Skip to main content

Mijn zus Lucie.Roel van Duijn

Page 1

Mijn zus Lucie kunstenares en inspiratiebron 1933 ~2013

1 Roel van Duijn


uit gemis, door haar jongste broer

Foto omslag voorzijde: gemaakt door onze vader Gerrit van Duyn: Lucie (12) met vlechten en Roeltje (2) in afwachting van de overwinningsparade van de Canadezen in Den Haag, 19 mei 1945 aan de Laan van Meerdervoort, hoek Abrikozenstraat. Afbeelding achterzijde: Lucie, op een schilderij gemaakt door onze oudste zuster Dinie, naar een foto waarop Lucie op een treinstation in Frankrijk staat. Lucie woonde daar van 1977 tot 1987. ©2022 Roel van Duijn, roelvduijn@planet.nl Samenstelling en vormgeving Eckart Dissen Einstein Publishers, ISSUU Einstein.Publishers@gmail.com ISBN 9789072845054

2


Mijn zus Lucie kunstenares en inspiratiebron 1933 ~2013

Roel van Duijn

Met een bijdrage van Ella Arps 3


Potret van Lucie van Duyn, door Paul Citroen

4


Inhoud 1.

Mijn zus Lucie, Roel van Duijn

p 7

2.

Het werk van Lucie, Ella Arps

p 33

3.

Een selectie uit het werk van Lucie

p 43

5


Lucie op school, 1943

6


MIJN ZUS LUCIE Vandaag is het jaren geleden dat zij verdwenen is, maar in mij waart haar gezicht en ik zie het terug in het hoofd van het Boeddhabeeld naast mijn computer, dat ik van haar geërfd heb. Ongeduldig spring ik van mijn stoel en verras mezelf door hard haar naam te roepen. Mijn donkere zus Lucie is nog geen week voor Hitlers’ Machtsübernahme geboren, in het noodlottige jaar 1933. Toen zij een flink meisje was, op 19 mei 1945 stonden zij en ik samen de Canadezen op te wachten, zingend op de stoep voor ons huis aan de Laan van Meerdervoort, tussen een kindermenigte en vlaggen. Het is een eigen herinnering, niet een die mij verteld is. Een herinnering uit Den Haag, ik bewaar hem in de brandkast onder mijn schedel. Twee jaar moet ik geweest zijn en haar lange vlechten sliertten langs mijn dikke wangen. Een soldaat sprong van zijn tank om mijn grote zus erop te tillen! Bewonderend keek ik hen op het wegrollend wapen na. ’s Middags kwam zij in de tuin vertellen hoe de mensen hen onderweg overal, overal toegejuicht hadden. En gezongen, en gezóngen! ‘Prins Bernhard was er ook bij, Pappa!’ Ze zweeg en keek op naar de geüniformeerde held die op de rieten stoel voor de rozen zat, een echte Canadees. Mijn vader sprak Engels met hem, mijn moeder gaf hem water en ik kreeg iets onvergetelijks. Een brokje chocolade.

BOMBARDEMENT BEZUIDENHOUT In de Hongerwinter had ze voor mij aardappeltjes gejat uit de volkstuintjes op de Schenkkade. Nog maar een paar maanden voor deze bevrijdingsdag. Ze maakte kleren van oude gordijnen, deed het huishouden terwijl Mamma met een zwerende spijkerwond in haar voet op bed lag. We hadden honger. 7


Mijn zus Lucie,mijn broer Peter en ik in de zomer van het oorlogsjaar 1944, Dierenpark Wassenaar op een echte leeuw!

Maar zij ging met Pappa en de kinderwagen tussen de tramrails zoeken naar kolen en houtblokjes, om de tulpenbollensoep op te warmen. Ze reed me, in de kinderwagen. Op een nacht hoorde zij gestommel in de verduisterde slaapkamer van onze ouders, vertelde ze mij. Mamma had een misgeboorte. “Of was het zijn difterie” vroeg ik, ‘want daarvoor moesten ze toch steeds het bed verschonen?’ Het was toen we samen naar de vijftigste herdenking van het bombardement op het Bezuidenhout liepen. We zitten onder de trap. Lucie staat te gillen. Mamma heeft me op schoot en zegt: “Leuk he Roeltje? Kijk daar vliegt de voordeur! Kijk het plafond is een wolk!” Waarom huilt Lucie? “Boems, boems, boems, Roeltje! Kijk hoe leuk de ruiten springen! Als sterren!” Onder de trap waren Lucie en ik samen. Ze vulde de herinnering voor me aan, toen ze na haar scheiding in haar atelier woonde, bij het Hollands Spoor. Haar sloophuisje. “Pappa, die vanuit zijn kantoor riep: ‘Dien, Luus, Roeltje, zijn jullie daar nog?’ Hij zat onder de neergestorte kalk.” 8


8 maart 1945. We zijn door de vlammen uit de brandende wijk gevlucht. Lucie aan de hand van Mamma, ik in de armen van Pappa. Naar oom Huug en tante Cato. En later, vanuit de Laan van Nieuw Oostt-Indië, naar het verhoopte nieuwe adres aan de Laan van Meerdervoort gelopen. Lucie duwde mijn kinderwagen, het gipsen beeld van Goethe stevig naast me. In het nieuwe huis rukte Pappa het portret van Hitler van de muur en zette Goethe ervoor in de plaats. Er waren, heb ik later gehoord, bij het bombardement vijfhonderd doden gevallen en ontelbare gewonden. De Engelse piloten, die het gemunt hadden op de bases van de monsterachtige raketten die de Duitsers vanuit Den Haag naar Londen schoten, hadden zich vergist. Chuchill heeft er zijn excuses voor aangeboden maar wij hadden onze bevrijders nooit iets verweten.

GAATJESBLOUSE Even ging ze naar de school in de Zonnebloemstraat en daarna naar de Dalton. De Dalton HBS, op de fiets naar de Aronskelkweg. Een tijd lang fietste zij samen met haar vriend Thijs, maar nadat Thijs gezegd had dat mevrouw Blavatsky, de moeder van de theosofie, gek was mocht ze niet meer met hem omgaan en bracht Mamma haar naar school. Naast elkaar op de fiets, zodat Thijs niet stiekem naast haar meefietsen zou. Langs de stille, brede laan. Nu en dan een auto. Richting Meer en Bosch, waar Pappa bij de vijver ons voortoverde dat er een krokodil in zwom. We hadden een nieuw zusje gekregen, de derde. Kun je je nog herinneren dat jij op een tank mocht, vroeg ik aan Lucie. Zij snoof van nagenot. Dat je juichend met de armen omhoog bij het kanon zat? Zij was nu achttien, hele grote mooie meid. Dat gesprek was op het volgende adres, in de tuin, met nog meer rozen aan de schutting, op de Laan van Eik en Duinen. De NSB-er in wiens leegstaande huis wij waren gekropen had ons eruit gekregen en we waren verhuisd. 1950. 9


