23 april 2013 , pag. 30
Prikkelbare nachtegaal goede bui verkeert in g RECENSIE SINÉAD O’CONNOR 앲앲앲앲앱
Gebeurtenis concert Sinéad O’Connor Gezien 21/4 Stadsschouwburg, Groningen Publiek 700 (uitverkocht) Door Peter van der Heide an zelfspot heeft de controversiële wereldster Sinéad O’Connor geen gebrek. Haar huidige tournee heet The Crazy Baldhead Tour en daarmee stond ze zondag voor het eerst in Groningen. Anderhalf uur lang trakteerde de 46-jarige Ierse met vijf begeleiders het zittende publiek op een greep uit haar grillige oeuvre. En hoewel de eerste gezongen woorden door John Grant werden geschreven, past zijn Queen Of Denmark als gegoten. ’I wanted to change the world, but I could not even change my underwear’. Dat is lekker fris binnenkomen, ook omdat het nummer prijkt op de vorig jaar verschenen, negende cd How About I Be Me (And You Be You)?. Werk van die ijzersterke pure popplaat domineerde. En zo is O’Connor terug aan het front waar ze eind jaren tachtig arriveerde met The Lion And The Cobra. Het openingsnummer daarvan, Jackie, bleef na een kwarteeuw nog fier overeind. Net als het door Prince gepende Nothing Compares 2 U, de grootste hit. Kippenvel lag op de loer. Met een eigenzinnige O’Connor – kruisje om de nek hangend, rasta-
A
mutsje op – is het maar afwachten in wat voor bui ze is. In de Stadsschouwburg leek ze aardig in haar element. Dansend op de dubreggae van Fire On Babylon, verstild de Ierse harmonieuze zangtraditie voortzettend met In This Heart. Veel praten deed ze niet, maar met enkele verstrooide opmerkingen zocht ze toch wat contact. De roep uit de zaal haar zonnebril af te doen, beantwoordde ze ondeugend lachend met ’No, fuck it, I like them’. De bril zou even later toch omhooggaan en op het kaal geschoren koppie prijken. Belangrijker was dat O’Connor overtuigde met haar unieke stemgeluid. Nog altijd indrukwekkend. Als zij zingt, zijn er eigenlijk verder geen instrumenten nodig. Dat vond ze zelf kennelijk ook, want in haar eentje verzorgde ze de toegift, V.I.P., een soort gebed én overpeinzing over materialisme ineen. Die openhartigheid en kwetsbaarheid is O’Connor – tegenwoordig openlijk sprekend over haar bipolaire stoornis – ten voeten uit. Ditmaal liet ze haar gepassioneerde en poëtische teksten voor zich spreken en verscheurde ze geen foto’s van de paus als protest tegen het kindermisbruik in de katholieke kerk. Wat dat betreft lijkt de vaak beschimpte moeder van drie in rustiger vaarwater te zijn terechtgekomen. Zonder haar stekelige en moedige bite te verliezen. Geen ideale schoondochter, maar dit innemende popicoon met zeggingskracht blijft er eentje om te koesteren.