Tijd voor iets anders?
Hoofdstuk
1
Dans ce chapitre, tu apprends à comprendre et à exprimer ce que les jeunes aiment faire après l’école. L’objectif final de cette unité est que tu puisses exprimer ce que tu aimes faire pendant tes loisirs ou ce que tu aimerais faire dans les prochaines semaines. Tu pourras aussi comprendre un message sur un réseau social et y répondre. Inhoudstafel 1
Daar ga ik voor!
12
2
Het leven na vier uur
17
3
Oefenen met woorden
24
4
Oefenen met zinnen
31
Ga je mee op reis?
36
5
L’indicatif présent (= l’OTT) – L’impératif
6
Wie is Kimmer Coppejans?
46
La phrase simple – la phrase interrogative – la phrase complexe
7
Een droom, een wens
54
Le futur – Zou + infinitief
8
Yes! Ik won een ticket voor een festival!
60
Les verbes à préposition fixe
9 Vocaplus
66
Pour aller plus loin
10 Test jezelf: Grammatica
73
11 Test jezelf: Woordenschat en taalgebruik
81
12 Eindtaak
86
13 Checklist
91
elf elfde
11
1
Daar ga ik voor! 1
Wie ben je? Wat doe je? Luister naar de leerkracht.
2
Franstalige jongeren nemen deel aan een uitwisselingsproject met Nederlandstalige leerlingen. Hoe stellen ze zich voor? Kijk naar de personages. Lees de minidialogen.
3
Beantwoord de vragen mondeling. 1 2 3 4
12
twaalf twaalfde
Wat doet Laurens in zijn vrije tijd? Welk meisje speelt viool? Wie houdt van voetbal? Wat vraagt Michael?
1 • Tijd voor iets anders?
4 3
Jouw beurt nu! Je neemt deel aan een uitwisseling en je ontmoet andere leerlingen. Werk per twee. Leerling A interviewt leerling B. Daarna stelt leerling B de vragen aan leerling A. Gebruik de zinnen van fiches A en B van de databank hieronder. De databank ‘Om over jezelf te praten’ kan je helpen.
Databank Fiche A Naar persoonlijke informatie vragen
Fiche B Informatie geven / zichzelf voorstellen
–– Hoe oud ben je?
• Ik ben … (jaar oud).
–– Waar woon je?
• (Ik woon) in … .
–– Hoeveel broers en zussen heb je?
• Thuis zijn we met … . Ik heb … broers en … zussen. / Ik ben enig kind.
–– Heb je huisdieren? Welke?
• Ik heb … / Ik heb geen huisdieren.
–– Wat is je favoriete hobby?
• Ik hou van … .
–– Welk land zou je graag bezoeken?
• Ik droom ervan om … te ontdekken.
Databank Om over jezelf te praten
5
dieren
vrije tijd
landen
de hond de kat de vis de schildpad de slang het konijn de cavia de vogel …
voetballen, tennissen, zwemmen aan atletiek/judo doen muziek beluisteren / naar muziek luisteren een instrument bespelen gitaar/viool spelen toneel spelen naar de film gaan gamen / op Facebook gaan shoppen …
Nederland, Spanje, Frankrijk, Engeland, Ierland, Schotland, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Turkije, Marokko, Egypte, Corsica, Malta, Polen, Kroatië, Bulgarije, de Verenigde Staten, de Antillen …
Stel je buur voor aan de andere leerlingen van de klas. Gebruik de zinnen van fiche C.
Databank Fiche C Iemand voorstellen
Hij/zij is … jaar oud. Hij/zij woont in … . Thuis zijn ze met … . Hij/zij heeft … . / Hij/zij heeft geen huisdieren. Hij/zij houdt van … (+ substantif). / Hij/zij … (+ verbe) graag. Hij/zij zou graag naar … gaan.
1 • Daar ga ik voor!
dertien dertiende
13
Weet je het nog? Hoe zeg je dat je houdt van …? Comment dis-tu que tu aimes … ?
Hoe zeg je dat je niet houdt van …? Comment dis-tu que tu n’aimes pas ?
Ik hou van voetbal. J’aime le football.
Ik hou niet van voetbal. Je n’aime pas le football.
Ik hou veel van atletiek. J’aime beaucoup l’athlétisme.
Ik hou niet veel van atletiek. Je n’aime pas beaucoup l’athlétisme.
Ik hou heel veel van atletiek. J’aime énormément l’athlétisme.
Ik hou helemaal niet van atletiek. Je n’aime pas du tout l’athlétisme.
Ik speel graag voetbal. J’aime jouer au football.
Ik speel niet graag voetbal. Je n’aime pas jouer au football.
Ik doe heel graag aan atletiek. J’aime beaucoup faire de l’athlétisme.
Ik doe helemaal niet graag aan atletiek. Je n’aime pas du tout faire de l’athlétisme.
En néerlandais, pour traduire le verbe « aimer » tu peux utiliser : – houden van + substantif (sans déterminant article) – verbe + graag La négation de ‘heel’ et ‘heel veel’ est ‘helemaal niet’.
