Skip to main content

Bespiegeling ed. 2021 opdrachten voorbeeldkatern havo

Page 1


Voorbeeldkatern

Bespiegeling Opdrachten havo

Inhoud

Direct aan de slag 6

1 Klassieken

Oudheid tot en met de vierde eeuw 7

Opdrachten

2 Cultuur van de kerk

Elfde tot en met de veertiende eeuw 11

Introductie

2.1 Kloosters

2.2 Kathedralen

2.3 Steden

Examentraining Research

3 Vroegrenaissance

Vijftiende eeuw 27

Opdrachten

4 Hofcultuur

Zestiende en zeventiende eeuw 31

Introductie

4.1 Renaissancehoven

4.2 Pauselijk hof 4.3 Vorstenhoven

Examentraining Research

5 Burgerlijke cultuur van Nederland

Zeventiende eeuw 55

Introductie

5.1 De republiek en overzee

5.2 Stad en burgerij

5.3 Huis en haard

Examentraining Research

6 Rococo & classicisme Achttiende eeuw 73 Opdrachten

7 Cultuur van romantiek & realisme

Negentiende eeuw 77 Introductie

7.1 Vlucht uit het alledaagse

7.2 Verslag van het alledaagse

7.3 Naar een nieuwe eeuw Examentraining Research

8 Cultuur van het moderne Eerste helft twintigste eeuw 97 Introductie

8.1 Expressie

8.2 Abstractie

8.3 Constructie Examentraining Research

9 Massacultuur Vanaf 1945 121

Introductie

9.1 American Dream

9.2 Nieuwe Wegen

9.3 Globalisering Examentraining Research

Kunstbeschouwing 147

1 Beeldende kunst

2 Dans

3 Muziek

4 Theater

5 Film

Verantwoording illustraties

Burgerlijke cultuur van Nederland

Zeventiende eeuw

5

Het bestuderen van hoofdstuk 5 en het maken van de opdrachten bereidt je voor op het examenonderwerp Burgerlijke cultuur van Nederland in de zeventiende eeuw. Daarna kun je: Leerdoelen

historische context

v uitleggen hoe de Nederlandse maatschappij eruitziet in de zeventiende eeuw, specifiek de rol van de adel, de boeren en de burgerij in de steden ;

v uitleggen welke (internationale) ontwikkelingen het economisch succes van Nederland in deze tijd beïnvloeden ;

v verschillen tussen de protestantse en katholieke geloofsopvatting benoemen ;

kunsthistorische context

v uitleggen wat de klassieke en protestantse visie op kunst en schoonheid in deze tijd inhouden ;

v uitleggen hoe vrouwelijke en mannelijke kunstenaars profiteren van het economische succes van Nederland, hoe ze werken en hoe ze rondkomen (opdrachtgevers en vrije markt) ;

v uitleggen welke invloed ontdekkings­ en handelsreizen hebben op de kunst;

v uitleggen hoe ontwikkelingen in wetenschap en techniek invloed uitoefenen op de kunst (onder andere cartografie, camera obscura en toneelmachinerieën);

v uitleggen waarom Nederlandse burgers in deze tijd een voorliefde hebben voor rariteitenkabinetten en encyclopedische verzamelingen;

stijlen & stromingen

v de stijlkenmerken van de Nederlandse kunst in de zeventiende eeuw herkennen en benoemen in een gegeven kunstwerk ; v de (stijl)kenmerken van deze specifieke onderwerpen herkennen en benoemen: architectuur — Amsterdamse stadhuis op de Dam, de stadsschouwburg van Amsterdam, stadspaleizen, buitenplaatsen ; beeldende kunst en vormgeving — genres in schilderkunst (onder andere genreschilderijen, portretten, schuttersstukken, stillevens, landschappen, zeestukken), chinees porselein en Delfts blauw; dans — dans in het theater en in het sociale leven ; muziek — orgelmuziek in de kerk en in muziek in kleine kring; theater — rol van de rederijkers, kluchten, tragedies en spektakelstukken.

Introductie

Deze Introductieopdrachten helpen je zicht te krijgen op de leerstof in hoofdstuk 5.

v Lees pagina 94–97 in je tekstboek

1 Bekijk 501 en 502 . Het portret Typhoon als Elieser is gemaakt met de nieuwste fotografische technieken. Toch lijkt het een portret uit de zeventiende eeuw. Dat komt onder meer door de kleding en de hoed. Noem nog een aantal aspecten van zowel de voorstelling als de vormgeving waarvan jij denkt dat ze passen bij de zeventiende eeuw. I

2 Blader hoofdstuk 5 door. Dit hoofdstuk heeft drie paragrafen: De Republiek en overzee, Stad en burgerij en Huis en haard. Verdeel de klas in drie groepen die elk een thema (paragraaf) voor hun rekening nemen. Vorm je een eerste indruk van jullie thema door de kunstwerken in het tekstboek goed te bekijken en maak een korte, klinkende presentatie over wat jullie opvalt aan de kunst van deze periode. Spreek samen vooraf een strakke tijdslimiet af voor zowel de voorbereiding als de presentatie en dwing elkaar tot een bondige kernachtige presentatie. I

Bekijk ook de uitlegvideo’s en maak de oefendrills bij hoofdstuk 5 in de digitale licentie.

