Skip to main content

hûs en hiem - jaarverslag 2009

Page 1

Jaarverslag 2009

Laaksum ( gemeentelijk monument ….)

Jaarverslag 2009

Laaksum ( gemeentelijk monument ….)


Jaarverslag 2009

Jaarverslag 2009

Inhoud

Pagina Jaarverslag

3

Inhoud

Pagina Jaarverslag

3

Ten Geleide

4

Ten Geleide

4

Doelstelling en Taken

6

Doelstelling en Taken

6

Algemeen

7

Algemeen

7

Productiecijfers 2009

12

Productiecijfers 2009

12

Welstandsadvisering

15

Welstandsadvisering

15

Monumentenzorg en Archeologie

20

Monumentenzorg en Archeologie

20

Atelier Fryslân / Architectuur en Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân

22

Atelier Fryslân / Architectuur en Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân

22

Federatie Welstand / Dirov

24

Federatie Welstand / Dirov

24

Organisatie

26

Organisatie

26

Jaarrekening

Jaarrekening

Financieel Jaarverslag

28

Financieel Jaarverslag

28

Accountantsverklaring

38

Accountantsverklaring

38

Bijlage 1 : Samenstelling Bestuur/ Commissies/ Bureau

41

Bijlage 1 : Samenstelling Bestuur/ Commissies/ Bureau

41

Bijlage 2 : Samenstelling Commissies

42

Bijlage 2 : Samenstelling Commissies

42

Bijlage 3 : Overzichten productiecijfers per gemeente

44

Bijlage 3 : Overzichten productiecijfers per gemeente

44

Bijlage 4 : Uitkomsten Klanttevredenheidsonderzoek 2009

47

Bijlage 4 : Uitkomsten Klanttevredenheidsonderzoek 2009

47

Bijlage 5 : Artikel ‘Welstand: eigenbelang tussen overheid en markt’ door Bram van de Klundert en Dick Hamhuis

48

Bijlage 5 : Artikel ‘Welstand: eigenbelang tussen overheid en markt’ door Bram van de Klundert en Dick Hamhuis

48

3

3


Ten geleide

Ten geleide

De kloof tussen de ‘Haagse’ beleving en de gemeentelijke praktijk van ruimtelijke kwaliteitsadvisering.

De kloof tussen de ‘Haagse’ beleving en de gemeentelijke praktijk van ruimtelijke kwaliteitsadvisering.

Ook een gemeentelijke welstandscommissie en monumentencommissie als hûs en hiem ontkomt niet aan de woelingen van de moderne samenleving. In deze tijd van politiek populisme, kredietcrisis en gepredikte soberheid worden vraagtekens gezet bij nut en noodzaak van de welstand- en monumentenadvisering. Er gaan krachtige stemmen op om opdrachtgevers niet langer in de weg te zitten met eisen over ruimtelijke kwaliteit en schoonheid, alsook om de juridische procedures die de rechten van omwonenden en belanghebbenden beschermen, drastisch te beperken. Het laat zich raden dat hûs en hiem een andere positie inneemt, dit ook gebaseerd op de landelijke onderzoeken die èn uitwijzen dat de uitvoering van deze wettelijke taken op voorbeeldige wijze plaatsvindt en aangeven dat het huidige welstandsbeleid breed wordt onderschreven. Kortom de ideologisch geladen wens tot deregulering leidt tot oplossingen voor problemen die zich niet voordoen. Ongebreideld vertrouwen in de marktwerking – “de burgers zullen hun verantwoordelijkheid voor het maken van uitsluitend mooie plannen ongetwijfeld nemen”- zal ook op het terrein van ruimtelijke kwaliteit leiden tot de constatering dat dit ongegrond is en dat deze kwaliteit dan echt in het geding is. Niet voor niets is de welstandstoets al 109 jaar in de wetgeving geborgd. De zorg voor ruimtelijke kwaliteit is een kerntaak van de overheid, omdat daarmee een kwetsbare, publieke waarde wordt verdedigd, een waarde die in ons aller belang is. In Bijlage 5 van dit jaarverslag beschrijft de secretaris van de VROM-raad nog eens duidelijk waarom de overheid gelegitimeerd is om regels te stellen in het belang van ruimtelijke kwaliteit. Zelfs meer dan dat: een overheid die op dit terrein geen beleid voert, benadeelt haar burgers, zowel in materiële als immateriële zin.

Ook een gemeentelijke welstandscommissie en monumentencommissie als hûs en hiem ontkomt niet aan de woelingen van de moderne samenleving. In deze tijd van politiek populisme, kredietcrisis en gepredikte soberheid worden vraagtekens gezet bij nut en noodzaak van de welstand- en monumentenadvisering. Er gaan krachtige stemmen op om opdrachtgevers niet langer in de weg te zitten met eisen over ruimtelijke kwaliteit en schoonheid, alsook om de juridische procedures die de rechten van omwonenden en belanghebbenden beschermen, drastisch te beperken. Het laat zich raden dat hûs en hiem een andere positie inneemt, dit ook gebaseerd op de landelijke onderzoeken die èn uitwijzen dat de uitvoering van deze wettelijke taken op voorbeeldige wijze plaatsvindt en aangeven dat het huidige welstandsbeleid breed wordt onderschreven. Kortom de ideologisch geladen wens tot deregulering leidt tot oplossingen voor problemen die zich niet voordoen. Ongebreideld vertrouwen in de marktwerking – “de burgers zullen hun verantwoordelijkheid voor het maken van uitsluitend mooie plannen ongetwijfeld nemen”- zal ook op het terrein van ruimtelijke kwaliteit leiden tot de constatering dat dit ongegrond is en dat deze kwaliteit dan echt in het geding is. Niet voor niets is de welstandstoets al 109 jaar in de wetgeving geborgd. De zorg voor ruimtelijke kwaliteit is een kerntaak van de overheid, omdat daarmee een kwetsbare, publieke waarde wordt verdedigd, een waarde die in ons aller belang is. In Bijlage 5 van dit jaarverslag beschrijft de secretaris van de VROM-raad nog eens duidelijk waarom de overheid gelegitimeerd is om regels te stellen in het belang van ruimtelijke kwaliteit. Zelfs meer dan dat: een overheid die op dit terrein geen beleid voert, benadeelt haar burgers, zowel in materiële als immateriële zin.

Hoflân, Grou

Hoflân, Grou

4

4


Crisistijden zetten per definitie de zaken op scherp. Een crisis dwingt ons om keuzes te maken, dwingt ons na te denken hoe we inhoudelijk en procesmatig tot betere resultaten van ons werk kunnen komen. De keuzes die wij nu maken, hebben echter verstrekkende gevolgen. Wij kunnen in deze moeilijk tijd kiezen voor een duurzame en zorgzame samenleving, waarin de aandacht voor kwaliteit bovenaan staat, of we kiezen voor een geforceerd herstel van de economie van het snelle geld door het schrappen van regels en rechtsbescherming. Die laatste mogelijkheid gaat onvermijdelijk gepaard met een aantasting van de zwakke waarden, waar de overheid als een schild voor heeft te hoeden. Onze keuze zal duidelijk zijn, wij willen staan voor ruimtelijke kwaliteit in de brede betekenis. Ons werk zal daarbij zeker veranderingen ondergaan, dit ook nu de gewijzigde Wet ruimtelijke ordening er toe zal leiden dat ons werk zich meer en meer zal gaan richten op het begin van voorgenomen ruimtelijke transformaties en de ingezette verbreding van het adviesterrein richting ruimtelijke kwaliteit in het algemeen zich zal doorzetten. In dit licht is het verheugend te kunnen vaststellen dat in de novembervergadering 2009 van het Algemeen Bestuur gekozen is om niet aan de kwaliteit van de dienstverlening te willen tornen, maar voor een ook in financi毛le zin stevige onderbouwing van de werkzaamheden. H没s en hiem gaat voor (ruimtelijke) kwaliteit. In dit jaarverslag leest u welke inspanningen daarvoor geleverd worden.

Crisistijden zetten per definitie de zaken op scherp. Een crisis dwingt ons om keuzes te maken, dwingt ons na te denken hoe we inhoudelijk en procesmatig tot betere resultaten van ons werk kunnen komen. De keuzes die wij nu maken, hebben echter verstrekkende gevolgen. Wij kunnen in deze moeilijk tijd kiezen voor een duurzame en zorgzame samenleving, waarin de aandacht voor kwaliteit bovenaan staat, of we kiezen voor een geforceerd herstel van de economie van het snelle geld door het schrappen van regels en rechtsbescherming. Die laatste mogelijkheid gaat onvermijdelijk gepaard met een aantasting van de zwakke waarden, waar de overheid als een schild voor heeft te hoeden. Onze keuze zal duidelijk zijn, wij willen staan voor ruimtelijke kwaliteit in de brede betekenis. Ons werk zal daarbij zeker veranderingen ondergaan, dit ook nu de gewijzigde Wet ruimtelijke ordening er toe zal leiden dat ons werk zich meer en meer zal gaan richten op het begin van voorgenomen ruimtelijke transformaties en de ingezette verbreding van het adviesterrein richting ruimtelijke kwaliteit in het algemeen zich zal doorzetten. In dit licht is het verheugend te kunnen vaststellen dat in de novembervergadering 2009 van het Algemeen Bestuur gekozen is om niet aan de kwaliteit van de dienstverlening te willen tornen, maar voor een ook in financi毛le zin stevige onderbouwing van de werkzaamheden. H没s en hiem gaat voor (ruimtelijke) kwaliteit. In dit jaarverslag leest u welke inspanningen daarvoor geleverd worden.

Ap Timmermans, directeur.

Ap Timmermans, directeur.

5

5


Doelstelling en Taken

Doelstelling en Taken

Doelstelling:

Doelstelling:

De Gemeenschappelijke Regeling “hûs en hiem”, welstandsadvisering en monumentenzorg, is opgericht 1 januari 1985 en voortgekomen uit:

De Gemeenschappelijke Regeling “hûs en hiem”, welstandsadvisering en monumentenzorg, is opgericht 1 januari 1985 en voortgekomen uit:

1925:

1925:

1947: 1980:

Provinciale Friesche Adviescommissie ter wering van de inbreuk op de schoonheid van stad en land. Provinciale Friese Schoonheidscommissie. Friese Schoonheidscommissie “HUS en HIEM”.

1947: 1980:

Provinciale Friesche Adviescommissie ter wering van de inbreuk op de schoonheid van stad en land. Provinciale Friese Schoonheidscommissie. Friese Schoonheidscommissie “HUS en HIEM”.

De regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland.

De regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland.

Zuidwesthoek nabij Workum

Zuidwesthoek nabij Workum

Taken:

Taken:

Het lichaam geeft met behulp van een hem ten dienste staand bureau uitvoering aan de bovengenoemde doelstelling en oefent daarbij de volgende taken uit:

Het lichaam geeft met behulp van een hem ten dienste staand bureau uitvoering aan de bovengenoemde doelstelling en oefent daarbij de volgende taken uit:

a. het voorzien van de gemeenten in de welstandsadvisering als bedoeld in de Woningwet; b. het geven van adviezen over algemene welstandsvraagstukken aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke Regeling deelnemende gemeenten; c. het voorzien van de gemeenten in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet en de Monumentenverordening in het bijzonder in de advisering als bedoeld in artikel 11 van die wet; d. het op verzoek van gemeenten, voorzien in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet en de Monumentenverordening, in het bijzonder ten aanzien van beschermde gemeentelijke monumenten en/ of in de advisering ten aanzien van (beeldbepalende) panden binnen ingeschreven beschermde

6

a. het voorzien van de gemeenten in de welstandsadvisering als bedoeld in de Woningwet; b. het geven van adviezen over algemene welstandsvraagstukken aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke Regeling deelnemende gemeenten; c. het voorzien van de gemeenten in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet en de Monumentenverordening in het bijzonder in de advisering als bedoeld in artikel 11 van die wet; d. het op verzoek van gemeenten, voorzien in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet en de Monumentenverordening, in het bijzonder ten aanzien van beschermde gemeentelijke monumenten en/ of in de advisering ten aanzien van (beeldbepalende) panden binnen ingeschreven beschermde

6


stads- en dorpsgezichten en/of in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarde.

stads- en dorpsgezichten en/of in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarde.

De beleidsvisie van het bestuur heeft in de afgelopen jaren een wijziging ondergaan in die zin dat een verbrede advisering op het terrein van ruimtelijke kwaliteit wordt voorgestaan. De (provinciale) discussie daarover heeft in 2008 plaatsgevonden, de implementatie van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft in de vorm van een pilot in drie gemeenten in 2009 vorm gekregen. Een eerste evaluatie zal in 2010 gaan plaatsvinden. De voorgenomen vernieuwing van de Monumentenzorg heeft eind 2009 geleid tot de kabinetvisie: ‘Beleidsbrief MoMo, modernisering monumentenzorg’, waarin meerdere belangwekkende beleidswijzigingen worden voorgesteld, die tot een aanzienlijke taakverzwaring van de gemeentelijke monumentencommissies zullen leiden.

De beleidsvisie van het bestuur heeft in de afgelopen jaren een wijziging ondergaan in die zin dat een verbrede advisering op het terrein van ruimtelijke kwaliteit wordt voorgestaan. De (provinciale) discussie daarover heeft in 2008 plaatsgevonden, de implementatie van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft in de vorm van een pilot in drie gemeenten in 2009 vorm gekregen. Een eerste evaluatie zal in 2010 gaan plaatsvinden. De voorgenomen vernieuwing van de Monumentenzorg heeft eind 2009 geleid tot de kabinetvisie: ‘Beleidsbrief MoMo, modernisering monumentenzorg’, waarin meerdere belangwekkende beleidswijzigingen worden voorgesteld, die tot een aanzienlijke taakverzwaring van de gemeentelijke monumentencommissies zullen leiden.

Algemeen

Algemeen

In 2009 is veel onrust ontstaan over het voorstel van het Kabinet om de wettelijke regeling rond de welstandsadvisering bij bouwvergunningaanvragen te veranderen. Het voorstel van het Kabinet houdt onder meer in om de bepalingen over het gemeentelijke welstandsbeleid uit de Woningwet te schrappen en op te nemen in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Welstandscriteria voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwplannen zouden volgens het Kabinetsvoornemen in de toekomst een plaats moeten krijgen in bestemmingsplannen. En de advisering over, c.q. toetsing van bouwvergunningaanvragen zou ook wel ambtelijk kunnen worden afgedaan, dat wil zeggen zonder onafhankelijke adviescommissie of een onafhankelijke stadsbouwmeester.

In 2009 is veel onrust ontstaan over het voorstel van het Kabinet om de wettelijke regeling rond de welstandsadvisering bij bouwvergunningaanvragen te veranderen. Het voorstel van het Kabinet houdt onder meer in om de bepalingen over het gemeentelijke welstandsbeleid uit de Woningwet te schrappen en op te nemen in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Welstandscriteria voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwplannen zouden volgens het Kabinetsvoornemen in de toekomst een plaats moeten krijgen in bestemmingsplannen. En de advisering over, c.q. toetsing van bouwvergunningaanvragen zou ook wel ambtelijk kunnen worden afgedaan, dat wil zeggen zonder onafhankelijke adviescommissie of een onafhankelijke stadsbouwmeester.

Mede namens hûs en hiem heeft de Federatie Welstand de verbazing over deze voorstellen kenbaar gemaakt aan het Kabinet. De voorstellen lijken nogal ondoordacht en ook ongewenst. Tegelijkertijd vormde dit kabinetsvoornemen toch ook een goede aanleiding om onze eigen positie te bepalen. Hoe wordt aangekeken tegen de wettelijke regelingen rond bouwvergunningen en welstandstoezicht, hoe kan een welstandstoets op een verantwoorde, transparante en efficiënte manier in de bouwvergunningsprocedure een plaats krijgen, welke principes liggen ten grondslag aan onze manier van werken en hoe levert hûs en hiem een bijdrage aan de strijd tegen verrommeling en voor ruimtelijke kwaliteit?

Mede namens hûs en hiem heeft de Federatie Welstand de verbazing over deze voorstellen kenbaar gemaakt aan het Kabinet. De voorstellen lijken nogal ondoordacht en ook ongewenst. Tegelijkertijd vormde dit kabinetsvoornemen toch ook een goede aanleiding om onze eigen positie te bepalen. Hoe wordt aangekeken tegen de wettelijke regelingen rond bouwvergunningen en welstandstoezicht, hoe kan een welstandstoets op een verantwoorde, transparante en efficiënte manier in de bouwvergunningsprocedure een plaats krijgen, welke principes liggen ten grondslag aan onze manier van werken en hoe levert hûs en hiem een bijdrage aan de strijd tegen verrommeling en voor ruimtelijke kwaliteit?

Vergunningvrij/ welstandsvrij

Wettelijke regeling van welstandstoezicht sinds 2003 Sinds in 2003 de wijziging van de Woningwet ten aanzien van het functioneren van welstandscommissies van kracht is geworden heeft hûs en hiem zich ingespannen om in alle deelnemende gemeenten de welstandsadviezen nauwkeurig af te stemmen op gemeentelijke beleidsprincipes. Dat gebeurde door welstandsadviezen

7

Vergunningvrij/ welstandsvrij

Wettelijke regeling van welstandstoezicht sinds 2003 Sinds in 2003 de wijziging van de Woningwet ten aanzien van het functioneren van welstandscommissies van kracht is geworden heeft hûs en hiem zich ingespannen om in alle deelnemende gemeenten de welstandsadviezen nauwkeurig af te stemmen op gemeentelijke beleidsprincipes. Dat gebeurde door welstandsadviezen

7


steeds te baseren op het gemeentelijk welstandsbeleid, vaak in goed overleg met direct betrokkenen, gemeentelijke stedenbouwkundigen en soms zelfs ook in overleg met de verantwoordelijke gemeentebestuurders, maar altijd op basis van waarborgen voor onafhankelijke adviezen door deskundigen vanuit verschillende disciplines. Daarbij is ook steeds gewerkt aan adequate procedures voor de benoeming van nieuwe commissieleden, hetgeen mede nodig werd door de wettelijke bepalingen over een maximale benoemingstermijn. Gesteld kan worden dat de in 2003 geïntroduceerde nieuwe werkwijze van hûs en hiem, waarin 96 % van de adviesaanvragen worden behandeld in de Lokale Welstandscommissies en nog slechts 5% in de Bureaucommissie, dan wel in de Centrale Welstandscommissie, een goede aansluiting vindt bij het door de gemeenteraden in 2004 vastgestelde welstandsbeleid.

steeds te baseren op het gemeentelijk welstandsbeleid, vaak in goed overleg met direct betrokkenen, gemeentelijke stedenbouwkundigen en soms zelfs ook in overleg met de verantwoordelijke gemeentebestuurders, maar altijd op basis van waarborgen voor onafhankelijke adviezen door deskundigen vanuit verschillende disciplines. Daarbij is ook steeds gewerkt aan adequate procedures voor de benoeming van nieuwe commissieleden, hetgeen mede nodig werd door de wettelijke bepalingen over een maximale benoemingstermijn. Gesteld kan worden dat de in 2003 geïntroduceerde nieuwe werkwijze van hûs en hiem, waarin 96 % van de adviesaanvragen worden behandeld in de Lokale Welstandscommissies en nog slechts 5% in de Bureaucommissie, dan wel in de Centrale Welstandscommissie, een goede aansluiting vindt bij het door de gemeenteraden in 2004 vastgestelde welstandsbeleid.

Welstandscommissies in een provinciaal verband. Uitgangspunt van de organisatie van welstandscommissies in een provinciaal verband is dat afzonderlijke commissies en commissieleden begeleid worden door een professionele organisatie, waarin ervaringen uit de ene commissie kunnen worden gebruikt ter verbetering van het functioneren van andere commissies. Het gaat daarbij zeker ook om de waarborg dat de wettelijke vereisten en de gemeentelijke beleidsprincipes uitgangspunt zijn van de advisering. Maar ook kwetsbare aspecten van het welstandadvieswerk, zoals proportionaliteit, gedrag en persoonlijke voorkeuren van commissieleden, worden voortdurend kritisch gevolgd. Daarbij speelt een belangrijke rol dat commissieleden een wettelijk beperkte benoemingstermijn hebben. Ook dit jaar zijn er naar aanleiding van de besluitvorming door de raad inzake de jaarlijks te benoemen leden van de gemeentelijke welstandscommissies in enkele gemeente vragen gesteld over het functioneren van de welstandscommissie hûs en hiem. Daarbij is in meerdere gevallen ook het nut en de noodzaak van welstand c.a. aan de orde gesteld. Uit de vervolgdiscussies waarbij door hûs en hiem nader is toegelicht hoe de welstandsadvisering in de praktijk uitwerkt, blijkt dat bij een aantal gemeenteraadsleden onvoldoende kennis bestaat over achtergrond, opzet en werkwijze van de welstandsadvisering. De nadere uitleg heeft in alle gevallen geleid tot een verbreding van het inzicht over nut en noodzaak van deze overheidsbemoeienis, alsook tot de continuering ervan.

Welstandscommissies in een provinciaal verband. Uitgangspunt van de organisatie van welstandscommissies in een provinciaal verband is dat afzonderlijke commissies en commissieleden begeleid worden door een professionele organisatie, waarin ervaringen uit de ene commissie kunnen worden gebruikt ter verbetering van het functioneren van andere commissies. Het gaat daarbij zeker ook om de waarborg dat de wettelijke vereisten en de gemeentelijke beleidsprincipes uitgangspunt zijn van de advisering. Maar ook kwetsbare aspecten van het welstandadvieswerk, zoals proportionaliteit, gedrag en persoonlijke voorkeuren van commissieleden, worden voortdurend kritisch gevolgd. Daarbij speelt een belangrijke rol dat commissieleden een wettelijk beperkte benoemingstermijn hebben. Ook dit jaar zijn er naar aanleiding van de besluitvorming door de raad inzake de jaarlijks te benoemen leden van de gemeentelijke welstandscommissies in enkele gemeente vragen gesteld over het functioneren van de welstandscommissie hûs en hiem. Daarbij is in meerdere gevallen ook het nut en de noodzaak van welstand c.a. aan de orde gesteld. Uit de vervolgdiscussies waarbij door hûs en hiem nader is toegelicht hoe de welstandsadvisering in de praktijk uitwerkt, blijkt dat bij een aantal gemeenteraadsleden onvoldoende kennis bestaat over achtergrond, opzet en werkwijze van de welstandsadvisering. De nadere uitleg heeft in alle gevallen geleid tot een verbreding van het inzicht over nut en noodzaak van deze overheidsbemoeienis, alsook tot de continuering ervan.

Akkrum

Akkrum

8

8


Evaluatieonderzoek in opdracht van Ministerie VROM De werkwijzen die hûs en hiem, mede op basis van de principes van de Woningwet, heeft ontwikkeld, blijken in toenemende mate te hebben geleid tot tevredenheid en instemming over onze adviezen. Dit blijkt onder meer uit de positieve toetsen in jurisprudentie en de overwegend positieve reacties in bezoekersformulieren. Verder kan worden geconstateerd dat de door de gemeenten, op voorspraak van hûs en hiem, gekozen beoordelingskaders naadloos aansluiten op de beoordelingstechniek die daarvoor reeds door de commissie werd gepraktiseerd. Uit het jaarlijkse gesprek met de verantwoordelijke gemeentelijke portefeuillehouders is wederom gebleken dat de door hûs en hiem gepraktiseerde werkwijze zeer wel tegemoet komt aan de gestelde oogmerken: bereikbaarheid, toegankelijkheid , transparantie, inzichtelijkheid en snelheid. Vastgesteld kan worden dat juist de principes die in 2003 in de Woningwet werden vastgelegd konden bijdragen aan de gewenste politieke en maatschappelijke legitimatie van welstandadvisering en ook aan een zekere professionalisering en transparantie van het welstandstoezicht zelf. Overigens werd dit bevestigd door een uitgebreid evaluatieonderzoek van de Universiteit van Nijmegen in opdracht van VROM.

Evaluatieonderzoek in opdracht van Ministerie VROM De werkwijzen die hûs en hiem, mede op basis van de principes van de Woningwet, heeft ontwikkeld, blijken in toenemende mate te hebben geleid tot tevredenheid en instemming over onze adviezen. Dit blijkt onder meer uit de positieve toetsen in jurisprudentie en de overwegend positieve reacties in bezoekersformulieren. Verder kan worden geconstateerd dat de door de gemeenten, op voorspraak van hûs en hiem, gekozen beoordelingskaders naadloos aansluiten op de beoordelingstechniek die daarvoor reeds door de commissie werd gepraktiseerd. Uit het jaarlijkse gesprek met de verantwoordelijke gemeentelijke portefeuillehouders is wederom gebleken dat de door hûs en hiem gepraktiseerde werkwijze zeer wel tegemoet komt aan de gestelde oogmerken: bereikbaarheid, toegankelijkheid , transparantie, inzichtelijkheid en snelheid. Vastgesteld kan worden dat juist de principes die in 2003 in de Woningwet werden vastgelegd konden bijdragen aan de gewenste politieke en maatschappelijke legitimatie van welstandadvisering en ook aan een zekere professionalisering en transparantie van het welstandstoezicht zelf. Overigens werd dit bevestigd door een uitgebreid evaluatieonderzoek van de Universiteit van Nijmegen in opdracht van VROM.

Recente wijzigingsvoorstellen zijn te drastisch en riskant Gezien deze positieve ontwikkelingen verrast het voorstel om welstandsprincipes in bestemmingsplannen op te nemen, waar bestemmingsplannen juist de afgelopen jaren steeds meer gericht werden op een globale en juridische afbakening van bouwrechten, in plaats van op architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische ontwerpprincipes. Waar zo’n herstel van de koppeling van ontwerpprincipes aan bestemmingsplanbepalingen methodisch gezien wellicht gewenst genoemd zou kunnen worden, betekent het in ieder geval een radicale koerswijziging in een ontwikkeling van bestemmingsplanprocedures en -methodieken, die al decennialang aan de gang is. Het is een koerswijziging die ten minste zeer experimenteel en ongewis genoemd moet worden. Dat wil zeggen: de effectiviteit ervan is heel onzeker, vooral waar het gaat om vervanging van de huidige procedures rond de welstandsadvisering, die zich nu juist sinds 2003 zo succesvol hebben ontwikkeld.

Recente wijzigingsvoorstellen zijn te drastisch en riskant Gezien deze positieve ontwikkelingen verrast het voorstel om welstandsprincipes in bestemmingsplannen op te nemen, waar bestemmingsplannen juist de afgelopen jaren steeds meer gericht werden op een globale en juridische afbakening van bouwrechten, in plaats van op architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische ontwerpprincipes. Waar zo’n herstel van de koppeling van ontwerpprincipes aan bestemmingsplanbepalingen methodisch gezien wellicht gewenst genoemd zou kunnen worden, betekent het in ieder geval een radicale koerswijziging in een ontwikkeling van bestemmingsplanprocedures en -methodieken, die al decennialang aan de gang is. Het is een koerswijziging die ten minste zeer experimenteel en ongewis genoemd moet worden. Dat wil zeggen: de effectiviteit ervan is heel onzeker, vooral waar het gaat om vervanging van de huidige procedures rond de welstandsadvisering, die zich nu juist sinds 2003 zo succesvol hebben ontwikkeld.

Onafhankelijkheid en professionaliteit van welstandsadvisering in het geding Het schrappen van de wettelijke bepalingen over de onafhankelijkheid van de adviseurs die welstandsadviezen opstellen kan gemakkelijk leiden tot opnieuw een onduidelijke juridische status van het welstandadvies en de welstandstoetsing van bouwvergunningaanvragen. Met een ambtelijke toets kan juist de onafhankelijkheid en de politieke legitimatie van het welstandsadvies weer discutabel worden, hetgeen ongetwijfeld een achteruitgang betekent ten opzichte van de sinds 2003 ingezette ontwikkeling, en bovendien is zo’n ambtelijke toets strijdig met de juist in de advisering over bouwplannen voor monumenten ingezette aanscherping van de onafhankelijkheid en de deskundigheid van adviseurs die bevoegd zijn kwalitatieve adviezen te geven over de kwaliteit van bouwplannen voor monumenten. Dit leidt tot een onbegrijpelijke en ongewenste contradictie in gelijksoortige adviessoorten en adviesposities, die de transparantie en de legitimatie van welstandsadviezen niet ten goede zal komen.

Onafhankelijkheid en professionaliteit van welstandsadvisering in het geding Het schrappen van de wettelijke bepalingen over de onafhankelijkheid van de adviseurs die welstandsadviezen opstellen kan gemakkelijk leiden tot opnieuw een onduidelijke juridische status van het welstandadvies en de welstandstoetsing van bouwvergunningaanvragen. Met een ambtelijke toets kan juist de onafhankelijkheid en de politieke legitimatie van het welstandsadvies weer discutabel worden, hetgeen ongetwijfeld een achteruitgang betekent ten opzichte van de sinds 2003 ingezette ontwikkeling, en bovendien is zo’n ambtelijke toets strijdig met de juist in de advisering over bouwplannen voor monumenten ingezette aanscherping van de onafhankelijkheid en de deskundigheid van adviseurs die bevoegd zijn kwalitatieve adviezen te geven over de kwaliteit van bouwplannen voor monumenten. Dit leidt tot een onbegrijpelijke en ongewenste contradictie in gelijksoortige adviessoorten en adviesposities, die de transparantie en de legitimatie van welstandsadviezen niet ten goede zal komen.

Juridische basis combineren met culturele agenda De laatste jaren hebben welstandscommissies aan gewicht en maatschappelijke betekenis gewonnen door zich in overleg met gemeentebesturen te ontwikkelen tot brede adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit. Deze ‘verbrede agenda’ van commissies, is enerzijds gebaseerd op de wettelijke grondslag van het welstandsadvies vertaald in het gemeentelijk welstandsbeleid en

Juridische basis combineren met culturele agenda De laatste jaren hebben welstandscommissies aan gewicht en maatschappelijke betekenis gewonnen door zich in overleg met gemeentebesturen te ontwikkelen tot brede adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit. Deze ‘verbrede agenda’ van commissies, is enerzijds gebaseerd op de wettelijke grondslag van het welstandsadvies vertaald in het gemeentelijk welstandsbeleid en

9

9


anderzijds op, en daaraan gekoppeld, een meer culturele advisering over de gewenste kwaliteit van bouwplannen in de brede context van ruimtelijke ontwikkelingen, heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan het gezag van welstandscommissies en welstandsadviezen. Zonder veel moeite kan deze ontwikkeling geplaatst worden in de breed gedragen strijd tegen de ‘verrommeling’, waarvoor ook de rijksoverheid zich sterk zegt te maken.

anderzijds op, en daaraan gekoppeld, een meer culturele advisering over de gewenste kwaliteit van bouwplannen in de brede context van ruimtelijke ontwikkelingen, heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan het gezag van welstandscommissies en welstandsadviezen. Zonder veel moeite kan deze ontwikkeling geplaatst worden in de breed gedragen strijd tegen de ‘verrommeling’, waarvoor ook de rijksoverheid zich sterk zegt te maken.

Provinciaal netwerk van lokale adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit Hûs en hiem zal zich eerst en vooral blijven profileren als provinciaal netwerk waarin adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit optimaal kunnen functioneren. Anders dan sommige andere regionale organisaties, die een breder takenpakket realiseren, zal hûs en hiem zich niet begeven op terreinen waarop andere, commerciële, adviesbureaus opereren: het opstellen van bestemmingsplannen en beleidsstudies in het kader van de Wro, of de bewerking van provinciale beleidskwesties vormen niet de agenda waarmee hûs en hiem zich profileert. Hûs en hiem ontwikkelde zich als organisatie die in opdracht van gemeentebesturen welstands-, monumentenadviezen en ruimtelijke kwaliteitsadviezen laat opstellen in daarvoor goed geëquipeerde lokale en regionale adviescommissies, die onafhankelijk èn vakkundig gemeentebesturen adviseren over de kwaliteit van bouwplannen en over ruimtelijke ontwikkelingen. Juridische houdbaarheid èn maatschappelijke en politieke relevantie, gebaseerd op lokale en regionale bestuurlijke ambities zijn daarbij de richtinggevende principes.

Provinciaal netwerk van lokale adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit Hûs en hiem zal zich eerst en vooral blijven profileren als provinciaal netwerk waarin adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit optimaal kunnen functioneren. Anders dan sommige andere regionale organisaties, die een breder takenpakket realiseren, zal hûs en hiem zich niet begeven op terreinen waarop andere, commerciële, adviesbureaus opereren: het opstellen van bestemmingsplannen en beleidsstudies in het kader van de Wro, of de bewerking van provinciale beleidskwesties vormen niet de agenda waarmee hûs en hiem zich profileert. Hûs en hiem ontwikkelde zich als organisatie die in opdracht van gemeentebesturen welstands-, monumentenadviezen en ruimtelijke kwaliteitsadviezen laat opstellen in daarvoor goed geëquipeerde lokale en regionale adviescommissies, die onafhankelijk èn vakkundig gemeentebesturen adviseren over de kwaliteit van bouwplannen en over ruimtelijke ontwikkelingen. Juridische houdbaarheid èn maatschappelijke en politieke relevantie, gebaseerd op lokale en regionale bestuurlijke ambities zijn daarbij de richtinggevende principes.

Welstandadvisering in een nieuwe context Inmiddels zijn ook nieuwe ontwikkelingen te constateren die het werk van welstandscommissies zullen beïnvloeden. Vanaf juli 2008 is de nieuwe Wro van kracht geworden die gemeentebesturen verplicht bestemmingsplannen actueel te houden en een structuurvisie op te stellen. Voor beide documenten is afstemming op het welstandsbeleid van belang. Hier ligt een grote uitdaging om het welstandsbeleid echt te verankeren in een bestuurlijke en politieke visie op de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. Daarbij zal steeds meer gewerkt moeten worden aan welstandsadvisering op basis van maatwerk. Naast de klassieke tweewekelijks vergaderende, compacte, lokale welstandscommissies en de Centrale Welstand- en Monumentencommissies wordt gewerkt met een breed opgetuigde ‘Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit’, en deelgenomen aan Quality teams. Wanneer van welstandscommissies een bredere taakopvatting gevraagd wordt dan de reguliere behandeling van bouwvergunningaanvragen, dan is veelal ook een andere samenstelling van de commissies gewenst: een deskundige inbreng vanuit stedenbouw, landschapontwikkeling en cultuurhistorie wordt dan logisch en gewenst. Bij dit alles mag niet uit het oog worden verloren dat veel gemeenten ook kritisch kijken naar de kosten van de welstandadvisering. Hierop kan vanuit drie invalshoeken gereageerd worden. Er moet voortdurend goed gelet worden op onnodige kosten die doorwerken in de rekening die aan gemeenten worden gepresenteerd. Vergaderingen moeten dus efficiënt blijven verlopen en extra kosten voor extra werkzaamheden moeten zichtbaar worden gemaakt. De tweede invalshoek is die van een goede pr over wat onze organisatie extra doet en presteert voor de extra kosten die verbonden zijn aan een aansluiting bij hûs en hiem. En de derde invalshoek is die van een voortdurende alertheid op de omvang van de overhead. Het bureau van hûs en hiem moet efficiënt, slank en dus ook ‘lean and mean’ blijven.

Welstandadvisering in een nieuwe context Inmiddels zijn ook nieuwe ontwikkelingen te constateren die het werk van welstandscommissies zullen beïnvloeden. Vanaf juli 2008 is de nieuwe Wro van kracht geworden die gemeentebesturen verplicht bestemmingsplannen actueel te houden en een structuurvisie op te stellen. Voor beide documenten is afstemming op het welstandsbeleid van belang. Hier ligt een grote uitdaging om het welstandsbeleid echt te verankeren in een bestuurlijke en politieke visie op de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. Daarbij zal steeds meer gewerkt moeten worden aan welstandsadvisering op basis van maatwerk. Naast de klassieke tweewekelijks vergaderende, compacte, lokale welstandscommissies en de Centrale Welstand- en Monumentencommissies wordt gewerkt met een breed opgetuigde ‘Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit’, en deelgenomen aan Quality teams. Wanneer van welstandscommissies een bredere taakopvatting gevraagd wordt dan de reguliere behandeling van bouwvergunningaanvragen, dan is veelal ook een andere samenstelling van de commissies gewenst: een deskundige inbreng vanuit stedenbouw, landschapontwikkeling en cultuurhistorie wordt dan logisch en gewenst. Bij dit alles mag niet uit het oog worden verloren dat veel gemeenten ook kritisch kijken naar de kosten van de welstandadvisering. Hierop kan vanuit drie invalshoeken gereageerd worden. Er moet voortdurend goed gelet worden op onnodige kosten die doorwerken in de rekening die aan gemeenten worden gepresenteerd. Vergaderingen moeten dus efficiënt blijven verlopen en extra kosten voor extra werkzaamheden moeten zichtbaar worden gemaakt. De tweede invalshoek is die van een goede pr over wat onze organisatie extra doet en presteert voor de extra kosten die verbonden zijn aan een aansluiting bij hûs en hiem. En de derde invalshoek is die van een voortdurende alertheid op de omvang van de overhead. Het bureau van hûs en hiem moet efficiënt, slank en dus ook ‘lean and mean’ blijven.

10

10


Efficiëntie en doelmatigheid van de organisatie De interne organisatie werkt volgens allerlei procedures en expliciete dagelijkse routines. De financiële administratie levert periodieke overzichten op over de ontwikkelingen rondom aantal en aard van de adviesaanvragen en de daarmee samenhangende inkomsten en uitgaven. De jaarrekening wordt in eigen beheer opgesteld. Het bureau beschikt over een groot geautomatiseerd adressenbestand en de website, waarop alle relevante informatie over hûs en hiem is te vinden.

Efficiëntie en doelmatigheid van de organisatie De interne organisatie werkt volgens allerlei procedures en expliciete dagelijkse routines. De financiële administratie levert periodieke overzichten op over de ontwikkelingen rondom aantal en aard van de adviesaanvragen en de daarmee samenhangende inkomsten en uitgaven. De jaarrekening wordt in eigen beheer opgesteld. Het bureau beschikt over een groot geautomatiseerd adressenbestand en de website, waarop alle relevante informatie over hûs en hiem is te vinden.

Samenvatting: nieuwe uitdagingen voor de komende jaren. Met dit alles komt de hûs en hiem voor nieuwe uitdagingen te staan. Het ‘gemeentebestuur als opdrachtgever’ blijft het richtinggevende adagium, en expliciet vastgestelde en robuuste principes van welstands- en monumentenadviezen blijven het kader waarbinnen en op grond waarvan de reguliere advisering plaatsvindt. Daarbij moet vanuit hûs en hiem steeds een stevige ‘vakinhoudelijke’ begeleiding van de commissies en de commissieleden gewaarborgd zijn. Centraal staat de ambitie om maatwerk per gemeente te leveren en tegelijkertijd de adviespraktijk te verbreden in de richting van beeldkwaliteitplannen, bestemmingsplannen en structuurvisies, waarvoor de contouren zijn beschreven in de publicatie ‘Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân, hoe kunnen we onze provincie mooier maken?’ Daarnaast blijft het van belang hûs en hiem ook in de toekomst te presenteren als een organisatie met een missie. Dat is belangrijk omdat hûs en hiem daaraan een reputatie en een zekere ‘klantenbinding’ ontleent, zowel in de lokale politiek als in een bredere maatschappelijke omgeving.

Samenvatting: nieuwe uitdagingen voor de komende jaren. Met dit alles komt de hûs en hiem voor nieuwe uitdagingen te staan. Het ‘gemeentebestuur als opdrachtgever’ blijft het richtinggevende adagium, en expliciet vastgestelde en robuuste principes van welstands- en monumentenadviezen blijven het kader waarbinnen en op grond waarvan de reguliere advisering plaatsvindt. Daarbij moet vanuit hûs en hiem steeds een stevige ‘vakinhoudelijke’ begeleiding van de commissies en de commissieleden gewaarborgd zijn. Centraal staat de ambitie om maatwerk per gemeente te leveren en tegelijkertijd de adviespraktijk te verbreden in de richting van beeldkwaliteitplannen, bestemmingsplannen en structuurvisies, waarvoor de contouren zijn beschreven in de publicatie ‘Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân, hoe kunnen we onze provincie mooier maken?’ Daarnaast blijft het van belang hûs en hiem ook in de toekomst te presenteren als een organisatie met een missie. Dat is belangrijk omdat hûs en hiem daaraan een reputatie en een zekere ‘klantenbinding’ ontleent, zowel in de lokale politiek als in een bredere maatschappelijke omgeving.

Hollum

Hollum

11

11


Productiecijfers 2009

Productiecijfers 2009

De overzichten van productiecijfers in 2009 leveren naast inzicht in de ontwikkelingen in de tijd voor alle bij hûs en hiem betrokken gemeenten gezamenlijk, onder meer ook interessante verschillen tussen de afzonderlijke gemeenten op. De meer gemeentespecifieke overzichten zijn in de bijlagen opgenomen.

De overzichten van productiecijfers in 2009 leveren naast inzicht in de ontwikkelingen in de tijd voor alle bij hûs en hiem betrokken gemeenten gezamenlijk, onder meer ook interessante verschillen tussen de afzonderlijke gemeenten op. De meer gemeentespecifieke overzichten zijn in de bijlagen opgenomen.

9 20 0

7 20 0

5 20 0

20 03

20 01

19 9

9

7 19 9

95 19

19 93

19 91

19 89

87 19

19

20 0

20 0

20 0

9 19 9

19 9

19

19

19

19

83

0

9

0

7

2000

5

2000

20 03

4000

20 01

4000

7

6000

95

6000

19 93

8000

19 91

8000

19 89

10000

87

10000

85

12000

83

12000

85

Overzicht Ontwikkeling aantal 1e adviesaanvragen over de periode 1983 t/m 2009

19

Overzicht Ontwikkeling aantal 1e adviesaanvragen over de periode 1983 t/m 2009

In 2009 zijn in totaal 6319 adviesaanvragen (welstands -en monumentenadviezen) ingezonden. In 2008 bedroeg dit 7.988. Er is dus sprake geweest van een dramatische daling met 20,9 %, een daling die overigens overeenkomt met de landelijke ervaringen. Het aantal planbehandelingen daalde in 2009 evenzeer, zij het in fractioneel mindere mate, waar het aantal vooroverlegplannen licht is toegenomen, van 12.306 tot 9931 een daling met 19,4 %.

In 2009 zijn in totaal 6319 adviesaanvragen (welstands -en monumentenadviezen) ingezonden. In 2008 bedroeg dit 7.988. Er is dus sprake geweest van een dramatische daling met 20,9 %, een daling die overigens overeenkomt met de landelijke ervaringen. Het aantal planbehandelingen daalde in 2009 evenzeer, zij het in fractioneel mindere mate, waar het aantal vooroverlegplannen licht is toegenomen, van 12.306 tot 9931 een daling met 19,4 %.

De daling van het aantal (eerste) adviesaanvragen heeft geleid tot een zeer forse daling van de legesinkomsten. Deze is namelijk teruggelopen van € 1.151.772,- in 2008 tot € 775.734,- in 2009, een daling met 32,6 %. Het zeer omvangrijke negatieve financiële resultaat van € 266.000,- over 2009 brengt met zich mee dat van een verwachte lichte versterking van de Algemene Reserve al in het geheel geen sprake is geweest, integendeel de Algemene Reserve is in 2009 in zeer sterke mate aangesproken. Alsdan bedraagt deze op 31 december 2009 nog slechts € 16.500,- De door het Algemeen Bestuur vastgestelde, gewenste (minimale en maximale) omvang van de Algemene Reserve bedraagt € 400.000,- (exclusief de waarde van het kantoor). Wanneer evenwel de doorwerking van de financiële resultaten, behaald in 2009 wordt bezien, dan is de bodem in zicht. Daarom is in de loop van 2009 een fors aantal maatregelen getroffen, die er in willen voorzien dat in 2010 en volgende jaren de uitgaven weer aansluiten op de begrote inkomsten. De maatregelen betroffen onder meer: - de (tijdelijke) detachering van medewerkers - het vervallen van de detacheringovereenkomst van de archeoloog - uitstel van niet onvermijdelijke vervangingen en onderhoud - het niet vervangen bij ziekte en verlof

De daling van het aantal (eerste) adviesaanvragen heeft geleid tot een zeer forse daling van de legesinkomsten. Deze is namelijk teruggelopen van € 1.151.772,- in 2008 tot € 775.734,- in 2009, een daling met 32,6 %. Het zeer omvangrijke negatieve financiële resultaat van € 266.000,- over 2009 brengt met zich mee dat van een verwachte lichte versterking van de Algemene Reserve al in het geheel geen sprake is geweest, integendeel de Algemene Reserve is in 2009 in zeer sterke mate aangesproken. Alsdan bedraagt deze op 31 december 2009 nog slechts € 16.500,- De door het Algemeen Bestuur vastgestelde, gewenste (minimale en maximale) omvang van de Algemene Reserve bedraagt € 400.000,- (exclusief de waarde van het kantoor). Wanneer evenwel de doorwerking van de financiële resultaten, behaald in 2009 wordt bezien, dan is de bodem in zicht. Daarom is in de loop van 2009 een fors aantal maatregelen getroffen, die er in willen voorzien dat in 2010 en volgende jaren de uitgaven weer aansluiten op de begrote inkomsten. De maatregelen betroffen onder meer: - de (tijdelijke) detachering van medewerkers - het vervallen van de detacheringovereenkomst van de archeoloog - uitstel van niet onvermijdelijke vervangingen en onderhoud - het niet vervangen bij ziekte en verlof

12

12


-

het (tijdelijk) beperken van het aantal commissieleden van de Lokale Commissie in een beperkt aantal gemeenten het beëindigen van abonnementen c.a. het verbreden van de advieswerkzaamheden een aanzienlijke reductie van de personele bezetting een onvermijdelijke tariefsverhoging, waarbij de tarieven gelijk worden getrokken met het landelijk gemiddelde.

20 09

20 07

20 05

20 03

20 01

19 99

19 97

19 95

19 93

0 19 83

0 20 09

200.000

20 07

200.000

20 05

400.000

20 03

400.000

20 01

600.000

19 99

600.000

19 97

800.000

19 95

800.000

19 93

1.000.000

19 91

1.000.000

19 89

1.200.000

19 87

1.200.000

19 85

1.400.000

19 83

1.400.000

19 91

Overzicht Ontwikkeling adviesgelden over de periode 1983 t/m 2009

19 89

Overzicht Ontwikkeling adviesgelden over de periode 1983 t/m 2009

-

19 87

-

het (tijdelijk) beperken van het aantal commissieleden van de Lokale Commissie in een beperkt aantal gemeenten het beëindigen van abonnementen c.a. het verbreden van de advieswerkzaamheden een aanzienlijke reductie van de personele bezetting een onvermijdelijke tariefsverhoging, waarbij de tarieven gelijk worden getrokken met het landelijk gemiddelde.

19 85

-

Dit palet aan deels incidentele en deels structurele maatregelen heeft in november 2009 geleid tot een wijziging van de in juni 2009 ‘voorlopig’ vastgestelde Begroting 2010. In deze Begroting 2010, wijziging december 2009, zijn de uitgaven in evenwicht gebracht met de geraamde inkomsten, waarbij deze laatste zijn gebaseerd op de aanname dat aantal en aard van de adviesaanvragen in de eerstvolgende jaren gelijk blijven aan die in het crisisjaar 2009.

Dit palet aan deels incidentele en deels structurele maatregelen heeft in november 2009 geleid tot een wijziging van de in juni 2009 ‘voorlopig’ vastgestelde Begroting 2010. In deze Begroting 2010, wijziging december 2009, zijn de uitgaven in evenwicht gebracht met de geraamde inkomsten, waarbij deze laatste zijn gebaseerd op de aanname dat aantal en aard van de adviesaanvragen in de eerstvolgende jaren gelijk blijven aan die in het crisisjaar 2009.

In dit verband is het goed te melden dat ook in 2009 de doorwerking van het beter toezien op een meer passende bouwsomopgave aan de orde is geweest. In het algemeen kan toch nog worden vastgesteld dat hoewel steeds meer gemeenten zijn overgegaan op de toepassing van het door hûs en hiem opgestelde Model Bouwsombepaling, er nog steeds verschillen zijn te constateren in de voorgestane consistentie van de bouwsombepaling. Daarom is medio 2009 besloten om over te gaan op het “Model Nacalculatie”, hetgeen er op neerkomt dat de door hûs en hiem te ontvangen leges gekoppeld wordt aan de definitieve gemeentelijke bouwsombepaling, zoals die in de verstrekte Bouwvergunning is opgenomen.

In dit verband is het goed te melden dat ook in 2009 de doorwerking van het beter toezien op een meer passende bouwsomopgave aan de orde is geweest. In het algemeen kan toch nog worden vastgesteld dat hoewel steeds meer gemeenten zijn overgegaan op de toepassing van het door hûs en hiem opgestelde Model Bouwsombepaling, er nog steeds verschillen zijn te constateren in de voorgestane consistentie van de bouwsombepaling. Daarom is medio 2009 besloten om over te gaan op het “Model Nacalculatie”, hetgeen er op neerkomt dat de door hûs en hiem te ontvangen leges gekoppeld wordt aan de definitieve gemeentelijke bouwsombepaling, zoals die in de verstrekte Bouwvergunning is opgenomen.

13

13


Overzicht Percentages adviesaanvragen naar categorie bouwsommen voor alle gemeenten in 2006, 2007, 2008 en 2009

Overzicht Percentages adviesaanvragen naar categorie bouwsommen voor alle gemeenten in 2006, 2007, 2008 en 2009

meer 250001

meer 250001

100001-250000

100001-250000

25001-100000

25001-100000

5001-25000

5001-25000

tot 5000

tot 5000

2009

2009

2008

2008

2007

2007

2006

2006 0

5

10

15

20

25

30

35

0

5

10

15

20

25

30

35

Geconstateerd kan worden dat de verdeling van het aantal bouwplannen over de categorieĂŤn bouwsommen in 2009 een duidelijke wijziging geeft te zien ten opzichte van de jaren 2006 t/m 2008, waarin deze constant is gebleken. De kredietcrisis heeft ertoe geleid dat in de bouwsector de meer omvangrijke bouwplannen, als gevolg van de grotere terughoudendheid waarmee de banken kredieten verstrekken, in aantal sterk zijn teruggevallen. Plannen van projectontwikkelaars, bedrijven en corporaties zijn slechts mondjesmaat voor advies voorgelegd. Het accent is daarbij geheel verlegd richting de kleinschaliger particulier (ver-)bouwplannen.

Geconstateerd kan worden dat de verdeling van het aantal bouwplannen over de categorieĂŤn bouwsommen in 2009 een duidelijke wijziging geeft te zien ten opzichte van de jaren 2006 t/m 2008, waarin deze constant is gebleken. De kredietcrisis heeft ertoe geleid dat in de bouwsector de meer omvangrijke bouwplannen, als gevolg van de grotere terughoudendheid waarmee de banken kredieten verstrekken, in aantal sterk zijn teruggevallen. Plannen van projectontwikkelaars, bedrijven en corporaties zijn slechts mondjesmaat voor advies voorgelegd. Het accent is daarbij geheel verlegd richting de kleinschaliger particulier (ver-)bouwplannen.

Ee

Ee

14

14


Welstandsadvisering

Welstandsadvisering

Waar in 2009 een wereld aan landelijke discussies over de positie en inhoud van welstand is gevoerd, geldt voor de feitelijke uitvoering van het werk dat er geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Geconstateerd kan worden dat zowel de gemeentelijke medewerkers als de commissieleden goed ingespeeld zijn. Dat geldt helaas nog steeds in mindere mate voor de particuliere opdrachtgevers en zelfs ook voor de meer professioneel betrokkenen als aannemers en architecten, die, zo is de indruk, te weinig de welstandscriteria bij de planvoorbereiding raadplegen.

Waar in 2009 een wereld aan landelijke discussies over de positie en inhoud van welstand is gevoerd, geldt voor de feitelijke uitvoering van het werk dat er geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Geconstateerd kan worden dat zowel de gemeentelijke medewerkers als de commissieleden goed ingespeeld zijn. Dat geldt helaas nog steeds in mindere mate voor de particuliere opdrachtgevers en zelfs ook voor de meer professioneel betrokkenen als aannemers en architecten, die, zo is de indruk, te weinig de welstandscriteria bij de planvoorbereiding raadplegen.

In 2009 heeft wederom een (tweejaarlijks) Klanttevredenheidsonderzoek plaatsgevonden. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat de welstandsadvisering als zinvol wordt ervaren, alsook dat de manier waarop dit gebeurt in het algemeen als positief wordt ervaren. Er bestaat dan ook nog steeds een flink draagvlak voor de welstandsadvisering. Wel moet worden geconstateerd dat waar in de periode 2005- 2007 het draagvlak toegenomen is dit in de periode 2007-2009 weliswaar licht weer is afgenomen. Een echte verklaring daarvoor is niet beschikbaar, zij het dat mogelijk het aantal ingevulde enquĂŞtes van respondenten, waarvan het plan een negatief advies heeft gekregen is toegenomen van 14 % tot 19%.... Niettemin geeft de uitkomst van het onderzoek alle aanleiding om scherp toe te zien op een correcte uitvoering van de werkzaamheden.

In 2009 heeft wederom een (tweejaarlijks) Klanttevredenheidsonderzoek plaatsgevonden. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat de welstandsadvisering als zinvol wordt ervaren, alsook dat de manier waarop dit gebeurt in het algemeen als positief wordt ervaren. Er bestaat dan ook nog steeds een flink draagvlak voor de welstandsadvisering. Wel moet worden geconstateerd dat waar in de periode 2005- 2007 het draagvlak toegenomen is dit in de periode 2007-2009 weliswaar licht weer is afgenomen. Een echte verklaring daarvoor is niet beschikbaar, zij het dat mogelijk het aantal ingevulde enquĂŞtes van respondenten, waarvan het plan een negatief advies heeft gekregen is toegenomen van 14 % tot 19%.... Niettemin geeft de uitkomst van het onderzoek alle aanleiding om scherp toe te zien op een correcte uitvoering van de werkzaamheden.

Enkele uitkomsten:

Enkele uitkomsten:

Vraag:

2005

- Bent u het inhoudelijk eens met het advies? - Algemene indruk werkwijze Commissie? - Krijgen belangstellenden voldoende gelegenheid om hun standpunt toe te lichten? - Betrekt de commissie de standpunten van de insprekers voldoende bij hun overwegingen?

15

2007 2009

Vraag:

2005

7,0 7,2

7,9 7,6

6,8 7,2

8,0

8,7

8,5

7,3

8,3

8,2

- Bent u het inhoudelijk eens met het advies? - Algemene indruk werkwijze Commissie? - Krijgen belangstellenden voldoende gelegenheid om hun standpunt toe te lichten? - Betrekt de commissie de standpunten van de insprekers voldoende bij hun overwegingen?

15

2007 2009

7,0 7,2

7,9 7,6

6,8 7,2

8,0

8,7

8,5

7,3

8,3

8,2


- Hanteren de leden van de commissie begrijpelijke taal/ is de argumentatie goed te volgen? 7,7 - Wordt het advies voldoende schriftelijk gemotiveerd? 6,6 - Hoe kijkt u aan tegen de snelheid van behandeling? 7,0

8,1

7,9

7,6 8,2

7,2 8,2

- Hanteren de leden van de commissie begrijpelijke taal/ is de argumentatie goed te volgen? 7,7 - Wordt het advies voldoende schriftelijk gemotiveerd? 6,6 - Hoe kijkt u aan tegen de snelheid van behandeling? 7,0

8,1

7,9

7,6 8,2

7,2 8,2

Hoewel de uitkomsten nog steeds zonder meer als positief kunnen worden aangemerkt, is het opvallend dat over vrijwel de gehele linie, de scores, zij het licht, lager zijn dan in 2007. Een verklaring kan daar niet echt voor worden gevonden. Mogelijk heeft naast de toename van het aantal negatieve adviezen, de algehele malaise in de bouw in 2009 i.c. de crisissfeer hieraan bijgedragen‌.. In bijlage 4 zijn de uitkomsten over 2009 opgenomen.

Hoewel de uitkomsten nog steeds zonder meer als positief kunnen worden aangemerkt, is het opvallend dat over vrijwel de gehele linie, de scores, zij het licht, lager zijn dan in 2007. Een verklaring kan daar niet echt voor worden gevonden. Mogelijk heeft naast de toename van het aantal negatieve adviezen, de algehele malaise in de bouw in 2009 i.c. de crisissfeer hieraan bijgedragen‌.. In bijlage 4 zijn de uitkomsten over 2009 opgenomen.

Overzicht Bezoekers Welstandscommissies

Overzicht Bezoekers Welstandscommissies

Jaar

percentage plannen aantal bezoekers totaal bezoekers met bezoekers per vergadering

Jaar

percentage plannen aantal bezoekers totaal bezoekers met bezoekers per vergadering

2004

17

2,99

1734

2004

17

2,99

1734

2005

19

3,26

2138

2005

19

3,26

2138

2006

21

3,8

2538

2006

21

3,8

2538

2007

21

3,94

2500

2007

21

3,94

2500

2008

25

4,56

2992

2008

25

4,56

2992

2009

29

4,6

2830

2009

29

4,6

2830

Geconstateerd kan worden dat de gestage groei van het aantal aanvragers van bouwinitiatieven, dat aanwezig is bij de planbehandeling in de Lokale Welstandscommissies, zich in 2009 zich niet heeft doorgezet (- 5,5,%). De verklaring ligt toch vooral in de forse daling van het aantal adviesaanvragen. Immers wanneer het aantal bezoekers wordt afgezet tegen het aantal 1e adviesaanvragen dan is er nog wel degelijk sprake van groei van het aantal bezoekers. Waar in 2008 het bezoekers 2992 bedroeg voor 7731 adviesaanvragen met als resultaat 0,38 bezoeker per adviesaanvraag, geldt voor 2009 dat er 0,45 bezoeker per 1e adviesaanvraag aanwezig was bij de planbehandeling, feitelijk dus een groei met 7 %. Verklarend daarvoor zijn een te onderkennen gemeentelijke benadering, waarin initiatiefnemers worden uitgenodigd de bouwvoornemens in een vroeg stadium van de planvorming in een vooroverleg te bespreken, de commissie(s) bij voortduring de aanwezigheid van de betrokkenen propageren en mogelijk ook de mond-tot-mond reclame dat het echt zinvol is om met de welstandscommissie de plannen te bespreken. Groei lijkt zonder meer nog mogelijk, met name ook omdat er nog zeer aanzienlijke, niet onmiddellijk verklaarbare, verschillen bestaan tussen de gemeenten.

16

Geconstateerd kan worden dat de gestage groei van het aantal aanvragers van bouwinitiatieven, dat aanwezig is bij de planbehandeling in de Lokale Welstandscommissies, zich in 2009 zich niet heeft doorgezet (- 5,5,%). De verklaring ligt toch vooral in de forse daling van het aantal adviesaanvragen. Immers wanneer het aantal bezoekers wordt afgezet tegen het aantal 1e adviesaanvragen dan is er nog wel degelijk sprake van groei van het aantal bezoekers. Waar in 2008 het bezoekers 2992 bedroeg voor 7731 adviesaanvragen met als resultaat 0,38 bezoeker per adviesaanvraag, geldt voor 2009 dat er 0,45 bezoeker per 1e adviesaanvraag aanwezig was bij de planbehandeling, feitelijk dus een groei met 7 %. Verklarend daarvoor zijn een te onderkennen gemeentelijke benadering, waarin initiatiefnemers worden uitgenodigd de bouwvoornemens in een vroeg stadium van de planvorming in een vooroverleg te bespreken, de commissie(s) bij voortduring de aanwezigheid van de betrokkenen propageren en mogelijk ook de mond-tot-mond reclame dat het echt zinvol is om met de welstandscommissie de plannen te bespreken. Groei lijkt zonder meer nog mogelijk, met name ook omdat er nog zeer aanzienlijke, niet onmiddellijk verklaarbare, verschillen bestaan tussen de gemeenten.

16


Aantal in de Centrale Welstandscommissie behandelde adviesaanvragen per gemeente in 2009.

Aantal in de Centrale Welstandscommissie behandelde adviesaanvragen per gemeente in 2009.

In het verslagjaar zijn in de Centrale Welstandscommissie 155 adviesaanvragen behandeld. Dit is 2,5 % van het totaal aantal aanvragen. In de Bureaucommissie wordt om en nabij een vergelijkbaar aantal plannen behandeld, hetgeen inhoudt dat 95 % van alle aanvragen lokaal van een advies worden voorzien.

In het verslagjaar zijn in de Centrale Welstandscommissie 155 adviesaanvragen behandeld. Dit is 2,5 % van het totaal aantal aanvragen. In de Bureaucommissie wordt om en nabij een vergelijkbaar aantal plannen behandeld, hetgeen inhoudt dat 95 % van alle aanvragen lokaal van een advies worden voorzien.

Verbreding van welstand naar ruimtelijke kwaliteit

Verbreding van welstand naar ruimtelijke kwaliteit

Kort verslag ervaringen Pilot

Kort verslag ervaringen Pilot

In 2009 is gestart met de werkzaamheden van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. In de gemeenten Sneek en Heerenveen zijn meerdere landschappelijke en stedenbouwkundige plannen voor advies voorgelegd. De eerste ervaringen stemmen zowel de aanvrager (de gemeenten) als de adviseur positief. Wel lijkt het aantal aan de pilot deelnemende gemeenten te gering om richtinggevende uitspraken over de opzet en de invulling van deze commissie te kunnen doen. In het voorjaar van 2010 zal de eerste evaluatie plaatsvinden.

In 2009 is gestart met de werkzaamheden van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. In de gemeenten Sneek en Heerenveen zijn meerdere landschappelijke en stedenbouwkundige plannen voor advies voorgelegd. De eerste ervaringen stemmen zowel de aanvrager (de gemeenten) als de adviseur positief. Wel lijkt het aantal aan de pilot deelnemende gemeenten te gering om richtinggevende uitspraken over de opzet en de invulling van deze commissie te kunnen doen. In het voorjaar van 2010 zal de eerste evaluatie plaatsvinden.

17

17


Gemeld kan nog worden dat een aantal gemeenten is gestart met het opstellen van een Structuurvisie Ruimtelijke Kwaliteit.

Gemeld kan nog worden dat een aantal gemeenten is gestart met het opstellen van een Structuurvisie Ruimtelijke Kwaliteit.

De omgevingsvergunning en de Regionale Uitvoeringsorganisatie

De omgevingsvergunning en de Regionale Uitvoeringsorganisatie

In 2009 is gewerkt aan het kabinetsvoornemen om het volledige pakket VROMregelgeving, waarvan de bevoegdheden aan het gemeentebestuur toekomen,

In 2009 is gewerkt aan het kabinetsvoornemen om het volledige pakket VROMregelgeving, waarvan de bevoegdheden aan het gemeentebestuur toekomen,

18

18


kwalitatief en kwantitatief te borgen door omgevingsdiensten. De schaal van deze diensten is (vooralsnog) gekoppeld aan die van de veiligheidsregio’s. Voor Fryslân zou dit neerkomen op één omgevingsdienst. De activiteiten van een dergelijke dienst richten zich op de ‘backoffice’-taken verbonden aan de Waboomgevingsvergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Beleidszaken en de contacten met de aanvragers/burgers blijven uiteraard onderdeel uitmaken van de gemeentelijke ‘frontoffice’-taken. Voor de welstands- en monumentenpraktijk lijkt dit vooralsnog geen gevolgen hebben, waar het gehele pakket Bouwzaken buiten het basispakket van de uitvoeringsdienst is gehouden. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is de gemeentelijke gedwongen winkelnering bij de Regionale Uitvoeringsorganisatie uit het voorstel geschrapt.

kwalitatief en kwantitatief te borgen door omgevingsdiensten. De schaal van deze diensten is (vooralsnog) gekoppeld aan die van de veiligheidsregio’s. Voor Fryslân zou dit neerkomen op één omgevingsdienst. De activiteiten van een dergelijke dienst richten zich op de ‘backoffice’-taken verbonden aan de Waboomgevingsvergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Beleidszaken en de contacten met de aanvragers/burgers blijven uiteraard onderdeel uitmaken van de gemeentelijke ‘frontoffice’-taken. Voor de welstands- en monumentenpraktijk lijkt dit vooralsnog geen gevolgen hebben, waar het gehele pakket Bouwzaken buiten het basispakket van de uitvoeringsdienst is gehouden. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is de gemeentelijke gedwongen winkelnering bij de Regionale Uitvoeringsorganisatie uit het voorstel geschrapt.

Opschaling agrarische bedrijvigheid

Opschaling agrarische bedrijvigheid

Opvallend is dat waar in vrijwel alle bedrijfssectoren de investeringen zijn gestopt, de agrarische ondernemers, zij het in verminderde mate, doorgaan met plegen van fikse investeringen in de opschaling van het bedrijf. In 2009 is een eerste voorzichtige start gemaakt met de aanpak zoals die in De Nije Pleats wordt voorgestaan: de keukentafelgesprekken. Geconstateerd kan worden dat deze aanpak inhoudelijk door veel gemeenten wordt onderschreven, maar in de praktijk nog niet wordt opgepakt, met als gevolg dat het vooral de provincie is die in deze aanpak investeert. Hierdoor ontstaat het gevaar dat de in het rapport voorgestane aanpak er niet een is waarbij de gemeenten de regie voeren, maar deze rol bij de provincie lijkt te blijven, hetgeen een goede uitvoering in de weg kan staan.

Opvallend is dat waar in vrijwel alle bedrijfssectoren de investeringen zijn gestopt, de agrarische ondernemers, zij het in verminderde mate, doorgaan met plegen van fikse investeringen in de opschaling van het bedrijf. In 2009 is een eerste voorzichtige start gemaakt met de aanpak zoals die in De Nije Pleats wordt voorgestaan: de keukentafelgesprekken. Geconstateerd kan worden dat deze aanpak inhoudelijk door veel gemeenten wordt onderschreven, maar in de praktijk nog niet wordt opgepakt, met als gevolg dat het vooral de provincie is die in deze aanpak investeert. Hierdoor ontstaat het gevaar dat de in het rapport voorgestane aanpak er niet een is waarbij de gemeenten de regie voeren, maar deze rol bij de provincie lijkt te blijven, hetgeen een goede uitvoering in de weg kan staan.

Dokkumer Nieuwe Zijlen

Dokkumer Nieuwe Zijlen

19

19


Monumentenzorg en Archeologie.

Monumentenzorg en Archeologie.

Monumentenzorg

Monumentenzorg

De Monumentenzorg was het afgelopen jaar op rijksniveau een belangrijk onderwerp van debat. Zo presenteerde minister Plasterk een nota over de modernisering van de monumentenzorg onder de titel ’Een lust, geen last’. MoMo is de werknaam voor het project waarin breed samengestelde werkgroepen verschillende aspecten van de modernisering onder de loep hebben genomen. Ook de Federatie Welstand (en Monumentenzorg) en de regionale welstands- en monumentenorganisaties hebben een bijdrage geleverd aan deze werkgroepen (hûs en hiem heeft deelgenomen aan de Werkgroep Ruimtelijke Ordening). Een nieuw stelsel voor de monumentenzorg zal zeker niet eerder dan in 2011 van kracht worden. Wel is duidelijk dat monumentenzorg meer onderdeel zal gaan uitmaken van de ruimtelijke ordening/ruimtelijke kwaliteit, dat de regelgeving wordt vereenvoudigd en dat herbestemming van leegkomende monumentale gebouwen speerpunt van beleid zal gaan vormen. Tenslotte is per 1 januari 2009 een wijziging van de Monumentenwet ingevoerd. Deze heeft met name betrekking op de beperking van de advisering van het rijk op aanvragen voor monumentenvergunningen. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), die na de fusie met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) aanvankelijk getooid met de naam Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) en die tenslotte medio 2009 met de naam Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) door het leven gaand, zal voortaan alleen nog adviseren inzake ingrijpende bestemmingswijzigingen en sloop. De advisering aan het college van B&W ligt nu grotendeels bij de gemeentelijke monumentencommissies. Wel worden hogere eisen gesteld aan de samenstelling, de onafhankelijkheid en deskundigheid van deze commissies dan voorheen. Overigens is in een 2009 plaatsgevonden, landelijk onderzoek van de Erfgoedinspectie gebleken dat de monumentencommissie van hûs en hiem zonder meer aan de te stellen eisen voldoet.

De Monumentenzorg was het afgelopen jaar op rijksniveau een belangrijk onderwerp van debat. Zo presenteerde minister Plasterk een nota over de modernisering van de monumentenzorg onder de titel ’Een lust, geen last’. MoMo is de werknaam voor het project waarin breed samengestelde werkgroepen verschillende aspecten van de modernisering onder de loep hebben genomen. Ook de Federatie Welstand (en Monumentenzorg) en de regionale welstands- en monumentenorganisaties hebben een bijdrage geleverd aan deze werkgroepen (hûs en hiem heeft deelgenomen aan de Werkgroep Ruimtelijke Ordening). Een nieuw stelsel voor de monumentenzorg zal zeker niet eerder dan in 2011 van kracht worden. Wel is duidelijk dat monumentenzorg meer onderdeel zal gaan uitmaken van de ruimtelijke ordening/ruimtelijke kwaliteit, dat de regelgeving wordt vereenvoudigd en dat herbestemming van leegkomende monumentale gebouwen speerpunt van beleid zal gaan vormen. Tenslotte is per 1 januari 2009 een wijziging van de Monumentenwet ingevoerd. Deze heeft met name betrekking op de beperking van de advisering van het rijk op aanvragen voor monumentenvergunningen. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), die na de fusie met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) aanvankelijk getooid met de naam Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) en die tenslotte medio 2009 met de naam Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) door het leven gaand, zal voortaan alleen nog adviseren inzake ingrijpende bestemmingswijzigingen en sloop. De advisering aan het college van B&W ligt nu grotendeels bij de gemeentelijke monumentencommissies. Wel worden hogere eisen gesteld aan de samenstelling, de onafhankelijkheid en deskundigheid van deze commissies dan voorheen. Overigens is in een 2009 plaatsgevonden, landelijk onderzoek van de Erfgoedinspectie gebleken dat de monumentencommissie van hûs en hiem zonder meer aan de te stellen eisen voldoet.

20

20


In 2009 is ervaring opgedaan met de verminderde rijksbemoeienis bij de bouwplanadvisering. Geconstateerd kan worden dat binnen Fryslân nog geen 25% van de vergunningaanvragen rijks- en provinciale advisering behoeven. De Provincie heeft in lijn met de rijksbenadering aan het einde van het verslagjaar haar adviesrol per 1 januari 2009 aangepast. Het toch al geringe aantal provinciale monumentenadviezen is daarbij nog verder beperkt tot de categorieën boerderijen, kerken en waterbouwkundige werken buiten de bebouwde kom, indien en voor zover sprake is van substantiële sloop, ingrijpende wijziging, overwegende mate van reconstructie of functiewijziging. De betekenis van de advisering van de Monumentencommissie hûs en hiem aan de gemeenten, met name voor ‘minder zware’ ingrepen, is hiermee vergroot. Waar hûs en hiem in de regel snel adviseert leidt dit tot een aanzienlijke verkorting van de proceduretijd voor de vergunningverlening. Tegelijkertijd neemt de noodzaak/wenselijkheid van het afstemmingsoverleg zoals dat binnen het Bouwplanoverleg van het Steunpunt Monumentenzorg Fryslan plaatsvindt, af. Sterker nog, het aanvankelijke voordeel van één coördinerend loket is sterk teruggelopen, waar deze steeds vaker juist als een extra procedurebezwarend loket wordt ervaren. In 2010 zal de samenwerking met dit Steunpunt tegen het licht worden gehouden.