En néerlandais, nous utilisons ‘heel veel’ ou ‘zeer veel’ pour exprimer « énormément ». La traduction en français « très beaucoup » n’existe pas. Notons les significations suivantes : heel/zeer = très Dit huis is heel mooi. Cette maison est très belle. veel = beaucoup Er zijn veel leerlingen in die klas. Il y a beaucoup d’élèves dans cette classe. Ik heb veel gestudeerd. J’ai beaucoup étudié. Quand ‘heel’ précède ‘graag’, il est traduit par « beaucoup ». Ik speel heel graag met mijn zusje. J’aime beaucoup jouer avec ma petite sœur.
14
veertien veertiende
1 • Tijd voor iets anders?
6
Lees de woorden in de tekstballonnen. Volg het voorbeeld.
VOORBEELD:
ATLETIEK – NAAR MUZIEK LUISTEREN
→ Ik hou van atletiek en ik luister graag naar muziek.
REPTIELEN EN VISSEN – BASKETTEN SHOPPEN – TENNISSEN
REIZEN EN STEDEN BEZOEKEN – GITAAR SPELEN
1 • Daar ga ik voor!
vijftien vijftiende
15
4
7
Heb je een profiel op Facebook? Hoe zou het er in het Nederlands uitzien? Vul de pagina aan.
Inschrijving Het is gratis (en dat blijft het ook) Voornaam Familienaam E-mailadres
Ik ben jaar
Geboortedatum dag
maand
jaar
Woonplaats Middelbare school
Hobby’s Muziek Film Televisie
Activiteiten en interesses
Vrije tijd
Weet je dat, zelfs wanneer je je profiel op Facebook wist°, de server alle informatie bewaart°? Denk dus goed na voor je er persoonlijke of vertrouwelijke informatie op zet! ° wissen: effacer bewaren: garder
16
zestien zestiende
1 • Tijd voor iets anders?
2
Het leven na vier uur 8
Vijf jongeren beschrijven wat ze graag doen wanneer ze niet op school zijn. Beluister of lees de teksten en beantwoord de vragen.
1-5
PIETER-JAN
, 14 jaar Mijn echte passie is voetbal. Ik ga drie keer per week trainen en op zondag speel ik een match. Verder is er ook tweemaal per week conditietraining. Daarna moet ik mijn huiswerk nog maken en studeren. Het is niet altijd gemakkelijk om alles te combineren, maar het lukt wel! Nu volg ik sporthumaniora in Beveren. Ik begon te voetballen toen ik vier jaar was. Mijn moeder stuurde me naar de voetbalclub in onze gemeente° Haasdonk. Ik vond dat meteen heel leuk! Ik hou ook heel veel van voetbal, omdat het een ploegsport is. Als je een match wint, is dat een succes voor heel de ploeg. Vorig jaar ging ik naar een andere club, in Lokeren, en dat was een grote verandering. De club is veel groter, maar de sfeer° in onze ploeg is heel goed. Mijn ploegmaten zijn snel vrienden geworden en onze trainer volgt ons goed op. Dit jaar hebben we nog niet vaak verloren. Daarom staan we tweede in het klassement in 2e provinciale. Als we kampioen worden, is het feest! Mijn droom is profvoetballer worden, maar daar zal ik nog hard voor moeten trainen! Misschien hoor je nog van mij! ° de gemeente: la commune de sfeer: l’ambiance, l’atmosphere
SOFIE, 14 jaar Wat ik het leukst vind, is shoppen. Als ik wat zakgeld krijg, ga ik met mijn vriendin Julie naar het shoppingcenter in Wijnegem. We vertrekken rond 11 uur ’s morgens en komen ’s avonds, moe maar tevreden terug thuis. ’s Middags gaan we vlug een sandwich eten en iets drinken. Ik vind het reuzefijn om naar de winkels te kijken, nieuwe kleren te passen°, iets nieuws te kopen of gewoon in het shoppingcenter rond te wandelen. Ik hou heel veel van mode. Ik zoek ook inspiratie bij filmsterren en kijk naar hun kleren en modeaccessoires. Daarom lees ik ook magazines of zoek ik op het internet naar nieuwe trends° en nieuwe collecties. Dat geeft me ideeën. Online kopen doe ik niet graag, omdat kleuren soms misleidend° kunnen zijn. In een winkel kan je de kleren passen. Zo zie je beter wat je koopt. Volgende week is het mijn verjaardag. Dat is super, want dat zal weer een dagje shoppen worden! ° passen: essayer de trend: la tendance misleidend: trompeur
JESSE
, 14 jaar Och, ik ga niet zo graag naar school. Ik verveel me in de klas. Als ik thuiskom, heb ik geen zin° om nog voor school te werken. Ik zit dan het liefst achter mijn computer. Ik speel een computerspelletje, luister naar muziek of kijk naar een film. Een boek lezen of een muziekinstrument bespelen vind ik saai. Ik hou van games en Facebook. Dat vind ik boeiend. Mijn moeder vindt dat ik te veel tijd achter mijn computer zit en dat ik meer moet studeren, maar ik doe dat niet graag. Toch wil ik dit jaar slagen. Daarom heb ik goede voornemens° gemaakt en blijf ik nu in de studie. Als ik dan thuiskom, is mijn schoolwerk gedaan en kan ik onmiddellijk achter mijn computer kruipen. In World of Warcraft haalde ik level 21, maar Thomas haalde level 63. Die speelt bijna dag en nacht op zijn computer. In de klas valt hij soms in slaap. Dat is dan ook overdreven, vind je niet? ° zin hebben om: avoir envie de het voornemen: l’intention goede voornemens maken: prendre de bonnes résolutions
2 • Het leven na vier uur
zeventien zeventiende
17
AMBER, 15 jaar Voor mij zijn vriendinnen heel belangrijk. Daarom ben ik zo graag bij de jeugdbeweging. Iedere zondagnamiddag ga ik naar de scouts. Waar ik het meest van hou, is het kamp in de grote vakantie. Dan trekken we naar Frankrijk. Het is fantastisch om twee weken in de natuur te leven! Het is altijd wel een hele aanpassing°. We moeten onze tenten opslaan en alles zelf organiseren. Het nachtspel vind ik zeer spannend. Soms ben ik wel een beetje bang in het donker, maar gelukkig ben ik nooit alleen en kan ik op mijn vriendinnen rekenen°. Als we ’s avonds rond het kampvuur zingen of gewoon wat vertellen, voel ik hoe gezellig het allemaal is. De tweedaagse vind ik soms te sportief. We moeten twee dagen stappen° en dan ben ik doodmoe. Maar ook daar steunen mijn vriendinnen mij. Als we terug zijn, kunnen we enorm genieten van die mooie momenten. Op kamp voel ik me zo vrij als een vogel, en dat is steeds een toffe ervaring!
° de aanpassing: l’adaptation rekenen op: compter sur stappen: marcher (en randonnée)
KEVIN, 15 jaar Na school ga ik elke dag naar mijn vrienden. Ze wonen vlakbij° en we spelen in een bandje. Daarom moeten we veel oefenen. Onze band heet ‘Funny’. Zelf speel ik elektrische gitaar. We luisteren ook vaak samen naar muziek. Ik hou heel veel van dubstep, want het ritme van die muziek is megacool! Op een fuif kan je er ook fantastisch goed op dansen. In het weekend spelen we soms in een café. Vorige zaterdag was er een chirofuif in Merelbeke en we mochten daar optreden°. Iedereen vond het echt geslaagd en de sfeer was super. Mijn vriendin was er ook. Ze is fan en komt meestal luisteren, maar ze gaat ook heel graag naar de film. Af en toe gaan we samen naar de bioscoop. Ik vind dat ook leuk, maar muziek is mijn leven. Daar ga ik echt voor!
°° vlakbij: de aanpassing: l’adaptation à proximité optreden: rekenen op: compter monter sursur scène, de tweedaagse: le hike donner un concert
1
Hoeveel jongeren stellen zich voor?
2
Hoe oud is Amber?
3
Wat doet Jesse op zijn computer?
4
Wie beoefent een teamsport?
5
Wie houdt van dubstep?
18
achttien achttiende
1 • Tijd voor iets anders?
9
Kies één tekst. Lees de getuigenis. Hoe is die jongere? Vul de tabel in. ■ gepassioneerd
■ sportief
■ sociaal
■ weinig sportief
■ ambitieus
PIETER-JAN
SOFIE
■ lui
■ modebewust
■ avontuurlijk
■ enthousiast
JESSE
AMBER
■ muzikaal
KEVIN
10
Vergelijk je resultaten met die van je klasgenoten die dezelfde tekst gelezen hebben. Vul de ontbrekende gegevens aan.
11
Hoe zijn de vier andere jongeren? Luister naar je medeleerlingen. Vul de tabel van oefening 9 aan. FICHE
Ik heb de tekst van … gelezen. Hij/zij is … en … . Hij/zij zegt ook dat hij/zij … is. 12
Wie doet wat? Zoek dit op in de getuigenissen.
c muziekg roepje
b conditie
a kleren passen
f scoutskamp
e optreden
luisteren h naar muziek PIETER-JAN
2 • Het leven na vier uur
SOFIE
training
g computerspelletjes
i sporthum an JESSE
d naar de studie gaan
r j kampv uu
iora AMBER
KEVIN
negentien negentiende
19
13
Sarah en Jasper hebben elkaar vorig jaar tijdens de uitwisseling ontmoet. Ze zijn vrienden geworden en bellen elkaar op om af te spreken. Beluister de dialoog en beantwoord de vraag mondeling.