Lucie ging op de tekenacademie. ’s Ochtends, voordat zij haar fiets pakt, vraagt zij aan mijn vader geld voor tekenpapier. Hij vist iets uit zijn portefeuille, ik sla het met ontzag gade, dit vaste nummer aan het begin van de dag. Voordat ik zelf naar school liep, me onderweg afvragend wat zij zou gaan tekenen. Modetekeningen waren het vaak, zij deed mode. Ze naaide jurken die zij zelf ontwierp, groen met geel, zonder mouwen droeg zij die. Ik zat wel eens op haar fiets, als die op de gang stond. Aangezien hij handremmen had liet ik de pedalen terugwaarts cirkelen en zo reed ik naar de Prinsessegracht, naar de tekenacademie, zo stelde ik me voor. Het was met die fiets aan de hand dat Lucie na school voor de deur stond na te praten met een lange man die haar van school naar huis had gebracht. De hoofden dicht bij elkaar. Mijn vader kwam dan naar buiten om haar naar binnen te wenken. “Luus, wat sta je daar lang met die meneer te praten!” Het was Johan, de schilder, haar nieuwe vriend. Aan de muur van onze huiskamer, boven de kolenkachel, hing het portret van een geblinddoekt meisje met een witte gaatjes blouse. Het was een zelfportret dat Lucie op school gemaakt had. En ik wist precies waar het over ging want ik herinnerde mij de tranen die achter deze linosnede schuil gingen. In het oude huis aan de Laan van Meerdervoort, een paar jaar terug, had het zich afgespeeld. Op een dag kwam Lucie lachend met mamma thuis, ze waren in de stad geweest. Ze deed haar jas uit en een witte gaatjesblouse blonk onder haar zwarte haar, als zeezout op een blakend strand. Ze had het zelf uitgekozen. Pappa vond het ook mooi en wij waren allemaal trots, maar wat gebeurde? Thijs kwam. En ging met Lucie op de lange leunstoel zitten, midden in de kamer, en trok haar op schoot. Het was lente, de zon schoot door de grote deuren in de kamer. Mijn broer Peter speelde een polonaise van Chopin op de nieuwe, zwarte piano, maar de volgende dag zag ik haar snikken. Thijs wilde de blouse niet. Hij wilde niet dat zij de blouse zou dragen. Hij vond hem lelijk! 10


Mamma probeerde haar te troosten, maar het huilen gierde hoger en hoger. Thijs wilde de blouse niet? Ik begreep het niet, maar mijn zus was ontroostbaar en ik leed met haar mee. Ik vond het zo erg voor haar, zo onbegrijpelijk van Thijs. Was ze niet vrolijk geweest, toen onze grote broer Bob na de oorlog weer thuis kwam uit zijn verstopplaats bij tante Mary in Epe? Had ze toen niet gedanst op de stenen gang van blijdschap? En had ze niet prachtig gedanst op de balletuitvoering van de theosofie in Pulchri Studio, waar mijn broer en ik ademloos tussen het publiek zaten? Was zij niet een fantastisch meisje, wat had hij haar de blouse te verbieden? Het eerste meisje waar ik verliefd op was had lange zwarte vlechten zoals Lucie. Ik was vijf en niemand wist het.

Lucie, Norwalk, Connecticut, bij onze broer Bob, omstreeks 1980

11


Toen Lucie klaar was met de tekenacademie trouwde ze met Johan. Er is een foto dat ze in de Javastraat trouwden, daar was toen nog het voor-vorige stadhuis. Ik zie mijn vader op de foto, maar ben ik er bij geweest? Lucie was nog jong en ze betrokken een nieuwbouw woning in het ochtendrode Morgenstond. Op de vloer lag iets heel nieuws: linoleum. Wij kwamen bij hen op bezoek en mijn vader prees het werk van Johan en niet minder dat van zijn Lucie. Het waren schilderijen, tekeningen, schetsen, die zij gemaakt hadden tijdens dagenlange zwerftochten op de Veluwe. Hélemaal alleen, geen mens te zien Pap. We verdwaalden en toen maakten wij onze mooiste dingen. Hoe werkte het bombardement op Lucies’ verdere leven? Kon zij blijven zoals zij nu was?

DE DOOD VAN ONZE VADER Wij, Pappa’s vrouw en kinderen, bibberden. Beneden in zijn wonderlijke, als museum ingerichte accountantskantoor met de Balinese drakenkoppen en planken vol met zijn verzameling magische krissen. In de mahoniehouten kast onder het koperen Boeddhabeeld. Boven lag hij te sterven. Hebben we gesproken over de ziekte die hij had? Nee. Het was te erg en aan euthanasie dacht niemand in 1962. Een griezelig doodshoofd kreeg hij, zijn armen en benen uitgemergeld en zijn buik opgeblazen. Als een spook liep hij over de gang naar de wc toen hij dat nog kon. “Laten we Lucie opbellen”, zei ik met knikkende knieën tegen m’n moeder. M’n jongere zus Candeetje leek dit ook een goed idee. Lucie zou wel raad weten. Ik was negentien, niet te oud om bang voor de man met de zeis te zijn. Luus kwam en had een zwart glimmend leren broek aan. Zoiets had ik nog nooit gezien, maar nu weet ik dat zij die op feesten van de Haagse Kunstkring heeft gedragen. Ze was kunstenares, ze was geworden wat Pappa voor haar in de zin had. Als ze hem vroeg wat ze moest tekenen, als kind nog, was zijn antwoord: ‘Teken wat je ziet uit het raam.’ Dat zette haar potloden in beweging. 12


Mijn grote zus liep naar zijn bed, maar hij bewoog zijn lippen niet en zijn ogen keken niet. De tekening die ze volgens zijn aanwijzingen had gemaakt lag nog op het wit dooraderde, donkergrijze nachtkastje naast het huwelijksbed. De schets beeldde uit wat hij in zijn ijlende pijn, maar half door de opium verdoofd, voor zich zag. Zijn hand met gespreide vingers tussen een hoge vlam. Een paar dagen geleden kon hij dat binnenbeeld nog doorgeven. Lucie waakte afwisselend met Mamma bij zijn bed en sliep die nacht bij ons, in het zijkamertje naast de ziekenkamer. Alles was weer veilig. Geen draak zou uit zijn bed vuurspuwen nu Lucie in huis was. Lucie was sterker dan Mamma, stelde ik me voor. Ze kon rijden op het kanon van een Canadese Sherman tank. En wat was ik eigenlijk gaan doen nadat Lucie op de tank van de bevrijders gesprongen was? Ja, ik stapte terug naar Pappa, die nu op sterven lag, had destijds, op de stoep langs de bevrijdingsparade eerst de foto van zijn twee kinderen geschoten om vervolgens Roeltje op zijn schouders te zetten. En zo juichten wij samen voor de brede rijen van de voorbij marcherende Schotse doedelzakspelers. De Colonel Bogey mars! De hoge fluittonen doen me nog watertanden en verlangen naar corned beef, fris gedropt in die heerlijke blikjes uit de Engelse vliegtuigen, dezelfde die eerst bommen op ons hadden laten vallen.

VLIEGTUIGEN Ik woonde na de dood van mijn vader nog bij mijn moeder en zusje Candee. M’n eindexamen kon ik nu toch doen op Lucies school, de Dalton, dat nu ook een gymnasium had. Lucie kwam thuis, op een dag. Ze was midden op de Denneweg in tranen uitgebarsten toen er een vliegtuig overkwam. “Mamma, weet niet wat er gebeurde? Ik stond gewoonweg met mijn handen naar de hemel! Op klaarlichte dag!” Lucie wist zelf hoe het kwam. Ze moest weer denken aan de dag dat de vliegtuigen over gekomen waren en op onze straat de bommen lieten vallen. Ze vroeg niet of ik dat ook had. 13


Nee ik heb dat niet, voor mij was het dankzij de onverbeterlijke improvisatie van Mamma een raar spelletje geweest. Nou ja, toen ik veel later in de bioscoop zat voor de film over het bombardement van Rotterdam vloeiden de tranen bij de eerste bom en ze stopten pas toen de film klaar was. Ik heb het ook, maar bij mij zit het handig onder levenslust verborgen.