In 2009 is ervaring opgedaan met de verminderde rijksbemoeienis bij de bouwplanadvisering. Geconstateerd kan worden dat binnen Fryslân nog geen 25% van de vergunningaanvragen rijks- en provinciale advisering behoeven. De Provincie heeft in lijn met de rijksbenadering aan het einde van het verslagjaar haar adviesrol per 1 januari 2009 aangepast. Het toch al geringe aantal provinciale monumentenadviezen is daarbij nog verder beperkt tot de categorieën boerderijen, kerken en waterbouwkundige werken buiten de bebouwde kom, indien en voor zover sprake is van substantiële sloop, ingrijpende wijziging, overwegende mate van reconstructie of functiewijziging. De betekenis van de advisering van de Monumentencommissie hûs en hiem aan de gemeenten, met name voor ‘minder zware’ ingrepen, is hiermee vergroot. Waar hûs en hiem in de regel snel adviseert leidt dit tot een aanzienlijke verkorting van de proceduretijd voor de vergunningverlening. Tegelijkertijd neemt de noodzaak/wenselijkheid van het afstemmingsoverleg zoals dat binnen het Bouwplanoverleg van het Steunpunt Monumentenzorg Fryslan plaatsvindt, af. Sterker nog, het aanvankelijke voordeel van één coördinerend loket is sterk teruggelopen, waar deze steeds vaker juist als een extra procedurebezwarend loket wordt ervaren. In 2010 zal de samenwerking met dit Steunpunt tegen het licht worden gehouden.

Steeds meer gemeenten overwegen, dan wel zijn overgegaan tot, het opstellen van gemeentelijk monumentenbeleid. Voor de gemeenten Bolsward en Lemsterland heeft hûs en hiem aan de hand van de specifiek daartoe ontwikkelde selectie- en beschrijvingsmethodiek de voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd.

Steeds meer gemeenten overwegen, dan wel zijn overgegaan tot, het opstellen van gemeentelijk monumentenbeleid. Voor de gemeenten Bolsward en Lemsterland heeft hûs en hiem aan de hand van de specifiek daartoe ontwikkelde selectie- en beschrijvingsmethodiek de voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd.

Rinsumageest

Rinsumageest

Bolsward

Bolsward

Archeologie

Archeologie

Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. De Wamz omvat een wijziging van de Monumentenwet, de Woningwet, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingenwet. De Wamz biedt gemeenten ruimte om zelf de reikwijdte van het archeologiebeleid te bepalen. Archeologiebeleid is binnen de huidige wetgeving namelijk primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ook op uitvoeringsniveau hebben gemeenten verschillende mogelijkheden. Niet elke bodemverstoring hoeft tot intensief archeologisch onderzoek te leiden. Zo kunnen ook bouwtechnische aanpassingen worden overwogen. Het is wel zaak om het archeologisch belang tijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Hierdoor ontstaan ook weer kansen om archeologie met andere ruimtelijke ontwikkelingen te combineren.

Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. De Wamz omvat een wijziging van de Monumentenwet, de Woningwet, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingenwet. De Wamz biedt gemeenten ruimte om zelf de reikwijdte van het archeologiebeleid te bepalen. Archeologiebeleid is binnen de huidige wetgeving namelijk primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ook op uitvoeringsniveau hebben gemeenten verschillende mogelijkheden. Niet elke bodemverstoring hoeft tot intensief archeologisch onderzoek te leiden. Zo kunnen ook bouwtechnische aanpassingen worden overwogen. Het is wel zaak om het archeologisch belang tijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Hierdoor ontstaan ook weer kansen om archeologie met andere ruimtelijke ontwikkelingen te combineren.

21

21


Archeologie heeft voor gemeentelijke overheden en haar burgers vérstrekkende gevolgen en het is daarom van belang om over een doeltreffend en transparant archeologiebeleid te kunnen beschikken en om bij de uitvoering van dit beleid deskundig en onafhankelijk advies te kunnen inwinnen. Geconstateerd kan worden dat het aantal concrete archeologische adviesaanvragen in 2009 zeer beperkt is gebleken, zeker ook omdat een belangrijk deel van de gemeentelijke taken door de provincie (gratis) wordt gefaciliteerd. Eind 2008 is geconstateerd dat zonder goede basisafspraken met de provincie over rol en taakverdeling, een archeologieloket bij hûs en hiem niet levensvatbaar is. Met de provincie zal moeten worden gesproken over een heldere afbakening van taken tussen de provincie en een mogelijk archeologieloket van hûs en hiem, met als oogmerk dat de provincie zich richt op de verdieping van FAMKE en hûs en hiem de loketfunctie inzake de gemeentelijke advisering verzorgt.

Archeologie heeft voor gemeentelijke overheden en haar burgers vérstrekkende gevolgen en het is daarom van belang om over een doeltreffend en transparant archeologiebeleid te kunnen beschikken en om bij de uitvoering van dit beleid deskundig en onafhankelijk advies te kunnen inwinnen. Geconstateerd kan worden dat het aantal concrete archeologische adviesaanvragen in 2009 zeer beperkt is gebleken, zeker ook omdat een belangrijk deel van de gemeentelijke taken door de provincie (gratis) wordt gefaciliteerd. Eind 2008 is geconstateerd dat zonder goede basisafspraken met de provincie over rol en taakverdeling, een archeologieloket bij hûs en hiem niet levensvatbaar is. Met de provincie zal moeten worden gesproken over een heldere afbakening van taken tussen de provincie en een mogelijk archeologieloket van hûs en hiem, met als oogmerk dat de provincie zich richt op de verdieping van FAMKE en hûs en hiem de loketfunctie inzake de gemeentelijke advisering verzorgt.

In 2009 is daarom volstaan met een van de aangegane adviesverplichtingen afgeleide, beperkte continuering van het archeologieloket bij hûs en hiem. Wel is de ‘Nota Erfgoedbeleid het Bildt’, waarvan de archeologie onderdeel uitmaakt in concept gereedgekomen en is naast enkele uitgebrachte offertes voor het opstellen van een Startnotitie Gemeentelijk Archeologiebeleid de ‘Startnotitie Archeologiebeleid Heerenveen’ opgesteld.

In 2009 is daarom volstaan met een van de aangegane adviesverplichtingen afgeleide, beperkte continuering van het archeologieloket bij hûs en hiem. Wel is de ‘Nota Erfgoedbeleid het Bildt’, waarvan de archeologie onderdeel uitmaakt in concept gereedgekomen en is naast enkele uitgebrachte offertes voor het opstellen van een Startnotitie Gemeentelijk Archeologiebeleid de ‘Startnotitie Archeologiebeleid Heerenveen’ opgesteld.

Atelier Fryslân en Architectuur en Ruimtelijke Kwaliteit fryslân (ARKf)

Atelier Fryslân en Architectuur en Ruimtelijke Kwaliteit fryslân (ARKf)

Atelier Fryslân

Atelier Fryslân

Een belangrijk instrument voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteit vormt het “Atelier Fryslân, een onafhankelijk werkatelier dat gevraagd en ongevraagd adviezen geeft, inspireert en stimuleert.” Recent zijn de eerste algemene adviezen waaronder een advies over de mogelijkheden voor plaatsing van windturbines in Fryslân gereedgekomen. Het atelier vormt één van de uitvoeringsinstrumenten gekoppeld aan het Streekplan Fryslân dat ruimtelijke kwaliteit als leidraad kent. Aan het atelier is een Atelierraad verbonden die is samengesteld uit “vertegenwoordigers van de belangrijkste organisaties op het gebied van uitvoering en toetsing van ruimtelijke kwaliteit in Fryslân.” De raad heeft de functie van klankbord en stelt samen met de atelierleider het jaarprogramma op. Hûs en hiem heeft zitting in deze raad, waarbij het bureau de inzet heeft om de loketfunctie voor de gemeenten te vormen. Via hûs en hiem kunnen de gemeentelijke wensen en vragen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit aan de orde worden gesteld.

Een belangrijk instrument voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteit vormt het “Atelier Fryslân, een onafhankelijk werkatelier dat gevraagd en ongevraagd adviezen geeft, inspireert en stimuleert.” Recent zijn de eerste algemene adviezen waaronder een advies over de mogelijkheden voor plaatsing van windturbines in Fryslân gereedgekomen. Het atelier vormt één van de uitvoeringsinstrumenten gekoppeld aan het Streekplan Fryslân dat ruimtelijke kwaliteit als leidraad kent. Aan het atelier is een Atelierraad verbonden die is samengesteld uit “vertegenwoordigers van de belangrijkste organisaties op het gebied van uitvoering en toetsing van ruimtelijke kwaliteit in Fryslân.” De raad heeft de functie van klankbord en stelt samen met de atelierleider het jaarprogramma op. Hûs en hiem heeft zitting in deze raad, waarbij het bureau de inzet heeft om de loketfunctie voor de gemeenten te vormen. Via hûs en hiem kunnen de gemeentelijke wensen en vragen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit aan de orde worden gesteld.

22

22


Architectuur en Ruimtelijke Kwaliteit fryslân (ARKf)

Architectuur en Ruimtelijke Kwaliteit fryslân (ARKf)

ARK fryslân wil een zo breed mogelijk publiek bij (het debat over) de ruimtelijke kwaliteit binnen Fryslân betrekken. In deze zin kent het een vergelijkbare missie als hûs en hiem, die immers de schoonheid van stad, dorp en land nastreeft. Het jaar 2009 is het eerste jaar geweest waarin het ambitieuze programma zoals dat in het beleidsplan Maximaal Drijfvermogen is geformuleerd met succes is uitgevoerd. Zo hebben op de ark, het drijvende debatcentrum, op locaties in Sneek, Drachten, en Heerenveen uitgebreide programma’s over de lokale ruimtelijke kwaliteit gedraaid, waarbij een veelheid aan doelgroepen aan boord zijn geweest: (landschaps)architecten, stedenbouwkundigen, beeldend kunstenaars, bestuurders, ambtenaren maar toch zeker ook veel burgers, studenten en jeugd.

ARK fryslân wil een zo breed mogelijk publiek bij (het debat over) de ruimtelijke kwaliteit binnen Fryslân betrekken. In deze zin kent het een vergelijkbare missie als hûs en hiem, die immers de schoonheid van stad, dorp en land nastreeft. Het jaar 2009 is het eerste jaar geweest waarin het ambitieuze programma zoals dat in het beleidsplan Maximaal Drijfvermogen is geformuleerd met succes is uitgevoerd. Zo hebben op de ark, het drijvende debatcentrum, op locaties in Sneek, Drachten, en Heerenveen uitgebreide programma’s over de lokale ruimtelijke kwaliteit gedraaid, waarbij een veelheid aan doelgroepen aan boord zijn geweest: (landschaps)architecten, stedenbouwkundigen, beeldend kunstenaars, bestuurders, ambtenaren maar toch zeker ook veel burgers, studenten en jeugd.

Daarnaast organiseert ARK fryslân ten behoeve van de provincie de selectie en uitreiking van de tweejaarlijkse provinciale Architectuurprijs Vredeman de Vries. In 2009 heeft hûs en hiem weer zorg gedragen voor de daaraan verbonden tentoonstelling van de genomineerde plannen door deze langs de gemeentehuizen van alle Friese gemeenten te laten rouleren.

Daarnaast organiseert ARK fryslân ten behoeve van de provincie de selectie en uitreiking van de tweejaarlijkse provinciale Architectuurprijs Vredeman de Vries. In 2009 heeft hûs en hiem weer zorg gedragen voor de daaraan verbonden tentoonstelling van de genomineerde plannen door deze langs de gemeentehuizen van alle Friese gemeenten te laten rouleren.

23

23


Federatie Welstand / Dirov

Federatie Welstand / Dirov

De Federatie Welstand is de landelijke koepel en het aanspreekpunt voor de welstandszorg en de monumentenzorg in Nederland. De Federatie behartigt de belangen van de bij haar aangesloten welstands- en monumentencommissies en -organisaties (WMO) en zet zich in voor een effectief en efficiënt welstands- en monumententoezicht als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteitszorg op gemeentelijk niveau.

De Federatie Welstand is de landelijke koepel en het aanspreekpunt voor de welstandszorg en de monumentenzorg in Nederland. De Federatie behartigt de belangen van de bij haar aangesloten welstands- en monumentencommissies en -organisaties (WMO) en zet zich in voor een effectief en efficiënt welstands- en monumententoezicht als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteitszorg op gemeentelijk niveau.

Vanuit deze positie neemt de Federatie deel aan de landelijke discussie over beleid en instrumentarium voor ruimtelijke kwaliteit. In het jaar 2009 hebben de activiteiten zich toegespitst op de gevolgen van de gewijzigde Woningwet, dit vooral ook in het licht van de evaluatie van de nieuwe Woningwet. Dit alles tegen de achtergrond van de voorgestane deregulering, de ingrijpende stelsel- en beleidswijziging in de ruimtelijke ordening en de voorgenomen invoering van de Omgevingsvergunning. Het evaluatieonderzoek richtte zich op de vraag in hoeverre de huidige regeling van het welstandstoezicht voldoet aan de doelstellingen die de wetgever daaraan ten grondslag heeft gelegd. De conclusie kan niet anders worden gelezen dan dat dit zonder meer het geval is. Uit de evaluatie blijkt zonneklaar dat de gemeenten en de welstandsadviseurs met vlag en wimpel zijn geslaagd. Nagenoeg alle nieuwe elementen van de Woningwet zijn voorbeeldig uitgevoerd. Gemeenten hebben optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die de wet biedt om te differentiëren, om lokaal maatwerk te bieden. Met uitzondering van de discussie die is aangeslingerd door de Taskforce Deregulering Bouwregelgeving, die voorstelt om de wettelijke eis van de onafhankelijkheid van de welstandscommissie te laten vervallen, lijkt er geen aanleiding zijn om het welstandstelsel op korte termijn te herzien. Met betrekking tot het genoemde voornemen om de onafhankelijkheid van de commissie te schrappen moet worden vastgesteld dat het kabinet hierover nog

Vanuit deze positie neemt de Federatie deel aan de landelijke discussie over beleid en instrumentarium voor ruimtelijke kwaliteit. In het jaar 2009 hebben de activiteiten zich toegespitst op de gevolgen van de gewijzigde Woningwet, dit vooral ook in het licht van de evaluatie van de nieuwe Woningwet. Dit alles tegen de achtergrond van de voorgestane deregulering, de ingrijpende stelsel- en beleidswijziging in de ruimtelijke ordening en de voorgenomen invoering van de Omgevingsvergunning. Het evaluatieonderzoek richtte zich op de vraag in hoeverre de huidige regeling van het welstandstoezicht voldoet aan de doelstellingen die de wetgever daaraan ten grondslag heeft gelegd. De conclusie kan niet anders worden gelezen dan dat dit zonder meer het geval is. Uit de evaluatie blijkt zonneklaar dat de gemeenten en de welstandsadviseurs met vlag en wimpel zijn geslaagd. Nagenoeg alle nieuwe elementen van de Woningwet zijn voorbeeldig uitgevoerd. Gemeenten hebben optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die de wet biedt om te differentiëren, om lokaal maatwerk te bieden. Met uitzondering van de discussie die is aangeslingerd door de Taskforce Deregulering Bouwregelgeving, die voorstelt om de wettelijke eis van de onafhankelijkheid van de welstandscommissie te laten vervallen, lijkt er geen aanleiding zijn om het welstandstelsel op korte termijn te herzien. Met betrekking tot het genoemde voornemen om de onafhankelijkheid van de commissie te schrappen moet worden vastgesteld dat het kabinet hierover nog

24

24


geen standpunt heeft ingenomen, met name ook omdat van vele kanten, zoals ook door het College van Rijksadviseurs, stevige bezwaren zijn ingebracht. Voorts vindt, net zoals dat ook binnen Fryslân aan de orde is, landelijk de discussie plaats om de gemeentelijke welstandscommissie om te vormen tot een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, dit door de adviestaak uit te breiden met de advisering over de ruimtelijke kwaliteit van stedenbouwkundige en landschappelijke transformaties.

geen standpunt heeft ingenomen, met name ook omdat van vele kanten, zoals ook door het College van Rijksadviseurs, stevige bezwaren zijn ingebracht. Voorts vindt, net zoals dat ook binnen Fryslân aan de orde is, landelijk de discussie plaats om de gemeentelijke welstandscommissie om te vormen tot een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, dit door de adviestaak uit te breiden met de advisering over de ruimtelijke kwaliteit van stedenbouwkundige en landschappelijke transformaties.

Het is spijtig dat medio 2009 het besluit moest worden genomen om de uitgave van het op zichzelf zeer geslaagde blad Oog voor Welstand, waarin sinds 2008 een regiospecifiek katern van hûs en hiem is opgenomen, te moeten stoppen. Verklarend daarvoor zijn de bezuinigingen die de WMO’-s als gevolg van de crisis hebben moeten doorvoeren. Immers de kosten van het blad dat gratis aan de deelnemende gemeenten en de commissieleden werd toegezonden, kwamen voor rekening van de WMO’s.

Het is spijtig dat medio 2009 het besluit moest worden genomen om de uitgave van het op zichzelf zeer geslaagde blad Oog voor Welstand, waarin sinds 2008 een regiospecifiek katern van hûs en hiem is opgenomen, te moeten stoppen. Verklarend daarvoor zijn de bezuinigingen die de WMO’-s als gevolg van de crisis hebben moeten doorvoeren. Immers de kosten van het blad dat gratis aan de deelnemende gemeenten en de commissieleden werd toegezonden, kwamen voor rekening van de WMO’s.

Het DIROV (Directeurenoverleg Regionale Welstandsorganisaties) vervult daarnaast de rol van ‘klankbordgroep’ voor de Federatie Welstand. Veelvuldig heeft afstemming plaatsgevonden over de procedurele en inhoudelijke gevolgen van de voorgenomen wijzigingen in de regelgeving en de dienstverlening die de regionale welstandsorganisaties in dat kader aan hun deelnemende gemeenten kunnen bieden. Vastgesteld is dat dit samenwerkingsverband beschikt over ruim 200 deskundigen op het terrein van landschap, stedenbouw,architectuur, monumentenzorg en archeologie, die kunnen worden ingezet voor een veelheid aan planvormen en adviesaanvragen. Uitwisseling en gemeenschappelijke inzet van medewerkers is dan in beeld. Besloten is dat de organisaties zich landelijk onder de naam Team Ruimtelijke Kwaliteit Nederland zullen presenteren, waarbij hûs en hiem onder de naam Team Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân deelneemt.

Het DIROV (Directeurenoverleg Regionale Welstandsorganisaties) vervult daarnaast de rol van ‘klankbordgroep’ voor de Federatie Welstand. Veelvuldig heeft afstemming plaatsgevonden over de procedurele en inhoudelijke gevolgen van de voorgenomen wijzigingen in de regelgeving en de dienstverlening die de regionale welstandsorganisaties in dat kader aan hun deelnemende gemeenten kunnen bieden. Vastgesteld is dat dit samenwerkingsverband beschikt over ruim 200 deskundigen op het terrein van landschap, stedenbouw,architectuur, monumentenzorg en archeologie, die kunnen worden ingezet voor een veelheid aan planvormen en adviesaanvragen. Uitwisseling en gemeenschappelijke inzet van medewerkers is dan in beeld. Besloten is dat de organisaties zich landelijk onder de naam Team Ruimtelijke Kwaliteit Nederland zullen presenteren, waarbij hûs en hiem onder de naam Team Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân deelneemt.

25

25


Organisatie

Organisatie

Bestuur. In de samenstelling van het Algemeen Bestuur hebben zich enkele wijzigingen voorgedaan waar enkele wethouders hun functie hebben neergelegd. De betreffende gemeenten hebben in de vervanging voorzien. In het Dagelijks Bestuur is in het begin van het jaar de heer M. Scheweer, wethouder van de gemeente Heerenveen als opvolger van mw. Waanders, thans burgemeester van Dongeradeel, aangetreden. Aan het einde van het jaar is, als gevolg van de benoeming van de heer F. Veenstra, wethouder van de gemeente Smallingerland, als burgemeester van Franekeradeel naast een personele ook een functionele vacature ontstaan, te weten, die van het penningmeesterschap. De heer B. Bakker, wethouder van de gemeente Tytsjerksteradiel, is daarop in die functie benoemd.

Bestuur. In de samenstelling van het Algemeen Bestuur hebben zich enkele wijzigingen voorgedaan waar enkele wethouders hun functie hebben neergelegd. De betreffende gemeenten hebben in de vervanging voorzien. In het Dagelijks Bestuur is in het begin van het jaar de heer M. Scheweer, wethouder van de gemeente Heerenveen als opvolger van mw. Waanders, thans burgemeester van Dongeradeel, aangetreden. Aan het einde van het jaar is, als gevolg van de benoeming van de heer F. Veenstra, wethouder van de gemeente Smallingerland, als burgemeester van Franekeradeel naast een personele ook een functionele vacature ontstaan, te weten, die van het penningmeesterschap. De heer B. Bakker, wethouder van de gemeente Tytsjerksteradiel, is daarop in die functie benoemd.

Voor de elfde keer heeft een zonder meer geslaagde (inhoudelijke), ditmaal eendaagse excursie voor de leden van het Dagelijks Bestuur en de welstands- en monumentenadviseurs plaatsgevonden. De studieobjecten in Leeuwarden, Eemshaven en Delfzijl betroffen duurzame energieprojecten als de mestvergistingsinstallaties bij de proefboerderij Bosma State, de daarop aangesloten gasgenerator voor de nieuwbouwwijk Zuidlanden en de windmolenparken bij de Eemshaven. Daarnaast is de krimpproblematiek aan de hand van de schrijnende ervaringen binnen de gemeente Delfzijl verkend.

Voor de elfde keer heeft een zonder meer geslaagde (inhoudelijke), ditmaal eendaagse excursie voor de leden van het Dagelijks Bestuur en de welstands- en monumentenadviseurs plaatsgevonden. De studieobjecten in Leeuwarden, Eemshaven en Delfzijl betroffen duurzame energieprojecten als de mestvergistingsinstallaties bij de proefboerderij Bosma State, de daarop aangesloten gasgenerator voor de nieuwbouwwijk Zuidlanden en de windmolenparken bij de Eemshaven. Daarnaast is de krimpproblematiek aan de hand van de schrijnende ervaringen binnen de gemeente Delfzijl verkend.

Delfzijl

Delfzijl

Krimpkaart Frysl芒n

Personeel. In het verslagjaar hebben twee welstandsadviseurs afscheid genomen, te weten, Henny Bruynzeel, die na eerst op detacheringbasis stedenbouwkundige werkzaamheden voor de gemeente Smallingerland heeft verricht, daarna bij deze gemeente in vaste dienst is getreden en Grytsje Schaaf, die voor een fulltime functie bij de NHL heeft gekozen boven de deeltijdfunctie die zij bij h没s en hiem vervulde.

26

Krimpkaart Frysl芒n

Personeel. In het verslagjaar hebben twee welstandsadviseurs afscheid genomen, te weten, Henny Bruynzeel, die na eerst op detacheringbasis stedenbouwkundige werkzaamheden voor de gemeente Smallingerland heeft verricht, daarna bij deze gemeente in vaste dienst is getreden en Grytsje Schaaf, die voor een fulltime functie bij de NHL heeft gekozen boven de deeltijdfunctie die zij bij h没s en hiem vervulde.

26


Bruynzeelsterhim

Schaafsterlân

Bruynzeelsterhim

Schaafsterlân

Daarnaast hebben 4 medewerkers op vrijwillige basis gekozen voor een vermindering van hun arbeidsduur. Dit heeft geleid tot een vermindering met 22 % in de bezetting welstandsadviseurs. Binnen de administratie is de bezetting door arbeidsduurverkorting met 17 % afgenomen. Tenslotte kan worden vermeld dat het ziekteverzuim van de organisatie voor het verslagjaar 2,03% heeft bedragen.

Daarnaast hebben 4 medewerkers op vrijwillige basis gekozen voor een vermindering van hun arbeidsduur. Dit heeft geleid tot een vermindering met 22 % in de bezetting welstandsadviseurs. Binnen de administratie is de bezetting door arbeidsduurverkorting met 17 % afgenomen. Tenslotte kan worden vermeld dat het ziekteverzuim van de organisatie voor het verslagjaar 2,03% heeft bedragen.

Het jaarlijkse personeelsuitje heeft gewoontegetrouw behalve een ‘educatief’, toch vooral ook een ‘sociaal’ karakter, waarbij dit jaar de gelegenheid te baat is genomen om sportief af te reageren op de crisis; in weer en wind werd het waterlandschap van midden Fryslân verkend.

Het jaarlijkse personeelsuitje heeft gewoontegetrouw behalve een ‘educatief’, toch vooral ook een ‘sociaal’ karakter, waarbij dit jaar de gelegenheid te baat is genomen om sportief af te reageren op de crisis; in weer en wind werd het waterlandschap van midden Fryslân verkend.

Na een vaartocht en een survivaltocht op de fiets waar de vaar- en rijvaardigheid van alle medewerkers aan de kaak zijn gesteld, zijn de geheel geschokte zenuwen weer tot rust gekomen tijdens enkele zeer tevredenstellende eet- en drinkexercities. Als immer zijn daarbij de opgedane ervaringen geëvalueerd.

Na een vaartocht en een survivaltocht op de fiets waar de vaar- en rijvaardigheid van alle medewerkers aan de kaak zijn gesteld, zijn de geheel geschokte zenuwen weer tot rust gekomen tijdens enkele zeer tevredenstellende eet- en drinkexercities. Als immer zijn daarbij de opgedane ervaringen geëvalueerd.

27

27


JAARREKENING 2009 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING hûs en hiem

JAARREKENING 2009 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING hûs en hiem

Balans

Balans

31.12.2009

31.12.2008

Activa

Activa

vaste activa

vaste activa

materiële vaste activa investeringen met een economisch nut

96.367

121.828

immateriële vaste activa

18.878

28.551

vlottende activa

Debiteuren nog te factureren werkzaamheden depot TNT post Banksaldo

materiële vaste activa investeringen met een economisch nut

96.367

121.828

immateriële vaste activa

18.878

28.551

12.167 53.451 290

78.134

Debiteuren nog te factureren werkzaamheden depot TNT post Banksaldo

163.079 65.908

241.213

1.478

1.002

182.631

392.594

Passiva

vaste passiva

vaste passiva

282.318 -265.911

Eigen vermogen algemene reserve nog te bestemmen resultaat

278.604 3.714 16.407

282.318

Voorzieningen voorziening groot onderhoud

10.000

10.000

vlottende passiva Bankschuld

68.360

19.117 6.368

overlopende passiva

Totaal

28

25.485

33.243

62.379

67.033

182.631

392.594

78.134

163.079 65.908

241.213

1.478

1.002

182.631

392.594

282.318 -265.911

278.604 3.714 16.407

282.318

Voorzieningen voorziening groot onderhoud

10.000

10.000

vlottende passiva Bankschuld

68.360

netto-vlottende schulden Crediteuren nog te ontvangen inkoopfacturen

33.243

12.167 53.451 290

overlopende activa

Passiva

netto-vlottende schulden Crediteuren nog te ontvangen inkoopfacturen

31.12.2008

vlottende activa

overlopende activa

Eigen vermogen algemene reserve nog te bestemmen resultaat

31.12.2009

19.117 6.368

overlopende passiva

Totaal

28

33.243 25.485

33.243

62.379

67.033

182.631

392.594


TOELICHTING OP DE BALANS

TOELICHTING OP DE BALANS

Waarderingsgrondslagen

Waarderingsgrondslagen

Hûs en hiem past het systeem van lineaire afschrijving toe. Afschrijving op activa start in het jaar volgend op de aanschaf. De nieuwe richtlijnen van de fiscus worden toegepast, waardoor bijvoorbeeld computerapparatuur niet meer in drie jaar, maar in vijf jaar wordt afgeschreven.

Hûs en hiem past het systeem van lineaire afschrijving toe. Afschrijving op activa start in het jaar volgend op de aanschaf. De nieuwe richtlijnen van de fiscus worden toegepast, waardoor bijvoorbeeld computerapparatuur niet meer in drie jaar, maar in vijf jaar wordt afgeschreven.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa

Het verloop van deze post in 2009 was als volgt: Boekwaarde per 1 januari 2009 Investering Afschrijvingen Boekwaarde 31 december 2009

€ -

121.828,00 0,00 25.461,00

€

96.367,00

Het verloop van deze post in 2009 was als volgt: Boekwaarde per 1 januari 2009 Investering Afschrijvingen Boekwaarde 31 december 2009

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa

Het verloop van deze post in 2009 was als volgt: Boekwaarde per 1 januari 2009 Investering Afschrijving

Het verloop van deze post in 2009 was als volgt: Boekwaarde per 1 januari 2009 Investering Afschrijving

Boekwaarde 31 december 2009

€ -

28.551,00 0,00 9.673,00

€

18.878,00

Boekwaarde 31 december 2009

€ -

121.828,00 0,00 25.461,00

€

96.367,00

€ -

28.551,00 0,00 9.673,00

€

18.878,00

Vlottende activa

Vlottende activa

Het door hûs en hiem gehanteerde systeem van voorschotnota’s levert een geldstroom op die normaliter in de pas loopt met de vaste maandelijkse lasten (salarissen, premies, etc.). Mede door deze voorschotnota’s is er weinig zorg nodig voor debiteurenbeheer. Het openstaande saldo aan vorderingen per 31 december 2009 bedraagt € 12.167. Het saldo aan nog te factureren werkzaamheden in 2009 bedraagt per 31 december 2009: € 53.451

Het door hûs en hiem gehanteerde systeem van voorschotnota’s levert een geldstroom op die normaliter in de pas loopt met de vaste maandelijkse lasten (salarissen, premies, etc.). Mede door deze voorschotnota’s is er weinig zorg nodig voor debiteurenbeheer. Het openstaande saldo aan vorderingen per 31 december 2009 bedraagt € 12.167. Het saldo aan nog te factureren werkzaamheden in 2009 bedraagt per 31 december 2009: € 53.451

Het saldo van de rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten was op 31 december € 68.623 negatief. Het saldo van de handelsrekening bij de Friesland Bank was per 31 december € 263 positief.

Het saldo van de rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten was op 31 december € 68.623 negatief. Het saldo van de handelsrekening bij de Friesland Bank was per 31 december € 263 positief.

De kredietfaciliteit die hûs en hiem bij de Bank Nederlandse Gemeenten geniet, betreft een bedrag van € 500.000.

De kredietfaciliteit die hûs en hiem bij de Bank Nederlandse Gemeenten geniet, betreft een bedrag van € 500.000.

29

29


Algemene reserve

Algemene reserve

Verloop algemene reserve

Verloop algemene reserve 2009

2008

saldo per 1 januari toevoeging resultaat voorgaand jaar

278.604 3.714

211.945 66.659

saldo per 31 december

282.318

278.604

2009

2008

saldo per 1 januari toevoeging resultaat voorgaand jaar

278.604 3.714

211.945 66.659

saldo per 31 december

282.318

278.604

Nog te bestemmen resultaat

Nog te bestemmen resultaat

Dit betreft het negatieve resultaat over 2009 ad € 265.911, waarmee de algemene reserve per 1-1-2010 uitkomt op € 16.407

Dit betreft het negatieve resultaat over 2009 ad € 265.911, waarmee de algemene reserve per 1-1-2010 uitkomt op € 16.407

Voorzieningen

Voorzieningen

Aangezien er in 2009 geen onttrekking aan de voorziening groot onderhoud heeft plaats gehad en ook geen toevoeging, is het saldo van deze rekening per ultimo 2009 gehandhaafd op €10.000.

Aangezien er in 2009 geen onttrekking aan de voorziening groot onderhoud heeft plaats gehad en ook geen toevoeging, is het saldo van deze rekening per ultimo 2009 gehandhaafd op €10.000.

Vlottende passiva

Vlottende passiva

De post overige schulden onder de netto-vlottende schulden betreft voor € 19.117 nog niet betaalde crediteuren per 31 december en voor € 6.368 aan nog niet ontvangen facturen.

De post overige schulden onder de netto-vlottende schulden betreft voor € 19.117 nog niet betaalde crediteuren per 31 december en voor € 6.368 aan nog niet ontvangen facturen.

Overlopende passiva

Overlopende passiva

Onder overlopende passiva is een bedrag opgenomen voor € 62.379 aan transitoria (omzetbelasting, loonheffing en andere kosten die pas in een volgend boekjaar tevoorschijn komen).

Onder overlopende passiva is een bedrag opgenomen voor € 62.379 aan transitoria (omzetbelasting, loonheffing en andere kosten die pas in een volgend boekjaar tevoorschijn komen).

30

30


Toelichting op de winst- en verliesrekening

Toelichting op de winst- en verliesrekening

Kapitaallasten (Zie de staat van activa) In 2009 zijn er geen investeringen gedaan.

Kapitaallasten (Zie de staat van activa) In 2009 zijn er geen investeringen gedaan.

Personeelslasten Het boekjaar 2009 kenmerkt zich onder meer door flinke bewegingen in de Personeelslasten. Vanwege de al in het begin van 2009 sterk teruggelopen inkomsten uit adviesgelden, is zo snel mogelijk in de personele kosten ingegrepen. Getroffen maatregelen zijn naast het voeren van een actief detacheringbeleid, het terugbrengen van het aantal FTE’s geweest. Van een tweetal welstandsadviseurs is lopende het jaar op eigen verzoek de arbeidsovereenkomst beëindigd. Daarnaast is de omvang van een tijdelijk arbeidscontract van een medewerkster op de administratie teruggebracht van 36 naar 24 uur. Het inhuren van vervangers bij ziekte van eigen personeel is reeds vroeg in 2009 stopgezet. Per 1 april 2009 is ook het inhuren van de archeoloog gestaakt. Als gevolg van deze maatregelen zijn er ten opzichte van de begroting flinke besparingen gerealiseerd. Ten opzichte van de rekening 2008 zelfs bijna een ton.

Personeelslasten Het boekjaar 2009 kenmerkt zich onder meer door flinke bewegingen in de Personeelslasten. Vanwege de al in het begin van 2009 sterk teruggelopen inkomsten uit adviesgelden, is zo snel mogelijk in de personele kosten ingegrepen. Getroffen maatregelen zijn naast het voeren van een actief detacheringbeleid, het terugbrengen van het aantal FTE’s geweest. Van een tweetal welstandsadviseurs is lopende het jaar op eigen verzoek de arbeidsovereenkomst beëindigd. Daarnaast is de omvang van een tijdelijk arbeidscontract van een medewerkster op de administratie teruggebracht van 36 naar 24 uur. Het inhuren van vervangers bij ziekte van eigen personeel is reeds vroeg in 2009 stopgezet. Per 1 april 2009 is ook het inhuren van de archeoloog gestaakt. Als gevolg van deze maatregelen zijn er ten opzichte van de begroting flinke besparingen gerealiseerd. Ten opzichte van de rekening 2008 zelfs bijna een ton.

31

31


Directe personeelskosten Indirecte personeelskosten Externe personeelskosten Totaal

Rekening 2009

Begroting 2009

Rekening 2008

807.535 16.710 71.121

825.000 25.000 98.000

846.127 52.241 92.285

895.366

948.000

990.653

Directe personeelskosten Indirecte personeelskosten Externe personeelskosten Totaal

Rekening 2009

Begroting 2009

Rekening 2008

807.535 16.710 71.121

825.000 25.000 98.000

846.127 52.241 92.285

895.366

948.000

990.653

Huisvesting/Apparaatskosten

Huisvesting/Apparaatskosten

Huisvesting: In 2009 is geen verdere toevoeging aan de Voorziening groot onderhoud gedaan. Mede dankzij een zacht voorjaar is het verbruik aan gas flink teruggelopen. Ook op de kosten van elektriciteit is bezuinigd. De totale kosten voor huisvesting zijn daarmee ten opzichte van de begroting flink gedaald. Kantoorkosten: Voor de nog immer in ontwikkeling zijnde softwarepakketten IWO1 en IWO2 (waarvan de totale kosten door 6 welstandorganisaties worden gedragen) zijn ons in 2009 enkele flinke te betalen bedragen toegerekend die overigens deels uit 2007 en 2008 stammen, in totaal € 39.632. Dit was niet begroot. Dankzij enkele besparingen op andere kantoorkosten is de budgetoverschrijding beperkt gebleven tot € 23.400. Organisatiekosten: De kosten voor het magazine ‘Oog voor Welstand’ bedroegen in 2009 € 9.520. Inmiddels is de deelname aan deze uitgave stopgezet. Voor de langs gemeentehuizen rondreizende architectuurtentoonstelling over de Vredeman-de-Vriesprijs is een catalogus gemaakt. De extra kosten hiervoor hebben in 2009 € 8.500 bedragen. Dit is niet op Kosten voorlichting geboekt, waardoor op die post een besparing van ruim €12.000 is gerealiseerd. Per saldo is onder Organisatiekosten iets minder uitgegeven dan werd begroot.

Huisvesting: In 2009 is geen verdere toevoeging aan de Voorziening groot onderhoud gedaan. Mede dankzij een zacht voorjaar is het verbruik aan gas flink teruggelopen. Ook op de kosten van elektriciteit is bezuinigd. De totale kosten voor huisvesting zijn daarmee ten opzichte van de begroting flink gedaald. Kantoorkosten: Voor de nog immer in ontwikkeling zijnde softwarepakketten IWO1 en IWO2 (waarvan de totale kosten door 6 welstandorganisaties worden gedragen) zijn ons in 2009 enkele flinke te betalen bedragen toegerekend die overigens deels uit 2007 en 2008 stammen, in totaal € 39.632. Dit was niet begroot. Dankzij enkele besparingen op andere kantoorkosten is de budgetoverschrijding beperkt gebleven tot € 23.400. Organisatiekosten: De kosten voor het magazine ‘Oog voor Welstand’ bedroegen in 2009 € 9.520. Inmiddels is de deelname aan deze uitgave stopgezet. Voor de langs gemeentehuizen rondreizende architectuurtentoonstelling over de Vredeman-de-Vriesprijs is een catalogus gemaakt. De extra kosten hiervoor hebben in 2009 € 8.500 bedragen. Dit is niet op Kosten voorlichting geboekt, waardoor op die post een besparing van ruim €12.000 is gerealiseerd. Per saldo is onder Organisatiekosten iets minder uitgegeven dan werd begroot.

32

32


De opstelling van de Huisvesting/Apparaatskosten:

Huisvesting Voorziening groot onderhoud Onderhoudskosten gebouw Onderhoudskosten tuin Schoonmaakkosten Gas en elektrisch Water Huisvuilkosten Overige kosten Kantoorkosten Kantoorkosten Kantine Drukwerk Kosten kopieermachine Kosten website Kosten automatisering Kosten IWO Overige kantoorkosten Organisatiekosten Verzekeringen Contributies Abonnementen/boeken Porti Telefonie Belastingen divers Accountantskosten Kosten representatie Kosten voorlichting Kosten fotografie Kosten Oog voor Welstand Kosten DIROV Kosten personeelsreisje Kosten expositie VdV-prijs Bestuurskosten Kosten publicaties Diverse organisatiekosten Productiekosten projecten * Freelance kosten projecten* Diverse kosten projecten* Onvoorzien Totaal

De opstelling van de Huisvesting/Apparaatskosten:

Rekening 2009

Begroting 2009

Rekening 2008

0 2.027 722 10.400 4.431 100 400 455

5.000 2.000 1.000 10.000 6.300 200 500 0

5.000 3.657 637 10.048 5.727 98 426 575

1.896 792 2.596 1.996 1.805 8.152 39.632 1.551

5.000 750 7.500 1.250 500 10.000 0 0

2.646 834 5.456 1.300 136 23.893 0 773

2.359 15.461 991 3.395 3.250 2.914 5.650 46 1.184 169 9.520 577 826 13.024 0 200 3.674 24.899 1.201 5.360

2.000 12.500 1.500 3.500 4.500 3.000 5.000 3.500 15.000 500 0 1.500 2.000 3.500 5.000 0 4.000 0 0 0

2.335 12.925 1.390 3.596 3.045 2.762 4.600 452 238 25 16.050 1.086 3.459 5.326 0 1.057 3.114 14.460 3.001 4.777

0

5.000

0

171.655

122.000

144.904

Huisvesting Voorziening groot onderhoud Onderhoudskosten gebouw Onderhoudskosten tuin Schoonmaakkosten Gas en elektrisch Water Huisvuilkosten Overige kosten Kantoorkosten Kantoorkosten Kantine Drukwerk Kosten kopieermachine Kosten website Kosten automatisering Kosten IWO Overige kantoorkosten Organisatiekosten Verzekeringen Contributies Abonnementen/boeken Porti Telefonie Belastingen divers Accountantskosten Kosten representatie Kosten voorlichting Kosten fotografie Kosten Oog voor Welstand Kosten DIROV Kosten personeelsreisje Kosten expositie VdV-prijs Bestuurskosten Kosten publicaties Diverse organisatiekosten Productiekosten projecten * Freelance kosten projecten* Diverse kosten projecten* Onvoorzien Totaal

Rekening 2009

Begroting 2009

Rekening 2008

0 2.027 722 10.400 4.431 100 400 455

5.000 2.000 1.000 10.000 6.300 200 500 0

5.000 3.657 637 10.048 5.727 98 426 575

1.896 792 2.596 1.996 1.805 8.152 39.632 1.551

5.000 750 7.500 1.250 500 10.000 0 0

2.646 834 5.456 1.300 136 23.893 0 773

2.359 15.461 991 3.395 3.250 2.914 5.650 46 1.184 169 9.520 577 826 13.024 0 200 3.674 24.899 1.201 5.360

2.000 12.500 1.500 3.500 4.500 3.000 5.000 3.500 15.000 500 0 1.500 2.000 3.500 5.000 0 4.000 0 0 0

2.335 12.925 1.390 3.596 3.045 2.762 4.600 452 238 25 16.050 1.086 3.459 5.326 0 1.057 3.114 14.460 3.001 4.777

0

5.000

0

171.655

122.000

144.904

*NB. De Productiekosten projecten, Freelance kosten projecten en Diverse kosten projecten zijn kosten (€ 31.460) van voor gemeenten uitgevoerde projecten (t.w.v. € 40.860).

*NB. De Productiekosten projecten, Freelance kosten projecten en Diverse kosten projecten zijn kosten (€ 31.460) van voor gemeenten uitgevoerde projecten (t.w.v. € 40.860).

33

33


Adviesgelden Aan inkomsten werd in 2009 totaal € 837.419 geboekt, bijna € 340.000 minder dan in 2008. Vooral aan inkomsten uit adviesgeld werd in 2009 minder geboekt (€ 772.959) ten opzichte van 2008 (€ 1.160.761). Dit is te verklaren uit het sterk afgenomen aantal adviesaanvragen, 21% minder dan in 2008. Daarbij gevoegd is het gemiddelde bedrag aan advieskosten in 2009 per aanvraag ten opzichte van 2008 met meer dan 15% gedaald.

Adviesgelden Aan inkomsten werd in 2009 totaal € 837.419 geboekt, bijna € 340.000 minder dan in 2008. Vooral aan inkomsten uit adviesgeld werd in 2009 minder geboekt (€ 772.959) ten opzichte van 2008 (€ 1.160.761). Dit is te verklaren uit het sterk afgenomen aantal adviesaanvragen, 21% minder dan in 2008. Daarbij gevoegd is het gemiddelde bedrag aan advieskosten in 2009 per aanvraag ten opzichte van 2008 met meer dan 15% gedaald.

Uit diverse activiteiten (second opinions, inventarisaties gemeentelijke monumenten, e.d.) is wel flink geplust: € 62.936 in 2009 ten opzichte van € 9.780 in 2008.

Uit diverse activiteiten (second opinions, inventarisaties gemeentelijke monumenten, e.d.) is wel flink geplust: € 62.936 in 2009 ten opzichte van € 9.780 in 2008.

Het gemiddeld aantal behandelingen per dossier is gestegen van 1,54 in 2008 naar 1,57 in 2009. Een minieme stijging van 2%. Het aandeel vooroverlegplannen neemt relatief toe, hoewel het absolute aantal in 2009 licht is gedaald.

Het gemiddeld aantal behandelingen per dossier is gestegen van 1,54 in 2008 naar 1,57 in 2009. Een minieme stijging van 2%. Het aandeel vooroverlegplannen neemt relatief toe, hoewel het absolute aantal in 2009 licht is gedaald.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur als bedoeld in art. 33 en 34 van de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regeling “hûs en hiem”. d.d.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur als bedoeld in art. 33 en 34 van de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regeling “hûs en hiem”. d.d.

G. van Delft-Jaasma, voorzitter

G. van Delft-Jaasma, voorzitter

J.A.F.A. Timmermans, secretaris

J.A.F.A. Timmermans, secretaris

34

34


Staat van activa rekening hûs en hiem miv 2009 (lineaire afschrijving)

Staat van activa rekening hûs en hiem miv 2009 (lineaire afschrijving)

2009 jaar

omschrijving

looptijd

aanschaf

resterende

percentage

jaren

afschrijving

investering

2009

boekwaarde

afschrijving

boekwaarde

jaar

omschrijving

begin boekjaar

boekjaar

einde boekjaar

aanschaf

looptijd

resterende

percentage

jaren

afschrijving

boekwaarde

2000 2001 2003 2004 2005 2008 2008 2008 2008 2007 2007 2007 2006 2005 2005 2007 2007 2007 2007 2008 2008 1998 1999 2000 2001 2003 2006 2006

Meubilair Meubilair Verlichting Inventaris Inventaris Inventaris (vloerbedekking) Inventaris (Varier-kruk) Inventaris (kasten adm) Inventaris (serviesgoed) Frankeermachine Beamer Optoma EP774 AV install vergaderzaal Presentatiematerialen Autom. Software Autom. Software Autom. Software Computers Computer (adm) Computer (laptop Piet) Computers (8 notebooks) computers (1 notebook + 1 desktop) Huisvesting Huisvesting Huisvesting Huisvesting Huisvesting Kopieermachine Telecom

10 10 10 10 5 10 5 10 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 15 15 15 15 15 5 5

2 3 5 6 2 10 5 10 5 4 4 4 3 2 2 4 4 4 4 5 5 5 6 7 8 10 3 3

rood= immaterieel actief!

20,00% 16,70% 12,50% 11,10% 20,00% 10,00% 20,00% 10,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 50,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 12,50% 11,10% 10,00% 9,10% 7,70% 20,00% 20,00%

boekwaarde

afschrijving

boekwaarde

begin boekjaar

boekjaar

einde boekjaar

boekwaarde

€ 10.659,40 € 2.151,75 € 1.900,43 € 3.766,16 € 885,71 € 15.395,04 € 351,26 € 1.906,67 € 1.000,00 € 840,00 € 963,95 € 6.379,00 € 4.506,65 € 22.290,00 € 25.356,00 € 23.011,00 € 2.666,24 € 1.209,17 € 1.333,12 € 8.632,00 € 1.639,00 € 5.899,14 € 69.932,47 € 26.730,59 € 9.198,58 € 3.403,40 € 7.407,00 € 4.295,00

€ 2.439,24 € 713,05 € 998,19 € 2.315,77 € 354,29 € 15.395,04 € 351,26 € 1.906,67 € 1.000,00 € 672,00 € 771,16 € 5.103,20 € 2.703,99 € 8.916,00 € 10.142,40 € 18.408,80 € 2.132,99 € 967,34 € 1.066,50 € 8.632,00 € 1.639,00 € 2.326,24 € 32.291,09 € 14.340,23 € 5.393,54 € 2.377,92 € 4.444,20 € 2.577,00

€ 1.219,62 € 237,68 € 199,64 € 385,96 € 177,15 € 1.539,50 € 70,25 € 190,67 € 200,00 € 168,00 € 192,79 € 1.275,80 € 901,33 € 4.458,00 € 5.071,20 € 4.602,20 € 533,25 € 241,84 € 266,63 € 1.726,40 € 327,80 € 465,25 € 5.381,85 € 2.048,60 € 674,19 € 237,79 € 1.481,40 € 859,00

€ 1.219,62 € 475,37 € 798,55 € 1.929,81 € 177,15 € 13.855,54 € 281,01 € 1.716,00 € 800,00 € 504,00 € 578,37 € 3.827,40 € 1.802,66 € 4.458,00 € 5.071,20 € 13.806,60 € 1.599,74 € 725,51 € 799,88 € 6.905,60 € 1.311,20 € 1.860,99 € 26.909,24 € 12.291,63 € 4.719,35 € 2.140,13 € 2.962,80 € 1.718,00

€ 263.708,73

€ 150.379,11

€ 35.133,78

€ 115.245,33

2000 2001 2003 2004 2005 2008 2008 2008 2008 2007 2007 2007 2006 2005 2005 2007 2007 2007 2007 2008 2008 1998 1999 2000 2001 2003 2006 2006

Meubilair Meubilair Verlichting Inventaris Inventaris Inventaris (vloerbedekking) Inventaris (Varier-kruk) Inventaris (kasten adm) Inventaris (serviesgoed) Frankeermachine Beamer Optoma EP774 AV install vergaderzaal Presentatiematerialen Autom. Software Autom. Software Autom. Software Computers Computer (adm) Computer (laptop Piet) Computers (8 notebooks) computers (1 notebook + 1 desktop) Huisvesting Huisvesting Huisvesting Huisvesting Huisvesting Kopieermachine Telecom

10 10 10 10 5 10 5 10 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 15 15 15 15 15 5 5

2 3 5 6 2 10 5 10 5 4 4 4 3 2 2 4 4 4 4 5 5 5 6 7 8 10 3 3

rood= immaterieel actief!

