontroleerd, onderhouden en vervangen kunnen worden. De architect dient in voldoende verticale en horizontale kokers te voorzien om de toegang tot alle technieken te waarborgen met het oog op eventuele latere ingrepen. Meestal krijgen de afvalwaterafvoer en de verluchting hierbij prioriteit ten opzichte van de waterverdeling (zie af beelding 1). Waterleidingen mogen niet geïntegreerd worden in rookkanalen, ventilatiekanalen of liftschachten, noch in kokers voor huishoudelijk afval of afvoer- en rioolleidingen.

INFO:

Dit artikel biedt een eerste inkijk in de inhoud van de Technische Voorlichting nr. 301 ‘Installaties voor de verdeling van drinkwater in gebouwen’. Wil je je verder verdiepen? Raadpleeg dan het volledige Buildwise-document via www.buildwise.be.

57


MEER GRIP OP JE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Ontdek wat Isabel voor je kan betekenen op www.isabel.eu of bezoek ons op stand 46 tijdens Digital Construction Day op 13 oktober.


PU BLIREPORTAGE

Een geïntegreerde aanpak voor je bank- en bedrijfssoftware Een bouwbedrijf kan rendabel zijn en toch onder financiële druk komen te staan. Materialen, lonen en onderaannemers moeten vaak betaald worden lang voordat een klant zijn factuur vereffent. Tegelijk zit de beschikbare cash verspreid over verschillende projecten, vennootschappen, bankrekeningen en banken. De uitdaging is daarom niet alleen voldoende cash hebben, maar vooral op elk moment weten waar die cash zit en waar ze nodig is.

Eén overzicht met multibanking

Minder manueel werk, meer financiële controle

Van financieel inzicht naar duurzaam ondernemen

Net daar kan multibanking het verschil maken. Isabel brengt de bankrekeningen van verschillende banken samen in één omgeving, zodat financiële teams een geconsolideerd en actueel zicht krijgen op hun liquiditeitspositie. Betalingen kunnen bovendien veiliger en efficiënter worden georganiseerd, met duidelijke goedkeuringsflows en minder manuele handelingen.

Door Isabel 6 te integreren met de boekhoud- of ERP-software kan die automatisering nog een stap verder gaan. Rekeninginformatie van alle banken stroomt automatisch naar de financiële systemen en betalingen kunnen rechtstreeks vanuit de vertrouwde bedrijfssoftware worden verwerkt dankzij Isabel Connect. Betalingsbestanden hoeven niet langer manueel te worden gedownload en opnieuw opgeladen, terwijl rekeninginformatie automatisch beschikbaar komt in de vertrouwde financiële omgeving. Dat bespaart niet alleen kostbare tijd, maar vermindert ook de kans op menselijke fouten en fraude.

De rol van de financiële afdeling reikt vandaag ook nog verder dan betalingsbeheer. Ook thema’s zoals duurzaamheid en ESG-rapportering winnen aan belang door toenemende verwachting van klanten, banken, investeerders en andere stakeholders. Een goed inzicht in relevante duurzaamheidsdata wordt steeds meer onderdeel van een professioneel bedrijfsbeheer. Kube van Isabel kan bouwbedrijven ondersteunen om die informatie gestructureerd te verzamelen en om te zetten in heldere ESG-rapportering, zonder de administratieve werklast onnodig te verhogen.

"

Isabel 6 laat ons toe onze betalingen beter te stroomlijnen. Dat is geen overbodige luxe, want tijdelijke handelsverenigingen brengen veel handtekeningen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met zich mee.

"

KOEN VAN ACKER, CFO BIJ ARTES GROUP

Vandaag wil je geen tijd meer "verliezen met het uploaden en

"

downloaden van bestanden, met alle risico’s op fouten en fraude. Isabel Connect bespaart ons tot drie uur per week.

"

PAUL VAN CANTFORT, ASSISTANT ­ACCOUNTANT BIJ VAN HOUT

MEER GRIP OP JE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Ontdek wat Isabel voor je kan betekenen op www.isabel.eu of bezoek ons op stand 46 tijdens Digital Construction Day op 13 oktober.

Zo evolueert financieel beheer van zoeken waar het geld zit naar actief sturen van de cashflow – en houdt het bouwbedrijf meer tijd over waar het echt om draait: bouwen en groeien.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

59

Je merkt dat Kube zich richt op kmo’s die niet per se op de vakkennis van een fulltime ESGmanager kunnen rekenen. De heldere uitleg over de data en waar je die kan vinden, de verwijzingen naar de VSME-tekst en natuurlijk de AI-tool: de vele hulpmiddelen zorgen ervoor dat duurzaamheidsrapportering niet enkel voor de grote bedrijven is weggelegd.

"

FELIX CALLIER, DUURZAAMHEIDSCOÖRDINATOR BIJ VERHELST GROUP


PROJECT

Galère heeft zijn nieuwe hoofdkantoor ingehuldigd, ontworpen om de klimaatuitdagingen aan te gaan Eind mei heeft Galère zijn nieuwe hoofdkantoor in Chaudfontaine ingehuldigd, op de historische site die het bedrijf al meer dan 30 jaar inneemt - sinds 1992 om precies te zijn - aan de oever van de Ourthe langs de autosnelweg E25. Naar aanleiding daarvan organiseerde ons lid een persconferentie en een persbezoek om het project voor te stellen. Embuild Magazine was erbij.

G

alère is een vaste waarde in onze sector. Het bedrijf, dat vlak na de oorlog in 1949 werd opgericht door Arthur Galère, kan terugblikken op 75 jaar ervaring en is gespecialiseerd in bouw- en civieltechnische werken, zowel in de openbare als in de private sector. Het beschikt over drie vestigingen: het hoofdkantoor in Chaudfontaine, een vestiging in Gosselies en een in het Groothertogdom Luxemburg via dochteronderneming Galère Lux. In totaal werken 700 medewerkers voor Galère. Sinds 2022 maakt het bedrijf deel uit van de groep Thomas & Piron. In 2019, in het kader van zijn 70-jarig bestaan, begon de onderneming na te denken over de renovatie van haar hoofdkantoor in Chaudfontaine. “Maar de overstromingen van 2021, die diepe sporen nalieten op deze site in overstromingsgebied, hebben ons ertoe aangezet om onze manier van gebruik volledig te herdenken. We hebben die gebeurtenis aangegrepen als een kans om het project nieuw leven in te blazen. We wilden een gebouw creëren dat bestand is tegen de uitdagingen van de toekomst, mee kan evolueren en zich kan aanpassen”, aldus Henri Ernst, gedele-

60

geerd bestuurder van Galère. “We wilden niet gewoon nieuwe kantoren neerzetten, maar een gebouw ontwerpen dat zich kan aanpassen aan toekomstige klimaatuitdagingen. Ondanks de moeilijkheden is het voor ons nooit een optie geweest om Chaudfontaine te verlaten.”

Gedeeltelijk gebouwd op de bestaande structuur

Ter plaatse blijven was dus van cruciaal belang voor het bedrijf, dat sterk verankerd is in zijn Luikse roots. Voor het ontwerp van het project deed het een beroep op architectenbureau Syntaxe en Atelier du Sart Tilman. Het idee was dat het nieuwe gebouw gedeeltelijk op de bestaande structuur zou worden gebouwd, aan de straatzijde, met als bijkomende uitdaging dat de site tijdens de werken in gebruik moest blijven. Om de topografie van de plek goed te begrijpen, moet je het oude gebouw opdelen in vier delen: het voorste deel aan de straat, twee zijvleugels en een achterbouw, allemaal overkoepeld door een grote glazen overkapping. Die overkapping werd gedemonteerd en de twee zijvleugels werden volledig gesloopt. Het achterste gedeelte bleef behouden en zal worden doorverkocht.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

gebouw "isHet ontworpen

om hydraulisch transparant te zijn en de ploegen van Galère een moderne, functionele en evolutieve werkomgeving te bieden.