GEDAANTEVERWISSELING Ik hoorde mijn moeder aan de telefoon haar ernstig toespreken, op het kantoor in onze achterkamer. Er was iets in Lucie naar boven gekomen wat wij niet van haar kenden, toen zij scheidde van haar eerste man. Aangezien wij gesteld waren op de bescheiden en terecht trotse kunstschilder die mij leerde timmeren, kwam dat hard aan. Het was een raadsel. Hoe dan ook, Lucie was nu achter in de twintig, woonde in een atelierwoninkje bij het Hollands Spoor en had een nachtelijke verhouding met de directeur van de Vrije Academie, George Lampe. Ik denk wel dat dit haar het gevoel van vrijheid gaf waaraan zij behoefte had. Wij meenden dat zij daardoor haar band met haar zoontje, mijn neefje, in gevaar bracht, want die bleef bij zijn vader. Mijn ouders hadden het willen tegenhouden maar zij zette door. Te verliefd op George, het aanzuigende middelpunt in de Haagse kunstwereld, die haar niet als huisvrouw maar als kunstenares aanmoedigde en haar misschien beloftes heeft gedaan. Lucie haalde haar guldens bij elkaar door rondleidingen in het Costuum Museum. Een restant van haar mode opleiding. De eerste Sinterklaasavond na de dood van onze vader gingen we vieren bij haar, in haar sloopatelier. Er daalde een dikke mist over de stad en halverwege moesten alle passagiers de tram verlaten. Op de tast bereikten we haar huis, Mamma, Candeetje en ik met mijn eerste vriendin, met wie ik bij een houtkacheltje Homerus las. Lucie had grappige gedichten gemaakt, maar terug konden we die avond niet. Het huisje zat als met watten dichtgeplakt. We sliepen op een rijtje op de grond, kranten 14


onder en over ons. Mamma en m’n twee zussen lepeltje-lepeltje, maar Herma en ik onder een lichtende spleet die dwars door de mist naar de hemel flitste. Het was de eerste nacht dat ik met een vrouw sliep.

BARONES Mijn zuster trok naar een andere wereld. Na een aantal jaren had zij een nieuwe minnaar, nu was het de voorzitter van de Haagse Kunstkring, baron Frans van Voorst tot Voorst. “O Mam, je weet niet hoe erg hij me inspireert!’ hoorde ik haar juichen. Hoe dat, zo’n ouwe kaalkop? vroeg ik mij af. Hij zorgde ervoor dat Lucie nu in een zonnig appartement aan de Schelpkade kwam te wonen, met openslaande deuren naar de tuin, en even later trouwden ze. Mijn verhouding tot hem liep niet gesmeerd, hij was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hij was er berucht om dat hij in zijn tirades tegen dienstweigeraars hen met orangoetangs of andere ondeugdelijke beesten vergeleek en hoge straffen tegen hen eiste, juist in een tijd dat ik als antimilitarist bekend stond. Maar we deden vriendelijk tegen elkaar. Hij was eigenlijk een steile katholiek. Geheim Kamerheer met Kap en Degen van Zijne Heiligheid de Paus, maar om mij tegemoet te komen liet hij zich eens ontvallen dat hij heel misschien op D66 zou kunnen stemmen, warempel. En ik bekeek aandachtig de rij van voorouderlijke familieportretten die in zijn en Lucie’s huis waren uitgestald en prees zijn vader, die zich als commandant in de oorlog dapper geweerd had. Lucie ging gretig op in het aristocraten spel en liet zich barones noemen. Bij familie diners van de Van Voorsten in het echtelijke huis aan de Johannes Bildersstraat in het sjieke Benoordenhout, was zij de stralende gastvrouw, die met witte handschoentjes en zilveren bestek opdiende. Ik liet er mijn hele psychologieboek op los, begreep het niet maar pikte het. Het was oók Lucie. Je hebt het leven van je zus niet in de hand. De witte handschoenen stonden haar bovendien voorbeeldig.

15


Ik was er niet vaak, maar zag er ook eens haar zoon, nu knaap, op haar werkkamer. Hij woonde nu met zijn vader in Arnhem, waarheen zij vrij kort na hun scheiding verhuisd waren, omdat Johan er een nieuwe baan als leraar aan de Kunst Academie kreeg. Voelde haar zoon zich bij de barones en de baron op z’n gemak? Ik twijfelde. Hij deed een karweitje. Maar kon haar verhouding met mij goed blijven?

De laatste foto die van het complete het gezin Van Duyn is genomen, augustus1962, op mijn jongenskamer van Laan van Eik en Duinen 203 in Den Haag. Links onze vader (62), drie maanden voor zijn dood in kamerjas, boven hem Bob (35), midden Lucie (29), staande tegen muur Roel (19), daaronder Mamma (60), rechts Peter (27), onder rechts Candee (14) en Dinie (38)

16


SCARABEE Het maakt mij gelukkig dat mijn herinneringen nu een overlevende vrouw doen oppoppen. Een onbekende vriendin van Lucie meldt zich op Facebook; ze vraagt me hoe het met mijn zus is. Ze meent dat Lucie nog leeft, was het maar waar. Ze had met Lucie bij theatergezelschap Scarabee gewerkt, eind jaren zestig. ‘Batman in ballingschap’ heette hun stuk: Lucie maakte de decors, de vriendin deed de publiciteit. Ik laat haar niet los. Ik mis Lucie en deze vrouw, Ella Arps, is wel geen plaatsvervangster, maar ze kan toch uit de eerste hand over haar vertellen. Iets wat ik niet weet: verrukkelijk! Zij vertelt dat Lucie voor haar bijzonder was. Zij was volgens haar heel lief en zij bewonderde haar. Anders dan zijzelf en de meeste collega’s bij dit gezelschap deed Lucie niet mee aan demonstraties tegen de oorlog in Vietnam. Het had me verbaasd als Lucie dat wel gedaan had, want zij leefde in haar binnenwereld, niet op het grofstoffelijke strijdtoneel. Lucie had zich tegenover haar bezorgd getoond over mij, vertelde ze, dat ik weer in de gevangenis zou komen, door mijn opstand. In 1966 had ik inderdaad een tijdje in de nor gezeten. Daar draaide ik toen mijn hand niet voor om, maar nu legt Lucie’s zusterlijke bezorgdheid haar hand op mijn hart. Nu Ella me dit vertelt schiet me te binnen dat Lucie in die tijd ook eens een tentoonstelling van haar werk heeft gehouden waarvan zij de opbrengst aan mij heeft gegeven. Wat lief! Wat zich nu aan me opdringt is dat zij toen verliefd was op Freek Piket. Hoe kón zij? Typisch het soort patriarch dat ik in die tijd met ludieke doch messcherpe provocaties bestreed. Hij was senator voor de conservatieve CHU, jurist en een man van orde en gezag. Een erudiet man bovendien en een groot kunstverzamelaar, die Lucie en haar werk hoog had en kocht. “O Mamma, die man inspireert mij zó erg, je kunt het je niet voorstellen!” Een kalende, erudiete kunstverzamelaar, dat doet me denken aan onze vader, die toen kortelings was overleden.

