Skip to main content

Bewegingsagoog I

Page 1

Angerenstein Sport en Bewegen

Bewegingsagoog 1

p co Bewegingsagoog 1

Bewegingsagoog 1 Angerenstein Sport en bewegen is een complete serie leermiddelen voor het kwalificatiedossier Sport en Bewegen. Angerenstein Sport en bewegen bestaat uit boeken met theorie en opdrachten, online verdiepingsstof, digitale toetsen en docentenondersteuning. Ieder boek bestaat uit leereenheden die samen alle relevante informatie bevatten voor studenten die een opleiding Sport en Bewegen volgen.

ig

yr

Het boek Bewegingsagoog 1 is een van de twee boeken voor het profiel: Coördinator sport- en bewegingsagogie. Dit boek richt zich eerst op de achtergronden van de bewegingsagogiek en bewegingsagogische strategieën. Daarna worden sporten met een beperking en bewegingsdiagnostiek behandeld. Verder komen het opstellen van een bewegingsagogisch plan en de rol van de bewegingsagoog als begeleider aan bod. Als laatste worden ook specifieke begeleidingsmethoden en omgaan met agressie behandeld.

ht

Edu’Actief maakt werk van onderwijs Edu’Actief wil jongeren helpen zich te ontwikkelen tot echte vakmensen. Om werk te maken van onderwijs, zoeken we de samenwerking op met docenten, studenten en het bedrijfsleven. Dankzij dat netwerk kunnen we vernieuwende leermiddelen maken die aansluiten op de behoefte van de beroepspraktijk.

9 789037 227680

angBObewegingsagoog1.indd 1

Profieldeel

18-02-18 15:41


p co

BEWEGINGSAGOOG 1

ig

yr

ht


COLOFON

p co

Uitgeverij: Edu’Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl

Auteurs: Bert Geenen Inhoudelijke redactie: CIOS Nederland, Bert Geenen Titel: Bewegingsagoog 1 ISBN: 978 90 372 7 680 Eerste druk/Eerste oplage Beeld met dank aan: Shutterstock.com (Byelikova Oksana, PeterBraakmann, Gertran, ID1974, StanislawTokarski), Het DolhuysHaarlem.

yr

© Edu’Actief b.v. 2017

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

ig

Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl).

ht

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Door het gebruik van deze uitgave verklaart u kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met de specifieke productvoorwaarden en algemene voorwaarden van Edu’Actief, te vinden op www.edu-actief.nl.


INHOUDSOPGAVE Voorwoord ......................................................................................................................... 7

p co Leereenheid 1

De coördinator sport- en bewegingsagogie ........................................................... 9 Casus ................................................................................................................................... 11 Theorie ............................................................................................................................... 12 1.1

De coördinator sport- en bewegingsagogie ............................................... 12

1.2

Kwaliteiten van de bewegingsagoog .......................................................... 22

1.3

De professionele houding van de bewegingsagoog ............................... 27

1.4

Doelgroepen binnen de bewegingsagogie ................................................ 37

Verwerkingsopdrachten ............................................................................................. 42

Leereenheid 2

Achtergronden van de bewegingsagogiek ........................................................... 47 Casus ................................................................................................................................. 48

yr

Theorie ............................................................................................................................. 49 2.1

Bewegingsagogiek ............................................................................................ 49

2.2

Uitgangspunten van de bewegingsagogiek ............................................. 56

2.3

Het belang van bewegen ................................................................................. 61

2.4

Het belang van bewegen voor specifieke doelgroepen ......................... 73

2.5

Lichaamsplan, lichaamsbesef en lichaamsidee ...................................... 84

Leereenheid 3

ig

Verwerkingsopdrachten ............................................................................................ 90

Bewegingsagogische strategieën ............................................................................ 95 Casus ................................................................................................................................. 96 Theorie ............................................................................................................................. 98

Strategieën binnen de bewegingsagogie .................................................. 98

ht

3.1 3.2

Basisbenadering of primaire activering ................................................... 101

3.3

Bewegingsactivering ..................................................................................... 106

3.4

Bewegingsonderwijs ....................................................................................... 110

3.5

Bewegingsrecreatie .......................................................................................... 113

3.6

Psychomotorische therapie .......................................................................... 116

Verwerkingsopdrachten ............................................................................................ 125

3


Leereenheid 4 Sporten met een beperking ....................................................................................... 131 Casus ................................................................................................................................ 132 Theorie ............................................................................................................................ 134 4.1

Sport als bewegingsagogische strategie ................................................... 134

4.2

Gehandicaptensport Nederland .................................................................. 141

4.3

Sportdeelname door mensen met een beperking ................................. 144

p co

Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 168

Leereenheid 5

Visies en vakconcepten .............................................................................................. 175

Casus ................................................................................................................................ 176

Theorie ............................................................................................................................. 177

5.1

Visies op bewegen ............................................................................................ 177

5.2

Vakconcepten .................................................................................................... 185