"

HENRI ERNST


Photos : © Galère srl.

  Het nieuwe hoofdkantoor van Galère bevindt zich op de historische site in Chaudfontaine, aan de oever van de Ourthe (bovenaan op de foto).   Achter het nieuw opgetrokken gebouw ligt een groenzone met een wadi die water kan opvangen bij hevige regenval of overstromingen.  Op deze foto zijn de vier delen van het oude gebouw, overkoepeld door een glazen overkapping, goed zichtbaar.

Op palen

Het nieuw opgetrokken gebouw staat nu dichter bij de straat, zodat achteraan op het terrein een groenzone kon worden aangelegd. Dat terrein vormt een wadi die water kan opvangen bij hevige regenval of overstromingen. Het terrein beter doorlaatbaar maken was een kernpunt van dit project. De heringerichte site moet de ploegen van Galère immers in staat stellen hun activiteiten voort te zetten bij hoogwater. Ook de parkeerzones werden uitgerust met waterdoorlatende klinkers. Wat het gebouw zelf betreft: het nieuwe hoofdkantoor rust gedeeltelijk op palen, zodat het water vrij kan circuleren onder bepaalde zones van de site. Het werd overigens ontworpen volgens de omzendbrief over bebouwbaarheid in overstromingsgebied, met een positieve impact op de bodemdoorlaatbaarheid. Het gebouw beslaat 2.800 m², telt drie niveaus en beschikt over 123 werkplekken, 88 parkeerplaatsen en 122 fotovoltaïsche panelen. De essentiële functies werden ondergebracht op de verdiepingen en de kritieke infrastructuur werd beschermd in waterdichte ruimtes, onder meer achter een overstromingsbarrière ter hoogte van de personeelsingang. “Het gebouw is ontworpen om hydraulisch transparant te zijn en de ploegen van Galère een moderne, functionele en evolutieve werkomgeving te bieden”, benadrukte Henri Ernst. “De interne organisatie bevordert de samenwerking tussen de ploegen en speelt tegelijk in op nieuwe werkvormen.”

Laboratorium voor circulariteit

De werf deed ook dienst als laboratorium voor de circulaire economie, een zeer belangrijk sectorthema waarbij Galère sterk betrokken is. Voor de bouw van het nieuwe gebouw heeft het bedrijf het oude pand stuk voor stuk ontmanteld: de glazen overkapping,

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

deuren, glazen scheidingswanden, verhoogde vloeren en zelfs betonnen gevelelementen, die werden verwerkt in de buitenaanleg van de groenzone achteraan. Veel van die materialen werden gerecupereerd, hergebruikt, gevaloriseerd of afgevoerd naar recyclagekanalen. “Vandaag bouwen betekent dat je de volledige levenscyclus van materialen en gebouwen mee in rekening brengt. Dit project weerspiegelt volledig onze wil om meer circulariteit in onze activiteiten te integreren”, aldus de gedelegeerd bestuurder. Die circulaire aanpak werd ook door het Waals Gewest erkend, want Galère werd dubbel laureaat van de projectoproep 'Chantiers Circulaires édition 2023' van Circular Wallonia. Dankzij die prijs kon het bedrijf zijn circulaire beleid verder uitbouwen via drie acties: de strip-out van het oude gebouw door Retritech, een onderneming uit de sociale economie; een verdere verhoging van de afvalsortering af komstig van de ontmanteling (deze werf was een pilootwerf binnen het project (CD)², dat de uitbouw van hoogwaardige recyclagekanalen voor bouw- en sloopafval wil vergemakkelijken); en het hergebruik van de glazen overkapping die sinds 2007 de kantoren bedekte, in andere projecten.