17


Via hem werd de krissenverzameling van onze vader verkocht, volgens mij voor een schijntje. Maar het werd tussen hen niks; later hoorde ik dat hij een andere richting koos.

Gedachten zijn levende wezens

18


GEESTEN De vriendin trotseerde al snel mijn teugelloze nieuwsgierigheid en draaide kordaat de rollen om, ze wilde weten wie Lucie eigenlijk wás. Ze stuurde me een foto van een kunstwerk van Lucie dat ze zojuist gekocht heeft. De contouren van twee gestalten, die in hun binnenste wezentjes tonen, als kikkervisjes zo klein. Hoe zal ik hen noemen? Geesten. Djinns. Zielen. Zwevertjes met aureolen. Ik ken ze van zoveel schilderijen en kunstwerken van mijn zus. Als minuscule balletdanseresjes. Hoe kwam ze erop? Wij hadden die geesten vroeger in ons theosofische huis. Gedachten zijn levende wezens had mevrouw Blavatsky ons geleerd. Het heelal wemelt ervan. “Louter zonnestralen dart’len door de lucht”, zongen wij op de spirituele Lotuscirkel van mijn moeder. Energiepartikels, gedachten, monaden, daarover ging het. Ook al hadden wij als kinderen dat niet in de gaten. Zondagochtend. Wij kinderen zongen over zonnestralen die door de lucht dartelen zoals de mensengedachten door de kosmos dansen. Lucie is ze gaan schilderen, reconstrueer ik nu. De twee gestalten die de vriendin gekocht heeft stellen, volgens mij, Lucie zelf en een van haar mannen voor, die in hun binnenste bezield worden door de geestelijke deeltjes waaruit de kosmos bestaat. Lucies kosmos. De vriendin zendt mij ook een kogelrond schilderij, Lucies Bezielde Cosmos en mijn borst zwelt als ik in het Engelse bijschrift lees dat Artist Lucie van Duyn (1933-2013) sister of Roel van Duijn was. Waarom niet omgekeerd, ik brother of the artist Lucie? Vrienden van haar hebben haar vier maanden geconcentreerd aan deze kosmos zien werken. De zielen heeft zij minutieus geschilderd in de gedaanten van vrouwtjes met gouden aureooltjes. Zij schilderde nu niet wat zij uit het raam zag, zoals onze vader haar had aangeraden, maar wat zij door haar innerlijk raam zag. Het spiritueel pantheon.

19


De Bezielde Cosmos

20


Ontleend aan onze theosofische opvoeding. En over dat alle heen het parool van mijn moeder: ‘Liefde is het cement van het heelal.’ Theosofe is Lucie niet gebleven, ze was geen aanhangster van een andere leer dan haar eigen. Ze leefde in zichzelf en daar waren wel de zonnestralen, de monaden en de levende gedachten. Toen Mamma in coma in het ziekenhuis lag, nadat zij van de trap gevallen was en na de zoveelste beroerte zaten wij kinderen aan haar bed. Lucie zette de oude liedjes in. ‘Louter zonnestralen…’ ‘Dart’len door de lucht’ antwoordde ik. En Mamma hikte even, één zonnestraal had haar bereikt dwars door haar duisternis. Lucie was goed met de dood. In 1987 net zoals in 1962, bij de overgang van onze vader, speelde zij het spel opgewekt. In die jaren heb ik eens een tentoonstelling van Lucie in Pulchri Studio geopend. Vooraf spraken we elkaar in De Posthoorn, het artiestencafé dicht bij Pulchri, waar ik vroeger wel eens spijbelde. Luus had dezelfde witte nagellak die ze ook op onze laatste familiefoto droeg. Hoe stond het met haar hartstochtelijkheid in de kunst? Ik herinnerde haar eraan dat zij lang geleden, toen Thijs het nogmaals uitgemaakt had omdat hij met een ander meisje ging vrijen, zij zich huilend van de trap naar beneden gestort had. Thuis, aan de Laan van Eik en Duinen. Zou ze nu niet meer doen, antwoordde ze, je kunt beter zelf afscheid nemen voordat de ander het doet. Eens raadde zij mij dat ook aan, aan de telefoon. “En dan moet je een briefje voor haar achterlaten, aan het eind schrijf je: ”Het ga je goed!”

21


Paardrijles aan het strand, 1949, Lucie rechts, met vader (tweede v links) en moeder (links)

22


JOODS Ze bleef niet bij de baron. Had zij zich afgevraagd of dit het nou was? Vermoedelijk, ze heeft het baronessen spel genoten maar gaf op een dag toch de voorkeur aan haar eigen spel. Eveneens via Facebook vertelde een vriend van haar mij dat mijn zuster in de nadagen van haar huwelijk met de baron een verhouding gehad had met een vriend van de vertellende vriend. Een jongere, blonde acteur. Op de manier waarop ze ook haar scheiding van haar eerste man had aangevangen, op haar nieuwe atelier aan de Zoutmanstraat. Mannen als bladwijzers naar het volgende hoofdstuk. Een vriendin van haar, Ella de Poezenschilderes, liep in die dagen op het Lange Voorhout bij Pulchri baron Frans tegen het lijf, grauw in het gezicht, vergiftigd door liefdespijn. Hij bad haar om met hem ergens te gaan eten, maar zij weigerde. Ik hoor het verhaal met plezier, Lucie had hem iets gegeven wat hij niet bij ieder halen kon. Niet lang daarna een nieuwe gedaanteverwisseling. In de Weissenbruchstraat. Ik ontmoette haar samen met naar aanstaande derde echtgenoot, beiden in een modieuze overall en met hetzelfde korte kapsel als het zijne. “Unisex!’ fonkelde Lucie. 1976, ze was nu 43. Er glansde een vleugje Dolle Mina op haar niet meer pikzwarte haar. Ik stond ook aan een nieuw begin, nadat ik als wethouder ten val was gebracht en vers verliefd was geworden. We voelden elkaar weer aan, hoopte ik. Deze derde echtgenoot was een gekwelde, zeer rijke man. Frits Sanders was een Joodse Holocaustslachtoffer, die veel geërfd had van zijn vreselijk uitgemoorde familie. Hij liet weinig contact toe, alleen met Lucie. Dat hij Joods was trok haar, ze benadrukte graag de Joodse vader van oma. “Pappa”, zei ze ernstig, “die werd voor de oorlog door z’n cliënt Barnstijn, de filmmagnaat, gevraagd in zijn plaats voor zaken naar Berlijn te gaan, maar bij nader inzien hield hij hem er van af. “Ze zien het daar meteen aan je Joodse koppie”, waarschuwde hij.” 23


Als zij zo sprak moest ik altijd denken aan Lucie en de oorlog. Ze was nu geen barones meer, over haar status van toen lachte ze vaag. Maar ze gedroeg zich wel arrogant merkte ik tegenover onze broer Peter, die in haar ogen mislukt was. Zij en Frits reisden door de wereld, de miljonairsvrouw woonde in een buitenhuis met zwembad in Frankrijk en ook in Zwitserland. Bij het Franse SaintRémy en het Zwitserse Genève Ik dacht dat behalve zijn Jood zijn en zijn trauma, ook zijn geld deel uitmaakte van zijn aantrekkingskracht. In dat opzicht was hij een voortzetting van de upper class waarvoor zij gekozen had. Ze was op stand gebleven. Als behoeftige kunstenares in een sloopatelier, die door de kunstbobo’s niet genoeg gezien werd, had ze een hekel gekregen aan armoe. Met haar schoonheid en haar talenten vlinderde ze liever langs de struiken naar het kasteel op de berg. In het peperdure hotel Des Indes, vlak achter Pulchri en centrum van Haagse bluf, werd haar tentoonstelling nu geopend en nagefuifd. Ik melkte in Groningen de koeien, bio-boer.