5.3

Visie op mensen die anders zijn ................................................................. 195

Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 203

Leereenheid 6 Ontwikkelingen en beleid binnen zorg en welzijn .......................................... 207

yr

Casus ............................................................................................................................... 209

Theorie ............................................................................................................................. 211 6.1

Missie, visie en beleid ...................................................................................... 211 Beleidsplan ......................................................................................................... 215

6.3

Beleidsinstrumenten ..................................................................................... 220

6.4

Zorgmodellen .................................................................................................... 226

6.5

Ontwikkelingen in de gezondheidszorg .................................................. 236

ig

6.2

6.6 Ontwikkelingen in de jeugdzorg ................................................................ 244 6.7

Gezondheidsbeleid .......................................................................................... 247

Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 256 Bewegingsdiagnostiek .............................................................................................. 263

ht

Leereenheid 7

Casus ............................................................................................................................... 264

Theorie ............................................................................................................................ 265 7.1

Het belang van een goede beeldvorming ................................................ 265

7.2

Bewegingsdiagnostische methoden ........................................................ 268

7.3

Leerlingvolgsysteem ...................................................................................... 290

Verwerkingsopdrachten .......................................................................................... 296

4


Leereenheid 8 Het opstellen van een bewegingsagogisch plan ............................................... 303 Casus ............................................................................................................................... 304 Theorie ............................................................................................................................ 305 8.1

Planmatig werken .......................................................................................... 305

8.2

De voordelen van planmatig werken ...................................................... 309

8.3

Diversiteit aan plannen ................................................................................. 317

p co 8.4

De inhoud van het ondersteuningsplan .................................................. 323

8.5

De inhoud van het bewegingsagogisch plan ......................................... 334

Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 348

Leereenheid 9 De bewegingsagoog als begeleider ....................................................................... 355 Casus ............................................................................................................................... 356

Theorie ............................................................................................................................ 357

9.1

Agogische kwaliteiten .................................................................................... 357

9.2

Veiligheid ........................................................................................................... 363

9.3

Teamrollen ......................................................................................................... 367

9.4

Samenwerken in een team .......................................................................... 379

yr

Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 384

Leereenheid 10 Specifieke begeleidingsmethoden ......................................................................... 391 Casus ............................................................................................................................... 393 Theorie ............................................................................................................................ 395 10.1 Interventies en methoden ............................................................................ 395

ig

10.2 Gedragstherapeutische methoden ............................................................ 398 10.3 Methoden binnen de verstandelijkgehandicaptenzorg .................... 407 10.4 Methoden binnen de ouderenzorg ............................................................ 421

10.5 Methoden binnen de psychiatrie ............................................................... 424

10.6 Methoden binnen de jeugdzorg ................................................................. 430

ht

10.7 Methoden binnen het speciaal onderwijs ............................................... 437 Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 443

Leereenheid 11 Omgaan met agressie ................................................................................................ 453 Casus ............................................................................................................................... 455

5


Theorie ........................................................................................................................... 456 11.1

Wat is agressie? ............................................................................................... 456

11.2 Opvattingen over agressie .......................................................................... 460 11.3 Agressie binnen de samenleving ............................................................... 463 11.4 Risicofactoren van agressiviteit ................................................................ 468 11.5 Het agressiemodel ........................................................................................... 481 11.6 Omgaan met en voorkomen van agressie .............................................. 488

p co

11.7 Signaleringsplan Amarant ........................................................................... 491 Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 497

Leereenheid 12 De bewegingsagoog en diversiteit ........................................................................ 507 Casus ............................................................................................................................... 508

Theorie ............................................................................................................................ 510

12.1 Verschil in sociaaleconomische status ..................................................... 510 12.2 Diversiteit in gezinsvormen ......................................................................... 519 12.3 Diversiteit in religieuze achtergrond ........................................................ 526 12.4 Interculturele opvoeding .............................................................................. 536 12.5 Interculturele psychiatrie ............................................................................. 543

ig

yr

Verwerkingsopdrachten ........................................................................................... 548

ht 6


VOORWOORD

p co

Angerenstein SB (Sport en Bewegen) is een complete serie leermiddelen voor het kwalificatiedossier Sport en Bewegen. Angerenstein SB bestaat uit boeken met theorie en opdrachten, online verdiepingsstof en digitale toetsen. Dit boek is een van de vijf boeken voor de basiskerntaken van het kwalificatiedossier Sport en Bewegen op mbo-niveau 3 en 4. In het volgende schema staan de boeken van Angerenstein SB.

Niveau 4

Coördinator buurt, onderwijs en sport

Coördinator sport, bewegen en gezondheid

•

•

Sport, bewegen en gezondheid, deel 1

•

Sport, bewegen en gezondheid, deel 2

BOS-medewerker

Coördinator sport- en bewegingsagogie Bewegingsagoog, deel 1

•

Bewegingsagoog, deel 2

yr

Niveau 3

•

Coördinator sportinstructie, training en coaching

Sport- en bewegingsleider • • • • •

De sportleider als lesgever (kerntaak 1, deel A)

De sportleider als begeleider, deel 1 (kerntaak 1, deel B)

De sportleider als begeleider, deel 2 (kerntaak 1, deel B) De sportleider als trainer-coach (kerntaak 1, deel C)

De sportleider als organisator en SB-functionaris (kerntaken 2 en 3)

ig

De opbouw van de leereenheden

Theorie

ht

Ieder boek bevat leereenheden die de sport- en bewegingsleider in opleiding gedurende zijn of haar opleiding veelvuldig zal raadplegen. Deze leereenheden bestaan uit: • theorie (+ online verdiepingsstof) • casuïstiek • verwerkingsopdrachten • digitale toetsen.

De leereenheden bevatten de informatie die relevant is voor de sport- en bewegingsleider in opleiding. De theorie wordt verlevendigd met voorbeelden uit het SB-werkveld. Aanvullende informatie vind je in de verdiepingsstof die beschikbaar is op www.angerenstein.nl/sb.

7


Casus De casus bestaat meestal een situatie waar een sport- en bewegingsleider tegenaan kan lopen in beroepspraktijk. Aan de hand van een aantal kennis- en vaardigheidsopdrachten probeer je te bedenken wat je het best in deze situatie zou kunnen doen.

Verwerkingsopdrachten

p co

Bij iedere paragraaf van een leereenheid hoort een aantal verwerkingsopdrachten. Deze opdrachten helpen je de informatie uit de theorie te verwerken. Doordat je actief met de informatie aan de slag gaat, onthoud je de informatie beter. Bij iedere opdracht staat welk theoriedeel je kunt gebruiken om de opdracht op te lossen. Je kunt zelf kiezen of je de opdrachten alleen maakt of met een groepje. Ook is het mogelijk om de opdrachten eerst alleen te maken en daarna met een groepje medestudenten. Bij sommige opdrachten, zoals de woordspin, werk je in een groepje. Je kunt zelf kiezen welke opdrachten je maakt. Soms zit er voor een deel overlap in de opdrachten. De opdrachten worden langzaam maar zeker moeilijker. Bij de eerste opdrachten ligt het accent op kennis, bij de laatste opdrachten gaat het meer om het begrijpen en toepassen.

yr

Verwijzingen

Bij sommige verwerkingsopdrachten of theorie staat een verwijzing naar de website van Angerenstein SB. Daar vind je dan de bron (bijvoorbeeld een filmpje, afbeelding of website) die je nodig hebt bij het maken van de opdracht.

Digitale toetsen

ig

Bij iedere leereenheid kun je een nulmeting doen waarmee je kunt laten zien wat je al kent en kunt. Je weet dan bijvoorbeeld aan welke onderwerpen je nog extra aandacht moet besteden. Zodra je een leereenheid hebt afgerond, kun je een eindtoets maken. Daarmee laat je zien wat je hebt geleerd. Beide toetsen bevatten vragen over alle leerdoelen van de leereenheid. Veel plezier en succes met het werken met Angerenstein SB!

ht 8


L E E R E E N H E I D

01

p co

DE COÖRDINATOR SPORT- EN BEWEGINGSAGOGIE

ig

yr

De coördinator sport- en bewegingsagogie werkt met zeer uiteenlopende individuele deelnemers en groepen. Het gaat om mensen met een of meerdere beperkingen op het gebied van lichamelijk, sociaal, psychisch of cognitief functioneren. Ook de doelen waaraan de bewegingsagoog werkt lopen behoorlijk uiteen. Deze kunnen het bijdragen aan de participatie en integratie van bepaalde individuen of groepen zijn, maar het kan ook gaan om activering, bewegingsvaardigheden, sociale vaardigheden en het versterken van persoonlijke eigenschappen. Als coördinator sport- en bewegingsagogie werk je meestal samen met andere disciplines. Dat kunnen medewerkers zijn vanuit een (para)medische of agogische discipline. Zo’n multidisciplinair team stelt een plan op voor de betreffende cliënt. Op basis van dit plan stelt de bewegingsagoog een bewegingsagogisch plan op. Het plan kan ook betrekking hebben op een bepaalde groep deelnemers met eventueel individuele accenten. Om de doelstellingen te bereiken maakt de bewegingsagoog gericht gebruik van uiteenlopende sport- en bewegingsactiviteiten, organisatievormen, groeperingsvormen en didactische werkvormen. Daarnaast verricht de bewegingsagoog nog allerlei overige werkzaamheden, zoals rapporteren, vergaderen, archiveren en het organiseren van, meestal sportieve, overige activiteiten. Tot slot wordt van de bewegingsagoog verwacht dat hij de afdeling ook beleidsmatig ondersteunt.

ht

Deze leereenheid besteedt aandacht aan de functie, de taken, het werkveld en de kwaliteiten van de coördinator sport- en bewegingsagogie. Aangezien de bewegingsagoog te maken heeft met complexe, soms kwetsbare doelgroepen, krijgt de professionele houding van de bewegingsagoog speciale aandacht. Tot slot gaan we in op de verschillende doelgroepen waarmee de sport- en bewegingsagoog te maken kan krijgen.

9


ig

yr

p co

De inhoud van deze leereenheid 1.1 De coรถrdinator sport- en bewegingsagogie 1.2 Kwaliteiten van de bewegingsagoog 1.3 De professionele houding van de bewegingsagoog 1.4 Doelgroepen binnen de bewegingsagogie

ht 10


CASUS PSYCHIATRIE OF EEN JUSTITIËLE INRICHTING?

p co

yr

Evert volgt de opleiding Sport en Bewegen op niveau 4 en heeft het profiel Sport- en bewegingsagogie gekozen. Hij krijgt van de docent de opdracht om een stageplaats te zoeken. Evert wil tijdens zijn BPV (beroepspraktijkvorming) graag iets in de psychiatrie of in een justitiële inrichting doen. Hij weet alleen niet precies wat het verschil in werkzaamheden is. Hij wordt bewegingsagoog, maar er lopen zeker in de psychiatrie ook psychomotorisch therapeuten rond. Ook heeft hij wel eens gehoord dat je in een penitentiaire inrichting niet alleen sport aanbiedt aan de gedetineerden, maar ook aan het personeel. Evert heeft als typering van zijn beroep ergens het volgende gelezen: ‘Zijn werkzaamheden zijn erop gericht de cliënten te activeren, gericht op participatie in groep en/of samenleving en/of op het optimaliseren van de bewegingsvaardigheid en het bewegingsgedrag van de cliënt. Hij doet dit binnen de kaders van een agogisch ondersteuningsplan of een ((para)medisch) behandelplan.’ Toen zijn vriendin vroeg wat een sport- en bewegingsagoog nu precies doet, heeft hij haar dit voorgelezen. Het was zijn vriendin direct volkomen duidelijk.

ig

Kennisvragen a Wat is de psychiatrie? Welke doelgroepen, aandoeningen kom je daar tegen? b Wat is een justitiële inrichting? Wat voor mensen kom je daar tegen? c Wat zijn de belangrijkste werkzaamheden die je verricht als sport- en bewegingsagoog? d Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen je werkzaamheden als bewegingsagoog in

ht

de psychiatrie en die in een justitiële inrichting? e Wat wordt bedoeld met ‘gericht op participatie in groep en/of samenleving’? \

f Wat is een agogisch ondersteuningsplan? g Wat is het verschil tussen medisch en paramedisch? h Uit die omschrijving komt een aantal bewegingsagogische werkzaamheden naar voren. Welke werkzaamheden zijn van toepassing op de psychiatrie? Welke op de revalidatie? Welke op justitiële inrichtingen. Welke op de ouderenzorg? Welke op de zorg voor verstandelijk gehandicapten?

11


THEORIE 1.1

De coördinator sport- en bewegingsagogie

Accentverschuivingen binnen het beroep

p co

De afgelopen jaren is de belangstelling voor sport en bewegen in algemene zin toegenomen. Er wordt dan ook gesproken van ‘versporting’ van onze samenleving. Sport en bewegen wordt gezien als een belangrijk middel voor uiteenlopende maatschappelijke problemen, zoals gezondheid en integratie. Dit blijkt onder andere uit de beleidsbrief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ‘Sport en bewegen in Olympisch perspectief’. Daarnaast komt dit belang ook duidelijk naar voren in de landelijke nota gezondheidsbeleid ‘Gezondheid dichtbij’ (2011). In deze nota is een aparte paragraaf opgenomen: Zorg en sport dichtbij in de buurt. Je zou hieruit kunnen afleiden dat dit een stimulans is geweest voor het vak bewegingsagoog. Toch is dat helaas niet helemaal het geval. In bepaalde sectoren hebben met name de bezuinigingen ook het aanbod aan sport- en bewegingsactiviteiten getroffen.

yr

ig

Daarnaast is er steeds meer belangstelling voor een gezonde leefstijl. Dat beperkt zich niet alleen tot een aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten, maar betreft ook leefstijlfactoren als ontspanning en voeding. Dit betekent voor de bewegingsagoog in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking of de psychiatrie, dat hij zijn horizon zal moeten verbreden. Het gaat niet alleen om het aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten in een meer traditionele omgeving van een gymzaal en een zwembad, maar veel meer om een actieve leefstijl voor de cliënten. Dit betekent ook dat niet alleen de cliënten tot doelgroep van de bewegingsagoog behoren, maar ook het begeleidende en verzorgende personeel. Deze moeten geïnformeerd en geïnstrueerd worden over hoe ze bij kunnen dragen aan een gezonde, actieve leefstijl voor de cliënten.

ht

Het beleid in de ouderenzorg betekent momenteel extra mogelijkheden voor de bewegingsagoog. Van veel kanten wordt het belang van sport- en bewegen voor ouderen benadrukt. Een van de belangrijkste aanjagers is hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder. Hij toont door wetenschappelijk onderzoek aan dat bewegen niet alleen van belang is voor de gezondheid, maar zeker ook voor de conditie van het brein.

12


Meer sporten en bewegen in woonzorginstellingen. “Sporten en bewegen dragen voor ouderen in woonzorginstellingen in positieve zin bij aan hun zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en gezondheid. Gebleken is dat ouderen in verzorgingstehuizen nauwelijks bewegen. Met het programma ‘Sport en bewegen in de buurt’ wil het kabinet realiseren dat ook in en rondom verzorgingstehuizen beweegaanbod komt, op maat gesneden voor deze ouderen.”

p co

Bron: Beleidsbrief sport ‘Sport en Bewegen in Olympisch perspectief’.

Wat betreft de werkgelegenheid is er reden voor gematigd optimisme. Uit de in mei 2016 Arbeidsmarktmonitor Sport valt te lezen dat er voor zowel de mbo- als de hbo-afgestudeerden meer werkgelegenheid is. De meeste groei wordt verwacht bij sportverenigingen, organisaties in de fitnessbranche en in de branches toerisme & recreatie, gezondheidszorg en welzijn.

Arbeidsmarktmonitor sport 2015

yr

De vijfde editie van de Arbeidsmarkmonitor Sport (AMMS) is uitgevoerd door KBA Nijmegen in opdracht van NOC*NSF, Hogescholen Sport Overleg, de mbo S&B opleidingen, Arbeidsmarktfonds Samen Presteren, Fit!vak, Nationaal Platform Zwembaden | NRZ en KVLO. U vindt de monitor als download onderaan deze pagina. Net als de voorgaande edities levert ook deze AMMS een schat aan informatie op omtrent de arbeidsmarkt voor sport en bewegen. Aan de monitor hebben bijna 1.600 werkgevers, meer dan 1.000 mbo- en hbo-gediplomeerden en 100 gediplomeerden van de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs deelgenomen.

ig

ht

Enkele aansprekende resultaten/inzichten: • Er is meer werkgelegenheid voor mbo- en hbo-alumni (recentelijk afgestudeerden). • Gediplomeerden komen ten opzichte van de vorige meting naar verhouding vaker terecht in banen die niet met sport en bewegen te maken hebben. Ondanks dit werken gediplomeerden nog altijd vaker in een sportbaan dan in een ander baan. • Ongeveer een derde van de gediplomeerden heeft meer dan één baan. Er zijn relatief veel en vooral kleine banen die gecombineerd worden. • Iets meer dan de helft (53%) van de werkgelegenheid bevindt zich binnen de sportsector (zoals sportverenigingen, fitnesscentra en de zwembranche), de overige 47% van de sportbanen zijn te vinden in andere sectoren als onderwijs, gezondheidzorg, welzijn en toerisme/recreatie.

13


•

•

p co

Terugkijkend op de afgelopen twee jaar, zien werkgevers vaker een groei (24%) dan een afname (12%) van het aantal fte aan sportbanen in hun organisatie. De grootste groep (64%) geeft aan dat de sportgerelateerde formatie-omvang gelijk is gebleven. De te verwachte groei (volgens werkgevers) voor de komende 5 jaren ligt in het algemeen hoger dan de gerealiseerde groei van de afgelopen 2 jaar. De meeste groei wordt verwacht bij sportverenigingen, organisaties in de fitnessbranche en in de branches toerisme & recreatie, gezondheidszorg en welzijn.

Sport- en bewegingsagogie

yr

In het nieuwe kwalificatiedossier Sport en Bewegen is gekozen voor de term coördinator sport- en bewegingsagogie. Voorheen werd gesproken over bewegingsagoog. Met deze huidige term heeft men waarschijnlijk duidelijk willen maken dat de bewegingsagoog gebruikmaakt van zowel sportactiviteiten als van bewegingsactiviteiten. In het werkveld kom je echter de term sportagoog of sportagogie niet of nauwelijks tegen. Als je op internet zoekt naar ‘sportagoog’ krijg je eigenlijk alleen maar informatie die betrekking heeft op de bewegingsagoog. In die zin is het een minder handige keuze, vooral omdat er al zo veel verschillende termen gebruikt worden om de persoon aan te duiden die in het brede werkveld van de bewegingsagoog de sport- en bewegingsactiviteiten verzorgt. Als het om het profiel gaat, wordt in deze leereenheid consequent gesproken over de coördinator sport- en bewegingsagogie. Als het om het beroep gaat, wordt veelal gebruikgemaakt van de term bewegingsagoog.

Wat is een bewegingsagoog?

ig

Een bewegingsagoog is iemand die zich bezighoudt met het organiseren, ontwikkelen en aanbieden van een sport- en bewegingsaanbod voor mensen met een beperking op lichamelijk, sociaal, emotioneel of cognitief gebied. De begeleiding is gericht op het activeren en optimaliseren van het bewegingsgedrag en de bewegingsvaardigheid. Het kan hierbij gaan om individuele begeleiding of groepstherapie. Met het aanbieden van sport- en bewegingsactiviteiten levert de bewegingsagoog een bijdrage aan de sociale, psychische en/of lichamelijke ontwikkeling van cliënten. De activiteiten die worden aangeboden kunnen bestaan uit specifieke sporten, spelvormen, recreatieve bezigheden of dagelijkse bewegingsvormen als fietsen en lopen.

ht

Wat doet een bewegingsagoog? De taken van bewegingsagogen zien er over het algemeen als volgt uit: • voeren van intakegesprekken met cliënten • afnemen van tests en verrichten van observaties • rapporteren aan en overleggen met een multidisciplinair team

14


• • •

p co

•

opstellen van een behandel- of begeleidingsplan (in overleg met de rest van het multidisciplinaire team) vastleggen van doelstellingen en gerichte bewegingsagogische activiteiten in een bewegingsagogisch plan voorbereiden en aanbieden van de bewegingsagogische activiteiten (bijvoorbeeld zwem-, fitness- en zaalsportoefeningen) adviseren van cliënten over optimale uitvoering van sport- en bewegingsactiviteiten en over een actieve leefstijl organiseren, coördineren en evalueren van projecten op het gebied van sport en beweging (bijvoorbeeld sportdagen of toernooien) verrichten van administratieve werkzaamheden (bijvoorbeeld het bijhouden van dossiers) eventueel doorverwijzen van cliënten naar relevante specialisten of organisaties (bijvoorbeeld fysiotherapeuten, ergotherapeuten of artsen) bijdragen aan de ontwikkeling van processen en protocollen op het gebied van sport en beweging binnen de organisatie.

• • • •

Bron: https://www.vacatures.nl/functie/bewegingsagoog/.

yr

Ondersteuningsplan en bewegingsagogisch programma

Ondersteuningsplan

ig

Daarnaast worden in het nieuwe kwalificatiedossier de termen ondersteuningsplan en bewegingsagogisch programma gebruikt. Een ondersteuningsplan is een algemeen begrip voor een plan waarin alle afspraken staan tussen cliënt en zorgaanbieder. In het kader van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) wordt de term gebruikt voor het aanvragen van een persoonsgebonden budget (pgb). In het onderwijs is het een plan voor kinderen die op de een of andere manier extra begeleiding nodig hebben. Niet in alle sectoren waar de coördinator sport- en bewegingsagogie werkzaam is, wordt gesproken over een ondersteuningsplan. Andere termen die je tegenkomt zijn behandelplan, behandelingsplan, revalidatieplan, begeleidingsplan en zorgplan.

ht

Iedereen die in Woerden ondersteuning nodig heeft, kan daarvoor zelf een ondersteuningsplan maken. Het ondersteuningsplan vormt de basis voor het toekennen van een voorziening op het gebied van zorg, welzijn en werk & inkomen. Dit kan een voorziening zijn op basis van een persoonsgebonden budget (pgb) of zorg in natura. Bron: https://www.woerdenwijzer.nl/ondersteuningsplan.

15


De term bewegingsagogisch programma wordt in het werkveld nauwelijks gebruikt. Meestal wordt gesproken over een bewegingsagogisch plan. Vandaar dat we deze term hier ook gebruiken.

Het profiel van de coördinator sport- en bewegingsagogie

1. Typering van het beroep

ig

yr

p co

Het werkveld van sport en bewegen is heel breed en kent dan ook veel verschillende sportbegeleiders, sportleiders en sport- en bewegingscoördinatoren. Voor de toekomstige coördinator sport- en bewegingsagogie is het belangrijk om te weten wat nu de belangrijkste werkzaamheden van dit beroep zijn. Om hier een goed beeld van te geven bespreken we een drietal aspecten van het beroep: 1 typering van het beroep 2 belangrijkste beroepssituaties 3 belangrijkste taken.

ht

De coördinator sport- en bewegingsagogie werkt met cliënten met één of meer beperkingen op het gebied van lichamelijk, sociaal, psychisch of cognitief functioneren. Werkzaamheden van de coördinator sport- en bewegingsagogie kunnen gericht zijn op: • activering • participatie • bewegingsvaardigheid, fysieke fitheid • het bewegingsgedrag.

De coördinator sport- en bewegingsagogie doet dit binnen de kaders van een agogisch behandelplan. Dit behandelplan kan zowel (para)medisch als agogisch van aard zijn. Op basis van dit plan stelt hij een bewegingsagogisch plan op en ontwikkelt hij bewegings-agogische

16


p co

activiteiten. Vervolgens zorgt hij voor de organisatie en uitvoering daarvan. Bij de begeleiding van cliënten wordt van de coördinator sport- en bewegingsagogie een groot empathisch vermogen en een flexibele attitude gevraagd, net als geduld en doorzettingsvermogen. In zijn werk kan hij geconfronteerd worden met zware problematiek en heftige emoties van cliënten. Dat vraagt van de bewegingsagoog dat hij daarop in moet kunnen spelen, zijn grenzen kan aangeven en de juiste afstand en nabijheid kan hanteren. De coördinator sporten bewegingsagogie maakt deel uit van een team van bewegingsagogen of een multidisciplinair (behandel)team. In het algemeen is hij werkzaam in een intramurale setting, zoals in instellingen voor gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, welzijn of justitie. Zijn werkzaamheden kan hij ambulant uitvoeren. Het resultaat van het beroep coördinator sporten bewegingsagogie is dat cliënten geactiveerd zijn en de gestelde (bewegings)agogische doelstellingen zijn bereikt.

Maar wat doet een bewegingsagoog nu precies?

ig

yr

Bart Engelen: “De Bewegingsagogen helpen revalidanten bij het zoeken naar sport- en spelactiviteiten die zij, rekening houdend met hun interesses en hun fysieke beperkingen en mogelijkheden, zelfstandig kunnen uitvoeren. In het revalidatiecentrum doen ze dan alvast ervaring op om te kijken of het werkelijk iets voor hen is. Die sport- of spelactiviteit kunnen zij in de thuissituatie voortzetten.’ Vooral dat laatste is heel belangrijk: ‘In een sport- of spelactiviteit oefenen de revalidanten de wat meer complexe bewegingen. Spelenderwijs verleggen zij hun grenzen en bouwen ze meer zelfvertrouwen op. En dan is er ook nog het sociale aspect.’ De dienstverlening gaat nog een stap verder. Van Engelen: ‘Na ontslag zie je vaak dat een revalidant door omstandigheden terugzakt in inactiviteit. Tijdens de revalidatie kijken wij daarom niet alleen naar mogelijkheden om te bewegen maar ook bij welke vereniging de revalidant terecht kan.” Bron: https://www.maartenskliniek.nl.

2. Belangrijkste beroepssituaties

ht

Als coördinator sport- en bewegingsagogie bied je vanuit verschillende perspectieven sporten bewegingsactiviteiten aan. Om dit goed te kunnen doen, stel je aan de hand van een intake en een bewegingsonderzoek de beginsituatie vast. Vervolgens stel je in overleg een bewegingsagogisch plan op met daarin de doelen en de strategie. Je werkt vrijwel altijd samen met andere disciplines. Je kunt hierbij denken fysiotherapeuten, groepsbegeleiders, inrichtingswerkers, pedagogen, psychologen, (revalidatie)artsen en ergotherapeuten. Dit multidisciplinaire karakter is typisch voor de beroepssituaties van de coördinator sport- en bewegingsagogie. Overleg met medewerkers, leidinggevende en externe deskundigen kan ook voorkomen.

17


p co

De complexiteit van het werk zit vooral in de heterogeniteit van de doelgroep. Je werkt met mensen met uiteenlopende problematiek, waarbij ook binnen één groep de verschillen groot kunnen zijn. Dit betekent dat je regelmatig maatwerk moet verrichten en de activiteiten aan moet passen aan de SB-deelnemers. Je werkzaamheden zijn dan ook beperkt gestandaardiseerd, omdat jij je richt op de wensen, behoeften en mogelijkheden van het individu. De coördinator sport- en bewegingsagogie volgt de voortgang, legt resultaten vast en stelt als het nodig is het bewegingsagogisch plan bij.

Waar werken bewegingsagogen?

Bewegingsagogen zijn vaak werkzaam bij revalidatiecentra, ziekenhuizen, psychiatrische behandelcentra, gehandicapteninstellingen en gevangenissen. Daarnaast zijn er bewegingsagogen met een eigen praktijk. Meestal werken ze evenwel samen in multidisciplinaire teams; collega’s met wie ze te maken hebben zijn (naast andere bewegingsagogen) bijvoorbeeld psychomotorisch therapeuten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, oefentherapeuten, revalidatieartsen en neurologen. Bron: https://www.vacatures.nl/functie/bewegingsagoog/.

yr

Videofragmenten bewegingsagoog

ig

De onderstaande fragmenten geven een goed beeld van de werkzaamheden van de bewegingsagoog: • Bewegingsagoog - werken als bewegingsagoog • Video sportoefeningen bij de bewegingsagoog • Video zwemmen met de bewegingsagoog. ▶ BEKIJK DE FILMPJES BIJ DEZE THEORIE OP WWW.ANGERENSTEIN.NL/SB

3. Belangrijkste taken

ht

Het kwalificatiedossier Sport en Bewegen 2016 beschrijft de belangrijkste taken van de bewegingsagoog als volgt:

18


1

p co

Aanbieden van een SB-programma op basis van een ondersteuningsplan. - stelt vast welke SB-activiteiten mogelijk zijn (intake, bewegings-diagnostisch onderzoek, testen, vragenlijsten) - stelt een agogisch SB-programma op (formuleren van doelen, bepalen van organisatie, groeperingsvorm, begeleidingswijze, strategie) - biedt agogische SB-activiteiten aan - monitort het bereiken van de doelen (voortgang rapporteren, bijstellen) - voert coördinerende taken uit (plannen en verdelen van werkzaamheden, regelen van randvoorwaarden) - voert beleidsondersteunende taken uit (signaleren van kansen en knelpunten met betrekking tot nieuw of aangepast beleid). Coördineren en uitvoeren van SB-projecten. - opstellen van een projectplan voor een SB-project - voorbereiden van het projectplan - uitvoeren van een projectplan.

2

yr

De eerste taak, het aanbieden van een SB-programma op basis van een ondersteuningsplan, komt nadrukkelijk in de leereenheden van de coördinator sport- en bewegingsagogie aan de orde. De tweede belangrijke taak van de coördinator, het coördineren en uitvoeren van SB-projecten, komt aan de orde bij de leereenheden die betrekking hebben op het coördineren van SB-projecten.

Voorbeelden uit de praktijk

ig

Op een website van een revalidatiecentrum staan de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden als volgt beschreven: • De medisch specialist stelt de indicatie bewegingsagogie. De bewegingsagoog is verantwoordelijk voor het bewegingsagogisch onderzoek, het bewegingsagogisch behandelplan en de bewegingsagogische behandeling en begeleiding. De medisch specialist is eindverantwoordelijke voor het totale revalidatieproces.

ht

Taken bewegingsagoog: • het bewegingsagogisch onderzoeken, observeren, behandelen en begeleiden van revalidanten • stelt binnen de kaders van het behandelprogramma een bewegingsagogisch behandelplan op en voert dit, na afstemming binnen het behandelteam, uit • behandelt revalidanten met een gevarieerde problematiek, evalueert de behandeling en stelt het behandelplan bij • richt zich op functioneel bewegen, veelal gebruikmakend van sport, spel en bewegingsactiviteiten, gericht op: grotere mobiliteit en zelfstandigheid, weerbaarheid, conditie en spierversterking

19


• • •

p co

• • •

begeleidt de revalidant bij het zoeken naar een passende sportactiviteit in het kader van zinvolle tijdsbesteding functionaris adviseert, rapporteert en neemt deel aan overleg heeft structureel multidisciplinair overleg ten behoeve van de voortgang van de behandeling; in dit overleg worden de deelbehandelplannen op elkaar afgestemd rapporteert schriftelijk ten behoeve van revalidantbespreking neemt deel aan unit-, diagnoseteam- en disciplineoverleg draagt zorg voor een goede registratie van de revalidantgegevens en de overdracht daarvan aan derden geeft informatie, advies en instructie over de bewegingagogische aanpak aan andere disciplines, revalidantsysteem en externe behandelaars geeft voor de individuele revalidant inhoud aan de brugfunctie tussen het revalidatiecentrum en de gemeente, onderwijsinstellingen, sportinstellingen en –verenigingen (o.b.v. verwijsfunctie) levert een bijdrage aan onderwerpen en ontwikkelingen die voor het team van belang zijn en andere disciplineoverstijgende zaken werkt actief mee aan de verdere ontwikkeling van de discipline bewegingsagogiek.

• •

• •

yr

Er worden enkele voorbeelden gegeven van vacatures waarvoor de coördinator sport- en bewegingsagogie in aanmerking komt. Ook hieruit komen de belangrijkste werkzaamheden van de bewegingsagoog naar voren.

Bewegingsagoog

ig

Functieomschrijving: Je bent met een klein team van bewegingsagogen verantwoordelijk voor het sport- en bewegingsaanbod binnen AC Regio Centrum. Samen met je collega’s houd je je bezig met het opstellen, vernieuwen en uitvoeren van het bewegingsaanbod voor zo’n 100 cliënten die wekelijks AC Fit Life bezoeken. Je kijkt samen met de cliënt naar zijn vraag op het gebied van beweging en hoe je dit het beste kunt vormgeven. Hierbij houd je rekening met de richtlijnen zoals die vanuit de financiering en begeleiding gelden. Daarnaast ben je ondersteunend aan de fysiotherapeuten tijdens de groepsbehandelingen die zij verzorgen (o.a. fysio-fitness, loopgroepen en lekker in je lijf). Ook onderhoud je waar nodig contact met regiebegeleiders van de woonlocaties van cliënten en collega’s van de andere dagbestedingslocaties.

ht

Functie-eisen: • Je beschikt over minimaal een afgeronde mbo-opleiding tot bewegingsagoog; • Je bent een enthousiaste en daadkrachtige persoonlijkheid die op een zelfstandige en flexibele wijze invulling geeft aan deze functie;

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bewegingsagoog I by Boom beroepsonderwijs - Issuu