6
Wat is er veranderd in het leven van Sarah? Geef een paar voorbeelden. 14
Beluister de dialoog een tweede keer. Vul de fiches van beide vrienden aan. 6
Inlichtingenfiche Sarah
Voornaam: Woonplaats: Wijzigingen:
Vrijetijdsbestedingen: • vroeger: tennis en
• nu:
Inlichtingenfiche Voornaam: Vrijetijdsbestedingen:
15
Beluister de dialoog een laatste keer. Lees mee tijdens de luisterbeurt en beantwoord de vragen. SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER SARAH JASPER
20
twintig twintigste
6
Hallo, dag Jasper! Hey, Sarah, heb je mijn nummer herkend? Natuurlijk, het zit in mijn gsm. Hoe gaat het met je? Goed! Ik zit in een toffe klas, met mijn vrienden van vorig jaar. Oh, super … Voor mij is het wat wennen° op school, want we zijn verhuisd. Ah??? Woon je niet meer in Luik? Neen, papa is van job veranderd en we wonen nu in Namen. Namen … Is dat een toffe stad? Zeker, maar ik moet nog veel ontdekken, hoor! Speel je dan nog hockey? Neen, voorlopig° niet, maar ik tennis nog. Ik heb daar al enkele leuke vriendinnen leren kennen. En jij, ben jij nog altijd even sportief? Jazeker! Trouwens, wat denk je ervan om volgende zaterdag naar Gent te komen? We spelen tegen je oude club … Oh, schitterend! Wat een uitstekend idee! Ja, ik denk dat het een toffe dag kan worden, want ’s avonds gaan we met de ploeg van mijn zus naar de cinema. Wat leuk, dan zie ik Lieselot ook nog eens. Weet je al welke film het zal zijn? Neen, dat moeten we nog afspreken. Hou je van horrorfilms? Oh neen, helemaal niet! Kies a.u.b. iets anders … Geen probleem, dat komt in orde! Ik laat je nog iets weten via Facebook, oké? Oké, prima! Tot gauw! Super, ciao! ° wennen: s’habituer voorlopig: pour le moment
1 • Tijd voor iets anders?
1
Hoe herkende Sarah het nummer van Jasper?
2
Waarom moet Sarah wennen op school?
3
Jasper nodigt Sarah uit om naar Gent te komen. Waarom?
4
Wat gaan ze ’s avonds doen?
5
Hoe gaan ze de volgende keer contact opnemen?
16
Duid met twee verschillende kleuren aan hoe men in de dialoog …
☐☐ ☐☐
positief reageert. negatief reageert.
Databank Om positief te reageren Pour réagir positivement
(Oh) ja! Ik ook. Jawel. Ja, dat klopt. Zeker en vast. Inderdaad. Jazeker./Zeker. Oké. Absoluut. Natuurlijk. Super! Prima./Uitstekend. Wat leuk! / Tof! Ik ga daarmee akkoord. Dat vind ik goed. Dat vind ik ook. / Ik vind dat ook. Geen enkel probleem.
Om negatief te reageren Pour réagir négativement
(Ah) oui ! Moi aussi. Si. Oui, c’est ça. Tout à fait. En effet. Certainement. O.K./D’ac. Absolument. Bien sûr. Super ! Parfait. Chouette ! Je suis d’accord. Je trouve ça bien. Je trouve aussi. Aucun problème.
(Oh) neen! Ik niet. Helemaal niet. Neen, dat is het niet. Neen, nog niet. Het/Dat is niet waar. Zeker niet.
(Ah) non ! Moi pas. Pas du tout. Non, ce n’est pas ça. Non, pas encore. Ce/Cela n’est pas vrai. Certainement pas. / Pas du tout.
Dat vind ik niet leuk! Ce n’est pas chouette, ça ! Jammer. Dommage. Ik ga daar niet Je ne suis pas d’accord. mee akkoord. Dat vind ik niet goed. Je ne trouve ça pas bien. Dat vind ik niet. Je ne trouve pas.
En néerlandais, on utilise : ‘akkoord gaan met’ pour traduire « étre d’accord ». Pour réagir de façon neutre, on utilise : Het is mij gelijk. Het is mij om het even.
2 • Het leven na vier uur
Cela m’est égal.
eenentwintig eenentwintigste
21
17
Vul de dialogen 3 tot 5 aan. Volg het voorbeeld van 1 en 2. Speel ze nadien per twee. 1 –– Dag Lisa. Ga jij graag winkelen?
! • –– En ga je soms naar een shoppingcenter? . In Sint-Niklaas, bijvoorbeeld. • –– Heb je zin om eens met mij naar Maasmechelen te gaan? ! Wanneer? • Ja, –– Ben je zaterdag vrij? . • Ja, –– Oké, we komen je ophalen om 9 uur. ! Tot dan. • 2 –– Hallo, Tim. Heb je de nieuwe film met
Matthias Schoenaerts al gezien? , maar mijn zus wel. • Neen, –– En vond ze de film goed? . • Neen, –– Oei, en wil jij hem zien? . Ik zie liever sciencefiction. • Neen, Da’s toch toffer? . Wat zou je dan kiezen? –– • Star Wars, of zo. , maar die spelen ze niet. –– • Oké. James Bond dan?
–– Dag Lisa. Ga jij graag winkelen? • Natuurlijk! –– En ga je soms naar een shoppingcenter? • Jazeker. In Sint-Niklaas, bijvoorbeeld. –– Heb je zin om eens met mij naar Maasmechelen te gaan? • Ja, wat leuk! Wanneer? –– Ben je zaterdag vrij? • Ja, geen enkel probleem. –– Oké, we komen je ophalen om 9 uur. • Prima! Tot dan. –– Hallo, Tim. Heb je de nieuwe film met Matthias Schoenaerts al gezien? • Neen, ik niet, maar mijn zus wel. –– En vond ze hem goed? • Neen, helemaal niet. –– Oei, en wil jij hem zien? • Neen, zeker niet. Ik zie liever science fiction. Da’s toch toffer? • Dat vind ik niet. Wat zou je dan kiezen? • Star Wars, of zo. • Jammer, maar die spelen ze niet. • Oké. James Bond dan?
3 –– Morgen ben ik jarig.
• –– Zullen we iets gaan eten? • –– Jij eet graag pizza, nietwaar? • –– Spreken we af in restaurant Etna? • –– Werkt jouw broer daar nog steeds? • 4 –– Hallo Sam, nog altijd zo sportief?
• –– Train je dikwijls? • –– En speel je ook competitie? • –– Ik vind dat allemaal te vermoeiend. • –– Misschien kom ik volgend weekend voor jouw ploeg supporteren. •
22
tweeëntwintig tweeëntwintigste
5 –– Zeg Emma, je praat niet meer tegen mij. Vind je me niet meer tof? • –– Ben je dan kwaad op me? • –– Op school kom je nooit meer spontaan naar me toe. • –– Zijn we dan nog altijd vriendinnen? • –– Heb je zin om dit weekend bij mij thuis te komen? •
1 • Tijd voor iets anders?
18
Morgen is er een chirofuif in de buurt. Een vriend nodigt je uit om met hem mee te gaan. Stuur hem een antwoord. Reageer positief of negatief. Gebruik de databank.
3
Alles goed?
Ja hoor. En met jou?
Prima. Zin om zaterdag mee te gaan naar de chirofuif?
Ik kan je komen ophalen!
Mijn ouders kunnen ons naar huis brengen.
Een chirofuif is altijd leuk!
2 • Het leven na vier uur
drieëntwintig drieëntwintigste
23
3
Oefenen met woorden de winkel het shoppingcenter le magasin le centre commercial de sport le sport
de muziek la musique
De vrije tijd De vrijetijdsbesteding Le temps libre Le loisir
thuis à la maison
de jeugdbeweging le mouvement de jeunesse
uitgaan sortir
De sport
Le sport
de sportman / de sportvrouw
le sportif
de trainer de coach
l’entraîneur le coach
de deelnemer de ploegmaat ←→ de tegenstrever de teamsport ←→ de individuele sport de sportcompetitie de winnaar ←→ de verliezer de profspeler ←→ de amateur de overwinning ←→ de nederlaag de kampioen
la compétition sportive le gagnant ←→ le perdant le joueur professionnel ←→ l’amateur la victoire ←→ la défaite le champion
de training de conditietraining
24
l’entraînement l’entraînement physique
vierentwintig vierentwintigste
le participant le co-équipier ←→ l’adversaire le sport d’équipe ←→ le sport individuel
1 • Tijd voor iets anders?
19
20
Verbind de tegenstellingen. 1 de verliezer
a de tegenstrever
2 de profvoetballer
b de teamsport
3 de overwinning
c de amateurvoetballer
4 de individuele sport
d de nederlaag
5 de ploegmaat
e de winnaar
1
2
4
3
5
Vul het juiste woord in. ■ kampioen
■ conditietraining
■ trainer
1
Lukaku scoort veel doelpunten. Hij is een echte
2
Elk jaar wordt in België een
3
Tijdens de
4
De
5
In een voetbalploeg zijn er elf
■ spelers .
■ sportman
van het jaar verkozen.
moet je lopen, springen en stretchen.
kiest welke spelers aan de wedstrijd zullen deelnemen. en een aantal reserves.
de etalage l’étalage kijken naar regarder
rondwandelen se promener
verkopen vendre
passen essayer (un vêtement)
De winkel Het shoppingcenter Le magasin Le centre commercial
het zakgeld de verjaardag l’argent de poche l’anniversaire
kopen online kopen aankopen doen acheter / acheter sur Internet / acheter en ligne faire des achats
de korting la réduction, la ristourne
3 • Oefenen met woorden
vijfentwintig vijfentwintigste
25
21
Vul de tabel aan met afleidingen. LE VERBE
LE SUBSTANTIF
winkelen de verkoper de wandelaar het shoppen de aankoop
22
Lees de tekst van Sofie opnieuw. Onderstreep de volgende woorden in haar tekst. ■ argent de poche
■ centre commercial
■ acheter en ligne
■ essayer
■ manger
■ se promener
■ mon anniversaire
SOFIE
, 14 jaar Wat ik het leukste vind, is shoppen. Als ik wat zakgeld krijg, ga ik met mijn vriendin Julie naar het shoppingcenter in Wijnegem. We vertrekken rond 11 uur ’s morgens en komen ’s avonds, moe maar tevreden, terug thuis. ’s Middags gaan we vlug een sandwich eten en iets drinken. Ik vind het reuzefijn om naar de winkels te kijken, nieuwe kleren te passen, iets nieuws te kopen of gewoon in het shoppingcenter rond te wandelen. Ik hou heel veel van mode. Ik zoek ook inspiratie bij filmsterren en kijk naar hun kleren en modeaccessoires. Daarom lees ik ook magazines of zoek ik op het internet naar nieuwe trends° en nieuwe collecties. Dat geeft me ideeën. Online kopen doe ik niet graag, omdat kleuren soms misleidend° kunnen zijn. In een winkel kan je de kleren passen. Zo zie je beter wat je koopt. Volgende week is het mijn verjaardag. Dat is super, want dat zal weer een dagje shoppen worden! ° de trend: la tendance misleidend: trompeur
23
Vervang de onderstreepte woorden. Kies uit de lijst. ■ zakgeld ■ passen
26
■ shoppingcenter ■ korting
■ online kopen
■ mijn verjaardag
1
Op 21 maart vier ik de dag waarop ik geboren ben.
2
Ik vind dit kleedje mooi, ik ga het even aandoen om te kijken of het goed is.
3
Vandaag krijg je bij ABC 30 % reductie.
4
Ik ga vaak winkelen in een groot gebouw waar je veel winkels vindt.
5
Elke maand krijg ik geld dat ik mag uitgeven voor mijn plezier. Ik mag het natuurlijk ook sparen, hé.
6
Als je niet naar de winkel kan gaan, kan je ook via je computer aankopen doen.
zesentwintig zesentwintigste
1 • Tijd voor iets anders?
Thuis
À la maison
de spelconsole de televisie / de tv het boek de tekening het knutselwerk
la console de jeux la télévision / la télé le livre le dessin le bricolage
de tablet de computer het computerspel
la tablette l’ordinateur le jeu d’ordinateur
het online computerspel het sociale netwerk / Facebook
le jeu en ligne le réseau social / Facebook
boeiend/spannend vervelend/saai
passionnant ennuyeux
zich ontspannen zich vervelen goede voornemens maken zijn best doen
se détendre s’ennuyer prendre de bonnes résolutions faire des efforts
3 • Oefenen met woorden
zevenentwintig zevenentwintigste
27
24
Vertaal volgende woorden en schrijf ze op de juiste plaats in de zinnen. Vergeet de werkwoorden niet te vervoegen. ■ bricolage
■ se détendre
■ jeux d’ordinateur 1
■ s’ennuyer
■ passionnant
■ réseaux sociaux
■ livre
Na de school moet je nog veel studeren, maar ik vind dat je ook moet kunnen
2
■ ennuyeux
.
Jeroen luistert graag naar klassieke muziek, maar zijn vriendin vindt dat
en luistert liever naar dubstep.
3
Veel jongeren houden van Facebook en andere
4
Ik heb veel plannen voor de vakantie en zo
.
ik
nooit.
28
speel, wordt mijn moeder kwaad.
5
Als ik te veel
6
Mijn klein zusje heeft op school een mooi
7
Gisterenavond was er een
8
Volgende week moet ik voor de Franse les een
gemaakt.
film op de televisie.
lezen.
De jeugdbeweging
Le mouvement de jeunesse
de scouts de Chiro de leiding de groep
les Scouts le Patro les chefs la troupe
het kamp het avontuur de tent opslaan
le camp l’aventure monter la tente
het spel / het nachtspel de trektocht de tweedaagse het kampvuur
le jeu / le jeu de nuit la rando le hike le feu de camp
de sfeer plezier maken genieten
l’ambiance s’amuser profiter
achtentwintig achtentwintigste
1 • Tijd voor iets anders?
25
Vul de brief aan. Hallo Stijn
Hoe gaat het in Antwerpen? Ik ben op
in de
Ardennen.
De
heeft weer leuke activiteiten gepland en
de
valt echt goed mee!
De
is prima en we
Morgen vertrekken we op
Ik kijk al uit naar het
veel
.
voor drie dagen.
!
Wanneer ik thuis ben, moeten we eens afspreken! Tot gauw! Anthony
Uitgaan
Sortir
de vrienden mijn vriend / mijn vriendin de bioscoop / de cinema de film het concert / het optreden optreden
les amis / les copains mon copain / ma copine le cinéma le film le concert donner un concert / monter sur scène
De muziek
La musique
naar muziek luisteren / muziek beluisteren gitaar/piano spelen het muziekinstrument de muziekacademie de notenleer
écouter de la musique
3 • Oefenen met woorden
jouer de la guitare / du piano l’instrument de musique l’académie de musique le solfège
negenentwintig negenentwintigste
29
26
27
Zet de woorden in de juiste volgorde en vorm correcte zinnen. 1
speelt | In | Kevin | gitaar. | zijn vrije tijd
2
op café | Morgen | drinken. | een cola | gaan | we
3
vriendin | de bioscoop. | gaat | Mijn | naar | graag
4
oefenen. | elke | Je | dag | moet | met je vrienden
5
ga | Waarom | niet | naar de muziekschool? | je
Wat doen deze jongeren graag tijdens het weekend? Kijk naar de tekeningen en vul de zinnen aan.
3 1 2
28
Wat doe jij graag tijdens de vakantie? Vertel aan je buur. Ik ga graag … . Ik … graag. Ik hou van … .
Tornado online
30
dertig dertigste
Voor meer oefeningen, surf naar Tornado online.
1 • Tijd voor iets anders?
4
Oefenen met zinnen STUDIETIP
Comment étudier le vocabulaire ? Apprends les nouveaux mots en contexte ! –– Commence par lire le premier mini-dialogue (MD) ci-dessous en néerlandais. –– Lis-le ensuite en français. –– Relis les mots en orange du dialogue en néerlandais. –– Regarde leur traduction en bleu dans le texte français. –– Compare les deux colonnes. –– Pose ensuite ton mica sur la colonne de gauche. –– Relis le mini-dialogue caché par le mica et complète les mots manquants. –– Si tu ne parviens pas à deviner ce qui manque, regarde la traduction en français. –– Si tu ne trouves toujours pas la réponse, enlève le mica et regarde les mots en orange. –– Recommence ce processus jusqu’à ce que tu trouves directement la réponse. –– Passe ensuite au mini-dialogue suivant. MD 1
Iemand voorstellen
Présenter quelqu’un
–– Dag Lorena, heb je de nieuwe leerling van 3B –– Bonjour Lorena, as-tu déjà vu le nouvel élève al gezien? en 3B ?
7 t CD
raa
g
8
• Thomas? Ja, ik ken hem. Zijn zus is mijn beste • Thomas ? Oui, je le connais. Sa sœur est ma vriendin en zijn broer doet judo in mijn meilleure amie et son frère fait du judo dans sportclub. mon club de sport. –– Hoeveel broers en zussen heeft hij? En hoe –– Combien de frères et soeurs a-t-il ? Quel oud is hij? âge a-t-il ? • Thuis zijn ze met zes. Hij heeft twee zussen • Chez eux, ils sont à six. Il a deux soeurs et en een broer. Thomas is 15. un frère. Thomas a 15 ans. –– Weet je ook waar hij woont?
–– Tu sais aussi où il habite?
• Ja, hij woont in Malle.
• Oui, il habite à Malle.
–– Dat is vlakbij!
–– C’est tout près.
MD 2
Afspreken
Fixer un rendez-vous 9
–– Ben je zaterdag vrij?
–– Tu es libre samedi ?
• Ja, wat wil je doen?
• Oui, que veux-tu faire ?
–– We kunnen thuis een spannend computerspel spelen.
–– On peut jouer un jeu d’ordinateur passionnant à la maison.
• Wil je niet naar de cinema gaan?
• Tu ne veux pas aller au cinéma ?
–– Oké. Het is mij gelijk.
–– O.K. Ça m’est égal.
• Afspraak bij mij om 14 uur. Tot dan!
• Rendez-vous chez moi à 14 heures. À bientôt !
4 • Oefenen met zinnen
CD
tra
ag
10
eenendertig eenendertigste
31
MD 3
Positief reageren
Réagir positivement
–– Dag Jeroen, zaterdag is het de verjaardag van Els. Zullen we een verrassingsfeestje organiseren?
–– Bonjour Jeroen, samedi c’est l’anniversaire de Els. On organise une fête surprise ?
• Ja, dat vind ik goed. Ze gaat blij zijn. Waar kan het doorgaan? Bij jou thuis?
• Oui, je trouve ça bien. Elle sera contente. Ça peut avoir lieu où ? Chez toi à la maison ?
–– Jazeker, wij hebben een kleine tent. Kan jij de uitnodiging versturen?
–– Certainement, nous avons une petite tente. Peux-tu envoyer les invitations ?
• Ja, geen enkel probleem. Ik doe het via Facebook, dat is gemakkelijk. Zet ik er een uur bij?
• Oui, aucun problème. Je le fais via Facebook, c’est facile. Je mets une heure ?
–– Natuurlijk, 19 uur is goed. En wat gaan we eten? Pizza’s?
–– Bien sûr, 19 heures est une bonne heure. Et qu’allons-nous manger ? Des pizzas ?
• Oh ja, wat leuk! Iedereen eet dat graag.
• Oh oui, chouette ! Tout le monde aime ça.
–– Prima, ik ga aan het werk.
–– Parfait, je me mets au travail.
MD 4
Negatief reageren
11 CD
tra
ag
12
Réagir négativement
–– Timo, hou je van de Japanse keuken?
–– Timo, tu aimes la cuisine japonaise ?
• Oh, neen, helemaal niet.
• Oh, non, pas du tout.
–– Waarom? Ik vind dat heerlijk.
–– Pourquoi ? Moi, je trouve ça délicieux.
13 C
ra Dt
ag
14
• Ik niet! Ik hou niet van sushi … en ik kan niet • Moi pas ! Je n’aime pas les sushis … et je ne met stokjes eten. sais pas manger avec des baguettes. –– Jammer. Ik had je graag uitgenodigd in de Blauwe Lotus, maar ik zal een ander restaurant kiezen.
–– Dommage. J’aurais voulu t’inviter au Lotus Bleu mais je choisirai un autre restaurant.
• Oké, super. Bedankt!
• O.K., super. Merci !
MD 5
32
Praten over sport
Parler de sport
–– Doe je aan sport?
–– Tu fais du sport ?
• Ja, ik tennis graag. En jij?
• Oui, j’aime jouer au tennis. Et toi ?
–– Ik niet, maar ik ga graag naar een voetbalmatch kijken.
–– Moi pas, mais j’aime aller voir un match de foot.
• En speelt je broer basket?
• Et ton frère joue au basket ?
–– Neen, hij is gestopt.
–– Non, il a arrêté.
• Waarom?
• Pourquoi ?
–– Hij beoefent liever een individuele sport.
–– Il préfère pratiquer un sport individuel.
tweeëndertig
1 • Tijd voor iets anders?
15 t CD
raa
g
16
Shoppen
MD 6
Faire du shopping 17
–– Ga jij graag shoppen?
–– Tu aimes faire du shopping ?
• Neen, ik pas niet graag. En jij?
• Non, je n’aime pas essayer. Et toi ?
–– Oh, ja. Als ik zakgeld krijg, ga ik naar het shoppingcenter.
–– Oh, oui. Quand je reçois de l’argent de poche, je vais au centre commercial.
• En wat doe je daar?
• Et que fais-tu là ?
–– Ik wandel rond en kijk naar de etalages.
–– Je me promène et je regarde les étalages.
• Koop je ook online?
• Tu achètes aussi en ligne ?
–– Ja soms, maar ik ga liever naar de winkel.
–– Oui parfois, mais je préfère aller au magasin.
Het is niet hetzelfde!
CD
ag
18
Ce n’est pas la même chose !
Tornado online
Mijn droom is profvoetballer worden.
Mon rêve est de devenir footballeur professionnel.
Ik vind het fijn iets nieuws te kopen.
Je trouve gai d’acheter quelque chose de nouveau.
Ik ga akkoord met jou.
Je suis d’accord avec toi.
Heb je zin om naar Mechelen te gaan?
As-tu envie d’aller à Malines ?
Ik heb zin in een ijsje.
J’ai envie d’une glace.
Ik ga naar school in Gent.
Je vais à l’école à Gand.
We nemen deel aan een wedstrijd op de radio.
Nous participons à un concours à la radio.
Je moet niet wachten op mooi weer.
Tu ne dois pas attendre qu’il fasse beau.
29
tra
Lees de minidialogen. Duid aan of de jongere positief (+) of negatief (–) reageert. 1
– Dag Elke, was het leuk op kamp? • Natuurlijk, het was super!
2
– Hallo Lotte, heb je zin om deze middag een hamburger te eten? • Oh neen, echt niet.
3
– Simon, ben jij al naar een concert van Gers Pardoel geweest? • Neen, nog niet. En jij?
4
– Het was zo leuk in Antwerpen! • Ja, dat klopt. Het was super!
5
– Ik vind sciencefictionfilms spannend. • Oh, dat vind ik ook!
1
2
3
6
– Pff … Mijn ouders willen altijd dat ik om tien uur thuis ben. • Bij mij is dat ook zo, maar ik ga daar niet mee akkoord.
4
5
6
4 • Oefenen met zinnen
drieëndertig
33
30
Werk per twee. Leerling A stelt de vraag. Leerling B mag kiezen uit een van de antwoorden. Keer nadien de rollen om. 1
2
3
3
Ben je al ingeschreven voor het scoutskamp? ☐☐ Natuurlijk! ☐☐ Neen, nog niet. Is het waar dat je graag naar Amsterdam gaat? ☐☐ Ja, dat klopt. ☐☐ Neen, dat is niet waar.
Zijn je ouders afwezig omdat ze op reis zijn? ☐☐ Inderdaad. ☐☐ Neen, zo is het niet.
5
Ga je zondag mee naar de voetbalmatch? ☐☐ Ja, wat leuk! ☐☐ Neen, jammer.
Wil je me helpen om de tent op te bouwen? ☐☐ Jazeker! ☐☐ Oh neen, zeker niet!
31
Lees de berichten. Formuleer telkens een reactie in één zin.
1
2
3
Kan je een broodje voor mij be stellen?
De bus staa t in de file. Ik zal te laat zijn.
5
4
Jij hebt mij n huistaak overgeschre ven zonder het te vragen!
34
4
1
2
3
4
5
6
vierendertig
Zin om van avond naar de cin ema te gaan?
6
Anderlecht – Standard: 1 -1.
Ben je al ingeschrev en voor het kamp?
1 • Tijd voor iets anders?
32
Werk per twee. Vul de dialogen aan. Gebruik je mica. 1 –– Kathleen, ben je al naar die nieuwe winkel in de Schoolstraat
magasin
geweest? –– Neen, nog niet. Bedoel je die schoenenwinkel?
Non, pas encore
–– Ja, dat klopt. Hij is open sinds vorige week. Gaan we na de les even kijken?
Oui, c’est ça
–– Natuurlijk! Ik heb gelezen dat er tot overmorgen kortingen zijn Bien sûr om de opening te vieren. –– Super, ik had net nieuwe schoenen nodig …
Super
–– Ik ook!
Moi aussi
2 –– Hey, Nele. Kom je vrijdag naar ons concert luisteren?
écouter
–– Absoluut, ik kom met een paar vrienden.
Absolument
–– Tof! Heb je al kaarten besteld?
Chouette
–– Ja, ik heb er inderdaad al vier besteld, maar ik heb er nog twee en effet te weinig.
3
33
Tornado online
–– Geen enkel probleem, ik breng ze morgen mee naar school.
Aucun problème
–– Oké, bedankt!
O.K.
Jouw beurt nu! Bereid vijf vragen voor je medeleerlingen voor zoals in de oefeningen 29 en 30. Stel ze. Wie reageert positief? Wie reageert negatief? Gebruik de zinnen uit de databank op pagina 21 om te antwoorden.
Voor meer oefeningen, surf naar Tornado online.
4 • Oefenen met zinnen
vijfendertig
35