Avonturen op vakantie
Hoofdstuk
1
Dans ce chapitre, tu entends des jeunes parler de leurs vacances d’été. Ils parlent du déroulement d’une journée passée dans un camp de sport, d’aventure ou durant un stage de langue. L’objectif final de ce chapitre est que tu puisses parler de la formule de vacances que tu préfères, que tu puisses raconter ce que tu as fait durant un camp ou un stage. Tu pourras aussi parler des sports que tu pratiques. Tu seras aussi capable de rechercher des informations utiles dans une brochure et les communiquer à d’autres personnes.
Inhoudstafel 1
Wat ga je doen in de vakantie?
12
2
Hou jij van sport?
27
3
Wanneer spreken we af?
40
4
Had jij een leuke vakantie?
52
L’imparfait (OVT) de ‘zijn’ et ‘hebben’
5
Ga je mee?
57
Les pronoms personnels compléments
6 Wat heb jij tijdens de vakantie gedaan?
64
Le passé composé (VTT)
7
Test jezelf: grammatica
74
8
Test jezelf: woordenschat en taalgebruik
79
9 Eindtaak
86
10 Checklist
91
elf elfde
11
1
Wat ga je doen in de vakantie?
1 http://www.bouwmee.be
bouw mee
••••
HOME KAMPEN WORKSHOPS WIE ZIJN WE DOE MEER MEDIA FAQ CONTACT ACCOUNT
15-17 jaar 18-30 jaar Groepen Langdurig vrijwilligerswerk Short Break
Beleef° meer! Wil je de wereld° ontdekken°? Wil je mensen helpen? Wij organiseren actieve vakanties voor jongeren tussen 15 en 25 jaar. We hebben projecten in Afrika, Azië, Europa en Latijns-Amerika. Tijdens onze kampen werk je als vrijwilliger° samen met andere jongeren. Twee weken huizen bouwen in Roemenië? In Polen klaslokalen schilderen? Weeskinderen° in Marokko amuseren? Kijk snel naar het programma!
Volg ons op Facebook
Contact
Periode Locatie
Marokko 4/07 – 18/07 Taroudant Je slaapt in een tent.
Wat moet je kunnen? Prijs
• Frans spreken. • Kinderen amuseren. € 540
Polen 8/07 – 22/07 Piskorzyna Je logeert bij een Pools gezin. • Duits spreken. € 230
Roemenië 4/08 -18/08 Moldovita Je slaapt in een school. • Duits spreken. • Handig° zijn € 320
(inclusief busreis en maaltijden)
° beleven: vivre, faire l’expérience de wereld: le monde ontdekken: découvrir de vrijwilliger: le volontaire het weeskind: l’orphelin handig: débrouillard
2 http://www.lecrayonbe/splash ZOEK JE TAALKAMP
Nederlands ı français Uw lidnummer
Uw e-mailadres
Lidnummer vergeten?
Lidnummer aanvragen
Talencentrum 'SPLASH'
Home Splash Taalkampen Foto's Aanbod Praktisch Contact News FAQ
SPLASH
Duik° in ons taalbad° Hou je van water? Wil je op een leuke manier Nederlands leren? Kies dan voor ons taalkamp. De taallessen combineer je met watersporten. Droom je van kiteboarden, surfen, zeilen … ? Het kan bij ons! Duik tijdens dit kamp in ons taalbad Nederlands.
Like
1042
• Locatie Bloso-centrum - Blankenberge • Logies Kamers van 2, 3 en 4 personen. Alle kamers hebben een lavabo, douche en toilet. • Periode 17/07 – 22/07 • 2/08 – 7/08 Voorwaarde Voor dit kamp moet je kunnen zwemmen.
Prijs: € 180
° duiken: plonger het taalbad: l’immersion
12
twaalf twaalfde
1 • Avonturen op vakantie
3 http://www.xladventures.be
XL-ADVENTURES
Jeugdvakanties – Reacties
Schrijf je snel in! Het aantal plaatsen is beperkt°.
Avonturenkamp Hier beleef je een week vol avontuur. Elke dag testen we jouw conditie! Teambuilding vinden we belangrijk. Je kampeert op een kampplaats midden in het bos.
We slapen in tenten of we liggen gewoon onder de sterrenhemel.° Je kookt op een kampvuur en wast af in de rivier. Back to basics!