35

investering

35

20,00% 16,70% 12,50% 11,10% 20,00% 10,00% 20,00% 10,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 50,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 20,00% 12,50% 11,10% 10,00% 9,10% 7,70% 20,00% 20,00%

€ 10.659,40 € 2.151,75 € 1.900,43 € 3.766,16 € 885,71 € 15.395,04 € 351,26 € 1.906,67 € 1.000,00 € 840,00 € 963,95 € 6.379,00 € 4.506,65 € 22.290,00 € 25.356,00 € 23.011,00 € 2.666,24 € 1.209,17 € 1.333,12 € 8.632,00 € 1.639,00 € 5.899,14 € 69.932,47 € 26.730,59 € 9.198,58 € 3.403,40 € 7.407,00 € 4.295,00

€ 2.439,24 € 713,05 € 998,19 € 2.315,77 € 354,29 € 15.395,04 € 351,26 € 1.906,67 € 1.000,00 € 672,00 € 771,16 € 5.103,20 € 2.703,99 € 8.916,00 € 10.142,40 € 18.408,80 € 2.132,99 € 967,34 € 1.066,50 € 8.632,00 € 1.639,00 € 2.326,24 € 32.291,09 € 14.340,23 € 5.393,54 € 2.377,92 € 4.444,20 € 2.577,00

€ 1.219,62 € 237,68 € 199,64 € 385,96 € 177,15 € 1.539,50 € 70,25 € 190,67 € 200,00 € 168,00 € 192,79 € 1.275,80 € 901,33 € 4.458,00 € 5.071,20 € 4.602,20 € 533,25 € 241,84 € 266,63 € 1.726,40 € 327,80 € 465,25 € 5.381,85 € 2.048,60 € 674,19 € 237,79 € 1.481,40 € 859,00

€ 1.219,62 € 475,37 € 798,55 € 1.929,81 € 177,15 € 13.855,54 € 281,01 € 1.716,00 € 800,00 € 504,00 € 578,37 € 3.827,40 € 1.802,66 € 4.458,00 € 5.071,20 € 13.806,60 € 1.599,74 € 725,51 € 799,88 € 6.905,60 € 1.311,20 € 1.860,99 € 26.909,24 € 12.291,63 € 4.719,35 € 2.140,13 € 2.962,80 € 1.718,00

€ 263.708,73

€ 150.379,11

€ 35.133,78

€ 115.245,33


ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

Het onderhoud aan de kapitaalgoederen (eigen pand, inventaris, computerapparatuur, e.d.) is nodig om de waarde als onderdeel van de weerstandscapaciteit te bestendigen. Tevens dient te worden voorzien in een adequate afschrijving en vervanging. Op de staat van activa is aangegeven wat de financiële last van de afschrijving op de jaarrekening is. Vanaf 1 januari 2006 wordt er lineair afgeschreven. Ook is er inmiddels een voorziening getroffen voor onderhoud gebouw van € 10.000,- geboekt. Hiermede worden onzekere toekomstige uitgaven voor onderhoud grotendeels opgevangen. Het volgende onderhoudsplan is hiertoe opgesteld:

Het onderhoud aan de kapitaalgoederen (eigen pand, inventaris, computerapparatuur, e.d.) is nodig om de waarde als onderdeel van de weerstandscapaciteit te bestendigen. Tevens dient te worden voorzien in een adequate afschrijving en vervanging. Op de staat van activa is aangegeven wat de financiële last van de afschrijving op de jaarrekening is. Vanaf 1 januari 2006 wordt er lineair afgeschreven. Ook is er inmiddels een voorziening getroffen voor onderhoud gebouw van € 10.000,- geboekt. Hiermede worden onzekere toekomstige uitgaven voor onderhoud grotendeels opgevangen. Het volgende onderhoudsplan is hiertoe opgesteld:

Meerjarenonderhoudsplan -Schilderwerk In 2005 is met Van der Geest Schilders een meerjarenonderhoudsplan voor het buitenschilderwerk afgesloten. Het plan voorziet in de volgende verplichtingen:

Meerjarenonderhoudsplan -Schilderwerk In 2005 is met Van der Geest Schilders een meerjarenonderhoudsplan voor het buitenschilderwerk afgesloten. Het plan voorziet in de volgende verplichtingen:

2005: schilderbeurt 2006: inspectiebeurt 2007: inspectiebeurt 2008: onderhoudsbeurt 2009: inspectiebeurt 2010: inspectiebeurt 2011 t/m 2015:

2005: schilderbeurt 2006: inspectiebeurt 2007: inspectiebeurt 2008: onderhoudsbeurt 2009: inspectiebeurt 2010: inspectiebeurt 2011 t/m 2015:

€ 7.905,09 € 179,52 € 179,52 € 1.012,50 € 179,52 € 179,52 idem 2005 t/m 2009

€ 7.905,09 € 179,52 € 179,52 € 1.012,50 € 179,52 € 179,52 idem 2005 t/m 2009

-Dak/gevelonderhoud Op korte termijn zal geen onderhoud aan dak of gevel nodig zijn.

-Dak/gevelonderhoud Op korte termijn zal geen onderhoud aan dak of gevel nodig zijn.

-Verbouwing/onderhoud/aanpassing interieur Op korte termijn wordt geen, dan wel ondergeschikte, vervanging of onderhoud voorzien.

-Verbouwing/onderhoud/aanpassing interieur Op korte termijn wordt geen, dan wel ondergeschikte, vervanging of onderhoud voorzien.

-Computerapparatuur Voorzien wordt een vervanging van de server. Gekeken wordt naar een goedkope oplossing door een zogenaamde ‘virtual server’ in te richten.

-Computerapparatuur Voorzien wordt een vervanging van de server. Gekeken wordt naar een goedkope oplossing door een zogenaamde ‘virtual server’ in te richten.

BEDRIJFSVOERING

BEDRIJFSVOERING

Hûs en hiem voert welstandsadvisering uit voor de deelnemende gemeenten. Ook biedt hûs en hiem diensten aan de deelnemende gemeenten aan op het gebied van archeologie en (gemeentelijke) monumentenzorg. Daarnaast verricht hûs en hiem incidenteel opdrachten in het kader van second opinions, en opdrachten voor gemeenten met betrekking tot quality teams (begeleiding bestemmingsplannen e.d.). De tarifering voor de dienstverlening is afgestemd op dekking van de totale lasten, d.w.z. hûs en hiem is een non-profit organisatie.

Hûs en hiem voert welstandsadvisering uit voor de deelnemende gemeenten. Ook biedt hûs en hiem diensten aan de deelnemende gemeenten aan op het gebied van archeologie en (gemeentelijke) monumentenzorg. Daarnaast verricht hûs en hiem incidenteel opdrachten in het kader van second opinions, en opdrachten voor gemeenten met betrekking tot quality teams (begeleiding bestemmingsplannen e.d.). De tarifering voor de dienstverlening is afgestemd op dekking van de totale lasten, d.w.z. hûs en hiem is een non-profit organisatie.

De dienstverlening wordt afgestemd op de behoeften van de gemeenten. Een instrument daarbij is het klanttevredenheidsonderzoek welke tweejaarlijks wordt uitgevoerd. Ook de

De dienstverlening wordt afgestemd op de behoeften van de gemeenten. Een instrument daarbij is het klanttevredenheidsonderzoek welke tweejaarlijks wordt uitgevoerd. Ook de

36

36


dagelijkse contacten met ambtenaren en wethouders kunnen reden zijn tot verdere afstemming van de dienstverlening. Om verantwoording af te leggen aan de deelnemende gemeenten inzake het functioneren van de lokale commissies worden jaarverslagen gemaakt. Tevens vinden jaarlijkse evaluatiegesprekken plaats met de verantwoordelijke gemeentelijke portefeuillehouders.

dagelijkse contacten met ambtenaren en wethouders kunnen reden zijn tot verdere afstemming van de dienstverlening. Om verantwoording af te leggen aan de deelnemende gemeenten inzake het functioneren van de lokale commissies worden jaarverslagen gemaakt. Tevens vinden jaarlijkse evaluatiegesprekken plaats met de verantwoordelijke gemeentelijke portefeuillehouders.

Het beleid ten aanzien van personeelsbezetting is terughoudend. Het aantal fte’s per 31-12-2009 bedraagt 11. Daarnaast wordt gebruikt gemaakt van een via Caparis bij hûs en hiem gedetacheerde archivaris. Het betreft in totaal 0,6 fte. Het aantal werknemers in totaal bedraagt 14.

Het beleid ten aanzien van personeelsbezetting is terughoudend. Het aantal fte’s per 31-12-2009 bedraagt 11. Daarnaast wordt gebruikt gemaakt van een via Caparis bij hûs en hiem gedetacheerde archivaris. Het betreft in totaal 0,6 fte. Het aantal werknemers in totaal bedraagt 14.

Vanaf half december 2008 wordt één van de personeelsleden van hûs en hiem volledig gedetacheerd aan stichting ARK fryslân. Het feitelijke aantal werknemers van hûs en hiem bedraagt dan ook 13 per ultimo 2009 (fte’s 10,9).

Vanaf half december 2008 wordt één van de personeelsleden van hûs en hiem volledig gedetacheerd aan stichting ARK fryslân. Het feitelijke aantal werknemers van hûs en hiem bedraagt dan ook 13 per ultimo 2009 (fte’s 10,9).

WEERSTANDSVERMOGEN

WEERSTANDSVERMOGEN

Hierbij gaat het om het vermogen om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat beleid moet worden aangepast. Het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Het vermogen om het beleid door te kunnen zetten is afhankelijk van de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit omvat de middelen en mogelijkheden van de organisatie om niet begrote kosten te dekken.

Hierbij gaat het om het vermogen om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat beleid moet worden aangepast. Het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Het vermogen om het beleid door te kunnen zetten is afhankelijk van de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit omvat de middelen en mogelijkheden van de organisatie om niet begrote kosten te dekken.

De weerstandscapaciteit van hûs en hiem bestaat naast het (eigen) vermogen uit het begrote positieve resultaat uit de bedrijfsvoering. Tevens is het bezit van het kantoorpand (Johan Willem Frisostraat 1 in Leeuwarden) een belangrijke onderdeel van de weerstandscapaciteit. Het pand is onbelast met hypotheek. De WOZ-waarde is per 1-1-2009 vastgesteld op € 406.000. De waarde voor de brandverzekering is gesteld op € 495.000.

De weerstandscapaciteit van hûs en hiem bestaat naast het (eigen) vermogen uit het begrote positieve resultaat uit de bedrijfsvoering. Tevens is het bezit van het kantoorpand (Johan Willem Frisostraat 1 in Leeuwarden) een belangrijke onderdeel van de weerstandscapaciteit. Het pand is onbelast met hypotheek. De WOZ-waarde is per 1-1-2009 vastgesteld op € 406.000. De waarde voor de brandverzekering is gesteld op € 495.000.

Het eigen vermogen (exclusief de waarde van het pand) per 1-1-2009 bedraagt € 282.318. De meerjarenraming is zeer onzeker. Als gevolg van de kredietcrisis is in het gehele jaar 2009 het aantal adviesaanvragen door gemeenten scherp afgenomen. In november 2009 zijn bestuursbesluiten genomen die ertoe leiden dat bij gelijkblijvend aantal adviesaanvragen gerekend wordt op een positief resultaat in 2010. De eerste twee maanden van 2010 laten inmiddels een licht herstel zien.

Het eigen vermogen (exclusief de waarde van het pand) per 1-1-2009 bedraagt € 282.318. De meerjarenraming is zeer onzeker. Als gevolg van de kredietcrisis is in het gehele jaar 2009 het aantal adviesaanvragen door gemeenten scherp afgenomen. In november 2009 zijn bestuursbesluiten genomen die ertoe leiden dat bij gelijkblijvend aantal adviesaanvragen gerekend wordt op een positief resultaat in 2010. De eerste twee maanden van 2010 laten inmiddels een licht herstel zien.

De weerstandscapaciteit is bij hûs en hiem dynamisch, dat wil zeggen dat het eigen vermogen op korte termijn beïnvloedbaar is. Immers de tarifering voor de dienstverlening kan bij een dreigend tekort in de dekking van de vaste lasten redelijk snel aangepast worden.

De weerstandscapaciteit is bij hûs en hiem dynamisch, dat wil zeggen dat het eigen vermogen op korte termijn beïnvloedbaar is. Immers de tarifering voor de dienstverlening kan bij een dreigend tekort in de dekking van de vaste lasten redelijk snel aangepast worden.

Als risico bij de bedrijfsvoering kan worden aangemerkt de algemene conjuncturele ontwikkeling. Zowel de bereidheid bij de burger als bij het bedrijfsleven tot het uitvoeren van bouwplannen is conjunctuurgevoelig. Een risico is tevens het uittreden van een (of meerdere) in de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem deelnemende gemeente(n). In de Regeling is over de mogelijkheid tot uittreden een paragraaf opgenomen.

Als risico bij de bedrijfsvoering kan worden aangemerkt de algemene conjuncturele ontwikkeling. Zowel de bereidheid bij de burger als bij het bedrijfsleven tot het uitvoeren van bouwplannen is conjunctuurgevoelig. Een risico is tevens het uittreden van een (of meerdere) in de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem deelnemende gemeente(n). In de Regeling is over de mogelijkheid tot uittreden een paragraaf opgenomen.

37

37


BIJLAGE 1.

BIJLAGE 1.

SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR/ COMMISSIES/ BUREAU.

SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR/ COMMISSIES/ BUREAU.

DAGELIJKS BESTUUR.

DAGELIJKS BESTUUR.

Leden:

G. van Delft-Jaasma, voorzitter M. Scheweer, vicevoorzitter F. Veenstra, penningmeester( tot 27-11-2009) J. Brouwer B.R. Bakker, penningmeester (vanaf 27 -11- 2009) J. Tromp B.R Tuinstra G. Metz J.A.F.A. Timmermans, directeur/ secretaris

ALGEMEEN BESTUUR. Ingevolge artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling zijn door de deelnemende gemeentebesturen de volgende leden en plaatsvervangende leden bestuurders aangewezen als lid van het Algemeen Bestuur (afgekort A.B.) Gemeente 1. Achtkarspelen 2. Ameland 3. Het Bildt 4. Boarnsterhim 5. Bolsward 6. Dantumadeel 7. Dongeradeel 8. Ferwerderadeel 9. Franekeradeel 10. Gaasterlân-Sleat 11. Harlingen 12. Heerenveen 13. Kollumerland, c.a. 14. Leeuwarden 15. Leeuwarderadeel 16. Lemsterland 17. Littenseradiel 18. Menaldumadeel 19. Nijefurd 20. Ooststellingwerf 21. Opsterland 22. Schiermonnikoog 23. Skarsterlân 24. Smallingerland 25. Terschelling 26. Tytsjerksteradiel 27. Vlieland 28. Weststellingwerf 29. Wûnseradiel 30. Wymbritseradiel

lid P.vd Veen N.J. Oud N. Haarsma-Vrieswijk F.A.J.M. van Beek J. Brouwer A. vd Ploeg K. de Graaf H. Talsma A. Bonnema M. Jelsma F. Zomers M. Scheweer H. Visser H. Deinum J.S. Keizer J. Wesselius F. Hernamdt G. van Delft-Jaasma J. Rodenhuis P.B. Bouma H. Hoen E.K. Korendijk D.S. Hylkema F. Veenstra I.J. van Zwol B.R. Bakker T. van Mourik W. Schukken R. Boersma D. Attema

plaatsvervangend lid J. Stellinga W.F. Bakema H. Kaper vacature M.L.H. Pieters S.M. Hylkema R.J. Boersma R. Ruben L. Miedema W. Sprik J.T. Sijbenga C. vd Laan B. Bilker R. Sluiter G. Visser J. van der Pal J. Liemburg M. vd Meer S.Y. Eiling S.van Weperen F. Ravestein L.J.Wiersema G.J.H. Hemmes vacature W.M. Heere M.Prins-Meindertsma B.A.H. Galama W. Plekkenpol W. Sinnema J.Reitsma

Leden:

G. van Delft-Jaasma, voorzitter M. Scheweer, vicevoorzitter F. Veenstra, penningmeester( tot 27-11-2009) J. Brouwer B.R. Bakker, penningmeester (vanaf 27 -11- 2009) J. Tromp B.R Tuinstra G. Metz J.A.F.A. Timmermans, directeur/ secretaris

ALGEMEEN BESTUUR. Ingevolge artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling zijn door de deelnemende gemeentebesturen de volgende leden en plaatsvervangende leden bestuurders aangewezen als lid van het Algemeen Bestuur (afgekort A.B.) Gemeente 1. Achtkarspelen 2. Ameland 3. Het Bildt 4. Boarnsterhim 5. Bolsward 6. Dantumadeel 7. Dongeradeel 8. Ferwerderadeel 9. Franekeradeel 10. Gaasterlân-Sleat 11. Harlingen 12. Heerenveen 13. Kollumerland, c.a. 14. Leeuwarden 15. Leeuwarderadeel 16. Lemsterland 17. Littenseradiel 18. Menaldumadeel 19. Nijefurd 20. Ooststellingwerf 21. Opsterland 22. Schiermonnikoog 23. Skarsterlân 24. Smallingerland 25. Terschelling 26. Tytsjerksteradiel 27. Vlieland 28. Weststellingwerf 29. Wûnseradiel 30. Wymbritseradiel

lid P.vd Veen N.J. Oud N. Haarsma-Vrieswijk F.A.J.M. van Beek J. Brouwer A. vd Ploeg K. de Graaf H. Talsma A. Bonnema M. Jelsma F. Zomers M. Scheweer H. Visser H. Deinum J.S. Keizer J. Wesselius F. Hernamdt G. van Delft-Jaasma J. Rodenhuis P.B. Bouma H. Hoen E.K. Korendijk D.S. Hylkema F. Veenstra I.J. van Zwol B.R. Bakker T. van Mourik W. Schukken R. Boersma D. Attema

BUREAU.

BUREAU.

1. K.J. Bekkema, archivaris 2. G. Boschloo, architect 3. A. R. Bremer, architect 4. T.D. Brill, architect 5. H. Bruynzeel, architect tot 1-11-2009 6. M. Helder, administratie 7. A. Kerkhoven, archeoloog tot 1-4-2009 8. P. Klimstra, welstandsadviseur 9. J. Oostenbrug, architect 10. M.J. Pothof, monumentenarchitect 11. G. Schaaf, architect tot 1 juli 2009 12. J.A.F.A. Timmermans, directeur, stedenbouwkundige 13. Joh. de Vries, architect 14. F.F. van der Werff, hoofd administratie 15 M. Willekes, administratie 16. J. van Zellingen, architect

1. K.J. Bekkema, archivaris 2. G. Boschloo, architect 3. A. R. Bremer, architect 4. T.D. Brill, architect 5. H. Bruynzeel, architect tot 1-11-2009 6. M. Helder, administratie 7. A. Kerkhoven, archeoloog tot 1-4-2009 8. P. Klimstra, welstandsadviseur 9. J. Oostenbrug, architect 10. M.J. Pothof, monumentenarchitect 11. G. Schaaf, architect tot 1 juli 2009 12. J.A.F.A. Timmermans, directeur, stedenbouwkundige 13. Joh. de Vries, architect 14. F.F. van der Werff, hoofd administratie 15 M. Willekes, administratie 16. J. van Zellingen, architect

41

plaatsvervangend lid J. Stellinga W.F. Bakema H. Kaper vacature M.L.H. Pieters S.M. Hylkema R.J. Boersma R. Ruben L. Miedema W. Sprik J.T. Sijbenga C. vd Laan B. Bilker R. Sluiter G. Visser J. van der Pal J. Liemburg M. vd Meer S.Y. Eiling S.van Weperen F. Ravestein L.J.Wiersema G.J.H. Hemmes vacature W.M. Heere M.Prins-Meindertsma B.A.H. Galama W. Plekkenpol W. Sinnema J.Reitsma

41


BIJLAGE 2

BIJLAGE 2

SAMENSTELLING COMMISSIES.

SAMENSTELLING COMMISSIES.

ADVISERENDE LEDEN: GEMEENTEN.

ADVISERENDE LEDEN: GEMEENTEN.

1. J.J. Bronsveld 2. G. Metz 3. H.A. de Jong 4. S. van der Wal 5. J.G. Meester 6. M.S. Hiemstra 7. L. Visser 8. J.K. Tigchelaar 9. G.J.M. van Sloten 10. T. Plattel 11. L. Louwsma 12. J. Beeksma 13. E. Tuinstra 14. J.H. Laarman 15. H. Siegersma 16. H. N. de Groot 17. B. Kroese 18. K.J. Eisenga 19. W. de Jong/J.Keulen 20 R.E. Westerveld 21. M. Donker 22. P. Huisman 23. W. Tadema 24. J.P. Postema 25 M. Bolhuis 26. G. Scherstra 27. B. Verheij 28. W. Smit 29. Tsj. Gietema 30. M.B. Faasse

1. J.J. Bronsveld 2. G. Metz 3. H.A. de Jong 4. S. van der Wal 5. J.G. Meester 6. M.S. Hiemstra 7. L. Visser 8. J.K. Tigchelaar 9. G.J.M. van Sloten 10. T. Plattel 11. L. Louwsma 12. J. Beeksma 13. E. Tuinstra 14. J.H. Laarman 15. H. Siegersma 16. H. N. de Groot 17. B. Kroese 18. K.J. Eisenga 19. W. de Jong/J.Keulen 20 R.E. Westerveld 21. M. Donker 22. P. Huisman 23. W. Tadema 24. J.P. Postema 25 M. Bolhuis 26. G. Scherstra 27. B. Verheij 28. W. Smit 29. Tsj. Gietema 30. M.B. Faasse

Achtkarspelen Ameland Het Bildt Boarnsterhim Bolsward Dantumadeel Dongeradeel Ferwerderadiel Franekeradeel Gaasterlân- Sleat Harlingen Heerenveen Kollumerland Leeuwarden Leeuwarderadeel Lemsterland Littenseradiel Menaldumadeel Nijefurd Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Skarsterlân Smallingerland Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Weststellingwerf Wûnseradiel Wymbritseradiel

42

Achtkarspelen Ameland Het Bildt Boarnsterhim Bolsward Dantumadeel Dongeradeel Ferwerderadiel Franekeradeel Gaasterlân- Sleat Harlingen Heerenveen Kollumerland Leeuwarden Leeuwarderadeel Lemsterland Littenseradiel Menaldumadeel Nijefurd Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Skarsterlân Smallingerland Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Weststellingwerf Wûnseradiel Wymbritseradiel

42


ADVISERENDE LEDEN: ARCHITECTEN. 1. J.A.H. Achterbosch 2. F. de Boer 3. J. Evers 4. J. van der Leij 5. E. Schippers 6. J. Tromp 7. S. van der Wal 8. P. Wester 9. H. Heijdeman 10. K.J. Borren 11. S. Adema 12. M. Gerbenzon 13. J.D. Niemeyer 14. M. Atsma 15. A. Dorenbos 16. K. de Haan

ADVISERENDE LEDEN: ARCHITECTEN. Leeuwarden Sneek Heerenveen Wyns Burgum Joure Burum Drachten Leeuwarden Leeuwarden Dokkum Leeuwarden Leeuwarden Oentsjerk Aldtsjerk Lemmer

1. J.A.H. Achterbosch 2. F. de Boer 3. J. Evers 4. J. van der Leij 5. E. Schippers 6. J. Tromp 7. S. van der Wal 8. P. Wester 9. H. Heijdeman 10. K.J. Borren 11. S. Adema 12. M. Gerbenzon 13. J.D. Niemeyer 14. M. Atsma 15. A. Dorenbos 16. K. de Haan

Leeuwarden Sneek Heerenveen Wyns Burgum Joure Burum Drachten Leeuwarden Leeuwarden Dokkum Leeuwarden Leeuwarden Oentsjerk Aldtsjerk Lemmer

ADVISERENDE LEDEN: STEDENBOUWKUNDIGEN.

ADVISERENDE LEDEN: STEDENBOUWKUNDIGEN.

1. R. Gjaltema 2. M. Teensma 3. Tj Brouwer 4. J.E.F. M端hren 5. S. van Assen 6. B.J. van den Brink 7. Chr. Visser 8. M. van de Wiel

1. R. Gjaltema 2. M. Teensma 3. Tj Brouwer 4. J.E.F. M端hren 5. S. van Assen 6. B.J. van den Brink 7. Chr. Visser 8. M. van de Wiel

Oentsjerk Leeuwarden Leeuwarden Leeuwarden Dedgum Leeuwarden Steenwijk Heerenveen

Oentsjerk Leeuwarden Leeuwarden Leeuwarden Dedgum Leeuwarden Steenwijk Heerenveen

ADVISERENDE LEDEN: LANDSCHAPSKUNDE.

ADVISERENDE LEDEN: LANDSCHAPSKUNDE.

1. R. Lindemans 2. G.J. Bierema

1. R. Lindemans 2. G.J. Bierema

Drachten Hemelum

ADVISERENDE LEDEN: BURGERS C.S. 1. M. Bouma 2. T. Zomerschoe 3. H.G. Rijswijk-Verruijt 4. G. Beerda 5. M. Ritman 6. S. ten Hoeve 7. J. van der Werf-Schuilinga 8. M. van Dun

ADVISERENDE LEDEN: BURGERS C.S. Bakkeveen Leeuwarden Appelscha IJlst De Wilgen Nijland Surhuisterveen Sneek

MONUMENTENCOMMISSIE. 1. L.W. Barneveld 2. D. van Wieren 3. J. Kruiger 4. D. van Weezel Errens 5. E. Schippers 6. H. Wouda 7. M. Laferte

Drachten Hemelum

1. M. Bouma 2. T. Zomerschoe 3. H.G. Rijswijk-Verruijt 4. G. Beerda 5. M. Ritman 6. S. ten Hoeve 7. J. van der Werf-Schuilinga 8. M. van Dun

Bakkeveen Leeuwarden Appelscha IJlst De Wilgen Nijland Surhuisterveen Sneek

MONUMENTENCOMMISSIE. Groningen Burdaard Goutum Hempens Drachten Meppel Leeuwarden

1. L.W. Barneveld 2. D. van Wieren 3. J. Kruiger 4. D. van Weezel Errens 5. E. Schippers 6. H. Wouda 7. M. Laferte

43

Groningen Burdaard Goutum Hempens Drachten Meppel Leeuwarden

43


Overzichten productiecijfers per gemeente

Overzichten productiecijfers per gemeente

Productiecijfers 2009: welstand en monumentenzorg naar aantal adviesaanvragen, legesopbrengst en gemiddelde legesopbrengst per adviesaanvrage

Productiecijfers 2009: welstand en monumentenzorg naar aantal adviesaanvragen, legesopbrengst en gemiddelde legesopbrengst per adviesaanvrage

gemeente

1 Achtkarspelen 2 Ameland 3 Het Bildt 4 Boarnsterhim 5 Bolsward 6 Dantumadeel 7 Dongeradeel 8 Ferwerderadeel 9 Franekeradeel 10 Gaasterlân -Sleat 11 Harlingen 12 Heerenveen 13 Kollumerland c.a. 14 Leeuwarden 15 Leeuwarderadeel 16 Lemsterland 17 Littenseradiel 18 Menaldumadeel 19 Nijefurd 20 Ooststellingwerf 21 Opsterland 22 Schiermonnikoog 23 Skarsterlân 24 Smallingerland 25 Terschelling 26 Tytsjerksteradiel 27 Vlieland 28 Weststellingwerf 29 Wûnseradiel 30 Wymbritseradiel totaal hûs en hiem

aantal adviesaanvragen welstand mon.zorg

legesopbrengst

271 139 78 260 198 229 271 91 249 119 148 312 134 488 43 148 173 149 213 444 259 33 171 376 116 218 27 306 229 218

0 9 1 3 4 1 14 1 14 5 30 14 5 46 2 1 9 4 6 3 2 2 2 5 6 3 4 2 5 6

27.149 14.748 11.936 32.182 14.592 22.333 29.589 13.326 30.797 15.687 17.435 36.105 15.629 63.415 5.999 20.121 18.278 19.398 32.768 44.952 43.064 5.020 34.170 50.982 14.038 33.961 2.814 39.717 32.662 25.874

6110

209

€ 768.741

44

gem. legesopbrengst per adviesaanvrage

100 100 151 122 72 97 104 145 117 126 98 111 112 119 133 135 100 127 150 101 165 143 197 134 115 154 91 129 140 116 € 122

gemeente

1 Achtkarspelen 2 Ameland 3 Het Bildt 4 Boarnsterhim 5 Bolsward 6 Dantumadeel 7 Dongeradeel 8 Ferwerderadeel 9 Franekeradeel 10 Gaasterlân -Sleat 11 Harlingen 12 Heerenveen 13 Kollumerland c.a. 14 Leeuwarden 15 Leeuwarderadeel 16 Lemsterland 17 Littenseradiel 18 Menaldumadeel 19 Nijefurd 20 Ooststellingwerf 21 Opsterland 22 Schiermonnikoog 23 Skarsterlân 24 Smallingerland 25 Terschelling 26 Tytsjerksteradiel 27 Vlieland 28 Weststellingwerf 29 Wûnseradiel 30 Wymbritseradiel totaal hûs en hiem

aantal adviesaanvragen welstand mon.zorg

legesopbrengst

271 139 78 260 198 229 271 91 249 119 148 312 134 488 43 148 173 149 213 444 259 33 171 376 116 218 27 306 229 218

0 9 1 3 4 1 14 1 14 5 30 14 5 46 2 1 9 4 6 3 2 2 2 5 6 3 4 2 5 6

27.149 14.748 11.936 32.182 14.592 22.333 29.589 13.326 30.797 15.687 17.435 36.105 15.629 63.415 5.999 20.121 18.278 19.398 32.768 44.952 43.064 5.020 34.170 50.982 14.038 33.961 2.814 39.717 32.662 25.874

6110

209

€ 768.741

44

gem. legesopbrengst per adviesaanvrage

100 100 151 122 72 97 104 145 117 126 98 111 112 119 133 135 100 127 150 101 165 143 197 134 115 154 91 129 140 116 € 122


Productiecijfers 2009: naar aard adviezen in %

gemeente 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30

voldoet

Productiecijfers 2009: naar aard adviezen in %

voldoet mits voldoet niet

Achtkarspelen Ameland Het Bildt Boarnsterhim Bolsward Dantumadeel Dongeradeel Ferwerderadiel Franekeradeel Gaasterlân - Sleat Harlingen Heerenveen Kollumerland c.a. Leeuwarden Leeuwarderadeel Lemsterland Littenseradiel Menaldumadeel Nijefurd Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Skarsterlân Smallingerland Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Weststellingwerf Wûnseradiel Wymbritseradiel

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

47 50 54 40 47 51 42 35 50 48 53 46 43 51 30 45 51 48 51 52 49 43 48 54 49 59 38 47 47 50

26 26 15 20 23 25 21 22 18 19 22 22 20 17 28 23 20 17 21 24 24 20 33 22 25 18 7 18 19 20

16 10 6 20 23 20 21 15 23 15 14 18 11 18 27 23 16 20 19 19 24 18 15 18 16 12 11 12 17 14

11 14 25 20 7 4 16 28 9 18 11 14 26 14 15 9 13 15 9 5 3 19 4 6 10 11 44 23 17 16

totaal hûs en hiem

0

48,4

21,3

17,7

12,6

45

gemeente

aanhouden

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30

voldoet

voldoet mits voldoet niet

aanhouden

Achtkarspelen Ameland Het Bildt Boarnsterhim Bolsward Dantumadeel Dongeradeel Ferwerderadiel Franekeradeel Gaasterlân - Sleat Harlingen Heerenveen Kollumerland c.a. Leeuwarden Leeuwarderadeel Lemsterland Littenseradiel Menaldumadeel Nijefurd Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Skarsterlân Smallingerland Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Weststellingwerf Wûnseradiel Wymbritseradiel

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

47 50 54 40 47 51 42 35 50 48 53 46 43 51 30 45 51 48 51 52 49 43 48 54 49 59 38 47 47 50

26 26 15 20 23 25 21 22 18 19 22 22 20 17 28 23 20 17 21 24 24 20 33 22 25 18 7 18 19 20

16 10 6 20 23 20 21 15 23 15 14 18 11 18 27 23 16 20 19 19 24 18 15 18 16 12 11 12 17 14

11 14 25 20 7 4 16 28 9 18 11 14 26 14 15 9 13 15 9 5 3 19 4 6 10 11 44 23 17 16

totaal hûs en hiem

0

48,4

21,3

17,7

12,6

45


Productiecijfers 2009: naar categorieën bouwsommen in %

≤5000 < 5000 gemeente Totaal aantal %

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30

Productiecijfers 2009: naar categorieën bouwsommen in %

500125001100001≥250001 5000 - 2500025000 - 100000 100000 - 250000 >250000 25000 100000 250000 aantal % aantal % aantal % aantal %

≤5000 < 5000 gemeente Totaal aantal %

Achtkarspelen Ameland Het Bildt Boarnsterhim Bolsward Dantumadeel Dongeradeel Ferwerderadiel Franekeradeel Gaasterlân - Sleat Harlingen Heerenveen Kollumerland c.a. Lemsterland Littenseradiel Leeuwarden Leeuwarderadeel Menaldumadeel Nijefurd Opsterland Ooststellingwerf Skarsterlân Smallingerland Schiermonnikoog Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Weststellingwerf Wûnseradiel Wymbritseradiel

25 25 16 25 52 25 36 32 42 25 38 28 26 31 21 36 16 27 32 11 39 11 31 32 29 13 26 23 28 28

38 34 38 31 31 39 29 33 30 30 31 38 38 36 40 33 41 41 26 32 29 26 31 20 32 27 27 34 28 38

25 23 30 26 9 23 18 15 15 25 19 19 24 19 23 17 24 20 22 32 20 31 20 26 25 33 27 25 21 19

6 13 5 12 2 9 11 9 7 12 8 8 7 7 10 7 11 6 11 15 6 16 9 16 8 14 0 11 13 9

6 5 11 6 6 4 6 11 6 8 4 7 5 7 6 7 8 6 9 10 6 16 9 6 6 13 20 7 10 6

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

TOTAAL HUS EN HIEM

29

33

22

9

7

100

46

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30

500125001100001≥250001 5000 - 2500025000 - 100000 100000 - 250000 >250000 25000 100000 250000 aantal % aantal % aantal % aantal %

Achtkarspelen Ameland Het Bildt Boarnsterhim Bolsward Dantumadeel Dongeradeel Ferwerderadiel Franekeradeel Gaasterlân - Sleat Harlingen Heerenveen Kollumerland c.a. Lemsterland Littenseradiel Leeuwarden Leeuwarderadeel Menaldumadeel Nijefurd Opsterland Ooststellingwerf Skarsterlân Smallingerland Schiermonnikoog Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Weststellingwerf Wûnseradiel Wymbritseradiel

25 25 16 25 52 25 36 32 42 25 38 28 26 31 21 36 16 27 32 11 39 11 31 32 29 13 26 23 28 28

38 34 38 31 31 39 29 33 30 30 31 38 38 36 40 33 41 41 26 32 29 26 31 20 32 27 27 34 28 38

25 23 30 26 9 23 18 15 15 25 19 19 24 19 23 17 24 20 22 32 20 31 20 26 25 33 27 25 21 19

6 13 5 12 2 9 11 9 7 12 8 8 7 7 10 7 11 6 11 15 6 16 9 16 8 14 0 11 13 9

6 5 11 6 6 4 6 11 6 8 4 7 5 7 6 7 8 6 9 10 6 16 9 6 6 13 20 7 10 6

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

TOTAAL HUS EN HIEM

29

33

22

9

7

100

46


BIJLAGE 4.

BIJLAGE 4.

Uitkomsten Klanttevredenheidsonderzoek 2009

Uitkomsten Klanttevredenheidsonderzoek 2009

47

47


BIJLAGE 5.

BIJLAGE 5.

Welstand: eigenbelang tussen overheid en markt

Welstand: eigenbelang tussen overheid en markt

Bram van de Klundert en Dick Hamhuis

Bram van de Klundert en Dick Hamhuis

Inleiding Maatschappelijke opgaven veranderen in hoog tempo, daar zijn we het over het algemeen snel over eens. Onze opvattingen veranderen al net zo snel, maar dat valt minder op, omdat mensen hun mening zelden herroepen. Veranderingen in opgaven en opvattingen resulteren eveneens in andere taken en rollen die aan overheden worden toegedacht. De nieuwe wet ruimtelijke ordening (Wro) kun je zien als het resultaat en de codificatie van brede en ingrijpende veranderingen in opvattingen over de taken en rollen van overheden op het terrein van de ruimtelijke ordening. Die wijzigingen hebben ook betrekking op ideeën over ruimtelijke kwaliteit en welstand. In dit artikel geven we de context van ruimtelijke kwaliteit en welstand aan, en een perspectief voor het daarover te voeren debat.

Inleiding Maatschappelijke opgaven veranderen in hoog tempo, daar zijn we het over het algemeen snel over eens. Onze opvattingen veranderen al net zo snel, maar dat valt minder op, omdat mensen hun mening zelden herroepen. Veranderingen in opgaven en opvattingen resulteren eveneens in andere taken en rollen die aan overheden worden toegedacht. De nieuwe wet ruimtelijke ordening (Wro) kun je zien als het resultaat en de codificatie van brede en ingrijpende veranderingen in opvattingen over de taken en rollen van overheden op het terrein van de ruimtelijke ordening. Die wijzigingen hebben ook betrekking op ideeën over ruimtelijke kwaliteit en welstand. In dit artikel geven we de context van ruimtelijke kwaliteit en welstand aan, en een perspectief voor het daarover te voeren debat.

Al tijden wordt er geroepen om een ruimtelijke planning die sneller tegemoet komt aan maatschappelijke problemen en tot hogere kwaliteit leidt. In dit artikel stellen we dat overheid en markt in pogingen hieraan gehoor te geven, in een weinig doorzichtige onderlinge relatie zijn terecht gekomen. Het poldermodel blijkt in de wereld van de ruimtelijke planning nog een geliefd concept. Wij betogen echter dat het beter zou zijn als overheid en markt op afstand van elkaar blijven, elk doen waar ze goed in zijn. Dan kunnen ze hun rol op krachtige en transparante wijze vervullen. Dat heeft grote voordelen in termen van helderheid en effectiviteit en biedt tegelijk ook kansen in termen van ruimtelijke kwaliteit en welstand. Terugkeren naar de verhoudingen van enkele decennia geleden – de tijd van de ‘maakbare samenleving’ – is om diverse redenen geen optie. Er kan echter wel inspiratie worden gehaald uit voorgaande eeuwen.

Al tijden wordt er geroepen om een ruimtelijke planning die sneller tegemoet komt aan maatschappelijke problemen en tot hogere kwaliteit leidt. In dit artikel stellen we dat overheid en markt in pogingen hieraan gehoor te geven, in een weinig doorzichtige onderlinge relatie zijn terecht gekomen. Het poldermodel blijkt in de wereld van de ruimtelijke planning nog een geliefd concept. Wij betogen echter dat het beter zou zijn als overheid en markt op afstand van elkaar blijven, elk doen waar ze goed in zijn. Dan kunnen ze hun rol op krachtige en transparante wijze vervullen. Dat heeft grote voordelen in termen van helderheid en effectiviteit en biedt tegelijk ook kansen in termen van ruimtelijke kwaliteit en welstand. Terugkeren naar de verhoudingen van enkele decennia geleden – de tijd van de ‘maakbare samenleving’ – is om diverse redenen geen optie. Er kan echter wel inspiratie worden gehaald uit voorgaande eeuwen.

De naoorlogse periode als uitzondering Taken en verantwoordelijkheden van overheden en marktpartijen waren tot enkele decennia geleden nog tamelijk scherp gescheiden. De naoorlogse periode kenmerkte zich door een stevige regie van de overheid, grote werken, een uniforme en vlotte aanpak. De overheid was een dominante marktmeester en op het ruimtelijk front lang de enige marktspeler. Als men een ontwikkeling nodig vond, bepaalde de overheid de kaders, zorgde voor de nodige instrumenten, was actief op de grondmarkt en financierde de uitvoering. Grote infrastructurele werken konden op basis van consensus in korte tijd worden gerealiseerd. In het landelijk gebied was de integrale landinrichting kenmerkend, in het stedelijk gebied had de overheid beleid en instrumenten om groeikernen, stadsvernieuwing en wijkontwikkeling ter hand te nemen. Marktpartijen voerden vooral uit; als ze al ontwikkelden was dat op kleine schaal en binnen strikte kaders. Zeker in retrospectief waren ruimtelijke kwaliteit en welstand geen grote kwesties van debat. Het werd volkomen geaccepteerd dat het allergrootste deel van de plannen afkomstig was van ontwerpers die in dienst of in opdracht van de overheid werkten.

De naoorlogse periode als uitzondering Taken en verantwoordelijkheden van overheden en marktpartijen waren tot enkele decennia geleden nog tamelijk scherp gescheiden. De naoorlogse periode kenmerkte zich door een stevige regie van de overheid, grote werken, een uniforme en vlotte aanpak. De overheid was een dominante marktmeester en op het ruimtelijk front lang de enige marktspeler. Als men een ontwikkeling nodig vond, bepaalde de overheid de kaders, zorgde voor de nodige instrumenten, was actief op de grondmarkt en financierde de uitvoering. Grote infrastructurele werken konden op basis van consensus in korte tijd worden gerealiseerd. In het landelijk gebied was de integrale landinrichting kenmerkend, in het stedelijk gebied had de overheid beleid en instrumenten om groeikernen, stadsvernieuwing en wijkontwikkeling ter hand te nemen. Marktpartijen voerden vooral uit; als ze al ontwikkelden was dat op kleine schaal en binnen strikte kaders. Zeker in retrospectief waren ruimtelijke kwaliteit en welstand geen grote kwesties van debat. Het werd volkomen geaccepteerd dat het allergrootste deel van de plannen afkomstig was van ontwerpers die in dienst of in opdracht van de overheid werkten.

Planologische polder preferentie Ruwweg vanaf de jaren tachtig begon hierin verandering te komen. Met de VINEX kregen overheden een nieuwe, veel minder dominante, positie op de grondmarkt. Pubiek-private-partnerschap werd geïnitieerd, nieuwe concepten en regelingen als ruimte-voor-ruimte, rood voor groen, verevening, ontwikkelingsplanologie en gebiedsontwikkeling deden hun intrede. Met de beste bedoelingen is de overheid

Planologische polder preferentie Ruwweg vanaf de jaren tachtig begon hierin verandering te komen. Met de VINEX kregen overheden een nieuwe, veel minder dominante, positie op de grondmarkt. Pubiek-private-partnerschap werd geïnitieerd, nieuwe concepten en regelingen als ruimte-voor-ruimte, rood voor groen, verevening, ontwikkelingsplanologie en gebiedsontwikkeling deden hun intrede. Met de beste bedoelingen is de overheid

48

48


steeds meer (en steeds vreemdere) rollen gaan spelen, met als gevolg dat haar positie weinig doorzichtig, soms zelfs dubieus werd. De grondmarkt is daar een goed voorbeeld van. De overheid speelt hier een halfslachtige rol: zij gaat als regisseur over de bestemmingen en is tegelijk speler in de positie van grondeigenaar. Met de ruimte-voor-ruimteregeling bijvoorbeeld staat de overheid dingen toe die eerst niet of bij hoge uitzondering mochten, als er daardoor geld beschikbaar komt voor ‘het goede doel’. In deze regeling laat de overheid burgers met hun nieuwbouwwoning de sloop van stallen ergens anders betalen, een onbegrijpelijke koppeling. De samenwerkingsvormen bij gebiedsontwikkeling lijken alsmaar ingewikkelder te worden, terwijl de successen moeilijk te benoemen zijn. De gevaren voor overheden die risicodragend opereren in een samenspel met marktpartijen zijn bepaald niet verwaarloosbaari. Het is dus op zijn minst opvallend dat in de gebiedsontwikkeling het corporatieve poldermodel, dat buiten de wereld van de ruimtelijke planning verder al tamelijk verdacht is geworden, nog volop in zwang is, om niet te zeggen populairder dan ooit. Zitten we met PPP (naar behoefte te interpreteren als publiek private partnerschap dan wel als planologische polder preferentie) wel op de goede weg?

steeds meer (en steeds vreemdere) rollen gaan spelen, met als gevolg dat haar positie weinig doorzichtig, soms zelfs dubieus werd. De grondmarkt is daar een goed voorbeeld van. De overheid speelt hier een halfslachtige rol: zij gaat als regisseur over de bestemmingen en is tegelijk speler in de positie van grondeigenaar. Met de ruimte-voor-ruimteregeling bijvoorbeeld staat de overheid dingen toe die eerst niet of bij hoge uitzondering mochten, als er daardoor geld beschikbaar komt voor ‘het goede doel’. In deze regeling laat de overheid burgers met hun nieuwbouwwoning de sloop van stallen ergens anders betalen, een onbegrijpelijke koppeling. De samenwerkingsvormen bij gebiedsontwikkeling lijken alsmaar ingewikkelder te worden, terwijl de successen moeilijk te benoemen zijn. De gevaren voor overheden die risicodragend opereren in een samenspel met marktpartijen zijn bepaald niet verwaarloosbaari. Het is dus op zijn minst opvallend dat in de gebiedsontwikkeling het corporatieve poldermodel, dat buiten de wereld van de ruimtelijke planning verder al tamelijk verdacht is geworden, nog volop in zwang is, om niet te zeggen populairder dan ooit. Zitten we met PPP (naar behoefte te interpreteren als publiek private partnerschap dan wel als planologische polder preferentie) wel op de goede weg?

Waar staan we nu? Wat zijn de uitdagingen. Met welke uitdagingen hebben we nu te maken? We zagen dat de rollen veranderden, maar ook de context. Dit geldt niet alleen voor de politieke omgeving, de schaal en de aard van de vraagstukken maar ook voor het tempo waarin steeds nieuwe inrichtingsopgaven zich voordoen. Overheden hebben het daar moeilijk mee. Op veel terreinen van overheidsbeleid voor de leefomgeving hebben we te maken met een grote complexiteit en hoge regeldichtheid, terwijl de kennis over ingewikkelde zaken als gebiedsontwikkeling bij veel overheden nog maar dun gezaaid is. Ambtenaren wisselen zo snel van baan dat de continuïteit in projecten eronder lijdt, ze hebben vaak meer kennis van het toetsen van regels dan van complexe ontwikkelingsprocessen, ze krijgen te maken met wisselende politieke verhoudingen en worden vooral afgerekend op het vermijden van fouten. Ze staan tegenover grote projectontwikkelaars die een eenduidige focus hebben, kennis van zaken en voor wie tijd geld is. In de samenwerking met marktpartijen is de overheid vaak de onzekere en zwakke schakel. De overheid heeft niet alleen beperkte kennis en expertise, ze heeft ook beperkte financiële middelen. Geld voor een hoger kwaliteitsniveau is bij de overheid in geringe mate aanwezig en is zeker ontoereikend aanwezig voor de vele opgaven die worden geformuleerd. In tegenstelling tot de naoorlogse periode komen ruimtelijke investeringen tegenwoordig dominant uit de markt voort. Het is een uitdaging is niet om nog dieper in het woud van PPP-constructies te verdwalen. Om de overheid weer aan het stuur van de maakbare samenleving te zetten, zoals in de periode na de Tweede Wereldoorlog, is echter ook geen oplossing. We kunnen wellicht meer leren van de eeuwen daarvoor, toen de overheid relatief klein was en op afstand stuurde. De samenwerking tussen overheden en marktpartijen in die tijd is het bestuderen waard. Een andere visie op de verandering in planningscultuur ontstaat in een internationaal perspectief. Sommige mensen zien de huidige tijd als een overgang van een Rijnlands naar een Angelsaksisch model. Die overgang geschiedt echter halfslachtig. We gebruiken zo langzamerhand meer elementen uit de Angelsaksische cultuur (we leggen meer verantwoordelijkheid bij de markt), maar het complement, een overheid als krachtige marktmeester, komt vooralsnog minder uit de verf.

