Schrijverswegje E14 Hasselt Naam: Elwira van Pijkeren Klas: DD3 Studentnummer: 1553759 Datum: 25 december 2023 Vak: Verbreding Osiriscode: B-DP-VERBS5-20
Schrijverswegje E14 vervolg Ondanks dat ik al veel tijd heb besteed aan dit project heb ik niet het idee dat het al klaar is. Er is nog veel te vertellen over deze locatie waar mijn vader zijn kindertijd heeft doorgebracht. Daar gaat het dan ook om: de verhalen. Verhalen uit het verleden geven houvast en inspiratie voor de toekomst. Zo heeft de boerderij aan het Schrijverswegje E14 een belangrijke rol gehad in de economische ontwikkeling van Hasselt vanaf het begin van de 19e eeuw. In de 20e eeuw was het een thuis voor mijn opa, oma, vader, oom en tante. In de 21e eeuw was de boerderij vervallen tot een bouwval en een gevaarlijke hangplek voor jongeren. Het is goed dat er een nieuwe tijd aanbreekt waarin de kavel een nieuwe bestemming krijgt. Een bestemming met oog voor het verleden en gericht op de toekomst waar nieuwe bewoners weer nieuwe verhalen gaan maken. Verhalen die over een paar eeuwen ook weer toegevoegd zijn aan het erfgoed van Hasselt. Dit magazine is een volgende stap in mijn proces om verhalen rondom de boerderij en mijn familie levend te houden. Het is een document geworden van oud en nieuw beeldmateriaal, kaartmateriaal, archieffoto’s van de Facebook groep Oud Hasselt en persoonlijke naslagwerken van mijn vader. Het zal voor mij leidend zijn in de uitwerking van enkele verhalen. Want er valt nog genoeg te vertellen. Elwira van Pijkeren December 2023
Jeugdherinneringen Door Dick van Pijkeren Er lopen bij de boerderij een aantal schapen rond, hobby van pa, die elk voorjaar geschoren worden en de wol die er vanaf komt wordt gewassen, gekaard en op een spinnewiel verwerkt tot breigarens, waarvan truien (zie foto) en wollen hemden (borstrokken) sokken en handschoenen gemaakt worden, veel voor eigen gebruik. Door zo’n schaap ben ik nog wel eens te pakken genomen, het beest kon plagerijtjes niet waarderen en kwam op mij af, kop naar beneden, als een stier, drukt me op de grond en pa moest er dan bij komen om mij onder dat beest weg te halen. Voor het huis, langs het water staat een hek, de walkant is daar nogal hoog en stijl. Het huis is op een terp gebouwd en ligt daardoor wat hoger dan de omliggende weide en boomgaard. Niet ver vanaf het keukenraam is de waterput, van waaruit gewassen word en de stoep rondom het huis regelmatig geschrobd.
Aan de rand van de weide staan twee grote bomen, populieren die ver boven het dak uitsteken. Door deze bomen is het gevaar voor blikseminslag tijdens een onweersbui voortdurend aanwezig en moeten we bij onweer altijd uit bed, aangekleed in de keuken de bui afwachten. In het voorjaar wordt de achterliggende sloot deels schoon gemaakt. De sloot is zo’n 5 tot 6 meter breed en groot gedeelte dicht gegroeid met riet. Het riet wordt verbrand, een prachtig schouwspel en heel spannend, de hele sloot staat in de fik. Dat afbranden deden wij, Jan en ik later zelf, soms aangemoedigd door wat vriendjes, net even eerder dan de bedoeling was, en daardoor werd het nog spannender. De sloot diende vroeger, toen de sluis er nog was, als omloopkanaal voor de waterhoogte regeling van de Dedemsvaart. Achter de stal was nog een kippenhok tegen de gevel gebouwd, met in het verlengde een duivenhok. Pa zorgde voor de kippen, wij voor de duiven. De kippen hadden vaak ongewenste inwoners in de vorm van ratten. Als het ’s avonds stil was, het kon daar heel stil zijn, hoorde je die beesten in het kippenhok tekeer gaan, dan trok pa, gewapend met een zware pook die altijd naast het fornuis hing, naar de kippen met ons in het voetspoor, wat weer tegen de zin van mijn moeder was, maar we wilden wel meemaken hoe dat daar opgelost werd. Ik zag hoe hoog ratten konden springen, twee meter met gemak, mede daardoor werden ze dan ook zelden of nooit geraakt. De pook moest na zo’n afrekening altijd weer recht gebogen worden en kreeg weer het plekje naast het fornuis. Opa Brinkman, van moeders kant, kwam af en toe zo’n kip of haan “klaar” maken voor op tafel. Zo ging dat. Wij hadden ongeveer 14 duiven, vlogen overdag vrij rond en werden s’avonds afgesloten in het duivenhok. Op een morgen ga ik er weer naar toe om de kleppen open te zetten en tot mijn grote schrik zie ik ze allemaal dood op de grond liggen. Een bunzing of een vos had zich onder het gaas doorgegraven en vervolgens alles wat vliegen kon stil gelegd. Einde duiventijd.
Schrijverswegje E14 bood tijdelijk onderdak In en na WO II boden Werner en Willemien van Pijkeren met regelmaat onderdak aan mensen die dat nodig hadden. Tijdens WO II hielpen zij voornamelijk mensen uit de omgeving van Rotterdam die tijdens de hongerwinter in 1944 gevlucht waren op zoek naar voedsel om te overleven. Na de WO II boden zij onderdak aan meerdere kostgangers. Mensen die in Hasselt kwamen werken maar geen woning konden vinden.
Karrespoor voor overslag Toen er nog veel scheepvaart was over de Dedemsvaart, werd een deel van het terrein van Schrijverswegje E14 gebruikt als overslag. Schippers konden lading hier tijdelijk lossen om meer ruimte te maken aan boord voor het vervoeren van turf. Via de kar werd het materiaal naar de opslag vervoerd.
Werner van Pijkeren 1939. Alle Nederlandse mannen werden gemobiliseerd.
Melk halen Door Henk van Pijkeren (halfbroer van Werner van Pijkeren) Zaterdag 14 april 1945 ging ik (Henk van Pijkeren toen 14 jaar oud) ‘s morgens naar Streukel om bij boer Grootenhuis (nr.1) melk te halen, wat de laatste weken gebruikelijk was. Met mijn emmertje met een paar liter melk wilde ik ongeveer 9.00 uur op huis aan gaan, toen er plotseling voertuigen aankwamen vanaf het Stoomgemaal (nr.0 ) waarvan wij dachten dat het Duitsers waren en we gingen snel terug bij Grootenhuis in de boerderij. Al spoedig bleek dat het Engelse verkenners waren en ze stopten bij de boerderij van Grootenhuis, waar spoedig meerdere mensen aanwezig waren. De taal was een probleem, maar ze waren heel vrolijk en we kregen zelfs een sigaret en mochten achterop de Bren-carrier mee rijden richting Hasselt, ik dacht dat we met z’n tweeën waren, al weet ik niet meer wie die andere persoon was.
Na langs de boerderij van Jan Willem v.d. Vegte (nr. 2) en de boerderij van ten Klooster (nr.3) (Bereboer) te zijn gereden, stopte de Bren-carrier (nr.4) bij het land van boer J.W.v.d. Vegte, die daar later een huis heeft gebouwd. Duitse soldaat. Het bleek, dat de bemanning van de Bren-carrier een Duitse soldaat op de fiets had ontdekt, die vanuit de richting van de boerderij van Appe Wub (nr. 10) kwam fietsen. Ter hoogte van de boerderij van Boschman (nr.6) gooide hij de fiets (nr.)7) van zich af en probeerde het land in te vluchten naar een bunker (nr.9) die er naast de boerderij van Boschman door de Duitsers was aangelegd. Op dat moment legde een soldaat op de Bren-carrier zijn mitrailleur aan en gaf een salvo, waarbij de Duitse soldaat (nr.8 ) werd geraakt en neerviel in het land. Toen was er Harm Kronenberg die sluipend de richting van de fiets op kroop en na verloop van enige tijd terugkwam met de fiets slepend aan het stuur, met de uitroep "die moffen hebben me van de week nog een fiets afgehaald, nu heb ik er een terug”. Dezelfde Kronenberg heeft die zaterdag later bij boer Bongers aan de Hasseltsedijk (een vermeende NSB aanhanger) een daar onder het hooi verborgen motorfiets opgehaald, waarmee hij zondagsavonds 15 april 1945, in de buurtschap De Velde tezamen met zijn vriendin is verongelukt. Ze liggen samen begraven op het kleine kerkhof in Zwartewater Klooster. Na enige tijd verschenen er mannen met witte lakens, die richting de neergeschoten Duitse soldaat liepen en door de bemanning van de Brencarrier niet werden gehinderd. Nadat ze de Duitse soldaat op een - ik denk - ladder hadden gelegd, werd deze afgevoerd naar de boerderij van boer Visscher (nr.5) en is daar verpleegd, waarschijnlijk door de eigen makkers die daar in de buurt waren, maar niet door de bemanning van de Bren-carrier.
Beschieting. Hierna werden we plotseling beschoten door de Duitsers, vermoedelijk vanaf de Stenendijk en moesten we van de Engelse soldaten van de Bren-carrier af en gingen aan de kant van de sloot liggen met de handen aan het prikkeldraad om niet in de sloot te vallen, waarbij regelmatig kogels in het water plonsden en de bemanning van de Bren-carrier het vuur beantwoordde, wat overigens maar zeer kort duurde, want tot onze verbazing draaide de Bren-carrier ter plekke om zijn as rond en ging in een sneltreinvaart terug in de richting vanwaar ze gekomen waren. Bij deze beschietingen is de zoon (Wiecher) van badmeester Kuperus, die toen badmeester was van het zwembad in het Zwartewater, waar later de Steenbrekerij van de gebroeders Kuiper is gebouwd (nu Bouwmarkt Doeland) door de Duitsers of de Engelsen nog in de borst geschoten. In de kelder. Na een poosje, het was inmiddels denk ik 10.00 uur geweest en alles leek rustig, zijn we verder gaan lopen richting Hasselt met nog ongeveer 1 liter melk in het emmertje, ik weet niet meer met wie ik daar liep, maar bij de boerderij van Wub (nr.10) werden we geconfronteerd met een Duitse soldaat op de hoek van de boerderij die een machinegeweer in stelling had en ons luid schreeuwend vroeg waar de Engelsen waren gebleven en nadat we hadden gezegd dat ze terug waren gegaan, werden we met veel geschreeuw en gescheld bij boer Wub in de kelder gestopt. Drie kwartier tot een uur hebben we in die kelder gezeten en toen we niks meer hoorden zijn we er uit gekomen en verder naar Hasselt gelopen, bij de Zandvoort aangekomen ben ik alleen verder gegaan bij Prins van Wijngaarden langs, over het "Kalkovenbrugje" langs de "Lange paden" met een sigaret zonder vuur in de mond, maar ik kwam niemand tegen en dat vond ik wel jammer, tot er plotseling vanuit de “Brakken" (Gasthuisstraat) werd geroepen: ”Jongen, maak dat je thuis komt want de DUITSERS SCHIETEN OP ALLES WAT BEWEEGT!”. Ik woonde op de Eikenlaan dus ik was dicht bij huis en de Duitsers hebben mij gelukkig niet zien bewegen.
De bevrijders. Dat was mijn eerste kennismaking met de bevrijders, waarna er in de namiddag en avond vele Canadezen Hasselt van andere kanten zijn binnengestroomd (voor zover mij bijstaat waren de verkenners in Streukel Engelsen). Zondag erop, 15 april1945 (ja Zondags) werden op het eerste stuk van de Lange Brug (waarvan het middenstuk was opgeblazen en in het Zwartewater lag) de dames die amoureuze betrekkingen hadden onderhouden met Duitse soldaten, kaal geschoren en met rode menie van een hakenkruis voorzien op het kale hoofd. Politieman Stoel heeft, toen de vlechten aan de beurt waren van een destijds bekende dame van middelbare leeftijd deze gered, door met het pistool in de hand de "jeugdige KAPPERS" te sommeren op te houden totdat er recht was gesproken over deze dames. Daarna is niemand meer in Hasselt van de haardos beroofd, wel werden de dames daarna voor spot op een wagen door Hasselt gereden.
Looppad naar school Hetzelfde looppad, andere hoek.
Photo by Adam Werner
Dick van Pijkeren Schoolfoto van Dick uit 1947.
Dick (m.) en Jan (l.) van Pijkeren De Stentor heeft een artikel gewijd aan de oorspong van de boerderij. Dit was aanleiding voor Jan en Dick van Pijkeren om na jaren weer eens samen hun “thuis” op te zoeken.
Slaapkamer Achter de blauwe deur was destijds de slaapkamer die Jan en Dick met elkaar deelden.
De Stentor Met dank aan Harry Rietman en Cor van Dalen staat nu eindelijk een ander verhaal over de boerderij aan het Schrijverswegje in de krant.
Brand maakt einde aan boerderij. Waar veel mensen in Hasselt al bang voor waren is eindelijk gebeurd: de boerderij staat in brand. Vanwege instortingsgevaar besluit de brandweer het pand gecontroleerd uit te laten branden.
Divers beeldmateriaal 2023
Divers beeldmateriaal 2023
Hasselt 19e eeuw
Inspiratie magazine t.b.v. werkschouw semester 5 DBKV ArtEZ Zwolle
Elwira van Pijkeren Studentnummer 1553759