Thema 5
Mister Greeny
Naam:
Klas:
Les 1
1
Ecologische voetafdruk
Kleur het aantal vakken die overeenkomen met de antwoorden die je geeft op de vragen over vervoer, voeding, afval en lifestyle in de juiste kleur.
De helft van de planten en dieren op aarde leven in regenwouden, maar tegen 2060 kunnen ze allemaal verdwenen zijn!
1 voet = 1 aarde = gemiddeld
ha per persoon.
Vervoer Fossiele brandstoffen Energie 2
Les 1
Voeding
De vraag naar natuurlijke rijkdommen en land om voedsel te kweken, zorgt ervoor dat meer dan 155.000 km2 regenwoud ieder jaar verdwijnt! Dat is evenveel als één voetbalveld per seconde!
Afval
Lifestyle
Les 1
3
2
Noteer de definitie van de ecologische voetafdruk.
De ecologische voetafdruk =
3
Toon dat je de definitie van de ecologische voetafdruk begrijpt. Verbind de juiste als-dan-relatie.
Als ...
Dan ...
ik meer met de auto naar school kom ...
moeten er meer BOUWgronden vrijkomen voor fabrieken die plastic maken en meer gronden komen om het plastic te recycleren.
Het “Eerlijke Aarde-aandeel” is het stukje grond waar iedereen recht op heeft als we de aarde verdelen over het aantal mensen op de wereld.
4
Les 1
ik veel plastic koop en het ook vaak weggooi en niet hergebruik ...
is er meer WEILAND nodig om de dieren te laten grazen.
ik elke dag veel vlees eet ...
heb ik meer BOSgrond nodig, want bomen zetten de uitgestoten CO₂ om in O₂.
4
Formuleer zelf nog een eigen als-dan-relatie. Gebruik de tekening van de ecologische voetafdruk als inspiratiebron. Als ...
Dan ...
Bereken je ecologische voetafdruk:
Als iedereen zou leven zoals ik, hebben we
aardes
nodig. Mijn ecologische voetafdruk is ha.
Les 1
5
5
Lees de getuigenissen. Kleur de logo’s in die van toepassing zijn.
6
Zoek de landen op en kruis ze aan op de kaart.
7
Noteer de ecologische voetafdruk van dat land.
Samuel Doe – Liberia – 10 j
=
ha < 1 planeet 1-2 planeten
Mariana Iquira Collo – Colombia – 12 j
2-4 planeten > 4 planeten
Lochon Bishash – Bangladesh – 13 j
=
ha
=
6
Les 1
ha
Irza Rameez – Pakistan – 10 j
=
ha
Bram Rasing – Nederland – 13 j De gemiddelde ecologische voetafdruk per land
Broghan Macintyre – Verenigde Staten – 11 j
=
=
ha
ha
Les 1
7
Leva Balozi – Letland – 11 j
=
Teresa Solijala – Malawi – 11 j
ha
< 1 planeet 1-2 planeten 2-4 planeten > 4 planeten
8
Les 1
De gemiddelde ecologische voetafdruk per land
=
ha
Stel een grafiek op met de gegevens van oefening 5 tot en met 7.
Legende
Voorzie je grafiek van: - een correcte titel - goed opgedeelde assen - rangschik de landen van hoog naar laag - kleur de balken in per continent en voorzie een legende van je kleurkeuze.
Titel:
8
Les 1
9
9
10
Les 1
Wat leer je uit deze grafiek? Schrijf een conclusie op. Vul aan met een tweede conclusie van een andere groep.
Les
2
Broeikaseffect
Hoek 1: rotatie van de aarde 1
Boots dag en nacht na. Gebruik hiervoor de wereldbol en de zaklamp die de zon voorstelt. Nu kun je een antwoord formuleren op de volgende vragen: De aarde draait om haar eigen as in 24
of in 1
Als het bij ons dag is, dan is het in Australië 2
(tijdsindicatie). .
De seizoenen begrijpen. Vul het schema aan. -
Vul het seizoen voor ons land aan in het vakje. Overtrek de lijn waar de zon loodrecht op invalt in het rood en benoem die met evenaar of keerkring.
l Zon recht boven de (b)
(a)
(c)
z
w
Zon recht boven de Kreefts
(d)
Zon recht boven de Steenboks
h Zon recht boven de
Les 2
11
3
Boots de seizoenen na. Gebruik hiervoor opnieuw de wereldbol, de zaklamp en het schema van opdracht 2. Neem het fototoestel bij de hand. Lees, markeer en voer uit. Stap 1 Plaats de wereldbol zoals in (a) op het schema op pagina 11. Check de juiste positie van de as van de wereldbol. De zon (de lamp) schijnt recht op de Kreeftskeerkring. Neem er een foto van en toon aan je leerkracht. Bij ons, in het noordelijk halfrond, is het nu zomer. De stralen van de zon schijnen nu rechter en langer op ons deel van de wereldbol. Speciaal! Ten noorden van de noordpoolcirkel gaat de zon een periode niet meer onder. Het is er dan 24 uur dag. Ten zuiden van zuidpoolcirkel is het omgekeerd, 24 uur nacht. Stap 2 Laat de wereldbol nu een kwart doordraaien. Check de juiste positie van de as van de wereldbol. De lamp schijnt recht op de evenaar. Neem er een foto van en toon aan je leerkracht. De zon schijnt nu recht op de evenaar, niet meer recht op de Kreeftskeerkring. In ons deel van de wereldbol gaan we naar de herfst. Stap 3 Laat de wereldbol een kwart doordraaien. Check de juiste positie van de as van de wereldbol. Neem er een foto van en toon aan je leerkracht. De zon schijnt nu recht op de Steenbokskeerkring, in het andere, zuidelijk halfrond. Daar is het zomer. Bij ons, in het noordelijk halfrond, is het nu winter. De stralen van de zon schijnen veel minder recht en veel korter op ons deel van de wereldbol. Speciaal! Ten noorden van de noordpoolcirkel komt de zon een periode niet meer op. Het is er dan 24 uur nacht. Ten zuiden van zuidpoolcirkel is het omgekeerd, 24 uur dag. Stap 4 Laat de wereldbol een laatste keer doordraaien. Check de juiste positie van de as van de wereldbol. De lamp schijnt recht op de evenaar. Neem er een foto van en toon aan je leerkracht. De zon schijnt nu opnieuw recht op de evenaar. In ons deel van de wereldbol wordt het nu opnieuw lente.
De aarde draait in tegenwijzerzin rond haar eigen as en draait tegelijkertijd opnieuw in tegenwijzerzin rond de zon. Dus het is helemaal niet zo gek dat jullie soms ook wat TEGENdraads zijn.
12
Les 2
Les 2
13
Ten noorden/zuiden van de zuidpoolcirkel is er in bepaalde periodes enkel of helemaal geen zonlicht. Het blijft dan 24 uur lang dag of nacht.
In gebieden tussen de keerkringen en poolcirkels zitten we tussen de twee uitersten. We noemen deze zone daarom gematigd.
C
D
Schrap wat niet past. Plaats de letters in de juiste zones in de hokjes hierboven.
8
Ten noorden/zuiden van de noordpoolcirkel is er in bepaalde periodes enkel of helemaal geen zonlicht. Het blijft dan 24 uur lang dag of nacht.
Vul aan op de wereldkaart. Kies uit: warm klimaat – gematigd klimaat (2x) - koud klimaat (2x)
7
B
Vul aan op de wereldbol. Kies uit: NPC (noordpoolcirkel) – ZPC (zuidpoolcirkel) – SKK (Steenbokskeerkring) – KKK (Kreeftskeerkring) – EV (evenaar)
6
Tussen de twee keerkringen valt de zon in bepaalde periodes loodrecht/schuin in. Hierdoor krijgt dit gebied meer/minder energie. Het is in die zone op aarde dan ook het warmst/koudst.
Kleur de zones waar het gedurende een periode van het jaar altijd donker of klaar is blauw. Kleur de resterende delen geel.
5
A
Kleur de zone tussen de lijnen waar de zon loodrecht op valt in het rood.
4
Hoek 2: het broeikaseffect
14
9
Bekijk de proefopstelling aandachtig.
10
Wat gebeurt er met de zon die een oppervlak bestraalt? Schrijf de temperatuur op van de drie meetstanden.
11
Leg de kaartjes die je krijgt van je leerkracht bij de juiste proefopstelling bij hoek 2.
12
Vul volgende begrippen in bij de tekening hieronder: aarde - atmosfeer - zon - zonnestralen.
13
Verbind de ingevulde zaken van de tekening met het corresponderende deel van de proefopstelling.
14
Bespreek met je groep wat het verschil in temperatuur is bij de drie meetstanden.
15
Probeer de verschillen tussen de drie meetstanden samen te verklaren.
Les 2
Hoek 3: video broeikaseffect 16
Bekijk de video aandachtig.
17
Maak een tekening van het broeikaseffect in het vak.
18
Vul de uitleg aan op basis van de video.
Rond onze aarde hangt er een laag, de
. Hierin zitten
veel gassen die we elke dag nodig hebben, zoals bijvoorbeeld
.
In die laag zitten ook
De mensen op aarde stoten de laatste eeuw echter broeikasgassen uit. Hierdoor wordt er dus meer
gassen en die kunnen vasthouden. Maar goed ook, anders zou het hier veel zijn.
vastgehouden op aarde. Hierdoor verandert het en dat heeft veel gevolgen in de
.
Les 2
15
Hoek 4: Mix and Match 19
Omcirkel de foto's die de gassen uitstoten in de juiste kleur (CO₂ = blauw en CH₄ = rood).
Gassen die in onze atmosfeer warmte kunnen vasthouden noemen we:
=
=
Ken je nog andere broeikasgassen? Zo ja, welke?
16
Les 2
GB
www.greenbook.com
Waar denk jij aan?
Plaats:
Klimaatzone:
Probleem en gevolg voor de mens:
#:
Hoe help jij het klimaat vandaag?
Plaats:
Klimaatzone:
Probleem en gevolg voor de mens:
#: Les 2
17
GB
www.greenbook.com
Waar denk jij aan?
Plaats:
Klimaatzone:
Probleem en gevolg voor de mens:
#:
Hoe help jij het klimaat vandaag?
Plaats:
Probleem en gevolg voor de mens:
#: 18
Les 2
Klimaatzone:
GB
www.greenbook.com
Waar denk jij aan?
Plaats:
Klimaatzone:
Probleem en gevolg voor de mens:
#: Door klimaatv erandering, vervuiling en ve rwoestende vismethoden sterft het kora al uit in een angs taanjagend tempo!
Hoe help jij het klimaat vandaag?
Plaats:
Klimaatzone:
Probleem en gevolg voor de mens:
#: Les 2
19
Les 1
20
3
Duurzame energie
Kleur het hokje van de voertuigen die CO₂ uitstoten in het rood, de andere in het groen.
Les 3
2
Welke soorten energie vind je in oefening 1 allemaal terug? Vul de verschillende soorten energie in en verbind elk vervoersmiddel met de passende soort energie. Vervoersmiddel
Soort energie
vliegtuig fiets zonne-auto zeilboot cruiseschip elektrische trein elektrische bus vrachtwagen
3
Kleur in het hokje in de oefening hierboven de soorten energie die eindig/niet-duurzaam zijn in het rood, diegene die oneindig/duurzaam zijn in het groen.
4
Vul in. Deze laatste noemen we ook
energie.
Les 3
21
5
Mogelijke toepassingen?
Hoe?
Soort kracht:
Waar?
Mogelijke toepassingen?
Hoe?
Soort kracht:
Waar?
Mogelijke toepassingen?
Hoe?
Soort kracht:
Waar?
Mogelijke toepassingen?
Hoe?
Soort kracht:
Soorten energie onder de loep: kleef of teken een voorbeeld van een toepassing van hernieuwbare energie.
Waar?
Les 3
22
6
Neem een foto van je kamer, print die in zwart/wit.
7
Geef alle ‘energievreters’ een kleur.
8
Teken een mogelijke oplossing om ze op duurzame energie te laten werken. Wees creatief en voorzie meer dan één soort hernieuwbare energie als oplossing.
Les 3
23
Les 1
4
Duurzaam afvalbeheer
Welke soort en hoeveel afval produceren we in een weekend? Noteer, teken of kleef je foto van je verzameld afval hieronder.
De Belg produceert ongeveer 1,1 kg afval per dag. Welke verschillende soorten afval produceerde je in 1 weekend?
24
Les 4
2
Waar komt ons afval vandaan? Kruis aan welke verpakking gebruikt kan worden om een bepaald product te verpakken. papier /karton
metaal
wegwerpglas
glas met statiegeld
wegwerpplastic
andere
soep
koffie
koeken
kaas
water
melk
wortelen
spaghetti
rijst
Les 4
25
26
Les 4
Duid de belangrijke woorden aan in de tekst.
Schrijf een samenvatting hieronder.
4
5
betekenis
Bespreek per trede: - de naam van de trede - de betekenis - vul aan met een voorbeeld uit het eigen leven of pas toe met een stuk afval van op de speelplaats
Lees de tekst over de ladder van Lansink.
3
voorbeeld
Red de otter en andere waterdieren door je vuilnis in de vuilbak te gooien en te recycleren! Hierdoor komt het vuilnis niet terecht in de rivieren en help je de waterdieren!
Les 4
27
6
2
1
Beschrijf met je eigen woorden hoe plastic gemaakt wordt, de foto's helpen je.
4
3
Miljoenen tonnen plastic komt elk jaar terecht in onze oceanen! Dit doodt veel dieren die in de oceanen leven!
7
Recyclage van plastic … Vertel het proces aan elkaar.
8
Schrijf de voor- en nadelen van plastic op.
Dus plastic is
28
Les 4
Les 1
5
Duurzame voeding
Kleur wat past voor jouw product per rubriek. Het product dat ik onderzoek: Rest van de wereld
1 keer gebruikt afval
>€10kg
>5g
Europa
herbruikbaar
€5-€10/kg
<5g
België
geen
€5/kg
geen
Afstand tot België
Afval
Prijs/kg
geen
duurzaam label Suiker /100g
Label
Kan dit product beter? Ja/nee/mischien. Bespreek. 2
Wat betekenen volgende labels? Benoem het logo en verbind met de juiste uitleg. Een keurmerk voor visproducten die afkomstig zijn van duurzame visserij. Bij duurzame visserij worden visbestanden duurzaam beheerd op basis van wetenschappelijke gegevens en wordt zo min mogelijk schade toegebracht aan het leven in de zee. Dat betekent dat er genoeg vis in de oceaan overblijft en dat vissers ook in de toekomst hun bron van inkomsten kunnen behouden. Een keurmerk voor eerlijke handel. De boeren en telers hebben een eerlijk loon gekregen. Met hun rechten en gezondheid is goed omgegaan. Het keurmerk is te vinden op koffie, thee, chocoladeproducten, fruit, dranken en andere producten uit ontwikkelingslanden.
(Bron: Labelinfo.be / De databank voor duurzaamheidslabels en een gids voor iedereen die bewust wil kopen.)
Blue background versions
1cm
Een Europees label dat verplicht is voor alle biologische verpakte producten in Europa. Het label garandeert dat de productie gebeurt volgens de strenge regels van de biologische landbouw, verwerking en verkoop. Bij biologische landbouw worden geen kunstmatige meststoffen en chemische pesticiden gebruikt. Genetisch gemodificeerde organismen mogen niet gebruikt worden. Kunstmest en synthetische pesticiden evenmin. (Bron: Labelinfo.be / De databank voor duurzaamheidslabels en een gids voor iedereen die bewust wil kopen.)
1.4cmEen Belgisch privé-label voor biologische landbouw. Het
garandeert ecologische, sociale en economische duurzaamheid. Het label vraagt aandacht voor een eerlijke prijs, zorg voor water, energie, biodiversiteit, transport, verpakking en afval. (Bron: Labelinfo.be / De databank voor duurzaamheidslabels en een gids voor iedereen die bewust wil kopen.)
Dit is niet echt een milieulabel of duurzaam label, maar wel een Belgisch label voor lokaal geteelde groenten en fruit.
(Bron: Labelinfo.be / De databank voor duurzaamheidslabels en een gids voor iedereen die bewust wil kopen.)
Een Vlaams label voor de erkenning van lokale voedingsproducten. Het label garandeert dat de productie op ambachtelijke wijze gebeurt, in eigen streek, op basis van een traditioneel recept. (Bron: Labelinfo.be / De databank voor duurzaamheidslabels en een gids voor iedereen die bewust wil kopen.)
Les 5
29
3
Bezoek aan of artikel over een duurzaam initiatief in de buurt.
De titel van mijn artikel of bezoek:
Welk probleem willen ze oplossen?
Welk initiatief of hoe lossen ze dit op?
Wat leer ik eruit?
30
Les 5
Les 1
6
Tijd voor actie
Vul aan.
Duurzaamheid =
SDG's =
Leg uit wat SDG's precies zijn:
Les 6
31
https://www.un.org/sustainabledevelopment/ “The content of this publication has not been approved by the United Nations and does not reflect the views of the United Nations or its officials or Member States”.
2
32
Kleur de SDG’s die je in de voorgaande lessen hebt behandeld.
WAARDIG
Les 6
3
SAMEN KUNNEN WE ZOVEEL MEER – geef oplossingen die aan bod kwamen in de voorgaande lessen en kleur ze volgens thema zoals op pagina 2 (indien mogelijk).
bedenken
uitvinden
campagne voeren Les 6
33
4
34
Kleef hier je posts die je had gevonden voor Greenbook.
Les 6
Les 6
35
Studiewijzer Lees, markeer en kruis aan.
36
OK. Dit ken ik. Dit begrijp ik.
1 Ik ken deze begrippen en kan ze verklaren: ecologische voetafdruk, broeikaseffect, methaan, atmosfeer, koolstofdioxide, duurzaam(heid), SDG’s. Tip: Zoek waar je de woorden vindt in je werkboek en ga na of je ze begrijpt. Leg ze uit aan iemand anders. Je ouders, broer of zus, medeleerling,…
❑
2 Ik begrijp de term ecologische voetafdruk en kan die term verduidelijken aan de hand van een als-dan-voorbeeld. Tip: In je werkboek vind je verschillende als-dan-voorbeelden en je hebt er zelf ook eentje geformuleerd.
❑
3 Ik kan het positieve en negatieve broeikaseffect uitleggen aan de hand van een tekening. Tip: Bekijk de tekening die je zelf gemaakt hebt en maak die opnieuw terwijl je het broeikaseffect uitlegt of de tekst leest onder je tekening.
❑
4 Ik kan de twee voornaamste broeikasgassen die verantwoordelijk zijn voor het negatieve broeikaseffect (koolstofdioxide en methaan) opsommen, ken hun afkorting en kan voorbeelden geven van hoe ze ontstaan of wie ze produceert. Tip: Herbekijk pagina 16 in je werkboek.
❑
5 Ik kan de drie grote klimaatzones op aarde aanduiden op een wereldkaart. Ik kan ook voor elke klimaatzone een gevolg van de klimaatverandering opsommen voor mens of dier. Tip: Bekijk de posts op het Greenbook op pagina 17 tot en met 19 opnieuw en bekijk Karrewiet in de week. Dit thema is vaak heel actueel.
❑
6 Ik ken de verschillende soorten energie en kan erbij vertellen of ze duurzaam (niet eindig) zijn of niet. Tip: Bekijk je werkboek pagina 20 tot en met 23 opnieuw en denk aan je eigen kamer als je dit studeert.
❑
7 Ik kan aan de hand van een tekeningen de productie en de recyclage van plastic uitleggen. Tip: Herbekijk het schema op pagina 28 in je werkboek. Leg het uit aan je ouders, broer, zus ...
❑
8 Ik kan de trappen van de ladder van Lansink opsommen en die trappen verduidelijken aan de hand van een eigen voorbeeld. Tip: De ladder vind je terug op pagina 26. Vind je samen met je studiemaatje nog een extra voorbeeld?
❑
9 Ik kan de ecologische voetafdruk vergelijken voor kinderen elders in de wereld en kan hieruit besluiten dat die niet voor alle kinderen in de wereld gelijk is. Ik kan de vier verschillende onderdelen die we onderzocht hebben van de kinderen opsommen: vervoer, voeding, afval en levensstijl. Tip: Herbekijk pagina 6, 7 en 8 in je werkboek en leg uit aan je ouder wat je gedaan hebt. Laat hen mee beleven aan de hand van de website dollarstreet van gapminder.
❑
10 Ik kan vertellen welke zaken we onderzocht hebben om te controleren of bepaalde voeding duurzaam is of niet en kan de labels die op de producten staan herkennen en met mijn eigen woorden uitleggen. Tip: De labels en het onderzoek vind je op pagina 29 in je werkboek en let erop terwijl je meegaat naar de winkel.
❑
11 Ik kan een actie bedenken, uitvinden of campagne voeren die duurzaam is. Tip: Op pagina 33 hebben jullie er veel genoteerd, maar daar heb je zeker eentje van onthouden!
❑
Illustrator Eric Bouwens Herdruk 2021/511 Bestelnummer 60 1010 605 ISBN 978 90 4863 803 1 KB D/2020/0147/145 NUR 193 Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge, België © Copyright die Keure, Brugge - RPR 0405 108 325
9 789048 638031