Waar staan we nu? Wat zijn de uitdagingen. Met welke uitdagingen hebben we nu te maken? We zagen dat de rollen veranderden, maar ook de context. Dit geldt niet alleen voor de politieke omgeving, de schaal en de aard van de vraagstukken maar ook voor het tempo waarin steeds nieuwe inrichtingsopgaven zich voordoen. Overheden hebben het daar moeilijk mee. Op veel terreinen van overheidsbeleid voor de leefomgeving hebben we te maken met een grote complexiteit en hoge regeldichtheid, terwijl de kennis over ingewikkelde zaken als gebiedsontwikkeling bij veel overheden nog maar dun gezaaid is. Ambtenaren wisselen zo snel van baan dat de continuïteit in projecten eronder lijdt, ze hebben vaak meer kennis van het toetsen van regels dan van complexe ontwikkelingsprocessen, ze krijgen te maken met wisselende politieke verhoudingen en worden vooral afgerekend op het vermijden van fouten. Ze staan tegenover grote projectontwikkelaars die een eenduidige focus hebben, kennis van zaken en voor wie tijd geld is. In de samenwerking met marktpartijen is de overheid vaak de onzekere en zwakke schakel. De overheid heeft niet alleen beperkte kennis en expertise, ze heeft ook beperkte financiële middelen. Geld voor een hoger kwaliteitsniveau is bij de overheid in geringe mate aanwezig en is zeker ontoereikend aanwezig voor de vele opgaven die worden geformuleerd. In tegenstelling tot de naoorlogse periode komen ruimtelijke investeringen tegenwoordig dominant uit de markt voort. Het is een uitdaging is niet om nog dieper in het woud van PPP-constructies te verdwalen. Om de overheid weer aan het stuur van de maakbare samenleving te zetten, zoals in de periode na de Tweede Wereldoorlog, is echter ook geen oplossing. We kunnen wellicht meer leren van de eeuwen daarvoor, toen de overheid relatief klein was en op afstand stuurde. De samenwerking tussen overheden en marktpartijen in die tijd is het bestuderen waard. Een andere visie op de verandering in planningscultuur ontstaat in een internationaal perspectief. Sommige mensen zien de huidige tijd als een overgang van een Rijnlands naar een Angelsaksisch model. Die overgang geschiedt echter halfslachtig. We gebruiken zo langzamerhand meer elementen uit de Angelsaksische cultuur (we leggen meer verantwoordelijkheid bij de markt), maar het complement, een overheid als krachtige marktmeester, komt vooralsnog minder uit de verf.

49

49


Ruimtelijke ordening als esthetisch debat Een kenmerkende verandering in het domein van de ruimtelijke ordening is dat het publieke debat steeds meer trekken heeft gekregen van een esthetische debat. Aanvankelijk stonden in de ruimtelijke ordening begrippen als ruimtelijke en sociale rechtvaardigheid en economische ontwikkeling centraal. Later kwamen daar ruimtelijke hiërarchie, diversiteit en de verhouding tussen stad en land bij. Sinds de Vierde Nota staat het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ centraal. Het doel van het ruimtelijk beleid is daarmee aanzienlijk versmald. Dit is immers een architectonisch begrip waarbij het gaat om de combinatie van gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. De laatste jaren lijkt het ruimtelijk debat zich nog verder te versmallen; het lijkt alleen nog te gaan over esthetiek zoals tot uiting komt in discussies over verrommeling en snelwegpanorama’s. Grote inrichtingsvraagstukken op het punt van bijvoorbeeld klimaatverandering en mobiliteit lijken niet meer in de lijn van de ruimtelijke ordening aan bod te komen. Kwesties die te maken hebben met een samenhangende inrichting zijn in ieder geval door het Rijk gedecentraliseerd. Ook opvallend is dat het ruimtelijke debat dan wel sterk gericht is op esthetische aspecten, maar dat het consensus over esthetica ver te zoeken is. Op het punt van esthetiek (intussen vrijwel synoniem met ruimtelijke kwaliteit) heeft de postmoderne man met de hamer twee keer toegeslagen. De eerste slag van de hamer kwam al lang geleden bij de overheid terecht. Die slag hamerde erin dat de overheid geen recht van spreken heeft als het over schoonheid gaat. Het esthetisch en cultureel debat hoorde de overheid immers uit te besteden aan deskundigen. De tweede slag verbrijzelde echter de autoriteit van die deskundigen. De visie op kwaliteit is intussen – om het zo maar eens uit te drukken – geëmancipeerd. Iedereen heeft er verstand van en dus is het erg moeilijk geworden om nog consensus te bereiken.

Ruimtelijke ordening als esthetisch debat Een kenmerkende verandering in het domein van de ruimtelijke ordening is dat het publieke debat steeds meer trekken heeft gekregen van een esthetische debat. Aanvankelijk stonden in de ruimtelijke ordening begrippen als ruimtelijke en sociale rechtvaardigheid en economische ontwikkeling centraal. Later kwamen daar ruimtelijke hiërarchie, diversiteit en de verhouding tussen stad en land bij. Sinds de Vierde Nota staat het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ centraal. Het doel van het ruimtelijk beleid is daarmee aanzienlijk versmald. Dit is immers een architectonisch begrip waarbij het gaat om de combinatie van gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. De laatste jaren lijkt het ruimtelijk debat zich nog verder te versmallen; het lijkt alleen nog te gaan over esthetiek zoals tot uiting komt in discussies over verrommeling en snelwegpanorama’s. Grote inrichtingsvraagstukken op het punt van bijvoorbeeld klimaatverandering en mobiliteit lijken niet meer in de lijn van de ruimtelijke ordening aan bod te komen. Kwesties die te maken hebben met een samenhangende inrichting zijn in ieder geval door het Rijk gedecentraliseerd. Ook opvallend is dat het ruimtelijke debat dan wel sterk gericht is op esthetische aspecten, maar dat het consensus over esthetica ver te zoeken is. Op het punt van esthetiek (intussen vrijwel synoniem met ruimtelijke kwaliteit) heeft de postmoderne man met de hamer twee keer toegeslagen. De eerste slag van de hamer kwam al lang geleden bij de overheid terecht. Die slag hamerde erin dat de overheid geen recht van spreken heeft als het over schoonheid gaat. Het esthetisch en cultureel debat hoorde de overheid immers uit te besteden aan deskundigen. De tweede slag verbrijzelde echter de autoriteit van die deskundigen. De visie op kwaliteit is intussen – om het zo maar eens uit te drukken – geëmancipeerd. Iedereen heeft er verstand van en dus is het erg moeilijk geworden om nog consensus te bereiken.

Het concessiemodel De laatste decennia hebben we een ontwikkeling gezien waarbij de overheid geleidelijk afscheid nam van haar rol als centrale regisseur van de maakbare samenleving. Op veel terreinen wordt, bij het zoeken naar nieuwe verhoudingen, gekozen voor een poldermodel-achtige benadering. Bestuurders zijn dan wel gekozen maar hebben blijkbaar toch maar een beperkt mandaat om besluiten te nemen. Bij een beetje project komt dan al snel een groot aantal partijen samen. De (verschillende) betrokken overheden blijken daarbij in verschillende rollen te acteren. De vele rollen leiden tot onvoldoende transparantie maar ook tot onvoldoende effectiviteit en onvoldoende kwaliteit. De weg van ruimtelijke ordening via ruimtelijke ontwikkeling en ontwikkelingsplanologie naar gebiedsontwikkeling als optimaal poldermodel lijkt ons niet zonder meer perspectiefvol. Het is in niet alleen in de Nederlandse context, maar ook in internationaal verband, helemaal geen voor de hand liggend traject. Als we echter verder terugkijken in de tijd, kunnen we daar wellicht inspiratie uit putten, zoals uit het concessiemodel. Honderden jaren lang werd in Nederland gewerkt met allerlei vormen van concessies. Van concessies voor de stichting van kloosters in de middeleeuwen, via concessies voor transport over water, voor ontginningen en droogleggingen tot concessies voor de exploitatie van tramlijnen en de aanleg van vestingwerken. Volgens Len de Klerkii werd het concessiemodel in de stedenbouw zo populair omdat men zonder de inzet van publieke middelen het algemeen belang kon dienen en tegelijkertijd de particuliere onderneming zo veel mogelijk ruimte kon geven. Met servituten konden zowel overheden als particuliere ontwikkelaars vervolgens het karakter van de woningen en de openbare ruimte regelen. Servituten kunnen worden gezien als de privaatrechterlijke voorlopers van welstandsbeleid. Publiekrechtelijke regelingen duiken pas in het tweede decennium van de twintigste eeuw op.

Het concessiemodel De laatste decennia hebben we een ontwikkeling gezien waarbij de overheid geleidelijk afscheid nam van haar rol als centrale regisseur van de maakbare samenleving. Op veel terreinen wordt, bij het zoeken naar nieuwe verhoudingen, gekozen voor een poldermodel-achtige benadering. Bestuurders zijn dan wel gekozen maar hebben blijkbaar toch maar een beperkt mandaat om besluiten te nemen. Bij een beetje project komt dan al snel een groot aantal partijen samen. De (verschillende) betrokken overheden blijken daarbij in verschillende rollen te acteren. De vele rollen leiden tot onvoldoende transparantie maar ook tot onvoldoende effectiviteit en onvoldoende kwaliteit. De weg van ruimtelijke ordening via ruimtelijke ontwikkeling en ontwikkelingsplanologie naar gebiedsontwikkeling als optimaal poldermodel lijkt ons niet zonder meer perspectiefvol. Het is in niet alleen in de Nederlandse context, maar ook in internationaal verband, helemaal geen voor de hand liggend traject. Als we echter verder terugkijken in de tijd, kunnen we daar wellicht inspiratie uit putten, zoals uit het concessiemodel. Honderden jaren lang werd in Nederland gewerkt met allerlei vormen van concessies. Van concessies voor de stichting van kloosters in de middeleeuwen, via concessies voor transport over water, voor ontginningen en droogleggingen tot concessies voor de exploitatie van tramlijnen en de aanleg van vestingwerken. Volgens Len de Klerkii werd het concessiemodel in de stedenbouw zo populair omdat men zonder de inzet van publieke middelen het algemeen belang kon dienen en tegelijkertijd de particuliere onderneming zo veel mogelijk ruimte kon geven. Met servituten konden zowel overheden als particuliere ontwikkelaars vervolgens het karakter van de woningen en de openbare ruimte regelen. Servituten kunnen worden gezien als de privaatrechterlijke voorlopers van welstandsbeleid. Publiekrechtelijke regelingen duiken pas in het tweede decennium van de twintigste eeuw op.

50

50


Ook in het buitenland was en is het concessiemodel eerder regel dan uitzondering. Concessies worden (en worden) daar verleend voor de meest eenvoudige zaken maar ook voor de ontwikkeling van complete steden. Niet alleen nu in het Verre Oosten, maar ook in Engeland rond 1900 waar Ebenezer Howard zijn ideeën voor de Garden Cities ontvouwde. Er zijn veel definities van concessies. De kern van een concessionaire benadering is voor ons dat er een scherpe scheiding is tussen de verantwoordelijkheden van een partij die een concessie, een recht, verleent en degene die, al dan niet tegen betaling, een recht ontvangt. Onder een concessie wordt meestal het recht verstaan iets te exploiteren, zoals een vervoerslijn of een zendfrequentie. Een concessionaire benadering kan echter op alle fasen van een planvormingsproces van toepassing zijn, van visievorming tot uitvoering en onderhoud, afzonderlijk of in combinaties. Sommige ontwikkelaars ventileren de opinie dat het concessiemodel slechts voor eenvoudige projecten bruikbaar zou zijn. Daar horen twee opmerkingen bij. In de eerste plaats is het allergrootste deel van de uitgevoerde projecten eenvoudig. Als ze niet eenvoudig zijn, kunnen ze meestal eenvoudiger worden gemaakt door ze op te knippen in ruimte of tijd. Daarnaast bewijst de werkelijkheid in opkomende landen dat uiterst complexe projecten kunnen worden uitbesteed en turn-key opgeleverd.

Ook in het buitenland was en is het concessiemodel eerder regel dan uitzondering. Concessies worden (en worden) daar verleend voor de meest eenvoudige zaken maar ook voor de ontwikkeling van complete steden. Niet alleen nu in het Verre Oosten, maar ook in Engeland rond 1900 waar Ebenezer Howard zijn ideeën voor de Garden Cities ontvouwde. Er zijn veel definities van concessies. De kern van een concessionaire benadering is voor ons dat er een scherpe scheiding is tussen de verantwoordelijkheden van een partij die een concessie, een recht, verleent en degene die, al dan niet tegen betaling, een recht ontvangt. Onder een concessie wordt meestal het recht verstaan iets te exploiteren, zoals een vervoerslijn of een zendfrequentie. Een concessionaire benadering kan echter op alle fasen van een planvormingsproces van toepassing zijn, van visievorming tot uitvoering en onderhoud, afzonderlijk of in combinaties. Sommige ontwikkelaars ventileren de opinie dat het concessiemodel slechts voor eenvoudige projecten bruikbaar zou zijn. Daar horen twee opmerkingen bij. In de eerste plaats is het allergrootste deel van de uitgevoerde projecten eenvoudig. Als ze niet eenvoudig zijn, kunnen ze meestal eenvoudiger worden gemaakt door ze op te knippen in ruimte of tijd. Daarnaast bewijst de werkelijkheid in opkomende landen dat uiterst complexe projecten kunnen worden uitbesteed en turn-key opgeleverd.

Kwaliteit en welstand als kerntaak Tot de kerntaken van de overheid hoort het beschermen van kwetsbare zaken, zoals onze gemeenschappelijke voorraden en kwaliteiten. De klassieke term daarvoor is commons, de zaken die van ons allemaal zijn, maar daarom ook kwetsbaar zijn voor afwenteling of overexploitatie. Klassieke voorbeelden van misbruik van commons zijn: overbegrazing van gemeenschappelijke weidegronden, het leegvissen van de zee of de vervuiling van ons milieu. Dit lijkt gunstig voor het individu, maar zijn uiteindelijk schadelijk voor de gemeenschap. Zo is het ook met de kwaliteit van onze leefomgeving gesteld; individueel lijkt het niet aantrekkelijk daar in te investeren maar voor ons allemaal levert dat uiteindelijk verlies op. Daarom is het bevorderen van ruimtelijke kwaliteit een kerntaak van de overheid, zonder dat dit overigens betekent dat de overheid altijd zelf moet investeren of uitvoeren. Hoe je ook mag denken over de verwording van het begrip ruimtelijke kwaliteit, bij die kerntaak horen zeker de kwaliteit van onze leefomgeving, open ruimten en de inrichting van het publieke domein. Allemaal zaken die onder welstand vallen. De roep om aandacht voor welstand kwam oorspronkelijk overigens niet van de overheid. Het waren burgers die de overheid vroegen om de welstand op orde te houden toen ontwikkelaars met de bouw van kwalitatief slechte woningen de waarde van bestaand onroerend goed in waarde deed dalen. Een tweede kerntaak van de overheid is het reguleren van maatschappelijke processen (marktordening, consensusvorming, conflictmanagement). Het organiseren van het debat en de besluitvorming over ruimtelijke kwaliteit horen daarbij.

Kwaliteit en welstand als kerntaak Tot de kerntaken van de overheid hoort het beschermen van kwetsbare zaken, zoals onze gemeenschappelijke voorraden en kwaliteiten. De klassieke term daarvoor is commons, de zaken die van ons allemaal zijn, maar daarom ook kwetsbaar zijn voor afwenteling of overexploitatie. Klassieke voorbeelden van misbruik van commons zijn: overbegrazing van gemeenschappelijke weidegronden, het leegvissen van de zee of de vervuiling van ons milieu. Dit lijkt gunstig voor het individu, maar zijn uiteindelijk schadelijk voor de gemeenschap. Zo is het ook met de kwaliteit van onze leefomgeving gesteld; individueel lijkt het niet aantrekkelijk daar in te investeren maar voor ons allemaal levert dat uiteindelijk verlies op. Daarom is het bevorderen van ruimtelijke kwaliteit een kerntaak van de overheid, zonder dat dit overigens betekent dat de overheid altijd zelf moet investeren of uitvoeren. Hoe je ook mag denken over de verwording van het begrip ruimtelijke kwaliteit, bij die kerntaak horen zeker de kwaliteit van onze leefomgeving, open ruimten en de inrichting van het publieke domein. Allemaal zaken die onder welstand vallen. De roep om aandacht voor welstand kwam oorspronkelijk overigens niet van de overheid. Het waren burgers die de overheid vroegen om de welstand op orde te houden toen ontwikkelaars met de bouw van kwalitatief slechte woningen de waarde van bestaand onroerend goed in waarde deed dalen. Een tweede kerntaak van de overheid is het reguleren van maatschappelijke processen (marktordening, consensusvorming, conflictmanagement). Het organiseren van het debat en de besluitvorming over ruimtelijke kwaliteit horen daarbij.

Perspectief Overheden moeten hun kerntaken (zoals de bevordering van ruimtelijke kwaliteit/welstand en de zorg voor goede besluitvorming) transparant en efficiënt uitvoeren. Een concessionaire benadering past daar goed bij. De kern van een concessionaire benadering is scheiding van rollen: de overheid moet doen waar ze voor is – kaders stellen, doelen formuleren en de markt ordenen – en marktpartijen moeten ondernemen en innoveren. In die wisselwerking komen collectieve belangen het best tot hun recht en kan concurrentie op kwaliteit worden georganiseerd. De concessionaire benadering kan langs verschillende lijnen vorm

Perspectief Overheden moeten hun kerntaken (zoals de bevordering van ruimtelijke kwaliteit/welstand en de zorg voor goede besluitvorming) transparant en efficiënt uitvoeren. Een concessionaire benadering past daar goed bij. De kern van een concessionaire benadering is scheiding van rollen: de overheid moet doen waar ze voor is – kaders stellen, doelen formuleren en de markt ordenen – en marktpartijen moeten ondernemen en innoveren. In die wisselwerking komen collectieve belangen het best tot hun recht en kan concurrentie op kwaliteit worden georganiseerd. De concessionaire benadering kan langs verschillende lijnen vorm

51

51


krijgen. Perspectieven voor bevordering van kwaliteit laten zich formuleren langs de publieke, private en collectieve lijn. Langs de publieke lijn is vooral de nieuwe Wro van belang. Met de nieuwe Wro wordt een grote verantwoordelijkheid bij provincies en gemeenten gelegd. Er moeten vooraf criteria worden gesteld waaraan plannen moeten voldoen; toetsing achteraf gaat tot de uitzonderingen behoren. Dat heeft voordelen maar we lopen er als samenleving ook grote risico’s mee. De VROM-raad brengt dit jaar een advies uit over ruimtelijke kwaliteit en borging. Daarin worden wegen aangegeven om die risico’s te beperken en de kansen die de wet biedt te benutten. Kwaliteitsteams en welstandscommissies spelen hierbij een grote rol. Het opzetten van dergelijke organen komt tegemoet aan het uitgangspunt dat de overheid zich bescheiden moet opstellen op het punt van esthetiek. De uitdaging is om dergelijke organen zo te laten functioneren dat ze niet worden gezien als een verlengstuk van de overheid, maar zoals ze oorspronkelijk waren bedoeld: als een instrument van de gebruikers van de openbare ruimte. De overheid wordt niet gevraagd te betuttelen maar op te treden als bewaker van commons voor de betrokkenen. Langs de private lijn is vooral van belang dat we open concurrentie op het punt van kwaliteit organiseren volgens een concessionaire benadering. Het recht op zelfrealisatie zou ondergeschikt moeten worden aan de concurrentie op kwaliteit. In de private lijn zijn ook servituten interessant: laat marktpartijen en burgers samen bepalen welke welstandseisen zij belangrijk vinden. Langs de collectieve lijn is een aandachtspunt hoe we het middenveld weer een positie van belang kunnen geven. In de politiek worden vertegenwoordigers van het middenveld te vaak gezien als professionele dwarsliggers en de burger heeft er geen verbinding meer mee. Toch is het middenveld bij uitstek in de gelegenheid om de kwaliteit van de leefomgeving op de maatschappelijke agenda te zetten. Het kan overheden, maar vooral burgers stimuleren en faciliteren bij het streven naar een leefomgeving met kwaliteit. Dat is toch niet moeilijk te begrijpen als gezamenlijk eigenbelang?

krijgen. Perspectieven voor bevordering van kwaliteit laten zich formuleren langs de publieke, private en collectieve lijn. Langs de publieke lijn is vooral de nieuwe Wro van belang. Met de nieuwe Wro wordt een grote verantwoordelijkheid bij provincies en gemeenten gelegd. Er moeten vooraf criteria worden gesteld waaraan plannen moeten voldoen; toetsing achteraf gaat tot de uitzonderingen behoren. Dat heeft voordelen maar we lopen er als samenleving ook grote risico’s mee. De VROM-raad brengt dit jaar een advies uit over ruimtelijke kwaliteit en borging. Daarin worden wegen aangegeven om die risico’s te beperken en de kansen die de wet biedt te benutten. Kwaliteitsteams en welstandscommissies spelen hierbij een grote rol. Het opzetten van dergelijke organen komt tegemoet aan het uitgangspunt dat de overheid zich bescheiden moet opstellen op het punt van esthetiek. De uitdaging is om dergelijke organen zo te laten functioneren dat ze niet worden gezien als een verlengstuk van de overheid, maar zoals ze oorspronkelijk waren bedoeld: als een instrument van de gebruikers van de openbare ruimte. De overheid wordt niet gevraagd te betuttelen maar op te treden als bewaker van commons voor de betrokkenen. Langs de private lijn is vooral van belang dat we open concurrentie op het punt van kwaliteit organiseren volgens een concessionaire benadering. Het recht op zelfrealisatie zou ondergeschikt moeten worden aan de concurrentie op kwaliteit. In de private lijn zijn ook servituten interessant: laat marktpartijen en burgers samen bepalen welke welstandseisen zij belangrijk vinden. Langs de collectieve lijn is een aandachtspunt hoe we het middenveld weer een positie van belang kunnen geven. In de politiek worden vertegenwoordigers van het middenveld te vaak gezien als professionele dwarsliggers en de burger heeft er geen verbinding meer mee. Toch is het middenveld bij uitstek in de gelegenheid om de kwaliteit van de leefomgeving op de maatschappelijke agenda te zetten. Het kan overheden, maar vooral burgers stimuleren en faciliteren bij het streven naar een leefomgeving met kwaliteit. Dat is toch niet moeilijk te begrijpen als gezamenlijk eigenbelang?

i

i

ii

ii

Bram van de Klundert, Ruimte tussen overheid en markt, Habiforum, Gouda, 2008 Len de Klerk, De modernisering van de stad 1850-1914 – de opkomst van de planmatige stadsontwikkeling in Nederland, NAi Uitgevers, Rotterdam, 2008

52

Bram van de Klundert, Ruimte tussen overheid en markt, Habiforum, Gouda, 2008 Len de Klerk, De modernisering van de stad 1850-1914 – de opkomst van de planmatige stadsontwikkeling in Nederland, NAi Uitgevers, Rotterdam, 2008

52


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook