5
Het bestuderen van hoofdstuk 5 en het maken van de opdrachten bereidt je voor op het examenonderwerp Burgerlijke cultuur van Nederland in de zeventiende eeuw. Daarna kun je: Leerdoelen
historische context
v uitleggen hoe de Nederlandse maatschappij eruit ziet in de zeventiende eeuw, specifiek de rol van de adel, de boeren en de burgerij in de steden;
v uitleggen welke (internationale) ontwikkelingen het economisch succes van Nederland in deze tijd beïnvloeden;
v verschillen tussen de protestantse en katholieke geloofsopvatting benoemen;
v uitleggen hoe de Republiek een centrum voor wetenschap wordt;
kunsthistorische context
v uitleggen wat drie belangrijke visies op kunst en schoonheid in deze tijd inhouden (klassiek, protestants en wetenschappelijk);
v uitleggen hoe vrouwelijke en mannelijke kunstenaars profiteren van het economische succes van Nederland, hoe ze werken en hoe ze rondkomen (opdrachtgevers en vrije markt);
v uitleggen welke invloed ontdekkings en handelsreizen hebben op de kunst, en wat de rol daarbij is van westers superioriteitsdenken;
v uitleggen hoe ontwikkelingen in wetenschap en techniek invloed uitoefenen op de kunst (onder andere cartografie, camera obscura en toneelmachinerieën) ;
v uitleggen waarom Nederlandse burgers in deze tijd een voorliefde hebben voor rariteitenkabinetten en encyclopedische verzamelingen;
stijlen & stromingen
v de stijlkenmerken van de Nederlandse kunst in de zeventiende eeuw herkennen en benoemen in een gegeven kunstwerk ; v de (stijl)kenmerken van deze specifieke onderwerpen herkennen en benoemen : architectuur — Amsterdamse stadhuis op de Dam, de stadsschouwburg van Amsterdam, stadspaleizen, buitenplaatsen; beeldende kunst en vormgeving — genres in de schilderkunst (onder andere genreschilderijen, portretten, schuttersstukken, (vanitas)stillevens, landschappen, zeestukken), Chinees porselein en Delfts blauw; dans — dans in het theater en in het sociale leven; muziek — muziek in de kerk en in kleine kring, collegium musicum; theater — rol van de rederijkers (retorica), kluchten, tragedies en spektakelstukken.
Introductie
Deze Introductieopdrachten helpen je zicht te krijgen op de leerstof in hoofdstuk 5.
v Lees pagina 94–97 in je tekstboek
1 Bekijk 501 en 502 . Het portret Typhoon als Elieser is gemaakt met de nieuwste fotografische technieken. Toch lijkt het een portret uit de zeventiende eeuw. Dat komt onder meer door de kleding en de hoed. Noem nog een aantal aspecten van zowel de voorstelling als de vormgeving waarvan jij denkt dat ze passen bij de zeventiende eeuw. I
2 Blader hoofdstuk 5 door. Dit hoofdstuk heeft drie paragrafen: De Republiek en overzee, Stad en burgerij en Huis en haard. Verdeel de klas in drie groepen die elk een thema (paragraaf) voor hun rekening nemen. Vorm je een eerste indruk van jullie thema door de kunstwerken in het tekstboek goed te bekijken en maak een korte, klinkende presentatie over wat jullie opvalt aan de kunst van deze periode. Spreek samen vooraf een strakke tijdslimiet af voor zowel de voorbereiding als de presentatie en dwing elkaar tot een bondige kernachtige presentatie. I
5.1
De Republiek en overzee
Start
Deze Startopdrachten helpen je bij het leren en begrijpen van de leerstof in paragraaf 5.1.
v Lees pagina 98–105 in je tekstboek
3 Bekijk 504 , 505 , 508 en 510 . In de Nederlanden werken kunstschilders vooral voor de burgers. In veel buurlanden is dat niet het geval. Wat zijn in de rest van Europa de belangrijkste opdrachtgevers? Noem er twee. T1
4 Beluister V501 . Tijdens de Tachtigjarige Oorlog zijn geuzenliederen populair. Noem twee kenmerken van geuzenliederen die deze populariteit bevorderen. T1
5 Bekijk 504 . Noem vier aspecten van de vormgeving van de Nederlandse barokschilderkunst die te zien zijn in dit schilderij. T1
6 Bekijk 503 en 504 . In de barokschilderkunst is aandacht voor het moment van actie (moment suprême) kenmerkend. Beschrijf voor beide schilderijen dit actiemoment. T1
7 Bekijk 507 . Levinus Vincent laat bezoekers graag zijn kunst en rariteitenkabinet zien. Noem twee redenen om zo’n verzameling op te zetten. T1
8 Bekijk 510 . Een vanitasstilleven past goed bij protestantse leefregels. Beschrijf wat een vanitasstilleven is. R
9 Bekijk 511 . Dit is een voorbeeld van Delfts blauw. Noem een overeenkomst en een verschil tussen Delfts blauw en Chinees porselein. T1
10 Bekijk 512 . Op het gebied van cartografie loopt de Republiek voorop. Noem twee redenen waarom in de Republiek het maken van kaarten, atlassen en globes zo’n vlucht neemt. T1
11 Bekijk 501 , 508 en 514 . Met een eigentijdse aanvulling op de zeventiendeeeuwse portrettengalerij vraagt het Amsterdam Museum aandacht voor de positie van mensen van kleur in die tijd. Beschrijf welke rol de VOC en de WIC spelen bij de slavernij. T1
12 Bekijk 506 . Precieze afbeeldingen van de natuur, zoals die van Maria Sibylla Merian, hebben zowel een religieuze als een wetenschappelijke betekenis. Leg dit uit aan de hand van de voorstelling van 506 . T1
13 De kunst in de Republiek illustreert soms wat ook wel ‘westers superioriteitsdenken’ wordt genoemd: een egocentrische kijk op de eigen cultuur en het idee dat deze belangrijker of zelfs beter is dan die van bijvoorbeeld Afrika, Azië en ZuidAmerika. Geef twee voorbeelden van kunstwerken uit paragraaf 5.1 waaruit dit blijkt. T2
Focus
Deze Focusopdrachten helpen je bij het toepassen van leerstof aan de hand van een thema in paragraaf 5.1.
v Uit Azië
Dit vragenblok gaat over de invloed van contacten en handel met Azië op het dagelijks leven in de Republiek.
Tekst 1
Chinezen rijden in zeilkarren. Allemaal. Klopt niks van, deze eerste indruk uit de zestiende eeuw, maar het tekent de hoge dunk die Nederland altijd van China heeft gehad. [...] In 1606 scheurden prins Maurits en Hugo de Groot met een zeilkar over het Scheveningse strand naar Petten, met zo’n 50 kilometer per uur. Wat een uitvinding! De zeilwagen was typisch Chinees en hier nagemaakt uit bewondering voor die oude beschaving. Want in China, zo wisten ze in Nederland zeker, reed iedereen op zo’n zeilkar rond. Zó zeker wisten de Hollanders dat, dat op een landkaart van China kleine Chineesjes in zeilkarretjes werden getekend. China was het land van de zeilkarren. Dat klopte net zomin als de in China bestaande veronderstelling dat alle Hollanders rood haar hadden.
Bron: Wieteke van Zeil, de Volkskrant, 6 april 2017.
14 De zeilwagen van prins Maurits van Oranje wordt in de zeventiende eeuw maar zelden gebruikt. De keren dat de prins ermee gaat zeilen, wordt de prins vergezeld door een gezelschap van hoge en internationale gasten. Toch zijn prenten van de tochten populair.
Bekijk 1 . Op deze prent is te zien dat een tocht met de zeilwagen ook een soort stunt is om het publiek en de gasten te vermaken en te imponeren. Noem twee aspecten van de voorstelling waaraan je dat kunt zien. T1
1
Claes Jansz. Visscher (II) (toegeschreven aan) Strandgezicht met twee zeilwagens (ca. 1608 – ca. 1615).
Hendrick Pot Flora’s Mallewagen (1637).
15 Prins Maurits, zoon van Willem van Oranje, is stadhouder (leider) van Zeeland, Holland, Gelderland, Overijssel en Utrecht en aanvoerder van het leger van de Republiek.
Hij maakt de zeiltochten niet alleen voor eigen plezier maar ook om te werken aan zijn populariteit.
Leg uit waarom het imago van de stadhoudergeneraal belangrijk is en geef vervolgens twee redenen waarom deze zeiltocht zijn imago kan versterken. I
16 De zeilwagen en een prototype zijn ontworpen door de natuurkundige, wiskundige en werktuigbouwkundige Simon Stevin. Stevin komt uit Vlaanderen en schrijft zich in 1581 in op de universiteit in Leiden. Hij verbetert onder meer het ontwerp voor poldermolens en wordt militair adviseur van Prins Maurits van Oranje. Hij ziet de zeilwagens ook als een militair experiment.
Voor wetenschappers en uitvinders zoals Stevin is er in de Republiek een gunstig klimaat om zich te ontplooien. Noem twee aspecten van dat klimaat die hiervoor zorgen. T2
17 De tulp komt oorspronkelijk uit Azië en bereikt via Turkije de Republiek. De eerste Nederlandse tulp bloeit in 1594 in de Hortus Botanicus in Leiden. Wat eerst uit wetenschappelijke interesse wordt verzameld, wordt rond 1630 een rage en pure speculatieve handel. Sommige tulpenbollen kosten in die tijd net zo veel als een duur grachtenpand. In 1637 stort deze windhandel in. Hendrick Pot gebruikt het beeld van de zeilwagen van de prins voor een schilderij dat de spot drijft met deze tulpenmanie. Tekst 2 geeft een beschrijving van de voorstelling.
Tekst 2
De bloemgodin Flora rijdt mee met een ‘zegenwagen’, hier voorgesteld als ‘mallewagen’. Ze heeft een bos tulpen in haar hand. Drie mannen met een gekskap op het hoofd rijden met haar mee. ‘Leckebardt’ kan het drinken niet laten, ‘Graegrijck’ houdt een zak met geld vast en ‘Liegwagen’ verkoopt zijn praatjes. De dame ‘Vergaer al’ zit haar geld te wegen en aan de dame ‘Ydel Hope’ ontvliegt de vogel van de hoop. Achter de wagen lopen Haarlemse wevers die hun werk in de steek hebben gelaten. Van Haarlemse wevers is bekend dat zij nogal eens hun geluk in de tulpenwindhandel beproefden.
Bron: Frans Hals Museum, Haarlem.
Bekijk 2 en lees tekst 2. Leg uit wat de kunstenaar op dit schilderij wil vertellen over de tulpenmanie. T2
18 Hendrick Pot maakt op zijn schilderij van de zeilwagen een narrenschip. Het beeld van een narrenschip zonder kapitein dat wordt bestuurd door een groep dwazen is van oudsher een manier om kritiek te uiten op zwakheden en ondeugden.
Bekijk 2 nogmaals. Volgens de maker van de prent worden in de Republiek waarden en normen overtreden. Geef hiervan een voorbeeld aan de hand van de voorstelling. T1
19 Ook na de tulpencrisis blijft de tulp een kostbare bloem en een statussymbool. Bekijk 511 Noem twee kenmerken van het ontwerp van de bloempiramide die het exotische en luxe karakter van de tulp ondersteunen. T1
3 Pieter Claesz. Vanitasstilleven met zelfportret (1628).
20 Bekijk 510 . Op dit pronkstilleven of banketje van Pieter Claesz. zijn enkele kostbaarheden uit Azië afgebeeld, zoals een Chinese porseleinen schotel en een Aziatische nautilusschelp in de vorm van een wijnkelk. Noem nog drie kostbare zaken op deze voorstelling die verwijzen naar Azië. T1
21 De specialiteit van Pieter Claesz. is het maken van vanitasstillevens. Een vanitasstilleven roept op tot matigheid en draagt de boodschap uit dat het leven eindig is en dat alles wat leeft ooit sterft en bederft.
Bekijk 3 . De viool met strijkstok neemt in dit stilleven een belangrijke plaats in. Noem drie aspecten van de vormgeving waarmee de schilder dat bereikt heeft. T1
22 Bekijk 3 nogmaals. De viool verwijst naar de eindigheid van het leven; de muziek is gestopt. Deze betekenis wordt versterkt door de andere voorwerpen op dit vanitasstilleven. Leg aan de hand van drie andere voorwerpen op het schilderij uit hoe nog meer naar de eindigheid van het leven wordt verwezen. T2
Examentraining
Deze Examentrainingsopdrachten lijken op opdrachten in het centraal schriftelijk examen. Je oefent met de leerstof van heel hoofdstuk 5, waarbij je verbanden legt met andere periodes.
v Tuin Paleis Het Loo
Paleis Het Loo is het zomerverblijf van koningstadhouder Willem III van Oranje en zijn gemalin Mary Stuart van Engeland. Paleis Het Loo en de bijbehorende paleistuin geven Willem en Mary status en aanzien en hebben als doel bezoekers te imponeren.
62 Bekijk 532 . Vanuit het gekozen perspectief is goed te zien hoe de tuin aansluit bij het gebouw. Noem twee aspecten van de vormgeving van de plattegrond van de tuin die aansluiten bij het ontwerp van het paleis. T1
63 Als een vorst wil Willem III met de prachtige tuin laten zien dat zijn bestuur leidt tot orde en harmonie in het land. Om zijn roem te vergroten laat Willem III eind zeventiende eeuw dan ook in grote oplage prenten van het paleis en de tuin verspreiden. De wiskundige opzet van de tuin symboliseert dat de mens (hier: Willem III) in staat is zijn wil aan de natuur op te leggen.
Bekijk 532 . Breng nog twee aspecten van de tuin in verband met het idee dat Willem III de natuur naar zijn hand weet te zetten. T2
64 De Venusfiguur in de tuin van Het Loo is een kopie van een beeld uit de tuin van Versailles. Volgens de Griekse mythologie komt de godin Venus, vergezeld van Cupido, uit de zee tevoorschijn. Het beeld verwijst naar de komst van Mary Stuart, die van overzee naar de Nederlanden is gekomen voor een huwelijk met Willem III.
Bekijk 6 . Noem twee redenen waarom vorstelijke opdrachtgevers zich graag met mythologische figuren vergelijken. T2
65 Links en rechts van de Venusfontein staan twee grote fonteinglobes. Op de rechter wereldbol spuit het water uit grote havensteden van over heel de wereld. Amsterdam ligt helemaal bovenaan de bol.
Bekijk 7 . Leg uit wat deze globe symboliseert. T2
Tekst 5
Omdat het paleis tot 2021 gesloten is vanwege een grote verbouwing en de tuin voor het publiek openblijft, kreeg Libeskind de vraag om een hedendaagse toevoeging aan de tuin te bedenken. Dat werden dus vier beelden, ze staan in het midden van de vier centrale blokken van de tuin, tussen de geometrisch krullende, strakgeschoren heggetjes, ‘parterres’ in tuinjargon. Ze vallen op, zullen voor sommige vaste bezoekers als indringers worden ervaren. Vier metalen gebolde beelden van zo’n drie tot vier meter hoog, met uitlopers in scherpe punten, als splinters van een veel grotere bol. Alsof iemand met een mes lijnen heeft getrokken in de schil van een sinaasappel, en daar vier vormen uit heeft gepulkt.
De metalen beelden zijn met glimmende lak bespoten, steeds in een geleidelijke overgang van licht naar donker. De beelden symboliseren ozon (geel), koolstofdioxide (groen), methaan (rood) en lachgas (blauw) en vormen samen de ‘Garden of Earthly Worries’, de tuin van aardse zorgen. Libeskind noemt de beelden ‘indringers, totems, spoken’.
Bron: Starchitect Daniel Libeskind vat broeikasgassen in beelden, artikel en interview Joke de Wolf, Dagblad Trouw, 5 april 2019.
Opdrachten
Charles le Brun De Venusfontein, paleistuin Het Loo (ca. 1690).
Vincenzo Coronell Aardbolfontein (reconstructie) paleistuin Het Loo (ca. 1690).
Daniel Libeskind
Twee van de vier beelden van het project The Garden of Earthly Worries paleistuin Het Loo (2019).
Daniel Libeskind
Voorstudie The Garden of Earthly Worries paleistuin Het Loo (2019).
66 In 2019 worden in de tuin vier tijdelijke beelden van architectkunstenaar Daniel Libeskind geplaatst. Deze architectkunstenaar wil dat de tuin niet alleen een plek is om plezier te hebben, maar ook een plek om na te denken. Hij noemt zijn beeldenproject The Garden of Earthly Worries (de tuin van aardse zorgen).
Bekijk 532 , 6 , 7 , 8 en 9 en lees tekst 5. De vier beelden die Libeskind in de tuin plaatst, sluiten deels aan bij de tuin, maar vormen ook een contrast met de tuin. Noem een aspect van de vormgeving van de beeldengroep dat aansluit bij de tuin en twee aspecten van de vormgeving die juist contrasteren met de tuin. T2
67 Bekijk nogmaals 532 , 6 , 7 , 8 en 9 en lees tekst 5. Door de beelden in deze tuin te plaatsten, wil Libeskind bereiken dat bezoekers nadenken over de relatie tussen mens en natuur. Licht deze bewering toe in relatie tot zowel de bestaande tuin als de vier nieuwe beelden. I
68 De Tuin bij Paleis Het Loo is ooit ingericht met een grote variatie van bomen, struiken en vaste en éénjarige bloemen en planten. De vaak zeldzame gewassen worden door de WestIndische en OostIndische Compagnieën uit verre oorden voor Willem III en Mary II meegebracht. In de Koninginnetuin van Mary staat tussen mei en oktober ook nu nog een belangrijke collectie eeuwenoude citrusbomen in kuipen opgesteld. De tuin is om in te wandelen, te genieten en gasten te ontvangen, maar het is ook een botanische tuin die een overzicht biedt van wat er groeit en bloeit over heel de wereld. Ook de oorspronkelijke inrichting van het paleis staat in het teken van groei en bloei in de natuur met een grote kunstcollectie met onder meer twee bloemstillevens van Maria van Oosterwijck.
Bekijk 533 . Zowel uit het schilderij als de tuin spreekt een liefde en aandacht voor de natuur. Leg uit dat de wijze waarop dit vorm krijgt in de tuin en in het werk van Van Oosterwijck vergelijkbaar is. T2
69 In De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen (1718–1721) vermeldt Arnold Houbraken over Maria van Oosterwijck: Ook pronkten Koning Willem en Mary met een van hare konststukken, daar zij negen honderd gulden voor ontving.
Bekijk 533 . Kennelijk is een schilderij van Maria van Oosterwijck voor Stadhouder Willem III iets om mee te ‘pronken’. Geef drie argumenten hiervoor. T2
Deze Researchopdrachten geven je de mogelijkheid de leerstof van hoofdstuk 5 op een creatieve manier te verwerken. In de digitale licentie vind je meer informatie over de werkwijze en tips.
v De selfies van Jan Steen
Jan Steen speelt graag een bijrolletje in de voorstellingen van zijn schilderijen. Naast zelfportretten staat hij zo’n twintig keer in een bijrol op zijn eigen schilderijen. Soms draagt hij een zwarte hoed en witte kraag, dan weer een narrenpak of is hij vermomd als dienstmeid, minstreel of boer. Op de schilderijen van Jan Steen is alles te zien wat de kerk verbiedt. Via — voor de moderne kijker soms wat raadselachtige — symbolen roept het schilderij op om vooral niet na te doen wat op het schilderij wordt voorgedaan: don’t try this at home! Dat Steen zelf als dronkenlap of vrouwenversierder op het schilderij staat, getuigt van enige zelfspot.
12 Research
78 Verzamel op internet zoveel mogelijk werk van Jan Steen waarop hij ook zelf te zien is. Dat kunnen bijrollen zijn (zie 52 6 ) of hoofdrollen (zie 12 ). Stel uit een selectie van die schilderijen een presentatie samen waarbij je de afbeeldingen gebruikt alsof ze staan op het profiel van Jan Steen op Instagram, Twitter, Facebook of een van de andere social media. Naast de afbeeldingen bestaat de presentatie uit bijschriften of teksten. Kies daarbij als vertelperspectief Jan Steen als ikfiguur. Zoals gewoonlijk bij social media bestaat je presentatie niet uit een logisch doorlopend verhaal, maar uit korte flarden tekst. Zorg ervoor dat alles wat je schrijft wel zoveel mogelijk klopt. Ga op zoek naar antwoorden op vragen zoals :
v Wat gebeurt er in de herbergen uit die tijd?
v Welke feesten worden er gevierd?
v Welke muziek wordt er gespeeld?
v Wat wordt er in die tijd gegeten en gedronken? etc. I
Jan Steen Zelfportret als luitspeler (ca. 1663–1665).
Auteurs
Jappe Groenendijk
Emiel Heijnen
Steffen Keuning
staal-roeland.nl
Oktober 2020