Thema 2
Pak je koffers!
Themaoverzicht
WOUW-moment: maak je keuze uit het aanbod
minimaal 50 minuten
Les
1
Natuurlijke barrières/grenzen voor Rana en Jazan
75 minuten
Les
2
Rana en Jazan onderzoeken het reliëf in Europa
50 minuten
Les
3
Menselijke barrières/grenzen voor Rana en Jazan
100 minuten
Les
4
Rana en Jazan verkennen Europese landen
50 minuten
Les
5
Migratie is van alle tijden
75 minuten
Les
6
Evaluatiemoment
50 minuten
WOUW-actie: maak je keuze uit het aanbod
2
Thema 2: Pak je koffers!
minimaal 100 minuten
Inleiding In dit thema: bouwen de leerlingen vanuit het topic migratie hun kennis over natuurlijke en menselijke grenzen verder op. We focussen daarbij op de Europese Unie als ruimte. Pak je koffers! voert ons zo verder weg dan je bij de titel zou vermoeden. We kruipen in de koffer van twee Syrische vluchtelingen, op weg naar Europa met haar grenzen en landschappen en naar de Europese Unie. De WOUW-momenten in dit thema zorgen ervoor dat de leerlingen zich inleven in de situatie van de twee hoofdpersonages van het thema. Ze maken kennis met een familielid uit een ander land, leren een beetje Arabisch, pakken hun koffers om te vertrekken of voelen aan wat grenzen oversteken met een groep eigenlijk betekent. Na het WOUW-moment, dat je kiest op basis van de interesses van de leerlingen, de mogelijkheden van de schoolomgeving en de klemtonen die de school legt, leren de leerlingen alles over migratie, grenzen en de Europese Unie. Ze maken voor het eerst kennis met alle werelddelen en leren wat natuurlijke en menselijke grenzen zijn. Ze zoomen in op het reliëf en de landschappen van Europa die de hoofdpersonages kunnen tegenkomen op hun tocht. Ze leren de EU kennen, haar geschiedenis, en onderzoeken in groep verschillende lidstaten. Tenslotte ontdekken ze dat migratie een verhaal is doorheen de hele menselijke geschiedenis en ontdekken ze de redenen waarom mensen migreren. Om het verhaal van de twee Syrische vluchtelingen visueel en digitaal te ondersteunen werken we met een interactieve tour met Google Earth. De interactieve tour kan je openen via Kabas en bevat heel wat extra informatie, zoals foto- en videomateriaal. Enerzijds doorloop je op deze manier een uitgewerkte tour, anderzijds biedt Google Earth je de vrijheid om tijdens deze tour de omgeving verder te verkennen. De focus ligt in dit thema op het domein ruimte. Verder gaan we ook in op het domein van mens en maatschappij: de andere en ik en onze sociaalculturele verschillen. Ook de politieke en juridische verschijnselen komen even aan bod. De leerlingen illustreren dit niet enkel met voorbeelden, maar transfereren dit naar hun eigen leefwereld. Tijdens de WOUW-actie gaan de leerlingen zelf aan slag met hun nieuw verworven kennis. Je kunt opnieuw kiezen voor de optie die het beste bij de specifieke situatie van jouw klasgroep aansluit. Zo leren ze gegevens met betrekking tot migratie verduidelijken in grafieken en kaarten, maken ze zelf een digitale route doorheen de natuurlijke en menselijke grenzen en landschappen van de EU via Google Earth, debatteren ze in een mini EU-top of plannen ze dankzij Europese subsidies een nieuwe sportinfrastructuur op de beste plaats in hun eigen gemeente.
Thema 2: Pak je koffers!
3
Overzicht opties WOUW-moment De lesfiches bij deze activiteiten vind je terug op Kabas, samen met alle andere nodige bestanden.
50'
Laat je leerlingen kennismaken met het verhaal van een mama, papa, opa, tante … Uit welk land komen ze oorspronkelijk? Waarom is de persoon naar België gekomen? De leerlingen kunnen met behulp van een vragenbox interessante vragen noteren.
50'
Tijdens deze activiteit kunnen je leerlingen het Arabisch op een muzische en creatieve wijze ontdekken. We dompelen ze onder in deze wereldtaal. Afhankelijk van jouw klasgroep kun je deze activiteit opbouwen vanuit de eigen kennis en omgeving, of je kiest ervoor om het bijgeleverde materiaal te hanteren.
50'
Wat als je de grens moet oversteken omdat je vrijheid in gevaar is? Hoe kun je met een grote groep veilig de grens oversteken? Deze activiteit werkt groepsversterkend. De leerlingen hebben elkaar nodig om aan de andere kant te komen.
50'
We bereiden ons voor op een mogelijke toekomst: er is een enorme overstroming geweest in België! We moeten het land zo snel mogelijk verlaten. Laat de leerlingen creatief aan de slag gaan en een eigen koffer ontwerpen. Welke spullen zullen jouw leerlingen zeker meenemen?
1
Mijn mama/papa … neemt je mee naar … As-salamu alaykum
2
We dompelen ons onder in het Arabisch
3
Ik wil naar de andere kant!
4
Pak je koffers
4
Thema 2: Pak je koffers!
50'
Hoeveel grenzen moet je kruisen als je een bepaald land bezoekt? Hoeveel grenzen moet onze broek, trui of jas kruisen om tot bij ons te komen? Tijdens deze activiteit ga je klassikaal aan de slag met enkele stellingen rond de aanwezigheid van grenzen.
50'
Hoe zou jouw klas reageren op een nieuwe verdeling? Met dit experiment ontdekken je leerlingen hoe eenvoudig het is om een groep te verdelen op basis van uiterlijk, karakter, kledingstukken … Geef de groepen op basis van de verdeling willekeurige privileges en kijk hoe ze reageren.
5
Grenzeloos
6
De verdeelde klas
Check altijd Kabas voor het meest recente aanbod.
Thema 2: Pak je koffers!
5
Les
1
Natuurlijke barrières/grenzen voor Rana en Jazan
Lesdoelen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De kinderen kunnen aan de hand van foto’s verklaren waarom mensen uit Syrië vluchten. De kinderen kunnen zich inleven in twee kinderen uit Syrië door zich over hun situatie woordelijk uit te drukken. De kinderen kunnen de werelddelen opnoemen. De kinderen kunnen de grenzen van Europa aanduiden op een wereldkaart en die benoemen. De kinderen kunnen een afstand tussen twee plaatsen berekenen aan de hand van een schaal op een kaart. De kinderen kunnen enkele belangrijke gebergtes, rivieren en zeeën van Europa opsommen en situeren. De kinderen kunnen voorbeelden opsommen van natuurlijke barrières in Europa.
Lesmateriaal -
-
werkboek p. 1 - 5 jeugdatlas ‘Mijn en jouw wereld in kaart’ powerpoint 1: Rana en Jazan virtuele tour: enkele natuurlijke barrières onder de loep video 1: getuigenis van een Syrische bootvluchteling (Archief voor Onderwijs) laptops of tablets met internetverbinding zakrekenmachine kladschrift versleten rugzakje/koffer met: • knuffel • in folie verpakte telefoon • dagboekje • reservekleren (kindermaat) versleten rugzakje/koffer met: • tandpasta • tandenborstel • in folie verpakte tablet • potlood • reservekleren (kindermaat)
Vooraf Volg de actualiteit over de burgeroorlog in Syrië en de toestroom aan vluchtelingen. De leerlingen zullen veel vragen stellen. In dit thema maken we gebruik Google Earth, meer bepaald van de desktopversie Google Earth Pro (die meer functies bevat dan de online versie). Download de (gratis) software van Google Earth om het kmz-bestand op Kabas te kunnen openen. Indien mogelijk is het ook aangeraden om enkele laptops voor de leerlingen met Google Earth Pro uit te rusten.
6
Thema 2: Pak je koffers!
Lesverloop 1
Instap Introduceer Rana en Jazan met behulp van de foto’s op de powerpoint, dia 1 en 2. Rana en Jazan zijn zus en broer en komen uit Syrië. Momenteel zitten ze in een andere Vlaamse school. Rana is 11 jaar en houdt van zingen en dansen. Ook voetbalt ze graag met haar broer. Ze wil graag juffrouw Engels worden. Jazan is 13 jaar en is een grote fan van voetbal. Hij kijkt graag natuurfilms. Later wil hij verpleger worden en zoveel mogelijk mensen te helpen. Vertel dat de twee kinderen in België aankwamen met elk een koffer/rugzak. Toon de koffers aan de leerlingen en laat de koffers uitpakken. Laat ze de inhoud vrij bespreken. Indien je koos voor WOUW-moment 4 kun je daarnaar verwijzen. Vraag na of iemand de reden kent waarom zoveel mensen uit Syrië naar België komen. Projecteer bij de bespreking de foto’s van voor en na de oorlog in Aleppo, Kobanê, dia 3 tot 5. Vraag de leerlingen of ze ook zouden vluchten. Indien je koos voor WOUW-moment 3 kun je daarnaar verwijzen.
2
Kern
2.1 De grenzen van Europa Vraag de leerlingen waar Syrië ligt. Laat hen Syrië opzoeken met Google Maps of in de atlas. Laat ze Syrië aanduiden op de kaart op pagina 2 in het werkboek en vraag na of ze weten in welk werelddeel Syrië ligt. Vraag na of ze nog andere werelddelen kennen. Schrijf de werelddelen op het bord. Bekijk de wereldkaart opnieuw en laat de leerlingen de werelddelen benoemen en Syrië situeren in opdracht 2 op pagina 3. We spreken van een werelddeel op basis van politieke, historische en culturele basis maar dit valt ook samen met de grote landmassa’s op onze planeet. Zo wordt het vasteland op onze planeet ingedeeld in zeven werelddelen: Europa, Azië, Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Afrika, Oceanië en Antarctica. Het begrip continent wordt vaak gebruikt in plaats van werelddeel. In het Engels is het er zelfs de vertaling van. Wanneer we spreken over continenten, wordt er eerder gedoeld op de geografische indeling van de aardkorst. Dit heeft dan te maken met de opdeling van de ‘continentale platen’ en dan kom je uit bij een andere indeling. Zo vormt in bepaalde indelingen Europa en Azië samen Eurazië. Wij houden het in WOUW bij de zeven werelddelen. Vraag na hoe je vanuit Syrië naar België kunt komen zonder het vliegtuig te nemen. Laat de leerlingen per twee brainstormen aan de hand van hun atlas. Laat de route van de landen noteren in hun kladschrift. Vraag kort naar mogelijke routes. Kom tot de conclusie dat er veel grenzen en natuurlijke hindernissen zijn. Daag hen uit om de verschillende hindernissen te onderzoeken. Laat de leerlingen in duo de opdrachten in het werkboek op pagina 3 oplossen. Voorzie eventueel een zakrekenmachine om de afstand te berekenen. Leerlingen die tijd over hebben kunnen de afstand controleren met Google Maps.
Thema 2: Pak je koffers!
7
2.2 Natuurlijke barrières/grenzen in Europa Bespreek de route van Rana en Jazan, van Syrië naar België. Projecteer de foto’s op de powerpoint, dia 6 en 7. Vraag welke grenzen de leerlingen herkennen op de foto’s. Laat de leerlingen de barrières sorteren. Kom tot de conclusie dat Rana en Jazan zowel menselijke als natuurlijke grenzen hebben moeten oversteken. De leerlingen benoemen per duo de natuurlijke grenzen in Europa op pagina 4 in het werkboek. Geef de helft van de klas een tablet of laptop met Google Maps, de andere helft een atlas. Maak er een wedstrijd van. Ga na wie de snelste was. Vraag ook kort hoe dat komt.
2.3 Enkele natuurlijke barrières onder de loep Rana en Jazan leerden bepaalde zaken over Europa. Zo leerden ze over de hoogste berg, de langste rivier en het grootste meer in Europa. Pols naar de achtergrondkennis bij de leerlingen, wat weten zij over deze drie zaken? Vlieg daarna met hen naar de verschillende plaatsen, met behulp van de virtuele tour van Google Earth. Laat de leerlingen de fiches op pagina 5 in het werkboek invullen. 3
Slot Laat de leerlingen per vier zitten. Zo hebben ze per groep twee voorgestelde routes van Syrië naar België die ze optekenden in hun werkboek pagina 3. Laat hen één van beide routes kiezen. Geef de opdracht: welke natuurlijke grenzen komen jullie tegen en hoe kunnen we die overbruggen? Bekijk na de opdracht video 1: getuigenis van een Syrische bootvluchteling. Waarom zijn deze mensen gevlucht uit Syrië? Wie had dat als reden verwacht? Welke groep heeft gekozen voor een route langs Egypte? Besluit dat Rana en Jazan ook een andere route namen om naar België te komen.
8
Thema 2: Pak je koffers!
Les
2
Rana en Jazan onderzoeken het reliëf in Europa
Lesdoelen 1. De kinderen kunnen op een kaart met hoogtelijnen verschillende termen van het reliëf aanduiden. 2. De kinderen kunnen op een hoogtelijnenkaart de weg met de minste hoogteverschillen aanduiden en conclusies trekken met betrekking tot de hoogtelijnen en hun ligging. 3. De kinderen kunnen hoogtelijnen op een kaart interpreteren door eenvoudige invulvragen te beantwoorden. 4. De kinderen kunnen de relatie leggen tussen een hoogtelijnenkaart en een reliëfprofiel door dezelfde plaatsen op beide aan te duiden en door hoogtelijnen te verbinden met het passende profiel. 5. De kinderen kunnen met een stappenplan zelf een reliëfprofiel maken in Google Earth. 6. De kinderen kunnen de reliëfvormen plateau, heuvelland, vlakte en gebergte benoemen aan de hand van landschapsfoto’s in Europa. 7. De kinderen kunnen natuurlijke en menselijke landschappen (toeristisch, landelijk, industrie en stedelijk) benoemen aan de hand van landschapsfoto’s in Europa.
Lesmateriaal -
werkboek p. 6 - 9 bijlage 1: termen en landschappen jeugdatlas ‘Mijn en jouw wereld in kaart’ • natuurkundige kaart Europa p. 24 -25 laptops met internetverbinding en Google Earth laptops of telefoon (kinetisch) zand of zandbak plantenspuit met water 8 rode, 8 gele en 8 groene kopspelden rood, geel en groen touw of wol
Vooraf Knip de foto’s en termen van bijlage 1 uit.
Thema 2: Pak je koffers!
9
Lesverloop 1
Instap Rana en Jazan hebben vaak de kaarten bekeken. Welke route zouden ze best nemen? Vaak kwamen ze op hun route bergen tegen. Het was belangrijk om een weg te kiezen die zo weinig mogelijk hoogteverschillen had. Ondersteun het verhaal van Rana en Jazan met de natuurkundige kaart van Europa in de atlas. Laat de leerlingen vertellen wat ze op de kaart zien, wat de kleuren betekenen …
2
Kern Vraag na wat de leerlingen zich nog herinneren over reliëfvormen voorstellen op kaart (leerstof WOUW 5 thema 3). Herhaal eventueel de volgende begrippen: hoogtelijnen, hoogtecijfers, hoogtezones … Je kunt ervoor kiezen om de termen opnieuw te introduceren aan de hand van onderstaand klasonderzoek. Voorzie (kinetisch) zand of ga naar de zandbak. Maak een heuvel met een steile en een zwakke helling, asymmetrisch en ernaast een iets kleinere heuvel. Gebruik de plantenspuit om het zand nat te maken. Deel in de klas de rode, gele en groene kopspelden uit. Concentreer je op de hogere berg. Geef een leerling met rode kopspeld de opdracht om die ergens hoog op de berg te zetten, maar niet op de top. Geef de andere leerlingen met rode kopspeld de opdracht om de kopspelden op een andere plaats, maar even hoog op de berg te zetten. Herhaal met de gele (middelhoog) en de groene kopspelden (laag). Laat daarna de kopspelden verbinden met het stuk touw of wol in dezelfde kleur. Laat ook de hoogtelijnen leggen op de kleinere heuvel. Deel de kaarten met de termen uit (bijlage 1). Laat ze op de juiste plaats leggen. Stel volgende vragen: -
Wat hebben we gedaan? (punten verbonden met eenzelfde hoogte) Wat stellen de stukken touw voor? (hoogtelijnen) Hoe brengen ze dat reliëf nu in kaart? (we bekijken het van de bovenkant) Kunnen wij dat ook in kaart brengen? (ja, door een foto te nemen van het bovenaanzicht)
Laat nadien de leerlingen een foto maken van het bovenaanzicht met een fototoestel of telefoon. Vraag welke weg Rana en Jazan best zouden nemen als ze van de ene naar de andere kant moeten. Besluit dat ze het best langs een dal bij een rivier wandelen, niet over de bergen. Vraag wie nog weet wat een hoogteprofiel is. Verwijs eventueel naar een wielerwedstrijd waar ze de profielen gebruiken om de verschillende beklimmingen aan te tonen. Laat de leerlingen even nadenken over hoe ze dat kunnen weergeven.
10
Thema 2: Pak je koffers!
Laat de leerlingen neerdalen en op ooghoogte staan van de heuvel. Laat de leerlingen een verticale foto maken (vooraanzicht). Projecteer beide foto’s en herhaal alle termen. Laat op beide foto’s de weg voor Rana en Jazan aanduiden. Leg de link met de hoogtelijnen en maak volgende conclusies: -
Hoe dichter de hoogtelijnen bij elkaar liggen, hoe steiler de helling. Hoe verder de hoogtelijnen van elkaar liggen, hoe zwakker de helling. Als je evenwijdig met de hoogtelijnen loopt, heb je geen hoogteverschil. Als je loodrecht op de hoogtelijnen loopt, stijg je of daal je.
Laat vastzetten in het werkboek op pagina 6 en 7. Je kunt ervoor kiezen om de foto’s te printen voor de leerlingen. De leerlingen kleven de foto’s op in het werkboek op pagina 6 ter vervanging van deze opdrachten.
2.2 Reliëfvormen en landschappen in Europa Vraag de leerlingen welke landschappen Rana en Jazan allemaal in Europa zullen tegenkomen. Deel de foto’s en de termen uit (bijlage 1). Laat hen rondlopen in de klas en vraag om de termen te matchen met de correcte foto’s, soms zullen ze ook per drie kunnen matchen. Laat de paren of trio’s in het midden leggen en vraag om de paren in groepen te sorteren. Geef nog geen sorteercriteria. Laat hen dit zelf proberen. Laat de paren vooraan in de klas liggen of hang ze op in de WERO-hoek. Mogelijke groepen zijn: -
reliëfvormen vs. landschappen natuurlijke landschappen vs. menselijke landschappen hoog vs. laag …
Herhaal bij de reliëfvormen nog eens de verschillende begrippen en zet vast in een bordschema: -
Helling: steil - matig - zwak Hoogteverschillen: groot - matig - klein Horizon: recht - golvend - getand Hoogtezones: laagland - middelland - hoogland
De combinatie van factoren bepaalt of het een vlakte, een heuvelland of een gebergte is. Laat de leerlingen het werkboek op pagina 8 en 9 aanvullen met behulp van de gesorteerde groepen. Vorig jaar verdeelden we ons land in thema 2 in drie hoogtezones: Laag-België van 0 tot 50 m, MiddenBelgië van 50 tot 200 m en Hoog-België van 200 tot 700 m. In Europa worden we qua reliëf natuurlijk nog met andere hoogtes geconfronteerd. Daarom wordt meestal deze indeling gevolgd: laagland tot 200 m, middelland tot 2000 m en hoogland vanaf 2000 m. Dat betekent dat je de streek die wij HoogBelgië noemen, vanuit Europees perspectief in het middelland situeert. Maar op zich zijn die termen niet zo belangrijk want vaak worden die ook nog eens ander ingevuld naargelang de bron die je raadpleegt. Besteed daar dus niet al teveel aandacht aan. De verschillende reliëfvormen en de interpretatie van een geografische kaart zijn hier de focus.
Thema 2: Pak je koffers!
11
3
Slot Ga naar de computerklas of voorzie per vier leerlingen een laptop met internetverbinding en Google Earth geïnstalleerd. Toon aan de leerlingen hoe ze een plaats kunnen opzoeken in Google Earth en hoe ze een lijn moeten tekenen of laat hen zelfstandig werken aan de hand van de handleiding van Google Earth in hun werkboek (pagina 7). Laat ze een reliëfprofiel maken voor Rana en Jazan.
12
Thema 2: Pak je koffers!
Les
3
Menselijke barrières/grenzen voor Rana en Jazan
Lesdoelen 1. De kinderen kunnen aan de hand van een kaart de grenzen tussen verschillende landen aanduiden en benoemen met behulp van de atlas. 2. De kinderen kunnen enkele ngo’s opsommen die helpen in de vluchtelingenkampen en aan de hand van de website opzoeken wat ze er specifiek doen. 3. De kinderen kunnen uitleggen wat de Schengenzone is. 4. De kinderen kunnen in eigen woorden uitleggen wanneer en voor wie een identiteitskaart voldoende is om in Europa te reizen. 5. De kinderen kunnen de belangrijke fases in de geschiedenis van de EU benoemen. 6. De kinderen kunnen aan de hand van silhouetten van enkele Europese landen en de atlas het land benoemen. 7. De kinderen kunnen drie Europese instellingen en hun taak benoemen. 8. De kinderen kunnen voorbeelden opsommen van wat de EU doet voor 12-jarigen uit de lidstaten (zijzelf) en voor 12-jarige vluchtelingen.
Lesmateriaal -
werkboek p. 10 - 15 jeugdatlas ‘Mijn en jouw wereld in kaart’ • kaart Europese lidstaten p. 29 powerpoint 2: hulporganisaties video 2: de vluchtelingencrisis (Archief voor Onderwijs) video 3: vluchtelingenkamp Syrië (Archief voor Onderwijs) video 4: ontstaan en groei van de Europese Unie video 5: de Europese instellingen (Archief voor Onderwijs) online bordspel: Europa laptops of tablets met internetverbinding
Vooraf Bekijk de oefening met Google Earth, zodat alles duidelijk is. Ga daarbij na welke vluchtelingenkampen je met satellietbeelden kunt bekijken in Google Earth. Zorg ervoor dat de wegen uit staan en enkel de landsgrenzen aan staan, anders is het voor de leerlingen niet duidelijk. Kleur Syrië en Turkije eventueel in met een polygoon.
Thema 2: Pak je koffers!
13
Lesverloop 1
Instap Indien je koos voor WOUW-moment 5 kun je daarnaar verwijzen. Vraag de leerlingen of ze al eens op reis gingen, of naar een andere gemeente bij iemand op bezoek gingen. Vraag na of ze daarvoor speciale papieren nodig hadden. Kom tot een identiteitskaart. Waarom heb je die soms wel en soms niet nodig? Bespreek verschillen tussen reizen in eigen land, reizen in Europa (binnen de Schengenzone) en reizen buiten Europa. Wanneer moeten ze hun identiteitskaart tonen, wanneer niet? Waarom wel, waarom niet? Kom tot de conclusie dat er administratieve grenzen zijn, vastgelegd door de mens doorheen de geschiedenis. Waarom kunnen Rana en Jazan niet zomaar naar België komen? Laat de leerlingen vrij brainstormen. Duid tussendoor ook even het verschil tussen een identiteitskaart, een paspoort en een visum. De identiteitskaart is voor ons Belgen een vertrouwd en handig document waarmee we onze identiteit kunnen bewijzen, zowel in ons eigen land als in het buitenland. Vroeger was dat een dubbelgevouwen, groene kaart, intussen is dit al een hele tijd een plastic kaart die streng is beveiligd. Niet alle landen gebruiken een identiteitskaart. In veel landen bestaat die gewoon niet en hoef je die dus niet te hebben. Met onze identiteitskaart kunnen we intussen naar een vijftigtal landen reizen, maar voor de meeste landen volstaat een identiteitskaart niet. Dan heb je een internationaal paspoort nodig. Dat is vaak ook zo voor kinderen onder de 12 jaar. In dat boekje worden bij het binnenkomen en verlaten van een land dan de nodige notities en stempels aangebracht. Voor sommige landen volstaat ook een reispaspoort niet. Daar heb je ook nog een visum nodig, een toelating die je vooraf moet aanvragen. Bekijk video 2: de vluchtelingencrisis. Bespreek klassikaal. -
Waarom vluchten mensen? (omdat ze op de vlucht zijn voor geweld of oorlog, omdat ze niet veilig zijn, omdat ze arm zijn …) Waar vluchten mensen naartoe? (Soms blijven ze in eigen land, anderen vluchten naar buurlanden, vb. Turkije vangt de meeste Syrische vluchtelingen op. Soms vluchten ze naar Europa, naar de Europese Unie. ) Wat doet ons land voor de vluchtelingen? (Er wordt gecontroleerd of de persoon echt een vluchteling is, en dus in ons land kan blijven. Als de vluchtelingen een grondige reden hebben worden ze tijdens het onderzoeken van hun procedure in een opvangcentrum geplaatst, waar ze kunnen slapen en eten en de kinderen naar school kunnen.)
Niet iedereen kan zomaar het vliegtuig nemen. Sommigen komen over zee, anderen komen over land. Het eerste deel van de route van Rana en Jazan was over land. 2
Kern
2.1 Grens Syrië - Turkije Laat de kaart op pagina 10 in het werkboek bekijken. Vertel dat de leerlingen op de kaart het eerste deel van de route van Rana en Jazan kunnen zien. Vraag naar de eerste grens die beide kinderen over gegaan zijn. Zoek klassikaal enkele zaken op over Turkije en laat aanvullen op pagina 10.
14
Thema 2: Pak je koffers!
Projecteer de foto van een vluchtelingenkamp (powerpoint, dia 1). Vraag aan de leerlingen hoe we dergelijke plaatsen noemen. Kom tot vluchtelingenkampen. Start Google Earth op, geef ‘refugee camp Turkey’ in als zoekterm en vlieg naar de getoonde plaatsen. Waar liggen deze plaatsen? (aan de grens met Syrië) Zoom in op een vluchtelingenkamp en gebruik verschillende tools in Google Earth: klik op het uurwerk en keer terug in de tijd, zo zul je historische beelden krijgen en zien dat er voor de oorlog niets was op die plaats. Via de liniaal kun je de lengte, breedte en oppervlakte berekenen van een dergelijk kamp. Bekijk video 3: vluchtelingenkamp Syrië. Vraag welke organisaties de leerlingen zagen in het filmpje (Unicef en VN/UNHCR). Vertel dat verschillende organisaties in vluchtelingenkampen actief zijn en vraag of ze nog andere organisaties kennen. Toon hierbij de extra foto’s op de powerpoint, dia 2 – 6. Bekijk de organisaties in het werkboek op pagina 10. Verdeel de klas in vijf groepen, laat ze met een tablet of laptop of tablet met internetverbinding minstens één organisatie opzoeken. Laat opzoeken wat ze in/ voor de vluchtelingenkampen doen. Overloop en laat de organisaties met het juiste logo en uitleg verbinden op pagina 10. Unicef United Nations International Children’s Fund of Unicef is een deelorganisatie van de Verenigde Naties. Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog werd in 1945 de VN opgericht met als doelstelling conflicten tussen staten op een vreedzame manier op te lossen. De 51 stichtende landen van toen zijn er ondertussen 193 geworden en de VN (of UN in het Engels) telt ook heel wat nevenorganisaties. In thema 6 gaan we dieper in op de rol van één daarvan, de Unesco. Zoals de VN overal ter wereld respect probeert af te dwingen voor de mensenrechten, doet Unicef dat voor de kinderrechten. Wereldgezondheidsorganisatie Een andere deelorganisatie van de VN is de WHO of World Health Organisation. De WHO brengt wereldwijd ziektes en geneesmiddelen in kaart om zo bij te dragen tot de algemene gezondheid van de volledige wereldbevolking. In de periode van pandemieën, zoals bij het corona-virus, treedt deze organisatie op de voorgrond. Amnesty International Amnesty International werd opgericht in 1961 en heeft als enige doel het afdwingen van respect voor de Universele Mensenrechten wereldwijd. In de eerste jaren focuste de organisatie op het vrij krijgen van politieke gevangen. Vandaar ook het woord ‘amnestie’ in de naam. Amnestie is een maatregel die gevangen in vrijheid stelt zonder later nog vervolgd of gestraft te worden. In pre-internettijden was een van hun gekenden acties het schrijven van brieven naar overheden om te eisen dat politieke gevangen werden vrij gelaten. Vanaf de jaren ’90 in de vorige eeuw is AI zijn missie gaan verbreden en nu werken ze ook sterk rond discriminatie. 11.11.11 11.11.11 is een Belgische niet-gouvernementele organisatie, opgericht op 11 november 1966. De naam is geïnspireerd op het moment van de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog (11 november om 11 uur in 1918). De leerlingen leerden hierover in thema 9 van WOUW 5. 11.11.11 werkt rond ontwikkelingssamenwerking, vooral tussen noord en zuid maar ook in de vluchtelingenproblematiek nemen zij hun rol op. Artsen Zonder Grenzen AZG is opgericht in 1971 en zoals brengt zoals de naam het zegt, medische hulp naar mensen in gebieden die
Thema 2: Pak je koffers!
15
in crisis zijn. Denk aan gewapende conflicten, natuurrampen, ziektes … AZG is erin gespecialiseerd om met spoed in moeilijke omstandigheden hulp te verschaffen. Zo zijn ze een beetje de spoeddienst van de wereld.
2.2 Grens Turkije - EU Laat de leerlingen de volgende grens opnoemen die ze zien op de kaart, in het werkboek op pagina 10. De volgende grens is Turkije - Griekenland. Vraag naar het transportmiddel: boot. Vergelijk met de route van de leerlingen. Komt die overeen? Waarom nemen die mensen de boot als ze toch gewoon van Turkije naar EU de grens over kunnen over land? Laat de leerlingen de foto op pagina 11 bekijken en laat ze vrij vertellen. Wat hoorden ze hierover, wat weten ze hierover … Vertel de leerlingen over de Turkije Deal. In 2016 was er een grote vluchtelingenstroom vanuit Syrië richting EU op gang gekomen. Om de druk op de zuidelijke landen zoals Griekenland en Italië te verlichten, sloot de EU een deal met Turkije. In ruil voor steun ging de Turkse overheid ermee akkoord om zoveel mogelijk Syrische vluchtelingen op te vangen aan de Turkse grens met het land. Intussen worden die geschat op meer dan 2 miljoen! Pols naar hun achtergrondkennis over de EU. Verdeel de klas in groepen van drie of vier, naar gelang het aantal tablets of computers met internetverbinding ter beschikking. Laat de leerlingen in groep de vragen op pagina 11 oplossen. Geef ze de tip om te zoeken op wikikids.nl met de zoekterm ‘Europese Unie’.
2.3 Rana en Jazan in de Europese Unie Rana en Jazan hebben de grens met de EU overgestoken. Maar wat is dat eigenlijk, de EU en hoe is de EU ontstaan? Vertel dat we het ontstaan en de evolutie van de EU in groep zullen verwerken aan de hand van video 4: het ontstaan en de evolutie van de EU. Hierbij zullen ze meer te weten komen over de EU, het ontstaan, het aandeel van België erin, waarom je je identiteitskaart aan de grenzen niet meer moet tonen, waar ze kunnen betalen met de euro … De leerlingen vullen de informatie aan in het werkboek op pagina’s 12 en 13. Verwijs als extra hulp ook naar de atlas, pagina 29. De gruwel van de Tweede Wereldoorlog zorgt niet alleen voor de oprichting van de VN, ook in Europa leeft de idee van samenwerking. Zo wordt in 1951 de EGKS opgericht, onder meer door ons land. De EGKS is een economisch verbond dat ervoor moet zorgen twee belangrijke grondstoffen voor de wederopbouw, kolen en staal, binnen de lidstaten vlot beschikbaar zijn. In 1957 wordt dit uitgebreid naar de vrije handel in nog veel meer producten en krijgen we de Europese Economische Gemeenschap. Daarna evolueren we naar een echte Europese Unie. De EU telt almaar meer leden maar krijgt vooral ook veel meer politieke macht. Daardoor kan de EU meer en meer beslissingen opleggen aan zijn lidstaten. Bij het begin van de twintigste eeuw groeit er in heel wat lidstaten daarover wrevel en ontstaan er twee kampen: voor- en tegenstanders van de EU, nationalisten die de macht in hun land willen houden, Europeanen die de EU meer macht willen geven. Dit leidde in 2020 tot de Brexit, waarbij het Verenigd Koninkrijk na een nipt beslist referendum uit de EU stapt. Al die tijd is Brussel het middelpunt van de EU gebleven. Wereldwijd is ‘Brussels’ synoniem voor de ‘EU’.
2.4 De Europese Unie en haar instellingen Bekijk klassikaal video 5: de Europese instellingen. Vraag na wat er in de video aan bod kwam. Laat de leerlingen in het werkboek op pagina 14 de Europese instellingen verbinden met de correcte uitleg.
16
Thema 2: Pak je koffers!
Tijdens de video spreekt men over vier instellingen, in het werkboek werd gekozen om de Raad van de Europese Unie niet te verwerken. In het unieke samenspel van EU-instellingen: -
stelt de Europese Raad, bestaande uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten en de EU-leiders, de algemene prioriteiten vast, vertegenwoordigen de rechtstreeks gekozen Europarlementariërs de Europese burgers in het Europees Parlement, behartigt de Europese Commissie, waarvan de leden door de nationale regeringen zijn benoemd, de belangen van de EU in haar geheel, en verdedigen de regeringen de nationale belangen van hun land binnen de Raad van de Europese Unie.
Laat de leerlingen de taken van de instellingen met hun eigen woorden navertellen om te controleren of ze de uitleg snappen. Laat de belangrijke woorden markeren. Vraag na of ze weten dat de EU voor hen doet, of voor vluchtelingen. Laat vrij vertellen en laat nadien de voorbeelden nalezen in het werkboek op pagina 15. Laat ze nadien zelf een voorbeeld aanvullen. Geef de opdracht om een eigen voorbeeld te zoeken mee als huistaak. Op deze manier kunnen de leerlingen eventueel beroep doen op het internet. Interessante vondsten kunnen dan afgeprint worden en op pagina 15 gekleefd worden. 3
Slot Rond deze les af met het online bordspel over Europa. Verdeel de klas in groepen van drie of vier leerlingen. Tijdens het spel zijn er vier soorten opdrachten: 1 2 3 4
opdrachten over aardrijkskunde (hier moet je een land herkennen aan de hand van de vorm of de vlag). opdrachten over bekende mensen (hier moet je beroemde Europeanen herkennen). opdrachten met als thema opmerkzaamheid (een landschap of plaats herkennen). quiz-opdrachten (je krijgt verschillende vragen over Europa).
De score wordt berekend op basis van de tijd die de leerling nodig heeft om de opdracht uit te voeren. Het doel van het spel is in zo kort mogelijke tijd de finish te halen.
Thema 2: Pak je koffers!
17
Les
4
Rana en Jazan verkennen Europese landen
Lesdoelen 1. De kinderen kunnen verschillende zaken van een land in Europa opzoeken op een website. 2. De kinderen kunnen de besproken landen van Europa aanduiden op een blinde kaart. 3. De kinderen kunnen van elk besproken land in Europa enkele zaken opsommen.
Lesmateriaal -
werkboek p. 16 – 17 jeugdatlas ‘Mijn en jouw wereld in kaart’ kopieerblad 1: voorstelling van een Europees land powerpoint 3: de landenquiz video 6: nations of the World - Animaniacs laptops of tablets met internetverbinding
Vooraf Voorzie per groep een exemplaar van kopieerblad 1: voorstelling van een Europees land.
18
Thema 2: Pak je koffers!
Lesverloop 1
Instap Start de les met powerpoint 3: de landenquiz. Verdeel de klas in duo’s, zodat ze kunnen overleggen. Per dia wordt een Europees land voorgesteld aan de hand van een fotoreeks. Na vijf seconden verschijnt telkens een extra foto. Wie als eerste het land kan raden, verdient de punten. Wordt het land geraden bij foto 1, verdient het duo 5 punten, wordt het land pas geraden na foto 5 verdienen ze 1 punt. Houd de score bij op het bord. Zet het winnende duo in de bloemetjes: -
2
foto 1 = een typisch gerecht van het Europees land (= 5 punten) foto 2 = een typisch product of voorwerp van het Europees land (= 4 punten) foto 3 = een bezienswaardigheid van het Europees land (= 3 punten) foto 4 = het silhouet van het Europees land (= 2 punten) foto 5 = de vlag van het Europees land (= 1 punt)
Kern
2.1 Verschillende landen van Europa Vertel dat Rana en Jazan graag meer te weten willen komen over Europa en de verschillende Europese landen: hoeveel mensen er in een bepaald land wonen, welke taal ze spreken, wat er te zien is en wat ze er allemaal lekker vinden. Vraag de leerlingen of zij een favoriet land hebben en waarom. Bekijk de verschillende foto’s in het werkboek op pagina’s 16 en 17. De foto’s komen overeen met foto’s uit de instap. Laat de leerlingen maximaal per drie kiezen voor een bepaald land.
2.2 Europese landen onder de loep Voorzie per groep een exemplaar van kopieerblad 1: voorstelling van een Europees land. Vertel dat de leerlingen een affiche moeten opstellen voor het gekozen land. De meeste informatie kunnen ze vinden in de atlas. Voorzie ook enkele laptops of tablets met internetverbinding. Geef hen 20 minuten om de zaken op te zoeken. Laat ze na 20 minuten afronden en elk individueel met hun werkboek rondgaan van affiche naar affiche. Ze vullen pagina 16 en 17 in hun werkboek aan. Laat achteraf de affiches in de WO-hoek ophangen. 3
Slot Vertel dat de leerlingen nu klaar zijn voor alle landen van de wereld. Sluit de les af met video 6: nations of the World - Animaniacs. Bekijk de video eventueel een tweede keer, laat de leerlingen meezingen.
Thema 2: Pak je koffers!
19
Les
5
Migratie is van alle tijden
Lesdoelen 1. De kinderen kunnen met hun eigen woorden de volgende begrippen verklaren: migrant, immigrant, emigrant, vluchteling en asielzoeker. 2. De kinderen kunnen fragmenten uit de geschiedenis rangschikken op een tijdsband met de historische perioden. 3. De kinderen kunnen enkele verhalen lezen en beluisteren over migranten en mensen op de vlucht en formuleren antwoorden bij de vragen. 4. De kinderen kunnen push- en pullfactoren opsommen die mensen aanzetten om te migreren. 5. De kinderen kunnen in de huid kruipen van een migrant en vertellen hoe we ervoor kunnen zorgen dat ze zich thuis voelen in hun schoolomgeving.
Lesmateriaal -
werkboek p. 18 - 24 video 7: op de vlucht video 8: all that we share laptops of tablets met internetverbinding Kahoot!-quiz (herhaling)
Vooraf Indien je koos voor WOUW-moment 6: de verdeelde klas, kun je daarnaar verwijzen. Indien gewenst, kun je het eventueel ook in deze les integreren, maar dan moet je er tijd voor hebben. Migratie is een zeer belangrijk maatschappelijk thema. Het kwam al aan bod in het laatste thema van WOUW 5, toen de leerlingen zich verdiepten in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. In dit thema staat het in de focus. In thema 6 wordt het nog eens hernomen.
20
Thema 2: Pak je koffers!
Lesverloop 1
Instap Houd een inleidend klasgesprek. Zijn er leerlingen die uit een ander land komen? (of misschien grootouders, ouders, vrienden …?) Uit welk land komen ze vandaan? Weet je waarom de familie naar België kwam? Hoe was de situatie in het land wanneer ze er vertrokken? Zijn er grootouders, vrienden … die verhuisd zijn vanuit België naar een ander land? Waarom zijn ze verhuisd naar een ander land? Vraag na of ze een term kennen voor beide vormen. Kom tot migratie/migrant/emi- en immigratie. Als je kinderen met een recente migratie-achtergrond hebt, pas je deze vragen natuurlijk aan aan jouw situatie.
2
Kern
2.1 Migrant, vluchteling, asielzoeker Vertel dat we terugkeren naar Rana en Jazan. Ze komen aan in België. Wat gebeurt er dan en hoe noemen we hen nu? Bekijk video 7: op de vlucht. Op de vlucht is een animatiefilm van Fedasil waarin wordt aangetoond welk parcours vluchtelingen en asielzoekers moeten afleggen. Bespreek klassikaal. Waar komen die mensen vandaan? Hoe komen ze hier terecht? Hoe ziet een opvangcentrum eruit? Wat doen mensen daar een hele dag? Wie mag in België blijven? Wat gebeurt er met de mensen die moeten terugkeren naar hun land? Toon in Google Earth het commissariaat voor de vluchtelingen en vlieg eventueel even naar een asielcentrum in de buurt. Laat de leerlingen in het werkboek op pagina 18 de begrippen verbinden met de juiste uitleg.
2.2 Migreren is niet enkel actueel, het gebeurt al eeuwen Bekijk klassikaal de volgende opdracht in het werkboek op pagina’s 18 en 19. In het werkboek staan tien teksten met telkens een nummer. Onderaan de pagina staat een tijdsband. De leerlingen moeten de teksten lezen en daarna het nummer in de juiste bol bij de tijdsband plaatsen. Laat de leerlingen in duo’s werken en bespreek nadien de juiste volgorde. Benadruk dat de mens doorheen de hele geschiedenis op zoek was naar andere oorden, vluchtte of migreerde naar andere plaatsen. Geef ruimte aan leerlingen die dingen willen aanvullen of in vraag stellen. Denk aan de slavenhandel, aanvullingen bij de ontdekkingsreizen, verhalen uit de wereldoorlogen …
Thema 2: Pak je koffers!
21
2.3 Massamigratie in de kijker Laat de leerlingen in het werkboek op pagina’s 20 en 21 het verhaal lezen van Red Star Line. Jarenlang (1873 - 1925) was Antwerpen een belangrijke poort naar Amerika voor landverhuizers. Via de loodsen van de Red Star Line vertrokken zo’n twee miljoen mensen om een nieuw leven op te bouwen. Laat hen in duo’s de vragen beantwoorden. Voorzie enkele laptops of tablets met internetverbinding zodat de leerlingen de mogelijkheid hebben om de achtergrondinformatie te bekijken via de website www.redstarline.be. Op de website kunnen ze niet alleen filmmateriaal bekijken of de verhalen van mensen lezen, maar ook de chronologie van het vertrek naar Amerika raadplegen. Het tweede verhaal in het werkboek op pagina 22 is een recenter verhaal. Laat de leerlingen het verhaal van Yvonne lezen die, met haar familie en nog twee andere families, in de Tweede Wereldoorlog op de vlucht gaat naar Frankrijk. Laat hen in duo’s de vragen beantwoorden. Benadruk dat deze drie gezinnen geluk hadden omdat ze op de vlucht konden met een vrachtwagen, want de meeste gezinnen gingen te voet of met een kar op weg. Veel bagage konden deze mensen niet meesjouwen. Ook de familie van Yvonne en de twee andere families konden niet veel meenemen. Veel ruimte was er niet. De vrachtwagen van toen is immers niet te vergelijken met de exemplaren die we nu kennen.
2.4 Redenen van vluchten en migreren Laat de leerlingen nu een reden bedenken en op een kladblaadje noteren waarom mensen migreren of vluchten. Laat de leerlingen recht staan en hun reden opsommen. Als hun reden aan bod kwam, mogen ze gaan zitten, anders blijven ze staan. Als alle leerlingen aan bod kwamen, laat je de kladblaadjes vooraan leggen. Laat de leerlingen rond de redenen plaats nemen. Indien nodig, kun je zelf aanvullen met enkele redenen: -
op zoek naar een beter leven; op zoek naar veiligheid; gedwongen migratie; op de vlucht voor het oorlogsgeweld; op zoek naar voeding; op zoek naar beter werk; …
Geef de leerlingen de opdracht om de redenen in twee groepen te verdelen. Kom tot redenen waarom je weg moet vs. weg wil. Redenen die je aantrekken vs. die je wegduwen. Vertel dat de moeilijke woorden hiervoor push- en pullfactoren zijn. Vul in het werkboek op pagina 23 opdracht 5 aan met voorbeelden uit de klas. Zie je een mogelijkheid om de vluchtelingenstroom naar Europa te stoppen? Welke push-factoren moeten we dan allemaal aanpakken? Besluit dat het op wereldwijd niveau misschien niet altijd eenvoudig is voor kinderen om push- en pullfactoren aan te pakken, maar dat het wel mogelijk is op school.
22
Thema 2: Pak je koffers!
2.5 Een wij-gevoel creëren op school Geef de leerlingen de opdracht om hun ogen te sluiten zodat ze kunnen nadenken over volgende vragen: -
Waarom voel je je ergens thuis? Wat geeft je een veilig gevoel? Wat geeft je een onveilig gevoel? Ken je mensen uit andere landen? Maken die je blij, boos, verliefd …? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die mensen zich hier in de klas, op school of in de buurt thuis voelen?
Laat hen opdracht 6 op pagina 23 in het werkboek individueel aanvullen. Laat de leerlingen plaats nemen in twee cirkels, een binnen- en een buitencirkel. Laat hen kijken naar elkaar en telkens vertellen aan elkaar wat ze zouden kunnen doen om ervoor te zorgen dat die mensen zich hier in de klas, op school, in de buurt thuis voelen. Laat enkele zaken die ze leuk vonden overnemen in hun werkboek op pagina 23 bij opdracht. 3
Slot
3.1 All that we share Bekijk video 8: all that we share. Een korte video die duidelijk aantoont dat het niet zo eenvoudig is om mensen in bepaalde hokjes te plaatsen. Bespreek klassikaal en geef de leerlingen de kans om hun gevoelens en meningen te delen. Indien je extra tijd hebt, kun je ervoor kiezen om de video te vervangen in een klasactiviteit, waarbij je je leerlingen in bepaalde hokjes plaatst, om ze dan met behulp van enkele stellingen te laten versmelten naar nieuwe groepen. Deze activiteit kan helpen om een groot groepsgevoel tot stand te brengen.
3.2 Herhalingsmoment We ronden deze lessenreeks af met een herhalingsmoment. Op Kabas vind je een Kahoot!-quiz. Het is een aanleiding om het thema even opnieuw te overlopen. Je kunt de vragen klassikaal verwerken of opvatten als een kort quizmoment en de klas hierbij in groepjes laten werken. In het werkboek vinden de leerlingen een studiewijzer op de laatste pagina. Die helpt hen om zich voor te bereiden op het toetsmoment. Bekijk de studiewijzer samen en bespreek vooral de studeertips. Leg uit dat de tips duidelijk maken of het iets is dat je moet kennen of begrijpen. Leg ook het verschil tussen een geslotenboektoets en een openboektoets (waarbij je het werkboek als bron gebruikt) uit. Verwijs de leerlingen ook naar het online aanbod op Kabas: - de digitale oefeningen; - de oefentoets, die ze kunnen maken wanneer ze denken klaar te zijn voor de toets.
Thema 2: Pak je koffers!
23
Les
6
Evaluatiemoment
Lesdoelen Gesloten boek 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De kinderen kunnen de aangeduide werelddelen op een wereldkaart benoemen. De kinderen kunnen een gebergte, rivier en zee/meer aanduiden op de kaart van Europa en benoemen. De kinderen kunnen een reliëfprofiel koppelen aan het juiste hoogteprofiel. De kinderen kunnen een hoogteprofiel interpreteren en vragen met waar of niet/waar beantwoorden. De kinderen kunnen aan de hand van een landschapsfoto de reliëfelementen en de reliëfvorm benoemen. De kinderen kunnen aan de hand van een landschapsfoto een landschap benoemen. De kinderen kunnen een bekend monument koppelen aan een Europees land, haar hoofdstad en deze aanduiden op een blinde kaart van Europa. 8. De kinderen kunnen aan de hand van een omschrijving het woord migrant of emigrant geven. 9. De kinderen kunnen een reden opsommen waarom mensen de dag van vandaag een land ontvluchten.
Open boek 1. De kinderen kunnen via silhouetten van landen het land, haar hoofdstad, lidmaatschap EU en munteenheid opzoeken en benoemen. 2. De kinderen kunnen aan de hand van een cryptische omschrijving betreffende jaar van toetreden en geografische ligging het correcte Europese land geven. 3. De kinderen kunnen begrippen over Europese instellingen, hulporganisaties voor vluchtelingen en belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van de EU koppelen aan de juiste omschrijving.
Lesmateriaal -
kopieerblad 2: geslotenboektoets kopieerblad 3: correctiesleutel geslotenboektoets kopieerblad 4: openboektoets kopieerblad 5: correctiesleutel openboektoets kopieerblad 6: selfie powerpoint 4: selfie
Vooraf Ook het opmaken van een Google Earth reliëf profiel kan opgenomen worden in de openboektoets. Bespreek dit binnen de ICT leerlijn van de school.
24
Thema 2: Pak je koffers!
Lesverloop Deel de toetsbladen uit. De leerlingen noteren hun naam en klas. Overloop alle vragen. De leerlingen duiden met een markeerstift de belangrijkste begrippen in iedere vraag aan. De eerste toets is een geslotenboektoets. De leerlingen mogen bij deze toets geen gebruik maken van hun werkboek of andere bronnen. Bij de openboektoets mogen ze hun werkboek wel gebruiken.
Beoordeling Gesloten boek Opdracht 1: 0,5 punt per correct antwoord Opdracht 2: 0,5 punt per correct antwoord Opdracht 3: 1 punt per correct antwoord Opdracht 4: 1 punt per correct antwoord Opdracht 5: 1 punt per correct antwoord Opdracht 6: 0,5 punt per correct antwoord Opdracht 7: 0,5 punt per correct antwoord
Totaal: 2 punten Totaal: 3 punten Totaal: 1 punt Totaal: 2 punten Totaal: 3 punten Totaal: 3 punten Totaal: 1 punt
Totaal: 15 punten
Open boek Opdracht 1: 0,5 punt per correct antwoord Opdracht 2: 1 punt per correct antwoord Opdracht 3: 1 punt per correct antwoord
Totaal: 6 punten Totaal: 3 punten Totaal: 6 punten
Totaal: 15 punten
De selfie Bezorg alle leerlingen de selfie (kopieerblad 6) van dit thema. Leid kort in. We hebben het thema afgerond. We sluiten zoals steeds af met een momentje waarop we het even stil maken en een selfie maken van wat we er zelf van vinden. Start de powerpoint met de eerste dia. Laat die voorlezen indien dat wenselijk is. Je leest de vragen en de antwoorden. Kruis nu het antwoord aan dat het best bij jou past, volgens jou. Wanneer je klaar bent, vouw je het blad en kleef je het dicht. De leerlingen houden het bij op de afgesproken plaats. Dat kan een eigen envelop zijn, of een ringmapje of …
Thema 2: Pak je koffers!
25
Overzicht opties WOUW-actie De lesfiches bij deze activiteiten vind je terug op Kabas, samen met alle andere nodige bestanden.
100'
Tijdens deze activiteit gaat je klas aan de slag met tabellen en grafieken. Ze onderzoeken gegevens rond actuele migratie. Op het einde brengen ze alle onderdelen samen tot een uniek product.
100'
Werkt jouw klas vlot met Google Earth? Tijdens deze actie kiezen de leerlingen een land dat vele vluchtelingen kent, onderzoeken ze een mogelijke route van een vluchteling en zetten dit om naar een route in Google Earth.
100'
Organiseer een eigen EU-top in de klas! Tijdens de activiteit vertegenwoordigen de leerlingen in groep de deelnemende landen. Op het einde van deze activiteit krijgen de leerlingen de kans om te reflecteren op de samenwerking.
100'
Ga actief aan de slag met een EU-doelstelling. Met de actie #beactive probeert de EU de mensen actiever te krijgen. Tijdens deze activiteit brainstormen de leerlingen over een nieuwe sportplaats. Op het einde presenteren ze hun voorstel, met behulp van Google Earth.
1
Iedereen naar België?
2
Onze eigen route in Google Earth
3
Mini EU-top in de klas!
4
Een nieuwe sportplaats
26
Thema 2: Pak je koffers!
50'
De leerlingen hebben in dit thema de landen van Europa al eens onder de loep genomen. In deze les taalinitiatie Engels gaan we in op de Engelse namen van die landen met de nationaliteit, de taal en een nationaal gerecht. Door middel van leuke spelletjes oefenen de leerlingen de woordenschat en essentiële zinsstructuren in het Engels. Taalplezier gegarandeerd!
Where are you from?
Check altijd Kabas voor het meest recente aanbod.
Thema 2: Pak je koffers!
27
Begrippen- en namenlijst Les 1 natuurlijke barrières werelddelen in vogelvlucht lijnschaal breukschaal Noord-Amerika Zuid-Amerika Europa Azië Afrika Oceanië Antarctica Les 2 reliëf hoogtelijnen vallei bergtop steile – zwakke helling evenwijdig loodrecht doorsnede zoekvenster hoogteprofiel toeristisch landschap industrieel landschap stedelijk landschap landelijk landschap laagland middelland hoogland vlakte plateau Google Earth
28
Thema 2: Pak je koffers!
Les 3 menselijke barrières continent UNICEF Wereldgezondheidsorganisatie Amnesty International Artsen Zonder Grenzen 11.11.11 de Europese Unie de Schengenzone legende Europese Raad Europese Commissie Europees Parlement EU-top wetgevende en uitvoerende macht regeringsleider staatshoofd vertegenwoordiger verkiezing lidstaat wetten privacy sexting fake news hotline mensenhandel Adolf Hitler (1989 – 1945) Robert Schuman (1886 – 1963) Koning Leopold II (1835 – 1909) Koning Boudewijn (1930 – 1993) Koning Albert II (1875 – 1934) Koning Filip (1960 - ) Les 4 land hoofdstad inwoner
Les 5 migrant immigrant emigrant asielzoeker vluchteling slavenhandel kolonie onderdrukking bezetting volksverhuizing ontdekkingsreizen emigratie-agent oceaanstormer hongersnood Red Star Line