Conclusie

Tijdens ons bezoek aan de Ourthevallei op donderdag 21 mei werd de officiële inhuldiging volop voorbereid. Ook de gezinnen van de medewerkers die in Chaudfontaine werken, waren in het weekend van harte uitgenodigd om het nieuwe werkgebouw van Galère te komen ontdekken. Een echte bron van trots in deze regio, die zwaar werd getroffen door de overstromingen van juli 2021. “Ondanks de ligging van de site in overstromingsgebied wilden we hier absoluut blijven. De bouw van dit nieuwe gebouw was een uitdaging, en die zijn we aangegaan”, besloot Henri Ernst.

61


LEDENVOORDELEN

PROMO VAN DE MAAND SEPTEMBER 2026

Embuild

Embuild THE BELGIAN CONSTRUCTION ASSOCIATION

Het Dagboek der Werken (opgemaakt conform aan de eisen van de overheid), wordt bijgehouden op elke bouwplaats door de afgevaardigde van de aanbestedende overheid. Dagelijks worden alle aanduidingen in verband met de uitvoering van de werken vermeld. Het dagboek der werken geeft een stand van zaken van de werken weer en een samenvatting van de genomen beslissingen en aangegane overeenkomsten, evenals de bevelen van het bestuur en van de ontwerper. Het dagboek der werken wordt permanent bewaard op de bouwplaats tot aan de voorlopige oplevering van de opdracht. Het bestuur, de aannemer en de ontwerper ontvangen meestal wekelijks een afschrift van de aantekeningen die in de afgelopen week werden opgemaakt. Het dagboek der werken is in de eerste plaats bedoeld voor de overheidsopdrachten maar kan ook nuttig zijn voor private werken.

62

Speciale verkoopprijs enkel voor de maand september 2026 Ledenprijs voor deze publicatie: € 19,00 (exclusief BTW) Niet-ledenprijs voor deze publicatie: € 22,00 (exclusief BTW)

Deze uitgave kan besteld worden via de website www.embuild.be, e-shop, categorie juridisch of door een mail te sturen naar bestellingen@embuild.be

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


LEDENVOORDELEN

Embuild Magazine is het maandblad van de vzw Embuild, Kunstlaan 20, 1000 Brussel Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Kunstlaan 20, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X Redactie: Gerrit De Goignies. marc.gueret@embuild.be tel. 02 545 57 31 Vormgeving: nikka.cuypers@embuild.be abder-razzaaq.boujdaini@embuild.be Druk: Graphius

Reacties - vragen: communicatie@embuild.be

Abonnementen: charlotte.joppart@embuild.be tel. 02 545 57 21

Met de medewerking van: de studiedienst van Embuild tel. 02 545 56 36 officeteam@embuild.be

Reclame: steve.caufriez@embuild.be tel. 0486 587 191

• Embuild Vlaanderen johan.walewijns@embuild.be tel. 02 545 57 49

Prijs jaarabonnement Leden van Embuild: begrepen in het lidgeld Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en ­portkosten) / buitenland: € 300 (incl. btw en portkosten)

• Embuild.Brussels morgane.cendoya@embuild.be tel. 02 545 58 29 • Embuild Wallonie justine.danis@embuild.be tel. 02 545 58 29

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers

63


PU BLIREPORTAGE

ISOBUILD GREENLINE: duurzaam bouwen begint bij doordachte materiaalkeuzes De bouwsector staat voor een duidelijke transitie. Energie-efficiëntie, circulariteit en gezonde materialen worden steeds belangrijker bij zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Architecten en bouwprofessionals zoeken vandaag niet alleen performante oplossingen, maar ook materialen die bijdragen aan een lagere ecologische voetafdruk én een gezond binnenklimaat.

M

et ISOBUILD GREENLINE speelt ISOBUILD GROUP hier doelgericht op in, met een zorgvuldig geselecteerd assortiment natuurlijke, circulaire en bio-based isolatie- en bouwmaterialen.

Van klassieke isolatie naar biocirculair bouwen

Duurzaam bouwen draait vandaag om veel meer dan enkel een lage EPC-score. Ook materiaalkeuze, herbruikbaarheid, CO₂-opslag, emissies en gezondheid spelen een steeds

64

grotere rol. Natuurlijke materialen zoals houtvezel, cellulose, hennep, kurk en gipsvezel combineren sterke thermische prestaties met bijkomende voordelen zoals vochtregulatie, akoestisch comfort en een hoge warmte-opslagcapaciteit. Hierdoor dragen ze bij aan een stabieler en aangenamer binnenklimaat, zowel in zomer als winter. Veel van deze producten beschikken bovendien over certificeringen zoals Natureplus, EPD, FSC, PEFC of Cradle to Cradle, wat extra transparantie biedt rond milieu-impact en prestaties.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


Een initiatief van ISOBUILD GROUP

Duurzaamheid vormt één van de kernwaarden van ISOBUILD GROUP. Als distributeur van bouwisolatie wil de groep actief bijdragen aan energie-efficiënte en milieuvriendelijke gebouwen. Die ambitie vertaalt zich concreet in het GREENLINE-concept, maar ook in engagementen op sectorniveau. Zo ondertekende ISOBUILD GROUP het Charter Biocirculair Bouwen en engageert het bedrijf zich om de komende jaren biocirculaire materialen actief te promoten binnen de bouwsector.

Technische ondersteuning voor professionals

De overstap naar ecologische bouwmaterialen roept bij veel professionals nog vragen op rond verwerking, opbouw, luchtdichting of compatibiliteit met bestaande systemen. Daarom legt ISOBUILD GREENLINE sterk de nadruk op begeleiding en technische ondersteuning.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026

Professionals kunnen rekenen op:  technisch advies op maat  ondersteuning bij materiaalkeuze  begeleiding bij systeemopbouwen  toegang tot technische fiches, certificaten en documentatie

Stalenbox ondersteunt verkoop en projectvoorbereiding

Om klanten nog beter te ondersteunen, ontwikkelde ISOBUILD GROUP ook een praktische stalenbox met de verschillende GREENLINE-materialen. De box laat professionals toe om materialen niet alleen technisch te vergelijken, maar ook fysiek te ervaren. ISOBUILD GREENLINE is geen tijdelijke trend of beperkte productlijn, maar een duurzaam initiatief dat professionals ondersteunt in de evolutie naar toekomstgericht bouwen. www.isobuild-group.be/nl/greenline

65


BOUWMARKT

Euro-Mat Masterclass 2026 : Europees topevenement van de handelaars in bouwmaterialen Euro-Mat, het Europese netwerk van

in een context van snelle technologi-

22 organisaties van handelaars in bouw-

sche ontwikkelingen, strenge duurzaam-

materialen, kondigt met trots zijn Eu-

heidseisen en veranderende klantver-

ro-Mat Masterclass 2026 aan. Die vindt

wachtingen. De drie hoofdthema's zijn: de

plaats aan de Technische Universiteit

bouwplaats van de toekomst, nieuwe ma-

Delft (TU Delft) in Nederland, van 6 tot 8

terialen en processen, en digitalisering.

oktober 2026, met een aankomst en een

Op het programma: casestudies, lezin-

welkomstdiner op 5 oktober.

gen, workshops en bezoeken, waaronder

Deze driedaagse opleiding helpt lei-

aan The Green Village, het internationaal

dinggevenden in de sector zich voor te

vermaarde living lab van de TU Delft rond

bereiden op de uitdagingen en kansen

duurzame innovatie.

van morgen. Ze brengt wetenschappelijke

Deze masterclass wil kennis en

perk van verandering, maar in een ver-

kennis, sectorexpertise en internationale

markttrends vooral omzetten in concrete

andering van tijdperk. Zo'n transformatie

ervaring samen. Deze drie dagen van uit-

acties voor de ondernemingen. Ze bouwt

doet zich hoogstens één keer per 150

wisseling vormen een concreet voorbeeld

voort op deze bedenking van professor

jaar voor.”

van Europese samenwerking en passen

Jan Rotmans: “We leven niet in een tijd-

INFO : www.euro-mat.com

Met de Seanics van GoBoat bewijst VELUX hoe daglicht traditionele concepten een volledig nieuwe bestemming kan geven

Belgisch project bekroond op de BRICK AWARD 2026 in Wenen De BRICK AWARD, een prijs van Wiener-

Moet een vergaderzaal zich al-

berger die sinds 2004 tweejaarlijks wordt uit-

tijd in een kantoorgebouw bevin-

gereikt, biedt architecten een internationaal

den? Waarom zou een restaurant

podium om hun onderscheidende realisaties

niet op het water kunnen drijven?

in baksteen en keramische materialen in de

En wat gebeurt er wanneer archi-

schijnwerpers te zetten. Dit jaar vond de ce-

tectuur niet langer vertrekt vanuit

remonie plaats in Wenen. Tussen de prijzen

een gebouw, maar vanuit een totaal

die naar projecten uit alle windstreken gingen

nieuwe beleving? Met Seanics tonen

(een Vietnamese tempel, een Mexicaanse te-

GoBoat en VELUX hoe bestaande

quilafabriek …), viel ook een Belgisch project

concepten een verrassende nieuwe

op: het kreeg de Special Prize, een prijs die

bestemming kunnen krijgen. De modulaire drijvende ruimtes worden

voor het eerst werd uitgereikt en die de rela-

vergaderzalen, restaurants, lounges of ontmoetingsplaatsen op het

tie met de omgeving op een originele manier

water.

transformeert.

In die beleving speelt VELUX een sleutelrol. Het daglicht dat

Het gaat om een innovatief concept van

via het platdakvenster binnenvalt, de natuurlijke ventilatie en het

collectief wonen in Kortrijk. Dit project van

zicht op de lucht versterken het gevoel van openheid en brengen de

stedelijke en sociale verdichting van MAKER

omgeving letterlijk naar binnen. Terwijl het water onder de module

architecten transformeert een wijk met 54

beweegt, trekken wolken boven het hoofd voorbij. De grens tussen

woningen tot een eigentijdse tuinwijk: het ver-

binnen en buiten vervaagt.

sterkt de band tussen de bewoners en de om-

Voor VELUX bewijst Seanics dat daglicht veel meer is dan een

ringende natuur en geeft daarbij een centrale

bron van verlichting. Het verandert de manier waarop mensen een

plaats aan sociale en ecologische cohesie. De

ruimte ervaren. Verticale lichtinval laat compacte ruimtes groter

architectuur steunt op hergebruik: gerecupe-

aanvoelen, versterkt het contact met de natuur en creëert een om-

reerde bakstenen en dakpannen vormen ge-

geving waarin welzijn centraal staat. “Daglicht speelt daarin een fun-

vels die de beschikbaarheid, de geschiedenis

damentele rol. Het maakt van een ruimte niet alleen een plek om te

en het karakter van de gebruikte materialen

verblijven, maar een plek om te beleven.” – Yves Sottiaux, Managing

zichtbaar maken. Van harte proficiat aan de

Director VELUX Benelux.

winnaar!

INFO: www.velux.be

INFO : www.wienerberger.be

66

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


W NI EU

DUURZAME VERWARMING & KOELING  Eenvoudige en modulaire totaaloplossing  Warmtepomp, warmtepompboiler, warmwatertank én automatisering  Tijdswinst, installatiegemak en overzicht via Installer App & Portal  Training en ondersteuning via ‘service hotline’

renson.net VENTILATION

SUNPROTECTION

OUTDOOR


Vrijdag 16 oktober 2026

Brussels Gate

Bezoek dé vakbeurs voor de Belgische dakensector én ontmoet alle belangrijke fabrikanten en leveranciers op één locatie. • Meer dan 200 standhouders uit binnen- en buitenland • Productinnovaties, live demonstraties, netwerking • Gratis toegang én gratis catering • NIEUW: in combinatie met DAG VAN DE AFWERKING (1 ticket = 2 beurzen) Boek uw gratis ticket nu! www.belgianroofday.be initiatief van

organisatie


SAVE THE DATE 09.10.2026 • Brussels gate

installday.be


MARKANT

Karel Derde nieuwe voorzitter van Embuild Connect

E

mbuild Connect heeft Karel Derde verkozen tot nieuwe voorzitter in opvolging van Yves Biesmans, de afge-

vaardigd bestuurder van de Biesmans Group. Yves Biesmans heeft zich als voorzitter al sterk ingezet om de uiteenlopende af-

werkings- en dakenberoepen onder de koepel van Embuild Connect samen te brengen. Karel Derde zal zich verder inspannen om van Embuild Connect een sterk en efficiënt geheel te maken zodat zij haar leden nog beter kan bedienen en hun belangen nog sterker kan verdedigen. Daarnaast zal hij focussen op onderwijs en arbeidsmarktdossiers. “De daken- en afwerkingsberoepen werken immers nog vaak met eigen mensen. Vakmanschap en stielkennis zijn daarom onmisbaar in onze bouwtak”, zegt Derde. Karel Derde is CEO van Derde Construct. Hij studeerde in 1992 af als industrieel ingenieur bouwkunde. In 1995 richtte hij de NV Derde Construct

op. Dit bedrijf heeft zich intussen gespecialiseerd in de aanleg en renovatie van parkeerdaken en dakterrassen, zowel voor de professionele markt als voor de markt van de mede-eigendommen. Derde Construct stelt momenteel een 20-tal arbeiders tewerk. Onlangs heeft het bedrijf een bijkomend perceel in gebruik genomen. De totale bedrijfsoppervlakte bedraagt daardoor 6.300 m². In een moeilijke bouwconjunctuur is Derde Construct dus blijven groeien. Karel Derde was altijd nauw betrokken bij de beroepsorganisatie. Tot 2024 was hij ondervoorzitter van Embuild Vlaanderen en voorzitter van Embuild Oost-Vlaanderen.

Nieuwe EUROCONSTRUCT vooruitzichten Volgens de nieuwe EUROCONSTRUCT-vooruitzichten van juni blijft de Europese bouwsector de komende jaren herstellen, maar minder sterk dan eerder verwacht. Voor de 19 onderzochte landen wordt voor 2026-2028 een gemiddelde groei van 1,2% per jaar voorspeld. Een van de belangrijkste vaststellingen in de nieuwe vooruitzichten is dat de groeidynamiek binnen de bouwsector verschuift. Nieuwbouw en infrastructuur treden duidelijker naar voren als motoren van de groei, terwijl renovatie stabiel blijft maar aan tempo verliest. De anticyclische rol van renovatie is daarmee minder uitgesproken dan tijdens de energiecrisis en de periode van sterke aandacht voor energie-efficiëntie, toen subsidies en

70

regelgeving de markt extra ondersteunden. Vandaag wegen de economische onzekerheid en het afwachtende gedrag van gezinnen sterker op renovatie, terwijl investeringen vooral de nieuwbouw ondersteunen.

+ 1,2 %

De summary en het country report van de 101ste EUROCONSTRUCT-editie, met de nieuwste bouwvooruitzichten voor 2026–2028, kunnen bij Embuild worden aangekocht met ledenvoordeel. Het is ook mogelijk om enkel de vooruitzichten voor België te bestellen. De bestelbon kan aangevraagd worden via officeteam@embuild.be.

EMBUILD MAGAZINE • 09|2026


Partner content


AI

Meetstaten

2D naar 3D

Digitalisering


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Embuild Magazine NL september 2026 by Embuild - Issuu