Wat staat er op het programma? • een dagtocht • een vlot bouwen° • rotsen beklimmen° • een deathride • speleologie • een gps-zoektocht
Leeftijden 15 tot 18 jaar
Periode
••••••••••••••••••
6 t/m 13 juli 20 t/m 27 juli 3 t/m 110 augustus 3 t/m 110 augustus
Prijs € 325,-
Locatie Namen
° een vlot bouwen: construire un radeau rotsen beklimmen: escalader des rochers de sterrenhemel: le ciel étoilé beperkt: limité
1
Lees de drie brochures aandachtig.
2
Werk per twee. Bespreek samen de volgende vragen. 1 2 3 4
Welk kamp kies jij? Welk kamp kies je zeker niet? Waarom ga je graag / niet graag op kamp? Waar ga jij graag op kamp?
1 • Wat ga je doen in de vakantie?
dertien dertiende
13
3
Zoek het antwoord in de teksten. Noteer het in de tweede kolom. Duid daarna aan in welke brochure de informatie staat. BROCHURE 1 BROCHURE 2 BROCHURE 3
1
Wie organiseert het avonturenkamp?
2
Waar kun je op taalkamp gaan?
3
Wat bouw je in Roemenië?
4
Hoelang duurt het avonturenkamp?
5
Welke activiteiten doe je tijdens het taalkamp?
6
Waar slaap je in Polen?
7
Wat moet je zeker kunnen om aan het taalkamp te mogen deelnemen?
4
Wat doe ik? Bekijk de foto’s. Schrijf bij elke foto een woord uit de keuzelijst. gps-zoektocht speleologie
kamperen
2
5
14
veertien veertiende
kiteboarden
klimmen
schilderen
zeilen
1
3
6
4
7
1 • Avonturen op vakantie
5
Luister goed naar de jongeren die zich voorstellen. Plaats bij elke foto een passend kamp. Jasper
Bas
1
Kato
Stien
6
Beluister de gesprekken opnieuw terwijl je de tekst leest. 1
Ik ben Kato. Ik ben bijna zestien jaar. Heel de maand juli babysit ik op de kinderen van mijn zus. Ik spreek drie talen: Nederlands, Frans en Duits. In augustus wil ik een stukje van de wereld zien. 1 Hallo, ik ben Stien. Ik hou veel van watersporten. In augustus ben ik vrij. Ik wil op een leuke manier Nederlands leren. 3
Dag allemaal. Ik heet Bas. Ik ben erg handig. Thuis spreek ik Frans en Nederlands. Ik wil andere mensen helpen. Op 24 juli vertrek ik met de scouts op kamp. 2
Mijn naam is Jasper. Ik hou van de natuur. Gevaarlijke° sporten vind ik supertof. Op 24 juli vertrek ik samen met Bas op scoutskamp. In augustus ben ik ook niet vrij. Dan werk ik in een restaurant. Ik spaar voor een bromfiets. 4 ° gevaarlijk: dangereux
7
Luister naar het gesprek van enkele jongeren tijdens een kamp. Duid de juiste activiteit aan.
Thomas
Sofie
Lucas
2
VOORMIDDAG
NAMIDDAG
AVOND
☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐
☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐
☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐ ☐☐
een dagtocht een gps-zoektocht rotsen beklimmen een dagtocht rotsen beklimmen koken een dagtocht speleologie een vlot bouwen
1 • Wat ga je doen in de vakantie?
een dagtocht een deathride speleologie een dagtocht speleologie rotsen beklimmen een dagtocht een deathride rotsen beklimmen
wandelen quizzen nachtspel kampvuur nachtspel vroeg gaan slapen naar de sterren kijken nachtspel kampvuur
vijftien vijftiende
15
8
Beluister het gesprek opnieuw terwijl je de tekst leest. Goedemorgen. Goed geslapen? SOFIE Als een marmot! En jij? T HOMAS Pff, niet zo geweldig. In een bed slaap ik beter dan in een tent. Ben je in vorm voor vandaag? SOFIE Ja, dat moet wel. Vandaag maken we een dagtocht. Vanavond moeten we in Andenne zijn. T HOMAS Andenne? Dat is bijna twintig kilometer van hier. Smeer je benen maar in.° SOFIE Ja, dat ga ik zeker doen. En wat doe jij vandaag? T HOMAS Deze voormiddag staat er een gps-zoektocht op het programma. Misschien moeten we jullie wel zoeken. SOFIE Dat denk ik niet. Wij hebben een kaart en een kompas. Wat doe je deze namiddag? T HOMAS Na het middagmaal staat er een deathride op het programma. SOFIE Echt? Dat durf ik niet. T HOMAS Ik hou van gevaarlijke sporten. Vanavond doe ik mee aan het nachtspel. SOFIE Dat is leuk. Vanavond speel ik ook mee met het nachtspel. Dat wordt spannend!° T HOMAS Tof! Zullen we vanavond misschien afspreken?° SOFIE Oké. Wacht ik op jou aan de ingang van het kamp of aan de tenten? T HOMAS Ik zal op jou wachten aan de ingang. Zie ik je om kwart over zeven? SOFIE Prima. Tot dan. T HOMAS Lucas! Lucas! Hier zitten we. Te lang geslapen? LUCAS Nee hoor, er staat een lange rij aan de douches. T HOMAS Ga je deze voormiddag ook op zoektocht? LUCAS Nee, ik ga een vlot bouwen. Vanmiddag doe ik mee met de deathride. T HOMAS Leuk! Wat doe je vanavond? Sofie en ik spelen het nachtspel. LUCAS Vanavond ga ik samen met Emma naar de sterren kijken. T HOMAS Olala, romantisch! LUCAS Misschien …, maar nu moet ik vertrekken. Mijn monitoren wachten niet graag. Tot straks. Veel plezier vandaag! T HOMAS Dank je wel. Het wordt een geweldige dag. T HOMAS
° je benen insmeren: se frictionner /se frotter les jambes spannend: passionnant afspreken: se donner rendez-vous
16
zestien zestiende
1 • Avonturen op vakantie
2
9
Hoe wordt het in het gesprek gezegd? 1
Bien dormi ?
2
Aujourd’hui, nous faisons une randonnée de jour.
3
Nous avons une carte et une boussolle.
4
Que fais-tu cet après-midi ?
5
On peut peut-être se donner rendez-vous ce soir ?
6
Je t’attendrai à l’entrée.
7
Je te vois à 19 h 15 ?
8
Ça va être une journée formidable.
10
Beantwoord de vragen mondeling in het Nederlands. 1 2 3 4 5
11
Wat doet Sofie vandaag? Wat staat er bij Thomas op het programma? Waarom is Lucas later? Wat doet Lucas vanavond? Om hoe laat spreken Thomas en Sofie vanavond af?
Werk per drie. Lees het gesprek van oefening 8 hardop. Wissel telkens van rol.
Databank Positief gevoel -
Negatief gevoel -
Het is geweldig!
Het is niet zo tof.
Het lijkt leuk.
Het lijkt saai / vervelend.
Het is superleuk.
Het is vreselijk.
Het is prettig.
Het is niet prettig.
Het spreekt me aan.°
Het spreekt me niet aan.
Dat is iets voor mij.
Dat is niets voor mij.
Ik ben dol op … .
Ik heb een hekel aan … .
Ik vind dat … .
Ik vind dat niet … .
Ik voel me … .
Ik voel me niet … . ° Het spreekt me aan.: Cela me plaît.
1 • Wat ga je doen in de vakantie?
zeventien zeventiende
17
12
Werk per twee. Kies een activiteit. Vertel wat je ervan vindt. Gebruik de databank om je mening te geven. VOORBEELD:
Ik vind lezen superleuk. Vind jij dat ook? Nee, ik vind het vreselijk!
koken
een bosspel
op avonturenkamp gaan
dansen
kiteboarden
kajakken
een boottocht maken
fietsen
een rots beklimmen
balsporten
wandelen
quizzen
op taalkamp gaan
13
18
achttien achttiende
2
kamperen
een nachtspel
Reageer op de juiste manier. 1
Heb je goed geslapen?
☐ ☐ ☐
Als een marmot! Ik durf dat niet. Dat is iets voor mij.
2
Ben je in vorm voor vandaag?
☐ ☐ ☐
Dat is niet waar, hé! Ja hoor, ik voel me geweldig. Het wordt leuk.
3
Hou jij van gevaarlijke sporten?
☐ ☐ ☐
Nee, daar heb ik een hekel aan. Nee, dank u. Nee, ik ga vanmiddag tennissen.
4
Slaap jij graag in een tent?
☐ ☐ ☐
Ja, ik lig graag in mijn bed. Ja, ik ben moe. Ja, dat vind ik heel fijn.
5
Wat doe jij deze vakantie?
☐ ☐ ☐
Ik ga op taalkamp. Een kamp spreekt mij niet aan. Ik ben dol op vakantie.
6
Wat denk je van een nachtspel?
☐ ☐ ☐
Ik ga vroeg slapen. Dat is niets voor mij. Dat vind ik superleuk.
1 • Avonturen op vakantie
14
Speel de dialoog met een klasgenoot. Verander nadien van rol. Gebruik de tweede keer je mica. Wat doe jij deze vakantie? Ik ga op taalkamp, want ik wil Nederlands leren. Heb jij zin° om mee te gaan? SAM Ik wil wel Nederlands leren, maar ik hou nog meer van sport. WOUT Dan kun je met mij mee, want tijdens het taalkamp kun je ook veel sporten. SAM Geweldig! Welke sporten kun je doen? WOUT Je kunt zeilen en surfen, want we logeren aan zee. SAM Dan ga ik mee. Wanneer vertrekken we? Is het in juli of is het in augustus? WOUT Ik kan enkel° in augustus, want in juli ga ik met de scouts op kamp. SAM WOUT
° zin hebben: avoir envie enkel: seulement, uniquement
15
Beantwoord de vragen over de dialoog. 1
2
3
4
Waarom gaat Wout op taalkamp? Hij wil Nederlands leren. Hij wil sporten. Hij wil de zee zien.
☐☐ ☐☐ ☐☐
Wat doet Wout in juli? ☐☐ Hij gaat op taalkamp. ☐☐ Hij gaat op sportkamp. ☐☐ Hij gaat op scoutskamp. Wanneer gaan Wout en Sam op taalkamp? in juli in augustus in juli of augustus
☐☐ ☐☐ ☐☐
Wat zullen Wout en Sam op taalkamp doen? ☐☐ Nederlands leren. ☐☐ surfen en zeilen ☐☐ Nederlands leren, surfen en zeilen
1 • Wat ga je doen in de vakantie?
negentien negentiende
19
We onthouden! Les conjonctions de coordination : ‘en, of, maar, want’
Comme en français, pour relier plusieurs propositions, le néerlandais fait appel à des conjonctions de coordination. Ces petits mots n’ont aucune influence sur l’ordre des mots dans la proposition qui suit. Il s’agit de ‘en’, ‘of’, ‘maar’, ‘want’. En français : et, ou, mais, car. Je kunt kiezen voor avontuur en je doet ook veel aan sport. Tu peux choisir l’aventure et tu fais aussi beaucoup de sport. Ga je in juli of ga je in augustus? Tu vas en juillet ou tu vas en août ? Ik hou van avontuur, maar ik hou nog meer van sport. J’aime l’aventure, mais j’aime encore plus le sport. Dit kamp is cool, want je kunt er kiezen voor avontuur en sport. Ce camp est cool, car tu peux choisir l’aventure et le sport. ‘Maar’ et ‘want’ sont toujours précédés d’une virgule. 16
Kies uit ‘en, of, maar, want’ om de twee zinnen te combineren. 1
Is Arne vijftien,
2
Filip is zenuwachtig, hij gaat voor de eerste keer kiteboarden.
3
Ik ben sportief
4
Vanavond ga ik vroeg° slapen,
5
Ik wil wel koken,
6
Wil je quizzen,
7
In Polen gaat hij lokalen schilderen hij nieuwe mensen ontmoeten.
8
Zij wil helpen,
is hij zestien jaar?
ik wil een taal leren.
ik ben moe.
ik wil niet afwassen.
wil je uitgaan?
gaat
ze is niet handig.
° vroeg: tôt
17
Kies twee zinnen. Maak er één zin van. Gebruik ‘en, of, maar, want’ slechts één keer.
Ik ga gra a g op k a m
p. s leren. Ik wil Nederland
.
Hij sport graag
Hij wil nieuwe mense
n ontmoeten.
op kamp? Ga je in augustus
Ga je in juli op
Mijn ouders
Ik verhuis naar Lim
20
twintig twintigste
kamp?
vinden het te
duur.
burg.
1 • Avonturen op vakantie
18
Vul de antwoorden aan met: ‘of, en, maar, want’. Kijk naar het voorbeeld. Gebruik je mica om te oefenen.
Wil je een appel of wil je een peer? B Ik wil een appel eten, want dat is gezond. A Dat is waar, maar ik lust liever een peer. A
VOORBEELD:
1
of
Waar wil jij slapen? In een tent of in een hotel? B Ik wil in een hotel slapen, want in een tent slaap ik niet goed. En jij? A Ik slaap liever in een tent, want ik hou van de natuur en ik geniet van de stilte. A
2
of
Waar gaan we naartoe? Gaan we naar de bergen of gaan we naar de zee? Ik wil naar de bergen, maar ik vind de zee ook leuk. A Ik wil ook naar de bergen, want ik hou van actieve vakanties. A B
3
of
Wat doe jij op het strand? Lezen of volleyballen? B Ik wil graag volleyballen, want ik lees niet graag. En jij? A Nu wil ik lezen, want het is heel warm. B Goed, dan vraag ik Eva en Stijn om mee te spelen. A
1 • Wat ga je doen in de vakantie?
eenentwintig eenentwintigste
21
Woordenschat en taalgebruik Minidialogen MD 1 - Zin in een taalkamp?
Envie d’aller à un stage de langue ?
CD
3
–– Heb je zin om mee op taalkamp te gaan?
–– As-tu aussi envie d’aller à un stage de langue ?
• Een taalkamp? Is dat niet saai?
• Un stage de langue ? N’est-ce pas ennuyeux ?
–– Helemaal niet! Ik vind zo’n kamp heel tof.
–– Pas du tout ! Je trouve ce style de stage très chouette.
• Waarom vind je het leuk?
• Pourquoi trouves-tu cela gai ?
tra
ag
4
–– Ik vind een nieuwe taal leren interessant en –– Je trouve intéressant d’apprendre une ik hou van sporten. nouvelle langue et j’aime les sports. • Sporten? Je wilt toch op taalkamp gaan? Vergis je je niet?
• Les sports ? Tu veux pourtant aller à un stage de langue ? Tu ne te trompes pas ?
–– Nee hoor, een taalkamp is net zo fijn omdat je sporten en een taal leren combineert.
–– Non tu sais, un stage de langue est aussi chouette parce que l’on combine les sports et l’apprentissage d’une langue.
• Dat is al interessanter. Sporten vind ik wel leuk.
• C’est déjà plus intéressant. Je trouve vraiment gai de faire du sport.
MD 2 - Welk kamp kiezen we?
–– Kijk, hier heb ik enkele brochures. Welk kamp spreekt je het meeste aan?
Quel camp choisissons-nous ?
CD
5
–– Regarde, voici quelques brochures. Quel camp t’intéresse le plus ?
• Pff … het zijn allemaal sportkampen. Ik hou • Pff … ce sont tous des camps de sports. niet zo van sporten. Ik heb hier een ander Je n’aime pas tellement faire du sport. voorstel. Jai une autre proposition ici. –– Oei, ik hoop dat het iets leuks is.
–– Oh, j’espère que c’est quelque chose de gai.
• Natuurlijk! Wat vind je van dit jongerenkamp aan zee?
• Bien sûr ! Que penses-tu de ce camp pour jeunes à la mer ?
–– Ja, … het ziet er niet slecht uit … Wat staat er –– Oui, … cela n’a pas l’air mal … Qu’y-a-t-il tout allemaal op het programma? au programme ? • Elke dag kun je kiezen uit verschillende activiteiten. Wat je niet leuk vindt, kies je niet.
• Chaque jour, tu peux choisir parmi plusieurs activités. Ce que tu ne trouves pas gai, tu ne le choisis pas.
–– Dit lijkt me perfect.
–– Ceci me semble parfait.
• Wat? Je bent absoluut niet naar de activiteiten aan het kijken.
• Quoi ? Tu ne regardes absolument pas les activités.
–– Zie je het dan niet? Deze groep mooie meisjes.
–– Tu ne le vois pas ? Ce groupe de jolies filles.
• Nu je het zegt … het kan deze zomer heel plezierig worden.
• Maintenant que tu le dis … cela peut devenir très agréable.
–– Perfect, dit kamp wordt het. Ik ben dol op … –– Parfait, ce sera ce camp-ci. Je suis fou … avonturen. d’aventures.
22
tweeëntwintig tweeëntwintigste
1 • Avonturen op vakantie
tra
ag
6
Woorden en zinnen in context
Waar verblijf je?
• • • •
in het buitenland in België in de Ardennen aan de kust
kamperen een taalkamp volgen een sportkamp volgen werken als vrijwilliger een avonturenkamp volgen
• • • • •
Wat ga je doen?
Wat ga je doen in de Woorden en zinnen in een context vakantie?
Wat vind je van … ? Het is … OR Het is niet … Het lijkt … OR Het lijkt niet … Ik vind het … OR Ik vind het niet … Het spreekt me (niet) aan. Dat is iets / niets voor mij. Heb je zin om …
• • • • • •
Wat verwacht je?
• leuk OR saai / vervelend • superleuk OR oersaai • gezellig OR ongezellig • interessant OR oninteressant • Ik ben dol op • Ik heb een hekel aan
1 • Woordenschat en taalgebruik
STUDIETIP
• La mind map ci-dessus te permet d’organiser ce que tu as découvert dans les pages précédentes. Entraîne-toi à t’exprimer en exploitant les différentes suggestions données en réponses aux questions. • Tu es libre de répondre à la question inscrite au centre comme tu le souhaites. Tu choisis ce qui te convient. Veille cependant à répondre à toutes les questions. R Pour étoffer ton vocabulaire, consulte la Woordenbank de la page suivante.
drieëntwintig drieëntwintigste
23
Woordenbank Transparante woorden
Mots transparents
foutief
fautif
humoristisch
humoristique
simpel
simple
sympathiek
sympathique
interessant
intéressant(e)
plezant
plaisant(e)
Tegenstellingen
Contraires
eenvoudig OR ingewikkeld
simple OR compliqué
gemakkelijk OR moeilijk
facile OR difficile
fijn OR storend
chouette OR ennuyeux
goed OR slecht
bon OR mauvais
grappig OR flauw
gai OR moche
juist OR fout
vrai OR faux
leuk OR vervelend
gai, amusant OR ennuyeux
lief OR gemeen
gentil OR commun
mooi OR lelijk
beau OR laid
spannend OR saai
captivant OR ennuyeux
Tegenstellingen met -on
24
Contraires
veilig OR onveilig
sûr OR dangereux
gezellig OR ongezellig
sympa / agréable OR désagréable
interessant OR oninteressant
intéressant OR inintéressant
eerlijk OR oneerlijk
honnête OR malhonnête
aangenaam OR onaangenaam
agréable OR désagréable
bekend OR onbekend
connu OR inconnu
sympathiek OR onsympathiek / antipathiek
sympathique OR antipathique
vierentwintig vierentwintigste
1 • Avonturen op vakantie
19
Duid de zinnen aan die bij de foto passen.
☐☐ ☐☐ ☐☐
De kinderen vinden het kampvuur vervelend. Kampvuur is leuk. Het lijkt gezellig.
1
☐☐ ☐☐ ☐☐
Vakantie is heerlijk. Vakantie is saai. Vakantie is moeilijk.
☐☐ ☐☐ ☐☐
Deze les is ingewikkeld. Deze les is grappig. Deze les is mooi.
2
☐☐ ☐☐ ☐☐
Cliff diving lijkt me gevaarlijk. Cliff diving is een veilige sport. Cliff diving vind ik leuk.
3
4
20
Maak de tekst positief. Vervang elk vetgedrukt woord door een tegenstelling. Gent vind ik een (1) lelijke stad. De oude gebouwen zijn (2) oninteressant. De stad is ook (3) ongezellig. De mensen zijn er (4) onsympathiek en (5) gemeen. Het verkeer is er (6) onveilig.
21
1
4
2
5
3
6
Schrap de woorden die niet bij de foto passen.
boeiend
saai
eenvoudig
gemakkelijk plezierig
ingewikkeld simpel
1 • Woordenschat en taalgebruik
grappig
gevaarlijk
vervelend veilig
moeilijk
vijfentwintig vijfentwintigste
25
22
Plaats in het kruiswoordraadsel de tegenstelling van het opgegeven woord. 1 2
3
4
5
6
7
8 9 10 11
Horizontaal Verticaal 2 ongezellig 1 grappig 5 moeilijk 3 ingewikkeld 6 slecht 4 fijn 7 aangenaam 5 veilig 8 mooi 9 spannend 10 fout 11 vervelend
26
zesentwintig zesentwintigste
1 • Avonturen op vakantie