RUPS EN VLINDER De geestelijke afstand deed me wel pijn, maar ik ben er niet de broer naar om een biografie met verborgen spelden en naalden over mijn zuster te schrijven. Ik ontbeer haar, ik zie haar voor me in haar oorspronkelijke, jonge staat. Dat is de echte Lucie en haar gedaanteverwisseling is voor mij afdwaling, oorlogsschade, vergeefbare gekte. Ik koester haar, de gedaante die ik de eigenlijke Lucie noem. Maar ik moet toegeven dat gedaanteverwisselingen verraderlijk zijn, het heeft duizenden jaren geduurd voordat de mens begrepen heeft dat de vlinder en de rups twee gestalten van hetzelfde dier zijn. En dat de rups zich volgens zijn programma ontpopt tot vlinder. De aristocratische Lucie was al aanwezig in het programma van de speelse, eigenlijke Lucie van mijn jeugd. Eén en dezelfde persoon. Toch bak ik geen zoete broodjes met haar: ik wil weten wie zij werkelijk was. Gedaanteverwisseling is een oogverblindend, bedrieglijk drama. Als je de bonte vlinder ziet, denk dan ook aan de effen groene, maar beweeglijke rups. 24


Eindigt Lucie als rups die zij in haar jeugd was of als de vlinder van na haar ontpopping?

PAUSEN Ze was zestig, ze stopte met mannen, verklaarde ze toen ze terugkwam uit Frankrijk. Wel telefoneerde zij regelmatig met haar eerste man, de rustige en tegelijk energieke schilder Johan, vader van haar zoon. Was Lucie ongelukkig in de liefde, omdat geen van haar drie huwelijken langer dan tien jaar geduurd heeft en zij, na haar liefdesverdriet om jeugdvlam Thijs, meestal zelf het initiatief tot de scheiding genomen heeft? Ze kon razend verliefd worden, een hart op trippelvoetjes. Een nieuwe wereld opende zich dan voor haar. Vaderfiguren waren het voor haar, lijkt mij, ze had ook onze vader gevolgd in zijn raad om kunstenares te worden. Wel had ze er de mannen uit gepikt waaraan zij in haar verschillende fasen behoefte had. Johan, op de academie haar tien jaar oudere leraar schilderkunst toen zij kunstenares wilde worden. De baron, toen zij zich omhoog wilde werken uit de armoe en onbekommerd wilde kunnen schilderen. Het rondreizende Holocaustslachtoffer toen haar d’r mogelijk Joodse afkomst fascineerde en de wereld in wilde. Ze heeft intensief van die pausen genoten, ze heeft ze gebruikt maar hen ook gegeven waar naar zij dorstten. Niet omdat zij ongelukkig was geweest in de liefde, zeker niet, maar omdat zij sterk in zichzelf leefde, had zij geen behoefte aan een nieuwe man.

STATENKWARTIER Zij woonde nu in het Statenkwartier, in een prachtappartement met een duin in de tuin. Op de hoek van de Frankenslag, waar zij ter wereld gekomen was. Haar woning was een luxueus parterre appartement in de Johan van Oldenbarneveltstraat bij de Frederik Hendrikstraat, een naam die haar zeker comfortabel herinnerde aan haar vroegere minnaar en mecenas Frederik Hendrik Piket. En Johan van Oldenbarnevelt deed haar aan haar eerste man denken, met wie ze nu en dan een ontmoeting had. Zelfs kwam ze eens Thijs op straat tegen, nu een bekend chirurg, die nog steeds met dat hinderlijke andere meisje getrouwd was. Heel even laaide haar vuur weer in haar op. Maar haar zoon en haar kleinzonen, over hen vertelde ze me graag. 25


Lucie in haar tuin in het Statenkwartier, omstreeks 1995

Ik logeerde eens bij haar, na een lezing in onze geboortestad. ’s Ochtends stond ik de douche schoon te maken toen zij in de badkamer verscheen om mij uit te leggen welke borstel ik gebruiken moest, met blote borsten. Mijn ogen wisten niet wat ze zagen, maar meteen hoorde ik in de gewone toon van haar aanwijzingen over WC Eend mijn zus als vanouds, als het tweede moedertje die zij in de Hongerwinter en 26


daarna steeds was. Sinds de tijd dat ik haar naam nog niet uitspreken kon en “Uusja” riep als ik haar ‘s nachts riep om te plassen. Uusja, onze vader noemde haar Lucia. Een hond en twee poezen had ze, Soetemannetje en Poppeswaantje, de één een grijze met lang haar, de andere een Siamees. Haar vriendin was de befaamde Ella de Poezenschilderes. Dagelijks telefoneerden ze over viervoeters, kunst en mannen, of gingen de twee dikke maatjes gezellig samen naar de IKEA. Maar zij schilderde na verloop van tijd minder. Dat verontrustte ons en we werden nog ongeruster toen zij eens, in de veronderstelling dat het de volgende dag was, midden in de nacht, in het pikkedonker de hond uitliet. Haar zoon Jeroen zorgde ervoor dat zij verhuisde naar het vegetarische bejaardenhuis Felix Ortt in de Veluwse loofbossen van Oosterbeek. Ze was in dat tehuis op haar plaats, want Ortt was niet alleen vegetariër, dierenliefhebber zoals zij, maar ook spiritist geweest. Felixoord heet het mooie oord eigenlijk.

27


Afscheid in Felixoord. v.l.n.r. Dinie, Lucie, Candee en, Roel Lucie toont de foto van het voltallige gezin van Duijn

28


Mijn beide andere zussen en ik bezochten haar daar en vanuit mijn schaaktoernooi in het Bilderberg hotel kon ik door het struweel zo naar haar toe lopen. Ze slofte, maar we hadden een helder gesprek; het beviel haar daar. Tachtig was ze. Op een middag reden wij met z’n drieën onze gerimpelde Lucie, grinnikend en op de planten wijzend, in een rolstoel het landgoed rond. Terug op haar kamer, met een Boeddhabeeld van Pappa op de vensterbank dat nog zat te mijmeren over het kantoor waar hij eens toezicht over de krissen hield, kon haar tong moeilijk de woorden vinden. De vogels buiten voor het raam werden ‘gogeltjes’. Ik liet haar onze laatste familiefoto zien en wees haar vragend Mamma aan,” ja die, die, die” antwoordde ze met blije ogen en tastende, kromme hand. Met onze jassen al aan om te vertrekken begeleidde ik haar naar de eetzaal. Lucie ging met haar rug naar me toe aan de eettafel zitten en nam met de hand over haar schouder afscheid van me, haar gezicht beslist naar de aardappelkroketten afwendend. Zoals Pappa het de allerlaatste keer ook met me gedaan had. Ze had van hem, vermoed ik, geleerd voor de laatste maal ajuu te zeggen. Ze ging lenig met de dood om, ze had het in de vingers. Ze zei niet “het ga je goed’. Maar ik wist nu hoe laat het was en dat we van elkaar hielden.

RUPS Enkele jaren geleden, 2013, liep ik een witte zijkamer in, men fluisterde er. Daar lag ze. Op een wit bed, haar gezicht opgemaakt en gestoken in een oranje, rode wade. Als een rups, bloemen om haar heen. Zou ze zich ontpoppen en als vlinder de bloemen gaan bevliegen? Ik liep de aula binnen en zag een selecte groep uitvaartvrienden, kunstkenners en ook Luus’ eerste man, de oude rots Johan. Op hem ging ik meteen af om hem een hand te geven, zijn ogen lichtten ook toen hij me zag. Haar zoon, die het spektakel georganiseerd had, vertelde me dat hij had nagegaan hoe opmerkelijk vaak Lucie in haar leven wel niet verhuisd was. “Dertien keer!” Even maakte het getal indruk op me, maar toen ik op mijn stoel zat, naast onze zus Candeetje, rekende ik snel uit dat ik minstens twintig keer verhuisd ben. 29


Lucies zoon ging achter het katheder staan en kondigde aan dat zijn moeder twee kanten had gehad. Om te beginnen was ze veeleisend en vermoeiend. Daar zat in haar latere leven iets van in, dus ik werd nieuwsgierig naar de andere kant, maar daar kwam hij niet echt aan toe. Het klonk als een straf voor de scheiding die zijn moeder al in zijn vroege jeugd gewild had. Het gekke was dat terwijl de spreker verder uitvoer, ik zijn moed bewonderde om zoiets ongebruikelijks te doen en ik stelde me voor dat hij het over een vrouw had die ik uit de verte herkende. De vrouw van na Lucies gedaanteverwisseling en dan ook nog gezien door iemand die nog ook daarvoor voelde ik begrip - een appeltje met haar te schillen had. Nooit was er groter contrast bij een crematie. Ik trompetterde achter elkaar over hoe dapper zij de aardappeltjes voor me in de Hongerwinter gejat had, hoe onvermoeibaar zij mijn kinderwagen geduwd had na het bombardement op de vlucht naar een schimmig huis, hoe origineel haar zelfportret met gaatjesblouse en blinddoek was, hoe mooi zij de opdracht voor een tekening uitvoerde toen Pappa haar dat op zijn sterfbed vroeg, hoe zij met fonkelende bruine ogen de zonnestralen liet dartelen bij Mamma toen die in coma lag. Het stroomde eruit en ik voelde me niet beschaamd tegenover haar zoon, op dat moment ook de gastheer, want wat er ook waar mag zijn van zijn verwijten, mijn leven was armer en valer geweest als Lucie niet mijn zus was geweest. Lucie was iemand met twee vleugels.

30


KANON Nog een keer mochten we een laatste blik op de omstreden overledene werpen. Ze leek nu op een van de engelen van haar schilderijen, bijna doorzichtig, haar gewaad vol gaatjes, Thijs zou het haar wegens onzedigheid verboden hebben, maar voor mij was het vertrouwd en lief. Ze knipperde met de ogen en zodra ze me zag sprong ze op een tank, stak haar armen jubelend omhoog en voordat ze de hoek omging wuifde Lucie nog eens naar me, wijdbeens op de loop van het kanon.

Roel van Duijn, februari 2022

Lucie aan het werk voor een expositie

31


32


Het werk van Lucie van Duyn Ella Arps Door een toevallige ontmoeting op Facebook kon ik aan Roel van Duijn vragen hoe het met zijn zuster is. Ik ben een paar jaar bevriend geweest met haar en nooit vergeten. Mijn vraag kwam rijkelijk laat, want zij was in 2013 al overleden. Gezien het leeftijdsverschil tussen Lucie en mij was haar eerdere overlijden eigenlijk niet zo vreemd. Maar mijn vraag aan Roel kwam misschien niet zo toevallig als het lijkt, want hij was juist begonnen met het schrijven van een nagedachtenis aan zijn zus Lucie. Ik kreeg zijn eerste herinnering te lezen. Hierdoor werd ik aangewakkerd om in mijn geheugen te duiken en aanknopingspunten via het Internet te zoeken. Haar werk is heel toegankelijk en haar imposante oeuvre is bijna geheel verkocht en wijdverspreid onder verzamelaars. Hoewel er sprake is van voldoende kaliber, werd er nooit een museale tentoonstelling georganiseerd. Daarom missen we nu een biografisch overzicht. Ik zou dit graag willen herstellen en roep alle collectioneurs op om het werk van Lucie van Duyn te fotograferen en mij toe te sturen. Wellicht kunnen we een meer volledige biografie gaan schrijven. Mijn eerste kennismaking met Lucie vindt plaats winter 1964, in een kleine galerie naast café De Posthoorn aan het Lange Voorhout. Hier stelt zij met een aantal kunstenaars een tentoonstelling samen onder de titel Bewogen Beweging, in navolging van de kinetische sculptuur van Alexander Calder. In mei 1965 zie ik haar werk bij een ludieke expositie van 6 Haagse kunstenaars van de Haagse Kunstkring, “Kunst in Bed”. De installatie van Lucie maakte indruk door een fijn geborduurd kamerscherm rond een thematisch bed, waarop in constante stroom een drom van poppen geboren wordt. 33


Feesteling

34


Grafiek Via familie en het Internet vind ik nu enige grafische werken (zie bijlage). Lucie van Duyn gebruikt vormen in hun meest pure betekenis en laat deze materie vervolgens in rook opgaan, waardoor een vormeloze leegte, de andere kant van het zichtbare tevoorschijn komt. Ze tracht de beelden die in de mens zelf besloten liggen, maar niet meer los kan maken van de ontelbare beelden die iedere dag door de communicatiemiddelen binnen komen, los te weken en in een nieuw daglicht te plaatsen. Zij symboliseert wording; vernieuwing van de jaren zestig. Niet ernstig, niet moraliserend. Het is een lach, een diepe warme menselijke lach die volgt op de zorg over de dingen zoals ze gaan. Het is een poëtische werkelijkheid, in gedeeltelijk geometrische vormen.

Schilderijen In haar schilderijen is goed te zien dat ze de techniek van de oude meesters rond 1400 ter harte heeft genomen. Het atelier heeft een belangrijke functie, het is een rite: de schilderstok, de wrijfsteen, het palet, de houten panelen. Lucie kan met een splinter dunne penseel maandenlang op één olieverf schilderijtje werken. De ondergrond is een laag tempera op een houten paneel. Daarna zelf gemengde olieverf dunnetjes, laagje voor laagje, tot de juiste kleur is bereikt. Na enige weken drogen kan ze het aflakken met een naar eigen recept geprepareerde harde vernis. Het platte vlak is voor haar niet genoeg. Ze construeert triptieken met verrassende effecten. Een ander fundament van haar werk is de Gulden Snede. Het gaat uit van de ideale verdeling van het platte vlak. Ze reikt naar de perfecte weergave van schoonheid.

35


36 Kruisridder


Op de panelen zien we dat ze, herhaald, de geschilderde figuurtjes in gelijke vakken verdeelt. Hierdoor wordt een band gelegd met de toeschouwer, die verwonderd met de ogen van het ene naar het andere vak dwaalt en een persoonlijke samenhang componeert. Dun als tule schildert ze de nevelen die in de kosmische ruimte verschijnen. De ondergrond is gecomponeerd met geografische figuren, logisch opgetekend als een muziekstuk. Diepzwart zijn de vele verflagen. Het is een topprestatie om olieverf zó zwart te laten worden en toch te laten leven. Haar werk reflecteert archetypes: rechters en veroordeelden, moederschap, de Messias, de Madonna, de kosmos, vallende engelen. Vreugde, lust, wanhoop. Ze schildert vrouwen met een aureool. Minuscule figuurtjes die gebaren maken naar de toeschouwer en uit een andere wereld lijken te komen, levend aan de rand van ons bestaan. Alsof ze ons iets moeten zeggen dat we niet kunnen verstaan. Zwevend soms in een helder groen gras als de engelen van Hieronimus Bosch, een dans rond de meiboom. Ze zwermen als motten naar het licht. Naar een amigurumi hoofd waarin twee spijkers als ogen, de scepter zwaait. Peper en zout vaatjes, die we als kinderen vouwden. Houdt hij van mij, ja, nee, ja, nee. In Duitsland heet het ‘Heaven or hell’.

Theaterdecors In de jaren dat ik haar kende, werkte ze voor theater Scarabee, een Nederlands toneelexperiment dat is ontstaan in Den Haag in de jaren zestig als antwoord op de heersende traditionele toneelvormen. Op verschillende gebieden van kunst werd naar een nieuwe expressievorm gezocht. Dit resulteerde in een serie theaterproducties die zich aan de toeschouwer als een kijkdoos vol tableaus vivants ontrollen. Decor en kostuums vallen samen met beweging en muziek. Haar eerste bijdrage is bij de productie Spiraal (1964) een serie wand reliëfs, samen met Gerard Coljé. De toeschouwers zitten als het ware in een kijkdoos. Men lijkt daardoor medeplichtig aan hetgeen op het toneel gebeurt zonder er iets aan te kunnen doen. Het krijgt de duiding van metafysisch realistisch theater. 37


Lucie kan in de decors de realiteit inpassen boven het waarneembare en gaat doelbewust toewerken naar het absurde. Van het zware iets lichts maken. Misschien wel typerend voor een getraumatiseerde naoorlogse generatie die behoefte heeft aan een relativerende lach. Lucie voelt zich thuis bij de thematiek van Scarabee. Het brengt een vorm van kritiek op de consumptie maatschappij waarin alles wordt ingenomen wat lekker en gemakkelijk is en het parallelle verschijnsel van agressie. Dit loopt verder als een rode draad door haar vroege werk. Ze spiegelt dit aan het verlangen naar rust en een Zen beleving, voor haar noodzakelijk om de verfijnde techniek van haar schilderijen te kunnen volbrengen. Het zijn zeker niet de minsten waarmee ze samenwerkt: Woody van Amen, Georg Hadeler, Hans Hollenbach, Lucebert, Herman Berserik. Het decor dat Van Duyn maakt voor de productie Poppetgom is vele malen vertoond in diverse publicaties. Lichamen komen dansend tevoorschijn en verrichten een ceremoniële theesessie, nadat een rituele executie is verricht door een doodseskader. De voorstelling wordt verfilmd en in 1969 op de televisie uitgebracht - in kleur! Een televisie experiment. De toneelmaskers lijken kranten die amigurumi zijn gevouwen. Deze buitenaardse maskers komen ook in haar schilderijen terug. Vaak heten ze God. Soms zelfportret. Ze laten bij de beschouwer een diepe indruk achter. Kijken we naar het mysterie van de gnosis? In de lexicon van Nederlandse Beeldende Kunstenaars van Pieter Scheen staat zij vermeldt als surrealistisch kunstenaar. Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat we haar werk eerder onder de symbolisten kunnen plaatsen. Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie werden centraal gesteld. Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. 38


Honderden fascinerende grafische werken treffen we aan in de nalatenschap van Lucie. Zeker de moeite waard om nog eens een selectie in expositie uit te brengen. In 1967 verloor ik Lucie uit het oog. Ik vraag het me nu af: Hoe heeft zij zich verder ontwikkeld? Ze is meer dan 50 jaar lid gebleven van de Haagse Kunstkring. Met wie heeft ze tentoonstellingen gehad. Ook als lid van Pulchri. Op haar kunstwerken brengt ze weinig jaartallen aan. Typisch Lucie die niet zo nauwkeurig in de tijd leeft. Was ze een ingewijde? Een boodschapper van de oude meesters en ingewijde in de goddelijke mystiek? Was haar drijfveer metafysisch realisme? Wat dacht ze daarbij? Was zij een eenvoudige religieuze? In veel werk laat Lucie zien dat zij zich niet wil verbinden met Moeder Maria: Hier getuigt de titel van een werk "Moeder Gods, de Gesloten Tuin". Ze is veel explicieter bij "Verschijningsvormen van de Almacht" In de jaren dat ik haar kende, plm 1963 had ze Verschijningen van Maria Magdalena in een krachtige linosnede uitgewerkt. Veel werk uit die tijd doet denken aan het symbolisme van Charley Toorop. Kan zij zich ook niet verbinden met Maria Magdalena? Is zij bekend met het axioma op de Smaragden Tafel van Hermes Trismegistus, de oeroude profeet die geheime kennis openbaarde aan de mens, en de centrale figuur is in het hermetisme: ‘Zo(als) boven, zo (ook) beneden’, verwijzend naar de gelijkstelling van hemel en aarde, van de microkosmos en de macrokosmos. Dit hermetisch axioma door Lucie letterlijk in beeld gebracht op een houten tafel die ze had geschilderd voor de salon, ingericht met haar echtgenoot Baron Van Voorst tot Voorst. Een geheime grap?

39


details van Smaragden Tafel

40


Smaragden Tafel

41


Heeft ze zich geschikt naar de heersende normen en zich het volgende voorgenomen: de behoefte aan gezag is geen uiting van kuddegeest maar een instinct. ‘Ik Lucie van Duyn pas me schijnbaar aan. In stilte. Dan kan ik mijn werk doen. Daarin ben ik vrij. Tussen hemel en aarde. Kijk maar!’

Ella Arps februari 2022

Literatuuronderzoek uit eigen archief Malmaterial und seine Verwendung im Bilde; Max Doerner – 1890 Lucebert – de perfecte misdaad - klein radiostemmen spel 1955, gedrukt 1968 Haagse Courant, R.E. Penning mei 1965 Bres Planète nr 8 juni 1967 – Kunstenaars van onze tijd – E.C. Arps Studiereis naar Helene Weigel, Oost Berlijn, bij de weduwe van Bertel Brecht 1967 – E.C Arps Poppetgom, uitgave Octopus, Deventer, redacteuren Frits Becht, Paul Brand, Wim Crouwel, Hein van Haaren, Joop Hardy, Fred Paréé, boekontwerp Willem van Toorn Jaarverslag Raad voor de Kunst 1968, de illustraties zijn van Scarabee, incl. Van Duyn Scarabee 1965-1983 De boodschap van het beeld – uitg Haagse Kunstkring Studio Scarabee, 7 projecten H. van Haaren (red) Den Haag 1975 NRC-handelsbladinterview met Adri Boon R. Engelander, 26 augustus Werkreis naar Laterna Magica, Praag, ontmoeting Vaclav Havel – E.C. Arps directeur Nederlands Instituut voor Amateurtheater,feb 1986 Poppetgom alle teksten en muziek. Jan van Bakel.nl Poppetgom film variant, site Literatuurmuseum Johan de Haas, kunstenaar 88, zomer 2012 interview voor het tijdschrift STMG.nl Haagse Kunstkring, geschiedenis, zie de site.

42


EEN SELECTIE UIT HET WERK VAN LUCIE VAN DUYN

1. Grafisch werk 2. Theaterwerk Scarabee 3. Schilderen 4. Miniaturen 5. Triptieken

43


1. Grafisch werk

Ziet Hij is Waarlijk Opgestaan

44


Lege huls

45


Verschijning van Maria Magdalena

46


Moeder met Feesthoed

47


Zelfportret met Bloem

48


Zelfportret en Verschijningen

49


Zonder titel

50


Zomermeisje

51


Gezicht op een Cosmische Voorstelling

52


Verschijningsvormen van de Almachtige

53


Kroonprinses

54


Heilige kat

55


2. Theaterwerk Scarabee

Décor theetuin, met kostuums en studies voor Poppetgom (afbeeldingen overgeomen uit boeken)

56


Vallende Engelen, detail décor, tekeningen

57


3. Schilderen

Heiligen in debat

58


Moeder Gods Gesloten Tuin

59


Landschap

60


Geheimnis met Cristallen Karakters

61


Serafijnen

62


Cristallen omringd door Engelen

63


Dames Jong en Oud

64


Cherubijnen

65


4. miniaturen

Vlnr: Engel met drie armen, Madonna met vier handen, Jeroen en Natuurheilige

66


Vlnr: Rode dames, Dames jong en oud, Schreeuwen naar de Goden, en De Almachtige

67


Houten kistje met miniaturen op paneel

68


In het Jaar des Heeren

69


5. Triptieken

Rechtershuisje

70


Juristen en Meerminnen

71


Zelfportret in Landschap, gesloten triptiek

72


Zelfportret in Landschap

73


Wolken, Zelfportret, gesloten triptiek, onvoltooid

74


Zelfportret

75


Overzicht van de selectie opgenomen werken van Lucie van Duyn 1. Grafisch werk p 18 Gedachten zijn levende wezens, olie, lak op mahonie, 2 cm dik, 6,5 cm, onderdeel van groot paneel, 1970 p 20 De Bezielde Cosmos, olie, lak op paneel,.ø 100 cm. 1970 p 34 Feesteling, linosnede, 50 x 64,5 cm. 1963/65 p 36 Kruisridder, bladgoud, gemengde techniek, 24 x 30 cm. p 41 Smaragden Tafel, olie, lak op paneel, ø 110 cm. p 44 Ziet hij is Waarlijk Opgestaan, linosnede, 60 x 30 cm. 1962 p 45 Lege Huls, linosnede, 11 x 13 cm.1962 p 46 Verschijning van Maria Magdalena, linosnede, 30 x 30 cm. 1963 p 47 Moeder met Feesthoed, linosnede, 50 x 50 cm. 1971/72 p 48 Zelfportret met Bloem, linosnede, 40 x 60 cm. p 49 Zelfportret en Verschijningen, linosnede.. 60 x 40 cm. 1967 p 50 Zonder titel, gemengde techniek met pen, 24 x 30 cm. 1964. Collectie Museum de Fundatie p 51 Zomermeisje, litho, 40 x 60 cm. 1965 p 52 Gezicht op een Cosmische Voorstelling, linosnede, 20 x 20 cm.196. Opgenomen in ’12 lino’s’, HKK. Oplage 600. 1960 p 53 Verschijningsvormen van de Almachtige, linosnede, 50 x 50 cm. 1969 p 54 Kroonprinses, linosnede, 40 x 60 cm. 1965 p 55 Heilige kat, linosnede, 40 x 60 cm. 1965 2. Theater Scarabee p 56 Decor Theetuin met kostuums, maquette / foto-tryout. 1963. Voorstelling Poppetgom p 57 Vallende Engelen, detail décor, tekeningen. 1968. Jaarverslag Raad voor de Kunst 3. Schilderen p 58 Heiligen in Debat, olie, bladgoud, lak op paneel. 40 x 30 cm. 1970 p 59 Moeder Gods Gesloten Tuin, bladgoud, olie, lak op paneel. 60 x 80 cm p 60 Landschap, bladgoud op paneel, 24 x 38 cm. 1970. Lijst in twee tinten blauw p 61 Geheimnis met Cristallen Karakters, goud, bladgoud en lak, 39 x 41 cm. 1995 p 62 Serafijnen, lak op paneel, ø 90 cm p 63 Cristallen omringd door Engelen, lak op paneel, ø 90 cm p 64 Dames Jong en Oud, gemengde techniek, 55 x 55 cm. 1980. Lijst is beschilderd p 65 Cherubijnen, gemengde techniek, 44 x 21 cm. 1997. Baklijst 20 cm

76


4. Miniaturen p 66 Engel met drie armen, lak op hout, 8 x 11 cm. 1995 Madonna met vier handen, lak op hout, 8,5 x 8,5 cm. 1975 Jeroen, lak op hout, 7,5 x 11 cm. 1970 Natuurheilige, lak op hout, 9 x 11 cm. 1995 p 67 Rode dames, lak op hout, 9 x 12 cm. 1980 Dames, lak op hout, 8 x 12 cm. 1980 Schreeuwen naar de Goden, lak op hout, 11,5 x 10 cm. 1973 De Almachtige, lak op hout, 5 x 7 cm. 1975 p 68 Houten kistje met miniaturen, lak op hout, 10 x 13 x 11 cm. 1973-74 p 69 In het Jaar des Heeren, lak op hout, 10 x 13 cm. 1973 5. Triptieken p 70 Rechtershuisje triptiek, lak op hout, 16 x 11cm. 1974 p 71 Juristen en Meerminnen triptiek, lak op hout, 16 x 11 cm. 1974 p 72 Zelfportret in Landschap triptiek gesloten, lak op hout, 51 x 25 cm. 1972 p 73 Zelfportret in Landschap triptiek, lak op hout, 51 x 25 cm. 1972 p 74 Wolken triptiek Zelfportret gesloten, onvoltooid, 51 x 25 cm. 1995 p 75 Zelfportret, lak op hout, 51 x 25 cm. 1995 Het werk van Lucie van Duyn is opgenomen in diverse privé collecties, en collecties van Gemeente Museum Amsterdam, Gemeente Gouda, Museum de Fundatie Zwolle, kunsthandel Delta98 Den Haag. Grafisch werk werd opgenomen in de jaarkalenders van de Haagse Kunstkring 1966, 1969, 1971, 1973

Dankbetuiging Deze uitgave kwam tot stand dankzij de medewerking en fotografie van de eigenaren van het werk van Lucie van Duyn Candee van Duyn, Marx Warmerdam en Jaap Eerland, Ella Arps, Jeroen de Haas, Ella van Schaik, Rikst en Peter Jansen en de auteur. Dank voor de fotografie, aan Robbert van de Weetering. kunsthandel Delta98, Den Haag. Ook gaat onze dank uit naar Sacha Gaus en Max de la Croix voor hun correcties. En naar Ella Arps voor haar grote inzet. Het was fijn met jullie samen te werken om het leven en het prachtige werk van Lucie eindelijk de volle aandacht te geven die het verdient, opdat het z'n weg in de wereld vinden zal. Roel van Duijn (auteur), Eckart Dissen (uitgever)

77


78


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Mijn zus Lucie.Roel van Duijn by einsteinpublishers - Issuu