5.1

De Republiek en overzee

Start

Deze Startopdrachten helpen je bij het leren en begrijpen van de leerstof in paragraaf 5.1.

v Lees pagina 98–105 in je tekstboek

3 Bekijk 504 , 505 , 508 en 510 . In de Nederlanden werken kunstschilders vooral voor de burgers. In veel buurlanden is dat niet het geval. Wat zijn buiten de Nederlanden in de rest van Europa de belangrijkste opdrachtgevers? Noem er twee. T1

4 Beluister V501 . Tijdens de Tachtigjarige Oorlog zijn geuzenliederen populair. Noem twee kenmerken van geuzenliederen die deze populariteit bevorderen. T1

5 Bekijk 504 . Noem vier aspecten van de vormgeving van de Nederlandse barokschilderkunst die je terugziet in dit schilderij. T1

6 Bekijk 503 en 504 . In de barokschilderkunst is aandacht voor het moment van actie (moment suprême) kenmerkend. Beschrijf voor beide schilderijen dit actiemoment. T1

7 Bekijk 507 . Levinus Vincent laat bezoekers graag zijn kunst­ en rariteitenkabinet zien. Noem twee redenen om zo’n verzameling op te zetten. T1

8 Bekijk 510 . Een vanitasstilleven past goed bij protestantse leefregels. Beschrijf wat een vanitasstilleven is. R

9 Bekijk 511 . Dit is een voorbeeld van Delfts blauw. Noem een overeenkomst en een verschil tussen Delfts blauw en Chinees porselein. T1

10 Bekijk 512 . Op het gebied van cartografie loopt de Republiek voorop. Noem twee redenen waarom in de Republiek het maken van kaarten, atlassen en globes zo’n vlucht neemt. T1

11 Bekijk 501 , 508 en 514 . Met een eigentijdse aanvulling op de zeventiende­eeuwse portrettengalerij vraagt het Amsterdam Museum aandacht voor de positie van mensen van kleur in die tijd. Beschrijf welke rol de VOC en de WIC spelen bij de slavernij. T1

Focus

Deze Focusopdrachten helpen je bij het toepassen van leerstof aan de hand van een thema in paragraaf 5 1.

v Pronken met het vreemde

In de zeventiende eeuw vormt de Republiek een centrum van de wereldhandel, waardoor de economie op volle toeren draait. De kunst uit die tijd laat zien dat de succesvolste handelaren, bestuurders en militairen zich graag omringen met mensen, dieren en voorwerpen die verwijzen naar de handel met verre landen.

12 Bekijk  1 . Op dit schilderij zien we vermoedelijk Commandeur Jacob Matthieusen, bevelhebber van de vloot van de Vereenigde Oostindische Compagnie, met zijn vrouw. Ze staan aan de haven van Batavia. De compositie van het schilderij zorgt ervoor dat de blik van de kijker door het verhaal van het echtpaar wordt geleid. Leg uit op welke manieren dit gebeurt. T2

13 Links naast het echtpaar staat een Indonesische bediende die een pajong (zonnescherm) boven hun hoofd houdt. Noem een aspect van de voorstelling en een aspect van de vormgeving waarmee de schilder benadrukt dat het hier om een ‘bijfiguur’ gaat. T1

14 Bekijk  2 . Boven de deur op Oudezijds Voorburgwal 136 in Amsterdam is tot op de dag van vandaag een portret te zien van admiraal Cornelis Tromp. Zo’n ingemetseld reliëf wordt een gevelsteen genoemd. Deze gevelsteen stamt van na de dood van Tromp en is gebaseerd op een schilderij van Ferdinand Bol uit circa 1667. Het portret van Tromp lijkt sterk op vroegere portretten van zeehelden. Alleen de zwarte jongen, rechts naast Tromp, is een opvallend nieuw element op een admiraalsportret. Leg uit hoe het komt dat mensen met een Afrikaanse achtergrond pas vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw in kunstwerken verschijnen. I

15 Bekijk de portretten van het echtpaar Matthieusen en admiraal Tromp nog eens. We weten niet zeker of de getoonde bedienden tot slaafgemaakten of vrije werknemers zijn. Wat we wel weten is dat rijke burgers zich graag laten portretteren met bedienden van buitenlandse komaf. Leg uit waarom dit in de zeventiende eeuw zo populair was. I

Opdrachten

1
Aelbert Cuyp Een opperkoopman van de VOC (ca. 1640 – ca. 1660).
Anoniem Gevelsteen met admiraal Cornelis Tromp (ca. 1733).

3 Melchior d’Hondecoeter De menagerie (ca. 1690).

16 Bekijk  3 . In de zeventiende eeuw zijn er specialisten in het schilderen van portretten of  landschappen, maar ook schilders die bekendstaan om hun afbeeldingen van dieren.

De Vlaams­Nederlandse Melchior d’Hondecoeter staat bekend om zijn levensechte schilderijen van met name vogels. Er wordt zelfs gefluisterd dat hij een gedresseerde haan heeft die op commando in elke houding kan poseren!

De menagerie schildert hij in opdracht van stadhouder Willem III. We zien onder andere doodshoofdaapjes uit Midden­Amerika, kaketoes uit Australië, een grijze roodstaart­

papegaai uit Afrika en een rode vrouwenlori uit Indonesië. De architectuur van de tuin is in Italiaanse stijl. Leg aan de hand van deze voorstelling uit wat de functie van het schilderij zal zijn. T2

17 De dieren op het schilderij van d’Hondecoeter zijn heel precies en levensecht geschilderd. Verklaar dit vanuit zowel de economische als wetenschappelijke ontwikkelingen in de zeventiende eeuw. I

Opdrachten havo

8 Hendrick Avercamp IJsvermaak (ca. 1610).

Examentraining

Deze Examentrainingsopdrachten lijken op opdrachten in het centraal schriftelijk examen. Je oefent met de leerstof van heel hoofdstuk 5, waarbij je verbanden legt met andere periodes.

v IJsvermaak

Hendrick Avercamp (1585–1634) specialiseerde zich als schilder in het maken van winterlandschappen.

Tekst 4

Die winterlandschappen zijn meesterlijk. Ten eerste om Avercamps voortreffelijke gevoel voor de atmosfeer van een winterdag, met zijn grijs­oranje licht en de suggestie van vorst die in de lucht hangt. Ten tweede om de bruegheliaanse detaillering, met talloze figuurtjes van allerlei rang en stand. Op Avercamps ijs komt de hele wereld tezamen. Elegante dames

spelen kolf, paartjes zwieren, stijve heren schaatsen waardig, en in de marge dondert er altijd wel iemand op zijn kont, of er zit iemand een potje te schijten. Iconografen mogen er graag een beeld in zien van de egalitaire samenleving die de jonge republiek was; anderen zagen er een verbeelding in van ‘de glibberigheid des levens’, die iedereen, rijk en arm, te grazen kon nemen.

Bron: Koen Kleijn, De Groene Amsterdammer, 24 december 2009.

50 Bekijk 8 en lees tekst 4. Avercamp maakt schilderijen die zowel kenmerken hebben van een landschap als een genrestuk. Leg deze bewering uit. T2

51 Bekijk nogmaals  8 . In het schilderij IJsvermaak zit veel dieptewerking. Noem drie technieken die Avercamp heeft toegepast om diepte in dit schilderij te suggereren. T1

52 Bekijk nogmaals  8 en lees nogmaals tekst 4. Op het schilderij van Avercamp is een ‘egalitaire samenleving’ te zien, waarmee bedoeld wordt dat er geen grote sociale klassenverschillen te zien zijn. De samenleving in de Republiek aan het begin van de zeventiende eeuw wordt gezien als meer egalitair dan in de omringende landen. Leg dit uit aan de hand van één historische en éen economische ontwikkeling. I

53 In de zeventiende eeuw zijn liedbundels populair, ze worden in grote oplage verkocht. Bij jongeren zijn vooral de bundels met ‘amoureuze liedekes’ (liefdesliedjes) in trek. Elke stad of regio kent zo zijn eigen bundels met plaatselijke ‘hits’. De bundel Leyts Prieeltje ofte Cupidoos Sinlickheyt (1651) is hiervan een voorbeeld. Ys­vreught (IJspret) is een lied uit deze bundel. In de meeste liedbundels uit die tijd staan alleen de teksten en ontbreekt de muzieknotatie. Een aanwijzing dat deze teksten gezongen moeten worden op ‘de bekende wijze van’ volstaat. Deze bundels worden dan ook niet gemaakt voor geoefende muzikanten die noten kunnen lezen, maar voor de burgers die liever zelf zingen dan luisteren.

Tekst 5

Nu is den tijt van’t Jaer gecomen, Om eens te loopen op het Ys, Dat over Rijn, en Vlietse­stromen, Hey! daar gegleen, gereen om prijs, Met een ter zy, Ha ! geest weest bly! Voecht u ten Ys, sa, sa, de Schaetsjes klaer. Een Baen gemaeckt van menich Jeuchdich­paer.

Ten Ys, ten Ys is ’t Tuychje vaerdich, En Sleet een reys de Sinlijckheyt, Die u door liefd’ op ’t hoochst is waerdich, ’t Is soo een Ys, het lockt de Meyt, Ha ! Winter­vreucht, Soet voor ons jeucht, Sa, sa, ten Ys, ten Ys, je moeter sijn, Of  ’t hertje quelt in al te raere pijn.

Sa, sa, Soet­Vraghje wilt niet vresen, Kom dats naer ’t Schou, of naer de Vrient, Wilt ghy maer by ’t Pishoeckje wesen, Of gins naer Speertjes, sootje dient, Ten Dam, of Kaegh, Kom benje graegh, Naer Leyderdorp, of Warmont soet gesleet, Ha ! frisse Jeucht u lusjes dus besteet.

Nou wilje niet, je meucht het laten

In plaets van Sleen, mijn Schaetjes aen, Al konje dan als Brugh­man praten, Soo selje mijn tot ’t Sleen niet raen, Spreeckt noch een Woort, Het wert verhoort, Soo niet ick gae, en blijf u onbekent, Doch eens ten dienst, en dan: Aensiet het Ent.

Bron: J Z. Baron, Leyts Prieeltje: Ys­vreught (1651).

Beluister V510 en lees tekst 5. Leg aan de hand van drie muzikale aspecten uit dat dit lied — met de tekst bij de hand — niet moeilijk is om mee te zingen. T1

54 Camerata Trajectina heeft een arrangement gemaakt met muziekinstrumenten uit die tijd. In hun uitvoering leggen ze nadruk op de tekstinterpretatie. In couplet 3 probeert de zanger een meisje te versieren door heel lief te vragen of ze met hem een tochtje op het ijs wil maken. In couplet 4 reageert de zanger op haar weigering.

Beluister nogmaals V510 Het verschil in stemming tussen couplet 3 en 4 wordt door de muziek versterkt. Leg dit uit aan de hand van de verschillen tussen de muzikale vormgeving van couplet 3 en 4. T2

55 Voor populaire muziekbundels is er nauwelijks nieuwe muziek gecomponeerd. Er zijn wel veel nieuwe teksten geschreven door beroemde dichters zoals Bredero en Hooft en door plaatselijke rederijkers. Noem twee verklaringen voor de grote aandacht voor de Nederlandse taal in de jonge republiek. I

Research

Deze Researchopdrachten geven je de mogelijkheid de leerstof van hoofdstuk 5 op een creatieve manier te verwerken. In de digitale licentie vind je meer informatie over de werkwijze en tips.

v Zeemansliederen

In de zeventiende eeuw is het zeemanslied een bekend soort volksmuziek. Deze liederen kunnen gaan over gevaren op zee, over het vrouwelijk schoon waarnaar de bemanning verlangt, of zijn een klaagzang op de leiding aan boord. De liederen (ook wel shanties genoemd) zijn ook functioneel. Doordat ze een ritmische cadans hebben kun je ze samen zingen en bepalen ze het ritme tijdens het zware werk aan boord. Er zijn ook zeemansliederen die juist gemaakt zijn om de mensen aan wal te informeren over recente zeereizen.

Deze liederen zou je, in een tijd waarin er nog geen krant bestaat, kunnen beschouwen als een soort gezongen journaals. Ook

tegenwoordig zijn zeemansliederen weer erg populair en zijn er in Nederland talloze shantykoren te vinden.

62 Zoek een bestaand zeemanslied (of shanty) en schrijf op die melodie een avontuur van een zeeman die terugkeert in Amsterdam. Bedenk zelf welke avonturen de zeebonk heeft beleefd, maar ga in elk geval in op de volgende onderwerpen :

v Het ruige leven aan boord v Verre landen en ontmoetingen met andere culturen v Handelswaar en rariteiten en kunstvoorwerpen aan boord v Hoe trots de zeeman is op Amsterdam en de kunst uit Nederland

Let erop dat het lied niet alleen een lofzang is, maar ook de minder rooskleurige aspecten van de Republiek in de zeventiende eeuw belicht. Uiteraard mag jullie tekst luidkeels voorgedragen worden ! I

11 Leden van het Nieuwendammer Shantykoor op het zeilschip van de Chocolademakers.

Auteurs

Jappe Groenendijk

Emiel Heijnen

Steffen Keuning

staal­roeland.nl

Oktober 2020

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook